REGULATORISCHE AGENTSCHAPPEN OP EUROPEES NIVEAU: EEN KRITISCHE ANALYSE

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "REGULATORISCHE AGENTSCHAPPEN OP EUROPEES NIVEAU: EEN KRITISCHE ANALYSE"

Transcriptie

1 Faculteit Rechtsgeleerdheid Universiteit Gent Academiejaar REGULATORISCHE AGENTSCHAPPEN OP EUROPEES NIVEAU: EEN KRITISCHE ANALYSE Masterproef van de opleiding Master in het Europees Recht Ingediend door Merijn Chamon Promotor: Prof. dr. Inge Govaere Commissaris: Leen Goossens Commissaris: Jeroen Capiau

2 Faculteit Rechtsgeleerdheid Universiteit Gent Academiejaar REGULATORISCHE AGENTSCHAPPEN OP EUROPEES NIVEAU: EEN KRITISCHE ANALYSE Masterproef van de opleiding Master in het Europees Recht Ingediend door Merijn Chamon Promotor: Prof. dr. Inge Govaere Commissaris: Leen Goossens Commissaris: Jeroen Capiau

3 Ik heb kennis genomen van het belang van de masterproef in de Master in het Europees recht, zoals aangegeven in het Reglement masterproef. Ik verklaar op eer dat er geen teksten zonder aanduiding van bron of zonder correcte citeerwijze in deze verhandeling werden opgenomen.

4 Dankwoord Graag had ik mijn ouders bedankt voor het nalezen van deze masterproef, maar ook voor hun steun tijdens mijn studies. Daarnaast wens ik de heer Andreas Orator, onderzoeksassistent bij het Europainstitut van de Wirtschaftsuniversität Wien, te bedanken voor zijn hulp bij het ontsluiten van minder toegankelijke bronnen. Gentbrugge, mei Merijn Chamon

5 Inhoudstafel Inleiding 1 Agentschappen op Europees niveau: algemene opmerkingen 3 De raison d être van agentschappen 4 De ontstaansgeschiedenis van de Europese agentschappen 5 Europese agentschappen: structuur, bevoegdheden en classificatie 8 Agentificatie: de limieten waartussen het proces zich ontrolt 13 Het arrest Meroni: de juridische limieten door het Hof gesteld 16 De toepasbaarheid van het arrest Meroni op het EG-verdrag 20 Hoe kan men de Meroni rechtspraak verzoenen met de huidige institutionele en politieke realiteit? 23 Conclusie 30 De vereiste van een adequate rechtsbescherming tegen het optreden van agentschappen 32 Bepalingen inzake rechtsbescherming in de oprichtingsverordeningen van agentschappen 36 Bepalingen in het Verdrag 40 Is het voorziene rechterlijk toezicht ook daadwerkelijk effectief? 41 Conclusie 45 Pogingen om een kaderregeling uit te werken voor agentschappen 48 Het ontwerp interinstitutioneel akkoord uit Het voorstel: algemene elementen 51 De controlemechanismen in het voorstel 54 Europese Agentschappen: verdere ontwikkelingen 58 Het voorstel: conclusies 60 Agentschappen in de verdragsherzieningen 62 Verdrag van Nice 62 Agentschappen in de Ontwerp-Grondwet en het Verdrag van Lissabon 64 Conclusie 67 Conclusie 69 Bibliografie 72 i

6 Inleiding De afgelopen twee decennia zijn getuige geweest van een aanzienlijke toename aan agentschappen binnen de Europese Unie. Waar zij voordien een rariteit waren binnen de institutionele structuur van de Unie, telt men vandaag de dag reeds 35 agentschappen. Deze agentschappen houden zich volgens de Commissie met de meest uiteenlopende werkzaamheden bezig: het verbeteren van het milieu en de voedselveiligheid, het beschermen van de gezondheid, het veiliger maken van het verkeer, het registreren van handelsmerken, het ondersteunen van opleiding en onderwijs, het versterken en behouden van meertaligheid, het waarborgen van veiligheid en gerechtigheid, het beschermen van de grondrechten, enz. Ieder agentschap zou, aldus de Commissie, uniek zijn en zijn eigen taak hebben: sommigen houden zich bezig met de ontwikkeling van technische of wetenschappelijke kennis, andere brengen belangengroepen bij elkaar om de dialoog in Europa en de rest van de wereld te bevorderen. Daarmee vervullen de agentschappen een centrale rol in het dagelijks werk van de EU en spelen ze een sleutelrol bij de uitvoering van het Europees beleid. Ten aanzien van de Europese Commissie fungeren de agentschappen als satellieten, waarbij ze signalen opvangen aan de basis, ze verwerken en daarna doorsturen. 1 Tot zover de positieve visie van de Commissie. Deze groep van agentschappen is, zoals nu al blijkt, echter geenszins homogeen. Onderling divergeren niet alleen hun taken, maar ook hun bevoegdheden en prerogatieven sterk. In dit werk staat de problematiek van het agentificatieproces centraal. In een eerste beschrijvend deel zal worden ingegaan op de verschillende types agentschappen en de rationale achter deze (recente) institutionele ontwikkeling. Na dit beschrijvend deel volgt een verdere analyse. De beweegreden achter de oprichting van deze verschillende agentschappen is immers geen exclusief Europees of Unie gegeven, maar vindt men terug in de meeste moderne staten. Daarbij komen doorgaans twee problemen aan bod. Enerzijds de vraag naar de grondwettelijkheid van deze (nieuwe) instellingen: in de context van de EU is dit de vraag naar het bestaansrecht of -mogelijkheid en de positie van deze instellingen binnen de institutionele structuur volgens de Verdragen. De Verdragen zijn op dit punt stilzwijgend, waardoor een sleutelrol weggelegd is voor het Hof van Justitie: in een eerste deel volgt dan ook een analyse van de relevante rechtspraak van het Hof. Anderzijds is er, naast de vraag naar grondwettelijkheid, ook een tweede verwante vraag: deze betreft de vereiste van een adequate rechtsbescherming tegen het overheidsoptreden, een 1 Europese Commissie, EU Agentschappen: Wat u ook doet, wij werken voor u, Luxemburg, Bureau voor officiële publicaties van de Europese Gemeenschappen, 2007, 1. 1

7 fundamenteel kenmerk van de rechtstaat. Wanneer aan de genoemde instellingen bevoegdheden worden verleend, zijn dit immers bevoegdheden die afkomstig zijn van andere actoren en/of niveaus. Indien de nodige maatregelen niet worden genomen of beperkingen aan deze bevoegdheidsverschuiving worden opgelegd, dreigt er een lacune in de rechtsbescherming voor rechtsonderhorigen te ontstaan. Het spreekt voor zich dat naarmate er meer agentschappen op Europees niveau worden opgericht en ze steeds belangrijkere taken krijgen toebedeeld, wat in de praktijk inderdaad gebeurt, dit risico des te groter en reëler wordt. Daarom zal ook worden nagegaan hoe en in welke mate het beginsel van de daadwerkelijke rechtsbescherming wordt gegarandeerd tegen het optreden van de agentschappen, door een analyse van de oprichtingsverordeningen van de agentschappen, de relevante verdragsbepalingen en de rechtspraak van het Hof. Na deze juridische limieten die gesteld worden aan de ontwikkeling van agentschappen op Europees niveau onderzocht te hebben, zal worden ingegaan op de politieke limieten, die een tweede dimensie van de problematiek uitmaken. Zo wordt de genoemde institutionele ontwikkeling geenszins louter bepaald door de juridische limieten die het Hof van Justitie, als enige interpretator van de Verdragen, heeft verduidelijkt. Ook andere actoren op Europees niveau proberen deze ontwikkeling te sturen en er vat op te krijgen. Dit betreft niet enkel een loutere machtspolitiek vanuit deze instellingen, maar hangt ook samen met het politieke luik van de publieke verantwoording, daar waar de vraag inzake rechtsbescherming samenhangt met het juridische luik, die geldt bij het functioneren van overheidsinstellingen, in casu agentschappen. De inclusie van deze politieke dimensie zal essentieel blijken om de problematiek beter te begrijpen en wordt daarom ook opgenomen in de analyse. Deze politieke dimensie zal aanwezig zijn doorheen het werk en vooral wanneer in een apart deel zal worden nagegaan of het voorstel dat de Commissie heeft gedaan om een kaderregeling betreffende de agentschappen uit te werken, enig antwoord kan bieden op de problemen die in de voorgaande delen werden geconstateerd. Gezien de juridische limieten hun genesis vinden in de Verdragen, zal in een laatste deel ook worden ingegaan op de verandering die het nog te ratificeren Verdrag van Lissabon eventueel kan teweegbrengen. Dit wat betreft de huidige en toekomstige positie van agentschappen op Europees niveau, maar ook wat betreft de vereiste van de adequate rechtsbescherming. 2

8 Agentschappen op Europees niveau: algemene opmerkingen In dit eerste deel zal kort worden ingegaan op het ontstaan van agentschappen op Europees niveau, de rationale achter deze recente institutionele ontwikkeling en zal er een classificatie aangereikt worden die zal helpen in de analyse die uiteengezet wordt in de volgende delen. Een officiële definitie van het begrip agentschap bestaat vandaag de dag niet in de Europese wetgeving. 2 De Commissie geeft in haar mededeling omtrent het kader voor Europese regelgevende agentschappen de volgende drie formele elementen: ze zijn gecreëerd bij verordening om bepaalde taken uit te voeren, ze hebben rechtspersoonlijkheid en ze hebben een zekere financiële en organisatorische autonomie. 3 Deze embryonale definitie wordt behouden in het ontwerp tot inter-institutioneel akkoord betreffende een kader voor Europese regelgevende agentschappen, zij het in andere bewoordingen en zonder dat ze dus wordt uitgewerkt tot een heldere definitie. 4 Een dergelijke definitie lijkt echter onontbeerlijk vooraleer de verdere stap van analyse kan worden gezet. Hieromtrent merken ook Griller en Orator op dat de Commissie een te wazige terminologie hanteert om bruikbaar te zijn. Daarom wordt in dit werk ook geopteerd voor de definitie die beide auteurs aanreiken en uit vijf elementen bestaat. Voor hen zijn Europese agentschappen permanente, relatief onafhankelijke organen met rechtspersoonlijkheid, opgericht via secundair recht, waaraan specifieke taken zijn opgedragen. 5 De Verdragsinstellingen zoals de Ombudsman, ECB, EIB, enz., alsook de interne organen van deze instellingen of de inter-institutionele organen worden met deze definitie uitgesloten. Door de toevoeging van het element permanent orgaan, worden ook de zogenaamde uitvoerende agentschappen uitgesloten. Daar zij slechts voor een beperkte periode, in functie van een specifiek programma, zijn opgericht. Met deze definitie komt men uit op 28 verschillende agentschappen op Europees niveau, waarvan er één nog in voorbereiding is en er twee bijkomende agentschappen in de pijplijn zitten. 6 Het zijn deze 28 agentschappen die de Commissie aanduidt als regelgevende, i.t.t. uitvoerende, agentschappen. 7 Deze benaming is 2 E. VOS, Independence, Accountability and Transparency of European Regulatory Agencies in D. GERADIN, R. MUNOZ en N. PETIT (eds.), Regulation Through Agencies In The Eu, Cheltenham, Elgar, 2005, (120) Europese Commissie, Kader voor Europese regelgevende agentschappen, COM (2002) 718, 3. 4 Europese Commissie, Ontwerp Inter-institutioneel Akkoord betreffende een kader voor Europese regelgevende agentschappen, COM (2005) 59, 6. 5 S. GRILLER en A. ORATOR, Mapping the Jungle: A legal attempt to classify European Agencies, onuitg., NewGov working paper, august 2006, Indien men in bepaalde werken op een groter aantal agentschappen uitkomt, is het omwille van de inclusie van de zgn. uitvoerende agentschappen in de optelsom. 7 Cf. supra noot 3 3

9 echter misleidend en niet enkel omdat het een relatief homogene groep instanties suggereert, maar ook omdat de meerderheid van deze organen helemaal geen bevoegdheid heeft om bindende beslissingen te nemen en geen enkel agentschap aan werkelijke regelgeving kan doen. In deze groep van 28 agentschappen zijn er 22 communautaire agentschappen, 3 agentschappen bevinden zich onder de tweede pijler en de overige 3 onder de derde pijler. In dit werk wordt verder enkel gefocust op de werking en positie van de communautaire agentschappen, hoewel zal blijken dat ook binnen deze groep men geenszins van homogeniteit kan spreken. Vooraleer tot een taxonomie van de communautaire agentschappen over te gaan, zal eerst kort hun ontstaangeschiedenis en de rationale achter hun ontstaan besproken worden. De raison d être van agentschappen Agentschappen, indien omschreven als onafhankelijke administratieve entiteiten met rechtspersoonlijkheid, die in de wet zijn opgenomen en waaraan een specifieke taak is opgedragen, zijn een Angelsaksisch fenomeen. 8 De laatste decennia maken ze echter ook opgang in continentaal Europa, op nationaal, maar dus ook op supranationaal niveau. Algemeen worden agentschappen opgericht en ingeschakeld in de administratie omdat ze bijzonder geschikt blijken om de regelgevende behoeftes van geïndustrialiseerde staten en samenlevingen te vervullen. 9 Deze behoeftes zijn doorgaans te groot en te complex geworden om op klassieke wijze, door de wetgever, naar behoren te worden vervuld. Majone merkt op dat het oprichten van agentschappen geenszins de enige manier is om deze behoeftes te vervullen, maar dat agentschappen wel een aantal grote voordelen hebben die hen uitermate geschikt maakt om in te schakelen in wat hij de regulatory state noemt. 10 Zelfs indien men zich beperkt tot de literatuur omtrent Europese agentschappen, vindt men inderdaad een groot aantal voordelen terug die toegedicht worden aan agentschappen. Vaak aangehaald zijn: het beleid isoleren van politieke druk, het bundelen van expertise en het oplossen van de informatieasymmetrie die bestaat tussen de administratie en het terrein. Meer EU specifiek, of althans bijzonder relevant voor de EU zijn de volgende voordelen: de vermindering van de werklast voor andere instellingen, het vergroten van de zichtbaarheid en de transparantie van het beleid, het zorgen voor een uniforme(re) toepassing van de regelgeving, het stimuleren van administratieve 8 X. A. YATAGANAS, Delegation of Regulatory Authority in the European Union: The Relevance of the American Model of Independent Agencies, Jean Monnet Working Paper, 2001, 9 J. O. FREEDMAN, Crisis and legitimacy: the administrative process and American government, Cambridge, Cambridge University Press, 1978, G. MAJONE, Managing Europeanization in J. PETERSON en M. SHACKLETON (eds.), The institutions of the European Union, Oxford, Oxford University Press, 2006, (190)

10 integratie, enz. 11 Naast deze technische voordelen die agentschappen bieden, zijn er ook politieke voordelen zoals het verlagen van (politieke) transactiekosten en de mogelijkheid die aan de uitvoerende macht wordt geboden om aan blame shifting te doen met betrekking tot onpopulair beleid. Beide soorten voordelen, die niet strikt gescheiden kunnen worden, vallen goed te duiden binnen het Principal Agent model, dat echter relatief weinig wordt gebruikt om de problematiek te duiden. Dit model biedt nochtans interessante inzichten doordat het ook de politieke dimensie, die haar invloed heeft op de juridische dimensie, kan duiden. 12 De agentschappen op Europees niveau maken dus deel uit van de Europese administratie, waarbij echter niet uit het oog mag verloren worden dat zij geenszins het zwaartepunt zijn in de administratie. Dat blijft immers de Commissie, gezien de agentschappen tot op de dag van vandaag slechts beperkte taken krijgen toebedeeld (cf. infra). De ontstaansgeschiedenis van de Europese agentschappen Tot zover een aantal van de meest aangehaalde redenen waarom men tot agentificatie overgaat. Zoals gesteld is het fenomeen van agentschappen in nationale administraties echter vooral een Angelsaksisch (Amerikaans) fenomeen, dat pas recentelijk overgewaaid is naar Europa en waarbij het Amerikaans agency-model dus voorlopig ook niet helemaal is overgenomen. Dat komt omdat de agencies in de Verenigde Staten een bijzonder belangrijke rol vervullen in de administratie, in die mate zelf, dat ze ook vaak de fourth branch of government genoemd worden. 13 Wat betreft het Europees niveau wordt er vaak gesproken over de verschillende golven in de agentschapcreatie. De eerste golf, in de jaren 70, was bescheiden en bestond uit de oprichting van twee agentschappen: het Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding (Cedefop) 14 en de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden (EUROFOUND). 15 Deze golf was niet enkel bescheiden qua omvang, maar ook bescheiden met betrekking tot de bevoegdheden die aan deze agentschappen werd gegeven. Een tweede golf 11 Zie P. CRAIG, EU administrative law, Oxford, Oxford University Press, 2006, 147; M. SZAPIRO, The Framework for European Regulatory Agencies: a Balance between Accountability and Autonomy, ECPR Conference, 2005, 3; D. GERADIN, The Development of European Regulatory Agencies: What the EU should learn from the American experience, Columbia Journal of European Law 2004, (1) Voor een toepassing van het P-A model op de problematiek zie P. MAGNETTE, The Politics of Regulation in the European Union in D. GERADIN, R. MUNOZ en N. PETIT (eds.), Regulation Through Agencies In The Eu, Cheltenham, Elgar, 2005, D. GERADIN, The Development of European Regulatory Agencies: What the EU should learn from the American experience, Columbia Journal of European Law 2004, (1) Verordening (EEG) nr. 337/75 van de Raad van 10 februari 1975 houdende oprichting van een Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding, P.B. L 39/1 van 13 februari Verordening (EEG) nr. 1365/75 van de Raad van 26 mei 1975 betreffende de oprichting van een Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden, P.B. L 139/1 van 30 mei

11 deed zich een kleine twintig jaar later voor in de jaren 90, toen tien bijkomende agentschappen opgericht werden. Het startschot werd gegeven met de oprichting van het Europees Milieuagentschap (EEA) 16 en de Europese Stichting voor opleiding (ETF). 17 Vervolgens werden het Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving (EMCDDA), 18 het Europees Geneesmiddelenbureau (EMEA), 19 het Harmonisatiebureau voor de Interne Markt (OHIM), 20 het Europees Agentschap voor veiligheid en gezondheid op het werk (EU-OSHA), 21 het Communautair Bureau voor plantenrassen (CPVO), 22 het Vertaalbureau voor de organen van de Europese Unie (CdT), 23 het Europees Waarnemingscentrum voor racisme en vreemdelingenhaat (EUMC), dat inmiddels werd opgevolgd door het Europees Bureau voor de grondrechten (FRA) 24 en als laatste het Europees Agentschap voor de wederopbouw (EAR) opgericht, dat eind 2008 werd opgedoekt. Het is deze tweede golf in het agentificatieproces, van in totaal 10 nieuwe communautaire agentschappen, die een nieuwe impuls gaf aan het debat aangaande de delegatie van bevoegdheden aan instellingen die niet vermeld zijn in het Verdrag en die dan ook de inspiratie was voor heel wat auteurs, die sinds de jaren 90 bijdragen hebben geleverd over de problematiek. Deze tweede golf ontrolde zich niet toevallig in juist die fase van de Europese integratie, waarbij de Europese Economische Gemeenschap zich transformeerde in een 16 Verordening (EEG) nr. 1210/90 van de Raad van 7 mei 1990 inzake de oprichting van het Europees Milieuagentschap en het Europees milieuobservatie- en informatienetwerk, P.B. L 120/1 van 11 mei Verordening (EEG) nr. 1360/90 van 7 mei 1990 tot oprichting van de Europese Stichting voor opleiding, P.B. L 131/1 van 23 mei 1990, inmiddels ingetrokken en vervangen door Verordening (EG) nr. 1339/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 tot oprichting van de Europese Stichting voor opleiding, P.B. L 354/82 van 31 december Verordening (EEG) nr. 302/93 van de Raad tot oprichting van een Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving, P.B. L 36/1 van 12 februari 1993, inmiddels ingetrokken en vervangen door Verordening (EG) nr. 1920/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende het Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving, P.B. L 376/1 van 27 december Verordening (EEG) nr. 2309/93 van de Raad van 22 juli 1993 tot vaststelling van communautaire procedures voor het verlenen van vergunningen voor en het toezicht op geneesmiddelen voor menselijk en diergeneeskundig gebruik en tot oprichting van een Europees Bureau voor de geneesmiddelenbeoordeling, P.B. L 214/1 van 24 augustus 1993, inmiddels ingetrokken en vervangen door Verordening (EG) nr. 726/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 tot vaststelling van communautaire procedures voor het verlenen van vergunningen en het toezicht op geneesmiddelen voor menselijk en diergeneeskundig gebruik en tot oprichting van een Europees Geneesmiddelenbureau, P.B. L 136/1 van 30 april Verordening (EG) nr. 40/94 van de Raad van 20 december 1993 inzake het Gemeenschapsmerk, P.B. L 11/1 van 14 januari Verordening (EG) nr. 2062/94 van de Raad van 18 juli 1994 tot oprichting van een Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk, P.B. L 216/1 van 20 augustus Verordening (EG) nr. 2100/94 van de Raad van 27 juli 1994 inzake het communautaire kwekersrecht, P.B. L 227/1 van 1 september Verordening (EG) nr. 2965/94 van de Raad van 28 november 1994 tot oprichting van een Vertaalbureau voor de organen van de Europese Unie, P.B. L 314/1 van 7 december Verordening (EG) nr. 168/2007 van de Raad van 15 februari 2007 tot oprichting van een Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten, P.B. L 53/1 van 22 februari

12 Europese Gemeenschap en de Gemeenschap bevoegdheid kreeg over heel wat nieuwe beleidsdomeinen, nadat er zich met het Interne Markt programma ook een verdieping in de integratie had afgespeeld. De parallel met de politieke veranderingen in de Verenigde Staten, ten tijde van de New Deal, naar aanleiding waarvan er ook daar een debat omtrent delegatie van bevoegdheden aan agentschappen werd gevoerd, is dan ook evident. 25 Een derde golf van agentschappen diende zich aan bij de ingang van de huidige eeuw, met de oprichting van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA), 26 het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid (EMSA), 27 het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart (EASA), 28 het Europees Agentschap voor netwerk- en informatiebeveiliging (ENISA), 29 het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding (ECDC), 30 het Europees Spoorwegbureau (ERA), 31 de Toezichtautoriteit voor het Europees Global Navigation Satellite Systems (GSA), 32 het Europees Agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen (FRONTEX), 33 het Communautair Bureau voor visserijcontrole (CFCA), 34 het Europees Agentschap voor chemische stoffen (ECHA) 35 en als laatste het Europees Instituut 25 J. O. FREEDMAN, Crisis and legitimacy: the administrative process and American government, Cambridge, Cambridge University Press, 1978, Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden, P.B. L 31/1 van 1 februari Verordening (EG) nr. 1406/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 27 juni 2002 tot oprichting van een Europees Agentschap voor maritieme veiligheid, P.B. L 208/1 van 5 augustus Verordening (EG) nr. 1592/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 15 juli 2002 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels op het gebied van burgerluchtvaart en tot oprichting van een Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart, P.B. L 240/1 van 7 september 2002, inmiddels ingetrokken en vervangen door Verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 20 februari 2008 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels op het gebied van burgerluchtvaart en tot oprichting van een Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart, P.B. L 79/1 van 19 maart Verordening (EG) nr. 460/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 10 maart 2004 tot oprichting van het Europees Agentschap voor netwerk- en informatiebeveiliging, P.B. L 77/1 van 13 maart Verordening (EG) nr. 851/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 tot oprichting van een Europees Centrum voor ziektepreventie en bestrijding, P.B. L 142/1 van 30 april Verordening (EG) Nr. 881/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 tot oprichting van een Europees Spoorwegbureau, P.B. L 164/1 van 30 april Verordening (EG) nr. 1321/2004 van de Raad van 12 juli 2004 inzake de beheersstructuren van de Europese programma's voor radionavigatie per satelliet, P.B. L 246/1 van 20 juli Verordening (EG) nr. 2007/2004 van de Raad van 26 oktober 2004 tot oprichting van een Europees agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen van de lidstaten van de Europese Unie, P.B. L 349/1 van 25 november Verordening (EG) nr. 768/2005 van de Raad van 26 april 2005 tot oprichting van een Communautair Bureau voor visserijcontrole en houdende wijziging van Verordening (EEG) nr. 2847/93 tot invoering van een controleregeling voor het gemeenschappelijk visserijbeleid, P.B. L 128/1 van 21 mei Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen 7

13 voor gendergelijkheid (EIGE), dat vandaag nog niet volledig operationeel is. 36 Verder zijn er door de Commissie nog twee voorstellen tot oprichting van agentschappen gedaan, waarvan de besluitvormingsprocedure nog niet is afgerond. 37 De derde golf in agentschapcreatie is dus nog niet volledig uitgedeind en heeft nu al 11 nieuwe communautaire agentschappen voortgebracht. Europese agentschappen: structuur, bevoegdheden en classificatie Deze groep agentschappen is anno 2009 reeds bijzonder omvangrijk en significant, zo hebben zij tezamen een jaarlijks budget van en stellen ze een 3729 personen tewerk. 38 Zij is echter geenszins homogeen, het aantal personeelsleden per agentschap varieert immers van 20 tot 600. De agentschappen hebben wel allemaal eenzelfde drieledige basisstructuur, hoewel de concrete invulling ervan nooit identiek is. Het hoogste orgaan wordt meestal raad van bestuur genoemd en bestaat meestal uit 1 vertegenwoordiger per lidstaat en 1 tot 4 vertegenwoordigers van de Commissie. Bij twee agentschappen, het EIGE en het EFSA, heeft niet elke lidstaat zijn eigen vertegenwoordiger. In de raden van bestuur van de agentschappen actief op het sociaal terrein zijn ook de werkgevers en nemers per lidstaat vertegenwoordigd. In de recentere agentschappen van de derde golf zijn ook plaatsen voorzien voor betrokken stakeholders, zij het dat aan hen geen stemrecht verleend wordt. 39 Voor een aantal agentschappen geldt dat ook het Europees Parlement deskundigen mag aanduiden om te zetelen in de raad. 40 Het agentschap wordt in zijn dagdagelijks werk geleid door de directeur of president. Deze wordt in de agentschappen van de derde golf aangeduid door de raad van bestuur, op voorstel van de Commissie. In de agentschappen van de eerste golf is dat omgekeerd: door de Commissie op voorstel van de raad van bestuur. Bij het OHIM en CPVO wordt de directeur aangeduid door de Raad van de Europese Unie op voorstel van de raad van bestuur, respectievelijk van de Commissie. 41 Wanneer de benoeming gebeurt op voordracht van de Commissie wordt soms (REACH), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, P.B. L 396/1 van 30 december Verordening (EG) nr. 1922/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 tot oprichting van een Europees Instituut voor gendergelijkheid, P.B. L 403/9 van 30 december S. ANDOURA en P. TIMMERMAN, Governance of the EU: The Reform Debate on European Agencies Reignited, EPIN Working Paper 2008, Eigen berekening op basis van: Commission staff working document accompanying the Communication from the Commission European agencies The way forward, SEC (2008) Dit is het geval voor het EMSA, ENISA, ERA en het ECHA. 40 Dit is zo voor het ETF, EEA, EMCDDA, EMEA, ECDC en ECHA, zij het dat de leden door het Parlement aangeduid voor het ETF geen stemrecht hebben. 41 European Commission, "Establishing a framework for decision-making regulatory agencies" Report by the working group (Group 3a) for the White Paper on Governance, June 2001, SG/8597/01-EN,

14 expliciet voorzien dat de Commissie meerdere kandidaten kan voorstellen, 42 al dan niet na een open sollicitatie. Als laatste zijn er de gespecialiseerde organen, waar de expertise waarvoor het agentschap werd opgericht, ondergebracht is. Hoewel alle agentschappen deze drieledige structuur gemeen hebben, mag duidelijk zijn dat elk van de 23 agentschappen uniek is, gezien de grote diversiteit inzake benoeming van de directeur en samenstelling van raad van bestuur, een diversiteit die overigens niet altijd te rechtvaardigen lijkt. Belangrijker is dat er ook qua bevoegdheden sterke verschillen zijn: de primaire taak van de meeste agentschappen is het verzamelen en verwerken van informatie met betrekking tot het (vak)gebied waarvoor zij zijn opgericht. De output van deze agentschappen bestaat dus uit rapporten, statistische data, het organiseren van conferenties, etc. De informatie die zo wordt gecreëerd kan daarna gebruikt worden door de Gemeenschapsinstellingen en de lidstaten bij het formuleren van beleid. 43 Daarnaast zijn er een aantal agentschappen die niet enkel expertise bundelen of informatie verstrekken, maar een formele rol hebben in het besluitvormingsproces, gezien ze de Commissie moeten voorzien van advies. Een beperkt aantal agentschappen kan ook voor derden bindende beslissingen nemen. Gezien deze heterogeniteit van taken en bevoegdheden binnen deze agentschappen hebben verschillende auteurs taxonomieën opgesteld, zonder al te veel convergentie, want elke auteur lijkt zijn eigen persoonlijke classificatie te hebben. Wat betreft de classificatie van agentschappen dient opgemerkt te worden dat er, net zoals er geen officiële definitie bestaat, er ook geen officiële taxonomie van agentschappen bestaat. In haar mededelingen gewaagt de Commissie van twee types agentschappen: die van uitvoerende en die van regelgevende aard. 44 Verwarrend hierbij is dat de Commissie binnen de laatste groep een tweede opdeling maakt tussen agentschappen met beslissingsbevoegdheid en bijstandverlenende agentschappen. Wat dus betekent dat een groot deel van de regelgevende agentschappen helemaal geen regels kunnen uitgeven. Op de portaalsite van de EU zelf valt daarenboven te lezen dat er 4 [sic] categorieën agentschappen zijn, te weten: communautaire, 2 de pijler, 3 de pijler, uitvoerende en Euratom agentschappen In de oprichtingsverordeningen van het CFCA en het GSA staat zelf dat de Commissie minstens 2, respectievelijk 3 kandidaten moet voordragen. 43 R. VAN OOIK, The growing importance of agencies in the EU: shifting governance and the institutional balance in D. M. CURTIN en R. A. WESSEL (eds.), Good governance and the European Union: reflections on concepts, institutions and substance, Antwerpen, Intersentia, 2005, (125) Cf. supra noten 3 en (consultatie 27 maart 2009). 9

15 Bij het opstellen van een classificatie lijken veel auteurs voorbij te gaan aan het feit dat deze slechts nut heeft indien ze voldoende, maar niet te, specifiek is. Zo zien Keleman en Tarrant slechts twee types agentschappen, de regelgevende en de uitvoerende. 46 Van Ooik verfijnt dit tot informatie-, regelgevende en uitvoerende agentschappen. 47 Volgens Vos zijn er, op basis van een functionele classificatie, 3 types: de agentschappen die informatie verzamelen en coördineren, zij die programma s beheren en zij die op één of andere wijze betrokken zijn in regulering en besluitvorming. 48 Mijns inziens brengen deze classificaties niet de beoogde verduidelijking. De classificatie die Griller en Orator aanreiken schept een grotere klaarheid in de materie en is bijzonder geschikt om de problematiek die in dit werk centraal staat te duiden, zodoende wordt ze hier dan ook overgenomen. 49 In plaats van zich te baseren op een temporele, structurele of functionele logica, classificeren ze de verschillende agentschappen op instrumentele basis. Ze kijken naar de intensiteit van de prerogatieven aan de agentschappen gegeven, ter uitvoering van hun taken. Zo zijn er volgens hen drie types agentschappen: 1. Bijstandverlenende agentschappen vervullen loutere beheerstaken, hebben een observatierol of een samenwerkingsondersteunende rol. Zij hebben dus geen beslissingsbevoegdheid. Indien er beslissingen dienen genomen te worden, wordt dit door de Commissie gedaan Besluitvormingsagentschappen hebben de bevoegdheid om aan derden bindende instrumenten vast te stellen of hebben een aanzienlijke invloed op de uiteindelijke beslissing die door de Commissie wordt genomen. 3. Regelgevende agentschappen hebben de discretionaire bevoegdheid om brede wetgeving om te zetten in concrete instrumenten. 46 R. D. KELEMAN en A. TARRANT, Building the Eurocracy: The Politics of EU Agencies and Networks, Paper Prepared for the Biennial European Union Studies Association Convention, Montréal, Canada, May 2007, 29, 47 R. VAN OOIK, The growing importance of agencies in the EU: shifting governance and the institutional balance in D. M. CURTIN en R. A. WESSEL (eds.), Good governance and the European Union: reflections on concepts, institutions and substance, Antwerpen, Intersentia, 2005, (125) E. VOS, Independence, Accountability and Transparency of European Regulatory Agencies in D. GERADIN, R. MUNOZ en N. PETIT (eds.), Regulation Through Agencies In The Eu, Cheltenham, Elgar, 2005, Ook Chiti heeft een eigen, twee- i.p.v. eendimensionale classificatie uitgewerkt die een beter inzicht verleent in het bos van agentschappen. Zijn classificatie leent zich echter meer voor een politieke analyse van de problematiek. Zie E. CHITI, The Emergence of a Community Administration, C.M.L. Rev. 2000, (309) Griller en Orator spreken van executive agencies, maar maken daarbij dezelfde fout als de Commissie in haar mededeling (2002) 718, waarbij ze een eerste onderscheid maakt tussen executive en regulatory agencies en binnen deze laatste categorie een tweede onderscheid tussen decision-making en executive agencies (cf. supra). 10

16 Zoals beide auteurs aanhalen, lijkt dit type classificatie het meest geschikt om de problematiek, die ook in dit werk behandeld wordt, te analyseren. Hoe intenser de prerogatieven zijn, hoe luider de vraag naar de positie van deze instanties in de institutionele structuur en hoe groter de risico s op conflictsituaties tussen particulier en overheid zullen zijn. 51 De meeste van de communautaire agentschappen behoren tot de eerste categorie. 52 De bevoegdheden die aan deze agentschappen zijn verleend, stellen dus weinig tot geen probleem inzake delegatie, noch inzake rechtsbescherming. Wel kan men bij deze agentschappen, die zoals gesteld, een meerderheid uitmaken, de vraag stellen in welke mate hun oprichting in overeenstemming is met de beginselen van subsidiariteit en vooral proportionaliteit. Kan men de relatief grote kosten van het oprichten van een nieuw orgaan wel verantwoorden in het licht van de beperkte, marginale, bevoegdheden die daarna aan dat orgaan worden gegeven? 53 Geen enkel Europees agentschap behoort tot de derde categorie, aangezien geen enkel agentschap vandaag de dag de bevoegdheid heeft om politieke beleidskeuzes te maken. Het is echter wel dit soort agentschap waar sommige auteurs voor pleiten op Europees niveau (cf. infra). Dit maakt dat de overige agentschappen tot de tweede groep behoren. De problemen inzake delegatie van bevoegdheden en rechtsbescherming tegen overheidsoptreden zijn daar het potentieel meest acuut en zij verdienen dan ook speciale aandacht. Het betreft de volgende agentschappen: het OHIM, CPVO, EASA, EMEA en het ECHA. Deze twee laatste hebben niet de bevoegdheid om zelf besluiten ten aanzien van derden te nemen, maar zij leveren het technisch advies op basis waarvan de Commissie een formele beslissing neemt. De specifieke wijze waarop dit gebeurt, verschilt evenwel naar gelang het agentschap. Bij een aanvraag voor een vergunning voor een geneesmiddel geeft het EMEA advies, waarop de definitieve beschikking gesteld wordt door de Commissie volgens de beheersprocedure zoals omschreven in het comitologiebesluit. 54 Bij de aanvraag tot autorisatie van een chemische stof geeft het ECHA advies, waarop de Commissie de definitieve beschikking stelt volgens de raadplegingsprocedure uit hetzelfde 51 S. GRILLER en A. ORATOR, Mapping the Jungle: A legal attempt to classify European Agencies, onuitg., NewGov working paper, august 2006, Agentschappen die hier kunnen vermeld worden zijn: Cedefop, EUROFOUND, EEA, ETF, EMCDDA, EU- OSHA, CdT, FRA, EFSA, EMSA, ECDC, ERA, GSA, FRONTEX, CFCA en EIGE. 53 D. GERADIN en N. PETIT, The Development of Agencies at EU and National Levels: Conceptual Analysis and Proposals for Reform, Jean Monnet Working Paper 2004, Verordening (EG) nr. 726/2004, cf. supra noot 19, artikel 10 lid 2; Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden, P.B. L 148/23 van 17 juli 1999, artikel 4. 11

17 comitologiebesluit. 55 De eerste drie agentschappen hebben de meeste prerogatieven gekregen. Het OHIM is verantwoordelijk voor de registratieprocedure van gemeenschapsmerken en modellen en neemt dan ook beslissingen omtrent de aanvragen die in deze procedure worden gedaan. Het CPVO vervult een gelijkaardige taak voor wat betreft de communautaire bescherming van industriële eigendommen voor nieuwe plantenrassen en neemt dus ook beslissingen omtrent aanvragen. Het EASA ondersteunt de Commissie met technische deskundigheid omtrent luchtvaartveiligheid, maar heeft ook beslissingsbevoegdheid inzake de certificering van nieuwe luchtvaartproducten. Daarnaast heeft het EASA ook verregaande bevoegdheden die het als enige van de besluitvormingsagentschappen doet aanleunen bij de agentschappen van de derde categorie, de regelgevende agentschappen. Het EASA heeft immers een zekere regelgevende bevoegdheid die uit twee elementen bestaat: ten eerste de bevoegdheid om ontwerpwetgeving op te stellen ten behoeve van de Commissie die de verdere maatregelen stelt ter uitvoering van de verordening. Dat advies is echter bijzonder technisch, waardoor de Commissie veelal het advies quasi noodgedwongen automatisch overneemt. Ten tweede stelt het EASA volgens de oprichtingsverordening certificeringspecificaties vast: deze specificaties zijn de technische interpretatie door het agentschap van de gemeenschapswetgeving. Het betreft soft law die als dusdanig enkel het agentschap zelf en geen derden bindt, maar toch door de luchtvaartindustrie als bindend wordt beschouwd. 56 In de categorie van de besluitvormingsagentschappen zou men ook het EFSA en het EMSA kunnen plaatsen aldus Craig gezien ook zij, net als het EMEA, adviezen geven op basis waarvan de Commissie een bindende beslissing neemt. 57 In navolging van Griller en Orator wordt de categorie van besluitvormingsagentschappen hier evenwel beperkt gehouden gezien de adviezen van het EFSA, noch die van het EMSA, in de praktijk hetzelfde gewicht hebben als die van het EMEA Verordening (EG) nr. 1907/2006, cf. supra noot 35, artikel 64 lid 8; Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden, P.B. L 148/23 van 17 juli 1999, artikel D. RIEDEL, Die EASA Eine Einführung, Vortrag, gehalten vor dem Arbeitkreis fliegender Juristen und Steuerberater e.v. der AOPA, Frankfurt a.m., 11. November 2006, 5-7; P. CRAIG, EU administrative law, Oxford, Oxford University Press, 2006, P. CRAIG, EU administrative law, Oxford, Oxford University Press, 2006, S. GRILLER en A. ORATOR, Mapping the Jungle: A legal attempt to classify European Agencies, onuitg., NewGov working paper, august 2006,

18 Agentificatie: de limieten waartussen het proces zich ontrolt Het agentificatieproces, dat sinds twee decennia volop aan de gang is in de Europese Unie, kan na het vorige deel als chaotisch en ongecoördineerd overkomen. Dit is inderdaad één van de kritieken die op het agentschapbeleid geleverd wordt. 59 Daarbij mag niet uit het oog verloren worden dat er inderdaad zekere limieten aan het proces zijn. De groei van agentschappen en het gebruik van agentschappen stelt immers enkele uitdagingen, van juridische en politieke aard. Op juridisch vlak is er de kwestie van de grondwettelijkheid van deze agentschappen, waaronder ook de noodzaak van een adequate rechtsbescherming geressorteerd kan worden. Op politiek vlak moet voor ogen gehouden worden dat agentschappen enkel ontstaan nadat positieve actie ondernomen wordt door andere politieke actoren, de Verdragsinstellingen. Het behoeft weinig uitleg dat deze principals voldoende controle zullen willen behouden over hun agents. Hoewel de meer politiek getinte elementen in de agentificatie-problematiek later aan bod zullen komen tijdens de bespreking van het kaderregelingsvoorstel van de Commissie, kan hier reeds gewezen worden op de problematische positie van de Commissie. Zij is de primaire instelling in de communautaire administratie, maar bevindt zich in die hoedanigheid in een positie die iets weg heeft van een dilemma. Zoals boven reeds opgemerkt is het aantal domeinen waarop de Gemeenschap actief is, sinds de Europese Akte fors toegenomen. Vanuit het standpunt van de Commissie is de geprefereerde reactie hierop het uitbreiden van personeel en middelen binnen de Commissie om aan de toegenomen werklast te voldoen. Omwille van politieke redenen, waarop hier niet verder kan ingegaan worden is er evenwel een grote terughoudendheid bij de lidstaten om de Commissie op deze wijze verder te laten ontwikkelen. Om aan de administratieve behoefte te voldoen worden daarom agentschappen opgericht die een verdieping van de Europese integratie betekenen, maar die tezelfdertijd de positie van de Commissie als primaire actor in de communautaire administratie ondergraven. Dit probleem werd geïllustreerd in de voorgeschiedenis van de oprichting van het EFSA: Keleman beschrijft hoe de gemeenschap voor 1990 reeds een gemeenschappelijke markt voor voedselproducten ambieerde, maar hiervoor slechts beperkte bevoegdheden had. Het begin van de BSE-crisis in de jaren 90 betekende een window of opportunity voor de Commissie: in 1991 werd een voedselen veterinair bureau opgericht en ondergebracht in het Directoraat-Generaal gezondheid en consumentenbescherming. Dit bureau kampte evenwel vlug met een gebrek aan middelen en personeel, waarop de Commissie concludeerde dat de enige manier om het bureau toe te laten 59 S. GRILLER en A. ORATOR, Empowering European Agencies or How to tame the Sorcerer s Apprentice, NewGov Policy Brief 2008,

19 zijn taak te blijven vervullen, de transformatie ervan in een volwaardig agentschap was. In 1996 barstte de BSE-crisis volop los en deed een veel breder publiek debat ontstaan omtrent voedselveiligheid. Dit betekende een nieuwe window of opportunity voor de Commissie: doordat de problematiek veel meer aandacht kreeg dan voorheen, achtte de Commissie het nu mogelijk om tegelijkertijd de bevoegdheden van de gemeenschap en haar eigen bevoegdheden uit te breiden: een verdere uitbouw van het bureau binnen de Commissie leek nu politiek gerechtvaardigd en dus verkoopbaar. In 1998 trok de Commissie haar voorstel tot oprichting van een nieuw agentschap dan ook in. De situatie veranderde echter opnieuw met de schandaalsfeer rond de Santer Commissie die de window of opportunity weer sloot: een uitbreiding van de bevoegdheden van de Commissie leek door de omstandigheden opnieuw politiek onverkoopbaar. De nieuwe Commissie onder het voorzitterschap van Prodi haalde het oude voorstel tot oprichting van een agentschap voor voedselveiligheid weer van onder het stof, 60 wat in 2002 resulteerde in het EFSA. De ontstaansgeschiedenis van het EFSA toont duidelijk aan waar de preferenties liggen van de Commissie. Het uitbreiden van de bevoegdheden van de gemeenschap ziet ze het liefst gebeuren via een uitbreiding van haar eigen bevoegdheden, de tweede beste optie is dan het uitbreiden van de bevoegdheden van de gemeenschap via een agentschap. In het laatste scenario waakt de Commissie er echter over dat het nieuwe agentschap geen bedreiging vormt voor haar eigen macht. Dit ziet men ook in het discours van de Commissie, waarbij ze de agentschappen voorstelt als haar satellieten. Tegelijkertijd heeft de Commissie er belang bij dat de agentschappen ook slechts als haar satellieten worden gezien: een nauwere band tussen de Commissie en de agentschappen zou nieuwe bezorgdheden naar de oppervlakte doen komen omtrent de vorming van een Europese superstaat. Vandaar dat de Commissie er eveneens op wijst dat de agentschappen een vorm van gedecentraliseerde governance zijn. 61 Zoals Scott er op wijst zijn de agentschappen echter deel van een centraliserende tendens in de Europese governance, 62 de bevoegdheden die de agentschappen uitoefenen komen immers voornamelijk van het nationale niveau (cf. infra). Het enige decentrale element dat ze kenmerkt is dat de agentschappen geografisch verspreid liggen, i.p.v. geconcentreerd in Brussel. Wat betreft de problemen inherent aan elke institutionele ontwikkeling kan verwezen worden naar Weiler. 63 Met betrekking tot de Europese integratie vond volgens hem in de jaren 70 een jurisdictionele mutatie plaats in de Europese integratie. De groep domeinen die onder de 60 R. D. KELEMAN, The Politics of Eurocratic Structure and the New European Agencies, West European Politics 2002, (94) Europese Commissie, Kader voor Europese regelgevende agentschappen, COM (2002) 718, C. SCOTT, Agencies for European Regulatory Governance: A Regimes Approach in D. GERADIN, R. MUNOZ en N. PETIT (eds.), Regulation Through Agencies In The Eu, Cheltenham, Elgar, 2005, (67) J. WEILER, The Transformation of Europe, Yale Law Journal 1991, (2403)

20 bevoegdheid van de Gemeenschap vielen, breidde uit en de grenzen tussen de bevoegdheden van de lidstaten en die van de Gemeenschap werden alsmaar onduidelijker. Deze tendens manifesteerde zich het duidelijkst in het toenemend gebruik van het huidig artikel 308 EG in het beleid van de Gemeenschap. Volgens Weiler werd dit artikel gebruikt als een carte blanche om eender welk beleid naar het Gemeenschapsniveau te tillen. Dit ziet men inderdaad ook bij de oprichting van agentschappen, deze uit de eerste en tweede golf werden opgericht met als rechtsgrond artikel 308 EG. Deze praktijk is echter nooit onbesproken geweest; in de rechtsleer vindt men immers al heel vlug kritiek op deze praktijk. Zo stelt Everling dat zelfs het artikel 308 EG geen instrument kan zijn om in te grijpen in de institutionele structuur van de Gemeenschap. 64 Andere auteurs stelden echter dat enkel artikel 308 EG kan gebruikt worden om agentschappen op te richten. 65 Deze juridische discussie is ondertussen gedeeltelijk achterhaald: in de oprichting van de agentschappen van de derde golf wordt gebruik gemaakt van de specifieke rechtsgrond die in het Verdrag is voorzien voor het beleid, waarop het agentschap actief zou zijn. Een keuze die sinds de tweede golf expliciet door de Commissie is gemaakt. 66 De jurisdictionele mutatie, waarvan Weiler spreekt, werd zowel door de Raad als door de Commissie gesteund en leidt volgens de auteur tot het probleem van de grondwettelijkheid van het Gemeenschapsbeleid. Een duidelijke toebedeling van bevoegdheden dient uiteindelijk om de aansprakelijkheid van actoren te waarborgen en, ultiem, om te beletten dat het beleid haar democratisch karakter verliest. Hoewel Weiler in casu de problematiek van de verticale bevoegdheidsverdeling bespreekt, is ze ook van toepassing op de horizontale bevoegdheidsverdeling. Meer zelfs, de groei aan agentschappen vandaag de dag, kan niet los gezien worden van de tendens die Weiler beschrijft. Het gebruik van agentschappen voor het verwezenlijken van marktintegratie is volgens Majone een antwoord op het institutioneel deficit waarmee de Gemeenschap geconfronteerd wordt. 67 Door de jurisdictionele mutatie werd het mogelijk om op een scala van beleidsdomeinen actief te worden, maar de klassieke wetgevende methode bleek onvoldoende om tot effectieve regelgeving te komen en het ontbrak de bestaande instellingen, in de eerste plaats de Commissie, aan kennis en mogelijkheden om de nieuwe beleidsdomeinen te ondersteunen. Na de verschuiving in verticale bevoegdheidsverdeling volgde noodgedwongen een horizontale verschuiving. Het is deze laatste verschuiving die zich uiteindelijk specifiek heeft gemanifesteerd in een agentificatieproces omwille van de verschillende voordelen die agentschappen bieden, zoals hierboven reeds werd aangehaald. 64 U. EVERLING, Zur Errichtung nachgeordneten Behörden der Kommission der Europaïschen Wirtschaftgemeinschaft in W. HALLSTEIN en H.-J. SCHLOCHAUER (eds.), Zur Integration Europas, Karlsrühe, Müller, 1965, (33) R. H. LAUWAARS, Auxiliary Organs and agencies in the E.E.C., C.M.L. Rev. 1979, (365) Europese Commissie, Kader voor Europese regelgevende agentschappen, COM (2002) 718, G. MAJONE, The European Commission: The limits of centralization and the perils of parlementarization, Governance 2002, (375)

2. In het arrest van 20 september 2001 heeft het Hof uitspraak gedaan over twee prejudiciële vragen die respectievelijk betrekking hadden op:

2. In het arrest van 20 september 2001 heeft het Hof uitspraak gedaan over twee prejudiciële vragen die respectievelijk betrekking hadden op: Conseil UE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 11 juni 2002 (26.06) (OR. fr) PUBLIC 9893/02 Interinstitutioneel dossier: 2001/0111 (COD) LIMITE 211 MI 108 JAI 133 SOC 309 CODEC 752 BIJDRAGE VAN DE IDISCHE

Nadere informatie

SAMENVATTING SYLLABUS

SAMENVATTING SYLLABUS SAMENVATTING SYLLABUS Julie Kerckaert Inleiding tot het Europees en internationaal recht Academiejaar 2014-2015 Inhoudsopgave Deel 2: Inleiding tot het Europees recht... 2 1. Het juridisch kader van het

Nadere informatie

AANGENOMEN TEKSTEN. van de vergadering van. donderdag 10 mei 2012 DEEL 2 P7_TA-PROV(2012)05-10 VOORLOPIGE UITGAVE PE 486.812

AANGENOMEN TEKSTEN. van de vergadering van. donderdag 10 mei 2012 DEEL 2 P7_TA-PROV(2012)05-10 VOORLOPIGE UITGAVE PE 486.812 EUROPEES PARLEMENT 2012-2013 AANGENOMEN TEKSTEN van de vergadering van donderdag 10 mei 2012 DEEL 2 P7_TA-PROV(2012)05-10 VOORLOPIGE UITGAVE PE 486.812 NL In verscheidenheid verenigd NL INHOUDSOPGAVE

Nadere informatie

AANGENOMEN TEKSTEN DEEL III. van de vergadering van. donderdag 23 april 2009 P6_TA-PROV(2009)04-23 VOORLOPIGE UITGAVE PE 425.402

AANGENOMEN TEKSTEN DEEL III. van de vergadering van. donderdag 23 april 2009 P6_TA-PROV(2009)04-23 VOORLOPIGE UITGAVE PE 425.402 EUROPEES PARLEMENT 2009-200 AANGENOMEN TEKSTEN DEEL III van de vergadering van donderdag 23 april 2009 P6_TA-PROV(2009)04-23 VOORLOPIGE UITGAVE PE 425.402 In verscheidenheid verenigd INHOUDSOPGAVE AANGENOMEN

Nadere informatie

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 1994 Nr. 266

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 1994 Nr. 266 15 (1965) Nr. 5 TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN JAARGANG 1994 Nr. 266 A. TITEL Verdrag tot instelling van één Raad en één Commissie welke de Europese Gemeenschappen gemeen hebben, met

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 15 januari 2003 (21.01) (OR. fr) 5252/03 JUR 10 FIN 10 EUROJUST 1

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 15 januari 2003 (21.01) (OR. fr) 5252/03 JUR 10 FIN 10 EUROJUST 1 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 15 januari 2003 (21.01) (OR. fr) 5252/03 10 FIN 10 EUROJUST 1 BIJDRAGE VAN DE IDISCHE DIENST AAN DE BESPREKINGEN VAN HET BEGROTINGSCOMITE nr. Comv.: 12130/02 FIN 333

Nadere informatie

Goedgekeurd op 11 februari 2011

Goedgekeurd op 11 februari 2011 GROEP GEGEVENSBESCHERMING ARTIKEL 29 00327/11/NL WP 180 Advies 9/2011 betreffende het herziene voorstel van de industrie voor een effectbeoordelingskader wat betreft de bescherming van de persoonlijke

Nadere informatie

ONTWERPVERSLAG. NL In verscheidenheid verenigd NL 2010/2169(DEC) 3.2.2011

ONTWERPVERSLAG. NL In verscheidenheid verenigd NL 2010/2169(DEC) 3.2.2011 EUROPEES PARLEMENT 2009-2014 Commissie begrotingscontrole 2010/2169(DEC) 3.2.2011 ONTWERPVERSLAG over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Waarnemingscentrum voor

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 28 mei 2008 (04.06) (OR. en) 9935/08 SOC 316 COMPET 194

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 28 mei 2008 (04.06) (OR. en) 9935/08 SOC 316 COMPET 194 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 28 mei 2008 (04.06) (OR. en) 9935/08 SOC 316 COMPET 194 VERSLAG van: het Comité van permanente vertegenwoordigers (1e deel) aan: de Raad EPSCO Nr. vorig doc.: 9081/08

Nadere informatie

11263/08 ADD 1 mak/gar/hd 1 DG I - 2 B

11263/08 ADD 1 mak/gar/hd 1 DG I - 2 B RAAD VA DE EUROPESE U IE Brussel, 13 oktober 2008 (21.10) (OR. en) Interinstitutioneel dossier: 2007/0163 (COD) 11263/08 ADD 1 EDUC 173 MED 39 SOC 385 PECOS 16 CODEC 895 O TWERP-MOTIVERI G VA DE RAAD Betreft:

Nadere informatie

EERBIEDIGING VAN DE GRONDRECHTEN IN DE UNIE

EERBIEDIGING VAN DE GRONDRECHTEN IN DE UNIE EERBIEDIGING VAN DE GRONDRECHTEN IN DE UNIE De rechtsgrondslag voor de grondrechten op EU-niveau is lange tijd voornamelijk gelegen geweest in de verwijzing in de Verdragen naar het Europees Verdrag tot

Nadere informatie

HET SUBSIDIARITEITSBEGINSEL

HET SUBSIDIARITEITSBEGINSEL HET SUBSIDIARITEITSBEGINSEL In het kader van de gedeelde bevoegdheden van de Unie en de lidstaten wordt met het in het Verdrag betreffende de Europese Unie vastgelegde subsidiariteitsbeginsel bepaald onder

Nadere informatie

Samenvatting van de resultaten van de jaarlijkse controles van de Europese Agentschappen en andere organen over 2014 door de Rekenkamer

Samenvatting van de resultaten van de jaarlijkse controles van de Europese Agentschappen en andere organen over 2014 door de Rekenkamer Samenvatting van de resultaten van de jaarlijkse controles van de Europese Agentschappen en andere organen over 2014 door de Rekenkamer 12, rue Alcide De Gasperi - L - 1615 Luxembourg T (+352) 4398 1 E

Nadere informatie

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN MEDEDELING VAN DE COMMISSIE. Kader voor Europese regelgevende agentschappen

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN MEDEDELING VAN DE COMMISSIE. Kader voor Europese regelgevende agentschappen COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN Brussel, 11.12.2002 COM(2002) 718 definitief MEDEDELING VAN DE COMMISSIE Kader voor Europese regelgevende agentschappen. MEDEDELING VAN DE COMMISSIE Kader voor

Nadere informatie

PUBLIC RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 16 maart 2004 (OR. fr) 6967/04 LIMITE AVIATION 56 AELE 3 OC 189

PUBLIC RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 16 maart 2004 (OR. fr) 6967/04 LIMITE AVIATION 56 AELE 3 OC 189 Conseil UE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 16 maart 2004 (OR. fr) PUBLIC 6967/04 LIMITE AVIATION 56 AELE 3 OC 189 WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN Betreft: Besluit van de Raad inzake een standpunt

Nadere informatie

Richtlijn betreffende bescherming rechten op aanvullend pensioen

Richtlijn betreffende bescherming rechten op aanvullend pensioen Richtlijn betreffende bescherming rechten op aanvullend pensioen Richtlijn 98/49/EG van de Raad van 29 juni 1998 betreffende de bescherming van de rechten op aanvullend pensioen van werknemers en zelfstandigen

Nadere informatie

Europese krijtlijnen voor een sociaal federalisme

Europese krijtlijnen voor een sociaal federalisme Europese krijtlijnen voor een sociaal federalisme prof. dr. Herwig VERSCHUEREN Universiteit Antwerpen De Europese context Overzicht De Europese spelers en hun instrumenten De Europese juridische krijtlijnen

Nadere informatie

Hierbij gaat voor de delegaties Commissiedocument SEC(2008) 1995.

Hierbij gaat voor de delegaties Commissiedocument SEC(2008) 1995. RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 12 juni 2008 (13.06) (OR. fr) Interinstitutioneel dossier: 2008/0110 (COD) 10637/08 ADD 2 AGRILEG 104 CODEC 769 INGEKOMEN DOCUMENT van: de heer Jordi AYET PUIGARNAU,

Nadere informatie

PUBLIC RAAD VA DE EUROPESE U IE. Brussel, 9 juli 2004 (14.07) (OR. en) 11091/04 Interinstitutioneel dossier: 2004/001 (COD) LIMITE

PUBLIC RAAD VA DE EUROPESE U IE. Brussel, 9 juli 2004 (14.07) (OR. en) 11091/04 Interinstitutioneel dossier: 2004/001 (COD) LIMITE Conseil UE RAAD VA DE EUROPESE U IE Brussel, 9 juli 2004 (4.07) (OR. en) PUBLIC 09/04 Interinstitutioneel dossier: 2004/00 (COD) LIMITE JUSTCIV 99 COMPET 3 SOC 337 CODEC 874 OTA van: het voorzitterschap

Nadere informatie

P5_TA(2002)0269. Toekomstige ontwikkeling van Europol

P5_TA(2002)0269. Toekomstige ontwikkeling van Europol P5_TA(2002)0269 Toekomstige ontwikkeling van Europol Aanbeveling van het Europees Parlement aan de Raad over de toekomstige ontwikkeling van Europol en zijn volledige opneming in het institutioneel bestel

Nadere informatie

AANBEVELING VAN DE COMMISSIE

AANBEVELING VAN DE COMMISSIE 29.11.2011 Publicatieblad van de Europese Unie L 314/41 AANBEVELINGEN AANBEVELING VAN DE COMMISSIE van 22 november 2011 betreffende de procedure voor de erkenning van opleidingcentra en examinatoren voor

Nadere informatie

Brussel, 16 april 2003 (23.04) SECRETARIAAT

Brussel, 16 april 2003 (23.04) SECRETARIAAT EUROPESE CONVENTIE Brussel, 16 april 2003 (23.04) SECRETARIAAT CONV 689/1/03 REV 1 CERCLE I 16 VERSLAG van: aan: Betreft: de voorzitter van de studiegroep Hof van Justitie de leden van de Conventie Aanvullend

Nadere informatie

TYPES INSTRUMENTEN OVERZICHT

TYPES INSTRUMENTEN OVERZICHT TYPES INSTRUMENTEN OVERZICHT Aanbeveling... 2 Advies... 2 Algemeen commentaar... 2 Beleidsdocument... 3 Besluit... 3 Decreet... 3 Europees besluit... 3 Grondwet... 3 Koninklijk besluit... 3 Mededeling...

Nadere informatie

PUBLIC RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 19 april 2006 (24.04) (OR. en) 8478/06 LIMITE VISA 109 FRONT 80 COMIX 383. NOTA het secretariaat-generaal

PUBLIC RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 19 april 2006 (24.04) (OR. en) 8478/06 LIMITE VISA 109 FRONT 80 COMIX 383. NOTA het secretariaat-generaal Conseil UE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 19 april 2006 (24.04) (OR. en) PUBLIC 8478/06 LIMITE VISA 109 FRONT 80 COMIX 383 NOTA van: aan: vorig doc. Betreft: het secretariaat-generaal de Raad 8277/06

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 26 september 2006 (OR. en) 12758/06 Interinstitutioneel dossier: 2005/0204 (CNS) ASIM 63 OC 655

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 26 september 2006 (OR. en) 12758/06 Interinstitutioneel dossier: 2005/0204 (CNS) ASIM 63 OC 655 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 26 september 2006 (OR. en) 12758/06 Interinstitutioneel dossier: 2005/0204 (CNS) ASIM 63 OC 655 WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN Betreft: BESCHIKKING VAN DE

Nadere informatie

Voor de delegaties gaan in bijlage dezes de ontwerp-conclusies van de Raad, waarover een akkoord is bereikt in de Groep sociale vraagstukken.

Voor de delegaties gaan in bijlage dezes de ontwerp-conclusies van de Raad, waarover een akkoord is bereikt in de Groep sociale vraagstukken. RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 11 februari 2011 (16.02) (OR. en) 6196/1/11 REV 1 SOC 99 COMPET 34 VERSLAG van: de Groep sociale vraagstukken aan: het Comité van permanente vertegenwoordigers (1e deel)

Nadere informatie

MEDEDELING AAN DE LEDEN

MEDEDELING AAN DE LEDEN EUROPEES PARLEMENT 2009-2014 Commissie verzoekschriften 29.11.2013 MEDEDELING AAN DE LEDEN Betreft: Verzoekschrift 0570/2012, ingediend door Maria Teresa Magnifico (Italiaanse nationaliteit), over erkenning

Nadere informatie

Kwijting 2008: Communautair Bureau voor visserijcontrole

Kwijting 2008: Communautair Bureau voor visserijcontrole P7_TA(200)000 Kwijting 2008: Communautair Bureau voor visserijcontrole. Besluit van het Europees Parlement van 5 mei 200 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Communautair

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2005 2006 22 112 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie V BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN Aan de

Nadere informatie

HET HOF VAN JUSTITIE VAN DE EUROPESE UNIE

HET HOF VAN JUSTITIE VAN DE EUROPESE UNIE HET HOF VAN JUSTITIE VAN DE EUROPESE UNIE Het Hof van Justitie van de Europese Unie is een van de zeven instellingen van de EU. Zij omvat drie rechtscolleges: het Hof van Justitie, het Gerecht en het Gerecht

Nadere informatie

RAAD VA DE EUROPESE U IE. Brussel, 18 september 2008 (18.09) (OR. en) 13187/08 FSTR 20 FC 5 REGIO 25 SOC 516

RAAD VA DE EUROPESE U IE. Brussel, 18 september 2008 (18.09) (OR. en) 13187/08 FSTR 20 FC 5 REGIO 25 SOC 516 RAAD VA DE EUROPESE U IE Brussel, 18 september 2008 (18.09) (OR. en) 13187/08 FSTR 20 FC 5 REGIO 25 SOC 516 VOORSTEL van: de Commissie d.d.: 16 september 2008 Betreft: Voorstel voor een Verordening (EG)

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 21 januari 2003 (28.01) (OR. en) 15528/02 ADD 1. Interinstitutioneel dossier: 2001/0077 (COD) ENER 315 CODEC 1640

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 21 januari 2003 (28.01) (OR. en) 15528/02 ADD 1. Interinstitutioneel dossier: 2001/0077 (COD) ENER 315 CODEC 1640 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 21 januari 2003 (28.01) (OR. en) Interinstitutioneel dossier: 2001/0077 (COD) 15528/02 ADD 1 ENER 315 CODEC 1640 ONTWERP-MOTIVERING VAN DE RAAD Betreft: Gemeenschappelijk

Nadere informatie

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 213,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 213, Ontwerp voor een VERORDENING (EG) VAN DE RAAD betreffende de toerekening van de indirect gemeten diensten van financiële intermediairs (IGDFI) in het kader van het Europees systeem van nationale en regionale

Nadere informatie

C 366/156 Publicatieblad van de Europese Unie 15.12.2011

C 366/156 Publicatieblad van de Europese Unie 15.12.2011 C 366/156 Publicatieblad van de Europese Unie 15.12.2011 VERSLAG over de jaarrekening van het Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving betreffende het begrotingsjaar 2010, vergezeld van

Nadere informatie

13395/2/01 REV 2 ADD 1 gys/hb/dm 1 DG I

13395/2/01 REV 2 ADD 1 gys/hb/dm 1 DG I RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 14 december 2001 (08.01) (OR. en) Interinstitutioneel dossier: 2000/0227 (COD) 13395/2/01 REV 2 ADD 1 ENV 528 CODEC 1098 Betreft: Gemeenschappelijk standpunt van de Raad

Nadere informatie

15.12.2011 Publicatieblad van de Europese Unie C 366/145

15.12.2011 Publicatieblad van de Europese Unie C 366/145 15.12.2011 Publicatieblad van de Europese Unie C 366/145 VERSLAG over de jaarrekening van de Europese Stichting voor opleiding betreffende het begrotingsjaar 2010, vergezeld van de antwoorden van de Stichting

Nadere informatie

PUBLIC 11642/01 Interinstitutioneel dossier: 2001/0109 (CNS)

PUBLIC 11642/01 Interinstitutioneel dossier: 2001/0109 (CNS) Conseil UE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 24 september 200 (26.09) (OR. fr) PUBLIC 642/0 Interinstitutioneel dossier: 200/009 (CNS) LIMITE JUSTCIV NOTA van: het voorzitterschap aan: het Comité burgerlijk

Nadere informatie

Hierbij gaat voor de delegaties Commissiedocument COM(2009) 283 definitief.

Hierbij gaat voor de delegaties Commissiedocument COM(2009) 283 definitief. RAAD VA DE EUROPESE U IE Brussel, 6 juli 2009 (OR. en) 11738/09 SOC 424 I GEKOME DOCUME T van: de heer Jordi AYET PUIGARNAU, directeur, namens de secretaris-generaal van de Europese Commissie ingekomen:

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 5 februari 2008 (07.02) (OR. en) 5952/08 JUR 25 COUR 1

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 5 februari 2008 (07.02) (OR. en) 5952/08 JUR 25 COUR 1 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 5 februari 2008 (07.02) (OR. en) 5952/08 JUR 25 COUR 1 BEGELEIDENDE NOTA van: de heer V. SKOURIS, Voorzitter van het Hof van Justitie d.d.: 4 februari 2008 aan: de heer

Nadere informatie

13740/1/00 REV 1 ADD 1 die/jel/nj 1 DG J

13740/1/00 REV 1 ADD 1 die/jel/nj 1 DG J RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 12 februari 2001 (OR. fr) Interinstitutioneel dossier: 2000/0157 (COD) 13740/1/00 REV 1 ADD 1 LIMITE SOC 455 FIN 492 CODEC 915 WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 9 februari 2010 (10.02) (OR. fr) 6290/10 Interinstitutioneel dossier: 2010/0011 (NLE) HR 8 CORDROGUE 25

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 9 februari 2010 (10.02) (OR. fr) 6290/10 Interinstitutioneel dossier: 2010/0011 (NLE) HR 8 CORDROGUE 25 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 9 februari 2010 (10.02) (OR. fr) 6290/10 Interinstitutioneel dossier: 2010/0011 (NLE) HR 8 CORDROGUE 25 VOORSTEL van: de Commissie d.d.: 3 februari 2010 Betreft: Voorstel

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 10 december 2003 (16.12) (OR. fr) 15598/03 FIN 577

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 10 december 2003 (16.12) (OR. fr) 15598/03 FIN 577 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 10 december 2003 (16.12) (OR. fr) 15598/03 FIN 577 VERTALING BRIEF van: de heer Juan Manuel FABRA VALLÉS, voorzitter van de Europese Rekenkamer d.d.: 28 november 2002

Nadere informatie

Het Europees Parlement en het Economisch en Sociaal Comité hebben respectievelijk op 20 april 1994 en op 30 juni 1993 advies uitgebracht.

Het Europees Parlement en het Economisch en Sociaal Comité hebben respectievelijk op 20 april 1994 en op 30 juni 1993 advies uitgebracht. Conseil UE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 9 november 2004 (16.11) (OR. en) PUBLIC 14287/04 Interinstitutioneel dossier: 1992/0449/B (COD) LIMITE SOC 523 CODEC 1208 VERSLAG van: de Groep sociale vraagstukken

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 27 maart 2006 (29.03) (OR. en) 7813/06 Interinstitutioneel dossier: 2006/0037 (CNS)

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 27 maart 2006 (29.03) (OR. en) 7813/06 Interinstitutioneel dossier: 2006/0037 (CNS) RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 27 maart 2006 (29.03) (OR. en) 7813/06 Interinstitutioneel dossier: 2006/0037 (CNS) N 20 CORDROGUE 27 FISC 45 BUDGET 13 SAN 71 VOORSTEL van: de Commissie d.d.: 14 maart

Nadere informatie

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN Brussel, 14.3.2003 COM(2003) 114 definitief 2003/0050 (CNS) Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende de statistische gegevens die moeten worden gebruikt

Nadere informatie

!f0.lgemeen ~EHEERSCÇ:OMITE

!f0.lgemeen ~EHEERSCÇ:OMITE !f0.lgemeen ~EHEERSCÇ:OMITE VOOR HET SOCIAAL STATUUT DER ZELFSTANDIGEN Opgericht bij de wet van 30 december 1992 Jan Jacobsplein, 6 1 000 Brussel Tei.:025464340 Fax :02 546 21 53 ABC ADVIES 2010/04 Brussel,

Nadere informatie

het Comité burgerlijk recht (algemene vraagstukken) Gemeenschappelijk referentiekader voor het Europees contractenrecht

het Comité burgerlijk recht (algemene vraagstukken) Gemeenschappelijk referentiekader voor het Europees contractenrecht Conseil UE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 7 juni 2007 (25.06) (OR. en) PUBLIC 0235/07 LIMITE JUSTCIV 5 CONSOM 8 NOTA van: aan: Betreft: het voorzitterschap het Comité burgerlijk recht (algemene vraagstukken)

Nadere informatie

Auteur. Onderwerp. Datum

Auteur. Onderwerp. Datum Auteur Stefan Nerinckx Onderwerp Het toepasselijk recht op verbintenissen voortvloeiend uit (internationale) arbeidsovereenkomsten: een nieuwe Europese verordening in de maak? Datum april 2005 Copyright

Nadere informatie

PUBLIC 8480/10 Interinstitutioneel dossier: 2009/0183 (NLE)

PUBLIC 8480/10 Interinstitutioneel dossier: 2009/0183 (NLE) Conseil UE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 27 april 2010 (OR. en) PUBLIC 8480/10 Interinstitutioneel dossier: 2009/0183 (NLE) LIMITE COEST 89 PESC 444 NIS 25 WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN

Nadere informatie

WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN BESLUIT VAN DE RAAD betreffende het Europees justitieel netwerk

WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN BESLUIT VAN DE RAAD betreffende het Europees justitieel netwerk RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 24 november 2008 (OR. en) 14914/08 COPEN 199 EUROJUST 87 EJN 65 WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN Betreft: BESLUIT VAN DE RAAD betreffende het Europees justitieel

Nadere informatie

COHESIEBELEID 2014-2020

COHESIEBELEID 2014-2020 GEÏNTEGREERDE TERRITORIALE INVESTERING COHESIEBELEID 2014-2020 De nieuwe wet- en regelgeving voor de volgende investeringsronde van het EU-cohesiebeleid voor 2014-2020 is in december 2013 formeel goedgekeurd

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 33 848 Burgerinitiatief «Geen EU-bevoegdhedenoverdracht zonder referendum» Nr. 16 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN Aan de Voorzitter

Nadere informatie

(Voor de EER relevante tekst)

(Voor de EER relevante tekst) L 144/27 VERORDENING (EU) 2016/863 VAN DE COMMISSIE van 31 mei 2016 tot wijziging van de bijlagen VII en VIII bij Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad inzake de registratie

Nadere informatie

Jaarrekening van bepaalde vennootschapsvormen wat micro-entiteiten betreft ***I

Jaarrekening van bepaalde vennootschapsvormen wat micro-entiteiten betreft ***I P7_TA(200)0052 Jaarrekening van bepaalde vennootschapsvormen wat micro-entiteiten betreft ***I Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 0 maart 200 over het voorstel voor een richtlijn van het

Nadere informatie

Richtsnoeren voor de behandeling. van klachten door. verzekeringsondernemingen

Richtsnoeren voor de behandeling. van klachten door. verzekeringsondernemingen EIOPA-BoS-12/069 NL Richtsnoeren voor de behandeling van klachten door verzekeringsondernemingen 1/8 1. Richtsnoeren Inleiding 1. Artikel 16 van de Eiopa-verordening 1 (European Insurance and Occupational

Nadere informatie

Vrijwilligerswerk bij de directie Europees recht van de FOD Buitenlandse Zaken - Presentatie

Vrijwilligerswerk bij de directie Europees recht van de FOD Buitenlandse Zaken - Presentatie Vrijwilligerswerk bij de directie Europees recht van de FOD Buitenlandse Zaken - Presentatie Jacobs Marie (december 2014) 1 Vrijwilligerswerk bij de directie Europees recht van de FOD Buitenlandse Zaken

Nadere informatie

ONTWERPVERSLAG. NL In verscheidenheid verenigd NL 2011/2234(DEC) 6.2.2012

ONTWERPVERSLAG. NL In verscheidenheid verenigd NL 2011/2234(DEC) 6.2.2012 EUROPEES PARLEMENT 2009-2014 Commissie begrotingscontrole 2011/2234(DEC) 6.2.2012 ONTWERPVERSLAG over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Communautair Bureau voor visserijcontrole

Nadere informatie

EUROPEES PARLEMENT. Commissie verzoekschriften MEDEDELING AAN DE LEDEN

EUROPEES PARLEMENT. Commissie verzoekschriften MEDEDELING AAN DE LEDEN EUROPEES PARLEMENT 2004 Commissie verzoekschriften 2009 25.11.2008 MEDEDELING AAN DE LEDEN Betreft: Verzoekschrift 1103/2007, ingediend door Laurent Hermoye (Belgische nationaliteit), namens de vereniging

Nadere informatie

ONTWERPVERSLAG. NL In verscheidenheid verenigd NL 2014/2111(DEC) 29.1.2015

ONTWERPVERSLAG. NL In verscheidenheid verenigd NL 2014/2111(DEC) 29.1.2015 EUROPEES PARLEMENT 2014-2019 Commissie begrotingscontrole 29.1.2015 2014/2111(DEC) ONTWERPVERSLAG over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Spoorwegbureau voor

Nadere informatie

Voor de delegaties gaat hierbij de ontwerp-verordening zoals deze er na de vergadering van de Groep visa van 20 februari 2003 uitziet.

Voor de delegaties gaat hierbij de ontwerp-verordening zoals deze er na de vergadering van de Groep visa van 20 februari 2003 uitziet. Conseil UE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 26 februari 2003 (10.03) (OR. en) PUBLIC 6614/03 Interinstitutioneel dossier: 2003/0027 (CNS) LIMITE VISA 35 COMIX 117 NOTA van: aan: nr. Comv.: Betreft: het

Nadere informatie

Inleiding / Doel van de vraag om advies. Belangrijkste gegevens van het dossier. Ref: Accom AFWIJKING 2004/1

Inleiding / Doel van de vraag om advies. Belangrijkste gegevens van het dossier. Ref: Accom AFWIJKING 2004/1 ADVIES- EN CONTROLECOMITE OP DE ONAFHANKELIJKHEID VAN DE COMMISSARIS Ref: Accom AFWIJKING 2004/1 Samenvatting van het advies met betrekking tot een vraag om afwijking van de regel die het bedrag beperkt

Nadere informatie

Vaak gestelde vragen. over het Hof van Justitie van de Europese Unie

Vaak gestelde vragen. over het Hof van Justitie van de Europese Unie Vaak gestelde vragen over het Hof van Justitie van de Europese Unie WAAROM EEN HOF VAN JUSTITIE VAN DE EUROPESE UNIE (HVJ-EU)? Om Europa op te bouwen hebben een aantal staten (thans 28) onderling verdragen

Nadere informatie

NIEUWSBRIEF 21 juni 2011

NIEUWSBRIEF 21 juni 2011 MR. J.B.H. THIEL Ondernemingsrechtadviseur NIEUWSBRIEF 21 juni 2011 Herzieningswet toegelaten instellingen volkshuisvesting Op 12 mei 2011 heeft de Koningin aan de Tweede Kamer aangeboden 'een voorstel

Nadere informatie

Richtlijn 98/59/EG van de Raad van 20 juli 1998 betreffende de aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake collectief ontslag

Richtlijn 98/59/EG van de Raad van 20 juli 1998 betreffende de aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake collectief ontslag Richtlijn 98/59/EG van de Raad van 20 juli 1998 betreffende de aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake collectief ontslag Publicatieblad Nr. L 225 van 12/08/1998 blz. 0016-0021 DE RAAD VAN

Nadere informatie

14957/15 ADD 1 nuf/van/hw 1 DGD 1C

14957/15 ADD 1 nuf/van/hw 1 DGD 1C Raad van de Europese Unie Brussel, 24 februari 2016 (OR. en) Interinstitutioneel dossier: 2013/0091 (COD) 14957/15 ADD 1 ENFOPOL 403 CSC 305 CODEC 1655 ONTWERP-MOTIVERING VAN DE RAAD Betreft: Standpunt

Nadere informatie

GOF. Belgische gedragscode voor veiliger gsm-gebruik door jonge tieners en kinderen

GOF. Belgische gedragscode voor veiliger gsm-gebruik door jonge tieners en kinderen Belgische gedragscode voor veiliger gsm-gebruik door jonge tieners en kinderen Voorwoord In februari 2007 ontwikkelden de Europese mobiele providers en content providers een gezamenlijke structuur voor

Nadere informatie

Advies besluitvorming over algemene oriëntatie ( general approach ) in de Raad (juni 2012)

Advies besluitvorming over algemene oriëntatie ( general approach ) in de Raad (juni 2012) Interdepartementale Commissie Europees Recht (ICER) Advies besluitvorming over algemene oriëntatie ( general approach ) in de Raad (juni 2012) ADVIES Bij de vaststelling van een algemene oriëntatie is

Nadere informatie

Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD EUROPESE COMMISSIE Brussel, 9.8.2012 COM(2012) 449 final 2012/0217 (COD)C7-0215/12 Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD betreffende de toekenning van tariefcontingenten voor

Nadere informatie

EUROPEES PARLEMENT. Commissie verzoekschriften MEDEDELING AAN DE LEDEN

EUROPEES PARLEMENT. Commissie verzoekschriften MEDEDELING AAN DE LEDEN EUROPEES PARLEMENT 2004 Commissie verzoekschriften 2009 17.12.2009 MEDEDELING AAN DE LEDEN Betreft: Verzoekschrift 0930/2005, ingediend door Marc Stahl (Duitse nationaliteit), over de erkenning in Duitsland

Nadere informatie

Raad van de Europese Unie Brussel, 30 juni 2015 (OR. en)

Raad van de Europese Unie Brussel, 30 juni 2015 (OR. en) Raad van de Europese Unie Brussel, 30 juni 2015 (OR. en) Interinstitutioneel dossier: 2013/0207 (E) 10012/15 CORDROGUE 51 WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN Betreft: Ontwerp-UITVOERINGSBESLUIT

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 13/03/2014

Datum van inontvangstneming : 13/03/2014 Datum van inontvangstneming : 13/03/2014 Vertaling C-65/14-1 Zaak C-65/14 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 10 februari 2014 Verwijzende rechter: Arbeidsrechtbank te Nijvel (België)

Nadere informatie

10765/11 ADD 1 oms/rts/dp 1 DG C I

10765/11 ADD 1 oms/rts/dp 1 DG C I RAAD VA DE EUROPESE U IE Brussel, 29 augustus 2011 (02.09) (OR.en) Interinstitutioneel dossier: 2009/0035 (COD) 10765/11 ADD 1 DRS 87 COMPET 217 ECOFI 294 CODEC 917 O TWERP-MOTIVERI G VA DE RAAD Betreft:

Nadere informatie

REGLEMENTEN VAN ORDE EN REGLEMENTEN VOOR DE PROCESVOERING

REGLEMENTEN VAN ORDE EN REGLEMENTEN VOOR DE PROCESVOERING L 82/56 2.6.204 REGLEMENTEN VAN ORDE EN REGLEMENTEN VOOR DE PROCESVOERING REGLEMENT VAN ORDE VAN DE RAAD VAN TOEZICHT VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK DE RAAD VAN TOEZICHT VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK, Gezien

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 25 januari 2011 (OR. en) 5610/11 DENLEG 7

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 25 januari 2011 (OR. en) 5610/11 DENLEG 7 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 25 januari 2011 (OR. en) 5610/11 DENLEG 7 INGEKOMEN DOCUMENT van: de Europese Commissie ingekomen: 21 januari 2011 aan: het secretariaat-generaal van de Raad Betreft:

Nadere informatie

GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) Nr. /.. VAN DE COMMISSIE. van 7.3.2014

GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) Nr. /.. VAN DE COMMISSIE. van 7.3.2014 EUROPESE COMMISSIE Brussel, 7.3.2014 C(2014) 1392 final GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) Nr. /.. VAN DE COMMISSIE van 7.3.2014 houdende aanvulling van Richtlijn 2003/71/EG van het Europees Parlement en de

Nadere informatie

Europese Commissie Directoraat-generaal Gezondheid en consumentenbescherming Raadpleging inzake gezondheidsdiensten B 232 8/102 B-1049 BRUSSEL België

Europese Commissie Directoraat-generaal Gezondheid en consumentenbescherming Raadpleging inzake gezondheidsdiensten B 232 8/102 B-1049 BRUSSEL België Coördinatieorgaan Samenwerkende Ouderenorganisaties Chr. Krammlaan 8 Postbus 222 3500 AE Utrecht Telefoon 030 276 99 85 Europese Commissie Directoraat-generaal Gezondheid en consumentenbescherming Raadpleging

Nadere informatie

BESCHERMING TEGEN DISCRIMINATIE VOOR Ú

BESCHERMING TEGEN DISCRIMINATIE VOOR Ú BESCHERMING TEGEN DISCRIMINATIE VOOR Ú De Socialistische Fractie in het Europees Parlement streeft naar de garantie dat iedereen zich volledig aanvaard voelt zoals hij of zij is, zodat we in onze gemeenschappen

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 14 januari 2002 (24.01) (OR. es) 5159/02 STUP 4

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 14 januari 2002 (24.01) (OR. es) 5159/02 STUP 4 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 14 januari 2002 (24.01) (OR. es) 5159/02 STUP 4 NOTA van: aan: Betreft: het voorzitterschap de Groep drugshandel Ontwerp-aanbeveling van de Raad over de noodzakelijke

Nadere informatie

*** ONTWERPAANBEVELING

*** ONTWERPAANBEVELING EUROPEES PARLEMENT 2009-2014 Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken 2010/0011(E) 16.3.2011 *** ONTWERPAANBEVELING over het ontwerp van besluit van de Raad over de sluiting van

Nadere informatie

SARiV Advies 2012/29 SAR WGG Advies. 31 oktober 2012

SARiV Advies 2012/29 SAR WGG Advies. 31 oktober 2012 Briefadvies over de Akkoorden tussen België en Frankrijk en Nederland voor de ontwikkeling van samenwerking en wederzijdse administratieve bijstand op het gebied van de sociale zekerheid SARiV Advies 2012/29

Nadere informatie

5135/02 CS/mm DG H NL

5135/02 CS/mm DG H NL RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 29 januari 2002 (OR. es) 5135/02 ENFOPOL 5 WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN Betreft: Initiatief van het Koninkrijk Spanje betreffende de oprichting van een

Nadere informatie

Gevoegde zaken C-18 0/98 C-184/98. P. Pavlov e.a. tegen Stichting Pensioenfonds Medische Specialisten

Gevoegde zaken C-18 0/98 C-184/98. P. Pavlov e.a. tegen Stichting Pensioenfonds Medische Specialisten Gevoegde zaken C-18 0/98 C-184/98 P. Pavlov e.a. tegen Stichting Pensioenfonds Medische Specialisten (verzoek van het Kantongerecht te Nijmegen om een prejudiciële beslissing) Verplichte deelneming in

Nadere informatie

gelet op artikel 63, eerste alinea punt 3 van het EG-Verdrag,

gelet op artikel 63, eerste alinea punt 3 van het EG-Verdrag, P5_TA(2002)0591 Verblijfstitel met een korte geldigheidsduur * Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement over het voorstel voor een richtlijn van de Raad betreffende de verblijfstitel met een korte

Nadere informatie

VERORDENINGEN. (Voor de EER relevante tekst)

VERORDENINGEN. (Voor de EER relevante tekst) L 125/10 VERORDENINGEN VERORDENING (EU) 2015/786 VAN DE COMMISSIE van 19 mei 2015 tot vaststelling van criteria voor de aanvaardbaarheid van zuiveringsprocedés die worden toegepast op producten die bedoeld

Nadere informatie

A D V I E S Nr. 1.386 ------------------------------ Zitting van dinsdag 29 januari 2002 --------------------------------------------

A D V I E S Nr. 1.386 ------------------------------ Zitting van dinsdag 29 januari 2002 -------------------------------------------- A D V I E S Nr. 1.386 ------------------------------ Zitting van dinsdag 29 januari 2002 -------------------------------------------- Ontwerp van koninklijk besluit tot wijziging van de artikelen 7, 3

Nadere informatie

Raad van de Europese Unie Brussel, 8 juli 2014 (OR. en)

Raad van de Europese Unie Brussel, 8 juli 2014 (OR. en) Raad van de Europese Unie Brussel, 8 juli 2014 (OR. en) Interinstitutioneel dossier: 2014/0161 (E) 11292/14 WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN Betreft: ACP 110 WTO 197 COLAC 39 RELEX 539 BESLUIT

Nadere informatie

Samenvatting Europees Recht

Samenvatting Europees Recht Samenvatting Europees Recht Week 1 Export en Europees recht Leerdoelen H4 (Nadruk of EU verdrag en EU werkingsverdrag) - De juridische vormen van export beschrijven - De basisstructuur van de Europese

Nadere informatie

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN Brussel, 29.4.2003 COM(2003) 219 definitief 2003/0084 (COD) Voorstel voor een RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot wijziging van Richtlijn 2002/96/EG

Nadere informatie

Richtsnoeren voor de behandeling van klachten door verzekeringstussenpersonen

Richtsnoeren voor de behandeling van klachten door verzekeringstussenpersonen EIOPA(BoS(13/164 NL Richtsnoeren voor de behandeling van klachten door verzekeringstussenpersonen EIOPA WesthafenTower Westhafenplatz 1 60327 Frankfurt Germany Phone: +49 69 951119(20 Fax: +49 69 951119(19

Nadere informatie

Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling Sociale Zekerheid

Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling Sociale Zekerheid Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling Sociale Zekerheid SCSZ/11/099 BERAADSLAGING NR 11/058 VAN 6 SEPTEMBER 2011 MET BETREKKING TOT DE ONDERLINGE UITWISSELING VAN IDENTIFICATIEPERSOONSGEGEVENS

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 26/05/2014

Datum van inontvangstneming : 26/05/2014 Datum van inontvangstneming : 26/05/2014 Vertaling C-189/14-1 Zaak C-189/14 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 16 april 2014 Verwijzende rechter: Eparchiako Dikastirio Lefkosias

Nadere informatie

INLEIDEND HOOFDSTUK. Artikel 1. Aanvullende karakter

INLEIDEND HOOFDSTUK. Artikel 1. Aanvullende karakter L 179/72 VERORDENING (EU) Nr. 673/2014 VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK van 2 juni 2014 betreffende de oprichting van een bemiddelingspanel en zijn reglement van orde (ECB/2014/26) DE RAAD VAN BESTUUR VAN

Nadere informatie

Cover Page. The handle http://hdl.handle.net/1887/20488 holds various files of this Leiden University dissertation.

Cover Page. The handle http://hdl.handle.net/1887/20488 holds various files of this Leiden University dissertation. Cover Page The handle http://hdl.handle.net/1887/20488 holds various files of this Leiden University dissertation. Author: Haar, Beryl Philine ter Title: Open method of coordination. An analysis of its

Nadere informatie

HET SCHENGEN-ACQUIS EN DE INTEGRATIE ERVAN IN DE UNIE

HET SCHENGEN-ACQUIS EN DE INTEGRATIE ERVAN IN DE UNIE [EUROPA] SCADPlus BELANGRIJKE JURIDISCHE KENNISGEVING - Op de informatie op deze site is een verklaring van afwijzing van aansprakelijkheid en een verklaring inzake het auteursrecht van toepassing. HET

Nadere informatie

De werknemer opnieuw centraal in de toekomstige strategische richtsnoeren op vlak van vrijheid, veiligheid en recht

De werknemer opnieuw centraal in de toekomstige strategische richtsnoeren op vlak van vrijheid, veiligheid en recht Resolutie Van de Europese Confederatie van Onafhankelijke vakbonden (CESI) De werknemer opnieuw centraal in de toekomstige strategische richtsnoeren op vlak van vrijheid, veiligheid en recht Voor een betere

Nadere informatie

EUROPESE U IE HET EUROPEES PARLEME T

EUROPESE U IE HET EUROPEES PARLEME T EUROPESE U IE HET EUROPEES PARLEME T DE RAAD Brussel, 4 februari 2009 (OR. en) 2008/0026 (COD) PE-CO S 3706/08 STATIS 156 CODEC 1456 WETGEVI GSBESLUITE E A DERE I STRUME TE Betreft: VERORDENING VAN HET

Nadere informatie

Nieuwe initiatieven om octrooirechtspraak te Europeaniseren

Nieuwe initiatieven om octrooirechtspraak te Europeaniseren Nieuwe initiatieven om octrooirechtspraak te Europeaniseren European Patent Litigation Agreement (EPLA) Verordening inzake het Gemeenschapsoctrooi Huidige situatie Octrooien zijn beschermingstitels met

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2000 2001 22 112 Ontwerprichtlijnen Europese Commissie Nr. 188 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN BUITENLANDSE ZAKEN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer

Nadere informatie

EUROPEES PARLEMENT. Commissie begrotingscontrole

EUROPEES PARLEMENT. Commissie begrotingscontrole EUROPEES PARLEMENT 1999 Commissie begrotingscontrole 2004 29 juni 2001 PE 305.601/6-20 AMENDEMENTEN 6-20 ONTWERPADVIES - Theato aan de Commissie constitutionele zaken (PE 305.601) ALGEMENE HERZIENING VAN

Nadere informatie