Continuïteit in de palliatieve thuiszorg door de huisarts: organisatie van palliatieve zorg na de werkuren

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Continuïteit in de palliatieve thuiszorg door de huisarts: organisatie van palliatieve zorg na de werkuren"

Transcriptie

1 Continuïteit in de palliatieve thuiszorg door de huisarts: organisatie van palliatieve zorg na de werkuren Dr. De Moitié Els Promotor: Prof. Bert Aertgeerts Co-promotoren: Prof. Jan De Lepeleire, Dr. Mieke Vermandere Master of Family Medicine Masterproef Huisartsgeneeskunde

2 Abstract Titel: Continuïteit in de palliatieve thuiszorg door de huisarts: organisatie van palliatieve zorg na de werkuren. Haio: Els De Moitié Katholieke universiteit Leuven Promotor: Prof. Dr. Bert Aertgeerts Co-promotor: Prof. Jan De Lepeleire, Dr. Mieke Vermandere Praktijkopleiders: Dr. Frans Staes, Dr. Jos Geukens Context: De laatste jaren veranderde het sociodemografische landschap in de huisartsgeneeskunde. Er is een vervrouwelijking van het beroep en meer en meer artsen werken halftijds. Tegelijkertijd ervaren we een vergrijzing van de patiëntenpopulatie, waardoor we in de toekomst meer en meer met palliatieve patiënten zullen te maken hebben. Palliatieve zorg vraagt een groot engagement van de huisarts, ook na de werkuren, en men kan zich afvragen of huisartsen tegenwoordig gemotiveerd zijn om deze taak op zich te nemen. Onderzoeksvraag: 1. Hoe organiseert de huisarts tegenwoordig continuïteit in de palliatieve thuiszorg na de werkuren? 2. Gebruiken huisartsen een palliatieve gsm om deze continuïteit te garanderen? Methode (literatuur en registratiewijze): a. Literatuuronderzoek: Aanvankelijk werd de Nederlandstalige literatuur van NHG en Domus Medica nagekeken. Vervolgens doorzochten we de databanken MEDLINE, EMBASE en CINAHL met als MESH termen: palliative care, continuity of care, primary health care, after-hours-care voor de eerste onderzoeksvraag, en mobile Phone (telephone, cellular phone) telecare, telemedicine, continuity of care, palliative care en general practitioner voor de tweede onderzoeksvraag. Voor de Belgische cijfers raadpleegden we de databank van het Kenniscentrum voor gezondheidszorg. b. Enquête bij huisartsen: Na het literatuuronderzoek voerden we een online enquête uit bij huisartsen. De enquête werd naar 471 huisartsen g d. 100 huisartsen vervolledigden de gehele enquête. Resultaten: Engagement door de huisarts blijkt erg belangrijk voor de kwaliteit van palliatieve zorg. Huisartsen ondervinden een aantal belangrijke barrières, maar desondanks zien zij palliatieve zorg als een belangrijk deel van hun functie als huisarts en zien zij zichzelf als een spilfiguur in het organiseren van deze zorg. In België is de organisatie van palliatieve zorg na de werkuren erg wisselend. De meerderheid van de artsen blijkt zelf telefonisch bereikbaar te blijven na de werkuren. Dit was onafhankelijk van de praktijkvorm, werkervaring en locatie van de praktijk. Vrouwelijke artsen blijken wel vaker zelf telefonisch bereikbaar te blijven na de werkuren. Artsen vinden het palliatief thuisdossier belangrijk voor het doorgeven van informatie aan de dokter van wacht. Conclusies: Telefonische bereikbaarheid na de werkuren is goed ingeburgerd bij de Vlaamse huisartsen. Toch is er ruimte voor verbetering. Er zijn nog steeds artsen die niet bereikbaar blijven en zelfs de wachtdienst niet inlichten in verband met de toestand van hun patiënt. Trefwoorden: palliatieve zorg, continuïteit van zorg, huisarts, gsm Contact: 2

3 Inhoudsopgave Abstract Voorwoord Literatuuronderzoek Inleiding Palliatieve zorg: door de huisarts?! Sociodemografische veranderingen in de eerstelijnszorg Methoden... 7 Onderzoeksvraag 1: Hoe organiseert de huisarts tegenwoordig continuïteit in de palliatieve thuiszorg na de werkuren?... 7 Onderzoeksvraag 2: Gebruiken huisartsen een palliatieve gsm om deze continuïteit te garanderen? Resultaten... 9 Onderzoeksvraag 1: Hoe organiseert de huisarts tegenwoordig continuïteit in de palliatieve thuiszorg na de werkuren?... 9 Onderzoeksvraag 2: Gebruiken huisartsen een palliatieve gsm om deze continuïteit te garanderen? Discussie...21 Onderzoeksvraag 1: Hoe organiseert de huisarts tegenwoordig continuïteit in de palliatieve thuiszorg na de werkuren?...21 Onderzoeksvraag 2: Gebruiken huisartsen een palliatieve gsm om deze continuïteit te garanderen? Conclusie Project Inleiding Methoden...25 Statistische analyse Resultaten Demografische gegevens Gegevensanalyse Discussie...36 Samenvatting van de bevindingen en vergelijking met bestaande literatuur...36 Sterktes en zwaktes van de studie...37 Implicaties voor verder onderzoek Samenvatting Bronnen Bijlage Online enquête: palliatieve zorg door de huisarts

4 1. Voorwoord De laatste jaren is de demografie in de eerstelijnszorg veranderd. De principes en filosofie zijn nog steeds dezelfde, maar, waar in het verleden de huisarts vaak mannelijk was, alleen werkte of met zijn secretaresse, dag en nacht bereikbaar voor zijn patiënten, is er nu meer en meer vervrouwelijking van het beroep en meer en meer artsen die deeltijds werken. Huisartsenkringen worden opgericht om de continuïteit van zorg te garanderen na de werkuren, en het aantal groepspraktijken neemt toe. 1 Vragen over het effect hiervan op de palliatieve zorg ontstonden toen ik enkele maanden geleden tijdens de wachtdienst op huisbezoek ging bij een voor mij en mijn praktijk onbekende palliatieve patiënte. Er was een medicatielijst en probleemlijst, maar geen enkele andere informatie over prognose of afgesproken behandeling beschikbaar. De behandelende huisarts was niet meer bereikbaar. Aanpassen van de behandeling was aldus zeer moeilijk. In de terminale fase verhoogt de nood aan hulp, om zowel fysieke als psychologische redenen. Wachten op zorg tot tijdens de werkuren is vaak geen optie. In België kiezen huisartsen individueel hoe zij palliatieve zorg na de werkuren organiseren. Sommigen blijven dag en nacht bereikbaar, anderen verdelen de zorg in de groepspraktijk of steunen op de dokter van wacht om te zorgen voor hun palliatieve patiënten in geval van nood. In de groepspraktijk waar ik vorig jaar werkte, gebruikten de huisartsen een palliatieve gsm, een apart telefoonnummer dat enkel gebruikt werd voor palliatieve patiënten. Vanaf het moment dat de patiënt terminaal beschouwd werd en snel moest kunnen geholpen worden, kregen de mantelzorgers het telefoonnummer, zodat ze op elk moment een arts van de praktijk konden bereiken in geval van nood. De zorg dragen over zijn/haar palliatieve patiënten vereist een groot engagement van de huisarts. Zijn huisartsen in Vlaanderen hiertoe bereid? Deze thesis wil identificeren hoe huisartsen palliatieve zorg organiseren, welke barrières zij hierbij ondervinden en of zij gebruik maken van een palliatieve gsm om continuïteit van zorg na de werkuren te garanderen. 4

5 2. Literatuuronderzoek 2.1 Inleiding Palliatieve zorg: door de huisarts?! Volgens de WHO (World Health Organization) wordt palliatieve zorg gedefinieerd als een benadering die de kwaliteit van leven van patiënten die lijden aan een levensbedreigende ziekte en hun familie bevordert door middel van preventie en wegnemen van lijden door vroege identificatie en behandeling van pijn en andere problemen, zoals fysiek, psychosociaal en spiritueel. 2 Palliatieve zorg bevat alle essentiële karakteristieken van eerstelijnszorg: het moet continu, veralgemeend en individueel zijn. 3 Dokters kunnen zich niet langer baseren op biomedische modellen van diagnose therapie behandeling. Het perspectief van de patiënt wordt van het allergrootste belang. 4 Volgens patiënten en huisartsen zijn de kernwaarden in de zorg voor het levenseinde toegankelijkheid tot zorg en bereikbaarheid van de behandelende arts, pijn- en symptoommanagement en emotionele ondersteuning. 5-6 Sterven is een persoonlijk en uniek proces. De huisarts kent de patiënt meestal sinds vele jaren en heeft hierdoor een goed inzicht in de voorgeschiedenis en achtergrondinformatie rond de patiënt. Dit plaatst hem/haar in een uitgelezen positie om, indien de patiënt thuis wenst te sterven, de zorg rond het levenseinde mee te dragen, omdat hij signalen beter en gemakkelijker kan interpreteren Sociodemografische veranderingen in de eerstelijnszorg De laatste jaren veranderde de structuur van de eerstelijnszorg echter. Een recent verschenen artikel onderzocht verschillen in gepresenteerde gezondheidsproblemen in Nederland tussen 1987 en De auteur baseerde zich hierbij op twee grote nationale studies. Hij toonde aan dat steeds meer Nederlandse huisartsen deeltijds werken. Het vak van huisarts is geen typisch mannenberoep meer, vrouwen zijn aan een snelle opmars begonnen en lijken op korte termijn zelfs in de meerderheid te geraken: in 2008 was 71% van de huisartsen in opleiding in Nederland vrouwelijk. Het aantal samenwerkingsverbanden van drie of meer huisartsen is sterk gestegen ten opzichte van het aantal solistisch werkende huisartsen. Vooral vrouwen kiezen zelden voor een solopraktijk. 1 (zie tabel 1) 5

6 Tabel 1: Veranderingen binnen de beroepsgroep en praktijkvorm tussen 1987 en 2008 in Nederland % vrouwen % deeltijdswerkers % < 40j % in solopraktijk % in duopraktijk % in groepspraktijk of gezondheidscentrum Ook in België is een dergelijke trend merkbaar. Omdat het medisch beroep vergrijst (in 2005 bedroeg het aantal huisartsen ouder dan 50 jaar 47,5%) en vervrouwelijkt (30,1% van het huidig aantal artsen is een vrouw, terwijl deze verhouding 59,5% bedraagt bij de pas afgestudeerden), zal dit een impact hebben op de beschikbare arbeidskrachten. Dit heeft ook een invloed op de productiviteit. Tussen 2002 en 2005 werd een duidelijke vermindering van het aantal huisbezoeken door de huisarts vastgesteld. Deze daling werd niet gecompenseerd door een toename van andere medische activiteiten. 7 Palliatieve zorg vraagt een groot engagement van de huisarts, ook na de werkuren, en men kan zich afvragen of huisartsen tegenwoordig gemotiveerd zijn om deze taak op zich te nemen. Kunnen de structurele veranderingen in de huisartsgeneeskunde de kernwaarden van de zorg voor het levenseinde bedreigen? Misschien hoeft de toename in groepspraktijken geen bedreiging te zijn voor de continuïteit van zorg, maar kan het in tegendeel een mogelijkheid zijn om deze continuïteit op een huisartsvriendelijke manier waar te maken. Gedurende de afwezigheid van de eigen huisarts, kan één van de collega s in de praktijk gemakkelijk toegang hebben tot het medisch dossier en zal geen volledig vreemde zijn voor de patiënt. 4 In onderstaand literatuuronderzoek zullen wij verder nagaan hoe palliatieve zorg na de werkuren door de huisarts georganiseerd wordt. Onderzoeksvragen van deze literatuurstudie: 1. Hoe organiseert de huisarts tegenwoordig continuïteit in de palliatieve thuiszorg na de werkuren? 2. Gebruiken huisartsen een palliatieve gsm om deze continuïteit te garanderen? 6

7 2.2 Methoden Onderzoeksvraag 1: Hoe organiseert de huisarts tegenwoordig continuïteit in de palliatieve thuiszorg na de werkuren? 1. Opzoeking in de richtlijnen Aanvankelijk keken we de Nederlandstalige praktijkrichtlijnen na (NHG, Domus Medica, RIZIV richtlijnen). 2. Medische databanken We keken ook de database van het Federaal Kenniscentrum voor gezondheidszorg (KCE) na voor Belgische gegevens omtrent palliatieve zorg door de huisarts. Vervolgens zochten we in de online databanken Medline (Pubmed), Embase en Cinahl. We zochten ook systematisch in de referentielijsten van de geïncludeerde studies naar interessante artikels. 3. Trefwoorden In onze zoektocht werden volgende trefwoorden gebruikt (MESH Terms): Palliative care + Continuity of patient care + Primary health care en After hours care + Palliative care. 4. Inclusie- en exclusiecriteria Inclusiecriteria: we selecteerden enkel de artikels die handelden over huisartsgeneeskunde en thuiszorg. Als limieten gebruikten we de artikels gepubliceerd in het Engels of Frans, tijdens de laatste 10 jaar, die handelden over volwassen personen. Exclusiecriteria: Artikels over pediatrische palliatieve zorg werden niet in de studie opgenomen. Onderzoeksvraag 2: Gebruiken huisartsen een palliatieve gsm om deze continuïteit te garanderen? 1. Opzoeking in medische databanken Gezien de Nederlandstalige richtlijnen geen vermelding maakten van het gebruik van een gsm in palliatieve zorg zochten we voor het tweede deel van onze literatuurstudie in de databank Medline. We gingen ook de referentielijsten na van de geïncludeerde studies naar interessante artikels. Ook zochten we in de Cochrane database via het trefwoord telemedicine. 7

8 2. Trefwoorden We combineerden volgende trefwoorden (MESH terms): Mobile phone (telephone, cellular phone), Telecare, Telemedicine, Continuity of care, Palliative care, General practitioner (of family practice). 3. Inclusie / exclusiecriteria Inclusiecriteria: Opnieuw selecteerden we enkel de artikels gepubliceerd in het Engels of Frans, tijdens de laatste 10 jaar, die handelden over volwassenen. Het artikel diende te handelen over zorg door de huisarts en over thuiszorg. Artikels over hartfalen werden mee opgenomen, aangezien het hierbij doorgaans gaat om een niet-curatieve aandoening. Ook artikels over kanker werden mee opgenomen, indien het artikel handelde over de telefonische begeleiding van deze patiënten. Exclusiecriteria: Artikels die handelden over pediatrische palliatieve zorg of een telefonisch adviescentrum voor palliatieve zorg werden geëxcludeerd uit de studie, net zoals artikels over telefonische begeleiding van andere pathologie zoals bijvoorbeeld in de opvolging van astma, rookstop begeleiding en middelenmisbruik. 8

9 2.3 Resultaten Onderzoeksvraag 1: Hoe organiseert de huisarts tegenwoordig continuïteit in de palliatieve thuiszorg na de werkuren? De Nederlandstalige praktijkrichtlijnen na (NHG, Domus Medica, RIZIV richtlijnen) leverden slechts enkele hits op over palliatieve zorg. In totaal leverde onze zoektocht 49 bruikbare artikels op (zie figuur 1). Zoektermen Palliativecare + continuityof patientcare + primary health care: 212 artikels Limits: artikel in Engels/Frans, laatste 10j, volwassenen Exclusie: artikels over palliatieve eenheid, geen abstract beschikbaar, artikels over pediatrie (39) 50 artikels Medline Embase Richtlijnen (NHG, Domus medica) Inclusie: artikels over huisarts Inclusie: artikels over huisarts, thuiszorg Zoektermen: afterhours+ palliativecare: 7 artikels Exclusie: (28) Zoektermen Palliativecare + continuity+ general practitioner: 40 artikels Inclusie: artikels over huisarts, thuiszorg Exclusie: geen abstract (8) Cinahl Zoektermen Palliativecare + continuity+ primarycare: 18 artikels Inclusie: artikels over huisarts, thuiszorg Via citatie uit referenties van gevonden artikels KCE 11 artikels 5 artikels 12 artikels 2 artikels 10 artikels 8 artikels 1 artikel 49 artikels Figuur 1: Flow chart van literatuuropzoeking 1. Belgische gegevens In 2007 voerde het federaal kenniscentrum voor de gezondheidszorg een grote epidemiologische enquête uit bij 909 Belgische huisartsen om na te gaan wat hun ervaringen waren met palliatieve zorg. Er is een grote diversiteit in palliatieve zorgmodellen beschikbaar in België (thuiszorg, hospitaalzorg, mobiele teams, palliatieve zorg in het rusthuis, palliatief team en palliatieve dagcentra), maar uit de studie bleek geen evidentie dat het ene model superieur zou zijn boven het andere. Hoewel er in België vele diensten bestaan voor zowel ambulante als gehospitaliseerde patiënten, doen Belgische zorgverleners hier niet zo vaak een 9

10 beroep op als we zouden verwachten. Uit de resultaten bleek dat de meeste huisartsen wel op de hoogte zijn van het bestaan van palliatieve zorgteams (96%), maar dat minder dan 10% van de huisartsen beroep deed op een palliatief team in Huisartsen in België zijn het er wel over eens dat de zorg voor palliatieve patiënten een essentiële taak is voor de huisarts. 4,7 Meer dan 80% van de huisartsen vindt het een verrijking van het beroep. Vele huisartsen (89.3%) wensen de zorg voor palliatieve patiënten te delen met andere professionals. De meeste huisartsen zien zichzelf als de contactpersoon voor andere zorgverleners (88%). Het geven van medische informatie en de coördinatie van de zorg staat voor hun centraal. 7 Ook studies uit andere landen (onder andere Noorwegen 8, Nederland 9-10 ) tonen aan dat huisartsen erkennen dat zij een belangrijke rol spelen in de palliatieve zorg en het garanderen van continuïteit doorheen het gehele ziekteproces. Engagement van de huisarts beïnvloedt de locatie van overlijden. De laatste decennia neemt de levensverwachting en het aantal levensverlengende behandelingen toe. Patiënten kunnen nog vele maanden overleven na stopzetten van de curatieve behandeling. De meerderheid van de palliatieve patiënten drukt hun wens uit om thuis te kunnen blijven in deze laatste fase van hun leven Thuis zorgen voor een palliatieve patiënt vraagt een grote draagkracht van het sociaal en professioneel zorgnetwerk rond de patiënt. Bij minder goede coördinatie tussen de verschillende professionele en familiale hulpverleners, kan de zorg te zwaar worden voor de familie. Dit kan, tegen de wens van de patiënt in, resulteren in een ziekenhuisopname van de patiënt een paar dagen voor het overlijden. De locatie van overlijden is een belangrijke kwaliteitsindicator in de palliatieve zorg die gemakkelijk kan gebruikt en gemeten worden. Van den Block et al. 16 analyseerden het aantal verplaatsingen van patiënten in België gedurende de laatste 3 maanden van hun leven. Bij 73% van de patiënten die thuis verbleven kwam minstens 1 transitie voor gedurende die 3 maanden. Dichter naar het levenseinde toe was er een stijging in de sterfte in het ziekenhuis, een daling in de thuissterfte en een stijging in het gebruik van palliatieve eenheden, voornamelijk in de laatste 2 weken van het leven. Van alle getransfereerde patiënten, werd 80% getransfereerd in de laatste maand van het leven en 33% in de laatste week. Dit resulteert uiteindelijk in een hogere sterfte in het ziekenhuis. 16 (zie figuur 2) 10

11 Figuur 2: Transities in locatie van zorg gedurende de laatste 3 maanden van het leven. 16 In 2000 gingen Higginson et al. 13 (UK) in een systematische review de literatuur na omtrent voorkeur van plaats van overlijden bij palliatieve patiënten en hun mantelzorgers. Zowel bij patiënten als mantelzorgers verkoos de meerderheid thuis sterven (patiënten > mantelzorgers). Bij een recent overlijden van een naaste vriend of familielid koos men vaker voor sterven in het ziekenhuis. De voorkeur van de patiënt omtrent thuis overlijden veranderde soms bij ziekteprogressie, in functie van de omstandigheden thuis: in goede omstandigheden steeg dit van 67% (initieel) naar 70% bij het laatste interview, in minder ideale omstandigheden daalde de initiële voorkeur voor thuis sterven van 90% naar 50% en kozen patiënten eerder voor sterven in een palliatieve eenheid naarmate de tijd vorderde. Ook bij de mantelzorgers zag men een dergelijke trend. Tegelijkertijd werd met de tijd een stijging in vermoeidheid gerapporteerd bij de mantelzorger. De daling in voorkeur voor thuiszorg bij mantelzorgers was niet statistisch significant, maar suggereert dat de toegenomen last voor de mantelzorger de voorkeur van plaats van overlijden in realistische omstandigheden sterk beïnvloedt. 13 Uit het onderzoek van het kenniscentrum blijkt dat ook in België 52% van de patiënten thuis wenst te sterven (45.3% van de familieleden). Indien hun wens voordien uitgesproken werd, 11

12 konden de meeste palliatieve patiënten sterven op de plaats die zij prefereerden. Indien de patiënt thuis wenste te sterven gebeurde dit ook in 76% van de gevallen. De meest frequente reden van overlijden in het ziekenhuis was dat de medische zorg te zwaar werd om thuis uit te voeren, of dat de huisarts of specialist vaststelde dat de zorg psychologisch te zwaar werd voor de familie. 7 Er dient opgemerkt te worden dat in 28% van de gevallen de voorkeur voor plaats van overlijden voordien niet besproken werd met de huisarts. 7 Ook een retrospectieve studie van Meeusen et al. 14 gaf vergelijkbare resultaten aan: in hun studie was minder dan de helft van de huisartsen (46%) zich bewust van de voorkeur van hun patiënt. Het bewustzijn van de huisarts omtrent de wensen van de patiënt was hoger indien de patiënt niet gehospitaliseerd werd gedurende de laatste 3 maanden, indien een palliatief team geconsulteerd werd of indien er meer dan 7 contacten waren tussen de huisarts en de patiënt of de familie gedurende de laatste 3 maanden. 14 Huisartsen vinden het moeilijk om met de patiënt over locatie van overlijden te praten, behalve wanneer de patiënt hier zelf over begint. In België blijkt voor 38% van de huisartsen een gesprek over het levenseinde moeilijk. 53% van de huisartsen praat met elke palliatieve patiënt over het nakende doodseinde, 21% helemaal niet. 7 De voorkeur voor plaats van overlijden lijkt frequent te veranderen met de tijd en wordt soms moeilijk gedefinieerd door de patiënt. Vaak wordt er beslist in overleg met de patiënt, of door middel van veronderstelling door de gezondheidsverlener zonder directe vraagstelling of zonder een definitief antwoord van de patiënt te verkrijgen. 15 Gomes et al. 11 identificeerden door middel van een systematische review 17 factoren die de plaats van overlijden beïnvloeden bij terminale patiënten met kanker. (zie figuur 3) Omgevingsfactoren bleken de grootste invloed te hebben. Zes factoren waren sterk geassocieerd met thuis sterven: een lage functionele status, een uitgedrukte voorkeur voor thuis sterven, thuiszorg en zijn intensiteit (frequente huisbezoeken), leven met familieleden en kunnen rekenen op uitgebreide familiale steun. 11 Recente studies suggereren dat patiënten met de steun van de huisarts en geëngageerde mantelzorgers meer kans hebben om thuis te sterven Aabom et al. 19,21 ontdekten dat de intensiteit van huisbezoeken door de huisarts gedurende de laatste 3 maanden omgekeerd evenredig geassocieerd was met sterven in het ziekenhuis (OR = 0.08, 95% [CI] = ). Een hoger aantal huisbezoeken door de huisarts in de laatste weken verhoogde de kans op thuis sterven. De associatie bleek zelfs nog sterker wanneer de patiënt voordien palliatief 12

13 verklaard was. Ook de zorg door een thuisverpleegkundige bleek de kans op thuis sterven significant te verhogen (OR = 0.68, 95% [CI] = ). Het type kanker, geslacht of woonplaats (stedelijk of landelijk) was niet geassocieerd met hospitaalsterfte. Ook Burge et al. 18 toonde aan dat deze associatie huisbezoeken - thuis sterfte niet alleen significant was, maar ook dosis afhankelijk: hoe méér huisbezoeken door de huisarts, hoe groter de kans om thuis te sterven. Hogere continuïteit door de huisarts bleek ook significant geassocieerd te zijn met een lager aantal bezoeken aan de spoedgevallen gedurende de laatste dagen van het leven. 22 Figuur 3: Factoren die de plaats van overlijden van palliatieve patiënten beïnvloeden. 11 Barrières voor intensievere participatie in palliatieve zorg Hoewel het engagement van huisartsen in palliatieve zorg efficiënt bleek om de kwaliteit van zorg te verbeteren, zijn huisartsen niet altijd gemotiveerd om bij te dragen aan deze intense opvolging van hun patiënten. Huisbezoeken en tijd voor arts - patiënt contacten staan ook in de normale consultaties onder druk. 1,7 Palliatieve zorg vereist nog meer aandacht en bereikbaarheid van de huisarts. Er zijn sterk individuele verschillen tussen huisartsen. Afhankelijk van interesse en ervaring, is er een verschillende competentie en kennis over palliatieve zorg. Huisartsen hebben ook een eigen opinie omtrent bereikbaarheid, toegankelijkheid en bereidheid om na de werkuren voor palliatieve patiënten te zorgen (gedefinieerd als avonden, weekends van vrijdag tot maandag ochtend en vrije dagen). Verschillende barrières voor intensievere deelname aan palliatieve zorg werden geïdentificeerd Een Nederlandse studie verdeelde deze barrières in 3 niveaus: 13

14 (1) persoonlijke (gerelateerd aan kennis, vaardigheden, tijd en emoties), (2) relationele (communicatie en samenwerking) en (3) organisatorische barrières (gerelateerd aan de organisatie van de zorg en compartimentalisatie in de gezondheidszorg). (Zie ook figuur 4) Persoonlijke barrières Een tekort aan kennis over symptoomcontrole, bepaalde vaardigheden (zoals bijvoorbeeld werken met een pijnpomp of het aanbrengen van een sonde in geval van blaasretentie) of lagere persoonlijke interesse in palliatieve zorg bleken belangrijke barrières. Ook werd aangehaald dat huisartsen te weinig palliatieve patiënten zien op één jaar tijd om volledig up to date te blijven met kennis en expertise. Men was vaak niet op de hoogte welke voorzieningen en mogelijkheden er waren om een specifieke medische of technische behandeling mogelijk te maken in een thuissetting. Meer ervaring als huisarts met palliatieve zorg en deelname in casusbesprekingen waren geassocieerd met minder barrières voor het beoefenen van palliatieve zorg. Relationele barrières Op relationeel niveau werden problemen gerapporteerd op vlak van communicatie en samenwerking, voornamelijk tussen de huisarts en mantelzorger en tussen huisartsen en andere gezondheidszorgverstrekkers. Mantelzorgers laten niet altijd zien hoe zwaar de zorg voor hun valt, en hun wensen omtrent plaats van verzorging verschillen soms van die van de patiënt. Ook de communicatie met specialisten blijkt niet altijd even vlot te verlopen. 45 Organisatorische barrières Meer dan 80% van de huisartsen rapporteerden problemen met de organisatie en coördinatie van palliatieve zorg, onder andere de tijd vereist om thuiszorg op te starten en de moeilijkheden die samengaan met de wens of noodzaak om extra zorg voor de patiënt te bekomen. Vele huisartsen vinden palliatieve zorg erg tijdrovend. Vaak blijft er onvoldoende tijd over voor het ondersteunen van de mantelzorger. Belgische huisartsen lijken wel gemotiveerd te zijn om palliatieve zorg te voorzien. 7 De meeste huisartsen ondervinden geen problemen in organisatie van de zorg (time management, ondersteuning, zorgverlening 24u per dag). Palliatieve zorg wordt ervaren als veeleisend maar dit houdt hen niet tegen om dit op te starten. 80.9% van de huisartsen heeft geen problemen om 24 uur per dag palliatieve zorg te voorzien. Moeilijke of onduidelijke administratieve procedures (75%) houden de Belgische huisarts niet tegen om palliatieve zorg op te starten, en ook een gebrek aan kennis niet (74.9%). De helft van de huisartsen ondervond wel 14

15 moeilijkheden om palliatieve zorg op te starten indien de familie niet wenste dat de patiënt geïnformeerd werd (52%). Figuur 4: Barrières voor het voorzien van palliatieve zorg. (*Statistisch significante verschillen tussen de twee groepen (p 0.05)) 24 Continuïteit van zorgen na de werkuren Het voorzien van continuïteit van zorgen na de werkuren wordt door huisartsen gezien als een groot knelpunt. 24 Met de oprichting van huisartsenkringen en wachtdiensten verkleint de kans dat patiënten met een hulpvraag na de werkuren terechtkomen bij een dokter die de voorgeschiedenis kent. Begrip van de noden en ervaringen van palliatieve patiënten en hun mantelzorgers is echter essentieel om efficiënte en effectieve zorg te garanderen. 27 De transfer van informatie tussen de huisarts en zijn/haar vervanger na de werkuren over kwetsbare patiëntengroepen is dus noodzakelijk om goede continuïteit van zorgen te garanderen. 28 Als deze transfer van informatie faalt, moet de dokter van wacht palliatieve zorg voorzien in een complexe situatie zonder adequate informatie Burt et al. 28 analyseerden in 4 huisartsenkringen in Groot Brittannië het aantal contacten gaande over palliatieve zorg tijdens de wachtdienst: van tweederde van de patiënten met palliatieve noden waren de diagnose, prognose en voorkeuren van zorg onbekend voor de wachtdienst. 28 Ook Schweitzer et al. 29 (crosssectionele studie in Nederland, Denemarken en 15

16 Engeland) ondervonden dat niet alle informatie doorgegeven werd aan de dokter van wacht: slechts bij 25,5% van de telefoons over een palliatieve patiënt was de dokter van wacht op de hoogte van de huidige toestand van de patiënt (28,5% voor de terminale patiënten). Indien informatie doorgegeven werd betrof het voornamelijk klinische data. In 90% werden dan gegevens doorgegeven over diagnose en huidige problemen. De wensen van de patiënt en de psychosociale situatie werd respectievelijk in 45% en 30,5% van de gevallen doorgegeven aan de dokter van wacht. 29 (zie tabel 2) Tabel 2: inhoud van doorgegeven informatie door de huisarts naar de wachtdienst. 29 (* = % van informatie transfer formulieren waarin dit item gerepresenteerd was) Content (N = 141) % * Diagnosis 97.2 Current problems 90.1 Medication 84.4 Management plan 72.3 Prognosis 52.5 Patient s wishes 44.7 Information about carers 41.8 Previous contacts 41.8 Patient s awareness of prognosis 40.4 Other professionals involved 39.0 Psychosocial aspects 30.5 Availability own GP 9.9 In een retrospectieve enquête bij Nederlandse artsen 30 beweerde echter 82% van de huisartsen informatie door te geven over hun terminale patiënten aan de wachtdienst. 5% gaf geen enkele vorm van informatie door aan de wachtdienst. Geïdentificeerde redenen voor falen van overdracht van informatie waren: snellere achteruitgang dan verwacht (48%), de huisarts vergat de informatie door te geven (37%) of de patiënt werd net ontslagen uit het ziekenhuis (20%). De meerderheid van de huisartsen rapporteerden informatie over medicatie (90%), wensen aangaande behandeling (87%) en prognose (74%). Minder dan 50% van de huisartsen bleken informatie door te geven over het bewustzijn van de patiënt omtrent diagnose en prognose, de psychosociale context of intoleranties. Toch wensten de meeste huisartsen zelf wel tijdens de wachtdienst informatie te verkrijgen over diagnose, terminale status van de patiënt, medicatie en wensen omtrent behandeling. Slechts 21% van de huisartsen was tevreden met de kwaliteit van getransfereerde informatie

17 Onderzoeksvraag 2: Gebruiken huisartsen een palliatieve gsm om deze continuïteit te garanderen? Uit onze zoektocht in Medline bekwamen we 28 bruikbare artikels. Het nagaan van de referentielijsten van de geïncludeerde studies naar interessante artikels leverde 6 extra artikels op. De opzoeking in de Cochrane database leverde 1 artikel op. In totaal bekwamen we 35 artikels. (tabel 3, figuur 5) Tabel 3: Trefwoorden gebruikt bij literatuuropzoeking 2 Mesh terms Aantal artikels Aantal artikels na inclusie/exclusie Telephone OR Cellular phone + palliative care 9 5 Telephone OR cellular phone + continuity of patient care + palliative care 0 0 Terminal care + continuity of patient care 43 6 Family practice + Terminal care Telemedicine + palliative care 9 4 Family practice + cellular phone 2 0 Figuur 5: flowchart van literatuuropzoeking 2 17

18 Het gebruik van een gsm in gezondheidszorg Gedurende de laatste jaren worden de mogelijkheden van nieuwe technologieën voor preventie, diagnose, monitoring en behandeling van ziekte meer en meer erkend. Deze technologieën omvatten internet, en gsm applicaties, waarnaar in de gezondheidszorg wordt gerefereerd als electronic health of ehealth De literatuur rapporteert snelle vooruitgang, bijvoorbeeld in rookstop en management van chronisch hartfalen en kanker (zie verder). Santosh et al. 31 analyseerden 25 studies over interventies via gsm en sms. Zowel chronische ziekten zoals diabetes en astma, die regelmatig management vereisen, als rookstop, waarbij advies en ondersteuning noodzakelijk is, hadden het meeste voordeel bij de gsm interventies. Draadloze gsm technologie laat toe om de vitale tekens en het activiteitsniveau van de patiënt te observeren, de gezondheidsstatus na te gaan en vroege signalen van problemen te detecteren. Het vermindert isolatie en verhoogt de kans op succesvolle interventies bij moeilijk te bereiken populaties. 31 In 2010 evalueerde een Cochrane review 33 het gebruik van digitale technologie als ondersteuning voor thuiszorg en management van chronische ziekten. De artikels toonden aan dat telecommunicatie haalbaar zou kunnen zijn, maar er was weinig evidentie van een klinisch voordeel. Het merendeel van de geïncludeerde studies werd gelimiteerd door een te kleine onderzoekspopulatie. De studies voorzagen geen analyseerbare data over de financiële implicaties van deze telemedicine systemen. Ook de resultaten omtrent psychologische effecten en veiligheid van deze technieken waren niet conclusief. Verder werd opgemerkt dat artsen er rekening mee dienen te houden dat werken met technologie andere klinische vaardigheden zou kunnen vereisen, zoals bijvoorbeeld specifieke communicatievaardigheden, en dat dit de verhouding tussen arts en patiënt zou kunnen veranderen. Regelmatig wordt vermeld dat zich moeilijkheden kunnen voordoen met zulke technologieën bij oudere personen die geen ervaring hebben met het werken met computers. Ook functionele beperkingen omwille van leeftijd of morbiditeit kunnen de mogelijkheden om digitale technologieën zoals een digitale pen of PC te gebruiken verder limiteren, omdat de gebruiker bekend zou moeten zijn met de basisfuncties van het toestel Eén studie selecteerde relatief jongere patiënten met geavanceerde kanker, in deze populatie toonde de digitale technologie geen problemen

19 Chronisch hartfalen In de ondersteuning van patiënten met chronisch hartfalen, werd telecommunicatie reeds toegepast in de praktijk. Clark et al. 37 analyseerden de opvolging van chronische hartpatiënten, zowel door middel van telemonitoring (de transfer van fysiologische data zoals bloeddruk, gewicht, electrocardiografische gegevens en de zuurstofsaturatie via telefoon of digitale kabel van thuis naar de gezondheidszorgverlener) als gestructureerde telefonische contacten tussen patiënten en gezondheidszorgverleners. Beide methoden werden vergeleken met gewone zorg. Continue monitoring kon de mortaliteit reduceren met 20%. Er was geen significant effect op het algemene opnamecijfer in het ziekenhuis, maar het aantal opnamen in het ziekenhuis voor hartfalen werd gereduceerd met 21%. Dit werd verklaard door een snellere triage van patiënten bij de eerste tekenen van klinische achteruitgang, en aldus geen reductie in het aantal opnames, maar het verblijf in het ziekenhuis was wel korter dankzij een betere begeleiding thuis. 37 Wakefield et al. 38 evalueerden een opvolgingsprogramma na hospitalisatie voor hartfalen, waarbij ze telefonisch contact vergeleken met video contact en gewone zorg. In contrast met de studie van Clark, kon Wakefield geen significant effect aantonen op de mortaliteit, maar de kwaliteit van leven met bijkomende telemonitorming bleek significant hoger en er was langere tijd tot heropname. Videocontact bleek geen voordeel te hebben boven telefonisch contact. 38 Telecare voor patiënten met kanker Kroenke et al. 39 koppelden gecentraliseerd telecare management met geautomatiseerde symptoom monitoring van kankerpatiënten woonachtig in geografisch afgelegen stedelijke en landelijke gebieden. Een groep van 202 kankerpatiënten met pijn en depressie van minimum matige ernst kregen een basistelefoontje en 3 follow up telefoontjes (op 1, 4 en 12 weken), en bovenop deze geplande telefonische contacten ook extra telefoontjes wanneer de automatische monitoring inadequate symptoomverbetering, geen reactie op medicatie, nevenwerkingen, zelfmoordgedachten of een wens van de patiënt om gecontacteerd te worden aangaf. Patiënten in de interventiegroep hadden significant lagere pijn en depressie scores gedurende de 12 maanden van de trial. 39 Ook voor management van nevenwerkingen bij chemotherapie werd mobiele telefonie reeds toegepast. De gsm werd hierbij gebruikt om tweemaal per dag symptomen (nevenwerkingen van chemotherapie zoals misselijkheid, diarree, temperatuur) te versturen. In geval van matige of ernstige symptomen, werd de verpleegster automatisch verwittigd. Zij contacteerde dan de 19

20 patiënt voor verdere symptoomcontrole. De studie toonde aan dat patiënten zich veilig voelde omdat ze van nabij opgevolgd werden en dat ze zelf ook actief konden participeren in hun eigen zorgmanagement. 40 Het gebruik van gsm in palliatieve zorg Vergeleken met andere domeinen in de geneeskunde, is er slechts weinig literatuur beschikbaar over het gebruik van een gsm in de palliatieve zorg. Enkele pilootstudies 35,41-42 werden uitgevoerd waarbij patiënten verhoogde autonomie, verhoogd begrip voor hun ziekte en gevoelens van veiligheid aanhaalden, dankzij het bewustzijn dat zij nauwgezet opgevolgd werden. Technologieën van vandaag bieden nochtans verschillende mogelijkheden voor patiënten om pijnschalen of andere symptomen thuis te analyseren en door te sturen naar de zorgverlener, bijvoorbeeld door het gebruik van een gsm met digitale pen. Lind et al. 35,41 voerden een pilootstudie uit bij 12 palliatieve patiënten met terminale kanker, waarbij het gebruik van gsm in de routine zorg geïmplementeerd werd. Drie keer per dag stuurden de patiënten een pijndagboek door, waarbij de VAS score gebruikt werd en de gebruikte extra dosis van pijnverlichtende medicatie. De zorgverleners zagen de informatie en gebruikte deze als ondersteuning voor het nemen van medische beslissingen. Een plotse stijging in de VAS pijnschaal werd door het systeem verwerkt en doorgestuurd naar de zorgverleners. De uitrusting, een digitale pen en gsm, was draadloos en mobiel, zodat de patiënt mobiel kon blijven. Deze studie toonde aan dat de digitale pen makkelijk in gebruik was en dat het pijndagboek gemakkelijk te begrijpen was voor de meeste patiënten in de studie. De resultaten indiceerden een verhoogde kwaliteit van zorg. Zorgverleners waren zich op voorhand bewust van de toestand van de patiënt en daardoor beter voorbereid op de huisbezoeken. Er was verhoogde participatie in de zorg, betere monitoring van de pijnschalen en de patiënten voelden zich veiliger, wetende dat ze van nabij geobserveerd werden. Over de kostprijs van deze technieken waren geen gegevens beschikbaar. 35,41 20

Hoofdstuk 1. Inleiding.

Hoofdstuk 1. Inleiding. 159 Hoofdstuk 1. Inleiding. Huisartsen beschouwen palliatieve zorg, hoewel het maar een klein deel van hun werk is, als een belangrijke taak. Veel ongeneeslijk zieke patiënten zijn het grootse deel van

Nadere informatie

Chapter 9 Samenvatting CHAPTER 9. Samenvatting

Chapter 9 Samenvatting CHAPTER 9. Samenvatting Chapter 9 Samenvatting CHAPTER 9 Samenvatting 155 Chapter 9 Samenvatting SAMENVATTING Richtlijnen en protocollen worden ontwikkeld om de variatie van professioneel handelen te reduceren, om kwaliteit van

Nadere informatie

Ontwikkelen van kwaliteitsindicatoren in de palliatieve zorg in Vlaanderen. Kathleen Leemans

Ontwikkelen van kwaliteitsindicatoren in de palliatieve zorg in Vlaanderen. Kathleen Leemans Ontwikkelen van kwaliteitsindicatoren in de palliatieve zorg in Vlaanderen Kathleen Leemans Ism. Federatie Palliatieve Zorg Vlaanderen Onderzoekers Kathleen Leemans, Onderzoeker Luc Deliens, Promotor Joachim

Nadere informatie

WAARGENOMEN HINDERNISSEN EN FACILITATOREN VOOR HUISARTS-PATIËNT COMMUNICATIE IN

WAARGENOMEN HINDERNISSEN EN FACILITATOREN VOOR HUISARTS-PATIËNT COMMUNICATIE IN WAARGENOMEN HINDERNISSEN EN FACILITATOREN VOOR HUISARTS-PATIËNT COMMUNICATIE IN PALLIATIEVE ZORG: EEN SYSTEMATISCHE OVERZICHTSSTUDIE Slort, W., Schweitzer, B.P.M., Blankenstein, A. H., Abarshi, E. A.,

Nadere informatie

SAMENVATTING INTRODUCTIE

SAMENVATTING INTRODUCTIE SAMENVATTING INTRODUCTIE Zorg rond het levenseinde Wanneer patiënten en hun familie worden geconfronteerd met een levensbedreigende aandoening wordt verbetering van de kwaliteit van leven van de patiënt

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting 119 120 Samenvatting 121 Inleiding Vermoeidheid is een veel voorkomende klacht bij de ziekte sarcoïdose en is geassocieerd met een verminderde kwaliteit van leven. In de literatuur

Nadere informatie

Feedback rapport Kwaliteitsindicatoren palliatieve zorg. Fictief voorbeeld feedbackrapport TEAM X

Feedback rapport Kwaliteitsindicatoren palliatieve zorg. Fictief voorbeeld feedbackrapport TEAM X Feedback rapport Kwaliteitsindicatoren palliatieve zorg Fictief voorbeeld feedbackrapport TEAM X Auteurs: Kathleen Leemans, Joachim Cohen Contact: kleemans@vub.ac.be 02/477.47.64 De indicatorenset is ontwikkeld

Nadere informatie

but no statistically significant differences

but no statistically significant differences but no statistically significant differences Astma is een chronische aandoening, die niet te genezen is. Met de passende zorg kunnen symptomen tot een minimum worden gereduceerd en zou een astma patiënt

Nadere informatie

SAMENVATTING. Samenvatting

SAMENVATTING. Samenvatting SAMENVATTING. 167 Met de komst van verpleegkundigen gespecialiseerd in palliatieve zorg, die naast de huisarts en verpleegkundigen van de thuiszorg, thuiswonende patiënten bezoeken om te zorgen dat patiënten

Nadere informatie

Zou het u verbazen als deze patiënt over een jaar nog leeft?

Zou het u verbazen als deze patiënt over een jaar nog leeft? Zou het u verbazen als deze patiënt over een jaar nog leeft? Het belang van een integraal anticiperend beleid 22 maart 2012 Bernardina Wanrooij Huisarts, consulent palliatieve zorg AMC Palliatieve zorg

Nadere informatie

Samenvatting. Nieuwe ontwikkelingen in de palliatieve zorg: kwaliteitsindicatoren en het palliatieve zorgcontinuüm.

Samenvatting. Nieuwe ontwikkelingen in de palliatieve zorg: kwaliteitsindicatoren en het palliatieve zorgcontinuüm. Samenvatting Nieuwe ontwikkelingen in de palliatieve zorg: kwaliteitsindicatoren en het palliatieve zorgcontinuüm Samenvatting 173 Vanaf halverwege de jaren '90 is palliatieve zorg door de Nederlandse

Nadere informatie

Samenvatting Deel I Onderzoeksmethodologie in onderzoek naar palliatieve zorg in instellingen voor langdurige zorg

Samenvatting Deel I Onderzoeksmethodologie in onderzoek naar palliatieve zorg in instellingen voor langdurige zorg Samenvatting Palliatieve zorg is de zorg voor mensen waarbij genezing niet meer mogelijk is. Het doel van palliatieve zorg is niet om het leven te verlengen of de dood te bespoedigen maar om een zo hoog

Nadere informatie

Onderzoek naar. levenskwaliteit. bij colorectale (ex-)kankerpatiënten. Basisrapport. Met financiële steun van

Onderzoek naar. levenskwaliteit. bij colorectale (ex-)kankerpatiënten. Basisrapport. Met financiële steun van Onderzoek naar levenskwaliteit bij colorectale (ex-)kankerpatiënten Basisrapport Met financiële steun van Onderzoek naar levenskwaliteit bij colorectale (ex-)kankerpatiënten Basisrapport Auteurs: De Gendt

Nadere informatie

Er is geen tekort aan huisartsen in Vlaanderen en zij zijn niet "burnt out"!

Er is geen tekort aan huisartsen in Vlaanderen en zij zijn niet burnt out! Er is geen tekort aan huisartsen in Vlaanderen en zij zijn niet "burnt out"! Het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg maakte een interessante studie over de performantie van de Belgische gezondheidszorg.

Nadere informatie

Cover Page. The handle holds various files of this Leiden University dissertation.

Cover Page. The handle  holds various files of this Leiden University dissertation. Cover Page The handle http://hdl.handle.net/1887/38701 holds various files of this Leiden University dissertation. Author: Visschedijk, Johannes Hermanus Maria (Jan) Title: Fear of falling in older patients

Nadere informatie

Samenvatting SAMENVATTING

Samenvatting SAMENVATTING SAMENVATTING Deze thesis beschrijft de ontwikkeling van palliatieve zorg in Roemenië en evalueert een nieuwe dienstverlening, i.c. palliatieve zorg thuis door een multidisciplinair team. Deze studie is

Nadere informatie

Deel één Ȃ communicatie over het levenseinde in Europa: een vergelijkend onderzoek.

Deel één Ȃ communicatie over het levenseinde in Europa: een vergelijkend onderzoek. Samenvatting 204 De ethische grondslag om patiënten te betrekken bij beslissingen over de medische behandelingen aan hun levenseinde wordt in Europa in toenemende mate erkend, net als de voordelen van

Nadere informatie

Samenvatting. Samenvatting

Samenvatting. Samenvatting Samenvatting Dikkedarmkanker is een groot gezondheidsprobleem in Nederland. Het is de derde meest voorkomende vorm van kanker bij mannen en de tweede meest voorkomende vorm van kanker bij vrouwen. In 2008

Nadere informatie

Het voorkomen van geneesmiddel gerelateerde problemen bij oudere patiënten met polyfarmacie ontslagen uit het ziekenhuis

Het voorkomen van geneesmiddel gerelateerde problemen bij oudere patiënten met polyfarmacie ontslagen uit het ziekenhuis Samenvatting Het voorkomen van geneesmiddel gerelateerde problemen bij oudere patiënten met polyfarmacie ontslagen uit het ziekenhuis Hoofdstuk 1 bevat de algemene inleiding van dit proefschrift. Dit hoofdstuk

Nadere informatie

Kwetsbaarheid bij ouderen: een uitdaging Risicofactoren, meetinstrumenten en samenhangende zorg

Kwetsbaarheid bij ouderen: een uitdaging Risicofactoren, meetinstrumenten en samenhangende zorg Kwetsbaarheid bij ouderen: een uitdaging Risicofactoren, meetinstrumenten en samenhangende zorg In vergrijzende samenlevingen is de zorg voor het toenemende aantal kwetsbare ouderen een grote uitdaging

Nadere informatie

Samenvatting (Summary in Dutch)

Samenvatting (Summary in Dutch) Samenvatting (Summary in Dutch) Zowel beleidsmakers en zorgverleners als het algemene publiek zijn zich meer en meer bewust van de essentiële rol van kwaliteitsmeting en - verbetering in het verlenen van

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting De levensverwachting van mensen met een ernstige psychiatrische aandoening (EPA) is gemiddeld 13-30 jaar korter dan die van de algemene bevolking. Onnatuurlijke doodsoorzaken zoals

Nadere informatie

Actuele Reflecties over Palliatieve Sedatie. Introductie. Introductie. 9de Vlaams Congres Palliatieve Zorg. 13 september Patricia Claessens

Actuele Reflecties over Palliatieve Sedatie. Introductie. Introductie. 9de Vlaams Congres Palliatieve Zorg. 13 september Patricia Claessens Actuele Reflecties over Palliatieve Sedatie Patricia Claessens Verpleegkundige, lic. ziekenhuiswetenschappen Doel van palliatieve zorg = ruimte laten om te leven Dus: focus op adequate symptoomcontrole

Nadere informatie

Gewoonlijk gebeurt in uw regio (huisartsenkring voor huisartsen/territorium MBE voor MBE professionals, etc) de opvolging van...

Gewoonlijk gebeurt in uw regio (huisartsenkring voor huisartsen/territorium MBE voor MBE professionals, etc) de opvolging van... Meer uitleg over het doel van deze enquête vindt u hier. Default Question Block Q2/3: U beantwoordt deze enquête als lid van een... palliatief netwerk. multidisciplinaire begeleidingsequipe. huisartsenkring.

Nadere informatie

Hoe kan het LMN u als arts ondersteunen?

Hoe kan het LMN u als arts ondersteunen? Hoe kan het LMN u als arts ondersteunen? 1. Inleiding Het LMN (Lokaal Multidisciplinair Netwerk) Regio Gent werd in 2010 opgericht ter ondersteuning van de zorgtrajecten en meer algemeen ter ondersteuning

Nadere informatie

Samenvatting Hoofdstuk 1 Hoofdstuk 2 hoofdstuk 3

Samenvatting Hoofdstuk 1 Hoofdstuk 2 hoofdstuk 3 Vallen komt in alle leeftijdsgroepen voor, maar vormt vooral bij ouderen een groot gezondheidsprobleem. Onder een val wordt verstaan een gebeurtenis waarbij de betrokkene onbedoeld op de grond of een lager

Nadere informatie

Samenvatting R1 R2 R3 R4 R5 R6 R7 R8 R9

Samenvatting R1 R2 R3 R4 R5 R6 R7 R8 R9 SAMENVATTING 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 134 Type 2 diabetes is een veel voorkomende ziekte die een grote impact heeft op zowel degene waarbij

Nadere informatie

Nurse versus physician-led care for the management of asthma

Nurse versus physician-led care for the management of asthma TRAM onderzoek Nurse versus physician-led care for the management of asthma Maarten C Kuethe1, Anja A P H Vaessen-Verberne1, Roy G Elbers2, Wim MC Van Aalderen3 1. Paediatrics, AMPHIA Hospital, Breda,

Nadere informatie

NHG-Standpunt. Huisarts en palliatieve zorg. Fijn dat u er bent, dokter. standpunt

NHG-Standpunt. Huisarts en palliatieve zorg. Fijn dat u er bent, dokter. standpunt NHG-Standpunt Huisarts en palliatieve zorg Fijn dat u er bent, dokter standpunt Lijden verlichten De huisarts en de laatste levensfase Bij mevrouw Van Oosten, 51 jaar, is twee jaar geleden een melanoom

Nadere informatie

Over de lijnen heen. Daan Aeyels Departement maatschappelijke gezondheidszorg & eerstelijnszorg KU Leuven

Over de lijnen heen. Daan Aeyels Departement maatschappelijke gezondheidszorg & eerstelijnszorg KU Leuven Over de lijnen heen Daan Aeyels Departement maatschappelijke gezondheidszorg & eerstelijnszorg KU Leuven daan.aeyels@med.kuleuven.be @daanaeyels Romeo & Julia 1929: geboren 1943: oorlogswonde 1950: trouw

Nadere informatie

Samenvatting SAMENVATTING Hoofdstuk 1 is de algemene introductie over de inhoud van dit proefschrift. Depressie en angststoornissen zijn de meest voorkomende psychische stoornissen en brengen een grote

Nadere informatie

Dit document bevat 5 delen:

Dit document bevat 5 delen: Faculteit Geneeskunde en Farmacie Vakgroep Huisartsgeneeskunde en Chronische Zorg Department of Family Medicine and Chronic Care Gebouw K, 2 e verdieping Laarbeeklaan 103 B-1090 Brussel Tel: Fax: Mail:

Nadere informatie

Vier kernvragen in de palliatieve zorg:

Vier kernvragen in de palliatieve zorg: Palliatieve thuiszorg in het nieuws In deze presentatie: 1. Palliatieve zorg in de 21 e eeuw, de stand van zaken Het PaTz project Een andere focus op palliatieve zorg 2. Het PaTz project in de praktijk

Nadere informatie

Continue sedatie tot aan het overlijden in Vlaamse woonzorgcentra

Continue sedatie tot aan het overlijden in Vlaamse woonzorgcentra Continue sedatie tot aan het overlijden in Vlaamse woonzorgcentra Prof. Johan Bilsen Dr. Sam Rys OZ-groep Mental Health and Wellbeing, Department of Public Health, Vrije Universiteit Brussel Achtergrond

Nadere informatie

Palliatieve zorg in het ZGT

Palliatieve zorg in het ZGT 30 oktober 2014 Mw. Dr. I.M. Oving Internist-Oncoloog Palliatieve zorg in het ZGT Op het juiste moment en de juiste plaats Namens het palliatief consult team Palliatieve zorg, op het juiste moment en de

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting. Chapter 11

Nederlandse samenvatting. Chapter 11 Nederlandse samenvatting Chapter 11 Chapter 11 Samenvatting Dit proefschrift beschrijft de resultaten van een groot vragenlijstonderzoek over de epidemiologie van chronisch frequente hoofdpijn in de Nederlandse

Nadere informatie

Grenzeloos einde: zorg tegen beter weten in of geplande zorg?

Grenzeloos einde: zorg tegen beter weten in of geplande zorg? Grenzeloos einde: zorg tegen beter weten in of geplande zorg? Prof.dr.K.C.P.Vissers, MD, PhD, FIPP Kenniscentrum Palliatieve Zorg UMC St Radboud Nijmegen Doodgaan behoort tot het zeer weinige dat niet

Nadere informatie

1. Uw profiel. Q1/3: U bent... Q2/3: U beantwoordt deze enquête als lid van een...

1. Uw profiel. Q1/3: U bent... Q2/3: U beantwoordt deze enquête als lid van een... Meer uitleg over het doel van deze enquête vindt u hier. 1. Uw profiel Q1/3: U bent... directeur, coördinator of voorzitter. administratief medewerker. arts. hoofdverpleegkundige. andere, te specifiëren:

Nadere informatie

RESULTATEN PATIENTEN ENQUETE 2015. Hoe vaak heeft u in de afgelopen 6 maanden contact (spreekuur, huisbezoek, telefonisch consult) gehad met de HAPEC?

RESULTATEN PATIENTEN ENQUETE 2015. Hoe vaak heeft u in de afgelopen 6 maanden contact (spreekuur, huisbezoek, telefonisch consult) gehad met de HAPEC? RESULTATEN PATIENTEN ENQUETE 2015 Hoe vaak heeft u in de afgelopen 6 maanden contact (spreekuur, huisbezoek, telefonisch consult) gehad met de HAPEC? Gemiddeld 5 x Vind u dat u altijd door een arts geholpen

Nadere informatie

De lange weg is vaak te kort.

De lange weg is vaak te kort. www.hhzhlier.be 1 h.-hartziekenhuis vzw De lange weg is vaak te kort. Dr. F. Krekelbergh Geriater Verantwoordelijke arts palliatieve zorgen Levenseinde is belangrijk moment Vroeg of laat Leven : veel verlieservaringen

Nadere informatie

WELZIJN VAN ARTSEN: ZORG VOOR ZICHZELF & DREMPELS TOT HULP. Saartje Jooris, huisarts Eline Van Tilburgh, huisarts

WELZIJN VAN ARTSEN: ZORG VOOR ZICHZELF & DREMPELS TOT HULP. Saartje Jooris, huisarts Eline Van Tilburgh, huisarts WELZIJN VAN ARTSEN: ZORG VOOR ZICHZELF & DREMPELS TOT HULP Saartje Jooris, huisarts Eline Van Tilburgh, huisarts Er was eens Jaarlijks: Ø 25,53 / 1000 artsen Ø 20,23 / 1000 advocaten Ø 15,93 / 1000 dominees

Nadere informatie

Dit document bevat 5 delen:

Dit document bevat 5 delen: Faculteit Geneeskunde en Farmacie Vakgroep Huisartsgeneeskunde Department of Family Medicine Gebouw K, 1 e verdieping Laarbeeklaan 103 1090 Brussels (Belgium) Tel: Fax: Mail: Web: +32-2-477 43 11 +32-2-477

Nadere informatie

SAMENVATTING Depressie en verzuim Voorspellers voor verzuim en werkhervatting hoofdstuk 2 hoofdstuk 3

SAMENVATTING Depressie en verzuim Voorspellers voor verzuim en werkhervatting hoofdstuk 2 hoofdstuk 3 Samenvatting SAMENVATTING SAMENVATTING Depressie en verzuim Ongeveer 15% van de Nederlandse bevolking krijgt eens in zijn of haar leven een depressie. Het hebben van een depressie beïnvloedt het leven

Nadere informatie

Samenvatting, met de AAA checklist

Samenvatting, met de AAA checklist Samenvatting, met de AAA checklist 187 Huisarts-patiënt communicatie in de palliatieve zorg Aanwezigheid, actuele onderwerpen en anticiperen Huisartsen spelen in veel landen een centrale rol in de palliatieve

Nadere informatie

Bevorderen arbeidsparticipatie chronisch zieken: effectieve interventies

Bevorderen arbeidsparticipatie chronisch zieken: effectieve interventies Bevorderen arbeidsparticipatie chronisch zieken: effectieve interventies Marloes Vooijs Monique Leensen Jan Hoving Haije Wind Monique Frings-Dresen Organisatie voor Arbeid en Gezondheid (AMC) Preventie

Nadere informatie

VAN KLINISCHE ONZEKERHEID NAAR EEN ZOEKSTRATEGIE

VAN KLINISCHE ONZEKERHEID NAAR EEN ZOEKSTRATEGIE VAN KLINISCHE ONZEKERHEID NAAR EEN ZOEKSTRATEGIE Drs. Willemke Stilma Docent verpleegkunde HvA Mede met dank aan dr. Anne Eskes 1 INHOUD 5 stappen EBP Formuleren van een klinische vraagstelling PICO Zoekstrategie

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting Het is een uitdaging om ouderen te identificeren die baat kunnen hebben bij een interventie gericht op de preventie van beperkingen in het dagelijks leven op het moment dat dergelijke

Nadere informatie

Burnout bij huisartsen preventie en aanpak

Burnout bij huisartsen preventie en aanpak Burnout bij huisartsen preventie en aanpak P. Jonckheer (KCE), S. Stordeur (KCE), G. Lebeer (METICES, ULB), M. Roland (CUMG-ULB), J. De Schampheleire (TESA-VUB), M. De Troyer (METICES, ULB), N. Kacenelenbogen

Nadere informatie

Transmurale zorgbrug

Transmurale zorgbrug Transmurale zorgbrug 13 februari 2014 Geriatriedagen 2014 Renate Agterhof, verpleegkundig specialist Spaarne Ziekenhuis Marina Tol, onderzoekscoördinator AMC Programma Aanleiding, ontwikkeling en stand

Nadere informatie

Gebruik van huisartsenzorg bij financieel kwetsbare welzijnszorggebruikers

Gebruik van huisartsenzorg bij financieel kwetsbare welzijnszorggebruikers Gebruik van huisartsenzorg bij financieel kwetsbare welzijnszorggebruikers Annelien Poppe Evelyn Verlinde Prof. dr. Sara Willems Prof. dr. Jan De Maeseneer Onderzoeksthema s Gezondheidstoestand van de

Nadere informatie

Visie : Palliatieve zorgen

Visie : Palliatieve zorgen Indien op een gegeven ogenblik een curatieve therapie geen hulp meer brengt en de mens zich geconfronteerd ziet met het onvermijdelijke, wordt hij bevangen door angst en pijn. Het is moeilijk om dragen,

Nadere informatie

Project Versterking van Palliatieve Zorg in Suriname

Project Versterking van Palliatieve Zorg in Suriname Project Versterking van Palliatieve Zorg in Suriname Ernstig zieke mensen voor wie geen genezing meer mogelijk is, willen de laatste fase van hun leven graag thuis doorbrengen in hun eigen vertrouwde omgeving.

Nadere informatie

Samenvatting. Samenvatting

Samenvatting. Samenvatting 12 Samenvatting Hoofdstuk 1 is een algemene inleiding en beschrijft de achtergronden en het doel van dit proefschrift. Met het stijgen van de leeftijd nemen de incidentie en prevalentie van hart- en vaatziekten

Nadere informatie

Evaluatie van het project Mantelluisteren academiejaar 2012-2013

Evaluatie van het project Mantelluisteren academiejaar 2012-2013 Evaluatie van het project Mantelluisteren academiejaar 212-21 In academiejaar 212-21 namen 5 mantelzorgers en 5 studenten 1 ste bachelor verpleegkunde (Howest, Brugge) deel aan het project Mantelluisten.

Nadere informatie

hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4 Hoofdstuk 5

hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4 Hoofdstuk 5 SAMENVATTING 117 Pas kortgeleden is aangetoond dat ADHD niet uitdooft, maar ook bij ouderen voorkomt en nadelige gevolgen kan hebben voor de patiënt en zijn omgeving. Er is echter weinig bekend over de

Nadere informatie

Dit proefschrift presenteert de resultaten van het ALASCA onderzoek wat staat voor Activity and Life After Survival of a Cardiac Arrest.

Dit proefschrift presenteert de resultaten van het ALASCA onderzoek wat staat voor Activity and Life After Survival of a Cardiac Arrest. Samenvatting 152 Samenvatting Ieder jaar krijgen in Nederland 16.000 mensen een hartstilstand. Hoofdstuk 1 beschrijft de achtergrond van dit proefschrift. De kans om een hartstilstand te overleven is met

Nadere informatie

AP6 Delen om samen te werken

AP6 Delen om samen te werken AP6 Delen om samen te werken AP6 Partager afin de Collaborer Basisinformatie + hoe ze te bewaren/toegankelijk te maken 1. Een EPD voor alle zorgberoepen Om gegevens te kunnen delen dient elk zorgberoep

Nadere informatie

Nederlandse Samenvatting

Nederlandse Samenvatting Nederlandse Samenvatting Het onderwerp van dit proefschrift is depressieve en angst symptomen in chronische dialyse patiënten en andere patiënten. Het proefschrift bestaat uit twee delen (deel A en deel

Nadere informatie

Cover Page. The handle http://hdl.handle.net/1887/21978 holds various files of this Leiden University dissertation.

Cover Page. The handle http://hdl.handle.net/1887/21978 holds various files of this Leiden University dissertation. Cover Page The handle http://hdl.handle.net/1887/21978 holds various files of this Leiden University dissertation. Author: Goeij, Moniek Cornelia Maria de Title: Disease progression in pre-dialysis patients:

Nadere informatie

NIEUWSTE TOOLS IN DE THUISVERPLEGING: E-LEARNING. Wit-Gele Kruis van Vlaanderen. Kristel De Vliegher. Oostende, 24 maart 2015

NIEUWSTE TOOLS IN DE THUISVERPLEGING: E-LEARNING. Wit-Gele Kruis van Vlaanderen. Kristel De Vliegher. Oostende, 24 maart 2015 NIEUWSTE TOOLS IN DE THUISVERPLEGING: E-LEARNING Oostende, 24 maart 2015 Wit-Gele Kruis van Vlaanderen Kristel De Vliegher OVERZICHT 1. Inleiding 2. Literatuurstudie 3. Onderzoek in de thuisverpleging

Nadere informatie

Beschikbaarheid voor terminale patienten. Vraagstelling onderzoek database SHDA. PACT project PALLIATIEVE ZORG PROJECT

Beschikbaarheid voor terminale patienten. Vraagstelling onderzoek database SHDA. PACT project PALLIATIEVE ZORG PROJECT PACT project PALLIATIEVE ZORG PROJECT Palliatieve zorg buiten kantooruren door een huisartsenpost : De patiënten, en de rol van informatieoverdracht Bart Schweitzer Literatuuronderzoek Focusgroepen Webenquete

Nadere informatie

Hoeveel gezondheid levert onze gezondheidszorg op?

Hoeveel gezondheid levert onze gezondheidszorg op? Hoeveel gezondheid levert onze gezondheidszorg op? Ann Van den Bruel Senior Clinical Research Fellow Department of Primary Care Health Sciences University of Oxford Declaration Alma Ata 1978 Gezondheid

Nadere informatie

De Zorgmodule Palliatieve Zorg

De Zorgmodule Palliatieve Zorg De Zorgmodule Palliatieve Zorg - wat betekent dit voor de professional en zijn werkveld?- 2e regionale symposium palliatieve zorg s Hertogenbosch, 2 oktober 2014 Drs. Jaap R.G. Gootjes Alg. directeur /

Nadere informatie

BelRAI- project: BelRAI en Thuiszorg

BelRAI- project: BelRAI en Thuiszorg BelRAI- project: BelRAI en Thuiszorg Noot vooraf: Deze leidraad werd geschreven voor thuiszorgorganisaties die deelnemen aan het BelRAI- project van de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de voedselketen

Nadere informatie

het laagste niveau van psychologisch functioneren direct voordat de eerste bestraling begint. Zowel angstgevoelens als depressieve symptomen en

het laagste niveau van psychologisch functioneren direct voordat de eerste bestraling begint. Zowel angstgevoelens als depressieve symptomen en Samenvatting In de laatste 20 jaar is er veel onderzoek gedaan naar de psychosociale gevolgen van kanker. Een goede zaak want aandacht voor kanker, een ziekte waar iedereen in zijn of haar leven wel eens

Nadere informatie

30 maart 2017 Lancering Vlaamse richtlijn Detectie en Behandeling van Suïcidaal gedrag. #SP_reflex

30 maart 2017 Lancering Vlaamse richtlijn Detectie en Behandeling van Suïcidaal gedrag. #SP_reflex 30 maart 2017 Lancering Vlaamse richtlijn Detectie en Behandeling van Suïcidaal gedrag #SP_reflex Lancering Vlaamse richtlijn Detectie en Behandeling van Suïcidaal gedrag Basisprincipes in de zorg voor

Nadere informatie

Samenvatting. Opvoeding en thuis omgeving als aangrijpingspunten in de preventie van overgewicht bij kinderen: resultaten van de ChecKid studie

Samenvatting. Opvoeding en thuis omgeving als aangrijpingspunten in de preventie van overgewicht bij kinderen: resultaten van de ChecKid studie Opvoeding en thuis omgeving als aangrijpingspunten in de preventie van overgewicht bij kinderen: resultaten van de ChecKid studie Overgewicht is een snel groeiend wereldwijd probleem en is geassocieerd

Nadere informatie

Towards an evidence-based Workforce Planning in Health Care?

Towards an evidence-based Workforce Planning in Health Care? Symposium Towards an evidence-based Workforce Planning in Health Care? Sodehotel La Woluwe 25/04, 09u-13u. Symposium - Towards an evidence-based Workforce Planning in Healthcare. Hoe is het dreigende huisartsentekort

Nadere informatie

Zorgmogelijkheden in de palliatieve zorg

Zorgmogelijkheden in de palliatieve zorg Zorgmogelijkheden in de palliatieve zorg Inleiding Met deze brochure informeren we u graag over de mogelijkheden in de palliatieve zorg. Palliatieve zorg kan verleend worden op verschillende plaatsen:

Nadere informatie

Lange termijn functioneren en participatie bij jongeren met chronische pijn en vermoeidheid. Tessa Westendorp

Lange termijn functioneren en participatie bij jongeren met chronische pijn en vermoeidheid. Tessa Westendorp Lange termijn functioneren en participatie bij jongeren met chronische pijn en vermoeidheid Tessa Westendorp 24 januari 2014 Hoofdthema s binnen mijn onderzoek: Revalidatiebehandeling Jongeren met chronisch

Nadere informatie

74% is niet klaar om na de opleiding te starten als zelfstandige.

74% is niet klaar om na de opleiding te starten als zelfstandige. Een zorgzame start Resultaten enquête zelfstandige zorgverstrekkers 2014 74% is niet klaar om na de opleiding te starten als zelfstandige. Met het begeleidingsprogramma Een zorgzame start wilt de Federatie

Nadere informatie

SYMPTOMEN BIJ OUDEREN PALLIATIEVE KANKERPATIËNTEN: BEOORDELING DOOR VERPLEEGKUNDIGE, NAASTE EN PATIËNT

SYMPTOMEN BIJ OUDEREN PALLIATIEVE KANKERPATIËNTEN: BEOORDELING DOOR VERPLEEGKUNDIGE, NAASTE EN PATIËNT SYMPTOMEN BIJ OUDEREN PALLIATIEVE KANKERPATIËNTEN: BEOORDELING DOOR VERPLEEGKUNDIGE, NAASTE EN PATIËNT A. VAN LANCKER, D. BEECKMAN Masterproef: Elke Van Wynsberghe en Stephanie Cypers Symposium 23 mei

Nadere informatie

Familie perspectief op palliatieve zorg bij dementie

Familie perspectief op palliatieve zorg bij dementie Familie perspectief op palliatieve zorg bij dementie Jenny T. van der Steen, PhD Deel presentatie: met alleen gepubliceerde gegevens Department Quality of General of Practice Care & Elderly Care Medicine

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting 121 Nederlandse samenvatting Patiënten met type 2 diabetes mellitus (T2DM) hebben een verhoogd risico op de ontwikkeling van microvasculaire en macrovasculaire complicaties. Echter,

Nadere informatie

Samenvatting Werk, Pensioen en Gezondheid

Samenvatting Werk, Pensioen en Gezondheid Samenvatting Werk, Pensioen en Gezondheid Potentiële bedreigingen voor de arbeidsparticipatie van oudere werknemers: werkbelasting, geheugen, sociale timing van pensioneren en gezondheid Een aantal bedreigingen

Nadere informatie

Ongehoorde verhalen: Communicatie over de gezondheid(szorg) van mensen met verstandelijke beperkingen

Ongehoorde verhalen: Communicatie over de gezondheid(szorg) van mensen met verstandelijke beperkingen Ongehoorde verhalen: Communicatie over de gezondheid(szorg) van mensen met verstandelijke beperkingen Prof. dr. Henny van Schrojenstein Lantman - de Valk Afdeling Eerstelijnsgeneeskunde, UMC St Radboud

Nadere informatie

Addendum. Nederlandse Samenvatting

Addendum. Nederlandse Samenvatting Addendum A Nederlandse Samenvatting 164 Addendum Cardiovasculaire ziekten na hypertensieve aandoeningen in de zwangerschap Hypertensieve aandoeningen zijn een veelvoorkomende complicatie tijdens de zwangerschap.

Nadere informatie

Onderzoek heeft aangetoond dat een hoge mate van herstelbehoefte een voorspellende factor is voor ziekteverzuim. Daarom is in de NL-SH ook de relatie

Onderzoek heeft aangetoond dat een hoge mate van herstelbehoefte een voorspellende factor is voor ziekteverzuim. Daarom is in de NL-SH ook de relatie Samenvatting Gehoor en de relatie met psychosociale gezondheid, werkgerelateerde variabelen en zorggebruik. De Nationale Longitudinale Studie naar Horen Slechthorendheid is een veelvoorkomende chronische

Nadere informatie

CoRPS. 'Cancer survivorship' onderzoek in Zuid Oost Nederland: van epidemiologische bevindingen naar interventies

CoRPS. 'Cancer survivorship' onderzoek in Zuid Oost Nederland: van epidemiologische bevindingen naar interventies 'Cancer survivorship' onderzoek in Zuid Oost Nederland: van epidemiologische bevindingen naar interventies Center of Research on Psychology in Somatic diseases Lonneke van de Poll Franse, Integraal Kankercentrum

Nadere informatie

Een Transmuraal Palliatief Advies Team in de regio: de rol van de huisarts in de eerstelijn. dr. Eric van Rijswijk, huisarts, lid PAT team JBZ

Een Transmuraal Palliatief Advies Team in de regio: de rol van de huisarts in de eerstelijn. dr. Eric van Rijswijk, huisarts, lid PAT team JBZ Een Transmuraal Palliatief Advies Team in de regio: de rol van de huisarts in de eerstelijn dr. Eric van Rijswijk, huisarts, lid PAT team JBZ De praktijk van palliatieve zorg huisartspraktijk Mw van Z,

Nadere informatie

Inleiding. A Case finding B Multifactoriële C Multifactoriële. Transfer van informatie bij ontslag

Inleiding. A Case finding B Multifactoriële C Multifactoriële. Transfer van informatie bij ontslag Inleiding Het College van Geneesheren voor de dienst Geriatrie heeft in het kader van kwaliteitsverbeterende initiatieven de laatste jaren gewerkt rond het gebruik van assessment instrumenten. Aan de hand

Nadere informatie

Survivor ship care Zorg na de diagnose en behandeling van kanker Ellen Passchier, RN MSc.

Survivor ship care Zorg na de diagnose en behandeling van kanker Ellen Passchier, RN MSc. Survivor ship care Zorg na de diagnose en behandeling van kanker Ellen Passchier, RN MSc. INhoud Toename overleving meer patienten leven langer met kanker Effecten en behoeften na kankerbehandeling? Survivorship

Nadere informatie

Samenvatting. Samenvatting

Samenvatting. Samenvatting amenvatting Het aantal mensen met dementie neemt toe. De huisarts speelt een sleutelrol in het (h)erkennen van signalen die op dementie kunnen wijzen en hiermee in het stellen van de diagnose dementie,

Nadere informatie

Fetal Origins of Socioeconomic Inequalities. in Early Childhood Health. The Generation R Study. Lindsay Marisia Silva SAMENVATTING

Fetal Origins of Socioeconomic Inequalities. in Early Childhood Health. The Generation R Study. Lindsay Marisia Silva SAMENVATTING Fetal Origins of Socioeconomic Inequalities in Early Childhood Health The Generation R Study Lindsay Marisia Silva SAMENVATTING Sociaal-economische gezondheidsverschillen vormen een groot maatschappelijk

Nadere informatie

Samenvatting SAMENVATTING

Samenvatting SAMENVATTING Samenvatting 147 Samenvatting Bezorgdheid om te vallen is een algemeen probleem onder zelfstandig wonende ouderen en vormt een bedreiging voor hun zelfredzaamheid. Deze bezorgdheid is geassocieerd met

Nadere informatie

Belg tevreden over arts Transparantie en kostprijs blijven pijnpunt

Belg tevreden over arts Transparantie en kostprijs blijven pijnpunt Belg tevreden over arts Transparantie en kostprijs blijven pijnpunt Bijlage Naar aanleiding van het vijftigjarig bestaan van de ziekte- en invaliditeitsverzekering heeft CM de tevredenheid van de Belgen

Nadere informatie

Nederlanse Samenvatting. Nederlandse Samenvatting

Nederlanse Samenvatting. Nederlandse Samenvatting Nederlandse Samenvatting 197 198 Samenvatting In het proefschrift worden diverse klinische aspecten van primaire PCI (Primaire Coronaire Interventie) voor de behandeling van een hartinfarct onderzocht.

Nadere informatie

!"#$"%&'(&)#$&)*$&+(,-."'("/)*(+) 0$,,%$+%(#()+12%/-."'3)-.$,/)4(-() #("-."'4)5."4+)4..")4()12%/$"+/6)

!#$%&'(&)#$&)*$&+(,-.'(/)*(+) 0$,,%$+%(#()+12%/-.'3)-.$,/)4(-() #(-.'4)5.4+)4..)4()12%/$+/6) ICHO vzw!"#$"%&'(&)#$&)*$&+(,-."'("/)*(+) 0$,,%$+%(#()+12%/-."'3)-.$,/)4(-() #("-."'4)5."4+)4..")4()12%/$"+/6) ) 7"6)8.9%()7(:$*0/) ) ;".*.+."(0(,(%"() )?.@0".*.+."

Nadere informatie

SAMENWERKEN IN DE PALLIATIEVE ZORG IN DE EERSTELIJN

SAMENWERKEN IN DE PALLIATIEVE ZORG IN DE EERSTELIJN SAMENWERKEN IN DE PALLIATIEVE ZORG IN DE EERSTELIJN een onderzoek naar de ontwikkeling en implementatie van het Zorgprogramma Palliatieve Eerstelijnszorg in de deelgemeente Rotterdam Kralingen - Crooswijk

Nadere informatie

Cover Page. The handle http://hdl.handle.net/1887/35287 holds various files of this Leiden University dissertation

Cover Page. The handle http://hdl.handle.net/1887/35287 holds various files of this Leiden University dissertation Cover Page The handle http://hdl.handle.net/1887/35287 holds various files of this Leiden University dissertation Author: Poortvliet, Rosalinde Title: New perspectives on cardiovascular risk prediction

Nadere informatie

Samenvatting Beloop van beperkingen in activiteiten bij oudere patiënten met artrose van heup of knie

Samenvatting Beloop van beperkingen in activiteiten bij oudere patiënten met artrose van heup of knie Beloop van beperkingen in activiteiten bij oudere patiënten met artrose van heup of knie Zoals beschreven in hoofdstuk 1, is artrose een chronische ziekte die vaak voorkomt bij ouderen en in het bijzonder

Nadere informatie

De toekomst van de pijnrevalidatie vanuit revalidatiegeneeskundig perspectief. Prof. dr. Rob J.E.M. Smeets

De toekomst van de pijnrevalidatie vanuit revalidatiegeneeskundig perspectief. Prof. dr. Rob J.E.M. Smeets De toekomst van de pijnrevalidatie vanuit revalidatiegeneeskundig perspectief Prof. dr. Rob J.E.M. Smeets Disclosure Lid adviesraad Philips Pain Management Synthese fysieke training reviews en metaanalyses

Nadere informatie

Brandend actueel: Multidisciplinaire pijncentra en algologische teams. Susan Broekmans VS pijn UZ Leuven

Brandend actueel: Multidisciplinaire pijncentra en algologische teams. Susan Broekmans VS pijn UZ Leuven Brandend actueel: Multidisciplinaire pijncentra en algologische teams Susan Broekmans VS pijn UZ Leuven Overzicht Historiek Pilootprojecten Algologische functies Multidisciplinaire pijnteams Waar staan

Nadere informatie

Geven en ontvangen van steun in de context van een chronische ziekte.

Geven en ontvangen van steun in de context van een chronische ziekte. Een chronische en progressieve aandoening zoals multiple sclerose (MS) heeft vaak grote consequenties voor het leven van patiënten en hun intieme partners. Naast het omgaan met de fysieke beperkingen van

Nadere informatie

Unit voor palliatieve zorg en symptoombestrijding (PZU)

Unit voor palliatieve zorg en symptoombestrijding (PZU) Unit voor palliatieve zorg en symptoombestrijding (PZU) Afdeling 3.37 interne geneeskunde Locatie Veldhoven Unit voor palliatieve zorg en symptoombestrijding U bent of wordt opgenomen op de unit voor palliatieve

Nadere informatie

Quality of Care. EMGO Institute for Health and Care Research

Quality of Care. EMGO Institute for Health and Care Research Quality of Care EMGO Institute for Health and Care Research V&VN wetenschap in Praktijk 12 oktober 2015 Promotieonderzoek VUmc Ria de Korte-Verhoef Roeline Pasman Bart Schweitzer Bregje Onwuteaka-Philipsen

Nadere informatie

Hoe chirurgen, thuiszorg en huisartsen en patienten elkaars klanten zijn

Hoe chirurgen, thuiszorg en huisartsen en patienten elkaars klanten zijn Hoe chirurgen, thuiszorg en huisartsen en patienten elkaars klanten zijn Roy Remmen, hoogleraar huisartsgeneeskunde David Reeser, huisarts in opleiding 2 Vier verhalen Naevus aangezicht. Overleg. snelle

Nadere informatie

Palliatieve terminale zorg in de avond-, nacht-, en weekenduren

Palliatieve terminale zorg in de avond-, nacht-, en weekenduren Palliatieve terminale zorg in de avond-, nacht-, en weekenduren Inleiding Het Netwerk Palliatieve Zorg Zuidoost Brabant (NWPZ) wil, in samenspraak met de Centrale Huisartsenposten Brabant (CHP) en de doktersposten

Nadere informatie

Samenvatting onderzoek Pijnbestrijding bij Q-koorts

Samenvatting onderzoek Pijnbestrijding bij Q-koorts Samenvatting onderzoek Pijnbestrijding bij Q-koorts Geschreven door: Murel Arts Student Universiteit Maastricht Master Health Education and Promotion Begeleider: Marlie van Santvoort Stichting Q-support

Nadere informatie

Medicatietrouw aan orale antidiabetica. bij type-2 diabetes patiënten van Turkse afkomst. Doctoraatsdissertatie. Bart Peeters

Medicatietrouw aan orale antidiabetica. bij type-2 diabetes patiënten van Turkse afkomst. Doctoraatsdissertatie. Bart Peeters Medicatietrouw aan orale antidiabetica bij type-2 diabetes patiënten van Turkse afkomst. Doctoraatsdissertatie Bart Peeters Samenvatting De wetenschappelijke aandacht voor medicatietrouw bij mensen met

Nadere informatie