Het is een beroep, maar normaal mag je weglaten Onderzoek naar prostitutiebeleid in Nederland en het voorkomen van misstanden

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Het is een beroep, maar normaal mag je weglaten Onderzoek naar prostitutiebeleid in Nederland en het voorkomen van misstanden"

Transcriptie

1 Masterscriptie Criminologie Faculteit der Rechtsgeleerdheid Het is een beroep, maar normaal mag je weglaten Onderzoek naar prostitutiebeleid in Nederland en het voorkomen van misstanden Christel van der Ven ( ) Begeleider: Paul Nieuwbeerta Scriptie geschreven in het kader van de Master Forensische Criminologie aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Universiteit Leiden

2 Datum: Colofon: Stage inclusief scriptie Stageplaats: STOP THE TRAFFIK, Vliegend Hertlaan 4A, 3526KT Utrecht Begeleider stageplaats: Esta Steyn 2

3 SAMENVATTING Prostitutiebeleid in Nederland heeft sinds 2000 verandering doorgemaakt. Sinds de opheffing van het bordeelverbod zijn verschillende beleidsmaatregelen doorgevoerd die onder meer het voorkomen van misstanden beoogden. In dit onderzoek is eerst onderzocht om welke misstanden het in Nederland gaat. Dit zijn mensenhandel, dwang en seksuele uitbuiting, slechte sociale positie van prostituees door stigma en schaamte en slechte arbeidsomstandigheden. Voor dit onderzoek zijn de zes belangrijkste Nederlandse beleidsmaatregelen uitgekozen. Vervolgens zijn criminologische theorieën, eerder Nederlands onderzoek en onderzoek in het buitenland en de resultaten van interviews met deskundigen toegepast op de beleidsmaatregelen, om verwachtingen en bevindingen over de maatregelen op een rij te zetten. Ook zijn er enkele aanbevelingen voor eventueel toekomstig beleid gedaan. In de resultaten kwam naar voren dat weinig van de maatregelen in de praktijk erg effectief bij het bestrijden van misstanden lijken. De belangrijkste bevinding is dat de meeste maatregelen (controles, vergunningen, leeftijdsgrens) sterk gericht zijn op controle van naleving van vergunningsvoorwaarden. Als de papieren bij controle kloppen, kan er niets gedaan worden aan misstanden, ook niet als daarvan sterke vermoedens zijn. Op die manier lijkt het Nederlandse beleid zichzelf in de vingers te snijden. Ook enkele andere problemen zijn behandeld en er zijn aanbevelingen gedaan voor toekomstig beleid. De belangrijkste aanbevelingen zijn het bieden van meer goede uitstapmogelijkheden en het verminderen van stigmatisering van prostituees. In de discussie werd gevonden dat er nog meer onderzoek nodig is naar cijfers over prostitutie, dat er nog meer eerder onderzoek bekeken zou kunnen worden en dat meer interviews met nog meer verschillende partijen een nog beter beeld zouden geven. 3

4 IT IS A JOB, BUT NOT A NORMAL ONE REVIEW OF DUTCH PROSTITUTION POLICY AND PREVENTION OF ABUSES: SUMMARY Prostitution policy in the Netherlands has changed since the lifting of the brothel ban in Several measures have been taken, mostly in order to prevent abuses. This article firstly examines which abuses take place in the Netherlands. These proved to be trafficking, forced prostitution, sexual exploitation, a bad social position for prostitutes caused by stigma and shame and bad working conditions. For this article the six most important Dutch measures have been picked for analysis. Next criminological theories, previous Dutch studies and studies abroad and results of expert interviews have been used to formulate predictions and findings on the measures. In addition, some recommendations for future policy are presented. The results showed that most measures did not prove to be very effective in preventing abuses. The most notable result was that most measures (control, licenses, age minimum) are strongly focused on checking the compliance of license conditions. If checked businesses present the right required documents, police cannot intervene in case of abuses, not even when there are strong suspicions. In this part Dutch policy seems to be working counterproductive. Some other policy problems are discussed as well and several recommendations for future policy have been made. Most important recommendations are that there must be invested in exit programs and that stigmatizing of prostitutes must be reduced. More research for numbers on (abuses in) prostitution is required. It is also recommended to involve more previous research and interview more experts from different backgrounds to get a more extensive view. 4

5 VOORWOORD Al in jaar één van mijn bachelor werd mijn interesse gewekt voor het onderwerp prostitutie(beleid). Het is een onderwerp waar veel verschillende meningen over bestaan en waar altijd discussie over is en zal zijn. Het klonk voor mij daarom erg interessant om onderzoek te doen naar prostitutiebeleid in Nederland en misstanden in de prostitutie. Vooral het in gesprek gaan met mensen die veel weten van de praktijk van prostitutiebeleid leek me een boeiend onderdeel van zo n onderzoek. Het schrijven van mijn masterscriptie voor de studie Forensische Criminologie over dit onderwerp was dus een mooi moment voor mij om die gesprekken aan te gaan en me te verdiepen in achtergronden van prostitutiebeleid. STOP THE TRAFFIK, een organisatie tegen mensenhandel, was de plek waar ik stage kon lopen. Hier kwam ik in contact met verschillende bij prostitutie(beleid) betrokken partijen. Zij zullen dit onderzoek hopelijk goed kunnen gebruiken als basis voor hun campagne tegen seksuele uitbuiting. Op deze plaats past het om een aantal mensen te bedanken. Allereerst mijn begeleider Paul Nieuwbeerta, die mij steeds verder hielp en tips gaf om mijn scriptie te verbeteren. Hij heeft me geholpen om van een grote hoeveelheid verzamelde informatie een gestructureerd verhaal te maken. Ook Esta Steyn, mijn begeleider op mijn stageplaats, wil ik hartelijk bedanken voor haar kritische vragen en ook voor haar interesse in mijn visie op problemen die langskwamen. Die momenten waren interessant en goed. Uiteraard wil ik ook graag de respondenten bedanken die de tijd namen om met mij te praten en hun ideeën te delen. Het was prettig om te merken dat ze open stonden voor kritische vragen. Het was ontzettend leerzaam om zoveel doordachte meningen te horen die zo uiteenliepen. Dit is niet alleen goed voor dit onderzoek, maar het is ook leerzaam voor mijzelf geweest. Bovenal vond ik het bij een aantal respondenten indrukwekkend om te zien hoe bewogen zij zijn met het lot van hun medemens en hoe vastberaden ze zijn om een verandering, hoe klein of groot ook, te bewerkstelligen. Christel van der Ven 1 Utrecht, 20 augustus Christel Nadia Joëlle Edelman - van der Ven Adres: Montevideodreef 111, 3563BL Utrecht Geboortedatum: adres: 5

6 INHOUDSOPGAVE Samenvatting... 3 It is a job, but not a normal one Review of Dutch prostitution policy and prevention of abuses: Summary... 4 Voorwoord... 5 Inhoudsopgave Achtergrond Inleiding Prostitutie in Nederland: aard, omvang en ontwikkelingen en misstanden Aard van prostitutie in Nederland Omvang van prostitutie in Nederland Ontwikkelingen en misstanden in de prostitutie in Nederland Prostitutiebeleid in Nederland ter voorkoming van misstanden in de prostitutie Onderzoeksvraag Methode Beleidsmaatregelen ter voorkoming van misstanden in de prostitutie Theoretische verwachtingen van effect prostitutiebeleid op misstanden in prostitutie Criminaliteit en armoede Controletheorieën Labelingtheorie Rationele keuze, afschrikking Conclusie

7 4. Eerder onderzoek naar effecten prostitutiebeleid/interventies bij prostitutie op misstanden in prostitutie Onderzoek naar beleid in Nederland Onderzoek naar beleid in andere landen Onderzoek naar beleidsmaatregelen Stellen van maxima aan aantallen seksbedrijven Controles door politie en andere diensten; minimumniveau van handhaving Invoering van een landelijk, verplicht en uniform vergunningenstelsel (als aanpassing van de oude vergunningplicht) Prostitutie mag uitsluitend plaatsvinden door een prostituee van 21 jaar of ouder Invoering van een landelijk register van escortvergunningen Het strafbaar stellen van gebruikmaken van prostitutie door een prostituee van jonger dan 21 jaar Overige suggesties voor beleidsmaatregelen Bevindingen van interviews: Meningen over aard en omvang van misstanden in prostitutie en (effectiviteit van) prostitutiebeleid i.v.m. de misstanden Inleiding Werkwijze Aard en omvang van problemen en misstanden in Nederland Dwang of uitbuiting Psychische problemen Slechte arbeidsomstandigheden Stigmatisering Algemeen beeld van legalisatie van prostitutie in Nederland Effectiviteit van Nederlands beleid en maatregelen Stellen van maxima aan aantallen seksbedrijven

8 5.5.2 Controles door politie en andere diensten; minimumniveau van handhaving Invoering van een landelijk, verplicht en uniform vergunningenstelsel (als aanpassing van de oude vergunningplicht) Prostitutie mag uitsluitend plaatsvinden door een prostituee van 21 jaar of ouder Invoering van een landelijk register van escortvergunningen Het strafbaar stellen van gebruikmaken van prostitutie door een prostituee van jonger dan 21 jaar Verbeterpunten of andere mogelijkheden wat betreft beleid Opheffen stigmatisering, behandeling als normale (beroeps)groep met goede arbeidsomstandigheden Meer handelen in overleg met sekswerkers Meer aandacht voor uitstapprogramma s en versterking van risicogroepen Betere organisatie hulpverlening en politie Cultuurverandering Wetsverandering Samenvatting en conclusie van resultaten en aanbevelingen voor prostitutiebeleid Literatuur Bijlage 1 Overzichtstabel eerder onderzoek naar effecten prostitutiebeleid/interventies bij prostitutie op misstanden in prostitutie Bijlage 2 Vragen voor gebruik bij interviews Bijlage 3 - Uitwerkingen interviews Bijlage 4 Overzichtstabel verwachtingen/bevindingen over effecten van beleidsmaatregelen

9 9

10 1. ACHTERGROND 1.1 Inleiding Prostitutie is een onderwerp waar uiteenlopende meningen over bestaan. De meningen lopen uiteen van niemand kan zonder enige vorm van dwang kiezen voor dit beroep, dus is het per definitie iets verkeerds tot seks is werk en vrouwen hebben het recht om daarvoor te kiezen (Bernstein, 1999; Jolin, 1994). De één zegt dat slechts een klein deel van de prostituees het werk gedwongen doet en de ander beweert juist dat vrijwel iedere prostituee gedwongen werkt (Vanwesenbeeck, 1994; van der Wagen, Daalder, & Bijleveld, 2010; Asante & Schaapman, 2005). De hoeveelheid gedwongen prostituees is echter moeilijk te meten (BNRM, 2013). Wat uiteindelijk in vrijwel elk onderzoek en in vrijwel elke uitspraak van betrokken partijen terugkomt, is dat er in ieder geval een deel van de prostituees slachtoffer is van dwang, geweld of andere vormen van criminaliteit in hun werk. Daarbij is vrijwel iedereen het er over eens dat die misstanden aangepakt moeten worden. Sinds 1 oktober 2000 is in Nederland het bordeelverbod opgeheven (Daalder, 2002). Hier zal in dit onderzoek later verder op in worden gegaan. Het doel van het beleid in Nederland is sinds de opheffing van het bordeelverbod legalisering en regulering van en controle op de prostitutie. Interessant is dat Nederland hierin verschilt van veel andere Europese landen, waar veel strengere wetten zijn rondom prostitutie (Gangoli & Westmarland, 2006; Hennum, 1999). Toch neigt ook Nederland de laatste jaren steeds meer naar striktere controle en meer toezicht op het gebied van prostitutie (Outshoorn, 2012). 1.2 Prostitutie in Nederland: aard, omvang en ontwikkelingen en misstanden Aard van prostitutie in Nederland In Nederland komt prostitutie in verschillende vormen voor. Er zijn prostituees die achter ramen werken, maar ze werken ook in clubs, privéhuizen, op straat, in de escort of in massagesalons (Westerik, 2009). Prostitutie is in Nederland toegestaan, mits er een vergunning is om een prostitutiebedrijf te exploiteren (Dekker, Tap, & Homburg, 2006). Deze vergunningplicht is ingevoerd bij de opheffing van het bordeelverbod in Ook niet-vergunde prostitutie komt in de beschreven vormen voor. Dit is officieel niet toegestaan. 10

11 1.2.2 Omvang van prostitutie in Nederland Het is moeilijk om het aantal sekswerkers in Nederland te meten. Dit komt voornamelijk doordat zij erg vaak van werkplek en werktijd veranderen, wat meten van aantallen personen moeilijk maakt. Volgens Wagenaar, Altink en Amesberger (2013) werken er in Utrecht, Rotterdam, Den Haag en Amsterdam dagelijks ongeveer 2200 prostituees in de vergunde raam- club- en straatprostitutie. Hierbij is dus sprake van een dark number, omdat sekswerkers die niet in vergunde bedrijven werken, niet mee worden gerekend. Er wordt in het onderzoek ook gewezen op de beperkte mogelijkheden om exacte uitspraken te doen over aantallen werkzame prostituees. Andere onderzoeken spreken namelijk weer over veel meer prostituees, tot wel dertigduizend. Er moet dus een stevige slag om de arm gehouden worden bij uitspraken over aantallen Ontwikkelingen en misstanden in de prostitutie in Nederland Volgens Venicz en Vanwesenbeeck (2000) was de positie van prostituees niet overal even goed. De hoop en verwachting was dat het na de opheffing van het bordeelverbod beter zou gaan. De conclusie van het onderzoek van Dekker, Tap en Homburg (2006) is echter dat er, als er wordt gekeken naar de (sociale) positie van prostituees, geen doorgaande positieve ontwikkeling kan worden gemeten in de voorgaande vijf jaar. Het merendeel van de respondenten van het onderzoek geeft aan te denken dat de criminaliteit in de prostitutie niet verminderd is. Tenslotte wordt geconcludeerd dat er buiten de reguliere, vergunde bedrijven om nog steeds veel misstanden plaatsvinden. Daar werken nog steeds gedwongen en minderjarige prostituees. Volgens Dekker, Tap en Homburg (2006) begint ruim zestig procent van de prostituees voor haar vijfentwintigste met werken in de prostitutie. Van de respondenten van het onderzoek zei acht procent gedwongen te zijn begonnen. Er wordt echter duidelijk gemaakt dat het de vraag is of iedereen alles eerlijk durfde te vertellen en of de respondenten representatief waren voor de volledige populatie van prostituees. Mensenhandel blijft een groot probleem in de prostitutie (Nationaal rapporteur mensenhandel en seksueel geweld tegen kinderen, 2013). Door de open grenzen binnen Europa worden veel Oost-Europese vrouwen (en mannen) uitgebuit in de Nederlandse prostitutie. In 2010 was de helft van de slachtoffers 11

12 in seksuele uitbuitingzaken van het OM geworven in het buitenland. Maar ook Nederlandse minderjarige meisjes worden in het illegale circuit voorbereid op werken in de legale sector vanaf hun achttiende. Bovendien gaan steeds meer prostituees in minder zichtbare sectoren van de prostitutie werken, zoals bijvoorbeeld de escort, privéclubs en thuisprostitutie (Dekker, Tap, & Homburg, 2006; Nationaal rapporteur mensenhandel en seksueel geweld tegen kinderen, 2013). Die verschuiving maakt de controle op misstanden moeilijker. 1.3 Prostitutiebeleid in Nederland ter voorkoming van misstanden in de prostitutie Sinds 1 oktober 2000 is in Nederland het bordeelverbod opgeheven. Dit houdt in dat vormen van exploitatie van prostitutie waarin meerderjarige prostituees vrijwillig werkzaam zijn, niet langer verboden zijn. Het doel van de wetgever met de opheffing was het bestrijden van misstanden in de prostitutie. Dit doel moest worden bereikt door onder meer verplichte vergunningen voor prostituees, het verbeteren van bestrijding van gedwongen prostitutie, de bescherming van minderjarigen tegen seksueel misbruik en bescherming van de positie van prostituees, het verminderen van prostitutie door illegale personen en het loskoppelen van prostitutie van criminele randverschijnselen (Daalder, 2002; Dekker, Tap, & Homburg, 2006). Tegenover het Nederlandse beleid staan verschillende landen met heel verschillende beleidsvormen op het gebied van prostitutie (Gangoli & Westmarland, 2006; Hennum, 1999). De keuzes op dit gebied variëren van het volledig verbieden van het kopen van seks tot het volledig toestaan ervan. In veel landen wordt op dit moment overwogen om het Zweedse model, zoals het strafbaar stellen van de kopers van seks vaak genoemd wordt, in te voeren (Reed, 2014). Er vindt dus internationaal een verschuiving plaats op het gebied van prostitutiebeleid. Steeds vaker wordt geopperd dat het Nederlandse beleid wellicht toch niet zo goed werkt als het gaat om de bestrijding van mensenhandel en andere misstanden. Er wordt zelfs wel gesuggereerd dat de legalisatie van prostitutie leidt tot meer mensenhandel (BNRM, 2013). Dit laatste is echter (nog) niet met zekerheid te zeggen, omdat een groot deel van de mensenhandel onzichtbaar is. Ook in Nederland is een verandering gaande in de politieke houding ten aanzien van prostitutie. De laatste jaren neigt Nederland 12

13 weer naar striktere controles en meer toezicht op dit gebied (Outshoorn, 2012). Zo was er bijvoorbeeld het project 1012 in Amsterdam, waarbij het wallengebied opgeruimd werd en veel ramen gesloten werden (Nelen, 2010) en zijn er in andere steden ook voorbeelden aan te wijzen die duiden op een strenger wordende houding (NOS, 2013). 1.4 Onderzoeksvraag De verandering in het denken over prostitutiebeleid en tegelijk het blijvende probleem van misstanden maakt dat het interessant is om te onderzoeken wat voor Nederland het beste beleid zou zijn als het gaat om het bestrijden van die misstanden. Werken de huidige beleidsmaatregelen wel en zo nee, wat zou beter werken? De probleemstelling van dit onderzoek is dan ook: Welk prostitutiebeleid is in Nederland het meest geschikt als het gaat om het bestrijden van misstanden in de prostitutie? Hierbij zullen de volgende deelvragen worden gesteld: Hoe ziet de prostitutie in Nederland eruit en welke misstanden zijn er? Welke effecten van beleid zijn te verwachten op basis van theorieën en eerder onderzoek? Welk beleid voert Nederland op dit gebied en wat zijn de verschillen met andere landen en beleidsvormen? Wat zijn de problemen en oplossingen volgens direct betrokken personen? De verwachting is dat, gezien de aandacht en kritiek de laatste tijd, het huidige Nederlandse beleid niet als ideaal uit het onderzoek zal komen. Vanuit verschillende hoeken van het debat zullen er verschillende kritiekpunten komen. Dit heeft onder meer te maken met de morele kant van meningen over prostitutie, die de discussie ingewikkeld maakt. Waarschijnlijk worden er dus veel uiteenlopende onderzoeksresultaten en meningen naar voren gebracht, maar de hoop en verwachting is ook dat daar een lijn in te vinden is die zal leiden tot enkele aanbevelingen voor toekomstig beleid. 13

14 1.5 Methode Om de onderzoeksvragen te beantwoorden, zullen drie verschillende methoden worden gebruikt. Allereerst zal er aandacht besteed worden aan de theoretische achtergronden van prostitutiebeleid. Deze theoretische achtergronden dienen als basis om een beeld te krijgen wat theoretisch gezien zou moeten gebeuren wanneer voor bepaald beleid gekozen wordt. Op basis van criminologische theorieën zal worden geprobeerd te voorspellen welke beleidsmaatregelen juist goed zouden moeten werken en welke juist niet. De theorieën die hiervoor gebruikt zullen worden zijn de rationele keuzetheorie, de theorie over criminaliteit en armoede en controletheorieën. Deze theorieën zijn gekozen omdat ze goed toepasbaar waren op het onderwerp prostitutiebeleid. Eerst zal kort worden beschreven wat de theorie inhoudt en vervolgens wordt onderzocht hoe de theorie toegepast kan worden op het onderwerp van dit onderzoek; beleid met betrekking tot misstanden in de prostitutie. Als laatste zal per theorie worden besproken welke verwachtingen er zijn van de gekozen beleidsmaatregelen op basis van de theorieën en welke (nog) niet ingevoerde maatregelen wellicht goed zouden zijn op basis van de theorieën. De tweede methode die zal worden gebruikt, is het maken van een overzicht van eerder onderzoek naar effecten van prostitutiebeleid en interventies bij prostitutie op misstanden in de prostitutie. Er zal hierbij gekeken worden wat resultaten zijn van eerder onderzoek en naar evaluaties van andere beleidsvormen in het buitenland. Hiervoor is gekozen omdat al regelmatig evaluaties zijn geweest van het beleid in Nederland en er ook vaak is gekeken naar effecten van beleid in het buitenland. De informatie die uit dergelijke onderzoeken naar voren komt, is bruikbaar voor dit onderzoek omdat het een idee geeft hoe in de praktijk de gekozen beleidsmaatregelen hebben uitgepakt. Mogelijke problemen of juist nieuwe ideeën die naar voren komen uit eerder toegepast beleid zijn interessant om mee te nemen. Als derde methode zullen er diepte-interviews worden gehouden met negen betrokken personen en deskundigen. Juist omdat er al uit verschillende hoeken literatuur is gebruikt om een beeld te vormen over mogelijke beleidsvormen, problemen en oplossingen, is het nu goed om het gesprek aan te gaan met mensen uit de praktijk. Zij kunnen weer andere kanten van het probleem belichten, de beleidsmaatregelen beoordelen en op een praktische manier kijken hoe mogelijke oplossingen eruit zouden kunnen zien. De 14

15 geïnterviewden zijn gekozen door op zoek te gaan naar verschillende partijen in Nederland die betrokken zijn bij de prostitutiewereld en/of het prostitutiebeleid. Vanuit STOP THE TRAFFIK liepen al verschillende contacten met betrokkenen. Er is geprobeerd om het gesprek aan te gaan met mensen uit verschillende hoeken van het debat. 15

16 2. BELEIDSMAATREGELEN TER VOORKOMING VAN MISSTANDEN IN DE PROSTITUTIE De wetswijziging van 1 oktober 2000 hield kort gezegd in dat er geen verbod op bordelen meer was. De exploitatie van prostitutie waarin meerderjarige, vrijwillige werkende prostituees werkzaam zijn, was vanaf toen niet meer verboden (Daalder, 2002). De wetswijziging had ook als doel om misstanden zoals minderjarigheid en onvrijwilligheid in de prostitutie beter te kunnen bestrijden. Daalder (2002) beschrijft in haar onderzoek naar prostitutie vlak na de opheffing van het bordeelverbod de zes hoofddoelstellingen van de opheffing van het bordeelverbod. Dit zijn: 1. Het beheersen en reguleren van de exploitatie van vrijwillige prostitutie, onder andere door het invoeren van een gemeentelijk vergunningenbeleid; 2. Het verbeteren van de bestrijding van exploitatie van onvrijwillige prostitutie; 3. Het beschermen van minderjarigen tegen seksueel misbruik; 4. Het beschermen van de positie van prostituees; 5. Het ontvlechten van prostitutie en criminele randverschijnselen; 6. Het terugdringen van de omvang van prostitutie door illegalen (personen zonder een voor het verrichten van arbeid geldige verblijfstitel). Deze doelen worden sinds de wetswijziging nagestreefd door verschillende beleidsmaatregelen. Het opheffen van het bordeelverbod had niet enkel tot doel het exploiteren van seksbedrijven officieel uit de illegaliteit te halen na een periode van gedogen, maar zoals gezegd ook het verbeteren van de hele prostitutiewereld door misstanden te bestrijden. De belangrijkste beleidsmaatregelen zullen hieronder worden beschreven. Het gaat om: Vergunningplicht; Stellen van maxima aan aantallen seksbedrijven; Controles door politie en andere diensten; minimumniveau van handhaving. De verantwoordelijkheid voor de beheersing en regulering van de prostitutie is voor een belangrijk deel neergelegd bij gemeenten zelf. Gemeenten 16

17 kunnen een eigen prostitutiebeleid voeren en uit onderzoek (Flight, Hulshof, van Soomeren, & Soorsma, 2006) blijkt dat het merendeel van de gemeenten dit ook doet. Met de opheffing van het bordeelverbod was een belangrijke beleidsmaatregel dat een exploitant van een prostitutiebedrijf de plicht kreeg om een vergunning te hebben voor die exploitatie. De vergunningverlening wordt ook geregeld door de gemeenten. Het lokaal regelen van vergunningenbeleid leidt tot een verschil in beleid en dus meer ruimte in de ene gemeente dan in de andere (Nationaal rapporteur mensenhandel en seksueel geweld tegen kinderen, 2012). Het idee van een vergunningplicht komt mede voort uit de gedachte van het barrièremodel; het idee dat het niet gemakkelijk gemaakt moet worden om in de prostitutie te gaan werken. Het moeten hebben van vergunningen zouden door mensen in de seksbranche worden gezien als een drempel. Tegelijk zorgen vergunningen ervoor dat er, bij degenen die een vergunning hebben, beter gecontroleerd kan worden en op die manier zouden misstanden beter voorkomen kunnen worden. Degenen die geen vergunning hebben kunnen weliswaar niet op die manier gecontroleerd worden, maar zij zijn dan ook strafbaar bezig en kunnen dus vervolgd worden. De meeste gemeenten besteden in hun prostitutiebeleid vooral aandacht aan de arbeidsomstandigheden en gezondheid van sekswerkers (Flight, Hulshof, van Soomeren, & Soorsma, 2006). Aan preventie, repressie en hulpverlening wordt minder aandacht besteed, maar ook dat is een onderdeel van het prostitutiebeleid in een deel van de gemeenten. Mogelijkheden om uit de prostitutie te stappen worden echter bijna niet aangeboden. Zes procent van de gemeenten heeft uitstapmogelijkheden wel in het beleid opgenomen. Een beleidsmaatregel die vaak wordt toegepast door gemeenten, is het stellen van een maximum voor het aantal vergunningen dat verleend kan worden, zodat de hoeveelheid seksbedrijven klein en beter controleerbaar blijft (Nationaal rapporteur mensenhandel en seksueel geweld tegen kinderen, 2012). Vaak wordt er ook met omliggende gemeenten in de regio overlegd over het maximumaantal seksbedrijven. Sommige gemeenten voeren beleid waarin geen ruimte wordt gegeven aan prostitutie, maar verwijzen daarbij wel naar andere gemeenten in de buurt waar wel prostitutie is. Ook wordt er soms zogenaamd uitsterfbeleid toegepast, waarbij alleen exploitanten die al in het bezit zijn van een vergunning die behouden, maar waarbij nieuwe exploitanten er geen meer krijgen. 17

18 Een andere beleidsmaatregel is dat de politie controles uitvoert in de seksbranche (Daalder, 2002; Daalder, 2007). De controles, die namens de gemeente plaatsvinden, richten zich voornamelijk op de vraag of de exploitant wel of geen vergunning heeft en of voldaan is aan de voorwaarden waarop de vergunning is verkregen. Ook worden de papieren van betrokken prostituees gecontroleerd. Nadat uit onderzoek vlak na de wetswijziging bleek dat er te veel gefocust werd op controles in de legale sector, worden nu naast die controles ook specifieke controles en opsporingsonderzoeken gedaan naar strafbare vormen van prostitutie, zoals onvrijwillige prostitutie of prostitutie door minderjarigen. Er is in iedere gemeente een zogenaamd minimumniveau van handhaving bereikt (Daalder, 2007). De andere diensten die controleren, zoals de GGD, brandweer en sociale dienst, richten zich ook vooral op het controleren van vergunningen. Op landelijk niveau controleren de Belastingdienst, Arbeidsinspectie en het UWV de seksbranche. Deze controles kunnen uiteindelijk mede bijdragen aan het normaliseren van de prostitutie als bedrijfstak, omdat zo prostitutie wordt behandeld als elk ander beroep. Naast deze drie beleidsmaatregelen is er al een aantal jaren een discussie bezig over een nieuw wetsvoorstel, het wetsvoorstel Regulering prostitutie en bestrijding misstanden seksbranche, dat werd ingediend op 10 november 2009 (Van Bijsterveld, et al., 2013). Dit wetsvoorstel is in 2011 aangenomen door de Tweede Kamer, maar de Eerste Kamer diende daarna een novelle in, die het voorstel wijzigde. In eerste instantie bevatte het wetsvoorstel vier hoofdmaatregelen, namelijk: Invoering van een landelijk, verplicht en uniform vergunningenstelsel; Registratieplicht voor alle prostituees; Invoering van een landelijk register van escortvergunningen; Het strafbaar stellen van gebruikmaken van illegaal aanbod van prostitutie (Minister van Veiligheid en Justitie, Vergaderjaar ; Rijksoverheid, 2011). De invoering van een verplicht en uniform vergunningenstelsel heeft als voornaamste doel meer gelijkheid tussen de verschillende gemeenten. Er zijn in dat vergunningenstelsel voorwaarden opgenomen waar een vergunningaanvrager in ieder geval aan moet voldoen om een vergunning te krijgen en welke gegevens bekend moeten zijn bij de gemeente. Deze maatregel 18

19 komt tegemoet aan het gebrek dat werd geconstateerd bij de eerdere vorm van de vergunningplicht, waar gemeenten zelf veel meer ruimte kregen, waardoor een te groot verschil tussen gemeenten ontstond. Deze maatregel is dus eigenlijk een vervolg op de na de wetswijziging ingevoerde vergunningplicht. Bij de vergunningplicht hoort ook de invoering van een screening van eigenaren van seksbedrijven. Die eigenaren kan een vergunning geweigerd worden als blijkt dat zij zich bijvoorbeeld schuldig hebben gemaakt aan mensenhandel of als ze de voorwaarden van de vergunning waarschijnlijk niet gaan nakomen. De tweede beleidmaatregel in het wetsvoorstel is een registratieplicht voor alle prostituees. Met deze maatregel werd beoogd meer grip en zicht te krijgen op de (legale) prostitutie en eventuele misstanden daarin. Bovendien zouden op deze manier signalen van mensenhandel en uitbuiting beter in beeld gebracht kunnen worden en zouden die signalen kunnen worden doorgegeven aan hulpverlening en politie. Als een sekswerker toch betrapt wordt zonder een vergunning, kan hij of zij opgepakt worden en worden vervolgd. Dit geldt niet als er sprake is van slachtofferschap van mensenhandel of dwang. Naast de registratieplicht voor prostituees werd in het wetsvoorstel het idee van de invoering van een landelijk register van escortvergunningen geopperd. Het idee achter zo n register is dat escortbedrijven vaak niet lokaal opereren, in tegenstelling tot plaatsgebonden prostitutievormen. Escortbedrijven zijn daardoor moeilijker controleerbaar voor gemeenten. Een landelijk register van vergunningen voor escortbedrijven zou toegankelijk zijn voor alle gemeenten, zodat ze ook de escortsector beter kunnen controleren. Voorwaarden die gesteld zijn aan een escortbedrijf kunnen door toezichthouders van alle gemeenten gevonden worden in het register, dus maakt het niet meer uit door welke gemeente de vergunning is verleend. De vierde voorgestelde beleidsmaatregel was het strafbaar stellen van gebruikmaken van illegaal aanbod van prostitutie. Dit houdt in dat een klant van een prostituee na moet gaan of de prostituee is ingeschreven in het landelijk register van prostituees, de zogenaamde vergewisplicht. Als hij dat niet doet en de prostituee is niet geregistreerd, is de klant strafbaar. Op deze manier moet er meer verantwoordelijkheid komen liggen bij de klant. Klanten kunnen op een andere manier meewerken aan het signaleren en voorkomen van misstanden in de prostitutie en op deze manier zouden zij mee kunnen werken aan het 19

20 aantrekkelijker maken van registratie, wat er weer voor zou moeten zorgen dat de registratieplicht beter zou werken. Zoals gezegd heeft de Eerste Kamer op 1 maart 2014 een novelle ingediend. Dit houdt in dat de Eerste Kamer het niet volledig eens was met het wetsvoorstel en een voorstel deed voor een nieuwe, aangepaste wet. Er werd voorgesteld het wetsvoorstel te splitsen (Eerste Kamer der Staten-Generaal, 2014), waarbij de registratieplicht voor prostituees en de vergewisplicht voor klanten die hierboven is beschreven uit het voorstel wordt gehaald. Op deze manier bleef dus een deel van het voorstel over. In het wetsvoorstel waarin de registratieplicht voor prostituees was opgenomen, was de minimumleeftijd voor registratie 21 jaar. Die leeftijdsverhoging wordt wel aangehouden in de novelle, maar nu houdt die in dat prostitutie uitsluitend plaatsvindt door een prostituee die de leeftijd van 21 jaar heeft bereikt. Bovendien wordt het een exploitant verboden een prostituee voor zich te laten werken als die de leeftijd van 21 jaar nog niet heeft bereikt of geen toereikende verblijfvergunning heeft. Dit vervangt de regel dat een exploitant een prostituee die zich niet heeft geregistreerd niet voor zich mag laten werken. De leeftijdsverhoging naar 21 jaar zou worden ingevoerd met verschillende redenen. Een belangrijke reden is dat mensen tussen de 18 en 21 vaker nog bezig zijn met een opleiding en dus op hun 21 e minder economisch afhankelijk zouden zijn van eventueel werk in de prostitutie. Daarnaast zou het zo zijn dat op 21-jarige leeftijd mensen beter een weloverwogen keuze voor prostitutiewerk kunnen maken en zou een prostituee op die leeftijd beter weerbaar zijn. Ook de vergewisplicht wordt in de novelle uit het wetsvoorstel gehaald. Er is wel een vervangend artikel voor opgenomen. Nu verbiedt dit artikel het verrichten van seksuele handelingen met een prostituee die nog niet de leeftijd van 21 jaar heeft bereikt. Omdat de kans groot is dat deze maatregelen doorgevoerd zullen worden binnen afzienbare tijd, is het goed om in ze in de rest van dit onderzoek ook te behandelen. De maatregelen, samen met de eerder genoemde maatregelen die sinds de opheffing van het bordeelverbod in oktober 2000 al van kracht zijn, zullen in de rest van dit onderzoek worden besproken in het licht van achtereenvolgens theorieën, eerder onderzoek en interviews met deskundigen. Dit zijn de belangrijkste maatregelen die sinds de opheffing van het 20

21 bordeelverbod al bestonden en de belangrijkste nieuwe maatregelen die zouden worden doorgevoerd als de nieuwe wet in werking treedt op een rij: Stellen van maxima aan aantallen seksbedrijven; Controles door politie en andere diensten; minimumniveau van handhaving; Invoering van een landelijk, verplicht en uniform vergunningenstelsel (als aanpassing van de oude vergunningplicht); Prostitutie mag uitsluitend plaatsvinden door een prostituee van 21 jaar of ouder; Invoering van een landelijk register van escortvergunningen; Het strafbaar stellen van gebruikmaken van prostitutie door een prostituee van jonger dan 21 jaar. 3. THEORETISCHE VERWACHTINGEN VAN EFFECT PROSTITUTIEBELEID OP MISSTANDEN IN PROSTITUTIE In de criminologie zijn er verschillende theorieën die de keuze voor bepaalde vormen van beleid zouden kunnen ondersteunen of juist tegenspreken. In dit hoofdstuk zullen verschillende theorieën worden besproken die toepasbaar zijn bij verwachtingen van effecten van prostitutiebeleid op misstanden in de prostitutie. De theorieën die besproken zullen worden zijn de rationele keuzetheorie, de theorie over criminaliteit en armoede en controletheorieën (Bernard, Snipes, & Gerould, 2010; Jolin, 1994). In Nederland is, zoals hiervoor besproken, prostitutie toegestaan. Belangrijk is bij dit onderzoek dat prostitutie en misstanden in de prostitutie zoals mensenhandel en dwang los van elkaar gezien worden. Hoewel de misstanden niet kunnen bestaan zonder prostitutie, is het belangrijk om te beseffen dat de prostitutie zelf geen delict is, dus dat daar in dit onderzoek ook niet als zodanig naar gekeken wordt. We kijken bij het toepassen van een theorie dus naar het effect van beleid op misstanden, en niet naar het effect van beleid op prostitutie. 3.1 Criminaliteit en armoede Er is door de jaren heen in de criminologie veel onderzoek geweest naar het verband tussen criminaliteit en armoede (Bernard, Snipes, & Gerould, 2010). Er werd hierbij onderzoek gedaan naar het verband tussen de algemene 21

22 economische situatie en de criminaliteitscijfers, vanuit het idee dat als criminaliteit veroorzaakt wordt door armoede, de criminaliteit moet stijgen in economisch slechtere tijden. Er werd later ook onderzocht wat de relatie was tussen criminaliteitscijfers en werkloosheid en criminaliteitscijfers en economische ongelijkheid. In elk van deze onderzoeken werd als hypothese gesteld dat economisch achtergesteld zijn een positief effect had op criminaliteit; iemand die het economisch minder heeft zou dus sneller vervallen in crimineel gedrag. Hsieh en Pugh (1993) deden een meta-analyse van 34 studies naar geweldscriminaliteit, armoede en inkomensongelijkheid. Zij vonden dat van de 76 gemeten coëfficiënten 97 procent een positief verband had tussen geweldscriminaliteit en armoede en inkomensongelijkheid. Van die 97 procent was 80 procent minimaal een middelsterk verband. Ook uit dit onderzoek blijkt dus dat er waarschijnlijk een positief verband aanwezig is tussen criminaliteit en armoede en inkomensongelijkheid. Hier werd wel alleen geweldscriminaliteit onderzocht. Ook Merton (1938) legt met zijn bekende anomietheorie een link tussen het niet op legale wijze kunnen bereiken van in het algemeen belangrijk gevonden doelen, zoals geld verdienen, en het kiezen van niet-legale wegen om toch deze doelen te bereiken. Volgens deze theorie is er dus ook een link tussen criminaliteit en armoede. Iemand die arm is, heeft moeite om voldoende geld te verdienen. Als zo n arm iemand niet in staat is om op een normale, legale manier geld te verdienen, is hij volgens Merton sneller geneigd om het op een andere, niet-legale manier te proberen. Op deze manier is er dus een link tussen arm zijn en sneller crimineel gedrag vertonen. In onderzoek naar het verband tussen criminaliteit en armoede wordt wel gesteld dat armere mensen vaker crimineel gedrag vertonen, maar dat zij dat gedrag niet perse in armere gebieden vertonen (Bernard, Snipes, & Gerould, 2010). Met name vermogenscriminaliteit wordt juist gepleegd in rijkere gebieden, omdat daar meer te halen is. Op dit punt is het interessant om de link te leggen met dit onderwerp; prostitutie in Nederland en misstanden daarin. Het is vooral toepasbaar op (gedwongen) prostitutie door buitenlandse pooiers en prostituees. Hieronder zal worden toegelicht waarom dat zo is. Er zijn drie vragen die naar boven komen bij het linken van deze theorie met de prostitutie 22

23 in Nederland, misstanden daarin en mogelijk beleid. Dat zijn de volgende vragen: Waarom zou er volgens deze theorie mensenhandel plaatsvinden? Waarom vindt volgens deze theorie mensenhandel plaats in Nederland? Wat voor beleid is te onderbouwen met deze theorie? Veel pooiers zijn afkomstig uit het buitenland (Goderie, Spierings, & ter Woerds, 2002). Interessant is ook dat er sinds de legalisering steeds meer buitenlandse vrouwen in Nederland in de prostitutie komen werken (Goderie, Spierings, & ter Woerds, 2002). Volgens Dekker, Tap en Homburg (2006) was in 2006 zestig procent van de onderzochte prostituees in het buitenland geboren, tegenover 38 procent in De reden waarom met deze theorie vooral de aanwezigheid van veel buitenlandse pooiers en prostituees te verklaren is, is dat Nederland in dit verhaal wellicht het rijke gebied genoemd kan worden, terwijl Oost-Europa of Afrikaanse landen de armere gebieden zijn. Enerzijds omdat Nederland een rijker land is en de verdiensten dus groter zijn, maar anderzijds is Nederland vanuit de prostitutiewereld bekeken een rijker land, door de wetgeving die veel meer toestaat. De criminaliteit en armoede-theorie kan hier gecombineerd worden met de rationele keuzetheorie. De kosten, zowel qua financiën als qua moeite, zijn in Nederland veel lager dan in andere landen. Hierdoor worden (arme) mensen uit andere landen aangetrokken om hier te komen werken of om anderen voor hen te laten werken in Nederland. Op deze manier wordt de criminaliteit en armoedetheorie enigszins uitgebreid en gecombineerd. De theorie biedt op deze manier wel een mogelijke verklaring voor de populariteit van Nederland onder buitenlandse prostituees en pooiers. Uiteraard moet er erg worden opgepast met deze theorie, omdat prostitutie op zich en de misstanden hierin wel erg vervlochten raken. Wat men er ook van vindt, vrijwillig gaan werken in de prostitutie omdat er schulden zijn of andere vormen van geldnood, is niet verboden of crimineel. Het onderscheid tussen zulke keuzes en mensenhandel of dwang is lastig te maken, zeker als het om prostituees gaat die vanuit het buitenland komen. Zoals al eerder aangegeven is mensenhandel en dwang moeilijk meetbaar. Dat geldt in dit verhaal uiteraard ook. Wel kan gezegd worden dat als de verdiensten in de prostitutie in Nederland goed zijn, de kosten klein en de andere mogelijkheden 23

24 schaars, Nederland waarschijnlijk aantrekkelijk is voor prostituees en pooiers. Dit geldt bovendien waarschijnlijk sterker als ze arm zijn. Op Nederlandse prostituees, pooiers en hun situaties is deze theorie lastiger toepasbaar. Als de theorie op deze groep toegepast wordt, zou op individueel niveau gekeken moeten worden wat de motivatie van degenen die de misstanden veroorzaken zijn. Volgens Dekker, Tap en Homburg (2006) is 55 procent van de prostituees begonnen met als belangrijkste reden geldgebrek of schulden. De motivatie van pooiers of mensenhandelaars is echter lastiger te onderzoeken. Als de hiervoor besproken theorie ook hier toepasbaar zou zijn, zouden Nederlandse mensen die dwang uitoefenen ook weinig andere mogelijkheden moeten hebben of die mogelijkheden zouden veel onaantrekkelijker zijn. Het zou natuurlijk kunnen dat de verdiensten in de gedwongen prostitutie zoveel groter zijn dan in legale banen of dat de mogelijkheden in de legale sector veel beperkter zijn, dat de keuze voor sommigen snel gemaakt is. Om er precies achter te komen welke rol armoede speelt in mensenhandel en dwang door Nederlanders, moet dus meer onderzoek worden gedaan. Ook om beleid te kunnen maken op basis van deze theoretische achtergrond is hierover meer duidelijkheid nodig. Wellicht functioneert deze theorie niet goed genoeg als verklaring voor dit deel van de groep. Als we de huidige Nederlandse maatregelen bekijken in het licht van de criminaliteit en armoede-theorie, zien we dat eigenlijk geen van de maatregelen direct aansluit op de theorie. Er wordt in het huidige beleid weinig tot geen aandacht besteed aan de rol van armoede in misstanden in de prostitutie. De enige link die gelegd zou kunnen worden, is die met de leeftijdsgrens om in de prostitutie te mogen werken. Die is mede ingevoerd omdat mensen er op hun 21 e financieel beter voor zouden staan omdat er dan vaker een opleiding zou zijn afgerond, zodat er ook een andere baan gevonden kan worden. Ze zouden daardoor ook minder vatbaar zijn voor mensen die ze zouden willen uitbuiten. Op deze manier wordt echter alleen rekening gehouden met misstanden in de legale sector, waarin gecontroleerd wordt op leeftijd. In de illegale sector wordt daar niet op gecontroleerd. De theorie op deze manier toepassen, lijkt wat vergezocht. Maatregelen gebaseerd op deze theorie zouden er waarschijnlijk anders uitzien. Eventueel beleid om misstanden tegen te gaan zou zich volgens de criminaliteit en armoede-theorie vooral moeten richten op de verdeling en 24

25 omgang met geld. Zoals hierboven beschreven, is de theorie van criminaliteit en armoede vooral toepasbaar op prostituees en pooiers die vanuit het buitenland naar Nederland komen, omdat hier meer te verdienen is. Om de misstanden te verminderen, zou volgens deze theorie. Om de rol die armoede speelt in misstanden in de prostitutie in Nederland echt aan te pakken, moet dan ook meer gefocust worden op preventie en voorlichting in het buitenland. Met de anomietheorie in het achterhoofd zou het goed zijn om na te denken over de mogelijkheden voor mensen uit armere landen om algemene doelen zoals rijkdom of succes te bereiken. De reguliere, legale mogelijkheden om deze doelen te bereiken zouden aantrekkelijker en bereikbaarder gemaakt moeten worden. Als dat niet mogelijk blijkt te zijn, zou men moeten proberen mensen op een andere manier naar deze doelen te laten kijken, zodat illegale wegen niet als goede optie worden gezien. Als er dan toch wordt gekozen om in Nederland illegaal te komen werken of iemand te dwingen dat te doen, moet dat zoveel mogelijk voorkomen worden door illegale immigratie tegen te gaan. Daarnaast moeten er ook goede alternatieven worden geboden aan Nederlandse mensen die geen andere uitweg zien dan in de prostitutie werken, al dan niet onder dwang, omdat ze niet genoeg geld hebben. Op zich is in de prostitutie werken legaal en mag iemand daarvoor kiezen, maar de meningen zijn verdeeld over de vraag of het acceptabel is dat iemand voor prostitutie kiest omdat er vanwege de financiële situatie geen andere mogelijkheden (lijken te) zijn. 3.2 Controletheorieën De meeste criminologische theorieën nemen aan dat mensen van nature geen crimineel gedrag vertonen, tenzij de omstandigheden hen daartoe drijven. In tegenstelling tot die theorieën gaan controletheorieën ervan uit dat iedereen crimineel gedrag zou vertonen, als zij geen vormen van controle zouden ervaren door de omgeving (Bernard, Snipes, & Gerould, 2010). Volgens een van de vroege onderzoeken naar controle en crimineel gedrag is de kans op crimineel gedrag groter als de persoon in kwestie minder te verliezen heeft (Toby, 1957). Daar bovenop komt volgens het onderzoek dat als de omgeving van iemand die al sneller in criminaliteit zou vervallen ook een grotere kans op het vertonen van crimineel gedrag heeft, de kans dat iemand crimineel wordt nog meer wordt 25

26 vergroot. In dit onderzoek ging het vooral om de prestaties en kansen die men had op school en wat de jongere daarin te verliezen had. De belangrijkste controletheorie die we hier behandelen, is de theorie van sociale controle, waarvoor de basis werd gelegd door Hirschi (1969). In deze theorie stelde Hirschi dat de meeste mensen in hun jeugd een band vormen met de maatschappij. Sommige mensen doen dit niet, waardoor ze minder controle ervaren en sneller delinquent zullen worden. Hirschi toonde aan dat de mate van binding met de maatschappij een sterk verband had met het vertonen van delinquent gedrag (Wiatrowski, 1978). Bovendien zoeken mensen met weinig binding met de maatschappij andere mensen met weinig binding met de maatschappij op, wat de gevoelens (en indirect dus de delinquentie) versterkt. Door de verminderde binding met de omgeving en de maatschappij is er minder te verliezen, wat zoals eerder beschreven ook weer de kans op verval in crimineel gedrag vergroot. Volgens Westerik (2009) vallen door de individualisering sowieso steeds meer traditionele sociale en maatschappelijke bindingen weg. Een aanzienlijk deel van de prostituees komt uit het buitenland. Naast die buitenlandse prostituees zijn er ook Nederlandse prostituees, waarvan de meesten niet vertellen aan hun omgeving hoe zij hun geld verdienen (van der Wagen, Daalder, & Bijleveld, 2010; Vanwesenbeeck, 1994). Dit zorgt voor sterke individualisering als het gaat om werk, waardoor er op dat gebied weinig binding is. Om die reden zouden ook misstanden minder snel worden ontdekt, omdat er moeilijk over gepraat kan worden met mensen buiten de prostitutiewereld. Beleid zou zich volgens deze theorie dus moeten richten op het verbeteren van de bindingen van mensen die in de prostitutiewereld hun geld verdienen met mensen buiten die wereld en het vermeerderen van controle, om zo te zorgen dat eventuele misstanden eerder opgemerkt worden. Op die manier zou er meer controle komen en dus minder geneigdheid om crimineel gedrag te vertonen. Bovendien zou de prostitutiewereld zoveel mogelijk ontvlochten moeten worden van criminele kanten, omdat, zoals hierboven beschreven, de kans op crimineel gedrag sterk vergroot wordt als iemand die weinig binding heeft in een criminele omgeving verkeert. In het huidige beleid zijn een aantal maatregelen te ondersteunen met deze theorie. Ten eerste is er de maatregel die het gemeenten mogelijk maakt om maxima te stellen aan het aantal seksbedrijven dat zich vestigt. Deze maatregel 26

27 is bedacht met het idee dat als er een beperkte hoeveelheid van dergelijke bedrijven is, er beter controle gehouden kan worden op de bedrijven die er zijn. Hoe minder bedrijven er zijn, hoe meer controlerende en handhavende mensen er per bedrijf beschikbaar zijn. Er ontstaat op deze manier minder anonimiteit. Hiermee komen we bij de volgende maatregel die onderbouwd kan worden met deze theorie. De controles die worden uitgevoerd door politie en andere diensten komen ook voort uit het idee dat als er meer controle is, er minder misstanden plaatsvinden. Op deze manier vormt de controle een bepaalde binding. Er is in elke gemeente een minimumniveau van handhaving, die ervoor moet zorgen dat er een basis in controle is die overal gelijk is. De vraag is natuurlijk wel of de controles zich op de juiste zaken richten, maar dat is iets waar later op teruggekomen zal worden. De vijfde van de zes hoofddoelstellingen van de opheffing van het bordeelverbod is het ontvlechten van prostitutie en criminele randverschijnselen. Deze ontvlechting, die zoals gezegd belangrijk is voor het verkleinen van de kans op misstanden in de prostitutie, is dus een doelstelling van de overheid. Minder criminele personen in iemands omgeving betekent volgens deze theorie ook minder kans op verval in crimineel gedrag. Het vergunningenbeleid is een maatregel die zich onder richt meer op deze ontvlechting. Dit beleid moet de prostitutie schoner maken, omdat criminele exploitanten geen vergunning krijgen. Het landelijk register van escortvergunningen sluit ook enigszins aan op deze theorie, omdat het ook zorgt voor meer controle. Er wordt geen echte binding aangegaan met andere mensen waardoor directe controle door de omgeving plaatsvindt, maar er vindt wel controle plaats door gemeenten die het register gebruiken. Een maatregel die niet is doorgevoerd, maar die wel zou aansluiten op deze theorie, is het meer investeren in hulpverlening. Als er meer hulpverlening zou zijn die tijd zou steken in het aangaan van bindingen met mensen werkzaam in de prostitutie, zouden misstanden wellicht ook sneller opgemerkt worden. Daarnaast zouden prostituees meer onderdeel moeten worden van de normale maatschappij, waarbij ze meer openlijk kunnen spreken over hun beroepskeuze. Daarvoor zou gewerkt moeten worden aan de vermindering van de stigmatisering van prostituees, omdat dat het aangaan van een binding met 27

Voer Prostitutiewet snel in, maar stel prostituee niet strafbaar

Voer Prostitutiewet snel in, maar stel prostituee niet strafbaar Reactie van de Nationaal rapporteur op het gewijzigde voorstel Wet regulering prostitutie en bestrijding misstanden seksbranche Voer Prostitutiewet snel in, maar stel prostituee niet strafbaar Het gewijzigde

Nadere informatie

Toespraak tijdens RUPS congres op 14 oktober 2016 Alleen gesproken woord telt. Dames en heren,

Toespraak tijdens RUPS congres op 14 oktober 2016 Alleen gesproken woord telt. Dames en heren, Toespraak tijdens RUPS congres op 14 oktober 2016 Alleen gesproken woord telt Dames en heren, hartelijk dank voor de introductie en veel dank voor de uitnodiging van de organisatie om te mogen spreken

Nadere informatie

Inleiding mr. Desirée Vliege MPA, plv. directeur Veiligheid en Bestuur, Ministerie van Veiligheid en Justitie

Inleiding mr. Desirée Vliege MPA, plv. directeur Veiligheid en Bestuur, Ministerie van Veiligheid en Justitie Inleiding mr. Desirée Vliege MPA, plv. directeur Veiligheid en Bestuur, Ministerie van Veiligheid en Justitie Dames en heren, Hartelijk dank voor uw uitnodiging om hier vanmiddag te mogen spreken. Zoals

Nadere informatie

Memo. centrum. criminaliteitspreventie. veiligheid Postbu5 14069. BETREFT Landelijk programma prostitutie

Memo. centrum. criminaliteitspreventie. veiligheid Postbu5 14069. BETREFT Landelijk programma prostitutie m centrum ChurchiHiaanu criminaliteitspreventie 3527 GV Utrecht veiligheid Postbu5 14069 35085C Utrecht T (030) 75 6700 F (030)7516701 www.hetccv.ni Memo BETREFT Landelijk programma prostitutie IN LEIDING

Nadere informatie

Samenvatting. Inleiding en onderzoeksvragen

Samenvatting. Inleiding en onderzoeksvragen Samenvatting Inleiding en onderzoeksvragen Het algemeen bordeelverbod is op 1 oktober 2000 opgeheven in Nederland. De kern van de wetswijziging is dat vormen van exploitatie van prostitutie waarin meerderjarige

Nadere informatie

Wat is mensenhandel?

Wat is mensenhandel? Toespraak van de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen, mr. C.E. Dettmeijer-Vermeulen Ter gelegenheid van de Expertmeeting van de Nederlandse Vrouwenraad over de Istanbul

Nadere informatie

binnen een vrij Onderzoek Amsterdamse prostitutiebranche

binnen een vrij Onderzoek Amsterdamse prostitutiebranche 32 secondant #2 mei 2011 Onderzoek Amsterdamse prostitutiebranche Uitbuiting en m binnen een vrij Met verschillende landelijke en lokale maatregelen ter regulering van prostitutiebranche, is de afgelopen

Nadere informatie

Ministerie van Veiligheid en Justitie T.a.v.dhr.mr. I.W. Opstelten Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag

Ministerie van Veiligheid en Justitie T.a.v.dhr.mr. I.W. Opstelten Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Ministerie van Veiligheid en Justitie T.a.v.dhr.mr. I.W. Opstelten Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den

Nadere informatie

Closing brothels is closing eyes

Closing brothels is closing eyes Closing brothels is closing eyes Utrechtse sekswerkers na de sluiting van het Zandpad Prof. Dr. Dina Siegel (UU) i.s.m. Prof. Dr. Henk van de Bunt (EUR); Dr. Brenda Oude Breuil (UU); Marjolein Goderie

Nadere informatie

Samenvatting plenair debat Tweede Kamer wetsvoorstel Regulering Prostitutie d.d. 1 februari 2011

Samenvatting plenair debat Tweede Kamer wetsvoorstel Regulering Prostitutie d.d. 1 februari 2011 Samenvatting plenair debat Tweede Kamer wetsvoorstel Regulering Prostitutie d.d. 1 februari 2011 Op 1 februari 2011 debatteerde de Tweede Kamer over het wetsvoorstel Regulering Prostitutie. Op een later

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2012 2013 32 211 Regels betreffende de regulering van prostitutie en betreffende het bestrijden van misstanden in de seksbranche (Wet regulering prostitutie

Nadere informatie

Aan de Voorzitter de Eerste Kamer der Staten-Generaal Postbus EA DEN HAAG. Datum 19 april 2013 Onderwerp Prostitutiewet

Aan de Voorzitter de Eerste Kamer der Staten-Generaal Postbus EA DEN HAAG. Datum 19 april 2013 Onderwerp Prostitutiewet 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter de Eerste Kamer der Staten-Generaal Postbus 20017 2500 EA DEN HAAG en Juridische Zaken Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20301 2500

Nadere informatie

Directoraat-Generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving

Directoraat-Generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving Ministerie van Justitie Directoraat-Generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving Directie Juridische en Operationele Aangelegenheden Postadres: Postbus 20301, 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede

Nadere informatie

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties t.a.v. mr. J. Verbruggen Postbus 20011 2511 EA Den Haag

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties t.a.v. mr. J. Verbruggen Postbus 20011 2511 EA Den Haag Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties t.a.v. mr. J. Verbruggen Postbus 20011 2511 EA Den Haag Contactpersoon Mw. dr. mr. M. Boot-Matthijssen Telefoon 070 370 45 14 Datum 21 januari 2009

Nadere informatie

Wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening i.r.t. prostitutie ----------------------------------------------------------- Kenmerk 386902 dp

Wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening i.r.t. prostitutie ----------------------------------------------------------- Kenmerk 386902 dp Wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening i.r.t. prostitutie ----------------------------------------------------------- Kenmerk 386902 dp Aan de gemeenteraad. 1. Inleiding Omdat de totstandkoming

Nadere informatie

Memo. 16 januari 2013 Concept-Richtlijnen voor voldoende toezicht in raamprostitutiebedrijven

Memo. 16 januari 2013 Concept-Richtlijnen voor voldoende toezicht in raamprostitutiebedrijven Directie Openbare Orde en Veiligheid Memo Datum Onderwerp 16 januari 2013 Concept-Richtlijnen voor voldoende toezicht in raamprostitutiebedrijven 1. Inleiding In de concept APV die voorjaar 2013 ter inspraak

Nadere informatie

Zaaknummer: Z Prostitutiebeleid

Zaaknummer: Z Prostitutiebeleid Zaaknummer: Z11.16267 Prostitutiebeleid Inhoudsopgave 1. Algemeen... 3 1.1 Aanleiding... 3 1.2 Inleiding... 3 1.3 Evaluatie prostitutiebeleid 2000... 3 1.4 Doelstellingen prostitutiebeleid... 3 2. Wet-

Nadere informatie

Directie Openbare Orde en Veiligheid

Directie Openbare Orde en Veiligheid Directie Openbare Orde en Veiligheid Memo Aan Van Datum Onderwerp Eerste Kamercommissies voor Veiligheid en Justitie en Binnenlandse Zaken Burgemeester E.E. van der Laan, Karen Nieuwenhuis, Brian Varma

Nadere informatie

Relatie tussen illegale prostitutie en mensenhandel?

Relatie tussen illegale prostitutie en mensenhandel? mr. E.D.I. Martens Senior officier van justitie Mensenhandel Het gaat ons allemaal aan CIROC 3 december 2014 Doel presentatie: Relatie tussen illegale prostitutie en mensenhandel? 1. Wat is illegale prostitutie?

Nadere informatie

Samenvatting. De centrale onderzoeksvraag van het onderzoek luidt als volgt:

Samenvatting. De centrale onderzoeksvraag van het onderzoek luidt als volgt: Samenvatting Op 10 november 2009 is een voorstel van wet voor het Wetsvoorstel regulering prostitutie en bestrijding misstanden seksbranche (Wrp) ingediend dat zich richt op het verkleinen van lokale en

Nadere informatie

MANAGEMENTSAMENVATTING. Achtergrond onderzoek. Aanpak

MANAGEMENTSAMENVATTING. Achtergrond onderzoek. Aanpak MANAGEMENTSAMENVATTING Achtergrond onderzoek In het kader van de aankomende Wet regulering prostitutie en bestrijding misstanden seksbranche (Wrp) heeft de minister van Veiligheid en Justitie (VenJ) een

Nadere informatie

Samenvatting. Aanleiding en doel van het onderzoek

Samenvatting. Aanleiding en doel van het onderzoek Samenvatting Aanleiding en doel van het onderzoek Sinds 2009 stelt de regering voor om nieuwe wetgeving in te voeren om de misstanden in de prostitutiebranche aan te pakken. Onderdeel van dit wetsvoorstel

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2015 2016 33 885 Wijziging van de Wet regulering prostitutie en bestrijding misstanden seksbranche Nr. 9 AMENDEMENT VAN HET LID OSKAM Ontvangen 20 oktober

Nadere informatie

Datum 6 januari 2016 Onderwerp Gespreksnotitie Nationaal Rapporteur rondetafelgesprek kindermisbruik. Geachte voorzitter,

Datum 6 januari 2016 Onderwerp Gespreksnotitie Nationaal Rapporteur rondetafelgesprek kindermisbruik. Geachte voorzitter, 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Tweede Kamer der Staten-Generaal t.a.v. de voorzitter van de vaste commissie voor Veiligheid en Justitie mevrouw L. Ypma Postbus 20018 2500 EA Den Haag Turfmarkt

Nadere informatie

NOTA PROSTITUTIE en OVERIGE SEKSBEDRIJVEN

NOTA PROSTITUTIE en OVERIGE SEKSBEDRIJVEN GEMEENTEBLAD Officiële uitgave van gemeente Groningen. Nr. 63810 20 mei 2016 NOTA PROSTITUTIE en OVERIGE SEKSBEDRIJVEN 1. Inleiding 3 2. Het huidige Groningse prostitutiebeleid 3 2.1. Korte schets van

Nadere informatie

Karen J. Rosier - Brattinga. Eerste begeleider: dr. Arjan Bos Tweede begeleider: dr. Ellin Simon

Karen J. Rosier - Brattinga. Eerste begeleider: dr. Arjan Bos Tweede begeleider: dr. Ellin Simon Zelfwaardering en Angst bij Kinderen: Zijn Globale en Contingente Zelfwaardering Aanvullende Voorspellers van Angst bovenop Extraversie, Neuroticisme en Gedragsinhibitie? Self-Esteem and Fear or Anxiety

Nadere informatie

HET RODE LICHT UIT DE SCHEMER

HET RODE LICHT UIT DE SCHEMER HET RODE LICHT UIT DE SCHEMER Het Bredase beleid voor de seksbranche na opheffing van het bordelenverbod. CONCEPT CONCEPT 1 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29

Nadere informatie

Notitie van Stichting De Rode Draad voor de Commissievergadering van 12 juni 2012

Notitie van Stichting De Rode Draad voor de Commissievergadering van 12 juni 2012 De Rode Draad is het kennis- en informatiecentrum voor sekswerk in Nederland. Onze missie is om de positie van sekswerkers te verbeteren door te informeren, signaleren, onderzoeken, adviseren en verbinden.

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.rijksoverheid.nl/venj

Nadere informatie

Datum 30 september 2016 Onderwerp Antwoorden Kamervragen inzake signalen over misstanden in de illegale prostitutie

Datum 30 september 2016 Onderwerp Antwoorden Kamervragen inzake signalen over misstanden in de illegale prostitutie > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Directoraat-Generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving Directie Juridische

Nadere informatie

Wijziging van de Wet regulering prostitutie en bestrijding misstanden seksbranche

Wijziging van de Wet regulering prostitutie en bestrijding misstanden seksbranche TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL 2 Vergaderjaar 2015-2016 33 885 Wijziging van de Wet regulering prostitutie en bestrijding misstanden seksbranche Nr. 10 GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN HET LID OSKAM TER VERVANGING

Nadere informatie

Schat, ik ben even naar de hoeren!

Schat, ik ben even naar de hoeren! Schat, ik ben even naar de hoeren! Bordelen zijn gelegaliseerd, dagelijks gaan er naar schatting veertigduizend mannen naar de hoeren. Maar geen van hen vertelt wat hij heeft uitgespookt. Blijft hoerenlopen

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.rijksoverheid.nl/venj

Nadere informatie

PROSTITUTIE. VROUWENRAAD DOORBREEK DE STILTE Zondag 23 november Trafiek Gent

PROSTITUTIE. VROUWENRAAD DOORBREEK DE STILTE Zondag 23 november Trafiek Gent PROSTITUTIE VROUWENRAAD DOORBREEK DE STILTE Zondag 23 november Trafiek Gent Prostitutie is per definitie gestoeld in een ongelijke verhouding tussen vrouwen en mannen. De meeste klanten zijn mannen, de

Nadere informatie

Mensenhandel is om ons heen. Factsheet bij de Negende rapportage van de Nationaal rapporteur

Mensenhandel is om ons heen. Factsheet bij de Negende rapportage van de Nationaal rapporteur Mensenhandel is om ons heen Factsheet bij de Negende rapportage van de Nationaal rapporteur Mensenhandel is om ons heen Mensenhandel is om ons heen. De laatste jaren wordt duidelijk dat mensen op vele

Nadere informatie

Een overzicht van het politieke debat over prostitutie in Nederland

Een overzicht van het politieke debat over prostitutie in Nederland Een overzicht van het politieke debat over prostitutie in Nederland INLEIDING Wijziging van de Wet regulering prostitutie en bestrijding misstanden seksbranche Al jaren veroorzaakt het thema prostitutie

Nadere informatie

Over de legale prostitutie in Nederland

Over de legale prostitutie in Nederland European Women s Lobby December 2011. Karin Werkman 1. Inleiding Over de legale prostitutie in Nederland In april 2007 stuurde ik een verbaasd mailtje naar mijn vrienden: er was een open dag georganiseerd

Nadere informatie

Aan rechten is niets liberaals

Aan rechten is niets liberaals Opinie Aan rechten is niets liberaals Over vrouwenhandelslachtoffers en geëmancipeerde sekswerkers 1 80 Marjan Wijers In Frankrijk krijgen prostituees die aangifte willen doen van verkrachting van de politie

Nadere informatie

Directoraat-generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving

Directoraat-generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving α Ministerie van Justitie Directoraat-generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving Directie Juridische en Operationele Aangelegenheden Postadres: Postbus 20301, 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de

Nadere informatie

De Rotterdamse aanpak van jeugdprostitutie

De Rotterdamse aanpak van jeugdprostitutie De Rotterdamse aanpak van jeugdprostitutie Klaas Ridder ketenregisseur jeugdprostitutie Overzicht Introductie / begrippenkader Situatie vóór 2004 2004 een initiatief voor een ketenaanpak 2005 de inrichting

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009 2010 32 211 Regels betreffende de regulering van prostitutie en betreffende het bestrijden van misstanden in de seksbranche (Wet regulering prostitutie

Nadere informatie

Nota van B&W. onderwerp Prostitutiebeleid 2013. Portefeuilehouder drs. Th.L.N. Weterings, J.C.W. Nederstigt. Wat willen we bereiken?

Nota van B&W. onderwerp Prostitutiebeleid 2013. Portefeuilehouder drs. Th.L.N. Weterings, J.C.W. Nederstigt. Wat willen we bereiken? gemeente Haarlemmermeer Nota van B&W onderwerp Prostitutiebeleid 2013 Portefeuilehouder drs. Th.L.N. Weterings, J.C.W. Nederstigt Collegevergadering 12 november 2013 inlichtingen mr. J. Kamphuis (023 567

Nadere informatie

Regels betreffende de regulering van prostitutie en betreffende het bestrijden van misstanden in de seksbranche

Regels betreffende de regulering van prostitutie en betreffende het bestrijden van misstanden in de seksbranche Artikelsgewijze toelichting Regels betreffende de regulering van prostitutie en betreffende het bestrijden van misstanden in de seksbranche (Wet regulering prostitutie en bestrijding misstanden seksbranche)

Nadere informatie

BELEIDSREGEL HANDHAVINGSPROTOCOL SEKSINRICHTINGEN HELMOND 2008

BELEIDSREGEL HANDHAVINGSPROTOCOL SEKSINRICHTINGEN HELMOND 2008 Jaar: 2007 Nummer: 82 Besluit: Burgemeester 30 oktober 2007 Gemeenteblad BELEIDSREGEL HANDHAVINGSPROTOCOL SEKSINRICHTINGEN HELMOND 2008 De van Helmond; Gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht

Nadere informatie

Datum 30 oktober 2013 Onderwerp Antwoorden kamervragen over het bericht dat in de Europese Unie honderdduizenden mensen leven als slaven

Datum 30 oktober 2013 Onderwerp Antwoorden kamervragen over het bericht dat in de Europese Unie honderdduizenden mensen leven als slaven 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.rijksoverheid.nl/venj

Nadere informatie

Betoog Rode Draad (5 minuten)

Betoog Rode Draad (5 minuten) De Rode Draad is het kennis- en informatiecentrum voor sekswerk in Nederland. Onze missie is om de positie van sekswerkers te verbeteren door te informeren, signaleren, onderzoeken, adviseren en verbinden.

Nadere informatie

De Invloed van Religieuze Coping op. Internaliserend Probleemgedrag bij Genderdysforie. Religious Coping, Internal Problems and Gender dysphoria

De Invloed van Religieuze Coping op. Internaliserend Probleemgedrag bij Genderdysforie. Religious Coping, Internal Problems and Gender dysphoria De Invloed van Religieuze Coping op Internaliserend Probleemgedrag bij Genderdysforie Religious Coping, Internal Problems and Gender dysphoria Ria de Bruin van der Knaap Open Universiteit Naam student:

Nadere informatie

Prostitutie in Nederland anno 2014

Prostitutie in Nederland anno 2014 Cahier 2015-1 Prostitutie in Nederland anno 2014 A.L. Daalder Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum Cahier 2015-1 1 Cahier De reeks Cahier omvat de rapporten van onderzoek dat door en in opdracht

Nadere informatie

Datum : 7 april 2013 Onderwerp: Novelle wetsvoorstel regulering prostitutie (kamerstukken II 2013/14, 33885)

Datum : 7 april 2013 Onderwerp: Novelle wetsvoorstel regulering prostitutie (kamerstukken II 2013/14, 33885) VVR Postbus 778 2300 AT Leiden info@vrouwenrecht.nl www.vrouwenrecht.nl Aan de voorzitter en leden van de Commissie voor Veiligheid en Justitie van de Tweede Kamer Datum : 7 april 2013 Onderwerp: Novelle

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009 2010 32 211 Regels betreffende de regulering van prostitutie en betreffende het bestrijden van misstanden in de seksbranche (Wet regulering prostitutie

Nadere informatie

Deelsessie 12: Gevolgen van de Prostitutiewet voor de APV

Deelsessie 12: Gevolgen van de Prostitutiewet voor de APV Deelsessie 12: Gevolgen van de Prostitutiewet voor de APV De wet op hoofdlijnen Wat staat er in het wetsvoorstel? -verhoging van de minimumleeftijd voor de prostituees naar 21 jaar (art. 2) -invoering

Nadere informatie

Het bordeelverbod. opgeheven. Onderzoek en beleid. Prostitutie 2000-2001. A. Daalder. Justitie. Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum

Het bordeelverbod. opgeheven. Onderzoek en beleid. Prostitutie 2000-2001. A. Daalder. Justitie. Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum 200 Onderzoek en beleid Het bordeelverbod opgeheven Prostitutie 2000-2001 A. Daalder Justitie Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum 2002 Exemplaren van dit rapport kunnen worden besteld bij

Nadere informatie

Prostitutie naar een illegaal en onzichtbaar circuit?

Prostitutie naar een illegaal en onzichtbaar circuit? M.D.E. Averdijk Prostitutie naar een illegaal en onzichtbaar circuit? Een verkennend onderzoek naar enkele onbedoelde gevolgen van de opheffing van het bordeelverbod in Twente Universiteit Twente Faculteit

Nadere informatie

DOUBLETSTRAAT SLUITEN? Een marktonderzoek naar de seksuele dienstverleningsbranche in Den Haag

DOUBLETSTRAAT SLUITEN? Een marktonderzoek naar de seksuele dienstverleningsbranche in Den Haag DOUBLETSTRAAT SLUITEN? Een marktonderzoek naar de seksuele dienstverleningsbranche in Den Haag DOUBLETSTRAAT SLUITEN? Een marktonderzoek naar de seksuele dienstverleningsbranche in Den Haag - eindrapport

Nadere informatie

Het Effect van Verschil in Sociale Invloed van Ouders en Vrienden op het Alcoholgebruik van Adolescenten.

Het Effect van Verschil in Sociale Invloed van Ouders en Vrienden op het Alcoholgebruik van Adolescenten. Het Effect van Verschil in Sociale Invloed van Ouders en Vrienden op het Alcoholgebruik van Adolescenten. The Effect of Difference in Peer and Parent Social Influences on Adolescent Alcohol Use. Nadine

Nadere informatie

Integraal Prostitutiebeleid Gemeente Wijchen Algemeen deel

Integraal Prostitutiebeleid Gemeente Wijchen Algemeen deel Integraal Prostitutiebeleid Gemeente Wijchen Algemeen deel INHOUD: 1. Inleiding 1 2. Aard en omvang van de prostitutie in Wijchen 2 3. Doelstellingen 3 4. Projectstructuur en regionale afstemming 4 5.

Nadere informatie

ECLBR/U201501119 Lbr. 15/056

ECLBR/U201501119 Lbr. 15/056 Brief aan de leden T.a.v. het college en de raad informatiecentrum tel. (070) 373 8393 betreft Nieuw Prostitutiehoofdstuk model-apv uw kenmerk ons kenmerk ECLBR/U201501119 Lbr. 15/056 bijlage(n) 2 datum

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 34 193 Evaluatie Wet regulering prostitutie en bestrijding misstanden seksbranche Nr. 1 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE Aan de

Nadere informatie

28638 Mensenhandel. Brief van de minister van Veiligheid en Justitie. Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

28638 Mensenhandel. Brief van de minister van Veiligheid en Justitie. Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal 28638 Mensenhandel Nr. 143 Brief van de minister van Veiligheid en Justitie Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 25 april 2016 Op 14 april heeft de Nationaal Rapporteur Mensenhandel

Nadere informatie

De Wrp: een brevet van onvermogen in de strijd tegen mensenhandel

De Wrp: een brevet van onvermogen in de strijd tegen mensenhandel De Wrp: een brevet van onvermogen in de strijd tegen mensenhandel Bacheloressay Marieke Pietermans i6043356 2013-2014 Faculteit der Rechtsgeleerdheid Nederlands recht Dr. D. Roef 7674 Woorden Inhoudsopgave

Nadere informatie

BELEIDSREGEL HANDHAVINGSPROTOCOL ESCORTBEDRIJVEN HELMOND vast te stellen de Beleidsregel handhavingsprotocol escortbedrijven Helmond 2007.

BELEIDSREGEL HANDHAVINGSPROTOCOL ESCORTBEDRIJVEN HELMOND vast te stellen de Beleidsregel handhavingsprotocol escortbedrijven Helmond 2007. Jaar: 2007 Nummer: 20 Besluit: Burgemeester 06 maart 2007 Gemeenteblad BELEIDSREGEL HANDHAVINGSPROTOCOL ESCORTBEDRIJVEN HELMOND 2007 De van Helmond; besluit: vast te stellen Beleidsregel handhavingsprotocol

Nadere informatie

Datum: 8 oktober 2016 Betreft: Wet regulering prostitutie en bestrijding misstanden in de seksbranche (32 211/33 885)

Datum: 8 oktober 2016 Betreft: Wet regulering prostitutie en bestrijding misstanden in de seksbranche (32 211/33 885) Aan de voorzitter en leden van de Commissie voor Veiligheid en Justitie van de Eerste Kamer Postbus 20018 2500 EA s-gravenhage Vereniging Vrouw en Recht Postbus 778 2300 AT Leiden info@vrouwenrecht.nl

Nadere informatie

MEMORIE VAN TOELICHTING ALGEMEEN DEEL. Hoofdstuk 1 Inleiding

MEMORIE VAN TOELICHTING ALGEMEEN DEEL. Hoofdstuk 1 Inleiding Regels betreffende de regulering van prostitutie en betreffende het bestrijden van misstanden in de seksbranche (Wet regulering prostitutie en bestrijding misstanden seksbranche) MEMORIE VAN TOELICHTING

Nadere informatie

7 Bestrijding misstanden seksbranche

7 Bestrijding misstanden seksbranche 7 Bestrijding misstanden seksbranche Aan de orde is de behandeling van: - het wetsvoorstel Regels betreffende de regulering van prostitutie en betreffende het bestrijden van misstanden in de seksbranche

Nadere informatie

De Relatie tussen Werkdruk, Pesten op het Werk, Gezondheidsklachten en Verzuim

De Relatie tussen Werkdruk, Pesten op het Werk, Gezondheidsklachten en Verzuim De Relatie tussen Werkdruk, Pesten op het Werk, Gezondheidsklachten en Verzuim The Relationship between Work Pressure, Mobbing at Work, Health Complaints and Absenteeism Agnes van der Schuur Eerste begeleider:

Nadere informatie

Mensenhandel in de prostitutiebranche. Hoe zal de strafbaarstelling van een klant naar Nederlands recht vormgegeven kunnen worden?

Mensenhandel in de prostitutiebranche. Hoe zal de strafbaarstelling van een klant naar Nederlands recht vormgegeven kunnen worden? Mensenhandel in de prostitutiebranche Hoe zal de strafbaarstelling van een klant naar Nederlands recht vormgegeven kunnen worden? Masterscriptie strafrecht Inge Lok Studentnummer: 5827949 Scriptiebegeleider:

Nadere informatie

De Relatie Tussen de Gehanteerde Copingstijl en Pesten op het Werk. The Relation Between the Used Coping Style and Bullying at Work.

De Relatie Tussen de Gehanteerde Copingstijl en Pesten op het Werk. The Relation Between the Used Coping Style and Bullying at Work. De Relatie Tussen de Gehanteerde Copingstijl en Pesten op het Werk The Relation Between the Used Coping Style and Bullying at Work Merijn Daerden Studentnummer: 850225144 Werkstuk: Empirisch afstudeeronderzoek:

Nadere informatie

Mensen met een verstandelijke handicap en sexueel misbruik Kooij, D.G.

Mensen met een verstandelijke handicap en sexueel misbruik Kooij, D.G. Mensen met een verstandelijke handicap en sexueel misbruik Kooij, D.G. IMPORTANT NOTE: You are advised to consult the publisher's version (publisher's PDF) if you wish to cite from it. Please check the

Nadere informatie

DE AANPAK VAN MENSENHANDEL IN EEN GE(DE)CRIMINALISEERDE PROSTITUTIESECTOR

DE AANPAK VAN MENSENHANDEL IN EEN GE(DE)CRIMINALISEERDE PROSTITUTIESECTOR DE AANPAK VAN MENSENHANDEL IN EEN GE(DE)CRIMINALISEERDE PROSTITUTIESECTOR Nederland versus Zweden Paulien Wilthagen DE AANPAK VAN MENSENHANDEL IN EEN GE(DE)CRIMINALISEERDE PROSTITUTIESECTOR NEDERLAND VERSUS

Nadere informatie

Toelichting op het formulier aanvraag voor vergunning van een seksinrichting

Toelichting op het formulier aanvraag voor vergunning van een seksinrichting Toelichting op het formulier aanvraag voor vergunning van een seksinrichting Algemeen De Algemene Plaatselijke Verordening voor de Gemeente Nijmegen Artikel 151a van de Gemeentewet bepaalt, dat de gemeenteraad

Nadere informatie

Seksbranche zonder mensenhandel. Hoe (zorg)professionals gedwongen prostitutie kunnen helpen bestrijden

Seksbranche zonder mensenhandel. Hoe (zorg)professionals gedwongen prostitutie kunnen helpen bestrijden Seksbranche zonder mensenhandel Hoe (zorg)professionals gedwongen prostitutie kunnen helpen bestrijden Deze brochure is bedoeld voor hen die hulp bieden aan sekswerkers, zoals: GGD-medewerkers en aanverwante

Nadere informatie

Geslacht, Emotionele Ontrouw en Seksdrive. Gender, Emotional Infidelity and Sex Drive

Geslacht, Emotionele Ontrouw en Seksdrive. Gender, Emotional Infidelity and Sex Drive 1 Geslacht, Emotionele Ontrouw en Seksdrive Gender, Emotional Infidelity and Sex Drive Femke Boom Open Universiteit Naam student: Femke Boom Studentnummer: 850762029 Cursusnaam: Empirisch afstudeeronderzoek:

Nadere informatie

Relatie tussen Persoonlijkheid, Opleidingsniveau, Leeftijd, Geslacht en Korte- en Lange- Termijn Seksuele Strategieën

Relatie tussen Persoonlijkheid, Opleidingsniveau, Leeftijd, Geslacht en Korte- en Lange- Termijn Seksuele Strategieën Relatie tussen Persoonlijkheid, Opleidingsniveau, Leeftijd, Geslacht en Korte- en Lange- Termijn Seksuele Strategieën The Relation between Personality, Education, Age, Sex and Short- and Long- Term Sexual

Nadere informatie

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE > Retouradres Postbus 90801 2509 LV Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22XA Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4

Nadere informatie

veiligheid door samenwerken aanpak arbeidsuitbuiting Een inleiding

veiligheid door samenwerken aanpak arbeidsuitbuiting Een inleiding veiligheid door samenwerken aanpak arbeidsuitbuiting Een inleiding voorwoord Elke werknemer in Nederland heeft recht op fatsoenlijke arbeidsvoorwaarden. En iedereen moet zijn werk op een veilige manier

Nadere informatie

OVERZICHT VOORGESTELDE AANPASSINGEN APV HOOFDSTUK 3 (SEKSINRICHTINGEN)

OVERZICHT VOORGESTELDE AANPASSINGEN APV HOOFDSTUK 3 (SEKSINRICHTINGEN) OVERZICHT VOORGESTELDE AANPASSINGEN APV HOOFDSTUK 3 (SEKSINRICHTINGEN) Aanpassing Artikel Effect Toelichting APV (voorstel) Invoering leeftijdsgrens van minimaal 21 jaar voor de gehele prostitutiebranche

Nadere informatie

De Relatie tussen Betrokkenheid bij Pesten en Welbevinden en de Invloed van Sociale Steun en. Discrepantie

De Relatie tussen Betrokkenheid bij Pesten en Welbevinden en de Invloed van Sociale Steun en. Discrepantie De Relatie tussen Betrokkenheid bij Pesten en Welbevinden en de Invloed van Sociale Steun en Discrepantie The Relationship between Involvement in Bullying and Well-Being and the Influence of Social Support

Nadere informatie

Raadsfractie CU t.a.v. F. Visser

Raadsfractie CU t.a.v. F. Visser Gemeente Haarlem Retouradres Postbus 511, 2003PB Haarlem Raadsfractie CU t.a.v. F. Visser Datum Ons kenmerk Contactpersoon Doorkiesnummer E-mail Onderwerp 13 januari 2015 2014/482633 J.A.M. Lubbers 023-5113815

Nadere informatie

De Relatie tussen Dagelijkse Stress, Negatief Affect en de Invloed van Bewegen

De Relatie tussen Dagelijkse Stress, Negatief Affect en de Invloed van Bewegen De Relatie tussen Dagelijkse Stress, Negatief Affect en de Invloed van Bewegen The Association between Daily Hassles, Negative Affect and the Influence of Physical Activity Petra van Straaten Eerste begeleider

Nadere informatie

Artikelsgewijze toelichting

Artikelsgewijze toelichting Artikelsgewijze toelichting Artikel 3.1, tweede lid onder k In artikel 3.1 onder k wordt het prostitutiebedrijf gedefinieerd als de activiteit bestaande uit het bedrijfsmatig of in een omvang alsof het

Nadere informatie

Ouderlijke Controle en Angst bij Kinderen, de Invloed van Psychologische Flexibiliteit

Ouderlijke Controle en Angst bij Kinderen, de Invloed van Psychologische Flexibiliteit 1 Ouderlijke Controle en Angst bij Kinderen, de Invloed van Psychologische Flexibiliteit Nicola G. de Vries Open Universiteit Nicola G. de Vries Studentnummer 838995001 S71332 Onderzoekspracticum scriptieplan

Nadere informatie

Ministerie van Binnenlandse Zaken enkoninkrijksrelaties (BZK) Mw. Dr. G. ter Horst Postbus EA 'S-GRAVENHAGE (070) BABVI/U

Ministerie van Binnenlandse Zaken enkoninkrijksrelaties (BZK) Mw. Dr. G. ter Horst Postbus EA 'S-GRAVENHAGE (070) BABVI/U Ministerie van Binnenlandse Zaken enkoninkrijksrelaties (BZK) Mw. Dr. G. ter Horst Postbus 20011 2500 EA 'S-GRAVENHAGE doorkiesnummer (070) 373 8253 uw kenmerk bijlage(n) 1 betreft Reactie consultatie

Nadere informatie

Toelichting op het formulier aanvraag exploitatievergunning voor een seksbedrijf (art APV)

Toelichting op het formulier aanvraag exploitatievergunning voor een seksbedrijf (art APV) Toelichting op het formulier aanvraag exploitatievergunning voor een seksbedrijf (art. 3.2.1 APV) Algemeen De Algemene Plaatselijke Verordening voor de Gemeente Nijmegen Artikel 151a van de Gemeentewet

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2015 2016 33 885 Wijziging van de Wet regulering prostitutie en bestrijding misstanden seksbranche Nr. 10 GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN HET LID OSKAM TER VERVANGING

Nadere informatie

De Relatie tussen Angst en Psychologische Inflexibiliteit. The Relationship between Anxiety and Psychological Inflexibility.

De Relatie tussen Angst en Psychologische Inflexibiliteit. The Relationship between Anxiety and Psychological Inflexibility. RELATIE ANGST EN PSYCHOLOGISCHE INFLEXIBILITEIT 1 De Relatie tussen Angst en Psychologische Inflexibiliteit The Relationship between Anxiety and Psychological Inflexibility Jos Kooy Eerste begeleider Tweede

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2012 2013 32 211 Regels betreffende de regulering van prostitutie en betreffende het bestrijden van misstanden in de seksbranche (Wet regulering prostitutie

Nadere informatie

Afstudeerscriptie. De prostitutiebranche: van normalisering naar strikte regulering. - Een onderzoek naar het Eindhovens gemeentelijk beleid -

Afstudeerscriptie. De prostitutiebranche: van normalisering naar strikte regulering. - Een onderzoek naar het Eindhovens gemeentelijk beleid - Afstudeerscriptie De prostitutiebranche: van normalisering naar strikte regulering - Een onderzoek naar het Eindhovens gemeentelijk beleid - Auteur: Eveline Koopmans Eindhoven, januari 2011 Afstudeerscriptie

Nadere informatie

Seksbranche zonder mensenhandel. Hoe (zorg)professionals gedwongen prostitutie kunnen helpen te bestrijden

Seksbranche zonder mensenhandel. Hoe (zorg)professionals gedwongen prostitutie kunnen helpen te bestrijden Seksbranche zonder mensenhandel Hoe (zorg)professionals gedwongen prostitutie kunnen helpen te bestrijden Deze brochure is bedoeld voor hen die hulp bieden aan sekswerkers, zoals: Leger des Heils, SHOP

Nadere informatie

Geheugenstrategieën, Leerstrategieën en Geheugenprestaties. Grace Ghafoer. Memory strategies, learning styles and memory achievement

Geheugenstrategieën, Leerstrategieën en Geheugenprestaties. Grace Ghafoer. Memory strategies, learning styles and memory achievement Geheugenstrategieën, Leerstrategieën en Geheugenprestaties Grace Ghafoer Memory strategies, learning styles and memory achievement Eerste begeleider: dr. W. Waterink Tweede begeleider: dr. S. van Hooren

Nadere informatie

Denken is Doen? De cognitieve representatie van ziekte als determinant van. zelfmanagementgedrag bij Nederlandse, Turkse en Marokkaanse patiënten

Denken is Doen? De cognitieve representatie van ziekte als determinant van. zelfmanagementgedrag bij Nederlandse, Turkse en Marokkaanse patiënten Denken is Doen? De cognitieve representatie van ziekte als determinant van zelfmanagementgedrag bij Nederlandse, Turkse en Marokkaanse patiënten met diabetes mellitus type 2 in de huisartsenpraktijk Thinking

Nadere informatie

Pesten onder Leerlingen met Autisme Spectrum Stoornissen op de Middelbare School: de Participantrollen en het Verband met de Theory of Mind.

Pesten onder Leerlingen met Autisme Spectrum Stoornissen op de Middelbare School: de Participantrollen en het Verband met de Theory of Mind. Pesten onder Leerlingen met Autisme Spectrum Stoornissen op de Middelbare School: de Participantrollen en het Verband met de Theory of Mind. Bullying among Students with Autism Spectrum Disorders in Secondary

Nadere informatie

Type Dementie als Oorzaak van Seksueel Ontremd Gedrag. Aanwezigheid van het Gedrag bij Type Alzheimer?

Type Dementie als Oorzaak van Seksueel Ontremd Gedrag. Aanwezigheid van het Gedrag bij Type Alzheimer? Type Dementie als Oorzaak van Seksueel Ontremd Gedrag Aanwezigheid van het Gedrag bij Type Alzheimer? Type of Dementia as Cause of Sexual Disinhibition Presence of the Behavior in Alzheimer s Type? Carla

Nadere informatie

Reactie van het Driehoeksoverleg op het rapport Loverboys of moderne pooiers in Amsterdam door prof. dr. F. Bovenkerk c.s.

Reactie van het Driehoeksoverleg op het rapport Loverboys of moderne pooiers in Amsterdam door prof. dr. F. Bovenkerk c.s. Reactie van het Driehoeksoverleg op het rapport Loverboys of moderne pooiers in Amsterdam door prof. dr. F. Bovenkerk c.s. Vorig jaar zomer is aan een onderzoeksgroep van het Willem Pompe Instituut (instituut

Nadere informatie

Effecten van een op MBSR gebaseerde training van. hospicemedewerkers op burnout, compassionele vermoeidheid en

Effecten van een op MBSR gebaseerde training van. hospicemedewerkers op burnout, compassionele vermoeidheid en Effecten van een op MBSR gebaseerde training van hospicemedewerkers op burnout, compassionele vermoeidheid en compassionele tevredenheid. Een pilot Effects of a MBSR based training program of hospice caregivers

Nadere informatie

COGNITIEVE DISSONANTIE EN ROKERS COGNITIVE DISSONANCE AND SMOKERS

COGNITIEVE DISSONANTIE EN ROKERS COGNITIVE DISSONANCE AND SMOKERS COGNITIEVE DISSONANTIE EN ROKERS Gezondheidsgedrag als compensatie voor de schadelijke gevolgen van roken COGNITIVE DISSONANCE AND SMOKERS Health behaviour as compensation for the harmful effects of smoking

Nadere informatie

BEDRIJFSPLAN PROSTITUTIEBEDRIJVEN

BEDRIJFSPLAN PROSTITUTIEBEDRIJVEN BEDRIJFSPLAN PROSTITUTIEBEDRIJVEN Als exploitant van een prostitutiebedrijf dient u per 1 juli 2016 te beschikken over een bedrijfsplan. De verplichting is opgenomen in artikel 3:15 van de Algemene Plaatselijke

Nadere informatie

Individueel verslag Timo de Reus klas 4A

Individueel verslag Timo de Reus klas 4A Individueel verslag de Reus klas 4A Overzicht en tijdsbesteding van taken en activiteiten 3.2 Wanneer Planning: hoe zorg je ervoor dat het project binnen de beschikbare tijd wordt afgerond? Wat Wie Van

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2011 2012 32 211 Regels betreffende de regulering van prostitutie en betreffende het bestrijden van misstanden in de seksbranche (Wet regulering prostitutie

Nadere informatie

Na overleg met de gerechten, adviseert de Raad als volgt. 1

Na overleg met de gerechten, adviseert de Raad als volgt. 1 contactpersoon Fractie ChristenUnie Tweede Kamer T.a.v. mw. mr. M.H. Bikker Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG datum 19 februari 2015 Voorlichting e-mail Voorlichting@rechtspraak.nl telefoonnummer 06-46116548

Nadere informatie

Nota van B&W. Wat willen we bereiken?

Nota van B&W. Wat willen we bereiken? gemeente Haarlemmermeer Nota van B&W Onderwerp Evaluatie prostitutiebeleid 2012 Portefeuillehouder drs. Th.L.N. Weterings, J.C.W. Nederstigt Collegevergadering 4 december 2012 Inlichtingen mr. J. Kamphuis

Nadere informatie