5. Hoe beoordelen huisartsen en specialisten hun onderlinge communicatie? een vragenlijstonderzoek

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "5. Hoe beoordelen huisartsen en specialisten hun onderlinge communicatie? een vragenlijstonderzoek"

Transcriptie

1 5. Hoe beoordelen huisartsen en specialisten hun onderlinge communicatie? een vragenlijstonderzoek Annette J Berendsen 1, Annegriet Kuiken 1, Wim HGM Benneker 1, Betty Meyboom-de Jong 1, Theo B Voorn 2, Jan Schuling 1 1 Disciplinegroep Huisartsgeneeskunde, Universitair Medisch Centrum Groningen, Rijksuniversiteit Groningen 2 Afdeling Eerstelijnsgeneeskunde, Universitair Medisch Centrum Sint Radboud, Nijmegen 71

2 Hoofdstuk 5 Samenvatting Inleiding Goede communicatie tussen huisarts en specialist is van groot belang om de patiënt op het juiste moment de juiste zorg te geven. Deze communicatie bestaat voornamelijk uit telefonische contacten, briefwisseling met informatie over patiënten, recentelijk ook via en uit gezamenlijk gevolgde bijscholing. Veel onderzoek is tot dusverre gericht op inhoudelijke aspecten van de communicatie. Wij wilden in ons onderzoek ook nadrukkelijk de communicatieprocessen betrekken. Daarom kwamen wij tot de volgende vraagstelling: Hoe beoordelen huisartsen en specialisten hun onderlinge communicatie via telefoon, brief en onderwijs? Methode Een cross-sectionele studie onder huisartsen en medische specialisten werd uitgevoerd. Een vragenlijst is voorgelegd aan 550 huisartsen en 533 specialisten, een aselecte steekproef uit het Geneeskundig Adresboek Nederland. De lijst werd teruggestuurd door 259 huisartsen (47%) en 232 specialisten (44%). Resultaten Specialisten vinden huisartsen telefonisch slecht bereikbaar, maar huisartsen hebben daar zelf een ander idee over. Specialisten vinden de kwaliteit van de verwijsbrief van de huisarts laag. De helft van de huisartsen vindt dat de vraag in de verwijsbrief wordt beantwoord. Specialisten schatten dit veel hoger in. De adviezen in de terugverwijsbrief worden volgens de specialisten vaak niet opgevolgd door de huisarts. De huisartsen zijn het hier niet mee eens. Minder dan een kwart van de huisartsen vindt dat de terugverwijsbrieven op tijd komen. Specialisten hebben zelf daar een ander idee over. Beide partijen willen graag feedback van elkaar ontvangen. In de praktijk wordt dit echter weinig gegeven. Conclusie Huisartsen en specialisten hebben over dezelfde onderwerpen met betrekking tot hun onderlinge communicatie duidelijk verschillende ideeën. Dit staat verbeteringen in de weg. De telefonische bereikbaarheid van de huisarts en de termijn waarop de huisarts de brief van de specialist ontvangt, zouden aangemerkt kunnen worden als prestatie-indicatoren. Huisartsen en specialisten zouden met elkaar in overleg moeten gaan hoe het format van de verwijsbrief en de terugverwijsbrief vorm te geven en hoe men onderlinge feedback kan uitwisselen. 72

3 Communicatie tussen huisarts en specialist Inleiding Goede communicatie tussen huisarts en specialist is van groot belang om de patiënt op het juiste moment de juiste zorg te geven. 1 Deze communicatie bestaat voornamelijk uit telefonische contacten, briefwisseling met informatie over patiënten, recentelijk ook via en uit gezamenlijk gevolgde bijscholing. De huisarts zoekt telefonisch contact met een specialist om deze te consulteren, om een spoedverwijzing voor een patiënt te regelen of om specifieke informatie over een patiënt over te dragen. Voor de specialist geldt meestal alleen de laatste reden. De briefwisseling die bestaat uit verwijs- en terugverwijsbrieven, is de meest gebruikte vorm van communicatie. Hiermee beogen huisarts en specialist relevante informatie over een patiënt door te geven en zo de ander in staat te stellen de gewenste zorg te verlenen. 2 Specialisten spelen van oudsher de rol van docent bij de nascholing aan huisartsen, tegenwoordig meer in de rol van consulent. Tijdens deze nascholing brengt de specialist de huisarts op de hoogte van relevante laatste ontwikkelingen op zijn vakgebied. 3,4 Daarnaast vinden er gezamenlijke nascholingsdagen plaats, de zogenaamde compagnoncursus / medische contactdagen. In deze dagen waarin specialisten en huisartsen communiceren over raakvlakken en afstemming staat naast kennisoverdracht ook het elkaar leren kennen centraal. Naar de effectiviteit van telefonisch overleg zijn weinig studies gedaan. 5 De behoefte om telefonisch overleg te verbeteren bestaat wel maar hoe dit gedaan kan worden blijft onduidelijk. 6 Er is gebleken dat het bij telefonisch overleg van belang is om elkaar te kennen. Dit resulteert in een grotere tevredenheid over de telefonische communicatie. 5,7,8 Eén van de belangrijkste valkuilen bij telefonisch overleg is onvolledige informatieverstrekking door de huisarts. 9 De inhoudelijke aspecten van de briefwisseling tussen specialisten en huisartsen zijn uitgebreid onderzocht. Specialisten zijn van mening dat de verwijsbrief van de huisarts regelmatig inadequate en te weinig informatie bevat. Daarnaast vinden zij de vragen in deze brieven niet altijd specifiek genoeg. 10,11 Over de terugverwijsbrief van de specialist wordt gemeld, dat deze soms óf te weinig gegevens bevat 12,13 óf te gedetailleerd is. 14,15 Uit verschillend onderzoek komt naar voren dat de terugverwijsbrief kan worden verbeterd door meer structuur aan te brengen Een gestructureerde terugverwijsbrief zou bondiger en beter leesbaar zijn en eerder bij de huisarts arriveren Dit laatste is overigens het grootste knelpunt in de terugrapportage van de specialist: het uitblijven van de brief. 6,12 Een belangrijke mogelijkheid om de communicatie tussen huisarts en specialist te verbeteren is elkaar feedback geven. Dat kan leiden tot verbeteringen in de verwijsbrief of beter gerichte verwijzingen. 17 Het gezamenlijk volgen van nascholing biedt 73

4 Hoofdstuk 5 huisartsen en specialisten ook de gelegenheid elkaar in een informele sfeer feedback te geven, bijvoorbeeld aan de hand van casuïstiek. Veel onderzoek is tot dusverre gericht op de inhoudelijke aspecten van de communicatie tussen specialist en huisarts. Wij wilden in ons onderzoek ook nadrukkelijk de procesaspecten betrekken. Daarom kwamen wij tot de volgende vraagstelling: Hoe beoordelen huisartsen en specialisten hun onderlinge communicatie via telefoon, brief en onderwijs? De volgende hypothesen uit ons kwalitatief onderzoek wilden wij hierbij toetsen. 7,8 Huisartsen en specialisten zijn ontevreden over de wederzijdse telefonische bereikbaarheid. De kwaliteit van de verwijsbrief van huisartsen is wisselend. Huisartsen vinden dat specialisten hun vraag in de verwijsbrief niet beantwoorden. Huisartsen vinden dat het te lang duurt voordat men een specialistenbrief ontvangt. Specialisten hebben de indruk dat hun brieven niet worden gelezen door huisartsen. Een meerderheid van de huisartsen en specialisten zijn voorstander van een gezamenlijk elektronisch dossier. Men geeft vrijwel geen feedback aan elkaar terwijl men dit als gewenst beschouwt. Huisartsen willen leren aan en van specialisten. Specialisten willen huisartsen wel onderwijzen, maar niet leren van huisartsen. Methode De vraagstelling werd onderzocht in een cross-sectionele studie onder Nederlandse huisartsen en medische specialisten. De vragen over de communicatie via telefoon, brief en onderwijs werden geformuleerd op basis van de gegevens van eerder kwalitatief explorerend onderzoek onder huisartsen en specialisten. 7,8 De vragen konden worden beantwoord op een vijfpuntschaal van helemaal mee eens (1) tot helemaal oneens (5). De vragenlijst bevat ook vragen over kenmerken van de respondenten zoals: leeftijd, geslacht, specialisme, praktijkvorm, duur van praktijkuitoefening, opleiderschap en dienstverband. De vragenlijst is eerst voorgelegd aan een aantal sleutelfiguren (huisartsen en specialisten) in Nederland. Daarna is een tiental proefafnamen gedaan om de toepasbaarheid te toetsen (begrip, formulering, tijdsduur). In een pilot studie is het instrument getoetst door een aselecte steekproef van 148 huisartsen en specialisten in Nederland. Dit leidde tot aanpassingen. De aangepaste vragenlijst is voorgelegd aan een aselecte steekproef van 550 huisartsen en 533 specialisten uit het geneeskundig adresboek Nederland. Specialismen waar huisartsen niet of nauwelijks mee samenwerken, zoals nucleaire geneeskunde en anesthesiologie, zijn niet uitgenodigd. Een vooraankondiging werd gestuurd voorafgaand aan de vragenlijst. Om de anonimiteit te waarborgen werd ook een aparte antwoordkaart gestuurd, waarop men 74

5 Communicatie tussen huisarts en specialist kon aangeven of men de vragenlijst had ingestuurd of dat men niet wilde meewerken. Aan de non-respondenten werd een herinnering en later nog eens de vragenlijst en een herinnering gestuurd. Om de analyse te vereenvoudigen zijn de verschillende specialismen onderverdeeld in drie groepen: beschouwende, snijdende en ondersteunende specialismen. Het toetsen van de beantwoorde vragen vond plaats met behulp van non-parametrische toetsen (Kruskall Wallis, Mann-Whitney test en Spearman s rho). Een p waarde < 0.05 werd als significant beschouwd. 18,19 Resultaten Kenmerken van de respondenten De studie is uitgevoerd in de periode maart september Van de geïncludeerde huisartsen stuurde 47% (n= 259) de vragenlijst terug en van de geïncludeerde specialisten 44% (n= 232). De gemiddelde leeftijd van de huisartsen was 50 jaar (SD 6,7) en van de specialisten 51 jaar (SD 7,6). De man/vrouw verhouding, duur van praktijkuitoefening, praktijkvorm, dienstverband en de verdeling van de verschillende specialismen staan vermeld in tabel 1 en 2. 20,21 In de tabellen 3, 4 en 5 staan de resultaten van het vragenlijstonderzoek. De frequenties in tabel 4 hebben betrekking op de samengevoegde antwoorden: helemaal mee eens en gedeeltelijk eens. Telefonisch contact Huisartsen zoeken vaker contact met de specialist dan specialisten met de huisarts. Dit verschil is significant (p<0.0005). Snijdende specialisten zoeken minder vaak telefonisch contact dan beschouwende en ondersteunende specialisten (p<0.0005). De telefonische bereikbaarheid van de specialist vindt driekwart van de huisartsen en specialisten goed. De drie groepen specialisten (beschouwend, snijdend en ondersteunend) verschillen daarin onderling niet van mening (p=0.304). De telefonische bereikbaarheid van de huisarts vinden de meeste huisartsen goed (85.3%) in tegenstelling tot de specialisten. Slechts een derde deel van de specialisten vindt de huisarts goed bereikbaar (32.8%). De drie groepen specialisten verschillen daarin onderling niet van mening (p=0.983). Briefwisseling Minder dan een derde deel van de specialisten (29.1%) vindt de verwijsbrief van de huisarts van goede kwaliteit. De drie subgroepen specialismen verschillen daarin niet van elkaar (p=0.370). De helft van de huisartsen (50%) vindt dat de specialist de vraag gesteld in de verwijsbrief niet beantwoordt. Van de specialisten is het merendeel (87.5%) van mening dat deze vraag wél wordt beantwoord. Nog geen kwart (22.5%) van de huisartsen vindt dat de terugrapportage van de specialist op tijd bij de huisarts komt. Meer dan de helft van de specialisten (61.8%) vindt 75

6 Hoofdstuk 5 Tabel 1 Kenmerken van respondenten Huisarts Landelijk Specialist Landelijk n=264 n=232 Leeftijd gemiddeld in jaren (SD) 50 (6.7) (7.6) 41% > 50 Vrouw (%) Praktijkervaring in jaren P50 (P25-P75) 20 (13-26) * 16 (9-24) * Dagen per week patiëntenzorg P50 (P25-P75) 4 (3-5) * 4 (3-5)* Opleiders (%) 38 * 22 * Werkzaam in/op (%) Stad Semi-geurbaniseerd Platteland UMC 26 * Topklinisch ziekenhuis 29 * Perifeer ziekenhuis 45 * Soort praktijk (%) Solopraktijk Duopraktijk Groepspraktijk Poliklinisch 20 * Klinisch 3.1 * Beide 77 * Dienstverband (%) Zelfstandig Loondienst Zelfstandig 47 +/- 50 Loondienst 53 +/- 50 * Gegevens niet beschikbaar dat de brief wel op tijd bij de huisarts komt. Dit verschil is significant (p<0.0005). Er is geen verschil tussen de mening van specialisten die werken in een UMC of in een perifeer ziekenhuis (p=0.327). De meeste huisartsen (82.7%) vinden de terugverwijsbrief van de specialist van goede kwaliteit. Huisartsen en specialisten verschillen van mening over de vraag of de huisarts de adviezen in de terugverwijsbrief opvolgt. Bijna alle huisartsen (92.2%) zeggen dit te doen, terwijl minder dan de helft van de specialisten (49.5%) het daarmee eens is. Beide groepen staan positief tegenover het voeren van een gezamenlijk elektronisch medisch dossier (77 en 70.8%), ongeacht hun leeftijd (p=0.991). 76

7 Communicatie tussen huisarts en specialist Tabel 2 Verdeling specialismen Geregistreerde Respondenten Procent specialisten Procent Beschouwend Psychiater 30 13, ,9 Internist 29 12, ,6 Kinderarts 28 12, ,2 Cardioloog 12 5, ,0 Neuroloog 12 5, ,8 Revalidatiearts 9 3, ,5 Longarts 6 2, ,0 Dermatoloog 5 2, ,7 Klinisch geriater 3 1, ,9 Allergoloog 1 0,4 22 0,1 Reumatoloog 1 0, , ,9 59,1 Snijdend Oogarts 16 6, ,1 Gynaecoloog 14 6, ,9 Algemeen chirurg 11 4, ,4 Uroloog 8 3, 361 2,2 Orthopeed 5 2, ,6 Kaakchirurg 4 1, ,3 Plastisch chirurg 4 1, ,5 Keel Neus Oorarts 6 2, ,0 Thoraxchirurg 2 0, , ,9 29,8 Ondersteunend Radioloog 11 4, ,0 Radiotherapeut 7 3, ,4 Medisch microbioloog 4 1, ,4 Patholoog 3 1, , ,8 11,1 Totaal , ,0 Missing 1 Totaal

8 Hoofdstuk 5 Tabel 3 Frequentie telefonisch contact Huisarts Specialist Hoe vaak zoekt u gemiddeld telefonisch contact % % met een specialist / huisarts? n=264 n=232 vaker x per week x per maand x per 3 maanden nooit Tabel 4: Vragen en frequenties van antwoorden Huisarts Specialist eens (%) eens (%) n=264 n=232 Telefonisch contact Specialist is over het algemeen telefonisch goed bereikbaar voor collegiaal overleg. 73,3 76,8 Huisarts is over het algemeen telefonisch goed bereikbaar voor collegiaal overleg. 85,3 32,8 Briefwisseling De verwijsbrief van de huisarts vind ik over het algemeen van goede kwaliteit. 29,1 Specialist geeft antwoord op de gestelde vraag in de verwijsbrief ,5 Terugrapportage van de specialist is over het algemeen op tijd bij de huisarts. 22,5 61,8 De (terugverwijs)brief van de specialist vind ik over het algemeen van goede kwaliteit. 82,7 Huisarts volgt over het algemeen de adviezen uit de (terugverwijs)brief van de specialist op. 92,2 49,5 De informatie uitwisseling tussen huisarts en specialist (bijvoorbeeld over complexe / chronische patiënten) zou kunnen worden verbeterd door het voeren van een gezamenlijk elektronisch medisch dossier. 77,0 70,8 Feedback Ik stel feedback van de specialist / huisarts op mijn handelen op prijs. 94,9 89,0 Vakinhoud Specialisten moeten een belangrijke rol spelen bij het vergroten van de medische kennis van huisartsen. 60,7 62,9 Huisartsen moeten specialisten bijscholen over de betekenis van de epidemiologische verschillen tussen de eerste- en tweedelijn. 45,1 36,2 Specialisten moeten huisartsen halfjaarlijks bijscholen op hun gebied om de medische kennis van de huisarts up-to-date te houden. 44,4 61,6 Een bepaalde specialist moet een huisarts regelmatig bijscholen (differentiatie). 22,6 65,9 78

9 Communicatie tussen huisarts en specialist Tabel 5 Frequentie feedback Huisarts Specialist % % Hoe vaak krijgt u gemiddeld feedback op uw handelen van een specialist / huisarts? n=264 n=232 nooit keer per jaar keer per 6 maanden keer per 3 maanden vaker Hoe vaak geeft u gemiddeld feedback aan specialisten / huisartsen op hun handelen? nooit keer per jaar keer per 6 maanden keer per 3 maanden vaker Feedback Huisartsen (94.9%) en specialisten (89%) stellen evenveel prijs op het ontvangen van feedback. Tussen beide groepen is geen verschil (p=0.960). Huisartsen en specialisten ontvangen echter weinig feedback van elkaar. Bijna driekwart van beide groepen krijgt slechts één keer per half jaar of minder vaak feedback op hun handelen (huisarts 73%, specialist 67.1%). Daarin verschillen zij niet (p=0.424). Ook tussen opleiders en niet-opleiders is geen verschil (huisartsen p=0.075; specialisten p=0.711). Er wordt dan ook weinig feedback gegeven. Van de huisartsen geeft driekwart (76.6%) één keer per half jaar of minder vaak feedback aan de specialist. Dit geldt voor de helft van de specialisten (52.9%). De specialist geeft significant vaker feedback aan de huisarts dan de huisarts aan de specialist (p<0.0005). Tussen opleiders en niet-opleiders is geen verschil (huisartsen p=0.187; specialisten p=0.324). Bijscholing Ongeveer evenveel huisartsen (60.7%) als specialisten (62.9%) wensen dat specialisten een belangrijke rol spelen bij het vergroten van de kennis van de huisarts. Er is geen verschil tussen opleiders en niet-opleiders (huisartsen p=0.267; specialisten p=0.054) en of men langer of korter werkzaam is (huisartsen p= 0.177; specialisten p=0.1991). Er is ook geen correlatie met de leeftijd (huisartsen p= 0.507; specialisten p=0.166) en de drie groepen specialisten verschillen onderling niet (p=0.104). Minder dan de helft van de huisartsen (45.1%) en ruim een derde van de specialisten (36.2%) wil dat huisartsen specialisten nascholen over de betekenis van de epidemio- 79

10 Hoofdstuk 5 logische verschillen tussen de eerste- en tweedelijn. Het verschil tussen opleiders en niet-opleiders is bij specialisten significant (p=0.046). Opleiders vinden dergelijke bijscholing aantrekkelijker. Er is geen verschil tussen opleiders en niet-opleiders bij de huisartsen (p=0.478), noch met de duur van de beroepsuitoefening (huisartsen p=0.851; specialisten p=0.582). Er is ook geen correlatie met de leeftijd (huisartsen p=0.122; specialisten p=0.646). Minder dan de helft van de huisartsen (44.4%) wil dat een bepaalde specialist hen halfjaarlijks bijschoolt om de medische kennis actueel te houden. Specialisten zijn hiervoor meer gemotiveerd (61.6%). Van de huisartsen voelt een vijfde deel (22.6%) er voor zich verder te bekwamen in een deelgebied van de geneeskunde (differentiatie). Tweederde van de specialisten (65.9%) wil hier aan meewerken. Beschouwing Telefonisch contact Specialisten vinden huisartsen telefonisch slecht bereikbaar, maar huisartsen hebben daarover zelf een ander idee. Weliswaar beschikken huisartsen in toenemende mate over een extra telefoonlijn voor overleg, maar deze moet dan wel bekend zijn bij specialisten. Waarschijnlijk zijn huisartsen zich ook niet bewust van het feit dat het hebben van een extra lijn de eigen directe beschikbaarheid niet garandeert. Huisartsen zoeken vaker telefonisch contact dan specialisten. Zij hebben dan ook meer redenen om een specialist te bellen. Snijdende specialisten zoeken minder vaak dan beschouwende specialisten telefonisch contact met huisartsen. De reden hiervoor kan zijn dat contextuele factoren bij de behandeling van de patiënt door deze specialisten een minder belangrijke rol spelen. Briefwisseling Specialisten vinden de kwaliteit van de verwijsbrief van de huisarts laag. Uit ons kwalitatieve onderzoek bleek dat de meningen van huisartsen over de verwijsbrief zeer verdeeld waren. 8 Sommige huisartsen wensten geen energie te steken in een goede verwijsbrief omdat zij vonden dat de specialist hun vraag toch niet beantwoordde. Anderen vonden de verwijsbrief een belangrijk medium van communicatie waar je veel zorg aan moet besteden. Uit dit onderzoek blijkt dat slechts de helft van de huisartsen vindt dat de vraag in de verwijsbrief wordt beantwoord. Specialisten schatten dit veel hoger in. Deze discrepantie is ook eerder gevonden. 22 Hoewel de meeste huisartsen de kwaliteit van de terugverwijsbrief in dit onderzoek goed vinden, blijkt uit ander onderzoek dat de brief van de specialist soms onjuiste informatie bevat of dat gegevens ontbreken. 23 De adviezen in de terugverwijsbrief worden volgens de specialisten vaak niet opgevolgd door de huisarts. De huisartsen zijn het hier niet mee eens. Het zou kunnen zijn dat die adviezen geen duidelijke plaats in de brief krijgen, of dat zij voor de huisarts zijn verborgen in de uitgebreide 80

11 Communicatie tussen huisarts en specialist rapportage. Daarnaast zijn waarschijnlijk meerdere factoren hieraan debet, zoals taakopvatting van de betrokkenen, visie op het belang van psychosociale context en de verschillende moeilijk te combineren functies die een terugverwijsbrief heeft. Enerzijds dient de brief als archivering voor de specialist en anderzijds voor informatieoverdracht aan de huisarts gericht op het te voeren beleid. Wel is in eerder onderzoek vastgesteld dat het toevoegen van een evidence-based samenvatting van één zin aan de terugverwijsbrief de mate verhoogt waarin huisartsen het evidence-based advies opvolgen. 24 Er is een groot verschil in de meningen van huisartsen en specialisten over de termijn waarop de huisarts de terugverwijsbrief van de specialist ontvangt. Nog geen kwart van de huisartsen vindt dat de brieven op tijd komen. Het is merkwaardig dat specialisten zelf daar een ander idee over hebben. Patiënten ervaren het lange interval van de terugverwijsbrief ook als een probleem. 25 De continuïteit van zorg zou worden verbeterd met een verkorting van dit interval. In Nederland is momenteel een ontwikkeling gaande waarbij gebruik wordt gemaakt van digitaal verwijzen (Zorgdomein). Daarbij wordt vooral aandacht besteed aan de structuur van de verwijsbrief en de toegang tot het juiste specialisme. Dit project wordt gefinancierd door de ziekenhuizen. Uit ons kwalitatieve onderzoek bleek dat specialisten vooral willen investeren in het verbeteren van de kwaliteit van de verwijzing. Huisartsen hebben echter ook behoefte aan een goede terugverwijzing. Daar is echter weinig aandacht voor. De koepelorganisaties (Nederlands Huisartsgenootschap -NHG- en Orde van Medisch Specialisten) zouden richtlijnen, voor zowel de digitale verwijsafspraken als voor de verwijsbrief en de terugverwijsbrief moeten opstellen. Op deze landelijke voorstellen zijn regionale aanpassingen mogelijk. Bij perifeer opgestelde afspraken, zonder een landelijke voorzet, is de huisarts vaak niet toegerust de beroepsgroep te vertegenwoordigen. 8 De huidige NHG verwijsbrief voldoet niet en is mogelijk daardoor onvoldoende bekend. Een verrassend hoog aantal huisartsen en specialisten is voorstander van een gezamenlijk elektronisch dossier. Bij dit onderzoek is geen onderscheid gemaakt tussen de verschillende mogelijkheden van een gezamenlijk medisch dossier (inzage, mogelijkheid voor aantekeningen, gezamenlijk journaal). Dit zou met nieuw onderzoek beter genuanceerd moeten worden. Feedback Hoewel beide partijen graag feedback van elkaar willen ontvangen, blijkt men dit in de praktijk weinig te geven. Specialisten geven, naar hun zeggen, vaker feedback dan huisartsen. Dit komt overeen met eerder onderzoek, waaruit blijkt dat specialisten veel waarde hechten aan het geven van feedback als middel om de kwaliteit van de zorg te verbeteren. Huisartsen prefereren informatie van specialisten boven boeken of artikelen en zij stellen het op prijs dat onderwijs direct wordt gekoppeld aan de kliniek

12 Hoofdstuk 5 Uit ons kwalitatieve onderzoek bleek dat veel specialisten zeggen feedback (al dan niet impliciet) te geven in hun terugverwijsbrief. 7 Omdat de behoefte aan feedback zo groot is, zou men de mogelijkheden om feedback te geven moeten vergroten, door bijvoorbeeld in de brieven een duidelijke plaats voor feedback te reserveren en trainingen aan te bieden op regionaal niveau. Bijscholing Huisartsen en specialisten zijn het er over eens dat specialisten een rol spelen in de bijscholing van huisartsen. Uit ons kwalitatieve onderzoek bleek dat huisartsen graag zien dat de specialist meer inzicht krijgt in de werkwijze en vakkennis van de huisarts. Veel animo iets te leren aan specialisten over de betekenis van epidemiologische verschillen tussen eerste- en tweedelijn is bij huisartsen niet aanwezig. Waarschijnlijk is het concept dat huisartsen aan specialisten willen leren niet duidelijk. Mogelijk gaat het meer om begrip voor de situatie en manier van werken van de huisarts. Specialisten tonen weinig animo voor scholing over de epidemiologische verschillen. Opvallend is wel dat specialistopleiders hierover vaker willen leren dan niet-opleiders. Huisartsen voelen minder voor een langlopend bijscholingscontact dan specialisten. Dit is begrijpelijk. Huisartsen hebben immers te maken met vele specialisten en de tijdsinvestering zou voor hen niet haalbaar zijn. Bovendien hebben huisartsen behoefte aan direct toepasbare kennis. 3 Specialisten willen graag bijscholing geven aan een huisarts met interesse voor taakdifferentiatie. Deze huisarts laat weten enthousiast te zijn voor het vakgebied van de betreffende specialist. Concurrentie lijkt hierbij geen rol te spelen. Een kwart van de huisartsen zou wel bijscholing willen ontvangen om zich te kunnen differentiëren. Dat is gezien het aantal in Nederland werkzame huisartsen een groot aantal. Dit onderstreept het belang van de kaderopleidingen. De toegankelijkheid van deze kaderopleidingen zou gemakkelijk moeten zijn en het onderwerp vraaggericht. Tot op heden zijn de kaderopleidingen vooral aanbodgericht. Sterkte en zwakte Dat beide partijen zijn onderzocht met eenzelfde vragenlijst levert de mogelijkheid op te vergelijken. Het is immers belangrijk te weten of bij gesignaleerde knelpunten de betrokken beroepsgroep ook een probleem ervaart. Wel betreft deze studie gerapporteerd gedrag en dus geen registratie of observatie. Dit onderzoek betreft een landelijk onderzoek; regionale verschillen zijn zeker mogelijk. De respons van 47% (huisartsen) en 44% (specialisten) is aan de lage kant. Maar, wat betreft leeftijd, geslacht, duur van praktijkuitoefening, soort praktijk en dienstverband, zijn de resultaten een afspiegeling van de huisartsen en specialisten in Nederland. 20,21 Dit geldt ook voor de verdeling van de specialismen. Dit onderzoek is in Nederland verricht waar de huisarts functioneert als poortwachter. 82

13 Communicatie tussen huisarts en specialist Conclusie Huisartsen moeten beseffen dat hun telefonische bereikbaarheid voor de specialist dient te verbeteren. Het beschikbaar zijn van informatie over speciale telefoonnummers voor intercollegiaal overleg met de tijden waarop de huisarts ook bereikbaar is, hoort op de agenda van het regionale overleg tussen huisartsen en specialisten. Specialisten moeten beseffen dat veel brieven te laat bij de huisarts arriveren. Ook dit punt hoort op de agenda van regionaal overleg. In dit onderzoek zijn zowel huisartsen als specialisten onderzocht. Hieruit blijkt dat de partij die verbeteringen zou moeten invoeren, vaak niet overtuigd is van de knelpunten. Dit is een grote belemmering voor verbeteringen. De genoemde knelpunten in de huidige communicatie (telefoon, brief) zijn immers al lange tijd bekend. De telefonische bereikbaarheid van de huisarts en de termijn waarop de huisarts de brief van de specialist ontvangt zouden aangemerkt kunnen worden als prestatieindicatoren. Voor de verwijsbrief en terugverwijsbrief zou een door beide partijen opgesteld format moeten worden gehanteerd. In dit format moet een prominente plaats zijn ingeruimd voor de vraag van de huisarts in de verwijsbrief en voor het antwoord op deze vraag en eventuele adviezen aan de huisarts in de terugverwijsbrief. Huisartsen en specialisten zouden met elkaar in overleg moeten gaan hoe men onderlinge feedback kan uitwisselen. Een mogelijkheid is om een aparte ruimte in de brieven te creëren voor het geven van feedback. 83

14 Hoofdstuk 5 Literatuur 1 Haggerty JL, Reid RJ, Freeman GK, Starfield BH, Adair CE, McKendry R. Continuity of care: a multidisciplinary review. BMJ 2003; 327: Newton J, Eccles M, Hutchinson A. Communication between general practitioners and consultants: what should their letters contain? BMJ 1992; 304: Marshall MN. Qualitative study of educational interaction between general practitioners and specialists. BMJ 1998; 316: Tent B, Boendermaker PM, Schuling J. De Breedenburg, nascholing volgens het Warffummodel. Wat kan de geschiedenis ons leren? Huisarts Wet 2006; 49: Hollins J, Veitch C, Hays R. Interpractitioner communication: telephone consultations between rural general practitioners and specialists. Aust J Rural Health 2000; 8: Farquhar MC, Barclay SI, Earl H, Grande GE, Emery J, Crawford RA. Barriers to effective communication across the primary/secondary interface: examples from the ovarian cancer patient journey (a qualitative study). Eur J Cancer Care (Engl ) 2005; 14: Berendsen AJ, Benneker WHGM, Schuling J, Rijkers-Koorn N, Slaets JPJ, Meyboom-de Jong B. Collaboration with general practitioners: preferences of medical specialists a qualitative study. BMC Health Serv Res 2006; 6: Berendsen AJ, Benneker WHGM, Meyboom-de Jong B, Klazinga NS, Schuling J. Motives and preferences of general practitioners for new collaboration models with medical specialists: a qualitative study. BMC Health Serv Res 2007; 7:4. 9 Walters KA. Telephoned head injury referrals: the need to improve the quality of information provided. Arch Emerg Med 1993; 10: Jiwa M, Coleman M, McKinley RK. Measuring the quality of referral letters about patients with upper gastrointestinal symptoms. Postgrad Med J 2005; 81: Grol R, Rooijackers-Lemmers N, van KL, Wollersheim H, Mokkink H. Communication at the interface: do better referral letters produce better consultant replies? Br J Gen Pract 2003; 53: McConnell D, Butow PN, Tattersall MH. Improving the letters we write: an exploration of doctor-doctor communication in cancer care. Br J Cancer 1999; 80: Tattersall MH, Griffin A, Dunn SM, Monaghan H, Scatchard K, Butow PN. Writing to referring doctors after a new patient consultation. What is wanted and what was contained in letters from one medical oncologist? Aust N Z J Med 1995; 25: Melville C, Hands S, Jones P. Randomised trial of the effects of structuring clinic correspondence. Arch Dis Child 2002; 86: Wasson J, Pearce L, un-jones T. Improving correspondence to general practitioners regarding patients attending the ENT emergency clinic: a regional general practitioner survey and audit. J Laryngol Otol 2007; 121: Ray S, Archbold RA, Preston S, Ranjadayalan K, Suliman A, Timmis AD. Computer-generated correspondence for patients attending an open-access chest pain clinic. J R Coll Physicians Lond 1998; 32:

15 Communicatie tussen huisarts en specialist 17 Jiwa M, Walters S, Mathers N. Referral letters to colorectal surgeons: the impact of peermediated feedback. Br J Gen Pract 2004; 54: Nunnally JC. Psychometric theory. New York: McGraw-Hill, Streiner DL, Norman GR. Health Measurements Scales. A practical guide to their development and use. Oxford: Oxford University Press, Muysken J, Kenens RJ, Hingstman L. Cijfers uit de registratie van huisartsen - peiling Utrecht: NIVEL, Capaciteitsorgaan. Capaciteitsplan 2005 voor de medische en tandheelkundige vervolgopleidingen en Advies 2005 voor de initiele opleiding geneeskunde. Utrecht: Capaciteitsorgaan, Jacobs LG, Pringle MA. Referral letters and replies from orthopaedic departments: opportunities missed. BMJ 1990; 301: Gagliardi A. Use of referral reply letters for continuing medical education: a review. J Contin Educ Health Prof 2002; 22: Kunz R, Wegscheider K, Guyatt G, Zielinski W, Rakowsky N, Donner-Banzhoff N, Muller- Lissner S. Impact of short evidence summaries in discharge letters on adherence of practitioners to discharge medication. A cluster-randomised controlled trial. Qual Saf Health Care 2007; 16: Berendsen AJ, de Jong GM, Meyboom-de Jong B, Dekker JH, Schuling J. Continuity and coordination of care: experiences and preferences of patients referred to medical specialists-a qualitative study. submitted. 85

16 86

Samenwerking tussen huisarts en specialist - Wat vinden de patiënten en de dokters? Berendsen, Anna

Samenwerking tussen huisarts en specialist - Wat vinden de patiënten en de dokters? Berendsen, Anna Samenwerking tussen huisarts en specialist - Wat vinden de patiënten en de dokters? Berendsen, Anna IMPORTANT NOTE: You are advised to consult the publisher's version (publisher's PDF) if you wish to cite

Nadere informatie

Samenwerking tussen huisarts en specialist - Wat vinden de patiënten en de dokters? Berendsen, Anna

Samenwerking tussen huisarts en specialist - Wat vinden de patiënten en de dokters? Berendsen, Anna Samenwerking tussen huisarts en specialist - Wat vinden de patiënten en de dokters? Berendsen, Anna IMPORTANT NOTE: You are advised to consult the publisher's version (publisher's PDF) if you wish to cite

Nadere informatie

Rapportage Weergave journaalregels in de ZorgDomein verwijsbrief

Rapportage Weergave journaalregels in de ZorgDomein verwijsbrief Rapportage Weergave journaalregels in de ZorgDomein verwijsbrief September 2013 Pieter Langers Laurens Pronk ZorgDomein, 2013 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 Aanleiding... 3 Doel onderzoek... 3 Werkwijze

Nadere informatie

Veranderingen op de Arbeidsmarkt van oefentherapeuten

Veranderingen op de Arbeidsmarkt van oefentherapeuten Postprint 1.0 Version Journal website Pubmed link DOI http://www.vvocm.nl/algemeen/vakblad-beweegreden Veranderingen op de Arbeidsmarkt van oefentherapeuten D.T.P. VAN HASSEL; R.J. KENENS Marktwerking

Nadere informatie

Mednet/IKNL peiling Substitutie oncologische zorg. Onderzoek onder huisartsen en medisch specialisten werkzaam in de oncologie; juli 2014

Mednet/IKNL peiling Substitutie oncologische zorg. Onderzoek onder huisartsen en medisch specialisten werkzaam in de oncologie; juli 2014 Mednet/IKNL peiling Substitutie oncologische zorg Onderzoek onder huisartsen en medisch specialisten werkzaam in de oncologie; juli 2014 Title of the Presentation 10/17/2014 2 Uit NHG-Standpunt Oncologische

Nadere informatie

Marjo Maas: fysiotherapeut / docent / onderzoeker Peer assessment De impact van peer assessment op het klinische redeneren en het klinisch handelen van fysiotherapeuten in opleiding en fysiotherapeuten

Nadere informatie

Business Marketing Examennummer: 68403 Datum: 26 mei 2012 Tijd: 10:00 uur - 11:30 uur

Business Marketing Examennummer: 68403 Datum: 26 mei 2012 Tijd: 10:00 uur - 11:30 uur Business Marketing Examennummer: 68403 Datum: 26 mei 2012 Tijd: 10:00 uur - 11:30 uur Dit examen bestaat uit 5 pagina s. De opbouw van het examen is als volgt: - een case met 11 open vragen (maximaal 100

Nadere informatie

DE R-FACTOR. dr R.H. Bakker dr G.J. Dijkstra prof. dr S.A. Reijneveld prof. dr J.W. Groothoff

DE R-FACTOR. dr R.H. Bakker dr G.J. Dijkstra prof. dr S.A. Reijneveld prof. dr J.W. Groothoff DE R-FACTOR EINDRAPPORTAGE VAN EEN ONDERZOEK NAAR HET BELANG VAN REGIONALE FACTOREN BIJ DE PLANNING VAN DE OPLEIDINGSCAPACITEIT EN DE INNOVATIE VAN DE MEDISCHE VERVOLGOPLEIDINGEN IN DE OOR NOORD & OOST

Nadere informatie

Overdracht en samenwerking 1 e en 2 e lijns diëtisten bij de dieetbehandeling van ondervoede patiënten.

Overdracht en samenwerking 1 e en 2 e lijns diëtisten bij de dieetbehandeling van ondervoede patiënten. Overdracht en samenwerking 1 e en 2 e lijns diëtisten bij de dieetbehandeling van ondervoede patiënten. Inleiding Ziekte gerelateerde ondervoeding is nog steeds een groot probleem binnen de Nederlandse

Nadere informatie

Samenwerking en communicatie binnen de anderhalvelijnszorg

Samenwerking en communicatie binnen de anderhalvelijnszorg Samenwerking en communicatie binnen de anderhalvelijnszorg Een beschrijvend/ evaluatief onderzoek naar de samenwerking en communicatie tussen huisartsen en specialisten binnen de anderhalvelijnszorg ZIO,

Nadere informatie

De psycholoog in Zuyderland Medisch Centrum. Medische Psychologie

De psycholoog in Zuyderland Medisch Centrum. Medische Psychologie De psycholoog in Zuyderland Medisch Centrum Medische Psychologie In deze folder informeren we u over de manier van werken van de psycholoog, verbonden aan de afdeling Medische psychologie van Zuyderland

Nadere informatie

Basisarts, en dan. Mastering your future 24 oktober 2015 Victor Slenter, arts M&G

Basisarts, en dan. Mastering your future 24 oktober 2015 Victor Slenter, arts M&G Basisarts, en dan. Mastering your future 24 oktober 2015 Victor Slenter, arts M&G 1 Disclosure Sinds 2013 lid Dagelijks Bestuur Registratiecommissie Geneeskundig Specialisten 2 Inhoud presentatie Wat doet

Nadere informatie

Multidisciplinair samenwerken op de spoedeisende hulp: Betere kansen met SEH-artsen?

Multidisciplinair samenwerken op de spoedeisende hulp: Betere kansen met SEH-artsen? Multidisciplinair samenwerken op de spoedeisende hulp: Betere kansen met SEH-artsen? Mw. drs. C.D. Kathan (RHO, Rijksuniversiteit Groningen), Dr. J.D. Meeuwis (Chirurg, opleider spoedeisende geneeskunde

Nadere informatie

Questionnaire for patients with HIV

Questionnaire for patients with HIV Questionnaire for patients with HIV Name QUOTE-HIV Language Dutch Number of items 27 Developed by Academic Medical Centre. University of Amsterdam, NIVEL Year 1998 Corresponding literature Hekkink CF,

Nadere informatie

Wat zijn belangrijke feiten over artsen?

Wat zijn belangrijke feiten over artsen? Toelichting Deze kaart biedt een overzicht van het vak van de arts. De kaart is gemaakt in opdracht van de Landelijke vereniging van Artsen in (LAD) en VvAA, ledenorganisatie voor zorgprofessionals. De

Nadere informatie

Marktaandeel: 2.413 / 21.856 = 11,0% Minnaar, G. & Sluijs N. van der (vierde druk). Commerciële Calculaties 2, hfdst. 5, p.154

Marktaandeel: 2.413 / 21.856 = 11,0% Minnaar, G. & Sluijs N. van der (vierde druk). Commerciële Calculaties 2, hfdst. 5, p.154 Antwoordmodel Aan dit antwoordmodel kunnen geen rechten worden ontleend. Het antwoordmodel dient als indicatie voor de corrector. Case: Betere zorg met de beste patiëntgegevens (100 punten) 1. 11,0% Aantal

Nadere informatie

8. De kiezende patiënt en de behoefte aan informatie bij de verwijzing naar de specialist: een vragenlijstonderzoek

8. De kiezende patiënt en de behoefte aan informatie bij de verwijzing naar de specialist: een vragenlijstonderzoek 8. De kiezende patiënt en de behoefte aan informatie bij de verwijzing naar de specialist: een vragenlijstonderzoek Annette J Berendsen 1, G Majella de Jong 1, Jan Schuling 1, Henk EP Bosveld 1, Margot

Nadere informatie

Onderzoek VUmc onder huisartsen Amsterdam 2013 Samenvatting en verbeteracties

Onderzoek VUmc onder huisartsen Amsterdam 2013 Samenvatting en verbeteracties Onderzoek VUmc onder huisartsen Amsterdam 2013 Samenvatting en verbeteracties In april en mei 2013 heeft de dienst communicatie van VUmc een kwantitatief onderzoek onder huisartsen en specialisten ouderengeneeskunde

Nadere informatie

SAMENWERKEN IN DE PALLIATIEVE ZORG IN DE EERSTELIJN

SAMENWERKEN IN DE PALLIATIEVE ZORG IN DE EERSTELIJN SAMENWERKEN IN DE PALLIATIEVE ZORG IN DE EERSTELIJN een onderzoek naar de ontwikkeling en implementatie van het Zorgprogramma Palliatieve Eerstelijnszorg in de deelgemeente Rotterdam Kralingen - Crooswijk

Nadere informatie

Triage GR Vangnet of zeef? 12 februari 2016 Aafke de Groot

Triage GR Vangnet of zeef? 12 februari 2016 Aafke de Groot Triage GR Vangnet of zeef? 12 februari 2016 Aafke de Groot Triage neurologie Mw. D, 87 jaar, sinds een week op de afdeling neurologie Ernstig icva doorgemaakt : volledige verlamming rechter arm, gedeeltelijke

Nadere informatie

Komt stress van de patiënt aan bod bij de huisarts? Factsheet Databank Communicatie, oktober 2007.

Komt stress van de patiënt aan bod bij de huisarts? Factsheet Databank Communicatie, oktober 2007. Deze factsheet is een uitgave van het NIVEL De gegevens mogen met bronvermelding (Komt stress van de patiënt aan bod bij de huisarts? J Noordman, J van Weert, A van den Brink-Muinen, S van Dulmen, J Bensing

Nadere informatie

Roken en Stoppen-met-roken in de Eerste en Tweede Lijn van de Gezondheidszorg

Roken en Stoppen-met-roken in de Eerste en Tweede Lijn van de Gezondheidszorg Roken en Stoppen-met-roken in de Eerste en Tweede Lijn van de Gezondheidszorg Attitudes, gedrag en eigen effectiviteit van huisartsen, longartsen en cardiologen Resultaten van een vragenlijstonderzoek

Nadere informatie

2 januari 2015. Onderzoek: Effectiviteit van de zorg

2 januari 2015. Onderzoek: Effectiviteit van de zorg 2 januari 2015 Onderzoek: Effectiviteit van de zorg 1 Over het EenVandaag Opiniepanel Het EenVandaag Opiniepanel bestaat uit ruim 50.000 mensen. Zij beantwoorden vragenlijsten op basis van een online onderzoek.

Nadere informatie

Centraal College Medische Specialismen

Centraal College Medische Specialismen KONINKLIJKE NEDERLANDSCHE MAATSCHAPPIJ TOT BEVORDERING DER GENEESKUNST Centraal College Medische Specialismen Besluit van 12 april 2010 houdende de opleidings- en erkenningseisen voor het medisch specialisme

Nadere informatie

WERKAFSPRAKEN OVER COMMUNICATIE ROND KWETSBARE OUDEREN

WERKAFSPRAKEN OVER COMMUNICATIE ROND KWETSBARE OUDEREN WERKAFSPRAKEN OVER COMMUNICATIE ROND KWETSBARE OUDEREN Huisartsenpraktijk (huisarts en/of POH) levert 1 e lijns zorg, d.w.z. doet diagnostisch onderzoek en behandeling t.b.v. álle inwoners in thuissituatie

Nadere informatie

Healthy people want everything, sick people want only one thing. would love to see a Hospital Teacher

Healthy people want everything, sick people want only one thing. would love to see a Hospital Teacher Healthy people want everything, sick people want only one thing. would love to see a Hospital Teacher Consultant Education Sick Pupils Educational Service Centre University Medical Centre The Netherlands

Nadere informatie

3. Samenwerken met huisartsen: voorkeuren van medisch specialisten. Een kwalitatief onderzoek

3. Samenwerken met huisartsen: voorkeuren van medisch specialisten. Een kwalitatief onderzoek 3. Samenwerken met huisartsen: voorkeuren van medisch specialisten. Een kwalitatief onderzoek Annette J Berendsen 1, Wim HGM Benneker 1, Jan Schuling 1, Nienke Rijkers-Koorn 1, Joris PJ Slaets 2, Betty

Nadere informatie

TEVREDENHEIDSONDERZOEK 2009

TEVREDENHEIDSONDERZOEK 2009 Rijksuniversiteit Groningen Universitair Medisch Centrum Groningen Wetenschapswinkel Geneeskunde en Volksgezondheid Universitair Medisch Centrum Groningen TEVREDENHEIDSONDERZOEK 2009 BONIFATIUS HOOFDPIJNKLINIEK

Nadere informatie

16 augustus 2014. Onderzoek: Prijsplafonds in de zorg

16 augustus 2014. Onderzoek: Prijsplafonds in de zorg 16 augustus 2014 Onderzoek: Prijsplafonds in de zorg 1 Over het EenVandaag Opiniepanel Het EenVandaag Opiniepanel bestaat uit ruim 50.000 mensen. Zij beantwoorden vragenlijsten op basis van een online

Nadere informatie

Format doelmatigheidsinitiatieven Verbetering aanvraagroute, uitvoering en planning tilt-tafeltesten

Format doelmatigheidsinitiatieven Verbetering aanvraagroute, uitvoering en planning tilt-tafeltesten Format doelmatigheidsinitiatieven Verbetering aanvraagroute, uitvoering en planning tilt-tafeltesten SAMENVATTING Het project betreft het verbeteren van de aanvraagroute, uitvoering en planning van tilt-tafeltesten

Nadere informatie

WERKAFSPRAKEN OVER COMMUNICATIE ROND KWETSBARE OUDEREN

WERKAFSPRAKEN OVER COMMUNICATIE ROND KWETSBARE OUDEREN WERKAFSPRAKEN OVER COMMUNICATIE ROND KWETSBARE OUDEREN Begripsbepaling De werkgroep hanteert het NHG Standpunt. Kwetsbare ouderen zijn: ouderen met complexe problematiek, die diverse aandoeningen hebben

Nadere informatie

Het Elektronisch versturen van Medische Informatie door de Huisarts

Het Elektronisch versturen van Medische Informatie door de Huisarts Het Elektronisch versturen van Medische Informatie door de Huisarts Dr. Schauvaerts Marjan Masterproef Huisartsgeneeskunde, 2011 2013 Promotor: Prof. Dr. Aertgeerts Bert, KUL Inhoudstafel 1. Motivatie..

Nadere informatie

College Geneeskundige Specialismen

College Geneeskundige Specialismen KONINKLIJKE NEDERLANDSCHE MAATSCHAPPIJ TOT BEVORDERING DER GENEESKUNST College Geneeskundige Specialismen Besluit van 9 november 2016 houdende de opleidings- en erkenningseisen voor het medisch specialisme

Nadere informatie

Onderzoek en behandeling door de medisch psycholoog

Onderzoek en behandeling door de medisch psycholoog Onderzoek en behandeling door de medisch psycholoog Inleiding In overleg met uw behandelend arts heeft u informatie gekregen over het maken van een afspraak met een medisch psycholoog van de afdeling

Nadere informatie

Samenvatting, met de AAA checklist

Samenvatting, met de AAA checklist Samenvatting, met de AAA checklist 187 Huisarts-patiënt communicatie in de palliatieve zorg Aanwezigheid, actuele onderwerpen en anticiperen Huisartsen spelen in veel landen een centrale rol in de palliatieve

Nadere informatie

Onderzoek naar het functioneren van arts-assistenten in ziekenhuizen

Onderzoek naar het functioneren van arts-assistenten in ziekenhuizen Onderzoek naar het functioneren van arts-assistenten in ziekenhuizen BIJLAGE 1 Vragenlijst Vragen die betrekking hebben op de borging van de kwaliteit van de zorg. A. Algemeen Ik werk momenteel als arts

Nadere informatie

Erfelijkheid in de spreekkamer

Erfelijkheid in de spreekkamer Erfelijkheid in de spreekkamer Werkgroep G E.J.F. Houwink Erfocentrum, 24 mei 2013 Leerdoelen: Hoe kijkt de (huis)arts aan tegen erfelijkheid? De kern van het verhaal. The PhD project: Training in genetics

Nadere informatie

Follow-up van volwassenen die als kind zijn behandeld voor kanker Web-based. based nazorgplan

Follow-up van volwassenen die als kind zijn behandeld voor kanker Web-based. based nazorgplan Follow-up van volwassenen die als kind zijn behandeld voor kanker Web-based based nazorgplan Annette Berendsen, Dr. AJ. Berendsen, huisarts Afdeling Huisartsgeneeskunde UMCG 1 Follow-up van volwassenen

Nadere informatie

What are we waiting for: doorlooptijden op de SEH

What are we waiting for: doorlooptijden op de SEH What are we waiting for: doorlooptijden op de SEH I.L. Vegting, N. Alam, K. Ghanes, O. Jouini, F. Mulder, M. Vreeburg, T. Biesheuvel J. van Bokhorst, P. Go, M.H.H. Kramer, G.M. Koole 2, P.W.B. Nanayakkara

Nadere informatie

PSYCHOLOGIE. De klinisch psycholoog in het ziekenhuis

PSYCHOLOGIE. De klinisch psycholoog in het ziekenhuis PSYCHOLOGIE Medische psychologie De klinisch psycholoog in het ziekenhuis In deze folder kunt u lezen over de manier van werken van de klinisch psycholoog, verbonden aan de afdeling Medische Psychologie

Nadere informatie

Het belang van ondersteuning van mensen uit de naaste omgeving voor mensen met astma of COPD Geeke Waverijn & Monique Heijmans

Het belang van ondersteuning van mensen uit de naaste omgeving voor mensen met astma of COPD Geeke Waverijn & Monique Heijmans Deze factsheet is een uitgave van het NIVEL. De gegevens mogen met bronvermelding (Het belang van ondersteuning van mensen uit de naaste omgeving voor mensen met astma of, Geeke Waverijn & Monique Heijmans,

Nadere informatie

Wetenschappelijke vorming in de huisartsopleiding

Wetenschappelijke vorming in de huisartsopleiding Versiedatum: 0-0-06 Pagina van 5 De wetenschappelijke onderbouwing van het huisartsgeneeskundig handelen vormt een belangrijke leidraad voor de huisarts. Deze moet een wetenschappelijke onderbouwing kunnen

Nadere informatie

Zorginnovatie voor pijnlijke diabetische polyneuropathie. Margot Geerts Verpleegkundig Specialist

Zorginnovatie voor pijnlijke diabetische polyneuropathie. Margot Geerts Verpleegkundig Specialist Zorginnovatie voor pijnlijke diabetische polyneuropathie Margot Geerts Verpleegkundig Specialist Diabetische polyneuropathie 1. Distale symmetrische polyneuropathie Uitval van een combinatie van sensore,

Nadere informatie

Differentiatie in taken van radiologisch laboranten: een optie?

Differentiatie in taken van radiologisch laboranten: een optie? Harmien Zonderland Differentiatie in taken van radiologisch laboranten: een optie? Onderstaand stuk is een sterk verkorte weergave van het onderzoeksrapport Differentiatie in taken van radiologisch laboranten:

Nadere informatie

Achtergrond Aanvraag

Achtergrond Aanvraag Onderwerp Contactperso on Inleiding Uitvoering Electronisch afnemen en verwerken van vragenlijsten voor evaluatie van opleidingsklimaat en opleiders (2010) Prof. Dr. Paul Brand, kinderarts en hoofd medisch

Nadere informatie

NFU-master. Kwaliteit en Veiligheid in de Patiëntenzorg

NFU-master. Kwaliteit en Veiligheid in de Patiëntenzorg NFU-master Kwaliteit en Veiligheid in de Patiëntenzorg 2016-2018 De master Kwaliteit en Veiligheid in de Patiëntenzorg De zorg heeft initiatiefnemers en leiders in kwaliteit en veiligheid van zorg nodig.

Nadere informatie

Verleden en toekomst in Oud-West

Verleden en toekomst in Oud-West Verleden en toekomst in In mei 009 is aan de panelleden van stadsdeel gevraagd naar hun mening over de ontwikkelingen die in het stadsdeel zichtbaar zijn. Deze ontwikkelingen betreffen onder andere inkomsten,

Nadere informatie

Inzicht in zorgrekeningen door verzekerden: stand van zaken 2013. Anne E.M. Brabers, Margreet Reitsma-van Rooijen en Judith D.

Inzicht in zorgrekeningen door verzekerden: stand van zaken 2013. Anne E.M. Brabers, Margreet Reitsma-van Rooijen en Judith D. Dit factsheet is een uitgave van het NIVEL. De gegevens mogen met bronvermelding (Anne E.M. Brabers, Margreet Reitsma-van Rooijen en Judith D. de Jong. Inzicht in zorgrekeningen door verzekerden: stand

Nadere informatie

Rapportage onderzoek collectie fictie. voor bibliotheken

Rapportage onderzoek collectie fictie. voor bibliotheken Rapportage onderzoek collectie fictie voor bibliotheken Rapportage onderzoek collectie fictie Een onderzoek onder klanten naar de tevredenheid over de collectie fictie van de bibliotheek de Bibliotheek

Nadere informatie

Vragenlijstonderzoek bij richtlijn psoriasis

Vragenlijstonderzoek bij richtlijn psoriasis Vragenlijstonderzoek bij richtlijn psoriasis 1.2 Doelen vragenlijstonderzoek behandeltevredenheid 1. Het vaststellen van de mate van tevredenheid van psoriasis patiënten met hun voorgaande dermatologische

Nadere informatie

2 januari 2015. Onderzoek: Effectiviteit van de zorg

2 januari 2015. Onderzoek: Effectiviteit van de zorg 2 januari 2015 Onderzoek: Effectiviteit van de zorg 1 Over het EenVandaag Opiniepanel Het EenVandaag Opiniepanel bestaat uit ruim 50.000 mensen. Zij beantwoorden vragenlijsten op basis van een online onderzoek.

Nadere informatie

Polikliniek. Algemene bezoekersinformatie

Polikliniek. Algemene bezoekersinformatie Polikliniek Algemene bezoekersinformatie 1 2 Inhoudsopgave Een afspraak maken met de specialist 4 Inlichtingen 4 Gastvrouw 4 Respectvol omgaan met elkaar 5 Rolstoelen 5 Inschrijving (ponsplaatje) 5 Melden

Nadere informatie

Implementatie van de richtlijn angststoornissen

Implementatie van de richtlijn angststoornissen Implementatie van de richtlijn angststoornissen De lange termijn behandeleffecten Door: Maarten van Dijk (Hoofdwetenschappelijk bureau HSK/GZ-psycholoog) Achtergrond Studie binnen team angststoornissen

Nadere informatie

Ruimte voor substitutie? Verschuivingen van tweedelijns naar eerstelijnszorg

Ruimte voor substitutie? Verschuivingen van tweedelijns naar eerstelijnszorg Ruimte voor substitutie? Verschuivingen van tweedelijns naar eerstelijnszorg CE van Dijk, JC Korevaar, JD de Jong, B Koopmans, M van Dijk, DH de Bakker Presentatie, 20 maart 2014. Dr. JC Korevaar, programmaleider

Nadere informatie

Palliatieve zorg voor andere doelgroepen

Palliatieve zorg voor andere doelgroepen Palliatieve zorg voor andere doelgroepen CVA, Dementie, COPD, Hartfalen, psychiatrische aandoening, verstandelijke beperking 27 november Rob Krol en Annemiek Kwast Aanleiding IKNL activiteiten palliatieve

Nadere informatie

CIJFERS UIT DE REGISTRATIE VAN OEFENTHERAPEUTEN Peiling 1 januari Hingstman, L. Kenens, R.J.

CIJFERS UIT DE REGISTRATIE VAN OEFENTHERAPEUTEN Peiling 1 januari Hingstman, L. Kenens, R.J. CIJFERS UIT DE REGISTRATIE VAN OEFENTHERAPEUTEN Peiling 1 januari 2008 Hingstman, L. Kenens, R.J. oktober 2009 INLEIDING In 2002 is het NIVEL in opdracht van de toenmalige Vereniging Bewegingsleer Cesar

Nadere informatie

Mindfulness voor zorgprofessionals. Barbara Doeleman van Veldhoven Hanne Verweij

Mindfulness voor zorgprofessionals. Barbara Doeleman van Veldhoven Hanne Verweij Mindfulness voor zorgprofessionals Barbara Doeleman van Veldhoven Hanne Verweij Onderzoek MFN bij zorg professionals Stress Depressieve klachten Burnout klachten Rumineren Empathie Zelfcompassie Tevredenheid

Nadere informatie

Handhygiëne in Nederlandse ziekenhuizen

Handhygiëne in Nederlandse ziekenhuizen Handhygiëne in Nederlandse ziekenhuizen Elise van Beeck Maatschappelijke Gezondheidszorg & Medische Microbiologie en Infectieziekten Erasmus MC Rotterdam Overzicht presentatie Introductie: waar is het

Nadere informatie

1. Resultaten van het onderzoek

1. Resultaten van het onderzoek 1. Resultaten van het onderzoek 1.1 Respons De gegevens voor het onderzoek zijn verzameld door middel van een schriftelijke vragenlijst. Deze vragenlijst is verstuurd naar mantelzorgers die bekend zijn

Nadere informatie

Hoofdstuk 1 Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 1 Hoofdstuk 2 179 In dit proefschrift werden de resultaten beschreven van studies die zijn verricht bij volwassen vrouwen met symptomen van bekkenbodem dysfunctie. Deze symptomen komen frequent voor en kunnen de kwaliteit

Nadere informatie

AFKORTINGEN IN TABELLEN

AFKORTINGEN IN TABELLEN VERANTWOORDING Dit document bevat de tabellen waarop het volgende artikel gebaseerd is: Veer, A.J.E. de, Francke, A.L. Verpleegkundigen positief over bevorderen van zelfmanagement. TVZ: Tijdschrift voor

Nadere informatie

Verkennend onderzoek ervaringen patiënten met Zorgdomein

Verkennend onderzoek ervaringen patiënten met Zorgdomein December 2010 Verkennend onderzoek ervaringen patiënten met Zorgdomein Verkennend onderzoek Ervaringen patiënten met Zorgdomein Henriëtte Bleumink, Belangenbehartiger Zorgbelang December 2010 Onderzoek

Nadere informatie

Multi source feedback voor de aios

Multi source feedback voor de aios Multi source feedback voor de aios Multi source feedback voor de aios Voor artsen in opleiding tot specialist (aios) is het belangrijk dat zij kennis van het specialisme verwerven, specialistische vaardigheden

Nadere informatie

Relatie tussen Persoonlijkheid, Opleidingsniveau, Leeftijd, Geslacht en Korte- en Lange- Termijn Seksuele Strategieën

Relatie tussen Persoonlijkheid, Opleidingsniveau, Leeftijd, Geslacht en Korte- en Lange- Termijn Seksuele Strategieën Relatie tussen Persoonlijkheid, Opleidingsniveau, Leeftijd, Geslacht en Korte- en Lange- Termijn Seksuele Strategieën The Relation between Personality, Education, Age, Sex and Short- and Long- Term Sexual

Nadere informatie

Generalistisch werkende artsen palliatieve geneeskunde in en vanuit het ziekenhuis. Jan Lavrijsen Maaike Veldhuizen Marlie Spijkers

Generalistisch werkende artsen palliatieve geneeskunde in en vanuit het ziekenhuis. Jan Lavrijsen Maaike Veldhuizen Marlie Spijkers Generalistisch werkende artsen palliatieve geneeskunde in en vanuit het ziekenhuis Jan Lavrijsen Maaike Veldhuizen Marlie Spijkers Disclosure belangen sprekers (potentiële) belangenverstrengeling Voor

Nadere informatie

Klanttevredenheidsonderzoek DBC COPD - Eerste lijn (2011)

Klanttevredenheidsonderzoek DBC COPD - Eerste lijn (2011) Klanttevredenheidsonderzoek DBC COPD - Eerste lijn (2011) Inhoudsopgave Verslag 2-4 Grafieken 5-10 Samenvatting resultaten 11-16 Bijlage - Vragenlijst 17+18 Cohesie Cure and Care Hagerhofweg 2 5912 PN

Nadere informatie

ZELFEVALUATIE VAN DE THEMA S HOOG RISICO MEDICATIE IDENTITOVIGILANTIE

ZELFEVALUATIE VAN DE THEMA S HOOG RISICO MEDICATIE IDENTITOVIGILANTIE COÖRDINATIE KWALITEIT EN PATIËNTVEILIGHEID TWEEDE MEERJARENPLAN 2013-2017 Contract 2013 ZELFEVALUATIE VAN DE THEMA S HOOG RISICO MEDICATIE IDENTITOVIGILANTIE Sp-ziekenhuizen 1 1. Inleiding Hierna volgt

Nadere informatie

Selectief contracteren? Prima, maar beperk mijn keuzevrijheid niet! Verzekerden en verzekeraars over selectief contracteerbeleid

Selectief contracteren? Prima, maar beperk mijn keuzevrijheid niet! Verzekerden en verzekeraars over selectief contracteerbeleid Dit factsheet is een uitgave van het NIVEL. De gegevens mogen met bronvermelding (Romy Bes, Anne Brabers, Margreet Reitsma-van Rooijen en Judith de Jong. Selectief contracteren? Prima, maar beperk mijn

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting De levensverwachting van mensen met een ernstige psychiatrische aandoening (EPA) is gemiddeld 13-30 jaar korter dan die van de algemene bevolking. Onnatuurlijke doodsoorzaken zoals

Nadere informatie

BVO Darmkankerscreening in de spreekkamer van de huisarts Nazorg darmkanker in de huisartsenpraktijk. Dokter de kanker is nu weg wat nu verder?

BVO Darmkankerscreening in de spreekkamer van de huisarts Nazorg darmkanker in de huisartsenpraktijk. Dokter de kanker is nu weg wat nu verder? BVO Darmkankerscreening in de spreekkamer van de huisarts Nazorg darmkanker in de huisartsenpraktijk Dokter de kanker is nu weg wat nu verder? Disclosure belangen spreker Jan Wind (potentiële) belangenverstrengeling

Nadere informatie

RATIONELE FARMACOTHERAPIE VOOR OUDEREN. als je door de pillen de patiënt niet meer ziet

RATIONELE FARMACOTHERAPIE VOOR OUDEREN. als je door de pillen de patiënt niet meer ziet RATIONELE FARMACOTHERAPIE VOOR OUDEREN als je door de pillen de patiënt niet meer ziet 14 maart 2013 Toelichting PAO Heyendael organiseert in samenwerking met specialisten ouderengeneeskunde, huisartsen,

Nadere informatie

Hoe is het revalidatie zorggebied op dit moment vormgegeven. Innovaties in de revalidatiezorg. Nieuwe vormen van revalidatie.

Hoe is het revalidatie zorggebied op dit moment vormgegeven. Innovaties in de revalidatiezorg. Nieuwe vormen van revalidatie. Inleiding in de revalidatiegeneeskunde 2011. Hoe is het revalidatie zorggebied op dit moment vormgegeven. De rol van de zorgverzekeraars. Innovaties in de revalidatiezorg. Wat is multidisciplinair. Pijnrevalidatie.

Nadere informatie

Onekey Brochure Refresh_Date 11-01-16

Onekey Brochure Refresh_Date 11-01-16 2 3 Huisartsen V1 Apotheekhoudende Huisarts 503 388 503 388 01 Huisarts 10075 7706 3 3 10078 7709 01 Huisarts i.o* 904 858 904 858 HAPOV1 Apoth. Huisarts praktijk 373 364 CAB01 Huisartsenpraktijk 4679

Nadere informatie

KWALITEIT VAN ZORG VERBETEREN EEN KWESTIE VAN CULTUUR? Hub Wollersheim, Marlies Hulscher, Theo van Achterberg

KWALITEIT VAN ZORG VERBETEREN EEN KWESTIE VAN CULTUUR? Hub Wollersheim, Marlies Hulscher, Theo van Achterberg KWALITEIT VAN ZORG VERBETEREN EEN KWESTIE VAN CULTUUR? Hub Wollersheim, Marlies Hulscher, Theo van Achterberg Vertrekpunt Er is veel praktijkvariatie De praktijk van de zorg kan heel vaak nog beter Er

Nadere informatie

Meerderheid van de Nederlanders is bekend met directe toegang fysiotherapie

Meerderheid van de Nederlanders is bekend met directe toegang fysiotherapie Deze factsheet is geschreven door C. Leemrijse, I.C.S. Swinkels, en D. de Bakker van het NIVEL. De gegevens mogen met bronvermelding worden gebruikt, NIVEL, februari 2007. Meerderheid van de Nederlanders

Nadere informatie

Handhygiene en gedrag: wat werkt wel en wat werkt niet? Ed van Beeck Afdeling Maatschappelijke Gezondheidszorg Erasmus MC

Handhygiene en gedrag: wat werkt wel en wat werkt niet? Ed van Beeck Afdeling Maatschappelijke Gezondheidszorg Erasmus MC Handhygiene en gedrag: wat werkt wel en wat werkt niet? Ed van Beeck Afdeling Maatschappelijke Gezondheidszorg Erasmus MC De handen: bron en verspreider van microorganismen Met indicatie voor isolatie

Nadere informatie

Creëren van een sense of urgency

Creëren van een sense of urgency Creëren van een sense of urgency Evaluatie van de poliklinische epilepsiezorg in het MUMC+ Kwaliteitsindicatoren richtlijn epilepsie in de praktijk Jeske Nelissen Verpleegkundig specialist Neurologie Inhoud

Nadere informatie

Meningen van verpleegkundigen en verzorgenden over de complexiteit van zorg Factsheet Panel Verpleegkundigen en Verzorgenden, april 2007

Meningen van verpleegkundigen en verzorgenden over de complexiteit van zorg Factsheet Panel Verpleegkundigen en Verzorgenden, april 2007 LEVV Landelijk Expertisecentrum Verpleging & Verzorging Meningen van verpleegkundigen en verzorgenden over de complexiteit van zorg Factsheet Panel Verpleegkundigen en Verzorgenden, april 2007 De meeste

Nadere informatie

Kennisdeling in lerende netwerken

Kennisdeling in lerende netwerken Kennisdeling in lerende netwerken Managementsamenvatting Dit rapport presenteert een onderzoek naar kennisdeling. Kennis neemt in de samenleving een steeds belangrijker plaats in. Individuen en/of groepen

Nadere informatie

Thesaurus: afkortingenlijst Versie 4.3a

Thesaurus: afkortingenlijst Versie 4.3a Thesaurus: afkortingenlijst Versie 4.3a NIVEL 13 mei 2013 Colofon Dit is een rapport van het Capaciteitsorgaan Postbus 20051 3502 LB Utrecht info@capaciteitsorgaan.nl www.capaciteitsorgaan.nl T 030-2823840

Nadere informatie

De inzet van doktersassistenten en praktijkondersteuners in de huisartspraktijk Factsheet Databank Communicatie

De inzet van doktersassistenten en praktijkondersteuners in de huisartspraktijk Factsheet Databank Communicatie Deze factsheet is een uitgave van het NIVEL. De gegevens mogen met bronvermelding (De inzet van doktersassistenten en praktijkondersteuners in de huisartspraktijk. J. Noordman, R. Verheij, P. Verhaak.

Nadere informatie

Toenemend percentage vrouwen in de geneeskunde: verleden, heden en toekomst

Toenemend percentage vrouwen in de geneeskunde: verleden, heden en toekomst Postprint Version 1.0 Journal website http://www.ntvg.nl/publicatie/toenemend-percentage-vrouwen-de-geneeskundeverleden-heden-en-toekomst Pubmed link DOI Toenemend percentage vrouwen in de geneeskunde:

Nadere informatie

P. de Beurs, psychiater en adviseur voor de IGZ

P. de Beurs, psychiater en adviseur voor de IGZ P. de Beurs, psychiater en adviseur voor de IGZ Inleiding De toezichtketen in perspectief Toezicht door IGZ Onderzoek A. Huisman De toezichtketen in perspectief bij suïcides Persoonlijke adviezen Inleiding

Nadere informatie

Patient-reported outcome measures. Spreker Diana Delnoij Plaats Kwaliteitsinstituut

Patient-reported outcome measures. Spreker Diana Delnoij Plaats Kwaliteitsinstituut Patient-reported outcome measures Spreker Diana Delnoij Plaats Kwaliteitsinstituut datum Waarom PROMs Van complicaties naar toegevoegde waarde Gebruik PROMs: Wetenschappelijk, t.b.v. Klinische trials;

Nadere informatie

Chapter 9 Samenvatting CHAPTER 9. Samenvatting

Chapter 9 Samenvatting CHAPTER 9. Samenvatting Chapter 9 Samenvatting CHAPTER 9 Samenvatting 155 Chapter 9 Samenvatting SAMENVATTING Richtlijnen en protocollen worden ontwikkeld om de variatie van professioneel handelen te reduceren, om kwaliteit van

Nadere informatie

evaluating the effectiveness of an e- learning based clinically integrated basic EBM course Sjors Coppus Ben Willem Mol

evaluating the effectiveness of an e- learning based clinically integrated basic EBM course Sjors Coppus Ben Willem Mol A cluster randomised controlled trial evaluating the effectiveness of an e- learning based clinically integrated basic EBM course Namens de EU-EBM EBM Unity Sjors Coppus Ben Willem Mol Vaardigheidstest

Nadere informatie

Patiënteninformatie. Reuma-handenspreekuur. Reuma-handenspreekuur

Patiënteninformatie. Reuma-handenspreekuur. Reuma-handenspreekuur Patiënteninformatie Reuma-handenspreekuur Reuma-handenspreekuur 1 Reuma-handenspreekuur Polikliniek Revalidatiegeneeskunde, route 0.6 Telefoon (050) 524 5885 Algemeen Neemt u bij ieder bezoek aan het

Nadere informatie

List of publications. List of publications 213

List of publications. List of publications 213 List of publications List of publications 213 Publications in English Bekkema N., Veer A. de, Hertogh C. & Francke A. Perspectives of people with mild intellectual disabilities on care-relationships at

Nadere informatie

Rapportage onderzoek collectie fictie. voor bibliotheken

Rapportage onderzoek collectie fictie. voor bibliotheken Rapportage onderzoek collectie fictie voor bibliotheken Rapportage onderzoek collectie fictie Een onderzoek onder klanten naar de tevredenheid over de collectie fictie van de bibliotheek Regiobibliotheek

Nadere informatie

LICHTE COGNITIEVE STOORNISSEN

LICHTE COGNITIEVE STOORNISSEN LICHTE COGNITIEVE STOORNISSEN Wel of geen diagnostiek? Wel of geen diagnose? BrainAgingMonitor Hoe oud is jouw brein? Donderdag 26 april 2012 www.brainagingmonitor.nl Toelichting PAO Heyendael organiseert

Nadere informatie

PROFESSIONEEL STATUUT VOOR EEN HUISARTS IN DIENST BIJ EEN HUISARTS

PROFESSIONEEL STATUUT VOOR EEN HUISARTS IN DIENST BIJ EEN HUISARTS BIJLAGE II PROFESSIONEEL STATUUT VOOR EEN HUISARTS IN DIENST BIJ EEN HUISARTS Overwegende: - dat overeenkomstig artikel 5 onder a van de CAO HID/DA de huisarts zijn werkzaamheden zal verrichten met inachtneming

Nadere informatie

Bereikbaarheid Huisartsenpraktijken Nijmegen en omgeving

Bereikbaarheid Huisartsenpraktijken Nijmegen en omgeving Bereikbaarheid Huisartsenpraktijken Nijmegen en omgeving Voorwoord In het voorliggende rapport worden de resultaten van het onderzoek weergegeven die de HA Kring Nijmegen en omgeving heeft verricht om

Nadere informatie

Huisartsopleiding. Kennismakingsbrochure. Huisarts: specialist in veelzijdigheid! a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a

Huisartsopleiding. Kennismakingsbrochure. Huisarts: specialist in veelzijdigheid! a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a Huisarts: specialist in veelzijdigheid! Kennismakingsbrochure Huisartsopleiding a a a a a a a a a a 1 Huisarts: specialist in veelzijdigheid! Je maakt hele

Nadere informatie

Sociaal netwerk bron van hulp en van zorg. Geeke Waverijn & Monique Heijmans

Sociaal netwerk bron van hulp en van zorg. Geeke Waverijn & Monique Heijmans Deze factsheet is een uitgave van het NIVEL. De gegevens mogen met bronvermelding (Sociaal netwerk bron van hulp en van zorg, G. Waverijn & M. Heijmans, NIVEL, 2015) worden gebruikt. U vindt deze factsheet

Nadere informatie

Digitaal verwijzen in de regio ZO Brabant

Digitaal verwijzen in de regio ZO Brabant Digitaal verwijzen in de regio ZO Brabant Een stage onderzoek gericht op de ervaringen met de ZorgDomein applicatie. Managementsamenvatting Januari 2011 Annelieke Niezen, student Maastricht University

Nadere informatie

Belangrijkste conclusies. Respons. 1 Resultaten Zorg in het algemeen

Belangrijkste conclusies. Respons. 1 Resultaten Zorg in het algemeen Belangrijkste conclusies De meeste mensen (73) wenden zich met zorgvragen tot de huisarts. Internet is inmiddels ook een populaire vraagbaak geworden; 60 zoekt het antwoorden op zorgvragen op internet.

Nadere informatie

Samen voor de beste wondzorg in de regio!

Samen voor de beste wondzorg in de regio! Samen voor de beste wondzorg in de regio! Wond Expertise Centrum (WEC) Deventer Ziekenhuis Eddy Koopman, wondconsulent Inhoud presentatie Wat is een WEC Waarom een WEC Wie doet wat binnen een WEC Voor

Nadere informatie

Onderzoek klanttevredenheid Proces klachtbehandeling 2011... Antidiscriminatievoorziening Limburg

Onderzoek klanttevredenheid Proces klachtbehandeling 2011... Antidiscriminatievoorziening Limburg Proces klachtbehandeling 2011................................................................... Antidiscriminatievoorziening Limburg Mei 2012...................................................................

Nadere informatie

In 2015 is NV schade opnieuw goed beoordeeld door werknemers en werkgevers

In 2015 is NV schade opnieuw goed beoordeeld door werknemers en werkgevers In 2015 is NV schade opnieuw goed beoordeeld door werknemers en werkgevers Samenvatting KTO NV schade 2015 31 maart 2016 Situatie en centrale vraagstelling Onderzoek naar de tevredenheid en loyaliteit

Nadere informatie