MASSIVE OPEN ONLINE COURSES EN AUTEURSRECHT

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "MASSIVE OPEN ONLINE COURSES EN AUTEURSRECHT"

Transcriptie

1 NEDERLANDS JURISTENBLAD MASSIVE OPEN ONLINE COURSES EN AUTEURSRECHT Politie-drones boven uw tuin? De Nijmeegse scooterzaak Gerechtigheid in Colombia P JAARGANG NOVEMBER

2 BURGERLIJK WETBOEK Onder redactie van: J.H. Nieuwenhuis C.J.J.M. Stolker W.L. Valk Boek: ISBN e druk pagina s 420 (incl. btw) Online: 150 (excl. btw) E-book: 396 (excl. btw) KIES UIT: ONLINE E-BOOK BOEK IN 5 TOT 10 MINUTEN TOT DE KERN VAN DE ZAAK Tekst & Commentaar Burgerlijk Wetboek bestaat uit twee banden. Hierin zijn zowel de wettekst als commentaar van de Boeken 1 t/m 10 Burgerlijk Wetboek te vinden, met uitzondering van Boek 7A. Dit onderdeel, Boek 7A, is overigens wel zonder commentaar als bijlage opgenomen. Per artikel worden in een korte toelichting de betekenis en strekking van de bepaling uiteengezet mede aan de hand van verwijzingen naar relevante jurisprudentie. In deze geheel herziene 10e druk worden nieuwe wetsartikelen voor het eerst becommentarieerd opgenomen. Als naslagwerk is het Burgerlijk Wetboek bijzonder gebruiksvriendelijk voor zowel juristen, niet-juristen als studenten. Het geeft ze antwoord op alle mogelijke vragen rond het Burgerlijk Wetboek. Prijswijzigingen voorbehouden. Meer informatie en bestellen op TEKST & COMMENTAAR Kunt u zonder?

3 Inhoud Vooraf Prof. mr. T. Hartlief Een Rechtszaak uit Liefde Wetenschap Prof. mr D.J.G. Visser Mr. C.J.S. Vrendenbarg Net als in de film Massive Open Online Courses (MOOCs) en auteursrecht Wetenschap Mr. G.G.J. Knoops Politie-drones boven uw tuin? Het gaat gebeuren... Focus Mr. R. Jansen Onderdeel van een gezamenlijk plan De conclusie van A-G Knigge in de Nijmeegse scooterzaak Essay Mr. B. van Lieshout Gerechtigheid in Colombia Zoon vermoord, strijd geboren Rubrieken Rechtspraak Boeken Tijdschriften Wetgeving Nieuws Universitair nieuws Personalia Agenda 2979 Omslag: People Looking at the Rays of Light Emitted from a Lighthouse Hollandse Hoogte Een RECHTSZAAK uit LIEFDE. Dat klinkt wat SOFT, maar de dagvaarding spreekt de HARDE taal van het ONRECHTMATIGE DAADSRECHT Bij het REGELEN van de RECHTEN bij het maken van een MOOC spelen in grote lijnen alle problemen die spelen bij het WERELDWIJD uitbrengen van een SPEELFILM Pagina 2915 Dit GRIJZE gebied tussen CONTROLE en OPSPORING biedt ruimte voor oneigenlijk GEBRUIK van DRONES Pagina 2922 In het SLOT van zijn De WETGEVER MAG Pagina 2911 CONCLUSIE formuleert Knigge de KERN van de DENKFOUT die het HOF LIJKT te hebben gemaakt Pagina 2929 ONDERSCHEID maken tussen het BELASTEN van ondernemingsvermogen en het belasten van particulier VERMOGEN Pagina NEDERLANDS JURISTENBLAD MASSIVE OPEN ONLINE COURSES EN AUTEURSRECHT Politie-drones boven uw tuin? De Nijmeegse scooterzaak Gerechtigheid in Colombia P JAARGANG NOVEMBER 2013 De OVERHEID blijft in vrijwel alle gevallen VOLHOUDEN dat het hier gaat om GUERRILLASTRIJDERS die gesneuveld zijn in een GEVECHT met het COLOMBIAANSE LEGER Pagina 2931 Bij de behandeling van PSYCHISCHE klachten moet BEZWAAR kunnen worden gemaakt tegen de verplichte uitwisseling van DIAGNOSE- INFORMATIE Pagina 2972 Het bepalen en verwerken van het DNA-PROFIEL moet gelet op de JONGE LEEFTIJD ten tijde van het plegen van het DELICT en de BEPERKTE ernst van het delict als DISPROPORTIONEEL worden aangemerkt Pagina 2973

4 NEDERLANDS JURISTENBLAD Opgericht in 1925 Eerste redacteur J.C. van Oven Erevoorzitter J.M. Polak Redacteuren Tom Barkhuysen (vz.), Ybo Buruma, Coen Drion, Ton Hartlief, Corien (J.E.J.) Prins, Taru Spronken, Peter J. Wattel Medewerkers Chr.A. Alberdingk Thijm, technologie en recht, Barend Barentsen, sociaal recht (socialezekerheidsrecht), Alex F.M. Brenninkmeijer, alternatieve geschillen - beslechting, Wibren van der Burg, rechtsfilosofie en rechtstheorie, G.J.M. Corstens, Europees strafrecht, Eric Daalder, bestuursrecht, Caroline Forder, personen-, familie- en jeugdrecht, Janneke H. Gerards, rechten van de mens, Ivo Giesen, burgerlijke rechtsvordering en rechtspleging, Aart Hendriks, gezondheidsrecht, Marc Hertogh, rechts sociologie, Martijn W. Hesselink, rechtsvergelijking en Europees privaatrecht, P.F. van der Heijden, internationaal arbeidsrecht, C.J.H. Jansen, rechtsgeschiedenis, Harm-Jan de Kluiver, ondernemingsrecht, Willemien den Ouden, bestuursrecht, Theo de Roos, straf(proces)recht, Stefan Sagel, arbeidsrecht, Nico J. Schrijver, volkenrecht en het recht der intern. organisaties, Ben Schueler, omgevingsrecht, Thomas Spijkerboer, migratierecht, Elies Steyger, Europees recht, T.F.E. Tjong Tjin Tai, verbintenissenrecht, F.M.J. Verstijlen, zakenrecht, Dirk J.G. Visser, intellectuele eigendom, Inge C. van der Vlies, kunst en recht, Rein Wesseling, mededingingsrecht, Reinout Wibier, financieel recht, Willem J. Witteveen, staatsrecht Auteursaanwijzingen Zie Het al dan niet op verzoek van de redactie aanbieden van artikelen impliceert toestemming voor openbaarmaking en ver veelvoudiging t.b.v. de elektronische ontsluiting van het NJB. Logo Artikelen met dit logo zijn door externe peer reviewers beoordeeld. Citeerwijze NJB 2013/[publicatienr.], [afl.], [pag.] Redactiebureau Bezoekadres: Lange Voorhout 84, Den Haag, postadres: Postbus 30104, 2500 GC Den Haag, tel. (0172) , Internet en Secretaris, nieuws- en informatie-redacteur Else Lohman Adjunct-secretaris Berber Goris Secretariaat Nel Andrea-Lemmers Vormgeving Colorscan bv, Voorhout, Uitgever Simon van der Linde Uitgeverij Kluwer, Postbus 23, 7400 GA Deventer. Op alle uitgaven van Kluwer zijn de algemene leveringsvoorwaarden van toepassing, zie Abonnementenadministratie, productinformatie Kluwer Afdeling Klantcontacten, tel. (0570) Abonnementsprijs (per jaar) Tijdschrift: 300 (incl. btw.). NJB Online: Licentieprijs incl. eerste gebruiker 320 (excl. btw), extra gebruiker 80 (excl. btw). Combinatieabonnement: Licentieprijs incl. eerste gebruiker 320 (excl. btw). Prijs ieder volgende gebruiker 80 (excl. btw). Bij dit abonnement ontvangt u 1 tijdschrift gratis en krijgt u toegang tot NJB Online. Zie voor details: (bij abonneren). Studenten 50% korting. Losse nummers 7,50. Abonnementen kunnen op elk gewenst moment worden aangegaan voor de duur van minimaal één jaar vanaf de eerste levering, vooraf gefactureerd voor de volledige periode. Abonnementen kunnen schriftelijk tot drie maanden voor de aanvang van het nieuwe abonnementsjaar worden opgezegd; bij niet-tijdige opzegging wordt het abonnement automatisch met een jaar verlengd. Gebruik persoonsgegevens Kluwer BV legt de gegevens van abonnees vast voor de uitvoering van de (abonnements-)over eenkomst. De gegevens kunnen door Kluwer, of zorgvuldig geselecteerde derden, worden gebruikt om u te informeren over relevante producten en diensten. Indien u hier bezwaar tegen heeft, kunt u contact met ons opnemen. Media advies/advertentiedeelname Maarten Schuttél Capital Media Services Staringstraat 11, 6521 AE Nijmegen Tel , ISSN NJB verschijnt iedere vrijdag, in juli en augustus driewekelijks. Hoewel aan de totstandkoming van deze uitgave de uiterste zorg is besteed, aanvaarden de auteur(s), redacteur(en) en uitgever(s) geen aansprakelijkheid voor eventuele fouten en onvolkomenheden, noch voor gevolgen hiervan. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van art. 16h t/m 16m Auteurswet j. Besluit van 29 december 2008, Stb. 2008, 583, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoeding te voldoen aan de Stichting Reprorecht te Hoofd dorp (Postbus 3051, 2130 KB).

5 Vooraf 2448 Een Rechtszaak uit Liefde 42 Met de beelden van de enorme ravage die supertyfoon Haiyan heeft achtergelaten en de ellende die deze heeft veroorzaakt nog op het netvlies, is het een serieuze vraag. Moeten we in de strijd tegen (de gevolgen van) klimaatverandering ons heil zoeken in het aansprakelijkheidsrecht? Onzin, prematuur, ongewenste verjuridisering werd in 2007 nog opgetekend in een redactioneel in Contracteren (p. 53). Sinds 20 november jl. is het in ieder geval werkelijkheid voor Nederland. De Staat der Nederlanden is op die dag gedagvaard door de Stichting Urgenda. Belangrijkste inzet: de Staat dwingen eindelijk serieus werk te maken van het terugdringen van de CO2-uitstoot in het belang van onszelf en degenen die na ons de wereld bevolken. Een Rechtszaak uit Liefde, zo heet het op nl. Dat klinkt wat soft, maar de dagvaarding spreekt de harde taal van het onrechtmatige daadsrecht. Het is het sluitstuk van een reeks ontwikkelingen in het aansprakelijkheidsrecht. Het aansprakelijkheidsrecht werd een instrument in handen van beleidsmakers en politiek. Zij zetten hun geld op burgers en bedrijven die door aansprakelijkheidsrechtelijke remedies in te zetten onder meer gelijke behandeling bevorderen en discriminatie tegengaan, de kwaliteit van de dienstverlening door vrije beroepsbeoefenaren en banken bevorderen en aan een veiliger werkomgeving bijdragen. Claimanten zijn zo pionnen op het schaakbord van beleidsmakers en politici. We stellen ons in dit verband zelfs de vraag of het sanctiearsenaal niet moet worden uitgebreid met punitive damages. Weliswaar loopt dat nog zo n vaart niet, mag onder meer uit de meest recente berichten uit Brussel worden afgeleid (Giesen, NTBR 2013/33), maar we zetten in ieder geval geld op de handhavende burger en hopen dat hij in het offensief komt tegen onrecht. Zo geeft hij uiteindelijk uitvoering aan de beleidsagenda van anderen. Inmiddels zien we dat burgers ook hun eigen beleidsagenda hebben. In die termen zou je kunnen spreken over de opkomst van de publiek-belang gerelateerde civiele procedures (Rijnhout e.a., NTBR 2013/20, onder 2.2.). Typerend zijn de foreign direct liability claims waarvan de tegen Shell gerichte claims terzake van activiteiten in Nigeria een actueel voorbeeld zijn. Eisers zoeken hun heil in schending van mensenrechten door lokale dochterbedrijven en verantwoordelijkheid daarvoor van het Westerse moederbedrijf (Enneking, NJB 2013/607). Niet dat ze onmiddellijk succes boeken, maar het recht is hier duidelijk in ontwikkeling. Het aansprakelijkheidsrecht wordt zo een wapen in handen van burgers in hun strijd tegen elders begaan onrecht. Hier sluit de boodschap van Castermans oratie goed bij aan (De burger in het burgerlijk recht). Gegrepen door het maatschappelijk verantwoord ondernemen dat steeds meer ondernemingen brengt tot net en schoon produceren en verkopen, ziet hij nieuwe in Nederland levende rechtsovertuigingen (vgl. art. 3:12 BW) ontstaan die bijvoorbeeld consumenten een handvat geeft minder welwillende ondernemingen contractueel ( dit product functioneert prima, maar heeft toch niet de eigenschappen die ik mocht verwachten, omdat werknemers worden uitgebuit (art. 7:17)) of buitencontractueel aan te pakken. Zo kan de Nederlandse burger zijn bijdrage leveren aan de verwezenlijking van mensenrechten, maar ook aan het behoud van de regenwouden en aan bescherming van vis- en diersoorten. Wanneer burgers serieus worden genomen als private rechtshandhavers én onder het mom van bescherming van mensenrechten en mvo grote thema s op de agenda van het privaatrecht zijn terechtgekomen (voorkomen van kinderarbeid, uitbuiting, duurzaam gebruik van schaarse middelen), is het natuurlijk een kwestie van tijd dat deze burgers zich gaan richten tegen hun eigen autoriteiten om hen te dwingen tot een grotere dadendrang bij moeilijke dossiers. Het aansprakelijkheidsrecht wordt daarbij als breekijzer gebruikt, niet om schade vergoed te krijgen maar juist om (verdere) schade te voorkomen. Verklaringen voor recht en rechterlijke verboden of bevelen moeten de overheid in de gewenste richting krijgen. Het is een recept dat onder meer in werken van Spier (Shaping the Law for Global Crises, Eleven, 2012) en Cox (Revolutie met recht) naar voren komt. In uiterste instantie doet men een beroep op het recht ( Alleen het recht kan ons nog redden ) en op de rechterlijke macht. Dat is precies wat we nu zien in de door Urgenda (met Cox als raadsman) aanhangig gemaakte zaak: We moeten nu samen de gevaarlijke klimaatverandering keren, anders laten we de generaties na ons een onleefbare wereld na. Burgers zullen hun leiders moeten helpen met de verduurzaming van de samenleving, stelt Urgenda. Er is nog één democratische macht over, die binnen de rechtsstaat de overheid tot de benodigde klimaatactie kan aanzetten: de rechterlijke macht.... Deze Nederlandse rechtszaak wordt de eerste in een reeks procedures tegen overheden en politici. Er worden op dit moment meer juridische stappen tegen overheden voorbereid, daarom wordt deze Nederlandse zaak nauwlettend gevolgd door andere landen. (www.urgenda.nl) Vorderingen als deze stuiten vrijwel meteen op scepsis. Waarom zou een rechter wel kunnen waartoe de politiek kennelijk niet in staat is? Waartoe kan een rechter de autoriteiten eigenlijk veroordelen? Openen we hier niet een Doos van Pandora (nu gaat het over klimaatverandering, een volgende keer over de consequenties van de miljarden verslindende aanpak van de financiële crisis of over beweerde verkwisting van overheidsgelden aan straaljagers en ander wapentuig)? Natuurlijk zijn dit reële vragen. Hier staat inderdaad de verhouding tussen recht en politiek en de verhouding tussen de diverse staatsmachten centraal. Een rechter die niet wil of durft, kan zich gemakkelijk verschuilen, ook al zal niemand de Urgenda-dagvaarding bij nadere beschouwing als flauwekul ter zijde leggen. Dit is een ernstige poging beweging te krijgen in een dossier waarin maar geen beweging te krijgen lijkt. De inzet in deze Rechtszaak uit Liefde is hoog: een leefbare wereld voor de generaties na ons. Ligt een welwillende benadering van het gebruik van het aansprakelijkheidsrecht als breekijzer daarmee niet voor de hand? Ton Hartlief Reageer op NJBlog.nl op het Vooraf NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL

6 2449 Wetenschap Net als in de film 2 Massive Open Online Courses (MOOCs) en auteursrecht Dirk Visser en Charlotte Vrendenbarg 1 Een MOOC is een relatief nieuw fenomeen dat is overgewaaid uit de Verenigde Staten. De MOOC mania ontstond daar zo n twee jaar geleden toen hoogleraren Thurn en Norvig van Stanford University een gratis online cursus Inleiding kunstmatige intelligentie aankondigden op YouTube. Een maand later hadden zich meer dan geïnteresseerden aangemeld. Onlangs had de Universiteit Leiden de Nederlandse primeur met een introductiecursus Europees recht die wereldwijd deelnemers trok. In deze bijdrage worden de auteursrechtelijke aspecten van het fenomeen onderzocht. Stefaan Van den Bogaert (1973) is hoogleraar Europees recht en directeur van het Europa Instituut aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. Maar bovenal is hij tegenwoordig een superster met wereldwijde bekendheid, omdat hij is opgetreden als hoofdrolspeler in de eerste Leidse MOOC, een Massive Open Online Course. Van den Bogaert s vijf weken durende MOOC met het onderwerp The Law of the European Union: An Introduction werd gevolgd door deelnemers uit de hele wereld. Het was een onverwacht groot succes. Voor dit academisch jaar heeft de Universiteit Leiden nog 6 MOOCs op de agenda staan, waaronder de Leids/Haagse MOOC Terrorism and Counterterrorism: comparing theory and practice waarvoor zich cursisten hadden ingeschreven. Eerder dit jaar (in februari) lanceerde de UvA de eerste MOOC van Nederland, over communicatiewetenschappen. Een MOOC is een relatief nieuw fenomeen dat is overgewaaid uit de Verenigde Staten. De MOOC mania ontstond daar zo n twee jaar geleden aan Stanford University, toen hoogleraren Thurn en Norvig de gratis online cursus getiteld An Introduction to Artificial Intelligence aankondigden op YouTube. Een maand na de aankondiging hadden zich meer dan geïnteresseerden aangemeld. De cursus werd uiteindelijk door ruim deelnemers gevolgd, waarvan het examen haalden. Al snel volgden toonaangevende universiteiten als Princeton, MIT, Harvard en Berkeley en inmiddels worden dagelijks MOOCs aangeboden in de Verenigde Staten en daarbuiten. Een MOOC is een gratis, online cursus gericht op massieve deelname. Tienduizenden geïnteresseerden uit de hele wereld kunnen aan een MOOC deelnemen. MOOCs bieden een zogenaamde complete cursuservaring: er worden opnamen van hoorcolleges of videoclips van docenten getoond, er wordt online cursusmateriaal beschikbaar gesteld met casus, opdrachten en oefenvragen en er zijn fora waarop deelnemers met elkaar in discussie kunnen gaan of vragen kunnen stellen. Docenten geven feedback of deelnemers becommentariëren elkaars werk door middel van peer grading. Een MOOC wordt meestal afgesloten met een examen of eindtoets waarna een bewijs van deelname of (soms tegen geringe kosten) een certificaat kan worden behaald. MOOCs maken het mogelijk voor universiteiten om hun kennis beschikbaar te stellen aan een wereldwijd publiek, ook in gebieden waarin toegang tot kwaliteitsonderwijs geen vanzelfsprekendheid is. Daarnaast (of: bovenal) kunnen universiteiten zich internationaal profileren door MOOCs aan te bieden. In deze bijdrage wordt ingegaan op de auteursrechtelijke vragen die kunnen rijzen bij het ontwikkelen en verzorgen van MOOCs en vergelijkbaar extern gericht online onderwijs. 3 Ook de auteursrechtelijke kwesties die spelen bij online onderwijs dat slechts gericht is op de studenten ingeschreven bij de eigen onderwijsinstelling zullen aan de orde komen. Hierbij kan in grote lijnen onderscheid worden gemaakt tussen a. de rechten van personen en instellingen die ontstaan bij het maken en geven van een MOOC die en waarvan bij voorkeur vastgelegd zou moeten worden hoe en door wie die rechten kunnen worden uitgeoefend (hierna rechten op de MOOC ); b. de rechten van derden die geschonden kunnen worden door het maken en geven van een MOOC en die dus contractueel geregeld zouden moeten worden om claims te voorkomen (hierna rechten van derden ) NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL. 42

7 1. Rechten op de MOOC Filmwerk Bij de kwalificatie van de rechten op de MOOC, is allereerst van belang om vast te stellen dat een belangrijk deel van een MOOC een filmwerk is in de zin van artikel 45a Auteurswet. Een filmwerk is een werk dat bestaat uit een reeks beelden met of zonder geluid. De consequentie hiervan is dat de bijzondere bepalingen betreffende filmwerken van hoofdstuk V van de Auteurswet op de MOOC van toepassing zijn. De belangrijkste bepaling daarvan is het vermoeden van overdracht aan de producent. Tenzij anders overeengekomen worden de makers geacht aan de producent het recht overgedragen te hebben het filmwerk openbaar te maken en te verveelvoudigen (art. 45d Aw). Producent van het filmwerk is de natuurlijke of rechtspersoon die verantwoordelijk is voor de totstandbrenging van het filmwerk met het oog op de exploitatie ervan. Bij een MOOC zal de onderwijsinstelling in veel gevallen zelf de producent zijn. Maar als een externe producent wordt ingeschakeld die feitelijk de verantwoordelijkheid krijgt om de MOOC tot stand te brengen, kan dit natuurlijk anders zijn. In dat geval doet de onderwijsinstelling er dus verstandig aan om vast te leggen dat zij zelf als producent is aan te merken en/of dat alle rechten op de MOOC op voorhand aan de universiteit worden overgedragen. Uitzonderingen Als de makers van een filmwerk worden aangemerkt alle natuurlijke personen die tot het ontstaan van het filmwerk een daartoe bestemde bijdrage van scheppend karakter hebben geleverd (art. 45a lid 2 Aw). Het is hierbij belangrijk om vast te stellen dat alleen voor het filmwerk bestemde bijdragen onder het vermoeden van overdracht vallen. Dat betekent dat zogenaamde voorbestaande werken, zoals afbeeldingen, beeldfragmenten, teksten en geluidsopnames die al bestonden voordat de film werd gemaakt en dus niet speciaal voor de film zijn gemaakt, daar niet onder vallen. Dat betekent dat voor dergelijk materiaal de rechten apart geregeld moeten worden. Zie daarover verder onder het kopje rechten van derden. Verder is van belang dat het vermoeden van overdracht ook niet geldt voor degene die ten behoeve van het filmwerk de muziek heeft gemaakt en degene die de bij de muziek behorende tekst heeft gemaakt (zie voor dit alles art. 45d Aw). Voor eventueel gebruikte muziek moeten de rechten meestal met Buma/Stemra worden geregeld. Ook dit komt verder ter sprake bij het onderwerp rechten van derden. Makers De belangrijkste rechten op een filmwerk die wél onder het vermoeden van overdracht vallen zijn de rechten van de regisseur, de scenarioschrijver, de schrijver van de dialogen én de rechten van de uitvoerend kunstenaars 4, oftewel de acteurs. Bij een professionele MOOC is er sprake van een regisseur. Daarnaast is er de docent die optreedt en als uitvoerende kunstenaar is aan te merken, 5 die bovendien in veel gevallen zijn eigen tekst geschreven zal hebben en dus ook als schrijver van het scenario en de dialogen is aan te merken. Er zal vaak ook sprake zijn van een ontwerper van de achtergronden en de overige grafische vormgeving van de MOOC. Ook de rechten van die ontwerper vallen onder het vermoeden van overdracht. Aangezien een MOOC vooralsnog veel geld kost en weinig geld oplevert, zal een proportionele vergoeding meestal nul zijn Billijke vergoeding? De producent is aan de makers of hun rechtverkrijgenden een billijke vergoeding verschuldigd voor iedere vorm van exploitatie van het filmwerk. Deze vergoeding wordt schriftelijk overeengekomen. (art. 45d Aw). Deze regel bevat de andere belangrijke regel die verband houdt met het vermoeden van overdracht. Er moet een billijke vergoeding worden betaald aan alle makers en uitvoerende kunstenaars. Op dit moment geldt dat een dergelijke billijke vergoeding door middel van een lump sum kan worden afgekocht of zelfs contractueel kan worden overeengekomen dat deze vergoeding op nul moet worden gesteld. Er is evenwel een wetsvoorstel aanhangig waarin is bepaald dat de belangrijke makers van een film recht hebben op een proportionele vergoeding, oftewel een percentage van de inkomsten c.q. de winst. 6 Aangezien een MOOC vooralsnog veel geld kost en weinig geld oplevert, zal een proportionele vergoeding meestal ook nul zijn. Bovendien geldt dat wanneer de betrokken docent in dienst is van de producerende onderwijsinstelling voor het auteursrecht het werk- Auteurs 1. Prof. mr D.J.G. Visser leidenuniv.nl) is hoogleraar intellectuele eigendomsrechten in Leiden en advocaat in Amsterdam. Mw. mr. C.J.S. Vrendenbarg is promovenda intellectuele eigendomsprocesrecht in Leiden. Lager. Net als in de film was voor Toontje Lager de eerste notering in de Nederlandse Top 40, (bron: Wikipedia). 3. Zie voor een interessante beschouwing over MOOCs en auteursecht vanuit Amerikaans perspectief: Copyright Challenges in a MOOC Environment, edu/library/resources/copyright-challengesmooc-environment (29 juli 2013). 4. De rechten van uitvoerende kunstenaars zijn in Nederland vastgelegd in de Wet op de Naburige Rechten (WNR) uit Art. 4 WNR bevat een schakelbepaling die de filmrechtregeling van de Auteurswet van overeenkomstige toepassing verklaart. 5. Wet van 13 maart 2008 tot herstel van wetstechnische gebreken en leemten alsmede aanbrenging van andere wijzigingen van ondergeschikte aard in diverse wetsbepalingen op het terrein van het Ministerie van Justitie (Reparatiewet III Justitie) (Stb. 2008, 85); Kamerstukken II 2007/08, , nr. 3, p. 13; zie ook D.J.G. Visser, Wetenschapper en klompendanser beiden eindelijk erkend als uitvoerend kunstenaar, NJB 2008/1621, afl Kamerstukken II Wijziging van de Auteurswet en de Wet op de naburige rechten in verband met de versterking van de positie van de auteur en de uitvoerende kunstenaar bij overeenkomsten betreffende het auteursrecht en het naburig recht (Wet auteurscontractenrecht). Het wetsvoorstel staat thans (eind oktober 2013) voor plenaire behandeling in de Tweede Kamer. Noten 2. Net als in de film is een single uit 1982 van de Nederlandse popgroep Toontje NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL

8 Wetenschap geversauteursrecht van artikel 7 Auteurswet 7 vermoedelijk prevaleert. Voor de rechten van de docent als uitvoerende kunstenaar geldt de uitermate vage werkgeversbepaling in de Wet op de Naburige Rechten. 8 Dit betekent vooralsnog in de praktijk dat nu en in de toekomst aan de makers van een MOOC naast hun salaris en de met eventuele externen (regisseurs, cameralieden, ontwerpers) overeengekomen betaling voor hun werkzaamheden, geen aanvullende billijke vergoeding verschuldigd is. Mochten MOOCs ooit een groot financieel succes worden dan zouden externe makers mogelijk aanspraak kunnen maken op een aanvullende billijke vergoeding. Scheidbare werken Het is verder van belang dat het vermoeden van overdracht aan de producent alleen geldt voor de rechten met betrekking tot het filmwerk als zodanig. Dat betekent dat, behoudens een andersluidende overeenkomst, de maker van een werk dat scheidbaar is van de film het recht behoudt om dat werk afzonderlijk te exploiteren. Als een docent een collegedictaat heeft geschreven ten behoeve van een MOOC, dan mag hij die tekst hergebruiken voor reguliere colleges of voor een andere MOOC. Wanneer hij overstapt naar een andere universiteit of zijn tekst voor een commerciële cursusaanbieder wil gebruiken dan staat het vermoeden van overdracht van het filmauteursrecht daar niet aan in de weg. Uiteraard zouden het werkgeversauteursrecht, een aanvullende overdracht van rechten of enig concurrentiebeding daar wel aan in de weg kunnen staan. Onderwijsinstellingen doen er verstandig aan om met alle betrokkenen bij een MOOC aanvullende schriftelijke afspraken te maken welke rechten bij wie liggen en wie wat mag Aanvullende afspraken maken Met name in het licht van deze laatste mogelijkheid om onderdelen van een MOOC elders te hergebruiken, doen onderwijsinstellingen er verstandig aan om niet blind te varen op het vermoeden van overdracht van het filmrecht. Zij doen er verstandig aan om met alle betrokkenen bij een MOOC duidelijke aanvullende schriftelijke afspraken te maken welke rechten bij wie liggen en wie wat mag. Aanvullende schriftelijke materialen Naast het filmwerk bestaat een MOOC uit aanvullend studiemateriaal. Voor zover dit aanvullend materiaal speciaal voor de MOOC wordt gemaakt, gelden daarvoor de normale regels van het auteursrecht. Als het om schriftelijk materiaal gaat rust daar het auteursrecht op van de schrijver óf van zijn werkgever. Dat is echter van oudsher een tamelijk omstreden kwestie. De heersende mening en de praktijk is dat het auteursrecht op geschriften van wetenschappelijke docenten in dienstbetrekking toekomt aan de docenten zelf en niet aan hun werkgever, de onderwijsinstelling. Docenten sluiten zelf uitgeefovereenkomsten met uitgevers en ontvangen zelf royalty s. Readerregeling van toepassing? De zogenaamde Readerovereenkomst bepaalt bijvoorbeeld dat universiteiten ook een readervergoeding moeten betalen aan de Stichting PRO, 9 die de uitgevers vertegenwoordigt, voor de overname van korte gedeelten van werk van een auteur in dienst van de betreffende universiteit. Eén en ander behoudens afwijkende afspraken vastgelegd in de uitgeefovereenkomst met de uitgever van het betreffende werk. Dergelijke afwijkende afspraken worden in de praktijk voor zover bekend vrijwel nooit gemaakt. Hierbij moet worden opgemerkt dat het beschikbaar stellen van aanvullend studiemateriaal via een virtueel besloten elektronisch netwerk voor de eigen studenten van de onderwijsinstelling, zoals Blackboard, ook onder de readerregeling valt. Dat geldt echter niet voor het beschikbaar stellen voor materiaal aan studenten die niet ingeschreven staan bij de universiteit. Dit roept de vraag op of de duizenden of tienduizenden studenten die deelnemen aan een MOOC zijn aan te merken als ingeschreven studenten in de zin van de readerregeling. Het lijkt op het eerste gezicht gunstig voor een universiteit om het standpunt in te nemen dat dit wél het geval is, omdat het onderwijsmateriaal dan kan meelopen onder de bestaande readerregeling. Als men bedenkt dat de vergoeding die voor de readerregeling door universiteiten aan de uitgevers moet worden betaald gerelateerd is aan het aantal ingeschreven studenten is dit standpunt echter aanzienlijk minder aantrekkelijk. Dit zou immers leiden tot een zeer aanzienlijke verhoging van de te betalen readervergoeding. Voor zover materiaal beschikbaar wordt gesteld dat is gemaakt door de eigen medewerkers van de universiteit lijkt het verstandiger om het standpunt in te nemen dat een en ander niet onder de readerregeling valt. Voor zover het gaat om materiaal van derden dient dan evenwel een aparte regeling met die derden te worden getroffen. Ander aanvullend studiemateriaal Voor zover er naast schriftelijk materiaal ook nog ander studiemateriaal online beschikbaar wordt gesteld aan de deelnemers aan de MOOC, gelden ook daarvoor de normale regels van het auteursrecht. Te denken valt aan filmpjes, geluidsfragmenten, verzamelingen hyperlinks en de grafische vormgeving daarvan. Voor zover deze worden gemaakt door mensen in dienst van de universiteit zal het werkgeversauteursrecht er op van toepassing zijn. Voor zover dit gebeurt door externe mensen doet de onderwijsinstelling er verstandig aan zich de rechten te laten overdragen. User generated content Bij een MOOC is in de regel ook sprake van een discussieforum waarop deelnemers oefenvragen kunnen beantwoorden, vragen kunnen stellen en met elkaar in discussie kunnen gaan. Dit leidt tot zogenaamde user generated content. Bij het tot stand komen van deze user generated content dient ten eerste bedacht te worden dat de rechten daarop 2914 NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL. 42

9 Meestal zullen de meeste afzonderlijke deelnemers aan een discussie hun eigen auteursrecht hebben rusten bij de betreffende deelnemer. Er geldt te dien aanzien geen vermoeden van overdracht of iets dergelijks. Er bestaat in Nederland geen enkele rechtsfiguur die er toe leidt dat de rechten op dergelijke user generated content automatisch, dat wil zeggen: zonder een overeenkomst, toekomen aan de eigenaar of exploitant van het betreffende forum. Een theoretische uitzondering zou kunnen worden gevormd door artikel 8 Auteurswet. Op grond van die bepaling komt voor werk dat zonder vermelding van de naam van de maker wordt openbaar gemaakt het auteursrecht toe aan de rechtspersoon die het werk openbaar maakt. Deze bepaling zou van toepassing kunnen zijn op user generated content die volledig anoniem openbaar wordt gemaakt. Daarvan zal in de praktijk echter geen sprake zijn. De betreffende deelnemer zal in de regel zijn naam (moeten) vermelden. Eveneens tamelijk theoretisch is de toepassing van artikel 6 Auteurswet: Indien een werk is tot stand gebracht naar het ontwerp van een ander en onder diens leiding en toezicht, wordt deze als de maker van dat werk aangemerkt. Men zou kunnen verdedigen dat een bepaalde discussie op een forum soms plaats vindt naar het ontwerp en onder leiding en toezicht van een docent. In dat geval zou het auteursrecht aan die docent en via het werkgeversauteursrecht aan de onderwijsinstelling kunnen toekomen. Dit is echter alleen het geval als de creatieve inbreng van de deelnemers zeer beperkt is. Meestal zullen de meeste afzonderlijke deelnemers aan een discussie hun eigen auteursrecht hebben. Vervolgens is van belang dat de deelname aan een discussie op een discussieforum uiteraard wel toestemming impliceert dat die inbreng daadwerkelijk op dat discussieforum wordt openbaar gemaakt. Er is sprake van een impliciete licentie om die inbreng als onderdeel van de discussie behorende bij de MOOC te tonen aan alle andere deelnemers van de MOOC. Maar daar houdt het wel mee op, behoudens nadere expliciete toestemming. Wanneer een onderwijsinstelling materiaal dat is ingebracht door deelnemers wil bewaren en hergebruiken voor welk ander doel dan ook, bijvoorbeeld voor een volgende of een andere MOOC is daarvoor toestemming nodig. Die toestemming zal de vorm moeten krijgen van een expliciete licentie. Een overdracht van rechten aan de onderwijsinstelling kan naar Nederlands recht alleen bij akte (een schriftelijk stuk met een handtekening) en dat is bij de grote aantallen MOOC-deelnemers ongetwijfeld praktisch onwerkbaar. Die expliciete licentie zal er bijvoorbeeld uit moeten bestaan dat alle deelnemers akkoord moeten gaan met algemene voorwaarden, bijvoorbeeld door na voldoende te zijn geïnformeerd op akkoord te klikken. In die algemene voorwaarden dient dan duidelijk gemaakt te worden op welke manier de user generated content door de onderwijsinstelling mag worden hergebruikt. 2. Rechten van derden Bij het regelen van de rechten bij het maken van een MOOC spelen in grote lijnen alle problemen die spelen bij het wereldwijd uitbrengen van een speelfilm. Dit klinkt misschien wat overdreven, maar de vergelijking met een internationale speelfilm komt in ieder geval dichter in de buurt dan de vergelijking met een normaal hoorcollege met een eventuele reader die onder de readerregeling valt. Traditionele classroom use Voor al het gebruik van materiaal tijdens een normaal hoorcollege geldt in Nederland dat bijna alles mag omdat bij classroom use bijna alles mag. Artikel 12 lid 5 Auteurswet luidt namelijk als volgt: Onder een voordracht, op- of uitvoering of voorstelling in het openbaar wordt niet begrepen die welke uitsluitend dient tot het onderwijs dat vanwege de overheid of vanwege een rechtspersoon zonder winstoogmerk wordt gegeven, voor zover de voordracht, opof uitvoering of voorstelling deel uitmaakt van het schoolwerkplan of leerplan voor zover van toepassing, of tot een wetenschappelijk doel, Wanneer afbeeldingen, geluid of beeldfragmenten worden getoond of ten gehore gebracht, bijvoorbeeld in een PowerPoint-presentatie, tijdens een hoorcollege of werkgroep, dan is dit zonder meer toegestaan. Er is dan namelijk geen sprake van een auteursrechtelijk relevante openbaarmaking. De Nederlandse auteurswet kent daarvoor namelijk een zogenaamde carve out uit het openbaarmakingsrecht, vastgelegd in de boven geciteerde bepaling, artikel 12 lid 5 Auteurswet. Die bepaling is vermoedelijk toelaatbaar in het licht van de relevante Europese regelgeving. De lidstaten kunnen beperkingen of restricties op [het auteursrecht] stellen ten aanzien van: a) het gebruik uitsluitend als toelichting bij het onderwijs of ten behoeve van het wetenschappelijk onderzoek, de bron, waaronder de naam van de auteur, wordt vermeld, tenzij dit niet mogelijk blijkt, en voorzover het gebruik door het beoogde, niet-commerciële doel wordt gerechtvaardigd; (art. 5 lid 3 sub a Auteursrechtrichtlijn) Art. 7 Auteurswet: Indien de arbeid, in dienst van een ander verricht, bestaat in het vervaardigen van bepaalde werken van letterkunde, wetenschap of kunst, dan wordt, tenzij tusschen partijen anders is overeengekomen, als de maker van die werken aangemerkt degene, in wiens dienst de werken zijn vervaardigd. 8. De werkgever is bevoegd de rechten van de uitvoerende kunstenaar, ( ), te exploiteren, voor zover dit tussen partijen is overeengekomen dan wel voortvloeit uit de aard van de tussen hen gesloten arbeidsovereenkomst, de gewoonte of de eisen van redelijkheid en billijkheid. Tenzij anders is overeengekomen of uit de aard van de overeenkomst, de gewoonte of de eisen van redelijkheid en billijkheid anders voortvloeit, is de werkgever aan de uitvoerende kunstenaar of zijn rechtverkrijgende een billijke vergoeding verschuldigd voor iedere vorm van exploitatie van diens rechten. ( ), (art. 3 WNR). 9. Readerovereenkomst VSNU NUV IPRO , sindsdien steeds verlengd. PRO staat voor Publicatie- en Reproductierechten Organisatie. 10. Richtlijn 2001/29/EG van 22 mei 2001 betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij. NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL

10 Wetenschap Wel valt op dat volgens de Europese richtlijn de bron én de naam van de maker voor zover mogelijk moeten worden vermeld. Dit is een eerste aanwijzing dat bron- en naamsvermelding aanzienlijk vaker nodig is dan nu in de praktijk gebruikelijk is. De PowerPoint op Blackboard Zodra de PowerPoint met daarin opgenomen beeld- of geluidsmateriaal op Blackboard wordt geplaatst, valt dit niet meer onder het classroom use van artikel 12 lid 5 Auteurswet. Dat betekent dat opnieuw gekeken moet worden of dit beeld- of geluidsgebruik zonder toestemming van de maker mogelijk is op grond van een andere wettelijke beperking op het auteursrecht. Daarvoor komen twee beperkingen in aanmerking: het citaatrecht van artikel 15a Aw en de overneming ten behoeve van het onderwijs van artikel. 16 Aw. Deze laatste bepaling, waarop ook de readerregeling is gebaseerd, stelt betaling van een billijke vergoeding als voorwaarde voor het gebruik. Om die reden heeft toepasbaarheid van het citaatrecht vanuit het perspectief van de onderwijsinstelling de voorkeur, omdat daarbij geen vergoeding behoeft te worden betaald. Anderzijds geldt dat gebruik in een PowerPoint voor de student ingeschreven bij de eigen onderwijsinstelling vermoedelijk niet tot betaling van een aanvullende vergoeding hoeft te leiden, omdat de readervergoeding de laatste jaren in lump sum wordt afgerekend op basis van het aantal ingeschreven studenten en niet op basis van het aantal overgenomen korte (gedeeltes van) werken. De toepasselijkheid van het citaatrecht zal hierna worden besproken, omdat dit van groot belang is voor wat wel en niet kan in een MOOC. Hoe dit ook zij, de kans dat er problemen ontstaan bij PowerPoints die gebruikt worden bij reguliere hoorcolleges en alleen op een intern netwerk als BlackBoard te zien zijn is niet groot NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL. 42

11 De MOOC als internationale speelfilm Een MOOC kan gezien worden als een internationale speelfilm omdat deze valt binnen de definitie van een filmwerk (en internationaal binnen de definitie van cinematographic work) en omdat een MOOC zeer internationaal wordt uitgebracht. MOOCs zijn in de regel in het Engels en het is de bedoeling dat mensen van over de gehele wereld er aan kunnen deelnemen. Daarmee is in beginsel ook sprake van een openbaarmaking in alle landen ter wereld. En eigenlijk moeten alle rechten die gecleared moeten worden ook voor de gehele wereld worden gecleared. Een belangrijk verschil met een internationale speelfilm is dat een MOOC in de regel non-profit wordt aangeboden en er evident sprake is van een educatieve en meestal een wetenschappelijke doelstelling. Dat is van belang voor de toepasbaarheid van het citaatrecht en van de wereldwijd nogal verschillende onderwijsexcepties. Er kan dus in de regel méér zonder toestemming in een MOOC dan in een speelfilm. Het is verder belangrijk om vast te stellen dat er in Europa, anders dan in de VS geen algemene fair use beperking in het auteursrecht bestaat. Het Europese auteursrecht kent in de Auteursrechtrichtlijn een limitatieve opsomming van beperkingen die de lidstaten van de EU mogen toepassen. Voor de MOOC zijn de belangrijkste het citaatrecht en de onderwijsexceptie. Voor zover de hieronder te bespreken beperkingen niet van toepassing zijn, dient de producent van de MOOC alle rechten op beeld- en geluidsmateriaal volledig aan de bron te clearen, zoals dat bij internationale speelfilms gebruikelijk is. Citaatrecht De meest aantrekkelijke beperking op het auteursrecht vanuit het perspectief van de maker van een MOOC is het citaatrecht. Als het citaatrecht van toepassing is, is het gebruik namelijk gratis. Dan is geen toestemming nodig, en geen vergoeding verschuldigd. Citeren is naar Nederlands auteursrecht geoorloofd in een aankondiging, beoordeling, polemiek of wetenschappelijke verhandeling of voor een uiting met een vergelijkbaar doel. 11 Het is aannemelijk dat elke MOOC binnen deze definitie valt. Vervolgens is vereist dat het werk dat geciteerd wordt rechtmatig openbaar gemaakt is. Nog niet openbaar gemaakte, bijvoorbeeld vertrouwelijke stukken citeren mag dus niet. Deze voorwaarden zullen zelden een probleem opleveren bij een MOOC. Functioneel en ondergeschikt Verder is vereist dat het citeren in overeenstemming is met hetgeen naar de regels van het maatschappelijk verkeer redelijkerwijs geoorloofd is en aantal en omvang der geciteerde gedeelten door het te bereiken doel zijn gerechtvaardigd. Dit is een vage norm die in de praktijk en de rechtspraak verder is ontwikkeld. De belangrijkste vereisten zijn dat het citaat functioneel en ondergeschikt aan de context is. Dat betekent ten eerste dat er geen Bij het regelen van de rechten bij het maken van een MOOC spelen in grote lijnen alle problemen die spelen bij het wereldwijd uitbrengen van een speelfilm plaatjes en filmpjes getoond mogen worden die geen enkele relevantie hebben. Het tonen van grappige of mooie foto s of videoclips om het online college een beetje op te leuken is niet toegestaan met een beroep op het citaatrecht. Een zichzelf respecterende MOOC zal zich hier mogelijk niet snel aan bezondigen. Anderzijds is de neiging om leuke maar niet functionele afbeeldingen op te nemen, door ze even van internet te knippen en te plakken bij iedereen nogal groot. Daarnaast moeten de functionele citaten qua omvang enigszins binnen de perken worden gehouden. Het is zeker niet toegestaan om bij wijze van citaat een half uur uit de film 12 Angry Men te laten zien tijdens een MOOC over juryrechtspraak, hoe functioneel dat vermoedelijk ook is. Bronvermelding Daarnaast is belangrijk dat de zogenaamde persoonlijkheidsrechten van de maker niet worden geschonden. Dat betekent dat het werk niet mag worden verminkt en zelfs niet mag worden gewijzigd, tenzij verzet daartegen in strijd is met de redelijkheid. Dat betekent bij foto s dat vooral voorzichtig moeten worden omgegaan met het bijsnijden van foto s en met het afbeelden in een zeer slechte kwaliteit. Het belangrijkste vereiste bij het citaatrecht is echter de bron- en naamsvermelding. 12 Dit vereiste wordt in de praktijk heel vaak genegeerd. De bron, waaronder de naam van de maker, moet op duidelijke wijze worden vermeld. De wijze waarop de bron en de naam worden vermeld ligt niet vast. Het lijkt goed verdedigbaar dat het bij een MOOC mogelijk is alle bronvermeldingen in de aftiteling op te nemen. Het is immers nogal storend als er allerlei bron- en naamsvermeldingen bij ieder plaatje of fragmentje in beeld staan. Het is dan wel zaak dat die aftiteling ook steeds duidelijk getoond wordt. Het is misschien raadzaam om daarnaast in de buurt van, of in de meta-informatie bij het betreffende online college, de bronnen en de namen ook nog eens te noemen. Onderwijs-exceptie Naast het citaatrecht is bij overname van grotere, maar nog altijd korte gedeeltes een beroep op een onderwijsexceptie mogelijk. In Nederland is een beroep op een dergelijke exceptie verbonden aan de verplichting om dan wel 11. Art. 15a Aw. 12. Het belang van het vereiste van bronvermelding blijkt onder andere uit HvJ EU 1 december 2011, nr. C-145/10, Eva Maria Painer: De Europese citaatrechtbepaling moet aldus worden uitgelegd dat aan de toepassing ervan de verplichting gekoppeld is dat de bron waaronder de naam van de auteur of de uitvoerend kunstenaar van het geciteerde werk of ander materiaal wordt vermeld. Indien die naam (in de bron) niet is vermeld, moet bedoelde verplichting worden geacht te zijn nageleefd indien enkel de bron is vermeld. NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL

12 Wetenschap een billijke vergoeding te betalen. 13 Dat is in beginsel een marktconforme vergoeding, maar het is nog allerminst duidelijk wat een marktconforme vergoeding zou zijn voor gebruik in een MOOC. Voor de traditionele onderwijsmaterialen, met name de readers, is dit in Nederland sinds jaar en dag uitgewerkt in de readerregeling, die tegenwoordig ook gebruik op een intern netwerk omvat. Voor extern online gebruik bestaat nog geen enkele duidelijkheid over toelaatbaarheid en hoogte van de vergoeding bij het gebruik van korte gedeelten van werken van derden. Muziekrechten Hiervoor is al opgemerkt dat de rechten op de muziek (en de daarbij behorende tekst) die in het filmwerk ten gehore wordt gebracht buiten het vermoeden van overdracht vallen (art. 45d Aw). De rechten van componisten en tekstdichters dienen dus afzonderlijk geregeld te worden. Voor de benodigde toestemming (en de verschuldigde vergoeding) zal de onderwijsinstelling zich in de regel dienen te wenden tot Buma/Stemra én tot de (fonogrammen)producent van de betreffende muziek. Indien slechts een fragment van een muziekstuk wordt overgenomen is goed verdedigbaar dat geen toestemming nodig en geen vergoeding verschuldigd is, mits het geluidscitaat functioneel en ondergeschikt is en de bron wordt vermeld. Buma/Stemra is echter niet erg toeschietelijk op dit punt en een duidelijk juridisch precedent ontbreekt. Tot slot moet wat betreft de muziekrechten bedacht worden dat toestemming van Buma/Stemra alleen het recht geeft om Er is alle reden om voorzichtig om te gaan met portretrechten en iedereen die in beeld komt om toestemming te vragen de muziek hoorbaar te maken voor internetgebruikers in Nederland en op de Antillen. Deze inmiddels bijna lachwekkende situatie dat het niet mogelijk is om de muziekrechten op één plaats te regelen voor het internet is helaas een realiteit. Wanneer de rechten in het land van herkomst én met de producent zijn geregeld is het risico op claims bij muziekgebruik in een MOOC overigens vermoedelijk beperkt. De muziekindustrie heeft wel ernstigere problemen aan het hoofd dan universitaire instellingen die de muziekrechten slechts in hun thuisland en met de (platen)producent hebben geregeld. Portretrechten Nét als in een film kan bij een MOOC ook het portretrecht een rol spelen. Het portretrecht is geen intellectueel eigendomsrecht en geen absoluut recht. Het portretrecht houdt in dat openbaarmaking van het portret van, kort gezegd, iemand die herkenbaar in beeld komt, niet geoorloofd is voor zoover een redelijk belang van den geportretteerde of, na zijn overlijden, van een zijner nabestaanden zich tegen de openbaarmaking verzet (art. 21 Auteurswet). Zo n redelijk belang kan een privacy-belang zijn of een commercieel belang. Voor zover het gaat om de docent of de docenten en studenten die willens en wetens hebben meegewerkt aan de MOOC geldt dat zij uiteraard geen redelijk belang hebben om zich te verzetten tegen het openbaar maken van de MOOC als MOOC. Zij wisten immers waar zij aan meededen. Dit zou in theorie anders kunnen zijn wanneer fragmenten of afbeeldingen uit de MOOC op een onvoorziene, geheel andere manier of in een geheel andere context al dan niet commercieel zouden worden hergebruikt. Dan zou een redelijk belang voor de geportretteerde die aan de MOOC heeft meegewerkt kunnen ontstaan. De kans daarop lijkt voorshands echter klein. Groter lijkt het risico dat de makers van een MOOC ervoor kiezen om de boel te verlevendigen door beelden van bekende Nederlanders of wereldsterren in een MOOC op te nemen. In dat geval zal in eerste instantie gesteld worden dat de educatieve en niet commerciële context ertoe leidt dat er geen redelijk belang is bij een gebruiksverbod of een vergoeding, maar zeker is dat niet. Goed verdedigbaar is dat het auteursrechtelijke citaatrecht hier naar analogie zou moeten worden toegepast. Zekerheid daaromtrent bestaat echter allerminst. Daarnaast bestaat een niet te verwaarlozen kans dat gebruik wordt gemaakt van portretten van onbekende personen, studenten of voorbijgangers die buiten hun wil en buiten hun medeweten onderdeel zijn geworden van een wereldwijd bekeken MOOC. Omdat er geen sprake is van een commerciële context en zolang er geen sprake is van enige negatieve context is naar Nederlands recht vermoedelijk niet snel sprake van schending van het portretrecht van iemand die in een MOOC figureert. Zodra er echter wel sprake is van enige negatieve context is een portretrechtelijke claim tamelijk snel te verwachten. Er is alle reden om voorzichtig om te gaan met portretrechten en iedereen die in beeld komt om toestemming te vragen, die om bewijsrechtelijke redenen het best schriftelijk kan worden vastgelegd. In de omroepwereld gebeurt dat door zogenaamde quit claims. Merkrechten Een andere vraag is in hoeverre het is toegestaan om merken of logo s te tonen in MOOCs (of andersoortige online colleges), bijvoorbeeld in een Powerpoint-presentatie. Het gebruik van afbeeldingen, waaronder logo s, kan een college duidelijker en levendiger maken. Het Europees merkenrecht staat dergelijk merkgebruik toe, althans voor zover daarbij rekening wordt gehouden met de gerechtvaardigde belangen van de merkhouder. Er rust een zogenaamde loyaliteitsverplichting op de gebruiker die bijvoorbeeld meebrengt dat het merk of het logo niet in een diffamerende context mag worden gebruikt. Het tonen van een pak Venz hagelslag of een blik UNOX erwtensoep in een online Powerpoint-presentatie over typisch Nederlandse eetgewoonten zal vermoedelijk geen grond opleveren voor de betreffende merkhouders om zich daartegen te verzetten. Een afbeelding van de golden arches van McDonald s op een PowerPoint-slide met kopje de veroorzakers in een online college over obesitas in de Westerse 2918 NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL. 42

13 wereld kan onder omstandigheden wel tot problemen leiden met de merkhouder. Het is goed verdedigbaar dat in een dergelijk geval de vrijheid van meningsuiting zou moeten prevaleren, 14 maar dat is niet zeker en een rechtszaak over een dergelijk kwestie in een bijvoorbeeld een Angelsaksisch land kan nogal een kostenpost zijn voor een universiteit. Denkbaar is dat dergelijk merkgebruik in een massive online college (met bijvoorbeeld meer dan deelnemers uit de hele wereld) extra schadelijk kan zijn voor de reputatie van de betreffende merkhouder. De onderwijsinstelling dient hier dus wel rekening mee te houden. 3. De platform provider Gezien het grootschalige en (potentieel) internationale karakter van MOOCs kiezen sommige onderwijsinstellingen ervoor samenwerkingen aan te gaan met zogenaamde platform providers: internationale aanbieders van gratis online cursussen. Er zijn verschillende professionele platform providers die MOOCs aanbieden, zoals edx (heeft partnerships met o.a. TU Delft, MIT en Harvard), Udacity en Coursera (Stanford, Yale, Columbia en sinds kort Universiteit Leiden). Via platform providers krijgen de onderwijsinstellingen toegang tot grote aantallen deelnemers uit de hele wereld. Daarnaast biedt een samenwerking met een platform provider allerlei technologische en functionele voordelen. Er kunnen echter ook auteursrechtelijke kwesties de kop opsteken waarop de onderwijsinstelling bedacht dient te zijn bij het aangaan van een samenwerking met een (externe) platform provider. Zo verdient het aanbeveling om heldere afspraken te maken over de rechten op een MOOC (die blijven bij voorkeur bij de onderwijsinstelling rusten), exclusiviteit, licentierechten met betrekking tot de cursusmaterialen, rechten op de user generated content enzovoort. Indien de betreffende platform provider een for-profit organisatie is, kan dit bovendien gevolgen hebben voor de hierboven besproken toepasbaarheid van het citaatrecht en de onderwijs-exceptie. Ook daarover dient de onderwijsinstelling zich goed te laten informeren. Daarnaast dient uiteraard goed gekeken te worden welke (algemene) voorwaarden dergelijke platform providers hanteren. 4. Conclusie MOOCs en andere audiovisuele onderwijsproducten die buiten de universiteit worden aangeboden zijn juridisch vergelijkbaar met speelfilms. Zodra het aanbod Engelstalig is, is de vergelijking op zijn plaats met internationale speelfilms gericht op een groot aantal landen. Auteursrechtelijk gezien is een MOOC een filmwerk, waarvan, tenzij anders overeengekomen, alle rechten bij de producent komen te liggen. In de meeste gevallen zal de onderwijsinstelling de producent zijn. Het vermoeden van overdracht ziet niet op het verwerken van voorbestaand materiaal in een MOOC. Voor het Het is nog allerminst duidelijk wat een marktconforme vergoeding zou zijn voor gebruik in een MOOC gebruik daarvan moeten de rechten goed geregeld worden. Dat is alleen anders als er een beperking op het auteursrecht op van toepassing is, zoals het citaatrecht. Wat dat betreft kan een MOOC belangrijk verschillen van een commerciële speelfilm. Vanwege het educatieve en non-profit karakter van een MOOC zal een veel ruimer beroep op het citaatrecht vermoedelijk mogelijk zijn. Maar zeker niet al het beeld- en geluidgebruik in een MOOC zal onder het citaatrecht te schuiven zijn. De inschakeling van for profit platform providers kan intussen weer afbreuk doen aan de toepasselijkheid van citaatrecht of nationale onderwijsexcepties. Het lijkt ook verstandig om portretrechtelijke problemen te voorkomen door ofwel alleen eigen mensen in beeld te brengen, danwel negatieve context te voorkomen of zogenaamde quit claims te gebruiken zoals in de omroepwereld gebruikelijk is. Bij het gebruik van bekende merken dient bedacht te worden dat het gebruik in een zwaar negatieve context ook tot internationale claims kan leiden. 13. Zie art. 16 Aw. 1. Als inbreuk op het auteursrecht op een werk van letterkunde, wetenschap of kunst wordt niet beschouwd de verveelvoudiging of openbaarmaking van gedeelten ervan uitsluitend ter toelichting bij het onderwijs, voor zover dit door het beoogde, niet-commerciële doel wordt gerechtvaardigd, mits: 1. het werk waaruit is overgenomen rechtmatig openbaar gemaakt is; 2. het overnemen in overeenstemming is met hetgeen naar de regels van het maatschappelijk verkeer redelijkerwijs geoorloofd is; 3. artikel 25 in acht wordt genomen; 4. Voor zover redelijkerwijs mogelijk, de bron, waaronder de naam van de maker, op duidelijke wijze wordt vermeld; en 5. aan de maker of zijn rechtverkrijgenden een billijke vergoeding wordt betaald. 14. Vgl. HR 15 juni 1990, NJ 1991/432, IEPT , McDonald s vs. Wolters- Noordhoff. NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL

14 2450 Wetenschap Politie-drones boven uw tuin? Het gaat gebeuren... Geert-Jan Knoops 1 These micro-drones will be the face of surveillance and crowd control in the coming drone age 2 Het zou van wijsheid getuigen om eerst alle potentiële juridische en ethische mijnenvelden gedegen in kaart te brengen alvorens het gebruik van drones met gejuich binnen te halen in onze (justitiële) wereld. Daarnaast is een bredere studie noodzakelijk van de implicaties van de politiële inzet van drones vanuit strafrechtelijk en Europees mensenrechtelijk perspectief. 1. Ergens vijf km boven Amsterdam... De ScanEagle drone vloog op vijf km hoogte boven Amsterdam. De foto s die het om de twee seconden maakte van de mensen die in hun achtertuinen aan het genieten waren van de najaarszon waren haarscherp. Op papier surveilleerde de ScanEagle boven Nederland om de orde en veiligheid te controleren. Echter, enkele maanden later werd een hele serie van de door deze drone gemaakte en opgeslagen foto s gebruikt door de nationale recherche in een grootschalig onderzoek naar wapenhandel. Enkele tientallen van de beelden werden getoond aan twee getuigen die mogelijke verdachten konden herkennen van een wapenleverantie in hartje Amsterdam in dat najaar. De getuigen kregen tientallen haarscherpe gezichten van mannen te zien die allen die bewuste dag vanaf vijf km hoogte waren gefilmd of gefotografeerd. Het zou tot de arrestatie van vijf personen leiden die nooit zouden weten hoe de politie bij hen uitkwam. Want op papier stelde de recherche slechts dat er uit betrouwbare informatie binnengekomen bij de CIE was gebleken dat deze vijf lieden betrokken waren bij een wapenleverantie... Feit of Fictie? Dit is een voorbeeld van een ontwikkeling zoals die zich niet alleen technologisch maar ook rechtspolitiek binnen afzienbare tijd (ook) in Nederland kan gaan voordoen. Op 12 september jongstleden vonden in de Tweede Kamer der Staten-Generaal ter voorbereiding van een later te houden plenair Tweede Kamerdebat zogeheten Rondetafelgesprekken plaats voor de Vaste commissie voor Veiligheid en Justitie waarbij een veertiental deskundigen op veiligheids-, privacy- en juridisch gebied waren uitgenodigd om hun visie te geven op de plannen van de Nederlandse politiek teneinde drones in de nabije toekomst te gaan inzetten voor politiële doeleinden. Voor diegenen die nog niet in detail zijn ingevoerd in het thema, zal alvorens op de juridische valkuilen van de politiële inzet van drones in te gaan, een korte inleiding worden gegeven over de technologische mogelijkheden die drones de overheid in de 21 ste eeuw bieden en zullen gaan bieden. De verwachting is dat over een aantal jaar drones met de omvang van een fruitvlieg in gebruik zullen worden genomen 2. Wat zijn en kunnen drones? De term Drones is in feite een simpele benaming voor Unmanned Aerial Vehicles (UAV). Waar het in het geval van een drone in principe gaat om onbemande gevechtsvliegtuigen, heeft Unmanned Aerial Vehicle een bredere connotatie. Dit laatste omvat het hele arsenaal aan onbemande vliegtuigen, waaronder dus ook spionage- en surveillancevliegtuigen. De eerste dronevlucht vond plaats in 1998 met de RQ-4A Global Hawk drone. Dit toestel had een lengte van 14,5 meter en een spanwijdte van 39,8 meter. 3 Tegenwoordig kunnen drones ter grootte van een insect worden ingezet. 4 Ook kunnen drones steeds meer autono NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL. 42

15 me beslissingen nemen. Zo kan de in de Verenigde Staten (VS) ontworpen X-47B drone automatisch opstijgen en landen en is het de bedoeling dat deze drone in de toekomst zelf kan beslissen om tot een aanval over te gaan. 5 De drone-technologie gaat zo snel dat de verwachting is dat over een aantal jaar drones met de omvang van een fruitvlieg in gebruik zullen worden genomen (Micro Air Vehicles, MAV). 6 Nog geavanceerder is de in de VS ontwikkelde mosquito micro air vehicle. 7 Deze drone, die in 2015 zal verschijnen, heeft de omvang van een mug en is uitgerust met camera en microfoon. Daarnaast is de mosquito drone in staat om door middel van een kleine beet welke zal aanvoelen als een muggenbeet DNA af te nemen. 8 Gaat het om de inzet van drones op het battlefield dan zijn de voordelen hiervan, boven conventionele wapens, evident. De Verenigde Staten schakelden in de afgelopen jaren meerdere high profile Al Qaida-leden uit door middel van drone-aanvallen in Pakistan. In Pakistan zijn in totaal 365 drone-aanvallen uitgevoerd, waarvan 45 onder President Bush in de periode en 316 onder President Obama in de periode 2009-heden. Waar onder Bush het aantal burgerslachtoffers relatief groot was, is dit onder Obama drastisch omlaag gegaan, vanwege de grotere precisie van de dronetechnologie. 9 Saillant detail is dat het aantal drone-aanvallen door de VS onder Obama in de periode wel vervijfvoudigde vergeleken met het Bush-tijdperk. 10 Eén van de meest bekende voorbeelden van de dodelijke inzet van drones was de uitschakeling door de CIA van Anwar Al Awlaki, een Amerikaans-islamitische Imam die door middel van een vanuit de Verenigde Staten geleide drone in oktober 2011 in een auto werd gedood samen met de Amerikaanse moslim Samir Khan. 11 Twee weken na deze aanval werd ook de 16-jarige zoon van Al Awlaki door middel van een drone-aanval gedood. Deze uitschakelingen leidden tot een rechtszaak in de VS tegen onder De juridische implicaties van de politiële inzet van drones raken een nog welhaast onontgonnen terrein meer de directeur van de CIA, toen nog Leon C. Panetta, aangespannen door de nabestaanden van Al Awlaki en Khan wegens een gestelde schending van het Vierde en Vijfde Amendement van de Amerikaanse Constitutie door de Amerikaanse overheid. Deze amendementen beschermen het recht tegen onredelijke doorzoekingen en inbeslagnames en het recht op een eerlijk proces. Eveneens werd door de nabestaanden aangevoerd dat de aanval een ongrondwettelijke daad vormde, een act of attainder, daar de officials van de uitvoerende macht aanstuurden op de dood op Al Awlaki zonder dat hij de bescherming van een gerechtelijke procedure kreeg. 12 Het vooraf schuldig verklaren van een persoon en hem voor dit misdrijf straffen zonder een gerechtelijke procedure, is, zo stelden de nabestaanden, onconstitutioneel. 13 Daarentegen voerde het Amerikaanse Justitie Departement als verweer aan dat de claim moet worden afgewezen omdat de inzet van drones political questions and national security aspects raakt terwijl de gedaagde partijen immuun zouden zijn. 14 Nadat in 2012 ook uit wetenschappelijke hoek veel kritiek kwam op de error rate van drones (die veel hoger bleek te liggen dan de CIA voorgaf) en er veel meer burgerslachtoffers in Pakistan en Afghanistan bleken te zijn gevallen door verkeerde inzet van drones dan de Amerikaanse overheid opgaf, groeide ook de internationale kritiek op dit drone-beleid van President Obama. Daarnaast bleef de CIA alsmede Obama in gebreke om de juridische grondslag en legitimatie van deze inzet door de VS van Auteur 1. Mr. G.G.J. Knoops is internationaal strafrechtadvocaat bij Knoops advocaten. Dit artikel is gebaseerd op een presentatie door de auteur over de strafrechtelijke implicaties omtrent de inzet van drones in Nederland tijdens het Tweede Kamer rondetafelgesprek d.d. 12 september 2013; de auteur is mw. mr. Elisa Sason en mw. mr. Evelyn Bell, juridisch medewerkers bij Knoops advocaten, dankbaar voor hun medewerking aan dit artikel. Geraadpleegd op 2 oktober re-drone-surveillance-swarms-cyborg- insect-drones; geraadpleegd op 2 oktober 2013; John W. Whitehead, Roaches, Mosquitoes and Birds: The Coming Micro-Drone Revolution, 17 april The Drone War in Pakistan, New America Foundation, net/drones/pakistan/analysis; geraadpleegd op 3 oktober Als twee uiterste voorbeelden kunnen 2006 en 2010 worden genomen: in 2010 kwamen 16 burgers om tijdens een drone-aanval, tegenover 788 militanten, in 2006 (onder Bush) kwamen 93 burgers om tegenover 1 militant. 10. Stanford/NYU Report, Living Under Drones; Death, Injury and Trauma to Civilians From US Drone Practices in Pakistan, september 2012, p. 40; geraadpleegd op 3 oktober Andrew Rafferty, American drone deaths highlight controversy, NBC News, 5 februari 2013, com/_news/2013/02/05/ american-drone-deaths-highlight-controversy?lite; geraadpleegd op 2 oktober Al Aulaqi vs. Leon C. Panetta, Complaint (Violation of Fourth and Fifth Amendment and Bill of Attainder Clause targeted killing): files/assets/tk_complaint_to_file.pdf; geraadpleegd op 2 oktober Al Aulaqui vs. Panetta Factsheet: Suit Seeks Accountability for Killings of Three Americans in U.S. Drone Strikes, The Center for Constitutional Rights, ccrjustice.org/learn-more/faqs/factsheet- TargetedKillings; geraadpleegd op 2 oktober Al-Aulaqi vs. Leon C. Panetta, Oral argument on Defendants Motion to Dismiss, Oral%20Argument%20on%20 Defendants%E2%80%99%20Motion%20 to%20dismiss.pdf, 19 juli 2013; geraadpleegd op 2 oktober Robert Sparrow, Killer Robots, 24 Journal of Applied Philosophy (2007), p. 65; zie ook G.G.J. Knoops, Legal, Political and Ethical Dimensions of Drone Warfare under International Law: A Preliminary Survey, International Criminal Law Review, , p Steven N. Fry, Experimental Approaches Toward a Functional Understanding of Insect Flight Control, in Dorio Floreano, Jean-Christophe Zufferey, Mandayam V. Srinivasan and Charlie Ellington (Eds.), Flying Insects and Robots, Heidelberg: Springer-Verlag 2009, p US military developing insect surveillance drones, Press TV, 28 juli 2012, presstv.ir/detail/2012/07/28/253223/usdeveloping-robot-mosquito-spy-drones/; geraadpleegd op 2 oktober Ms. Smith, The Future of Drone Surveillance: Swarms of Cyborg Insect Drones, Network World, 18 juni 2012, networkworld.com/community/blog/futu- Noten 2. John W. Whitehead, Roaches, Mosquitoes and Birds: The Coming Micro-Drone Revolution, 17 april United States Air Force Fact Sheet: RQ-4 Global Hawk, FactSheets/Display/tabid/224/Article/104516/rq-4-global-hawk.aspx, 16 oktober Geraadpleegd op 2 oktober AeroVironment Nano Hummingbord, 7 juni NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL

16 Wetenschap drones in landen als Pakistan, Afghanistan en Jemen, te duiden. Want, mocht dit wel zonder toestemming van dergelijke landen? En was in die landen sprake van een gewapend conflict met de Verenigde Staten, dertien jaar na 9-11? Mogen de Verenigde Staten zomaar (ook) eigen onderdanen als Al Awlaki in derde landen doden zonder vorm van een terrorismeproces? 15 Het waren (en zijn) allemaal vragen waar de Amerikaanse autoriteiten tot dusverre weinig overtuigende antwoorden op gaven. 16 Mede onder deze druk bracht Obama in 2013 het aantal drone-aanvallen aanmerkelijk terug: in 2013 lag het aantal drone-aanvallen in Pakistan nog maar op 19 vergeleken met de 48 in 2012, de 73 in 2011 en de 122 in Gaat het om operaties met drones door politie en justitie (in Nederland), dan is nog veel onbekend. Blijkens een brief van 6 september 2013 van het College van procureurs-generaal aan de Tweede Kamer, ten behoeve van de genoemde Rondetafelgesprekken, is de zogeheten Raven drone tot dusverre in circa twintig verschillende strafrechtelijke onderzoeken ingezet. In drie à vier gevallen hebben de beelden van de Raven aldus het college hennepplantages opgespoord door middel van warmtebronnen. De Raven drone vliegt op slechts 300 meter hoogte en is in staat om warmtebronnen op te sporen, maar kan nog geen precieze persoonsherkenning maken. Dit laatste is wél mogelijk met de ScanEagle drone. Deze drone kan op een hoogte van zo n vijf km beelden maken van personen welke beelden voor identificatiedoeleinden gebruikt kunnen worden. De verwachting is dat binnen afzienbare termijn door de Nederlandse justitie gebruik zal worden gemaakt van deze drone daar deze ook al sinds kort in gebruik is bij Defensie. 18 Echter, de juridische implicaties van de politiële inzet van drones raken een nog welhaast onontgonnen terrein. 3. Vier juridische valkuilen ter zake van de inzet van drones door justitie Kunnen we dit soort technologieën in Nederland zomaar inzetten vanuit juridisch perspectief? Dit was de vraag waarover de Tweede Kamer zich onder meer boog op 12 september Om deze vraag te beantwoorden moet men eerst nagaan of het huidige juridisch kader al voorziet in deze inzet van drones door justitie Het grijze gebied tussen controle versus opsporing En hier stuiten we op een eerste lastig probleem: het grijze gebied tussen controle en opsporing. Bepaalde overheidsinstanties, zoals bijvoorbeeld de Belastingdienst, mogen burgers op ieder moment controleren zonder dat er een vermoeden behoeft te bestaan dat de burger in kwestie een strafbaar feit heeft begaan. Voor opsporing is er een concrete verdenking nodig. Maar waar ligt de Bird with eyes Hollandse Hoogte grens? Wanneer gaat controle in opsporing over? En wie controleert dit? Voor de inzet van drones betekent dit dat onze overheid drones mag inzetten zolang men maar niet stelt dat er een concrete verdenking tegen iemand bestaat. Want dan gaan er andere regels gelden die meer waarborgen bieden voor de rechts- en privacybescherming van de verdachte burger. Dit grijze gebied tussen controle en opsporing biedt dus ruimte voor oneigenlijk gebruik van drones; zolang de overheid maar blijft volhouden dat men drones boven Nederland inzet om te controleren (of ter naleving van belastingwetten of ter handhaving van de openbare orde, zoals toezicht vanuit de lucht op voetbalwedstrijden), kan die overheid in feite ongebreideld de strafrechtelijke bescherming voor de burger omzeilen. Mag dit zomaar? Ja en nee. Dat maakt de inzet van drones nog diffuser. Ja omdat de Hoge Raad eerder in het Geweerarrest 19 en later opnieuw in het arrest Controle Zigeunervrouwen 20 bepaalde dat als de overheid eenmaal met controle bezig is en tijdens deze controle stuit op eventuele strafbare feiten, men die op grond van controlebevoegdheden mag gaan opsporen c.q. dit mag overlopen in opsporing. Controle mag dan, anders gezegd, worden voortgezet in opsporing. Nee omdat als deze controle uitsluitend plaatsvindt om er een strafbaar feit mee op te sporen terwijl men weet dat er geen redelijk vermoeden van schuld voorligt en men deze verdenking dus bewust 2922 NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL. 42

17 Indien dit grensgebied niet goed (wettelijk) is geregeld, kan de inzet van drones ook de ontvankelijkheidsvraag van het Openbaar Ministerie raken wil creëren door middel van controle dit handelen van de overheid détournement de pouvoir (misbruik van bevoegdheid) kan opleveren. In het Geweerarrest is de leer van de voortgezette toepassing van bevoegdheden door de Hoge Raad erkend. Deze leer houdt in dat indien bij een politieambtenaar tijdens de rechtmatige uitoefening van zijn taken op basis van de Politiewet of enig andere bijzondere wet (zoals in deze zaak de Drankwet) het redelijke vermoeden ontstaat dat een strafbaar feit wordt begaan, hij de aan hem toegekende opsporingsbevoegdheden mag uitvoeren. Hierdoor kan zijn controlerende bevoegdheid overgaan in strafrechtelijke opsporing nadat een (op grond van controle tot stand gekomen) verdenking is ontstaan. In het Controle Zigeunervrouwen-arrest oordeelde de Hoge Raad dat het bestaan van een redelijk vermoeden dat iemand zich schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit, niet in de weg staat aan het uitoefenen van controlebevoegdheden door politieambtenaren, mits daarbij tegenover de verdachte de aan deze als zodanig toekomende waarborgen in acht worden genomen. 21 In deze zaak was de politie op grond van de Wegenverkeerswet (WVW) 1994 bevoegd om het stopteken te geven en verdachte, als bestuurster van de auto, naar haar rijbewijs te vragen. Hierin lag besloten dat de betrokken politieambtenaren deze bevoegdheid in ieder geval mede hadden uitgeoefend om de naleving van de WVW 1994 te controleren. Uit dit arrest volgt verder dat de controlebevoegdheid niet uitsluitend kan worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor deze is verleend, zoals voor het (bewust) verrichten van opsporingshandelingen. En dit kan dan mogelijk leiden tot het verspelen van het vervolgingsrecht tegen de betreffende verdachten door de overheid. Derhalve, indien dit grensgebied niet goed (wettelijk) is geregeld, kan de inzet van drones dus ook de ontvankelijkheidsvraag van het Openbaar Ministerie raken. Hier ligt dus ook een direct belang voor de overheid zelf om een en ander goed te reguleren c.q. te doordenken De Wet BOB en Drones: een lacune? Tijdens het genoemde Tweede Kamerdebat stelde de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) dat de inzet van drones is geregeld in ons Wetboek van Strafvordering: De inzet van drones voor een strafrechtelijk onderzoek is nader geregeld in het Wetboek van Strafvordering en wordt begrensd door de Wet Politiegegevens en de Aanwijzing opsporingsbevoegdheden. 22 Echter, een tweede probleem ligt precies ook in deze laatste aanname: de huidige strafwetgeving kent juist geen expliciete regeling voor de inzet van drones als opsporingsmethode. Sinds 1 februari 2000 kent Nederland de Wet bijzondere opsporingsbevoegdheden (Wet BOB). In deze wet heeft de wetgever onder meer neergelegd wanneer justitie bijvoorbeeld gebruik mag maken van infiltratie of stelselmatige observatie van verdachten. Echter, hierin vindt men geen regeling van inzet van drones. Stelselmatige observatie in verband met misdrijven (in georganiseerd verband) mag volgens onze wetgever weliswaar met technische hulpmiddelen worden uitgevoerd maar het bevel daartoe kan slechts voor een beperkte periode worden gegeven door de Officier van Justitie. 23 De wetgever had blijkens de wetsgeschiedenis niet het oog op een qua tijdsduur permanente vorm van observatie die met de inzet van drones gemoeid kan zijn: Voor observatie met gebruik van een technisch hulpmiddel geldt het volgende. Betreft het een zintuigversterkend hulpmiddel, zoals een verrekijker, of een camera die als oog fungeert (dus zonder te registreren) dan gelden hiervoor geen bijzondere voorwaarden. Betreft het observatie van een persoon met behulp van een technisch hulpmiddel dat over een kortere of langere periode signalen registreert, dan moet dit in beginsel worden beschouwd als stelselmatige observatie. Hieronder valt niet het incidenteel maken van een of enkele foto s. De registratie van beelden of bewegingen van een persoon met een technisch hulpmiddel is ingrijpender dan het waarnemen van beelden of bewegingen door een opsporingsambtenaar, die daarvan achteraf verslag doet. Een registratie maakt namelijk mogelijk op elk moment een exacte en volledige weergave te geven van hetgeen is waargenomen. Ook is het 15. Zie voor verdere beschouwing hierover: G.G.J. Knoops, Legal, Political and Ethical Dimensions of Drone Warfare under International Law: A Preliminary Survey, International Criminal Law Review, , p ; G.G.J. Knoops, Drones at Trial: State and Individual (Criminal) Liabilities for Drone Attacks, International Criminal Law Review 14/1 2013, in press. ed killing: small steps forward on Transparency, Still No Accountability, 18 juli 2013, para. 11, https://www.aclu.org/blog/national-security-human-rights/year-targetedkilling-small-steps-forward-transparencystill-no; geraadpleegd op 3 oktober The Drone War in Pakistan, New America Foundation, geraadpleegd op 2 oktober ScanEagle spioneert onzichtbaar, NOS, 26 juni 2013, scan-eagle-spioneert-onzichtbaar.html; geraadpleegd op 1 oktober HR 2 december 1935, NJ 1936/250. VNG, p Art. 126o jo. 126s Sv. NB: art. 126g Sv ziet op de stelselmatige observatie in geval van verdenking van een misdrijf (aldus niet gepleegd in georganiseerd verband). Het bevel tot observatie wordt in dit geval gegeven voor een periode van ten hoogste drie maanden. 20. HR 21 november 2006, NJ 2006/ HR 21 november 2006, NJ 2006/653, r.o Rondetafelgesprek: Drones. Tweede Kamer der Staten-Generaal. Gespreksnotitie 16. Zie ook: Noa Yachot, A year in Target- NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL

18 Wetenschap mogelijk in een registratie gericht te zoeken op tijd en plaats. Indien in de praktijk behoefte blijkt te bestaan aan een nadere concretisering van het begrip stelselmatige observatie, zal daarin door middel van een richtlijn worden voorzien. 24 Het lijkt evident dat het gebruik maken van drones door politie niet alleen valt onder stelselmatige observatie, maar zelfs verdergaat nu het om een nóg preciezere en ingrijpender vastlegging van personen gaat. Ook het College van procureurs-generaal is, blijkens een recente notitie over dit thema, nog niet volledig overtuigd dat de huidige wettelijke grondslag voldoende is voor de inzet van drones: Zodra in de toekomst sprake zal zijn van een nieuw opsporingsmiddel dat een betekenisvolle inbreuk maakt op de privacy van verdachten of andere betrokkenen, behoeft een dergelijk middel naar het oordeel van het OM een wettelijke verankering binnen het Wetboek van Strafvordering. Soms zijn de grenzen moeilijk te trekken, niet in de laatste plaats omdat technische ontwikkelingen vaak sneller gaan dan het opstellen van een protocol, het certificeren van technische hulpmiddelen of het maken van nieuwe wetten. Het OM is van oordeel dat innovatieve middelen moeten kunnen worden ingezet, mits daarbij zorgvuldige afwegingen ten aanzien van inbreuken op rechten worden gemaakt en deze inbreuken bovendien voldoende toetsbaar zijn, aldus het College. 25 Gebruik van drones is zeker een nieuw middel dat stellig een betekenisvolle inbreuk op de privacy van mensen maakt. De conclusie is gerechtvaardigd dat, om de inzet van drones als opsporingsmiddel mogelijk te maken, nieuwe wetgeving noodzakelijk zal zijn zoals het College van procureurs-generaal al impliciet aangeeft temeer nu het hier gaat om een qua intensiteit niet eerder vertoonde privacy-ingrijpende methodiek Drones: Hoge Raad-proof? Dat de inzet van drones voor politiële doeleinden zonder nadere regulering een spanningsveld met het Nederlands recht kan opleveren, volgt (impliciet) uit een arrest van de Hoge Raad van 13 november Hierin stelde de Hoge Raad vast dat observaties waarvoor geen machtiging ex artikel 126g Sv was verstrekt, jegens de verdachte c.q. jegens de geobserveerde onrechtmatig kunnen zijn indien zij in verband met de plaats waar zij zijn uitgevoerd, de duur, intensiteit en frequentie ervan, alsmede het gebruik van technische hulpmiddelen, geschikt zijn om een min of meer compleet beeld te verkrijgen van bepaalde aspecten van het persoonlijk leven van de betrokkene. 27 Uit het arrest van de Hoge Raad kan worden afgeleid dat indien observaties dit karakter hebben, artikel 2 Politiewet en artikel 141 Sv daarvoor geen legitimatie kunnen bieden. Voor de inzet van drones is relevant, de overweging van de Hoge Raad dat hierbij meegewogen moet worden of de observaties slechts in een bepaald gebied en kortstondig 28 worden uitgevoerd. Deze twee elementen lijken zich bij de inzet van drones boven Nederland zonder wettelijke beperking juist wél voor te doen. De Hoge Raad merkt in dit kader verder op dat bij dergelijke kortstondige en beperkte observaties, het ontbreken van een verdenking ex artikel 27 Sv, niet meebrengt dat deze observaties onrechtmatig zijn. 29 Maar als observaties niet kortstondig en beperkt zijn en deze leiden tot een verdenking ex artikel 27 Sv en vervolgens tot voortgezette opsporingsmethoden of bevoegdheden, ligt de mogelijkheid open dat deze observaties wel onrechtmatig zouden kunnen zijn, zo kan uit het arrest van de Hoge Raad impliciet worden afgeleid. 30 Deze redenering kan ook strafprocessuele gevolgen hebben zonder dat hiervoor is voorzien in een uitdrukkelijke wettelijke regeling en controle op inzet daarvan. Ditzelfde lot viel al eerder ten deel aan het gebruik van de zogeheten stealth sms jes als opsporingsmiddel. 31 Ofschoon s lands hoogste rechtscollege in r.o overweegt dat het gebruik van dergelijke observaties indien behoorlijke verslaglegging ontbreekt, op zichzelf nog niet kan leiden tot niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie, 32 geeft deze uitspraak wel een indicatie van het lot dat drones voor politiële doeleinden mogelijk kan treffen. Aan de andere kant, in het licht van het arrest van de Hoge Raad van 19 februari is het de vraag of het onrechtmatig inzetten van drones voor opsporing, doordat de privacy van burgers ernstig wordt aangetast, zonder meer in de toekomst tot sanctionering zal kunnen leiden. De Hoge Raad bepaalde hierin namelijk dat bewijsuitsluiting zich slechts in zeer uitzonderlijke situaties kan voordoen waarbij het betreffende vormverzuim zo zeer bij herhaling voorkomt dat het structurele karakter daarvan uit objectieve gegevens vast is komen te staan én wanneer de verantwoordelijke autoriteiten onvoldoende inspanningen hebben geleverd om de inbreuk te voorkomen. 34 Zonder een precieze wettelijke regulering van drone-inzet zou dit wel eens op gespannen voet kunnen komen te staan met privacyrechten Met andere woorden, sanctionering van politieoptreden kan in bijzondere gevallen als educatieve maatregel 35 worden opgelegd, te weten als de politie blijk heeft gegeven herhaaldelijk zich aan inbreuken op de rechten van burgers te hebben schuldig gemaakt en de sanctie van niet-ontvankelijkheid nodig is om dit soort onrechtmatigheden in de toekomst te voorkomen. De enkele inzet van drones voor opsporing, terwijl de politie bijvoorbeeld de criteria hiervoor indien deze zouden bestaan herhaaldelijk zou schenden, zou dus niet voldoende zijn voor sanctionering: de verdediging moet aantonen dat dit dan structureel op foutieve basis heeft plaatsgevonden NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL. 42

19 3.4. Drones: Straatsburg-proof? Een vierde (mogelijk) juridisch obstakel waar de wetgever nog niet (voldoende) over heeft nagedacht ziet op de kwestie van de opslag en het bewaren van de privacygevoelige informatie die door middel van drone-observaties wordt verkregen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan vragen als: Wat gaat de overheid doen met deze straks miljarden beeldopnames? Er zal parallel aan de DNA-databank of parallel aan het opnemen en bewaren van camerabeelden ongetwijfeld een drone-beelden databank gaan ontstaan want anders heeft deze inzet voor justitie weinig zin. Dit betekent dat al onze bewegingen die wij 24/7 maken niet alleen zonder dat we dit weten c.q. kunnen voorzien permanent gemonitord kunnen gaan worden maar ook permanent via een databank ter beschikking van justitie kunnen komen te staan. Zodoende kan justitie dit materiaal vrijelijk gebruiken als identificatiemiddel in strafzaken zoals in het hierboven beschreven wapenleverantie voorbeeld. Zonder een precieze wettelijke regulering van drone-inzet zou dit wel eens op gespannen voet kunnen komen te staan met privacyrechten. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) dat zich tot dusverre niet over een dergelijke drone-gerelateerde vraag uitliet heeft in een min of meer soortgelijke situatie met cameratoezicht in een politiebureau, een uitspraak gedaan die ook voor de toelaatbaarheid van de inzet van drones (zoals voorgenomen in Nederland) van belang kan zijn. In deze zaak, Perry vs. UK, 36 oordeelde het EHRM dat het recht op privacy was geschonden toen de politie zonder dat de verdachte het wist videobeelden en foto s van hem op het politiebureau maakte 37 voor identificatiedoeleinden en deze beelden daarna voor bewijsdoeleinden voorlegde aan meerdere getuigen die de verdachte moesten herkennen als onderdeel van de bewijsvoering tegen hem. Twee getuigen herkenden Perry als verdachte van meerdere overvallen. Ofschoon de hoogste autoriteiten voor deze methode toestemming gaven, Een drone-operator voelt misschien minder de implicaties van zijn handelingen dan wanneer hij zelf daadwerkelijk in het oorlogsgebied aanwezig is oordeelde het EHRM dat deze gang van zaken onrechtmatig was. Het EHRM meende dat het normale gebruik van beveiligingscamera s in openbare straten of in gebieden zoals winkelcentra geen strijd met artikel 8 lid 1 EVRM opleveren daar zij daar een legitiem en voorzienbaar doel dienen. 38 In de Perry-zaak concludeerde het EHRM echter dat de inbreuk op artikel 8 lid 1 EVRM niet gerechtvaardigd kon worden op basis van de uitzonderingsexceptie van artikel 8 lid 2. Hierbij werd getoetst of de inbreuk in accordance with the law was, wat ten eerste inhoudt dat de maatregel een degelijke basis moet hebben in de nationale wetgeving en ten tweede dat deze toegankelijk moet zijn voor de persoon die het betreft. 39 Hoewel in de Perryzaak een juridische basis voor de inbreuk in de nationale wetgeving bestond, voldeed de maatregel niet aan de vereisten van het verdrag. De methode was aldus voor de ver- 24. MvT, Kamerstukken II 1996/97, 29. HR 13 november 2012, volgens het hof sprake van een onherstel- 34. HR 19 februari 2013, , nr. 3, p. 27. ECLI:NL:PHR:2012:BW9338, NJ 2013/413, baar vormverzuim welke echter niet van ECLI:NL:PHR:2013:BY5321, r.o Gespreksnotitie OM Rondetafelgesprek r.o , Uit het zojuist overwogene vloeit dien aard was dat hieraan enig rechtsgevolg 35. HR 3 juli 2012, NJ 2013/175, m.nt. over onbemande luchtvaartuigen, College voort dat het ontbreken van een verdenking verbonden behoefde te worden. Bleichrodt, onder punt 6. van procureurs-generaal, 6 september in de zin van art. 27 Sv niet meebrengt dat 32. HR 13 november 2012, 36. ECHR, 17 oktober 2003, Case of Perry 26. HR 13 november 2012, dergelijke kortstondige en beperkte observa- ECLI:NL:PHR:2012:BW9338, NJ 2013/413, vs. The United Kingdom, appl. no. ECLI:NL:PHR:2012:BW9338, NJ 2013/413. ties onrechtmatig zijn aangevangen. r.o : De enkele omstandigheid dat de 63737/ HR 13 november 2012, 30. HR 13 november 2012, aard, duur en intensiteit van observaties bij 37. ECHR, 17 oktober 2003, Case of Perry ECLI:NL:PHR:2012:BW9338, NJ 2013/413, ECLI:NL:PHR:2012:BW9338, NJ 2013/413, gebreke van behoorlijke verslaglegging niet vs. The United Kingdom, appl. no. r.o r.o kan worden gecontroleerd, zodat de moge /00, r.o Perry zat voor een 28. HR 13 november Vergelijk met de uitspraak van het lijkheid is opengebleven dat die observaties, ander misdrijf vast en werd vanuit de ECLI:NL:PHR:2012:BW9338, NJ 2013/413, Gerechtshof s-hertogenbosch, 20 juni zoals de verdediging heeft gesteld, zonder gevangenis overgebracht naar een politie- r.o : Indien dat niet het geval is, kan 2013, ECLI:NL:GHSHE:2013:2579, waarin toereikende wettelijke grondslag een méér bureau. Aan Perry werd meegedeeld dat dit de met het observeren samenhangende het hof in onderdeel D.4. en E. aangaf dan beperkte inbreuk op de persoonlijke gebeurde vanwege identificatiedoeleinden inbreuk op de persoonlijke levenssfeer als zo Gelet op de voornoemde risico s voor de levenssfeer van de verdachte hebben en het afnemen van verhoren. Hij weigerde beperkt worden beschouwd dat de algeme- integriteit en beheersbaarheid van de gemaakt, kan niet de gevolgtrekking wetti- aan een Oslo-confrontatie mee te doen ne taakomschrijving van opsporingsambte- opsporing, mede bezien in het licht van de gen dat in het onderhavige geval een ernsti- maar er werden alsnog door een speciaal naren, neergelegd in art. 2 Politiewet 1993 potentie van de stealth sms om een beteke- ge inbreuk is gemaakt op beginselen van een afgestemde camera foto s en video s van en art. 141 Sv, daarvoor voldoende legitima- nisvolle inbreuk te maken op de privacy van behoorlijke procesorde en daardoor doelbe- hem gemaakt. tie biedt. Dit zal in het bijzonder het geval de betreffende verdachte c.q. de GSM-dra- wust of met grove veronachtzaming van de 38. ECHR, 17 oktober 2003, Case of Perry zijn indien de observaties slechts in een ger, acht het hof een bijzondere wettelijke belangen van de verdachte tekort is gedaan vs. The United Kingdom, appl. no. bepaald gebied kortstondig worden uitge- grondslag voor het gebruik van deze aan diens recht op een eerlijke behandeling 63737/00, r.o. 40. voerd, naar aanleiding van omstandigheden opsporingsmethode noodzakelijk.( ). Art. van zijn zaak als zojuist bedoeld. 39. ECHR, 17 oktober 2003, Case of Perry waaruit redelijkerwijs een verhoogde kans op 2 Politiewet en art. 141/142 Sv vormen 33. HR 19 februari 2013, vs. The United Kingdom, appl. no. strafbare feiten kan worden afgeleid. geen wettelijke grondslag. Hierdoor was ECLI:NL:PHR:2013:BY /00, r.o. 45. NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL

20 Wetenschap Hiermee is niet gezegd dat de inzet van drones door politie voor opsporing in de toekomst per se in strijd is met het EVRM, maar wel dat een dergelijke inzet zonder nadere regulering op zijn minst vragen zal kunnen oproepen. Een wettelijke regulering van de politiële inzet van drones lijkt dus gewettigd. Een dergelijke regulering zal ook moeten stilstaan bij de rechtspraak van het EHRM en de mensenrechtelijke kaders die dit heeft ontwikkeld als het gaat om inbreuken op privacyrechten Drones en particulieren Tot slot, het gebruik van drones in Nederland door justitie roept ook een andere vraag op. Blijkens het genoemde Tweede Kamer Rondetafelgesprek is de verwachting dat ook burgers zich kunnen gaan bedienen van drones. 43 Gesteld dat burgers zelf drones gaan gebruiken en vervolgens de hiermee gemaakte beelden in bezit van politie en justitie komen; mogen dergelijke beelden als startinformatie worden gebruikt c.q. als bewijs? Mogelijk doet zich dan de vergelijking voor met de situatie die aan de Hoge Raad werd voorgelegd in het zogeheten Babyfoon-arrest. 44 Hierin verstrekte een particulier (de buren van verdachte) aan de politie geluidsopnames van gesprekken die de buren hadden opgenomen via een babyfoon van die verdachte. Het gebruikmaken hiervan werd door de Hoge Raad toelaatbaar geacht nu de politie zelf niet actief betrokken was geweest hierbij c.q. hiervan niet tevoren had geweten. Bij het gebruik van drones door particulieren kan dit anders komen te liggen indien de overheid de inzet van drones door particulieren faciliteert c.q. reguleert. dachte niet alleen ontoegankelijk maar ook onvoorzienbaar. Dat de eisen van toegankelijkheid en voorzienbaarheid van inbreuken op privacy rechten van burgers door opnemen van camera beelden door het EHRM strikt worden geïnterpreteerd (ten voordele van de burger) volgt ook uit een EHRM-arrest dat aan de Perry zaak voorafging. In Hewitt and Harman vs. The United Kingdom 40 ging het om twee politici die beiden door de Britse Security Service in de gaten werden gehouden. Ook in die zaak concludeerde het EHRM dat de privacy rechten van artikel 8 lid 1 EVRM geschonden waren omdat de inmenging in de privélevens van de politici niet in accordance with the law was, daar geen juridisch raamwerk bestond omtrent de wijze en mate waarop deze geheime surveillance activiteiten verricht mochten worden. 41 Het EHRM benadrukt dat dergelijke wetgeving of regulering adequately accessible en eveneens foreseeable dient te zijn. 42 Bij de onzichtbare inzet van drones voor opsporingsdoeleinden (al dan niet onder het mom van controle ) kan zich ook een vorm van ontoegankelijkheid en onvoorzienbaarheid voordoen. Men kan immers niet op het gehele grondgebied van Nederland bordjes plaatsen met de tekst: Geachte burger, hierboven u vliegen drones die u filmen... En indien dergelijke bordjes worden opgehangen, dan valt het te betwijfelen of dit de inzet toegankelijk en voorzienbaar maakt voor een verdachte. Is het voorzienbaar wanneer burgers overal kunnen worden bespioneerd, maar nooit precies weten waar en wanneer drone-camera s rondvliegen, filmen of uitgelezen worden? 4. Ethische dimensies Naast de vier juridische obstakels die deze politiële inzet met zich brengt, rijzen er ook ethische vragen; de inzet van seek-and-destroy drones door de Verenigde Staten op de battlefield (lees: Afghanistan en noordwest-pakistan) leidt zo blijkt uit onderzoek tot een lagere psychologische drempel bij een drone-operator om mensen te doden via een simpele druk op de knop. 45 Een drone-operator werkzaam vanachter een computerscherm ver van het oorlogsgebied voelt misschien minder de implicaties van zijn handelingen dan wanneer hij zelf daadwerkelijk in het oorlogsgebied aanwezig is. Recent onderzoek heeft daarnaast aangetoond dat drone-operators lijden onder emotionele uitputting, vanwege hun lange en monotone werkdagen. Dit vergroot het risico op een burn-out en ongelukken. 46 De drone-inzet door de VS heeft ook de scheidslijn tussen civiele- en militaire-operaties vervaagd. Drones werden in de VS tot voor kort vaak ingezet door de CIA, wiens burgerpersoneel aan andere regels is onderworpen dan militairen werkzaam voor het leger (rechtshandhaving versus oorlogsvoering). 47 Bovendien wordt het gebruik van drones in het kader van CIA-operaties niet gezien als een oorlog in de traditionele zin van het woord, waardoor strikte juridische procedures omtrent oorlogsvoering kunnen worden omzeild. 48 Hetzelfde dilemma kan opspelen bij de politiële inzet van drones. De scheidslijn tussen surveillerende en strafrechtelijke politiële inzet van drones zal dun en vooralsnog onduidelijk zijn. Bovendien zal de verleiding groot zijn bij 2926 NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL. 42

Inleiding tot het auteursrecht. Lucie Guibault 30 september 2011

Inleiding tot het auteursrecht. Lucie Guibault 30 september 2011 Inleiding tot het auteursrecht Lucie Guibault 30 september 2011 Inhoud Verkrijgen van rechten Auteursrechthebbende Het werk Omvang van rechten Morele rechten Beperkingen op het auteursrecht 2 Het Auteursrecht

Nadere informatie

Auteursrecht voor Wikipedianen. WCN 2013 Sjo Anne Hoogcarspel Klos Morel Vos & Schaap

Auteursrecht voor Wikipedianen. WCN 2013 Sjo Anne Hoogcarspel Klos Morel Vos & Schaap Auteursrecht voor Wikipedianen WCN 2013 Sjo Anne Hoogcarspel Klos Morel Vos & Schaap Internationale regelingen Nederlandse boekverkopers miljoenen verdienen omdat de Fransen vlug van geest zijn (Voltaire)

Nadere informatie

Nieuwsflits praktijkgroep Technologie, Media en Entertainment

Nieuwsflits praktijkgroep Technologie, Media en Entertainment Nieuwsflits praktijkgroep Technologie, Media en Entertainment Geachte heer, mevrouw, Hierbij ontvangt u de 3 e nieuwsflits van onze praktijkgroep Technologie, Media en Entertainment. Met deze digitale

Nadere informatie

Recht en innovatie - Video in het onderwijs -

Recht en innovatie - Video in het onderwijs - presentatie op de themamiddag Video in het onderwijs op 4 maart 2010 Hogeschool Windesheim te Zwolle Recht en innovatie - Video in het onderwijs - Jaap Dijkstra Faculteit Rechtsgeleerdheid Rijksuniversiteit

Nadere informatie

Auteurs(contracten)recht

Auteurs(contracten)recht Auteurs(contracten)recht Een korte inleiding Vera van Buitenen Auteursrecht Het uitsluitend recht van de maker van een werk van letterkunde, wetenschap of kunst om dit openbaar te maken en te verveelvoudigen,

Nadere informatie

Richtlijnen maken en gebruiken (portret)foto s

Richtlijnen maken en gebruiken (portret)foto s Richtlijnen maken en gebruiken (portret)foto s Samengesteld door de centrale schoolleiding: januari 2008 Goedgekeurd door de kerndirectie: april 2008 Bestuur/CSL februari 2008 RICHTLIJNEN MAKEN EN GEBRUIKEN

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2015 257 Wet van 30 juni 2015 tot wijziging van de Auteurswet en de Wet op de naburige rechten in verband met de versterking van de positie van de

Nadere informatie

Auteursrechten en digitale muziek. NVMB-netwerkbijeenkomst 27.11.2014

Auteursrechten en digitale muziek. NVMB-netwerkbijeenkomst 27.11.2014 Advocaten en notarissen Auteursrechten en digitale muziek NVMB-netwerkbijeenkomst 27.11.2014 Programma Auteursrecht in een notendop Hoofdregels Enkele uitzonderingen Specifieke aandachtspunten bij digitaliseren

Nadere informatie

Artikel 2. Overdracht en licentie (algemeen)

Artikel 2. Overdracht en licentie (algemeen) Artikel 2. Overdracht en licentie (algemeen) 1. Het auteursrecht gaat over bij erfopvolging en is vatbaar voor gehele of gedeeltelijke overdracht. 2. De maker, of zijn rechtverkrijgende, kan aan een derde

Nadere informatie

Recht week 1 15-4-2013

Recht week 1 15-4-2013 Recht week 1 15-4-2013 Intellectueel eigendomsrecht * Uitsluitend recht van de mens op de producten van zijn denkarbeid * Geestelijk eigendom (want gaat over wat je denkt, eigenaar van eigen ideen) * een

Nadere informatie

Nijmegen, 9 maart 2010 Betreft: aanvullend advies inzake erfdienstbaarheid Maliskamp

Nijmegen, 9 maart 2010 Betreft: aanvullend advies inzake erfdienstbaarheid Maliskamp Mr. P.H.A.M. Peters Hoff van Hollantlaan 5 Postbus 230 5240 AE Rosmalen Nijmegen, 9 maart 2010 Betreft: aanvullend advies inzake erfdienstbaarheid Maliskamp Geachte heer Peters, Bij brief van 12 november

Nadere informatie

AUTEURSRECHTEN IN DE DIGITALE LEEROMGEVING

AUTEURSRECHTEN IN DE DIGITALE LEEROMGEVING AUTEURSRECHTEN IN DE DIGITALE LEEROMGEVING Website http://www.bibliotheek.leidenuniv.nl/onderwijs onderzoek/auteursrechteninformatiepunt/voor docenten/ Vuistregels 1. Linken mag altijd! Linken naar artikelen,

Nadere informatie

Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD

Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD EUROPESE COMMISSIE Brussel, 4.3.2013 COM(2013) 109 final 2013/0065 (NLE) Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende de ondertekening, namens de Europese Unie, van het Verdrag van de WIPO inzake

Nadere informatie

De aansprakelijkheidsverzekering

De aansprakelijkheidsverzekering De aansprakelijkheidsverzekering Dit boek is het achtste deel van een boekenreeks van Uitgeverij Paris: de ACIS-serie. ACIS staat voor het UvA Amsterdam Centre for Insurance Studies. Dit multidisciplinaire

Nadere informatie

E-commerce verplichtingen en andere regels op internet. Amersfoort woensdag 2 maart 2011 Mr. F.J. Van Eeckhoutte www.vaneeckhoutteadvocaten.

E-commerce verplichtingen en andere regels op internet. Amersfoort woensdag 2 maart 2011 Mr. F.J. Van Eeckhoutte www.vaneeckhoutteadvocaten. E-commerce verplichtingen en andere regels op internet Amersfoort woensdag 2 maart 2011 Mr. F.J. Van Eeckhoutte www.vaneeckhoutteadvocaten.nl Inhoud Hd. I: Hd. II: Hd. III: Het internet op E-commerce verplichtingen

Nadere informatie

Auteursrecht. Reader. Mr. J.J. Jorna en Rien Welman. Auteursrecht welmanstudio

Auteursrecht. Reader. Mr. J.J. Jorna en Rien Welman. Auteursrecht welmanstudio Mr. J.J. Jorna en Rien Welman Reader welmanstudio cursussen en workshops fotografie, photoshop en fotoreizen www.welmanstudio.nl Een foto is een kunstwerk in de zin van de Auteurswet. Iedereen die zich

Nadere informatie

TOELICHTING MELDING ONRECHTMATIGE INFORMATIE

TOELICHTING MELDING ONRECHTMATIGE INFORMATIE TOELICHTING MELDING ONRECHTMATIGE INFORMATIE Vraag 1 Bij deze vraag dient u aan te geven wie de verzoeker is van deze melding. Eventuele correspondentie over de melding zal naar deze persoon worden verstuurd.

Nadere informatie

VOORBEELD MODELOVEREENKOMST ALGEMEEN GEEN VERPLICHTING TOT PERSOONLIJKE ARBEID Opgesteld door de Belastingdienst nr. 9015550000-05 19 10 2015

VOORBEELD MODELOVEREENKOMST ALGEMEEN GEEN VERPLICHTING TOT PERSOONLIJKE ARBEID Opgesteld door de Belastingdienst nr. 9015550000-05 19 10 2015 VOORBEELD MODELOVEREENKOMST ALGEMEEN GEEN VERPLICHTING TOT PERSOONLIJKE ARBEID Opgesteld door de Belastingdienst nr. 9015550000-05 19 10 2015 Beoordeling overeenkomst Algemeen / geen verplichting tot persoonlijke

Nadere informatie

meest gestelde vragen over Naburige rechten De Gier Stam &

meest gestelde vragen over Naburige rechten De Gier Stam & meest gestelde vragen over Naburige rechten De Gier Stam & De 10 meest gestelde vragen over Naburige rechten De Gier Stam & Colofon De Gier Stam & Advocaten Lucasbolwerk 6 Postbus 815 3500 AV UTRECHT

Nadere informatie

Eindgebruikersovereenkomst Digitaal Leermiddel NBC. Algemeen

Eindgebruikersovereenkomst Digitaal Leermiddel NBC. Algemeen Eindgebruikersovereenkomst Digitaal Leermiddel NBC Algemeen Deze overeenkomst is een overeenkomst tussen u en de Stichting Nederlands Bakkerij Centrum, hierna te noemen het NBC. Lees onderstaande voorwaarden

Nadere informatie

Felixx. Pensioen Consultants B.V. Leveringsvoorwaarden

Felixx. Pensioen Consultants B.V. Leveringsvoorwaarden Felixx. Pensioen Consultants B.V. Leveringsvoorwaarden Algemene leverings- en betalingsvoorwaarden Felixx. Pensioen Consultants B.V. Artikel 1 Definities In deze algemene leverings- en betalingsvoorwaarden

Nadere informatie

Gezondheidsstrafrecht

Gezondheidsstrafrecht Gezondheidsstrafrecht Mr. dr. W.L.J.M Duijst Deventer 2014 Omslagontwerp: H2R creatievecommunicatie ISBN 978-90-13-12600-6 E-book 978-90-13-12601-3 NUR 824-410 2014, W.L.J.M. Duijst Alle rechten voorbehouden.

Nadere informatie

Verwijzen naar digitale bronnen

Verwijzen naar digitale bronnen Verwijzen naar digitale bronnen Aanvulling op de Leidraad voor juridische auteurs 2013 I. Bennigsen mr. dr. L.D. van Kleef-Ruigrok 2 februari 2015 1 1 Inleiding In de Leidraad voor juridische auteurs 2013

Nadere informatie

ALGEMENE VOORWAARDEN. De Bedrijfsmakelaar.nl

ALGEMENE VOORWAARDEN. De Bedrijfsmakelaar.nl ALGEMENE VOORWAARDEN De Bedrijfsmakelaar.nl Deze algemene voorwaarden zijn van toepassing op de toegang en het gebruik van de website van De Bedrijfsmakelaar.nl. Deel I. Algemeen Artikel 1 Definities en

Nadere informatie

Deze PowerPoint is bedoeld voor het onderwijs. Alle informatie in deze Powerpoint, in welke vorm dan ook (teksten, afbeeldingen, animaties,

Deze PowerPoint is bedoeld voor het onderwijs. Alle informatie in deze Powerpoint, in welke vorm dan ook (teksten, afbeeldingen, animaties, Deze PowerPoint is bedoeld voor het onderwijs. Alle informatie in deze Powerpoint, in welke vorm dan ook (teksten, afbeeldingen, animaties, geluidsfragmenten e.d.) is eigendom van ThiemeMeulenhoff, tenzij

Nadere informatie

Verwijzen naar digitale bronnen

Verwijzen naar digitale bronnen Verwijzen naar digitale bronnen Aanvulling op de Leidraad voor juridische auteurs 2013 I. Bennigsen mr. dr. L.D. van Kleef-Ruigrok 27 januari 2014 1 1 Inleiding In de Leidraad voor juridische auteurs 2013

Nadere informatie

Algemene voorwaarden Zakelijk Schrijven. Artikel 1 Definities In deze Algemene Voorwaarden gelden de volgende definities:

Algemene voorwaarden Zakelijk Schrijven. Artikel 1 Definities In deze Algemene Voorwaarden gelden de volgende definities: Algemene voorwaarden Zakelijk Schrijven Artikel 1 Definities In deze Algemene Voorwaarden gelden de volgende definities: 1. Zakelijk Schrijven: Zakelijk Schrijven, ingeschreven bij de Kamer van Koophandel

Nadere informatie

Het! verzoek! van! de! Opdrachtgever! aan! VAN! DIJK! MULTIMEDIA! om! werkzaamheden! te! verrichten! in! ruil! betaling!verschuldigd!zal!zijn.!

Het! verzoek! van! de! Opdrachtgever! aan! VAN! DIJK! MULTIMEDIA! om! werkzaamheden! te! verrichten! in! ruil! betaling!verschuldigd!zal!zijn.! 1 VAN$DIJK$MULTIMEDIA$$$$$$$$$$$$$$$$$$$$$$$$$$$$$$$$$$$$$$$$$$$$$$$$$$$$$$$$KvK/nummer:$56868154$ ALGEMENEVOORWAARDEN Artikel$1: Filmwerk: Opdracht: Opdrachtgever: Definities HetFilmwerkishetresultaatvandeOpdrachtdiedoorde

Nadere informatie

Algemene Voorwaarden voor de dienstverlening van Personal Body Plan BV, gevestigd te Amsterdam.

Algemene Voorwaarden voor de dienstverlening van Personal Body Plan BV, gevestigd te Amsterdam. Algemene Voorwaarden voor de dienstverlening van Personal Body Plan BV, gevestigd te Amsterdam. 1. Definities - Personal Body Plan: Personal Body Plan B.V. statutair gevestigd te Amsterdam, adres Willemsparkweg

Nadere informatie

Algemene Voorwaarden Tax Talents

Algemene Voorwaarden Tax Talents Tax Talents Kantoorhoudend aan: Maliebaan 42 3581 CR Utrecht K.v.K. Utrecht: 59413425 Algemene Voorwaarden Tax Talents Artikel 1 Definities Onderstaande begrippen hebben, indien zij met een hoofdletter

Nadere informatie

Gebruikersvoorwaarden boeken.bereslim.nl

Gebruikersvoorwaarden boeken.bereslim.nl Gebruikersvoorwaarden boeken.bereslim.nl 1. Definities: De Website Het Beveiligde gedeelte van de Website Gebruikersvoorwaarden Bereslim Bezoeker Gebruiker De website boeken.bereslim.nl danwel de website

Nadere informatie

Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag

Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag > Retouradres Postbus 20201 2500 EE Den Haag Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag Korte Voorhout 7 2511 CW Den Haag Postbus 20201 2500 EE Den Haag www.rijksoverheid.nl

Nadere informatie

Camera-toezicht op de werkplek

Camera-toezicht op de werkplek Camera-toezicht op de werkplek december 2006 mr De auteur heeft grote zorgvuldigheid betracht in het weergeven van delen uit het geldende recht. Evenwel noch de auteur noch kan aansprakelijk worden gesteld

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2010 2011 32 467 Oprichting van het College voor de rechten van de mens (Wet College voor de rechten van de mens) Nr. 9 AMENDEMENT VAN HET LID HEIJNEN Ontvangen

Nadere informatie

Analyse proceskansen. Geachte heer R

Analyse proceskansen. Geachte heer R te Per e-mail Ministerie van Financiën uw ref. - inzake Analyse proceskansen 10 juli 2015 Geachte heer R 1 Inleiding 1.1 Vandaag, op 10 juli 2015, heeft de tweede aandeelhoudersvergadering van de N.V.

Nadere informatie

DISCLAIMER Dairy Training Centre

DISCLAIMER Dairy Training Centre Gebruikersvoorwaarden Voor de toegang tot en het gebruik van deze website gelden, naast de toepasselijke wet- en regelgeving, de hierna genoemde condities en bepalingen. Gebruik van deze website betekent

Nadere informatie

het college van bestuur van de Universiteit Leiden, gevestigd te Leiden, verweerder.

het college van bestuur van de Universiteit Leiden, gevestigd te Leiden, verweerder. Zaaknummer: 2008/008 Rechter(s): mrs. Loeb, Lubberdink, Mollee Datum uitspraak: 20 juni 2008 Partijen: appellant tegen college van bestuur van de Universiteit Leiden Trefwoorden: Bijzondere omstandigheden,

Nadere informatie

ten gevolge van enige overtreding door u van dit Reglement.

ten gevolge van enige overtreding door u van dit Reglement. Forumreglement DCN Reglement voor het gebruik van de forums op de website van de Dehler Club Nederland (verder te noemen het Reglement ) Door deel te nemen aan de forums op de website van de Dehler Club

Nadere informatie

meest gestelde vragen over De Proeftijd De Gier Stam &

meest gestelde vragen over De Proeftijd De Gier Stam & meest gestelde vragen over De Proeftijd De Gier Stam & De 10 meest gestelde vragen over De Proeftijd De Gier Stam & Colofon De Gier Stam & Advocaten Lucasbolwerk 6 Postbus 815 3500 AV UTRECHT t: (030)

Nadere informatie

ALGEMENE VOORWAARDEN CONSUMENTEN GET1,2 NEDERLAND B.V. Deze algemene voorwaarden zijn op 4 november 2014 gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel.

ALGEMENE VOORWAARDEN CONSUMENTEN GET1,2 NEDERLAND B.V. Deze algemene voorwaarden zijn op 4 november 2014 gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel. ALGEMENE VOORWAARDEN CONSUMENTEN GET1,2 NEDERLAND B.V. Deze algemene voorwaarden zijn op 4 november 2014 gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel. ARTIKEL 1 DEFINITIES In deze algemene voorwaarden wordt

Nadere informatie

VOORBEELD MODELOVEREENKOMST ALGEMEEN TUSSENKOMST Opgesteld door de Belastingdienst nr. 9015550000-09 19 10 2015

VOORBEELD MODELOVEREENKOMST ALGEMEEN TUSSENKOMST Opgesteld door de Belastingdienst nr. 9015550000-09 19 10 2015 VOORBEELD MODELOVEREENKOMST ALGEMEEN TUSSENKOMST Opgesteld door de Belastingdienst nr. 9015550000-09 19 10 2015 Beoordeling overeenkomst Algemeen tussenkomst De Belastingdienst heeft, in samenwerking met

Nadere informatie

De Minister van Veiligheid en Justitie. Postbus 20301 2500 EH Den Haag. Advies wetsvoorstel toevoegen gegevens aan procesdossier minderjarige

De Minister van Veiligheid en Justitie. Postbus 20301 2500 EH Den Haag. Advies wetsvoorstel toevoegen gegevens aan procesdossier minderjarige POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Juliana van Stolberglaan 4-10 TEL 070-88 88 500 FAX 070-88 88 501 INTERNET www.cbpweb.nl www.mijnprivacy.nl AAN De Minister van Veiligheid en Justitie

Nadere informatie

R e g i s t r a t i e k a m e r. Advocatenkantoor. ..'s-gravenhage, 2 november 1998. Ons kenmerk 98.V.0525.01. Onderwerp Due diligence

R e g i s t r a t i e k a m e r. Advocatenkantoor. ..'s-gravenhage, 2 november 1998. Ons kenmerk 98.V.0525.01. Onderwerp Due diligence R e g i s t r a t i e k a m e r Advocatenkantoor..'s-Gravenhage, 2 november 1998.. Onderwerp Due diligence Bij brieven van 15 juni en 30 juni 1998 heeft u de Registratiekamer verzocht om advies over de

Nadere informatie

Wet van 23 september 1912, houdende nieuwe regeling van het auteursrecht

Wet van 23 september 1912, houdende nieuwe regeling van het auteursrecht (Tekst geldend op: 14-09-2015) Wet van 23 september 1912, houdende nieuwe regeling van het auteursrecht Wij WILHELMINA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz.,

Nadere informatie

credo.algemene leveringsvoorwaarden

credo.algemene leveringsvoorwaarden credo.algemene leveringsvoorwaarden Eindhoven 2012 art. 1. DEFINITIES In deze algemene leveringsvoorwaarden wordt verstaan onder: a. Opdrachtgever: de natuurlijke of rechtspersoon die credo.creatie opdracht

Nadere informatie

De Algemene Voorwaarden van Ontwerpburo Lichting98

De Algemene Voorwaarden van Ontwerpburo Lichting98 De Algemene Voorwaarden van Ontwerpburo Lichting98 De Algemene Voorwaarden van Ontwerpburo Lichting98 zijn van toepassing op de totstandkoming, de inhoud en de nakoming van alle tussen de opdrachtgever

Nadere informatie

Juridische aspecten met betrekking tot Samenwerkende Catalogi

Juridische aspecten met betrekking tot Samenwerkende Catalogi Juridische aspecten met betrekking tot Samenwerkende Catalogi Versie 2.1 Datum 1 juni 2007 Status Definitief Inhoud 1 Inleiding 4 2 Juridische aspecten specifiek voor Samenwerkende Catalogi 5 2.1 Kan

Nadere informatie

Auteursrecht. VVA/VMC bij KNAW, 22 februari 2011 Dirk Visser

Auteursrecht. VVA/VMC bij KNAW, 22 februari 2011 Dirk Visser Auteursrecht VVA/VMC bij KNAW, 22 februari 2011 Dirk Visser President van de KNAW Robbert Dijkgraaf over ACTA: Dergelijke wetten maken het erg eenvoudig om onwelgevallige websites te blokkeren, waarbij

Nadere informatie

ABONNEMENTSVOORWAARDEN BOUW!

ABONNEMENTSVOORWAARDEN BOUW! Definities De in de algemene voorwaarden met een beginhoofdletter aangeduide begrippen hebben de volgende betekenis: Abonnementsovereenkomst: de overeenkomst volgens welke Lexima tegen betaling het gebruik

Nadere informatie

Auteursrecht en STABU. STABU Bezoekadres: Telefoonweg 32 Postbus 36 6712 GC EDE. Tel. 0318 63 30 26 E-mail: info@stabu.nl Website: www.stabu.

Auteursrecht en STABU. STABU Bezoekadres: Telefoonweg 32 Postbus 36 6712 GC EDE. Tel. 0318 63 30 26 E-mail: info@stabu.nl Website: www.stabu. Auteursrecht en STABU STABU Bezoekadres: Telefoonweg 32 Postbus 36 6712 GC EDE Tel. 0318 63 30 26 E-mail: info@stabu.nl Website: www.stabu.org In het kort: De bouwwereld is constant aan veranderingen onderhevig

Nadere informatie

Daar is hij dan: de echtscheidingsnotaris!

Daar is hij dan: de echtscheidingsnotaris! Rotterdam Institute of Private Law Accepted Paper Series Daar is hij dan: de echtscheidingsnotaris! Prof. mr. A.J.M. Nuytinck Published in Weekblad voor Privaatrecht, Notariaat en Registratie (WPNR), 139,

Nadere informatie

Gebruikersovereenkomst

Gebruikersovereenkomst Nieuwland GEO-Informatie, H. v. Suchtelenweg 4, Postbus 522, 6700 AM Wageningen, t: 0317 421711 http://geo.nieuwland.nl Gebruikersovereenkomst Nieuwland E-learning Versie 1.0 20 juni 2012 Inhoud 1a. E-learning...

Nadere informatie

Algemene Voorwaarden Werkgroep Rechtsbijstand in Vreemdelingenzaken

Algemene Voorwaarden Werkgroep Rechtsbijstand in Vreemdelingenzaken Algemene Voorwaarden Werkgroep Rechtsbijstand in Vreemdelingenzaken 1. TOEPASSELIJKHEID 1.1 De Werkgroep Rechtsbijstand in Vreemdelingenzaken is een werkgroep zonder rechtspersoonlijkheid, die de uitwisseling

Nadere informatie

Informatiebijeenkomst SEKAM en SEKAM Video. December 2013

Informatiebijeenkomst SEKAM en SEKAM Video. December 2013 Informatiebijeenkomst SEKAM en SEKAM Video. December 2013 Datum: 13 december 2013 Locatie: West-Indisch Huis Herenmarkt 99, Amsterdam Notulen: Anneloes Vernooij Aanwezigen bestuur: Dhr. D. v.d. Graaf (secretaris

Nadere informatie

CM01-025 Utrecht, 23 oktober 2001. Betreft: implementatie Richtlijn 2001/55 inzake tijdelijke bescherming van ontheemden

CM01-025 Utrecht, 23 oktober 2001. Betreft: implementatie Richtlijn 2001/55 inzake tijdelijke bescherming van ontheemden Permanente commissie Secretariaat van deskundigen in internationaal vreemdelingen-, telefoon 31 (30) 297 42 14/43 28 telefax 31 (30) 296 00 50 e-mail cie.meijers@forum.nl postbus 201, 3500 AE Utrecht/Nederland

Nadere informatie

Op toegang tot en gebruik van deze website van Artilan BV is deze disclaimer, alsmede het Nederlands recht van toepassing.

Op toegang tot en gebruik van deze website van Artilan BV is deze disclaimer, alsmede het Nederlands recht van toepassing. DISCLAIMER Op toegang tot en gebruik van deze website van Artilan BV is deze disclaimer, alsmede het Nederlands recht van toepassing. Klik op de link voor meer informatie over: 1. Algemeen 2. Acceptatie

Nadere informatie

Verenigde Naties - Universele verklaring van de rechten van de mens (1948)

Verenigde Naties - Universele verklaring van de rechten van de mens (1948) Auteursrecht Auteursrecht is een, via de wet geregeld, recht dat jou als maker van een creatief werk (bijvoorbeeld film, tekst, muziek, foto s) toekomt om te bepalen wat een ander wel en niet met jouw

Nadere informatie

Kiki koning. 2. De toepasselijkheid van eventuele inkoop- of andere voorwaarden van de opdrachtgever wordt uitdrukkelijk van de hand gewezen.

Kiki koning. 2. De toepasselijkheid van eventuele inkoop- of andere voorwaarden van de opdrachtgever wordt uitdrukkelijk van de hand gewezen. Algemene voorwaarden Tekstbureau Kiki Koning Artikel 1. Algemeen 1. Deze algemene voorwaarden zijn van toepassing op alle aanbiedingen, offertes en overeenkomsten tussen Tekstbureau Kiki Koning en haar

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2004 336 Wet van 6 juli 2004 tot aanpassing van de Auteurswet 1912, de Wet op de naburige rechten en de Databankenwet ter uitvoering van richtlijn

Nadere informatie

Auteurswet. Hoofdstuk IV Bijzondere bepalingen betreffende het volgrecht (Artikelen 43-45)

Auteurswet. Hoofdstuk IV Bijzondere bepalingen betreffende het volgrecht (Artikelen 43-45) Auteurswet geldend op 12-03 - 2015 Aanhef Hoofdstuk I Algemeene bepalingen (Artikelen 1-25a) Hoofdstuk II De uitoefening en de handhaving van het auteursrecht en bepalingen van strafrecht (Artikelen 26-36c)

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 028.00 ingediend door: hierna te noemen 'klager', tegen: hierna te noemen verzekeraar'. De Raad van Toezicht Verzekeringen

Nadere informatie

Buma 100 jaar: het openbaarmakingsrecht in 2025 11 oktober 2013

Buma 100 jaar: het openbaarmakingsrecht in 2025 11 oktober 2013 Buma 100 jaar: het openbaarmakingsrecht in 2025 11 oktober 2013 Jacqueline Seignette Jacqueline Seignette, Höcker advocaten, Amsterdam http://vimeo.com/2465906 Ideale situatie: creativiteit vrije loop

Nadere informatie

Algemene Voorwaarden

Algemene Voorwaarden Algemene Voorwaarden Deze algemene voorwaarden worden gehanteerd door GEVEN Assurantiën & Hypotheken B.V. Artikel 1. Definities In deze algemene voorwaarden wordt verstaan onder: a. Tussenpersoon: GEVEN

Nadere informatie

meest gestelde vragen over Auteursrecht De Gier Stam &

meest gestelde vragen over Auteursrecht De Gier Stam & meest gestelde vragen over Auteursrecht De Gier Stam & De 10 meest gestelde vragen over Auteursrechten De Gier Stam & Colofon De Gier Stam & Advocaten Lucasbolwerk 6 Postbus 815 3500 AV UTRECHT t: (030)

Nadere informatie

BESLUIT. Zaaknummer: 77 Fiscaal up to Date/Kluwer. Inleiding

BESLUIT. Zaaknummer: 77 Fiscaal up to Date/Kluwer. Inleiding BESLUIT Besluit van de directeur-generaal van de Nederlandse mededingingsautoriteit om geen toepassing te geven aan zijn bevoegdheid zoals beschreven in artikel 56, lid 1, van de Mededingingswet. Zaaknummer:

Nadere informatie

LICENTIEOVEREENKOMST

LICENTIEOVEREENKOMST LICENTIEOVEREENKOMST Ondergetekenden: 1. [NAAM ARCHITECT(ENBUREAU)], geboren op [ ] te [ ], wonende te [ ] aan de [ ]/ gevestigd en kantoorhoudende aan de [ ] te [ ], (ten deze rechtsgeldig vertegenwoordigd

Nadere informatie

De eigendomskwestie KNAW. 9 januari 2014. Dr. mr. H. van Meerten (disclaimer: standpunten komen voor rekening van de auteur)

De eigendomskwestie KNAW. 9 januari 2014. Dr. mr. H. van Meerten (disclaimer: standpunten komen voor rekening van de auteur) De eigendomskwestie Dr. mr. H. van Meerten (disclaimer: standpunten komen voor rekening van de auteur) 9 januari 2014 KNAW Prof. Schoordijk, NJB 2010, 2049 Enige jaren geleden betoogde ik dat de privatisering

Nadere informatie

Auteursrechten in het hoger onderwijs. Een onderzoek naar het correct gebruik van auteursrechtelijk beschermd materiaal binnen Avans Hogeschool

Auteursrechten in het hoger onderwijs. Een onderzoek naar het correct gebruik van auteursrechtelijk beschermd materiaal binnen Avans Hogeschool Auteursrechten in het hoger onderwijs Een onderzoek naar het correct gebruik van auteursrechtelijk beschermd materiaal binnen Avans Hogeschool Mirthe Jansen Breda, mei 2011 Auteursrechten in het hoger

Nadere informatie

Pensioen Kennis. Leveringsvoorwaarden

Pensioen Kennis. Leveringsvoorwaarden Pensioen Kennis Leveringsvoorwaarden Algemene leverings- en betalingsvoorwaarden Pensioen Kennis Artikel 1 Definities In deze algemene leverings- en betalingsvoorwaarden (hierna te noemen: algemene voorwaarden)

Nadere informatie

5. Auteursrecht op internet: waarom moeilijk doen als het makkelijk kan? Een pleidooi voor collectief beheer 1

5. Auteursrecht op internet: waarom moeilijk doen als het makkelijk kan? Een pleidooi voor collectief beheer 1 5. Auteursrecht op internet: waarom moeilijk doen als het makkelijk kan? Een pleidooi voor collectief beheer 1 Erwin Angad-Gaur E r worden, zowel nationaal als internationaal, veel discussies gevoerd over

Nadere informatie

Het merkdepot te kwader trouw

Het merkdepot te kwader trouw MI 103 Merken zijn onderscheidingstekens. Dankzij merken weet de consument wat hij krijgt en welk product hij koopt. Maar daarvan wordt ook misbruik gemaakt. Zo komt naast merkenpiraterij (het namaken

Nadere informatie

Tekstalig. Tekst- en taalbureau. Algemene voorwaarden April 2014. Gegevens Tekstalig Tekstalig info@tekstalig.nl 0681321487 KVK: 53140400 ING: 6067411

Tekstalig. Tekst- en taalbureau. Algemene voorwaarden April 2014. Gegevens Tekstalig Tekstalig info@tekstalig.nl 0681321487 KVK: 53140400 ING: 6067411 Tekstalig Tekst- en taalbureau Algemene voorwaarden April 2014 Gegevens Tekstalig Tekstalig info@tekstalig.nl 0681321487 KVK: 53140400 ING: 6067411 Algemeen Deze algemene voorwaarden zijn van toepassing

Nadere informatie

Uitvoeringsregeling bij de Onderwijs- en examenregeling 2012-2013 wo-masteropleiding Rechtsgeleerdheid 1 van 5

Uitvoeringsregeling bij de Onderwijs- en examenregeling 2012-2013 wo-masteropleiding Rechtsgeleerdheid 1 van 5 wo-masteropleiding Rechtsgeleerdheid 1 van 5 U2012/00018 De uitvoeringsregeling treedt in werking per 1 september 2012 en heeft een zelfde werkingsduur als de Onderwijs- en examenregeling (OER) 2012-2013

Nadere informatie

Hof van Justitie verklaart de richtlijn betreffende gegevensbewaring ongeldig

Hof van Justitie verklaart de richtlijn betreffende gegevensbewaring ongeldig Hof van Justitie van de Europese Unie PERSCOMMUNIQUÉ nr. 54/14 Luxemburg, 8 april 2014 Pers en Voorlichting Arrest in gevoegde de zaken C-293/12 en C-594/12 Digital Rights Ireland en Seitlinger e.a. Hof

Nadere informatie

De in de Wet bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding vergeten voogden en het voogdijplan

De in de Wet bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding vergeten voogden en het voogdijplan Rotterdam Institute of Private Law Accepted Paper Series De in de Wet bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding vergeten voogden en het voogdijplan A.J.M. Nuytinck Published in WPNR, 2008,

Nadere informatie

Hoofdstukken Intellectuele Eigendom

Hoofdstukken Intellectuele Eigendom Hoofdstukken Intellectuele Eigendom Hoofdstukken Intellectuele Eigendom door Dirk J.G. Visser hoogleraar in Leiden advocaat in Amsterdam delex 2013 2013, D.J.G. Visser, Leiden/Amsterdam Ontwerp omslag

Nadere informatie

Uitvoeringsregeling bij de Onderwijs- en examenregeling 2013-2014 wo-masteropleiding Rechtsgeleerdheid 1 van 5

Uitvoeringsregeling bij de Onderwijs- en examenregeling 2013-2014 wo-masteropleiding Rechtsgeleerdheid 1 van 5 wo-masteropleiding Rechtsgeleerdheid 1 van 5 U2013/01230 De uitvoeringsregeling treedt in werking per 1 september 2013 en heeft een zelfde werkingsduur als de Onderwijs- en examenregeling (OER) 2013-2014

Nadere informatie

Auteursrecht op software

Auteursrecht op software Auteursrecht op software KNX bijeenkomst 2 oktober 2012 mr. Wouter Dammers E-Mail: W.Dammers@ictrecht.nl Twitter: @WouterDammers Linked-In: https://www.linkedin.com/in/wdammers Tel: 020 66 31 941 LinkedIn

Nadere informatie

Algemene voorwaarden OLOcoach van toepassing op opdrachtnemers

Algemene voorwaarden OLOcoach van toepassing op opdrachtnemers Algemene voorwaarden OLOcoach van toepassing op opdrachtnemers - OLOcoach, handelsnaam van Loket Breimer B.V. gevestigd aan de C.R. de Boerstraat 55, 9204 LE te Drachten (hoofdvestiging), ingeschreven

Nadere informatie

Website-verkoopcontract

Website-verkoopcontract Dit is een voorbeeld van een verkoopcontract van een website zoals gegenereerd met de Website verkoopcontract generator van ICTRecht: https://ictrecht.nl/diensten/juridische-generatoren/website-verkoopcontractgenereren/

Nadere informatie

Datum 17 april 2014 Onderwerp Arrest ACI Adam B.V. e.a. tegen Stichting de Thuiskopie en Stichting Onderhandelingen Thuiskopie vergoeding.

Datum 17 april 2014 Onderwerp Arrest ACI Adam B.V. e.a. tegen Stichting de Thuiskopie en Stichting Onderhandelingen Thuiskopie vergoeding. 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.rijksoverheid.nl/venj

Nadere informatie

VideoBankOnline, hierna te noemen VBO. Voorwaarden voor leveranciers van videocontent

VideoBankOnline, hierna te noemen VBO. Voorwaarden voor leveranciers van videocontent VideoBankOnline, hierna te noemen VBO Voorwaarden voor leveranciers van videocontent 1 Definities Dienst betekent de door VBO geleverde dienst, waarbij leverancier videocontent aanlevert, welke door VBO

Nadere informatie

Tekstschrijver Jill Leeuwe

Tekstschrijver Jill Leeuwe Freelance tekstschrijver Jill Leeuwe Tekstschrijver Waterdrieblad 2 1991GN Velserbroek Tel: +31(0)642461005 KvK: 59111550 BTW: NL202576863B01 ING: NL49 INGB 0008 8985 97 www.jillleeuwe.nl jill.leeuwe@gmail.com

Nadere informatie

Gênant ACTUALITEITEN. Frederik van Nouhuys 1

Gênant ACTUALITEITEN. Frederik van Nouhuys 1 Gê n a n t Aanbestedingsrecht ACTUALITEITEN Gênant Frederik van Nouhuys 1 Eind vorig jaar is namens de Staatssecretaris van VWS een brief gestuurd aan de Europese Commissie omtrent de vraag of gemeentelijke

Nadere informatie

Algemene voorwaarden Spanplafond Zelf Plaatsen Versie geldig vanaf: 01 juli 2015

Algemene voorwaarden Spanplafond Zelf Plaatsen Versie geldig vanaf: 01 juli 2015 Algemene voorwaarden Spanplafond Zelf Plaatsen Versie geldig vanaf: 01 juli 2015 Artikel 1 Definities 1.1 Spanplafond Zelf Plaatsen: gevestigd te Almelo en ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder

Nadere informatie

MULTIMEDIA PLATFORM FAN

MULTIMEDIA PLATFORM FAN BJORN SCHIPPER 1 MULTIMEDIA PLATFORM FAN EXPLOITATIE VAN FANCONTENT DOOR FANSITES In de vorige Muziekwereld 2 ben ik ingegaan op de handelsnaam- en merkenrechtelijke aspecten van het gebruik van artiestennamen

Nadere informatie

Cash, Copyright en Compensatie. Manon Rieger Jansen, Wieke During en Prof. Martin Senftleben

Cash, Copyright en Compensatie. Manon Rieger Jansen, Wieke During en Prof. Martin Senftleben Cash, Copyright en Compensatie Manon Rieger Jansen, Wieke During en Prof. Martin Senftleben Inhoud vergoedingssystematiek VOD vrijheid van het hyperlinken streamen en cloud-opslag nieuw auteurscontractenrecht

Nadere informatie

Algemene Voorwaarden NVJ voor rechtsbijstand en juridisch advies

Algemene Voorwaarden NVJ voor rechtsbijstand en juridisch advies Algemene Voorwaarden NVJ voor rechtsbijstand en juridisch advies Artikel 1 Toepasselijkheid 1.1 Deze algemene voorwaarden zijn vastgesteld door het bestuur van de Nederlandse Vereniging van Journalisten

Nadere informatie

Hoofdstuk 2 Internet, www en zoeksystemen technisch en functioneel verklaard / 35

Hoofdstuk 2 Internet, www en zoeksystemen technisch en functioneel verklaard / 35 Inhoudsopgave Voorwoord / 15 Lijst van afkortingen / 19 DEEL A Inleiding en feitelijk kader / 21 Hoofdstuk 1 Inleiding, vraagstelling en opbouw / 23 1. Maatschappelijke achtergrond van het onderzoek /

Nadere informatie

Algemene Voorwaarden

Algemene Voorwaarden Algemene Voorwaarden Artikel 1 Definities 1. In dit document wordt verstaan onder: A. Algemene Toernooivoorwaarden of Algemene Voorwaarden : het bepaalde in dit document. B. Deelnemer ; persoon die met

Nadere informatie

Algemene voorwaarden Özhan Ateş (ÖA) - Grafisch Ontwerp Studio September 2014

Algemene voorwaarden Özhan Ateş (ÖA) - Grafisch Ontwerp Studio September 2014 Algemene voorwaarden Özhan Ateş (ÖA) - Grafisch Ontwerp Studio September 2014 Özhan Ates Grafisch Ontwerp Studio Artikel 1: Definities Deze algemene voorwaarden zijn geldend en bindend binnen de grafische

Nadere informatie

1. Definities. B. Klant: De afnemer van de producten en/of diensten van OrangeCreek B.V., al dan niet handelend in

1. Definities. B. Klant: De afnemer van de producten en/of diensten van OrangeCreek B.V., al dan niet handelend in 1. Definities In deze Algemene Voorwaarden worden de hiernavolgende begrippen in de volgende betekenis gebruikt, tenzij expliciet anders is aangegeven: A. OrangeCreek B.V., kantoorhoudende Zwaardstraat

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. Voor zover voor de beoordeling van de klacht van belang, is het navolgende gebleken.

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. Voor zover voor de beoordeling van de klacht van belang, is het navolgende gebleken. RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 2005.2662 (068.05) ingediend door: hierna te noemen 'klagers', tegen: hierna te noemen 'verzekeraar'. De Raad van Toezicht

Nadere informatie

Gehoord de gerechten adviseert de Raad u als volgt. 1

Gehoord de gerechten adviseert de Raad u als volgt. 1 De Minister van Justitie Postbus 20301 2500 EH DEN HAAG Afdeling Ontwikkeling bezoekadres Kneuterdijk 1 2514 EM Den Haag Correspondentieadres Postbus 90613 2509 LP Den Haag datum 2 maart 2010 doorkiesnummer

Nadere informatie

Algemene voorwaarden DHZ spanplafonds Versie geldig vanaf: 20 september 2012

Algemene voorwaarden DHZ spanplafonds Versie geldig vanaf: 20 september 2012 Algemene voorwaarden Versie geldig vanaf: 20 september 2012 Artikel 1 Definities 1.1 : gevestigd te Westerhaar en ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder dossiernummer 55165117. 1.2 Klant: een natuurlijk-

Nadere informatie

VOORBEELD MODELOVEREENKOMST ALGEMEEN GEEN WERKGEVERSGEZAG Opgesteld door de Belastingdienst nr. 9015550000-06 19 10 2015

VOORBEELD MODELOVEREENKOMST ALGEMEEN GEEN WERKGEVERSGEZAG Opgesteld door de Belastingdienst nr. 9015550000-06 19 10 2015 VOORBEELD MODELOVEREENKOMST ALGEMEEN GEEN WERKGEVERSGEZAG Opgesteld door de Belastingdienst nr. 9015550000-06 19 10 2015 Beoordeling overeenkomst Algemeen / geen werkgeversgezag De Belastingdienst heeft,

Nadere informatie

Vertaling C-291/13-1. Zaak C-291/13. Verzoek om een prejudiciële beslissing. Eparchiako Dikastirio Lefkosias (Cyprus)

Vertaling C-291/13-1. Zaak C-291/13. Verzoek om een prejudiciële beslissing. Eparchiako Dikastirio Lefkosias (Cyprus) Vertaling C-291/13-1 Zaak C-291/13 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 27 mei 2013 Verwijzende rechter: Eparchiako Dikastirio Lefkosias (Cyprus) Datum van de verwijzingsbeslissing:

Nadere informatie

Disclaimer Bank Insinger de Beaufort

Disclaimer Bank Insinger de Beaufort Disclaimer Bank Insinger de Beaufort 1. Toepasselijkheid Deze voorwaarden ( de Disclaimer") zijn van toepassing op elk bezoek aan en gebruik van de website ("de Website") van Bank Insinger de Beaufort

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 080.00 ingediend door: tegen: hierna te noemen klager`, hierna te noemen 'verzekeraar. De Raad van Toezicht Verzekeringen heeft

Nadere informatie