Langetermijnvisie voor het Vlaamse zeehavenbeleid

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Langetermijnvisie voor het Vlaamse zeehavenbeleid"

Transcriptie

1 Langetermijnvisie voor het Vlaamse zeehavenbeleid Kennisgeving voor de planmilieueffectrapportage Augustus 2004 RA

2 Opdrachtgever document versie auteur(s) paraaf Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap Afdeling Vlaamse Nautische Autoriteit 4, na opmerkingen plangroep en Cel MER Johan Lammerant, Marc Van Dyck pagina s datum 1 augustus 2004 screener paraaf datum 1 augustus 2004 Projectteam LTV Vlaamse zeehavens Wilrijkstraat Antwerpen België Tel Fax

3 Inhoud Inhoud i VOORWOORD DEEL I: ALGEMENE INLICHTINGEN Beknopte omschrijving beleidsvisie Aanleiding voor de ontwikkeling van een beleidsvisie Doel en missie voor de beleidsvisie Uitwerking van de beleidsvisie en parallel lopende planmilieueffectrapportage Instrument plan-mer Toetsing m.e.r.-plicht Relevantie en toets aan plan-mer plicht Structuur en inhoud Procedure Gegevens initiatiefnemer Team van deskundigen Verdere besluitvormingsproces DEEL II: VERANTWOORDING PLAN, RUIMTELIJKE SITUERING, JURIDISCHE EN BELEIDSMATIGE RANDVOORWAARDEN EN GEÏNTEGREERD ONTWIKKELINGSSCENARIO Verantwoording beleidsvisie Ruimtelijke situering Juridische en beleidsmatige randvoorwaarden DEEL III: BESCHRIJVING VAN HET PLAN Voorwerp van de lange Termijn Visie Vlaams zeehavenbeleid Opbouw van de Lange Termijn Visie Beleidsthema s en -strategieën Vlaams zeehavenbeleid Beleidsthema 1: organisatie van het overheidsbeleid Beleidsthema 2: synergie met logistiek Beleidsthema 3: milieuvriendelijker goederenvervoer en - verwerking Beleidsthema 4: inschakeling in kenniseconomie...25 i

4 4 DEEL IV: ADMINISTRATIEVE VOORGESCHIEDENIS DEEL V: BESCHRIJVING OVERWOGEN ALTERNATIEVEN Alternatieven op het niveau van de beleidsvisie Alternatieve beleidsstrategieën DEEL VI: RELEVANTE INFORMATIE UIT BESTAANDE ONDERZOEKEN DEEL VII: BEKNOPTE BESCHRIJVING REFERENTIESITUATIE DEEL VIII: INGREEP-EFFECTANALYSE Beleidsthema 1: Organisatie van het overheidsbeleid Beleidsthema 2: Synergie met logistieke activiteiten Beleidsthema 3: Milieuduurzaamheid Beleidsthema 4: Inschakeling in kenniseconomie DEEL IX: METHODOLOGIE BESCHRIJVING REFERENTIESITUATIE EN EFFECTVOORSPELLING EN BEOORDELING Inleiding Hoofdpunten van de methodologische aanpak per onderzoeksdiscipline DEEL X: INTERDISCIPLINAIRE GEGEVENSOVERDRACHT DEEL XI: REEDS GEKENDE ONZEKERHEDEN DEEL XII: GRENSOVERSCHRIJDENDE EFFECTEN DEEL XIII: VOORSTEL INHOUDSTAFEL PLAN-MER VERKLARENDE WOORDENLIJST...53 ii

5 VOORWOORD Het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap heeft een opdracht uitgeschreven om een Langetermijnvisie voor het Vlaamse zeehavenbeleid op te stellen. De doelstelling van het Langetermijnvisieproject is de uitwerking van een visie voor het Vlaams gewestelijk zeehavenbeleid. In deze visie worden de doelen van het gewestelijk zeehavenbeleid, de strategieën om deze doelen na te streven en de beleidsinstrumenten die nodig zijn om deze strategieën uit te voeren, vastgelegd. De visie zal dienen als een langetermijnkader voor de ontwikkeling van concrete, kortlopende zeehavengerelateerde beleidsplannen in de verschillende regeringsperioden en parlementaire werkingsjaren. De uitvoering van deze opdracht wordt gecoördineerd door de Afdeling Vlaamse Nautische Autoriteit. Ze wordt van nabij opgevolgd door de Secretaris-Generaal van het Departement van Leefmilieu en Infrastructuur, daarin bijgestaan door een stuurgroep. De opdracht wordt uitgevoerd door een consortium bestaande uit Resource Analysis, McKinsey&Company, WES, CIBE, Technum, prof. dr. Theo Notteboom en prof. dr. Jan Berghmans. Een onderdeel van de opdracht bestaat uit het uitvoeren van een plan-mer. Op grond van het decreet van 18 december 2002 tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage zijn plannen of programma s die aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben onderworpen aan de verplichting tot het opstellen van een plan-mer. Een plan-mer moet opgesteld worden voor beleidsplannen die aanleiding kunnen geven tot aanzienlijke milieueffecten. De kennisgeving voor het plan-mer is het startdocument in de plan-mer-procedure, waarin verduidelijkt wordt wat het voorwerp is van het proces van de plan-milieueffectrapportage en wat de reikwijdte is van het geplande milieuonderzoek. Deze kennisgeving loopt parallel met de uitwerking van de beleidsvisie op hoofdlijnen. Tijdens de uitvoering van het plan-mer-onderzoek worden de beleidsacties van de beleidsvisie op hoofdlijnen verder uitgewerkt en de uitkomst van de milieutoets in de plan-m.e.r. geeft input voor het afrondingsproces van de uitgewerkte beleidsvisie. Met de milieutoets van deze planmilieueffectrapportage kunnen mogelijk op basis van milieugevolgen van het beleidsvoornemen nog bijsturingen gebeuren. In deze kennisgeving wordt nader ingegaan op: - het voorwerp van onderzoek nl. de te beschouwen beleidsstrategieën uit de Langetermijnvisie Vlaams zeehavenbeleid - de reikwijdte van het onderzoek - de aanpak van het onderzoek - de praktische procedurele stappen - het onderzoeksteam 1

6 1 DEEL I: ALGEMENE INLICHTINGEN 1.1 Beknopte omschrijving beleidsvisie Aanleiding voor de ontwikkeling van een beleidsvisie In de jongste jaren is het omgevingskader van het Vlaamse havenbeleid sterk veranderd, onder meer door Europese regelgeving, maatschappelijke trends en economische en logistieke ontwikkelingen. Enkele voorbeelden illustreren dit. Het Europese beleid stuurt aan op een verzelfstandiging van de havenbedrijven, waarbij de mogelijkheden voor publieke tussenkomst in de financiering en voorziening van haveninfrastructuur en havendiensten beperkt worden. Het groeiend welvaartsniveau in onze samenleving heeft geleid tot een stijgende aandacht voor niet-economische waarden, zoals leefmilieu, natuur en leefkwaliteit. Een beleid uitsluitend gericht op economische belangen sluit niet meer aan bij de maatschappelijke doelstellingen. Het maatschappelijk draagvlak voor de Vlaamse zeehavens is in de laatste decennia afgebrokkeld, waardoor ook het havenbeleid in de verdrukking dreigt te komen. Op praktisch vlak uit zich dit in het feit dat de besluitvorming rond en de realisatie van nieuwe havengerelateerde projecten (maritieme toegang, hinterlandontsluiting, ) steeds moeilijker worden en langer duren. De toenemende integratie van de wereldeconomie, gevolgd door schaalvergroting en netwerkvorming in de logistieke organisatie, heeft de concurrentie tussen de zeehavens zowel verscherpt als veranderd van aard. Het concurrentievermogen van zeehavens wordt in groeiende mate mede bepaald door de sterkten van hun voor- en achterland. Als gevolg van deze ontwikkelingen dringt zich een actualisering en heroriëntering van het Vlaamse havenbeleid op, zowel inzake doelstellingen als instrumenten. Het doel van de oefening is om een havenbeleid te ontwikkelen dat een zo groot mogelijke effectiviteit bezit binnen de krijtlijnen van de Europese regelgeving, dat inspeelt op de economische en logistieke evoluties, en dat kan rekenen op een maatschappelijk en politiek draagvlak Doel en missie voor de beleidsvisie In de voorbereidings- en startfase van het Langetermijnvisieproject heeft een werkgroep in de Vlaamse administratie een missie voor het gewestelijk havenbeleid opgesteld. De missieverklaring vat op kernachtige wijze de strategische visie voor het Vlaams gewestelijk havenbeleid samen: Het Vlaams gewestelijk havenbeleid is: EEN GEÏNTEGREERD BELEID VAN DE VLAAMSE REGERING EN ADMINISTRATIE, IN PARTNERSCHAP MET DE BETROKKEN ACTOREN IN HET VLAAMSE HAVENLANDSCHAP, GERICHT OP DE MAXIMALISERING VAN DE MAATSCHAPPELIJKE MEERWAARDE VAN DE VLAAMSE ZEEHAVENS. 2

7 EEN GEÏNTEGREERD BELEID VAN DE VLAAMSE REGERING EN ADMINISTRATIE Het gewestelijk zeehavenbeleid is het beleid van de Vlaamse regering en de Vlaamse administratie met al haar geledingen. Het wordt gecoördineerd door de Vlaamse minister bevoegd voor havenaangelegenheden en diens administratie. Het gewestelijk zeehavenbeleid is een geïntegreerd beleid, waarbij alle beleidsdomeinen van de Vlaamse overheid die een impact op de zeehavens hebben, op elkaar afgestemd zijn en op gecoördineerde wijze de doelstellingen van het Vlaams havenbeleid nastreven. Dit geïntegreerde beleid omvat naast het havenbeleid in enge zin, dat door de administratie bevoegd voor havenaangelegenheden uitgevoerd wordt, ook relevante acties en regelgeving op het gebied van de andere beleidsdomeinen van de Vlaamse overheid: ruimtelijke ordening, milieu en veiligheid, mobiliteit, economisch beleid, arbeidsmarktbeleid, wetenschappelijk onderzoek, In de ene richting levert het zeehavenbeleid input aan de beleidsplannen in deze beleidsvelden. In omgekeerde richting draagt het zeehavenbeleid bij tot de doelstellingen van deze beleidsvelden. IN PARTNERSCHAP MET DE BETROKKEN ACTOREN IN HET VLAAMSE HAVENLANDSCHAP De resultaten van het havenbeleid worden niet alleen bepaald door het handelen van de Vlaamse overheid. Ze zijn het gevolg van de gezamenlijke acties van een groot aantal publieke en private actoren op diverse niveaus: de havenbedrijven van Antwerpen, Gent, Zeebrugge en Oostende, de havenondernemingen, de havenarbeiders, de lokale overheid, de federale overheid, de Europese overheid, Het gewestelijk havenbeleid is het meest doelmatig indien het ondersteunend en complementair is met de plannen en acties van deze actoren. Daarom wordt het gewestelijk havenbeleid in partnerschap met hen ontwikkeld en uitgevoerd. GERICHT OP DE MAXIMALISERING VAN DE MAATSCHAPPELIJKE MEERWAARDE VAN DE VLAAMSE ZEEHAVENS Het gewestelijk havenbeleid is gericht hetzij op directe wijze via eigen acties, hetzij op indirecte wijze via de facilitering van de acties van andere betrokken partijen op de maximalisering van de maatschappelijke meerwaarde van de Vlaamse zeehavens voor de inwoners van Vlaanderen, en, in ruimer perspectief, van Europa. De maatschappelijke meerwaarde van de Vlaamse zeehavens is multidimensioneel. Ze is samengesteld uit: economische meerwaarde: toegevoegde waarde in de havensector en in aanverwante bedrijfstakken (vervoer, logistieke dienstverlening, ); efficiënte verbindingen met buitenlandse afzetmarkten en leveranciers, wat leidt tot een versterking van het internationale concurrentievermogen van Vlaamse ondernemingen; bron van exportinkomsten via de uitvoer van logistieke diensten aan buitenlandse bedrijven in het hinterland; maatschappelijk terugverdieneffect; meerwaarde voor milieu en veiligheid: vermindering van emissies door het gebruik van zeetransport in plaats van landtransport; 3

8 bundeling en sturing van transportstromen naar milieuvriendelijkere modi (spoor en binnenvaart); zorgvuldig ruimtegebruik; integratie van natuurfuncties in havengebieden; sociale meerwaarde: bron van werkgelegenheid; verankering in lokale leefgemeenschappen; integratie van sociale en recreatieve functies in havengebieden; De gerichtheid op de meerwaarde voor de gehele maatschappij versterkt het maatschappelijk en politiek draagvlak voor de Vlaamse zeehavens en het Vlaamse zeehavenbeleid Uitwerking van de beleidsvisie en parallel lopende planmilieueffectrapportage Het intensieve overlegproces en de ruime onderzoeken naar omgevingsfactoren en beïnvloedende trends alsmede een grondige analyse van knelpunten en aandachtspunten voor de toekomst hebben geleid tot een beleidsvisie op hoofdlijnen. Reeds tijdens dit ontwikkelingsproces werden de milieugevolgen van beleidsmaatregelen mee in het achterhoofd gehouden. De beleidsvisie op hoofdlijnen werd uitgewerkt in verschillende stappen die in Deel III meer in detail worden beschreven. Er werd gewerkt vanuit omgevingsanalyses die uitgevoerd werden door diverse academici en vanuit literatuur om tot een definitie van doelstellingen voor het beleid en een theoretisch toekomstbeeld voor de Vlaamse havens te komen. De actoren werden bevraagd om een oplijsting van relevante aandachtspunten voor het beleid te bekomen. Vanuit deze twee inputs werden een aantal coherente beleidsstrategieën gedistilleerd die voorlopig werden vertaald in een aantal beleidsacties, die het voorwerp vormen van de milieutoets in dit plan-mer. De beleidsvisie op hoofdlijnen omvat dan ook het toekomstbeeld 2030 voor de Vlaamse havens, een analyse van aandachtpunten voor het beleid, en vier beleidsstrategieën die de kapstok vormen voor de beleidsacties. In Deel III wordt meer in detail beschreven wat de beleidsstrategieën inhouden en welke concretere beleidsacties aan deze strategieën werden gekoppeld. Het vervolgproces van het beleidsvoorbereidend onderzoek is gericht op de verdere uitwerking van de beleidsacties die bij de beleidsstrategieën horen. De vastgestelde milieugevolgen van de beleidsacties, zoals zij uit de planmilieueffectrapportage naar voren komen, kunnen nog helpen om de eindversie van de uitgewerkte beleidsvisie met de definitief uitgewerkte beleidsacties bij te sturen. In die zin is er dus nut in de gelijktijdigheid van de planmilieueffectrapportage met de verdere uitwerking van de beleidsvisie. Nadeel is evenwel dat niet alle details van de beleidsacties (het voorwerp van de planmilieueffectrapportage) op het moment van de kennisgeving gekend zijn. Omdat de processen gelijktijdig lopen en informatie met elkaar uitwisselen, kan verwacht worden dat de milieutoets in de plan-mer wel gebaseerd zal zijn op de volledige beleidsvisie en dat tevens er bijsturing gebeurt van de definitieve versie van de beleidsvisie op basis van eventueel relevant vastgestelde en ernstig negatieve milieugevolgen. 4

9 1.2 Instrument plan-mer Toetsing m.e.r.-plicht Op 18 december 2002 werd de Europese SEA-Richtlijn inzake strategische milieueffectrapportering 1 in Vlaamse regelgeving omgezet (B.S. 13/02/03). Op grond van dit decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage zijn plannen of programma s die aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben onderworpen aan de verplichting tot het opstellen van een plan-mer. Officieel ging de verplichting tot het opstellen van een plan- MER pas in op 21 juli 2004 maar de opdrachtgever oordeelde tot de uitvoering van een vrijwillig plan-mer. Het decreet geeft aan dat de beslissing tot uitvoering van een plan-mer dient te berusten op een aantal criteria. Deze zijn momenteel opgenomen in Bijlage 4a van het voorontwerp uitvoeringsbesluit (versie 12 maart 2004). Op heden moment van het opstellen van deze kennisgeving 2 - is de exploitatie van zeehavens op zich niet MER- en vergunningsplichtig. Beleid gericht op zeehavens heeft echter potentieel een aantal kenmerken die een verplichting tot een evaluatie van de milieueffecten tot gevolg kan hebben. In onderstaande tabel wordt nagegaan of de langetermijnvisie aan één of meer van deze criteria voldoet en dus plan-merplichtig is. Tabel 1: Criteria volgens het voorontwerp uitvoeringsbesluit (versie 12 maart 2004) bij het Decreet MER/VR van 18 december 2002 en de relevantie voor het plan- MER LTV Vlaams havenbeleid Criterium: kenmerken van de plannen of programma s Kader voor projecten en andere activiteiten met betrekking tot ligging, aard, omvang en gebruiksvoorwaarden alsmede toewijzing van natuurlijke hulpbronnen Mate waarin het plan andere plannen of programma s beïnvloedt Integratie van milieu-overwegingen en Relevantie en toets aan plan-mer plicht Beleidsacties met betrekking tot ruimtegebruik, ruimtelijke organisatie en clustering van milieuhinderlijke activiteiten, hebben invloed op deze aspecten Het betreft een kaderplan dat instrumentarium bevat dat moet doorwerken naar andere beleidsterreinen (horizontale invloed) en dat bepalend is voor het toekomstig zeehavenbeleid, dus ook voor strategische plannen van zeehavens (verticale invloed) Opgenomen in de beleidsvisie 1 2 Richtlijn 2001/42/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 juni 2001 betreffende de beoordeling van de gevolgen voor het milieu van bepaalde plannen en programma s, PB L juli 2001 Of exploitatie van zeehavens aan een vergunningsplicht moet onderworpen worden, is momenteel een discussiepunt. Tegelijkertijd is het daarmee niet volledig duidelijk of de exploitatie van bestaande havenactiviteiten ook onder MER-plicht zou moeten vallen en niet enkel de MER- en vergunningsplichtige activiteiten die in een haven (eventueel door private actoren) worden ontwikkeld. Op het moment van het opstellen van deze kennisgeving is deze discussie op Vlaams niveau nog aan de gang. 5

10 Criterium: kenmerken van de plannen of programma s duurzame ontwikkeling Relevante milieuproblemen Toepassing EU-milieuwetgeving Criterium: kenmerken van effecten en beïnvloede gebieden Waarschijnlijkheid, duur, frequentie, omkeerbaarheid Relevantie en toets aan plan-mer plicht Onder meer mobiliteit Vogel- en Habitatrichtlijn, Kaderrichtlijn Water Relevantie en toets aan plan-mer plicht Lange duurtijd; vermits beleidsvisie niet snel omkeerbaar; Cumulatieve aard Mogelijks Grensoverschrijdende aard Neen (Veiligheids)Risico s voor mens en risico s voor het milieu Scenario van clustering industriële activiteiten of spreiding Omvang en ruimtelijk bereik van effecten Waarde en kwetsbaarheid van gebieden Zeer ruim bereik (minimum Vlaanderen); belangrijke mogelijke impact op versnippering, barrière-effect, relaties tussen functionele systemen (bereikbaarheid, toegankelijkheid, ), mobiliteitssystemen en transportmodi Mogelijks Beschermde gebieden Aanbevelingen inzake omgaan met beleid inzake beschermde gebieden Uit deze tabel blijkt duidelijk dat de Langetermijnvisie op tal van criteria voldoet om te worden onderworpen aan de verplichting tot het uitvoeren van een Plan-MER. Hierna wordt een verdere toelichting gegeven omtrent de vereiste structuur, inhoud en procedure van een plan-mer. 6

11 1.2.3 Structuur en inhoud Conform het decreet 3 volgt het plan-mer volgende structuur: Algemeen deel a) Een beschrijving van de doelstellingen en krachtlijnen van het voorgenomen plan en van het verband met andere, relevante plannen en programma s b) Een overzicht van de motieven voor het voorgenomen plan c) Een schets van de beschikbare alternatieven voor het voorgenomen plan of onderdelen ervan; onder meer inzake doelstellingen, locaties en wijze van uitvoering of inzake de bescherming van het milieu; d) Een vergelijking tussen het voorgenomen plan en de beschikbare alternatieven die redelijkerwijze kunnen onderzocht worden, alsmede de motivatie voor de selectie van de te onderzoeken alternatieven; e) Een verwijzing naar de wettelijke, decretale en reglementaire voorschriften die vanuit het oogpunt van milieubeleid relevant zijn bij de uitvoering van het voorgenomen plan of voor de onderzochte alternatieven, en een onderzoek naar de mate waarin het voorgenomen plan of de alternatieven ermee verenigbaar zijn, alsmede de op internationaal, communautair, nationaal of gewestelijk niveau vastgestelde doelstellingen ter bescherming van het milieu, die relevant zijn voor het plan, alsook de wijze waarop met deze doelstellingen en andere milieuoverwegingen rekening is gehouden bij de voorbereiding van het plan; f) Een beschrijving van de bestaande toestand van het milieu (met inbegrip van de milieukenmerken van gebieden waarvoor de gevolgen aanzienlijk kunnen zijn en van alle bestaande milieuproblemen), voor zover de tenuitvoerlegging van het voorgenomen plan of van één van de onderzochte alternatieven daarvoor gevolgen kan hebben, en een beschrijving van de te verwachten ontwikkeling van het milieu indien noch het voorgenomen plan, noch één van de alternatieven wordt uitgevoerd Deel milieueffecten a) Een beschrijving van de methodieken die werden gebruikt voor de bepaling en beoordeling van de milieueffecten b) Een beschrijving en onderbouwde beoordeling van de mogelijk aanzienlijke milieueffecten van het voorgenomen plan of programma en van de onderzochte alternatieven op, in voorkomend geval, de gezondheid en veiligheid van de mens, de ruimtelijke ontwikkeling, de biodiversiteit, de fauna en flora, de energie- en grondstoffenvoorraden, de bodem, het water, de atmosfeer, de klimatologische 3 Decreet van 18 december 2002 tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage 7

12 factoren, het geluid, het licht, de stoffelijke goederen, het cultureel erfgoed met inbegrip van het architectonisch en archeologisch erfgoed, het landschap, de mobiliteit, en de samenhang tussen de genoemde factoren; tabel 2 geeft aan op welke wijze deze beleidsdomeinen worden ondervangen in het Plan-MER inzake de Langetermijnvisie voor het Vlaams Zeehavenbeleid. 8

13 Tabel 2: Vertaling van te behandelen beleidsdomeinen in het Plan-MER Beleidsdomeinen Gezondheid en veiligheid van de mens Ruimtelijke ontwikkeling Biodiversiteit, fauna en flora Energievoorraden Grondstoffenvoorraden Bodem Water Atmosfeer Klimatologische factoren Geluid Licht Stoffelijke goederen, cultureel erfgoed, landschap Mobiliteit Relevantie en behandeling in Plan-MER behandeling van hinderaspecten (geluid, stof, licht, verkeer, beleving) en veiligheidsaspecten in de discipline Mens Ruimtelijke aspecten, op basis van input van disciplines Geluid, Lucht, Mobiliteit en bijdrage inzake Veiligheid Via discipline Mens Ruimtelijke aspecten Via discipline Fauna en Flora Via discipline Lucht Weinig relevant (vermits de LTV geen elementen bevat met consequenties op vlak van ontginning van grondstoffenvoorraden) Weinig relevant Weinig relevant (tenzij de link vanuit Mobiliteit waar de waterweg als transportmodus in beeld komt, maar dit komt dus reeds in die discipline aan bod) Via discipline Lucht Via discipline Lucht (onder meer impact van Kyoto- Protocol) Via discipline Geluid Weinig relevant Via discipline Landschap Via discipline Mens - Mobiliteit c) Een beschrijving en evaluatie van de mogelijke maatregelen om de aanzienlijke negatieve milieueffecten van het voorgenomen plan of programma op een samenhangende wijze te vermijden, te beperken, te verhelpen of te compenseren; d) Een beschrijving van de voorzieningen die redelijkerwijze kunnen worden getroffen voor een behoorlijke monitoring en evaluatie van de effecten van het voorgenomen plan of programma; e) Een globale evaluatie van het voorgenomen plan en programma en de onderzochte alternatieven. 9

14 Deel: moeilijkheden, technische leemten of ontbrekende kennis en de gevolgen daarvan voor de wetenschappelijkheid van het rapport Hier wordt aangegeven welke beperkingen de kennis over de materie in de beleidsvisie en de kennis over de milieugevolgen van beleidsingrepen inhouden Niet-technische samenvatting Dit deel tracht op een gepopulariseerde manier de milieugevolgen beknopt te beschrijven Overige informatie Het decreet stelt tevens dat het plan-mer bovenvermelde informatie slechts moet bevatten: a) Voor zover ze relevant is voor het stadium van het planningsproces waarin de milieueffectrapportage wordt uitgevoerd en voor zover ze relevant is in het licht van de inhoud en het detailniveau van het voorgenomen plan of programma; b) Voor zover de bestaande kennis en de bestaande effectanalyse- en beoordelingsmethodes redelijkerwijze toelaten om deze informatie te verzamelen en te verwerken; c) Voorzover de uitvoerigheid van het voorgenomen plan of programma dit redelijkerwijze toelaat Procedure Hierna wordt de procedure aangegeven volgens het nieuwe MER-decreet en wordt tegelijk voorgesteld hoe we deze procedure kunnen afstemmen met het proces van de opmaak van de Langetermijnvisie. 1. opstellen en indienen kennisgevingsnota; de kennisgevingsnota wordt opgemaakt op basis van de Langetermijnvisie op hoofdlijnen. 2. volledigverklaring door Cel MER en betekening van besluit binnen 20 dagen; 3. bekendmaking en terinzagelegging door Cel MER binnen 10 dagen (ook betreffende gemeenten worden geïnformeerd); Als inspraakprocedure op de kennisgeving van de plan-mer procedure wordt een ruime klankbordgroep met vertegenwoordiging van maatschappelijke belangengroepen voorzien. Het formele inspraaktraject zal worden georganiseerd met de leden van deze klankbordgroep, die desgevallend ook nog hun achterban kunnen raadplegen. Deze klankbordgroep omvat: o Koepels van milieu- en natuurorganisaties o Koepels van landbouworganisaties o Koepels van sociale partners werkgevers en werknemers o Koepels van recreatieorganisaties 10

15 o Andere Vlaamse administraties o Koepels van lagere overheden 4. opmerkingen binnen 30 dagen na terinzagelegging (informeel organiseert Cel MER een startvergadering ); 5. Cel MER deelt binnen 70 dagen na volledigverklaring kennisgeving een beslissing mee inzake: Inhoud plan-mer en methodologie en Bijzondere richtlijnen; 6. opstellen en indienen van plan-mer (informeel organiseert de Cel MER een tussentijds overleg ter bespreking van een Ontwerp plan-mer); 7. Het ontwerp Plan-MER wordt gelijktijdig opgesteld met de opmaak van de definitieve Langetermijnvisie (uiterlijk december 2004). Slechts daarna wordt het plan-mer definitief voltooid (februari 2005). 8. mededeling goedkeuring door Cel MER uiterlijk binnen 60 dagen; 9. ter inzage legging. Na de goedkeuringsverkaring van de Cel MER kan het document als losstaand evaluatiedocument bij de beleidsvisie worden gevoegd voor definitieve besluitvorming rond de beleidsvisie. Op basis van de output van de plan-mer is het nog mogelijk dat er aanpassingen dienen te gebeuren in de omschrijving van de beleidsstrategieën. Onderstaand schema geeft de procedure overzichtelijk weer. Voorfase Middenfase Eindfase dagen Kennisgeving ingediend bij de administratie 20 dagen Volledigverklaring kennisgeving 10 dagen Ter inzagelegging en bekendmaking dagen Richtlijnen plan-mer / aanstelling opstellers plan-mer 10 dagen Mededeling beslissing Opmaak MER-rapport Onbepaalde duur Eindrapport ingediend bij de administratie 50 dagen Goed- of afkeuring 10 dagen Mededeling beslissing Openbaarheid 11

16 1.3 Gegevens initiatiefnemer De uitvoering van de opdracht tot opmaak van een Langetermijnvisie voor het Vlaamse Zeehavenbeleid wordt gecoördineerd door de Afdeling Vlaamse Nautische Autoriteit. Ze wordt van nabij opgevolgd door de Secretaris-Generaal van het Departement van Leefmilieu en Infrastructuur, daarin bijgestaan door een stuurgroep. 1.4 Team van deskundigen Coördinator: Johan Lammerant (WES) MER-deskundige Geluid: Nicole Van Doninck (Resource Analysis) MER-deskundige Lucht: Els Van Cleemput (Resource Analysis) MER-deskundige Bodem: Katelijne Verhaegen (Technum) MER-deskundige Water: Katelijne Verhaegen (Technum) MER-deskundige Fauna en Flora: Johan Lammerant (WES) MER-deskundige Monumenten en Landschappen: Rik Houthaeve (WES) MER-deskundige Mens Ruimtelijke aspecten: Rik Houthaeve (WES) MER-deskundige Mens Mobiliteit: Diederik Franco (WES) Advies in procedurele en inhoudelijke aanpak: Marc van Dyck (Resource Analysis) 1.5 Verdere besluitvormingsproces Momenteel bevindt de ontwikkeling van de beleidsvisie zich in een stadium waarbij de beleidsstrategieën zijn uitgeschreven en de bijhorende beleidsacties op algemene hoofdlijnen zijn omschreven. Het planmer proces dient een bijdrage te leveren om de uitwerking van de beleidsacties bij te sturen zodat maximaal de duurzaamheidsdoelstellingen worden bereikt. Daarom loopt de planm.e.r.-procedure parallel met de detailuitwerking van het plan. Op basis van het planmer zal indien nog relevant een bijsturing gebeuren van de beleidsvisie en zal een definitieve versie van de Langetermijnvisie Vlaamse zeehavens worden opgesteld. Er dient wel in het achterhoofd gehouden te worden dat de milieugevolgen niet in die mate sturend kunnen zijn dat zij de coherentie van de beleidsvisie teveel beperken. De beleidsvisie zal samen met de planmer verdere besluitvorming doorlopen bij de Vlaamse overheid. In de regeringsverklaring van 2004 zal reeds aangegeven zijn dat de Langetermijnvisie voor het Vlaamse zeehavenbeleid invulling geeft aan dit aspect van het Vlaams havendecreet. Bij goedkeuring van de Vlaamse regering zal de Lange termijn Visie kunnen gehanteerd worden als kapstok voor de uitwerking van een zeehavenbeleid in Vlaanderen voor de komende periode. 12

17 2 DEEL II: VERANTWOORDING PLAN, RUIMTELIJKE SITUERING, JURIDISCHE EN BELEIDSMATIGE RANDVOORWAARDEN EN GEÏNTEGREERD ONTWIKKELINGSSCENARIO 2.1 Verantwoording beleidsvisie De recente geschiedenis van de Vlaamse zeehavens getuigt van een economisch en sociaal succes. Tussen 1980 en 2003 steeg het overslagvolume in de Vlaamse zeehavens van 120 miljoen ton tot meer dan 200 miljoen ton. Hiermee groeiden de Vlaamse zeehavens beduidend sneller dan het gemiddelde van hun buitenlandse concurrenten, zodat hun marktaandeel in de Le Havre-Hamburgrange over deze periode van 18% tot 22% toenam. 4 Belangrijker dan het overslagvolume is echter de bijdrage van de Vlaamse zeehavens tot de werkgelegenheid en inkomens in Vlaanderen. De activiteiten in de Vlaamse zeehavengebieden vertegenwoordigen thans bijna rechtstreekse werkplaatsen, doorgaans relatief hoogwaardig en goed betaald, verdeeld over overslagbedrijven, havenindustrie en de publieke sector 5. Hierbij moeten nog de onrechtstreekse werkplaatsen geteld worden. Deze bevinden zich in toeleverende sectoren, maar bovenal in alle Vlaamse industriële en logistieke bedrijven die van de Vlaamse zeehavens gebruik maken en daaraan een concurrentieel voordeel ontlenen. Niettemin zijn er ook enkele minder gunstige ontwikkelingen die wijzen op mogelijke problemen met het concurrentievermogen van de Vlaamse zeehavens en, belangrijker, met de terugvloei naar Vlaanderen van de toegevoegde waarde van de Vlaamse zeehavens. De groei van het marktaandeel van de Vlaamse zeehavens vond plaats in de jaren Sindsdien is er een stagnatie opgetreden. De groei (zowel absoluut als in marktaandeel) komt thans vrijwel uitsluitend op rekening van het containervervoer. Het marktaandeel in bulkgoederen stagneert, terwijl er in het stukgoedverkeer in de laatste jaren een markant verlies wordt geregistreerd. De rechtstreekse toegevoegde waarde en werkgelegenheid in de havengebieden heeft de groei van het overslagvolume niet gevolgd. Beide bleven bovendien achter op de gemiddelde groei van de Vlaamse economie. Er zijn aanwijzingen dat het verlies aan toegevoegde waarde en werkgelegenheid binnen de havengebieden deels gecompenseerd wordt door een toename buiten de havengebieden omdat logistieke functies gedecentraliseerd worden. Productiviteitsstijgingen spelen echter ook een belangrijke rol, zowel in de havenindustrie (rationalisering van de productie) en in de goederenoverslag (toenemende containerisatie). Tenslotte is minstens een deel toe te schrijven aan de reeds vermelde verzwakking van de concurrentiepositie in het conventioneel stukgoedverkeer. Dit is belangrijk daar stukgoedbehandeling een hoge toegevoegde waarde voortbrengt. De toenemende integratie van de wereldeconomie, gevolgd door schaalvergroting en netwerkvorming in de logistieke organisatie, heeft de concurrentie tussen de zeehavens zowel verscherpt als veranderd van aard. De grote logistieke spelers beschikken over een grotere marktmacht ten opzichte van individuele havens. Het gewicht van hun eisen 4 5 De Le Havre-Hamburgrange is de verzamelnaam voor de grotere zeehavens gelegen tussen Le Havre en Hamburg. Deze havens bedienen het Noordwest-Europese hinterland, en worden doorgaans beschouwd als het relevante marktgebied van de Vlaamse zeehavens. Nationale Bank van België (2003a), (2003b), (2003c) en (2003d). 13

18 over maritieme toegankelijkheid, havendiensten en achterlandverbindingen neemt daardoor toe, en bijgevolg ook de kosten die moeten gemaakt worden om hun trafieken binnen te halen. Het groeiend welvaartsniveau in onze samenleving heeft geleid tot een stijgende aandacht voor niet-economische waarden, zoals leefmilieu, natuur en leefkwaliteit. Een beleid uitsluitend gericht op economische belangen sluit niet meer aan bij de maatschappelijke doelstellingen. Eén gevolg daarvan is dat het maatschappelijk draagvlak voor de Vlaamse zeehavens, en voor transport en industrie in het algemeen, in de laatste decennia afgebrokkeld is, waardoor ook het thans gevoerde havenbeleid in de verdrukking dreigt te komen. Op praktisch vlak uit zich dit in het feit dat de besluitvorming rond en de realisatie van nieuwe havengerelateerde projecten (maritieme toegang, haveninfrastructuur, hinterlandontsluiting, ) steeds moeilijker worden en langer duren. Bovenstaande vaststellingen vormden de aanleiding om na te gaan of een verbreding van het Vlaamse zeehavenbeleid oplossingen voor deze rijzende problemen kon bieden. De verbreding heeft twee aspecten: inhoudelijk en instrumenteel. De inhoudelijke verruiming speelt in op het besef dat de havens ingebed zijn in logistieke netwerken, en dat de toegevoegde waarde en werkgelegenheidseffecten van de Vlaamse zeehavens in toenemende mate buiten de havengebieden tot stand komen. Dit pleit voor een havenbeleid dat niet alleen kijkt naar de havenactiviteiten en haveninfrastructuur, maar ook naar de banden met logistieke en industriële activiteiten in de rest van de economie. Indien de noodzaak of wenselijkheid van een inhoudelijke verbreding van het zeehavenbeleid is aangetoond, moet bekeken worden hoe dergelijk beleid kan voorbereid en opgesteld worden. Historisch ligt het zwaartepunt van het centrale zeehavenbeleid bij de voorziening (financiering, aanleg en exploitatie) van infrastructuur (maritieme toegang, in haven, hinterlandverbindingen). Dat is niet enkel zo in Vlaanderen, maar ook in de buurlanden. 6 Een inhoudelijke verbreding van het zeehavenbeleid zal ook een instrumentele verbreding nodig maken. Dit betekent niet noodzakelijk dat alle instrumenten moeten vallen onder één enkele administratie. Afstemming met andere beleidsvelden is ook een mogelijk instrument. De historische grote rol van het centrale havenbeleid in de infrastructuurvoorziening is overigens reeds afgenomen ten gevolge van Europese wetgeving, en zal in de toekomst verder inkrimpen. De mogelijkheden voor de openbare financiering van commerciële haveninfrastructuur worden beperkt door de regels op staatssteun. Maar zelfs waar de centrale overheid de verantwoordelijkheid behoudt voor financiering en aanleg van infrastructuur, verliest ze een stuk vrijheid over de voorwaarden waaraan die infrastructuur mag gebouwd en aangeboden worden (bijvoorbeeld door richtlijnen over de tarifering van externe kosten in het transport, veiligheid en milieu- en natuurregelgeving). Ook dit vormt een reden om het Vlaamse zeehavenbeleid te actualiseren en te heroriënteren. Een deel van het wettelijk kader is voor dit beleid reeds gecreëerd door het Havendecreet van 2 maart 1999 en de uitvoeringsbesluiten ervan. Het doel van de oefening is om een havenbeleid te ontwikkelen dat geïntegreerd is met de overige Vlaamse beleidsdomeinen, dat een zo groot mogelijk effectiviteit bezit binnen de krijtlijnen van de Europese regelgeving, dat inspeelt op de economische en logistieke evoluties, en dat kan rekenen op een maatschappelijk en politiek draagvlak. 6 Adviesdienst Verkeer en Vervoer (2004). 14

19 2.2 Ruimtelijke situering De langetermijnvisie voor het Vlaamse zeehavenbeleid is een beleidsvisie en resulteert niet in een infrastructuurprogramma, dat ruimtelijk situeerbaar is. In grote lijnen kunnen we stellen dat minstens de regio Vlaanderen het toepassingsgebied vormt. 2.3 Juridische en beleidsmatige randvoorwaarden In de onderliggende nota Omgevingsanalyse beleidscontext (16 juni 2003) bij de beleidsvisie LTV Vlaamse zeehavens bevindt zich een volledige beschrijving van relevant beleid dat invloed heeft of betrekking heeft op het Vlaams havenbeleid. De interpretatie naar het Vlaams havenbeleid wordt ook daar toegelicht. Tabel 3 geeft een overzicht van het juridisch en beleidsmatig kader 7 dat relevant is in het kader van de milieueffectbeoordeling. Telkens wordt aangegeven onder welke discipline dit verder aan bod komt. Wanneer internationale of Europese regelgeving is omgezet of overgenomen in federale of Vlaamse regelgeving wordt enkel deze laatste vermeld. Zo bevat VLAREM talrijke kwaliteitsdoelstellingen, vaak met gespecificeerde deadlines, die werden opgelegd door Europese richtlijnen of internationale afspraken. Het juridisch en beleidsmatig kader wordt gegroepeerd in volgende categorieën: regelgeving en beleidsmatig kader inzake haven en transportbeleid regelgeving en beleidsmatig kader inzake economisch en werkgelegenheidsbeleid regelgeving en beleidsmatig kader inzake ruimtelijk beleid; regelgeving en beleidsmatig kader inzake natuurbeleid regelgeving en beleidsmatig kader inzake inzake milieuhygiëne; andere verdragen, plannen en overlegprocessen. Een meer uitvoerige bespreking van elk van deze juridische en/of beleidsmatige randvoorwaarden komt aan bod in de bespreking van de disciplines zelf, in het kader van het ontwerp Plan-MER en definitief Plan-MER. 7 Het betreft het Europese, federale en gewestelijke juridisch en beleidsmatig kader; op specifieke milieuregelgeving vervat in allerlei haveninterne regelgeving wordt in het kader van dit Plan-MER niet ingegaan. 15

20 Tabel 3: Relevante juridische en beleidsmatige randvoorwaarden Algemeen Mobiliteit Geluid en trillingen Lucht Bodem Water Fauna en flora Monumenten en landschappen Ruimtelijke aspecten Volksgezondheid en Veiligheid Haven- en transportbeleid Trans Europese Netwerken X X White Paper Transport (2001) X X Green paper Seaports (1997) X X Verordening dubbelwandige schepen X Ontwerp Mobiliteitsplan Vlaanderen X X Havendecreet X Economisch beleid Federaal Plan Duurzame Ontwikkeling (energiebeleid) X Ruimtelijk beleid Decreet Ruimtelijke Ordening X X Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen X X Strategisch Plan Ruimtelijke economie X Natuurbeleid Conventie van Ramsar X X 16

Vormen van milieueffectrapportage in Vlaanderen. Pascal Van Ghelue Geograaf Dienst Begeleiding Gebiedsgerichte Planprocessen

Vormen van milieueffectrapportage in Vlaanderen. Pascal Van Ghelue Geograaf Dienst Begeleiding Gebiedsgerichte Planprocessen Vormen van milieueffectrapportage in Vlaanderen Pascal Van Ghelue Geograaf Dienst Begeleiding Gebiedsgerichte Planprocessen Inhoud 1. Doel milieueffectrapportage 2. Regelgeving 3. Rapportagevormen (4)

Nadere informatie

E R K E N N I N G M E R - D E S K U N D I G E A A N V R A A G F O R M U L I E R

E R K E N N I N G M E R - D E S K U N D I G E A A N V R A A G F O R M U L I E R Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap Departement Leefmilieu en Infrastructuur Administratie Milieu-, Natuur-, Land- en Waterbeheer Afdeling Algemeen Milieu- en Natuurbeleid, Milieueffectrapportage Graaf

Nadere informatie

Een overzicht van de mer-procedure en bespreking van de terinzagelegging van de kennisgeving

Een overzicht van de mer-procedure en bespreking van de terinzagelegging van de kennisgeving WOORD VOORAF: Een overzicht van de mer-procedure en bespreking van de terinzagelegging van de kennisgeving De bedoeling van dit voorwoord is om een kort overzicht te geven van de mer-procedure. Tevens

Nadere informatie

Samenvatting van de ontwerpvisie. Seminarie. Hendrik Consciencegebouw Hadewijchzaal

Samenvatting van de ontwerpvisie. Seminarie. Hendrik Consciencegebouw Hadewijchzaal Samenvatting van de ontwerpvisie Seminarie Hendrik Consciencegebouw Hadewijchzaal 17 mei 2005 Inhoud Voorwoord... 3 1...Wat is het doel van de Langetermijnvisie?...5 2...Hoe zal de Langetermijnvisie in

Nadere informatie

PROVINCIE ANTWERPEN STAD HERENTALS GEMEENTE GROBBENDONK RUIMTELIJK UITVOERINGSPLAN HAZENPAD VERZOEK TOT RAADPLEGING BIJLAGE BUNDELING ADVIEZEN

PROVINCIE ANTWERPEN STAD HERENTALS GEMEENTE GROBBENDONK RUIMTELIJK UITVOERINGSPLAN HAZENPAD VERZOEK TOT RAADPLEGING BIJLAGE BUNDELING ADVIEZEN PROVINCIE ANTWERPEN STAD HERENTALS GEMEENTE GROBBENDONK RUIMTELIJK UITVOERINGSPLAN HAZENPAD VERZOEK TOT RAADPLEGING BIJLAGE BUNDELING ADVIEZEN bvba Advies Ruimtelijke Kwaliteit (bvba ARK) Augustijnenlaan

Nadere informatie

Langetermijnvisie Schelde-estuarium. Second opinion economisch onderzoek

Langetermijnvisie Schelde-estuarium. Second opinion economisch onderzoek Langetermijnvisie Schelde-estuarium oktober 2000 RA/00-434 Langetermijnvisie Schelde-estuarium oktober 2000 RA/00-434 Projectbureau LTV Postbus 2814 2601 CV Delft Tel. +31 15 2191566 Fax. +31 15 2124892

Nadere informatie

HOE REAGEREN OP DE KENNISGEVING VAN EEN PLAN- MILIEUEFFECTRAPPORT?

HOE REAGEREN OP DE KENNISGEVING VAN EEN PLAN- MILIEUEFFECTRAPPORT? HOE REAGEREN OP DE KENNISGEVING VAN EEN PLAN- MILIEUEFFECTRAPPORT? 1. Wat is een milieueffectrapport? Er wordt een bepaald project of plan opgevat in uw gemeente. De uitvoering daarvan zal mogelijk effecten

Nadere informatie

PERSMEDEDELING VAN DE VLAAMSE OVERHEID 7 november 2012 VLAAMSE REGERING KIEST VOOR BREED OVERLEG BIJ UITVOERING PLANNEN HAVEN VAN ANTWERPEN

PERSMEDEDELING VAN DE VLAAMSE OVERHEID 7 november 2012 VLAAMSE REGERING KIEST VOOR BREED OVERLEG BIJ UITVOERING PLANNEN HAVEN VAN ANTWERPEN PERSMEDEDELING VAN DE VLAAMSE OVERHEID 7 november 2012 VLAAMSE REGERING KIEST VOOR BREED OVERLEG BIJ UITVOERING PLANNEN HAVEN VAN ANTWERPEN Centraal Netwerk geïnstalleerd Vandaag werd in Antwerpen het

Nadere informatie

Adviescomité SEA. Is er al dan niet een strategische milieubeoordeling (SEA) vereist voor het ontwerp beleidsplannen mariene beschermde gebieden?

Adviescomité SEA. Is er al dan niet een strategische milieubeoordeling (SEA) vereist voor het ontwerp beleidsplannen mariene beschermde gebieden? Directoraat-generaal Leefmilieu EUROSTATION Blok II 2 e verdieping Victor Hortaplein 40, bus 10 B 1060 BRUSSEL www.environment.fgov.be Secretariaat van het Adviescomité SEA: Sabine WALLENS t: + 32 2 524

Nadere informatie

Toelichting bij de procedure voor de bouw van een 2 de kerncentrale te Borssele (Nederland)

Toelichting bij de procedure voor de bouw van een 2 de kerncentrale te Borssele (Nederland) 21 september 2009 Toelichting bij de procedure voor de bouw van een 2 de kerncentrale te Borssele (Nederland) Inleiding In een gezamenlijke brief van 17 september 2008 aan de Nederlandse Tweede Kamer hebben

Nadere informatie

- Decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid (afgekort DABM ) 3

- Decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid (afgekort DABM ) 3 1.1. WETGEVING 1.1.1. INLEIDING I Een overzicht geven van alle wetgeving in verband met milieu is haast onbegonnen werk. Hieronder wordt de belangrijkste milieuwetgeving per thema weergegeven. In voorkomend

Nadere informatie

voor de vaststelling van ruimtelijke uitvoeringsplannen, vermeld in artikel 3, de toepasselijke procedureregels van de Vlaamse Codex Ruimtelijke

voor de vaststelling van ruimtelijke uitvoeringsplannen, vermeld in artikel 3, de toepasselijke procedureregels van de Vlaamse Codex Ruimtelijke 25 APRIL 2014. - Decreet houdende het rechtsherstel van ruimtelijke uitvoeringsplannen waarvan de planmilieueffectrapportage werd opgesteld met toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 18

Nadere informatie

Vlaanderen. is samenwerking COMPLEXE PROJECTEN. Een nieuwe procesaanpak. www.complexeprojecten.be

Vlaanderen. is samenwerking COMPLEXE PROJECTEN. Een nieuwe procesaanpak. www.complexeprojecten.be Vlaanderen is samenwerking COMPLEXE PROJECTEN Een nieuwe procesaanpak www.complexeprojecten.be U heeft het als bestuur of als private initiatiefnemer wellicht reeds meegemaakt. De opstart en uitvoering

Nadere informatie

Wanneer is een plan of programma plan-m.e.r.- plichtig?

Wanneer is een plan of programma plan-m.e.r.- plichtig? Wanneer is een plan of programma plan-m.e.r.- plichtig? SCHEMA GEEN PLANMER GEEN PLAN-MER Fase 1: DEFINITIE? Neen Ja Fase 2: TOEPASSINGSGEBIED? Neen Ja Fase 3: VAN RECHTSWEGE? Neen Ja SCREENING PLAN-MER

Nadere informatie

uitvoeringsbesluiten onroerend erfgoed

uitvoeringsbesluiten onroerend erfgoed Briefadvies uitvoeringsbesluiten onroerend erfgoed Adviesvraag over het ontwerp van besluit betreffende de uitvoering van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 Datum van goedkeuring 20 februari

Nadere informatie

Procedurestappen MER-trajecten

Procedurestappen MER-trajecten Procedurestappen MER-trajecten 1. Procedurestappen besluitmer-traject p.2 2. Procedurestappen planmer-traject p.4 3. Procedurestappen combi plan- en besluitmer p.6 1. Procedurestappen BesluitMER-traject

Nadere informatie

Economie, innovatie en duurzaamheid zijn van

Economie, innovatie en duurzaamheid zijn van Inter-Steunpunten Transitieplatform Economie, innovatie en duurzaamheid zijn van belang in transport Hilde Meersman, Cathy Macharis, a Christa Sys, Eddy Van de Voorde, Thierry Vanelslander, Ann Verhetsel

Nadere informatie

BETREFFENDE HET STREEFBEELD ALS BELEIDSINSTRUMENT STUDIE MC/03/1201 JULI 2004

BETREFFENDE HET STREEFBEELD ALS BELEIDSINSTRUMENT STUDIE MC/03/1201 JULI 2004 ONDERZOEKSOPDRACHT BETREFFENDE HET STREEFBEELD ALS BELEIDSINSTRUMENT STUDIE MC/03/1201 SAMENVATTING EINDRAPPORT JULI 2004 OPDRACHTGEVER MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP DEPARTEMENT LEEFMILIEU EN INFRASTRUCTUUR

Nadere informatie

Staten-Generaal Opvang en Vrije tijd van schoolkinderen. Docentendag Pedagogie Jonge Kind 12 september 2014

Staten-Generaal Opvang en Vrije tijd van schoolkinderen. Docentendag Pedagogie Jonge Kind 12 september 2014 Staten-Generaal Opvang en Vrije tijd van schoolkinderen Docentendag Pedagogie Jonge Kind 12 september 2014 Doel en opzet Basisprincipes Voorbereidende werkgroepen Resultaat van de Staten-Generaal Vooraf

Nadere informatie

INTERGEMEENTELIJKE ONROERENDERFGOED- DIENSTEN (IOED S)

INTERGEMEENTELIJKE ONROERENDERFGOED- DIENSTEN (IOED S) INTERGEMEENTELIJKE ONROERENDERFGOED- DIENSTEN (IOED S) 8 september 2015 Vlaams Regeerakkoord 2014-2019 We betrekken zo veel als mogelijk de lokale besturen bij het erfgoedbeleid en bij de maatregelen die

Nadere informatie

pagina 1 van 6 Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de geografische indeling van watersystemen en de organisatie van het integraal waterbeleid in uitvoering van Titel I van het decreet van 18 juli

Nadere informatie

HANDLEIDING PARTICIPATIE IN HET M.E.R.-PROCES

HANDLEIDING PARTICIPATIE IN HET M.E.R.-PROCES HANDLEIDING PARTICIPATIE IN HET M.E.R.-PROCES Definitieve versie Opdrachtgever: LNE, afd. AMNE, dienst Mer COLOFON Opdracht: Handleiding participatie in het m.e.r.-proces Definitieve versie Opdrachtgever:

Nadere informatie

Wanneer is een plan of programma plan-m.e.r.- plichtig?

Wanneer is een plan of programma plan-m.e.r.- plichtig? Wanneer is een plan of programma plan-m.e.r.- plichtig? Art. 4.1.1, 1, 4 DABM 3 cumulatieve voorwaarden Opstellen en/of vaststellen voorgeschreven op grond van decretale of bestuursrechtelijke bepalingen

Nadere informatie

Beleidsplan Ruimte Vlaanderen Werkgroep Logistiek Netwerk. Partnerforum Gent 18 oktober 2016

Beleidsplan Ruimte Vlaanderen Werkgroep Logistiek Netwerk. Partnerforum Gent 18 oktober 2016 Beleidsplan Ruimte Vlaanderen Werkgroep Logistiek Netwerk Partnerforum Gent 18 oktober 2016 Ruimtebeslag in Vlaanderen 33% Prognose VITO: kan oplopen tot 50% in 2050 Ruimtebeslag = Ruimte ingenomen door

Nadere informatie

Vlaremtrein 2011 Muziekactiviteiten Overige wijzigingen

Vlaremtrein 2011 Muziekactiviteiten Overige wijzigingen Overzicht 1. Terugblik 2012 Vlaremtrein 2011 Muziekactiviteiten Overige wijzigingen 2. In de pijplijn Vlaremtrein 2012 Besluit diffuse emissies Vlaremtrein 2013 Omgevingsvergunning Permanente vergunning

Nadere informatie

Ontheffing tot het opstellen van een MER. Ontheffingsbeslissing. Project:

Ontheffing tot het opstellen van een MER. Ontheffingsbeslissing. Project: Vlaamse Overheid Departement Leefmilieu, Natuur en Energie Graaf de Ferrarisgebouw Koning Albert II-laan 20, bus 8 1000 BRUSSEL tel: 02/553.80.79 fax: 02/553.80.75 Ontheffing tot het opstellen van een

Nadere informatie

WORKSHOP Beleveren van winkels: laden en lossen met minder hinder

WORKSHOP Beleveren van winkels: laden en lossen met minder hinder WORKSHOP Beleveren van winkels: laden en lossen met minder hinder Leen Christiaens Kabinet minister-president Kris Peeters 14 mei 2009 Flanders Logistics: hoe de logistieke sector op een duurzame manier

Nadere informatie

Project plan-mer. Omvorming van de RO vak A3/E40 (Sint-Stevens-Woluwe) A1/E19 (Machelen) Advies van de Gewestelijke Ontwikkelingscommissie

Project plan-mer. Omvorming van de RO vak A3/E40 (Sint-Stevens-Woluwe) A1/E19 (Machelen) Advies van de Gewestelijke Ontwikkelingscommissie BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST DE GEWESTELIJKE ONTWIKKELINGSCOMMISSIE REGION DE BRUXELLES-CAPITALE LA COMMISSION REGIONALE DE DEVELOPPEMENT Project plan-mer Omvorming van de RO vak A3/E40 (Sint-Stevens-Woluwe)

Nadere informatie

Inhoudstafel. 1. Inleiding...1. 2. De Europese integratieparadox...11

Inhoudstafel. 1. Inleiding...1. 2. De Europese integratieparadox...11 Inhoudstafel 1. Inleiding.............................................................1 1.1. Probleemstelling........................................................1 1.2. Onderzoeksopzet.......................................................3

Nadere informatie

PROVINCIERAAD VAN ANTWERPEN

PROVINCIERAAD VAN ANTWERPEN PROVINCIERAAD VAN ANTWERPEN Vergadering van 24 september 2015 Verslag van de deputatie Bevoegd deputatielid: Luk Lemmens Telefoon: 03 240 52 65 Agenda nr. 2/1 Uitvoering RSPA : PRUP Marnixdreef Lier voorlopige

Nadere informatie

Bijlag. Marien Ruimtelijk Plan Bijlagen Bijlage 3

Bijlag. Marien Ruimtelijk Plan Bijlagen Bijlage 3 Bijlag 1 Inhoud 1. Inleiding... 3 2. ter realisatie van algemene doelstellingen... 3 3. ter realisatie van de milieudoelstellingen... 3 4. ter realisatie van de veiligheidsdoelstellingen... 4 5. ter realisatie

Nadere informatie

Kaderconventie van de Raad van Europa over de bijdrage van cultureel erfgoed aan de samenleving, opgemaakt in Faro op 27 oktober 2005

Kaderconventie van de Raad van Europa over de bijdrage van cultureel erfgoed aan de samenleving, opgemaakt in Faro op 27 oktober 2005 Sectorraad Kunsten en Erfgoed Kaderconventie van de Raad van Europa over de bijdrage van cultureel erfgoed aan de samenleving, opgemaakt in Faro op 27 oktober 2005 Advies 2010/2 (SARiV) Advies 243-05 (SARC)

Nadere informatie

Vlaamse overheid Departement Economie, Wetenschap en Innovatie Afdeling Strategie en Coördinatie Koning Albert II-laan 35, bus 10 1030 Brussel

Vlaamse overheid Departement Economie, Wetenschap en Innovatie Afdeling Strategie en Coördinatie Koning Albert II-laan 35, bus 10 1030 Brussel Evaluatie van beleid en beleidsinstrumenten Protocol tussen de entiteit 1 verantwoordelijk voor de (aansturing van de) evaluatie en (de instelling verantwoordelijk voor) het beleidsinstrument Vlaamse overheid

Nadere informatie

Brussel, 8 juli 2009 07082009_SERV-advies projecten VSDO. Advies. Projecten Vlaamse strategie duurzame ontwikkeling

Brussel, 8 juli 2009 07082009_SERV-advies projecten VSDO. Advies. Projecten Vlaamse strategie duurzame ontwikkeling Brussel, 8 juli 2009 07082009_SERV-advies projecten VSDO Advies Projecten Vlaamse strategie duurzame ontwikkeling 1. Inleiding Op 8 juni 2009 werd de SERV om advies gevraagd over de fiches ter invulling

Nadere informatie

MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN, VOLKSGEZONDHEID EN LEEFMILIEU

MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN, VOLKSGEZONDHEID EN LEEFMILIEU MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN, VOLKSGEZONDHEID EN LEEFMILIEU Europese Unie LIFE. - Communautair Financieel instrument voor het Leefmilieu Programma LIFE Natuur 1999 1. Context. In het kader van de verordening

Nadere informatie

leeswijzer bij de kenningsgevingsnota Plan-MER ontsluiting Haspengouw - E40

leeswijzer bij de kenningsgevingsnota Plan-MER ontsluiting Haspengouw - E40 leeswijzer bij de kenningsgevingsnota Plan-MER ontsluiting Haspengouw - E40 WelkoM Hallo, Deze leeswijzer begeleidt u doorheen de kennisgevingsnota van het milieueffectenrapport voor de ontsluiting Haspengouw

Nadere informatie

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN Brussel, 7.6.2006 COM(2006) 275 definitief Deel I MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN DE RAAD, HET EUROPEES PARLEMENT, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITE EN

Nadere informatie

De vragenlijst van de openbare raadpleging

De vragenlijst van de openbare raadpleging SAMENVATTING De vragenlijst van de openbare raadpleging Tussen april en juli 2015 heeft de Europese Commissie een openbare raadpleging gehouden over de vogel- en de habitatrichtlijn. Deze raadpleging maakte

Nadere informatie

planmer N74 04005746 Projectstudies (inc. MER, GRUP, RVR, ontwerp) ten behoeve van de realisatie van de Noordzuidverbinding te Houthalen-Helchteren

planmer N74 04005746 Projectstudies (inc. MER, GRUP, RVR, ontwerp) ten behoeve van de realisatie van de Noordzuidverbinding te Houthalen-Helchteren Deel 3:Algemene principes INHOUDSTAFEL DEEL 3 3 Algemene principes...1 3.1 Afstemming planuitwerking op het doel van het mer...1 3.2 Receptorgerichte effectgroepenbenadering...2 3.2.1 Receptoren...2 3.2.2

Nadere informatie

Extern standpunt. Workshop FOD Economie 22/5/13. Zakenrecht & zakelijke zekerheden 2011-12 1. Prof.Dr. R. Feltkamp

Extern standpunt. Workshop FOD Economie 22/5/13. Zakenrecht & zakelijke zekerheden 2011-12 1. Prof.Dr. R. Feltkamp Extern standpunt Workshop FOD Economie 22/5/13 Prof. Dr. K. Byttebier Hoogleraar VUB (Vz. PREC) Advocaat (Everest) Prof. Dr. R. Feltkamp Docent VUB (PREC-BuCo) Advocaat (MODO) Zakenrecht & zakelijke zekerheden

Nadere informatie

Informatie aan de Europese Commissie inzake plan/project in Natura 2000 vogelrichtlijngebieden (SBZ-V) en habitatrichtlijngebieden (SBZ-H)

Informatie aan de Europese Commissie inzake plan/project in Natura 2000 vogelrichtlijngebieden (SBZ-V) en habitatrichtlijngebieden (SBZ-H) Lidstaat: België - Vlaams gewest Datum: Informatie aan de Europese Commissie inzake plan/project in Natura 2000 vogelrichtlijngebieden (SBZ-V) en habitatrichtlijngebieden (SBZ-H) in navolging van artikel

Nadere informatie

Het museum: - beschikt over een kwaliteitslabel als museum - heeft tijdig een aanvraag ingediend voor Vlaamse indeling en subsidiëring

Het museum: - beschikt over een kwaliteitslabel als museum - heeft tijdig een aanvraag ingediend voor Vlaamse indeling en subsidiëring Museum voor Industriële Archeologie en Textiel (MIAT), Gent 1. Gemotiveerd advies van de beoordelingscommissie Collectiebeherende Cultureel-erfgoedorganisaties over indeling bij het Vlaamse niveau en toekenning

Nadere informatie

12-11-2014. Onroerenderfgoeddecreet. 13 november 2014 Vastgoedforum Onroerend Erfgoed. Inleiding

12-11-2014. Onroerenderfgoeddecreet. 13 november 2014 Vastgoedforum Onroerend Erfgoed. Inleiding Onroerenderfgoeddecreet 13 november 2014 Vastgoedforum Onroerend Erfgoed Inleiding 1 Onroerend erfgoed 3 Onroerenderfgoedzorg in partnerschap Regeerakkoord : samenwerking tussen overheidsdiensten wordt

Nadere informatie

Aanvraag van een planologisch attest

Aanvraag van een planologisch attest Bijlage I Model I Aanvraag van een planologisch attest AFDELINGSCODE- (Vul hier het adres in van de gedelegeerd planologisch ambtenaar) In te vullen door de behandelende afdeling ontvangstdatum Bezorg

Nadere informatie

Ontheffing tot het opstellen van een MER

Ontheffing tot het opstellen van een MER Vlaamse overheid Departement Leefmilieu, Natuur en Energie Afdeling Milieu-, Natuur- en Energiebeleid, Dienst Mer Koning Albert II-laan 20, bus 8 1000 BRUSSEL Tel: 02/553.80.79 fax: 02/553.80.75 Ontheffing

Nadere informatie

BBC EN PLANNING IN GEEL

BBC EN PLANNING IN GEEL BBC EN PLANNING IN GEEL Geel? GEEL? Geel? 38.000 inwoners Antwerpse Kempen Gezinsverpleging - Barmhartige Stede Uitgestrekt grondgebied: ca 11.000 ha Stedelijke kern versus landelijk buitengebied Aanwezigheid

Nadere informatie

Goederen- en personenvervoer met Ruimte Hilde Meersman, Evy Onghena, Christa Sys, Eddy Van de Voorde, Thierry Vanelslander, Ann Verhetsel

Goederen- en personenvervoer met Ruimte Hilde Meersman, Evy Onghena, Christa Sys, Eddy Van de Voorde, Thierry Vanelslander, Ann Verhetsel Goederen- en personenvervoer met Ruimte Hilde Meersman, Evy Onghena, Christa Sys, Eddy Van de Voorde, Thierry Vanelslander, Ann Verhetsel 12/6/2015 Steunpunt Goederen- en personenvervoer MOBILO 2 Steunpunt

Nadere informatie

Het Onroerenderfgoeddecreet: instanties en actoren, inventarisatie en bescherming Anne Mie Draye...1

Het Onroerenderfgoeddecreet: instanties en actoren, inventarisatie en bescherming Anne Mie Draye...1 Ten geleide...v Het Onroerenderfgoeddecreet: instanties en actoren, inventarisatie en bescherming Anne Mie Draye...1 I. Algemene inleiding...1 II. Instanties en actoren van het onroerend erfgoedbeleid...3

Nadere informatie

DIRECTE TOEGEVOEGDE WAARDE IN DE VLAAMSE HAVENS, HET LUIKSE HAVENCOMPLEX EN DE HAVEN VAN BRUSSEL

DIRECTE TOEGEVOEGDE WAARDE IN DE VLAAMSE HAVENS, HET LUIKSE HAVENCOMPLEX EN DE HAVEN VAN BRUSSEL 215-1-19 Het economische belang van de Belgische havens - flashraming 214 Om te voorzien in de behoefte aan snel beschikbare indicatoren over het verloop van de toegevoegde waarde en de werkgelegenheid

Nadere informatie

ONTWERP VAN DECREET. houdende wijziging van diverse bepalingen inzake financiën en begroting als gevolg van het bestuurlijk beleid

ONTWERP VAN DECREET. houdende wijziging van diverse bepalingen inzake financiën en begroting als gevolg van het bestuurlijk beleid Stuk 825 (2005-2006) Nr. 1 Zitting 2005-2006 28 april 2006 ONTWERP VAN DECREET houdende wijziging van diverse bepalingen inzake financiën en begroting als gevolg van het bestuurlijk beleid 1879 FIN Stuk

Nadere informatie

Kaderdecreet Onroerend Erfgoed: enkele aandachtspunten voor lokale besturen

Kaderdecreet Onroerend Erfgoed: enkele aandachtspunten voor lokale besturen Vereniging van Vlaamse Streekontwikkelingsintercommunales Paviljoenstraat 9 1030 Brussel T 0032 2 211 56 40 F 0032 2 211 56 00 info@vlinter.be www.vlinter.be Kaderdecreet Onroerend Erfgoed: enkele aandachtspunten

Nadere informatie

meldings- en vergunningsplicht

meldings- en vergunningsplicht meldings- en vergunningsplicht gemeentelijke stedenbouwkundige verordening de panne juni 2014 definitief ontwerp 2 Verwijderd: maart Inhoud Doel van deze verordening... - 3 - Leeswijzer... - 4 - DEEL I

Nadere informatie

Goedgekeurd op 11 februari 2011

Goedgekeurd op 11 februari 2011 GROEP GEGEVENSBESCHERMING ARTIKEL 29 00327/11/NL WP 180 Advies 9/2011 betreffende het herziene voorstel van de industrie voor een effectbeoordelingskader wat betreft de bescherming van de persoonlijke

Nadere informatie

Steunmaatregel N 118/2004 -België (Vlaanderen) Subsidies voor haalbaarheidsstudies met betrekking tot bouw- en milieuprojecten buiten de EU.

Steunmaatregel N 118/2004 -België (Vlaanderen) Subsidies voor haalbaarheidsstudies met betrekking tot bouw- en milieuprojecten buiten de EU. Europese Commissie Brussel, 30.06.2004 C (2004)2042 fin Betreft: Steunmaatregel N 118/2004 -België (Vlaanderen) Subsidies voor haalbaarheidsstudies met betrekking tot bouw- en milieuprojecten buiten de

Nadere informatie

TRACÉ EN PLANMER STUDIE TRAMLIJNEN VLAAMS BRABANT

TRACÉ EN PLANMER STUDIE TRAMLIJNEN VLAAMS BRABANT TRACÉ EN PLANMER STUDIE TRAMLIJNEN VLAAMS BRABANT STAND VAN ZAKEN 08.11.2012 Opzet van de studie TRECHTERINGSTUDIE KENNISGEVINGSNOTA ONDERZOEK RUIMTELIJKE INPASSING PLAN MER Afgelegd traject tot kennisgevingsnota

Nadere informatie

13395/2/01 REV 2 ADD 1 gys/hb/dm 1 DG I

13395/2/01 REV 2 ADD 1 gys/hb/dm 1 DG I RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 14 december 2001 (08.01) (OR. en) Interinstitutioneel dossier: 2000/0227 (COD) 13395/2/01 REV 2 ADD 1 ENV 528 CODEC 1098 Betreft: Gemeenschappelijk standpunt van de Raad

Nadere informatie

Advies. over het ontwerp van kaderdecreet Vlaamse ontwikkelingssamenwerking

Advies. over het ontwerp van kaderdecreet Vlaamse ontwikkelingssamenwerking Brussel, 5 juli 2006 050706_Advies_kaderdecreet_Vlaamse_ontwikkelingssamenwerking Advies over het ontwerp van kaderdecreet Vlaamse ontwikkelingssamenwerking 1. Inleiding Op 24 mei 2006 heeft Vlaams minister

Nadere informatie

AANBEVELING VAN DE COMMISSIE. van XXX. betreffende toegang tot een elementaire betaalrekening. (Voor de EER relevante tekst)

AANBEVELING VAN DE COMMISSIE. van XXX. betreffende toegang tot een elementaire betaalrekening. (Voor de EER relevante tekst) EUROPESE COMMISSIE Brussel, XXX C(2011) 4977 AANBEVELING VAN DE COMMISSIE van XXX betreffende toegang tot een elementaire betaalrekening (Voor de EER relevante tekst) {SEC(2011) 906} {SEC(2011) 907} NL

Nadere informatie

L 120/20 Publicatieblad van de Europese Unie 7.5.2008 AANBEVELINGEN COMMISSIE

L 120/20 Publicatieblad van de Europese Unie 7.5.2008 AANBEVELINGEN COMMISSIE L 120/20 Publicatieblad van de Europese Unie 7.5.2008 AANBEVELINGEN COMMISSIE AANBEVELING VAN DE COMMISSIE van 6 mei 2008 inzake de externe kwaliteitsborging voor wettelijke auditors en auditkantoren die

Nadere informatie

N HAND PRAK - Biociden A2 Brussel, 26 juli 2013 MH/AB/AS 709-2013 ADVIES. over

N HAND PRAK - Biociden A2 Brussel, 26 juli 2013 MH/AB/AS 709-2013 ADVIES. over N HAND PRAK - Biociden A2 Brussel, 26 juli 2013 MH/AB/AS 709-2013 ADVIES over EEN VOORONTWERP VAN KONINKLIJK BESLUIT BETREFFENDE HET OP DE MARKT AANBIEDEN EN HET GEBRUIKEN VAN BIOCIDEN (goedgekeurd door

Nadere informatie

De Antwerpse Haven Natuurlijker

De Antwerpse Haven Natuurlijker De Antwerpse Haven Natuurlijker Overzicht presentatie De Antwerpse Haven Natuurlijker Gebiedsgericht soortenbeschermingsprogramma Biodiversiteit en bedrijven: enkele voorbeelden uit de haven Toekomst De

Nadere informatie

Portefeuillehouder: M.A.P. Michels Behandelend ambtenaar J. van der Meer, 0595 447719 gemeente@winsum.nl (t.a.v. J. van der Meer)

Portefeuillehouder: M.A.P. Michels Behandelend ambtenaar J. van der Meer, 0595 447719 gemeente@winsum.nl (t.a.v. J. van der Meer) Vergadering: 11 december 2012 Agendanummer: 12 Status: Besluitvormend Portefeuillehouder: M.A.P. Michels Behandelend ambtenaar J. van der Meer, 0595 447719 E mail: gemeente@winsum.nl (t.a.v. J. van der

Nadere informatie

Algemeen verslag denkdag 15 juni 2015 de Kriekelaar Schaarbeek

Algemeen verslag denkdag 15 juni 2015 de Kriekelaar Schaarbeek Algemeen verslag denkdag 15 juni 2015 de Kriekelaar Schaarbeek 1 Inleiding 2 Op 15 juni 2015 verzamelden de leden van de advieswerkgroep Sociaal-Cultureel Werk en vertegenwoordigers van regionale koepelverenigingen

Nadere informatie

GEMEENSCHAPS- EN GEWESTREGERINGEN GOUVERNEMENTS DE COMMUNAUTE ET DE REGION GEMEINSCHAFTS- UND REGIONALREGIERUNGEN

GEMEENSCHAPS- EN GEWESTREGERINGEN GOUVERNEMENTS DE COMMUNAUTE ET DE REGION GEMEINSCHAFTS- UND REGIONALREGIERUNGEN 1025 GEMEENSCHAPS- EN GEWESTREGERINGEN GOUVERNEMENTS DE COMMUNAUTE ET DE REGION GEMEINSCHAFTS- UND REGIONALREGIERUNGEN VLAAMSE GEMEENSCHAP COMMUNAUTE FLAMANDE N. 2008 92 VLAAMSE OVERHEID [C 2007/37387]

Nadere informatie

De (herziene) Europese Overeenkomst inzake adoptie van kinderen

De (herziene) Europese Overeenkomst inzake adoptie van kinderen De (herziene) Europese Overeenkomst inzake adoptie van kinderen SARiV Advies 2013/19 SAR WGG Advies 11 juli 2013 Strategische Adviesraad internationaal Vlaanderen Boudewijnlaan 30 bus 81 1000 Brussel T.

Nadere informatie

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN Brussel, 29.11.2007 COM(2007) 761 definitief 2007/0266 (ACC) Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD over het standpunt van de Gemeenschap in het Gemengd Comité EG-Faeröer

Nadere informatie

Juli 2007 1 OVERZICHT REGELGEVING GEOGRAFISCH INFORMATIE SYSTEEM VLAANDEREN

Juli 2007 1 OVERZICHT REGELGEVING GEOGRAFISCH INFORMATIE SYSTEEM VLAANDEREN 1 OVERZICHT REGELGEVING GEOGRAFISCH INFORMATIE SYSTEEM VLAANDEREN I. GIS-DECREET Decreet van 17 juli 2000 houdende het Geografisch Informatie Systeem Vlaanderen (B.S., 2 september 2000 1, in werking 12

Nadere informatie

Programma van Eisen - Beheerplannen

Programma van Eisen - Beheerplannen Programma van Eisen - Beheerplannen Eisen voor de inhoud Inventarisatie 1. Het beheerplan geeft allereerst een beschrijving van de natuurwaarden in het Natura 2000-gebied (de actuele situatie en trends,

Nadere informatie

Organisatie van de hulp- en dienstverlening aan gedetineerden

Organisatie van de hulp- en dienstverlening aan gedetineerden Organisatie van de hulp- en dienstverlening aan gedetineerden De organisatie van de hulp- en dienstverlening aan gedetineerden wordt vandaag geregeld met het decreet van 8 maart 2013 betreffende de organisatie

Nadere informatie

RUP Oude Dokken Gent

RUP Oude Dokken Gent Vlaamse Overheid Departement Leefmilieu, Natuur en Energie Afdeling Milieu-, Natuur- en Energiebeleid Dienst Milieueffectrapportage Graaf de Ferrarisgebouw Koning Albert II-laan 20, bus 8, 1000 BRUSSEL

Nadere informatie

Bouwstenen om te komen tot een coherent en efficiënt adaptatieplan voor Vlaanderen

Bouwstenen om te komen tot een coherent en efficiënt adaptatieplan voor Vlaanderen 2. BOUWSTENEN VOOR EEN ADAPTATIEPLAN Deze bouwstenen zijn gericht op de uitwerking van een adaptatieplan vanuit een Vlaams beleidsdepartement of beleidsveld. Het globale proces kan eveneens door een ander

Nadere informatie

DOSSIER VOOR DE GEMEENTERAAD

DOSSIER VOOR DE GEMEENTERAAD DOSSIER VOOR DE GEMEENTERAAD Situering van het dossier Bevoegd lid college 5 schepen E. Gryson Dienst technische dienst Volgnummer dossier Onderwerp Stedenbouw en ruimtelijke ordening. Opdracht van diensten

Nadere informatie

Arbeid biedt een maatschappelijke meerwaarde ten opzichte van inactiviteit. 3

Arbeid biedt een maatschappelijke meerwaarde ten opzichte van inactiviteit. 3 17 SOCIALE ECONOMIE 18 Sociale economie Iedereen heeft recht op een job, ook de mensen die steeds weer door de mazen van het net vallen. De groep werkzoekenden die vaak om persoonlijke en/of maatschappelijke

Nadere informatie

Raadsvoorstel Start m.e.r.-procedure windpark Spinder

Raadsvoorstel Start m.e.r.-procedure windpark Spinder 150714-44-RUI-01 Raadsvoorstel start MER procedure Spinder_crdv 1 Raadsvoorstel Start m.e.r.-procedure windpark Spinder Aanleiding Stichting MOED heeft een verzoek om herziening van het bestemmingsplan

Nadere informatie

Samenvatting Flanders DC studie Internationalisatie van KMO s

Samenvatting Flanders DC studie Internationalisatie van KMO s Samenvatting Flanders DC studie Internationalisatie van KMO s In een globaliserende economie moeten regio s en ondernemingen internationaal concurreren. Internationalisatie draagt bij tot de economische

Nadere informatie

Richtlijn 98/59/EG van de Raad van 20 juli 1998 betreffende de aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake collectief ontslag

Richtlijn 98/59/EG van de Raad van 20 juli 1998 betreffende de aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake collectief ontslag Richtlijn 98/59/EG van de Raad van 20 juli 1998 betreffende de aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake collectief ontslag Publicatieblad Nr. L 225 van 12/08/1998 blz. 0016-0021 DE RAAD VAN

Nadere informatie

FRYSLÂN FOAR DE WYN. Plan van aanpak. Finale versie, 14 november 2013

FRYSLÂN FOAR DE WYN. Plan van aanpak. Finale versie, 14 november 2013 FRYSLÂN FOAR DE WYN Plan van aanpak Finale versie, 14 november 2013 Albert Koers, Comité Hou Friesland Mooi Hans van der Werf, Friese Milieu Federatie Johannes Houtsma, Platform Duurzaam Friesland FRYSLÂN

Nadere informatie

CONCURRENTIEKRACHT, ECONOMIE EN WELVAART Uitdagingen op het vlak van mobiliteit en logistiek

CONCURRENTIEKRACHT, ECONOMIE EN WELVAART Uitdagingen op het vlak van mobiliteit en logistiek 31 maart 2014 CONCURRENTIEKRACHT, ECONOMIE EN WELVAART Uitdagingen op het vlak van mobiliteit en logistiek Prof. Dr. Eddy Van de Voorde Prof. Dr. Thierry Vanelslander HET (BINNENVAART)KADER Binnenvaart

Nadere informatie

Adviesverlening vertraagt wetgevingsprocedure! Of toch niet? De advisering door de SERV in de voorbije legislatuur in cijfers

Adviesverlening vertraagt wetgevingsprocedure! Of toch niet? De advisering door de SERV in de voorbije legislatuur in cijfers Brussel, juni 2009 Adviesverlening vertraagt wetgevingsprocedure! Of toch niet? De advisering door de SERV in de voorbije legislatuur in cijfers Het begin van een nieuwe legislatuur is voor veel organisaties

Nadere informatie

Inleiding. Doelstelling

Inleiding. Doelstelling 25 Inleiding Marleen Van Steertegem, MIRA-team, VMM Myriam Dumortier, NARA, INBO Doelstelling De samenleving wordt complexer, en verandert steeds sneller. Het beleid kan zich niet uitsluitend baseren op

Nadere informatie

Startnotitie Digitaal Platform voor presentatie van het beste en mooiste van de Vlaams-Nederlandse culturele samenwerking

Startnotitie Digitaal Platform voor presentatie van het beste en mooiste van de Vlaams-Nederlandse culturele samenwerking Startnotitie Digitaal Platform voor presentatie van het beste en mooiste van de Vlaams-Nederlandse culturele samenwerking Commissie Cultureel Verdrag Vlaanderen - Nederland Brussel, april 2014 CVN heeft

Nadere informatie

VLAAMSE REGERING DE VLAAMSE REGERING,

VLAAMSE REGERING DE VLAAMSE REGERING, VLAAMSE REGERING Besluit van de Vlaamse regering houdende definitieve vaststelling van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan voor de afbakening van de gebieden van de natuurlijke en de agrarische

Nadere informatie

Leidraad Open Projectoproep Consolidatie kleine volumes containerbinnenvaart

Leidraad Open Projectoproep Consolidatie kleine volumes containerbinnenvaart Leidraad Open Projectoproep Consolidatie kleine volumes containerbinnenvaart 1. 1. INLEIDING In opvolging van het Totaalplan Concurrentiële Haven werd op 24 oktober 2011 door de Raad van Overleg besloten

Nadere informatie

Projectoproep Kankerplan Actie 24 : Wetenschappelijke analyse in de onco-geriatrie

Projectoproep Kankerplan Actie 24 : Wetenschappelijke analyse in de onco-geriatrie B Projectoproep Kankerplan Actie 24 : Wetenschappelijke analyse in de onco-geriatrie Inleiding Deze projectoproep kadert binnen de verderzetting van Actie 24 van het Kankerplan: Steun aan pilootprojecten

Nadere informatie

ONTWERP MOBILITEITSPLAN VLAANDEREN INFORMATIEF DEEL

ONTWERP MOBILITEITSPLAN VLAANDEREN INFORMATIEF DEEL ONTWERP MOBILITEITSPLAN VLAANDEREN INFORMATIEF DEEL INLEIDING Het informatief deel van het ontwerp Mobiliteitsplan Vlaanderen werd, conform het Besluit van de Vlaamse Regering van 10 september 2010 opgesteld

Nadere informatie

Overzicht gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening - GECORO

Overzicht gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening - GECORO Overzicht gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening - GECORO Door de invoering van het decreet ruimtelijke ordening moeten alle gemeenten een adviescommissie voor ruimtelijke ordening oprichten.

Nadere informatie

I. Wapenwet. II. Benelux-Overeenkomst. III. Wetten. IV. Decreten. Vlaams Gewest... 57. Waals Gewest... 90. Duitstalige gemeenschap...

I. Wapenwet. II. Benelux-Overeenkomst. III. Wetten. IV. Decreten. Vlaams Gewest... 57. Waals Gewest... 90. Duitstalige gemeenschap... I. Wapenwet Wet van 8 juni 2006 houdende regeling met wapens (ook Wapenwet genoemd)........................ 3 II. Benelux-Overeenkomst Benelux-overeenkomst inzake Wapens en Munitie ondertekend op 9 december

Nadere informatie

2 de uitwerking en uitvoering van de in artikel 8 bedoelde openbare dienstverplichtingen

2 de uitwerking en uitvoering van de in artikel 8 bedoelde openbare dienstverplichtingen Advies van de WaterRegulator met betrekking tot het ontwerp Ministerieel besluit houdende nadere regels tot uitvoering van artikel 27/3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 april 2011 houdende

Nadere informatie

Voorstel ontwikkeling duurzaamheidsparagraaf Zoetermeer. 1. Inleiding

Voorstel ontwikkeling duurzaamheidsparagraaf Zoetermeer. 1. Inleiding Voorstel ontwikkeling duurzaamheidsparagraaf Zoetermeer 1. Inleiding Zoetermeer wil zich de komende jaren ontwikkelen tot een top tien gemeente qua duurzaam leefmilieu. In het programma duurzaam Zoetermeer

Nadere informatie

Ex ante evaluatie van beleid en regelgeving: focus op impact assessments VEP studiedag 30 april 2010

Ex ante evaluatie van beleid en regelgeving: focus op impact assessments VEP studiedag 30 april 2010 Ex ante evaluatie van beleid en regelgeving: focus op impact assessments VEP studiedag 30 april 2010 «Ik wil mensen in armoede een transparant model aanreiken waarmee zij kunnen toetsen of een beleidsmaatregel

Nadere informatie

Samenvatting ... 7 Samenvatting

Samenvatting ... 7 Samenvatting Samenvatting... Concurrentie Zeehavens beconcurreren elkaar om lading en omzet. In beginsel is dat vanuit economisch perspectief een gezond uitgangspunt. Concurrentie leidt in goed werkende markten tot

Nadere informatie

1. De Vlaamse Toezichtcommissie voor het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer (hierna: "de VTC");

1. De Vlaamse Toezichtcommissie voor het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer (hierna: de VTC); Vlaamse Toezichtcommissie voor het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer Beraadslaging VTC nr. 36/2011 van 16 november 2011 Betreft: Aanvraag tot uitbreiding van de machtiging 33/2011 van het Agentschap

Nadere informatie

Aanvraag van een planologisch attest

Aanvraag van een planologisch attest Bijlage I Model I Aanvraag van een planologisch attest AFDELINGSCODE- (Vul hier het adres in van de gedelegeerd planologisch ambtenaar) In te vullen door de behandelende afdeling ontvangstdatum Bezorg

Nadere informatie

PLAN-MER OP HET STRATEGISCH PLAN VOOR DE HAVEN VAN BRUGGE-ZEEBRUGGE EINDRAPPORT

PLAN-MER OP HET STRATEGISCH PLAN VOOR DE HAVEN VAN BRUGGE-ZEEBRUGGE EINDRAPPORT PLAN-MER OP HET STRATEGISCH PLAN VOOR DE HAVEN VAN BRUGGE-ZEEBRUGGE EINDRAPPORT NOVEMBER 2004 INHOUDSTAFEL LIJST FIGUREN XIII VOORWOORD 1 NIET-TECHNISCHE SAMENVATTING i 1. Inleiding i 2. Wat is een MER?

Nadere informatie

SARiV Advies 2012/29 SAR WGG Advies. 31 oktober 2012

SARiV Advies 2012/29 SAR WGG Advies. 31 oktober 2012 Briefadvies over de Akkoorden tussen België en Frankrijk en Nederland voor de ontwikkeling van samenwerking en wederzijdse administratieve bijstand op het gebied van de sociale zekerheid SARiV Advies 2012/29

Nadere informatie

Hoe kan het versnellen van investeringsprojecten bijdragen tot een breder maatschappelijk draagvlak?

Hoe kan het versnellen van investeringsprojecten bijdragen tot een breder maatschappelijk draagvlak? Hoe kan het versnellen van investeringsprojecten bijdragen tot een breder maatschappelijk draagvlak? Havens en omwonenden Inspiratiedag 11 oktober 2011 Vaststellingen Commissies Berx en Sauwens Lange duurtijd

Nadere informatie

Steun aan jonge innovatieve ondernemingen

Steun aan jonge innovatieve ondernemingen Steun aan jonge innovatieve ondernemingen Reglement Oproep van mei 2013 A) Ondernemingen die in aanmerking komen Elke onderneming die aan volgende voorwaarden voldoet, kan zich, met oog op de toepassing

Nadere informatie

Provinciale Staten van Noord-Holland

Provinciale Staten van Noord-Holland Provinciale Staten van Noord-Holland ` Voordracht Haarlem, Onderwerp: Kaderstelling Europabeleid door Provinciale Staten Inleiding Op 11 juni 2007 jl. is door de commissie FEPO de werkgroep Europa ingesteld.

Nadere informatie

Oprichting van een gemeenschappelijke interne dienst voor preventie en bescherming op het werk

Oprichting van een gemeenschappelijke interne dienst voor preventie en bescherming op het werk Oprichting van een gemeenschappelijke interne dienst voor preventie en bescherming op het werk Inleiding Krachtens de welzijnswet dient elke werkgever een interne dienst voor preventie en bescherming op

Nadere informatie