S4!D SOCIALISME EN DEMOCRATIE JAARGANG 1953 INHOUD. J. F. de JOllgh, J. de Kadt, Th. J. A. M. van Lier, H. Oosterhuis, H. Vos,

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "S4!D SOCIALISME EN DEMOCRATIE JAARGANG 1953 INHOUD. J. F. de JOllgh, J. de Kadt, Th. J. A. M. van Lier, H. Oosterhuis, H. Vos,"

Transcriptie

1 S4!D SOCIALISME EN DEMOCRATIE MAANDBLAD VAN DE PARTIJ VAN DE ARBEID Onder redactie van W. Banning, voorz., J. M. den Uyl, secr., J. Barents, J. J. A. Berger, J. J. Buskes, M. v. d. Goes van Naters, Ph. J. Idenburg, J. F. de JOllgh, J. de Kadt, Th. J. A. M. van Lier, H. Oosterhuis, H. Vos, Koos Vorrink. JAARGANG 1953 INHOUD

2 INHOUD JAARGANG 1953 Vraagstukken van de socialistische theorie Balans van een discussie: prof. dr. W. Banning Cultuurpolitiek naar eigen aard: drs. ]. J. Voogd Katholieke critiek op de Weg naar Vrijheid: mr. Th. J. A. M. van Lier 83 De sociaal-ethische zijde der bezitsvorming: mr. dr. A. A. van Rhi;n Socialisme en bedrijfsleven: Il. J. Hofstra Enkele problemen van de Welvaartsstaat, een cliscussie Internationaal beraad over socialisme en religie: dr. A. van Biemen Het probleem christendom-socialisme in Europa na de tweede wereldoorlog: prof. dr. W. Banning Naar een rechtvaarcliger inkomens "erdeling: pmf. dr. J. Tinbergen Het karakter van het lluiclige socialisme, een discussie Bij de dood van Hendrik de Man: prof. dl'. W. Banning Socialisme en utopie, een cliscussie 437 Planning for Freedom: mr. ]. in 't Veld Socialistische cultuurpolitiek, een cliscussie Perspolemiek over een discussie: 1)rof. dr. W. Banning Het socialistisch maatschappijbeeld: mr. H. V êrsloot Engelands strijd om welvaart: dr. B. van den Tempel Socialistische internationale politiek? W. A. H. de Jonge en 1)1 of. mr. dr. ]. Barents Plaats en taak van de pers, rapport 651 Rechtvaardig inkomen: mr. H. Verslaat Hernieuwde kennismaking met het marxisme De socialisatie op de agenda: ir. Il. Vos Internationale socialistische politiek?: M. C. Bolle * Binnenlandse politieke vraagstukken Afscheid van Moskou?: drs. B. W. Schaper De vergoeding der rampschade: mr. C. J. A. M. ten Ilagen Het vierde algemene congres: mr. H. Versloot Bij de honderdjarige Kromstaf: Anton van Duinkerken Bij het Troelstra-monument: ir. H. Vos De doorbraak behouden: drs. J. M. den Vyl Overheid en humanisme: dr. E. Brongersma Overheid en humanisme: mr. Il. B. J. Waslander Overheid en humanisme: mr. G. E. van Walsum Troonrede en millioenennota: ir. H. Vos Het katholieke gesprek: documentatie 74H Vijf jaren PvdA, een terugblik: Dr. B. W. Schaper * Buitenlandse politiek Leon Gambetta: 111r. dr. M. M. van PI'aag Een constitutie voor Europa?: mr. M. v. d. Goes van Naters De crisis van de UNESCO: dr. Ph. J. ldenburg Nederland en de Verenigde Naties: Geert Ruygers Het voorspel van Stalins dood: prof. F. Borkenau Frankrijk voor de keuze: S. Tas Een historicus tegenover de wereld van nu: prof. dr. P. Geyl

3 Afscheid van Moskou?: drs. B. \V. Schaper.... De drie oorlogen: prof. mr. dr. ]. Barents Internationaal beraad over socialisme en religie: dr. A. van Biemen.... Na Stalins dood; vrede of manoeuvre?: l. de Kadt.... Het probleem christendom-socialisme in Europa na de tweede wereldoorlog: prof. dr. W. Banning... Birma - een Aziatisch Joegoslayjë: François Bondy.... Vrede of oorlog?: prof. mr. dr. l. Barents.... Zelfbeschikkingsrecht en nationaliteitsprincipe: H. Daalder.... Malenkows op- en neergang: prof. F. Borkenau.... Zuid-Afrika isoleert zichzelf: S. Tas De conferentie van Rangoon: mr. M v. d. Stoel Maart en 17 Juni: prof. mr. dr. ]. Barents De "Sozialdemokratische Partei Deutschlands":dr. W. Verkade 459, 572 Aspecten van het Amerikaanse communisme: dr. H. Umroth De Brits-Caraïbische Federatie in wording: drs. A. lonkers Engelands strijd om welvaart: dr. B. van den Tempel Socialistische internationale politiek?: W. A. H. de longe en prof. mr. dr. J. Barents De economische integratie van Europa: ]. de Waard De socialisatie op de agenda: ir. H. Vos China en de barbaren: P. v. 't Veer 724 Internationale socialistische politiek?: M. C. Bolle * Sociale en economische vraagstukken Het intellectuele potentieel en de intellectuele positie van de middengroepen: dr. W. Steigenga en dr. S. E. Steigenga-Kouwe Hoe groot is het Nederlandse gezin?: prof. dr. S. Groenman en dr. W. Steigenga 'k Hou van belasting, óók als zij hoog is: prof. dr. S. Kleerekoper De sociaal-ethische zijde der bezitsvorn1ing: mr. dr. A. A. van Rhijn Socialisme en bedrijfsleven: H.]. Hofstra De betrouwbaarheid van het opinieonderzoek: dr. Ph. ]. Idenburg De vergoeding der rampschade: mr. C. ]. A. M. ten Hagen De huisvesting van bejaarden: mr. J. A. ]. Meijer N aar een rechtvaardjger inkomensverdeling: prof. dr. ]. Tinbergen Economische beschouwingen: ir. H. Vos De sociale aspecten van het volkstuinwezen: dr. W. H. Vermooten Bevolkingsvraagstuk in discussie: d?. W. Steigenga Planning for Freedom: mr. J. in 't Veld Troonrede en millioenennota: ir. H. Vos De medicus in de stroom der wetenschappelijke ontwikkeling: dr. l. F. de J ongh Rechtvaardig inkomen: mr. H. Versloot De economische integratie van Europa: J. de Waard De socialisatie op de agenda: ir. Il. Vos Dc architectulit van de na-oorlogse volkswoning: ir. W. van Tijen * CultU1'ele vraagstukken Cultuurpolitiek naar eigen aard: drs. ]. ]. Voogd Het intellectuele potentieel en de intellectue'lle positie van de m:iddcl-:fgroepen: dr. W. Steigenga en dr. S. E. Steigenga-Kouwe De crisis van de UNESCO: clr. Ph. ]. ldenburg Gorters dichterschap: prof. dr. K. Heeroma Over cultuur en "culturele defensie"; prof. dr. N. A. Donkersloot Het Troelstra-monument te 's-gravenhage van J,Jrof. V. P. S. Esser; H. A. Gerretsén A. M. de Jong, een van Nederlands grootste vertellers: Jan H. de Groot 680 3

4 Indonesië Indonesië, enkele politieke aspecten: d?. P. ]. A. ldenburg... Z De Indonesische economie sinds de souvcreiniteitsoverdraeht: Mercator Enkele opmerkingen over cultuur in Indonesië: dr. A. de Goede...., 540 * Het buitenlandse tijdschrift 334, 491, 631, 763 * De pen op papier 120, 124, 333, 398, 399, 630 * Boekbesprekingen Mr. dl'. C. Smit: Diplomatieke geschiedenis van Nederland, inzonderheid de vestiging van het koninkrijk, bespr. d. J. Barents A. Bevan: Inplaats van vrees, bespr. d. W. Banning Prof. dl'. S. Groenman: Sociale aanpassing, bespr. d. ]. F. de Jongh.. 64 Dr. P. Smits: Kerk en stad, bespr. d. Ph. J. ldenburg Prof. dr. C. C. J. Webb: Geschiedenis der wijsbegeerte, bespr. d. W. Banni.ng Prof. dr. H. de Vos: Inleiding tot de ethiek, bespr. d. W. Banning Dorothy Sayers: Koning Incognito, bespr. d. W. Banning Ph. Kolmstamm: Hoc mijn bijbels personalisme ontstond, bespr. d. ]. J. Buskes ir Jelle Troelstra: Mijn vader Pieter Jelles, bespr. d. ]. ]. Buskes ir Eric Hoffer: De warc gelovige, bespr. d. Josine W. L. Meijer Prof. dr. M. J. H. Smeets: De economische betekenis van de belastingen, bespr. d. H. Peschar Prof. dr. H. Brugmans: Schets van een Europese samenleving, bespr. d. ]. Barents Prof. dr. W. Banning en Prof. mr. dr. J. Barents: Socialistische documenten 192 Prof. dl'. P. Geyl: Reactics, bespr. d. W. Banning Prof. dr. W. den Boer: Benaderbaar verleden, bespr. d. W. Banning Alan Bullock: IIitler, a study in tyranny, bespr. d. ]. Barents M. Duverger: les partis politiques, bespr. d. J. Barents Russell W. Davenport e.a.: Zo is Amerika, bespr. d. H. Umrath Prof. P. J. Bouman en W. H. Bouman: De groei van de grote werkstad, bespr. d. Chr. A. de Ruyterde Zeeuw Dr. L. van Egeraat: Engeland, de Labourparty en Europa, bespr. d. J. Barents F. J. Goedhart: Een revolutie op drift, bespr. d. l. Samkalden Prof. dl'. F. Alexander: Onze redeloze wereld, bespr. d. W. Banning Dr. ir. Il. van Riessen: De maatschappij der toekomst, bespr. d. W. Banning Freedom and Culture, bespr. d. Ph. J. ldenburg John Gunther: Eisenhower, bespr. d. ]. Barents Kingsley Martin: Harold Laski, bespr. d. J. Barents Dr. J. T. Buma: Sociaal-mèdische perspectieven, bespr. d. J. F. de Jongh Dr. A. L. M. Knaapen: De ondernemingsraden. en de ontwikkeling van de medezeggenschap in de particuliere onderneming in Nederland en België, bespr. d. Th. ]. A. M. van Lier Dr. J. Ponsioen S.C.J.: De menselijke samenleving, bespr. d. W. Banning 639 Het huwelijk, Herderlijk Schrijven Generale Synode N. H. Kerk, bespr. d. P. S. Bakker Prof. M. I. Bonn, So macht man Geschichte, bespr. d. A. Mozer Thijs Boo)'; Ons groter vaderland: Europa, bespr. d. W. Banning Dr. A. M. F. Smuldcrs: Inkomensverdeling en werkgelegenheid, bespr. d. A. Kloos Sociografie in de practijk, bespr. d. W. Banning Dr. J. C. de Bcus: De toekomst van het Westen, bespr. d. W. Banning

5 BIJ DE NIEUWE JAARGANG De redactie van dit tljdsch/'ift onthoudt zich in het algemeen van toelicmende en verklal'ende notities bij de afleveringen die onder haar reralltwoordelijkheid verschijnen. Zelfs aan de zo gebruikelijke personalia van de medewerkers schenkt zij meestal geen aandacht. Dat heeft zijn goedf! reden. Als de situatie bij een pcriodiek gezond is, rechtvaardigen keuze en inhoud van de bijdragen zich zelf. Men kan echter de vraag opwer- 1)en af de redactie dit beginsel nict te ver vocrt. Zo heeft zij in de afgelopen jaargang de lezels een vrij ingrijpende wisseling ell aanvulling van de redactie zonder cnig commentaar voorgeschoteld en een aantal bijdragen ollder sc7wilnaam laten verschijnen, zonder de lezet\s zelfs maar te waarschut/;en. dat zij naar de bewuste namen tevergeefs in het telefoonboek zouden bladeren. Het is mede de achterl5rond van deze vraagstelling, die tot een enkele opmerking bi; het begin van de nieuwe jaargang aanleiding geeft. Bij de aanvang van de vorige jaa rgang heeft de redactie Ilitecngezet, dat zij bijzondere aandacht wilde geven aan critick op en uitwerking van "De Weg naar Vl'ijheid" en daarnaast een reeks artikelen wilde wijden aan de vraag hoe het er intern met de socialistische gedachte en beu;eging voorstaat. Beide voornemens zijn tot uitvoering gekomen. In dit nummer wordt een twintigtal beschouwingen over de situatie I-'an het socialisme voorlopig afgesloten met een bijdrage van drs V vogd over de inhoud van socialistische cultuurpolitiek, terwijl de voorzitter van de redactie een balans van de ger.:oerde discussie opmaakt. De afsluiting van deze discussie is uite1'llard een formele en voorlopige: de v1'llagstukken die zijn aangeroerd en de vragen die zijn opgeworpen, blijven Clan de orde. Al was het alleen maar, omdat de voor de Partij van de Arbeid zo biizondel' gunstige verkiezingsuitslag van Juni 1952 om cl'itische waakzaamheid vraagt bi; het tegengaan van verleidelijke zelfvoldaanheid. De wijze waarop deze waahaamheid in S. en D. wordt beoefend zal in deze iaargang evel1lcel weer een andere zijn. De beveiliging tegen het wereldcommunisme mag geen moment uit onze aandacht vf3rdwijnen; het Europese 6enheidsstreven, dat in een even riskante als moedgevende stroomversnelling is gerankt, eist nadere beschouwing; binnenslands vragen de positie van de middengroepen en de verwezenlijking van gelijke ontwikkelingskansen om een duideliike concretisering; de verhouding van democratisch-socialistische maatschappij-opvattingen tot liberale en confessionele filosofieën moet terwille van verdere doorbraak worden uitgewerkt. Vooral ten behoeve van dit laatste zal een beantwoording van de critiek van niet-socialistische ziide op het Plan nuttig kunnen zijn. - Ziedaar al reeds een heel program voor de komende jaargang. Daarnaast streeft de redactie er naar omtrent de belangrijkste ontwikkelingen binnen- en buitenslands uit de eerste hand te blijven voorlichten. Moge het bovenstaande voldoende zijn ter aanduiding van de richting waarin de redactie haar taak: stimuleren tot actief doordenken en wetenschappelijke bezinning, hoopt te veroullen. 1

6 P. J. A. I D E B U R G INDONESIE ENKELE POLITIEKE ASPECTEN De beoordeling van de politieke situatie in Indonesië is voor een westers buitenstaander een hachelijke zaak. Dit geldt vooral, wanneer zoals thans, Indonesië in een politieke crisis verkeert. Hoe nauwkeurig men ook de publieke gegevens over Indonesië volgt, men krijgt steeds de indruk dat de voorlichting onvolledig is, dat de achtergrond van de gebeurtenissen ons vaak onthouden wordt, dat ongrijpbare persoonlijke factoren soms een belangrijke rol spelen en ten slotte dat onze beoordelingsmaatstaven bepaald niet identiek zijn met die der Indonesiërs. Wanneer men aanneemt dat de Indonesische Staat nog niet in een stadium van consolidatie verkeert en dat er vele vaak onderling volstrekt tegenstrijdige krachten nog worstelen voor een ' plaats in het Indonesisch Staatsbestel, dan wordt deze onzekerheid in de beoordeling van de Indonesische politieke situatie begrijpelijk. Maar ook dan moet men nog twijfelen aan de eigen beoordelingsmaatstaven voor het belangrijke en onbelangrijke, het gewenste en het ongewenste, het sterke en zwakke enz. enz. en vraagt men zich ook vaak af of er in de Indonesische samenwerking geen factoren gelden, welke ons geheel ontgaan omdat zij geen rol spelen in onze eigen gedachten wereld. In een politieke crisis, welke wij thans weer beleven, is het inzonderheid moeilijk zich niet onder de indruk te laten brengen van de ons gemelde - nooit volledig beschreven - gebeurtenissen en zich te bepalen tot die feiten en factoren, welke - wellicht - op langere tennijn bepalend zijn. Men heeft bovendien al vaak meegemaakt dat een crisis in Indonesië toch weer anders wordt opgelost dan wij waarschijnlijk achten. In het vervolg wordt getracht enkele aspecten te benaderen minder in verband met hun feitelijke actualiteit dan wel met het oog op hun mogelijk belang voor de toekomst. Het kader van deze uiteenzetting gedoogt slechts een beperkte keuze. De politieke parti;en Het ligt niet in de bedoeling alle politieke partijen in dit verband te bespreken. Wij bepalen ons tot enkele belangrijke momenten, doch ook aldus staan wij reeds aanstonds voor een reeks van onbekenden. In het algemeen is men het er over eens dat de verhoudingen in het niet verkozen doch benoemde parlement in genen dele de reële sterkte aangeven van de partijen en dat ecn parlement, gekozen op basis van algemeen kiesrecht en evenredige vertegenwoordiging, er totaal anders

7 zou uitzien dan het huidige. Men zou nog kunnen beweren, dat in een land met een zo groot aantal analfabeten, de wezenlijke politieke krachtsverhoudingen veelal niet worden bepaald door stemmenverhoudingen, maar dit is, nu men in Indonesië eenmaal gekozen heeft voor een algemeen kiesrecht, slechts in beperkte mate juist. Een feit is dat, naar onlangs duidelijk gebleken is, velen de huidige samenstelling van het parlement niet langer verdraaglijk achten en dat men op zo kort mogelijke termijn door verkiezingen wil komen tot een meer stabiele en duidelijke afpaling der partijverhoudingen. \Vat een dergelijke verkiezing zal opleveren kan niet worden voorspeld, behalve dan dat men algemeen verwacht dat de Moslimse groepen een absolute meerderheid zullen behalen. De niet-godsdienstige partijen verkeren in volstrekte onzekerheid omtrent hun toekomst en zij zien deze dan ook niet zonder zorg tegemoet. Het is vermoedelijk niet te veel gezegd, wanneer men stelt, dat de ook in de verhouding met Nederland telkens naar voren tredende onbehaaglijkheid en negativiteit in het politieke stemmingsbeeld voor een deel mede door deze onzekerheid wordt veroorzaakt. Men krijgt de indruk dat het vooral de P.N.I. (Partai Nasional Indonesia, wamuit ook president Soekarno afkomstig is) en de P.S.!. (Partai Socialis Indonesia, onder leiding van Sjahrir) zijn, die met elkander wedijveren om de belangrijkste plaats in te nemen na de Islamietische groepen. Wat deze laatsten betreft: tot voor enkele maanden was de overgrote meerderheid der politieke Islamieten verenigd in de Masjumi, de grootste partij ook in het huidige parlement. Daarnaast bestond de P.S.!.!. (partai Sm'ikat Islam Indonesia, leider Abikoesno), maar deze was klein in vergelijking met de Masjumi. Met deze laatste was nauw verbonden een groep van Moslimse godgeleerden georganiseerd in de Nahdatu'l Ulama, een groep welke vermoedelijk op het platteland van Java grote aanhang heeft. Deze betrekkelijke eenheid van politiek-islamietische groepering - een eenheid welke zowel een vooruitsh'evende vleugel (Natzir) als een meer conservatieve groep (Sukiman) omvatte - schijnt enigszins verbroken te zijn doordat enige maanden geleden de Nahdahl'l Ulama haar verhouding met de Masjumi opzegde en met de P.S.!.!. en de Perti (een moslimse groep, vooral van ulama's in Sumatra) een afzonderlijke alliantie aanging. De reden van deze afscheiding is niet geheel duidelijk voor een buitenstaander: vermoedelijk vond men in de kringen van de Nahdatu'l Ulama de politiek van de linkervleugel der Masjumi, waarin vooral de jongere intellectuelen veltegenwoordigd zijn, te weinig conservatief-islamietisch. Een mede dreigende scheuring in de Masjumi zelf werd intussen voorkomen, zodat deze partij ook thans nog een rechter- en een linkervleugel omvat en zelfs tot een gemeenschappelijk programma is gekomen. Het effect van de afscheiding van de Nahdatu'l Ulama is voor een buitenstaander moeilijk te overzien. In zaken van godsdienst en algemene moraal zal men vermoedelijk wel blijven trachten een zeker gemeenschappelijk front te blijven vormen, maar het is voor het ogenblik niet wel mogelijk om te gissen waar samenwerking begint en waar zij weer eindigt. Nog onzekerder is, welke gevolgen deze splitsing straks bij de verkiezingen zal hebben t.a.v. het stemmenaantal: de invloed van de Nahdatu'l Ulama is vermoedelijk vrij belangrijk, maar het is de schrijver niet

8 gelukt om ook maar enigszins betrouwbare schattingen te verkrijgen van de getallen, waarom het hier gaat. Hierbij komt nog een factor, welke wel zeer moeilijk is uit te drukken in democratisch-politieke getalsverhoudingen, nl. de factor "Daru'l Islam". Zoals men weet is dit een groep van Islamieten, welke een zekere extreme Moslimse staatsvorm voorstaan en uit dien hoofde in voortdurend verzet zijn tegen het huidige regiem. De reële aanhang van deze groep is uiterst moeilijk te bepalen niet het minst door het feit dat vele omustige elementen, die in bende-verband optreden, zich gaarne tooien met de naam van deze groep, terwijl ook de vaak uitgeoefende terreur het niet wel mogelijk maakt om aanhangers en gedwongen meelopers te onderscheiden. Het schijnt intussen wel vast te staan dat er om verschillende redenen in de Masjumi een aantal personen van invloed zijn, die, het ordeverstorend element van de Daru'l Islam afkeurend, zich toch niet zonder meer tegen deze extreme groep willen keren. Ook zegt men dat vele leden van de Nahdatu'l Ulama nauwe relaties hebben met elementen uit de Daru'l Islam. Aan de andere kant beweert men ook dat communistische elementen trachten vaste voet in de Daru'l Islam te verkrijgen uiteraard niet uit sympathie voor de doelstellingen van deze beweging, maar uitsluitend om het voor hen zo begeerlijke element van omust gaande te houden. Dit alles is, vooral wanneer men het wil omzetten in getals- en partijverhoudingen, voor een buitenstaander onbepaalbaar en het lijkt dan ook niet mogelijk om een ook maar enigszins betrouwbare prognose te formuleren over de reële politieke betekenis van een algemene verkiezing, welke een absolute meerderheid van vertegenwoordigers van Islamietische politieke partijen in het parlement zou brengen. Wel neemt men vrij algemeen aan, dat, hoe ook de situatie in het parlement er na algemene verkiezingen zal uitzien, de Indonesische regering toch ook uit andere dan uitsluitend leden van de Islamietische partijen zal moeten zijn samengesteld. Hier komt dan vanzelf de vraag aan de orde, welke partijen hier een woord zullen meespreken en zo komen wij vanzelf op het hierboven aangestipte punt van de groeiende concurrentie tussen verschillende niet-islamietische partijen. Tot dusver was de P.N.I. na de Masjumi de grootste partij. Zij bezat ook een niet onaanzienlijke aanhang in de gelederen van het revolutionnaire volksleger en zij voelt zich traditioneel de avantgarde van het revolutionnaire nationalisme. Zij gevoelt deze positie bedreigd niet alleen door de massa der aanhangers van de Islamietische politieke groepen, maar evenzeer door kleinere partijen waarvan de P.S.I. wellicht de belangrijkste is. Het is niet gemakkelijk deze partijen - en in het algemeen de niet-moslimse en niet-communistische partijen - te onderscheiden naar hun partijprogramma's: in dit opzicht bestaat er een verwonderlijke gelijkgerichtheid (in "linkse" zin) van vrijwel alle groepen. Men zal de onderscheiding daarom veeleer moeten zoeken hetzij in persoonlijke factoren, dan wel in het algemene politieke "klimaat" of ook in regionale en plaatselijke motieven. De P.I.R. bijv., die, vooral in nauwe samenwerking met de Fractie-Demokrat, thans de derde partij is in het parlement, verenigt figuren met geheel onderling verschillende achtergrond, waaronder ook een aantal vertegenwoordigers uit de voormalige "Buitengewesten", in haar gelederen. Het moeilijk 4

9 tormuleerbare verschil tussen de P.N.!. en de P.S.!. (het verschil ligt immers bepaald niet in het al of niet socialistisch denken) zou men wellicht enigermate kunnen benaderen door een vergelijking tussen de meer emotionele tot de stadsmassa's gerichte voor-oorlogse P.N.I. en de - overigens niet minder nationalistische - voormalige Gerindo, wier stijl meer bepaald werd door een belangrijke groep van socialistische intellectuelen. Uiteraard heeft de P.N.I. als revolutionnaire massa-organisatie na de onafhankelijkheidsverkrijging veel van haar emotioneel bepaalde waarde verloren. Het schijnt echter dat zij van deze factor moeilijk afstand kan doen en men ziet dan ook, dat zij het behoud van haar aanhang zoekt in een zeker emotioneel radicalisme zich o.m. uitend in een ~ystematisch aanwakkeren van het anti- ederlands sentiment en in een openlijk zoeken van toenadering tot de communisten, die al even weinig sympathie hebben voor de P.S.I.. Merkwaardig is ook dat de P.N.I. wel zeer zichtbaar optreedt in vaak negatieve acties, maar nog niet tot een eigen definitief programma is kunnen komen. Het is daarnaast een feit dat de P.S.I. na de souvereiniteitsoverdracht zich vooral geconcentreerd heeft op de organisatie en uitbouw van de eigen partij en veel minder dan de P.N.I. zich begerig toonde naar directe deelneming aan de regering. Intussen neemt de P.S.I. in het overheidsapparaat een belangrijk aantal gewichtige plaatsen in. Dit laatste is met name ook het geval in het leger, waarop de tegenstelling tussen P.N.I. en P.S.I. zich onlangs heeft toegespitst. Deze tegenstelling heeft zich vastgehaakt aan een wrijving in het leger zelf tussen de elementen van het oude revolutionnaire volksleger en een opkomende groep van officieren, die het leger niet willen opbouwen op de vorige revolutionnaire romantiek, doch op militaire zakelijkheid. Men krijgt de indruk dat de P.N.I. getracht heeft op dit vlak de invloed van de P.S.I., die vooral onder de laatste groep haar aanhangers ~chijnt te tellen, te breken. Vermoedelijk heeft zij juist op dit punt, waarbij een emotioneel beroep kan worden gedaan op de gevoelens voor het volksleger van de vrijheidsstrijd en de anti-nederlandse sentimenten (militaire missie), zich kunnen verzekeren van een vrij grote aanhang in het parlement o.a. ook bij een deel van de Masjumi. Intussen is door een voor ons niet geheel te volgen spel deze manoeuvre in eerste aanleg uitgelopen op een verdere devaluatie van het huidige parlement en in de voor alle belanghebbenden en belangstellenden zeer gewichtige beslissing der regering, dat men er nu alles op zal zetten om spoedig tot algemene verkiezingen te komen. Men verwacht blijkbaar dat de tot dusver bestaande onenigheid onder de partijen over het te volgen kiesstelsel door de loop der gebeurtenissen zo zal zijn verzwakt, dat het parlement de eventuele voorstellen spoedig zal aanvaarden. Inderdaad zou het naar ieders oordeel een zegen zijn wanneer op deze wijze een zekere zuivering en stabiliteit in de politieke sfeer van Indonesië zou kunnen worden tot stand gebracht. Van verschillende zijden werd verwacht dat reeds thans de positie van de zittende regering door de October-gebeurtenissen vrijer en sterker zou zijn geworden, maar deze gedachte is voorbarig gebleken. Immers, nu deze kwestie in het leger eenmaal, mede door de actie van het parlement, acuut is geworden, schijnt het niet gemakkelijk de gemoederen weer tot rust te brengen. Terwijl wij dit schrijven heeft zich, na een aanvankelijk niet geheel 5

10 duidelijke affaire in Oost-Java, een zeer duidelijk en ernstig incident in Makassar voorgedaan door de afzetting van de aldaar gestationneerde divisie-commandant door de overste Warouw, waarbij deze laatste duidelijk een onderscheid heeft gemaakt tussen de opperbevelhebber (de president) en het ministerie van Defensie (Sultan Hamengku Buwono). Daarna heeft een soortgelijke actie plaats gevonden in het overigens veel rustiger gebied van Zuid-Sumatra. Tot dusver was er wel gemompeld over een tegenstelling tussen President cn Sultan maar was men er toch in geslaagd een dergelijke mogelijkheid buiten de openbare discussie te houden. Nu men met de tegenstellingen in het leger zelf tevens de namen van zeer vooraanstaande personen is gaan noemen, krijgt de zaak een zeer bedenkelijk karakter: men komt hier voor een kwestie, well<e men als regel in Indonesië in deze vorm liever niet uitvecht en men kan dan ook slechts met grote belangstelling afwachten hoe de regering nu zal manoeuvreren om het geschil onder andere formules te brengen. In ieder geval is men o.i. op de verkeerde weg, wanneer men in dit verband zou gaan fantaseren over een bod van de huidige minister van Defensie naar de positie van president. \Vij menen dat deze factor er geheel buiten staat en dat men reeds een voldoende verklaring voor de huidige spanningen kan vinden in de toch al pijnlijke strijd tussen het oude revolutionnaire volksleger en zijn aanhang en de groepen, die in het algemeen streven naar minder emotie en meer zakelijkheid. Dat deze moeilijkheden vooral in Oost-Java en Oost-Indonesië op de spits zijn gedreven, is begrijpelijk wanneer men bedenkt dat vóór de souvereiniteitsoverdracht de positie van de Oost javaanse troepen onder de toenmalige commandant, kolonel Sungkono, een zeer zelfstandige was; voorts, dat de troepen in Oost-Indonesië voor een deel uit deze Oost javaanse troepen afkomstig zijn, inzonderheid de zgn. brigade Warouw, die reeds toen bekend was om de nogal radicale opvattingen van haar commandant. Reeds in 1950 heeft de tegenwoordige minister van Defensie in een overeenkomstige functie moeilijkheden gehad met dit deel van het leger. Het zal aan de Indonesische regering veel hoofdbrekens kosten hier een oplossing te vinden, welke meer dan een tijdelijke is. De gewapende macht is nu eenmaal een uiterst precaire factor, vooral in een nog niet geheel geconsolideerd staatsbestel. Wij stuiten hier op een probleem, dat voor de toekomstige ontwikkeling van Indonesië van het grootste belang is, nl. op welke wijze de elementen, welke een bijzonder actief aandeel hebben gehad in de revolutionnaire vrijheidsstrijd, kunnen worden ingeschakeld in of geneutraliseerd door de organisatie van een gestadige en redelijke opbouw van de nieuwe staat. Dit probleem, dat zich na iedere revolutie voordoet en dat een reeks van pijnlijke persoonlijke elementen inhoudt, moet op enigerlei wijze en liefst op korte termijn tot oplossing worden gebracht. Een buitenstaander krijgt wel eens de indruk dat men dit in Indonesië enigszins op de lange baan heeft willen schuiven en dat men terugdeinst voor een scherp conflict, waardoor de eenheid van Indonesië verstoord zou kunnen schijnen; men kan zich echter geen geordende opbouw van Indonesië denken zonder dat men de elementen, die in feite voor het moeilijke constructieve werk niet geschikt zijn, definitief aan banden heeft gelegd. Misschien 1..-unnen algemene verkiezingen ook in dit opzicht de taak van de Indonesische regering verduidelijken en vergemak- 6

11 kelijken, maar de in Indonesië wel eens gekoesterde - en ook wel uitgesproken - illusie, dat men deze twee onverenigbare elementen in de Indonesische sfeer toch tot synthese zou kunnen brengen lijkt ons, westerlingen, vooralsnog wishful thinking. Nog een tweede algemene opmerking dient in het kader van dit politieke beeld te worden gemaakt. Men krijgt wel eens de indruk dat in Indonesië - zoals trouwens ook in andere jonge Aziatische staten - het nationalisme ipso facto ook in sociaal opzicht progressief is. Wanneer men de programma's der verschillende partijen doorleest, wordt deze indruk bevestigd. ~Ien zij echter met een dergelijk oordeel voorzichtig. Het is inderdaad een feit dat in Indonesië de vrijheidsstrijd er toe geleid heeft, dat de meer behoudende elementen op zij zijn gezet en dat de leiding is gekomen in handen van een aantal intellectuelen, wier theoretische instelling bepaald gericht was op progressiviteit, alsmede van grote groepen, die in htm revolutionnaire actie hoe langer hoe meer zich richten op afbraak of vervanging van al het vorige. Men mag echter niet vergeten in de eerste plaats dat het nationalisme als zodanig in eerste instantie is voortgekomen uit kringen, waarin een historisch gevestigde maatschappelijke positie en een bewust eigen geestelijk bezit een waardigheid en zelfbewustzijn in stand hielden, welke zich meer of minder duidelijk konden blijven verzetten tegen het machtsoverwicht van het Westen. Deze oorsprong en kern verleenden aan het nationalisme een zekere onbreekbare ruggegraat; door een groep jongere intellectuelen is daaraan later een meer revolutionnair elan toegevoegd, waardoor ook velen van de eerste strijders voor de nationale zaak op zij zijn gezet. Bij de consolidatie van de Indonesische staat zal echter blijken in hoever men een beroep zal moeten doen op van nature meer behoudende elementen en in welke mate vooral ook de massa van de landelijke bevolking prijs zal stellen op het behoud c.q. gedeeltelijk herstel van verhoudingen, welke in het verleden in de Indonesische samenleving belangrijk waren. Men denke in dit verband ook aan het Islamietische element, waarvan - evenmin truuwens als in andere Islamietische staten - nog niet te zeggen is, hoe dit op den duur op de huidige wereld verschijnselen zal reageren. Dit is evenwel een onderwerp voor een zelfstandige studie, welke in het kader van dit artikel niet past. Het blijft intussen voor ieder, die belangstelling heeft voor Indonesië van het grootste belang om te trachten te peilen, welke ten slotte de geestelijke achtergrond van de Indonesische samenleving zal blijken te zijn. Men zou deze opmerkingen aldus kunnen samenvatten: Indonesië heeft de keus tussen hetzij een rationele opbouw, berustend op goede systematische planning, dan wel een zich laten voortslepen door de nog hevige irrationele geldingsdrang, eigen aan het jonge nationalisme. De keuze zal ten slotte kunnen worden bepaald door een algemene sfeer, waarin ook de massa's der bevolking, vooral de Moslimse groepen, een belangrijk element kunnen vormen. 7

12 Het communisme. Men zal zich afvragen waarom in het kader der partijverhoudingen niet gesproken is over het communisme. De reden is, dat in dit verband de plaats van het communisme niet opvallend en zeker niet duidelijk is. Hoewel de invloed van de communisten belangrijk is in de arbeidersorganisaties, inzonderheid de S.O.B.S.I. - een erfenis uit de tijd van de Jogja-republiek toen de communisten zich belast hebben met de mobilisatie van de arbeidende massa's - en hoezeer men mag aannemen dat de communistische ondergrondse arbeid rusteloos voortgaat, kan men niet zeggen, dat het communisme, na het krachtige oph'eden van de regering Sukiman in 1951 tegen deze en daarmede verwante radicale elementen, zich op de voorgrond dringt. Ook is de verhouding tussen de nationalistische communisten (partij Mmba) en de P.K.I.-ers niet zo duidelijk, dat men zonder meer zou kunnen spreken van Tito-isten en Moskou-aanhangers. De wezenlijke kracht van de communisten wordt verschillend beoordeeld en wij zijn in het \Vesten langzamerhand voldoende vertrouwd met de wisselende tactiek van het communisme, dat wij zeker niet op grond van onopvallendheid zouden concluderen tot teruggang van deze actie. Evemnin mogen wij uit haar invloed afleiden dat de arbeidersmassa in meerderheid communist is. Enkele opmerkingen over de verhouding van de communistische en niet-communistische vakorganisaties kunnen in dit verband niet ontbreken. In een tweetal persoverzichten van de R.V.D. wordt melding gemaakt van een studie van Goldberg, vertegenwoordiger van het Free Trade Unions Committee van de A.F.L., waaraan wij enkele cijfers ontlenen, voor de juistheid waarvan wij niet kunnen instaan maar waartegenover wij geen andere cijfers kunnen stellen. Goldberg schat het aantal Indonesische arbeiders op plm. 3 millioen, waarvan er plm. 2 millioen georganiseerd zouden zijn. In tegenstelling met de opgave van de S.O.B.S.I. zelf, welke beweert plm. 21~ millioen arbeiders te omvatten, schat Goldberg de in S.O.B.S.I.-verband georganiseerde arbeiders op plm Een andere communistisch georiënteerde vakorganisatie nl. de S.O.B.R.I. (invloed van de Partai Mmba) stelt hij op plm leden. Wanneer deze ramingen juist zouden zijn, zouden er dus voor de niet-communistische vakorganisaties tezamen plm. 1,1 millioen leden overblijven. Wij kunnen deze schattingen noch bevestigen noch bestrijden. Wel staat echter vast, dat de niet-communistische organisaties in hun optreden veel zwakker zijn dan de S.O.B.S.I. en dat men in dit opzicht ook zeker nog niet van een tegenwicht spreken kan. Wij kunnen deze stelling niet toelichten aan de hand van feiten, omdat dit een zeer uitvoerige analyse zou vereisen van een bijna eindeloze reeks van veelal plaatselijke acties, waarvan een opsomming het algemene beeld zou verduisteren. Men kan toejuichen dat met een poging tot niet-communistische organisatie van het vakverenigingswezen een aanvang is gemaakt, maar er is voorshands geen aanleiding de kracht ervan te hoog te schatten. Men zal zich wellicht afvragen hoe de communisten op dit punt zulk een voorsprong hebben verkregen, daar men moeilijk aanstonds kan aannemen dat de Indonesische arbeiders in zo groten getale gekozen zouden hebben voor het communisme. 8

13 Zoals hierboven reeds even is aangestipt, dateert - althans voor zover men dit als buitenstaander kan nagaan - het overwicht van de communisten op dit gebied van Men zegt, dat toen ten gevolge van de eerste politionele actie in de Jogjase republiek besloten is tot een zover mogelijk gaande mobilisatie van alle weerstandskrachten; men zegt voorts, dat in dit kader ook een weerstandsorganisatie voor de arbeiders nodig werd geacht en dat de communisten, welke op dat ogenblik vermoedelijk de hiervoor bij verre best georganiseerde groep vormden, hun steun aan de regering afhankelijk stelden van de toestemming dier regering om de vakorganisatie aan hen over te laten. Wij kunnen voor de waarheid van deze on-dit's niet ten volle instaan, maar zij geven althans een redelijke verklaring van de reeds aanstonds zo overheersende positie van de communisten op dit gebied. Men bedenke hierbij ook, dat reeds in 1946 enige honderden in Australië goed getrainde communisten naar Java zijn teruggekeerd. Goldberg verklaart de relatieve zwakte van de sindsdien opgerichte niet-communistische vakverenigingen uit een aantal factoren, waarvan wij er hier enkele laten volgen. In de eerste plaats wijst hij op de verdeeldheid van deze groep, welke in de hand zou worden gewerkt door de pogingen van de politieke partijen om ieder voor zich invloed te krijgen in het vakverenigingswezen, een verschijnsel dat inderdaad naar buiten treedt, maar dat ons, Hollanders, wellicht minder treft dan de Amerikaan Goldberg. De machtspositie van de S.O.B.S.I. zou hierdoor eerder worden bevestigd dan bedreigd. Voorts schijnt de financiële positie van de S.O.B.S.I. veel sterker te zijn dan die van de andere vakbonden, ook al op grond van betere organisatie. Verder zou het deze laatsten vrijwel geheel ontbreken aan geschoold kader, zulks in tegenstelling met de S.O.B.S.I., die zich van de aanvang af op kaderscholing heeft toegelegd. Ten slotte is het een feit dat de S.O.B.S.I. altijd vooraan gaat wat de arbeiderseisen betreft en de andere vakverenigingen als regel niet veel anders doen dan iets minder te vragen dan de SOBSI. Goldberg meent voorts dat de niet-communistische vakbonden geen duidelijke anti-communistische stelling willen innemen, omdat zij in de gedachte zouden zijn gevangen, dat anti-comrnunist-zijn zou betekenen mede partij kiezen in de tegenstelling tussen de democratische en de communistische landen, hetgeen in strijd zou zijn met de door Indonesië nagestreefde politiek van volstrekte neutraliteit. Het zou ons niet verwonderen wanneer deze diagnose een belangrijke kern van waarheid bevatte. Hoewel de S.O.B.S.I. in de laatste tijd weer roeriger is dan na het krachtige regeringsoptreden in 1951, krijgt men de indruk, dat ook de huidige Indonesische regering er niets voor voelt zich de wet door deze organisatie te laten voorschrijven. Het is wel duidelijk, dat men in dit kader geen oordeel kan formuleren over de reële kracht van het communisme. Vaak ontmoet men mensen uit Indonesië, die de neiging hebben de betekenis van het communisme te minimaliseren. Men beroept er zich dan op, dat de overgrote meerderheid van de bevolking, zo zij al zou weten wat het communisme in werkelijkheid betekent - quod non -, dit bepaaldelijk niet aanhangt en voorts, dat een ten minste even grote meerderheid van de Indonesiërs er niets voor voelt om zich, aan welke zijde ook, te laten betrekken in het Westers-communistisch conflict. Dit is juist, maar het is onvol- 9

14 doende om daarmede het gevaar van het communisme op zij te schuiven. Men weet langzamerhand dat een goed georganiseerde groep communisten in staat is velen, ook wanneer zij niet communist zijn, naar haar hand te zetten. Wij weten voorts, wat Indonesië betreft, nièt in welke bewegingen en organisaties de communisten zijn geïnfiltreerd en in hoever zij beschikken over een eigen vechtorganisatie. Men zegt dat zij niet zo heel lang geleden nog een niet onbelangrijke invloed hadden in bepaalde onderdelen van het oude revolutionnaire leger (vooral Oost-Java) maar, hoe dit ook zij, wij kunnen enerzijds met zorg constateren dat een aantal nietcommunistische partijen en groepen met een bedenkelijke zorgeloosheid goede ver e houdingen onderhouden met de communisten, anderzijds met voldoening waarnemen, dat de Indonesische overheid in dit opzicht in eigen land een steeds duidelijker standpunt inneemt. Hoewel men in internationaal opzicht zich niet richt tegen het commwlistische blok en men in de Indonesische pers soms een zekere waardering voor communistisch China aantreft, schijnt het toch dat het regeringsbeleid in het binnenland zich van het communisme afkeert. Niemand kan echter voorspellen welke munt de communisten zullen slaan uit ernstige partijtegenstellingen en conflicten, als zich thans in het leger voordoen. Regionale zelfstandigheid Er is in Indonesië een vraagstuk, dat niet in openbaar politiek debat wordt besproken maar waarvan het gewicht vrij algemeen wordt erkend. Wij zouden geneigd zijn het aan te duiden als het vraagstuk van het "federalisme", ware het niet, dat men het probleem onder deze naam heeft afgeschreven, sinds men daar met meer voortvarendheid dan beleid deze erfenis van het Nederlandse bewind heeft geliquideerd. Niettemin heeft men te maken met duidelijke regionale begeerten om zo vrij mogelijk te staan van een centrale overheid, welke in belangrijke mate is opgebouwd uit Javaanse elementen. Van dit vraagstuk van de regionale zelfstandigheid vormt het in Nederland zo de aandacht trekkend Ambonse vrijheidsstreven slechts een klein onderdeel: men treft het evenzeer aan in Sumatra, Celebes en in delen van Borneo, zij het ook dat men daar, anders dan vele Ambonezen, bepaald de band met Indonesië niet wil verbreken. Wij willen hier niet te diep op deze kwestie ingaan ook al omdat wij over onvoldoende gegevens beschikken over de mate van de intensiteit der onderscheiden regionale gevoelens op dit punt. Het blijft intussen een onbehaaglijk probleem vooral ook, omdat het zich kan vasthechten aan kwesties van meer algemene aard, welke daardoor een bijzonder accent krijgen. Zo is het niet uitgesloten dat deze factor mede van belang is in een conflict, zoals onlangs in het leger naar buiten is getreden. Natuurlijk kan door een soepel centraal beleid het vraagstuk als zodanig min of meer latent wordcn gehouden, maar men behoudt dan een factor van onzekerheid. welke een staatsbestel ernstig kan ondermijnen. Er bestaat onder de vooraanstaande politici in Indonesië dan feitelijk ook geen twijfel over, dat men in dit opzicht tot duidelijke constructies moet komen, maar het ligt voor de hand dat men deze zaak pas bij de opstelling van de definitieve grondwet wil regelen. Nu men een- 10

15 maal met hevig nationaal sentiment het federale systeem heeft vervangen door de geünificeerde staat is het uiteraard zeer moeilijk tussentijds weer een stap terug te doen. Maar men moet er op rekenen dat het autonomische streven, dat thans in Sumatra in een rustige sfeer, in Celebes met een zekere onrust, tot uiting komt, onder ongunstige omstandigheden kan uitgroeien tot een acuut conflict dat, zoals gezegd, aan ieder algemeen probleem een onverwacht ernstig karakter kan geven. \'oor Nederland is een goede oplossing van deze zaak van veel betekenis, niet alleen omdat het van belang is te weten waar de centrale regering het regionaal gezag overstemt en waar de regionale bevoegdheid begint, maar ook, omdat het streven om onder de huidige constructie de eenheid van Indonesië te bewaren, vaak met zich brengt dat men de aandacht afleidt naar een gemeenschappelijke bedreiging of vijand: en in dit opzicht is Nederland nog steeds een dankbaar object. De kwestie wordt hier alleen vermeld - niet verder besproken - omdat zij niet kan worden gemist in een aanduiding van factoren, welke op langere termijn van wezenlijke betekenis kunnen blijken voor de politieke constellatie van Indonesië. De verhouding met het Westen In het vorenstaande vermeldden wij reeds dat Indonesië zich angstvallig distantieert van het Russisch-Westers conflict. Dit is zo vaak en zo duidelijk van Indonesische zijde betuigd, dat wij dit kunnen aannemen als een althans op dit ogenblik geldende communis opinio. Men denke slechts aan de reactie op het overigens zeer gematigde M.S.A.-contract, dat de vorige minist'er van Buitenlandse Zaken, mr Subardjo, met de Verenigde Staten aanging. Er bestaat in dit opzicht een zo duidelijke gelijkgerichtheid tussen de verschillende partijen, dat men moeilijk kan veronderstellen dat deze politieke richtlijn spoedig zal worden verlaten. Men onderschatte de kracht van de publieke mening in dit opzicht niet. De Amerikanen hebben duidelijk kunnen ervaren dat men in Indonesië, met alle dankbaarheid voor de Amerikaanse hulp bij de onafhankelijkheidsstrijd, toch bepaaldelijk niet van zins is zich nu ook verder aan Amerika's zijde te scharen. Ook de Amerikaanse ambassadeur in Djakarta ontkomt bij wijlen niet aan een weinig welwillende publieke critiek. Men zal een dergelijke critiek ten aanzien van het communistische blok zelden of nooit in de dagbladen aantreffen, maar dit betekent niet! dat men met meer sympathie tegenover deze groep staat. Het is nog altijd zo, niet alleen in Indonesië, maar feitelijk in de hele niet-europese wereld, dat men gemakkelijker naar buiten negatief reageert op West-Europa met zijn koloniale verleden dan op het minder bekende maar niet minder gevreesde communistische blok. Hoewel Indonesië op handelsgebied een goede relatie met dit blok niet verwerpt, krijgt men niet de indruk dat zijn regering nauwere politieke relaties aanmoedigt. In het algemeen kan men zeggen dat Indonesië zich in zijn eigen staatkundige ontwikkeling zoveel mogelijk wû vrijhouden van buitenlandse invloeden; wel kan men uit zijn optreden in de U.N. afleiden dat het zich gaarne begeeft in het gezelschap van die Zuidaziatische, Arabische en Zuidamerikaanse staten, die geredelijk te velde trekken tegen het Vlesten in alles wat zweemt naar kolonialisme en rassendiscriminatie, maar enige schroom aan den dag leggen wanneer het gaat 11

16 om Russische machtsontwikkeling en slavernij. Men veroordele dit niet te zeer omdat hierbij seerke fáctoren van wantrouwen en vrees een rol spelen, welke beide niet geheel ongemotiveerd zijn. Intussen is hiermede in Indonesië de houding tegenover het Westen niet volledig aangegeven. In dit land, waar zoveel westerlingen nog een belangrijke economische rol vervullen, wordt de verhouding met het westen evenzeer bepaald door een houding tegenover de westerlingen en westerse lichamen. Wij denken hierbij uiteraard aanstonds aan de houding van Indonesië tegenover Nederland en de Nederlanders; wellicht zijn wij geneigd deze wel zeer specifieke relatie te zien als een zaak sui generis, welke niet vergelijkbaar is met de verhouding met andere westerse mogendheden, maar o.i. bevat zij toch een aantal elementen, welke op den duur ook van invloed zullen blijken op de waardering van de activiteit in Indonesië van andere vreemde elementen. Men zegt dat de verhouding met Nederland in Indonesië zienderogen achteruit gaat. Wat de openbare uitingen betreft behoeft men hieraan niet te twijfelen: deze zijn steeds tegenover Nederland vijandig en onvriendelijk geweest. En het is nu eenmaal een feit dat men niet jaar in jaar uit in bepaalde richting een bepaalde propaganda kan voeren zonder dat deze ten slotte definitief een stempel drukt op de atmosfeer. Zo wordt ook de anti-nederlandse houding in Indonesië langzamerhand een "normaal" verschijnsel. Als Nederlander is men geneigd te beginnen met zich af te vragen, welke aanleiding wij hiertoe na de souvereiniteitsoverdracht hebben gegeven. Wanneer men dan de vaak van Indonesische zijde geuite bezwaren tegen Nederland en de Nederlanders op de zakelijke inhoud toetst, kan men echter niet tot een gemotiveerde verklaring van het groeiend anti-nederlands sentiment komen. Immers de door Indonesië vaak als "ondraaglijke psychologische druk" gekenschetste Unieverhouding heeft in de practijk al heel weinig om het lijf: Indonesië heeft zich door de Unie nooit iets in de weg laten leggen om te doen wat het wenste, noch laten dwingen tot maatregelen, die het niet wenste. De bezwaren van Indonesië tegen Nederland in de Nieuw-Guinea-kwestie kunnen wellicht gemotiveerd worden door prestige- of andere sentimentsoveorwegingen dan wel door wanh'ouwen (bijv. dat Nederland van N.G. uit nog iets tegen Indonesië zou willen ondernemen!) maar zeer moeilijk door een algemene belangstelling van het volk van Indonesië en evenmin door duidelijke belangen van Indonesië bij Nieuw-Guinea; immers de bijkans non-existente bevolking van West-Nieuw-Guinea heeft met de Indonesiërs vrijwel niets uit te staan en bovendien betekent dit lege gebied voor de bezitter VOor onafzienbare tijd vermoedelijk niet anders dan een zware liability. Men hoort voorts ook wel het bezwaar dat de Nederlandse ambtenaren, welke bij de souvereiniteitsoverdracht zijn overgegeven, niet goed zouden hebben voldaan, maar, toegevende dat men zich met recht kan afvragen of Nederland er juist aan deed in principe het gehele Nederlandse ambtenarencorps in Indonesië aan de jonge staat over te dragen, staat daar toch tegenover dat Indonesië zich inmiddels van de grote meerderheid van deze functionarissen heeft ontdaan en dat ook de ambtenaren zelf zich vaak meer hadden te beklagen over hun ingekrompen taak dan de Indonesië over de arbeidsbereidheid van de ambtenaren. 12

17 Dit alles bijeen vormt geen voldoende basis voor een groeiende anti-nederlandse gezindheid en men moet dan ook tot de conclusie komen dat men met een ernstiger verschijnsel te maken heeft dan de som van deze bezwaren.. In de eerste plaats staat men natuurlijk tegenover een moeilijk weegbaar sentiment, veelal ressentiment, dat stamt uit de periode vóór de souvereiniteitsoverdracht; wij zullen ons niet begeven in een analyse daarvan, maar wij mogen aannemen dat op deze basis ook de meest rationele ontwikkelingen kunnen vergroeien tot diep gevoelde grieven, vooral wanneer men in aanmerking neemt, dat op het ogenblik van de souvereiniteitsoverdracht nàch Nederland nàch Indonesië rijp was om deze nieuwe verhouding ten volle te beseffen en dus ook niet in staat was de nog zichtbare gevolgen van de afgesloten periode in een geheel nieuw licht te zien en af te wikkelen. },[aar daarnaast en tevens tegen deze achtergrond bestaat de onmiskenbare - en in dit verband misschien de meest belangrijke - factor van de aanwezigheid van vele Nederlanders en Nederlandse organisaties in uiterst belangrijke sectoren van het economische leven. Hieruit blijkt, duidelijker dan uit iets anders, dat de verkregen onafhankelijkheid niet een volledige is en dat met de politieke verandering nog geen sociale en economische omzetting der verhoudingen heeft plaats gegrepen; immers, het land blijkt nog niet in staat te zijn om zelf ten volle te kunnen genieten van de eigen welvaartsbronnen en nog steeds is men niet alleen afhankelijk van westers kapitaal, maar blijkt ook de westerling gemakkelijker vruchten te plukken in de economische sfeer dan de Indonesiër. Zowel de ontwikkelde politicus, als de man van de straat ondergaat met nmerlijke tegenzin de aanwezigheid van de welvaartzoekende en -verkrijgende vreemdeling, en wel inzonderheid, Hollander. In de egocenh'ische, daarom overgevoelige sfeer van het hevig naar volstrekte eigen genoegzaamheid en zelfbevestiging sh'evend nieuwe nationalisme, neemt deze "doorn in het vlees" overmatige proporties aan; ressentiment en toenemende teleurstelling over het dagelijks waarneembaar onvoldoende effect van de onafhankelijkheid veroorzaken een gepredisponeerde neiging om primo de Nederlander. maar straks ook de andere welvarende westerling, als een bij uitstek niet gewenst element te voelen. In deze sfeer is iedere uitval tegen Nederland gerechtvaardigd en is iedere - zelfs de best bedoelde - bemoeienis van Nederland een ongewenst in grijpen in Indonesische zaken. Men onderschatte dit element niet en men trooste zich niet met de gedachte dat, zoals men wel - overigens niet geheel juist - zegt met beh'ekking tot India, ook in Indonesië met de tijd het gevoel tegen de voormalige machthebber zal uitslijten want dit proces kan langer duren dan het uithoudll1gsvermogen van de bedreigde belangen gedoogt. Zolang Indonesië de Nederlandse activiteit voelt als een onmisbare factor in zijn economisch bestel, zal het te' kampen heben met dit gevoel van weerzin en alleen op grond van zuiver zakelijk inzicht zal men bereid zijn de ederlandse aanwezigheid, zolang als dit nodig is, te aanvaarden. Maar dit zakelijk inzicht is slechts mogelijk in een politieke sfeer, waarin in het algemeen zakelijkheid gesteld wordt boven sentiment. En deze sfeer is (nog) niet aanwezig. Nederland make zich in dit opzicht geen illusies. Enige maanden geleden ver- 13

18 scheen een uiteenzetting in "Siasat" over de noodzakelijkheid om met alle middelen de afhankelijkheid van Nederland - en dus de positie der Nederlanders - terug te dringen in een zo duidelijk betoog, dat men niet er aan behoeft te twijfelen dat deze gedachten ook door velen der leidende intellectuelen zijn aanvaard. Het VOor ons Dnaangename negatieve sentiment, dat in allerlei VOlmen tot uiting komt, is een verschijnsel, dat niet in hoofdzaak voortkomt uit concrete bezwaren maar dat stoelt op een dieper liggende innerlijke afwijzing. In dit kader zijn de overigens gelukkig nog veelvuldige uitnemende persoonlijke verhoudingen tussen Indonesiërs en Nederlanders van weinig belang. Ook het van sommige zijden in ederland vaak getoonde begrip voor de Indonesische verlangens en wensen zal weinig kunnen bijdragen tot een verbetering van deze verhouding, zolang het de aanwezigheid van de Nederlander als zodanig is, waar men afwijzend tegenover staat. De wel zeer drastische inlmigratiebepaling welke thans in Indonesië t.a.v. Nederlanders wordt toegepast, wijst op de duidelijke wil het Nederlandse element in zo kort mogelijke tijd terug te dringen. In dit verband is het nuttig zich te realiseren dat er vaak een grote tegenstelling bestaat tussen de gevoelens van het individu en die van de groep, waartoe hij behoort. Deze tegenstelling kan zich voordoen in een en dezelfde persoon: als individu kan hij iemand liefhebben, als lid van de groep zal hij dezelfde persoon afwijzen. De ervaring leert dat als regel het groepsgevoel (groepsovertuiging) de doorslag geeft (Men denke aan de zgn. "goede" Duitsers!). In wezen geldt dezelfde afwijzing ten aanzien van alle vreemde elementen. Hoewel men op dit ogenblik de Nederlandse personele sector tracht te verkleinen door vreemdelingen van andere landaard aan te trekken - een overigens onzeker en kostbaar experiment - mag men O.i. verwachten, dat straks ook andere vreemdelingen en vreemde belangen in deze sfeer van afwijzendheid zullen worden betrokken. In wezen staat men even afwijzend tegenover de welvaalt-vindende Chinees, Amerikaan, Duitser of Engelsman als tegenover de Nederlander. Wij willen in dit verband niet in beschouwing h'eden over de vraag Df Indonesië zich zelf geen schade doet door deze houding. Wel interesseert ons uiteraard of het niet mogelijk is dit proces op enigerlei wijze te doorbreken. Uit het vorenstaande volgt wel dat o.i. van Nederlandse zijde hierop nagenoeg geen invloed kan worden uitgeoefend. Wij kunnen natumlijk tactloosheden vermijden, maar van veel betekenis kan dit niet zijn. Concessies in de geest van afstand van ie uw Guinea zullen ook niet baten omdat het sentiment, waartegenover men staat, onverzadelijk is. Het is echter niet uitgesloten dat ontwikkelingen in Indonesië zelf de sfeer gunstig kunnen beïnvloeden. In de eerste plaats is het mogelijk dat door algemene verkiezingen in het algemeen een andere stemming ontstaat: de invloed van een grote Islamietische meerderheid kàn gunstig werken, niet omdat aan die zijde meer sympailiie voor Nederlanders en westerlingen zou bestaan - eerder het tegendeel - maar wel omdat men dan te doen heeft met een volksgroep, voor welke rust en consolidatie aantrekkelijk zijn en welke elementen bevat, die tegenover het actuele heden meer normatief zijn ingesteld. In de tweede plaats zou het van belang zijn indien in Indonesië zelf de politieke balans zou overslaan in de richting van hen, 14

19 die het beheer van het land willen richten op een rationele planmatige opbouw. In de derde plaats zou veel gewonnen zijn, wanneer men een vèrgaande regionale zelfstandigheid zou kunnen tot stand brengen omdat dan veel kunstmatigs in de tegenwoordige constructie kan worden vermeden; immers juist de te op zich zelf staande concentratie van politiek in het centrum werkt onzakelijkheid en sentiment in de hand. Onze verhouding met Indonesië kan wat Nederlandse zijde betreft, alleen gebaat zijn bij strikte zakelijkheid. In ieder geval moeten wij niet zoeken naar iets dat het zakelijke te boven gaat, al moeten wij bereid blijven tot meer, wanneer Indonesië dat zelf onomwonden vraagt. Men denke hierbij bijv. ook aan het culturele vlak. Iedere poging onzerzijds om ons aan Indonesië QP dit punt op te dringen schijnt onjuist; wat men individueel aan succes op dit gebied wint, lijkt onder de gegeven omstandigheden welhaast een negatieve reactie in de algemene groepssfeer ten gevolge te hebben. Dus ook hier past onzerzijds een houding van zakelijkheid. Wanneer Indonesië van zijn kant zou kunnen komen tot een zakelijke waardering van de mogelijkheden, welke in een verhouding met Nederland gelegen zijn, bestaat wellicht de kans een zeker stabiel niveau van belangengemeenschap te bereiken. Tot dusver evenwel - en men doet goed zich dit niet te verhelen - heeft men, ondanks enige curven, te maken met een steeds verder neergaande beweging. 15

20 W. BANNING BALANS VAN EEN DISCUSSIE H et was evenzeer een innerlijke noodzaak als een waagstuk, toen wij in de vorige jaargang een discussie trachtten op te zetten over het totaal van de problematiek, zoals die zich aan de brede socialistische volksbeweging in ons land opchingt, aan de oplossing waarvan zij practisch en theoretisch leiding heeft te geven. Innerlijke noodzaak: een beweging als de onze, die de pretentie heeft de vernieuwingswil in ons volk vorm te geven en te stuwen, moet zich op straffe van te vervallen in onvruchtbare frasen, voortdurend en energiek bezig houden met de fundamentele veranderingen, die zich blijven voltrekken in heel de Westerse structuur; maar ook waagstuk: het is onvermijdelijk, dat diepgaande verschillen openbaar worden, en het was met name in een verkiezingsjaar als het vorige niet gewenst, om de politieke tegenstanders de kans te geven om mensen van de P.v.d.A. tegen elkaar uit te spelen, en aldus van onze verscheidenheid - voor ons zelf teken van levenskracht en rijkdom - een wapen tegen ons te smeden. Nu ligt de discussie er dan, verspreid in de afleveringen van de vorige jaargang. Of zij enigermate aan haar doel heeft beantwoord? Karakteristiek was ook hier - gelijk gewoonlijk bij intellectuele groepen - dat allerlei mensen voortreffelijk denken in hun eigen schema's, maar uiterst moeilijk in aanpak en stijl van een ander kunnen komen; coöperatief denken blijft een niet aanvoudige taak, óók voor socialisten. Als minimum resultaat mogen wij, meen ik, wel aanvaarden, dat een paar belangrijke en prikkelende artikelen zijn gekomen, die menig braaf socialist stevig tegen de haren in hebben gestreken. Overigens ligt het m.i. niet op de weg der redactie zelf, om meer of minder "succes" op haar pogen te constateren, of meer of minder instemming met het ene of andere artikel te betuigen. De zin van mijn voorlopig afsluitende beschouwing kan uiteraard niet anders zijn dan zo zakelijk mogelijk aan te wijzen, wáár door onze beweging verder moet worden gewerkt. Eer ik een poging in deze richting waag, wil ik nog eens met nadruk vooropstellen, dat ook deze artikeleureeks met wat daarop volgen moet, voortkomt uit het besef, dat de socialistische beweging en gedachte bezig zijn zichzelf radicaal- d.w.z. van haar wortel uit - te vernieuwen, en tegelijkertijd de rijkdom en de verworvenheden van haar prachtige geschiedenis vast te houden en in nieuwe dynamiek om te zetten. Als haar wortel beschouw ik de overtuiging, dat in de historisch bepaalde worsteling tussen Kapitaal en Arbeid aan de factor Arbeid - belichaamd in levende mensen van allerlei sociale groepering: handarbeiders, intellectuelen, middenstanders en managers, kunstenaars en bedrijfsleiders, organisatoren en geestelij~en 16

Eindexamen geschiedenis havo 2008-I

Eindexamen geschiedenis havo 2008-I De koloniale relatie tussen Nederland(ers) en Nederlands-Indië De volgende gebeurtenissen uit de geschiedenis van Nederlands-Indië staan in willekeurige volgorde: 1 Johannes van den Bosch introduceert

Nadere informatie

Als bij een vraag een verklaring of uitleg gevraagd wordt, worden aan het antwoord geen punten toegekend als deze verklaring of uitleg ontbreekt.

Als bij een vraag een verklaring of uitleg gevraagd wordt, worden aan het antwoord geen punten toegekend als deze verklaring of uitleg ontbreekt. Examen HAVO 2008 tijdvak 1 dinsdag 20 mei 9.00-12.00 uur geschiedenis Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 28 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 76 punten te behalen. Voor elk vraagnummer

Nadere informatie

Plein 1813 nr. 4- 's-geavewhage. Onderwerp: Weekoverzicht.

Plein 1813 nr. 4- 's-geavewhage. Onderwerp: Weekoverzicht. REGERINGSCOMMISSARIS IN ALGEMENE DIENST MINISTERIE VANALGEMENE ZAKEN Kenmerk: Nr. 3H7/HP/69. Bijlage(n): één. Onderwerp: Weekoverzicht. 's-gravenhage, 19 juni 1969' Plein 1813 nr. 4 Hiermede heb ik de

Nadere informatie

Als bij een vraag een verklaring of uitleg gevraagd wordt, worden aan het antwoord geen punten toegekend als deze verklaring of uitleg ontbreekt.

Als bij een vraag een verklaring of uitleg gevraagd wordt, worden aan het antwoord geen punten toegekend als deze verklaring of uitleg ontbreekt. Examen VWO 2007 tijdvak 2 woensdag 20 juni 9.00-12.00 uur geschiedenis Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 29 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 84 punten te behalen. Voor elk vraagnummer

Nadere informatie

Behoort bij schrijven no. 619.828. Dit exemplaar bestaat uit 5 blz. NEDERLAND

Behoort bij schrijven no. 619.828. Dit exemplaar bestaat uit 5 blz. NEDERLAND Dit exemplaar bestaat uit 5 blz. HET WERELDVAKVERBOND EN DE COMMUNISTISCHE VAKBEWEGING IN NEDERLAND S a m e n v a t t i n g In 1961 zijn de banden tussen het secretariaat van het Wereldvakverbond te Praag

Nadere informatie

Als bij een vraag een verklaring of uitleg gevraagd wordt, worden aan het antwoord geen punten toegekend als deze verklaring of uitleg ontbreekt.

Als bij een vraag een verklaring of uitleg gevraagd wordt, worden aan het antwoord geen punten toegekend als deze verklaring of uitleg ontbreekt. Examen HAVO 2008 tijdvak 2 woensdag 18 juni 9.00-12.00 uur geschiedenis Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 27 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 78 punten te behalen. Voor elk

Nadere informatie

Beginselen van de politieke partijen die in 2006 in de Tweede Kamer vertegenwoordigd waren

Beginselen van de politieke partijen die in 2006 in de Tweede Kamer vertegenwoordigd waren Beginselen van de politieke partijen die in 2006 in de Tweede Kamer vertegenwoordigd waren Partij van de Arbeid (PvdA) Volkspartij voor Vrijheid en Democratie (VVD) Christen-democratisch Appèl (CDA) Democraten

Nadere informatie

Tijd van burgers en stoommachines 1800 1900. 8.6 Emancipatie en democratisering. Onderzoeksvraag: Hoe werd de politiek gedemocratiseerd?

Tijd van burgers en stoommachines 1800 1900. 8.6 Emancipatie en democratisering. Onderzoeksvraag: Hoe werd de politiek gedemocratiseerd? Onderzoeksvraag: Hoe werd de politiek gedemocratiseerd? Kenmerkende aspecten: * Voortschrijdende democratisering, met deelname van steeds meer mannen en vrouwen aan het politiek proces. * De opkomst van

Nadere informatie

Als bij een vraag een verklaring of uitleg gevraagd wordt, worden aan het antwoord geen punten toegekend als deze verklaring of uitleg ontbreekt.

Als bij een vraag een verklaring of uitleg gevraagd wordt, worden aan het antwoord geen punten toegekend als deze verklaring of uitleg ontbreekt. Examen VWO 2008 tijdvak 2 woensdag 18 juni 9.00-12.00 uur geschiedenis Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 25 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 76 punten te behalen. Voor elk vraagnummer

Nadere informatie

2,1: Nederlands-Indië, 19 e eeuw

2,1: Nederlands-Indië, 19 e eeuw 2,1: Nederlands-Indië, 19 e eeuw 1830 1870: Javaanse boer werkt voor Nederlandse staat: - cultuurstelsel - Herendiensten van verliespost naar wingewest Vanaf 1870: modern imperialisme particuliere bedrijven

Nadere informatie

LANDELIJKE CONFERENTIE VAN DE SWP OP 1 en 2 OKTOBER 1960

LANDELIJKE CONFERENTIE VAN DE SWP OP 1 en 2 OKTOBER 1960 Behoort bij schrijven no. 557»6?3 LANDELIJKE CONFERENTIE VAN DE SWP OP 1 en 2 OKTOBER 1960 S a m e n v a t t i n Op 1 en 2 oktober 19^0 hield de Socialistische Werkers Partij te Amsterdam een landelijke

Nadere informatie

Eindexamen geschiedenis vwo 2007-I

Eindexamen geschiedenis vwo 2007-I Van kind tot burger: Volksopvoeding via het onderwijs in Nederland (1780-1920) Patriotten gaven aan het begrip burger een nieuwe betekenis. 2p 1 Noem deze nieuwe betekenis en geef aan tot welke visie op

Nadere informatie

Eindexamen geschiedenis havo 2008-II

Eindexamen geschiedenis havo 2008-II De koloniale relatie tussen Nederland(ers) en Nederlands-Indië Gebruik bron 1. Bij elk bronfragment past één van de volgende, in willekeurige volgorde staande, onderwerpen: 1 de Bersiap-tijd; 2 de Napoleontische

Nadere informatie

Minister van Uniezaken en Overzeese Rijksdelen (Van Maarseveen) aan hoge commissaris te Djakarta (Hirschfeld), 16 juni 1950

Minister van Uniezaken en Overzeese Rijksdelen (Van Maarseveen) aan hoge commissaris te Djakarta (Hirschfeld), 16 juni 1950 1270 Minister van Uniezaken en Overzeese Rijksdelen (Van Maarseveen) aan hoge commissaris te Djakarta (Hirschfeld), 16 juni 1950 Hedenochtend hebben Drees, Blom en ik de tekst vastgesteld van de brieven,

Nadere informatie

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE . > Retouradres Postbus 90801 2509 LV Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22XA Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat

Nadere informatie

geschiedenis en staatsinrichting CSE GL en TL

geschiedenis en staatsinrichting CSE GL en TL Examen VMBO-GL en TL 2008 1 tijdvak 1 donderdag 22 mei 9.00-11.00 uur geschiedenis en staatsinrichting CSE GL en TL Gebruik het bronnenboekje. Dit examen bestaat uit 42 vragen. Voor dit examen zijn maximaal

Nadere informatie

Als bij een vraag een verklaring of uitleg gevraagd wordt, worden aan het antwoord geen punten toegekend als deze verklaring of uitleg ontbreekt.

Als bij een vraag een verklaring of uitleg gevraagd wordt, worden aan het antwoord geen punten toegekend als deze verklaring of uitleg ontbreekt. Examen HAVO 2007 tijdvak 1 dinsdag 22 mei 9.00-12.00 uur geschiedenis Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 28 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 78 punten te behalen. Voor elk vraagnummer

Nadere informatie

Herdenking Capitulaties Wageningen

Herdenking Capitulaties Wageningen SPEECH SYMPOSIUM 5 MEI 2009 60 jaar NAVO Clemens Cornielje Voorzitter Nationaal Comité Herdenking Capitulaties Wageningen Dames en heren, De détente tussen oost en west was ook in Gelderland voelbaar.

Nadere informatie

1. WAT VOORAFGING...1 2. HET CONGRES VAN WENEN...2 2.1. BESLISSINGEN...3 2.2. GEVOLGEN...6 2.3. BELANG VAN HET CONGRES VAN WENEN...

1. WAT VOORAFGING...1 2. HET CONGRES VAN WENEN...2 2.1. BESLISSINGEN...3 2.2. GEVOLGEN...6 2.3. BELANG VAN HET CONGRES VAN WENEN... HET CONGRES VAN WENEN 1. WAT VOORAFGING...1 2. HET CONGRES VAN WENEN...2 2.1. BESLISSINGEN...3 2.2. GEVOLGEN...6 2.3. BELANG VAN HET CONGRES VAN WENEN...7 3.1. Het Congres van Wenen en de restauratie Het

Nadere informatie

SOEFISME IN HET DAGELIJKS LEVEN

SOEFISME IN HET DAGELIJKS LEVEN SOEFISME IN HET DAGELIJKS LEVEN Een leerling van Hazrat Inayat Khan (Een kopie van de uitgave van) The Sufi International Headquarters Publishing Society 1 Liefde ontwikkelt zich tot harmonie en uit harmonie

Nadere informatie

Behoort bij schrijven no. 689.865

Behoort bij schrijven no. 689.865 Behoort bij schrijven no. 689.865 Ex. no.,2-c VERKIEZING TWEEDE KAMER 1963 - PSP Bij de ruim 70,000, door de PSP in maart 1962 gewonnen t.o.v. 1959» voegden zich op 15 mei jl. die van nog bijna 8.000 kiezers.

Nadere informatie

Binnenlandse Veiligheidsdienst

Binnenlandse Veiligheidsdienst Binnenlandse Veiligheidsdienst Ministerie van Binnenlandse Zaken 31034 I"»H t vv T -r -r- * * 4- -f -1- -f + +4- i-r- 4- -fr * * -f T -f- -f ir. A j-. ^ -i. j- Postadres Postbus 20011 2500 EA 's-gravenhage

Nadere informatie

geschiedenis geschiedenis

geschiedenis geschiedenis Examen HAVO 2010 tijdvak 2 woensdag 23 juni 9.00-12.00 uur tevens oud programma geschiedenis geschiedenis Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 30 vragen. Voor dit examen zijn maximaal

Nadere informatie

Eindexamen filosofie vwo 2011 - I

Eindexamen filosofie vwo 2011 - I Opgave 2 Religieus recht 7 maximumscore 2 een beargumenteerd standpunt over de vraag of religieuze wetgeving en rechtspraak voor bepaalde bevolkingsgroepen tot cultuurrelativisme leidt 1 een uitleg van

Nadere informatie

MINISTERIE VAN BINNENLANDSE ZAKEN B.V.D. 205670 twee Politieke activiteit van Indonesische studenten in Nederland GEHEIM

MINISTERIE VAN BINNENLANDSE ZAKEN B.V.D. 205670 twee Politieke activiteit van Indonesische studenten in Nederland GEHEIM MINISTERIE VAN BINNENLANDSE ZAKEN B.V.D. No. : Bijl. : Betr. : 205670 twee Politieke activiteit van Indonesische studenten in Nederland 's-gravenhage, \ QCC. 1953 Javasttaat 68 GEHEIM Bij deze heb ik de

Nadere informatie

Cynisme over de politiek

Cynisme over de politiek Cynisme over de politiek Een profiel van ontevreden burgers Dr. Pieter van Wijnen Waar mensen samenleven, zijn verschillende wensen en belangen. Een democratische samenleving heeft als doel dat politici

Nadere informatie

Tijd van jagers en boeren? 3000 v. Chr. Prehistorie. Kenmerkende aspecten. Begrippen

Tijd van jagers en boeren? 3000 v. Chr. Prehistorie. Kenmerkende aspecten. Begrippen Tijd van jagers en boeren? 3000 v. Chr. Prehistorie 1. De levenswijze van jager-verzamelaars. 2. Het ontstaan van landbouw en landbouwsamenlevingen. 3. Het ontstaan van de eerste stedelijke gemeenschappen.

Nadere informatie

8*. Na de dood van Karel de Grote werd de eerste grondslag gelegd voor Grenzen in Europa. Leg uit.

8*. Na de dood van Karel de Grote werd de eerste grondslag gelegd voor Grenzen in Europa. Leg uit. Gebruik bron 1 en 2 In 1897 werd in de venen bij Yde het lijk van een ongeveer zestienjarig meisje gevonden. Deze vondst gaf aanleiding tot twee voorlopige conclusies over de leefwijze van het volk waartoe

Nadere informatie

Examenopgaven VMBO-GL en TL 2004

Examenopgaven VMBO-GL en TL 2004 Examenopgaven VMBO-GL en TL 2004 tijdvak 2 woensdag 23 juni 9.00-11.00 uur GESCHIEDENIS EN STAATSINRICHTING CSE GL EN TL GESCHIEDENIS EN STAATSINRICHTING VBO-MAVO-D Gebruik het bronnenboekje. Dit examen

Nadere informatie

Eindexamen geschiedenis en staatsinrichting vmbo gl/tl 2007 - I

Eindexamen geschiedenis en staatsinrichting vmbo gl/tl 2007 - I De koloniale relatie Indonesië-Nederland + Het Indonesisch-Nederlands conflict 1945-1949 Gebruik bron 15. 1p 22 Wat was een gebruikelijke route van VOC-schepen naar Indonesië? A route 1 B route 2 C route

Nadere informatie

SYNODE DER SCHRISTELIJKE GEREFORMEERDE KERKEN IN NEDERLAND LEEUWARDEN 2001

SYNODE DER SCHRISTELIJKE GEREFORMEERDE KERKEN IN NEDERLAND LEEUWARDEN 2001 Pagina 1 van 7 SYNODE DER SCHRISTELIJKE GEREFORMEERDE KERKEN IN NEDERLAND LEEUWARDEN 2001 Aan de Landelijke Vergadering van de Nederlands Gereformeerde Kerken Amersfoort 2001 ds. K. Muller, eerste scriba

Nadere informatie

Inhoudsopgave. Voorwoord 5. Inleiding 11

Inhoudsopgave. Voorwoord 5. Inleiding 11 Inhoudsopgave Voorwoord 5 Inleiding 11 1 Eerste verkenning 15 1.1 Waarom is kennis van religie belangrijk voor journalisten? 16 1.2 Wat is religie eigenlijk? 18 1.2.1 Substantieel en functioneel 18 1.2.2

Nadere informatie

Eindexamen geschiedenis en staatsinrichting vmbo gl/tl 2009 - I

Eindexamen geschiedenis en staatsinrichting vmbo gl/tl 2009 - I Meerkeuzevragen Schrijf alleen de hoofdletter van het goede antwoord op. Staatsinrichting van Nederland Gebruik bron 1 en 2. 1p 1 De twee bronnen hebben te maken met de constitutionele monarchie. Welke

Nadere informatie

Eindexamen geschiedenis en staatsinrichting vmbo gl/tl 2003 - II

Eindexamen geschiedenis en staatsinrichting vmbo gl/tl 2003 - II Meerkeuzevragen Schrijf alleen de hoofdletter van het goede antwoord op. DE KOLONIALE RELATIE INDONESIË NEDERLAND + HET INDONESISCH NEDERLANDS CONFLICT 1945 1949 Gebruik bron 1. 1p 1 Er is een verschil

Nadere informatie

geschiedenis en staatsinrichting CSE KB

geschiedenis en staatsinrichting CSE KB Examen VMBO-KB 2008 tijdvak 2 dinsdag 17 juni 9.00-11.00 uur geschiedenis en staatsinrichting CSE KB Gebruik het bronnenboekje Dit examen bestaat uit 38 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 54 punten

Nadere informatie

UNIVERSELE VERKLARING van de RECHTEN van de MENS: De 30 artikelen:

UNIVERSELE VERKLARING van de RECHTEN van de MENS: De 30 artikelen: UNIVERSELE VERKLARING van de RECHTEN van de MENS: De 30 artikelen: Artikel 1 Alle mensen worden vrij en gelijk in waardigheid en rechten geboren. Zij zijn begiftigd met verstand en geweten, en behoren

Nadere informatie

Aangenomen resolutie van het MSEUE (Den Haag, 11 Oktober 1953)

Aangenomen resolutie van het MSEUE (Den Haag, 11 Oktober 1953) Aangenomen resolutie van het MSEUE (Den Haag, 11 Oktober 1953) Source: Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis, Amsterdam. Partij van de Arbeid (PvdA) 1946-1966 (- 1967). Commissie Buitenland

Nadere informatie

INTERNATIONAAL COMITÉ TER BJSVOEDERING VAN DE HANDEL. S_a menvatting

INTERNATIONAAL COMITÉ TER BJSVOEDERING VAN DE HANDEL. S_a menvatting Behoort bij schrijven no.: INTERNATIONAAL COMITÉ TER BJSVOEDERING VAN DE HANDEL. S_a menvatting Het Internationale Comité ter Bevordering van de Handel (International Committee for the Promotion of Trade,

Nadere informatie

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid.

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 21 d.d. 2 april 2009 (mr. M.M. Mendel, voorzitter, mr. E.M. Dil - Stork en mr. B. Sluijters) 1. Procedure De Commissie beslist met inachtneming

Nadere informatie

Eindexamen geschiedenis havo 2009 - II

Eindexamen geschiedenis havo 2009 - II Ten oorlog! Europese oorlogen 1789-1919. Oorlog als maatschappelijk fenomeen In 1792 begon de eerste Coalitieoorlog. 1p 1 Welk politiek doel streefde Oostenrijk met de strijd tegen Frankrijk na? Gebruik

Nadere informatie

Toetsvragen Geschiedenis toelating Pabo. Tijdvak 7 Toetsvragen

Toetsvragen Geschiedenis toelating Pabo. Tijdvak 7 Toetsvragen Tijdvak 7 Toetsvragen 1 In de Tijd van Pruiken en Revoluties hielden kooplieden uit de Republiek zich bezig met de zogenaamde driehoekshandel. Tussen welke gebieden vond deze driehoekshandel plaats? A

Nadere informatie

geschiedenis en staatsinrichting CSE GL en TL

geschiedenis en staatsinrichting CSE GL en TL Examen VMBO-GL en TL 2007 tijdvak 1 vrijdag 25 mei 9.00-11.00 uur geschiedenis en staatsinrichting CSE GL en TL Gebruik het bronnenboekje. Dit examen bestaat uit 42 vragen. Voor dit examen zijn maximaal

Nadere informatie

PERMANENTE VERTEGENWOORDIGING VAN NEDERLAND

PERMANENTE VERTEGENWOORDIGING VAN NEDERLAND PERMANENTE VERTEGENWOORDIGING VAN NEDERLAND bij de Ij Naar aanleiding van ons telefonisch onderhoud van II hedenmorgen doe ik U hierbij een Nota toekomen die enige Jl_S bedachten bevat over de wijze waarop

Nadere informatie

geschiedenis geschiedenis

geschiedenis geschiedenis Examen HAVO 2009 tijdvak 2 woensdag 24 juni 9.00-12.00 uur tevens oud programma geschiedenis geschiedenis Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 29 vragen. Voor dit examen zijn maximaal

Nadere informatie

Eindexamen geschiedenis en staatsinrichting vmbo gl/tl I

Eindexamen geschiedenis en staatsinrichting vmbo gl/tl I Meerkeuzevragen Schrijf alleen de hoofdletter van het goede antwoord op. Staatsinrichting van Nederland 1p 1 Op welke manier werd de Tweede Kamer tussen 1848 en 1917 samengesteld? A De leden werden benoemd

Nadere informatie

Als bij een vraag een verklaring of uitleg gevraagd wordt, worden aan het antwoord geen punten toegekend als deze verklaring of uitleg ontbreekt.

Als bij een vraag een verklaring of uitleg gevraagd wordt, worden aan het antwoord geen punten toegekend als deze verklaring of uitleg ontbreekt. Examen VWO 2009 tijdvak 2 woensdag 24 juni 9.00-12.00 uur geschiedenis Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 28 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 76 punten te behalen. Voor elk vraagnummer

Nadere informatie

Hoofdstuk 5: Koude Oorlog en Dekolonisatie

Hoofdstuk 5: Koude Oorlog en Dekolonisatie Hoofdstuk 5: Koude Oorlog en Dekolonisatie Geschiedenis VWO 2011/2012 www.lyceo.nl Nieuwe ontwikkelingen na de Tweede Wereldoorlog Nieuwe machtsverhoudingen: Verenigde Staten en de Sovjet-Unie nieuwe supermachten

Nadere informatie

Faculteit der Rechtsgeleerdheid Amsterdam Center for International Law Postbus 1030 1000 BA Amsterdam

Faculteit der Rechtsgeleerdheid Amsterdam Center for International Law Postbus 1030 1000 BA Amsterdam Faculteit der Rechtsgeleerdheid Amsterdam Center for International Law Postbus 1030 1000 BA Amsterdam T 020 535 2637 Advies Luchtaanvallen IS(IS) Datum 24 september 2014 Opgemaakt door Prof. dr. P.A. Nollkaemper

Nadere informatie

Cover Page. The handle http://hdl.handle.net/1887/25770 holds various files of this Leiden University dissertation.

Cover Page. The handle http://hdl.handle.net/1887/25770 holds various files of this Leiden University dissertation. Cover Page The handle http://hdl.handle.net/1887/25770 holds various files of this Leiden University dissertation. Author: Van Thuy, Pham Title: Beyond political skin : convergent paths to an independent

Nadere informatie

Gew. bij S.B. 1983 no. 104.

Gew. bij S.B. 1983 no. 104. WET van 24 november 1975, tot regeling van het Surinamerschap en het Ingezetenschap (S.B.1975 no.4), gelijk zij luidt na de daarin aangebrachte wijzigingen bij S.B. 1983 no. 104, S.B. 1984 no. 55, S.B.

Nadere informatie

7. Het ontstaan van het nationalisme

7. Het ontstaan van het nationalisme 7. Het ontstaan van het nationalisme Artikel 3 uit de Verklaring van de rechten van de mens en de burger, 1789. De oorsprong van iedere soevereiniteit ligt wezenlijk bij het volk/de natie. Geen instantie,

Nadere informatie

Vervolg en einde van De Koude Oorlog: 1953-1995 (10.1 & 10.3)

Vervolg en einde van De Koude Oorlog: 1953-1995 (10.1 & 10.3) Vervolg en einde van De Koude Oorlog: 1953-1995 (10.1 & 10.3) Na de dood van Stalin leek de Sovjet greep op het Oost Europa wat losser te worden. Chroesjtsjov maakte Stalins misdaden openbaar (destalinisatie),

Nadere informatie

STIJLEN VAN BEÏNVLOEDING. Inleiding

STIJLEN VAN BEÏNVLOEDING. Inleiding STIJLEN VAN BEÏNVLOEDING Inleiding De door leidinggevenden gehanteerde stijlen van beïnvloeding kunnen grofweg in twee categorieën worden ingedeeld, te weten profileren en respecteren. Er zijn twee profilerende

Nadere informatie

/I ' J ' Behoort bij schrijven nr. 792.086 Ex. no. \t exemplaar b DE VIERDE INTERNATIONALE

/I ' J ' Behoort bij schrijven nr. 792.086 Ex. no. \t exemplaar b DE VIERDE INTERNATIONALE /I ' J ' Behoort bij schrijven nr. 792.086 Ex. no. \t exemplaar b cuplm DE VIERDE INTERNATIONALE S a m e n v a t t i n g De allerwegen ontstane ideologische discussie in de communistische beweging biedt

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN ingediend door: U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 2002.1004 (026.02) tegen: hierna te noemen 'klager', hierna te noemen 'verzekeraar'. De Raad van Toezicht Verzekeringen

Nadere informatie

Rapport betreffende een klacht over Domeinen Roerende Zaken.

Rapport betreffende een klacht over Domeinen Roerende Zaken. Rapport 2 p class="western c2">rapport Rapport betreffende een klacht over Domeinen Roerende Zaken. Datum: 23 januari 2012 Rapportnummer 2012/006 Klacht Verzoeker klaagt er over dat Domeinen Roerende Zaken

Nadere informatie

1. Zet de onderstaande gebeurtenissen in de juiste chronologische volgorde. Noteer alleen de letters.

1. Zet de onderstaande gebeurtenissen in de juiste chronologische volgorde. Noteer alleen de letters. Oefenrepetitie geschiedenis SUCCES!!! 4 Havo Periode 1 Tijdvakken 1 t/m 4 Dyslectische leerlingen slaan de vragen met een asterisk (*) over. DOOR DE TIJD HEEN 1. Zet de onderstaande gebeurtenissen in de

Nadere informatie

Bijlage VMBO-GL en TL

Bijlage VMBO-GL en TL Bijlage VMBO-GL en TL 2014 tijdvak 1 geschiedenis en staatsinrichting CSE GL en TL Bronnenboekje GT-0125-a-14-1-b Staatsinrichting van Nederland bron 1 Een politieke tekening (rond 1900), met als titel:

Nadere informatie

UITWERKING OEFENVRAGEN NEDERLAND EN INDONESIE VIER EEUWEN CONTACT EN BEINVLOEDING GESCHIEDENIS

UITWERKING OEFENVRAGEN NEDERLAND EN INDONESIE VIER EEUWEN CONTACT EN BEINVLOEDING GESCHIEDENIS UITWERKING OEFENVRAGEN NEDERLAND EN INDONESIE VIER EEUWEN CONTACT EN BEINVLOEDING VAK: NIVEAU: GESCHIEDENIS MAVO De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen.

Nadere informatie

Als bij een vraag een verklaring of uitleg gevraagd wordt, worden aan het antwoord geen punten toegekend als deze verklaring of uitleg ontbreekt.

Als bij een vraag een verklaring of uitleg gevraagd wordt, worden aan het antwoord geen punten toegekend als deze verklaring of uitleg ontbreekt. Examen VWO 2007 tijdvak 1 dinsdag 22 mei 9.00-12.00 uur geschiedenis Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 28 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 85 punten te behalen. Voor elk vraagnummer

Nadere informatie

DE DEMOCRATIE-INDEX GROEP 1: 1815-1848. 3. Hebben alle partijen min of meer gelijke kansen in de campagneperiode?

DE DEMOCRATIE-INDEX GROEP 1: 1815-1848. 3. Hebben alle partijen min of meer gelijke kansen in de campagneperiode? DE DEMOCRATIE-INDEX GROEP 1: 1815-1848 ACHTERGRONDINFORMATIE PERIODE 1815-1848 DE EERSTE JAREN VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN Tussen 1795 en 1813 was Nederland overheerst geweest door de Fransen. In

Nadere informatie

Bedrijfscommissiekamer voor de Overheid voor Lagere Publiekrechtelijke Lichamen

Bedrijfscommissiekamer voor de Overheid voor Lagere Publiekrechtelijke Lichamen Bedrijfscommissiekamer voor de Overheid voor Lagere Publiekrechtelijke Lichamen Rolnummer: LPL 97.020 VERSLAG VAN BEVINDINGEN VAN DE BEDRIJFSCOMMISSIEKAMER VOOR DE OVERHEID VOOR LAGERE PUBLIEKRECHTELIJKE

Nadere informatie

Examen VMBO-GL en TL 2005

Examen VMBO-GL en TL 2005 Examen VMBO-GL en TL 2005 tijdvak 1 woensdag 25 mei 9.00 11.00 uur GESCHIEDENIS EN STAATSINRICHTING CSE GL EN TL Gebruik het bronnenboekje. Dit examen bestaat uit 38 vragen. Voor dit examen zijn maximaal

Nadere informatie

Tekst herdenking Brabantse gesneuvelden: Wie de ogen sluit voor het verleden, is blind voor de toekomst

Tekst herdenking Brabantse gesneuvelden: Wie de ogen sluit voor het verleden, is blind voor de toekomst Tekst herdenking Brabantse gesneuvelden: Wie de ogen sluit voor het verleden, is blind voor de toekomst Dames en heren, allen hier aanwezig. Het is voor mij een grote eer hier als pas benoemde burgemeester

Nadere informatie

PROCESDOEL 3 HUMANISEREN VAN HET SAMENLEVEN MET ANDEREN

PROCESDOEL 3 HUMANISEREN VAN HET SAMENLEVEN MET ANDEREN PROCESDOEL 3 HUMANISEREN VAN HET SAMENLEVEN MET ANDEREN 3.1 Exploreren, verkennen en integreren van de mogelijkheden van de mens 3.2 Exploreren, verkennen en integreren van de grenzen van de mens 3.3 Ontdekken

Nadere informatie

Tijdvak I. 31 oktober 2013 8: 30-10:00.

Tijdvak I. 31 oktober 2013 8: 30-10:00. 1 SCHOOLONDERZOEK Tijdvak I GESCHIEDENIS 31 oktober 2013 8: 30-10:00. Dit onderzoek bestaat uit 38 vragen. Bij dit onderzoek behoort een antwoordblad. Beantwoord de antwoorden uitsluitend op het antwoordblad.

Nadere informatie

Het Duitse oorlogsverleden:

Het Duitse oorlogsverleden: Het Duitse oorlogsverleden: feiten, motieven, oorzaken en identiteiten Docent: Jelle de Bont H. Oosterhuis 444049 Postvak 54 Onderwijsgroep 16 5 maart 2008 Practicum CW 1D, opdracht 2 Aantal woorden 1704

Nadere informatie

SO 1. Tijdvak II AVONDMAVO 2013-2014. Historisch Overzicht

SO 1. Tijdvak II AVONDMAVO 2013-2014. Historisch Overzicht SO 1 Tijdvak II AVONDMAVO 2013-2014 Historisch Overzicht 1. Welke doelstelling had Wilhelm II bij zijn aantreden als Keizer van Duitsland? 2. Welk land behoorde niet tot de Centralen tijdens de Eerste

Nadere informatie

geschiedenis en staatsinrichting CSE GL en TL

geschiedenis en staatsinrichting CSE GL en TL Examen VMBO-GL en TL 2008 tijdvak 2 dinsdag 17 juni 9.00-11.00 uur geschiedenis en staatsinrichting CSE GL en TL Gebruik het bronnenboekje Dit examen bestaat uit 38 vragen. Voor dit examen zijn maximaal

Nadere informatie

geschiedenis en staatsinrichting CSE KB

geschiedenis en staatsinrichting CSE KB Examen VMBO-KB 2010 tijdvak 2 dinsdag 22 juni 9.00-11.00 uur geschiedenis en staatsinrichting CSE KB Gebruik het bronnenboekje. Dit examen bestaat uit 38 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 53 punten

Nadere informatie

Over de website en de boodschappen

Over de website en de boodschappen Over de website en de boodschappen De website De website is opgericht om een reeks goddelijke boodschappen te publiceren waarvan een getrouwde moeder van een jong gezin, woonachtig in Europa, zegt dat

Nadere informatie

Voorwoord 9. Inleiding 11

Voorwoord 9. Inleiding 11 inhoud Voorwoord 9 Inleiding 11 deel 1 theorie en geschiedenis 15 1. Een omstreden begrip 1.1 Inleiding 17 1.2 Het probleem van de definitie 18 1.3 Kenmerken van de representatieve democratie 20 1.4 Dilemma

Nadere informatie

Behoort bij schrijven no. 628.982 Ex. no. X2. Dit ex. bestaat uit 5 blz. HET 9e QPSJ-CONGRES

Behoort bij schrijven no. 628.982 Ex. no. X2. Dit ex. bestaat uit 5 blz. HET 9e QPSJ-CONGRES Behoort bij schrijven no. 628.982 Ex. no. X2. Dit ex. bestaat uit 5 blz. HET 9e QPSJ-CONGRES S a m e n v a t t i n g Op 5j 6 en 7 januari j.l. werd in Soest het 9e congres gehouden van de Organisatie Progressieve

Nadere informatie

GESCHIEDENIS EN STAATSINRICHTING CSE KB

GESCHIEDENIS EN STAATSINRICHTING CSE KB Examen VMBO-KB 2005 tijdvak 1 woensdag 25 mei 9.00 11.00 uur GESCHIEDENIS EN STAATSINRICHTING CSE KB Gebruik het bronnenboekje. Dit examen bestaat uit 35 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 50 punten

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Zitting 1974-1975 13 412 Protocol van de regeringsconferentie Nederland, Suriname en de Nederlandse Antillen, van 20 en 21 mei te Paramaribo, en de conclusies van het

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: Raad vanstatc 201107210/1/V1. Datum uitspraak: 21 juni 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

Nadere informatie

1. WAT VOORAFGING...1 2. HET CONGRES VAN WENEN...2 2.1. BESLISSINGEN...3 2.2. GEVOLGEN...6 2.3. BELANG VAN HET CONGRES VAN WENEN...

1. WAT VOORAFGING...1 2. HET CONGRES VAN WENEN...2 2.1. BESLISSINGEN...3 2.2. GEVOLGEN...6 2.3. BELANG VAN HET CONGRES VAN WENEN... HET CONGRES VAN WENEN 1. WAT VOORAFGING...1 2. HET CONGRES VAN WENEN...2 2.1. BESLISSINGEN...3 2.2. GEVOLGEN...6 2.3. BELANG VAN HET CONGRES VAN WENEN...7 3.1. Het Congres van Wenen en de restauratie Het

Nadere informatie

Rolnummer 3630. Arrest nr. 174/2005 van 30 november 2005 A R R E S T

Rolnummer 3630. Arrest nr. 174/2005 van 30 november 2005 A R R E S T Rolnummer 3630 Arrest nr. 174/2005 van 30 november 2005 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 320, 4, van het Burgerlijk Wetboek, gesteld door de Rechtbank van eerste aanleg te

Nadere informatie

Landelijk Register van Gerechtelijke Deskundigen, LRGD. Raad voor de Tuchtrechtspraak U I T S P R A A K

Landelijk Register van Gerechtelijke Deskundigen, LRGD. Raad voor de Tuchtrechtspraak U I T S P R A A K Landelijk Register van Gerechtelijke Deskundigen, LRGD Raad voor de Tuchtrechtspraak U I T S P R A A K Inzake de klacht van [Klaagster BV], gevestigd te [gemeente] aan de [adres], hierna te noemen klaagster,

Nadere informatie

MINISTERIE VAN DEFENSIE WERKGROEP STAAL EERSTE DRUK, NOVEMBER 2007 VISIE LEIDINGGEVEN

MINISTERIE VAN DEFENSIE WERKGROEP STAAL EERSTE DRUK, NOVEMBER 2007 VISIE LEIDINGGEVEN MINISTERIE VAN DEFENSIE WERKGROEP STAAL EERSTE DRUK, NOVEMBER 2007 VISIE LEIDINGGEVEN INLEIDING Voorwoord Commandant der Strijdkrachten CONTEXT De complexe omgeving waarin bij Defensie leiding wordt gegeven

Nadere informatie

instellingen, maar al is de beteekenis van den invloed dier bijzondere personen groot, na eene periode van belangstelling en enthousiasme voor

instellingen, maar al is de beteekenis van den invloed dier bijzondere personen groot, na eene periode van belangstelling en enthousiasme voor 27 wensch om eene nieuwe regeling te scheppen, maar niet van de gedachte, of men meer voelt voor de openbare school of de bijzondere school of omgekeerd. De Minister CORT VAN DER LINDEN zeide nog in de

Nadere informatie

Tijdvak II. november 2013 8: 30-10:00.

Tijdvak II. november 2013 8: 30-10:00. SCHOOLONDERZOEK Tijdvak II GESCHIEDENIS november 2013 8: 30-10:00. Dit onderzoek bestaat uit vragen. Bij dit onderzoek behoort een antwoordblad. Beantwoord de antwoorden uitsluitend op het antwoordblad.

Nadere informatie

Burgers en Stoommachines. Tot 1:20

Burgers en Stoommachines. Tot 1:20 Burgers en Stoommachines Tot 1:20 Wat gaan we leren? 1. Welke gevolgen de technische uitvindingen hadden. 2. Wat er in de grondwet van 1848 stond. 3. Welke groepen minder rechten hadden dan andere groepen.

Nadere informatie

Leren hoe om te gaan met de militairen van vandaag, die de veteraan van morgen is.

Leren hoe om te gaan met de militairen van vandaag, die de veteraan van morgen is. Toespraak van de minister van Defensie, E. van Middelkoop, op 7 september 2007 te Roermond ter gelegenheid van de jaarlijkse Nationale herdenking van de militairen van het Koninkrijk der Nederlanden die

Nadere informatie

Speech van commissaris van de koningin Max van den Berg, Bevrijdingsdag, Leek, 5 mei 2010

Speech van commissaris van de koningin Max van den Berg, Bevrijdingsdag, Leek, 5 mei 2010 Speech van commissaris van de koningin Max van den Berg, Bevrijdingsdag, Leek, 5 mei 2010 Dames en heren, [Inleiding] In de zomer van 1946 voer een schip van Thailand naar Nederland. Een kleine Nederlandse

Nadere informatie

Verkiezingen. 1. Politieke voorkeur

Verkiezingen. 1. Politieke voorkeur Verkiezingen Voor vijftigplussers staat er de komende jaren veel op het spel. De betaalbaarheid van de zorg staat ter discussie en het niveau van pensioenen en AOW dreigt te worden aangetast. Daarnaast

Nadere informatie

College voor geschillen medezeggenschap defensie

College voor geschillen medezeggenschap defensie ADVIES Dossiernr: Advies van het College voor geschillen medezeggenschap defensie aan de Bevelhebber der Zeestrijdkrachten naar aanleiding van een verzoek om advies inzake een tussen: de Commandant Maritieme

Nadere informatie

Grondwet van de Tweede Republiek der Nederlanden Neerlandiæ

Grondwet van de Tweede Republiek der Nederlanden Neerlandiæ Grondwet van de Tweede Republiek der Nederlanden Neerlandiæ De Republiek der Nederlanden, verenigd in een micronatie sinds de uitroeping van de Unie van Utrecht 2007, beseffend dat een grondige hervorming

Nadere informatie

Bijlage VMBO-KB. geschiedenis en staatsinrichting CSE KB. tijdvak 1. Bronnenboekje. KB-0125-a-14-1-b

Bijlage VMBO-KB. geschiedenis en staatsinrichting CSE KB. tijdvak 1. Bronnenboekje. KB-0125-a-14-1-b Bijlage VMBO-KB 2014 tijdvak 1 geschiedenis en staatsinrichting CSE KB Bronnenboekje KB-0125-a-14-1-b Staatsinrichting van Nederland bron 1 Een politieke prent over een biddende fabrikant (1907): Onderschrift

Nadere informatie

Wat is een constitutie?

Wat is een constitutie? Wat is een constitutie? Veel landen op de wereld worden op een democratische manier bestuurd. Een democratie staat echter niet op zichzelf. Bij een democratie hoort namelijk een rechtsstaat. Democratie

Nadere informatie

Moeilijke besluiten voor de Europese Raad

Moeilijke besluiten voor de Europese Raad Moeilijke besluiten voor de Europese Raad Korte omschrijving: Leerlingen gaan aan de slag met actuele Europese dilemma s. Er zijn vijf dilemma s. U kunt zelf kiezen welke dilemma s u aan de orde stelt.

Nadere informatie

geschiedenis en staatsinrichting CSE GL en TL

geschiedenis en staatsinrichting CSE GL en TL Examen VMBO-GL en TL 2007 tijdvak 2 dinsdag 19 juni 9.00-11.00 uur geschiedenis en staatsinrichting CSE GL en TL Gebruik het bronnenboekje. Dit examen bestaat uit 33 vragen. Voor dit examen zijn maximaal

Nadere informatie

Reglement Cliëntenraad Stichting Eilandzorg Schouwen-Duiveland

Reglement Cliëntenraad Stichting Eilandzorg Schouwen-Duiveland Reglement Cliëntenraad Stichting Eilandzorg Schouwen-Duiveland Artikel 1 Begripsbepalingen 1.1 Cliënt: een natuurlijk persoon ten behoeve van wie de instelling werkzaam is. 1.2 Cliëntenraad: De op basis

Nadere informatie

geschiedenis geschiedenis

geschiedenis geschiedenis Examen HAVO 2009 tijdvak 1 woensdag 20 mei 9.00-12.00 uur tevens oud programma geschiedenis geschiedenis Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 30 vragen. Voor dit examen zijn maximaal

Nadere informatie