22 Waar de ondernemingsrechtpraktijk en het financiële recht elkaar raken

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "22 Waar de ondernemingsrechtpraktijk en het financiële recht elkaar raken"

Transcriptie

1 22 Waar de ondernemingsrechtpraktijk en het financiële recht elkaar raken 22.1 Inleiding Het financiële recht kan een belangrijke rol spelen in de ondernemingsrechtelijke praktijk. Het zal bijvoorbeeld duidelijk zijn dat als twee verzekeraars fuseren, regels van financieel recht van toepassing zijn. Dient er voorafgaande instemming van DNB of de AFM te komen? Zijn er voorschriften met betrekking tot het openbaar maken van de transactie? Bij transacties voor andere partijen met een vergunning van de AFM of van DNB ligt het eveneens voor de hand om het financiële recht te betrekken. Ook als partijen niet over een vergunning beschikken, kan het financiële recht een rol spelen. In dergelijke gevallen is het de kunst om te herkennen wanneer bijvoorbeeld de Wft van toepassing is. In dit hoofdstuk beogen wij te signaleren waar het financiële recht van belang is in de algemene ondernemingsrechtpraktijk. Wij pretenderen niet om een volledige behandeling te geven van het relevante financiële recht. Dat zou een handboek op zich met zich brengen. Het financiële recht is geen rustig bezit; de regelgeving wordt met grote regelmaat, vaak gekleurd door politieke en maatschappelijke discussies, aangepast. De tendens is dat er steeds meer rule based regelgeving komt en dat steeds meer soorten instellingen, financiële producten en transacties gereguleerd worden. Het financiële recht ontleent zijn bestaan in grote mate aan Europese regelgeving. De Wet op het financieel toezicht ( Wft ) kan daarom niet los worden gezien van de onderliggende Europese normen en de visie daarop van de Europese toezichthouders, de European Supervisory Authorities of afgekort ESA. Het is echter eveneens relevant omdat er in Europa een tendens gaande is waarbij de Europese regelgevers in het financiële recht steeds vaker met verordeningen werken. Voorbeelden hiervan zijn de prospectusverordening en de zogeheten EMIR-verordening inzake de handel in derivaten. Regelgeving omtrent trustkantoren is in Europa niet geharmoniseerd. De Wet toezicht trustkantoren ( Wtt ) is een puur Nederlandse aangelegenheid. Daarvoor staat momenteel geen Europese regelgeving op stapel. De opzet van dit hoofdstuk is als volgt. Eerst volgt een beschrijving van de systematiek van de Wft en de Wtt. Voorts zal een overzicht worden gegeven van de diverse soorten financiële ondernemingen die onder de Wft en de Wtt worden gereguleerd. Om te kunnen beoordelen of een natuurlijke persoon of rechtspersoon als financiële onderneming wordt aangemerkt, wordt gekeken naar de activiteiten die zij verricht. Naast regels voor financiële ondernemingen geeft de Wft regels voor financiële producten en voor het gedrag op financiële markten. Hierna gaan wij eerst in op de systematiek van de Wft en de Wtt. Daarna behandelen wij de verschillende soorten financiële ondernemingen en relevante regels op de financiële markten. Ten slotte gaan wij in op de relevantie van het financiële recht voor de onderwerpen die in Hoofdstuk 1 tot en met 21 aan bod zijn gekomen. Wij zullen de volgorde van deze hoofdstukken aanhouden, zodat de lezer de relevante passages eenvoudig kan vinden. 1066

2 Inleiding Wft en Wtt systematiek De Wft bestaat uit zeven delen met de volgende titels: 1. Algemeen deel 2. Markttoegang financiële ondernemingen 3. Prudentieel toezicht financiële ondernemingen 4. Gedragstoezicht Financiële ondernemingen 5. Gedragstoezicht financiële markten 6. bijzondere maatregelen betreffende de stabiliteit van het financiële stelsel 7. Slotbepalingen De Wft is uitgewerkt in lagere regelgeving. Ieder deel van de Wft wordt uitgewerkt in een of meer aparte besluiten. De voor de algemene ondernemingspraktijk meest relevante besluiten zullen wij hierna noemen. Deel 1 Wft wordt onder meer uitgewerkt in het Besluit Definitiebepalingen Wft, deel 2 in het Besluit Markttoegang financiële ondernemingen Wft, deel 3 in het Besluit prudentiële regels Wft, deel 4 in het Besluit gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft ( Bgfo ) en deel 5 in een scala van besluiten. Voorts zijn er ministeriële besluiten, zoals de Vrijstellingsregeling Wft en zijn er nadere regelingen van de toezichthouders. Bovendien geven de toezichthouders uitleg van de regelgeving, die in standpunten, beleidsregels en interpretaties her en der min of meer vindbaar zijn. Sinds ongeveer 2007 verschijnen er steeds meer interpretaties en standpunten van Europese toezichthouders, in het bijzonder de European Securities and Markets Authority (ESMA), die relevant zijn voor de uitleg van de toezichtregelgeving. De Wft onderscheidt prudentieel toezicht en gedragstoezicht. Volgens art. 1:24 Wft is prudentieel toezicht gericht op de soliditeit van financiële ondernemingen en de stabiliteit van de financiële markten. Gedragstoezicht is blijkens het opvolgende artikel gericht op ordelijke en transparante financiëlemarktprocessen, zuivere verhoudingen en zorgvuldige behandeling van cliënten. Praktisch komt het erop neer dat al het toezicht dat DNB houdt, prudentieel wordt genoemd. Het toezicht dat de AFM houdt, heet gedragstoezicht. De hierna volgende paragrafen gaan in op de afzonderlijke delen van de Wft, met uitzondering van deel 7, dat nauwelijks relevant is. Ten slotte wordt in de systematiek van de Wft geïllustreerd aan de hand van twee praktijkvoorbeelden Algemeen deel Wft In het Algemeen deel Wft staan definities die in de hele Wft worden gehanteerd. In bepaalde delen of afdelingen van de Wft worden nadere definities gegeven. De definities in de Wft zijn van groot belang. Bij onjuist gebruik of onbekendheid met de definities raakt men het spoor in de Wft bijster. Naast de definities geeft deel 1 ook regels voor de reikwijdte van de Wft. Deze reikwijdte bepalingen zonderen bepaalde financiële ondernemingen uit van kleine of grote delen van de Wft, indien zij voldoen aan de relevante voorschriften. Het Algemeen deel regelt voorts de bevoegdheden van de AFM en DNB, hun samenwerking, de wijze waarop zij handhaven en de procedures die zij hanteren, bijvoorbeeld in het kader van het verlenen van een vergunning. 1067

3 22.1 Van der Velden / Van Kranenburg Deel Markttoegang Financiële Ondernemingen Zoals de titel van dit deel verwoordt, geeft deel 2 regels voor de toegang van financiële ondernemingen tot de Nederlandse en, waar mogelijk, buitenlandse markten. Voor iedere soort financiële onderneming is een bepaling opgenomen, die de vergunningplicht regelt. Eerst komen de financiële ondernemingen aan de beurt, waarvan DNB de vergunningverlenende instantie is. Daarna volgen de ondernemingen die hun vergunning van de AFM krijgen. De bepaling inzake de vergunningplicht wordt in de regel gevolgd door een artikel waarin staat aan welke voorschriften uit de delen 3 en 4 Wft de financiële onderneming moet voldoen. Dat is zeer praktisch, omdat het in een oogopslag een overzicht geeft van een groot deel van de voorschriften, waar de financiële onderneming mee te maken heeft. Het overzicht geeft overigens geen complete opsomming van de op de financiële onderneming toepasselijke bepalingen. Daarvoor moeten alsnog de delen 3 en 4, en soms deel 5 Wft alsmede de uitvoerige lagere regelgeving worden nagelopen. Veelal bestaat er een mogelijkheid tot ontheffing of vrijstelling van vergunningplicht. De basis daarvoor staat in de regel in of kort na de bepaling inzake de vergunningplicht. Tussen ontheffingen en vrijstellingen bestaat een belangrijk onderscheid. De vrijstellingen zijn uitgewerkt in de Vrijstellingsregeling Wft. Voldoet een partij aan de voorwaarden van een vrijstelling, dan is hij van rechtswege vrijgesteld. Een ontheffing werkt daarentegen niet van rechtswege. Het uitgangspunt van de Wft voor ontheffingen is daarentegen, maar dat zij in individuele gevallen op verzoek worden verstrekt. Dat neemt niet weg dat toezichthouders in dat kader een bepaald ontheffingsbeleid kunnen hanteren. Sommige soorten financiële ondernemingen krijgen eenvoudig toegang tot de buitenlandse markten. Dit hangt af van de mate waarin het toezicht op Europees niveau is geharmoniseerd. De harmonisatie voorziet voor bepaalde soorten financiële ondernemingen en prospectussen in een zogenaamd Europees paspoort. Hierdoor is het voor instellingen die onder toezicht staan in het land van herkomst (veelal waar de statutaire zetel gelegen is), mogelijk om haar diensten te verrichten in andere lidstaten. De instelling moet de toezichthouder in de lidstaat van herkomst middels notificatie informeren dat zij haar diensten in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte wil verrichten. In zoverre het toezicht niet is geharmoniseerd, zal de onderneming in beginsel haar diensten niet in een andere lidstaat kunnen verrichten. Zij zal in ieder land waar zij haar diensten verricht of haar producten aanbiedt moeten onderzoeken aan welke regels zij moet voldoen of welke vrijstellingen gelden. Er wordt hierna niet verder ingegaan op voornoemde notificatie procedure. Instellingen die onder toezicht staan uit hoofde van de Wft of de Wtt of die middels een Europees paspoort diensten in Nederland mogen verrichten, staan geregistreerd in de registers van AFM en DNB. Deze zijn in te dien via de websites van de AFM en van DNB Deel Prudentieel toezicht financiële ondernemingen Deel 3 geeft de prudentiële normen voor een aantal financiële ondernemingen. Het betreft de entiteiten die hun vergunning krijgen van DNB, alsmede beleggingsondernemingen, beheerders, bewaarders en beleggingsmaatschappijen. De prudentiële regels zien onder meer op eisen voor het minimum eigen vermogen, de solvabiliteit, de liquiditeit en de technische voorzieningen bij verzekeraars. Voor de entiteiten die 1068

4 Inleiding 22.1 hun vergunning verkrijgen van DNB, bevatten zij bovendien een voorschriften inzake deskundigheid, betrouwbaarheid, integriteit, structurering en inrichting. Deel 3 geeft daarnaast regels voor het houden, verwerven of vergroten van een gekwalificeerde deelneming in een bank, verzekeraar, beleggingsonderneming, een beheerder van een bepaald type beleggingsinstelling (ICBE) en de zogenaamde entiteiten voor risico-acceptatie. Een gekwalificeerde deelneming is een gedefinieerd begrip in de Wft. Het betreft een rechtstreeks of middellijk belang van ten minste 10% van het geplaatste kapitaal of het rechtstreeks of middellijk kunnen uitoefenen van ten minste 10% van de stemrechten of soortgelijke rechten van een onderneming. De gekwalificeerde deelneming kan slechts worden verkregen met voorafgaande instemming van DNB middels een zogenaamde verklaring van geen bezwaar (art. 3:95 Wft). In zal verder worden ingegaan op het onderwerp verklaring van geen bezwaar. Deel 3 geeft voorschriften voor financiële conglomeraten (van banken en verzekeraars), fusies of portefeuilleoverdracht tussen verzekeraars en herstelplannen voor verzekeraars. Voorts bied het de basis van het depositogarantiestelsel en het beleggerscompensatiestelsel. Ten slotte is een deel van de Interventiewet in deel 3 Wft neergelegd, op grond waarvan DNB kan ingrijpen bij banken en verzekeraars in zwaar weer. In dat geval kan een gedwongen overdracht van de onderneming, haar aandelen of een deel daarvan plaatsvinden. Vergelijkbare, maar verdergaande bevoegdheden van de minister zijn geregeld in deel 6 Wft. In 2013 heeft de minister daarvan gebruik gemaakt bij SNS. Dit leidt tot een golf van jurisprudentie Deel Gedragstoezicht Financiële ondernemingen In deel 4 worden de gedragsregels voor financiële ondernemingen vastgelegd. Onder omstandigheden kunnen financiële ondernemingen zijn vrijgesteld of worden ontheven van deze gedragsregels. De Wft geeft de hoofdregels en in lagere regelgeving worden de voorschriften nader gespecificeerd. Deze worden uitgewerkt in lagere regelgeving, in het bijzonder het Bgfo en de Nadere regeling gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft ( Nrgfo ). Hoofdstuk 4.2 stelt regels voor het werkzaam zijn op de financiële markten in het kader van financiële diensten. In dit verband zijn er regels ten aanzien van de geschiktheid, betrouwbaarheid en integriteit van de zogenaamde beleidsbepalers. Onder beleidsbepalers worden in ieder geval de bestuurders en commissarissen verstaan. Andere personen kunnen eveneens als beleidsbepaler worden aangemerkt, afhankelijk van de mate van invloed die zij uitoefenen. Hoofstuk 4.2 geeft eveneens regels voor zorgvuldige dienstverlening, zoals informatievoorziening, het voorkomen van belangenverstrengeling en de zorgvuldige omgang met klanten. Hoofdstuk 4.3 geeft specifieke regels voor het verlenen van diensten, waarbij verschillende soorten financiële ondernemingen ieder in een eigen afdeling de revu passeren Deel Gedragstoezicht Financiële markten Deel 5 regelt het gedrag op de financiële markten, waarbij ondermeer de volgende onderwerpen aan bod komen: het aanbieden van effecten informatievoorziening door uitgevende instellingen regels voor het exploiteren of beheren van een gereglementeerde markt (Euronext) het verplicht melden van stemmen, kapitaalzeggenschap en kapitaalbelang in uitgevende instellingen die aan een gereglementeerde markt (effectenbeurs) zijn genoteerd regels om marktmisbruik te voorkomen 1069

5 22.1 Van der Velden / Van Kranenburg regels met betrekking tot een openbaar bod Het normadressaat van deze bepalingen varieert. Sommige bepalingen richten zich tot financiële ondernemingen, andere tot uitgevende instellingen, weer andere bepalingen (bijvoorbeeld de regels ten aanzien marktmisbruik) zich richten tot een ieder Deel bijzondere maatregelen betreffende de stabiliteit van het financiële stelsel Deel 6 is ingevoerd naar aanleiding van de interventiewet (Stb. 2012, 241) en ziet op de mogelijkheid van de minister van financiën om in te grijpen bij banken, verzekeraars en hun moedermaatschappijen, in weerwil van bestaande de wet of de statuten. Het gaat om het waarborgen van de stabiliteit van het financiële stelsel. Het ingrijpen kan ook zien op onteigening van vermogensbestanddelen van of effecten die zijn uitgegeven door de instelling. De onteigeningen bij SNS van begin 2013 zijn hiervan een sprekend voorbeeld. Opvallend daarbij is onder meer, dat de minister ook achtergestelde schulden van SNS heeft onteigend en deze passiefposities heeft ondergebracht in een aparte stichting. Het enige doel van de stichting lijkt te zijn om de verhaalsmogelijkheden van de schuldeisers van de daarin ingebrachte achtergestelde schulden onmogelijk te maken Wft (en Wtt) systematiek: voorbeelden In het beoordelen of de Wft (of de Wtt) van toepassing is, dient men de systematiek van de wet goed in het oog te houden. Aan de hand van twee voorbeelden zal dit worden geïllustreerd. Gevallen als deze komen regelmatig door in de ondernemingsrechtelijke praktijk. Enerzijds betreft het de situatie waar wordt gewerkt met garanties en anderzijds de situatie waar (landbouw)grond aan derden wordt verkocht Voorbeeld 1: garantie of verzekering? Een dealer komt bij de koop van een tweedehands auto overeen, dat hij de auto in de komende drie jaren voor een vast bedrag in onderhoud neemt en dat de koper uitsluitend de aan slijtage onderhevige onderdelen zal hoeven te betalen. De dealer geeft met andere woorden een garantie die is gekoppeld aan een onderhoudsovereenkomst. Civielrechtelijk is hiermee niets aan de hand. Het is een koopovereenkomst met een garantie in verbinding met een opdrachtovereenkomst tegen een vaste vergoeding. Er lijkt civielrechtelijk geen sprake te zijn van verzekeren. Men zou verwachten dat het toezichtrechtelijk evenmin problemen oplevert. De Wft koppelt de vergunningplicht van verzekeraars immers aan het begrip verzekeren als bedoeld in art. 7:944 BW. De toezichtrechtelijke uitkomst is echter allerminst zeker. Volgens DNB kunnen overeenkomsten zoals deze onder omstandigheden namelijk wel als verzekeringsovereenkomst worden aangemerkt. Als de ene partij een risico op zich neemt en de andere partij daarvoor betaalt, is volgens DNB al snel sprake van verzekeren. In dat geval wordt de dealer als (schade)verzekeraar aangemerkt en is hij vergunningplichtig onder art. 2:27 Wft. Als de voorvraag of de dealer moet worden aangemerkt als een schadeverzekeraar bevestigend is beantwoord, rijst voorts de vraag of hij gebruik kan maken van een reikwijdtebepaling, een vrijstelling of een ontheffing. Hier komt de systematiek van de Wft in beeld. In afdeling staat een aantal wezenlijke reikwijdtebepalingen, waarbij de art. 1:6 tot en met 1:11 Wft zien op verzekeraars. Zo stelt art. 1:6 Wft dat de Wft niet van toepassing is op het aanbieden van verzekeringen door onder meer de Sociale Verzekeringsbank of 1070

6 Inleiding 22.1 het uitvoeringsorgaan voor werknemersorganisaties. Ook bepaalde onderlinge waarborgmaatschappijen vallen deels buiten de werking van de Wft. De dealer zal daarvan geen gebruik kunnen maken. Ook de Vrijstellingsregeling biedt hem geen soelaas, omdat die geen vrijstellingen kent voor verzekeraars. De dealer kan ten slotte pogen om een ontheffing van DNB te krijgen, maar zal daarvoor waarschijnlijk niet in aanmerking komen. De dealer overtreedt dus onder omstandigheden de Wft, als hij dergelijke garanties verstrekt Voorbeeld 2: grondspeculatie Jansen is eigenaar van landbouwgrond. Jansen meent dat deze grond in de toekomst significant in waarde zal stijgen. Het stuk ligt namelijk dicht bij een gemeente die de afgelopen jaren is gegroeid. De gemeente zal mogelijk de landbouwgrond willen kopen en omvormen tot bouwgrond. Jansen wil kavels van de landbouwgrond aan geïnteresseerde partijen verkopen. Deze partijen kunnen profiteren van de door Jansen beoogde waardestijging. Hier spelen twee vragen, in zekere zin vergelijkbaar met voorbeeld 1. Allereerst speelt de voorvraag of er hier sprake is van een financieel product in de zin van de Wft. Zo er sprake is van een financieel product in de zin van de Wft doet zich voorts de vraag voor of Jansen moet worden gezien als de aanbieder van het product. De vraag of er sprake is van een financieel product in de zin van de Wft moet worden beoordeeld aan de hand van de definitie financieel product. Het voert hier te ver om voor alle financiële producten te bezien of zij in dit voorbeeld een rol zouden kunnen spelen. Wij zullen direct onderzoeken of sprake is van een zogenoemd beleggingsobject. De term beleggingsobject is op zijn beurt gedefinieerd. Dit is kort gezegd een zaak of een recht op een zaak of op het rendement daarvan, terwijl de zaak hoofdzakelijk wordt beheerd door een ander dan de verkrijger. De definitie wordt overigens uitgebreid in het Besluit definitiebepalingen Wft, waardoor ook participaties in bepaalde film cv s als beleggingsobject worden aangemerkt. Indien het aanbieden van de kavels heeft te gelden als het aanbieden van beleggingsobjecten, dan handelt Jansen mogelijk in strijd met de Wft. Overigens ook de term aanbieden is gedefinieerd. Dit toont het belang van de definities in de Wft. In het geval van landbouwkavels neemt de AFM al snel aan dat er sprake is van beleggingsobjecten. Deze visie heeft in rechte stand gehouden, zoals blijkt uit Rb. Rotterdam 5 december 2009, JOR 2010, 20 m.nt. Grundmann-van de Krol (Investerra/AFM). Het aanbieden van beleggingsobjecten zonder vergunning (als financiëledienstverlener) is verboden op grond van art. 2:55 Wft. Als hier inderdaad sprake is van het aanbieden van beleggingsobjecten, zal moeten worden bekeken of een reikwijdtebepaling van toepassing is. Deel 1 Wft kent geen specifieke reikwijdtebepaling die het aanbieden van beleggingsobjecten uitzondert van de relevante verbodsbepaling. Deel 2 Wft biedt wel een uitzondering voor het aanbieden van beleggingsobjecten: een vergunninghoudende bank behoeft voor het aanbieden van beleggingsobjecten geen aparte vergunning als financiëledienstverlener. Degene die in ons voorbeeld de landbouwgrond aanbiedt, heeft daar niets aan. Voor een ontheffing van de AFM zal hij evenmin in aanmerking komen. Bij gebreke van een bruikbare reikwijdtebepaling of ontheffing, zal moeten worden onderzocht of gebruik kan worden gemaakt van een vrijstelling uit de Vrijstellingsregeling Wft. De wettelijke grondslag voor een vrijstelling is gegeven in art. 2:59 Wft. Art. 2 Vrijstellingsregeling kent verschillende vrijstellingen voor het aanbieden van beleggingsobjecten. Het luidt als volgt: 1071

7 22.1 Van der Velden / Van Kranenburg 1. Van artikel 2:55, eerste lid, van de wet zijn vrijgesteld: a. aanbieders van beleggingsobjecten voor zover die beleggingsobjecten: 1. aan minder dan honderd consumenten worden aangeboden; 2. deel uitmaken van een serie van beleggingsobjecten als bedoeld in artikel 1, onderdeel bb, van het besluit die minder dan twintig beleggingsobjecten omvat; 3. een waarde hebben die niet volgens de regels van artikel 110 van het besluit, indien dat van toepassing zou zijn, kan worden bepaald; of 4. worden aangeboden voor een nominaal bedrag per beleggingsobject van ten minste ; en b. aanbieders van beleggingsobjecten voor zover zij financiële diensten verlenen aan: 1. consumenten die bij hen werkzaam zijn of anderszins onder hun verantwoordelijkheid vallen; 2. consumenten die werkzaam zijn bij of anderszins onder de verantwoordelijkheid vallen van andere rechtspersonen waarmee zij in een formele of feitelijke zeggenschapsstructuur zijn verbonden; of 3. consumenten waarmee zij in een formele of feitelijke zeggenschapsstructuur zijn verbonden. 2. Indien een aanbieding niet uitsluitend aan gekwalificeerde beleggers wordt gedaan is het eerste lid, aanhef en onderdeel a, slechts van toepassing voor zover de aanbieder bij een aanbod van beleggingsobjecten als bedoeld in het eerste lid, en in reclameuitingen en documenten waarin een dergelijk aanbod in het vooruitzicht wordt gesteld, vermeldt dat hij voor het aanbieden niet vergunningplichtig is ingevolge de wet en niet onder toezicht staat van de Autoriteit Financiële Markten. Mocht Jansen de kavels verkopen voor bijvoorbeeld per stuk, dan is Jansen op grond van de uitzondering van art. 2 lid 1 sub a onder 4 vrijgesteld. In dat geval dient lid 2 van dit artikel in acht te worden genomen. De vrijstelling is namelijk gebonden aan zogenaamde vormvoorschriften. Deze zijn uitgewerkt in de Nrgfo. Als Jansen deze vormvoorschriften niet naleeft, werkt de vrijstelling niet en overtreedt Jansen alsnog art. 2:55 Wft. Art. 2 Vrijstellingsregeling Wft biedt echter uitsluitend een vrijstelling van de vergunningplicht van beleggingsondernemingen. De doorlopende verplichtingen uit deel 4 Wft zijn daarmee nog niet van de baan. Daarvoor biedt art. 43 Vrijstellingsregeling Wft een aparte regeling. Leuker kon de wetgever het niet maken; ingewikkelder evenmin. De systematiek in de Wft komt erop neer dat men bij dit soort transacties eerst moet bezien of er sprake is van een financieel product, een financiële onderneming of het aanbieden van effecten, dan wel of de Wft anderszins een rol speelt. Gelet op de complexiteit en het ruime definitieapparaat van de Wft is juist bij deze voorvraag grote zorgvuldigheid op zijn plaats. Indien de vraag bevestigend wordt beantwoord, dient vervolgens te worden gekeken of de reikwijdte bepalingen uit deel 1 een rol spelen. Als een reikwijdte bepaling van toepassing is, zou de Wft mogelijk geheel of gedeeltelijk buiten toepassing blijven. Als de reikwijdte bepalingen niet zien op situatie, dan moet vervolgens worden gekeken naar de artikelen rond de vergunningplicht uit deel 2 Wft. Daaruit kan namelijk volgen dat de desbetreffende bepaling niet geldt in het onderhavige geval. De verbodsbepalingen zijn grotendeels opgenomen in deel 2, echter ook deel 3 en deel 5 kennen eigen verbods (of gebods)bepalingen. Als uit de relevante afdeling blijkt dat het verbod (of gebod) onverminderd van toepassing is, moet worden gekeken of de Vrijstellingsregeling Wft of een ontheffing uitkomst kan bieden. Zowel voor de reikwijdte bepaling als de Vrijstellingsregeling geldt dat een uitzondering cq. vrijstelling aan strikte voorschriften 1072

8 Gereguleerde financiële ondernemingen 22.2 gebonden kan zijn. Hetzelfde geldt voor ontheffingen, zij het dat de toezichthouder daarvoor specifieke op het individuele geval toegesneden voorschriften kan stellen en dit ook pleegt te doen. Indien ook de Vrijstellingsregeling Wft geen soelaas biedt, zal de relevante bepaling van de Wft van toepassing zijn. In dit geval moet worden bekeken of in de opzet van de transactie het beoogde financieel product, financiële dienst, andere activiteit cq. dienst überhaupt moet worden uitgesloten of verboden is, of dat een structureringsaanpassing een oplossing kan bieden. De Wtt kent een soortgelijke systematiek als de Wft. Zij is overigens veel minder complex omdat zij slechts een soort financiële onderneming betreft, terwijl de Wft veel verschillende soorten instellingen en activiteiten reguleert Gereguleerde financiële ondernemingen Enige algemene richtsnoeren Zoals hiervoor aangegeven is het van belang om vast te kunnen stellen of de Wft een partij aanmerkt als een financiële onderneming, die in beginsel vergunningplichtig is. Wij geven hierna enkele richtsnoeren geven voor het onderkennen van activiteiten of transacties die in de ondernemingsrechtelijke praktijk dikwijls aan de orde zijn. Vervolgens zullen wij de verschillende soorten financiële ondernemingen individueel beschrijven Vragen van financiering Als het publiek wordt benaderd om een partij of activiteit te financieren, zal de Wft veelal van belang zijn. Men denke bijvoorbeeld aan crowdfunding. In dat geval kan sprake zijn van het aanbieden van effecten (art. 5:2 Wft), van deelnemingsrechten in een beleggingsinstelling (art. 2:65 e.v. Wft) of van beleggingsobjecten (art. 2:55 Wft). Voorts kan hier sprake zijn van bancaire activiteiten (art. 2:11 Wft) of van het aantrekken van opvorderbare gelden, anders dan als bank (art 3: 5 Wft) Dekken van risico s Als een partij beroeps- of bedrijfsmatig risico s van anderen dekt, al dan niet in de vorm van een garantie, kan hij onder omstandigheden worden aangemerkt als schadeverzekeraar. Wij verwijzen naar het eerste voorbeeld in Diensten met betrekking tot beleggingen Een partij die diensten verricht met betrekking tot beleggingen, zal in de regel vergunningplichtig zijn als financiëledienstverlener of als beleggingsonderneming. Men denke aan bemiddeling in verzekeringen en hypotheken, beleggingsadvies, vermogensbeheer en het doorgeven van orders. Een beleggingsonderneming verleent dergelijke diensten met betrekking tot zogenaamde financiële instrumenten, zoals aandelen, obligaties en derivaten. De diensten van een financiëledienstverlener hebben betrekking op andere producten, waaronder bijvoorbeeld verzekeringen, krediet, maar ook teakhout, wijn, grond en zelfs struisvogeleieren. De praktijk is divers. 1073

9 22.2 Van der Velden / Van Kranenburg Betrokkenheid bij betalingstransacties voor derden De betrokkenheid bij betalingstransacties kan verschillende vormen hebben. Bij transacties via het Internet plegen de betalingen bijvoorbeeld via verschillende partijen te lopen, die onder omstandigheden als betaaldienstverlener worden aangemerkt. Ook het aanbieden van betaalrekeningen leidt tot die kwalificatie. Het laten storten van contanten op een rekening of het uitkeren van contanten op vertoon van een creditcard kan eveneens vergunningplicht met zich brengen, hetzij als betaalinstelling, als wisselinstelling of zelfs als bank. De Wft kent de volgende gereguleerde financiële ondernemingen (in volgorde van de opzet van deel 2 Wft): Betaaldiensverleners Clearinginstellingen Elektronischgeldinstellingen Banken Financiële instellingen Levensverzekeraars Schadeverzekeraars Natura-uitvaartverzekeraars Entiteiten voor risico-acceptatie Premiepensioeninstellingen Wisselinstellingen Financiëledienstverleners Beheerders van beleggingsinstellingen Gevolmachtigd agenten Beleggingsondernemingen Naast deze financiële ondernemingen zijn instellingen die effecten aan het publiek aanbieden (gedefinieerd als aanbieders in deel 5 Wft) aan regels gebonden. Deze regels zien onder meer op informatieverplichtingen, transparantieverplichtingen, verplichtingen met betrekking tot koersgevoelige informatie. Voor de ondernemingsrechtelijke praktijk zijn deze regels en de vrijstellingen daarvan van groot belang. Daarnaast regelt deel 5 Wft het toezicht op houders van effectenbeurzen. In de volgende paragrafen worden voor de hiervoor genoemde financiële ondernemingen en trustkantoren in de zin van de Wtt beschreven. De (onder)gevolmachtigd agent wordt overigens hierna niet verder besproken. Dit betreft een zeer specifieke vorm van verzekeringsbemiddeling Betaaldienstverleners Ingevolge art. 2:3a Wft is het verboden om zonder vergunning het bedrijf uit te oefenen van betaaldienstverlener. DNB verleent de vergunning. Art. 1:1 Wft verwijst voor de definitie betaaldienst naar de bijlage bij de Europese richtlijn voor betaaldiensten (2007/64/ EG). In deze bijlage worden zeven soorten diensten onderscheiden. Kort gezegd komt het erop neer dat de betaaldienstverlener een intermediaire rol in het betalingsverkeer vervult. Degene die een of meer van deze diensten verleent, is in beginsel een betaaldienstverlener. Een betaaldienstverlener met een vergunning in de zin van art. 2:3a Wft heet betaalinstelling. Zijn wederpartij heet betaaldienstgebruiker. 1074

10 Gereguleerde financiële ondernemingen 22.2 Diensten waar als voorbeeld aan gedacht kan worden zijn: 1. Een onderneming die als product een betaalrekening voert waarbij contant geld op die rekening kan worden gestort. 2. Een onderneming die als product een betaalrekening voert met een betaalinstrument (zoals een betaalpas) waarmee contant geld van die rekening kan worden opgenomen. 3. De onderneming die aan (web)winkeliers diensten verleent met betrekking tot het accepteren van betaalinstrumenten (een in de Wft gedefinieerde term), zoals debet- of creditcards, en waarbij door tussenkomst van de onderneming betalingstransacties tot stand komen. 4. Het uitvoeren van: automatische debiteringen, met inbegrip van eenmalige automatische debiteringen; betalingstransacties via een betaalkaart of een soortgelijk instrument; overmakingen, met inbegrip van doorlopende opdrachten. 5. ondernemingen die aan (web)winkeliers diensten verlenen waarmee betaalmiddelen worden geaccepteerd. De ondernemer is een betaaldienstverlener onder dienst sms-diensten waarmee tegen betaling het weerbericht wordt opgevraagd of ringtones worden aangeschaft Clearinginstellingen Het is verboden om zonder vergunning van DNB het bedrijf uit te oefenen van clearinginstelling, aldus art. 2:4 Wft. Eenvoudig gezegd zijn clearinginstellingen instellingen die zich bezighouden met de afwikkeling van transacties in financiële instrumenten die via een centrale tegenpartij verlopen Elektronischgeldinstellingen Ingevolge art. 2:10a Wft is het verboden om zonder vergunning van DNB elektronisch geld uit te geven. Het betreft hier de zogenaamde elektronischgeldinstelling, die in art. 1:1 Wft is gedefinieerd als degene die zijn bedrijf maakt van de uitgifte van elektronisch geld. Bij elektronisch geld kan men denken aan de elektronische cadeaukaart waar een bedrag op wordt geplaatst en waarmee vervolgens kan worden betaald bij verschillende acceptanten, al dan niet via internet of een chipknip. De geldswaarde kan ook op afstand op een centrale rekeningadministratie zijn opgeslagen Banken Art. 2:11 Wft geeft een verbod om zonder vergunning van DNB het bedrijf van bank uit te oefenen. Art. 1:1 Wft definieert een bank als degene die zijn bedrijf maakt van het buiten besloten kring ter beschikking verkrijgen van opvorderbare gelden van anderen dan professionele marktpartijen, en van het voor eigen rekening verrichten van kredietuitzettingen. Deze definitie omvat twee termen (opvorderbare gelden en professionele marktpartij) die op hun beurt zijn gedefinieerd in art. 1:1 Wft. Opvorderbare gelden zijn gelden die op enig moment terugbetaald moeten worden, mits het nominale bedrag dat moet worden terugbetaald duidelijk is. Ook de professionele marktpartij is gedefinieerd in art. 1:1 Wft. Het omvat onder andere partijen met een vergunning uit hoofde van de Wft. Het begrip kent een dikwijls benutte uitbreiding in 1075

11 22.2 Van der Velden / Van Kranenburg het Besluit definitiebepalingen Wft. Deze uitbreiding betreft de situatie waarin ten minste per persoon wordt gevraagd en verkregen. In dat geval wordt degene van wie de opvorderbare gelden worden aangetrokken, aangemerkt als professionele marktpartij. Deze uitbreiding kent overigens verschillende aanvullende voorschriften Financiële instellingen De Wft definieert een financiële instelling als degene die, geen bank zijnde, in hoofdzaak zijn bedrijf maakt van het verrichten van een of meer van de werkzaamheden, bedoeld onder 2 tot en met 12 en 15 van de lijst in de bijlage I van de herziene richtlijn banken, of van het verwerven of houden van deelnemingen. Financiële instellingen verrichten dus werkzaamheden die banken met een bankvergunning ook mogen verrichten met uitzondering van de werkzaamheid vermeld onder 1, 13 en 14 in de bijlage I van de herziene bankenrichtlijn. Dit wil overigens niet zeggen dat financiële instellingen zonder meer de overige activiteiten van bijlage I mogen verrichten. Veel van de in de bijlage I van de herziene bankenrichtlijn genoemde werkzaamheden zijn uit andere hoofde vergunningplichtig, bijvoorbeeld als beleggingsonderneming Levensverzekeraars Ingevolge art. 2:27 Wft is het verboden om zonder vergunning van DNB het bedrijf van levensverzekeraar (of schadeverzekeraar) uit te oefenen. Een levensverzekeraar is gedefinieerd in de Wft. Het betreft een partij die haar bedrijf maakt van het sluiten van levensverzekeringen voor eigen rekening en het afwikkelen van die levensverzekeringen. Voor de vraag wat een levensverzekering is kan worden verwezen naar art. 7:975 BW, maar de begrippen overlappen niet geheel. De prestatie van een levensverzekeraar in de zin van de Wft dient onder meer uitsluitend in geld te geschieden Schadeverzekeraars Art. 2:27 Wft verbiedt om zonder vergunning van DNB het bedrijf van schadeverzekeraar (of levensverzekeraar) uit te oefenen. Een schadeverzekeraar is gedefinieerd in art. 1:1 Wft. Het betreft een partij die haar bedrijf maakt van het sluiten van schadeverzekeringen voor eigen rekening en het afwikkelen van die schadeverzekeringen. Voor de vraag wat een schadeverzekering is kan worden verwezen naar de schade- en sommenverzekeringen genoemd in art. 7:944 BW alsmede ongevallenverzekeringen. DNB lijkt echter sneller aan te nemen dat een contract een verzekering impliceert, dan men civielrechtelijk zou verwachten. Garanties, die civielrechtelijk onderdeel kunnen uitmaken van bijvoorbeeld een koopovereenkomst, worden soms door DNB aangemerkt als verzekering. Wij verwijzen in dit kader naar het eerste voorbeeld in Natura-uitvaartverzekeraars Ingevolge art. 2:48 Wft is het verboden om zonder vergunning van DNB het bedrijf van natura-uitvaartverzekeraar uit te oefenen. Een natura-uitvaartverzekeraar is gedefinieerd in art. 1:1 Wft. Het betreft een partij die haar bedrijf maakt van het sluiten van naturauitvaartverzekeringen voor eigen rekening en het afwikkelen van die natura-uitvaartverzekeringen. 1076

12 Gereguleerde financiële ondernemingen 22.2 De natura-uitvaartverzekeraar houdt zich bezig met de verzorging van de uitvaart en hetgeen verzekerd is mag niet zien op het verstrekken van een geldelijke uitkering Entiteiten voor risico-acceptatie Art. 2:54a Wft verbiedt om zonder vergunning van DNB het bedrijf van entiteit voor risico-acceptatie uit te oefenen. Een entiteit voor risico-acceptatie is gedefinieerd in art. 1:1 Wft. Deze instelling is geen verzekeraar. Wel accepteert zij risico s die een verzekeraar aan haar overdraagt. Zij financiert zich middels derden (bijvoorbeeld op de kapitaalmarkt) en de verplichtingen jegens deze derden zijn achtergesteld bij de betalingsverplichtingen die ontstaan uit het accepteren van de overgedragen risico s Premiepensioeninstellingen Ingevolge art. 2:54g Wft is het verboden om zonder vergunning van DNB het bedrijf van premiepensioeninstelling uit te oefenen. Een premiepensioeninstelling doet denken aan een beleggingsinstelling, alleen het doel van de premiepensioeninstelling is om arbeidsgerelateerde pensioenregelingen uit te voeren. Bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd wordt het belegde vermogen in beginsel omgezet in een lijfrente bij een verzekeraar. De premiepensioeninstelling zelf draagt geen verzekeringstechnisch risico Wisselinstellingen Ingevolge art. 2:54i Wft is het verboden om zonder vergunning van DNB het bedrijf van wisselinstelling uit te oefenen. Een wisselinstelling maakt haar bedrijf van het verrichten van wisseltransacties. Zonder uitputtend te zijn kan men bij een wisseltransactie denken aan geldwisseltransactie of het uitbetalen van geld (cash) op vertoon van bijvoorbeeld een creditcard Financiëledienstverleners De term financiëledienstverlener is een verzamelbegrip voor allerlei verschillende diensten met betrekking tot financiële producten, zoals verzekeringen, pensioenen, hypothecair krediet en consumentenkrediet, beleggingsobjecten. Uitgezonderd zijn diensten met betrekking tot financiële instrumenten, daar die vallen onder het toezicht op beleggingsondernemingen (vergelijk ). In tegenstelling tot de hiervoor genoemde instellingen, wordt de financiëledienstverlener niet middels één verbodsbepaling gereguleerd. Er zijn aparte verbodsbepalingen voor het aanbieden van krediet en van beleggingsobjecten, adviseren, bemiddelen, herverzekeringsbemiddelen en optreden als (onder)gevolmachtigd agent. Voor al deze soorten financiëledienstverleners bestaan aparte vergunningen. De AFM is de vergunningverlenende instantie. De termen aanbieden, adviseren, bemiddelen en (onder)gevolmachtigd agent zijn in art. 1:1 Wft gedefinieerd. De diensten door een financiëledienstverlener zijn in beginsel slechts gereguleerd, als zij zijn gericht tot een consument. Ook de consument is op zijn beurt gedefinieerd. Diensten met betrekking tot verzekeringen zijn echter gereguleerd, ongeacht of zij zijn gericht tot een consument of niet. Veel voorkomende financiëledienstverleners zijn de verzekeringstussenpersonen en tussenpersonen die diensten verlenen bij het verstrekken van (hypothecair) krediet. Over het algemeen zullen partijen zich ervan bewust zijn als zij dergelijke diensten verlenen, 1077

13 22.2 Van der Velden / Van Kranenburg omdat zij in dat kader een relatie onderhouden met een verzekeraar of hypotheekbank, die hierop zal wijzen. Bij het adviseren of het aanbieden van beleggingsobjecten hoeft een dergelijke relatie niet te bestaan. Partijen verliezen dan wel eens uit het oog, dat zij een vergunningplichtige activiteit verrichten Beheerders van beleggingsinstellingen Ingevolge art. 2:65 Wft is het verboden om zonder vergunning van de AFM deelnemingsrechten in een beleggingsinstelling aan te bieden. De vergunningplicht rust op de beheerder of, bij gebreke van een aparte beheerder, op de beleggingsmaatschappij. Een beleggingsinstelling is een structuur waarin gelden of andere goederen van beleggers worden gevraagd of verkregen. Deze gelden of goederen worden vervolgens collectief belegd. De deelnemers krijgen voor hun inleg zogenaamde deelnemingsrechten. Het is de bedoeling dat de deelnemers naar rato van hun inleg gezamenlijk delen in de opbrengsten. Beleggingsinstellingen worden onderscheiden in beleggingsfondsen en beleggingsmaatschappijen. De definities hiervan zijn niet geheel accuraat. Een beleggingsmaatschappij is gedefinieerd als rechtspersoon, die de gelden verkrijgt en belegd. Een beleggingsfonds is gedefinieerd als een niet in een beleggingsmaatschappij ondergebracht vermogen. Het onderscheid tussen beide zit in de verhouding tot de deelnemers. De deelnemers staan in een rechtspersonenrechtelijke verhouding tot de beleggingsmaatschappij. Bij een beleggingsfonds zijn de deelnemingsrechten daarentegen verbintenisrechtelijk of personenvennootschapsrechtelijk van aard. Het toezicht op beleggingsinstellingen gaat per 22 juli 2013 fors op de schop. De richtlijn inzake alternatieve beleggingsinstellingen moet dan zijn geïmplementeerd. Deze richtlijn legt een groot aantal nieuwe verplichtingen op aan beheerders en bewaarders van beleggingsinstellingen Beleggingsondernemingen Ingevolge art. 2:96 Wft is het verboden om zonder vergunning van de AFM beleggingsdiensten te verlenen of beleggingsactiviteiten te verrichten. De instelling waar het hier om gaat is de zogenaamde beleggingsonderneming. Het verlenen van beleggingsdiensten en het verrichten van beleggingsactiviteiten zijn op hun beurt ook weer gedefinieerd. Overigens zijn de definities hiervan te vinden in art. 1:1 Wft onder de v van verlenen en niet onder de b van beleggingsdienst. In tegenstelling tot de financiëledienstverleners zijn beleggingsondernemingen in hun dienstverlening juist gericht op financiële instrumenten. Financiële instrumenten omvatten: effecten, aandelen, obligaties, deelnemingsrechten in beleggingsinstellingen, maar ook allerlei soorten derivaten, opties, futures en swaps. Beleggingsondernemingen die veel voorkomen zijn vermogensbeheerders, beleggingsadviseurs, effectenbrokers en partijen die uitgevende instellingen begeleiden bij emissies. 1078

14 Het financiële recht gelet op eerdere hoofdstukken Trustkantoren Art. 2 Wtt houdt het verbod in om zonder vergunning van DNB vanuit een vestiging in Nederland als trustkantoor werkzaam te zijn. Net als de Wft werkt ook de Wtt met definities. Het begrip Trustkantoor komt kort gezegd neer op een instelling die bepaalde in art. 1 sub d Wtt genoemde diensten verricht. De diensten zijn veelomvattend. Het gaat hier om diensten als het zijn van extern ingehuurde bestuurder, het (in combinatie met het ter beschikking stellen van een adres) geven van belastingadvies, het verzorgen van belastingaangiften, het opstellen en controleren van jaarrekeningen of het voeren van administraties. Een nieuw ingevoerde categorie is de instelling die rechtspersonen verkoopt of bemiddelt bij een dergelijke verkoop. Ook het zijn van trustee in de zin van het Verdrag inzake het recht dat toepasselijk is op trusts en inzake de erkenning van trusts, zal in beginsel worden aangemerkt als een dienst die de betreffende dienstverlener tot trustkantoor maakt. Voorgaande beschrijving is niet uitputtend. Ondanks dat men al snel kan worden aangemerkt als trustkantoor (denk aan de vele (interim) bestuurders die zich tijdelijk laten inhuren) zal dit niet in alle gevallen zo zijn. In dit verband dient naar de reikwijdte bepaling van de wet (art. 2 lid lid 4 en lid 5 Wtt) te worden gekeken, danwel de vrijstellingen die zijn gegeven in de Vrijstellingsregeling Wtt Het financiële recht gelet op eerdere hoofdstukken Oprichting (hoofdstuk 1-5) Bij oprichting van een rechtspersoon of vennootschap is het van belang om rekening te houden met het financiële toezichtrecht. In de eerste plaats moet worden nagegaan of de beoogde activiteiten van de op te richten entiteit gereguleerd zijn en de entiteit vergunningplichtig is. Welke entiteiten vergunningplichtig zijn, kwam in de voorgaande paragrafen aan bod. Onder omstandigheden kan gebruik worden gemaakt van een vrijstelling of ontheffing. Ook daarvoor zij verwezen naar de voorgaande paragrafen. Als de op te richten entiteit vergunningplichtig zal zijn, is dit van belang voor een aantal aspecten rond de oprichting. Het toezichtrecht geeft restricties omtrent de rechtsvorm, de zetel, de doelomschrijving, de zeggenschap, de bestuurders, commissarissen en andere partijen die het beleid van de instelling (mede) bepalen, het minimum eigen vermogen, de jaarrekeningplicht en de benaming. Dit is in het kader van de oprichting van belang voor de inrichting van de statuten, de benoeming van bestuurders en commissarissen, de uitgifte van aandelen en eventuele aandeelhoudersovereenkomsten. Als de financiële onderneming een ontheffing heeft van bepaalde delen van de Wft, betekent dat niet, dat zij bij de oprichting en daarna geen rekening hoeft de houden met de Wft. Integendeel. Enerzijds staan in de regel verschillende voorschriften in de ontheffing. Daarnaast verplicht de Wft financiële ondernemingen met een ontheffing, om de toezichthouders op de hoogte te houden van wijzigingen, op soortgelijke wijze als vergunninghoudende entiteiten dat moeten doen. In de Wft zijn de belangrijkste voorschriften waarmee ten minste rekening gehouden moet worden bij vergunningaanvraag redelijk eenvoudig te vinden. Voor ieder type 1079

15 22.3 Van der Velden / Van Kranenburg vergunningplichtige financiële onderneming bevat deel 2 Wft een verbodsbepaling. Enkele artikelen verder staat telkens een artikel met een overzicht van vereisten die gelden bij vergunningverlening. Die lijsten geven niet uitputtend weer waaraan een vergunninghoudende instelling moet voldoen, maar zij bevatten wel de belangrijkste punten waarmee rekening moet worden gehouden, in het bijzonder ook bij de oprichting van de desbetreffende instellingen. Deze lijsten zijn uitgewerkt in het Besluit markttoegang financiële ondernemingen Wft. De voorschriften die het meest relevant zijn voor de oprichting komen hierna aan de orde Rechtsvorm Financiële ondernemingen moeten in beginsel rechtspersonen zijn. Slechts financiëledienstverleners, zoals hypotheek- en verzekeringsbemiddelaars, kunnen natuurlijke personen zijn. Ten slotte moeten financiëledienstverleners rechtspersonen zijn met volledige rechtsbevoegdheid, indien hun vergunning mede dient ten behoeve van aangesloten ondernemingen. De onderhands opgerichte vereniging komt dus niet in aanmerking, tenzij de statuten alsnog in een notariële akte zijn opgenomen. De (onderhandse) vereniging zal overigens evenmin geschikt zijn voor andere financiële ondernemingen, maar dat laat de Wft over aan het gezond verstand van de betrokken personen. De Wft schrijft slechts voor enkele soorten financiële ondernemingen specifieke rechtsvormen verplicht. Een verzekeraar met zetel in Nederland heeft de rechtsvorm van naamloze vennootschap, onderlinge waarborgmaatschappij of Europese vennootschap, aldus art. 3:20 Wft. Dit geldt voor alle typen verzekeraars: schadeverzekeraars, levensverzekeraars, naturauitvaartverzekeraars en herverzekeraars. Een premiepensioeninstelling met zetel in Nederland heeft de rechtsvorm van naamloze vennootschap, besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, stichting of Europese naamloze vennootschap, zo blijkt uit art. 3:20 Wft Zetel Het uitgangspunt bij het toezicht op financiële ondernemingen is dat de AFM en DNB vergunningen verlenen aan financiële ondernemingen met een zetel in Nederland. Financiële ondernemingen uit andere lidstaten hebben veelal toegang tot de Nederlandse markt dankzij een Europees paspoort op grond van geharmoniseerde Europese regelgeving. Voor de meeste financiëledienstverleners, met uitzondering van verzekeringsbemiddelaars, ontbreekt een dergelijk Europees paspoort. Indien een Europees paspoort ontbreekt, moet een buitenlandse financiële onderneming die in Nederland actief wil zijn in beginsel voldoen aan dezelfde voorschriften als een Nederlandse financiële onderneming. Die is dan met andere woorden op soortgelijke wijze vergunningplichtig als financiële ondernemingen met zetel in Nederland. De toezichtregelgeving bevat hierop echter een fors aantal uitzonderingen. Het voert te ver om die hier te behandelen. Bewaarders van instellingen voor collectieve belegging in effecten moeten in beginsel in Nederland zijn gevestigd. Indien een dergelijke bewaarder buiten Nederland gevestigd is, moet hij handelen vanuit een Nederlands bijkantoor. 1080

16 Het financiële recht gelet op eerdere hoofdstukken 22.3 Volgens art. 1:13 Wft bevindt de zetel van een beleggingsfonds zich in de staat waar de beheerder van het fonds zijn zetel heeft. Dit is opmerkelijk. Het beleggingsfonds is gedefinieerd als een rechtsobject: het vermogen dat voor het collectief van de deelnemers wordt belegd. Kennelijk heeft dat vermogen een zetel Doelomschrijving Voor enkele soorten financiële ondernemingen schrijft de Wft een beperkte statutaire doelomschrijving voor. De bewaarder van een beleggingsinstelling dient als enig statutair doel te hebben: het bewaren van activa en het administreren van de goederen waar een beleggingsinstelling in belegt (art. 4:44 Wft). De pensioenbewaarder heeft een vergelijkbaar beperkt doel: het zijn van eigenaar van het pensioenvermogen en het zijn van schuldenaar van schulden van het pensioenvermogen inzake een enkele pensioenregeling (art. 4:71b Wft). Deze beperkte doelomschrijving moeten naar ons oordeel niet letterlijk worden overgenomen in de statuten. Uit de wetsgeschiedenis is bijvoorbeeld af te leiden dat de transacties van een beleggingsfonds op naam van de bewaarder worden aangegaan. Dit is ook in de praktijk het geval. Dat geldt eveneens voor de pensioenbewaarder. De statutaire doelomschrijving pleegt daarom in ieder geval bij bewaarders iets ruimer te worden geformuleerd, dan de Wft voorschrijft. Het is raadzaam om dergelijke afwijkingen goed af te stemmen met de AFM, die toezicht houdt op de naleving van deze bepalingen. Art. 4:60 Wft bepaalt dat het statutaire of reglementaire doel van een instelling voor collectieve belegging in effecten uitsluitend is: het beleggen met toepassing van het beginsel van risicospreiding in financiële instrumenten, zoals uitgewerkt in het Bgfo. Opgemerkt zij dat dit niet per se in de statuten zelf verwerkt hoeft te worden. Het kan ook worden opgenomen in de omschrijving van het beleggingsbeleid, dat veelal in een apart document wordt opgenomen. Dit volgt uit de toevoeging of reglementaire doel in art. 4:60 Wft Transparante zeggenschapsstructuur De formele of feitelijke zeggenschapsstructuur over een financiële onderneming dient transparant te zijn. De zeggenschapsstructuur mag, preciezer gezegd, niet in zodanige mate ondoorzichtig zijn dat zij een belemmering vormt of kan vormen voor het adequaat uitoefenen van toezicht op die financiële onderneming. Voorts mag een financiële onderneming niet met buitenlandse personen zijn verbonden in een formele of feitelijke zeggenschapsstructuur, indien het recht dat op die personen van toepassing is, een belemmering vormt of kan vormen voor het adequaat uitoefenen van toezicht. Een en ander volgt uit art. 3:16 en art. 4:13 Wft. Opgemerkt zij dat de voorschriften over de transparante zeggenschapsstructuur niet alleen de formele zeggenschap betreffen, maar ook de feitelijke zeggenschap. Onder formele zeggenschap wordt verstaan de zeggenschap op grond van wet, statuten en overeenkomsten. Materiële zeggenschap duidt op de wijze waarop de besluitvorming over het beleid in de praktijk is vormgegeven. 1081

17 22.3 Van der Velden / Van Kranenburg Het begrip formele of feitelijke zeggenschap dekt soortgelijke begrippen uit verschillende Europese richtlijnen, waaronder de MiFID Richtlijn met betrekking tot de regulering van beleggingsondernemingen (Rl. 2004/39/EG). In de laatstgenoemde richtlijn wordt hiervoor het begrip nauwe banden gehanteerd, welke term is overgenomen in art. 1 Bgfo Aandeelhouders: verklaring van geen bezwaar Voor het deelnemen in een bank, verzekeraar, beleggingsonderneming, een beheerder van een bepaald type beleggingsinstelling (ICBE), een entiteit voor risico-acceptatie of een elektronischgeldinstelling, gelden bijzondere regels. Gekwalificeerde deelnemingen in deze financiële ondernemingen mogen slechts worden verworven, gehouden of vergroot met toestemming van DNB of in bepaalde gevallen van de minister van financiën. Die toestemming heeft de vorm van een verklaring van geen bezwaar (art. 3:95 en 3:108a Wft). Een gekwalificeerde deelneming ziet op een rechtstreeks of middellijk belang van ten minste 10% van het geplaatste kapitaal van een onderneming of het rechtstreeks of middellijk kunnen uitoefenen van ten minste 10% van de stemrechten of soortgelijke rechten. Indien bij het vergroten van een deelneming de grens van 20%, 33%, 50% of 100% wordt gepasseerd, dan moet ook dit worden voorafgegaan door een verklaring van geen bezwaar, tenzij de eerdere verklaring van geen bezwaar al mede betrekking had op het overschrijden van die drempels. Beleggingsondernemingen en ICBE beheerders die nog geen vergunning hebben, kunnen de verklaring van geen bezwaar via de AFM aanvragen, tezamen met de vergunningaanvraag. Het afnemen van de omvang van een gekwalificeerde deelneming, waarbij de hiervoor genoemde drempels worden overschreden, dienen voorafgaand aan DNB te worden gemeld (art. 3:103 en 108a Wft). In lagere regelgeving is vastgelegd wat moet worden overgelegd door de toekomstige houder van de gekwalificeerde deelneming. De gegevens die moeten worden overlegd zien onder meer op het beoogde doel van de deelneming, de beoogde termijn en strategie ten aanzien van de deelneming, e.e.a. afhankelijk van de omvang van de deelneming. Naarmate de beoogde gekwalificeerde deelneming groter is, zal uiteraard meer informatie worden gevraagd. Er moet in ieder geval informatie worden verstrekt met betrekking tot de geschiktheid en betrouwbaarheid van de aanvrager, de wijze waarop de deelneming wordt gefinancierd en de financiële positie van de aanvrager. Ook moet er duidelijkheid worden gegeven over de identiteit van eventuele achterliggende belanghebbenden en moet de groepsstructuur van de aanvrager worden geopenbaard en de relatie met de instelling of belanghebbende daarin. Dit laatste om vast te stellen of er het risico is op belangenverstrengeling of een zogenaamde, ondoorzichtige zeggenschapsstructuur. Ook het risico op witwassen of terrorisme financiering wordt onderzocht Bestuurders, commissarissen en andere partijen die het beleid van de instelling (mede) bepalen De bestuurders van de financiële onderneming en eventuele andere natuurlijke personen die het dagelijks beleid bepalen, dienen voorafgaand aan hun benoeming de geschiktheidstoets en betrouwbaarheidstoets van DNB of de AFM doorstaan. Ook de personen die toezicht houden op de financiële onderneming, bijvoorbeeld de commissarissen, worden op geschiktheid en betrouwbaarheid getoetst. Eventuele andere partijen die het beleid van de financiële onderneming (mede) bepalen, dienen tevoren door DNB of de 1082

18 Het financiële recht gelet op eerdere hoofdstukken 22.3 AFM te worden getoetst op betrouwbaarheid. Wij verwijzen in dit kader naar art. 3:8, 3:9, 4:9 en 4:10 Wft. De meeste financiële ondernemingen dienen ten minste twee natuurlijke personen te hebben die het dagelijks beleid bepalen (art. 3:15 lid 2, 4:39 en 4:83 Wft). In de praktijk plegen zij de bestuurders van de financiële onderneming te zijn. In een two tier bestuursmodel zullen de bestuurders (natuurlijke personen) per definitie dagelijks beleidsbepaler zijn in de zin van de Wft. Omgekeerd kan een persoon die geen bestuurder is, toch het dagelijks beleid (mede) bepalen. Men denke aan de leden van een managementteam met vergaande bevoegdheden. Financiëledienstverleners van geringe omvang hoeven slechts een dagelijks-beleidsbepaler te hebben. De assurantietussenpersoon op de hoek drijft vaak een zeer klein bedrijf en de Wft houdt daar op deze wijze rekening mee. De dagelijks-beleidsbepalers moeten hun werkzaamheden hoofdzakelijk verrichten vanuit Nederland. De vraag is, wie als dagelijks beleidsbepaler is aan te merken, indien een rechtspersoon bestuurder is van een andere rechtspersoon. In dat geval zullen de natuurlijke personen die bestuurder zijn van de (uiteindelijke) bestuurder-rechtspersoon, in beginsel als dagelijks beleidsbepalers zijn aan te merken. Als de bestuurder-rechtspersoon andere werknemers heeft opgedragen om materieel het bestuur over de financiële onderneming te verzorgen, worden deze werknemers eveneens als dagelijks beleidsbepaler aangemerkt. De Wft bevat een specifieke eis aan het bestuur van een beleggingsmaatschappij, waarvan het vermogen door een externe beheerder wordt beheerd. In een dergelijk geval dient de beheerder bestuurder te zijn van de beleggingsmaatschappij. Naast de beheerder kunnen eventueel nog andere personen bestuurder zijn van de beleggingsmaatschappij. In de literatuur is kritisch gereageerd op deze eis, in het bijzonder ten aanzien van de tegenstrijdige belangen die kunnen bestaan tussen de beheerder en de beleggingsmaatschappij Minimum eigen vermogen Voor een aantal soorten financiële ondernemingen stelt de wet eisen aan de omvang en samenstelling van het vermogen. Het minimaal vereiste eigen vermogen moet vanzelfsprekend in het oog worden gehouden in het kader van de oprichting, bijvoorbeeld voor wat betreft de bepaling van het maatschappelijk kapitaal en de initiële aandelenuitgifte. Voor financiëledienstverleners gelden geen vermogenseisen. Art. 3:53 e.v. Wft geeft de wettelijke basis voor de omvang en de samenstelling van het vermogen. Dit wordt uitgewerkt in art. 48 e.v. Bpr. De bedragen verschillen per soort financiële onderneming en zijn bovendien afhankelijk van het type vergunning binnen iedere soort financiële onderneming. De meest voorkomende gevallen noemen wij hier en verwijzen voor het overige naar het Bpr. Voor banken en clearinginstellingen bedraagt het minimum eigen vermogen 5 miljoen. Als de bank in hoofdzaak haar bedrijf maakt van het verlenen van beleggingsdiensten of het verrichten van beleggingsactiviteiten, bedraagt deze eis 2,5 miljoen. Voor beleggingsondernemingen bedraagt het minimum eigen vermogen , of Het meest gangbaar is de categorie: zij betreft onder andere vermogensbeheerders, beleggingsadviseurs en brokers. De categorie van betreft uitsluitend beleggingsondernemingen die alleen order ontvangen en doorgeven, 1083

19 22.3 Van der Velden / Van Kranenburg zonder dat zij een buitenlands bijkantoor hebben. De categorie van betreft zogeheten multilaterale handelsfaciliteiten (in Nederland bestaan er begin 2013 twee), beleggingsondernemingen die emissies overnemen of garanderen of die handelen voor eigen rekening. Beheerders van beleggingsinstellingen moeten een minimum eigen vermogen hebben tussen de en , afhankelijk van de omvang van het beheerde vermogen. Voor bewaarders is de vermogenseis Beleggingsmaatschappijen zonder aparte beheerder dienen tenminste aan eigen vermogen te hebben. De AIFM Richtlijn stelt veel zwaardere eisen aan het minimum eigen vermogen van beheerders, afhankelijk van de omvang van het vermogen dat zij beheren. Het minimum eigen vermogen kan oplopen tot 10 miljoen, zo blijkt uit art. 9 AIFM Richtlijn. Begin juli 2013 moet die richtlijn zijn geïmplementeerd in de lidstaten van de Europese Economische Ruimte. Betaalinstellingen hebben een verplicht minimum eigen vermogen tussen de en , afhankelijk van het type activiteiten dat wordt ontplooid. Voor elektronischgeldinstellingen bedraagt het minimum eigen vermogen Premiepensioeninstelling dienen een eigen vermogen van ten minste te hebben. Voor de daaraan mogelijk verbonden pensioenbewaarder bedraagt het minimum eigen vermogen Jaarrekeningplicht De Wft gaat uit van toepasselijkheid van boek 2 BW voor de jaarrekening. Voor banken, beheerders, beleggingsondernemingen, betaalinstellingen, clearinginstellingen, elektronischgeldinstellingen, en verzekeraars bevat de Wft en de lagere regelgeving gedetailleerde regelingen voor de liquiditeit en solvabiliteit, die van invloed zijn op de inrichting van de jaarrekening (o.a. art. 3:57 Wft en art. 59 e.v. Bpr). Het voert te ver om die regelingen hier te behandelen. Wel wordt nog een enkel woord gewijd aan de verplichting tot publicatie van de jaarrekening. Beheerders, bewaarders en beleggingsinstellingen dienen hun jaarrekening eerder te publiceren, dan het burgerlijk wetboek vereist. Hetzelfde geldt voor uitgevende instellingen waarvan de aandelen aan de beurs (gereglementeerde markt) zijn genoteerd. Zij dienen hun jaarrekening binnen 4 maanden na einde van het boekjaar openbaar te maken (art. 4:52 en 5:25c Wft). Bij het opstellen van de statuten is van belang om hiermee rekening te houden, opdat niet de voor deze instellingen onjuiste, langere termijn uit het burgerlijk wetboek daarin wordt opgenomen. De Wft verplicht deze instellingen ook om hun halfjaarcijfers binnen 9 weken respectievelijk twee maanden na afloop van het eerste halfjaar te publiceren. Voor zover de statuten niets inhouden over publicatie van halfjaarcijfers, hoeft dit niet te worden opgenomen. Dit geldt eveneens voor het verstrekken van de (half)jaarcijfers aan de AFM (art. 3:71, 4:52b en 5:25d Wft) Benaming Ingevolge art. 3:7 Wft is het verboden om de term bank op te nemen in de naam van een onderneming, als die onderneming geen vergunninghoudende bank is. Deze term 1084

20 Het financiële recht gelet op eerdere hoofdstukken 22.3 mag evenmin anderszins bij het uitoefenen van het bedrijf worden gebruikt. Het verbod geldt ook voor vertalingen of vormen van bank, zoals Hypotheek Banque BV in 2008 aan den lijve ondervond (Rb. Amsterdam 29 maart 2012, JOR 2012/186). Het verbod geldt niet als de term bank in zodanige samenhang wordt gehanteerd, dat duidelijk blijkt, dat de instelling niet werkzaam is op de financiële markten. De Kunst Reserve Bank stelt zich bijvoorbeeld op het standpunt dat zij zich niet op de financiële markten begeeft. Dat lijkt ons terecht. De Kunst Reserve Bank verkoopt als experiment maandelijks vier munten voor 100 en geeft daarbij een terugkoopgarantie. Zij benadrukt hiermee dat kunst van blijvende waarde is, in tegenstelling tot de waarden die door haar tegenhanger, de Federal Reserve, worden uitgegeven. De soortnamen van andere financiële ondernemingen zijn niet beschermd door de Wft. Dat neemt niet weg dat de toezichthouders mogelijk zullen optreden tegen partijen die zich bijvoorbeeld verzekeraar of trustkantoor noemen, zonder dat zij dat daadwerkelijk zijn en dat zij derhalve ter zake geen vergunning hebben. De ratio van het verbod om het woord bank te gebruiken is immers om verwarring te voorkomen. Die verwarring kan evenzeer ontstaan als een partij die geen verzekeraar is, het begrip verzekeraar in zijn naam opneemt. De Wet handhaving consumentenbescherming geeft de AFM de mogelijkheid om in dergelijke gevallen in te grijpen. Afgezien daarvan zal een dergelijke naam vaak verboden zijn ingevolge art. 5b Handelsnaamwet Aanbieden aan het publiek (hoofdstuk 6) Het komt geregeld voor dat partijen het publiek benaderen voor verschillende vormen van financiering. Dit is de afgelopen jaren steeds meer in opmars. De volgende omstandigheden lijken daarbij een rol spelen. Enerzijds zijn banken sinds de kredietcrisis van 2008 veel restrictiever geworden in het verschaffen van krediet. Dat maakt dat andere wijzen van financiering worden gezocht, zoals private equity, plaatsingen bij een beperkte groep en public equity. Anderzijds biedt het Internet, en in het bijzonder de sociale netwerken, diverse mogelijkheden om grote groepen te interesseren om een veelbelovend of maatschappelijk nuttig initiatief te steunen. Dit wordt wel crowdfunding genoemd. Notarissen spelen hierbij doorgaans een belangrijke rol, bijvoorbeeld in de certificering van aandelen, het bijstaan bij een obligatie-uitgifte of het opstellen van leningsvoorwaarden. Het kan commerciële ondernemingen betreffen, maar dat hoeft niet eens het geval te zijn. Men denke aan de plaatselijke voetbalclub, die ondernemers uit de omgeving vraagt om steun of aan de parochie die voor de restauratie van de kerk renteloze leningen uitgeeft. Overigens kan bij dergelijke niet-commerciële initiatieven onder omstandigheden een beroep worden gedaan op een vrijstelling (art. 53 lid 1 sub d Vr Wft). Bij het benaderen van het publiek ten behoeve van financiering kunnen vier verschillende sets aan regelgeving een rol spelen, al dan niet tezamen. a. Er kan sprake zijn van het aanbieden van effecten aan het publiek, waarvoor een door de AFM goedgekeurd prospectus is vereist (art. 5:2 Wft). b. Er kan sprake zijn van het aanbieden van beleggingsobjecten aan consumenten, wat slechts is toegestaan aan vergunninghoudende financiëledienstverleners (art. 2:55 Wft). c. Als het gaat om een beleggingsinstelling, kan deze beleggingsinstelling of haar beheerder vergunningplichtig zijn (art. 2:65 Wft), terwijl eveneens een prospectus moet wor- 1085

Overzicht van markttoegang regelgeving Wft BANKEN met zetel in Nederland

Overzicht van markttoegang regelgeving Wft BANKEN met zetel in Nederland Overzicht van markttoegang regelgeving BANKEN met zetel in Nederland Deel 2 Deel Markttoegang Financiële Ondernemingen Art. 1:1 definities a. een afwikkelonderneming; b. een bank; financiële onderneming

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 259 4 januari 2012 Regeling vaststelling bedragen 2012 ex artikelen 2 en 3 Besluit bekostiging financieel toezicht 23

Nadere informatie

1:1 definities aanbieden, onderdeel a 1, onderdeel a, 2, lid 1 + 2, onderdelen e + f, 6 en 7 Wfd en 8 Vrijstellingsregeling Wfd

1:1 definities aanbieden, onderdeel a 1, onderdeel a, 2, lid 1 + 2, onderdelen e + f, 6 en 7 Wfd en 8 Vrijstellingsregeling Wfd Bijlage I Transponeringstabel Wet financieel toezicht - Wet financiële dienstverlening Wft Wfd 1:1 definities aanbieden, onderdeel a 1, onderdeel a, 2, lid 1 + 2, onderdelen e + f, 6 en 7 Wfd en 8 aanbieden,

Nadere informatie

(Tekst geldend op: 07-09-2011Voorstel wetswijziging September 2011) Wet op het financieel toezicht

(Tekst geldend op: 07-09-2011Voorstel wetswijziging September 2011) Wet op het financieel toezicht (Tekst geldend op: 07-09-2011Voorstel wetswijziging September 2011) Wet op het financieel toezicht Hoofdstuk 4.2. Regels voor het werkzaam zijn op de financiële markten betreffende alle financiële diensten

Nadere informatie

Wet financieel toezicht

Wet financieel toezicht Wet financieel toezicht Bijlage 2 Transponeringstabellen 1 2 3 Verwerkte publicaties Staatsblad Kamerstuk Naam nrs. 2006, nr. 475 29.708 Wet op het financieel toezicht 2006, nr. 605 30.658 Invoerings-

Nadere informatie

Vrijstellingsregeling Wet toezicht effectenverkeer 1995

Vrijstellingsregeling Wet toezicht effectenverkeer 1995 (Tekst geldend op: 13-01-2004) Vrijstellingsregeling Wet toezicht effectenverkeer 1995 De Minister van Financiën; Gelet op de artikelen 4, eerste lid, 5, tweede lid, 10, eerste lid, en 22, vijfde lid,

Nadere informatie

Vrijstellingsregeling Wft

Vrijstellingsregeling Wft (Tekst geldend op: 28-10-2007) Vrijstellingsregeling Wft De Minister van Financiën, Gelet op de artikelen 2:59, eerste lid, 2:64, eerste lid, 2:74, 2:79, eerste lid, 2:85, eerste lid, 2:91, eerste lid,

Nadere informatie

Vrijstellingsregeling Wft

Vrijstellingsregeling Wft FI Vrijstellingsregeling Wft 15 november 2006/Nr. FM 2006-02672 M Directie Financiële Markten De Minister van Financiën, Gelet op de artikelen 2:59, eerste lid, 2:64, eerste lid, 2:74, 2:79, eerste lid,

Nadere informatie

NOTA VAN WIJZIGING. Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

NOTA VAN WIJZIGING. Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd: 32 622 Wijziging van de Wet op het financieel toezicht en het Burgerlijk Wetboek ter implementatie van richtlijn nr. 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 13 juli 2009

Nadere informatie

NOTITIE. 1 Inleiding: uitzettingen en het aangaan van overeenkomsten met betrekking tot derivaten door openbare lichamen

NOTITIE. 1 Inleiding: uitzettingen en het aangaan van overeenkomsten met betrekking tot derivaten door openbare lichamen NOTITIE Deze notitie bevat een beschrijving van de hoofdpunten van de op 1 september 2011 geldende wet- en regelgeving. De notitie beoogt geen volledige beschrijving van de relevante wet- en regelgeving

Nadere informatie

Wet. financieel toezicht. deel 4 Gedragstoezicht financiële ondernemingen. DUFAS, januari 2015 Gedragstoezicht financiële ondernemingen 1

Wet. financieel toezicht. deel 4 Gedragstoezicht financiële ondernemingen. DUFAS, januari 2015 Gedragstoezicht financiële ondernemingen 1 Wet financieel toezicht deel 4 Gedragstoezicht financiële ondernemingen DUFAS, januari 2015 Gedragstoezicht financiële ondernemingen 1 Copyright DUFAS 2015 In geval van distributie of reproductie van informatie

Nadere informatie

Wet. financieel toezicht. deel 4 Gedragstoezicht financiële ondernemingen. DUFAS, december 2015 Gedragstoezicht financiële ondernemingen 1

Wet. financieel toezicht. deel 4 Gedragstoezicht financiële ondernemingen. DUFAS, december 2015 Gedragstoezicht financiële ondernemingen 1 Wet financieel toezicht deel 4 Gedragstoezicht financiële ondernemingen DUFAS, december 2015 Gedragstoezicht financiële ondernemingen 1 Inhoud Titel p. 4. Gedragstoezicht financiële ondernemingen 3 4.1

Nadere informatie

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Besluit van 15 juli 2008, houdende bepalingen met betrekking tot de reikwijdte van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme, het vaststellen van indicatoren en het overdragen van

Nadere informatie

Markttoegang financiëledienstverleners Wft

Markttoegang financiëledienstverleners Wft Markttoegang financiëledienstverleners Wft Over markttoetredingsverboden en vergunningverlening door de AFM van den Ing Kluwer - Deventer - VOORWOORD VOORWOORD VAN DE AUTEUR AFKORTINGEN V VII XXI HOOFDSTUK

Nadere informatie

De Nederlandsche Bank N.V. Consultatie. CRD II Implementatie (nieuwe) Regeling Hybride kapitaalinstrumenten banken 2010

De Nederlandsche Bank N.V. Consultatie. CRD II Implementatie (nieuwe) Regeling Hybride kapitaalinstrumenten banken 2010 De Nederlandsche Bank N.V. Consultatie CRD II Implementatie (nieuwe) Regeling Hybride kapitaalinstrumenten banken 2010 28 juni 2010 1 Regeling van De Nederlandsche Bank NV van [datum], tot vaststelling

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2014 2015 33 949 Voorstel van wet van de leden Agnes Mulder en Nijboer tot wijziging van de Wet op het financieel toezicht en enkele andere wetten met het

Nadere informatie

Financieringsmaatschappijen onder de Wet op het financieel toezicht

Financieringsmaatschappijen onder de Wet op het financieel toezicht Financieringsmaatschappijen onder de Wet op het financieel toezicht Inleiding Het is de verwachting dat per 1 januari 2007 de nieuwe Wet op het financieel toezicht (Wft) van kracht wordt. 1 De Wft vervangt

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2006 475 Wet van 28 september 2006, houdende regels met betrekking tot de financiële markten en het toezicht daarop (Wet op het financieel toezicht)

Nadere informatie

OEFENEXAMEN INTEGRITEITSMODULE DSI EFFECTENSPECIALIST

OEFENEXAMEN INTEGRITEITSMODULE DSI EFFECTENSPECIALIST OEFENEXAMEN INTEGRITEITSMODULE DSI EFFECTENSPECIALIST NIBE-SVV 1. Een beleggingsonderneming overtreedt meerdere regels uit de Wet op het financieel toezicht (Wft). Hieronder volgen twee beweringen over

Nadere informatie

De Nadere regeling gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft wordt als volgt gewijzigd:

De Nadere regeling gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft wordt als volgt gewijzigd: CONSULTATIEVERSIE Besluit van ( datum), houdende wijziging van de Nadere regeling gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft van 15 november 2006 in verband met regels met betrekking tot de bescherming

Nadere informatie

Beleggingsinstelling: beleggingsinstelling als gedefinieerd in artikel 1:1 Wft

Beleggingsinstelling: beleggingsinstelling als gedefinieerd in artikel 1:1 Wft Registratiedocument Begrippenlijst In dit Registratiedocument hebben de met een hoofdletter geschreven woorden en afkortingen de hieronder genoemde betekenis. Waar enkelvoud wordt beschreven, kan ook meervoud

Nadere informatie

No.W06.15.0231/III 's-gravenhage, 21 augustus 2015

No.W06.15.0231/III 's-gravenhage, 21 augustus 2015 ... No.W06.15.0231/III 's-gravenhage, 21 augustus 2015 Bij Kabinetsmissive van 9 juli 2015, no.2015001243, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Financiën, mede namens de Minister van

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2010 2011 32 036 Wijziging van de Wet op het financieel toezicht en enige andere wetten (Wijzigingswet financiële markten 2010) A GEWIJZIGD VOORSTEL VAN

Nadere informatie

MODEL financieringsmaatschappijen; invoering Wet op het financieel toezicht

MODEL financieringsmaatschappijen; invoering Wet op het financieel toezicht Expertisecentrum Markttoetreding Amsterdam Postbus 98 1000 AB Amsterdam Datum Uw kenmerk Doorkiesnummer 020 524 Bijlage(n) Onderwerp MODEL financieringsmaatschappijen; invoering Wet op het financieel toezicht

Nadere informatie

Beoogde Wft- en BGfo-wijzigingen

Beoogde Wft- en BGfo-wijzigingen Beoogde Wft- en BGfo-wijzigingen ACIS Seminar, 25.10.2011 mr. dr. Cees de Jong Welke wijzigingen zijn er op komst? Wijzigingswet financiële markten 2012 Wetsvoorstel (Kamerstukken II 2010/11, 32 781, nr.

Nadere informatie

Conform uw verzoek heb ik dit standpunt toegelicht in een aparte bijlage.

Conform uw verzoek heb ik dit standpunt toegelicht in een aparte bijlage. Grondontwikkeling Nederland B.V. t.a.v de heer S.R Kooij Robijnstraat 48 1812 RB Alkmaar Datum 23 oktober 2013 Onze ref 20130001 Inzake Grondontwikkeling Nederland B.V. - Wft M. Kupperman, advocaat T +31

Nadere informatie

Voorstel van wet tot wijziging van de Wet op het financieel toezicht en enige andere wetten (Wijzigingswet financiële markten 2010)

Voorstel van wet tot wijziging van de Wet op het financieel toezicht en enige andere wetten (Wijzigingswet financiële markten 2010) Voorstel van wet tot wijziging van de Wet op het financieel toezicht en enige andere wetten (Wijzigingswet financiële markten 2010) Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten: Alzo

Nadere informatie

Afspraken tripartiet overleg financiële onderneming, externe accountant, De Nederlandsche Bank

Afspraken tripartiet overleg financiële onderneming, externe accountant, De Nederlandsche Bank Afspraken tripartiet overleg financiële onderneming, externe accountant, De Nederlandsche Bank Wft: Wet op het financieel toezicht Bpr: Besluit prudentiële regels Wft Wta: Wet toezicht accountantsorganisaties

Nadere informatie

Wet op het financieel toezicht

Wet op het financieel toezicht Wet op het financieel toezicht Wet van 28 september 2006, houdende regels met betrekking tot de financiële markten en het toezicht daarop(wet op het financieel toezicht) Wij Beatrix, bij de gratie Gods,

Nadere informatie

Vrijstellingsregeling Wet financiële dienstverlening en Besluit financiële dienstverlening

Vrijstellingsregeling Wet financiële dienstverlening en Besluit financiële dienstverlening Vrijstellingsregeling Wet financiële dienstverlening en Besluit financiële dienstverlening De Minister van Financiën, Gelet op artikel 9 van de Wet financiële dienstverlening; Besluit; Artikel 1 In deze

Nadere informatie

Voorstel van wet houdende regels met betrekking tot de financiële markten en het toezicht daarop (Wet op het financieel toezicht)

Voorstel van wet houdende regels met betrekking tot de financiële markten en het toezicht daarop (Wet op het financieel toezicht) Voorstel van wet houdende regels met betrekking tot de financiële markten en het toezicht daarop (Wet op het financieel toezicht) Nota van wijziging A Het Algemeen deel komt als volgt te luiden: ALGEMEEN

Nadere informatie

Wet van 28 september 2006, houdende regels met betrekking tot de financiële markten en het toezicht daarop (Wet op het financieel toezicht)

Wet van 28 september 2006, houdende regels met betrekking tot de financiële markten en het toezicht daarop (Wet op het financieel toezicht) (Tekst geldend op: 27-06-2013) Wet van 28 september 2006, houdende regels met betrekking tot de financiële markten en het toezicht daarop (Wet op het financieel toezicht) Wij Beatrix, bij de gratie Gods,

Nadere informatie

http://wetten.overheid.nl/bwbr0020368/geldigheidsdatum_05-01-2015/afdrukken

http://wetten.overheid.nl/bwbr0020368/geldigheidsdatum_05-01-2015/afdrukken wetten.nl - Wet- en regelgeving printen - Wet op het financieel toezicht - BWBR0...pagina 1 van 398 Wet op het financieel toezicht (Tekst geldend op: 05-01-2015) Wet van 28 september 2006, houdende regels

Nadere informatie

Beleidsregel Deskundigheid dagelijks beleidsbepalers artikel 4:9 en 5:29 Wft

Beleidsregel Deskundigheid dagelijks beleidsbepalers artikel 4:9 en 5:29 Wft AFM Beleidsregel Deskundigheid s artikel 4:9 en 5:29 Wft Beleidsregel Wet op het financieel toezicht 08-01 van de Stichting Autoriteit Financiële Markten van 24 maart 2008 inzake de deskundigheid van s

Nadere informatie

Autoriteit Financiële Markten

Autoriteit Financiële Markten AFM consulteert Concept Beleidsregel aangaande de methodiek voor het berekenen van het aantal aandelen waarop financiële instrumenten betrekking hebben en de meldingsplicht bij indices en mandjes Ter consultatie

Nadere informatie

1. Inleiding. Geacht bestuur, geachte directie,

1. Inleiding. Geacht bestuur, geachte directie, De Nederlandsche Bank N.V. Toezicht horizontale functies en integriteit Expertisecentrum markttoegang Onderwerp Verzoek om reactie vanwege de vrijstelling van kleine schadeverzekeraars Postbus 98 1000

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Gelet op artikel 4, vierde lid, van het Besluit marktmisbruik Wft;

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Gelet op artikel 4, vierde lid, van het Besluit marktmisbruik Wft; STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 8349 12 mei 2011 Regeling van de Minister van Financiën van 4 mei 2011, nr. FM/2011/8728M, tot aanwijzing van categorieën,

Nadere informatie

Wet op het financieel toezicht

Wet op het financieel toezicht Wet op het financieel toezicht Wet van 28 september 2006, houdende regels met betrekking tot de financiële markten en het toezicht daarop(wet op het financieel toezicht) Wij Beatrix, bij de gratie Gods,

Nadere informatie

Update financieel recht. Implementatie richtlijn betaaldiensten. 9 november 2009

Update financieel recht. Implementatie richtlijn betaaldiensten. 9 november 2009 Update financieel recht 9 november 2009 mplementatie richtlijn betaaldiensten Op 1 november 2009 is de wet in werking getreden waarmee de richtlijn betaaldiensten 1 (wellicht beter bekend onder de Engelse

Nadere informatie

Wft voor de verzekeringsbranche

Wft voor de verzekeringsbranche Wft voor de verzekeringsbranche Wft voor de verzekeringsbranche A QUICK REFERENCE GUIDE Ester Nederlof-Wouters van den Oudenweijer (tevens redactie) Sjoerd van den Ende Frits van der Woude (redactie)

Nadere informatie

Wat was de aanleiding voor de AFM om onderzoek te doen naar vermogensscheiding?

Wat was de aanleiding voor de AFM om onderzoek te doen naar vermogensscheiding? & wijzigingen Nrgfo Wft op het vlak van vermogensscheiding Wat was de aanleiding voor de FM om onderzoek te doen naar vermogensscheiding? Nationale ontwikkelingen in combinatie met nieuwe regelgeving als

Nadere informatie

Toelichting Model Fiduciair Beheerovereenkomst

Toelichting Model Fiduciair Beheerovereenkomst Toelichting Model Fiduciair Beheerovereenkomst Deze toelichting is opgesteld door De Brauw Blackstone Westbroek N.V. in samenspraak met DUFAS. Het geeft een toelichting bij het model fiduciair beheerovereenkomst

Nadere informatie

de Koning > Retouradres Postbus 20201 2500 EE Den Haag Directie Financiele Markten

de Koning > Retouradres Postbus 20201 2500 EE Den Haag Directie Financiele Markten > Retouradres Postbus 20201 2500 EE Den Haag de Koning Korte Voorhout 7 2511 CW Den Haag Postbus 20201 2500 EE Den Haag www.rijksoverheid.nl Uw brief (kenmerk) Datum 24 september 2015 Betreft Nader rapport

Nadere informatie

Edit Presentation title in Notes/Handouts Header

Edit Presentation title in Notes/Handouts Header Crowdfunding Toezichtrechtelijke aspecten Matthijs Bolkenstein en Anne Hakvoort Eversheds Faasen 15 november 2012 Wettelijk kader Europese richtlijnen en verordeningen Wet op het financieel toezicht Lagere

Nadere informatie

Wet van 28 september 2006, houdende regels met betrekking tot de financiële markten en het toezicht daarop (Wet op het financieel toezicht)

Wet van 28 september 2006, houdende regels met betrekking tot de financiële markten en het toezicht daarop (Wet op het financieel toezicht) Wet van 28 september 2006, houdende regels met betrekking tot de financiële markten en het toezicht daarop (Wet op het financieel toezicht) Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses

Nadere informatie

Loyens & Loeff N.V., M. van Schuppen en J.M. van Poelgeest. memorandum regulatoire aspecten financiering apotheken

Loyens & Loeff N.V., M. van Schuppen en J.M. van Poelgeest. memorandum regulatoire aspecten financiering apotheken Memorandum POSTADRES Postbus 71170 1008 BD AMSTERDAM KANTOORADRES Forum Fred. Roeskestraat 100 1076 ED AMSTERDAM TELEFOON +31 (0)20 578 5161 FAX +31 (0)20 578 5824 INTERNET www.loyensloeff.com AAN Surventis

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 34549 11 december 2013 Regeling van de Minister van Financiën van 4 december 2013, FM/2013/2124 M, directie Financiële

Nadere informatie

Orderuitvoeringsbeleid

Orderuitvoeringsbeleid Orderuitvoeringsbeleid Algemeen Op grond van de Wet op het financieel toezicht ( Wft ) is BNG Vermogensbeheer B.V. (BNG Vermogensbeheer) verplicht om een beleid op te stellen waarin tot uitdrukking komt

Nadere informatie

Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder wet: Wet op het financieel toezicht.

Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder wet: Wet op het financieel toezicht. Besluit van [datum] houdende bepalingen ter uitvoering van artikel 5:81, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht (Vrijstellingsbesluit overnamebiedingen Wft) Op voordracht van Onze Minister van

Nadere informatie

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Wijziging van de Wet bekostiging financieel toezicht in verband met de afschaffing van de overheidsbijdrage, de invoering van Europees bankentoezicht en de bestemming van door de Autoriteit Financiële

Nadere informatie

Gaat u beleggen? Publieksfolder

Gaat u beleggen? Publieksfolder Gaat u beleggen? Publieksfolder Gaat u beleggen? U wilt meer weten over beleggen. Misschien belegt u al een tijdje in effecten, bijvoorbeeld in aandelen, obligaties of opties. Of misschien denkt u er over

Nadere informatie

De nieuwe WID / MOT wet ter bestrijding van witwassen en financieren van terrorisme

De nieuwe WID / MOT wet ter bestrijding van witwassen en financieren van terrorisme De nieuwe WID / MOT wet ter bestrijding van witwassen en financieren van terrorisme 31 juli 2008 Implementatie derde witwasrichtlijn Per vrijdag 1 augustus 2008 wijzigt de integriteitswetgeving. De Eerste

Nadere informatie

Richtsnoeren. Richtsnoeren met betrekking tot centrale begrippen van de AIFMD 13.08.2013 ESMA/2013/611

Richtsnoeren. Richtsnoeren met betrekking tot centrale begrippen van de AIFMD 13.08.2013 ESMA/2013/611 Richtsnoeren Richtsnoeren met betrekking tot centrale begrippen van de AIFMD 13.08.2013 ESMA/2013/611 Datum: 13.08.2013 ESMA/2013/611 Inhoud I. Toepassingsgebied 3 II. Definities 3 III. Doel 4 IV. Naleving

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2006 2007 31 131 Wijziging van de Wet op het financieel toezicht in verband met de uitvoering van Richtlijn nr. 2005/68/EG van het Europees Parlement en

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal 1

Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2011-2012 32 826 Wijziging van de Wet op het financieel toezicht en enige andere wetten ter implementatie van richtlijn nr. 2009/110/EG van het Europees

Nadere informatie

Amsterdam, 3 juli 2015. Betreft: Reactie VV&A aan MinFin inzake MiFiD II. Geachte heer, mevrouw,

Amsterdam, 3 juli 2015. Betreft: Reactie VV&A aan MinFin inzake MiFiD II. Geachte heer, mevrouw, Amsterdam, 3 juli 2015 Betreft: Reactie VV&A aan MinFin inzake MiFiD II Geachte heer, mevrouw, Namens de Vereniging van Vermogensbeheerders & Adviseurs (hierna: VV&A ) willen wij graag van de gelegenheid

Nadere informatie

Wijziging van de Wet op het financieel toezicht en enige andere wetten (Wijzigingswet financiële markten 2013)

Wijziging van de Wet op het financieel toezicht en enige andere wetten (Wijzigingswet financiële markten 2013) Wijziging van de Wet op het financieel toezicht en enige andere wetten (Wijzigingswet financiële markten 2013) VOORSTEL VAN WET Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-

Nadere informatie

Overzicht van gedragstoezicht regelgeving Wft Banken met zetel in Nederland

Overzicht van gedragstoezicht regelgeving Wft Banken met zetel in Nederland Wft Afkortingen Wft: Wet op het financieel toezicht BGfo: Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft Nrgfo: Nadere regeling gedragstoezicht financiele ondernemingen Wft -- Art. 1:1 definities

Nadere informatie

Tussentijds bericht Staalbankiers Beleggingsfondsen Beheer B.V. per 30-06-2013

Tussentijds bericht Staalbankiers Beleggingsfondsen Beheer B.V. per 30-06-2013 Tussentijds bericht Staalbankiers Beleggingsfondsen Beheer B.V. per 30-06-2013 Inhoudsopgave 1. Verslag van de directie 3 2. Jaarrekening 5 Balans per 30 juni 2013 Winst- en verliesrekening over 26 april

Nadere informatie

08/05/2014. Registratiedocument Legal & General Nederland Beleggingen B.V.

08/05/2014. Registratiedocument Legal & General Nederland Beleggingen B.V. Registratiedocument Legal & General Nederland Beleggingen B.V. Algemeen Dit is het registratiedocument van Legal & General Nederland Beleggingen B.V., als bedoeld in artikel 4:48 Wet op het financieel

Nadere informatie

Autoriteit Financiële Markten. financiële markten. transparante. eerlijke en. bevordert. De AFM

Autoriteit Financiële Markten. financiële markten. transparante. eerlijke en. bevordert. De AFM Autoriteit Financiële Markten De AFM bevordert eerlijke en transparante financiële markten Voor woord In deze brochure maakt u kennis met de Autoriteit Financiële Markten (AFM): wat doen we, waarom doen

Nadere informatie

Betaaldiensten Sectie Ondernemingsrecht Amsterdam Bauke Falkena 28 april 2009

Betaaldiensten Sectie Ondernemingsrecht Amsterdam Bauke Falkena 28 april 2009 Betaaldiensten Sectie Ondernemingsrecht Amsterdam Bauke Falkena 28 april 2009 Te behandelen onderwerpen Hoofdlijnen, structuur en onderwerp PSD Toepassingsgebied en vergunningsplicht PSD Reikwijdte Betaaldienstaanbieders

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2013 537 Besluit van 6 december 2013 tot wijziging van het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft, het Besluit markttoegang financiële

Nadere informatie

208. De drie toezichtrechtelijke regimes voor Nederlandse verzekeraars

208. De drie toezichtrechtelijke regimes voor Nederlandse verzekeraars De Drie toezichtrechtelijke regimes voor NeDerlaNDse verzekeraars 208. De drie toezichtrechtelijke regimes voor Nederlandse verzekeraars Mr. P. KercKhaert Met de inwerkingtreding van Solvency II per 1

Nadere informatie

AFM. Triple Jump B.V. de directie Nachtwachtlaan 20, 6e verdieping 1058 EA AMSTERDAM DNB. 797 2760 Remco.de.Heijafm.

AFM. Triple Jump B.V. de directie Nachtwachtlaan 20, 6e verdieping 1058 EA AMSTERDAM DNB. 797 2760 Remco.de.Heijafm. AFM Triple Jump B.V. de directie Nachtwachtlaan 20, 6e verdieping 1058 EA AMSTERDAM Datum 25 juni 2015 Ons kenmerk DaVe-14 122509 Pagina 1 van 6 Kopie aan DNB Telefoon 020 - Email Betreft 797 2760 Remco.de.Heijafm.NL

Nadere informatie

Wet financieel toezicht

Wet financieel toezicht Wet financieel toezicht deel 5 Gedragstoezicht financiële markten DUFAS, januari 2015 Gedragstoezicht financiële markten 1 Copyright DUFAS 2015 In geval van distributie of reproductie van informatie afkomstig

Nadere informatie

Gedragscode Medewerkers Eumedion

Gedragscode Medewerkers Eumedion Gedragscode Medewerkers Eumedion Herzien op 19 december 2011 1. Definities Artikel 1 In deze Gedragscode wordt verstaan onder: Medewerkers: alle medewerkers van Eumedion, onafhankelijk van de duur waarvoor

Nadere informatie

VOORSCHRIFTEN ter uitvoering van de artikelen 3 lid 2, 8 lid 2 en 11 lid 1 van de Landsverordening Toezicht Trustwezen

VOORSCHRIFTEN ter uitvoering van de artikelen 3 lid 2, 8 lid 2 en 11 lid 1 van de Landsverordening Toezicht Trustwezen BANK VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN (CENTRAL BANK) VOORSCHRIFTEN ter uitvoering van de artikelen 3 lid 2, 8 lid 2 en 11 lid 1 van de Landsverordening Toezicht Trustwezen WILLEMSTAD, mei 2004 VOORSCHRIFTEN

Nadere informatie

De Minister van Financiën, Besluit: De Tijdelijke regeling invoering Wft wordt als volgt gewijzigd:

De Minister van Financiën, Besluit: De Tijdelijke regeling invoering Wft wordt als volgt gewijzigd: Directie Financiële Markten Datum Uw brief (Kenmerk) Ons kenmerk 15 augustus 2007 FM 2007-01901 M Onderwerp Regeling tot wijziging van de Tijdelijke regeling invoering Wft De Minister van Financiën, Gelet

Nadere informatie

Beleggingsinstelling: beleggingsinstelling als gedefinieerd in artikel 1:1 Wft

Beleggingsinstelling: beleggingsinstelling als gedefinieerd in artikel 1:1 Wft Registratiedocument Begrippenlijst In dit Registratiedocument hebben de met een hoofdletter geschreven woorden en afkortingen de hieronder genoemde betekenis. Waar enkelvoud wordt beschreven, kan ook meervoud

Nadere informatie

Vrijstellingsregeling Wft. Grens vrijstelling van 50.000 naar 100.000 Aanbieders moeten een AFM-vergunning aanvragen voor 1 februari 2012

Vrijstellingsregeling Wft. Grens vrijstelling van 50.000 naar 100.000 Aanbieders moeten een AFM-vergunning aanvragen voor 1 februari 2012 Vrijstellingsregeling Wft Grens vrijstelling van 50.000 naar 100.000 Aanbieders moeten een AFM-vergunning aanvragen voor 1 februari 2012 In deze brochure leest u óf u iets moet doen en wat Charco & Dique

Nadere informatie

ALGEMENE BEPALINGEN. Artikel 1

ALGEMENE BEPALINGEN. Artikel 1 WET van 5 september 2002, houdende vaststelling van regelingen inzake de identificatieplicht van dienstverleners (Wet Identificatieplicht Dienstverleners) (S.B. 2002 no. 66). ALGEMENE BEPALINGEN Artikel

Nadere informatie

Presentatie AIFMD Jeroen van Dijk

Presentatie AIFMD Jeroen van Dijk Presentatie AIFMD Jeroen van Dijk 24 mei 2011 INDEPENDENT INTERNATIONAL IN-BUSINESS Inhoudsopgave ANT Trust: AIFMD: - Korte introductie - Tijdslijnen - Wat is een AIF; vrijstellingen - Europees paspoort

Nadere informatie

JC 2014 43 27 May 2014. Joint Committee Richtsnoeren voor de behandeling van klachten door de effectensector (ESMA) en de bankensector (EBA)

JC 2014 43 27 May 2014. Joint Committee Richtsnoeren voor de behandeling van klachten door de effectensector (ESMA) en de bankensector (EBA) JC 2014 43 27 May 2014 Joint Committee Richtsnoeren voor de behandeling van klachten door de effectensector (ESMA) en de bankensector (EBA) 1 Inhoudsopgave Richtsnoeren voor de behandeling van klachten

Nadere informatie

Wet. financieel toezicht. deel 2 Markttoegang. DUFAS, januari 2015 Deel Markttoegang Wft 1

Wet. financieel toezicht. deel 2 Markttoegang. DUFAS, januari 2015 Deel Markttoegang Wft 1 Wet financieel toezicht deel 2 Markttoegang DUFAS, januari 2015 Deel Markttoegang Wft 1 Copyright DUFAS 2015 In geval van distributie of reproductie van informatie afkomstig uit deze publicatie dient de

Nadere informatie

DOORLOPENDE TEKST VAN DE ADMINISTRATIEVOORWAARDEN VAN: STICHTING ADMINISTRATIEKANTOOR PROPERTUNITY NL. Concept d.d.

DOORLOPENDE TEKST VAN DE ADMINISTRATIEVOORWAARDEN VAN: STICHTING ADMINISTRATIEKANTOOR PROPERTUNITY NL. Concept d.d. DOORLOPENDE TEKST VAN DE ADMINISTRATIEVOORWAARDEN VAN: STICHTING ADMINISTRATIEKANTOOR PROPERTUNITY NL Concept d.d. 17 oktober 2011 - 2 - ADMINISTRATIEVOORWAARDEN: Begripsbepalingen. In deze administratievoorwaarden

Nadere informatie

DOORLOPENDE TEKST VAN DE ADMINISTRATIEVOORWAARDEN VAN: STICHTING ADMINISTRATIEKANTOOR WILGENHAEGE STEDEKROON. Concept d.d.

DOORLOPENDE TEKST VAN DE ADMINISTRATIEVOORWAARDEN VAN: STICHTING ADMINISTRATIEKANTOOR WILGENHAEGE STEDEKROON. Concept d.d. DOORLOPENDE TEKST VAN DE ADMINISTRATIEVOORWAARDEN VAN: STICHTING ADMINISTRATIEKANTOOR WILGENHAEGE STEDEKROON Concept d.d. 17 oktober 2011 - 2 - ADMINISTRATIEVOORWAARDEN Definities aandelen: administratiekantoor:

Nadere informatie

Hoofdstuk 1 Inleiding 17

Hoofdstuk 1 Inleiding 17 PRAKTIJKGIDS Wft INHOUDSOPGAV E Hoofdstuk 1 Inleiding 17 Hoofdstuk 2 Primaire bronnen van het financieel recht en organogram wet op het financieel toezicht 21 2.1 Primaire bronnen 21 2.2 Inhoud Wft-delen

Nadere informatie

REGISTRATIEDOCUMENT EAGLE FUND BEHEER B.V.

REGISTRATIEDOCUMENT EAGLE FUND BEHEER B.V. REGISTRATIEDOCUMENT EAGLE FUND BEHEER B.V. Algemeen Dit is het registratiedocument van Eagle Fund Beheer B.V., als bedoeld in artikel 11 Besluit toezicht beleggingsinstellingen 2005 ("Btb 2005"). Tenzij

Nadere informatie

Afsluiten rentederivaat met klant is altijd een beleggingsdienst

Afsluiten rentederivaat met klant is altijd een beleggingsdienst Rentederivaten beleggingsadvies zorgplicht Afsluiten rentederivaat met klant is altijd een beleggingsdienst Inleiding In navolging van de Engelse banken 1 is inmiddels wel met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid

Nadere informatie

VOORSTEL VAN WET. Artikel I De Wet op het financieel toezicht wordt als volgt gewijzigd:

VOORSTEL VAN WET. Artikel I De Wet op het financieel toezicht wordt als volgt gewijzigd: WET VAN NR Wet tot wijziging van de Wet op het financieel toezicht ter implementatie van richtlijn markten voor financiële instrumenten (Wet implementatie richtlijn markten voor financiële instrumenten)

Nadere informatie

Wet financieel toezicht

Wet financieel toezicht Wet financieel toezicht Bijlage 3 Lijst van verkorte citeertitels Verwerkte publicaties Staatsblad Kamerstuk Naam nrs. 2006, nr. 475 29.708 Wet op het finaniceel toezicht 2006, nr. 605 30.658 Invoerings-

Nadere informatie

Onder vernummering van artikel 86b tot 86e worden na artikel 86a drie artikelen ingevoegd, luidende:

Onder vernummering van artikel 86b tot 86e worden na artikel 86a drie artikelen ingevoegd, luidende: Onder vernummering van artikel 86b tot 86e worden na artikel 86a drie artikelen ingevoegd, luidende: Artikel 86b Artikelen 86c is uitsluitend van toepassing op overeenkomsten die zijn aangegaan op of na

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 11816 27 juli 2010 Beleidsregel ondernemen of beleggen Inleiding Algemeen Marktpartijen en de Autoriteit Financiële Markten

Nadere informatie

Registratiedocument. Begrippenlijst

Registratiedocument. Begrippenlijst Registratiedocument Begrippenlijst In dit Registratiedocument hebben de met een hoofdletter geschreven woorden en afkortingen de hieronder genoemde betekenis. Waar enkelvoud wordt beschreven, kan ook meervoud

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2014 532 Wet van 10 december 2014 tot wijziging van de Wet bekostiging financieel toezicht in verband met de afschaffing van de overheidsbijdrage,

Nadere informatie

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Wijziging van de Wet op het financieel toezicht en enige andere wetten op het terrein van de financiële markten (Wijzigingswet financiële markten 2015) VOORSTEL VAN WET Wij Willem-Alexander, bij de gratie

Nadere informatie

De Nadere regeling gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft wordt als volgt gewijzigd:

De Nadere regeling gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft wordt als volgt gewijzigd: Besluit van [.] 2010, houdende wijziging van de Nadere regeling gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft van [datum], houdende regels voor het gedragstoezicht op financiële ondernemingen op grond van

Nadere informatie

Juridisch kader: mededelingenbrieven financiële verslaggeving

Juridisch kader: mededelingenbrieven financiële verslaggeving Juridisch kader: mededelingenbrieven financiële verslaggeving Hieronder vindt u een overzicht van enige relevante wetsartikelen (januari 2016). Voor de meest actuele informatie zie www.wetten.overheid.nl

Nadere informatie

OEFENEXAMEN INTEGRITEITSMODULE DSI FINANCIEEL ADVISEUR

OEFENEXAMEN INTEGRITEITSMODULE DSI FINANCIEEL ADVISEUR OEFENEXAMEN INTEGRITEITSMODULE DSI FINANCIEEL ADVISEUR NIBE-SVV 1. Op welke wijze is te zien of een financieel adviseur professioneel handelt? A. Hij opereert dan onbaatzuchtig en deskundig. B. Hij behaalt

Nadere informatie

OVEREENKOMST tussen Stichting Prioriteit DIM Vastgoed en Holding Partex East BV en Holding Partex West BV en DIM Vastgoed NV

OVEREENKOMST tussen Stichting Prioriteit DIM Vastgoed en Holding Partex East BV en Holding Partex West BV en DIM Vastgoed NV OVEREENKOMST tussen Stichting Prioriteit DIM Vastgoed en Holding Partex East BV en Holding Partex West BV en DIM Vastgoed NV PARTIJEN: 1. Stichting Prioriteit DIM Vastgoed, statutair gevestigd te Breda,

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2014 524 Besluit van 28 november 2014 tot wijziging van het Besluit prudentiële regels Wft, het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft

Nadere informatie

Consultatieversie MiFID level 2. Nota van toelichting. Inhoudsopgave nota van toelichting

Consultatieversie MiFID level 2. Nota van toelichting. Inhoudsopgave nota van toelichting Nota van toelichting Inhoudsopgave nota van toelichting Algemeen deel 1. Inleiding 2. Reacties marktpartijen op consultatie besluit en nota van toelichting 3. Besluit gereglementeerde markten Wft 4. Besluit

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2013 525 Besluit van 4 december 2013 tot wijziging van het Besluit prudentieel toezicht financiële groepen Wft en het Besluit bestuurlijke boetes

Nadere informatie