VOORSTUDIE EN VERZOEK TOT RAADPLEGING

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "VOORSTUDIE EN VERZOEK TOT RAADPLEGING"

Transcriptie

1 VOORSTUDIE EN VERZOEK TOT RAADPLEGING RUP "Openbare nuts- en woonzone Lutlommel" Stad Lommel

2 COLOFON Opdracht: Voorstudie en verzoek tot raadpleging RUP "Openbare nuts- en woonzone Lutlommel" Opdrachtgever: Stad Lommel Opdrachthouder: Antea Belgium nv Posthofbrug Antwerpen T : +32 (0) F : +32 (0) BTW: BE RPR Antwerpen IBAN: BE BIC: KREDBEBB Jaarbeurslaan Genk +32 (0) (0) Antea Group is gecertificeerd volgens ISO9001 Identificatienummer: /wsm/miv Datum: april 2011 juni 2012 Juli 2012 status / revisie: voorstudie verzoek tot raadpleging Verzoek tot raadpleging versie adviesinstanties Vrijgave: Wim Smeets, Account Manager Controle: Wim Smeets, Account Manager Projectmedewerkers: Wim Smeets - Marijke Gorissen - Miguel Vanleene Antea Belgium nv 2012 Zonder de voorafgaande schriftelijke toestemming van Antea Group mag geen enkel onderdeel of uittreksel uit deze tekst worden weergegeven of in een elektronische databank worden gevoegd, noch gefotokopieerd of op een andere manier vermenigvuldigd.

3 INHOUD 1 INLEIDING OPDRACHTOMSCHRIJVING SITUERING ALGEMEEN AANDACHTSPUNTEN VOORLIGGENDE SCREENING JURIDISCH KADER SAMENVATTENDE TABEL GEWESTPLAN VERKAVELINGEN NATURA 2000/VEN BUURT EN VOETWEGEN SCREENING PLAN MER PLICHT BELEIDSKADER EN RELEVANTE STUDIES STRUCTUURPLANNING VERKEER BELEVINGSONDERZOEK, HET ONGEZIENE LOMMEL CULTUREEL ERFGOED OPEN RUIMTEBELEID WATER ONDERZOEK EN ANALYSE RUIMTELIJK VOORKOMEN EN FUNCTIONEREN KWALITEITEN, KNELPUNTEN EN POTENTIES VISIE INRICHTINGSSCHETS VERZOEK TOT RAADPLEGING KADERING POTENTIËLE MILIEUEFFECTEN VAN HET PLAN BIJLAGEN /wsm/miv - RUP "Openbare nuts- en woonzone Lutlommel" Pagina 1

4 1 Inleiding 1.1 Opdrachtomschrijving Met de opmaak van het RUP Openbare nuts- en woonzone Lutlommel wenst de stad Lommel een duidelijke en gefundeerde visie te ontwikkelen voor een binnengebied grenzend aan de kern van Lutlommel, deels bestemd als woonuitbreidingsgebied, deels als zone voor gemeenschapsvoorzieningen. De gronden van het binnengebied kennen momenteel een gemengd gebruik. Zo wordt een deel van de gronden gebruikt door de voetbalvereniging Lutlommel VV. Er zijn op dit ogenblik 8 voetbalterreinen aanwezig in het binnengebied. Verder zijn er de jeugdlokalen van de KSA en de VKSJ Lutlommel gevestigd. De overige gronden zijn voornamelijk in gebruik als weide- en of akkerland. De randen van het binnengebied zijn hoofdzakelijk bebouwd met eengezinswoningen. De stad wenst de mogelijkheden voor de ontwikkeling van een combinatie van zowel openbare en recreatieve voorzieningen, wonen en sociale huisvesting binnen de site te onderzoeken. 1.2 Situering Kanaal Bocholt-Herentals Studiegebied N74 Centrum Lommel N71 B Ijzeren Rijn Figuur Situering studiegebied, bron Google Maps De stad Lommel is gelegen in het noordwesten van de provincie Limburg. Ze bevindt zich op de noordelijke rand van het Kempisch Plateau, en vormt een belangrijk knooppunt in de verstedelijkte Kempische As (Herentals Geel Mol Lommel Neerpelt-Overpelt Hamont-Achel). De stad grenst aan de provincie Antwerpen en aan Nederland en is gelegen aan het zogenaamde Limburgs kruis. Dit is het kruispunt van de noord-zuidverbinding N74 tussen Eindhoven en Hasselt-Genk enerzijds en de infrastructuurbundel langsheen de Kempische As anderzijds. Deze laatste omvat de Ijzeren Rijn tussen Antwerpen en het Ruhrgebied, de N71 en het kanaal Bocholt-Herentals. Het bebouwde gebied van Lommel strekt zich uit tussen het kanaal Bocholt-Herentals en de ringlaan rond Lommel (deel van de N71, een gewestweg tussen Hamont en Geel). Lommel heeft geen deelgemeenten, maar er worden wel 10 wijken onderscheiden: Lommel-Centrum, Balendijk, /wsm/miv - RUP "Openbare nuts- en woonzone Lutlommel" Pagina 2

5 Heeserbergen, Kattenbos, Heide-Heuvel, Lutlommel, Barrier, Kolonie, Werkplaatsen en Kerkhoven. Het studiegebied is gelegen in de wijk Lutlommel. Lutlommel, en aldus ook het studiegebied, situeert zich tussen het centrum van de stad en de noord zuidverbinding (oostelijk van het centrum) en is onderdeel van het centraal verstedelijkt gebied van Lommel. 1.3 Algemeen aandachtspunten voorliggende screening Voorliggende screening wordt opgemaakt op basis van een voor het plangebied uitgewerkte visie waarin mogelijkheden worden geboden voor de oprichting van woningen, uitbreiding en oprichting van sport- en jeugdactiviteiten in het plangebied. In deze screening wordt ten aanzien van de milieu-effecten uitgegaan van een worst-case situatie. Er wordt uitgegaan van de mogelijkheid tot ontwikkeling van het plangebied in functie van woningbouw. Daarnaast wordt er ook uitgegaan van de oprichting van een sport- en jeugdinfrastructuur in het plangebied. Het meer en deel van deze infrastructuur betreft buitenfaciliteiten /wsm/miv - RUP "Openbare nuts- en woonzone Lutlommel" Pagina 3

6 2 Juridisch kader 2.1 Samenvattende tabel Type plan Kenmerken Gewestplan(nen) Neerpelt-Bree, KB van 22/03/1978. Gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen Provinciale ruimtelijke uitvoeringsplannen Gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen Algemene plannen van aanleg Bijzondere plannen van aanleg Verkavelingsvergunningen Gewestelijke rooilijnplannen Provinciale rooilijnplannen Gemeentelijke rooilijnplannen Habitatrichtlijngebieden Vogelrichtlijngebieden Gebieden van het VEN 1e fase Erkende natuurreservaten Beschermde monumenten Beschermde landschappen Beschermde stads- en dorpsgezichten Polders en wateringen Beschermingszones grondwaterwinningen Buurt en voetwegen Herbevestigde agrarische gebieden Geen Geen Geen Geen Geen Verschillende gelegen in de randen van het binnengebied zie 2.3 Geen Geen Geen Geen Geen Geen Geen Geen Geen Geen Geen Geen Grenzend aan het plangebied: Chemin nr. 4 (Enneven); Chemin nr. 7 (Heuvel); Chemin nr. 30 (Konijnenpijp) Dwars door het plangebied: Sentier nr. 79 Geen /wsm/miv - RUP "Openbare nuts- en woonzone Lutlommel" Pagina 4

7 2.2 Gewestplan Studiegebied Figuur Uittreksel uit het gewestplan, bron Agiv Het studiegebied is gelegen binnen het gewestplan Neerpelt-Bree dat werd goedgekeurd op 22/03/1978. Het binnengebied is deels bestemd als woonuitbreidingsgebied, deels als zone voor gemeenschapsvoorzieningen en openbaar nut. De randen van het binnengebied zijn bestemd als woongebied /wsm/miv - RUP "Openbare nuts- en woonzone Lutlommel" Pagina 5

8 2.3 Verkavelingen Figuur verkavelingen in omgeving plangebied, bron stad Lommel Volgende geldende, goedgekeurde verkavelingen zijn gekend in het plangebied: Verkavelingsnummer (Lommel) Datum goedkeuring Opmerking V /09/1965 Lot 2 vervallen dd 2003/03/31 V /12/1989 Lot 2 vervallen dd 2005/09/05 V /05/1986 Lot 1 vervallen dd 05/09/2005 V 469 9/05/1995 V /05/1982 V /05/1974 V /07/1967 V /09/1997 V /08/1992 V /10/1978 V /01/1977 V /09/1965 V /11/1974 V 49 22/05/1963 V /08/1968 V /03/1964 V /02/1967 V448 19/06/ /wsm/miv - RUP "Openbare nuts- en woonzone Lutlommel" Pagina 6

9 2.4 Natura 2000/VEN Speciale beschermingszones Er komen geen vogel of habitatrichtlijngebieden voor in de directe omgeving van het plangebied. VEN/IVON Het gebiedsgericht beleid van het natuurdecreet houdt de ontwikkeling van het Vlaams Ecologisch Netwerk (VEN) en het Integraal Verwevings- en Ondersteunend Netwerk (IVON) in. Het natuurdecreet legt de voorschriften en geboden in VEN en IVON vast. In de buurt van het plangebied komen geen VEN/IVON gebieden voor. 2.5 Buurt en voetwegen Figuur Uittreksel uit de atlas van de buurtwegen, bron stad Lommel De atlassen van de Buurtwegen werden opgemaakt in opvolging van de wet van 10 april Deze wet op de buurtwegen is nog steeds van kracht. De grenzen van het plangebied worden gevormd door Chemin nr. 4 (Enneven), Chemin nr. 7 (Heuvel) en Chemin nr. 30 (Konijnenpijp). Dwars door het plangebied loopt Sentier nr. 79 (vandaag nog steeds in gebruik als verbindingsas voor langzaam verkeer). 2.6 Screening Plan MER plicht Met de goedkeuring van het besluit betreffende de milieueffectrapportage over plannen en programma s door de Vlaamse Regering op 12 oktober 2007, moet de initiatiefnemer van een plan met mogelijk aanzienlijke milieueffecten, zoals bijvoorbeeld ruimtelijke uitvoeringsplannen, deze milieueffecten en eventuele alternatieven in kaart brengen. Ruimtelijke uitvoeringsplannen waarvan de plenaire vergadering plaats vindt na 1 juni 2008, moeten aan de nieuwe regelgeving voldoen. Er geldt evenwel enkel een plan-mer-plicht voor deze plannen en programma s die aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben. Om al dan niet te kunnen besluiten tot een plan-mer-plicht moeten geval per geval de volgende drie stappen doorlopen worden: /wsm/miv - RUP "Openbare nuts- en woonzone Lutlommel" Pagina 7

10 Stap 1: valt het plan onder de definitie van een plan of programma zoals gedefinieerd in het Decreet houdende Algemene Bepalingen inzake Milieubeleid (DABM)? >> RUP s vallen onder deze definitie; Stap 2: valt het plan onder het toepassingsgebied van het DABM? >> dit is het geval indien: - Het plan het kader vormt voor de toekenning van een vergunning (steden-bouwkundige, milieu-, natuur-, kap-, ) aan een project; - Het plan mogelijk betekenisvolle effecten heeft op speciale beschermingszones waardoor een passende beoordeling vereist is. Gemeentelijke ruimtelijk uitvoeringsplannen vormen het kader voor de toekenning van een stedenbouwkundige vergunning, die pas kan worden verleend als het voorgenomen project zich in de bestemming bevindt die overeenstemt met de bestemming vastgelegd in het ruimtelijk uitvoeringsplan. Het RUP vormt dus het kader op basis waarvan de stedenbouwkundige vergunning toegekend wordt. Het RUP "Openbare nuts- en woonzone Lutlommel" valt bijgevolg onder het toepassingsgebied van het DABM. Stap 3: valt het plan onder de plan-mer-plicht? >> Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen: - Plannen die van rechtswege plan-mer-plichtig zijn (geen voorafgaande screening vereist): Plannen die het kader vormen voor projecten uit bijlage I of II van het BVR van 10 december 2004 (project-mer plicht) of die vallen onder het toepassingsgebied van de Omzendbrief LNE 2011/1 én niet het gebruik regelen van een klein gebied op lokaal niveau noch een kleine wijziging inhouden én betrekking hebben op landbouw, bosbouw, visserij, energie, industrie, vervoer, afvalstoffenbeheer, waterbeheer, telecommunicatie, toerisme en ruimtelijke ordening (een RUP voldoet per definitie aan deze laatste voorwaarde); Plannen waarvoor een passende beoordeling vereist is, uitgezonderd deze die het gebruik bepalen van een klein gebied op lokaal niveau of een kleine wijziging inhouden. - Plannen die niet onder de vorige categorie vallen en waarvoor geval per geval moet geoordeeld worden of ze aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben >> screeningplicht - Plannen voor noodsituaties (niet plan-mer-plichtig, maar hier niet relevant). Het RUP "Openbare nuts- en woonzone Lutlommel" is niet van rechtswege plan-mer-plichtig, het heeft geen betrekking op een project vermeld in bijlage I of II van het besluit van de Vlaamse regering van 10 december 2004 of de bijlage van de omzendbrief LNE 2011/1. Voor niet van rechtswege plan-mer-plichtige RUP s dient geval per geval een screeningsprocedure doorlopen te worden teneinde een conclusie te kunnen maken omtrent eventuele plan-mer-plicht. In hoofdstuk 6 wordt het screeningsonderzoek, ook wel het onderzoek naar het voorkomen van aanzienlijke milieueffecten als gevolg van het plan, gevoerd /wsm/miv - RUP "Openbare nuts- en woonzone Lutlommel" Pagina 8

11 Planalternatieven De ontwikkeling van het plangebied is het gevolg van beleidsmatige en juridische randvoorwaarden. Het RUP wordt ingegeven door de visie geformuleerd in het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan Lommel. Het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan geeft de visie van de gemeente weer op haar ruimtelijke ontwikkeling. De relatie van het plan met het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan wordt in hoofdstuk toegelicht. Er kan worden geconcludeerd dat er binnen de geldende juridische en beleidsmatige randvoorwaarden geen planalternatieven voorhanden zijn. Wel zijn er verschillende inrichtingsalternatieven mogelijk. Bij de opmaak van een beeldkwaliteitsplan voor de kern Lutlommel werden verschillende inrichtingsmogelijkheden bestudeerd en werden voor- en nadelen afgewogen. De inrichtingsschets zoals besproken in hoofdstuk 5 heeft binnen deze studie de voorkeur genoten. Het RUP vormt een doorvertaling van deze schets naar een grafisch plan en stedenbouwkundige voorschriften. De verdere ontwikkeling van het plangebied zal rekening moeten houden met het kader en de stedenbouwkundige voorschriften die in het RUP zullen worden opgelegd /wsm/miv - RUP "Openbare nuts- en woonzone Lutlommel" Pagina 9

12 3 Beleidskader en relevante studies 3.1 Structuurplanning Lommel in het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (RSV) Het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (RSV) is in 1997 in werking getreden en vormt het kader voor het ruimtelijk beleid in Vlaanderen tot Voor de gemeenten en provincies is dit plan richtinggevend. De elementen van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen die relevant voor Lommel en het plangebied in het bijzonder worden hieronder aangegeven. Lommel Figuur Gewenste ruimtelijke ontwikkeling voor Vlaanderen, bron RSV De stedelijke gebieden De stedelijke gebieden en de stedelijke netwerken, het buitengebied, de gebieden voor economische activiteiten en de lijninfrastructuur zijn voor Vlaanderen structuurbepalende componenten. Op basis van de ruimtelijke principes wordt voor deze vier structuurbepalende componenten de gewenste ruimtelijke structuur uitgewerkt. Delen van de stad Lommel worden geselecteerd als een kleinstedelijk gebied op provinciaal niveau. 1 Lommel is namelijk volgens de functioneel-hiërarchische benadering een behoorlijk uitgeruste kleine stad (stedelijke kern van niveau 3b). Lommel maakt deel uit van het stedelijk netwerk Kempische as De rol van dit gebied ligt vooral in zijn industrieel-economische functie en in de ontwikkeling van de elkaar aanvullende (intensieve) toeristisch-recreatieve activiteiten die door landschappelijke troeven kunnen worden gevaloriseerd. 1 Het plangebied behoort niet tot de afbakening van het kleinstedelijk gebied van Lommel /wsm/miv - RUP "Openbare nuts- en woonzone Lutlommel" Pagina 10

13 Buitengebied De delen van het grondgebied van Lommel die niet behoren tot het stedelijk gebied, behoren tot het buitengebied. Het plangebied is aldus gelegen in buitengebied. Het buitengebied is dat gebied waarin de open (onbebouwde) ruimte overweegt. In het buitengebied wordt een buitengebiedbeleid gevoerd. De doelstellingen van dit beleid zijn de volgende: o o o o o o o het vrijwaren van het buitengebied voor de essentiële functies; het tegengaan van de versnippering van het buitengebied; het bundelen van de ontwikkeling in de kernen van het buitengebied; het inbedden van landbouw, natuur en bos in goed gestructureerde gehelen; het bereiken van een gebiedsgerichte ruimtelijke kwaliteit in het buitengebied; het afstemmen van het ruimtelijk beleid en het milieubeleid op basis van het fysisch systeem; het bufferen van de natuurfunctie in het buitengebied. Gebieden voor economische activiteiten Lommel wordt geselecteerd als economisch knooppunt. Lijninfrastructuur Het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen maakt een selectie van de hoofdwegen, van de primaire wegen I en van de primaire wegen II (niet-limitatief). Op het grondgebied van Lommel worden de volgende wegen geselecteerd: primaire weg I: N71 (Ringweg) en N74 (noord zuidverbinding); Voor het spoorwegennet wordt de Ijzeren Rijn geselecteerd als hoofdspoorweg voor het goederenvervoer en nog te onderzoeken als hoofdspoorweg voor personenvervoer; Voor de waterwegeninfrastructuur worden het kanaal Bocholt-Herentals en het kanaal van Beverlo geselecteerd bij het secundaire waterwegennet. Hiervoor geldt dat een maximale integratie moet nagestreefd worden van alle functies (vervoer, recreatief, landschappelijk, waterwinning) Ruimtelijke visie voor landbouw, natuur en bos In uitvoering van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen stelde de Vlaamse overheid in 2006 een ruimtelijke visie op landbouw, natuur en bos op voor de regio Neteland, in 2008 voor de regio Limburgse Kempen en Maasland. Het oostelijke gedeelte van Lommel is gelegen in de regio Neteland, het westelijke gedeelte in de regio Limburgse Kempen en Maasland. Op 21 december 2007 nam de Vlaamse Regering kennis van de visie van de regio Neteland en keurde ze de beleidsmatige herbevestiging van de bestaande gewestplannen voor ca ha agrarisch gebied en een operationeel uitvoeringsprogramma goed. Op 12 december 2008 nam de Vlaamse Regering kennis van de visie van de regio Limburgse Kempen en Maasland en keurde ze de beleidsmatige herbevestiging van de bestaande gewestplannen voor ca ha agrarisch gebied en een operationeel uitvoeringsprogramma goed. In het operationeel uitvoeringsprogramma is aangegeven welke gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen de Vlaamse overheid de komende jaren zal opmaken voor de afbakening van de resterende landbouw-, natuur- en bosgebieden. Het plangebied is niet binnen de herbevestigde agrarische gebieden gelegen /wsm/miv - RUP "Openbare nuts- en woonzone Lutlommel" Pagina 11

14 3.1.2 Lommel in het Provinciaal Ruimtelijk Structuurplan Limburg (PRSL) De Vlaamse Regering heeft in februari 2003 de definitieve goedkeuring verleend aan het Provinciaal Structuurplan Limburg. De relevante zaken voor Lommel en het plangebied in het bijzonder zullen hieronder besproken worden. De provincie wil een kerngericht beleid voor stedelijke gebieden en voor het buitengebied. De kernen worden attractieve knooppunten, die op de verschillende schaalniveaus het wonen, de diensten en de economische ontwikkeling bundelen. Verder wordt gestreefd naar een hiërarchie van kernen en een kernversterking van steden en dorpen, het versterken van het stedelijk aanbod zonder algehele verstedelijking en het ordenen van nieuwe vormen van stedelijkheid. De hoofddorpen en woonkernen zijn de kernen van het buitengebied waar de doelstelling van het gedeconcentreerd bundelen op het kleinste schaalniveau moet worden gerealiseerd. Die kernen dragen de ruimtelijke ontwikkelingen van het buitengebied inzake wonen, voorzieningen en bedrijvigheid op lokale schaal. Visie en ruimtelijke principes Bij de uitwerking van de gewenste ruimtelijke structuur worden enkele ruimtelijke concepten gehanteerd. Specifiek voor Lommel en het studiegebied zijn onder andere de volgende van belang: Lommel behoort tot een van de vier hoofdruimten, nl. de Kempen, met het Kempens Plateau en met Hasselt-Genk en Lommel-Neerpelt-Overpelt op de rand daarvan. Deze hoofdruimte positioneert zich als verweven open-ruimtegebied met een toeristischrecreatieve rol op Benelux-niveau. Het stedelijk netwerk van provinciaal niveau Lommel-Neerpelt-Overpelt komt op een tweede niveau van stedelijke hiërarchie, onder Hasselt-Genk. Het Kempens Plateau wordt maximaal gevrijwaard van hoogdynamische ontwikkelingen. Aan de rand ervan, waar ook Lommel gelegen is, worden hoogdynamische stedelijke en in het bijzonder toeristisch-recreatieve functies ontwikkeld. Hoofd- en deelruimten De gewenste ruimtelijke structuur wordt uitgewerkt aan de hand van de hoofdruimten (met deelruimten) enerzijds en van de deelstructuren anderzijds. Lommel behoort tot de hoofdruimte Kempen. Deze hoofdruimte wordt nog eens onderverdeeld in 4 deelruimten. Lommel behoort tot de deelruimten Drieparkengebied, Kempische As en Groene grensstreek. Het plangebied is hoofdzakelijk gelegen in de deelruimte Kempische As. De Kempische As is het gebied waar stedelijke en economische ontwikkelingen worden geconcentreerd langs de infrastructurenbundel van de N71, de spoorlijn en het Kempens kanaal: De kleinstedelijke gebieden Lommel en Neerpelt-Overpelt zijn in hun samenhang te beschouwen en vormen samen een stedelijk netwerk van provinciaal niveau. Het betreft een concentratiezone voor wonen, bedrijven en andere voorzieningen. Het gebied wordt bekeken als een as met plaatselijke verdichtingsknooppunten in plaats van als een continue bebouwing langs de infrastructurenbundels. De Ijzeren Rijn, het Kempens kanaal en de N71 dragen de ontwikkelingen binnen dat netwerk. Daarop takken de stedelijke gebieden aan. Natuurverbindingen en open-ruimte-verbindingen scheiden de knooppunten van het netwerk. Doorheen de nieuwe stads- en bedrijvenlandschappen van Lommel, Overpelt, Neerpelt en Hamont-Achel brengen open-ruimte-verbindingen en natuurverbindingen het rustig grensgebied, waarin grote bossen en weidse landbouwgebieden elkaar afwisselen, in contact met de intensieve landbouwgebieden rond Peer. Die verbindingen kunnen gave beeklandschappen zijn of gebieden met weinig bebouwde ruimten /wsm/miv - RUP "Openbare nuts- en woonzone Lutlommel" Pagina 12

15 Deelstructuren Nederzettingsstructuur Selectie als stedelijk netwerk van provinciaal niveau: Lommel-Overpelt-Neerpelt; Richtlijnen voor de afbakening van het stedelijk gebied Lommel: om de stedelijke positie van Lommel te handhaven en te versterken is het belangrijk om de gewenste afbakening af te stemmen op de bestaande gefragmenteerde ontwikkelingen enerzijds en een interne verdichting voorop te stellen anderzijds; Lommel wordt geselecteerd als gemeente met stedelijk gebied zonder hoofddorpen maar met volgende woonkernen: Lutlommel, Grote Barrier, Balendijk, Kolonie, Kattenbos, Kerkhoven, Heuvel, Heide, Lommel-Werkplaatsen, Stevensvennen; Toeristisch recreatieve structuur Lommel wordt geselecteerd als toeristisch recreatieve gemeente van type I. In de gemeenten van type I kunnen onder strikte voorwaarden nieuwe toeristisch-recreatieve voorzieningen van provinciaal niveau bijkomen. Zij kunnen worden ingeplant binnen de specifieke randvoorwaarden, gesteld door de gewenste ruimtelijke structuur van de gemeente en door de plaatselijke ruimtelijke context. Conform het principe van gedeconcentreerde bundeling moeten de nieuwe ontwikkelingen steeds aansluiten bij de kernen of bij de bestaande infrastructuur. Ruimtelijke verkeers- en vervoersstructuur Voor de ruimtelijke verkeers- en vervoersstructuur wordt gestreefd naar een beperkte doorsnijding van de centrale Kempen en het Drieparkengebied. De ontsluiting van Noord-Limburg gebeurt via de bundel N71 / Ijzeren Rijn / kanaal Bocholt Herentals en de verbinding met Midden-Limburg verloopt via de N74 en de spoorlijn 18. Het treinstation van Lommel wordt geselecteerd als provinciaal knooppunt. Lommel Figuur Gewenste ruimtelijke structuur voor de provincie Limburg, bron PRSL /wsm/miv - RUP "Openbare nuts- en woonzone Lutlommel" Pagina 13

16 3.1.3 Gemeentelijk ruimtelijk structuurplan Lommel Het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan van Lommel werd op 28/10/2004 goedgekeurd door de bestendige deputatie van de provincie Limburg. Hieronder zullen enkel de elementen uit het GRS die van belang zijn voor het plangebieden besproken worden. Informatief deel De nederzettingsstructuur van Lommel wordt getekend door de aanwezigheid van vrij uitgestrekte woongebieden met een lage dichtheid. Dit heeft o.m. te maken met het overwegende gebruik van de vrijstaande eengezinswoning, de vaak ruime kavelgrootte met aanzienlijke tuinen en de aanwezigheid van vele onbebouwde binnengebieden. Er kan een onderscheid gemaakt worden tussen enerzijds een groot aaneengesloten verstedelijkt conglomeraat met grote onbebouwde binnengebieden en anderzijds een uitgestrekte open ruimte met kleinere kernen en verspreide bebouwing. Enkele wijken die deel uitmaken van het verstedelijkt gebied hebben een eigen centrumgebied, waar de bebouwing iets dichter is en waar verschillende voorzieningen aanwezig zijn (gemeenschapsvoorzieningen, kleinhandel en horeca): Lutlommel, Barrier en Heide-Heuvel. De centrumgebieden van deze wijken vervullen grotendeels een rol op lokaal niveau. Het plangebied is gelegen binnen het verstedelijkt gebied van Lommel, in de wijk Lutlommel. In het verstedelijkt gebied zijn een aantal patronen te onderscheiden die de specifieke eigenheid ervan uitmaken, en die ook als basis kunnen dienen voor de uitwerking van de gewenste ruimtelijke structuur. Eerst en vooral is de grote openheid heel opvallend. De meeste en ook de grootste open ruimtes komen voor in de wijken Heide-Heuvel en Lutlommel. Kleinhandel bevindt zich volledig in het bebouwde weefsel, in verwevenheid met de woonfunctie. De spreiding van de kleinhandel en diensten over de gemeente volgt grotendeels de nederzettingsstructuur. De meeste handelszaken komen dan voor in Lutlommel, Kerkhoven en Barrier. In de verschillende wijken van Lommel komen toeristisch-recreatieve voorzieningen voor, specifiek gericht op de bevolking van de wijken. Richtinggevend deel Ruimtelijk concept Het ruimtelijk beleid van het stadsbestuur is erop gericht om binnen het bebouwd gebied van Lommel een morfologische en functionele differentiatie aan te brengen. In bepaalde zones zullen nieuwe ontwikkelingen aangetrokken en actief gestimuleerd worden, terwijl in andere zones eerder zal gewerkt worden aan het behoud van het residentieel karakter in een lage dichtheid. Op deze manier krijgen bepaalde zones een uitgesproken stedelijk karakter, terwijl andere zones het karakter van dorpskernen in het buitengebied zullen vertonen. De woonkernen nemen de bijkomende dynamiek inzake wonen van het buitengebied van Lommel op. Lutlommel wordt geselecteerd als woonkern. De woonbehoefte wordt opgevangen binnen de juridische mogelijkheden op het gewestplan en de bestaande verkavelingen. De bestaande woonuitbreidingsgebieden in de woonkernen worden behouden als reserve op lange termijn en worden niet aangesneden binnen de planperiode. 2 Voor nieuwe projecten wordt een minimale woningdichtheid van 15 woningen per hectare vooropgesteld. Bij de uitbouw van het stedelijk gebied wordt aandacht besteed aan voldoende differentiatie van woningen. De stad moet immers een kwalitatieve woonstad blijven voor de verschillende bevolkingsgroepen. 2 WUG s worden niet voor 2007 aangesneden. Na 2007 zal het resterende aanbod opnieuw worden geëvalueerd. (deze evaluatie is nog niet gebeurd) /wsm/miv - RUP "Openbare nuts- en woonzone Lutlommel" Pagina 14

17 Op basis van bepalingen in het Provinciaal Ruimtelijk Structuurplan Limburg moet Lommel, als kleinstedelijk gebied, een woonwagenpark voorzien voor minstens 15 woonwagens. De zone konijnenpijp te Lutlommel komt hier onder andere voor in aanmerking. 3 Lutlommel Het stedelijk gebied en de kernen Woonkern Lutlommel Doorheen de woonkern Lutlommel loopt de as Koning Leopoldlaan Lutlommel, die een belangrijke interne verkeersader vormt binnen het verstedelijkt gebied. Langsheen deze weg wordt, ter hoogte van de dichte bebouwing van de kern, het centrumgebied uitgewerkt. Hierin wordt gestreefd naar een aaneengesloten bebouwing met wonen, voorzieningen en handelsfuncties. De lineaire bebouwing langs de weg wordt onderbroken door een aantal ruimtelijke accenten, die de toegangen tot het achterliggende woongebied aanduiden (kruispunt met de Torenstraat, het plein aan de Molenstraat, het kruispunt met de Schoolstraat, ). Deze ruimtelijke accenten kunnen betrekking hebben op pleinen of op specifieke bebouwing. De gedetailleerde morfologische en functionele invulling van de bebouwing langs de Koning Leopoldlaan Lutlommel wordt verder onderzocht. Studie gebied Figuur Gewenste ruimtelijke structuur Lutlommel, bron GRS Lommel Ter hoogte van het kerkplein bevindt zich een concentratie van gemeenschapsvoorzieningen. De school, het cultureel centrum, de bibliotheek, de seniorenwoningen en de kerk enten zich op de Torenstraat, een autoluwe straat met een openbaar domein gericht op de verblijfsfunctie. In de onbebouwde binnengebieden in de onmiddellijke nabijheid worden kleinschalige inbreidingsprojecten voorzien, samen goed voor ca. 10 woningen. Voor het gebied ten noorden van de Koning Leopoldlaan Lutlommel, in de omgeving van de Driehoek, de Torenstraat en de 3 De ruimte voor woonwagens wordt voorzien binnen het masterplan Stationsomgeving. Binnen het plangebied van het RUP Lutlommel wordt geen ruimte voor woonwagens voorzien /wsm/miv - RUP "Openbare nuts- en woonzone Lutlommel" Pagina 15

18 Plataanstraat, wordt gestreefd naar een woningdichtheid van 20 woningen per hectare. Dit moet bijdragen tot een sterkere bundeling van de ruimtelijke ontwikkelingen. Het grote onbebouwde binnengebied achter de sportterreinen aan de Konijnenpijp krijgt een multifunctionele invulling voor sport-, recreatie- en jeugdvoorzieningen. Mogelijke invullingen van het gebied betreffen openluchtrecreatie, speelterreinen, ligweide, parkzone met wandel- en fietspaden, manege, sport- en jeugdinfrastructuur, enz. Bij de invulling van het gebied moet een grote zorg besteed worden aan de aanwezige open ruimte en aan de landschappelijke kwaliteit van het gebied. Gezien de ligging van het gebied tussen Lutlommel, Barrier en Heide-Heuvel zal het terrein dienst doen voor alle drie de kernen. De toegankelijkheid van de zone moet dan ook van alle kanten verzekerd worden (Lutlommel, Barrier en Heide-Heuvel). Tussen het centrum van Lutlommel en het sport- en recreatieterrein wordt een voetgangers- en fietsersverbinding voorzien. De aanleg ervan en de ontwikkeling van het gebied moeten rekening houden met een mogelijke toekomstige aansnijding van het woonuitbreidingsgebied. Rondom het centrumgebied, de dichte bebouwing en het sport- en recreatieterrein bevindt zich een uitgestrekt residentieel gebied. Het behoud van de bestaande woonkwaliteit staat hier voorop. Voor het meest oostelijke deel wordt gestreefd naar het behoud van het groene karakter van het woongebied. Ten opzichte van de vallei van de Eindergatloop wordt een landschappelijke overgang gemaakt naar de open ruimte toe. Een groene corridor dringt door tot quasi tegen het centrumgebied via het te reserveren woonuitbreidingsgebied van Schamprood. Tenslotte stelt het stadsbestuur voor om het centrumgebied van Lutlommel, de zone voor dichte bebouwing en het sport- en recreatieterrein aan de Konijnenpijp mee op te nemen binnen de afbakening van het stedelijk gebied. Daarbij wordt eventueel dan ook de woonuitbreidingsgebieden aangewend om de provinciale taakstelling in te vullen. Lutlommel wordt op die manier een compacte stedelijke kern binnen een uitgestrekt verstedelijkt gebied. 4 Gewenste toeristisch recreatieve structuur Uitbouw recreatieve activiteiten op buurtniveau Op schaal van de afzonderlijke wijken worden cultuur, toerisme en recreatie voorzien voor de inwoners. Daarbij wordt rekening gehouden met behoeften zowel voor actieve als passieve recreatie, indoor of outdoor. Minstens in elke wijk wordt hiervan een combinatie gemaakt, waarbij de grootte en de voorzieningen afhangen van de schaal van de woonkern. Bereikbaarheid, inbedding in het bebouwde weefsel en interferentie met andere activiteiten vormen belangrijke aandachtspunten voor deze activiteiten. De bestaande voorzieningen worden behouden en lokaal versterkt. In Lutlommel wordt een stedelijke open ruimte multifunctioneel ingevuld, in aansluiting op het sportterrein aan de Konijnenpijp. In deze zone wordt een gemengde ontwikkeling voorzien van sportterreinen, speelterreinen, een park, de inplanting van jeugdinfrastructuur, enz. In het stedelijk gebied worden enkele stadsparken voorzien, die een mogelijk tekort aan openbaar groen door verdichting moeten opvangen en die kunnen dienen als zones voor passieve recreatie. Deze parken worden beperkt in aantal, en worden voorzien in het stadscentrum; ze fungeren hierbij eveneens als aanvulling op het toeristisch-recreatief aanbod in het centrum. Onder andere park Lutlommel (Konijnenpijp) wordt voorgesteld als stadspark. 4 Binnen het voorliggend ontwerp PRUP Afbakening kleinstedelijk gebied Lommel (MB 12/07/2011) werden deze zones echter niet mee opgenomen in de afbakening /wsm/miv - RUP "Openbare nuts- en woonzone Lutlommel" Pagina 16

19 3.2 Verkeer Mobiliteitsplan De stad Lommel beschikt sinds 27/02/2001 over een conform verklaard gemeentelijk mobiliteitsplan. In 2007 is de stad Lommel begonnen met de herziening van het mobiliteitsplan 1ste generatie. Er werd voor gekozen het mobiliteitsplan volledig te vernieuwen. Het ontwerp van het beleidsplan werd door de PAC conform verklaard dd. 14/12/2010. Enkel de relevante elementen uit het vernieuwde mobiliteitsplan in functie van het plangebied zullen in wat volgt worden besproken. Richtinggevend deel Voorstel categorisering van straten en wegen De Plataanstraat (westelijke grens plangebied) wordt geselecteerd als lokale weg type II. Beleid m.b.t. verblijfsgebieden en voetgangersnetwerken De stad stelt een afzonderlijk plan Trage Wegen op (voor het ganse grondgebied) en bepaalt welke trage wegen voor welke relaties zinvol zijn. Tevens zal zij missing-links detecteren. Het plan bevat ook maatregelen naar de wijze waarop de trage wegen worden verhard, het onderhoud en de eventuele bijkomende beschermende maatregelen bij de aansluiting van de trage wegen op de openbare wegen. De weg tussen de Plataanstraat en Konijnenpijp wordt opgenomen als trage weg. Deze route is gekend omwille van de parkontwikkeling tussen beide voornoemde straten. Fietsbeleidsplan Studiegebied Figuur Fietsroutenetwerken, bron mobiliteitsplan Lommel beleidsplan (inzet: snede studiegebied) Het bovenlokaal fietsroutenetwerk wordt aangevuld met een aantal verbindingen die op lokaal niveau van belang zijn: /wsm/miv - RUP "Openbare nuts- en woonzone Lutlommel" Pagina 17

20 Gebied ten noorden en oosten van het centrum Einde: linkt het centrum aan het woongebied ten zuiden van de N71 en ten oosten van de N746-Stationsstraat; Route: Hoeverdrijk - Karrestraat Loberg (vormt onderdeel van de toekomstige ontsluitingsstructuur Lommel op meso niveau); Vredestraat Molenberg Driehoek als iets meer westelijker gelegen tegenhanger van voornoemde route; Plataanstraat linkt het noord-oostelijke woongebied aan de functionele route langs N712 enerzijds, terwijl zij noordwaarts via de Slinkerstraat een verbinding vormt met de recreatiezone Vossemeren (ten noorden van het kanaal) en tevens een verbinding vormt naar Kolonie (via de route: Kolen Grote Fosséstraat Wateringstraat en Kolonie); Enneven: een bijkomende verzamelende route van uit dat uitgestrekte woongebied naar de N712; Heide verbindt de route via de Slinkerstraat met de Gestelse Dijk (voetbal, Soeverein, enz.); Koning Albertlaan: een duidelijke schoolroute in het verlengde van de stadslaan naar Heide; Schansstraat als verzamelende route voor het woongebied tussen de N712-Norbert Neeckxlaan en Lutlommel; Weidestraat-Siberiëstraat vormt de link tussen voornoemd woongebied en de Nolimpark (Overpelt). Met dit netwerk wordt, naast de bestaande relaties, rekening gehouden met de relaties tussen de verschillende deelkernen onderling, de ontsluiting van bedrijventerreinen, het station en de verkeer genererende objecten langsheen de Gestelse Dijk. Het toevoegen van de (voorlopige) resultaten van het onderzoek naar trage wegen, toont aan dat het ontworpen fietsroutenetwerk een verdere verfijning ondergaat, waardoor op termijn een bijzonder fijnmazig net van fiets- (maar ook wandel)routes op gans het Lommelse grondgebied kan ontstaan. De stad zal het resultaat van het actieplan Trage Wegen systematisch toepassen en integreren in de verdere uitwerking en verfijning van haar functionele en recreatieve fietsroutenetwerk. Verkeersveiligheidsmaatregelen Aanpak van verkeersonveilig gebleken situaties: Veel van de in het recente verleden, verkeersonveilig gebleken situaties, worden al aangepakt. Voor het overige dringen zich bijkomende maatregelen op voor de volgende situaties: Lutlommel x Enneven Verkeerskwaliteitsplan Met de opmaak van het verkeerskwaliteitsplan (definitief eindrapport: februari 2009) wenst het stadsbestuur een ruimtelijk en verkeerskundig kader te creëren voor de ontsluitingsstructuur van het centrum alsook de aanleg en ontwikkeling er van binnen het openbaar domein. Enkel de relevante elementen uit het verkeerskwaliteitsplan in functie van het plangebied zullen in wat volgt worden besproken. Visie op de ontsluiting De naar verhouding hoge verkeersdruk waar Lommel centrum momenteel mee wordt geconfronteerd is toe te schrijven aan een combinatie van factoren, waarvan de belangrijkste worden gevormd door: de ruimtelijke structuur van Lommel in z n geheel en het daarmee samenhangende historische wegenpatroon; het ten opzichte van het centrum, doorgaande verkeer; /wsm/miv - RUP "Openbare nuts- en woonzone Lutlommel" Pagina 18

21 het feit dat het gemotoriseerde zo goed als niets in de weg wordt gelegd; het feit dat Lommel centrum in wezen door één as wordt bediend vanaf de N71, nl. de Stationsstraat. Een toekomstig bereikbaar en leefbaar Lommel met een verhoogde attractie van het centrum noodzaakt tot maatregelen die het: verkeer aan de wegen in het centrum onttrekken; verkeer in welbepaalde straten elimineren. Zoals uit de analyse van het kentekenonderzoek bleek, wordt de drukste relatie gevormd door het verkeer dat zich situeert op de volgende as: Stationstraat Kerkplein Kon. Leopoldlaan/N. Neeckxlaan. Ook de oost-west richting is naar verhouding intensief en belast momenteel vooral de Frans Van Hamstraat en het Kerkplein. Studiegebied Figuur Visie op de ontsluiting, bron verkeerskwaliteitsplan In de gewenste ontsluiting op gemeentelijk niveau vormt de N71 uiteraard de hoofdontsluiting. Zij vormt de belangrijkste externe verbinding, naar de N74 in het oosten en de E313 in het westen. De verkeersuitdunning in het centrum wordt onder andere bekomen door: Maximaal gebruik te maken van de N715, de N712 en de as Leuken-Lutlommel voor de ontsluiting van het gebied ten oosten van het centrum. Om dit af te dwingen zullen in de N712 en de as Leuken-Lutlommel, in de richting van het centrum, filters worden ingebouwd. Fietsverkeer Om het gebruik van de fiets te stimuleren, is het van groot belang in te zetten op een kwalitatief goed fietsnetwerk (van en naar belangrijke voorzieningen). Het netwerk dient een goed alternatief voor de auto te bieden. Daarbij is ook van belang dat bij herkomst- en bestemmingspunten voldoende, kwalitatief goede fietsenstallingen geplaatst worden. In Lommel is in de huidige situatie slechts in beperkte mate sprake van een eenduidig, samenhangend en veilig fietsnetwerk. Lang niet overal liggen veilige fietsvoorzieningen. De vaak wel aanwezige fietsstroken zijn smal en bieden onvoldoende veiligheid. Ten einde de fietser in een betere concurrentiepositie te plaatsen ten opzichte van het gemotoriseerde verkeer worden onder andere de volgende maatregelen weerhouden: /wsm/miv - RUP "Openbare nuts- en woonzone Lutlommel" Pagina 19

22 Hoofdroutes (volgens het bovenlokale functionele fietsroutenetwerk): de toekomstige ontsluitingsweg wordt voorzien van fietsvoorzieningen aan weerszijden van de weg, gescheiden van het gemotoriseerde verkeer. fietsbewegwijzering in het centrum en éénduidig herkenbare routes daarbuiten de verkeersveiligheid voor het fietsverkeer aan de rotonde van het Kerkplein, zal binnen de herinrichting van de ontsluitingstructuur beveiligd worden (rotonde te elimineren). Dit geldt ook voor de knelpunten in de Kon. Astridlaan en Albertlaan met de routes die uit de richting van Lutlommel het centrum penetreren. Aanvullende lokale routes aanvullende lokale routes vanuit de woongebieden buiten de ontsluitingsstructuur naar het centrum, worden eveneens herkenbaar uitgerust minimaal met fietssuggestiestroken Functioneel fietsroutenetwerk Studiegebied Figuur Uittreksel uit het functioneel fietsroutenetwerk, bron provincie Limburg Het "Bovenlokaal functioneel fietsroutenetwerk" is een programma dat i.s.m. de provincies werd opgestart. Het heeft tot doel een concept van fietsroutenetwerk op te stellen. In dit concept worden de belangrijkste gemeentelijke/stedelijke kernen en attractiepolen met elkaar verbonden. Het gaat hier over een functioneel routenetwerk omdat het betrekking heeft op de zgn. "functionele" verplaatsingen (werken, onderwijs volgen, winkelen...) en niet op het fietsen als ontspanning. Het netwerk bevat hoofdroutes, functionele fietsroutes en alternatieve functionele hoofdroutes. Ten zuiden van het plangebied, langs de weg Lutlommel, bevindt zich een alternatieve functionele hoofdroute /wsm/miv - RUP "Openbare nuts- en woonzone Lutlommel" Pagina 20

23 3.3 Belevingsonderzoek, het ongeziene Lommel In aanloop naar de projectdefinitie voor de opmaak van een beeldkwaliteitsplan (bkp) voor de stad Lommel werd een onderzoek uitgevoerd naar het stadsgebruik, beeld- en betekenisvorming bij volwassenen en kinderen. Dit onderzoek diende de gebruikskwaliteiten van de publieke ruimte in het algemeen en de betekenis van de diverse plekken in het bijzonder in kaart te brengen. Het onderzoek wordt beperkt tot Lommel Centrum, Lutlommel en Werkplaatsen. Dit gebied wordt op zijn beurt opgedeeld in drie deelgebieden, aangeduid op onderstaande tekening: de binnenstad (groen), het historische Kerngebied (rood oranje) en Centrum (geel). Studiegebied Figuur Drie deelgebieden, bron belevingsonderzoek Lommel Inzichten en conclusies Volgende voor het studiegebied relevante inzichten en conclusies volgden uit het onderzoek: Erg werkzaam in het dagelijks (samen)leven is de neiging om grote activiteiten niet meteen te laten stollen in een voorziening of gebouwde functie. Veel activiteiten hebben een erg open karakter, zowel wat betreft de (organisatie)stijl als de plek waar ze doorgaan. Ook in de recreatieve sfeer genieten plekken met een laag organisatieniveau, een grote voorkeur; Lommel is een Dorpenstad. Het is een gebied waar erg uiteenlopende plekken centraliteit kunnen verwerven, ook elders dan in de binnenstad of in Centrum. Centraliteit betekent dat een perifere plek zelf voor meerdere gebruiksgroepen en/of milieus makkelijk wordt opgezocht (tijdelijk of terugkerend). Het lijkt erop dat voor sommige deelgebieden het herhaalde gebruiksrepertoire belangrijker is dan het formele programma of een aanleg die de praktijken zou verstenen; Er wordt veel gesport in Lommel, een eigenheid die nog wordt aangevuld door het feit dat erg veel mensen recreatief fietsen en wandelen. Men mag dit, samen met de grote cohesie die er nog steeds aanwezig is, zeker zien als een vorm van sociaal kapitaal. De vele activiteiten in de open lucht creëren sociaalruimtelijke rituelen, specifieke plekken die /wsm/miv - RUP "Openbare nuts- en woonzone Lutlommel" Pagina 21

24 nauwelijks ingericht zijn maar door het grote aanwezige gebruikskapitaal vandaag al sterk zijn opgeladen; Terwijl de stedelijke onderlegger uit het structuurplan vooral de noord-zuid-relatie in de stad (en de verbinding met het station) tot project maakt, leert het belevingsonderzoek bij volwassenen dat ook de oost-west-relatie moet worden aangepakt. De relatie met het oostelijk gebied is vandaag al kansrijk gezien de morfologie en de geschiedenis. Ze kan in een eerste moment vooral landschappelijk en via culturele en educatieve campagnes worden aangepakt; in een verder stadium lijkt het wenselijk dat oude doorgangen en zichtlijnen opnieuw geopend worden. Onderstaande kaart toont een aantal deelgebieden. Rode kamers zijn woongebieden die niet worden dooraderd met passanten van buitenaf en waarschijnlijk ook in het algemeen weinig worden bezocht door stadsgebruikers en dat ze mits verder onderzoek en beraad een duidelijker en meer divers programma aan voorzieningen kunnen gebruiken. Vooral de relatie met het nabijgelegen centrum moet worden verduidelijkt. De groene kamers (X,Y & Z) die worden aangeduid worden landschappelijk erg gewaardeerd en hebben ook nog veel andere troeven: ze liggen aan routes met een gemengd gebruik, ze bevinden zich in de directe nabijheid van belangrijke voorzieningen (jeugdheem, sportvoorzieningen, scholen, ) en bevatten nog grote onbebouwde percelen. Verder onderzoek en beraad kan de gebruikskwaliteiten verder detailleren. Studiegebied Figuur Eindkaart van de belevingsinformatie, bron belevingsonderzoek Lommel /wsm/miv - RUP "Openbare nuts- en woonzone Lutlommel" Pagina 22

25 3.4 Cultureel Erfgoed Inventaris Onroerend Erfgoed Studiegebied Figuur Inventaris onroerend erfgoed / beschermde monumenten en landschappen, bron VIOE Op 14/09/2009 stelde de administrateur-generaal van het VIOE de Inventaris van het Bouwkundig Erfgoed voor Vlaanderen vast. Hierdoor is er voor het eerst een eenduidige lijst van het in Vlaanderen gebouwde patrimonium met erfgoedwaarde. In Vlaanderen kunnen waardevolle monumenten en stads- en dorpsgezichten beschermd worden. De juridische basis hiervoor is te vinden in het decreet van 03/03/1976 tot Bescherming van Monumenten en Stads- en Dorpsgezichten. Het gebouw, de groep van gebouwen of de site die voorgedragen wordt moet een waarde van algemeen belang hebben. Concreet kan een goed worden beschermd omdat het een artistieke, wetenschappelijke, historische, volkskundige, industrieel-archeologische of een andere sociaalculturele waarde heeft. Het Agentschap R-O Vlaanderen Onroerend Erfgoed is verantwoordelijk voor de bescherming van monumenten en stads- en dorpsgezichten. Ze adviseert over stedenbouwkundige vergunningen en verleent toelatingen voor werken aan beschermde onroerende goederen. Er bevinden zich noch relicten, noch monumenten en landschappen binnen het plangebied. Ten zuid-westen van het plangebied bevinden zich de relicten de Parochiekerk Onze-Lieve-Vrouw Maagd der Armen (80211), Vier gekoppelde enkelhuizen (80120) en Langgestrekte hoeve (80121) /wsm/miv - RUP "Openbare nuts- en woonzone Lutlommel" Pagina 23

26 3.4.2 Landschapsatlas Studiegebied Figuur Uittreksel uit de landschapsatlas, bron Agiv In de Landschapsatlas van Vlaanderen - opgemaakt door de afdeling Monumenten en Landschappen van de Vlaamse Gemeenschap en verschenen in het voorjaar van 2001 werden behalve ankerplaatsen ook relictzones, puntrelicten en lijnrelicten geselecteerd. Het geheel vormt een historische momentopname van de Vlaamse landschappen op het eind van de 20e eeuw. Het plangebied is gelegen binnen het traditioneel landschap Industriegebied van Lommel-Overpelt. Er bevinden zich geen ankerplaatsen, relictzones, punt- of lijnrelicten binnen het plangebied /wsm/miv - RUP "Openbare nuts- en woonzone Lutlommel" Pagina 24

27 3.5 Open ruimtebeleid Biologische waarderingskaart Studiegebied Legende biologische waarderingskaart biologisch minder waardevol complex van biologisch minder waardevolle en waardevolle elementen complex van biologisch minder waardevolle, waardevolle en zeer waardevolle elementen complex van biologisch minder waardevolle en zeer waardevolle elementen complex van biologisch waardevolle en zeer waardevolle elementen biologisch waardevol biologisch zeer waardevol Figuur Uittreksel uit de biologische waarderingskaart, bron Agiv De biologische waarderingskaart vormt een basisdocument voor iedereen die betrokken is bij natuurbehoud, ruimtelijke planning, milieueffectrapportage, landschapszorg, e.d. Het is de enige beschikbare gebiedsdekkende inventaris van de Vlaamse biotopen en wordt daarom algemeen aangewend als referentiekader. Ze vormt nuttige informatie betreffende de toestand en betekenis van het natuurlijk milieu. Het plangebied ligt grotendeels binnen biologisch minder waardevol gebied. Noordoostelijk binnen het plangebied komen een aantal zones voor gelegen binnen biologisch waardevol en zeer waardevol gebied /wsm/miv - RUP "Openbare nuts- en woonzone Lutlommel" Pagina 25

28 3.6 Water Op 20 juli 2006 keurde de Vlaamse Regering het uitvoeringsbesluit voor de watertoets goed. Dit besluit geeft aan de overheden die vergunningen afleveren richtlijnen voor de toepassing van de watertoets. Op 1 maart 2012 trad er een aangepast uitvoeringsbesluit met betrekking tot de watertoets in werking. Dit uitvoeringsbesluit legt nadere regels vast voor de toepassing van en de adviesprocedure bij de watertoets. Concreet werd de kaart van de overstromingsgevoelige gebieden geactualiseerd en moet enkel deze kaart nog verplicht geraadpleegd worden bij het toepassen van de watertoets. De andere watertoetskaarten blijven bestaan en kunnen altijd nog gebruikt worden voor het beoordelen van mogelijke effecten op het water maar dienen niet langer meer verplicht opgenomen te worden. Daarnaast wordt de adviesmogelijkheid omgezet in adviesplicht. Bij mogelijke effecten dient met andere woorden verplicht advies gevraagd te worden aan de waterbeheerder. Studiegebied Figuur Overstromingskaart 2011, bron Agiv Het plangebied situeert zich in het Maasbekken. Het plangebied is volledig gelegen binnen een niet overstromingsgevoelig gebied. De overige watertoetskaarten worden ter info bekeken in het verzoek tot raadpleging /wsm/miv - RUP "Openbare nuts- en woonzone Lutlommel" Pagina 26

29 4 Onderzoek en analyse 4.1 Ruimtelijk voorkomen en functioneren Studiegebied in zijn ruime omgeving Figuur Ruime omgeving plangebied, bron Google Maps Het plangebied is gelegen ten oosten van het centrum van Lommel, noordelijk grenzend aan het centrumgebied van Lutlommel. Dit centrumgebied situeert zich langs de weg Lutlommel, een belangrijke verzamelweg richting Lommel centrum. De randen van het plangebied worden gevormd door Heuvel (noord), de Konijnenpijp (noord en oost), Enneven (zuid) en de Plataanstraat (west). Zowel Plataanstraat als Enneven sluiten rechtstreeks aan op de weg Lutlommel. Wanneer we vanuit het centrum van Lommel richting Lutlommel rijden zien we een bebouwd gebied dat gekenmerkt wordt door lintvormige bebouwing en verkaveld gebied. Het plangebied vormt echter een open plek binnen deze zone. Het betreft een zeer groot bouwblok waarvan het binnengebied nagenoeg volledig onbebouwd is. Meer noordelijk en zuidelijk zijn er nog een aantal van deze grote bouwblokken te vinden /wsm/miv - RUP "Openbare nuts- en woonzone Lutlommel" Pagina 27

30 4.1.2 Ruimtelijk functioneren studiegebied Figuur Zoom op plangebied, bron Google Maps Bebouwing Het plangebied betreft een groot bouwblok, nagenoeg volledig bebouwd langs de randen. Deze bebouwing wordt hoofdzakelijk gekenmerkt door open bebouwing, met als functie wonen. Langs noordelijke, zuidelijke en westelijke rand bevinden zich een aantal onbebouwde percelen waardoor een zicht op het open binnengebied verkregen wordt. De oostelijke rand is slechts voor de helft bebouwd. De andere helft heeft een groen karakter omwille van de functies die hierlangs gelegen zijn. Hier bevinden zich een aantal voetbalterreinen en de jeugdlokalen van de KSA & VKSJ van Lutlommel. De voetbalterreinen zijn van de straat afgeschermd door een dichte bomenrij /wsm/miv - RUP "Openbare nuts- en woonzone Lutlommel" Pagina 28

31 Foto 1 Westelijke rand van het plangebied (Plataanstraat) met toegang tot het binnengebied tussen de bestaande bebouwing Groen en open ruimte Het binnengebied van het bouwblok is nagenoeg volledig onbebouwd met uitzondering van een aantal gebouwen (kantine en kleedruimtes) ter ondersteuning van de recreatieve functies die aanwezig zijn in het binnengebied. Verder ligt er ook een bedrijf dat grondwerken uitvoert binnen het plangebied (4). Zoals reeds vermeld bevinden zich langs de oostelijke rand de KSA & VKSJ lokalen (1) van Lutlommel en een aantal voetbalterreinen (2). Deze voetbalterreinen dringen nog verder door in het binnengebied. In totaal bevinden zich 8 voetbalterreinen binnen het plangebied. Verder bevinden zich zuidwestelijk in het binnengebied een aantal paardenweides (3). De rest van het binnengebied is ofwel in gebruik als landbouwgrond, ofwel ligt het braak. Er zijn tenslotte nog een aantal waardevolle groenzones, bomenrijen en taluds aanwezig in het plangebied. Deze worden schematisch weergegeven op nevenstaande figuur /wsm/miv - RUP "Openbare nuts- en woonzone Lutlommel" Pagina 29

32 Foto 2 KSA & VKSJ lokalen met op de achtergrond zicht op de bebouwing langs de Konijnenpijp (noordelijke grens plangebied) Foto 3 Zicht op voetbalterreinen gelegen langs de Konijnenpijp Foto 4 Voetbalterreinen gelegen verder door in het binnengebied Foto 5 Paardenweide Foto 6 Talud en waardevol groen op de achtergrond /wsm/miv - RUP "Openbare nuts- en woonzone Lutlommel" Pagina 30

33 Ontsluiting en parkeren Het plangebied sluit via de Plataanstraat en Enneven aan op de verzamelweg Lutlommel. Hierdoor bevindt men zich onmiddellijk in het centrumgebied van Lutlommel en heeft men tevens een directe ontsluiting richting Lommel centrum. Het binnengebied zelf is langs alle zijden toegankelijk. Zuidwestelijk wordt het binnengebied doorsneden door de Hazelaarstraat die een aantal woningen alsook het bedrijf voor de grondwerken ontsluit. Noordoostelijk snijdt de Konijnenpijp in het binnengebied, ook hier ter ontsluiting van een aantal woningen. Deze weg eindigt in een open ruimte waar zich een aantal containers bevinden, en die dienst doet als een informele parking. Van hieruit gaat de weg over in een weg uitsluitend bestemd voor langzaam verkeer ter ontsluiting van de activiteiten gelegen in het binnengebied. Verder is er langs zuidelijke zijde langs de Konijnenpijp nog een doodlopende toegang van het binnengebied waar zich de parking van de voetbal bevindt en zijn er nog toegangen voor langzaam verkeer langs Konijnenpijp en Plataanstraat. Foto 7 Informele parking aan einde van Konijnenpijp Foto 8 Ontsluiting activiteiten gelegen in het binnengebied, enkel voor langzaam verkeer /wsm/miv - RUP "Openbare nuts- en woonzone Lutlommel" Pagina 31

34 4.2 Kwaliteiten, knelpunten en potenties Kwaliteiten Knelpunten Potenties Plangebied is gunstig gelegen (vlakbij centrum Lommel, vlakbij belangrijke verzamelweg, in centrumgebied Lutlommel); Plangebied is goed toegankelijk; Binnengebied wordt door beperkt aantal omwonenden als wandelgebied gebruikt; Binnengebied vormt een groen stapsteen ten oosten van de stad; Aanwezigheid verbindingen voor langzaam verkeer; Aanwezigheid waardevol groen binnen centrumgebied Lutlommel; Plangebied is groot en aaneengesloten groene gebied op wandelafstand van het centrum van Lutlommel; Voetbalterreinen en terreinen jeugdverenigingen maken een brede opening naar het binnengebied; Voetbal ligt zeer verspreid over de site; Binnengebied kent een versnipperd gebruik; Weinig differentiatie in woontypologieën aan de randen van het binnengebied; Binnengebied te weinig gekend; Door de onbebouwde percelen langs alle zijden kan het binnengebied langs elke zijde toegankelijk worden gemaakt; Het binnengebied kent een zeer beperkt aantal ruimtelijke randvoorwaarden voor ontwikkeling, dit geeft een grote ontwerpvrijheid; /wsm/miv - RUP "Openbare nuts- en woonzone Lutlommel" Pagina 32

35 5 Visie 5.1 Inrichtingsschets In het kader van het beeldkwaliteitsplan van Lommel werd door plusofficearchitects i.s.m. DELVA Landscape Architects en Connect ook een visie gemaakt voor het deelgebied Lutlommel. De inrichtingsschets die door plusofficearchitects werd opgemaakt voor het RUP "Openbare nuts- en woonzone Lutlommel" dient gezien te worden binnen deze studie. Figuur Inrichtingsschets van mogelijke inrichting plangebied, bron: plusofficearchitects /wsm/miv - RUP "Openbare nuts- en woonzone Lutlommel" Pagina 33

36 Figuur Zicht op mogelijke inrichting van het plangebied, bron: plusofficearchitects De belangrijkste punten van dit plan zijn: de verbeterde verbindingen met de omgeving; de grotere doorgankelijkheid voor langzaam verkeer; de concentratie van nieuwe woonontwikkeling in een strook tegen de tuinen van de bestaande bebouwde rand en georiënteerd naar het binnengebied; de herlocatie en uitbreiding van de recreatiemogelijkheden in een open parklandschap; de versterking van het groene karakter van het binnengebied /wsm/miv - RUP "Openbare nuts- en woonzone Lutlommel" Pagina 34

37 6 Verzoek tot raadpleging 6.1 Kadering De stad Lommel heeft beslist om over te gaan tot de opmaak van een ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) Openbare nuts- en woonzone Lutlommel. Met de opmaak van dit RUP wenst de stad Lommel een duidelijke en gefundeerde visie te ontwikkelen voor een binnengebied grenzend aan de kern van Lutlommel, deels bestemd als woonuitbreidingsgebied, deels als zone voor gemeenschapsvoorzieningen. De gronden van het binnengebied kennen momenteel een gemengd gebruik. Zo wordt een deel van de gronden gebruikt door de voetbalvereniging Lutlommel VV. Verder zijn er de jeugdlokalen van de KSA en de VKSJ Lutlommel gevestigd. De overige gronden zijn voornamelijk in gebruik als weideen of akkerland. De randen van het binnengebied zijn hoofdzakelijk bebouwd met eengezinswoningen. De stad wenst de mogelijkheden voor de ontwikkeling van een combinatie van zowel openbare en recreatieve voorzieningen, wonen en sociale huisvesting binnen de site te onderzoeken. In het kader van de wettelijke verplichting voor het RUP Openbare nuts- en woonzone Lutlommel te Lommel wordt een screening van mogelijk aanzienlijke effecten uitgevoerd. In het licht hiervan en overeenkomstig hoofdstuk II artikel 3 1 van het besluit van de Vlaamse regering betreffende de milieueffectrapportage over plannen en programma s, raadpleegt de initiatiefnemer (Stad Lommel) op eigen initiatief en uiterlijk op het ogenblik dat hij de doelstellingen en de reikwijdte van het voorgenomen plan kan afbakenen, de volgende instanties: 1. de deputatie van de provincie, waarop het voorgenomen plan of programma milieueffecten kan hebben; 2. de betrokken instanties afhankelijk van de ligging en de mogelijk te verwachten aanzienlijke effecten van het voorgenomen plan of programma op in voorkomend geval de gezondheid en veiligheid van de mens, de ruimtelijke ordening, de biodiversiteit, de fauna en flora, de energie- en grondstoffenvoorraden, de bodem, het water, de atmosfeer, de klimatologische factoren, het geluid, het licht, de stoffelijke goederen, het cultureel erfgoed met inbegrip van het architectonisch en archeologisch erfgoed, het landschap en de mobiliteit. Op 13/07/2012 werd hiertoe een adviesvraag geformuleerd aan de Dienst Milieueffectrapportagebeheer (MER). Op 19/07/2012 werd door de dienst MER een selectie van de relevante betrokken instanties die in het licht van het onderzoek dienen aangeschreven te worden, het betreft: Provinciebestuur Limburg BLOSO Directie Infrastructuur, Ruimtelijke Ordening, Milieu en natuur Afdeling Infrastructuur en Logistiek Sectie Provinciehuis Universiteitslaan Hasselt Ruimtelijke Ordening Planning en beleid t.a.v. Francis Pepermans Arenbergstraat Brussel ANB Limburg VAC Koningin Astridlaan 50 bus 5 VLM Regio Oost t.a.v. Paul De Vis Koningin Astridlaan 10 Ruimtelijke Ordening Limburg Onroerend Erfgoed Limburg VAC VAC Koningin Astridlaan 50 bus 1 Koningin Astridlaan 50 bus Hasselt 3500 Hasselt 3500 Hasselt 3500 Hasselt /wsm/miv - RUP "Openbare nuts- en woonzone Lutlommel" Pagina 35

38 Agentschap Wonen- Vlaanderen Departement MOW Departement LNE Afdeling Lucht, Hinder, Risicobeheer, Milieu en Gezondheid Afdeling Wonen t.a.v. Hilde Van den Bosch, Afdelingshoofd t.a.v. Fernand Desmyter, Secretaris-generaal Dienst Hinder en Risicobeheer Graaf de Ferrarisgebouw Graaf de Ferrarisgebouw Koning Albert IIlaan 19 bus 40 Koning Albert IIlaan 20 bus 2 Koning Albert IIlaan 20, bus Brussel 1000 Brussel 1000 Brussel Overeenkomstig bovenvermeld besluit vragen wij U om binnen een termijn van 30 dagen vanaf de ontvangst van voorliggend verzoek tot raadpleging uw advies omtrent de plan-mer-plicht van het RUP "Openbare nuts- en woonzone Lutlommel" over te maken aan Antea Group, optredend in naam van de initiatiefnemer, zijnde de gemeente Lommel en dit op volgend adres: Antea Group Jaarbeurslaan Genk t.a.v. Marijke Gorissen In onderstaande hoofdstukken wordt een screening gedaan van de mogelijke milieueffecten die kunnen optreden door uitvoering van het RUP. Indien nodig worden er milderende maatregelen voorgesteld. Als referentiesituatie/nulalternatief wordt vertrokken van de actuele toestand op het terrein en de functies die het plangebied op dit moment vervult, zoals grotendeels omschreven in voorgaande hoofdstukken. 6.2 Potentiële milieueffecten van het plan Bodem en grondwater Studiegebied Figuur bodemkaart ter hoogte van het plangebied, bron Agiv /wsm/miv - RUP "Openbare nuts- en woonzone Lutlommel" Pagina 36

39 Uit de bodemkaart blijkt het plangebied te bestaan uit een zandbodem die varieert tussen een zeer droge zandbodem met dikke antropogene humus A horizont (Zam), een zeer droge tot matig natte zandbodem met duidelijk ijzer en/of humus B horizont (Zag) en matig droge zandbodem met dikke antropogene humus A horizont (Zcm). Aan de hand van deze code kan de verdichtingsgevoeligheid bepaald worden. Deze is gebaseerd op de verdichtingsmatrix. Alle gronden binnen het plangebied staan aangeduid als zeer weinig gevoelig voor verdichting. Eventuele profielverstoring is gebaseerd op één van de eigenschappen van de bodemserie. De gronden die voorkomen binnen het plangebied behoren tot de zeer kwetsbare bodemprofielen. Maar gezien de aard van de geplande activiteiten (wonen en recreatie) worden geen negatieve effecten verwacht. Uit de OVAM-databank van de verspreiding van bodemonderzoeken in Vlaanderen (toestand 18/08/2011) blijkt dat in het plangebied zelf nog geen bodemonderzoek gekend is. Noch worden er risicoactiviteiten m.b.t. bodemverontreiniging gepland Verder onderzoek wordt niet nodig geacht. De grondwaterkwetsbaarheid van een gebied is een code die het risico op grondwaterverontreiniging in de bovenste watervoerende laag aangeeft. Grondwaterverontreiniging t.g.v. infiltrerende oliën, vetten en andere verontreinigende vloeistoffen vormt dus een milieurisico. Hieromtrent worden geen expliciete voorschriften opgenomen vermits dit conform de geldende milieuwetgeving dient te gebeuren. Het grondwater binnen het plangebied is volgens de grondwaterkwetsbaarheidskaart (bron: Agiv) zeer kwetsbaar (code Ca1) omwille van volgende kenmerken van de ondergrond: zandige deklaag; watervoerende laag is zand. Binnen het plangebied zijn echter geen activiteiten gepland die bodemverontreiniging met zich mee kunnen brengen of eventuele verontreinigingen kunnen verspreiden. Het plangebied bevindt zich volgens de watertoetskaart (2006) in een gebied dat matig gevoelig is voor grondwaterstroming /wsm/miv - RUP "Openbare nuts- en woonzone Lutlommel" Pagina 37

40 Studiegebied Figuur Grondwaterstromingsgevoeligheid, bron Agiv De watertoetskaart-grondwaterstroming kent 3 categorieën: gebieden die zeer gevoelig zijn (gebieden met ondiep grondwater, kwel of verzilte waterlagen), gebieden die matig gevoelig (behoren niet tot type 1 of type 3) zijn en gebieden die weinig gevoelig zijn voor wijzigingen in grondwaterstroming (diep grondwater of bodemlaag die weinig of geen grondwaterstroming toestaat-aquitard). Binnen het plangebied zijn echter geen activiteiten gepland die een significant effect op de grondwaterstroming met zich mee kunnen brengen. Grote gebouwen met diepe kelders zullen in het plangebied niet voorkomen /wsm/miv - RUP "Openbare nuts- en woonzone Lutlommel" Pagina 38

41 Studiegebied Figuur Erosiegevoeligheid, bron Agiv Uit de erosiegevoeligheidskaart blijkt dat de gronden binnen het plangebied niet erosiegevoelig zijn. Er worden dan ook geen significante erosie-effecten verwacht. Binnen en in de nabije omgeving van het plangebied zijn geen vergunde grondwaterwinningen bekend (bron: DOV Vlaanderen). Vanuit de discipline bodem worden geen aanzienlijk negatieve effecten verwacht ten gevolge het RUP. Er wordt verder vanuit gegaan dat er rekening wordt gehouden met de vigerende milieureglementeringen (VLAREM, VLAREBO, Bodemdecreet, correcte technische uitvoering). Milderende maatregelen hoeven niet te worden voorgesteld Oppervlaktewater Het plangebied is gelegen in het Maasbekken. Binnen het plangebied komen geen waterlopen voor /wsm/miv - RUP "Openbare nuts- en woonzone Lutlommel" Pagina 39

42 Studiegebied Figuur Uittreksel uit de Vlaams Hydrografische Atlas (VHA), bron Agiv De beschrijving van de kaart van de watertoets werd opgenomen in 3.6. Studiegebied Figuur Infiltratiegevoeligheid, bron Agiv Omdat het plangebied gelegen is in niet overstromingsgevoelig en wel infiltratiegevoelig gebied worden er geen significante effecten verwacht indien de vigerende wetgeving gevolgd wordt. Naast het vermelde kaartmateriaal voor de watertoets, kunnen de overstromingskaarten (Agiv) geraadpleegd worden. Hierop worden de recent overstroomde gebieden (ROG s), de risicozones voor overstromingen en de overstroomde gebieden bij de meest recente overstromingen ( 14-15/11/2010 en 14/01/2011) aangeduid /wsm/miv - RUP "Openbare nuts- en woonzone Lutlommel" Pagina 40

43 Studiegebied Figuur Overstromingskaart ter hoogte van het plangebied, bron Agiv Het plangebied is volledig gelegen binnen een niet van nature overstroombaar gebied. Het afvalwaterbeleid wordt gestuurd via de gemeentelijke zoneringsplannen, waarin afgebakend wordt welke zones te rioleren zijn en in welke zones IBA s moeten komen (al dan niet collectief beheerd). De bebouwde percelen aan de rand van het plangebied zijn aangeduid als centraal gebied op de zoneringsplannen van de VMM. Deze zone zal echter met de geplande woonontwikkelingen een stuk uitgebreid moeten worden in de richting van het binnengebied binnen de geplande strook voor woonreservegebied. Aangezien het binnengebied reeds als woonuitbreidingsgebied geselecteerd was in het gewestplan, wordt er vanuit gegaan dat een mogelijke uitbreiding voorzien is in de capaciteit van het bestaande rioleringsnet rond het plangebied, waarop deze uitbreiding zal aantakken. Dit dient op vergunningsniveau gecontroleerd te worden. Gezien het plangebied gelegen is in niet overstromingsgevoelig gebied en de grond infiltratiegevoelig is, worden er geen aanzienlijke effecten verwacht t.g.v. de verhoogde piekafvoeren door de extra verharding. Toch wordt er veiligheidshalve bepaald in de stedenbouwkundige voorschriften dat verhardingen, buiten het openbaar domein, aangelegd dienen te worden in waterdoorlatende materialen, tenzij dit om technische redenen niet haalbaar is. Bovendien blijft het grootste deel van het plangebied onbebouwd, zodat de negatieve effecten op de natuurlijke hemelwaterinfiltratie over het hele plangebied eerder beperkt zullen zijn /wsm/miv - RUP "Openbare nuts- en woonzone Lutlommel" Pagina 41

44 Studiegebied Figuur Zoneringsplan, bron VMM Het RUP dient bovendien steeds te beantwoorden aan de vigerende normen van het besluit van de Vlaamse regering van 1 oktober 2004 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater. Deze verordening bevat minimale voorschriften voor de lozing van niet-verontreinigd hemelwater, afkomstig van verharde oppervlakken. Het algemeen uitgangsprincipe hierbij is dat hemelwater in eerste instantie zoveel mogelijk gebruikt wordt. In tweede instantie moet het resterende gedeelte van het hemelwater worden geïnfiltreerd of gebufferd, zodat in laatste instantie slechts een beperkt debiet vertraagd wordt afgevoerd. De verharding die zal worden voorzien, dient volgens de voorschriften (opgenomen binnen de algemene voorschriften) voldoende plaats te creëren voor water om te vermijden dat de natuurlijke waterberging beïnvloed wordt of er significante oppervlakkige afvloei van hemelwater optreedt bij overvloedige waterval. Bovendien dienen de verhardingen buiten het openbaar domein en de wegenis aangelegd te worden in waterdoorlatende materialen, tenzij dit om technische redenen niet haalbaar is. Indien de opvang en afvoer van hemelwater afkomstig van de extra gebouwen in overeenstemming met deze verordening opgevangen kan worden op het terrein zelf worden er geen effecten verwacht op de waterhuishouding. Er zijn vanuit de discipline water geen aanzienlijke milieueffecten te verwachten, wanneer de geformuleerde aanbevelingen worden gevolgd /wsm/miv - RUP "Openbare nuts- en woonzone Lutlommel" Pagina 42

45 De volgende milderende maatregelen zullen opgenomen worden in de stedenbouwkundige voorschriften: - verplicht ruimte voor water creëren bij de aanleg van verharding; - overstromingswater mag niet in de hemelwaterput kunnen indringen; - verplicht gebruik van waterdoorlatende materialen voor verhardingen buiten openbaar domein, tenzij dit om technische redenen niet haalbaar is; - maximaal verhardingspercentage per zone; - maximaal bebouwingspercentage of bouwvolume per zone Fauna en flora In de buurt van het plangebied komen geen gebieden voor die deel uitmaken van het NATURA netwerk, zijnde vogelrichtlijn- en/of habitatrichtlijngebieden. In de directe omgeving van het plangebied liggen geen VEN/IVON gebieden. Er worden dan ook geen significante negatieve effecten verwacht ten opzichte van het VEN gebied. Een verscherpte natuurtoets wordt niet nodig geacht. Het plangebied is grotendeels gelegen binnen biologisch minder waardevol gebied (zie ook figuur 3-11). Opmerkelijk zijn enkele zones in het noordoostelijke deel van het plangebied die worden gecatalogeerd als biologisch waardevol (verruigd grasland, bomenrij en naaldhoutaanplant (niet Grove den) met ondergroei van struiken en bomen) en zeer waardevol gebied (eikenberkenbos - jonge boomlaag en/of vegetatiekundig zwak ontwikkeld). Deze zones worden behouden en zelfs versterkt in de zone voor recreatief park. Doordat een deel van de huidige biologisch minder waardevolle landbouwgronden vervangen worden door zone voor recreatief park kan dit effect op de lokale fauna en flora als positief gezien worden. De functie van groene stapsteen ten oosten van het centrum van Lommel wordt hiermee bevestigd en versterkt. Vanuit de discipline fauna en flora zijn geen aanzienlijke milieueffecten te verwachten, wanneer de geformuleerde aanbevelingen worden gevolgd. De volgende milderende maatregelen zullen opgenomen worden in de stedenbouwkundige voorschriften: - maximaal vrijwaren van groene karakter van het binnengebied Landschap, bouwkundig erfgoed en archeologie Zie ook 3.4 Het plangebied is gelegen binnen het traditioneel landschap Industriegebied van Lommel-Overpelt. Bij de invulling van de recreatieve activiteiten wordt een grote zorg besteed aan de aanwezige open ruimte en aan de landschappelijke kwaliteit van het binnengebied. De constructies voor nieuwe recreatieve functies worden beperkt in bouwhoogte (max. 15m, max 2 bouwlagen 5 ) en dienen bij 5 De bouwhoogte van de bebouwing wordt afgestemd op de homologatievoorwaarden voor het spelen van officiële van de Vlaamse Volleybalbond. Met betrekking tot de (obstakel)vrije hoogte boven het speelveld wordt een hoogte van 12.5m aanbevolen, zoals voor de CEV en F.I.V.B. competities. Om deze vrije hoogte mogelijk te kunnen maken en de zaal van voldoende verlichting en isolatie te kunnen voorzien wordt een maximale kroonlijsthoogte van 15m voorzien /wsm/miv - RUP "Openbare nuts- en woonzone Lutlommel" Pagina 43

46 voorkeur geclusterd ingeplant te worden om zo de impact op het landschap te beperken. De totale oppervlakte van deze nieuwe recreatieve gebouwen bedraagt ca 7000m². 6 Er bevinden zich noch relicten, noch monumenten en landschappen binnen het plangebied. Ten zuid-westen van het plangebied bevinden zich de relicten de Parochiekerk Onze-Lieve-Vrouw Maagd der Armen (80211), Vier gekoppelde enkelhuizen (80120) en Langgestrekte hoeve (80121). Gezien de geplande werken niet in de buurt van deze hoeve plaatsvinden, worden er geen significante effecten verwacht. Wel dient de hoeve gevrijwaard te worden bij de eventuele aanleg van een ontsluitingsweg voor het plangebied. Centraal Archeologische Atlas Figuur 6-8 De CAI is een inventaris van tot nog toe gekende archeologische vindplaatsen. Vanwege het specifieke karakter van het archeologisch erfgoed dat voor ons verborgen zit in de ondergrond, is het onmogelijk om op basis van de CAI uitspraken te doen over de aan- of afwezigheid van archeologische sporen. De aan- of afwezigheid van archeologische sporen dient met verder onderzoek vastgesteld te worden. Momenteel zijn er geen vondsten in het plangebied gekend, in de ruimere omgeving zijn er echter wel. In de omgeving van het plangebied situeren zich verschillende gekende archeologische sites. Vooral de site CAI (Bronsdepot uit Late Bronstijd) is van belang. In 1965 werden bij bouwwerken hulsbijlen, ringen, armspiralen, armbanden en kralen gevonden bij het storten van vulzand. Het vulzand was afkomstig van de Konijnepijp, bij de sporttereinen m.a.w. in het plangebied. Het feit dat er geen vondsten gekend zijn volgens de CAI, wil dus niet zeggen dat er geen vondsten aanwezig zouden kunnen zijn, het betekent enkel dat er tot nu toe nog geen vondsten gedaan werden. Daarnaast kan de ondergrond binnen het plangebied beschouwd worden als bodemarchief, waarmee voorzichtig moet omgesprongen worden in functie van de potentiële archeologische waarden. De verdere invulling van het plangebied kan op grootschalige afgravingen (aanleg wegenis, riolering, ) met zich meebrengen. Hierdoor bestaat een potentiële kans op het verstoren van archeologische waarden. 6 Bouwbehoefte = 800m² (jeugdlokalen) m² (kantine en kleedkamervoorzieningen voetbal) (sporthal)] /wsm/miv - RUP "Openbare nuts- en woonzone Lutlommel" Pagina 44

47 6.2.5 Mens Aangezien er te weinig gegevens bekend zijn over de archeologische waarden in en rond het plangebied en aangezien er een kans is op aantasting van archeologische vondsten door graafwerken dient in het RUP opgenomen te worden dat voorafgaandelijk aan ingrepen in de bodem contact moet opgenomen worden met het Agentschap Onroerend Erfgoed zodat indien nodig de nodige stappen voor een archeologisch vooronderzoek georganiseerd kunnen worden en tijdens de geplande werken controles kunnen uitgeoefend worden op eventuele archeologische vondsten. De ondergrond binnen het plangebied kan beschouwd worden als bodemarchief, waar voorzichtig mee moet omgesprongen worden in functie van de potentieel archeologische waarden. De geplande vergravingswerken moeten overeenkomstig het geldende decreet en de uitvoeringsbesluiten houdende de bescherming van het archeologisch patrimonium uitgevoerd worden. Vanuit de discipline landschap, bouwkundig erfgoed en archeologie worden geen aanzienlijke milieueffecten verwacht, wanneer de geformuleerde aanbevelingen worden gevolgd. De volgende milderende maatregelen zullen opgenomen worden in de stedenbouwkundige voorschriften: - maximale bouwhoogte per zone; - maximaal bebouwingspercentage of bouwvolume per zone; - clustering van gebouwen; - bij ingrepen in de bodem dient contact opgenomen te worden met het Agentschap Onroerend Erfgoed (zodat de nodige stappen voor een archeologisch vooronderzoek kunnen worden genomen). Ruimte en functies Het ruimtelijk functioneren wordt toegelicht in 4.1. Het plangebied is volgens het gewestplan deels bestemd als woonuitbreidingsgebied, deels als zone voor gemeenschapsvoorzieningen en openbaar nut. De randen van het plangebied zijn bestemd als woongebied. Het RUP voorziet een zone voor wonen als een strook langs de binnenkant van het woongebied volgens het tuin tegen tuin principe. Het binnengebied wordt een zone voor park en recreatie. Aangezien zowel woonfuncties (ca. 376 nieuwe wooneenheden 7 ) gecreëerd worden als de bestaande recreatiefuncties versterkt worden, zal dit vooral invloed hebben op de mobiliteit. Er wordt beperkte impact op het ruimtelijk functioneren van wonen en gemeenschapsvoorzieningen verwacht. Mobiliteit Zie ook 3.2 en 4.2 De uitbreiding van de woonfuncties en van de recreatieve functies kunnen aanleiding geven tot een verhoogde verkeersgeneratie. Met de voorziene parking voor de recreatievoorzieningen wordt bovengrens van activiteiten/verkeersgeneratie voor de mobiliteitstoets 8 overschreden (openbare rotatieparking van >150 parkeerplaatsen). De nodige bijkomende parkeerplaatsen zullen binnen het plangebied opgevangen worden, zodat de impact op het vlak van parkeren voor de omgeving beperkt zal zijn. Voor de bijkomende woningen dient het parkeren op het eigen perceel voorzien te worden volgens de geldende voorschriften van de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening op parkeerplaatsen en bergingen die van kracht is op het moment van de stedenbouwkundige aanvraag. 7 Berekening aantal wooneenheden =[ 2.7 ha (zone voor woonproject in de noordoostelijke hoek) ha (zone voor woonreservegebied) ha (zone voor meergezinswoningen in het park)] x 20 wo/ha = zoals opgenomen in de richtlijnen MOBER s Vorm en InHoud uitgegeven door MOW /wsm/miv - RUP "Openbare nuts- en woonzone Lutlommel" Pagina 45

48 Voor de recreatieve voorzieningen wordt een parkeerzone aan de Konijnenpijp voorzien (zie 5.1 aan de Konijnenpijp wordt een driehoekige groene parking voorzien). De oppervlakte van deze parkeerdriehoek bedraagt ongeveer 6500m². Rekening houdend met een bruto oppervlakte van 27,50m² per parkeerplaats (de helft dient voor de parkeerplaats zelf, de overige oppervlakte dient voor ontsluiting en groene inkleding) betekent dit dat hier ca. 235 parkeerplaatsen kunnen gerealiseerd worden. Volgens de parkeerkencijfers van CROW zijn voor 8 sportvelden (buiten) min 104 en max. 216 parkeerplaatsen te voorzien en voor de sporthal (2,5 à 3 pp per 100 m² bvo) min.72 en max. 86 parkeerplaatsen. Dit komt op een totaal van min. 176 en max. 302 parkeerplaatsen. De voorziene parking valt dus binnen deze kencijfers en zal in de verwachte omstandigheden voldoen aan de parkeervraag voor de recreatieve voorzieningen. Volgens de kencijfers voor verkeersgeneratie van CROW voor woongebied creëren de 376 bijkomende woningen een 2068 motorvoertuigbewegingen per etmaal bij 9. Voor de recreatieve voorzieningen wordt gezien het nationale niveau (vierde klasse) en het grote aantal jeugdploegen rekening gehouden met een opkomst van maximum 500 bezoekers per wedstrijd. Het plangebied is echter gunstig gelegen vlakbij het centrum van Lommel en een verzamelweg. Bovendien is het plangebied ook goed ontsloten en bereikbaar via de verschillende lokale wegen. Langs de wegen rondom het plangebied, m.b. de Konijnenpijp, Enneven en Heuvel, zijn er bushaltes voor een belbus van de Lijn. En op de verzamelweg Lutlommel op wandelafstand ten zuiden van het plangebied rijdt bus 84 Hamont Geel (gemiddeld 1 bus/uur, verhoogde frequentie tijdens piekmomenten). Het plangebied ligt eveneens op fietsafstand van het treinstation van Lommel. Er kan bijgevolg gesteld worden dat het plangebied eveneens relatief goed bereikbaar is met het openbaar vervoer. Hierdoor zijn bij de ontwikkeling van het RUP geen extra problemen te verwachten. In de huidige toestand zijn er eveneens geen mobiliteitsproblemen. Voor de ontsluiting van de woonreservegebieden worden een beperkt aantal wegen aangelegd die het binnengebied toegankelijk maken. Deze wegen moet uitgevoerd worden op een wijze dat enkel bestemmingsverkeer er stapvoets gebruik van maakt, de breedte wordt hierop afgestemd. Alleen verbindingen voor langzaam verkeer doorkuisen het hele plangebied en versterken zo de doorgankelijkheid van het plangebied voor voetgangers en fietsers. Sentier nr. 79 (vandaag nog steeds in gebruik als verbindingsas voor langzaam verkeer) wordt bevestigd in zijn rol van belangrijke langzame verbinding tussen de Plataanstraat en de Konijnenpijp. De doorgankelijkheid van het plangebied voor langzaam verkeer wordt ten allen tijde gewaarborgd. Hinder Gezien de aard van de huidige en toekomstige functies wordt hier geen bijkomende geluids- of luchthinder verwacht. De verwachte verhoging van de verkeersintensiteit zal niet van die aard zijn dat er significante hinder is voor de kwetsbare bestemmingen (wonen, recreatie). Bovendien worden de ontsluitingswegen van het plangebied zo aangelegd dat enkel bestemmingsverkeer stapvoets mogelijk is. Mogelijke lichthinder ten gevolge van de uitbreiding van de recreatiezones (sportvelden, etc.) is nooit volledig te vermijden. Deze lichtvervuiling dient wel tot een minimum beperkt te worden door verlichtingstoestellen te installeren die niet naar de hemel stralen en het doven van de verlichting bij het niet-gebruik van de sportterreinen. De bestaande relevante regelgeving (o.a. Vlarem II) blijft ook van kracht. Bij de invulling van de recreatieve activiteiten wordt een grote zorg besteed aan de aanwezige open ruimte en aan de landschappelijke kwaliteit van het binnengebied. Indien de recreatiegerelateerde gebouwen worden geïntegreerd in het parkachtig landschap, zoals aangegeven in wordt er weinig of geen visuele hinder verwacht. De woonfuncties vormen een kwaliteitsvolle rand rond dit parkgebied. 9 Bron: Publicatie 256 van CROW, verkeersgeneratie woon- en werkgebieden. Tabel 4 op p. 19 vermeldt het gemiddeld aantal motorvoertuigbewegingen per woning per werkdagetmaal naar woonmilieutype. We bevinden ons in type III (centrum-stedelijk overig en buiten-centrum overig) waarvoor een werkdagetmaalwaarde van 5,5 wordt aangegeven /wsm/miv - RUP "Openbare nuts- en woonzone Lutlommel" Pagina 46

49 Veiligheid Binnen een straal van 2 km rond het plangebied zijn geen SEVESO-inrichtingen aanwezig. Het dichtstbijzijnde SEVESO-bedrijf bevindt zich op 2,2km van het plangebied. Er wordt bijgevolg geen significante impact wat betreft veiligheid verwacht. Er worden geen aanzienlijke milieueffecten verwacht vanuit de discipline mens, wanneer bovenvermelde aanbevelingen worden gevolgd. De volgende milderende maatregelen zullen opgenomen worden in de stedenbouwkundige voorschriften: - bijkomende parkeervoorziening wordt voorzien binnen het plangebied; - ontsluiting van binnengebied enkel voor stapvoets bestemmingsverkeer (gemotoriseerd); - behoud van bestaande toegang voor langzaam verkeer (sentier nr. 79) die aansluit op de Konijnenpijp Overige aspecten en conclusie Gezien de aard van het voorliggende RUP worden geen significante negatieve effecten verwacht inzake de milieuaspecten stoffelijke goederen, energie- en grondstoffenvoorraad en gezondheid van de mens. Er zijn niet onmiddellijk leemten vastgesteld die ervoor zorgen dat een effect niet kan worden beoordeeld. De afstand van het plangebied tot de Nederlandse grens bedraagt in vogelvlucht ongeveer 3km. Gelet op de aard van de ontwikkeling en het ontbreken van aanzienlijke milieueffecten wordt geconcludeerd dat er geen gewest- of landgrensoverschrijdende effecten zullen voorkomen n.a.v. het RUP "Openbare nuts- en woonzone Lutlommel". Op basis van de beschikbare informatie kan worden besloten dat t.g.v. het RUP "Openbare nuts- en woonzone Lutlommel" geen aanzienlijke milieueffecten te verwachten zijn. Globaal kunnen we besluiten dat het RUP "Openbare nuts- en woonzone Lutlommel", dat voorwerp vormt van dit onderzoek tot milieueffectenrapportage, niet onder de plan-mer-plicht, zoals voorzien in het plan-mer-decreet van 17/04/2007, valt /wsm/miv - RUP "Openbare nuts- en woonzone Lutlommel" Pagina 47

50 7 Bijlagen Volgende bijlagen werden toegevoegd bij het verzoek tot raadpleging: 1. Reactie Dienst MER 2. Voorbeeld adviesaanvraag 3. Samenvatting adviezen (adviezenmatrix) 4. Uitgebrachte adviezen /wsm/miv - RUP "Openbare nuts- en woonzone Lutlommel" Pagina 48

51 pagina 1 van 3 Gorissen Marijke Van: Van Looy, Jeroen Verzonden: donderdag 19 juli :24 Aan: CC: Onderwerp: Gorissen Marijke Opvolgingsmarkering: Opvolgen Markeringsstatus: Bijlagen: Geachte, Vercammen, Sven; Smeets Wim; Bosmans, Kristel Adressenlijst en opmerkingen - verzoek tot raadpleging RUP "Openbare nuts- en woonzone Lutlommel" Rood image001.png; adressen adviesinstanties SCRPL12174.doc U verzocht ons voor het RUP Openbare nuts en woonzone Lutlommel te Lommel een selectie te bezorgen van de relevante betrokken instanties, vermeld in artikel 3, 1, 3 van het plan-m.e.r.-besluit van 12 oktober 2007, die in het kader van het onderzoek tot milieueffectrapportage geraadpleegd moeten worden. Het verzoek tot raadpleging (= screeningsnota) heeft het dossiernummer SCRPL12174 gekregen. Gelieve dit dossiernummer bij verdere communicatie te vermelden. Selectie van de relevante betrokken instanties In bijlage vindt u de gevraagde lijst van de relevante betrokken instanties voor het RUP. We vinden het raadzaam dat u minstens het advies inwint van deze instanties om hun mening te kennen over de vraag of dit plan al dan niet mogelijk aanzienlijk negatieve milieueffecten kan genereren. Uiteraard kan u ook nog het advies inwinnen van andere instanties. Inhoudelijke opmerkingen Voordat u de screeningsnota verzendt naar de adviesinstanties, vragen wij u om volgende elementen te bespreken of aan te passen, zodat de definitieve screeningsnota enerzijds zou voldoen aan alle decretale formele vereisten en anderzijds alle concrete informatie zou bevatten die de dienst Milieueffectrapportagebeheer nodig heeft om al dan niet te kunnen besluiten dat het plan geen aanzienlijk negatieve milieueffecten kan hebben. Door een arrest van het Hof van Justitie (24 maart 2011) moet voortaan in elke screeningsnota een extra bepaling toegevoegd worden om aan te tonen dat het voorliggende RUP screeningsgerechtigd is. Om aan te tonen dat het plan screeningsgerechtigd is, moet er niet enkel nagegaan worden of het plan het kader vormt voor bijlage I of II-projecten, maar ook of het plan het kader vormt voor projecten bedoeld in de bijlage bij Omzendbrief LNE 2011/1-22 juli Gezien de beschrijving van het plan lijkt ons alvast rubriek 10.b) Stadsontwikkelingsprojecten, met inbegrip van de bouw van winkelcentra en parkeerterreinen van de bijlage bij Omzendbrief LNE 2011/11 relevant te zijn. Omwille van het vernoemde arrest dient één van onderstaande paragrafen in elke screeningsnota onder een hoofdstuk plan-m.e.r.-plicht opgenomen te worden om aan te tonen dat het RUP screeningsgerechtigd is: Het RUP vormt een kader voor de toekenning van een vergunning voor een project opgesomd in bijlage I of bijlage II van het project-m.e.r.-besluit van 10 december 2004, of voor een project opgesomd in de bijlage bij Omzendbrief LNE 2011/1-22 juli 2011, namelijk voor de rubriek [ ] van bijlage [ ]. Het RUP bepaalt echter het gebruik van een klein gebied op lokaal niveau of houdt een kleine wijziging in omdat [ ], en is dus screeningsgerechtigd. Of Het RUP vormt niet het kader voor de toekenning van een vergunning voor een project opgesomd in bijlage I of bijlage II van het project-m.e.r.-besluit van 10 december 2004 of voor een project opgesomd in de bijlage bij Omzendbrief LNE 2011/1-22 juli 2011, en is dus screeningsgerechtigd. Gelieve m.b.t. grensoverschrijdende effecten de afstand tot de Nederlandse grens te kwantificeren. Gelieve de afstand tot de dichtstbijzijnde SEVESO-bedrijven te kwantificeren en aan te geven of het plan al dan niet SEVESO-bedrijvigheid in het plangebied toelaat. Gelieve expliciet een beschrijving van het nul-alternatief en van andere alternatieven op te nemen. 28/08/2012

52 pagina 2 van 3 Op de inrichtingschets van mogelijke inrichting plangebied (figuur 5.1) staat een evenementenweide aangegeven in het zuidelijke gedeelte van het plangebied. De beschrijving van de potentiële milieueffecten van het plan bevat evenwel geen enkele verwijzing naar deze evenementenweide. Gelieve dit aan te vullen of te motiveren. Onder 6.1. staat een termijn van 14 dagen aangegeven waarbinnen u een advies van de adviesverlenende instanties wenst te ontvangen. Het Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de milieueffectrapportage over plannen en programma s van 12/10/2007 voorziet hiervoor een uiterlijke termijn van 30 dagen. Als u na 30 dagen geen advies ontvangen heeft van de adviesinstantie(s), dient u bovendien het verzoek voor advies te herhalen (zie ook: Verder verloop van de procedure ). Gelieve deze passage aan te passen. Verder verloop van de procedure U past de screeningsnota aan op basis van de opmerkingen hierboven. U verstuurt de screeningsnota naar de adviesinstanties, vermeld op de adressenlijst (cf. bijlage). Na 30 dagen, stuurt u een herinneringsbrief naar de instanties die nog niet gereageerd hebben. Dit is een wettelijke verplichting. Er is niet vastgelegd hoe lang u op een antwoord moet wachten. De keuze is aan u. U kan altijd telefonisch contact opnemen met de instanties om na te gaan of er nog een advies mag verwacht worden. U bundelt de ontvangen adviezen. Indien in deze adviezen aanpassingen aan de screeningsnota worden gevraagd, kan u de screeningsnota aanpassen of onderbouwen waarom u een aanpassing niet noodzakelijk acht. De aanpassingen dienen wel herkenbaar te zijn ten opzichte van de oorspronkelijke tekst (vb. andere kleur, italic, kader). Bijkomende gegevens of informatie over hoe met bepaalde opmerkingen zal omgegaan worden in het verdere planproces kunnen ook via een begeleidende/aanvullende nota meegedeeld worden. U stelt het dossier samen voor de dienst Milieueffectrapportagebeheer, in functie van haar beslissing over de plan-m.e.r.-plicht. Dit dossier bevat de volgende documenten: o De definitieve screeningsnota (1 analoog en 1 digitaal exemplaar); o Een kopie alle ontvangen adviezen; o Indien van toepassing, een kopie van een herinneringsbrief; o Indien van toepassing, een begeleidende/aanvullende nota (1 analoog en 1 digitaal exemplaar); o Digitale versies kunnen ook via aan de hierboven vermelde dossierbehandelaar bezorgd worden. U verstuurt het volledige dossier aangetekend naar de dienst Mer: Departement Leefmilieu, Natuur en Energie Afdeling Milieu-, Natuur- en Energiebeleid Dienst Milieueffectrapportagebeheer Koning Albert II-laan 20, bus Brussel U kan ons steeds contacteren als u nog vragen hebt. Met vriendelijke groeten, Jeroen Van Looy Proces- en kwaliteitsbeheerder Team Stedelijke Ruimte Vlaamse overheid - Departement LNE Afdeling Milieu-, Natuur- en Energiebeleid Dienst Milieueffectrapportagebeheer Koning Albert II-laan 20 bus Brussel T F Schrijf u in op de nieuwsbrief van de dienst Mer. 28/08/2012

53 Provinciebestuur Limburg Directie Infrastructuur, Ruimtelijke Ordening, Milieu & Natuur Sectie Ruimtelijke Ordening Planning en beleid Provinciehuis Universiteitslaan Hasselt uw kenmerk: ons kenmerk: /mgo datum: 27/07/2012 onderwerp: Verzoek tot raadpleging in het kader van het onderzoek tot milieueffectrapportage van het RUP Openbare nuts- en woonzone Lutlommel Geachte, De stad Lommel heeft het voornemen om het RUP Openbare nuts- en woonzone Lutlommel op te stellen. Krachtens artikel van het D.A.B.M. dient de initiatiefnemer van het RUP in het kader van het onderzoek tot milieueffectrapportage een aantal instanties te raadplegen aangaande de mogelijke aanzienlijke milieueffecten die het RUP kan hebben. In bijlage vindt u het verzoek tot raadpleging 1 met daarin de elementen die krachtens artikel 4 & 2 van het Plan-m.e.r. besluit in dit verzoek opgenomen moeten worden zoals o.a. een beschrijving van het RUP en een inschatting van de mogelijke milieueffecten. Uit de kenmerken van het plan en uit de aard van de mogelijke milieugevolgen leidt de dienst MER van de afdeling LNE af dat het advies van uw instantie relevant kan zijn. Mogen wij u daarom vriendelijk verzoeken om ons mee te delen of u vindt dat de conclusie dat het betreffende RUP geen aanleiding kan geven tot aanzienlijke milieueffecten en bijgevolg vrijgesteld kan worden van de plan-mer-plicht correct is, en indien niet, welke uw inschatting zou zijn aangaande de mogelijke aanzienlijke milieueffecten van het RUP? 1 Bij een onderzoek tot milieueffectrapportage dient onderzocht te worden of een plan of programma dat valt onder artikel 4.2.3&22 of artikel 4.2.3&3 van het D.A.B.M mogelijk aanzienlijke milieueffecten kan hebben. Daartoe dient het verzoek tot raadpleging dat naar de adviesinstanties wordt gestuurd, de informatie te bevatten zoals bedoeld in art. 4&2 van het zogenaamde plan-mer besluit contactperso(o)n(en) telefoonnummer Cedric Vervaet 09/ Marijke Gorissen 089/ bijlage(n): verzoek tot raadpleging Antea Belgium n.v. Jaarbeurslaan 25, 3600 Genk tel: 089/ fax: 089/ TVA: BE RPR Antwerpen IBAN: BE BIC: KREDBEBB ISO 9001 Kwaliteitslabel

54 Gelieve ons uw advies door betekening of tegen ontvangstbewijs te bezorgen binnen de decretaal daartoe voorziene termijn van 30 dagen na de datum van ontvangst van deze brief. Indien deze termijn praktisch niet haalbaar is, gelieve ons dan te contacteren om onderling een alternatieve adviestermijn af te spreken. Met de meeste hoogachting, Antea Group Cedric Vervaet Accountmanager MER-studies overheden Marijke Gorissen Antea Belgium n.v. Jaarbeurslaan 25, 3600 Genk tel: 089/ fax: 089/ TVA: BE RPR Antwerpen IBAN: BE BIC: KREDBEBB ISO 9001 Kwaliteitslabel

55 Overzicht uitgebrachte adviezen screening RUP Openbare nuts- en woonzone Lutlommel Datum verzending screening naar Dienst MER: 13/07/2012 Datum ontvangst advies Dienst MER: 19/07/2012 Datum verzending screening naar adviesinstanties: 27/07/2012 Opmerking: vet en cursief gedrukte tekst geeft de reactie weer op het ontvangen advies Adviesinstantie Datum ontvangst advies Samenvatting advies Departement LNE afdeling Lucht, hinder, risicobeheer, milieu & gezondheid Agentschap Natuur en Bos (ANB) 31/07/2012 Het plan heeft geen significante milieueffecten voor wat betreft het aspect geluidshinder. 13/08/2012 Na onderzoek van de screeningsnota stelt het Agentschap Natuur en Bos vast dat t.g.v. het RUP geen aanzienlijke milieueffecten te verwachten zijn, mits alle milderende maatregelen, die zijn opgenomen in de nota, meegenomen worden in het RUP. Er wordt dan ook besloten dat het niet noodzakelijk is een plan MER te laten opmaken. Departement MOW 14/08/2012 Het departement MOW verleent een positief advies en formuleert volgende bedenking: het inrichtingsconcept in het kader van een ruimer plan is te weinig gedetailleerd en geeft mogelijk de latere inrichting niet weer. Het bevat enkel een wegenstructuur die heel het gebied versnippert en een doorgaande relatie mogelijk maakt. Hierdoor is het ontwerp te sterk autogericht. Fietsgebruik via kortere routes wordt niet gestimuleerd. De verdere uitwerking zou meer aandacht moeten hebben voor duurzame mobiliteit. Het departement adviseert om in het kader van de bouwaanvraag toch een meer gedetailleerde mobiliteitsstudie uit te voeren. Deze bedenking zal meegenomen worden in de verdere uitwerking van het RUP. VLM 16/08/2012 De Vlaamse Landmaatschappij is niet betrokken bij projecten in de omgeving van het RUP Openbare nuts- en woonzone Lutlommel en kan derhalve geen relevant advies geven in verband met de inschatting van mogelijke milieueffecten van het /mgo - samenvatting adviezen screening RUP Openbare nuts- en woonzone Lutlommel 1

56 Agentschap Limburg Wonen project. 21/08/2012 De screeningsnota beschrijft op een correcte wijze de mogelijke gevolgen van het plan voor het leefmilieu. Bloso 27/08/2012 Bloso heeft geen opmerkingen bij de inschatting van de mogelijke milieueffecten. Ruimtelijke Limburg Ordening 28/08/2012 (via mail) De screeningnota geeft een onvoldoende inschatting van de milieueffecten voor de ruimtelijke ordening. In de nota wordt op pag. 44 gesteld dat er een woonfunctie voorzien wordt met 376 nieuwe wooneenheden. De mogelijke impact die de realisatie van zo n groot aantal nieuwe wooneenheden op de omgeving veroorzaakt, wordt onvoldoende onderzocht. Vanuit ruimtelijk oogpunt kan alleszins niet akkoord worden gegaan met het standpunt dat er slechts een beperkte impact wordt verwacht door het wonen. Verder moet er op gewezen worden dat dit woonuitbreidingsgebied niet vrijgeven werd in het kader van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan, noch in het kader van een principieel akkoord zoals voorzien in art van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, zodat het woonuitbreidingsgebied volgens de geldende bepalingen enkel als woonreservegebied herbestemd kan worden. In bijkomende orde moet worden opgemerkt dat het plangebied niet gelegen is binnen de afbakening van het kleinstedelijk gebied Lommel, waarvan het provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan op 12 juli 2011 bij ministerieel besluit definitief goedgekeurd werd. De nieuwe woonontwikkelingen met meergezinswoningen in Lommel dienen in de eerste plaats binnen de grenzen van het kleinstedelijk gebied voorzien te worden. Indien het de bedoeling is om de ordening van het gebied voor gemeenschapsvoorzieningen en openbaar nut vast te leggen in functie van een optimale inplanting van de gemeenschapsvoorzieningen moet dit duidelijker omschreven en uitgewerkt worden in de voorliggende nota. Het plangebied brengt voornamelijk mobiliteitseffecten met zich mee. Deze effecten werden op basis van de inrichtingsschets behandeld in de nota (hoofdstuk 6.2.5). In de verdere uitwerking van het RUP zal naar aanleiding van het advies van MOW nog extra aandacht besteed worden aan het aspect duurzame mobiliteit. De effecten op de ruimte en de functies ten gevolge van het RUP zullen net positief zijn: het grote binnengebied dat vandaag weinig doorwaadbaar is en weinig gebruikt wordt zal in de toekomstig een kwalitatieve groenzone worden waarin recreatie en verblijven centraal staan. Door bijkomende woningen te voorzien die zich richten naar het parkgebied wordt de sociale controle vergroot en worden er kwalitatieve wanden gecreëerd. Bovendien zullen bijkomende toegangen zorgen voor een betere binding met de omgeving en zal de doorgankelijkheid voor langzaam verkeer geoptimaliseerd worden. Het plangebied wordt een belangrijke groene stapsteen ten oosten van de stad Lommel. Provinciebestuur Limburg 29/08/2012 (via mail) Er gebeurt er een toetsing aan het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (RSV), het Ruimtelijk Structuurplan Provincie Limburg (RSPL) en het Gemeentelijk Ruimtelijk Structuurplan (GRS) /mgo - samenvatting adviezen screening RUP Openbare nuts- en woonzone Lutlommel 2

57 Onroerend Limburg Erfgoed Aspecten van duurzaamheid zijn onvoldoende onderzocht in de screening. Het is aangewezen deze alsnog op te nemen. Inhoudelijke opmerkingen zullen worden gemaakt in het kader van de plenaire vergadering. Deze opmerking zal meegenomen worden in de verdere uitwerking van het RUP. Er zal in de voorschriften aandacht besteed worden aan de integratie van duurzaamheidsaspecten (zoals privacy aspecten, materiaalgebruik, groene perceelsafscheidingen enz.). 31/08/2012 M.b.t. de discipline monumenten, landschappen en archeologie worden volgende bemerkingen gemaakt: De discipline archeologie nauwelijks behandeld. De CAI werd niet geconsulteerd, evenmin als literaire bronnen, historische kaarten, de bodemkaart, topografische bronnen, DHM, luchtfoto s enz. In de omgeving van het plangebied situeren zich verschillende gekende archeologische sites. Vooral de site CAI (Bronsdepot uit Late Bronstijd) is van belang. In 1965 werden bij bouwwerken hulsbijlen, ringen, armspiralen, armbanden en kralen gevonden bij het storten van vulzand. Het vulzand was afkomstig van de Konijnepijp, bij de sporttereinen m.a.w. in het plangebied. Onroerend erfgoed is bijgevolg van mening dat het plan wel degelijk negatieve effecten voor de discipline archeologie genereert. Er dienen dan ook milderende maatregelen in de vorm van een archeologisch vooronderzoek voorzien te worden en ingeschreven in de algemene artikels van het RUP. Conclusie: het Agentschap Onroerend Erfgoed is van mening dat het plan in z n huidige vorm wel aanzienlijke milieueffecten zal genereren m.b.t. onroerend erfgoed en vragen om de procedure voor de opmaak van een plan MER op te starten. Volgend voorschrift werd opgenomen in de algemene stedenbouwkundige voorschriften Ingrepen in de bodem : Overeenkomstig het geldende decreet en de uitvoeringsbesluiten houdende de bescherming van het archeologisch patrimonium, dient voorafgaandelijk aan ingrepen in de bodem contact opgenomen te worden met het Agentschap Onroerend Erfgoed zodat de nodige stappen voor een archeologisch vooronderzoek kunnen georganiseerd worden en tijdens de geplande werken controles kunnen uitgeoefend worden op eventuele archeologische vondsten. Daarnaast werd de screening aangepast en werd een uittreksel uit de Centraal Archeologische Inventaris toegevoegd en besproken. De mogelijke effecten en milderende maatregelen van het RUP met betrekking tot de discipline archeologie werden herzien /mgo - samenvatting adviezen screening RUP Openbare nuts- en woonzone Lutlommel 3

58

59

60

61

62

63

64

65

66 AANGETEKEND Departement RO Ruimtelijke Ordening Limburg Koningin Astridlaan 50 bus Hasselt Tel Fax College van Burgemeester en Schepenen Hertog Janplein LOMMEL uw kenmerk vragen naar/ Luc De Belie ons kenmerk 2.14/72020/115.1 telefoonnummer bijlagen datum 27 augustus 2012 Betreft: LOMMEL, gemeentelijk RUP Lutlommel : verzoek tot raadpleging in het kader van een onderzoek tot milieueffectrapportage Geacht college, Het betreffende verzoek tot raadpleging werd door de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar ontvangen op 30 juli In toepassing van artikel van het decreet van 27 april 2007 inzake de milieueffectrapportage over plannen en programma s en van artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2007 betreffende de milieueffectrapportage over plannen en programma s, vindt u hierbij het advies van de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar in verband met de ingeschatte effecten op de ruimtelijke ordening. De screeningnota geeft een onvoldoende inschatting van de milieueffecten voor de ruimtelijke ordening. In de nota wordt op pag. 44 gesteld dat er een woonfunctie voorzien wordt met 376 nieuwe wooneenheden. De mogelijke impact die de realisatie van zo n groot aantal nieuwe wooneenheden op de omgeving veroorzaakt, wordt onvoldoende onderzocht. Vanuit ruimtelijk oogpunt kan alleszins niet akkoord worden gegaan met het standpunt dat er slechts een beperkte impact wordt verwacht door het wonen. Verder moet er op gewezen worden dat dit woonuitbreidingsgebied niet vrijgeven werd in het kader van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan, noch in het kader van een principieel akkoord zoals voorzien in art van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, zodat het woonuitbreidingsgebied volgens de geldende bepalingen enkel als woonreservegebied herbestemd kan worden.

67 In bijkomende orde moet worden opgemerkt dat het plangebied niet gelegen is binnen de afbakening van het kleinstedelijk gebied Lommel, waarvan het provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan op 12 juli 2011 bij ministerieel besluit definitief goedgekeurd werd. De nieuwe woonontwikkelingen met meergezinswoningen in Lommel dienen in de eerste plaats binnen de grenzen van het kleinstedelijk gebied voorzien te worden. Indien het de bedoeling is om de ordening van het gebied voor gemeenschapsvoorzieningen en openbaar nut vast te leggen in functie van een optimale inplanting van de gemeenschapsvoorzieningen moet dit duidelijker omschreven en uitgewerkt worden in de voorliggende nota. Dit advies vervangt geenszins het advies van de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar in toepassing van artikel van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening. Hoogachtend, de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar ir. Ivo Palmers Afdelingshoofd kopie ter informatie aan: Antea Belgium n.v. t.a.v. de heer Cedric Vervaet Jaarbeurslaan GENK advgsa2.dot 2/2

68

69

70

71