INHOUD VAN DIT NUMMER:

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "INHOUD VAN DIT NUMMER:"

Transcriptie

1 INHOUD VAN DIT NUMMER: BESTUURLIJKE VORMGEVING Nota: Vorming en inrichting van stads- en streekgewesten. I. Inleiding.. II. Probleemstelling. III. Samenstelling en afgrenzing van stads- en streekgewesten. IV. Het inrichtingsproces V. Nog enkele suggesties Bijlagen INTERNATIONALE POLITIEK Nota: Aspecten van de defensie problematiek, in het bijzonder met betrekking tot Europa. 93 Inleidende gedachten. 93 Mondiale en regionale aspecten 94 De NAVO 98 Het nationale defensiebeleid. 100 Nota: Geweldloze defensie tegen vreemde mogendheden 105 Mr. P. J. A. Idenburg: Buitenlands beleid nieuwe stijl. 116 Vrede- Oorlog- Defensiebeleid? Een bijdrage in de discussie. 131 Jhr. mr. M. W. C. de Jonge. 131 M. H. von Meyenfeldt en H. Volten. 136 SOCIAAL-ECONOMISCH BELEID Nota: Technologische ontwikkeling en werkgelegenheid. Hoofdstuk I Hoofdstuk II Hoofdstuk lil Hoofdstuk IV Hoofdstuk V Samenvatting

2 VORMING EN INRICHTING VAN STADS- EN STREEKGEWESTEN I. INLEIDING In toenemende mate krijgt de Nederlander te maken met ruimtelijke probiematiele Niet alleen in de gangbare opvatting van een toenemend tekort aan beschikbare grond, maar ook in die zin dat er regelmatig allerlei wijzigingen optreden in de bestaande ruimtelijke samenhang(en) en in het gebruik van de ruimte. Zo kan men wijzen op functiewijzigingen in het landelijke gebied. Aan bepaalde landbouwgronden wordt hun bestemming ontnomen en in plaats daarvan krijgen zij bijvoorbeeld een recreatieve functie toebedeeld. Eveneens valt wat het stedelijk grondgebruik betreft in verschillende steden bijvoorbeeld te wijzen op een daling van het aantal inwoners in oude wijken, naarmate zakenpanden e.d. steeds meer de plaats innemen van de woningen en de veroudering van de bebouwing leidt tot nieuwbouw, met een geringere bebouwingsdichtheid dan de oorspronkelijke bebouwing. Een verdergaande scheiding tussen woonen werkgebieden wordt merkbaar, niet het minst vanwege de enorme verkeersdrukte in de spitsuren. Er is een verandering in het ruimtegebruik op gang gekomen. Dat vindt zijn uitdrukking in een hergroepering van de elementen, welke ruimtelijke samenhang (en) bepalen, te weten gezinnen, bedrijven en (overige) instellingen 1. Het is geen statische zaak maar een beweeglijk, dynamisch proces. Maatschappelijke veranderingen Het bovenstaande hangt nauw samen met de omstandigheid dat wij leven in een samenleving, die steeds meer verstedelijkt. De maatschappelijke veranderingen welke zich sinds de vorige eeuw in ons land voltrekken zijn daarvoor verantwoordelijk. Wij noemen in dit verband een verschuiving in het werkgelegenheidspatroon: de omvang van de agrarische werkgelegenheid neemt af ten opzichte van die in de industriële en dienstensector. Zelfs zijn er aanwijzingen, dat de industriële werkgelegenheid afneemt en dat de dienstverlenende instellingen voor de verschaffing van werkgelegenheid steeds belangrijker worden. De vormen van produktie onderscheidde men gewoonlijk in primaire (landbouw e.d.), secundaire (industrie) en tertiaire (handel, verkeer en vervoer en bepaalde diensten als onderwijs, gezondheidszorg). Thans wordt 1 Vgl. G. A. Hoekveld, Over de theorie en de stand van de stadsgeografie, T.E.S.G no. 1, blzz. 1 e.v. Eveneens, van dezelfde schrijver: Onze ruimtelijke orde een urbane orde? Stedebouw en Volkshuisvesting, sept. 1968, blz

3 VORMING EN INRICHTING VAN STADS- EN STREEKGEWESTEN door sommigen reeds gesproken van een vierde- kwartaire- produktievorm_ Men doelt hiermee op die vorm van produktie - binnen de andere hiervoor genoemde vormen -, die betrekking heeft op analyse, onderzoek, verwerven van informatie en het nemen van beslissingen. De opkomst van deze kwartaire produktievorm hangt nauw samen met de vooruitgang der techniek, die o.a. tot uiting komt in de mechanisering en automatisering van het produktieproces 2 Verder valt te wijzen op de snelle toename van de bevolking in ons land. Tevens op de verbeteringen op het gebied van de communicatie in de ruimste zin, waardoor afstandverkleining en milieuverruiming, zo men wil: schaalvergroting, kan worden gerealiseerd. De verbeterde communicatie maakt een grotere ruimtelijke keuzevrijheid mogelijk 3 ; men is vrijer dan voorheen in het kiezen van de plaatsen van vestiging van bedrijven, woningen e.d. en het bezoek eraan. Gewestvarming Deze maatschappelijke veranderingen hebben in eerste aanleg tot gevolg gehad een toenemende samenballing van mensen en activiteiten in steden. Daarbij is het echter niet gebleven. Er treedt - met name na de tweede wereldoorlog - een spreiding op van de stedelijke bevolking en activiteiten op grond van de grotere ruimtelijke keuzevrijheid. De motorisering van het verkeer speelt daarbij een belangrijke rol. Die spreiding is niet willekeurig, maar geconcentreerd rond een of meerdere stedelijke kernen. Zij brengt samenhang tussen kernen van verschillende grootte, tussen een stad - soms ook meerdere steden - en omliggende kleinere plaatsen. Maar ook vanuit het gebied buiten de centrale stad (steden) is de samenhang bevorderd, door de toenemende gerichtheid van de mensen op de centrale stad (steden) voor het werken, de culturele activiteiten, het winkelen e.d. Zo is vooral in de dichtstbevolkte delen van ons land een min of meer functioneel samenhangend gebied ontstaan, dat men een gewest kan noemen. Het begrip gewest is in deze nota opgevat als een sociaal-ruimtelijke eenheid, op basis van ruimtelijke samenhang( en) tussen gezinnen, bedrijven en instellingen. Deze opmerking staat in verband met het feit, dat momenteel verschillende gewesten in bestuurlijke zin functioneren, op basis van afspraken tussen een dergelijk gewest en de daarbinnen gelegen gemeenten over gemeenschappelijk te verrichten taken. De omvang van deze bestuurlijke gewesten komt niet steeds overeen met die van de planologische gewesten. Overigens wordt een illustratie van de noodzaak tot vorming van gewesten in bestuurlijke zin 2 Vgl. Hoekveld, in navolging van J. Gottmann, in zijn artikel Urbane orde, blzz. 337 e.v. Vgl. ook: J. Gottmann-R. A. Harper, Metropolir on the move, 1967, blzz. 138 e.v. en met name blzz. 142 e.v. Vergelijkbaar met de door Friedman onderscheiden groepen van intellectuelen, bestuurders en ondernemers in: Cities in social transformation, artikel in: Regional Development and Planning, 1967, blzz. 351 e.v. 3 W. Steigenga, Planologie van het Won en, in: Won en, vandaag en morgen, 1968, blzz. 73 e.v. Idem, Moderne Planologie, 1964, blzz. 91,

4 VORMING EN INRICHTING VAN STADS- EN STREEKGEWESTEN gegeven in de bijlagen I en Il. De intergemeentelijke samenwerking in de "regio" Gouda presenteert zich daarin als een bonte mengeling van uitgeoefende taken. De vervlechting van verantwoordelijkheden is duidelijk en dwingt naar een gewestelijke aanpak. Gewestvorming treedt evenwel ook op in minder dichtbevolkte delen van ons land en zonder een duidelijk zichtbare uitwaaiering van stedelijke elementen vanuit een of meer centra over een gebied. Dat is het geval waar door verschuiving van de werkgelegenheid in de agrarische sector naar de industriële enjof dienstensector een pendel ontstaat van werkenden uit kleinere kernen naar een of meer grote(re). Een samenbindende werking gaat daar verder uit van het feit, dat de plattelandsbevolking in dergelijke streken zich voor de behoeftenvoorziening ten aanzien van cultuur, voortgezet onderwijs, speciale goederen en diensten e.d. eveneens op die grote( re) -meer stedelijke- kernen richt. In de praktijk zullen beide ontwikkelingen in verschillende mate optreden en allerlei mengvormen laten zien. Het ontstaan van gewesten is een zaak die in het hele land speelt. Er is sprake van een ruimtelijke uitbreiding van het lokale naar het gewestelijke milieu 4 Stads- en streekgewesten De gewesten zijn te onderscheiden in stads- en streekgewesten. Een stadsgewest is een samenhangend gebied, een leefeenheid, vanwege de wederkerige betrokkenheid van een aantal kleinere plaatsen en een centrale stad, alsmede vanwege de betrokkenheid van die kleinere plaatsen op elkaar. Soms kan het een betrokkenheid zijn op meer dan een centrale stad, bijvoorbeeld in het geval van Twente (Enschede-Hengelo-Almelo). Daarnaast zijn er de gebieden waar een stedelijk centrum van voldoende niveau (nog) ontbreekt. De samenhang welke daar ontstaat rond één of meer centrale verzorgingskernen noemt men wel een streekgewest. In feite is er geen principieel maar een gradueel verschil tussen beide soorten gewesten, namelijk in de mate van stedelijkheid 5 In cijfers uitgedrukt kan men in gedachten houden dat van een stadsgewest veelal sprake zal zijn bij aanwezigheid van een centrale stad van ten minste inwoners en een totaal aantal inwoners van het gewest van minimaal Bij kleinere aantallen zal meestal sprake zijn van een streekgewest 6 In gebieden waar een stuk verstedelijking is opgetreden - bijvoorbeeld in de randstad Holland - kunnen de betrekkingen tussen dicht bij elkaar gelegen stadsgewesten zo intens worden, dat er een verstrengeling optreedt. Zo kan er 4 Vgl. Chr. van Paassen, Over vormverandering in de sociale geografie, 1965, blz. 17; A. Bours, Van Stad en Gewest naar Stadsgewest, in: Drie aspecten van de agglomeratie problematiek, Preadviezen Studiedag Stadsgewestvorming van het K.N.A.G., Bijdragen van A. Bours, J. G. Lambooy, P. Ph. Dordregter, blzz. 2, Idem blzz. 3, 23,

5 VORMING EN INRICHTING VAN STADS- EN STREEKGEWESTEN bijvoorbeeld tussen Den Haag-Delft-Rotterdam-Dordrecht een eenheid van hogere orde optreden, de conurbatie. De samenhang berust daar op de betrekkingen, die voortvloeien uit de uiteenlopende overheersende specialisatie van elk stadsgewest. Dit punt valt echter buiten het kader van deze nota. Vormen van verstedelijking Het is van belang er nog op te wijzen dat verstedelijking zich globaal genomen in twee vormen voordoet. Er is de duidelijk waarneembare uitbreiding en aaneensluiting van steden en stedelijke kernen, en spreiding van stedelijke elementen over daaraan grenzende landelijke gebieden, wat zowel door aansluiting bij bestaande kernen als door vorming van nieuwe steden gebeurt. Dit verschijnsel duidt men aan met de term fysieke verstedelijking. Zij doet het niet-agrarisch grondgebruik toenemen. Aardige illustraties daarvan vormen de volgende grafiek en tabel 7 : Toeneming van het niet-agrarisch grondgebruik (ha). ha '... \ 1/ \ I - \,...r-:v 1- jl\ / I 1\ I I~ <1--- t--<:v / i/ _J_ 11/ -- -,-I--' i' ',V- I ' t_-- bebouwing r-- '-v '\k" /.:..16 ~- t otaal verkeersdoeleinden recreatiedoeleinden i ndustrie en handel 7 Vgl. F. C. Prillevitz, Gronden uit de cultuur, Landbouwkundig Tijdschrift, 81, 1969, blz

6 VORMING EN INRICHTING VAN STADS- EN STREEKGEWESTEN (Bron: Statistisch Zakboek 1968, Centraal Bureau voor de Statistiek) In gebruik genomen voor bebouwing industrie en handel recreatiedoeleinden verkeersdoeleinden ~ Totaal Waarvan onttrokken aan: cultuurgrond bos woeste grond de voorraad toekomstig bouwterrein andere gronden ~ ~~ Totaal Een tweede vorm van verstedelijking zou men de maatschappelijke verstedelijking kunnen noemen, die vooral een gevolg is van de sterk verbeterde communicatiemiddelen in de ruimste zin van het woord. Zij is minder direct waarneembaar, maar desalniettemin van niet te onderschatten betekenis. Het betreft hier veranderingen in levensstijl (steeds verder doordringende stedelijke denk- en gedragswijzen) en wijzigingen in de beroepenstructuur (overal toename van "stedelijke" beroepen: die van de industrie- en dienstensector). Beide vormen van verstedelijking dragen bij tot de vorming van gewestelijke samenhang. Ook in ontwikkelingslanden Verstedelijking is niet een typisch kenmerk van ons land of van de zogenaamde welvarende landen. Het proces van verstedelijking speelt eveneens in de ontwikkelingslanden. Karakteristiek voor veel steden daar is de opeenhoping van plattelanders in zeer armoedige buitenwijken. Onder hen zijn veel werklozen die, van hun dorpen losgeraakt door het daar heersende gebrek, de stad hebben opgezocht in de hoop op een beter bestaan; meestal een ijdele hoop. Een weg terug is er niet, want het platteland biedt in feite geen uitzicht uit de ellende. Hieraan nog toegevoegd het hoge geboorteoverschot en men ziet in belangrijke mate verklaard de uitgebreide stedelijke agglomeraties. Overigens ziet men daarnaast in enkele ontwikkelingslanden, waar de industrialisatie op gang komt, ook verschijnselen optreden van spreiding van de bevolking door concentratie in nieuwe steden. 57

7 VORMING EN INRICHTING VAN STADS- EN STREEKGEWESTEN Il. PROBLEEMSTELLING De snelle verstedelijking gaat gepaard met allerlei moeilijkheden. Deze betreffen bijvoorbeeld de zorg voor woongebieden, voor verkeers- en vervoersvoorzieningen, voor recreatieve voorzieningen, voor mogelijkheden tot agrarische produktie in stedelijke gebieden e.d. Een extra moeilijkheid vormt daarbij de bestaande infrastructuur - zowel in de stedelijke als in de landelijke gebieden - omdat zij niet is berekend op het opvangen van de huidige ontwikkeling. Men denke o.m. aan de wegen en de waterhuishouding. Het is duidelijk, dat in een dergelijke situatie de menselijke ontplooiingsmogelijkheden gevaar lopen; het menselijk welzijn is hier in geding. De werkgroep is van mening, dat deze problematiek voor een belangrijk deel kan worden opgelost door het beleid met betrekking tot de stedelijke en het beleid met betrekking tot de landelijke ontwikkeling, veel meer dan nu gebeurt, op elkaar af te stemmen. Het inbouwen van nieuwe functies betreffende het wonen, het werken enz., het aangeven van de plaats waar en de tijd wanneer dat gebeuren moet, alsmede het omvormen (de reconstructie) van de bestaande infrastructuren, dit alles zal geïntegreerd moeten plaatsvinden. Hierop wordt gedoeld als in deze nota sprake is van inrichting. De verruiming van het lokale naar het gewestelijke milieu kan daarbij van belangrijke betekenis zijn. De stads- en streekgewesten zullen immers naar alle waarschijnlijkheid het stramien vormen waarlangs de maatschappelijke ontwikkeling in toenemende mate zal verlopen. Het gewest zou dan ook het raam kunnen zijn voor het realiseren van een integrale en planmatige aanpak van de inrichting van zowel het stedelijke als het landelijke gebied. Als dan het verstedelijkings- en inrichtingsproces voor een belangrijk deel zullen verlopen via het gewest, moet op dat niveau ook aan tal van - vaak uiteenlopende - aanspraken recht worden gedaan. Nu is er in hoofdstuk I op gewezen dat de elementen gezinnen, bedrijven en instellingen ruimtelijke samenhang( en) bepalen. Deze elementen zijn ook te omschrijven als activiteiten of krachten die de ruimtelijke samenhang(en) vormen en hervormen. Men onderscheidt dan gewoonlijk activiteiten samenhangend met het wonen, het werken (agrarische, industriële, dienstensector), de verzorging, de cultuur en de ontspanning, en het verkeer en het vervoer, dat op voorgaande activiteiten moet zijn afgestemd. Zij presenteren zich politiek in de diverse belangen, die zich aandienen en die geïntegreerd tot gelding zullen moeten komen. Door een aanpak als zojuist geschetst, moet het kunnen gelukken de menselijke ontplooiingsmogelijkheden te bevorderen, zowel door het opheffen van bestaande knelpunten als door het voorkomen van nieuwe. In die zin is het dan welzijnsbevordering. Naast een aantrekkelijker leefklimaat is het mogelijk een redelijke mate van zekerheid te scheppen voor hen, die bij omzettingen in grondgebruik - zowel in de stedelijke als landelijke sfeer - zijn betrokken. Die 58

8 VORMING EN INRICHTING VAN STADS- EN STREEKGEWESTEN zekerheid heeft o.a. betrekking op het tijdstip van uitvoering en op de hantering van de financiële regelingen. Dergelijke zaken hangen nauw samen met politieke keuzen, d.w.z. met de visie op de ontwikkeling van een gewest, en met het aangeven van middelen, wegen en tempo om aan die visie vorm te geven. Wat het stedelijke deel van een gewest betreft zou men er op kunnen wijzen, dat het belangrijk is te weten wanneer maatregelen getroffen zullen worden betreffende grondverwerving, bouwrijp maken van gronden, inrichting van recreatieterreinen, woningbouw, sanering/reconstructie, treffen van utiliteitsvoorzieningen, verzorgende voorzieningen, sociaalfculturele voorzieningen, aanleg van wegen, werkgebieden, de financiële vergoeding aan eigenaars van gebouwen en gebruikers van bedrijfspanden. Voor het landelijke gebied van een gewest kan men zeggen, dat het van groot belang is wanneer voor een termijn van 10 à 20 jaar in grote lijnen vaststaat welke gebieden op welke termijn aan het agrarisch gebruik zullen worden onttrokken ten behoeve van woningbouw, wegenaanleg, industrievestiging en recreatie enz.; welke prijs aan de eigenaars c.q. gebruikers van deze gronden zal worden betaald; welke maatregelen (verkaveling, ontsluiting, boerderij verplaatsing) zullen worden getroffen om het overblijvende gebied in te richten voor optimaal agrarisch gebruik; welke gronden gedurende een bepaalde termijn en op bepaalde voorwaarden voor agrarisch gebruik zijn te benutten. Samengevat, lijkt de verwachting gerechtvaardigd, dat een geïntegreerde aanpak van het inrichtingsproces een belangrijke bijdrage zal leveren aan het welzijn van de mens. Het bovenstaande heeft betrekking op de specifieke problematiek van de stads- en streekgewesten. Gelet op de ruimtelijke samenhang in westeuropees verband, kan men deze benadering aanduiden als één die speelt op microplanologisch niveau 8, d.w.z. men gaat dan uit van een ruimtelijke samenhang op het "laagste" niveau: dat, waar men dagelijks verkeert 9 8 Deze typering is wat arbitrair en zou mogelijk verzet kunnen oproepen bij degenen, die vinden dat de gewestelijke vraagstukken zich op een hogere trap aandienen (mesoplanologisch niveau). Reeds in 1965 is er echter op gewezen dat de milieuverruiming van een lokale eenheid (bijvoorbeeld dorp) tot een regionale eenheid (gewest), in feite geen verandering betekent. Er treedt dan op een differentiatie van de lokaliteit, in een lokaliteit in engere zin en een in ruimere zin. G. ]. van den Berg, Het regio-begrip in de geografische planning, gepubliceerd in: Tijdschrift K.N.A.G., 1966, blz. 37. Vgl. eveneens G. A. Wissink, Plaats en taak van de Nederlandse gemeenten in de regionale ontwikkeling; preadvies voor congres d.d. 8 juni 1966 van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten "De gemeenten en de regio", in Bestuurswetenschappen, 1966, blz Daarmede is ook de afgrenzing gegeven tegenover het rapport Toekomst voor Randstads groene ruimte (uitgave van de Anti-Revolutionaire Partijstichting, 1966), dat de ruimtelijke vraagstukken met betrekking tot de inrichting van de "groene ruimte" in het westen van ons land beziet op meso-planologisch niveau. Daar ging het om de vraag wat de plaats van het "groene hart" is ten opzichte van de aaneenschakeling van stadsgewesten (conurbaties), welke zich er rondom vormen. Dit niveau gaat uit boven dat van de gewestelijke eenheid. 59

9 VORMING EN INRICHTING VAN STADS- EN STREEKGEWESTEN lil SAMENSTELLING EN AFGRENZING VAN STADS- EN STREEKGEWESTEN In het voorafgaande is de gewestelijke samenhang in grote lijnen aan de orde gekomen, tegen de achtergrond van de maatschappelijke ontwikkelingen. Enkele punten verdienen nog nadere aandacht. Wil men zich immers bezighouden met inrichting van gewesten, dan is het noodzakelijk te weten hoe de afgrenzing en de samenstelling ervan kan worden bezien. Want voor het inrichtingsbeleid is het nodig te weten, naast het wanneer van de inrichting, waar het zal moeten gebeuren en in welke samenhang. A. S a m en s te 11 i n g Verplaatsingssysteem In aansluiting op de gegeven omschrijving van stads- en streekgewesten wordt onderstreept, dat door de toenemende communicatie, in de meest uitgebreide zin, een ruimere leefeenheid voor de mensen is ontstaan en stedelijke kern (en) en dorpen sterker op elkaar betrokken zijn geraakt. De mogelijkheden daarvoor ( verkeersverbindingen en -middelen) en de behoeften daartoe vertoonden en vertonen zich vrij gelijktijdig. Ten aanzien van de behoeften is te wijzen op de behoefte van de stedeling aan ontspanning, rust, goed wonen. Voor hem krijgt het "platteland" naast zijn oorspronkelijke agrarische produktiefunctie er andere bij: recreatieve en woonfuncties, ja zelfs werkfuncties, vanwege "afstoting" daarvan door steden. Aanwijsbaar is echter ook een behoefte van de plattelander, deel te nemen aan "stedelijk" leven. Voor hem is de stad steeds belangrijker geworden als draagster van functies op het gebied van voortgezet onderwijs, van culturele vorming, medisch-sociale voorzieningen enzovoort. Kenmerkend is dat activiteiten, die vroeger veelal gepaard voorkwamen in een plaats, bijvoorbeeld wonen en werken, steeds meer gescheiden optreden over een ruimer gebied. Er treedt een ruimtelijke "specialisatie" op. Men werkt in A, woont in B, bezoekt de schouwburg in C en gaat voor zijn inkopen naar D. Evenals vroeger is er sprake van samenhang, nu echter tot uitdrukking komend in intense verkeersrelaties tussen verschillende kernen. Jlvfen noemt een gewest daarom ook wel een verplaatsingssysteem 10 In dit gebied is sprake van veel voorkomende verplaatsing van personen, goederen, ideeën, tussen de diverse kernen. Gewestkwartieren Binnen een gewest kan men verschillende eenheden onderscheiden op grond van bepaalde overheersende functies erdoor uitgeoefend, bijvoorbeeld verzor- 10 Preadviezen, blz. 26. Aan genoemde preadviezen zijn verschillende gedachten, neergelegd in dit hoofdstuk, ontleend. Zie ook de Engelse weergave in Tijdschrift voor Economische en Sociale Geografie, mei/juni 1969, blzz. 141 e.v. 60

10 VORMING EN INRICHTING VAN STADS- EN STREEKGEWESTEN gende, agrarische, industriële, recreatieve e.d. Deze gespecialiseerde delen hebben elkaar nodig en vullen elkaar aan. Samen vormen zij de leefeenheid, welke men stads- en streekgewest noemt. Deze delen kan men (stads)gewestkwartieren noemen 11 Wij menen, dat deze kwartieren van belang kunnen zijn als eenheden van gemeentelijk niveau. Op grond van de spreiding van functies over het gewestelijk gebied en de onderlinge betrokkenheid van de erbinnen gelegen kernen kan een kader geboden worden voor gemeentelijke herindeling, inzover deze in het kader van de gewestelijke ontwikkeling geboden is. Bovendien is een bepaling van deze eenheden en de daar uitgeoefende functies van belang voor de inrichting ervan en dus voor de inrichting van het gewest. Zoals gezegd vullen de gewestkwartieren elkaar veelal aan. Een voorbeeld daarvan is dat verschillende kernen in de omgeving van een centrale stad soms sterk gespecialiseerde woonfuncties voor die stad vervullen. Men noemt dit verschijnsel wel complementariteit. De specialisering per gewestkwartier heeft echter wel te maken met niveauverschillen, met hiërarchische verhoudingen. Het voorzieningenniveau is niet in elk deel gelijk. Zo zullen winkels, welke in dagelijkse behoeften voorzien, gespreid over het gewest voorkomen. De winkels van meer gespecialiseerde aard zullen veelal slechts in grote dorpen en stadsdelen te vinden zijn, terwijl warenhuizen meestal gevestigd zijn in de kern van een centrale stad. Er is dus zowel sprake van hiërarchie als van complementariteit 12 Bij de inrichting van stads- en streekgewesten zal men hiermee rekening moeten houden. Alvorens de afgrenzing van een gewest ter sprake te brengen, zal nog iets moeten worden gezegd over de activiteiten, welke de ruimtelijke samenhang( en) - dus ook die van een gewest - bepalen. Hoewel het ondoenlijk is in dit bestek er diepgaand over te spreken, wordt toch kort en globaal de betekenis ervan aangegeven voor de samenstelling van een gewest. Wonen Wij beginnen met het wonen 13 Men mag aannemen dat door de toename van vrije tijd en inkomen en door stijgende eisen ten aanzien van het woongerief, de betekenis van het wonen voor de ruimtelijke ontwikkeling nog meer zal toenemen. Let men verder op de bevolkingsgroei, de verlaging van de gemiddelde huwelijksleeftijd, afnemende woningbezetting en bijvoorbeeld de noodzaak van 11 Vgl. Preadviezen, blzz. 21, 25, Preadviezen, blz. 58. Verzorgingskernen, publikatie Sociografisch Bureau De Meerlanden, Het vooropstellen hiervan gebeurt in navolging van Van Paassen, Vormverandering, blzz. 20 e.v. en anderen. Vgl. eveneens Wissink, a.w. blzz. 132 e.v. 61

11 VORMING EN INRICHTING VAN STADS- EN STREEKGEWESTEN krotopruiming en stadsvernieuwing, dan is het een duidelijke zaak, dat aanspraken van woonbelangen op de in te richten ruimte van een gewest zich terdege zullen doen gelden. Werken Een volgende ruimtelijk werkzame kracht is het werken, onderverdeeld naar de agrarische, industriële en dienstensector. Om een indruk te krijgen van de ontwikkeling van de beroepsbevolking in de verschillende sectoren, volgt hieronder een overzicht 14 Sector Sociaal-economische structuurveranderingen in Nederland ( ) op basis van de indeling van Fourastié primaire werkgelegenheid of produktie van grondstoffen secundaire of industriële werkgelegenheid tertiaire werkgelegenheid of dienstverlening restgroep Totaal Mannelijke beroepsbevolking ,9 24,6 14,3 28,5 39,9 46,2 23,6 34,2 36,6 3,0 1,3 2, Beroepsbevolking in manjaren ,1 10,4 5,0 40,5 41,4 40,7 45,4 48,2 54, a. Ten aanzien van de agrarische sector kan men er op wijzen dat zij in een verstedelijkende samenleving sterker in een spanningsveld komt te liggen, zowel wat betreft het aan de agrarische produktie onttrekken van grond als het nog verder afnemen van de agrarische beroepsbevolking. Deze ontwikkeling gaat veelal gepaard met een functieverschuiving in die zin, dat de agrarische sector zich meer gaat toeleggen op het voortbrengen van gespecialiseerde kwaliteitsprodukten. Overigens zal deze ontwikkeling verschillend zijn naarmate de verstedelijking in een gewest verder is voortgeschreden. Duidelijk is dat de agrarische aanspraken op ruimte ook in gewesten moeten worden opgenomen in een geïntegreerde programmering en inrichting van het gewest om te vermijden dat de agrarische activiteiten blootgesteld worden aan een willekeurige niet gerichte zuigkracht van stedelijke uitbreiding. Een integrale planning kan voorkomen dat de agrarische sector slechts hetgeen overschiet ter beschikking houdt. b. In verband met de betekenis van de sector industrie voor de gewestelijke ontwikkeling kan men als kenmerk noemen een toenemende "vlucht" van 14 Ontleend aan W. Steigenga., De planologie van het wonen, in: Wonen, vandaag en morgen, blz

12 VORMING EN INRICHTING VAN STADS- EN STREEKGEWESTEN industriële bedrijven uit de centra van steden naar de rand ervan of naar plaatsen buiten de stad. Daar bestaat in elk geval de mogelijkheid voor verdere uitbreiding. Chemische en metallurgische industrieën vertonen sterk de neiging zich buiten de centrale agglomeratie (de aaneengesloten stedelijke bebouwing) te vestigen, het liefst aan goed (vaar)water. Vaak zijn zij daar evenwel de veroorzakers van verdergaande opeenhoping van bedrijven en dragen zo bij tot een voortgaande uitgroei van de centrale agglomeratie. c. Wat de dienstensector betreft valt op dat deze globaal bezien vrij sterk geconcentreerd is in de centrale agglomeratie van een stadsgewest. De toegankelijkheid en de mogelijkheid tot uitbreiding zijn echter essentieel. Ontbreken deze in voldoende mate, dan nemen dienstverlenende instellingen als grossierderijen, warenhuizen, vervoersbedrijven, universiteitscomplexen, ziekenhuizen e.d. vestigingsplaatsen in aan de rand van een centrale agglomeratie of daarbuiten. De ruimtelijke consequenties van de dienstensector worden voor een belangrijk deel bepaald door de verzorgende activiteiten daarvan. Het gaat daarbij om de spreiding, dus de vestigingsplaatsen en de rangorde van instellingen, die voorzien in de behoefte aan levensmiddelen, kleding, medische artikelen, culturele produkten enzovoort. In het algemeen geldt dat hoe sterker de specialisering is in verzorgende goederen en diensten, des te groter het voor de afzet ervan benodigde verzorgingsgebied is. Hierbij is echter van belang de grootte van de bevolking in een bepaald gebied en de mate van de spreiding ervan. De spreiding van de bevolking over een ruimer gebied brengt in een bepaalde mate ook een spreiding en vestiging van nieuwe verzorgende instellingen. De aanvankelijke duidelijke rangorde in niveaus van voorziening van de diverse in omvang verschillende kernen lijkt minder te worden. Gelijktijdig kan men echter constateren, dat onderling tussen de kernen een zekere taakverdeling gaat optreden. Hier speelt hetgeen hiervoor is gezegd over hiërarchie en complementariteit. Een en ander heeft zijn gevolgen voor de planning van de gewestelijke inrichting. De culturele en recreatieve activiteiten Deze activiteiten nemen als ruimtelijk werkende krachten in onze samenleving een steeds belangrijker plaats in. De toename van de "stedelijke" bevolking, de vrije tijd, het ontwikkelingspeil, het inkomen doen de behoefte aan culturele en recreatieve mogelijkheden toenemen. Voor het gewest zijn, gelet op de benodigde reistijd, van deze activiteiten diè essentieel, welke gedurende een gedeelte van de dag (vaak de avond) of de hele dag worden uitgevoerd (dagrecreatie buiten de centrale agglomeratie( s)). Verkeer De toenemende verplaatsingen in verband met wonen, werken, ontspanning en cultuur e.d. vinden hun "neerslag" in toenemende verkeersintensiteit op ge- 63

13 VORMING EN INRICHTING VAN STADS- EN STREEKGEWESTEN westelijk niveau. Tevens wordt door het verkeer aangetoond dat een gewest geen statisch geheel is, maar aan voortdurende veranderingen onderhevig. Door voortdurende wijzigingen in de ruimtelijke samenhang( en) is een aanpassing van de verkeersbanen dikwijls noodzakelijk. Met name dient in dit verband te worden gewezen op de "autoverstikking", die in de dichtbevolkte gebieden steeds duidelijker kan worden geconstateerd. In een geïntegreerde gewestelijke planning zal men aan de modernisering van het openbaar vervoer een hoge prioriteit dienen te geven. B. Afgrenzing Wij komen nu terug op het begrip gewest als verplaatsingssysteem. De relaties tussen de kernen in een stads- of streekgewest, vooral tot uitdrukking komend in regelmatige en intense verplaatsing van personen en goederen, zijn te meten. Daardoor zijn maatstaven te geven voor afgrenzing tegenover een ander gewest. Op dit punt bestaat nog geen algemeen erkende indeling. Wel zijn verschillende pogingen gedaan om tot een zo juist mogelijke afgrenzing van gewesten te komen 15, 16, 17. Hiervoor zij verwezen naar bijlage 111: "Criteria voor de afgrenzing van (stads)gewesten". Het rapport Stadsgewestvorming in Midden-Limburg toont een vrij groot aantal maatstaven ter begrenzing van een gewest. Dat is belangrijk, want daardoor kan een zo nauwkeurig mogelijk beeld gegeven worden van gewestelijke ruimtelijke eenheden. Tevens kunnen deze eenheden een kader bieden voor de vorming van bestuurlijke gewesten, dat wil zeggen een gebiedseenheid zijn voor de inplanting van gewestelijke bestuurlijke taken. Overigens is dergelijk onderzoekwerk zeer kostbaar en tijdrovend. Geen enkel gewest is immers gelijk aan een ander. In het ene is de industrie belangrijk, in het andere de handel en in een derde zijn agrarische bedrijfstakken dat. Bovendien gelden voor alle gewesten niet dezelfde drempelwaarden, welke bij de verplaatsingen betreffende het wonen, werken, onderwijs, verzorging en recreatie moeten worden vastgesteld 18 Dit zijn waarden op grond waarvan de overgang te bepalen is naar een ander gewest (kwartier). Deze waarden verschillen, naar gelang de mate van stedelijkheid, van gewest tot gewest. Steeds zal onderzoek ter plaatse moeten uitwijzen waar maatschappelijk wezenlijke grenzen liggen. De werkgroep pleit ervoor, dat dit onderzoek met kracht wordt bevorderd door de nationale overheid. De nieuwe bestuurlijke gewesten 19 dienen immers gedragen te worden door reële sociaal-ruimtelijke eenheden Wissink, a.w. 1966, blzz. 125 e.v. 1 6 J. Schmitz, Maandschrift C.B.S., oktober Stadsgewestvorming in Midden-Limburg, Preadviezen, blz Zie o.a. preadvies Bestuurlijke vormgeving, A.R. Staatkunde, oktober 1969.

14 VORMING EN INRICHTING VAN STADS- EN STREEKGEWESTEN Tenslotte: de ruimtelijke vervlechting van activiteiten is gecompliceerd en verschillend over het gehele land. Elke samenhang in deze heeft in feite een uniek karakter. De stadsgewestelijke opbouw verschilt van gewest tot gewest, gelet op onder andere de bevolkingsdichtheid, de aard van de activiteiten, de graad van het voorzieningenniveau, de sociale verhoudingen, de historische ontwikkeling. Een stadsgewest Den Haag bijvoorbeeld heeft bepaald een ander karakter, vanwege o.a. de invloed van de overheidsdiensten en de woonfunctie op de ruimtelijke structuur, dan een stadsgewest Twente, waar o.a. textiel- en metaal-industriële activiteiten de ruimtelijke structuur in betekenende mate hebben beïnvloed. Het inrichtingsproces van stads- en streekgewesten, zoals dat vervolgens in dit rapport aan de orde komt, zal dan ook - rekening houdend met de geschakeerdheid van de gewestelijke eenheden - zich toespitsen op het aangeven van globale lijnen, tegen de achtergrond van de voortschrijdende verstedelijking van ons land. IV. HET INRICHTINGSPROCES Het is zinvol de stedelijke en landelijke inrichtingsproblematiek van het gewest afzonderlijk te bespreken, alvorens in te gaan op de noodzaak van een geïntegreerd beleid in dezen. Dit hoofdstuk is vooral geschreven vanuit de situatie van de stadsgewesten, omdat daar de problematiek het meest urgent is. Inrichting van stedelijk gebied Er zijn, zoals gezegd, vele ontwikkelingen gaande die tot gevolg hebben, dat een voortgaande omzetting van grondgebruik zal moeten plaatsvinden van agrarische bestemmingen naar stedelijke bestemmingen. Deze ontwikkelingen spreken wellicht het sterkste in gebieden rond onze grote steden, maar zij zijn in meerdere of mindere mate overal in ons land te onderkennen. Zij kunnen in enkele hoofdlijnen worden aangegeven: - een toenemende behoefte aan grote oppervlakten haven- en industrieterreinen om de toenemende transportbehoeften te kunnen opvangen en om het industriële apparaat te kunnen vernieuwen en uitbreiden; - bevolkingsgroei; - dalende gemiddelde bezetting per woning, waardoor voor het huisvesten van een bepaald bevolkingsgetal een aanzienlijk groter aantal woningen nodig is dan enkele tientallen jaren geleden; - stijgende eisen aan de woonomgeving, waardoor een geringere bebouwingsdichtheid wordt toegepast; - een grote behoefte aan recreatieterreinen in verband met de toenemende betekenis van de vrije tijd; een toenemende behoefte aan grote terreinoppervlakten voor het verkeer. 65

15 VORMING EN INRICHTING VAN STADS- EN STREEKGEWESTEN Ter illustratie van de snelheid waarmede de omzetting van het grondgebruik ten gevolge van bovengenoemde factoren in de afgelopen tientallen jaren heeft plaatsgevonden, kan er op worden gewezen, dat bijvoorbeeld de oppervlakte van het stedelijk gebied van Amsterdam in de naoorlogse periode is verdubbeld, terwijl van groei van het inwonersaantal in diezelfde periode aanvankelijk slechts in zeer beperkte mate sprake was, terwijl de laatste jaren het inwonersaantal binnen de gemeentegrens van Amsterdam zelfs afneemt. Daarnaast wordt meer en meer duidelijk, dat de oudere gedeelten van stedelijke gebieden dringend vernieuwing behoeven. Ook hier geldt, dat dit wellicht het sterkst speelt in onze grotere steden, maar dat niettemin dit element in alle oudere bebouwde kommen een rol speelt. De woningen tonen vele gebreken, zoals te kleine vertrekken, onvoldoende licht- en luchttoevoer en onvoldoende sanitaire voorzieningen. Gebouwen zijn bouwvallig. De straten zijn te smal voor het verkeer; parkeervoorzieningen buiten de openbare weg ontbreken geheel, zodat de toch al smalle straten gevuld zijn met geparkeerde auto's. Roept dit reeds het beeld op van een onaantrekkelijke woonomgeving, dit wordt nog versterkt door schaarste aan speelruimte voor de jeugd, aan groenvoorzieningen en aan recreatiemogelijkheden. De woonbuurten in de historische delen van onze binnensteden en in de 19de-eeuwse wijken daaromheen vertonen doorgaans dit beeld. Doordat vele bedrijven zich in de loop der jaren in de oorspronkelijke woonbuurten hebben gevestigd, wordt het woonmilieu verder aangetast. Ook de omstandigheden, waaronder de bedrijven moeten produceren, zijn echter weinig ideaal. Vooral de bereikbaarheid per vrachtauto is doorgaans slecht, omdat het stratenstelsel daar eigenlijk niet op is berekend. De veroudering van de genoemde stadsdelen voltrekt zich des te sneller, naarmate nieuwe wijken in gebruik worden genomen. De bewoners gaan hun oude buurten met andere ogen bezien. Geleidelijk vertrekken er; de blijvers en de nieuwkomers gaan steeds meer de kenmerken van één of enkele bepaalde groepen uit de samenleving vertonen. De mate, waarin dit selectieproces zich kan voltrekken, hangt uiteraard ook sterk samen met de grootte van de oude stadsdelen. Wat de bedrijven betreft, doen zich eveneens selectieprocessen voor, welke ertoe leiden, dat steeds meer marginale bedrijven in de oude buurten terecht komen. In de gegeven beschrijving komen de factoren, welke tot de veroudering leiden, uit het stadsdeel zelf. Er zijn evenwel ten opzichte van een stadsdeel ook externe factoren, die tot veroudering leiden. Er is dan sprake van een structurele veroudering, hetgeen betekent, dat door de ontwikkeling van het stedelijk gebied als geheel de bestemming van een bepaald stadsdeel niet meer in overeenstemming is met de behoeften van de totaliteit. Het verkeer en het vervoer spelen hierbij doorgaans een belangrijke rol, alsmede de groei van bepaalde stedelijke functies. 66

16 VORMING EN INRICHTING VAN STADS- EN STREEKGEWESTEN De beschreven verouderingsprocessen tonen de noodzaak aan van hetgeen in het algemeen de doelstelling van vernieuwing moet zijn, n.l. de zowel uiterlijk als "innerlijk" versleten stadsdelen zodanig geschikt te maken, dat zij in sociaal, cultureel en economisch opzicht weer een volwaardig deel van de stad worden. De aanpak van dit vraagstuk zal in het algemeen leiden tot omvangrijke ruimtelijke aanspraken op andere gebieden. Immers, vooral in binnenstadsdelen zullen aanspraken van zich uitbreidende dienstverlenende bedrijven tot uiting komen, waardoor bijvoorbeeld de ter plaatse gesloopte woningen elders zullen moeten worden vervangen. Tevens zal in die gebieden, waar geen bestemmingswijziging zal plaats vinden, in het algemeen een veel geringere bebouwingsdichtheid worden gehanteerd, waardoor vervanging van een groot deel van de aanwezige bebouwing eveneens elders zal moeten plaatsvinden. Uit het bovenstaande mag de conclusie worden getrokken, dat de situatie, die in de afgelopen tientallen jaren in onze grotere steden reeds zo duidelijk aan de dag is getreden, n.l. dat de vraagstukken van ruimtelijke indeling over de gemeentegrenzen heen lopen, zich zal blijven voordoen op steeds bredere schaal. De bovenbedoelde "autonome" uitdijing van stedelijke gebieden en de samenhang tussen wat er in de stadskern moet gebeuren en het ruimtebeslag op de omgeving, brengen beide schaalvergroting met zich mee en maken een gewestelijke aanpak noodzakelijk. Daarnaast zijn er een aantal andere vraagstukken aan de orde, welke op gewestelijk niveau moeten worden aangepakt. Een van de belangrijkste is dat van het verkeer en het vervoer. Voor de grote stadsgewesten zal het openbaar vervoer door de belanghebbenden gezamenlijk, via de door hen gekozen bestuurders, naar een toestand moeten worden geleid, waarin één van de wezenlijke kenmerken van de moderne tijd, nl. de mobiliteit, niet verloren gaat in de autovloed, maar blijvend mogelijk wordt gemaakt door het ontwerpen van nieuwe openbaar vervoerstelsels over de rail. Een ander vraagstuk betreft de verontreiniging van water, bodem en lucht alsmede de vuilafvoer en -vernietiging. Het is duidelijk dat met de te verwachten voortgaande uitbreiding en de nog slechts pas begonnen vernieuwing van stedelijke gebieden aanzienlijke financiële belangen van particuliere eigenaren en gebruikers zijn gemoeid. Per gewest zal grote aandacht moeten worden gegeven aan een samenhangende reële uitvoeringsplanning, zodat voldoende coördinatie tot stand kan komen tussen particuliere en overheidsbestedingen, teneinde kapitaalvernietiging te vermijden. Een zorgvuldige bestudering en onderlinge vergelijking van de wetgeving en de gebruiken ten aanzien van vergoedingsregelingen voor eigenaren en gebruikers van onroerend goed in de stedelijke en agrarische sfeer is nodig. Dit is echter meer een nationale zaak dan een gewestelijke. 67

17 VORMING EN INRICHTING VAN STADS- EN STREEKGEWESTEN De vraagstukken die zich voordoen zijn tot nu toe dikwijls zo goed mogelijk opgelost door overleg tussen twee gemeenten, door vrijwillige samenwerking van meerdere gemeenten, door bemiddeling van provinciale besturen e.d. Evenwel, het zijn slechts de meest urgente problemen die worden opgelost. Van een geïntegreerde aanpak en uitvoering van de inrichting op grote schaal, i.c. van een gewest, is vaak geen sprake. Met alle gevolgen van dien, zoals: doublures; veelheid en onoverzichtelijkheid van overleg; gemiste kansen ten aanzien van het in onderlinge samenhang uitvoeren van werken; langdurige onzekerheid voor eigenaren en gebruikers van onroerend goed, zowel in de stedelijke als in de agrarische sfeer. Inrichting van landdijk gebied Binnen een stads- of streekgewest wordt de ruimte ingenomen door bebouwde kernen van verschillende omvang en vorm, met ertussen de open ruimte, die voor landbouw, bos of recreatie kan worden benut. Door de groei van de bebouwde kernen wordt de groene zone daartussen voortdurend kleiner. De tabel op blz. 57 illustreerde reeds de afname van het agrarisch grondgebruik. Volgens de laatste prognoses zal Nederland omstreeks het jaar 2000 ongeveer 17 miljoen inwoners hebben. De behoefte aan "groene ruimte" voor openluchtrecreatie, buiten wonen e.d. kan in dat jaar op ongeveer ha worden becijferd. Daarvan is zo'n ha voor landbouwdoeleinden te gebruiken. De benodigde oppervlakte aan niet-agrarische groene ruimte bedraagt dan dus ha. Als men weet, dat de beschikbare oppervlakte thans ha bedraagt, is het duidelijk dat in de periode tot het jaar 2000 een tekort van ha moet worden opgeheven, gemiddeld ongeveer ha per jaar. Voegt men daar nog bij de ongeveer ha, die jaarlijks uit cultuur wordt genomen ten behoeve van stadsuitbreiding, industrievestiging en verkeersvoorzieningen, dan dient jaarlijks ha landbouwgrond een bestemmingswijziging te ondergaan 20 Dat is een ingrijpende zaak, die niet door incidentele beslissingen te regelen is, maar slechts door een geïntegreerd beleid ten aanzien van het landelijk en stedelijk gebied. Uitgaande van de in de Tweede Nota over de ruimtelijke ordening omschreven visie met betrekking tot het toekomstige verstedelijkingspatroon (gebundelde deconcentratie) wordt het behoud van open ruimte tussen de bebouwde kernen gezien als een elementair onderdeel van het ruimtelijk beleid. Wil men aan deze opvatting uitvoering geven, dan zal reeds in een vroeg stadium een beslissing moeten worden genomen over de maximale ontwikkeling en vormgeving van de bebouwde kernen en de grenzen van het te sparen open gebied. Het is gebruikelijk de landelijke gebieden in de directe omgeving van de steden te onderscheiden in een gebied, dat zich in de directe omgeving van de be- 20 Vgl. J. Post/E. Denig, Herstructurering van landelijke gebieden, in: Bouw, 11 oktober

18 VORMING EN INRICHTING VAN STADS- EN STREEKGEWESTEN bouwde kernen bevindt en binnen afzienbare tijd van bestemming zal veranderen, en een gebied, dat zich buiten de directe invloedssfeer van de uitbreidingsdrang van de kernen bevindt. Het eerstgenoemde gebied, dat men als overgangsgebied kan aanduiden vanwege de te verwachten bestemmingswijziging, wordt in belangrijke mate gekenmerkt door onzekerheid met betrekking tot de continuïteit van het grondgebruik en de toekomstige bestemming hiervan. Deze onzekerheid wordt in de praktijk wel beperkt maar niet weggenomen door de vaststelling van streek- en bestemmingsplannen. Als een afzonderlijke gebiedscategorie dienen wij vervolgens te noemen het zgn. buffergebied, dat wij kennen in de nabijheid van een aantal grote steden. Deze gebieden zijn gedacht als zones met het karakter van goed verzorgde groene ruimte, zodanig dat de betreffende steden zelf belang hebben in het voortbestaan ervan. Voorbeelden van buffergebieden zijn die tussen Delft en Rotterdam en die tussen Amsterdam-West en Haarlem. Het gebied dat zich buiten de directe invloedssfeer van de uitbreidingsdrang der kernen bevindt kan men aanduiden als "blijvend landelijk". Achtereenvolgens wordt thans een korte uiteenzetting gegeven over deze drie gebiedscategorieën. Overgangsgebieden Vooral voor de overgangsgebieden, met als kenmerk een onzekere continuatie van de huidige bestemming, is een duidelijk geïntegreerd planologisch inrichtingsbeleid noodzakelijk, om de periode van onzekerheid voor de betrokken bewoners en grondgebruikers zo kort mogelijk te houden. Dit voorkomt o.m. onzekerheid ten aanzien van het investeringsbeleid, zowel van de overheid als van particuliere bedrijven in deze gebieden. Het is daarom van het grootste belang hier bestemmingsplannen op korte termijn te verwezenlijken en duidelijk een fasering van de wijziging van de bestemming van de grond in het plan op te nemen. Dit is ook van belang in verband met het volgende. In het algemeen lopen de tijdstippen waarop bijvoorbeeld woonwijken worden aangelegd lang tot zeer lang vooruit op het realiseren van de hierbij behorende recreatieve voorzieningen in de vorm van parken, volkstuincomplexen, sportparken en bosgebieden. Het gelijktrekken van de aanleg van beide dient een punt van voortdurende zorg bij een geïntegreerd inrichtingsbeleid van een gewest te zijn. Buffergebieden De vaststelling van de grens tussen het gebied, dat wel en dat niet meer voor bouwterrein mag worden ingericht, vormt in het planologisch beleid met betrekking tot de inrichting van gewesten een fundamentele beslissing. Het begrip bufferzone is nog van recente datum. In streek- en bestemmingsplannen wordt er in beginsel rekening mee gehouden bij het beleid, zonder dat echter bewuste en objectieve maatstaven worden gehanteerd bij het nemen 69

19 VORMING EN INRICHTING VAN STADS- EN STREEKGEWESTEN van beslissingen. Hierover is nader onderzoek zeer gewenst, temeer daar de beslissing over de grensafbakening reeds in een vroegtijdig stadium moet worden genomen om ongewenste situaties te kunnen voorkomen. Bepalend voor de omvang van het buffergebied tussen de bebouwde kernen is uiteraard de toekomstige functie en bestemming van dit gebied. Hierbij valt te denken aan: de functie: milieubescherming (vermindering lucht- en watervervuiling, handhaving flora en fauna) ; economische functie (naast voedselvoorziening, recreatie, ruimte voor toekomstige ontwikkeling o.a. met betrekking tot verkeersdoorstroming); sociale functie (contact tussen mens en natuur, onderbreking woondichtheid, uitzicht); de bestemming: cultuurgrond, bos, recreatie, wegen. Al deze factoren zijn van invloed op de omvang van de te sparen open ruimte. Het is duidelijk, dat het in dit verband niet mogelijk is kwantitatief de invloed van bovengenoemde factoren op de wenselijke omvang vast te stellen. In het algemeen geldt, dat naarmate de bestaande kernen een grotere omvang en woondichtheid vertonen, de omvang van de open ruimte ook hierbij zal moeten worden aangepast. Anderzijds zal deze ruimte, voorzover deze als landen tuinbouwgrond in gebruik is, een zodanige omvang moeten hebben als voor een rendabele exploitatie van deze bedrijven nodig is. Hierbij speelt niet alleen de exploitatie van de grond, maar tevens de aanvoer en afvoer van de produkten een rol. Nader onderzoek is nodig met betrekking tot deze aspecten en de eisen, die uit milieutechnisch oogpunt aan de te sparen open ruimte moeten worden gesteld. Het is dringend gewenst in verband met de snelle ontwikkeling in de stedelijke sfeer dit onderzoek op korte termijn te intensiveren. Het op papier vaststellen van de grens tussen het toekomstige woon- en werkgebied en de te sparen open ruimte alleen is, hoewel van fundamentele betekenis, niet voldoende; het komt er op aan, deze grens ook in de praktijk te handhaven. Hiertoe is een integrale, planmatige aanpak nodig door een krachtig bestuur, dat het uitgestippelde ruimtelijk beleid vastberaden uitvoert. De inrichting van het buffergebied vraagt bijzondere aandacht, gezien de verschillende functies, die deze groenzone in het stadsgewest zal kunnen vervullen. Het komt er op aan collectieve behoeften van de bevolkingsconcentraties ten aanzien van het open gebied zo goed mogelijk te verenigen met de noodzakelijke vrijheid binnen de werkruimte, die de particuliere grondgebruikers voor een efficiënte bedrijfsvoering nodig hebben. In het bijzonder verdient aandacht de aanleg van allerlei communicatielijnen tussen de groeiende woon- en industriekernen, die het open gebied doorsnijden en een efficiënt gebruik hiervan ernstig kunnen schaden of zelfs onmogelijk maken. Het is van belang, dat deze communicatielijnen- autowegen, vaarwegen, railverbindingen, gas- en oliepijpleidingen, electriciteitsleidingen - zoveel mogelijk gebundeld in 70

20 VORMING EN INRICHTING VAN STADS- EN STREEKGEWESTEN een tracé het open gebied doorsnijden. De vrijheid van bestemming in het overige deel van het gebied blijft dan zo groot mogelijk. De beslissing een gebied tot buffergebied te verklaren betekent voor de grondgebruikers, dat de onzekerheid met betrekking tot de bestemming van hun grond in de onmiddellijke nabijheid van de groeiende woonkernen wordt opgeheven. Hiermee is tevens het nut van en het perspectief voor toekomstige investeringen in de bedrijven aanzienlijk verruimd. Echter zal door de functie, die deze gebieden krijgen binnen de stadsgewesten, een aantal collectieve voorzieningen nodig zijn, die ingrijpend de ruimtelijke structuur van het gebied kunnen wijzigen. Een algehele reconstructie van het gebied is daarom van groot belang. Bij deze reconstructie - waarvoor een wettelijke basis in voorbereiding is - zal voorzover zij het agrarische gedeelte betreft, duidelijk rekening moeten worden gehouden met de ontwikkeling in de landbouw. De ontwikkeling van de techniek en de bedrijfsomvang brengen met zich mee dat buffergebieden- indien zij voor de landbouw bestemd blijven- niet te klein kunnen zijn en goede externe produktie-omstandigheden moeten hebben. Het blijvend landelijk gebied Ondanks de snelle groei van de woonkernen ligt een belangrijk gedeelte van de grond op zodanige afstand van deze kernen, dat niet te overzien is, of die in de eerstkomende tientallen jaren voor woon- of industrievestiging zal worden gebruikt. In de regel vertonen deze gebieden een sterk agrarisch karakter en wordt de grond als cultuurgrond gebruikt. Daarnaast treedt in een aantal van deze gebieden ook de recreatieve waarde van het landschap naar voren, met name in gebieden met karakteristieke landschapselementen. In het kader van een gewestelijke indeling is ook voor deze gebieden een beleid, gericht op (her)inrichting van de ruimte, noodzakelijk in verband met: - de technische ontwikkeling in de landbouw, die binnen de sterk verouderde perceels- en kavelstructuur onvoldoende kan worden benut, en tot een aanzienlijke schaalvergroting noopt; de aanleg van nieuwe verkeersverbindingen en het steeds drukker worden van het verkeer op bestaande wegen, waardoor de bedrijfsvoering in de landbouw wordt geschaad; - het handhaven of verbeteren van de recreatieve functie van deze gebieden door het ontsluiten van recreatie-objecten; het bewaren of verbeteren van karakteristieke elementen in het landschap. Bij het inrichtingsbeleid voor deze gebieden zal uiteraard met de overwegend agrarische bestemming rekening moeten worden gehouden. De eisen van de moderne bedrijfsvoering in de landbouw verdienen, zoals meer gezegd, een hoge prioriteit. Mede met het oog op de sterk groeiende produktiecapaciteit in de landbouw en de onvoldoende afzetmogelijkheden staat de Europese Commissie een beleid voor, waarbij landbouwgrond uit cultuur wordt genomen (vgl. het zgn. Plan- 71

Gooi en Vechtstreek: Meer ruimte voor bedrijventerreinen, overleg met ondernemersverenigingen

Gooi en Vechtstreek: Meer ruimte voor bedrijventerreinen, overleg met ondernemersverenigingen 22 april 199797-000527 concept-nota Hoofdlijnen ruimtelijk beleid regio Gooi en Vechtstreek Gooi en Vechtstreek: Meer ruimte voor bedrijventerreinen, overleg met ondernemersverenigingen Het bebouwde deel

Nadere informatie

Visie op Zuid-Holland Ontwerp Actualisering 2011

Visie op Zuid-Holland Ontwerp Actualisering 2011 Visie op Zuid-Holland Ontwerp Actualisering 2011 Verordening Ruimte ontwerp wijzigingsbesluit ONTWERP VERORDENING TOT WIJZIGING VAN DE VERORDENING RUIMTE Provinciale Staten van Zuid-Holland; Gelezen het

Nadere informatie

1. BEBOUWDE RUIMTE TEGENOVER OPEN RUIMTE

1. BEBOUWDE RUIMTE TEGENOVER OPEN RUIMTE Bewoning en bevolking 1 1. BEBOUWDE RUIMTE TEGENOVER OPEN RUIMTE 1. Bebouwingsvormen Mensen wonen in een bebouwde ruimte. Naast gebouwen om in te wonen staan er ook gebouwen om in te werken, gebouwen voor

Nadere informatie

Nederlands-Duitse grensstreek Sociaal-economische foto

Nederlands-Duitse grensstreek Sociaal-economische foto Nederlands-Duitse grensstreek Sociaal-economische foto 1 Rabobank Groep Duits-Nederlandse grensstreek Inhoudsopgave Demografie Dynamiek, groen-grijs, beroepsbevolking, inkomen, migratie Werkgelegenheid

Nadere informatie

Bijlage B Provincie Fryslân 25-11-2014 Toepassing Bro, art. 3.1.1, onder 2 Gevallen waarin wel /geen vooroverleg is vereist.

Bijlage B Provincie Fryslân 25-11-2014 Toepassing Bro, art. 3.1.1, onder 2 Gevallen waarin wel /geen vooroverleg is vereist. Bijlage B Provincie Fryslân 25-11-2014 Toepassing Bro, art. 3.1.1, onder 2 Gevallen waarin wel /geen vooroverleg is vereist. Ten behoeve van de stroomlijning van het vooroverleg over: - voorontwerpbestemmingsplannen

Nadere informatie

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING T.B.V. HET BOUWEN VAN EEN LOODS AAN DE WESTHOFSEZANDWEG 9 TE S- HEER ARENDSKERKE

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING T.B.V. HET BOUWEN VAN EEN LOODS AAN DE WESTHOFSEZANDWEG 9 TE S- HEER ARENDSKERKE RUIMTELIJKE ONDERBOUWING T.B.V. HET BOUWEN VAN EEN LOODS AAN DE WESTHOFSEZANDWEG 9 TE S- HEER ARENDSKERKE Versie 2, d.d. 6 oktober 2011 Afdeling Stadsontwikkeling M. Jonker 1 Inhoud Hoofdstuk 1. Inleiding

Nadere informatie

SAMENVATTING SAMENVATTING

SAMENVATTING SAMENVATTING SAMENVATTING Hoe waardeert en beleeft de Nederlandse bevolking de ruimtelijke kwaliteit van haar leefomgeving? Deze nulmeting van de Belevingswaardenmonitor Nota Ruimte beschrijft hoe aantrekkelijk Nederlanders

Nadere informatie

Krimp in Fryslân. Inwonertal

Krimp in Fryslân. Inwonertal Krimp in Fryslân Bevolkingsdaling, lokaal en regionaal, is een vraagstuk van nu én de komende jaren. Hoewel pas over enkele decennia de bevolking van Fryslân als geheel niet meer zal groeien, is in sommige

Nadere informatie

1 e Wijziging Legmeerpolder, Omzetting bedrijfswoningen naar burgerwoningen (Voorontwerp)

1 e Wijziging Legmeerpolder, Omzetting bedrijfswoningen naar burgerwoningen (Voorontwerp) Nota van Beantwoording Ontvangen reacties en beantwoording van reacties op 1 e Wijziging Legmeerpolder, Omzetting bedrijfswoningen naar burgerwoningen (Voorontwerp) Amstelveen, februari 2016 Nota van beantwoording

Nadere informatie

ir. H. Hoeve door 1980-133 Abw april

ir. H. Hoeve door 1980-133 Abw april DE ONTWIKKELINGEN IN DE OPPERVLAKTE LANDBOUW- GROND VAN NEDERLAND MET EN ZONDER MARKERWAARD Notitie ten behoeve van K.B.A.-nota Markerwaard van 3 D.G.'s door ir. H. Hoeve 1980-133 Abw april 1. INLEIDING,

Nadere informatie

De begrippen calculeren, begroten en ramen en de toepassingsgebieden

De begrippen calculeren, begroten en ramen en de toepassingsgebieden De begrippen calculeren, begroten en G1020 1 De begrippen calculeren, begroten en ramen en de toepassingsgebieden 1. Inleiding G1020 3 2. Calculeren G1020 3 3. Begroten G1020 3 4. Ramen G1020 4 5. Toepassingsgebieden

Nadere informatie

HOOFDSTUK 2 Gebiedsanalyse

HOOFDSTUK 2 Gebiedsanalyse HOOFDSTUK 2 Gebiedsanalyse 2.1 Inleiding In dit hoofdstuk zijn achtereenvolgens de ruimtelijke structuur en de functionele structuur van het plangebied uiteengezet. De ruimtelijke structuur is beschreven

Nadere informatie

Huisvesting arbeidsmigranten

Huisvesting arbeidsmigranten Paraplubestemmingsplan Huisvesting arbeidsmigranten Zienswijzenrapport Gemeente Horst aan de Maas mei 2013 INLEIDING De gemeente Horst aan de Maas heeft het paraplubestemmingsplan huisvesting arbeidsmigranten

Nadere informatie

Reactienota en eindconclusie inzake de visie op de lokaal-bestuurlijke inrichting van Zuidoost-Fryslân en de Friese Waddeneilanden

Reactienota en eindconclusie inzake de visie op de lokaal-bestuurlijke inrichting van Zuidoost-Fryslân en de Friese Waddeneilanden Reactienota en eindconclusie inzake de visie op de lokaal-bestuurlijke inrichting van Zuidoost-Fryslân en de Friese Waddeneilanden 1. Inleiding Op 11 april 2012 hebben wij onze visie op de lokaal-bestuurlijke

Nadere informatie

Eindterm 1 de woon- en leefsituatie in buurten en wijken van Nederlandse steden en dorpen beschrijven en vergelijken. In dat verband kan hij/zij

Eindterm 1 de woon- en leefsituatie in buurten en wijken van Nederlandse steden en dorpen beschrijven en vergelijken. In dat verband kan hij/zij Explicitering bij de eindtermen aardrijkskunde Van toepassing bij centraal examen 2006 Leefbaarheid en zorg in stedelijke en landelijke gebieden KB en GL/TL De kandidaat kan Eindterm 1 de woon- en leefsituatie

Nadere informatie

"Administratieve herziening Hoogspanningsleiding"

Administratieve herziening Hoogspanningsleiding Bestemmingsplan "Administratieve herziening Hoogspanningsleiding" Inhoud. Toelichting Regels Kaart nr. 090207 Procedure. Kennisgeving voorbereiden bestemmingsplan Gepubliceerd d.d. : 10 december 2009 Ontwerpbestemmingsplan

Nadere informatie

STRUCTUURVISIE DEN HAAG ZUIDWEST

STRUCTUURVISIE DEN HAAG ZUIDWEST concept DECEMBER 2003 GEMEENTE DIENST STEDELIJKE ONTWIKKELING CONCEPT versie december 2003 1 Gemeente Den Haag, Dienst Stedelijke Ontwikkeling Met medewerking van: Dienst Stadsbeheer Ingenieursbureau Den

Nadere informatie

Beleidsregel bebouwde kom Wet milieubeheer/wet geurhinder en veehouderij

Beleidsregel bebouwde kom Wet milieubeheer/wet geurhinder en veehouderij Beleidsregel bebouwde kom Wet milieubeheer/wet geurhinder en veehouderij Uitleg van het begrip bebouwde kom (of aaneengesloten woonbebouwing ) zoals genoemd in de Wet milieubeheer (en bijbehorende algemene

Nadere informatie

Veldwerkopdracht Utrecht in ontwikkeling

Veldwerkopdracht Utrecht in ontwikkeling Veldwerkopdracht Utrecht in ontwikkeling Herstructurering van de Schepenbuurt en omgeving Maarten Seerden Inleiding Schepenbuurt en omgeving Bouwperiode: jaren 40-50 van de 20e eeuw Wijk is verouderd behoefte

Nadere informatie

Woningvoorraad en woningbehoefte in Nederland

Woningvoorraad en woningbehoefte in Nederland Wonen in Hilversum Woningvoorraad en woningbehoefte in Nederland De Nederlandse woningmarkt staat momenteel in het middelpunt van de belangstelling. Deze aandacht heeft vooral betrekking op de ordening

Nadere informatie

SOCIAAL PERSPECTIEF. sociale structuurvisie Zaanstad 2009-2020

SOCIAAL PERSPECTIEF. sociale structuurvisie Zaanstad 2009-2020 SOCIAAL PERSPECTIEF sociale structuurvisie Zaanstad 2009-2020 SOCIAAL PERSPECTIEF sociale structuurvisie Zaanstad 2009-2020 De sociale ambitie: Zaanstad manifesteert zich binnen de metropoolregio Amsterdam

Nadere informatie

Recreatieve woonmilieus in Almere. Erik van Marissing, Mei 2002

Recreatieve woonmilieus in Almere. Erik van Marissing, Mei 2002 Erik van Marissing, Mei 2002 Opbouw van de presentatie Doelstellingen en Probleemstelling Onderzoeksvragen en Afbakening van het onderzoeksgebied Definitie van een recreatief woonmilieu De meerwaarde van

Nadere informatie

Het bestemmingsplan voorziet in de planologische basis voor onder meer:

Het bestemmingsplan voorziet in de planologische basis voor onder meer: Risicoanalyse planschade In verband met bestemmingplan De Voorwaarts 1. Inleiding Bij de ontwikkeling van ruimtelijke projecten kan een risicoanalyse de financiële gevolgen van mogelijke schadeclaims in

Nadere informatie

Huisvesting voor tijdelijke arbeidsmigranten.

Huisvesting voor tijdelijke arbeidsmigranten. Huisvesting voor tijdelijke arbeidsmigranten. Aanleiding Veel ondernemers in de land- en tuinbouw maken gebruik van tijdelijke arbeidsmigranten. Ondernemers zijn verantwoordelijk voor een goede huisvesting

Nadere informatie

Nota van Zienswijzen behorende bij het Bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2012, De Leijkens

Nota van Zienswijzen behorende bij het Bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2012, De Leijkens Nota van Zienswijzen behorende bij het Bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2012, De Leijkens Rucphen, 7 november 2012 INHOUD; 1. Procedure 2. Ingediende zienswijzen 3. Inhoud zienswijzen en inhoudelijke

Nadere informatie

Bedrijfsontwikkelingsplan. Onderbouwing landbouwkundige noodzaak voor wijziging van de bestemming op het perceel Hoofdstraat 28 te Beerta

Bedrijfsontwikkelingsplan. Onderbouwing landbouwkundige noodzaak voor wijziging van de bestemming op het perceel Hoofdstraat 28 te Beerta Bedrijfsontwikkelingsplan Onderbouwing landbouwkundige noodzaak voor wijziging van de bestemming op het perceel Hoofdstraat 28 te Beerta Opdrachtgever Naam : B.A. de Boer Postadres : Hoofdstraat 28, 9686

Nadere informatie

Wonen palmt ruimte in

Wonen palmt ruimte in Wonen palmt ruimte in Groei van stad tot stadsgewest Stedelijke kiem Alle steden hebben een of meer sites Tot het begin van de negentiende eeuw werd de grote meerderheid van onze huidige steden gekenmerkt

Nadere informatie

Notitie Regionale aanpak vluchtelingenproblematiek Regio Kennemerland 6 november 2015

Notitie Regionale aanpak vluchtelingenproblematiek Regio Kennemerland 6 november 2015 Notitie Regionale aanpak vluchtelingenproblematiek Regio Kennemerland 6 november 2015 1. Inleiding In de regio Kennemerland (inclusief de gemeente Haarlemmermeer) hebben de gemeentelijke bestuurders een

Nadere informatie

Brabantse Dorpen. Frans Thissen. en de veranderingen van binding en identiteit UNIVERSITEIT VAN AMSTERDAM

Brabantse Dorpen. Frans Thissen. en de veranderingen van binding en identiteit UNIVERSITEIT VAN AMSTERDAM en de veranderingen van binding en identiteit Frans Thissen Afdeling Geografie, Planologie en Internationale Ontwikkelingsstudies Het verhaal van Brabant Veranderende dorpen Oebele van Zuilen: (over de

Nadere informatie

Actieve ondersteuning vanuit het Rijk voor experimentele initiatieven van scholen;

Actieve ondersteuning vanuit het Rijk voor experimentele initiatieven van scholen; Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Dhr. drs. S. Dekker Postbus 16375 2500 BJ 'S-GRAVENHAGE doorkiesnummer (070) 373 8875 betreft VNG reactie op advies Onderwijsraad "Grenzen aan kleine scholen".

Nadere informatie

Werkdocument 1973-44 Co. (te hanteren in het Statistisch Overzicht voor Flevoland) door. ir. A. G. van Ommeren

Werkdocument 1973-44 Co. (te hanteren in het Statistisch Overzicht voor Flevoland) door. ir. A. G. van Ommeren I- RIJKSDIENST DE.I JSSELMEERPOLDERS L E L Y S T A D \ Sociaal-Economische Hoofdafdeling Onderzoek Werkdocument 1973-44 Co INDELING GEBIED BI JZONDER DOMEINBEHEER (te hanteren in het Statistisch Overzicht

Nadere informatie

Besluit op de organisatie van het ambtelijk apparaat van de gemeente Zuidhorn.

Besluit op de organisatie van het ambtelijk apparaat van de gemeente Zuidhorn. Het college van de gemeente Zuidhorn; gelet op artikel 160 van de Gemeentewet; gehoord de OR; B E S L U I T : vast te stellen het: Besluit op de organisatie van het ambtelijk apparaat van de gemeente Zuidhorn.

Nadere informatie

Vragenlijst Landbouw effect rapportage Buizenzone Eemsdelta

Vragenlijst Landbouw effect rapportage Buizenzone Eemsdelta Vragenlijst Landbouw effect rapportage Buizenzone Eemsdelta Het doel van de Landbouw effect rapportage (LER) is de belangen van de agrarische sector binnen het besluitvormingsproces van de tracékeuze op

Nadere informatie

Grote gemeenten goed voor driekwart van bevolkingsgroei tot 2025

Grote gemeenten goed voor driekwart van bevolkingsgroei tot 2025 Persbericht PB13 062 1 oktober 2013 9:30 uur Grote gemeenten goed voor driekwart van bevolkingsgroei tot 2025 Tussen 2012 en 2025 groeit de bevolking van Nederland met rond 650 duizend tot 17,4 miljoen

Nadere informatie

30 oktober 2013. Beleidskader huisvesting arbeidsmigranten Noord- Limburg (short-stay)

30 oktober 2013. Beleidskader huisvesting arbeidsmigranten Noord- Limburg (short-stay) 30 oktober 2013 Beleidskader huisvesting arbeidsmigranten Noord- Limburg (short-stay) Inhoudsopgave blz 1. 2. 3. Achtergrond 3 Doelgroep van beleid 3 Huisvestingsmogelijkheden binnen het beleid 3 3.1 Uitgangspunten

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1992-1993 22 800 XI Vaststelling van de begroting van de uitgaven en van de ontvangsten van hoofdstuk XI (Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening

Nadere informatie

Nijmegen Waalfront Trekker Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer

Nijmegen Waalfront Trekker Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer Nota Ruimte budget 25 miljoen euro Planoppervlak 33 hectare Nijmegen Waalfront Trekker Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer Synergie tussen stad en water De directe ligging

Nadere informatie

Notitie: zienswijzenbehandeling ontwerp-exploitatieplan Lage Heide, wonen

Notitie: zienswijzenbehandeling ontwerp-exploitatieplan Lage Heide, wonen Notitie: zienswijzenbehandeling ontwerp-exploitatieplan Lage Heide, wonen Het ontwerp-exploitatieplan Lage Heide, wonen heeft in overeenstemming met de voorgeschreven wettelijke procedure volgens de Wet

Nadere informatie

Opgesteld door ing. A.M. Rodenbach, Recreatie Noord-Holland NV, d.d. 21 januari 2013

Opgesteld door ing. A.M. Rodenbach, Recreatie Noord-Holland NV, d.d. 21 januari 2013 RUIMTELIJKE ONDERBOUWING, BEHOREND BIJ DE AANGEVRAAGDE VERGUNNING OMG-12-181 Voor de inrichting en het gebruik van een evenemententerrein in deelgebied De Druppels, tegenover Wagenweg 22/24 te Oudkarspel

Nadere informatie

Een visie op verkeerskunde en de consequenties voor het mobiliteitsonderwijs in Nederland: een stip aan de horizon

Een visie op verkeerskunde en de consequenties voor het mobiliteitsonderwijs in Nederland: een stip aan de horizon Een visie op verkeerskunde en de consequenties voor het mobiliteitsonderwijs in Nederland: een stip aan de horizon Mike Bérénos (AVB Onderwijs&Mobiliteit) Samenvatting Veel gaat goed in het vakgebied dat

Nadere informatie

Blik op Leidschendam-Voorburg 2020

Blik op Leidschendam-Voorburg 2020 Blik op Leidschendam-Voorburg 2020 Een toekomstvisie voor Leidschendam-Voorburg De voormalige gemeenten Leidschendam en Voorburg kennen elk een eeuwenlange historie. Als gefuseerde gemeente gaat Leidschendam-Voorburg

Nadere informatie

BIJLAGE A KENGETALLEN In deze bijlage geven we in overzichtelijke tabellen de kengetallen weer die gebruikt zijn ter bepaling van de effecten van het kantoren- en bedrijventerreinenprogramma voor de regio

Nadere informatie

Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van de uitbreiding van een agrarisch bedrijf aan de St. Sebastiaanskapelstraat 9a

Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van de uitbreiding van een agrarisch bedrijf aan de St. Sebastiaanskapelstraat 9a Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van de uitbreiding van een agrarisch bedrijf aan de St. Sebastiaanskapelstraat 9a 1 Inhoudsopgave Pagina 1. Inleiding 3 1.1. Het project 3 2. Beschrijving huidige en

Nadere informatie

Ladder voor duurzame verstedelijking Bestemmingsplan Huis ter Heide West, gemeente Zeist

Ladder voor duurzame verstedelijking Bestemmingsplan Huis ter Heide West, gemeente Zeist Ladder voor duurzame verstedelijking Bestemmingsplan Huis ter Heide West, gemeente Zeist De Ladder voor duurzame verstedelijking is in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geïntroduceerd en

Nadere informatie

Ladder voor duurzame verstedelijking

Ladder voor duurzame verstedelijking Ladder voor duurzame verstedelijking Klik om de modelstijlen te bewerken Tweede niveau Derde niveau Vierde niveau Vijfde niveau Ladder voor duurzame verstedelijking 1. Waar komt het vandaan? 2. Wat is

Nadere informatie

Uitspraak 200904084/1/R2 gevonden via '' d eze uitsp raa k il de ze uitsp ra ak Page 1 of 4 Uitspraken ZAAKNUMMER 200904084/1/R2 DATUM VAN UITSPRAAK woensdag 24 maart 2010 TEGEN het college van gedeputeerde

Nadere informatie

Nieuwbouwlocatie voor glastuinbouwbedrijf

Nieuwbouwlocatie voor glastuinbouwbedrijf Nieuwbouwlocatie voor glastuinbouwbedrijf Gelegen aan een verharde weg in het agrarische buitengebied van Etten-Leur Bankenstraat 17 te Etten-Leur Totale perceelopp.: Vraagprijs: Aanvaarding: 18 ha 04

Nadere informatie

Eindexamen aardrijkskunde vwo 2001-I

Eindexamen aardrijkskunde vwo 2001-I Eindexamen aardrijkskunde vwo 00-I Antwoordmodel Migratie en Mobiliteit Uit het antwoord moet blijken dat het aantal grote steden in Indonesië groter is dan in de meeste andere ontwikkelingslanden. Voorbeelden

Nadere informatie

Eindexamen maatschappijleer vwo 2003-II

Eindexamen maatschappijleer vwo 2003-II Opgave 1 Armoede en werk 1 Het proefschrift bespreekt de effecten van het door twee achtereenvolgende kabinetten-kok gevoerde werkgelegenheidsbeleid. / De titel van het proefschrift heeft betrekking op

Nadere informatie

Besluit college van Burgemeester en Wethouders

Besluit college van Burgemeester en Wethouders Registratienr: 2012/2907 Registratiedatum: 10-07-2012 Afdeling: LO Agendapunt: 29-Vo-10 Openbaar: Ja Nee Reden niet openbaar: Onderwerp: Omzetten VVV-winkel naar VVV-agentschap Voorgesteld besluit: 1.

Nadere informatie

Wegsleepverordening gemeente Leeuwarden 2014

Wegsleepverordening gemeente Leeuwarden 2014 Wegsleepverordening gemeente Leeuwarden 2014 Artikel 1: Begrippen In deze verordening wordt verstaan onder: a. RVV 1990: het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990; b. Wet: de Wegenverkeerswet

Nadere informatie

Geregistreerd partnerschap. Planschade

Geregistreerd partnerschap. Planschade Geregistreerd partnerschap Planschade Planschade Deze folder gaat over planschade. U krijgt antwoord op vragen zoals: 1. Wat is planschade? 2. In welke gevallen kan ik aanspraak maken op een tegemoetkoming?

Nadere informatie

Migratie en pendel Twente. Special bij de Twente Index 2015

Migratie en pendel Twente. Special bij de Twente Index 2015 Migratie en pendel Twente Special bij de Twente Index 2015 Inhoudsopgave Theorieën over wonen, verhuizen 3 Kenmerken Twente: Urbanisatiegraad en aantal inwoners 4 Bevolkingsgroei grensregio s, een vergelijking

Nadere informatie

DECREET. betreffende het algemeen welzijnswerk

DECREET. betreffende het algemeen welzijnswerk VLAAMS PARLEMENT DECREET betreffende het algemeen welzijnswerk HOOFDSTUK I Algemene bepalingen Artikel 1 Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid. Artikel 2 In dit decreet wordt verstaan onder

Nadere informatie

Verantwoordelijke uitgever : Philippe Pivin, Belgische Onafhankelijkheidslaan 72-1081 Koekelberg. «Historisch Koekelberg»

Verantwoordelijke uitgever : Philippe Pivin, Belgische Onafhankelijkheidslaan 72-1081 Koekelberg. «Historisch Koekelberg» Verantwoordelijke uitgever : Philippe Pivin, Belgische Onafhankelijkheidslaan 72-1081 Koekelberg. «Historisch Koekelberg» «Historisch Koekelberg» in enkele cijfers Gewestelijke toelage : 11.000.000 Federale

Nadere informatie

RISICOTOETS PLANSCHADE

RISICOTOETS PLANSCHADE RISICOTOETS PLANSCHADE met betrekking tot de vestiging van Iriszorg op de locatie Gondel 3611 te Lelystad. CONCLUSIE Het planschaderisico taxeren wij op: 16.000,--. Opdracht: 3232360 Datum: mei 2012 Adviseur:

Nadere informatie

SAMENVATTING VISIE BEWONERSGROEP TONSELSE VELD ONTWERP BESTEMMINGSPLAN TONSELSE VELD 2014 GEMEENTE ERMELO

SAMENVATTING VISIE BEWONERSGROEP TONSELSE VELD ONTWERP BESTEMMINGSPLAN TONSELSE VELD 2014 GEMEENTE ERMELO SAMENVATTING VISIE BEWONERSGROEP TONSELSE VELD ONTWERP BESTEMMINGSPLAN TONSELSE VELD 2014 GEMEENTE ERMELO 20 oktober 2015 SAMENVATTING 1 WAAROM DE BEWONERSGROEP TONSELSE VELD ER IS De Bewonersgroep Tonselse

Nadere informatie

gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan afbakening regionaalstedelijk gebied Brugge

gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan afbakening regionaalstedelijk gebied Brugge gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan afbakening regionaalstedelijk gebied Brugge Bijlage II: stedenbouwkundige voorschriften Definitief Definitief gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan afbakening regionaalstedelijk

Nadere informatie

weer thuis in de stad

weer thuis in de stad weer thuis in de stad Wonen boven winkels Een levendige binnenstad is aantrekkelijk voor bezoekers, levert woongenot voor specieke groepen mensen, is een broedplaats voor kenniseconomie en cultuur en vormt

Nadere informatie

Convenant Vestigingscriteria Bedrijventerreinen Noord-Veluwe

Convenant Vestigingscriteria Bedrijventerreinen Noord-Veluwe Convenant Vestigingscriteria Bedrijventerreinen Noord-Veluwe Partijen, 1. De gemeenten die lid zijn van het Sociaal-Economisch Overleg Noord-Veluwe (Hattem, Heerde, Oldebroek, Elburg, Nunspeet, Harderwijk,

Nadere informatie

Vormvrije m.e.r.-beoordeling Landgoed Hydepark, Doorn, gemeente Utrechtse Heuvelrug

Vormvrije m.e.r.-beoordeling Landgoed Hydepark, Doorn, gemeente Utrechtse Heuvelrug Notitie Contactpersoon Gosewien van Eck Datum 14 november 2013 Kenmerk N001-1220333GGV-evp-V01-NL Vormvrije m.e.r.-beoordeling Landgoed Hydepark, Doorn, gemeente Utrechtse Heuvelrug 1 Inleiding De gemeente

Nadere informatie

Samenvatting ... 7 Samenvatting

Samenvatting ... 7 Samenvatting Samenvatting... In rapporten en beleidsnotities wordt veelvuldig genoemd dat de aanwezigheid van een grote luchthaven én een grote zeehaven in één land of regio, voor de economie een bijzondere meerwaarde

Nadere informatie

Resultaten vragenlijst extra opvang vluchtelingen in de gemeente Wierden (extra informatieronde BFMO)

Resultaten vragenlijst extra opvang vluchtelingen in de gemeente Wierden (extra informatieronde BFMO) Resultaten vragenlijst extra opvang vluchtelingen in de gemeente Wierden (extra informatieronde BFMO) 18 november 2015 Inleiding Op 18 november 2015 konden inwoners van de gemeente Wierden hun mening geven

Nadere informatie

1.4 Factoren die bepalend zijn voor reële convergentie

1.4 Factoren die bepalend zijn voor reële convergentie Productiviteit, concurrentiekracht en economische ontwikkeling Concurrentiekracht wordt vaak beschouwd als een indicatie voor succes of mislukking van economisch beleid. Letterlijk verwijst het begrip

Nadere informatie

Bedrijvendynamiek en werkgelegenheid

Bedrijvendynamiek en werkgelegenheid M201207 Bedrijvendynamiek en werkgelegenheid 1987-2010 drs. K.L. Bangma drs. A. Bruins Zoetermeer, mei 2012 Bedrijvendynamiek en werkgelegenheid In de periode 1987-2010 is het aantal bedrijven per saldo

Nadere informatie

Bestedingskader middelen Stedelijke Herontwikkeling

Bestedingskader middelen Stedelijke Herontwikkeling Bestedingskader middelen Stedelijke Herontwikkeling Inleiding Stedelijke herontwikkeling Voor de ruimtelijke ontwikkeling van Utrecht is de Nieuwe Ruimtelijke Strategie opgesteld die in 2012 door de Raad

Nadere informatie

Typisch gemert. Stedenbouwkundige hoofdstructuur en beeldkwaliteit geven Gemert een nieuwe impuls

Typisch gemert. Stedenbouwkundige hoofdstructuur en beeldkwaliteit geven Gemert een nieuwe impuls Typisch gemert gemert Stedenbouwkundige hoofdstructuur en beeldkwaliteit geven Gemert een nieuwe impuls RUIJSCHENBERGH DE STROOM NAZARETH RUIJSCHENBERGH NAZARETH DE STROOM Typisch Gemert Stedenbouwkundige

Nadere informatie

memo INLEIDING 1 Toets NIBM; 2 Toets grenswaarden in het kader van goede ruimtelijke ordening; Gemeente Hof van Twente Johan van der Burg

memo INLEIDING 1 Toets NIBM; 2 Toets grenswaarden in het kader van goede ruimtelijke ordening; Gemeente Hof van Twente Johan van der Burg memo aan: van: Gemeente Hof van Twente Johan van der Burg datum: 20 februari 2014 betreft: Luchtkwaliteit Hengevelde, Marke III project: 120218 INLEIDING Aan de zuidwestzijde van de kern van Hengevelde

Nadere informatie

Manifeste lokale woningbehoefte. Vraag zoekt locatie

Manifeste lokale woningbehoefte. Vraag zoekt locatie Manifeste lokale woningbehoefte Vraag zoekt locatie 10-3-2015 Inleiding In de gemeentelijke Visie op Wonen en Leefbaarheid (2012) is uitgesproken dat de gemeente in principe in alle kernen ruimte wil zoeken

Nadere informatie

The Netherlands of 2040. www.nl2040.nl

The Netherlands of 2040. www.nl2040.nl The Netherlands of 2040 www.nl2040.nl 1 Tijden veranderen 2 Tijden veranderen 3 Nieuwe CPB scenario studie Vraag Waarmee verdienen we ons brood in 2040? Aanpak Scenario s, geven inzicht in onzekerheid

Nadere informatie

NOTITIE REGIONALE SPEERPUNTEN GROENE HART AGENDA NIEUWKOOP

NOTITIE REGIONALE SPEERPUNTEN GROENE HART AGENDA NIEUWKOOP NOTITIE REGIONALE SPEERPUNTEN GROENE HART AGENDA NIEUWKOOP A. Inleiding en doelstelling In de regiocommissie van 24 oktober jl. is toegezegd dat het college de raad een voorstel doet ten aanzien van de

Nadere informatie

ONTWERP Besluit artikel 3.6 lid 1 onderdeel a Wro Buitengebied Asten 2008, wijziging Behelp 1

ONTWERP Besluit artikel 3.6 lid 1 onderdeel a Wro Buitengebied Asten 2008, wijziging Behelp 1 ONTWERP Besluit artikel 3.6 lid 1 onderdeel a Wro Buitengebied Asten 2008, wijziging Behelp 1 burgemeester en wethouders van A s t e n; gezien het verzoek om medewerking van Archimil B.V. namens de heer

Nadere informatie

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING T.B.V. HET PLAATSEN VAN (MODEL) TUINHUISJES AAN DE NIEUWE RIJKSWEG 25 TE S-HEER HENDRIKSKINDEREN

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING T.B.V. HET PLAATSEN VAN (MODEL) TUINHUISJES AAN DE NIEUWE RIJKSWEG 25 TE S-HEER HENDRIKSKINDEREN RUIMTELIJKE ONDERBOUWING T.B.V. HET PLAATSEN VAN (MODEL) TUINHUISJES AAN DE NIEUWE RIJKSWEG 25 TE S-HEER HENDRIKSKINDEREN Versie 2, d.d. 18 augustus 2011 Afdeling Stadsontwikkeling M. Jonker Inhoud 1.

Nadere informatie

Varianten voor de ontsluiting van uitvaartfacilteit in Dukenburg. Inleiding

Varianten voor de ontsluiting van uitvaartfacilteit in Dukenburg. Inleiding Varianten voor de ontsluiting van uitvaartfacilteit in Dukenburg Inleiding Tijdens de informatieavond van dit bestemmingsplan zijn vragen gesteld over de voorgestelde ontsluiting aan de Staddijk. Het was

Nadere informatie

Hengelo, Hart van Zuid

Hengelo, Hart van Zuid Hengelo, Hart van Zuid Nota Ruimte budget 14,5 miljoen euro Planoppervlak 50 hectare Trekker Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer ROC van Twente Internationale potentie

Nadere informatie

Examen HAVO. aardrijkskunde. tijdvak 1 dinsdag 26 mei 9.00-11.30 uur. Bij dit examen hoort een bijlage.

Examen HAVO. aardrijkskunde. tijdvak 1 dinsdag 26 mei 9.00-11.30 uur. Bij dit examen hoort een bijlage. Examen HAVO 2009 tijdvak 1 dinsdag 26 mei 9.00-11.30 uur aardrijkskunde Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 31 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 57 punten te behalen. Voor elk

Nadere informatie

WijkWijzer Deel 1: de problemen

WijkWijzer Deel 1: de problemen WijkWijzer Deel 1: de problemen Ondiep, Utrecht overlast dronken mensen overlast door drugsgebruik overlast jongeren vernieling openbare werken rommel op straat overlast van omwonenden auto-inbraak fietsendiefstal

Nadere informatie

WIJKVISIE STADSKANAAL NOORD 2011-2020

WIJKVISIE STADSKANAAL NOORD 2011-2020 WIJKVISIE STADSKANAAL NOORD 2011-2020 Vastgesteld in de raadsvergadering van 18 juni 2012. Verkorte versie wijkvisie Stadskanaal Noord 2011-2020 1 Wijkvisie Stadskanaal Noord 2011-2020 In de wijkvisie

Nadere informatie

13 Bedrijventerrein voor kantoren en kantoorachtigen en bedrijven van lokaal belang Keppekouter

13 Bedrijventerrein voor kantoren en kantoorachtigen en bedrijven van lokaal belang Keppekouter 13 Bedrijventerrein voor kantoren en kantoorachtigen en bedrijven van lokaal belang Keppekouter 84 A Relatie met het afbakeningsproces In de hypothese van gewenste ruimtelijke structuur van het regionaalstedelijk

Nadere informatie

Accommodatiebeleid Maatschappelijke Voorzieningen

Accommodatiebeleid Maatschappelijke Voorzieningen Maatschappelijke Voorzieningen Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling Hilversum 1 Inhoudsopgave Samenvatting 3 1 Inleiding 8 2 Huisvestingsstrategie en eigendomsstrategie 10 3 Cultuur 15 4 Sociale voorzieningen

Nadere informatie

Zienswijzennota bestemmingsplan Feerwerd

Zienswijzennota bestemmingsplan Feerwerd Zienswijzennota bestemmingsplan Feerwerd Zienswijzennota bestemmingsplan Feerwerd Inhoud Rapport 2 juli 2013 Projectnummer 275.00.01.11.05 I n h o u d s o p g a v e 1 Z i e n s w i j z e n 5 1.1 Inleiding

Nadere informatie

In opdracht van de gemeente Hattem heeft Tauw een bodemfunctiekaart opgesteld. Deze notitie vormt de toelichting bij de gemaakte keuzes.

In opdracht van de gemeente Hattem heeft Tauw een bodemfunctiekaart opgesteld. Deze notitie vormt de toelichting bij de gemaakte keuzes. Notitie Contactpersoon Mirjam Bakx - Leenheer Datum 18 september 2009 Kenmerk N001-4598028LNH-cmn-V01-NL In opdracht van de gemeente Hattem heeft Tauw een bodemfunctiekaart opgesteld. Deze notitie vormt

Nadere informatie

GEBIEDEN. 4 havo 3 Stedelijke gebieden 4-5

GEBIEDEN. 4 havo 3 Stedelijke gebieden 4-5 GEBIEDEN 4 havo 3 Stedelijke gebieden 4-5 Probleemwijken Groot aandeel sociale huurwoningen Slechte kwaliteit woonomgeving Afname aantal voorzieningen Toename asociaal gedrag Sociale en etnische spanningen

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1997 1998 25 656 Samenvoeging van de gemeenten Buren, Lienden en Maurik Nr. 3 MEMORIE VAN TOELICHTING Inhoudsopgave Het advies van de Raad van State wordt

Nadere informatie

Almere Weerwaterzone 45

Almere Weerwaterzone 45 Almere Weerwaterzone 45 Nota Ruimte budget 88,6 miljoen euro Planoppervlak hectare Trekker Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer Schaalsprong Almere, waar Almere Weerwaterzone

Nadere informatie

Ontwerp woning en kantoor aan de Lagenheuvelstraat te Volkel In opdracht van M. de Groot datum 03 februari 2014. Toelichting en onderbouwing

Ontwerp woning en kantoor aan de Lagenheuvelstraat te Volkel In opdracht van M. de Groot datum 03 februari 2014. Toelichting en onderbouwing Situatie plangebied, met omkaderd het boerderijvolume als hoofdgebouw en de kapschuur als bijgebouw Impressie bouwvolumes: boerderijvolume als hoofdgebouw en de kapschuur als bijgebouw TOELICHTING en ONDERBOUWING

Nadere informatie

Gemeente Utrecht De heer O. van Schaick Postbus 16200 3500 CE UTRECHT. Onderwerp: planschaderisicoanalyse/ Catharijnesingel Noord

Gemeente Utrecht De heer O. van Schaick Postbus 16200 3500 CE UTRECHT. Onderwerp: planschaderisicoanalyse/ Catharijnesingel Noord Gemeente Utrecht De heer O. van Schaick Postbus 16200 3500 CE UTRECHT Onderwerp: planschaderisicoanalyse/ Catharijnesingel Noord Geachte heer Van Schaick, Hierbij ontvangt u een planschaderisicoanalyse

Nadere informatie

Notitie ter ondersteuning van het debat over richtinggevende criteria locatie vestiging coffeeshop in Helmond

Notitie ter ondersteuning van het debat over richtinggevende criteria locatie vestiging coffeeshop in Helmond Notitie ter ondersteuning van het debat over richtinggevende criteria locatie vestiging coffeeshop in Helmond 1. Inleiding Coffeeshops zijn alcoholvrije horecagelegenheden waar handel in en gebruik van

Nadere informatie

Van de macht van management naar de kracht van leiderschap

Van de macht van management naar de kracht van leiderschap Van de macht van management naar de kracht van leiderschap Inez Sales Juni 2011 INHOUDSOPGAVE Leiderschap... 3 1. Leiderschap en management... 4 2. Leiderschapstijl ten behoeve van de klant... 5 3. Leiderschapstijl

Nadere informatie

Deze brief hebben de direct betrokken huurders wonend in Schuttersbosch ontvangen.

Deze brief hebben de direct betrokken huurders wonend in Schuttersbosch ontvangen. Deze brief hebben de direct betrokken huurders wonend in Schuttersbosch ontvangen. Datum: 12 april 2011 Kenmerk: Schuttersbosch Behandeld door: de heer Wil Geenen Onderwerp: Informatie toekomstvisie Schuttersbosch

Nadere informatie

ONDERWERP: ACTUALISATIE VERKEERSGENERATIE EN PARKEREN OOSTDUINLAAN

ONDERWERP: ACTUALISATIE VERKEERSGENERATIE EN PARKEREN OOSTDUINLAAN AAN: VAN: VAN RIEZEN EN PARTNERS P. KROEZE ONDERWERP: ACTUALISATIE VERKEERSGENERATIE EN PARKEREN OOSTDUINLAAN DATUM: 12 MEI 2014 Vraagstelling Het voormalige kantoorpand van Shell aan de Oostduinlaan 75

Nadere informatie

ONDERZOEK HERHUISVESTING SINTI ACHTER DE HEGGE/ STEGERWEG OOSTZIJDE BRAMERT-NOORD

ONDERZOEK HERHUISVESTING SINTI ACHTER DE HEGGE/ STEGERWEG OOSTZIJDE BRAMERT-NOORD ONDERZOEK HERHUISVESTING SINTI ACHTER DE HEGGE/ STEGERWEG OOSTZIJDE BRAMERT-NOORD 1 1. Inleiding In 2011 en 2012 is ambtelijk en bestuurlijk gezocht naar een oplossing voor de leefbaarheidsproblematiek

Nadere informatie

Werkgelegenheidsonderzoek

Werkgelegenheidsonderzoek Monitor Ruimtelijke Economie Uitkomsten Werkgelegenheidsonderzoek Provincie Utrecht 2011 (Voorlopig) Januari 2012 Afdeling Mobiliteit, Economie en Cultuur Inleiding In de periode april t/m september 2011

Nadere informatie

VOORADVIES BESTEMMINGSPLANPROCEDURE

VOORADVIES BESTEMMINGSPLANPROCEDURE VOORADVIES BESTEMMINGSPLANPROCEDURE Zaaknr. : 2015EAR0009 Zaakomschrijving : CPO Lindevoort Rekken Specialisme : Cultuurhistorie (excl. Archeologie) Behandeld door : Roy Oostendorp Datum : 7 oktober 2015

Nadere informatie

Toepassing van de ladder in Provincie Zuid-Holland

Toepassing van de ladder in Provincie Zuid-Holland Toepassing van de ladder in Provincie Zuid-Holland Seminar, Ladder voor duurzame verstedelijking: lessen uit de praktijk, 10 maart 2015 Willemien Croes Wat is de Ladder voor Provincie Zuid- Holland? Instrument

Nadere informatie

Perspectief voor de Achterhoek

Perspectief voor de Achterhoek Perspectief voor de Achterhoek 1 Perspectief voor de Achterhoek Aanleiding Op 23 september organiseerde De Maatschappij met Rabobank Noord- en Oost-Achterhoek een interactieve bijeenkomst met als doel

Nadere informatie

Startdocument Schuytgraaf Veld 17b. juni 2013

Startdocument Schuytgraaf Veld 17b. juni 2013 Startdocument Schuytgraaf Veld 17b juni 2013 1 Inleiding In mei 2012 heeft de gemeente Arnhem het project Schuytgraaf overgenomen van de GEM (Grondexploitatie maatschappij). De gemeente heeft nu de leiding

Nadere informatie