Stichting Contractspelersfonds KNVB. Jaarverslag 2012/2013

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Stichting Contractspelersfonds KNVB. Jaarverslag 2012/2013"

Transcriptie

1 Stichting Contractspelersfonds KNVB Jaarverslag

2 Algemene gegevens Het Fonds Stichting Contractspelersfonds KNVB Harderwijkweg PW Gouda Telefoon: +31(0) Fax: +31 (0) Ingeschreven in het handelsregister te Woerden onder nummer Vermogensbeheerders Lombard Odier (Europe) S.A., Netherlands Branch Herengracht CA Amsterdam Telefoon: +31 (0) Fax: +31 (0) ING Investment Management (ING IM) Schenkkade AS Den Haag Telefoon: +31 (0) Fax: +31 (0) Syntrus Achmea Vastgoed B.V. Gatwickstraat GK Amsterdam Telefoon: +31 (0) Fax: +31 (0) Juridisch adviseur Prof. Dr. E. Lutjens (DLA Piper) Amstelveenseweg JJ Amsterdam Telefoon: +31 (0) Fax: +31 (0) Fiscaal adviseur Ernst & Young Belastingadviseurs LLP Euclideslaan BL Utrecht Telefoon: +31 (0) Fax: +31 (0) Accountant Ernst & Young Accountants LLP Euclideslaan BL Utrecht Telefoon: +31 (0) Fax: +31 (0) Compliance adviseur CLCS BV Keizersgracht DJ Amsterdam Telefoon: +31(0) Fax: +31 (0)

3 1. Inhoudsopgave 1. Inhoudsopgave Voorwoord Bestuursverslag Algemeen Financiële markten Beleggingsbeleid en resultaten hoofdpool Beleggingsdoelstelling Asset allocatie op portefeuilleniveau Asset allocatie binnen de beleggingscategorieën Liquiditeit Gebruik van derivaten Uitbesteding en risicomanagement Belang in het Particuliere hypothekenfonds Allocatie en resultaten Beleggingsbeleid en resultaten 4%-pool Beleggingsdoelstelling Beleggingen Liquiditeit Uitbesteding Resultaten 4%-pool Premies en uitkeringen Risicoprofiel Marktrisico Concentratierisico Reputatierisico Risico van onzekerheid over externe factoren Operationele risico s Valutarisico Liquiditeitsrisico Beheersing van de risico s Pensioenregelingen

4 3.7.1 Pensioenregeling bij ASR Pensioenen Pensioenregeling bij Nationale-Nederlanden Bestuur en organisatie Raad van Toezicht Deelnemersraad Beleggingscommissie Geschillencommissie Overige informatie Interne beheersing Beleid ten aanzien van de uitoefening van stemrechten Een blik op de toekomst Ten slotte Verslag van de Raad van Toezicht Jaarrekening 2012 / Balans Winst- en verliesrekening Kasstroomoverzicht Toelichting Algemeen Stelsel Grondslagen van waardering en resultaatbepaling Toelichting op de balans Toelichting op de winst- en verliesrekening Overzicht samenstelling beleggingen Overige gegevens Algemeen Controleverklaring van de onafhankelijke accountant Nevenfuncties bestuurders en leden Raad van Toezicht

5 2. Voorwoord Met genoegen presenteren wij u hierbij het jaarverslag van Stichting Contractspelersfonds KNVB (CFK) over het boekjaar. Het is een verantwoording over het in het afgelopen jaar gevoerde beleid en blikt terug op de belangrijkste gebeurtenissen. Het beleggingsjaar liet voor het eerst sinds jaren tekenen van herstel van de wereldeconomie zien. Vooral uit de Verenigde Staten en Japan komt positief nieuws, dat zich gedurende het jaar leek te versterken. Helaas heeft deze overzeese opleving nog niet geleid tot een herstel in de meeste Europese economieën. Positief is wel dat het systeemrisico in de Eurozone naar de achtergrond verdween door daadkrachtig optreden van de ECB. Net als vorig jaar blijft het de doelstelling van het CFK om ondanks de uitdagende omstandigheden de deelnemers een zo stabiel mogelijke overbruggingsuitkering te bieden met een jaarlijkse compensatie voor de geldontwaarding. Gezien de geboekte rendementen is het CFK dit jaar opnieuw in deze opzet geslaagd. Het netto rendement van de hoofdpool is uitgekomen op 3,7%, wat een verhoging van de overbruggingsuitkeringen per 1 januari 2014 mogelijk maakt. De beleggingen in de zogenaamde 4%-pool bleven net als vorig jaar stabiel en wij zagen derhalve geen reden om tot transacties over te gaan. Het netto rendement van 4,8% is zeer bevredigend, zeker in de huidige tijd die gekenmerkt wordt door een extreem lage marktrente. Deelnemers in de 4%pool die voldoende buffer in hun deelnemersfonds hebben, zien hun uitkering verhoogd worden per 1 juli Net als vorig jaar verliep het incasso van premies via de betaald voetbal clubs (BVO s) voorspoedig. Geen enkele keer viel dit jaar een betalingsachterstand langer dan 30 dagen te noteren. De koppeling tussen de tijdige betaling van de CFK-premies en het licentiereglement lag hieraan ten grondslag. Helaas zijn er in het afgelopen jaar twee BVO s uit het betaalde voetbal verdwenen door faillissementen. In die gevallen waarin dat nodig en mogelijk was, konden spelers worden geholpen door onmiddellijke ingang van hun overbruggingsuitkering Het bestuur vertrouwt erop u met dit verslag een helder inzicht te geven in de financiële ontwikkelingen van het CFK in het afgelopen boekjaar. Het bestuur, 29 augustus

6 3. Bestuursverslag 3.1 Algemeen De Stichting Contractspelersfonds KNVB (CFK) is opgericht op 20 oktober Zij is belast met de uitvoering van de voor Nederlandse beroepsvoetballers in het leven geroepen overbruggingsregeling, verankerd in het Reglement Betaald Voetbal van de KNVB, het standaardspelerscontract en de CAO Betaald Voetbal. Deelname aan de overbruggingsregeling is in beginsel verplicht voor elke in Nederland werkzame contractspeler in Ere- en Eerste divisie. De regeling is goedgekeurd door de staatssecretaris van Financiën bij resolutie van 30 november 1972 nummer B71/ Het CFK beschikt over een vergunning voor het aanbieden van rechten van deelneming als bedoeld in artikel 2:65 eerste lid sub b van de Wet op het financieel toezicht (Wft). Naast de overbruggingsregeling voert het CFK een aantal werkzaamheden uit voor diverse pensioenregelingen in de branche betaald voetbal: - Tot 1 juli 2005 bevatte de overbruggingsregeling tevens opbouw van pensioenrechten. Uit die tijd stammen twee verzekerde (en premievrije) pensioenregelingen voor excontractspelers. - De huidige verzekerde pensioenregeling voor contractspelers zoals overeengekomen door de sociale partners in de branche. - De verzekerde pensioenregeling voor oefenmeesters zoals overeengekomen door de sociale partners in de branche. Voor de werkzaamheden ten behoeve van de laatste twee (actieve) pensioenregelingen wordt jaarlijks een vergoeding ontvangen. Het CFK is verder uitvoerder van de overbruggingsregeling voor de professionele wielrenners in Nederland (Stichting Nederlands Wielrenners Fonds). Ook voor deze activiteiten ontvangt het CFK jaarlijks een vergoeding. 3.2 Financiële markten Goed nieuws en slecht nieuws streden om voorrang in het boekjaar, waarbij vooral het verschillende tempo opvalt waarin de economieën van de diverse landen zich herstellen. Amerika herstelt zich goed, Japan lijkt een spectaculaire draai naar groei te hebben gemaakt, terwijl de eurozone op een zeer laag groeipad blijft. Over de overdadige kredietverlening in China bestaan zorgen, terwijl veel andere opkomende landen een structureel probleem lijken te hebben en op alle vlakken een slecht jaar doormaakten. Juli september 2012 In de maanden juli, augustus en september (het eerste kwartaal van het boekjaar) verzwakte de groei van de Amerikaanse economie. De groei op jaarbasis werd neerwaarts bijgesteld tot 1,3%. De werkeloosheid bleef op een hoog niveau van rond de 8%. In september kondigde de Amerikaanse centrale bank (FED) als reactie aan de rente tot tenminste 2015 laag te houden. Daarnaast besloot de FED tot verdere monetaire verruiming door een maandelijkse aankoop van $40 miljard aan leningen met onderpand, net zo lang tot de werkeloosheid substantieel gedaald zou zijn. Deze maatregel werd algemeen bekend als QE3 ( quantitative easing 3 ). Was er in Amerika nog sprake van een lichte groei, in de eurozone werd al een jaar lang economische krimp genoteerd. De werkeloosheid lag in Europa bovendien structureel hoger dan in Amerika (boven 10%). Daarnaast speelde de eurocrisis weer op. De Spaanse staat dreigde meegesleurd te worden in de problemen van Spaanse banken. In juli steeg de Spaanse 10-jaarsrente naar 7,5%, een onhoudbaar niveau voor de Spaanse 6

7 overheidsfinanciën. Weer werd de mogelijkheid van het einde van de euro als gezamenlijke munt denkbaar. Eind juli hield Draghi, de president van de Europese Centrale Bank (ECB), een belangrijke rede waarin hij aankondigde dat de ECB alles zou doen om de euro overeind te houden, inclusief het opkopen van obligaties van probleemlanden. Hoewel hier en daar kritiek klonk, omdat het redden van de euro een opdracht voor de politiek is en er bovendien druk op de reeds ingezette bezuinigingen zou ontstaan, hadden zijn woorden onmiddellijk effect. De opslag op de rente van Spaanse en Italiaanse staatsobligaties (t.o.v. Duitse staatsleningen) daalde in hetzelfde kwartaal met respectievelijk 2% en 1,75%. De kans op een systeemcrisis was drastisch verminderd. De opkomende markten (inclusief China) lieten een niet al te rooskleurig beeld zien. Terwijl de binnenlandse vraag gelijk bleef, steeg de inflatie. In veel opkomende markten heeft men lang gewacht met maatregelen om de economie verder te versterken, waardoor het gebrek aan vraag uit Europa en Amerika des te harder aankomt. De ontwikkelingen in het derde kwartaal leidden tot lagere rente op staatsobligaties van landen in de Europese periferie, die door de uitspraken van Draghi opeens als minder risicovol werden beschouwd. De rente in de Europese kernlanden steeg juist licht, omdat er om dezelfde reden minder behoefte was aan een veilige haven. In Amerika bleef de rente nagenoeg gelijk. Aangezien de risicobereidheid gedurende het kwartaal steeg (zowel door de monetaire verruiming als door de rust aan het eurofront), profiteerden aandelen en risicovollere obligaties. Wereldwijde aandelen stegen 5% (in ) over het kwartaal, waarbij vooral aandelen van banken en verzekeraars profiteerden. De rente op hoogrentende bedrijfsleningen daalde in het kwartaal van 7,55% naar 6,4%, een teken dat beleggers meer vertrouwen hadden in kredietwaardigheid van deze bedrijven. Oktober december 2012 Bedrijfscijfers over het derde kwartaal, die in oktober bekend werden gemaakt, vielen over een breed front tegen. In Amerika was er de herverkiezing van Obama in november en de zorgen over de zogenaamde fiscal cliff. Dit laatste begrip werd gebruikt voor de ongemakkelijke situatie dat de president en het congres het niet eens konden worden over noodzakelijke bezuinigingen, waardoor (wettelijk) automatische bezuinigingen in werking zouden treden. Deze zouden 4% aan economische groei kunnen kosten. Aan de positieve kant stond de blijvende steun van de FED, die meldde dat het ruime monetaire beleid zou worden voortgezet totdat de werkeloosheid onder 6,5% zou zijn gedaald. Verder bleek de schade van de orkaan Sandy op de economie erg mee te vallen. Aan het einde van het kwartaal kon een voorzichtig herstel op de huizenmarkt worden gemeld, een teken voor velen dat er licht gloorde aan het einde van de tunnel. In de eurozone bleef de recessie voortduren. De situatie in perifere landen verbeterde enigszins, vooral gedreven door een sterkere export. Enkele kernlanden in de eurozone kregen meer en meer te kampen met problemen. Zo raakte Frankrijk zijn AAA kredietstatus bij S&P kwijt en verkeerde de huizenmarkt in Nederland in de problemen, waardoor economisch herstel uitblijft. Opvallend was dat de politieke problemen in Italië de rente op Italiaanse staatsobligaties nauwelijks raakte; een teken dat het beleid van de ECB een blijvend gunstige uitwerking had. Dat beeld werd versterkt door het gegeven dat geen enkel land het steunprogramma van de ECB werkelijk aanvroeg. Alleen al de aankondiging van Draghi, dat de ECB er alles aan zou doen om de euro te redden indien noodzakelijk, was zeer effectief gebleken. 7

8 De Japanse economie kwam in een recessie terecht, mede door een conflict met China over het eigendom van een eiland. De Bank of Japan zette in op een verruiming van de geldhoeveelheid en de nieuw gekozen premier Abe kondigde aan dit beleid door te voeren, een belofte die hij de kwartalen erna meer dan gestand deed. Zorgen waren er over de Chinese economie, waar de geldverstrekking uit de hand gelopen leek te zijn. Er kwamen steeds meer signalen dat lagere overheden veel geld hadden geleend om te investeren in improductieve projecten. Bekend zijn de beelden van geheel nieuw gebouwde maar leegstaande steden en ongebruikte snelwegen. Hoewel niet helemaal vergelijkbaar, doet deze ongebreidelde kredietgroei denken aan de oorzaken van de kredietcrisis waarmee de wereldeconomie sinds 2007 te stellen heeft. De rente op Europese en Amerikaanse staatsobligaties bleef binnen een nauwe bandbreedte bewegen met uitzondering van de rente op staatsobligaties van landen in de Europese periferie (Portugal, Spanje, Italië, Griekenland). Rente op deze obligaties bleef ook in dit kwartaal dalen. De grootste klapper maakten beleggers in Griekse staatsobligaties, die in december een enorme koersstijging lieten zien als gevolg van het nieuwe steunpakket waarop Griekenland aanspraak maakte. De rente op bedrijfsobligaties daalde eveneens, ondanks de soms tegenvallende bedrijfsresultaten. Door de aanhoudend lage rente op staatsobligaties was er bij beleggers een zoektocht naar rendement ontstaan, wat de koersen van de bedrijfsobligaties ten goede kwam. Deze beweging was ook positief voor de koersen van obligaties van opkomende landen. De aandelenmarkten lieten wisselende resultaten zien. Europese aandelen stegen in koers (3%), terwijl Amerikaanse aandelen 4% (in ) in koers daalden als gevolg van de angst voor de fiscal cliff. Japanse aandelen liepen vooruit op het beleid van de nieuwe premier Abe en lieten een koersstijging van 17% zien (in yen). Vanwege de forse daling van de yen resteerde hiervan 3,2% in. Januari maart 2013 Gedurende het eerste kwartaal bevestigden economische indicatoren dat het wereldwijde economische herstel zich doorzette. Dit herstel is het meest zichtbaar in Amerika. Het verschil in groei van het bruto nationaal inkomen (BNP) tussen Amerika en Europa, dat al zichtbaar was vanaf eind 2011, werd steeds opvallender (zie afbeelding hieronder). De Amerikaanse economie liet verder herstel zien en de problemen omtrent de fiscal cliff verdwenen naar de achtergrond. Het aanhoudende herstel op de huizenmarkt en de blijvende monetaire verruiming van de FED waren de belangrijkste oorzaken van het herstel, dat doorzette ondanks de negatieve effecten van belastingverhogingen. In de eurozone waren het onzekerheden die in het eerste kwartaal een grote rol speelden, zoals de situatie op Cyprus, Ontwikkeling BNP, VS en Europa (groei%) waar banken gered 4 moesten worden door de EU. De EU stelde als 3 voorwaarde dat spaarders 2 hun inleg boven kwijt waren. De politieke impasse die in Italië 0 ontstond na de verkiezingen leidde -2 eveneens kortstondig tot onrust in de eurozone. -3 Uitzondering was Duitsland, BNP Europa -4 waar het consumentenbnp Verenigde -5 vertrouwen juist steeg. Staten -6 8

9 De nieuwe premier Abe liet merken snel met Japanse deflatie te willen afrekenen. De Bank of Japan verklaarde al het mogelijke te doen om een inflatievoet van 2% te bereiken. Inmiddels had dat als consequentie dat het ondernemersvertrouwen sterk was gestegen. De monetaire verruiming was goed op gang gekomen. De sterke daling van de yen die hiervan het gevolg was, ging ten koste van andere exportgerichte landen als China en Zuid-Korea. In China lieten de autoriteiten zien dat ze de overmatige kredietverlening serieus namen. Maatregelen werden getroffen om de onevenwichtigheden in de economie aan te pakken. Deze zullen leiden tot een lagere economische groei, die kennelijk minder heilig is dan in het verleden. De rente op Amerikaanse 10-jaars staatsleningen steeg geleidelijk (+0,1% naar 1,85%) als gevolg van het zich aankondigende economisch herstel. De rente op obligaties van Europese kernlanden daalde enigszins in het verlengde van de hiervoor geschetste onzekerheden. De Duitse rente eindigde het kwartaal op 1,3%. De koersen van risicovollere obligaties lieten een gemengd beeld zien. In het licht van de langdurig lage rendementen op staatsobligaties was er meer vraag naar hoogrentende bedrijfsobligaties en aandelen ontstaan. Wereldwijde aandelen stegen in het kwartaal ruim 10% in koers (in ), waarbij vooral de Japanse en Amerikaanse aandelenmarkt het goed deden (respectievelijk 15% en 14%, in ). April juni 2013 De ontwikkelingen in Amerika waren in het tweede kwartaal zeer bepalend voor de rest van de wereld. Het vertrouwen onder consumenten en ondernemers steeg behoorlijk, terwijl de huizenprijzen nog steeds de wind in de rug hadden. Op jaarbasis waren deze inmiddels met 10% gestegen. De cijfers ten aanzien van de arbeidsmarkt waren beter dan verwacht. De Amerikaanse particuliere sector kon de belastingverhogingen van de overheid goed opvangen. De steeds lagere werkeloosheid was voor de FED aanleiding om aan te geven dat wanneer deze ontwikkeling doorzette, het tempo van de monetaire verruiming verlaagd zou worden. Deze mededeling leidde zowel in Amerika als in de rest van de wereld tot forse stijging van de obligatierentes. In Amerika steeg de 10-jaarsrente in dit kwartaal van 1,85% naar 2,49%. In Europa had de ECB begin mei nog aangekondigd de rente te verlagen, wat op dat moment een positief effect op obligatiekoersen had. Europese obligatierentes stegen na de mededeling van de FED echter aanzienlijk (gemiddeld 0,44% over de hele eurozone). Verder blijft de economische activiteit in de eurozone zwak, maar verbeteringen zijn intussen wel zichtbaar. Het consumentenvertrouwen verbeterde, nu ook in de perifere landen. In Japan wierp de spectaculaire monetaire verruiming vruchten af. De consumptie en de export trokken fors aan. In de opkomende landen, ook in China en Brazilië, viel de groei echter tegen. Hier kampten bedrijven met een afnemende concurrentiekracht en, in sommige delen van de wereld, met afnemende mogelijkheden om krediet te krijgen. De koersen van obligaties bewegen omgekeerd aan de rente en het tweede kwartaal liet dientengevolge sterk negatieve rendementen op staats- en bedrijfsobligaties zien. Obligaties van opkomende markten spanden de kroon (-5% in ). De aandelenkoersen verloren een groot deel van de koerswinst eerder in het jaar. Aandelen wereldwijd daalden over het kwartaal (-0,6% in ). De aandelen van opkomende markten waren ook hier de verliezer (-9% in ). 9

10 3.3 Beleggingsbeleid en resultaten hoofdpool Binnen het CFK is sprake van twee pools van beleggingen met een eigen beleggingsbeleid: de hoofdpool en de 4%-pool. In deze paragraaf wordt het beleid van de hoofdpool beschreven. De ingelegde gelden van de deelnemers in de hoofdpool worden collectief belegd samen met de gelden van de Stichting Nederlands Wielrennersfonds (NWF). Het NWF is een door de AFM vrijgestelde beleggingsinstelling die de overbruggingsregeling voor de profwielrenners met een KNWU-licentie beheert. ING Investment Management (ING) heeft het mandaat om het geformuleerde beleggingsbeleid uit te voeren. Per 1 mei 2013 is een gedeelte van de portefeuille belegd in het particuliere hypothekenfonds van Syntrus Achmea. Deze belegging is onttrokken aan het aan ING verstrekte mandaat. Deelnemers in de hoofdpool zijn: Actieve contractspelers van Nederlandse BVO s die premie afdragen aan het CFK; Ex-contractspelers van Nederlandse BVO s die in het verleden premie aan het CFK hebben afgedragen maar nog geen overbruggingsuitkering ontvangen; Ex-contractspelers van Nederlandse BVO s die in het verleden premie aan het CFK hebben afgedragen en een overbruggingsuitkering ontvangen die is aangevangen na 1 november 2008; en Ex-contractspelers van Nederlandse BVO s die in het verleden premie aan het CFK hebben afgedragen en een overbruggingsuitkering ontvangen die is aangevangen vóór 1 november 2008, nemen deel aan de hoofdpool indien zij tussen 1 november 2008 en 1 juni 2009 van de reglementaire mogelijkheid gebruik hebben gemaakt om de duur van hun uitkering met 40% in te korten. De beleggingen in de hoofdpool waren per 30 juni ,5 miljoen waard. Hiervan viel een bedrag van 464,8 miljoen onder het mandaat van ING. Het restant, een bedrag van 25,7 miljoen, was belegd in het particuliere hypothekenfonds. Het belang in het fonds zal het komende jaar worden uitgebreid naar een bedrag van 40 miljoen ofwel ca. 8% van de portefeuille. In de paragrafen tot en met wordt de portefeuille beschreven die bij ING onder beheer is geweest gedurende het boekjaar. In paragraaf wordt de belegging in het particuliere hypothekenfonds (vanaf mei 2013) besproken Beleggingsdoelstelling De hoofdpool kent een absolute return strategie: het streven naar een positief rendement in absolute zin. Doel van het beleggingsbeleid is om elk jaar een rendement te behalen dat hoger is dan de gemiddelde spaarrente op een particuliere spaarrekening bij een Nederlandse grootbank. Het risico op een negatief rendement in een beleggingsjaar dient, binnen de gestelde rendementsdoelstelling, zo gering mogelijk te zijn. De hiervoor geformuleerde doelstelling is als volgt gekwantificeerd: het nagestreefde rendement (vóór verrekening van de beheerfee) dient minimaal 2,5% boven de 1-maands euriborrente te liggen. De gemiddelde volatiliteit van de portefeuille is 3% en de maximaal acceptabele volatiliteit bedraagt 5% Asset allocatie op portefeuilleniveau Op basis van de hiervoor genoemde doelstelling en een aantal uitgangspunten wordt de asset allocatie van de portefeuille bepaald. Allereerst is er een hoofdverdeling in veilige beleggingen en risicodragende beleggingen van toepassing. 10

11 Veilige beleggingscategorieën (60-100%) Het grootste deel van de portefeuille bestaat uit beleggingscategorieën met een zeer beperkt beleggingsrisico. Hieronder worden verstaan liquide beleggingen (spaarrekeningen, deposito s en geldmarktfondsen) en de zogenaamde euro core staatsobligaties. Dit zijn zowel nominale als inflatiegerelateerde staatsobligaties van eurolanden als obligaties met onderpand waarbij de minimale kredietstatus AA (S&P) of Aa (Moody s) is. Een gedeelte van de veilige beleggingscategorieën (maximaal 20%) kan worden belegd in niet-euro staatsobligaties met een AA/Aa kredietstatus op voorwaarde dat het valutarisico volledig is afgedekt. De genoemde minimale rating is gedurende het boekjaar verlaagd (van AAA/Aaa naar AA/Aa). Hierbij is de afweging gemaakt dat het steeds kleiner wordende aantal landen met een AAA/Aaa rating leidt tot een ongewenste concentratie van kredietrisico en renterisico. Risicodragende beleggingscategorieën ( 0-40%) Een kleiner deel van de portefeuille bestaat uit risicodragende beleggingscategorieën. Als eerste worden hieronder verstaan de risicodragende obligaties. Hieronder vallen staatsobligaties van de landen uit de opkomende markten, leningen met onderpand ( asset backed securities ) en bedrijfsobligaties (zowel credits van investment grade niveau als high yield van een lagere rating). Als tweede vallen hieronder alle andere risicovolle beleggingscategorieën zoals aandelen, beursgenoteerd vastgoed, grondstoffen en alternatives (hedge fondsen). De te gebruiken beleggingsfondsen worden op basis van diverse criteria gekozen uit actief beheerde fondsen van ING en index trackers van externe vermogensbeheerders. Voor zover beleggingen in aandelen, vastgoed en risicodragende obligaties gedenomineerd zijn in US$, wordt het valutarisico strategisch voor minimaal 50% afgedekt. De hiervoor genoemde bandbreedtes zijn gegeven op het hoogste niveau, maar op elke subcategorie binnen de genoemde beleggingscategorieën zijn ook bandbreedtes van toepassing. Binnen de categorie risicodragende beleggingen mag de categorie aandelen bijvoorbeeld variëren tussen de 0 15% (het percentage is na afloop van het boekjaar verhoogd naar 20). Het maximale risico van de portefeuille wordt dus ingeperkt door enerzijds het gebruik van de genoemde bandbreedtes per beleggingscategorie en anderzijds door de eerdergenoemde maximum ex-ante volatiliteit (5%) voor de portefeuille als geheel. De ex-ante volatiliteit van de portefeuille wordt dagelijks gemeten. Zodra het maximum overschreden wordt, dient het risico te worden afgebouwd. Door het jaar heen wordt getracht extra rendement te maken door wijzigingen in de asset allocatie aan te brengen. Hierin spelen de volgende zaken een rol: De relatieve aantrekkelijkheid van risicopremies (waardering), waarbij de kwalitatieve inschatting en de uitkomsten van een kwantitatief risicomodel een rol spelen. De beperking van het liquiditeitsrisico en andere risico s door het stellen van een ondergrens aan de risicoschatting. Op deze wijze kan snel worden ingespeeld op gewijzigde inzichten in risico en rendement en wordt recht gedaan aan de bijzondere positie van het CFK (focus op de middellange termijn, waarbij de korte termijn focus op sommige momenten eveneens een grote rol speelt). De inschattingen en modellen van ING Investment Management spelen een belangrijke rol in het tactische beleid van het CFK. De beleggingscommissie bespreekt de uitvoering van het beleggingsbeleid en de eventueel gewijzigde inzichten eenmaal per kwartaal met het bestuur en geeft zijn eigen visie in de vorm van een advies. Tussen het bestuur en ING Investment Management is frequent contact over de uitvoering van het beleggingsbeleid. 11

12 3.3.3 Asset allocatie binnen de beleggingscategorieën - De nominale staatsobligaties worden gespreid over verschillende looptijden en landen binnen en buiten de eurozone. - Voor de inflatiegerelateerde staatsobligaties geldt hetzelfde maar in mindere mate, omdat slechts een beperkt aantal landen deze obligaties uitgeeft. - Voor de staatsobligaties van opkomende landen (in lokale valuta) geldt daarnaast nog een spreiding naar valuta. - De bedrijfsobligaties (zowel binnen de categorie credits als high yield) kennen een spreiding over sectoren, landen, rating en looptijden. Er wordt uitsluitend in beursgenoteerde bedrijfsobligaties belegd. - Er kan zowel in wereldwijde aandelenfondsen belegd worden als in aandelenfondsen die zich richten op bedrijven uit Europese landen of opkomende landen. - Voor beursgenoteerd vastgoed geldt dat uitsluitend belegd wordt in wereldwijd vastgoed. - Voor grondstoffen geldt dat er belegd kan worden in diverse grondstoffen, zoals olie of goud. Grondstoffen worden uitsluitend tactisch toegevoegd aan de basisportefeuille. - Gedurende een deel van het jaar gekozen voor een valutastrategie (hedgefonds). Voordeel van een hedgefonds is dat de koers hiervan weinig correleert met andere beleggingscategorieën. - CFK heeft de bevoegdheid om leningen aan te gaan of financiële instrumenten uit te lenen, maar heeft hiervan geen gebruik gemaakt in het boekjaar Liquiditeit Een deel van de portefeuille wordt in de vorm van liquiditeit aangehouden in een gespreid liquiditeitenfonds of op een (spaar) rekening of deposito bij een bank. Voor het laatste worden de volgende banken (of dochterbedrijven) gebruikt: ABN Amro Bank, ING Bank, Van Lanschot Bank, Kas Bank, Rabobank en SNS Bank (na de nationalisatie) Gebruik van derivaten Derivaten kunnen om specifieke tactische redenen worden ingezet. In het boekjaar is gebruik gemaakt van valuta forwards en futures. Het valutarisico op AA(A)/Aa(a) staatsobligaties wordt voor 100% afgedekt. Het dollarrisico op aandelen, vastgoed en risicodragende obligaties binnen fondsen wordt strategisch voor minimaal 50% afgedekt. Voor de afdekking worden valuta forwards ingezet: derivaten waarmee een bepaalde hoeveelheid vreemde valuta op een toekomstig moment tegen een vooraf vastgestelde prijs (in ) verkocht worden. Hiermee wordt bereikt dat de valutakoers van de belegging op verkoopdatum vooraf vast staat en dat het valutarisico (deels) is afgedekt. Deze transacties worden afgesloten op basis van onderhandse overeenkomsten met een select aantal tegenpartijen op basis van diverse criteria m.b.t. de kwaliteit van de tegenpartij. Het afgelopen jaar betrof het HSBC en Barclays. Om het kredietrisico (de kans dat een vordering op de tegenpartij niet geïnd kan worden) verder te beperken is in de overeenkomsten afgesproken dat onderpand wordt ontvangen als de vordering een bepaalde omvang bereikt. Uit hoofde hiervan wordt ook onderpand geleverd als de schuld een bepaalde omvang bereikt. Daarnaast zijn futures op indices van aandelen en staatsobligaties gebruikt om snel en goedkoop posities in te nemen. Deze futures worden afgesloten op gereguleerde beurzen. Hiertoe dient steeds een bepaald bedrag als waarborg ( margin ) te worden aangehouden. 12

13 3.3.6 Uitbesteding en risicomanagement ING maakt gebruik van een geavanceerd risicomanagementsysteem. In dit systeem wordt niet alleen de asset allocatie continu beoordeeld, maar wordt met behulp van een volledige doorkijk in alle fondsen ook een beoordeling van het dagelijkse risico van de gehele portefeuille gemaakt. Zowel in het bestuur als in de beleggingscommissie worden de aannames van de risicomodellen van ING regelmatig kritisch tegen het licht gehouden. Elk kwartaal wordt in de beleggingscommissie de resultaten van de uitgevoerde stress test besproken. In deze test worden de gevolgen van extreme situaties op de financiële markten op de portefeuille doorgerekend. Naar aanleiding hiervan wordt beoordeeld of er aanleiding is de portefeuille te wijzigen. De prestaties van ING en de gebruikte beleggingsfondsen van ING worden periodiek beoordeeld door het bestuur Belang in het Particuliere hypothekenfonds Eén van de mogelijkheden om de risico/rendement verhouding van de portefeuille te verbeteren is door het innemen van minder liquide posities waarmee een illiquiditeitspremie kan worden opgestreken: het extra rendement dat een belegger eist als compensatie voor het feit dat de belegging niet op elk moment te gelde kan worden gemaakt. Gezien het liquide karakter van de portefeuille werd besloten om een deel van de portefeuille (ca. 8%) te beleggen in het illiquide particuliere hypothekenfonds. Per 30 juni 2013 is het belang 5,2% van de portefeuille. Het particuliere hypothekenfonds verstrekt hypotheken aan woningeigenaren in geheel Nederland en voert als beheerder het gehele proces van acceptatie, verstrekking en administratie uit. Het risicomanagement is door het CFK uitgebreid beoordeeld en zeer prudent bevonden. Een belangrijk kenmerk van het fonds is een strikt acceptatiebeleid met een groot aandeel in hypotheken die onder de garantie van NHG vallen en de nadruk op een acceptabele loan-to-value ratio. Door de belegging in het fonds kan het CFK met een beperkt risico profiteren van de hoge kredietopslag op particuliere hypothekenmarkt in Nederland Allocatie en resultaten Hierna worden de belangrijkste wijzigingen in de asset allocatie gedurende het jaar weergegeven en toegelicht. De asset allocatie wordt hier gedefinieerd als de blootstelling aan elke beleggingscategorie door het direct beleggen in effecten of door het beleggen in futures. Het belang in het particuliere hypothekenfonds is vanaf 1 mei 2013 onderdeel van de asset allocatie en valt onder de risicodragende beleggingen. Juli september 2012 (portefeuillerendement 1,98%, benchmark 0,66%) Na de aankondiging van de oprichting van een bankenunie eind juni waren er voldoende redenen om het risico in de portefeuille op te voeren. Ook gedurende het kwartaal kwamen er voldoende signalen dat de risicobereidheid onder beleggers zou toenemen, zeker na de nogal onconventionele stimuleringsmaatregelen van de FED en de krachtige taal van de ECB. Zowel aan het begin als gedurende het derde kwartaal werd het belang in aandelen, vastgoed en bedrijfsobligaties flink verhoogd, evenals het belang in obligaties van opkomende landen. De verwachting was dat risicovollere obligaties steeds populairder zouden worden in verband met de zoektocht van beleggers naar rendement. Aan de andere kant werd het belang in de laagrisico beleggingen verlaagd van meer dan 82% aan het begin van het kwartaal tot 69% aan het eind ervan. Om het renterisico te spreiden is een gedeelte van de renteblootstelling aan Duitse en Amerikaanse schatkistpapier ingeruild voor een blootstelling aan Canadees en Deens papier. De duratie van de portefeuille werd verlaagd naar onder 1,5 jaar waarmee het risico op een stijgende rente verder werd ingeperkt. 13

14 Asset allocatie per kwartaal 1/7/12 30/9/12 31/12/12 31/3/13 30/6/13 Laag risico beleggingen Obligaties (AA of Aa) - Staatsobligaties nominaal - Staatsobligaties inflation linked Liquiditeiten 82,4% 68,9% 67,8% 75,5% 77,8% 30,6% 10,7% 41,1% 11,1% 9,1% 48,7% 12,9% 9,2% 45,7% 20,9% 9,8% 44,8% 19,7% 6,7% 51,4% Risicodragende beleggingen Obligaties (<AA en <Aa) - Credits (Investment grade) - Global High Yield - Emerging Fixed Income L.C. - Emerging Fixed Income H.C. Aandelen Alternatives Grondstoffen Vastgoed wereldwijd Particuliere hypothekenfonds 17,6% 31,1% 32,2% 24,5% 22,2% 2,0% 1,9% 0,0% 2,8% 7,9% 1,4% 0,6% 1,1% 7,9% 3,5% 0,0% 3,7% 12,3% 1,4% 0,0% 2,3% 7,9% 2,5% 2,8% 2,8% 13,1% 1,1% 0,0% 2,0% 2,0% 6,0% 0,0% 1,0% 12,0% 0,8% 0,0% 2,6% 0,0% 4,8% 0,0% 0,0% 10,2% 0,0% 0,0% 1,9% 5,2% Totaal portefeuille 100,0% 100,0% 100,0% 100,0% 100,0% Oktober december 2012 (portefeuillerendement 1,20%, benchmark 0,65%) Hoewel er diverse onzekerheden waren, is er in de portefeuille geen risico afgebouwd. Ondanks de fiscal cliff die in december als een molensteen om de nek van Amerika hing, waren er veel redenen om de risicovolle beleggingen te handhaven: de zich langzaam verbeterende wereldeconomie, de verminderde systeemrisico s en de grote hoeveelheden liquidteit die (met rendement) belegd moeten worden. Per saldo werden gedurende het vierde kwartaal alleen kleine wijzigingen in de portefeuille aangebracht. Enige winst werd genomen op bedrijfsobligaties (credits). In obligaties van opkomende landen werd een positie van 2,8% ingenomen vanwege de mogelijk hogere kansen dat er kapitaal naar opkomende landen zou toestromen met positieve valutaeffecten. Januari maart 2013 (portefeuillerendement 1,45%, benchmark 0,66%) De afbouw van het risicodragende deel van de portefeuille van 32% aan het begin van het kwartaal naar minder dan 25% aan het eind kwam vrijwel geheel voor rekening van de afbouw van credits en obligaties van opkomende landen. In het eerste kwartaal van 2013 is door ING een beoordeling gemaakt van de potentie van credits, aandelen en high yield voor de korte termijn, die is besproken in de beleggingscommissie. De uitkomst van deze analyse was dat credits het moesten afleggen tegen high yield en aandelen. Bij aandelen bestaat er een grote opwaartse potentie, terwijl de high yield categorie nog een hoog couponrendement bood, hoger dan het dividendrendement bij aandelen. Bovendien konden bankobligaties wel eens geraakt worden door het negatieve sentiment rondom de politieke impasse in Italië en de Cyprus crisis. Binnen de categorie aandelen werd een 2%-positie ingenomen in Japanse aandelen (met volledig afgedekt valutarisico). Gezien de verwachting dat de rente op veilige Europese staatsobligaties op korte termijn niet aanzienlijk zou stijgen, onder meer vanwege het soepele monetaire beleid, werd de 14

15 portefeuilleduratie verhoogd naar ca. 1,9 jaar door middel van het verhogen van het renterisico op Duitse staatsobligaties. Het aandeel in veilige nominale staatsobligaties steeg naar ruim 20%. Hiermee werd het rendement op de obligatieportefeuille verhoogd. Financiële repressie en de search for yield De economische crisis waarin een groot deel van de wereld verkeert, is mede veroorzaakt door hoge schulden. Overheden in de hele wereld (alsmede de private sector) hebben teveel uitgegeven en zich, om dat te financieren, overladen met schulden. Na het ontstaan van de kredietcrisis in 2007 kwam daarbij dat overheden diverse banken van een faillissement moesten redden, wat de staatsschulden verder verhoogde. Uiteindelijk moeten deze schulden worden terugbetaald, terwijl de hoge rentelasten en aflossingen op de groeicapaciteit van de economie drukken. De oplossing die wereldwijd wordt gekozen om de schulden te verminderen is, niet voor het eerst in de geschiedenis, financiële repressie. Kort gezegd komt het erop neer dat de centrale banken de rente laag houden, waardoor overheden goedkoop kunnen lenen. Hierdoor ontstaat een negatieve reële rente omdat beleggers geen vergoeding voor inflatie ontvangen. Sommige institutionele beleggers worden tegelijkertijd door wetgeving gedwongen om deze leningen tegen een lage rente aan de overheden te verstrekken, denk bijvoorbeeld aan Nederlandse pensioenfondsen (FTK) en banken onder het nieuwe Bazel III regime. De overheidsschulden worden op deze manier steeds minder waard omdat ze uitgehold worden door inflatie. De rekening wordt bij spaarders neergelegd. Hoewel het CFK niet juridisch gedwongen wordt om op een bepaalde manier te beleggen, is het gezien de doelstelling van het beleggingsbeleid verstandig om een aanzienlijk deel van de portefeuille in veilige staatsobligaties aan te houden. Gezien de lage rendementen hierop heeft dat tot gevolg dat het portefeuillerendement meer dan vroeger gezocht moet worden in andere beleggingscategorieën. Deze search for yield speelt momenteel onder alle beleggers een grote rol. Gezien de volatiliteit van koersen van bv. bedrijfsobligaties, aandelen en vastgoed, is timing van groot belang. Om die reden wordt de portefeuille dynamisch ingericht en continu gemonitord. Hiermee wordt geprobeerd tijdig in te spelen op ontwikkelingen en daarmee rendement te genereren. Voor het jaar is dat, evenals vorig jaar, gelukt: de benchmark werd verslagen met 1,36%. April juni 2013 (portefeuillerendement -0,89%, benchmark 0,66%) De maand juni was een bijzonder moeilijke beleggingsmaand waarin alle beleggingscategorieën in waarde daalden. Gedurende het kwartaal werd het portefeuillerisico verminderd door de verkoop van bedrijfsobligaties, obligaties in opkomende markten, vastgoed en aandelen. Door de belegging in het particuliere hypothekenfonds werd juist wat risico toegevoegd (ca. 5% van de portefeuille). De rente op staatsobligaties in Amerika en Europa liep op naar aanleiding van de eerdergenoemde uitspraken van de FED over het afbouwen van de monetaire verruiming. Opkomende markten lieten een flinke kapitaaluitstroom zien, een direct gevolg van de hogere rente in Amerika en Europa. Het belang van de portefeuille in deze obligaties was op dat moment al helemaal afgebouwd. Gedurende de maanden mei en juni is de portefeuille duratie wat verlaagd. Vanwege de kans op renteverhogingen, werd het renterisico teruggebracht naar een duratie van 1,5 jaar. De positie in Canadese staatsobligaties is verkocht doordat de kans op rentestijgingen in Noord-Amerika hoger geacht moeten worden dan in Europa. 15

16 De wijzigingen in allocatie gedurende het boekjaar tussen veilige obligaties (AA/Aa), cash 60% en risicodragende beleggingen 50% (de som van aandelen, vastgoed, grondstoffen, 40% risicodragende obligaties en 30% alternatives) zijn hiernaast nog eens grafisch in beeld gebracht. 20% Een andere manier waarop het 10% portefeuillerisico wordt 0% beoordeeld is door middel van de ex-ante volatiliteit (beweeglijkheid) van de portefeuille. Volgens het gekozen Obligaties (AA) Cash Risicodragend risico/rendementsprofiel, zoals vastgelegd in het mandaat, is het streven om over een langere termijn een gemiddelde volatiliteit van 3% te hebben. De maximaal aanvaardbare ex-ante volatiliteit op enig moment is 5%. In het boekjaar lag de gemiddelde volatiliteit iets onder de 2%, wat aangeeft dat de positionering defensief is geweest, rekening houdend met de vele onzekerheden die de financiële markten in het boekjaar kenmerkten. Allocatiewijzigingen De ontwikkeling van het rendement van de hoofdpool gedurende het jaar wordt in de grafiek hieronder weergegeven. Het bruto beleggingsrendement van de hoofdpool na aftrek van transactiekosten kwam uit op 4,01%, terwijl de benchmark (2,5% boven het gemiddelde 1maands euribortarief) op 2,65% eindigde. Er is dus een outperformance gerealiseerd van 1,36%. Ontwikkeling rendement 6,0% 5,0% 4,0% 3,0% 2,0% 1,0% 0,0% jul aug sep okt nov dec jan Maandrendement na transactiekosten (cum.) feb mrt apr mei jun Benchmark (cum.) Uit de volgende tabel blijkt welke bijdrage de belangrijkste beleggingscategorieën aan het het uiteindelijke rendement leverden. Uit deze gegevens blijkt dat de portefeuille gemiddeld voor 28% risicodragend was belegd en dat deze belegging maar liefst 83% van het rendement genereerde. Met alleen een risicoloze portefeuille was het het afgelopen jaar dus niet mogelijk geweest om de gestelde doelstelling te behalen. 16

17 Bijdrage beleggingscategorieën aan rendement Cash Obligaties Aaa Obligaties <Aaa Aandelen Overige Totaal Belang in portefeuille 12/ 13* 46% 27% 12% 12% 4% 100% in % Bijdrage aan het rendement 12/ 13 12% 4% 40% 39% 4% 100% Bijdrage aan het rendement 11/ 12 16% 70% 11% 1% 2% 100% *gemiddeld over gehele boekjaar De bruto opbrengsten van de beleggingen in de hoofdpool bedroegen 20,1 miljoen. Dat leidt tot een bruto rendement van 4,29% (uitgedrukt als percentage van het gemiddelde deelnemersvermogen en dus niet direct te relateren aan de grafiek op deze pagina). Na aftrek van kosten van vermogensbeheer, bewaring en transacties ( 2,0 miljoen ofwel 0,42%) en organisatie ( 965 duizend ofwel 0,20%) resteert een netto rendement van 17,1 miljoen. Dit rendement, dat gelijk staat aan 3,66% van het gemiddeld belegde vermogen, is per 1 juli 2013 bijgeschreven op de fondssaldo van iedere deelnemer in de hoofdpool. De kerncijfers over de afgelopen vijf jaren zijn als volgt: Opbrengsten en kosten van de hoofdpool Directe opbrengsten uit beleggingen* Waardeveranderingen Kosten** Resultaat in miljoen 12/ 13 11/ 12 10,51 10,13 9,57 10,19 2,94 (-/-) 2,52 (-/-) 17,14 17,80 10/ 11 8,23 0,49 (-/-) 1,57 (-/-) 6,17 09/ 10 12,66 13,90 1,54 (-/-) 25,01 08/ 09 11,73 11,82 2,31 (-/-) 21,23 * Aandeel NWF-rendement is t.l.v. directe opbrengsten uit beleggingen gebracht ** Beleggingskosten en exploitatiekosten 3.4 Beleggingsbeleid en resultaten 4%-pool De 4%-pool is een gesloten pool; er komen geen nieuwe deelnemers bij. De ingelegde gelden van de deelnemers in de 4%-pool worden collectief belegd samen met de gelden van de Stichting Nederlands Wielrennersfonds (NWF). Het NWF is een door de AFM vrijgestelde beleggingsinstelling die de overbruggingsregeling voor de profwielrenners met een KNWU-licentie beheert. Doordat er alleen uitstroom van geld is (de overbruggingsuitkeringen) loopt de pool geleidelijk leeg. Het belegde vermogen, gewaardeerd op (geamortiseerde) boekwaarde, bedroeg 161,5 miljoen per 30 juni 2013 ( 180,6 miljoen op 30 juni 2012). Deelnemers in de 4%-pool zijn uitsluitend exprofvoetballers met een lopende overbruggingsuitkering die is ingegaan vóór 1 november 2008 die geen gebruik hebben gemaakt van de mogelijkheid die het reglement bood om vóór 1 juni 2009 de uitkeringsduur met 40% in te korten. De naam van de 4%-pool komt voort uit de rekenrente van 4% waarmee de uitkeringen zijn vastgesteld Beleggingsdoelstelling Doel van het beleggingsbeleid is om tot 1 juli 2019 een jaarlijks gemiddeld bruto rendement te behalen van 5% met een zo beperkt mogelijk risico. De gekozen waarderingsmethode (amortisatie van koersverschillen) leidt ertoe dat het rendement gelijkmatig wordt gespreid over de jaren tot 1 juli Hiermee 17

18 worden conform de wens van de betrokken deelnemers grote fluctuaties in de hoogte van de vastgestelde uitkeringen naar verwachting voorkomen Beleggingen De beleggingen bestaan uitsluitend uit EMU staatsobligaties en/of bedrijfsobligaties in. Er wordt een buy-and-hold -beleid gevoerd: in principe worden obligaties aangehouden tot de aflossingsdatum. De laatste aflossing van obligaties in deze pool vindt plaats in het jaar Alleen in specifieke omstandigheden, zoals uit oogpunt van risicomanagement, kan besloten worden een obligatie tussentijds te vervangen door een andere obligatie. Verder geldt het volgende: - Er worden geen derivaten gebruikt. - Er wordt niet in andere beleggingsinstellingen belegd. - Er wordt niet in gelieerde organisaties belegd. - Er worden geen financiële instrumenten uitgeleend. - Er worden geen leningen aangegaan. De obligaties worden gespreid over verschillende sectoren en landen. Er wordt uitsluitend in beursgenoteerde obligaties belegd die op Europese beurzen verhandeld worden. Elke obligatie heeft bij aankoop minimaal een investment grade rating, vastgesteld volgens rating agencies Moody s (Baa3) of Standard & Poors (BBB-). Bij een verlaging van de rating door beide rating agencies naar een waarde lager dan investment grade kan om specifieke redenen besloten worden om de obligatie aan te houden. In het afgelopen jaar is dat het geval geweest met de obligatie Arcelor Mittal (ratingverlaging naar Ba1, nominaal belang van 2 miljoen, aflossing juni 2016). Ondanks een ratingverlaging tot onder het gewenste niveau is besloten de obligatie in portefeuille te houden, omdat het risico op wanbetaling nog steeds als zeer gering wordt beoordeeld. Het aandeel in de portefeuille van een enkele bedrijfsobligatie mag niet groter zijn dan 5% van de totale marktwaarde van de portefeuille. Verder is de gemiddelde rating van de totale portefeuille gelijk aan of hoger dan A3 en/of A-. Ratingverdeling obligaties 4%-pool % van de portefeuille 50% 45% 40% 35% 30% 25% 20% 15% 10% 5% 0% Aaa Aa A Baa Ba In het boekjaar werd slechts één obligatie afgelost. Er werden geen obligaties gekocht of verkocht. De beleggingsportefeuille ultimo het boekjaar bestond uit 48 obligaties. De nevenstaande grafiek geeft een beeld van de kredietkwaliteit van de portefeuille. geen rating 18

19 3.4.3 Liquiditeit Een gering deel van de portefeuille wordt in liquiditeit aangehouden in verband met de verplichtingen van het fonds (de overbruggingsuitkeringen). Hiervoor kunnen uitsluitend de volgende banken worden gebruikt: ABN Amro Bank, ING Bank, Kas Bank en Rabobank. Ultimo boekjaar werden liquiditeiten aangehouden bij ABN Amro Bank, Kas Bank en Rabobank Uitbesteding Het mandaat is uitbesteed aan Lombard Odier. De prestaties van Lombard Odier worden periodiek beoordeeld door het bestuur Resultaten 4%-pool De bruto opbrengsten van de beleggingen in de 4%-pool bedroegen 8,7 miljoen. Uitgedrukt als percentage van het gemiddelde deelnemersvermogen staat dat gelijk aan een bruto rendement van 5,14%. Na aftrek van kosten van vermogensbeheer en bewaring ( 223 duizend ofwel 0,13%) en organisatie ( 337 duizend ofwel 0,20%) resteert een netto rendement van 8,2 miljoen. Dit netto rendement, dat gelijk staat aan 4,81% van het gemiddelde deelnemersvermogen, is per 1 juli 2013 bijgeschreven op het fondssaldo van iedere deelnemer in de 4%-pool. De kerncijfers over de afgelopen vijf jaren zijn als volgt: Opbrengsten en kosten van de 4%-pool (in miljoen euro) Directe opbrengsten uit beleggingen* Waardeveranderingen Kosten** Resultaat in miljoen 12/ 13 11/ 12 9,21 9,83 0,48 (-/-) 0,64 (-/-) 0,56 (-/-) 0,57 (-/-) 8,16 8,61 10/ 11 10,23 0,74 (-/-) 0,48 (-/-) 9,01 09/ 10 10,66 1,13 (-/-) 0,75 (-/-) 8,79 08/ 09 N.v.t * Aandeel NWF-rendement is t.l.v. directe opbrengsten uit beleggingen gebracht ** Beleggingskosten en exploitatiekosten 3.5 Premies en uitkeringen Per 30 juni 2013 kende de overbruggingsregeling deelnemers. Van deze groep ontvingen 786 deelnemers een overbruggingsuitkering. Per dezelfde datum waren er 568 premiebetalende deelnemers. Van de 540 deelnemers die niet in deze twee categorieën vallen is de grootste groep (264) actief als speler bij een buitenlandse BVO. Per januari 2011 heeft het CFK een regelingswijziging doorgevoerd, die onder meer inhield dat de maandelijkse bijdrage van deelnemers gemaximeerd werd. Deze ontwikkeling leidde de afgelopen twee jaren tot een forse daling van de ingelegde premies, welke daling nog versterkt werd door het feit dat Betaald Voetbal Organisaties (BVO s) afgelopen jaren fors hebben gesnoeid in de omvang van hun selecties en de hoogte van de salarissen. Het boekjaar liet een reguliere premie-inleg zien van 12,1 miljoen en een inleg van hand- en tekengelden van 1,0 miljoen. De totale premie-inleg van 13,2 miljoen is enigszins gestegen ten opzichte van het boekjaar ( 12,0 miljoen) wat er op duidt dat de BVO s de ergste bezuinigingen op personeelskosten achter de rug hebben. Het incasso van premies verliep zeer voorspoedig. BVO s die te laat betalen kunnen door de KNVB worden bestraft met puntenaftrek op basis van de betalingseisen die zijn vastgelegd in het licentiereglement. Er zijn in het boekjaar geen betalingsachterstanden geweest voor de overbruggingsregeling van meer dan 30 dagen, met uitzondering van AGOVV en BV Veendam. Helaas zijn beide BVO s in het boekjaar failliet gegaan. De 19

20 premies die niet bij deze BVO s geïncasseerd konden worden, zijn inmiddels door het UWV afgedragen. Als gevolg van het voorgaande bestaat het (BVO-) debiteurensaldo per ultimo boekjaar alleen uit de nog niet geïnde premies voor de maand juni. Deze premies zijn pas per 10 juli 2013 verschuldigd en er bestaat dus geen enkele betalingsachterstand per ultimo boekjaar. Het totale bedrag aan uitkeringen in het boekjaar beliep 39,7 miljoen en steeg met 13% ten opzichte van het vorige boekjaar. Het bestuur verwacht dat de jaarlijkse stroom aan uitkeringen voorlopig nog zal blijven stijgen. Dit wordt enerzijds veroorzaakt doordat de generatie voetballers die de komende jaren zijn carrière beëindigt gemiddeld beter heeft verdiend (en afgedragen) dan eerdere generaties. Anderzijds biedt de doorgevoerde regelingswijziging de mogelijkheid aan deelnemers om het fondssaldo sneller dan voorheen te laten uitkeren, wat gepaard gaat met hogere maand- en jaarbedragen. Tenslotte heeft de verhoging van de uitkeringen uit het rendement bijgedragen de stijging. 3.6 Risicoprofiel De overbruggingsregeling die het CFK uitvoert, beoogt profvoetballers in staat te stellen om na afloop van hun voetbalcarrière een nieuwe maatschappelijke loopbaan op te bouwen. Het doet dit door de financiële zekerheid voor de ex-profvoetballer te bevorderen. Het CFK is opgezet vanuit een maatschappelijke verantwoordelijkheid en faciliteert de beoefening van het professionele voetbal in Nederland. De resultaten van het vermogensbeheer worden toegedeeld aan de fondssaldi van de deelnemers en daarmee indirect aan de (toekomstige) overbruggingsuitkeringen. Bij het vermogensbeheer kan het CFK zowel rechtstreekse posities innemen als gebruik maken van afgeleide instrumenten. In zijn algemeenheid geldt dat de deelnemersfondsen zowel in waarde kunnen stijgen als dalen. Hoewel dit voor zover bekend nog nooit in de geschiedenis van het CFK is voorgekomen, moet gemeld worden dat deelnemers mogelijk minder terugkrijgen dan zij hebben ingelegd. Er is sprake van verschillende risico s voor de deelnemers en voor het CFK, waarvan de belangrijkste hieronder worden uiteengezet. De hierna genoemde risico s kunnen in samenhang worden gelezen met de prospecti van de hoofdpool en de 4%-pool. Voor een overzicht van de overige risico s per pool verwijzen wij ook naar het betreffende prospectus Marktrisico Het marktrisico is het risico van waardeveranderingen in de portefeuille door veranderingen in marktprijzen. De beleggingen van de hoofdpool zijn blootgesteld aan normale marktschommelingen en risico s die inherent zijn aan het beleggen in financiële instrumenten. De waarde van de onderliggende beleggingen kan fluctueren en kan toe- of afnemen vanwege een groot aantal factoren, zoals verwachtingen ten aanzien van economische groei, rente, inflatie en prijsontwikkeling op goederen- en valutamarkten. Daarnaast kan de waarde van de beleggingen fluctueren als gevolg van bijvoorbeeld politieke en monetaire ontwikkelingen. Marktrisico s kunnen verschillen per beleggingscategorie en nemen af door spreiding over meerdere soorten beleggingen. De koersschommelingen van obligaties doen zich ook voor in de 4%-pool, die voornamelijk bedrijfsobligaties bevat waarvan de laatste in het jaar 2021 afgelost worden. Door de wijze van waarderen van de 4%-pool (op basis van geamortiseerde kostprijs) merken deelnemers hier in de tussenliggende jaren niets van. 20

21 3.6.2 Concentratierisico Het risico dat beleggingen van de portefeuille beperkt zijn tot financiële instrumenten van uitgevende instellingen die actief zijn in dezelfde sector, regio, of op dezelfde markt. Hierdoor kunnen gebeurtenissen die van invloed zijn op deze beleggingen, de waarde van een portefeuille meer beïnvloeden dan bij een minder geconcentreerde portefeuille. De hoofdpool is voor een groot deel belegd in AAA/Aaa staatsobligaties en aangezien het aantal landen met deze status beperkt is, ontstaat er vanzelf een concentratierisico. Dit risico is gedurende het afgelopen jaar afgebouwd met het innemen van posities in staatsobligaties van kredietwaardige landen buiten de eurozone (VS, Canada, VK, Denemarken). Een groot deel van de portefeuille is belegd in liquiditeiten (spaarrekeningen, deposito s en geldmarktfondsen). De liquiditeiten zijn deels belegd in een sterk gediversifieerd liquiditeitenfonds. Een concentratierisico bestaat bij de vorderingen op enkele Nederlandse banken, in het bijzonder ABN Amro. Gezien de aparte status van deze bank (aandelen zijn in handen van de Nederlandse overheid) heeft het geen prioriteit het belang af te bouwen. De 4%-pool bevat voornamelijk bedrijfsleningen en een spreiding over andere soorten van activa is afwezig. Dit is, gegeven de doelstelling van de pool, een bewuste afweging geweest, maar brengt wel enig concentratierisico met zich mee. In de 4%-pool is overigens een verdeling aangebracht over sectoren, landen en looptijden, waardoor het concentratierisico voor zover mogelijk is ingeperkt Reputatierisico De overbruggingsregeling is een unieke regeling met een in juridische zin afwijkende status, die soms discussie oplevert over de uitleg van het reglement. Gezien de media-aandacht die het CFK krijgt, als onderdeel van de branche betaald voetbal, bestaat er een reëel reputatierisico. Het CFK probeert dit zoveel mogelijk te beheersen door een zorgvuldige uitvoering van het reglement, een goede en volledige communicatie met deelnemers, terughoudendheid in publicitaire zaken en een professioneel opgezette bestuursstructuur Risico van onzekerheid over externe factoren De financiële en fiscale wet- en regelgeving die van toepassing is op het CFK is niet in beton gegoten. Een gunstige omstandigheid ten tijde van toetreding van een deelnemer kan ten nadele wijzigen. Tevens kunnen dergelijke veranderingen onvoorziene kosten met zich meebrengen en het rendement van het CFK verlagen. Onduidelijke regelgeving kan leiden tot het onverhoopt overtreden van deze regels, wat extra kosten met zich zou meebrengen Operationele risico s Er wordt scherp gelet op de beheersing van operationele risico s die het fonds loopt. De unieke situatie waarin het fonds zich (juridisch) bevindt, brengt enige operationele risico s met zich mee. Niet uit te sluiten is dat zich in de toekomst nog operationele risico s voordoen die hun oorsprong in het verleden hebben. Het eigen vermogen van de stichting kan dienen als buffer in die gevallen waarin een dergelijk risico zich voordoet en dit tot schade voor het CFK leidt Valutarisico Valutarisico bestaat bij die beleggingscategorieën die niet de euro als onderliggende waarde kennen (zie ook: 3.3.5). Gezien de schuldencrisis in de eurozone bestaat er tevens een latent valutarisico voor effecten die zijn genoteerd in euro in het scenario dat de monetaire unie niet overleeft. In dat geval mag voor sommige landen verwacht worden dat een nieuw uit te geven valuta sterk deprecieert ten opzichte van de euro of het alsdan in Nederland gebruikte betaalmiddel. 21

22 In de hoofdpool is er blootstelling aan andere valuta s dan de euro in de volgende beleggingscategoriën: - Het dollarrisico binnen aandelen-, vastgoed- en risicodragende obligaties wordt voor minimaal 50% afgedekt als verdere diversificatie van het risico binnen deze beleggingscategorieën. Het niet-afgedekte gedeelte vormt een valutarisico voor de portefeuille. - Het valutarisico in de beleggingscategorie staatsobligaties van opkomende landen is (uiteraard) niet afgedekt; posities in lokale valuta worden expres aangehouden om diversificatie in de portefeuille te bewerkstelligen. Tegelijkertijd vormt dit een valutarisico voor de portefeuille. Het hiervoor beschreven latente valutarisico van het (krediet)risicoloze gedeelte van de hoofdpool is afgelopen jaren flink afgebouwd met de verkoop van de perifere obligaties (Portugal, Spanje, Italië) alsmede de Franse obligaties. In de 4%-pool is het valutarisico niet van toepassing omdat er geen blootstelling aan andere valuta s is dan de euro. Wel is het latente valutarisico van toepassing op een gedeelte van de portefeuille, aangezien verschillende bedrijfsobligaties zijn uitgegeven in landen die niet tot de kern van de eurozone behoren Liquiditeitsrisico Het risico dat CFK op enig moment niet in staat is om aan zijn betalingsverplichtingen te voldoen zonder daarbij verliezen op te lopen als gevolg van gedwongen verkopen van beleggingen. De voornaamste betalingen op korte termijn betreffen de overbruggingsuitkeringen aan de deelnemers in de 4%-pool en in de hoofdpool. Het liquiditeitsrisico in de hoofdpool is zeer beperkt, doordat een groot deel van de beleggingen liquide wordt aangehouden. Wij zijn van mening dat het liquiditeitsrisico van de 4%-pool eveneens beperkt is aangezien deze pool uitsluitend uit deelnemers met een reeds vastgestelde uitkering bestaat. Hierdoor is de uitstroom van liquiditeit vooraf precies bekend Beheersing van de risico s Het CFK probeert zijn statutaire doelen te verwezenlijken met inachtneming van de risico s die met het geformuleerde beleid zijn verbonden. De risico s en de mate waarin deze risico s worden beheerst, zijn expliciet gemaakt in het door bestuur vastgestelde risicobeheersingsplan. Beleggingsopbrengsten komen na aftrek van kosten toe aan de deelnemers, door middel van een jaarlijkse bijschrijving conform reglementaire bepalingen. In die zin komen alle financiële risico s voor rekening van de deelnemers. Het CFK houdt slechts een beperkt eigen vermogen aan dat ter beoordeling en besluitvorming van het bestuur kan worden aangewend indien risico s onverhoopt tot schade leiden. 3.7 Pensioenregelingen Tot 1 juli 2005 bevatte de overbruggingsregeling een pensioenregeling voor de oude dag en nabestaanden. De rechten hiervan werden ingekocht bij Nationale-Nederlanden op het moment dat een speler zijn voetbalcarrière beëindigde. Per de eerder genoemde datum werd de opbouw van pensioen binnen de overbruggingsregeling gestaakt. Als gevolg van de stopzetting van de pensioenopbouw binnen de overbruggingsregeling hebben de per 1 juli 2005 actieve deelnemers hun pensioenaanspraken versneld ingekocht bij ASR Pensioenen (voorheen Fortis). 22

23 3.7.1 Pensioenregeling bij ASR Pensioenen Ruim 500 CFK-deelnemers hebben tussen 2005 en 2010 pensioen ingekocht bij ASR Pensioenen. In de verzekerde bedragen is een levenslang gegarandeerd rendement van 3% per jaar verwerkt. Het CFK streeft ernaar de pensioenen jaarlijks te verhogen, zoals staat omschreven in het pensioenreglement. Daartoe worden de gestorte premies collectief belegd door verzekeraar ASR Pensioenen. Indien over een kalenderjaar de beleggingsopbrengsten minus de kosten hoger zijn dan 3%, wordt het meerdere (de overrente ) eerst gebruikt om het eventuele tekort van het jaar ervoor te compenseren. Zodra een tekort uit eerdere jaren is gecompenseerd, wordt de resterende overrente voor de helft gereserveerd als buffer (tot een vastgesteld maximum). De andere helft van de overrente wordt aangewend om de door CFK voorgeschoten beheerkosten te compenseren en vervolgens om de pensioenrechten te verhogen. Over de jaren 2005, 2006 en 2007 zijn de pensioenrechten verhoogd uit de overrente. In 2008 zorgde de financiële crisis voor een groot verlies op de beleggingen en dus voor een tekort. Verdere pensioenverhogingen konden pas na compensatie van dit tekort plaatsvinden. In 2009 en in 2010 trad een sterk herstel op in het rendement en werd een flinke overrente geboekt. Tevens kwam een positief technisch resultaat beschikbaar. Per saldo konden deze positieve resultaten het tekort uit 2008 geheel compenseren, maar er bleef geen ruimte voor verhoging van pensioenen over. Over het jaar 2011 werd een verlies op beleggingen gemaakt dat leidde tot een nieuw tekort. In het jaar 2012 werd juist weer overrente geboekt dat een groot deel van het uitstaande tekort uit 2011 compenseerde. Het restant van het tekort is doorgeschoven naar het jaar Het CFK heeft nog een vordering op het depot van (voorgeschoten beheerkosten over 2011 en 2012). Gezien de bijzonder lage kapitaalmarktrente is het niet vanzelfsprekend dat er elk jaar overrente wordt gegenereerd. De overeenkomst met ASR Pensioen is daarentegen voor onbepaalde tijd aangegaan, waardoor de vordering na een minder jaar wordt doorgeschoven naar het jaar erna. Op langere termijn is de stellige verwachting dat de voorgeschoten kosten verhaald worden op het beleggingsdepot Pensioenregeling bij Nationale-Nederlanden De ruim 500 deelnemers die hun pensioenrechten vóór 1 juli 2005 hebben ingekocht, hebben dat gedaan bij Nationale-Nederlanden. Deze rechten zijn gebaseerd op een rekenrente van 4%, wat wil zeggen dat het levenslang gegarandeerde rendement op deze polis 4% per jaar is. Daarnaast streeft het CFK ernaar om de pensioenen periodiek te verhogen zoals staat omschreven in het pensioenreglement. Dit is mogelijk als de beleggingsopbrengsten en/of technische winstdeling daartoe aanleiding geven. De gestorte premies worden collectief belegd door ING Investment Management. Als de netto beleggingsopbrengsten in een bepaalde periode hoger zijn dan 4% (die NationaleNederlanden nodig heeft om de afgegeven garantie te financieren) kunnen de pensioenaanspraken worden verhoogd. Als de netto beleggingsopbrengsten lager zijn dan 4% ontstaat er een tekort. In dat geval moet een overschot in het jaar daarna eerst worden gebruikt om het tekort te compenseren, voordat dit gebruikt kan worden voor verhoging. De jaren 2006 tot en met 2008 genereerden per saldo geen overrente en lieten dus geen verhoging toe. Dat kwam doordat de marktrente zich voornamelijk onder de 4% bewoog (lager dan het al in het pensioen opgenomen rendement). Daarnaast zorgde de crisis op de financiële markten in 2008 voor een aanzienlijk extra tekort. In 2009 en in 2010 trad een sterk herstel op, waardoor de overrente in die jaren de eerdere tekorten in zijn geheel konden compenseren. Het resterende overschot over de genoemde periode is geheel gereserveerd voor de financiering van kosten die de verzekeraar gedurende de jaren

24 tot en met 2015 bij het CFK in rekening zal brengen. Het gevolg hiervan is dat de beschikbare overrente in deze jaren beschikbaar is voor verdere verhogingen van pensioenen. Het jaar 2011 liet een positieve overrente zien. Bijgevolg zijn (per 1 januari 2013) alle pensioenrechten met 1% verhoogd. De definitieve resultaten over het beleggingsjaar 2012 zijn bij het schrijven van dit verslag nog niet bekend. Gezien de bijzonder lage kapitaalmarktrente zal het de komende jaren een uitdaging zijn om opnieuw overrente te genereren. Dit is in hogere mate het geval dan bij de pensioenregeling van ASR Pensioenen omdat de rekenrente in de pensioenregeling bij Nationale-Nederlanden een procent hoger ligt. 3.8 Bestuur en organisatie De CFK-organisatie kende per 30 juni 2013 een bezetting van 6,77 fte, verdeeld over acht personen. Deze bezetting is tijdelijk hoger dan in voorgaande jaren. De reden daarvan is dat er al in het boekjaar een nieuwe werknemer in dienst is getreden met het oog op het spoedige pensioneren van een van de medewerkers. Hierdoor bestaat de mogelijkheid om de specifieke kennis en ervaring volledig over te dragen. De bezetting zal door het het pensioneren met 0,8 fte dalen. De taken van het CFK bestaan vooral uit activiteiten voor de overbruggingsregeling, zoals vaststelling en uitvoering van het beleggingsbeleid, incasso van premies, uitbetaling van uitkeringen, administratie van deelnemersrechten en deelnemersgegevens en communicatie met deelnemers, BVO s en andere belanghebbenden. Het CFK voert daarnaast activiteiten uit voor drie regelingen van derden: de overbruggingsregeling voor de wielrenners (volledige uitvoering op verzoek van de Stichting Nederlands Wielrennersfonds, NWF), de Pensioenregeling Betaald Voetbal en de Pensioenregeling Oefenmeesters. Voor het NWF is het afgelopen jaar een extra inspanning geleverd om de regeling, op instigatie van de belastingdienst, precies te laten aansluiten bij de eerder genoemde fiscale resolutie waarop ook het CFK is gegrond. De activiteiten voor beide pensioenregelingen worden uitgevoerd op verzoek van de sociale partners die de CAO s hebben afgesloten voor respectievelijk de contractspelers en de oefenmeesters in het betaalde voetbal. De taken van het CFK bij de uitvoering van de genoemde pensioenregelingen behelzen bijvoorbeeld (controle op) incasso van premies, beheer van deelnemersgegevens, controle op de werkzaamheden van de verzekeraar en het controleren van de uitvoering van het vermogensbeheer binnen de diverse gesepareerde depots. Daarnaast informeert het CFK de deelnemers en de BVO s over allerlei inhoudelijke aspecten van de regeling. Voor de werkzaamheden die het CFK verricht voor derden wordt een vergoeding ontvangen. Het bevorderen van de continuïteit van de maatschappelijke situatie is een van de statutaire doelen van het CFK. Hieronder verstaat het bestuur mede het op weg helpen van de exprofvoetballer naar een tweede carrière, bijvoorbeeld door middel van scholing, schuldhulpverlening en reïntegratie. Aangezien het CFK zich bewust richt op zijn kernactiviteiten, het uitvoeren van de overbruggingsregeling, is aangaande de genoemde activiteiten een overeenkomst met de vakbonden VVCS en ProProf van kracht. Het CFK draagt financieel bij in de kosten die bonden voor deze activiteiten maken. Het CFK heeft een vergunning als beleggingsinstelling zonder aparte beheerder en valt daarmee onder de Wet op het Financieel Toezicht (Wft) en het toezicht van de Autoriteit Financiële Markten (AFM). Om te voldoen aan alle toepasselijke wet- en regelgeving wordt 24

25 het CFK bijgestaan door een externe compliance officer (Ingeborg Meijssen van CLCS). De compliance officer brengt eenmaal per jaar verslag uit aan de Raad van Toezicht. Het afgelopen jaar is een nieuw internetportaal gelanceerd, waarop deelnemers beveiligd kunnen inloggen. Op het portaal krijgt men op visuele wijze een uitleg van de regeling en vindt men alle persoonlijke gegevens, die online gewijzigd kunnen worden. Verder is op het portaal alle actuele informatie over het fonds te vinden, alsmede over de af- en bijschrijvingen en de maandelijkse beleggingsresultaten. Het portaal is zowel in het Nederlands als het Engels beschikbaar en zal het mogelijk maken om buitenlandse deelnemers beter te informeren. Het portaal zal de komende jaren verder worden ontwikkeld op basis van wensen van deelnemers en nieuwe technische mogelijkheden. Het CFK heeft al vele positieve reacties van deelnemers mogen ontvangen. De beschikbaarheid van de portal doet niets af aan het inzicht dat het persoonlijk informeren van deelnemers het meest effectief is. Het afgelopen jaar zijn om die reden vele persoonlijke gesprekken gevoerd met individuele deelnemers en zijn groepspresentaties voor de spelers van 12 BVO s gehouden. Helaas was het noodzakelijk om de spelers van AGOVV en BV Veendam apart te informeren over hun rechten op een overbruggingsuitkering toen voor deze BVO s het faillissement werd uitgesproken. Er zijn het afgelopen jaar inspanningen verricht om de informatieuitwisseling met de BVO s te verbeteren. Doel is om de BVO s de benodigde informatie voor de diverse regelingen op een voor hen gemakkelijke en veilige manier te laten doorgeven aan het CFK. Hiervoor is een programma ontwikkeld dat met de BVO s is gedeeld. De eerste signalen vanuit de BVO s zijn positief. De werkzaamheden van de internationale spelersvakbond FifPro om te komen tot een beginnende standaardisering in de arbeidsvoorwaarden van profvoetballers binnen de EU beginnen na jaren vruchten af te werpen. In het kader van de social dialogue wordt samen met de Uefa en de Europese werkgevers- en de werknemersorganisaties onderzocht in hoeverre het wenselijk en mogelijk is om een met de overbruggingsregeling vergelijkbaar spaarsysteem voor profvoetballers in diverse landen in te voeren. Het CFK levert hieraan een bijdrage door te participeren in de werkgroep. De structuur van het CFK is als volgt: Het bestuur bestaat uit twee personen die voltijds werkzaam zijn bij het CFK. Het bestuur bepaalt het dagelijkse beleid. De Raad van Toezicht heeft een adviserende en controlerende taak. De Raad van Toezicht kent een onafhankelijke voorzitter, twee leden namens de VVCS, één lid namens ProProf en drie leden namens de FBO. Van de drie leden namens de FBO wordt er één voorgedragen in samenspraak met de KNVB. De deelnemersraad heeft uitgebreide bevoegdheden, waaronder de adviesbevoegdheid over begroting en jaarrekening en over de voordracht van de voorzitter van de Raad van Toezicht. De beleggingscommissie geeft advies aan het bestuur inzake het beleggingsbeleid. De compliancecommissie houdt toezicht op de naleving van de gedragscode en de toepasselijke wet- en regelgeving. De auditcommissie begeleidt en controleert het proces van de totstandkoming van de jaarrekening namens de Raad van Toezicht. De geschillencommissie oordeelt over de geschillen tussen deelnemers en het CFK. Alle bij het CFK betrokken personen ondertekenen een gedragscode. In de afbeelding hieronder is de structuur en de invulling daarvan per 1 juli 2013 grafisch weergegeven. 25

26 3.8.1 Raad van Toezicht In november 2012 bereikte ons het verdrietige bericht van het plotselinge overlijden van Aad Regeer. Aad Regeer heeft zich jarenlang ingezet voor het CFK, vanaf 2005 als bestuurder en later, vanaf 2009, als lid van de Raad van Toezicht. Het bestuur is hem, mede namens de deelnemers, veel dank verschuldigd voor zijn aanzienlijke bijdrage aan het professionaliseren van het CFK. Als gevolg van het overlijden van Aad Regeer ontstond een vacature. Het lukte niet om deze nog in het jaar in te vullen: op 1 juli 2013 treedt Geert Hofman toe tot de Raad van Toezicht. Hofman zal zitting in de raad hebben namens de VVCS. In april 2013 liep de zittingstermijn van Carlo de Swart af, die vanwege zijn leeftijd had aangegeven niet herbenoembaar te zijn. De Swart is tot het bestuur van de stichting toegetreden in 2005 om in 2009, na de wijziging van bestuursstructuur, toe te treden tot de Raad van Toezicht. Met zijn ruime ervaring in de financiële wereld heeft hij een grote toegevoegde waarde voor het CFK gehad, waarvoor het bestuur hem bijzonder erkentelijk is. De Swart is opgevolgd door Hans Pontier, die in mei 2013 toetrad tot de Raad van Toezicht. Pontier heeft zitting in de raad namens de FBO. Meer informatie over de werkzaamheden van de Raad van Toezicht, zijn samenstelling en de individuele leden vindt u in het verslag van de Raad van Toezicht (hoofdstuk 4) Deelnemersraad De deelnemersraad kwam in het verslagjaar driemaal bijeen voor een vergadering. De deelnemersraad heeft het bestuur gedurende het boekjaar over meerdere zaken geadviseerd zoals over wijzigingen in de overbruggingsregeling, de jaarrekening, het vermogensbeheer, het internetportaal voor deelnemers, de begroting en de ontwikkelingsmogelijkheden die profvoetballers aangeboden krijgen als voorbereiding op hun maatschappelijke loopbaan. 26

Stichting Contractspelersfonds KNVB. Jaarverslag 2013/2014

Stichting Contractspelersfonds KNVB. Jaarverslag 2013/2014 Stichting Contractspelersfonds KNVB Jaarverslag 2013/2014 Algemene gegevens Het Fonds Stichting Contractspelersfonds KNVB Harderwijkweg 5 2803 PW Gouda Telefoon: +31(0)182 571171 info@cfk.nl www.cfk.nl

Nadere informatie

Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel. Tweede kwartaal 2015-1 april 2015 t/m 30 juni 2015. Samenvatting:

Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel. Tweede kwartaal 2015-1 april 2015 t/m 30 juni 2015. Samenvatting: Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel Tweede kwartaal 2015-1 april 2015 t/m 30 juni 2015 Samenvatting: De maandelijkse nominale dekkingsgraad is fors gestegen van 105,7% naar 115,4%. Dit komt

Nadere informatie

Jaarverslag 2014 / 2015

Jaarverslag 2014 / 2015 Jaarverslag 2014 / 2015 Stichting Contractspelersfonds KNVB Algemene gegevens Beheerder Stichting Contractspelersfonds KNVB (KvK nr: 41180418) Harderwijkweg 5 2803 PW Gouda Telefoon: +31(0)182 571171 www.cfk.nl

Nadere informatie

Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel. Vierde kwartaal 2014-1 oktober 2014 t/m 31 december 2014

Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel. Vierde kwartaal 2014-1 oktober 2014 t/m 31 december 2014 Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel Vierde kwartaal 2014-1 oktober 2014 t/m 31 december 2014 Samenvatting: dalende euro en dalende rente Nominale dekkingsgraad gedaald van 117,4% naar 115,1%

Nadere informatie

Marktwaardedekkingsgraad per 31 maart 2014: 128,6%, een toename van 3,3%-punt ten opzichte van 31 december 2013.

Marktwaardedekkingsgraad per 31 maart 2014: 128,6%, een toename van 3,3%-punt ten opzichte van 31 december 2013. Kwartaalbericht 2014 Samenvatting Marktwaardedekkingsgraad per 31 maart 2014: 128,6%, een toename van 3,3%-punt ten opzichte van 31 december 2013. Meer informatie vindt u op de website. Beleggingsrendement

Nadere informatie

De marktwaardedekkingsgraad per 30 juni 2015 was 135,1%. Dit is een toename van 5,7% ten opzichte van 31 maart 2015.

De marktwaardedekkingsgraad per 30 juni 2015 was 135,1%. Dit is een toename van 5,7% ten opzichte van 31 maart 2015. Kwartaalbericht 2015 Samenvatting De marktwaardedekkingsgraad per 30 juni 2015 was 135,1%. Dit is een toename van 5,7% ten opzichte van 31 maart 2015. De reële dekkingsgraad ultimo tweede kwartaal was

Nadere informatie

Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel. Eerste kwartaal 2014-1 januari 2014 t/m 31 maart 2014. Samenvatting: stijgende aandelen

Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel. Eerste kwartaal 2014-1 januari 2014 t/m 31 maart 2014. Samenvatting: stijgende aandelen Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel Eerste kwartaal 2014-1 januari 2014 t/m 31 maart 2014 Samenvatting: stijgende aandelen Nominale dekkingsgraad gestegen van 123,0% naar 123,6% Reële dekkingsgraad

Nadere informatie

Achmea life cycle beleggingen

Achmea life cycle beleggingen Achmea life cycle beleggingen Scheiden. Uw pensioengeld in vertrouwde handen Wat betekent dat voor uw ouderdomspensioen? Interpolis. Glashelder Achmea life cycle beleggingen Als pensioenverzekeraar beleggen

Nadere informatie

Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel. Derde kwartaal 2015-1 juli 2015 t/m 30 september 2015. Samenvatting:

Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel. Derde kwartaal 2015-1 juli 2015 t/m 30 september 2015. Samenvatting: Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel Derde kwartaal 2015-1 juli 2015 t/m 30 september 2015 Samenvatting: De maandelijkse nominale dekkingsgraad is fors gedaald van 115,4% naar 103,7%. Dit

Nadere informatie

INFORMATIE BELEGGINGSFONDSEN (NETTO) WERKNEMERS PENSIOEN

INFORMATIE BELEGGINGSFONDSEN (NETTO) WERKNEMERS PENSIOEN INFORMATIE BELEGGINGSFONDSEN (NETTO) WERKNEMERS PENSIOEN Informatie voor werkgevers Ingangsdatum 1 januari 2016 Als uw werknemer niet kiest voor een gegarandeerde uitkering wordt zijn premie belegd. Dit

Nadere informatie

Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel. Eerste kwartaal 2015-1 januari 2015 t/m 31 maart 2015

Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel. Eerste kwartaal 2015-1 januari 2015 t/m 31 maart 2015 Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel Eerste kwartaal 2015-1 januari 2015 t/m 31 maart 2015 Samenvatting: dalende euro en dalende rente door monetair beleid De beleidsdekkingsgraad is gedaald

Nadere informatie

Jaarverslag 2012/2013. Samenvatting

Jaarverslag 2012/2013. Samenvatting S t i c h t i n g C o n t r ac t s p e l e r s f o n d s K N V B Jaarverslag 2012/2013 Samenvatting Het boekjaar in vogelvlucht 2012/2013 Het CFK biedt je de gelegenheid om je na je voetballoopbaan in

Nadere informatie

Jaarverslag Samenvatting 2013/2014

Jaarverslag Samenvatting 2013/2014 Stichting Contractspelersfonds KNVB Jaarverslag Samenvatting 2013/2014 Het boekjaar 2013/2014 Het CFK biedt je de gelegenheid om je na je voetballoopbaan in alle rust voor te bereiden op een maatschappelijke

Nadere informatie

Dekkingsgraad 121,8% per 30 september 2012, toename van 9,3%-punt ten opzichte van 30 juni 2012.

Dekkingsgraad 121,8% per 30 september 2012, toename van 9,3%-punt ten opzichte van 30 juni 2012. Kwartaalbericht 2012 Samenvatting 121,8% per 30 september 2012, toename van 9,3%-punt ten opzichte van 30 juni 2012. Meer informatie over de dekkingsgraad vindt u op de website. Beleggingsrendement 4,2%

Nadere informatie

Stichting Pensioenfonds Ballast Nedam

Stichting Pensioenfonds Ballast Nedam Stichting Pensioenfonds Ballast Nedam Deelnemersvergadering Arthur van der Wal Nieuwegein, 28 september 2006 Agenda < Huidig Mandaat bij ING IM < Performance, Beleid en Vooruitzichten < Financieel Toetsingskader

Nadere informatie

Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel. Tweede kwartaal 2014-1 april 2014 t/m 30 juni 2014. Samenvatting: dalende rente

Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel. Tweede kwartaal 2014-1 april 2014 t/m 30 juni 2014. Samenvatting: dalende rente Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel Tweede kwartaal 2014-1 april 2014 t/m 30 juni 2014 Samenvatting: dalende rente Nominale dekkingsgraad gestegen van 123,6% naar 123,7% Reële dekkingsgraad

Nadere informatie

Jaarverslag Samenvatting 2013/2014

Jaarverslag Samenvatting 2013/2014 Stichting Contractspelersfonds KNVB Jaarverslag Samenvatting 2013/2014 Het boekjaar 2013/2014 Het CFK biedt je de gelegenheid om je na je voetballoopbaan in alle rust voor te bereiden op een maatschappelijke

Nadere informatie

BELEGGINGSSTATUUT. Stichting Fonds Oncologie Holland. April 2015. Beleggingsstatuut SFOH 30 april 2015, pag. 1

BELEGGINGSSTATUUT. Stichting Fonds Oncologie Holland. April 2015. Beleggingsstatuut SFOH 30 april 2015, pag. 1 BELEGGINGSSTATUUT Stichting Fonds Oncologie Holland April 2015 30 april 2015, pag. 1 Inhoudsopgave I Beleid.... 3 Algemeen 4 Hefbomen 4 Restricties....4 II Middelenverdeling......5 Strategische asset allocatie

Nadere informatie

Update april 2015 Beleggen

Update april 2015 Beleggen Update april 2015 Beleggen Laag, lager, laagst In mijn vorige column schreef ik over de actie van de ECB, die 22 januari jongstleden werd aangekondigd, om maandelijks 60 miljard Euro aan obligaties op

Nadere informatie

Bericht 3 e kwartaal September 2014

Bericht 3 e kwartaal September 2014 Bericht 3 e kwartaal September 2014 Providence Capital NV is geregistreerd als beleggingsonderneming bij de Autoriteit Financiële Markten (AFM) en legt zich onder meer toe op het verrichten van vermogensbeheer

Nadere informatie

Kwartaalbericht Algemeen Pensioenfonds KLM Derde kwartaal 2015-1 juli 2015 t/m 30 september 2015

Kwartaalbericht Algemeen Pensioenfonds KLM Derde kwartaal 2015-1 juli 2015 t/m 30 september 2015 Kwartaalbericht Algemeen Pensioenfonds KLM Derde kwartaal 2015-1 juli 2015 t/m 30 september 2015 De maandelijkse nominale dekkingsgraad ultimo september is gedaald ten opzichte van eind juni; De beleidsdekkingsgraad

Nadere informatie

ABN AMRO. verzekeringen. Marktontwikkelingen & vooruitzichten. Portefeuilleverdeling & fondsselectie. Rendement. Profielfonds 3. Tweede kwartaal 2012

ABN AMRO. verzekeringen. Marktontwikkelingen & vooruitzichten. Portefeuilleverdeling & fondsselectie. Rendement. Profielfonds 3. Tweede kwartaal 2012 ABN AMRO verzekeringen Profielfonds 3 Tweede kwartaal 2012 Marktontwikkelingen & vooruitzichten Volgens recente signalen vertoont de mondiale economie tekenen van verzwakking. Tegelijkertijd nemen de risico

Nadere informatie

Marktwaarde van de pensioenverplichtingen in het derde kwartaal gestegen van 16.893 miljoen naar 17.810 miljoen ( 15.008 miljoen ultimo Q4 2013).

Marktwaarde van de pensioenverplichtingen in het derde kwartaal gestegen van 16.893 miljoen naar 17.810 miljoen ( 15.008 miljoen ultimo Q4 2013). Kwartaalbericht 2014 Samenvatting Marktwaardedekkingsgraad per 30 september 2014 130,4%, een toename van 0,9%-punt ten opzichte van 30 juni 2014. Over de eerste negen maanden steeg de marktwaardedekkingsgraad

Nadere informatie

2013 in het kort SAMENVATTING VAN HET JAARVERSLAG

2013 in het kort SAMENVATTING VAN HET JAARVERSLAG 2013 in het kort SAMENVATTING VAN HET JAARVERSLAG 1 Toelichting op het jaarverslag In het Jaarverslag 2013 legt het pensioenfonds uitgebreid verantwoording af over de ontwikkelingen, besluiten en gebeurtenissen

Nadere informatie

Risico s en kenmerken van beleggen

Risico s en kenmerken van beleggen Risico s en kenmerken van beleggen 1. Risico s en kenmerken in het algemeen Beleggen brengt risico s met zich mee. Vaak geldt: hoe hoger het verwachte rendement, hoe meer risico s. Ook geldt dat in het

Nadere informatie

NN First Class Balanced Return Fund

NN First Class Balanced Return Fund NN First Class Balanced Return Fund Alle Fonds onder de loep cijfers zijn per 31/03/015 Het NN First Class Balanced Return Fonds won in het eerste kwartaal 8,9% Zeer sterke performances van aandelen en

Nadere informatie

Aanpassing Prospectussen Aegon, AEAM en Aegon Paraplu 1 Funds Per 1 augustus 2016

Aanpassing Prospectussen Aegon, AEAM en Aegon Paraplu 1 Funds Per 1 augustus 2016 Aanpassing Prospectussen Aegon, AEAM en Aegon Paraplu 1 Funds Per 1 augustus 2016 Per 1 augustus 2016 voert de beheerder van de Aegon Funds, de AEAM Funds en de Aegon Paraplu 1 Funds, Aegon Investment

Nadere informatie

Interpolis Obligaties 4e kwartaal 2013

Interpolis Obligaties 4e kwartaal 2013 Interpolis Obligaties 4e kwartaal 2013 Gedurende het slotkwartaal van 2013 heeft de ECB ervoor gekozen om het monetaire beleid verder te verruimen. De reden hiervoor was onder meer een verrassend lage

Nadere informatie

Oktober 2015. Macro & Markten. 1. Rente en conjunctuur :

Oktober 2015. Macro & Markten. 1. Rente en conjunctuur : Oktober 2015 Macro & Markten 1. Rente en conjunctuur : VS Zoals al aangegeven in ons vorig bulletin heeft de Amerikaanse centrale bank FED de beleidsrente niet verhoogd. Maar goed ook, want naderhand werden

Nadere informatie

Kwartaalbericht. 4e kwartaal 2014 Den Haag, 30 januari 2015. Samenvatting cijfers per 31 december 2014

Kwartaalbericht. 4e kwartaal 2014 Den Haag, 30 januari 2015. Samenvatting cijfers per 31 december 2014 Kwartaalbericht 4e kwartaal 2014 Den Haag, 30 januari 2015 Samenvatting cijfers per 31 december 2014 Dekkingsgraad: 111,5% Beleidsdekkingsgraad: 112,6% Belegd vermogen: 19,6 miljard Rendement 2014: 27,6%

Nadere informatie

Persbericht. Kwartaalbericht: vierde kwartaal 2011

Persbericht. Kwartaalbericht: vierde kwartaal 2011 Persbericht Kwartaalbericht: vierde kwartaal 2011 Hoofdpunten: Dekkingsgraad van 94% is te laag: aanvullende maatregelen nodig Beschikbaar vermogen stijgt met ruim 11 miljard Door gedaalde rente nemen

Nadere informatie

ABN AMRO. verzekeringen. Marktontwikkelingen & vooruitzichten. Portefeuilleverdeling & fondsselectie. Rendement. Profielfonds 1. Derde kwartaal 2012

ABN AMRO. verzekeringen. Marktontwikkelingen & vooruitzichten. Portefeuilleverdeling & fondsselectie. Rendement. Profielfonds 1. Derde kwartaal 2012 ABN AMRO verzekeringen Profielfonds 1 Derde kwartaal 2012 Marktontwikkelingen & vooruitzichten De plannen van de ECB hebben hun uitwerking op de financiële markten niet gemist. De rente op de obligatiemarkten

Nadere informatie

In deze nieuwsbrief willen wij u graag informeren over onze visie op obligaties en dan in het bijzonder op bedrijfsobligaties.

In deze nieuwsbrief willen wij u graag informeren over onze visie op obligaties en dan in het bijzonder op bedrijfsobligaties. Nieuwsbrief Vooruitzichten obligaties In deze nieuwsbrief willen wij u graag informeren over onze visie op obligaties en dan in het bijzonder op bedrijfsobligaties. Sinds begin dit jaar zijn obligaties

Nadere informatie

Presentatie ALV 2015 IBEV. Volendam, 29 april 2015

Presentatie ALV 2015 IBEV. Volendam, 29 april 2015 Presentatie ALV 2015 IBEV Volendam, 29 april 2015 Wie is Care IS? 2009 2011 2013 2014 2015 Begonnen omdat vermogensbeheer beter kon en moest Geen kick backs, 100% transparant, vermogensbehoud Verhuizing

Nadere informatie

Interpolis Obligaties 4e kwartaal 2012

Interpolis Obligaties 4e kwartaal 2012 Interpolis Obligaties 4e kwartaal 2012 Op de financiële markten keerde de rust enigszins terug in het vierde kwartaal. In de VS hield de zogenoemde fiscal cliff de beleggers nog wel geruime tijd in haar

Nadere informatie

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE > Retouradres Postbus 90801 2509 LV Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22XA Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4

Nadere informatie

QE in de eurozone: bezit van de zaak, einde van het vermaak?

QE in de eurozone: bezit van de zaak, einde van het vermaak? QE in de eurozone: bezit van de zaak, einde van het vermaak? Komt er QE in de eurozone? Sinds enige maanden wordt er op de financiële markten gezinspeeld op het opkopen van staatsobligaties door de Europese

Nadere informatie

Ontwikkelingen in 2012

Ontwikkelingen in 2012 1 Jaarbericht 2012 Ontwikkelingen in 2012 2012 was, in alle opzichten, weer een bewogen jaar. We kregen onder meer te maken met hectische ontwikkelingen op de financiële markten, met veranderingen in de

Nadere informatie

Beleggingrisico s. Rendement en risico

Beleggingrisico s. Rendement en risico Beleggingsrisico s Beleggingrisico s Onderstaand tref je de omschrijving aan van de belangrijkste beleggingsrisico s die samenhangen met jouw keuze voor een portefeuilleprofiel. Je neemt een belangrijke

Nadere informatie

Achmea life cycle beleggingen in beeld

Achmea life cycle beleggingen in beeld Achmea life cycle beleggingen in beeld Scheiden. Uw pensioengeld in vertrouwde handen Wat betekent dat voor uw ouderdomspensioen? Achmea life cycle beleggingen in beeld Voor het beleggen van pensioen bent

Nadere informatie

Marktwaarde van de pensioenverplichtingen in het tweede kwartaal gestegen van 15.941 miljoen naar 16.893 miljoen ( 15.008 miljoen ultimo Q4 2013).

Marktwaarde van de pensioenverplichtingen in het tweede kwartaal gestegen van 15.941 miljoen naar 16.893 miljoen ( 15.008 miljoen ultimo Q4 2013). Kwartaalbericht 2014 Samenvatting Marktwaardedekkingsgraad per 30 juni 2014 129,5%, een toename van 0,9%-punt ten opzichte van 31 maart 2014. Over de eerste zes maanden steeg de marktwaardedekkingsgraad

Nadere informatie

Michiel Verbeek, januari 2013

Michiel Verbeek, januari 2013 Michiel Verbeek, januari 2013 1 2 Eens of oneens? De bankiers zijn schuldig aan de kredietcrisis. De huidige economische crisis is het gevolg van de kredietcrisis van 2008. Als een beurshandelaar voor

Nadere informatie

B E L E G G I 2N G S V 0E R S L A 0G. P r e p e n s i o n e r i n g s r e g e l i n g. P r e p e n s i o n e r i n g s r e g e l i n g

B E L E G G I 2N G S V 0E R S L A 0G. P r e p e n s i o n e r i n g s r e g e l i n g. P r e p e n s i o n e r i n g s r e g e l i n g P r e p e n s i o n e r i n g s r e g e l i n g P H I L I P S P E N S I O E N F O N D S B E L E G G I 2N G S V 0E R S L A 0G 7 P r e p e n s i o n e r i n g s r e g e l i n g I n f o r m a t i e o v e

Nadere informatie

Stichting Pensioenfonds Ballast Nedam Deelnemersvergadering

Stichting Pensioenfonds Ballast Nedam Deelnemersvergadering Stichting Pensioenfonds Ballast Nedam Deelnemersvergadering Arthur van der Wal Matthijs Claessens 30 september 2010 www.ingim.com Agenda Huidig mandaat bij ING IM Performance, beleid en vooruitzichten

Nadere informatie

Kwartaalbericht. 2e kwartaal 2015 Den Haag, 14 juli 2015. Samenvatting cijfers per 30 juni 2015

Kwartaalbericht. 2e kwartaal 2015 Den Haag, 14 juli 2015. Samenvatting cijfers per 30 juni 2015 Kwartaalbericht 2e kwartaal 2015 Den Haag, 14 juli 2015 Samenvatting cijfers per 30 juni 2015 Dekkingsgraad (UFR): 108,3% Beleidsdekkingsgraad: 110,0% Belegd vermogen: 19,6 miljard Rendement 2015 1 e halfjaar:

Nadere informatie

Sterke toename van beleggingen in Duits en Frans schuldpapier. Grafiek 1 - Nederlandse aankopen buitenlandse effecten

Sterke toename van beleggingen in Duits en Frans schuldpapier. Grafiek 1 - Nederlandse aankopen buitenlandse effecten Sterke toename van beleggingen in Duits en Frans schuldpapier Nederlandse beleggers hebben in 21 per saldo voor bijna EUR 12 miljard buitenlandse effecten verkocht. Voor EUR 1 miljard betrof dit buitenlands

Nadere informatie

Persbericht ABP, eerste halfjaar 2008

Persbericht ABP, eerste halfjaar 2008 Persbericht ABP, eerste halfjaar 2008 Hoofdpunten Rendement over eerste helft 2008 is 5,1%. De dekkingsgraad is medio 2008 uitgekomen op 132%. De kredietcrisis eist zijn tol. Vooral aandelen en onroerend

Nadere informatie

Aanwezig: - Wilgenhaege Fondsen Management B.V. vertegenwoordigd door de heer R.G.A. Steenvoorden en de heer R.L. Voskamp.

Aanwezig: - Wilgenhaege Fondsen Management B.V. vertegenwoordigd door de heer R.G.A. Steenvoorden en de heer R.L. Voskamp. NOTULEN van de jaarlijkse algemene vergadering van Participanten van Steady Growth Fund, gevestigd en kantoorhoudende te Polarisavenue 97, 2132 JH Hoofddorp (de vennootschap) gehouden te Hoofddorp op 28

Nadere informatie

Beleggingsstatuut ten behoeve van R.K. parochies binnen het Bisdom van s-hertogenbosch

Beleggingsstatuut ten behoeve van R.K. parochies binnen het Bisdom van s-hertogenbosch Versie 2012/PB/WM/002 Beleggingsstatuut ten behoeve van R.K. parochies binnen het Bisdom van s-hertogenbosch Februari 2013 (eerste versie: november 2010) Inleiding In de afgelopen jaren zijn de opbrengsten

Nadere informatie

Essentiële Beleggersinformatie

Essentiële Beleggersinformatie Essentiële Beleggersinformatie Dit document verschaft u essentiële beleggersinformatie aangaande dit fonds. Het is geen marketingmateriaal. De verstrekte informatie is bij wet voorgeschreven en is bedoeld

Nadere informatie

POPULAIR JAARVERSLAG 2013

POPULAIR JAARVERSLAG 2013 POPULAIR JAARVERSLAG 2013 2 Het herstel van onze financiële positie blijft absolute topprioriteit. Twee gezichten Het jaar 2013, maar ook 2014 dat nog grotendeels voor ons ligt, kent twee gezichten. Enerzijds

Nadere informatie

2012 in het kort TOELICHTING OP HET JAARVERSLAG

2012 in het kort TOELICHTING OP HET JAARVERSLAG 2012 in het kort TOELICHTING OP HET JAARVERSLAG 1 Toelichting op het jaarverslag In het Jaarverslag 2012 legt het pensioenfonds uitgebreid verantwoording af over de ontwikkelingen, besluiten en gebeurtenissen

Nadere informatie

Risico pariteit -1- 1 Aandelen Wereldwijd Ontwikkelde Markten - MSCI World Index MSCI Daily Net TR World Euro, Aandelen Wereldwijd

Risico pariteit -1- 1 Aandelen Wereldwijd Ontwikkelde Markten - MSCI World Index MSCI Daily Net TR World Euro, Aandelen Wereldwijd Risico pariteit Risico pariteit is een techniek die wordt ingezet om de risico s in een beleggingsportefeuille te reduceren. Sinds 2008 heeft risico pariteit om drie redenen veel aandacht gekregen: 1.

Nadere informatie

Flexibel Spaarpensioen Stichting GE Pensioenfonds

Flexibel Spaarpensioen Stichting GE Pensioenfonds Worksheet A Factsheets Fondsen Flexibel Spaarpensioen Stichting GE Pensioenfonds Datum: ultimo juni 2009 In het kader van het Flexibel Spaarpensioen zijn door uw pensioenfonds 8 fondsen geselecteerd, waarin

Nadere informatie

Beleggingsbeginselen

Beleggingsbeginselen Beleggingsbeginselen Stichting Pensioenfonds voor de Architectenbureaus Versie april 2015 Deze Verklaring beleggingsbeginselen maakt onderdeel uit van het beleggingsbeleid van het pensioenfonds en is aangepast

Nadere informatie

NN First Class Return Fund

NN First Class Return Fund NN First Class Return Fund Fonds onder de loep Alle cijfers zijn per 30/06/015 Het NN First Class Return Fund leverde in het tweede kwartaal 1,7% in De wereldeconomie vertraagde sterk, aandelen begonnen

Nadere informatie

Jaar. Samenvatting 2014 / 2015

Jaar. Samenvatting 2014 / 2015 Stichting Contractspelersfonds KNVB Jaar verslag Samenvatting 2014 / 2015 Binnenkort de CFK- app Het boekjaar 2014/2015 Het CFK biedt je de gelegenheid om je na je voetballoopbaan in alle rust voor te

Nadere informatie

De financiële situatie van Pensioenfonds UWV vanaf 31 augustus 2014

De financiële situatie van Pensioenfonds UWV vanaf 31 augustus 2014 De financiële situatie van Pensioenfonds UWV vanaf 31 ustus 2014 Op 31 ustus 2014 liep het kortetermijnherstelplan van Pensioenfonds UWV af. Tegen de verwachting in heeft het pensioenfonds de pensioenen

Nadere informatie

Care IS klantbijeenkomst. Hotel Van der Valk 2015

Care IS klantbijeenkomst. Hotel Van der Valk 2015 Care IS klantbijeenkomst Hotel Van der Valk 2015 Welkom Wij heten u van harte welkom in Van der Valk Hotel 2 Programma 19.00 uur Ontvangst 19.30 uur Opening 19.40 uur Presentatie rente 20.00 uur Korte

Nadere informatie

Jaarbericht ABC 2013

Jaarbericht ABC 2013 Jaarbericht ABC 2013 Terugblik De wereldeconomie maakte zich in 2013 op voor de tweede fase van groeiherstel na de crisis van 2008-2010. De groei van de wereldeconomie bedroeg over 2013 circa 3%, vergelijkbaar

Nadere informatie

Beleggingsthema s 2016. What a difference a day makes (1975), Dinah Washington

Beleggingsthema s 2016. What a difference a day makes (1975), Dinah Washington Beleggingsthema s 2016 What a difference a day makes (1975), Dinah Washington Inleiding De dagen die in 2015 het verschil maakten, zijn de dagen waarop centrale bankiers uitspraken deden, what a difference

Nadere informatie

ABN AMRO. verzekeringen. Marktontwikkelingen & vooruitzichten. Portefeuilleverdeling & fondsselectie. Rendement. Profielfonds 5. Derde kwartaal 2012

ABN AMRO. verzekeringen. Marktontwikkelingen & vooruitzichten. Portefeuilleverdeling & fondsselectie. Rendement. Profielfonds 5. Derde kwartaal 2012 ABN AMRO verzekeringen Profielfonds 5 Derde kwartaal 2012 Marktontwikkelingen & vooruitzichten De plannen van de ECB hebben hun uitwerking op de financiële markten niet gemist. De rente op de obligatiemarkten

Nadere informatie

Vraag en antwoord: waarom beleggen in staatsobligaties?

Vraag en antwoord: waarom beleggen in staatsobligaties? ING Investment Office Publicatiedatum: 13 maart 2014 Vraag en antwoord: waarom beleggen in staatsobligaties? In onze beleggingsvisie op 2014 ( Visie 2014: minder crisis, meer groei ) kunt u lezen dat we

Nadere informatie

55129 (09-13) Productinformatie ASR VermogenBelegd

55129 (09-13) Productinformatie ASR VermogenBelegd 55129 (09-13) Productinformatie ASR VermogenBelegd Wat is ASR VermogenBelegd? Welk risico loopt u met dit product? Unieke kenmerken? Welke informatie staat waar? Koopsom of periodieke inleg? Wat krijgt

Nadere informatie

Op zoek naar rendement? Zoek niet langer

Op zoek naar rendement? Zoek niet langer Op zoek naar rendement? Zoek niet langer High-yield en opkomende markten Juni 2014 Uitsluitend voor professionele beleggers De rente op staatsobligaties blijft nog lang laag. In het nauw gedreven door

Nadere informatie

ABN AMRO Basic Funds N.V. Jaarrekening 2013

ABN AMRO Basic Funds N.V. Jaarrekening 2013 Jaarrekening 2013 Pagina 1 van 12 INHOUD Pagina Directieverslag 3 Balans per 31 december 2013 4 Winst- en verliesrekening 2013 5 Toelichting algemeen 6 Toelichting op de balans per 31 december 2013 8 Toelichting

Nadere informatie

HALFJAARBERICHT 2015 BNG VERMOGENSBEHEER B.V.

HALFJAARBERICHT 2015 BNG VERMOGENSBEHEER B.V. HALFJAARBERICHT 2015 BNG VERMOGENSBEHEER B.V. Inhoud 1 Profiel 1 2 Directieverslag 2 2.1 Beheerd vermogen 2 2.2 Financieel resultaat 2 2.3 Financiële markten 2 2.4 Personeel en organisatie 2 3 Financiële

Nadere informatie

Treasury- en beleggingsstatuut

Treasury- en beleggingsstatuut Treasury- en beleggingsstatuut It Fryske Gea It Fryske Gea heeft als doel: bescherming, behoud en ontwikkeling van natuur en landschap en de bescherming van cultuurhistorische waarden in Fryslân. De vereniging

Nadere informatie

Beleggingsbeleid Ardanta Risicobewustzijn Doelstellingen Beleggingsbeleid

Beleggingsbeleid Ardanta Risicobewustzijn Doelstellingen Beleggingsbeleid Beleggingsbeleid Ardanta Het beleggingsbeleid van Ardanta is uitbesteed aan de afdeling Financial Markets van ASR Nederland. Jaarlijks stellen wij het beleid in samenspraak met deze afdeling vast, waarna

Nadere informatie

Huishoudens bouwen hun effectenportefeuille af

Huishoudens bouwen hun effectenportefeuille af Huishoudens bouwen hun effectenportefeuille af Inleiding Door de opkomst van moderne informatie- en communicatietechnologieën is het voor huishoudens eenvoudiger en goedkoper geworden om de vrije besparingen,

Nadere informatie

Risicoprofielen voor Vermogensbeheer A la Carte

Risicoprofielen voor Vermogensbeheer A la Carte Risicoprofielen voor Vermogensbeheer A la Carte Inleiding Onze risicoprofielen 1. Wat is een risicoprofiel? 2. Wat zijn vermogenscategorieën? 3. Welke risicoprofielen gebruiken wij? Uw risicoprofiel 4.

Nadere informatie

Einddatumgericht Beleggen

Einddatumgericht Beleggen Allianz Nederland Levensverzekering N.V. Einddatumgericht Beleggen Een goede balans tussen rendement en risico Einddatumgericht Beleggen Bouwen aan een goed pensioen betekent voor u een afweging maken

Nadere informatie

Interpolis Obligaties 3e kwartaal 2012

Interpolis Obligaties 3e kwartaal 2012 Interpolis Obligaties 3e kwartaal 2012 De obligatiemarkten werden in het derde kwartaal vooral beïnvloed door de ingrepen van de Europese Centrale Bank (ECB). Aan het begin van het kwartaal bleven aanvankelijk

Nadere informatie

Generali Beleggingsmogelijkheden Pensioen

Generali Beleggingsmogelijkheden Pensioen 1. Algemene informatie over dit document Waarom krijgt u dit document U krijgt deze informatie omdat u via uw werkgever deelneemt aan een pensioenregeling bij Generali. In uw pensioenregeling staat hoe

Nadere informatie

Informatie beleggingsfondsen per 30 juni 2015

Informatie beleggingsfondsen per 30 juni 2015 Levensloop Rendement Informatie beleggingsfondsen per 30 juni 2015 Productomschrijving Met Levensloop wordt geld gereserveerd waarmee in de toekomst (tussentijds) verlof kan worden gefinancierd. Door Loyalis

Nadere informatie

Strategy-prospectussen dd. 5 februari 2015 van:

Strategy-prospectussen dd. 5 februari 2015 van: Strategy-prospectussen dd. 5 februari 2015 van: O&E Fixed Income Strategy (pagina 2) O&E Fixed Income Strategy Multi Asset (pagina 5) O&E Global Equity Strategy (pagina 8) O&E Hedge Fund Strategy (pagina

Nadere informatie

Toelichting beleggingsbeleid Triodos Bank Private Banking

Toelichting beleggingsbeleid Triodos Bank Private Banking Toelichting beleggingsbeleid Triodos Bank Private Banking Heeft u vragen? Neemt u dan telefonisch contact op met Triodos Bank Private Banking via 030 693 65 05. Of stuur een e-mail naar private.banking@triodos.nl.

Nadere informatie

Informatie over beleggingen in de prepensioneringsregeling

Informatie over beleggingen in de prepensioneringsregeling Informatie over beleggingen in de prepensioneringsregeling Heeft u vragen over dit beleggingsverslag of over de prepensioneringsregeling? Neemt u dan gerust contact op met onze Klantenservice. De contactgegevens

Nadere informatie

Jaarlijks gemiddeld Cumulatief vanaf 1970 2008 Q2 2008 Q1 2008 Q4 2007 Q3 2007 Q2 2007 Dekkingsgraad (kwartaalultimo) 143% 137% 148% 153% 153%

Jaarlijks gemiddeld Cumulatief vanaf 1970 2008 Q2 2008 Q1 2008 Q4 2007 Q3 2007 Q2 2007 Dekkingsgraad (kwartaalultimo) 143% 137% 148% 153% 153% Kwartaalbericht 2e kwartaal 2008 Dekkingsgraad op 143% Rendement 0,2% in tweede kwartaal Belegd vermogen 86,3 miljard Klein positief resultaat in moeilijke markt In het tweede kwartaal is een totaalrendement

Nadere informatie

Halfjaarcijfers per 30 juni 2010

Halfjaarcijfers per 30 juni 2010 W:\370 FI(financien)\396 begroting - jaarrekening\2011\jr - SBONF\2011 halfjaarcijfers SBONF\2010 halfjrcijfers SBONF.doc Halfjaarcijfers per 30 juni 2010 STICHTING BEHEER OIKOCREDIT NEDERLAND FONDS INHOUDSOPGAVE

Nadere informatie

Beleggingen institutionele beleggers in 2004 met 8,1 procent omhoog

Beleggingen institutionele beleggers in 2004 met 8,1 procent omhoog Publicatiedatum CBS-website Centraal Bureau voor de Statistiek 9 december 25 Beleggingen institutionele beleggers in 24 met 8,1 procent omhoog drs. J.L. Gebraad Centraal Bureau voor de Statistiek, Voorburg/Heerlen,

Nadere informatie

FEB/2011 MAAND. Rapportage Vermogensbeheer. Stichting Pensioenfonds Productschappen

FEB/2011 MAAND. Rapportage Vermogensbeheer. Stichting Pensioenfonds Productschappen FEB/2011 MAAND Rapportage Vermogensbeheer Stichting Pensioenfonds Productschappen Inhoudsopgave Inleiding... 2 1. Kerncijfers... 3 1.1. Dekkingsgraad... 3 1.2. Rendement... 4 1.3. Vermogensmutaties...

Nadere informatie

Het 1 e kwartaal van 2015.

Het 1 e kwartaal van 2015. 1 Het 1 e kwartaal van 2015. Achteraf bezien was het eerste kwartaal van 2015, vooral in Europa, uiterst vriendelijk voor beleggers. Hoewel door Invest4You, ondanks de jubelverhalen in de pers een zekere

Nadere informatie

High Risk. Equity Interest Other. ING Metal Index Note

High Risk. Equity Interest Other. ING Metal Index Note High Risk Equity Interest Other ING Metal Index Note 175% participatie in de mogelijke stijging van een metalen-index 60% garantie van de nominale waarde op einddatum Maximum aflossing: 187,50% van de

Nadere informatie

Informatie beleggingsfondsen per 31 december 2015

Informatie beleggingsfondsen per 31 december 2015 Levensloop Rendement Bouw Informatie beleggingsfondsen per 31 december 2015 Productomschrijving Met Levensloop wordt geld gereserveerd waarmee in de toekomst (tussentijds) verlof kan worden gefinancierd.

Nadere informatie

Update juli 2014 Beleggen

Update juli 2014 Beleggen Update juli 2014 Beleggen Waar is de Europese Centrale Bank (ECB) mee bezig? Op 5 juni heeft de Europese Centrale Bank (vanaf nu afgekort naar ECB) opnieuw drastische maatregelen aangekondigd. De rente

Nadere informatie

HOLLAND IMMO GROUP BEHEER B.V. TE EINDHOVEN. Halfjaarcijfers per 30 juni 2014. Geen accountantscontrole toegepast

HOLLAND IMMO GROUP BEHEER B.V. TE EINDHOVEN. Halfjaarcijfers per 30 juni 2014. Geen accountantscontrole toegepast HOLLAND IMMO GROUP BEHEER B.V. TE EINDHOVEN Halfjaarcijfers per 30 juni 2014 Balans per 30 juni 2014 Vóór resultaatbestemming ACTIVA 30 juni 2014 31 december 2013 Vlottende activa Handelsdebiteuren 1.624

Nadere informatie

NN First Class Return Fund

NN First Class Return Fund NN First Class Return Fund Fonds onder de loep Alle cijfers zijn per 30/09/015 Het NN First Class Return Fund verloor in het derde kwartaal 9,6% Het kwartaal werd gekenmerkt door winstnemingen na een positieve

Nadere informatie

Obligaties 4-4-2014. Algemeen economisch:

Obligaties 4-4-2014. Algemeen economisch: Obligaties 4-4-2014 Algemeen economisch: Over de afgelopen maanden zet de bestaande trend zich door. De rente blijft per saldo onder druk, ondanks een tijdelijke hobbel na de start van het afbouwen van

Nadere informatie

Go with the flow. 2 April 2015

Go with the flow. 2 April 2015 2 April 2015 Go with the flow De financiële markten hebben een bewogen 1 e kwartaal achter de rug. Met name Centrale Bank acties hebben grote geldstromen ( flows ) op gang gebracht die tot sterke marktbewegingen

Nadere informatie

Beleggingsverslag. Prepensioneringsregeling. Informatie over beleggingen in de prepensioneringsregeling

Beleggingsverslag. Prepensioneringsregeling. Informatie over beleggingen in de prepensioneringsregeling Beleggingsverslag Prepensioneringsregeling Informatie over beleggingen in de prepensioneringsregeling Heeft u vragen over dit beleggingsverslag of over de prepensioneringsregeling? Neemt u dan gerust contact

Nadere informatie

Oerend hard. 16 juni 2015

Oerend hard. 16 juni 2015 16 juni 2015 Oerend hard De laatste weken is de obligatierente in Europa en de VS hard op weg naar normaal. De lage rentegevoeligheid van de portefeuilles heeft de verliezen van obligaties beperkt gehouden

Nadere informatie

De Dynamische Strategie Portefeuille DSP

De Dynamische Strategie Portefeuille DSP De Dynamische Strategie Portefeuille DSP Onderdeel van het beleggingsbeleid van Pensioenfonds UWV 1 Inhoudsopgave Waarom beleggen? 4 Beleggen is niet zonder risico s 4 Strategische beleggingsportefeuille

Nadere informatie

Prospectus CFK - Hoofdpool 8 februari 2011

Prospectus CFK - Hoofdpool 8 februari 2011 1. Belangrijke informatie Stichting Contractspelersfonds KNVB ( CFK ) is opgericht met als doelstelling profvoetballers in staat te stellen om na afloop van hun voetbalcarrière een nieuwe maatschappelijke

Nadere informatie

DutchInvestor.com [PENSIOENFONDSEN EN INFLATIEBELEGGINGEN: EEN OVERZICHT]

DutchInvestor.com [PENSIOENFONDSEN EN INFLATIEBELEGGINGEN: EEN OVERZICHT] Pensioenfondsen en inflatiebeleggingen: een overzicht Door Stefan Ormel, Directeur Vastrentende Waarden bij First Investments Stefan Ormel (1977) heeft jarenlange ervaring in het beheren van integrale

Nadere informatie

Uitgewerkt beleggingsbeleid Vastgoed Fundament Fonds NV

Uitgewerkt beleggingsbeleid Vastgoed Fundament Fonds NV Uitgewerkt beleggingsbeleid Vastgoed Fundament Fonds NV In het Prospectus wordt u geïnformeerd over beleggen in Vastgoed Fundament Fonds N.V. (het Fonds). Het Fonds is op 10 september 2008 omgevormd tot

Nadere informatie

Blijvende onrust op de beurs: hoe nu verder?

Blijvende onrust op de beurs: hoe nu verder? Blijvende onrust op de beurs: hoe nu verder? Zoals u waarschijnlijk weet, is de beurs nog steeds bijzonder nerveus en vooral negatief. De directe aanleiding is de tegenvallende groei in China waar wij

Nadere informatie

HOLLAND IMMO GROUP INSINGER DE BEAUFORT BEHEER B.V. TE EINDHOVEN. Halfjaarcijfers per 30 juni 2014. Geen accountantscontrole toegepast

HOLLAND IMMO GROUP INSINGER DE BEAUFORT BEHEER B.V. TE EINDHOVEN. Halfjaarcijfers per 30 juni 2014. Geen accountantscontrole toegepast HOLLAND IMMO GROUP INSINGER DE BEAUFORT BEHEER B.V. TE EINDHOVEN Halfjaarcijfers per 30 juni 2014 Balans per 30 juni 2014 Vóór resultaatbestemming ACTIVA 30 juni 2014 31 december 2013 Vlottende activa

Nadere informatie