Oehoewerkgroep Nederland. Gejo Wassink

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Oehoewerkgroep Nederland. Gejo Wassink"

Transcriptie

1 Oehoewerkgroep Nederland Gejo Wassink

2 Colofon Stichting Oehoewerkgroep Nederland Tekst en samenstelling: Gejo Wassink Projectleiding: Gejo Wassink Europaweg 40a 7137 HN Lievelde Fotografie Gejo Wassink Omslag: René Janssen Beelden uit Google Earth. Wijze van citeren: Wassink G.J., GPS-onderzoek aan de Oehoe in 2013/2014. Oehoewerkgroep Nederland, Lievelde

3 GPS-onderzoek aan de Oehoe in 2013 / 2014 Stichting Oehoewerkgroep Nederland. Voorwoord Van der Hucht De Beukelaar Stichting In dit verslag worden de verrichtingen beschreven van in Nederland gezenderde jonge Oehoes in In verschillende tabellen en beschrijvingen worden ook de gegevens van voorgaande jaren nog eens gepresenteerd. Het project werd mogelijk gemaakt door de samenwerking van verschillende organisaties. Het werd gefinancierd door Vogelbescherming Nederland, Van der Hucht De Beukelaar stichting en OWN zelf. De Oehoewerkgroep Nederland was de uitvoerende partij. Het ecologisch bureau Bionet werd ingehuurd voor het bestellen en aanbrengen van de zenders. Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten hebben toestemming verleend tot het verrichten van het onderzoek in hun terreinen. Gejo Wassink 3

4 inhoudsopgave 1 Inleiding Doelstelling Materiaal en methode Resultaten Periode in het ouderlijke territorium Gelderland Limburg 1; Encigroeve (Bubbo1) Limburg 2; (Bubbo2) Limburg 3; (Nlbbo1) Limburg 4; (Nlbbo2) Samenvatting/bespreking verblijf binnen het broedgebied Dispersie Limburg Nlbbo Gelderland Enci Oehoe (Bubbo1) Kerkrade (Nlbbo1) Kerkrade (Bubbo2) Analyse/samenvatting dyspersie Vestiging in winterkwartier Afgelegde afstanden Terreingebruik en habitatopnamen Terreingebruik Habitatopnames Discussie/samenvatting Dankwoord Literatuur Bijlage 1. Habitatopnames. 58 4

5 1 Inleiding In 2013 zijn voor het vijfde jaar Oehoes gevolgd middels GPS-techniek. In 2008 en 2009 was de Vogelwerkgroep Zuidoost- Achterhoek de uitvoerende partij. Vanaf 2010 heeft De Oehoewerkgroep Nederland dit project op haar genomen. Er werden in 2013 vijf Oehoes gezenderd en gevolgd. 2 Doelstelling De doelen zijn overgenomen uit het telemetrieplan van OWN. Hoofddoelen: a. Informatie verkrijgen over de dagrustplaats en omgeving van jonge Oehoes tijdens de dispersie. b. Informatie verkrijgen over dispersie van Oehoes in Nederland. c. De Oehoe in een positief daglicht stellen door middel van publicatie (ook weblog). Uit deze doelstellingen leiden we volgende vraagstellingen af.: 1. In welk landschapstype en landschapselementen bevinden zich de jonge Oehoes overdag? 2. Hoe verloopt het proces van zelfstandig worden, wanneer verlaat een jonge Oehoe definitief het ouderlijke territorium. Is dit een geleidelijk proces of vliegt het dier plotseling vele kilometers weg? 3. Hoe verlopen de omzwervingen na het verlaten van het ouderlijk territorium. Trekken de uilen in een bepaalde richting weg, of is er sprake van grillige zwerfpatronen? 4. Waarom heeft de soort tot op heden nog geen nieuwe habitats buiten Zuid- Limburg en Gelderland gekoloniseerd? Speelt hierbij vroegtijdige sterfte door accumulatie van gifstoffen, of ander gevaar van de menselijke omgeving ( verkeer, rasters e.d.) een rol? Of is de sterfte binnen de huidige, kleine populatie dusdanig groot dat alle overlevende jonge Oehoes daarbinnen opengevallen plaatsen bezetten? Voor het beantwoorden van deze vraag is langdurig onderzoek met zenders een vereiste (waarbij ook doodsoorzaken bekend worden). 5. Wanneer stoppen de omzwervingen (al dan niet tijdelijk) en blijven de jonge Oehoes in een vast gebied (voor zover dit binnen de onderzoeksperiode van een jaar kan worden vastgesteld)? 6. Is er indicatie voor inprenting van de biotoop waarin de Oehoe geboren is? Met andere woorden: Kan een Oehoe die in een groeve geboren is zich langere tijd ophouden in het cultuurlandschap of een gewoon bosgebied, of wordt steeds weer een groeve opgezocht (ook tijdens de omzwervingen)? 7. Wanneer is er sprake van een territorium (wanneer blijft de Oehoe voorgoed binnen een gebied met een straal van ongeveer 5 km., voor zover dit binnen de onderzoeksperiode van een jaar kan worden vastgesteld) en in welk gebied (groeve of bosgebied)? 8. Welke voorstellen kunnen we doen ten aanzien van de inrichting van het landschap met het oog op de veiligheid voor Oehoes? 3 Materiaal en methode 1. Vangmethode en locaties: In de Achterhoek werd een jonge oehoe met de hand gevangen op 22 juni. In de Encigroeve was dat 18 juni. Op een tweede locatie in Limburg werd eveneens een jong met de hand gevangen op 24 juni. Op de derde locatie in Limburg werden twee mannelijke oehoes van hetzelfde nest gevangen toen ze al konden vlie- 5

6 gen. De eerste data van deze uilen kwam binnen op 31 augustus en 5 september. 2. Bevestigen zender: De GPS zenders worden als een rugzakje op de rug bevestigd. Aan de voorzijde van de zender wordt een teflonbandje met nylonkern (45 cm. lang) door het bevestigingsoog van de zender geregen. Het bandje wordt links en rechts om de hals naar de bovenzijde van het borstbeen getrokken, waar beide delen met een breaking point (katoendraad) aan elkaar verbonden worden. Vanaf dit punt gaan beide bandjes links en rechts van het lichaam onder de vleugels door en weer omhoog naar de achterzijde van de zender. Bij het vastmaken wordt rekening gehouden met nog enige groei van de jonge vogel. Het breaking point zorgt ervoor dat de zender na verloop van tijd van de vogel zal afvallen, afhankelijk van de hoeveelheid katoendraad kan ingeschat worden op welk moment dit gebeurt. Bij het aanbrengen wordt hulp ingeroepen van dezelfde expert die ook vorig jaar de zenders met goed gevolg heeft bevestigd (Bionet; René Janssen) 3. Type zender: Dit jaar is een nieuw type zender gebruikt van het bedrijf Ecotone type crane-a uit Polen. De zender weegt 50 gram en heeft geen uitstekende antenne. De zenders geven de data door via het GSM-netwerk. Er zijn twee batterijen ingebouwd. Een basisbatterij en één die door zonnecellen kan worden opgeladen. Naar verwachting kunnen 1500 peilingen verricht worden. 4. Peilmoment: Het moment van positiebepaling viel dit jaar gedurende de dag rond uur Nederlandse tijd. Op deze manier werden dus de dagrustplaatsen in kaart gebracht. Voor een deel werd ook s nachts een locatie bepaald. 5. Precisie: De GPS-locaties die door deze zenders worden verkregen hebben volgens de leverancier een precisie van 20 meter. 6. Oehoewerkgroep: Leden van de Stichting Oehoewerkgroep Nederland (OWN) zullen betrokken worden bij het project. Om de 10 dagen zullen zij op de hoogte worden gehouden van de resultaten. Habitatonderzoek wordt door OWN uitgevoerd. 7. Subsidieverstrekkers: M iddels persberichten, lezingen en publicaties kunnen subsidieverstrekkers zich dankzij dit project profileren in geheel Nederland en West-Duitsland. 8. Via is het project toegankelijk voor iedereen, waarbij we de nodige voorzorgsmaatregelen nemen om de rust van de Oehoes te garanderen. (vertraagde publicatie, en broedgebieden niet met naam noemen, behalve Winterswijk en de Encigroeve). 9. Habitatopnames: Bestuursleden van de Stichting Oehoewerkgroep Nederland zullen worden betrokken bij het project. En dan met name bij de habitatopnames van de plekken waar de gezenderde Oehoes zijn waargenomen. Habitatopnames worden gemaakt wanneer de uil zich langere tijd in eenzelfde omgeving ophoudt. Op de kaart zullen daar clusters van peilmomenten te zien zijn. We nemen aan dat dergelijke gebieden kennelijk belangrijk zijn voor de Oehoe. Binnen een cirkel met een straal van 500 m. vanaf een peilpunt (midden in een cluster) worden volgende landschapselementen in percentages beschreven: 1. Bos 2. Open-/ halfopen cultuurlandschap 3. Dorp/stad 4. Water van betekenis Bij de beschrijving van het bos worden volgende nuances aangegeven van maximaal 3 hoofdtypen bos: Houtsoorten Leeftijd: oud, middel oud of jong. Dichtheid: dicht, halfopen of open. Ondergroei: veel, weinig/verspreid, geen. Kaalkap: schatting in % van totale bosoppervlak. 6

7 En verder: Hellingen: wel of geen sprake van hellingen in het landschap. Groeve: Is er binnen een straal van 500 m. een groeve aanwezig. En wat is de kortste afstand tot de dichtstbijzijnde groeve. Bij de beschrijving van het cultuurlandschap wordt onderscheid gemaakt in maximaal 3 hoofdtypen van grondgebruik (bijv. maïs..%, hooiland..% en grasland met beweiding %). Bij dorp/stad wordt het % industriële bebouwing en woonwijken aangegeven. Om het landschap van een gebied met een cluster van waarnemingen in kaart te brengen, worden habitatopnames gemaakt van verschillende peilmomenten in het cluster, dusdanig dat met zo weinig mogelijk habitatopnames een zo groot mogelijk oppervlak in kaart wordt gebracht. (Dus zo weinig mogelijk overlapping van de opname cirkels). 10. Rapportage: De verslaglegging ligt in handen van de Stichting Oehoewerkgroep Nederland (G.J. Wassink) en wordt beschikbaar gesteld aan de subsidieverstrekkers en terreineigenaren. Deze rapportage kan de basis vormen voor het schrijven van artikelen. 11. Broedgebied: Hierbij gaat het om een cirkel met een straal van 200 meter, waarbij het nest als middelpunt is genomen 4 Resultaten 4.1 Periode in het ouderlijke. territorium Allereerst wordt het doen en laten van de Oehoes besproken binnen het broedgebied. 4.2 Gelderland 2013 Dit paar is op 17 februari begonnen met broeden (waarneming via webcambeelden van Beleef de Lente ). Op 23 maart kwam het eerste ei uit. Op 22 april werden hier twee jongen geringd en op 17 april is gezien dat een jong uit beeld liep en het nesthol dus Foto 1: Jonge Oehoe van bijna 5 weken oud in Overijssel (Gejo Wassink) voor het eerst even verliet (25 dg.). Op 4 mei werd het nest definitief verlaten (42 dg.), en keerden de jongen niet meer terug zoals voorheen. Op 8 juni zat het jong voor het eerst (net iets) verder dan 200 meter van het nest (77 dg.). Op 26 juli zat de uil overdag voor het eerst verder dan 500 meter van het nest (125 dg.). Tot en met 21 juli (120 dg.) sliep deze jonge Oehoe steeds in de broedgroeve of in bomen bovenop de groeverand. Op 22 juli sliep hij overdag voor het eerst op 160 meter afstand van de groeve in het achterliggende bos. In de periode 26 juli-7 augustus sliep de uil steeds in een bosje vlakbij de fabriek op zo n 550 meter afstand van het nest. Op 8,9 en 10 augustus werd in de aanliggende groeve het muziekfestijn Symfonia opgevoerd, en verhuisde de uil naar slaapplaatsen op zo n 800 meter afstand van het nest. Na 10 dagen sliep de oehoe weer in het bosje bij de fabriek. Van 26 augustus 12 september lagen 7

8 de slaapplaatsen in het Heksenbos op meter van het nest. Opvallend was het feit dat er vaak (dagelijks) gewisseld werd van slaapplaats. Bij deze uitspraak is rekening gehouden met de afwijking van 20 meter. Wel zijn er enkele clusters van peilingen te zien. Kennelijk keerde de uil wel regelmatig terug naar bepaalde plekken, maar volgens de peilingen niet steeds in dezelfde boom. 4.3 Limburg 1; Encigroeve (BUBBO1) Teruggerekend vanaf de ringdatum, op basis van de meetgegevens, lag het broedbegin op 2 maart. Op 18 juni kreeg deze vogel de zender om. Op 12 juli (96 dg.) zat het jong voor het eerst verder dan 200 meter van het nest (341 m.). Op 14 juli (98 dg.) werd de 500- meterbarriere voor het eerst doorbroken (631 m.). Tot 12 juli (96 dg.) werd het jong steeds in de buurt van het nest gepeild. Op veel dagen werd er geen peiling verricht, mogelijk zat de uil toen steeds op het nest in de ingang van het gangenstelsel. Hierdoor kon de zender dan mogelijk geen positie bepalen. In de periode 12 juli-9 augustus werden er af en toe uitstapjes geconstateerd buiten de oehoegroeve. De uil sliep dan overdag in de westelijke wand van het groevedeel waar gewerkt wordt. Op 3 augustus (118 dg.) was dat op ruim 700 m. afstand van het nest. Van 9 augustus- 1 september werd er afwisselend geslapen op de bekende winterwand tegenover het nest en vlakbij het nest. Vanaf 3 september (149 dg.) was hij vaak te vinden in de buurt van de fabriek in de rand van de actieve groeve op ruim 600 meter van het nest. Van deze derde gezenderde uil kwam op 26 juni (78 dg.) de eerste peiling binnen. Op 12 juli (94 dg.) werd hij voor het eerst verder dan 200 meter van het nest gelokaliseerd (282 m.). Helaas was dat zijn eerste noemenswaardige optreden en..ook zijn laatste. Op 14 juli werd deze jonge Oehoe namelijk gevonden toen hij in het prikkeldraad was gevlogen. De uil is door Jurgen Mingels nog naar de vogelopvang gebracht waar hij werd behandeld. Helaas was er sprake van complicaties en heeft de uil het uiteindelijk niet overleefd. De zender is later ingezet bij een ander oehoejong dat na een tijd in de opvang bij Opglabbeek werd vrijgelaten bij Kerkrade. Foto 2. Jurgen Mingels haalt de Oehoe uit het prikkeldraad (via Jurgen Mingels) 4.4 Limburg 2 (BUBBO2) Het broedbegin van deze Oehoes is berekend op 24 februari. Er werd tijdens het ringen slechts 1 jong aangetroffen. Foto 3. De behandeling mocht helaas niet baten. (René Janssen) 8

9 omschrij ving G elderland Limburg Gelderland DL/ Limburg Limburg Gelderland DL/Limburg DL/Acht erhoek Limburg Gelderland Encigroeve Limburg J Limburg NLBB01 Limburg NLBB02 leeftijd datum leeftijd datum leeftijd datum leeftijd datum leeftijd datum leeftijd datum leeftijd datum leeftijd datum leeftijd datum leeftijd datum leeftijd datum leeftijd datum leeftijd datum leeftijd datum broedbegin 15. Feb. 14. Feb. 4. Mrz. 23. Feb. 16. Feb. 20. Feb. 4. Mr z. 7. Mrz. 16. Feb. 17. F eb. 2. Mrz. 24. Feb. 24. Feb. 24. Feb. uitkomstdatum 1 21.mr t Mr z 1 7.apr M rz Mrz Mrz Apr Apr M rz Mr z Apr Mrz M rz Mrz eer ste keer buiten nest apr mei 55 1.jun mei mei apr mei Apr eer ste keer buiten 200m mei 80 9.jun aug mei 72 3.j un mei 56 2.jun Jun Jul Jul eer ste keer buiten 500m jul jul sep aug aug jul einde signaal aug Jul Jul 4.5 Limburg 3 (NLBB01 ring ) Het berekende broedbegin van dit broedsel kwam uit op 24 februari. Er waren 3 jongen waarvan twee mannetjes een zender om kregen. Deze uil werd pas eind augustus gevangen, de eerste peiling kwam binnen op 31 augustus (154 dg.). De uil zat toen al op een afstand van 583 meter. We weten dus niet wanneer de 200 en 500 meter werden overschreden. Alleen op 31 augustus zat de uil overigens zo ver van het nest, samen met zijn broer. Daarna sliep deze Oehoe overdag steeds op dezelfde plek op zo n 250 meter afstand van het nest. Zijn broer sliep steeds elders. Helaas bleek later dat deze Oehoe de katoendraadjes van het breekpunt had doorgebeten. De zender is al na enkele dagen afgevallen en we hebben deze uil dus niet verder kunnen volgen. Deze zender is later ingezet op een ander oehoejong die na opvang in Opglabbeek samen met zijn nestgenootje werd vrijgelaten bij Kerkrade. gemiddeld broedbegin uitkomstdatum leeftijd spreiding datum spreiding 23.feb 14 feb-7 mrt 29.mrt 20 mrt-10 apr eerste keer buiten nest mei 17 apr-1 jun eerste keer buiten 200m jun 17 mei -12 juli eerste keer buiten 500m aug 10 jul-3 sep Tabel 1. Verblijf binnen het broedgebied; gemiddelden van alle jaren De peiling kwam ruim 1 kilometer ten zuidwesten van de nestplaats. De uil zat in een houtwal midden in open, licht glooiend agrarisch gebied. Een dag later werd de Oehoe bijna 7 km. verderop gelokaliseerd net onder Oud Valkenburg. 4.7 Samenvatting/bespreking verblijf binnen het broedgebied 4.6 Limburg 4 NLBB02 (ring ) Het broedbegin is berekend op 24 februari. Deze Oehoe is enkele dagen later gevangen dan zijn broer. De eerste peiling kwam binnen op 5 september. Op 5, 6 en 7 september sliep hij in het bos op zo n 650 meter ten Noorden van de broedplaats. Al op 8 september (161 dg.) heeft hij het geboortegebied verlaten. Alleen van de Winterswijkse uil is bekend geworden dat deze het nest voor het eerst even verliet op een leeftijd van 25 dagen. Gemiddeld gebeurde dat bij acht uilen pas op een leeftijd van 45 dagen. De grote spreiding heeft te maken met de nestsituatie. In Limburg ging het om nestholen zonder loopmogelijkheden. Het is dan logisch dat de jongen langer in dergelijke holen blijven. In Winterswijk betrof het een broedrichel met aangrenzend vele loopmogelijkheden voor de jongen. 9

10 Van 3 jonge Oehoes is bekend geworden wanneer ze in 2013 verder dan 200 meter van het nest kwamen. Dat was achtereenvolgens op leeftijden van 77, 94 en 96 dagen. In totaal is de 200-metergrens van 10 uilen bekend geworden. Ze overschreden die grens op een gemiddelde leeftijd van 79 dagen. Van twee jongen uit 2013 is bekend dat ze de 500-metergrens doorbraken op leeftijden van 98 en 125 dagen. In totaal werd dit bekend van negen Oehoes. De 500-metergrens werd doorbroken op een gemiddelde leeftijd van 127 dagen (tabel 1). 4.8 Dispersie In het navolgende wordt de dispersie beschreven van de verschillende uilen uit Aan het eind van dit hoofdstuk wordt een samenvatting gegeven voor de uilen die daadwerkelijk het ouderlijke gebied hebben verlaten (2008 t/m 2013). 4.9 Limburg NLBB02 De dispersie van deze mannelijke Oehoe kan globaal worden verdeeld in 5 fasen. 1. Vertrek uit het ouderlijk territorium. 2. Eerste tussenstop gevolgd door verder reizen. 3. Tweede tussenstop gevolgd door verder reizen. 4. Derde tussenstop gevolgd door verder reizen 5. Vierde tussenstop gevolgd door verder reizen 6. Vijfde tussenstop gevolgd door verder reizen 7. Verblijf in winterkwartier. Per fase wordt ingegaan op details uit de betreffende periode. 1. Vertrek uit het ouderlijke territorium. (8 september; 1 dag reizen) In de nacht van 7 op 8 september is deze Limburgse Oehoe kennelijk vertrokken. Overdag werd hij ruim een kilometer van de broedplaats gepeild. 2. Eerste tussenstop (9-11 sept.; 3 dagen. Verder reizen: 4 dg.). Van 9 t/m 11 september hield de Oehoe al een tussenstop onder Valkenburg, bijna 6 km. van het nest. Na deze pauze van 3 dagen is hij weer teruggevlogen naar zijn geboortegebied. Alleen op 12 september is hij weer bij de geboortegroeve gepeild. Vanaf nu ging het in noordwestelijke richting. Op 13 september kwam de peiling ruim 10 km. verderop bij Geleen. Op 14 september sliep hij ruim 8 km. verderop bij Maasmechelen en op 15 september weer ruim 4 km. noordwestelijker bij Opglabbeek. 2. Tweede tussenstop ( sept. ; 8 dagen. Verder reizen 11 dagen ). Van 15 t/m 22 september sliep de Oehoe meestal in de rand van een uitgestrekt loofbos met voornamelijk beuken. Dit ruim 26 ha. grote bosgebied bevond zich tussen de plaatjes Dorne en Achter-den-Houw ten oosten van Opglabbeek; temidden van een fraai half-open cultuurlandschap. Op 23 september zat deze Oehoe plotseling weer 7 km. westwaarts in een groot bosgebied ten Noorden van het industrieterrein bij Opglabbeek. Op 24 september zat de uil bij Beringen, ruim 20 km. verderop. Hij sliep in een bosrand grenzend aan een terril (slakkenberg). Op 25 september slaapt hij dan bijna 5 km. verderop in een heel klein bosje temidden van het stedelijk gebied van Ham. Na 3 dagen vliegen in westelijke richting wordt een zuidelijke koers ingezet. Via Nonnekerkhof, Vorsen en Couthuin, komt hij op 30 september aan bij Gesves. De zui- 10

11 delijke trekbeweging verandert nu na 5 dagen vliegen in een westelijke richting. Op 2 en 3 oktober is de Oehoe gepeild net ten Zuiden van Charlerois. Van hier is het nog maar 18 kilometer tot de Franse grens. 3. Derde tussenstop (3-13 okt; 10 dg. Verder reizen 2 dg.). Van 3 tot 13oktober houdt de uil een pauze net ten Zuiden van Charlerois. In een gebied van globaal 10 km2 slaapt de uil steeds op wisselende plekken die veelal tussen de 1 en 3 km. van elkaar verwijderd waren. Dit gebied heeft alle ingredienten van een oehoeterritorium zoals wij dat ons voorstellen; enkele groeves, zeer steile stenige hellingen, een terril, bos en half-open cultuurlandschap. Desondanks verlaat de uil dit gebied en slaapt op 13 oktober zo n 10 km. westelijk bij Leernes. Op 14 oktober is hij weer ruim 2 kilometer zuidwestelijk gevlogen en komt aan bij Calvaire. Vijfde tussenstop (territorium?)+ einde signaal Gelderland Vertrek uit het ouderlijke territorium (17 t/m 22 september, 6 dagen reizen). Op 17 september zit de Winterswijkse Oehoe op bijna een kilometer van de groeve. Op 18 september is hij bijna 2 km. verder gevlogen richting Duitse grens. Zes dagen lang volgt hij de Duitse grens met dagelijkse afstanden van 2-7 km. 2. Eerste tussenstop (22 sept t/m 24 sept.; 3 dagen. Verder reizen; 6 dagen) Van 22 t/m 24 september houdt de uil een korte pauze ten noordoosten en noorden van Groenlo, vlakbij een industrieterrein. Daarna vliegt hij voornamelijk in noordwestelijke richtingen via Brinkmanshoek, Lintvelde, Borculo en Lochem naar Vorden. Dagelijks worden afstanden gevlogen van 2 tot ruim 12 kilometer. 3. Tweede tussenstop (30 sept.- 7 okt; 7 dagen. Verder reizen 2 dagen) Vanaf 30 september slaapt deze uil in een groot bosgebied tussen Lochem en Vorden. Tussen verschillende bosgebieden van elk ruim 100 ha. vinden we een fraai stukje half open cultuurlandschap met bosjes, houtwallen en verschillende boerderijen. Op 7 oktober is de pauze voorbij en slaapt de Oehoe 13 km. westelijk bij Zutphen. Vandaar gaat het 8 km. Noordoostelijk en komt de plaats Gorssel in zicht. Op 9 oktober vliegt de uil dan weer zuidelijk en komt 18 kilometer verderop bij Doetinchem terecht. Ook op 10 oktober slaapt hij daar nog en lijkt er een nieuwe pauze te worden gehouden. De volgende dag komt de peiling echter van 9 km. verderop bij Zelhem. 4. Derde tussenstop=winterkwartier (9 okt-14 dec.; 66dg. Verder reizen 17 dg.) Vanaf 9 oktober breekt er daadwerkelijk een nieuwe pauze aan. De vogel slaapt nu dagelijks in een groot bosgebied ten Noorden van Langerak (Bij Doetinchem). De dagelijkse afstanden tussen de wisselende roestplaatsen bevinden zich steeds tussen de 40 en 600 meter van elkaar. Op 22 oktober lijkt de pauze voorbij, omdat de Oehoe dan ruim 6 km. verderop slaapt bij Doetinchem onder de wijk Oosseld in een bosgebied. De dag daarna, 23 oktober, zit hij bijna 3 km. verder in de buurt van kasteel Slangenburg. Maar op 24 oktober is hij dan ruim 8 km. teruggevlogen en wordt toch weer gepeild bij Langerak in het bekende gebied. De meeste peilingen kwamen uit de bosranden rondom een ven ten noordoosten van Langerak. M aar regelmatig werden uitstapjes gemaakt. Zo sliep hij overdag in de periode 26 t/m 29 oktober zo n 4 km. westelijk bij Laag-Keppel, om vervolgens weer terug te keren naar het ven bij Langerak. Van 4 t/m 10 november slaapt de Oehoe in het bos net ten noordwesten van het ziekenhuis van Doetinchem. Daarna weer 3 dagen 11

12 bij Langerak. Op 14 november komt de peiling ruim 2,5 km. noordwestelijk en zit de uil bij Hummelo. Op 15 november is hij dan weer ruim 4 km. zuidoostelijk gevlogen en zit weer in het gebied bij het ziekenhuis van Doetinchem. Op 16,17 en 18 november wordt weer gebruik gemaakt van het gebied bij Langerak om vervolgens weer een nacht bij het ziekenhuis te slapen. Op 20 november is hij dan bijna 6,5 km. noordwestelijk gevlogen en wordt gepeild bij Hoog Keppel, waar hij 2 dagen verblijft. Op 22 november vliegt hij dan doodleuk weer ruim 6 km. terug en sliep weer bij het ziekenhuis. Een erg beweeglijke Oehoe die voortdurend zijn slaapplek wisselt. Er zijn wel 3 kerngebieden waar hij veel slaapt, maar 2 dagen slapen op dezelfde plek is er voor deze uil niet bij. Ook in de laatste week van november wisselt de Oehoe voortdurend zijn dagrustplaats. M eestal ging het om onderlinge afstanden van zo n 1-3 km. Op 27 november zat deze vrouwelijke uil echter plotseling op ruim 11 km. afstand in het Montferland bij Beek. In twee dagen tijd vloog zij terug naar het gebied bij Langerak. In de eerste helft van december speelt alles zich af bij Langerak en Doetinchem. Hier wisselt ze weer dagelijks de rustplek; dan weer bij Hummelo, dan weer bij het ziekenhuis van Doetinchem of Langerak. Op 14 december heeft de uil het winterterritorium verlaten en duikt ruim 13 kilometer noordoostelijk bij Vorden op. Dit is vlakbij de plek waar de vogel begin oktober een pauze van ongeveer een week hield. Met sprongen van 7-14 kilometer per dag vliegt zij vervolgens via Zwiep en Neede naar Haaksbergen. Op 18 december slaapt deze Oehoe dan op Duits grondgebied bij Epe. Op 19 december rustte de uil maar liefst 31 kilometer verderop Duitsland in bij Laer. Dan maakt de Oehoe plotseling rechtsomkeert, en vliegt nagenoeg via dezelfde route terug naar Nederland. Op 23 december sliep de uil namelijk bij Tubbergen na in de nacht hiervoor ruim 30 kilometer te hebben overbrugd. 5. Vierde tussenstop (30 dec. 3 jan.; 4 dagen. Verder reizen 11 dagen.). Van 24 t/m 29 december reist de in Winterswijk geboren Oehoe verder via Ootmarsum, Lage (Duitsland), Emlichheim (Duitsland) en Elim (Nederland) naar Tubbergen. Van 30 december t/m 2 januari wordt dan een pauze gehouden. De uil slaapt in het bosgebied bij het Hondenven tussen Tubbergen en Harbrinkhoek. Tijdens deze 16 dagen durende reis (na het verlaten van het winterterritorium) werden dagelijks afstanden van zo n 1 t/m 31 kilometer afgelegd. M aar deze pauze duurt niet lang, op 3 januari zit de uil ruim 19 kilometer verderop bij Oldenzaal. Ook op 4 januari zit zij daar nog in een villapark gelegen in het bosgebied bij de waterplas Het Hulsbeek. De Winterswijkse Oehoe wordt in de periode 5 t/m 13 januari enorm reislustig. Op 4 dagen binnen deze periode verplaatst zij haar slaapplaats zo n ruim 20 kilometer. Maar er werd ook een keer 32 en zelfs bijna 70 kilometer op 1 dag gevlogen. Overigens speelt alles zich nu af in Duitsland. Van Oldenzaal gaat het in sneltreinvaart via Gronau, Schoppingen, Havixbeck en Senden naar Sauerland. Op 9 januari is de Oehoe aangekomen in Sauerland bij de stad Werne. Via Bohnen vliegt zij dan echt het heuvelland binnen. Maar tegen alle verwachtingen in maakt zij op 12 januari bij Garbeck rechtsomkeert en vliegt in 1 nacht 70 kilometer naar het noordwesten. Hierbij gaat het dwars door (of over) het Ruhrgebied. Op 13 januari is ze dan aangekomen bij de Duitse stad Dorsten op 4 kilometer afstand van een bezet oehoeterritorium. 6. Vijfde tussenstop + einde signaal. Op 14,15,16, 17 en 18 januari wordt er dan een pauze gehouden in een groot bosgebied ten noordwesten van Schermbeck. In de nacht van 14 januari komt er een peiling vanaf de locatie waar afgelopen jaar een oehoepaar 3 jongen groot bracht. De Oehoe is dus aangekomen in ons eigen onderzoeksgebied waar regelmatig verspreid Oehoes voorkomen. Helaas ontvingen we na 18 januari geen signalen meer. De plaatselijke boswachter meldde dat er op verschillende plekken in 12

13 het ruim 1400 ha. grote bosgebied Oehoes werden gehoord. Groot kans dat onze Oehoe hier dus een partner is tegengekomen. Maar bewijzen kunnen we dat dus niet meer Enci Oehoe (BUBBO1) De dispersie van deze mannelijke uil kan globaal worden verdeeld in 5 fasen. 1. Vertrek uit het ouderlijk territorium. 2. Eerste tussenstop gevolgd door verder reizen. 3. Tweede tussenstop gevolgd door verder reizen. 4. Derde tussenstop gevolgd door verder reizen 5. Verblijf in winterkwartier. 1. Vertrek uit het ouderlijke territorium (17 okt t/m 23 okt, 7 dagen reizen). De Enci-oehoe vertrekt pas op 17 oktober. Dit is een maand later dan de andere gevolgde Oehoes. Op 17 oktober zit hij plotseling aan de rand van een volkstuinencomplex tussen De Heeg en Gronsveld op 3 km. van het nest. Op 18 oktober is hij 14 km. verder zuidoostwaarts gevlogen en slaapt ten zuiden van Gulphen. Duidelijk blijft de zuidoostelijke trekbeweging in stand, want op 19 oktober is hij alweer ruim 12 km. verder gevlogen en zat vlakbij het drielandenpunt. Ook op 20 oktober is hij ruim 15 km. zuidoostelijk gevlogen en slaapt bij de Duitse plaats Rott in een gigantisch groot bosgebied van ruim 9000 ha. Op 21 en 22 oktober trekt hij achtereenvolgens nog 16 en 8 km. verder. 2. eerste tussenstop (24 t/m 31 okt.; 8 dagen. Verder reizen 1 dag). Na een dag zonder peiling houdt de uil dan zijn eerste pauze van 24 t/m 31 oktober bij de plaatsen Eilendorf en Verlautenheide; pal ten noordoosten tegen de stad Aachen. 3. tweede tussenstop (1 t/m 2 november; 2 dagen. Verder reizen 1 dag). Op 1 november duikt hij plotseling 10 km. zuidwestelijk op helemaal ten zuiden van de stad Aachen. Kennelijk is hij s nachts dwars over het stedelijk gebied gevlogen. Op deze plek slaapt hij 2 dagen om vervolgens op 3 november weer ten Noorden van Aachen te slapen. Opnieuw is hij dus over de stad gevlogen. Bij de plaats Kohlscheid houdt hij dan een nieuwe pauze. 4. derde tussenstop 4 t/m 14 dec.=winterkwartier. Einde signaal. Vanaf 4 november slaapt de Oehoe meestal in een prachtig gemengd bos met oude loofbomen en behoorlijk steile boshellingen. In de nacht jaagt hij in de omgeving en wordt bijvoorbeeld verschillende keren om middernacht bij een waterzuiveringinstallatie gepeild zo n kleine kilometer zuidelijk van het slaapbos. Het gebied waar de uil zijn winterstop houdt is een 8 km2 groot halfopen cultuurlandschap, ingeklemd tussen stedelijk gebied van Kohlscheid, Wurselen, Haaren en Laurensberg; allemaal plaatsen pal ten noorden van Aachen. Het actieve gebied dat hij hier gebruikt is slechts 1,5 km² groot. Meestal slaapt deze Oehoe in het hellingbos ten zuiden van Kohlscheid, maar af en toe ruim 700 meter zuidelijker in een gemengd bos bij Berensberg. Eind november lijkt de uil een zeer vaste slaapplaats te hebben in het hellingbos bij Kohlscheid. Van 24 t/m 2 december zijn er nauwelijks verplaatsingen en zijn de geconstateerde afstanden eerder toe te schrijven aan de standaard afwijking van de zenders (De firma geeft een onnauwkeurigheid aan van zo n 20 meter). In de nacht komen de peilingen voornamelijk uit het halfopen cultuurlandschap ruim 1 km. zuidelijk van het slaapbos. Op 3 december sliep de Oehoe plotseling ruim 9 kilometer zuidoostelijk bij Eilendorf. Eind oktober verbleef hij ook al eens een week in dit gebied. Dit keer bleef hij hier 3 dagen en vloog toen weer terug naar het ver- 13

14 trouwde winterkwartier bij Kohlscheid. Op 12 december zit deze Oehoe dan 10 kilometer zuidwestelijk. De vogel is kennelijk dwars over Aachen gevlogen. Op 19 oktober en 2 en 3 november was hij ook al eens in dit gebied. Op 13 en 14 december is deze Oehoe echter alweer teruggevlogen over Aachen heen. Hij slaapt dan weer op het oude vertrouwde plekje bij Kohlscheid in het hellingbos. Helaas zwijgt de zender hierna in alle talen. Het winterwkwartier hebben we wel goed in kaart kunnen brengen. Het actiegebied bij Kohlscheid was slechts 1,5 km² groot. Maar we hebben dus gezien dat hij af en toe over Aachen vloog om 1-8 dagen zuidwestelijk of zuidoostelijk van Aachen te verblijven. Op 11 oktober werden beide Oehoes weer vrijgelaten ten noorden van Kerkrade. Deze Oehoe was waarschijnlijk een vrouw. 1. Rondzwerven op de plek van vrijlating. Op 11,12 en 13 oktober sliep de uil in een loofbos met onderlinge afstanden van meter. Dit was vlakbij de plek van vrijlating. 2. Eerste tussenstop (14 en 15 okt.; 2 dagen. Verder reizen 2 dg.). Op 14 oktober kwam de peiling 800 meter oostelijk vanuit een grote zandgroeve net op Duits gebied. Ook op 15 oktober was de Oehoe daar nog. Op 16 oktober is hij dan verder gevlogen en wordt 1,7 km. noordoostelijk gepeild bij Ubach-Palenberg. Op 17 oktober slaapt hij anderhalve kilometer zuidoostelijk bij de plaats Herbach. 3. Tweede tussenstop (17 23 okt; 7dg. Verder reizen 5 dg.) Foto 4. Jonge Oehoes in een nestkist (Gejo Wassink) Kerkrade (NLBBO1) Deze zender zat in eerste instantie op de rug van een jong dat we oostelijk van Maastricht hadden gevangen. Maar die Oehoe beet de katoendraadjes van het breekpunt door en dus viel de zender af. De zender werd hergebruikt bij dit nieuwe jong. Deze Oehoe is afkomstig van een nest in oostelijk Limburg. Er waren 5 jongen waarvan 2 het hebben overleefd. Maar omdat 1 ouder dood werd gevonden en de ander niet meer kwam voeren, zijn de twee jonge Oehoes verzorgd in de vogelopvang bij Opglabbeek in België. Bij Herbach lijkt hij opnieuw een pauze te houden na 2 dagen vliegen. Op 17 en 18 oktober slaapt hij daar namelijk op locaties 466 m. van elkaar verwijderd. Op 19 en 20 oktober slaapt hij bij en waarschijnlijk ook op een industriegebouw in Ubbach- Palenberg. In de nacht jaagt het dier in het open cultuurlandschap tussen Herbach en Ubach-Palenberg. Dit is pal naast een grote zandgroeve. Op 21 en 22 oktober slaapt hij ruim 2 km. zuidelijker bij Plitschard. Daarna vliegt hij naar het noorden. In 4 dagen tijd, waarbij steeds ruim 2 km. werd afgelegd, komt hij aan bij de plaats Grotenrath. 4. derde tussenstop (27 okt. t/m 21 feb.; 118 dagen. Verder vliegen 20 dagen). Vanaf 27 oktober houdt hij hier een pauze. Voortdurend slaapt hij in alleenstaande loofbomen, of kleine groepjes bomen die aan de rand van het dorp Grotenrath staan. 14

15 Van 3 t/m 9 november komen de peilingen ook vaak uit de Tevernerheide pal noordelijk van de Nederlandse plaats Abdissenbosch. Van 10 t/m 15 november lijkt de Oehoe een vaste slaapplaats te hebben in verspreid staande loofbomen aan de rand van het dorp. De onderlinge afstanden van rond de 20 meter kunnen te maken hebben met de standaard afwijking van de zender. Het is mogelijk dat de uil steeds op exact dezelfde plek sliep. Van 18 t/m 27 november slaapt de uil op wisselende plekken zo n 1 km. noordwestelijk in het bosgebied pal ten zuiden van het vliegveld bij Neuteveren. Op 21 november zat hij weer bijna 2 km. zuidoostelijk in Grotenrath en de dag daarna weer bij Neuteveren. Vanaf 28 november schuift het actiegebied op naar het westen. Op 30 november en 1 en 2 december slaapt deze Oehoe zelfs op Nederlands grondgebied bij Brunssum. Op 3 en 4 december is hij dan weer teruggevlogen naar de Tevernerheide net op Duits grondgebied. Vanaf 5 december slaapt deze Oehoe weer bij de stad Grotenrath. Hier zijn globaal 2 slaapplaatsen te herkennen. Soms wordt enkele dagen achter elkaar op dezelfde plek gerust. Tot en met 22 december zijn de onderlinge afstanden tussen de rustplaatsen meter. In de periode december gebruikt de Oehoe dezelfde slaapplek. Tot nu toe zat hij maximaal 5 dagen achter elkaar op eenzelfde rustplek. Op 24,25 en 26 december wisselt deze Oehoe zijn roestplaatsen weer tussen achtereenvolgens Ubach Palemberg, Windhausen en Scherpenseel.Daarna vliegt hij 3,5 kilometer in de richting van de Nederlandse grens en blijft 2 dagen in de randbossen van de Tevernerheide. Op 29 en 30 december slaapt zij dan 2 dagen op Nederlands grondgebied bij de groeve van Abdissenbosch. Maar daarna slaapt ze weer 3 dagen in de randbossen van de Tevernerheide aan de Duitse kant van de grens. Daar waar de andere twee Oehoes die we nog volgen hun winterkwartier verlaten hebben, lijkt deze Oehoe te blijven. Tot en met 10 januari wordt er steeds van slaapplek gewisseld in de randbossen van de Tevernerheide onder de stad Neuteveren. Op 11,12 en 13 januari liggen de slaapplaatsen wat westelijker, duidelijk in het gebied Tevernerheide. Op 15 januari houdt de uil het hier weer voor gezien en slaapt 4 kilometer oostelijk bij en in Windhausen. Ook op 17 en18 januari komt de peiling nog uit Windhausen. In de rest van januari slaapt deze Oehoe steeds afwisselend en enkele dagen achter elkaar bij Ubach Palenberg, Windhausen en in de rand van de Teverner Heide. Deze slaapplaatsen liggen steeds zo n 1 a 3 kilometer verwijderd van elkaar. In de eerste week van februari komen de peilingen 4 dagen achter elkaar uit de rand van Grotenrath en uit de rand van de Teverner Heide. Op 7 en 8 februari slaapt de vogel vlak bij en op het vliegveld bij Neuteveren (Geilenkirchen). Omdat er nog niet echt broedbiotopen bezocht worden, hebben we nog geen aanwijzing dat er hier een territorium is gevestigd. Tot en met 21 februari blijft de uil in dit winterkwartier tussen Ubach- Palenberg en de Tevernerheide. In totaal verbleef ze hier 118 dagen. Van 22 feb. t/m 13 maart trok de Oehoe toen verder en heeft het centrum van het wintergebied verlaten. De peilingen komen dan uit gebieden ten noorden en westen van Schinveld. Af en toe zat de uil 2 dagen in hetzelfde bosje, maar echte pauze werd er niet gehouden. Op 14 en 15 maart sliep ze als vanouds weer op een slaapplaats bij Grotenrath. Van 16 t/m 19 maart lagen de slaapplaatsen vlak bij de grote zandgroeve ten oosten van Rimburg op Duits gebied. Hierna ging het met grotere sprongen weg van het bekende wintergebied. Op 20 maart zat ze ruim 8 kilometer zuidoostelijk bij Alsdorf. En de volgende dag ruim 11 kilometer zuidoostelijk bij Stolberg. Op 22 maart is ze dan 10 kilometer zuidwestelijk gevlogen en zit bij Walheim. Daar zijn ook enkele groeves aanwezig. Toch vliegt de oehoe nog even door. Er is een korte pauze van 2 dagen bij Sief/Berg, maar dit mag eigenlijk geen naam hebben. Tot en met 1 april zwerft de vogel dan met 15

16 een boog terug richting Walheim. Op 2 en 3 april houdt het dier dan pauze in een steengroeve bij Waldheim Kerkrade (BUBBO2) Deze mannelijke Oehoe werd samen met zijn zusje (NLBBO1) vrijgelaten bij Kerkrade op 11 oktober. Deze zender zat eerst op een andere jonge Oehoe die in het prikkeldraad was gevlogen en later is geeuthanaseert in de vogelopvang. 1. Rondzwerven op de plek van vrijlating. Op 11,12 en 13 oktober zat ook deze Oehoe nog vlak bij de plek van vrijlating. Op 14 oktober is hij vertrokken en zit dan ruim anderhalve kilometer zuidwestelijk bij Eygelshoven. Op 15 oktober slaapt hij dan bijna 2 km. zuidoostelijk vlakbij de Duitse grens. 2. Eerste tussenstop (16-18 okt.; 3 dagen. Verder reizen 3 dg.). Op 16,17 en 18 oktober slaapt hij zo n 500 m. zuidwestelijk en lijkt een pauze te houden ten noorden van Vink en Haamrade. Vanaf 19 oktober reist hij 3 dagen verder via Merkstein en Ubach-Palenberg naar de Duitse stad Baesweiler. 3. Tweede tussenstop=winterkwartier (21 okt. t/m 8 feb.) Vanaf 21 oktober slaapt hij meestal in het noordelijke deel van de stad Baesweiler. Veelal in de achtertuinen van woningen in wat grotere bomen. Maar een enkele keer waarschijnlijk ook op een gebouw. Vanaf 31 oktober verplaatst het centrum van de slaapplaatsen zich van het noorden naar het zuiden van de stad Baesweiler. Veel peilingen komen nu van dezelfde plek vanuit verspreid staande loofbomen aan de rand van het dorp. Op 10 november slaapt de uil plotseling zo n 2,5 km. zuidwestelijk bij Alsdorf. Maar een dag later zit hij toch weer op de vertrouwde plek ten zuiden van Baesweiler. Ook op 14 november is een uitstapje gemaakt van ruim 1 km. naar Neuweiler. Maar ook nu slaapt de uil een dag later weer op de bekende plek bij Baesweiler. Ook in de periode van november wordt voortdurend van slaaplocatie gewisseld tussen Baesweiler en Neuweiler met steeds een ruime kilometer tussen de dagrustplaatsen. Op 25 november slaapt de uil weer een keer in het noordelijke deel van de stad Baesweiler, een deel van het winterterritorium waar hij sinds 30 oktober niet meer was geweest. De dag daarna sliep hij al weer in het uiterste zuiden van de stad. Tot 28 november wisselt de uil wel steeds van slaapplek, maar slaapt regelmatig in hetzelfde groepje bomen in de periferie van het zuidelijke stadsdeel. Begin december verplaatst hij zich een kilometer zuidoostelijk en slaapt eveneens in verspreid staande loofbomen. Dit keer bij het plaatsje Bettendorf. Vanaf 5 december rust de uil weer in en bij de stad Baesweiler. We zien een hoofdslaapplaats aan de rand van het zuidelijke deel van Baesweiler, waarbij de uil af en toe uitstapjes maakt van ruim 2 kilometer. Globaal slaapt de Oehoe in het zuidelijke deel van Baesweiler in de periode 5 t/m 14 december. Op 11 december heeft hij wel een uitstapje gemaakt van bijna 3 kilometer naar de mijnterril ten noordwesten van de stad. Hier zat hij ook eind oktober al 3 dagen. Vanaf 15 december wisselt hij weer voortdurend tussen de slaapplaatsen bij Bettendorf, Baesweiler en Siersdorf. De onderlinge afstanden tussen deze rustgebieden zijn zo n 1-2,5 km. In de tweede helft van december bleef de Oehoe dezelfde slaapplaatsen afwisselend gebruiken. Hij sliep maximaal 4 dagen op dezelfde locatie. Op 30 december lijkt deze vogel zijn winterkwartier te hebben verlaten (maar zal later terugkeren) en slaapt ruim 5 kilometer verderop bij Puffendorf, niet ver van een grote slakkenberg. Hier blijft hij 2 dagen en vliegt dan 6 kilometer verder naar Aldenhoven 16

17 waar hij ook 2 dagen slaapt in bomen naast een zandgroeve. Op 3 januari is hij dan weer ruim 5 kilometer verder noordelijk gevlogen. Er wordt dan geslapen bij Welz in een beekbegeleidend bos dat als een groene slang door het verder zeer open cultuurlandschap kronkelt. In de periode 3 t/m 10 januari slaapt de uil in een beekbegeleidend bos ten oosten van Welz en Ederen. De onderlinge afstanden tussen de wisselende slaapplaatsen liggen tussen de 100 en 800 meter. Op 11 januari is de Oehoe teruggekeerd naar een vertrouwde slaapplek ten zuiden van Baesweiler. Ook op 12 januari zit hij nog ten noorden van Alsdorf, maar daarna vliegt hij zuidelijker. Op 13 januari komt de peiling zuidelijk van Alsdorf en op 14,15 en 16 januari zit hij zo n 5 kilometer zuidwestelijk in en bij de stad Wurselen. In het laatste deel van januari vliegt de uil via Bettendorf weer naar Baesweiler. Van 21 t/m 26 januari slaapt hij waarschijnlijk in dezelfde boom bij Baesweiler. Eind januari en begin februari wordt afwisselend gebruik gemaakt van bekende slaapplekken bij Bettendorf en Baesweiler. De Oehoe lijkt geen specifieke broedbiotopen te bezoeken. Van een gevestigd territorium kunnen we dan ook nog niet spreken. 4. wegtrekken uit winterkwartier (9 t/m 13 feb.; 5 dagen). Op 9 februari is de uil dan plotseling ruim 10 kilometer naar het noordwesten gevlogen. Hij slaapt in de buurt van het verblijf van de Australische Kangoeroes in het park Mondo Verde onder Landgraaf. Dit is een hellingbos waarin verschillende typen tuinen zijn aangelegd. Op 10 februari is hij weer bijna 10 kilometer verder gevlogen en slaapt in een spar midden in een woonwijk onder Hoensbroek (Schuureik). De nachtelijke peiling kwam uit de Sigranogroeve bij Heerlen. De noordwestelijke koers wordt aangehouden en op 11 februari slaapt de uil aan de rand van het dorpje Thull bij Schinnen. Op 12 februari ligt de slaapplaats in een hellingbosje onder Munstergeleen. 5. Verder reizen en definitieve vestiging? (vanaf 13 februari). Vanaf 13 februari blijft deze Oehoe dan in een hellingbos bij Dikkenberg. In de nachtelijke uurtjes zit hij voortdurend in de oostelijke hoek van dit bosgebied. Tot en met 19 februari wordt de uil in deze omgeving gelokaliseerd. Op 20 en 21 februari zit ze dan 7 kilometer noordwestelijk in een bosje tussen Lindenheuvel en Urmond. Hierna vliegt ze weer 7 kilometer noordwestelijk en komt in België aan in de omgeving van Molenveld. Na 23 februari wordt de noorwestelijke trekbeweging omgezet in een noordoostelijke. In de nacht van 24 op 25 februari vliegt ze over Maaseik en komt terecht ten westen van Maasbracht in het Belgisch/Nederlandse grensgebied. Hier verblijft ze ruim een week. Op 4 maart zit ze dan plotseling 12 kilometer noordoostelijk bij Haelen in een groot bosgebied. Een dag later komt de peiling 5 km. westelijk bij Leveroy vandaan. Hierna trekt ze in zuidelijke richting via Grathem naar Brachterbeek/Linne. Van 7 t/m 10 maart zit deze Oehoe dan op en bij de Clauscentrale. Hierna stopt de zender en komen er geen peilingen meer binnen. Op 26 maart wordt er op de Clauscentrale een roepende Oehoe waargenomen. Het zou kunnen dat we hier te maken hebben met een nieuw territorium Analyse/samenvatting dispersie. Gemiddeld begonnen de jonge Oehoes op 18 september aan de dispersie (n=10; 7 sep-17 okt). De gemiddelde Oehoe vloog een week lang zonder pauze te houden (n=12; 1-14 dagen). De eerste pauze duurde gemiddeld 6 dagen (n=12; 2-21 dg.). Daarna vervolgden de uilen hun weg. Voordat de winterkwartieren werden ingenomen, werden er onderweg 1-4 keer kortere pauzes ingelast die gemiddeld 7,4 dagen duurden (n=10; 2-21 dg). 17

18 4.15 Vestiging in winterkwartier Oehoewerkgroep Nederland 2014 Tien jonge Oehoes konden gevolgd worden tot in hun winterkwartier. Na gemiddeld 24 dagen vliegen werden de winterkwartieren bereikt (8, 10, 14, 18, 23, 23, 29, 36, 39, 44 dg.). Dat was rond 16 oktober. Onder winterkwartier verstaan we het gebied waarbinnen de uilen 30 dagen of langer verbleven, alvorens weer verder te trekken. De jonge Oehoes bleven gemiddeld 76 dagen binnen dit overwinteringgebied (n=7; dg.). Voor een aantal Oehoes kan misschien beter de term Herfstkwartier worden gebruikt. Deze gebieden werden namelijk al rond 29 december weer verlaten (n=7; 2 nov-20 mrt.). De winterkwartieren waren grofweg 22 km² groot (2,7,16,19,19,14,25,44 en 51 km2). Hierbij moet worden opgemerkt dat in 2011/12 gewerkt werd met peilmomenten overdag en daarvoor met peilingen s nachts. Bovendien is het soms lastig om de grootte van een winterterritorium vast te stellen. Vaak is er een kerngebied waar de uilen de meeste tijd doorbrengen. Maar regelmatig maakten ze dan een sprong naar een ander gebied waar ze dan bijvoorbeeld een week bleven. In het open gebied tussen de twee activiteitencentra werden de vogels dan niet gepeild. Foto 5. Winterkwartier van K2 in 2010 (44 km)2. Peilingen s nachts om u. Foto 6. Winterkwartier van de Limburgse Oehoe in (16 km2). Peilingen s nachts om u. verbl ijf winterkwartier plaats jaar dispersie aankomst na x dagen afst. nest verder duur Limburg Sep 16. Okt >44 Limburg Sep 17. Sep Nov 52 Gl d Sep 26. Okt Dez 47 Gl d/dl Sep 03. Okt Nov 30 Limburg Sep 16. Okt Jan 96 Gl d Sep 09. Okt Dez 66 Limburg Sep 21. Okt ? Enci Okt 03. Nov >42 Kerkrade nlbbo Okt 27. Okt Mrz 144 Kerkrade bubbo Okt 21. Okt Feb 111 gemi ddeld 22. Sep 16. Okt Dez 78 Tabel 2. Aankomst en vertrek uit de winterkwartieren. Foto 7. Winterkwartier Oehoe Jo (7 km2). Peilingen s nachts om u. 18

19 Foto 8. Winterkwartier Gelders/Duitse Oehoe in 2012 (19 km2). De peilingen zijn dagrustplaatsen. Foto 11. Winterterritorium Enci-oehoe 2013 (1,5 km2).peilingen overdag en s nachts(kerngebied). Ook ten Zuiden en Oosten van Aachen zijn echter 2 activiteitencentra. Foto 9. Winterkwartier Limburgse Oehoe in 2012.(19 km2). Peilingen zijn dagrustplaatsen. Foto 12. Winterterritorium Kerkrade nlbbo (25 km2). Peilingen overdag en s nachts. Foto 10. Winterkwartier Winterswijkse Oehoe in 2013 (14 km2). Peilingen overdag en s nachts. Foto 13. Winterkwartier Kerkrade Bubbo2 in 2013 (51 km2). Peilingen overdag en s nachts. 19

20 4.16 Afgelegde afstanden. Van elke locatiepeiling is de afstand tot het nest en de vorige peiling bepaald. Van elke peiling is verder vastgelegd of het een dagrustplaats tijdens de reis of een tussenstop (pauze) betrof. Tabel 3. Verzamelde gegevens van 14 gezenderde Oehoes. Tabel 4. Afgelegde afstanden bij 12 gevolgde jonge Oehoes tijdens de dispersie 22

21 Tabel 5. Samenvattende gegevens betreffende de afgelegde afstanden. Tijdens de dispersie legden de jonge uilen gemiddeld zo n 8 kilometer per nacht af (exclusief tussenstops). De grootste afstand die werd afgelegd binnen 24 uur bedroeg bijna 70 kilometer. Binnen de gebieden waar een pauze werd gehouden waren de onderlinge afstanden tussen de dagelijkse peilingen veel lager; zo n 1425 meter. In 2011 en 2013 zijn de peilingen ook overdag verricht en bleek dat er niet dagelijks in dezelfde roestbomen werd geslapen. Er werd vaak gependeld tussen slaapplaatsen, waarbij dagelijkse afstanden van 4 kilometer geen uitzondering waren. De maximale afstand tot het nest bedroeg tijdens de dispersie 154 km. De gemiddelde afstand tussen het nest en de winterkwartieren was 53 km (6-150 km). De winterkwartieren zijn in de meeste gevallen niet de uiteindelijke vestigingsplaatsen. Bij 6 Oehoes is vastgesteld dat ze deze gebieden namelijk weer hebben verlaten en verder zijn getrokken. Bij 4 andere oehoes was de batterij uitgeput tijdens het verblijf in het winterkwartier. Voor 2 Oehoes geldt dat ze na omzwervingen uiteindelijk wel weer terecht kwamen in het winterkwartier. In grafiek 1. is te zien dat de meeste Oehoes de eerste 14 dagen in hoog tempo wegvliegen van het nest. In die twee weken bereiken de meeste dieren de maximale afstand. Tijdens de dispersie legde de gemiddelde oehoe 8 kilometer per nacht af. In grafiek 2 is echter te zien dat 15 kilometer in een nacht geen uitzondering was. Ook waren er regelmatig sprongen van rond de 30 kilometer en één keer zelfs bijna 70 kilometer in een nacht. Foto 14. De gezenderde Oehoes werden in een jonger stadium eerst geringd.(gejo Wassink) 23

22 Grafiek 1. Afstand tot het nest. Grafiek 2. Afstand tussen peilingen 24

23 Oehoe Jo s tad open half-open bos helling gr oeve boerder ij industrie water 2008 cult. Ls. cult. Ls. totaal aantal percentage 30% 70% 26% 75% 67% 22% 35% 32% 0% tuss ens top aantal percentage 23% 66% 32% 83% 85% 21% 23% 42% 0% reis aantal percentage 56% 81% 6% 50% 6% 25% 75% 0% 0% L imburg s tad open half-open bos helling gr oeve boerder ij industrie water 2009 cult. Ls. cult. Ls. totaal aantal percentage 60% 26% 68% 79% 66% 10% 72% 18% 3% tuss ens top aantal percentage 58% 32% 65% 82% 73% 13% 79% 15% 5% reis aantal percentage 64% 12% 76% 72% 48% 4% 56% 28% 0% t otaal stad open half-open bos hel ling groeve boer der ij industri e water peilmomenten generaal cul t. L s. cult. Ls. totaal aantal per centage 37% 24% 74% 88% 46% 6% 54% 19% 12% 100% tus senstop aantal per centage 38% 26% 73% 89% 53% 7% 50% 21% 12% 79% reis aantal per centage 34% 17% 77% 83% 24% 3% 67% 12% 11% 21% Tabel 6. Landschap rondom de peilmomenten. DL/L imburg s tad open half-open bos helling gr oeve boerder ij industrie water 2009 cult. Ls. cult. Ls. totaal aantal percentage 45% 9% 91% 91% 45% 0% 82% 64% 0% tuss ens top aantal percentage 0% 0% 100% 100% 100% 0% 100% 100% 0% reis aantal percentage 83% 17% 67% 83% 0% 0% 67% 33% 0% Gelderland s tad open half-open bos helling gr oeve boerder ij industrie water 2009 cult. Ls. cult. Ls. totaal aantal percentage 10% 5% 94% 85% 0% 0% 74% 2% 23% tuss ens top aantal percentage 8% 3% 92% 89% 0% 0% 68% 0% 32% reis aantal percentage 13% 8% 96% 79% 0% 0% 83% 4% 8% Gelderland s tad open half-open bos helling gr oeve boerder ij industrie water K cult. Ls. cult. Ls. totaal aantal percentage 15% 25% 79% 84% 11% 0% 89% 12% 30% tuss ens top aantal percentage 9% 31% 75% 83% 9% 0% 94% 12% 28% reis aantal percentage 22% 16% 84% 86% 14% 0% 82% 12% 33% Gelderland s tad open half-open bos helling gr oeve boerder ij industrie water 2011 cult. Ls. cult. Ls. totaal aantal percentage 6% 0% 98% 98% 4% 0% 90% 23% 10% tuss ens top aantal percentage 2% 0% 98% 98% 5% 0% 89% 27% 11% reis aantal percentage 25% 0% 100% 100% 0% 0% 100% 0% 0% L imburg s tad open half-open bos helling gr oeve boerder ij industrie water 2011 cult. Ls. cult. Ls. totaal aantal percentage 10% 1% 97% 100% 88% 4% 5% 0% 0% tuss ens top aantal percentage 12% 1% 99% 100% 93% 3% 3% 0% 0% reis aantal percentage 0% 4% 85% 100% 65% 8% 15% 0% 0% Wint ers wijk s tad open half-open bos helling gr oeve boerder ij industrie water 2013 cult. Ls. cult. Ls. totaal aantal percentage 9% 3% 96% 98% 5% 0% 89% 6% 23% tuss ens top aantal percentage 8% 1% 98% 100% 0% 0% 93% 5% 29% reis aantal percentage 11% 8% 92% 95% 16% 0% 79% 8% 0% Enci s tad open half-open bos helling gr oeve boerder ij industrie water 2013 cult. Ls. cult. Ls. totaal aantal percentage 69% 3% 86% 86% 63% 0% 75% 10% 2% tuss ens top aantal percentage 72% 4% 86% 86% 64% 0% 78% 10% 2% reis aantal percentage 56% 0% 89% 89% 56% 0% 56% 11% 0% Limburg C s tad open half-open bos helling gr oeve boerder ij industrie water 2013 cult. Ls. cult. Ls. totaal aantal percentage 64% 14% 80% 95% 16% 7% 59% 27% 13% tuss ens top aantal percentage 67% 13% 85% 97% 15% 10% 62% 38% 13% reis aantal percentage 59% 18% 71% 88% 18% 0% 53% 0% 12% NL BB O1 s tad open half-open bos helling gr oeve boerder ij industrie water 2013 cult. Ls. cult. Ls. totaal aantal percentage 56% 44% 56% 91% 99% 20% 42% 34% 16% tuss ens top aantal percentage 54% 46% 55% 93% 101% 20% 40% 34% 16% reis aantal percentage 100% 13% 75% 63% 50% 0% 88% 38% 25% BUBB O2 s tad open half-open bos helling gr oeve boerder ij industrie water 2013 cult. Ls. cult. Ls. totaal aantal percentage 79% 53% 45% 71% 16% 2% 33% 36% 11% tuss ens top aantal percentage 81% 53% 45% 71% 17% 2% 30% 37% 9% reis aantal percentage 60% 47% 47% 73% 13% 0% 60% 33% 27% 4.17 Terreingebruik en habitatopnamen 4.18 Terreingebruik Van elk punt tijdens de dispersiefase en tussenstops waar de Oehoe werd gepeild, is genoteerd welk landschapstype en welke landschapselementen zich binnen een straal van 500 m. van het punt bevonden. Hierna wordt voor elk van deze landschapselementen kort besproken hoe vaak deze voorkwamen. Als gesproken wordt over tussenstop, dan worden concentraties van peilmomenten binnen eenzelfde gebied bedoeld waarin de Oehoe niet meer in een bepaalde richting verder trok. Als gesproken wordt over reis, worden de peilmomenten tussen de gebieden van de tussenstops bedoeld. Dat zijn punten waar de uil slechts 1 dag verbleef. Verderop in dit hoofdstuk wordt nog gedetailleerder ingegaan op grondgebruik, bostypes e.d. maar dan alleen van die punten waarvan habitatopnamen zijn gemaakt. Stedelijk gebied en dorpen Bij 37 % van alle locatiebepalingen was een stad of dorp aanwezig binnen de range van 500 meter. Meestal zaten de uilen aan de rand van menselijke bebouwing, maar af en toe ook midden in dorpen of steden. De Gelderse Oehoe in 2010 bezocht bijvoorbeeld enkele dagen de stad Arnhem. Twee ver- 25

24 schillende Limburgse Oehoes bezochten beide de randgebieden van Aachen. Tussen de uilen onderling waren er grote verschillen. Bij een Oehoe was er slechts in 6% van de gevallen bebouwing aanwezig binnen een straal van 500 m. van de peiling. Maar er was ook een uil die in 79% van de gevallen binnen een range van 500 m. van bebouwing (stad en dorp) zat. Tussen peilingen tijdens pauzes en de reis is geen noemenswaardig verschil te zien. Open cultuurlandschap Tijdens de dispersiefase kwam 24 % van de peilingen uit open cultuurlandschap. Zo hield K2 in 2010 pauze in het rivierenlandschap bij Giesbeek. Soms in gebieden waar je de horizon kon zien. Tussen de Oehoes onderling varieerde het verblijf in open landschap van 0 70%. Met name Oehoe Jo in 2008 was steeds in het open plateaulandschap bij Neurath te vinden, de andere uilen beduidend minder. Tijdens tussenstops kwamen er percentueel gezien meer peilingen uit het open gebied (26%) dan tijdens de reis (17%). Overigens is open gebied misleidend, want meestal zaten de uilen aan de rand van dorpen, bij boerderijen of kleine bosjes e.d. die grenzen aan het open cultuurlandschap. Halfopen cultuurlandschap De Oehoes waren meestal (74% van alle peilmomenten) in het halfopen cultuurlandschap te vinden. Weilanden met houtwallen op de perceelsgrenzen, afgewisseld met akkers, bosjes en bossen vormden dan het decor. Zowel tijdens de reis (77%) als gedurende de tussenstops (73%) waren de uilen vaak in dit landschapstype te vinden. Bos De vogels werden nauwelijks midden in grotere bos gebieden gepeild (met uitzondering van de 2 Oehoes in 2012), maar wel vaak in of bij bosranden (89%). De Oehoes van 2011 en 2013 werden juist wel in bossen gelokaliseerd omdat de peilingen overdag werden bepaald. En dan slapen de uilen meestal in bossen. Bos was logischerwijze vaak aanwezig omdat de uilen voortdurend in half open cultuurlandschap vertoefden. In de gebieden waar tussenstops werden gemaakt was iets vaker bos aanwezig (89%) dan tijdens de reis (83%). Helling Verschillende Oehoes waren vaak te vinden in de buurt van hellingen (46 % van alle peilingen). Alleen de Gelderse uil in 2009 heeft geen omgeving met duidelijke hellingen bezocht. Vooral in de gebieden waar een vogel langere tijd verbleef (tussenstops) waren hellingen aanwezig (53%). Veelal ging het om hellingbossen, bijvoorbeeld in heringerichte bruinkoolgebieden of de hellingen van het Jekerdal ten Oosten van Tongeren (België), een voormalige vuilnisbelt, een mijnterril of de heuvels in de Eifel. Tijdens de reis buiten de tussenstops was slechts in 24% van de peilingen een helling aanwezig binnen de range van 500 m. Dit kan een indicatie zijn dat hellingen of heuvels belangrijk zijn in gebieden waar Oehoes pauzeren of zich vestigen. Groeve Groeves zijn natuurlijk lang niet overal aanwezig. Toch was er bij 6% van de peilmomenten een groeve in de directe omgeving. Tijdens tussenstops was in 7% en tijdens de reis in 3% van de peilmomenten een groeve in de nabijheid (binnen de range van 500 meter). Boerderijen Boerderijen waren in 54% van alle peilmomenten aanwezig. Tijdens de reis was dat 67% en tijdens de tussenstops 50%. De uilen schroomden niet om ook daadwerkelijk boerenerven te bezoeken. Uiteraard moeten we wel bedenken dat boerderijen overal verspreid voorkomen. 26

25 Maar de Oehoes gaan deze in ieder geval niet uit de weg Habitatopnames GLD 2013 Industrie Industriecomplexen werden niet gemeden door de uilen. In 19% van de peilmomenten was industrie in de buurt. Tijdens de tussenstops wat vaker (21 %) dan tijdens de reis (12%). Groeves en zandafgravingen met daarbij de nodige technische installaties en werkzaamheden worden ook tot de industriële activiteiten gerekend. Dit kan een bevestiging zijn voor de hypothese dat Oehoes al in het eerste jaar geïnteresseerd zijn in groeves. Water Zowel tijdens de reis als de tussenstops was in zo n 12% van de peilingen water van enige betekenis aanwezig. M et name de Gelderse Oehoe in 2009 heeft een tussenstop gemaakt in een gebied met vele zand- en grindwinningplassen. Maar ook K2 in 2010 hield een tussenstop van 16 dagen bij de zandwinningplassen ten Zuiden van Giesbeek. Tussen reis en pauzemomenten was er nauwelijks verschil. Habitatbeschrijvingen zijn alleen gemaakt van gebieden binnen de tussenstops. Het idee hierachter is dat Oehoes niet willekeurig ergens een tijdlang pauzeren, maar dat deze gebieden kennelijk belangrijk zijn en mogelijk een hoger voedselaanbod hebben dan willekeurige punten tijdens de reis. Binnen een cluster van waarnemingen is steeds een centraal punt gekozen, waarbij geprobeerd is zoveel mogelijk andere peillocaties binnen de cirkel met een straal van 500 m. te laten vallen. Bij een cluster van roestplaatsen is de plaats die het dichtst bij de bosrand was gelegen als centraal punt genomen om zoveel mogelijk van het omringende cultuurlandschap binnen de opname cirkel te laten vallen. Binnen deze cirkel is het grondgebruik, bostype en de bebouwing in kaart gebracht. Verder is gekeken of er hellingen of groeves aanwezig waren. (zie bijlage 2). Bij de Gelderse Oehoe in 2013 zijn 8 habitatopnames gemaakt. Habitatopname 1 Foto 15. Steeds meer oehoes broeden in gebieden met industriële activiteiten. Hier jonge Oehoes bovenop een silo. (Gejo Wassink) Groenlo 27

26 Deze Oehoe sliep 2 keer in eikenbos. Zo n 95% bestond uit oude eiken met daartussen 5% berk. De ondergroei is halfopen en bestaat uit opslag van berk, vuilboom en eik. De Oehoe sliep ook in een eikenwal net ten noorden van de opnamecirkel. Het halfopen cultuurlandschap rondom bestaat voor 80% uit graslanden, 10% hooiland en 10% maïsakker. Pal naast het slaapbos vinden we een overloopgebiedje voor de naburige beek. Dit gedeelte is drassig en begroeid met biezen en wordt extensief begraasd. Deze opname is verricht door Bastiaan van Kampen en Stef van Rijn. Het cultuurlandschap grenzend aan het slaapbos is uitsluitend grasland en wordt begraasd door koeien. Foto 17. Het cultuurlandschap grenzend aan het slaapbos bij Vorden (Bastiaan van Kampen). Foto 16. Zicht op het slaapbos met daarvoor de beek en het gebied dat bij hoog water overstroomt.(google earth). Habitatopname 2 Het bosgebiedje bij de slaapplaatsen van 1,2,5 en 6 oktober bevat kleine stukjes grove den, douglas en spar en vooral gemengde stukken al dan niet met eiken/berken. Er is vrij veel ondergroei; laag en middelhoog. Naast opslag van genoemde soorten o.a. ook vogelkers en sporkehout (vuilboom). Halfopen structuur, schatting: 50% grove den, 25% eik/berk, 5% douglas, 10% spar, 10% overig. Een aanwezig zandgat (Gat van Tate) is bijna volledig dicht gegroeid (riet), miniem klein stukje open, geen watervogels aanwezig. De slaapplaats van 3 oktober (noordelijker) is meer open en gekenmerkt door vooral grove den met op de slaapplaats ook onderbegroeiing. Vorden. 28

27 Foto xx. De slaapplaats van 3 oktober bij Vorden (Bastiaan van kampen). Habitatopname 4. Foto 18. Een van de slaapplaatsen bij Vorden. (Bastiaan van Kampen). Habitatopname 3 Habitatopname 5. Foto 19: Blik op een slaapplaats in grove dennen met op de voorgrond het ven bij Langerak(Gejo Wassink). Heideven Langerak Bij Langerak sliep de oehoe zo n 30 keer rondom een heideven, meestal in grove dennen. Zes keer sliep deze uil ook in een opstand van middeloude sparren ten noordwesten van het ven. De bossen rondom dit ven bestaan voornamelijk uit grove den. De slaapplaatsen van een vijftiental peilingen die direct aan het ven grenzen bevonden zich in middeloud bos met 95% grove den, 3% eik, 1% beuk en 1% berk. De ondergroei is op de meeste plaatsen vrij dicht en bestaat uit vuilboom en opslag van eik,beuk en berk. In het zuidwesten vinden we het dichtstbijzijnde halfopen cultuurlandschap dat voor zo n 90% uit weilanden en 10% maïs bestaat. Foto 20. Slaapplaats in grove den bij het ven van Langerak.(Gejo Wassink). Foto 21. Het halfopen cultuurlandschap in het zuidwesten.(gejo Wassink). 29

28 Habitatopname 4 Langerak Ten oosten van Langerak ligt een recent aangelegd heideven. Het omringende bos is een gemengd bostype met 50% grove den, 40% eik en 10% spar. De ondergroei is op de meeste plaatsen vrij dicht en bestaat uit sparretjes en opslag van eik, vuilboom, berk e.d. Er zijn vrij jonge, maar ook oudere bosvakken aanwezig. Foto 23. Een aantal slaapplaatsen betrof grove dennen in een gemengd bos.(gejo Wassink). Foto 22. Het vennetje ten oosten van Langerak. (Gejo Wassink). Foto 24. Er werd ook 3 keer geslapen in een groepje fijnsparren. (Gejo Wassink). Het cultuurlandschap in het zuiden bestaat uit grasland. Buiten de opnamecirkel vinden we ook enkele maïspercelen. De Oehoe sliep 3 keer in grove dennen en ook 3 keer in een bosperceel met sparren. 30

29 Habitatopname 5 Foto 26. Er werd geslapen in sparren of grove dennen. (Gejo Wassink). Achter het ziekenhuis De Oehoe heeft vaak geslapen en gejaagd bij Kasteel de Kelder achter het ziekenhuis van Doetinchem. Het gaat om gemengd grovedennenbos (70% grove den, 20% eik, 5% spar en 5% larix). Op de meeste plekken is de ondergroei vrij open en bestaat uit vuilboom en opslag van eik en beuk. Her en der vinden we ook enkele oude beuken. Habitatopname 6 Er werd gejaagd aan de randen van de graslanden bij het kasteeltje. Het cultuurland in het zuidwesten bestaat voor 90% uit grasland en 10% maïsakker. Hoog-Keppel Foto 25. Kasteel de Kelder te Doetinchem.(Gejo Wassink). Ten noorden van Hoog-Keppel sliep de Oehoe twee keer vlakbij de golfbaan. In vier nachten werd er gejaagd op de golfbaan. De slaapplaatsen liggen in gemengd bos met 50% eik en 50% spar. Het betreft een middeloud bosperceel met een dichte ondergroei van vuilboom, vogelkers en opslag van spar en eik. 31

30 Habitatopname Habitatopnames Limburg 2011 Bij de Limburgse Oehoe zijn 12 habitatopnames gemaakt. Foto 27. Slaapplaats nabij de golfbaan.(gejo Wassink). Landoed Enghuizen bij Hummelo De Oehoe slaapt hier enkele keren in een gemengd bos met 70% spar en 30% eik. Er is een ijle ondergroei van opslag met sparretjes, eik en andere loofhoutsoorten als vuilboom en berk. Onder de sparren was nauwelijks ondergroei aanwezig. Landgoed Enghuizen Foto 29. Het slaapbos op landgoed Enghuizen. (Gejo Wassink). Foto 28. De golfbaan is een ideaal jachtgebied met afwisselend gemaaide stukken en ruigtes.(gejo Wassink). De golfbaan is waarschijnlijk een ideaal jachtgebied. Gemaaide delen wisselen zich af met ruigtes en bovendien zijn er overal heuveltjes aangelegd. Rondom het slaapbos is uitsluitend weiland aanwezig. Maar er werd ook enkele keren gejaagd in het cultuurlandschap ten oosten van het landgoed. Hier wisselen weilanden (80%) zich af met maisakkers(20%). 32

31 Foto 30. Aan het einde van deze sloot kwam een peiling.(gejo Wassink). Oehoewerkgroep Nederland 2014 De Oehoe sliep hier in sparrenpercelen te midden van voornamelijk oud loofbos. In het algemeen bestaat het bos voor 80% uit eik en zo n 20% spar. M aar op de slaapplaatsen was dat omgekeerd. Op de meeste plekken is een matige ondergroei aanwezig van hazelnoot, vuilboom en opslag van eik en berk. Bij de sparrenpercelen is ook opslag van jonge sparretjes te zien. Bij de oudere sparrenpercelen is nauwelijks ondergroei aanwezig. Foto 31. Het weidegebied werd afgewisseld door enkele maïsakkers. (Gejo Wassink). Habitatopname 8 Foto 32. De uil sliep in sparrenpercelen temidden van eikenbos.(gejo Wassink). Tolstraat bij Achter-Drempt Foto 33. Boerderij met boomgaard vlakbij een slaapplek.(gejo Wassink). 33

32 Foto 34. Weilandengebied rondom het slaapbos.(gejo Wassink). Foto 35. De slaapplaatsen betrof gemengd bos met grove den, eik en tamme kastanje. Er was een vrij dichte ondergroei van Rododendrons.(Johan Stegeman). Het omringende half-open cultuurlandschap bestaat voor 60% uit weilanden en 40% mais. Habitatopname 9 Foto 36. Het omringende cultuurlandschap bestaat voornamelijk uit weilanden afgewisseld met maïsakkers (Johan Stegeman). Hondenven bij Tubbergen (OV) De Oehoe sliep in het bosgebied ten zuiden van het Hondenven bij Tubbergen. Het slaapbos bestond voor ongeveer 80% uit grove den, 15% (Amerikaanse) eik en 5% tamme kastanje. In de buurt zijn ook nog opstanden met wat beuk aanwezig. Het gaat om een middeloud bosbestand. Er is veel ondergroei in de vorm van Rododendrons. Het cultuurlandschap bestond voor ongeveer 70% uit weiland, 20% mais en 10% natte heide. Rond middernacht kwamen de peilingen op 3 dagen vanuit het heidegebied. In januari was het hier vrij drassig. Behalve heide groeit er veel pijpestrootje en veenpluis. Als opslag her en der berk, grove den en wat jeneverbes. 34

33 Foto 37. Op 3 nachten werd de uil gepeild rondom dit heideterrein.(johan Stegeman). Habitatopnames NLBBO1 Grothenrath e.o. De habitatopnames zijn hier verricht door Wil Quaedackers. Habitatopname 1. Foto 38. Meestal sliep de uil in grove dennen.(wil Quaedackers). Het gebied bestaat voor 50% uit bos, 30% heide en 20% water. Een achttal heidevennetjes worden afgewisseld door bos en stukken open heide. De grove den is de dominante boomsoort in het gebied, afgewisseld door de nodige opslag van berk. Tevernerheide grens NL/DL De Oehoe sliep op veel verschillende plekken in het heide/bosgebied tussen de Nederlands-Duitse grens en het vliegveld bij Geilenkirchen. Meestal sliep de uil in grove dennen. Foto 39. Een van de typische heidevennetjes in de Teverner heide.(wil Quadackers). 35

34 Habitatopname 2. Ten noorden van de bosrand waar veel geslapen werd begint direct al de bebouwing behorende bij het vliegveld. Een aantal keren sliep de uil in bosjes die grensden aan de start/landingsbaan. In het zuidoosten vinden we het open cultuurlandschap dat ook behoort bij habitatopname 3 van Tevernerheide Oost. Neuteveren ten zuiden van het vliegveld De grove den was ook hier de overheersende slaapboom. Het uitgestrekte bosgebied wordt gedomineerd door de grove den afgewisseld met voornamelijk berk in de tweede boomlaag. Her en der vinden we ook wel wat andere loofhoutsoorten (eik). Foto 41. Af en toe sliep de Oehoe in bosjes grenzend aan de start/landingsbaan. (Wil Quaedackers). Habitatopname 3 Teverenerheide oost. Foto 40. De grove den is de dominerende boomsoort bij Neuteveren. (Wil Quaedackers). De Oehoe sliep erg vaak op wisselende plekken in het grovedennenbos van het oostelijke deel van de Tevernererheide. Dit bos ademt dezelfde sfeer uit als die van de vorige habitatopname. De grove den bepaalt het 36

35 beeld, terwijl de berk de meest voorkomende loofhoutsoort is. Foto 43. Open cultuurlandschap ten oosten van het slaapbos. (Wil Quaedackers) Habitatopname 4. Rand van Grotenrath. Foto 42. Ook in het oostelijke deel van de Tevernererheide is de grove den beeldbepalend.(wil Quaedackers). Ten westen van de vele slaapplaatsen vinden we de afwisseling tussen heide en bos. Ten oosten gaat het om open cultuurlandschap. De helft bestaat uit weilanden, de andere helft uit akkerbouw. De veelal weidse blik wordt af en toe onderbroken door schamele houtsingeltjes. De Oehoe sliep vaak in fijnsparren aan de rand van het plaatsje Grothenrath. Het gaat in feite om weilandjes (hertenwei) grenzend aan de achtertuinen van de woningen. De slaapbosjes bestaan voor 80% uit spar en 20% uit verschillende loofhoutsoorten. Foto 44. De Oehoe sliep vaak in de fijnsparren links en recht op de achtergrond.(wil Quaedackers). 37

36 Foto 45. Grenzend aan de slaapplaatsen vinden we open cultuurlandschap.(wil Quaedackers). Het aangrenzende cultuurlandschap bestaat globaal uit 80% akker en 20% grasland. Er zijn weinig boerderijen. De wijde blik wordt slechts af en toe geblokkeerd door een rij knotwilgen of een schamel houtwalletje. Foto 46. Ook bij Windhausen sliep de Oehoe in sparren bij woningen.(wil Quaedackers). Het omringende cultuurlandschap toont veel gelijkenis met het open landschap bij Grotenrath. In feite gaat het bij beide habitatopnames om hetzelfde open cultuurlandschap tussen beide plaatsen in. Habitatopname 5. Foto 47. Het open landschap tussen Grotenrath en Windhausen.(Wil Quaedackers). Rand van Windhausen. Ook bij Windhausen sliep de uil in fijnsparren vlak bij woningen. Een aangrenzend bos bestond voor ongeveer 60% uit eik, 5% fijnspar, 5% grove den en 20% overige boomsoorten. In dit bos waren hellingen aanwezig. 38

37 Habitatopname 6. Foto 49. De Oehoe sliep ook enkele keren op deze steenberg. (Wil Quaedackers). Zweibruggen/Ubach Palenberg. Ten noorden van Ubach Palenberg bevindt zich een oude grindgroeve die schuil gaat in het bos. Er zijn echter nog behoorlijk steile wanden en hellingen aanwezig. De Oehoe sliep hier meermaals in enkele grove dennen of fijnsparren in verder hellingbos van 90% eik, 1% grove den en 9% overige houtsoorten. Ook was er een tweede slaapplaats op een mijnterril die begroeid was met voornamelijk berk. Foto 50. De omgeving van Übach Palenberg (Wil Quaedackers). Het open cultuurlandschap bij Übach Palenberg bestaat voor ongeveer 40% uit grasland en 60% akker. Er wordt in dit gebied vrij veel graan verbouwd. Mogelijk heeft dat nog invloed op de dichtheid van houtduiven in het gebied. Habitatopnames BUBBO2 Deze opnames zijn verricht door Wil Quaedackers. Habitatopname 1 Foto 48. Enkele naaldbomen dienden als slaapplaats in een hellingbos van voornamelijk eik.(wil Quaedackers). Baesweiler Zuid 39

38 Deze Oehoe had hier een zeer centrale slaapplaats in de zuidelijke rand van het dorp. Het ging om een klein groepje fijnsparren, maar ook was er een eik die begroeid was met klimop. Rondom de slaapplaats vinden we wat verspreid staande eiken en fruitbomen. Habitatopname 2. Bettendorf Foto 51. De Oehoe sliep erg vaak in de eiken en sparren op de achtergrond.(wil Quaedackers). Op zo n 900 m. afstand van de vorige slaapplaats vinden we een centrale slaapplek in het noordwesten van het kleine dorpje Bettendorf. Er werd vaak gependeld tussen deze 2 plekken. Dan weer sliep de uil hier, dan weer bij Baesweiler. Ook hier vinden we weer enkele fijnsparren die hoogstwaarschijnlijk als slaapplaats dienst deden. Ook vinden we er verspreid staande bomen en boomgaarden aan de rand van het dorp. Foto 52. Het open landschap ten zuiden van de slaapplaats.(wil Quaedackers). Het open cultuurlandschap rondom bestond voor ongeveer 80% uit akkerland, 15% gras en 5% boomgaarden. Aan de rand van dit dorp zijn sommige percelen begrensd door lage, geschoren heggetjes. Samen met de boomgaarden en rommelige hoekjes ook een ideaal biotoop voor Steenuilen. Foto 53. Slaapplaats bij Bettendorf. (Wil Quaedackers). 40

39 om fijnsparren in of aan de rand van het dorp. Ook in de nacht kwamen de peilingen uit de rand van het dorp. Foto 54. Blik op het open landschap (Wil Quaedackers). Het open cultuurlandschap bestaat uit zo n 85% uit akkers. Een groot deel is ingezaaid met granen die waarschijnlijk als groenbemester dienen. Verder bestaat 10% uit grasland en 5% boomgaarden. De hoge slakkenberg bij Setterich is overal in de omgeving op kilometers afstand te zien. Het is opvallend dat de gezenderde uil hier nooit kwam. Wel overal rondom, maar nooit vlakbij of op deze slakkenberg. M ogelijk is dat reeds een bezet oehoeterritorium. Foto 55. Ook bij Siersdorf werden groepjes sparren uitgekozen als slaapplaatst. (Wil Quaedackers). Habitat 3 Foto 56. Het open landschap tussen Siersdorf en Baesweiler. Op 4 km. afstand is een mijnberg te zien achter Baesweiler. (Wil Quaedackers) Het cultuurlandschap heeft een erg open karakter. Ongeveer 50% bestaat uit grasland en 40% uit akkers. Ook vinden we er wat braakliggend terrein (5%) en boomgaarden in de periferie van het dorp (5%). Siersdorf In het dorpje Siersdorf werd 4 keer geslapen echt in het dorp. De Oehoe zat dan in de achtertuinen van woningen. Steeds ging het 41

40 Habitatopname 4. Foto 58. Open landschap bij Welz.(Wil Wuaedackers). Beekbegeleidend bos bij Welz. Het landschap rondom heeft ook hier weer een zeer open en weids karakter. Het is een lappendeken van graslanden (60%) en akkers (40%). In deze omgeving wordt nog veel graan verbouwd. In de nacht kwam er echter nooit een peiling uit de open vlakte. Voortdurend zat de Oehoe rond middernacht in de buurt van het beekbegeleidende bos dat als een slang door het landschap slingert. Habitatopname 5. Foto 57. De Oehoe sliep bij Welz zeer waarschijnlijk ook in fijnsparren. (Wil Quaedackers). Het slaapbos bij Welz bestaat voor zo n 85% uit eik en 5% overig loofhout. Maar her en der zijn groepjes sparren aanwezig (10%). Het ligt voor de hand om aan te nemen dat in deze sparren werd geslapen. Zandgroeve Aldenhoven 42

41 Langs de rand van een potentieel broedgebied; een zandgroeve met steile wanden, sliep de Oehoe in een gemengde houtwal met wederom fijnsparren. Het grootste deel van de houtwal bestond uit verschillende loofhoutsoorten, maar vermoedelijk sliep de uil weer in de sparren. Oehoewerkgroep Nederland 2014 Foto 61. Ook bij Aldenhoven vinden we een zeer open landschapstype. (Wil Quaedackers). Het landschap had weer dezelfde kenmerken als bij vorige habitatopnames; zeer open, 75% akker en 25% grasland. Foto 59. Fijnsparren in een gemengde houtwal naast een zandgroeve. (Wil Quaedackers). Habitatopname 6. Foto 60. Een blik op de zandgroeve bij Aldenhoven pal naast de slaapplaats. (Wil Quaedackers). Mijnberg bij Baesweiler. De Oehoe sliep 4 keer op de steenberg bij Baesweiler. Deze slakkenberg is voornamelijk begroeid met berk (50%), els (15%), maar ook acacia en andere loofhoutsoorten (35%). Op verschillende plekken zijn de hellingen steil en zouden als broedgebied dienst kunnen doen. 43

42 In de omgeving van de steenberg vinden we vooral akkerbouw. Graan, bieten en maïs wisselen elkaar af. Het landschap heeft een zeer open karakter. Overal in de omgeving vinden we ook windmolenparkjes. Habitatopname 7. Foto 62. Steile begroeide helling van de steenberg bij Baesweiler. (Wil Quaedackers). Neuweiler Foto 63. Steile open helling op de steenberg. Dit zou een ogenschijnlijke broedplaats voor oehoes kunnen zijn. (Wil Quaedackers). Bij Neuweiler sliep de oehoe bij wijze van uitzondering niet in fijnsparren. Het ging voornamelijk om een loofbosje aan de rand van het kleine dorpje Neuweiler. De hoge bomen waren populieren en acacia. Verder waren er berken en overige loofhoutsoorten. Het bosje kent een dichte struiklaag. Foto 64. Blik over een deel van de omgeving. (Wil Quaedackers). Foto 65. Slaapplaats in loofhoutbosje bij Neuweiler. (Wil Quaedackers). 44

43 burcht. Rondom de burcht staan wilgenbomen en wilgenstruiken. Foto 66. Ook bij Neuweiler overal open landschap met een weidse blik. (Wil Quaedackers). Bij alle habitatopnames zien we hier eigenlijk hetzelfde open landschap. Ook bij Neuweiler was dat niet anders.het ging om 80% akkerland en 20% gras. In het open landschap is de uil echter nauwelijks gepeild. In de nacht zat hij steeds langs bosrandjes, in de rand van bebouwing of kleine houtwalletjes. Habitatopname 8 (Gaspard Sleven) Foto 67. Rechts de vogelkijkhut en uiterst links de beverburcht waarop de Oehoe overdag werd gezien.(caspard Sleven). Het landschap in de gehele omgeving wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van verschillende kleine waterbiotopen (20% van de habitatcirkel). Sommige met een weelderige rietvegetatie en andere meer open. Rondom de waterbiotopen vinden we veel braakliggende terreinen (35% van de oppervlakte van de habitatcirkel). Daartussen graslanden (25%). Her en der opslag/bosjes van vrij jonge wilg en els (20% van de habitatcirkel). Eind februari sliep de uil voornamelijk in een hoger opgaand wilgenbos ten oosten van de habitatcirkel. Zuidelijk van Thorn Van 25 februari-3 maart verbleef de gezenderde Oehoe in het natuurgebied ten zuiden van Thorn in de omgeving van de Maas. Vanuit een vogelkijkhut zag Caspard Sleven de Oehoe overdag zittend op een bever 45

44 Habitatopname NLBBO2 (Limburg) Habitatopname 1 Foto 68. Oehoe op beverburcht (Caspard Sleven) Oud Valkenburg Op 8 september verliet deze oehoe het ouderlijk gebied. Al direct werd op 9, 10 en 11 september een pauze gehouden in het bos gebied onder Neerhem (Valkenburg). De slaapplaatsen liggen in hellingbos bestaande uit zo n 70% beuk en 30% eik en overige boomsoorten. Her en der wat fijnsparren. Foto 69. Oehoe met zender. (Caspard Sleven). Foto 70. Blik vanuit het slaapbos aan de Sintjansbosweg (Google earth) 46

45 Het landschap rondom en de bossen zijn heuvelachtig. Zo n 80% van het cultuurland bestaat uit akker en 20% uit grasland. of dennenpercelen (5%) en overig loofhout(10%). Foto 71. Een indruk van het cultuurlandschap vlakbij twee slaapplaatsen.(google earth). Habitatopname 2 Foto 72. Een indruk van het bos vlakbij de slaapplaats van 19 september (Google earth) Het landschap rondom bestaat voor zo n 80% uit maisakkers en 20% grasland. Onder het grasland ook enkele paarden- en schapenweiden. Opglabbeek Van 15 t/m 22 september zat de Oehoe overdag in een loofbos net ten westen van Achter-den-Houw (oostelijk van Opglabbeek). Het gaat om een licht glooiend bosgebied dat voornamelijk bestaat uit eik (65%), beuk (20%) en her en der wat spar- Foto 73. Foto vanaf de Weg naar As bij de plaats Dorne. Op de achtergrond het slaapbos (Google earth). 47

46 Habitatopname 3 Foto 75. Op 8 en 12 oktober sliep de uil op de terril du Bois du Cazier (Google earth). Charleroi Van 3 t/m 12 oktober sliep deze Oehoe in bossen ten zuiden van de Belgische stad Charleroi. Steeds rondom het dorp Sint- Niklaas. Het gaat om voornamelijk loofbos bestaande uit 80% eik, 10% beuk en 5% overig loofhout en 5% spar. Her en der zijn er wat kleine hoogteverschillen in de bos gebieden. Op 8 en 12 oktober sliep de uil op een terril te midden van het stedelijk gebied. De terril is voor grote delen begroeid met berk. Het omringende landschap bestaat voornamelijk uit bos en stedelijk gebied. De weinige open gebieden zijn graslandjes. Habitatopname 4. Bonniers en Calvaire Foto 74.Een blik op een bosgebied waar enkele keren werd geslapen. Lichte hoogteverschillen zijn herkenbaar. (Google earth). Van 14 t/m 18 oktober lagen de slaapplaatsen in een loofbos tussen de dorpen Bonniers en Calvaire op zo n 12 km. van de Franse grens. Het is een loofbos dat voornamelijk uit eik (70%) en wat beuk (10%) bestaat. Verder vrij veel berk en andere loofhoutsoorten (20%). 48

47 Habitatopname 5 Foto 76. Het slaapbos was een eikenbos met her en der beuken en berken. (Google earth). Pal naast de slaapplaatsen vinden we wat industriële gebouwen met tussendoor ook wat ruderale terreinen net buiten de opnamecirkel. Ten westen van de slaapplaatsen liggen wat weilandjes waarvan enkele met nabeweiding. Verder een mais- en graanakker. Daarachter volgt de bebouwing van het dorp Bonniers. Quievelon (Frankrijk) Van 21oktober t/m 2 november kwamen de peilingen uit een bos gebied tussen Quievelon en Colleret op zo n 4 kilometer over de Franse grens. Daarna was de batterij van de zender leeg en weten we dus niet hoe lang de uil hier is gebleven. Het is een licht glooiend hellingbos zonder grote, plotselinge hoogteverschillen. De boomsoort wordt gedomineerd door eik (85%) en beuk (10%). Foto 77. Uitzicht vanaf de bosrand waar geslapen werd.(google earth). Foto 78. Een impressie van het landschap met op de achtergrond het slaapbos.(google earth). Het landschap is glooiend en afwisselend. Overal hagen, boomgroepen en idyllische landweggetjes. Het cultuurland bestaat voor zo n 60% uit graanakkers, 30% weilanden en 10% braakliggende terreintjes. 49

48 Foto 79. Een beeld van het idyllische landschap rondom het slaapbos. (Google earth). Habitatopnames Enci-oehoe Habitatopname 1. Foto 80. Het cultuurlandschap met rechts op de achtergrond het randbos van de zuiveringsinstallatie.(google earth). Het aangrenzende cultuurlandschap bestaat aan de noordoostzijde geheel uit grasland. Aan de zuidwestkant vinden we maisakkers. Habitatopname 2 Verlautenheide Op 24 en 28 oktober sliep de Enci-oehoe op het terrein van een soort zuiveringsinstallatie bij een chemische fabriek. De uil sliep in eiken op of grenzend aan het terrein. Het aanliggende bos bestaat globaal uit 50% eik, 30% beuk en 20% lariks. Op 27 en 30 oktober sliep hij hier niet, maar werd wel rond middernacht gepeild op het terrein. Eilendorf De Oehoe pendelde geregeld tussen de slaapplaats bij Verlautenheide en Eilendorf op een kleine 3 km. afstand van elkaar. Bij Eilendorf bestond het bos voor zo n 60% uit spar, 20% larix, 10% beuk en 10% eik. 50

49 bos bestond voor 40% uit spar, 50% beuk en 10% lariks. Beide bos gebieden hebben noemenswaardige hellingen en vormen potentieel broedgebied. Foto 81. Tankversperring aan de Sebastianusweg in de omgeving van het slaapbos.(traceofwar.com) Het halfopen cultuurlandschap wordt gedomineerd door graslanden (80%) met her en der maisakkers (20%). Aan de Sebastianusweg vlakbij vinden we een oude tankversperring. Ook elders in deze omgeving veel herinneringen aan de oorlog. Foto 82. Bosgordel ten zuidoosten van de zuivering. Een flinke helling begroeid met eik en wat grove den.(google earth). Habitatopname 3 Foto 83. Een blik op een deel van de zuiveringsinstallatie. (Google earth). Berensberg (Aachen Noord) Tijdens het verblijf in het winterterritorium onder Kohlscheid is deze uil zo n 25x gepeild in de omgeving van een zuiveringsinstallatie. De Oehoe sliep hier niet, maar werd uitsluitend in de nachtelijke uren hier gelocaliseerd. Kennelijk een erg belangrijk jachtgebied. De Oehoe sliep wel 4x in het bosgebied ten noordwesten van de zuiveringinstallatie. Dit Foto 84. Het cultuurlandschap wordt gedomineerd door paardenweiden behorende bij 2 maneges in de omgeving. 51

50 Het halfopen cultuurlandschap bestaat geheel uit graslanden. Een groot deel hoort bij een grote manege in de buurt en wordt door paarden begraasd. Het cultuurland in het Wurmtal bestaat geheel uit graslanden. Enkele worden wat extensiever beweid en zijn daardoor wat kruidenrijker. Al met al een fantastisch broedgebied met ook een even zo fantastisch jachtbiotoop. Habitatopname 4 Habitatopname 5 Kohlscheid Dit bosgebied grenzend aan de zuidpunt van de stad Kohlscheid was het absolute zwaartepunt binnen het winterterritorium. Het slaapbos grenst direct aan het Wurmtal. De Wurm is een natuurlijke beek die prachtig door het landschap meandert. Het landschap is glooiend en overal vinden we hellingbossen. Ook het slaapbos is een hellingbos met 40% beuk, 30% spar en 30% lariks. De Oehoe sliep meestal in een perceel met wat oudere sparren. Drielandenpunt Op 19 okt. en 1 en 2 nov en 12 december Sliep de Oehoe vlakbij het drielandenpunt. Op 11 en 12 december werd hij hier nog eens jagend vastgesteld. Het gaat hier om hellingbos van voornamelijk beuk (65%) en spar (35%). Foto 85. Het Wurmtal met op de achtergrond het slaapbos. (Google earth). Foto 86. De Oehoe sliep hier waarschijnlijk in sparrenpercelen tussen beukenbos.(google earth). 52

51 1. In welk landschapstype en landschapselement bevinden zich de jonge Oehoes na zonsondergang. De Oehoes bevonden zich in 74% van alle peilmomenten (n=833) in halfopen cultuurlandschap. Binnen de habitatopnames nam het halfopen cultuurlandschap 43% van het oppervlak in beslag. Weilanden, afgewisseld met akkers, houtwallen, boomgroepen en bos blijkt toch wel het belangrijkste landschap, zowel tijdens de reis als gedurende de tussenstops. Sommige Oehoes waren echter ook vaak te vinden in geheel open landschap (24% van alle peilingen; n=274). Binnen de habitatopnames nam open cultuurlandschap 19% van het oppervlak in beslag. Overigens ging het daarbij om de randen van open gebieden of opvallende landschapselementen zoals boerderijen of ruige perceelsranden e.d. Foto 87 en 88. De open delen tussen de bosgebieden worden gedomineerd door grasland. (Google earth). De open gebieden tussen de vele bossen bestaan uit graslanden. Soms begraasd door paarden. 5 Discussie/samenvatting In dit hoofdstuk wordt getracht antwoorden te geven op de vraagstellingen die in hoofdstuk 2 Doelstellingen zijn geformuleerd. Hieronder worden de vragen uit hoofdstuk 2 één voor één behandeld. Dorpen en steden waren regelmatig aanwezig binnen de opnamecirkels met een straal van 500 meter rond de peilmomenten (37% van alle peilingen). Het maakt daarbij geen verschil of we kijken naar de reis (34%) of tussenstops (38%). In gebieden van de habitatkarteringen bedroeg het oppervlak dorp/stad 5%. Waarschijnlijk vormen dorpsranden en industrieterreinen een goede voedselbron met het oog op het voorkomen van egels en bijvoorbeeld verwilderde stadsduiven. Bos was in 88% van de peilingen in de buurt. In de habitatopnames nam bos 30% van het oppervlak in beslag. Als jachtgebied zijn de bossen op zich waarschijnlijk niet erg belangrijk maar de bosranden juist wel. In het donker kan de Oehoe daar bijvoorbeeld slapende houtduiven verrassen. Binnen de habitatopnames ging het meestal om middeloude, dichte tot half open bospercelen met ondergroei. Eik(31%), spar (21%), berk(14%) en grove den(13%) bepaalden het beeld van de meeste bossen. Opvallend was het feit dat er in loofbossen waar wat sparren aanwezig waren, de uilen sliepen in deze sparren. Daar waar in of bij 53

52 woonwijken geslapen werd, betrof het bijna voortdurend sparren. De Oehoes zochten regelmatig ook gebieden met hellingen op zoals voormalige vuilnisbelten en hellingbossen. In 46% van alle peilingen was zo n helling aanwezig. In gebieden van tussenstops was dit percentage veel hoger (53%) dan tijdens de reis (24%). Groeves waren zowel tijdens de reis (3%) als in de gebieden van tussenstops (7%) af en toe aanwezig. Verder waren er tijdens de tussenstops ook vaak groeves aanwezig net buiten de range van 500 meter! Het heeft er alle schijn van dat de Oehoe actief gebieden met hoogteverschillen, zoals beboste hellingen, vuilnisbelten en groeves, opzoekt. Zwitsers onderzoek (Aebischer 2005) toonde aan dat vrouwelijke Oehoes al konden broeden voor hun eerste verjaardag. In Limburg werd ook een 1kj. mannelijke Oehoe gevangen die al aan het broedproces deelnam. Ook in ons eigen Duitse onderzoek hebben we broedsucces aangetoond waarbij zowel het mannetje als het vrouwtje 1kj vogels betrof. In ieder geval een deel van de jonge Oehoes gaat dus al in het eerste jaar op zoek naar een geschikt broedgebied. De jonge K2 uit 2010 werd in februari 2011 al aangetroffen met een partner in een geschikt broedbiotoop. Een zenderoehoe in 2014 werd roepend waargenomen op een elektriciteitscentrale aan de Maas. Verder werd regelmatig (minimaal 5 keer) aangetoond dat de zenderoehoes vlakbij volières vertoefden waarin tamme Oehoes werden gehouden. Door aanwonenden werd zelfs gezien dat een zenderoehoe op een volière met tamme Oehoes geland was. Dit bevestigd de hypothese dat 1 kj-oehoes tijdens de dispersie in hun eerste jaar interesse tonen in andere Oehoes. Boerderijen waren in 54% van alle peilingen aanwezig. Randen van erven zullen in veel gevallen goede voedselgebieden vormen (voorkomen van ratten en egels). Industriegebieden worden niet gemeden. Bij 19% van de peilmomenten was een vorm van industrie aanwezig; tijdens tussenstops wat vaker (21%) dan gedurende de reis (12%). Allerlei overhoekjes en ruderale terreinen herbergen konijnen en ratten, hetgeen industriegebieden aanlokkelijk kunnen maken. Tegelijkertijd kunnen vergiftigde ratten ook een gevaar betekenen voor Oehoes. Alhoewel waterrijke gebieden een extra voedselbron kunnen leveren, kon niet worden aangetoond dat de Oehoes dergelijke gebieden bewust hebben opgezocht (12% van alle peilmomenten). Alleen de Gelderse uilen in 2009 en 2010 pauzeerden in een omgeving met verschillende zandwinningplassen. Binnen de gebieden van de habitatopnames namen graslanden (45%), mais (14%) en graanverbouw (12%) de meeste oppervlakte van het agrarisch grondgebruik in beslag. Op de vierde plaats kwam hooiland met 10%. 2. Wanneer verlaat een jonge Oehoe definitief het ouderlijke territorium. Is dit een geleidelijk proces of vliegt het dier plotseling vele kilometers weg. De jonge Oehoes bleven lang in de buurt van het nest. Pas toen ze gemiddeld 8 weken oud waren (31,55,58,59,62 en 78 dagen) kwamen ze verder dan 100 meter van de nestplaats. De 200-meterbarrière werd vervolgens doorbroken rond de 11 e levensweek (gem. 14 juni; 56, 62, 66, 67, 72, 77,80,96 en 124 dagen), en op een leeftijd van 18 weken kwamen ze verder dan 500 meter van het nest (gem. 2 aug; 98,106,118,119,125,130, 136, 149 en 161 dagen). In de 6 weken daarna maakten de jonge Oehoes af en toe uitstapjes tot maximaal 1600 meter van de broedplaats, maar keerden binnen een dag steeds weer terug naar het vorige activiteitencentrum. Toen de uilen bijna een half jaar oud waren vertrokken ze meestal vrij plotseling uit het ouderlijk territorium. Dat gebeurde gemiddeld op 18 september en op een leeftijd van 173 dagen. 54

53 3. Hoe verlopen de omzwervingen na het verlaten van het ouderlijke territorium. Trekken de uilen in een bepaalde richting weg, of is er sprake van grillige zwerfpatronen. Er is een voorkeur vastgesteld voor een bepaalde vliegrichting. Totaal reis pauze Op de eerste dispersiedag werd gemiddeld 8,7 kilometer afgelegd (1,9-13,2 km.). Gemiddeld vlogen ze 6 dagen lang zonder pauzes in te lassen (1,2,2,2,3,5,5,7,7,8,12 en 12 dagen) en legden daarbij gemiddeld 6 km. per nacht af (0.8, 1.3, 2.8, 3.9, 5.9, 6.3, 6.8, 6.9, 7.6, 7.7, 9.8 en 10.9 km). Daarna werd een eerste pauze gehouden van gemiddeld 6 dagen. Bij de eerste reis lijkt het getal 6 dus bijna magisch! De tweede reis duurde gemiddeld 5 dagen (2,2,3,3,3,4,4,6,7,10 en 12 dg) en de tweede tussenstop hierna gemiddeld 34 dagen. Maar liefst 5 van de 10 goed gevolgde uilen had na deze twee reizen een winterterritorium bezet. Met name tijdens de reismomenten is een zeer significante voorkeur voor noordwestzuidoostelijke richtingen vastgesteld (p<0,01). In de gebieden waar langere rustpauzes werden gehouden vlogen de uilen minder in zuidelijke- en oostelijke richtingen. De Oehoes trokken dus duidelijk minder in zuidelijke- en westelijke richtingen. Verder viel op dat een eenmaal gekozen richting veelal meerdere dagen werd aangehouden alvorens een duidelijk andere richting werd ingeslagen. Sommige Oehoes trokken 8 dagen achter elkaar in bijna exact dezelfde richting! De derde reis (10 Oehoes) duurde 7 dagen. Verschillende Oehoes hadden toen het winterkwartier alweer verlaten. De derde tussenstop hierna duurde 25 dagen. Alle Oehoes op 1 na, hadden toen het winterkwartier al bereikt en bleven langer dan een maand in hetzelfde gebied. De vierde reis duurde slechts 5 en de tussenstop daarna ook 5 dagen (n=7). De vijfde reis (7 Oehoes) duurde 7 dagen en de vijfde pauze 6 dagen. Hierna kwam de zesde reis (3 Oehoes) die 7 dagen duurde. Twee zenders stopten er toen mee en de laatste uil hield toen 8 dagen pauze. Daarna vloog deze nog 3 dagen verder en bleef toen in hetzelfde gebied. Gemiddeld is er aan het eind per uil 299 kilometer afgelegd en was de gemiddelde afstand tussen twee peilingen (tijdens de reismomenten) zo n 8,6 kilometer. De maximale afstand tussen 2 peilingen bedroeg plaats LIM LIM LIM AHOEK AHOEK LI M AHOEK BUBBO2 NLBBO2 ENCI NLBBO1 AHOEK totaal totaal jaar B windrichting R P R P R P R P R P R P R P R P R P R P R P R P reis pauze generaal N NO O ZO Z ZW W NW Tabel 6. Vliegrichting van 12 gevolgde zenderoehoes. R=reis P=pauze 55

Oehoewerkgroep Nederland. Gejo Wassink

Oehoewerkgroep Nederland. Gejo Wassink Oehoewerkgroep Nederland Gejo Wassink Colofon Stichting Oehoewerkgroep Nederland Tekst en samenstelling: Gejo Wassink Projectleiding: Gejo Wassink Europaweg 40a 7137 HN Lievelde 0544 467034 gejowassink@hetnet.nl

Nadere informatie

De Oehoe in beeld is een informatieboekje voor terreineigenaren en oehoeonderzoekers. Het brengt in beeld waar Oehoes kunnen broeden en welke

De Oehoe in beeld is een informatieboekje voor terreineigenaren en oehoeonderzoekers. Het brengt in beeld waar Oehoes kunnen broeden en welke De Oehoe In beeld De Oehoe in beeld is een informatieboekje voor terreineigenaren en oehoeonderzoekers. Het brengt in beeld waar Oehoes kunnen broeden en welke beschermingsmaatregelen genomen kunnen worden

Nadere informatie

Predatie van de Achterhoekse Oehoes op Meerkoeten

Predatie van de Achterhoekse Oehoes op Meerkoeten Predatie van de Achterhoekse Oehoes op Meerkoeten Sinds 2002 broedt er in de Achterhoek een oehoepaar dat jaarlijks jongen grootbrengt in een boomnest. In 2002 was dat een oud buizerdnest en daarna een

Nadere informatie

Algemene weetjes over de Slechtvalk

Algemene weetjes over de Slechtvalk DE Slechtvalk Hoe ziet de slechtvalk eruit Algemene weetjes over de Slechtvalk Situatie vroeger en nu in België Broedvogels in België De Slechtvalk als overwinteraar in Gavere Algemene vaststellingen vraagstellingen

Nadere informatie

Grote Zilverreigers en hun slaapplaatsen

Grote Zilverreigers en hun slaapplaatsen Grote Zilverreigers en hun slaapplaatsen Overwinterende Grote Zilverreigers in de Kempen en Peel Roel van den Heuvel en Robert Kastelijn Echt veel informatie is er nog niet te vinden over Grote Zilverreigers

Nadere informatie

Auteur: Gejo Wassink In samenwerking met: Walter Hingmann en OehoeWerkgroep Nederland (OWN).

Auteur: Gejo Wassink In samenwerking met: Walter Hingmann en OehoeWerkgroep Nederland (OWN). Populatieontwikkeling van de Oehoe Bubo bubo in Nederland en West-Duitsland Met een blik op de toekomst 1 Colofon September 2014 Rapportnummer: 1 Projectnummer : 2 Opdrachtgever : Ark Natuurontwikkeling

Nadere informatie

Provinciebrede kartering van oehoes in Limburg

Provinciebrede kartering van oehoes in Limburg Provinciebrede kartering van oehoes in Limburg Door: Scipio van Lierop, René Janssen en Liesje Floor Foto: Arno ten Hoeve Oehoepopulatie in beeld ARK Natuurontwikkeling werkt met een bijdrage van de Provincie

Nadere informatie

Dispersie van jonge Oehoes in beeld gebracht met satellietzenders en GPS-loggers

Dispersie van jonge Oehoes in beeld gebracht met satellietzenders en GPS-loggers ARTIKEL Dispersie van jonge Oehoes in beeld gebracht met satellietzenders en GPS-loggers Een jonge Oehoe van ongeveer vijf weken oud, nog te jong om van een zender of logger te worden voorzien. A young

Nadere informatie

Spreeuwen tellen op hun slaapplaats

Spreeuwen tellen op hun slaapplaats Spreeuwen tellen op hun slaapplaats Jan Kolsters, Jacques van Kessel, Wil de Veer en Wim Deeben Inleiding Tijdens de slaapplaatstellingen van de Grote Zilverreigers hadden we ze al vaak gezien. Vele groepen

Nadere informatie

1.2 landschap, natuur en recreatie. Landschap

1.2 landschap, natuur en recreatie. Landschap 1.2 landschap, natuur en recreatie Landschap Radio Kootwijk vormt een belangrijke schakel in een aaneengesloten open tot halfopen droog tot vochtig stuifzand- en heidegebied dat zich uitstrekt van het

Nadere informatie

Omgevingscheck De Del te Rozendaal. categorie 5 nesten: koolmees, pimpelmees, grauwe vliegenvanger, boomklever, boomkruiper en grote bonte specht

Omgevingscheck De Del te Rozendaal. categorie 5 nesten: koolmees, pimpelmees, grauwe vliegenvanger, boomklever, boomkruiper en grote bonte specht Omgevingscheck De Del te Rozendaal categorie 5 nesten: koolmees, pimpelmees, grauwe vliegenvanger, boomklever, boomkruiper en grote bonte specht Omgevingscheck De Del te Rozendaal categorie 5 nesten: koolmees,

Nadere informatie

Toeristen in Nederland

Toeristen in Nederland Toeristen in Nederland Het is bijna zomer. Veel Nederlanders gaan lekker op vakantie naar het buitenland. Maar er komen ook heel veel buitenlandse toeristen naar Nederland. Hoeveel zijn dat er eigenlijk?

Nadere informatie

De Oehoe in het grensgebied van Nederland en Duitsland

De Oehoe in het grensgebied van Nederland en Duitsland De Oehoe in het grensgebied van Nederland en Duitsland Gejo Wassink Inleiding Wie aan Nederland denkt, denkt niet in eerste instantie aan Oehoes. Deze reuzenuilen komen van oorsprong voor in bergachtige

Nadere informatie

RINGWERK OEVERZWALUWEN:

RINGWERK OEVERZWALUWEN: DECEMBER 2006 RINGWERK OEVERZWALUWEN: VERSLAG VAN DE ACTIVITEITEN IN HET BOS VAN AA TE ZEMST (JULI 2006) RINGSTATION IJSEDAL KONINKLIJK BELGISCH INSTITUUT VOOR NATUURWETENSCHAPPEN INLEIDING Oeverzwaluwen

Nadere informatie

Aantal gevonden legsels in 2008

Aantal gevonden legsels in 2008 10 1 Broedpaaraantallen 2. Reproductie Na terugkomst van weidevogels in hun broedgebied vormen zich paren en kiezen de vogels een plek om te gaan broeden: de vestiging. Daarna komen twee belangrijke reproductiefasen:

Nadere informatie

Kamer van Koophandel: 09200843 fiscaal nr. 821235175

Kamer van Koophandel: 09200843 fiscaal nr. 821235175 Colofon Stichting Oehoewerkgroep Nederland (OWN) Tekst en samenstelling: Gejo Wassink Contactadres: Gejo Wassink Europaweg 40a 7137 HN Lievelde 0544 467034 gejowassink@hetnet.nl http://oehoe.web-log.nl

Nadere informatie

Effecten revitalisatie oude meander Lunterse Beek op de aanwezige dassen

Effecten revitalisatie oude meander Lunterse Beek op de aanwezige dassen Effecten revitalisatie oude meander Lunterse Beek op de aanwezige dassen Verslag opgesteld door Stichting Das&Boom in opdracht van het Waterschap Vallei en Veluwe Beek-Ubbergen, maart 2013 Inhoudsopgave

Nadere informatie

Bijzondere vakantie op Cyprus Ans van den Helm

Bijzondere vakantie op Cyprus Ans van den Helm Bijzondere vakantie op Cyprus Ans van den Helm In 2011 gingen mijn man en ik 10 dagen op vakantie naar Cyprus. Toen we geland waren, stond er een taxi klaar, om ons naar ons vakantieverblijf, te brengen.

Nadere informatie

Resultaten van het kleurringen van Nijlganzen en Grote Canadese Ganzen Frank Majoor & Berend Voslamber

Resultaten van het kleurringen van Nijlganzen en Grote Canadese Ganzen Frank Majoor & Berend Voslamber Resultaten van het kleurringen van Nijlganzen en Grote Canadese Ganzen Frank Majoor & Berend Voslamber Sovon-rapport 2013/74 Resultaten van het kleurringen van Nijlganzen en Grote Canadese Ganzen Frank

Nadere informatie

Kruger National Park Safari

Kruger National Park Safari Kruger National Park Safari 4 dagen, kampeerreis Deze reis is ook beschikbaar als kleine groepsreis (max 12 reizigers), zie voor de actuele prijzen de website. Maaltijden: Startpunt rondreis: Eindpunt

Nadere informatie

De steenuil in Noordijk

De steenuil in Noordijk De steenuil in Noordijk Onderzoek in Noordijk Landschapbeheer Nederland, vogelbescherming Nederland, SOVON en STONE voeren het project "Naar een aantrekkelijk leefgebied voor mens en steenuil'uit. In 6

Nadere informatie

Inventarisatie van Oehoe-territoria en hun broedsucces in Limburg in 2014. Scipio van Lierop & René Janssen. In opdracht van:

Inventarisatie van Oehoe-territoria en hun broedsucces in Limburg in 2014. Scipio van Lierop & René Janssen. In opdracht van: Inventarisatie van Oehoe-territoria en hun broedsucces in Limburg in 2014 Scipio van Lierop & René Janssen In opdracht van: Inventarisatie van oehoe-territoria en hun broedsucces in Limburg in 2014 Status

Nadere informatie

Nieuwsbrief Vogelwerkgroep IVN Oisterwijk

Nieuwsbrief Vogelwerkgroep IVN Oisterwijk 4 e jaargang 2014 Editie steenuil Nieuwsbrief Vogelwerkgroep IVN Oisterwijk Inhoud: * Verslag broedseizoen 2014 * Broedresultaten steenuil 2014 * Terugmeldingen geringde vogels * Oorkonde vijf jaar broeden

Nadere informatie

De Amsterdamse woningmarkt: voorzichtige stabilisatie

De Amsterdamse woningmarkt: voorzichtige stabilisatie De Amsterdamse woningmarkt: voorzichtige stabilisatie De problemen op de wereldwijde financiële markten hebben de economie inmiddels meer dan twee jaar in haar greep. Vanaf oktober 28 zijn de gevolgen

Nadere informatie

5.1 De kaart van Nederland

5.1 De kaart van Nederland LB 0-5. De kaart van Nederland Wat betekent dit bord, denk je? Welke zin hoort bij welk woord? Trek lijnen. Een schaalstok...... geeft de vier windrichtingen op de kaart aan. Een legenda...... geeft aan

Nadere informatie

Effecten op de boomvalk van het Bp Lelylaan te Amsterdam

Effecten op de boomvalk van het Bp Lelylaan te Amsterdam Effecten op de boomvalk van het Bp Lelylaan te Amsterdam Effecten op de boomvalk van het Bp Lelylaan te Amsterdam Auteur Opdrachtgever Projectnummer Ingen foto omslag P.J.H. van der Linden Amsterdam Nieuw

Nadere informatie

27-12-2013 Wandelroute Twente Hezingen. www.wandelwiki.be

27-12-2013 Wandelroute Twente Hezingen. www.wandelwiki.be 27-12-2013 Wandelroute Twente Hezingen Galgenberg en Paardenslenkte. We maken een prachtige wandeling in het buitengewoon stille en glooiende grensgebied van Nederland en Duitsland ten noorden van Ootmarsum.

Nadere informatie

Groene glazenmaker en Krabbenscheer in de gemeente Emmen, 2010,

Groene glazenmaker en Krabbenscheer in de gemeente Emmen, 2010, Groene glazenmaker en Krabbenscheer in de gemeente Emmen, 2010, 2011, 2012, 2013 en 2014. Deel: Waterschap Hunze en Aas Groen: Krabbenscheer; Rood: Groene glazenmaker. In de gemeente Emmen zijn nu op meerdere

Nadere informatie

COMMISSIE AWACS LIMBURG Secretariaat: Postbus 5700-6202 MA Maastricht

COMMISSIE AWACS LIMBURG Secretariaat: Postbus 5700-6202 MA Maastricht CAL 11-35 COMMISSIE AWACS LIMBURG Secretariaat: Postbus 57-622 MA Maastricht OVERZICHT KLACHTEN 3 e kwartaal 211 November 211 Uitgegeven door de Stichting Klachtentelefoon Luchtverkeer Zuid-Limburg onder

Nadere informatie

Steenmarter ecologie in een notendop!

Steenmarter ecologie in een notendop! De steenmarter (Martes foina), ecologie en verspreiding Dick Klees Steenmarter symposium 6 11 2013 te Arnhem Steenmarter ecologie in een notendop! Wat te verwachten? Uiteraard niet alles in krap 20 minuten

Nadere informatie

ECONOMISCHE MONITOR EDE 2015 I

ECONOMISCHE MONITOR EDE 2015 I ECONOMISCHE MONITOR EDE 2015 I In deze economische monitor vindt u cijfers over de werkgelegenheid en de arbeidsmarkt van de gemeente Ede. Van de arbeidsmarkt zijn gegevens opgenomen van de tweede helft

Nadere informatie

Vrijstaande jaren dertig woning Hoog-Keppel

Vrijstaande jaren dertig woning Hoog-Keppel Vrijstaande jaren dertig woning Hoog-Keppel LANDELIJK WONEN MET WITTE RENTMEESTERS Vrijstaande jaren dertig woning met garage en tuinhuis Landelijk wonen in een prachtig dorp Burgemeester Vrijlandweg

Nadere informatie

WERKPROTOCOLLEN VOOR WERKZAAMHEDEN IN HET KADER VAN BESTENDIG BEHEER EN ONDERHOUD.

WERKPROTOCOLLEN VOOR WERKZAAMHEDEN IN HET KADER VAN BESTENDIG BEHEER EN ONDERHOUD. WERKPROTOCOLLEN VOOR WERKZAAMHEDEN IN HET KADER VAN BESTENDIG BEHEER EN ONDERHOUD. In onderstaande werkprotocollen geeft de tabel aan waneer de werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd. In de tabel wordt

Nadere informatie

De Vuursche. Scootmobiel. Door de bossen met de scootmobiel

De Vuursche. Scootmobiel. Door de bossen met de scootmobiel Staatsbosbeheer Regio West Naritaweg 221, 1043 CB Amsterdam T 020-7073700 www.staatsbosbeheer.nl Scootmobiel De Vuursche Door de bossen met de scootmobiel Scootmobielroute in De Vuursche In deze folder

Nadere informatie

Overzichtsrapport SER Gelderland

Overzichtsrapport SER Gelderland Overzichtsrapport SER Gelderland Werkloosheid In opdracht van SER Gelderland September 20 Drs. J.D. Gardenier L.T. Schudde CAB Martinikerkhof 30 9712 JH Groningen 050-3115113 cab@cabgroningen.nl www.cabgroningen.nl

Nadere informatie

Kruger National Park Safari

Kruger National Park Safari Kruger National Park Safari 4 dagen, accommodatiereis Deze reis is ook beschikbaar als kleine groepsreis (max 12 reizigers), zie voor de actuele prijzen de website. Maaltijden: Startpunt rondreis: Eindpunt

Nadere informatie

Vogelwerkgroep De Kempen. Nieuwsbrief. Wespendievenonderzoek in de Kempen 2012.

Vogelwerkgroep De Kempen. Nieuwsbrief. Wespendievenonderzoek in de Kempen 2012. Vogelwerkgroep De Kempen Postadres: Kermisberg 6, 5508 DW Veldhoven Website: www.vwgdekempen.nl Gironummer: 5859111 - Kamer van Koophandel: 40238962 Nieuwsbrief Wespendievenonderzoek in de Kempen 2012.

Nadere informatie

Ransuilen zijn ook vogelliefhebbers

Ransuilen zijn ook vogelliefhebbers Ransuilen zijn ook vogelliefhebbers Edwin Witter De vondst van een vogelringetje in een braakbal van een uil of roofvogel mag normaal gesproken beschouwd worden als een "krent in de pap". Maar wat als

Nadere informatie

Waarnemingen. AIC te Castricum

Waarnemingen. AIC te Castricum 7 AIC te Castricum Waarnemingen Op het braakliggend terrein grenzend aan de Beverwijkerstraatweg is de vegetatie nauwelijks ontwikkeld. Oude restanten van een fundering zijn nog zichtbaar. Overal ligt

Nadere informatie

Samenstelling Levensloop Platina Fonds in 2015

Samenstelling Levensloop Platina Fonds in 2015 Samenstelling Levensloop Platina Fonds in 2015 januari 813,401 535,514 1,568 1,350,482.89 10,416.12 februari 835,453 519,550 4,203 1,359,207.13 9,964.25 maart 877,904 524,371 3,271 1,405,545.28 10,002.50

Nadere informatie

Verkavelingspatroon Regelmatige blokverkaveling (door houtwallen omgeven)

Verkavelingspatroon Regelmatige blokverkaveling (door houtwallen omgeven) 4.5 Landduinen Landschapskenmerken Reliëfvorm Mozaïek van hogere zandduinen meestal bebost en lager en vlakker gelegen vennen en schrale graslanden Water Lage grondwaterstanden Bodem Zandgronden Wegenpatroon

Nadere informatie

Vind de mooiste fietsroutes op www.route.nl. Fietsroute 122144 Brunssum, Kerkrade en Heerlen

Vind de mooiste fietsroutes op www.route.nl. Fietsroute 122144 Brunssum, Kerkrade en Heerlen Fietsroute 122144 Brunssum, Kerkrade en Heerlen Praktische informatie Dichtstbijzijnde parkeerplaats mondo verde Groene Wereld Landgraaf Dichtstbijzijnde parkeerplaats vanaf eindpunt mondo verde Groene

Nadere informatie

Aantal hypotheken 3e kw 09

Aantal hypotheken 3e kw 09 Persbericht Apeldoorn, 21 januari 2010 Kwartaalbericht In het kwartaalbericht is informatie opgenomen over particuliere woning die ingeschreven zijn bij het Kadaster in het afgelopen kwartaal. Daarbij

Nadere informatie

Aantal hypotheken 2e kw 09

Aantal hypotheken 2e kw 09 Persbericht Apeldoorn, 21 oktober 2009 Kwartaalbericht In het kwartaalbericht is informatie opgenomen over particuliere woning die ingeschreven zijn bij het Kadaster in het afgelopen kwartaal. Daarbij

Nadere informatie

BIJLAGE 4: AFWEGINGEN M.B.T. OPTIES INPASSING HOCKEYVELD OP WEILAND ZUIDWESTELIJK VAN HET KOCHERBOS

BIJLAGE 4: AFWEGINGEN M.B.T. OPTIES INPASSING HOCKEYVELD OP WEILAND ZUIDWESTELIJK VAN HET KOCHERBOS BIJLAGE 4: AFWEGINGEN M.B.T. OPTIES INPASSING HOCKEYVELD OP WEILAND ZUIDWESTELIJK VAN HET KOCHERBOS In de notitie Hockeyveld(en) MHC Muiderberg, een beslissing in balans met bijbehorende locatiematrix

Nadere informatie

Reader oriëntatietechnieken

Reader oriëntatietechnieken Reader oriëntatietechnieken Inhoud 1. Schaal 2. Legenda 3. Coördinatenstelsels 4. Soorten kompassen 5. Declinatiecorrectie 6. Inclinatie 7. Kaart op het noorden leggen 8. Looprichting bepalen 9. Koers

Nadere informatie

Amsterdam In de peilfilters zijn de grondwaterstanden waargenomen. Dit is met

Amsterdam In de peilfilters zijn de grondwaterstanden waargenomen. Dit is met Aan Contactpersoon Jeroen Ponten Onderwerp Partikulier polderriool in het woonblok 1e Helmersstraat, G. brandtstraat, Overtoom, 2e C. Huygensstraat Doorkiesnummer 020 608 36 36 Fax afdeling 020 608 39

Nadere informatie

Inventarisatie grote bosmuis Ruiten Aa, Groningen 2011

Inventarisatie grote bosmuis Ruiten Aa, Groningen 2011 Inventarisatie grote bosmuis Ruiten Aa, Groningen 2011 D.L. Bekker Oktober 2011 Rapport van de Zoogdiervereniging Inventarisatie grote bosmuis Ruiten Aa, Groningen 2011 D.L. Bekker Rapport nr.: 2011.33

Nadere informatie

Overzichtsrapport SER Gelderland

Overzichtsrapport SER Gelderland Overzichtsrapport SER Gelderland Uitkeringen In opdracht van SER Gelderland September 2008 Drs. J.D. Gardenier L.T. Schudde CAB Martinikerkhof 30 9712 JH Groningen 050-3115113 cab@cabgroningen.nl www.cabgroningen.nl

Nadere informatie

Vissenweekend Overijssel 2013

Vissenweekend Overijssel 2013 Vissenweekend Overijssel 2013 REPTIELEN AMFIBIEËN VISSEN ONDERZOEK NEDERLAND Vissenweekend Overijssel 2013 Een rapportage van RAVON M.E. Schiphouwer & A. de Bruin December 2013 STICHTING RAVON POSTBUS

Nadere informatie

Baakse Beek, De Haar en Formerhoek.

Baakse Beek, De Haar en Formerhoek. Trage Tocht Ruurlo Baakse Beek, De Haar en Formerhoek. Deze grotendeels onverharde route biedt een mooie afwisseling van bosjes, houtwallen, beekjes, boerderijen en akkers. We wandelen direct langs het

Nadere informatie

werkdocument U : TTT-.J 170' r rijksdienst voor de.jsselmeerpolders Roofvogel- en uilen broedgegevens van 1977 tot en met 1982 in de

werkdocument U : TTT-.J 170' r rijksdienst voor de.jsselmeerpolders Roofvogel- en uilen broedgegevens van 1977 tot en met 1982 in de ministerie van verkeer en waterstaat rijksdienst voor de.jsselmeerpolders BIBLIOTHEEK R1JKSDIEN"- I VOOR OB werkdocument WSSELMt-H "-"POLDERS i Roofvogel- en uilen broedgegevens van 1977 tot en met 1982

Nadere informatie

Verzuimgegevens BVE 3e kwartaal 2014 t/m 2e kwartaal 2015

Verzuimgegevens BVE 3e kwartaal 2014 t/m 2e kwartaal 2015 Printdatum : 5-10-2015 1/13 Aantal werknemers gemiddeld Aantal werknemers totaal Aantal fte Aantal fte BAPO Aantal fte ziek Aantal ziekmeldingen Aantal herstelmeldingen Aantal nul-verzuimers 49.100 58.155

Nadere informatie

Webcamobservaties bij Oehoes in Nederland en Duitsland

Webcamobservaties bij Oehoes in Nederland en Duitsland Webcamobservaties bij Oehoes in Nederland en Duitsland Gejo Wassink Onze huidige tijd biedt steeds meer technische middelen om vogelonderzoek te verrichten. Dat geldt niet alleen voor de professionele

Nadere informatie

Resultaten van de monitoring voor vogelgriep in 2012

Resultaten van de monitoring voor vogelgriep in 2012 Resultaten van de monitoring voor vogelgriep in 2012 Actieve monitoring bij wilde vogels In 2012 werden bij de actieve monitoring 3.220 wilde vogels op de aanwezigheid van vogelgriep onderzocht. Net als

Nadere informatie

STATISTIEK OEFENOPGAVEN

STATISTIEK OEFENOPGAVEN STATISTIEK OEFENOPGAVEN 1. Bereken van elke serie getallen steeds de modus, het gemiddelde, de mediaan en de spreidingsbreedte. A. 3, 3, 4, 4, 4, 5, 5, 7, 8, 10. B. 2, 3, 3, 4, 4, 5, 8, 9, 11. C. 9, 3,

Nadere informatie

Monitoring bij Natuurboeren. 31 maart 2015

Monitoring bij Natuurboeren. 31 maart 2015 Monitoring bij Natuurboeren 31 maart 2015 problematiek Afname Plant- en dieren leven in het buitengebied Intensivering grondgebruik, verdroging Monitoring bij natuurboeren 2 Monitoring bij natuurboeren

Nadere informatie

Resultaten van de monitoring voor vogelgriep in 2014

Resultaten van de monitoring voor vogelgriep in 2014 Resultaten van de monitoring voor vogelgriep in 2014 Actieve monitoring bij wilde vogels In 2014 werden bij de actieve monitoring 3.036 wilde vogels op de aanwezigheid van vogelgriep onderzocht. Net als

Nadere informatie

Barometer Arbeidsmarkt Gelderland 2e kwartaal 2013

Barometer Arbeidsmarkt Gelderland 2e kwartaal 2013 Barometer Arbeidsmarkt Gelderland 2e kwartaal 2013 In deze notitie van UWV, die ieder kwartaal verschijnt, worden de actuele ontwikkelingen op de arbeidsmarkt in de provincie Gelderland kort toegelicht.

Nadere informatie

Grafimedia in cijfers

Grafimedia in cijfers Grafimedia in cijfers 2013 beeld: Karin van Hengel Inhoud 1 Aantal grafische bedrijven naar grootteklasse 2 Aantal grafische bedrijven naar hoofdactiviteit 3 Ontwikkeling van de omzet in de industrie en

Nadere informatie

Ledenbinding & -werving. Velt vzw Vereniging voor ecologisch leven en tuinieren Uitbreidingstraat 392c, 2600 Berchem, België www.velt.

Ledenbinding & -werving. Velt vzw Vereniging voor ecologisch leven en tuinieren Uitbreidingstraat 392c, 2600 Berchem, België www.velt. Ledenbinding & -werving Velt vzw Vereniging voor ecologisch leven en tuinieren Uitbreidingstraat 392c, 2600 Berchem, België Communicatiestrategie Velt verleidt en brengt mensen samen op weg naar ecologisch

Nadere informatie

In het hieronder staande overzicht worden de resultaten weergegeven, van 2013 en 2014. Jongen uitgevlogen totaal

In het hieronder staande overzicht worden de resultaten weergegeven, van 2013 en 2014. Jongen uitgevlogen totaal NESTKASTENVERSLAG 2014 NATUUR- EN VOGELWERKGROEP DE GRUTTO Inleiding: Ook dit broedseizoen werden op verschillende locaties weer talrijke en op hun inhoud gecontroleerd. Door een combinatie van factoren

Nadere informatie

Bosuilen 34 jaar geteld in Noord-Kennemerland

Bosuilen 34 jaar geteld in Noord-Kennemerland Bosuilen 34 jaar geteld in Noord-Kennemerland Overdag rusten de bosuilen meestal goed verscholen op een tak, in een boomholte, nestkast of een ruimte waar geen mensen komen. Na zonsondergang worden ze

Nadere informatie

Skaeve Huse Ruimtelijke motivatie voor Raad van State. Verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit. Gemeente Nijmegen, januari 2016.

Skaeve Huse Ruimtelijke motivatie voor Raad van State. Verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit. Gemeente Nijmegen, januari 2016. Skaeve Huse Ruimtelijke motivatie voor Raad van State Verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit Gemeente Nijmegen, januari 2016 Inleiding De Raad van State vraagt om nadere motivering dat de voorziene ontwikkeling

Nadere informatie

De Genkse werkloosheidscijfers Toestand op

De Genkse werkloosheidscijfers Toestand op De Genkse werkloosheidscijfers Toestand op 30.06.2015 Genk telde eind juni 3.807 niet-werkende werkzoekenden (NWWZ). Dat zijn er 343 of 9,9% meer dan in juni 2014. In Limburg was er een stijging van 3,3%,

Nadere informatie

Stand van zaken certificering voor natuurbeherende organisaties Versie 20 januari 2016 Naam organisatie Provincie Volgens KHB datum ontvangst aanvraag

Stand van zaken certificering voor natuurbeherende organisaties Versie 20 januari 2016 Naam organisatie Provincie Volgens KHB datum ontvangst aanvraag Stand van zaken certificering voor natuurbeherende organisaties Versie 20 januari 2016 Naam organisatie Provincie Volgens KHB datum ontvangst aanvraag Datum toekenning certificaat Type certificaat Unie

Nadere informatie

Middenbeemster, Korenmolen De Nachtegaal

Middenbeemster, Korenmolen De Nachtegaal Inleiding In opdracht van Cultureel Erfgoed Noord-Holland heeft op 1 december 2010 een kort onderzoek plaatsgevonden naar de opbouw en datering van de lage voetmuur van de korenmolen De Nachtegaal, gelegen

Nadere informatie

Nader onderzoek naar vleermuizen Nieuw Graswijk te Assen

Nader onderzoek naar vleermuizen Nieuw Graswijk te Assen Nader onderzoek naar vleermuizen Nieuw Graswijk te Assen Nader onderzoek naar vleermuizen Nieuw Graswijk te Assen Inhoud Rapport en bijlagen 21 juli 2010 Projectnummer 015.36.02.71.00 I n h o u d s o

Nadere informatie

Kwalificatie plangebied als secundair leefgebied

Kwalificatie plangebied als secundair leefgebied Ecologische onderbouwing ten behoeve van beroep GNMF op beslissing Rijksdienst voor Ondernemend Nederland op bezwaarschrift tegen verlening ontheffing Flora- en faunawet voor realisatie van het project

Nadere informatie

Uw brief van Uw kenmerk Datum ---- ---- 14 september 2011. Ons kenmerk Behandeld door Doorkiesnummer CCZ/2011080189 J. Knollema (020) 797 86 22

Uw brief van Uw kenmerk Datum ---- ---- 14 september 2011. Ons kenmerk Behandeld door Doorkiesnummer CCZ/2011080189 J. Knollema (020) 797 86 22 De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Postbus 20350 2500 EJ S-GRAVENHAGE Uw brief van Uw kenmerk Datum ---- ---- 14 september 2011 Ons kenmerk Behandeld door Doorkiesnummer CCZ/2011080189

Nadere informatie

OMGEVINGSCHECK HUISMUS REEHORSTERWEG

OMGEVINGSCHECK HUISMUS REEHORSTERWEG OMGEVINGSCHECK HUISMUS REEHORSTERWEG In het kader van de geplande ontwikkelingen In opdracht van: Gemeente Ede OMGEVINGSCHECK HUISMUS REEHORSTERWEG EDE In het kader van de geplande ontwikkelingen Ing.

Nadere informatie

Betreft: Aanvullende informative quickscan Flora & Fauna Locatie: Wijbosscheweg 107, Schijndel Kenmerk: Tm2011.099QFF BRF Datum: 19 11 2012

Betreft: Aanvullende informative quickscan Flora & Fauna Locatie: Wijbosscheweg 107, Schijndel Kenmerk: Tm2011.099QFF BRF Datum: 19 11 2012 Betreft: Aanvullende informative quickscan Flora & Fauna Locatie: Wijbosscheweg 107, Schijndel Kenmerk: Tm2011.099QFF BRF Datum: 19 11 2012 Built By Brekel T.a.v. Dhr. G. van den Brekel Sweelinckplein

Nadere informatie

Waarom ging de WTTC Destination Award naar Parkstad?

Waarom ging de WTTC Destination Award naar Parkstad? Parkstad Limburg Wie is de WTTC? Waarom ging de WTTC Destination Award naar Parkstad? Al vóór de prijs had Parkstad wapenfeiten: Grootste indoor skihal ter wereld Grootste outdoor klimpark van Europa

Nadere informatie

1. Het ene jaar is het andere niet!

1. Het ene jaar is het andere niet! Naam:. Klas:.. 1. Het ene jaar is het andere niet! Je zit al in deze klas sinds september. In september ben je aan een nieuw jaar begonnen. Dus aan een nieuw schooljaar. Vul in: september oktober... februari...

Nadere informatie

VOLG HET NEDERLANDS ELFTAL TIJDENS HET EK EN GA MEE MET DE ORANJE KARAVAAN MET VERBLIJF OP DE HOLLAND CAMPING

VOLG HET NEDERLANDS ELFTAL TIJDENS HET EK EN GA MEE MET DE ORANJE KARAVAAN MET VERBLIJF OP DE HOLLAND CAMPING EUROCULT LITO VOLG HET NEDERLANDS ELFTAL TIJDENS HET EK EN GA MEE MET DE ORANJE KARAVAAN MET VERBLIJF OP DE HOLLAND CAMPING Postbus 13050 3507 LB Utrecht Wittevrouwenstraat 36 3512 CV Utrecht Tel: 030

Nadere informatie

TE KOOP Woonboerderij gelegen aan de Neijenkampweg 2 te Halle

TE KOOP Woonboerderij gelegen aan de Neijenkampweg 2 te Halle TE KOOP Woonboerderij gelegen aan de Neijenkampweg 2 te Halle Neijenkampweg 2 te Halle Prachtig in het buitengebied van Halle, in het fraaie coulisselandschap van de Achterhoek, nabij Slangenburg ligt

Nadere informatie

WERKBLAD OPDRACHTEN. Locatie: De Drie Linden Giersbergen 8 Drunen. 2008 Nationaal Park De Loonse en Drunense Duinen

WERKBLAD OPDRACHTEN. Locatie: De Drie Linden Giersbergen 8 Drunen. 2008 Nationaal Park De Loonse en Drunense Duinen Dassenwerk WERKBLAD OPDRACHTEN Locatie: De Drie Linden Giersbergen 8 Drunen 2008 Nationaal Park De Loonse en Drunense Duinen 1. Waar ben je? Je gaat een onderzoek doen in een klein gebied van Nationaal

Nadere informatie

Programma en toelichting van het fietsgilde

Programma en toelichting van het fietsgilde Programma en toelichting van het fietsgilde 2015 Inhoud: programma 2 toelichting algemeen 3 toelichting bij de fietstochten 4-5 - 6 maart 2015 Programma fietsgilde 2015 datum route vertrek datum route

Nadere informatie

10 jaar dassen in de Duinen ( )

10 jaar dassen in de Duinen ( ) 1 jaar dassen in de Duinen (1999-29) Inleiding In de jaren 1999 tot 24 werden in het Nationaal Park De Loonse en Drunense Duinen dassen uitgezet in het kader van een herintroductieproject. Na 1 jaar is

Nadere informatie

Natuur en landschap van Witharen in 2008

Natuur en landschap van Witharen in 2008 Natuur en landschap van Witharen in 2008 C. Zoon Versie 5 8 augustus 2008 Inleiding Witharen is een buurtschap in het noorden van de gemeente Ommen. In het zuidwesten wordt het begrensd door het Varsenerveld

Nadere informatie

: landschappelijke inpassing Achter de Pastorie, Melderslo. Advies. Inleiding. Datum : 30 mei 2011 Opdrachtgever : Gemeente Horst aan de Maas

: landschappelijke inpassing Achter de Pastorie, Melderslo. Advies. Inleiding. Datum : 30 mei 2011 Opdrachtgever : Gemeente Horst aan de Maas Advies : landschappelijke inpassing Achter de Pastorie, Melderslo Datum : 30 mei 2011 Opdrachtgever : Gemeente Horst aan de Maas Ter attentie van Projectnummer : Commissie LKM : 211x05071 Opgesteld door

Nadere informatie

Resultaten van de monitoring voor vogelgriep in 2013

Resultaten van de monitoring voor vogelgriep in 2013 Resultaten van de monitoring voor vogelgriep in 2013 Actieve monitoring bij wilde vogels In 2013 werden bij de actieve monitoring 3.181 wilde vogels op de aanwezigheid van vogelgriep onderzocht. Net als

Nadere informatie

Aan de zuidzijde van het landgoed heeft Staatsbosbeheer in de Veenzijdse polder voor de liefhebbers een kort laarzenpad uitgezet.

Aan de zuidzijde van het landgoed heeft Staatsbosbeheer in de Veenzijdse polder voor de liefhebbers een kort laarzenpad uitgezet. Op Landgoed De Horsten is een vijftal wandelingen uitgezet, die met gekleurde paaltjes zijn aangegeven. Twee ervan bestrijken het noordelijke gedeelte en starten vanuit de ingang aan de Papeweg in Wassenaar.

Nadere informatie

Resultaten van de monitoring voor vogelgriep in 2015

Resultaten van de monitoring voor vogelgriep in 2015 Resultaten van de monitoring voor vogelgriep in 2015 Actieve monitoring bij wilde vogels In 2015 werden bij de actieve monitoring 3.218 wilde vogels op de aanwezigheid van vogelgriep onderzocht. Net als

Nadere informatie

ECONOMISCHE MONITOR EDE 2011 / 4

ECONOMISCHE MONITOR EDE 2011 / 4 ECONOMISCHE MONITOR EDE 20 / 4 De Economische Monitor geeft een beeld van de economie van de gemeente Ede in de afgelopen periode van 2008 tot 20. De Economische Monitor is verdeeld in twee delen: Het

Nadere informatie

Veenweiden steeds belangrijker voor Zwarte sterns in Zuid-Holland. Verslag van monitoring van aantallen en broedsucces in 2013

Veenweiden steeds belangrijker voor Zwarte sterns in Zuid-Holland. Verslag van monitoring van aantallen en broedsucces in 2013 Veenweiden steeds belangrijker voor Zwarte sterns in Zuid-Holland Verslag van monitoring van aantallen en broedsucces in 2013 Veenweiden steeds belangrijker voor Zwarte sterns in Zuid-Holland Verslag

Nadere informatie

Resultaten. Toelichting abundatiekaart en aantalsschatting Zwarte Specht Veluwe. Henk Sierdsema, Sovon Vogelonderzoek Nederland.

Resultaten. Toelichting abundatiekaart en aantalsschatting Zwarte Specht Veluwe. Henk Sierdsema, Sovon Vogelonderzoek Nederland. Toelichting abundatiekaart en aantalsschatting Zwarte Specht Veluwe Henk Sierdsema, Sovon Vogelonderzoek Nederland Juni 2015 Inleiding Door de provincie Gelderland is verzocht om een update te maken van

Nadere informatie

Inventarisatie juveniele Ransuilen. Loonse en Drunense Duinen 2014

Inventarisatie juveniele Ransuilen. Loonse en Drunense Duinen 2014 Inventarisatie juveniele Ransuilen Loonse en Drunense Duinen 2014 Inventariseerders: Bart van Beerendonk Annemieke Biesterbos Mieke Corsten Anita van Dooren Carla Heijnens Dennis Heijnens Christien Hermsen

Nadere informatie

Scholeksterweekend Ameland 2013

Scholeksterweekend Ameland 2013 Scholeksterweekend Ameland 2013 Van vrijdag 8 februari tot en met zondag 10 februari werd onder leiding van Bruno Ens en Kees Oosterbeek een scholeksterweekend georganiseerd op Ameland voor ringers en

Nadere informatie

Onderzoek naar de waarde van een ponyweide aan de Nemelerbergweg 17a (Zwolle) voor de knoflookpad.

Onderzoek naar de waarde van een ponyweide aan de Nemelerbergweg 17a (Zwolle) voor de knoflookpad. Onderzoek naar de waarde van een ponyweide aan de Nemelerbergweg 17a (Zwolle) voor de knoflookpad. REPTIELEN AMFIBIEËN VISSEN ONDERZOEK NEDERLAND Onderzoek naar de waarde van een ponyweide aan de Nemelerbergweg

Nadere informatie

Let op; Plaats uw containers en het kunststof vóór 7.30 uur aan de weg. GFT KUNSTSTOF & DRANKKARTON REST GROFVUIL

Let op; Plaats uw containers en het kunststof vóór 7.30 uur aan de weg. GFT KUNSTSTOF & DRANKKARTON REST GROFVUIL WIJK A ma 04 jan ma 11 jan ma 11 jan wo 20 jan ma 18 jan ma 25 jan ma 08 feb wo 17 feb ma 01 feb ma 08 feb ma 07 mrt wo 16 mrt ma 15 feb ma 22 feb ma 04 apr wo 13 apr ma 29 feb ma 07 mrt ma 02 mei wo 11

Nadere informatie

Aan de Wijmeneir te Impe, deelgemeente van het Oost-Vlaamse Lede.

Aan de Wijmeneir te Impe, deelgemeente van het Oost-Vlaamse Lede. Vanuit de Wijmenier kan je tal van prachtige wandelingen maken. Eén ervan beschrijven we in onderstaande tekst Wandelpad : Beschermde landschappen langs de Molenbeken Praktische gegevens LENGTE: 15 km

Nadere informatie

Terreingebruik en voedselkeus van broedende Steenuilen in de Achterhoek

Terreingebruik en voedselkeus van broedende Steenuilen in de Achterhoek Terreingebruik en voedselkeus van broedende Steenuilen in de Achterhoek Loes van den Bremer, SOVON Vogelonderzoek Nederland m.m.v. Ronald van Harxen & Pascal Stroeken, STONE Steenuiloverleg Nederland Opbouw

Nadere informatie

Mitigatieplan Kerkuil realisatie Lodesteijn College te Barneveld

Mitigatieplan Kerkuil realisatie Lodesteijn College te Barneveld Notitie Concept Contactpersoon Herman Bouman Datum 7 december 2011 Kenmerk N003-4753937OUM-mya-V01 Mitigatieplan Kerkuil realisatie Lodesteijn College te Barneveld 1 Inleiding 1.1 Aanleiding De gemeente

Nadere informatie

Op Europees niveau is de soort in de periode 1980-2011 met 52% afgenomen, en ten opzichte van 1990 met 6%.

Op Europees niveau is de soort in de periode 1980-2011 met 52% afgenomen, en ten opzichte van 1990 met 6%. 1 De spreeuwenstand gaat vanaf eind jaren zeventig achteruit. Over de periode 1984-2012 is de broedpopulatie in Nederland zelfs met gemiddeld 4% per jaar afgenomen. Daardoor resteert momenteel minder dan

Nadere informatie

3 Witteveen & Bos Provincie Noord-Brabant

3 Witteveen & Bos Provincie Noord-Brabant 3 Witteveen & Bos Provincie Noord-Brabant Toedeling van het transport van gevaarlijke stoffen aan de N279 tussen Den Bosch en Asten Schoemakerstraat 97c 2628 VK Delft Postbus 5044 2600 GA Delft T (088)

Nadere informatie

Fotoreis Finland 2016. 22-28 april 2016

Fotoreis Finland 2016. 22-28 april 2016 Fotoreis Finland 2016 22-28 april 2016 Finland, bruine beren en andere dieren Op de grens van Finland en Rusland ligt een strook niemandsland van ongeveer 2 kilometer breed. In deze strook leven o.a.

Nadere informatie

Fries burgerpanel Fryslân inzicht

Fries burgerpanel Fryslân inzicht Fries burgerpanel Fryslân inzicht Wij gaan er van uit dat we zo lang mogelijk in onze eigen woonomgeving kunnen blijven. Fries burgerpanel over leefbaarheid in Fryslân Wij gaan er van uit dat we zo lang

Nadere informatie

Outback Australië. Je kunt een auto huren of kopen. Dat kan op veel plaatsen.

Outback Australië. Je kunt een auto huren of kopen. Dat kan op veel plaatsen. Outback Australië Voor mij is Australië een heel bijzondere plek. Waarom? Dat zal ik uitleggen. Het begon al toen ik voor het eerst in Australië kwam. Ik stapte uit het vliegtuig. Meteen merkte ik dat

Nadere informatie