2. Bekijk de voorbeelden bij Ziet u wat er staat? Welke conclusie kun je hier uit trekken?

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "2. Bekijk de voorbeelden bij Ziet u wat er staat? Welke conclusie kun je hier uit trekken?"

Transcriptie

1 Hoofdstuk 3 Lichtbeelden 1 Werkboek natuurkunde 3H Inleiding: Zien Op de site van het boek vind je bij Ogentest verschillende links over zien, brillen en lenzen. Je kunt er ook je ogen testen. 1. Doe een of meer ogentests. Welk advies krijg je? Resultaat: 2. Bekijk de voorbeelden bij Ziet u wat er staat? Welke conclusie kun je hier uit trekken? 3. Op de site van Pearle kun je zien dat veel glazen tegenwoordig van kunststof zijn gemaakt. a. a. Schrijf drie voordelen van kunststof glazen op. b. Wat is het nadeel van kunststof glazen? c. Wat doet Pearle hier aan? 4. In het boek op bladzijde 58 staat het alfabet in brailleschrift. Helaas staat er een fout in. Probeer via internet te achterhalen wat de fout is en schrijf dat hier op. a. b. Wie heeft het brailleschrift bedacht? c. Waarom heeft deze persoon dat bedacht? d. Schrijf je eigen naam in brailleschrift. e. Ga op de site van het boek naar Zien. Van welk bedrijf is het getoonde logo? f. Wanneer en waarom is dat logo is gebruikt? (Zoek op de website van dat logo). 5. Op bladzijde 58 van het boek zie je een foto van een opticien aan het werk. Op de site van Pearle kun je zien dat bij Pearle optometristen aan het werk zijn. a. Wat is het verschil in opleidingsniveau tussen een opticien en een optometrist? (Kijk bijvoorbeeld op Wikipedia bij Optometrie.)

2 2 Werkboek natuurkunde 3H Ga na en zoek bij Opleiding > Gezondheid > Optometrie informatie over de opleiding Optometrie. b. Bij welke school en waar in Nederland kun je deze opleiding volgen? c. Welk profiel moet je hebben om deze opleiding te kunnen volgen? d. Zijn er nog aanvullende eisen? Lees het stukje op de website bij: Hoe kom je er achter of de opleiding bij je past? en het stukje van de student. e. Is de opleiding optometrie wat voor jou? Waarom wel/niet? 6. Ga op de site van het boek naar Spiegelbeeld. Breng de cursor in het masker. Klik met de linkermuisknop en sleep het masker. Let op wat er met het spiegelbeeld gebeurt. Lees de volgende zinnen door en streep de foute woorden door: a. Als je het masker dichter bij de spiegel zet, komt het spiegelbeeld dichterbij/verderaf van de spiegel. b. Als je het masker hoger zet, komt het spiegelbeeld lager/hoger in de spiegel. c. Kun je het masker met de cursor vastpakken? Ja/Nee d. Kun je het spiegelbeeld van het masker met de cursor vastpakken? Ja/Nee Beelden die echt bestaan (die je zichtbaar kunt maken op een scherm en dan kunt aanraken) heten reëel, beelden die niet echt bestaan heten virtueel. e. Het beeld van het masker is een reëel/virtueel beeld. Probeer je naam te schrijven aan de rechterkant van de spiegel door met een ingedrukt muisknop lijnen te trekken. Schrijf het spiegelbeeld van je naam hieronder op. Resultaat: f. Omcirkel hieronder de letters waarvoor het spiegelbeeld en de letter zelf gelijk zijn. A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z 7. Ga op de site van het boek naar Spiegelspel. Speel het spel een paar keer. Lukt het je om meer dan 90 punten te halen? Ja/Nee Wat is je hoogste score? punten

3 3 Werkboek natuurkunde 3H Huiswerkopdrachten bij paragraaf 3.1 Zien 1. We kennen 3 soorten lichtbundels: divergent, evenwijdig en convergent. Teken de 3 soorten in het vak hieronder. Vergeet de pijlen in de lichtstralen niet en schrijf erbij welke soort het is. 2. Hoe is het mogelijk dat wij voorwerpen zien? 3. Voorwerpen die zelf licht produceren heten lichtbronnen. Geef zes voorbeelden van lichtbronnen. 4. Zonlicht is 'wit'. Wat wordt daar precies mee bedoeld? 5. Hoe ontstaat de kleur van een voorwerp? 6. Waar sloeg het ezelsbruggetje "Roddelen Over Gekke Grote Broer Is Vals" ook alweer op?

4 Experiment 3.1 Hoe breken lenzen? Vraag Hoe breken lichtstralen in lenzen? App. Lichtkastje, diafragma, perspex lenzen, twee draden 4 Werkboek natuurkunde 3H Inleiding Met deze proef willen we onderzoeken hoe lichtstralen door lenzen lopen en hoe ze na de lens verder gaan Uitvoering Zet de lamp op tafel en zet het diafragma met één spleet voor de lamp. Leg de lens in de aangegeven stand op het werkboek en laat de lichtstraal langs de aangegeven lijnen op de lens vallen. Teken hoe de lichtstraal aan de andere kant van de lens verder loopt. Teken daar ook een pijlpunt in. Als een bundel evenwijdige lichtstralen achter de lens in één punt samenkomen, dan is dat punt het BRANDPUNT van de lens. Dit punt geven we aan met de letter F. Heeft deze lens aan de vlakke kant ook een brandpunt? Onderzoek het op dezelfde manier als in de eerste proef.

5 5 Werkboek natuurkunde 3H Conclusie 1. Bolle lenzen hebben een convergerende werking 2. Bollere lenzen hebben een sterker convergerende werking 3. Holle lenzen hebben een divergerende werking 4. Brandpunten liggen aan beide kanten van de lens 5. Het optisch middelpunt ligt midden tussen de twee brandpunten

6 6 Werkboek natuurkunde 3H Huiswerkopdrachten bij paragraaf 3.2 Lenzen 1. Elke lens heeft twee brandpunten. a. Wat geeft het brandpunt van een lens aan? b. Leg de naam brandpunt uit. c. Wat kun je zeggen over de brandpuntsafstanden van de twee brandpunten van een lens? 2. Er zijn twee soorten lenzen, positieve en negatieve lenzen. a. Hoe noemen we positieve lenzen ook wel? En negatieve? _ b. Welke van de lenzen in onderstaande figuur zijn positieve lenzen? 3. Sterke lenzen en zwakke lenzen. a. Welke bolle lens is sterker? Een erg bolle of een minder bolle lens? b. Welke holle lens is sterker? Een erg holle of een minder holle lens? 4. Verschillende lichtbundels vallen op positieve lenzen (a, b en c) en op negatieve lenzen (d, e en f), zie de figuur hiernaast. a. Hoe noemen we de bundels die vallen op lens a en d? b. Hoe noemen we de bundels die vallen op lens b en e? c. Hoe noemen we de bundels die vallen op lens c en f? d. Schets hoe de bundels verder gaan na de lens.

7 7 Werkboek natuurkunde 3H 5. Je hebt een lens met een brandpuntsafstand van 6,0 cm. Bereken de sterkte van de lens. 6. Op een zonnige dag brand je met een lens van 8,0 dpt een gaatje in een stuk papier. a. Bereken hoe ver je de lens van het papier af moet houden. b. Als de lens een sterkte had gehad van 8,0 dpt, zou het dan ook lukken? Waarom wel/niet? 7. Een negatieve lens heeft ook een negatieve sterkte en dus ook een negatieve brandpuntsafstand. Bereken de sterkte van een negatieve lens als deze een brandpuntsafstand heeft van 3,5 cm. 8. Lens 1 heeft een sterkte van 3,5 dpt. Lens 2 heeft een sterkte van 1,5 dpt. a. Welke lens is het sterkst? b. Welke lens heeft de grootste brandpuntsafstand? c. Bereken de brandpuntsafstand van beide lenzen (in cm).

8 8 Werkboek natuurkunde 3H Experiment 3.2 Wat gebeurt er met lichtstralen die door een lens gaan?

9 9 Werkboek natuurkunde 3H

10 10 Werkboek natuurkunde 3H

11 11 Werkboek natuurkunde 3H

12 12 Werkboek natuurkunde 3H

13 13 Werkboek natuurkunde 3H

14 Oefenen met Constructies 1. Construeer het beeld van de pijl 14 Werkboek natuurkunde 3H F F 2. Construeer het beeld van de pijl F F 3. Het scherm bevindt zich op de getekende positie. Construeer beeld en brandpunten.

15 15 Werkboek natuurkunde 3H 4. Construeer het vervolg van de lichtbundel F F 5. Punt L is een lichtbron, die via een lens op een scherm schijnt. Construeer het beeld en teken wat je ziet op het scherm L F Scherm:

16 16 Werkboek natuurkunde 3H 6. Het beeld is gegeven. De vergroting N = 3. Construeer voorwerp en brandpunten. 7. Construeer het vervolg van de lichtbundel F F 8. Een convergente bundel schijnt op de lens. Waar komen de stralen achter de lens samen. Hint: gebruik verschillende kleuren! F F

17 17 Werkboek natuurkunde 3H Huiswerkopdrachten bij paragraaf 3.3 Lichtbeelden tekenen 9. Er zijn drie lichtstralen waarvan we weten hoe ze door een lens worden afgebogen: de constructiestralen. Beschrijf van alle drie hoe ze lopen. 10. Van een 3 cm hoog voorwerp wordt met een positieve lens een 2 cm hoge afbeelding gemaakt. a. Teken de lens en de hoofdas. De lens heeft een brandpuntsafstand van 3 cm. b. Teken de brandpunten van de lens. Het voorwerp staat op een voorwerpsafstand van 12 cm en het beeld op een beeldafstand van 4 cm. c. Teken het voorwerp en het beeld. Je kunt nu controleren of de gegeven afmetingen kloppen. d. Teken de drie constructiestralen in je tekening. e. Kloppen de gegeven afmetingen? Zo niet, welke waarde zou veranderd moeten worden? 11. Een lichtgevende pijl van 2,0 cm hoogte staat op de hoofdas op 4,0 cm voor een bolle lens (f = 2,0 cm). De diameter van de lens is 5,0 cm. Bepaal door constructie op ware grootte het beeld.

18 18 Werkboek natuurkunde 3H 12. Een bolle lens heeft een brandpuntsafstand van 3,0 cm. Op 6,0 cm afstand van de lens bevinden zich twee punten A en B. Punt A bevindt zich 1,5 cm boven de hoofdas. Punt B ligt onder punt A, 1,0 cm onder de hoofdas. a. Construeer de beeldpunten A* en B*. b. Teken het beeld van het voorwerp AB. 13. Een voorwerp van 3,0 cm hoogte staat 4,5 cm voor een bolle lens met een sterkte S = 50 dpt. De diameter van de lens is 4,0 cm. a. Construeer nauwkeurig het beeld. b. Bepaal de beeldafstand. c. Bepaal de vergroting. 14. Je bekijkt met een vergrootglas een mier. De brandpuntsafstand van je vergrootglas is 10 cm en je houdt de lens 4 cm van de mier. Maak een tekening van de situatie en construeer het beeld.

19 19 Werkboek natuurkunde 3H 15.Onderaan bladzijde 13 heb je een tabel ingevuld nadat je vijf verschillende tekeningen had gemaakt met behulp van de constructiestralen bij bolle lenzen. We willen nu hetzelfde doen voor holle lenzen maar daarvoor gebruiken we een applet op de site van het boek. Doe eerst de opdrachten Bolle lens en constructiestralen Zorg ervoor dat je het voorwerp plaatst zoals aangegeven in de onderstaande tabel. Vul vervolgens deze tabel verder in voor de bolle lens. Ga daarna naar Holle lens en vul de tabel verder in. bol hol bol hol bol hol positie voorwerp vergroot/verkleind/even groot rechtopstaand/omgekeerd virtueel/reëel/geen beeld v < f v = f f < v < 2f v = 2f v > 2f 16. Je kunt op de site van het boek Deeltoets 1 maken.

20 Experiment 3.3 Vergroting / voorwerpafstand Vraag Hoe is het verband tussen vergroting en voorwerpsafstand? 20 Werkboek natuurkunde 3H App. Optische bank, lichtkastje met 2 gele snoeren, diahouder met dia, lens (+100), scherm Inleiding: In j e d i g i tale camera maar ook in beamers, diaprojectors en overheadprojetors zitten bolle lenzen. Zulke projectoren gebruik je om van kleine dia s en transparanten grote beelden te maken. In deze proef ga je ook vergrote beelden maken van een dia om te onderzoeken hoe de voorwerpsafstand van invloed is op de grootte van het beeld. PROEF A Maak de opstelling die hieronder staat: Zet het lichtkastje zo neer dat de dia op het lichtkastje bij de 0 cm van de schaalverdeling op de optische bank staat. Zet het scherm op een afstand van 54 cm van de dia. Laat het lichtkastje en het scherm voor de rest van de proef A op deze plaatsen staan. Zet de lens nu zo neer dat er een zo groot mogelijk scherp beeld van de dia op het scherm ontstaat. Verschuif de lens een klein beetje om te controleren of je echt het scherpst mogelijke beeld hebt. Zet de lens op de plek met het scherpste beeld. Meet nu de grootte van het voorwerp op de dia (bij het lampje dus) en de grootte van dat voorwerp op het beeld (op het scherm opmeten dus): grootte voorwerp op dia = grootte voorwerp op beeld = Met de formule voor de vergroting (zie boek bladzijde 64) kun je nu de vergroting N berekenen. Bereken de vergroting uit de gegevens die je net hebt gemeten: N = = De vergroting is een verhouding en heeft dus geen eenheid. In de figuur hieronder is met een tekening nog eens duidelijk gemaakt hoe een lens van een voorwerp L 1 L 2 een beeld B 1 B 2 vormt. Bepaal door meten en rekenen de vergroting in deze tekening. Antwoord:

21 21 Werkboek natuurkunde 3H In plaats van een vergroting, kun je ook een verkleining maken. Controleer eerst of de dia nog steeds bij 0 cm staat en het scherm op 54 cm. Schuif nu met de lens totdat je een verkleind scherp beeld van de dia op het scherm te zien krijgt. Probeer het beeld weer zo scherp mogelijk te maken. Meet weer de grootte van het voorwerp op het beeld. (de grootte van het voorwerp op de dia is natuurlijk niet veranderd!) grootte voorwerp op dia = grootte voorwerp op beeld = Bereken weer de vergroting N. N = = Conclusie: Als N > 1 dan is er sprake van een en als N < 1 dan is er sprake van een. Als N =1 dan PROEF B In de proef B ga je het verband tussen N, v en b onderzoeken. De dia blijft steeds op de beginpositie tegen het lichtkastje aan staan bij 0 cm. De lens moet je op de aangegeven voorwerpsafstand van de lens zetten. Het scherm verplaats je dan om een scherp beeld van de dia te vinden. Wanneer je de plaats van het scherpe beeld hebt gevonden, kijk je op de optische bank waar het scherm staat. Reken dan de beeldafstand uit: beeldafstand (b) = plaats scherm plaats lens Meet bij elk beeld ook de grootte van het voorwerp op het scherm: dat is de grootte van het beeld. De grootte van het voorwerp op de dia heb je in proef A al gemeten. Die kun je dus meteen acht keer invullen. v(cm) b(cm) Grootte van voorwerp op het beeld grootte van voorwerp op de dia N

22 22 Werkboek natuurkunde 3H Teken in het rooster hiernaast een diagram van het verband tussen N 5 en v. Bij welke voorwerpsafstand is het N 4 beeld even groot als het voorwerp? 3 Bij v =, want v (cm) In de tabel op de vorige bladzijde is de laatste kolom nog leeg. b Schrijf boven deze kolom --, reken telkens b gedeeld door v uit en vul dit in, in de v laatste kolom van de tabel. Wat is jouw conclusie uit deze tabel? Conclusie:

23 23 Werkboek natuurkunde 3H Huiswerkopdrachten bij paragraaf 3.4 Fototoestel 17. Wat wordt bedoeld met: a. een beeldafstand van 4,2 cm? b. een vergroting van 1,6? c. de grootte van het beeld? d. een voorwerpsafstand van 12 cm? 18. In de tabel hiernaast staan steeds enkele gegevens van metingen. Bereken de ontbrekende waardes. Neem de tabel over en vul m in. v (cm) b (cm) N ,5 5 0, Een boom is 13 meter hoog. Een fototoestel verkleint 70. a. Bereken de vergroting. b. Bereken de grootte van het beeld op het negatief. 20. Een diaprojector vergroot een dia dertig keer. De dia is 3,0 cm breed en 2,0 cm hoog. Het scherm waarop de dia scherp wordt afgebeeld, is een vierkant met zijde 1,0 m. a. Bereken hoe groot de oppervlakte is van het beeld. b. Bereken hoeveel m 2 van het scherm niet wordt belicht.

24 24 Werkboek natuurkunde 3H Bestudeer voordat je vraag 21 maakt eerst figuur 3.19a en 3.19b op bladzijde 67 van het boek. 21. Je maakt een foto met een gewone lens A van een huis. Zie de figuur hiernaast. Op de foto zie je alleen het deel tussen Q en S. Het gedeelte tussen P en Q wil je ook op de foto hebben. Je gebruikt een andere lens B. a. Beredeneer welke lens de kleinste f heeft, A of B. Je wilt nu alleen het gedeelte tussen R en S op de foto hebben. Je gebruikt een lens C. b. Beredeneer welke lens de kleinste f heeft, A of C. c. Is lens B een groothoeklens of een telelens? d. En is lens C een groothoeklens of een telelens? 22. Met een kleinbeeldcamera wordt een foto van een 60 m hoge toren gemaakt. Het negatief is 24 mm 36 mm. Er wordt een foto van afgedrukt van 9,0 cm 13,5 cm. Op de foto is de toren 4,3 cm hoog. a. Kun je van dit negatief ook een foto van 16 cm 25 cm maken? b. Bereken hoe groot de toren is op het negatief. c. Bereken de vergroting van de camera.

25 25 Werkboek natuurkunde 3H 23. Met een optische bank wordt van een 1,1 cm lange gloeidraad van een lampje een 6,4 cm hoog beeld op een scherm gevormd. a. Bereken de vergroting. b. In welke richting moet je de gloeidraad verschuiven om een kleiner beeld te krijgen? c. In welke richting moet je dan het scherm verschuiven? 24. Af en toe gebruikt één van de docenten van het Fioretti op school nog een diaprojector voor een oude verzameling dia's. Altijd staat de projector op dezelfde plaats in het lokaal. Als hij een keer ziek is, zet zijn vervanger de projector wat verder van het scherm. a. Wat moet er bijgesteld worden in de diaprojector om vanuit de nieuwe stand toch een scherp beeld te krijgen? b. Leg uit of de afbeeldingen op het scherm (vanaf de nieuwe stand) even groot, groter of kleiner zijn dan vroeger. Een boom die 12 mm op de dia is, wordt op het scherm afgebeeld. Daar is het beeld van de boom 18 cm lang. c. Bereken de vergroting.

26 b(cm) Fioretticollege 26 Werkboek natuurkunde 3H Experiment 3.4 Verband tussen v, b en f ; de lenzenformule Vraag Hoe is het verband tussen voorwerpsafstand en beeldafstand? Inleiding In dit practicum ga je onderzoeken hoe het verband is tussen de voorwerpsafstand v, de beeldafstand b en de brandpuntsafstand f. Je hebt twee lenzen: een sterke lens: A en een zwakke lens: B. A is dus de bolste lens. Zet de dia op de lens voor het lichtkastje. Zorg dat de dia weer bij 0 cm staat. Je moet steeds het scherm op een bepaalde afstand van de dia zetten en daarna de lens verplaatsen om eerst een scherp vergroot beeld te zoeken of juist een scherp verkleind beeld. Meet dan de voorwerpsafstand en de beeldafstand en vul je metingen in de tabel in. Metingen met lens A: afstand diascherm (cm) 60 vergroot 55 vergroot 55 verkleind 50 vergroot 50 verkleind 47 vergroot 47 verkleind 43 vergroot 43 verkleind 40 even groot beeld v (cm) b (cm) Om het verband tussen v en b te vinden gaan we eerst een diagram maken. Teken 60 het diagram van de beeldafstand als functie van de voorwerpsafstand in het rooster hiernaast. 50 Hoe blijkt uit deze grafiek, dat het verband tussen b en v niet eenvoudig is? _ 40 Wat zal de waarde van b zijn, als v = 150 cm? 20 b =, want v(cm)

27 b(cm) Fioretticollege Metingen met lens B: 27 Werkboek natuurkunde 3H afstand diascherm (cm) 80 even groot 85 vergroot 85 verkleind 90 vergroot 90 verkleind 100 vergroot 100 verkleind 110 vergroot 110 verkleind beeld v (cm) b(cm) Om het verband tussen v en b te vinden gaan we ook nu een diagram maken. Teken het diagram van de beeldafstand als functie van de voorwerpsafstand in het rooster hiernaast. Wat zal de waarde van b zijn, als v = 150 cm? b =. Waarom kan bij deze lens b niet kleiner worden dan 20 cm? v(cm) Uitwerking Voorlopige conclusie is dus, dat het verband tussen b en v niet heel eenvoudig is. Het is geen recht evenredig verband en ook niet omgekeerd evenredig. De grafiek zier er wel 1 1 omgekeerd evenredig-achtig uit. Daarom gaan we proberen om met en wat te doen. v b Op de volgende bladzijden meer.

28 28 Werkboek natuurkunde 3H Neem eerst de metingen van lens A over en vul die in deze tabel in. Vul daarna de andere kolommen in. v (cm) b (cm) 1 v 1 b 1 1 v b Trek een conclusie uit de laatste kolom van de tabel Lens A heeft een brandpuntsafstand van f = 10 cm. Dus 1 =. f Het verband tussen v, b en f lijkt bij lens A dus te zijn: Controleer deze regel voor lens B. eerste meting laatste meting v (cm) b (cm) 1 v 1 b 1 1 v b Lens B heeft brandpuntsafstand f = 20 cm. Dus 1 =. f Conclusie bij lens B:

29 Huiswerkopdrachten bij paragraaf 3.5 De lenzenformule 25. Reken uit: a = 3 2 b = 4 18 c. 1 1 = 6 8 d. 1 1 = Reken f, v of b uit: a = f b = f c. 1 1 = v d. 1 1 = b 29 Werkboek natuurkunde 3H 27. Een voorwerp staat op 30 cm van een lens. Er moet een beeld gevormd worden op 80 cm van de lens. Bereken de lenssterkte en de brandpuntsafstand. 28. Bij een fototoestel kun je de afstand tussen de lens en het filmpje veranderen. Bij het maken van een foto van een bloem op 10,4 cm afstand is de afstand tussen de lens en de film 6,0 cm. Bereken de sterkte van de lens. 29. In de volgende tabel staan steeds enkele gegevens van een opstelling op de optische bank met verschillende lenzen. Neem de tabel over en vul de ontbrekende waardes in. v (m) b (m) N f (m) S (dpt) 0,20 0,20 0,30 2,0 1,00 2,5 12,0 5,0 0,45 0,35

30 30 Werkboek natuurkunde 3H 30. Je gebruikt een diaprojector. Een boom die 1,2 cm op de dia is, wordt op het scherm afgebeeld. Daar is het beeld van de boom 18 cm lang. a. Bereken de vergroting. De afstand van de lens tot de dia is 4,4 cm. b. Bereken de beeldafstand. c. Bereken de sterkte van de lens. d. Leg uit of de lens van de diaprojector het beeld wel of niet omkeert. 31. Als je een voorwerp op 35 cm afstand van een lens zet, dan is er een beeld op 20 cm afstand. a. Bereken de brandpuntsafstand van de lens. b. Bereken de plaats waar je het scherm moet zetten als de voorwerpsafstand 50 cm is. c. Waar moet je het voorwerp zetten zodat het beeld even groot is als het voorwerp? 32. Met een fotokopieerapparaat ga je een bladzijde uit een boek kopiëren. Je vergroot of verkleint niet. De voorwerpsafstand is 36 cm. Bereken de brandpuntsafstand van de lens in het kopieerapparaat?

31 31 Werkboek natuurkunde 3H 33. Een voorwerp van 3,0 cm hoogte staat 4,5 cm voor een bolle lens met een sterkte van S = 50 dpt. De diameter van de lens is 4,0 cm. a. Construeer nauwkeurig het beeld. hoofdas b. Bepaal de beeldafstand. b = cm c. Bepaal de vergroting. d. Controleer de opdrachten b en c met een berekening. 34. Een fotograaf gebruikt een lens met f = 10 cm. Hij fotografeert een insect van dichtbij. Hij wil dat het insect op de film net zo groot is als in werkelijkheid. a. Welke afstand tussen lens en film moet hij instellen? b. Hoe ver zit het beest voor de lens? 35. Een negatieve lens heeft ook een negatieve sterkte en dus een negatieve brandpuntsafstand. Een voorwerp staat 10 cm voor een negatieve lens (f = 5 cm). a. Bereken waar het beeld dan komt te staan.

32 32 Werkboek natuurkunde 3H b. Wat kun je afleiden van het minteken bij de beeldafstand? 36. Je plaatst een voorwerp op 12 cm voor een negatieve lens (f = 4,0 cm). Bereken de plaats van het beeld. 37. Een lichtpunt L bevindt zich op 4,5 cm voor een lens, 1,5 cm onder de hoofdas. Het beeld van dat punt, L*, komt op 7,0 cm van de lens ergens boven de hoofdas. a. Maak een tekening op ware grootte. hoofdas b. Bepaal de precieze plaats van het beeldpunt. c. Teken het verloop van de bundel uit L die op de lens valt. d. Bereken de sterkte van de lens.

33 Experiment 3.5 Fototoestel/oog 33 Werkboek natuurkunde 3H Vraag Wat zijn de overeenkomsten en verschillen van een fototoestel en het oog? Uitvoering Je bestudeert eerst de werking van een eenvoudig fototoestel met behulp van een camera obscura. Een camera obscura is een kubusje met aan de voorkant een opening waardoorheen licht kan vallen. Het beeld komt niet op een negatief, maar op een doorzichtig scherm aan de achterkant van het kubusje. Je moet het beeld niet bekijken alsof je door de zoeker van een gewoon fototoestel kijkt, maar van een afstandje net zoals mensen met een digitale camera de foto bekijken. Het beeld is meestal niet erg helder (lichtsterk). Je moet dus met een doek het buitenlicht afschermen. 1 Bekijk een voorwerp buiten, bijvoorbeeld de fietsenstalling of de bomen met de camera obscura. Hoe ziet het beeld eruit? Het beeld is vergroot / verkleind Het beeld is scherp / onscherp Het beeld staat rechtop / omgekeerd Zet nu een klein diafragma voor de opening en bekijk hetzelfde voorwerp opnieuw. Welke verschillen zie je vergeleken met het eerdere beeld? Het beeld is groter / even groot / kleiner Het beeld is helderder / donkerder Het beeld is scherper / onscherper Hoe kunnen we de verschillen tussen de beelden die met hetzelfde toestel zijn gemaakt verklaren? Waarom staat het beeld omgekeerd? Marlies staat voor de camera obscura. Sanne bekijkt het beeld van Marlies. Teken in onderstaande figuren de lichtstralen van het oog van Marlies naar het scherm en de lichtstralen van de voet van Marlies naar het scherm. Sanne Marlies Scherm Het beeld staat dus omgekeerd, omdat

34 34 Werkboek natuurkunde 3H Waarom is het beeld scherper, als je een kleiner diafragma gebruikt? Teken in de figuren hieronder de twee lichtstralen die vanaf de voet van Marlies precies langs de rand van het diafragma het scherm raken. Links is een groot diafragma gebruikt, rechts een klein. Scherm Scherm Kijk naar de lichtvlek die het beeld van de voet vormt. Het beeld is scherper bij een klein diafragma, omdat En waarom is het beeld donkerder bij een kleiner diafragma? Omdat 2 Nu gebruik je een lens. Deze kun je voor de camera obscura houden. Bekijk een voorwerp veraf met de camera obscura met lens. Je kunt de camera obscura groter of kleiner maken door de doosjes in elkaar of uit elkaar te schuiven. Dit is nodig om een scherp beeld te krijgen. Maak een scherp beeld. Schat de voorwerpsafstand van het voorwerp: m Meet de beeldafstand: cm Bekijk nu een voorwerp dichterbij. De voorwerpsafstand is m De beeldafstand is nu cm Schuif de camera obscura nu zo ver mogelijk uit. Zet een voorwerp aan één kant van je tafel. Zet de camera aan de andere kant van de tafel. Bepaal door de camera te verplaatsen waar deze moet staan om een scherp beeld te krijgen. Meet dan de voorwerpsafstand en de beeldafstand. v = cm en b = cm Conclusies:

35 3 De fotocamera 35 Werkboek natuurkunde 3H In de figuur hiernaast is afgebeeld hoe een fotocamera een beeld maakt van een voorwerp. De camera is zo ingesteld dat het beeld scherp is. Bepaal de vergroting: Construeer de plaats van het brandpunt. Meet f: f = In de figuren hieronder wordt hetzelfde voorwerp gefotografeerd op twee verschillende voorwerpsafstanden. In beide situaties ontstaat een scherp beeld van het voorwerp op het negatief. Teken lichtstralen door het optisch middelpunt vanuit L en bepaal hiermee de plaatsen van het beeld op het negatief. Teken ook lichtstralen evenwijdig aan de hoofdas naar de lens en bepaal met deze lichtstralen de plaats van F in de camera. Is de beeldafstand anders bij verschillende voorwerpsafstanden? Is de brandpuntsafstand anders bij verschillende voorwerpsafstanden? Leg uit, hoe een fotocamera steeds een scherper beeld van een voorwerp kan maken bij verschillende voorwerpsafstanden.

36 4Het oog 36 Werkboek natuurkunde 3H In de figuur hiernaast staat de doorsnede van een oog. De belangrijkste onderdelen van het oog die een rol spelen bij de beeldvorming zijn: de ooglens, het netvlies en de iris met de pupil. Vergelijk de fotocamera met het oog en noem de onderdelen die dezelfde functie hebben: het oog de camera ooglens netvlies pupil Houd het werkboek met gestrekte armen voor je. Zie je de letters scherp? Houd het werkboek op 30 cm voor je ogen. Zie je de letters nog steeds scherp? Houd het werkboek op 10 cm voor je ogen. Zie je de letters nu nog scherp? Ergens is dus een plaats waar je de letters van het werkboek nog net scherp kunt zien. Dichterbij worden ze vaag. Bepaal deze afstand zo precies mogelijk. Deze afstand noemt men het nabijheidspunt van je oog. Hoe is het mogelijk dat je oog voorwerpen op allerlei afstanden scherp kan zien? In de figuur hiernaast kijkt een oog naar een voorwerp dat heel ver weg is, bijvoorbeeld een schip ver op zee. De lichtstralen van een lichtpunt komen dan vrijwel evenwijdig op de ooglens. Teken hoe de lichtstralen in het oog verder lopen. Geef ook het brandpunt F van de ooglens aan.

37 37 Werkboek natuurkunde 3H In de figuur hiernaast kijkt een oog naar een voorwerp dichtbij. Het oog is getekend met dezelfde lens als in de vorige figuur. De plaats van het brandpunt is dus niet veranderd. Construeer in deze figuur het beeldpunt van L. In de figuur hiernaast is de ooglens van vorm veranderd: hij is boller dus sterker. In deze toestand kan het oog een scherper beeld van L op het netvlies vormen. Teken het beeldpunt van L en construeer de plaats van F. Hoe kan het oog op verschillende afstanden een scherp beeld van een voorwerp op het netvlies vormen? Het beeld ontstaat op het netvlies. Het netvlies bestaat uit cellen die lichtprikkels omzetten in elektrische signalen en deze via zenuwen naar de hersenen sturen. Op de plaats waar de zenuwen in een bundel het oog verlaten zitten geen lichtgevoelige cellen. Daarom wordt deze plaats de blinde vlek genoemd. Dat ook jouw oog een blinde vlek heeft kun je ervaren met de volgende proef. Kijk naar het plaatje hieronder. Houd je rechteroog gesloten en houd je linkeroog op ongeveer 10 cm boven het kruisje. Concentreer je op het kijken naar het kruisje. Ga na dat je dan ongemerkt ook het rondje ziet. Beweeg nu je oog langzaam van het kruisje af, maar blijf naar het kruisje kijken. Let ondertussen op het beeld van het rondje. Op een bepaald moment zul je het rondje niet meer zien. Het beeld komt dan op de blinde vlek. De werking van de pupil ga je na door de volgende proef te doen. Voor in het lokaal staat een spiegel met een lamp. De lamp is uit. Kijk in de spiegel naar je eigen pupil. De leraar zet de lamp plotseling aan. Wat gebeurt er met de pupil? Welke functie heeft de pupil dus?

38 Huiswerkopdrachten bij paragraaf 3.6 Bril en contactlenzen 38 Werkboek natuurkunde 3H 38. Ga naar en klik op Inhoud. Dan op Inhoud onderbouw en ten slotte op Oog. Bekijk de diapresentatie goed. a. Schrijf de namen van de 10 onderdelen van het oog uit het plaatje hiernaast op b. Leg uit wat de functie is van de pupil. c. Leg uit wat accommoderen is. 39. Wim houdt een vinger 10 cm voor zijn ogen. Hij kan de vinger dan nog net scherp zien. De afstand tussen ooglens en netvlies is 1,7 cm (dat geldt voor beide ogen). a. Hoe groot is de voorwerpsafstand? v = cm b. Hoe groot is de beeldafstand? b = cm c. Bereken de brandpuntsafstand. 40. Je ziet in de verte een vogel vliegen. a. Welk onderdeel van je oog zorgt ervoor dat je hem scherp ziet? De vogel vliegt in jouw richting. Je blijft de vogel steeds scherp zien. b. Hoe moet de ooglens dan veranderen?

39 39 Werkboek natuurkunde 3H 41. Sanders vader heeft een bril met positieve glazen nodig bij het lezen van de krant. De sterkte van de leesbril is +2,5 dpt. a. Waar wordt bij het lezen in het oog een beeld gevormd als hij de bril niet op heeft? Sander heeft geen bril nodig bij het lezen. b. Leg uit waarom Sander kan lezen met de bril van zijn vader op. 42. Als je bijziend bent, ligt je vertepunt ten opzichte van een normaal oog dan verder weg, dichterbij of op dezelfde plaats? 43. André heeft positieve contactlenzen. a. Is hij bijziend of verziend? b. Zijn z n ooglenzen te sterk of te zwak? Bij natuurkunde zit André achter in de klas. c. Leg uit of André zijn contactlenzen nodig heeft om te kunnen lezen wat de natuurkundeleraar op het bord schrijft? 44. Een normaal oog heeft een afmeting van 1,7 cm. Op 1,7 cm wordt dus het beeld gevormd. a. B e r e k e n d e sterkte van een ooglens bij ongeaccommodeerd kijken? Door te accommoderen neemt de sterkte van de lens toe met 5,0 dpt. b. Bereken de nieuwe brandpuntsafstand.

40

Opgave 3 De hoofdas is de lijn door het midden van de lens en loodrecht op de lens.

Opgave 3 De hoofdas is de lijn door het midden van de lens en loodrecht op de lens. Uitwerkingen 1 Opgave 1 Bolle en holle. Opgave 2 Opgave 3 De hoofdas is de lijn door het midden van de lens en loodrecht op de lens. Opgave 4 Divergente, convergente en evenwijdige. Opgave 5 Een bolle

Nadere informatie

Uitwerkingen Hoofdstuk 2 Licht

Uitwerkingen Hoofdstuk 2 Licht Uitwerkingen Hoofdstuk 2 Licht Verkennen I a. Teken het gebouw met de zon in de tekening. De stand van de zon bepaalt waar de schaduw terecht komt. b. Een platte tekening. Jij staat voor de spiegel, de

Nadere informatie

Samenvatting Natuurkunde Hoofdstuk 2 Licht. Wat moet je leren/ kunnen voor het PW H2 Licht?

Samenvatting Natuurkunde Hoofdstuk 2 Licht. Wat moet je leren/ kunnen voor het PW H2 Licht? Wat moet je leren/ kunnen voor het PW H2 Licht? Alles noteren met significantie en in de standaard vorm ( in hoeverre dit lukt). Eerst opschrijven wat de gegevens en formules zijn en wat gevraagd wordt.

Nadere informatie

Repetitie Lenzen 3 Havo Naam: Klas: Leerstof: 1 t/m 7

Repetitie Lenzen 3 Havo Naam: Klas: Leerstof: 1 t/m 7 Repetitie Lenzen 3 Havo Naam: Klas: Leerstof: 1 t/m 7 Opgave 1 Iris krijgt een bril voorgeschreven van 4 dioptrie. Zij houdt de bril in de zon en probeert de stralen te bundelen om zodoende een stukje

Nadere informatie

hoofdstuk 5 Lenzen (inleiding).

hoofdstuk 5 Lenzen (inleiding). hoofdstuk 5 Lenzen (inleiding). 5.1 Drie soorten lichtbundels Als lichtstralen een bundel vormen kan dat op drie manieren. 1. een evenwijdige bundel. 2. een convergerende bundel 3. een divergerende bundel.

Nadere informatie

hoofdstuk 5 Lenzen (inleiding).

hoofdstuk 5 Lenzen (inleiding). hoofdstuk 5 Lenzen (inleiding). 5.1 Drie soorten lichtbundels Als lichtstralen een bundel vormen kan dat op drie manieren. 1. een evenwijdige bundel. 2. een convergerende bundel 3. een divergerende bundel.

Nadere informatie

Noorderpoort Beroepsonderwijs Stadskanaal. Reader. Lenzen. J. Kuiper. Transfer Database

Noorderpoort Beroepsonderwijs Stadskanaal. Reader. Lenzen. J. Kuiper. Transfer Database Noorderpoort Beroepsonderwijs Stadskanaal Reader Lenzen J. Kuiper Transfer Database ThiemeMeulenhoff ontwikkelt leermiddelen voor Primair nderwijs, Algemeen Voortgezet nderwijs, Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie

Nadere informatie

Uitwerkingen. Hoofdstuk 2 Licht. Verkennen

Uitwerkingen. Hoofdstuk 2 Licht. Verkennen Uitwerkingen Hoofdstuk 2 Licht Verkennen I a. Teken het gebouw met de zon in de tekening. De stand van de zon bepaalt waar de schaduw terecht komt. b. Maak een tekening in bovenaanzicht. Jij staat voor

Nadere informatie

Suggesties voor demo s lenzen

Suggesties voor demo s lenzen Suggesties voor demo s lenzen Paragraaf 1 Toon een bolle en een holle lens. Demo convergerende werking van een bolle lens Laat een klein lampje (6 V) steeds dichter bij een bolle lens komen. Geef de verschillende

Nadere informatie

1 Bolle en holle lenzen

1 Bolle en holle lenzen Lenzen 1 Bolle en holle lenzen 2 Brandpuntsafstand, lenssterkte 3 Beeldpunten bij een bolle lens 4 Naar beeldpunten kijken (bij bolle lens) 5 Voorwerpsafstand, beeldafstand, lenzenformule 6 Voorwerp, beeld,

Nadere informatie

Het tekenen van lichtstralen door lenzen (constructies)

Het tekenen van lichtstralen door lenzen (constructies) Het tekenen van lichtstralen door lenzen (constructies) Zie: http://webphysics.davidson.edu/applets/optics/intro.html Bolle (positieve) lens Een bolle lens heeft twee brandpunten F. Evenwijdige (loodrechte)

Nadere informatie

Deze toets bestaat uit 4 opgaven (31 punten). Gebruik eigen grafische rekenmachine en BINAS toegestaan. Veel succes! ZET JE NAAM OP DEZE

Deze toets bestaat uit 4 opgaven (31 punten). Gebruik eigen grafische rekenmachine en BINAS toegestaan. Veel succes! ZET JE NAAM OP DEZE NAAM: NATUURKUNDE KLAS 5 INHAALPROEFWERK PROEFWERK H14 11/10/2011 Deze toets bestaat uit 4 opgaven (31 punten). Gebruik eigen grafische rekenmachine en BINAS toegestaan. Veel succes! ZET JE NAAM OP DEZE

Nadere informatie

Oefen-vt vwo4 B h6/7 licht 2007/2008. Opgaven en uitwerkingen vind je op www.agtijmensen.nl

Oefen-vt vwo4 B h6/7 licht 2007/2008. Opgaven en uitwerkingen vind je op www.agtijmensen.nl Opgaven en uitwerkingen vind je op www.agtijmensen.nl Oefen-vt vwo4 h6/7 licht 007/008. Lichtbreking (hoofdstuk 6). Een glasvezel bestaat uit één soort materiaal met een brekingsindex van,08. Laserstraal

Nadere informatie

7.1 Beeldvorming en beeldconstructie

7.1 Beeldvorming en beeldconstructie Uitwerkingen opgaven hoofdstuk 7 7.1 Beeldvorming en beeldconstructie Opgave 1 Het beeld van een dia bij een diaprojector wordt gevormd door een bolle lens. De voorwerpsafstand is groter dan de brandpuntsafstand.

Nadere informatie

Lenzen. Leerplandoel. Introductie. Voorwerps brandpunts - en beeldafstand

Lenzen. Leerplandoel. Introductie. Voorwerps brandpunts - en beeldafstand Lenzen Leerplandoel FYSICA TWEEDE GRAAD ASO WETENSCHAPPEN LEERPLAN SECUNDAIR ONDERWIJS VVKSO BRUSSEL D/2012/7841/009 5.1.2 Licht B21 De beelden bij een dunne bolle lens construeren en deze aanduiden als

Nadere informatie

Docentenhandleiding Oogfunctiemodel

Docentenhandleiding Oogfunctiemodel Docentenhandleiding Oogfunctiemodel 300132 De mogelijkheden van het oogfunctiemodel zijn: - beeldvorming, met een positieve lens - gekleurde voorwerpen zien - accommoderen; werking van de ooglens - oogafwijkingen

Nadere informatie

Hoofdstuk 4: Licht. Natuurkunde Havo 2011/2012.

Hoofdstuk 4: Licht. Natuurkunde Havo 2011/2012. Hoofdstuk 4: Licht Natuurkunde Havo 2011/2012 www.lyceo.nl Hoofdstuk 4: Licht Natuurkunde 1. Kracht en beweging 2. Licht en geluid 3. Elektrische processen 4. Materie en energie Beweging Trillingen en

Nadere informatie

Handleiding Optiekset met bank

Handleiding Optiekset met bank Handleiding Optiekset met bank 112110 112110 112114 Optieksets voor practicum De bovenstaande Eurofysica optieksets zijn geschikt voor alle nodige optiekproeven in het practicum. De basisset (112110) behandelt

Nadere informatie

Lenzen. Leerplandoel. Introductie. Voorwerps brandpunts - en beeldafstand

Lenzen. Leerplandoel. Introductie. Voorwerps brandpunts - en beeldafstand Lenzen Leerplandoel FYSICA TWEEDE GRAAD ASO WETENSCHAPPEN LEERPLAN SECUNDAIR ONDERWIJS VVKSO BRUSSEL D/2012/7841/009 5.1.2 Licht B21 De beelden bij een dunne bolle lens construeren en deze aanduiden als

Nadere informatie

Newton 4vwo Natuurkunde Hoofdstuk 3 Lichtbeelden

Newton 4vwo Natuurkunde Hoofdstuk 3 Lichtbeelden Newton 4vwo Natuurkunde Hoofdstuk 3 Lichtbeelden Hoofdstukvragen: Het hoofdstuk gaat over de lichtbeelden die je met spiegels, lenzen en prisma s kunt maken. Hoe ontstaat bij een spiegel een beeld? En

Nadere informatie

Hoofdstuk 3: Licht. Natuurkunde VWO 2011/2012. www.lyceo.nl

Hoofdstuk 3: Licht. Natuurkunde VWO 2011/2012. www.lyceo.nl Hoofdstuk 3: Licht Natuurkunde VWO 2011/2012 www.lyceo.nl Hoofdstuk 3: Licht Natuurkunde 1. Mechanica 2. Golven en straling 3. Elektriciteit en magnetisme 4. Warmteleer Rechtlijnige beweging Trilling en

Nadere informatie

Licht; Elektromagnetische straling een golf Licht; een deeltje (foto-elektrisch effect). Licht; als een lichtstraal Licht beweegt met de

Licht; Elektromagnetische straling een golf Licht; een deeltje (foto-elektrisch effect). Licht; als een lichtstraal Licht beweegt met de Licht; Elektromagnetische straling een golf Licht; een deeltje (foto-elektrisch effect). Licht; als een lichtstraal Licht beweegt met de lichtsnelheid ~300.000 km/s! Rechte lijn Pijl er in voor de richting

Nadere informatie

Handleiding Oogfunctiemodel

Handleiding Oogfunctiemodel Handleiding Oogfunctiemodel 300132 De mogelijkheden van het oog functiemodel zijn: - beeldvorming, met een positieve lens - gekleurde voorwerpen zien - accommoderen; werking van de ooglens - oogafwijkingen

Nadere informatie

0 50 100 150 200 250 300 v (in cm)

0 50 100 150 200 250 300 v (in cm) Lenzen 1 Van een lens is de beeldafstand b als functie van de voorwerpsafstand v bepaald en weergegeven in onderstaande grafiek. 300 250 200 b (in cm) 150 100 50 0 0 50 100 150 200 250 300 v (in cm) a.

Nadere informatie

jaar: 1994 nummer: 12

jaar: 1994 nummer: 12 jaar: 1994 nummer: 12 Een vrouw staat vóór een spiegel en kijkt met behulp van een handspiegel naar de bloem achter op haar hoofd.de afstanden van de bloem tot de spiegels zijn op de figuur aangegeven.

Nadere informatie

Opgave 1: Constructies (6p) In figuur 1 op de bijlage staat een voorwerp (doorgetrokken pijl) links van de lens.

Opgave 1: Constructies (6p) In figuur 1 op de bijlage staat een voorwerp (doorgetrokken pijl) links van de lens. NATUURKUNDE KAS 5 ROEWERK H4-06/0/00 PROEWERK Deze toets bestaat uit 4 opgaven (totaal 3 punten). Gebruik van eigen grafische rekenmachine en BINAS is toegestaan. Veel succes! ZET EERST JE NAAM OP DE Opgave

Nadere informatie

Handleiding bij geometrische optiekset 112114

Handleiding bij geometrische optiekset 112114 Handleiding bij geometrische optiekset 112114 INHOUDSOPGAVE / OPDRACHTEN Algemene opmerkingen Spiegels 1. Vlakke spiegel 2. Bolle en holle spiegel Lichtbreking en kleurenspectrum 3. Planparallel blok 4.

Nadere informatie

Thema 7Oog, oogafwijkingen en oogcorrecties

Thema 7Oog, oogafwijkingen en oogcorrecties 07-01-2005 10:27 Pagina 1 Oog, oogafwijkingen en oogcorrecties Inleiding Het oog is een zeer gevoelig en bruikbaar optisch instrument. In figuur 2.56 zie je een aantal doorsnedentekeningen van het menselijk

Nadere informatie

3HV H2 breking.notebook October 28, 2015 H2 Licht

3HV H2 breking.notebook October 28, 2015 H2 Licht 3HV H2 breking.notebook October 28, 2015 H2 Licht 3HV H2 breking.notebook October 28, 2015 L1 L2 Wanneer een lichtstraal van het ene materiaal het andere ingaat kan de richting van de lichtstraal veranderen.

Nadere informatie

Theorie beeldvorming - gevorderd

Theorie beeldvorming - gevorderd Theorie beeldvorming - gevorderd Al heel lang geleden ontdekten onderzoekers dat als licht op een materiaal valt, de lichtstraal dan van richting verandert. Een voorbeeld hiervan is ook te zien in het

Nadere informatie

a) Bepaal door middel van een constructie de plaats van het beeld van de scherf en bepaal daaruit hoe groot Arno de scherf door de loep ziet.

a) Bepaal door middel van een constructie de plaats van het beeld van de scherf en bepaal daaruit hoe groot Arno de scherf door de loep ziet. NATUURKUNDE KLAS 5 ROEWERK H14-05/10/2011 PROEWERK Deze toets bestaat uit 3 opgaven (totaal 31 punten). Gebruik van eigen grafische rekenmachine en BINAS is toegestaan. Veel succes! ZET EERST JE NAAM OP

Nadere informatie

Proefbeschrijving optiekset met bank 112110

Proefbeschrijving optiekset met bank 112110 112114 Optieksets voor practicum De bovenstaande optieksets zijn geschikt voor alle nodige optiekproeven in het practicum. De basisset () behandelt de ruimtelijke optiek en de uitbreidingset (112114) de

Nadere informatie

Oog. Netvlies: Ooglens: Voor de stralengang in het oog van lichtstralen zijn de volgende drie onderdelen belangrijk.

Oog. Netvlies: Ooglens: Voor de stralengang in het oog van lichtstralen zijn de volgende drie onderdelen belangrijk. Oog Voor de stralengang in het oog van lichtstralen zijn de volgende drie onderdelen belangrijk. Netvlies: Ooglens: Op het netvlies bevinden zich lichtgevoelige zintuigcellen; staafjes en kegeltjes (voor

Nadere informatie

2 Terugkaatsing en breking

2 Terugkaatsing en breking 2 Terugkaatsing en breking Instapvragen bij 2 Hoeveel weet je al van de onderstaande vragen? Noteer je voorlopig antwoord. - Voorwerpen die geen licht geven kunnen we toch zien. Hoe komt dat? - Hoe komt

Nadere informatie

> Lees Niels heeft een bril.

> Lees Niels heeft een bril. LB 8-70. Ik zie een oog > Kijk naar de afbeeldingen op bladzijde 8 in je boek en lees Beschermen. Vul in. Je vooral tegen zweet. beschermen je ogen Kijk naar de doorsnede van het oog. Kleur de volgende

Nadere informatie

6.1 Voortplanting en weerkaatsing van licht 6.2 Spiegel en spiegelbeeld

6.1 Voortplanting en weerkaatsing van licht 6.2 Spiegel en spiegelbeeld 6.1 Voortplanting en weerkaatsing van licht 6.2 Spiegel en spiegelbeeld Lichtbronnen: Directe lichtbronnen produceren zelf licht Indirecte lichtbronnen reflecteren licht. Je ziet een voorwerp als er licht

Nadere informatie

Examentraining (KeCo) SET-B HAVO5-Na

Examentraining (KeCo) SET-B HAVO5-Na KeCo-Examentraining SET-C HAVO5-Na 1 Examentraining (KeCo) SET-B HAVO5-Na EX.O.1. 1. Op een wateroppervlak vallen drie rode lichtstralen op de manier zoals weergegeven in onderstaande figuur. Teken het

Nadere informatie

2 hoofdstuk O. Noordhoff Uitgevers bv

2 hoofdstuk O. Noordhoff Uitgevers bv O 2 hoofdstuk O Optica Lichtstralen zijn rechte lijnen die doen denken aan banen van bewegende deeltjes. Zo lijkt een lichtstraal bij een spiegel op de baan van een biljartbal die bij de band van de biljarttafel

Nadere informatie

6.1 Voortplanting en weerkaatsing van licht 6.2 Spiegel en spiegelbeeld

6.1 Voortplanting en weerkaatsing van licht 6.2 Spiegel en spiegelbeeld 6.1 Voortplanting en weerkaatsing van licht 6.2 Spiegel en spiegelbeeld Lichtbronnen: Directe lichtbronnen produceren zelf licht Indirecte lichtbronnen reflecteren licht. Je ziet een voorwerp als er licht

Nadere informatie

6.1 Voortplanting en weerkaatsing van licht

6.1 Voortplanting en weerkaatsing van licht Uitwerkingen opgaven hoofdstuk 6 6.1 Voortplanting en weerkaatsing van licht Opgave 1 Opgave 2 Bij diffuse terugkaatsing wordt opvallend licht in alle mogelijke richtingen teruggekaatst, zelfs als de opvallende

Nadere informatie

Deze toets bestaat uit 4 opgaven (33 punten). Gebruik eigen grafische rekenmachine en BINAS toegestaan. Veel succes! ZET JE NAAM OP DEZE

Deze toets bestaat uit 4 opgaven (33 punten). Gebruik eigen grafische rekenmachine en BINAS toegestaan. Veel succes! ZET JE NAAM OP DEZE NAAM: NATUURKUNDE KAS 5 ROEFWERK H14 13/05/2009 PROEFWERK Deze toets bestaat uit 4 opgaven (33 punten). Gebruik eigen grafische rekenmachine en BINAS toegestaan. Veel succes! ZET JE NAAM OP DEZE Opgave

Nadere informatie

Tussen een lichtbron en een scherm staat een voorwerp. Daardoor ontstaat een schaduw van het voorwerp op het scherm. lichtbron

Tussen een lichtbron en een scherm staat een voorwerp. Daardoor ontstaat een schaduw van het voorwerp op het scherm. lichtbron Licht: Inleiding Opdracht 1. Schaduw van een lichtbrn Tussen een lichtbrn en een scherm staat een vrwerp. Daardr ntstaat een schaduw van het vrwerp p het scherm. a) Laat zien waar licht p het scherm valt

Nadere informatie

5.1 Voortplanting en weerkaatsing van licht

5.1 Voortplanting en weerkaatsing van licht Uitwerkingen opgaven hoofdstuk 5 5.1 Voortplanting en weerkaatsing van licht Opgave 10 16 x 4,03 10 a afstand = lichtsnelheid tijd; s = c t t = = = 8 c 2,9979 10 b Eerste manier 1 lichtjaar = 9,461 10

Nadere informatie

Gebruik module 1 bij het beantwoorden van de vragen. Indien je het antwoord hierin niet kunt vinden dan mag je andere bronnen gebruiken.

Gebruik module 1 bij het beantwoorden van de vragen. Indien je het antwoord hierin niet kunt vinden dan mag je andere bronnen gebruiken. Science+ leerjaar 1 module: het oog 4 x 45 min, werk in duo s. vragenblad Gebruik module 1 bij het beantwoorden van de vragen. Indien je het antwoord hierin niet kunt vinden dan mag je andere bronnen gebruiken.

Nadere informatie

Practicum: Brandpuntsafstand van een bolle lens

Practicum: Brandpuntsafstand van een bolle lens Practicum: Brandpuntsafstand an een bolle lens Er zijn meerdere methoden om de brandpuntsafstand (f) an een bolle lens te bepalen. In dit practicum worden ier methoden toegepast. Zie de onderstaande figuren

Nadere informatie

Speurtocht Wandelen met Licht. Naam leerling:...

Speurtocht Wandelen met Licht. Naam leerling:... Zaal 3 Speurtocht Wandelen met Licht Naam leerling:... Zaal 3 Brillen Loop de trap op achter het anatomisch theater (het grote houten bouwwerk) en ga door de glazen deuren zaal 2 in. Ga in zaal 2 de trap

Nadere informatie

1 Lichtbreking. BASISSTOF Hoofdstuk 2 Licht. afbeelding 1 Dit effect ontstaat door lichtbreking. normaal

1 Lichtbreking. BASISSTOF Hoofdstuk 2 Licht. afbeelding 1 Dit effect ontstaat door lichtbreking. normaal BASISSTOF Hoofdstuk 2 Licht - 1 Lichtbreking Reigers jagen vaak op vis. Als ze er een zien zwemmen, grijpen ze hem razendsnel. Dat is bijzonder knap, want de vis zwemt niet waar ze hem zien. Hoe zit dat?

Nadere informatie

Stevin vwo deel 1 Uitwerkingen hoofdstuk 5 Spiegels en lenzen (22-03-2013) Pagina 1 van 23

Stevin vwo deel 1 Uitwerkingen hoofdstuk 5 Spiegels en lenzen (22-03-2013) Pagina 1 van 23 Stevin vwo deel 1 Uitwerkingen hoofdstuk 5 Spiegels en lenzen (22-03-2013) Pagina 1 van 23 Opgaven 5.1 Spiegeleelden 1 B en C 2 De ander staat 2 + 5 = 7 m voor de spiegel. Haar spiegeleeld staat 7 m achter

Nadere informatie

6.1 Voortplanting en weerkaatsing van licht 6.2 Spiegel en spiegelbeeld

6.1 Voortplanting en weerkaatsing van licht 6.2 Spiegel en spiegelbeeld 6.1 Voortplanting en weerkaatsing van licht 6.2 Spiegel en spiegelbeeld Lichtbronnen: Directe lichtbronnen produceren zelf licht Indirecte lichtbronnen reflecteren licht. Je ziet een voorwerp als er licht

Nadere informatie

Optica Optica onderzoeken met de TI-nspire

Optica Optica onderzoeken met de TI-nspire Optica onderzoeken met de TI-nspire Cathy Baars, Natuurkunde, Optica 1. Inhoud Optica... 1 1. Inhoud... 2 2. Spiegeling... 3 2.1 Algemene introductie en gebruik TI-nspire... 3 2.2 Spiegeling... 4 2.3 Definiëren

Nadere informatie

1.1 Het oog. 1.1.1 Beschermende delen van het oog. Deel 1 Hoe verkrijgen organismen informatie over hun omgeving?

1.1 Het oog. 1.1.1 Beschermende delen van het oog. Deel 1 Hoe verkrijgen organismen informatie over hun omgeving? 1.1 Het oog 1.1.1 Beschermende delen van het oog Door welke delen worden je ogen beschermd? Vul de juiste benaming in. Geef telkens de functie van de delen. Delen Functie 1 2 3 4 5 6 1.1 Het oog 1 1.1.2

Nadere informatie

Aan de slag met de nieuwe leerplannen fysica 2 de graad ASO GO!

Aan de slag met de nieuwe leerplannen fysica 2 de graad ASO GO! Aan de slag met de nieuwe leerplannen fysica 2 de graad ASO GO! M. Beddegenoodts, M. De Cock, G. Janssens, J. Vanhaecht woensdag 17 oktober 2012 Specifieke Lerarenopleiding Natuurwetenschappen: Fysica

Nadere informatie

1 Lichtbreking. afbeelding schematische tekening van Lichtbreking door een perspex blokje

1 Lichtbreking. afbeelding schematische tekening van Lichtbreking door een perspex blokje -28 1 Lichtbreking Reigers jagen vaak op vis. Als ze er een zien zwemmen, grijpen ze hem razendsnel. Dat is bijzonder knap, want de vis zwemt niet waar ze hem zien. Hoe zit dat? Breking Je weet dat licht

Nadere informatie

Basic Creative Engineering Skills

Basic Creative Engineering Skills Visuele Perceptie Oktober 2015 Theaterschool OTT-1 1 Visuele Perceptie Op tica (Gr.) Zien leer (der wetten) v.h. zien en het licht. waarnemen met het oog. Visueel (Fr.) het zien betreffende. Perceptie

Nadere informatie

Basic Creative Engineering Skills

Basic Creative Engineering Skills Spiegels en Lenzen September 2015 Theaterschool OTT-2 1 September 2015 Theaterschool OTT-2 2 Schaduw Bij puntvormige lichtbron ontstaat een scherpe schaduw. Vraag Hoe groot is de schaduw van een voorwerp

Nadere informatie

Extra oefenopgaven licht (1) uitwerkingen

Extra oefenopgaven licht (1) uitwerkingen Uitwerking van de extra opgaven bij het onderwerp licht. Als je de uitwerking bij een opgave niet begrijpt kun je je docent altijd vragen dit in de les nog eens uit te leggen! Extra oefenopgaven licht

Nadere informatie

Thema 3 Verrekijkers. astronomische kijker

Thema 3 Verrekijkers. astronomische kijker 07-0-005 0: Pagina Verrekijkers Inleiding Om verre voorwerpen beter te kunnen zien, kun je gebruikmaken van verrekijkers. Die zijn er in vele soorten. De astronomische kijker wordt gebruikt voor het bekijken

Nadere informatie

Lenzen. N.G. Schultheiss

Lenzen. N.G. Schultheiss Lenzen N.G. Schultheiss Inleiding Deze module volgt op de module Spiegels. Deze module wordt vervolgd met de module Telescopen of de module Lenzen maken. Uiteindelijk kun je met de opgedane kennis een

Nadere informatie

Basic Creative Engineering Skills

Basic Creative Engineering Skills Visuele Perceptie November 2016 OTT-1 1 Visuele Perceptie Op tica (Gr.) Zien leer (der wetten) v.h. zien en het licht. waarnemen met het oog. Visueel (Fr.) het zien betreffende. Perceptie 1 waarneming

Nadere informatie

Het oog (H2) Harro Reeders. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie.

Het oog (H2) Harro Reeders. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie. Auteur Laatst gewijzigd Licentie Webadres Harro Reeders 09 September 2015 CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie http://maken.wikiwijs.nl/65524 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijsleermiddelenplein.

Nadere informatie

Kernvraag: Hoe verplaatst licht zich en hoe zien we dat?

Kernvraag: Hoe verplaatst licht zich en hoe zien we dat? Kernvraag: Hoe verplaatst licht zich en hoe zien we dat? Naam: Groep: http://www.cma-science.nl Activiteit 1 Hoe verplaatst licht zich? 1. Als je wel eens de lichtstraal van een zaklamp hebt gezien, weet

Nadere informatie

jaar: 1990 nummer: 08

jaar: 1990 nummer: 08 jaar: 1990 nummer: 08 De figuur toont een blok op een helling. Door de wrijving glijdt het blok niet naar beneden zolang de hellingshoek kleiner is dan een bepaalde waarde Vervang nu het blok door een

Nadere informatie

Reflectie. Om sommen met reflectie op te lossen zijn er twee mogelijkheden: 1. Met de terugkaatsingswet: hoek van inval = hoek van terugkaatsing

Reflectie. Om sommen met reflectie op te lossen zijn er twee mogelijkheden: 1. Met de terugkaatsingswet: hoek van inval = hoek van terugkaatsing Inhoud Reflectie... 2 Opgave: Lichtbundel op cilinder... 3 Lichtstraal treft op grensvlak... 4 Opgave: Breking en interne reflectie I... 6 Opgave: Breking en interne reflectie II... 7 Opgave: Multi-Touch

Nadere informatie

Om sommen met reflectie op te lossen zijn er twee mogelijkheden: 1. Met de terugkaatsingswet: hoek van inval = hoek van terugkaatsing

Om sommen met reflectie op te lossen zijn er twee mogelijkheden: 1. Met de terugkaatsingswet: hoek van inval = hoek van terugkaatsing Inhoud Reflectie...2 Opgave: bundel op cilinder...3 Opgave: Atomic Force Microscope (AFM)...3 straal treft op grensvlak...5 Opgave: door een dikke lens...8 Opgave: Stralengang door een vloeistoflens...9

Nadere informatie

1 Lichtbreking . C B A. Leerstof. Toepassing

1 Lichtbreking . C B A. Leerstof. Toepassing BASISSTOF Hoofdstuk 2 Licht Lichtbreking Leerstof In figuur is getekend hoe een lichtstraal wordt gebroken. a Hoe heet stippellijn k? b Hoe heet hoek I? c Hoe heet hoek m? ik,,:--- 4 Als je door een dik

Nadere informatie

3.0 Licht 2 www.natuurkundecompact.nl. 3.2 Breking 3.3 a Vergroting b Lenzenformule c Lenzenformule (simulatie) 3.5 Oog en bril (Crocodile)

3.0 Licht 2 www.natuurkundecompact.nl. 3.2 Breking 3.3 a Vergroting b Lenzenformule c Lenzenformule (simulatie) 3.5 Oog en bril (Crocodile) 3.0 Licht 2 www.natuurkundecompact.nl 3.2 Breking 3.3 a Vergroting Lenzenformule c Lenzenformule (simulatie) 3.5 Oog en ril (Crocodile) 1 3.2 Breking www.natuurkundecompact.nl Doel Je onderzoekt hoe lichtstralen

Nadere informatie

Opgave 2 Vuurtoren Natuurkunde N1 Havo 2001-II opgave 3

Opgave 2 Vuurtoren Natuurkunde N1 Havo 2001-II opgave 3 Deze 5 opgaven (21 vragen) met uitwerkingen vind je op www.agtijmensen.nl Et-stof: h4. Arbeid en energie, h5. Licht en h6. Elektriciteit Examentraining Havo 4 et2 Opgave 1 De waterkrachtcentrale van Itaipu

Nadere informatie

Refractie-afwijking. Deze folder biedt in informatie over niet-scherp zien ten gevolge van een refractie-afwijking en de mogelijke correctiemiddelen.

Refractie-afwijking. Deze folder biedt in informatie over niet-scherp zien ten gevolge van een refractie-afwijking en de mogelijke correctiemiddelen. Refractie-afwijking Deze folder biedt in informatie over niet-scherp zien ten gevolge van een refractie-afwijking en de mogelijke correctiemiddelen. Hoe vormt een oog een scherp beeld en wat is refractie?

Nadere informatie

FACULTEIT TECHNISCHE NATUURWETENSCHAPPEN. Opleiding Technische Natuurkunde TENTAMEN

FACULTEIT TECHNISCHE NATUURWETENSCHAPPEN. Opleiding Technische Natuurkunde TENTAMEN FACULTEIT TECHNISCHE NATUURWETENSCHAPPEN Opleiding Technische Natuurkunde TENTAMEN Vak : Inleiding Optica (19146011) Datum : 9 november 01 Tijd : 8:45 uur 1.15 uur Indien U een onderdeel van een vraagstuk

Nadere informatie

Waarneming zintuig adequate prikkel fysiek of chemisch zien oog licht fysiek ruiken neus gasvormige

Waarneming zintuig adequate prikkel fysiek of chemisch zien oog licht fysiek ruiken neus gasvormige Paragraaf 7.1 prikkel Signalen die een zintuigcel uit de omgeving opvangt actiepotentiaal Verschil in elektrische lading over de membraan van een zenuwcel op het moment van een impuls adequate prikkel

Nadere informatie

Contactlenzen (Algemeen)

Contactlenzen (Algemeen) Contactlenzen (Algemeen) Zien Een contactlens corrigeert voor refractiefouten. Indien er geen refractiefouten optreden, ligt het brandpunt van het licht exact op het netvlies. In figuur 1 is de perfecte

Nadere informatie

Spreekbeurten.info Spreekbeurten en Werkstukken http://spreekbeurten.info

Spreekbeurten.info Spreekbeurten en Werkstukken http://spreekbeurten.info Oog Inleiding De meeste mensen hebben 5 zintuigen. Het gezichtsvermogen om te zien, het gehoor om te horen, de reuk om te ruiken, de smaak om te proeven en het gevoel om te voelen. Met zintuigen maak je

Nadere informatie

Niet scherp zien door een refractieafwijking.

Niet scherp zien door een refractieafwijking. Oogheelkunde Niet scherp zien door een refractieafwijking. Het Antonius Ziekenhuis vormt samen met Thuiszorg Zuidwest Friesland de Antonius Zorggroep Hoe vormt een oog een scherp beeld en wat is refractie?

Nadere informatie

OPGAVEN VOOR DE EERSTE RONDE VAN DE NEDERLANDSE NATUURKUNDE OLYMPIADE 2008

OPGAVEN VOOR DE EERSTE RONDE VAN DE NEDERLANDSE NATUURKUNDE OLYMPIADE 2008 Nationale Natuurkunde Olympiade Eerste ronde januari 2008 Beschikbare tijd: 2 klokuren Lees dit eerst! OPGAVEN VOOR DE EERSTE RONDE VAN DE NEDERLANDSE NATUURKUNDE OLYMPIADE 2008 Voor je liggen de opgaven

Nadere informatie

Niet scherp zien door een refractieafwijking

Niet scherp zien door een refractieafwijking Oogheelkunde Niet scherp zien door een refractieafwijking www.catharinaziekenhuis.nl Inhoud Bijziendheid... 3 Verziendheid... 3 Astigmatisme... 4 De leesbril... 4 Contactlenzen... 4 Operatie... 5 Vragen?...

Nadere informatie

UITWERKINGEN Examentraining (KeCo) SET-B HAVO5-Na

UITWERKINGEN Examentraining (KeCo) SET-B HAVO5-Na UITWERKINGEN KeCo-Examentraining SET-C HAVO5-Na UITWERKINGEN Examentraining (KeCo) SET-B HAVO5-Na EX.O... Lichtstraal A verplaatst zich van lucht naar water, dus naar een optisch dichtere stof toe. Er

Nadere informatie

natuurkunde 1,2 Compex

natuurkunde 1,2 Compex Examen HAVO 2007 tijdvak 1 woensdag 23 mei totale examentijd 3,5 uur natuurkunde 1,2 Compex Vragen 1 tot en met 17 In dit deel van het examen staan de vragen waarbij de computer niet wordt gebruikt. Bij

Nadere informatie

4.1.1 Lichtbronnen Benoem de onderstaande lichtbronnen. Opgelet, één van de figuren stelt geen lichtbron voor, welke?

4.1.1 Lichtbronnen Benoem de onderstaande lichtbronnen. Opgelet, één van de figuren stelt geen lichtbron voor, welke? Hoofdstuk 4: Licht 4.1 Voortplanting van licht 4.1.1 Lichtbronnen Benoem de onderstaande lichtbronnen. Opgelet, één van de figuren stelt geen lichtbron voor, welke? We zien allerlei dingen om ons heen,

Nadere informatie

Refractie afwijkingen. Niet scherp zien ten gevolge van refractie afwijkingen

Refractie afwijkingen. Niet scherp zien ten gevolge van refractie afwijkingen Refractie afwijkingen Niet scherp zien ten gevolge van refractie afwijkingen Inhoudsopgave 1 Hoe vormt een oog een scherp beeld en wat is refractie... 1 2 Wat verstaat men onder refractieafwijkingen en

Nadere informatie

Digitale fotografie onder water

Digitale fotografie onder water Digitale fotografie onder water Digitale fotografie wordt meer en meer bereikbaar voor de gewone duiker (Jan-met-de- Cap). Dit komt omdat veel camera merken goed geprijsde onderwaterhuizen leveren voor

Nadere informatie

Oogheelkunde. adviezen. refractieafwijking. na een hernia-operatie. (bril, contactlens of operatie) ZorgSaam

Oogheelkunde. adviezen. refractieafwijking. na een hernia-operatie. (bril, contactlens of operatie) ZorgSaam Oogheelkunde adviezen refractieafwijking na een hernia-operatie (bril, contactlens of operatie) ZorgSaam 1 2 Wat zijn refractie-afwijkingen? Om scherp te zien is het nodig dat lichtstralen uit de buitenwereld

Nadere informatie

De telescoop een seecker instrument om verre te sien

De telescoop een seecker instrument om verre te sien De telescoop een seecker instrument om verre te sien Robert Wielinga robert@sonnenborgh.nl 11 e eeuw: ontdekking van de leessteen een druppel water werkt als een vergrootglas brillen vanaf 1300 bolle lens:

Nadere informatie

kaarsen de zon olielampen petroleumlampen gloeilampen fakkel maan en sterren brandend hout TL buizen gaslantaarns de zon vuur

kaarsen de zon olielampen petroleumlampen gloeilampen fakkel maan en sterren brandend hout TL buizen gaslantaarns de zon vuur Werkblad 1 Lichtbronnen Lees eerst de tekst een keer door. Vul de woorden op de goede plaats in. Alle woorden mag je maar één keer gebruiken. kaarsen de zon olielampen petroleumlampen gloeilampen fakkel

Nadere informatie

Waarom zien veel mensen onscherp?

Waarom zien veel mensen onscherp? Refractie afwijking Waarom zien veel mensen onscherp? Om scherp te zien moeten lichtstralen uit de buitenwereld precies op het netvlies van het oog samenvallen. Het hoornvlies en de lens in het oog zorgen

Nadere informatie

Oogheelkunde. Patiënteninformatie. Brilsterkte bij kinderen. Slingeland Ziekenhuis

Oogheelkunde. Patiënteninformatie. Brilsterkte bij kinderen. Slingeland Ziekenhuis Oogheelkunde Brilsterkte bij kinderen i Patiënteninformatie Slingeland Ziekenhuis Algemeen Uw kind heeft zojuist een druppeltest (skiascopie) gehad. Uit de test is gebleken dat uw kind een bril nodig heeft

Nadere informatie

Examen Fysica: Inleiding: Wat is fysica?

Examen Fysica: Inleiding: Wat is fysica? Fysica: Chemie: Bewegen Een kracht uitoefenen Verdampen Een elektrische stroom opwekken Optica Terugkaatsing van het licht Smelten en stollen Examen Fysica: Inleiding: Wat is fysica? Roesten Omzetting

Nadere informatie

Fotograferen in de Berry

Fotograferen in de Berry Fotocursus op camping le Bonhomme met dank aan de HCC versie feb 2008 Deel 1 blad 1 Inleiding Iedereen schiet weleens een plaatje, maar het resultaat is niet altijd zoals verwacht. De foto is onscherp,

Nadere informatie

Tekstboek. VMBO-T Leerjaar 1 en 2

Tekstboek. VMBO-T Leerjaar 1 en 2 Tekstboek VMBO-T Leerjaar 1 en 2 JHB Pastoor 2015 Arnhem 1 Inhoudsopgave i-nask Tekstboek VMBO-T Leerjaar 1 en 2 Hoofdstuk 1 Licht 1.1 Licht Zien 3 1.2 Licht en Kleur 5 1.3 Schaduw 10 1.4 Spiegels 15 Hoofdstuk

Nadere informatie

Zintuigelijke waarneming

Zintuigelijke waarneming Zintuigelijke waarneming Biologie Havo klasse 5 HENRY N. HASSENKHAN SCHOLENGEMEENSCHAP LELYDORP [HHS-SGL] Docent: A. Sewsahai Doelstellingen De student moet de verschillende typen zintuigen kunnen opnoemen

Nadere informatie

Naam: Klas Practicum elektriciteit: I-U-diagram van lampje Nodig: spanningsbron, schuifweerstand (30 Ω), gloeilampje, V- en A-meter, 6 snoeren

Naam: Klas Practicum elektriciteit: I-U-diagram van lampje Nodig: spanningsbron, schuifweerstand (30 Ω), gloeilampje, V- en A-meter, 6 snoeren Naam: Klas Practicum elektriciteit: I-U-diagram van lampje Nodig: spanningsbron, schuifweerstand (30 Ω), gloeilampje, V- en A-meter, 6 snoeren Schakeling In de hiernaast afgebeelde schakeling kan de spanning

Nadere informatie

T1 Wat is licht? FIG. 3 Zo teken je een lichtstraal. De pijl geeft de richting van het licht aan.

T1 Wat is licht? FIG. 3 Zo teken je een lichtstraal. De pijl geeft de richting van het licht aan. T1 Wat is licht? Lichtbron, lichtstraal en lichtsnelheid Licht ontstaat in een lichtbron. Een aantal bekende lichtbronnen zijn: de zon en de sterren; verschillende soorten lampen (figuur 1); vuur, maar

Nadere informatie

Hoe kun je de weerstand van voorwerpen vergelijken en bepalen?

Hoe kun je de weerstand van voorwerpen vergelijken en bepalen? werkblad experiment 4.5 en 5.4 (aangepast) naam:. klas: samen met: Hoe kun je de weerstand van voorwerpen vergelijken en bepalen? De weerstand R van een voorwerp is te bepalen als men de stroomsterkte

Nadere informatie

Geometrische optica. Hoofdstuk 1. 1.1 Principe van Huygens. 1.2 Weerkaatsing van lichtgolven.

Geometrische optica. Hoofdstuk 1. 1.1 Principe van Huygens. 1.2 Weerkaatsing van lichtgolven. Inhoudsopgave Geometrische optica Principe van Huygens Weerkaatsing van lichtgolven 3 Breking van lichtgolven 4 4 Totale weerkaatsing en lichtgeleiders 6 5 Breking van lichtstralen door een sferisch diopter

Nadere informatie

Practicum algemeen. 1 Diagrammen maken 2 Lineair verband en evenredig verband 3 Het schrijven van een verslag

Practicum algemeen. 1 Diagrammen maken 2 Lineair verband en evenredig verband 3 Het schrijven van een verslag Practicum algemeen 1 Diagrammen maken 2 Lineair verband en evenredig verband 3 Het schrijven van een verslag 1 Diagrammen maken Onafhankelijke grootheid en afhankelijke grootheid In veel experimenten wordt

Nadere informatie

Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts. Fysica: Licht als golf en als deeltje. 24 juli 2015. dr. Brenda Casteleyn

Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts. Fysica: Licht als golf en als deeltje. 24 juli 2015. dr. Brenda Casteleyn Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts Fysica: Licht als golf en als deeltje 24 juli 2015 dr. Brenda Casteleyn Met dank aan: Atheneum van Veurne (http://www.natuurdigitaal.be/geneeskunde/fysica/wiskunde/wiskunde.htm),

Nadere informatie

Lesmateriaal bovenbouw

Lesmateriaal bovenbouw Lesmateriaal bovenbouw Workshopdag Satellieten 8 oktober 2008 Space Expo, Noordwijk Bouw je eigen telescoop Benieuwd naar het oppervlak van de maan? Of de ringen van Saturnus? Deze dingen staan te ver

Nadere informatie

Voor deze les heb je nodig: een computer met internet verbinding

Voor deze les heb je nodig: een computer met internet verbinding Voor deze les heb je nodig: een computer met internet verbinding Klik op de volgende link : http://www.spreekwoord.nl/ Op deze pagina kun je allerlei Nederlandse spreekwoorden en gezegdes vinden. In de

Nadere informatie

FACULTEIT TECHNISCHE NATUURWETENSCHAPPEN Opleiding Technische Natuurkunde TENTAMEN

FACULTEIT TECHNISCHE NATUURWETENSCHAPPEN Opleiding Technische Natuurkunde TENTAMEN FACULTEIT TECHNISCHE NATUURWETENSCHAPPEN Opleiding Technische Natuurkunde Vak : Inleiding Optica (146012) Datum : 5 november 2010 Tijd : 8:45 uur 12.15 uur TENTAMEN Indien U een onderdeel van een vraagstuk

Nadere informatie

Macro fotografie De eerste is de scherpstelafstand van de lens De tweede belangrijke waarde is de reproductiefactor

Macro fotografie De eerste is de scherpstelafstand van de lens De tweede belangrijke waarde is de reproductiefactor Macro fotografie is volgens velen één van de moeilijkst uit te voeren vormen van fotografie doordat je zo dicht op je onderwerp zit en dat je diafragma ver open is je slechts enkele millimeters hebt om

Nadere informatie

NAAM: SaLVO! KLAS: 3 Vergroten en Verkleinen. Mijn hele familie staat op zijn kop! NATUURKUNDE WISKUNDE KLAS 2 HAVO / VWO

NAAM: SaLVO! KLAS: 3 Vergroten en Verkleinen. Mijn hele familie staat op zijn kop! NATUURKUNDE WISKUNDE KLAS 2 HAVO / VWO NAAM: KLAS: SaLVO! 3 Vergroten en Verkleinen Mijn hele familie staat op zijn kop! NATUURKUNDE WISKUNDE KLAS 2 HAVO / VWO SaLVO! Dit lesmateriaal is een onderdeel van het samenwerkingsproject SaLVO! dat

Nadere informatie