Een opleiding voor veiligheid

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Een opleiding voor veiligheid"

Transcriptie

1 Algemene directie veiligheids- en preventiebeleid (FOD Binnenlandse Zaken) Beleid integrale veiligheid Wetenschappelijk onderzoeksprogramma politie en veiligheid Een opleiding voor veiligheid Integratie en standaardisatie van de opleidingen die voorbereiden op zowel private als openbare veiligheidsberoepen Onderzoeksrapport juli 2007 De Pauw Evelien - Wetenschappelijk medewerker Deklerck Johan - Promotor De Mey Luc - Co-promotor Kaminski Dan - Co-promotor Pleysier Stefaan - Wetenschappelijk begeleider Van der Vorst Leen - Wetenschappelijk begeleider

2 VOORWOORD Dit rapport brengt verslag uit van het onderzoek een opleiding voor veiligheid: integratie en standaardisatie van de opleidingen die voorbereiden op zowel private als openbare veiligheidsberoepen. Het project kadert in het wetenschappelijk onderzoeksprogramma Politie en Veiligheid 2006, van de FOD Binnenlandse Zaken, Algemene Directie Veiligheiden Preventiebeleid, Beleid Integrale Veiligheid. Het onderzoek werd uitgevoerd door drie partners, de A.L.O. Criminologische Wetenschappen van KULeuven, het Expertisecentrum Maatschappelijke Veiligheid van de KATHO Hogeschool en l Ecole de Criminologie van de Université Catholique de Louvain. We beginnen graag dit rapport met een woord van dank aan alle personen en diensten die hun spontane medewerking hebben verleend aan dit project. Het gaat om preventieambtenaren, stadswachtcoördinatoren, politiecommissarissen, verantwoordelijken opleidingen van de Lijn en de TEC en coördinatoren van parkeerbedrijven die ons de nodige informatie verschaften om de inventaris aan te vullen. Daarnaast wensen we de deelnemers aan de verschillende focusgroepen te bedanken voor hun opbouwende kritiek en constructieve bijdrage. Dit heeft ervoor gezorgd dat we dit rapport tot een goed, en tevens realiteitsgeënt einde konden brengen. We bedanken graag ook expliciet de leden van het begeleidingscomité voor hun volgehouden ondersteuning in de looptijd van het onderzoek. Volgende personen maakten deel uit van het begeleidingscomité: Voor de opdrachtgever: Mevr. Geneviève STRATERMANS, onderzoekscoördinator, FOD Binnenlandse Zaken AD VPB Dienst Beleid Integrale Veiligheid Mme. Sabrina BUELENS, coordinatrice de recherche, FOD Binnenlandse Zaken AD VPB Dienst Beleid Integrale Veiligheid Leden begeleidingscomité: Dhr. Alfred MAHAUX, Commissaire divisionnaire, Federale Politie Directeur de la formation Dhr. Johan BELLEN, Opleidingsdirecteur, Bestuursschool PIVO Vlaams-Brabant Dhr. Bart BRUNEEL (vertegenwoordigd door Yvan NOLMANS), Domeinmanager diensten & diensten aan bedrijven, VDAB Dhr. Marcel SMITS, Directeur Académie de Police Dhr. Marc BLOEYAERT, Directeur, Politieschool West-Vlaanderen Prof. dr. Jan ELEN, Prof. dr., KUL Dep. Pedagogische Wetenschappen Centrum voor instructiepsychologie Dhr. Jan CAPPELLE, Adviseur, FOD Binnenlandse Zaken AD VPB Directie Private Veiligheid Mevr. Emilie BREYNE, Attaché Lid werkgroep uniformisatie preventieberoepen, FOD Binnenlandse Zaken AD VPB Directie Politiebeheer Mevr. Hilde VAN DER LINDEN, Attaché Verantwoordelijke stadswachten, FOD Binnenlandse Zaken AD VPB Directie SLIV Mr. Vincent MAIRLOT, Attaché Verantwoordelijke technopreventieve adviseurs, FOD Binnenlandse Zaken AD VPB Directie SLIV Mevr. Bea VOSSEN, Adviseur, Kabinet Minister Binnenlandse Zaken ii

3 Mevr. Sandrine HONNAY, Attaché, FOD Binnenlandse Zaken AD VPB Voetbalcel Dhr. Wim TYRIARD, Attaché, FOD Binnenlandse Zaken AD VPB Voetbalcel Dhr. Peter DE STAERCKE (later vervangen door Peter MAGITS), Attaché FOD Binnenlandse Zaken AD VPB Directie Private Veiligheid iii

4 INHOUDSOPGAVE V O O R W O O R D I I I N H O U D S O P G A V E I V I N L E I D I N G C O N T E X T U E E L K A D E R Veranderingen in het veiligheidsbeleid Integrale veiligheidszorg Integraliteit Gedeelde verantwoordelijkheid Doelstelling onderzoek S T R U C T U U R V A N H E T R A P P O R T V A L I D E R I N G V A N H E T R A P P O R T... 9 D E E L I : M E T H O D O L O G I E O N D E R Z O E K S P L A N O N D E R Z O E K S M E T H O D O L O G I E Opmaken inventaris bestaande opleidingen en noodzakelijk voorwaarden Selectie veiligheidsfuncties Dataverzameling opleiding geselecteerde veiligheidsfuncties Studie van de criminologische en pedagogisch-didactische relevantie en wenselijkheid Realisatie opleiding D E E L I I : I N V E N T A R I S B E S T A A N D E O P L E I D I N G E N P R I V A T E V E I L I G H E I D S B E R O E P E N Bewaking Bewakingsagent: algemeen bekwaamheidsattest Bewakingsagent: mobiele bewaking Bewakingsagent: café- en dansgelegenheden Bewakingsagent: winkelinspecteur Bewakingsagent: beveiligd vervoer Bewakingsagent: beschermen van personen (bodyguard) Bewakingagent: operator alarmcentrale Bewakingsagent: vaststelling materiële feiten Bewakingsagent: verkeersbegeleiding Bewakingsagent: erfgoedbewaker Bewakingsagent: gewapende opdrachten Beveiliging Installateur van alarminstallaties Conceptie van alarmcentrales Veiligheidsdienst openbaar vervoer Voetbalsteward iv

5 2. P U B L I E K E V E I L I G H E I D S B E R O E P E N Stadswacht Stadswacht: algemeen Stadswacht-vaststeller Stadswacht: lijnspotter Stadswacht: cameratoezichter Veiligheidsbeambte (kustactieplan) Steward (in de stad) Preventiehelper Bewaker/wachter Veiligheidsbeambte bij het veiligheidskorps van de politie van hoven en rechtbanken en voor de overbrenging van gevangenen Veiligheidsbeambten voor de bewaking van de justitiegebouwen Penitentiair beambte Parkwachter/domeinwachter Zaalwachter Fietswachter Ziekenhuiswachter Opzichter Gemachtigd opzichter Wegkapitein Gemachtigd signaalgever Parkeertoezichter Buurttoezichter Buurtvader Lijnspotter/Lijnhelper/Agent d ambiance Politieagent Agent van de politie Inspecteur (basiskader) C O N C L U S I E D E E L I I I : S T U D I E V A N D E C R I M I N O L O G I S C H E E N P E D A G O G I S C H E W E N S E L I J K H E I D E N R E L E V A N T I E C R I M I N O L O G I S C H E W E N S E L I J K H E I D E N R E L E V A N T I E V A N D E O P L E I D I N G De gevolgen van de sociale beheersingsdrang Veiligheid als politiek dominant thema Oriëntatiekader en krachtlijnen P E D A G O G I S C H - D I D A C T I S C H E W E N S E L I J K H E I D E N R E L E V A N T I E V A N D E O P L E I D I N G Signalen uit de praktijk Beweging in het landschap Organisatorische beperkingen Oriëntatiekader en krachtlijnen C O N C L U S I E S D E E L I V : C U R R I C U L U M O P B O U W O P L E I D I N G S T U D I E V A N V I E R V E R S C H I L L E N D E P R O G R A M M A S v

6 1.1. Basis- en beroepsmodule voor alle niet-politionele publieke en private functies in veiligheid georganiseerd in het volwassenenonderwijs Een algemene veiligheidsopleiding in het secundaire onderwijs: 7de specialisatiejaar Opleiding voor veiligheid in het deeltijds beroepssecundair onderwijs Gemeenschappelijke opleiding enkel voor de toekomstige gemeenschapswachten U I T W E R K I N G V A N D E M E E S T H A A L B A R E O P L E I D I N G S P R O G R A M M A S Modulaire opleiding toezichthoudende veiligheidsfunctie Motivatie Toelatingsvoorwaarden Opbouw curriculum Doelgroep en onderwijsvorm Implementatiemogelijkheden modulaire opleiding Opleiding toezichthouder in de (semi) publieke ruimte in het secundair onderwijs Motivatie Toelatingsvoorwaarden Opbouw curriculum Doelgroep en onderwijsvorm Implementatiemogelijkheden geïntegreerde opleiding in het secundair onderwijs I N H O U D V A N D E O P L E I D I N G S O N D E R D E L E N D E E L V : C O N C L U S I E S S A M E N V A T T E N D N A A R D E T O E K O M S T T O E Implementatie van de opleiding Aanzet tot verder onderzoek Maatschappelijke belang van de opleiding L I T E R A T U U R L I J S T B I J L A G E vi

7 INLEIDING 1. C O N T E X T U E E L K A D E R Veiligheid is de afgelopen decennia onmiskenbaar uitgegroeid tot een politiek en beleidsmatig hot item. Het veiligheidsbeleid, van het federale tot het lokale niveau, is op relatief korte tijd ingrijpend van aanzicht gewijzigd. Vanuit de aan belang winnende filosofie van de integrale veiligheid worden taken verschoven en herverdeeld. De zorg voor maatschappelijke veiligheid is het laatste decennium verschoven van een nagenoeg exclusieve taak van de politie naar een gedeelde verantwoordelijkheid van een groot aantal verschillende publieke en private partners (Tepstra & Kouwenhoven, 2004). Ook de individuele burger wordt geresponsabiliseerd tot het beheren van zijn/haar eigen verantwoordelijkheid. Deze responsabilisering heeft er voor gezorgd dat de sector van de private bewaking en opsporing de gelegenheid heeft gekregen om een deel van het terrein in te vullen. Het gaat om een bijkomende en specifieke inzet van de private sector als aanvulling op het politionele functioneren. Samengaand met deze groei van de private sector, was er de beslissing van de federale overheid tot het afsluiten van veiligheids- en preventiecontracten met steden en gemeenten. Deze contracten vormden de aanleiding tot het ontstaan van een hele reeks nieuwe veiligheidsberoepen. Stadswachten, city-coachen, parkeer- of parkwachters, stewards, gemeentelijke opzichters e.d. deden hun intrede op het veiligheidsterrein. De opleiding van deze mensen was meestal erg beperkt en de controle op deze nieuwe veiligheidsfuncties was nauwelijks bestaand (Smeets, 2005; Ponsaers, Devroe & Meert, 2006). De wildgroei aan veiligheidsfuncties en het daarop volgende streven naar meer coherentie en uniformiteit in veiligheids- en preventieberoepen, is de aanzet geweest tot dit onderzoek: het ontwerp en uniformering van een opleiding voor alle personen die tewerkgesteld zijn in een veiligheids- en preventieberoep. Alvorens we aandacht schenken aan de uitbouw van een dergelijke geïntegreerde opleiding, zullen we in een inleidend hoofdstuk stilstaan bij hoe het veiligheidsbeleid is geëvolueerd, wat onder de term integrale veiligheid kan worden verstaan en hoe we het ontstaan van de nieuwe veiligheidsberoepen binnen deze ontwikkelingen kaderen Veranderingen in het veiligheidsbeleid In de wetenschappelijke literatuur en in het dagelijkse woordgebruik bestaat er doorgaans weinig overeenstemming over wat onder veiligheid en onveiligheid dient te worden verstaan. Vanuit een tijdsperspectief, kunnen we stellen dat er voor de Tweede Wereldoorlog hoofdzakelijk gedacht werd in termen van risico en gevaar. De natuur confronteerde de mens met risico s en gevaren: overstroming, droogte, brand, ziekte, enz., waar men zich tegen 1

8 diende te beschermen. Daarnaast werd, binnen het dominante paradigma van die tijd, de zorg voor veiligheid gezien als een opdracht van de staat. Deze visie berust op het principe van le contrat social. De burger was bereid de uitoefening van het monopolie van legaal geweld in handen te geven van het staatsapparaat, in ruil voor bescherming en geborgenheid vanwege die staat (Ponsaers & Snacken, 2002). Het bieden van zekerheid aan de burgers is lang een belangrijke legitimerende pijler geweest van de staat. Van de naoorlogse periode tot de jaren 70 werd criminaliteit eerder als een marginaal fenomeen beschouwd dat relatief beheersbaar was door politie en justitie. Criminaliteit was de oorzaak van een slechte socialisatie en de bestraffing stond in het teken van reïntegratie. Onveiligheidsgevoelens leefden niet onder de bevolking, het woord onveiligheid werd enkel gereserveerd voor de veronderstelde oorlogsdreiging uit het Oostblok, het rode gevaar en het nucleaire gevaar (Hebberecht, 2003; Garland, 2001; NCRS, 2004). De crisis van de jaren 60 en begin jaren 70 éénheidsstakingen, communautaire spanningen, aangekondigde migratiestop en de stijgende (geregistreerde) criminaliteitcijfers, zorgden er voor dat er voor het eerst sprake was van onveiligheidsgevoelens (Hebberecht, 2003: 13; Garland, 2003; van Swaaningen, 2004). De progressieve media pikten aardig in op het nieuwe maatschappelijke probleem. Gekleurde en levendige persartikels over de stijgende criminaliteit en de onveilige samenleving boezemden de burgers steeds meer angst in. Hoewel er binnen de (toenmalige) rijkswacht en de regering reeds een minimaal preventiebeleid aanwezig was, worden de federale verkiezingen van 24 november 1991 als de katalysator beschouwd voor de groeiende politieke en beleidsmatige aandacht voor veiligheid (Hebberecht, 2002; Cartuyvels & Hebberecht, 2001; Deklerck, 2003a, 2003b). Deze verkiezingen betekenden de electorale doorbraak van het Vlaams Blok (nu Vlaams Belang), dat het thema veiligheid, naast het klassieke migrantenthema, een centrale plaats toekenden in het partijpolitieke programma en de verkiezingscampagnes. Hieruit vloeide de heroriëntering van het federale regeringsbeleid voort ten aanzien van veiligheid in de legislatuur volgend op de verkiezingen van Het sluitstuk van deze nieuwe oriëntaties in het veiligheidsbeleid was onmiskenbaar het afsluiten van veiligheids- en preventiecontracten met steden en gemeenten (Mary & Matthieu, 2000; Hebberecht, 2004). Met het aantreden van de regering Dehaene, eind 1992, werd er met 29 steden een contract afgesloten (Hebberecht, 2003:17). Deze contracten boden gemeentelijke overheden en politie nieuwe hefbomen en bevoegdheden bij het ontwikkelen en sturen van het lokale veiligheids- en preventiebeleid (Hebberecht, 2002). De federaal gesubsidieerde veiligheids- en preventiecontracten zijn, zoals in de inleiding al gesuggereerd, de aanleiding geweest tot het ontstaan van een grote reeks nieuwe veiligheidsberoepen en functies (Smeets, 2005; Ponsaers, Devroe & Meert, 2006; Enhus, 2006; Hebberecht, 2004; De Hert, 1999). De politiehervorming van 1998 en de start van de Paarse regering in 1999, die een verdere uitbouw van de neoliberale component van het veiligheidsbeleid met zich meebracht (Hebberecht, 2003:17), hebben deze evolutie nog op een indringende wijze bekrachtigd. De hierdoor geïnitieerde veranderde politiek-bestuurlijke context, de (over)accentuering van efficiëntie, de toenemende aandacht voor de bedrijfsvoering duwden de politie in de richting van prioritering (Ponsaers e.a., 2006:11). Meer 2

9 dan ooit richt de politie zich op haar zogenaamde core-business, stoot de politie taken af en worden samenwerkingsverbanden met tal van niet-politionele partners afgesloten of gaat men zelf over tot privatisering van sommige politiefuncties (zie o.a. Crawford, 1997; Goris, 2000; Hebberecht, 2003:21). Voorbeelden hiervan zijn de publiek private samenwerkingsverbanden inzake autozwendel, de private bewakers actief op het strand van Knokke, gevangenen transport, enz. Binnen deze neoliberale denkwijze wordt de term veiligheid steeds meer geassocieerd met criminaliteit. In Nederland werd deze denkwijze voor de eerste keer gebruikt in het beleid in 1993, in ons land werd de link pas gelegd in 1999 met de uitwerking van het eerste Federaal Veiligheids- en Detentieplan (Boutellier, 2005; Hebberecht, 2003; Cools, 2000). Met de herdefiniëring van criminaliteit tot veiligheid werden in feite drie bruggen geslagen: een brug van delictgedrag naar andere risico s, een tweede brug van strafrechtelijke handhaving naar bestuurlijke maatregelen en een derde brug, van objectieve gebeurtenissen naar de subjectieve beleving ervan (Boutellier, 2005; Garland, 2001). Het beheersen van risico s staat vandaag steeds centraler in onze samenleving, waardoor veiligheid een zorg wordt van steeds meer partners. Om tegemoet te komen aan deze beheersingsdrang, schakelt men ook het bestuur in om te reageren op onwenselijk gedrag. Deze bestuurlijke maatregelen worden hoofdzakelijk gebruikt om de straffeloosheid van kleine delicten tegen te gaan en om te reageren op overlast die, vaak door burgers veroorzaakt, ook door de burgers als bedreigend worden ervaren. Het gaat om hondenpoep, zwerfvuil, dronkenschap, kleine vernielingen, lawaai, (Van Heddeghem, 2006; Hubert, 2000; Pleysier & Deklerck, 2006). Dit brengt ons bij de veiligheidsbeleving. Burgers ervaren veiligheid vandaag als een basisbehoefte van elke individuele burger. Wanneer deze behoefte niet wordt bevredigd, hebben we te maken met onveiligheid. Objectieve onveiligheid is de onveiligheid die zich feitelijk manifesteert. De subjectieve onveiligheid gaat over het al dan niet aanwezig zijn van indrukken of gevoelens rond criminaliteit (Meijlaers, 2006). Tolerantie en overlast spelen hierin een rol. Beide soorten onveiligheid moeten de nodige zorg krijgen. Deze zorg kan op verschillende manieren worden aangeboden. In wat volgt staan we stil bij wat men als integrale veiligheidszorg is gaan benoemen Integrale veiligheidszorg Integrale veiligheid is een concept dat van Nederland is overgewaaid en dat, zoals reeds vermeld, voor het eerst uitgewerkt werd in België via het Federaal Veiligheids- en Detentieplan. Anno 2007, spreken we over de kadernota Integrale Veiligheid en is integrale veiligheid de manier om criminaliteit, overlast en verkeersveiligheid in alle aspecten en in een zo breed mogelijke context te benaderen. De kerngedachte hierbij is de permanente aandacht voor zowel preventie, repressie, als de opvolging van daders en slachtoffers (Kadernota Integrale Veiligheid, 2004). 3

10 Een integraal veiligheidsbeleid bestaat uit twee componenten: (1) Een integraal veiligheidsbeleid is integratief en inclusief. Integrale veiligheid streeft naar een allesomvattende aanpak die rekening houdt met alle mogelijke factoren die veiligheid kunnen bedreigen of bevorderen. (2) Integrale veiligheidszorg is een gedeelde verantwoordelijkheid van politie en een groot aantal private en publieke partners (Ponsaers, Meert & Devroe, 2006). Deze verantwoordelijkheid moet op elkaar worden afgestemd in termen van complementariteit en partnerschap (Dewael, 2006). In wat volgt gaan we dieper op beide componenten in Integraliteit De notie integraliteit is, zoals integraal veiligheidsbeleid, een containerbegrip en loopt in dat opzicht risico op een lege doos -bestaan (Deklerck, 2001). De term integraal wordt gemakkelijk gebruikt, maar wordt zelden scherp afgebakend of gedefinieerd (Cachet & Ringeling, 2004). In de literatuur vinden we vaak de veiligheidsketen terug als model om integrale veiligheid te operationaliseren (zie o.a. Meijlaers, 2006; Cools, 2000; Hebberecht, 2003:20). De veiligheidsketen bestaat uit een bestuurlijke component met 4 actiestrategieën, namelijk proactie, preventie, repressie en nazorg en een ondersteunende strategie, de preparatie (Meijlaers, 2006:21). Proactief staat voor het wegnemen van structurele oorzaken van onveiligheid, preventie staat voor het wegnemen van directe oorzaken, preparatie is de voorbereiding op bestrijding van misdrijven terwijl repressie daadwerkelijk de misdrijven bestrijdt. De nazorg heeft oog voor de slachtoffers. Vanzelfsprekend is niet enkel de overheid verantwoordelijk voor deze zorg, maar ook andere partners (Cools, 2000). Onze voorkeur gaat hier uit naar de preventiepiramide als referentiekader voor de integrale aanpak van onveiligheid (zie o.a. Deklerck, 2006; Pleysier & Deklerck, 2006). De preventiepiramide wordt gehanteerd als conceptueel kader met een toepassing in zeer uiteenlopende velden. Het is, meer dan de veiligheidsketen wat een lineair model is, een model dat het complexe veiligheids- en preventielandschap in kaart brengt, de breuklijnen van dit landschap ordent en een beleid oriënteert op het verbeteren van de leefbaarheid en het algemeen welzijn. Het biedt, meer dan andere modellen, een oriëntatiekader aan omdat het niet alleen handelt over preventie wat de naam zou doen vermoeden maar vertrekt vanuit een leefbaarheidskader en de ganse lading van het veiligheidsspectrum dekt. 4

11 Figuur 1: de preventiepiramide (Deklerck, 2006:24) De grondstructuur van de preventiepiramide vertrekt vanuit de basisspanningen tussen bestraffing en controle enerzijds, en algemeen welzijn anderzijds. In tegenstelling tot de veiligheidsketen werd dit continuüm verticaal georiënteerd; zo komt de curatie bovenaan en welzijn onderaan (Deklerck, 2006). De vorm en opbouw van de piramide drukt op een gelaagde, hiërarchische structuur waarbij de verschillende onderscheiden niveaus telkens in relatie staan tot de bredere maatschappelijke context. De preventiepiramide maakt op die manier drie zaken mogelijk: (1) ordening van preventiemaatregelen, (2) verruiming naar de context en (3) oriëntatie op deze context, met als doel een integrale en positieve preventiebenadering (Deklerck, 2006:24; Pleysier & Deklerck, 2006). Een integraal veiligheidsbeleid wordt pas mogelijk door aandacht te hebben voor de brede context, in casu alle niveaus in de preventiepiramide. De graad van probleemgerichtheid vormt het basiscriterium voor de indeling van preventiemaatregelen in verschillende niveaus, en het uitgangspunt voor het ordenen en oriënteren van preventiemaatregelen. We kunnen dus 5 niveaus onderscheiden. De curatieve maatregelen (niveau 4), zijn bedoeld om het onheil zo goed mogelijk te herstellen en te beperken als het kwaad reeds geschied is (Deklerck, 2006:25). Een voorbeeld is een sanctiemaatregel voor jongeren die vandalisme plegen op het speelplein. Niveau 3 zijn de specifieke preventiemaatregelen, die onmiddellijk inspelen op het probleem en het misdrijf proberen te voorkomen (Deklerck, 2006:26). In dit geval zullen we zorgen voor toezicht op het speelplein. Op niveau 2 vinden we de algemene preventie terug, die inspeelt op het onveiligheidsprobleem. In tegenstelling tot niveau 3, zoekt men niet naar probleemgerichte antwoorden, maar gaat het om meer welzijnsbevorderende en positief georiënteerde maatregelen die zowel inspelen op de bredere context als op het probleem (Deklerck, 2006:27). Om terug te komen op ons voorbeeld van het speelplein, zullen we bijvoorbeeld zorgen voor betere verlichting, compartimentering van de ruimte of een beter onderhoud van het speelplein. Niveau 1 is de fundamentele preventie of algemene 5

12 bevordering van de leefkwaliteit (Deklerck, 2006:28). In kader van ons voorbeeld kan het gaan om een uitgewerkt jeugdbeleid dat op regelmatige tijdstippen activiteiten voor jongeren organiseert. Niveau 0 is de maatschappelijke context die inspeelt op het gehele gebeuren Gedeelde verantwoordelijkheid Zoals al eerder aan bod kwam, is veiligheidszorg een gedeelde verantwoordelijkheid geworden van verschillende partners. Zowel publieke als private partners worden gevraagd hun verantwoordelijkheden op te nemen. Het opbouwen van en vorm geven aan dergelijke samenwerkingsverbanden en partnerschappen is echter geen evidentie. Boutellier beschrijft de afstemming van verschillende partners als het functioneren van een voetbalteam. Van achter naar voor ziet de opstelling er als volgt uit. In het doel staat justitie: zij poogt wat anderen doorlieten tegen te houden en stuurt de verdediging. De verdediging bestaat uit instellingen die zich bezighouden met risico s (politie, stewards, particuliere beveiliging, bewaking, ). Op het middenveld staan instanties opgesteld die slechts een afgeleide functie hebben (onderwijs, welzijnswerk, bedrijfsleven, ). In de spits vinden we de burgers en de sociale verbanden die ze aangaan. De doelman coacht de verdediging, de verdediging ondersteunt het middenveld en het middenveld bedient de voorhoede. De scheidsrechter, of de overheid, bewaakt de spelregels. De coach maakt afspraken met de spelers over de te voeren tactiek. (Boutellier, 2005: 23). Vroeger vervulde de politie de regierol in het veiligheidsbeleid, maar binnen het discours van integrale veiligheid, is dit niet langer vanzelfsprekend. Het huidige kerntakendebat en de identiteitscrisis waar de politie zich momenteel in bevindt, zijn hiervoor indicatief (Ponsaers, 2006, Tepstra en Kouwenhoven, 2005). Meer en meer stemmen pleiten ervoor dat de regierol, bij het uitstippelen van een lokaal veiligheidsbeleid, door de burgemeester of het gemeentebestuur zou opgenomen worden 1 (Hebberecht, 2003:25; Devroe & Reynders, 2005; Pleysier, 2007). Terugkerend op de politie zien we dat, na de politiehervorming in 1998, de politiecapaciteit onder druk kwam te staan. De COP-filosofie (Community Oriented Policing) zorgde voor een uitbreiding van de politietaken. Naast openbare orde en preventie zou politie zich voortaan ook richten op samenlevingsproblemen. Daarnaast zagen we dat ook andere sectoren overbelast werden en taken doorgaven aan politie (gevangenissen, bijzondere jeugdzorg, ) Dit alles leidde tot de vraag wat zijn de kerntaken van politie?. Uit het doctoraal proefschrift van De Kimpe (2006) blijkt dat de korpschefs moeite hebben om te definiëren wat politietaken nu precies inhouden. De openbare ordehandhaving en de criminaliteitsbestrijding worden als de core business beschouwd. Administratieve werklast, sommige gerechtelijke taken en de uitbreiding van het takenpakket, ondermeer door Community Oriented Policing, worden als oneigen politietaken gezien (De Kimpe, 2006). De traditionele politiecultuur wordt nog steeds gevoed door een beeld van de politieman als crime-fighter en handhaver van law and order, 1 Het ligt niet in onze bedoeling deze regierol hier verder te bespreken, maar wie graag meer leest over dit thema, verwijzen we graag door naar o.a. Devroe & Reynders, 2005 en Pleysier,

13 terwijl andere taken, zoals informatieverstrekking, slachtofferhulp, e.a. een lager status krijgen (Van Ryckeghem, Hendrickx & Easton, 2001). Vanuit deze vaststelling zien we dat politie minder geneigd is om maatschappelijke problemen aan te pakken en zich liever focust op de core business. In Nederland is dit zelf duidelijk in de beleidslijnen uitgestippeld. De politie moet minder hulpverleningstaken op zich nemen en zich focussen op toezicht en opsporing. Ook wordt de politiecapaciteit bij evenementen beperkt en doet men in toenemende mate beroep op particuliere beveiligingsfuncties (MBZK, 2002). Ook in België evolueren we steeds sterker naar dit principe. De overheid heeft naar aanleiding van het capaciteitsvraagstuk, beslissingen genomen door onder andere het statuut van de veiligheidsbeambte te creëren. Gevangenentransport en openbare ordehandhaving in het gerechtsgebouw worden momenteel uitgevoerd door het recent opgerichte veiligheidskorps (Carlier, 2006). Daarnaast zien we ook nieuwe publiek-private samenwerkingsverbanden opduiken. Getuige hiervan is het nieuw opgestarte project in Beveren waar het politiekorps tijdelijk werd versterkt met enkele private bewakingsagenten om de overlast op doelgerichte plaatsen aan te pakken (Mares, 2006). Ook vroegere initiatieven zoals de private bewaking op het strand van Knokke en de uitbesteding van de parkeercontroles, door sommige steden, aan private ondernemingen, tonen aan dat de politie een deel van de publieke ruimte overgelaten heeft aan de private markt en zich in een fase van no return bevindt. Momenteel beschikken we in ons land over bewakingsagenten, wat de helft is van het personeelsbestand van de publieke politie (Ponsaers, Devroe & Meert, 2006; Vandenhove, 2006). In de bestaande veiligheidszorg heeft de private component een positie ingenomen, die de komende tijd niet meer zal verdwijnen. Zoals reeds vermeld, werd de veiligheidssector naast de uitbreiding met de private component, ook geconfronteerd met het ontstaan van een hele reeks nieuwe publieke nietpolitionele veiligheidsberoepen. Deze wildgroei zette de overheid aan tot het nemen van verschillende initiatieven ter creatie van meer uniformiteit binnen de publieke sector. Een eerste stap in deze richting werd genomen door het onderzoek Nieuwe functies in veiligheid uitgevoerd door de VUB en ULB in opdracht van de FOD Binnenlandse Zaken 2. Dit onderzoek mondde uit in een inventaris van allerlei nieuwe beroepen. In Vlaanderen alleen al gaat het om 211 verschillende veiligheidsfuncties. Meer dan 35% van deze groep heeft als primaire taak het uitoefenen van toezicht (Enhus, 2006); het gaat met name over basisfuncties zoals stadswachten, lijnhelpers, wijkmanagers, veiligheidsbeambten, schoolpreventiewerkers, parkwachters, stewards, Een tweede, belangrijke takencategorie bestaat uit het managen, coördineren en ondersteunen. Het overheidsbeleid om projecten te stimuleren via de preventiecontracten heeft dus vooral geleid tot een toename van het uitoefenen van toezicht en meer aandacht voor management en coördinatie door het creëren van beleidsondersteunende functies zoals strategische analisten, beleidsmedewerkers, stadswachtcoördinatoren (Enhus, 2006:34). Daarnaast zijn er nog een beperkt aantal functies met als hoofdtaak begeleiden, informeren en communiceren, of bemiddelen. Alles 2 Meer informatie over deze onderzoeken zijn terug te vinden in volgende onderzoeksrapporten: Verwee, I., Van Altert, K., Verhage, A., Hoste, J. & Enhus, E. (2005) De nieuwe functies inzake veiligheid. Brussel, VUB. en Van Praet, S., Tange, C. & Smeets, S. (2005) Nouvelles fonctions de sécurités. Brussel, ULB. 7

14 samengenomen concludeert Enhus (2006) dat onder deze nieuwe veiligheidsberoepen bijzonder veel functies zich bezighouden met toezicht, met coördinatie en met informeren en communiceren. Onderzoek bij stadswachten de grootste groep wees uit dat, alhoewel de creatie van deze nieuwe functie als een bijzonder waardevol tewerkstellingsproject voor laaggeschoolden één van de doelstellingen geëvalueerd werd, men minder positief is aangaande de bijdrage die stadswachten leveren aan het veiligheidsbeleid (Enhus, 2006). De vraag die zich stelt is, en in het licht van het bovenstaande niet geheel onterecht voor stadswachten en bij uitbreiding voor alle bovenvermelde veiligheidsfuncties, of er voldoende capaciteit en kennis aanwezig is om de verwachte taken naar behoren op te nemen. Ook vanuit de private sector staat men nogal sceptisch tegenover de organisatie van de publieke niet-politionele sector. De private sector is sterk geregeld, men is gebonden aan een erkenning, vergunning en controles terwijl de publieke sector deze procedures niet moet doorlopen (Carteret ea., 2002). Eén van de conclusies van het debat publiek-privaat op de studiedag het kerntakendebat op 16 maart 2006 luidde als volgt: vanuit de regering worden er steeds meer tewerkstellingsprojecten opgericht, terwijl deze taken evengoed door de private sector kunnen worden ingevuld. Wat heeft er de meeste toegevoegde waarde? Werken met private competente mensen of werken met 211 veiligheidsfuncties die minder competent zijn, maar wel twee doelstellingen van de regering vervullen, namelijk zorgen voor meer tewerkstelling en meer veiligheid (Verwee, 2006). Binnen de FOD Binnenlandse Zaken heeft men aandacht voor dit ongenoegen. De minister stelt dat wie gelijkaardige taken uitoefent, op gelijke wijze wettelijk moet omkaderd zijn en ook de opleidings- en screeningsvereisten van deze verschillende toezichthouders, zowel publiek als privaat, beter op elkaar moeten afgestemd worden (Dewael, 2005). De overheid ging reeds over tot het opstellen van een wet tot instelling van de functie van gemeenschapswacht. Deze wettelijke omkadering legt de taken en het beroepsprofiel van alle publieke veiligheidsberoepen met uitzondering van de politie vast. Daarnaast werd binnen de FOD Binnenlandse Zaken een onderzoeksopdracht uitgeschreven die de ontwikkeling van een geïntegreerde opleiding voor verschillende toezichthouders voor ogen had Doelstelling onderzoek Voorliggend onderzoek beoogt te voorzien in het ontwerp en uniformering van een opleiding voor alle personen die tewerkgesteld zijn in een veiligheids- en preventieberoep. Meer bepaald gaat het in eerste instantie om het inventariseren van de voorwaarden in brede zin waaraan voldaan moet worden om een veiligheids- en preventieberoep te kunnen uitoefenen. Vervolgens, en in het verlengde hiervan, dient in kaart te worden gebracht welke opleidingen worden gevolgd door personen die tewerkgesteld zijn in een veiligheids- en preventieberoep (stadswachten, parkwachters, opzichters, ), de hulpagenten en de bewakingsagenten. Deze wetenschap moet in een laatste fase leiden tot een ontwerp van gestandaardiseerde opleiding waarbij rekening wordt gehouden met de taken die in het kader van de preventie- en veiligheidsberoepen worden uitgevoerd, en het bepalen van de wijze 8

15 waarop een dergelijke opleiding geïntegreerd zou kunnen worden in het (secundair) onderwijs. 2. S T R U C T U U R V A N H E T R A P P O R T Dit onderzoeksrapport bevat 4 delen, namelijk: Deel 1: Methodologie. In eerste instantie wordt voorzien in een beschrijving van het onderzoeksplan en de verschillende fasen waarin dit onderzoek werd ingedeeld. In tweede instantie worden de onderzoeksmethodologie en de dataverzameling van dit onderzoek beschreven. Deel 2: Inventaris van de bestaande opleidingen. In dit deel wordt een opsomming gegeven van de veiligheidsfuncties die momenteel actief zijn in het werkveld en de opleidingen die aan deze functies worden aangeboden. Door de veelheid aan functies en de vele veranderingen in het werkveld is deze inventaris niet exhaustief. Deel 3: Studie van de criminologische en pedagogisch-didactische wenselijkheid en relevantie van een geïntegreerde opleiding, waarbij een descriptief overzicht wordt gegeven van de criminologische wenselijkheid van een veiligheidsopleiding en de didactische voorwaarden waar deze opleiding dient aan te voldoen. Deel 4: Ontwerp en realisatie van de opleiding, meerbepaald gaat het om een uitstippeling van de krijtlijnen voor een opleiding integrale veiligheid (niet-politioneel publiek en privaat), bestaande uit een voorstelling van twee onderwijsprogramma s en de situering ervan binnen het onderwijs. 3. V A L I D E R I N G V A N H E T R A P P O R T Het geheel van de analyses en de verschillende opties die in dit rapport zijn opgenomen, werden in ruime mate met de leden van het begeleidingscomité van dit onderzoek besproken. Verschillende bijeenkomsten van het begeleidingscomité, een beperkte stuurgroep met leden van de overheid en drie focusgroepen hebben gedurende het project plaatsgevonden. Op basis van deze vergaderingen werd het mogelijk om op een efficiëntie manier de verschillende fasen van het onderzoek af te ronden, keuzes te maken en, waar nodig, beslissingen te nemen. Daarom dank aan de mensen die tijdens deze bijeenkomsten aanwezig waren en constructief meewerkten aan dit onderzoek. Hun inbreng is onmiskenbaar van groot belang geweest voor de afronding van dit onderzoek. We kunnen stellen dat dit eindrapport ook deels hun rapport is. Voorliggend rapport bevat een weergave van de verschillende bestudeerde alternatieven, met hun sterktes en zwaktes. De fundamentele keuzes moeten echter nog door de opdrachtgever zelf worden genomen. Wij hopen dat dit onderzoeksrapport hiertoe een bijzonder bruikbaar instrument kan zijn en dat het iets kan teweegbrengen op beleidsmatig vlak of op een andere manier in het werkveld. 9

16 DEEL I: METHODOLOGIE 1. O N D E R Z O E K S P L A N Het onderzoek verliep over drie fasen en had volgende doelen voor ogen: (1) Inventarisatie van de bestaande opleidingen in de publieke en private sector vanuit de bestaande inventaris van veiligheidsfuncties werd een gedetailleerde inventaris van de voorwaarden, competenties, vaardigheden, en desgevallend de wettelijke omkadering opgesteld, waaraan moet worden voldaan om een veiligheids- en preventieberoep te kunnen uitoefenen; vanuit de bestaande inventaris van veiligheidsfuncties werd een overzicht opgesteld van de opleidingen die momenteel door deze veiligheidswerkers worden gevolgd of kunnen worden gevolgd en hun plaats binnen het bestaande aanbod van onderwijs, opleiding en vorming. (2) Studie van de criminologische en pedagogisch-didactische relevantie een toets van de wenselijkheid, voorwaarden en criteria volgens de criminologische literatuur met betrekking tot publieke en private veiligheid en veiligheidszorg, criminologische relevantie en wenselijkheid van een geïntegreerde veiligheidsopleiding; een toets van de realisatie- en vormvereisten aan de hand van pedagogisch-didactische criteria; de positionering, conform deze criteria, van een gestandaardiseerde opleiding binnen de bestaande structuur van onderwijs, opleiding en vorming. (3) Ontwerp en realisatie een ontwerp van gestandaardiseerde opleiding, samenstelling van curriculum en vakinhouden, met volgens de noden van de doelgroep aansluitende pedagogischdidactische werkvormen; een exploratie van de mogelijkheidsvoorwaarden voor een integratie in het reguliere (secundair) onderwijs of in de instellingen voor beroepshervorming, en de eventuele doorstroommogelijkheden van deze basisopleiding. Deze drie beschreven doelstellingen behelzen meteen ook de drie grote fazen van dit onderzoek. Deze drie fazen werden telkens goed afgebakend en binnen de voorziene termijn afgerond. Deze fasen vormen ook meteen de verdere indeling van dit rapport. Zowel in de beschrijving van de onderzoeksmethodologie als in de verdere beschrijving van de resultaten wordt deze indeling verder gehanteerd. 2. O N D E R Z O E K S M E T H O D O L O G I E In dit hoofdstuk wordt stilgestaan bij de gehanteerde methodologie die de dataverzameling mogelijk maakte. Het bevat een chronologische beschrijving van het verloop van het onderzoek, wat overeenkomt met de drie fasen van het onderzoek, met bijkomende aandacht voor een beschrijving van de methoden van onderzoek. 10

17 2.1. Opmaken inventaris bestaande opleidingen en noodzakelijk voorwaarden De eerste fase bestaat uit een studie van de bestaande opleidingen in veiligheid en de noodzakelijk voorwaarden waaraan iemand moet voldoen indien met in aanmerking wil komen om deze functie uit te oefenen. Gebruik makend van een kwalitatieve onderzoeksstrategie (Bijleveld, 2005), namelijk een uitgebreide documentenanalyse, een bronnenstudie en contactname met sleutelfiguren actief binnen bestaande veiligheidsfuncties en opleidingen, werd een inventaris opgemaakt van de opleidingen die momenteel gevolgd worden door mensen die een veiligheids- en preventieberoep uitoefenen, zowel binnen de private als publieke sector Selectie veiligheidsfuncties Het afbakenen van de inhoud van de inventaris, met andere woorden de selectie van veiligheidsfuncties die opgenomen werden, is gebeurd op basis van 2 criteria, namelijk het vereiste opleidingsniveau en een indeling tussen publieke en private veiligheidsberoepen. Binnen de onderzoeksopdracht werd ons opgedragen enkel aandacht te schenken aan functies met een opleidingsniveau Functies die een hoger diploma vergen, zoals leidinggevende functies binnen bewakingsfirma s, preventieambtenaren, straathoekwerkers, enz. werden buiten beschouwen gelaten. De private sector is vrij goed gereglementeerd. De wet tot regeling van de private en bijzondere veiligheid 4 en de voetbalwet 5 leggen de bewakingsagenten, veiligheidsagenten van de openbare vervoersmaatschappijen, voetbalstewards enz., een verplichte opleiding op. De toelatingsvoorwaarden, het curriculum en het aantal verplicht te volgen lesuren is bij wet bepaald. De publieke sector, met uitzondering van de politie en de stadswachten 6, beschikt echter niet over dergelijk wetgevend kader, waardoor het niet evident was om in eerste instantie, zicht krijgen op welke functies er bestaan en in tweede instantie, de opleidingen die men binnen deze sector dient te volgen. Dankzij het onderzoeksrapport Nouvelles fonctions van de ULB (Van Praet e.a., 2005), werd duidelijk welke functionarissen binnen de verschillende gemeenten werkzaam zijn. 3 Met niveau 3 en 4 wordt geduid op een diploma hoger secundair en lager secundair onderwijs. Niveau 2 omvat een opleiding uit het hoger onderwijs, terwijl niveau 1 om een universitair diploma gaat. 4 Wet van 10 april 1990 van tot regeling van de private en bijzondere veiligheid, B.S. 29 mei Wet van 21 december 1998 betreffende de veiligheid bij voetbalwedstrijden, B.S. 3 december Het KB van 19 maart 2003 tot wijziging van het KB van 19 december 2001 tot bevordering van de tewerkstelling van langdurig werkzoekenden, ter ondersteuning van extra-aanwerving door de gemeenten van het lokaal veiligheidsbeleid, B.S., 4 april 2003, legt de taken, bevoegdheden en de indienstneming van de stadswachten vast. 11

18 In het onderzoeksrapport Van Praet e.a. (2005) deelde men de veiligheidsberoepen in in 12 categorieën of types van functies: 1. hersteller 2. stadswacht 3. bewaker 4. politieagent 5. opzichter 6. steward (stedelijke context) 7. bemiddelaar 8. buurtwerker 9. adviesgever 10. opvoeder 11. begeleider 12. slachtofferhulp We kunnen ons afvragen of deze functies allemaal evenzeer op veiligheid gefocust zijn. Uit het onderzoek nieuwe functies in veiligheid (Enhus, 2006) blijkt dat 35% van de nieuwe veiligheidsfuncties als primaire taak het uitoefenen van toezicht heeft. Slechts 15% van de beroepen heeft als taak het begeleiden, waarbij deze functies zich vooral richten op kwetsbare groepen en het herstellen van het verloren contact met de samenleving centraal staat. Vanuit ons onderzoeksopzet zullen we vooral aandacht schenken aan de functies die als hoofdtaak het houden van toezicht hebben en dit zowel op materiaal als op het gedrag van mensen. Het gaat dus om de categorieën: stadswacht, bewaker, politieagent, opzichter en steward. We baseren deze keuze op volgende drie redenen: - De focus van dit onderzoek ligt bij veiligheidsberoepen en minder bij welzijnsberoepen. Sommige begeleidende functies die men in het rapport ook onder veiligheidsfuncties catalogeert leunen sterker aan bij welzijn, dan bij veiligheid. Wanneer we de functies op een as veiligheid welzijn plaatsen krijgen we het volgende beeld: Veiligheid < > Welzijn Hersteller Bemiddelaar Stadswacht Buurtwerker Bewaker Adviesgever Politieagent Opvoeder Opzichter Begeleider Steward Slachtofferhulp 12

19 De eerder op welzijn georiënteerde beroepen zullen we dus niet opnemen in deze inventaris. Ook de herstellers zullen we niet opnemen in onze inventaris, omdat deze functies zo goed als altijd worden uitgevoerd door de technische ambtenaren van de gemeenten. - Dit onderzoek is toegespitst op het opleidingsniveau 3 4. De meeste begeleidende functies vereisen een hoger diploma (niveau 1 2), waardoor we deze beroepen moeilijk kunnen opnemen in een algemene opleiding bedoeld voor een lager niveau. - De beoogde functies oefenen ongeveer dezelfde taken uit als de bewakingsagenten namelijk het toezicht houden met daarbij de nadruk op een preventieve, sociaalcommunicatieve, informerende en kalmerende opdracht. Met het oog op de integratie van zowel private als publieke niet-politionele veiligheidsberoepen, is het beter ons op deze groep te concentreren. De opleidingen die worden aangeboden aan deze nieuwe beroepen werkzaam in de steden en gemeenten zijn heel lokaal gebonden en bijgevolg verschillend van gemeente tot gemeente Dataverzameling opleiding geselecteerde veiligheidsfuncties Om de inventaris verder te kunnen aanvullen en een beter zicht te krijgen op de opleidingen die aangeboden worden aan de veiligheidsberoepen actief binnen de steden/gemeenten, hebben we gebruik gemaakt van (semi)-gestructureerde telefonische interviews. (Cambré & Waege, 2001). De keuze van de respondenten in de steden en gemeenten gebeurde op basis van een theoretische steekproef, meerbepaald een weloverwogen doelgerichte steekproef (Billiet, 2001). We zijn op zoek gegaan naar een representatieve steekproef waarbij sleutelfiguren met een grote expertise werden geselecteerd, dit om een zo breed mogelijke kijk te krijgen op het bestaande opleidingsaanbod. De selectie van de steden gebeurde op basis van volgende criteria: - Geografische spreiding Het was de bedoeling om steden te bevragen uit alle regio s, dus Vlaanderen, Wallonië en het Brussel Hoofdstedelijk Gewest. - Grootte van de stad en/of centrumfunctie van de stad Er werd geopteerd om enkel de grootste steden van het land te bevragen (steden met het grootste aantal inwoners) omdat we er van uitgaan dat deze steden over een groter aantal veiligheidsfuncties zullen beschikken en eventueel ook in een opleiding zullen voorzien. Daarnaast hadden we ook aandacht voor steden die een centrumfunctie uitoefenen. Het begrip 'centrumstad' is geen aanduiding voor de steden met de meeste inwoners. Een centrumstad, oefent een centrale functie uit voor zijn omgeving, onder andere op het vlak van 13

20 werkgelegenheid, verzorging, onderwijs, cultuur en ontspanning. (Studiedienst van de Vlaamse Regering, kenniscentrum Statistiek, 2004) - Strategische veiligheids en preventieplannen De geselecteerde steden beschikken over een strategisch veiligheids- en preventieplan (vroegere veiligheids- en preventiecontract), en de daarmee gepaard gaande aanwezigheid van een preventiebeleid en preventiedienst. Voor het onderzoek was het belangrijk dat de uitgekozen steden over een strategisch veiligheids- en preventieplan beschikken, omdat dit het kader is waarin heel wat veiligheidsfuncties tewerkgesteld worden. De vragenlijst werd opgestuurd naar de preventieambtenaren van 12 Vlaamse steden. Het gaat om de centrumsteden, zoals de Vlaamse Overheid ze heeft aangeduid in het kader van haar stedenbeleid, die over een beschikken strategisch veiligheids- en preventieplan (Studiedienst van de Vlaamse Regering, kenniscentrum Statistiek, 2004). De selectie in het Waalse landsgedeelte was gebaseerd op de grootte van de stad en de aanwezigheid van een preventiecontract, waardoor we aan een selectie van 10 steden komen. Wat het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreft, hebben we onze keuze gebaseerd op de probleemaanwezigheid. Binnen het opbouwwerk Brussel concentreert men zich voor de aanpak van de leefbaarheidsproblematiek op 7 Brusselse wijken, geselecteerd op basis van de achterstellingsindex van Kesteloot (Kesteloot, 1998). De 7 opbouwwerkgebieden bevinden zich in Brussel (3), Anderlecht (2), Schaarbeek en St-Jans Molenbeek. (Samenlevingsopbouw Brussel, 2006). Bijgevolg werden deze 4 steden/gemeenten ook in onze steekproef opgenomen. Volgende steden werden bij het project betrokken: Aalst, Antwerpen, Brugge, Genk, Gent, Hasselt, Kortrijk, Leuven, Mechelen, Oostende, Sint-Niklaas, Turnhout, Luik, Charleroi, Bergen, Namen, La Louviere, Nijvel, Doornik, Dinant, Seraing, Verviers, Brussel, Anderlecht, Schaarbeek en Sint-Jans Molenbeek. Verloop van het veldwerk Er werd een vragenlijst ontworpen (zie bijlage) die samen met een begeleidende brief per post aan de betrokkenen werden bezorgd. Deze vragenlijst beoogde bepaalde topics vast te leggen. Er werd gefocust op informatie over de toelatingsvoorwaarden om aan een functie te beginnen en de opleiding die aangeboden wordt, zowel wat de theoretische als praktische kennis verbonden aan de functie betreft. Deze vragenlijst diende ter voorbereiding van het uiteindelijke telefonische interview. Tijdens dit gesprek was er voldoende ruimte om aan de hand van de vragenlijst dieper op aangeboden of ontbrekende informatie in te gaan. In eerste instantie werd de vragenlijst, met begeleidende brief, aan de preventieambtenaren overgemaakt per post. Na 14 dagen namen we telefonisch contact op met de betrokken personen. Hierbij werd gevraagd of men tijd had de vragenlijst te overlopen. Indien dit niet het geval was, werd ofwel een afspraak gemaakt om tot een nieuw telefonisch contact over te 14

Een opleiding voor veiligheid

Een opleiding voor veiligheid Algemene directie veiligheids- en preventiebeleid (FOD Binnenlandse Zaken) Beleid integrale veiligheid Wetenschappelijk onderzoeksprogramma politie en veiligheid Een opleiding voor veiligheid Integratie

Nadere informatie

Stadsmonitor 2014 Een samenwerking tussen het Agentschap Binnenlands Bestuur en de Studiedienst van de Vlaamse Regering

Stadsmonitor 2014 Een samenwerking tussen het Agentschap Binnenlands Bestuur en de Studiedienst van de Vlaamse Regering Stadsmonitor 2014 Een samenwerking tussen het Agentschap Binnenlands Bestuur en de Studiedienst van de Vlaamse Regering Situering Opdracht: minister, bevoegd voor het Stedenbeleid De stadsmonitor is een

Nadere informatie

Lokaal Integraal Veiligheidsbeleid:

Lokaal Integraal Veiligheidsbeleid: Lokaal Integraal Veiligheidsbeleid: Onderzoek naar een geïntegreerde aanpak i.o.v. FOD Binnenlandse Zaken Onderzoeker: Tom Bauwens Promotor: prof. dr. Els Enhus Copromotoren: prof. dr. Paul Ponsaers &

Nadere informatie

Het is niet de wind die bepaalt in welke richting je vaart, maar wel de wijze waarop jij je zeilen zet!

Het is niet de wind die bepaalt in welke richting je vaart, maar wel de wijze waarop jij je zeilen zet! Het is niet de wind die bepaalt in welke richting je vaart, maar wel de wijze waarop jij je zeilen zet! 2 juni 2007 Politieke Academie Raadledendagen Workshop: Hoe kan ik als (politie)raadslid wegen op

Nadere informatie

FUNCTIEFAMILIE 5.3 Projectmanagement

FUNCTIEFAMILIE 5.3 Projectmanagement Doel van de functiefamilie Leiden van projecten en/of deelprojecten de realisatie van de afgesproken projectdoelstellingen te garanderen. Context: In lijn met de overgekomen normen in termen van tijd,

Nadere informatie

Herstellend handelen in onderwijs. Programma. Programma

Herstellend handelen in onderwijs. Programma. Programma Herstellend handelen in onderwijs Dag van de opvoeder Kortrijk Februari 2012 Lieve Windels / Stijn Deprez Programma Situering Ligand (vzw Oranjehuis) Centrum voor herstel / preventie (om uitsluiting te

Nadere informatie

Samenwerkingsverbanden van het Openbaar Ministerie

Samenwerkingsverbanden van het Openbaar Ministerie Samenwerkingsverbanden van het Openbaar Ministerie Patrick Vandenbruwaene Advocaat-generaal Hof van Beroep Antwerpen Studiedag 10 juni 2010 Waarom : Beeldvorming gerechtelijke arrondissementen Bevolkingscijfers

Nadere informatie

Verantwoordelijke uitgever : Philippe Pivin, Belgische Onafhankelijkheidslaan 72-1081 Koekelberg

Verantwoordelijke uitgever : Philippe Pivin, Belgische Onafhankelijkheidslaan 72-1081 Koekelberg Verantwoordelijke uitgever : Philippe Pivin, Belgische Onafhankelijkheidslaan 72-1081 Koekelberg 2011 40 Gemeenschapswachten 2001 4 Stewards 2 Beste Koekelbergenaren, Veiligheid is een essentieel recht

Nadere informatie

Evaluatie vormingen welzijn op het werk

Evaluatie vormingen welzijn op het werk Evaluatie vormingen welzijn op het werk Context evaluatie Opdracht gever: FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg Directie humanisering van de arbeid Uitvoering: Engender vzw www.engender.eu Bronnen

Nadere informatie

Vlaams Parlement - Vragen en Antwoorden - Nr.8 - Mei 2008-179-

Vlaams Parlement - Vragen en Antwoorden - Nr.8 - Mei 2008-179- Vlaams Parlement - Vragen en Antwoorden - Nr.8 - Mei 2008-179- VLAAMS PARLEMENT SCHRIFTELIJKE VRAGEN FRANK VANDENBROUCKE VICEMINISTER-PRESIDENT VAN DE VLAAMSE REGERING, VLAAMS MINISTER VAN WERK, ONDERWIJS

Nadere informatie

5 maart 2009. Criminaliteit in ziekenhuizen

5 maart 2009. Criminaliteit in ziekenhuizen 5 maart 2009 Criminaliteit in ziekenhuizen Inhoud Voorstelling van de studie 1. Context en doelstellingen 2. Methodologie 2.1. bevragingstechniek 2.2. beschrijving van de doelgroep 2.3. steekproef 2.4.

Nadere informatie

POLITIELEIDERSCHAP: EEN VAK(ONTWIKKELING) APART?

POLITIELEIDERSCHAP: EEN VAK(ONTWIKKELING) APART? POLITIELEIDERSCHAP: EEN VAK(ONTWIKKELING) APART? Lieselot Bisschop, Hogeschool Gent Jeroen Maesschalck, K.U.Leuven CPS-studiedag - 20 april 2010 "Moet de nieuwe politielei(j)der niet opstaan? Informatie

Nadere informatie

De jaarlijkse statistieken van de hoven en de rechtbanken

De jaarlijkse statistieken van de hoven en de rechtbanken Wegwijs in justitie In de hoofdrol bij justitie De instellingen Meer informatie Justitie in de praktijk De jaarlijkse statistieken van de hoven en de rechtbanken [ Gegevens 2003 ] Notariaat Met dank aan

Nadere informatie

Kunnen vrijwilligers bij de politie aan de slag?

Kunnen vrijwilligers bij de politie aan de slag? Kunnen vrijwilligers bij de politie aan de slag? ANALYSE WERKGROEP VASTE COMMISSIE VAN DE LOKALE POLITIE Overzicht uiteenzetting Mogelijkheden inzet vrijwilligers politie België Politie in bijberoep Conclusie

Nadere informatie

Veiligheid en leefbaarheid in Mechelen. Woensdag 19 november Congrescentrum Lamot

Veiligheid en leefbaarheid in Mechelen. Woensdag 19 november Congrescentrum Lamot Veiligheid en leefbaarheid in Mechelen Woensdag 19 november Congrescentrum Lamot Trendbreuk 1990-2000: Mechelen, zieke stad 2000-2010: Mechelen, stad in volle vaart Mechelen, zieke stad Diagnose: zieke

Nadere informatie

MINISTER-PRESIDENT VAN DE VLAAMSE REGERING VLAAMS MINISTER VAN BESTUURSZAKEN, BUITENLANDS BELEID, MEDIA EN TOERISME

MINISTER-PRESIDENT VAN DE VLAAMSE REGERING VLAAMS MINISTER VAN BESTUURSZAKEN, BUITENLANDS BELEID, MEDIA EN TOERISME MINISTER-PRESIDENT VAN DE VLAAMSE REGERING VLAAMS MINISTER VAN BESTUURSZAKEN, BUITENLANDS BELEID, MEDIA EN TOERISME VLAAMS MINISTER VAN FINANCIEN EN BEGROTING EN RUIMTELIJKE ORDENING NOTA AAN DE VLAAMSE

Nadere informatie

Organisatie van de hulp- en dienstverlening aan gedetineerden

Organisatie van de hulp- en dienstverlening aan gedetineerden Organisatie van de hulp- en dienstverlening aan gedetineerden De organisatie van de hulp- en dienstverlening aan gedetineerden wordt vandaag geregeld met het decreet van 8 maart 2013 betreffende de organisatie

Nadere informatie

BIJLAGE. Motivering van het voorliggende convenant

BIJLAGE. Motivering van het voorliggende convenant BIJLAGE CONVENANT VRIJWILLIGERSWERK IN UITVOERING VAN HET PROTOCOL BETREFFENDE DE SAMENWERKING TUSSEN DE MINISTER VAN WELZIJN, VOLKSGEZONDHEID EN GEZIN EN DE PROVINCIES TIJDENS DEZE LEGISLATUUR Motivering

Nadere informatie

Functiebeschrijving: Directeur audit

Functiebeschrijving: Directeur audit Functiebeschrijving: Directeur audit Functiefamilie Controle en audit functies Voor akkoord Naam leidinggevende Datum + handtekening Naam functiehouder Datum + Handtekening 1. Context van de functie 1.1.

Nadere informatie

VLAAMSE GEMEENSCHAPSCOMMISSIE DE RAAD

VLAAMSE GEMEENSCHAPSCOMMISSIE DE RAAD STUK 459 (2011-2012) Nr. 1 VLAAMSE GEMEENSCHAPSCOMMISSIE DE RAAD ZIT TING 2011-2012 17 NOVEMBER 2011 VOORSTEL VAN RESOLUTIE van mevrouw Elke ROEX betreffende het waarborgen van het recht op kinderopvang

Nadere informatie

KWALIFICATIEPROFIEL VOOR INSTRUCTEUR

KWALIFICATIEPROFIEL VOOR INSTRUCTEUR KWALIFICATIEPROFIEL VOOR INSTRUCTEUR werkzaam bij de brandweer Status Dit kwalificatieprofiel is op 16 juli 2009 te Arnhem vastgesteld door de Deelprojectgroep Kwaliteitsinstrumenten van het Project Kwaliteit

Nadere informatie

Leefkwaliteit in steden

Leefkwaliteit in steden Sandrine Bouhy en Christophe Rossini Enquête Leefkwaliteit in steden Vlaanderen boven In welke steden is het goed wonen en waarom? Niemand kan die vraag beter beantwoorden dan de inwoners zelf. Wij lieten

Nadere informatie

Overlast en GAS: een geslaagd huwelijk?

Overlast en GAS: een geslaagd huwelijk? Overlast en GAS: een geslaagd huwelijk? Studiedag CPS Beheren van de publieke ruimte 19 november, Mechelen Koen Van Heddeghem Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) Historiek GAS VVSG onderzoek

Nadere informatie

KONINKLIJK BESLUIT VAN 24 APRIL 2014 TOT VASTSTELLING VAN DE MINIMALE INHOUD

KONINKLIJK BESLUIT VAN 24 APRIL 2014 TOT VASTSTELLING VAN DE MINIMALE INHOUD KONINKLIJK BESLUIT VAN 24 APRIL 2014 TOT VASTSTELLING VAN DE MINIMALE INHOUD EN DE STRUCTUUR VAN HET MEERJARENBELEIDSPLAN VAN DE HULPVERLENINGSZONES. (B.S. 12.09.2014) Gelet op de wet van 15 mei 2007 betreffende

Nadere informatie

DE VICE-EERSTE MINISTER, MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN GELIJKE KANSEN. Persbericht

DE VICE-EERSTE MINISTER, MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN GELIJKE KANSEN. Persbericht DE VICE-EERSTE MINISTER, MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN GELIJKE KANSEN Brussel, 22 november 2013 Persbericht Meer ethiek en meer controle in de sector van de privé-veiligheid en een omkaderde uitbreiding

Nadere informatie

De organisatie van vorming, opleiding en arbeidstoeleiding als voorbereiding sociale re-integratie in Vlaamse gevangenissen

De organisatie van vorming, opleiding en arbeidstoeleiding als voorbereiding sociale re-integratie in Vlaamse gevangenissen De organisatie van vorming, opleiding en arbeidstoeleiding als voorbereiding sociale re-integratie in Vlaamse gevangenissen Promotor: Prof.dr. S.Snacken Onderzoekers: Hanne Tournel en Anne De Ron 1 Vanuit

Nadere informatie

BUURTINFORMATIENETWERKEN ZELFSTANDIGE ONDERNEMERS

BUURTINFORMATIENETWERKEN ZELFSTANDIGE ONDERNEMERS COD24_BROCH BlauwOK2deV_NL 26-09-2005 14:33 Page 1 BUURTINFORMATIENETWERKEN ZELFSTANDIGE ONDERNEMERS OPSTART - PROCEDURE Preventie ter bevordering van veiligheidsgevoel en sociale betrokkenheid Stap mee

Nadere informatie

Algemeen verslag denkdag 15 juni 2015 de Kriekelaar Schaarbeek

Algemeen verslag denkdag 15 juni 2015 de Kriekelaar Schaarbeek Algemeen verslag denkdag 15 juni 2015 de Kriekelaar Schaarbeek 1 Inleiding 2 Op 15 juni 2015 verzamelden de leden van de advieswerkgroep Sociaal-Cultureel Werk en vertegenwoordigers van regionale koepelverenigingen

Nadere informatie

Antwerpen School aan de beurt

Antwerpen School aan de beurt www.besafe.be Antwerpen School aan de beurt Antwerpen - School aan de beurt 1 Antwerpen School aan de beurt FOD Binnenlandse Zaken Algemene Directie Veiligheid en Preventie Directie Lokale Integrale Veiligheid

Nadere informatie

Inleiding. Johan Van der Heyden

Inleiding. Johan Van der Heyden Inleiding Johan Van der Heyden Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid Operationele Directie Volksgezondheid en surveillance J. Wytsmanstraat, 14 B - 1050 Brussel 02 / 642 57 26 E-mail : johan.vanderheyden@iph.fgov.be

Nadere informatie

Uitgangspunt van deze omzendbrief is het subsidiëren van projecten van bepaalde duur.

Uitgangspunt van deze omzendbrief is het subsidiëren van projecten van bepaalde duur. Omzendbrief voor de subsidiëring van projecten in het kader van Samenlevingsinitiatieven 1. Wat zijn de Samenlevingsinitiatieven? De erkenning en subsidiëring van Samenlevingsinitiatieven gebeurt op basis

Nadere informatie

Van toeschouwer tot medespeler

Van toeschouwer tot medespeler Van toeschouwer tot medespeler Onderzoeksgroep Sociale Veiligheidsanalyse Paul Ponsaers UGent Deel I : Overlast Steekproeven Sleutelfiguren Bevolking Druggebruikers (1) Stad Antwerpen (1) Coninckplein

Nadere informatie

ERKENNINGSDOSSIER. Basisbegrippen technopreventie

ERKENNINGSDOSSIER. Basisbegrippen technopreventie Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken Algemene Directie Veiligheid en Preventie Directie Lokale Integrale Veiligheid Belast met het dossier: Cathy GRIMMEAU, Leen CORTEBEECK FR: 02.557.35.58, cathy.grimmeau@ibz.fgov.be

Nadere informatie

Samenwerken over sectoren heen

Samenwerken over sectoren heen Samenwerken over sectoren heen Inhoud In deze workshop wordt de betekenis en de meerwaarde van samenwerken tussen verschillende organisaties uitgewerkt. We schetsen hoe zo n samenwerking kan evolueren,

Nadere informatie

Brussel, 21 januari 2004 210104_Advies_deontologische_code. Advies. deontologische code voor loopbaandienstverlening

Brussel, 21 januari 2004 210104_Advies_deontologische_code. Advies. deontologische code voor loopbaandienstverlening Brussel, 21 januari 2004 210104_Advies_deontologische_code Advies deontologische code voor loopbaandienstverlening Inhoud Op 2 december 2003 vroeg de Vlaamse Minister van Werkgelegenheid en Toerisme R.

Nadere informatie

Inhuur in de Kempen. Eersel, Oirschot en Reusel-De Mierden. Onderzoeksaanpak

Inhuur in de Kempen. Eersel, Oirschot en Reusel-De Mierden. Onderzoeksaanpak Inhuur in de Kempen Eersel, Oirschot en Reusel-De Mierden Onderzoeksaanpak Rekenkamercommissie Kempengemeenten 21 april 2014 1. Achtergrond en aanleiding In gemeentelijke organisaties met een omvang als

Nadere informatie

Hoe kan u strategie implementeren en tot leven brengen in uw organisatie?

Hoe kan u strategie implementeren en tot leven brengen in uw organisatie? Hoe kan u strategie implementeren en tot leven brengen in uw organisatie? De externe omgeving wordt voor meer en meer organisaties een onzekere factor. Het is een complexe oefening voor directieteams om

Nadere informatie

Projectoproep Kankerplan Actie 24 : Wetenschappelijke analyse in de onco-geriatrie

Projectoproep Kankerplan Actie 24 : Wetenschappelijke analyse in de onco-geriatrie B Projectoproep Kankerplan Actie 24 : Wetenschappelijke analyse in de onco-geriatrie Inleiding Deze projectoproep kadert binnen de verderzetting van Actie 24 van het Kankerplan: Steun aan pilootprojecten

Nadere informatie

5 Samenvatting en conclusies

5 Samenvatting en conclusies 5 Samenvatting en conclusies In 2008 werden in Nederland bijna 5,2 miljoen mensen het slachtoffer van criminaliteit (cbs 2008). De meeste van deze slachtoffers kregen te maken met diefstal of vernieling,

Nadere informatie

1. Op welke manier wordt deze samenwerking tussen steden/gemeenten, de VDAB en de bouwsector concreet ingevuld?

1. Op welke manier wordt deze samenwerking tussen steden/gemeenten, de VDAB en de bouwsector concreet ingevuld? SCHRIFTELIJKE VRAAG nr. 420 van JAN HOFKENS datum: 6 maart 2015 aan PHILIPPE MUYTERS VLAAMS MINISTER VAN WERK, ECONOMIE, INNOVATIE EN SPORT VDAB - Samenwerkingsverband BouwKan met bouwsector De bestaande

Nadere informatie

De doelstellingen van directie en personeel worden expliciet omschreven in een beleidsplan en worden jaarlijks beoordeeld door de directie.

De doelstellingen van directie en personeel worden expliciet omschreven in een beleidsplan en worden jaarlijks beoordeeld door de directie. FUNCTIE: Directeur POC AFKORTING: DIR AFDELING: Management 1. DOELSTELLINGEN INSTELLING De doelstellingen staan omschreven in het beleidsplan POC. Vermits de directie de eindverantwoordelijkheid heeft

Nadere informatie

STRATEGISCH VEILIGHEIDS- EN PREVENTIEPLAN 2007-2010 VAN DE STAD NIEUWPOORT

STRATEGISCH VEILIGHEIDS- EN PREVENTIEPLAN 2007-2010 VAN DE STAD NIEUWPOORT STRATEGISCH VEILIGHEIDS- EN PREVENTIEPLAN 2007-2010 VAN DE STAD NIEUWPOORT Tussen enerzijds : de Staat vertegenwoordigd door de Minister van Binnenlandse Zaken, gevestigd in de Wetstraat 2 te 1000 Brussel,

Nadere informatie

Decreet betreffende het algemeen welzijnswerk

Decreet betreffende het algemeen welzijnswerk Decreet betreffende het algemeen welzijnswerk 08/05/2009 HOOFDSTUK I. Algemene bepalingen Art. 1. Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid. Art. 2. In dit decreet wordt verstaan onder : 1 algemeen

Nadere informatie

Naar een optimale relatie tussen mens en werk

Naar een optimale relatie tussen mens en werk Naar een optimale relatie tussen mens en werk Wij optimaliseren de mens-werkrelatie In een veranderende omgeving kan uw bedrijf of organisatie niet achterblijven. Meer dan ooit wordt u uitgedaagd om de

Nadere informatie

Projectoproep 2015 Federaal Grootstedenbeleid "Familie in armoede in de stad" *** Reglement

Projectoproep 2015 Federaal Grootstedenbeleid Familie in armoede in de stad *** Reglement Projectoproep 2015 Federaal Grootstedenbeleid "Familie in armoede in de stad" *** Reglement Hoofdstuk 1: Doel van het reglement Artikel 1 Dit reglement bepaalt de doelstelling, de deelnemingsvoorwaarden,

Nadere informatie

DBK: Het Gents Model Concept & implementatie Organisatie vanuit Justitie en vanuit Hulpverlening

DBK: Het Gents Model Concept & implementatie Organisatie vanuit Justitie en vanuit Hulpverlening DBK: Het Gents Model Concept & implementatie Organisatie vanuit Justitie en vanuit Hulpverlening 1 INHOUD PRESENTATIE I. Belgisch drugbeleid II. O.M. en problematisch druggebruik III.De rechtbank en problematisch

Nadere informatie

PROJECTPLAN REGISTRATIESYSTEEM PRIVATE VOORZIENINGEN BIJZONDERE JEUGDZORG

PROJECTPLAN REGISTRATIESYSTEEM PRIVATE VOORZIENINGEN BIJZONDERE JEUGDZORG PROJECTPLAN REGISTRATIESYSTEEM PRIVATE VOORZIENINGEN BIJZONDERE JEUGDZORG Stefaan VIAENE Johan PEETERS 30 maart 2007 1 A. CONTEXT VAN HET PROJECT - Doelstelling 32 van het Globaal Plan bepaalt: We geven

Nadere informatie

DECREET. betreffende het algemeen welzijnswerk

DECREET. betreffende het algemeen welzijnswerk VLAAMS PARLEMENT DECREET betreffende het algemeen welzijnswerk HOOFDSTUK I Algemene bepalingen Artikel 1 Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid. Artikel 2 In dit decreet wordt verstaan onder

Nadere informatie

Het Dream-project wordt sinds 2002 op ad-hoc basis gesubsidieerd.

Het Dream-project wordt sinds 2002 op ad-hoc basis gesubsidieerd. Naam evaluatie Volledige naam Aanleiding evaluatie DREAM-project Evaluatie DREAM-project De Vlaamse overheid ondersteunt een aantal initiatieven ter bevordering van het ondernemerschap en de ondernemerszin.

Nadere informatie

www.besafe.be De identificatiekaart voor bewakingsagenten

www.besafe.be De identificatiekaart voor bewakingsagenten www.besafe.be De identificatiekaart voor bewakingsagenten Identificatiekaart bewakingsagent Elke bewakingsagent draagt verplicht een identificatiekaart bij zich, die niet verward mag worden met de nationale

Nadere informatie

praktijkseminarie de operationele aanpak valorisatieproblematiek

praktijkseminarie de operationele aanpak valorisatieproblematiek praktijkseminarie de operationele aanpak valorisatieproblematiek SBO maatschappelijke finaliteit Prof. Dr. Ann Jorissen (UA) IWT, 11 januari 2010 1 Effective Governance of Private Enterprises: the influence

Nadere informatie

VLAAMS PARLEMENT VOORSTEL VAN RESOLUTIE. van mevrouw Ria Van Den Heuvel en de heren Jan Roegiers, Carlo Daelman en Koen Helsen

VLAAMS PARLEMENT VOORSTEL VAN RESOLUTIE. van mevrouw Ria Van Den Heuvel en de heren Jan Roegiers, Carlo Daelman en Koen Helsen Stuk 2223 (2003-2004) Nr. 1 VLAAMS PARLEMENT Zitting 2003-2004 5 maart 2004 VOORSTEL VAN RESOLUTIE van mevrouw Ria Van Den Heuvel en de heren Jan Roegiers, Carlo Daelman en Koen Helsen betreffende een

Nadere informatie

FUNCTIEFAMILIE 1.3 Technisch specialist

FUNCTIEFAMILIE 1.3 Technisch specialist FUNCTIEFAMILIE 1.3 Technisch specialist Doel van de functiefamilie Vanuit de eigen technische specialisatie voorbereiden en opmaken van plannen, ontwerpen of studies en de uitvoering ervan opvolgen specialistische

Nadere informatie

www.besafe.be Bergen Project Welzijn op school

www.besafe.be Bergen Project Welzijn op school www.besafe.be Bergen Project Welzijn op school Bergen Project Welzijn op school FOD Binnenlandse Zaken Algemene Directie Veiligheid en Preventie Directie Lokale Integrale Veiligheid 2014 Bergen Project

Nadere informatie

HET FENOMEEN TERRORISME

HET FENOMEEN TERRORISME TERRORISME Sinds de 11 september 2001, is het fenomeen terrorisme nog steeds brandend actueel en geniet steeds van een permanente aandacht vanwege de overheden. Hij werd trouwens als prioriteit in het

Nadere informatie

SAMENVATTING EN CONCLUSIES

SAMENVATTING EN CONCLUSIES SAMENVATTING EN CONCLUSIES Aanleiding en vraagstelling De aanleiding van dit onderzoek is de doelstelling van het ministerie van Veiligheid en Justitie om het aantal vrijwilligers bij de Nationale Politie

Nadere informatie

Arbeid biedt een maatschappelijke meerwaarde ten opzichte van inactiviteit. 3

Arbeid biedt een maatschappelijke meerwaarde ten opzichte van inactiviteit. 3 17 SOCIALE ECONOMIE 18 Sociale economie Iedereen heeft recht op een job, ook de mensen die steeds weer door de mazen van het net vallen. De groep werkzoekenden die vaak om persoonlijke en/of maatschappelijke

Nadere informatie

CIJFERS EN INFORMATIE

CIJFERS EN INFORMATIE BVBO vzw Beroepsvereniging van Bewakingsondernemingen Jan Bogemansstraat 249 B - 178 Wemmel T (+32) 2 462 7 73 F (+32) 2 46 14 31 secretariat@i-b-s.be www.apeg-bvbo.be 2 VOORWOORD De Beroepsvereniging

Nadere informatie

«Multiple communities en hun politiële aanpak»

«Multiple communities en hun politiële aanpak» CPS STUDIEDAG Beveren, woensdag 26 mei 2010 «Multiple communities en hun politiële aanpak» Korte reflectie vanuit de politiepraktijk Jan BUYS, FGP - DJF 1. Community policing Externe oriëntering (politie

Nadere informatie

Bestuurlijke aanpak van georganiseerde criminaliteit

Bestuurlijke aanpak van georganiseerde criminaliteit Bestuurlijke aanpak van georganiseerde criminaliteit Informatie over het Regionaal Informatie en Expertise Centrum (RIEC) -1- Bestuurlijke aanpak van georganiseerde criminaliteit 3 Bestuurlijke aanpak

Nadere informatie

Onderzoek naar een toekomstgerichte online beleidstool in het kader van het KB Externe Diensten uitgewerkt voor de kapperssector.

Onderzoek naar een toekomstgerichte online beleidstool in het kader van het KB Externe Diensten uitgewerkt voor de kapperssector. Onderzoeksrapport Titel Onderzoek naar een toekomstgerichte online beleidstool in het kader van het KB Externe Diensten uitgewerkt voor de kapperssector. Auteur onderzoeksrapport Pascal Meyns Auteur eindwerk

Nadere informatie

Het Instituut voor bedrijfsjuristen De alma mater van de bedrijfsjuristen

Het Instituut voor bedrijfsjuristen De alma mater van de bedrijfsjuristen Legal insight, inside Het Instituut voor bedrijfsjuristen De alma mater van de bedrijfsjuristen Het beroep van bedrijfsjurist is relatief jong. De wet die dit beroep erkende en het Instituut voor bedrijfsjuristen

Nadere informatie

Knelpunten Hieronder worden de 10 belangrijkste knelpunten bij de vormgeving van de regierol op het gebied van integrale veiligheid samengevat.

Knelpunten Hieronder worden de 10 belangrijkste knelpunten bij de vormgeving van de regierol op het gebied van integrale veiligheid samengevat. Gemeentelijke regie bij integrale veiligheid Veel gemeenten hebben moeite met het vervullen van de regierol op het gebied van integrale veiligheid. AEF heeft onderzoek gedaan naar knelpunten bij de invulling

Nadere informatie

Wervings- en selectieprocedures en discriminatie: een bevraging van HRpersoneel. Lieve Eeman en Miet Lamberts - HIVA

Wervings- en selectieprocedures en discriminatie: een bevraging van HRpersoneel. Lieve Eeman en Miet Lamberts - HIVA Wervings- en selectieprocedures en discriminatie: een bevraging van HRpersoneel Lieve Eeman en Miet Lamberts - HIVA OVERZICHT 1. Situering en onderzoeksvragen 2. Methode 3. Wervings- en selectieprocedures

Nadere informatie

STAGEINSTELLINGEN ONDERZOEK HJO-JURISTEN ZUYD HOGESCHOOL. Geachte heer/mevrouw,

STAGEINSTELLINGEN ONDERZOEK HJO-JURISTEN ZUYD HOGESCHOOL. Geachte heer/mevrouw, STAGEINSTELLINGEN ONDERZOEK HJO-JURISTEN ZUYD HOGESCHOOL Geachte heer/mevrouw, De Hogere Juridische Opleiding (HJO) is ontstaan vanuit de voormalige opleiding Sociaal Juridische Dienstverlening (SJD).

Nadere informatie

De gemeente van de toekomst

De gemeente van de toekomst De gemeente van de toekomst De gemeente van de toekomst Focus op strategie Sturen op verbinden Basis op orde De zorg voor het noodzakelijke Het speelveld voor de gemeente verandert. Meer taken, minder

Nadere informatie

VERENIGING WAAR ARMEN HET WOORD NEMEN

VERENIGING WAAR ARMEN HET WOORD NEMEN Koning Albert II-laan 35, bus 31 1030 Brussel T 02 553 34 34 F 02 533 34 35 contact@zorginspectie.be VERENIGING WAAR ARMEN HET WOORD NEMEN Naam: Adres: Tel: Fax: Email: Opdrachtnummer: Datum opdracht:

Nadere informatie

Voorwoord... 1. Inhoudstafel... 1. Waarom een handboek over publiek cameratoezicht?... 1 Wegwijzer: cameratoezicht in 20 vragen...

Voorwoord... 1. Inhoudstafel... 1. Waarom een handboek over publiek cameratoezicht?... 1 Wegwijzer: cameratoezicht in 20 vragen... Inhoudstafel Voorwoord... 1 Inhoudstafel... 1 Wegwijzer Waarom een handboek over publiek cameratoezicht?... 1 Wegwijzer: cameratoezicht in 20 vragen... 3 Digitaal toezicht als beleidsinstrument... 5 5

Nadere informatie

STIB Afdeling Security. Stations en burgers: tussen normen en gebruiksvriendelijkheid. Afspraak van de Vooruitgang 2012

STIB Afdeling Security. Stations en burgers: tussen normen en gebruiksvriendelijkheid. Afspraak van de Vooruitgang 2012 STIB Afdeling Security Stations en burgers: tussen normen en gebruiksvriendelijkheid. Afspraak van de Vooruitgang 2012 Inleiding Doelstellingen van de presentatie: De "partnerschapsaspecten" met de omgeving

Nadere informatie

Evaluatie National Contact Point-werking van het Vlaams Contactpunt Kaderprogramma

Evaluatie National Contact Point-werking van het Vlaams Contactpunt Kaderprogramma Evaluatie National Contact Point-werking van het Vlaams Contactpunt Kaderprogramma Departement Economie, Wetenschap en Innovatie Afdeling Strategie en Coördinatie Koning Albert II-laan 35 bus 10 1030 Brussel

Nadere informatie

Taak en invloed gemeenteraad op de. Integrale veiligheid

Taak en invloed gemeenteraad op de. Integrale veiligheid Taak en invloed gemeenteraad op de Integrale veiligheid 1 Definitie veiligheid Veiligheid is de mate van afwezigheid van potentiële oorzaken van een gevaarlijke situatie of de mate van aanwezigheid van

Nadere informatie

Lutgart De Buel 02/553.50.13 30.07.2002 Lutgart.debuel@azf.vlaanderen.be

Lutgart De Buel 02/553.50.13 30.07.2002 Lutgart.debuel@azf.vlaanderen.be Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap Afdeling Statutaire Aangelegenheden Sectorcomité XVIII Vlaamse Gemeenschap en Vlaams Gewest Boudewijnlaan 30,1000 BRUSSEL Tel. (02)553 50 25 - Fax (02)553 51 06 E-mail:

Nadere informatie

Mag het iets meer zijn?

Mag het iets meer zijn? Levenslang leren West-Vlaanderen Werkt 3, 2010 Mag het iets meer zijn? De opleidingsbehoeften in de West-Vlaamse bedrijven en organisaties Syntra West - Chris Cardinael Tanja Termote sociaaleconomisch

Nadere informatie

Bouwstenen om te komen tot een coherent en efficiënt adaptatieplan voor Vlaanderen

Bouwstenen om te komen tot een coherent en efficiënt adaptatieplan voor Vlaanderen 2. BOUWSTENEN VOOR EEN ADAPTATIEPLAN Deze bouwstenen zijn gericht op de uitwerking van een adaptatieplan vanuit een Vlaams beleidsdepartement of beleidsveld. Het globale proces kan eveneens door een ander

Nadere informatie

FUNCTIEFAMILIE 5.2 Operationeel leidinggeven

FUNCTIEFAMILIE 5.2 Operationeel leidinggeven Doel van de functiefamilie Aansturen van medewerkers en organiseren en superviseren van hun dagelijkse werkzaamheden teneinde een efficiënte en continue werking van het eigen team te garanderen en zodoende

Nadere informatie

INFORMATIE GEZOCHT! Communicatie tussen slachtoffers en hulpdiensten na een ramp.

INFORMATIE GEZOCHT! Communicatie tussen slachtoffers en hulpdiensten na een ramp. INFORMATIE GEZOCHT! Communicatie tussen slachtoffers en hulpdiensten na een ramp. Achtergrond Onderzoek in opdracht van FOD Binnenlandse Zaken Algemene Directie Crisiscentrum Eindrapport Opvolging slachtofferschap.

Nadere informatie

We stellen voor deze vragenlijst één maal per jaar te gebruiken.

We stellen voor deze vragenlijst één maal per jaar te gebruiken. Vragenlijst Lokaal Drugoverleg Inleiding Binnen de alcohol- en drugpreventiesector weten we dat een dynamisch lokaal drugoverleg een belangrijke basis en voorwaarde vormt om binnen de gemeente een werkbaar

Nadere informatie

Psychosociale risico s. Hoe kan Securex u ondersteunen?

Psychosociale risico s. Hoe kan Securex u ondersteunen? Psychosociale risico s Nieuwe wetgeving Hoe kan Securex u ondersteunen? Inhoudstafel De nieuwe wetgeving 1. Toepassingsgebied 2. Wat zijn psychosociale risico s? Welke maatregelen moet de werkgever treffen?

Nadere informatie

Percepties van jongeren over politieoptreden: ethnic profiling in België?

Percepties van jongeren over politieoptreden: ethnic profiling in België? Percepties van jongeren over politieoptreden: ethnic profiling in België? dr. Antoinette Verhage Vakgroep Criminologie, Strafrecht en Sociaal Recht Universiteit Gent VANASSCHE, N., VERHAGE, A., (2015),

Nadere informatie

Veiligheidszorg religieus erfgoed. ADVIESFORUM Dinsdag 22 september 2015

Veiligheidszorg religieus erfgoed. ADVIESFORUM Dinsdag 22 september 2015 Veiligheidszorg religieus erfgoed ADVIESFORUM Dinsdag 22 september 2015 Waarom veiligheidszorg? Veilig stellen van religieus erfgoed Gebouwen: beschermd of niet beschermd. Focus in eerste instantie op

Nadere informatie

Geneviève Franchet Dominique Van Dam

Geneviève Franchet Dominique Van Dam Geneviève Franchet Dominique Van Dam FOD Binnenlandse Zaken Algemene Directie Veiligheids- en Preventiebeleid Koningsstraat 56 te 1000 Brussel Organigram Dienst Private Veiligheid Federale Overheidsdienst

Nadere informatie

A. Verpleegkundige verpleegkundige activiteit

A. Verpleegkundige verpleegkundige activiteit Nota Betreffende wijzigingen van de Ziekenhuiswet inzake de organisatie van de verpleegkundige activiteitenn het middenkader en de hoofdverpleegkundige. A. Verpleegkundige verpleegkundige activiteit In

Nadere informatie

Voorbeeld Startnotitie Behorend bij Kernbeleid Veiligheid 3.0 d.d. september 2010

Voorbeeld Startnotitie Behorend bij Kernbeleid Veiligheid 3.0 d.d. september 2010 Voorbeeld Startnotitie Behorend bij Kernbeleid Veiligheid 3.0 d.d. september 2010 Ter toelichting: Deze startnotitie vormde het statschot voor integraal veiligheidsbeleid voor de periode 2011-2014 1 Startnotitie

Nadere informatie

De curriculum van de masteropleiding PM MBO kan op verschillende niveau s bekeken worden:

De curriculum van de masteropleiding PM MBO kan op verschillende niveau s bekeken worden: Marco Snoek over de masteropleiding en de rollen van de LD Docenten De curriculum van de masteropleiding PM MBO kan op verschillende niveau s bekeken worden: Het intended curriculum : welke doelen worden

Nadere informatie

REGLEMENT VAN DE OPLEIDINGSCOMMISSIES VAN RITS SCHOOL OF ARTS d.d. 3 februari 2015

REGLEMENT VAN DE OPLEIDINGSCOMMISSIES VAN RITS SCHOOL OF ARTS d.d. 3 februari 2015 REGLEMENT VAN DE OPLEIDINGSCOMMISSIES VAN RITS SCHOOL OF ARTS d.d. 3 februari 2015 Hoofdstuk I. Algemeen reglement van de opleidingscommissies aan de Erasmushogeschool Brussel (goedgekeurd door het College

Nadere informatie

FEDERAAL WETENSCHAPSBELEID FEDERALE POLITIE/DSB

FEDERAAL WETENSCHAPSBELEID FEDERALE POLITIE/DSB SAMENVATTING: Optimalisatie van het gebruik van de veiligheidsmonitor, ontwikkeling van een Mini-monitor, een complementaire module en methoden voor afname van enquêtes FEDERAAL WETENSCHAPSBELEID FEDERALE

Nadere informatie

ATTACHE JURIST NIVEAU A

ATTACHE JURIST NIVEAU A ATTACHE JURIST NIVEAU A VOOR HET SECRETARIAAT VAN HET COLLEGE VAN PROCUREURS-GENERAAL (contract van bepaalde duur (twee jaar)) Jobinhoud Profiel Werkgever Aanbod Deelnemingsvoorwaarden Solliciteren Kandidaten

Nadere informatie

Vacatures Raad van Toezicht CVO Noord-Fryslân

Vacatures Raad van Toezicht CVO Noord-Fryslân Vacatures Raad van Toezicht CVO Noord-Fryslân Inleiding CVO Noord-Fryslân is een Vereniging voor Christelijk Voortgezet Onderwijs in het noorden van Friesland. De Vereniging bestaat uit drie scholen: Christelijk

Nadere informatie

Workspace Design Onderzoeksopzet voor SOZAWE

Workspace Design Onderzoeksopzet voor SOZAWE Workspace Design Onderzoeksopzet voor SOZAWE Datum: 16 december 2010 Ir. Jan Gerard Hoendervanger Docent-onderzoeker Lectoraat Vastgoed Kenniscentrum Gebiedsontwikkeling NoorderRuimte Hanzehogeschool Groningen

Nadere informatie

ctiva Het ACTIVA-plan (de werkkaart) Wat is het ACTIVA-plan?

ctiva Het ACTIVA-plan (de werkkaart) Wat is het ACTIVA-plan? activa Het ACTIVA-plan (de werkkaart) ctiva februari 2008 Wat is het ACTIVA-plan? De overheid doet er alles aan om mensen (terug) aan het werk te krijgen. Een belangrijk wapen in die strijd is het ACTIVA-plan.

Nadere informatie

Niveau: Doel van de functiefamilie

Niveau: Doel van de functiefamilie Functiefamilie: Niveau: BEGELEIDING VAN PERSONEN C Doel van de functiefamilie Praktisch, socio-psychologisch en procedureel begeleiden van personen (asielzoekers, geplaatste jongeren, ) tijdens hun verblijf

Nadere informatie

Als controleur instaan voor de budgetopvolging en controle van verschillende projecten of diensten

Als controleur instaan voor de budgetopvolging en controle van verschillende projecten of diensten Functiefamilie: Niveau: BUDGETBEHEER B Doel van de functiefamilie Coördinatie, ondersteuning, controle en uitvoering van verschillende taken binnen het boekhoudkundig en begrotingsproces van een dienst

Nadere informatie

Trendbarometer hotels 2012 Finaal rapport

Trendbarometer hotels 2012 Finaal rapport Trendbarometer hotels 2012 Finaal rapport Trendbarometer hotels 2012 Inlichtingen Dagmar.Germonprez@toerismevlaanderen.be Tel +32 (0)2 504 25 15 Verantwoordelijke uitgever: Peter De Wilde - Toerisme Vlaanderen

Nadere informatie

Een conceptueel kader voor de implementatie van praktijkgericht onderzoek in de opleiding van studenten farmaceutische wetenschappen aan de K.U.

Een conceptueel kader voor de implementatie van praktijkgericht onderzoek in de opleiding van studenten farmaceutische wetenschappen aan de K.U. NVFO 2009 Een conceptueel kader voor de implementatie van praktijkgericht onderzoek in de opleiding van studenten farmaceutische wetenschappen aan de K.U.Leuven V. Foulon, S. Simoens, G. Laekeman en P.

Nadere informatie

Stappenplan nieuwe Dorpsschool

Stappenplan nieuwe Dorpsschool Stappenplan nieuwe Dorpsschool 10 juni 2014 1 Inleiding Het college van burgemeester en wethouders heeft op 10 juni 2014 dit stappenplan vastgesteld waarin op hoofdlijnen is weergegeven op welke wijze

Nadere informatie

Vlaamse Regering. Addendum. bij het. Protocol van samenwerking

Vlaamse Regering. Addendum. bij het. Protocol van samenwerking Vlaamse Regering Addendum bij het Protocol van samenwerking In het kader van het economisch impulsplan herstel het vertrouwen van de Vlaamse regering goedgekeurd op 14 november 2008 Tussen de Vlaamse Regering

Nadere informatie

Feiten over. Veiligheidsbeleving. in de gemeente Arnhem

Feiten over. Veiligheidsbeleving. in de gemeente Arnhem Feiten over Veiligheidsbeleving in de gemeente Arnhem Feiten over Veiligheidsbeleving in de gemeente Arnhem Voor burgers speelt het persoonlijke gevoel van veiligheid een belangrijke rol. Dit gevoel wordt

Nadere informatie

F U N C T I E P R O F I E L

F U N C T I E P R O F I E L F U N C T I E P R O F I E L I. I D E N T I F I C A T I E G E G E V E N S Functiebenaming Weddeschaal Graad Directie - dep - dienst Functiefamilie maatschappelijk werker Sociale Dienst B1-B2-B3 maatschappelijk

Nadere informatie

Actie ter ondersteuning van de federale beleidsnota drugs

Actie ter ondersteuning van de federale beleidsnota drugs FEDERAAL WETENSCHAPSBELEID Wetenschapsstraat 8 B-1000 BRUSSEL Tel. 02 238 34 11 Fax 02 230 59 12 www.belspo.be Actie ter ondersteuning van de federale beleidsnota drugs Projectformulier ten behoeve van

Nadere informatie