Hogeschool Rotterdam. Externe evaluatie van de onderzoekseenheid Talentontwikkeling. Visitatiedatum: 15 oktober 2013

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Hogeschool Rotterdam. Externe evaluatie van de onderzoekseenheid Talentontwikkeling. Visitatiedatum: 15 oktober 2013"

Transcriptie

1 Hogeschool Rotterdam Externe evaluatie van de onderzoekseenheid Talentontwikkeling Visitatiedatum: 15 oktober 2013 Netherlands Quality Agency (NQA) December 2013

2 2/29 NQA Hogeschool Rotterdam: Externe evaluatie van de onderzoekseenheid Talentontwikkeling

3 Inleiding Hogeschool Rotterdam heeft Netherlands Quality Agency (NQA) eind januari 2013 verzocht om een secretaris te leveren voor de externe evaluatie van het Kenniscentrum Talentontwikkeling. In maart zijn de door het kenniscentrum beoogde commissieleden aan NQA voorgelegd voor een externe check op onafhankelijkheid en deskundigheid. Begin maart is hierover consensus bereikt. Na een positief advies van NQA is in april de commissie benoemd door het College van Bestuur van Hogeschool Rotterdam. In juni is er wegens beschikbaarheidsproblemen een wijziging geweest in de benoemingen, zodat eind juni er sprake was van een complete definitief in te stellen commissie. De commissie bestond vanaf die datum uit mevrouw dr. ir. M.H. (Rick) Kwekkeboom (voorzitter), de heer prof. dr. G.W. (Wim) Meijnen (commissielid) en de heer drs. Y.J. (Ype) Akkerman (commissielid). Secretaris van de commissie was mevrouw ing. I.J.M. (Inge) de Jong. Zie bijlage 3 voor informatie over functies en expertise van elk van de commissieleden. De opdracht die de commissie van de hogeschool kreeg bestond uit twee delen. Het eerste deel betrof een evaluatie van de kwaliteit van de onderzoekseenheid met behulp van de vijf evaluatievragen uit het Brancheprotocol Kwaliteitszorg Onderzoek (HBO-raad, 2007). Het tweede deel betrof het verzoek aan de commissie om aanbevelingen te doen voor verbeteringen. In bijlage 4 is de complete opdracht voor de commissie opgenomen. Uitvoering van de evaluatie In september 2013 heeft het kenniscentrum ter voorbereiding op het bezoek een aantal documenten naar de secretaris van de commissie gestuurd (zie bijlage 1). De commissie heeft zich op basis van deze documenten een beeld gevormd van het kenniscentrum en een aantal aanvullende documenten opgevraagd. Voorafgaand aan het bezoek heeft de commissie vergaderd. In de vergadering hebben de commissieleden de eerste bevindingen met elkaar gewisseld en zijn de gesprekken inhoudelijk voorbereid. Op 15 oktober 2013 heeft de commissie een bezoek aan het kenniscentrum gebracht. Tijdens het bezoek zijn aanvullende documenten bestudeerd en gesprekken gevoerd met verschillende stakeholders die bij het kenniscentrum betrokken zijn (zie bijlage 2). In november 2013 heeft de secretaris van de commissie de conceptrapportage aan het kenniscentrum toegestuurd. Het kenniscentrum heeft op het rapport gereageerd op 27 november 2013 Nadat de commissie deze reactie heeft verwerkt, is in december 2013 het definitieve rapport vastgesteld. Opbouw van het rapport In Hoofdstuk 1 wordt een karakteristiek gegeven van Hogeschool Rotterdam en het kenniscentrum Talentontwikkeling. In Hoofdstuk 2 worden de bevindingen van de commissie ten aanzien van de vijf onderzoeksvragen beschreven. Hoofdstuk 3 geeft een aantal aanbevelingen. NQA Hogeschool Rotterdam: Externe evaluatie van de onderzoekseenheid Talentontwikkeling 3/29

4 4/29 NQA Hogeschool Rotterdam: Externe evaluatie van de onderzoekseenheid Talentontwikkeling

5 Inhoudsopgave 1 Karakteristiek van de Hogeschool Rotterdam en Talentontwikkeling 7 2 Evaluatievragen 9 3 Aanbevelingen 17 4 Bijlagen 19 Bijlage 1: Bronnen 21 Bijlage 2: Bezoekprogramma 23 Bijlage 3: Commissieleden 25 Bijlage 4: Opdracht aan de commissie 29 NQA Hogeschool Rotterdam: Externe evaluatie van de onderzoekseenheid Talentontwikkeling 5/29

6 6/29 NQA Hogeschool Rotterdam: Externe evaluatie van de onderzoekseenheid Talentontwikkeling

7 1. Karakteristiek van Hogeschool Rotterdam en het kenniscentrum Talentontwikkeling Het Kenniscentrum Talentontwikkeling is één van de zes kenniscentra van Hogeschool Rotterdam. Hogeschool Rotterdam heeft gekozen voor zes inhoudelijke speerpunten met een focus op de regio, internationale ontwikkelingen en het onderwijsportfolio. De inhoudelijke speerpunten zijn gekoppeld aan kenniscentra en ondergebracht binnen het Instituut voor Onderzoek en Innovatie (IOI): - Kenniscentrum Duurzame Innovatie; - Kenniscentrum Mainport Innovation; - Kenniscentrum Creating 010; - Kenniscentrum Zorginnovatie; - Kenniscentrum Talentontwikkeling; - Kenniscentrum Innovatief Ondernemerschap. Het kenniscentrum Talentontwikkeling richt zich op het beantwoorden van de volgende centrale onderzoeksvraag: Wat moeten professionals in Rotterdam kennen en kunnen om kinderen, jongeren en (jong)volwassenen effectief te ondersteunen bij het ontplooien van hun talenten op school, op de arbeidsmarkt en in hun sociale en persoonlijke omgeving, welke professionele structuur stimuleert de Rotterdamse professionals om betere resultaten te boeken en op welke wijze kan de innovatieve kennis die hiervoor nodig is worden ontwikkeld en kenniscirculatie worden versterkt? Het kenniscentrum Talentontwikkeling bestaat als organisatorische en inhoudelijke eenheid sinds januari Voor die tijd hebben onderzoeksactiviteiten plaatsgevonden binnen afzonderlijke kenniskringen die nu in Talentontwikkeling een gezamenlijke plek hebben gekregen. Aan elke onderzoekslijn zijn een onderzoeksleider, onderzoekers en lectoren verbonden. Het kenniscentrum onderscheidt vier onderzoekslijnen. In totaal zijn 58 medewerkers aan het kenniscentrum Talentontwikkeling verbonden (2013). De vier onderzoekslijnen zijn: - Opvoeder-empowerment; - Brede School; - Talentontwikkeling risicojongeren; - Doorstroom en doorlopende leerlijn. NQA Hogeschool Rotterdam: Externe evaluatie van de onderzoekseenheid Talentontwikkeling 7/29

8 8/29 NQA Hogeschool Rotterdam: Externe evaluatie van de onderzoekseenheid Talentontwikkeling

9 2. Evaluatievragen Als leidraad voor de visitatie heeft de commissie van de opdrachtgever vijf evaluatievragen meegekregen (zie bijlage 4). Deze zijn tijdens het vooronderzoek en het visitatiebezoek beantwoord. Evaluatievraag 1 Productiviteit, impact en waardering Is er voldoende relevante productiviteit, impact, waardering en erkenning op het gebied van kennisontwikkeling binnen het onderzoeksdomein; valorisatie naar de beroepspraktijk en de maatschappij en de betekenis voor onderwijs en scholing? 1a. Kennisontwikkeling binnen het onderzoeksdomein Bevindingen De aan het kenniscentrum verbonden lectoren, onderzoekers en promovendi publiceren regelmatig en veelvuldig de conclusies uit hun onderzoek. De commissie is onder de indruk van de hoeveelheid ontplooide activiteiten en gerealiseerde producten van de medewerkers van het kenniscentrum. Uit de gesprekken maakt de commissie op dat het kenniscentrum een sterke lokale focus heeft. Met name het Nationaal programma Rotterdam Zuid (NPRZ) is veelvuldig als voorbeeld in de verschillende gesprekken genoemd. De commissie stelt vast dat binnen de onderzoeksdomeinen het kenniscentrum inhoudelijk, specifiek en diepgaand onderzoek uitvoert. Volgens de commissie kan de impact van de kennisontwikkeling (kennisdisseminatie) verder vergroot worden door de onderzoeksresultaten van het kenniscentrum te verbreden bijvoorbeeld naar andere steden met vergelijkbare problemen. Hierdoor kan zowel de betekenis van onderzoeksbevindingen voor de stad Rotterdam worden verrijkt als in Rotterdam ontwikkelde kennis bijdragen aan verrijking van kennis elders. De commissie stelt tevens vast dat de productiviteit van het kenniscentrum groot is. Naar het oordeel van de commissie leidt kennisontwikkeling vanuit het kenniscentrum concreet tot producten voor het onderwijs en sluit deze kennisontwikkeling (en daarmee het kenniscentrum zelf) duidelijk aan bij het onderwijs in de hogeschool. 1b. Valorisatie naar de beroepspraktijk en de maatschappij Bevindingen Het is evident dat het kenniscentrum gericht is op de regionale Rotterdamse beroepspraktijk en maatschappij, zo blijkt uit de gesprekken en de voorbeelden van projecten. De gerichtheid op de regio Rotterdam is conform de beleidsvoornemens van de hogeschool. Het kenniscentrum werkt samen met relevante partners, zoals blijkt uit het Overzicht van Samenwerkingsrelaties Enkele voorbeelden zijn: scholen (onder andere Albeda College en ROC Zadkine), de Gemeente Rotterdam en welzijnsorganisaties (waaronder Bureau Jeugdzorg, Jongerenloket, Stichting Taalvorming en Vereniging MEE). NQA Hogeschool Rotterdam: Externe evaluatie van de onderzoekseenheid Talentontwikkeling 9/29

10 Het kenniscentrum heeft een behoorlijke impact in de beroepspraktijk en maatschappij door participatie aan deze verschillende gremia. De commissie heeft verschillende aansprekende voorbeelden gezien, waaronder de Kenniswerkplaats Rotterdams Talent. In de Kenniswerkplaats werkt het kenniscentrum samen met onder andere de Erasmus Universiteit Rotterdam, CED-groep, Inholland en de Gemeente Rotterdam. De kenniswerkplaats is gericht op kennisontwikkeling op het gebied van Rotterdams talent en op het bevorderen van de uitwisseling en de toepassing van die kennis ter verbetering van het onderwijsbeleid en de onderwijspraktijk in Rotterdam. De samenwerkingspartners hebben aangegeven dat zij veel waardering voor het werk van het kenniscentrum hebben. Een instelling voor voortgezet onderwijs gaf hiervan een concreet voorbeeld: De instelling wilde meer ouderbetrokkenheid genereren, maar was op zoek naar de manier waarop dat het beste kan worden aangepakt. Het kenniscentrum heeft vervolgens onderzoek uitgevoerd en is met hele concrete handvatten gekomen waar de instelling goed mee aan de slag kon. Uit het gesprek met samenwerkingspartners blijkt dat het kenniscentrum mede door zijn onafhankelijke status door stakeholders als onderzoeksinstituut gekozen wordt voor het uitvoeren van een onderzoek. De commissie vindt de onafhankelijke status een unique sellingpoint en is van oordeel dat het kenniscentrum daar meer gebruik van moet maken. Daarbij zou het spelregels moeten uitwerken, waaruit blijkt hoe het kenniscentrum handelt bij verschillende belangen. De positie van het kenniscentrum zou gediend zijn met een document waarin wordt aangegeven hoe het, bij het uitvoeren van onderzoek, handelt vanuit zijn eigen verantwoordelijkheden. Zo kunnen er onder andere regels worden opgesteld over openbaarheid van verkregen onderzoeksresultaten. De Gedragscode praktijkgericht onderzoek in het hbo (2010), HBO-raad kan daar wellicht behulpzaam bij zijn. Uit gesprekken blijkt dat het kenniscentrum in de praktijk een eigen standpunt inneemt, maar het zou dat beter kunnen documenteren en uitdragen. 1c. De betekenis voor onderwijs en scholing Bevindingen De betekenis van het kenniscentrum voor het onderwijs is naar het oordeel van de commissie evident ( zie ook bevindingen bij 1a). De commissie is overtuigd van een goede integratie van het praktijkonderzoek in het onderwijs. Die overtuiging is mede ingegeven door de gesprekken met docentonderzoekers en studenten van de betrokken opleidingen. Uit het gesprek met onderzoekers blijkt dat in elk evaluatiegesprek gevraagd wordt naar de bijdrage die de projecten specifiek voor het onderwijs hebben opgeleverd. De commissie vindt het positief dat het kenniscentrum zich de komende jaren gaat richten op een nog grotere betekenis voor het onderwijs. Daarbij is de commissie wel van mening dat de zichtbaarheid van de specifieke inbreng van het kenniscentrum in het onderwijs verder kan worden verbeterd. Studenten gaven in het gesprek aan dat het kenniscentrum meer reclame in de opleidingen verdient en dat zij het medestudenten gunnen dat zij in aanraking zouden komen met het kenniscentrum. 10/29 NQA Hogeschool Rotterdam: Externe evaluatie van de onderzoekseenheid Talentontwikkeling

11 De focus op het onderwijs wordt ingegeven door speerpunten van het College van Bestuur waarbij de kenniscentra een grotere rol krijgen in het verhogen en borgen van het niveau in het bacheloronderwijs. Daarbij wordt onder andere gedacht aan deelname aan de curriculumcommissie van opleidingen. Conclusie Concluderend stelt de commissie vast dat er ruim voldoende aandacht is voor productiviteit, impact, waardering en erkenning. De commissie heeft verschillende producten gezien die impact hebben op het onderwijs, zoals het boek Praktijkonderzoek op niveau, Inspelen op onderzoeksdilemma s bij sociale studies. Het boek is door het kenniscentrum ontwikkeld en is een duidelijk en toegankelijk boek voor studenten. Daarnaast is een docentenhandleiding bij de publicatie uitgewerkt. De waardering van buitenaf is groot voor het kenniscentrum, zo blijkt uit de gesprekken met verschillende stakeholders en uit de tevredenheidsonderzoeken die het kenniscentrum heeft uitgevoerd. De commissie merkt daarbij op dat de zichtbaarheid naar het onderwijs kan worden vergroot. De commissie is onder de indruk van de productiviteit van het kenniscentrum. Landelijk zijn er geen afspraken gemaakt over de inzet van de te verdelen formatie binnen de driehoek onderzoek-onderwijs-beroepspraktijk. Hogescholen zijn daar vrij in. Gelet op de beperkte omvang van de formatie en de te realiseren doelstellingen met betrekking tot elk onderdeel van de driehoek, is het wenselijk daar minimaal een globale verdeling in aan te brengen. Er is nu geen basis van waaruit de commissie kan vaststellen of de productiviteit per onderdeel voldoende is. Alles overziend is de commissie van oordeel dat de onderdelen van de driehoek (kennisontwikkeling, beroepspraktijk en onderwijs) behoorlijk gevuld zijn. Wel wil de commissie erop wijzen dat een sterkere focus op het bacheloronderwijs, zoals gesuggereerd in de gesprekken, een risico met zich mee kan brengen. De lectoraten zijn immers opgericht ter bevordering van het hoger beroepsonderwijs als kennisinstelling. Dit overstijgt het alleen toerusten van het (bachelor) onderwijs, hoe belangrijk deze functie ook is. Mede hierom zijn afspraken over de verdeling van de formatie over de punten van de driehoek van groot belang. Evaluatievraag 2 Missie en onderzoeksprofiel Vindt een en ander plaats vanuit een relevante en uitdagende missie en een helder onderzoeksprofiel? Bevindingen Vanuit de verschillende onderzoekslijnen (opvoeder-empowerment, brede school, talentontwikkeling risicojongeren, doorstroom en doorlopende leerlijn) draagt het kenniscentrum bij aan innovatieve ontwikkelingen in de regio Rotterdam. NQA Hogeschool Rotterdam: Externe evaluatie van de onderzoekseenheid Talentontwikkeling 11/29

12 De missie voor de komende jaren van het kenniscentrum Talentontwikkeling is: Het ontsluiten, verrijken en genereren van kennis over talentontwikkeling door onderzoek, praktijk en onderwijs met elkaar te verbinden en zorg te dragen voor gerichte kennisontwikkeling, -deling, en valorisatie. De ontwikkelde kennis en daarop gebaseerde innovatieve oplossingsstrategieën zijn gericht op de professionalisering van de daarvoor benodigde leerkrachten, hulpverleners, jeugdwerkers, (hogeschool) docenten en studenten in opleiding. Samenwerking en kennisdeling met regionale en lokale stakeholders in de publieke en (semi)private sector is daarbij uitgangspunt evenals samenwerking met lokale en (inter)nationale kennisinstituten. De commissie beschouwt de missie als zeer uitdagend en relevant. Daarbij is de commissie van oordeel dat de missie breed geformuleerd is en dat het binnen de missie ontbreekt aan inkadering. De commissie constateert dat het kenniscentrum de missie niet zozeer gebruikt als sturingsinstrument, maar eerder als kader waarbinnen de onderzoekslijnen (kunnen) worden geformuleerd. De keuze om wel of niet met een vraagstuk aan de slag te gaan, wordt nu niet gestuurd vanuit de missie. De commissie heeft begrip voor een brede missie, gezien de samenvoeging van de verschillende onderzoekslijnen en het daarbij behorende groeiproces. Maar de missie is nu dermate breed en veelomvattend dat het risico bestaat dat afbakening van onderzoekslijnen (ook ten opzichte van elkaar) belemmerd wordt. De missie kan aan helderheid en scherpere afgrenzing winnen en daarom pleit de commissie voor meer aandacht van het kenniscentrum voor prioritering in de komende periode. Hierdoor kan het kenniscentrum op termijn meer gericht met vraagstukken aan de slag. Daarmee wordt niet alleen aan effectiviteit maar ook aan kwaliteit gewonnen. Er worden relevante onderzoeken uitgevoerd door het kenniscentrum, maar het is voor de commissie niet altijd duidelijk welke keuzecriteria het kenniscentrum daarbij hanteert. Ook is niet altijd helder of een onderzoeksproject gezamenlijk of vanuit verschillende onderzoekslijnen wordt opgezet en uitgevoerd en wat daarbij over wederzijdse bijdragen is afgesproken. De onderzoekslijnen zijn zodanig breed geformuleerd dat in principe alle vraagstukken van de disciplines onderwijskunde, (onderwijs-)sociologie, agogiek en (ortho-)pedagogiek daar binnen vallen. Dit brengt een risico met zich mee, omdat als het kenniscentrum, met zijn relatief kleine formatie, aan al deze vraagstukken aandacht zou moeten gaan besteden het hierdoor de eigen bijdrage aan ontwikkeling van kennis op dit terrein dreigt te verwaarlozen. Daarom beveelt de commissie aan om de komende periode te gebruiken voor het maken van strategische keuzes: welke onderwerpen binnen de onderzoekslijnen worden wel opgepakt en welke (voorlopig) niet. De commissie heeft overigens wel de indruk dat ten aanzien van de promotievouchers inmiddels een duidelijkere onderzoeksprofilering wordt aangebracht. Promovendi gaven in het gesprek aan dat het onderzoeksthema een vast gegeven is, waaraan de promovendus een eigen invulling kan geven. 12/29 NQA Hogeschool Rotterdam: Externe evaluatie van de onderzoekseenheid Talentontwikkeling

13 Conclusie De commissie stelt vast dat het kenniscentrum werkt vanuit een uitdagende en relevante missie die wat de commissie betreft meer ingekaderd mag worden. De commissie vindt de onderzoekslijnen relevant, maar pleit ervoor daarin meer focus aan te brengen. In de missie mag wat de commissie betreft een duidelijke prioritering aangebracht worden. De commissie dringt aan op strakkere formulering van de missie en vraagt blijvende aandacht voor de bijbehorende formatie. Het inkaderen van de missie ziet de commissie als een middel om het doel waar iedereen in het kenniscentrum naar toe werkt duidelijker te krijgen. Daarmee wordt ook zichtbaar wat er niet tot de werkzaamheden van het kenniscentrum behoort en kan transparante verantwoording worden afgelegd over de (mogelijk) scherpere keuzes ten aanzien van de werkzaamheden van het kenniscentrum. De duidelijkere profilering, zoals die nu al uit het toekennen van promotievouchers naar voren komt, ziet de commissie dan ook als een positieve ontwikkeling. Evaluatievraag 3 Borging missie en onderzoeksprofiel Worden de missie en het onderzoeksprofiel geborgd door het portfolio en de wijze waarop de eenheid is georganiseerd? Bevindingen De lectoraten van de hogeschool zijn samengebracht in zes kenniscentra, ieder gericht op één strategisch speerpunt. De kenniscentra worden ondersteund door een centrale backoffice. Het backoffice en de kenniscentra vormen gezamenlijk het Instituut voor Onderzoek en Innovatie (IOI). Het managementteam van het IOI bestaat uit de zes programmadirecteuren die elk leiding geven aan een kenniscentrum en een directeur bedrijfsvoering die tevens het backoffice aanstuurt. De wijze waarop het kenniscentrum is georganiseerd, weerspiegelt in feite de missie van het kenniscentrum en voorziet daarmee in randvoorwaarden om de missie ook daadwerkelijk te kunnen vervullen. Bij elke onderzoekslijn zijn twee tot drie lectoren en een onderzoeksleider betrokken. De lectoren en onderzoeksleiders zijn gekwalificeerd om onderzoek uit te voeren in de betreffende onderzoekslijn. De onderzoekslijnen sluiten inhoudelijk goed aan bij de missie. De huidige organisatie bestaat bijna twee jaar als organisatorische eenheid. De commissie stelt vast dat het kenniscentrum geen indicatoren voor output (bijvoorbeeld ten aanzien van de aard en het type publicaties) heeft geformuleerd. Daarmee loopt het kenniscentrum een risico. Welwillenden zullen aangeven dat er voldoende output is, maar kwaadwillenden kunnen over dezelfde hoeveelheid output aangeven dat er onvoldoende output is. De commissie onderstreept de noodzaak tot het formuleren van indicatoren voor het kenniscentrum. Daarbij geeft de commissie aan dat indicatoren niet per definitie op individueel niveau nodig zijn, maar dat indicatoren op het niveau van onderzoekslijnen ook een mogelijkheid zijn. De commissie vraagt de aandacht van het kenniscentrum ten aanzien van verschillen tussen de onderzoekslijnen en de hoeveelheid output die zij kunnen leveren (formatieomvang). De commissie heeft overigens in gesprekken vernomen dat er de komende periode gewerkt gaat worden aan indicatoren. NQA Hogeschool Rotterdam: Externe evaluatie van de onderzoekseenheid Talentontwikkeling 13/29

14 De commissie wil tevens aanbevelen om aan te sluiten bij de indicatoren die door de Vereniging hogescholen worden opgesteld en te denken aan een landelijke benchmark met relevante kenniscentra uit het domein Zorg & welzijn. Conclusie De activiteiten die het kenniscentrum uitvoert, sluiten aan bij de missie en het onderzoeksprofiel. Een opmerking die de commissie daarbij ook wil maken, is dat het werkgebied en de activiteiten zo breed zijn, dat het nodig zal zijn om meer focus aan te brengen. Dit kan bijdragen aan een duurzame borging van de missie en het onderzoeksprofiel. Het uitwerken van indicatoren kan behulpzaam zijn bij het aanbrengen van een dergelijke focus. Evaluatievraag 4 Inzet mensen en middelen Is de inzet van mensen en middelen toereikend in kwalitatief en kwantitatief opzicht? Bevindingen De inzet van mensen acht de commissie in kwalitatief opzicht toereikend. In kwantitatief opzicht heeft de commissie zorgen in verband met geluiden over werkdruk. Uit de gesprekken met medewerkers blijkt dat zij vol enthousiasme hun werkzaamheden uitvoeren, maar dat de werkzaamheden niet binnen de gebudgetteerde tijd passen. De commissie stelt daarnaast vast dat de omvang van de aanstelling van een aantal medewerkers niet altijd voldoende lijkt in relatie tot hun taken. Er is bij dertien medewerkers sprake van zeer kleine aanstellingen binnen het kenniscentrum (0,1-0,2 fte). De commissie vraagt zich daarbij af welke verwachting uitgesproken mag worden ten aanzien van de output van deze medewerkers. Het is voor de commissie daarnaast onduidelijk hoeveel tijd van hun aanstelling medewerkers aan onderzoek of onderwijs besteden. Daarbij merkt de commissie op dat uit de gesprekken blijkt dat medewerkers inventief omgaan met het invullen van hun tijd. Zo werken de promovendi bijvoorbeeld naast hun werkzaamheden bij het kenniscentrum eveneens als docent bij een opleiding en door werkzaamheden aan elkaar te koppelen blijft de taakbelasting te hanteren. De commissie vindt dit een mooi voorbeeld van het grote enthousiasme en de loyaliteit van de medewerkers. De commissie vraagt zich af of deze situatie houdbaar is op lange termijn in relatie tot de ambitieuze missie. De commissie vraagt dan ook de aandacht van het management om deze loyaliteit goed te beschermen. De middelen die het kenniscentrum tot zijn beschikking heeft, worden efficiënt aangewend, zo blijkt uit het positieve resultaat in Voordat het kenniscentrum is opgericht waren de financiële gegevens van de vier onderzoekslijnen onvoldoende transparant, zo geeft het kenniscentrum aan. Na samenvoeging is de financiële administratie transparant geworden. De commissie vindt het positief dat het kenniscentrum zijn ambitie van 15% groei in verband met de huidige crisis heeft bijgesteld naar continuering van de huidige financiële omvang. 14/29 NQA Hogeschool Rotterdam: Externe evaluatie van de onderzoekseenheid Talentontwikkeling

15 De commissie stelt vast dat het kenniscentrum een goede antenne heeft voor het aanvragen van subsidies. Uit de verschillende gesprekken blijkt dat het kenniscentrum het merendeel van de SIA-RAAK-subsidies gehonoreerd krijgt. De omvang van externe subsidies is sinds 2009 verdubbeld. Conclusie: De financiële situatie van het kenniscentrum is gezond, zo stelt de commissie vast. De commissie stelt tevens vast dat het kenniscentrum beschikt over kwalitatief goede mensen. Een opmerking daarbij is dat gezien de ambities en de veelheid van projecten, deze inzet van mensen in kwantitatief opzicht dreigt te versnipperen. Medewerkers lijken niet altijd voldoende tijd te hebben om hun werkzaamheden uit te voeren. Omdat het ambitieniveau hoog ligt, ook bij de individuele werknemers, vergt het realiseren van de doelen een grote inzet. De medewerkers maken een enthousiaste en loyale indruk en ter bescherming daarvan vraagt de commissie de aandacht van het management voor een realistische formatie en middelen. Evaluatievraag 5 Samenwerkingsverbanden, netwerken en relaties Zijn de interne en externe samenwerkingsverbanden, netwerken en relaties daarbij voldoende relevant, intensief en duurzaam? Bevindingen De commissie is er van overtuigd dat de samenwerkingsverbanden relevant, intensief en duurzaam zijn, zowel intern binnen de hogeschool als extern in het werkveld. Het kenniscentrum heeft verschillende duurzame relaties in het werkveld, zoals onder andere blijkt uit betrokkenheid bij de Kenniswerkplaats en Nationaal Programma Rotterdam Zuid. Verder neemt het kenniscentrum deel aan netwerken met bijvoorbeeld de Gemeente Rotterdam, lokale scholen en welzijnsorganisaties. De commissie heeft overeenkomsten met lokale scholen aangetroffen. Uit het gesprek met samenwerkingspartners blijkt dat het kenniscentrum van grote waarde is voor het werkveld. De commissie vindt de externe relaties goed georganiseerd en doelt daarbij tevens op de adviesraad. De adviesraad wordt periodiek een inhoudelijke agenda voorgehouden en gevraagd daarop te reflecteren. Leden van de adviesraad kunnen tevens agendapunten aandragen. In de samenwerking met de adviesraad vindt een rijke kruisbestuiving plaats, zo stelt de commissie vast. Uit het gesprek met samenwerkingspartners blijkt dat zij de discussies in de adviesraad inspirerend vinden. Interne samenwerkingsverbanden betreffen met name de instituten: Sociale opleidingen (ISO) en Lerarenopleidingen (IVL). De commissie is positief over de minor+ die door het kenniscentrum is ontwikkeld. De minor is onderdeel van het honoursprogramma van de hogeschool en wordt multidisciplinair ingestoken. Studenten uit de verschillende opleidingen van de hogeschool kunnen deelnemen aan de minor, ook studenten van bijvoorbeeld kunstopleidingen of economische opleidingen. Uit het gesprek met studenten blijkt dat zij deze minor van grote toegevoegde waarde vinden. NQA Hogeschool Rotterdam: Externe evaluatie van de onderzoekseenheid Talentontwikkeling 15/29

16 Studenten zijn uitermate enthousiast over de medewerkers van het kenniscentrum en wensen hun medestudenten dezelfde positieve ervaring toe. De commissie heeft uit hetzelfde gesprek vernomen dat de bekendheid van het kenniscentrum onder studenten van de betrokken opleidingen vergroot kan worden. Conclusie Het kenniscentrum beschikt over interne en externe samenwerkingsverbanden die voldoende relevant, intensief en duurzaam zijn. Uit de overzichten van samenwerkingspartners blijkt de relevantie van samenwerkingspartners door scholen, gemeente en welzijnsorganisaties. Uit het gesprek met samenwerkingspartners blijkt tevens dat het kenniscentrum van grote waarde is voor het werkveld. De commissie vindt de externe relaties goed georganiseerd; dit geldt ook voor de adviesraad. Het intensieve karakter van de samenwerkingsverbanden blijkt uit de grote hoeveelheid contact die het kenniscentrum onderhoudt met de opleidingen en bijvoorbeeld de Adviesraad. Het duurzame karakter met de samenwerkingsverbanden blijkt uit de lange termijn overeenkomsten die zijn gesloten. De commissie beoordeelt de relaties met externe samenwerkingsverbanden als bovengemiddeld in vergelijking met andere onderzoekseenheden. De relatie met interne samenwerkingsverbanden, zoals de betrokken opleidingen, beoordeelt de commissie eveneens in vergelijking met andere onderzoekseenheden als gemiddeld. 16/29 NQA Hogeschool Rotterdam: Externe evaluatie van de onderzoekseenheid Talentontwikkeling

17 3. Aanbevelingen Verzoek aan de commissie is om aanbevelingen voor verbetering te doen inzake de activiteiten en de impact daarvan op het onderwijs en de professionalisering, de bedrijfssectoren en op de randvoorwaarden waarbinnen het onderzoek wordt uitgevoerd. Vooraf wil de commissie enkele punten van waardering kort samengevat weergeven: - De commissie heeft waardering voor de grote hoeveelheid output van het kenniscentrum; - De samenwerking met de regio is een sterk punt van het kenniscentrum. - Het kenniscentrum is in staat de grote lijn te bewaken en goed in te spelen op veranderingen in het werkveld; - De commissie heeft een grote betrokkenheid en gedrevenheid bij zowel medewerkers als partners van het kenniscentrum geconstateerd. Aanbevelingen van de commissie: 1. Het kenniscentrum kan haar onafhankelijke positie ten opzichte van de buitenwacht sterker als unique selling point uitventen. Daarbij zou het kenniscentrum spelregels moeten uitwerken, waaruit blijkt hoe het kenniscentrum handelt bij verschillende belangen. Uit gesprekken blijkt dat het kenniscentrum niet zomaar met alle winden meewaait, maar een eigen standpunt inneemt. Dat zou het kenniscentrum beter kunnen documenteren en kunnen uitdragen. 2. Het kenniscentrum is gebaat bij scherpere legitimeringen van te maken keuzen, zowel waar het de missie, als de onderzoeken binnen de programmalijnen betreft. 3. De commissie vraagt aandacht voor de werkdruk bij medewerkers. Op termijn kan de hoge werkdruk een aanslag zijn op het enthousiasme en de loyaliteit van medewerkers. 4. Het kenniscentrum kan werken aan een betere zichtbaarheid en bekendheid binnen de opleidingen, in het bijzonder bij de studenten. 5. Het kenniscentrum zou indicatoren voor output en formatie moeten opstellen. De commissie beveelt aan om daarbij aan te sluiten bij hogeschoolbrede en landelijke ontwikkelingen. 6. Het kenniscentrum zou moeten nadenken over de mate van versnippering van fte binnen het kenniscentrum. Los van de persoonlijke kwaliteiten van de medewerkers vraagt de commissie zich af of binnen deze kleine aanstellingen de gewenste output geleverd kan worden. NQA Hogeschool Rotterdam: Externe evaluatie van de onderzoekseenheid Talentontwikkeling 17/29

18 18/29 NQA Hogeschool Rotterdam: Externe evaluatie van de onderzoekseenheid Talentontwikkeling

19 4. Bijlagen NQA Hogeschool Rotterdam: Externe evaluatie van de onderzoekseenheid Talentontwikkeling 19/29

20 20/29 NQA Hogeschool Rotterdam: Externe evaluatie van de onderzoekseenheid Talentontwikkeling

21 Bijlage 1: Bronnen Overzicht vooraf bestudeerde bronnen: - Zelfevaluatierapport Kenniscentrum Talentontwikkeling (incl. bijlagen), juni Notitie visie op onderzoek Kenniscentrum Talentontwikkeling nav 12 maart jaren onderzoeksprogramma Kenniscentrum Talentontwikkeling, oktober Zelfevaluatierapport Kenniskring Opgroeien in de stad, Rapport Audit KOS - Verbeteracties KOS - Overdrachtsdocument KC Talentontwikkeling feb 2012(nulmeting) - Verbeterplan nulmeting - Regeling en procedure toewijzing promotievouchers HR miv januari Strategisch promotieonderzoek KCTO - Vacature promotieplaats KCTO - Selectie van diverse artikelen, openbare lessen en andere publicaties - Verslagen van overleggen - NQA Hogeschool Rotterdam: Externe evaluatie van de onderzoekseenheid Talentontwikkeling 21/29

22 22/29 NQA Hogeschool Rotterdam: Externe evaluatie van de onderzoekseenheid Talentontwikkeling

23 Bijlage 2: Bezoekprogramma NQA Hogeschool Rotterdam: Externe evaluatie van de onderzoekseenheid Talentontwikkeling 23/29

24 24/29 NQA Hogeschool Rotterdam: Externe evaluatie van de onderzoekseenheid Talentontwikkeling

25 Bijlage 3 Commissieleden Mevrouw dr. ir. M.H. Kwekkeboom, voorzitter Mevrouw Kwekkeboom is ingezet vanwege haar deskundigheid op het gebied van het functioneren van lectoraten alsmede het implementeren van de onderzoeksfunctie in het hoger sociaal agogisch onderwijs vanuit een Randstedelijk en landelijk perspectief. Zij is directeur en eigenaar van Sorbus, een onderzoeks- en adviesbureau dat gespecialiseerd is in kleinschalige projecten op het terrein van community care. Zij voert onderzoek uit op het terrein van welzijnszorg. Daarnaast is mevrouw Kwekkeboom lector Community Care bij het praktijk- en onderzoekscentrum De Karthuizer van Hogeschool van Amsterdam (Domein Maatschappij en Recht) en geeft zij gastcolleges binnen het bachelor- en masteronderwijs. Mevrouw Kwekkeboom is lid van diverse commissies en raden, waaronder het landelijke lectorenplatform Zorg en Welzijn, van diverse klankbordgroepen en de expertisekring onderzoek in het sociaalagogisch onderwijs. Mevrouw Kwekkeboom heeft meerdere publicaties en diverse onderzoeken op haar naam staan en zij beschikt over visitatie-ervaring. Opleiding: Promotietraject - Universiteit Utrecht Post Academisch Onderwijs Onderzoek en Beleid Toekomstverkenningen, in het bijzonder scenario onderzoek Huishoudwetenschappen (maatschappelijke en geestelijke gezondheidszorg) - Landbouwhogeschool Gymnasium B Werkervaring: 2011 heden Directeur/eigenaar Sorbus (onderzoek en advies) 2010 heden Lector Community Care - Hogeschool van Amsterdam Lector Vermaatschappelijking in de Zorg - Avans Hogescholen (senior) Wetenschappelijk medewerker - Sociaal en Cultureel Planbureau Wetenschappelijk medewerker Ministerie WVC, stafbureau onderzoek en ontwikkeling Overig: - Adviescommissie professionalisering maatschappelijke ondersteuning - Expertisekring onderzoek in het sociaalagogisch onderwijs - Lid Klankbordgroep MEB, WAR NVMW - Lid Presidium Lectorenplatform Zorg en Welzijn Publicaties (meer op aanvraag): - Tinteling R.Kwekkeboom en P. van Heijst (red.) Tinteling - Op het snijvlak van hedendaags sociaal agogisch onderzoek, onderwijs en praktijk. Amsterdam: Platform Lectoren Zorg en Welzijn (2013) - De verwachtingen van de Wmo J.M. Timmermans en M.H. Kwekkeboom. De verwachtingen van de Wmo (anno 2008) - Analyse van een redeneerketen. Amsterdam: Sorbus o.a. (2012) - De zorgkracht van sociale netwerken J. Steyaert en R. Kwekkeboom (red.). De zorgkracht van sociale netwerken. Utrecht: Movisie/Wmo Werkplaatsen (2012) - Bijzondere mantelzorg Y. Wittenberg, M.H. Kwekkeboom en A.H. de Boer. Bijzondere mantelzorg. Ervaringen van mantelzorgers van mensen met een verstandelijke beperking of psychiatrische problematiek. Den Haag/Amsterdam: SCP/HvA (2012) NQA Hogeschool Rotterdam: Externe evaluatie van de onderzoekseenheid Talentontwikkeling 25/29

26 - Op zoek naar duurzame zorg J.Steyaert en R. Kwekkeboom (red.) Op zoek naar duurzame zorg. Vitale coalities tussen formele en informele zorg. Utrecht: Movisie/Wmo Werkplaatsen (2010) - De verantwoordelijkheid M.H. Kwekkeboom, De verantwoordelijkheid van de mensen zelf De (her)verdeling van de taken rond zorg en ondersteuning tussen overheid en burgers en de betekenis daarvan voor de professionele hulpverlening (openbare les), HvA publicaties (2010) De heer drs. Y.J. Akkerman De heer Akkerman is ingezet vanwege zijn uitgebreide expertise op het gebied van welzijn, onderwijs en beleid. Hij heeft 26 jaar gewerkt als beleidsadviseur bij het Ministerie van OC&W. Sinds 2012 werkt hij als beleidsadviseur van de Gemeente Rotterdam en is hij voorzitter van de Wijkorganisatie Feijenoord Kop van Zuid. Als adviseur van het Rijk en van Gemeente Rotterdam is hij betrokken bij het Nationaal Programma Rotterdam Zuid. Hij voegt aan deze evaluatie kennis en ervaring toe over het pedagogisch vakmanschap vanuit een lokaal en landelijk beleidsperspectief op het gebied van onderwijs, welzijn en zorg. Opleiding: 1985 heden diverse bedrijfsopleidingen Andragologie Groningen Atheneum B Sneek Werkervaring: 2012 heden Gemeente Rotterdam Nationaal Programma Rotterdam Zuid Ministerie van OCW: o.m. Innovatie VO en directie Kennis Taskforce Inburgering Ministerie van OCW: voorzieningenplanning VO. Vervolgens Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie Openbaar Lichaam Rijnmond Overig: Voorzitter Wijkorganisatie Feijenoord Kop van Zuid De heer prof.dr. G.W. Meijnen De heer Meijnen is ingezet vanwege zijn deskundigheid op het gebied van onderwijskunde. De heer Meijnen was tot en met 2005 hoogleraar Onderwijskunde aan Universiteit van Amsterdam. Momenteel is hij voorzitter Raad van Advies van de Onderwijsinspectie. Hij was tot en met 2012 voorzitter van de Programmaraad voor het Onderwijsonderzoek (PROO). De heer Meijnen heeft in 2013 een evaluatieonderzoek op het gebied van Onderwijsvoorrangsbeleid uitgevoerd; daarnaast heeft hij veel onderzoek begeleid waarin de relatie onderzoek praktijk centraal stond. Bovendien is hij lid geweest van tal van adviescommissie. De heer Meijnen heeft verschillende publicaties op zijn naam staan en hij beschikt over visitatie-ervaring. Hij voegt aan deze evaluatie kennis toe over onderwijs(beleids)ontwikkelingen (van basisonderwijs tot en met hoger onderwijs) en inzicht in de productieve verbinding van praktijkgericht onderzoek met de wetenschappelijke kennisbasis. 26/29 NQA Hogeschool Rotterdam: Externe evaluatie van de onderzoekseenheid Talentontwikkeling

27 Opleiding: 1977 Dissertatie (cum laude) - Rijksuniversiteit Groningen Sociologie - Rijksuniversiteit Groningen Kweekschool voor Onderwijzers Doetinchem HBS Winterswijk Werkervaring: Wetenschappelijk directeur - SCO Kohnstamm Instituut Hoogleraar Onderwijskunde - Universiteit van Amsterdam Wetenschappelijk medewerker - Rijksuniversiteit Groningen Student-assistent Leerkracht Overig: Voorzitter Programmaraad voor het Onderwijsonderzoek (PROO) - Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek 2005 heden Voorzitter Raad van Advies - Onderwijsinspectie Lid Onderwijsraad Publicaties: - Meijnen, Wim: Opstaan tegen het zittenblijven: om moe van te worden. In Pedagogische Studiën (in druk) - Mulder, L. & Meijnen, W. (2013). Onderwijsachterstanden in de BOPO-periode Nijmegen: ITS - Meijnen, G.W. (2012). Onderwijskwaliteit en overheidstoezicht. In: A.B. Dijkstra & J.G.Janssens (red.). Om de kwaliteit van het onderwijs. Kwaliteitsbepaling en kwaliteitsbevordering. Den Haag: Boom Lemna Uitgevers. - Meijnen, Wim & Kloprogge, Jo (2009). Wetenschap en onderwijsbeleid: een liefdevolle LAT? In: Ministerie van O.C&W (red). Bewezen beleid in het onderwijs. Den Haag: Ministerie van O.C&W. (826). - Meijnen, G.W. (2008). Dijsselbloem en de wetenschap. Pedagogische Studiën, 85, 6, Mevrouw ing. I.J.M. de Jong Mevrouw De Jong is ingezet als NQA-auditor. Zij is sinds 2005 werkzaam als auditor en adviseur bij NQA. Zij is ervaren in het uitvoeren van visitatie- en adviestrajecten in het hoger onderwijs. Daarnaast is zij betrokken bij interne projecten van NQA, zoals de standaardisering van interne bedrijfsprocessen, de bijbehorende logistieke processen en digitalisering. Mevrouw De Jong adviseert daarnaast bij het opstellen en implementeren van een integraal kwaliteitszorgsysteem. En zij heeft een auditsysteem voor een scholingsfonds ingericht. Ook is zij verantwoordelijk voor de panelsamenstelling voor visitaties. Sinds 2010 is accountmanagement onderdeel van haar takenpakket. Vanuit haar opleiding en ervaring heeft mevrouw De Jong kennis van organisatorische, didactische en onderwijskundige processen. Mevrouw De Jong heeft deelgenomen aan de NQAauditortraining Hoger Onderwijs. In 2010 heeft zij deelgenomen aan de NVAO-training en is zij gecertificeerd secretaris. NQA Hogeschool Rotterdam: Externe evaluatie van de onderzoekseenheid Talentontwikkeling 27/29

28 Opleiding Post-hbo leergang Bedrijfskunde verkort bij Avans Educatie- en Kennismanagement in de Groene Sector aan de Stoas Hogeschool te Den Bosch. Werkervaring 2005 heden Netherlands Quality Agency, auditor/adviseur Essent, dossieranalist, afdeling debiteuren en incasso. Sogeti Nederland B.V., administratief medewerker, afdeling offerteafhandeling Afstudeerstages: Onderzoek naar de adviesbehoefte van stagebieders binnen de bloemenbranche. Uitkomsten in een onderzoeksrapport gepresenteerd aan Aequor. Nieuwe structuur aangebracht in avondopleiding voor Dutch Flower Arranger en de daarbijbehorende docenten- en studentenhandleidingen geschreven Diverse stages in het Middelbaar Beroepsonderwijs als docent en lesstofontwikkelaar. 28/29 NQA Hogeschool Rotterdam: Externe evaluatie van de onderzoekseenheid Talentontwikkeling

29 Bijlage 4 Opdracht aan de commissie NQA Hogeschool Rotterdam: Externe evaluatie van de onderzoekseenheid Talentontwikkeling 29/29

Hogeschool Rotterdam. Externe evaluatie van de onderzoekseenheid Creating 010. Visitatiedatum: 8 maart 2013

Hogeschool Rotterdam. Externe evaluatie van de onderzoekseenheid Creating 010. Visitatiedatum: 8 maart 2013 Hogeschool Rotterdam Externe evaluatie van de onderzoekseenheid Creating 010 Visitatiedatum: 8 maart 2013 Netherlands Quality Agency (NQA) Mei 2013 2/27 NQA Hogeschool Rotterdam: Externe evaluatie van

Nadere informatie

Samenvatting. Samenvatting 9

Samenvatting. Samenvatting 9 Samenvatting Sinds de introductie in 2001 van lectoraten in het Nederlandse hoger beroepsonderwijs wordt aan hogescholen steeds meer gezondheidsonderzoek uitgevoerd. De verwachting is dat dit niet alleen

Nadere informatie

Betekenis voor beroepsonderwijs

Betekenis voor beroepsonderwijs Betekenis voor beroepsonderwijs Paul Vlaar Landelijk overleg Wmo-werkplaatsen Opbouw inleiding Transities sociale domein Wat zijn Wmo-werkplaatsen? Waar zitten werkplaatsen en wat doen zij? Urgentie van

Nadere informatie

Kwaliteitszorg onderzoek

Kwaliteitszorg onderzoek Kwaliteitszorg onderzoek met de methode sci_quest/eric 1 Opzet workshop Ervaringen Hogeschool Utrecht met validatiecommissie kwaliteitszorg onderzoek (vko) Uitgangspunten methodiek sci_quest/eric Vragen

Nadere informatie

Student & Lector. Een steekproef

Student & Lector. Een steekproef Student & Lector Een steekproef Aanleiding Sinds 2001 kent het Nederlandse hoger onderwijs lectoraten. Deze lectoraten worden vormgegeven door zogenaamde lectoren: hoog gekwalificeerde professionals uit

Nadere informatie

Op weg naar de (academische) opleidingsschool

Op weg naar de (academische) opleidingsschool Discussienota Nationalgeographic.nl Adviescommissie ADEF OidS Mei 2014 1 Inhoudsopgave Inleiding 1. Uitgangspunten Samen Opleiden 2. Ambities van (academische) opleidingsscholen 3. Concept Samen Opleiden

Nadere informatie

Professionele Masters. Uitgangspunten verdere uitbouw aanbod professionele masters

Professionele Masters. Uitgangspunten verdere uitbouw aanbod professionele masters Professionele Masters Uitgangspunten verdere uitbouw aanbod professionele masters Professionele Masters Uitgangspunten verdere uitbouw aanbod professionele masters Inhoud 5 Voorwoord 7 Inleiding 8 Professionele

Nadere informatie

Advies Universiteit van Tilburg

Advies Universiteit van Tilburg Advies Universiteit van Tilburg De Reviewcommissie (hierna commissie) heeft kennisgenomen van het voorstel van de Universiteit van Tilburg (hierna UvT) dat het College van Bestuur met zijn brieven van

Nadere informatie

HU GERICHT IN BEWEGING

HU GERICHT IN BEWEGING HU GERICHT IN BEWEGING Organisatieontwikkeling HU het verhaal - versie maart 2016 - Agenda Waar komen we vandaan? Waarom gaan we veranderen? Wie willen we zijn? Hoe gaan we dit bereiken? Wat verandert

Nadere informatie

Van Kennisbrug naar KennisDC

Van Kennisbrug naar KennisDC Van Kennisbrug naar KennisDC Laat kennis stromen Dick van Damme Lector Logistiek Hogeschool van Amsterdam HAN, Arnhem, 31 januari 2013 Kennis DC Breda Kennis DC Nijmegen Kennis DC Rotterdam Kennis DC Venlo

Nadere informatie

Instituut voor Sociale Opleidingen

Instituut voor Sociale Opleidingen Instituut voor Sociale Opleidingen Naar een nieuwe opleiding Social Work In september 2016 start Hogeschool Rotterdam met de nieuwe opleiding Social Work. Dit betekent dat eerstejaars studenten (die in

Nadere informatie

Een academische omgeving voor het basisonderwijs NRO-Congres 4 november 2015

Een academische omgeving voor het basisonderwijs NRO-Congres 4 november 2015 Een academische omgeving voor het basisonderwijs NRO-Congres 4 november 2015 Bernard Teunis & Nienke van der Steeg b.teunis@poraad.nl n.vandersteeg@poraad.nl Opzet workshop 1. Voorstellen 2. Answergarden

Nadere informatie

Show & Share 2008 Promoveren bij Hogeschool INHOLLAND Ad van Blokland, coördinator Promotieonderzoek Institute of Advanced Studies and Applied

Show & Share 2008 Promoveren bij Hogeschool INHOLLAND Ad van Blokland, coördinator Promotieonderzoek Institute of Advanced Studies and Applied Show & Share 2008 Promoveren bij Hogeschool INHOLLAND Ad van Blokland, coördinator Promotieonderzoek Institute of Advanced Studies and Applied Research 1 Inhoud presentatie Waarom aandacht voor promoveren

Nadere informatie

Strategie Zuyd 2014-2018

Strategie Zuyd 2014-2018 Strategie Zuyd 2014-2018 Inleiding De strategie van Zuyd voor de periode 2014-2018 is op hoofdlijnen een voortzetting van de strategie van de afgelopen jaren, aangescherpt vanuit een aantal belangrijke

Nadere informatie

GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING ONDERZOEKSCHOOL Huizinga Instituut 2012-2016

GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING ONDERZOEKSCHOOL Huizinga Instituut 2012-2016 De Colleges van Bestuur van: GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING ONDERZOEKSCHOOL Huizinga Instituut 2012-2016 de Erasmus Universiteit Rotterdam; de Radboud Universiteit Nijmegen; de Rijksuniversiteit Groningen;

Nadere informatie

Aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

Aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG a 1 > Retouradres Postbus 16375 2500 BJ Den Haag Aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Datum: 22 april 2013 Betreft: Beleidsreactie op het advies "De

Nadere informatie

Brancheprotocol Kwaliteitszorg Onderzoek 2016 2022 Kwaliteitszorgstelsel Praktijkgericht Onderzoek Hogescholen

Brancheprotocol Kwaliteitszorg Onderzoek 2016 2022 Kwaliteitszorgstelsel Praktijkgericht Onderzoek Hogescholen Brancheprotocol Kwaliteitszorg Onderzoek 2016 2022 Kwaliteitszorgstelsel Praktijkgericht Onderzoek Hogescholen Vereniging Hogescholen, oktober 2015, vastgesteld tijdens de algemene vergadering 1 INHOUD

Nadere informatie

Tilburg University 2020 Toekomstbeeld. College van Bestuur, april 2013

Tilburg University 2020 Toekomstbeeld. College van Bestuur, april 2013 Tilburg University 2020 Toekomstbeeld College van Bestuur, april 2013 Strategie in dialoog met stakeholders Open voor iedere inbreng die de strategie sterker maakt Proces met respect en waardering voor

Nadere informatie

Congres Logistiek Slim verbinden! Tien jaar Lectoraat Logistiek: terug- en vooruitblik

Congres Logistiek Slim verbinden! Tien jaar Lectoraat Logistiek: terug- en vooruitblik Congres Logistiek Slim verbinden! Tien jaar Lectoraat Logistiek: terug- en vooruitblik Stef Weijers, Lector Logistiek en Allianties, HAN 31 januari 2013 Anno 2012 In Logistiek is 15% van de bedrijven wel

Nadere informatie

De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen dr. ir. J.M.M. Ritzen Postbus 25000 2700 LZ Zoetermeer. 21 januari 1998.

De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen dr. ir. J.M.M. Ritzen Postbus 25000 2700 LZ Zoetermeer. 21 januari 1998. Nassaulaan 6 2514 JS Den Haag Telefoon (070) 363 79 55 De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen dr. ir. J.M.M. Ritzen Postbus 25000 2700 LZ Zoetermeer Fax (070) 356 14 74 E-mail secretariaat@onderwijsraad.nl

Nadere informatie

Studententevredenheid als kwaliteitsmaat?

Studententevredenheid als kwaliteitsmaat? Studententevredenheid als kwaliteitsmaat? Donderdag 19 september 2013 netwerkbijeenkomst van Platform HBO van het Nederlands Netwerk voor Kwaliteitsmanagement (NNK) Presentatie van Annemieke Voets tijdens

Nadere informatie

Koen Lemmink Lectoraat Praktijkgerichte Sportwetenschap Instituut voor Sportstudies van de Hanzehogeschool

Koen Lemmink Lectoraat Praktijkgerichte Sportwetenschap Instituut voor Sportstudies van de Hanzehogeschool Koen Lemmink (l) en Johan de Jong. Koen Lemmink Lectoraat Praktijkgerichte Sportwetenschap Instituut voor Sportstudies van de Hanzehogeschool Een twaalftal studenten zit rond een grote tafel in één van

Nadere informatie

Professionalisering van docenten. Gerda Geerdink Studiedag Facta 24 maart 2015 Amersfoort

Professionalisering van docenten. Gerda Geerdink Studiedag Facta 24 maart 2015 Amersfoort Professionalisering van docenten Gerda Geerdink Studiedag Facta 24 maart 2015 Amersfoort Opbouw presentatie Welke docenten hebben we nodig? Professionalisering binnen de HAN Resultaten onderzoek naar vier

Nadere informatie

Excellente docent in de mbo-praktijk

Excellente docent in de mbo-praktijk Excellente docent in de mbo-praktijk Uitwisseling scholen HU 7 maart 2014 ROCMN P&O 5-3-2014 1 ROC Midden Nederland Profiel: Kwaliteit, kleinschaligheid en persoonlijk contact Nauwe verbinding met regionale

Nadere informatie

FUNCTIEPROFIEL ADJUNCT-DIRECTEUR JURIDISCHE HOGESCHOOL AVANS-FONTYS

FUNCTIEPROFIEL ADJUNCT-DIRECTEUR JURIDISCHE HOGESCHOOL AVANS-FONTYS FUNCTIEPROFIEL ADJUNCT-DIRECTEUR JURIDISCHE HOGESCHOOL AVANS-FONTYS Inhoudsopgave 1 Juridische Hogeschool Avans-Fontys 3 De missie 3 De structuur 3 De thema s 3 2 Adjunct-directeur 4 Plaats in de organisatie

Nadere informatie

Profiel. Avans Hogeschool. Directeur Academie Gezondheidszorg

Profiel. Avans Hogeschool. Directeur Academie Gezondheidszorg Profiel Avans Hogeschool Directeur Academie Gezondheidszorg Avans Hogeschool Directeur Academie Gezondheidszorg Organisatie Avans Hogeschool is een brede hogeschool met ruim 54 hbo-opleidingen, 29.000

Nadere informatie

Techniek College Rotterdam

Techniek College Rotterdam Samenwerking Albeda / Zadkine Op weg naar: Techniek College Rotterdam Kwartaallezing 26 november 2015 1 overview: Waarom Techniek College Rotterdam? en de weg tot nu toe. Beleid Focus op Vakmanschap van

Nadere informatie

Cyclisch Systematisch Integraal Zelfevaluatie

Cyclisch Systematisch Integraal Zelfevaluatie Kwaliteitsimpuls op sectieniveau De KVLO is de eerste vakvereniging in Nederland die een systematisch kwaliteitszorgsysteem heeft ontwikkeld voor de praktijk. Het project bestaat uit twee krachtige instrumenten:

Nadere informatie

ondernemingsraad HMC Rotterdam, 10 oktober 2013 Betreft: OR Kaderbrief 2013 Geacht College van Bestuur,

ondernemingsraad HMC Rotterdam, 10 oktober 2013 Betreft: OR Kaderbrief 2013 Geacht College van Bestuur, ondernemingsraad HMC Rotterdam, 10 oktober 2013 Betreft: OR Kaderbrief 2013 Geacht College van Bestuur, Door middel van deze kaderbrief wil de OR vanuit haar rol graag een positieve bijdrage leveren aan

Nadere informatie

HET GELDERS ONDERWIJS MODEL

HET GELDERS ONDERWIJS MODEL HET GELDERS ONDERWIJS MODEL In dialoog over samen investeren in kwalificeren voor de toekomst! WZW, de werkgeversvereniging voor zorg- en welzijnsorganisaties in Gelderland, wil samen met al haar betrokken

Nadere informatie

middelbaar beroepsonderwijs Brainport regio Eindhoven Onderwijsvisie Onze kijk op onderwijs

middelbaar beroepsonderwijs Brainport regio Eindhoven Onderwijsvisie Onze kijk op onderwijs middelbaar beroepsonderwijs Brainport regio Eindhoven Onderwijsvisie Onze kijk op onderwijs Summa College maart 2013 Inhoudsopgave Hoofdstuk 1: De vijf onderwijspijlers 4 Hoofdstuk 2: De vijf onderwijspijlers

Nadere informatie

Profiel. Strategisch beleidsadviseur HRM. 29 april 2016. Opdrachtgever Stichting Christelijke Onderwijsgroep Vallei & Gelderland-Midden

Profiel. Strategisch beleidsadviseur HRM. 29 april 2016. Opdrachtgever Stichting Christelijke Onderwijsgroep Vallei & Gelderland-Midden Profiel Strategisch beleidsadviseur HRM 29 april 2016 Opdrachtgever Stichting Christelijke Onderwijsgroep Vallei & Gelderland-Midden Voor meer informatie over de functie Erik Frieling, adviseur Leeuwendaal

Nadere informatie

Adriaan Visser, assitant lector

Adriaan Visser, assitant lector Adriaan Visser, assitant lector Kenniscentrum Zorginnovatie, Lectoraat transities in zorg, Hogeschool Rotterdam a.p.visser@hr.nl en adriaan.visser@planet.nl Daarover is onderzoek gedaan! Betreft m.n.

Nadere informatie

Beleidsaanbevelingen

Beleidsaanbevelingen Beleidsaanbevelingen Naar aanleiding van het praktijkonderzoek Morele thema s waar mantelzorgers mee te maken krijgen bij de zorg voor hun partner met hersenletsel in de thuissituatie Linn Cent 1527992

Nadere informatie

Masterclasses Een sterke relatie

Masterclasses Een sterke relatie Programma Versterking Beroepsonderwijs RAAT en Kennisrotatie organiseren: 10 OKTOBER 2006 Symposium Praktijkleren faciliteren 31 OKTOBER 2006 9 NOVEMBER 2006 14 DECEMBER 2006 Masterclasses Een sterke relatie

Nadere informatie

DEAN CLUSTER ZORG & WELZIJN / EDUCATIE & PEDAGOGIEK

DEAN CLUSTER ZORG & WELZIJN / EDUCATIE & PEDAGOGIEK FUNCTIEPROFIEL DEAN CLUSTER ZORG & WELZIJN / EDUCATIE & PEDAGOGIEK HZ UNIVERSITY OF APPLIED SCIENCES Inhoudsopgave 1 HZ University of Applied Sciences 3 Missie HZ University of Applied Sciences 3 Student-

Nadere informatie

Lectoraat natuurbeleving en ontwikkeling kind

Lectoraat natuurbeleving en ontwikkeling kind Lectoraat natuurbeleving & ontwikkeling kind 1 Aanleiding Als kinderen van vijf tot twaalf jaar hun speelplek mogen kiezen, gaat de voorkeur voornamelijk uit naar braakliggende terreinen. Daarbij kijken

Nadere informatie

Directeur onderwijsinstituut

Directeur onderwijsinstituut Directeur onderwijsinstituut Doel College van van Bestuur Zorgdragen voor de ontwikkeling van het facultair en uitvoering en organisatie van onderwijs en onderwijsondersteuning binnen de faculteit, uitgaande

Nadere informatie

Partnerschap. en scholen werken op basis van een gezamenlijke verantwoordelijkheid samen met studenten aan hun ontwikkeling tot professional.

Partnerschap. en scholen werken op basis van een gezamenlijke verantwoordelijkheid samen met studenten aan hun ontwikkeling tot professional. Sinds een tiental jaren hebben we opleidingsvormen ontwikkeld die recht doen aan zowel vakbekwaamheid als praktijkkennis van aanstaande leraren. In toenemende mate doen we dat op basis van opleiden in

Nadere informatie

Code of Conduct. Omgangsregels van de Universiteit Utrecht

Code of Conduct. Omgangsregels van de Universiteit Utrecht Code of Conduct Omgangsregels van de Universiteit Utrecht Welke uitgangspunten geven richting aan ons gedrag? INLEIDING De Code of Conduct is het kader voor gedrag en reflectie voor medewerkers en studenten

Nadere informatie

INTERSECTORALE MOBILITEIT IN HET HOGER ONDERWIJS ROB GRÜNDEMANN (HOGESCHOOL UTRECHT)

INTERSECTORALE MOBILITEIT IN HET HOGER ONDERWIJS ROB GRÜNDEMANN (HOGESCHOOL UTRECHT) INTERSECTORALE MOBILITEIT IN HET HOGER ONDERWIJS ROB GRÜNDEMANN (HOGESCHOOL UTRECHT) 1. Opzet van het onderzoek 2. Resultaten en conclusies 3. Discussie Vraagstelling 1. Welke omvang heeft intersectorale

Nadere informatie

Betekenis voor praktijk en onderwijs. Theo Roes

Betekenis voor praktijk en onderwijs. Theo Roes Betekenis voor praktijk en onderwijs Theo Roes Voorgeschiedenis 2005-2009 Lectoraten op stoom met praktijkonderzoek Beroepsgroepen (NVMW): meer onderzoek voor evidence/practisebased werken Onderwijs: meer

Nadere informatie

Samenvatting. Aanleiding en adviesvraag

Samenvatting. Aanleiding en adviesvraag Samenvatting Aanleiding en adviesvraag In de afgelopen jaren is een begin gemaakt met de overheveling van overheidstaken in het sociale domein van het rijk naar de gemeenten. Met ingang van 2015 zullen

Nadere informatie

Praktijkgericht onderzoek en een onderzoekende houding: opleiding en lectoraat verbinden onderzoek en onderwijs voor praktijkontwikkeling

Praktijkgericht onderzoek en een onderzoekende houding: opleiding en lectoraat verbinden onderzoek en onderwijs voor praktijkontwikkeling Praktijkgericht onderzoek en een onderzoekende houding: opleiding en lectoraat verbinden onderzoek en onderwijs voor praktijkontwikkeling Kitty Jurrius, Pim van Heijst & Stijn Bollinger * De Hogeschool

Nadere informatie

Desirée van den Bergh, Marga Kemp, Rob Mientjes, Bianca Peersman en Harry Vankan

Desirée van den Bergh, Marga Kemp, Rob Mientjes, Bianca Peersman en Harry Vankan Project Meer met Mediavoorzieningen een onderzoek naar rol en positionering Mediavoorzieningen: Essentieel en Effectief Samenvatting rapport over de meerwaarde van de diensten van Mediavoorzieningen voor

Nadere informatie

Presenteer je eigen onderzoek op de Mbo Onderzoeksdag op 12 november 2015!

Presenteer je eigen onderzoek op de Mbo Onderzoeksdag op 12 november 2015! Voorstellen voor onderzoekspresentaties Mbo Onderzoeksdag Presenteer je eigen onderzoek op de Mbo Onderzoeksdag op 12 november 2015! Indienen van een voorstel kan tot en met 15 mei 2015 via e-mailadres:

Nadere informatie

ONDERWIJS EN INNOVATIE OP DE LINDERTE

ONDERWIJS EN INNOVATIE OP DE LINDERTE ONDERWIJS EN INNOVATIE OP DE LINDERTE Onderwijs zoals we dat vroeger kenden, bestaat al lang niet meer. Niet dat er toen slecht onderwijs was, maar de huidige maatschappij vraagt meer van de leerlingen

Nadere informatie

Advies Hogeschool Rotterdam

Advies Hogeschool Rotterdam Advies Hogeschool Rotterdam De Reviewcommissie (hierna commissie) heeft kennis genomen van het voorstel van de Hogeschool Rotterdam (hierna HR) dat het College van Bestuur met de brieven van 3 mei 2012

Nadere informatie

Lectoraten in het hbo: een nieuw fenomeen

Lectoraten in het hbo: een nieuw fenomeen 12 Onderzoek Lectoraten in het hbo: een nieuw fenomeen Kitty Kwakman 1 Inleiding Per 1 april 2002 ben ik werkzaam als lector bij de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen. Inmiddels zijn op vele Hogescholen

Nadere informatie

Profiel. Strategisch beleidsadviseur P&O. 7 april 2015. Opdrachtgever 100.000 plus gemeente in het midden van het land

Profiel. Strategisch beleidsadviseur P&O. 7 april 2015. Opdrachtgever 100.000 plus gemeente in het midden van het land Profiel Strategisch beleidsadviseur P&O 7 april 2015 Opdrachtgever 100.000 plus gemeente in het midden van het land Voor meer informatie over de functie Bianca van Winkel, adviseur Leeuwendaal Telefoon

Nadere informatie

Samenwerkingsagenda Hogeschool van Arnhem en Nijmegen en de Provincie Gelderland

Samenwerkingsagenda Hogeschool van Arnhem en Nijmegen en de Provincie Gelderland en de Provincie Gelderland 22 maart 2016 Overwegende dat: De provincie Gelderland veel waarde hecht aan de aanwezigheid van onderwijs/kennisinstellingen in haar Provincie. Uiteraard in hun functie van

Nadere informatie

Besluit. College van Bestuur van de Hanzehogeschool Groningen Postbus 30030 9700 RM GRONINGEN

Besluit. College van Bestuur van de Hanzehogeschool Groningen Postbus 30030 9700 RM GRONINGEN College van Bestuur van de Hanzehogeschool Groningen Postbus 30030 9700 RM GRONINGEN Besluit datum 19 januari 2005 onderwerp Definitief besluit accreditatie hbo-bachelor Bouwkunde ons kenmerk NVAO/20050113/CT

Nadere informatie

SKPO Profielschets Lid College van Bestuur

SKPO Profielschets Lid College van Bestuur SKPO Profielschets Lid College van Bestuur 1 Missie, visie SKPO De SKPO verzorgt goed primair onderwijs waarbij het kind centraal staat. Wij ondersteunen kinderen om een stap te zetten richting zelfstandigheid,

Nadere informatie

Ministerie van Veiligheid en Justitie

Ministerie van Veiligheid en Justitie Ministerie van Veiligheid en Justitie > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Het Veiligheidsberaad t.a.v. de voorzitter mw. G. Faber Postbus 7010 6801 HA ARNHEM Minister van Veiligheid en Justitie

Nadere informatie

FUNCTIEPROFIEL ADJUNCT-DIRECTEUR JURIDISCHE HOGESCHOOL AVANS-FONTYS

FUNCTIEPROFIEL ADJUNCT-DIRECTEUR JURIDISCHE HOGESCHOOL AVANS-FONTYS FUNCTIEPROFIEL ADJUNCT-DIRECTEUR JURIDISCHE HOGESCHOOL AVANS-FONTYS Inhoudsopgave 1 Juridische Hogeschool Avans-Fontys 3 Missie 3 Visie 3 De structuur 3 De thema s 3 2 Adjunct-directeur 4 Plaats in de

Nadere informatie

PROFIEL. Lid Raad van Toezicht profiel Onderwijs. Stichting Regio College Zaanstreek - Waterland

PROFIEL. Lid Raad van Toezicht profiel Onderwijs. Stichting Regio College Zaanstreek - Waterland PROFIEL Lid Raad van Toezicht profiel Onderwijs Stichting Regio College Zaanstreek - Waterland PublicSpirit drs. Marylin E.A. Demers Senior consultant Amersfoort, november 2015 Organisatie & context Het

Nadere informatie

Profiel lid Raad van Toezicht

Profiel lid Raad van Toezicht Profiel lid Raad van Toezicht De huidige Raad van Toezicht (RvT) bestaat uit zes leden. De RvT streeft naar een maatschappelijk heterogene samenstelling van leden die herkenbaar en geloofwaardig zijn in

Nadere informatie

De Gespecialiseerde Professional

De Gespecialiseerde Professional Top Talent Programma Excellentietraject: Facility Management F-MEX De Gespecialiseerde Professional Academie: HBS Saxion University of Applied Science Auteur: Benedicte de Vries Datum: 13-07-2015 1 Programma:

Nadere informatie

B&W besluit Publicatie

B&W besluit Publicatie B&W besluit Publicatie Onderwerp Samenwerkingsovereenkomst met opleiding Sport & Bewegen van Hogeschool Inholland Collegebesluit Besluitpunten college 1. Het college stelt de samenwerkingsovereenkomst

Nadere informatie

2 e Fontys Onderzoekscongres Onderzoek & Onderwijs :

2 e Fontys Onderzoekscongres Onderzoek & Onderwijs : 2 e Fontys Onderzoekscongres Onderzoek & Onderwijs : Onderzoek in de onderwijspraktijk van Fontys Wat doen we? Hoe gaat het? Wat levert het op? KEY NOTE: ANOUKE BAKX & JOS MONTULET Onderzoek binnen de

Nadere informatie

De motor van de lerende organisatie

De motor van de lerende organisatie De motor van de lerende organisatie Focus op de arbeidsmarkt Naast het erkennen van leerbedrijven is Calibris verantwoordelijk voor ontwikkeling en onderhoud van kwalificaties in de sectoren zorg, welzijn

Nadere informatie

Stichting Empowerment centre EVC

Stichting Empowerment centre EVC I N V E N T A R I S A T I E 1. Inleiding Een inventarisatie van EVC trajecten voor hoog opgeleide buitenlanders in Nederland 1.1. Aanleiding De Nuffic heeft de erkenning van verworven competenties (EVC)

Nadere informatie

Project Initiatie Document Leerwerkbedrijf KOMPAS

Project Initiatie Document Leerwerkbedrijf KOMPAS De geaccrediteerde Stichting Kompas Nederland en ROC Leeuwenborgh Opleidingen hebben samen het initiatief genbomen om te komen tot een gemeenschappelijk leerwerkbedrijf concept. Dit leerwerkbedrijf wil

Nadere informatie

RAPPORT VAN BEVINDINGEN. Kwaliteitsonderzoek Onderwijszorg bij het Expertise Center Education Care (EC2) Saba

RAPPORT VAN BEVINDINGEN. Kwaliteitsonderzoek Onderwijszorg bij het Expertise Center Education Care (EC2) Saba RAPPORT VAN BEVINDINGEN Kwaliteitsonderzoek Onderwijszorg bij het Expertise Center Education Care (EC2) Saba Plaats : St. Johns, Saba Datum onderbezoek : 10 september 2013 Rapport vastgesteld te Tilburg

Nadere informatie

AMSTERDAMS KENNISCENTRUM VOOR MAATSCHAPPELIJKE INNOVATIE

AMSTERDAMS KENNISCENTRUM VOOR MAATSCHAPPELIJKE INNOVATIE AMSTERDAMS KENNISCENTRUM VOOR MAATSCHAPPELIJKE INNOVATIE PASSENDE ANTWOORDEN VOOR EEN SAMENLEVING IN BEWEGING Het Amsterdams Kenniscentrum voor Maatschappelijke Innovatie (AKMI), het vernieuwde onderzoekscentrum

Nadere informatie

Meer kansen door internationaal basisonderwijs

Meer kansen door internationaal basisonderwijs Meer kansen door internationaal basisonderwijs Initiatiefvoorstel D66, VVD en Groenlinks Oktober 2013 Amsterdam is een wereldstad en de meest internationale stad van het land. De haven, het toerisme, de

Nadere informatie

Strategisch HRM in het voortgezet onderwijs. Peter Leisink

Strategisch HRM in het voortgezet onderwijs. Peter Leisink Strategisch HRM in het voortgezet onderwijs Peter Leisink Opzet van deze leergang Introductie Strategisch HRM in het voortgezet onderwijs: inhoudelijke verkenning Programma en docenten leergang strategisch

Nadere informatie

Aan de raad AGENDAPUNT 11. Doetinchem, 4 juli 2009. Economische visie en actieplan Dynamisch Duurzaam Doetinchem

Aan de raad AGENDAPUNT 11. Doetinchem, 4 juli 2009. Economische visie en actieplan Dynamisch Duurzaam Doetinchem Aan de raad AGENDAPUNT 11 Economische visie en actieplan Dynamisch Duurzaam Doetinchem Voorstel: 1. de foto van de sociaal-economische situatie in Doetinchem voor kennisgeving aannemen; 2. het beleidskader

Nadere informatie

18 september 2014. voltijd Groningen 28 november 2014. 15 februari 2015. Beoordelingskaders bijzonder kenmerk ondernemen d.d.

18 september 2014. voltijd Groningen 28 november 2014. 15 februari 2015. Beoordelingskaders bijzonder kenmerk ondernemen d.d. se a ccr editat eor ga ní sat e Besluit Besluit strekkende tot het toekennen van het bijzonder kenmerk Ondernemen aan de minor Sport Business lnnovatie van de hbo-bacheloropleiding Sport, Gezondheid en

Nadere informatie

Advies niet-ambtelijke adviescommissie WOB. Onderwijsraad

Advies niet-ambtelijke adviescommissie WOB. Onderwijsraad ÜT? R>2 3 Advies niet-ambtelijke adviescommissie WOB. Onderwijsraad Aan de minister van onderwijs en wetenschappen, de heer drs. W.J. Deetman, Postbus 25000, 2700 LZ Zoetermeer. Nassaulaan 6 2514 JS 's-gravenhage

Nadere informatie

Titel in het Engels: Administrative Law Publiekrecht, sectie Bestuursrecht (in oprichting)

Titel in het Engels: Administrative Law Publiekrecht, sectie Bestuursrecht (in oprichting) Structuurrapport Leerstoel Bestuursrecht 1 Algemene informatie Titel: Bestuursrecht Titel in het Engels: Administrative Law Afdeling: Publiekrecht, sectie Bestuursrecht (in oprichting) Omvang: 1.0 fte

Nadere informatie

Onderzoeksplan Rekenkamercommissie 2011

Onderzoeksplan Rekenkamercommissie 2011 Onderzoeksplan Rekenkamercommissie 2011 Boxtel, maart 2011 Voorwoord Voor u ligt het onderzoeksplan 2011 van de rekenkamercommissie Boxtel. Het onderzoeksplan is het resultaat van de suggesties die we

Nadere informatie

MARKTONDERZOEK NAAR DE BEHOEFTE VAN VAKTHERAPEUTEN AAN ONDERZOEK EN OPLEIDING. Henk Smeijsters

MARKTONDERZOEK NAAR DE BEHOEFTE VAN VAKTHERAPEUTEN AAN ONDERZOEK EN OPLEIDING. Henk Smeijsters MARKTONDERZOEK NAAR DE BEHOEFTE VAN VAKTHERAPEUTEN AAN ONDERZOEK EN OPLEIDING 2007 Henk Smeijsters INHOUD Voorwoord... 3 Respondenten... 4 Resultaten Behoefte aan onderzoek... 6 Behoefte aan opleiding

Nadere informatie

Ontwikkelingen. in zorg en welzijn. Wij houden daarbij onverkort vast aan de Koers 2010-2013,

Ontwikkelingen. in zorg en welzijn. Wij houden daarbij onverkort vast aan de Koers 2010-2013, KOERS 2014-2015 3 Het (zorg)landschap waarin wij opereren verandert ingrijpend. De kern hiervan is de Kanteling, wat inhoudt dat de eigen kracht van burgers over de hele breedte van de samenleving uitgangspunt

Nadere informatie

----------------------------------------------------------------------------------------------------------

---------------------------------------------------------------------------------------------------------- Het Stedelijk Gymnasium Haarlem zoekt met ingang van het schooljaar 2011/2012 een nieuwe rector. Voor nadere informatie zie www.stedelijkgymnasiumhaarlem.nl Het Stedelijk Gymnasium Haarlem Het Stedelijk

Nadere informatie

PROFIELSCHETS BESTUURDER Savant Zorg

PROFIELSCHETS BESTUURDER Savant Zorg PROFIELSCHETS BESTUURDER Savant Zorg TIRIONS CONSULTANCY BV VERSIE 1 SEPTEMBER 2015 BESTEMD VOOR DE ORGANISATIE ANJA TIRIONS MHA Inleiding Savant Zorg is een grote, regionale, gecertificeerde organisatie

Nadere informatie

Jaarverslag 2012 Dienst P&O ROC West-Brabant

Jaarverslag 2012 Dienst P&O ROC West-Brabant Dienst Personeel & Organisatie Jaarverslag 2012 Jaarverslag 2012 Dienst P&O ROC West-Brabant Maart 2013 Dienst P&O Jaarverslag Dienst P&O 2012 Pagina 1 Voorwoord Voor de Dienst P&O was 2012 een bewogen

Nadere informatie

Klanttevredenheidsonderzoek. Compagnon

Klanttevredenheidsonderzoek. Compagnon Klanttevredenheidsonderzoek Compagnon 1-4-2016 Inhoudsopgave A. Cedeo-erkenning B. Klanttevredenheidsonderzoek Opdrachtgevers C. Conclusie Cedeo 2016 Compagnon 2 A. Cedeo-erkenning 1. Achtergrond Er zijn

Nadere informatie

SustainaBul 2016 #3 Universiteit Utrecht

SustainaBul 2016 #3 Universiteit Utrecht SustainaBul 2016 #3 Universiteit Utrecht Vraag 1 Aanbod cursussen & minoren Biedt de onderwijsinstelling minoren en/of cursussen aan gericht op duurzaamheid, die inzichtelijk en toegankelijk zijn voor

Nadere informatie

Rapport 833 Derriks, M., & Kat, E. de. (2020). Jeugdmonitor Zeeland Amsterdam: Kohnstamm Instituut.

Rapport 833 Derriks, M., & Kat, E. de. (2020). Jeugdmonitor Zeeland Amsterdam: Kohnstamm Instituut. Samenvatting Rapport 833 Derriks, M., & Kat, E. de. (2020). Jeugdmonitor Zeeland Amsterdam: Kohnstamm Instituut. De Jeugdmonitor Zeeland De Jeugdmonitor Zeeland is een plek waar allerlei informatie bij

Nadere informatie

De toekomst van onze. Essentie van het Academie Toekomst Plan. Academie voor Gezondheidsstudies

De toekomst van onze. Essentie van het Academie Toekomst Plan. Academie voor Gezondheidsstudies De toekomst van onze gezondheidsstudies Essentie van het Academie Toekomst Plan Academie voor Gezondheidsstudies Van beneden naar boven en van buiten naar binnen Dit document bevat het resultaat van het

Nadere informatie

Besluit. College van bestuur. Hogeschool van Amsterdam. Postbus 931 1000 AX AMSTERDAM

Besluit. College van bestuur. Hogeschool van Amsterdam. Postbus 931 1000 AX AMSTERDAM College van bestuur Hogeschool van Amsterdam Postbus 931 1000 AX AMSTERDAM Besluit Besluit strekkende tot positieve beoordeling van een aanvraag Toets nieuwe opleiding hbo-master Integraal Leiderschap

Nadere informatie

Twee Leden Raad van Toezicht bij Stichting Regio College Zaanstreek - Waterland te Zaandam

Twee Leden Raad van Toezicht bij Stichting Regio College Zaanstreek - Waterland te Zaandam PROFIEL Twee Leden Raad van Toezicht bij Stichting Regio College Zaanstreek - Waterland te Zaandam PublicSpirit drs. Marylin E.A. Demers Senior consultant Amersfoort, oktober 2014 Organisatie & context

Nadere informatie

Roadmap BIM Loket. Versie 7, 1 december 2015. 1.1 Inleiding

Roadmap BIM Loket. Versie 7, 1 december 2015. 1.1 Inleiding Roadmap BIM Loket Versie 7, 1 december 2015 1.1 Inleiding Eind april 2015 is de Stichting BIM Loket opgericht. Afgelopen maanden is de organisatie ingericht en opgestart. Mede op verzoek vanuit de BIR

Nadere informatie

Center for Organisation Development in Hospitals

Center for Organisation Development in Hospitals instituut Beleid & Management Gezondheidszorg Center for Organisation Development in Hospitals Het Center for Organisation Development in Hospitals is een samenwerkingsverband van het instituut Beleid

Nadere informatie

DIRECTEUR BELEID EN STRATEGIE

DIRECTEUR BELEID EN STRATEGIE FUNCTIEPROFIEL DIRECTEUR BELEID EN STRATEGIE HOGESCHOOL LEIDEN Inhoudsopgave 1 Hogeschool Leiden 3 De organisatie 3 De structuur 3 De thema s 4 2 4 Plaats in de organisatie 4 Taken en verantwoordelijkheden

Nadere informatie

Verstandelijke Beperking en Psychiatrie; praktijk richtlijnen

Verstandelijke Beperking en Psychiatrie; praktijk richtlijnen Verstandelijke Beperking en Psychiatrie; praktijk richtlijnen Congres Focus op Onderzoek, 22 juni 2015 Gerda de Kuijper, AVG/senior senior onderzoeker CVBP/UMCG Dederieke Festen AVG/senior onderzoeker

Nadere informatie

OVERZICHT VAN STUDIES GEDAAN NAAR DE EFFECTIVITEIT VAN DE METHODE COMMUNITY SUPPORT

OVERZICHT VAN STUDIES GEDAAN NAAR DE EFFECTIVITEIT VAN DE METHODE COMMUNITY SUPPORT OVERZICHT VAN STUDIES GEDAAN NAAR DE EFFECTIVITEIT VAN DE METHODE COMMUNITY SUPPORT De directie van probeert waar mogelijk de resultaten die geboekt worden door middel van onderzoek te objectiveren. Er

Nadere informatie

I would rather design a poster than a website. Aldje van Meer, oktober 2012

I would rather design a poster than a website. Aldje van Meer, oktober 2012 I would rather design a poster than a website Aldje van Meer, oktober 2012 Deze uitgave is een samenvatting van de lezing 'I would rather design a poster than a website tijdens het Nationaal Symposium

Nadere informatie

Samenvatting aanvraag

Samenvatting aanvraag Samenvatting aanvraag Algemeen Soort aanvraag (kruis aan wat van toepassing Nieuwe opleiding is): Nieuw Ad programma Nieuwe hbo master Nieuwe joint degree 1 Verplaatsing bestaande opleiding Nevenvestiging

Nadere informatie

Workspace Design Onderzoeksopzet voor SOZAWE

Workspace Design Onderzoeksopzet voor SOZAWE Workspace Design Onderzoeksopzet voor SOZAWE Datum: 16 december 2010 Ir. Jan Gerard Hoendervanger Docent-onderzoeker Lectoraat Vastgoed Kenniscentrum Gebiedsontwikkeling NoorderRuimte Hanzehogeschool Groningen

Nadere informatie

Samenwerking hogescholen en MKB in de topsectoren ZWAARTEPUNTVORMING PROFILERING SAMENWERKING KWALITEIT DUURZAME VERANKERING

Samenwerking hogescholen en MKB in de topsectoren ZWAARTEPUNTVORMING PROFILERING SAMENWERKING KWALITEIT DUURZAME VERANKERING Samenwerking hogescholen en MKB in de topsectoren ZWAARTEPUNTVORMING PROFILERING SAMENWERKING KWALITEIT DUURZAME VERANKERING 14 december Bedrijfslevenbrief Het kabinet heeft samenleving en bedrijfsleven

Nadere informatie

Verantwoordingsdocument September 2014 PERSONEELSPLAN

Verantwoordingsdocument September 2014 PERSONEELSPLAN Verantwoordingsdocument September 2014 PERSONEELSPLAN Inhoud 1. Inleiding... 3 2. Organisatiestructuur... 4 2.1 Rollen binnen de Netwerkschool (zie bijlage)... 4 2.2 Het kernteam... 5 2.3 De Interne flexibele

Nadere informatie

Projectvoorstel Borging Programma Lokale Versterking GGz Project B: Regionale borgingsactiviteiten

Projectvoorstel Borging Programma Lokale Versterking GGz Project B: Regionale borgingsactiviteiten Projectvoorstel Borging Programma Lokale Versterking GGz Project B: Regionale borgingsactiviteiten 20 april 2009 Landelijk Platform GGz Postbus 13223 3507 LE Utrecht 1 Inleiding Op 1 januari 2007 trad

Nadere informatie

Procesevaluatie Effectief Actief 2013. Drs. L. Ooms Dr. C.Veenhof

Procesevaluatie Effectief Actief 2013. Drs. L. Ooms Dr. C.Veenhof Procesevaluatie Effectief Actief 2013 Drs. L. Ooms Dr. C.Veenhof VOORWOORD Effectief Actief (EA) is een programma geïnitieerd door het Nederlands Instituut voor Sport en Bewegen (NISB). Het heeft als doel

Nadere informatie

Jaarverslag BJ 2013. Stichting Wetenschap Balans. 1 augustus 31 december. Tel 06-46741683 Keileweg 8 3029 BS Rotterdam

Jaarverslag BJ 2013. Stichting Wetenschap Balans. 1 augustus 31 december. Tel 06-46741683 Keileweg 8 3029 BS Rotterdam Jaarverslag BJ 2013 1 augustus 31 december Stichting Wetenschap Balans Tel 06-46741683 Keileweg 8 3029 BS Rotterdam www.swbalans.nl info@swbalans.nl Inhoudsopgave Inhoud Highlights... 1 Strategische highlights...

Nadere informatie

Toeleg Meedoen & Samenwerken in Breda

Toeleg Meedoen & Samenwerken in Breda Toeleg Meedoen & Samenwerken in Breda 2012-2013 Inleiding M&S Breda bestaat uit acht organisaties die er voor willen zorgen dat de kwetsbare burger in Breda mee kan doen. De deelnemers in M&S Breda delen

Nadere informatie

STRATEGISCH BELEID EFFICIËNT EN ZICHTBAAR NAAR EEN CENTRUM VOOR REVALIDATIE

STRATEGISCH BELEID EFFICIËNT EN ZICHTBAAR NAAR EEN CENTRUM VOOR REVALIDATIE STRATEGISCH BELEID 2013 2014 NAAR EEN EFFICIËNT EN ZICHTBAAR CENTRUM VOOR REVALIDATIE UMCG Centrum voor Revalidatie Strategisch beleidsplan 2013-2014 Vastgesteld op 1 november 2012 Vooraf Met het strategisch

Nadere informatie

Stafmobiliteit gewikt en gewogen

Stafmobiliteit gewikt en gewogen Stafmobiliteit gewikt en gewogen Isabelle De Ridder Vlaamse Onderwijsraad Vlaamse Onderwijsraad (Vlor) Strategische adviesraad voor het beleidsdomein onderwijs en vorming - Opdracht: o Adviezen op vraag

Nadere informatie