Een Zinnig Woord. L. Beheydt

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Een Zinnig Woord. L. Beheydt"

Transcriptie

1 Een Zinnig Woord L. Beheydt In... zomer is het hier erg warm. Ik ga naar... stad. Jan speelt met... jongens van zijn klas. Joep is een vriend... mijn broer. An houdt... lekker eten. Dat boek is... mij. Naast ons huis staat... boom. Ik ben... beetje moe. Ik heb... nieuw huis. Mijn vader... mijn moeder wonen in Spanje. Wim is groot... sterk. Die jongen... dat meisje wonen hier.... eten is klaar. Ik ben om vier uur aan... station. Wat is... verschil tussen een bus en een tram? Dat verhaal staat vandaag... de krant. Mijn geld zit... mijn zak. Wij wonen... dezelfde straat. Mijn broer... al de hele week ziek. Nederlands... niet zo moeilijk. Hoe laat... het nu? de van een en het in is Het begint... regenen. Ik heb geen zin om... komen. te Mijn vriend ligt nog... slapen. Ik ben... meer zo jong. Je hoeft... te komen, als je geen zin hebt. niet Zij woont hier... meer. Ga jij... de bus naar school?... wie spreek ik? met Ik wil koffie... een beetje melk en suiker. De kinderen spelen... straat. Ik word mei 14 jaar. op De nieuwe woorden staan... uw blad. Joris zegt... hij ziek is. Bedoel je... ze niet tevreden zijn? dat Ik weet... Sien van me houdt. De krant... wij thuis lezen is erg links. Wie is de man... met Carla praat? die An is de enige... het weet. Hoeveel moet je betalen... het eten? Om kwart... vier begint de film. voor Wij staan hier... een gesloten deur. Jan is ziek en... mag niet naar school. Ik wou met de bus komen, maar... rijdt niet. hij Deze auto is niet groot, maar... is wel mooi.... praat niet meer met mijn broer. Ik weet niet of... morgen kom. ik... loop met je mee. Mark wast... handen. Hij stopt zijn handen in... zak. zijn Hij luistert naar... vriendin.... regent al de hele morgen.... is niet duidelijk wat we moeten doen. het Ik weet... ook niet meer. Denk je nog wel eens... mij? Het is nog altijd... het regenen. aan Liesje schrijft een brief... haar tante.

2 In onze stad rijden er bussen, maar... trams. Ga jij morgen... naar het voetbal? Ik wil... een glas wijn. Je praat met je kinderen als je... wil begrijpen. Mij vertellen... alles. Linda vraagt of... met ons mee mag. Het is... veel te vroeg om te vertrekken. Ze slaapt..., maar binnen een uur zal ze wel wakker zijn. Heb je... altijd die rode auto?... het rode licht rijden is erg gevaarlijk. Hij loopt... de regen. Dat stuk wordt... zijn vriend geschreven. Ik ga... huis. Wij luisteren elke avond... het nieuws. Ze loopt snel... huis. Ik wil komen,... ik kan niet. Ik ben klein,... mijn broer is groot. Ik kan niet zwemmen,... ik kan wel fietsen. Zij wassen... elke morgen met zeep. Hij zet zijn koffer naast... neer. Hij moet... verontschuldigen. Peter is net zo groot... ik. Die rode bloemen zijn niet zo mooi... die blauwe. De tweede vraag is even moeilijk... de eerste. Blijf toch nog even... mij. Zo'n pen... voorbeeld, kost 1000 frank. Voor brood moet je... de bakker zijn.... is nog geen melk in mijn koffie. Zijn... genoeg stoelen?... wordt gezegd dat hij minister is. We wachten... het donker wordt. Als ze vertrekt, zegt ze altijd: "... straks!"... hoe laat blijven jullie hier? Het nieuws begint... zeven uur. Het is nu te laat... te vertrekken. Ze ligt in de zon... bruin te worden. ook ze nog door naar maar zich als bij er tot om Nu en... voel ik pijn in mijn arm. Hij komt morgen, je kan het hem... vragen. Eerst werken en... televisie kijken. Wilt u bier... limonade? U moet kiezen: ja... neen! Wie moet jou helpen Klaas... ik? Het... de hele morgen geregend. Wat... hij te vertellen? Zij... het hele jaar hard gewerkt.... een week word ik achttien. Dat boek gaat... een jonge dokter. Hij rijdt altijd heel voorzichtig... de brug.... wil hij me niet vertellen. Bedoelt u dit huis hier, of... daar?... is niet juist. Spring nooit... een rijdende trein. Er komt zwarte rook... uw pijp. Hij valt bijna elke nacht... zijn bed. Is hij nu... of niet getrouwd? Dat boek is mooi, maar het is... moeilijk. Hebt u het... of niet begrepen? Je moet dat glas... houden en niet anders. Karolien is niet... groot als jij. Ik vind dit niet... mooi. Ik heb... auto maar wel een fiets. Ik heb nu... tijd om dat te doen. Ik heb... zin in ijs. Hebt u met... jongen gepraat of met deze? In... zin hebt u natuurlijk gelijk.... vrouw daar is mijn moeder. Met... woorden wil ik eindigen. Hebt u... week nog wat tijd?... boeken hier en die daar wil ik verkopen. Wij... ziek van al dat lawaai. De kinderen... met de bus naar school gebracht. De programma's op de televisie... steeds beter. dan of heeft over dat uit wel zo geen die deze worden

3 Geef dat boek terug aan Piet, het is van.... Leo is weg, ik zie... niet meer. hem Jos wil naar Parijs gaan als jij met... meegaat. Mies en Joop hebben allebei... auto verkocht. De bomen verliezen... bladeren. hun Die mensen praten niet meer met... buren. Tina wast... handen. Liesje verkoopt... auto. haar Els trouwt met... vriend. Ik... morgen niet komen.... ik u helpen, mevrouw? kan Ik... nog altijd niet zwemmen. Als je nog op tijd wilt komen, moet je... vertrekken.... en dan ga ik een kop koffie drinken met Lieve. nu Het is... te laat om te vertrekken. Hebt u... gegeten? Ik weet dat... lang hoor. al Weet u... iets meer van die zaak? Kom,... zullen maar weer eens vertrekken. Bij wie moeten... ons verontschuldigen? we... herinneren ons niets meer. Zij... twee minuten geleden aangekomen. Als we moe..., gaan we slapen. zijn... jullie al lang klaar?... je ziek bent, moet je in bed blijven.... dat waar is, begrijp ik er niets meer van. als Ik neem nog een koekje... ik mag.... die het niet begrijpen, moeten het zeggen. Dat is iets voor Eva of voor jou: jij of... moet dat doen. zij Niet... maar wij zeggen hoe het moet. Het huis... wij huren, is zeer groot. Het meisje... hij kust, heet Katrien. dat Er is een stuk... ik niet begrijp. Weet u hoe... bier maakt?... vertelt zoveel. men... zoekt nog mensen die kunnen helpen. In het jaar dat zeker anders zijn. De trein... om kwart voor zeven aankomen. zal Zaterdag... ik niet thuis zijn. Ik doe heel erg... best. Ik moet... haar nog wassen. mijn Ik ga uit met... vrienden. Je voelt... goed bij die mensen.... bent veel te snel tevreden. je Je denkt natuurlijk dat... de beste bent. Wil je... cadeau of dat andere?... jaar gaan we naar Spanje. dit Ik vind... huis hier mooier dan dat andere. Hij moet veel heen en... reizen. Hij zit natuurlijk... in het caf. weer Je bent... te laat thuis. Je bent groter... je broer. De film is toch anders... het boek. dan Petra schrijft kleiner... ik. Ik heb het nog... pas gehoord. Ik zeg het... n keer. maar Dat boek kost frank. Eerst wil je niet helpen en nu help je.... Het is nu... te laat. toch Je gaat dat... niet doen? Deze auto is van mij, die... is van mijn broer. De ene zegt dit, de... zegt dat. andere De ene na de... valt dood. Luister Joris, ik praat... jou. Als je... een muur rijdt, is je auto kapot. tegen Die kast staat... de muur. Zij... een vriend die in Parijs woont. Hij... het koud. heeft Volgens mij... je broer gelijk. Als je op tijd wil zijn,... je nu vertrekken. Voor zijn werk,... hij vaak naar Frankrijk reizen. moet Ik weer niet wat ik... doen.

4 Als... mensen spreken, moeten de kinderen zwijgen. Ik heb liever een... appel dan een kleine. grote Het leven in de... stad is heel anders. Oude mensen... altijd dat ze slecht slapen. Wat wil dat...? zeggen Kunt u met nog even uw naam...?... mensen moeten sterven. Wij eten niet... dagen vlees. alle We maken... drie dezelfde fout. Heb je... of weinig zin om te gaan? Ik heb er nog met niet... mensen over gepraat. veel Dat kost heel... geld. Dat is niet... voor mij, maar ook voor jou. Ik wil u... maar even spreken. alleen Ik vertel... het belangrijkste. Een en een is.... Je moet de zaak van de... kanten bekijken. twee Om te trouwen moet je met... zijn. Ieder... heeft recht op geluk. Ik wil er met jou van... tot... over praten. mens Iedere... zoekt het geluk. Alles... hij vertelt is waar.... hier staat, moet je niet geloven. wat Dat is... ik hebben moet. Wilt u dat nog... tonen, ik heb het niet gezien. Er was... een klein meisje dat Sari heette. eens Ik heb u dat al... gezegd. Ik ga nooit... alleen op reis. Je ziet hier... auto's dan fietsen. meer Ik weet jouw naam niet.... We zijn net op... voor het eten. Het is... dat we vertrekken. tijd Ik heb nu geen... om te praten. Moeten... ons voorstellen of doet u dat? Zij zijn veel ouder dan... allen hier. wij In onze groep zijn... de beste. Ik moet met Kristel praten, maar ik zie... niet. Ik zie An niet meer, maar ik denk vaak aan.... haar Als je An ziet, doe... dan mijn groeten. De hond ligt... tafel. Het water loopt... de brug door. onder Zij zitten... de boom. Hij zegt: "Volgens... komt het nooit meer goed!" Kom maar met... mee! mij Aan... moet je dat niet vragen. Noem eens... wat je graag wil hebben. Ik zit op... te wachten wat niet bestaat. iets Je moet mij nog... vertellen. Meneer, hoe heet...? Beste kijkers, ik wens... goede nacht. u Kunt... mij vertellen waar de heer Smit woont? Mijn vader is nu een oude.... Die vrouw heeft haar... verloren. man Klaartje is getrouwd met een... die ouder is. Kom..., mijn lieve jongen. Ik zie... en daar wat nieuwe namen. hier Wie woont...? Jullie zullen... nooit geloven. Ik herinner... jouw naam. me Vertel... eens iets leuks. Maria komt altijd en overal... laat. U hebt veel... veel betaald. te Dat is toch niet... moeilijk. Jansma verdient... geld dan ik. Hij heeft... geluk dan zijn broer. meer Er is... politie in de stad dan vroeger. Ten... heb ik geen tijd en ten tweede heb ik geen zin. Is dat nog het... punt of is het al het tweede? eerste In de... plaats wil ik u danken dat u gekomen bent.... de winter komt de lente.... de vakantie moeten we weer aan het werk. na Ze komen net... elkaar binnen.

5 Hij drinkt... hij dorst heeft.... je al groot bent, mag je nu wat langer tv. kijken. omdat... het regent, neem ik de auto. Hij woont ergens... Gent en Brugge. Het is nu... elf en twaalf uur. tussen... jou en mij gaat het erg goed. Die borden moet je nemen:... zijn sterk. Ken je Pol? - Nee,... ken ik niet. die Daar ligt de jas van Els en hier ligt... van Jan. Hij is dood en... niet meer gevaarlijk. Dit is een vierkant,... zijn de hoeken gelijk. dus Het is te donker,... doe ik het licht aan. De plaats... je woont is niet belangrijk.... ligt jouw boek? waar Hij toont mij... het station ligt. Ik hou van jou, voor.... Hij is... en overal de laatste. altijd Hij is niet... de eerste, maar wel vaak. Ik ga naar huis,... het is al laat. Steven kan niet komen,... hij is ziek. want Je moet vertrekken,... het is al laat. In het is mijn zoon geboren. In ben nu dertig... oud. jaar Volgend... ga ik in Leuven studeren. Het is je... fout, hoor! Iedereen doet het op zijn... manier. eigen Iedereen komt met zijn... auto. Hebt u iets gezien? - Nee, ik heb... gezien. Hij is voor... of niemand bang. niets Daar is... van waar! Hij is... snel kwaad. Hij weet maar al te... dat ik gelijk heb. zeer Ik vind het... moeilijk om het juiste antwoord te geven.... gaat het met u, meneer Stoops?... laat vertrekt de bus? hoe... maakt u het? Wij herinneren... niets meer. Wij verontschuldigen... voor deze fout. ons Wij wassen... voor het ontbijt.... verhaal moet je niet geloven. Ik zeg alleen... wat ik weet. dat Hebt u ook... boek. Er komen elke dag... boeken op de markt. Ik wil een... jurk, mijn oude is te klein. nieuwe Hij rijdt met een mooie,... auto.... doe je nu weer?... is het verschil tussen een tram en een trein? wat... schrijft hij op dat blad? Er is geen... meer in de bus. U krijgt koffie in... van thee. plaats Het feest vindt... in de nieuwe school. Die man heeft zijn... verloren. Mijn moeder is nu een oude.... vrouw Joop is getrouwd met een heel mooie.... De mensen leven... langer. Onze bakker is nog... de beste van de stad. steeds Hij praat... vaker over dat ongeluk. Ik zie hier en... nog fouten. Mijn auto staat... achter die brug. daar... is hij dan. Ik vind die vraag... erg moeilijk. Ik ken hier... wat mensen. heel Het is hier... anders dan vroeger. Kunt u nog... wachten? Mijn zus is... groot als jouw broer. even Deze kasten zijn... groot. Ik kom... meer terug. Zoiets doe ik... van mijn leven meer. nooit Nu of.... Wij staan met... handen in... zakken. De kerk van... Lieve Vrouw van Lourdes. onze Omdat we geen licht hadden liepen we naast... fiets.

6 Zij... met de trein uit Amsterdam. Er... andere tijden. Mijn vrienden... morgen bij mij op bezoek. Hoe... u het, mevrouw Tips? Als je hem wakker..., is hij kwaad. Die auto... zoveel lawaai. Hierin staat... wat u weten wilt. Ik moet nog van... doen vandaag. Hij vertelt van... en nog wat. 'De doos' is niet zijn beste werk, het is... wel zijn laatste.soms is hij kwaad, soms... kan hij heel lief zijn. Peters is hier baas, hij is... niet de enige. Wat deed ze,... hij sloeg? Net... ik aankwam, ging de telefoon.... ik klein was, was er nog geen televisie. Jan en Mie houden van.... Els en ik kennen... nu al twee jaar. Jan en Miep praten niet meer met.... Ik heb in mijn... al veel gereisd. Het... van een mens is kort. Dat zal ik nooit van mijn... doen. Ik heb... zonen: Tom, Tim en Teun. De film loopt nog... dagen: zaterdag, zondag en maandag. Vier min n is.... Ik weet niet... ik kan komen. Ze willen weten... jullie ook komen. Het is niet duidelijk... hij nu de baas is. Wil iemand nog... wijn? Zal ik je eens... vertellen? Neem nog... kaas. Die wijn is niet slecht, maar hij is ook niet echt.... Alles... en wel, maar hoe moet het nu verder? Paul is heel... in talen. Mijn been... pijn. Jasperina... heel veel voor haar moeder. Hij... ons daar een plezier mee. komen maakt alles echter toen elkaar leven drie of wat goed doet Hier is nog een huis... huur. Bezoek het Rijksmuseum... Amsterdam. te Is die auto... koop? Hij werkt... en nacht. Op welke... van de week ga jij in bad? dag Op een... zal je het alleen moeten doen. Niemand weet het,... zijn moeder niet. Hij praat zo stil, dat ik hem... niet versta. zelfs Hij werkt de hele week,... op zondag. Dit is de eerste en de... keer dat ik zoiets doe. 31 mei is de... dag van die maand. laatste Ik voel me de... weken niet zo lekker. Ik... er niets meer over horen. Wat... dat zeggen? wil Hij... zijn auto verkopen. Bij ons op het... praat iedereen over die film. Ik ben klaar met mijn.... werk Zij zijn al lang weer aan het.... Ik... dat jullie net klaar zijn met eten. Ik... niet meer zo goed, ik moet een bril kopen. zie Als ik hem... lopen, denk ik aan zijn broer.... dagen later was ze dood. Brugge,... reis alstublieft! enkele Ik ga op reis met... vrienden. Ik ga vaak naar de bioscoop,... op zaterdag. Het gaat... ook om geld.vooral Die vogels vliegen... 's nachts. België is een klein.... Frankrijk is het... van de wijn. land In ons... wonen 10 miljoen mensen. Kom vrouwtje, we... naar bed. Ze... twee keer per week naar de bioscoop. gaan Kinderen, we... aan tafel. Er... een auto voor de deur. Mijn vriendin... te wachten. staat De tafel... in het midden van de kamer.

7 We hebben twee... : een jongen en een meisje. Kleine... moeten vroeg gaan slapen. kinderen Ik zag een moeder met haar... naar school gaan. Op het dak van ons... zat een groene vogel. We wonen in een... met een grote tuin. huis Jan en Els hebben pas een nieuw... gebouwd. Ik heb... zin in ijs.... mooi huis zie je niet vaak. zo'n Hij heeft... pijn dat hij niet meer kan praten. Is er een verschil tussen een fiets voor dames en een voor...?dames en..., goede avond! heren Geachte..., wij hebben uw brief van 12 mei pas nu gekregen. Ik heb vijf vingers aan elke.... Toen we vertrokken, gaf hij me een.... hand In de ene... hield hij een bloem, in de andere een cadeau. Ik heb al... met hem gepraat dan jij. Ik zie hem niet... dan drie keer per jaar. vaker Hebt u dat al... gedaan? Hij is op dit ogenblik... werk.... zijn hulp zou ik het niet kunnen. zonder Ik neem koffie... melk. Ik ken zijn ouders, want ik heb met... op school gezeten. Ik zie mijn zonen niet meer, maar ik denk nog vaak aan.... haar Ik schrijf nog wel aan Jo en An, maar ik zie... nooit meer. Heb je... arm pijn gedaan? Je moet hier... handen wassen. je Heb je... haar gewassen? Het is feest voor groot en.... Met zo'n... kind durf ik nog niet op reis. klein Er is maar een... verschil meer. Ik heb gisteren weer te... gerookt. Hij zegt niet zo.... veel Hij weet heel.... Je moet 3 keer bellen: twee keer kort en een keer.... Mijn haar is te..., ik moet naar de kapper. lang Ik heb heel... op jou gewacht. Dieren... katten en honden, noemen we huisdieren. Het is... ik u zeg en niet anders. zoals... gewoonlijk heeft hij weer geen geld. Ik ga weg en ik kom nooit meer.... Antwerpen, heen en..., tweede klas. terug Je krijgt je geld..., als hij niet goed is.... is nieuw voor mij.... hier is groter dan dat daar. dit Welk boek kies jij? Ik neem... hier. Ik ga naar huis, het is al.... Hoe... is het nu? - Acht uur. laat Vroeg of... ben ik hier de baas. Ik heb de... dag gewerkt. Het duurt een... tijd voor je hem kent. hele Wil je een... of een halve appel? Ik heb haar 20 jaar geleden gezien, ze was... nog heel jong.wat is er... eigenlijk gebeurd? toen Wat deed je...? Ga je... week met vakantie of pas volgende week? Die bril is niet mooi, maar... lijkt me leuk. deze Met... jongen valt niet te praten. Je moet me iets... weten. Hij kan het roken niet.... laten Ze... ons nooit alleen. Mijn vader en mijn... zijn al erg oud. Marian is... geworden van een flinke zoon. moeder Elke... zorgt voor haar kinderen. Als ik lang lees doen mijn... pijn. Mijn... vielen dicht van de slaap. ogen Ik zag niet meer door mijn.... Een keer... jaar ga ik naar de dokter. Hij verdient frank... week. per Deze pennen kosten 8 gulden... stuk. Greet heeft al veel van de... gezien. Hij maakt een reis om de.... wereld Die brug is de langste van de....

8 U mag in geen... te laat vertrekken. Er is in elk... veel volk. Hebt u over dat... gepraat met de dokter? Die fles is... leeg. Ik ga... alleen naar China. Mijn auto staat... aan het begin van de straat. Mijn... en mijn moeder zijn al heel oud. Mijn... kan beter praten met mij dan met zijn dochters.... worden is voor een man als moeder worden voor een vrouw. Lyon ligt... van Parijs dan ik dacht. Ik ben wat moe, maar... gaat alles goed. Hij ziet niet... dan zijn neus lang is. Ik ben de beste, al zeg ik het.... Ik heb hem... gezien, met mijn eigen ogen. De auto is helemaal kapot maar de man... heeft niets. Ik heb... n keer met haar gesproken. In... enkele gevallen kan de dokter helpen. Er is... n man die u kan helpen. Over een... ogenblikken begint ons programma. Ik wil nog een... boeken lezen. Ik koop nog twee... schoenen. Een... van het geld gaat naar de arme kinderen. In het eerste... van dit boek trouwt de hoofdpersoon. Elk krijgt zijn.... We zijn op... naar school. Er was vanmorgen veel verkeer op de.... Er komen veel auto's langs de nieuwe.... Ik denk... nog heel vaak aan. Je hebt al drie boeken, wil je... nog meer? Ik woon... nu al twee jaar. Kent u het antwoord op deze...? Mag ik u een... stellen? Het antwoord op die... is niet juist. Herinneren jullie... die tijd nog? Je moet... wel nog wassen. Je voelt... oud. geval helemaal vader verder zelf slechts paar deel weg er vraag je... komt Jan straks ook, maar ik weet het niet zeker. Heeft u... een pen voor mij? Wil je... liever hier zitten? Je mag het... ook zelf doen. Er is... wel een ander middel, maar dat is gevaarlijk. Maar... heeft hij gelijk! Hoe... ben je nu, 28 jaar of 29 jaar? Ik vind 60 jaar nog niet.... Het was een feest voor jong en jij televisie kijkt, zit ik te werken. Reizen... je slaapt, dat kan met de slaaptrein! Hij is rijk,... ik arm ben. Het is nu te laat, de brief is.... We gaan ver.... Is de trein van 8.10u. al...? Hij tekent een... met grote ogen en kleine oren. Hij heeft bijna geen haar meer op zijn.... Dieren hebben een kop, mensen hebben een.... Ik ben... klaar met die brief, nog een paar woorden. Die horloges kan je... overal krijgen. Ik ben... zestig jaar, nog een paar weken. Het is... dat hier iemand komt helpen. Wat hebt u allemaal... om zo'n kast te maken? Ik heb die planken niet meer... Wij... nu meteen eten. Ze... vanmiddag uit wandelen. Jan en Lies... volgende week trouwen. Ze noemen mij 'Lorre', maar ik heet... Luk. Mijn beroep is... bakker, maar ik werk als verkoper. U bent... te laat, maar ik zal u toch nog helpen. Ik moet hem gelijk.... Wij... u nog een paar minuten tijd. Jullie... haar een mooi cadeau. Ik weet daar niets van, dat is... mijn rug gebeurd. Onze tuin ligt... ons huis. Die klok loopt voor, maar mijn horloge loopt.... misschien natuurlijk oud terwijl weg hoofd bijna nodig gaan eigenlijk geven achter

9 Om drie... vertrekt mijn trein. Ik sta hier al meer dan een... te wachten. Het is zes... op mijn horloge. De vorige minister is... lang dood. De brief is... aangekomen. Dat is... eerder gezegd. Er zijn zeven dagen in een.... Volgende... gaan we naar de film. Deze... is er weinig werk. Wat is het eerste... van deze zin? Wat betekent het... 'lethargie'? Ik kan dat... niet schrijven, hoor! Edammer is een... kaas. Met dit... mensen moet je opletten. Aids is een... ziekte. Twee weken... is hij naar Afrika vertrokken. Dat feest is al zo lang.... Kort... is de baas gestorven. De zomer valt in de... helft van het jaar. Maandag is de eerste dag van de week en dinsdag de.... Jaap is de eerste en Tim is de ga je met vakantie? - In juli. Hij vraagt... ik nog eens langskom.... beginnen de lessen weer? Ik vind het heel... dat hij zijn kinderen slaat. Dat doet... veel pijn. Hij komt meestal heel... laat aan. Ik ga... te voet naar huis, maar niet vaak. Weet u... hoe laat de trein uit Gent aankomt? Hebt u... een sigaret voor me? In de eerste... staan twee moeilijke woorden. Ik heb geen... om te werken. Hebt u... in thee? Er zijn... seizoenen: zomer, herfst, winter en lente. Een raam heeft gewoonlijk... hoeken. Twee maal twee is.... uur reeds week woord soort geleden tweede wanneer erg soms zin vier In... die gevallen moet u de dokter roepen.... mijn vrienden wonen in het buitenland. al Met... dat lawaai kan ik niet werken. Mijn... is Joris Stip. Hoe is uw..., mevrouw? naam Ik dank u in... van mijn vrienden. Ik zwem niet graag in koud.... Het... van de zee is erg vuil geworden. water Ik drink elke avond een glas... voor ik ga slapen. U bent... te laat: de trein is weg. Joep is... zo groot als ik. net Hij doet... of hij me niet gelooft. Je... gelijk van mij. Hij... een mooi cadeau van Truus.krijgt Hij... zijn loon van zijn nieuwe baas. Dat antwoord is niet.... Het is... dat zes min vier twee is. juist Dat is... wat ik bedoel. Veel mensen gaan op zondag nog naar de.... Ik hoor de klok van de grote... slaan. kerk De... is het grootste gebouw van ons dorp. Den Haag... in Nederland. Sonja... nog te slapen. ligt Er... een brief op tafel. Karolien is de mooiste van ons.... Daar liggen... nieuwe boeken. allemaal Die antwoorden zijn... fout.... de kranten gaat de eerste minister trouwen.... mij weet Rien niet waar je woont. volgens Ik doe het... het boek.... jullie wie hier de baas is? We... niet of we dat mogen zeggen. weten Ze... dat huis niet meer te vinden. Heb je... gezien die je kent? - Nee, niemand. Sjaak Swart is een belangrijk.... iemand Wat voor... is die Peters?

10 18 jaar is..., 81 jaar is oud. Niet zo snel, ik ben niet meer zo...! jong Maar meisje, jij bent nog te... om dat te begrijpen. Dat is een... waar ik niets van weet. Hij werkt bij ons in de.... zaak Dat is een moeilijke.... Het is nu wel... dat hij komt. We komen vast en... te laat. zeker Hoe weet jij dat zo...?... ben ik arm, ik ben toch gelukkig. Ik hou nog van hem,... is hij nu met Eva getrouwd. al... is het verhaal mooi, het is niet echt gebeurd. Ik ken zijn... van de televisie. Op het eerste... heb je gelijk. gezicht Wat een mooi..., al die kinderen. Dat hoef je geen twee... te zeggen. Iedere... als ik hem zie, lacht hij. keer Dit is de laatste... dat hij komt. Rook jij meer of... dan je man? Zeven is... dan twaalf. minder Hij eet nu... vlees maar meer brood. Zijn kleren liggen op de.... Ik heb een stuk... gekocht om te bouwen. grond Hij is met zijn gezicht op de... gevallen. Doet u het,... of nee?..., dat weet ik zeker! ja Hier moet u met... of neen antwoorden. Wat voor... zijn dat daar? Hoe heten die... ook weer? dingen Ik heb zoveel... aan mijn hoofd. De deur slaat de hele tijd... en dicht. De deur is..., ga maar binnen. open Hij deed zijn ogen... maar hij zag niks. Hebt u... vrienden nog gezien? U moet... best doen. uw In... brief van 3 juli schrijft u dat u het huis huurt. De jongen aan... ik het vroeg wist het niet. De man van... ik het weet, is dokter. wie De man met... zij getrouwd is, is 10 jaar ouder. Ik heb... vanmorgen gehoord dat we mogen vertrekken. Het is... vier uur en het is al donker. pas Het is... nu dat ik hoor dat jij meekomt. Dat verhaal heb... verteld, niet ik. Brigitte en... moeten het doen. jij... of Bart moet dat maar doen. Help me eens een.... Het is een... laat om dat te doen. beetje Hebt u een... tijd voor mij? In het... van de avond is het nog licht. Dat heeft de dokter van het... al gezegd. begin Bij het... van de lente gaat het gras weer groeien. Die twee dames doen altijd alles.... Nu wij hier... zijn, wil ik iets voorstellen. samen Veertig frank en 60 frank dat is... juist honderd frank.... jullie die bloemen mooi? Wij... onze sleutels niet meer. vinden Wij... dat onze baas te veel roept. De... keer vertel ik een ander verhaal. Dat boek komt pas... week op de markt. volgende De... vragen zijn voor u. In België zijn er twee officiële televisiestations,... de VRT en de RTBF. Ik weet nog niet of ik kom, ik heb... nog veel werk. namelijk Wij zijn met drie jongens,... Geert, Luk en Paul. Ik kan het... niet meer herinneren. Je schrijft me dat je... niet meer wil zien. me Ik ga dood als je niet meer van... houdt. Mijn vader is agent bij de.... Bij zo'n ongeluk laat men gewoonlijk de... halen. politie De... zoekt nog steeds naar de groene auto. In... gevallen moet de politie helpen. Voor... mensen was het programma te moeilijk. bepaalde Op... vragen is er geen duidelijk antwoord.

11 Met... koop je alles. Dat boek heeft veel... gekost. Ik ben niet rijk, ik heb niet zo veel.... Gaan jullie nu naar Duitsland...? Af en... drink ik een glas wijn. Ze komen langzaam naar ons.... Ik hou niet van de... met zijn drukke verkeer en zijn vele huizen.amsterdam is een drukke.... Ik woon liever in een... dan in een dorp. Er staan auto's aan... zijden van de straat. Muziek en sport,... zijn belangrijk voor mij. Dit zijn de heren Top en Jans;... personen kunnen u helpen. Heb jij het laatste... van W.F. Hermans gelezen? Op bladzijde 4 van dit... staat een fout. Ik heb de titel van dit... al eens eerder gehoord. In Nijmegen... we de trein. We... het u niet kwalijk. Je kunt aardappelen... of friet. Mijn kinderen... in de derde klas. Gaat u toch.... Mijn sleutels... in mijn zak. Wilt u nog wat koffie? -...! Hij woont erg... in de stad, veel liever dan op de buiten. Ik wil... nog wat wijn. Ik... van oude dingen. Ik... dat boek zolang hier. Ik... van jou. Het is een... dat mannen meer roken dan vrouwen. We staan voor het... dat we zijn adres niet kennen. Het... dat zo iemand minister is, begrijp ik niet. Ik ga nog wat wandelen... de zee. Ik loop even... bij tante Mien. De bomen... de weg zijn al oud. Uw glas is leeg, maar mijn glas is.... De bus is..., er kan niemand meer bij. Het caf zit... mensen. geld toe stad beide boek nemen nemen graag houd feit langs vol De... staat nog open, doe ze even dicht. Heb je de... van je huis gesloten? Welke sleutel is van de... van je kamer? Op die... moet je het zeker niet doen. Dat is n... om rijk te worden. Iedereen werkt op zijn eigen.... Hij koopt... dag zijn krant in het station. Ik wil van... soort vier stuks. Hij kan... dag komen. Wie is nu... van buitenlandse zaken? De eerste... staat aan het hoofd van het land. Hij is lang... van onderwijs geweest. Snijd nog maar een... kaas af. Ik heb maar een... van het programma gezien. Je moet een... van vijf frank in de parkeermeter stoppen.... jij hier bij mij? Ik ben nog moe, ik... nog een uurtje liggen.... nog maar in bed, je bent nog ziek. Wij... jou wel naar huis. Ze... mij om het uur een glas water. We moeten de kinderen... en halen. Er is een... verschil tussen de kleur van je schoenen en die van je jas.bram spreekt niet erg.... Het is... dat dit verhaal niet waar is. Aan deze... van de straat staan veel huizen. Aan de andere... is hij erg voorzichtig. Hij laat zich van zijn goede... zien. Je moet maar eens langskomen, bij... volgende week. Kunt u mij een... geven van een mooie stad? Zou u bij... morgen kunnen komen? Breng jij deze... naar de post? Ik heb een... geschreven aan de minister. Ik schrijf elke week een... aan mijn zoon. Ik doe het liever niet,... niet meteen. Men moet... twee derde van de stemmen hebben. Hij speelt niet zo goed; dat denk ik.... deur manier elke minister stuk blijf brengen duidelijk kant voorbeeld brief tenminste

12 De huur is niet laag maar ook niet.... Hij springt heel in de bergen is het erg rustig. Zij verdient te... om van te leven. Hij heeft maar... van zich laten horen. Ik heb... zin om dat nog eens te doen. Kijk, hij maakt twee keer... fout. Napoleon en Bonaparte zijn n en... persoon. Gras en lucht hebben niet... kleur. Hij zet zijn koffer... zich neer. Kris loopt... mij en vertelt mij alles. Wij wonen... elkaar. Zo'n internationale trein rijdt erg.... We moeten... hulp bieden anders is het te laat. Hij is in alles even.... Doe maar of u... bent. Ik blijf vanavond... televisie kijken. Is Carla...? Hij is de... dokter die zoiets kan. Het... probleem dat we nu nog hebben is dat van de prijs. Jij bent de... vrouw in mijn leven die mij begrijpt.... mijn bed hangt een foto van een zanger. Onder ons woont een dokter en... ons een kapper. De zon staat... de zee. Ik wil een... met ontbijt. De tafel staat in het midden van de.... Ik huur een kleine... in de stad. Op dat... weet hij meer dan ik. Wij verkopen hier alles op het... van sport. Het Franse... gaat tot tegen de Pyrenee n. Heet u Karel? -..., ik heet Klaas. Heb jij dat gedaan, ja of...? Als ze mij dat geven, dan zeg ik niet.... Van wie heb jij leren... rijden? Sinds ik mijn nieuwe... heb, rijd ik niet meer op de fiets. Met de... ben je er sneller dan met de trein. hoog weinig dezelfde naast snel thuis enige boven kamer gebied nee auto Ze... je altijd eerst je naam., Wil iemand nog wat...?vragen Aan mij... ze nooit iets. Vijf maal twee is.... Ik heb... vingers. tien Vijf en vijf is.... De dokter komt zo snel.... Het is... dat hij wat later komt. mogelijk In deze tijd is alles het station ligt een mooi caf. Die auto is mooi, maar daar staat... dat hij duur is. tegenover De huizen hier... zijn oud. Hij gaat vroeg van huis,... hij rustig naar het station kan lopen!we stoppen iets vroeger,... iedereen nog de bus kan halen. zodat Ik ben ziek,... ik niet kan werken. Hoelang... de naam Za re al? Dit werk... uit vier delen. bestaat Dat televisiestation... al 3 jaar niet meer. Ik ben maar een... meisje. Wij zijn het niet... dat u ons zo laat nog telefoneert. gewoon Ik wil... maar even met je praten. De... maart heeft 31 dagen. In welke... bent u geboren? maand Ik kom over een... terug naar Belgi. Ik ga altijd meteen naar een week moet dat werk klaar zijn. binnen Het huis ligt nog... de stad. Ze heeft twee kinderen: een... en een meisje. Die... is de beste vriend van mijn zoon. jongen Keesje is al een flinke.... Wat heb je vandaag op... geleerd? Er is vandaag geen... voor de kinderen. school Joop zit nog op de lagere.... Brussel, eerste klas,... en terug. Waar geen jullie...? heen We gaan ergens... waar het rustig is.

13 Heb je lekker gegeten? -... en of! Wie doet... zoiets? nou Toe..., asjeblieft doe het voor mij. Ik heb u al eens... gezien. Ik zou... die rode jurk nemen dan die gele. eerder Ga daar weg, hoe... hoe beter. Ik kan... handen niet stilhouden. Ik was... haar met regenwater. mijn Iemand zit op... plaats.... ben je niet vroeger gekomen? Ik weet wel... hij zo kwaad is. waarom... noemt men rood de kleur van de liefde? Hij kan... ogenblik aankomen.... van ons krijgt 500 frank. ieder Voor... huis staat een auto. Ik heb nog nooit... volk bij elkaar gezien.... moois heb ik nog nooit gezien. zoveel Hebt u echt... betaald voor die trui? Mag ik u een vraag...? Laten we... dat u gelijk hebt. stellen Daarmee... zij ons voor een probleem. Dat is een... stoel, je mag erop dansen. Er zijn... mannen nodig om dat te doen. sterke Wij zoeken twee... mannen om die kast te dragen. Drie plus twee is.... Wij werken... dagen op zeven. vijf Ik heb... vingers aan elke hand. Als jullie dit boek toch niet meer..., geef het dan maar aan mij.mag ik jou pen even...? gebruiken Je moet een woordenboek.... Dat is een plaat die... kent. Dat weet niet.... iedereen De wet is voor... gelijk. Kunt u dat nog eens... doen a.u.b.? Als het niet goed is, moet je... beginnen. opnieuw Ik moet helemaal... beginnen. De bladeren... van de bomen. Hij laat alles uit zijn handen.... vallen Die twee feesten... op dezelfde dag. Wat... dat woord? Dat rode licht... dat je moet stoppen. betekent Wat... die brief voor jou? Aan het... van de film trouwen ze. Het... van het boek is mooier dan het begin. einde Dat moet je pas op het... zeggen. De... voor zijn dood heeft hij tot 12 uur TV gekeken. Op de late... komt er nog volk. avond De... valt erg vroeg. Het feest is... begonnen en gaat vandaag nog door. Vandaag is het zondag, dus was het... zaterdag. gisteren Wie heeft... getelefoneerd? Dieter... meer op zijn broer dan op mij. Dit... een makkelijke vraag, maar ze is moeilijk. lijkt Truus... weer beter te worden. Dat mag je aan... vertellen. Er brandt geen licht, er is... thuis. niemand Niets of... kan mij nu nog tegenhouden. Binnen is het warm, maar... is het koud.... zijn vader, heeft hij geen familie. buiten Bij dit weer moeten de kinderen toch even naar.... Het is laat, ik ga naar.... Ik lag nog wel in..., maar ik sliep niet meer. bed Kinderen moeten vroeg naar.... Op dit... begint een nieuw programma. Wilt u hier een... wachten? ogenblik Op het... van het ongeluk waren wij niet thuis. Waarom niet? -... niet! Ik kan het niet alleen en... moet je mij helpen. daarom Wij zijn niet rijk, maar we zijn... niet minder gelukkig. Ik hoor zijn... in de kamer hiernaast. Ik geef mijn... aan de beste kandidaat. stem Hij spreekt met luide....

14 Dit is een goed boek, maar dat is nog.... Je moet het... doen dan de vorige keer. beter Het is... dat hij ons niet ziet.... heeft er koffie besteld?... is die man met zijn blauwe jas? wie Ze wil weten... dat cadeau gaat kopen. Hij kijkt me aan... hij zeggen wil 'ben je gek'? Hij doet... hij me niet begrijpt. alsof Hij praat tegen me... ik een kind ben. We hebben 2 kinderen: een jongen en een.... Dat... is de beste vriendin van Jos. meisje Dat kleine... met haar blauwe jurk heet Anita. Er is altijd veel... op dat feest. Het Nederlandse... werkt heel hard. volk De koning spreekt zijn... toe via de radio. Sinds... heb ik nu ook een auto. Ik zie liever... haar dan lang haar. kort Ik heb een... bezoekje gebracht aan een zieke vriend. Hij werkt dag en.... Als je niet kunt slapen, duurt de... erg lang. nacht In die donkere... van 4 op 5 maart is hij weggegaan. Om de 5 minuten... hij op zijn horloge. Als mijn man tv.... hoort hij niets. kijkt Als je op het volgende blad... zie je het antwoord. Hij heeft veel... met zijn dochter. We zitten in de.... problemen Hoe kan je zo iemand uit de... halen? Eerst ga ik een ijsje eten,... ga ik naar huis. Morgen moet je komen, de dag... heb je vrij. daarna Eerst spreekt de koning en meteen... de minister.... appels wil je hebben, die groene of die rode?... huizen zijn na 1940 gebouwd? welke Ik weet niet... vrienden ik zal uitnodigen. Kunt u mij een... geven op die vraag? Het... op die vraag is niet juist. antwoord Wie het... weet op die vraag, mag het zeggen. Het leven gaat gewoon zijn.... Hij staat op jou te wachten in de.... gang De les is al aan de.... Die schrijver is al honderd jaar.... We zullen hem krijgen:... of levend. dood Is er leven na de...? Het is vier... over vijf. Over een paar... begint het programma. minuten Ik heb om voor vijf een trein. Ik... iemand zingen of roepen.... jij het lawaai van de auto's? hoor Ik... daar nooit meer over praten. Zo'n sterk... is slecht voor de ogen. Het... van de zon is mij te sterk. licht Als het... uit is, zie je niets meer. Dat zeg ik u zo.... Ik zie... als er iets fout is. meteen Ik zal u... uw boek teruggeven. De mensen... achter je rug. Over die zaak valt niet meer te.... praten We... nu al de hele tijd over het weer. In de keuken staat een houten... met 4 stoelen. We zitten net aan... om te eten. tafel Om twaalf uur gaan we aan.... Aan het einde van een zin staat een.... Het volgende... op ons programma is de reis. punt De zon staat boven de hoogste... van de berg. Het licht is..., ik zie niets meer. Als de school... is, is er veel verkeer. uit Mijn boek is.... Het is nu twee minuten over... drie. Zes maanden is een... jaar. half Een... uur duurt 30 minuten. Een jaar is twee keer... maanden. Drie maal twee is.... zes Vijf en... is elf.

15 De vragen zijn... moeilijk. Wat is er zo... aan die jongen? Ik heb... weinig gegeten. Dat verhaal is... gebeurd. Je krijgt een... gouden horloge. Voor mij hoef je het... niet te doen. Heb je... geld om een horloge te kopen? Ik heb het je vaak... gezegd. We hebben nog tijd... om een glas te drinken. In... jaren kwam hier veel volk. Hij vertelt altijd van dacht ik dat mijn vader de baas was. Komt u met ons...? Mag ik met jullie... naar Gent? Mag Karolien ook...? Welke... loopt er nu in de bioscoop? Er is vanavond een mooie... op de tv. Die... draait in 3 bioskopen. Je mag niet praten met je... vol. In de klas moeten de kinderen hun... houden. Hij zit met zijn... open tv. te kijken. Hij... voor een heel bekende zaak. Bij ons op kantoor... de baas het minst. Mijn vrouw... samen met een vriend aan die zaak. Hij heet Jan, maar we... hem 'de lange'. Kunt u mij 3 soorten wijn...? Hoe... wij het bovenste stuk van een fles? Wij zijn van... iets vroeger te vertrekken. In het... van de minister zitten nog fouten. Ik heb al een... voor mijn vakantie. Het is niet... dat hij dokter is. Is het... dat jij meer dan 40 bent? Het is maar al te.... De kleur van melk is.... Hij doet moeilijk: als ik... zeg, zegt hij zwart. Het... van een ei is lekker. bijzonder echt genoeg vroeger mee film mond werkt noemen plan waar wit Hebt u het nodige... om zo'n treintje te maken? Weet u welk... men nodig heeft om een brug te bouwen? materiaal Ik heb heel veel... voor mijn studie over de muziek. Jans heeft drie kinderen: twee dochters en een.... Mijn... is de beste vriend van jouw dochter. zoon Ik heb een... en een dochter. Mien heeft zwart lang.... Ik laat mijn... groeien. haar Dat meisje met dat lange, bruine... is mijn zusje. We wachten... het donker wordt. Ze wachten... het te laat is. tot Hij werkt... hij niet meer kan. Zolang je... nog klopt, leef je nog. Roken is slecht voor het.... hart Ik verlang naar jou met heel mijn Karel, ik kom morgen om 6 uur aan. Piet is de... vriend van mijn zoon. beste Kramiek is de... bakker van de stad. Hebt u... zoiets moois gezien? Als u... in Brugge komt, moet u het museum bezoeken. ooit Als ik... in Antwerpen kom, stuur ik je een kaartje. Die bus gaat in de goede.... In welke... moet ik lopen? richting Hij loopt in de... van het station. Peter is de... bezoeker uit Duitsland, de anderen zijn uit Frankrijk.Wij hebben nog altijd... hoop. enige Ik zie... verschillen met vroeger. De... is blauw en de zon schijnt: 't is zomer. Ik voel me zo vrij als een vogel in de.... lucht Ik krijg hier niet genoeg... in deze kamer. De heer en... Jansen komen ook nog.... Bertha Dekkers-Smeets is hier al. mevrouw Mijnheer en... Smeets zijn ook uitgenodigd. De kinderen zitten... de tafel. Hij is nu... de dertig jaar. rond De dorpen... Leuven zijn heel mooi.

16 Houd die vaas eens even.... Die planken liggen niet goed.... vast Dat gebeurt op een... uur op maandag. Kinderen, ik ga jullie een mooi... vertellen. Het... dat ik vertel, is echt gebeurd. verhaal Dat is een heel... wat je me daar vertelt. Over dat probleem heb ik... vragen. Je moet de... prijzen vergelijken. verschillende Die dokters hebben een... kijk op de zaak. Ik heb morgen een dagje.... Ik vind dat probleem... moeilijk. vrij We leven in een... land waar ieder mag zeggen wat hij wil. Nu... dat iedereen betaald heeft. Er... opnieuw een probleem te zijn met de politie. blijkt Uit niets... dat hij het gedaan heeft. De eerste week is gratis, maar de tweede en de... moet je betalen.maart is de... maand van het jaar. derde Na de tweede keer, komt de... keer. Ik... jou op je woord. Ik... niet alles wat hij vertelt. geloof... jij dat er leven is na de dood? Dag... Maes, hoe gaat het met u?... en mevrouw Stoop zijn hier al lang. meneer Dag... Smets, blij u te zien. Dokter Maes woont in een lange, stille.... De meeste huizen in onze... zijn heel oud. straat Als de zon schijnt, lopen er meer mensen op.... Wilt u een biertje, iets... heb ik niet. Het is zo en niet.... anders Hij weet het niet,... zou hij het zeggen. Hebt u een... van de prijs van die auto? Hoe komt u op het... om zoiets te zeggen? idee Ik heb een goed.... Bent u meneer Delaet? Ik heb dat... gezegd, maar ik ben het niet zeker. inderdaad Gelooft u dat echt? Dat verhaal lijkt me niet erg.... Hij is... vergeten dat hij moest komen. Het is meer dan... dat hij komt. Ik ben niet... in het donker. Kinderen kan je gemakkelijk... maken. Je hoeft niet... te zijn voor die grote hond.... u nog veel aan vroeger? Hij... veel over die problemen. Hij... dat hij hier de baas is. Is het nog... naar Gent? Wij wonen niet zo... van de stad. De vakantie is nog werd hij heel kwaad. Een... hoogteverschil doet soms pijn in de oren. Hij was... nergens meer te zien. De... van dit boek is 500 frank. Wie wint dit jaar de eerste...? De... van die rok is 3000 frank. Heb je dat... durven zeggen? Die man is een... gevaar voor ons. Is dat... de enige reden? Als ik ziek ben, ga ik meteen naar de.... We moeten de... roepen, voor het te laat is. De... zegt dat mijn hart te snel slaat. Tien is de... van twintig. In de eerste... speelt Brugge altijd goed. Ik heb maar de eerste... van dat verhaal gehoord. Wat is de... van uw bezoek? Zo iets doe je niet zonder.... U hebt geen... om kwaad te worden. Onze kinderen bezoeken... heel vaak. Ze bedanken... voor ons cadeau. Ze hebben... gezien met onze nieuwe auto. Hij praat zo... dat je hem hoort tot buiten. Hoe wil je jouw eitje,... gekookt of zacht gekookt? Die grond is zo... als steen. waarschijnlijk bang denkt ver plotseling prijs werkelijk dokter helft reden ons hard

17 Ik neem suiker en melk in mijn.... Ik drink mijn... altijd zwart. koffie Wil nog iemand een kopje...? De eerste vraag is gemakkelijk, de laatste is.... Het is... te zeggen wie gaat winnen. moeilijk Ik kan... geloven dat hij de vader is. Kinderen... hier niet binnen. Jullie... zeker niet te laat komen. mogen Ze... niet komen van hun moeder. Ik vind die bloemen heel.... Deze tekening vind ik lelijk, maar die andere vind ik.... mooi De meeste mannen vinden haar een... meisje. Ik ben hier helemaal.... Ik voel me zo... zonder jou. alleen Je mag de kinderen niet... laten. Ik luister graag naar oude.... De... van Mozart is enig. muziek Op de radio hoor je tegenwoordig meer gepraat dan.... In september is het water van de... al erg koud. In juli zijn we veertien dagen aan.... zee Het water van de Middellandse... is erg zout. Jozef heeft twee zonen en n.... Moeder en... lijken heel erg op elkaar. dochter Mijn oudste... is juist 20 jaar jonger dan mijn vrouw. Ik... jou een brief uit Spanje.... je naam op dit blad. schrijf... jij hem een brief? Haar haren hangen.... Schrijf je werk op een... blad. los De hond is...! Een... is groter dan een boot. Het... dat je nu op zee ziet, is heel oud. schip Op een groot... voel ik me geruster dan op een vliegtuig. Hij brengt een... aan het museum. Wanneer komen jullie op...? bezoek Wij gaan op... bij onze vrienden. Ik heb net... verhaal gehoord van Wim. Jullie hebben... gegeten als wij. Ik heb... boek gelezen als Jan. Wil je melk in je koffie? - Nee, ik drink 'm.... Wit en... zijn eigenlijk geen echte kleuren.... is de kleur van de dood. Mijn oom is ook... van jou. Hebt u... in Amerika? Hij is van goede.... Sonja... de hele dag te zingen. Het bad... langzaam vol. Hij... te voet naar zijn werk. Het is... in huis als de kinderen weg zijn. Bram is een... kind. Eva zit... te lachen. Hier is het Woordenboek der Nederlandse.... Welke... spreekt hij: Engels of Frans? Spreekt u nog een andere... dan Spaans? We laten de dokter.... Ik moet nog een brood... voor vanavond. Wie komt ons...? Ik heb het... nog niet verteld: ze mogen het nog niet weten.ik heb hun boeken gebruikt, maar ik moet ze... teruggeven. Je moet het... niet vragen, ze weten het toch niet. Er... hier vreemde dingen. Het kan... dat er niemand thuis is. Dat kan met de beste.... Marjan, ik hou van.... Hartelijke groeten voor... en je vrouw. Voor... en jouw broer heb ik een cadeau. Als je... bent met werk, geef je het aan mij. De koffie staat.... Ik ben... voor vandaag. Nog iemand een... koffie? Mensen hebben een hoofd, dieren hebben een.... Ik wil nog graag een... thee. hetzelfde zwart familie loopt stil taal halen hun gebeuren jou klaar kop

18 ... na het feest ging hij naar huis. Kom... hier! Je moet... naar huis rijden.... en toe ga ik hem helpen. Mijn werk is...! Van die dag... is hij mijn vriend. Als jullie die boeken niet meer..., moeten jullie ze verkopen.wat wenst u te..., dames? Ik kan die oude dozen nog goed.... De bakker om de... heeft lekker brood. In een... van de kamer staat de tv. Hij gooit zijn kleren in een... van de kamer. Ik woon liever in een stad dan in een.... Hij woont in een rustig... op de buiten. Een... is kleiner dan een stad. Ik heb dat... gelezen, maar ik weet niet waar. Hij woont... in een klein dorpje. Hier... moet Pattijn wonen. Geachte..., in antwoord op uw brief... De... Mulders komt met zijn vrouw. De... en mevrouw Drop. Ik ben n... tachtig groot. Die kamer is 7... bij 4. Hij springt 5... ver. Ik eet... kaas dan vlees. Wie heb je... Piet of Mark? Ik drink... thee dan koffie. Ik lag op mijn... in het gras. Dat is achter mijn... gebeurd. 's Morgens heb ik altijd pijn in mijn.... Hij zit op een... bij het raam. Neem een... en ga zitten. Die... is te laag voor die tafel. Het... tussen die 2 kinderen is groot. Wat is het... tussen een horloge en een klok? Zie jij een... tussen die twee auto's? onmiddellijk af gebruiken hoek dorp ergens heer meter liever rug stoel verschil Liesje heeft nu ook een vaste.... Erik is mijn beste.... vriend Karel Peeters is mijn beste u het verschil tussen een trein en een tram? Hij... mijn vader nog van vroeger. kent Dit is een plaat die je zeker.... 't Gaat je... aan. Zo'n auto, da's niet.... niks Ik heb... gezegd. Als je... kijkt, zie je het vliegtuig. Wil je het raampje... draaien a.u.b.? omhoog De prijzen gaan elke dag.... Als u... niet klaar bent, moet u morgen de rest doen.... is het maandag. vandaag... of morgen is het met de wereld gedaan. Ik zal u het hele verhaal.... Dat zullen ze tegen niemand.... vertellen Wij... aan niemand over ons vroeger leven. Zo'n grote... vliegt sneller dan een kleine. Ik voel me vrij als een... in de lucht. vogel Dat vliegtuig lijkt op een mooie blauwe.... Met... vrienden is het leuk reizen. Als je... harde taal spreekt, ben je kwaad. zulke Op... ogenblikken verlang je naar huis. In welk jaar bent u...? Ik ben op 7 juli in Asse.... geboren Waar en wanneer bent u...? Hij komt... en altijd te laat. Zulke bloemen vind je niet.... overal Zo'n kaart vind je niet.... Wat staat er op het... voor vanavond? Het... van de feestavond is hier te krijgen. programma Het... van onze reis ziet er erg zwaar uit. Als ze weggaat, zegt ze altijd: 'Tot...'. Komt u... bij mij langs? straks Wat je daar... gezien hebt is helemaal nieuw.

19 Deze koffer is licht, maar die andere is.... Zijn leven is erg... geweest. Ik ben al moe, ik vind dit heel... werk. De... van mijn jas is blauw. Hij krijgt een... als een meisje naar hem kijkt. Welke... vind jij het mooist: rood of blauw Voor het... licht moet je stoppen. Drink je... wijn of witte? Lieve heeft blauwe ogen en een... mond. Je mag elke dag komen,... op zondag. Wie gaat er nog mee,... jouw broer?... de kinderen gaat ook nog een vriend van Jan mee. Ik ben zo moe, ik kan niet meer op mijn... staan. Met zijn lange... kan hij snel lopen. Als je zo valt kan je gemakkelijk armen en... breken. Joost zit vaak uit het... te kijken. Dat grote... maakt het hele huis licht. Gij gooide de lege fles door het open.... Je moet nog een paar minuten.... Wij staan te... op de bus van 3 uur. Waar... we nog op? Ik... Jan Desmet. Zeg me eens hoe je..., beste jongen. Hoe... u meneer? Daar ligt een grote... hout. De... op een beter leven is belangrijk voor jonge mensen. Zijn kleren liggen op een... in de hoek. Wanneer zijn die nieuwe auto's op de... gekomen? We gaan elke zaterdag naar de.... Ik koop mijn bloemen altijd op de.... Op zondag is de bank.... Hebt u de deur... met de sleutel? Tussen de middag is onze zaak... van 12u. tot 14u. Heb je nog... in je rug? Vooral mijn arm doet.... Dokter, ik heb vaak... in mijn benen. zwaar kleur rode behalve benen raam wachten heet hoop markt gesloten pijn Hebt u... een vuurtje voor me? Ik ga... te voet naar huis, maar niet vaak. Zij komt... wat later. Het water is hier 8 of 9 meter.... Hij is zo rijk als de zee... is. Het water is hier niet... genoeg om te zwemmen. Hij brengt ons leven in.... Er is geen... meer. Het... op de weg is veel groter dan vroeger. Waar moeten wij in de trein...? Wij... af in het volgende station. De weg is zo slecht dat je er van de fiets moet.... De televisie is...: we kunnen niet meer kijken. Jij maakt altijd alles.... De klok is..., ze loopt niet meer. Ik heb ergens mijn pen.... We zijn...: er is niets meer aan te doen. Hij heeft er zijn leven.... Ik ben die tijd... vergeten. Het huis is... afgebrand. Hij heeft een... brood opgegeten. Ga jij naar boven of naar...? Kom eens even naar.... Het huis wordt van boven naar... schoongemaakt. Honden en katten vind ik lieve.... De... die in het bos leven zijn meestal ongevaarlijk. Mensen en... leven niet altijd op goede voet. Wil je nou... eens zwijgen? Na 6 maanden heeft hij... zijn haar laten knippen. Ze zijn het... eens geraakt. Doe niet zo druk, hou je nu even.... Met dat lawaai kan ik niet... slapen. Voor mij is vakantie:... thuis met een boek. Hoeveel... talen spreek jij? Ik vind dit toch wel een... manier van doen. Hij is een beetje een... man. soms diep gevaar stappen stuk verloren volledig beneden dieren eindelijk rustig vreemde

20 Met wie... ik, a.u.b.? Als minister... ik tot het volk. De minister zei: Morgen... ik met de koning. Piet heeft een kleine mond, maar een grote.... Hij tekende een gezicht met een rechte... en een rode mond. Het topje van zijn... ziet rood van de kou. De... van zijn leven wil hij in Frankrijk wonen. Voor de... is er geen nieuws. Wilt u de... van de tijd nog wat lezen? Er zijn... dagen in een week. Vijf maal... is vijfendertig. Tien min drie is.... Ik zet hier geen... meer in huis. Bent u te... naar hier gekomen? Ik krijg mijn... niet meer in mijn schoen. Neem een wit... papier en schrijf op. Het... van deze boom is donkergroen. In de herfst verandert de kleur van het dat boek maar op de kast. Ik... de vorken naast de borden. Ik... wel even de messen op tafel. Als de... schijnt, is het leven mooi. Ze ligt al twee uur in de... te slapen. Je mag niet te lang in de... zitten. Ik heb jaren in het... gewoond, maar nu ben ik weer in eigen land.ik ga volgend jaar in het... studeren. Krijgt u vaak post uit het...? De deur slaat de hele tijd open en.... Jullie staan veel te... bij het vuur. Leuven ligt... bij Mechelen. Kan ik u met iets...? Mijn vrienden... mij bij dit werk. Wij... u bij het zoeken naar werk. Komt u vandaag nog, of... pas? Ik moet... vroeg opstaan. Vandaag of... gebeurt er een ongeluk met hem. spreek neus rest zeven voet blad leg zon buitenland dicht helpen morgen Gaat u op... tijdens uw vakantie? Wij maken dit jaar een grote.... Wanneer vertrekt u op...?... gedeeld door twee is vier. Vier en vier is en twee is tien. Hoe laat... jullie te werken? We... met de moeilijkste vragen. De meeste scholen... om 8.30u. Ik heb het al de hele week.... Er was... verkeer op de weg. In het station is het erg... 's morgens. Kunt u niet... wat er staat? Zij... elke morgen hun krant. Wij... tien boeken per maand. Wil je die... in een vaas zetten? Ik heb... meegebracht voor mijn lieve Katja. Ik hou van... en planten in huis. Jullie... morgen niet te komen. Ze... dat examen niet meer te doen.... wij nog meer te vertellen? Op... en zondag hoeven wij niet te werken. Het feest is vrijdag,... en zondag. Na de vrijdag komt de.... We eten in de woonkamer, maar we koken in de.... De drie k's zijn:..., kerk en kinderen. Vroeger zei men: de vrouw in de..., de man op het werk. Mijn vader leest nog elke dag zijn.... Het verhaal van dat ongeluk staat vandaag in de.... Lees jij elke dag de...? Er zijn goede en... mensen. Met dat... weer kan je niet buiten. De... appelen gooien we weg. Er staat een sterke... uit het oosten. Als de... uit het noorden waait, is het koud. Als de... gaat liggen, gaat het regenen. reis acht beginnen druk lezen bloemen hoeven zaterdag keuken krant slechte wind

MEMORY WOORDEN 1.1. TaalCompleet A1 Memory Woorden 1 1

MEMORY WOORDEN 1.1. TaalCompleet A1 Memory Woorden 1 1 MEMORY WOORDEN 1.1 TaalCompleet A1 Memory Woorden 1 1 ik jij hij zij wij jullie zij de baby het kind ja nee de naam TaalCompleet A1 Memory Woorden 1 2 MEMORY WOORDEN 1.2 TaalCompleet A1 Memory Woorden

Nadere informatie

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen 1. Print deze tekst 2. Download het geluidsbestand en luister Je gaat een toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen maken. Dit is een leestoets. De toets heeft vijf delen. Deel A, B, C, D en E. Deze toets

Nadere informatie

de aanbieding reclame, korting De appels zijn in de a Ze zijn vandaag extra goedkoop.

de aanbieding reclame, korting De appels zijn in de a Ze zijn vandaag extra goedkoop. Woordenlijst bij hoofdstuk 4 de aanbieding reclame, korting De appels zijn in de a Ze zijn vandaag extra goedkoop. alleen zonder andere mensen Hij is niet getrouwd. Hij woont helemaal a, zonder familie.

Nadere informatie

LES 3 Ik leer Nederlands. TESTEN TEST 1

LES 3 Ik leer Nederlands. TESTEN TEST 1 12/11/14 1 LES 3 Ik leer Nederlands. TESTEN TEST 1 1. (lezen) Ik.... een lange tekst. 2 Hij.... een moeilijk boek. 3. Zij.... een gemakkelijk tekstje. 4..... jullie veel? Ja, wij.... graag kinderboeken.

Nadere informatie

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen 1. Print deze tekst 2. Download het geluidsbestand en luister Je gaat een toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen maken. Dit is een leestoets. De toets heeft vijf delen. Deel A, B, C, D en E. Deze toets

Nadere informatie

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen 1. Print deze tekst 2. Download het geluidsbestand en luister Je gaat een toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen maken. Dit is een leestoets. De toets heeft vijf delen. Deel A, B, C, D en E. Deze toets

Nadere informatie

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen 1. Print deze tekst 2. Download het geluidsbestand en luister Je gaat een toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen maken. Dit is een leestoets. De toets heeft vijf delen. Deel A, B, C, D en E. Deze toets

Nadere informatie

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen 1. Print deze tekst 2. Download het geluidsbestand en luister Je gaat een toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen maken. Dit is een leestoets. De toets heeft vijf delen. Deel A, B, C, D en E. Deze toets

Nadere informatie

1 Werkwoord. (wonen, werken, lopen,...) 8 Grammatica is niet moeilijk. wonen, werken, lopen,... noemen we werkwoorden.

1 Werkwoord. (wonen, werken, lopen,...) 8 Grammatica is niet moeilijk. wonen, werken, lopen,... noemen we werkwoorden. 1 Werkwoord (wonen, werken, lopen,...) wonen, werken, lopen,... noemen we werkwoorden. 8 Grammatica is niet moeilijk 1.1 woon, woont, wonen Ik woon nu in Nederland. Jij woont nu in Nederland. U woont nu

Nadere informatie

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen 1. Print deze tekst 2. Download het geluidsbestand en luister Je gaat een toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen maken. Dit is een leestoets. De toets heeft vijf delen. Deel A, B, C, D en E. Deze toets

Nadere informatie

Veertien leesteksten. Leesvaardigheid A1. Te gebruiken bij : Basisexamen Inburgering Studieboek. Ad Appel

Veertien leesteksten. Leesvaardigheid A1. Te gebruiken bij : Basisexamen Inburgering Studieboek. Ad Appel Veertien leesteksten Leesvaardigheid A1 Te gebruiken bij : Basisexamen Inburgering Studieboek Ad Appel Uitgave: Appel, Aerdenhout 2011-2016 Verkoopprijs: 1,95 Ad Appel Te bestellen via www.adappelshop.nl

Nadere informatie

Ria Massy. De taart van Tamid

Ria Massy. De taart van Tamid DE TAART VAN TAMID Ria Massy De taart van Tamid De taart van Tamid 1 Hallo broer! Hallo Aziz! roept Tamid. Zijn hart klopt blij. Aziz belt niet zo dikwijls. Hij woont nog in Syrië. Bellen is moeilijk in

Nadere informatie

Rivka voelt tranen in haar ogen. Vader aait over haar wang. Hij zegt: Veel plezier, prinsesje. Vergeet je nooit wie je bent? Dan draait vader zich

Rivka voelt tranen in haar ogen. Vader aait over haar wang. Hij zegt: Veel plezier, prinsesje. Vergeet je nooit wie je bent? Dan draait vader zich 1942-1943 1 Rivka! Het is tijd om te gaan!, roept vader. Rivka is blij. Ze gaat logeren. Ze weet niet bij wie. En ze weet ook niet hoe lang. Maar ze heeft er wel zin in. Vader heeft gezegd: Je gaat in

Nadere informatie

Beste vrienden, ik mag jullie vandaag vertellen over de laatste week van het leven van Jezus.

Beste vrienden, ik mag jullie vandaag vertellen over de laatste week van het leven van Jezus. 1 Beste vrienden, ik mag jullie vandaag vertellen over de laatste week van het leven van Jezus. 2 Het verhaal De Goede Week Trouw, Hoop en Spijt Ik wil jullie vandaag vertellen over de Goede Week. Dat

Nadere informatie

Inhoud. Een nacht 7. Voetstappen 27. Strijder in de schaduw 51

Inhoud. Een nacht 7. Voetstappen 27. Strijder in de schaduw 51 Inhoud Een nacht 7 Voetstappen 27 Strijder in de schaduw 51 5 Een nacht 6 Een plek om te slapen Ik ben gevlucht uit mijn land. Daardoor heb ik geen thuis meer. De wind neemt me mee. Soms hierheen, soms

Nadere informatie

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen 1. Print deze tekst 2. Download het geluidsbestand en luister Je gaat een toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen maken. Dit is een leestoets. De toets heeft vijf delen. Deel A, B, C, D en E. Deze toets

Nadere informatie

Opstartles 10. EXTRA Oefenen met woorden bij de lessen

Opstartles 10. EXTRA Oefenen met woorden bij de lessen www.edusom.nl Opstartles 10. EXTRA Oefenen met woorden bij de lessen Het is belangrijk om veel woorden te leren. In deze extra les vindt u extra woorden bij de Opstartlessen 1 t/m 5. Kijk ook eens naar

Nadere informatie

Kijk op YouTube spreekvaardigheid A1

Kijk op YouTube spreekvaardigheid A1 Kijk op YouTube spreekvaardigheid A1 Oefenexamen Ad Appel Spreekvaardigheid A1 10 vragen serie A 1. Hoe vaak doet u boodschappen? 2. Wanneer bent u geboren? 3. Wat drinkt u het liefst? 4. Wat vindt u van

Nadere informatie

Auteur: Mirjam Wind, docent en coördinator NT2, Educatie Video s: Gabe Dijkstra en Rick Biemolt, studenten Alfa-college, MultiMedia en Design

Auteur: Mirjam Wind, docent en coördinator NT2, Educatie Video s: Gabe Dijkstra en Rick Biemolt, studenten Alfa-college, MultiMedia en Design Woord voor Woord is een programma mondelinge vaardigheden NT2 voor analfabete beginners. Het omvat 12 lessen. De ontwikkeling van het programma en de daarbij behorende video s is mogelijk gemaakt door

Nadere informatie

REGELS. Onderstreep de pluralisvorm in de zin.

REGELS. Onderstreep de pluralisvorm in de zin. 61 61 REGELS 1 Onderstreep de pluralisvorm in de zin. 1 Ik woon met mijn gezin in een rijtjeshuis met vier slaapkamers. 2 De vijf appartementen in deze flat zijn heel klein. 3 Hij heeft een groot huis

Nadere informatie

Dat is een koopje! HOOFDSTUK 8 WOORDEN. Kies het goede woord. Ik ga even naar de... Ik ga sla en tomaten halen. a groenteman b slager

Dat is een koopje! HOOFDSTUK 8 WOORDEN. Kies het goede woord. Ik ga even naar de... Ik ga sla en tomaten halen. a groenteman b slager 119 119 HOOFDSTUK 8 Dat is een koopje! WOORDEN 1 2 3 1 Ik ga even naar de.... Ik ga sla en tomaten halen. a groenteman b slager 2 Wil je wat drinken? Ja graag, een... koffie alsjeblieft. a fles b beker

Nadere informatie

Antwoorden Thema 5 Vrije tijd

Antwoorden Thema 5 Vrije tijd Antwoorden Thema 5 Vrije tijd Luisteren Oefening 2 hobby Willem Linda hockeyen squashen tennissen voetballen bioscoop theater ballet kroegbezoek concertbezoek popmuziek jazz klassieke muziek Spreken Oefening

Nadere informatie

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen 1. Print deze tekst 2. Download het geluidsbestand en luister Je gaat een toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen maken. Dit is een leestoets. De toets heeft vijf delen. Deel A, B, C, D en E. Deze toets

Nadere informatie

De Samenleving: samen of ieder voor zich? Oefening 2. 1. b. Alle mensen zijn anders en dat moeten we respecteren. 2 Han van Eijk - Leef

De Samenleving: samen of ieder voor zich? Oefening 2. 1. b. Alle mensen zijn anders en dat moeten we respecteren. 2 Han van Eijk - Leef Thema 2 De Samenleving: samen of ieder voor zich? Oefening 2 1. b. Alle mensen zijn anders en dat moeten we respecteren. 2 Han van Eijk - Leef Niemand hoeft alleen maar goed of slecht te zijn. Niemand

Nadere informatie

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen 1. Print deze tekst 2. Download het geluidsbestand en luister Je gaat een toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen maken. Dit is een leestoets. De toets heeft vijf delen. Deel A, B, C, D en E. Deze toets

Nadere informatie

Rick de Leeuw. Hou me stevig vast

Rick de Leeuw. Hou me stevig vast Rick de Leeuw Hou me stevig vast Ik zit op de trap En luister naar de radio Er klinkt een mooi en triestig lied Ik neurie zachtjes mee Ik wil muziek als het sneeuwt Ook al sneeuwt het nu even niet Ik neem

Nadere informatie

1. Joris. Voor haar huis remt Roos. Ik ben er. De gordijnen beneden zijn weer dicht.

1. Joris. Voor haar huis remt Roos. Ik ben er. De gordijnen beneden zijn weer dicht. 1. Joris Hé Roos, fiets eens niet zo hard. Roos schrikt op en kijkt naast zich. Recht in het vrolijke gezicht van Joris. Joris zit in haar klas. Ben je voor mij op de vlucht?, vraagt hij. Wat een onzin.

Nadere informatie

Spreekopdrachten thema 4 Wonen

Spreekopdrachten thema 4 Wonen Spreekopdrachten thema 4 Wonen Opdracht 1 bij 4.1 ** Uitleg voor de docent: Op de volgende pagina vind je een blad met plaatjes. Knip de plaatjes uit en doe ze in een envelop. Geef elk tweetal een envelop.

Nadere informatie

- je kan me wat - module 3. docere delectare movere. je kan me wat nt2taalmenu.nl module 3. tekeningen -

- je kan me wat - module 3. docere delectare movere. je kan me wat nt2taalmenu.nl module 3. tekeningen - - je kan me wat - module 3 docere delectare movere tekeningen - 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 je kan me wat ROCvA nt2taalmenu.nl - educatie - ROCvA module 3 1 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 1 2 3 4 5

Nadere informatie

Bij H&M. Nederlandse Academie 02/2184707 A2

Bij H&M. Nederlandse Academie 02/2184707 A2 Bij H&M Tiebe is bij H&M. Zij is samen met haar kind. Het kind heet Laura. Laura is drie jaar. Tiebe is op de derde verdieping. Ze wil een jurk voor een feest kopen. Ze ziet veel mooie jurken. Dan kijkt

Nadere informatie

Les 5. Tijd & het weer

Les 5. Tijd & het weer www.edusom.nl Opstartlessen Les 5. Tijd & het weer Wat leert u in deze les? Praten over het weer. Praten over de tijd. Veel succes! Deze les is ontwikkeld in opdracht van: Gemeente Den Haag en DWI Amsterdam

Nadere informatie

Elke middag loopt Fogg van zijn huis naar de Club. Om een spelletje kaart te spelen. Er wordt altijd om geld gespeeld. En als Fogg wint, geeft hij

Elke middag loopt Fogg van zijn huis naar de Club. Om een spelletje kaart te spelen. Er wordt altijd om geld gespeeld. En als Fogg wint, geeft hij Rijk Phileas Fogg is een vreemde man. Hij is erg rijk. Maar niemand weet hoe hij aan zijn geld komt. Een baan heeft hij namelijk niet. Toch woont hij in een groot huis, midden in Londen. In zijn eentje.

Nadere informatie

De PAAZ, wat is dat? Informatie voor kinderen van 8 tot 12 jaar

De PAAZ, wat is dat? Informatie voor kinderen van 8 tot 12 jaar De PAAZ, wat is dat? Informatie voor kinderen van 8 tot 12 jaar De afgelopen weken was het niet zo leuk bij Pim thuis. Zijn moeder lag de hele dag in bed. Ze stond niet meer op, deed geen boodschappen

Nadere informatie

Die nacht draait Cees zich naar me toe. In het donker voel ik heel zachtjes zijn lippen op mijn wang.

Die nacht draait Cees zich naar me toe. In het donker voel ik heel zachtjes zijn lippen op mijn wang. Vanavond ga ik mijn man vertellen dat ik bij hem wegga. Na het eten vertel ik het hem. Ik heb veel tijd besteed aan het maken van deze laatste maaltijd. Met vlaflip toe. Ik hoop dat de klap niet te hard

Nadere informatie

De twee zaken waarover je in dit boek kunt lezen, zijn de meest vreemde zaken die Sherlock Holmes ooit heeft opgelost.

De twee zaken waarover je in dit boek kunt lezen, zijn de meest vreemde zaken die Sherlock Holmes ooit heeft opgelost. Sherlock Holmes was een beroemde Engelse privédetective. Hij heeft niet echt bestaan. Maar de schrijver Arthur Conan Doyle kon zo goed schrijven, dat veel mensen dachten dat hij wél echt bestond. Sherlock

Nadere informatie

Soms is er thuis ruzie Dan is mama boos en roept soms omdat ik mijn speelgoed niet opruim Maar ik heb daar helemaal niet mee gespeeld Dat was Bram,

Soms is er thuis ruzie Dan is mama boos en roept soms omdat ik mijn speelgoed niet opruim Maar ik heb daar helemaal niet mee gespeeld Dat was Bram, Soms is er thuis ruzie Dan is mama boos en roept soms omdat ik mijn speelgoed niet opruim Maar ik heb daar helemaal niet mee gespeeld Dat was Bram, mijn kleine broer Dat is niet van mij mama Dan zegt ze

Nadere informatie

R O S A D E D I E F. Arco Struik. Rosa de dief Arco Struik 1 www.gratiskinderboek.nl

R O S A D E D I E F. Arco Struik. Rosa de dief Arco Struik 1 www.gratiskinderboek.nl R O S A D E D I E F Arco Struik Rosa de dief Arco Struik 1 www.gratiskinderboek.nl In de winkel 3 Bart 5 Een lieve dief 7 De telefoon 9 Bij de dokter 11 De blinde vrouw 13 Een baantje 15 Bijna betrapt

Nadere informatie

BIJLAGEN LESPAKKET 1.2

BIJLAGEN LESPAKKET 1.2 BIJLAGEN LESPAKKET 1.2 BIJLAGE 1 A4 BLADEN THEMA S BIJLAGE 2 DOMINO EMOTIES BIJLAGE 3 MATCHING OEFENING GEVOELENS BIJLAGE 4 VRAGENLIJST FILM BIJLAGE 5 VRAGENSTROOKJES HOEKENWERK BIJLAGE 6 ANTWOORDENBLAD

Nadere informatie

- je kan me wat - module 4. docere delectare movere

- je kan me wat - module 4. docere delectare movere - je kan me wat - module 4 docere delectare movere je kan me wat ROCvA - educatie nt2taalmenu.nl - ROCvAmodule 4 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 je kan me wat nt2taalmenu.nl module 4 1 1 2 3

Nadere informatie

Op reis naar Bethlehem

Op reis naar Bethlehem Op reis naar Bethlehem Rollen: Verteller Jozef Maria Engel Twee omroepers Kind 1 Kind 2 Kind 3 Receptionist 1 Receptionist 2 Receptionist 3 Kind 4 Kind 5 Herder 1 Herder 2 Herder 3 Herder 4 Drie wijzen

Nadere informatie

Op weg met Jezus. eerste communieproject. Hoofdstuk 5 Bidden. H. Theobaldusparochie, Overloon

Op weg met Jezus. eerste communieproject. Hoofdstuk 5 Bidden. H. Theobaldusparochie, Overloon Op weg met Jezus eerste communieproject H. Theobaldusparochie, Overloon Hoofdstuk 5 Bidden Eerste communieproject "Op weg met Jezus" hoofdstuk 5 blz. 1 Joris is vader aan het helpen in de tuin. Ze zijn

Nadere informatie

Les 4. Eten en drinken, boodschappen doen

Les 4. Eten en drinken, boodschappen doen www.edusom.nl Opstartlessen Les 4. Eten en drinken, boodschappen doen Wat leert u in deze les? Wat u kunt zeggen als u iets lekker vindt of ergens van houdt. Praten over eten en drinken. Praten over boodschappen

Nadere informatie

Goedendag! Ik, ik ben. Ben jij? En jij? Jij bent! nee. één. twee. drie. vier. vijf. zes. zeven. acht. negen. tien. Gaat het? Het gaat goed.

Goedendag! Ik, ik ben. Ben jij? En jij? Jij bent! nee. één. twee. drie. vier. vijf. zes. zeven. acht. negen. tien. Gaat het? Het gaat goed. Vocabulaire En Action 5 : Nederlans naar Frans Unité 1 Goedendag! Ik ben Ik, ik ben ja Ben jij? En jij? Jij bent! nee één twee drie vier vijf zes zeven acht negen tien Unité 2 Gaat het? Het gaat goed.

Nadere informatie

Les 2 Uit welk land kom jij? TESTEN TEST 1

Les 2 Uit welk land kom jij? TESTEN TEST 1 15/10/14 1 Les 2 Uit welk land kom jij? TESTEN TEST 1 1. (komen) Waar.... jij vandaan? 2. Uit welk land.... u? 3. Brenda.... vandaag uit Engeland. 4. Wij.... uit België. 5. Wanneer.... zij thee drinken?

Nadere informatie

De leessleutel Begrijpend luisteren-lezen thema 5 verhaal 1 groep 3. Thema 5 Verhaal 1 bladzijde 2 t/m 5 van het leesboek

De leessleutel Begrijpend luisteren-lezen thema 5 verhaal 1 groep 3. Thema 5 Verhaal 1 bladzijde 2 t/m 5 van het leesboek De leessleutel Begrijpend luisteren-lezen thema 5 verhaal 1 groep 3 Thema 5 Verhaal 1 bladzijde 2 t/m 5 van het leesboek Het wiel doet raar! 1 Naar wie gaat Daan? a Naar school b Naar Loes c Naar Rik 2

Nadere informatie

sarie, mijn vriend kaspar en ik

sarie, mijn vriend kaspar en ik sarie, mijn vriend kaspar en ik Leen Verheyen sarie, mijn vriend kaspar en ik is een theatertekst voor kinderen vanaf 4 jaar en ging in première op 12 september 2009 bij HETPALEIS in Antwerpen 1 ik: het

Nadere informatie

Wat eten we vanavond?

Wat eten we vanavond? 35 35 HOOFDSTUK 3 Wat eten we vanavond? WOORDEN 1 Kies uit: jam school slager boodschappen vegetariër 1 Dorien eet geen vlees. Ze is. 2 Moniek houdt van zoet. Ze eet graag op brood. 3 Johan, ik ga naar

Nadere informatie

Les 3. Familie, vrienden en buurtgenoten

Les 3. Familie, vrienden en buurtgenoten www.edusom.nl Opstartlessen Les 3. Familie, vrienden en buurtgenoten Wat leert u in deze les? Een gesprek voeren over familie, vrienden en buurtgenoten. Antwoord geven op vragen. Veel succes! Deze les

Nadere informatie

ROSANNE. Oh, oh, oh. Van Aemstel Produkties - De leukste uitjes van Amsterdam - www.amterdamexcursies.nl

ROSANNE. Oh, oh, oh. Van Aemstel Produkties - De leukste uitjes van Amsterdam - www.amterdamexcursies.nl ROSANNE Rosanne, ik weet dat er heel veel mannen zijn Elke keer weer een ander en mij doet 't pijn Want jou liefde waarmee jij mij soms verblijdt Wil ik liever, liever, liever, liever voor altijd Als ik

Nadere informatie

Lesbrief 8. Een taxi bellen

Lesbrief 8. Een taxi bellen www.edusom.nl Opstartlessen Lesbrief 8. Een taxi bellen Wat leert u in deze les? Een taxi bellen. Het tegenovergestelde van dingen zeggen. Zeggen wat u mooi vindt, of waar u gek op bent. Veel succes! Deze

Nadere informatie

- je kan me wat - module 4. docere delectare movere

- je kan me wat - module 4. docere delectare movere - je kan me wat - module 4 docere delectare movere je kan me wat ROCvA - educatie nt2taalmenu.nl - ROCvAmodule 4 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 je kan me wat nt2taalmenu.nl module 4 1 1 2 3

Nadere informatie

Bijbellezing: Johannes 2 vers 1-12. Bruiloftsfeest

Bijbellezing: Johannes 2 vers 1-12. Bruiloftsfeest Bijbellezing: Johannes 2 vers 1-12 Bruiloftsfeest Sara en Johannes hebben een kaart gekregen In een hele mooie enveloppe Met de post kregen ze die kaart Weet je wat op die kaart stond? Nou? Wij gaan trouwen!

Nadere informatie

Kies uit: schiet op jarig ziekenhuis sport laat. 1 Morgen is mijn dochter. Ze wordt zes jaar. 3 Ik op maandag, woensdag en vrijdag.

Kies uit: schiet op jarig ziekenhuis sport laat. 1 Morgen is mijn dochter. Ze wordt zes jaar. 3 Ik op maandag, woensdag en vrijdag. 21 21 HOOFDSTUK 2 Te laat! WOORDEN 1 Kies uit: schiet op jarig ziekenhuis sport laat 1 Morgen is mijn dochter. Ze wordt zes jaar. 2 Ron,! De bus komt bijna! 3 Ik op maandag, woensdag en vrijdag. 4 We komen

Nadere informatie

Pasen met peuters en kleuters. Jojo is weg

Pasen met peuters en kleuters. Jojo is weg Pasen met peuters en kleuters Beertje Jojo is weg Thema Maria is verdrietig, haar beste Vriend is er niet meer. Wat is Maria blij als ze Jezus weer ziet. Hij is opgestaan uit de dood! Wat heb je nodig?

Nadere informatie

Te huur HOOFDSTUK 4 WOORDEN. Kies het goede woord. 1 Ik woon in een flat op de vierde... a verdieping b appartement

Te huur HOOFDSTUK 4 WOORDEN. Kies het goede woord. 1 Ik woon in een flat op de vierde... a verdieping b appartement 51 51 HOOFDSTUK 4 Te huur WOORDEN 1 1 Ik woon in een flat op de vierde.... a verdieping b appartement 2 Het is een rijtjeshuis met een grote woonkamer en drie.... a tuinen b slaapkamers 3 Mijn woonkamer

Nadere informatie

Spreekopdrachten thema 1 Voorstellen

Spreekopdrachten thema 1 Voorstellen Spreekopdrachten thema 1 Voorstellen Opdracht 1 bij 1.2 * Doe de opdracht met de groep. Uitleg voor de docent: De cursisten lopen door elkaar door het lokaal. Laat de cursisten elkaar in tweetallen begroeten,

Nadere informatie

Alleen is maar alleen

Alleen is maar alleen 177 177 HOOFDSTUK 11 Alleen is maar alleen WOORDEN 1 1 Heb jij het ook zo...? a los b druk 2 Aan welke... van de stad woon jij? a kant b plek 3 O, daar? Daar woont ook een... van me! a omgeving b kennis

Nadere informatie

De Nationale Stichting ter Bevordering van Vrolijkheid

De Nationale Stichting ter Bevordering van Vrolijkheid In Nederland staan 40 asielzoekerscentra (AZC's). Dat zijn plekken waar asielzoekers wonen. Asielzoekers zijn mensen die naar Nederland zijn gevlucht. Omdat er in hun eigen land oorlog is bijvoorbeeld,

Nadere informatie

Papa en mama hebben ruzie. Ton en Toya vinden dat niet leuk. Papa wil graag dat Ton en Toya bij hem op bezoek komen, maar van mama mag dat niet.

Papa en mama hebben ruzie. Ton en Toya vinden dat niet leuk. Papa wil graag dat Ton en Toya bij hem op bezoek komen, maar van mama mag dat niet. Bezoek op kantoor Papa en mama hebben ruzie. Ton en Toya vinden dat niet leuk. Papa wil graag dat Ton en Toya bij hem op bezoek komen, maar van mama mag dat niet. Ton en Toya hebben wat problemen thuis.

Nadere informatie

Met wie kan jij dan praten? Een brochure voor kinderen van 7 tot 11 jaar

Met wie kan jij dan praten? Een brochure voor kinderen van 7 tot 11 jaar Als je moeder naar een psychiatrisch ziekenhuis moet... of je vader naar een psychiater... Met wie kan jij dan praten? Een brochure voor kinderen van 7 tot 11 jaar Deze brochure werd - met toestemming

Nadere informatie

Vraag aan de zee. Vraag aan de tijd. wk 3. wk 2

Vraag aan de zee. Vraag aan de tijd. wk 3. wk 2 Bladzijde negen, Bladzijde tien, Krijg ik het wel ooit te zien? Ander hoofdstuk, Nieuw begin.. Maar niets, Weer dicht, Het heeft geen zin. Dan probeer ik achterin dat dikke boek. Dat ik daar niet vaker

Nadere informatie

Jezus geeft zijn leven voor de mensen

Jezus geeft zijn leven voor de mensen Eerste Communieproject 38 Jezus geeft zijn leven voor de mensen Niet iedereen gelooft in Jezus In les 5 hebben we gezien dat Jezus vertelt over de Vader. God houdt van de mensen. Hij vergeeft je zonden.

Nadere informatie

de andijvie A is een soort groente met grote groene bladeren.

de andijvie A is een soort groente met grote groene bladeren. Woordenlijst bij hoofdstuk 6 de aardappel Wat eten we vanavond, rijst of a? alcoholvrij zonder alcohol Graag een a bier. Ik moet nog auto rijden. de andijvie A is een soort groente met grote groene bladeren.

Nadere informatie

reeks 1 leesboek 1 Leesteksten bij Leesboekje 7/43-1 1

reeks 1 leesboek 1 Leesteksten bij Leesboekje 7/43-1 1 leesboek 1 Leesteksten bij Leesboekje 7/43-1 1 In de kar Anja loopt op straat. Ze heeft last van haar rug. Ze loopt niet met een tas maar met een kar. Er is vis in de kar en kaas en kool en meel. Jan zit

Nadere informatie

1c nr. 1: zinnen maken

1c nr. 1: zinnen maken OPDRACHTKAART www.nt2taalmenu.nl nt2taalmenu is een website voor mensen die Nederlands willen leren én voor docenten NT2. Iedereen die Nederlands wil leren, kan gratis online oefenen. U kunt ook veel oefeningen

Nadere informatie

A) Onderstreep telkens de bijwoord in onderstaand zinnen (soms staat er geen).

A) Onderstreep telkens de bijwoord in onderstaand zinnen (soms staat er geen). A) Onderstreep telkens de bijwoord in onderstaand zinnen (soms staat er geen). 1. Je tekent mooi, zeg. 2. Wat een mooi schilderij! 3. Ik heb iets moois voor jou. 4. Mijn vader is een harde werker. 5. Het

Nadere informatie

Fictiedossier Op blote voeten Maren Stoffels

Fictiedossier Op blote voeten Maren Stoffels Fictiedossier Op blote voeten Maren Stoffels Mariska Wijlens Klas 3T2 Docent: Mevrouw Scholten 1. Zakelijke gegevens Titel: Op blote voeten Auteur: Maren Stoffels Uitgever: Leopold Jaar van verschijnen:

Nadere informatie

Programma Nederlands Praten

Programma Nederlands Praten Nederlands Praten 1 / Basisvaardigheden, hoofdstuk 3 Oefeningen werkwoorden hebben en zijn Oefening 1: Wat is het juiste werkwoord? (zijn) Jij ben/bent een leerling (zijn) Hij is/bent een man (zijn) Zij

Nadere informatie

Zondag 6 maart 2016, 10.00 uur Jeugddienst. Voorganger: ds. Bert de Wit

Zondag 6 maart 2016, 10.00 uur Jeugddienst. Voorganger: ds. Bert de Wit Preek Zondag 6 maart 2016, 10.00 uur Jeugddienst Thema: @Home Voorganger: ds. Bert de Wit Schriftlezing: Lucas 15:11-32 Een vader had twee zonen zo begint het verhaal. Met de beschrijving van een gezin.

Nadere informatie

40 DAys 40 nights. Werkboekje 40 dagentijd 2014. ProJOP

40 DAys 40 nights. Werkboekje 40 dagentijd 2014. ProJOP 40 DAys 40 nights Werkboekje 40 dagentijd 2014 De 40 dagen tijd is de periode voor Pasen. Het is een periode van stilte: van stilstaan bij waar je mee bezig bent, hoe je jezelf gedraagt, wat voor keuzes

Nadere informatie

Thema In en om het huis.

Thema In en om het huis. http://www.edusom.nl Thema In en om het huis. Les 22. Een huis zoeken Wat leert u in deze les? Praten over uw huis Informatie over het vinden van een nieuwe woning Praten over wat afgelopen is Veel succes!

Nadere informatie

WC01 01A IK BEN EEN HEER IK BEN EEN MAN WC01 01B HIJ IS EEN MAN WC01 02A HIJ IS EEN HEER WC01 02B IK BEN EEN VROUW WC01 03A IK BEN EEN DAME

WC01 01A IK BEN EEN HEER IK BEN EEN MAN WC01 01B HIJ IS EEN MAN WC01 02A HIJ IS EEN HEER WC01 02B IK BEN EEN VROUW WC01 03A IK BEN EEN DAME IK BEN EEN MAN WC01 01A IK BEN EEN HEER WC01 01B HIJ IS EEN MAN WC01 02A HIJ IS EEN HEER WC01 02B IK BEN EEN VROUW WC01 03A IK BEN EEN DAME WC01 03B ZIJ IS EEN VROUW WC01 04A ZIJ IS EEN DAME WC01 04B ZIJ

Nadere informatie

Oefentoets 1 - Leesvaardigheid A1

Oefentoets 1 - Leesvaardigheid A1 Oefentoets 1 - Leesvaardigheid A1 Dit is een oefentoets Leesvaardigheid A1 voor het Basisexamen Inburgering. Bij het echte examen is de toets Leesvaardigheid digitaal je maakt de toets op de computer.

Nadere informatie

Exodus 17,1-7 - Water uit de rots voor mensen met een kort lontje

Exodus 17,1-7 - Water uit de rots voor mensen met een kort lontje Exodus 17,1-7 - Water uit de rots voor mensen met een kort lontje Aangepaste dienst Liturgie Voor de dienst speelt de band drie liederen Opwekking 11 Er is een Heer Opwekking 277 Machtig God, sterke Rots

Nadere informatie

Kies je route Trainingsmap voor de deelnemer Deze map is van:

Kies je route Trainingsmap voor de deelnemer Deze map is van: Kies je route Trainingsmap voor de deelnemer Deze map is van:... Auteurs: Titia Boers en Anja Valk Projectleiding en eindredactie: Carola van der Voort cwh.vander.voort@let.vu.nl 020 5986575 Vrije Universiteit

Nadere informatie

Help me, Zoey, zeg ik. Zoey kijkt verbaasd. Waarmee?, vraagt ze.

Help me, Zoey, zeg ik. Zoey kijkt verbaasd. Waarmee?, vraagt ze. 1 Ik wou dat ik een vriendje had. Ik wou dat hij in mijn kast zat. Dan kon ik hem tevoorschijn halen wanneer ik maar wilde. Hij zou naar me kijken alsof ik mooi ben. Zwijgend. Hij zou zijn leren jack uittrekken

Nadere informatie

Eén ding is nodig. Deze geschiedenis kun je lezen in Lukas 10 : 38 42.

Eén ding is nodig. Deze geschiedenis kun je lezen in Lukas 10 : 38 42. Eén ding is nodig Deze geschiedenis kun je lezen in Lukas 10 : 38 42. We hebben met elkaar nagedacht over de wonderen die de Heere Jezus heeft gedaan toen Hij op de aarde was. Grote wonderen! Weet je t

Nadere informatie

De jongen weet dat hij niet in slaap moet vallen. Want dan zullen dieven zijn spullen stelen. Ook al is het nog zo weinig wat hij heeft.

De jongen weet dat hij niet in slaap moet vallen. Want dan zullen dieven zijn spullen stelen. Ook al is het nog zo weinig wat hij heeft. In Kanton, China Op de hoek van twee nauwe straatjes zit een jongen. Het is een scheepsjongen, dat zie je aan zijn kleren. Hij heeft een halflange broek aan, een wijde bloes en blote voeten. Hij leunt

Nadere informatie

Outback Australië. Je kunt een auto huren of kopen. Dat kan op veel plaatsen.

Outback Australië. Je kunt een auto huren of kopen. Dat kan op veel plaatsen. Outback Australië Voor mij is Australië een heel bijzondere plek. Waarom? Dat zal ik uitleggen. Het begon al toen ik voor het eerst in Australië kwam. Ik stapte uit het vliegtuig. Meteen merkte ik dat

Nadere informatie

Vakantie in Weert. Vakantiepark Weerterbergen. 29 augustus tot en met 5 september 2014 M A I C K L E G O N N I E T H E O

Vakantie in Weert. Vakantiepark Weerterbergen. 29 augustus tot en met 5 september 2014 M A I C K L E G O N N I E T H E O Vakantie in Weert 29 augustus tot en met 5 september 2014 Vakantiepark Weerterbergen G O N N I E M A I C K L E T H E O Reisleider Theo haalt de bus bij het kantoor van Tendens op. Waar woont Gonnie nou

Nadere informatie

Thema Kinderen en school. Lesbrief 20. Op het schoolplein

Thema Kinderen en school. Lesbrief 20. Op het schoolplein Thema Kinderen en school. Lesbrief 20. Op het schoolplein brengt zijn dochter Ama naar school. Hij praat met een moeder van een ander kind op het schoolplein. De moeder heet. Waar werkt? Wat leert u in

Nadere informatie

Verhaal: Jozef en Maria

Verhaal: Jozef en Maria Verhaal: Jozef en Maria Er was eens een vrouw, Maria. Maria was een heel gewone jonge vrouw, net zo gewoon als jij en ik. Toch had God haar uitgekozen om iets heel belangrijks te doen. Iets wat de hele

Nadere informatie

Het thema van deze les is Op zoek naar werk. Dit is les 7 Beginners. Werk vragen in een winkel.

Het thema van deze les is Op zoek naar werk. Dit is les 7 Beginners. Werk vragen in een winkel. Tekst Audio Les 7 /m 11 Radio Amsterdam Les 7 Beginners. Werk vragen in een winkel. Track 1 Jingle Track 2 Het thema van deze les is Op zoek naar werk. Dit is les 7 Beginners. Werk vragen in een winkel.

Nadere informatie

Stufe 1. Kreuzen Sie die richtige(n) Lösung(en) an. 1. Waar kom je a) van. b) vandaan. c) vandaag. 2. u Duitse? a) Bent b) Ben c) Zijn

Stufe 1. Kreuzen Sie die richtige(n) Lösung(en) an. 1. Waar kom je a) van. b) vandaan. c) vandaag. 2. u Duitse? a) Bent b) Ben c) Zijn Stufe 1 i1 Kreuzen Sie die richtige(n) Lösung(en) an. 1. Waar kom je a) van. b) vandaan. c) vandaag. 2. u Duitse? a) Bent b) Ben c) Zijn 3. heet jij? a) Wie b) Wat c) Hoe 4. Hoe gaat het met? a) jou b)

Nadere informatie

1. De tuin wordt opgeruimd

1. De tuin wordt opgeruimd 1. De tuin wordt opgeruimd Wat gaan jullie doen? vraagt mama. Ze is iets lekkers aan het maken: zoute bolletjes. Dat doet ze elke vrijdagmiddag als Joas, Aron en Lisa uit school komen. Vaak helpt een van

Nadere informatie

3 Bijna ruzie. Maar die Marokkanen en Turken horen hier niet. Ze moeten het land uit, vindt Jacco.

3 Bijna ruzie. Maar die Marokkanen en Turken horen hier niet. Ze moeten het land uit, vindt Jacco. 1 Het portiek Jacco ruikt het al. Zonder dat hij de voordeur opendoet, ruikt hij al dat er tegen de deur is gepist. Dat gebeurt nou altijd. Zijn buurjongen Junior staat elke avond in het portiek te plassen.

Nadere informatie

OPA EN OMA DE OMA VAN OMA

OPA EN OMA DE OMA VAN OMA Hotel Hallo - Thema 4 Hallo opdrachten OPA EN OMA 1. Knip de strip. Strip Knip de strip los langs de stippellijntjes. Leg de stukken omgekeerd en door elkaar heen op tafel. Draai de stukken weer om en

Nadere informatie

Gedicht over de Loonse en Drunense Duinen (Uit: Bergen Zand met hoedjes op van Elle van Lieshout en Erik van Os)

Gedicht over de Loonse en Drunense Duinen (Uit: Bergen Zand met hoedjes op van Elle van Lieshout en Erik van Os) Keutelgedichten Het konijntje Er was eens een konijntje en hij was echt niet dom hij keek wanneer hij drukken moest steeds even achterom Dan telde hij de keuteltjes die vielen in het gras zo wist hij elke

Nadere informatie

Een meneer heeft veel ballonnen. Hij roept: Kinderen, kom erbij! Mijn ballonnen die zijn gratis. Wie wil een ballon van mij?

Een meneer heeft veel ballonnen. Hij roept: Kinderen, kom erbij! Mijn ballonnen die zijn gratis. Wie wil een ballon van mij? Een meneer heeft veel ballonnen. Hij roept: Kinderen, kom erbij! Mijn ballonnen die zijn gratis. Wie wil een ballon van mij? Wat een mooie luchtballonnen! Geel, oranje, groen en blauw. Kies maar uit Daan,

Nadere informatie

Oud wit Prins de Vos. Ik wil je.

Oud wit Prins de Vos. Ik wil je. Oud wit Prins de Vos Ik wil je. Het is het eerste berichtje dat ik vandaag van hem ontvang. De uren waarin het stil blijf zijn ondragelijk. Pas als ik de trilling in mijn broekzak voel begint mijn hart

Nadere informatie

De bruiloft van Simson

De bruiloft van Simson De bruiloft van Simson Weet je nog waar de vertelling de vorige keer over ging? Over Simson, de nazireeër. Wat is een nazireeër? Een nazireeër is een bijzondere knecht van God. Een nazireeër mag zijn haar

Nadere informatie

Spreekopdrachten thema 3 Vervoer

Spreekopdrachten thema 3 Vervoer Spreekopdrachten thema 3 Vervoer Opdracht 1 bij 3.1 Jullie zijn op straat. Cursist A: je wilt met de taxi reizen. Cursist B: je bent taxichauffeur. Klaar? Dan begint cursist B het gesprek. Cursist A 1.

Nadere informatie

Lesbrief. Zat Annie van Gansewinkel

Lesbrief. Zat Annie van Gansewinkel Lesbrief Zat Annie van Gansewinkel Doe meer met Thuisfront! Bij de boeken in de serie Thuisfront kunt u een gratis lesbrief downloaden van www.eenvoudigcommuniceren.nl. In deze lesbrief staan vragen, tips

Nadere informatie

De boekenbeer Module dans groep 1-2

De boekenbeer Module dans groep 1-2 De boekenbeer Module dans groep 1-2 Teksten: Stella van Lieshout Illustraties: Tjarko van der Pol In samenwerking met Centrum voor de Kunsten Beverwijk en ABC Cultuur Contact: DeboraVollebregt@centrumvoordekunstenbeverwijk.nl

Nadere informatie

De MS van Tess Als elke dag onzeker is

De MS van Tess Als elke dag onzeker is Morgen gaan we naar de huisarts, zegt haar moeder s middags. Ik weet niet wat er met je is. Je bent zo moe de laatste tijd. En nu heb je ook nog last van je oog. De juf zegt dat ik misschien een bril moet,

Nadere informatie

Les 33. Zwangerschap

Les 33. Zwangerschap http://www.edusom.nl Thema Gezondheid Les 33. Zwangerschap Wat leert u in deze les? Informatie begrijpen over zwanger zijn. Zeggen dat u zwanger bent of dat u zich niet lekker voelt. Woorden die hetzelfde

Nadere informatie

1 Vinden de andere flamingo s mij een vreemde vogel? Dat moeten ze dan maar zelf weten. Misschien hebben ze wel gelijk. Het is ook raar, een flamingo die jaloers is op een mens. En ook nog op een paard.

Nadere informatie

En er komt nog een derde vinger bij: Ik heb nog niets aan mijn boekverslag gedaan.

En er komt nog een derde vinger bij: Ik heb nog niets aan mijn boekverslag gedaan. Kenneth en Iwan Hé, kijk, zegt Kenneth. Check dat uit, man. Kenneth knikt met zijn hoofd naar een groepje meisjes. Ze staan aan de overkant van de straat en wachten voor het stoplicht. Ze komen net uit

Nadere informatie

Maar gelukkig is er nog de Zing-Piet. Die zorgt ervoor dat alle Pieten alle Sinterklaasliedjes goed kunnen zingen. Dus ook:

Maar gelukkig is er nog de Zing-Piet. Die zorgt ervoor dat alle Pieten alle Sinterklaasliedjes goed kunnen zingen. Dus ook: Weten jullie hoe Sinterklaas van Spanje naar Nederland komt? Ja? Met de fiets? Nee! Met de stoomboot, natuurlijk! Het is een heel gedoe voordat Sinterklaas en zijn Pieten kunnen vertrekken. Je wil niet

Nadere informatie