Kaarten geven te denken

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Kaarten geven te denken"

Transcriptie

1 7. Kaarten geven te denken door Joop van der Schee 7.1 Inleiding Dankzij computers en satellietbeelden is een nieuwe stap gezet in de visualisering van de wereld om ons heen. TomTom en Google Earth zijn daar voorbeelden van. Met hulp van navigatiesystemen als TomTom kunnen we ons eenvoudiger dan voorheen naar een bepaalde bestemming verplaatsen. Met behulp van Google Earth of Virtual Earth kunnen we virtueel een rondje om de wereld vliegen en inzoomen op vrijwel elke plek die we nader willen bekijken. De satellietfoto in figuur 1 laat een deel van de stad Bamako in Mali zien. Deze opname lijkt op het eerste gezicht verrassend veel op een opname van een plaats ergens in Nederland. Het gebruik van satellietfoto s en digitale kaartbeelden is in korte tijd heel gewoon geworden. De mogelijkheden worden steeds groter: foto s en teksten aan kaartbeeld en satellietfoto toevoegen, de wereld in drie dimensies figuur 1: Satellietfoto van Bamako, Mali (Google Maps, 20 juli 2008) 197

2 verkennen, virtuele reizen maken en het einde is nog lang niet in zicht. Net als de uitvinding van de boekdrukkunst is de opkomst van de computer een geweldige stap voorwaarts. Met recht kan gesproken worden van een digitale revolutie. En wat we nu meemaken is pas het begin. Met deze revolutie is er ook sprake van een grote sprong voorwaarts op het gebied van digitale kaarten. Deze ontwikkeling is voor het aardrijkskundeonderwijs van grote betekenis. De wereld het leslokaal binnenhalen met interactive board of beamer of leerlingen de wereld laten verkennen achter hun eigen computer biedt het aardrijkskundeonderwijs geweldige nieuwe mogelijkheden. Toch is de vraag wat de leerlingen zien op al die moderne visualiseringen van de wereld. Zien ze door de bomen het bos nog? Stellen ze zich de vraag waarom gebieden verschillen of verschillende kenmerken hebben? En kunnen ze dit soort vragen beantwoorden? Juist in een tijd waarin moderne technologie het aardrijkskundeonderwijs extra mogelijkheden op het terrein van visualisering biedt, is de rol van de docent aardrijkskunde belangrijker dan ooit. Leerlingen helpen te begrijpen wat ze zien in Google Maps en Google Earth en al die andere map viewers en satellietfotoseries, daarvoor is geografisch vakmanschap nodig. In dit hoofdstuk gaat het met name over kaarten. Kaarten zijn immers bij uitstek het hulpmiddel van de geograaf. Kan een aardrijkskundeles zonder kaarten, kun je je afvragen. En hoe kun je leerlingen helpen aan de hand van kaarten zich een beeld te vormen van de wereld waarin zij leven? Geografisch vakmanschap omvat naast vakinhoudelijke kennis ook kennis over hoe kaarten gemaakt en gebruikt kunnen worden. 7.2 Casus Stel je wilt een 3e klas vmbo, havo of vwo trainen in het maken en gebruiken van kaarten. Je geeft ze de opdracht de winkels van Albert Heijn in een straal van een aantal kilometers rond de school in kaart te brengen. Vervolgens moeten de leerlingen beargumenteren op welke plek in dit gebied er nog een Albert Heijn bijgebouwd zou kunnen worden. De leerlingen moeten bij het maken van de kaart allerlei (gelokaliseerde) digitale data gebruiken, bijvoorbeeld sites van een gemeente of EduGIS. De te maken kaart moet voor zichzelf spreken. Een kaartgebruiker moet de kaart begrijpen zonder dat er uitleg bij wordt gegeven. Daarnaast moeten de leerlingen een toelichting bij de kaart schrijven waaruit blijkt waarom de door hen gekozen locatie de beste is. 198

3 figuur 2: Kaart van drie vestigingen van Albert Heijn in Amsterdam en hun verzorgingsgebied gebaseerd op een leerlingenonderzoek (Favier & Van der Schee, 2008) Opdrachten bij de casus Hoe bepaal je het onderzoeksgebied voor de leerlingen? Ga na of de leerlingen de opdracht met papieren of met digitale kaarten uitvoeren. Schrijf op wat de leerlingen van deze opdracht leren. Schrijf vervolgens op wat de hoofdlijnen moeten zijn van het gesprek met de klas nadat de leerlingen de kaarten gemaakt hebben. Wat is het verschil tussen de door de leerlingen gemaakte kaart en de kaart in figuur 2? Bekijk het filmfragment op met de titel kaartgebruik. Welke meerwaarde heeft het gebruik van kaarten in deze les? 199

4 Hoe zou jij als docent de leerlingen in deze klas die meerwaarde duidelijk maken? Op dezelfde website vind je ook een filmfragment over kaartgebruik in het primair onderwijs. Wat zijn verschillen en overeenkomsten in kaartgebruik tussen de hoogste klassen basisschool en de onderbouw van het voortgezet onderwijs? 7.3 Over kaarten en kaartvaardigheden Waarom zijn kaarten belangrijk? Leerlingen krijgen niet alleen bij het schoolvak aardrijkskunde kaarten onder ogen. Ook bij geschiedenis, economie en biologie worden kaarten gebruikt om allerlei zaken te illustreren, bijvoorbeeld de ligging van de figuur 3: Zonder kaarten geen aardrijkskunde (Schulz) 200

5 voormalige Nederlandse koloniën bij geschiedenis. Bij aardrijkskunde zijn kaarten meer dan illustraties. Kaarten zijn bij uitstek het denkmiddel, want aardrijkskunde gaat over gebieden en kaarten laten altijd gebieden zien. De Amerikaanse geograaf Hartshorne zei het in 1969 zo: Als je iets onderzoekt en je kunt het zonder kaarten af, dan kun je je afvragen of het wel aardrijkskunde is. Het woord aardrijkskunde zegt het al, het gaat over allerlei verschijnselen en processen die zich ergens op aarde afspelen. Kaarten geven in één oogopslag informatie over de ligging van ruimtelijke verschijnselen, patronen en processen. Tabellen en grafieken geven die mogelijkheid niet. De kaart laat de gebruiker zien waar iets ligt ten opzichte van andere verschijnselen, bijvoorbeeld een vulkaan ten opzichte van een stad. Ook toont de kaart hoe bepaalde verschijnselen zijn gespreid, bijvoorbeeld een concentratie van steden aan de kust. In de spreiding van veel verschijnselen op aarde zit een bepaald patroon. Geografen zijn daarnaar op zoek, want die patronen zeggen iets over mens en natuur. Kaarten zijn het middel om patronen in beeld te brengen. De meeste patronen zijn niet statisch maar dynamisch. Veel kaarten laten de situatie op een bepaald moment zien. Kaarten kunnen echter ook veranderingen (ruimtelijke processen) weergeven, bijvoorbeeld de verspreiding van ziekten of de groei van de welvaart. Hoe goed een kaart zich leent voor een analyse van een gebied hangt af van wat er precies op de kaart staat en ook van het type kaart. Hoe meer informatie er beschikbaar is, des te meer kan over een gebied gezegd worden. Maar alles op één kaart zetten, leidt tot onoverzichtelijkheid. Vandaar dat bij aardrijkskunde gewerkt wordt met atlassen, dat zijn verzamelingen van kaarten. Kaarten en atlassen zijn informatiesystemen met een schat aan gegevens over ligging, grootte, afstanden, spreidingspatronen, ruimtelijke processen en soms zelfs over relaties tussen verschijnselen. Kaarten zijn belangrijk omdat op weg gaan zonder kaart in onbekend gebied tot flinke frustraties en tijdverlies kan leiden. Dat geldt letterlijk als je op weg gaat naar een nieuwe (vakantie)bestemming zonder wegenkaart of autonavigatiesysteem. Maar ook figuurlijk is het waar, want zonder kaarten begrijp je minder van de wereld om je heen. Kaarten zijn belangrijk om de wereld om je heen te kunnen plaatsen. Zeker voor visueel ingestelde mensen geldt dat een beeld meer zegt dan duizend woorden. Nu de voortschrijdende computertechnologie veel innovaties mogelijk maakt, zien we dat het gebruik van digitale kaarten om ons heen toeneemt. Hoogleraar cartografie Ormeling scheef in 2008 in zijn afscheidrede: Stel je voor dat je overal op een mobiele computer informatie over je omgeving kunt opvragen en ontvangen: Waar is het dichtstbijzijnde ziekenhuis? Op wat voor bodemsoort sta ik en wat stemmen de mensen hier? Door de evolutie van gps-systemen, mobiele computers en draadloze netwerken 201

6 gaan we steeds meer toe naar een wereld waarin we op elk moment actuele ruimtelijke informatie kunnen opvragen over steeds meer zaken. Deze ontwikkelingen bieden ongekende nieuwe mogelijkheden voor het aardrijkskundeonderwijs binnen en buiten het schoolgebouw. In het bijzonder de mogelijkheid om te switchen tussen kaartbeeld en satellietbeeld geeft een extra dimensie aan het aardrijkskundeonderwijs. Een satellietbeeld geeft de mogelijkheid in te zoomen op de wereld vanuit het heelal en brengt de werkelijkheid vanuit de lucht gezien nauwkeurig in beeld, de kaart geeft een vereenvoudigde en daarmee overzichtelijker beeld van een stuk van de planeet aarde (zie bijvoorbeeld Van Blaeu tot GIS Nederland heeft een naam op het gebied van kaarten. Denk aan de wereldberoemde kaarten van Blaeu die ook deel uitmaken van de canon voor het Nederlandse onderwijs. Tegenwoordig loopt Nederland voorop als het gaat om digitale cartografie. TomTom is een van oorsprong Nederlands bedrijf. figuur 4A: De Dam in Amsterdam volgens Blaeu op een digitale kaart in EduGIS (www.edugis.nl) 202

7 figuur 4B: De Dam in de 21e eeuw in EduGIS (www.edugis.nl) In de 21e eeuw gebruikt het aardrijkskundeonderwijs meer en meer digitale kaarten. Het nationale portaal heet EduGIS (www.edugis.nl). Figuur 4 toont twee beelden uit een EduGIS lesmodule over de atlas van Blaeu. Figuur 4A laat zien dat ook oude kaarten gedigitaliseerd worden. Figuur 4B toont een 21e-eeuwse kaart van ongeveer hetzelfde gebied. De meeste digitale kaartensets zijn zogenaamde mapviewers. Je kunt ermee in- en uitzoomen, afstanden meten, kaartlagen over elkaar heen leggen en vaak kaart en satellietfoto bekijken. Wie meer wil zoals kaarten bewerken of eigen onderzoeksgegevens invoeren, heeft een geografisch informatie systeem (GIS) nodig. GIS is te definiëren als een computersysteem dat hulpmiddelen biedt om aan elkaar gekoppelde ruimtelijke en niet-ruimtelijke gegevens te structureren, op te slaan, te bewerken, te beheren, op te vragen, te analyseren en weer te geven, zodanig dat die gegevens nuttige informatie opleveren voor het beantwoorden van een gegeven beleids- of onderzoeksvraag (Hendriks & Ottens, 1997). GIS is een in het bedrijfsleven en bij overheden steeds meer gebruikte techniek waarbij digitale kaartlagen worden ontwikkeld en gecombineerd om ruimtelijke analyses te ondersteunen en beslissingen over onze leefomgeving beter te onderbouwen. De vraag naar geschoolden op het gebied van GIS is groot. Gezien het toenemend gebruik van GIS in de samenleving is het goed dat leerlingen in het voortgezet onderwijs kennismaken met eenvoudige GIS-toepassingen. Niet 203

8 voor niets wordt het genoemd in de nieuwste KNAG rapporten voor het vmbo (KNAG, 2008) en het havo/vwo (KNAG, 2003). Hoe GIS van nut kan zijn in de schoolpraktijk wordt goed geïllustreerd met het beroemd geworden onderzoek van Roderick Bothe, een 5 havo-bovenbouw leerling van aardrijkskundedocent Korevaar in het schooljaar Deze leerling wilde de spreiding van coffeeshops in Den Haag onderzoeken. Waar zitten ze en waarom daar? Het verzamelen van de adresgegevens via gaat vlot en levert flink wat locaties op. De coffeeshops worden als puntlocaties in een vectorlaag getekend op de gedigitaliseerde plattegrond van Den Haag. Zo worden de adresdata gevisualiseerd en komt er een concentratie van coffeeshops in het centrum aan het licht. De bereikbaarheid van het stadscentrum en de aanwezigheid van openbaar vervoer haltes lijken een belangrijke verklaring voor de concentratie van coffeeshops. In de loop van zijn onderzoek ontdekt de leerling dat er een wet in de maak is die de aanwezigheid van een coffeeshop binnen een straal van 500 meter van een school verbiedt. Klopt dat met de werkelijkheid, denkt de leerling en besluit ook dat te onderzoeken. Bij de provincie Zuid- Holland is een digitaal bestand beschikbaar met alle scholen in de provincie in de vorm van puntlocaties. De leerling heeft nu twee kaartlagen die hij in het GIS-programma over elkaar heen legt. Vervolgens tekent hij met behulp van het programma een buffer van 500 meter om alle coffeeshops (zie figuur 5). figuur 5: Een leerling van de Dalton SG in Voorburg onderzocht de relatie tussen de spreiding van scholen en coffeeshops (bron: Korevaar & Van der Schee, 2004) 204

9 Duidelijk is op de zelfgemaakte kaart te zien dat er veel shops zullen moeten sluiten of verplaatst moeten worden naar elders. (Korevaar & Van der Schee, 2004) Dit coffeeshoponderzoek haalde de landelijke pers. Het is een goed voorbeeld hoe een GIS softwarepakket in het onderwijs gebruikt kan worden om samenlevingsvraagstukken te analyseren. Leerlingen die hun eigen onderzoek in kaart brengen leren niet alleen veel over de geografische aspecten van het onderwerp in kwestie, maar krijgen ook kijk op het gebruik van kaarten Kaarten zijn subjectieve selecties De reclamewereld maakt nog al eens gebruik van kaartbeelden. Onderstaande reclame (zie figuur 6) laat twee bijzondere spiegeleieren zien. De titel bij de kaart luidt Door biologische producten voor iedereen makkelijker toegankelijk te maken, kunnen we ons met miljoenen inzetten voor de planeet. De eieren zijn gebakken in de vorm van twee werelddelen. figuur 6: Reclame van Carrefour voor biologische producten Uit het kaartbeeld is te beredeneren in welk land deze kaart gemaakt is. Sommige gebieden zijn beter weergegeven dan andere. Afrika is wat klein uitgevallen en naarmate de afstand tot Frankrijk afneemt klopt het kaartbeeld minder goed. Is alleen de wereld die er voor de Fransen echt toe doet 205

10 goed afgebeeld? Of is het de wereld van Carrefour, de Franse grootgrutter die deze reclame de wereld in stuurde? Het is maar de vraag of elke kaartgebruiker hetzelfde ziet als wat de kaartmaker wil laten zien. Verschillende kaartgebruikers, dus ook leerlingen, hebben verschillende kaartbeelden. Verschillende kaartgebruikers dezelfde kaart voorleggen is geen garantie voor een zelfde kaartbeeld. Ieder mens ziet en onthoudt verschillende zaken van een kaart. De vraag is welke factoren kaartbeelden beïnvloeden en of en hoe kaartbeelden te veranderen zijn. Daar iets over weten is belangrijk voor de aardrijkskundedocent. Kaarten kunnen we omschrijven als subjectieve vereenvoudigingen op een plat vlak van een deel van de aarde die ten doel hebben de gebruiker een overzicht te bieden van een bepaald gebied of van een thema in een gebied. Belangrijke termen in deze definitie zijn subjectiviteit, vereenvoudiging en overzicht. Kaarten zijn subjectief. Dat is een belangrijk gegeven bij onderwijs en bij communicatie in het algemeen. De wereld verschilt van plaats tot plaats, maar ook de beelden die mensen van elke plaats en van elk gebied hebben verschillen per persoon. Bij kaarten is sprake van twee stappen, kaartproductie en kaartgebruik (zie figuur 7). Bij beide stappen speelt selectie en subjectiviteit. Allereerst ziet de kaartenmaker de werkelijkheid op een bepaalde manier. De kaartenmaker of cartograaf interpreteert de wereld op zijn eigen wijze en geeft op de kaart een bepaalde selectie uit de werkelijkheid weer. De tweede selectie vindt plaats door de kaartgebruiker. Wat de kaartgebruiker ziet, hangt af van zijn specifieke interesse, zijn kennis van het gebied en zijn ervaring in het gebruik van kaarten. Naast subjectiviteit is selectie belangrijk bij kaarten. Alles op een kaart afbeelden is onmogelijk. In het verhaal De kaartmakers van Biesheuvel (1979) proberen de vrienden Carl Carlson en Nyls Nylson een globe te maken die in het klein precies op onze wereld leek, maar dan zo natuurgetrouw dat alle aardrijkskundigen ervan zouden opkijken ( ). Een globe zonder fouten. Voorlopig legden ze zich toe op kaarten. Nyls had al eens een kaart gemaakt van het dorp dat het dichtste bij hun huis was ( ). Ze wilden een overzicht maken van de wereld zoals die in er in 1975 en wel precies zoals die er rond twaalf uur in de middag van 21 augustus van het jaar 1975 uitzag ( ) Vandaag zouden ze een aardrijkskundige kaart van alle bewegingen rond hun huis maken. Ze wilden laten zien hoe het landschap rond een huis van tel tot tel verandert. Op de grond hadden ze blokken getekend. Schaap 16 van g-12 naar h-13, poes Kareltje van a-3 naar b-4 ( ). Die avond bekeken ze hun kaart ( ). De hele kaart stond vol vakjes, miljoenen 206

11 Kaartgebruiker KAART Cartograaf WERKELIJKHEID figuur 7: Tekening kaartmaker kaart kaartgebruiker aanduidingen, krassen en lijnen, er was niets meer uit wijs te worden. Ze kwamen tot de slotsom dat het haast onmogelijk was om een kaart of globe te maken zoals die hun voor de geest stond. Uit dit verhaal valt te leren dat de werkelijkheid op een kaart vereenvoudigd moet worden wil die bruikbaar zijn. Kaarten maken is vooral de kunst van het weglaten. De makers van de Bosatlas hebben dat goed begrepen. Zij schrijven daarover op hun site www. bosatlas.nl: Hoe komt het dat juist de Bosatlas zich zo n vooraanstaande positie heeft weten te verwerven in het Nederlandse onderwijs, en ook daarbuiten, in vaderlandse huiskamers en buitenlandse klaslokalen? Het belangrijkste antwoord is al te vinden in het motto dat P.R. Bos aan de eerste editie van de atlas (1877) meegaf: Nur leer scheinende Karten prägen sich dem Gedächtnisse ein (Alleen dat wat op leeg lijkende kaarten staat onthoud je.) Dit citaat is van de negentiende-eeuwse geograaf en ontdekkingsreiziger Alexander von Humboldt. Bos constateert in zijn voorwoord bij de atlas een behoefte aan duidelijke atlassen, die niet met namen zijn overladen. Bij een goede atlas moet volgens hem het formaat der kaarten zoo groot mogelijk zijn, terwijl het oog niet door onnoodige kleuren en namen moet worden afgeleid. De kunst van het weglaten is nu, 130 jaar later, nog steeds het handelsmerk van De Grote Bosatlas. Een kaart waarop te veel informatie is opgenomen, verliest zijn transparantie en inzichtelijkheid. 207

12 Kaarten worden gemaakt om overzicht te bieden, bijvoorbeeld te laten zien waar parken zijn of waar een tsunami schade heeft aangericht of welke gebieden het meeste risico lopen bij een overstroming. Die boodschap van de kaart moet helder zijn. Leerlingen kunnen oog krijgen voor het subjectieve en selectieve aspect van kaarten en het belang van duidelijke kaarten door zelf kaarten te maken. Het opschrijven van een titel bij de kaart dwingt leerlingen na te denken over de boodschap van de kaart. Dat elke kaartgebruiker een kaart anders leest, wordt duidelijk als in een klas leerlingen elkaar vertellen wat ze uit een kaart afleiden Kaarten zijn er in soorten en maten Er zijn verschillende kaarten voor verschillende gebruiksdoelen. Sommige kaarten zoals wegenkaarten en Google Maps zijn geschikt om locaties op te zoeken en routes te bepalen. Wil je meer in detail de topografische elementen van een gebied bestuderen dan gebruik je topografische kaarten. Veel gebruikt in het aardrijkskundeonderwijs zijn de overzichtskaarten en thematische kaarten. Overzichtskaarten zijn feitelijk topografische kaarten van een groter gebied. Er staan verschillende soorten gegevens op, maar in vergelijking tot topografische kaarten is er veel meer gegeneraliseerd. Overzichtskaarten hebben als titel de naam van een gebied dat is afgebeeld. Thematische kaarten hebben behalve een gebiedsnaam ook altijd een onderwerp in de titel. Thematische kaarten zijn bijvoorbeeld geologische kaarten, waterkaarten of kaarten met bestemmingsplannen. Was de verhouding overzichtskaarten thematische kaarten bij de eerste druk van de Bosatlas in 1877 nog 50% - 50%, in 1995 was de verhouding al 24% - 76% (Van der Schee, 1995) en met de 53e druk van de Grote Bosatlas in 2007 is deze verhouding nog verder doorgeschoven in het voordeel van de thematische kaarten: 10% - 90% (Van der Schee, 2007). Deze verschuiving zegt iets over de verandering van de inhoud van het aardrijkskundeonderwijs: tegenwoordig is er meer aardrijkskundeonderwijs over thema s in gebieden en veel minder over topografische kennis. Maar er zijn meer verschillen tussen kaarten. Niet alle kaarten hebben dezelfde schaal. Leerlingen hebben vaak moeite met schaal. Het schaalgetal geeft de verhouding aan van de kaart ten opzichte van de werkelijkheid. 1: betekent dat 1 centimeter op de kaart centimeter in werkelijkheid is, dus 1 kilometer. Demonstreer leerlingen hoe ze de afstanden op een kaart in kilometers kunnen uitrekenen met een tabel met stappen (centimeter - decimeter - meter - decameter - hectometer - kilometer). Naast grootschalige kaarten van bijvoorbeeld een woonwijk, zijn er klein- 208

13 schalige kaarten zoals wereldkaarten. Ezelsbruggetjes hierbij zijn dat op grootschalige kaarten de gebieden groot zijn afgebeeld en op kleinschalige kaarten klein. Dat kan ook verwarrend zijn, omdat er op een grootschalige kaart maar een klein gebied staat afgebeeld. Daarom is het beter om uit te leggen dat de woorden grootschalig en kleinschalig afkomstig zijn van breuken: 1: (grootschalig) is een groter getal dan 1: (kleinschalig). Veranderen van schaal, ook wel in- en uitzoomen genoemd, is een belangrijke werkwijze bij aardrijkskunde. Met digitale kaarten kun je vaak gemakkelijk in- en uitzoomen. Ook de wijze waarop kaarten gemaakt worden, leidt tot verschillende kaarten. Op de eerste plaats heeft elke kaart een bepaalde projectie. Een Mercatorprojectie leidt tot een andere kaart van de aarde dan de projectie van Peters. In de voor de zeevaart ontworpen Mercatorprojectie kloppen de landoppervlakten niet, maar is de richting wel goed te bepalen, in de projectie van Peters wordt de grootte van de continenten goed weergegeven, maar de vorm daarvan niet. Omdat een bol niet op een plat vlak te projecteren is, zijn er voor verschillende doelen verschillende projecties van de aarde bedacht. Een aantal projecties met hun voor- en nadelen staat op blad 12 van de 53e druk van de Grote Bosatlas. figuur 8: De world upside down (http://www.globecorner.com/t/t41/20776.php) 209

14 Daarnaast zijn er verschillende standpunten van waaruit een gebied in beeld kan worden gebracht. Het lijkt voor ons vanzelfsprekend dat Europa op de wereldkaart bovenaan ligt. Wie de kaarten 12C en 12D in de Grote Bosatlas bekijkt ziet een Amerikaans en Chinees wereldbeeld. Het is goed om de verschillende perspectieven met leerlingen te bespreken. Australiërs gebruiken graag andere wereldkaarten dan Nederlanders (zie figuur 8). Op de tweede plaats wordt bij elke thematische kaart een bepaalde afbeeldingmethode toegepast. Voorbeelden van kaarttypen zijn een chorochromatische kaart, een stippenkaart, een choropleet, een isolijnenkaart en een anamorfosekaart. Aan de hand van kaartblad 13 in de 53e druk van de Grote Bosatlas kan uitgelegd worden wat het verschil is tussen deze vijf kaartypen. Een chorochromatische kaart laat zien hoe het ene gebied kwalitatief verschilt van het andere. Voorbeelden van chorochromatische kaarten zijn kaarten die de verspreiding van talen, godsdiensten of vegetatiegordels weergeven. De verschillen tussen de gebieden zijn niet in getallen uit te drukken. De grenzen van de op de kaart weergegeven verschijnselen zijn niet altijd gelijk aan administratieve grenzen. Vooral bij sociaal-geografische verschijnselen is enige oplettendheid vereist. Een kaart met de etnische groepen in Rusland of China laat bijvoorbeeld grote gebieden zien, die bewoond worden door etnische groepen die maar een zeer klein deel van de bevolking uitmaken. Omdat kwantitatieve gegevens als bevolkingsdichtheid niet verwerkt zijn, kunnen deze kaarten een vertekend beeld geven. Een stippenkaart laat aan de hand van punten op een kaart zien waar een verschijnsel voorkomt. De spreiding van bijvoorbeeld van moskeeën in een stad kan er nauwkeurig mee worden weergegeven. In de 53e druk van de Grote Bosatlas komen weinig stippenkaarten voor. Kaart 91A (Toeristencentra) is een voorbeeld. In de Grote Bosatlas komen meer kaarten voor waar de spreiding van verschillende verschijnselen met verschillende symbolen wordt voorgesteld, bijvoorbeeld kaart 186C over de mijnbouw en industrie in Latijns-Amerika. Soms verschillen op stippenkaarten de punten of symbolen in grootte en kleur. Op een choropleet gaat het over één onderwerp en de kwantitatieve verschillen per gebied. Een bekend voorbeeld is een bevolkingsdichtheidkaart, zie bijvoorbeeld kaart 151 in de Grote Bosatlas. Gebieden met een hoge waarde hebben een donkerder kleur dan gebieden met een lage waarde. Zo is het mogelijk snel een overzicht van de kaart te krijgen zonder uitvoerig de legenda te hoeven lezen. Omdat het gaat om statistische gegevens, gaat het op deze kaarten altijd om gebieden met administratieve grenzen die vaststaan, zoals grenzen van landen, provincies, gemeenten en wijken. Een aandachtspunt bij een choropleet is dat de kaart suggereert dat het verschijnsel binnen de gepresenteerde grenzen homogeen verdeeld is. Dat is 210

15 echter meestal niet het geval. Bij het lezen van een choropleet is het verder van belang dat goed gekeken wordt naar hoe de waarde van het gemeten gegeven wordt weergegeven. Als er gewerkt wordt met absolute aantallen heeft een groot gebied sneller veel van iets dan een kleiner gebied. Als absolute aantallen worden weergegeven, hebben grote gebieden dus een grotere kans op een donkere kleur dan kleine gebieden. In veel gevallen wordt dit ondervangen door het gemeten verschijnsel in verhouding te zetten tot de oppervlakte of het inwonertal. Een kaart met bevolkingsdichtheid heeft daardoor dit nadeel niet. Ook isolijnenkaarten gaan over één onderwerp, maar anders dan bij een choropleet wordt niet de waarde per telgebied afgebeeld. Isolijnen verbinden punten met dezelfde waarde van een verschijnsel bijvoorbeeld met dezelfde hoeveelheid zonneschijn of neerslag (zie de kaarten 47E en 47H in de Grote Bosatlas). De lijnen kunnen elkaar dus niet kruisen. Daarna worden de tussenliggende gebieden ingekleurd: hoe hoger de gemeten waarde, des te donkerder. Op een anamorfosekaart worden gebieden met een hoge waarde van een onderwerp groter afgebeeld. Een voorbeeld van een anamorfosekaart is kaart 137C in de Grote Bosatlas waarop landen in Azië groter zijn afgebeeld als het bnp per inwoner groter is. Singapore is op deze kaart groter dan China. Een voorwaarde om anamorfosekaarten goed te kunnen lezen is dat de lezer een redelijk goed kaartbeeld van het gebied moet hebben. Laat leerlingen bij het werken met deze kaarten daarom altijd een gewone overzichtskaart bij nemen en verschillen en overeenkomsten vaststellen. Bij de kaarten uit de Millenniumdoelen Atlas (www.millenniumdoelen.nl) of www. worldmapper.org verdient het de aanbeveling om daar een oppervlaktegetrouwe kaart voor te gebruiken Verschillende soorten kaartvaardigheden De meeste mensen associëren kaarten met aardrijkskunde en denken dan vooral aan kaartlezen. Aardrijkskunde omvat echter meer. Bij kaartgebruik kunnen vijf stappen onderscheiden worden. De eerste twee gaan over het maken van een kaart en het kiezen van een kaart bijvoorbeeld in een atlas. De volgende drie kaartvaardigheden gaan over wat je met een zelfgemaakte of geselecteerde kaart kunt doen. Kaartproductie: informatie waarvan de locatie bekend is verwerken tot een kaart met een correct gebruik van symbolen, perspectief, kleur en verhoudingen en voorzien van een legenda, titel, schaal en windroos. Kaartselectie: de juiste kaart kiezen bijvoorbeeld uit een atlas en dat bete- 211

16 kent de informatiewaarde van een kaart bepalen in relatie tot het gestelde doel Kaartlezen: opzoeken waar iets ligt (identificeren) of wat de kenmerken zijn van een plaats of gebied (benoemen). Een kaart moet een legenda, windroos, schaal en titel hebben om de kaart goed te kunnen lezen. Kaartanalyse: patronen op een kaart beschrijven (classificeren) en nagaan of bepaalde patronen samenvallen (relateren). Kaartinterpretatie: verschijnselen op een kaart verklaren en voorspellen. Hierbij gebruikt de kaartgebruiker de patronen die op de kaart te zien zijn, maar ook (geografische) kennis die niet op kaart staat. Gegevens ordenen van feiten naar samenhangende patronen komt ook bij andere vakken dan aardrijkskunde voor. Figuur 9 laat zien welke algemene vaardigheden horen bij kaartlezen, kaartanalyse en kaartinterpretatie. Kaartvaardigheden kaartlezen kaartanalyse spreidingen en geledingen opsporen relaties tussen verschillende verschijnselen in één gebied (verticale relaties) of relaties tussen verschillende gebieden (horizontale relaties) opsporen Algemene vaardigheden beschrijven van gelokaliseerde objecten (feiten) vergelijken en ordenen van objecten in verzamelingen en die verzamelingen benoemen (begrippen) analyseren van samenhang tussen verschillende verzamelingen (generalisaties) kaartinterpretatie verklaren van objecten, verzamelingen en samenhangen (theorie) figuur 9: Kaartvaardigheden en algemene vaardigheden Kaart kunnen lezen is een noodzakelijke voorwaarde voor kaartanalyse en kaarten kunnen analyseren is een noodzakelijke voorwaarde voor kaartinterpretatie. Uit onderzoek blijkt dat kaartlezen brugklassers over het algemeen goed afgaat. Kaartanalyse blijkt een stuk lastiger (Van der Schee, 1987; Van der Zijpp, 1996; Van Dijk, 1998). Niet verrassend is dat er slechter gescoord wordt naarmate de hoeveelheid geografische informatie op een kaart toeneemt. Een belangrijk ander onderzoeksresultaat is dat leerlingen bij kaartanalyseopdrachten veelal beter scoren op vraagstukken waarbij het gaat om verticale relaties dan op vraagstukken waarbij horizontale relaties in het 212

17 geding zijn. Een voorbeeld van een verticale relatie is de relatie tussen reliëf en bevolkingsdichtheid. Horizontale relaties hebben betrekking op relaties tussen gebieden. Een voorbeeld hiervan is dat de omvang van forensisme tussen plaatsen afhankelijk is van de relatieve afstand tussen die plaatsen en de attractiviteit van die plaatsen. Verticale en horizontale relaties zijn ook te zien in figuur 9 van hoofdstuk 1. Dat leerlingen moeite hebben met het opsporen van (horizontale) relaties heeft onder meer te maken met het feit dat leerlingen niet systematisch getraind worden in het relateren van ruimtelijke verschijnselen. Juist de hogere kaartvaardigheden vereisen veel training want ze zijn niet gemakkelijk. Ze vereisen dat leerlingen abstract en systematisch kunnen denken. Rond de leeftijd van twaalf 12 jaar neemt het vermogen tot abstracter denken bij veel kinderen langzamerhand toe (Graves, 1984). Voor het onderwijs als geheel en voor het werken met kaarten in het bijzonder zijn dit belangrijke gegevens. 7.4 Leerlingen leren met kaarten te werken Mental maps en aardrijkskundeonderwijs Wat voor beeld heb je van Slowakije, Kazachstan, Ghana, Paraguay of Guatemala? En kun je een kaart van die landen tekenen? Een beeld van een gebied hebben is niet hetzelfde als een kaartbeeld van een gebied hebben. Je kunt van Kazachstan het beeld hebben dat het een groot, woest en arm land is, maar er nauwelijks een kaart van kunnen tekenen. Het eerste noemen we een mental image, het tweede een mental map. figuur 10: Het wereldbeeld van een leerling uit Hongkong (Van der Schee, 1985) 213

18 Het ruimtelijk beeld dat we van de werkelijkheid hebben wordt dus mental map genoemd. De mental map van mensen verschilt en wat we de werkelijkheid noemen is wat mensen communiceren over wat ze om zich zien. Naarmate we gebieden minder goed kennen is onze mental map meestal meer vertekend. Daarom is onze mental map van verder weg gelegen gebieden in het algemeen slechter dan van dichter bij huis gelegen gebieden (zie figuur 10). Gaat het niet om de mental map van een land, maar om de mental map van een stad of dorp dan is het goed om te weten dat in de mental map van veel mensen opvallende punten zoals grote gebouwen en drukke kruispunten een belangrijke rol spelen. Het zijn de oriëntatiepunten waaromheen we onze mental map opbouwen. Lynch (1960) spreekt in dit verband over landmarks. Aardrijkskundeonderwijs moet aansluiten bij mental images, mental maps en landmarks om succesvol te zijn. Gebeurt dat niet dan blijven onjuiste (kaartbeelden) bestaan. Heel concreet betekent dit dat een aardrijkskundedocent leerlingen bij een nieuw onderwerp eerst vraagt naar hun mental image en mental map. Wat leerlingen hierover op papier zetten of zeggen, moet richtinggevend zijn voor de aardrijkskundeles. Wat je al van een gebied weet, of dat nou juist is of niet, speelt een belangrijke rol bij het leren over een gebied. Het aardrijkskundeonderwijs probeert eenzijdige ideeën en kaartbeelden van gebieden te differentiëren en te nuanceren. Aardrijkskundeonderwijs is eropuit om onjuiste of ten dele juiste (kaart)beelden bij te stellen. Dat is niet eenvoudig. Bestaande beelden stel je immers niet zomaar bij. Ze zijn vaak hardnekkig Spanje is zon, zee en uitgaan en blijven soms bestaan ook al leer je bij aardrijkskunde dat de werkelijkheid anders is. Het is daarom belangrijk dat leerlingen niet alleen andere (kaart)beelden voorgeschoteld krijgen, maar in de aardrijkskundeles actief iets met hun nieuwe (kaart)beeld doen. Dat kan bijvoorbeeld door ze hun nieuwe (kaart)beeld van Spanje uit te laten leggen aan andere leerlingen. Hoe dan ook, het is essentieel om als aardrijkskundedocent met leerlingen in gesprek te raken over hun oude en nieuw kennis Functionele topografie Om vlot met elkaar te kunnen praten over wat er gebeurt in de wereld waarin we leven is het handig om af te spreken welk namen van landen, steden en rivieren we minimaal allemaal moeten kennen. Die namen toponiemen moeten deel uitmaken van onze gemeenschappelijke mental map. Op de basisschool leren leerlingen bij aardrijkskunde 300 toponiemen. De lijst met namen is in 2008 voor het laatst aangepast (zie vakken/ak/cito_topolijst.pdf ). Er bestaat geen aparte topografielijst voor aardrijkskunde in het voortgezet onderwijs. Gezien de slechte prestaties 214

19 van leerlingen in de basisschool op het gebied van topografie (Cito, 2003) is niet verwonderlijk dat niet zozeer gepraat wordt over het in het voortgezet onderwijs uitbreiden van de lijst van 300 namen als wel over hoe leerlingen die 300 namen zich eigen kunnen maken. Het aanleren van aardrijkskundige namen door rijtjes namen op te dreunen Hoogezand, Sappemeer, Oude Pekela etc. is weinig effectief. Nieuwe kennis leer je gemakkelijker als het gekoppeld wordt aan dingen die ertoe doen. We noemen dat functionele topografie. Het is van belang om in elke aardrijkskundeles de kaart te gebruiken om aan te wijzen waar het thema dat wordt behandeld zich afspeelt. Gaat het over wateroverlast langs de Maas bij Borgharen, Itteren en Stein dan hoeven leerlingen de dorpen Borgharen, Itteren en Stein niet te onthouden, maar wel die dorpen kunnen lokaliseren als de leerkracht zegt dat de dorpen langs de Maas ten noorden van Maastricht liggen. Maastricht en de Maas zijn de referentiepunten uit de lijst van 300 toponiemen. Leerlingen kunnen hun mental map trainen als ze uitgedaagd worden om locaties te beschrijven ten opzichte van elkaar en deze voorzien van een geografisch verhaal. Dat Assen en Hoogeveen wel en Coevorden en Paterswolde niet geleerd hoeven te worden is niet toevallig. Kennis van wat waar op aarde ligt, is kennis die regelmatig geoefend moet worden. De 300 toponiemen leer je als je ze regelmatig oefent. Een goede leraar aardrijkskunde gebruikt in al zijn lessen kaarten. Dat kan een wandkaart zijn of een atlas of een digitale kaart. Als er gepraat wordt over een bepaalde stad, land, gebied of thema wordt dat op de kaart aangewezen. Alle thema s die in het aardrijkskundeonderwijs aan de orde komen, kun je aanwijzen op een kaart. figuur 11: Functionele topografie? 215

20 7.4.3 Kaart en atlas in de klas Hoe leer je leerlingen kaartvaardigheden? Leren over de wereld om je heen, aardrijkskunde en het werken met kaarten, alle drie beginnen ze met goed kijken. Vanuit de verwondering over wat er op een kaart te zien is, gaat de goede kaartgebruiker zich van alles afvragen. Kaarten kunnen antwoord geven op geografische vragen als Waar is dat? en Wat is daar? Nog al wat leerlingen kijken niet goed. Op grond van hun mental map denken ze dat ze wel weten wat er op een kaart van Nederland, Europa of de wereld staat als ze die voorgelegd krijgen. Om leerlingen nieuwe kaartbeelden bij te brengen en halfjuiste en onjuiste beelden af te leren is het belangrijk om: leerlingen te leren kaartlezen: plaatsen en gebieden en hun kenmerken op de kaart te laten opzoeken en benoemen. Doe dat gericht bijvoorbeeld startend vanuit een bepaald thema: waarom wonen er zo veel mensen in aardbevingsgevoelige steden als Athene, Istanbul, Tokyo en San Francisco? Functionele topografie dus! Het gaat bij kaartlezen in de kern om lokaliseren en beschrijven: Waar is dat? Wat is daar? en Hoe is dat daar? leerlingen te laten zoeken naar patronen in de kaart: waar is veel van iets en waar weinig en valt dat samen met andere zaken op die kaart of op andere kaarten? We noemen dat kaartanalyse. Bij kaartanalyse gaat het nog steeds om beschrijven, maar vooral ook om vergelijken en het zoeken van verbanden. leerlingen kaartinterpretatie te leren: leerlingen verklaringen leren zoeken voor zaken die op de kaart te zien zijn. Daar heb je de informatie op de kaart bij nodig, maar meestal ook andere geografische kennis. Bij kaartinterpretatie komen verklarende aardrijkskundige vragen aan de orde. Waarom is het daar (zo)? Maar ook voorspellende, adviserende en waarderende vragen. Essentieel is dat je met leerlingen praat over wat de boodschap van de kaart is: wat laat een bepaalde kaart wel en niet zien? Wie goed op kaarten kijkt, kan veel leren, maar zal ook veel vragen stellen. Geografische vragen als Waarom is dat daar zo? en Is dat daar gewenst? Kaartlezen gaat dan over in kaartinterpretatie en dat is wel zo fascinerend. Train leerlingen in het stellen van vragen bij kaarten en laat ze vervolgens nadenken over waar ze de ontbrekende informatie zouden kunnen vinden. Hebben ze meer kaarten nodig voor een verdere kaartanalyse of willen ze andersoortige informatie? 216

Hoofdstuk 6 Kaarten geven te denken

Hoofdstuk 6 Kaarten geven te denken Hoofdstuk 6 Kaarten geven te denken Joop van der Schee 6.1 Inleiding Dankzij computers en satellietbeelden is een nieuwe stap gezet in de visualisering van de wereld om ons heen. Tom Tom en Google Earth

Nadere informatie

Aansluiting met de eindtermen Aardrijkskunde PjER kan gebruikt worden als Praktische opdracht en Profielwerkstuk

Aansluiting met de eindtermen Aardrijkskunde PjER kan gebruikt worden als Praktische opdracht en Profielwerkstuk Aansluiting met de eindtermen Aardrijkskunde PjER kan gebruikt worden als Praktische opdracht en Profielwerkstuk Praktische opdracht Het uitvoeren van beperkte onderzoeksopdrachten betreffende ruimtelijke

Nadere informatie

1. Geef de titels van de kaarten die horen bij de bladzijden van de Grote Bosatlas.

1. Geef de titels van de kaarten die horen bij de bladzijden van de Grote Bosatlas. Atlasvaardigheden Kaarten en gegevens over landen zoek je op in een atlas. Maar hoe gebruik je ook alweer een atlas? Hoe vind je snel de juiste gegevens en informatie? De ster-vragen zijn iets moeilijker.

Nadere informatie

TULE inhouden & activiteiten Oriëntatie op jezelf en de wereld - ruimte. Kerndoel 50. Toelichting en verantwoording

TULE inhouden & activiteiten Oriëntatie op jezelf en de wereld - ruimte. Kerndoel 50. Toelichting en verantwoording TULE - ORIËNTATIE OP JEZELF EN DE WERELD KERNDOEL 50 208 TULE inhouden & activiteiten Oriëntatie op jezelf en de wereld - ruimte Kerndoel 50 De leerlingen leren omgaan met kaart en atlas, beheersen de

Nadere informatie

faculteit ruimtelijke wetenschappen 13-11-2015 Ga naar Room 416097 via de app of via b.socrative.com/login/student/ (50 deelnemers mogelijk...

faculteit ruimtelijke wetenschappen 13-11-2015 Ga naar Room 416097 via de app of via b.socrative.com/login/student/ (50 deelnemers mogelijk... Ga naar Room 416097 via de app of via b.socrative.com/login/student/ (50 deelnemers mogelijk...) 1 2 3 4 5 6 Digitaal kaartmateriaal voor in de klas drs. H.C. (Chris) Diederiks, RUG 7 8 Het belang van

Nadere informatie

Leerervaringen ruimte van onder- en bovenbouw. Ruimteaspect Onderbouw. Ruimteaspect Middenbouw. Ruimteaspect Bovenbouw. Ruimteaspect Onderbouw

Leerervaringen ruimte van onder- en bovenbouw. Ruimteaspect Onderbouw. Ruimteaspect Middenbouw. Ruimteaspect Bovenbouw. Ruimteaspect Onderbouw Leerervaringen ruimte van onder- en bovenbouw 1. 1. ontwikkeling ruimtebesef * waarnemen en beschrijven vertrouwde plekken * spelen, wandelen, dansen in diverse ruimtes * reflecteren op ruimtes: veilig,

Nadere informatie

Getal en Ruimte wi 1 havo/vwo deel 1 hoofdstuk 4 Didactische analyse door Lennaert van den Brink (1310429)

Getal en Ruimte wi 1 havo/vwo deel 1 hoofdstuk 4 Didactische analyse door Lennaert van den Brink (1310429) Getal en Ruimte wi 1 havo/vwo deel 1 hoofdstuk 4 Didactische analyse door Lennaert van den Brink (1310429) - een lijst met operationele en concrete doelen van de lessenserie, indien mogelijk gerelateerd

Nadere informatie

LANDKAARTEN & PROJECTIES

LANDKAARTEN & PROJECTIES 5 maart Inleiding Op 5 maart is de geboortedag van de cartograaf Mercator (1512-1594). Hij is de uitvinder van een methode om landkaarten te maken waarvan de richting precies klopt. Deze kaarten zijn dus

Nadere informatie

kommagetallen en verhoudingen

kommagetallen en verhoudingen DC 8Breuken, procenten, kommagetallen en verhoudingen 1 Inleiding Dit thema gaat over rekenen en rekendidactiek voor het oudere schoolkind en voor het voortgezet onderwijs. Beroepscontext: als onderwijsassistent

Nadere informatie

Examen HAVO. aardrijkskunde. tijdvak 1 donderdag 27 mei 9.00-11.30 uur. Bij dit examen hoort een bijlage.

Examen HAVO. aardrijkskunde. tijdvak 1 donderdag 27 mei 9.00-11.30 uur. Bij dit examen hoort een bijlage. Examen HAVO 2010 tijdvak 1 donderdag 27 mei 9.00-11.30 uur aardrijkskunde Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 31 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 60 punten te behalen. Voor elk

Nadere informatie

Examen HAVO. Centraal Examen Havo Aardrijdskunde 2014 tijdvak 1 Opgaven www.uitwerkingensite.nl. aardrijkskunde

Examen HAVO. Centraal Examen Havo Aardrijdskunde 2014 tijdvak 1 Opgaven www.uitwerkingensite.nl. aardrijkskunde Centraal Examen Havo Aardrijdskunde 2014 tijdvak 1 Opgaven www.uitwerkingensite.nl Examen HAVO 2014 tijdvak 1 vrijdag 16 mei 9.00-12.00 uur aardrijkskunde Bij dit examen hoort een bijlage. Gebruik De Grote

Nadere informatie

Jouw wereld op de kaart. werkblad. VMBO tl, HAVO, VWO klas 1

Jouw wereld op de kaart. werkblad. VMBO tl, HAVO, VWO klas 1 Jouw wereld op de kaart werkblad VMBO tl, HAVO, VWO klas 1 Jouw wereld op de kaart WERKBLAD Recht zo die gaat! Varen op de kaart van Mercator Deze tentoonstelling gaat over Mercator, een beroemde kaartenmaker

Nadere informatie

Module atlasvaardigheden en kaartlezen Klas 1 BK

Module atlasvaardigheden en kaartlezen Klas 1 BK Auteur Laatst gewijzigd Licentie Webadres Aad Bak 02 September 2015 CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie http://maken.wikiwijs.nl/65323 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijsleermiddelenplein. Wikiwijsleermiddelenplein

Nadere informatie

AARDRIJKSKUNDE HAVO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0

AARDRIJKSKUNDE HAVO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0 AARDRIJKSKUNDE HAVO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0 De vakinformatie in dit document is vastgesteld door het College voor Toetsen en Examens (CvTE). Het CvTE is verantwoordelijk voor de afname

Nadere informatie

Toeristen in Nederland

Toeristen in Nederland Toeristen in Nederland Het is bijna zomer. Veel Nederlanders gaan lekker op vakantie naar het buitenland. Maar er komen ook heel veel buitenlandse toeristen naar Nederland. Hoeveel zijn dat er eigenlijk?

Nadere informatie

Muiswerk Strategisch Lezen is gericht op het aanleren van deelvaardigheden die nodig zijn voor een strategische leesaanpak.

Muiswerk Strategisch Lezen is gericht op het aanleren van deelvaardigheden die nodig zijn voor een strategische leesaanpak. Strategisch Lezen Muiswerk Strategisch Lezen is gericht op het aanleren van deelvaardigheden die nodig zijn voor een strategische leesaanpak. Doelgroepen Strategisch Lezen Muiswerk Strategisch Lezen is

Nadere informatie

Muiswerk Strategisch Lezen is gericht op het aanleren van deelvaardigheden die nodig zijn voor een strategische leesaanpak.

Muiswerk Strategisch Lezen is gericht op het aanleren van deelvaardigheden die nodig zijn voor een strategische leesaanpak. Strategisch Lezen Muiswerk Strategisch Lezen is gericht op het aanleren van deelvaardigheden die nodig zijn voor een strategische leesaanpak. Doelgroepen Strategisch Lezen Muiswerk Strategisch Lezen is

Nadere informatie

Stad en Land hv onderbouw WERKBLAD

Stad en Land hv onderbouw WERKBLAD kenmerken Stad en Land hv onderbouw WERKBLAD Opdracht 1 Bekijk de foto. Wat zie je? Schrijf je eerste indruk op: Streep nu door wat NIET van toepassing is op deze foto: platteland stad nieuw oud centrum

Nadere informatie

aardrijkskunde het leren hanteren van de geografische benadering.

aardrijkskunde het leren hanteren van de geografische benadering. aardrijkskunde Belang van het vak Aan alle informatie over de opbouw van de kennisbasis en de eisen die aan de studenten worden gesteld gaat de vraag vooraf: wat dient onder aardrijkskunde verstaan te

Nadere informatie

richtlijnen de resultaten presenteren 3.5 De kandidaat kan aan de hand van gegeven richtlijnen sterke en zwakke punten van het

richtlijnen de resultaten presenteren 3.5 De kandidaat kan aan de hand van gegeven richtlijnen sterke en zwakke punten van het Aardrijkskunde, vmbo, Geografische F. Oorschot vaardigheden vmbo bovenbouw kern subkern Inhoud / Eindterm bb Eindterm kb Eindterm gt Eindterm Geografisch vaardigheden Geografisch onderzoek Stappenplan

Nadere informatie

Web van begrippen. Tijdsduur Het maken van de opdracht: 50 minuten Het nabespreken van de opdracht: 20 minuten (voor vraag 3 t/m 5)

Web van begrippen. Tijdsduur Het maken van de opdracht: 50 minuten Het nabespreken van de opdracht: 20 minuten (voor vraag 3 t/m 5) Web van begrippen Tijdsduur Het maken van de opdracht: 50 minuten Het nabespreken van de opdracht: 20 minuten (voor vraag 3 t/m 5) Inleiding In thema 1 begin je de wereld te verkennen aan de hand van de

Nadere informatie

AARDRIJKSKUNDE VWO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0

AARDRIJKSKUNDE VWO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0 AARDRIJKSKUNDE VWO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0 De vakinformatie in dit document is vastgesteld door het College voor Toetsen en Examens (CvTE). Het CvTE is verantwoordelijk voor de afname van

Nadere informatie

Examen HAVO. aardrijkskunde. tijdvak 2 woensdag 24 juni 9.00-11.30 uur. Bij dit examen hoort een bijlage.

Examen HAVO. aardrijkskunde. tijdvak 2 woensdag 24 juni 9.00-11.30 uur. Bij dit examen hoort een bijlage. Examen HAVO 2009 tijdvak 2 woensdag 24 juni 9.00-11.30 uur aardrijkskunde Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 31 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 52 punten te behalen. Voor elk

Nadere informatie

Examen HAVO. aardrijkskunde. tijdvak 1 dinsdag 26 mei 9.00-11.30 uur. Bij dit examen hoort een bijlage.

Examen HAVO. aardrijkskunde. tijdvak 1 dinsdag 26 mei 9.00-11.30 uur. Bij dit examen hoort een bijlage. Examen HAVO 2009 tijdvak 1 dinsdag 26 mei 9.00-11.30 uur aardrijkskunde Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 31 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 57 punten te behalen. Voor elk

Nadere informatie

Culture Shock -PIM. GROEP 7 ESRA ATESCELIK STUDENT NR: 1783262 JUNI 2009 Eak500@few.vu.nl. Esra Atescelik juni 2009 1

Culture Shock -PIM. GROEP 7 ESRA ATESCELIK STUDENT NR: 1783262 JUNI 2009 Eak500@few.vu.nl. Esra Atescelik juni 2009 1 GROEP 7 ESRA ATESCELIK STUDENT NR: 1783262 JUNI 2009 Eak500@few.vu.nl Esra Atescelik juni 2009 1 Inhoudsopgave 1. Concept Culture Shock.3 1.1 Definitief concept 4 1.2 Interactief gedeelte van de film..4

Nadere informatie

Wat zijn de kernen van een schoolvak of leergebied? Een uitwerking voor aardrijkskunde Joop van der Schee

Wat zijn de kernen van een schoolvak of leergebied? Een uitwerking voor aardrijkskunde Joop van der Schee Wat zijn de kernen van een schoolvak of leergebied? Een uitwerking voor aardrijkskunde Joop van der Schee Waar het over gaat Hoe ziet Nederland er in 2040 uit? Houden we droge voeten? Zijn de files opgelost?

Nadere informatie

WIE ZOEKT, DIE VINDT!

WIE ZOEKT, DIE VINDT! I WIE ZOEKT, DIE VINDT! Eigenlijk is kaartlezen een zoekspelletje. Aan de hand van een index en een legende zijn we in staat om een bepaalde plaats op een kaart gemakkelijk terug te vinden. Dit gebeurt

Nadere informatie

Lesbrief Assenstelsels. Versie 1

Lesbrief Assenstelsels. Versie 1 Versie 1 Datum: 11 juni 2011 Cursus: Docent: Taal in alle vakken Radha Gangaram Panday Door: Mario Hummeling, 1597628 Shafi Ilahibaks, 1540943 Cyril Bouwman, 1581806 Herman Hofmeijer, 1058201 Nico van

Nadere informatie

Reader oriëntatietechnieken

Reader oriëntatietechnieken Reader oriëntatietechnieken Inhoud 1. Schaal 2. Legenda 3. Coördinatenstelsels 4. Soorten kompassen 5. Declinatiecorrectie 6. Inclinatie 7. Kaart op het noorden leggen 8. Looprichting bepalen 9. Koers

Nadere informatie

Winterspelen in Vancouver, Canada

Winterspelen in Vancouver, Canada Winterspelen in Vancouver, Canada Van 12 tot en met 28 februari vinden de 21 e Olympische Winterspelen in Canada plaats. Nederland doet met verschillende sporten mee en maakt vooral kans op medailles bij

Nadere informatie

Examen HAVO. aardrijkskunde. tijdvak 1 vrijdag 24 mei 9.00-12.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage. Gebruik De Grote Bosatlas, 53e druk.

Examen HAVO. aardrijkskunde. tijdvak 1 vrijdag 24 mei 9.00-12.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage. Gebruik De Grote Bosatlas, 53e druk. Examen HAVO 2013 tijdvak 1 vrijdag 24 mei 9.00-12.00 uur aardrijkskunde Bij dit examen hoort een bijlage. Gebruik De Grote Bosatlas, 53e druk. Dit examen bestaat uit 36 vragen. Voor dit examen zijn maximaal

Nadere informatie

Examen HAVO. aardrijkskunde. tijdvak 1 woensdag 21 mei 9.00-11.30 uur. Bij dit examen horen een bijlage en een uitwerkbijlage.

Examen HAVO. aardrijkskunde. tijdvak 1 woensdag 21 mei 9.00-11.30 uur. Bij dit examen horen een bijlage en een uitwerkbijlage. Examen HAVO 2008 tijdvak 1 woensdag 21 mei 9.00-11.30 uur aardrijkskunde Bij dit examen horen een bijlage en een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat uit 31 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 58 punten

Nadere informatie

Examen HAVO. aardrijkskunde Compex. Vragen 18 tot en met 28. In dit deel van het examen staan de vragen waarbij de computer wel wordt gebruikt.

Examen HAVO. aardrijkskunde Compex. Vragen 18 tot en met 28. In dit deel van het examen staan de vragen waarbij de computer wel wordt gebruikt. Examen HAVO 2008 tijdvak 1 woensdag 21 mei totale examentijd 2,5 uur aardrijkskunde Compex Vragen 18 tot en met 28 In dit deel van het examen staan de vragen waarbij de computer wel wordt gebruikt. Bij

Nadere informatie

LESBESCHRIJVINGSFORMULIER

LESBESCHRIJVINGSFORMULIER LESBESCHRIJVINGSFORMULIER Beroepstaak 1 Omgaan met kinderen in een leersituatie Stageschool Plaats Stagementor Stagegroep Aantal kinderen Gegevens Stageschool Datum Naam student Groep Vakgebied Gegevens

Nadere informatie

Onderzoeksvoorstel OWPO

Onderzoeksvoorstel OWPO Onderzoeksvoorstel OWPO Joanne Mink Master Aardrijkskunde 1573327 Hogeschool Utrecht September 2014 Inhoudsopgave Inleiding... 3 Probleemverkenning... 4 Vormgeving kansrijke interventies... 7 Literatuurlijst...

Nadere informatie

BEGRIJPEND LEZEN 1 NEDERLANDS TEKSTSOORTEN EN TEKSTDOELEN

BEGRIJPEND LEZEN 1 NEDERLANDS TEKSTSOORTEN EN TEKSTDOELEN BEGRIJPEND LEZEN 1 NEDERLANDS TEKSTSOORTEN EN TEKSTDOELEN 0 AAN HET EINDE VAN DEZE UITLEG: - Kun je het onderwerp uit een zin bepalen. - Kun je het onderwerp van een tekst bepalen. - Kun je een soort tekst

Nadere informatie

WERKBLAD. Naam: Namen van de andere leerlingen uit jouw groepje:

WERKBLAD. Naam: Namen van de andere leerlingen uit jouw groepje: Jouw wereld op de kaart WERKBLAD Groep 7 en 8 Recht zo die gaat! Varen op de kaart van Mercator Deze tentoonstelling gaat over Mercator, een beroemde kaartenmaker uit de 16de eeuw. Zijn wereldkaart wordt

Nadere informatie

Latijn en Grieks in de 21ste eeuw

Latijn en Grieks in de 21ste eeuw Latijn en Grieks in de 21ste eeuw Kiezen voor Latijn en/of Grieks? Als leerling in het laatste jaar van de basisschool sta jij voor een belangrijke keuze. Welke studierichting moet je gaan volgen in het

Nadere informatie

Examen VWO. aardrijkskunde. tijdvak 1 donderdag 24 mei 9.00-12.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage.

Examen VWO. aardrijkskunde. tijdvak 1 donderdag 24 mei 9.00-12.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage. Examen VWO 2012 tijdvak 1 donderdag 24 mei 9.00-12.00 uur aardrijkskunde Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 34 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 68 punten te behalen. Voor elk

Nadere informatie

Achter het correctievoorschrift is een aanvulling op het correctievoorschrift opgenomen.

Achter het correctievoorschrift is een aanvulling op het correctievoorschrift opgenomen. Examen HAVO 2015 tijdvak 1 dinsdag 26 mei 9.00-12.00 uur aardrijkskunde Bij dit examen hoort een bijlage. Gebruik De Grote Bosatlas, 54e druk. Achter het correctievoorschrift is een aanvulling op het correctievoorschrift

Nadere informatie

Het vernieuwde examenprogramma. havo/vwo. Introductie

Het vernieuwde examenprogramma. havo/vwo. Introductie Het vernieuwde examenprogramma Introductie havo/vwo Domein D: Brazilië en Zuid-Amerika Andere veranderingen Vragen / discussie Inspraak en nascholing Waarom? CvTE biedt mogelijkheid het programma waar

Nadere informatie

Meerdimensionale schaaltechnieken

Meerdimensionale schaaltechnieken STATISTIEK IN WOORDEN Meerdimensionale schaaltechnieken Stel, je krijgt een afstandentabel waarin de onderlinge afstanden van 30 steden in een voor jou onbekend land staan aangegeven. Op grond van deze

Nadere informatie

VERSCHIL ZAL ER ZIJN AARDRIJKSKUNDE VMBO BOVENBOUW. tussen buurten, wijken en regio s in Nederland

VERSCHIL ZAL ER ZIJN AARDRIJKSKUNDE VMBO BOVENBOUW. tussen buurten, wijken en regio s in Nederland AARDRIJKSKUNDE VMBO BOVENBOUW VERSCHIL ZAL ER ZIJN tussen buurten, wijken en regio s in Nederland 1. Inleiding... 1 2. Verschillen lokaal... 2 3. Verschillen regionaal... 5 Limburg loopt leeg... 5 Verandering

Nadere informatie

Hoe gelukkig ben je? Opdracht 1

Hoe gelukkig ben je? Opdracht 1 Hoe gelukkig ben je? Geluk is een veranderlijk iets. Het ene moment kun je jezelf diep gelukkig voelen, maar het andere moment lijkt het leven soms maar een zware last. Toch is voor geluk ook een soort

Nadere informatie

1. De bevolkingsspreiding en -groei in de wereld

1. De bevolkingsspreiding en -groei in de wereld Hoofdstuk 3 Socio- economische verscheidenheid 1. De bevolkingsspreiding en -groei in de wereld 1.1 De wereldblokken Noteer per reeks welk gemeenschappelijk thema je kan herkennen. REEKS 1 Thema:.. REEKS

Nadere informatie

Referentieniveaus uitgelegd. 1S - rekenen Vaardigheden referentieniveau 1S rekenen. 1F - rekenen Vaardigheden referentieniveau 1F rekenen

Referentieniveaus uitgelegd. 1S - rekenen Vaardigheden referentieniveau 1S rekenen. 1F - rekenen Vaardigheden referentieniveau 1F rekenen Referentieniveaus uitgelegd De beschrijvingen zijn gebaseerd op het Referentiekader taal en rekenen'. In 'Referentieniveaus uitgelegd' zijn de niveaus voor de verschillende sectoren goed zichtbaar. Door

Nadere informatie

5.1 De kaart van Nederland

5.1 De kaart van Nederland LB 0-5. De kaart van Nederland Wat betekent dit bord, denk je? Welke zin hoort bij welk woord? Trek lijnen. Een schaalstok...... geeft de vier windrichtingen op de kaart aan. Een legenda...... geeft aan

Nadere informatie

Toelichting rapportages Entreetoets 2014

Toelichting rapportages Entreetoets 2014 Toelichting rapportages Entreetoets 2014 Cito verwerkt de antwoordbladen en berekent de scores van de leerlingen. In tweevoud ontvangt u automatisch de papieren leerlingprofielen op school; één voor de

Nadere informatie

Inhoudsopgave. Voorwoord pag. 4. 1.Inleiding pag. 5. 1.1. Verlegenheidssituatie pag. 5. 1.2. Hoofd en deelvragen pag. 5. 1.3. Hypothese pag.

Inhoudsopgave. Voorwoord pag. 4. 1.Inleiding pag. 5. 1.1. Verlegenheidssituatie pag. 5. 1.2. Hoofd en deelvragen pag. 5. 1.3. Hypothese pag. LIO- praktijkonderzoek LIO-praktijkonderzoek, bachelor Aardrijkskunde tweedegraads, HVA, DOO Naam: Paulien Polderman Studentnummer: 500546278 Begeleiders: W.B. de Jong, G.A.J. van den Berg Stageschool:

Nadere informatie

Hoe maak je een werkstuk?

Hoe maak je een werkstuk? Hoe maak je een werkstuk? Je gaat een werkstuk maken. Maar hoe zit een werkstuk nou eigenlijk in elkaar? Hoe moet je beginnen? En hoe kies je nou een onderwerp? Op deze vragen en nog vele anderen krijg

Nadere informatie

Aardrijkskunde inhouden (PO-havo/vwo)

Aardrijkskunde inhouden (PO-havo/vwo) Aardrijkskunde inhouden (PO-havo/vwo) Sectoren kerndoelen primair onderwijs kerndoelen onderbouw havo bovenbouw exameneenheden vwo bovenbouw exameneenheden Kernen 1. Burgerschap 36: hoofdzak de Nederlandse

Nadere informatie

Examen VWO. aardrijkskunde. tijdvak 2 dinsdag 17 juni 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een bijlage. Gebruik De Grote Bosatlas, 53e druk.

Examen VWO. aardrijkskunde. tijdvak 2 dinsdag 17 juni 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een bijlage. Gebruik De Grote Bosatlas, 53e druk. Examen VWO 2014 tijdvak 2 dinsdag 17 juni 13.30-16.30 uur aardrijkskunde Bij dit examen hoort een bijlage. Gebruik De Grote Bosatlas, 53e druk. Dit examen bestaat uit 33 vragen. Voor dit examen zijn maximaal

Nadere informatie

Leerlijn Blits groep 5

Leerlijn Blits groep 5 Leerlijn Blits groep 5 Thema les Studievaardigheid Leerdoel (1 ste kennismaking) Leerdoel () Introductie 0 - krijgen inzicht in de lesstof van Blits studievaardigheden maken kennis met de materialen en

Nadere informatie

De Geo. 1 hv Aardrijkskunde voor de onderbouw. Antwoorden hoofdstuk 1. www.degeo-online.nl. 1ste druk

De Geo. 1 hv Aardrijkskunde voor de onderbouw. Antwoorden hoofdstuk 1. www.degeo-online.nl. 1ste druk De Geo 1 hv Aardrijkskunde voor de onderbouw Antwoorden hoofdstuk 1 www.degeo-online.nl 1ste druk De Geo, aardrijkskunde voor de onderbouw van hv - Docentenhandleiding 1 HV 1 ThiemeMeulenhoff Utrecht/Zutphen,

Nadere informatie

Examen HAVO. aardrijkskunde. tijdvak 2 dinsdag 17 juni 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een bijlage. Gebruik De Grote Bosatlas, 54e druk.

Examen HAVO. aardrijkskunde. tijdvak 2 dinsdag 17 juni 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een bijlage. Gebruik De Grote Bosatlas, 54e druk. Examen HAVO 2014 tijdvak 2 dinsdag 17 juni 13.30-16.30 uur aardrijkskunde Bij dit examen hoort een bijlage. Gebruik De Grote Bosatlas, 54e druk. Dit examen bestaat uit 33 vragen. Voor dit examen zijn maximaal

Nadere informatie

Opgave 5 Migratiepatronen in Zuidoost-Azië

Opgave 5 Migratiepatronen in Zuidoost-Azië Zuidoost-Azië Opgave 5 Migratiepatronen in Zuidoost-Azië Bestudeer bron 1 uit het bronnenboekje die bij deze opgave hoort. De internationale migratie van huishoudelijke hulpen is, zoals alle migratievormen,

Nadere informatie

DEEL A: THEORIE. Inhoudsopgave Inleiding 9. A: Theorie, algemeen 21. A: Inleiding GIS 41

DEEL A: THEORIE. Inhoudsopgave Inleiding 9. A: Theorie, algemeen 21. A: Inleiding GIS 41 Inhoudsopgave Inleiding 9 1 Voorwoord 11 2 Doel 13 3 Doelgroep 13 4 Opleidingsniveau 14 5 Wat staat er in dit handboek? 14 6 Wat is het niet? 15 7 Leeswijzer 15 8 "Een praktisch handboek; waarom dan ook

Nadere informatie

Bepaal eerst de probleemstelling of hoofdvraag

Bepaal eerst de probleemstelling of hoofdvraag Bepaal eerst de probleemstelling of hoofdvraag De probleemstelling is eigenlijk het centrum waar het werkstuk om draait. Het is een precieze formulering van het onderwerp dat je onderzoekt. Omdat de probleemstelling

Nadere informatie

Uit De Ophaalbrug, werkmateriaal bij de overstap basisonderwijs voortgezet onderwijs, sept. 2003

Uit De Ophaalbrug, werkmateriaal bij de overstap basisonderwijs voortgezet onderwijs, sept. 2003 Uit De Ophaalbrug, werkmateriaal bij de overstap basisonderwijs voortgezet onderwijs, sept. 2003 REKENEN-WISKUNDE VERSLAG Samenstelling De BOVO-kwaliteitsgroep rekenen-wiskunde bestond uit: Sira Kamermans,

Nadere informatie

Docentenhandleiding PO Schoolkamp

Docentenhandleiding PO Schoolkamp Docentenhandleiding PO Schoolkamp Inhoudsopgave 1 Inleiding... 1 2 Wat maakt deze opdracht 21 e eeuws?... 1 2.1 Lesdoelstellingen... 2 2.2 Leerdoelen... 2 3 Opzet van de opdracht... 2 3.1 Indeling van

Nadere informatie

WikiKids Atlas. Lerarenhandleiding Project WikiKids Atlas

WikiKids Atlas. Lerarenhandleiding Project WikiKids Atlas WikiKids Atlas Lerarenhandleiding Project WikiKids Atlas 1. Inhoudsopgave. 1. Inhoudsopgave. p. 43 2. Inleiding. p. 44 3. Uitleg en kerndoelen WikiKids Atlas. p. 46 3.1. Inleiding. p. 46 3.2. Uitleg WikiKids.

Nadere informatie

Aanpak van een cursus

Aanpak van een cursus Aanpak van een cursus Je gaat best op zoek naar een efficiënte manier van studeren. In het hoger onderwijs is het immers niet meer doeltreffend om alles op dezelfde manier aan te pakken. Je kan dus niet

Nadere informatie

SECTORWERKSTUK 2013-2014

SECTORWERKSTUK 2013-2014 SECTORWERKSTUK 2013-2014 1 HET SECTORWERKSTUK Het sectorwerkstuk is een verplicht onderdeel voor alle leerlingen uit het Mavo. Het maken van een sectorwerkstuk is een manier waarop je, als eindexamenkandidaat,

Nadere informatie

Grafieken. 10-13 jaar. Rekenles over het maken van grafieken. Rekenen. 60 minuten. Weerstation, data, grafieken

Grafieken. 10-13 jaar. Rekenles over het maken van grafieken. Rekenen. 60 minuten. Weerstation, data, grafieken Grafieken Rekenles over het maken van grafieken 10-13 jaar Rekenen Weerstation, data, grafieken 60 minuten Op het digitale schoolbord bekijkt de leerkracht met de klas verschillende grafieken over het

Nadere informatie

WERKBLAD. (Naam leerling) (Naam medeleerlingen)

WERKBLAD. (Naam leerling) (Naam medeleerlingen) Jouw wereld op de kaart WERKBLAD Groep 7 en 8 Recht zo die gaat! Varen op de kaart van Mercator Deze tentoonstelling gaat over Mercator, een beroemde kaartenmaker uit de 16de eeuw. Zijn wereldkaart wordt

Nadere informatie

ipad enquête - ouders - 18 reacties (van 29 ouders)!

ipad enquête - ouders - 18 reacties (van 29 ouders)! 18 responses View all Publish analytics 18 responses ipad enquête - ouders - 18 reacties (van 9 ouders) Summary View all responses Publish analytics In welke mate ziet u uw zoon of dochter de ipad thuis

Nadere informatie

Naam: School: basisschool voortgezet onderwijs Plaats: Leeftijd: Aantal jaar onderwijservaring:

Naam: School: basisschool voortgezet onderwijs Plaats: Leeftijd: Aantal jaar onderwijservaring: Docentenvragenlijst op het gebied van ict-gebruik en natuur- en techniekonderwijs, voormeting Naam: School: basisschool voortgezet onderwijs Plaats: Leeftijd: Aantal jaar onderwijservaring: Ik ben een:

Nadere informatie

Uitleg boekverslag en boekbespreking

Uitleg boekverslag en boekbespreking Uitleg boekverslag en boekbespreking groep 7 schooljaar 2014-2015 Inhoudsopgave: Blz. 3 Blz. 3 Blz. 3 Blz. 4 Blz. 6 Blz. 7 Blz. 7 Stap 1: Het lezen van je boek Stap 2: Titelpagina Stap 3: Inhoudsopgave

Nadere informatie

GENTMOMENTEN. lessenreeks n.a.v. de stadsklassen 21 tot 23 april 2009

GENTMOMENTEN. lessenreeks n.a.v. de stadsklassen 21 tot 23 april 2009 GENTMOMENTEN lessenreeks n.a.v. de stadsklassen 21 tot 23 april 2009 Overzicht van de verschillende Gentmomenten. 1. Pointillisme in de drie hoofdkleuren op zwartwitfoto s van Gent 2. Wat zegt Gent ons

Nadere informatie

Het Middellandse-Zeegebied in beeld en kaart. www.joop.vdschee.nl/mid.zee Joop van der Schee Onderwijscentrum 2008 Vrije Universiteit Amsterdam 1

Het Middellandse-Zeegebied in beeld en kaart. www.joop.vdschee.nl/mid.zee Joop van der Schee Onderwijscentrum 2008 Vrije Universiteit Amsterdam 1 Het Middellandse-Zeegebied in beeld en kaart www.joop.vdschee.nl/mid.zee Joop van der Schee Onderwijscentrum 2008 Vrije Universiteit Amsterdam 1 Opbouw workshop Het Middellandse-Zeegebied 1. Wat weten

Nadere informatie

Werken met afbeeldingen in het examenprogramma aardrijkskunde havo/vwo

Werken met afbeeldingen in het examenprogramma aardrijkskunde havo/vwo Werken met afbeeldingen in het examenprogramma aardrijkskunde havo/vwo OPDRACHTEN EXAMENPROGRAMMA FUNCTIE AFBEELDING 1. De afbeelding als motivator Havo: Wereld, Aarde, Ontwikkelingsland, Leefomgeving

Nadere informatie

3 Hoogbegaafdheid op school

3 Hoogbegaafdheid op school 3 Hoogbegaafdheid op school Ik laat op school zien wat ik kan ja soms nee Ik vind de lessen op school interessant meestal soms nooit Veel hoogbegaafde kinderen laten niet altijd zien wat ze kunnen. Dit

Nadere informatie

Boekwerk. Voorstel voor een project omschrijving. 1.1 Doelstelling

Boekwerk. Voorstel voor een project omschrijving. 1.1 Doelstelling Boekwerk Voorstel voor een project omschrijving 1.1 Doelstelling Het doel van het te ontwikkelen lespakket Boekwerk is leerlingen op een nieuwe manier bezig te laten zijn met taal, boeken en vakinhoud.

Nadere informatie

Examen HAVO. aardrijkskunde. tijdvak 2 dinsdag 18 juni 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een bijlage. Gebruik De Grote Bosatlas, 53e druk.

Examen HAVO. aardrijkskunde. tijdvak 2 dinsdag 18 juni 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een bijlage. Gebruik De Grote Bosatlas, 53e druk. Examen HAVO 2013 tijdvak 2 dinsdag 18 juni 13.30-16.30 uur aardrijkskunde Bij dit examen hoort een bijlage. Gebruik De Grote Bosatlas, 53e druk. Dit examen bestaat uit 31 vragen. Voor dit examen zijn maximaal

Nadere informatie

Korte inhoud van de thema s

Korte inhoud van de thema s Korte inhoud van de thema s 1. Sporen uit het verleden In dit thema stappen de leerlingen in een teletijdmachine en flitsen ze door tijd en ruimte naar verschillende historische periodes. In die periodes

Nadere informatie

Nieuws in de klas Postbus 12040 1100 AA Amsterdam t: 020-4309190 f: 020-4309199 e: info@nieuwsindeklas.nl w: www.nieuwsindeklas.nl

Nieuws in de klas Postbus 12040 1100 AA Amsterdam t: 020-4309190 f: 020-4309199 e: info@nieuwsindeklas.nl w: www.nieuwsindeklas.nl Aansluiting Nieuwsservice bij curriculum Bijlage bij Handleiding Nieuwsservice Primair Onderwijs is een uitgave van Nieuws in de klas. Deze bijlage hoort bij de Handleiding Nieuwsservice Primair Onderwijs

Nadere informatie

Handleiding voor de leerling

Handleiding voor de leerling Handleiding voor de leerling Inhoudopgave Inleiding blz. 3 Hoe pak je het aan? blz. 4 Taken blz. 5 t/m 9 Invulblad taak 1 blz. 10 Invulblad hoofd- en deelvragen blz. 11 Plan van aanpak blz. 12 Logboek

Nadere informatie

De vragen sluiten aan bij de belevingswereld van de leerlingen en zijn onderverdeeld in de volgende vijftien categorieën:

De vragen sluiten aan bij de belevingswereld van de leerlingen en zijn onderverdeeld in de volgende vijftien categorieën: > Categorieën De vragen sluiten aan bij de belevingswereld van de leerlingen en zijn onderverdeeld in de volgende vijftien categorieën: 1 > Poten, vleugels, vinnen 2 > Leren en werken 3 > Aarde, water,

Nadere informatie

De Geo. 1 th Aardrijkskunde voor de onderbouw. Antwoorden hoofdstuk 1. www.degeo-online.nl. 1ste druk

De Geo. 1 th Aardrijkskunde voor de onderbouw. Antwoorden hoofdstuk 1. www.degeo-online.nl. 1ste druk De Geo 1 th Aardrijkskunde voor de onderbouw Antwoorden hoofdstuk 1 www.degeo-online.nl 1ste druk De Geo, aardrijkskunde voor de onderbouw van th - Docentenhandleiding 1 TH 1 ThiemeMeulenhoff Utrecht/Zutphen,

Nadere informatie

BESCHERM HET BOS! DOCENTENHANDLEIDING

BESCHERM HET BOS! DOCENTENHANDLEIDING BESCHERM HET BOS! DOCENTENHANDLEIDING Leuk dat je aan de slag gaat met het lesmateriaal van Greenpeace! Dit lespakket gaat over (illegale) ontbossing in de Amazone. Het materiaal bestaat uit een korte

Nadere informatie

Scholen in de Randstad sterk gekleurd

Scholen in de Randstad sterk gekleurd Scholen in de Randstad sterk gekleurd Marijke Hartgers Autochtone en niet-westers allochtone leerlingen zijn niet gelijk over de Nederlandse schoolvestigingen verdeeld. Dat komt vooral doordat niet-westerse

Nadere informatie

Examen HAVO. aardrijkskunde. tijdvak 1 vrijdag 13 mei 9.00-12.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage. Gebruik De Grote Bosatlas, 54e druk.

Examen HAVO. aardrijkskunde. tijdvak 1 vrijdag 13 mei 9.00-12.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage. Gebruik De Grote Bosatlas, 54e druk. Examen HAVO 2016 tijdvak 1 vrijdag 13 mei 9.00-12.00 uur aardrijkskunde Bij dit examen hoort een bijlage. Gebruik De Grote Bosatlas, 54e druk. Dit examen bestaat uit 32 vragen. Voor dit examen zijn maximaal

Nadere informatie

Voorstel van de Taakgroep Vernieuwing Basisvorming voor nieuwe kerndoelen onderbouw VO

Voorstel van de Taakgroep Vernieuwing Basisvorming voor nieuwe kerndoelen onderbouw VO Voorstel van de Taakgroep Vernieuwing Basisvorming voor nieuwe kerndoelen onderbouw VO Voorstel van de Taakgroep Vernieuwing Basisvorming voor nieuwe kerndoelen onderbouw VO Onderdeel van de eindrapportage

Nadere informatie

Quick Reference Guide Basiskaart Curaçao

Quick Reference Guide Basiskaart Curaçao Quick Reference Guide Basiskaart Curaçao 5 8 ACTIEKNOPPEN Navigeren: Inzoomen: klik of trek een rechthoek in de kaart 6 Uitzoomen: klik of trek een rechthoek in de kaart Verschuiven: sleep het kaartbeeld

Nadere informatie

Vaardigheden - Enquête HV 2. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie. http://maken.wikiwijs.nl/52705

Vaardigheden - Enquête HV 2. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie. http://maken.wikiwijs.nl/52705 Vaardigheden - Enquête HV 2 Auteurs VO-content Laatst gewijzigd Licentie Webadres 21 July 2015 CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie http://maken.wikiwijs.nl/52705 Dit lesmateriaal is gemaakt

Nadere informatie

Help, ik moet een werkstuk maken!

Help, ik moet een werkstuk maken! Help, ik moet een werkstuk maken! Je gaat de komende tijd bezig met het maken van een werkstuk. Maar hoe zit een werkstuk nou eigenlijk in elkaar? Hoe moet je beginnen? En hoe kies je nou een onderwerp?

Nadere informatie

Opgave 3 Opbouw en afbraak van de Schotse Hooglanden

Opgave 3 Opbouw en afbraak van de Schotse Hooglanden Eindexamen vwo aardrijkskunde 214-I Aarde Opgave 3 Opbouw en afbraak van de Schotse Hooglanden Bestudeer de bronnen 1 tot en met 3 uit het bronnenboekje die bij deze opgave horen. Gebruik bron 3a en de

Nadere informatie

WOW-NL in de klas. Les 2 Aan de slag met WOW-NL. Primair Onderwijs. bovenbouw. WOW-NL Les 2 1

WOW-NL in de klas. Les 2 Aan de slag met WOW-NL. Primair Onderwijs. bovenbouw. WOW-NL Les 2 1 WOW-NL in de klas Les 2 Aan de slag met WOW-NL Primair Onderwijs bovenbouw WOW-NL Les 2 1 Colofon Het lespakket WOW-NL is ontwikkeld door De Praktijk in opdracht van het KNMI, op basis van lesmaterialen

Nadere informatie

HOERA, een meisje Ondertitel: Analyseren

HOERA, een meisje Ondertitel: Analyseren HOERA, een meisje Ondertitel: Analyseren 1. Inleiding Aan de hand van een concept cartoon verdiepen leerlingen zich in de vraag hoe het komt dat een meisje een meisje is. Een concept cartoon is een visuele

Nadere informatie

Kennismaking EduGIS (basiscursus)

Kennismaking EduGIS (basiscursus) Kennismaking EduGIS (basiscursus) De volgende pagina s zullen je helpen bij het werken met EduGIS. Eén voor één worden alle mogelijkheden in EduGIS doorlopen zodat je zonder problemen de andere lessen

Nadere informatie

Studievaardigheid op maat

Studievaardigheid op maat Studievaardigheid op maat Muiswerk Studievaardigheid op maat richt zich op de belangrijkste deelvaardigheden die nodig zijn voor het studeren. Doelgroepen Studievaardigheid op maat Muiswerk Studievaardigheid

Nadere informatie