Schadevergoeding na discriminatie

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Schadevergoeding na discriminatie"

Transcriptie

1 2014 Schadevergoeding na discriminatie Ieder1Gelijk Arend Noorduijnstraat BK Nijmegen Opdrachtgever: Ieder1Gelijk Praktijkbegeleider: dhr. drs. R. Sluijs Docentbegeleider: mw. mr. L. Russo Tweede lezer: mw. mr. M. van Sambeek Afstudeeronderzoek Isterlin Barre februari 2014 juni 2014

2 Voorwoord Voor u ligt het onderzoeksverslag dat gaat over de Nederlandse wet- en regelgeving omtrent discriminatie en welke mogelijkheden het civiel recht biedt om schade als gevolg van discriminatie vergoed te krijgen. De opdracht tot het onderzoek is gegeven door Ieder1Gelijk en het is uitgevoerd in het kader van mijn afstuderen aan de opleiding HBO- Rechten van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen. Het onderwerp, dat zowel over het mensenrecht om gelijk behandeld en niet gediscrimineerd te worden als over het civiele rechtsbegrip onrechtmatige daad gaat, heeft mij de afgelopen maanden zeer geboeid. Discriminatie is nog altijd actueel en het blijft een grote uitdaging voor Nederland hiertegen te strijden. Het nader bestuderen en het toepassen van de onrechtmatige daad op het discriminatievraagstuk was een interessante combinatie. In ons burgerlijk recht is de onrechtmatige daad een belangrijke en bekende rechtsfiguur. Het onderzoek heeft mij een genuanceerdere kijk gegeven op het discriminatieprobleem. Veel discriminatie komt voort uit het zwart- wit denken van mensen. Geen mens is gelijk aan een ander mens. Iedereen vraagt om een nieuwe benadering en een eigen behandeling. Tegelijkertijd is voor de wet eenieder wel gelijk en moet men in gelijke gevallen, als die al bestaan, gelijk behandeld worden. Ik ben dankbaar voor de inzichten die voortkwamen uit deze tegenstrijdigheid. Het was een leerzame tijd. Dank ben ik verschuldigd aan mijn praktijkbegeleider Ralph Sluijs en directrice Gina Plaggenborg. Zij hebben mij deze mooie kans geboden en het afstuderen mogelijk gemaakt. Mijn docentbegeleider Lavinia Russo wil ik ook graag bedanken voor de ondersteuning en het feit dat ze altijd bereikbaar was. Daarnaast maakten mijn familie en vrienden het voor mij een stuk gemakkelijker om dit werk door te zetten. Tot slot dank ik de twee deskundigen die zich lieten bevragen over hun kennis en ervaringen. Dit was een prettig deel van het onderzoek omdat zo het onderwerp tot leven kwam. Rest mij niets meer dan u veel leesplezier te wensen met dit onderzoeksverslag. Nijmegen, mei 2014 Isterlin Barre 2

3 Inhoudsopgave Samenvatting... 5 DEEL I. INLEIDING Aanleiding Doelstelling onderzoek Afbakening onderzoek Onderzoeksvraag en deelvragen Opzet onderzoek en gebruikte onderzoeksmethoden Vooruitblik op de tekst DEEL II. ONDERZOEK DISCRIMINATIE IN HET STRAFRECHT EN HET CIVIEL RECHT Inleiding De Grondwet Het Nederlands Wetboek van Strafrecht en het verbod van discriminatie Discriminatie en het Burgerlijk Wetboek Conclusie DE NEDERLANDSE GELIJKEBEHANDELINGSWETGEVING Inleiding Hoofdregels en belangrijke begrippen De gelijkebehandelingswetten Verbanden Beroepsrecht Conclusie DE ONRECHTMATIGE DAAD Inleiding De leer van de onrechtmatige daad Vereisten onrechtmatige daad Vorderingen Bewijs Jurisprudentie Criteria voor schadevergoeding Conclusie KAN IEDER1GELIJK NAMENS DE CLIENT EEN ZAAK AANHANGIG MAKEN BIJ DE CIVIELE RECHTER OP GROND VAN DE ONRECHTMATIGE DAAD? ZO JA, HOE? Inleiding

4 4.2 Kan Ieder1Gelijk namens de cliënt een zaak aanhangig maken bij de civiele rechter op grond van de onrechtmatige daad? Zo ja, hoe? Procedure Criteria voor schadevergoeding Conclusie CONCLUSIE EN AANBEVELING Conclusie Aanbeveling Bronnenlijst Bijlagen

5 Samenvatting In opdracht van stichting Ieder1Gelijk te Nijmegen heb ik onderzocht wat er in de Nederlandse wet- en regelgeving is vastgelegd over discriminatie en welke mogelijkheden het civiel recht biedt om schade als gevolg van discriminatie vergoed te krijgen. Hieronder leest u de samenvatting van dit onderzoek. Discriminatie in het strafrecht en civiel recht In hoofdstuk één wordt weergegeven welke plaats discriminatie heeft in het strafrecht en het civiel recht. In dit hoofdstuk zijn alle artikelen in de grondwet, strafrecht en civiel recht onderzocht die te maken hebben met discriminatie en ongelijke behandeling. Artikel 1 GW is een algemene bepaling die in de eerste plaats de overheid verbiedt om haar burgers te discrimineren. Artikel 1 GW verplicht de overheid ertoe gelijkheid te verzekeren. Voor de overheid dient iedereen gelijk te zijn. De Grondwet heeft betrekking op de verhouding overheid burger en heeft dus in principe slechts verticale werking. Uit artikel 1 vloeien uitsluitend verplichtingen voor de overheid voort, niet voor individuele personen. Het beschermt individuen tegen de overheid en houdt dus niet in dat burgers elkaar onderling (in horizontale relaties) gelijk moeten behandelen. Daarvoor bestaan andere wetten zoals de Algemene Wet Gelijke Behandeling en het Wetboek van Strafrecht. In de eerste volzin van artikel 1 GW is het gelijkheidsbeginsel neergelegd: gelijke gevallen dienen gelijk te worden behandeld. De tweede volzin van artikel 1 GW bevat het discriminatieverbod. De Nederlandse strafwet bevat al sinds 1932 het verbod van discriminatoire belediging. Bij Implementatie van het Internationaal verdrag inzake de uitbanning van rassendiscriminatie (IVUR) zijn in 1971 de toenmalige bepalingen redactioneel gewijzigd en terechtgekomen in artikel 137c e.v. Wetboek van Strafrecht. Hiermee zijn bepaalde vormen van discriminatie strafbaar gesteld. De strafrechtelijke bepalingen omtrent discriminatie hebben slechts betrekking op een beperkt aantal gronden: ras, godsdienst of levensovertuiging, hetero- of homoseksuele gerichtheid en lichamelijke, psychische of verstandelijke handicap. In dit rijtje ontbreken dus de gronden geslacht, nationaliteit, burgerlijke staat, arbeidsduur, soort contract, chronische ziekte en leeftijd die wel beschermd worden door de Algemene Wet Gelijke Behandeling (AWGB) en andere privaatrechtelijke gelijkebehandelingswetgeving. De strafbepalingen omtrent discriminatie hebben een open karakter. Of een uiting of handeling als discriminatie kan worden aangemerkt, moet de rechter bepalen aan de hand van de omstandigheden. De specifieke discriminatiedelicten zijn vanaf artikel 137c t/m 137g en artikel 429quater opgenomen in het Wetboek van Strafrecht. De normen die discriminatie in het civiel recht verbieden, zijn neergelegd in het Burgerlijk Wetboek en de gelijkebehandelingswetgeving. In het Burgerlijk Wetboek is het verbod van onderscheid slechts opgenomen in de artikelen 7:646 t/m 7:649. Deze artikelen zien toe op de gelijke behandeling tijdens de arbeid. 5

6 De Nederlandse gelijkebehandelingswetgeving In hoofdstuk twee worden de gelijkebehandelingswetten in Nederland volledig weergegeven. Om het recht op gelijke behandeling te garanderen zowel tussen overheid en burgers, als tussen burgers onderling, is artikel 1 van de Grondwet in de gelijkebehandelingswetgeving uitgewerkt. Hierdoor ontstaat naast de verticale werking ook de horizontale werking. De gelijkebehandelingswetten hebben betrekking op de gronden: godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, nationaliteit, hetero- of homoseksuele gerichtheid, burgerlijke staat, leeftijd, handicap of chronische ziekte, arbeidsduur en soort contract. Er bestaan twee vormen van onderscheid, namelijk direct en indirect onderscheid. Bij direct onderscheid wordt rechtstreeks verwezen naar een bepaalde grond. Een werkgever die een allochtone, geschikte sollicitant afwijst vanwege mogelijke bezwaren van zijn klanten tegen verkopers van allochtone afkomst, maakt direct onderscheid op grond van ras. Bij indirect onderscheid hanteert men een ogenschijnlijk neutraal criterium, dat echter in de praktijk leidt tot benadeling van personen met een bepaalde godsdienst, een bepaald ras, een bepaald geslacht, een bepaalde seksuele gerichtheid et cetera. De gelijkebehandelingswetten bestaan uit: Algemene wet gelijke behandeling (AWGB), Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij de arbeid (WGBL), Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte (WGBH/CZ), Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen (WGB), Wet onderscheid arbeidsduur (WOA) en Wet onderscheid bepaalde en onbepaalde tijd (WOBOT). De onrechtmatige daad In hoofdstuk drie wordt weergegeven wat de onrechtmatige daad precies inhoudt en of het een geschikt rechtsmiddel is voor het verkrijgen van schadevergoeding in het geval van discriminatie en ongelijke behandeling. Het beroep op de onrechtmatige daad via de civiele rechter biedt een mogelijkheid tot het opleggen van een sanctie bij discriminatiezaken aan het slachtoffer. Het voordeel van het instellen van een beroep bij de civiele rechter is dat deze, in tegenstelling tot het College voor de Rechten van de Mens, wel bindende uitspraken kan doen. Om te spreken van een onrechtmatige daad, moet eerst worden voldaan aan de vereisten die zijn opgenomen in artikel 6:162 Burgerlijk Wetboek (BW). Er moet sprake zijn van een onrechtmatige gedraging, deze gedraging moet toerekenbaar zijn aan de dader, er moet sprake zijn van schade, er moet een causaal verband zijn tussen de daad en de schade en tot slot moet de onrechtmatige daad op grond van artikel 6:163 BW voldoen aan het relativiteitsvereiste. Uit dit onderzoek blijkt dat er bij discriminatiezaken gekozen is voor de versoepeling van de vereisten van de onrechtmatige daad. Deze versoepeling van de vereisten van de onrechtmatige wordt uitgelegd in het Dekker arrest. Discriminatie kan op elke grond van artikel 6:162 BW lid 2 worden aangemerkt als onrechtmatige daad. Elke schending van het discriminatieverbod zorgt voor een volledige aansprakelijkheid voor de discriminerende persoon, omdat deze zich onrechtmatig gedraagt tegenover het slachtoffer. De schade die uit de onrechtmatige daad ontstaat kan op grond van artikel 6:95 juncto 6:106 BW aangemerkt worden als materiële schade en immateriële schade. Uit artikel 149 Burgerlijke Rechtsvordering (RV) 6

7 blijkt dat het belangrijk is om de immateriële schade te onderbouwen, zodat de schadevergoeding geheel wordt toegewezen. De schade wordt namelijk niet aanwezig geacht, als deze niet voldoende is onderbouwd. Er bestaat ook een versoepelde bewijslastregeling bij discriminatiezaken. Door de toepassing van de normale bewijslastregeling uit artikel 150 RV, is het lastig om aan te tonen dat er sprake is van discriminatie. Op grond van artikel 150 RV is de gediscrimineerde persoon belast met het leveren van bewijsmateriaal. Terwijl het bij discriminatie vaak gaat om het gevoel of het vermoeden dat er is gediscrimineerd. De Europese wetgever wilde dat de lidstaten maatregelen zouden nemen zodat de gediscrimineerde persoon slechts dient aan te tonen dat er een vermoeden is van discriminatie. In Nederland is deze maatregel opgenomen in artikel 10 van de Algemene wet gelijke behandeling. Dit betekent dat bij discriminatiezaken de omgekeerde bewijslastregeling wordt toegepast. Door de verschuiving van het bewijslast is het aantonen van discriminatie makkelijker geworden. Het vermoeden dat er is gediscrimineerd, is voldoende. Uit het jurisprudentieonderzoek in paragraaf 3.6 is gebleken dat er wel eerder een beroep is gedaan op de onrechtmatige daad bij discriminatiezaken, maar dat het slechts om een beperkt aantal zaken gaat. Bij slechts één van de drie behandelde zaken is de schadevergoeding toegekend aan eiser. Belangrijk blijkt om de vordering geheel te onderbouwen en te motiveren. Tevens bleek dat de omgekeerde bewijslastregeling niet altijd geldt bij discriminatie. De algemene bepalingen van de bewijslastregeling van artikel 150 RV gelden alleen als een beroep wordt gedaan op artikel 8 en 8a AWGB. Bij een dergelijk beroep moet de eiser stellen en bewijzen in plaats van de gedaagde. Het zelfstandig aanhangig maken van een zaak bij de rechter door Ieder1Gelijk In hoofdstuk vier wordt er een antwoord gegeven op de vraag; of Ieder1Gelijk namens de cliënt een zaak aanhangig kan maken bij de civiele rechter op grond van de onrechtmatige daad. Aan de hand van een gesprek met de heer Verhaagh, advocaat civiel recht bij Van Schie advocaten te Nijmegen en met ondersteuning van mevrouw Hofmeijer, docente civiel recht aan de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen, is dit hoofdstuk uitgewerkt. Afhankelijk van de aard van de procedure kan Ieder1Gelijk namens de cliënt een zaak aanhangig maken bij de civiele rechter op grond van de onrechtmatige daad. Uit artikel 42 Wet op de rechterlijke organisatie (RO) en artikel 92 Wetboek van burgerlijke rechtsvordering (RV) volgt de gezochte oplossing omdat de onrechtmatige daad een dagvaardingsprocedure betreft. In het Nederlands burgerlijk recht worden alle procedures ingeleid met een dagvaarding, tenzij in de wet is bepaald dat de procedure moet worden ingeleid met een verzoekschrift (artikel 261 lid twee RV). Deze formulering maakt duidelijk dat de verzoekschriftprocedure een uitzondering is op de hoofdregel. Of een geding moet worden aangevangen met een verzoekschrift dan wel met een dagvaarding kan worden afgeleid uit de bewoordingen van de wet. Wordt gesproken van 'verzoek', dan is sprake van een verzoekschriftprocedure. Spreekt de wet van 'vordering', dan is een dagvaarding de geëigende weg. Gezien het feit dat er in artikel 93 RV wordt gesproken van een vordering, kan de conclusie worden getrokken dat het verkrijgen van schadevergoeding via de onrechtmatige daad een dagvaardingsprocedure betreft en geen verzoekschriftprocedure. In artikel 42 RO staat beschreven dat Ieder1Gelijk zich moet wenden tot de rechtbank omdat deze bevoegd is kennis te nemen van alle burgerlijke zaken. 7

8 Afhankelijk van de aard van de procedure zal Ieder1Gelijk naar de sector civiel of de sector kanton moeten van de rechtbank. Artikel 93 RV bepaalt welke zaken bij de sector kanton moeten worden neergelegd. Valt de vordering van Ieder1Gelijk hier niet onder dan zal Ieder1Gelijk zich moeten wenden tot de sector civiel en zal de stichting zich moeten laten bijstaan door een advocaat bij een dergelijke procedure. Een onrechtmatige daad procedure is in principe afdeling civiel, tenzij de claim op geld waardeerbaar is en minder dan , euro bedraagt. Bedraagt de claim meer dan , euro dan wordt er niet meer voldaan aan artikel 93 RV en kan er geconcludeerd worden dat sector kanton hier niet bevoegd is maar sector civiel. In dat geval kan Ieder1Gelijk niet meer zelfstandig een zaak aanhangig maken en is de bijstand van een advocaat verplicht. De conclusie en aanbeveling In de Nederlandse wet- en regelgeving is het verbod van discriminatie als eerste opgenomen in de Grondwet. In artikel 1 van de Grondwet zijn het gelijkheidsbeginsel en het discriminatieverbod neergelegd. In het strafrecht zijn de specifieke discriminatiedelicten opgenomen in de artikelen 137c t/m 137g en artikel 429qauter Wetboek van Strafrecht. In het Burgerlijk Wetboek is het verbod van onderscheid slechts opgenomen in de artikelen 7:646 t/m 7:649. Deze artikelen zien toe op de gelijke behandeling tijdens de arbeid. De Nederlandse gelijkebehandelingswetgeving bestaat uit zes verschillende wetten. Namelijk: Algemene wet gelijke behandeling (AWGB), Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij de arbeid (WGBL), Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte (WGBH/CZ), Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen (WGB), Wet onderscheid arbeidsduur (WOA) en Wet onderscheid bepaalde en onbepaalde tijd (WOBOT). Het civiel recht biedt maar één mogelijkheid om schade als gevolg van discriminatie vergoed te krijgen en dat is via de onrechtmatige daad procedure van artikel 6:162 BW. In het civiel recht zijn er grofweg twee verbintenissen: verbintenissen uit overeenkomst en verbintenissen uit de wet. Als een overeenkomst niet wordt nagekomen spreekt men van een contractbreuk. Het voorbeeld bij uitstek van een verbintenis uit de wet is de verplichting om de schade te vergoeden die voortvloeit uit een onrechtmatige daad. In hoofdstuk drie is er al geconcludeerd dat het bij discriminatiezaken gaat om een verbintenis uit de wet en niet om een verbintenis uit een overeenkomst. Door middel van een voorbeeld is het uitgelegd. Naar aanleiding van dit onderzoek en het gesprek met mr. S.T.W. Verhaagh, advocaat civiel recht en verbintenissenrecht bij Van Schie advocaten te Nijmegen, is deze conclusie getrokken. Naar aanleiding van dit onderzoek wil ik Ieder1Gelijk adviseren om een weloverwogen beslissing te nemen wat het bijstaan van cliënten betreft in een civielrechtelijke procedure. Het is belangrijk om de resultaten van dit onderzoek en het beroepsproduct goed te bestuderen alvorens een beslissing wordt genomen. Duidelijk is dat Ieder1Gelijk meer wil kunnen betekenen voor haar cliënten. Het voeren van een procedure op grond van de onrechtmatige daad voor de cliënt draagt daaraan bij. Wel is gebleken dat er bij een dergelijke procedure de nodige kosten, tijd, scholing en verantwoordelijkheid bij komen kijken. Ik adviseer Ieder1Gelijk niet om te kiezen tussen het bijstaan van een cliënt of om dit over te laten aan een advocaat. Ik adviseer Ieder1Gelijk wel om de resultaten van het onderzoek te bespreken in een vergadering en een ieder zijn of haar mening te laten horen. Voordat er een beslissing 8

9 wordt genomen moet Ieder1Gelijk zich ervan bewust zijn wat de procedure inhoudt, wat de extra kosten zijn, hoeveel tijd het in beslag neemt en op welke manier er bijgeschoold gaat worden. Het beroepsproduct De conclusie en aanbeveling zijn verwerkt in het beroepsproduct. Het beroepsproduct bestaat uit een stappenplan waarin ik Ieder1Gelijk stap voor stap mee neem in een onrechtmatige daad procedure. Het probleem is dat Ieder1Gelijk niet weet hoe een civiele procedure op grond van een onrechtmatige daad gevoerd moet worden en wat daar allemaal bij komt kijken. Ik ga dat probleem oplossen door een stappenplan te maken waarbij ik Ieder1Gelijk door de procedure heen leid. Ik neem Ieder1Gelijk als het ware bij de hand en stop bij ieder station voor het geven van uitleg en advies. Het is daarna aan Ieder1Gelijk om te bepalen wat ze met het beroepsproduct gaat doen. Wordt het roer omgegooid en gaat Ieder1Gelijk cliënten die recht hebben om de geleden schade vergoed te krijgen, bij- staan in een civiele procedure? Of laten ze het bij de huidige werkwijze omdat het bijvoorbeeld te ingewikkeld is of teveel tijd kost? 9

10 DEEL I. INLEIDING Aanleiding Ieder1gelijk is het bureau voor gelijke behandeling in Gelderland- Zuid. Ieder1gelijk is een laagdrempelige en onafhankelijke organisatie voor iedereen die met discriminatie te maken krijgt in de regio Gelderland- Zuid. Het bureau richt zich op het voorkomen, signaleren en bestrijden van alle vormen van discriminatie. Bij Ieder1gelijk komen ook cliënten die schade hebben geleden als gevolg van discriminatie. Bijvoorbeeld een zwarte medewerker die ontslagen wordt vanwege zijn huidskleur en hierdoor zijn inkomsten derft. Ieder1Gelijk kan een dergelijke zaak dan aanhangig maken bij het College voor de Rechten van de Mens in Utrecht. Het College oordeelt of er sprake is geweest van discriminatie maar dat oordeel is helaas niet bindend en sanctieloos. Cliënten kunnen dus naar aanleiding van dat oordeel de geleden schade niet vergoed krijgen. De drempel om zelf naar de civiele rechter toe te stappen is te hoog voor cliënten. Het doel is om die drempel te verlagen als zo n procedure namens de cliënt gevoerd kan worden door Ieder1Gelijk. Het probleem is dat cliënten, zoals Ieder1Gelijk nu te werk gaat, moeten worden doorverwezen naar een advocaat om een civielrechtelijke procedure op grond van een onrechtmatige daad te starten bij de civiele rechter. Dit omdat Ieder1Gelijk niet voldoende op de hoogte is hoe een dergelijke procedure gevolgd moet worden. De nodige kennis om dit voor de cliënt te kunnen afhandelen ontbreekt nog. In de praktijk zien cliënten dan sneller af van een civielrechtelijke procedure, omdat ze dat een te grote of te enge stap vinden. Bijvoorbeeld vanwege de kosten en de risico s. Als Ieder1Gelijk dit voor de cliënten kan doen hoeft doorverwijzing niet meer plaats te vinden en kunnen ze worden ondersteund door hun vertrouwde klachtbehandelaar. Tot nu toe worden er weinig procedures gevoerd in het civiel recht wat betreft de onrechtmatige daad als gevolg van discriminatie. Een bijkomend voordeel zou dus zijn dat er meer jurisprudentie ontstaat op het gebied van discriminatie. Feitelijk komt het erop neer dat Ieder1Gelijk meer wil kunnen betekenen voor haar cliënten. Als er in de toekomst cliënten komen die als gevolg van discriminatie schade hebben geleden wil Ieder1gelijk deze cliënten niet meer doorverwijzen maar zelf een civiele procedure starten namens de cliënt om zo de geleden schade vergoed te krijgen. Het probleem is dat Ieder1Gelijk niet weet hoe een dergelijke procedure in elkaar steekt en wat er allemaal bij komt kijken. Tijdens mijn stage heeft mijn praktijkbegeleider kenbaar gemaakt dat hij dit onderwerp al een tijdje onderzocht wil hebben maar dat het er steeds niet van komt. Omdat ik het erg naar mijn zin had en me thuis voelde bij Ieder1gelijk ben ik op zijn voorstel ingegaan. Zo is het onderwerp van mijn afstudeeronderzoek tot stand gekomen. De AOD- commissie heeft mij verder op weg geholpen en daar vloeien mijn huidige onderzoeksvraag en deelvragen uit voort. De AOD- commissie heeft mij ondersteuning geboden bij de totstandkoming van mijn onderzoek. Volgens de AOD- commissie moest het strafrecht ook een rol krijgen in mijn onderzoek om het beeld compleet te maken. Om deze reden maak ik een uitstapje naar het strafrecht 10

11 om een volledig beeld te geven inzake discriminatie. Het strafrecht komt dus bij deelvraag één uitgebreid aan bod. Daar wordt de relatie tussen het strafrecht en discriminatie geschetst, maar het civiel recht staat in mijn onderzoek centraal en daar is het onderzoek ook op gericht. Doelstelling onderzoek Wat is de doelstelling van Ieder1Gelijk met betrekking tot het onderzoek? Het doel van Ieder1Gelijk is dat er meer procedures worden gevoerd in het civiel recht wat betreft de onrechtmatige daad als gevolg van discriminatie. Tevens wil Ieder1Gelijk dat er meer jurisprudentie ontstaat op het gebied van discriminatie. Ieder1Gelijk wil ook meer kunnen betekenen voor haar cliënten. Ieder1Gelijk wil dat alle cliënten die schade hebben geleden, die ook daadwerkelijk vergoed krijgen. Met de huidige werkwijze gebeurt dat niet omdat cliënten doorverwezen moeten worden naar een advocaat. Het is gebleken dat de drempel om zelf naar de civiele rechter toe te stappen te hoog is voor cliënten. Het doel is om die drempel te verlagen als zo n procedure gevoerd kan worden door Ieder1Gelijk namens de cliënt. Hoe gaat de doelstelling bereikt worden? Het probleem is dat Ieder1Gelijk niet weet hoe een civielrechtelijke procedure op grond van een onrechtmatige daad gevoerd moet worden bij de civiele rechter. De nodige kennis om dit voor de cliënt te kunnen afhandelen ontbreekt. Ik ga dat probleem oplossen door een stappenplan te maken voor Ieder1Gelijk waar de procedure stap voor stap uitgelegd wordt. Het probleem is dan opgelost. Vanaf dat moment kan Ieder1Gelijk zelf een procedure starten voor haar cliënten en hoeft doorverwijzing niet meer plaats te vinden. Dat betekent dus dat er meer procedures gevoerd kunnen worden in het civiel recht als gevolg van discriminatie. Dat leidt dan weer tot meer jurisprudentie op het gebied van discriminatie. Ieder1Gelijk kan dus door het te verwachten eindproduct haar doelstelling bereiken. Wat is het te verwachten eindproduct voor Ieder1Gelijk? Het eindproduct dat ik uiteindelijk zal leveren voor Ieder1Gelijk is een stappenplan waarbij ik Ieder1Gelijk stap voor stap mee neem in een onrechtmatige daad procedure. Het probleem is dat Ieder1Gelijk niet weet hoe een civiele procedure op grond van een onrechtmatige daad gevoerd moet worden en wat daar allemaal bij komt kijken. Ik ga dat probleem oplossen door een stappenplan te maken waarbij ik Ieder1Gelijk door de procedure heen leid. Ik neem Ieder1Gelijk als het ware bij de hand en stop bij iedere station voor het geven van uitleg en advies. Het is daarna aan Ieder1Gelijk om te bepalen wat ze met het beroepsproduct gaat doen. Wordt het roer omgegooid en gaat Ieder1Gelijk cliënten die recht hebben om de geleden schade vergoed te krijgen bij staan in een civiele procedure? Of laten ze het bij de huidige werkwijze omdat het bijvoorbeeld te ingewikkeld is of teveel tijd kost? Daar komen we in juni 2014 achter. 11

12 Afbakening onderzoek De randvoorwaarde die is opgenomen, is dat binnen de geplande vijf maanden het onderzoek verricht moet worden. Er is fulltime aan het onderzoek gewerkt. De werkzaamheden zijn verricht op kantoor en op school. Het onderzoek naar de beantwoording van de hoofdvraag en subvragen, het opleveren van het beroepsproduct, het schrijven van de scriptie en het houden van de presentatie en verdediging dienen binnen vijf maanden afgerond te zijn. De beperking richt zich op het gebied dat ik heb onderzocht. Mijn onderzoek heeft zich beperkt tot het Nederlands strafrecht en civiel recht omtrent discriminatie. Om het nog specifieker te maken heeft mijn onderzoek zich vooral gericht op de mogelijkheden die het civiel recht biedt om schade als gevolg van discriminatie vergoed te krijgen en op wat er in de Nederlandse wet- en regelgeving is vastgelegd over discriminatie. Ik heb mij verdiept in de instrumenten die het civiel recht biedt om de schade als gevolg van discriminatie succesvol te kunnen claimen. Voor subvraag 1 heb ik ook de nationale discriminatiewetgevingen onder de loep genomen omdat dat wordt gevraagd in het tweede gedeelte van de hoofdvraag zoals hierboven ook staat beschreven. Tijdens het onderzoek is de hoofdvraag aangepast op advies van mijn docentbegeleider omdat dat in het voordeel van mijn onderzoek was. In mijn plan van aanpak heb ik aangegeven dat ik daar voor open sta zolang het onderzoek daar baat bij heeft en dat was zeker het geval. Onderzoeksvraag en deelvragen De hoofdvraag luidt als volgt: Wat is er in de Nederlandse wet- en regelgeving vastgelegd over discriminatie en welke mogelijkheden biedt het civiel recht om schade als gevolg van discriminatie vergoed te krijgen? De deelvragen luiden als volgt: 1. Wat is er in de Nederlandse wet- en regelgeving vastgelegd over discriminatie? 2. Wat houdt de onrechtmatige daad precies in? 3. Kan Ieder1Gelijk namens de cliënt een zaak aanhangig maken bij de civiele rechter op grond van de onrechtmatige daad? Opzet onderzoek en gebruikte onderzoeksmethoden Om een antwoord te krijgen op de hoofdvraag en subvragen heb ik verschillende bronnen moeten bestuderen. Ik had verschillende vragen die eerst beantwoord moesten worden zodat ik daarna kon komen op het antwoord van de hoofdvraag. Dit onderzoek is een combinatie van literatuurstudie en veldonderzoek. De bedoeling van het veldonderzoek was om het onderzoek interessanter te maken. Ik ben begonnen met het grondig onderzoeken van de literatuur omtrent discriminatie, onder andere handboeken. Daarnaast heb ik me verdiept in de wetgeving wat discriminatie betreft, dit om erachter te komen welke discriminatiewetge- 12

13 vingen er in Nederland zijn. Het bestuderen van jurisprudentie speelde ook een belangrijke rol in het onderzoek maar dat was in enig opzicht lastiger, omdat de jurisprudentie op dit gebied schaars is. De opdrachtgever is ook van mening dat er te weinig procedures worden gevoerd op grond van discriminatie en het doel is dat er meer jurisprudentie ontstaat op dit gebied. Gezien het bovenstaande heb ik desk research en literatuurstudie gehanteerd. Deskresearch is het verzamelen van gegevens/informatie over een onderwerp uit bronnen als websites, databanken, catalogi, kranten, tijdschriften, archieven, in elektronische of papieren vorm en het integreren van die informatie met bestaande kennis. In het plan van aanpak schreef ik dat ik tevens veldonderzoek wilde verrichten omdat het mij zinvol leek om deskundigen op dit gebied te kunnen spreken. Het is mij gelukt om twee deskundigen te spreken en ik ben verrijkt door hun ervaring en deskundigheid. Mijn eerste interview/gesprek was met prof. mr. A.B. Terlouw, hoogleraar aan de Radboud Universiteit te Nijmegen. Zij heeft het boek Gelijkheid en diversiteit in de multiculturele samenleving geschreven, dat ik voor dit onderzoek gebruikt heb. Het was een verfrissend en een informatief gesprek en van toegevoegde waarde voor het onderzoek. Mijn tweede gesprek was met mr. S.T.W. Verhaagh, advocaat civiel recht en verbintenissenrecht bij Van Schie advocaten te Nijmegen. Aan hem heb ik de laatste deelvraag voorgelegd, die hij uitgebreid heeft beantwoord. Hij heeft zijn deskundigheid en ervaring met mij gedeeld. Mijn streven was om de laatste deelvraag ook door middel van een interview te beantwoorden en het is goed voor het onderzoek dat het gelukt is. Vooruitblik op de tekst In hoofdstuk één van dit onderzoek is gekeken naar de plaats van discriminatie in het strafrecht en het civiel recht. Alle artikelen die van belang zijn voor het onderzoek zijn aan bod gekomen en zijn volledig uitgewerkt. Hoofdstuk twee gaat over de gelijkebehandelingswetgeving in Nederland. De hoofdregels en belangrijke begrippen zijn behandeld en iedere wet is afzonderlijk behandeld. In hoofdstuk drie is het beroep op de onrechtmatige daad uitgebreid behandeld om er achter te komen of artikel Burgerlijk Wetboek (BW) een geschikt rechtsmiddel is voor het verkrijgen van schadevergoeding in het geval van discriminatie en ongelijke behandeling. Er is een theoretische schets gemaakt van de onrechtmatige daad en wat deze kan betekenen voor het slachtoffer. In hoofdstuk vier is er antwoord gegeven op de belangrijkste vraag van de opdrachtgever. Namelijk op de vraag of Ieder1Gelijk zelfstandig een zaak aanhangig kan maken bij de civiele rechter op grond van de onrechtmatige daad namens de cliënt. Daarbij is ook de te volgen procedure uiteengezet. Hoofdstuk vijf bevat de conclusie van het onderzoek. In dit hoofdstuk wordt antwoord gegeven op de hoofdvraag van het onderzoek. De conclusie wordt uitgewerkt aan de hand van de 13

14 bevindingen uit de deelvragen van het onderzoek. Daarnaast wordt er in dit hoofdstuk ook aanbevelingen gedaan aan Ieder1Gelijk In de bijlage treft u het interview met prof. mr. A.B. Terlouw, hoogleraar aan de Radboud Universiteit te Nijmegen. Het gesprek met mr. S.T.W. Verhaagh, advocaat civiel recht en verbintenissenrecht bij Van Schie Advocaten is verwerkt in hoofdstuk vier. Ten slotte is naast dit onderzoeksverslag ook een beroepsproduct geleverd in de vorm van een stappenplan waarbij ik Ieder1Gelijk stap voor stap mee neem in een onrechtmatige daad procedure. 14

15 DEEL II. ONDERZOEK 1 DISCRIMINATIE IN HET STRAFRECHT EN HET CIVIEL RECHT 1.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt duidelijk gemaakt welke plaats discriminatie heeft in het strafrecht en het civiel recht. Het behandelen van dit hoofdstuk is belangrijk voor het beantwoorden van de hoofdvraag. Een deel van de hoofdvraag heeft namelijk te maken met de Nederlandse weten regelgeving omtrent discriminatie. Door te beschrijven wat er in het strafrecht en civiel recht staat over discriminatie wordt het beantwoorden van de hoofdvraag in gang gezet. Dit hoofdstuk draagt bij aan de beantwoording van het eerste gedeelte van de hoofdvraag. In dit hoofdstuk komen alle artikelen aan bod die met discriminatie te maken hebben en worden deze volledig uitgewerkt. 1.2 De Grondwet Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan. Aldus luidt de tekst van artikel 1 Grondwet. Artikel 1 Grondwet verplicht de overheid ertoe gelijkheid te verzekeren. Voor de overheid dient iedereen gelijk te zijn. De essentie van gelijke behandeling is echter niet het waarborgen van gelijkheid, maar het garanderen van verscheidenheid. Het gelijkheidsbeginsel van de Grondwet geldt voor verticale relaties. Op grond van de Algemene Wet Gelijke Behandeling (AWGB) en andere gelijkebehandelingswetgeving geldt het verbod van onderscheid echter ook voor sommige horizontale relaties. Deze wetten richten zich met name op het tegengaan van ongelijke behandeling op het werk en bij het aanbieden van goederen en diensten. Sinds de grondwetsherziening van 1983 zijn in artikel 1 Grondwet het gelijkheidsbeginsel en het discriminatieverbod neergelegd. De Grondwet heeft betrekking op de verhouding overheid burger en heeft dus in principe slechts verticale werking. Uit artikel 1 vloeien uitsluitend verplichtingen voor de overheid voort, niet voor individuele personen. Artikel 1 Grondwet formuleert een recht waarop de burger zich voor de rechter rechtstreeks kan beroepen. Het beschermt individuen tegen de overheid en houdt dus niet in dat burgers elkaar onderling (in horizontale relaties) gelijk moeten behandelen. Daarvoor bestaan andere wetten zoals de Algemene Wet Gelijke Behandeling en het Wetboek van Strafrecht, die hierna worden behandeld. Artikel 1 Grondwet verplicht de overheid allen die zich in Nederland bevinden in gelijke gevallen gelijk te behandelen. Artikel 1 geldt dus ook voor wie de essentie van artikel 1 zelf niet erkent. Ook mensen die de gelijkheid van man en vrouw, van hetero en homo, van christen en moslim niet erkennen, zijn voor de wet gelijk en worden beschermd door artikel 1. Artikel 15

16 1 van de Grondwet geeft dus geen enkele steun aan het idee van opgedrongen assimilatie aan de dominante waarden. Artikel 1 verplicht staatsburgers en andere ingezetenen tot niets. In de eerste volzin van het artikel 1 Grondwet is het gelijkheidsbeginsel neergelegd: gelijke gevallen dienen gelijk te worden behandeld. Algemeen wordt aangenomen dat dit tevens betekent dat ongelijke gevallen behandeld moeten worden naar de mate van hun ongelijkheid. Bij beantwoording van de vraag of gevallen gelijk of ongelijk zijn, worden niet alle aspecten van de betreffende gevallen met elkaar vergeleken, maar alleen die aspecten die relevant zijn. Juridische gelijkheid veronderstelt geen identieke gevallen. Artikel 1 heeft betrekking op allen die zich in Nederland bevinden. Dat moet worden gelezen als allen zie zich binnen de rechtsmacht van Nederland bevinden. Binnen Nederland bevinden zich ook mensen die niet zijn toegelaten maar zich toegang hebben verschaft, toeristen, asielzoekers, illegalen. Artikel 1 heeft ook op hen betrekking, ook zij hebben recht op gelijke behandeling. Dit neemt niet weg dat soevereine staten de vrijheid hebben om immigratie te reguleren en te beperken. De tweede volzin van artikel 1 Grondwet bevat het discriminatieverbod. Een aantal differentiatiecriteria of gronden is uitdrukkelijk genoemd: godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras en geslacht. De tweede zinsnede eindigt met de formulering op welke grond dan ook. De formulering van artikel 1 heeft tot veel discussie geleid. Zijn de opgesomde gronden slechts bedoeld als illustratie of gaat het om gronden waarvoor onderscheid nooit kan worden gerechtvaardigd, terwijl voor onderscheid op andere gronden wel een rechtvaardiging kan bestaan? Deze open formulering verruimt de werkingssfeer van het artikel en is tevens bedoeld om ruimte te laten aan maatschappelijke ontwikkelingen. Volgens Hirsch Ballin moet de tweede zin worden begrepen als een: begin van een juridische precisering van wat ook al begrepen kon worden geacht in de eerste zin: een verbod namelijk om in wetgeving en beleid onderscheid te maken op andere gronden dan gerechtvaardigde en een soort vermoeden van ongerechtvaardigdheid van onderscheidingen die gebaseerd zijn op de in de tweede volzin genoemde gronden. 1 1 A. Terlouw, Gelijkheid en diversiteit in de multiculturele samenleving, Den Haag: Sdu uitgevers 2010, p. 25, 26 en

17 1.3 Het Nederlands Wetboek van Strafrecht en het verbod van discriminatie Inleiding De Nederlandse strafwet bevat al sinds 1932 het verbod van discriminatoire belediging. Bij Implementatie van het Internationaal verdrag inzake de uitbanning van rassendiscriminatie (IVUR) zijn in 1971 de toenmalige bepalingen redactioneel gewijzigd en terechtgekomen in artikel 137c e.v. Wetboek van Strafrecht. Hiermee zijn bepaalde vormen van discriminatie strafbaar gesteld. Zonder dat het IVUR hiertoe verplichtte, heeft de Nederlandse wetgeving op eigen initiatief de grond godsdienst toegevoegd. Algemeen werd aangenomen dat het verbod van godsdienstdiscriminatie ook al onder de oude strafbepaling viel. De specifieke discriminatiedelicten worden hierna behandeld Discriminatiegronden De strafrechtelijke bepalingen omtrent discriminatie hebben slechts betrekking op een beperkt aantal gronden: ras, godsdienst of levensovertuiging, hetero- of homoseksuele gerichtheid en lichamelijke, psychische of verstandelijke handicap. In dit rijtje ontbreken dus de gronden geslacht, nationaliteit, burgerlijke staat, arbeidsduur, soort contract, chronische ziekte en leeftijd die wel beschermd worden door de Algemene Wet Gelijke Behandeling (AWGB) en andere privaatrechtelijke gelijkebehandelingswetgeving (worden in een later stadium behandeld). In de literatuur wordt over het algemeen aangenomen dat de strafrechtelijke discriminatieverboden zich ook tot meerderheidsgroepen uitstrekken. Het strafrecht kent dus symmetrische benadering. De gronden zijn, met uitzondering van de grond handicap, neutraal en soms expliciet tweezijdig geformuleerd (hetero- of homoseksuele gerichtheid). Ook discriminatie van atheïsten en van autochtonen is dus strafbaar Open strafbepaling en contextuele toetsing De strafbepalingen omtrent discriminatie hebben een open karakter. Of een uiting of handeling als discriminatie kan worden aangemerkt, moet de rechter bepalen aan de hand van de omstandigheden. Hij verricht daartoe een zogenoemde contextuele toetsing. Deze toetsing bestaat uit drie stappen en nemen de discriminerende uitlating als voorbeeld: beoordeling van de uitlating naar zijn bewoordingen en samenhang, beoordeling van de context waarin de uitlating is gedaan. De derde stap vindt pas plaats als de context het strafbare karakter ontneemt. Dan vindt de beoordeling plaats van het al dan niet grievende karakter van de uitlating. 3 2 A. Terlouw, Gelijkheid en diversiteit in de multiculturele samenleving, Den Haag: Sdu uitgevers 2010, p A. Terlouw, Gelijkheid en diversiteit in de multiculturele samenleving, Den Haag: Sdu uitgevers 2010, p

18 1.3.4 Specifieke delicten Discriminatoire belediging Discriminatoire belediging betreft een uitingsdelict. De spanning tussen dit verbod en de vrijheid van meningsuiting is evident. De bepaling is aanvankelijk vooral met het doel antisemitisme te bestrijden in het Wetboek van Strafrecht opgenomen. Onder beledigen in de zin van artikel 137c Wetboek van Strafrecht moet worden verstaan het miskennen van de waardigheid van een groep. Beledigend is slechts het aantasten van de eigenwaarde of het in diskrediet brengen van een groep, omdat die van een bepaald ras is of een bepaalde godsdienst belijdt of een bepaalde levensovertuiging is toegedaan. Of de uitlating discriminatoir is, hangt voorts af van de context. Er zijn ook beledigende uitlatingen die alleen al door hun bewoordingen discriminerend zijn. De vrijheid van meningsuiting en van religie kunnen medebepalend zijn voor het al dan niet aannemen van een beledigend karakter van op zichzelf beschouwd grievende uitlating. Ook als een verdachte met de uitingen een redelijk belang nastreeft, ontneemt dat nog niet zonder meer het grievende karakter aan de uitingen. De uiting moet functioneel zijn, gelet op de strekking van het betoog en niet onnodig kwetsend. Om aan de delictsomschrijving van artikel 137c Wetboek van Strafrecht te voldoen, moet de uiting bovendien opzettelijk en in het openbaar zijn gedaan. Met opzettelijk wordt niet bedoeld dat de uiting is gedaan met het oogmerk om te beledigen, maar de verdachte moet het beledigende karakter van zijn uiting noodzakelijkerwijs hebben begrepen. Het gaat om voorwaardelijk opzet: het bewust aanvaarden van de aanmerkelijke kans. De eis van openbaarheid betekent dat discriminatie in de privésfeer buiten het strafrecht valt. Een verweer dat het niet de bedoeling was dat de uiting in openbaarheid zou komen is niet voldoende. Als de verdachte de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat zijn uiting ter kennis komt van het grote publiek, is voldaan aan de eis van openbaarheid, zelfs als de uiting niet daadwerkelijk ter kennis van het grote publiek is gekomen. De belediging moet zijn gericht op een groep of op een individu. In dat laatste geval moet wel de groep waartoe het individu behoort in diskrediet zijn gebracht. 4 4 A. Terlouw, Gelijkheid en diversiteit in de multiculturele samenleving, Den Haag: Sdu uitgevers 2010, p. 172 en

19 Aanzetten tot haat en/of discriminatie Hoewel het aanzetten tot haat en/of discriminatie meestal ook beledigend zal zijn, gaat het in artikel 137d Wetboek van Strafrecht niet om het in diskrediet brengen van een groep. De bepaling heeft tot doel het tegengaan van discriminatie in de zin van feitelijke achterstelling. Opmerkelijk is dat artikel 137d Wetboek van Strafrecht, anders dan artikel 137c Wetboek van Strafrecht, ook is gericht op geslacht. In de rechtspraak is uitgemaakt dat transseksualiteit daaronder kan worden begrepen. De term haat is ontleend aan artikel 4 van het Internationaal verdrag inzake de uitbanning van rassendiscriminatie (IVUR). Onder haat moet worden verstaan een houding van verregaande vijandigheid, een gevoel van diepe afkeer van een groep, gepaard gaande met de wens om daartoe behorende personen nadeel toe te brengen. De strafbaarheid ligt in de gedraging als zodanig. Of het beoogde effect is ingetreden, is voor de strafbaarheid niet van belang. Aanzetten tot haat kan bijvoorbeeld door verbale uitingen, het tonen van afbeeldingen, het maken van gebaren en het verspreiden van geschriften. Het enkele in het bezit hebben van discriminerende teksten valt dus niet onder artikel 137d Wetboek van Strafrecht. Behalve het aanzetten tot haat valt onder de strafbepaling ook het aanzetten tot gewelddadig optreden tegen een persoon of goed op discriminatoire gronden. 5 Als voorbeeld een uitspraak van de Politierechter die oordeelde dat de beheerder van een website had aangezet tot discriminatie en gewelddadig optreden tegen mensen vanwege hun ras. Het betrof een website waarbij ongeveer 35 Lonsdale jongeren zich hadden aangesloten die elkaar met discriminerende teksten aanzetten om gewelddadig tegen buitenlanders op te treden. Ze wisselden teksten met elkaar uit zoals, buitenlanders moeten oprotten, we moeten die Marokkanen laten zien dat we niet met ons laten spotten. 6 Verspreiden van discriminatie, steun verlenen aan discriminatie en beroepsmatige discriminatie Artikel 137 e Wetboek van Strafrecht verbiedt het verspreiden en openbaar maken van discriminatie anders dan ten behoeve van zakelijke berichtgeving. Verspreiden en openbaar maken is heel ruim omschreven. Het gaat ook om ter verspreiding of openbaarmaking in voorraad hebben. Het enkele bezit van discriminerend voorwerp voor eigen gebruik is in dit artikel niet strafbaar gesteld. Een verbod om informatie te verspreiden of openbaar te maken staat uiteraard op gespannen voet met de vrijheid van meningsuiting. Dat is ook precies de reden waarom de uitzondering ten behoeve van zakelijke berichtgeving in de delictsomschrijving is opgenomen. Onder zakelijke berichtgeving wordt verstaan journalistieke en wetenschappelijke publicaties en berichtgeving. Maar deze zakelijke berichtgeving mag natuurlijk weer geen dekmantel zijn voor het propageren van discriminatie. Er hoeft geen sprake te zijn van opzet, de delictsomschrijving is ook vervuld als de verdachte redelijkerwijs kon vermoeden dat de uitlating of verspreiding beledigend is wegens een van de beschermde gronden (zie voor de discriminatiegronden 2.2.2). 5 A. Terlouw, Gelijkheid en diversiteit in de multiculturele samenleving, Den Haag: Sdu uitgevers 2010, p Rechtbank Middelburg 6 februari 2007, parketnummer: 12/

20 Artikel 137f Wetboek van Strafrecht verbiedt het verlenen van geldelijke of stoffelijke steun aan activiteiten gericht op discriminatie. De dader moet een wezenlijke bijdrage aan het discriminatoire handelen leveren. Het immaterieel steunen van activiteiten gericht op discriminatie is hier niet strafbaar gesteld. De laatste specifieke discriminatiedelicten zijn die van artikel 137g en artikel 429 quater Wetboek van Strafrecht. Beide artikelen stellen de discriminatoire uitlating strafbaar in de uitoefening van een ambt, beroep of bedrijf. Artikel 137g Wetboek van Strafrecht is beperkt tot alleen de grond ras. Artikel 429 quater geldt ook voor de andere beschermde gronden. Het delict van artikel 429 quater Wetboek van Strafrecht is een overtreding en vereist geen opzet. Het kan bovendien bij deze bepaling ook gaan om indirect onderscheid waarvoor een redelijke grond kan worden aangevoerd. Artikel 137g Wetboek van Strafrecht is een misdrijf waarvoor opzet vereist is en dat geen ruimte laat voor het aanvoeren van een rechtvaardiging. Met betrekking tot de delicten van artikel 137g en artikel 429 quater Wetboek van Strafrecht wordt ook wel gesproken van beroepsmatige discriminatie. Discriminatie in de uitoefening van een beroep wil zeggen dat sprake moet zijn van een winstoogmerk, te behalen uit de discriminatoire activiteiten. Daarnaast geldt voor artikelen 137c, 137d en 137 e Wetboek van Strafrecht een strafverzwaring als sprake is van een structurele discriminatie, dat wil zeggen als het feit wordt gepleegd door iemand die daarvan een beroep of gewoonte maakt of door twee of meer verenigde personen. Er moet sprake zijn van een niet toevallig, herhaalde handelen, waaruit een subjectieve gerichtheid van de dader blijkt om te discrimineren. 7 7 A. Terlouw, Gelijkheid en diversiteit in de multiculturele samenleving, Den Haag: Sdu uitgevers 2010, p. 176 en

Schadevergoeding na discriminatie

Schadevergoeding na discriminatie 2014 Schadevergoeding na discriminatie Ieder1Gelijk Arend Noorduijnstraat 15 6512 BK Nijmegen Opdrachtgever: Ieder1Gelijk Praktijkbegeleider: dhr. drs. R. Sluijs Docentbegeleider: mw. mr. L. Russo Tweede

Nadere informatie

Wettelijke kaders & Regelgeving: Handreikingen voor toepassing in de praktijk

Wettelijke kaders & Regelgeving: Handreikingen voor toepassing in de praktijk Wettelijke kaders & Regelgeving: Handreikingen voor toepassing in de praktijk Introductie op Module 4 Training Selecteren zonder Vooroordelen Voor de beste match! Dit opleidingsaanbod is tot stand gekomen

Nadere informatie

Nr. 3 MEMORIE VAN TOELICHTING

Nr. 3 MEMORIE VAN TOELICHTING 29311 Wijziging van de Algemene wet gelijke behandeling en enkele andere wetten naar aanleiding van onderdelen van de evaluatie van de Algemene wet gelijke behandeling, de Wet gelijke behandeling van mannen

Nadere informatie

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. (Tekst geldend op: 27-06-2013) Wet van 2 maart 1994, houdende algemene regels ter bescherming tegen discriminatie op grond van godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, nationaliteit,

Nadere informatie

Op 18 november 2009 heeft het raadslid Flos (VVD) onderstaande motie ingediend:

Op 18 november 2009 heeft het raadslid Flos (VVD) onderstaande motie ingediend: Reactie van het College van B en W op de motie inzake Aanpak Discriminatie Amsterdam (openstellen functies voor iedereen bij ingehuurde organisaties) van het raadslid Flos (VVD) van 18 november 2009. Op

Nadere informatie

Afstudeeronderzoek. : Eser Pusmaz Studentnummer : 463084. Studiejaar van afstuderen : 2015 Periode : H- Cluster (1 september t/m maart 2015)

Afstudeeronderzoek. : Eser Pusmaz Studentnummer : 463084. Studiejaar van afstuderen : 2015 Periode : H- Cluster (1 september t/m maart 2015) Afstudeeronderzoek Naam : Eser Pusmaz Studentnummer : 463084 Opleiding : HBO- Rechten Afstudeerrichting : Arbeidsrecht Studiejaar van afstuderen : 2015 Periode : H- Cluster (1 september t/m maart 2015)

Nadere informatie

ECCVA/U200801782 CVA/LOGA 08/37 Lbr. 08/187

ECCVA/U200801782 CVA/LOGA 08/37 Lbr. 08/187 Brief aan de leden T.a.v. het college informatiecentrum tel. (070) 373 8021 betreft gelaatsbedekkende kleding bij gemeentepersoneel Samenvatting uw kenmerk ons kenmerk ECCVA/U200801782 CVA/LOGA 08/37 Lbr.

Nadere informatie

Gedragsregels. voor uitzendondernemingen

Gedragsregels. voor uitzendondernemingen Gedragsregels voor uitzendondernemingen Gedragsregels voor uitzendondernemingen Er bestaat behoefte aan flexibele arbeid, zowel bij werknemers als bij werkgevers. Uitzendondernemingen voorzien in die behoefte

Nadere informatie

gelijke behandeling en passend onderwijs 25 maart 2014 Actieweek passend onderwijs

gelijke behandeling en passend onderwijs 25 maart 2014 Actieweek passend onderwijs gelijke behandeling en passend onderwijs 25 maart 2014 Actieweek passend onderwijs Voorstellen Domenica Ghidei lid van het College voor de Rechten van de Mens Dick Houtzager lid van het College voor de

Nadere informatie

Gedragscode ter voorkoming van ongewenst gedrag

Gedragscode ter voorkoming van ongewenst gedrag Gedragscode ter voorkoming van ongewenst gedrag Kinderdagverblijf Eigenwijs, handelend onder Vertah BV, verder te noemen organisatie: hanteert deze Gedragscode ter voorkoming van ongewenst gedrag voor

Nadere informatie

5.10.1 Gedragscode FloreoKids. Versie 1 26-7-2011

5.10.1 Gedragscode FloreoKids. Versie 1 26-7-2011 5.10.1 Gedragscode FloreoKids Versie 1 26-7-2011 5.10.1. Gedragscode FloreoKids Om elkaar te beschermen heeft FloreoKids in een gedragscode beschreven op welke wijze we met elkaar en met onze klanten omgaan.

Nadere informatie

Recht op gelijke behandeling gehandicapten en chronisch zieken wettelijk geregeld

Recht op gelijke behandeling gehandicapten en chronisch zieken wettelijk geregeld Recht op gelijke behandeling gehandicapten en chronisch zieken wettelijk geregeld Gezond, gehandicapt of chronisch ziek; alle mensen hebben in principe recht op gelijke behandeling. Dat staat in de Grondwet.

Nadere informatie

Gelijke behandeling. informatie voor werknemers

Gelijke behandeling. informatie voor werknemers Gelijke behandeling informatie voor werknemers Gelijke behandeling: informatie voor werknemers Het is wettelijk bepaald dat iemand niet ongelijk behandeld mag worden vanwege zijn godsdienst, levensovertuiging,

Nadere informatie

Leidraad over het beroep op de onrechtmatige daad bij discriminatie en ongelijke behandeling

Leidraad over het beroep op de onrechtmatige daad bij discriminatie en ongelijke behandeling Leidraad over het beroep op de onrechtmatige daad bij discriminatie en ongelijke behandeling Een overzicht van de positieve punten en de knelpunten van het beroep op artikel 6:162 BW, de onrechtmatige

Nadere informatie

7 november 2013 Platformdag Gehandicapten mbo Marije Graven

7 november 2013 Platformdag Gehandicapten mbo Marije Graven Workshop: 10 jaar WGBH/CZ 7 november 2013 Platformdag Gehandicapten mbo Marije Graven College voor de Rechten van de Mens (Sinds 1 oktober 2012, opvolger van de CGB) Missie is om mensenrechten te: Bewaken

Nadere informatie

Stellen en bewijzen in procedures over verplichtstelling

Stellen en bewijzen in procedures over verplichtstelling Stellen en bewijzen in procedures over verplichtstelling 9 september 2015 Alex Ter Horst Advocaat pensioenrecht Achtergrond Indien verplichtstelling van toepassing is leidt dat voor wg en bpf tot allerlei

Nadere informatie

Registratie gemeentelijke antidiscriminatievoorziening. Gemeente Maasdriel 2012

Registratie gemeentelijke antidiscriminatievoorziening. Gemeente Maasdriel 2012 Registratie lijke antidiscriminatievoorziening Gemeente 2012 Naam antidiscriminatievoorziening Rapportage voor Jaar van registratie 2012 Inleiding Voor u ligt de registratie van discriminatieklachten van

Nadere informatie

2. Hoe kan je de strijd tegen discriminatie aangaan?

2. Hoe kan je de strijd tegen discriminatie aangaan? 2. Hoe kan je de strijd tegen discriminatie aangaan? Om de strijd tegen discriminatie op de werkvloer aan te gaan, kan je als militant beroep doen op een breed wettelijk kader. Je vindt hieronder de belangrijkste

Nadere informatie

Voorkeursbeleid: de (on)mogelijkheden

Voorkeursbeleid: de (on)mogelijkheden Voorkeursbeleid Voorkeursbeleid: de (on)mogelijkheden Als een werkgever een diverse samenstelling van zijn personeelsbestand nastreeft, heeft hij daarvoor enkele instrumenten ter beschikking. Te denken

Nadere informatie

: G. Wilders Parketnummer : 13/425046-09 Officieren van justitie : mr. P. Velleman en mr. B. van Roessel Datum : 15 oktober 2010 (Samenvatting deel 2)

: G. Wilders Parketnummer : 13/425046-09 Officieren van justitie : mr. P. Velleman en mr. B. van Roessel Datum : 15 oktober 2010 (Samenvatting deel 2) Parket Amsterdam Zaak : G. Wilders Parketnummer : 13/425046-09 Officieren van justitie : mr. P. Velleman en mr. B. van Roessel Datum : 15 oktober 2010 (Samenvatting deel 2) Requisitoir G. Wilders (deel

Nadere informatie

Wettelijke kaders & regelgeving

Wettelijke kaders & regelgeving Wettelijke kaders & regelgeving Handreikingen voor toepassing in de praktijk Introductie op Module 4 Cursus Selecteren zonder vooroordelen: Voor de beste match! Dit opleidingsaanbod is tot stand gekomen

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2001 2002 28 221 Wijziging van het Wetboek van Strafrecht in verband met de strafbaarstelling van beledigende uitlatingen en het aanzetten tot haat, discriminatie

Nadere informatie

Date de réception : 01/03/2012

Date de réception : 01/03/2012 Date de réception : 01/03/2012 Vertaling C-44/12-1 Zaak C-44/12 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 30 januari 2012 Verwijzende rechter: Court of Session, Scotland (Verenigd Koninkrijk)

Nadere informatie

De Minister van Veiligheid en Justitie. Postbus 20301 2500 EH Den Haag. Advies wetsvoorstel toevoegen gegevens aan procesdossier minderjarige

De Minister van Veiligheid en Justitie. Postbus 20301 2500 EH Den Haag. Advies wetsvoorstel toevoegen gegevens aan procesdossier minderjarige POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Juliana van Stolberglaan 4-10 TEL 070-88 88 500 FAX 070-88 88 501 INTERNET www.cbpweb.nl www.mijnprivacy.nl AAN De Minister van Veiligheid en Justitie

Nadere informatie

Onderzoek naar discriminatie bij stagegevers Jamal Arssi

Onderzoek naar discriminatie bij stagegevers Jamal Arssi Afstudeerplaats: Aanleiding: Onderzoek in het kader van het afronden van de opleiding HBO-Rechten Inhoud onderzoek: Onderzoek naar discriminatie bij stagegevers Jamal Arssi 1 Voorwoord Voor u ligt het

Nadere informatie

Wijziging van de Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen en het Burgerlijk Wetboek ter uitvoering van Richtlijn 2002/73/EG.

Wijziging van de Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen en het Burgerlijk Wetboek ter uitvoering van Richtlijn 2002/73/EG. Wijziging van de Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen en het Burgerlijk Wetboek ter uitvoering van Richtlijn 2002/73/EG Voorstel van wet Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen

Nadere informatie

GEZAMENLIJKE BEHANDELING VAN EEN ONTBINDINGSVERZOEK EN KORT GEDING: EEN GEZAMENLIJK BELEID ONTBREEKT

GEZAMENLIJKE BEHANDELING VAN EEN ONTBINDINGSVERZOEK EN KORT GEDING: EEN GEZAMENLIJK BELEID ONTBREEKT GEZAMENLIJKE BEHANDELING VAN EEN ONTBINDINGSVERZOEK EN KORT GEDING: EEN GEZAMENLIJK BELEID ONTBREEKT E.I. Bouma 1 Inleiding In de praktijk komt het regelmatig voor dat de werkgever de kantonrechter verzoekt

Nadere informatie

Oordeel 2012-133. Datum: 3 augustus 2012. Dossiernummer: 2012-0076. Oordeel in de zaak van [... ] wonende te [... ], verzoekster.

Oordeel 2012-133. Datum: 3 augustus 2012. Dossiernummer: 2012-0076. Oordeel in de zaak van [... ] wonende te [... ], verzoekster. Oordeel 2012-133 Datum: 3 augustus 2012 Dossiernummer: 2012-0076 Oordeel in de zaak van [... ] wonende te [... ], verzoekster tegen Stichting ROC Midden Nederland gevestigd te Utrecht, verweerster 1 Procesverloop

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 32 418 Wijziging van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek en het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in verband met de normering van de vergoeding

Nadere informatie

Camera-toezicht op de werkplek

Camera-toezicht op de werkplek Camera-toezicht op de werkplek december 2006 mr De auteur heeft grote zorgvuldigheid betracht in het weergeven van delen uit het geldende recht. Evenwel noch de auteur noch kan aansprakelijk worden gesteld

Nadere informatie

Zwangerschapsdiscriminatie

Zwangerschapsdiscriminatie Zwangerschapsdiscriminatie. Zwangerschap, moederschap en arbeid.............. Gelijke behandeling begint hier! Casus: Kinderwens...................................... Een journalistieke medewerkster is

Nadere informatie

De bestuurder van de Stichting Advies en Klachtenbureau Jeugdzorg te Amsterdam;

De bestuurder van de Stichting Advies en Klachtenbureau Jeugdzorg te Amsterdam; Privacyreglement Stichting Advies en Klachtenbureau Jeugdzorg De bestuurder van de Stichting Advies en Klachtenbureau Jeugdzorg te Amsterdam; Overwegende Dat het Advies en Klachtenbureau Jeugdzorg tot

Nadere informatie

Heroverweging van het last-in / first-out (lifo) beginsel bij bedrijfseconomisch ontslag. 9 juli 2004 CGB-advies/2004/05

Heroverweging van het last-in / first-out (lifo) beginsel bij bedrijfseconomisch ontslag. 9 juli 2004 CGB-advies/2004/05 Heroverweging van het last-in / first-out (lifo) beginsel bij bedrijfseconomisch ontslag 9 juli 2004 CGB-advies/2004/05 1 Advies van de Commissie Gelijke Behandeling (CGB) over de notitie van de Minister

Nadere informatie

Discriminatie op op de de arbeidsmarkt. Informatie voor werknemers

Discriminatie op op de de arbeidsmarkt. Informatie voor werknemers Discriminatie op op de de arbeidsmarkt Informatie voor werknemers Arend Noorduijnstraat 15-6512 BK Nijmegen (024) 324 04 00 www.ieder1gelijk.nl - info@ieder1gelijk.nl 1 Casus Sollicitatie................................................

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2010 2011 32 467 Oprichting van het College voor de rechten van de mens (Wet College voor de rechten van de mens) Nr. 9 AMENDEMENT VAN HET LID HEIJNEN Ontvangen

Nadere informatie

2.1. X leeft van een uitkering op grond van de Wet werk en bijstand. Op deze uitkering worden de lopende huurbetalingen volledig ingehouden.

2.1. X leeft van een uitkering op grond van de Wet werk en bijstand. Op deze uitkering worden de lopende huurbetalingen volledig ingehouden. beschikking RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling Civiel recht kantonrechter zittinghoudende te Utrecht zaaknummer: 2534388 UE VERZ 13805 GD/4243 Beschikking van 13 december 2013 inzake X wonende te Arnhem,

Nadere informatie

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE > Retouradres Postbus 90801 2509 LV Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22XA Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 19 juni 2014 Onderwerp kwaliteit incassobranche

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 19 juni 2014 Onderwerp kwaliteit incassobranche 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.rijksoverheid.nl/venj

Nadere informatie

Concurrentiebeding - werkgevers

Concurrentiebeding - werkgevers Concurrentiebeding - werkgevers Waarom een concurrentiebeding opnemen? Met een concurrentiebeding wordt een werknemer beperkt in zijn bevoegdheid om na het einde van de arbeidsovereenkomst op zekere wijze

Nadere informatie

VOORBEELD MODELOVEREENKOMST ALGEMEEN GEEN VERPLICHTING TOT PERSOONLIJKE ARBEID Opgesteld door de Belastingdienst nr. 9015550000-05 19 10 2015

VOORBEELD MODELOVEREENKOMST ALGEMEEN GEEN VERPLICHTING TOT PERSOONLIJKE ARBEID Opgesteld door de Belastingdienst nr. 9015550000-05 19 10 2015 VOORBEELD MODELOVEREENKOMST ALGEMEEN GEEN VERPLICHTING TOT PERSOONLIJKE ARBEID Opgesteld door de Belastingdienst nr. 9015550000-05 19 10 2015 Beoordeling overeenkomst Algemeen / geen verplichting tot persoonlijke

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2008 2009 28 481 Evaluatie Algemene wet gelijke behandeling Nr. 5 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES Aan de Voorzitter van

Nadere informatie

Landelijk Register van Gerechtelijke Deskundigen, LRGD. Raad voor de Tuchtrechtspraak U I T S P R A A K

Landelijk Register van Gerechtelijke Deskundigen, LRGD. Raad voor de Tuchtrechtspraak U I T S P R A A K Landelijk Register van Gerechtelijke Deskundigen, LRGD Raad voor de Tuchtrechtspraak U I T S P R A A K Inzake de klacht van [Klaagster BV], gevestigd te [gemeente] aan de [adres], hierna te noemen klaagster,

Nadere informatie

meest gestelde vragen over De Proeftijd De Gier Stam &

meest gestelde vragen over De Proeftijd De Gier Stam & meest gestelde vragen over De Proeftijd De Gier Stam & De 10 meest gestelde vragen over De Proeftijd De Gier Stam & Colofon De Gier Stam & Advocaten Lucasbolwerk 6 Postbus 815 3500 AV UTRECHT t: (030)

Nadere informatie

Zwaarlijvigheid kan een handicap vormen in de zin van de richtlijn betreffende gelijke behandeling inzake arbeid

Zwaarlijvigheid kan een handicap vormen in de zin van de richtlijn betreffende gelijke behandeling inzake arbeid Hof van Justitie van de Europese Unie PERSCOMMUNIQUÉ nr. 183/14 Luxemburg, 18 december 2014 Pers en Voorlichting Arrest in zaak C-354/13 Fag og Arbejde (FOA), namens Karsten Kaltoft / Kommunernes Landsforening

Nadere informatie

Discriminatie op de arbeidsmarkt Informatie voor werkgevers

Discriminatie op de arbeidsmarkt Informatie voor werkgevers Discriminatie op de arbeidsmarkt Informatie voor werkgevers Arend Noorduijnstraat 15-6512 BK Nijmegen (024) 324 04 00 www.ieder1gelijk.nl - info@ieder1gelijk.nl 1 Casus Sollicitatie................................................

Nadere informatie

Artikel 9 Herplaatsing

Artikel 9 Herplaatsing Artikel 9 Herplaatsing 1. Bij de beoordeling of binnen de onderneming van de werkgever een passende functie beschikbaar is voor een werknemer die voor ontslag in aanmerking komt, worden arbeidsplaatsen

Nadere informatie

LEIDRAAD KLEDING OP SCHOLEN

LEIDRAAD KLEDING OP SCHOLEN LEIDRAAD KLEDING OP SCHOLEN Inleiding De laatste tijd is er veel publiciteit geweest rond scholen die hun leerlingen verboden gezichtsbedekkende kleding of een hoofddoek te dragen. Uit de discussies die

Nadere informatie

DijkmansBergJeths A D V O C A T E N WELKOM. Frank Rooijakkers, advocaat

DijkmansBergJeths A D V O C A T E N WELKOM. Frank Rooijakkers, advocaat WELKOM Frank Rooijakkers, advocaat 1 Inhoud Inleiding Toename gebruik internet, e-mail en social media, eenvoudig toegankelijk, privé? Hoe verhoudt zich dat met het arbeidsrecht? 3 momenten: voor, tijdens

Nadere informatie

Botsende rechten in het onderwijs

Botsende rechten in het onderwijs Botsende rechten in het onderwijs Factsheet over de soms botsende relatie tussen vrijheid van onderwijs, het verbod op discriminatie en vrijheid van godsdienst Bureau Discriminatiezaken Kennemerland Postbus

Nadere informatie

Nederlands Instituut van Psychologen 070-8888500. inzagerecht testgegevens

Nederlands Instituut van Psychologen 070-8888500. inzagerecht testgegevens POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Juliana van Stolberglaan 4-10 TEL 070-88 88 500 FAX 070-88 88 501 E-MAIL info@cbpweb.nl INTERNET www.cbpweb.nl AAN Nederlands Instituut van Psychologen

Nadere informatie

31 mei 2012 z2012-00245

31 mei 2012 z2012-00245 De Staatssecretaris van Financiën Postbus 20201 2500 EE DEN HAAG 31 mei 2012 26 maart 2012 Adviesaanvraag inzake openbaarheid WOZwaarde Geachte, Bij brief van 22 maart 2012 verzoekt u, mede namens de Minister

Nadere informatie

TOELICHTING MELDING ONRECHTMATIGE INFORMATIE

TOELICHTING MELDING ONRECHTMATIGE INFORMATIE TOELICHTING MELDING ONRECHTMATIGE INFORMATIE Vraag 1 Bij deze vraag dient u aan te geven wie de verzoeker is van deze melding. Eventuele correspondentie over de melding zal naar deze persoon worden verstuurd.

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 33 990 Uitvoering van het op 13 december 2006 te New York tot stand gekomen Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (Trb. 2007,

Nadere informatie

2. Soorten en verband

2. Soorten en verband Bij dit alles moet de rechter de rechten van verdediging eerbiedigen. Dit betekent dat hij, wanneer hij de rechtsgrond wenst te wijzigen en aan te passen, de debatten dient te heropenen om partijen toe

Nadere informatie

ROC LEEUWENBORGH MAASTRICHT/SITTARD REGLEMENT ONGEWENST GEDRAG

ROC LEEUWENBORGH MAASTRICHT/SITTARD REGLEMENT ONGEWENST GEDRAG ROC LEEUWENBORGH MAASTRICHT/SITTARD REGLEMENT ONGEWENST GEDRAG Inhoudsopgave Voorwoord 1 Reglement inzake ongewenst gedrag 2 Klachtenregeling ongewenst gedrag 4 VOORWOORD In deze nota Preventie en bestrijding

Nadere informatie

Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte

Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte Informatie van het College voor Arbeidszaken over de Wet gelijke behandeling op grond van handicap en chronische ziekte Wet gelijke behandeling

Nadere informatie

Aan dit antwoordmodel kunnen geen rechten worden ontleend.

Aan dit antwoordmodel kunnen geen rechten worden ontleend. Antwoordmodel Aan dit antwoordmodel kunnen geen rechten worden ontleend. Literatuur: Verheugt, J. W. P. (2011). Inleiding in het Nederlandse recht. Den Haag: Boom Juridische uitgevers. Meerkeuzevragen

Nadere informatie

Ongelijkheidscompensatie bij stelplicht en bewijslast in het civiele arbeidsrecht en het ambtenarenrecht

Ongelijkheidscompensatie bij stelplicht en bewijslast in het civiele arbeidsrecht en het ambtenarenrecht Ongelijkheidscompensatie bij stelplicht en bewijslast in het civiele arbeidsrecht en het ambtenarenrecht Naar een eenvormig stelsel? Mr.H.JW.AÜ Kluwer - Deventer - 2009 Lijst van gebruikte afkortingen

Nadere informatie

MODEL GEDRAGSCODE ONGEWENSTE OMGANGSVORMEN

MODEL GEDRAGSCODE ONGEWENSTE OMGANGSVORMEN MODEL GEDRAGSCODE ONGEWENSTE OMGANGSVORMEN Model gedragscode ongewenste omgangsvormen voor Kindercentrum t Rovertje. Juni 2009 Inleiding Kindercentrum t Rovertje wil met deze gedragscode waarborgen scheppen

Nadere informatie

INHOUD. VOORWOORD... v HOOFDSTUK 1. DISCRIMINATIE OP DE WERKVLOER EN DE WETTEN VAN 10 MEI 2007... 1

INHOUD. VOORWOORD... v HOOFDSTUK 1. DISCRIMINATIE OP DE WERKVLOER EN DE WETTEN VAN 10 MEI 2007... 1 INHOUD VOORWOORD....................................................... v HOOFDSTUK 1. DISCRIMINATIE OP DE WERKVLOER EN DE WETTEN VAN 10 MEI 2007........................................ 1 I. Inleiding

Nadere informatie

Advies van de Commissie Gelijke Behandeling over artikel 1 Grondwet

Advies van de Commissie Gelijke Behandeling over artikel 1 Grondwet Advies van de over artikel 1 Grondwet 26/02/2004 CGB-advies/2004/03 AANLEIDING Aanleiding voor dit advies vormen de motie Rouvoet c.s. van 6 december 2001, waarin wordt aangedrongen op het toevoegen van

Nadere informatie

Rapport. Rapport over een klacht over het College van procureurs-generaal te Den Haag. Datum: 25 februari 2014. Rapportnummer: 2014/010

Rapport. Rapport over een klacht over het College van procureurs-generaal te Den Haag. Datum: 25 februari 2014. Rapportnummer: 2014/010 Rapport Rapport over een klacht over het College van procureurs-generaal te Den Haag. Datum: 25 februari 2014 Rapportnummer: 2014/010 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het College van procureurs-generaal

Nadere informatie

GEDRAGSCODE. Preventie en aanpak ongewenst gedrag, intimidatie en discriminatie

GEDRAGSCODE. Preventie en aanpak ongewenst gedrag, intimidatie en discriminatie GEDRAGSCODE Preventie en aanpak ongewenst gedrag, intimidatie en discriminatie 1. Inleiding In 1992 werd op initiatief van het ministerie van Binnenlandse Zaken de algemene verklaring tegen rassendiscriminatie

Nadere informatie

Inleiding. 08-03-13 model code

Inleiding. 08-03-13 model code Model Gedragscode Ongewenste Omgangsvormen voor Gelderse en Overijsselse organisaties vallend onder de CAO Welzijn & Maatschappelijke Dienstverlening en Kinderopvang opgesteld oktober 2006, gewijzigd maart

Nadere informatie

Te treffen maatregel voor deze doelgroep: Forfaitaire uitkering afhankelijk van de huwelijksduur van de betrokkenen.

Te treffen maatregel voor deze doelgroep: Forfaitaire uitkering afhankelijk van de huwelijksduur van de betrokkenen. Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1a 2513 AA s-gravenhage Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4 Telefoon

Nadere informatie

Jaarverslag 2013. MiND Meldpunt Internet Discriminatie

Jaarverslag 2013. MiND Meldpunt Internet Discriminatie MiND Meldpunt Internet Discriminatie 2 Inhoudsopgave Voorwoord 3 1 Meldingen 4 1.1 Werkwijze 4 1.2 Jaaroverzicht 5 1.3 Bron van de uitingen 6 1.4 Vervolgacties naar aanleiding van meldingen 7 2 Discriminatiegronden

Nadere informatie

Rolnummer 4045. Arrest nr. 200/2006 van 13 december 2006 A R R E S T

Rolnummer 4045. Arrest nr. 200/2006 van 13 december 2006 A R R E S T Rolnummer 4045 Arrest nr. 200/2006 van 13 december 2006 A R R E S T In zake : het beroep tot gedeeltelijke vernietiging van artikel 468, 3, van het Gerechtelijk Wetboek, zoals gewijzigd bij artikel 21

Nadere informatie

Kluwer Online Research Bedrijfsjuridische berichten Verruiming van de zorgplicht en werkgeversaansprakelijkheid

Kluwer Online Research Bedrijfsjuridische berichten Verruiming van de zorgplicht en werkgeversaansprakelijkheid Bedrijfsjuridische berichten Verruiming van de zorgplicht en werkgeversaansprakelijkheid Auteur: Mr. T.L.C.W. Noordoven[1] Hoge Raad 23 maart 2012, JAR 2012/110 1.Inleiding Maakt het vanuit het oogpunt

Nadere informatie

BESTUURSREGLEMENT STICHTING ADMINISTRATIEKANTOOR CONTINUÏTEIT ABN AMRO GROUP

BESTUURSREGLEMENT STICHTING ADMINISTRATIEKANTOOR CONTINUÏTEIT ABN AMRO GROUP BESTUURSREGLEMENT STICHTING ADMINISTRATIEKANTOOR CONTINUÏTEIT ABN AMRO GROUP Vastgesteld op 9 november 2015 1 TOEPASSELIJKHEID 1.1.1 Dit reglement is van toepassing op een ieder die thans of in de toekomst

Nadere informatie

BESCHERMING TEGEN DISCRIMINATIE VOOR Ú

BESCHERMING TEGEN DISCRIMINATIE VOOR Ú BESCHERMING TEGEN DISCRIMINATIE VOOR Ú De Socialistische Fractie in het Europees Parlement streeft naar de garantie dat iedereen zich volledig aanvaard voelt zoals hij of zij is, zodat we in onze gemeenschappen

Nadere informatie

HET NON-CONCURRENTIE BEDING

HET NON-CONCURRENTIE BEDING HET NON-CONCURRENTIE BEDING Algemeen Het non-concurrentiebeding beperkt de werknemer in zijn recht om na het einde van de arbeidsovereenkomst werkzaam te zijn op een wijze die hij zelf heeft gekozen. Daarmee

Nadere informatie

Regeling Klachtencommissie Ongewenst Gedrag SintLucas

Regeling Klachtencommissie Ongewenst Gedrag SintLucas Regeling Klachtencommissie Ongewenst Gedrag SintLucas Vastgesteld door het College van Bestuur Inwerking getreden op 7 oktober 2013 Artikel 1: Begripsbepalingen 1. Agressie en geweld: voorvallen waarbij

Nadere informatie

Risicobeperking of discriminatie?

Risicobeperking of discriminatie? - FACTSHEET POSTCODEDISCRIMINATIE - Risicobeperking of discriminatie? Samenvatting Eind mei 2009 ontstond ophef over berichtgeving dat ING zich schuldig zou maken aan postcodediscriminatie. Het is niet

Nadere informatie

Registratie discriminatieklachten 2011

Registratie discriminatieklachten 2011 Centraal Bureau voor de Statistiek- Registratie discriminatieklachten 2011 Methode en uitkomsten Centraal Bureau voor de Statistiek, Den Haag/Heerlen, augustus 2012. Inhoud 1 INLEIDING... 2 2 METHODE...

Nadere informatie

VERTALING MINISTERIE VAN DE FRANSE GEMEENSCHAP N. 2009 68 [C 2008/29672] 12 DECEMBER 2008. Decreet betreffende de bestrijding van sommige vormen van

VERTALING MINISTERIE VAN DE FRANSE GEMEENSCHAP N. 2009 68 [C 2008/29672] 12 DECEMBER 2008. Decreet betreffende de bestrijding van sommige vormen van VERTALING MINISTERIE VAN DE FRANSE GEMEENSCHAP N. 2009 68 [C 2008/29672] 12 DECEMBER 2008. Decreet betreffende de bestrijding van sommige vormen van discriminatie (1) Het Parlement van de Franse Gemeenschap

Nadere informatie

Hospitalisatieverzekeringen: recente ontwikkelingen. Prof. B. Weyts Hoofddocent Universiteit Antwerpen Advocaat Balie Brussel

Hospitalisatieverzekeringen: recente ontwikkelingen. Prof. B. Weyts Hoofddocent Universiteit Antwerpen Advocaat Balie Brussel Hospitalisatieverzekeringen: recente ontwikkelingen Prof. B. Weyts Hoofddocent Universiteit Antwerpen Advocaat Balie Brussel 1 Geen verplichte verzekering Maar ruim verspreid. Talrijke problemen in praktijk:

Nadere informatie

GRONDWET EN GELIJKHEID

GRONDWET EN GELIJKHEID Factsheet Grondwet voor Europa GRONDWET EN GELIJKHEID April 2005 Platform Artikel 13 Factsheet Grondwet en Gelijkheid Deze factsheet bevat informatie over de gevolgen van de invoering van de Grondwet voor

Nadere informatie

ProDemos Huis voor democratie en rechtsstaat

ProDemos Huis voor democratie en rechtsstaat Wat is rechtspraak? Nederland is een rechtsstaat. Een belangrijk onderdeel van een rechtsstaat is onafhankelijke rechtspraak. Iedereen heeft wel eens ruzie met een ander. Stel je hebt een conflict met

Nadere informatie

GEDRAGSCODE/REGELING TER VOORKOMING VAN SEKSUELE INTIMIDATIE, AGRESSIE, GEWELD (WAARONDER PESTEN) EN DISCRIMINATIE

GEDRAGSCODE/REGELING TER VOORKOMING VAN SEKSUELE INTIMIDATIE, AGRESSIE, GEWELD (WAARONDER PESTEN) EN DISCRIMINATIE GEDRAGSCODE/REGELING TER VOORKOMING VAN SEKSUELE INTIMIDATIE, AGRESSIE, GEWELD (WAARONDER PESTEN) EN DISCRIMINATIE Breda, maart 2013 1 Voorwoord In artikel 1 van de grondwet is te lezen: Allen die zich

Nadere informatie

Celebrate diversity door AnAngelia Thompson

Celebrate diversity door AnAngelia Thompson Op welke wijze kan de Stichting namens haar cliënten een succesvol civielrechtelijk rechtsmiddel instellen in geval van discriminatie en ongelijke behandeling? Celebrate diversity door AnAngelia Thompson

Nadere informatie

5^s,i VONNIS VAN DE VOORZITTER VAN DE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE GENT, ZETELEND ZOALS IN KORT GEDING, VAN 14 JULI 2011

5^s,i VONNIS VAN DE VOORZITTER VAN DE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE GENT, ZETELEND ZOALS IN KORT GEDING, VAN 14 JULI 2011 5^s,i A.R. nr. 11125291A IN DE ZAAK VAN : Fatemeh Baharak BASHAR, wonende te 9000 Gent, Sint-Jacobsnieuwstraat 28 eiseres, voor wie optreedt mr. Mieke Van den Broeck, advocaat, met kantoor te 2018 Antwerpen,

Nadere informatie

IN NAAM DER KONINGIN

IN NAAM DER KONINGIN 2 januari 1987 Eerste Kamer Nr. 12.932 RF/AT IN NAAM DER KONINGIN Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: "VASTELOAVESVEREINIGING DE ZAWPENSE", gevestigd te Grevenbricht, gemeente Born EISERES

Nadere informatie

heeft de volgende beslissing gegeven naar aanleiding van het hoger beroep van de heer drs. A. te X. en het hoger beroep van de heer B. te Y..

heeft de volgende beslissing gegeven naar aanleiding van het hoger beroep van de heer drs. A. te X. en het hoger beroep van de heer B. te Y.. No. CvB 2013/10 HET COLLEGE VAN BEROEP van het Nederlands Instituut van Psychologen heeft de volgende beslissing gegeven naar aanleiding van het hoger beroep van de heer drs. A. te X. en het hoger beroep

Nadere informatie

De goede werkgever. G.J.J. Heerma van Voss Leiden Vereniging voor arbeidsrecht - 26 mei 2011. Leiden University. The university to discover.

De goede werkgever. G.J.J. Heerma van Voss Leiden Vereniging voor arbeidsrecht - 26 mei 2011. Leiden University. The university to discover. Programma 13.30 uur ontvangst 14.00 uur opening prof. mr. W. (Willem) Bouwens 14.05 uur prof. mr. E. (Evert) Verhulp 14.15 uur prof. mr. G. (Guus) Heerma van Voss 15.00 uur stellingen 15.30 uur pauze 16.00

Nadere informatie

afspraken die in het Najaarsoverleg 2008 zijn gemaakt. Volstaan wordt dan ook met hiernaar te verwijzen.

afspraken die in het Najaarsoverleg 2008 zijn gemaakt. Volstaan wordt dan ook met hiernaar te verwijzen. Reactie op de brief van de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA) inzake het wetsvoorstel tot wijziging van Boek 7, titel 10, van het Burgerlijk Wetboek in verband met het limiteren van de hoogte van de

Nadere informatie

Recht en etnisch profileren. - De complexiteit van het verschijnsel discriminatie - De complexiteit van het bestaande recht

Recht en etnisch profileren. - De complexiteit van het verschijnsel discriminatie - De complexiteit van het bestaande recht Recht en etnisch profileren - De complexiteit van het verschijnsel discriminatie - De complexiteit van het bestaande recht Neutraal: Pejoratief: tussen twee zaken onderscheid maken individuen slecht(er)

Nadere informatie

CENTRALE RAAD VAN BEROEP UTRECHT U I T S P R A A K

CENTRALE RAAD VAN BEROEP UTRECHT U I T S P R A A K CENTRALE RAAD VAN BEROEP UTRECHT 98/4586 AKW U I T S P R A A K in het geding tussen: de Sociale Verzekeringsbank, appellant, en A, wonende te B, gedaagde. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING Bij beslissing

Nadere informatie

Jaarverslag 2014. MiND Meldpunt Internet Discriminatie

Jaarverslag 2014. MiND Meldpunt Internet Discriminatie MiND Meldpunt Internet Discriminatie 1 Jaarcijfers In 2014 heeft MiND 305 meldingen ontvangen over discriminerende uitingen op internet. Ook in 2014 gingen de meeste meldingen (52%) over discriminatie

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 14/06/2013

Datum van inontvangstneming : 14/06/2013 Datum van inontvangstneming : 14/06/2013 Vertaling C-258/13-1 Zaak C-258/13 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 13 mei 2013 Verwijzende rechter: Varas Cíveis de Lisboa (Portugal)

Nadere informatie

No.W03.12.0197/II 's-gravenhage, 16 juli 2012

No.W03.12.0197/II 's-gravenhage, 16 juli 2012 ... No.W03.12.0197/II 's-gravenhage, 16 juli 2012 Bij Kabinetsmissive van 18 juni 2012, no.12.001344, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Veiligheid en Justitie, bij de Afdeling advisering

Nadere informatie

Oordeel 2016-41 DE RECHTEN VAN DE MENS. Datum: 17 mei 2016 Dossiernummer: 2015-0234 COLLEGE VOOR. Oordeel in de zaak van

Oordeel 2016-41 DE RECHTEN VAN DE MENS. Datum: 17 mei 2016 Dossiernummer: 2015-0234 COLLEGE VOOR. Oordeel in de zaak van Oordeel 2016-41 Datum: 17 mei 2016 Dossiernummer: 2015-0234 Oordeel in de zaak van M. Hisschemoller, A.J. Gilbert, N.M. van der Grijp, A.G.M. van Hattum, R. Janssen, A.J. Wagtendonk, K.F. van der Woerd,

Nadere informatie

Kan een werknemer tijdens de opzegtermijn nog een. ontbindingsverzoek indienen? Nieuwsbrief Juni 2010

Kan een werknemer tijdens de opzegtermijn nog een. ontbindingsverzoek indienen? Nieuwsbrief Juni 2010 Nieuwsbrief Juni 2010 Kan een werknemer tijdens de opzegtermijn nog een ontbindingsverzoek indienen? Een werkgever kan na verkregen toestemming van het UWV Werkbedrijf de arbeidsovereenkomst met de betrokken

Nadere informatie

Regeling Vertrouwenspersonen

Regeling Vertrouwenspersonen Regeling Vertrouwenspersonen 1 Regeling Vertrouwenspersonen Inhoudsopgave 1 Preambule... 1 Artikel 1 Ongewenst gedrag... 1 Artikel 2 Behandeling ongewenst gedrag... 1 2 Taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden...

Nadere informatie

ALGEMENE VOORWAARDEN VAN DIENSTVERLENING HULSBERGEN PARDAAN ADVOCATEN. 1. Algemeen

ALGEMENE VOORWAARDEN VAN DIENSTVERLENING HULSBERGEN PARDAAN ADVOCATEN. 1. Algemeen ALGEMENE VOORWAARDEN VAN DIENSTVERLENING HULSBERGEN PARDAAN ADVOCATEN 1. Algemeen 1.1 Hulsbergen Pardaan Advocaten is een maatschap, bestaande uit de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Nadere informatie

Gehoord de gerechten adviseert de Raad u als volgt. 1

Gehoord de gerechten adviseert de Raad u als volgt. 1 De Minister van Justitie Postbus 20301 2500 EH DEN HAAG Afdeling Ontwikkeling bezoekadres Kneuterdijk 1 2514 EM Den Haag Correspondentieadres Postbus 90613 2509 LP Den Haag datum 2 maart 2010 doorkiesnummer

Nadere informatie

I. Algemeen 1. DijkmansBergJeths Advocaten (hierna: DBJ ) is de handelsnaam van DijkmansBergJeths Advocaten B.V. gevestigd te Eindhoven.

I. Algemeen 1. DijkmansBergJeths Advocaten (hierna: DBJ ) is de handelsnaam van DijkmansBergJeths Advocaten B.V. gevestigd te Eindhoven. Algemene Voorwaarden van DijkmansBergJeths Advocaten I. Algemeen 1. DijkmansBergJeths Advocaten (hierna: DBJ ) is de handelsnaam van DijkmansBergJeths Advocaten B.V. gevestigd te Eindhoven. 2. Deze Algemene

Nadere informatie

Arbeidsrecht 2014. Juridische wegwijzer

Arbeidsrecht 2014. Juridische wegwijzer Arbeidsrecht 2014 Juridische wegwijzer Inhoudsopgave 1 Inleiding Nederlandse arbeidsrechtspraak 1.1 De organisatie van de rechtspraak 1.2 De kantonrechter 1.3 De dagvaardingsprocedure 1.4 De verzoekschriftprocedure

Nadere informatie

Concurrentiebeding - werknemers

Concurrentiebeding - werknemers Concurrentiebeding - werknemers Wat is een concurrentiebeding? Een werkgever kan er groot belang bij hebben dat bepaalde werknemers niet bij een (directe) concurrent of als zelfstandige gaan werken. Dit

Nadere informatie

Rapport. Verzoeker De heer K. G., verder te noemen verzoeker. Het verzoek is ingediend door de gemachtigde, de heer C.G. M..

Rapport. Verzoeker De heer K. G., verder te noemen verzoeker. Het verzoek is ingediend door de gemachtigde, de heer C.G. M.. Dossiernummer 2014 054 Rapport Verzoeker De heer K. G., verder te noemen verzoeker. Het verzoek is ingediend door de gemachtigde, de heer C.G. M.. Datum verzoekschrift Op 28 juli 2014 heeft de Overijsselse

Nadere informatie