Sectoronderzoek film en televisie

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Sectoronderzoek film en televisie"

Transcriptie

1 Sectoronderzoek film en televisie Eindrapport Een onderzoek in opdracht van de Federatie Filmbelangen Jaap Wils Arnold Ziegelaar B2921 Leiden, 16 juni 2005

2 2

3 Voorwoord De wereld van de Nederlandse film- en televisiemakers wordt gekenmerkt door passie, gedrevenheid, creativiteit, ambachtelijkheid en ondernemerschap. Het is tevens een wereld waarin door de meesten bijzonder hard wordt gewerkt, door sommigen een redelijke boterham wordt verdiend, en door velen (vaak stille) armoede wordt geleden. Als sector is die wereld moeilijk te doorgronden en te beoordelen. Is het een economische of een culturele sector? Moet hij levensvatbaar zijn of in leven worden gehouden? Hoeveel mensen zijn erin werkzaam en in hoeverre moeten die ervan eten? Niet voor niets zette mijn voorganger Bouke Beumer - bij de oprichting van de Federatie Filmbelangen in het jaar het uitvoeren van een sectoronderzoek hoog op de prioriteitenlijst van onze vereniging. Een breed opgezette, economisch georiënteerde beschrijving was in zijn ogen noodzakelijk voor het formuleren van goed film- en televisiebeleid. Ik ben het daar van harte mee eens. Daarom presenteer ik aan de vooravond van de viering van ons eerste lustrum met trots de eindrapportage van het Sectoronderzoek Film en Televisie, dat Research voor Beleid in opdracht van de Federatie Filmbelangen heeft opgesteld. Wat mag u van deze rapportage verwachten? Het onderzoek geeft eindelijk een beschrijving van de film- en televisiesector in zijn volle breedte. Van bioscoopvertoning tot de productie van commercials en van het facilitaire bedrijf tot scenarioschrijven, alle onderdelen van de sector komen aan bod. Naast globale cijfers over omvang en output van de verschillende onderdelen van de sector, vindt u in de rapportage een beschrijving van het productiehuis, het facilitaire bedrijf en van de in de sector werkzame personen. U zult echter geen allesomvattende analyse van de problemen van de film- en televisiesector aantreffen. U zult al helemaal geen panklare oplossingen voor die problemen gepresenteerd zien. De rapportage is evenmin bedoeld als een evaluatie van overheidsbeleid. Ook is niet elke deelsector in evenveel detail in beeld gebracht. Als onderdeel van het onderzoek heeft Research voor Beleid een enquête onder 3500 bedrijven en personen uitgezet. Dit heeft geleid tot een schat van nieuwe feiten en cijfers, die u vooral in de laatste hoofdstukken zult aantreffen. Met name de cijfers in hoofdstuk 7 zijn hard, omdat de vragenlijst waarop dit hoofdstuk is gebaseerd door een groot aantal personen (683) is teruggestuurd. De cijfers in de hoofdstukken 5 en 6 moeten voorzichtiger worden geïnterpreteerd: het absolute aantal bedrijven in onze sector is zo laag, dat de wetten van de statistiek de onderzoekers tot voorzichtigheid hebben gedwongen. De respons is echter redelijk (29,6% van de productiehuizen en 22,3% van de facilitaire bedrijven heeft de vragenlijst ingevuld). Zo ontstaat mede dankzij de vele interviews die de onderzoekers hebben gehouden met mensen in onze sector ook in hoofdstukken 5 en 6 een duidelijk beeld van de bedrijvigheid in film en televisie. Het opdrachtgeverschap voor dit sectoronderzoek was een risicovolle, maar noodzakelijke onderneming. Een eerder sectoronderzoek, in 2002 uitgevoerd in opdracht van het Ministerie van 3

4 OCW en de Raad voor Cultuur, is helaas niet tot voltooiing gekomen. De Federatie Filmbelangen heeft daarom gekozen voor een intensieve begeleiding van het onderzoek vanuit de sector. Ik wil dan ook mijn dank uitspreken aan de begeleidingscommissie, bestaande uit Toine Berbers, Joost Dekkers (vz), Jeanine Hage, Kaie Klaassen, Michael Lambrechtsen, Dorien van de Pas, Wim Stolwerk, Casper Verbrugge en Joost de Vries. Hun wijze adviezen hebben een cruciale rol gespeeld gedurende het gehele project. Ook wil ik Carolien Croon, Ryclef Rienstra, Michiel de Rooij, David Lauwen, Willemiek Seligmann en de geïnterviewden bedanken voor hun bijdrage in verschillende stadia van het onderzoek. Veel lof gaat uit naar Hanneke Hansen, Paulo Carvajal, Martijn Mewe en Marc de Groot van het Federatiebureau, die, onder aanvoering van onze algemeen secretaris Joost Dekkers, de onderzoekers het afgelopen jaar zeer actief hebben ondersteund. En natuurlijk had dit onderzoek niet tot stand kunnen komen zonder de vele, vele filmmakers die de enquête hebben ingevuld en ingestuurd. De grootste dank ben ik verschuldigd aan het Ministerie van OCW in de persoon van staatssecretaris Medy van der Laan - voor de genereuze financiële steun aan dit project, en aan haar filmspecialist Ernest Slot voor zijn waardevolle adviezen. Tot slot wil ik mijn waardering uitspreken voor de onderzoekers Jaap Wils en Arnold Ziegelaar, die met veel vakmanschap deze ingewikkelde klus tot een mooi einde hebben gebracht. Wat nu? Een ding is zeker, we staan pas aan het begin: de uitkomsten van dit sectoronderzoek geven alle aanleiding tot discussie, analyse, zelfreflectie, plannenmakerij, beleidsaanpassing en vervolgonderzoek. De Federatie Filmbelangen zal, namens alle filmmakers in haar achterban, daaraan ook in de komende vijf jaar zeer actief een bijdrage leveren. Jaap Nieuwenhuis Voorzitter Federatie Filmbelangen 4

5 Inhoudsopgave Samenvatting en beschouwing van de resultaten 7 1 De sector nader bekeken Inleiding Kenmerken van de sector De spelers in de sector Organisatie van de sector Ontwikkelingen Conclusie 33 2 Omvang van de sector Inleiding Aantal bedrijven en personen Productie Vertoning Omzet van de sector Conclusie 44 3 Financiering Inleiding Speelfilm en bioscoopdocumentaire TV drama en documentaire Commercials en opdrachtfilms Totaal beschikbare middelen ontwikkeling en productie Conclusie 58 4 Beleid film en televisie Inleiding Cultuurbeleid Structuurversterking Mediabeleid Conclusie 66 5 Ondernemen in de sector: producenten Inleiding Bedrijfskenmerken Werkzaamheden Financiële situatie Herkomst financiële middelen De producenten als persoon Conclusie 82 6 Ondernemen in de sector: facilitaire bedrijven Inleiding Bedrijfskenmerken Werkzaamheden Financiële situatie Conclusie 95 7 Werken in de film- en televisiesector 97 5

6 7.1 Inleiding Kenmerken van werkenden Werkzaamheden Inkomen en arbeidsvoorwaarden Arbeidsomstandigheden Conclusie 114 Bijlage 1 Opzet van het onderzoek 115 Bijlage 2 Leden begeleidingscommissie 121 Bijlage 3 Gesprekspartners interviews 123 Bijlage 4 Overzicht verenigingen 125 6

7 Samenvatting en beschouwing van de resultaten Aanleiding van het onderzoek Dit rapport heeft als doel inzicht te verschaffen in de Nederlandse film- en televisiesector. De laatste jaren is deze onderwerp geweest van diverse onderzoeken en adviezen. Een samenhangende beschrijving van de sector als geheel ontbrak echter tot op heden. Dit rapport beoogt te voorzien in deze behoefte. Het geeft een beschrijving van de sector op drie verschillende niveaus: de Nederlandse film- en televisiesector als samenhangend geheel de wijze van bedrijfsvoering in de sector de voorwaarden en omstandigheden waaronder arbeid in de sector wordt verricht. De film- en televisiesector is zeer divers. Er worden zeer uiteenlopende genres geproduceerd waarbij partijen met uiteenlopende expertise zijn betrokken. Het sectoronderzoek legt het accent op Nederlandse film en daaraan gerelateerde genres. Centraal staan speelfilm (korte en lange speelfilm, animatiefilm en experimentele film), documentaire (korte en lange TV documentaire en bioscoopdocumentaire), TV drama (dramaproducties en Telefilms) en commercials (commercials/bedrijfsfilms). Dit betekent dat genres als actualiteiten, shows en spelletjes buiten het onderzoek vallen. Naast een afbakening van genres is ook een afbakening gemaakt van beroepsgroepen die centraal staan. Gekozen is accent te leggen bij werkenden en bedrijven die betrokken zijn bij de pre-productie/productie/postproductie van de genoemde genres. Het rapport is gebaseerd op vele informatiebronnen. Er zijn diverse rapporten en aanwezige statistieken geraadpleegd en geanalyseerd. Daarnaast is een grootschalige enquête gehouden onder werkenden en bedrijven. Om de uitkomsten uit deze bronnen te verdiepen en te verifiëren zijn interviews gehouden met diverse betrokkenen. Gezamenlijk biedt deze informatie een gedetailleerd inzicht in de sector. Voor de drie hierboven genoemde niveaus zijn in dit hoofdstuk de belangrijkste resultaten en conclusies gepresenteerd. Hiermee vormt deze beschouwing ook een kader waarmee de achterliggende hoofdstukken zijn te bestuderen. De Nederlandse film- en televisiesector als samenhangend geheel Karakter van de sector Hoewel gesproken wordt van de film- en televisiesector is zeker geen sprake van homogeniteit. Diverse partijen voeren zeer verschillende activiteiten uit met uiteenlopende doelstellingen. Op basis van activiteiten, genre en opdrachtgever is de sector in uiteenlopende segmenten te verdelen. Alle partijen zijn onderling verbonden doordat zij deel uitmaken van de verschillende schakels die nodig zijn voor het voortbrengen van een film. 7

8 De sector onderscheidt zich van andere sectoren door de wijze van organisatie van het werk, het samenvallen van commercie en cultuur binnen één sector en het karakter van het eindproduct. De wijze van organisatie in de productiefase is zeer flexibel. Er is nauwelijks sprake van bedrijven, maar van netwerken van samenwerkende zelfstandigen. Per project worden de benodigde mensen ingehuurd. De sector is zeer flexibel georganiseerd. De combinatie van commerciële en culturele aspecten is een belangrijk kenmerk van de sector. Gesubsidieerde activiteiten bestaan naast puur commerciële producten. De sector kan dan ook niet louter vanuit één van beide perspectieven worden beschreven. Activiteiten die vanuit economisch perspectief onlogisch zijn, kunnen vanuit artistieke oogpunt zeer relevant zijn. De activiteiten in de sector zijn gericht op het voortbrengen van projecten die telkens uniek zijn van karakter. Ieder project moet zijn waarde bewijzen. Ook betekent dit voor met name speelfilms en bioscoopdocumentaires dat de opbrengsten iedere keer weer onzeker zijn waardoor financiers risico lopen bij ieder project. Bedrijven en werkzame personen Eén van de kenmerken van de sector is dat activiteiten tijdens de ontwikkeling en productie vooral door samenwerkende zelfstandigen worden uitgevoerd. Bedrijven met personeel zijn heel beperkt aanwezig. In het onderzoek zijn vier type bedrijven onderscheiden: producenten, facilitaire bedrijven, distributeurs en bioscoopexploitanten. Hieronder zijn de aantallen per categorie weergegeven. Tabel S.1 Aantal bedrijven met personeel in de sector Aantal Producenten 125 Facilitaire bedrijven 175 Distributeurs 20 Bioscoopexploitanten* 174 * Aantal bioscopen en filmtheaters met weekprogramma (NFC, statistisch jaarverslag 2003) In de sector zijn diverse werkzame personen actief. Deze oefenen als zelfstandige of werknemer hun beroep uit. Ieder van deze beroepen neemt een specifieke positie in binnen het ontwikkelingsproces van een film en is tijdens een deel van de fasen betrokken. Het onderzoek concentreert zich op vijf verschillende hoofdberoepen: acteurs, crewleden, regisseurs, scenarioschrijvers en zelfstandige producenten. De aantallen per categorie zijn hieronder weergegeven, waarbij medewerkers van productiehuizen en facilitaire bedrijven apart zijn onderscheiden. Tabel S.2 Aantal werkzame personen in de sector Aantal Acteurs ± 550 Crew ± Medewerkers productiehuizen ± Medewerkers facilitaire bedrijven ± Regisseurs 970 Scenarioschrijvers 350 Producer (zelfstandigen) 325 Totaal ±

9 Productie en vertoning In de afgelopen jaren is de productie binnen de meeste genres ongeveer gelijk gebleven. Bij films is de productie gerelateerd aan de omvang van de budgetten van de betrokken fondsen die voor de meeste genres niet zijn veranderd. Het aantal films vertoont geen duidelijk stijgende of dalende lijn. Wel loopt het aantal uren TV drama bij zowel de commerciële als de publieke omroep iets terug. Dit genre is voor verschillende partijen in de sector belangrijk, waardoor een daling voor hen een negatieve invloed heeft op de hoeveelheid werk. Daar waar het aantal films is gelijk gebleven, vertoont het gemiddelde (toegekende) budget voor de lange speelfilm in de afgelopen jaren een stijging. Deze stijging wordt door betrokkenen uit de sector belangrijk genoemd. Ze geven aan dat hierdoor een hogere kwaliteit kan worden gerealiseerd. Bij andere genres, als de documentaire en de animatiefilm, is op basis van de beschikbare gegevens geen trend in de omvang van het budget te constateren. Een probleem bij het in beeld brengen van de vertoning is dat de diverse producten andere resultaten beogen. Een film trekt in de bioscoop betalende bezoekers en heeft opbrengsten uit de verkoop van DVD s en video's. Voor een televisieserie of een documentaire is het aantal kijkers maatgevend te noemen. In vergelijking met andere Europese landen is het bioscoopbezoek in Nederland aan de lage kant. De bezoekfrequentie en de uitgaven per inwoner aan bioscoopbezoek blijven achter bij het EU gemiddelde. Niettemin heeft de bioscoop in de afgelopen jaren beduidend meer bezoekers getrokken. Van 1999 tot 2003 heeft een stijging van 34% plaatsgevonden. Deze periode laat niet alleen een stijging van het totaal aantal bezoekers zien, maar ook een duidelijke verhoging van het marktaandeel van de Nederlandse film. In 2004 is de stijgende trend omgebogen en is weer een forse daling te constateren. Ook het marktaandeel van Nederlandse films loopt terug. De video- en DVD-markt is beduidend groter dan die van de Nederlandse bioscopen. In 2003 bracht de verkoop en verhuur van films op video en DVD meer dan drie keer zoveel op ( 536 tegenover 163 miljoen). Het marktaandeel van de Nederlandse film binnen deze verkopen is niet bekend. De afgelopen vijf jaar is de verkoop en verhuur met 144% gestegen. Het is de vraag of deze stijging zich ook in de komende jaren voortzet. Verschillende respondenten verwachten dat de belangrijkste groei achter de rug is. De resultaten van de vertoning voor het televisiekanaal zijn alleen uit te drukken in kijkcijfers. De onderscheiden genres in het onderzoek sluiten echter in beperkte mate aan bij de wijze van de registratie van kijkcijfers. Dit is bijvoorbeeld voor documentaire het geval. Wel kan voor Nederlands drama een totaalpercentage voor de publieke en commerciële omroepen worden gegeven. In de afgelopen vijf jaren is het percentage van de totale kijktijd teruggelopen van 8% tot 6%. Omzet De productie en vertoning leiden uiteindelijk tot omzet voor de betrokken bedrijven. Op basis van de uitgevoerde enquête en eerder gedaan onderzoek zijn schattingen voor vier categorieën producenten en (deels) voor distributeurs en bioscoopexploitanten te maken. De omzet van de speelfilmproducenten is te schatten op 35 miljoen. Voor commercial producenten schatten we de omzet op ongeveer 55 miljoen. Documentaire producenten zetten volgens de enquêtegegevens ongeveer 10 miljoen om. De totale omzet van televisieproducenten is eerder onderzocht (door TNO). Deze markt (waarin ook genres zijn opgenomen die verder buiten het onderzoek vallen) is in dit onderzoek geschat op circa 200 miljoen. Van producenten van animatiefilms en van bedrijfsfilms zijn onvoldoende gegevens bekend om een schatting van de omzet te kunnen maken. Door de uitkomsten van de wel bekende genres bij elkaar te nemen ontstaat een beeld van 9

10 de totale omzet voor producenten. Deze totale omzet komt dan ruwweg op een bedrag van 300 miljoen. Eerder is (door TNO) ook onderzoek gedaan naar de omvang van facilitaire bedrijven in Nederland. De omzet van deze bedrijven wordt in 2003 geschat op 178 miljoen. Daarnaast beschikken de publieke en commerciële omroepen gezamenlijk over een eigen capaciteit van 55 miljoen. Van distributeurs is op basis van de beschikbare gegevens alleen de omzet in het bioscoopkanaal te berekenen. Deze omzet bedraagt ongeveer 40% van de bruto recette. In 2003 is de omzet dan 65 miljoen en in miljoen. Daarnaast halen distributeurs een belangrijk deel van de omzet uit de verkoop/verhuur van DVD en video en uit merchandising. Voor DVD en video zijn alleen omzetcijfers van retailers bekend. Een totaalcijfer van de omzet is daarom niet te berekenen. Ook voor bioscoopexploitanten geldt dat de omzet gedeeltelijk bekend is. De bruto recette uit de kaartverkoop bedroeg in miljoen. In 2004 is de recette teruggelopen tot 154 miljoen. Hiernaast halen exploitanten omzet uit verkoop van snacks en dranken en uit advertentieinkomsten. De omvang van dit deel van de omzet is niet bekend. Hoewel voor verschillende type bedrijven geen schatting van de omzet in 2003 is te maken, kan op basis van de wel bekende gegevens de onderstaande tabel worden opgesteld. Tabel S.3 Schatting van omzetcijfers in 2003 (in miljoen) omzet Speelfilmproducenten 35 Documentaire producenten 10 Commercial producenten 55 Televisieproducenten 200 Facilitaire bedrijven 178 Distributeurs* 65 Bioscoopexploitanten* 163 * Alleen schatting van bekende deel van de omzet In dit overzicht is alleen de omzet van bedrijven met personeel opgenomen. Omzetgegevens van zelfstandig werkende producenten zijn niet bekend. Naar schatting gaat dit om een bedrag van enkele tientallen miljoenen euro s. Financiering Door de hoge kosten zijn met name voor speelfilms en bioscoopdocumentaires veel investeringen nodig. De mogelijkheden deze investeringen terug te verdienen zijn echter zeer beperkt. Om deze reden is bijna altijd subsidie noodzakelijk. Alle producenten voor speelfilms en bioscoopdocumentaires zijn daarom afhankelijk van dezelfde financiers. Belangrijke partijen als het Nederlands Fonds voor de Film, de publieke omroepen, het Co-productiefonds Binnenlandse Omroep (CoBO-fonds) of het Stimuleringsfonds Nederlandse Culturele Omroepproducties moeten bijdragen om de financiering van een project rond te krijgen. Dit maakt het financieringsproces complex. Daarnaast is de totale hoeveelheid geld bij de fondsen beperkt. Slechts een beperkt deel van de projecten kan daardoor gerealiseerd worden. 10

11 Het beschikbare bedrag voor speelfilms en bioscoopdocumentaires bij de belangrijkste fondsen en de publieke omroep was in 2003 in totaal 43,8 miljoen. Dit is opgebouwd uit de volgende bijdragen: 22,7 miljoen van het Nederlands Fonds voor de Film, 11,9 miljoen vanuit de publieke omroep, Stimuleringsfonds en CoBO-fonds en 5 miljoen voor Telefilm. Daarnaast is door het Rotterdams Fonds voor de Film 2,6 miljoen en door Eurimages 1,6 miljoen toegekend (bij Eurimages is dit het totaalbedrag voor producties met Nederlandse betrokkenheid). De belastingderving uit de CV-maatregel is in het bedrag van 43,8 miljoen niet opgenomen. Hiervoor was in miljoen beschikbaar. Dit bedrag is echter maar gedeeltelijk gebruikt. Opgemerkt moet worden dat de bijdrage van het Filmfonds in 2003 een uitschieter in positieve zin betreft. Een deel van de middelen voor de Regeling Publieksfilm uit 2002 is naar 2003 doorgeschoven. Naast speelfilm en bioscoopdocumentaire is de financiering van TV drama en documentaire van belang. TV drama wordt gefinancierd door de publieke omroep, het Stimuleringsfonds en de commerciële omroepen. Bij documentaire is naast de eerste twee partijen ook het CoBO-fonds een belangrijke financier. Commerciële omroepen spelen bij documentaire nauwelijks een rol. Aan TV drama besteedde de publieke omroep in 2003 een bedrag van 16,7 miljoen. Het precieze bedrag dat binnen de publieke omroep in de afgelopen jaren is besteed aan documentaires is niet bekend. Het Stimuleringsfonds kende voor 14,1 miljoen aan bijdragen toe. De uitgaven van commerciële omroepen aan TV drama zijn niet precies bekend. Naar schatting besteden de commerciële omroepen gezamenlijk ongeveer evenveel als de publieke omroep. Commercials en bedrijfsfilms hebben het bedrijfsleven als opdrachtgever en financier. Voor commercials en opdrachtfilms zijn geen gegevens beschikbaar. Naar schatting zijn de totale productiebudgetten voor commercials jaarlijks ongeveer 75 miljoen. Vanwege de rol als financier en opdrachtgever zijn ontwikkelingen bij de publieke omroep van groot belang voor de sector. In 2003 heeft het kabinet besloten de rijksbijdrage aan de publieke omroep te korten. Belangrijk zijn met name de bezuinigingen die moeten worden gerealiseerd door betere samenwerking rondom programma's. Deze besparingen hebben een directe negatieve invloed op de tarieven van facilitaire bedrijven, zelfstandigen die diensten aan de omroepen leveren en onafhankelijke producenten. Bedrijven en bedrijfsvoering Kenmerken In totaal zijn er ongeveer 125 producenten en 175 facilitaire bedrijven met personeel. Voor het grootste deel zijn deze bedrijven te kenschetsen als kleine ondernemingen. Ze hebben een beperkt aantal medewerkers in dienst en de totale omzet is beperkt van omvang. Producenten hadden in 2003 gemiddeld een omzet van ruim 1,5 miljoen en 8,4 medewerkers in dienst. Voor facilitaire bedrijven geldt dat zij gemiddeld 10,3 medewerkers in dienst hadden en een gemiddelde jaaromzet van 1,1 miljoen. Dit gemiddelde geeft echter een vertekend beeld omdat het merendeel van de producenten en facilitaire bedrijven minder omzet en medewerkers heeft. Er zijn enkele uitzonderingen die beduidend groter zijn qua omzet en medewerkers. Het overgrote deel is klein, afhankelijk van enkele projecten, flexibel georganiseerd en actief in meerdere genres om zoveel mogelijk inkomsten te genereren en risico te spreiden. 11

12 Bedrijfsvoering producenten De organisatiestructuur is zo geregeld dat maximale flexibiliteit en minimale vaste kosten mogelijk zijn. De flexibiliteit van de organisatie maakt het mogelijk de grilligheid in de inkomsten op te vangen. Deze grilligheid wordt veroorzaakt door het beperkt aantal projecten dat producenten kunnen uitvoeren. Uit interviews blijkt dat het verschil tussen een goed jaar en een slecht jaar voor de meeste producenten is gelegen in één project. De continuïteit in de activiteiten en inkomsten is vooral voor speelfilm- en documentaire producenten beperkt. Het gebrek aan continuïteit heeft meerdere oorzaken. Zoals eerder aangegeven geldt voor speelfilm en documentaire dat door de omvang van de benodigde middelen en de beperkte mogelijkheden deze terug te verdienen bijna altijd subsidie noodzakelijk is. Hierdoor zijn speelfilm- en documentaire producenten afhankelijk van dezelfde financiers. Het Filmfonds, de publieke omroepen, het CoBO-fonds of het Stimuleringsfonds moeten bijdragen om de financiering van een project rond te krijgen. Volgens respondenten wordt de beperkte hoeveelheid middelen teveel versnipperd over teveel partijen. Het aantal projecten per producent is daardoor beperkt. Een andere oorzaak voor het gebrek aan continuïteit ligt bij de bedrijven zelf. De schaalgrootte van de meeste speelfilm- en documentaire producenten is beperkt. In plaats van concentratie en schaalvergroting om de moeilijke marktomstandigheden beter aan te kunnen, blijven partijen zelfstandig opereren. Daarnaast is het relatief eenvoudig als producent te starten, omdat de toetredingdrempels laag zijn. Hierdoor blijven continu kleine partijen toetreden die proberen een eigen positie op de markt te verwerven. Bedrijfsvoering facilitaire bedrijven Ook voor facilitaire bedrijven geldt dat zij zich zoveel mogelijk flexibel organiseren. In vergelijking met producenten is de grilligheid in de inkomsten kleiner. Facilitaire bedrijven zijn minder afhankelijk van enkele projecten en richten zich vaak minder specifiek op genres. Gemiddeld zijn facilitaire bedrijven in zes genres actief. De omzet komt voor een vijfde uit lange speelfilm, maar daarnaast zijn ook bedrijfsfilms, commercials, televisiedocumentaires en TV series van belang. Door deze grote spreiding is de continuïteit in de bedrijfsvoering beter te garanderen. Financiële situatie Voor producenten geldt dat het gebrek aan continuïteit zich vertaalt in de inkomsten. Goede jaren worden afgewisseld met slechte jaren. Gemiddeld genomen behaalden de respondenten in de afgelopen twee jaren magere bedrijfsresultaten. Zowel in 2002 (35%) als in 2003 (26%) had een behoorlijk percentage een negatief resultaat. Met name documentaire producenten hebben in beide jaren gemiddeld verlies geleden. Bij dit gemiddelde moet worden opgemerkt dat de documentaire producenten niet allemaal verlies lijden. In beide jaren zijn er enkele producenten met een relatief groot verlies en enkele producenten met een kleine winst. Gemiddeld is het resultaat negatief. Voor speelfilmproducenten en film- en televisieproducenten is het gemiddelde grilliger; het ene jaar verlies en het volgende jaar winst. Tabel S.4 Gemiddelde nettowinst voor vier type producenten 2002 N 2003 N Speelfilmproducent Film- en televisieproducent Documentaire producent Commercial producent N geeft het aantal respondenten aan. 12

13 De gemiddelde nettowinst was in en in De solvabiliteit is gemiddeld laag. Ondernemingen hebben dus een kleine buffer voor het opvangen van eventuele tegenslagen. Alles bij elkaar genomen staan veel producenten er financieel slecht voor. Wel moet bij deze cijfers uit de enquête worden opgemerkt dat rond dit gemiddelde behoorlijk grote marges zijn gelegen. Ook facilitaire bedrijven bevinden zich voor een deel in moeilijk vaarwater. In 2002 maakte een kwart van de respondenten verlies. Een jaar later is dit opgelopen tot 37%. Gemiddeld behaalden facilitaire bedrijven een winst van ongeveer in 2002 en ruim in 2003 (rond deze gemiddelden liggen overigens grote marges). In vergelijking met producenten is de liquiditeit en de solvabiliteit gemiddeld beter te noemen. Hoewel de inkomsten onder druk staan zijn facilitaire bedrijven financieel vaak gezonder dan producenten. De oorzaak voor de tegenvallende inkomsten voor facilitaire bedrijven, is volgens respondenten vooral gelegen in de bezuinigingen bij de publieke omroep. Hierdoor staan de tarieven die bedrijven kunnen hanteren onder druk. Bedrijven als werkgever De fluctuerende omzet en moeilijke financiële situatie zijn terug te zien in het beperkt aantal medewerkers dat tot de vaste kern van het bedrijf behoort. Een deel van de vaste kern heeft bovendien geen vast contract, maar is tijdelijk of via een payroll-organisatie in dienst. Met deze vaste kern worden de dagelijkse werkzaamheden uitgevoerd. Vooral bij producenten is een behoorlijk deel van de medewerkers niet in vaste dienst. Ook hierin is het voortdurende streven naar flexibiliteit terug te vinden. Tabel S.5 Aantal werknemers Producenten Facilitaire bedrijven Vaste dienst 4,7 8,7 Tijdelijke dienst 2,7 0,9 Payroll 1,0 0,7 Totaal 8,4 10,3 Naast betaalde krachten maakt een behoorlijk deel van de bedrijven ook gebruik van stagiairs en andere onbetaalde arbeidskrachten. Bijna de helft van de producenten heeft deze groepen in dienst waarbij het gemiddeld gaat om 2 personen. Bij facilitaire bedrijven heeft ruim een derde onbetaalde arbeidskrachten in dienst. Gemiddeld zijn dit 1,4 personen. Het kostenbewustzijn is ook terug te vinden in de arbeidsvoorwaarden die producenten en facilitaire bedrijven hanteren voor hun medewerkers. Voor beide groepen geldt dat zij als werkgever vaak vrij sobere arbeidsvoorwaarden hebben. Een pensioenregeling wordt door 31% van de producenten en 42% van de facilitaire bedrijven aangeboden. Ook andere gebruikelijke arbeidsvoorwaarden zijn in beperkte mate aanwezig. Bijna één op de vijf producenten biedt geen van de genoemde voorwaarden in de enquête aan de medewerkers aan. Bij facilitaire bedrijven ligt dit percentage op 8%. 13

14 Werkzame personen in de sector Kenmerken van werkzame personen Uit het onderzoek komt een beeld naar voren van werkzame personen die een beroepspraktijk hebben met veel vrijheid en zelfstandigheid en werk dat veel voldoening geeft. Mensen zijn zeer betrokken bij wat ze doen. Deze kanten van het werk worden zeer aantrekkelijk gevonden. De sector oefent dan ook een grote aantrekkingskracht uit op mensen. De wijze waarop de beroepspraktijk is georganiseerd heeft echter ook mindere kanten. Ten opzichte van vrijheid staat een zeker risico. Arbeidscontracten zijn flexibel, de beloning is wisselend en de toekomst is lang niet altijd goed geregeld. Producenten en facilitaire bedrijven hebben weinig mensen in vaste dienst. Ze maken vooral gebruik van zelfstandigen zonder personeel. Een werknemer met een vast dienstverband is een uitzondering. Tweederde is werkzaam als zelfstandige zonder personeel. Bij de crew loopt het aantal zelfstandigen zelfs op tot 87%. Tabel S.6 Type arbeidspositie Hoofdberoep Cast Regie Scenario Producer Postproductie Crew Overig Totaal Ondernemer met personeel 2% 8% 4% 4% 4% 2% Ondernemer zonder personeel 30% 75% 80% 78% 80% 87% 69% 63% Werknemer met vast dienstverband 8% 8% 8% 11% 1% 6% 4% Werknemer met tijdelijk dienstverband 58% 14% 13% 8% 3% 25% 25% "Payroller" 38% 11% 8% 3% 4% 9% 14% 18% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% N Meerdere antwoorden mogelijk, percentering op aantal cases Werkzame personen zijn binnen de sector bijna altijd betrokken bij meerdere genres. Gemiddeld zijn respondenten actief in vier genres. Op grond van de hoeveelheid werk is TV drama het belangrijkste genre, gevolgd door de korte televisiedocumentaire en de lange speelfilm. Het losse karakter van de arbeidsrelaties geeft de mogelijkheid (of dwingt) mensen meerdere activiteiten uit te voeren. Naast de werkzaamheden in de film- en televisiesector kunnen ook buiten deze sector betaalde werkzaamheden worden verricht. In totaal heeft bijna de helft van de respondenten betaalde werkzaamheden buiten de sector. Bij de cast is dit zelfs ruim hoger (78%). Met name het theater wordt door deze beroepsgroep regelmatig genoemd. Het gemiddeld aantal projecten verschilt duidelijk per hoofdberoep. Bij de crew (19,8 in 2004) en postproductie (15,5) worden veel meer projecten uitgevoerd dan bij regie (6,7) scenario (5,1) en de cast (3,6). Dit beeld is terug te zien bij het aantal betaalde dagen in Postproductie (165) en producers (158) hebben duidelijk meer betaalde dagen in de sector dan de andere categorieen. Met name acteurs blijven ruim achter bij het gemiddelde (53 betaalde dagen ten opzichte van 105 gemiddeld). Voor een deel is dit te verklaren doordat acteurs ook meer dan gemiddeld werk buiten de sector uitvoeren. 14

15 Tabel S.7 Gemiddeld aantal projecten en betaalde dagen Hoofdberoep Cast Regie Scenario Producer Postproductie Crew Overig Totaal Aantal projecten in ,1 5,7 4,6 8,2 11,7 19,3 7,7 8,6 Aantal projecten in ,3 5,9 4,7 9,7 12,6 19,0 10,0 8,8 Aantal projecten in ,6 6,7 5,1 9,3 15,5 19,8 12,5 9,6 Aantal betaalde dagen in Een opvallend kenmerk van de werkzame personen is het hoge opleidingsniveau. Bijna 80% heeft een hbo of universitaire opleiding genoten. In dit opzicht wijkt de sector aanzienlijk af van de Nederlandse beroepsbevolking waar 29% hbo of universitair geschoold is. Inkomsten en arbeidsvoorwaarden De moeizame financiële situatie bij opdrachtgevers (producenten, facilitaire bedrijven en omroepen) is terug te vinden in de inkomsten en arbeidsvoorwaarden. Hoewel het gemiddelde inkomen boven de ligt, moet een meerderheid van de werkzame personen rondkomen van een beneden modaal inkomen (dit ligt op ). De verschillen in inkomen zijn groot. Niet alleen de beperkte financiële mogelijkheden van opdrachtgevers, ook de aantrekkelijkheid van het werk heeft een negatieve invloed op het inkomen. Veel mensen zijn bereid werk tegen relatief lage beloningen uit te voeren. Tabel S.8 Het gemiddelde jaarinkomen per beroepsgroep in euro s Cast Regie Scenario Producer Postproductie Crew Overig Totaal Bij de hoogte van het jaarinkomen moet worden bedacht dat een deel van de werkzame personen hiervan ook nog dure voorzieningen als het pensioen en de particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekering moet betalen. Bijna de helft van alle respondenten (42%) heeft in de afgelopen jaren echter geen pensioen opgebouwd. Met name producers en scenarioschrijvers hebben vaak geen pensioen. Van de zelfstandige ondernemers heeft meer dan de helft (58%) geen arbeidsongeschiktheidsverzekering. Ook de secundaire arbeidsvoorwaarden zijn sober te noemen. De helft van de mensen die als werknemer of payroller actief is, kan op geen enkele van de in de enquête bevraagde arbeidsvoorwaarden rekenen. In totaal verkrijgt 59% van de respondenten inkomsten via facturering van dagtarieven. Dagtarieven verschillen niet alleen per beroepsgroep maar ook per genre. In de onderstaande tabel is een overzicht van de gemiddelde dagtarieven weergegeven. 15

16 Tabel S.9 Gemiddelde dagtarieven per genre en per beroepsgroep in euro s Cast Regie Producer Postproductie Crew Korte speelfilm Lange speelfilm Korte televisiedocumentaire Lange televisiedocumentaire Bioscoopdocumentaire Animatiefilm Experimentele film Tv drama en dramaseries Telefilm Soap Commercial Voorlichtings- en bedrijfsfilm Videoclip Interactieve media Overige producties De gemiddelde tarieven zijn niet vermeld indien slechts een beperkt aantal respondenten een tarief bij de betreffende categorie heeft ingevuld. Om deze reden zijn in verschillende cellen geen tarieven vermeld en zijn de scenarioschrijvers en de categorie overige buiten beschouwing gelaten Arbeidsomstandigheden Werkzame personen zijn niet echt te spreken over de wijze waarop arbeidsomstandigheden zijn geregeld. Hoewel een deel van de omstandigheden inherent is aan het vak, zijn zij van oordeel dat het zeker mogelijk is hier betere afspraken over te maken. De zwaarte van de omstandigheden heeft met name betrekking op de lange werkdagen, het regelmatig moeten overwerken en de tijdsdruk waaronder de werkzaamheden plaatsvinden. Voor crew- en postproductieleden komen daar ook fysiek zware omstandigheden bij zoals het tillen van zware lasten, werken in ongemakkelijke houdingen en het optreden van gevaar tijdens het werk. Ondanks de zware omstandigheden melden respondenten zich niet vaak ziek. In 2004 heeft 82% van de respondenten zich in het geheel niet ziek gemeld. Zoals respondenten aangeven kan ziek zijn pas als het project is afgerond. Tot die tijd is dit niet aan de orde. Conclusies Stand van zaken Uit het onderzoek komt een vrij somber beeld naar voren van de huidige stand van zaken voor verschillende partijen in de sector. Er is weinig continuïteit in de inkomsten, de bioscoopmarkt loopt op dit moment terug en de tarieven staan onder druk. Een deel van de producenten, maar ook facilitaire bedrijven maakt verlies en bevindt zich financieel in moeilijke omstandigheden. Deze situatie heeft uiteraard ook gevolgen voor de positie van zelfstandigen in de sector. Zij zijn voor hun inkomsten zeer afhankelijk van de marktomstandigheden. Op dit moment zijn de arbeidsvoorwaarden reeds sober te noemen en is het jaarinkomen van grote groepen niet florissant. De komende jaren zullen deze inkomsten waarschijnlijk verder teruglopen. 16

17 Knelpunten voor producenten Voor producenten zijn meerdere knelpunten te noemen die de moeizame positie veroorzaken. Deze hebben vooral betrekking op de beperkte continuïteit en daardoor de onzekere financiële situatie. Deze knelpunten gelden vooral voor speelfilm- en documentaire producenten. De mogelijkheden voor producenten om met hun werk inkomsten te genereren zijn doorgaans beperkt. Het grootste deel van de inkomsten wordt verdiend door middel van een percentage van het productiebudget. De mate waarin producenten inkomsten krijgen uit de opbrengsten van een project zijn veel beperkter. Ook indien een film of documentaire een succes is, verdient een producent er weinig aan. Dit betekent dat producenten voor hun inkomsten afhankelijk zijn van de mate waarin zij erin slagen nieuwe projecten te financieren. De mogelijkheden om nieuwe projecten te financieren zijn beperkt. Producenten zijn voor de financiering bijna altijd afhankelijk van subsidie. Het Filmfonds, de publieke omroepen en het CoBO-fonds en/of het Stimuleringsfonds dienen bij te dragen om de financiering van een project rond te krijgen. De totale hoeveelheid subsidie die deze fondsen kunnen besteden is in verhouding tot het aantal producenten beperkt. De kans om subsidie te krijgen is daarom niet heel groot. Dit heeft als gevolg dat projecten niet kunnen doorgaan terwijl dit voor producenten nu juist nodig is voor het genereren van inkomsten. Voor bestaande producenten is de lage toetredingsdrempel een probleem. Iedereen met een goed idee kan in principe als producent van start gaan. Hoge investeringen voor toetreding zijn niet vereist. Nieuwe toetreders concurreren vervolgens met de bestaande producenten om toegang te krijgen tot de beperkte hoeveelheid beschikbare subsidie. Een laatste knelpunt is de geringe schaalgrootte van de meeste producenten. Door de kleine omvang is het moeilijk fluctuaties in de inkomsten op te vangen. Zoals gezegd gelden deze knelpunten vooral voor speelfilm- en documentaire producenten. Televisie- en commercial producenten hebben minder te maken met deze problemen. Niettemin hebben ook zij een moeilijke positie door terugloop van bestedingen bij opdrachtgevers. Respondenten geven aan dat de budgetten voor TV programma s onder druk staan en ook de budgetten van bedrijven voor commercials kleiner worden. Knelpunten voor facilitaire bedrijven Het belangrijkste knelpunt voor facilitaire bedrijven zijn de moeilijke marktomstandigheden, met name veroorzaakt door bezuinigingen bij de publieke omroep. Hierdoor lopen de inkomsten terug. Indien deze omstandigheden gedurende langere periode aanhouden, zal een deel van de bedrijven niet overleven. Knelpunten voor werkzame personen De belangrijkste knelpunten voor werkzame personen zijn de sobere arbeidsvoorwaarden, zware arbeidsomstandigheden en de kwetsbare positie van zelfstandigen. Voor deze knelpunten zijn meerdere oorzaken te geven. Een deel van de knelpunten heeft een directe relatie met de knelpunten bij producenten en facilitaire bedrijven. Zolang deze in financieel moeilijke omstandigheden verkeren kunnen zij zich bijvoorbeeld geen betere arbeidsvoorwaarden permitteren. Een andere oorzaak is de grote uitstraling van de sector die zorgt voor een grote toestroom van jonge professionals. Deze willen zich graag, desnoods ten koste van lage inkomsten en zware arbeidsomstandigheden, een plaats in de sector verwerven. De onderlinge concurrentie is daarom sterk. De kwetsbare positie van zelfstandigen ten aanzien van bijvoorbeeld arbeidsongeschiktheid en pensioen wordt deels veroorzaakt door de (te) hoge kosten. Niet iedereen kan de benodig- 17

18 de middelen voor deze voorzieningen missen. Daarnaast lijkt een deel van de zelfstandigen bewust of onbewust risico te willen nemen. Knelpunten voor distributeurs Voor distributeurs is de Nederlandse bioscoopmarkt in vergelijking met het buitenland een moeizame markt te noemen. Het aantal bioscoopzalen is vrij beperkt en bovendien gaan Nederlanders gemiddeld weinig naar de bioscoop. Daarnaast is in de afgelopen jaren een afname in de bioscoopopbrengsten te constateren, waardoor de bereidheid van distributeurs voor het inkopen van Nederlandse films (met hogere uitbrengkosten en grotere risico's) onder druk komt te staan. Knelpunten voor bioscoopexploitanten Ook bioscoopexploitanten hebben sinds 2004 te maken met een terugloop in het bioscoopbezoek. Daarnaast constateren exploitanten knelpunten bij de vestiging van nieuwe bioscopen en filmhuizen. Ze geven aan dat dit traject onder meer wordt bemoeilijkt door langdurige procedures binnen gemeenten. Ontwikkelingen Er zijn op dit moment enkele belangrijke ontwikkelingen te onderscheiden die invloed hebben op de positie van alle betrokkenen in de sector. Voor niet alle ontwikkelingen is duidelijk of deze een positief of een negatief effect zullen hebben en voor welke partijen dit voordeel of nadeel biedt. Belangrijk om te noemen is ten eerste de invulling van de publieke omroep in de toekomst. Op dit moment is onduidelijk op welke wijze het publieke omroepbestel in de toekomst wordt ingericht. Twee in plaats van drie netten, minder amusement en beperking van de rol van de omroepverenigingen zijn thema s die hierbij aan de orde komen. De wijze van organisatie van het bestel heeft direct invloed op de sector. Afhankelijk van de uitkomsten van de publieke besluitvorming zijn zowel positieve als negatieve consequenties voor de sector mogelijk. Een andere opzet kan bijvoorbeeld gevolgen hebben voor het totale uitzendvolume en de hoeveelheid uit te zenden genres die belangrijk zijn voor de sector, zoals documentaire en TV drama. Een tweede ontwikkeling is de verdere invulling van het filmbeleid. Belangrijk voor de sector is dat de overheid voor de komende jaren structureel beleid gaat voeren om film (grotendeels fiscaal) te ondersteunen. Vanaf 2005 is hier jaarlijks 20 miljoen voor beschikbaar. Met name voor de publieksfilm kan dit beleid positieve gevolgen hebben. Voorwaarde is dan wel dat de hiervoor bestemde middelen en maatregelen voor langere tijd gelden en zorgen voor beleidszekerheid. Naast de politieke/beleidsmatige ontwikkelingen zijn ook technologische ontwikkelingen van invloed op de sector. Volgens alle betrokkenen bij het onderzoek gaat met name digitalisering een grote rol spelen, zowel voor film als televisie. Digitalisering brengt grote veranderingen met zich mee voor de productie, postproductie en distributie. Over de precieze gevolgen verschillen respondenten van mening. Voor de postproductie leidt digitalisering tot vergroting van de mogelijkheden en kan het invloed hebben op de snelheid en kosten van het proces. Niettemin kan juist deze vergroting van mogelijkheden ook tot kostenverhoging voor bijvoorbeeld producenten leiden. Ook voor de distributie kan digitalisering grote gevolgen hebben. Op dit moment wordt geexperimenteerd met de mogelijkheden van digital distribution. Voor televisie heeft de ontwikkeling van analoog naar digitaal belangrijke consequenties. Digitale televisie betekent grotere keuzemogelijkheden voor de kijker. De kijker kan zelf bepalen wat en wanneer wordt bekeken. De invloed van deze technologische ontwikkelingen op de activiteiten en positie van alle betrokkenen in de sector is op dit moment moeilijk te voorspellen. 18

19 1 De sector nader bekeken 1.1 Inleiding Voordat de sector op gedetailleerd niveau kan worden beschreven dient eerst duidelijk te zijn wat hieronder wordt verstaan. Dit onderzoek start daarom met een nadere begripsbepaling. Wat is de sector en waarin onderscheidt deze zich van andere branches? Ook zijn de aanwezige partijen en hun onderlinge verhoudingen beschreven. Als laatste wordt in dit hoofdstuk ingegaan op de wijze van organisatie van de sector. Gezamenlijk vormen deze thema's een algemeen kader waarbinnen de resultaten van het onderzoek zijn te plaatsen. 1.2 Kenmerken van de sector Onderlinge samenhang Sector is een kunstmatig begrip. Organisaties, bedrijven en individuen worden tot een groep gerekend op basis van bepaalde gemeenschappelijke kenmerken. De grenzen van een sector zijn vaak niet duidelijk te trekken en onderwerp van discussie. Diverse segmenten met eigen kenmerken kunnen gezamenlijk tot een sector worden gerekend. Het probleem van het afbakenen van een sector speelt zeker ook bij de film- en televisiewereld. Partijen die onderling zeer verschillende activiteiten uitvoeren, vormen vanuit overkoepelend perspectief de film- en televisiesector. Het gaat om producenten, regisseurs, scenarioschrijvers, diverse soorten crewleden, distributeurs, bioscopen en filmhuizen, omroepen, financiers, facilitaire bedrijven, etc.. Tussen al deze aanwezige partijen kunnen grote verschillen zijn in activiteiten, belangen en genres. Mensen zijn betrokken bij commerciële bioscoopfilms, kunstzinnige films, animatiefilms, bioscoopdocumentaires, televisie documentaires, televisie drama of commercials. Dit zijn uiteenlopende producten die vanuit een ander perspectief worden gemaakt. In het ene geval worden werkzaamheden in opdracht verricht. In het andere geval is meer sprake van het zelf ontwikkelen van een project waar vervolgens financiers bij worden gezocht. Wat al deze partijen bindt is dat zij onderdeel uitmaken van diverse samenhangende schakels die nodig zijn voor het voortbrengen van een film. Zij delen grotendeels dezelfde infrastructuur en maken gebruik van dezelfde voorzieningen. Deze binding maakt het mogelijk te spreken van een sector. Onderscheidende kenmerken De sector heeft een aantal kenmerken waarmee hij zich onderscheidt van andere sectoren. Enkele opvallende kenmerken zijn de wijze van organisatie, de vermenging van artistieke en commerciële belangen en (met name bij speelfilms) de grote commerciële risico's door onzekerheid over de opbrengsten. In veel andere sectoren worden activiteiten georganiseerd binnen hetzelfde bedrijf. Hierdoor is het mogelijk efficiënt te werken en continuïteit te bieden. De film- en televisiesector wijkt hiervan af, met name in de productiefase. In plaats van door bedrijven worden activiteiten voornamelijk door netwerken van samenwerkende zelfstandigen verricht. Producten en diensten worden geleverd door individuen en kleine bedrijven die in een netwerkvorm actief zijn. Vaste dienstverban- 19

20 den komen weinig voor. Per project worden de benodigde mensen ingehuurd. Door deze voortdurend wisselende samenwerkingsrelaties is de sector dynamisch en flexibel. In dit opzicht wijkt de filmsector af van een andere culturele sector als de podiumkunsten. Onderdelen hiervan als de dans-, muziek- en theatersector werken veel meer vanuit vaste gezelschappen. De wijze van organisatie heeft echter ook een keerzijde. De flexibele structuur van samenwerking heeft als nadeel dat de werkzame personen in de sector minder continuïteit en zekerheid hebben. Zij lopen meer risico dan in een situatie waarin zij in vaste dienst zijn. Ook voor kleine bedrijven geldt dat zij kwetsbaar zijn. Door de beperkte omvang van de activiteiten zijn de risico's minder goed te spreiden. Het tweede belangrijke kenmerk van de sector is dat niet alleen economische overwegingen een rol spelen. Ook artistieke en culturele aspecten zijn zeer belangrijk. Bij velen is de behoefte om mooie dingen te maken de belangrijkste motivatie, ongeacht of dit wel of geen geld opbrengt. "Je mag je hobby uitoefenen en je krijgt ook nog geld voor, wat wil je nog meer. Hierdoor kunnen niet rendabele activiteiten bestaan en beslissingen worden genomen die vanuit louter economisch perspectief onlogisch zijn. Een derde kenmerk van de sector is het unieke karakter van het eindproduct. Iedere film is anders waardoor de waardering van gebruikers ook iedere keer anders is. Deze onzekerheid maakt de opbrengsten onvoorspelbaar. Vooral voor speelfilms geldt dat deze onzekerheid over de opbrengsten, gecombineerd met de hoge productiekosten de ontwikkeling riskant maakt. Om de risico s bij het ontwikkelen van films te spreiden is een zekere schaalgrootte nodig. Op deze manier kunnen succesvolle en minder succesvolle producten elkaar compenseren. Een partij die veel risico loopt, de producent, is echter klein van omvang. De meeste producenten behoren tot het midden- en kleinbedrijf en hebben minder dan tien werknemers in dienst. Risicospreiding over verschillende producten is dan ook in beperkte mate aan de orde. Een andere partij binnen de filmsector die risico loopt, de distributeur, kenmerkt zich wel door een redelijke schaalgrootte. 1.3 De spelers in de sector Betrokkenen Bij de totstandkoming van projecten in de film- en televisiesector zijn doorgaans vele partijen betrokken. Welke partijen dit zijn is sterk afhankelijk van het genre. Bioscoopproducties volgen een ander traject dan TV producties of commercials. Toch is er een rode draad te herkennen. Iedere productie doorloopt een reeks van ontwikkelingsfasen van het scenario tot en met de vertoning. In de onderstaande figuur zijn deze fasen voor speelfilms weergegeven en zijn de betrokken partijen benoemd. Op basis van de fasering in deze figuur worden de spelers in de sector besproken. Figuur

21 In totaal zijn zes fasen onderscheiden. De constante factor in de meeste fasen is de producent. Deze is met name van de ontwikkeling tot en met de postproductie, maar ook bij de distributie nauw betrokken. Ook distributeurs en omroepen spelen in diverse fasen van de ontwikkeling een rol. Zoals aangegeven hebben de genoemde fasen betrekking op bioscoopfilms en -documentaires. Voor televisieproducties wordt een ander traject doorlopen. Hier neemt de omroep een centrale rol in als opdrachtgever, financier, distributeur en vertoner. Bij dit traject zijn beduidend minder partijen betrokken en de fasen veel meer versmolten. Voor commercials geldt een duidelijk ander ontwikkelingstraject. Reclameminuten worden aan adverteerders verkocht door verkoopmaatschappijen van de zenders. Adverteerders worden bijgestaan door reclamebureaus en mediabureaus. Deze nemen verschillende onderdelen van het traject voor hun rekening. De reclamebureaus dragen zorg voor productie van de commercial, terwijl mediabureaus bepalen in welke reclameblokken van welke programma's de commercials het beste zijn uit te zenden. Vervolgens wordt de meest geschikte reclametijd ingekocht. Scenarioschrijvers Het ontwikkelen van een scenario is de startfase van een project. Zonder scenario is er geen verhaal. Een scenario vormt de basis van een speelfilm of een televisieserie en bepaalt de kracht van het verhaal dat de productie wil overbrengen. Bij het schrijven vindt vaak samenwerking plaats met een producent, regisseur of omroep. Het initiatief voor het schrijven van een scenario kan liggen bij de schrijver zelf, maar ook bij één van de andere genoemde partijen. Scenarioschrijven is een ontwikkelingsproces. Na een proces met diverse rondes van schrijven, feedback en aanpassing is het uiteindelijke scenario gereed. Dit hoeft vervolgens niet te leiden tot verdere ontwikkeling en productie. Bij bioscoopproducties moet de producent financiering kunnen vinden bij fondsen, omroepen en andere mogelijke financiers. Bij TV producties dient de betrokken omroep uiteindelijk voldoende interesse en middelen te hebben voor verdere ontwikkeling. Gefinancierde scenario s doorlopen vervolgens de verschillende productiefasen. De inkomsten voor de scenarioschrijver bestaan vooral uit een honorarium als vergoeding voor het schrijven van het scenario. Bij bioscoopproducties is dit doorgaans een vaste ontwikkelingsbijdrage van het Filmfonds. Bij TV producties is dit het honorarium dat omroepen betalen voor scenario-opdrachten. Met de publieke omroep zijn door het Netwerk Scenarioschrijvers afspraken gemaakt over de hoogte van het honorarium. Naast het honorarium kan de scenarioschrijver inkomsten krijgen uit een vergoeding voor het recht op eerste verfilming en auteursrechtelijke vergoedingen voor exploitatie van het scenario. Deze vergoedingen kunnen worden afgekocht en zijn dan in het honorarium inbegrepen. Het schrijven van een scenario is steeds meer een apart vak geworden dat door professionals wordt beoefend. Op basis van het lidmaatschap van de vereniging Netwerk Scenarioschrijvers is te schatten dat in totaal in Nederland 350 professionele scenarioschrijvers actief zijn. Zij zijn niet alleen voor film en televisie actief. Met name het toneel is een belangrijke sector. Regisseurs De regisseur vervult een centrale rol bij het realiseren van het uiteindelijke product. Centraal staat het omzetten van het scenario in een audiovisueel product. Activiteiten van regisseurs zijn het ontwikkelen van ideeën voor films, het leiden van de opnamen, de montage en de mixage. Naast 21

NSCmonitor 2012 Amsterdam 06-05-2013

NSCmonitor 2012 Amsterdam 06-05-2013 NSCmonitor 2012 Amsterdam 06-05-2013 De NSC monitor is het resultaat van een enquête die sinds 2011 onder actieve leden van Netherlands Society of Cinematographers wordt gehouden. Het doel is om jaarlijks

Nadere informatie

logoocw Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag 12 juli 2005 DK/B&B/05/26052 Filmstimuleringsbeleid

logoocw Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag 12 juli 2005 DK/B&B/05/26052 Filmstimuleringsbeleid logoocw Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag Den Haag Ons kenmerk 12 juli 2005 DK/B&B/05/26052 Onderwerp Filmstimuleringsbeleid Eind november vorig jaar

Nadere informatie

.., Algemene Rekenkamer. BEZORGEN De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Gen era a Binnenhof 4 2513 AA Den Haag

.., Algemene Rekenkamer. BEZORGEN De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Gen era a Binnenhof 4 2513 AA Den Haag Algemene Rekenkamer.., BEZORGEN De Voorzitter van de Tweede Kamer der StatenGen era a Binnenhof 4 2513 AA Den Haag Lange Voorhout 8 Postbus 20015 2500 EA Den Haag T 070 3424344 070 3424130 voorlichting@rekenkamer.nl

Nadere informatie

Nationale Filmconferentie Extended #1: Recoupment (8 juni 2017)

Nationale Filmconferentie Extended #1: Recoupment (8 juni 2017) Nationale Filmconferentie Extended #1: Recoupment (8 juni 2017) De Nationale Filmconferentie, onderdeel van het NFF, is een belangrijk platform voor discussie en debat binnen de Nederlandse filmsector.

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 31 482 Cultuursubsidies Nr. 94 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN Vastgesteld 22 april 2015 De commissie voor de Rijksuitgaven en de vaste commissie

Nadere informatie

3. Een film positioneren

3. Een film positioneren 3. Een film positioneren Voor iedere nieuwe film moet de distributeur een beslissing nemen over de wijze en het moment waarop de film wordt uitgebracht. Het is daarbij uiteraard de bedoeling optimale omstandigheden

Nadere informatie

De Geefwet en donaties aan cultuur in Nederland *1. René Bekkers, r.bekkers@vu.nl Saskia Franssen, s.e.franssen@vu.nl

De Geefwet en donaties aan cultuur in Nederland *1. René Bekkers, r.bekkers@vu.nl Saskia Franssen, s.e.franssen@vu.nl De Geefwet en donaties aan cultuur in Nederland *1 René Bekkers, r.bekkers@vu.nl Saskia Franssen, s.e.franssen@vu.nl Sinds giften aan culturele instellingen fiscaal gezien aantrekkelijker zijn geworden,

Nadere informatie

Panelonderzoek Sluiting & Overdracht

Panelonderzoek Sluiting & Overdracht Panelonderzoek Sluiting & Overdracht Geacht panellid, In oktober 2014 heeft u via het online KvK Ondernemerspanel deelgenomen aan een onderzoek over Sluiting & Overdracht. Nogmaals hartelijk dank voor

Nadere informatie

1.1 De macht van het testpubliek 6 1.2 Onderzoeksopzet 7 1.3 Begrippen 8 1.4 Interview onderzoek 9

1.1 De macht van het testpubliek 6 1.2 Onderzoeksopzet 7 1.3 Begrippen 8 1.4 Interview onderzoek 9 De macht van het testpubliek Een onderzoek naar filmscreening in Nederland Irene den Braven 277430 irenedenbraven@gmail.com Faculteit der Historische & Kunstwetenschappen Erasmus Universiteit Rotterdam

Nadere informatie

PROTOCOL TELEDOC ALGEMENE VOORWAARDEN CRITERIA AANVRAGERS: CRITERIA FILMPLAN:

PROTOCOL TELEDOC ALGEMENE VOORWAARDEN CRITERIA AANVRAGERS: CRITERIA FILMPLAN: PROTOCOL TELEDOC Een Teledoc is een documentaire met een eigentijds Nederlands onderwerp of duidelijk Nederlandse connectie, zich afspelend in het heden, toegankelijk, prikkelend, verhalend, cinematografisch

Nadere informatie

Langdurig ziekteverzuim van werknemers met een chronische ziekte of beperking Geeke Waverijn, Mieke Rijken

Langdurig ziekteverzuim van werknemers met een chronische ziekte of beperking Geeke Waverijn, Mieke Rijken Deze factsheet is een uitgave van het NIVEL. De gegevens mogen met bronvermelding (Langdurig ziekteverzuim van werknemers met een chronische ziekte of beperking, G. Waverijn & M. Rijken, NIVEL, januari

Nadere informatie

CV Key of Time/Tijdslot

CV Key of Time/Tijdslot INLEIDING Entermorfic Pictures (hierna te noemen de beherend vennoot ) is voornemens een speelfilm te produceren, voorlopig getiteld Tijdslot (hierna te noemen de film ), waarvan het scenario door Jens

Nadere informatie

67 leden kregen een uitnodiging om de enquête in te vullen. In totaal hebben 51 personen de enquête ingevuld. 42 mannen en 9 vrouwen.

67 leden kregen een uitnodiging om de enquête in te vullen. In totaal hebben 51 personen de enquête ingevuld. 42 mannen en 9 vrouwen. NCE Enquête over 2014 1 1. Inleiding: Dit is de beknopte versie van de resultaten van de Monitor NCE over 2014, een breed opgezette enquête die de NCE in april/mei 2016 onder haar leden heeft gehouden,

Nadere informatie

Subsidiënt: Ministerie van VWS. Zorgverleners werken liever met interne oproepkrachten dan met personeel van buitenaf

Subsidiënt: Ministerie van VWS. Zorgverleners werken liever met interne oproepkrachten dan met personeel van buitenaf De gegevens in deze factsheet mogen met bronvermelding (E.E.M. Maurits, A.J.E. de Veer & A.L. Francke. Zorgverleners werken liever met interne dan met personeel van buitenaf. Utrecht: NIVEL, 2013) worden

Nadere informatie

Alfahulp en huishoudelijke hulp. Rapportage Ons kenmerk: 11110 Juni 2014

Alfahulp en huishoudelijke hulp. Rapportage Ons kenmerk: 11110 Juni 2014 Alfahulp en huishoudelijke hulp Rapportage Ons kenmerk: 11110 Juni 2014 Inhoudsopgave Geschreven voor Achtergrond & doelstelling 3 Conclusies 5 Resultaten 10 Bereidheid tot betalen 11 Naleven regels 17

Nadere informatie

Gemeente Roosendaal. Cliëntervaringsonderzoek Wmo over Onderzoeksrapportage. 26 juni 2017

Gemeente Roosendaal. Cliëntervaringsonderzoek Wmo over Onderzoeksrapportage. 26 juni 2017 Gemeente Cliëntervaringsonderzoek Wmo over 2016 Onderzoeksrapportage 26 juni 2017 DATUM 26 juni 2017 Dimensus Beleidsonderzoek Wilhelminasingel 1a 4818 AA Breda info@dimensus.nl www.dimensus.nl (076) 515

Nadere informatie

Vlaams Archeologencollectief

Vlaams Archeologencollectief Vlaams Archeologencollectief Resultaten enquête verloning 7 Resultaten VLAC-enquête 7 Inhoudstafel. Algemene informatie. Verdeling respondenten. Private sector. Functie. Ervaring. Brutoloon. Contract 9.

Nadere informatie

Beschikking op ontheffingsverzoek

Beschikking op ontheffingsverzoek Beschikking op ontheffingsverzoek Kenmerk: 15637\2009000994 Betreft: ontheffingsverzoek Europese quota Film 1, Film 1.2 en Film 1.3 alsmede Film 1 Action Beschikking van het Commissariaat voor de Media

Nadere informatie

vinger aan de pols van werkend Nederland

vinger aan de pols van werkend Nederland Innovaties voor Gezond en Veilig Werken IMPLEMENTATION AND EVALUATION OSH POLICIES NEA: vinger aan de pols van werkend Nederland De NEA Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden is het grootste iodieke onderzoek

Nadere informatie

6. Film en televisie. 6.1 Nederlands Filmfonds

6. Film en televisie. 6.1 Nederlands Filmfonds 6. Film en televisie 6.1 Nederlands Filmfonds Het Nederlands Filmfonds stimuleert de filmproductie in Nederland. Verder bevordert het fonds een goed klimaat voor de Nederlandse filmcultuur en biedt filmmakers

Nadere informatie

Resultaten Conjunctuurenquete 1e helft 2014

Resultaten Conjunctuurenquete 1e helft 2014 Resultaten Conjunctuurenquete 1e helft 214 Willemstad, Maart 214 Inleiding In juni 214 zijn in het kader van de conjunctuurenquête (CE) de bedrijven benaderd met vragenlijsten op Curaçao. Doel van deze

Nadere informatie

Eén panellid, werkzaam in de juridische dienstverlening, geeft juist aan dat zijn omzet is toegenomen door de kredietcrisis.

Eén panellid, werkzaam in de juridische dienstverlening, geeft juist aan dat zijn omzet is toegenomen door de kredietcrisis. Respons Van 25 juni tot en met 5 juli is aan de leden van het Brabantpanel een vragenlijst voorgelegd met als thema Kredietcrisis. Ruim de helft van de 1601 panelleden (54%) vulde de vragenlijst in. Hieronder

Nadere informatie

Een eigen bedrijf is leuk!

Een eigen bedrijf is leuk! M200815 Een eigen bedrijf is leuk! Ervaringen van starters uit de jaren 1998-2000 drs. A. Bruins drs. D. Snel Zoetermeer, december 2008 2 Een eigen bedrijf is leuk! Een eigen bedrijf geeft ondernemers

Nadere informatie

SRA-Automotivescan Uitkomsten 2014 & verwachtingen 2015

SRA-Automotivescan Uitkomsten 2014 & verwachtingen 2015 SRA-Automotivescan Uitkomsten 2014 & verwachtingen 2015 SRA-Automotivescan De Automotivescan 2014 is 464 x ingevuld: 4 van de respondenten heeft een merk-garagebedrijf en 5 is universeel. 71% heeft een

Nadere informatie

3. Werknemers die niet deelnemen aan de pensioenregeling van de werkgever

3. Werknemers die niet deelnemen aan de pensioenregeling van de werkgever 3. Werknemers die niet deelnemen aan de pensioenregeling van de werkgever 3.1 Inleiding Er kunnen verschillende redenen zijn waarom een werknemer niet deelneemt aan de pensioenregeling van zijn werkgever.

Nadere informatie

EEN NIEUWE POOT ONDER DE NEDERLANDSE FILMPRODUCTIE Advies inzake de opzet en inzet van een nieuwe stimuleringsmaatregel

EEN NIEUWE POOT ONDER DE NEDERLANDSE FILMPRODUCTIE Advies inzake de opzet en inzet van een nieuwe stimuleringsmaatregel EEN NIEUWE POOT ONDER DE NEDERLANDSE FILMPRODUCTIE Advies inzake de opzet en inzet van een nieuwe stimuleringsmaatregel Advies aan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Ingevolge haar verzoek

Nadere informatie

KWARTAALMONITOR OKTOBER 2014. Omzetontwikkeling van freelancers en flexwerkers in Nederland

KWARTAALMONITOR OKTOBER 2014. Omzetontwikkeling van freelancers en flexwerkers in Nederland KWARTAALMONITOR OKTOBER 2014 Omzetontwikkeling van freelancers en flexwerkers in Nederland Inhoud 4 WERKGEVERS KIEZEN STEEDS VAKER VOOR FLEXWERKERS 5 FLEXWERKERS ZIJN IN ALLE REGIO S IN TREK 6 OMZET FREELANCERS

Nadere informatie

Hoog opgeleid, laag inkomen

Hoog opgeleid, laag inkomen Hoog opgeleid, laag inkomen De situatie van buitenschoolse kunstdocenten en artistiek begeleiders Henk Vinken en Teunis IJdens Een groot deel van de voorzieningen voor actieve cultuurparticipatie bestaat

Nadere informatie

Starters zien door de wolken toch de zon

Starters zien door de wolken toch de zon M201206 Starters zien door de wolken toch de zon drs. A. Bruins Zoetermeer, mei 2012 Starters zien door de wolken toch de zon Enkele jaren nadat zij met een bedrijf zijn begonnen, en met enkele jaren financieel-economische

Nadere informatie

Datum 10 november 2017 Overzicht van maatregelen arbeidsmarktpositie culturele en creatieve sector

Datum 10 november 2017 Overzicht van maatregelen arbeidsmarktpositie culturele en creatieve sector >Retouradres Postbus 16375 2500 BJ Den Haag De voorzitter van de Tweede Kamer Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Erfgoed en Kunsten Rijnstraat 50 Den Haag Postbus 16375 2500 BJ Den Haag www.rijksoverheid.nl

Nadere informatie

ons kenmerk BAOZW/U201100753 Lbr. 11/028

ons kenmerk BAOZW/U201100753 Lbr. 11/028 Brief aan de leden T.a.v. het college en de raad informatiecentrum tel. (070) 373 8020 betreft Uw medewerking bij plan digitalisering lokale filmtheaters uw kenmerk ons kenmerk BAOZW/U201100753 Lbr. 11/028

Nadere informatie

Zorgbarometer 7: Flexwerkers

Zorgbarometer 7: Flexwerkers Zorgbarometer 7: Flexwerkers Onderzoek naar de positie van flexwerkers in de zorg Uitgevoerd door D. Langeveld, MSc Den Dolder, mei 2012 Pagina 2 Het auteursrecht op dit rapport berust bij ADV Market Research

Nadere informatie

Eindexamen economie 1-2 vwo 2004-I

Eindexamen economie 1-2 vwo 2004-I 4 Beoordelingsmodel Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 Een voorbeeld van een juiste berekening

Nadere informatie

Competenties Regisseur. Competenties film en televisie

Competenties Regisseur. Competenties film en televisie Competenties Regisseur Competenties film en televisie De competenties van het opleidingsprofiel Film en TV zijn verdeeld in drie domeinen: - artistiek competentiedomein - vaktechnisch competentiedomein

Nadere informatie

KWARTAALMONITOR APRIL 2015. Omzetontwikkeling van freelancers en flexwerkers in Nederland

KWARTAALMONITOR APRIL 2015. Omzetontwikkeling van freelancers en flexwerkers in Nederland KWARTAALMONITOR APRIL 2015 Omzetontwikkeling van freelancers en flexwerkers in Nederland Inhoud 3 FREELANCERS GEBAAT BIJ DUIDELIJKHEID 4 OMZETCIJFERS FREELANCERS EERSTE KWARTAAL VALLEN TEGEN 5 LICHT HERSTEL

Nadere informatie

Onderstaand werken wij de beoordeling van de NPO-begroting 2018 verder uit.

Onderstaand werken wij de beoordeling van de NPO-begroting 2018 verder uit. Prins Willem Alexanderhof 20 2595 BE Den Haag t 070 3106686 info@cultuur.nl www.cultuur.nl 9 november 2017 Kenmerk: Betreft: advies Begroting 2018 NPO Geachte heer Slob, Op verzoek van uw ministerie adviseert

Nadere informatie

Vierde kwartaal 2013. Conjunctuurenquête Nederland. Provincie Limburg

Vierde kwartaal 2013. Conjunctuurenquête Nederland. Provincie Limburg Vierde kwartaal 2013 Conjunctuurenquête Nederland Inhoud rapport COEN in het kort Economisch klimaat Omzet Export Personeelssterkte Investeringen Winstgevendheid Toelichting De Conjunctuurenquête Nederland

Nadere informatie

Meting economisch klimaat, november 2013

Meting economisch klimaat, november 2013 Meting economisch klimaat, november 2013 1.1 Beschrijving respondenten Er hebben 956 ondernemers meegedaan aan het onderzoek, een respons van 38. De helft van de respondenten is zzp er (465 ondernemers,

Nadere informatie

een onderzoek naar arbeidssatisfactie in Nederland

een onderzoek naar arbeidssatisfactie in Nederland een onderzoek naar arbeidssatisfactie in Nederland 1 februari 2009 Ausems en Kerkvliet, arbeidsmedisch adviseurs Hof van Twente www.aenk.nl Onderzoeksrapport JobMeter 2009 Inleiding Ausems en Kerkvliet,

Nadere informatie

FINANCIELE ZEKERHEID. GfK September 2015. GfK 2015 Achmea Financiële Zekerheid september 2015

FINANCIELE ZEKERHEID. GfK September 2015. GfK 2015 Achmea Financiële Zekerheid september 2015 FINANCIELE ZEKERHEID GfK September 2015 1 Opvallende resultaten Meer dan de helft van de Nederlanders staat negatief tegenover de terugtredende overheid Financiële zekerheid: een aanzienlijk deel treft

Nadere informatie

Huidig economisch klimaat

Huidig economisch klimaat Huidig economisch klimaat 1.1 Beschrijving respondenten Er hebben 956 ondernemers meegedaan aan het onderzoek, een respons van 38. De helft van de respondenten is zzp er (465 ondernemers, 49). Het aandeel

Nadere informatie

rapportage Producentenvertrouwen kwartaal 1. Deze resultaten zijn tevens gepubliceerd in de tussenrapportage economische barometer (5 juni 2002)

rapportage Producentenvertrouwen kwartaal 1. Deze resultaten zijn tevens gepubliceerd in de tussenrapportage economische barometer (5 juni 2002) Rapportage producentenvertrouwen oktober/november 2002 Inleiding In de eerste Economische Barometer van Breda heeft de Hogeschool Brabant voor de eerste keer de resultaten gepresenteerd van haar onderzoek

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2011 2012 30 220 Publiek ondernemerschap Toezicht en verantwoording bij publiek-private arrangementen Nr.6 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN Vastgesteld 14

Nadere informatie

Fedecom Economische Barometer. Deelnemers Fedecom Economische Barometer. De sombere voorspellingen komen in het 2 e kwartaal uit!

Fedecom Economische Barometer. Deelnemers Fedecom Economische Barometer. De sombere voorspellingen komen in het 2 e kwartaal uit! Fedecom Economische Barometer De sombere voorspellingen komen in het 2 e kwartaal uit! De Fedecom Economische Barometer over het 2 e kwartaal van 2015 laat een verslechtering zien van de orderportefeuille

Nadere informatie

Nieuwe tijden, nieuwe collectieve pensioenen

Nieuwe tijden, nieuwe collectieve pensioenen Nieuwe tijden, nieuwe collectieve pensioenen Werkgevers en werknemers aan het woord Onderzoek verricht in opdracht van Nationale-Nederlanden door Motivaction. Wat vinden werkgevers en werknemers van pensioenen.

Nadere informatie

NIEUWJAARSRECEPTIE. 10 januari 2012. Wilco Wolfers

NIEUWJAARSRECEPTIE. 10 januari 2012. Wilco Wolfers NIEUWJAARSRECEPTIE 10 januari 2012 Wilco Wolfers voorzitter NFC Nederlandse Vereniging van Bioscoopexploitanten Nederlandse Vereniging van Filmdistributeurs Film Producenten Nederland WELKOM 2011 was een

Nadere informatie

Salarissen en competenties van MBO-BOL gediplomeerden: Feiten en cijfers

Salarissen en competenties van MBO-BOL gediplomeerden: Feiten en cijfers Research Centre for Education and the Labour Market ROA Salarissen en competenties van MBO-BOL gediplomeerden: Feiten en cijfers ROA Fact Sheet ROA-F-2014/1 Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt

Nadere informatie

Vierde kwartaal Conjunctuurenquête Nederland. Provincie Zuid-Holland

Vierde kwartaal Conjunctuurenquête Nederland. Provincie Zuid-Holland Vierde kwartaal 2012 Conjunctuurenquête Nederland Inhoud rapport COEN in het kort Economisch klimaat Omzet Export Personeelssterkte Investeringen Winstgevendheid Toelichting De Conjunctuurenquête Nederland

Nadere informatie

Gezondheidsbeleving en werkhervatting 35-minners (april 2010) Aanleiding

Gezondheidsbeleving en werkhervatting 35-minners (april 2010) Aanleiding Gezondheidsbeleving en werkhervatting 35-minners (april 2010) Aanleiding Het is de vraag of het in alle gevallen reëel is om van werkgevers en de desbetreffende werknemers te verwachten dat zij (in het

Nadere informatie

Gevolgen bezuinigingen publieke omroep dwingen politiek tot scherpe keuzes

Gevolgen bezuinigingen publieke omroep dwingen politiek tot scherpe keuzes Gevolgen bezuinigingen publieke omroep dwingen politiek tot scherpe keuzes Document van de Werkgroep Andere Publieke Omroep ten behoeve van het rondetafelgesprek van de Vaste Commissie OCW in de Tweede

Nadere informatie

Behoefte onderzoek naar een overbruggingsen/of pensioenregeling voor topsporters

Behoefte onderzoek naar een overbruggingsen/of pensioenregeling voor topsporters Uitkomsten enquête overbruggings- en pensioenregeling Nederlandse topsporters Behoefte onderzoek naar een overbruggingsen/of pensioenregeling voor topsporters Colofon NOC*NSF Atletencommissie Juni 2014

Nadere informatie

Special. Het volledige onderzoek van SEO Economisch Onderzoek vindt u op www.kinderopvang.nl. Het (economisch) belang van kinderopvang

Special. Het volledige onderzoek van SEO Economisch Onderzoek vindt u op www.kinderopvang.nl. Het (economisch) belang van kinderopvang Special Het volledige onderzoek van SEO Economisch Onderzoek vindt u op www.kinderopvang.nl Het (economisch) belang van kinderopvang 2 Het (economisch) belang van kinderopvang Voorwoord Wat levert kinderopvang

Nadere informatie

eca Manifest FNV Hor 2015

eca Manifest FNV Hor 2015 Manifest FNV Horeca 2015 Inleiding De arbeidsvoorwaarden in de horeca staan al tijden onder flinke druk. De verhoudingen tussen cao-partijen zijn verhard en verslechterd. Onderhandelingen lopen al jaren

Nadere informatie

MKB-ondernemer geeft grenzen aan

MKB-ondernemer geeft grenzen aan M0040 MKB-ondernemer geeft grenzen aan Reactie van MKB-ondernemers op wetswijzigingen in sociale zekerheid Florieke Westhof Peter Brouwer Zoetermeer, 0 april 004 MKB-ondernemer geeft grenzen aan Ondernemers

Nadere informatie

Bijlage VWO. management & organisatie. tijdvak 2. Informatieboekje. VW-0251-a-13-2-b

Bijlage VWO. management & organisatie. tijdvak 2. Informatieboekje. VW-0251-a-13-2-b Bijlage VWO 2013 tijdvak 2 management & organisatie Informatieboekje VW-0251-a-13-2-b Formuleblad Voor de beantwoording van vraag 10 zijn de volgende formules beschikbaar: 10 formules voor samengestelde

Nadere informatie

Uitstroom van ouderen uit de werkzame beroepsbevolking

Uitstroom van ouderen uit de werkzame beroepsbevolking Uitstroom van ouderen uit de werkzame beroepsbevolking Clemens Siermann en Henk-Jan Dirven De uitstroom van 50-plussers uit de werkzame beroepsbevolking is de laatste jaren toegenomen. Een kwart van deze

Nadere informatie

b Kerntaak gekoppeld aan het werkprogramma van het college Financiën helder en op orde

b Kerntaak gekoppeld aan het werkprogramma van het college Financiën helder en op orde gemeente Eindhoven Inboeknummer 12bst01585 Dossiernummer 12.38.651 18 september 2012 Commissienotitie Betreft startnotitie over Sturen met normen: domein 'flexibiliteit'. Inleiding Op 28 augustus is in

Nadere informatie

KWARTAALMONITOR JULI 2014. Omzetontwikkeling van freelancers en flexwerkers in Nederland

KWARTAALMONITOR JULI 2014. Omzetontwikkeling van freelancers en flexwerkers in Nederland KWARTAALMONITOR JULI 2014 Omzetontwikkeling van freelancers en flexwerkers in Nederland Inhoud 4 MEER JONGEREN FREELANCEN 5 OMZET FREELANCERS STIJGT 6 OMZET HAAGSE FREELANCER BLIJFT ACHTER OP REST VAN

Nadere informatie

Tweede kwartaal Conjunctuurenquête Nederland. Provincie Zeeland

Tweede kwartaal Conjunctuurenquête Nederland. Provincie Zeeland Tweede kwartaal 2013 Conjunctuurenquête Nederland Inhoud rapport COEN in het kort Economisch klimaat Omzet Export Personeelssterkte Investeringen Winstgevendheid Toelichting De Conjunctuurenquête Nederland

Nadere informatie

Hoe gaat Nederland met pensioen?

Hoe gaat Nederland met pensioen? Hoe gaat Nederland met pensioen? Een onderzoek over het pensioensbewustzijn van Nederland op verschillende thema s, waaronder pensioenleeftijdsverwachting. In opdracht van GfK Intomart 2013 33213 Delta

Nadere informatie

Eindexamen vwo m&o 2013-I

Eindexamen vwo m&o 2013-I Opgave 5 Bij deze opgave horen de informatiebronnen 6 tot en met 9 In deze opgave blijven belastingen en interest buiten beschouwing. Tot in de jaren 90 van de vorige eeuw werden in Noord-Brabant de tvsignalen

Nadere informatie

Arbeidsmarktanalyse Elektrotechnische detailhandel Chantal Nijhuis/Wilco Brinkman april en oktober 2014

Arbeidsmarktanalyse Elektrotechnische detailhandel Chantal Nijhuis/Wilco Brinkman april en oktober 2014 Arbeidsmarktanalyse Elektrotechnische detailhandel 2014 Chantal Nijhuis/Wilco Brinkman april en oktober 2014 1 Inhoud Blok 1: Werkgelegenheid in de sector Blok 2: Kenmerken van werknemers Blok 3: Kenmerken

Nadere informatie

Vierde kwartaal 2012. Conjunctuurenquête Nederland. Provincie Zeeland

Vierde kwartaal 2012. Conjunctuurenquête Nederland. Provincie Zeeland Vierde kwartaal 2012 Conjunctuurenquête Nederland Inhoud rapport COEN in het kort Economisch klimaat Omzet Export Personeelssterkte Investeringen Winstgevendheid Toelichting De Conjunctuurenquête Nederland

Nadere informatie

Mediabeleid in Nederland

Mediabeleid in Nederland Opgave 1 Massamedia tekst 1 Mediabeleid in Nederland 5 10 15 20 25 30 35 In de afgelopen tien jaar konden Nederlandse burgers, naast de drie publieke tv-zenders en vijf publieke radiozenders, steeds meer

Nadere informatie

Een onderzoek naar de sociaal-economische positie van professionele kunstenaars in Vlaanderen

Een onderzoek naar de sociaal-economische positie van professionele kunstenaars in Vlaanderen Loont passie? Een onderzoek naar de sociaal-economische positie van professionele kunstenaars in Vlaanderen Hoorzitting Vlaams Parlement, Commissie Cultuur, 31 januari 2017 Inleiding Aanleiding: studie

Nadere informatie

ZZP Barometer 2013 Pagina 2 van 16

ZZP Barometer 2013 Pagina 2 van 16 Maart 2013 ZZP Barometer 2013 Pagina 2 van 16 Inhoudsopgave Maart 2013 Voorwoord Opdrachten en tarieven Pagina 4 / 16 Managementsamenvatting Pagina 5 / 16 Themarapport Opdrachten en tarieven Marktontwikkeling

Nadere informatie

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA..DEN HAAG

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA..DEN HAAG >Retouradres Postbus 16375 2500 BJ Den Haag De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA..DEN HAAG Media en Creatieve Industrie Rijnstraat 50 Den Haag Postbus 16375 2500

Nadere informatie

Hoe denken zelfstandigen over een arbeidsongeschiktheidsverzekering?

Hoe denken zelfstandigen over een arbeidsongeschiktheidsverzekering? Hoe denken zelfstandigen over een arbeidsongeschiktheidsverzekering? Rapportage Kenmerk: 20107 Juni 2015 Inhoudsopgave Geschreven voor Inleiding 3 Conclusies 5 Resultaten Huidige voorziening 7 Verplichtstelling

Nadere informatie

Resultaten conjunctuurenquête 1 e halfjaar 2015

Resultaten conjunctuurenquête 1 e halfjaar 2015 Resultaten conjunctuurenquête 1 e halfjaar 2015 Inleiding Chris M. Jager In mei en juni 2015 zijn in het kader van de conjunctuurenquête (CE) een groot aantal bedrijven benaderd met vragenlijsten. Doel

Nadere informatie

M200413 Beperkte groei werkgelegenheid in het MKB

M200413 Beperkte groei werkgelegenheid in het MKB M200413 Beperkte groei werkgelegenheid in het MKB A.M.J. te Peele Zoetermeer, 24 december 2004 Beperkte groei werkgelegenheid MKB in 1999-2002 De werkgelegenheid in het MKB is in 2002 met 3% toegenomen

Nadere informatie

Grote dynamiek in kleinschalig ondernemerschap

Grote dynamiek in kleinschalig ondernemerschap Grote dynamiek in kleinschalig ondernemerschap J. Mevissen, L. Heuts en H. van Leenen SAMENVATTING Achtergrond van het onderzoek Het verschijnsel zelfstandige zonder personeel (zzp er) spreekt tot de verbeelding.

Nadere informatie

Kwartaalmonitor OKTOBER Omzetontwikkeling van freelancers en flexwerkers in Nederland

Kwartaalmonitor OKTOBER Omzetontwikkeling van freelancers en flexwerkers in Nederland Kwartaalmonitor OKTOBER 2014 Omzetontwikkeling van freelancers en flexwerkers in Nederland Inhoud 4 Werkgevers kiezen steeds vaker voor flexwerkers 5 Flexwerkers zijn in alle regio s in trek 6 Omzet freelancers

Nadere informatie

Eindexamen havo economie 2012 - II

Eindexamen havo economie 2012 - II Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 2 Een antwoord waaruit blijkt dat consumenten

Nadere informatie

KWARTAALMONITOR OKTOBER 2015. Omzetontwikkeling van freelancers en flexwerkers in Nederland

KWARTAALMONITOR OKTOBER 2015. Omzetontwikkeling van freelancers en flexwerkers in Nederland KWARTAALMONITOR OKTOBER 2015 Omzetontwikkeling van freelancers en flexwerkers in Nederland Inhoud 3 ONDERNEMERS, LAAT ZIEN DAT FLEXWERKERS WAARDEVOL ZIJN 4 OMZET FREELANCERS EN FLEXWERKERS DAALT DOOR TOENEMENDE

Nadere informatie

De volgende alinea wordt toegevoegd in de inleiding van hoofdstuk 7 van de Beleidsregels Ontslagtaak UWV (Bedrijfseconomische redenen):

De volgende alinea wordt toegevoegd in de inleiding van hoofdstuk 7 van de Beleidsregels Ontslagtaak UWV (Bedrijfseconomische redenen): Uitvoeringsinstructie UWV De volgende alinea wordt toegevoegd in de inleiding van hoofdstuk 7 van de Beleidsregels Ontslagtaak UWV (Bedrijfseconomische redenen): Sinds enige tijd komt het voor dat werkgevers

Nadere informatie

Creative Europe Programma en Europe For Citizens Calls en deadlines 2014

Creative Europe Programma en Europe For Citizens Calls en deadlines 2014 Creative Europe Programma en Europe For Citizens Calls en deadlines 2014 Calls subprogramma MEDIA Korte omschrijving Deadline Support for the development of Single Projects and Slate Funding Steun voor

Nadere informatie

Wat vinden kijkers en luisteraars van de Omroep Organisatie Groningen?

Wat vinden kijkers en luisteraars van de Omroep Organisatie Groningen? Wat vinden kijkers en luisteraars van de Omroep Organisatie Groningen? Marjolein Kolstein Juli 2017 www.os-groningen.nl BASIS VOOR BELEID Inhoud Samenvatting 2 1. Inleiding 3 1.1 Aanleiding van het onderzoek

Nadere informatie

Mediawijsheid. Voorbereiding. Inleiding 15 min

Mediawijsheid. Voorbereiding. Inleiding 15 min Lesbrief 6 Auteursrecht bij films Voorbereiding Doelen - De leerlingen weten wat er allemaal komt kijken bij het maken van een film en wie er allemaal aan meewerken. - De leerlingen weten welke legale

Nadere informatie

De verdeling van arbeid en zorg tussen vaders en moeders

De verdeling van arbeid en zorg tussen vaders en moeders De verdeling van arbeid en zorg tussen vaders en moeders Marjolein Korvorst en Tanja Traag Het krijgen van kinderen dwingt ouders keuzes te maken over de combinatie van arbeid en zorg. In de meeste gezinnen

Nadere informatie

Financiële onderbouwing Andere Publieke Omroep

Financiële onderbouwing Andere Publieke Omroep Financiële onderbouwing Andere Publieke Omroep Onderstaande exercitie is gebaseerd op oudere cijfers (Mazars 2002) en de uitkomsten wijken daarom af van de cijfers zoals gepresenteerd in het artikel van

Nadere informatie

Maatschappelijke waardering van Nederlandse Landbouw en Visserij

Maatschappelijke waardering van Nederlandse Landbouw en Visserij Nederlandse Landbouw en Visserij Inhoud 1 Inleiding 03 2 Samenvatting en conclusies landbouw en visserij 3 Maatschappelijke waardering landbouw 09 4 Associaties agrarische sector 13 5 Waardering en bekendheid

Nadere informatie

Quickscan Bouw 2012 samenvatting

Quickscan Bouw 2012 samenvatting 2012 samenvatting Vraag & aanbod personeel in de bouw sector KBB 2012.26 Curaçao, mei 2013 Kenniscentrum Beroepsonderwijs Bedrijfsleven Curaçao kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven curaçao tel

Nadere informatie

Inkomsten uit arbeid van vrouwen en hun partners

Inkomsten uit arbeid van vrouwen en hun partners Inkomsten uit arbeid van vrouwen en hun s Karin Hagoort en Maaike Hersevoort In 24 verdienden samenwonende of gehuwde vrouwen van 25 tot 55 jaar ongeveer de helft van wat hun s verdienden. Naarmate het

Nadere informatie

Pensioenactualiteiten en ontwikkelingen bij PGB

Pensioenactualiteiten en ontwikkelingen bij PGB Presentatie voor ledenraad KVGO Ruud Degenhardt 29 mei 2013 Pensioenactualiteiten en ontwikkelingen bij PGB Inhoud Inhoud PGB Financieel Pensioenactualiteiten Wet Versterking Pensioenfondsbestuur Ontwikkeling

Nadere informatie

BrancheMonitor 2012. Samenvatting. Oktober 2012 OVAL BrancheMonitor 2012, onderzoek door Panteia/EIM in opdracht van OVAL

BrancheMonitor 2012. Samenvatting. Oktober 2012 OVAL BrancheMonitor 2012, onderzoek door Panteia/EIM in opdracht van OVAL BrancheMonitor 2012 Samenvatting Oktober 2012 OVAL BrancheMonitor 2012, onderzoek door Panteia/EIM in opdracht van OVAL BrancheMonitor De BrancheMonitor 2012 geeft inzicht in de activiteiten van dienstverleners

Nadere informatie

Ontwikkeling leerlingaantallen

Ontwikkeling leerlingaantallen Ontwikkeling leerlingaantallen Elk jaar wordt op 1 oktober het leerlingaantal van elke basisschool geregistreerd door de Dienst Uitvoering Onderwijs (). Op basis van deze leerlingtelling wordt de bekostiging

Nadere informatie

Financiële problemen op de werkvloer

Financiële problemen op de werkvloer Financiële problemen op de werkvloer Gemeente Zoetermeer Nibud, 2012 Auteurs Daisy van der Burg Tamara Madern Inhoud 1 INLEIDING... 2 2 ONTWIKKELING FINANCIËLE PROBLEMEN... 3 3 OORZAKEN, SIGNALEN EN GEVOLGEN...

Nadere informatie

Onderzoeksrapport: zorgelijke terugloop leerwerkplekken mbo

Onderzoeksrapport: zorgelijke terugloop leerwerkplekken mbo Onderzoeksrapport: zorgelijke terugloop leerwerkplekken mbo - Algemene daling in aantal mbo-studenten. Deze daling wordt grotendeels veroorzaakt door de afname van het aantal leerwerkplekken. - Vooral

Nadere informatie

Project: 8216 In opdracht van Platform Amsterdam Samen

Project: 8216 In opdracht van Platform Amsterdam Samen Vervolgevaluatie Project: 8216 In opdracht van Platform Amsterdam Samen drs. Lonneke van Oirschot drs. Jeroen Slot dr. Esther Jakobs Weesperstraat 79 Postbus 658 1018 VN Amsterdam 1000 AR Amsterdam Telefoon

Nadere informatie

Bijlage 4: Werkenden met een laag inkomen

Bijlage 4: Werkenden met een laag inkomen Bijlage 4: Werkenden met een laag inkomen Dit overzicht gaat in op de inzichten die de cijfers van het CBS bieden op het punt van werkenden met een laag inkomen. Als eerste zal ingegaan worden op de ontwikkeling

Nadere informatie

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE > Retouradres Postbus 90801 2509 LV Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22XA Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4

Nadere informatie

Rapport Monitor decentralisaties Federatie Opvang

Rapport Monitor decentralisaties Federatie Opvang Rapport Monitor decentralisaties Federatie Opvang Amersfoort, maart 2015 1 Inhoudsopgave Inhoudsopgave 2 Respons en achtergrondkenmerken 3 Inkoop 4 Administratieve lasten en kwaliteitseisen 5 Gevolgen

Nadere informatie

OOG TV en Radio. Marjolein Kolstein. Mei 2016. Laura de Jong. Kübra Ozisik. www.os-groningen.nl

OOG TV en Radio. Marjolein Kolstein. Mei 2016. Laura de Jong. Kübra Ozisik. www.os-groningen.nl OOG TV en Radio Marjolein Kolstein Laura de Jong Mei 2016 Kübra Ozisik www.os-groningen.nl BASIS VOOR BELEID Inhoud Inhoud 1 Samenvatting 3 1. Inleiding 5 1.1 Aanleiding van het onderzoek 5 1.2 Doel van

Nadere informatie

1/ 5. VRAGEN EN ANTWOORDEN over makers, producenten en RoDAP.

1/ 5. VRAGEN EN ANTWOORDEN over makers, producenten en RoDAP. VRAGEN EN ANTWOORDEN over makers, producenten en RoDAP. Klopt het dat producenten makers niet betalen? Nee, producenten betalen honoraria voor het werk èn een vergoeding voor de overdacht van rechten,

Nadere informatie

Intake. Audiovisuele productie. D te Nuijl, communicatie adviezen film en tv producties

Intake. Audiovisuele productie. D te Nuijl, communicatie adviezen film en tv producties Intake Audiovisuele productie D te Nuijl, communicatie adviezen film en tv producties 1 Productietraject van een AV - programma Fase 1 algemene fase 1 Opdrachtgever komt met een; Idee - research Doelstelling

Nadere informatie

Nieuwsflits. Evaluatieonderzoek naar de Regeling palliatieve terminale zorg

Nieuwsflits. Evaluatieonderzoek naar de Regeling palliatieve terminale zorg Nieuwsflits Inhoud Evaluatieonderzoek naar de Regeling palliatieve terminale zorg 1. Adviesrapport bureau HHM is openbaar gemaakt Pagina 1 2. Conclusies en advies HHM voor toekomst Pagina 1 3. Kamerbrief

Nadere informatie

Rapportage Kunsten-Monitor 2014

Rapportage Kunsten-Monitor 2014 Rapportage Kunsten-Monitor 2014 Inleiding In 2014 heeft de AHK deelgenomen aan het jaarlijkse landelijke onderzoek onder recent afgestudeerden: de Kunsten-Monitor. Alle bachelor en master afgestudeerden

Nadere informatie

Eerste kwartaal 2013. Conjunctuurenquête Nederland. Provincie Limburg

Eerste kwartaal 2013. Conjunctuurenquête Nederland. Provincie Limburg Eerste kwartaal 2013 Conjunctuurenquête Nederland Inhoud rapport COEN in het kort Economisch klimaat Omzet Export Personeelssterkte Investeringen Winstgevendheid Toelichting De Conjunctuurenquête Nederland

Nadere informatie

Jaarplan 2014 Filmhuis De Keizer

Jaarplan 2014 Filmhuis De Keizer Jaarplan 2014 Filmhuis De Keizer INLEIDING Stichting filmhuis De Keizer stelt zich ten doel films te vertonen die cinematografisch, kunstzinnig, inhoudelijk of anderszins meer te bieden hebben, voor een

Nadere informatie

Grootste stijging aantal nieuwe WIA-uitkering in het hoger beroepsonderwijs

Grootste stijging aantal nieuwe WIA-uitkering in het hoger beroepsonderwijs Langdurig zieke werknemers die in aanmerking komen voor een uitkering op grond van arbeidsongeschiktheid vielen voorheen onder de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO). Op 1 januari 2006 maakte

Nadere informatie