Het boek Daniël Jonge Hebreeërs in Babylon

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Het boek Daniël Jonge Hebreeërs in Babylon"

Transcriptie

1 Het boek Daniël Jonge Hebreeërs in Babylon Het boek Daniël is een apart boek, veelal gebruikt op twee verschillende manieren: Ofwel ligt de nadruk op de verhalen over de jonge Daniël en zijn 3 vrienden die in Babylon terechtkomen: de droom van de koning over een groot beeld, de brandende oven, de leeuwenkuil... Ofwel spitst men zich toe op de profetische hoofdstukken: voorspellingen met ingewikkelde berekeningen, vaak om allerlei theorieën te ontwikkelen over toekomst en eindtijd. Eigenlijk is het een boek dat in een duistere tijd spreekt over hoop, met wijsheid om mensen te helpen bij een buitengewone uitdaging: hoe kun je als gelovige leven in een wereld waar geloof en ook de bijhorende waarden niet echt meetellen? HISTORISCHE ACHTERGROND In het derde regeringsjaar van Jojakim, de koning van Juda, trok Nebukadnessar, de koning van Babylonië, op naar Jeruzalem en belegerde de stad. De Heer leverde Jojakim, de koning van Juda, aan hem uit en gaf hem een deel van de voorwerpen van Gods tempel in handen. Hij nam ze mee naar Sinear, naar de tempel van zijn eigen god, en liet ze daar in de schatkamer zetten. De koning gaf het hoofd van zijn eunuchen, Aspenaz, opdracht een aantal Israëlieten van koninklijke en voorname afkomst naar zijn paleis te brengen. De eerste verzen laten ons toe om het decor te schetsen waarin de verhalen van Daniël en zijn vrienden zich afspelen. Alles speelt zich af op het ogenblik dat een strijd tussen twee grootmachten is beslecht: Babylon neemt de fakkel over van Assyrië. Decennia lang was Assyrië de gesel geweest van het Midden Oosten, en ook van Israël en Juda... Omstreeks 640 v. C. echter begint het rijk af te takelen. In 612 v. C. valt de hoofdstad Ninive onder Babylonisch geweld. De Babyloniërs controleren Mesopotamië, Syrië en Palestina. Egypte probeert ook een deel van de koek te veroveren, maar de Babyloniërs verpletteren farao Néko te Karkemisch in 605. De bevelhebber van het Babylonische leger was Nebukadnessar die in datzelfde jaar koning wordt. Juda wordt een van de vele vazalstaten, schatplichtig aan Babylonië. Een groot aantal vooraanstaanden worden weggevoerd naar Babylon. Daar zouden Daniël en zijn drie vrienden bij zijn In de Hebreeuwse Schrift behoort het boek niet tot het profetische gedeelte, wel tot de Ketubim, de geschriften, waar ook de wijsheidsboeken als Spreuken, Prediker, Psalmen deel van uitmaken. In 601 behalen de Egyptenaren toch nog een overwinning op de Babyloniërs. Juda en een aantal buurlanden gaan er van uit dat het ogenblik is aangebroken om in opstand te komen. Maquette van de Ishtarpoort waarlangs bannelingen het grote Babylon binnenkwamen. Nebukadnessar slaagt er echter in om zijn macht te herstellen en in 597 plunderen zijn troepen de tempel van Salomo en deporteren weerbare mannen. Na een nieuw complot waarbij koning Sedecias betrokken is, tegen de raad in van de profeet Jeremia, belegeren de troepen van Nebucadnessar anderhalf jaar lang Jeruzalem, tot de stad in 587 v. C. wordt ingenomen en compleet verwoest, de tempel incluis. UITDAGING Een nauwlettend bijbellezer voelt al heel snel het enorme belang van wat zich daar afspeelde en wat in het boek Daniël beschreven staat. Het is niet zo maar een conflict, maar een ware Johan Delameillieue 1

2 krachtmeeting tussen twee steden: Babel en Jeruzalem. Twee steden die de gehele bijbel door een intense symboliek uitstralen (tot in het boek Openbaring!) Jeruzalem Babel Stad van de vrede (salem = shalom) Stad van de tempel (= aanwezigheid van God) Stad van recht en gerechtigheid (waar ieder mens zijn plaats heeft) Stad van de openbaring (Thora) Micha 6.8 Stad van de God van het verbond (Immanuel, God met ons) Stad van politieke en militaire macht Stad van economische macht, rijkdom, luxe Stad van verdrukking, geen plaats voor individu Stad van wetenschap en pseudo-wetenschap (2.2) Stad waar de mens God is (EGO) (Jes 47.8,10; Hab1.11 De symboliek van beide steden plaatst enkele principiële tegenstellingen in het voetlicht. Voor de tijdgenoten van Daniël was de situatie overduidelijk: Babel en alles wat die stad vertegenwoordigde had het voor het zeggen. Dat was de maatschappij, zo was het leven, en daar was voor de God van Israël geen plaats. Babel stond symbool voor de winners, Jeruzalem voor de losers. Jeruzalem was overwonnen, de goden en de waarden van Babel waren sterker dan de God van Jeruzalem en de waarden waarvoor Hij stond. Dit is de sfeer waarin en het denkbeeld waarmee Daniël en zijn vrienden moesten leven. Een belangrijk gegeven voor Hebreeërs was de naamsverandering die Daniël en zijn vrienden ondergingen. Hun oorspronkelijke namen verwijzen rechtstreeks naar hun God (JHWH / Elohim), terwijl hun Babylonische namen verbonden zijn met de Babylonische afgoden. Voor Hebreeërs was dit bijzonder ingrijpend! Nota: De meeste Bijbelgeleerden gaan er, op grond van nogal sterke argumenten, van uit dat het boek Daniël niet in de 6 de eeuw geschreven is (tijd van Daniël), maar wel in de 2 de eeuw v. C. Dit is de tijd van Antiochus IV Epiphanes (epiphanès is Grieks voor verschenen (God)) die van 175 tot 163 v.c. koning was van de hellenistische Seleuciden, en het de Joden bijzonder moeilijk maakte. In 168 v.c. beval hij om het altaar van Baäl Hasjamaïm (het Syrische equivalent van Zeus) op te stellen in de joodse tempel te Jeruzalem. Er werden varkens geofferd; joodse gebruiken en feesten, alsook de offerdienst werden verboden op straffe des doods. De Joodse priester Mattathias en zijn zoon Judas Makkabeüs leidden de furieuze joden in hun opstand tegen de Seleuciden. Antiochus, woedend over het verzet van de joden, voerde persoonlijk zijn leger aan en liet duizenden joden ombrengen. Voor zijn wreedheid noemden de joden hem al gauw Antiochus Epimanes (Grieks voor de gek ). De Makkabeeën zagen in de Babylonische tijd een soort voorafschaduwing van hun eigen situatie. Het boek Openbaring lijkt hetzelfde te doen: Babylon als principieel beeld van moeilijke tijden voor gelovigen die in de verdrukking komen te staan. Het boek Daniël nodigt in elk geval uit om na te denken over een universele levensvraag, die in elke tijd jammer genoeg weer actueel wordt: Hoe pak je het als gelovige aan om te leven in een wereld waar God op de achtergrond verdwijnt, in een maatschappij die geloofsonvriendelijk is, en waar God en godsdienst en zelfs goedheid en principes weinig van tel lijken te zijn? Hoe slaag je erin om een goed leven op te bouwen en toch perspectief te behouden op Gods Koninkrijk? EEN MOEILIJKE KEUZE: de derde piste Voor Daniël is de situatie duidelijk: hij leeft in Babel. Hij staat echter wel voor een dilemma. Er zijn immers minstens twee mogelijke manieren om daar mee om te gaan: 1. Leven in Babel, maar doen alsof Babel niet bestaat: een marginale wereldvreemde gelovige worden, die zich terugtrekt in een soort stolp van heiligheid of van fanatieke onbuigzaamheid. Johan Delameillieue 2

3 2. Een houding van conformisme: volop onderduiken in het leven van Babel, en er helemaal in opgaan. Jeruzalem, en alles wat het vertegenwoordigt aan waarden, verdringen en vergeten. Opgaan in de massa en doen zoals iedereen, met de stroom mee. Daniël lijkt een derde weg te vinden. Leven in Babel, volop, maar wel met Jeruzalem in geest en hart. Hij lijkt er in te slagen een aantal valkuilen te ontlopen: Hij wordt geen godsdienstgek die aan de rand van de maatschappij blijft staan: hij integreert zich en lééft! Hij aanvaardt zijn nieuwe naam met de naam van de God Bel (= ingrijpend voor een Hebreeër!) Hij volgt de studies aan het hof van de koning, met astrologie en zelfs magie in het lessenpakket. (Hoofdstuk 1) Hij neemt de gewoonten aan en gaat zelfs in de politiek! Daniël 6.2,5 toont dat hij een succesvol man was die bij anderen, zijn rivalen, afgunst opwekte! Hij is geen fanatiekeling, geen moraalridder die te pas en te onpas het been stijf houdt of beschuldigend de vinger opsteekt. Hij leidt een min of meer normaal leven (de enkele botsingen die in het boek vermeld worden, zijn verspreid over een leven van zowat 75 jaar!) Hij blijft trouw aan zijn God en dat maakt dat hij toch soms anders is. Hij blijft trouw aan de principes die er volgens hem echt toe doen en dat leidt onvermijdelijk soms tot spanningen. HOE MAAK JE EEN KEUZE? Het boek Daniël bevat een interessant detail, dat wordt aangegeven door zijn naam (=eigenheid, leven, mentaliteit, ingesteldheid): Daniël = Mijn God is rechter (of ook: richter). In onze oren klinkt dit nogal dreigend (rechtbank, uitspraak, veroordeling), maar niet in hebreeuwse oren: een rechter of richter is iemand die opkomt voor het recht en het goede laat zegevieren, die het recht vrijwaart of herstelt. Dit werpt een licht op het godsbeeld dat Daniël heeft. Merk op dat dit ook een idee van verantwoordelijkheid met zich meebrengt. Daniël weet zich verantwoordelijk voor het GOEDE, voor zichzelf, voor de anderen, voor de gemeenschap: er toe bijdragen dat het goede overwint Trouwens de idee van overwinning / winnaarmentaliteit vind je terug in elk hoofdstuk van het boek Daniël. In elk verhaal komen de Hebreeërs als overwinnaars uit de bus, en de zogenaamde profetische hoofdstukken eindigen steevast met de overwinning van Gods Koninkrijk Je kunt hier enkele belangrijke gedachten aan vastknopen: Gelovig zijn hoeft niet gelijk te staan met een meelijwekkende naïeve zwakkeling zijn, waarbij naïeve beelden van begijntjes en kwezeltjes de boventoon voeren. In hoofdstuk 1 worden Daniël en zijn vrienden beschreven als jonge edelen, mooi van uiterlijk en bijzonder scherp van geest. In hun opleiding zijn ze zelfs beter dan de anderen (1.3,4,20)! Ze laten zich niet domineren : ze mogen dan wel leven in Babylon, Babylon leefde echter niet in hen. Babylon kon hen niet kleinkrijgen en niet breken. Ze behielden hun innerlijke vrijheid! Ook interessant is dat het eerste hoofdstuk al aangeeft dat schijn vaak bedriegt. Wanneer je de verzen 1 en 2 vergelijkt met het vers 21, dan stel je vast dat Daniël nog steeds op post is wanneer Nebucadnessar, de overwinnaar, al lang van het toneel is verdwenen. Zelfs Babylon is niet meer Daniël is nog nog steeds aan het koninklijke hof wanneer de Perzische vorst Cyrus aan de macht is. Hij is het trouwens die de Joden toestemming zal geven om terug te keren naar Jeruzalem! De betekenis van het woord DAN komt goed tot uiting in de verzen die spreken over Dan, de zoon van Jakob (Genesis 30.6; 19.16) Toen zei Rachel: God heeft mij recht gedaan: hij heeft mij verhoord en mij een zoon gegeven. Daarom noemde ze hem Dan - Dan, hij handhaaft het recht van zijn stam. Cylinder van Cyrus met het edict dat Joden toelaat om terug te keren en Jeruzalem te herbouwen. Johan Delameillieue 3

4 HOOFDSTUK 1 : BASISPRINCIPE Hoofdstuk 1 is een soort inleiding op al wat volgt. Hier vinden we dan ook een basisprincipe. Daniël en zijn vrienden komen in een wereld die in vele opzichten zowel vreemd als vijandig is. Ze ondergaan grote druk om er in op te gaan (1.3-5). Hun naam wordt veranderd (= ingrijpend voor Hebreeërs in die tijd!), ze moeten onderricht volgen en dienst verrichten aan het koninklijk hof. En dat alles doen ze... Alleen weigeren ze te eten van de koninklijke tafel. Willekeurige koppigheid of Fanatisme? Daniel vermeldt een belangrijk uitdrukking: Daniël nam zich voor. Dit wijst op een bewuste, doordachte keuze. De nadruk ligt niet op het al of niet vegetariër zijn, of wijn drinken, of zelfs rein of onrein voedsel... De tekst geeft gewoon aan dat Daniël iets doet wat vele mensen helaas niet meer doen: bewust nadenken over leven en geloof. Hij beseft dat leven en geloof gewoon samen gaan, en neemt dan ook doordachte beslissingen... Hij lijkt te beseffen dat schijnbaar banale dingen toch belangrijk kunnen zijn. Hier vinden we die winnaarmentaliteit terug: niet toelaten dat door onverschilligheid, laksheid, oppervlakkigheid, kuddegeest... je waarde als mens (lichamelijk, geestelijk, verstandelijk) aangetast wordt! Beseffen dat de dingen des levens (eten en drinken, ontspanning, werk...) een invloed hebben op je leven is niet zonder belang. Niet tevreden zijn met middelmatigheid en banaliteit. Kiezen voor het GOEDE en er dan ook voluit voor gaan, wat ook de gevolgen zijn. Let wel : Daniël neemt zich voor... maar blijft wel tactvol en beleefd. Hij richt een verzoek aan de overste der hovelingen en hij stelt een proefperiode voor (hij plaatst anderen niet voor een betonnen muur van fanatisme en onverzettelijkheid!). HOOFDSTUK 3 : NIET DOEN In hoofdstuk 3 komt er een bevel. Nebukadnessar laat een gouden beeld maken en stelt het op in een vlakte in Babel. Iedereen wordt verplicht om zich voor dat beeld neer te buigen en het te aanbidden. De vrienden van Daniël weigeren, en worden in de vurige oven geworpen... Er wordt druk uitgeoefend. Druk waaraan je kunt toegeven, waaronder je kunt bezwijken. Het kan gaan om rechtstreekse bevelen, maar ook allerlei verwachtingen, sociale druk van je omgeving en vrienden. Druk om dingen te doen of houdingen aan te nemen die je eigenlijk liever niet doet, omdat je weet dat het niet echt goed is. Hoofdstuk 3 gaat over het belang om soms rechtop te kunnen blijven staan en nee kunnen zeggen! Het woordgebruik en de verhaallijn in hoofdstuk 3 tonen een erg doorgedreven woordspel tussen twee begrippen: oprichten enerzijds en buigen, neerwerpen anderzijds. Het contrast wordt onderstreept tussen rechtop blijven staan en je waardigheid behouden, of in het stof bijten. Vallen of wandelen (vers 24,25). Soms nee kunnen zeggen, niet om rebels of tegendraads te zijn, maar om je volle waardigheid als mens en als kind van God te behouden. De verhaallijn in Daniël 3 maakt duidelijk dat God een God is die de mens helpt om rechtop te blijven staan, of weer recht te komen (= oprichten; waarde behouden of herstellen). Dit wordt op sublieme wijze geïllustreerd in het optreden en de leringen van Jezus Christus in de evangeliën! Johan Delameillieue 4

5 HOOFDSTUK 6 : ER VOOR GAAN! wij zijn van mening dat er een koninklijk besluit moet worden uitgevaardigd waarin wordt vastgelegd dat eenieder die de komende dertig dagen een verzoek tot een god of een mens richt in plaats van tot u, majesteit, in de leeuwenkuil zal worden geworpen. voor? Of geef je je snel gewonnen? Trek je je terug zodra het wat moeilijker wordt? Ben je iemand die snel zijn territorium afstaat, die makkelijk laat knagen aan zijn principes, waarden en overtuigingen? Daniëls voorbeeld geeft aan dat het belangrijk is om er echt voor te gaan wanneer je iets belangrijk vindt. Ook dat is winnaarmentaliteit! In hoofdstuk 6 gaat het niet meer om een verplichting om iets te doen wat eigenlijk niet hoort, wel een verbod om iets te doen waarvan je vindt dat het belangrijk is. In Daniëls geval komt er een verbod om te bidden (6.6-12), zoniet wacht de leeuwenkuil Het gaat hier niet enkel om het al of niet hardop bidden in een restaurant en zelfs niet echt over gebed op zich. Wel om de vraag: als je hebt stilgestaan en nagedacht, als je je dingen hebt voorgenomen, ga je er dan ook Slotwoord Alle profetische hoofdstukken in het boek Daniël tonen dat God nog altijd met zijn Koninkrijk in het hoofd zit: In die dagen zal God een koninkrijk oprichten, dat in eeuwigheid niet zal te gronde gaan... Het zal bestaan tot in eeuwigheid. Daniël 2.44 Het is dus de moeite waard om ons nu al de principes van dat Koninkrijk eigen te maken en te koesteren. Ook Jezus gaf dat onomwonden aan. In Marcus 1.15 roept hij op om er in te geloven en dus te veranderen van mentaliteit en van manier van leven. In zijn Bergrede (Matteüs 5.7) licht hij die principes toe: shalom (vrede en welzijn), het goede, het mooie, wat recht is, liefde en vergevensgezindheid Annex: structuur van de eerste 8 hoofdstukken # 1 overzicht van alle thema s (2 steden, tempel, ondergang en overwinning, beproeving en trouw, schijn en werkelijkheid, bevrijding - bevrijder - messias...) # 2 # 7 Nebukadnessar droomt over een groot beeld dat de opeenvolging van wereldrijken voorstelt. Een steen ( EBEN ) stelt hier een einde aan en luidt Gods Koninkrijk in. # 3 verhoging # 6 Beproeving: druk om te buigen voor een beeld. De Hebreeërs weigeren en worden in de vuuroven geworpen redding # 4 # 5 Nebukadnessar droomt over dieren die de opeenvolging van wereldrijken voorstellen. Een zoon ( BEN ) stelt hier een einde aan en luidt Gods Koninkrijk in. Beproeving: druk om gebed op te geven. Daniël weigert hieraan toe te geven en wordt in de leeuwenkooi gegooid. redding Hoogmoed en vernedering van Nebukadnessar: trots en waanzin Hoogmoed en vernedering van Belsassar (Babylon wordt ingenomen) Johan Delameillieue 5