Vennootschapsbelastingplicht voor overheidsbedrijven: extra lasten in aantocht!

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Vennootschapsbelastingplicht voor overheidsbedrijven: extra lasten in aantocht!"

Transcriptie

1 Vennootschapsbelastingplicht voor overheidsbedrijven: extra lasten in aantocht! Op Prinsjesdag is het wetsvoorstel modernisering vennootschapsbelastingplicht voor overheidsondernemingen gepresenteerd. Hierin wordt een ingrijpende wijziging voorgesteld van de wijze waarop overheidsbedrijven in de heffing zullen worden betrokken: het bestaande uitgangspunt onbelast, tenzij is veranderd in belast, tenzij. Dit nieuwe uitgangspunt geldt ongeacht de rechtsvorm waarin de activiteiten plaatsvinden, dus voor indirecte én directe overheidsbedrijven. Deze ingrijpende wijziging van wetgeving kan voor gemeenten, waterschappen en provincies vergaande gevolgen hebben. Waar fiscale winst wordt gerealiseerd zal de vennootschapsbelasting namelijk leiden tot financiële druk op de begroting: er zal 25% vennootschapsbelasting betaald moeten worden over de fiscale winst. Bij de vormgeving van bestaande én nieuwe activiteiten zal daarom tijdig nagedacht moeten worden over de gevolgen van dit voorstel en ook de vormgeving van activiteiten zal erop moeten worden aangepast. Daarbij moeten ook de gevolgen van de Wet Markt en Overheid (hierna: Wet M&O) worden meegenomen. De aangekondigde wijzigingen zullen bovendien grote administratieve consequenties hebben. Raadzaam is dus om als decentrale overheid tijdig in te spelen op deze nieuwe wetgeving! Achtergrond modernisering vpb-plicht De overheid heeft haar activiteiten de afgelopen decennia sterk uitgebreid. Hierdoor is zij vaker actief op een markt waar ook private partijen actief zijn. Als overheidsbedrijven en particuliere ondernemingen, die beide commerciële activiteiten verrichten, niet op dezelfde manier in de heffing worden betrokken, kan er voor overheidsbedrijven een oneigenlijk voordeel ontstaan. Het bedrijfsleven en het parlement uitten in het verleden al de nodige zorgen over mogelijke concurrentieverstoring als gevolg van de bestaande wetgeving. Nadat de Europese Commissie in mei 2013 had aangegeven dat er naar haar mening sprake was van staatssteun die niet verenigbaar is met de gemeenschappelijke markt en een voorstel voor dienstige maatregelen had uitgevaardigd, beloofde de Nederlandse regering de wetgeving aan te passen. Op 14 april 2014 werd er een conceptwetsvoorstel met toelichting gepubliceerd. Belanghebbenden kregen tot en met 12 mei jl. de mogelijkheid om via een internetconsultatie op het conceptwetsvoorstel te reageren. Van deze mogelijkheid is door een groot aantal belanghebbende gebruik gemaakt. Op Prinsjesdag is het wetsvoorstel modernisering vennootschapsbelastingplicht voor overheidsondernemingen ingediend bij de Tweede Kamer. Het goed mogelijk dat er tijdens de behandeling in de Tweede en Eerste Kamer nog aanpassingen aan het wetsvoorstel zullen plaatsvinden, zeker gelet op de kritiek van de Raad van State. Een eventuele reactie van de Europese Commissie kan ook nog tot aanpassingen leiden. De geplande behandeling van het wetsvoorstel duurt tot begin 2015, waarna de wet met terugwerkende kracht tot 1 nuari 2015 wordt ingevoerd. De wet zal vervolgens van toepassing zijn op boekren aanvangend op of na 1 nuari /7

2 Hoofdlijn van het wetsvoorstel en uitgangspunten Voor het kabinet zijn de volgende uitgangspunten leidend geweest bij de vormgeving van de modernisering: het wetsvoorstel beoogt een gelijk speelveld te creëren op het gebied van de vennootschapsbelasting voor private ondernemingen en daarmee concurrerende overheidsondernemingen; voor de fiscale behandeling van overheidsondernemingen wordt materieel zo min mogelijk onderscheid gemaakt naar de wijze waarop deze (juridisch) zijn georganiseerd. In het verlengde hiervan moet de samenwerking tussen overheidslichamen zo min mogelijk fiscaal worden belemmerd. Daarnaast geldt als uitgangspunt dat activiteiten die verband houden met typische overheidstaken en bevoegdheden waarmee niet in concurrentie wordt getreden met private ondernemingen, buiten de belastingplicht blijven en dat de onvermijdelijke stijging van de administratieve lasten voor de betrokken overheidsinstellingen en van de uitvoeringskosten voor de Belastingdienst zo beperkt mogelijk worden gehouden. De modernisering van de vennootschapsbelastingplicht voor overheidsondernemingen wordt vormgegeven aan de hand van algemeen geldende principes. Er is bewust voor gekozen geen lijst op te nemen met vrijgestelde activiteiten. Dat betekent dat bij toepassing van die algemene principes door overheidsbedrijven veel vragen zullen opkomen of en in welke mate bepaalde activiteiten onder de heffing zullen vallen. In dat licht moet ook de termijn worden gezien tussen beoogde aanvaarding van het wetsvoorstel door het parlement (nuari 2015) en het effectief worden van het nieuwe regime (boekren die aanvangen op of na 1 nuari 2016). Die periode zullen overheden hard nodig hebben om zich goed te kunnen voorbereiden. Het kabinet geeft ook aan dat er gezien de maatregelen van de Europese Commissie niet van uit mag worden gegaan dat verder uitstel zal worden toegestaan. Uitwerking van uitgangspunten In het voorstel wordt een onderscheid gemaakt tussen directe en indirecte overheidsbedrijven. Voor directe overheidsbedrijven zal sprake zijn van Vpb-plicht voor zover sprake is van een (materiële) onderneming, voor indirecte overheidsbedrijven in de vorm van de N.V. en B.V. geldt integrale Vpbplicht. Sommige voordelen kunnen echter op grond van hierna te behandelen vrijstellingen zijn vrijgesteld. Met het criterium materiële onderneming wordt gekozen voor een in de jurisprudentie uitgewerkt fiscaal begrip (duurzame organisatie van kapitaal en arbeid waarmee wordt deelgenomen aan het economische verkeer waarbij winst wordt beoogd of structureel wordt behaald), en niet voor de Europeesrechtelijke definitie van het aanbieden van goederen en diensten op een markt. Het kabinet meent dat hiermee materieel bezien op correcte wijze invulling wordt gegeven aan de dienstige maatregel van de Commissie. Van deelname aan het economische verkeer is geen sprake bij interne prestaties waarbij een onderdeel van de publiekrechtelijke rechtspersoon (ondersteunende) activiteiten verricht ten behoeve van andere onderdelen van de eigen organisatie. Dit vormt een belangrijke uitzondering die ook nader in de MvT is toegelicht. Ook met prestaties die worden verricht voor niet-individuele afnemers maar voor de collectiviteit (zuiver collectieve prestaties) wordt niet deelgenomen aan het economische verkeer. Als de publiekrechtelijke rechtspersoon activiteiten verricht voor individuele derden, waarvoor geen externe vergoedingen worden ontvangen, of waarvoor vanuit fiscale optiek een nietkostendekkende vergoeding wordt ontvangen, ligt het volgens het kabinet voor de hand om aan te nemen dat met deze activiteiten in zijn algemeenheid geen structurele overschotten worden behaald. Een winstoogmerk wordt dan niet aangenomen. Indien een duurzame organisatie van 2/11

3 kapitaal en arbeid deelmt aan het economische verkeer, maar geen winstoogmerk heeft, kan toch sprake zijn van het drijven van een onderneming. Onder het drijven van een onderneming wordt namelijk mede verstaan een uiterlijk daarmee overeenkomende werkzaamheid waardoor in concurrentie wordt getreden met ondernemingen, gedreven door natuurlijke personen, dan wel door (belastingplichtige) lichamen. Indien de publiekrechtelijke rechtspersoon werkzaamheden verricht ten koste van het debiet van (private) ondernemingen wordt concurrentie aangenomen. Ook potentiële concurrentie valt hieronder. Wel moet bij het onderdeel van de publiekrechtelijke rechtspersoon dat de activiteiten verricht een zekere mate van winstpotentie aanwezig zijn. Hiervan is in ieder geval sprake als de resultaten van een zodanige omvang zijn dat een particulier er een bescheiden bestaan aan kon ontlenen. Het kabinet geeft in de MvT aan dat voor veel overheidsactiviteiten zal gelden dat zij reeds buiten de Vpb-plicht vallen omdat geen sprake is van een onderneming, doordat niet wordt deelgenomen aan het economische verkeer dan wel doordat de activiteiten structureel verliesgevend zijn. Dat mt echter niet weg dat in concrete gevallen zal moeten worden geverifieerd of dat daadwerkelijk het geval is. Dat dient ook periodiek te worden gedaan omdat in de loop der tijd mogelijk wijzigingen optreden. Vrijstellingen Daar waar onder de huidige Vpb-regeling voor overheidsbedrijven het principe geldt vrijgesteld tenzij is onder de nieuwe wet het principe: belast tenzij. Om ook na 1 nuari 2016 voor een Vpbvrijstelling in aanmerking te komen moet het overheidsbedrijf voor één van de vrijstellingen kwalificeren. In het voorstel zijn drie specifieke en vier algemene objectvrijstellingen opgenomen. Baten en lasten ter zake van activiteiten die kwalificeren voor een algemene vrijstelling zijn onbelast. Echter, de belastingplichtige mag er op verzoek voor kiezen om toepassing van die vrijstelling(en) achterwege te laten. Dat kan bij moeilijk te splitsen activiteiten en geringe netto opbrengsten de voorkeur hebben. De algemene vrijstellingen betreffen: de vrijstelling voor interne activiteiten; de vrijstelling voor uitoefening van overheidstaken of publiekrechtelijke bevoegdheden; de vrijstelling voor quasi-inbesteding; de vrijstelling voor samenwerkingsverbanden tussen publiekrechtelijke rechtspersonen en/of privaatrechtelijke overheidslichamen. De specifieke vrijstellingen betreffen: de vrijstelling voor academische ziekenhuizen; de vrijstelling voor bekostigd onderwijs en onderzoek; de vrijstelling voor zeehavens. Hierna wordt kort op de vrijstellingen ingegaan. 3/11

4 Algemene vrijstellingen Vrijstelling voor interne activiteiten Zuiver interne activiteiten leiden niet tot een deelname in het economische verkeer. Indien met dezelfde activa en passiva dergelijke activiteiten ook voor derden worden verricht wordt echter wel deelgenomen aan het economische verkeer. Omdat het in veel gevallen zal gaan om de situatie waarin een publiekrechtelijke rechtspersoon een bepaalde activiteit primair ten behoeve van zichzelf uitoefent en het kabinet wil vermijden dat het deel dat ziet op de interne activiteiten wordt meegetrokken in de belaste sfeer, is een vrijstelling opgenomen zodat de met die interne activiteiten behaalde winst niet wordt betrokken in de Vpbheffing. Dit kan worden geïllustreerd met het volgende voorbeeld: De ICT-dienst verricht op basis van de dienstverleningsovereenkomst tegen vergoeding diensten aan gemeente A (1), een BV van gemeente A (2), gemeente B (3) en private partijen (4). Ervan uitgaande dat de ICT-dienst kwalificeert als onderneming, geldt de vrijstelling voor de activiteiten 1 en 2, maar niet voor 3 en 4. Het maakt bij de activiteiten 1 en 2 niet uit of de ICT-dienst wordt verricht voor een Vpb-vrijgestelde of een Vpb-belaste afnemer. De dienstverlening aan gemeente B kan mogelijk kwalificeren onder de samenwerkingsvrijstelling. Vrijstelling voor uitoefening overheidstaken of publiekrechtelijke bevoegdheden Indien activiteiten kwalificeren als materiële onderneming is vrijstelling mogelijk bij uitoefening van een publieke taak of van publieke bevoegdheden. Of sprake is van een overheidstaak of een publiekrechtelijke bevoegdheid is niet altijd duidelijk. Indien een taak bij (Grond)wet is opgelegd, is in ieder geval sprake van een overheidstaak. Verder kan als uitgangspunt worden gehanteerd dat sprake is van een overheidstaak als er voor de toepassing van de Wet op de omzetbelasting 1968 wordt gehandeld als overheid (omgekeerd hoeft dat overigens niet het geval te zijn). Het gaat om een open norm die van geval tot geval in de praktijk zal moeten worden ingevuld. Op deze activiteiten is van rechtswege de objectvrijstelling van toepassing, tenzij met de uitoefening van die overheidstaak of publiekrechtelijke bevoegdheid in concurrentie wordt getreden. Of van een concurrerende overheidstaak sprake is, is afhankelijk van de feiten en omstandigheden van het geval. Ter illustratie zijn in de Memorie van Toelichting de volgende overheidstaken genoemd waarmee mogelijk in concurrentie wordt getreden: leerlingenvervoer, re-integratie in het kader van sociale werkvoorziening, crematoria, exploitatie van vastgoed, waaronder de exploitatie van sporthallen en zwembaden, het aanbieden van cursussen, alsmede vervoer. 4/11

5 Vrijstelling voor quasi inbesteding Van quasi inbesteding is sprake als een publiekrechtelijke rechtspersoon ( PBR ) een activiteit niet aan de markt uitbesteedt, maar in wezen nog steeds zelf doet, zij het vanuit een afzonderlijk privaatrechtelijk lichaam, waarvan die PBR alle aandelen houdt. Quasi inbesteding wordt gezien als een interne activiteit. Dit geldt ook indien die activiteiten voor andere door de PBR gehouden privaatrechtelijke lichamen worden verricht. ICT N.V. verricht tegen vergoeding ICT diensten aan de PBR, A B.V., B B.V. en C B.V. De inbestedingsvrijstelling is van toepassing op de activiteiten 1, 2 en 3, maar niet op 4. Vrijstelling voor samenwerkingsverbanden tussen publiekrechtelijke rechtspersonen en/of privaatrechtelijke overheidslichamen De vrijstelling voor samenwerkingsverbanden tussen publiekrechtelijke rechtspersonen en/of privaatrechtelijke overheidslichamen betreft: een vrijstelling voor samenwerking in de vorm van een gemeenschappelijke regeling in de zin van de Wet gemeenschappelijke regelingen; en een vrijstelling voor samenwerkingsverbanden die zijn gegoten in de vorm van een privaatrechtelijk overheidslichaam, zoals een B.V./N.V. of stichting. Het kabinet acht het ongewenst als samenwerking ertoe zou leiden dat de voordelen die worden behaald met de activiteiten die door het samenwerkingsverband worden verricht in de Vpb-heffing worden betrokken, terwijl de betreffende activiteiten niet zouden zijn belast of zouden zijn vrijgesteld indien geen sprake zou zijn van samenwerking en elk van de overheden de activiteiten zelf zou hebben uitgevoerd. Vrijstelling voor samenwerking via een gemeenschappelijke regeling De vrijstelling voor samenwerking via een gemeenschappelijke regeling ziet volgens de MvT op twee typen samenwerkingsverbanden, te weten: het geval waarin overheden samenwerken via een gemeenschappelijke regeling met publiekrechtelijke rechtspersoonlijkheid. In een dergelijk geval wordt de gemeenschappelijke regeling op grond van het wetsvoorstel in beginsel zélf belastingplichtig voor de Vpb-heffing indien zij een onderneming in fiscale zin drijft dan wel in concurrentie treedt; en het geval waarin de ene publiekrechtelijke rechtspersoon activiteiten verricht voor een andere publiekrechtelijke rechtspersoon. Het gaat hier met name om de figuur van de zogenoemde centrumgemeenteconstructie. De gemeenschappelijke regeling is dan geen publiekrechtelijke rechtspersoon maar slechts een gemeenschappelijk orgaan van de deelnemende gemeenten. Een deelnemende gemeente wordt op grond van het 5/11

6 wetsvoorstel Vpbplichtig als deze samenwerkingsvorm kwalificeert als een onderneming in fiscale zin. Bij beide typen samenwerkingsverbanden is van belang dat de vrijstelling pas in beeld komt als de samenwerking een belastbare activiteit is. Vaak zal dat niet het geval zijn. Vrijstelling voor samenwerking via een privaatrechtelijk overheidslichaam De vrijstelling voor samenwerkingsverbanden in de vorm van een privaatrechtelijk overheidslichaam zal naar onze verwachting in de praktijk een belangrijke rol gaan spelen als het privaatrechtelijk overheidslichaam een N.V. of B.V. is. Dergelijke privaatrechtelijke overheidslichamen worden op grond van het wetsvoorstel immers in beginsel automatisch Vpb-plichtig. Voorwaarden samenwerkingsvrijstelling Voor de toepassing van beide samenwerkingsvrijstellingen moet aan de volgende drie voorwaarden worden voldaan: de activiteiten worden verricht voor de onmiddellijk of middellijk in het samenwerkingsverband deelnemende publiekrechtelijke rechtspersonen en privaatrechtelijke overheidslichamen, of voor privaatrechtelijke overheidslichamen van genoemde publiekrechtelijke rechtspersonen; de activiteiten zouden niet tot belastingplicht hebben geleid of de voordelen hieruit zouden zijn vrijgesteld indien de activiteiten zouden zijn verricht door de onmiddellijk of middellijk deelnemende rechtspersonen of lichamen; en de door deze rechtspersonen en lichamen wordt naar evenredigheid van de afname van de activiteiten bijgedragen in de kosten van het samenwerkingsverband. De als tweede genoemde voorwaarde is als het ware een doorkijkbepaling. Op grond van deze bepaling staat de vrijstelling open voor activiteiten die bij een participant niet zouden zijn aangemerkt als onderneming of die bij de participant zouden zijn vrijgesteld op grond van de overige vrijstellingen (de vrijstelling voor interne activiteiten, de vrijstelling voor quasi-inbesteding en de vrijstelling voor overheidstaken). ICT N.V. verricht tegen vergoeding diensten aan gemeente A (1) en gemeente B (2). De beide gemeenten dragen bij naar rato van de afgenomen diensten (hetgeen niet noodzakelijkerwijze parallel loopt met het aandelenbezit). ICT N.V. wordt ter zake van deze dienstverlening niet in de Vpb-heffing betrokken. Indien ICT N.V. echter mede tegen vergoeding prestaties verricht jegens derden, wordt zij ter zake van die activiteiten in de heffing betrokken. Tenslotte is van belang dat de genoemde vrijstellingen van rechtswege gelden. Door middel van een verzoek is het mogelijk om de genoemde vrijstellingen buiten toepassing te laten. Het verzoek geldt dus voor alle vrijstellingen, waardoor alle activiteiten die voorheen door een vrijstelling niet 6/11

7 belast werden, alsnog belast worden. Het verzoek moet worden ingediend in het ar voorafgaand aan het ar waarin men vrijgesteld wil worden en duurt vijf ren of een veelvoud daarvan. Er is sprake van overgangsrecht voor boekren welke uiterlijk aanvangen vóór 1 nuari In die boekren kan men nog uiterlijk 18 maanden na het einde van het eerste boekar waarin moet niet vrijgesteld wil worden verzoeken om de vrijstellingen buiten toepassing te laten. Het kan voordelig zijn om te verzoeken om de vrijstellingen buiten toepassing te laten. Dit is bijvoorbeeld het geval indien er grote administratieve lasten drukken op het adminstratief scheiden van de verschillende vrijgestelde en niet-vrijgestelde activiteiten. Elke vrijgestelde activiteit dient afzonderlijk te worden geadministreerd. Indien alle activiteiten niet-vrijgesteld zijn kan men volstaan met één administratie, in plaats van de afzonderlijke administraties. Een andere reden waarom het voordelig kan zijn om te verzoeken om het niet toepassen van vrijstellingen, is de situatie waarin er met niet-vrijgestelde activiteiten een positief resultaat wordt behaald en met vrijgestelde activiteiten een negatief resultaat wordt behaald. In dat geval worden immers de negatieve resultaten vrijgesteld, terwijl bij het niet toepassen van de vrijstelling de negatieve en positieve resultaten samen belast worden en dus gesaldeerd mogen worden. Aandachtspunten De MvT erkent dat samenwerking tussen overheden zich op allerlei terreinen voordoet en in verschillende vormen kan plaatsvinden. Hoewel volgens het kabinet de voorgestelde samenwerkingsvrijstellingen van toepassing zijn op alle samenwerkingsvormen, moet nog blijken of dit in de praktijk ook daadwerkelijk het geval zal zijn. In de MvT wordt bovendien aangegeven dat de samenwerkingsvrijstellingen alleen openstaan voor gevallen waarin de samenwerking reëel is, zonder dit vereiste nader in te vullen. De MvT volstaat met het geven van één voorbeeld waarin er geen reële samenwerking is. Het betreft het geval waarin de ene publiekrechtelijke rechtspersoon op basis van een gewone dienstverleningsovereenkomst activiteiten verricht voor een andere publiekrechtelijke rechtspersoon. Dit is het geval bij activiteit 3 in het voorbeeld op pagina 5 als die activiteit is ingekleed als een gewone dienstverleningsovereenkomst tussen gemeente A en gemeente B. Specifieke vrijstellingen Indien nagenoeg geheel (> 90%) vrij te stellen activiteiten van academische ziekenhuizen of bekostigd onderwijs en onderzoek door een (privaatrechtelijk lichaam van een) publiekrechtelijke rechtspersoon worden verricht, geldt een specifieke vrijstelling. Voor zeehavenbedrijven wordt tijdelijke continuering van de huidige vrijstelling voorgesteld, zolang onderzoek naar de positie van andere Europese havens loopt. Op deze specifieke vrijstellingen wordt niet nader ingegaan. Samenhang concept wetsvoorstel met de Wet M&O Er bestaat nauwe samenhang tussen het conceptwetsvoorstel en de Wet M&O. Beide regelingen hebben tot doel een gelijk speelveld te creëren voor overheden en marktpartijen. De Wet M&O is sinds 1 juli 2012 al van kracht voor nieuwe afspraken en overeenkomsten, maar ziet vanaf 1 juli 2014 ook op afspraken en overeenkomsten welke vóór 1 juli 2012 zijn gesloten. Deze wet ziet toe op overheidsorganisaties die economische activiteiten verrichten. De omschrijving van dit begrip en de door deze wet bestreken activiteiten sluiten goed aan bij de door het concept wetsvoorstel bestreken activiteiten en begrippen. In de vennootschapsbelasting dienen gelieerde partijen zakelijke (at arms length) prijzen te hanteren voor hun onderlinge dienstverlening. Op grond van de Wet M&O is een overheidsorganisatie verplicht om daarvoor ten minste de integrale kosten in rekening te brengen bij afnemers. De Wet M&O bevat verder andere gedragsregels, zoals een bevoordelingsverbod, een beperking van gegevensgebruik en de toepassing van functiescheiding. Beide wetten vragen 7/11

8 om een aanpassing van de interne en externe administratie en verslaglegging. Daarom is het van belang om tijdens het aanpassingsproces deze beide wetten gezamenlijk te bezien. Gevolgen van Vpb-plicht Als Vpb-plicht ontstaat, moet een fiscale openingsbalans worden opgesteld. Uitgangspunt daarbij is dat de overgang van onbelast naar belast niet leidt tot een incidenteel voor- of nadeel. Voor zover sprake is van een gedeeltelijke belastingplicht moet worden nagegaan welke vermogensbestanddelen (activa/passiva) deel uitmaken van de belaste sfeer en welke niet (vermogensetikettering). In de praktijk wil het opstellen van een fiscale openingsbalans nog weleens tot discussie leiden omdat de waarde in het economisch verkeer niet eenduidig vaststaat of gevoelig ligt (bijvoorbeeld gemeentelijke grondposities). Gemeentelijke grondexploitatie De mate waarin grondexploitatie als een ondernemingsactiviteit kan worden aangemerkt, zal sterk afhangen van de feitelijke werkzaamheden en de contractuele vormgeving van de samenwerking. Verwacht wordt dat er in veel gevallen sprake zal blijken te zijn van vpb-plicht. Een vervelende bijkomstigheid voor gemeenten is de sterke waardedaling van grondposities. Bij aanvang van de belastingplicht dienen alle materiële activa, waaronder grond, op de fiscale openingsbalans te worden gewaardeerd op de marktwaarde van 1 nuari De waardedaling tot 2016 wordt bij de uiteindelijke belastingplichtige niet in aanmerking genomen. Stel dat de historische kostprijs 75 miljoen bedraagt. Op 1 nuari 2016 is de waarde in het economische verkeer en voor de BBV 50 miljoen. Na 2016 wordt er nog 5 miljoen geïnvesteerd. Bij latere verkoop is de opbrengst 85 miljoen. De belastbare winst bedraagt dan 30 miljoen ( 85 miljoen - 30 miljoen - 5 miljoen). De feitelijke winst over de gehele looptijd bedraagt slechts 5 miljoen ( 85 miljoen - 75 miljoen - 5 miljoen). Door de publiekrechtelijke rechtspersoon (het overheidsbedrijf) zal met ingang van 1 nuari 2016 arlijks een Vpbaangifte moeten worden opgesteld. Voor de op te stellen verlies en winstrekening ter bepaling van de belastbare winst dient een gelijksoortige splitsing in opbrengsten en kosten te worden gemaakt. Met name bij vervlochten activiteiten kan dit problematisch zijn. 8/11

9 Aangifte en fiscale arstukken Voor de aangifte moet men op basis van een eigen berekening de verschuldigde Vpb kunnen berekenen. Dit betekent dat er voor de betreffende activiteiten arcijfers nodig zijn met een fiscale balans en een winst-en-verliesrekening op fiscale grondslagen. Daarom moeten er uit de eigen cijfers van de organisatie fiscale cijfers zijn te herleiden. De manier waarop zal afhangen van de aard en financiële omvang van de activiteit en bijvoorbeeld ook van de hoeveelheid en complexiteit van de boekingen. Dit zal (zoals al gezegd) in veel gevallen betekenen dat er een extracomptabele administratie of boekhouding nodig is, waarin de afwijkingen tussen de fiscale balans en winst-en-verliesrekening ten opzichte van de eigen balans en resultaten- /programmarekening bepaald worden. Daarbij moet nauwgezet worden bezien welke vermogensbestanddelen, inkomsten en uitgaven aan de betreffende activiteit zijn toe te rekenen. De fiscale vermogensetikettering speelt daarbij een belangrijke rol. Bij het bepalen van het fiscaal resultaat zullen de nodige aanpassingen moeten plaatsvinden op het intern berekende resultaat. Hierbij kan worden gedacht aan de volgende aanpassingen: - Op de openingsbalans zullen als hoofdregel vermogensbestanddelen moeten worden opgenomen op de waarde in het economische verkeer. Die waarde kan hoger of lager zijn dat de in de arstukken vermelde waarde. Op grond van rechtspraak mag door de organisatie zelf ontwikkelde goodwill niet fiscaal worden geactiveerd. Daarnaast bevat de wet een activeringsverbod voor immateriële activa. Soms is onduidelijk of bepaalde activa onder deze regelingen vallen. - Op grond van fiscale regels mogen er voor bepaalde risico s geen voorzieningen worden gevormd. - Op grond van fiscale regels zijn bepaalde kosten niet of slechts gedeeltelijk aftrekbaar. - De toegerekende opbrengsten in gelieerde verhoudingen moeten op fiscaal aanvaardbare grondslagen zijn bepaald. Dit kan betekenen dat de fiscale opbrengsten kunnen afwijken van de werkelijke opbrengsten. Als er voor een bepaalde activiteit bijvoorbeeld sprake is van dienstverlening tegen kostprijs, dan dient dit fiscaal gecorrigeerd te worden naar een zakelijke prijs; dit is de prijs die een onafhankelijke derde zou betalen voor die dienst. - Bepaalde verkregen bijdragen (zoals subsidies) kunnen fiscaal tot de winst behoren. - Onduidelijk is of men integrale of differentiële kostenverrekening toe moet passen. Indien met het oog op nevendoelstellingen met aangepaste tarieven wordt gewerkt kan de vraag opkomen hoe die opbrengsten en kosten precies moeten worden bepaald. Als hoofdregel geldt dat de werkelijke opbrengsten en werkelijke kosten tot de winst behoren. Onder bijzondere omstandigheden wordt van deze hoofdregel afgeweken. Er wordt volgens de MvT niet van de hoofdregel afgeweken indien een lagere toegangsprijs (derdenprijs) passend is. In dat geval behoren de werkelijke opbrengsten tot de winst. In de MvT wordt het voorbeeld gegeven van Gemeente A die een gemeentelijk zwembad exploiteert hetgeen een belaste ondernemingsactiviteit vormt. Het zwembad hanteert een scherpe toegangsprijs van 6 om het zwembad toegankelijk te laten zijn voor zo veel mogelijk wijkbewoners uit de lagere inkomensgroepen en op deze wijze een groot bezoekersaantal te halen. Een commercieel zwembad in dezelfde gemeente vraagt 7,50. De werkelijke opbrengst van het toegangskaartje ( 6) wordt tot de winst van het gemeentelijk zwembad gerekend. Het feit dat het andere zwembad 7,50 vraagt, betekent in zijn algemeenheid niet dat van de hoofdregel wordt afgeweken en het zwembad van gemeente A voor fiscale doeleinden moet doen alsof het ook 7,50 entree ontvangt waardoor een hogere fiscale winst zou ontstaan. Bij andere activiteiten, bijvoorbeeld onroerend goed projecten waarin de publiekrechtelijke rechtspersoon participeert, kunnen gelijksoortige vragen opkomen. 9/11

10 Een toename van zowel de administratieve lasten voor de betrokken overheidsondernemingen als de uitvoeringslast voor de Belastingdienst lijkt onvermijdelijk. Verder wetgevingstraject en te verwachten ontwikkelingen Het kabinet streeft ernaar het wetgevingsproces in nuari 2015 af te ronden, zodat de wetswijzigingen met terugwerkende kracht per 1 nuari 2015 in werking kunnen treden voor boekren die aanvangen op of na 1 nuari Zodoende kan de rest van het ar 2015 dienen als implementatieperiode voor zowel (potentieel) vennootschapsbelastingplichtigen als de Belastingdienst. Het thema Vpb-plicht overheidsbedrijven zal naar verwachting niet alleen van de betrokken overheidsbedrijven en hun aandeelhouders maar ook van de woordvoerders in de Tweede Kamer en de Eerste Kamer de nodige aandacht krijgen. Ondanks de uitbreiding van de toelichting ten opzichte van het eerdere conceptwetsvoorstel blijven veel vragen onbeantwoord. Dat er sprake zal zijn van aanzienlijke uitvoeringsproblematiek, zeker in de aanloopfase, wordt ook door het kabinet onderkend. De verwachting is dat omstreeks entiteiten Vpb-plichtig worden en dat dit bij de daarvoor in aanmerking komende directe en indirecte overheidsbedrijven de nodige voorbereiding zal vergen. De gedachte van het kabinet is om gegeven de massaliteit het (voor)overleg met potentiële belastingplichtigen zoveel mogelijk groepsgewijs via koepels te laten plaatsvinden. Daarvoor zijn blijkens de MvT met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, het Interprovinciaal Overleg en de Unie van Wetenschappen reeds raamafspraken gemaakt. Ook de Europese Commissie zal nagaan of met het voorstel een juiste invulling is gegeven aan hetgeen vanuit Europeesrechtelijk (staatssteun) kader noodzakelijk is. Daarbij gaat het om de vraag of de in het wetsvoorstel gekozen fiscale invulling van begrippen als overheidstaak, onderneming en met activiteiten in concurrentie treden met ondernemingen en met de ten opzichte van het conceptwetsvoorstel verruimde vrijstellingen ook in de praktijk tot aanvaardbare uitkomsten leiden. De Raad van State heeft op dit punt enige zorgen uitgesproken en aangegeven dat de MvT op dit punt niet overtuigt. Hoewel in de MvT wordt verwezen naar overleg dat gevoerd is met de Europese Commissie blijft onduidelijk in hoeverre de Commissie formeel heeft ingestemd met de door het kabinet gemaakte keuzes in het wetsvoorstel. Hoe nu verder? Voor de betrokken overheden en overheidsbedrijven is het zaak tijdig zicht te krijgen op de gevolgen van het wetsvoorstel en de eventuele administratieve en financiële implicaties. Daarom zullen overheidsbedrijven ook zelf onderzoek moeten verrichten om vast te stellen welke activiteiten in de gevarenzone zitten en welke maatregelen nog voor 1 nuari 2016 in gang kunnen worden gezet teneinde tijdig voorbereid te zijn. De ontwikkelingen op het terrein van de Vpb-plicht hangen ook samen met ontwikkelingen op het terrein van het mededingingsrecht (waaronder Staatssteun en de Wet Markt en Overheid). Afhankelijk van de tot op heden binnen de overheidsorganisatie getroffen maatregelen zal een dossiereigenaar moeten worden aangewezen of een team moeten worden samengesteld om een eigen plan van aanpak te maken. Op basis van een quick scan zullen de belangrijkste economische activiteiten in kaart moeten worden gebracht. Beoordeeld zal moeten worden of sprake is van een materiële onderneming in fiscale zin of (potentieel) in concurrentie wordt getreden met private partijen en of een zekere mate van winstpotentie aanwezig is. Nagegaan moet worden of voor een of meerdere vrijstellingen in aanmerking wordt gekomen. Wij een schematische weergave van de te nemen stappen opgenomen als bijlage 1. Of een vrijstelling van toepassing is zal soms niet eenvoudig te beantwoorden zijn bijvoorbeeld omdat de exacte reikwijdte van de publieke taak (welke activiteiten mogen daarop meeliften) niet eenvoudig is vast te stellen of omdat de vorm van inbesteding of samenwerking met andere 10/11

11 overheidsbedrijven niet (helemaal) voldoet aan de criteria die daarvoor in de MvT zijn gegeven. Het is overigens denkbaar dat tijdens de parlementaire behandeling, mede naar aanleiding van vragen van Kamerleden, op een aantal punten nog een nadere toelichting beschikbaar komt. Echter, gezien de grote verscheidenheid in activiteiten en de wijze waarop zij zijn georganiseerd, zal een groot deel van de vragen al werkende in de praktijk moeten worden beantwoord. Afhankelijk van de bevindingen zal moeten worden nagedacht over eventuele (financiële) ontvlechting, aanpassing van de interne organisatiestructuur, het opnemen in rapportages en (meerren) begrotingen van een fiscale paragraaf. Daarnaast zou door interne kennisopbouw, financiële rapportage e.d. voorgesorteerd moeten worden zodat daar waar nodig te zijner tijd fiscale openingsbalansen en Vpb-aangiften kunnen worden opgesteld. Gevolgen vpb-plicht voor P&C-cyclus en -documenten Het opnemen van de vpb-last en -latenties in de eigen reguliere arrekening: de gevolgen van de fiscale arrekeningposten die in de eigen arrekening moeten worden opgenomen zullen moeten worden geïdentificeerd, berekend en verwerkt. Consequenties van de Vpb-last in komende begrotingsren: het effect op het meerrenperspectief zal moeten worden geïdentificeerd en berekend; hiervoor is het nodig om verwachte resultaten ook meerdere ren vooruit al in beeld te brengen. Ook gedurende het ar zullende verwachte fiscale resultaten van de belaste activiteiten geprognosticeerd moeten worden, zodat er achteraf geen onverwachte vpb-lasten zijn. De benodigde stappen om te komen tot vpb-aangifte zullen een plaats moeten krijgen in de planning-en-controlkalender, in samenhang met de andere begrotings- en verantwoordingsdocumenten waarin de uitkomsten verwerkt moeten worden, zoals de arrekening en de begroting. 11/11

12 Bijlage 1: stroomschema beoordeling vpb-plicht. Onbeperkt belastingplichtig met gehele vermogen: zoals NV, BV, coöperatie, open CV Beperkt belastingplichtig: zoals gemeente, provincie, waterschap, stichting/ vereniging, GRopenbaar lichaam Niet (zelfstandig) belastingplichtig: zoals maatschap, Vof, besloten CV, GR zonder rechtspersoonlijkheid => beoordeling bij maten / vennoten / deelnemers / participanten (fiscaal transparant) Duurzame organisatie van kapitaal en arbeid? Deelname aan economisch verkeer? Is er een winstoogmerk of worden structurele overschotten behaald? (Potentiële) concurrentie met ondernemingen Onderneming Is bescheiden bestaan mogelijk? BELASTINGPLICHTIG Vrijstelling inbesteding / quasi inbesteding GEEN BELASTING PLICHT Vrijstelling overheidstaak of publiekrechtelijke bevoegdheid In concurrentie treden Vrijstelling samenwerkingsverband BELASTINGPLICHT Bepaal fiscaal resultaat 12/11

Wetsvoorstel verruiming vennootschapsbelastingplicht overheidsbedrijven

Wetsvoorstel verruiming vennootschapsbelastingplicht overheidsbedrijven 17 september 2014 Wetsvoorstel verruiming vennootschapsbelastingplicht overheidsbedrijven 1. Inleiding Op 16 september jl. is het Voorstel van wet tot wijziging van de Wet op de vennootschapsbelasting

Nadere informatie

Vennootschapsbelastingplicht voor overheidsbedrijven: extra lasten in aantocht!

Vennootschapsbelastingplicht voor overheidsbedrijven: extra lasten in aantocht! Vennootschapsbelastingplicht voor overheidsbedrijven: extra lasten in aantocht! In april 2014 is er een conceptwetsvoorstel gepubliceerd inzake de vennootschapsbelastingplicht (hierna: vpb-plicht) voor

Nadere informatie

Belastingplicht overheidsondernemingen

Belastingplicht overheidsondernemingen Belastingplicht overheidsondernemingen Gered door de vrijstellingen? Marcel Buur marcel.buur@loyensloeff.com Vrijstellingen - inleiding Van vrijgesteld, tenzij naar belastingplichtig, tenzij Tenzij vormgegeven

Nadere informatie

Vennootschapsbelasting overheidsondernemingen

Vennootschapsbelasting overheidsondernemingen Vennootschapsbelasting overheidsondernemingen Wat komt er op ons af? Joop Kluft, PriceWaterhouseCoopers Ton Waars, Gemeente Den Haag/Fiscaal Advies Team 24 november 2014 VNG-congres Gemeentefinanciën Wat

Nadere informatie

Vennootschapsbelasting overheidsondernemingen. Jan Willem de Joode, VNG Ton Waars, Gemeente Den Haag/Fiscaal Advies Team

Vennootschapsbelasting overheidsondernemingen. Jan Willem de Joode, VNG Ton Waars, Gemeente Den Haag/Fiscaal Advies Team Vennootschapsbelasting overheidsondernemingen Jan Willem de Joode, VNG Ton Waars, Gemeente Den Haag/Fiscaal Advies Team Wat gaan we doen? Het wetsvoorstel: korte schets van het wetsvoorstel Samenwerking

Nadere informatie

Samenwerking en de Wet Vpb

Samenwerking en de Wet Vpb Samenwerking en de Wet Vpb Voorlichtingsbijeenkomsten grondbedrijven Albert Bandsma Renate Vreeker Wat komt aan de orde Samenwerkingsvormen; Vier in de praktijk bij grondbedrijven voorkomende samenwerkingsvormen;

Nadere informatie

Staatssecretaris beantwoordt vragen Eerste Kamer over Wet modernisering Vpb-plicht overheidsondernemingen

Staatssecretaris beantwoordt vragen Eerste Kamer over Wet modernisering Vpb-plicht overheidsondernemingen Staatssecretaris beantwoordt vragen Eerste Kamer over Wet modernisering Vpb-plicht overheidsondernemingen De staatssecretaris van Financiën heeft recent de memorie van antwoord uitgebracht ter zake van

Nadere informatie

Vennootschapsbelastingplicht voor overheidsondernemingen een feit, en nu? 5 februari 2015 Bram Faber

Vennootschapsbelastingplicht voor overheidsondernemingen een feit, en nu? 5 februari 2015 Bram Faber Vennootschapsbelastingplicht voor overheidsondernemingen een feit, en nu? Nieuw vennootschapsbelastingkader voor overheidsondernemingen: Voor boekjaren die op of na 1 januari 2016 aanvangen 2 Huidige vennootschapsbelastingpositie

Nadere informatie

On your mark! MTH Kennisgroep Overheidsondernemingen. Modernisering vennootschapsbelastingplicht voor overheidsondernemingen

On your mark! MTH Kennisgroep Overheidsondernemingen. Modernisering vennootschapsbelastingplicht voor overheidsondernemingen On your mark! MTH Kennisgroep Overheidsondernemingen Modernisering vennootschapsbelastingplicht voor overheidsondernemingen Inhoudsopgave Voorwoord 3 1. Inleiding 4 2. De overheidsorganisatie: directe

Nadere informatie

Belastingplicht overheidsbedrijven Assen, 2 oktober 2014

Belastingplicht overheidsbedrijven Assen, 2 oktober 2014 Belastingplicht overheidsbedrijven Assen, 2 oktober 2014 1 VPB staat voor de deur 2 Inhoud presentatie 1. Stand wetgevingsproces 2. Doel en hoofdregel wetsvoorstel 3. Het fiscaal ondernemingsbegrip 4.

Nadere informatie

Memorie van toelichting. Inhoudsopgave

Memorie van toelichting. Inhoudsopgave Wijziging van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 en enige andere wetten in verband met de modernisering van de vennootschapsbelastingplicht voor overheidsondernemingen (Wet modernisering Vpb-plicht

Nadere informatie

Conceptwettekst modernisering vennootschapsbelastingplicht voor overheidsondernemingen t.b.v. internetconsultatie.

Conceptwettekst modernisering vennootschapsbelastingplicht voor overheidsondernemingen t.b.v. internetconsultatie. Conceptwettekst modernisering vennootschapsbelastingplicht voor overheidsondernemingen t.b.v. internetconsultatie. De modernisering van de vennootschapsbelastingplicht voor overheidsondernemingen leidt

Nadere informatie

Belastingplicht overheidsondernemingen: (enkele) staatssteunaspecten. Prof. R.H.C. Luja UvA, 23 oktober 2014

Belastingplicht overheidsondernemingen: (enkele) staatssteunaspecten. Prof. R.H.C. Luja UvA, 23 oktober 2014 Belastingplicht overheidsondernemingen: (enkele) staatssteunaspecten Prof. R.H.C. Luja UvA, 23 oktober 2014 Historie Oneerlijke concurrentie? Onder omstandigheden concurreert de overheid met marktpartijen

Nadere informatie

Eerste Kamer heeft Wet modernisering Vpb-plicht overheidsondernemingen aangenomen

Eerste Kamer heeft Wet modernisering Vpb-plicht overheidsondernemingen aangenomen Eerste Kamer heeft Wet modernisering Vpb-plicht overheidsondernemingen aangenomen De Eerste Kamer heeft op 26 mei 2015 de Wet modernisering Vpb-plicht overheidsondernemingen aangenomen. Dit betekent dat

Nadere informatie

Aankomende vennootschapsbelastingplicht voor overheidsondernemingen

Aankomende vennootschapsbelastingplicht voor overheidsondernemingen Mr. H.C.M. Boersen en mr. J. van Dijk 1 A r t ikelen Aankomende vennootschapsbelastingplicht voor Per 1 nuari 2016 worden Nederlandse belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting. De Wet op de vennootschapsbelasting

Nadere informatie

Winstbelasting bij grondbedrijven? Een visie op de gevolgen voor gemeentelijke grondbedrijven als gevolg van de modernisering van de

Winstbelasting bij grondbedrijven? Een visie op de gevolgen voor gemeentelijke grondbedrijven als gevolg van de modernisering van de Winstbelasting bij grondbedrijven? Een visie op de gevolgen voor gemeentelijke grondbedrijven als gevolg van de modernisering van de vennootschapsbelastingplicht voor overheidsbedrijven Naarscongres VvG

Nadere informatie

De Wet op de vennootschapsbelasting 1969 wordt als volgt gewijzigd:

De Wet op de vennootschapsbelasting 1969 wordt als volgt gewijzigd: Wijziging van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 en enige andere wetten in verband met de modernisering van de vennootschapsbelastingplicht voor overheidsondernemingen (Wet modernisering Vpb-plicht

Nadere informatie

Invoering Vpb Aanleiding Europese Commissie onderzoek

Invoering Vpb Aanleiding Europese Commissie onderzoek Invoering Vpb 2016 - Aanleiding Europese Commissie onderzoek - Huidige wetgeving 1956 overheidsonderneming vrij - Nieuwe wetgeving Belastingplichtig tenzij Voldoende rek gemeenten! Invoering Vpb Stand

Nadere informatie

Nummer: Ontvangstdatum: locktobea aoĩq

Nummer: Ontvangstdatum: locktobea aoĩq Ministerie van Financiën > Retouradres Postbus 20201 2500 EE Den Haag Vereniging van Nederlandse Gemeenten t.a.v. mevr. A. Jorritsma-Lebbink Postbus 30435 2500 GK 'S-GRAVENHAGE 8 OKT 20K Nummer: Ontvangstdatum:

Nadere informatie

Notitie Detachering aan derden Publicatie 15 april 2016

Notitie Detachering aan derden Publicatie 15 april 2016 Toelichting Deze notitie heeft de status van een inlichting/algemene voorlichting, omdat geen specifieke casuïstiek aan de orde komt. De notitie beoogt de overheidslichamen te ondersteunen bij het beoordelen

Nadere informatie

ECFE/U Lbr. 14/071

ECFE/U Lbr. 14/071 Brief aan de leden T.a.v. het college en de raad Vereniginç van Neder landwiswtrtēüïïtetr informatiecentrum tel. uw kenmerk bljlage(n) (070) 373 8393 3 betreft ons kenmerk datum vennootschapsbelastingplicht

Nadere informatie

Vennootschapsbelastingplicht voor overheidsondernemingen

Vennootschapsbelastingplicht voor overheidsondernemingen Vennootschapsbelastingplicht voor overheidsondernemingen Cees Smulders en Anja van Pelt 15 sept 2015 1 Agenda Wet vennootschapsbelastingplicht overheidsondernemingen Huidige stand van zaken Route voorwaarts

Nadere informatie

Plan van aanpak onderzoek naar de gevolgen van de Wet Markt en Overheid op de economische activiteiten van de gemeente Venray

Plan van aanpak onderzoek naar de gevolgen van de Wet Markt en Overheid op de economische activiteiten van de gemeente Venray Plan van aanpak onderzoek naar de gevolgen van de Wet Markt en Overheid op de economische activiteiten van de gemeente Venray Henk Mijnster, Adviseur AO/IC gemeente Venray versie 2 Pagina 2 van 8 Inhoud

Nadere informatie

VpB plicht overheidsondernemingen Commisie BAM, 28 mei 2015

VpB plicht overheidsondernemingen Commisie BAM, 28 mei 2015 VpB plicht overheidsondernemingen Commisie BAM, 28 mei 2015 Marcel Wiebes Huidig stelsel Ondernemingen van publiekrechtelijke rechtspersonen (bepaalde activiteiten van o.a. Gemeente en Gemeenschappelijke

Nadere informatie

Vennootschapsbelasting en de lokale overheid

Vennootschapsbelasting en de lokale overheid Fiscaal Recht: Internationaal Belasting Recht Vennootschapsbelasting en de lokale overheid Tot 2015 waren publiekrechtelijke overheidslichamen en privaatrechtelijke lichamen die in het bezit zijn van overheidslichamen

Nadere informatie

Inleiding. groep is hier de oorzaak van maar de aanpassingen in Wet en regelgeving die voor alle overheidsorganisaties

Inleiding. groep is hier de oorzaak van maar de aanpassingen in Wet en regelgeving die voor alle overheidsorganisaties Continuering van de Avelingen Personeelsdetacheringen BV en het oprichten van een nieuwe BV en andere fiscale aspecten bij de gemeenschappelijke regeling Avres. Inleiding Met ingang van 1 januari 2016

Nadere informatie

mogelijkheid om in 2015 eventuele wijzigingen door te voeren, mocht in dat jaar naar voren komen dat de wet op onderdelen onbedoeld uitwerkt.

mogelijkheid om in 2015 eventuele wijzigingen door te voeren, mocht in dat jaar naar voren komen dat de wet op onderdelen onbedoeld uitwerkt. I. Algemeen deel 1. Aanleiding De vormgeving van de vennootschapsbelastingplicht voor overheidsondernemingen staat al geruime tijd in de belangstelling. In het bijzonder de mogelijke concurrentieverstoring

Nadere informatie

De Gemeenteraad van Albrandswaard

De Gemeenteraad van Albrandswaard Aan De Gemeenteraad van Albrandswaard Datum Betreft Contactpersoon Doorkiesnummer Email Bijlage(n) Ons kenmerk Uw kenmerk CC 16 december 2014 Informatie invoering vennootschapsbelasting voor overheidsondernemingen

Nadere informatie

Belastingplicht overheidsbedrijven Assen, 5 juni 2014

Belastingplicht overheidsbedrijven Assen, 5 juni 2014 Belastingplicht overheidsbedrijven Assen, 5 juni 2014 1 Wetsvoorstel krijgt vorm 2 Inhoud presentatie Wetsvoorstel uitgangspunten o Onderneming o Direct/indirect o Het fiscaal ondernemer begrip Duurzame

Nadere informatie

Het kabinet is de Afdeling erkentelijk voor de voortvarendheid waarmee het advies inzake het bovenvermelde voorstel is uitgebracht.

Het kabinet is de Afdeling erkentelijk voor de voortvarendheid waarmee het advies inzake het bovenvermelde voorstel is uitgebracht. > Retouradres Postbus 20201 2500 EE Den Haag Aan de Koning Korte Voorhout 7 2511 CW Den Haag Postbus 20201 2500 EE Den Haag www.rijksoverheid.nl Uw brief (kenmerk) W06.14.0252/III Datum 12 september 2014

Nadere informatie

Hoogachtend, namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amstelveen,

Hoogachtend, namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amstelveen, Wethouder Herbert Raat Uw contact www.amstelveen.nl Postbus 4, 1180 BA Amstelveen Aan de leden van de raad Vermeld bij reactie ons kenmerk en datum van deze brief Disclaimer: deze brief is ongetekend op

Nadere informatie

Naam en telefoon Portefeuillehouder

Naam en telefoon Portefeuillehouder Onderwerp Gevolgen invoeren wet Vennootschapsbelasting (Vpb) Datum Afdeling 6 juni 2016 GF&C Naam en telefoon Portefeuillehouder Esther Erens / Mieke Lammers Frank den Brok Waarover wil je informeren?

Nadere informatie

Vennootschapsbelastingplicht overheidsondernemingen

Vennootschapsbelastingplicht overheidsondernemingen Vennootschapsbelastingplicht overheidsondernemingen Een onderzoek naar de Wet modernisering Vpb-plicht overheidsondernemingen en het verbod op staatssteun Naam: T.M. Maassen ANR: 777977 Master Fiscaal

Nadere informatie

Fiscale actualiteiten onderwijsinstellingen

Fiscale actualiteiten onderwijsinstellingen Fiscale actualiteiten onderwijsinstellingen januari 2016 VAN REE. EEN FRISSE KIJK OP CIJFERS. Voorwoord In januari 2015 hebben wij onze brochure Onderwijsinstellingen en de fiscus uitgegeven. Inmiddels

Nadere informatie

Vennootschapsbelasting voor overheden. Anneke Tolsma GR Drechtsteden Ton Waars gemeente Den Haag Jan Willem de Joode VNG

Vennootschapsbelasting voor overheden. Anneke Tolsma GR Drechtsteden Ton Waars gemeente Den Haag Jan Willem de Joode VNG Vennootschapsbelasting voor overheden Anneke Tolsma GR Drechtsteden Ton Waars gemeente Den Haag Jan Willem de Joode VNG Wat gaan wij doen? Stand van zaken Vpb en SVLO Bespreking van de SVLO-producten Aanpak

Nadere informatie

Vaste commissie voor Financien uit de Eerste Kamer der Staten-Generaal Postbus 20017 2500 EA 'S-GRAVENHAGE (070) 373 8393. Geachte heer/mevrouw,

Vaste commissie voor Financien uit de Eerste Kamer der Staten-Generaal Postbus 20017 2500 EA 'S-GRAVENHAGE (070) 373 8393. Geachte heer/mevrouw, Vaste commissie voor Financien uit de Eerste Kamer der Staten-Generaal Postbus 20017 2500 EA 'S-GRAVENHAGE doorkiesnummer (070) 373 8393 betreft wetsvoorstel modernisering vennootschapsbelastingplicht

Nadere informatie

Toelichting voor Auditcommissie 11 juni 2015

Toelichting voor Auditcommissie 11 juni 2015 Vennootschapsbelasting voor overheden Toelichting voor Auditcommissie 11 juni 2015 VPB Wat is vennootschapsbelasting? VPB is een rijksbelasting op het inkomen van rechtspersonen (bij bedrijven veelal winst

Nadere informatie

Vpb-plicht voor overheidsbedrijven

Vpb-plicht voor overheidsbedrijven n Vpb-plicht voor overheidsbedrijven Onderwerpen Doel van de wetswijziging Inhoud Wet op de vennootschapsbelasting Waarover wordt vpb betaald? Financiële regelgeving gemeenten Praktijkvoorbeelden Aanpak

Nadere informatie

Nota naar aanleiding van het verslag. Inhoudsopgave

Nota naar aanleiding van het verslag. Inhoudsopgave 34 003 Wijziging van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 en enige andere wetten in verband met de modernisering van de vennootschapsbelastingplicht voor overheidsondernemingen (Wet modernisering Vpb-plicht

Nadere informatie

Laatste ontwikkelingen Vennootschapsbelasting

Laatste ontwikkelingen Vennootschapsbelasting Laatste ontwikkelingen Vennootschapsbelasting VNG-congres gemeentefinanciën 2015 Freek Verbakel John Piepers 30 november 2015 Programma Opening Waar staan we? Producten SVLO Verschillen BBV-fiscaal (openingsbalans)

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 34 003 Wijziging van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 en enige andere wetten in verband met de modernisering van de vennootschapsbelastingplicht

Nadere informatie

Tot 1 januari 2016 waren publiekrechtelijke. voor zover dat past

Tot 1 januari 2016 waren publiekrechtelijke. voor zover dat past Vpb-plicht overheidsbedrijven in nieuw jasje, voor zover dat past Per 1 januari 2016 is de Vpb-plicht van overheidsbedrijven herzien. Onder druk van de Europese Commissie diende Nederland zijn Vpb-wetgeving

Nadere informatie

Winstbepaling van overheidsondernemingen. Prof. dr. Stan Stevens 1

Winstbepaling van overheidsondernemingen. Prof. dr. Stan Stevens 1 Winstbepaling van overheidsondernemingen Prof. dr. Stan Stevens 1 1. Inleiding In deze bijdrage wordt de winstbepaling van overheidsondernemingen besproken. De winstbepaling is op twee momenten van belang.

Nadere informatie

Waardering van gemeentelijk Vastgoed

Waardering van gemeentelijk Vastgoed Waardering van gemeentelijk Vastgoed Dordrecht, 5 juni 2015 Sake van den Berg MSc MRICS RTsv RMT (RICS Registered Valuer) Wouter van den Wildenberg MSc 1 Inhoud Impressie voor gemeentelijk vastgoed actuele

Nadere informatie

Het begrip winst voor de (belastingplichtige) gemeente

Het begrip winst voor de (belastingplichtige) gemeente Masterscriptie Het begrip winst voor de (belastingplichtige) gemeente Naam: M.C. van der Nat Studierichting: Fiscale economie Administratienummer: Datum: Begeleiding: Examencommissie: 553739 September

Nadere informatie

Activiteitenlijst Gemeenten Publicatie 17 augustus Oplegnotitie

Activiteitenlijst Gemeenten Publicatie 17 augustus Oplegnotitie Activiteitenlijst Gemeenten Publicatie 17 augustus 2015 Oplegnotitie Aanleiding De VNG heeft in het kader van de behandeling van het wetsvoorstel vennootschapsbelastingplicht overheidsondernemingen een

Nadere informatie

Belastingplicht voor overheidsondernemingen

Belastingplicht voor overheidsondernemingen Bachelor Thesis Fiscale Economie: Belastingplicht voor overheidsondernemingen Naam: Patrick Laros Administatienummer: 886079 Studierichting: Bsc Fiscale Economie Examencommissie: G.C. van der Burgt Dr.

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 33 755 Wijziging van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en van de Invorderingswet 1990 in verband met de wijziging van de percentages belasting-

Nadere informatie

Fiscale verwerking van subsidies publicatie 22 december 2016

Fiscale verwerking van subsidies publicatie 22 december 2016 Inleiding In deze notitie wordt ingegaan op de fiscale verwerking van subsidies in relatie tot de Wet modernisering vennootschapsbelastingplicht overheidsondernemingen (hierna: de wet). Deze notitie heeft

Nadere informatie

Notitie Objectvrijstelling voor samenwerkingsverbanden Publicatie 13 juni 2016

Notitie Objectvrijstelling voor samenwerkingsverbanden Publicatie 13 juni 2016 Objectvrijstelling voor samenwerkingsverbanden (art. 8e, lid 1, aanhef en onder c, 1 e, 2 e en 3 e ; art. 8f, lid 1, aanhef en onder c, 1 e, 2 e en 3 e Wet Vpb 1969) Inleiding In deze notitie wordt ingegaan

Nadere informatie

Wetsvoorstel modernisering vennootschapsbelastingplicht overheidsondernemingen

Wetsvoorstel modernisering vennootschapsbelastingplicht overheidsondernemingen 26 maart 2015 Wetsvoorstel modernisering vennootschapsbelastingplicht overheidsondernemingen 1. Inleiding Eind 2014 is het voorstel tot wijziging van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 ( Wet Vpb

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2011 2012 31 213 Belastingheffing overheidsbedrijven Nr. 7 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

I. ALGEMEEN. Memorie van toelichting. 1. Inleiding

I. ALGEMEEN. Memorie van toelichting. 1. Inleiding Wijziging van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 in verband met de invoering van een tussenregeling voor valutaresultaten op deelnemingen (Tussenregeling valutaresultaten op deelnemingen) Memorie

Nadere informatie

Gemeente Mook en Middelaar en de vennootschapsbelasting

Gemeente Mook en Middelaar en de vennootschapsbelasting Gemeente Mook en Middelaar en de vennootschapsbelasting 21 oktober 2015 mr. J.C.M. (Jeroen) Cremers, partner BDO mr. G. (Geert) Witlox, manager BDO Inhoud 1. De Wet Modernisering vennootschapsbelastingplicht

Nadere informatie

Wetsvoorstel modernisering vennootschapsbelastingplicht overheidsondernemingen

Wetsvoorstel modernisering vennootschapsbelastingplicht overheidsondernemingen 18 mei 2015 Wetsvoorstel modernisering vennootschapsbelastingplicht overheidsondernemingen 1. Inleiding Eind 2014 is het wetsvoorstel Wet modernisering Vpb-plicht overheidsondernemingen door de Tweede

Nadere informatie

Algemeen nut beogende instellingen: algemeen nuttige en commerciële activiteiten

Algemeen nut beogende instellingen: algemeen nuttige en commerciële activiteiten Algemeen nut beogende instellingen: algemeen nuttige en commerciële activiteiten 5 april 2013 mr. Carina Vrieling cv@carinavrieling.nl 1 ANBI-kwalificatie Vereisten: algemeen nut > 90% ( nagenoeg uitsluitend,

Nadere informatie

Transparante Vennootschap

Transparante Vennootschap Transparante Vennootschap Er is een Transparante Vennootschap (hierna: TV) ingevoerd. Een TV is een naamloze vennootschap (hierna NV) of een besloten vennootschap (hierna: BV) die verzcht heeft om voor

Nadere informatie

DE WET MODERNISERING VENNOOTSCHAPS- BELASTINGPLICHT OVERHEIDSONDERNEMINGEN EEN PRAKTISCHE HANDLEIDING

DE WET MODERNISERING VENNOOTSCHAPS- BELASTINGPLICHT OVERHEIDSONDERNEMINGEN EEN PRAKTISCHE HANDLEIDING DE WET MODERNISERING VENNOOTSCHAPS- BELASTINGPLICHT OVERHEIDSONDERNEMINGEN EEN PRAKTISCHE HANDLEIDING DE WET MODERNISERING VENNOOTSCHAPS- BELASTINGPLICHT OVERHEIDSONDERNEMINGEN EEN PRAKTISCHE HANDLEIDING

Nadere informatie

Collegevoorstel. Zaaknummer: aanwijzing economische activiteiten Wet markt en overheid

Collegevoorstel. Zaaknummer: aanwijzing economische activiteiten Wet markt en overheid Zaaknummer: 00383503 : aanwijzing economische activiteiten Wet markt en overheid Collegevoorstel Feitelijke informatie Op 1 juli 2014 moet de gemeente voldoen aan de Wet markt en overheid. Deze wet is

Nadere informatie

Markt en Overheid. Workshop Congres gemeentefinanciën

Markt en Overheid. Workshop Congres gemeentefinanciën Markt en Overheid Workshop Congres gemeentefinanciën Waarom een wet Markt en Overheid? Het is overheden toegestaan economische activiteiten uit te voeren (geen verbodstelsel) De inzet van publieke middelen

Nadere informatie

No.W /III 's-gravenhage, 4 september 2014

No.W /III 's-gravenhage, 4 september 2014 ... No.W06.14.0252/III 's-gravenhage, 4 september 2014 Bij Kabinetsmissive van 15 juli 2014, no.2014001402, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Financiën, bij de Afdeling advisering

Nadere informatie

Whitepaper Afbakenen vpb-plicht in vijf stappen

Whitepaper Afbakenen vpb-plicht in vijf stappen Whitepaper Afbakenen vpb-plicht in vijf stappen Samenstellers: Drs. Joost Parren Dhr. Bob van Leeuwen Datum: 30-12-2015 Versie: 3 Copyright Step in Control B.V., 2015 Op de inhoud van dit document rust

Nadere informatie

Dit is de eerste versie van de V&A, opgesteld door de Belastingdienst en gepubliceerd op 4 augustus 2015.

Dit is de eerste versie van de V&A, opgesteld door de Belastingdienst en gepubliceerd op 4 augustus 2015. Inleiding Met ingang van 1 januari 2016 worden overheidsondernemingen belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting. Dit is geregeld in de wet Modernisering Vpb-plicht overheidsondernemingen (verder

Nadere informatie

Kenmerken samenwerkingsvormen ten behoeve van de provincie Zuid-Holland -overzicht ten behoeve van discussiedoeleinden-

Kenmerken samenwerkingsvormen ten behoeve van de provincie Zuid-Holland -overzicht ten behoeve van discussiedoeleinden- Kenmerken samenwerkingsvormen ten behoeve van de provincie Zuid-Holland -overzicht ten behoeve van discussiedoeleinden- Inleiding en uitgangspunten De provincie Zuid-Holland heeft te maken met verbonden

Nadere informatie

Belastingheffing overheidsbedrijven VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG. II Reactie van de staatssecretaris van Financiën

Belastingheffing overheidsbedrijven VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG. II Reactie van de staatssecretaris van Financiën Belastingheffing overheidsbedrijven VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG II Reactie van de staatssecretaris van Financiën De leden van enkele fracties binnen de vaste commissie voor Financiën hebben naar

Nadere informatie

1.2 Organisatorische inbedding invoering vennootschapsbelasting

1.2 Organisatorische inbedding invoering vennootschapsbelasting 1 1. Inleiding 1.1 Historische inleiding De afgelopen jaren is verschillende keren verzocht om modernisering van de belastingplicht van overheidsbedrijven voor de vennootschapsbelasting. De achtergrond

Nadere informatie

Datum 6 maart 2013 Betreft Belastingplicht overheidsbedrijven (Kamerstukken II 2013/14, 31 213)

Datum 6 maart 2013 Betreft Belastingplicht overheidsbedrijven (Kamerstukken II 2013/14, 31 213) > Retouradres Postbus 20201 2500 EE Den Haag De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag Directie Directe Belastingen Korte Voorhout 7 2511 CW Den Haag Postbus

Nadere informatie

Datum 18 december 2014 Betreft Toezeggingen tijdens het wetgevingsoverleg wetsvoorstel modernisering Vpb-plicht overheidsondernemingen

Datum 18 december 2014 Betreft Toezeggingen tijdens het wetgevingsoverleg wetsvoorstel modernisering Vpb-plicht overheidsondernemingen > Retouradres Postbus 20201 2500 EE Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag Korte Voorhout 7 2511 CW Den Haag Postbus 20201 2500 EE Den Haag www.rijksoverheid.nl

Nadere informatie

Vennootschapsbelasting. Commissie Financiën 16 maart 2016 Door: Johan Brands

Vennootschapsbelasting. Commissie Financiën 16 maart 2016 Door: Johan Brands Vennootschapsbelasting Commissie Financiën 16 maart 2016 Door: Johan Brands Doel van deze presentatie Vervolg op presentatie van 21 oktober 2015 Als inleiding nogmaals inhoudelijk op hoofdlijnen informeren

Nadere informatie

Vennootschapsbelastingplicht voor overheidsondernemingen

Vennootschapsbelastingplicht voor overheidsondernemingen Vennootschapsbelastingplicht voor overheidsondernemingen NVRD Themadag Actualiteit in bedrijfsvoering Mr. drs. R.P. (Reinder) Wiersma Mr. G.J. (Ruud) de Jong, 18 februari 2016 Onderwerpen Hoofdlijn wettelijke

Nadere informatie

DE GEEFWET (E.A.) VOOR CULTURELE INSTELLINGEN VANAF 2012

DE GEEFWET (E.A.) VOOR CULTURELE INSTELLINGEN VANAF 2012 DE GEEFWET (E.A.) VOOR CULTURELE INSTELLINGEN VANAF 2012 Per 1 januari 2012 zijn verschillende belastingregels voor culturele instellingen veranderd, sommige verbeterd, andere verslechterd. De meeste veranderingen

Nadere informatie

Quick Scan invoering Wet modernisering vennootschapsbelastingplicht overheidsondernemingen

Quick Scan invoering Wet modernisering vennootschapsbelastingplicht overheidsondernemingen Quick Scan invoering Wet modernisering vennootschapsbelastingplicht overheidsondernemingen 1 juni 2015 1. Inleidend kader Afgelopen 26 mei 2015 is het wetsvoorstel Wet modernisering vennootschapsbelastingplicht

Nadere informatie

Dit is de tweede versie van de V&A, opgesteld door de Belastingdienst en gepubliceerd op 31 augustus 2015.

Dit is de tweede versie van de V&A, opgesteld door de Belastingdienst en gepubliceerd op 31 augustus 2015. Inleiding Met ingang van 1 januari 2016 worden overheidsondernemingen belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting. Dit is geregeld in de wet "Modernisering Vpb-plicht overheidsondernemingen" (verder

Nadere informatie

MEMO. 1 Situatie. Frank Keizer Feyenoord City. Noortje van de Water Zeker Fiscaal

MEMO. 1 Situatie. Frank Keizer Feyenoord City. Noortje van de Water Zeker Fiscaal Hogestraat 17b, 6651 BG Druten Postbus 47, 6650 AA Druten +31 (0) 487 51 02 89 www.zekerfiscaal.nl KvK-nummer: 57802009 BTW-nummer: 8527.41.959.B.01 IBAN: NL71 RABO 0112 8297 59 BIC: RABONL2U MEMO Aan:

Nadere informatie

februari 2012 De volgende vormen van verbonden partijen kunnen worden onderscheiden.

februari 2012 De volgende vormen van verbonden partijen kunnen worden onderscheiden. februari 2012 Verbonden partijen en aanbesteding 1. Algemeen Het takenpakket van gemeenten en provincies is groot. Deze taken worden niet altijd door de eigen ambtelijke organisatie van de gemeenten en

Nadere informatie

RJ-Uiting : Handreikingen bij de toepassing van fiscale grondslagen door microrechtspersonen of kleine rechtspersonen

RJ-Uiting : Handreikingen bij de toepassing van fiscale grondslagen door microrechtspersonen of kleine rechtspersonen RJ-Uiting 2016-5: Handreikingen bij de toepassing van fiscale grondslagen door microrechtspersonen of kleine rechtspersonen Ten Geleide Op 9 oktober 2015 is de Uitvoeringswet richtlijn jaarrekening (wetsvoorstel

Nadere informatie

JAARVERSLAG 2014 AM WERK REÏNTEGRATIE BV

JAARVERSLAG 2014 AM WERK REÏNTEGRATIE BV JAARVERSLAG 2014 AM WERK REÏNTEGRATIE BV 1 AM Werk Reïntegratie BV Hoofdweg 583 2131 MT Hoofddorp Telefoon 023 566 15 66 www.amgroep.nl 2 Inhoud 03 AM Werk Reïntegratie BV 04 Voorwoord 05 Medewerkers 05

Nadere informatie

Een eigen onderneming starten?

Een eigen onderneming starten? Een eigen onderneming starten? 2013 Daar komt heel wat bij kijken. U zult keuzes moeten maken. Bijvoorbeeld welke rechtsvorm gaat u kiezen, waar gaat u uw bedrijf vestigen, gaat u personeel in dienst nemen?

Nadere informatie

Fiscaal memorandum voor participaties in Terra Vitalis met betrekking tot het belastingjaar 2010

Fiscaal memorandum voor participaties in Terra Vitalis met betrekking tot het belastingjaar 2010 Fiscaal memorandum voor participaties in Terra Vitalis met betrekking tot het belastingjaar 2010 Inleiding Participeren in het beleggingsobject Terra Vitalis kan gevolgen hebben voor uw belastingpositie

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2005 2006 30 330 Wijziging van de Wet op de loonbelasting 1964 en van enige andere wetten (Wet aanvullend overgangsrecht fiscale behandeling pensioen) Nr.

Nadere informatie

Fiscaal memorandum voor participaties in Terra Vitalis met betrekking tot het belastingjaar 2009

Fiscaal memorandum voor participaties in Terra Vitalis met betrekking tot het belastingjaar 2009 Fiscaal memorandum voor participaties in Terra Vitalis met betrekking tot het belastingjaar 2009 Inleiding Participeren in het beleggingsobject Terra Vitalis kan gevolgen hebben voor uw belastingpositie

Nadere informatie

De fiscale aspecten van een onroerende recreatiewoning

De fiscale aspecten van een onroerende recreatiewoning De fiscale aspecten van een onroerende recreatiewoning Hieronder wordt ingegaan op de fiscale consequenties van de aankoop en het bezit van een recreatiewoning die zodanig met de (onder)grond is verbonden

Nadere informatie

Addendum bij het rapport Knelpunten werkkostenregeling: inventarisatie en mogelijke alternatieven

Addendum bij het rapport Knelpunten werkkostenregeling: inventarisatie en mogelijke alternatieven Addendum bij het rapport Knelpunten werkkostenregeling: inventarisatie en mogelijke alternatieven Op 3 juli 2014 heeft staatssecretaris Wiebes in zijn brief aan de Tweede Kamer aangekondigd dat hij met

Nadere informatie

Afdeling: Concernzaken Concernbeleid Leiderdorp, 28 augustus 2014 Onderwerp: Wet markt en overheid -

Afdeling: Concernzaken Concernbeleid Leiderdorp, 28 augustus 2014 Onderwerp: Wet markt en overheid - Pagina 1 van 5 Nr. 1 Afdeling: Concernzaken Concernbeleid Leiderdorp, 28 augustus 2014 Onderwerp: Wet markt en overheid - Beslispunten vaststellen economische activiteiten van algemeen belang Aan de raad.

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2008 2009 31 354 Wijziging van de Mededingingswet ter invoering van regels inzake ondernemingen die deel uitmaken van een publiekrechtelijke rechtspersoon

Nadere informatie

Verzelfstandiging en de fiscus Manuela Vervoort 8 maart 2007 Programma Inleiding: belang van de rechtsvorm Btw: Heden Problemen Oplossingen Btw: Toekomst Andere belastingen: inkomstenbelastingen, registratierechten

Nadere informatie

HOLLAND IMMO GROUP INSINGER DE BEAUFORT BEHEER B.V. TE EINDHOVEN. Halfjaarcijfers per 30 juni 2014. Geen accountantscontrole toegepast

HOLLAND IMMO GROUP INSINGER DE BEAUFORT BEHEER B.V. TE EINDHOVEN. Halfjaarcijfers per 30 juni 2014. Geen accountantscontrole toegepast HOLLAND IMMO GROUP INSINGER DE BEAUFORT BEHEER B.V. TE EINDHOVEN Halfjaarcijfers per 30 juni 2014 Balans per 30 juni 2014 Vóór resultaatbestemming ACTIVA 30 juni 2014 31 december 2013 Vlottende activa

Nadere informatie

Wetsvoorstel verruiming vennootschapsbelastingplicht

Wetsvoorstel verruiming vennootschapsbelastingplicht 19 december 2014 Wetsvoorstel verruiming vennootschapsbelastingplicht overheidsondernemingen door de Tweede Kamer aanvaard 1. Inleiding Op 16 september 2014 is een voorstel tot wijziging van de Wet op

Nadere informatie

2. Onder vernummering van het zevende tot en met negende lid tot achtste tot en met tiende lid wordt na het zesde lid een lid ingevoegd, luidende:

2. Onder vernummering van het zevende tot en met negende lid tot achtste tot en met tiende lid wordt na het zesde lid een lid ingevoegd, luidende: ARTIKEL I De Wet inkomstenbelasting 2001 wordt als volgt gewijzigd: A. Artikel 4.17a wordt als volgt gewijzigd: 1. In de aanhef van het vijfde lid wordt een belang heeft vervangen door: direct of indirect

Nadere informatie

Vaste commissie voor Financiën uit de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus EA DEN HAAG (070) ECGF/U

Vaste commissie voor Financiën uit de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus EA DEN HAAG (070) ECGF/U Vaste commissie voor Financiën uit de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG doorkiesnummer (070) 373 8229 betreft Belastingplicht overheidsbedrijven uw kenmerk ons kenmerk ECGF/U201300422

Nadere informatie

Rapportage Wet Markt en Overheid Ridderkerk

Rapportage Wet Markt en Overheid Ridderkerk Rapportage Wet Markt en Overheid Ridderkerk Ontvanger : Gemeente Ridderkerk Organisatie : Step in Control B.V. Samenstellers : Dhr. Björn van Eijk : Dhr. Joost Parren : Dhr. Bob van Leeuwen : Projectgroep

Nadere informatie

Notitie afschaffing van de vrijstelling voor vennootschapsbelasting voor overheidsbedrijven per 1 januari 2016

Notitie afschaffing van de vrijstelling voor vennootschapsbelasting voor overheidsbedrijven per 1 januari 2016 Notitie afschaffing van de vrijstelling voor vennootschapsbelasting voor overheidsbedrijven per 1 januari 2016 1. Inleiding De vrijstelling van vennootschapsbelasting (vpb) voor Nederlandse overheidsbedrijven

Nadere informatie

Belastingplicht overheidsbedrijven. Inventarisatie van de gevolgen van de ondernemingsvariant

Belastingplicht overheidsbedrijven. Inventarisatie van de gevolgen van de ondernemingsvariant Belastingplicht overheidsbedrijven Inventarisatie van de gevolgen van de ondernemingsvariant 0 Inhoudsopgave 1. Inleiding... 2 2. Afwegingen... 2 3. Huidige regelgeving en uitgangspunten van de ondernemingsvariant...

Nadere informatie

AANGEPAST EXEMPLAAR. Raadsvoorstel Bestuur en Middelen A 15 onderwerp. BTW-compensatiefonds. 1. Aanleiding en achtergrond

AANGEPAST EXEMPLAAR. Raadsvoorstel Bestuur en Middelen A 15 onderwerp. BTW-compensatiefonds. 1. Aanleiding en achtergrond AANGEPAST EXEMPLAAR Raadsvoorstel jaar bijlagenr. commissie(s) categorie/agendanr. 2002 118 Bestuur en Middelen A 15 onderwerp BTW-compensatiefonds Aan de raad 1. Aanleiding en achtergrond Met de invoering

Nadere informatie

Actualiteiten BBV. vbbv. Verbonden partijen Erfpacht Ontwikkelingen Vpb

Actualiteiten BBV. vbbv. Verbonden partijen Erfpacht Ontwikkelingen Vpb vbbv Actualiteiten BBV Aandachtspunten jaarrekening 2016 Vraagstukken gemeenten (grondexploitatie, rente, overhead) Stellingen Verbonden partijen Erfpacht Ontwikkelingen Vpb Actualiteiten BBV vbbv Jaarrekening

Nadere informatie

Jaarverslag 2013 AM werk Reïntegratie BV

Jaarverslag 2013 AM werk Reïntegratie BV Jaarverslag 2013 AM werk Reïntegratie BV 1 AM Werk Reïntegratie BV Hoofdweg 583 2131 MT Hoofddorp Telefoon 023 566 15 66 www.amgroep.nl 2 Inhoud 03 AM Werk Reïntegratie BV 04 Voorwoord 05 Medewerkers 05

Nadere informatie

Accountantsdienst. In deze notitie wordt in de volgorde van de te volgen stappen ingegaan op dit onderwerp:

Accountantsdienst. In deze notitie wordt in de volgorde van de te volgen stappen ingegaan op dit onderwerp: Gemeente Den Haag Notitie Accountantsdienst Aan : College kenmerk : Van : GAD Datum : 28 augustus 2013 Onderwerp : transactie Inleiding In het voorjaar van 2013 is een overeenkomst gesloten met de NS over

Nadere informatie

ijqlj ]]] ]]] Commissie Wetsvoorstellen Ministerie van Financiën Directoraat-Generaal voor Fiscale Zaken Postbus 20201 2500 EE DEN HAAG

ijqlj ]]] ]]] Commissie Wetsvoorstellen Ministerie van Financiën Directoraat-Generaal voor Fiscale Zaken Postbus 20201 2500 EE DEN HAAG ijqlj ]]] ]]] de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs Commissie Wetsvoorstellen mr. drs. S.A.W.J. Strik voorzitter Commissie Wetsvoorstellen Ministerie van Financiën Directoraat-Generaal voor Fiscale

Nadere informatie

Schema Afbakening Publicatie 2 juni 2015. Oplegnotitie

Schema Afbakening Publicatie 2 juni 2015. Oplegnotitie Oplegnotitie Inleiding SVLO (het samenwerkingsverband tussen de Belastingdienst en de koepels VNG, IPO en UvW) streeft ernaar zo veel mogelijk te faciliteren dat overheidsondernemingen zelfstandig bepalen

Nadere informatie