Jaarverslag Begeleid Zelfstandig Wonen. Thuisbegeleiding. Bevrijdingslaan Gent

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Jaarverslag 2010. Begeleid Zelfstandig Wonen. Thuisbegeleiding. Bevrijdingslaan 9 9000 Gent"

Transcriptie

1 Jaarverslag 2010 Begeleid Zelfstandig Wonen Bevrijdingslaan Thuisbegeleiding

2 WOORD VOORAF... Deel I: GEMEENSCHAPPELIJKE THEMA S - Onderhoud kwaliteitssysteem - kwaliteitsplanning... - Trauma veiligheid agressie: een plan op maat... - I use alcohol, weed, cocaïne, rohypnol, speed, heroïne so what?... - Ontwikkelingen GROB 2010: een moeilijk jaar... Deel II: BEGELEID ZELFSTANDIG WONEN - De giraf en de jakhals in ons: geweldloos communiceren... - Scharniermoment in onze registratie... - Wat na BZW?... - Druggebruik bij BZW-jongeren: hoe kan dat begeleid worden?... Deel III THUISBEGELEIDING - 20 jaar thuisbegeleiding... - In zee met ABFT... - Hallucinerende cijfers?... Deel IV JAAROVERZICHTEN - Samenstelling Raad van Bestuur en Personeel... - Overzicht gevolgde vorming Overzicht externe activiteiten medewerkers Bezettingsgraden Lijst afkortingen...

3 WOORD VOORAF Een jaarverslag is op de eerste plaats een proeve van verantwoording voor de wijze waarop wij het afgelopen jaar onze opdracht hebben vervuld. De verschillende bijdragen in deze bundel, te begrijpen als kwaliteitsverslaggeving, willen een beeld geven van de belangrijkste aspecten waarmee wij in 2010 bezig zijn geweest. Daarnaast zien wij ons jaarverslag tevens als een instrument voor reflectie i.f.v. mogelijke aanknopingspunten voor bijsturing van het beleid was een inspectiejaar. We hebben ons daar goed op voorbereid, niet alleen de laatste maanden, ook gedurende de jaren die eraan vooraf gegaan zijn. De kwaliteitsstuurgroep is een vast kanaal geworden waarlangs alle inspanningen voor een kwaliteitsvolle hulp- en dienstverlening in goede banen worden geleid. Dit werd beloond met een nieuwe erkenning voor vijf jaar. Om deze periode gericht in te gaan zijn we begonnen aan een nieuw strategisch beleidsplan. Onze missie geëngageerde, professionele, mobiele hulpverlening bieden en helpen garanderen aan de meest kwetsbare kinderen, jongeren en hun gezinnen, opdat zij zich verder kunnen ontplooien, willen we behouden. Maar de wijze waarop wij die de komende jaren zullen realiseren, vraagt nu om de formulering van vernieuwde strategische en operationele doelen. Ook de komende maanden willen we daar verder mee aan de slag gaan. De kwaliteitsplanning bevat vanzelfsprekend nog meer objectieven. Zo waren we de jaren voordien reeds begonnen met o.a. het uitwerken van een veiligheids- en agressiebeleid. Momenteel zijn daar al heel wat concrete stappen in genomen. Begeleid Zelfstandig Wonen heeft zich verdiept in het thema geweldloos communiceren. Zij zien verder uit naar de toepassing van het nieuw opgelegde instrument voor registratie (Binc). Onze beide pedagogisch verantwoordelijken waren van in de ontwerpfase actief betrokken in de stuurgroep Binc. Eveneens was er engagement in het project Bruggen na(ar) achttien dat erop gericht is jongeren die uitstromen uit de BJB voldoende netwerk en ondersteuning te bieden om hun leven verder uit te bouwen. Thuisbegeleiding is ondertussen twintig jaar bezig. Tijd voor reflectie in het licht van het streven naar efficiëntie en wetenschappelijke verantwoording. Meteen zijn we ingegaan op de oproep van de minister om te investeren in kortdurende thuisbegeleiding. Wij bekwamen een beperkte bijkomende erkenning en willen deze nieuwe werkvorm in de toekomst verder ontwikkelen. Er is dit jaar opnieuw veel samengewerkt binnen de koepelvzw GROB, hoewel het niet allemaal van een leien dakje liep. Het overzichtsartikel laat zien hoe divers onze initiatieven daar zijn geweest. We lichten er speciaal ons gemeenschappelijk drugproject uit, waarmee wij op weg zijn naar een concreet drugsbeleid binnen onze aangesloten voorzieningen. Tenslotte geven we onze jaaroverzichten weer waarmee u zich een beeld kan vormen van onze externe betrokkenheid binnen de jeugdhulp, en van de uitvoering van het VTO-beleid. In de bijlagen bij dit jaarverslag, in te kijken via onze website vindt u tevens het verzamelde cijfermateriaal uit de verschillende aspecten van de registratie. Wij zijn graag bereid in te gaan op uw bedenkingen en suggesties n.a.v. uw lezing van deze verslaggeving. Dirk Meulyzer Eindverantwoordelijke Katia Perquy Voorzitter

4

5 ONDERHOUD KWALITEITSSYSTEEM KWALITEITSPLANNING Veranderingen op til 2010 was een inspectiejaar. Onze beide werkvormen kregen, zoals wellicht alle voorzieningen, een volledige dag de inspecteurs van het Agentschap Zorginspectie over de vloer. Naast de erkenningscriteria vastgelegd in het uitvoeringsbesluit bij de gecoördineerde decreten Bijzondere Jeugdbijstand, vormden de doorlichting van het kwaliteitssysteem en de kwaliteitsplanning een belangrijk onderdeel van het inspectiebezoek. Vooraf hadden we dit jaar heel wat zorg besteed aan het bijsturen van de kwaliteitsplanning, hetgeen de jaren voordien wat minder aandacht had gekregen. In de loop van het jaar gaat duidelijk meer energie naar het onderhoud van het kwaliteitssysteem, waarbij de herziening en aanpassing van de meerdere procedures, conditionele elementen, werkvoorschriften, formulieren e.d.m. systematisch op de agenda staan. We geven verder in deze bijdrage een overzicht van de verwezenlijkingen en van de uitvoering van de kwaliteitsplanning We hebben hiertoe steeds de systematiek gebruikt zoals die werd voorgeschreven door de overheid bij de invoering van het Decreet van 29 april 1997 inzake de kwaliteitszorg in de welzijnsvoorzieningen. Ondertussen is in 2003 reeds een nieuw kwaliteitsdecreet gestemd: Decreet van 17 oktober 2003 betreffende de kwaliteit van de gezondheids- en welzijnsvoorzieningen, het zogenaamde harmonisatiedecreet dat het bestaande decreet voor de welzijnsvoorzieningen op één lijn brengt met het bestaande decreet voor de gezondheidsvoorzieningen. Maar pas in het najaar 2010 is men begonnen met het voorbereiden van de nieuwe uitvoeringsbesluiten op dit decreet. Vanaf dan zal er wel wat veranderen voor de welzijnsvoorzieningen. Een nieuw inspectieconcept zal vorm krijgen, meerdere accenten van het kwaliteitssysteem en van het kwaliteitshandboek zullen wijzigen. Zo zal er meer nadruk komen te liggen op zelfevaluatie a.d.h.v. een daartoe valide instrument, het werken met relevante thema s waarvoor indicatoren moeten gevonden worden, en de toepassing van de PDCA-cyclus bij de kwaliteitszorg. Als kwaliteitsmodel wordt vooral gekeken naar E.F.Q.M. De overheid heeft het voorbije jaar een stuurgroep opgericht samengesteld uit overheid en werkveld, die het voorbereidend werk doet voor het ontwerp van een nieuw uitvoeringsbesluit. Het tijdpad voorziet dat tegen de volgende inspectieronde de nieuwe regelgeving in voege zal zijn. In afwachting blijven uiteraard de oude regels gelden, maar kunnen wij ons wel al voorbereiden rekening houdende met de nieuwe richtlijnen. Onderhoud kwaliteitssysteem Het onderhoud van het kwaliteitssysteem is een procedure die vastgelegd is in het kwaliteitshandboek. Het is tevens een agendapunt op elke maandelijkse vergadering van de interne kwaliteitsstuurgroep. Alle elementen van het kwaliteitshandboek (procedures, conditionele elementen, werkvoorschriften) en alle documenten die gevat zijn in de procedure documentenbeheer zijn voorzien van een houdbaarheidsdatum die nooit verder reikt dan vier jaar. Dit betekent dat al deze stukken minstens bij hun vervaldatum op de agenda komen en door de betrokken bevoegde beoordelaar (meestal de opsteller van het document) nagezien worden op noodzakelijke aanpassingen of bijwerkingen.

6 In 2010 werden 156 items op vervaldag aangeboden voor herziening. De meesten ervan waren inderdaad opnieuw toe aan bijwerking. Items die geen bijwerking behoeven, worden voor de komende vier jaar geldig verklaard. Het spreekt voor zich dat, indien tijdens de looptijd van vier jaar noodzakelijke aanpassingen aan de orde zijn, niet zal nagelaten worden deze stukken onmiddellijk aan te pakken. Het bijhouden van de lijst van vervallen documenten gebeurt handig via een database waarin de verwijzingen naar alle documenten uit het documentenbeheer opgeslagen zijn. Eind 2010 bevonden zich 516 titels in het databestand horende bij het documentenbeheer. Evaluatie kwaliteitsplanning 2010 DOMEIN jan feb mrt apr mei juni juli aug sep okt nov dec Maatschappelijk perspectief Pedagogisch of cliëntenperspectief Medewerkersperspectief Perspectief interne processen Verankering van het decreet rechtspositie in de concrete werking van BZW & TB Ontwerp informatiebrochure voor jongeren bij de start van een thuisbegeleiding Aanpassen van de voorstellingsbrochure voor jongeren BZW Ontwikkelen van een drugsbeleid jongeren en gezinnen in de voorziening Differentiatie personeelstevredenheidsmeting Ontwikkelen van een drugsbeleid medewerkers (CAO100) Ontwikkelen van een ziekteverzuimbeleid Ontwikkelen van een agressie- en veiligheidsbeleid Onderhoud kwaliteitssysteem Reorganisatie van de informatica - infrastructuur VERANKERING VAN HET DECREET RECHTSPOSITIE IN DE CONCRETE WERKING VAN DE TEAMS BZW EN THUISBEGELEIDING Het decreet betreffende de rechtspositie van de minderjarige in de Integrale Jeugdhulp werd van kracht in We kregen derhalve heel wat tijd om aan de nieuwe bepalingen te voldoen. De residentiële voorzieningen van de Bijzondere Jeugdbijstand kregen als eersten bezoek van de inspectie. De ambulante diensten zijn echter nog niet aan de beurt gekomen. Toch vonden we het belangrijk intern deze moeilijke materie reeds op de agenda te plaatsen. We kwamen tot de formulering van de priac als volgt: Alle elementen/bepalingen van het decreet rechtspositie zijn aantoonbaar verankerd in de concrete werking van de voorziening. Als resultaat stellen wij onze visietekst voor, mede gebaseerd op de werkmap «Aan de slag met DRM in de IJH»: Wij erkennen de minderjarige als volwaardige burger die op een actieve, constructieve manier aan de opbouw van de samenleving kan deelnemen. De minderjarige mag hierbij vrij zijn mening uiten over elke aangelegenheid of procedure betreffende de hem aangeboden hulpverlening en er wordt hiermee rekening gehouden. Wordt de mening van de minderjarige niet gevolgd, dan wordt dit afdoende gemotiveerd en toegevoegd aan zijn dossier. Participatie houdt dus in dat de minderjarige deel kan uitmaken van een beslissingsproces. De jongere wordt actief betrokken bij zaken die haar/hem aanbelangen. Door jongeren mee te laten participeren, vergroten we hun greep op de werkelijkheid, op hun eigen hulpverleningssituatie. Hierdoor ontstaat het inzicht dat men niet een passief slachtoffer is, maar ook zelf actief vorm kan geven aan de omringende leefwereld. Dit is een belangrijke stap in het hulpverleningsproces. Immers, op een bepaald moment zal de jongere er alleen voor staan. Wanneer hij dan

7 reeds geleerd heeft hoe hij zelf betekenis kan geven aan de realiteit zal hij ook beter in staat zijn zelf zin te geven aan zijn leven. Een functie van participatie is dus het leerproces waarbij jongeren enerzijds zelf betekenis geven aan de realiteit en anderzijds in interactie gaan met hun leefomgeving en die ook zelf beïnvloeden. Naast dit leerproces, is de participatie van de jongere ook belangrijk omwille van de participatie zelf. Minderjarigen verlenen eigen betekenissen aan zaken in hun leefwereld. Door met hun inzichten rekening te houden ontstaat een meerwaarde. Zij zijn op dit gebied de ervaringsexperten bij uitstek. Daarnaast houdt iemand mee laten participeren ook een blijk van waardering en respect in voor die persoon omdat aan zijn mening belang gehecht wordt. Hierdoor vergroot de betrokkenheid en dus ook automatisch de motivatie. Participatie in de jeugdhulp houdt in dat jongeren actief betrokken worden bij de jeugdhulpverlening. Dit is meer dan luisteren alleen, het draait erom bereid te zijn samen met jongeren te zoeken naar de meest aangepaste hulpverleningsvorm, oplossingen voor problemen, zoeken van alternatieven. Jongeren leren op een nieuwe manier communiceren en verantwoordelijkheid nemen. Bij participatie spelen de volgende elementen een cruciale rol: mee weten (informatie geven), mee denken (informatie afwegen, gevolgen van keuzes voorspellen,..), mee praten (luisteren naar en praten met de minderjarige), mee beslissen, mee doen (jongere actief betrekken en verantwoordelijkheden uit handen geven) en mee evalueren. Iedere minderjarige heeft het recht op duidelijke informatie en communicatie over de hulpverlening. De minderjarige moet hierbij geïnformeerd worden over alle aspecten van de jeugdhulpverlening en over alle andere zaken die hem in die context aanbelangen. Het recht op informatie impliceert een actieve en continue informatieplicht van de begeleider. Er wordt hierbij niet gewacht op de vraag van de minderjarige om zelf informatie te bekomen. Enkel indien wordt aangetoond dat het in het belang van de minderjarige is, kan bepaalde informatie voor de minderjarige worden achtergehouden. In dat geval heeft de bijstandspersoon 1, waarop elke minderjarige recht heeft, wel recht op informatie. De informatie die gegeven wordt, gebeurt steeds in begrijpelijke taal, afgestemd op de leeftijd en maturiteit. Er wordt hierbij rekening gehouden met persoonlijkheid, geestelijke toestand en draagkracht van de minderjarige. Waar nodig krijgt de minderjarige verdere uitleg en, indien nodig, wordt er beroep gedaan op een tolk. De minderjarige heeft het recht op periodieke evaluaties en heeft het recht om aan die evaluaties deel te nemen. Iedere minderjarige heeft ook het recht om bij een begeleider klachten te formuleren over de jeugdhulp. De minderjarige heeft recht op een zorgvuldig bijgehouden en veilig bewaard dossier. De toegang daartoe wordt geregeld op een uniforme manier, die rekening houdt met mogelijke belangenconflicten tussen de minderjarige, zijn ouders en/of opvoedingsverantwoordelijken. Iedere minderjarige heeft recht op respect voor zijn persoonlijke levenssfeer, met inbegrip van een respectvolle omgang met zijn politieke, filosofische, ideologische en religieuze overtuiging en zijn seksuele geaardheid. Het belang van de minderjarige vormt de belangrijkste overweging bij het verlenen van onze hulpverlening. Hierbij is het essentieel dat er in dialoog wordt gegaan met de minderjarige en dat de minderjarige zelf kan uiten wat volgens hem of haar in zijn of haar belang is. Wanneer het belang van het kind conflicteert met andere belangen, (bvb. de belangen van de ouders) vormt het belang van de minderjarige de belangrijkste overweging. Naast de uitwerking van de visie, stelden wij tevens een nota samen Aantoonbaarheid binnen het CAB, waarin wij voor elk recht zoals beschreven in het decreet, een oplijsting maken van de wijze waarop wij deze rechten voor de minderjarigen proberen te realiseren. 1 Minderjarige kan deze persoon zelf kiezen. Indien hij deze niet zelf kan aanwijzen en wanneer de ouders en/of opvoedingsverantwoordelijken tegenstrijdige belangen hebben, dient de betrokken begeleider of toegangspoort deze persoon aan te wijzen.

8 ONTWERP INFORMATIEBROCHURE VOOR JONGEREN BIJ DE START VAN EEN THUISBEGELEIDING Het werken aan het decreet rechtspositie bracht ons ertoe een toetsing te maken van de gehanteerde principes aan de opstartfase van een begeleiding en aan de bespreking van het handelingsplan. Hieruit kwam een nieuwe brochure voor de jongere en een vernieuwd boekje voor de ouders. De werkwijze bij bespreking van HP en EV met ouders en jongeren werd meer geëxpliciteerd. AANPASSING VAN DE VOORSTELLINGSBROCHURE VOOR JONGEREN BZW Begin dit jaar werd het gewijzigd profiel van BZW gefinaliseerd. We vonden het belangrijk nu ook het hulpverleningsvoorstel aan te passen dat we bij het begin van de begeleiding aan de jongeren overhandigen. Dit hulpverleningsvoorstel is nu een doorlopende tekst die niet fris oogt. Met een werkgroepje maakten we inmiddels een nieuw voorstel op. Dit voorstel gaat uit van een systeem van mind mapping in plaats van doorlopende tekst. We hopen dat de informatie er op die manier veel vlotter uitziet en kan overgebracht worden naar de jongeren. Het voorstel is in ruwe vorm klaar. Het moet nu nog in lay-out gezet worden en kan na terugkoppeling en goedkeuring door het team gedrukt en gebruikt worden. De afwerking voorzien we in de komende maanden. ONTWIKKELEN VAN EEN DRUGSBELEID JONGEREN EN GEZINNEN IN DE VOORZIENING Vanuit het Keep-it-clean-project, dat in het samenwerkingsverband GROB werd opgestart, wordt gewerkt aan een overkoepelende visie. Het is de bedoeling om in 2011 binnen onze voorziening met een werkgroep aan de slag te gaan om deze visie te verfijnen naar onze eigen werkvormen. Verder zullen we extra registreren om zicht te krijgen op soorten gebruik, in hoeveel gezinnen en bij hoeveel jongeren dit voorkomt en welke activiteiten wij hierrond opzetten. Over meerdere jaren heen zullen we uitwerken hoe we preventie, regelgeving en preventie binnen de begeleiding zelf, vorm geven. DIFFERENTIATIE VAN DE PERSONEELSTEVREDENHEIDSMETING Het instrument dat we gebruiken voor het meten van de tevredenheid bij de medewerkers ontwierpen we zelf in samenwerking met de volledige personeelsgroep. Het dateert reeds van bij het eerste begin van de uitvoering van het kwaliteitsdecreet, al zo n tien jaar geleden. De validiteit van dit instrument hadden we in die tijd proberen op punt te stellen door de keuze van bevragingsitems via de methodiek van de dynamic mind mapping tot stand te brengen. Bij de eerste afname konden we inderdaad vaststellen dat het instrument gedragen werd door de personeelsgroep en dat de resultaten ervaren werden als betrouwbaar. Bij latere afnames stelden wij niettemin vast dat de inhoudelijkheid van de items niet meer helemaal voldeed aan de verwachtingen. Wij voegden een aantal items toe geïnspireerd op het Prose zelfevaluatieinstrument, o.a. met peilingen rond de tevredenheid over de interne communicatie. Wij lichtten dit uitvoeriger toe in het jaarverslag van Ook een tweede beperking van dit instrument werd ons steeds duidelijker. Binnen het werken aan kwaliteit is het de bedoeling verbeteracties te koppelen aan items waarop laag wordt gescoord. Daar strandden we steeds op het te globale aspect van de meting. M.a.w. met de gehanteerde werkwijze zijn wij niet in staat te differentiëren tussen de personeelsgroepen. We krijgen enkel een globaal cijfer voor algemene tevredenheid en globale cijfers voor de verschillende items. We zouden echter liever de vraag willen beantwoorden: welke groep is het meest verantwoordelijk voor welke lage score?. We denken dan aan jongere versus oudere medewerkers, begeleiders - niet-begeleiders, man - vrouw, werkvorm of team. Met deze bijkomende parameters menen wij over gedifferentieerdere en daarom relevantere resultaten te beschikken die ons beter zouden toelaten problemen aan te pakken daar waar ze zich voordoen. De andere kant van de medaille is dan dat dit in zekere mate ten koste zal gaan van de anonimiteit die we tot nog toe steeds nauwlettend probeerden te garanderen. Dit leverde ons steeds een bijna 100% respons op. Herhaalde bevraging bij de medewerkers leerde ons dat de volledige onherkenbaarheid bij de afname sterk wordt geapprecieerd. Niettemin blijven wij ervan overtuigd dat differentiatie op basis van de genoemde parameters ons dichter zou brengen bij gerichtere verbeteracties. Op een volgende personeelsvergadering stellen we de vraag opnieuw en zullen wij dit beter argumenteren. We ondernamen verder een poging om de items uit onze tevredenheidsmeting verder aan te vullen met vragen uit Prose. We stelden echter vast dat Prose niet echt naar tevredenheid peilt en de daar aangetroffen inhouden geen meerwaarde konden opleveren voor onze doelstelling.

9 Tenslotte kiezen wij er niet voor instrumenten te gebruiken die we desgevallend in de literatuur zouden aantreffen. Personeelstevredenheid is sterk gelinkt aan de organisatiecultuur en het gebruiken van instrumenten die niet in onze organisatiecultuur ingebed zijn, zou wellicht aanleiding geven tot bijkomende interpretatieproblemen. ONTWIKKELEN VAN EEN DRUGSBELEID MEDEWERKERS (CAO100) Niet alleen de Vlaamse Overheid, maar ook de Federale Overheid stelt kwaliteits -eisen aan de werkingen van de voorzieningen Bijzondere Jeugdbijstand. In het kader van de Wet op het Welzijn op het Werk, dienden alle Belgische ondernemingen tegen 1 april 2010 een alcohol- en drugbeleid uit te werken. Nu was het niet zozeer de kwaliteitsstuurgroep die het initiatief moest nemen. Eerst bracht de eindverantwoordelijke een toelichting over het thema aan de voltallige personeelsgroep. De concrete uitwerking was dan de opdracht voor het syndicaal overleg. Hierbij hielden we rekening met de gewoontes, vooral rond alcoholgebruik, op het werk. Zo bereikten we overeenstemming over de graad van uitwerking van dit beleid: we konden ons beperken tot een intentieverklaring die opgenomen werd in het arbeidsreglement. Meer gedetailleerde richtlijnen hoefden we niet op te stellen omdat we er op kunnen vertrouwen dat ieder in deze materie zijn verantwoordelijkheid zal nemen. Mocht er niettemin misbruik worden vastgesteld, dan gelden uiteraard nog de sancties zoals die in het arbeidsreglement zijn voorzien. ONTWIKKELEN VAN EEN ZIEKTEVERZUIMBELEID De voorbije jaren kwam het thema afwezigheid wegens ziekte wel eens meer op de agenda van de Raad van Bestuur. We hebben periodes gekend waarin meerdere medewerkers-begeleiders langdurig met ziekteverlof waren. Dit is niet enkel vervelend voor de betrokken medewerkers. Ook op vlak van personeelsbeleid kunnen zich dan nogal wat problemen stellen. Het is logisch dat bij langdurige afwezigheid, we spreken dan over een periode van meer dan een maand, voor vervanging wordt gezorgd. Alleen is het bij aanvang van een ziekteperiode meestal niet te voorspellen hoelang de afwezigheid zal duren. Is het dan noodzakelijk onmiddellijk te vervangen? Dikwijls moet ook afgewogen worden of de draagkracht van het team voldoende groot is om het een tijdje met een man of vrouw minder te doen. Soms vraagt de inwerking van een nieuwe medewerker meer energie en leidt dit tot meer werklast van de teamleden. Tijdens een langer durende afwezigheid is het zelden precies te voorspellen wanneer de werknemer het werk kan hervatten. Dit is uiterst vervelend voor de vervanger die dan met een onvoorspelbaar tewerkstellingsperspectief opgezadeld zit. En het is al even lastig bij de aanwervingsprocedure van de vervangende medewerker. Gezien geen duidelijk perspectief kan geboden worden, zullen heel wat goede krachten zich niet wagen aan een onzeker engagement. Meermaals merkten wij dat dergelijke toestanden nogal eens voor spanningen binnen de organisatie kunnen zorgen. Een andere vaststelling is dat een bepaalde personeelsgroep, nl. de niet-begeleiders, duidelijk heel wat meer afwezigheidsdagen wegens ziekte laten optekenen dan hun collega s begeleiders. We hadden immers over de jaren heen de kengetallen m.b.t. het ziekteverzuim goed bijgehouden. Eenmaal ter sprake gebracht op de Raad van Bestuur, werden de cijfers geproblematiseerd omdat deze inderdaad nogal afwijken van de gemiddelde verzuimcijfers die men in de bedrijven aantreft. Het is evident: de verzuimcijfers moeten naar beneden! Van een echt verzuimbeleid was er vroeger zo goed als geen sprake. De medewerker die zijn afwezigheid met een doktersattest kon staven, werd doorgaans ongemoeid gelaten, hoogstens werd wel eens gevraagd: alles OK nu?. Medewerkers met een langer durende afwezigheid kregen af en toe wel eens een telefoontje van de direct leidinggevende of van een collega. Maar meer dan eens hield de zieke medewerker verdere toenadering af, zodat de onzekerheid bleef voortduren. We beseften maar al te goed dat een operatie om de verzuimcijfers naar omlaag te krijgen geen sinecure zou zijn. Een gesprek met de arbeidsgeneesheer toonde ons de weg naar de psychosociale werking van onze externe dienst voor preventie en bescherming op het werk (EDPBW). Daar is expertise te vinden op vlak van verzuimbeleid. De deskundige van de EDPBW, de eindverantwoordelijke en de beide vakbondsdelegatieleden vormden de taskforce die het verzuimbeleid voor het CAB uitwerkten. Na meerdere bijeenkomsten kon een akkoord bereikt worden over inhoud en formule, zodat het voorstel kon worden voorgelegd aan de Raad van Bestuur, waar het werd goedgekeurd. De tekst van het verzuimbeleid wordt als bijlage in het arbeidsreglement opgenomen. De eindverantwoordelijke en de beide pedagogisch verantwoordelijken kregen daarenboven nog een extra namiddag opleiding in het voeren van verzuimgesprekken.

10 ONTWIKKELEN VAN EEN AGRESSIE- EN VEILIGHEIDSBELEID Dit onderdeel van de kwaliteitsplanning staat uitvoering beschreven in het eerste deel van dit jaarverslag. Het thema is te omvattend om het enkel hier in deze rubriek als kwaliteitsthema voor te stellen. Wij verwijzen u graag door naar hoofdstuk 2. REORGANISATIE VAN DE INFORMATICA-INFRASTRUCTUUR We schakelden dit jaar over naar volledig werken op een centrale server. Dit biedt het voordeel dat gemeenschappelijke informatie nu veel toegankelijker is en dat men ook van thuis uit, wanneer men over een internetverbinding beschikt, op de server kan. Men logt in via de zogenaamde thin-clients, dit zijn toestelletjes die enkel toegang geven tot de centrale server, zodat niet voor iedereen nieuwe computertoestellen moesten worden aangekocht. Er is grote tevredenheid over het nieuwe systeem, dat ook met een automatische dagelijkse back-up is beveiligd. De nieuwe software (Office 2010) verkregen we goedkoop door bestelling bij Socialware vzw. Kwaliteitsplanning 2011 DOMEIN jan feb mrt apr mei juni juli aug sep okt nov dec per- Maatschappelijk spectief Pedagogisch of cliëntenperspectief Medewerkersperspectief Perspectief interne processen Herziening van het strategisch beleid van de voorziening. Zoeken naar mogelijke oplossing voor de toenemende woonproblematiek voor jongeren in BZW: stijgende huurprijzen, inkrimpende markt, Komen tot een optimalisering van de cliënttevredenheidsmeting in Thuisbegeleiding (afnemen van). Verdere uitwerking en verdieping van de ABFT-methodiek voor de kortdurende thuisbegeleiding. Continueren van de ontwikkeling van een drugsbeleid jongeren en gezinnen in de voorziening. Afwerken nieuw hulpverleningsvoorstel BZW. Verder vorm geven aan het intern beleid inzake trauma-veiligheidagressie. Integratie van het Prose-zelfevaluatiesysteem binnen de kwaliteitswerking. Onderhoud kwaliteitssysteem. HERZIENING VAN HET STRATEGISCH BELEID IN DE VOORZIENING Het strategisch beleid van de voorziening positioneert de organisatie t.a.v. haar maatschappelijke opdracht. Ongeveer om de vijf jaar wordt de strategie die de organisatie hanteert om haar missie waar te maken, grondig herzien en bijgewerkt. We schrijven 2005, tijdens het evaluatieweekend te Lokeren, daar stelden we voor het eerst, zo goed mogelijk volgens de regels van de kunst, een strategisch beleidsplan op voor de komende jaren. Heel wat daarvan is gerealiseerd kunnen worden via meerdere interne werkgroepen en teamoverleg, gecoordineerd door de stuurgroep kwaliteit. Eind 2010 stelden wij een nieuwe werkgroep samen, bestaande uit de stuurgroepleden kwaliteit aangevuld met enkele voor dit thema geïnteresseerde medewerkers. Het strategisch beleid vertrekt van het mission-statement van de organisatie, dat reeds meerdere jaren geleden voor het eerst als volgt werd geformuleerd 2 : Geëngageerde, professionele, mobiele hulpverlening bieden en helpen garanderen aan de meest kwetsbare kinderen, jongeren en hun gezinnen, opdat zij zich verder kunnen ontplooien. 2 Op de website van het C.A.B. vindt u een gedetailleerdere weergave van de missie.

11 Een eerste aandachtspunt betrof de vraag of de bestaande formulering van de missie na al die jaren overeind kon blijven. Na bespreking binnen de werkgroep kon besloten worden dat niets fundamenteels moest gewijzigd worden. Enkel werd de vroegere formulering ambulante hulpverlening vervangen door mobiele hulpverlening. Zo stemmen wij ons woordgebruik beter af op de evoluties binnen de Integrale Jeugdhulp. VISIE Vooraleer strategische en operationele doelen te formuleren is evenwel eerst een visie vereist. Deze staat vrij uitgebreid weergegeven in de onlangs vernieuwde profielen van de afdelingen Begeleid Zelfstandig Wonen en Thuisbegeleiding, te vinden in ons jaarverslag 2008, ook aan te klikken via het hoofdmenu van onze website. De voornaamste kernideeën zijn: het kader van de Bijzondere Jeugdbijstand maakt dat wij werken op verwijzing en derhalve rechtstreeks verantwoording afleggen aan de bevoegde overheidsinstanties: Comité voor Bijzondere Jeugdzorg, Sociale Dienst bij de Jeugdrechtbank, Jeugdrechter; behalve voor de werkvorm ABFT, waar specifiekere criteria gelden, is er het integrale karakter van de begeleidingen: wij staan open voor alle vragen waarmee cliënten naar ons toekomen of naar ons verwezen worden. het participatief en emancipatorisch werken: cliënten als partners in het proces van zoeken naar oplossingen voor de gestelde problemen; het positieve mensbeeld: cliënten zijn actieve probleemoplossers en kunnen zelf mee verantwoordelijkheid nemen binnen het hulpverleningstraject; vasthoudende / aanklampende hulpverlening: we laten cliënten niet los ook al hebben ze weinig probleeminzicht of stellen ze zelf geen hulpvraag; we werken intensief : onze relatief ruime omkadering (personeel en middelen) maakt het ons mogelijk ruim te investeren in het hulpverleningstraject; we respecteren onvoorwaardelijk het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind, hetgeen verder geoperationaliseerd is in het Decreet Rechtspositie van de Minderjarige in de Jeugdhulp. SWOT-ANALYSE Een nieuw strategisch beleid kan niet deftig vorm krijgen wanneer daar geen sterkte-zwakte-analyse aan voorafgaat. Het komt er immers op aan onze sterktes optimaal te benutten en de zwaktes zoveel mogelijk bij te schaven. Deze oefening (sterktes zwaktes kansen bedreigingen) leverde ons een vijftigtal argumenten op die we deze assen konden uitzetten. In een volgende fase dienen deze items nog kritisch gescreend te worden zodat het overbodige er uit kan gegooid worden. We clusterden ze ook reeds volgens de categorieën van de balanced scorecard: medewerkers; cliënten/pedagogisch; interne processen; financiële aspecten; maatschappelijk engagement; innovatie leren. STRATEGISCHE DOELSTELLINGEN Tijdens de laatste vergaderingen van de werkgroep in 2010 vonden we consensus over volgende strategische doelstellingen: 1. Het Centrum voor Ambulante Begeleiding stemt zich af op maatschappelijke evoluties, in het bijzonder binnen de jeugdhulpverlening.

12 2. Het CAB beschikt over een deskundig en gedifferentieerd team van medewerkers dat zich blijvend ontplooit. 3. De infrastructuur is aangepast aan de noden van de mobiele werking. 4. Het CAB heeft zicht op relevante thema s binnen de jeugdhulp en heeft systematische verbeteracties bij aandachtspunten. 5. Het CAB is een lerende organisatie gericht op vernieuwing en dynamiek. 6. Elke werkvorm beschikt over een duidelijk en dynamisch profiel dat een kader schept voor het pedagogisch handelen. OPERATIONELE DOELSTELLINGEN 2010 sloten we af met het formuleren van de eerste operationele doelstellingen per strategisch doel. Gezien deze fase nog niet is afgewerkt, zullen we hier niet verder op ingaan. Naast de operationele doelen zullen we ook de inzet van middelen en medewerkers uittekenen. Zo moeten we er toe komen prioritaire verbeteracties te bepalen. Er is nog veel werk aan de winkel. Niettemin hopen we met de vernieuwing van het strategisch beleid klaar te zijn tegen midden Dirk Meulyzer

13 TRAUMA-VEILIGHEID-AGRESSIE een plan op maat We geven hiernaast een visueel overzicht van de realisaties het voorbije jaar. TRAUMA- VEILIGHEID - AGRESSIE Een gemandateerde en gemengde werkgroep van verantwoordelijken en medewerkers die samen een beleid uitbouwen omtrent zorg en veiligheid. Komt regelmatig samen en werkt vanuit noden van de medewerker. Werkt verder aan de invulling van een onderbouwde structuur die werd aangereikt door IDE- WE en laat zich inspireren door o.a. ICOBA. Het voorbije jaar hebben bijzondere incidenten zich voorgedaan. Twee overlijdens van zeer jonge kinderen en twee agressieve aanvallen op begeleiders (een door een hond en een door een jongere). Van curatief werken naar preventief werken, We zetten ze meteen in het kader van IDEWE dat wij als kapstok gebruiken om het veiligheidsbeleid vorm te geven, te structureren en overzicht te houden. De blokken staan niet los van elkaar: zoals je op de pagina hiernaast in de voorstelling kan zien, beïnvloedt elk onderdeel ook het andere. We hebben deze blokken ingekleurd met onze realisaties van het voorbije jaar. Deze blokken zijn al ruimer ingevuld vanuit het werk van de werkgroep de vorige jaren. We bewaren hiervan een overzicht op onze gemeenschappelijke schijf dat voor onze medewerkers makkelijk terug te vinden is. We werkten het voorbije jaar volgens drie verschillende methodieken aan de opbouw van het veiligheidsbeleid: vanuit de werkgroep: nadenken, voorstellen formuleren en terugkoppelen naar de teams. Dan verder uitwerken in werkvoorschriften en afspraken; vanuit het GIM (gemeenschappelijk informatiemoment): hierop gaven we een overzicht van de realisaties van het voorbije jaar en stelden we nieuwe werkvoorschriften en het registratie-instrument voor; discussie op het GOM (gemeenschappelijk overlegmoment): we verkenden de noden rond bereikbaarheid en beschikbaarheid van collega s en kregen eerste adviezen. We voorzien in 2011 een verderzetting van de uitbouw van dit beleid op dezelfde wijze. Hilde Celis & Elisabeth Heylbroeck

14

15 Inleiding I USE ALCOHOL, WEED, COCAINE, ROHYPNOL, SPEED, HEROINE SO WHAT? Vaak (ongeveer 50% van onze doelgroep) worden wij geconfronteerd met een verslavingsproblematiek bij onze jongeren en ouders. Een logische reactie kan zijn: oké, geen probleem, verwijs ze door naar de drughulpverlening. Deze mensen hebben genoeg kennis en kunde om deze problematiek aan te pakken.. Juist gedacht, maar daar wringt juist het schoentje. We worden met verschillende problemen geconfronteerd bij de stap naar en bij de doorverwijzing, wij sommen ze even op: moeilijke herkenning van het probleem door de begeleider; moeilijk erkennen van het probleem door de betrokkene; minimaliseren van het gebruik door de betrokkene; moeilijk motiveren tot de drughulpverlening; de drughulpverlening blijven opvolgen; lange wachtlijsten in de drughulpverlening; Wij staan vaak met onze rug tegen de muur. We hebben een groot vermoeden van druggebruik, maar het wordt van tafel geveegd of geminimaliseerd. Hoe moeten we hiermee omgaan? Wat als jongeren of volwassenen zo zwaar verslaafd zijn, maar niet gemotiveerd geraken tot drughulpverlening? In eerste instantie, hoe moeten we ze hier toe motiveren? Welke houding nemen wij het beste aan? Project: samenwerking en doelstellingen Niet alleen onze voorziening, maar ook andere voorzieningen binnen de bijzondere jeugdzorg worden geconfronteerd met een grote nood aan ondersteuning op het vlak van werken rond druggerelateerde problematieken. De zeven voorzieningen van het GROB, OOOC De Waai en de druggerelateerde sector slaan daarom de handen in elkaar om een druggerelateerd project op poten te zetten. De werkgroep die hiervoor werd opgericht, werd Keep it Clean gedoopt. Het project kent de volgende doelstellingen: uitwerken van een eigen actueel drugbeleid per voorziening; uitwerken van een gezamenlijk basisdocument voor alle GROB-partners rond het werken met druggerelateerde problematieken; preventief werken naar jongeren toe (d.m.v. aanbod CAT/De Sleutel); preventief werken naar ouders toe (d.m.v. aanbod CAT/De Sleutel); ondersteuning van hulpverleners d.m.v. coaching, supervisie en consult door, bij CAT/De Sleutel; uitwerken van een VTO-beleid voor medewerkers; de toegang tot behandeltrajecten van CAT/De Sleutel vergemakkelijken; al dan niet reeds bestaande instrumenten voor screening, detectie bij jongeren structureel gaan gebruiken binnen de voorzieningen.

16 Project: realisaties in 2010 ALGEMEEN VANUIT HET PROJECT Het voorbije jaar kwam de werkgroep zeven keer samen en werd er al wat werk verricht, we zetten het hier even op een rijtje: er werden twee contactpersonen aangesteld in De Spiegel en het CAT waarop wij beroep kunnen doen voor informatie, casusoverleg, e.d.; er werd in de werkgroep een algemene visie ontwikkeld voor het GROB; er werd een registratiesysteem ontwikkeld zodat wij een zicht krijgen op het voorkomen (vanaf september) van activiteiten (huisboeken, screening, e.d.) m.b.t. druggerelateerde problemen; er werden vormingen georganiseerd waarop de begeleiders konden intekenen. Een vorming m.b.t de SEM-J (Screeningsinstrument Ervaringen met Middelengebruik Jongeren), een screeningsinstrument, een algemene vorming over productinformatie en tenslotte een opleiding over virtuele dopamine. Deze werden door verschillende medewerkers goed bevonden en het smaakt naar meer; er werd een Time-out project opgestart vanuit De Sleutel waarin jongeren terechtkunnen voor een heel korte opname. CONCREET IN HET CAB Er werden twee methodiekteams georganiseerd in onze voorziening. Eén waarbij de werking van het CAT en De Sleutel werd voorgesteld door een expert van de respectievelijke diensten en één waarbij de folders/boeken/spelletjes m.b.t. drugs werden voorgesteld en de visietekst werd doorgenomen. Tot slot blik naar 2011 De nood was en is hoog om te werken rond het thema drugs. Hieraan hebben we volop gewerkt in 2010 en wat staat er ons te wachten in 2011? ALGEMEEN IN DE WERKGROEP Er zal verder aandacht besteed worden aan: ontwikkeling van het beleid. Op basis van de visietekst en de raamstructuur die aangebracht werd vanuit het CAT; registraties: begin maart wordt de eerste stand van zaken verwacht; informatie en vorming: zowel algemeen aanbod voor het GROB als individueel voor de verschillende voorzieningen. CONCREET IN HET CAB Wij zullen verder deelnemen aan de werkgroepen Keep it Clean met de andere organisaties en ook intern werd er een werkgroep samengesteld. Het drugbeleid zal hierbij het komende jaar centraal staan. En natuurlijk hopen wij op nog meer vormingen en ondersteuning die ons helpen onze jongeren en gezinnen zo goed als mogelijk te begeleiden. Elisabeth Heylbroeck

17 ONTWIKKELINGEN GROB 2010 een moeilijk jaar In vele opzichten is 2010 een lastig jaar geweest voor de koepelvzw GROB. Na drie jaar als vzw de krachten te hebben gebundeld, mocht GROB al wat in een stabielere of stevigere fase zijn terechtgekomen. Maar wanneer we straks de verschillende verwezenlijkingen van het voorbije jaar zullen overlopen, kan deze uitspraak misschien verwondering wekken, want het palmares staat echt niet zo leeg als we hier nu laten vermoeden. Er is inderdaad hard samengewerkt geweest, er is veel overleg geweest, vele thema s zijn besproken, er is heel wat ondernomen Maar we zijn wellicht niet echt gekomen waar we wilden zijn. Het MFC-verhaal In 2009 deden we een eerste aanzet om de missie van de koepelvzw eenduidig te formuleren, en er dan verder een strategisch beleid op te enten. De missie hadden we geformuleerd als: Wij willen door krachtenbundeling komen tot maximaal vraaggerichte jeugdhulp. Het is een opdrachtverklaring die volledig in de lijn ligt van onze ervaringen met het multifunctioneel centrum, waarin we reeds enkele jaren hard hadden geïnvesteerd. Hieruit hadden we geleerd dat vele cliënten beter kunnen geholpen worden binnen een cliënttraject, waar een flexibeler aanbod van hulp hen niet hoeft te parkeren in de eerste de beste werkvorm waarin ze zijn terechtgekomen. Alleen moesten we vaststellen dat een samenwerkingsverband op zich een misschien wel onvoldoende basis is om er een multifunctionele werking op te grondvesten. Dat was alvast ook de mening van onze overheid, die ons tijdens de looptijd van het project gevraagd had een rapport op te stellen met onze bevindingen over multifunctioneel werken binnen een samenwerkingsverband van autonome voorzieningen, het enige in Vlaanderen wel te verstaan! Inderdaad zijn we met heel wat obstakels geconfronteerd geweest. Die hadden vooral te maken met arbeidsrechtelijke aangelegenheden. In een multifunctioneel centrum moet de begeleider mee kunnen schakelen naar de werkvorm waar het meest passende hulpaanbod voorhanden is. Dat betekent dat een ambulante of mobiele begeleider wel eens binnen de werking van een residentie moet ingeschakeld worden of een contextbegeleider uit de residentie wel eens meer in het team van thuisbegeleiding zou meedraaien. Aangezien elke begeleider in deze context blijft staan op de payroll van de voorziening waar hij of zij contractueel aan verbonden is, is dit inderdaad geen evidente manier van werken. We hadden voor een aantal van die problemen wel al oplossingen gevonden, maar we wilden met ons samenwerkingsverband echt slagen voor de multifunctionele werking. We zijn ernstig aan het nadenken geweest over het samenstellen van een pool van contextbegeleiders die we dan een arbeidsrechtelijk correct statuut zouden geven. Zo hebben we de piste verkend van het vormen van een BTW-eenheid, een constructie die samenwerkingsverbanden wettelijk toelaat diensten aan elkaar te leveren. Maar daar lag de BTW-administratie dwars omdat we aan een van de voorwaarden niet konden voldoen. Andere modellen? In samenspraak met onze koepelvereniging vzw Jongerenbegeleiding zijn wij op zoek gegaan naar andere modellen die een samenwerkingsverband zo moeten organiseren dat de ervaren obstakels uit de weg geruimd kunnen worden. We lieten ons informeren over de alliantie als alternatief voor fusie, we luisterden naar een uiteenzetting over de reorganisatie van de pleegzorg die eveneens met gelijkaardige problemen worstelt. Maar een oplossing, los van fusie, ligt niet onmiddellijk voor de hand. Ondertussen liep onze erkenning als pilootproject af en indien we verder als MFC erkend wilden blijven, moesten we een nieuwe erkenning aanvragen. We hebben dit lang en breed overwogen. Voornamelijk twee argumenten hebben ons ervan weerhouden dit te doen. Vooreerst kregen we de commentaar van de overheid op ons rapport dat wij er als MFCsamenwerkingsverband onvoldoende in geslaagd waren een aantal ervaren obstakels te overwinnen teneinde te voldoen aan het geldende MFC-concept. Ten tweede was diezelfde overheid ondertussen voor de dag gekomen met een nieuw document: standaarden voor een MFC waarin de nieuwe contouren werden vastgelegd voor het multifunctioneel werken in de toekomst. Hierop zou dan ook de nieuwe regelgeving gebaseerd worden die het multifunctioneel centrum tot nieuwe aparte erkenningscategorie zou maken. En hierin staat nu o.a. duidelijk vermeld dat werkvormen / modules die samen een multifunctioneel centrum vormen, erkend moeten zijn binnen één inrichtende macht. Dit beteken-

18 de inderdaad de doodssteek voor het GROB-MFC. Midden 2010 zijn we er derhalve noodgedwongen moeten mee stoppen. Hindernissen op de weg Maar er waren nog enkele bijkomende obstakels die het GROB bemoeilijkte om de MFC-werking te continueren. We vermelden ze hier in een notendop. De nieuwe MFC standaarden willen geen OOOC als onderdeel van de organisatie. Daarenboven is BZW vooral een uitstroommodule waarnaar zelden nog wordt teruggeschakeld. Thuisbegeleiding en het dagcentrum beschikten voor hun jongere cliënten geen schakelmogelijkheden naar de residentiële voorzieningen omdat hun onderste leeftijdsgrens op 14 jaar ligt. Verder was de afstemming dagcentrum-thuisbegeleiding enerzijds en de residentiële werkingen anderzijds niet optimaal omdat de GROB-residenties cano -voorzieningen zijn, die op zich een dagcentrum noch een thuisbegeleidingsdienst nodig hebben om intern te kunnen schakelen. Vermelden we tenslotte nog dat de verwijzers moeite hadden met het bijzondere statuut van ons samenwerkingsverband-mfc, waarbij het voor hen niet altijd duidelijk was hoe zij zich t.a.v. de verschillende, nog steeds autonome, deelorganisaties moesten verhouden. Onze poging om GROB naar de verwijzers als pedagogische éénheid te profileren, vond zo goed als geen weerklank. Nochtans zijn we verschillende malen het gesprek met hen aangegaan. Voor hen bleek het allerminst evident, zo ervoeren wij althans, om af te wijken van het MFC-concept. Wij blijven er immers van overtuigd dat de samenwerking binnen de GROB-voorzieningen ook voor hen de mogelijkheden hadden kunnen verruimen. De GROB-werkingen zijn reeds goed op elkaar ingespeeld en kunnen daardoor moeilijker cliëntsituaties beter aanpakken. Een kans die nu spijtig genoeg voor alle partijen moet blijven liggen. We betreuren uiteraard ten zeerste deze gang van zaken. Bij de aanvankelijke oproep tot het vormen van een piloot-mfc, werden ook samenwerkingsverbanden genoemd als mogelijke basis om een multifunctionele werking uit te zetten. We hebben ons in dit verband niet echt ondersteund gevoeld door de overheid. We hadden dan wel verder kunnen staan. Wij hebben het afdelingshoofd voorzieningenbeleid aangesproken op de teloorgang van het MFC en deze ontwikkeling geproblematiseerd. In het gesprek werden wel aanzetten gegeven om in de toekomst oplossingen te vinden voor de genoemde problemen. Maar daar is nog zo goed als niets van in huis gekomen. Het wegvallen van het MFC als meest intensieve project binnen GROB, laat nu wel een zekere leegte achter, vooral wat betreft onze gezamenlijke cliëntwerking. Het MFC maakte dat de pedagogisch verantwoordelijken van de GROB-voorzieningen zeer regelmatig moesten samenzitten rond casussen en rond de concrete organisatie van de MFC-werking. Deze pedagogische werkgroep hebben we echter behouden. Onze kerntaak is immers het werken met cliënten binnen een pedagogisch kader en we kunnen nog heel wat samen leren en ontwikkelen. Het jaarplan 2010 van de pedagogisch verantwoordelijken bevatte naast de afronding van het MFC-project, ook het samenstellen van een gemeenschappelijk cliëntdossier, het ontwikkelen van een competentiebeleid, het ontwikkelen van een drugbeleid voor cliënten. Ook voor 2011 wordt een nieuw pedagogisch jaarplan opgemaakt. Hoe verder Het einde van het MFC omwille van het ontbreken van één inrichtende macht voor GROB, zette ons verder aan het nadenken over de wijze waarop GROB verder kan evolueren. Hierbij willen wij het cliëntenperspectief niet uit het oog verliezen, het is immers om hen dat het in de jeugdbijstand op de eerste plaats gaat. We onderzoeken op welke wijze GROB op zich, en voor de partners, een meerwaarde kan betekenen. Het concept van onze strategische doelstellingen had ons al op weg gezet om het eeuwige dilemma autonomie-gemeenschappelijkheid aan te pakken. Als GROB-voorzieningen hebben we initieel ons lot aan elkaar verbonden in functie van het verruimen van onze mogelijkheden door intensere samenwerking, niet om alles op een hoop te gooien. Derhalve stelt de vraag zich nu scherper: Wat willen/kunnen we samen doen en waar willen we elk apart bevoegd en verantwoordelijk voor blijven?. Welke samenwerkingsformule willen we in de toekomst hanteren? Als we de recente beleidsbrief van onze bevoegde minister Vandeurzen ter hand nemen, dan lezen we duidelijk dat de minister schaaloptimalisatie voorstaat, hoewel dit op zich wel een richting aangeeft, maar nog niet veel duidelijkheid schept. De sector zal zich moeten organiseren in entiteiten die groot genoeg zijn om leefbaar te blijven. Ondertussen is de organisatie van de welzijnssector er niet eenvoudiger op geworden, m.a.w. organisaties moeten steeds aan meer eisen voldoen, waardoor al te kleinschalige voorzieningen wegens een gebrek aan personele en financiële middelen aan leefbaarheid inboeten. Zo heeft de overheid er bij GROB op aangedrongen een provinciale projectendienst te vormen. Het centraliseren van kleinere projecten tot een grotere entiteit biedt ook de overheid de mogelijkheid tot een betere beheersing van dit beperkte werkveld. Onze deelwerkingen-projectwerkingen vzw Albezon en

19 vzw De Bekwame Boon hebben niet gewacht tot de overheid duidelijkheid verschafte over de precieze contouren van een provinciale projectendienst om zelf nu al de beslissing tot fusie te nemen. Ook het Rungproject is daarin opgenomen. Op 1 januari 2011 zal deze nieuwe constructie een feit zijn! Het spreekt voor zich dat het komen tot deze nog wel vrij beperkte fusie heel wat voorbereidend werk met zich heeft meegebracht. Het uittekenen van een nieuw organogram, het opstellen van nieuwe statuten, en ook heel wat praktische regelingen samen met veel overleg, is niet te onderschatten. Zo moesten o.a. de boekhouding, sociaal secretariaat, aansluitingen bij een kinderbijslagfonds, de externe dienst voor preventie en bescherming op het werk, het arbeidsreglement, e.d.m. opnieuw geregeld worden. Meteen besloten we als GROB van deze operatie gebruik te maken om, voor zover reeds mogelijk, met zijn allen te kiezen voor hetzelfde sociaal secretariaat. Later willen we ook gaan voor eenzelfde boekhoudpakket, maar dit moet nog even wachten, zo zullen we in de toekomst met elkaar op vlak van overheadfuncties tot een betere samenwerking te kunnen komen. Dit betekent nog niet meteen dat alle andere GROB-deelwerkingen onmiddellijk dit voorbeeld gaan volgen. Maar we denken ernstig na over wat we in de toekomst willen bereiken. Eind 2010 namen we de nodige contacten om ons hierbij deskundig te laten begeleiden. De verwachtingen staan hoog gespannen. Het GROB-vervolg-verhaal DOELSTELLINGEN Eind januari namen we afscheid van collega Saskia Verelst uit het directiecomité. Zij zocht een nieuwe uitdaging op, ditmaal in de gehandicaptensector te Oostende. Zij was zowat de drijvende kracht om samen met ons het strategisch beleid vorm te geven. Haar achtergrond van het opzetten van netwerken in de pilootregio van de Integrale Jeugdhulp, kwam ons daarbij goed van pas. Saskia werd opgevolgd door Annemie Carrette als nieuwe directie van het Jongerenhuis. Zij is niet onbekend in de sector vanwege haar vroegere tewerkstelling in de pleegzorg. Het werken aan het strategisch beleid mondde uit in een tekst met een nieuwe missie (zie hoger), en een aantal strategische en operationele doelstellingen. Gezien dit uiteraard ook materie is voor de Raad van Bestuur, maakten ook zij apart van het directiecomité, dezelfde oefening. In een volgende stap probeerden we de gezamenlijke doelstellingen te clusteren, zodat we er een eenheid konden van maken: Domein cliënt SD 1: SD 2: Tegen 2015 wil GROB maximaal modulair werken. Tegen 2010 wil GROB haar aanbod verbreden in functie van de uitbouw van een effectieve multifunctionele werking. Domein medewerkers SD 3: 1. GROB streeft naar een gedifferentieerd en zo volledig mogelijk aanbod van alle modules binnen de bijzondere jeugdbijstand. 2. GROB biedt voor elk van zijn cliënten continuïteit van zorg en begeleiding. Tegen 2015 wil GROB een gemeenschappelijk HRM-beleid voeren. Domein organisatie SD 4: SD 5: SD 6: 3. Alle personeelsleden van de GROB-voorzieningen investeren in en verrijken zich aan GROB als lerende organisatie. Tegen 2015 wil GROB beschikken over structurele/recurrente eigen middelen. Tegen 2015 wil GROB een werkbaar organisatiemodel ontwerpen en implementeren waarbij zowel eigenheid als gemeenschappelijkheid gevat worden. Tegen 2010 wil GROB kunnen inspelen op nieuwe maatschappelijke noden. 4. De respectieve bevoegdheden van de directies en de leden van de RvB zijn duidelijk omschreven.

20 Domein maatschappij 5. Er is binnen het directiecomité een formeel leiderschap met een uitgeschreven mandaat gecreëerd. 6. De specificiteit van elke pedagogische deelwerking is versterkt binnen een complementariteit met ondersteuning van de gemeenschappelijke diensten zoals personeelsbeleid (hrm-hrd), logistiek en financieel beleid, ICT- en infrastructuurbeleid, binnen een unitair organisatorisch model. SD 7: SD 8: Tegen 2015 wil GROB een actieve rol spelen binnen de jeugdhulp. Tegen 2015 wil GROB een stakeholdersbeleid voeren. 7. GROB participeert actief in de brede professionele (maatschappelijke en intersectorale) context: aanwezig zijn, zich positioneren, initiatief nemen. Activiteitenverslag KEEP-IT-CLEAN Het project Keep-It-Clean werd in 2009 goedgekeurd. Alle GROB-voorzieningen namen er aan deel. Een personeelslid werd vrijgesteld om de coördinatie op zich te nemen. Het is de bedoeling een drugbeleid in de voorzieningen tot stand te brengen. Een stuurgroep met vertegenwoordigers van alle werkvormen vergadert regelmatig met de coördinator om op basis van literatuur en specifieke vorming tot een gemeenschappelijke visie en een gemeenschappelijk beleid te komen. In de jaarverslagen van meerdere van onze deelwerkingen vindt u alvast het relaas van wat het ons heeft opgeleverd. HET GROB-JOURNAAL Een aantal van onze werkingen waren reeds eerder overgeschakeld op een gehele of gedeeltelijke elektronische dossiervorming. De software die we toen ter beschikking hadden was echter vrij beperkt en niet echt gebruiksvriendelijk. Voorzieningen die met deze werkwijze nog niet vertrouwd waren, voelden in elk geval aan dat de papieren versies omslachtig zijn, weinig flexibiliteit bieden, en gewoon uit de tijd zijn. Ook de overheid spoort de sector aan efficiënter te gaan werken. Informatisering biedt daartoe heel wat mogelijkheden. Zo is er vanaf januari 2011 voor de ganse sector het registratieprogramma Binc verplicht gesteld. Dossiervorming is momenteel (nog) niet verplicht geïnformatiseerd. Vanuit de deelwerking Hadron werd initiatief genomen om vertrekkende van een geheel eigen behoefteanalyse, een nieuw journaalprogramma te laten schrijven. De nieuwe software moet zowel geschikt zijn voor residentiële werkingen als voor semi-residentiële, ambulante en projecten. Aangezien voornamelijk vertrokken werd van ervaringen uit residentiële hoek, is de ontwikkeling ervan daar al het verst gevorderd. Uiteraard zijn heel wat aanpassingen nodig voor dagcentra en meer ambulante werkingen m.i.v. de projecten. Er is reeds meerdere maanden mee geëxperimenteerd, en eind 2010 stond het residentiële luik zo goed als op punt. Binnen afzienbare tijd, kwestie van enkele maanden, zullen de andere voorzieningen kunnen volgen. Reeds heel wat collega-voorzieningen hebben hun interesse betoond voor dit programma. Een s computerbedrijf zorgde voor de softwareontwikkeling binnen een Accessomgeving. Het journaal laat toe volgens verschillende sleutels alle noodzakelijke informatie over de cliënt, zijn context en het begeleidingstraject op te slaan en weer te geven in relevante rapporten. Het is de bedoeling deze software in de sector te commercialiseren. Hiertoe werd voor de afnemers een juridisch sluitende overeenkomst opgesteld. Minstens om het jaar zal een update van de programmatuur voorzien worden. HET COMPETENTIEPROJECT Reeds vorig jaar kregen we de projecterkenning competentiemanagement goedgekeurd, gesteund door het ESF en Vivo vzw, maar pas in 2010 ging het goed van start. Al onze deelwerkingen nemen eraan deel. Het is de bedoeling het HRM-beleid mede op het competentiemodel te baseren. Het begeleiden van de loopbaan van medewerkers, het ontwikkelen van hun competenties kan binnen dit kader doelgerichter plaatsgrijpen. Het gesubsidieerde project, waarbinnen verschillende vormingsinitiatieven werden opgezet, liep slechts tot augustus. Op dit moment waren we nog niet zo ver gevorderd in het proces en zagen we ons genoodzaakt op eigen krachten het project verder te zetten. Bij het afsluiten van dit werkjaar waren we begonnen aan het uitschrijven van de competentieprofielen voor de een-

21 voudigste functies. Hiermee kan dan worden nagegaan of het gekozen competentiewoordenboek voldoet aan onze eisen om de profielen scherp te stellen. BROCHURES - HUISSTIJL In 2009 kwam een samenwerking met de Arteveldehogeschool, afdeling grafische vormgeving, tot stand. Een studente maakte voor ons een folderontwerp en een website. Alleen hadden we daar toen nog geen definitieve teksten voor omdat we nog volop bezig waren het strategisch beleid te ontwikkelen en we uiteraard liefst in die lijn een volwaardige inhoud wilden aanbieden. Afgelopen jaar hebben we daar verder werk van gemaakt zodat de folder begin 2011 ter perse kan gaan. Intussen hadden we de Arteveldehogeschool een nieuwe opdracht gegeven: het ontwikkelen van een huisstijl, waar ook alle deelvzw s gebruik kunnen van maken. Dit komt de verbondenheid door uniformiteit ten goede. De eerste ontwerpen waren reeds te zien op de GROB-dag van eind maart. GROB-DAG Het werken aan de strategische doelstellingen hielp ons om als samenwerkingsverband dichter bij elkaar te komen en meer op één lijn te gaan staan. Op de werkvloer werd er nogal eens over geklaagd dat daar allemaal niet zoveel van te merken was en blijkbaar meer doorleefde materie was, enkel op het niveau van de directies en de pedagogisch verantwoordelijken. We besloten een GROBdag te organiseren voor alle medewerkers met de bedoeling hen kennis te laten maken met het ontwikkelde gedachtengoed van de laatste jaren. Alle medewerkers werden in een aantal groepen onderverdeeld en kregen per groep één thema onder de vorm van een stelling voorgelegd waarrond men standpunten kon formuleren. De groepen wisselden telkens terwijl de voorzitters ter plaatse bleven zodat elk thema met steeds weer andere deelnemers verder kon uitgediept worden. Dit leverde boeiende discussies op die ons stof tot denken gaf om verder mee aan de slag te gaan. Volgende thema s kwamen aan bod: GROB is de garantie voor hulp op maat; kleinschaligheid is sterker (dan het grootschalige GROB); GROB moet zich actiever profileren binnen én buiten de sector; ik ben bereid om (tijdelijk) in een andere voorziening te gaan werken; multifunctioneel werken is de toekomst; GROB heeft nood aan bijkomende partners; een centraal secretariaat voor GROB op één plaats, trekt mij aan; een grotere organisatie zorgt voor grotere werkdruk; als we de krachten bundelen, hebben we meer mogelijkheden; GROB enkel beperken tot de BJB? de cliënt staat centraal en de medewerkers staan ten dienste van; specialisatie is de beste garantie voor een goede hulpverlening; GROB is beter af in een fusie; non-profit versus social-profit; GROB werkt vraaggestuurd; een GROB-medewerker werkt niet enkel voor het geld, maar streeft ook naar voldoening in zijn job; GROB biedt meer kansen op doorgroeimogelijkheden; GROB is mijn garantie voor betere arbeidsvoorwaarden; GROB is al groot genoeg.

22 Een volgende GROB-dag staat gepland voor 28 januari. Het is dan o.a. de bedoeling de conclusies te presenteren uit de verschillende stellingen, en zo samen richting te geven aan de koers die GROB zal volgen. EVALUATIE JAARACTIEPLAN 2010 Het jaaractieplan 2010 bevat 22 te realiseren items/projecten. Wellicht was dit wat teveel hooi op de vork, want we zijn er niet in geslaagd alles te realiseren wat op het programma stond. Het was derhalve zaak de nodige prioriteiten te stellen en hier en daar een aantal zaken bewust even aan de kant te laten liggen. Hieronder geven we een kort overzicht van een aantal onderwerpen waarmee we bezig zijn geweest, voor zover deze boven nog niet eerder zijn aan bod gekomen. De werkgroep huisvesting stelde een dossier samen met het oog op een projectaanvraag wonenwelzijn als antwoord op de oproep van de overheid om initiatief te nemen inzake een betere woongelegenheid voor maatschappelijk kwetsbare doelgroepen. Dat cliënten uit de Bijzondere Jeugdbijstand daarin gevat zijn, zal geen verwondering wekken. De aanvraag werd eind 2010 ingediend. We hopen op een positief resultaat. De werkgroep ICT werd samengesteld in een poging om door het samenleggen van de beschikbare kennis, meer uit de informatisering te kunnen halen. We zijn nu zowat de periode ingetreden waarin elke voorziening met een centrale server werkt. Dit schept meer mogelijkheden, maar het onderhoud en de besturing zijn ook complexer geworden. Het bracht er een aantal onder ons toe om met een en dezelfde computerleverancier in zee te gaan en een onderhoudscontract te nemen. Gezien we in GROB-verband een grotere urenafname hebben, kon ook de prijs gedrukt worden. Tevens nam de werkgroep het besluit om de websites van de verschillende deelorganisaties op elkaar af te stemmen door het aannemen van een uniforme lay-out via een content management systeem. Zo kan ieder ook zelfstandig en dynamisch eigen inhoud toevoegen en beheren zonder zich al te zeer om de vormgeving te moeten bekommeren. De GROB-website wordt dan een portaalsite. UITWISSELING ROND VEILIGHEIDSBELEID Zowat alle GROB-voorzieningen zijn in mindere of meerdere mate bezig met de ontwikkeling van een veiligheids- en agressiebeleid. In het najaar organiseerden wij een informatief dagdeel waarin elke voorziening een presentatie gaf van de stand van zaken binnen de eigen deelwerking. Voorwaar interessante materie waarbij wij nog heel wat van elkaar te leren hebben! UITGESTELDE THEMA S Een aantal onderwerpen uit de jaarplanning hebben we uit tijdsgebrek min of meer aan ons voorbij moeten laten gaan: Het uittekenen van een gemeenschappelijk HRM-beleid. Als we ons als deelvzw s zoveel mogelijk op elkaar willen afstemmen teneinde verdergaande samenwerking te bewerkstelligen, dan is een meer gemeenschappelijk HRM-beleid wel een van de grote voorwaarden. Zo is er nu wel een schema opgesteld dat alle te betrekken topics aangeeft, maar aan een echte uitwerking zijn wij nog niet toegekomen. We zijn begonnen met de inventarisatie van alle opleidingsactiviteiten om het vormingsbeleid beter op elkaar af te stemmen. Hiertoe is een schema ontworpen dat de onderlinge vergelijking tussen de verschillende deelwerkingen overzichtelijk kan maken. Een verdere stap zal dan zijn dat we het vormingsbeleid meer gemeenschappelijk kunnen stroomlijnen en vormingsmomenten beter samen kunnen in planning brengen. Een gelijkaardige beweging hebben we ook in de steigers gezet m.b.t. een gezamenlijke uitwerking van het competentiebeleid (zie hoger). Op vlak van organisatieontwikkeling hadden wij ons voorgenomen een werkgroep fundraising in het leven te roepen, een kader te maken om onze overheadmedewerkers beter met elkaar te laten samenwerken. Ook die voornemens moeten we verschuiven naar een volgende periode. Het mag duidelijk zijn dat we nog heel wat werk voor de boeg hebben vooraleer de koepelvzw ten volle zal renderen. Het ontwerp-jaaractieplan dat in januari 2011 nog moet goedgekeurd worden, toont aan dat we met evenveel ambitie het komende werkjaar willen ingaan!

23 ONTWERP-JAARACTIEPLAN 2011 ACTIES VERANTWOORDELIJKE aanspreekpunt LOOPTIJD *** DOMEIN VAN DE CLIENT *** Komen tot een alternatief model voor samenwerking dat toelaat opnieuw gemeenschappelijke cliënttrajecten te organiseren. directiecomité Continuering van het project Keep It Clean Geert / drugcoördinator GROB loopt tot eind 2012 Continuering van de werkgroep huisvesting / Indiening van het project wonen welzijn Maureen in de loop van Uitwerking initiatieven m.b.t. gemeenschappelijke dossiervorming cliënten WG pedagogisch verantwoordelijken in de loop van Organiseren van startprojecten pedagogisch verantwoordelijken in de loop van Invoering gebruik GROB-journaal directiecomité is pas gestart *** DOMEIN VAN DE MEDEWERKERS *** Ontwikkelen van verschillende projecten in het kader van het gemeenschappelijk HRM-beleid. Zijn reeds gestart: competentiemanagement en afstemming VTO-beleid directiecomité in de loop van Uitklaring van het GROB toekomstperspectief mede a.d.h.v. de clustering van de topics en verwachtingen geformuleerd op de GROB-dag van maart directiecomité voorjaar 2011

24 (Initiatieven feestcomité) Geert in de loop van *** DOMEIN VAN DE ORGANISATIEONTWIKKELING *** Oprichting werkgroep fundraising met deelname afvaardiging RvB directiecomité RvB asap Uitklaren dilemma autonomie - gemeenschappelijkheid directiecomité RvB s voorjaar 2011 Uitbouw van een heldere beslissings- en communicatiestructuur op niveau RvB en directiecomité RvB directiecomité in de loop van Verdere uitwerking van de inzetbaarheid van de overheadmedewerkers op gemeenschappelijke terreinen Jonathan + directiecomité in de loop van Continueren van de diverse werkgroepen: - huisvesting - ICT: uniforme websites - Profilering - Competentie - Keep It Clean directiecomité in de loop van Komen tot een alternatief model voor samenwerking dat toelaat opnieuw gemeenschappelijke cliënttrajecten te organiseren. directiecomité Dirk Meulyzer

25

PROJECTPLAN REGISTRATIESYSTEEM PRIVATE VOORZIENINGEN BIJZONDERE JEUGDZORG

PROJECTPLAN REGISTRATIESYSTEEM PRIVATE VOORZIENINGEN BIJZONDERE JEUGDZORG PROJECTPLAN REGISTRATIESYSTEEM PRIVATE VOORZIENINGEN BIJZONDERE JEUGDZORG Stefaan VIAENE Johan PEETERS 30 maart 2007 1 A. CONTEXT VAN HET PROJECT - Doelstelling 32 van het Globaal Plan bepaalt: We geven

Nadere informatie

De doelstellingen van directie en personeel worden expliciet omschreven in een beleidsplan en worden jaarlijks beoordeeld door de directie.

De doelstellingen van directie en personeel worden expliciet omschreven in een beleidsplan en worden jaarlijks beoordeeld door de directie. FUNCTIE: Directeur POC AFKORTING: DIR AFDELING: Management 1. DOELSTELLINGEN INSTELLING De doelstellingen staan omschreven in het beleidsplan POC. Vermits de directie de eindverantwoordelijkheid heeft

Nadere informatie

VISIETEKST INTEGRALE KWALITEITSZORG (IKZ)

VISIETEKST INTEGRALE KWALITEITSZORG (IKZ) VISIETEKST INTEGRALE KWALITEITSZORG (IKZ) Binnen onze vzw Jeugdzorg Sint-Vincentius zien we kwaliteit als een dynamisch en evolutief gegeven (cfr. Prose-model). Wij willen in eerste instantie een kwaliteitsvolle

Nadere informatie

Daidalos vzw. Veiligheidsondersteunend beleid

Daidalos vzw. Veiligheidsondersteunend beleid Daidalos vzw Veiligheidsondersteunend beleid Daidalos vzw: Situering Voorziening Bijzondere Jeugdbijstand Mobiele/ semi-ambulante hulpverlening bij Problematische opvoedingssituaties (POS): hoofdzakelijk

Nadere informatie

FUNCTIE/ORGAAN: Directeur

FUNCTIE/ORGAAN: Directeur FUNCTIE/ORGAAN: Directeur Functiedoel: - De directeur is de eindverantwoordelijke van het PVT De Landhuizen en is verantwoordelijk voor de realisatie van de missie, de visie en het beleid binnen de doelstellingen

Nadere informatie

Onze visie op cliënten, medewerkers en organisatie vertrekt vanuit 6 waarden: Cliëntgestuurd, Integer, Inclusief, Open, Participatief, Professioneel.

Onze visie op cliënten, medewerkers en organisatie vertrekt vanuit 6 waarden: Cliëntgestuurd, Integer, Inclusief, Open, Participatief, Professioneel. missie en VISIE Het GielsBos wil een veilige en geborgen thuis bieden aan volwassenen en kinderen met een beperking. We bieden deze mensen en hun leefomgeving een brede ondersteuning vanuit ervaring en

Nadere informatie

Jongerencentrum Cidar V.Z.W.

Jongerencentrum Cidar V.Z.W. Jongerencentrum Cidar V.Z.W. Informatie over de Klachtenregeling, de Evaluaties van de hulpverlening, de Rechten van kinderen en ouders, de Cliëntrechten, de Rechten van kinderen in de Jeugdhulp. Inleiding

Nadere informatie

Spannend: Participatieprocessen in de Bijzondere Jeugdzorg.

Spannend: Participatieprocessen in de Bijzondere Jeugdzorg. Vzw Ondersteuningsstructuur Bijzondere Jeugdzorg info@osbj.be - www.osbj.be Spannend: Participatieprocessen in de Bijzondere Jeugdzorg. Deel 2: aandachtspunten voor organisaties Naar aanleiding van het

Nadere informatie

Aanbod Bijzondere Jeugdbijstand (BJB)

Aanbod Bijzondere Jeugdbijstand (BJB) Aanbod Bijzondere Jeugdbijstand (BJB) Té-jongeren : intersectorale zoektocht, 27 november 2012 Vooraf Werking BJB wordt bepaald door het decreet van 7 maart 2008 inzake bijzondere jeugdbijstand Typisch

Nadere informatie

Sinds half maart 2007 hebben de OSBJ en het IVA Jongerenwelzijn de handen in elkaar geslagen om deze opdracht aan te vatten.

Sinds half maart 2007 hebben de OSBJ en het IVA Jongerenwelzijn de handen in elkaar geslagen om deze opdracht aan te vatten. Registratie in de private voorzieningen bijzondere jeugdzorg Aanleiding De vraag naar objectieve en betrouwbare cijfers over de Bijzondere Jeugdzorg, leeft al een hele tijd, zowel in het veld als bij het

Nadere informatie

http://www.health.fgov.be/pls/apex/f?p=225:1:1754521204855099.

http://www.health.fgov.be/pls/apex/f?p=225:1:1754521204855099. STILZWIJGENDE VERLENGING VAN HET CONTRACT COÖRDINATIE KWALITEIT EN PATIËNTVEILIGHEID Het contract coördinatie kwaliteit en patiëntveiligheid 2013 wordt stilzwijgend verlengd voor een periode van 12 maanden

Nadere informatie

Kinder- en Jongerentelefoon. Commissie voor Welzijn, Volksgezondheid en Gelijke Kansen.

Kinder- en Jongerentelefoon. Commissie voor Welzijn, Volksgezondheid en Gelijke Kansen. Advies Kinder- en Jongerentelefoon Commissie voor Welzijn, Volksgezondheid en Gelijke Kansen. Parlementaire vraag van de heer J. Roegiers over bijkomende subsidiëring van de Kinder- en Jongerentelefoon

Nadere informatie

Duurzame integratieve kwaliteitszorg. Andre Vyt

Duurzame integratieve kwaliteitszorg. Andre Vyt Duurzame integratieve kwaliteitszorg Andre Vyt Kernaspecten Hoe integreren we alle relevante aspecten in ons kwaliteitsbeleid? Hoe integreren we het kwaliteitsbeleid in onze dagelijkse werking? Wat zijn

Nadere informatie

Teamkompas voor Zelfsturing

Teamkompas voor Zelfsturing Teamkompas voor Zelfsturing Wat is het teamkompas: Met dit instrument kun je inzicht krijgen in de ontwikkeling van je team als het gaat om effectief samenwerken: Waar staan wij als team? Hoe werken wij

Nadere informatie

F U N C T I E P R O F I E L

F U N C T I E P R O F I E L F U N C T I E P R O F I E L I. I D E N T I F I C A T I E G E G E V E N S Functiebenaming Weddeschaal Graad Directie - dep - dienst Functiefamilie maatschappelijk werker Sociale Dienst B1-B2-B3 maatschappelijk

Nadere informatie

14. Over de evaluatie van de werking van de ouderenadviesraad

14. Over de evaluatie van de werking van de ouderenadviesraad 14. Over de evaluatie van de werking van de ouderenadviesraad Elke gezonde organisatie of structuur stelt op regelmatige basis zichzelf de vraag: Zijn wij in feite wel goed bezig? Ook voor ouderenadviesraden

Nadere informatie

nota Toepassing van het decreet Integrale Jeugdhulp voor voogden van niet begeleide minderjarige vreemdelingen

nota Toepassing van het decreet Integrale Jeugdhulp voor voogden van niet begeleide minderjarige vreemdelingen nota nota aan de Dienst Voogdij, federale overheidsdienst Justitie datum 1 maart 2014 uw kenmerk naam lijnmanager Lucien Rahoens naam auteur Virna Saenen onderwerp toepassing van het decreet Integrale

Nadere informatie

Tabel competentiereferentiesysteem

Tabel competentiereferentiesysteem Bijlage 3 bij het ministerieel besluit van tot wijziging van het ministerieel besluit van 28 december 2001 tot uitvoering van sommige bepalingen van het koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot regeling

Nadere informatie

KWALITEITSCOÖRDINATOR

KWALITEITSCOÖRDINATOR 2007.03.31 A1 / administratief AWS1a/AWS1b/AWS2a KWALITEITSCOÖRDINATOR WERVING Bijdragen tot: Ontwikkelen en implementeren van een verbetermanagementsysteem waardoor het OCMW haar missie en visie, inclusief

Nadere informatie

Recht op informatie, duidelijke communicatie, inspraak en instemming

Recht op informatie, duidelijke communicatie, inspraak en instemming Recht op informatie, duidelijke communicatie, inspraak en instemming Art. 8 van het decreet stelt dat elke minderjarige het recht heeft in te stemmen met buitengerechtelijke jeugdhulp of deze hulp te weigeren.

Nadere informatie

2. Toepassingsgebied Klachten van de gebruiker m.b.t. de hulp- en dienstverlening, die gemeld worden aan een medewerker van De Meander.

2. Toepassingsgebied Klachten van de gebruiker m.b.t. de hulp- en dienstverlening, die gemeld worden aan een medewerker van De Meander. 1/5 Beoordeeld: Stuurgroep Kwaliteit Geldig vanaf: 26/06/2013 Procedurehouder: Sociale dienst Goedgekeurd: Luc Lemkens Paraaf: 1. Termen en definities Interne klachtencommissie: De klachtencommissie bestaat

Nadere informatie

Visie : Palliatieve zorgen

Visie : Palliatieve zorgen Indien op een gegeven ogenblik een curatieve therapie geen hulp meer brengt en de mens zich geconfronteerd ziet met het onvermijdelijke, wordt hij bevangen door angst en pijn. Het is moeilijk om dragen,

Nadere informatie

MINISTERIEEL BESLUIT VAN 17 MAART 2000 inzake de kwaliteitszorg in de opleidingscentra voor polyvalente verzorgenden (B.S. 20.V.

MINISTERIEEL BESLUIT VAN 17 MAART 2000 inzake de kwaliteitszorg in de opleidingscentra voor polyvalente verzorgenden (B.S. 20.V. MINISTERIEEL BESLUIT VAN 17 MAART 2000 inzake de kwaliteitszorg in de opleidingscentra voor polyvalente verzorgenden (B.S. 20.V.2000) Artikel 1. De sectorspecifieke minimale kwaliteitseisen voor de opleidingscentra

Nadere informatie

Integrale Jeugdhulpverlening: een nieuw plan in de maak

Integrale Jeugdhulpverlening: een nieuw plan in de maak Integrale Jeugdhulpverlening: een nieuw plan in de maak Document opgesteld door: vzw de Keeting vzw Recht-Op Kroonstraat 64/66 Lange Lobroekstraat 34 2800 Mechelen 2060 Antwerpen email: info@dekeeting.be

Nadere informatie

Werk maken van kinderrechten

Werk maken van kinderrechten Werk maken van kinderrechten De decreten integrale jeugdhulp in de praktijk Sectoraal cijferrapport: Begeleidingstehuizen en gezinstehuizen Inhoudstafel 1 Kerncijfers... 3 2 Het DRM als referentiekader

Nadere informatie

De sociale plattegrond

De sociale plattegrond De sociale plattegrond Sector: Agentschap Jongerenwelzijn Spreker: Tom Elen (Agentschap Jongerenwelzijn) H1 - Opdracht Agentschap Jongerenwelzijn (beleidsdomein = WVG) Afdeling Preventie- en Verwijzersbeleid

Nadere informatie

DECREET. betreffende het algemeen welzijnswerk

DECREET. betreffende het algemeen welzijnswerk VLAAMS PARLEMENT DECREET betreffende het algemeen welzijnswerk HOOFDSTUK I Algemene bepalingen Artikel 1 Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid. Artikel 2 In dit decreet wordt verstaan onder

Nadere informatie

REGLEMENT VAN DE OPLEIDINGSCOMMISSIES VAN RITS SCHOOL OF ARTS d.d. 3 februari 2015

REGLEMENT VAN DE OPLEIDINGSCOMMISSIES VAN RITS SCHOOL OF ARTS d.d. 3 februari 2015 REGLEMENT VAN DE OPLEIDINGSCOMMISSIES VAN RITS SCHOOL OF ARTS d.d. 3 februari 2015 Hoofdstuk I. Algemeen reglement van de opleidingscommissies aan de Erasmushogeschool Brussel (goedgekeurd door het College

Nadere informatie

VERENIGING WAAR ARMEN HET WOORD NEMEN

VERENIGING WAAR ARMEN HET WOORD NEMEN Koning Albert II-laan 35, bus 31 1030 Brussel T 02 553 34 34 F 02 533 34 35 contact@zorginspectie.be VERENIGING WAAR ARMEN HET WOORD NEMEN Naam: Adres: Tel: Fax: Email: Opdrachtnummer: Datum opdracht:

Nadere informatie

Voorstelling kwaliteitssysteem. Inhoud voorstelling. Inleiding 24/09/2014

Voorstelling kwaliteitssysteem. Inhoud voorstelling. Inleiding 24/09/2014 Voorstelling kwaliteitssysteem 11/09/14 Virginie Meesseman Inhoud voorstelling - Inleiding - De fundamenten - De bouwstenen - checks - Het bouwen plan-do/act - Het innoveren Inleiding - Korte voorstelling

Nadere informatie

Dagcentrum de Teuten

Dagcentrum de Teuten Dagcentrum de Teuten Dagcentrum De Teuten ons aanbod 2014 Dagcentrum de Teuten is een dagcentrum voor multi-modale gezins- en jongerenbegeleiding. Opgestart 1991 Gelegen: Koning Leopoldlaan 26, 3920 Lommel

Nadere informatie

Vacature coördinator Rungproject

Vacature coördinator Rungproject Vacature coördinator Rungproject 26.06.07 Het Rungproject is een nieuw initiatief dat herstelgerichte hulp biedt aan jongeren in de bijzondere jeugdbijstand die weglopen (overwegen) en hun omgeving. Het

Nadere informatie

Betreft: Krachtlijnen voor een nieuwe organisatie voor de opvang- en vrije tijd van schoolkinderen

Betreft: Krachtlijnen voor een nieuwe organisatie voor de opvang- en vrije tijd van schoolkinderen Conceptnota Betreft: Krachtlijnen voor een nieuwe organisatie voor de opvang- en vrije tijd van schoolkinderen 1. Situering Deze conceptnota heeft tot doel om, binnen de contouren van het Vlaams Regeerakkoord

Nadere informatie

v.u.: Ward Van Hoorde, Kwatrechtsteenweg 168, 9260 Wetteren opdrachtsverklaring SINT-LODEWIJK

v.u.: Ward Van Hoorde, Kwatrechtsteenweg 168, 9260 Wetteren opdrachtsverklaring SINT-LODEWIJK v.u.: Ward Van Hoorde, Kwatrechtsteenweg 168, 9260 Wetteren opdrachtsverklaring SINT-LODEWIJK OPDRACHTSVERKLARING SINT- LODEWIJK cliënt-organisatie-medew MISSIE SINT-LODEWIJK - biedt aangepast onderwijs

Nadere informatie

1. Bepalen van de prioriteiten

1. Bepalen van de prioriteiten 1 1. Bepalen van de prioriteiten Bij het bepalen van prioriteiten heeft men aandacht voor: bevestigen en borgen van wat goed gebleken is (= behoud-punten); verbetering van de vastgestelde werkpunten (=

Nadere informatie

Decreet van 17 oktober 2003 (BS 10 november 2003) betreffende de kwaliteit van de gezondheids- en welzijnsvoorzieningen 1

Decreet van 17 oktober 2003 (BS 10 november 2003) betreffende de kwaliteit van de gezondheids- en welzijnsvoorzieningen 1 1 Decreet van 17 oktober 2003 (BS 10 november 2003) betreffende de kwaliteit van de gezondheids- en welzijnsvoorzieningen 1 Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikel 1. Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid.

Nadere informatie

RECHT OP PRIVACY. Artikel 25

RECHT OP PRIVACY. Artikel 25 RECHT OP PRIVACY Artikel 25 De minderjarige heeft recht op respect voor zijn persoonlijke levenssfeer, met inbegrip van: 1 de bescherming van zijn persoonsgegevens, onverminderd de bepalingen van afdeling

Nadere informatie

Zonder partners lukt het niet

Zonder partners lukt het niet Zonder partners lukt het niet Vorm een breedspectrum BOEBS-team. Waarom? Hoe? Het BOEBS-team heeft het meeste kans op slagen als het uit een breed gamma van partners is samengesteld, die elk vanuit een

Nadere informatie

Bisconceptnota. Betreft: Krachtlijnen voor een nieuwe organisatie voor de opvang- en vrije tijd van schoolkinderen

Bisconceptnota. Betreft: Krachtlijnen voor een nieuwe organisatie voor de opvang- en vrije tijd van schoolkinderen DE VLAAMSE MINISTER VAN WELZIJN, VOLKSGEZONDHEID EN GEZIN Bisconceptnota Betreft: Krachtlijnen voor een nieuwe organisatie voor de opvang- en vrije tijd van schoolkinderen 1. Situering 1.1. Vlaams Regeerakkoord

Nadere informatie

Evaluatierapport in het kader van het kwaliteitsdecreet Evaluatie van de zelfevaluatie Algemeen Ziekenhuis Sint-Dimpna

Evaluatierapport in het kader van het kwaliteitsdecreet Evaluatie van de zelfevaluatie Algemeen Ziekenhuis Sint-Dimpna Agentschap Inspectie Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Afdeling Welzijn en Gezondheid Koning Albert II laan 35, bus 31, 1030 BRUSSEL Tel. 02 553 33 79 Fax 02 553 34 35 E-mail: inspectie@wvg.vlaanderen.be

Nadere informatie

Competentieprofiel. Maatschappelijk werker

Competentieprofiel. Maatschappelijk werker Competentieprofiel maatschappelijk werker OCMW 1. Functie Functienaam Afdeling Dienst Functionele loopbaan Maatschappelijk werker Sociale zaken Sociale dienst B1-B3 2. Context Het OCMW garandeert aan elke

Nadere informatie

Vzw Roppov Martelaarslaan 212 9000 Gent tel 09/224.09.15 e-mail info@roppov.be web www.roppov.be

Vzw Roppov Martelaarslaan 212 9000 Gent tel 09/224.09.15 e-mail info@roppov.be web www.roppov.be Vzw Roppov Martelaarslaan 212 9000 Gent tel 09/224.09.15 e-mail info@roppov.be web www.roppov.be THEMABUNDEL CONTEXTBEGELEIDING: ADVIEZEN VAN OUDERS EN HULPVERLENERS (Dialoogdag 2014) Standpunten van ouders

Nadere informatie

STILZWIJGENDE VERLENGING VAN HET CONTRACT COÖRDINATIE KWALITEIT EN PATIËNTVEILIGHEID

STILZWIJGENDE VERLENGING VAN HET CONTRACT COÖRDINATIE KWALITEIT EN PATIËNTVEILIGHEID STILZWIJGENDE VERLENGING VAN HET CONTRACT COÖRDINATIE KWALITEIT EN PATIËNTVEILIGHEID Het contract coördinatie kwaliteit en patiëntveiligheid 2013 wordt stilzwijgend verlengd voor een periode van 12 maanden

Nadere informatie

FUNCTIEFAMILIE 5.3 Projectmanagement

FUNCTIEFAMILIE 5.3 Projectmanagement Doel van de functiefamilie Leiden van projecten en/of deelprojecten de realisatie van de afgesproken projectdoelstellingen te garanderen. Context: In lijn met de overgekomen normen in termen van tijd,

Nadere informatie

De invoering van kwaliteitszorg in de Vlaamse voorzieningen BJB

De invoering van kwaliteitszorg in de Vlaamse voorzieningen BJB De invoering van kwaliteitszorg in de Vlaamse voorzieningen BJB Waarop moet ik letten bij de toepassing van het uitvoeringsbesluit? Ben ik verplicht om het kader bij dit besluit te gebruiken? Moeten we

Nadere informatie

Huishoudelijk reglement van het remuneratiecomité van de Vlaamse overheid

Huishoudelijk reglement van het remuneratiecomité van de Vlaamse overheid Huishoudelijk reglement van het remuneratiecomité van de Vlaamse overheid Opdracht en algemene werkingsregels 1 - Het remuneratiecomité heeft aandacht voor het strategische beleid en neemt hierin een adviserende

Nadere informatie

1 Doe jij ook mee?! Team in beweging - Nu beslissen Steunpunt Diversiteit & Leren

1 Doe jij ook mee?! Team in beweging - Nu beslissen Steunpunt Diversiteit & Leren Nu beslissen De motieven om te starten met leerlingenparticipatie kunnen zeer uiteenlopend zijn, alsook de wijze waarop je dit in de klas of de school invoert. Ondanks de bereidheid, de openheid en de

Nadere informatie

DIENST VOOR GEZINSZORG EN AANVULLENDE THUISHULP : KRAAMZORG

DIENST VOOR GEZINSZORG EN AANVULLENDE THUISHULP : KRAAMZORG Zorginspectie Koning Albert II-laan 35 bus 31 1030 BRUSSEL T 02 553 34 34 F 02 553 34 35 contact@zorginspectie.be ////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////

Nadere informatie

Functiebeschrijving: Directeur audit

Functiebeschrijving: Directeur audit Functiebeschrijving: Directeur audit Functiefamilie Controle en audit functies Voor akkoord Naam leidinggevende Datum + handtekening Naam functiehouder Datum + Handtekening 1. Context van de functie 1.1.

Nadere informatie

A D V I E S Nr. 1.917 ----------------------------- Zitting van dinsdag 25 november 2014 -----------------------------------------------------

A D V I E S Nr. 1.917 ----------------------------- Zitting van dinsdag 25 november 2014 ----------------------------------------------------- A D V I E S Nr. 1.917 ----------------------------- Zitting van dinsdag 25 november 2014 ----------------------------------------------------- Nationaal profiel voor veiligheid en gezondheid op het werk

Nadere informatie

Decreet betreffende het algemeen welzijnswerk

Decreet betreffende het algemeen welzijnswerk Decreet betreffende het algemeen welzijnswerk 08/05/2009 HOOFDSTUK I. Algemene bepalingen Art. 1. Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid. Art. 2. In dit decreet wordt verstaan onder : 1 algemeen

Nadere informatie

Belang van het implementeren van een alcohol- en drugsbeleid. Sabine Stevens Preventieadviseur psychosociale aspecten

Belang van het implementeren van een alcohol- en drugsbeleid. Sabine Stevens Preventieadviseur psychosociale aspecten Belang van het implementeren van een alcohol- en drugsbeleid Sabine Stevens Preventieadviseur psychosociale aspecten Wist u dat? Het aantal probleemdrinkers bij de beroepsbevolking wordt geschat op 5 tot

Nadere informatie

We stellen voor deze vragenlijst één maal per jaar te gebruiken.

We stellen voor deze vragenlijst één maal per jaar te gebruiken. Vragenlijst Lokaal Drugoverleg Inleiding Binnen de alcohol- en drugpreventiesector weten we dat een dynamisch lokaal drugoverleg een belangrijke basis en voorwaarde vormt om binnen de gemeente een werkbaar

Nadere informatie

CROSS-OVER 2/12/2014

CROSS-OVER 2/12/2014 CROSS-OVER 2/12/2014 SKILLVILLE: Alcohol, tabak en cannabis Historiek Start Projectmatig Wetenschappelijk Onderzoek (PWO) september 2012 Impact van het ontwikkelen en inzetten van een educatieve game ter

Nadere informatie

Evaluatie National Contact Point-werking van het Vlaams Contactpunt Kaderprogramma

Evaluatie National Contact Point-werking van het Vlaams Contactpunt Kaderprogramma Evaluatie National Contact Point-werking van het Vlaams Contactpunt Kaderprogramma Departement Economie, Wetenschap en Innovatie Afdeling Strategie en Coördinatie Koning Albert II-laan 35 bus 10 1030 Brussel

Nadere informatie

een geëngageerde en gemotiveerde begeleider (m/v) voor ons begeleidingstehuis t Vlierke.

een geëngageerde en gemotiveerde begeleider (m/v) voor ons begeleidingstehuis t Vlierke. In de Bijzondere Jeugdzorg van Ter Loke zijn we op zoek naar een geëngageerde en gemotiveerde begeleider (m/v) voor ons begeleidingstehuis t Vlierke. t Vlierke is een begeleidingstehuis in Turnhout voor

Nadere informatie

Vlaamse overheid Departement Economie, Wetenschap en Innovatie Afdeling Strategie en Coördinatie Koning Albert II-laan 35, bus 10 1030 Brussel

Vlaamse overheid Departement Economie, Wetenschap en Innovatie Afdeling Strategie en Coördinatie Koning Albert II-laan 35, bus 10 1030 Brussel Evaluatie van beleid en beleidsinstrumenten Protocol tussen de entiteit 1 verantwoordelijk voor de (aansturing van de) evaluatie en (de instelling verantwoordelijk voor) het beleidsinstrument Vlaamse overheid

Nadere informatie

CHARTER COLLECTIEVE RECHTEN EN PLICHTEN VOOR RECHTSTREEKS TOEGANKELIJKE MOBIELE EN AMBULANTE BEGELEIDING VOOR MINDERJARIGEN

CHARTER COLLECTIEVE RECHTEN EN PLICHTEN VOOR RECHTSTREEKS TOEGANKELIJKE MOBIELE EN AMBULANTE BEGELEIDING VOOR MINDERJARIGEN CHARTER COLLECTIEVE RECHTEN EN PLICHTEN VOOR RECHTSTREEKS TOEGANKELIJKE MOBIELE EN AMBULANTE BEGELEIDING VOOR MINDERJARIGEN Van toepassing vanaf 01/04/2015 Van toepassing vanaf 01/04/2015 p. 1 1. IDENTIFICATIE

Nadere informatie

BELEIDSNOTA DRUGBELEID VAGGA

BELEIDSNOTA DRUGBELEID VAGGA BELEIDSNOTA DRUGBELEID VAGGA INHOUD Inleiding 1. Waarom een drugbeleid? 2. Uitgangspunten 3. Regelgeving 4. Procedures 5. Hulpverlening 6. Vorming & Voorlichting 7. Evaluatie Inleiding In onze samenleving

Nadere informatie

Bedrijfsmaatschappelijk werker

Bedrijfsmaatschappelijk werker Bedrijfsmaatschappelijk werker Doel Verlenen van hulp aan werknemers met (dreigende) (psycho)sociale moeilijkheden, alsmede adviseren van leidinggevenden over (psycho)sociale vraagstukken, binnen het sociaal

Nadere informatie

Kinderen met een handicap op de schoolbanken

Kinderen met een handicap op de schoolbanken Kinderen met een handicap op de schoolbanken Ouders van een kind met een handicap moeten vaak een moeilijke weg bewandelen met veel hindernissen en omwegen om voor hun kind de geschikte onderwijsvorm of

Nadere informatie

VLAAMS PARLEMENT VOORSTEL VAN RESOLUTIE. van mevrouw Ria Van Den Heuvel en de heren Jan Roegiers, Carlo Daelman en Koen Helsen

VLAAMS PARLEMENT VOORSTEL VAN RESOLUTIE. van mevrouw Ria Van Den Heuvel en de heren Jan Roegiers, Carlo Daelman en Koen Helsen Stuk 2223 (2003-2004) Nr. 1 VLAAMS PARLEMENT Zitting 2003-2004 5 maart 2004 VOORSTEL VAN RESOLUTIE van mevrouw Ria Van Den Heuvel en de heren Jan Roegiers, Carlo Daelman en Koen Helsen betreffende een

Nadere informatie

Stafmobiliteit gewikt en gewogen

Stafmobiliteit gewikt en gewogen Stafmobiliteit gewikt en gewogen Isabelle De Ridder Vlaamse Onderwijsraad Vlaamse Onderwijsraad (Vlor) Strategische adviesraad voor het beleidsdomein onderwijs en vorming - Opdracht: o Adviezen op vraag

Nadere informatie

Concreet aan de slag: checklist strategisch vto-beleidsplan

Concreet aan de slag: checklist strategisch vto-beleidsplan Concreet aan de slag: checklist strategisch vto-beleidsplan De weg is belangrijker dan de wegwijzer Tussen de wil om het huidige vormingsbeleid meer af te stemmen op de uitdagingen inzake toenemende kwaliteitseisen

Nadere informatie

INTERGEMEENTELIJKE ONROERENDERFGOED- DIENSTEN (IOED S)

INTERGEMEENTELIJKE ONROERENDERFGOED- DIENSTEN (IOED S) INTERGEMEENTELIJKE ONROERENDERFGOED- DIENSTEN (IOED S) 8 september 2015 Vlaams Regeerakkoord 2014-2019 We betrekken zo veel als mogelijk de lokale besturen bij het erfgoedbeleid en bij de maatregelen die

Nadere informatie

De handen in elkaar, samen werken aan een Brede School

De handen in elkaar, samen werken aan een Brede School De handen in elkaar, samen werken aan een Brede School Brede School Te downloaden op www.vlaanderen.be/bredeschool Doel BS Brede ontwikkeling van kinderen en jongeren Doel BS Brede ontwikkeling van kinderen

Nadere informatie

Decreet opvoedingsondersteuning in relatie tot de IJH. Benedikte Van den Bruel Veerle Roels

Decreet opvoedingsondersteuning in relatie tot de IJH. Benedikte Van den Bruel Veerle Roels Decreet opvoedingsondersteuning in relatie tot de IJH Benedikte Van den Bruel Veerle Roels Kind en Gezin èn Agentschap Jongerenwelzijn? Kind en Gezin en Agenschap Jongerenwelzijn verantwoordelijk voor

Nadere informatie

Functiekaart dementie-experten van de regionale expertisecentra dementie

Functiekaart dementie-experten van de regionale expertisecentra dementie Bijlage 2 Functiekaart dementie-experten van de regionale expertisecentra dementie 1. Algemene inlichtingen Functienaam: Rapporteert aan: Diens/afdeling: Hiërarchische overste: Functionele afstemming,

Nadere informatie

Functieprofiel. Wat is het?

Functieprofiel. Wat is het? Functieprofiel Wat is het? Een functieprofiel is een omschrijving van taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden van een functie binnen een organisatie. Het zorgt ervoor dat discussies worden vermeden

Nadere informatie

Kwaliteitszorg met behulp van het INK-model.

Kwaliteitszorg met behulp van het INK-model. Kwaliteitszorg met behulp van het INK-model. 1. Wat is het INK-model? Het INK-model is afgeleid van de European Foundation for Quality Management (EFQM). Het EFQM stelt zich ten doel Europese bedrijven

Nadere informatie

Alcohol en drugbeleid

Alcohol en drugbeleid Alcohol en drugbeleid Probleemstelling Er waren in de organisatie verschillende meldingen van problemen rond drankmisbruik. Het arbeidsreglement was niet voldoende uitgewerkt om tot een duidelijke aanpak

Nadere informatie

Charter collectieve rechten en plichten

Charter collectieve rechten en plichten Charter collectieve rechten en plichten Van Begeleid Wonen Zennestreek vzw het voor Personen met een ( VAPH) (erkenningsnummer 409200333) Ons adres: In dit charter leggen we duidelijk uit hoe we werken

Nadere informatie

alle campagnefoto s Maak het mee : Paul Delaet provincie Limburg Universiteitslaan 1 B-3500 HASSELT limburg.be

alle campagnefoto s Maak het mee : Paul Delaet provincie Limburg Universiteitslaan 1 B-3500 HASSELT limburg.be alle campagnefoto s Maak het mee : Paul Delaet provincie Limburg Universiteitslaan 1 B-3500 HASSELT limburg.be deontologisch kader pedagogisch advies Situering Het Limburgs netwerk opvoedingsondersteuning

Nadere informatie

Functiebeschrijving Niveau C1-C3 Leidinggevend

Functiebeschrijving Niveau C1-C3 Leidinggevend Ploegbaas Techniek en inrichting Functiebeschrijving Niveau C1-C3 Leidinggevend 1. IDENTIFICATIEGEGEVENS AFDELING TERRITORIUM DIENST INFRASTRUCTUUR SUBDIENST CEL GEBOUWEN FUNCTIE GENERIEKE FUNCTIETITEL

Nadere informatie

Examenprogramma Begeleider Verblijf

Examenprogramma Begeleider Verblijf Examenprogramma Begeleider Verblijf De Vereniging Ons Tehuis gaat over tot de organisatie van een wervingsexamen voor de functie begeleider verblijf. 1 WIE KAN DEELNEMEN? Je bent minstens 18 jaar Je kan

Nadere informatie

Functionerings- en evaluatiereglement in het kader van loopbaanbegeleiding Goedkeuring Schoolbestuur: 10/02/2010 Goedkeuring LOC: 10/02/2010

Functionerings- en evaluatiereglement in het kader van loopbaanbegeleiding Goedkeuring Schoolbestuur: 10/02/2010 Goedkeuring LOC: 10/02/2010 Breekiezel 27, 3670 Meeuwen-Gruitrode Functionerings- en evaluatiereglement in het kader van loopbaanbegeleiding Goedkeuring Schoolbestuur: 10/02/2010 Goedkeuring LOC: 10/02/2010 Artikel 1: Wettelijk kader

Nadere informatie

HR beleidsplan departement LV

HR beleidsplan departement LV HR beleidsplan departement LV Filip Grauls Donderdag 30 september 2010 1 Agenda De aanleiding Het resultaat Het vervolg Aandachtspunten 2 1 1. De aanleiding Eyeopener EFQM zelfevaluatie 2007 Probleemstelling

Nadere informatie

Aanknopingspunten voor elk recht in het decreet rechtspositie van de minderjarige met het kwaliteitsdecreet en de SMK s. CKG s

Aanknopingspunten voor elk recht in het decreet rechtspositie van de minderjarige met het kwaliteitsdecreet en de SMK s. CKG s Aanknopingspunten voor elk recht in het decreet rechtspositie van de minderjarige met het kwaliteitsdecreet en de SMK s Decreet rechtspositie van de minderjarige CKG s MB 10 juni 2003 betreffende de kwaliteitszorg

Nadere informatie

F U N C T I E P R O F I E L

F U N C T I E P R O F I E L F U N C T I E P R O F I E L I. I D E N T I F I C A T I E G E G E V E N S Functiebenaming Weddeschaal Graad Directie - dep - dienst Functiefamilie verantwoordelijke Kinderdagverblijf (B) B1-B2-B3 celhoofd

Nadere informatie

Deze leidraad helpt om het gesprek in team aan te gaan rond kwaliteit, vooraleer je de sjablonen in de digitale leermodules invult.

Deze leidraad helpt om het gesprek in team aan te gaan rond kwaliteit, vooraleer je de sjablonen in de digitale leermodules invult. Deel 1 Wat is een kwaliteitshandboek? Deze leidraad is gebaseerd op de digitale leermodules van Kind & Gezin. Die modules zijn bedoeld om de verschillende onderdelen van het kwaliteitshandboek uit te werken.

Nadere informatie

SYNTHESERAPPORT EVALUATIE WETENSCHAPPELIJKE OLYMPIADES SAMENVATTING

SYNTHESERAPPORT EVALUATIE WETENSCHAPPELIJKE OLYMPIADES SAMENVATTING SYNTHESERAPPORT EVALUATIE WETENSCHAPPELIJKE OLYMPIADES SAMENVATTING Studiedienst en Prospectief Beleid 1 Departement Economie, Wetenschap en Innovatie Vlaamse Overheid Koning Albert II-laan 35 bus 10 1030

Nadere informatie

Afspraken Begeleidings- en evaluatietraject Mentorenproject Traject functiebeschrijvingen. SG SN BaO loopbaanontwikkeling / loopbaanbegeleiding

Afspraken Begeleidings- en evaluatietraject Mentorenproject Traject functiebeschrijvingen. SG SN BaO loopbaanontwikkeling / loopbaanbegeleiding Loopbaanbegeleiding Loopbaanontwikkeling personeelsbeleid in de SG SN BaO Info 18 april 2008 Inhoud van de sessie Schets van het groeiproces Beleidsvoorbereidende jaren Consequenties voor de definitieve

Nadere informatie

CHARTER VAN HET AUDITCOMITE

CHARTER VAN HET AUDITCOMITE CHARTER VAN HET AUDITCOMITE INLEIDING 2 I. ROL 2 II. VERANTWOORDELIJKHEDEN 2 1. Financiële reporting 3 2. Interne controle - risicobeheer en compliance 3 3. Interne audit 4 4. Externe audit: de commissaris

Nadere informatie

MINISTERIE VAN DEFENSIE WERKGROEP STAAL EERSTE DRUK, NOVEMBER 2007 VISIE LEIDINGGEVEN

MINISTERIE VAN DEFENSIE WERKGROEP STAAL EERSTE DRUK, NOVEMBER 2007 VISIE LEIDINGGEVEN MINISTERIE VAN DEFENSIE WERKGROEP STAAL EERSTE DRUK, NOVEMBER 2007 VISIE LEIDINGGEVEN INLEIDING Voorwoord Commandant der Strijdkrachten CONTEXT De complexe omgeving waarin bij Defensie leiding wordt gegeven

Nadere informatie

Actieplan 1 Informatie- en preventiebeleid naar de Zeelse bevolking toe op het vlak van o.m. (kinder)armoede, gezondheid, participatie

Actieplan 1 Informatie- en preventiebeleid naar de Zeelse bevolking toe op het vlak van o.m. (kinder)armoede, gezondheid, participatie DEEL ARMOEDEBESTRIJDING Actieplan 1 Informatie- en preventiebeleid naar de Zeelse bevolking toe op het vlak van o.m. (kinder)armoede, gezondheid, participatie Actie 1 : Het OCMW zorgt er, zelfstandig of

Nadere informatie

Ouders over tevredenheidmetingen.

Ouders over tevredenheidmetingen. Vzw Roppov Martelaarslaan 212 9000 Gent tel 09/224.09.15 fax 09/233.35.89 e-mail info@roppov.be web www.roppov.be Mei 2009 december 2010 Ouders over tevredenheidmetingen. Dit is een bundeling van bemerkingen

Nadere informatie

Afspraak: De leden van het expertiseplatform bekijken deze informatie op de website. Bespreking onderzoeksopdrachten (vast agendapunt)

Afspraak: De leden van het expertiseplatform bekijken deze informatie op de website. Bespreking onderzoeksopdrachten (vast agendapunt) verslag Expertiseplatform Jeugdzorg datum 2 maart 2015 lokaal 10.53 refertenummers aanwezig Joost Bronselaer - David Debrouwere- Eddy Van den Hove Els Meert Chris Smolders Martine Van Geyt (STEunpunt aww)

Nadere informatie

Hoge Raad voor Vrijwilligers over het EYAA 2012 (European Year of Active Ageing 2012)

Hoge Raad voor Vrijwilligers over het EYAA 2012 (European Year of Active Ageing 2012) Hoge Raad voor Vrijwilligers over het EYAA 2012 (European Year of Active Ageing 2012) De Hoge Raad voor Vrijwilligers (HRV) kijkt relatief tevreden terug op 2011, het Europees Jaar voor het Vrijwilligerswerk.

Nadere informatie

Leeftijdbewust personeelsbeleid Ingrediënten voor een plan van aanpak

Leeftijdbewust personeelsbeleid Ingrediënten voor een plan van aanpak Leeftijdbewust personeelsbeleid Ingrediënten voor een plan van aanpak Inhoud Inleiding 3 Stap 1 De noodzaak vaststellen 4 Stap 2 De business case 5 Stap 3 Probleemverdieping 6 Stap 4 Actieplan 8 Stap 5

Nadere informatie

PERS MAP. Jongerenwelzijn

PERS MAP. Jongerenwelzijn PERS MAP Jongerenwelzijn INHOUD PERSMAP Jongerenwelzijn begeleidt jongeren in een problematische opvoedingssituatie (POS) en jongeren die een als misdrijf omschreven feit (MOF) hebben gepleegd. WAT IS

Nadere informatie

de Mee-ander thuisbegeleidingsdienst

de Mee-ander thuisbegeleidingsdienst de Mee-ander thuisbegeleidingsdienst In deze brochure willen wij informatie geven over de werking van de thuisbegeleidingsdienst De Mee-ander. Thuisbegeleidingsdienst De Mee-ander Gasthuisstraat 19 9500

Nadere informatie

Goedgekeurd: Filip Slosse Paraaf: (B.S. van 4-2-2011) Artikels 5, 8,11,12,13, 15, 16, 17, 20, 21, 22, 29 1/2/3/4, 30,33, 41, 42

Goedgekeurd: Filip Slosse Paraaf: (B.S. van 4-2-2011) Artikels 5, 8,11,12,13, 15, 16, 17, 20, 21, 22, 29 1/2/3/4, 30,33, 41, 42 khb 4.6.02 - versie 1 1/5 Beoordeeld: Jan De Bruyn Paraaf: Goedgekeurd: Filip Slosse Paraaf: Geldig vanaf: 01/01/2014 DOEL (B.S. van 4-2-2011) Artikels 5, 8,11,12,13, 15, 16, 17, 20, 21, 22, 29 1/2/3/4,

Nadere informatie

DE MELDCODE IN UW PRAKTIJK

DE MELDCODE IN UW PRAKTIJK DE MELDCODE IN UW PRAKTIJK Een onmisbare handleiding voor eerstelijnspraktijken die de Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling gaan implementeren. 4 INTRODUCTIE DE MELDCODE IN UW PRAKTIJK 6 8 12

Nadere informatie

Modules in vzw Beaufort

Modules in vzw Beaufort Modules in vzw Beaufort Indigo, vroeger cat 1 begeleidingstehuis voor 45 jongeren, 0-21 jaar, sinds 2013: 42 verblijfsmodules + 45 modules Contextbegeleiding (CB) Epsilon, vroeger dagcentrum Lokeren, 10

Nadere informatie

Resultaten van de maturiteitsscan procesoptimalisatie in de publieke sector

Resultaten van de maturiteitsscan procesoptimalisatie in de publieke sector Resultaten van de maturiteitsscan procesoptimalisatie in de publieke sector Ann Peirs, Geert Brandt, Partners Covista 15 mei 2015 Intro maturiteitsmodel 150 medewerkers uit de publieke sector waren aanwezig

Nadere informatie

Participatieverslag Nieuw & Anders

Participatieverslag Nieuw & Anders Participatieverslag Nieuw & Anders Op 26 en 31 maart vonden twee bijeenkomsten plaats met de titel Nieuw & Anders plaats. Twee bijeenkomsten die druk bezocht werden door vrijwilligers, verenigingen en

Nadere informatie

STILZWIJGENDE VERLENGING VAN HET CONTRACT COÖRDINATIE KWALITEIT EN PATIËNTVEILIGHEID

STILZWIJGENDE VERLENGING VAN HET CONTRACT COÖRDINATIE KWALITEIT EN PATIËNTVEILIGHEID STILZWIJGENDE VERLENGING VAN HET CONTRACT COÖRDINATIE KWALITEIT EN PATIËNTVEILIGHEID Het contract coördinatie kwaliteit en patiëntveiligheid 2013 wordt stilzwijgend verlengd voor een periode van 12 maanden

Nadere informatie