Omnia iudicia pecunaria sunt : enkele opmerkingen over de condemnatio pecunaria

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Omnia iudicia pecunaria sunt : enkele opmerkingen over de condemnatio pecunaria"

Transcriptie

1 Omnia iudicia pecunaria sunt : enkele opmerkingen over de condemnatio pecunaria In het klassieke Romeinse formulaproces werd een veroordeling altijd in een geldbedrag uitgedrukt; uit dit gegeven is het overbekende adagium omnia iudicia pecunaria sunt, ofwel alle veroordelingen zijn geldelijk, afgeleid. Deze stelregel gold zowel wanneer een zakelijke actie als wanneer een persoonlijke actie ingesteld werd. Reëele executie, waar tegenwoordig bijna zonder uitzondering om verzocht kan worden 1, was in het Romeinse recht zo goed als uitgesloten. In dit artikel wordt nagegaan welke gevolgen zo n condemnatio pecunaria of geldelijke veroordeling had. De hoofdvraag is of een gedaagde tegen wie met succes een zakelijke actie werd ingesteld, eigenaar werd of slechts bezitter bleef. Enige processuele aspecten Een veroordelend vonnis mondde in het Romeinse recht altijd uit in een geldbedrag. Ook wanneer de revindicatie, bij uitstek de actie gericht op teruggave van een zaak, met succes werd ingesteld leidde dit in beginsel tot een veroordeling van de gedaagde tot het betalen van een geldbedrag: Overigens is in alle formulae die een veroordelingsclausule bevatten, de redactie van deze clausule op een waardering in geld gebaseerd. Dus ook als wij een lichamelijke zaak vorderen ( ), veroordeelt de rechter de gedaagde niet tot de zaak zelf -zoals dat vroeger placht te gebeuren- 2, maar na een schatting van de waarde hiervan, tot een geldsom. 3 De eiser kon de kans op teruggave van zijn zaak proberen te vergroten door een restitutieclausule in de intentio op te nemen. De gedaagde werd dan nog een kans geboden de zaak vrijwillig af te geven, wat voor hem tot een vrijspraak leidde. 4 Hij kon echter niet tot restitutie verplicht worden; wanneer hij halsstarrig teruggave bleef weigeren, dan volgde een veroordeling tot een geldsom. Deze geldsom betrof een schatting van de waarde van de zaak in kwestie; deze schatting of litis aestimatio werd normaal gesproken door de rechter uitgevoerd. Wanneer een gedaagde echter geen gehoor gaf aan een restitutiebevel, mocht de eiser zelf -onder het toeziend oog van de rechter- de waarde van de zaak schatten. Hij had dan de mogelijkheid plechtig te zweren hoeveel de zaak waard was via de schattingseed of iusiurandum in litem. De gedaagde werd dan veroordeeld tot een vaak veel hoger bedrag dan de werkelijke waarde van de zaak. Hij werd op deze wijze gestraft voor zijn contumacia, dat wil zeggen zijn weigering aan het rechterlijk bevel tot teruggave te voldoen. De schattingseed, waarbij de eiser een hoog bedrag kon noemen, mocht in een tweetal gevallen afgelegd worden: indien de gedaagde de zaak in kwestie ondanks de 1 Zie de mogelijkheden van art. 3:296 BW e.v., in het bijzonder 3:299 en 3: Deze verwijzing naar eerdere tijden refereert waarschijnlijk aan de tijd, nog voor de invoering van Wet van de Twaalf Tafelen in 450 v.c., zie O. Behrends, Der Zwölftafelprozess, Göttingen 1974, p. 106, nt. 409 en p Gaius 4,48: Omnium autem formularum quae condemnationem habent, ad pecuniariam aestimationem condemnatio concepta est. Itaque et si corpus aliquod petamus ( ), iudex non ipsam rem condemnat eum cum quo actum est, sicut olim fieri solebat, sed aestimata re pecuniam eum condemnat. 4 Zie M. Kaser en K. Hackl, Das Römische Zivilprozessrecht (2 e dr.), München 1996, p

2 aanwezigheid van een restitutieclausule in de formula niet teruggaf of indien door zijn opzet de zaak niet teruggegeven kon worden. Het meerbedrag waartoe de gedaagde veroordeeld werd bij het iusiurandum in litem moest volgens Kaser gezien worden als straf of als aansporing om toch nog tot de eigenlijke prestatie, de afgifte van de zaak, over te gaan. Kenmerkend aan de Romeinsrechtelijke procedure was dus het feit dat de eiser zich tevreden diende te stellen met een geldsom. Hij was voldaan, en kon zodoende geen rechten meer laten gelden met betrekking tot de zaak. In het onderstaande wordt de positie van de gedaagde aan een onderzoek onderworpen, of preciezer gezegd: de positie van de gedaagde die ervoor koos de zaak niet terug te geven maar zich te laten veroordelen. De kernvraag is of hij eigenaar van de zaak werd door het veroordelend vonnis of slechts bezitter bleef. Eigendomsverkrijging De revindicatie kon eindigen met de veroordeling van de gedaagde tot betaling van de geldsom, waarvan de hoogte door de eiser was vastgesteld. 5 Wanneer dit het geval was, leek dit blijkens de volgende Digestentekst (D. 6,1,46) direct eigendomsverkrijging voor de gedaagde te betekenen: Van een zaak die is opgeeist met een zakelijke actie en die is geschat op de waarde die de eiser tijdens het proces onder ede heeft genoemd, komt de eigendom onmiddellijk toe aan de bezitter. Ik word immers geacht met hem een schikking te hebben getroffen en tot een vergelijk te zijn gekomen op het bedrag dat hij zelf heeft vastgesteld. 6 Aan deze tekst is door met name Heinrich Siber de lezing vastgeknoopt dat de veroordeling tot betaling van de litis aestimatio in een aantal gevallen een wijze van eigendomsverkrijging inhield. 7 Een belangrijk punt bij lezing van deze passage is dat de gedaagde de zaak in kwestie alleen verkreeg wanneer hij reeds bezitter was. Bovendien moest hij veroordeeld zijn tot betaling van het onder ede geschatte bedrag. Dit geschiedde zoals gezegd bij het iusiurandum in litem dat afgelegd kon worden wanneer de gedaagde weigerde de zaak af te geven nadat de eiser zijn eigendomsrecht bewezen had. De eigendomsverkrijging leidde Siber vooral af uit de woorden dominium statim ad possessorem pertinet ; nu de gedaagde meteen het dominium verkreeg, sloot dit uit dat hij nog als verjaringsbezitter gezien kon worden. Het woord dominium betekende hier civiel of quiritisch eigendom; in het klassieke Romeins recht werd een onderscheid gemaakt in twee soorten eigendom, namelijk civiel en praetorisch eigendom. Dit onderscheid kwam al naar voren in de Instituten van Gaius. 8 Een belangrijk verschil was 5 Indien de eiser om welke reden dan ook weigerde het iusiurandum in litem af te leggen, werd de zaak door de rechter geschat op de normale waarde (zie D. 6,1,71). 6 D. 6,1,46: Eius rei, quae per in rem actionem petita tanti aestimata est, quanti in litem actor iuraverit, dominium statim ad possessorem pertinet: transegisse enim cum eo et decidisse videor eo pretio, quod ipse constituit. 7 H. Siber, Die Passivlegitimation bei der Rei vindicatio, Leipzig 1907, p. 139 e.v.; minder uitgebreid in H. Siber, Römisches Recht II (2 e. dr.), Darmstadt 1968, p. 99 e.v. 8 Zie twee fragmenten uit de Instituten van Gaius (1,54 en 2,40). Het tweede fragment eindigt zo: Maar later heeft de eigendom een onderverdeling ondergaan in die zin, dat de een naar Quiritisch recht eigenaar 2

3 dat de civiele eigenaar de revindicatie tot zijn beschikking had en een praetorisch eigenaar in feite een door de praetor onaantastbaar gemaakt bezitter was en de actio Publiciana moest instellen. Het verschil kwam ook tot uiting doordat een praetorisch eigenaar slechts door verkrijgende verjaring de civiele eigendom kon verkrijgen. Een veroordeelde gedaagde kon alleen (civiel) eigenaar worden van res nec mancipi. 9 De vormvereisten van de mancipatio werden namelijk niet vervuld zodat nooit eigendomsoverdracht van res mancipi kon plaatsvinden. De bezitter van een res mancipi die veroordeeld werd tot betaling van de litis aestimatio verkreeg hoogstens praetorisch eigendom. Res nec mancipi werden overgedragen door traditio ofwel bezitsverschaffing. Aan de vereisten die hier voor eigendomsoverdracht golden, kon wel worden voldaan door de gedaagde. Alvorens dieper in te gaan op de kritiek op deze eigendomsverkrijging dient eerst (nogmaals) benadrukt te worden dat zij een relatief beperkt gebied besloeg. Alleen wanneer de gedaagde zich door de rechter liet veroordelen tot betaling van de litis aestimatio uitsprak, kon hij eigenaar worden. Bovendien was vereist dat hij al bezitter was. Eigendomsverkrijging was tenslotte alleen mogelijk bij res nec mancipi waarbij geen mancipatio hoefde plaats te vinden. De grootste ontkenner van welke eigendomsverkrijging dan ook op basis van de litis aestimatio was Ernst Levy, die zich in een uitgebreid artikel in het Savigny-tijdschrift fel tegen de opvattingen van Siber verzette. 10 Levy zette uiteen dat een geldelijke veroordeling uitsluitend negatief werkte 11, dat wil zeggen alleen de eiser van zijn acties beroofde; de revindicatie was op het moment van het sluiten van de litis contestatio al noodzakelijkerwijs tenietgegaan en vervangen door een voorwaardelijke vordering uit het vonnis. Ook andere acties die de eigenaar in eerste instantie tot zijn beschikking had, zoals de condictio furtiva, werden geabsorbeerd door het instellen van de revindicatie. Het eigendomsrecht van de eiser bleef volgens Levy wel bestaan, alleen de bijbehorende acties waren tenietgegaan. Zijn recht ging dus niet op de gedaagde over, ook niet wanneer deze voldeed aan het veroordelend vonnis. Het vonnis had voor de gedaagde slechts tot gevolg dat hij voortaan door de praetor beschermd werd en praetorisch eigenaar werd. Door tijdsverloop zou hij op den duur ook de civiele eigendom kunnen verwerven door usucapio. In zijn artikel voerde Levy een drietal argumenten aan tegen eigendomsverkrijging door de bezitter/gedaagde. Hij baseerde dit vooral op een andere uitleg van de hierboven geciteerde passage D. 6,1,46; dit was veruit de belangrijkste tekst waarmee Siber zijn betoog ondersteund had. Een eerste bezwaar was dat geen sprake was van een geldige bezitsverkrijging door de gedaagde die daarom nooit civiele eigendom kon hebben verkregen. Het ontbrak bij de eiser aan de wil om het bezit over te dragen, de animus van iets kan zijn en een ander dat naar praetorisch recht in zijn vermogen kan hebben. ( Sed postea divisionem accepit dominium, ut alius possit esse ex iure Quiriti. ) 9 Zie Siber 1968, p E. Levy, Die Enteignung des Klagers im Formularprozess, Savigny Zeitschrift (Romanistische Abteilung) 42 (1921), p Levy, p

4 dominii transferendi. Ter illustratie hierbij kan gekeken worden naar een lener die weigert een zaak terug te geven aan de uitlener. Uiteraard gold de regel dat de houder van een zaak niet voor zichzelf de oorzaak van zijn heerschappij kon wijzigen en zo bezit kon verkrijgen: nemo causam possessionis sibi ipse mutare potest. Door te weigeren de zaak terug te geven vond echter bezitsinterversie plaats. De lener maakte zich zodoende buiten de wil van de eigenaar van houder tot bezitter. 12 Een op overdracht gerichte wil van de eigenaar was ook afwezig in de daarop volgende procedure waarin gerevindiceerd werd. Het ontbrak immers ook dan aan een geldige wil, gericht op traditio, bij de eiser, die vaak zeer tegen zijn zin de zaak in het proces aan gedaagde moest laten. Levy meende daarom dat geen normale bezitsverkrijging plaatsvond, die beschermd zou worden door de actio Publiciana maar kende de gedaagde die veroordeeld was een andere actie toe, namelijk de actio quasi Publiciana; in deze actio utilis die slechts één keer in de Digesten genoemd werd, 13 werd uitgegaan van de fictie dat de veroordeelde gedaagde toch bezitter geworden was. Deze tekst van Pomponius (D. 6,1,70) moet in samenhang met het daaraan voorafgaande fragment worden gelezen: Hij die met boos opzet heeft bewerkstelligd dat hij niet langer bezit, wordt ook hierin gestraft dat de eiser niet verplicht is hem de garantie te geven dat hij hem de acties die hij ten aanzien van die zaak heeft zal overdragen. Evenmin moet hem naar de heersende leer de Publiciaanse actie in oneigenlijke zin worden gegeven, teneinde aldus te voorkomen dat het in iemands macht is door onrechtmatige toeeigening een zaak tegen de wil van de eigenaar door betaling van de behoorlijke prijs te verkrijgen. 14 Deze fragmenten hebben betrekking op de bezitter die de zaak opzettelijk verloor. Hem werd geen enkele actie gegeven, ook niet de actio quasi Publiciana. De positie van deze persoon dient onderscheiden te worden van een tot betaling veroordeelde gedaagde die de zaak in kwestie nog wél onder zich had. Deze laatste kon mijns inziens gewoon aangemerkt worden als bezitter en had geen behoefte aan een actio utilis. Overeenkomstig de leer van Siber schijnt het logischer het veroordelend vonnis aan te merken als een normale bezitsverkrijging. De medewerking van de tradens lag in de procesovereenkomst besloten. Hoewel zij niet vrijwillig was maar afgedwongen, werd het bezit van de lener hierdoor bekrachtigd. Wanneer een restitutieclausule in de overeenkomst was opgenomen, had de inmiddels bezitter geworden lener nog de mogelijkheid de zaak vrijwillig terug te geven; als hij anders verkoos bleef hij bezitter en werd hij daarenboven zelfs eigenaar. De wil van de tradens lag besloten in de litis contestatio en vormde geen hindernis voor eigendomsoverdracht via traditio. Een volgend, hiermee sterk samenhangend bezwaar, was het titelvereiste bij traditio. In het Romeins recht was voor de overdracht van een res nec mancipi in beginsel een 12 Wel kwalificeerde de lener zich door zijn weigering tot dief, door ongeoorloofd gebruik van de geleende zaak (furtum usus); Hij begon dan ook niet te verjaren en kon de actio Publiciana niet instellen. 13 Uitgezocht door O. Lenel, Beiträge zur Kunde des prätorischen Edikts, Stuttgart 1878, p D. 6,1,69 en 6,1,70: Paulus Is qui dolo fecit quo minus possideret hoc quoque nomine punitur, quod actor cavere ei non debet actiones, quas eius rei nomine habeat, se ei praestaturum. Pomponius Nec quasi Publicianam quidem actionem ei dandam placuit, ne in potestate cuiusque sit per rapinam ab invito domino rem iusto pretio comparare. 4

5 geldige titel nodig. Levy meende dat de veroordeling tot betaling van de litis aestimatio nooit als titel kon dienen. Degene die de litis aestimatio moest betalen, werd gezien als een bijzonder soort koper, een quasi-emptor: De bezitter die het proces verloren heeft en de geschatte waarde van het procesobject heeft aangeboden, vangt aan te bezitten als koper. 15 Levy zweerde elke vergelijking met een normale koopovereenkomst af, zowel wat de verbintenisrechtelijke als de goederenrechtelijke gevolgen betreft. 16 Ten dele had hij hierin gelijk; de eiser die de procedure won, was namelijk niet als verkoper aansprakelijk. Zo hoefde de eiser die betaald kreeg niet in te staan voor eventuele gebreken van de zaak. En ook wanneer een derde, bijvoorbeeld een pandhouder, de zaak onder de gedaagde uitwon was de eiser niet wegens uitwinning aansprakelijk, ook al had hij inmiddels betaald gekregen: De eiser is tegenover de bezitter ten aanzien van de zaak waarvoor hij de geschatte waarde heeft ontvangen niet verplicht in te staan voor uitwinning; want een bezitter die de zaak niet heeft afgegeven, behoort het aan zichzelf te wijten. 17 De veroordeelde gedaagde op zijn beurt begon te bezitten als ware hij koper (pro emptore). Zijn positie was zoals gezegd niet -althans in verbintenisrechtelijk opzicht niette vergelijken met die van een gewone koper. Levy wilde de veroordeling in het geheel niet zien als een gedwongen verkoop van de zaak, en daarmee tot een gefingeerde overeenkomst verheffen. Toch begon de gedaagde wel te bezitten als koper; de lener die zichzelf het bezit had toegeeigend door de zaak niet terug te geven, zette het bezit voort pro emptore. Goederenrechtelijk had het veroordelend vonnis wel degelijk betekenis; de gedaagde werd op basis hiervan namelijk niet alleen bezitter maar ook eigenaar. Er was immers een geldige grondslag voor zijn bezit, te weten het veroordelend vonnis. Minder relevant hiervoor was de vraag in hoeverre dit vonnis nu gezien moest worden als een gedwongen verkoop. Het uitspreken van de litis aestimatio fungeerde, ook als dit niet als een koopovereenkomst gezien werd, wel degelijk als een titel. 18 Een derde tegenwerping tegen eigendomsverkrijging door de veroordeelde gedaagde lag nog besloten in de lezing van D. 6,1,46, met name de passage dat het dominium door het vonnis direct aan hem toekwam. Levy las dit woord niet als civiel eigendom maar enkel als praetorisch eigendom ofwel verjaringsbezit. Hij baseerde deze uitleg op de klassieke Romeinsrechtelijke onderverdeling in twee verschillende soorten eigendom (duplex dominium), namelijk civiel en praetorisch eigendom. Ook wanneer van deze, door 15 D. 41,4,1: Possessor, qui litis aestimationem optulit, pro emptore incipit possidere. Zie verder bijv. D. 25,2,22,pr. en D. 41,4,3. 16 Zie Levy, p. 482 e.v. 17 D. 6,1,35,2: Petitor possessori de evictione cavere non cogitur rei nomine, cuius aestmationem accepit: sibi enim possossor imputare debet, qui non restituit rem. 18 Zie Siber 1968, p.99; verder bevestigend, zie J.E. Jansen, Enige opmerkingen en mededelingen over samenloop van verschillende vorderingen na diefstal, Groninger Opmerkingen en Mededelingen 23 (2006), p. 101, nt

6 György Diósdi bestreden, 19 traditionele uitleg wordt uitgegaan, levert Diósdi s onderzoek een interessant historisch aanknopingspunt op dat de eigendomsverkrijging door de gedaagde bevestigde. Hij schreef namelijk dat de term dominium door Gaius nooit gebruikt werd om de toestand in bonis esse, die altijd met praetorisch eigendom verbonden is, te beschrijven. Het lijkt niet waarschijnlijk dat dit anders was bij Paulus die ongeveer een halve eeuw later leefde. Het woord dominium in D. 6,1,46 waarvan Paulus de auteur was, hield dan ook civiele eigendom in. Een verder argument hiervoor kan gevonden worden in de Glosse ad pertinet bij D. 6,1,46. Deze sloot aan bij de beroemde strofe dominium statim ad possessorem pertinet (komt het dominium meteen toe aan de bezitter). De standaardglosse voegde hieraan toe: Si eius erat qui accepit aestimationem oftewel wanneer de zaak van hem was die de schatting heeft ontvangen. Nu hierin de koppeling met de (civiele) eigendom van de eiser die betaald heeft gekregen zo nadrukkelijk werd gemaakt, moet aangenomen worden dat dit eigendomsrecht naar de gedaagde overging. 20 Geen eigendomsverkrijging Verbintenisrechtelijk had het veroordelend vonnis zodoende weinig tot geen gevolgen maar goederenrechtelijk kwam het wel degelijk betekenis toe: in het voorgaande is, met behulp van voornamelijk D. 6,1,46, aangetoond dat de gedaagde die veroordeeld werd in sommige gevallen eigenaar werd. Verschillende teksten 21 lijken dit echter tegen te spreken en kennen hem slechts de actio Publiciana toe waardoor hij slechts aan te merken is als (verjarings)bezitter. Het meest duidelijke, maar zeker niet het enige 22, voorbeeld hiervan is het van Julianus afkomstige D. 6,2,7,1: Als de waarde van de litigieuze zaak is geschat, is er gelijkenis met verkoop; en Julianus zegt in het 22 e boek van zijn Digesten, dat als de gedaagde kiest voor betaling van de geschatte waarde, de Publiciaanse actie van toepassing is. 23 Waarom zou, indien het bezit op geldige wijze verkregen is, dan toch slechts de actio Publiciana ingeroepen kunnen worden en niet de revindicatie? Wij hebben gezien dat de 19 De vraag is hoe juist dit onderscheid, dat in bijna alle bronnen terugkomt, eigenlijk is; uitvoerig onderzoek door Diósdi leidde tot de slotsom dat tot de Justiniaanse tijd slechts een enkel eigendomsbegrip bekend was (nudum ius quiritum); daarnaast werd een veelheid verschillende casus (waaronder die waarin de gedaagde de litis aestimatio betaalde) beschreven met de woorden in bonis habere, wat niet meer betekende dan in het vermogen hebben. In sommige gevallen maar lang niet altijd werd deze (feitelijke) positie door de praetor beschermd. Diósdi betoogde dat de term bonitarisch eigendom later ten onrechte hieraan verbonden is; G. Diósdi, Ownership in ancient and preclassical law, Boedapest 1970, p. 166 e.v. 20 Wellicht ten overvloede zij vermeld dat dit alleen gold voor res nec mancipi. Van res mancipi verkreeg de gedaagde alleen het bezit. Hij ging voortaan als praetorisch eigenaar/verjaringsbezitter door het leven en werd dienovereenkomstig beschermd; tegen derden die inbreuk maakten op zijn bezit met de actio Publiciana, tegen de civiele eigenaar met een exceptie (de exceptio rei iudicatae), zie J.C. van Oven, Leerboek van Romeinsch privaatrecht (3 e dr.), Leiden 1950, p Alle teksten pro en contra zijn door Arnold Ehrhardt uitgezocht en van commentaar voorzien; A. Ehrhardt, Litis aestimatio im Römischen Formularprozess, Frankfurt 1934, p. 162 e.v. Zijn commentaar richt zich voornamelijk op mogelijke interpolaties in de bronnen. 22 Zie verder bijv. D. 25,2,22 en D. 41,4,1. 23 Si lis fuerit aestimata, similis est venditioni: et ait Iulianus libro vicensimo secundo digestorum, si optulit reus aestimationem litis, Publicianam competere. 6

7 gedaagde als quasi-emptor beschouwd werd en dat het veroordelend vonnis als titel fungeerde. Dit betekende echter nog niet noodzakelijkerwijs eigendomsverkrijging; dit gebeurde alleen wanneer de eiser zelf eigenaar was. Als de eiser zelf slechts bezitter was, kon de gedaagde ook geen eigenaar worden en kon hij uitgewonnen worden door de werkelijke eigenaar. Wanneer met succes gerevindiceerd werd, stond het eigendomsrecht van de eiser vast en kon de gedaagde eigenaar worden. Door betaling van de litis aestimatio verkreeg de gedaagde dezelfde rechten die de eiser had. Om deze reden wordt in de bronnen meermalen gesproken over de actio Publiciana. De gedaagde volgde de eiser op in zijn rechtspositie. 24 Dit is eenvoudigweg een toepassing van de nemo plus-regel nu de gedaagde niet meer rechten kon verkrijgen dan de eiser had. Wanneer de revindicatie was ingesteld en het eigendomsrecht van de eiser in de procedure was erkend, zoals in D. 6,1,46 het geval moet zijn, werd de gedaagde eigenaar. In de teksten over de actio Publiciana stond alleen het bezit van de eiser vast, zodat alleen dit kon overgaan. De gedaagde trad door het veroordelend vonnis in de voetsporen van de eiser en werd dientengevolge de nieuwe bezitter. Indien een derdeeigenaar zich later meldde, kon deze met succes de revindicatie tegen hem instellen. De gedaagde was niet meer dan verjaringsbezitter geworden en hij kon slechts door voltooiing van de usucapio eigenaar worden. Conclusie Het instellen van de revindicatie leidde in het Romeins recht paradoxaal genoeg vaak niet tot het terugkrijgen van de zaak maar juist tot eigendomsverlies. Door een procedure tegen de bezitter te starten, moest de eigenaar in beginsel genoegen nemen met een geldbedrag. De enige manier om de kans op teruggave te vergroten was het laten opnemen van een restitutieclausule in de procesovereenkomst. Ook dan was de eigenaar echter afhankelijk van de gedaagde die voor de keuze werd gesteld: de zaak teruggeven of een hoog bedrag hiervoor betalen. Deed hij het laatste, dan werd hij meteen eigenaar. In het bovenstaande zijn alleen de gevolgen bekeken van het instellen van de revindicatie. Vaak echter heeft een eiser wiens zaak is weggenomen verschillende acties tot zijn beschikking. Nader onderzoek is nodig om te bepalen wat de gevolgen zijn van het instellen van een persoonlijke actie tegen een persoon die andermans zaak onder zich heeft. 25 Het lijkt niet uitgesloten dat ook dit in bepaalde gevallen tot eigendomsverkrijging door de gedaagde leidt. T. Jonkers, Groningen 24 Siber 1907, p Om te blijven bij het voorbeeld van een lener die een zaak niet teruggeeft: de eiser heeft naast de revindicatie een drietal acties tot zijn beschikking. Dit zijn de poenale actio furti waarmee hij een boete van de dief kan opeisen. Verder kan hij een reipersecutoire actie (dat is een op de zaak gerichte actie) instellen, ofwel de condictio furtiva ofwel de actie uit leenovereenkomst. 7

Enige opmerkingen en mededelingen over samenloop van verschillende vorderingen na diefstal

Enige opmerkingen en mededelingen over samenloop van verschillende vorderingen na diefstal Enige opmerkingen en mededelingen over samenloop van verschillende vorderingen na diefstal 1. Inleiding De bestolene kan naar Nederlands recht meerdere vorderingen instellen. Uiteraard blijft de bestolene

Nadere informatie

2 Procesrecht in vogelvlucht

2 Procesrecht in vogelvlucht 2 Procesrecht in vogelvlucht 2.1 HET VERLOOP VAN HET PROCES PER FORMULAS In het klassieke Romeinse recht werd in Rome tussen Romeinse burgers over civielrechtelijke aangelegenheden als regel geprocedeerd

Nadere informatie

Bezit te kwader trouw, verkrijgende en bevrijdende verjaring. Een leerstellige rechtsvergelijkende studie op historische grondslag.

Bezit te kwader trouw, verkrijgende en bevrijdende verjaring. Een leerstellige rechtsvergelijkende studie op historische grondslag. Bezit te kwader trouw, verkrijgende en bevrijdende verjaring Een leerstellige rechtsvergelijkende studie op historische grondslag Jelle Eric Jansen Boom Juridische uitgevers Den Haag 2011 INHOUDSOPGAVE

Nadere informatie

Samenvatting Vraagstelling

Samenvatting Vraagstelling Samenvatting Vraagstelling Dit boek gaat over artikel 3:105. Artikel 3:105 verheft degene die een goed bezit, tot rechthebbende op het ogenblik dat de rechtsvordering waarmee de eigenaar tegen de bezitter

Nadere informatie

INHOUD. Property Law Series... v Woord vooraf... vii Dankwoord... ix

INHOUD. Property Law Series... v Woord vooraf... vii Dankwoord... ix INHOUD Property Law Series.................................................... v Woord vooraf......................................................... vii Dankwoord..........................................................

Nadere informatie

Auteur. Bernard Waûters. Onderwerp. Dit is een uittreksel uit het boek:

Auteur. Bernard Waûters. Onderwerp. Dit is een uittreksel uit het boek: Auteur Bernard Waûters Onderwerp Dit is een uittreksel uit het boek: "Aandelen en echtscheiding" Jaar: 2000 Auteur: B. Waûters ISBN: 90 6215 725 4 Volume: 588 p. Prijs: 3.950 BEF (97,92 EUR) Uitgeverij:

Nadere informatie

ECLI:NL:RBSGR:2007:BA9024

ECLI:NL:RBSGR:2007:BA9024 ECLI:NL:RBSGR:2007:BA9024 Instantie Datum uitspraak 04-07-2007 Datum publicatie 06-07-2007 Zaaknummer KG 07/518 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Rechtbank 's-gravenhage Civiel recht

Nadere informatie

Beoordeling. h2>klacht

Beoordeling. h2>klacht Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt erover dat gerechtsdeurwaarder X het vonnis van de kantonrechter d.d. 18 december 2007 heeft betekend, terwijl hij verzoeker niet eerst heeft uitgenodigd dan wel heeft

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 31/08/2015

Datum van inontvangstneming : 31/08/2015 Datum van inontvangstneming : 31/08/2015 Vertaling C-417/15-1 Zaak C-417/15 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 29 juli 2015 Verwijzende rechter: Landesgericht für Zivilrechtssachen

Nadere informatie

ECLI:NL:RBSGR:2003:AI0610

ECLI:NL:RBSGR:2003:AI0610 ECLI:NL:RBSGR:2003:AI0610 Instantie Datum uitspraak 28-07-2003 Datum publicatie 29-07-2003 Zaaknummer KG 03/691 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Rechtbank 's-gravenhage Civiel recht

Nadere informatie

De formaliteiten voor overdracht verschillen naar gelang het over te dragen goed.

De formaliteiten voor overdracht verschillen naar gelang het over te dragen goed. Korte handleiding bijeenkomst 5. Overdracht van goederen. 3:83 en volgende BW Definitie overdracht: rechtsovergang van het ene rechtssubject naar het andere op basis van een een levering. Overdracht is

Nadere informatie

Beoordeling. h2>klacht

Beoordeling. h2>klacht Rapport 2 h2>klacht Verzoekster klaagt erover dat een ambtenaar van het regionale politiekorps Limburg-Noord op 14 juli 2008 heeft geweigerd de aangifte van diefstal van haar kat op te nemen. Beoordeling

Nadere informatie

EXAMENPROGRAMMA. Juridisch Diploma('s) Vermogensrecht niveau 5 Juridisch adviseur Paralegal Examen Vermogensrecht niveau 5 Niveau.

EXAMENPROGRAMMA. Juridisch Diploma('s) Vermogensrecht niveau 5 Juridisch adviseur Paralegal Examen Vermogensrecht niveau 5 Niveau. EXAMENPROGRAMMA Diplomalijn(en) Juridisch Diploma('s) Vermogensrecht niveau 5 Juridisch adviseur Paralegal Eamen Vermogensrecht niveau 5 Niveau 5 (vergelijkbaar met hbo-ad) Versie 3-0 Geldig vanaf 01-09-17

Nadere informatie

2 Omschrijving van enkele begrippen

2 Omschrijving van enkele begrippen 2 Omschrijving van enkele begrippen 1 INLEIDING Een probleem bij de bestudering van art. 48 (oud) Rv is dat de betekenis van veel van de gebruikte begrippen niet duidelijk is. Wat is een rechtsgrond? Is

Nadere informatie

Instantie. Onderwerp. Datum

Instantie. Onderwerp. Datum Instantie Hof van Cassatie Onderwerp Faillissement, Faillissementsakkoord en gerechtelijk akkoord - Gevolgen (personen, goederen, verbintenissen) - Verbintenissen - Schuldvordering - Aangifte Gevolg -

Nadere informatie

REVINDICATIEBELEID Inleiding Revindicatie Verjaring Revindicatieprocedure

REVINDICATIEBELEID Inleiding Revindicatie Verjaring Revindicatieprocedure REVINDICATIEBELEID Inleiding Het komt regelmatig voor dat onrechtmatig gebruik wordt gemaakt van gemeentegrond. Onrechtmatig gebruik houdt in dat particulieren of bedrijven zonder toestemming van de gemeente

Nadere informatie

Usucapio a domino en actio Publiciana naar Romeins en Nederlands recht

Usucapio a domino en actio Publiciana naar Romeins en Nederlands recht Usucapio a domino en actio Publiciana naar Romeins en Nederlands recht Inleiding Het vóór-justiniaanse Romeinse recht kende twee vormen van usucapio, verkrijgende verjaring. Usucapio a non domino beschermde

Nadere informatie

De actio negatoria. Een studie naar de rechtsvorderlijke zijde van het eigendomsrecht. Peter Christiaan van Es PROEFSCHRIFT

De actio negatoria. Een studie naar de rechtsvorderlijke zijde van het eigendomsrecht. Peter Christiaan van Es PROEFSCHRIFT De actio negatoria Een studie naar de rechtsvorderlijke zijde van het eigendomsrecht PROEFSCHRIFT ter verkrijging van de graad van Doctor aan de Universiteit Leiden, op gezag van de Rector Magnificus Dr.

Nadere informatie

casus Wessel Rotterdam

casus Wessel Rotterdam Casus VNG-cursus Grondzaken en verjaring oktober 2008 Wessel is eigenaar van een huis met tuin in Rotterdam. Aan de achterkant van de tuin grenst een groenstrook van ongeveer 2 meter breed die eigendom

Nadere informatie

DEEL 2 RECHTSGEVOLGEN EN FUNCTIES VAN BEZIT EN HOUDERSCHAP EN ASPECTEN DIE DAARBIJ VAN BELANG ZIJN

DEEL 2 RECHTSGEVOLGEN EN FUNCTIES VAN BEZIT EN HOUDERSCHAP EN ASPECTEN DIE DAARBIJ VAN BELANG ZIJN Voorwoord Lijst van afkortingen Lijst van verkort aangehaalde literatuur DEEL 1 BEZIT EN HOUDERSCHAP IN HET ALGEMEEN Hoofdstuk I Algemene opmerkingen 1 Inleiding 2 Terminologie Hoofdstuk II Begripsomschrijving

Nadere informatie

Korte handleiding bijeenkomst 8. Bijzondere overdrachten.

Korte handleiding bijeenkomst 8. Bijzondere overdrachten. Korte handleiding bijeenkomst 8. Bijzondere overdrachten. Situaties: 1. Overdracht onder voorwaarde 2. Overdracht onder eigendomsvoorbehoud 3. Overdracht toekomstige goederen 4. Overdracht onder tijdsbepaling

Nadere informatie

ECLI:NL:RBHAA:2009:BI7758

ECLI:NL:RBHAA:2009:BI7758 ECLI:NL:RBHAA:2009:BI7758 Instantie Rechtbank Haarlem Datum uitspraak 12-05-2009 Datum publicatie 12-06-2009 Zaaknummer 156351 - KG ZA 09-197 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel

Nadere informatie

16 De verhouding tussen de moderne actio negatoria en de revindicatie

16 De verhouding tussen de moderne actio negatoria en de revindicatie 16 De verhouding tussen de moderne actio negatoria en de revindicatie 16.1 ALGEMEEN De verhouding tussen de moderne actio negatoria en de revindicatie lijkt op het eerste gezicht weinig problematisch:

Nadere informatie

Rapport. Datum: 24 augustus 1998 Rapportnummer: 1998/348

Rapport. Datum: 24 augustus 1998 Rapportnummer: 1998/348 Rapport Datum: 24 augustus 1998 Rapportnummer: 1998/348 2 Klacht Op 10 maart 1997 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer F. te Eindhoven, met een klacht over een gedraging van de

Nadere informatie

zaaknummer rechtbank Amsterdam : C/13/5545011KG ZA 13-1428 arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 22 juli 2014

zaaknummer rechtbank Amsterdam : C/13/5545011KG ZA 13-1428 arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 22 juli 2014 arrest GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht, team II zaaknummer :200.140.465101 KG zaaknummer rechtbank Amsterdam : C/13/5545011KG ZA 13-1428 arrest van de meervoudige burgerlijke

Nadere informatie

Rapport. Rapport over een klacht over de heer mr. H., notaris te M. Rapportnummer: 2011/285

Rapport. Rapport over een klacht over de heer mr. H., notaris te M. Rapportnummer: 2011/285 Rapport Rapport over een klacht over de heer mr. H., notaris te M. Rapportnummer: 2011/285 2 Datum: 30 september 2011 Klacht Verzoekster klaagt erover dat zij als lid van een Vereniging van Eigenaren (VvE)

Nadere informatie

Beoordeling. h2>klacht

Beoordeling. h2>klacht Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt er in vervolg op zijn bij de Nationale ombudsman op 5 februari 2008 ingediende klacht over dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) Rotterdam in het

Nadere informatie

ECLI:NL:RBOVE:2014:2411

ECLI:NL:RBOVE:2014:2411 ECLI:NL:RBOVE:2014:2411 Instantie Rechtbank Overijssel Datum uitspraak 18-04-2014 Datum publicatie 07-05-2014 Zaaknummer C/08/154383 / KG-ZA 14-130 Rechtsgebieden Civiel recht Bijzondere kenmerken Kort

Nadere informatie

ECLI:NL:GHARL:2016:7955 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer

ECLI:NL:GHARL:2016:7955 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer ECLI:NL:GHARL:2016:7955 Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Datum uitspraak 04-10-2016 Datum publicatie 28-10-2016 Zaaknummer 200.177.389 Rechtsgebieden Civiel recht Bijzondere kenmerken Hoger beroep

Nadere informatie

Rechtsgevolgen en functies van bezit en houderschap

Rechtsgevolgen en functies van bezit en houderschap Monografieen Nieuw BW A14 Rechtsgevolgen en functies van bezit en houderschap Mr. A.C. van Schaick Kluwer - Deventer - 2003 Inhoud LUST VAN AFKORTINGEN XIII LUST VAN VERKORT AANGEHAALDE LITERATUUR XV DEEL

Nadere informatie

Rapport. Publicatiedatum: 15 oktober 2014. Rapportnummer: 2014 /139. 20 14/139 d e Natio nale o mb ud sman 1/6

Rapport. Publicatiedatum: 15 oktober 2014. Rapportnummer: 2014 /139. 20 14/139 d e Natio nale o mb ud sman 1/6 Rapport Publicatiedatum: 15 oktober 2014 Rapportnummer: 2014 /139 20 14/139 d e Natio nale o mb ud sman 1/6 Rapport Een onderzoek naar de titel op grond waarvan het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. Voor zover voor de beoordeling van de klacht van belang, is het navolgende gebleken.

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. Voor zover voor de beoordeling van de klacht van belang, is het navolgende gebleken. RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 2005.2662 (068.05) ingediend door: hierna te noemen 'klagers', tegen: hierna te noemen 'verzekeraar'. De Raad van Toezicht

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België C.11.0673.F/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.11.0595.F IMMOBILIÈRE CHRISTIAENS nv, Mr. Paul Alain Foriers, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen C. B. Nr. C.11.0673.F IMMOBILIÈRE CHRISTIAENS

Nadere informatie

Rapport. Rapport over een klacht over het College van procureurs-generaal te Den Haag. Datum: 25 februari 2014. Rapportnummer: 2014/010

Rapport. Rapport over een klacht over het College van procureurs-generaal te Den Haag. Datum: 25 februari 2014. Rapportnummer: 2014/010 Rapport Rapport over een klacht over het College van procureurs-generaal te Den Haag. Datum: 25 februari 2014 Rapportnummer: 2014/010 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het College van procureurs-generaal

Nadere informatie

ECLI:NL:OGEAC:2016:130 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer KG 80280/2016

ECLI:NL:OGEAC:2016:130 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer KG 80280/2016 ECLI:NL:OGEAC:2016:130 Instantie Gerecht in eerste aanleg van Curaçao Datum uitspraak 08-12-2016 Datum publicatie 09-01-2017 Zaaknummer KG 80280/2016 Rechtsgebieden Civiel recht Bijzondere kenmerken Kort

Nadere informatie

ECLI:NL:GHAMS:2016:5635 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer

ECLI:NL:GHAMS:2016:5635 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer ECLI:NL:GHAMS:2016:5635 Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 10-11-2016 Datum publicatie 29-12-2016 Zaaknummer 23-000872-16 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht Hoger

Nadere informatie

Rapport. Rapport over een klacht over Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen. Datum: 14 mei Rapportnummer: 2012/082

Rapport. Rapport over een klacht over Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen. Datum: 14 mei Rapportnummer: 2012/082 Rapport Rapport over een klacht over Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen Datum: 14 mei 2012 Rapportnummer: 2012/082 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen

Nadere informatie

DE RIJDENDE RECHTER. Bindend Advies. gegeven door mr. F.M.Visser, verder te noemen de rijdende rechter.

DE RIJDENDE RECHTER. Bindend Advies. gegeven door mr. F.M.Visser, verder te noemen de rijdende rechter. Zaaknummer: S21-10 Datum uitspraak: 3 juli 2014 Plaats uitspraak: Zaandam DE RIJDENDE RECHTER Bindend Advies in het geschil tussen: M. van Dalen te Sint Oedenrode verder te noemen: Van Dalen, tegen: Stichting

Nadere informatie

Saxionstudent.nl Blok1

Saxionstudent.nl Blok1 Wat is recht? Het geheel van rechtsregels gericht op het voorkomen, beheersen en oplossen van conflicten; geven van een rechtsverhouding tussen partijen. Deze regels zijn vastgesteld en afdwingbaar. Indelingen

Nadere informatie

Revindicatiebeleid. Er zijn een tweetal vormen van verjaring:

Revindicatiebeleid. Er zijn een tweetal vormen van verjaring: Revindicatiebeleid Inleiding Het is bekend dat er gemeentegrond, doorgaans groenstroken, in bezit/gebruik genomen zijn. Na een globale inventarisatie blijkt dat het gaat om een gemeentebrede problematiek.

Nadere informatie

Rapport. Rapport naar aanleiding van een klacht over het Ministerie van Veiligheid. en Justitie. Publicatiedatum: 23 september 2014

Rapport. Rapport naar aanleiding van een klacht over het Ministerie van Veiligheid. en Justitie. Publicatiedatum: 23 september 2014 Rapport Rapport naar aanleiding van een klacht over het Ministerie van Veiligheid en Justitie. Publicatiedatum: 23 september 2014 Rapportnummer: 2014 /122 20 14/122 d e Natio nale o mb ud sman 1/5 Feiten

Nadere informatie

ECLI:NL:RBAMS:2016:199

ECLI:NL:RBAMS:2016:199 ECLI:NL:RBAMS:2016:199 Instantie Rechtbank Amsterdam Datum uitspraak 20-01-2016 Datum publicatie 02-02-2016 Zaaknummer C/13/572226 / HA ZA 14-903 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Intellectueel-eigendomsrecht

Nadere informatie

O. dat volgens het oud Hollandsche Regt, in de colonie Suriname nog geldende, (..) ofwel enige opmerkingen over relatieve eigendom

O. dat volgens het oud Hollandsche Regt, in de colonie Suriname nog geldende, (..) ofwel enige opmerkingen over relatieve eigendom O. dat volgens het oud Hollandsche Regt, in de colonie Suriname nog geldende, (..) ofwel enige opmerkingen over relatieve eigendom Inleiding We schrijven 30 december 1666. Vanuit Veere vertrekken zeven

Nadere informatie

Rapport. Rapport over een klacht over het CAK te Den Haag. Datum: 14 augustus 2013. Rapportnummer: 2013/099

Rapport. Rapport over een klacht over het CAK te Den Haag. Datum: 14 augustus 2013. Rapportnummer: 2013/099 Rapport Rapport over een klacht over het CAK te Den Haag. Datum: 14 augustus 2013 Rapportnummer: 2013/099 2 Klacht Verzoeker klaagt over de wijze waarop het CAK is omgegaan met zijn verzoek om tot nader

Nadere informatie

Registergoederen en verjaring. docenten: Alex Geert Castermans & Jacqueline Peter

Registergoederen en verjaring. docenten: Alex Geert Castermans & Jacqueline Peter Registergoederen en verjaring docenten: Alex Geert Castermans & Jacqueline Peter registergoederen en verjaring programma: verjaring en verkrijging van grond pauze verjaring en verkrijging van erfdienstbaarheden

Nadere informatie

Rapport. Datum: 21 december 2006 Rapportnummer: 2006/384

Rapport. Datum: 21 december 2006 Rapportnummer: 2006/384 Rapport Datum: 21 december 2006 Rapportnummer: 2006/384 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het Centraal Justitieel Incasso Bureau bij de te late terugbetaling van een bekeuring niet standaard wettelijke

Nadere informatie

ECLI:NL:RBARN:2007:BB1598

ECLI:NL:RBARN:2007:BB1598 ECLI:NL:RBARN:2007:BB1598 Instantie Rechtbank Arnhem Datum uitspraak 27-06-2007 Datum publicatie 13-08-2007 Zaaknummer 153406 Rechtsgebieden Civiel recht Bijzondere kenmerken Kort geding Inhoudsindicatie

Nadere informatie

Een onderzoek naar het geen gevolg geven aan een rechterlijke uitspraak door het Openbaar Ministerie te Den Haag

Een onderzoek naar het geen gevolg geven aan een rechterlijke uitspraak door het Openbaar Ministerie te Den Haag Rapport Een onderzoek naar het geen gevolg geven aan een rechterlijke uitspraak door het Openbaar Ministerie te Den Haag Oordeel Op basis van het onderzoek vindt de klacht over het Openbaar Ministerie

Nadere informatie

ECLI:NL:GHLEE:2009:BK2993

ECLI:NL:GHLEE:2009:BK2993 ECLI:NL:GHLEE:2009:BK2993 Instantie Datum uitspraak 11-11-2009 Datum publicatie 11-11-2009 Gerechtshof Leeuwarden Zaaknummer 24-002029-08 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht

Nadere informatie

Zoekresultaat inzien document. ECLI:NL:RBROT:2012:BX5563 Permanente link: Uitspraak

Zoekresultaat inzien document. ECLI:NL:RBROT:2012:BX5563 Permanente link: Uitspraak Zoekresultaat inzien document ECLI:NL:RBROT:2012:BX5563 Permanente link: http://deeplink.rechtspraak.nl/ Instantie Rechtbank Rotterdam Datum uitspraak 20 08 2012 Datum publicatie 23 08 2012 Zaaknummer

Nadere informatie

CR 13/2476 DE CENTRALE RAAD VAN TOEZICHT VAN DE NEDERLANDSE VERENIGING VAN MAKELAARS O.G. EN VASTGOEDDESKUNDIGEN NVM.

CR 13/2476 DE CENTRALE RAAD VAN TOEZICHT VAN DE NEDERLANDSE VERENIGING VAN MAKELAARS O.G. EN VASTGOEDDESKUNDIGEN NVM. CR 13/2476 DE CENTRALE RAAD VAN TOEZICHT VAN DE NEDERLANDSE VERENIGING VAN MAKELAARS O.G. EN VASTGOEDDESKUNDIGEN NVM. Klacht tegen makelaarskantoor en niet tegen de daaraan verbonden makelaar. Informatieplicht

Nadere informatie

LICHAMELIJKE ROERENDE GOEDEREN

LICHAMELIJKE ROERENDE GOEDEREN Het beslag op roerend goed kan op tweevoudige wijze verder geclassificeerd worden: - het bewarend beslag op roerend goed (voor een algemene bespreking kan verwezen worden naar Fiche 1) en het uitvoerend

Nadere informatie

Opdracht tot dienstverlening en de Algemene Consumentenvoorwaarden

Opdracht tot dienstverlening en de Algemene Consumentenvoorwaarden 1. Kan de makelaar de opdracht teruggeven? Op basis van artikel 6 lid 4 van de Algemene NVM 2010 is het voor een NVM-makelaar mogelijk om op basis van gewichtige redenen de opdracht terug te geven. Als

Nadere informatie

Rapport. Datum: 24 januari 2006 Rapportnummer: 2006/024

Rapport. Datum: 24 januari 2006 Rapportnummer: 2006/024 Rapport Datum: 24 januari 2006 Rapportnummer: 2006/024 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de Belastingdienst/Limburg geen nadere actie heeft genomen ten aanzien van het bedrijf, dat betalingen had ontvangen

Nadere informatie

Rapport. De behandeling van een bezwaarschrift. Oordeel

Rapport. De behandeling van een bezwaarschrift. Oordeel Rapport De behandeling van een bezwaarschrift Oordeel Op basis van het onderzoek vindt de klacht over de Belastingdienst/Toeslagen te Utrecht gegrond. Datum: 9 december 2014 Rapportnummer: 2014/202 2 SAMENVATTING

Nadere informatie

Aan Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

Aan Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Schedeldoekshaven 100 2511 EX Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag

Nadere informatie

The Impact of the ECHR on Private International Law: An Analysis of Strasbourg and Selected National Case Law L.R. Kiestra

The Impact of the ECHR on Private International Law: An Analysis of Strasbourg and Selected National Case Law L.R. Kiestra The Impact of the ECHR on Private International Law: An Analysis of Strasbourg and Selected National Case Law L.R. Kiestra Samenvatting Dit onderzoek heeft als onderwerp de invloed van het Europees Verdrag

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 19/04/2013

Datum van inontvangstneming : 19/04/2013 Datum van inontvangstneming : 19/04/2013 Vertaling C-120/13-1 Zaak C-120/13 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 14 maart 2013 Verwijzende rechter: Amtsgericht Wedding (Duitsland)

Nadere informatie

Voor de beantwoording van deze vraag is het van belang om het privaatrecht van het publiekrecht te onderscheiden.

Voor de beantwoording van deze vraag is het van belang om het privaatrecht van het publiekrecht te onderscheiden. Bijlage bij DB/ AB-voorstel project Duikwrak Grevelingen In de vergadering van 1 juli 2010 heeft het DB van het Natuur- en Recreatieschap De Grevelingen kennis genomen van de voortgang van het project

Nadere informatie

ECLI:NL:OGEAC:2017:86

ECLI:NL:OGEAC:2017:86 ECLI:NL:OGEAC:2017:86 Instantie Datum uitspraak 04-07-2017 Datum publicatie 17-07-2017 Zaaknummer KG 82882 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Gerecht in eerste aanleg van Curaçao Civiel

Nadere informatie

ECLI:NL:RBZUT:2004:AO7273

ECLI:NL:RBZUT:2004:AO7273 ECLI:NL:RBZUT:2004:AO7273 Instantie Rechtbank Zutphen Datum uitspraak 31-03-2004 Datum publicatie 08-04-2004 Zaaknummer 06/060115-03 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht Eerste

Nadere informatie

LJN: BP4803, Hoge Raad, 10/04523. Datum uitspraak: 20-05-2011 Datum publicatie: 20-05-2011. Rechtsgebied: Civiel overig Soort procedure: Cassatie

LJN: BP4803, Hoge Raad, 10/04523. Datum uitspraak: 20-05-2011 Datum publicatie: 20-05-2011. Rechtsgebied: Civiel overig Soort procedure: Cassatie LJN: BP4803, Hoge Raad, 10/04523 Datum uitspraak: 20-05-2011 Datum publicatie: 20-05-2011 Rechtsgebied: Civiel overig Soort procedure: Cassatie Inhoudsindicatie: Onteigening. Verzuim tot betekening cassatieverklaring

Nadere informatie

Verkrijgende verjaring

Verkrijgende verjaring Verkrijgende verjaring Hendrik Ploeger 10 mei 2007 1 Agenda Vereisten voor verkrijging door verjaring De registerverklaring Erfdienstbaarheid door verjaring 10 mei 2007 2 Bezitsgrens Feitelijke grens Bezit:

Nadere informatie

Rapport. Datum: 10 oktober 2006 Rapportnummer: 2006/347

Rapport. Datum: 10 oktober 2006 Rapportnummer: 2006/347 Rapport Datum: 10 oktober 2006 Rapportnummer: 2006/347 2 Klacht Verzoekster klaagt over de wijze waarop notaris X te Q bij gelegenheid van de afwikkeling van haar echtscheiding heeft gehandeld met een

Nadere informatie

De heer S., aangesloten makelaar, verbonden aan [naam makelaarskantoor], [adres] beklaagde.

De heer S., aangesloten makelaar, verbonden aan [naam makelaarskantoor], [adres] beklaagde. Taxatie. Onjuiste Taxatiewaarde. Belangenbehartiging opdrachtgever. Ongepast optreden. Klager en zijn (ex-)echtgenote hebben beklaagde in het kader van hun echtscheiding gevraagd hun woning te taxeren.

Nadere informatie

ECLI:NL:GHSHE:2016:2505

ECLI:NL:GHSHE:2016:2505 ECLI:NL:GHSHE:2016:2505 Instantie Datum uitspraak 21-06-2016 Datum publicatie 24-04-2017 Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie - Vindplaatsen Uitspraak Gerechtshof

Nadere informatie

ECLI:NL:GHLEE:2011:BU1518

ECLI:NL:GHLEE:2011:BU1518 ECLI:NL:GHLEE:2011:BU1518 Instantie Datum uitspraak 17-10-2011 Datum publicatie 25-10-2011 Gerechtshof Leeuwarden Zaaknummer 24-003332-09 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht

Nadere informatie

vonnis in kort geding ex artikel 254 lid 5 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

vonnis in kort geding ex artikel 254 lid 5 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam, ECLI:NL:RBROT:2016:996 Instantie Rechtbank Rotterdam Datum uitspraak 10-02-2016 Datum publicatie 10-02-2016 Zaaknummer 4645281 VV EXPL 15-591 Rechtsgebieden Civiel recht Bijzondere kenmerken Kort geding

Nadere informatie

de Rechtspraak Rechtbank Oost-Brabant Het bijgaande wordt u zonder begeleidend schrijven aangeboden.

de Rechtspraak Rechtbank Oost-Brabant Het bijgaande wordt u zonder begeleidend schrijven aangeboden. de Rechtspraak Rechtbank Oost-Brabant ARAG SE Nederland mr. N.P. Tinholt Postbus 230 3830 AE Leusden Kanton Eindhoven datum contactpersoon doorkiesnummer ons kenmerk uw kenmerk onderwerp 25 juli 2013 mw.

Nadere informatie

ECLI:NL:RBMID:2008:BE0039

ECLI:NL:RBMID:2008:BE0039 ECLI:NL:RBMID:2008:BE0039 Instantie Rechtbank Middelburg Datum uitspraak 30-07-2008 Datum publicatie 13-08-2008 Zaaknummer 60993/HA ZA 08-23 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel

Nadere informatie

Terbeschikkinggestelden tussen wal en schip

Terbeschikkinggestelden tussen wal en schip Terbeschikkinggestelden tussen wal en schip M.A.M. Wolters * Toen mij ongeveer een half jaar geleden werd gevraagd een lezing te houden met als onderwerp "De geestelijk gestoorden tussen wal en schip",

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. Uit de stukken is, voor zover voor de beoordeling van de klacht van belang, het navolgende gebleken.

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. Uit de stukken is, voor zover voor de beoordeling van de klacht van belang, het navolgende gebleken. RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 038.01 ingediend door: hierna te noemen 'klagers', tegen: hierna te noemen 'verzekeraar'. De Raad van Toezicht Verzekeringen

Nadere informatie

Wanneer iemand door verjaring eigenaar wordt van een stuk grond, spreken we van verkrijgende verjaring.

Wanneer iemand door verjaring eigenaar wordt van een stuk grond, spreken we van verkrijgende verjaring. Bijlage 3 JURIDISCHE ASPECTEN VAN VERJARING Wanneer iemand door verjaring eigenaar wordt van een stuk grond, spreken we van verkrijgende verjaring. Het Burgerlijk Wetboek kent twee vormen van verkrijgende

Nadere informatie

ECLI:NL:RBROT:2006:AX9306

ECLI:NL:RBROT:2006:AX9306 ECLI:NL:RBROT:2006:AX9306 Instantie Rechtbank Rotterdam Datum uitspraak 15-06-2006 Datum publicatie 26-06-2006 Zaaknummer 709062 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel recht Eerste

Nadere informatie

ECLI:NL:RBAMS:2016:1678

ECLI:NL:RBAMS:2016:1678 ECLI:NL:RBAMS:2016:1678 Instantie Rechtbank Amsterdam Datum uitspraak 24-03-2016 Datum publicatie 29-03-2016 Zaaknummer KK EXPL 16-200 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel recht

Nadere informatie

Nijmegen, 9 maart 2010 Betreft: aanvullend advies inzake erfdienstbaarheid Maliskamp

Nijmegen, 9 maart 2010 Betreft: aanvullend advies inzake erfdienstbaarheid Maliskamp Mr. P.H.A.M. Peters Hoff van Hollantlaan 5 Postbus 230 5240 AE Rosmalen Nijmegen, 9 maart 2010 Betreft: aanvullend advies inzake erfdienstbaarheid Maliskamp Geachte heer Peters, Bij brief van 12 november

Nadere informatie

ECLI:NL:RBROT:2016:3340

ECLI:NL:RBROT:2016:3340 ECLI:NL:RBROT:2016:3340 Instantie Rechtbank Rotterdam Datum uitspraak 20042016 Datum publicatie 03052016 Zaaknummer 4878125 VV EXPL 1612 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Arbeidsrecht

Nadere informatie

Rapport 1998/322, nationale ombudsman, 3 augustus 1998

Rapport 1998/322, nationale ombudsman, 3 augustus 1998 Rapport 1998/322, nationale ombudsman, 3 augustus 1998 Klacht 1 Achtergrond 1 Onderzoek 1 Bevindingen 2 Beoordeling en conclusie 4 KLACHT Op 16 april 1998 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift

Nadere informatie

ECLI:NL:RBMNE:2013:BZ7402

ECLI:NL:RBMNE:2013:BZ7402 ECLI:NL:RBMNE:2013:BZ7402 Instantie Datum uitspraak 07-03-2013 Datum publicatie 18-04-2013 Rechtbank Midden-Nederland Zaaknummer AWB 12/26575 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Vreemdelingenrecht

Nadere informatie

thans uit anderen hoofde gedetineerd in het Huis van Bewaring [locatie] te [plaats 2],

thans uit anderen hoofde gedetineerd in het Huis van Bewaring [locatie] te [plaats 2], ECLI:NL:RBAMS:2013:3850 Uitspraak RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/737331-13 RK nummer: 13/2646 Datum uitspraak: 28 juni 2013 UITSPRAAK op de vordering ex artikel 23

Nadere informatie

ECLI:NL:GHAMS:2014:3775

ECLI:NL:GHAMS:2014:3775 ECLI:NL:GHAMS:2014:3775 Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 01-07-2014 Datum publicatie 05-12-2014 Zaaknummer 23-004323-13 Rechtsgebieden Strafrecht Bijzondere kenmerken Hoger beroep Inhoudsindicatie

Nadere informatie

ECLI:NL:RBSGR:2011:BP8136

ECLI:NL:RBSGR:2011:BP8136 ECLI:NL:RBSGR:2011:BP8136 Instantie Datum uitspraak 15-02-2011 Datum publicatie 18-03-2011 Rechtbank 's-gravenhage Zaaknummer 385723 / KG ZA 11-78 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel

Nadere informatie

Partijen zullen hierna de curator en de gemeente genoemd worden.

Partijen zullen hierna de curator en de gemeente genoemd worden. 6 FAX +31302233198 RECHTBANK UTRECHT ROLADM vonnis RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling Civiel recht zitting houdend te Utrecht zaaknummer/rolnummer: C/16/324379 / HA ZA 12-764 Vonnis van 3 april 2013 in

Nadere informatie

12-03- 2014. Split Online Congres CIVIELE ASPECTEN VAN DE EIGEN WONING IN DE ECHTSCHEIDING MR. DR. E.W.J. EBBEN MAART 2014

12-03- 2014. Split Online Congres CIVIELE ASPECTEN VAN DE EIGEN WONING IN DE ECHTSCHEIDING MR. DR. E.W.J. EBBEN MAART 2014 Split Online Congres CIVIELE ASPECTEN VAN DE EIGEN WONING IN DE ECHTSCHEIDING MR. DR. E.W.J. EBBEN MAART 2014 HUWELIJK ZONDER HUWELIJKSVOORWAARDEN GEMEENSCHAP VAN GOEDEREN BOEDELMENGING OPVOLGING ONDER

Nadere informatie

Vertaling C-441/13-1. Zaak C-441/13. Verzoek om een prejudiciële beslissing

Vertaling C-441/13-1. Zaak C-441/13. Verzoek om een prejudiciële beslissing Vertaling C-441/13-1 Zaak C-441/13 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 5 augustus 2013 Verwijzende rechter: Handelsgericht Wien (Oostenrijk) Datum van de verwijzingsbeslissing:

Nadere informatie

INHOUDSTAFEL BOEK II. ZAKENRECHT... 1 TITEL I ZAKEN IN HET ALGEMEEN... 3. Inleiding... 3

INHOUDSTAFEL BOEK II. ZAKENRECHT... 1 TITEL I ZAKEN IN HET ALGEMEEN... 3. Inleiding... 3 INHOUDSTAFEL BOEK II. ZAKENRECHT.... 1 TITEL I ZAKEN IN HET ALGEMEEN.... 3 Inleiding.... 3 Hoofdstuk I. Onderscheid der goederen.... 4 Afdeling I. Belangrijkste indelingen.... 4 Afdeling II. Roerende en

Nadere informatie

ECLI:NL:RBGEL:2016:2558

ECLI:NL:RBGEL:2016:2558 ECLI:NL:RBGEL:2016:2558 Instantie Rechtbank Gelderland Datum uitspraak 12-05-2016 Datum publicatie 19-05-2016 Zaaknummer AWB - 15 _ 7447 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie

Nadere informatie

ECLI:NL:GHDHA:2014:3834

ECLI:NL:GHDHA:2014:3834 ECLI:NL:GHDHA:2014:3834 Instantie Gerechtshof Den Haag Datum uitspraak 28-10-2014 Datum publicatie 27-11-2014 Zaaknummer 200.140.914/01 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel recht

Nadere informatie

Rapport. Rapport betreffende een klacht over de Ontwikkelingsmaatschappij Midden-IJsselmonde. Datum: 1 juli 2013. Rapportnummer: 2013/077

Rapport. Rapport betreffende een klacht over de Ontwikkelingsmaatschappij Midden-IJsselmonde. Datum: 1 juli 2013. Rapportnummer: 2013/077 Rapport Rapport betreffende een klacht over de Ontwikkelingsmaatschappij Midden-IJsselmonde Datum: 1 juli 2013 Rapportnummer: 2013/077 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het bestuur van de Ontwikkelingsmaatschappij

Nadere informatie

Instantie. Onderwerp. Datum

Instantie. Onderwerp. Datum Instantie Hof van Cassatie Onderwerp Overeenkomst - Bestanddelen - Toestemming - Gebrek - Geweld - Morele dwang - Gebrekkige wil - Voorwaarde - Artt. 1109 en 1112, BW Datum 23 maart 1998 Copyright and

Nadere informatie

Gedemonteerde kraan per Ufuk

Gedemonteerde kraan per Ufuk Gedemonteerde kraan per Ufuk verhaalsmogelijkheid op een zeeschip buiten debiteurschap HR 2 april 1993, RvdW 1993, 90 W.H. van Boom Verschenen in: R.D. Vriesendorp e.a. (eds.), Het actuele recht; rechtspraak

Nadere informatie

ECLI:NL:RBSGR:2010:BN5173

ECLI:NL:RBSGR:2010:BN5173 ECLI:NL:RBSGR:2010:BN5173 Instantie Datum uitspraak 25-08-2010 Datum publicatie 27-08-2010 Rechtbank 's-gravenhage Zaaknummer 372795 / KG ZA 10-970 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. tegen: hierna te noemen de tussenpersoon'.

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. tegen: hierna te noemen de tussenpersoon'. RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 2006.4211 (126.06) ingediend door: hierna te noemen 'klaagster 1', hierna te noemen klager en klaagster 2, allen tezamen hierna

Nadere informatie

ECLI:NL:RBAMS:2017:1537

ECLI:NL:RBAMS:2017:1537 ECLI:NL:RBAMS:2017:1537 Instantie Rechtbank Amsterdam Datum uitspraak 09-03-2017 Datum publicatie 13-03-2017 Zaaknummer KK EXPL 17-174 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel recht

Nadere informatie

ECGR/U201300637 Lbr. 13/058

ECGR/U201300637 Lbr. 13/058 Brief aan de leden T.a.v. het college en de raad informatiecentrum tel. (070) 373 8393 betreft Schadevergoeding bij onrechtmatige besluiten uw kenmerk ons kenmerk ECGR/U201300637 Lbr. 13/058 bijlage(n)

Nadere informatie

ECLI:NL:RBNHO:2017:3627

ECLI:NL:RBNHO:2017:3627 ECLI:NL:RBNHO:2017:3627 Instantie Datum uitspraak 04-05-2017 Datum publicatie 08-05-2017 Rechtbank Noord-Holland Zaaknummer C/15/258178 / KG ZA 17-309 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie

Nadere informatie

Van één, of van allen?

Van één, of van allen? Van één, of van allen? Voorwoord De afgelopen jaren is er een hoop veranderd in gemeente Heerenveen. Nieuwbouw, uitbreiding, revitalisatie en verandering van de infrastructuur zijn enkele voorbeelden hiervan.

Nadere informatie

De geschiedenis tôt 1950 van de vertrouwensbescherming bij overdracht van roerende zaken door een beschikkingsonbevoegde. Mr. A.F.

De geschiedenis tôt 1950 van de vertrouwensbescherming bij overdracht van roerende zaken door een beschikkingsonbevoegde. Mr. A.F. 2014 tôt 1950 De geschiedenis tôt 1950 van de vertrouwensbescherming bij overdracht van roerende zaken door een beschikkingsonbevoegde Mr. A.F. Salomons 1997 Kluwer - Deventer INHOUDSOPGAVE LlJST VAN AFKORTINGEN

Nadere informatie

ECLI:NL:RBSGR:2005:AT3886

ECLI:NL:RBSGR:2005:AT3886 ECLI:NL:RBSGR:2005:AT3886 Instantie Datum uitspraak 14-04-2005 Datum publicatie 14-04-2005 Zaaknummer KG 05/243 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Rechtbank 's-gravenhage Civiel recht

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2000:ZB8776

ECLI:NL:CRVB:2000:ZB8776 ECLI:NL:CRVB:2000:ZB8776 Instantie Datum uitspraak 21-04-2000 Datum publicatie 15-05-2003 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 97/4896 AAW/WAO Bestuursrecht

Nadere informatie