Een flexibel en efficiënt ontwerp van LDI-strategieën. gegeven de nieuwe EMIR richtlijnen 1

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Een flexibel en efficiënt ontwerp van LDI-strategieën. gegeven de nieuwe EMIR richtlijnen 1"

Transcriptie

1 Een flexibel en efficiënt ontwerp van LDI-strategieën gegeven de nieuwe EMIR richtlijnen 1 Drs. Dr. Ir. David van Bragt RBA Senior Consultant Investment Solutions, Aegon Asset Management Drs. Martin Bottenberg RBA CQF Senior Portfolio Manager Fixed Income, Aegon Asset Management Samenvatting Een belangrijke ontwikkeling binnen de nieuwe EMIR regelgeving is de verplichting om transacties in over-the-counter (OTC) derivaten te gaan clearen via een clearing house. Naar verwachting gaat deze verplichting begin 2015 in voor renteswapcontracten. Clearing houses zullen een initieel onderpand gaan vragen voor deze derivaten om de tegenpartijrisico s te mitigeren. Dit heeft een grote impact op liability-driven investing (LDI) strategieën. Deze strategieën maken immers veelvuldig gebruik van renteswaps om de rentegevoeligheid van beleggingsportefeuilles bij te sturen. In dit artikel geven we aan hoe LDI strategieën op een flexibele en efficiënte wijze kunnen omgaan met deze nieuwe onderpandvereisten vanuit EMIR. Correspondentiegegevens: David van Bragt Aegon Asset Management Aegonplein 50 Postbus CE Den Haag Telefoon: +31 (0) Dit artikel is geschreven op persoonlijke titel van de auteurs en reflecteert niet noodzakelijk de zienswijze van Aegon, Aegon Nederland of Aegon Asset Management. Een verkorte versie van dit artikel is in het najaar van 2014 gepubliceerd in het VBA Journaal. Wij willen twee referees van het VBA Journaal bedanken voor hun opmerkingen bij eerdere versies van dit artikel.

2 Ontwikkelingen binnen EMIR De financiële crisis in 2008 heeft er onder andere toe geleid dat de G-20 in september 2009 afspraken heeft gemaakt om de over-the-counter (OTC) derivatenmarkt transparanter en robuuster te maken. Voor de Europese Unie zijn de G-20 maatregelen door de Europese Commissie geformaliseerd in de European Market Infrastructure Regulation (EMIR). EMIR is sinds 16 augustus 2012 van kracht. De implementatie van EMIR vindt echter gefaseerd plaats door de Europese autoriteiten. 2 De regelgever streeft met EMIR naar een stabielere markt en meer transparantie in OTC derivatenmarkten. Een belangrijke maatregel is de verplichte clearing van OTC derivatentransacties. Clearing vindt plaats via een zogenaamde clearing house. Dit is een organisatie die het risico van de naleving van de OTC derivatentransactie overneemt van de partijen die bij de OTC transactie betrokken zijn (Grootveld en Zebregs, 2011). Omdat de markt voor rentederivaten en credit default swaps een behoorlijke omvang heeft, dienen nieuwe transacties in deze instrumenten naar verwachting al vanaf de eerste helft van 2015 verplicht centraal gecleard te worden. Uiteindelijk zal centrale clearing waarschijnlijk voor alle gestandaardiseerde OTC derivaten verplicht worden. Om clearing mogelijk te maken zijn overeenkomsten nodig met instellingen die zijn aangesloten bij de centrale clearing houses, zgn. clearing members. De nieuwe regelgeving verplicht tegenpartijen van derivaten (bijvoorbeeld vermogensbeheerders) concreet om: 1. Bepaalde OTC derivaten centraal te laten clearen via een toegelaten clearing house; 2. Alle gecontracteerde derivaten (zowel OTC als beursgenoteerde derivaten) te rapporteren; 3. Risicomitigerende technieken toe te passen met betrekking tot OTC derivaten die niet centraal gecleard worden. De onder 1 genoemde clearplicht geldt overigens alleen tussen bepaalde, in de EMIR regelgeving gedefinieerde, tegenpartijen. Zo hoeven pensioenfondsen tot augustus 2015 niet verplicht te clearen. Impact van EMIR op LDI strategieën De impact van EMIR op LDI strategieën is groot als clearing eenmaal verplicht wordt. Voor geclearde transacties moet immers bij elke transactie door beide partijen een initiële marge worden gestort bij het clearing house. Deze verplichting bestaat nu nog niet voor OTC renteswaps. Deze initiële marge heeft een bufferfunctie voor het opvangen van verliezen die voortvloeien uit bijvoorbeeld een faillissement van één van de betrokken partijen. Door de introductie van een initiële marge zal de gebruikte hefboom in LDI strategieën met renteswaps moeten afnemen: per swapcontract zal immers meer onderpand beschikbaar moeten zijn. Als initiële marge worden kasgeld en staatsobligaties van bepaalde landen toegestaan (Europese Centrale Bank, 2013). 2 Voor een actueel overzicht van deze fasering, zie https://www.esma.europa.eu/page/european-market-infrastructure-regulation-emir.

3 In de huidige OTC derivatenmarkt wordt overigens in de praktijk ook al onderpand gestort. Dit is de zogenaamde variatiemarge. Deze marge is minimaal gelijk aan de actuele waarde van het derivaat en wordt beschikbaar gesteld door de partij waarop tegenpartijrisico wordt gelopen. De variatiemarge wordt in de praktijk dagelijks opnieuw bepaald en er is ook dagelijks uitwisseling van onderpand. Onder EMIR moet dit onderpand in de vorm van kasgeld ter beschikking worden gesteld (Europese Centrale Bank, 2013). Het effect van EMIR op het strategische rentebeleid van pensioenfondsen is vooralsnog beperkt omdat deze partijen ontheffing van de clearplicht hebben (in ieder geval tot augustus 2015). Voor andere institutionele partijen (bijv. verzekeraars) zal het effect van EMIR wel eerder zichtbaar worden. Door de lagere hefboom zal voor deze partijen een herallocatie moeten plaatsvinden, in de zin dat meer staatsobligaties als buffer moeten worden toegevoegd aan de LDI strategie. Dit hoeft op totaal balansniveau overigens niet te betekenen dat de mate van renteafdekking noodgedwongen moet worden afgebouwd. Verzekeraars (maar ook pensioenfondsen) hebben in het algemeen namelijk voldoende onderpand (in de vorm van staatsobligaties) beschikbaar op hun balans. Ontwerp van een EMIR-proof LDI fonds: doelstellingen en restricties Het LDI fonds in dit artikel bestaat enerzijds uit een buffer met onderpand en anderzijds uit renteswaps met verschillende looptijden. De buffer bestaat uit (euro) staatsobligaties met een hoge rating (minimaal AA-). De (euro) renteswaps worden toegepast om het rente- en curverisico ten opzichte van de verplichtingen te minimaliseren. De primaire doelstelling van ons LDI fonds is immers om het marktrenterisico te verminderen voor een belegger met langlopende verplichtingen (bijv. een pensioenfonds of levensverzekeraar). 3,4 We werken in het vervolg van dit artikel verder uit hoe ons LDI fonds op een flexibele en efficiënte wijze kan omgaan met de nieuwe onderpandvereisten vanuit EMIR. De uitdaging is om te voorkomen dat teveel belegd vermogen moet worden ingezet voor LDI. Dit kan immers ten koste gaan van de mogelijkheid om rendement te maken met andere beleggingscategorieën. Het is dus van belang om niet onnodig veel onderpand beschikbaar te houden. Tegelijkertijd is het riskant om uitsluitend uit te gaan van het minimaal benodigde onderpand onder EMIR. De onderpandvereisten kunnen immers door de tijd heen variëren, bijvoorbeeld door veranderende marktomstandigheden. Deze onzekerheid kan het wenselijk maken om toch extra onderpand aan te houden. Het vinden van de juiste balans hierbij is niet eenvoudig en vereist een flexibel ontwerp van het LDI fonds. De kwaliteit van ons fondsontwerp zal hierbij worden getoetst aan de hand van de volgende restricties: i. De waarde van het LDI fonds moet minimaal gelijk zijn aan de benodigde initiële marge vanuit EMIR. Bij een onderschrijding van deze grens dient direct bijgestort te worden vanuit de staatsobligatieportefeuilles van de participanten in het LDI fonds. 5 3 Onze aanpak is ook toepasbaar voor partijen die een discretionaire LDI strategie gebruiken (m.a.w. geen fondsbelegging maar een directe belegging in obligaties en rentederivaten). 4 De rentegevoeligheid van de langlopende verplichtingen neemt af indien de verplichtingen worden gewaardeerd en afgedekt op basis van een ultimate forward rate (UFR) curve (Van Bragt en Slagter, 2012). Dit effect is bijvoorbeeld groot voor jonge pensioenfondsen of uitvaartverzekeraars. In dit geval zijn minder participaties nodig in het LDI fonds indien de UFR curve leidend is voor de renteafdekking. 5 Merk op dat we bij deze restrictie geen rekening houden met de eventueel benodigde variatiemarge. In de praktijk zal dit echter geen groot probleem zijn. De portefeuillemanager kan renteswaps met een sterk negatieve waarde (en dus een grote variatiemarge) namelijk

4 ii. iii. We hanteren een maandelijks proces. Concreet betekent dit dat de kans op een intra-maand bijstorting niet groter mag zijn dan 1% (bij ongewijzigde margeverplichtingen). Als deze kans op maandeinde groter is dan 1% moet worden bijgestort. Op maandeinde wordt afgeroomd uit het LDI fonds indien de koers te hoog is. Dit wordt gedaan om te voorkomen dat een te groot gedeelte van de beleggingsportefeuille passief wordt belegd in het LDI fonds. In de praktijk gelden verder aanvullende restricties voor het gehele beleggingsmandaat. Deze restricties worden verder uitgewerkt in Appendix D. Concrete uitwerking De werking van ons LDI fonds wordt in de onderstaande figuur geïllustreerd. Deze figuur geeft aan welke (kritische) grenzen van toepassing zijn voor de koers van het fonds. Op deze wijze kan monitoring van de actuele koers van het fonds plaatsvinden en kan worden ingegrepen indien kritische koersniveaus worden doorbroken. Dit ingrijpen kan op twee verschillende manieren gebeuren: 1. Door geld bij te storten in het LDI fonds (waardoor de hoeveelheid onderpand en de koers stijgen). Dit is noodzakelijk bij lage koersniveaus omdat dan onvoldoende onderpand aanwezig kan zijn (zie restrictie i en ii uit de vorige sectie). 2. Door geld af te romen bij hoge koersniveaus (waardoor de koers daalt). Op deze wijze wordt overtollig onderpand uit het fonds verwijderd, conform restrictie iii uit de vorige sectie. Indien te koers van het fonds te hoog is wordt dus geld afgeroomd (het blauwe gebied). Indien de koers te laag is moet juist worden bijgestort (het oranje en rode gebied). Bijstortingen of afromingen vinden altijd plaats naar de zogenaamde referentiekoers. Hierbij geldt verder dat direct moet worden bijgestort indien de koers in het rode gebied komt. In dit geval is immers onvoldoende onderpand beschikbaar onder EMIR en wordt restrictie i geschonden. Aan het einde van de maand wordt tevens getoetst of de koers in het oranje gebied ligt. Als dit het geval is wordt ook bijgestort, om te voldoen aan restrictie ii. Indien de koers aan het einde van de maand in het groene gebied ligt wordt niet afgeroomd of bijgestort. vervangen door nieuwe swaps met een waarde van 0 (en dus een variatiemarge gelijk aan 0). Tevens wordt in verband met restrictie ii ook al een ruime extra marge aangehouden in het fonds.

5 Figuur 1. Schematische weergave van de grenzen (in eurobedragen) die van toepassing zijn op de koers van het LDI fonds. De kritische grenzen in de bovenstaande figuur zijn gerelateerd aan het renterisico van de renteswaps in het LDI fonds. Dit wordt gedaan omdat het vereiste onderpand onder EMIR in hoge mate afhankelijk is van het renterisico van de renteswaps. We meten het renterisico m.b.v. de zgn. DV01, oftewel de dollar value of 1 basis point, van de renteswaps. De DV01 geeft aan met hoeveel euro de waarde van de swapportefeuille verandert bij een daling van de swaprente met 1 basispunt (0,01%-punt). In dit voorbeeld wordt uitgegaan van een DV01(swaps) van 100. De verschillende grenzen blijven constant (in euro s) totdat de koers een van deze grenzen overschrijdt. Bij een overschrijding worden de nieuwe grenzen (en de nieuwe referentiekoers waarnaar wordt gerebalanced) vastgesteld. Stel bijvoorbeeld dat de koers aan het einde van de maand is gedaald naar In dit geval moet worden bijgestort. Eerst worden echter de nieuwe grenzen en de nieuwe referentiekoers bepaald. Stel dat de DV01 van de swaps ook is gedaald, en wel naar 80. In dit geval hebben we dan de volgende (nieuwe) grenzen: De ondergrens voor intra-maand bijstortingen is 80*50 = De ondergrens voor eindemaand bijstortingen is 80*100 = De referentiekoers is 80*125 = De bovengrens voor eindemaand afromingen is 80*175 = Er vindt in dit geval dus een bijstorting plaats van (van naar de nieuwe referentiekoers van ). Bij een bijstorting of afroming wordt de koers van het LDI fonds dus steeds teruggestuurd naar de referentiekoers. Deze referentiekoers wordt bepaald door de actuele rentegevoeligheid van de renteswaps op het moment van de bijstorting of afroming. Dit betekent dat de relatieve rentegevoeligheid van het LDI fonds (i.e., de duratie) dus steeds wordt teruggestuurd naar een vaste

6 waarde. 6 Dit is een aantrekkelijke eigenschap, omdat op deze wijze de hefboom (via renteswaps) gemiddeld genomen op hetzelfde peil blijft in het LDI fonds. Hierdoor blijft de gemiddelde allocatie naar het LDI fonds in de klantportefeuille op langere termijn ook automatisch op een vergelijkbaar niveau. Dit is van groot praktisch belang, omdat op deze wijze de strategische allocatie naar andere beleggingscategorieën dus niet wordt verstoord door de omvang van het LDI fonds. N.B. De kalibratie van de coëfficiënten van de verschillende grenzen (bijv. 50*DV01(swaps) voor de initiële marge en 125*DV01(swaps) voor de referentieprijs) wordt hier niet verder uitgewerkt. De geïnteresseerde lezer verwijzen we naar Appendix A t/m C voor de technische uitwerking. Deze coëfficiënten kunnen, indien nodig, overigens ook worden aangepast bij wijzigingen in de regelgeving vanuit EMIR of veranderende marktomstandigheden. Historische simulatie In de onderstaande figuur wordt, ter illustratie, het effect van afromen en bijstorten op de koers van het LDI fonds weergegeven. Dit is gedaan m.b.v. een historische simulatie van augustus 2001 t/m januari Indien de koers op maandeinde in het groene gebied ligt vindt geen aanpassing van de koers plaats. In het blauwe gebied wordt afgeroomd; in het oranje gebied wordt aan het einde van de maand bijgestort. Het rode gebied, waarin direct moet worden bijgestort, wordt overigens niet bereikt. Figuur 2. Historische simulatie van de koers van het LDI fonds. Duidelijk zichtbaar is de periodieke aanpassing van de koers door bijstortingen en afromingen. 50,000 45,000 40,000 35,000 30,000 25,000 20,000 15,000 10,000 5,000 0 sep-01 sep-02 sep-03 sep-04 sep-05 sep-06 sep-07 sep-08 sep-09 sep-10 sep-11 sep-12 sep-13 bijstorten (toetsing elke dag) bijstorten (toetsing einde maand) afromen (toetsing einde maand) referentiekoers koers LDI fonds In totaal zijn er in deze historische periode van 149 maanden 12 bijstortingen geweest en 12 afromingen. Ongeveer tweemaal per jaar wordt de koers dus bijgestuurd. Meer in het algemeen is de frequentie van de bijsturing natuurlijk afhankelijk van de volatiliteit en trend van de renteontwikkeling. 6 De duratie van het LDI fonds na het bijsturen is gelijk aan DV01(swaps)*10.000/(125*DV01(swaps)) = 80. Hierbij dienen we de duratie van de obligatiebeleggingen ( 7) nog op te tellen, zodat de totale duratie van het LDI fonds na het bijsturen ongeveer gelijk is aan 87.

7 Indien we deze resultaten beoordelen in het licht van de eerder genoemde restricties kunnen we het volgende concluderen: Restrictie i (er moet altijd voldoende onderpand beschikbaar zijn i.v.m. EMIR): hieraan wordt voldaan, aangezien het rode gebied in deze historische periode nooit wordt bereikt. Restrictie ii (de kans op intra-maand bijstortingen moet kleiner zijn dan 1%): hieraan wordt ook voldaan, aangezien intra-maand in deze historische periode niet is bijgestort. Restrictie iii (bij een te hoge koers moet worden afgeroomd): hieraan wordt ook voldaan, aangezien in deze historische periode regelmatig (12 keer) is afgeroomd. Deze historische test wijst er dus op dat ons LDI fondsontwerp voldoet aan de gestelde criteria. In de volgende sectie testen we ons ontwerp verder aan de hand van een specifiek stressscenario. Analyse stressscenario In de onderstaande figuur tonen we de koers van het LDI fonds indien de rentecurve gaat stijgen. In de eerste 10 maanden stijgt de rentecurve in deze stresstest met 0,1%-punt per maand; in de 4 maanden daarna stijgt de rente veel sneller, namelijk met 0,5%-punt per maand. De totale rentestijging die wordt geabsorbeerd is dus 3,0%-punt. Dit is een typisch stressscenario voor ons LDI fonds, omdat in dit geval de koers van het LDI fonds gaat dalen en de hoeveelheid onderpand zal afnemen. De eerder gestelde restrictie (genoeg onderpand beschikbaar onder EMIR) zal in dit scenario dus eerder worden geraakt. Figuur 3. Simulatie van de koers van het LDI fonds bij een stijgende rente.

8 Merk op dat we de koers van het LDI fonds in deze figuur tweemaal tonen in het geval van een bijstorting (zowel vóór als na de bijstorting). Zie bijvoorbeeld maand 3, 6, 9 en 11 t/m 14. In deze maanden wordt de koers van het LDI fonds teruggestuurd naar de referentiekoers. Deze resultaten laten zien dat het LDI fonds (zeer) grote rentestijgingen goed kan opvangen: er wordt steeds tijdig (en voldoende) bijgestort en het rode gebied (waarbij onvoldoende initiële marge aanwezig is in het fonds) wordt niet bereikt. Ook in dit extreme stressscenario blijft het fondsontwerp dus voldoen aan de eerder gestelde restricties. Conclusies De nieuwe EMIR richtlijnen voor OTC derivaten zullen een grote impact hebben op LDI strategieën die momenteel in de financiële wereld worden gebruikt om renterisico te mitigeren. Door de verplichting om initiële marge te storten voor rentederivaten zal de hefboom van deze strategieën immers significant moeten afnemen. Het is hierbij tevens van groot praktisch belang om niet onnodig veel onderpand beschikbaar te houden. Tegelijkertijd is het riskant om uitsluitend uit te gaan van het minimaal benodigde onderpand onder EMIR. De onderpandvereisten kunnen immers door de tijd heen variëren, bijvoorbeeld door veranderende marktomstandigheden. Deze onzekerheid kan het wenselijk maken om toch extra onderpand aan te houden. Het vinden van de juiste balans hierbij is niet eenvoudig en vereist een flexibele LDI oplossing. Een eenvoudig en robuust LDI fondsontwerp is daarom uitgewerkt in dit artikel. Uit historische analyses en extra stresstests blijkt dat ons LDI ontwerp waarborgt dat voldoende onderpand beschikbaar is onder EMIR. Tegelijkertijd wordt overtollig onderpand, indien mogelijk, afgeroomd om te voorkomen dat de LDI beleggingen de strategische verhoudingen in de gehele beleggingsportefeuille gaan verstoren. Ons LDI ontwerp kan ook eenvoudig worden aangepast in het geval van specifieke wensen of restricties en kan worden gebruikt voor verschillende toepassingen (bijv. pensioenfondsen of levensverzekeraars). Referenties Europese Centrale Bank, 2013, Collateral eligibility requirements: A comparative study across specific frameworks, beschikbaar via David van Bragt en Erica Slagter, Ultimate forward rate: The way forward?, VBA Journaal, jaargang 28, nummer 111, najaar Nicole Grootveld en Bas Zebregs, De impact van een verplicht clearingregime voor OTC-derivaten, VBA Journaal, jaargang 27, nummer 105, voorjaar 2011.

9 Appendix A: Buffer voor onderpandverplichtingen EMIR (restrictie i) De definitieve richtlijnen t.a.v. de benodigde initiële marge zijn nog niet bekend en zullen in de toekomst waarschijnlijk ook afhangen van het gebruikte clearing house. De huidige richtlijnen van clearing houses (bijv. LCH) maken echter duidelijk dat de initiële marge hoogstwaarschijnlijk wordt bepaald op basis van historische swaprentebewegingen. De impact van deze rentebewegingen op de waarde van de swapportefeuille wordt vervolgens geanalyseerd door het clearing house. Een mogelijke aanpak is bijvoorbeeld om te kijken naar de beweging van de rentecurve gedurende een aaneengesloten periode (bijv. 5 of 7 dagen). Deze periode wordt dan beschouwd als een benadering voor de tijd die nodig kan zijn om een nieuw swapcontract af te sluiten indien een van de tegenpartijen wegvalt. Gedurende deze periode wordt marktrisico gelopen. Voor de bepaling van dit marktrisico wordt typisch uitgegaan van het verlies dat ontstaat in de meest ongunstige scenario s. Zo kan bijvoorbeeld worden gerekend met het gemiddelde verlies in de meest extreme rentescenario s in de afgelopen 10 jaar. In de onderstaande tabel wordt als voorbeeld de initiële marge (per en voor clearing house LCH) weergegeven voor nieuwe swapcontracten met verschillende looptijden (tussen de 2 en 40 jaar). Elk swapcontract heeft een hoofdsom van 10 mln. Merk op dat de margevereisten (in euro s) sterk toenemen voor langere looptijden. Tabel 1. Initiële marge voor swapcontracten met verschillende looptijden. Clearing house: LCH Initiële marge (IM) (EUR) IM/DV01 IM als % van hoofdsom swap Looptijd swap (jaar) Vaste rente DV01 Payer swap Receiver swap Payer swap Receiver swap Payer swap Receiver swap % 1,506 59,950 55, % 1% % 4, , , % 2% % 8, , , % 3% % 12, , , % 5% % 15, , , % 6% % 18, , , % 7% % 20,622 1,097, , % 8% % 22,788 1,290, , % 9% % 24,678 1,484,125 1,025, % 10% We beschouwen in deze tabel twee soorten swaps: payers en receivers. Payers betalen de vaste rente en ontvangen de variabele rente; receivers ontvangen de vaste rente en betalen de variabele rente. Merk op dat een payer in waarde daalt als de rente daalt, terwijl een receiver in waarde daalt als de rente stijgt. De margevereisten voor payers worden dus met name bepaald door extreme historische rentedalingen, terwijl de margevereisten voor receivers worden bepaald door extreme historische rentestijgingen. Omdat de initiële marge het effect weergeeft van een renteverandering op de waarde van de swaps is het nuttig om de initiële marge uit te drukken als een veelvoud van de zogenaamde dollar value of 1 basis point van de renteswaps, oftewel de DV01. Merk hierbij wel op dat de DV01 alleen het eerste-orde effect weergeeft van een renteverandering. Bij grote en/of niet-parallelle renteveranderingen kunnen dus afwijkingen optreden. 7 7 We tonen hier de absolute waarde van de DV01. De DV01 heeft een negatief teken voor payers en een positief teken voor receivers.

10 Desalniettemin is de ratio van de initiële marge en de DV01 een veel constantere grootheid dan de initiële marge in euro s. We zien bijvoorbeeld dat voor receivers deze ratio slechts in beperkte mate afhankelijk is van de looptijd van de swap (deze ratio loopt op van 37 tot 42). Deze toename komt door de grotere veranderingen van de rente bij langere looptijden (in de extreme scenario s). Voor payers loopt deze ratio op tot een hogere waarde voor langere looptijden (maximaal 60 voor een 40-jaars swap). Het verschil in resultaten voor payers en receivers komt door twee effecten. Ten eerste is de historische kans op een extreme daling van de lange rente groter dan de historische kans op een extreme stijging van de lange rente. Omdat de initiële marge voor payers wordt bepaald door extreme rentedalingen is de benodigde initiële marge dus groter dan voor receiver swaps. Een tweede (versterkend) effect treedt op doordat de rentegevoeligheid van swaps toeneemt bij een sterke rentedaling en afneemt bij een sterke rentestijging. Dit convexiteitseffect is met name van belang bij lange looptijden. Hierdoor is meer marge nodig (per eenheid DV01) voor langlopende payers dan voor langlopende receivers. Voor onze toepassing (renteafdekking van langlopende verplichtingen) zijn met name de receiver swaps van belang. In de tabel zien we dat we in dit geval rekening moeten houden met een initiële marge van ongeveer 40*DV01. In de praktijk gebruiken we een extra veiligheidsmarge en gaan we uit van een initiële marge van 50*DV01 die beschikbaar moet zijn in het fonds. Indien de koers van het fonds beneden dit niveau ligt moet direct worden bijgestort. Appendix B: Buffer om intra-maand bijstortingen te voorkomen (restrictie ii) We hanteren een maandelijks proces en willen daarom intra-maand bijstortingen met een kans van 99% voorkomen. Op maandeinde houden we daarom een extra rentemarge aan t.o.v. het koersniveau waaronder direct moet worden bijgestort. Indien er op maandeinde onvoldoende rentemarge is dan wordt geld bijgestort vanuit de overige staatsobligatieportefeuilles van de participanten. Dit geld wordt vervolgens herbelegd in staatsobligaties in het LDI fonds. Hierdoor hebben bijstortingen geen verstorend effect op de renteafdekking. Om de benodigde marge te bepalen hebben we een statistische analyse uitgevoerd van maandelijkse swaprentebewegingen van augustus 2001 t/m januari Het 99 ste percentiel ligt voor deze periode bij een gemiddelde stijging van de rentecurve met 0,31%-punt. Met andere woorden, met 99% kans was de rentestijging van maand op maand kleiner dan 0,31%-punt. Hierbij kan echter worden aangetekend dat in de geëvalueerde periode sprake was van een sterke, trendmatige daling van de swaprente. In de toekomst zou deze trend kunnen keren, waardoor de kans op (grote) rentestijgingen kan toenemen. Om hier rekening mee te houden is het 99 ste percentiel ook berekend o.b.v. een normale verdeling. Dit percentiel ligt significant hoger, namelijk op 0,43%-punt. Dit komt omdat in dit geval de volatiliteit van alle historische renteveranderingen wordt meegewogen, dus niet alleen de rentestijgingen maar ook de rentedalingen. Ook passen we nog enige prudentie toe, zodat we uiteindelijk werken met een rentemarge van 0,5%-punt. Dit vertalen we naar een marge (in euro s) van 50*DV01(swaps).

11 N.B. Voor de eenvoud houden we in de praktijk alleen rekening met de eerste-orde rentegevoeligheid van de swaps. Met andere woorden: de extra buffer om intra-maand bijstortingen te voorkomen is gelijk aan 50*DV01(swaps). In principe zou de DV01 van de obligaties in het LDI fonds ook meegenomen moeten worden. Voor kleine rentestijgingen (tot ongeveer 0,3%-punt) zou dit ook leiden tot een preciezere afschatting van de benodigde rentemarge. Voor grotere renteveranderingen is dit echter niet noodzakelijk het geval. Dit komt doordat de DV01 alleen een goede maatstaf is voor het effect van kleine renteveranderingen. Voor grote renteveranderingen moet ook de verandering van de rentegevoeligheid (de zogenaamde convexiteit) worden meegenomen. Door deze convexiteit is de waardedaling bij een grote rentestijging veel kleiner dan berekend o.b.v. de totale DV01 van het fonds (d.w.z. de obligaties plus de swaps). Hierdoor is het voor rentestijgingen van 0.3%-punt (en meer) de facto nauwkeuriger om de afschatting alleen te baseren op de DV01 van de renteswaps. Appendix C: Referentiekoers en afromingen (restrictie iii) Bijstortingen vinden altijd plaats naar een zogenaamde referentiekoers. Deze referentiekoers wordt door ons gelijk gesteld aan 125*DV01(swaps). Indien de koers van de participaties aan het einde van de maand hoger is dan 175*DV01(swaps) vindt verder vanuit het LDI fonds een afroming plaats naar de nieuwe referentiekoers. Deze bovengrens is ingesteld om te voorkomen dat de allocatie naar het LDI fonds in de totale beleggingsportefeuille te groot wordt, wat ten koste gaat van de strategische verhoudingen binnen de portefeuille. Afromingen worden onttrokken aan de staatsobligaties in het LDI fonds en vervolgens herbelegd in de overige staatsobligatieportefeuilles van de participanten. Hierdoor hebben afromingen geen verstorend effect op de renteafdekking. Merk overigens op dat we een asymmetrische bandbreedte gebruiken waartussen de koers van het LDI fonds op maandeinde vrijelijk kan bewegen. Het verschil tussen de bovengrens en de referentiekoers is immers tweemaal zo groot als het verschil tussen de referentiekoers en de ondergrens. Dit wordt gedaan om twee redenen. Ten eerste zijn alleen rentestijgingen risicovol omdat de koers van het LDI fonds dan daalt. Er kan dus een grotere bandbreedte worden gereserveerd voor rentedalingen dan voor rentestijgingen. Ten tweede is de kans op grote rentedalingen historisch gezien relatief hoog. Om te voorkomen dat deze rentedalingen leiden tot veel transacties is een asymmetrische bandbreedte dus ook aan te raden. Transactiekosten treden in onze situatie op doordat bij bijstortingen en afromingen geld wordt verplaatst van de staatsobligatieportefeuille naar het LDI fonds (of vice versa). Uit een historische analyse van augustus 2001 t/m januari 2014 blijkt dat deze transactiekosten significant afnemen indien niet elke maand wordt teruggestuurd naar de referentiekoers. Bij een bandbreedte van +/- 10% t.o.v. de referentiekoers nemen de transactiekosten af met 16%. Bij een bandbreedte van +/- 20% is de reductie al 43%. Bij een asymmetrische bandbreedte van 20%/+40%, die wij gebruiken, is de reductie nog groter (namelijk 47%). N.B. Een nog grotere bandbreedte levert een nog iets grotere reductie op van de transactiekosten. Een zeer grote bandbreedte betekent echter wel dat het aandeel van het LDI fonds in de totale beleggingsportefeuille relatief groot wordt. Dit kan weer ten koste gaan van de mogelijkheid om met andere beleggingscategorieën extra rendement te maken.

12 Appendix D: Overige mandaatrestricties Op het niveau van het volledige beleggingsmandaat (dus alle beleggingen, inclusief alle vastrentende- en zakelijke waarden) gelden twee aanvullende restricties. Deze restricties worden hieronder verder uitgewerkt. Er moet altijd voldoende geld beschikbaar zijn om te kunnen bijstorten Op het moment dat moet worden bijgestort dient er natuurlijk altijd voldoende geld aanwezig te zijn in de beleggingsportefeuilles van de participanten in het LDI fonds. De maximale bijstorting is ongeveer gelijk aan 75*DV01(swaps), waarbij de DV01(swaps) wordt bedoeld ten tijde van de vorige bijstorting of afroming. Dit is immers het verschil tussen de referentiekoers (=125*DV01(swaps)) en de intra-maand ondergrens (=50*DV01(swaps)). N.B. In de praktijk zal de maximale bijstorting hiervan afwijken. Dit komt door twee effecten. Ten eerste zal de maximale bijstorting groter zijn doordat de ondergrens in de praktijk in meer of mindere mate wordt onderschreden. Door een tweede effect is de benodigde bijstorting echter kleiner. Dit komt doordat de nieuwe referentiekoers wordt vastgesteld o.b.v. de actuele DV01(swaps). De actuele DV01(swaps) zal lager zijn bij een bijstorting omdat in dit geval het renteniveau hoger is. Hierdoor daalt de nieuwe referentiekoers, waarnaar wordt bijgestort. Dit is gunstig omdat op deze wijze de benodigde bijstorting zoveel mogelijk wordt beperkt. Voor bijstortingen moet bij voorkeur geld beschikbaar zijn in dagelijks beschikbare obligatieportefeuilles met een hoge kredietwaardigheid ( investment grade ). Anders bestaat immers het risico dat door een sterke koersdaling toch onvoldoende geld beschikbaar is. Wel moeten we er in dit geval rekening mee houden dat de waarde van de investment grade obligatieportefeuilles ook afneemt bij een rentestijging. Dit effect wordt hieronder verder geanalyseerd. Bij een bijstorting kunnen we uitgaan van een maximale stijging van de rente met ongeveer 0,75%- punt (ten opzichte van de vorige bijstorting of afroming). Wanneer we verder uitgaan van een duratie van 7 voor de obligatieportefeuille betekent dit een waardedaling van de obligaties van ongeveer 5% (= 7*0,75%-punt) t.o.v. de vorige bijstorting of afroming. In de praktijk kunnen er echter ook participanten zijn die beleggen in een discretionaire portefeuille met langlopende (staats)obligaties. Als we voor zo n portefeuille uitgaan van een duratie van 15 kan een waardedaling van ongeveer 11% optreden. In de praktijk gaan we uit van een ruimere marge, te weten 20%. Er moet dus minimaal 120%*75*DV01(swaps) = 90*DV01(swaps) beschikbaar zijn in dagelijks beschikbare investment grade obligaties om aan restrictie vi te voldoen. De obligaties in het LDI fonds tellen hierbij overigens niet mee. Het gebruik van derivaten in het gehele beleggingsmandaat moet begrensd worden Een tweede restrictie geldt voor het volledige beleggingsmandaat. Om een te grote hefboom te voorkomen moet in onze situatie minimaal 270*DV01(swaps) beschikbaar zijn in beleggingen die op dag- en maandbasis beschikbaar zijn. Het LDI fonds telt hierbij wederom niet mee. Uitgaande van de

13 referentiekoers van het LDI fonds (die gelijk is aan 125*DV01(swaps)) is de minimale omvang van de totale beleggingsportefeuille dus gelijk aan 395*DV01(swaps). De duratieverlenging t.g.v. de swaps in het LDI fonds is dan maximaal gelijk aan DV01(swaps)*10.000/(395*DV01(swaps)) 25. Analoog aan de overige grenzen worden deze twee restricties uitgedrukt in eurobedragen. De eurobedragen worden ook nu weer alleen geactualiseerd bij een bijstorting of afroming. Wederom als voorbeeld: stel de DV01(swaps) is 100 bij een bijstorting of afroming. In dit geval hebben we de volgende grenzen (zie ook de onderstaande figuur): De minimale hoeveelheid dagelijks beschikbare investment grade obligatiefondsen is 100*90 = per LDI participatie De minimale hoeveelheid dag- en maandfondsen is 100*270 = per LDI participatie Hierbij geldt dat de dagelijks beschikbare investment grade obligatiefondsen (in de eerste restrictie) meetellen voor de tweede restrictie. Figuur 4. Schematische weergave van de restricties (in eurobedragen) die van toepassing zijn voor het mandaat van een participant (bedragen per LDI participatie). Benodigd (buiten het LDI fonds) om een te grote hefboom in de beleggingsportefeuille te voorkomen Voorbeeld: DV01(swaps) = 100 Referentiekoers LDI fonds: 125*DV01(swaps) = 12,500 Benodigd (buiten het LDI fonds) voor bijstorting Min. hoeveelheid dagelijks beschikbare investment grade obligatiefondsen: 90*DV01(swaps) = 9,000 Min. hoeveelheid dagelijks en maandelijks beschikbare fondsen: 270*DV01(swaps) = 27,000

Liability Driven Solutions

Liability Driven Solutions Liability Driven Solutions Brochure Inhoud Samenvatting 3 1. Het belang van renteafdekking 5 1.1. Renterisico 5 1.2 Solvabiliteitsbeslag 6 2. Het Strategic Liability Matching (SLM) fonds 7 21. Doelstelling

Nadere informatie

Renteafdekking op basis van de ultimate forward rate: Bezint eert ge begint?

Renteafdekking op basis van de ultimate forward rate: Bezint eert ge begint? Renteafdekking op basis van de ultimate forward rate: Bezint eert ge begint? Drs. Dr. Ir. David van Bragt RBA 1 Senior Consultant Investment Solutions, Aegon Asset Management Samenvatting Binnen het Financieel

Nadere informatie

EMIR en pensioenfondsen

EMIR en pensioenfondsen EMIR en pensioenfondsen Het creëren van een effectieve nieuwe strategie voor LDI-gedreven investeringen David van Bragt & Martin Bottenberg Whitepaper Samenvatting van de hoofdlijnen In deze whitepaper

Nadere informatie

Samenvatting. Analyses. Kostendekkende premie

Samenvatting. Analyses. Kostendekkende premie Samenvatting Op 14 juli 2015 heeft DNB aangekondigd dat zij de berekeningsmethodiek van de Ultimate Forward Rate (UFR), welke onderdeel vormt van de rekenrente waarmee pensioenfondsen hun verplichtingen

Nadere informatie

Levensverzekeraars reduceren renterisico met derivaten

Levensverzekeraars reduceren renterisico met derivaten Levensverzekeringen worden in de regel voor een lange periode afgesloten. De rente speelt hierdoor voor levensverzekeraars een belangrijke rol. Bij een rentedaling daalt het eigen vermogen van deze sector

Nadere informatie

Renterisico Scan. Een second opinion voor pensioenfondsen. met betrekking tot hun rente afdekkingsbeleid. For professional investors

Renterisico Scan. Een second opinion voor pensioenfondsen. met betrekking tot hun rente afdekkingsbeleid. For professional investors Renterisico Scan Een second opinion voor pensioenfondsen met betrekking tot hun rente afdekkingsbeleid For professional investors 1 Onderwerpen > Waarom deze Scan? > Hoe werkt het? > Contact over de scan

Nadere informatie

Renteafdekking en renteswaps

Renteafdekking en renteswaps Renteafdekking en renteswaps Jitzes Noorman Delegated CIO BMO Global Asset Management - Nederland VBA ALM-Conferentie 2015 5 november 2015 Agenda Investments Beliefs en Renteafdekkingsbeleid Renteafdekking

Nadere informatie

De schijnveiligheid van de Ultimate Forward Rate

De schijnveiligheid van de Ultimate Forward Rate ROCK note Februari 2013 Alleen voor professionele beleggers De schijnveiligheid van de Ultimate Forward Rate Johan Duyvesteyn Quantitative Research Martin Martens Quantitative Research Roderick Molenaar

Nadere informatie

S&V Reflector. Dienen de pensioenfondsen hun langlopende swaps te verkopen? Een risicomanagement discussie

S&V Reflector. Dienen de pensioenfondsen hun langlopende swaps te verkopen? Een risicomanagement discussie S&V Reflector Dienen de pensioenfondsen hun langlopende swaps te verkopen? Een risicomanagement discussie Juni 2011 Sprenkels & Verschuren wil met dit document haar bijdrage leveren aan een verantwoord

Nadere informatie

Renderen bij een stijgende rente

Renderen bij een stijgende rente ARTIKEL 26 juni 2015 Voor professionele beleggers Renderen bij een stijgende rente Bij stijgende rentes verliezen zowel de verplichtingen als de rentedragende beleggingen van pensioenfondsen waarde. Om

Nadere informatie

Renterisico. in een pensioenbalans

Renterisico. in een pensioenbalans Renterisico in een pensioenbalans Wilt u meer weten over renterisico s, swaps en swaptions? Neem dan contact op met uw Account CIO of met onze balansmanagement adviseurs Bas Scholten via bas.schoiten@achmea.ni

Nadere informatie

Stichting Pensioenfonds Ballast Nedam

Stichting Pensioenfonds Ballast Nedam Stichting Pensioenfonds Ballast Nedam Deelnemersvergadering Arthur van der Wal Nieuwegein, 28 september 2006 Agenda < Huidig Mandaat bij ING IM < Performance, Beleid en Vooruitzichten < Financieel Toetsingskader

Nadere informatie

BROCHURE RENTEDERIVATEN

BROCHURE RENTEDERIVATEN BROCHURE RENTEDERIVATEN In deze brochure legt de AFM de belangrijkste eigenschappen van een rentederivaat uit en zijn vragen opgenomen die u kunt stellen aan uw bank. Deze brochure kunt u gebruiken als

Nadere informatie

Straks ook een Vestia onder de pensioenfondsen?

Straks ook een Vestia onder de pensioenfondsen? ROCK note Juli 2012 Alleen voor professionele beleggers Straks ook een Vestia onder de pensioenfondsen? Johan Duyvesteyn Quantitative Research Martin Martens Quantitative Research Tom Steenkamp Co-head

Nadere informatie

Stichting Pensioenfonds Huntsman Rozenburg Beleggingsplan 2011

Stichting Pensioenfonds Huntsman Rozenburg Beleggingsplan 2011 Stichting Pensioenfonds Huntsman Rozenburg Beleggingsplan 2011 April 2011 ING Investment Management / ICS Inleiding Jaarlijks stelt het Bestuur van de Stichting Pensioenfonds Huntsman Rozenburg (Huntsman)

Nadere informatie

Addendum. Ultimate Forward Rate

Addendum. Ultimate Forward Rate Addendum Ultimate Forward Rate Wilt u meer weten over renterisico s, swaps en swaptions? Neem dan contact op met uw Account-CIO of met onze balansmanagement adviseurs Bas Scholten via bas.schoiten@achmea.ni

Nadere informatie

Begrippenlijst. Algemeen Pensioenfonds 1 / 5. Aandeel

Begrippenlijst. Algemeen Pensioenfonds 1 / 5. Aandeel Begrippenlijst Aandeel Aandelenfonds Achtergestelde obligatie Actief beheer AFM Allocatie Bewijs van deelneming in het kapitaal van een vennootschap. Bezit van een aandeel geeft het recht om te delen in

Nadere informatie

Update over Advies Commissie UFR Alleen voor professionele beleggers

Update over Advies Commissie UFR Alleen voor professionele beleggers Investment Solutions & Research Update oktober 2013 Update over Advies Commissie UFR Alleen voor professionele beleggers Door Peter van der Spek, Remmert Koekkoek, Daniel Lai - Customized Overlay Management

Nadere informatie

Verklaring beleggingsresultaten en verlaging pensioenen

Verklaring beleggingsresultaten en verlaging pensioenen Verklaring beleggingsresultaten en verlaging pensioenen Het bestuur van Stichting Pensioenfonds Randstad heeft medio februari 2014 moeten besluiten tot het doorvoeren van een pijnlijke maatregel. Om de

Nadere informatie

Obligaties een financieringsinstrument en een beleggingscategorie

Obligaties een financieringsinstrument en een beleggingscategorie Obligaties een financieringsinstrument en een beleggingscategorie Mr A. van Dijk RBA 1 Inleiding Wat zijn obligaties? Kenmerken Rendement Risico Obligatiesoorten 2 Kenmerken van Obligaties Vordering Vaste

Nadere informatie

Update UFR. Update UFR 17 juli 2015 For professional investors. Inleiding

Update UFR. Update UFR 17 juli 2015 For professional investors. Inleiding 1 5 10 15 20 25 30 35 40 45 50 55 60 65 70 75 80 85 90 95 100 Zero rentes Update UFR 17 juli 2015 For professional investors Update UFR Voor een gemiddeld pensioenfonds stijgt de waardering van de verplichtingen

Nadere informatie

Kwartaalbericht. 4e kwartaal 2014 Den Haag, 30 januari 2015. Samenvatting cijfers per 31 december 2014

Kwartaalbericht. 4e kwartaal 2014 Den Haag, 30 januari 2015. Samenvatting cijfers per 31 december 2014 Kwartaalbericht 4e kwartaal 2014 Den Haag, 30 januari 2015 Samenvatting cijfers per 31 december 2014 Dekkingsgraad: 111,5% Beleidsdekkingsgraad: 112,6% Belegd vermogen: 19,6 miljard Rendement 2014: 27,6%

Nadere informatie

Stichting Pensioenfonds Medisch Specialisten. Vermogensbeheer SPMS. 17 november 2014

Stichting Pensioenfonds Medisch Specialisten. Vermogensbeheer SPMS. 17 november 2014 Stichting Pensioenfonds Medisch Specialisten Vermogensbeheer SPMS 17 november 2014 Structuur SPMS (vermogensbeheer) Bestuur SPMS F&C (verantwoord beleggen) Ortec (ALM studie) Bestuursbureau Investment

Nadere informatie

Beleggingsbeginselen

Beleggingsbeginselen Beleggingsbeginselen Stichting Pensioenfonds voor de Architectenbureaus Versie april 2015 Deze Verklaring beleggingsbeginselen maakt onderdeel uit van het beleggingsbeleid van het pensioenfonds en is aangepast

Nadere informatie

Aanpassing Prospectussen Aegon, AEAM en Aegon Paraplu 1 Funds Per 1 augustus 2016

Aanpassing Prospectussen Aegon, AEAM en Aegon Paraplu 1 Funds Per 1 augustus 2016 Aanpassing Prospectussen Aegon, AEAM en Aegon Paraplu 1 Funds Per 1 augustus 2016 Per 1 augustus 2016 voert de beheerder van de Aegon Funds, de AEAM Funds en de Aegon Paraplu 1 Funds, Aegon Investment

Nadere informatie

Het managen van balansen, risico s, risicoprofielen waar u allen druk mee bezig bent, herken ik dus goed.

Het managen van balansen, risico s, risicoprofielen waar u allen druk mee bezig bent, herken ik dus goed. Speech Bert Boertje, divisiedirecteur Toezicht pensioenfondsen bij DNB, tijdens het beleggersberaad van Pensioen Pro op 8 oktober 2015, getiteld Beleggen tussen twee vuren. In zijn speech ging Boertje

Nadere informatie

Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel. Tweede kwartaal 2015-1 april 2015 t/m 30 juni 2015. Samenvatting:

Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel. Tweede kwartaal 2015-1 april 2015 t/m 30 juni 2015. Samenvatting: Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel Tweede kwartaal 2015-1 april 2015 t/m 30 juni 2015 Samenvatting: De maandelijkse nominale dekkingsgraad is fors gestegen van 105,7% naar 115,4%. Dit komt

Nadere informatie

De Dynamische Strategie Portefeuille DSP

De Dynamische Strategie Portefeuille DSP De Dynamische Strategie Portefeuille DSP Onderdeel van het beleggingsbeleid van Pensioenfonds UWV 1 Inhoudsopgave Waarom beleggen? 4 Beleggen is niet zonder risico s 4 Strategische beleggingsportefeuille

Nadere informatie

Renteswap. omruilen voor vaste swaprente. Hoe werkt een variabele Euribor-rente? Wat is een renteswap? Zo werkt de renteruil

Renteswap. omruilen voor vaste swaprente. Hoe werkt een variabele Euribor-rente? Wat is een renteswap? Zo werkt de renteruil variabele Euriborrente omruilen voor vaste swaprente In dit productinformatieblad leest u in het kort wat een renteswap is, hoe het werkt en wat de voordelen en risico s zijn. De renteswap is een complex

Nadere informatie

Long Duration Overlay. Dé oplossing voor de mismatch tussen beleggingen en verplichtingen

Long Duration Overlay. Dé oplossing voor de mismatch tussen beleggingen en verplichtingen Long Duration Overlay Dé oplossing voor de mismatch tussen beleggingen en verplichtingen 2 AEGON: wereldwijde expertise voor financiële veiligheid AEGON N.V. is met ongeveer 27.000 medewerkers wereldwijd

Nadere informatie

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE > Retouradres Postbus 90801 2509 LV Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22XA Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4

Nadere informatie

VERKLARING BELEGGINGSBEGINSELEN STICHTING PENSIOENFONDS AVEBE 19 APRIL 2011

VERKLARING BELEGGINGSBEGINSELEN STICHTING PENSIOENFONDS AVEBE 19 APRIL 2011 VERKLARING BELEGGINGSBEGINSELEN STICHTING PENSIOENFONDS AVEBE 19 APRIL 2011 VERKLARING BELEGGINGSBEGINSELEN STICHTING PENSIOENFONDS AVEBE 1.1 Het beleggingsproces Het beleggingsproces vormt de randvoorwaarden

Nadere informatie

2013 in het kort SAMENVATTING VAN HET JAARVERSLAG

2013 in het kort SAMENVATTING VAN HET JAARVERSLAG 2013 in het kort SAMENVATTING VAN HET JAARVERSLAG 1 Toelichting op het jaarverslag In het Jaarverslag 2013 legt het pensioenfonds uitgebreid verantwoording af over de ontwikkelingen, besluiten en gebeurtenissen

Nadere informatie

Dit document maakt gebruik van bladwijzers.

Dit document maakt gebruik van bladwijzers. Dit document maakt gebruik van bladwijzers. NBA Alert 33 Mei 2014 Status NBA Alert Deze publicatie, die tot stand is gekomen onder verantwoordelijkheid van de NBA, beoogt registeraccountants en accountants-administratieconsulenten

Nadere informatie

Reactie op Septemberpakket Pensioenen Alleen voor professionele beleggers

Reactie op Septemberpakket Pensioenen Alleen voor professionele beleggers FTK Update september 2012 Reactie op Septemberpakket Pensioenen Alleen voor professionele beleggers.. Door Peter van der Spek en Remmert Koekkoek, Customized Overlay Management Roderick Molenaar en Laurens

Nadere informatie

Dekkingsgraad 121,8% per 30 september 2012, toename van 9,3%-punt ten opzichte van 30 juni 2012.

Dekkingsgraad 121,8% per 30 september 2012, toename van 9,3%-punt ten opzichte van 30 juni 2012. Kwartaalbericht 2012 Samenvatting 121,8% per 30 september 2012, toename van 9,3%-punt ten opzichte van 30 juni 2012. Meer informatie over de dekkingsgraad vindt u op de website. Beleggingsrendement 4,2%

Nadere informatie

Uitgewerkt beleggingsbeleid Vastgoed Fundament Fonds NV

Uitgewerkt beleggingsbeleid Vastgoed Fundament Fonds NV Uitgewerkt beleggingsbeleid Vastgoed Fundament Fonds NV In het Prospectus wordt u geïnformeerd over beleggen in Vastgoed Fundament Fonds N.V. (het Fonds). Het Fonds is op 10 september 2008 omgevormd tot

Nadere informatie

Stichting Voorzieningsfonds Getronics 11 februari 2015. Stand van zaken SVG. 1 van 19

Stichting Voorzieningsfonds Getronics 11 februari 2015. Stand van zaken SVG. 1 van 19 Stichting Voorzieningsfonds Getronics 11 februari 2015 Stand van zaken SVG 1 van 19 Programma Pensioenfonds SVG Financiële positie SVG Terugblik 2014 Vooruitblik 2015 Vragen 2 van 19 Pensioenfonds SVG

Nadere informatie

Toelichting beleggingsbeleid Triodos Bank Private Banking

Toelichting beleggingsbeleid Triodos Bank Private Banking Toelichting beleggingsbeleid Triodos Bank Private Banking Heeft u vragen? Neemt u dan telefonisch contact op met Triodos Bank Private Banking via 030 693 65 05. Of stuur een e-mail naar private.banking@triodos.nl.

Nadere informatie

Ultimate forward rate: The way forward?

Ultimate forward rate: The way forward? Ultimate forward rate: The way forward? Drs. Dr. Ir. David van Bragt RBA Senior Consultant Investment Solutions, AEGON Asset Management Drs. Erica Slagter FRM 1 Principal Pensioen Actuaris, AEGON Nederland

Nadere informatie

Stichting Pensioenfonds Ballast Nedam Deelnemersvergadering

Stichting Pensioenfonds Ballast Nedam Deelnemersvergadering Stichting Pensioenfonds Ballast Nedam Deelnemersvergadering Arthur van der Wal Matthijs Claessens 30 september 2010 www.ingim.com Agenda Huidig mandaat bij ING IM Performance, beleid en vooruitzichten

Nadere informatie

134 De Pensioenwereld in 2015

134 De Pensioenwereld in 2015 14 134 De Pensioenwereld in 2015 Ontwikkelingen in de pensioenmarkt 135 Het nieuwe FTK: oude wijn in nieuwe zakken? Auteurs: Gijs Hoedemaker, Machiel Koper en Alexander van Stee Na de crisis leek er een

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009 2010 31 371 Kredietcrisis Nr. 327 BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 19 maart 2010

Nadere informatie

Achmea life cycle beleggingen

Achmea life cycle beleggingen Achmea life cycle beleggingen Scheiden. Uw pensioengeld in vertrouwde handen Wat betekent dat voor uw ouderdomspensioen? Interpolis. Glashelder Achmea life cycle beleggingen Als pensioenverzekeraar beleggen

Nadere informatie

Woningcorporaties & Renterisicomanagement

Woningcorporaties & Renterisicomanagement Aedes Corporatiedag 2012 Woningcorporaties & Renterisicomanagement Rotterdam, World Trade Center 31 mei 2012 Arjan van der Linden Tim Monten Agenda Introductie 5 minuten Renterisico en derivaten 15 minuten

Nadere informatie

LifeCycle Mix via Mijn pensioen. Voor een professioneel en zorgvuldig beheer van uw pensioenkapitaal

LifeCycle Mix via Mijn pensioen. Voor een professioneel en zorgvuldig beheer van uw pensioenkapitaal via Mijn pensioen Voor een professioneel en zorgvuldig beheer van uw pensioenkapitaal LifeCycle Mix via Mijn pensioen Voor een professioneel en zorgvuldig beheer van uw pensioenkapitaal Een persoonlijke

Nadere informatie

Advies Commissie Parameters

Advies Commissie Parameters Advies Commissie Parameters Voorstel tot herziening van verwachte rendementen Sprenkels&Verschuren Maart 2014 Copyright 2014 Sprenkels & Verschuren. Geen enkele reproductie van het document of een deel

Nadere informatie

De Knab Participatie in het kort

De Knab Participatie in het kort De Knab Participatie in het kort De Knab Participatie in het kort Let op! De Knab Participatie in het kort geeft antwoord op vragen die je mogelijk hebt over de participatie. Als je overweegt om de Knab

Nadere informatie

Kort jaarverslag Stichting Pensioenfonds nv Linde Gas Benelux

Kort jaarverslag Stichting Pensioenfonds nv Linde Gas Benelux Kort jaarverslag Stichting Pensioenfonds nv Linde Gas Benelux Beleggingen Het totaal rendement over het afgelopen boekjaar 2010 is uitgekomen op 15,6%. Als we naar de onderverdeling kijken zien we het

Nadere informatie

Reverse Exchangeable Notes. Het basisprospectus (d.d. 13 maart 2013) is goedgekeurd door het Bafin, de Duitse regelgever.

Reverse Exchangeable Notes. Het basisprospectus (d.d. 13 maart 2013) is goedgekeurd door het Bafin, de Duitse regelgever. Reverse Exchangeable Notes Het basisprospectus (d.d. 13 maart 2013) is goedgekeurd door het Bafin, de Duitse regelgever. 02 Reverse Exchangeable Notes Reverse Exchangeable Notes Profiteer van een vaste

Nadere informatie

Pensioenfonds Robeco. Populair Jaarverslag 2014

Pensioenfonds Robeco. Populair Jaarverslag 2014 Pensioenfonds Robeco Populair Jaarverslag 2014 2014 was een bewogen jaar voor Pensioenfonds Robeco door de sterk dalende rente en de veranderende wet- en regelgeving. In het jaarverslag blikken wij als

Nadere informatie

investment academy BNPP IP Campus Welkom bij de Investment Academy

investment academy BNPP IP Campus Welkom bij de Investment Academy investment academy Welkom bij de Investment Academy OpleIdIngen voor pensioenfondsbestuurders In 2013 investment academy Investment Academy Kennis en deskundigheid met u delen BNP Paribas Investment Partners

Nadere informatie

FEB/2011 MAAND. Rapportage Vermogensbeheer. Stichting Pensioenfonds Productschappen

FEB/2011 MAAND. Rapportage Vermogensbeheer. Stichting Pensioenfonds Productschappen FEB/2011 MAAND Rapportage Vermogensbeheer Stichting Pensioenfonds Productschappen Inhoudsopgave Inleiding... 2 1. Kerncijfers... 3 1.1. Dekkingsgraad... 3 1.2. Rendement... 4 1.3. Vermogensmutaties...

Nadere informatie

Herstelplan 2016. Stichting Personeelspensioenfonds APG (PPF APG)

Herstelplan 2016. Stichting Personeelspensioenfonds APG (PPF APG) Herstelplan 2016 Stichting Personeelspensioenfonds APG (PPF APG) Onderwerp: Herstelplan PPF APG 2016 Datum: 10 maart 2016 1. Inleiding Deze notitie geeft een overzicht van de uitgangspunten die gehanteerd

Nadere informatie

MIJN HEINZ PENSIOEN Werking Beschikbare premie

MIJN HEINZ PENSIOEN Werking Beschikbare premie MIJN HEINZ PENSIOEN Werking Beschikbare premie Deze slides zijn in juni 2010 gepresenteerd aan deelnemers aan de informatiesessies. De inhoud heeft een puur informatief karakter. Aan de informatie in deze

Nadere informatie

2012 in het kort TOELICHTING OP HET JAARVERSLAG

2012 in het kort TOELICHTING OP HET JAARVERSLAG 2012 in het kort TOELICHTING OP HET JAARVERSLAG 1 Toelichting op het jaarverslag In het Jaarverslag 2012 legt het pensioenfonds uitgebreid verantwoording af over de ontwikkelingen, besluiten en gebeurtenissen

Nadere informatie

Verklaring inzake beleggingsbeginselen 2015-2017

Verklaring inzake beleggingsbeginselen 2015-2017 Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor de Zuivel en aanverwante industrie (BPZ) Verklaring inzake beleggingsbeginselen 2015-2017 Inleiding Deze verklaring inzake de beleggingsbeginselen geeft de uitgangspunten

Nadere informatie

Vastgoed in ALM context

Vastgoed in ALM context Vastgoed in ALM context april 2010 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 2 Nieuw uitgevoerde ALM analyses... 4 2.1 Huidige economische basisset... 4 2.2 Direct OG in goed gespreide portefeuille... 5 2.3 Beursgenoteerd

Nadere informatie

Verklaring inzake Beleggingsbeginselen

Verklaring inzake Beleggingsbeginselen Verklaring inzake Beleggingsbeginselen Goedgekeurd door het Bestuur op 18-09-2014 Stichting Pensioenfonds Koninklijke Ten Cate Bezoekadres: Brugstraat 2, Almelo Correspondentieadres: Postbus 126, 7600

Nadere informatie

De marktwaardedekkingsgraad per 30 juni 2015 was 135,1%. Dit is een toename van 5,7% ten opzichte van 31 maart 2015.

De marktwaardedekkingsgraad per 30 juni 2015 was 135,1%. Dit is een toename van 5,7% ten opzichte van 31 maart 2015. Kwartaalbericht 2015 Samenvatting De marktwaardedekkingsgraad per 30 juni 2015 was 135,1%. Dit is een toename van 5,7% ten opzichte van 31 maart 2015. De reële dekkingsgraad ultimo tweede kwartaal was

Nadere informatie

Strategisch Pensioenmanagement

Strategisch Pensioenmanagement Strategisch Pensioenmanagement Strategisch Pensioenmanagement is samenbrengen. Strategisch Pensioenmanagement De belangrijkste taak van Strategisch Pensioenmanagement is ervoor te zorgen dat u in control

Nadere informatie

Oerend hard. 16 juni 2015

Oerend hard. 16 juni 2015 16 juni 2015 Oerend hard De laatste weken is de obligatierente in Europa en de VS hard op weg naar normaal. De lage rentegevoeligheid van de portefeuilles heeft de verliezen van obligaties beperkt gehouden

Nadere informatie

2013 verkort in beeld. Ontwikkelingen. Pensioenen Beleggingen Organogram

2013 verkort in beeld. Ontwikkelingen. Pensioenen Beleggingen Organogram 02 verkort in beeld 03 Ontwikkelingen 05 08 10 Pensioenen Beleggingen Organogram Aantal deelnemers dat pensioen opbouwt Aantal personen dat een ouderdomspensioen ontvangt Aantal deelnemers met slapende

Nadere informatie

Bijlage: Openstaande Kamervragen beleidsdoorlichting Risicomanagement van de staatsschuld en hoofdlijnen van het beleid

Bijlage: Openstaande Kamervragen beleidsdoorlichting Risicomanagement van de staatsschuld en hoofdlijnen van het beleid 1 Bijlage: Openstaande Kamervragen beleidsdoorlichting Risicomanagement van de staatsschuld en hoofdlijnen van het beleid Vraag 9: Hoe wordt in het nieuwe kader omgegaan met de neveneffecten die zich in

Nadere informatie

Voor een houdbaar en betaalbaar inkomen voor later

Voor een houdbaar en betaalbaar inkomen voor later Vermogensbeheer Voor een houdbaar en betaalbaar inkomen voor later Een houdbaar en betaalbaar inkomen voor later. Dat is de belofte van uw pensioenfonds aan uw deelnemers. Verder gaan is nu zorgen voor

Nadere informatie

De financiële situatie van Pensioenfonds UWV vanaf 31 augustus 2014

De financiële situatie van Pensioenfonds UWV vanaf 31 augustus 2014 De financiële situatie van Pensioenfonds UWV vanaf 31 ustus 2014 Op 31 ustus 2014 liep het kortetermijnherstelplan van Pensioenfonds UWV af. Tegen de verwachting in heeft het pensioenfonds de pensioenen

Nadere informatie

KWARTAALVERSLAG. Philips Pensioenfonds. 1. In het kort. 2. Financiële positie Philips Pensioenfonds 1/5 DERDE KWARTAAL 2015

KWARTAALVERSLAG. Philips Pensioenfonds. 1. In het kort. 2. Financiële positie Philips Pensioenfonds 1/5 DERDE KWARTAAL 2015 KWARTAALVERSLAG DERDE KWARTAAL 2015 1. In het kort De beleidsdekkingsgraad per 30 september 2015 bedroeg 112,6% Het rendement van 1 juli tot en met 30 september 2015 bedroeg -1,6% Het pensioenvermogen

Nadere informatie

Persbericht ABP, eerste halfjaar 2008

Persbericht ABP, eerste halfjaar 2008 Persbericht ABP, eerste halfjaar 2008 Hoofdpunten Rendement over eerste helft 2008 is 5,1%. De dekkingsgraad is medio 2008 uitgekomen op 132%. De kredietcrisis eist zijn tol. Vooral aandelen en onroerend

Nadere informatie

AG8! Derivatentheorie Les7! Hedging in de praktijk. 28 oktober 2010

AG8! Derivatentheorie Les7! Hedging in de praktijk. 28 oktober 2010 AG8! Derivatentheorie Les7! Hedging in de praktijk 28 oktober 2010 1 Agenda Rente Hedge Aandelen Hedge Garantie product 2 Rente Hedge 3 Rentegevoeligheid Waarde van toekomstige kasstromen zijn gevoelig

Nadere informatie

EMPEN C REDIT L INKED N OTE

EMPEN C REDIT L INKED N OTE EMPEN C REDIT L INKED N OTE per juli 2011 Profiteer van een aantrekkelijke rente met een beperkt risico Profiteer van een aantrekkelijke rente met een beperkt risico De Europese rente staat momenteel op

Nadere informatie

Markt voor onderhandse derivaten in korte tijd sterk gekrompen

Markt voor onderhandse derivaten in korte tijd sterk gekrompen Markt voor onderhandse derivaten in korte tijd sterk gekrompen De mondiale markt voor onderhandse derivaten - niet gestandaardiseerd verhandeld op de beurs maar in maatwerk tussen grote partijen - is sinds

Nadere informatie

Verklaring inzake Beleggingsbeginselen

Verklaring inzake Beleggingsbeginselen Verklaring inzake Beleggingsbeginselen per 1 januari 2015 TRANSPARANT OVER ELKE FASE Inhoudsopgave Verklaring inzake Beleggingsbeginselen van Stichting ING CDC Pensioenfonds 3 De pensioendoelstellingen,

Nadere informatie

Kwartaalbericht 2015. Samenvatting ING CDC Pensioenfonds communiceert over de resultaten van Q3. Kwartaalbericht 3e kwartaal 2015 1

Kwartaalbericht 2015. Samenvatting ING CDC Pensioenfonds communiceert over de resultaten van Q3. Kwartaalbericht 3e kwartaal 2015 1 Kwartaalbericht 2015 Samenvatting ING CDC Pensioenfonds communiceert over de resultaten van Q3 Als je werkt bij ING Bank voert ING CDC Pensioenfonds vanaf 1 januari 2014* jouw huidige pensioenregeling

Nadere informatie

De I0 tte. Geachte heer Roelvink,

De I0 tte. Geachte heer Roelvink, De I0 tte. Deloitte Accountants B.V. Financial Risk Management Laan van Kronenburg 2 1183 AS Amstelveen Postbus 175 1180 AD Amstelveen Nederland Tel: 088 288 2888 Fax: 088 288 9711 www.deloitte.nl Behandeld

Nadere informatie

Portefeuilleprofielen

Portefeuilleprofielen Portefeuilleprofielen Rood BANDBREEDTE van de portefeuille Laatste update: 1 oktober 2015 ROOD Minimum Maximum Tactisch Aandelen 80,00% 100,00% 95,00% Obligaties 0,00% 15,00% 0,00% Onroerend Goed 0,00%

Nadere informatie

Regeling parameters pensioenfondsen. Artikel 1. Artikel 2. Regeling parameters pensioenfondsen

Regeling parameters pensioenfondsen. Artikel 1. Artikel 2. Regeling parameters pensioenfondsen Regeling parameters pensioenfondsen Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 19 december 2006, nr. AV/ PB/2006/102565b, tot vaststelling van de parameters voor pensioenfondsen

Nadere informatie

Deutsche Bank. www.deutschebank.nl. Uw rentederivaat bij. Deutsche Bank

Deutsche Bank. www.deutschebank.nl. Uw rentederivaat bij. Deutsche Bank Deutsche Bank www.deutschebank.nl Uw rentederivaat bij Deutsche Bank Uw derivaat bij Deutsche Bank 1. Waarom is deze brochure belangrijk? U heeft op dit moment een rentederivaat. In deze brochure geven

Nadere informatie

Fondsdocumenten SNPF Beleggingsplan 2015

Fondsdocumenten SNPF Beleggingsplan 2015 Fondsdocumenten SNPF Beleggingsplan 2015 Inhoud Inhoud...2 1 Terugblik 2014 & vooruitblik 2015...4 1.1 Terugblik 2014...4 1.2 Macro-economische omgeving...4 1.3 Ontwikkeling pensioen in het notariaat...4

Nadere informatie

Verder gaan is elke stap zorgvuldig zetten.

Verder gaan is elke stap zorgvuldig zetten. Integrale aanpak Verder gaan is elke stap zorgvuldig zetten. Integrale aanpak Risicobeheersing staat aan de basis van elk beleggingsbeleid. Omdat het renterisico het belangrijkste risico voor pensioenfondsen

Nadere informatie

Nieuwsbrief. Beleggen. In dit nummer. augustus 2015. Inleiding

Nieuwsbrief. Beleggen. In dit nummer. augustus 2015. Inleiding Nieuwsbrief augustus 2015 Beleggen Inleiding In de nieuwsbrief van juli 2015 over het nieuwe FTK en het toeslag-/premiebeleid kondigden we aan dat het Q8 Pensioenfonds u graag nader wil informeren over

Nadere informatie

B2014-69. Beleggingsplan 2014. Stichting Notarieel Pensioenfonds 20 maart 2014 1/26

B2014-69. Beleggingsplan 2014. Stichting Notarieel Pensioenfonds 20 maart 2014 1/26 Beleggingsplan 2014 Stichting Notarieel Pensioenfonds 20 maart 2014 1/26 Inhoud Inhoud...2 1 Inleiding...4 2 Implicaties externe ontwikkelingen rond SNPF...5 2.1 Macro-economische omgeving...5 2.2 Ontwikkelingen

Nadere informatie

31.07.2015 VOORSTEL EN TOELICHTING TOT WIJZIGING VAN DE VOORWAARDEN VAN DEELNAME VAN

31.07.2015 VOORSTEL EN TOELICHTING TOT WIJZIGING VAN DE VOORWAARDEN VAN DEELNAME VAN DELTA LLOYD CORPORATE BOND FUND, DELTA LLOYD COLLATERALIZED BOND FUND, DELTA LLOYD SOVEREIGN BOND FUND, DELTA LLOYD SOVEREIGN LT BOND FUND, DELTA LLOYD SOVEREIGN XLT BOND FUND, DELTA LLOYD SUB SOVEREIGN

Nadere informatie

Opgave derivaten INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 ALGEMENE GEGEVENS. HOOFDSTUK 2 DERIVATEN ZONDER BIJSTORTVERPLICHTING 2.1 Overzicht portefeuille

Opgave derivaten INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 ALGEMENE GEGEVENS. HOOFDSTUK 2 DERIVATEN ZONDER BIJSTORTVERPLICHTING 2.1 Overzicht portefeuille Opgave derivaten INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 ALGEMENE GEGEVENS HOOFDSTUK 2 DERIVATEN ZONDER BIJSTORTVERPLICHTING 2.1 Overzicht portefeuille HOOFDSTUK 3 DERIVATEN MET BIJSTORTVERPLICHTING 3.1 Overzicht portefeuille

Nadere informatie

Jaarlijks gemiddeld Cumulatief vanaf 1970 2008 Q2 2008 Q1 2008 Q4 2007 Q3 2007 Q2 2007 Dekkingsgraad (kwartaalultimo) 143% 137% 148% 153% 153%

Jaarlijks gemiddeld Cumulatief vanaf 1970 2008 Q2 2008 Q1 2008 Q4 2007 Q3 2007 Q2 2007 Dekkingsgraad (kwartaalultimo) 143% 137% 148% 153% 153% Kwartaalbericht 2e kwartaal 2008 Dekkingsgraad op 143% Rendement 0,2% in tweede kwartaal Belegd vermogen 86,3 miljard Klein positief resultaat in moeilijke markt In het tweede kwartaal is een totaalrendement

Nadere informatie

1. Het pensioenfonds loopt beleggingsrisico. Dat betekent dat in het MVEV een bijdrage van 4% van de technische voorzieningen (TV) is opgenomen.

1. Het pensioenfonds loopt beleggingsrisico. Dat betekent dat in het MVEV een bijdrage van 4% van de technische voorzieningen (TV) is opgenomen. Stichting Pensioenfonds voor Verloskundigen 1 BIJLAGE: VASTSTELLING MVEV EN VEV Vaststelling minimaal vereist eigen vermogen Op grond van artikel 126 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling dient

Nadere informatie

Deutsche Bank Nederland Stichting Pensioenfonds Deutsche Bank Nederland

Deutsche Bank Nederland Stichting Pensioenfonds Deutsche Bank Nederland In deze nieuwsbrief Voorwoord Dekkingsgraad van uw Pensioenfonds Behaalde rendementen in het vierde kwartaal 2013 Overige mededelingen De informatie in dit document is eigendom van en mag noch in haar

Nadere informatie

Search for Yield versus Capital

Search for Yield versus Capital Search for Yield versus Capital De huidige situatie op de financiële markten zorgt voor een uitdagende zoektocht naar rendement voor institutionele beleggers. Verzekeraars en pensioenfondsen hebben verplichtingen

Nadere informatie

Herstelplan. Stichting Personeelspensioenfonds APG

Herstelplan. Stichting Personeelspensioenfonds APG Herstelplan Stichting Personeelspensioenfonds APG PPF APG Herstelplan versie: juni 2015 Herstelplan PPF APG 2015 juni 2015 1. Inleiding In dit herstelplan 2015 voor PPF APG leest u eerst welke uitgangspunten

Nadere informatie

Persbericht. Kwartaalbericht: vierde kwartaal 2011

Persbericht. Kwartaalbericht: vierde kwartaal 2011 Persbericht Kwartaalbericht: vierde kwartaal 2011 Hoofdpunten: Dekkingsgraad van 94% is te laag: aanvullende maatregelen nodig Beschikbaar vermogen stijgt met ruim 11 miljard Door gedaalde rente nemen

Nadere informatie

Het beleggingsbeleid van Berben s Effectenkantoor

Het beleggingsbeleid van Berben s Effectenkantoor Het beleggingsbeleid van Berben s Effectenkantoor Waarschijnlijk baseert u uw keuze voor een vermogensbeheerder op diverse gronden. Mogelijk heeft u binnen uw netwerk al goede berichten over ons vernomen.

Nadere informatie

Rabo Variabele Lange Rente Obligatie

Rabo Variabele Lange Rente Obligatie Dit prospectus is gemaakt voor de uitgifte van dit product en wordt daarna niet meer geactualiseerd. Als u in dit product wilt beleggen is het daarom belangrijk dat u ook alle informatie over dit product

Nadere informatie

UW MENSEN, UW KAPITAAL. Beleggingsinformatie. Vrij beleggen. Life Cycle beleggen. Rendement en risico s. Kosten

UW MENSEN, UW KAPITAAL. Beleggingsinformatie. Vrij beleggen. Life Cycle beleggen. Rendement en risico s. Kosten UW MENSEN, UW KAPITAAL Beleggingsinformatie 2 Life Cycle beleggen Vrij beleggen Rendement en risico s 4 6 8 Kosten 9 Beleggingsinformatie Hoe werkt het beleggingspensioen van Cappital? In de pensioenregeling

Nadere informatie

De 17 beleggingsprofielen voor Begeleid Beleggen van Nationale-Nederlanden

De 17 beleggingsprofielen voor Begeleid Beleggen van Nationale-Nederlanden De 17 beleggingsprofielen voor Begeleid Beleggen van Nationale-Nederlanden Nationale-Nederlanden hanteert 17 beleggingsprofielen verdeeld over de categorieën Defensief, Neutraal, Offensief en Liquide.

Nadere informatie

De LifeCycle Mix bij Mijn Pensioen. LifeCycle Mix (LCM): online oplossing met maximale transparantie en gemak

De LifeCycle Mix bij Mijn Pensioen. LifeCycle Mix (LCM): online oplossing met maximale transparantie en gemak De LifeCycle Mix bij Mijn Pensioen LifeCycle Mix (LCM): online oplossing met maximale transparantie en gemak Gespecialiseerd team onderhoudt en ontwikkelt LCM WWW.INGIM.COM 2 ING INVESTMENT MANAGEMENT

Nadere informatie

Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel. Derde kwartaal 2015-1 juli 2015 t/m 30 september 2015. Samenvatting:

Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel. Derde kwartaal 2015-1 juli 2015 t/m 30 september 2015. Samenvatting: Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel Derde kwartaal 2015-1 juli 2015 t/m 30 september 2015 Samenvatting: De maandelijkse nominale dekkingsgraad is fors gedaald van 115,4% naar 103,7%. Dit

Nadere informatie

Korte termijn: onnodig korten van rechten voorkomen. Lange termijn: naar een nieuw FTK op basis van nieuwe pensioencontracten

Korte termijn: onnodig korten van rechten voorkomen. Lange termijn: naar een nieuw FTK op basis van nieuwe pensioencontracten Korte termijn: onnodig korten van rechten voorkomen Lange termijn: naar een nieuw FTK op basis van nieuwe pensioencontracten De daling van de dekkingsgraden heeft de afgelopen weken een uitgebreide discussie

Nadere informatie