DE PRIVAATRECHTELIJKE STAAT VAN HET GEZONDHEIDRECHT

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "DE PRIVAATRECHTELIJKE STAAT VAN HET GEZONDHEIDRECHT"

Transcriptie

1 DE PRIVAATRECHTELIJKE STAAT VAN HET GEZONDHEIDRECHT 1. Inleiding: het preadvies van prof. Hartlief Het gezondheidsrecht staat voor de keuze: ofwel met haar tengels van het medische aansprakelijkheidsrecht afblijven en het over laten aan de civilisten, ofwel haar publiekrechtelijke oriëntatie bijstellen. Dat is de boodschap c.q. aanklacht die in het prikkelende preadvies van prof. Hartlief doorklinkt. De tengels zijn in dat geval degene die zich met het gezondheidsrecht bezighouden en meer in het bijzonder hun hoogleraren. Zij vormen een publiekrechtelijk georiënteerde club die is afgedreven. Hun zorg en aandacht voor het privaatrecht schiet te kort en de door angst geregeerde reacties op de ontwikkelingen in het medische aansprakelijkheidsrecht zijn ongefundeerd, aldus Hartlief. Voor de hier aanwezigen die boek 7, titel 7, afdeling 5 van het Burgerlijk Wetboek kortheidshalve wel eens aanduiden met de term WGBO is er het preadvies van Hartlief ten spijt echter nog hoop. Vergelijkbare gebruiken komt men bijvoorbeeld ook tegen bij het arbeidsrecht waar wordt gesproken over de Wet Poortwachter. Ook de civiele kamer van de Hoge Raad gebruikt de term WGBO wel eens. 1 Toch merkt prof. Hartlief niet geheel ten onrechte op dat de privaatrechtelijke integratie binnen het gezondheidsrecht te wensen overlaat. Dat geldt omgekeerd echter ook. Civilisten zijn niet goed thuis in de gezondheidszorg en dat geldt soms ook voor hun hoogleraren. Zij hebben vaak weinig oog voor de feitelijke gang van zaken in de praktijk. De commotie over het protocol-arrest illustreert dat 2. Juridisch gezien is het arrest volkomen juist, maar voor de gezondheidszorgpraktijk had het wel vergaande consequenties. Het arrest bracht mee dat er in de praktijk veel nauwgezetter met protocollen moest worden omgegaan dan tot dan toe vaak gebruik was. Uiteraard is dat een positief gegeven. Het is echter een miskenning van de praktijk deze reactie als een onterechte angst voor Amerikaanse toestanden af te doen. 1 Zie bijv. HR 26 maart 2004, LJN: AO1330, r.o en HR 12 augustus 2005, LJN: AT3477, r.o Zie: preadvies Hartlief, p.108, noot

2 Discussies over het gebrek aan integratie over en weer zijn in zekere zin inherent aan de dubbele nationaliteit van het privaatrechtelijk gezondheidsrecht. In het kader van dit co-referaat zal ik daar ook niet verder op in gaan. Waar ik wel nader op wil ingaan is de stelling van prof. Hartlief dat op het gebied van het medische aansprakelijkheidsrecht sprake is van een flink staaltje rechtsbescherming, waar misschien wel wat van af kan (zie p. 76). Zo gaat het exoneratieverbod te ver (p. 106) en is het beroep op eigen schuld te veel naar de achtergrond gedrongen (p. 76). Is dit wel te rijmen met het feit dat hij anderzijds aanneemt dat op het gebied van het medische aansprakelijkheidsrecht claims verborgen blijven (zie p. 113). Het primaire doel van het aansprakelijkheidsrecht, te weten geleden schade herstellen en dreigende schade te voorkomen 3, wordt kennelijk vaak niet bereikt. De vraag rijst of de drempel die de patiënt moet overwinnen om zijn schade vergoed te krijgen niet te hoog is. Op die vraag zal ik in dit co-referaat nader ingaan De drempels in het medische aansprakelijkheidsrecht Bij medische aansprakelijkheidskwesties ervaart de benadeelde een driedubbele drempel: Allereerst zal de patiënt moeten aantonen dat de arts een fout heeft gemaakt. De schade van de patiënt kan veelal zowel het gevolg zijn van een fout, als van een niet verwijtbare complicatie. Behoudens in evidente gevallen, zal de patiënt dit bewijs slechts kunnen leveren door voorlichting door deskundigen. Op andere terreinen van letselschade ligt dit meestal minder complex. Daar wordt tamelijk gemakkelijk aangenomen dat sprake is van een aansprakelijkheidscheppende gedraging. Duidelijke voorbeelden hiervan vindt men op het gebied van de verkeers- en werkgeversaansprakelijkheid. Schuld in de zin van verwijtbaarheid is, anders dan in 3 Zie: Verbintenissen uit de wet en schadevergoeding, Spier e.a., Deventer Kluwer 2006, p.7. 2

3 medische kwesties, niet of nauwelijks meer een vereiste en aansprakelijkheid wordt vaak toegerekend. Ten tweede zal de patiënt het causaal verband moeten bewijzen. Hoewel ook hier uiteraard voorbeelden te noemen zijn waarbij dat weinig problemen oplevert, blijkt dat in de doorsnee zaak toch vaak een lastige hobbel te zijn. De patiënt kampt per definitie al met een benadeling van zijn gezondheidssituatie en de meeste ziektebeelden kennen bovendien een grote variatie in zowel natuurlijk beloop als behandelresultaat. Bij de andere vormen van personenschade ondervinden benadeelden vaak minder problemen. Daar is de knik in de gezondheidstoestand doorgaans eenduidiger tot de aansprakelijkheidscheppende gebeurtenis te herleiden. Ten derde zal de patiënt zijn schade moeten aantonen. Dezelfde bezwaren die er aan in de weg staan dat het causaal verband gemakkelijk kan worden aangenomen hebben ook hun weerslag op de schadeomvang. Om in civielrechtelijke termen te spreken: de patiënt lijdt al schade voordat de arts er aan te pas komt en inherent aan de behandeling is bovendien dat deze met het optreden van een zekere schade gepaard gaat. Een chirurg kan nou eenmaal geen blindedarm verwijderen zonder de buik open te snijden. De extra schade die voortvloeit omdat bij de ziektebestrijding een fout wordt gemaakt valt om die reden vaak tegen. Resumerend kan gesteld worden dat de drempel die de patiënt moet overwinnen hoog is. Daar waar andere grote groepen slachtoffers, zoals bijvoorbeeld de werknemers en de verkeersslachtoffers, de wind in de rug hebben ondervindt de patiënt tegenwind. Zeker nu er kennelijk veel verborgen claims zijn rijst de vraag of het huidige systeem van een zuivere schuldaansprakelijkheid, waarbij bovendien de bewijslast bij de patiënt rust, niet moet worden losgelaten Van schuld naar toerekening? Een doeltreffende manier om de drempel te verlagen is het invoeren van een systeem waarbij het schuldvereiste wordt ingeruild voor toerekening. Men zou er voor kunnen 3

4 kiezen, elke complicatie die tijdens c.q. door een behandeling optreedt, aan de arts toe te rekenen. Er rust dan in feite een risicoaansprakelijkheid op de arts en men kan spreken van een zogeheten no-fault systeem. Los van de vraag of het financiële draagvlak hiervoor kan worden gevonden, moeten er echter wel goede gronden zijn om een dergelijke risicoaansprakelijkheid in het leven te roepen. Het argument van slachtofferbescherming alleen is daarvoor onvoldoende. Dat argument geldt immers bij elke vorm van letselschade en het is niet zo dat voor iedere letselschade een aansprakelijke partij moet kunnen worden aangewezen. De voorziening daarvoor is het sociale verzekeringsrecht. Voor het afwentelen van schade op een aansprakelijke partij moet er meer zijn. Als rechtvaardigingsgronden zijn te noemen: de gevaar- of risicoverhogingstheorie en het profijtbeginsel 4. De eerste theorie brengt mee dat degene die een gevaar of een risico creëert moet instaan voor de schadelijke gevolgen daarvan. Hier speelt mee dat degene die aansprakelijk is, in veel gevallen invloed kan uitoefenen op het wel of niet intreden van de schade. De werkgever kan de kans dat zijn werknemer fouten maakt verkleinen, al is het maar door het uitvaardigen van instructies en het houden van toezicht. De eigenaar van een opstal of roerende zaak heeft invloed op de staat van onderhoud ervan, ouders kunnen geacht worden invloed uit te oefenen op het gedrag van hun jonge kinderen en ook de eigenaar van een dier kan de kans op schade bij derden beperken. Het profijtbeginsel houdt in dat het redelijk is dat degene die ergens het voordeel van geniet tevens de daaraan verbonden risico s draagt. Een combinatie van beide theorieën brengt mee dat het redelijk is dat de persoon die voordelen heeft van een omstandigheid die voor derden risico s meebrengen, daarvan de nadelen voor zijn rekening neemt. Dergelijke rechtvaardigingsgronden zijn voor het toerekenen van complicaties echter niet aanwijsbaar. Integendeel. Daar geldt in feite het omgekeerde. De arts kan het optreden van het ziekteproces waarvoor de patiënt hem consulteert niet voorkomen en het is bovendien de patiënt die bij de behandeling is gebaat. Beide omstandigheden maken dat het niet binnen ons wettelijk systeem past om aan het schuldvereiste te tornen. Dit komt bijvoorbeeld ook tot uitdrukking bij de risico- 4 Zie: C.H. Sieburgh, Toerekening van een onrechtmatige daad, Deventer Kluwer 2000, p

5 aansprakelijkheid voor de professionele gebruiker van een gevaarlijke stof als bedoeld in artikel 6:175 BW. Deze risico-aansprakelijkheid geldt namelijk niet indien de schade is veroorzaakt bij een handeling in het belang van de benadeelde zelf. Dat volgt uit artikel 6:178 sub d BW. Net zo goed als het in dat geval niet redelijk is bij afwezigheid van schuld toch aansprakelijkheid toe te rekenen, geldt dat ook voor het optreden van complicaties bij een behandeling waarvan de arts geen verwijt valt te maken Omkering bewijslast? Een andere methode om de drempel voor de patiënt te verlagen is het omkeren van de bewijslast. De Hoge Raad wil daar echter niet van weten. In het bekende Timmer/Deutman arrest van 20 november heeft hij aangegeven dat het enkele feit dat vaststaat dat de schade door een fout kon zijn veroorzaakt, onvoldoende is om tot een omkering van de bewijslast te komen. Ook ten aanzien van het causaal verband wijst de Hoge Raad een bewijslastomkering van de hand. Hij benadrukt dat de omkeringsregel beperkt toepasbaar is 6 en ook bij informed consent zaken is het de patiënt die moet bewijzen dat hij met een wel juiste wijze van informeren van de ingreep zou hebben afgezien. 7 Dat de Hoge Raad een omkering van de bewijslast te verstrekkend vindt, is begrijpelijk. Omkering van de bewijslast leidt er namelijk ook toe dat het bewijsrisico wordt verschoven. Tegenover de bewijsnood van de patiënt staat immers de bewijsnood van de arts. Net zo goed als Timmer in het voornoemde arrest niet kon bewijzen dat er een fout was gemaakt, kon Deutman het omgekeerde evenmin. De vraag is wat weegt zwaarder? Het risico dat de patiënt ten onrechte met zijn schade blijft zitten of het risico dat de arts ten onrechte wordt veroordeeld. Voor beide valt wat te zeggen. Het zijn in essentie dezelfde argumenten die er voor pleiten aan het schuldvereiste vast te houden, die er ook tegen pleiten het bewijsrisico naar de arts te 5 NJ 1988, Zie: HR 19 maart 2004, NJ 2004, 307 (omkeringsregel). 7 HR 23 november 2001, NJ 2002, 387 (informed consent). 5

6 verschuiven. Ook hier dient mijns inziens het argument van slachtofferbescherming het onderspit te delven. Daarbij speelt mee dat de Hoge Raad de patiënt wel zeer vergaand tegemoet is gekomen door bij de arts een verzwaarde stelplicht te leggen. Dit compenseert in ieder geval wel dat de arts bij uitstek degene is die iets over de toedracht van de opgetreden complicatie kan verklaren en bovendien ook veel deskundiger is. De jurisprudentie laat overigens zien dat het verschil met een zuivere bewijslastomkering uiterst gering kan zijn. Een goed voorbeeld daarvan is het Schepers/De Bruijn-arrest 8. Daargelaten dat het niet in het systeem past, om de bewijslast naar de arts te verschuiven, is het dan ook maar zeer de vraag of dat de drempel voor de patiënt wezenlijk zal verlagen Toch flink staaltje rechtsbescherming? Toch hebben zich op het terrein van het medische aansprakelijkheidsrecht een aantal ontwikkelingen voorgedaan die de rechtsbescherming voor patiënten aanzienlijk hebben verbeterd. Allereerst zijn er belangrijke tegemoetkomingen met betrekking tot de bewijslast. Zoals ik hiervoor reeds heb aangestipt wordt de patiënt vergaand in zijn bewijsnood tegemoet gekomen door de verzwaarde stelplicht van de arts. Een andere belangrijke tegemoetkoming is de mogelijkheid om een proportioneel causaal verband aan te nemen 9. Hierdoor wordt de drempel voor de patiënt om het causaal verband te bewijzen aanzienlijk verlaagd. Zag de patiënt voorheen zijn vordering stranden omdat hij niet kon bewijzen dat zijn schade was veroorzaakt door de fout van de arts, thans kan hij volstaan met het bewijs dat door de fout de kans op een beter behandelingsresultaat verloren is gegaan 10. Daarnaast zijn er een aantal formeel juridische ontwikkelingen te noemen die de rechtsbescherming voor patiënten hebben verbeterd. Te noemen valt de centrale 8 HR 18 februari 1994, NJ 1994, HR 31 maart 2005, LJN AU 6092/ AU Hof Amsterdam 4 januari 1996, TvGR 1997, 7 (Baby Ruth). 6

7 ziekenhuisaansprakelijkheid, het oprekken van het verjaringsregime en het exoneratieverbod. Over al deze drie ontwikkelingen wil ik nog kort wat zeggen De centrale ziekenhuisaansprakelijkheid ex artikel 7:462 BW Ik deel niet de mening van Hartlief dat de centrale ziekenhuisaansprakelijkheid een beperkte meerwaarde heeft (zie p. 104). 11 In de jurisprudentie zijn heel wat voorbeelden te vinden waarbij de vordering werd afgewezen omdat ten onrechte het ziekenhuis was aangesproken. Reeds in 1974 heeft Sluyters gepropageerd dat de schijn-vertrouwensleer hier de oplossing is. De constructie Sluyters komt er op neer dat een patiënt die in het ziekenhuis komt erop mag vertrouwen dat het ziekenhuis naast de verpleging ook de medische behandeling op zich heeft genomen 12. Dit vertrouwen brengt een contractuele relatie met zich mee, aldus Sluyters. Deze redenering heeft in de praktijk echter weinig gehoor gevonden. 13 Door de centrale ziekenhuis aansprakelijkheid is de rechtsbescherming voor patiënten dan ook zeer aanzienlijk verbeterd en dat geldt met name ook vanwege het verkorten van de verjaringstermijn met de invoering van het NBW op 1 januari 1992 (art. 3:310 lid 1 BW). Kon men onder het oude recht vaak wel alsnog de juiste partij aanspreken als men zich eerst tot de verkeerde partij had gewend, onder het huidige recht is het dan al gauw te laat. We danken ook een aantal arresten van de Hoge Raad aan het feit dat er voor 1 april 1995 nog geen centrale ziekenhuisaansprakelijkheid gold, maar de verjaringstermijn al wel was verkort. Arresten waaruit dat op het eerste gezicht overigens niet duidelijk is af te leiden. Als voorbeelden noem ik het arrest van 1 februari en protocol-ii arrest van 1 april 11 Zo ook: M.A. Goslings: Medische aansprakelijkheid: een stand van zaken, TvGR 1995, p.200, die opmerkt dat het probleem in de praktijk niet zou spelen. 12 Zie: Mr. B. Sluyters: Medische aansprakelijkheid in Amerika en Nederland en De relatie ziekenfondsarts-patient, 1974 Kluwer, Deventer, p Zie voor afwijzingen: Hof Leeuwarden 2 juni 1999 Nieuwsbrief Personenschade oktober 1999, p.5 e.v. en Hof s-gravenhage 12 mei 1999, Nieuwsbrief Personenschade oktober 1999, p.7 e.v. en voor aanvaarding: Hof s-hertogenbosch 23 september 2002, GJ 2005, HR 1 februari 2002, NJ 2002, 195 (de erven dr. O.) en Hof Arnhem 25 november 2003, NJ 2004,

8 In beide pre-wgbo zaken deed zich het probleem voor dat de eisende partij om verjaring van zijn vordering te voorkomen wel stuitingshandelingen had verricht jegens het ziekenhuis, maar had verzuimd dat gelijktijdig ook te doen tegen de aansprakelijke vrijgevestigd medisch specialist. 16 In de eerste zaak koos de benadeelde ervoor een toch gewoon een vordering tegen de arts, in dit geval zijn erfgenamen, in te stellen, die zich vervolgens op verjaring beriepen. Het beroep op verjaring hield bij de Hoge Raad echter geen stand. Het verweer was naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. In het protocol II arrest werd getracht het probleem op andere wijze te omzeilen. Daar ging het om een regresnemend ziekenfonds. Het ziekenfonds had wel stuitingshandelingen verricht jegens het ziekenhuis, maar pas veel later jegens de aansprakelijke arts. Het ziekenfonds probeerde haar vordering te innen door niet de arts te dagvaarden, namens wie overigens ook aansprakelijkheid was erkend, maar het ziekenhuis. Zij stelde dat het ziekenhuis mede aansprakelijk was voor het gebrekkige protocol. Onder het regime van de centrale ziekenhuisaansprakelijkheid waren beide arresten er nooit gekomen en het artikel heeft weldegelijk een zeer aanzienlijke meerwaarde Exoneratieverbod ex artikel 7:463 BW 15 HR 1 april 2005, NJ 2006, 377 (protocol II). 16 Zie bij arrest de erven dr. O. r.o. 1.6 waaruit blijkt dat er alleen een stuitingsexploit jegens het ziekenhuis was uitgebracht en bij protocol II arrest o.a. r.o waaruit blijkt dat de vordering tegen de specialist pas een jaar later werd gestuit. 17 Daarmee wil ik echter niet zeggen dat het artikel in huidige vorm voldoet. Een van de bezwaren is dat de centrale ziekenhuis regeling slechts aansprakelijkheid voor het ziekenhuis schept voor de situatie: als ware het zelf partij bij de geneeskundige behandelingsovereenkomst. Dit is een bewuste keuze geweest van de wetgever. De werkgever wilde aldus voorkomen dat de aansprakelijkheid van ziekenhuizen ook werd uitgebreid tot de risicoaansprakelijkheden. Dit brengt echter ook mee dat aansprakelijkheid van het ziekenhuis voor de zogeheten shockschade buiten de reikwijdte van dit artikel valt. Bij deze vorm van aansprakelijkheid is de dader aansprakelijk voor het psychisch letsel dat bij een derde optreedt als gevolg van de confrontatie met een schokkende gebeurtenis (HR 22 februari 2002, NJ 2002, 240 kindertaxi). De grondslag van deze vordering is buitencontractueel en de centrale ziekenhuisaansprakelijkheid biedt de benadeelde in dat geval dus geen soelaas, net zo min als de constructie Sluyters. 8

9 Een andere ontwikkeling is het exoneratieverbod. Dat een arts zich niet kan exonereren voor fouten is algemeen aanvaard. 18 Reeds in het röntgenarrest van 14 april werd het beroep op een exoneratie door een arts ontoelaatbaar geoordeeld. Daar was een jonge vrouw die van haar overtollige gezichtsbeharing afwilde met radioactieve straling behandeld. Dat had zeer dramatische gevolgen. De bestralingstherapie was echter ook naar de normen van destijds al zeer onverantwoord. Dat de arts zich vervolgens niet met succes op een exoneratieclausule kon beroepen is dan ook weinig verwonderlijk. Door een algemeen exoneratieverbod op te nemen, is de patiënt ook voor minder vergaande fouten gevrijwaard van vrijtekening door de arts. Prof. Hartlief is van mening dat de wetgever hier te ver is doorgeschoten nu het de arts ook onmogelijk is gemaakt zijn aansprakelijkheid te beperken tot het bedrag waartegen zijn beroepsaansprakelijkheidsverzekering dekking biedt, zoals bijvoorbeeld bij advocaten wel gebruikelijk is. Anders dan advocaten zijn artsen echter niet verplicht verzekerd. 20 Een arts kan zelf bepalen wat de maximaal verzekerde som is en het toelaten van exoneratie tot het verzekerde bedrag brengt derhalve mee dat de arts alsnog zijn aansprakelijkheid nagenoeg kan uitsluiten. Bovendien is het feit dat het exoneratieverbod onbeperkt is, in theorie verstrekkend maar in de praktijk nauwelijks van betekenis. Stolker heeft er reeds in zijn proefschrift in 1988 op gewezen dat het in de praktijk niet voor blijkt te komen dat de verzekerde som ontoereikend is. 21 Navraag bij de directie van één van de grote verzekeraars afgelopen week, leerde mij dat dit tot op de dag van vandaag nog steeds het geval is. In de theoretische situatie dat de verzekerde som wel ontoereikend zou zijn, is dat vermoedelijk al gauw reden voor de rechter om van zijn matigingsbevoegdheid ex artikel 6:109 BW gebruik te maken. 18 Volgens Vansweevelt overheerst ook in België, Frankrijk, Duitsland, Engeland, de Verenigde Staten en Canada de gedachte dat een arts zijn aansprakelijkheid niet moet kunnen uitsluiten of beperken: T. Vansweevelt, De civielrechtelijke aansprakelijkheid van de geneesheer en het ziekenhuis, 1992, Maklu Apeldoorn, p. 749/ NJ 1951, Op advocaten rust ingevolge een verordening van de NOvA de verplichting zich te verzekeren voor een vastgesteld minimum bedrag. 21 Mr. C.J.J.M. Stolker, De aansprakelijkheid van de arts, in het bijzonder voor mislukte sterilisaties, Deventer, Kluwer, 1988, p

10 3.4. Verjaring Van meer betekenis is de recente inperking van het beroep op verjaring. In het medische aansprakelijkheidsrecht is het tijdstip waarop de verjaringstermijn aanvangt aanzienlijk opgerekt 22. Het komt er op neer dat de verjaringstermijn pas aanvangt als de patiënt er mee bekend is dat zijn situatie is toe te schrijven aan tekortschietend c.q. foutief medisch handelen. Het is bovendien aan de arts om te bewijzen dat de patiënt deze wetenschap had. Een bewijs dat hij nauwelijks kan leveren. Als de arts dat bewijs wel zal kunnen leveren, bijvoorbeeld omdat de patiënt de arts eerder aansprakelijk heeft gesteld, zal een beroep of de verjaring bovendien al gauw naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn. 23 Op dit moment is de verjaringsproblematiek dan ook nauwelijks meer een belemmering voor de patiënt om zijn claim te gelde te maken. Dat dit recentelijk nog volkomen anders lag blijkt alleen al uit het zeer grote aantal arresten van de Hoge Raad van na 2000 op het gebied van medische aansprakelijkheid waarbij de verjaringsproblematiek nog wel een rol speelde Conclusie 22 Zie HR 27 mei 2005, NJ 2006, 114 (visusvermindering) en HR 31 oktober 2003, LJN: AL8168 (perinatale asfyxie). 23 HR 1 februari 2002, NJ 2002, 195 (de erven dr. O). 24 Zie naast jurisprudentie noot 23 en 24 bijvoorbeeld ook: HR 9 augustus 2002, LJN: AE2117 (wrongful birth II), HR 19 oktober 2001, NJ 2001, 655 (Diaconessen II), HR 1 december 2000, LJN AA 8724 (mislukte sterilisatie) en HR 13 december 2002, NJ 2003, 212 (erkenning). 25 Als bedacht wordt dat per 1 januari 2004 voor zaken waarin sprake is van personenschade de absolute verjaringstermijn van 20 jaar is afgeschaft (artikel 3:310 lid 5 BW), rijst de vraag of de rechtsbescherminggedachte hier niet te ver is doorgeschoten. De rechtszekerheid die met het invoeren van de verjaringstermijnen is gediend, is in ieder geval zeer ver te zoeken. Voor behandelingen nà 1 januari 2004 lopen hulpverleners c.q. hun erfgenamen tot in lengte van dagen het risico met een vordering terzake een fout uit een zeer ver verleden te worden geconfronteerd. Mijns inziens een onhoudbaar systeem dat op lange termijn tot reparatie wetgeving noopt. 10

11 Mijn conclusie is dat er om in termen van prof. Hartlief te spreken - sprake van een flink staaltje rechtsbescherming voor de patiënt waardoor de relatief hoge drempel die de patiënt moet overwinnen om zijn schade vergoed te krijgen aanzienlijk is verlaagd. Een aantal van deze ontwikkelingen is nog te recent om het precieze effect daarvan te kunnen beoordelen. Als verdere verlaging van de drempel nodig zou zijn, biedt het aansprakelijkheidsrecht hiervoor nog nauwelijks mogelijkheden. De oplossing zal dan al gauw daar buiten moeten worden gezocht. In België doet men dat. Daar is op dit moment het wetsvoorstel tot schadeloosstelling van medische ongevallen zonder medische fout aanhangig 26. In dat wetsvoorstel wordt het bestaande systeem van schuld aansprakelijkheid gehandhaafd, maar wordt voor patiënten bij wie een ernstige complicatie optreedt en die geen aansprakelijkheid kunnen aantonen een aanvullende voorziening gecreëerd. Zij kunnen een beroep doen op een speciaal daarvoor opgericht schadefonds dat hun materiële schade tot op zekere hoogte vergoed. Het is maar zeer de vraag of deze regeling voor de patiënt een wezenlijke verlichting brengt. Er worden nieuwe discussies en onzekerheden geïntroduceerd, zoals bijvoorbeeld de vraag wanneer er van een voor vergoeding in aanmerking komende complicatie sprake is. Hoewel ik aan het einde van dit referaat niet kan stellen dat het met de staat van het medische aansprakelijkheidsrecht perfect is gesteld, is het mijns inziens wel voldoende om niet naar Belgische alternatieven uit te wijken. 26 Wetsvoorstel

Medische aansprakelijkheid: actuele en toekomstige ontwikkelingen

Medische aansprakelijkheid: actuele en toekomstige ontwikkelingen DOSSIERS GEZONDHE1DSRECHT Medische aansprakelijkheid: actuele en toekomstige ontwikkelingen prof. mr. T. Hartlief (eindred.) mw. prof. mr. W.R. Kastelein (eindred.) mr. Chr.H. van Dijk mw. mr. E. de Kezel

Nadere informatie

Juridische aspecten van de behandeling van beroepsziektezaken. mr Veneta Oskam en Derk-Jan van der Kolk NIS, 16 mei 2013

Juridische aspecten van de behandeling van beroepsziektezaken. mr Veneta Oskam en Derk-Jan van der Kolk NIS, 16 mei 2013 Juridische aspecten van de behandeling van beroepsziektezaken mr Veneta Oskam en Derk-Jan van der Kolk NIS, 16 mei 2013 Agenda Inleiding Bewijs Causaliteit Praktische aanpak Deskundigen Zorgplicht werkgever

Nadere informatie

Verzekeringsrecht. De nieuwe verjaringsregeling. mr. A.E. Krispijn 1. 1. Inleiding. 2. Vóór 1 juli 2010

Verzekeringsrecht. De nieuwe verjaringsregeling. mr. A.E. Krispijn 1. 1. Inleiding. 2. Vóór 1 juli 2010 mr. A.E. Krispijn 1 De nieuwe verjaringsregeling 39 (Wijzigingen van artikel 7:942 BW) 1. Inleiding Op 1 juli 2010 zijn de Wet deelgeschilprocedure bij letselen overlijdensschade ( Wet deelgeschilprocedure,

Nadere informatie

WERKGEVERS- AANSPRAKELIJKHEID

WERKGEVERS- AANSPRAKELIJKHEID WERKGEVERS- AANSPRAKELIJKHEID door Mariken Peters sectie aansprakelijkheid, verzekeringen en (letsel)schade STELLING 1 Als de werknemer een arbeidsongeval op de werkplek overkomt, is de werkgever altijd

Nadere informatie

Artikel 7:942 BW Verzekering en verjaring. Marine Insurance Amsterdam 21 juni 2010 Wilbert ten Braak

Artikel 7:942 BW Verzekering en verjaring. Marine Insurance Amsterdam 21 juni 2010 Wilbert ten Braak Artikel 7:942 BW Verzekering en verjaring Marine Insurance Amsterdam 21 juni 2010 Wilbert ten Braak Inleiding Nieuw verzekeringsrecht per 1 januari 2006 met nieuwe regeling voor verjaring Voor 1 januari

Nadere informatie

Hoge Raad 23 november 2012, LJN: BX5880: als twee vechten om een been, mag de WAM-verzekeraar van de medeschuldenaar er mee heen?

Hoge Raad 23 november 2012, LJN: BX5880: als twee vechten om een been, mag de WAM-verzekeraar van de medeschuldenaar er mee heen? Hoge Raad 23 november 2012, LJN: BX5880: als twee vechten om een been, mag de WAM-verzekeraar van de medeschuldenaar er mee heen? Feiten In 2007 vindt een ongeval plaats tussen twee auto s. De ene wordt

Nadere informatie

13 Arbeidsongevallen en beroepsziekten

13 Arbeidsongevallen en beroepsziekten Monografieën Privaatrecht 13 Arbeidsongevallen en beroepsziekten S.D. Lindenbergh Tweede druk ï Kluwer a Wolters Kluwer business Kluwer- Deventer - 2009 INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 Inleiding /1 1 Het thema

Nadere informatie

hikking RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling Civiel recht kantonrechter locatie Utrecht zaaknummer: UE VERZ MAR/1217

hikking RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling Civiel recht kantonrechter locatie Utrecht zaaknummer: UE VERZ MAR/1217 Afdeling Civiel recht kantonrechter locatie Utrecht zaaknummer: 4498796 UE VERZ 15-500 MAR/1217 Beschikking van 23 december 2015 hikking RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND inzake [VERZOEKSTER], wonende te Wijk

Nadere informatie

Proportionele aansprakelijkheid. Prof.mr. E. Bauw Universiteit Utrecht

Proportionele aansprakelijkheid. Prof.mr. E. Bauw Universiteit Utrecht Proportionele aansprakelijkheid Prof.mr. E. Bauw Universiteit Utrecht Opbouw 1. Het vereiste van causaal verband 2. Bewijs van causaal verband 3. Remedies bij onzeker causaal verband 4. Proportionele aansprakelijkheid

Nadere informatie

ENIGE KNELPUNTEN AANGAANDE VERJARING IN HET VERZEKERINGSRECHT VRIJDAG 11 NOVEMBER 2016

ENIGE KNELPUNTEN AANGAANDE VERJARING IN HET VERZEKERINGSRECHT VRIJDAG 11 NOVEMBER 2016 ENIGE KNELPUNTEN AANGAANDE VERJARING IN HET VERZEKERINGSRECHT VRIJDAG 11 NOVEMBER 2016 ONDERWERPEN Recht vóór inwerkingtreding titel 7.17 BW Recht bij inwerkingtreding titel 7.17 BW Verjaringstermijn van

Nadere informatie

Expertises beroepsziekten en bedrijfsongevallen

Expertises beroepsziekten en bedrijfsongevallen Expertises beroepsziekten en bedrijfsongevallen prof dr mr A.J. Akkermans Beroepsziekten en bedrijfsongevallen vanuit juridisch perspectief Werkgeversaansprakelijkheid Bron: W.E. Eshuis e.a. (2011), Werkgeverskosten

Nadere informatie

Proportionele aansprakelijkheid bij onzeker causaal verband

Proportionele aansprakelijkheid bij onzeker causaal verband Schoordijk Instituut Centrum voor aansprakelijkheidsrecht AJ. Akkermans Proportionele aansprakelijkheid bij onzeker causaal verband Een rechtsvergelijkend onderzoek naar wenselijkheid, grondslagen en afgrenzing

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 2006.0691 (013.06) ingediend door: hierna te noemen klaagster, tegen: hierna te noemen verzekeraar. De Raad van Toezicht Verzekeringen

Nadere informatie

Aegon Schadeverzekering N.V., gevestigd te Den Haag, hierna te noemen Aangeslotene.

Aegon Schadeverzekering N.V., gevestigd te Den Haag, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-382 d.d. 20 oktober 2014 (mr. A.W.H. Vink, voorzitter, prof. mr. M.L. Hendrikse en drs. L.B. Lauwaars RA, leden en mr. F.E. Uijleman, secretaris)

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN 1 RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 015.01 ingediend door: hierna te noemen 'klager', tegen: hierna te noemen 'verzekeraar'. De Raad van Toezicht Verzekeringen

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. Uit de stukken is, voor zover voor de beoordeling van de klacht van belang, het navolgende gebleken.

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. Uit de stukken is, voor zover voor de beoordeling van de klacht van belang, het navolgende gebleken. RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 2005.0156 (004.05) ingediend door: hierna te noemen 'klager', tegen: hierna te noemen 'verzekeraar'. De Raad van Toezicht Verzekeringen

Nadere informatie

Wijziging van de regeling van de bevrijdende verjaring in het Burgerlijk Wetboek in geval van schade veroorzaakt door strafbare feiten

Wijziging van de regeling van de bevrijdende verjaring in het Burgerlijk Wetboek in geval van schade veroorzaakt door strafbare feiten Wijziging van de regeling van de bevrijdende verjaring in het Burgerlijk Wetboek in geval van schade veroorzaakt door strafbare feiten VOORSTEL VAN WET Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden,

Nadere informatie

Aansprakelijkheid ondernemers paardenbranche

Aansprakelijkheid ondernemers paardenbranche Aansprakelijkheid ondernemers paardenbranche 9 mei 2006 Barneveld Lezing PTC mr. Annemieke van Dooren-Korenstra ABAB juristen s-hertogenbosch Programma Inleiding Beperken bedrijfsrisico s Aansprakelijkheid

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2011 2012 32 853 Wijziging van de regeling van de bevrijdende verjaring in het Burgerlijk Wetboek in geval van schade veroorzaakt door strafbare feiten C

Nadere informatie

afspraken die in het Najaarsoverleg 2008 zijn gemaakt. Volstaan wordt dan ook met hiernaar te verwijzen.

afspraken die in het Najaarsoverleg 2008 zijn gemaakt. Volstaan wordt dan ook met hiernaar te verwijzen. Reactie op de brief van de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA) inzake het wetsvoorstel tot wijziging van Boek 7, titel 10, van het Burgerlijk Wetboek in verband met het limiteren van de hoogte van de

Nadere informatie

Kluwer Online Research Bedrijfsjuridische berichten Verruiming van de zorgplicht en werkgeversaansprakelijkheid

Kluwer Online Research Bedrijfsjuridische berichten Verruiming van de zorgplicht en werkgeversaansprakelijkheid Bedrijfsjuridische berichten Verruiming van de zorgplicht en werkgeversaansprakelijkheid Auteur: Mr. T.L.C.W. Noordoven[1] Hoge Raad 23 maart 2012, JAR 2012/110 1.Inleiding Maakt het vanuit het oogpunt

Nadere informatie

Ongelijkheidscompensatie bij stelplicht en bewijslast in het civiele arbeidsrecht en het ambtenarenrecht

Ongelijkheidscompensatie bij stelplicht en bewijslast in het civiele arbeidsrecht en het ambtenarenrecht Ongelijkheidscompensatie bij stelplicht en bewijslast in het civiele arbeidsrecht en het ambtenarenrecht Naar een eenvormig stelsel? Mr.H.JW.AÜ Kluwer - Deventer - 2009 Lijst van gebruikte afkortingen

Nadere informatie

B35 Schadevergoeding: algemeen, deel 2

B35 Schadevergoeding: algemeen, deel 2 Monografieen BW B35 Schadevergoeding: algemeen, deel 2 Prof. mr. C.J.M. Klaassen Kluwer - Deventer - 2007 Inhoud VOORWOORD XI LUST VAN AFKORTINGEN XIII LUST VAN VERKORT AANGEHAALDE LITERATUUR XV I INLEIDING

Nadere informatie

Stellen en bewijzen in procedures over verplichtstelling

Stellen en bewijzen in procedures over verplichtstelling Stellen en bewijzen in procedures over verplichtstelling 9 september 2015 Alex Ter Horst Advocaat pensioenrecht Achtergrond Indien verplichtstelling van toepassing is leidt dat voor wg en bpf tot allerlei

Nadere informatie

Jubileumcongres Beursbengel

Jubileumcongres Beursbengel Workshop - Contracteren met de klant: omgaan met aansprakelijkheidsrisico's, exoneraties en verzekeringsdekking Jubileumcongres Beursbengel Erik van Orsouw erik.van.orsouw@kvdl.nl http://www.kvdl.nl/beursbengel/

Nadere informatie

13-05- 14. Programma van vandaag. Aansprakelijkheid van (brede) scholen

13-05- 14. Programma van vandaag. Aansprakelijkheid van (brede) scholen 13 mei 2014 Netwerk sport bewegen en gezonde leefstijl Brechtje Paijmans Doelen Advocatuur & Universiteit Utrecht paijmans@doelenadvocatuur.nl Programma van vandaag ongevallen Aspecten van verzekering

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 34 257 Wijziging van het Burgerlijk Wetboek, het Wetboek van Strafvordering en het Wetboek van Strafrecht teneinde de vergoeding van affectieschade

Nadere informatie

Omgaan met aansprakelijkheidsrisico's, vrijwaringsbedingen en verzekerbaarheid

Omgaan met aansprakelijkheidsrisico's, vrijwaringsbedingen en verzekerbaarheid 20 november 2012 Training Contracteren Omgaan met aansprakelijkheidsrisico's, vrijwaringsbedingen en verzekerbaarheid Erik van Orsouw erik.van.orsouw@kvdl.nl Inleiding 1. Quiz 2. Aansprakelijkheidsrecht:

Nadere informatie

Kunt U als contractenmaker nog exoneratieclausules schrijven die rechtens stand houden? Mr. G.J. Rijken

Kunt U als contractenmaker nog exoneratieclausules schrijven die rechtens stand houden? Mr. G.J. Rijken Kunt U als contractenmaker nog exoneratieclausules schrijven die rechtens stand houden? Mr. G.J. Rijken Ooit hadden we totale contractsvrijheid BW 1838 (regelend recht) Industriële revolutie (in ons land

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1999 2000 26 824 Wijziging van de regeling van de bevrijdende verjaring in het Burgerlijk Wetboek voor gevallen van verborgen schade door letsel of overlijden

Nadere informatie

Samenvatting. Consument, ARAG SE, gevestigd te Leusden, hierna te noemen: Aangeslotene. 1. Procesverloop

Samenvatting. Consument, ARAG SE, gevestigd te Leusden, hierna te noemen: Aangeslotene. 1. Procesverloop Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-373 d.d. 9 oktober 2014 (mr. P.A. Offers, prof. mr. E.H. Hondius en drs. W. Dullemond, leden en mr. E.E. Ribbers, secretaris) Samenvatting

Nadere informatie

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid.

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 41 d.d. 22 februari 2011 (mr. B.F. Keulen, voorzitter, mw. mr. E.M. Dil-Stork en prof. mr. M.L. Hendrikse) Samenvatting Natura-uitvaartverzekering.

Nadere informatie

Factsheet De aansprakelijkheid van de arts

Factsheet De aansprakelijkheid van de arts Factsheet De aansprakelijkheid van de arts Algemeen Als u vermoedt dat een beroepsbeoefenaar uw rechten heeft geschonden, kunt u hem of de zorginstelling waarbinnen hij werkt aansprakelijk stellen. Volgens

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus EA DEN HAAG

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus EA DEN HAAG 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.rijksoverheid.nl/venj

Nadere informatie

Directoraat-Generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving

Directoraat-Generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving ϕ1 Ministerie van Justitie Directoraat-Generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving Directie Juridische en Operationele Aangelegenheden Postadres: Postbus 20301, 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de

Nadere informatie

Datum 8 juni 2011 Onderwerp De op het goed werkgeverschap gebaseerde verzekeringsplicht

Datum 8 juni 2011 Onderwerp De op het goed werkgeverschap gebaseerde verzekeringsplicht 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG sector privaatrecht Schedeldoekshaven 100 2511 EX Den Haag Postbus

Nadere informatie

Artikel 185 WW. Spoorboekje

Artikel 185 WW. Spoorboekje Artikel 185 WW Spoorboekje Wanneer is art. 185 WVW van toepassing? Er moet aan een aantal voorwaarden zijn voldaan wil art. 185 WVW van toepassing zijn. Allereerst zal er sprake moeten zijn van een ongeval

Nadere informatie

DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V, gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen: Aangeslotene.

DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V, gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen: Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-372 d.d. 9 oktober 2014 (mr. P.A. Offers, prof. mr. E.H. Hondius en drs. W. Dullemond, leden en mr. E.E. Ribbers, secretaris) Samenvatting

Nadere informatie

Aansprakelijkheid Scholen

Aansprakelijkheid Scholen Aansprakelijkheid Scholen Mr. B.M. (Brechtje) Paijmans KBS Advocaten / Universiteit Utrecht 12 januari 2011 1 www.kbsadvocaten.nl NRC Handelsblad 11 maart 2006 2 Schade op school: aansprakelijke partijen

Nadere informatie

JURISPRUDENTIE AANSPRAKELIJKHEIDSRECHT

JURISPRUDENTIE AANSPRAKELIJKHEIDSRECHT JURISPRUDENTIE AANSPRAKELIJKHEIDSRECHT samengesteld door mr. F. Stadermann, mr. W.A. Luiten, mr. M. Keijzer-de Korver en mr. A. Koopman derde, geheel herziene druk Inhoudsopgave DEEL I: AANSPRAKELIJKHEIDSRECHT

Nadere informatie

Rb. 's-gravenhage 6 juli 2012, LJN BX2021, JA 2012/183. Trefwoorden: Sommenverzekering, Voordeelstoerekening, Eigen schuld

Rb. 's-gravenhage 6 juli 2012, LJN BX2021, JA 2012/183. Trefwoorden: Sommenverzekering, Voordeelstoerekening, Eigen schuld Rb. 's-gravenhage 6 juli 2012, LJN BX2021, JA 2012/183 Trefwoorden: Sommenverzekering, Voordeelstoerekening, Eigen schuld Auteurs: mr. M. Verheijden en mr. L. Stevens Samenvatting In maart 2009 vindt een

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 2005.4713 (147.05) ingediend door: hierna te noemen 'klager', tegen: hierna te noemen 'verzekeraar'. De Raad van Toezicht Verzekeringen

Nadere informatie

Claimsafhandeling in polisclausules. Pieter Leerink ACIS-symposium 29 november 2013

Claimsafhandeling in polisclausules. Pieter Leerink ACIS-symposium 29 november 2013 Claimsafhandeling in polisclausules Pieter Leerink ACIS-symposium 29 november 2013 Agenda Schaderegelingsclausule Algemene opmerkingen Brandverzekering Arbeidsongeschiktheidsverzekering Aansprakelijkheidsverzekering

Nadere informatie

Beleidsregel subsidiëring medisch haalbaarheidsonderzoeken in letselschadezaken

Beleidsregel subsidiëring medisch haalbaarheidsonderzoeken in letselschadezaken Beleidsregel subsidiëring medisch haalbaarheidsonderzoeken in letselschadezaken Directie Toegang Rechtsbestel/5362391/05/DTR/12 juli 2005 5362391 Bijlage De Minister van Justitie, Gelet op artikel 4:23,

Nadere informatie

Aansprakelijkheid bij stages

Aansprakelijkheid bij stages Aansprakelijkheid bij stages Algemeen Artikel 6:170 BW bepaalt dat een werkgever aansprakelijk is voor een ondergeschikte. Door expliciet te spreken over een ondergeschikte heeft de wetgever beoogd dat

Nadere informatie

Actualiteiten beroepsaansprakelijkheidsverzekering. Pieter Leerink 6 november 2015 ACIS-symposium

Actualiteiten beroepsaansprakelijkheidsverzekering. Pieter Leerink 6 november 2015 ACIS-symposium Actualiteiten beroepsaansprakelijkheidsverzekering Pieter Leerink 6 november 2015 ACIS-symposium Persoonlijke aansprakelijkheid advocaat ECLI:NL:HR:2015:2745 Client vraagt advies (risico s afdekken) over

Nadere informatie

Turbo-liquidatie en de bestuurder

Turbo-liquidatie en de bestuurder Turbo-liquidatie en de bestuurder Juni 2012 mr J. Brouwer De auteur heeft grote zorgvuldigheid betracht in het weergeven van delen uit het geldende recht. Evenwel is noch de auteur noch Boers Advocaten

Nadere informatie

Toelichting Bedrijfsregeling 7: Schaderegeling schuldloze derde

Toelichting Bedrijfsregeling 7: Schaderegeling schuldloze derde Toelichting Bedrijfsregeling 7: Schaderegeling schuldloze derde De Raad van Toezicht Verzekeringen heeft in een groot aantal uitspraken stelling genomen tegen de verwijzing van een schuldloze derde door

Nadere informatie

Stelplicht en bewijslast bij werkgeversaansprakelijkheid

Stelplicht en bewijslast bij werkgeversaansprakelijkheid partij die volgens de hoofdregel de bewijslast zou hebben gehad. Een andere bewijslastverdeling kan voorts voortvloeien uit de eisen van redelijkheid en billijkheid. 2 In een concreet geval kan de redelijkheid

Nadere informatie

Art. - Stuiting van de verjaring van de invorderingsbevoegdheid

Art. - Stuiting van de verjaring van de invorderingsbevoegdheid PB 2015/4 Art. - Stuiting van de verjaring van de invorderingsbevoegdheidd Publicatie PB: Tijdschrift voor Praktisch Bestuursrecht Jaargang 6 Publicatiedatum 20-05-2015 Afleveringnummer 4 Artikelnummer

Nadere informatie

mr. Richard A. Korver Communicatietrainer & Advocaat

mr. Richard A. Korver Communicatietrainer & Advocaat mr. Richard A. Korver Communicatietrainer & Advocaat Aansprakelijkheid & schuldhulpverlening aan (ex)ondernemers BRONNEN VAN AANSPRAKELIJKHEID Onrechtmatige daad (6:162 BW) Tekortschieten in nakoming verbintenis

Nadere informatie

Rapport. Datum: 7 juli 2005 Rapportnummer: 2005/190

Rapport. Datum: 7 juli 2005 Rapportnummer: 2005/190 Rapport Datum: 7 juli 2005 Rapportnummer: 2005/190 2 Klacht Verzoekers klagen erover dat het regionale politiekorps Utrecht hun verzoek om vergoeding van de schade als gevolg van een politieonderzoek in

Nadere informatie

De eigendomskwestie KNAW. 9 januari 2014. Dr. mr. H. van Meerten (disclaimer: standpunten komen voor rekening van de auteur)

De eigendomskwestie KNAW. 9 januari 2014. Dr. mr. H. van Meerten (disclaimer: standpunten komen voor rekening van de auteur) De eigendomskwestie Dr. mr. H. van Meerten (disclaimer: standpunten komen voor rekening van de auteur) 9 januari 2014 KNAW Prof. Schoordijk, NJB 2010, 2049 Enige jaren geleden betoogde ik dat de privatisering

Nadere informatie

De contractuele uitsluiting en beperking van de tienjarige aansprakelijkheid van de architect (Cass. 5 september 2014)

De contractuele uitsluiting en beperking van de tienjarige aansprakelijkheid van de architect (Cass. 5 september 2014) De contractuele uitsluiting en beperking van de tienjarige aansprakelijkheid van de architect (Cass. 5 september 2014) FORUM ADVOCATEN BVBA Nassaustraat 37-41 2000 Antwerpen T 03 369 95 65 F 03 369 95

Nadere informatie

NIS-bijeenkomst 17 januari 2013. Herstelcoach Actualiteiten. Arlette Schijns

NIS-bijeenkomst 17 januari 2013. Herstelcoach Actualiteiten. Arlette Schijns NIS-bijeenkomst 17 januari 2013 Herstelcoach Actualiteiten Arlette Schijns Wat ga ik met jullie bespreken? Herstelcoach: de juridische inbedding Actualiteiten - Verkeersongevallenjurisprudentie: 7:611

Nadere informatie

HET FONDS MEDISCHE ONGEVALLEN. Jo DE COCK Administrateur-generaal RIZIV KVK 18 juni 2013

HET FONDS MEDISCHE ONGEVALLEN. Jo DE COCK Administrateur-generaal RIZIV KVK 18 juni 2013 HET FONDS MEDISCHE ONGEVALLEN Jo DE COCK Administrateur-generaal RIZIV KVK 18 juni 2013 OVERZICHT Wanneer werd het Fonds opgericht? Waarom werd het Fonds opgericht? Huidige situatie Bijzonderheden en doelstellingen

Nadere informatie

KWADE TROUW VAN DE BELASTINGADVISEUR IN DE ZIN VAN ARTIKEL 16 AWR

KWADE TROUW VAN DE BELASTINGADVISEUR IN DE ZIN VAN ARTIKEL 16 AWR KWADE TROUW VAN DE BELASTINGADVISEUR IN DE ZIN VAN ARTIKEL 16 AWR Inleiding In artikel 16 AWR is bepaald dat een feit dat de inspecteur bekend was of redelijke wijs bekend had kunnen zijn geen grond voor

Nadere informatie

Rechtbank Maastricht 26 oktober 2011, nr. HA RK 11-88, LJN BU7197 (mr. J.F.W. Huinen, mr. T.A.J.M. Provaas en mr. E.J.M. Driessen)

Rechtbank Maastricht 26 oktober 2011, nr. HA RK 11-88, LJN BU7197 (mr. J.F.W. Huinen, mr. T.A.J.M. Provaas en mr. E.J.M. Driessen) Rechtbank Maastricht 26 oktober 2011, nr. HA RK 11-88, LJN BU7197 (mr. J.F.W. Huinen, mr. T.A.J.M. Provaas en mr. E.J.M. Driessen) Noot I. van der Zalm Overlijdensschade. Schadeberekening. Inkomensschade.

Nadere informatie

Prof. mr. drs. M.L. Hendrikse

Prof. mr. drs. M.L. Hendrikse Amsterdam Centre for Insurance Studies (ACIS) De Brandverzekering en Risicoverzwaring: over primaire dekkingsbepalingen, risicoverzwaringsmededelingsclausules en preventieve garantieclausules Prof. mr.

Nadere informatie

Belangenorganisatie voor Appartementseigenaren. Uw partner in gestapeld wonen!

Belangenorganisatie voor Appartementseigenaren. Uw partner in gestapeld wonen! Belangenorganisatie voor Appartementseigenaren Uw partner in gestapeld wonen! Verantwoord gebouw onderhoud aansprakelijkheid VvE door mr. K.J. Schuurs Juridische Dienst, VvE Belang Inhoud Aansprakelijkheid

Nadere informatie

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE > Retouradres Postbus 90801 2509 LV Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22XA Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4

Nadere informatie

MONOGRAFIEËN BW. B88 Verzekering. Prof. mr. F.H.J. Mijnssen. Tweede druk. Kluwer a Wolters Kluwer business

MONOGRAFIEËN BW. B88 Verzekering. Prof. mr. F.H.J. Mijnssen. Tweede druk. Kluwer a Wolters Kluwer business MONOGRAFIEËN BW B88 Verzekering Prof. mr. F.H.J. Mijnssen Tweede druk Kluwer a Wolters Kluwer business Deventer - 2012 INHOUDSOPGAVE Voorwoord / V lijst van afkortingen / XV Verkort aangehaalde literatuur

Nadere informatie

de naamloze vennootschap F. van Lanschot bankiers N.V., gevestigd te Den Bosch, hierna te noemen Aangeslotene.

de naamloze vennootschap F. van Lanschot bankiers N.V., gevestigd te Den Bosch, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2013-149 d.d. 21 mei 2013 (prof. mr. M.L. Hendrikse, voorzitter, mevrouw mr. E.M. Dil-Stork en mr. J.Th. de Wit, leden en mevrouw mr. M. Nijland,

Nadere informatie

Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2015-057 d.d. 20 februari 2015 (prof. mr. M.L. Hendrikse en mr. E.E. Ribbers, secretaris)

Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2015-057 d.d. 20 februari 2015 (prof. mr. M.L. Hendrikse en mr. E.E. Ribbers, secretaris) Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2015-057 d.d. 20 februari 2015 (prof. mr. M.L. Hendrikse en mr. E.E. Ribbers, secretaris) Samenvatting Inboedelverzekering. Uitleg van verzekeringsvoorwaarden.

Nadere informatie

AANWIJZING VOOR DE PRAKTIJK 1 HET VORDEREN VAN BILLIJKE GENOEGDOENING

AANWIJZING VOOR DE PRAKTIJK 1 HET VORDEREN VAN BILLIJKE GENOEGDOENING AANWIJZING VOOR DE PRAKTIJK 1 HET VORDEREN VAN BILLIJKE GENOEGDOENING I. Introductie 1. De toekenning van billijke genoegdoening is geen automatisch gevolg van de vaststelling door het Europees Hof voor

Nadere informatie

Vakantiewetgeving m.i.v. 1 januari 2012

Vakantiewetgeving m.i.v. 1 januari 2012 Vakantiewetgeving m.i.v. 1 januari 2012 Wet houdende het afschaffen van de beperkte opbouw van minimum vakantierechten tijdens ziekte, de invoering van een vervaltermijn voor de minimum vakantiedagen en

Nadere informatie

Toezicht en aansprakelijkheid

Toezicht en aansprakelijkheid Toezicht en aansprakelijkheid Een rechtsvergelijkend onderzoek naar de rechtvaardiging voor de aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad van toezichthouders ten opzichte van derden PROF. MR. I. GIESEN Hoogleraar

Nadere informatie

CURRICULUM VITAE. mr dr R Wijne

CURRICULUM VITAE. mr dr R Wijne CURRICULUM VITAE mr dr R Wijne November 2014 - heden Januari 2014 - heden Juli 2013 - heden Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Functie: Raadsheer-plaatsvervanger Boom Juridische uitgevers Functie: Hoofdredacteur

Nadere informatie

De Commissie heeft partijen opgeroepen voor een mondelinge behandeling op 6 februari 2012.

De Commissie heeft partijen opgeroepen voor een mondelinge behandeling op 6 februari 2012. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2012-103 d.d. 2 april 2012 (mr. P.A. Offers, voorzitter, B.F. Keulen en mr. A.W.H. Vink, leden, en mr. F.E. Uijleman, secretaris) Samenvatting

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2010 2011 32 467 Oprichting van het College voor de rechten van de mens (Wet College voor de rechten van de mens) Nr. 9 AMENDEMENT VAN HET LID HEIJNEN Ontvangen

Nadere informatie

Mr. S. de Lang en mr. M.J.J. de Ridder *

Mr. S. de Lang en mr. M.J.J. de Ridder * Boekbespreking proef Aansprakelijkheid vo Mr. S. de Lang en mr. M.J.J. de Ridder * Aansprakelijkheid voor zorggerelateerde schade; een onderzoek naar obstakels in het civiele aansprakelijkheidsrecht en

Nadere informatie

RISICO-AANSPRAKELIJKHEDEN BIJ PAARDEN. I. Risico-aansprakelijkheid voor schade veroorzaakt door dieren

RISICO-AANSPRAKELIJKHEDEN BIJ PAARDEN. I. Risico-aansprakelijkheid voor schade veroorzaakt door dieren RISICO-AANSPRAKELIJKHEDEN BIJ PAARDEN I. Risico-aansprakelijkheid voor schade veroorzaakt door dieren In de Nederlandse wet is een aantal risico-aansprakelijkheden opgenomen, waaronder voor dieren. De

Nadere informatie

Honderbezitter aansprakelijk voor schade aangericht door hond aan hondenuitlaatster

Honderbezitter aansprakelijk voor schade aangericht door hond aan hondenuitlaatster Honderbezitter aansprakelijk voor schade aangericht door hond aan hondenuitlaatster LJN: BW9368, Rechtbank Amsterdam, 6 juni 2012 2. De feiten 2.1. [A] en [B] wonen tegenover elkaar in [plaats]. [C] woont

Nadere informatie

Amsterdam Centre for Insurance Studies (ACIS) De opzetclausule in aansprakelijkheidsverzekeringen

Amsterdam Centre for Insurance Studies (ACIS) De opzetclausule in aansprakelijkheidsverzekeringen Amsterdam Centre for Insurance Studies (ACIS) De opzetclausule in aansprakelijkheidsverzekeringen Prof. dr. M.L. Hendrikse Inleiding: de aard van de aansprakelijkheidsverzekering (1) Art. 7:952 BW (eigen

Nadere informatie

Art. 8:42 Awb. Themamiddag formeel belastingrecht NVAB & Belastingdienst. Inspecteursmiddag Art. 8:42 AWB. Een grensverkenning

Art. 8:42 Awb. Themamiddag formeel belastingrecht NVAB & Belastingdienst. Inspecteursmiddag Art. 8:42 AWB. Een grensverkenning Art. 8:42 Awb Een grensverkenning Themamiddag Formeel Recht BD-Nvab, 29 oktober 2015 Ludwijn Jaeger Koos Spreen Brouwer Opdracht aan de inspecteur: verplichting de op de zaak betrekking hebbende stukken

Nadere informatie

Prof. mr. drs. M.L. Hendrikse

Prof. mr. drs. M.L. Hendrikse Amsterdam Centre for Insurance Studies (ACIS) Eigen schuld en bereddingsplicht bij zorgverzekeringen Prof. mr. drs. M.L. Hendrikse Algemene opmerkingen (1) De zorgverzekeringsovereenkomst bestaat niet:

Nadere informatie

5. Moet je een melding bij de commissie Samson hebben gedaan om voor een compensatieregeling in aanmerking te komen? Dat is niet noodzakelijk.

5. Moet je een melding bij de commissie Samson hebben gedaan om voor een compensatieregeling in aanmerking te komen? Dat is niet noodzakelijk. Vragen en Antwoorden compensatieregelingen slachtoffers van seksueel misbruik in de jeugd/pleegzorg In dit document vindt u vragen en antwoorden bij de mededelingen van het Ministerie van Veiligheid en

Nadere informatie

Onrechtmatige daad. Benadeling van de boedel. Misbruik van rechtspersoonlijkheid.

Onrechtmatige daad. Benadeling van de boedel. Misbruik van rechtspersoonlijkheid. Annotatie bij HR 27-02-2009, C07/168HR, LJN BG6445 Onrechtmatige daad. Benadeling van de boedel. Misbruik van rechtspersoonlijkheid. [BW art. 6:162] Een gefailleerde natuurlijke persoon heeft de eigendom

Nadere informatie

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken:

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken: Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2011-346 d.d. 2 december 2011 (mr. P.A. Offers, voorzitter, mr. B.F. Keulen en mr. A.W.H. Vink, leden, en mr.drs. D.J. Olthoff, secretaris)

Nadere informatie

Juridische status van standaarden en protocollen in de ambulancezorg

Juridische status van standaarden en protocollen in de ambulancezorg Juridische status van standaarden en protocollen in de ambulancezorg Inhoud Inleiding...3 Wettelijke verankering van de professionele standaard...4 Is er een juridisch verschil tussen een standaard, norm,

Nadere informatie

Hoge Raad, 26 januari 2001 (Weststrate/De Schelde); blootstelling aan asbest niet aangetoond. Vordering afgewezen.

Hoge Raad, 26 januari 2001 (Weststrate/De Schelde); blootstelling aan asbest niet aangetoond. Vordering afgewezen. Hoge Raad, 26 januari 2001 (Weststrate/De Schelde); blootstelling aan asbest niet aangetoond. Vordering afgewezen. Samenvatting Werknemer met mesothelioom spreekt werkgever aan. De schadevergoeding wordt

Nadere informatie

Rapport. Rapport over een klacht over het College van procureurs-generaal te Den Haag. Datum: 25 februari 2014. Rapportnummer: 2014/010

Rapport. Rapport over een klacht over het College van procureurs-generaal te Den Haag. Datum: 25 februari 2014. Rapportnummer: 2014/010 Rapport Rapport over een klacht over het College van procureurs-generaal te Den Haag. Datum: 25 februari 2014 Rapportnummer: 2014/010 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het College van procureurs-generaal

Nadere informatie

CENTRALE RAAD VAN BEROEP U I T S P R A AK

CENTRALE RAAD VAN BEROEP U I T S P R A AK CENTRALE RAAD VAN BEROEP 97/524 WW U I T S P R A AK in het geding tussen: het Landelijk instituut sociale verzekeringen, appellant, en A, wonende te B, gedaagde. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING Met

Nadere informatie

Datum 24 april 2013 Betreft Beantwoording Kamervragen van het lid Dijkgraaf (SGP) over de column dat Deutsche Bank in strijd handelt met de zorgplicht

Datum 24 april 2013 Betreft Beantwoording Kamervragen van het lid Dijkgraaf (SGP) over de column dat Deutsche Bank in strijd handelt met de zorgplicht > Retouradres Postbus 20201 2500 EE Den Haag Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag Korte Voorhout 7 2511 CW Den Haag Postbus 20201 2500 EE Den Haag www.rijksoverheid.nl

Nadere informatie

Rechtbank Amsterdam 08-05-2015 28-05-2015 3603419 CV EXPL 14-32341. Civiel recht. Eerste aanleg - enkelvoudig. Rechtspraak.nl

Rechtbank Amsterdam 08-05-2015 28-05-2015 3603419 CV EXPL 14-32341. Civiel recht. Eerste aanleg - enkelvoudig. Rechtspraak.nl ECLI:NL:RBAMS:2015:3202 Instantie Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Vindplaatsen Uitspraak Rechtbank Amsterdam 08-05-2015 28-05-2015 3603419

Nadere informatie

Bestuurder zijn is niet vrijblijvend.

Bestuurder zijn is niet vrijblijvend. Bestuurder zijn is niet vrijblijvend. Ook in België wordt de verantwoordelijkheid van bestuurders met de dag belangrijker. Nieuwe wetgeving en procedures verplichten bestuurders om meer dan ooit bewust

Nadere informatie

Aansprakelijkheid Verzekeringen

Aansprakelijkheid Verzekeringen Aansprakelijkheid Verzekeringen Vlaamse Stichting Verkeerskunde Verkeer op School 4 en 8 oktober 2012 Ethias Verzekering Geert Van Aken 1 Risico? Excursies met de fiets Fietsvaardigheidstraining Verkeersroute

Nadere informatie

Verjaring in het verzekeringsrecht. Lodewijk Smeehuijzen (hoogleraar privaatrecht VU)

Verjaring in het verzekeringsrecht. Lodewijk Smeehuijzen (hoogleraar privaatrecht VU) Verjaring in het verzekeringsrecht Lodewijk Smeehuijzen (hoogleraar privaatrecht VU) Inleiding Wetgever heeft de ambitie gehad in de artt. 3:306 tot en met 3:326 BW het hele verjaringsrecht te regelen.

Nadere informatie

Aansprakelijkheid bij verkeers- en mobiliteitseducatie

Aansprakelijkheid bij verkeers- en mobiliteitseducatie Aansprakelijkheid bij verkeers- en mobiliteitseducatie Vlaamse Stichting Verkeerskunde 28/05/2013 Ethias Verzekering Geert Van Aken 1 Risico? Excursies met de fiets Fietsvaardigheidstraining Verkeersroute

Nadere informatie

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid TAF B.V., gevestigd te Eindhoven, hierna te noemen Aangeslotene.

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid TAF B.V., gevestigd te Eindhoven, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2013-344 d.d. 26 november 2013 (mr. R.J. Verschoof, voorzitter, mr. E.M. Dil-Stork en mr. B.F. Keulen, leden en mr. M. van Pelt, secretaris)

Nadere informatie

Peilstation Intensief Melden

Peilstation Intensief Melden Peilstation Intensief Melden Adviseren over beroepsziekten Mr.drs. Niek Weesie Beroepsziekte Artikel 9 lid 3 Arbowet De persoon bedoeld in artikel 14, eerste lid, die belast is met de taak, bedoeld in

Nadere informatie

Beoordeling. Bevindingen. h2>klacht

Beoordeling. Bevindingen. h2>klacht Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt erover dat het College voor Zorgverzekeringen (CVZ) zijn verzoek om een vergoeding van zijn particuliere zorgverzekeringspremie over de periode januari tot mei 2007

Nadere informatie

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken:

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken: Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2012-262 d.d. 17 september 2012 (prof. mr. M.M. Mendel, voorzitter, mr. E.M. Dil-Stork en mr. A.W.H. Vink, leden, en mr. drs. D.J. Olthoff,

Nadere informatie

Verkeersaansprakelijkheid Vergoeding van personenschade in Europees perspectief. Mr S.P. de Haas Prof.mr T. Hartlief

Verkeersaansprakelijkheid Vergoeding van personenschade in Europees perspectief. Mr S.P. de Haas Prof.mr T. Hartlief Verkeersaansprakelijkheid Vergoeding van personenschade in Europees perspectief Mr S.P. de Haas Prof.mr T. Hartlief Kluwer - Deventer Stichting Personenschade Instituut van Verzekeraars (PIV) Den Haag

Nadere informatie

Asbestbrand en recht. L.E.M. Hendriks Advocatenkantoor Wyck Maastricht www.wyck-advocaten.nl

Asbestbrand en recht. L.E.M. Hendriks Advocatenkantoor Wyck Maastricht www.wyck-advocaten.nl Asbestbrand en recht L.E.M. Hendriks Advocatenkantoor Wyck Maastricht www.wyck-advocaten.nl Asbest en regelgeving Veel ingewikkelde wetgeving Zal strenger worden: asbest is gevaarlijk(er) Rapport Gezondheidsraad

Nadere informatie

Klaag op tijd én op de juiste wijze (!): het toetsingskader voor verval van recht

Klaag op tijd én op de juiste wijze (!): het toetsingskader voor verval van recht Klaag op tijd én op de juiste wijze (!): het toetsingskader voor verval van recht Author : gvanpoppel Klachtplicht Bij het verrichten van een gebrekkige prestatie of de levering van een gebrekkige zaak,

Nadere informatie

Om te weten waar je heen gaat, moet je eerste weten waar je vandaan komt!

Om te weten waar je heen gaat, moet je eerste weten waar je vandaan komt! Eric Bot 1 Om te weten waar je heen gaat, moet je eerste weten waar je vandaan komt! Inhoudsopgave Inleiding Beloning / Portefeuillerecht Wie is verantwoordelijkheid voor het advies? Rechtsfiguur van de

Nadere informatie

32 853 Wijziging van de regeling van de bevrijdende verjaring in het Burgerlijk Wetboek in geval van schade veroorzaakt door strafbare feiten

32 853 Wijziging van de regeling van de bevrijdende verjaring in het Burgerlijk Wetboek in geval van schade veroorzaakt door strafbare feiten TWEEDE KAMER DER 2 STATEN-GENERAAL Vergaderjaar 2010-2011 32 853 Wijziging van de regeling van de bevrijdende verjaring in het Burgerlijk Wetboek in geval van schade veroorzaakt door strafbare feiten Nr.

Nadere informatie

Hoefsmeden Kennisevent

Hoefsmeden Kennisevent 1 I:\Presentaties\AM\Lezingen 2015\Hoefsmeden seminar 26-02-2015 Hoefsmeden Kennisevent PRESENTATIE: MR. M. ANNETTE MAK 2 Onderwerpen: A. Aansprakelijkheid jegens opdrachtgever ten aanzien van kwaliteit/fout.

Nadere informatie

Werkgeversaansprakelijkheidsrecht: de betekenis van de 7 juni-arresten

Werkgeversaansprakelijkheidsrecht: de betekenis van de 7 juni-arresten Werkgeversaansprakelijkheidsrecht: de betekenis van de 7 juni-arresten mr.dr. Y.R.K. Waterman Waterman Legal Consultancy www.watermanlegal.nl waterman@watermanlegal.nl 06-819 189 43 Een nieuwe beroepsziektezaak?

Nadere informatie