Eetgedrag bij Frontaal Temporale Dementie en Alzheimerdementie

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Eetgedrag bij Frontaal Temporale Dementie en Alzheimerdementie"

Transcriptie

1 Eetgedrag bij Frontaal Temporale Dementie en Alzheimerdementie Bachelorthese Afstudeerrichting: Klinische neuropsychologie Student: Anouk Hage Studentnummer: Begeleidster: Pauline Spaan 1

2 Inhoudsopgave 1. Samenvatting Inleiding Verloop eetproblemen bij zva en FTD.6 4. Oorzaken Hersenafwijkingen, beschadiging en atrofie Hyperfagie en een pathologische behoefte aan zoetigheid Dysfagie Serotoninesysteem Andere lichamelijke oorzaken Psychosociale oorzaken Discussie Suggesties voor behandeling Literatuurlijst..20 2

3 1. Samenvatting In dit verslag werd een antwoord gezocht op de vraag of er verschillen zijn in het beloop en de oorzaken van veranderingen in eetgedrag tussen patienten met de ziekte van Alzheimer (zva) en patienten met frontaal temporale dementie (FTD). FTD-patiënten bleken de meeste veranderingen in eetgedrag te laten zien in de eerste fasen van de ziekte. Wanneer zva-patiënten in een verder gevorderd stadium verkeren lijken de verschillen tussen FTD en zva minder groot en komen veranderingen in eetgedrag ook vaak voor. Het vaker voorkomen van hyperfagie (overeten) bij zowel zva- als FTD-patiënten lijkt vooral door psychofysiologische veranderingen veroorzaakt te worden waarbij atrofie in de hersenen en veranderingen in het serotoninesysteem belangrijke factoren zijn. Bij ondereten blijken psychosociale veranderingen meer op de voorgrond te staan waarbij een verlaagde stemming en lichamelijke gebreken van grote invloed blijken te zijn. 3

4 2. Inleiding Veranderingen in eetgewoontes in vergelijking met het premorbide eetgedrag komen regelmatig voor bij patiënten met verschillende vormen van dementie. Dit kan leiden tot minimale veranderingen in gewicht tot een groot gevaar voor de gezondheid van de patiënt. Volgens de richtlijnen dementie (2005) beslaat het aantal patiënten met dementie in Nederland op dit moment circa Naar verwachting van de Gezondheidsraad zal dit aantal oplopen tot circa in 2050 (richtlijnen dementie, 2005). Een groot percentage van deze patiënten heeft een veranderd eetpatroon in vergelijking met het premorbide functioneren. Een deel zal problematische vormen van eetafwijkingen ontwikkelen wat ernstige gevolgen kan hebben. Vaak is echter niet duidelijk wat precies de oorzaak is van het afwijkende eetgedrag en hoe daar het beste mee omgegaan kan worden. Het is daarom van groot belang om inzicht te hebben in de verschillende vormen van problematische eetgedragingen, hun oorzaken en mogelijke behandelmethodes. Er bestaan verschillende vormen van afwijkend eetgedrag, waaronder hyperfagie. Dit is een sterk verhoogde eetlust waarbij er tevens sprake is van een sterk verhoogde voedselinname volgens Keene en Hope (1998). Vaak gaat dit samen met een toename in gewicht wat suggereert dat de vergrote voedselinname niet alleen een reactie kan zijn op een slechte absorptie van voedsel. Hyperfagie kan ook leiden tot het eten van ongepast voedsel of oneetbare objecten en het frequent vragen naar voedsel. Een ander probleem is te weinig eten. Verschillende factoren kunnen hiertoe leiden. Patiënten kunnen voedsel gaan weigeren doordat ze simpelweg het voedsel dat in een verpleeghuis wordt geserveerd niet lekker vinden. Andere demente patiënten zouden bijvoorbeeld anders of minder gaan eten omdat ze eetbare objecten zoals voedsel niet meer herkennen (agnosie), of voelen het niet meer of ze honger of dorst hebben. Hyperfagie kan volgens Bathgate, Snowden, Varma, Blackshaw en Neary (2001) ook een reden zijn dat sommige demente patiënten voedsel gaan weigeren. Hyperfagie houdt in dat het slikken niet meer goed verloopt. Andere patiënten zouden voedsel kunnen gaan weigeren om andere redenen, zoals een bijkomende depressie. 4

5 In deze literatuurstudie is gekozen om in te gaan op het beloop en de mogelijke oorzaken van het veranderde eetgedrag bij frontotemporale dementie (FTD) en de ziekte van Alzheimer (zva). De ziekte van Alzheimer is het prototype van een corticale dementie. Karakteristiek is het sluipende begin en de langzaam progressieve cognitieve disfuncties, waardoor het dagelijkse leven word beïnvloed. Progressieve geheugenproblemen voor recente feiten en gebeurtenissen, minder vloeiend taalgebruik, desoriëntatie in een niet-vertrouwde omgeving en een neiging tot bagatelliseren en rationaliseren (Jonker, Verhey en Slaets; 2001). De twee meest gebruikte diagnostische classificatiesystemen die voor de diagnose dementie en Alzheimer worden gebruikt, zijn de criteria van de DSM-IV-TR (Psychiatric Association, 2000) en NINCDS-ADRDA (National Institute of Neurological and Communicative Disorders and Stroke and the Alzheimer related Disorder Association). Onder de klinische criteria voor de zva volgens de NINCDS ADRDA werkgroep (McKahn et al.,1984) vallen WAARSCHIJNLIJK, MOGELIJK en ZEKER zva. In de criteria voor de zva komen geen veranderingen in eetpatroon aan bod. Er wordt echter wel aangegeven dat gewichtsverlies vaak samengaat met de zva. Wat gaat er aan dat gewichtsverlies vooraf en zijn er veranderingen in eetpatroon? Veranderingen in eetgedrag blijken volgens Volicer et al. (1988) bij meer dan de helft van de patiënten met zva voor te komen en vormen een grote belasting voor de verzorgers. Volgens Ikeda, Brown, Holland, Fukura en Hodges (2002) en Bathgate et al. (2001) zijn deze veranderingen in eetgedrag juist veel minder ernstig en deze lijken in het niets te vallen bij de veranderingen in eetgedrag van patiënten met FTD. De belangrijkste kenmerken van FTD zijn karakterveranderingen en veranderingen in sociaal functioneren bij het begin en in de loop van het ziekteproces. Instrumentele functies zoals perceptie, visuoconstructie, praxis en geheugen zijn intact of relatief ongestoord. Diagnostische kernsymptomen zijn een sluipend begin en geleidelijke progressie en achteruitgang in sociaal functioneren vroeg in de ziekte, emotionele vervlakking vroeg in de ziekte, emotionele vervlakking vroeg in de ziekte en verlies van inzicht in een vroeg stadium van de ziekte. Ondersteunde diagnostische kenmerken die worden genoemd zijn gedragsafwijkingen waaronder een afname in persoonlijke hygiëne en verzorging, mentale rigiditeit en gebrek aan flexibiliteit, afleidbaarheid en 5

6 onvermogen taken vol te houden, hyperoraliteit en veranderingen in eetpatroon, perseveratief en stereotiep gedrag en utilisatiegedrag. Ook afwijkingen in spraak en taal zijn ondersteunende diagnostische kenmerken. Voorbeelden hiervan kunnen minder spontane en spaarzame spraak, spreekdrang, stereotypieën, echolalie, perseveraties en mutisme zijn. Ook kunnen afwijkingen bij lichamelijk onderzoek ondersteunende diagnostische kenmerken zijn waaronder primitieve reflexen, incontinent, akinesie, rigiditeit, tremor, hypotensie en instabiele bloeddruk. Aanvullend onderzoek kan ook ondersteuning bieden. Neuropsychologisch onderzoek toont stoornissen in frontale functietesten aan zonder ernstige amnesie, afasie of visuospatiële stoornissen. Een EEG is doorgaans normaal ondanks evidente klinische afwijkingen. Bij een CT-, MRI -of SPECT-scan worden afwijkingen frontaal en/of in het voorste deel van de temporaalkwab gevonden. In de richtlijn Diagnostiek en medicamenteuze behandeling van dementie (2005) wordt hyperoraliteit en verandering in eetpatroon bij FTD wel beschreven en vormt dit wel een ondersteunend diagnostisch kenmerk. In dit verslag zal gekeken worden welke verschillen er bestaan in veranderingen in eetgedrag tussen Alzheimer en FTD en welke oorzaken hieraan ten grondslag liggen. Vervolgens zal er gekeken worden of de veranderingen in eetgedrag bij Alzheimer ook beschreven zouden moeten worden in de NINCDS-ADRDA (National Institute of Neurological and Communicative Disorders and Stroke and the Alzheimer related Disorder Association). Welke veranderingen in eetgedrag optreden bij FTD zal in hoofdstuk 2 van dit verslag uitgebreid worden beschreven en worden vergeleken met patiënten met (WAARSCHIJNLIJK) zva. Vervolgens zal in hoofdstuk 3 worden beschreven welke mogelijke oorzaken er zijn voor de verschillende veranderingen in eetgedragingen. In dit hoofdstuk zal er zowel gekeken worden naar biologische oorzaken als psychosociale oorzaken. Tot slot worden er in het discussiegedeelte de meest belangrijke resultaten nog eens naast elkaar gelegd om te komen tot een conclusie. 6

7 3. Verloop eetproblemen bij zva en FTD Gedragingen die er toe leiden dat iemand aankomt of meer eet dan voor het ziekteproces het geval was lijkt meer voor te komen bij patiënten met een FTD. Hier vallen gedragingen onder zoals overeten, meer zoet voedsel eten en zich volproppen. Uit een onderzoek van Ikeda et al. (2002) blijkt dat veranderingen als hyperfagie vaker voorkomen bij patiënten met FTD dan bij patiënten met zva. In hun onderzoek werden een aantal groepen onderzocht waaronder een groep met de frontale variant van FTD (n=23) en een groep met zva (n=43). De mate van vordering van de dementie werd gemeten met de Clinical Dementia Rating Scale. Van de FTD-patiënten hadden er vier een (mogelijk) beginnende vorm van dit type, tien een milde vorm, vier een matig ernstig gevorderde vorm en vijf een ernstige vergevorderde vorm. Van de 43 zva-patiënten hadden er veertien een (mogelijk) beginnende vorm van dementie, veertien een milde vorm, twaalf een matig ernstige vorm en drie een ernstig gevorderde vorm. De verzorgers van de patiënten moesten voor elke patiënt een vragenlijst invullen die bestond uit 36 vragen over slikproblemen, behoefteverandering, voedselvoorkeur, eetgewoontes en andere orale gedragingen. De frequentie van symptomen in elk van de vijf domeinen was aanzienlijk hoger bij patiënten met FTD met de frontale variant dan bij patiënten met zva. Soortgelijke grote verschillen werden ook gevonden in een onderzoek van Bathgate et al. (2001). Zij onderzochten 20 FTD patiënten en 75 zva-patiënten en lieten de verzorgers van de patiënten semi-gestructureerde vragenlijsten invullen. De vragenlijsten bevatte verschillende domeinen waaronder eet- en andere orale gedragingen zoals roken. De patiënten werden gegroepeerd op ziekteduur, waarbij de FTD- patiënten een gemiddelde ziekteduur van ruim vier jaar hadden en een gemiddelde leeftijd van 59 jaar en de zvapatiënten hadden ten tijde van het onderzoek een ziekteduur van ruim viereneenhalf jaar met een gemiddelde leeftijd van 65 jaar. Zowel in het onderzoek van Ikeda et al (2002) als van Bathgate et al (2001) kwam naar voren dat patiënten met FTD aanzienlijk vaker een versterkte voorkeur voor zoet voedsel hebben, overeten, voedsel naar binnen proppen en vaker honger ervaren dan patiënten met zva (zie tabel 1). Ikeda et al. (2002) vonden ook dat de eerste symptomen bij FTD vooral de veranderde eetgewoontes en een vergrote behoefte aan eten waren. 7

8 Tabel 1 Onderzoeksresultaten Bathgate et al. (2001) en Ikeda et al. (2002) Bathgate et al (2001) Ikeda et al (2002) %FTD %zva %FTD %zva Gedragingen die geassocieerd worden met hyperfagie Te veel eten Snel en veel tegelijk eten Continu eten wanneer voedsel aanwezig is 43 7 Rapporteert sneller hongerig te zijn 30 9 Zou minder moeten eten ivm 26 2 gewichtstoename Eet alles binnen handbereik 30 2 Volstoppen van de mond bij het eten 39 9 Vragen naar voedsel Zoeken naar voedsel 33 1 Orale exploratie van niet eetbare objecten Voorkeur voor zoet voedsel Voorkeur voor vet voedsel Veranderingen die gewichtsafname zou kunnen bevorderen Rapporteert sneller overvol te zitten Slikproblemen Andere veranderingen in eetgedragingen Verlies van onderscheidend vermogen t.o.v voedsel Langer doen over het eten van een maaltijd Wilt elke dag alleen maar hetzelfde eten 26 5 Wilt elke dag op hetzelfde tijdstip eten 52 9 Stelen van andermans bord 30 1 Verlies van tafelmanieren Veranderder voedselbehoefte 39 9 Bathgate et al. (2001) vonden een vergrote voorkeur voor voedselvetten die nagenoeg gelijk bleek te zijn bij FTD-patiënten en zva-patiënten. Het aantal zva-patiënten met eetproblemen in deze onderzoeken is vrij klein vergeleken met de uitkomsten van een onderzoek van Volicer et al. (1988). Zij onderzochten 71 patiënten met een vergevorderd stadium van (waarschijnlijk) zva, die allen in een verpleeghuis woonden, op eetmoeilijkheden. Daarvan bleek 91 procent eetproblemen te hebben en een lager lichaamsgewicht te hebben waarvan 32,4 procent slikproblemen had en waarvan een deel ook niet meer wilde eten, 18,3 procent moest gevoed worden en 25,4 procent van de patiënten hadden geen slikproblemen, maar wilden niet eten. Een mogelijke verklaring voor het grote verschil in het percentage zva- 8

9 patiënten met eetproblemen is waarschijnlijk dat Ikeda et al. (2002) voornamelijk patiënten hebben onderzocht die een beginnend tot gemiddeld ernstig stadium van zva hadden. De patiënten van Volicer et al. (1988) daarentegen woonden in een verpleeghuis en verkeerden in een vergevorderd stadium van zva. Uit de onderzoeken van Ikeda et al. (2002) en Bathgate et al. (2001) bleek dat vooral patiënten met FTD al in een redelijk vroeg stadium van het ziekteproces allerlei veranderingen in eetgedrag doormaakten. Bij zva lijkt dit wat minder sterk het geval te zijn. Bij beide vormen van dementie lijkt de ernst van de dementie samen te hangen met de ernst van de eetstoornissen, hoe ernstiger de dementie: hoe meer veranderingen in eetgedrag er naar voren lijken te komen. 4. Oorzaken Veranderingen in eetgedrag kunnen meerdere oorzaken hebben. Zo kan de sociale omgeving een grote rol spelen. Veel patiënten met dementie worden uiteindelijk verzorgd door anderen en kiezen en koken vaak niet meer zelf hun voedsel. Ook spanningen die ontstaan tijdens het ziekteproces kunnen veranderingen veroorzaken in eetgedrag. Dit lijkt echter niet voldoende te verklaren waarom een hoog percentage dementerenden grote veranderingen in eetgedrag doormaken. Ook kunnen de grote verschillen in eetgedrag tussen de diverse typen dementie (bv. FTD en zva) hier niet door verklaard worden. 4.1 Hersenafwijkingen, beschadiging en atrofie. FTD en zva zijn beide dementiesyndromen waarbij er sprake is van progressieve atrofie in de hersenen. De veranderingen in de hersenen die daarbij ontstaan, kunnen de verschillen tussen FTD en zva mogelijk voor een groot deel verklaren. Om veranderingen in de hersenen te kunnen koppelen aan veranderingen in eetgedrag is het allereerst belangrijk om te weten welke gebieden bij FTD en zva überhaupt aangedaan raken. 9

10 Hersenstudies bij FTD patiënten laten vaak specifieke afwijkingen zien. Volgens Kitagi et al. (1998) kan er een duidelijke bilaterale, asymmetrische atrofie van met name de voorste gedeelten van de frontale en temporale lobben waarbij vaak een relatief behoud van posterieure structuren gezien wordt. Het striatum van de basale ganglia kan later in de ziekte ook atrofie vertonen wat kan leiden tot parkinsonisme. Bij de FTD motor neuron ziekte kan atrofie beperkt zijn tot de orbitomediale frontale en anterieure temporale lobben. Metabolische en bloedtoevoer studies laten dysfunctie zien in de voorste gedeelten van de frontale lobben (Miller et al., 1991; Neary et al., 1987; Starkstein et al., 1994). EEG s zijn vaak normaal (Green, 2000). Zakzanis, Graham en Campbell (2003) hebben een meta-analyse uitgevoerd bij 3511 patiënten met zva en 1632 gezonde controles. Bij de patiënten met zva werd voornamelijk volumeverlies van pariëtaalkwab, rechter en linker amygdala, de anterieure cingulate cortex, linker entorhinale putamen en zowel de linker als rechter hippocampus geconstateerd. Daarnaast vonden ze ook een verminderde doorbloeding in de pariëtale en temporale lob bij patiënten die in een vroege fase van zva verkeerden Hyperfagie en een pathologische behoefte aan zoetigheid In een onderzoek van Whitwell et al. (2007) werden de hersenen onderzocht van zestien mannelijke patiënten met FTD. Hun eetgedragingen werden onderzocht via een vragenlijst waarin gevraagd werd naar de aan- en afwezigheid van verschillende vormen van abnormaal eetgedrag. Beeldvormend onderzoek waarbij gekeken werd naar verandering in de grijze hersenstof werd uitgevoerd bij alle patiënten met een gemiddelde leeftijd van 62,6 en bij een groep van negen gezonde mannen met dezelfde leeftijd als de groep patiënten. Vergeleken met de gezonde mannen hadden alle mannen met FTD een aanzienlijke vermindering van grijze hersenstof in de frontale en temporale lobben. Binnen de FTD-groep, werden de veranderingen in grijze hersenstof nader onderzocht. De ontwikkeling van een pathologische behoefte aan zoetigheid werd geassocieerd met een verlies van grijze hersenstof in een uitgebreid hersennetwerk waaronder de bilaterale posterolaterale orbitofrontale cortex (Brodmann s gebieden 12 en 47) en de rechter 10

11 anterieure insula. Hyperfagie werd geassocieerd met focale grijze hersenstof verlies in de anterolaterale orbitofrontale cortex (Brodmann s gebied 11). Uher en Treasure (2007) betrokken 54 andere studies naar eetstoornissen en hersenschade. In deze studies werden patiënten met bulimia en anorexia nervosa onderzocht die tevens een tumor, epileptische afwijking of andere hersenbeschadiging hadden. De eetstoornissen verdwenen na operatieve verwijdering van de tumor of behandeling voor de epilepsie. Uit deze meta-analyse kwam onder andere ondermeer naar voren dat complexe eetstoornissen, waarbij er een lange geschiedenis was van een verstoord zelfbeeld, overeten en ondereten, geassocieerd werd met onder andere de rechter frontale lob wat zou kunnen passen bij de eerder beschreven studie van Whitwell et al. (2007) naar hyperfagie bij FTD-patiënten. Zij vonden ook temporale afwijkingen die gerelateerd bleken te zijn aan deze pathologie van eetstoornissen. Mogelijk draagt een achteruitgang in de temporale lob bij zowel FTD als zva- patiënten bij aan hyperfagie. Het is echter de vraag of eetstoornissen, waarbij de manier van denken over gewicht prominent aanwezig is, vergeleken kan worden met zva of FTD. Het is namelijk onduidelijk of het sterk afwijkende denken de eetstoornis veroorzaakt of dat het afwijkende denken voortkomt uit problematische eetgedragingen. Uher en Treasure (2007) beschreven een persoon waarbij de symptomen van een atypische bulimia met ernstige gedragstoornissen door chirurgische verwijdering van een tumor in de rechter anterieure cingulate cortex verdwenen. Zakzanis, Graham en Campbell (2003) vond bij zva-patiënten veranderingen in de anterieure cingulate cortex. Dit kunnen aanwijzingen zijn dat verstoringen binnen dit gebied leiden tot hyperfagie. Uher en Treasure (2007) vonden dat simpele veranderingen in eetlust en eetgedrag ook voorkomen bij schade in de hypothalamus. Beschadigingen in de hypothalamus kunnen zowel leiden tot een toename als een afname in eetlust wat erg opmerkelijk is. Een verklaring voor deze dubbele bevinding kan misschien liggen in het feit dat er de beschadigingen bij de anorexiapatiënten in de hypothalamus er toch iets anders uitzagen dan de beschadigingen bij de bulimiapatiënten. Uit de studie is echter niet duidelijk af te leiden welke gebieden in de hypothalamus beschadigd zijn bij de bulimia en anorexiapatiënten. Het is wel mogelijk dat atrofie in de hypothalamus in een 11

12 verder gevorderd stadium van FTD of zva, indien aanwezig, verantwoordelijk kan zijn voor veranderingen in eetgedrag. De hypothalamus is ondermeer verantwoordelijk voor het verzadigingsmechanisme. Hier zijn echter, voor zover bekend, geen directe aanwijzingen voor gevonden. Bij zva-patiënten is echter wel gevonden dat de linker amygdala in het ziekteproces wordt aangetast. De hypothalamus (corpus mammilare) ontvangt projecties vanuit de amygdala waaronder de linker amygdala. Atrofie in de amygdala zou dan ook bij zva- patiënten mogelijk afwijkende projecties naar de hypothalamus toesturen waardoor de werking veranderd en onderetenof hyperfagie tot gevolg heeft Dysfagie Uher en Treasure (2007) vonden een correlatie tussen beschadigingen in de hersenstam, ongecontroleerd overgeven en dysfagie. Bij patiënten met FTD en zva zou atrofie in de hersenstam in een vergevorderd stadium verantwoordelijk kunnen zijn voor slikproblemen. Dit verklaart echter niet waarom zva-patiënten ook al in een vroeger stadium slikproblemen kunnen krijgen zoals blijkt uit het onderzoek van Ikeda et al. (2002). 4.2 Serotoninesysteem Het serotoninesysteem blijkt volgens Frank en Kaye (2005) onder andere veel invloed te hebben op het eetgedrag. Serotonine is een stof, met als chemische structuur 5- hydroxytryptamine, meestal afgekort tot 5HT en is aanwezig in het centrale zenuwstelsel. Volgens Lebert (2003) is er bij zowel FTD-patienten als zva patienten sprake van een verlaagde serotonineactiviteit. Neuropathologische studies bij de hersenen van zva patienten hebben uitgewezen dat er in de dorsale raphe nucleus neurofibrillaire tangles ontstaan. Dit zou een verklaring kunnen zijn voor de verlaagde concentratie van serotonine in de hersenen van zva patienten. Volgens Kempen (1995) en Bowen et al. (1987) is er bij zva echter ook sprake van een verlies van serotonine 2a serotoninereceptoren in de cortex, hippocampus en amygdala. Het verlies van receptoren 12

13 zou er echter juist voor zorgen dat de concentratie van serotonine in de hersenen groter wordt doordat de binding van serotonine aan deze receptoren lager wordt. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat er ook iets mis kan gaan bij de productie van serotonine bij mensen met zva. Volgens Kumar (1995) blijken er ondanks deze afwijkingen die zowel voor een afname als een toename in de concentratie van serotonine in de hersenen zorgt, toch vooral een verlaagde concentratie serotonine in de hersenen gevonden te worden bij patiënten met zva. Er is ook een andere serotoninereceptor die volgens Barnes en Sharp (1999) onder meer betrokken bij het ontstaan van hyperfagie door een versterkte binding van serotonine aan deze receptor. Deze receptor is de serotonine 1a receptor. Tiihonen et al. (2003) vonden inderdaad dat er een sterkere binding van serotonine aan de serotonine 1a receptoren bij bulimiapatiënten was dan bij gezonde controles. Dit werd onder andere gevonden in de angular gyrus die bij zva-patienten atrofie vertoont. De mediale prefrontale cortex bleek ook een verhoogde binding te laten zien bij bulimiapatienten. Bij FTD-patienten is de mediale prefrontale cortex atrofisch wat ook een verandering van het serotoninesysteem in dit gebied zou kunnen betekenen met hyperfagie tot gevolg. Kaye, Frank en Meltzer (2001) vonden bij mensen met bulimia en anorexia ook afwijkingen in het serotoninesysteem. Zij vonden bijvoorbeeld afwijkingen in het serotoninesysteem in de orbitofrontale cortex bij anorexia en bulimiapatiënten en Withwell et al. (2007) vonden bij FTD-patiënten atrofie in hetzelfde gebied. De afwijkingen bestonden uit een vermindering van de binding van serotonine aan serotoninereceptoren van het type 2a bij herstelde bulimiapatiënten, vergeleken met controles. Impulsief gedrag blijkt volgens Fraguas, Meyer en Arango (2006) te maken te hebben met een afwijkende werking van serotonine aan serotonine 2a receptoren. Een verhoogde werking van de serotonine 2a receptoren hebben volgens Frank en Kaye (2005) impulsief gedrag tot gevolg. Frank en Kaye (2005) vonden bij personen met anorexia nervosa een verlaagde receptorbinding aan de serotonin 2a receptoren in de linker frontale, bilaterale, parietale en occipitale cortex. Ook vonden zij een verhoogde binding van serotonine aan receptoren van het type 2a in de orbitofrontale cortex bij patiënten met bulimia nervosa 13

14 van het purgerende type en anorexiapatiënten van het purgerende type. Het lijkt er dan ook op dat bij deze patiënten impulsieve gedragingen ontstaan door verstoringen in het serotoninesysteem. Deze impulsieve gedragingen lijken bij deze patiënten ook ten grondslag te liggen aan de eetbuien. Frank en Kaye (2005) vonden bij personen met bulimia ook een verhoogde binding van serotonine aan 2a receptoren in de anterieure cingulate cortex. Bij personen met anorexia nervosa die niet bij het purgerende type hoorden, vonden zij juist een verlaagde binding van serotonine aan deze receptoren. Dit zou kunnen betekenen dat een verlaagde binding van serotonine 2a receptoren in de anterieure cingulate cortex verantwoordelijk kan zijn voor ondereten en een versterkte binding van deze receptoren in dit gebied voor hyperfagie. Ook Uher en Treasure (2007) vonden een correlatie tussen veranderingen in hyperfagie en anatomische afwijkingen in de anterieure cingulate cortex. Dit zou kunnen betekenen dat de atrofie in de anterieure cingulate cortex bij zva-patiënten soortgelijke gevolgen kan hebben. De anterieure cingulate cortex is gelegen onder de frontale lob. Dit gebied maakt volgens Gazzaniga, Ivry en Mangun (2002) deel uit van de interface tussen de frontale lob en het limbische systeem. Het zou verschillende functies ondersteunen op het gebied van responsmonitoring, foutendetectie en aandacht. Het is mogelijk dat een verminderde werking van de anterieure cingulate cortex door een verminderde responsmonitoring hyperfagie kan veroorzaken. Door een vergrote impulsiviteit, door de verminderde responsmonitoring, zuller er met name veranderingen zijn die leiden tot hyperfagie. Frank en Kaye (2005) vonden een verhoging van de serotoninebinding aan de 2a receptoren bij personen met bulimia in de pariëtale cortex. Zakzanis et al. (2003) vonden bij zva patiënten een volumeverlies van de gehele pariëtale lob. Het lijkt aannemelijk dat atrofie ook van invloed is op het serotoninesysteem of door een afwijkend functioneren een soortgelijk effect hebben zoals een afwijkend serotonineniveau. Het zou dan ook mogelijk zijn dat hyperfagie bij zva patiënten (mede) veroorzaakt kan worden door atrofie in de pariëtale cortex. Het is mogelijk dat de afwijkingen in het serotoninesysteem bij FTD- en zvapatienten met hyperfagie enigszins lijken op de afwijkingen in het serotoninesysteem bij 14

15 bulimia. Als dit ook daadwerkelijk klopt zou het mogelijkheid zijn om patiënten met zva en FTD te behandelen met serotonine heropnameremmers wanneer er sprake is van problematische vormen van eetgedrag. Volgens Lebert (2003) hebben serotonineheropnameremmers echter een inhiberend effect op choline-esteraseremmers. Acetylcholinesterase is een enzym dat in de hersenen de boodschapperstof acetylcholine afbreekt. Choline-esteraseremmers zorgen er voor dat de hoeveelheid van de boodschapperstof toeneemt (richtlijnen dementie, 2005). Het gebruik van serotonineheropnameremmers lijkt dan ook pas een optie wanneer de eetproblemen zeer ernstige vormen zou gaan aannemen. 4.3 Andere lichamelijke oorzaken Te weinig eten kan volgens Alford (1986) ook een signaal zijn van een acute ziekte zoals een urineweginfectie of longontsteking. Scherder et al. (2005) vonden dat onderbehandeling van pijn vaker voorkomt bij demente patienten dan bij niet demente patienten, met name bij de patienten in een vergevorderd stadium van dementie. Dit zou kunnen betekenen dat pijn die door een acute ziekte wordt veroorzaakt vervolgens niet wordt aangegeven door dementerende patienten. Het is dan ook in het bijzonder bij deze groep demente patiënten extra belangrijk om met deze mogelijkheid rekening te houden wanneer er sprake is van ondereten. 4.4 Psychosociale oorzaken Psychosociale factoren lijken met name op ondereten van invloed te zijn en minder op het ontstaan van hyperfagie. Het is dan ook van groot belang hiernaar te kijken, vooral wanneer iemand minder eet. Zo is het mogelijk dat mensen door invloed van veranderde (eet)omstandigheden geen trek meer hebben. Dit zijn bijvoorbeeld dementerende patiënten die niet meer thuis kunnen wonen en moeten verhuizen naar een instelling. Het eten is daar vaak anders dan thuis waardoor ze het soms niet willen eten of minder zin in het eten hebben. Kane et al. (1997) interviewden 135 verpleeghuisbewoners uit 35 verschillende verpleeghuizen. Daarvan was maar 23% tevreden met het eten dat ze 15

16 in de instelling kregen en 58% gaf aan dat ze het erg belangrijk vonden dat ze konden kiezen wat ze wilden eten. Veel verpleeghuisbewoners hebben extra tijd of hulp nodig bij het eten. Wanneer hier geen rekening mee gehouden wordt kunnen volgens Kayser -Jones (1997) sommige van deze vepleeghuisbewoners weigeren om te eten. Ook de bejegening van het verplegende personeel naar dementerende verpleeghuisbewoners lijkt erg belangrijk. Eaton, Mitchell-Bonair en Friedmann (1986) evalueerden het effect van vriendelijke aanrakingen bij dementerende verpleeghuisbewoners tijdens het eten. Zij vonden dat de voedselinname aanzienlijk groter was bij de aangeraakte dementerende patiënten dan bij de niet aangeraakte dementerende patiënten. Lange-Alberts en Shott (1994) vonden soortgelijke bevindingen bij niet dementerende verpleeghuisbewoners. Ook kunnen veranderingen in stemming kunnen voor een veranderd eetpatroon zorgen met als gevolg gewichtsverlies (Levy & Dixon, 1985; Bouley, 2006), hoewel er af en toe ook een toename in gewicht kan ontstaan (Frost, Goolkasian & Blanchard,1982). Gewichtsverlies door te weinig eten zou volgens Bouley (2006) echter ook weer een verlaagde stemming als gevolg kunnen hebben. Volgens Thompson & Morris (1991) echter is de depressie bij ouderen de meest voorkomende oorzaak van het gewichtsverlies. Fabiny en Keil (1997) vonden dat dit ook het geval was bij ouderen die in verpleeghuizen woonden. Cullen, Abid, Patel, Coope en Ballard (1997) vonden ook dat depressieve dementerende patiënten minder aten en vaker voedsel weigerden dan demente patiënten die niet depressief waren. Daarnaast is het ook goed voorstelbaar dat iemand door stress een verandering in eetpatroon doormaakt wanneer iemand in de beginfase zit van dementie en nog wel ziekte-inzicht heeft. Het feit dat iemand weet dat hij of zij dement aan het worden is kan veel angst oproepen en een verlaagde stemming met minder eten tot gevolg (Bouley (2006). 5. Discussie Het doel van dit verslag was om te kijken welke verschillen er bestaan in de veranderingen in eetgedrag tussen Alzheimer en FTD en welke oorzaken hieraan ten grondslag liggen. Uit de gevonden literatuur is gebleken dat er inderdaad verschillen zijn 16

17 in het verloop en voorkomen van (problematische) veranderingen. Met name bij FTDpatiënten die in het eerste stadium van de ziekte verkeren zijn er aanzienlijk meer veranderingen gevonden dan bij zva-patiënten. In de daaropvolgende stadia lijken de verschillen echter steeds kleiner te worden. Alle type veranderingen in eetgedrag blijken vaker voor te komen bij FTD-patiënten dan bij zva-patiënten. In verder gevorderde stadia van zowel FTD als zva lijken de verschillen in verandering van eetgedrag minder groot te zijn waarbij ook een groot deel van de zva-patiënten in een verder gevorderd stadium veel veranderingen in eetgedrag doormaakt. Het lijkt dan ook redelijk dat het verloop van de veranderingen in eetgedrag genoemd zou kunnen worden in de consensuscriteria van de NINCDS-ADRD om het verloop van zva preciezer in kaart te brengen. Het is hiervoor echter wel van belang om het precieze verloop van eetstoornissen uitgebreid te onderzoeken. Er zijn verschillende mogelijke oorzaken te vinden voor verschillende type veranderingen in eetgedrag. Hyperfagie lijkt ondermeer veroorzaakt te worden door verstoringen in de impulsbeheersing en mogelijkerwijs ook met verstoringen in het verzadigingsgevoel. Hyperfagie lijkt in verband te staan met psychofysiologische afwijkingen. Hyperfagie bij FTD-patiënten blijkt voornamelijk veroorzaakt te worden door afwijkingen die de kans op impulsief gedrag verhogen. Atrofische afwijkingen in de hersenen van FTD- en zva-patiënten die in verband lijken te staan met impulsief gedrag lijken overeen te komen met afwijkingen door tumoren en beschadigingen in de hersenen gevonden bij bulimiapatiënten. Met name de bevindingen bij de bulimiapatiënten met de bijkomende hersenbeschadiging en tumoren lijken sterke aanwijzingen te geven dat dit soortgelijke effecten heeft als atrofie in dezelfde gebieden bij zva- en FTD-patiënten. Het aantal onderzochte mensen is bij sommige bevindingen is helaas aan de lage kant. Het is ook de vraag in hoeverre bulimia en anorexia vergeleken kan worden met zva- en FTD-patiënten met veranderingen in eetgedrag. Het gegeven dat de bulimia en anorexia in veel gevallen compleet verdween bij bepaalde patiënten die een operatie hebben ondergaan geeft echter wel twijfels in hoeverre de patiënten een typische vorm van bulimia of anorexia hadden. Het is mogelijk dat deze patiënten wel veel gedragingen vertoonden die pasten bij bulimia en anorexia, maar dat de typische denkbeelden met betrekking tot eten en gewicht echter minder of niet aanwezig waren. In dit geval lijkt het 17

18 geoorloofd om de gevonden eetstoornissen met die van zva- en FTD-patiënten te vergelijken. Ook zijn er afwijkingen in het serotoninesysteem bij zva- en FTD-patiënten, maar ook bij bulimia en anorexiapatiënten gevonden. Het is echter niet duidelijk waar en welke afwijkingen er precies bestaan in het serotoninesysteem bij zva- en FTD-patiënten. De gebieden waar afwijkingen in het serotoninesysteem gevonden werden bij bulimia- & anorexiapatiënten waren bij FTD- en zva-patiënten atrofisch. Het is wel mogelijk dat deze atrofische gebieden tevens afwijkingen in het serotoninesysteem laten zien. Receptoren in deze gebieden zullen logischerwijs ook zijn aangetast raken als gevolg van het atrofieproces. De gevonden afwijkingen betreffen echter maar een klein onderdeel van het gehele serotoninesysteem en het is dan ook de vraag of de gevonden afwijkingen bij de bulimia- en anorexiapatiënten ook daadwerkelijk lijken op de afwijkingen in het serotoninesysteem bij FTD- en zva-patiënten. Omdat het nog niet helemaal duidelijk is welke veranderingen in het serotoninesysteem bij FTD- en zva-patiënten optreden, is het interessant om hier uitgebreider onderzoek naar te doen. Naast psychofysiologische oorzaken lijken psychosociale oorzaken ook van grote invloed te zijn op veranderingen in eetgedrag. Psychosociale factoren lijken vooral een grote rol te spelen bij ondereten bij zowel FTD- en zva-patiënten. Ondereten blijkt meer te maken te hebben met een negatieve stemming en/of lichamelijke gebreken die ervoor zorgen dat de patiënt meer tijd nodig heeft om te eten en /of moeilijk kan eten zonder hulp. 5.1 Suggesties voor behandeling Het doel om meer te weten over de oorzaken en verloop van veranderingen in eetgedrag bij FTD- en zva-patiënten is om uiteindelijk tot optimale oplossingen te komen voor de behandeling en begeleiding van eetstoornissen bij deze demente groepen. Op basis van de bevindingen in het verslag kunnen er een aantal suggesties gedaan worden. Het is echter van belang hier nog uitgebreider onderzoek naar te doen. Op basis van de bevindingen in dit verslag is het denkbaar dat er bij de behandeling van hyperfagie bij zowel zva-patiënten als bij FTD-patiënten rekening gehouden moet worden met de 18

19 stoornissen in de impulsbeheersing en een ontbrekend of verminderd verzadigingsgevoel. Interventies gericht op het bieden van meer structuur en het wegnemen van prikkels om te willen eten zullen dan ook een positief effect hebben op het overeetgedrag. Bij ondereten lijkt het belangrijk om te kijken naar de psychosociale factoren. Hierbij is het van belang om te letten op wat de patiënt nodig heeft. Hierbij kan er gekeken worden naar de stemming van de patiënt en hoe deze eventueel verbeterd kan worden. Ook is het belangrijk om te kijken naar de lichamelijke toestand van de patiënt en in hoeverre deze in staat is om zelfstandig te eten en hulp te bieden waar nodig. In de praktijk lijkt het echter niet altijd even gemakkelijk om erachter te komen wat er nu precies voor zorgt dat iemand minder of meer gaat eten. Het lijkt dan ook zeer belangrijk om kennis te hebben van de oorzaken en het beloop van de eetproblemen om vervolgens de juiste begeleiding kunnen bieden (zoals hierboven is omschreven). Hiervoor is het nodig om meer onderzoek te doen naar (problematische) veranderingen in eetgedrag bij dementerende patiënten op verschillende vlakken en hoe de verschillende typen herkend en aangepakt kunnen worden. 19

20 6. Literatuur American Psychiatric Association (2000). Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders, Fourth Edition, Text Revision. Washington, DC: author. Alford, D. M. (1986). Behavioral responses of the institutionalized elderly to eating and to food services. Nursing Homes, 35, Barnes, N. M., & Sharp, T. A. (1999). A review of central 5-HT receptors and their function. Neuropharmacology, 38, Bathgate, D., Snowden, J. S., Blackshaw, A., & Neary, D. (2001). Behaviour in frontotemporal dementia, Alzheimers disease and vascular dementia. Acta Neurologica Scandinavia, 103, Bowen, D. M., Frances, P. T., & Palmer, A. M. (1987). Clinical aspects of the senile dementias. In: Roberts, P., J. (1987). Biochemistry of Dementia. Londen: John Wiley & Sons, Green, J. (2000). Neuropsychological Evaluation of the older adult: A clinician s guidebook. San Diego: Academic Press. Bouley, P. (2006). Weighing in on weight loss. Nursing Homes: Long Term Care Management, 55, Cullen, P., Abid, F., Patel, A., Coope, B., & Ballard, C. G. (1997). Eating disorders in dementia, International Journal of Geriatric Psychiatry, 12, Eaton, M., Mitchell-Bonair, I. L., & Friedmann, E. (1986). The effect of touch on nutritional intake of chronic organic brain syndrome patients. Journal of Gerontology, 41, Fabiny, A. R., & Kiel, D. P. (1997). Assessing and treating weight loss in nursing home residents. Clinics in Geriatric Medicine, 13, Fraguas, D., Meyer, D., & Arango, C. (2006). Genes and impulsivity: comment to the study of Nomura et al. On involvement of a polymorphism in the 5-HT2A receptor gene in impulsive behavior. Psychopharmacology, 188, Frank, G. K., & Kaye, W. H. (2005). Positron emission tomography studies in eating disorders: multireceptor brain imaging, correlates with behavior and implications for pharmacotherapy. Nuclear Medicine and Biology, 32, Frost, R. O., Goolkasian, G. A., Ely, R. J., & Blanchard, F. A. (1982) Depression, restraint and eating behavior. Behaviour Research and Therapy, 20,

21 Gazzaniga, M. S., Ivry, R. B., & Mangun, G. R. (2002). Cognitive Neuroscience: The Biology of the Mind. New York: W. W. Norton & Company. Ikeda, M., Brown, J., Holland, A. J., Fukuhara, R., & Hodges, J. R. (2002). Changes in appetite, food preference, and eating habits in frontotemporal dementia and Alzheimer s disease. Journal of Neurology Neurosurgery and Psychiatry, 73, Jonker, C., Verhey, F. R. T., & Slaets, J. P. J. (2001) Alzheimer en andere vormen van dementie. Houten: Bohn Stafleu van Loghum. Kane, R. A., Caplan, A. L., Urv-Wong, E. K., Freeman, I. C., Aroskar, M. A., & Finch, M. (1997). Everyday matters in the lives of nursing home residents: Wish for the perception of choice and control. Journal of the American Geriatric Society, 45, Kaye, W. H., Frank, G. K., Meltzer, C. C., Price, J. C., McCohana, C. W., Crossan, P. J., Klump, K. L., & Rhodes, L. (2001). Altered serotonin 2A receptor activity in women who have recoverd from bulimia nervosa. American Journal of Psychiatry, 158, Kayser-Jones, J. (1997). Inadequate staffing at mealtime. Implications for nursing and health policy. Journal of Gerontology Nursing, 23, Keene, J., & Hope, T. (1998) Natural history of hyperphagia and other eating changes in dementia. International Journal of Geriatric Psychiatry, 13, Kempen, G. M. J. (1995). Serotonine in de neurologie en de psychiatrie. Nederlandsch tijdschrift voor geneeskunde, 139, Kitagaki, H., Mori, E., Yomaji, S., Ishi, K., Hirono, N., Kobashi, S., & Hata, Y. (1998). Frontotemporal dementia and Alzheimer disease: Evaluation of cortical atrophy with automated hemispheric surface display generated with MR images. Radiology, 208, Kumar, A., M., Kumar, M., Sevush, S., Ruiz, J., & Eisdorfer, C., (1995). Serotonin uptake and it s kinetics in platelets of women with Alzheimer s Disease. Psychiatry Research, 59, Lange-Alberts, M., E., & Shott, S. (1994) Nutritional intake. Use of touch and verbal cuing. Journal of Gerontology Nursing, 20, Lebert, F. (2003). Serotonin reuptake inhibitors in depression of Alzheimer's disease and other dementias. La Presse médicale, 32, Levy, A. B. & Dixon, K. N. (1985) The relationship between anorexia nervosa and depression: a reevaluation. The International journal of eating disorders, 4,

22 McKahnn, G., Drachman, D., Folstein., Katzman, R., Price, D., & Stadlan., E. M. (1984). Clinical Diagnosis of Alzheimer s disease: report of the NINCDS-ADRDA Work Group under the auspices of Department of Health and Human Services Task Force on Alzheimer s Disease. Neurology, 34, Miller, D. K., Morley, J. E., Rubinstein, L., Z. & Petruschka, F., M. (1991). Abnormal eating attitudes and body images in older undernourished individuals. Journal of the American Geriatrics Society, 39, Neary, D., Snowden, J., Shields, R., Burjan, A., Northen, B., MacDermott, N., Prescott, M. & Tesh, H. (1987). Single photon emission tomography using 99 mtc-hmpao in the investigation of dementia. Journal of Neurology, Neurosurgery and Psychiatry, 50, Nederlandse Huisartsengenootschap, Nederlandse Vereniging van Verpleeghuisartsen, Nederlandse Vereniging van Ziekenhuisapothekers, Nederlandse Vereniging voor Klinische Geriatrie, Nederlandse Vereniging voor Klinische Neurofysiologie, Nederlandse Vereniging voor Neurologie, Nederlandse Vereniging voor Neuropsychologie, Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie, Nederlandse Vereniging voor Radiologie, Nederlandse Vereniging voor Sociale Geriatrie, & Stichting Alzheimer Nederland (2005) Richtlijn Diagnostiek en medicamenteuze behandeling van dementie. Utrecht: Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg CBO. Rozzini, L., Costardi, D., Chilovi, B. V., Franzoni, S., Trabuchi, M., & Padovani, A. (2007) Efficacy of cognitive rehabilitation in patients with mild cognitive impairment treated with cholinesterase inhibitors. International Journal of Geriatric Psychiatry, 22, Scherder, E., Oosterman, J., Swaab, D., Herr, K., Ooms, M., Ribbe, M., Sergeant, J., Pickering, G. & Benedetti, F. (2005). Recent developments in pain in dementia. British Medical Journal, 330, Starkstein, S., Migliorelli, R., Teson, A., Sabe, L., & Leiguarda, R. (1994). Specifity of changes in cerebral blood in patients in frontal lobe dementia. Journal of Neurology, Neurosurgery, and Psychiatry, 57, Thompson, M. P., & Morris, L. K. (1991). Unexplained weight loss in the ambulatory elderly. Journal of the American American Geriatrics Society, 39, Tiihonen, J., Keski-Rahkonen, A., Lopponen, M., Muhonen, M., Kajander., Allonen, T., Nagren, K., Hietala, J., & Rissanen, A. (2004). Brain serotonin 1A Receptor Binding in Bulimia Nervosa. Biological Psychiatry, 55, Uher, R., & Treasure, J. (2007). Brain lesions and eating disorders. Journal of Neurosurgical Psychiatry, 76,

23 Volicer, L, Seltzer, B., Rheaume, Y., Karner, J., Glennon, M., Riley, M. E., Crino, P., & Herz, L. (1988). Feeding difficulties in patients with dementia of the Alzheimer type. Gerontologist, 28, Withwell, J. L., Sampson, E. L., Clement, T. L., Warren, J. E., Rossor, M. N., Fox, N., C., & Warren, J. D. (2007). VBM signatures of abnormal eating behaviours in frontotemporal lobar degeneration. Neuroimage, 35, Zakzanis, K. K., Graham, S. J. & Campbell, Z. (2003). A Meta-Analysis of Structural and Functional Brain Imaging in Dementia of the Alzheimer's Type: A Neuroimaging Profile. Neuropsychology Review, 13,

Anatomische correlaties van neuropsychiatrische symptomen bij dementie

Anatomische correlaties van neuropsychiatrische symptomen bij dementie Anatomische correlaties van neuropsychiatrische symptomen bij dementie K.J. Kaland, AIOS klinische geriatrie, Parnassia Groot Haags Geriatrie Referaat 6 februari 2017 Gedragsproblemen bij dementie Behavioral

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting 137 138 Het ontrafelen van de klinische fenotypen van dementie op jonge leeftijd In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, komt dementie ook op jonge leeftijd voor. De diagnose

Nadere informatie

Verschijningsvormen van dementie op jonge leeftijd, verschillen en overeenkomsten Freek Gillissen

Verschijningsvormen van dementie op jonge leeftijd, verschillen en overeenkomsten Freek Gillissen Verschijningsvormen van dementie op jonge leeftijd, verschillen en overeenkomsten Freek Gillissen Verpleegkundig consulent dementie Alzheimercentrum VUMC Herkenning preseniele dementie Vroege verschijnselen:

Nadere informatie

Summary in Dutch / Nederlandse Samenvatting

Summary in Dutch / Nederlandse Samenvatting Summary in Dutch / Nederlandse Samenvatting 2 In dit proefschrift wordt met behulp van radiologische technieken de veroudering van de hersenen bestudeerd. Hierbij wordt in het bijzonder aandacht besteed

Nadere informatie

Waarom kijkt iedereen boos? Vergelijkend onderzoek van de hersenen van mensen met een depressie

Waarom kijkt iedereen boos? Vergelijkend onderzoek van de hersenen van mensen met een depressie Waarom kijkt iedereen boos? Vergelijkend onderzoek van de hersenen van mensen met een depressie Jojanneke is een studente van 24 jaar en kampt al een tijdje met depressieve klachten. Het valt haar huis-

Nadere informatie

De ziekte van Alzheimer is een neurodegeneratieve aandoening en de meest voorkomende

De ziekte van Alzheimer is een neurodegeneratieve aandoening en de meest voorkomende Nederlandse samenvatting Ontsteking bij de ziekte van Alzheimer in vivo kwantificatie Achtergrond De ziekte van Alzheimer is een neurodegeneratieve aandoening en de meest voorkomende vorm van dementie.

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting In het promotieonderzoek dat wordt beschreven in dit proefschrift staat schade aan de bloedvaten bij dementie centraal. Voordat ik een samenvatting van de resultaten geef zal ik

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting nelleke tolboom binnenwerk aangepast.indd 161 28-12-2009 09:42:54 nelleke tolboom binnenwerk aangepast.indd 162 28-12-2009 09:42:54 Beeldvorming van Alzheimerpathologie in vivo:

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting HET BEGRIJPEN VAN COGNITIEVE ACHTERUITGANG BIJ MULTIPLE SCLEROSE Met focus op de thalamus, de hippocampus en de dorsolaterale prefrontale cortex Wereldwijd lijden ongeveer 2.3

Nadere informatie

De ziekte van Parkinson is een neurologische ziekte waarbij zenuwcellen in een specifiek deel van de

De ziekte van Parkinson is een neurologische ziekte waarbij zenuwcellen in een specifiek deel van de Rick Helmich Cerebral Reorganization in Parkinson s disease (proefschrift) Nederlandse Samenvatting De ziekte van Parkinson is een neurologische ziekte waarbij zenuwcellen in een specifiek deel van de

Nadere informatie

Begeleiding van psychische klachten bij revalidatie. dr. Bianca Buijck Coördinator Rotterdam Stroke Service 17 maart 2015

Begeleiding van psychische klachten bij revalidatie. dr. Bianca Buijck Coördinator Rotterdam Stroke Service 17 maart 2015 Begeleiding van psychische klachten bij revalidatie dr. Bianca Buijck Coördinator Rotterdam Stroke Service 17 maart 2015 Even voorstellen Psychische klachten: neuropsychiatrische symptomen (NPS) De laatste

Nadere informatie

Depressie op latere leeftijd, kenmerken van de hersenen en ECT respons.

Depressie op latere leeftijd, kenmerken van de hersenen en ECT respons. NEDERLANDSTALIGE SAMENVATTING Nederlandstalige samenvatting Depressie op latere leeftijd, kenmerken van de hersenen en ECT respons. Inleiding Wereldwijd neemt het aantal mensen met een leeftijd ouder dan

Nadere informatie

Type Dementie als Oorzaak van Seksueel Ontremd Gedrag. Aanwezigheid van het Gedrag bij Type Alzheimer?

Type Dementie als Oorzaak van Seksueel Ontremd Gedrag. Aanwezigheid van het Gedrag bij Type Alzheimer? Type Dementie als Oorzaak van Seksueel Ontremd Gedrag Aanwezigheid van het Gedrag bij Type Alzheimer? Type of Dementia as Cause of Sexual Disinhibition Presence of the Behavior in Alzheimer s Type? Carla

Nadere informatie

Linking Depression. Longitudinal and neuroimaging genetic studies in major depressive disorder. Esther Opmeer

Linking Depression. Longitudinal and neuroimaging genetic studies in major depressive disorder. Esther Opmeer Linking Depression Longitudinal and neuroimaging genetic studies in major depressive disorder Esther Opmeer Nederlandse Samenvatting Depressie staat in de top 3 van ziekten die de meeste ziektelast geven

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting 5 Nederlandse samenvatting FUNCTIONELE EN PERFUSIE MRI BIJ DEMENTIE Dementie kan worden veroorzaakt door een groot aantal verschillende ziekten. De ziekte van Alzheimer is de meest voorkomende neurodegeneratieve

Nadere informatie

Cover Page. The handle holds various files of this Leiden University dissertation

Cover Page. The handle  holds various files of this Leiden University dissertation Cover Page The handle http://hdl.handle.net/1887/39720 holds various files of this Leiden University dissertation Author: Hafkemeijer, Anne Title: Brain networks in aging and dementia Issue Date: 2016-05-26

Nadere informatie

Meijboom, R. (2017). Imaging of Brain Connectivity in Dementia - Clinical Implications for Diagnosis of its Underlying Diseases.

Meijboom, R. (2017). Imaging of Brain Connectivity in Dementia - Clinical Implications for Diagnosis of its Underlying Diseases. Meijboom, R. (2017). Imaging of Brain Connectivity in Dementia - Clinical Implications for Diagnosis of its Underlying Diseases. Preseniele dementie (d.w.z. dementie optredend voor het 65 jarige levensjaar)

Nadere informatie

Cover Page. The handle holds various files of this Leiden University dissertation.

Cover Page. The handle  holds various files of this Leiden University dissertation. Cover Page The handle http://hdl.handle.net/1887/20120 holds various files of this Leiden University dissertation. Author: Bogaard, Simon Johannes Adrianus van den Title: Huntington's disease : quantifying

Nadere informatie

NEDERLANDSE SAMENVATTING

NEDERLANDSE SAMENVATTING NEDERLANDSE SAMENVATTING 188 Type 1 Diabetes and the Brain Het is bekend dat diabetes mellitus type 1 als gevolg van hyperglykemie (hoge bloedsuikers) kan leiden tot microangiopathie (schade aan de kleine

Nadere informatie

Chapter 9. Dutch Summary

Chapter 9. Dutch Summary Chapter 9 Dutch Summary Samenvatting van het proefschrift GLP-1 en de neuroendocriene regulatie van voedsel inname in obesitas en type 2 diabetes: stof tot nadenken Chapter 9 Obesitas en type 2 diabetes

Nadere informatie

Dementie, ook u ziet het?! Hanny Bloemen Klinisch Geriater Elkerliek Ziekenhuis Helmond 22 mei 2013

Dementie, ook u ziet het?! Hanny Bloemen Klinisch Geriater Elkerliek Ziekenhuis Helmond 22 mei 2013 Dementie, ook u ziet het?! Hanny Bloemen Klinisch Geriater Elkerliek Ziekenhuis Helmond 22 mei 2013 Hoeveel mensen in Nederland hebben dementie? 16.5 miljoen Nederlanders; 2.5 miljoen hiervan is 65+ (15%)

Nadere informatie

Hoofdstuk 2 Hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4. Hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4

Hoofdstuk 2 Hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4. Hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4 Samenvatting SAMENVATTING 189 Depressie is een veelvoorkomende psychische stoornis die een hoge ziektelast veroorzaakt voor zowel de samenleving als het individu. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO)

Nadere informatie

Eetstoornissen. Mellisa van der Linden

Eetstoornissen. Mellisa van der Linden Eetstoornissen Mellisa van der Linden Inhoud Hoofdstuk 1: Wat houdt een eetstoornis in? Hoofdstuk 2: Welke eetstoornissen zijn er? Hoofdstuk 3: Wat zijn bekende oorzaken voor een eetstoornis? Hoofdstuk

Nadere informatie

Bijwerkingen van psychotrope geneesmiddelen. Nikkie Aarts

Bijwerkingen van psychotrope geneesmiddelen. Nikkie Aarts Bijwerkingen van psychotrope geneesmiddelen Nikkie Aarts Afdeling Epidemiologie & Inwendige Geneeskunde 3 de Lustrum Farmacovigilantie Platform Nederland Dinsdag 19 mei 2015 Promotietraject In de dagelijkse

Nadere informatie

Workshop Hersentumoren en veranderingen in emotie, karakter and cognitie

Workshop Hersentumoren en veranderingen in emotie, karakter and cognitie Workshop Hersentumoren en veranderingen in emotie, karakter and cognitie Natasja Janssen en Hanneke Zwinkels Verpleegkundig specialisten Neuro-Oncologie Introductie Veranderingen in karakter, emotie en

Nadere informatie

Dementie-gerelateerde gedragsveranderingen bij mensen met downsyndroom

Dementie-gerelateerde gedragsveranderingen bij mensen met downsyndroom Ede 15.09.2017 1 Dementie-gerelateerde gedragsveranderingen bij mensen met downsyndroom A. D. (Alain) Dekker Afdeling Neurologie en Alzheimer Research Centrum Universitair Medisch Centrum Groningen Rijksuniversiteit

Nadere informatie

Wat is dementie? Radboud universitair medisch centrum

Wat is dementie? Radboud universitair medisch centrum Wat is dementie? Bij de diagnostiek en behandeling van mensen met dementie werkt het Jeroen Bosch Ziekenhuis nauw samen met het Radboud Alzheimer Centrum in het Radboudumc te Nijmegen. We wisselen voortdurend

Nadere informatie

Integratie van functionele en moleculaire beeldvorming bij de ziekte van Alzheimer

Integratie van functionele en moleculaire beeldvorming bij de ziekte van Alzheimer Integratie van functionele en moleculaire beeldvorming bij de ziekte van Alzheimer Achtergrond De ziekte van Alzheimer De ziekte van Alzheimer (Alzheimer s disease - AD) is een neurodegeneratieve ziekte

Nadere informatie

De ziekte van Alzheimer. Diagnose

De ziekte van Alzheimer. Diagnose De ziekte van Alzheimer Bij dementie is er sprake van een globale achteruitgang van de cognitieve functies, zoals het geheugen of de taalfuncties. Deze achteruitgang leidt tot functionele beperkingen in

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Addendum A 173 Nederlandse samenvatting Het doel van het onderzoek beschreven in dit proefschrift was om de rol van twee belangrijke risicofactoren voor psychotische stoornissen te onderzoeken in de Ultra

Nadere informatie

Opbouw praatje. Wat is dementie? Vormen van dementie Diagnose dementie Behandeling van dementie De verloop van dementie Conclusie

Opbouw praatje. Wat is dementie? Vormen van dementie Diagnose dementie Behandeling van dementie De verloop van dementie Conclusie DEMENTIE Opbouw praatje Wat is dementie? Vormen van dementie Diagnose dementie Behandeling van dementie De verloop van dementie Conclusie Definitie dementie Dementie is een syndromale diagnose, een ziekte

Nadere informatie

Primair progressieve afasie: meer dan taal? neuropsychologie en gedrag

Primair progressieve afasie: meer dan taal? neuropsychologie en gedrag Primair progressieve afasie: meer dan taal? neuropsychologie en gedrag Inge de Koning, Klinisch Neuropsycholoog Erasmus MC Primair progressieve afasie: varianten - Progressieve niet-vloeiende afasie (PNFA)

Nadere informatie

Welkom. Publiekslezing dementie 17 februari 2015 #pldementie

Welkom. Publiekslezing dementie 17 februari 2015 #pldementie Welkom Publiekslezing dementie 17 februari 2015 #pldementie R.H. Chabot, neuroloog Beatrixziekenhuis Rivas Zorggroep DEMENTIE DIAGNOSE EN SYMPTOMEN Inhoud Geheugen Wat is dementie? Mogelijke symptomen

Nadere informatie

Vroegsignalering bij dementie

Vroegsignalering bij dementie Vroegsignalering bij dementie Docentenhandleiding voor mbo-zorg onderwijs en bijscholing Docentenhandleiding voor mbo-zorg onderwijs en bijscholing Contact: Connie Klingeman, Hogeschool Rotterdam c.a.klingeman@hr.nl

Nadere informatie

Pathogenese van ziekten 3 Bach BMW De ziekte van Alzheimer

Pathogenese van ziekten 3 Bach BMW De ziekte van Alzheimer Pathogenese van ziekten 3 Bach BMW De ziekte van Alzheimer Prof.Dr.P.Santens Dienst Neurologie UZ Gent Les 1 Epidemiologie Begripsomschrijving Kliniek Clinicopathologische correlatie Diagnostiek Les 2

Nadere informatie

VERANDERING VAN GEDRAG: EEN PROBLEEM OF NIET? Marieke Schuurmans Verpleegkundige & onderzoeker UMC Utrecht/Hogeschool Utrecht

VERANDERING VAN GEDRAG: EEN PROBLEEM OF NIET? Marieke Schuurmans Verpleegkundige & onderzoeker UMC Utrecht/Hogeschool Utrecht VERANDERING VAN GEDRAG: EEN PROBLEEM OF NIET? Marieke Schuurmans Verpleegkundige & onderzoeker UMC Utrecht/Hogeschool Utrecht GEDRAG: De wijze waarop iemand zich gedraagt, zijn wijze van doen, optreden

Nadere informatie

C H A P T E R Dutch Summary Nederlandse samenvatting van het proefschrift: De darm-hersenen as en de regulatie van voedselinname.

C H A P T E R Dutch Summary Nederlandse samenvatting van het proefschrift: De darm-hersenen as en de regulatie van voedselinname. CHAPTER Dutch Summary Nederlandse samenvatting van het proefschrift: De darm-hersenen as en de regulatie van voedselinname. De rol van GLP-1, van fysiologie tot farmacotherapie DUTCH SUMMARY Het aantal

Nadere informatie

Samenvatting, implicaties en aanwijzingen voor verder onderzoek Dit laatste hoofdstuk geeft een samenvatting van de bevindingen uit dit proefschrift,

Samenvatting, implicaties en aanwijzingen voor verder onderzoek Dit laatste hoofdstuk geeft een samenvatting van de bevindingen uit dit proefschrift, Samenvatting, implicaties en aanwijzingen voor verder onderzoek Dit laatste hoofdstuk geeft een samenvatting van de bevindingen uit dit proefschrift, bespreekt de implicaties van deze bevindingen en doet

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting ADDENDUM Nederlandse samenvatting Introductie Dhr. J., 56 jaar oud, komt naar het Vumc Alzheimercentrum omdat hij toenemende moeite heeft met het vinden van woorden. Zijn klachten ontstonden drie jaar

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting 203 Nederlandse samenvatting Wittere grijstinten Klinische relevantie van afwijkingen in de grijze stof in multipele sclerose, zoals afgebeeld met MRI Multipele sclerose (MS) is

Nadere informatie

Eetstoornissen DSM-5. Leonieke Terpstra & Maartje Snoek

Eetstoornissen DSM-5. Leonieke Terpstra & Maartje Snoek Eetstoornissen DSM-5 Leonieke Terpstra & Maartje Snoek VOXVOTE Voelt u zichzelf te dik? Probeert u daar (soms) wat aan te doen (lijnen)? Heeft u een eetstoornis (gehad)? 2/3 van de vrouwen wil afvallen

Nadere informatie

De ziekte van Parkinson (ZvP) is een progressieve aandoening van de hersenen

De ziekte van Parkinson (ZvP) is een progressieve aandoening van de hersenen Samenvatting 125 126 SAMENVATTING De ziekte van Parkinson (ZvP) is een progressieve aandoening van de hersenen waarbij zenuwcellen in de middenhersenen, die de neurotransmitter dopamine produceren, afsterven.

Nadere informatie

Validatie van de Depressie lijst (DL) en de Geriatric Depression Scale (GDS-30) bij Verpleeghuisbewoners

Validatie van de Depressie lijst (DL) en de Geriatric Depression Scale (GDS-30) bij Verpleeghuisbewoners Validatie van de Depressie lijst (DL) en de Geriatric Depression Scale (GDS-30) bij Verpleeghuisbewoners van Somatische en Psychogeriatrische Afdelingen Validation of the Depression List (DL) and the Geriatric

Nadere informatie

6 e Nieuwsbrief EPISCA onderzoek maart 2015

6 e Nieuwsbrief EPISCA onderzoek maart 2015 6 e Nieuwsbrief EPISCA onderzoek maart 2015 Het is al weer lang geleden dat jullie iets van ons hebben gehoord en dat komt omdat er veel is gebeurd. We hebben namelijk heel veel analyses kunnen doen op

Nadere informatie

Prognostische factoren bij de ziekte van Parkinson. Daan Velseboer Afdeling Neurologie AMC, 29 November 2013

Prognostische factoren bij de ziekte van Parkinson. Daan Velseboer Afdeling Neurologie AMC, 29 November 2013 Prognostische factoren bij de ziekte van Parkinson Daan Velseboer Afdeling Neurologie AMC, 29 November 2013 Nut van prognostische data De patiënt wil (vaak) weten: Hoe snel zullen mijn klachten toenemen?

Nadere informatie

CHAPTER 7. Samenvatting

CHAPTER 7. Samenvatting CHAPTER 7 Samenvatting Samenvatting (Summary in Dutch) De interacties die depressieve patiënten hebben met anderen, in het algemeen, en de interacties van depressieve patiënten met hun partner, in het

Nadere informatie

Onderzoeken naar ME/cvs brengen de problemen met het autonome zenuwstelsel in verband met de hersenen

Onderzoeken naar ME/cvs brengen de problemen met het autonome zenuwstelsel in verband met de hersenen 25 februari 2017 Onderzoeken naar ME/cvs brengen de problemen met het autonome zenuwstelsel in verband met de hersenen Dr. Barnden van het National Centre for Neuroimmunology and Emerging Diseases (NCNED)

Nadere informatie

Diagnose en classificatie in de psychiatrie

Diagnose en classificatie in de psychiatrie Diagnose en classificatie in de psychiatrie Klinische Validiteit Research Betrouwbaarheid Prof dr Bert van Hemert psychiater en epidemioloog Afdelingshoofd psychiatrie DBC Kosten-baten 2 Diagnosen in de

Nadere informatie

Wetenschappelijke Samenvatting. 1. Kwetsbaarheid en emotionele verwerking bij depressie

Wetenschappelijke Samenvatting. 1. Kwetsbaarheid en emotionele verwerking bij depressie Wetenschappelijke Samenvatting 1. Kwetsbaarheid en emotionele verwerking bij depressie In dit proefschrift wordt onderzocht wat spaak loopt in de hersenen van iemand met een depressie. Er wordt ook onderzocht

Nadere informatie

Diagnostiek & preventie van dementie

Diagnostiek & preventie van dementie Diagnostiek & preventie van dementie Zeeland, 10 oktober 2013 Eric Moll van Charante, huisarts Afdeling Huisartsgeneeskunde AMC Nadelen vroegdiagnostiek 1. Fout-positieve diagnoses: onduidelijke consequenties

Nadere informatie

Workshop dementie diagnostiek

Workshop dementie diagnostiek Workshop dementie diagnostiek Bernard Prins, huisarts Medisch Centrum Gelderlandplein, lid Academisch Huisartsen Netwerk van het Vumc en Coöperatie Huisartsen in Amsterdam Zuid Karel Brühl, specialist

Nadere informatie

De geheugenpolikliniek Snel duidelijkheid als het geheugen niet meer zo helder is

De geheugenpolikliniek Snel duidelijkheid als het geheugen niet meer zo helder is De geheugenpolikliniek Snel duidelijkheid als het geheugen niet meer zo helder is Wilma Knol, klinisch geriater en klinisch farmacoloog 5 juni 2013 De geheugenpoli in Tergooiziekenhuizen 1. Wie komt in

Nadere informatie

Neuroanatomical changes in patients with loss of visual function Prins, Doety

Neuroanatomical changes in patients with loss of visual function Prins, Doety Neuroanatomical changes in patients with loss of visual function Prins, Doety IMPORTANT NOTE: You are advised to consult the publisher's version (publisher's PDF) if you wish to cite from it. Please check

Nadere informatie

Kwaliteit van leven. Kwaliteit van leven bij verpleeghuisbewoners met. Britt Appelhof psycholoog, promovendus. UKON symposium, 11 april 2017

Kwaliteit van leven. Kwaliteit van leven bij verpleeghuisbewoners met. Britt Appelhof psycholoog, promovendus. UKON symposium, 11 april 2017 Kwaliteit van leven bij verpleeghuisbewoners met dementie op jonge leeftijd Britt Appelhof psycholoog, promovendus UKON symposium, 11 april 2017 Introductie Doelen Methoden Resultaten Conclusie Kwaliteit

Nadere informatie

Neuro-imaging bij bipolaire stoornissen: een overzicht

Neuro-imaging bij bipolaire stoornissen: een overzicht Neuro-imaging bij bipolaire stoornissen: een overzicht Max de Leeuw, psychiater en senior onderzoeker GGZ Rivierduinen/LUMC KenBiS, 17 juni 2016 Leiden Inhoud Emotieverwerking Werkgeheugen Beloning Eerstegraads

Nadere informatie

1 Geheugenstoornissen

1 Geheugenstoornissen 1 Geheugenstoornissen Prof. dr. M. Vermeulen 1.1 Zijn er geheugenstoornissen? Over het geheugen wordt veel geklaagd. Bij mensen onder de 65 jaar berusten deze klachten zelden op een hersenziekte. Veelal

Nadere informatie

Onderzoek naar behandelingen voor de vermoeidheidstoestand

Onderzoek naar behandelingen voor de vermoeidheidstoestand 6 oktober 2014. Onderzoek naar behandelingen voor de vermoeidheidstoestand Volgens het meest recente epidemiologische onderzoek naar vermoeidheid (door het Ministerie van gezondheid en welzijn in Japan,

Nadere informatie

Afasie. Doel voorlichting. Voorbeeld 2. Voorbeeld 1. Inhoud 9-10-2013. Voorlichting RST Zorgverleners. Spraak- en taalproblemen bij ouderen

Afasie. Doel voorlichting. Voorbeeld 2. Voorbeeld 1. Inhoud 9-10-2013. Voorlichting RST Zorgverleners. Spraak- en taalproblemen bij ouderen Voorlichting RST Zorgverleners Inhoud Spraak- en taalproblemen bij ouderen Afasie Dysartrie Verbale apraxie Dysfagie Datum, Instelling Plaats Door Baukje Dijk, logopedist Doel voorlichting Na deze bijeenkomst

Nadere informatie

Sam envatting en conclusies T E N

Sam envatting en conclusies T E N Sam envatting en conclusies T E N Samenvatting en conclusies Samenvatting en conclusies Sinds de zeventigerjaren van de vorige eeuw zijn families beschreven met dominant overervende herseninfarcten,dementie

Nadere informatie

Cover Page. The handle holds various files of this Leiden University dissertation.

Cover Page. The handle  holds various files of this Leiden University dissertation. Cover Page The handle http://hdl.handle.net/1887/33229 holds various files of this Leiden University dissertation. Author: Rooden, Sanneke van Title: MR imaging in cerebral amyloidoses : entering a new

Nadere informatie

Psychiatrische symptomen bij Lewy body ziekten. Groot Haags Geriatrie Referaat April 2017 Marielle Hofman, aios geriatrie

Psychiatrische symptomen bij Lewy body ziekten. Groot Haags Geriatrie Referaat April 2017 Marielle Hofman, aios geriatrie Psychiatrische symptomen bij Lewy body ziekten Groot Haags Geriatrie Referaat April 2017 Marielle Hofman, aios geriatrie Inhoudsopgave Casus Diagnostische criteria Pathofysiologie Psychiatrische symptomen

Nadere informatie

Jongdementie: medische en paramedische zorg

Jongdementie: medische en paramedische zorg Jongdementie: medische en paramedische zorg Prof. Dr. Sebastiaan Engelborghs Referentiecentrum voor Biologische Merkers van Dementie, Instituut Born-Bunge, Universiteit Antwerpen Geheugenkliniek en Afdeling

Nadere informatie

Cover Page. The handle holds various files of this Leiden University dissertation.

Cover Page. The handle  holds various files of this Leiden University dissertation. Cover Page The handle http://hdl.handle.net/1887/45136 holds various files of this Leiden University dissertation. Author: Werff, S.J.A. van der Title: The stressed brain - discovering the neural pathways

Nadere informatie

Nederlandse Samenvatting

Nederlandse Samenvatting Nederlandse Samenvatting Dit hoofdstuk vat de in dit proefschrift beschreven onderzoeken samen. Na de samenvatting van de studies volgen de methodologische overwegingen en klinische implicaties. De ziekte

Nadere informatie

NEDERLANDSE SAMENVATTING 143. Nederlandse samenvatting

NEDERLANDSE SAMENVATTING 143. Nederlandse samenvatting NEDERLANDSE SAMENVATTING 143 Nederlandse samenvatting 144 NEDERLANDSE SAMENVATTING De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) stelt dat psychische gezondheid een staat van welzijn is waarin een individu zich

Nadere informatie

Verschillende soorten van dementie. Door: Wim Dorst Geriatrisch verpleegkundige i.o

Verschillende soorten van dementie. Door: Wim Dorst Geriatrisch verpleegkundige i.o Verschillende soorten van dementie Door: Wim Dorst Geriatrisch verpleegkundige i.o 2013 Als je het niet meer weet. Wanneer is er sprake van dementie? Als er sprake is van meer dan één stoornis in de cognitieve

Nadere informatie

Wat is depressie? Oorzaak, omvang, gevolg

Wat is depressie? Oorzaak, omvang, gevolg Wat is depressie? Oorzaak, omvang, gevolg Prof. Dr. Brenda Penninx Vakgroep psychiatrie / GGZ ingeest Neuroscience Campus Amsterdam Mental Health EMGO+ Institute for Health and Care Research b.penninx@vumc.nl

Nadere informatie

AD Vroegtijdige diagnostiek en Immunotherapie. F. Vanhee Neurologie AZG

AD Vroegtijdige diagnostiek en Immunotherapie. F. Vanhee Neurologie AZG AD Vroegtijdige diagnostiek en Immunotherapie F. Vanhee Neurologie AZG Epidemiologie Geschat aantal dementerenden 1990:90.000 2010: 170.000 2030: 230.000 Epidemiologie 3 4 5 Economics 6 Neuropathologie

Nadere informatie

hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4 Hoofdstuk 5

hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4 Hoofdstuk 5 SAMENVATTING 117 Pas kortgeleden is aangetoond dat ADHD niet uitdooft, maar ook bij ouderen voorkomt en nadelige gevolgen kan hebben voor de patiënt en zijn omgeving. Er is echter weinig bekend over de

Nadere informatie

Chapter 13. Nederlandse samenvatting. A.R.E. Potgieser

Chapter 13. Nederlandse samenvatting. A.R.E. Potgieser Chapter 13 Nederlandse samenvatting A.R.E. Potgieser Chapter 13 Nederlandse samenvatting Hoofdstuk 1 is een algemene introductie over de premotor cortex met een focus op betrokkenheid van deze gebieden

Nadere informatie

EEG tijdens geheugenactivatie een onderzoek naar vroege hersenveranderingen bij de ziekte van Alzheimer en de ziekte van Huntington

EEG tijdens geheugenactivatie een onderzoek naar vroege hersenveranderingen bij de ziekte van Alzheimer en de ziekte van Huntington EEG tijdens geheugenactivatie een onderzoek naar vroege hersenveranderingen bij de ziekte van Alzheimer en de ziekte van Huntington In Nederland wordt het aantal patiënten met dementie geschat op meer

Nadere informatie

Dutch summary. Nederlandse samenvatting

Dutch summary. Nederlandse samenvatting Dutch summary Nederlandse samenvatting 127 Kinderen die te vroeg geboren worden, dat wil zeggen bij een zwangerschapsduur korter dan 37 weken, worden prematuren genoemd. Na de bevalling worden ernstig

Nadere informatie

Cognitieve achteruitgang: ook verlies van het persoonlijk netwerk?

Cognitieve achteruitgang: ook verlies van het persoonlijk netwerk? Cognitieve achteruitgang: ook verlies van het persoonlijk netwerk? M. J. Aartsen, TG. van Tilburg, C. H. M. Smits Inleiding Veel mensen worden in hun dagelijks leven omringd door anderen waarmee ze een

Nadere informatie

Angst voor vallen en verslikken bij patiënten met de ziekte van Huntington. Kristel Kalkers GZ-Psycholoog De Kloosterhoeve

Angst voor vallen en verslikken bij patiënten met de ziekte van Huntington. Kristel Kalkers GZ-Psycholoog De Kloosterhoeve Angst voor vallen en verslikken bij patiënten met de ziekte van Huntington Kristel Kalkers GZ-Psycholoog De Kloosterhoeve Dysfagie en angst voor verslikken bij patiënten met de ziekte van Huntington Dysfagie

Nadere informatie

Gewichtsverlies in de ziekte van Alzheimer Dr. Kurt Segers Geheugenkliniek Brugmannziekenhuis, Brussel

Gewichtsverlies in de ziekte van Alzheimer Dr. Kurt Segers Geheugenkliniek Brugmannziekenhuis, Brussel Gewichtsverlies in de ziekte van Alzheimer Dr. Kurt Segers Geheugenkliniek Brugmannziekenhuis, Brussel Introduc?e NEUROANATOMIE VAN HET VERZADIGINGSGEVOEL Primaire smaakcortex Operculum / insula Orbitofrontale

Nadere informatie

APATHIE BIJ DE ZIEKTE VAN ALZHEIMER EN PARKINSON. Rosa Drijgers Vitalis WoonZorggroep UKON jubileumsymposium 16 april 2013

APATHIE BIJ DE ZIEKTE VAN ALZHEIMER EN PARKINSON. Rosa Drijgers Vitalis WoonZorggroep UKON jubileumsymposium 16 april 2013 Rosa Drijgers Vitalis WoonZorggroep UKON jubileumsymposium 16 april 2013 CASUS Mevrouw S. 78 jaar Verwezen door huisarts naar geheugenpoli Vergeetachtigheid Zit de hele dag op de bank, doet weinig meer

Nadere informatie

III Identificatie van de geneesheer die verantwoordelijk is voor de behandeling (naam, voornaam, adres, RIZIV-nummer):

III Identificatie van de geneesheer die verantwoordelijk is voor de behandeling (naam, voornaam, adres, RIZIV-nummer): BIJLAGE A: Model van formulier voor eerste aanvraag: Formulier voor eerste aanvraag tot terugbetaling van EXELON pleisters voor transdermaal gebruik ( 4680000 van hoofdstuk IV van het K.B. van 21 december

Nadere informatie

Taalstoornissen bij de Ziekte van Alzheimer. Eva Louwersheimer, arts-onderzoeker Alzheimer Centrum, VUmc

Taalstoornissen bij de Ziekte van Alzheimer. Eva Louwersheimer, arts-onderzoeker Alzheimer Centrum, VUmc Taalstoornissen bij de Ziekte van Alzheimer Eva Louwersheimer, arts-onderzoeker Alzheimer Centrum, VUmc Ziekte van Alzheimer Auguste D. Alzheimer Ziekte van Alzheimer ~ 260.000 patiënten in Nederland Belangrijkste

Nadere informatie

Geven en ontvangen van steun in de context van een chronische ziekte.

Geven en ontvangen van steun in de context van een chronische ziekte. Een chronische en progressieve aandoening zoals multiple sclerose (MS) heeft vaak grote consequenties voor het leven van patiënten en hun intieme partners. Naast het omgaan met de fysieke beperkingen van

Nadere informatie

De grens tussen obesitas en eetbuistoornis. Werken met de REO

De grens tussen obesitas en eetbuistoornis. Werken met de REO De grens tussen obesitas en eetbuistoornis Werken met de REO Programma cursusdag 9:00 ontvangst 9:30 kennismaking, in kaart brengen van de problematiek waar de cursisten in de praktijk tegenaan lopen met

Nadere informatie

Grensoverschrijdend gedrag. Les 2: inleiding in de psychopathologie

Grensoverschrijdend gedrag. Les 2: inleiding in de psychopathologie Grensoverschrijdend gedrag Les 2: inleiding in de psychopathologie Programma Psychopathologie; wat is het? Algemene functionele psychopathologie DSM Psychopathologie = Een onderdeel van de psychiatrie

Nadere informatie

Suïcidaal gedrag: Hersenen in beeld en mogelijkheden voor behandeling

Suïcidaal gedrag: Hersenen in beeld en mogelijkheden voor behandeling Suïcidaal gedrag: Hersenen in beeld en mogelijkheden voor behandeling Prof. Dr. K. Audenaert Hoogleraar Universiteit Gent Kliniekhoofd Volwassenen Psychiatrie UZ Gent Neurobiologie en suïcidaal gedrag

Nadere informatie

Bijlagen J. Wiersma et al., Neem de regie over je depressie, DOI / , 2015 Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media

Bijlagen J. Wiersma et al., Neem de regie over je depressie, DOI / , 2015 Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media Bijlagen J. Wiersma et al., Neem de regie over je depressie, DOI 10.1007/978-90-368-1003-6, 2015 Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media 50 neem de regie over je depressie Bijlage 1 Beloopstabel

Nadere informatie

25-11-2011. Inleiding FRONTOTEMPORALE DEMENTIE BEST PRACTICE DIAGNOSTIEK EN MANAGEMENT FTD EXPERTGROEP 2011. Ac;es FTD expertgroep

25-11-2011. Inleiding FRONTOTEMPORALE DEMENTIE BEST PRACTICE DIAGNOSTIEK EN MANAGEMENT FTD EXPERTGROEP 2011. Ac;es FTD expertgroep Inleiding FRONTOTEMPORALE DEMENTIE BEST PRACTICE DIAGNOSTIEK EN MANAGEMENT FTD EXPERTGROEP 2011 RolinkaRomkes KlaasJansma Waarom FTD expertgroep Ac;es expertgroep Best Prac;ce document FTD - > vormen Uitleg,

Nadere informatie

Heeft mevrouw Alzheimer?

Heeft mevrouw Alzheimer? Heeft mevrouw Alzheimer? Dementie in de dagelijkse praktijk Marieke Perry, huisarts-onderzoeker Radboudumc Herkennen van dementie in de praktijk Mevr. Hendriks - 84 jaar VG: stabiele AP, wervelkanaal stenose,

Nadere informatie

Een praktijkgericht onderzoek bij verpleegkundigen naar het objectiveren van cognitieve functies

Een praktijkgericht onderzoek bij verpleegkundigen naar het objectiveren van cognitieve functies Een praktijkgericht onderzoek bij verpleegkundigen naar het objectiveren van cognitieve functies Marloes Peeters Verpleegkundig Specialist GGZ mpjpeeters@vvgi.nl 12-12-2014 Agenda Probleem Vraagstelling

Nadere informatie

Pijn en dementie. Dr. Bart Plooij. Rijnland Zorggroep verpleeghuis Oudshoorn Alphen aan den Rijn

Pijn en dementie. Dr. Bart Plooij. Rijnland Zorggroep verpleeghuis Oudshoorn Alphen aan den Rijn Pijn en dementie Dr. Bart Plooij Rijnland Zorggroep verpleeghuis Oudshoorn Alphen aan den Rijn Aantal 70+ers in VS met chronische condities Aantal 70+ers in VS met chronische condities Verminderd gebruik

Nadere informatie

Genetische factoren bij eetstoornissen. Het is nog onvoldoende bekend waarom mensen eetstoornissen ontwikkelen. Wel is

Genetische factoren bij eetstoornissen. Het is nog onvoldoende bekend waarom mensen eetstoornissen ontwikkelen. Wel is Genetische factoren bij eetstoornissen Het is nog onvoldoende bekend waarom mensen eetstoornissen ontwikkelen. Wel is gebleken dat er niet één oorzaak is, maar dat verschillende factoren een rol spelen

Nadere informatie

Aandachtsklachten en aandachtsstoornissen worden geobserveerd in verschillende volwassen

Aandachtsklachten en aandachtsstoornissen worden geobserveerd in verschillende volwassen SAMENVATTING Aandachtsklachten en aandachtsstoornissen worden geobserveerd in verschillende volwassen klinische populaties, waaronder ook de Aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit (ADHD). Ook al wordt

Nadere informatie

Dit proefschrift presenteert de resultaten van het ALASCA onderzoek wat staat voor Activity and Life After Survival of a Cardiac Arrest.

Dit proefschrift presenteert de resultaten van het ALASCA onderzoek wat staat voor Activity and Life After Survival of a Cardiac Arrest. Samenvatting 152 Samenvatting Ieder jaar krijgen in Nederland 16.000 mensen een hartstilstand. Hoofdstuk 1 beschrijft de achtergrond van dit proefschrift. De kans om een hartstilstand te overleven is met

Nadere informatie

Het verlichte brein. Overzicht. Overzicht. Epidemiologie. Cannabis als veelbelovend antipsychoticum? Matthijs Bossong

Het verlichte brein. Overzicht. Overzicht. Epidemiologie. Cannabis als veelbelovend antipsychoticum? Matthijs Bossong Het verlichte brein als veelbelovend antipsychoticum? Matthijs Bossong Postdoctoral Research Fellow Institute of Psychiatry King s College London De grootte van het risico hangt samen met de mate van gebruik,

Nadere informatie

Dementie. Huiveringwekkend?

Dementie. Huiveringwekkend? Dementie Huiveringwekkend? Overzicht Ontvangst en Conclusies Praktijk ervaringen uit de zaal Inleiding in de verschillende vormen van dementie Hoe stel je de diagnose Differentiaal Diagnose: de Drie D

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting Visualiseren van patronen van weefselverlies - Naar een beter onderscheid tussen verschillende vormen van dementie

Nederlandse samenvatting Visualiseren van patronen van weefselverlies - Naar een beter onderscheid tussen verschillende vormen van dementie Nederlandse samenvatting Visualiseren van patronen van weefselverlies - Naar een beter onderscheid tussen verschillende vormen van dementie Dementie is een verzamelnaam voor verschillende ziektes. De bekendste

Nadere informatie

Nederlandse Samenvatting

Nederlandse Samenvatting Nederlandse Samenvatting Titel: Cognitieve Kwetsbaarheid voor Depressie: Genetische en Omgevingsinvloeden Het onderwerp van dit proefschrift is cognitieve kwetsbaarheid voor depressie en de wisselwerking

Nadere informatie

determinanten van agressie bij dementie: mogelijkheden tot preventie?

determinanten van agressie bij dementie: mogelijkheden tot preventie? determinanten van agressie bij dementie: mogelijkheden tot preventie? Lonneke Schuurmans, Stichting de Zorgboog Bakel Interregionaal symposium NVVA, 7 april 2009 Opbouw Agressie bij dementie definitie

Nadere informatie

6 e mini symposium Ouderenzorg

6 e mini symposium Ouderenzorg 6 e mini symposium Ouderenzorg Aanvullende diagnostiek bij dementie in de 1 e lijn Suzanne Boot, specialist ouderengeneeskunde, kaderarts psychogeriatrie i.o. 28-09-2015 Pagina 1 6 e Mini symposium ouderenzorg

Nadere informatie

hersenziekte van diagnose naar zorg workshop wetenschapsdag ForumC zaterdag 20 april 2013

hersenziekte van diagnose naar zorg workshop wetenschapsdag ForumC zaterdag 20 april 2013 hersenziekte van diagnose naar zorg workshop wetenschapsdag ForumC zaterdag 20 april 2013 overzicht gezond: structuur en functie, netwerken ziekte diagnostiek casus behandeling religie en brein zorg dilemma

Nadere informatie

MRI van de hersenen bij congenitale cytomegalovirus infectie

MRI van de hersenen bij congenitale cytomegalovirus infectie MRI van de hersenen bij congenitale cytomegalovirus infectie Department of Pediatrics / Child Neurology Center for Childhood White Matter Disorders VU University Medical Center Amsterdam, NL Hersenen en

Nadere informatie

Samenvatting. Samenvatting

Samenvatting. Samenvatting Samenvatting Samenvatting Het doel van dit proefschrift is de neurobiologische karakteristieken van depressieve stoornis en van depressie bij de ziekte van Alzheimer te identificeren. Depressie komt voor

Nadere informatie

3.3 Delirium. herkend wordt. Onduidelijk is in hoeveel procent het delirium niet, of niet volgens de gangbare richtlijnen, behandeld wordt.

3.3 Delirium. herkend wordt. Onduidelijk is in hoeveel procent het delirium niet, of niet volgens de gangbare richtlijnen, behandeld wordt. 3.3 Delirium Delirium is waarschijnlijk de meest voorkomende neuropsychiatrische stoornis in het algemeen en academisch ziekenhuis, met een prevalentie van 15 tot 50 procent bij opgenomen oudere patiënten.

Nadere informatie