CEA, Bureau voor communicatie en advies over energie en milieu B.V.

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "CEA, Bureau voor communicatie en advies over energie en milieu B.V."

Transcriptie

1 Een onderzoek naar kennis, succes- en faalfactoren Draagvlak van het instrument energievisie bij gemeenten Eindrapport Rapportnummer: 0224 Drs. M.T.P.G.M. Dahm Drs. M. Dullens Drs. D.S. Mayenburg Drs. H.C. Schneider T.H.M. Voskuilen CEA, Bureau voor communicatie en advies over energie en milieu B.V. Rotterdam, november 2002

2 COLOFON CEA, Bureau voor communicatie en advies over energie en milieu B.V. Postbus 21421, 3001 AK Rotterdam Westblaak 226, 3012 KP Rotterdam Telefoon: (010) Telefax: (010) Internet: Projectnummer: Projecttitel: Visie voor energievisie bij gemeenten Opdrachtgever: Novem Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm, elektronisch op geluidsband of op welke andere wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van CEA.

3 Samenvatting en bevindingen Doel Vanaf 1998 tot en met 2001 heeft Novem de partijen die betrokken waren bij grotere woning-nieuwbouwlocaties begeleid bij het opstellen van een energievisie. Novem heeft CEA verzocht te achterhalen in welke mate gemeenten zelfstandig energievisies opstellen voor dergelijke woningbouwlocaties nu de ondersteuning niet meer geboden wordt. Methode Om die informatie te verkrijgen is kwantitatief en kwalitatief onderzoek gecombineerd. Voor het kwantitatieve deel is de doelgroep benaderd met een op de computer in te vullen digitale enquête. Dit resulteerde in een respons van 36%. Het kwantitatieve deel omvat enquêtering van gemeenten die in het kader van OEI contact gehad hebben met Novem, aangevuld met een non-respons onderzoek. Het kwalitatieve deel beslaat acht diepte-interviews. Vier daarvan zijn gehouden met geselecteerde respondenten. Hierin worden bepaalde vragen en antwoorden uit de toegezonden enquêtes verdiept. De overige vier respondenten komen van buiten de groep waar Novem in het kader van het OEI-programma contact mee heeft gehad. Zij belichten hoe deze gemeenten met energie-aspecten bij nieuwbouwlocaties omgaan. Bevindingen De toepassing van het instrument energievisie is voor drie fasen onderzocht: bekendheid met het instrument (kennen), geschiktheid van het instrument (willen) en gebruik van het instrument (doen). Bekendheid met het instrument De bekendheid met het instrument is beperkt onderzocht. Bij gemeenten die in het verleden deelgenomen hebben aan het OEI-programma van Novem is dit aspect niet achterhaald omdat verondersteld mag worden dat deze gemeenten op de hoogte zijn van de inhoud van het programma. Bekendheid met de inhoud is noodzakelijk om alle vragen goed te kunnen beantwoorden. De definitie van de energievisie is daarom op de vragenlijst aangeven. Geschiktheid van het instrument In totaal 29 van de 31 (94%) respondenten vinden een energievisie een geschikt instrument bij de totstandkoming van een optimale energievoorziening. Het is i

4 echter niet het enige instrument dat gemeenten kunnen aanwenden om een bepaalde energieambitie te realiseren. De helft van de gemeenten vindt andere instrumenten, zoals convenanten waarin afspraken tussen partijen worden vastgelegd, even geschikte of zelfs beter geschikte instrumenten om bepaalde energieambities te realiseren. Gebleken is dat in de praktijk gemeenten voor elf van de zeventien locaties (plm. 65%) zonder energievisie, energieaspecten op een andere wijze hebben meegenomen, voornamelijk via het doorvoeren van DuBomaatregelen. Hierbij moet aangetekend worden dat DuBo-maatregelen zich richten op gebouwniveau, terwijl een energievisie ook de energie-infrastructuur behelst. DuBo-maatregelen zijn op een later moment in het bouwproces nog succesvol te integreren. Op dat moment is de energie-infrastructuur reeds vastgelegd. Gebruik van het instrument Binnen het gebruik van het instrument zijn drie aspecten te onderscheiden. 1. Het objectieve feit of een energievisie wel of niet ontwikkeld is en welke factoren dit beïnvloeden. 2. Het willen aspect binnen het gebruik: hoogte van ambitieniveau, cijfermatige verankering daarvan plus de factoren die de ambities beïnvloeden. 3. Ten slotte het doen aspect: het realiseren van de Optimale Energie-Infrastructuur gebaseerd op de resultaten van de energievisie. Hieronder worden deze aspecten nader uitgewerkt. Ad 1. Gebruik instrument en beïnvloedende factoren Toepassing Vanaf 1 januari 2000 zijn 68 nieuwbouwlocaties geïnitieerd met meer dan 250 woningen binnen de responderende gemeenten. Van deze locaties zijn er 52 geïnitieerd in de periode waarin Novem de partijen nog begeleidde (voor 1 januari 2002), en 16 na het wegvallen van de ondersteuning. Voor 65% van het totale aantal locaties is een energievisie opgesteld. Dit percentage verschilt echter tussen beide perioden. Voor 71% van de vóór 1 januari 2002 geïnitieerde locaties is een energievisie opgesteld met een vorm van ondersteuning van Novem. Van de locaties die ná deze datum geïnitieerd werden, heeft 44% een energievisie zelfstandig opgesteld. Randvoorwaarden Factoren die het gebruik van het instrument beïnvloeden zijn in te delen in essentiële voorwaarden (deels beïnvloedbaar) en belemmeringen die - al dan niet met ondersteuning - uit de weg te ruimen zijn. ii

5 De voornaamste essentiële voorwaarden zijn aanwezigheid van bestuurlijk draagvlak, voldoende beschikbare capaciteit, gedrevenheid van een projectleider en een goede verankering in beleid. De belangrijkste belemmering bij het opstellen van een energievisie is de (negatieve) houding van marktpartijen, met name projectontwikkelaars. Daarna volgen financiële ruimte en onervarenheid of kennislacune bij gemeenten en/of betrokken (markt)partijen en de geringe betrokkenheid bij ander gemeentelijke afdelingen dan milieu met de materie. Ad 2. De inhoud en ambities binnen een energievisie Uit de enquête die CEA uitvoerde in het kader van de EPL-monitor is achterhaald dat de opgestelde energievisies in zes van de tien gevallen geen scherpere EPC (dan wettelijk verplicht) dan wel EPL-waarde bevatten. In de energievisies waarbij dit wel het geval is, betreft het altijd één van beide doelstellingen en overwegend een EPL-waarde. Met name de financiële ruimte bepaalt de hoogte van het ambitieniveau. Daarnaast heeft de ambtelijke projectleider en het gemeentebestuur een (positieve) invloed op de hoogte van het ambitieniveau. Verder zijn ook de benutting van opgedane kennis en ervaring in het verleden (positief) en de marktvraag en de rol van de projectontwikkelaar (beide negatief) bepalend. Beïnvloeding randvoorwaarden en overwinnen belemmeringen Niet alle belemmeringen zijn weg te nemen. Zo zijn de financiële exploitatiemogelijkheden beperkt beïnvloedbaar. Dit is wel mogelijk als belemmeringen bestaan uit kennislacunes en een lage betrokkenheid marktpartijen. Voor het overwinnen van de genoemde belemmeringen werd meestal ondersteuning gezocht bij diverse externe partijen. In driekwart van de gevallen (30 van de 40 locaties) waren dat technische adviesbureaus (12 locaties; 30%) samen met Novem (18 locaties; 45%). Zij boden onder andere uitkomst bij de omgang met marktpartijen. Ook bij een gebrek aan financiële middelen is ondersteuning bij Novem gezocht. Wegvallen ondersteuningsmogelijkheid Novem: het verschil Vanaf is er geen ondersteuning van Novem meer mogelijk. Het percentage opgestelde energievisies verschilt aanzienlijk voor en na : 71% respectievelijk 44%. Er zijn twee verklaringen mogelijk voor dit verschil: 1. Het wegvallen van de Novem-ondersteuning. Hierbij zijn de volgende kanttekeningen te plaatsen. Ten eerste is de periode tussen het wegvallen van de ondersteuning (1 januari 2002) en de peildatum (september 2002) kort. Effectief komt dit neer op ongeveer acht maanden. iii

6 Hierdoor verschilt het aantal projecten voor en na aanzienlijk (52 vs. 16). Dit aantal is te gering om kwantitatief onderbouwde uitspraken te kunnen doen. Wel duiden de resultaten op een trend sinds het begin van dit jaar. Ten tweede, de projecten die na 1 januari 2002 zijn opgestart, bevinden zich nog hoofdzakelijk in de eerste fasen van een locatieontwikkeling, waardoor het goed mogelijk is om een energievisie in een latere fase alsnog te ontwikkelen en toe te passen. Daarom vergelijken we soortgelijke projectfasen met elkaar. Als dezelfde projectfasen worden beschouwd, dan zien we het volgende beeld. Van de locaties in de eerste fasen hebben negen van de dertien (69%) met Novem-ondersteuning een energievisie opgesteld tegenover vijf van de elf (45%) die zonder Novemsteun een energievisie hebben opgesteld. Dat verschil neemt toe voor de latere projectfasen. Van de projecten die voor zijn geïnitieerd is voor 28 van de 39 locaties (72%) een energievisie op gesteld, terwijl twee van de vijf locaties (40%) dat doet ná het wegvallen van deze mogelijkheid. 2. Andere factoren. Naast het wegvallen van de Novem ondersteuning voor grootschalige nieuwbouwlocaties kunnen ook andere factoren een rol spelen. Een voorbeeld hiervan is de verminderde maatschappelijke en politieke aandacht voor milieugerelateerde zaken, met als concrete aanleiding de veranderde samenstelling van de gemeenteraad na de verkiezingen. De invloed van deze factoren viel echter niet binnen het kader van dit onderzoek. Conclusie. Het aantal grootschalige nieuwbouwlocaties in de onderzoeksperiode is te gering om een getalsmatig en eenduidig verband tussen het zelfstandig opstellen van een energievisie en het wegvallen van Novem-ondersteuning vast te stellen. Kijken we echter naar de casussen uit het verleden van ondersteuning bij belemmeringen, dan zien we dat Novem in veel gevallen een belangrijke rol heeft gespeeld bij het wegnemen van (essentiële) belemmeringen. Daarom is wel een trend te constateren, namelijk dat de ondersteuning van Novem een belangrijke factor is en dat door het wegvallen van deze ondersteuning minder gemeenten een energievisie voor grootschalige nieuwbouwlocaties opstellen. Ad 3. Realiseren van maatregelen uit de energievisie Uit drie van de vier verdiepende kwalitatieve interviews die gehouden zijn met gemeenten die energievisies opstellen, blijkt dat het zicht en de controle op de uitvoering van de opgestelde energievisie ontbreekt. Het vertalen van het advies naar de praktijk en het meekrijgen van uitvoerende partijen is hierbij het belangrijkste struikelblok. Twee van de geïnterviewden geven aan dat zij hiervoor een grote rol voor Novem zien weggelegd. iv

7 Inhoudsopgave SAMENVATTING EN BEVINDINGEN... I Doel...i Methode...i Bevindingen...i 1. INLEIDING Aanleiding van het onderzoek Doel van het onderzoek Onderzoeksvragen Leeswijzer METHODOLOGISCH KADER Onderzoeksaanpak Onderzoekspopulatie kwantitatief deel Selectie kwalitatief deel Kwantitatief deel van het onderzoek Benaderingswijze Respons Onderzoek non-respons Kwalitatieve informatie binnen de doelgroep Kwalitatieve informatie buiten de doelgroep Representativiteit kwantitatieve gegevens BEKENDHEID, GESCHIKTHEID EN GEBRUIK VAN ENERGIEVISIE Bekendheid Geschiktheid Geschiktheid instrument Geschiktheid in relatie tot andere instrumenten Gebruik RANDVOORWAARDEN, BELEMMERINGEN EN ONDERSTEUNING Essentiële randvoorwaarden Belemmeringen en ondersteuning Belemmeringen Ondersteuning AMBITIE/KEUZE VOOR TOEPASSING VAN ALTERNATIEF Ambitieniveau energievisie Inhoud energievisies Alternatieve ambities Verwacht aanvullend effect energievisie VERSCHILLEN TUSSEN LOCATIES VOOR EN NA Gebruik Fase van locaties VINEX-locaties...25 v

8 BIJLAGE I: ENQUÊTEFORMULIER... I BIJLAGE II: INGEVULDE ENQUÊTEFORMULIEREN...V BIJLAGE III: VERDIEPENDE VRAGEN BINNEN POPULATIE...XV BIJLAGE IV: ANTWOORDEN OP VERDIEPENDE VRAGEN BINNEN POPULATIE... XVII BIJLAGE V: VERDIEPENDE VRAGEN BUITEN POPULATIE... XXV BIJLAGE VI: ANTWOORDEN OP VERDIEPENDE VRAGEN BUITEN POPULATIE...XXVII vi

9 1. Inleiding 1.1 Aanleiding van het onderzoek Vier jaar lang heeft Novem de partijen die betrokken waren bij grotere woningnieuwbouwlocaties begeleid bij het opstellen van een energievisie. Dit met het doel om een Optimale Energie-Infrastructuur (OEI) te realiseren. Met ingang van het jaar 2002 is de mogelijkheid van procesmatige en financiële ondersteuning van gemeenten die een nieuwe woningbouwlocatie ontwikkelen, stopgezet. Novem heeft CEA verzocht een onderzoek uit te voeren om erachter te komen in welke mate gemeenten zelfstandig energievisies opstellen voor woningbouwlocaties boven 250 woningen. 1.2 Doel van het onderzoek Het onderzoek moet inzicht geven (eerder kwalitatief dan kwantitatief) in de mate waarin gemeenten zelfstandig een energievisie op (laten) stellen voor nieuwbouwlocaties. En of energie op een andere wijze wordt meegenomen. Verder moet het onderzoek duidelijkheid geven over de rol die Novem procesmanagers of klimaatadviseurs hierbij kan spelen. 1.3 Onderzoeksvragen In het onderzoek zijn op basis van de briefing de volgende vragen onderzocht: - Wat wordt verstaan onder een energievisie (definitie juist)? - Heeft men de mogelijkheid gehad om een energievisie op te stellen (randvoorwaarden juist)? - Acht men een energievisie een geschikt instrument om een efficiënte energievoorziening te realiseren of heeft men andere instrumenten ingezet (instrument juist)? Meer specifiek zijn de volgende vragen aan de orde gekomen: - Heeft de gemeente dit jaar voor woning-nieuwbouw locaties van meer dan 250 woningen een energievisie opgesteld? Voor locaties waarvoor WEL een energievisie is opgesteld: - Wat is de inhoud van deze energievisies (EPC- en EPL-waarde, hoogte CO 2 - reductie), en geldt dit als ambitie of is dit gerealiseerd (voor een deel is de informatie ook te achterhalen uit de EPL-monitor)? - Welke factoren hebben het ambitieniveau zoals verwoord in de energievisie bepaald? 1

10 - Acht men het wenselijk of nodig dat een adviseur (Novem procesmanager of klimaatadviseur) bij het proces betrokken was geweest? - Waar had de bijdrage uit kunnen bestaan? Voor locaties waarvoor GEEN energievisie is opgesteld: - Wat zijn de redenen waarom men dit jaar geen energievisie heeft opgesteld voor nieuwbouw locaties van 250 woningen of meer? - Indien er wel een nieuwbouw project van 250 of meer woningen zou worden gerealiseerd, zou de gemeente dan zelfstandig een energievisie opstellen? - Is energie op een andere wijze meegenomen in het project? - Heeft men het idee dat kansen voor energiebesparing of toepassing van duurzame energie zijn gemist doordat men geen energievisie heeft opgesteld? - Welke rol kan Novem spelen bij het ondersteunen van de betrokken partijen? 1.4 Leeswijzer De verwachte resultaten volgens de briefing Het onderzoek moet inzicht geven (eerder kwalitatief dan kwantitatief) in de mate waarin gemeenten zelfstandig een energievisie op (laten) stellen voor nieuwbouwlocaties. En of energie op een andere wijze wordt meegenomen. Het rapport is als volgt opgebouwd: In hoofdstuk 2 is de onderzoeksopzet beschreven en is het methodologisch kader geschetst. De resultaten van het onderzoek is gerangschikt naar drie aspecten: 1. De mate van bekendheid, de geachte geschiktheid en het daadwerkelijke gebruik komen in hoofdstuk 3 aan bod. 2. De randvoorwaarden, belemmeringen en ondersteuning die van invloed zijn op het verschil tussen de geachte geschiktheid en het daadwerkelijk opstellen van een energievisie worden in het hoofdstuk 4 behandeld. 3. Hoofdstuk 5 gaat in op de manier waarop een efficiënte energievoorziening is vastgelegd. Het omvat zowel het ambitieniveau binnen de energievisie als alternatieve wijzen waarop energie effiency is vastgelegd als de factoren uit hoofdstuk 4 het opstellen van een energievisie in de weg hebben gestaan. In hoofdstuk 6 komen de bovenstaande aspecten terug. Bovendien worden de verschillen tussen de periode waarin Novem partijen heeft en de periode daarna met elkaar vergeleken. Tot slot worden in hoofdstuk 7 de bevindingen vermeld die uit het geheel van bevindingen afgeleid kunnen worden. 2

11 2. Methodologisch kader 2.1 Onderzoeksaanpak Op basis van de briefing en de onderzoeksvragen van de opdrachtgever heeft CEA gekozen voor de onderstaande aanpak van het onderzoek (zie figuur 2.1). Deze onderzoeksaanpak en de specifieke uitwerking van de verschillende onderdelen zijn vastgesteld in overleg met de opdrachtgever. Gemeenten met deelname aan OEI-programma Kwantitatief Opstellen & versturen van enquête Gemeenten zonder deelname aan OEI-programma Kwalitatief Benaderen van non-respondenten Analyseren van respons Opstellen van vragen en interviews afnemen Opstellen van vragen en interviews afnemen Analyseren van Analyseren van Analyseren van antwoorden antwoorden antwoorden Integratie van bevindingen Figuur 2.1: Gehanteerde methodiek Het onderzoek bestaat uit een kwantitatief deel, waarin alle gemeenten zijn opgenomen die met Novem contact hebben gehad, en een kwalitatief deel, waarin gericht specifieke gemeenten zijn benaderd Onderzoekspopulatie kwantitatief deel Het onderzoek is in eerste instantie gericht op de 87 gemeenten die in het kader van OEI contact hebben gehad met Novem. 3

12 Voor het kwantitatieve deel van het onderzoek vormde deze groep de onderzoekspopulatie. Deze gehele populatie is aangeschreven Selectie kwalitatief deel Om meer inzicht te verkrijgen in de achtergronden, beweegredenen, drempels en alternatieven van gemeenten is er voor gekozen om acht gemeenten gericht te selecteren en kwalitatief te onderzoeken. vier van de acht gemeenten hadden contact gehad met Novem; voor de overige vier gemeenten was dit niet het geval. In de volgende paragrafen lichten we de verschillende onderdelen afzonderlijk toe. 2.2 Kwantitatief deel van het onderzoek Benaderingswijze Om een zo hoog mogelijke respons te verkrijgen, is een speciaal gebruikersvriendelijk enquêteformulier ontwikkeld. De vragenlijst is in elektronische vorm opgesteld, zodat deze achter de computer ingevuld kan worden. (Zie bijlage I.) Het aantal vragen is zo beperkt mogelijk gehouden om de benodigde tijd voor beantwoording te beperken. Daartoe is ook optimaal gebruik gemaakt van gesloten vragen met keuzelijsten Respons De doelgroep kreeg de elektronische vragenlijst via toegezonden. Na plusminus een week is een herinnerings verstuurd aan de benaderde personen die nog niet gereageerd hadden. Enkele dagen daarna zijn de gemeenten die niet op de elektronische toenadering gereageerd hadden, nog nagebeld om alsnog respons te geven. In totaal zijn 87 voormalig aan het OEI-programma deelnemende gemeenten benaderd. De hierboven beschreven benaderingswijze heeft geresulteerd in de ontvangst van 31 ingevulde vragenlijsten, een respons van 36% (zie bijlage II). In het vervolg van de rapportage zullen deze gemeenten aangeduid worden als de respondenten. Een respons van 36% op een schriftelijke enquête kan worden aangemerkt als hoog. Zeker wanneer we in ogenschouw nemen dat er twee belemmerende factoren waren. In de eerste plaats zat er slechts een periode van enkele weken tussen het toezenden van de vragenlijst en de verspreiding van een vragenlijst in het kader van de EPL-monitor onder exact dezelfde respondenten. 4

13 Bij een tweede verzoek in korte tijd zouden de geënquêteerden minder snel geneigd kunnen zijn te reageren. In de tweede plaats is het project gestart in de vakantieperiode. Met als gevolg de mogelijke afwezigheid van de contactpersonen Onderzoek non-respons Ondanks de hoge respons, bleef de mogelijkheid van een niet representatieve steekproef bestaan. De mogelijke selectieve respons is onderzocht met aanvullende vragen aan de non-respondenten op de enquête. Hier is zowel bij de telefonische verzoeken om de enquête te retourneren als via een aanvullende telefonische vragenronde onder de non-respondenten naar geïnformeerd. Slechts vier personen van de non-respondenten waren bereid alsnog een paar inhoudelijke vragen te beantwoorden. Dit lijkt logisch gezien het feit dat ze eerder te kennen hadden gegeven niet te willen meewerken. Dit aantal achten we te gering voor een representatief beeld van een selectieve non-respons. Uiteindelijk is er contact geweest met 30 van de 56 contactpersonen die de enquête niet retourneerden. In bijna de helft van de gevallen werd een gebrek aan capaciteit dan wel tijd opgegeven als oorzaak voor het niet retourneren van de enquête (zie tabel 2.1.) Daarnaast komen het benaderen van de verkeerde persoon en afwezigheid door vakantie in sterke mate naar voren als reden voor nonrepons. Tabel 2.1: Redenen non-respons Reden Capaciteit/tijd Aantal 13 Niet de juiste persoon 8 Vakantie 7 Verwarring met vragenlijst EPL-monitor 1 Geen behoefte Kwalitatieve informatie binnen de doelgroep Op basis van de respons op de enquête onder de gemeenten die bij het OEIprogramma betrokken waren, is bepaald welke aspecten meer uitdieping behoefden en op welke wijze daar naar gevraagd zou worden (zie bijlage III). Op grond van de specifieke aspecten waar aanvullende informatie over gewenst was, zijn in overleg met Novem vier respondenten geselecteerd voor de kwalitatieve interviews. Vervolgens zijn deze respondenten face to face geïnterviewd. Deze interviews worden in de rapportage aangeduid met interviews binnen de OEIpopulatie (zie bijlage IV). 5

14 2.4 Kwalitatieve informatie buiten de doelgroep Ter vergelijking is tevens onderzocht hoe gemeenten die niet bij het voormalige OEI-programma betrokken waren, omgaan met het instrument energievisie. Deze informatie is vergaard via interviews bij vier gemeenten die tot deze groep behoren, welke in het vervolg aangeduid worden als interviews buiten de OEIpopulatie (zie bijlage VI). In eerste instantie is een willekeurige keuze gemaakt van de gemeenten die in de nieuwe kaart van Nederland zijn opgenomen. Vervolgens zijn vier gemeenten geselecteerd op grond van de omvang van de projecten binnen de gemeente en de fase waarin de projecten verkeren. Er zijn twee gemeenten met grote locaties geselecteerd en twee gemeenten met kleine locaties. Binnen de splitsing naar omvang is een onderscheid gemaakt naar een gemeente met locaties in de planfase en een gemeente met locaties in de uitvoeringsfase. Ook stonden de gemeenten wat betreft nieuwbouwlocaties niet in contact met Novem. Vervolgens werden er kwalitatieve persoonlijke interviews afgenomen (zie bijlage V). 2.5 Representativiteit kwantitatieve gegevens We gaan ervan uit dat de resultaten van het kwantitatieve deel als representatief voor de onderzoekspopulatie kunnen worden beschouwd. Alhoewel selectieve uitval moeilijk geheel is uit te sluiten, zijn hiervoor de volgende argumenten: 1) Er is geen steekproeffout. De gehele doelgroep is immers aangeschreven (87 gemeenten) en niet een steekproef daaruit. 2) De respons is hoog. 36% is aanzienlijk voor een schriftelijke enquête. 3) Uit de kwalitatieve interviews komen geen aanwijzingen dat de antwoorden uit het kwantitatieve deel atypisch of vertekend zouden zijn. 6

15 3. Bekendheid, geschiktheid en gebruik van energievisie Het gebruik van een energievisie is onderverdeeld in drie fasen. In de eerste plaats zal een gemeente het instrument energievisie moeten kennen. Wanneer iemand van het bestaan van energievisie op de hoogte is, moet deze er van overtuigd zijn dat het instrument geschikt is om het resultaat te behalen dat beoogd wordt. Ten slotte wordt de keuze gemaakt om het geschikt geachte instrument energievisie al dan niet te gaan gebruiken. 3.1 Bekendheid De opdrachtgever heeft verzocht te achterhalen in hoeverre de gemeenten bekend zijn met het instrument energievisie. Hierbij is uitgegaan van de definitie zoals weergegeven op de eerste pagina van het enquêteformulier in bijlage I. Gedurende het onderzoek is echter gezamenlijk besloten dit aspect achterwege te laten bij de gemeenten die deelgenomen hebben aan het OEI-programma. In het verleden hebben zij kennisgemaakt met het instrument energievisie via Novem. De methode om te bepalen of de contactpersonen op dit moment op de hoogte zijn van het begrip energievisie volgens de opgegeven definitie zou omslachtig zijn en weinig toegevoegde waarde voor het onderzoek bieden. Daarnaast was het voor de respons op de andere vragen noodzaak een duidelijk beeld te geven de betekenis die voor ogen gehouden werd met energievisie. Daarom is de definitie op het enquêteformulier vermeld. 3.2 Geschiktheid Bij de gemeenten die niet deelgenomen hebben aan het OEI-programma is wel achterhaald in hoeverre zij bekend zijn met energievisie. Uit de interviews buiten de OEI-doelgroep kwam naar voren dat die gemeenten slechts zeer beperkt bekend zijn met het instrument energievisie. Geen van de vier geïnterviewden buiten de OEI-doelgroep was voor het interview op de hoogte van de inhoud van het OEI-programma. Bij twee daarvan was het programma van naam bekend maar omdat zij het programma niet van toepassing achtten op projecten binnen de eigen gemeente hebben zij zich er niet in verdiept. De geschiktheid van een energievisie is op twee manieren uit te drukken. Ten eerste de geschiktheid van het instrument op zichzelf: wordt het beoogde resultaat, een efficiënte energievoorziening, behaald door het opstellen van een energievisie? Ten tweede kan de geschiktheid van een energievisie in relatie tot andere instrumenten bepaald worden. 7

16 3.2.1 Geschiktheid instrument Uit de geretourneerde antwoorden is gebleken dat het grootste deel van de respondenten (94%) een energievisie een geschikt instrument acht om een efficiënte energievoorziening te realiseren. In minimaal vier gevallen is echter de kanttekening geplaatst dat het toepassen van een energievisie op zichzelf meestal alleen een inventarisatie van de mogelijkheden is, terwijl voor feitelijke realisatie de noodzaak bestaat een volgende stap te zetten. 2 Geschikt Ongeschikt 29 Figuur 3.1: Energievisie in relatie tot de realisatie van een efficiënte energievoorziening De twee respondenten die een energievisie niet geschikt achten om een efficiënte energievoorziening te realiseren, doen dit op grond van hetzelfde argument. Een energievisie leidt niet direct tot realisatie van een efficiënte energievoorziening, maar is slechts een eerste stap daartoe. Van de twee respondenten die een energievisie geen geschikt instrument voor de realisatie van een efficiënte energievoorziening vinden, kent één daarvan andere instrumenten die zijns inziens beter geschikt zijn. De andere respondent kent geen instrumenten die even of beter geschikt zijn dan een energievisie. De geïnterviewden buiten de OEI-populatie kennen de term energievisie wel. Zij zijn echter niet op de hoogte van het precieze functioneren ervan. Dus kunnen zij ook de geschiktheid van het instrument niet goed beoordelen. De ene geïnterviewde die het instrument wel kende, verwachtte dat opstelling van een energievisie een geringe toegevoegde waarde zou hebben ten opzichte van de maatregelen op gebouwniveau die zij momenteel hanteren. 8

17 3.2.2 Geschiktheid in relatie tot andere instrumenten Van de respondenten die een energievisie een geschikt instrument achten om een efficiënte energievoorziening te realiseren, vindt ruwweg de helft geen ander instrument beter geschikt. De andere helft vindt ten minste één ander instrument even geschikt of beter geschikt om een efficiënte energievoorziening te realiseren Andere instrumenten even/beter geschikt Geen andere instrumenten beter geschikt Geen mening Figuur 3.2: Energievisie als geschikt instrument ten opzichte van andere instrumenten De respondenten die ten minste één ander instrument even of meer geschikt achten als/dan een energievisie, mochten aangeven welke andere instrumenten het in hun ogen betrof. Zij konden hiervoor vijf instrumenten uit een lijst (zie tabel 3.1) selecteren, waarbij zij de volgorde van belangrijkheid aan moesten geven. In de tabel is weergegeven hoe vaak de verschillende instrumenten geselecteerd zijn. Daarnaast is in de kolom score het aantal maal dat een instrument geselecteerd werd, vermenigvuldigd met een factor voor het relatieve belang van het instrument. Als het instrument op de eerste plaats vermeld was, is deze vermenigvuldigd met 5. Voor iedere plaats lager in de rangorde is de factor met 1 verminderd. Zodat het vijfde instrument in de rangorde uiteindelijk met 1 is vermenigvuldigd. Instrument Aantal Score Anders 7 32 Convenant (met projectontwikkelaar, woningcorporatie, 6 29 etc.) Integratie energie-eisen bestemmingsplan 5 20 Eigen lijst met maatregelen / programma van eisen 2 8 Technische (EPL)studie energiedistributiebedrijf/ingenieursbureau 2 7 Integratie energie-eisen gronduitgifte 2 5 Instrumenten die beleidsafweging bepalen (bijv. de- of klimaatscan) 1 5 Nationaal dubo-pakket 0 0 Tabel 3.1: Geschikte instrumenten voor realisatie van een efficiënte energievoorziening Bij de specificatie van de instrumenten die even of meer geschikt zijn als/dan een energievisie voor de realisatie van een efficiënte energievoorziening scoren met name Anders, het aangaan van convenanten en de integratie van energie-eisen in het bestemmingsplan hoog. 9

18 3.3 Gebruik De categorie Anders omvat een verscheidenheid aan instrumenten, zodat alleen de andere twee categorieën in de ogen van een gemeente concrete alternatieven voor het opstellen van een energievisie zijn. Binnen de uiteenlopende antwoorden bij Anders zijn opvallende aspecten gebruikmaking van het BAEI-traject (tweemaal genoemd) en communicatie, overtuigingskracht, kansen bieden aan bouwpartners (eenmaal genoemd). Hoofdstuk vier gaat nader in op de praktische zaken die een rol spelen binnen de stap van de fase van geschiktheid naar de fase van gebruik. Vanzelfsprekend is het van belang dat er theoretisch de mogelijkheid is voor opstelling van een energievisie. Met andere woorden, dat er nieuwbouwlocaties gepland zijn met meer dan 250 woningen. Tussen 1 januari 2000 en het tijdstip van respons (september 2002) zijn 68 van deze locaties geïnitieerd in de gemeenten waar de respondenten werkzaam zijn. Die locaties komen dus in aanmerking voor het opstellen van een energievisie Locaties met energievisie Locaties zonder energievisie Onbekend Figuur 3.3: Toepassing van energievisie bij nieuwbouwlocaties > 250 woningen Voor ongeveer tweederde (68%) van de locaties binnen de responderende gemeenten (met nieuwbouwlocatie(s) > 250 woningen) is een energievisie uitgevoerd. Aangezien het geïnitieerde projecten betreft en geen afgeronde projecten, is het mogelijk dat er nog geen energievisie is opgesteld voor de locatie, maar dat dit in een latere fase nog gaat gebeuren. Tabel 3.2: Nieuwbouwlocaties met meer dan 250 woningen naar fase Fase Aantal E-visie Geen E-visie Onbekend Initiatieffase Voorbereidingsfase Programmafase Ontwerpfase Ontwikkelfase Uitvoeringsfase Onbekend Totaal

19 In tabel 3.2 komt naar voren dat ongeveer 40% van de locaties waarvoor nog geen energievisie is uitgevoerd (of onbekend is of dit gebeurd is) zich in de eerste fasen bevindt. De overige locaties bevinden zich al in de ontwerpfase of nog verder in het traject. Hierdoor wordt het alsnog opstellen van een energievisie onwaarschijnlijk. Tevens is gevraagd of de locatie een VINEX-locatie is. Dit is belangrijke informatie, aangezien het OEI-programma in eerste instantie alleen was gericht op VINEX-locaties. Maar vanaf 1997 is in beperkte mate ook de mogelijkheid gecreëerd voor het uitvoeren van studies met ondersteuning van Novem op niet- VINEX-locaties. Tabel 3.3: Nieuwbouwlocaties met meer dan 250 woningen naar locatietype VINEX Aantal E-visie Geen E-visie Onbekend Ja Nee Onbekend Totaal In tabel 3.3 staat voor de verschillende typen locaties hoe vaak daar een energievisie is opgesteld. Bij VINEX-locaties wordt verhoudingsgewijs vaker een energievisie uitgevoerd, in 77% van de gevallen, dan bij niet-vinex-locaties (52%). 11

20 12

Bezuinigingen openbaar groen Branche vereniging VHG Uitvoering augustus 2013 VELDWERK OPTIMAAL

Bezuinigingen openbaar groen Branche vereniging VHG Uitvoering augustus 2013 VELDWERK OPTIMAAL Bezuinigingen openbaar groen Branche vereniging VHG Uitvoering augustus 2013 VELDWERK OPTIMAAL Veldwerk Optimaal B.V. 's-hertogenbosch, september 2013 INHOUDSOPGAVE Pagina 1. ONDERZOEKSVERANTWOORDING 2

Nadere informatie

Onderzoek Passend Onderwijs

Onderzoek Passend Onderwijs Rapportage Onderzoek passend onderwijs In samenwerking met: Algemeen Dagblad Contactpersoon: Ellen van Gaalen Utrecht, augustus 2015 DUO Onderwijsonderzoek drs. Liesbeth van der Woud drs. Tanya Beliaeva

Nadere informatie

Onderzoeksopzet. Marktonderzoek Klantbeleving

Onderzoeksopzet. Marktonderzoek Klantbeleving Onderzoeksopzet Marktonderzoek Klantbeleving Utrecht, september 2009 1. Inleiding De beleving van de klant ten opzichte van dienstverlening wordt een steeds belangrijker onderwerp in het ontwikkelen van

Nadere informatie

Onderzoek naar de restauratiebehoefte bij eigenaren van gemeentelijke monumenten

Onderzoek naar de restauratiebehoefte bij eigenaren van gemeentelijke monumenten Samenvatting Onderzoek naar de restauratiebehoefte bij eigenaren van gemeentelijke monumenten Juli / augustus 2011 2 Onderzoeksopzet Datum: 30 september 2011 Opdrachtgever: Nationaal Restauratiefonds Uitgevoerd

Nadere informatie

Kenmerk ontheffing in de Bijstands Uitkeringen Statistiek

Kenmerk ontheffing in de Bijstands Uitkeringen Statistiek Centraal Bureau voor de Statistiek Divisie sociale en regionale statistieken (SRS) Sector statistische analyse voorburg (SAV) Postbus 24500 2490 HA Den Haag Kenmerk ontheffing in de Bijstands Uitkeringen

Nadere informatie

Evaluatie hinder bij wegwerkzaamheden

Evaluatie hinder bij wegwerkzaamheden Evaluatie hinder bij wegwerkzaamheden Projectnummer: 10203 In opdracht van: Dienst Infrastructuur, Verkeer en Vervoer drs. Merijn Heijnen dr. Willem Bosveld Oudezijds Voorburgwal 300 Postbus 658 1012 GL

Nadere informatie

Voorstudie naar een meetlat voor milieuprestaties van glastuinbouwlocaties

Voorstudie naar een meetlat voor milieuprestaties van glastuinbouwlocaties CE Centrum voor energiebesparing en schone technologie Oude Delft 180 2611 HH Delft Tel: (015) 2 150 150 Fax: (015) 2 150 151 E-mail: ce@antenna.nl URL: http://antenna.nl/ce Voorstudie naar een meetlat

Nadere informatie

Effecten van cliëntondersteuning. Samenvatting van een haalbaarheidsonderzoek naar de meetbaarheid van door de cliënt ervaren effecten

Effecten van cliëntondersteuning. Samenvatting van een haalbaarheidsonderzoek naar de meetbaarheid van door de cliënt ervaren effecten Effecten van cliëntondersteuning Samenvatting van een haalbaarheidsonderzoek naar de meetbaarheid van door de cliënt ervaren effecten MEE Nederland, 4 februari 2014 1. Inleiding In deze samenvatting beschrijven

Nadere informatie

Begraafplaats Klundert

Begraafplaats Klundert Begraafplaats Klundert Begraafcapaciteit huidige begraafplaats Volgens het rapport van Oranjewoud van maart 2011 is op de huidige begraafplaats een begraafcapaciteit aanwezig van 92 graven en is er ruimte

Nadere informatie

Gemeente Oegstgeest. Onderbouwing Ladder voor duurzame verstedelijking Oude Vaartweg. 11 maart 2015

Gemeente Oegstgeest. Onderbouwing Ladder voor duurzame verstedelijking Oude Vaartweg. 11 maart 2015 Gemeente Oegstgeest Onderbouwing Ladder voor duurzame verstedelijking Oude Vaartweg 11 maart 2015 DATUM 11 maart 2015 TITEL Onderbouwing Ladder voor duurzame verstedelijking Oude Vaartweg OPDRACHTGEVER

Nadere informatie

Rapportage Dagbesteding en Vervoer. www.triqs.nl

Rapportage Dagbesteding en Vervoer. www.triqs.nl Rapportage Dagbesteding en Vervoer Versie 1.0.0 Juli 2012 Drs. J.J. Laninga DBV2.0 www.triqs.nl VOORWOORD Met genoegen bieden wij u hierbij de rapportage aan over de uitgevoerde meting. Deze rapportage

Nadere informatie

A. Nieuwe Wmo Verordening prestatieveld 6

A. Nieuwe Wmo Verordening prestatieveld 6 Onderzoeksopzet Evaluatie Wmo 2013 Op 1 januari 2013 is de nieuwe Verordening Voorzieningen Maatschappelijke Ondersteuning Drechtsteden 2013 in werking getreden. Tevens is op die datum een nieuwe aanpak

Nadere informatie

(Hoe) kan onze communicatie beter?

(Hoe) kan onze communicatie beter? Deel 3 Onderzoek (Hoe) kan onze communicatie beter? Marijke Manshanden* Uw organisatie heeft een communicatieprobleem. U wilt dit probleem oplossen, maar mist de informatie om tot een goede oplossing te

Nadere informatie

Gemeente Breda. Onderzoek en Informatie. Klanttevredenheidsonderzoek WSNP 2012

Gemeente Breda. Onderzoek en Informatie. Klanttevredenheidsonderzoek WSNP 2012 Gemeente Breda Onderzoek en Informatie Klanttevredenheidsonderzoek WSNP 2012 Publicatienummer: 1715 Datum: Februari 2013 In opdracht van: Gemeente Breda Kredietbank West-Brabant Uitgave: Gemeente Breda

Nadere informatie

Klanttevredenheid WMO vervoer Haren 2013

Klanttevredenheid WMO vervoer Haren 2013 Klanttevredenheid WMO vervoer Haren 2013 Colofon "Klanttevredenheid WMO vervoer Haren 2013" Klanttevredenheidsonderzoek naar het WMO vervoer in de gemeente Haren. Uitgave Deze publicatie is een uitgave

Nadere informatie

Enquête leertijduitbreiding en continurooster Cornelis Haak School

Enquête leertijduitbreiding en continurooster Cornelis Haak School Enquête leertijduitbreiding en continurooster Cornelis Haak School Adviesrapport MR Cornelis Haak School januari 2013 versie : 3 classificatie : Openbaar INHOUD BLAD 1 INTRODUCTIE EN AANLEIDING 2 2 WERKWIJZE

Nadere informatie

RAPPPORTAGE ONDERZOEK INBURGERAARS: Starters eerste helft 2013

RAPPPORTAGE ONDERZOEK INBURGERAARS: Starters eerste helft 2013 RAPPPORTAGE ONDERZOEK INBURGERAARS: Starters eerste helft 2013 22-05-2014 IN OPDRACHT VAN: Dienst Uitvoering Onderwijs UITGEVOERD DOOR: MWM2, Anuschka Sital 2 SAMENVATTING ACHTERGROND MWM2 heeft in opdracht

Nadere informatie

Monitor HH(T) 4 e kwartaalmeting

Monitor HH(T) 4 e kwartaalmeting Monitor HH(T) 4 e kwartaalmeting Marlijn Abbink-Cornelissen Marcel Haverkamp Janneke Wilschut 5 April 2016 1 Samenvatting Samenvatting Dit is het vijfde rapport van de monitor HH(T). Deze monitor inventariseert

Nadere informatie

Voor deze enquête bevragen jullie minstens 25 personen

Voor deze enquête bevragen jullie minstens 25 personen TIPS VOOR ENQUÊTES 1. Opstellen van de enquête 1.1 Bepalen van het doel van de enquête Voor je een enquête opstelt denk je eerst na over wat je wil weten en waarom. Vermijd een te ruime omschrijving van

Nadere informatie

Stichting Jeugd en Jongerenwerk Midden-Holland 2005. Hoe maak ik een jeugdenquête

Stichting Jeugd en Jongerenwerk Midden-Holland 2005. Hoe maak ik een jeugdenquête Stichting Jeugd en Jongerenwerk Midden-Holland 2005 Hoe maak ik een jeugdenquête Inhoudsopgave Inleiding 3 Hoofdstuk 1 Wanneer een enquête 4 Hoofdstuk 2 Hoe maak ik een enquête 5 Hoofdstuk 3 Plan van aanpak

Nadere informatie

Onderwijshuisvestingsbeleid gemeente Utrecht. Onderzoeksplan

Onderwijshuisvestingsbeleid gemeente Utrecht. Onderzoeksplan Onderwijshuisvestingsbeleid gemeente Utrecht Onderzoeksplan Rekenkamer Utrecht 16 februari 2009 1 Inleiding Vanuit de raadsfracties van het CDA en de VVD kwam in 2008 de suggestie aan de Rekenkamer om

Nadere informatie

Onderzoek Trappers. rapportage. Opdrachtgever. Opdrachtnemer. Nationale Fiets Projecten Postbus 594 8440 AN Heerenveen

Onderzoek Trappers. rapportage. Opdrachtgever. Opdrachtnemer. Nationale Fiets Projecten Postbus 594 8440 AN Heerenveen Onderzoek Trappers rapportage Opdrachtgever Nationale Fiets Projecten Postbus 594 8440 AN Heerenveen Opdrachtnemer DTV Consultants B.V. Ruben van den Hamsvoort en Alex van Ingen POM 8267 Breda, maart 2009

Nadere informatie

Rapportage resultaten enquête project derdengelden

Rapportage resultaten enquête project derdengelden Rapportage resultaten enquête project derdengelden Inleiding De verplichting om een stichting derdengelden ter beschikking te hebben is sinds de introductie in 1998 een terugkerend onderwerp van discussie

Nadere informatie

Enquête Telefonische dienstverlening

Enquête Telefonische dienstverlening Enquête Telefonische dienstverlening Enquête Telefonische dienstverlening Colofon Titel:Enquête Enquete Telefonische dienstverlening Opdrachtgever: Gemeente Velsen Opdrachtnemer: Marieke Galesloot Datum:

Nadere informatie

Leerlingtevredenheidsonderzoek

Leerlingtevredenheidsonderzoek Rapportage Leerlingtevredenheidsonderzoek De Meentschool - Afdeling SO In opdracht van Contactpersoon De Meentschool - Afdeling SO de heer A. Bosscher Utrecht, juni 2015 DUO Onderwijsonderzoek drs. Vincent

Nadere informatie

Gemeente Woerden. Klanttevredenheid Wmo over 2013. 31 juli 2014

Gemeente Woerden. Klanttevredenheid Wmo over 2013. 31 juli 2014 Gemeente Woerden Klanttevredenheid Wmo over 2013 31 juli 2014 DATUM 31 juli 2014 TITEL Klanttevredenheid Wmo over 2013 ONDERTITEL OPDRACHTGEVER Gemeente Woerden Boulevard Heuvelink 104 6828 KT Arnhem Postbus

Nadere informatie

1 INLEIDING... 2 2 ALGEMENE VRAGEN... 3

1 INLEIDING... 2 2 ALGEMENE VRAGEN... 3 INHOUDSOPGAVE 1 INLEIDING... 2 2 ALGEMENE VRAGEN... 3 2.1 STAAT UW TURBINE IN FRYSLÂN?... 3 2.2 BENT U DE ENIGE EIGENAAR?... 3 2.3 ZO NIET, WELK AANDEEL IS UW EIGENDOM?... 4 2.4 HOEVEEL TURBINES HEEFT

Nadere informatie

Openbaar. Vaststellen Onderzoeksopzet Workfast. Alleen ter besluitvorming door het College Actief informeren van de Raad. Collegevoorstel.

Openbaar. Vaststellen Onderzoeksopzet Workfast. Alleen ter besluitvorming door het College Actief informeren van de Raad. Collegevoorstel. Collegevoorstel Openbaar Onderwerp Vaststellen Onderzoeksopzet Workfast Programma Economie & Werk Portefeuillehouder T. Tankir Samenvatting Op 4 maart 2015 heeft de gemeenteraad de motie Onderzoek naar

Nadere informatie

Onderzoek naar termijnoverschrijding bij afhandeling WOZ-bezwaren

Onderzoek naar termijnoverschrijding bij afhandeling WOZ-bezwaren WAARDERINGSKAMER Onderzoek naar termijnoverschrijding bij afhandeling WOZ-bezwaren Een onderzoek naar overschrijding van de jaargrens bij de afhandeling van WOZ-bezwaarschriften 18 juli 2014 Inhoudsopgave

Nadere informatie

Gemeente Roosendaal. Klanttevredenheidsonderzoek Wmo over 2013. Concept. 11 augustus 2014

Gemeente Roosendaal. Klanttevredenheidsonderzoek Wmo over 2013. Concept. 11 augustus 2014 Gemeente Roosendaal Klanttevredenheidsonderzoek Wmo over 2013 Concept 11 augustus 2014 DATUM 11 augustus 2014 TITEL Klanttevredenheidsonderzoek Wmo over 2013 ONDERTITEL Concept OPDRACHTGEVER Gemeente Roosendaal

Nadere informatie

Bezuinigingen openbaar groen Branche vereniging VHG Uitvoering december 2010 VELDWERK OPTIMAAL

Bezuinigingen openbaar groen Branche vereniging VHG Uitvoering december 2010 VELDWERK OPTIMAAL Bezuinigingen openbaar groen Branche vereniging VHG Uitvoering december 2010 VELDWERK OPTIMAAL Veldwerk Optimaal B.V. 's-hertogenbosch, januari 2011 INHOUDSOPGAVE Pagina 1. ONDERZOEKSVERANTWOORDING 2 1.1

Nadere informatie

Resultaten eerste peiling digitaal burgerpanel Externe communicatiemiddelen gemeente Oirschot. Januari 2015

Resultaten eerste peiling digitaal burgerpanel Externe communicatiemiddelen gemeente Oirschot. Januari 2015 Resultaten eerste peiling digitaal burgerpanel Externe communicatiemiddelen gemeente Oirschot Januari 2015 Inhoud 1. Inleiding... 3 2. Resultaten... 4 2.1 Onderzoeksverantwoording... 4 2.2 Hoe tevreden

Nadere informatie

Duurzaam in de buurt. Over groene stroom en investeren. Enquête leefbaarheid en veiligheid 2008. Bureau Onderzoek Gemeente Groningen

Duurzaam in de buurt. Over groene stroom en investeren. Enquête leefbaarheid en veiligheid 2008. Bureau Onderzoek Gemeente Groningen Duurzaam in de buurt Over groene stroom en investeren Enquête leefbaarheid en veiligheid 2008 Bureau Onderzoek Gemeente Groningen Bureau Onderzoek is ondergebracht bij de dienst Sozawe van de Gemeente

Nadere informatie

DE CLIËNTENRAAD BEOORDEELD. Onderzoek naar de tevredenheid met het functioneren van de cliëntenraad

DE CLIËNTENRAAD BEOORDEELD. Onderzoek naar de tevredenheid met het functioneren van de cliëntenraad DE CLIËNTENRAAD BEOORDEELD Onderzoek naar de tevredenheid met het functioneren van de cliëntenraad DE CLIËNTENRAAD BEOORDEELD Onderzoek naar de tevredenheid met het functioneren van de cliëntenraad -

Nadere informatie

Gemeenten en de spreiding van opdrachten voor schilderwerk

Gemeenten en de spreiding van opdrachten voor schilderwerk Gemeenten en de spreiding van opdrachten voor schilderwerk Gemeenten en de spreiding van opdrachten voor schilderwerk september 2005 COLOFON Samenstelling Drs. M.H. (Mark) Gremmen drs. A.J.H. (Bert Jan)

Nadere informatie

De stand van mediation

De stand van mediation De stand van mediation Onderzoek bij gemeenten naar de stand van zaken rond mediation 30 november 2007 1 Inleiding Steeds meer gemeenten ontdekken mediation als manier om conflictsituaties op te lossen.

Nadere informatie

Op de vraag of men de artikelen zelf in het Engels schrijft, gaf één wetenschapper het volgende aan:

Op de vraag of men de artikelen zelf in het Engels schrijft, gaf één wetenschapper het volgende aan: NEDERLANDS, TENZIJ Onderzoek Vakgroep Marktkunde en Marktonderzoek RUG In dit onderzoek zijn de volgende vragen geformuleerd: Welke factoren zijn op dit moment van invloed op de beslissing of Nederlandse

Nadere informatie

Werkbelevingsonderzoek 2013

Werkbelevingsonderzoek 2013 Werkbelevingsonderzoek 2013 voorbeeldrapport Den Haag, 17 september 2014 Ipso Facto beleidsonderzoek Raamweg 21, Postbus 82042, 2508EA Den Haag. Telefoon 070-3260456. Reg.K.v.K. Den Haag: 546.221.31. BTW-nummer:

Nadere informatie

INITIATIEFVOORSTEL Gemeente Velsen

INITIATIEFVOORSTEL Gemeente Velsen INITIATIEFVOORSTEL Gemeente Velsen Raadsvergadering d.d. : 1 december 2011 Raadsbesluitnummer : R11.081 Carrousel d.d. : 17 november 2011 Onderwerp : Eindrapport Rekenkamercommissie kwaliteit Grondbeleid

Nadere informatie

ALGEMEEN RAPPORT Publieksprijs Beste Vastgoedfonds Aanbieder 2011

ALGEMEEN RAPPORT Publieksprijs Beste Vastgoedfonds Aanbieder 2011 ALGEMEEN RAPPORT Publieksprijs Beste Vastgoedfonds Aanbieder 2011 Markt, trends en ontwikkelingen Amsterdam, april 2012 Ir. L. van Graafeiland Dr. P. van Gelderen Baken Adviesgroep BV info@bakenadviesgroep.nl

Nadere informatie

Energiemanagement Actieplan 1.A.1-1.A.2-1.A.3 2.A.1-2.A.2-2.A.3 2.C.2 3.B.2

Energiemanagement Actieplan 1.A.1-1.A.2-1.A.3 2.A.1-2.A.2-2.A.3 2.C.2 3.B.2 1.A.1-1.A.2-1.A.3 2.A.1-2.A.2-2.A.3 2.C.2 3.B.2 Opdrachtgever Van der Waal & Partners B.V. Colofon Opdrachtgever Van der Waal & Partners B.V. Projectnaam Energiemanagement Actieplan Projectnummer 9222

Nadere informatie

Monitoring gebruikerstevredenheid invoering 130 km/h

Monitoring gebruikerstevredenheid invoering 130 km/h TNS Nipo Grote Bickersstraat 74 1013 KS Amsterdam t 020 5225 444 e info@tns-nipo.com www.tns-nipo.com Rapport Monitoring gebruikerstevredenheid invoering 130 km/h Rick Heldoorn & Matthijs de Gier H1630

Nadere informatie

5 november 2007. Maatschappelijk Overleg Betalingsverkeer- Werkgroep Toegankelijkheid en Bereikbaarheid. MOB/2008/00219/rood

5 november 2007. Maatschappelijk Overleg Betalingsverkeer- Werkgroep Toegankelijkheid en Bereikbaarheid. MOB/2008/00219/rood Maatschappelijk Overleg Betalingsverkeer- Werkgroep 1 MOB/2008/00219/rood Hoe bankieren klanten met een functie-beperking? Resultaten van een verkennend onderzoek 1. Inleiding Alhoewel er veel onderzoek

Nadere informatie

Stappenplan nieuwe Dorpsschool

Stappenplan nieuwe Dorpsschool Stappenplan nieuwe Dorpsschool 10 juni 2014 1 Inleiding Het college van burgemeester en wethouders heeft op 10 juni 2014 dit stappenplan vastgesteld waarin op hoofdlijnen is weergegeven op welke wijze

Nadere informatie

KOOPZONDAGEN De mening van burgers en ondernemers

KOOPZONDAGEN De mening van burgers en ondernemers KOOPZONDAGEN De mening van burgers en ondernemers Opdrachtnemer: Bureau O&S Heerlen Opdrachtgever: Bureau Economie Januari 2013 INHOUDSOPGAVE 1. Inleiding 3 2. Onderzoeksvragen 3 3. Onderzoeksopzet 3 4.

Nadere informatie

Energiemanagement actieplan

Energiemanagement actieplan Energiemanagement actieplan Vandervalk+degroot-groep Waalwijk, 15 oktober 2013 Auteur(s): Arend-Jan Costermans Ed den Breejen Antoine Steentjes Joni Ann Hardenberg Geaccordeerd door: Leo van der Valk Algemeen

Nadere informatie

Voorstel ontwikkeling duurzaamheidsparagraaf Zoetermeer. 1. Inleiding

Voorstel ontwikkeling duurzaamheidsparagraaf Zoetermeer. 1. Inleiding Voorstel ontwikkeling duurzaamheidsparagraaf Zoetermeer 1. Inleiding Zoetermeer wil zich de komende jaren ontwikkelen tot een top tien gemeente qua duurzaam leefmilieu. In het programma duurzaam Zoetermeer

Nadere informatie

Check Je Kamer Rapportage 2014

Check Je Kamer Rapportage 2014 Check Je Kamer Rapportage 2014 Kwantitatieve analyse van de studentenwoningmarkt April 2015 Dit is een uitgave van de Landelijke Studenten Vakbond (LSVb). Voor vragen of extra informatie kan gemaild worden

Nadere informatie

Deelnemertevredenheid OOVR Meting schooljaar 12 13

Deelnemertevredenheid OOVR Meting schooljaar 12 13 OovrRapportageMeting1213TevredenheidDec13 Deelnemertevredenheid OOVR Meting schooljaar 12 13 Time-out OOVR Klik Accent JMZ Schakel December 2013 Stek - O&O (F. Brouwer) 1 Inhoudsopgave Inleiding 3 1. Respons

Nadere informatie

Bevindingen getroffenen en betrokkenen monstertruck-drama

Bevindingen getroffenen en betrokkenen monstertruck-drama Bevindingen getroffenen en betrokkenen monstertruck-drama Resultaten van drie belrondes onder getroffenen en betrokkenen van het monstertruckdrama op 28 september 2014 F.D.H. Koedijk, A. Kok Bevindingen

Nadere informatie

SAMENVATTING EVALUATIE PROGRAMMA SCHAKEL!

SAMENVATTING EVALUATIE PROGRAMMA SCHAKEL! SAMENVATTING EVALUATIE PROGRAMMA SCHAKEL! Aanleiding Het Vervangingsfonds voert regelmatig grootschalige projecten of programma s uit om een extra impuls te geven aan de aanpak van het ziekteverzuim in

Nadere informatie

Vrijwilligersbeleid. Rapportage flitsenquête ActiZ. ActiZ, organisatie van zorgondernemers. ICSB Marketing en Strategie Drs.

Vrijwilligersbeleid. Rapportage flitsenquête ActiZ. ActiZ, organisatie van zorgondernemers. ICSB Marketing en Strategie Drs. Rapportage flitsenquête ActiZ Vrijwilligersbeleid Voor ActiZ, organisatie van zorgondernemers Van ICSB Marketing en Strategie Drs. Yousri Mandour Datum 7 maart 2011 Pag. 1 Voorwoord Voor u liggen de resultaten

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek Dyslexie ONL

Tevredenheidsonderzoek Dyslexie ONL Tevredenheidsonderzoek Dyslexie ONL 2014 Inhoudsopgave Inleiding... 3 Respons... 3 Resultaten enquête... 4 Rapportcijfer behandeling... 4 Bereikbaarheid... 4 Wachttijden... 5 Informatievoorziening... 5

Nadere informatie

Gedrag en ervaringen van huishoudelijke afnemers op de vrijgemaakte Vlaamse energiemarkt VREG - TECHNISCH RAPPORT

Gedrag en ervaringen van huishoudelijke afnemers op de vrijgemaakte Vlaamse energiemarkt VREG - TECHNISCH RAPPORT Gedrag en ervaringen van huishoudelijke afnemers op de vrijgemaakte Vlaamse energiemarkt VREG - TECHNISCH RAPPORT 10 september 2014 INHOUDSOPGAVE 1. TECHNISCH RAPPORT...3 1.1. Universum en steekproef...

Nadere informatie

trntrtrtr V td L O\'ERLASTMETINGEN IN DE GRAVII\TNESTEEG EN OMGEVING

trntrtrtr V td L O\'ERLASTMETINGEN IN DE GRAVII\TNESTEEG EN OMGEVING trntrtrtr V td L O\'ERLASTMETINGEN IN DE GRAVII\TNESTEEG EN OMGEVING : COLOFON St. INTRAVAL Postadres: Postbus 1781 9701 BT Groningen E-mail info@intraval.nl Kantoor Groningen: Kantoor Rotterdam: St. Jansstraat

Nadere informatie

Ons kenmerk MO00/15.0003312. Datum uw brief

Ons kenmerk MO00/15.0003312. Datum uw brief Maatschappelijke Ontwikkeling Aan de gemeenteraad van Nijmegen Korte Nieuwstraat 6 6511 PP Nijmegen Telefoon 14024 Telefax (024) 323 59 92 E-mail gemeente@nijmegen.nl Postbus 9105 6500 HG Nijmegen Datum

Nadere informatie

Energiemanagement actieplan. Koninklijke Bammens

Energiemanagement actieplan. Koninklijke Bammens Maarssen, 16 februari 2015 Auteur(s): Niels Helmond Geaccordeerd door: Simon Kragtwijk Directievertegenwoordiger Milieu / Manager Productontwikkeling C O L O F O N Het format voor dit document is opgesteld

Nadere informatie

Voorbeeldcase RAB RADAR

Voorbeeldcase RAB RADAR Voorbeeldcase RAB RADAR Radio AD Awareness & Respons Private Banking (19725) Inhoud 2 Inleiding Resultaten - Spontane en geholpen merkbekendheid - Spontane en geholpen reclamebekendheid - Herkenning radiocommercial

Nadere informatie

Rapportage tevredenheidsonderzoek onder cliënten en opdrachtgevers van. Artemis Coaching

Rapportage tevredenheidsonderzoek onder cliënten en opdrachtgevers van. Artemis Coaching Rapportage tevredenheidsonderzoek onder cliënten en opdrachtgevers van Artemis Coaching Juni 2008 1 Bedrijfsnaam: Artemis Coaching Inleiding Voor u ligt het rapport van het tevredenheidsonderzoek van Blik

Nadere informatie

Toerisme en recreatie in zicht. Toeristisch-recreatief beleid gemeenten, tweede meting (2010)

Toerisme en recreatie in zicht. Toeristisch-recreatief beleid gemeenten, tweede meting (2010) Toerisme en recreatie in zicht Toeristisch-recreatief beleid gemeenten, tweede meting (2010) Colofon Uitgever: Kronenburgsingel 525 Postbus 9292 6800 KZ Arnhem internet: www.arnhem.kvk.nl Auteurs: Drs.

Nadere informatie

TEVREDENHEIDSONDERZOEK ZAANLANDS LYCEUM 2014

TEVREDENHEIDSONDERZOEK ZAANLANDS LYCEUM 2014 TEVREDENHEIDSONDERZOEK ZAANLANDS LYCEUM 2014 Inleiding In maart van dit jaar heeft adviesbureau Van Beekveld en Terpstra in opdracht van het College van Bestuur van OVO Zaanstad op de scholen van OVO een

Nadere informatie

Beginpagina INSTRUCTIES VOOR HET INVULLEN

Beginpagina INSTRUCTIES VOOR HET INVULLEN Beginpagina INSTRUCTIES VOOR HET INVULLEN De vragen in deze Landelijke VVE monitor hebben betrekking op de situatie in het schooljaar 2009 2010. Ideaal gesproken gaat u uit van één teldatum, het liefst

Nadere informatie

Zit de online burger wel online op u te wachten? Door: David Kok

Zit de online burger wel online op u te wachten? Door: David Kok Zit de online burger wel online op u te wachten? Door: David Kok Veel gemeenten zijn inmiddels actief op sociale media kanalen, zoals ook blijkt uit het onderzoek dat is beschreven in hoofdstuk 1. Maar

Nadere informatie

Organisatieprestatiescan. Deze techniek wordt gebruikt in de focus- en analysefase bij het analyseren van de huidige situatie.

Organisatieprestatiescan. Deze techniek wordt gebruikt in de focus- en analysefase bij het analyseren van de huidige situatie. 1 Bijlage 2 De organisatieprestatiescan Techniek: Organisatieprestatiescan Toepassingsgebied: Achtergrond: Deze techniek wordt gebruikt in de focus- en analysefase bij het analyseren van de huidige situatie.

Nadere informatie

Rapport klanttevredenheid 2013

Rapport klanttevredenheid 2013 Rapport klanttevredenheid 2013 2014.1.73 2 Inhoudsopgave 1. Inleiding 3 2. Procedure nieuwe verhuur 4 3. 3.1 Reparatieverzoeken Resultaten afgehandelde enquêtes Meerssen 2013 5 5 4. Procedure vertrekkende

Nadere informatie

Energiemanagementsysteem

Energiemanagementsysteem Energiemanagementsysteem BVR Groep B.V. Roosendaal, 20-06-2014. Auteur(s): H. Schrauwen, Energie & Technisch adviseur. Geaccordeerd door: M. Soenessardien,Manager KAM, Personeel & Organisatie Pagina 1

Nadere informatie

De zorg is onze passie, verbeteren ons vak. Productive Ward

De zorg is onze passie, verbeteren ons vak. Productive Ward Productive Ward Verbeter de kwaliteit, veiligheid en doelmatigheid van uw zorg door reductie van verspilling Brochure Productive Ward CBO 2012 CBO, Postbus 20064, 3502 LB UTRECHT Alle rechten voorbehouden.

Nadere informatie

Bedrijfsnummer: 159. Rapportage tevredenheidsonderzoek onder cliënten en opdrachtgevers van. Matchcare re-integratie

Bedrijfsnummer: 159. Rapportage tevredenheidsonderzoek onder cliënten en opdrachtgevers van. Matchcare re-integratie Rapportage tevredenheidsonderzoek onder cliënten en opdrachtgevers van Matchcare re-integratie April 2009 1 Bedrijfsnaam: Matchcare re-integratie Inleiding Voor u ligt het rapport van het tevredenheidsonderzoek

Nadere informatie

Onderzoektechnische verantwoording. Opinieonderzoek Solidariteit

Onderzoektechnische verantwoording. Opinieonderzoek Solidariteit Onderzoektechnische verantwoording Opinieonderzoek Solidariteit Project 18917 / mei 2013 Een onderzoek in opdracht van de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling, te Den Haag. AUTEURSRECHT MARKETRESPONSE

Nadere informatie

Cliëntervaringsonderzoek

Cliëntervaringsonderzoek Cliëntervaringsonderzoek Hoofdrapportage Stichting Het Lichtpunt Meting april 2014 Uw consultant Carolien Wannyn E: carolien.wannyn@effectory.com T: +31 (0)20 30 50 100 Inhoudsopgave Inhoudsopgave 1. Inleiding

Nadere informatie

Vrouwen In maatschappelijke Besluitvorming (VIB 2010) Onderzoeksverantwoording. Sociaal en Cultureel Planbureau

Vrouwen In maatschappelijke Besluitvorming (VIB 2010) Onderzoeksverantwoording. Sociaal en Cultureel Planbureau Vrouwen In maatschappelijke Besluitvorming (VIB 2010) Onderzoeksverantwoording In opdracht van: Sociaal en Cultureel Planbureau Datum: 20 augustus 2010 Referentie: 14665.PW/SD/ND GfK Panel Services Benelux

Nadere informatie

Energiemanagement actieplan. Van Schoonhoven Infra BV

Energiemanagement actieplan. Van Schoonhoven Infra BV BV Leusden, oktober 2013 Auteurs: G.J. van Schoonhoven D.J. van Boven Geaccordeerd door: D.J. van Boven Directeur eigenaar INLEIDING Ons bedrijf heeft een energiemanagement actieplan conform NEN-ISO 50001.

Nadere informatie

2014, peiling 5 november 2014. hebben nog 178 Hengeloërs eenmalig de vragenlijst ingevuld. Het onderwerp van

2014, peiling 5 november 2014. hebben nog 178 Hengeloërs eenmalig de vragenlijst ingevuld. Het onderwerp van resultaten 2014, peiling 5 november 2014 Van 28 oktober tot en met 9 november 2014 is een peiling onder het HengeloPanel gehouden. Van de 2.663 panelleden die waren uitgenodigd, hebben 1.424 leden de vragenlijst

Nadere informatie

MKB-vriendelijkste gemeente van Nederland 2012/2013. Gemeente Vlissingen

MKB-vriendelijkste gemeente van Nederland 2012/2013. Gemeente Vlissingen MKB-vriendelijkste gemeente van Nederland 2012/2013 Gemeente Vlissingen Voorwoord Groningen, september 2013 Voor u ligt het resultaat van het in 2012 en 2013 gehouden onderzoek naar de MKBvriendelijkste

Nadere informatie

Kwaliteit van Goed Werkgeverschap

Kwaliteit van Goed Werkgeverschap Kwaliteit van Goed Werkgeverschap Meting KWH-Goed Werkgeverschaplabel Rapportage opgesteld door KWH in samenwerking met EVZ organisatie-advies Bijlagen Corporatie Rotterdam, 20xx Inhoudsopgave

Nadere informatie

4.2. Evaluatie van de respons op de postenquêtes. In dit deel gaan we in op de respons op instellingsniveau en op respondentenniveau.

4.2. Evaluatie van de respons op de postenquêtes. In dit deel gaan we in op de respons op instellingsniveau en op respondentenniveau. 4.2. Evaluatie van de respons op de postenquêtes 4.2.1. Algemeen In dit deel gaan we in op de respons op instellingsniveau en op respondentenniveau. Instellingsniveau (vragenlijst coördinator) provincie,

Nadere informatie

DEFINITIEF RAPPORT VAN BEVINDINGEN. Zwolle-Enschede en Zwolle-Kampen. Bestemd voor: BESTEMD VOOR PUBLICATIE 16 JUNI 2015. N.V. Nederlandse Spoorwegen

DEFINITIEF RAPPORT VAN BEVINDINGEN. Zwolle-Enschede en Zwolle-Kampen. Bestemd voor: BESTEMD VOOR PUBLICATIE 16 JUNI 2015. N.V. Nederlandse Spoorwegen DEFINITIEF RAPPORT VAN BEVINDINGEN Zwolle-Enschede en Zwolle-Kampen Bestemd voor: N.V. Nederlandse Spoorwegen De Brauw Blackstone Westbroek N.V. INHOUDSOPGAVE 1 INLEIDING... - 3-1.1 Inleiding... - 3-1.2

Nadere informatie

2. Wat zijn per sector/doelgroep de algemene inzichten ten aanzien van de inhoud van de continuïteitsplannen?

2. Wat zijn per sector/doelgroep de algemene inzichten ten aanzien van de inhoud van de continuïteitsplannen? Samenvatting Aanleiding en onderzoeksvragen ICT en elektriciteit spelen een steeds grotere rol bij het dagelijks functioneren van de maatschappij. Het Ministerie van Veiligheid en Justitie (hierna: Ministerie

Nadere informatie

Auteurs: Baarda e.a. isbn: 978-90-01-80771-9

Auteurs: Baarda e.a. isbn: 978-90-01-80771-9 Woord vooraf Het Basisboek Methoden en Technieken biedt je een handleiding voor het opzetten en uitvoeren van empirisch kwantitatief onderzoek. Je stelt door waarneming vast wat zich in de werkelijkheid

Nadere informatie

ALPHENPANEL OVER ZONDAGSOPENSTELLING

ALPHENPANEL OVER ZONDAGSOPENSTELLING ALPHENPANEL OVER ZONDAGSOPENSTELLING nieuwsbrief Februari 2015 Inleiding Deze nieuwsbrief beschrijft de resultaten van de peiling met het. Deze peiling ging over de zondagsopenstelling. De gemeenteraad

Nadere informatie

Voorwoord... iii Verantwoording... v

Voorwoord... iii Verantwoording... v Inhoudsopgave Voorwoord... iii Verantwoording... v INTRODUCTIE... 1 1. Wat is onderzoek... 2 1.1 Een definitie van onderzoek... 2 1.2 De onderzoeker als probleemoplosser of de onderzoeker als adviseur...

Nadere informatie

Opvallend in deze figuur is het grote aantal bedrijven met een vergunning voor exact 340 stuks melkvee (200 melkkoeien en 140 stuks jongvee).

Opvallend in deze figuur is het grote aantal bedrijven met een vergunning voor exact 340 stuks melkvee (200 melkkoeien en 140 stuks jongvee). Ontwikkeling melkveebedrijven in Utrecht, Gelderland en Brabant Analyse van mogelijke groei van melkveebedrijven op basis van gegevens van CBS en provincies Het CBS inventariseert jaarlijks de feitelijk

Nadere informatie

Conceptrapportage Klantenonderzoek radiozendamateurs Agentschap Telecom

Conceptrapportage Klantenonderzoek radiozendamateurs Agentschap Telecom Conceptrapportage Klantenonderzoek radiozendamateurs Agentschap Telecom In opdracht van: Contactpersonen: Agentschap Telecom mevrouw Y. Veenstra, de heer A. Ballast Utrecht, april 2013 DUO MARKET RESEARCH

Nadere informatie

Onderzoek klanttevredenheid Proces klachtbehandeling 2011... Antidiscriminatievoorziening Limburg

Onderzoek klanttevredenheid Proces klachtbehandeling 2011... Antidiscriminatievoorziening Limburg Proces klachtbehandeling 2011................................................................... Antidiscriminatievoorziening Limburg Mei 2012...................................................................

Nadere informatie

Windenergie in Noord. 5 e panelmeting stadsdeel Noord. Inleiding

Windenergie in Noord. 5 e panelmeting stadsdeel Noord. Inleiding Windenergie in Noord 5 e panelmeting stadsdeel Noord Inleiding Eind 2009 heeft O+S voor stadsdeel Noord een bewonerspanel opgezet. Dit panel telt momenteel 344 leden. O+S heeft vier keer een enquête uitgezet

Nadere informatie

Rapportage tevredenheidsonderzoek onder cliënten en opdrachtgevers van. Renga B.V.

Rapportage tevredenheidsonderzoek onder cliënten en opdrachtgevers van. Renga B.V. Rapportage tevredenheidsonderzoek onder cliënten en opdrachtgevers van Renga B.V. Juni 2008 1 Bedrijfsnaam: Renga B.V. Inleiding Voor u ligt het rapport van het tevredenheidsonderzoek van Blik op Werk

Nadere informatie

Evaluatie Bewijs van Goede Dienst

Evaluatie Bewijs van Goede Dienst Evaluatie Bewijs van Goede Dienst Kwaliteitsinstituut Nederlandse Gemeenten Postbus 30435 2500 GK Den Haag 14 juni 2013 Management summary In opdracht van het Kwaliteitsinstituut Nederlandse Gemeenten

Nadere informatie

Rapport evaluatie speeddaten met uitzendbureaus op de vestigingen van het WERKbedrijf

Rapport evaluatie speeddaten met uitzendbureaus op de vestigingen van het WERKbedrijf Rapport evaluatie speeddaten met uitzendbureaus op de vestigingen van het WERKbedrijf December 2011 Auteurs: Leonie Oosterwaal, beleidsmedewerker ABU Judith Huitenga en Marit Hoffer, medewerkers Servicepunt

Nadere informatie

Werkend leren in de jeugdhulpverlening

Werkend leren in de jeugdhulpverlening Werkend leren in de jeugdhulpverlening en welzijnssector Nulmeting Samenvatting Een onderzoek in opdracht van Sectorfonds Welzijn Bernadette Holmes-Wijnker Jaap Bouwmeester B2796 Leiden, 1 oktober 2003

Nadere informatie

Z/16/031709/60986 *Z00984D687E* Evaluatie Enquête Koopzondagen in de gemeente Leiderdorp

Z/16/031709/60986 *Z00984D687E* Evaluatie Enquête Koopzondagen in de gemeente Leiderdorp Z/16/3179/6986 *Z984D687E* Evaluatie Enquête Koopzondagen in de gemeente Leiderdorp 4 juli 16 Inhoudsopgave 1. Inleiding en aanleiding 2. Onderzoeksvragen en opzet 3. Uitkomsten enquêtes 4. Conclusie 1.Inleiding

Nadere informatie

Startnotitie Visie winkelcentra Heemstede- fase 2

Startnotitie Visie winkelcentra Heemstede- fase 2 Startnotitie Visie winkelcentra Heemstede- fase 2 1. Inleiding In het collegeakkoord voor de periode 2014-2018 is als één van de doelstellingen geformuleerd: Het college zet zich in voor een florerende

Nadere informatie

Klanttevredenheid Inspectieproces

Klanttevredenheid Inspectieproces Klanttevredenheid Inspectieproces afgenomen 30 mei - 20 juni 2011 Oasen N.V. Nieuwe Gouwe O.Z. 3 Postbus 122 2800 AC Gouda T 0182 59 35 30 www.oasen.nl Pagina 1 van 14 Klanttevredenheid Inspectieproces

Nadere informatie

Onderzoek naar de evalueerbaarheid van gemeentelijk beleid

Onderzoek naar de evalueerbaarheid van gemeentelijk beleid Onderzoek naar de evalueerbaarheid van gemeentelijk beleid Plan van aanpak Rekenkamer Maastricht februari 2007 1 1. Achtergrond en aanleiding 1 De gemeente Maastricht wil maatschappelijke doelen bereiken.

Nadere informatie

Energiemanagement actieplan. Baggerbedrijf West Friesland

Energiemanagement actieplan. Baggerbedrijf West Friesland Baggerbedrijf West Friesland Gebruikte handelsnamen: Baggerbedrijf West Friesland Grond & Cultuurtechniek West Friesland Andijk, februari-mei 2014 Auteurs: M. Komen C. Kiewiet Geaccordeerd door: K. Kiewiet

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek Aanvullend Openbaar Vervoer Kwartaalrapportage 2012-4: Deur tot deur plus vervoer Kamer tot kamer vervoer

Tevredenheidsonderzoek Aanvullend Openbaar Vervoer Kwartaalrapportage 2012-4: Deur tot deur plus vervoer Kamer tot kamer vervoer Tevredenheidsonderzoek Aanvullend Openbaar Vervoer Kwartaalrapportage 2012-4: Deur tot deur plus vervoer Kamer tot kamer vervoer Tevredenheidsonderzoek Aanvullend Openbaar Vervoer Kwartaalrapportage 2012-4:

Nadere informatie

Onderzoeksrapport. Effectmeting het Glazen huis

Onderzoeksrapport. Effectmeting het Glazen huis Onderzoeksrapport Effectmeting het Glazen huis Naam project Onderzoeksrapport Effectmeting Opdrachtgevers CityDynamiek Eindhoven Gemeente Eindhoven Opdrachtnemers Studenten Fontys Hogeschool Marketing

Nadere informatie

Onderzoek naar houding en kennis van Nederlandse burgers ten aanzien van schaliegas

Onderzoek naar houding en kennis van Nederlandse burgers ten aanzien van schaliegas Onderzoek naar houding en kennis van Nederlandse burgers ten aanzien van schaliegas Inhoudsopgave 1. Doelstelling 2. Onderzoeksverantwoording 3. Samenvatting 4. Resultaten 5. Bijlagen (open antwoorden,

Nadere informatie

h.ebels(&gemeentelangediik.ni en (in cc.) s.appeiman(d~c~emeenteiangediik.nl

h.ebels(&gemeentelangediik.ni en (in cc.) s.appeiman(d~c~emeenteiangediik.nl gemeente Langedijk Urhahn Urban Design Tav. de heer S. Feenstra Laagte Kadijk 153 1O18ZD AMSTERDAM Datum 17 maart 2015 B P/PEZ/SA Afdeling/team Uw brief/nummer Inlichtingen bi1 Onderwerp Bijiage(r) De

Nadere informatie

EénVandaag en Nibud onderzoeken armoede

EénVandaag en Nibud onderzoeken armoede EénVandaag en Nibud onderzoeken armoede Doel Armoede is geen eenduidig begrip. Armoede wordt vaak gemeten via een inkomensgrens: iedereen met een inkomen beneden die grens is arm, iedereen er boven is

Nadere informatie

FUMO deelnemersonderzoek 2015

FUMO deelnemersonderzoek 2015 FUMO deelnemersonderzoek 2015 FUMO Projectgroep Tevredenheidsonderzoek 5 november 2015 1 Inleiding Om te achterhalen op welke wijze de deelnemers aankijken tegen de prestaties van de FUMO, heeft de directie

Nadere informatie