Voorschriften. vastgesteld: goedgekeurd:

Save this PDF as:

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Voorschriften. vastgesteld: goedgekeurd:"

Transcriptie

1 Voorschriften vastgesteld: goedgekeurd: Aan de doorgehaalde delen is bij besluit van GS van 22 april 2008 goedkeuring onthouden vrs.2

2 Inhoudsopgave Algemene bepalingen 3 Artikel 1 Begripsbepalingen 3 Artikel 2 Wijze van meten 10 Bestemmingsbepalingen 11 Artikel 3 Woondoeleinden 11 Artikel 4 Bijzondere woondoeleinden 17 Artikel 5 Bedrijfsdoeleinden 19 Artikel 6 Sportdoeleinden 27 Artikel 7 Maatschappelijke doeleinden 31 Artikel 8 Gemengde doeleinden 36 Artikel 9 Detailhandel 42 Artikel 10 Dienstverlening 46 Artikel 11 Verkeers- en verblijfsdoeleinden 49 Artikel 12 Agrarische doeleinden 52 Artikel 14 Nutsdoeleinden 55 Artikel 15 Groenvoorzieningen 58 Artikel 16 Water 61 Artikel 17 Woondoeleinden uit te werken 64 Dubbelbestemmingen 68 Artikel 18 Archeologisch waardevol gebied 68 Artikel 19 Waterleiding 72 Artikel 20 Rioolpersleiding 73 Overige bepalingen 75 Artikel 21 Afstemming 75 Artikel 22 Anti-dubbeltelbepaling 76 Artikel 23 Uitsluiting aanvullende werking Bouwverordening 77 Artikel 24 Algemene vrijstellingsbevoegdheid 78 Artikel 25 Wijzigingsbevoegdheden 80 Artikel 26 Overgangsbepalingen 82 Artikel 27 Slotbepaling 84 Bijlagen vrs.2

3 Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsbepalingen In deze voorschriften wordt verstaan onder: a. het plan: het bestemmingsplan Dronrijp van de gemeente Menaldumadeel; b. de plankaart: de kaart van het bestemmingsplan Dronrijp, bestaande uit blad 1, blad 2, blad 3, blad 4 en blad 5; c. aanbouw: een gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; d. aanduidingsgrens/indelingslijn: een op de plankaart als zodanig aangegeven lijn, die een bestemmingsvlak in twee of meer delen splitst, in welke delen afwijkende voorschriften gelden; e. aan-huis-verbonden beroep of bedrijf: een dienstverlenend beroep of bedrijf, dat in of bij een woning wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is; f. achtererf: het gedeelte van het erf tussen de achtergevellijn en de aan de achterzijde van het hoofdgebouw gelegen erfgrens; g. agrarische cultuurgrond: grasland, akkerbouw- of tuinbouwgronden; h. archeologische waarde: de aan een gebied toegekende waarde in verband met de kennis en studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen uit oude tijden; vrs.2 3

4 i. bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; j. bebouwingspercentage: een in de voorschriften aangeven percentage, dat de grootte van het deel van het terrein aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd; k. bedrijfsgebouw: een gebouw, dat dient voor de uitoefening van een bedrijf; l. bedrijfswoning/dienstwoning: een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar, gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein, noodzakelijk is; m. beperkt kwetsbaar object: een object waarvoor ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen een richtwaarde voor het risico c.q. een risicoafstand is bepaald, waarmee rekening moet worden gehouden; n. beroeps- c.q. bedrijfsvloeroppervlakte: de totale vloeroppervlakte van de ruimte die wordt gebruikt voor een aan-huis-verbonden beroep c.q. een (dienstverlenend) bedrijf of een dienstverlenende instelling, inclusief opslag- en administratieruimten; o. beschermd dorpsgezicht: het op de plankaart binnen het met "grens beschermd dorpsgezicht" aangegeven gebied zoals aangewezen bij besluit van de Ministers van VROM en WVC van 29 januari 1987 en beschreven in de bijbehorende toelichting (zie bijlage 2); p. bestemmingsgrens: een op de plankaart aangegeven lijn, die de grens vormt van een bestemmingsvlak; q. bestemmingsvlak: een op de plankaart aangegeven vlak met eenzelfde bestemming; r. bijgebouw: een op zichzelf staand, al dan niet vrijstaand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en vrs.2 4

5 dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; s. bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk; t. bouwgrens: een op de plankaart aangegeven lijn, die de grens vormt van een bouwvlak; u. bouwlaag: een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder; v. bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop krachtens het plan een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; w. bouwperceelgrens: een grens van een bouwperceel; x. bouwvlak: een op de plankaart aangegeven vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid waarop gebouwen zijn toegelaten; y. bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, welke hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; z. dak: iedere bovenbeëindiging van een gebouw; aa. detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; vrs.2 5

6 bb. cc. dd. ee. ff. gg. hh. ii. dienstverlenend bedrijf en/of dienstverlenende instelling: een bedrijf of instelling waarvan de werkzaamheden bestaan uit het verlenen van economische en maatschappelijke diensten aan derden, waaronder zijn begrepen kapperszaken, schoonheidsinstituten, fotostudio's en naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijven en inrichtingen, evenwel met uitzondering van een garagebedrijf en een seksinrichting; dienstverlening: het verlenen van economische en maatschappelijke diensten aan derden; erotisch getinte vermaaksfunctie: een vermaaksfunctie welke is gericht op het doen plaatsvinden van voorstellingen en/of vertoningen van porno-erotische aard, waaronder begrepen een seksbioscoop, een seksclub en een seksautomatenhal; gebouw: elk bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; geluidzoneringsplichtige inrichting: een inrichting, bij welke ingevolge de Wet geluidhinder rondom het terrein van vestiging in een bestemmingsplan een zone moet worden vastgesteld; grondgebonden agrarisch bedrijf: een bedrijf dat geheel of in overwegende mate gericht is op het houden van vee en/of de teelt van landbouwproducten, waarbij onder houden van vee uitsluitend is begrepen het houden van rundvee, schapen, geiten en paarden; de bijbehorende cultuurgrond dient noodzakelijk te zijn voor beweiding of voedselproductie van de op het bedrijf aanwezige dieren; hogere grenswaarde: een maximale waarde voor de geluidbelasting, die hoger is dan de voorkeursgrenswaarde en die in een concreet geval kan worden vastgesteld op grond van de Wet geluidhinder c.q. het Besluit geluidhinder; hoofdgebouw: een gebouw, dat gelet op de bestemming als belangrijkste gebouw op een bouwperceel kan worden aangemerkt; vrs.2 6

7 jj. kk. ll. horecabedrijf: een bedrijf of instelling waar bedrijfsmatig dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt en/of waarin bedrijfsmatig logies wordt verstrekt, één en ander al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie, met uitzondering van een erotisch getinte vermaaksfunctie; horizontale diepte van een gebouw: de lengte van een gebouw, gemeten loodrecht vanaf de naar de weg gekeerde gevel; kap: een afdekking van een dak onder een hoek van meer dan 5 met het horizontale vlak; mm. kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten: de in de bijlage bij de voorschriften opgenomen Staat van Bedrijfsactiviteiten (ontleend aan de brochure Bedrijven en Milieuzonering van de VNG) onder categorie 1 en 2 vallende bedrijvigheid, dan wel naar de aard en de invloed op de omgeving gelijk te stellen bedrijvigheid, die door zijn beperkte omvang in of bij een woning met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend; nn. oo. pp. kwetsbaar object: een object waarvoor ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen een grenswaarde voor het risico c.q. een risicoafstand is bepaald, die in acht moet worden genomen; maatschappelijke voorzieningen: educatieve, sociaal-medische, sociaal-culturele, levensbeschouwelijke voorzieningen, voorzieningen ten behoeve van sport en sportieve recreatie en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening, alsook ondergeschikte detailhandel en horeca ten dienste van deze voorzieningen; peil: 1. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: - de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; 2. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: - de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; vrs.2 7

8 3. indien in of op het water wordt gebouwd: - het Nieuw Amsterdams Peil; qq. rr. ss. tt. uu. vv. ww. xx. perceelgrens: de grens van een bouwperceel; platte afdekking: een horizontale afdekking of een dakafdekking onder een hoek van maximaal 5 met het horizontale vlak; productiegebonden detailhandel: detailhandel in goederen die ter plaatse worden vervaardigd, gerepareerd en/of toegepast in het productieproces, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de productiefunctie; risicovolle inrichting: een inrichting, bij welke het Besluit externe veiligheid inrichtingen een grenswaarde, richtwaarde voor het risico c.q. een risico-afstand moet worden aangehouden bij het in het bestemmingsplan toelaten van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten; seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; sportieve recreatie: het verblijf buiten de woning, voor recreatieve doeleinden, in de vorm van veldsporten en spelactiviteiten op grotere schaal; straatwand: een naar de straatzijde gerichte, gesloten dan wel halfgesloten bebouwingswand, welke wordt gevormd door een gebouw, door aangebouwde c.q. ingebouwde gebouwen, dan wel door gebouwen met een relatief geringe onderlinge afstand; uitbouw: een gebouw dat als vergroting van een bestaande ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw, welk gebouw door de vorm vrs.2 8

9 onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; yy. zz. voorgevel: de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien een perceel met meer dan één zijde grenst aan een weg, de als zodanig door Burgemeester en Wethouders aan te wijzen gevel; voorgevelrooilijn: de evenwijdig aan de as van de weg gelegen lijn, welke een zoveel mogelijk, aansluitend aan de ligging van de voorgevels van de bestaande bebouwing, gelijkmatig beloop van de rooilijn overeenkomstig de richting van de weg geeft; langs de wegzijde waarlangs geen bebouwing als hierboven bedoeld aanwezig is, is de bouwgrens de voorgevelrooilijn; aaa. voorkeursgrenswaarde: de maximale waarde voor de geluidsbelasting, zoals deze rechtstreeks kan worden afgeleid uit de Wet geluidhinder c.q. het Besluit geluidhinder; bbb. woning: een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden; ccc. woongebouw: een gebouw dat meerdere naast elkaar en/of geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden; ddd. zijerf: het gedeelte van het erf tussen een zijgevellijn en de aan die zijde van het hoofdgebouw gelegen erfgrens. Voor zover in deze voorschriften wordt verwezen naar andere regelingen (wetten, verordeningen), dienen deze te worden gelezen zoals deze luidden ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan vrs.2 9

10 Artikel 2 Wijze van meten Bij toepassing van deze voorschriften wordt als volgt gemeten: a. de dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; b. de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; c. de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; d. de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van kleine bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; e. de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, nederwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; f. de bouwhoogte van een windmolen: vanaf het peil tot aan de (wieken)as van de windmolen; g. de afstand tot de (zijdelingse)bouwperceelgrens: tussen de (zijdelingse) grenzen van een bouwperceel en enig punt van het op dat bouwperceel voorkomend gebouw, waar die afstand het kortst is. Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van de bouw-, c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 meter bedraagt vrs.2 10

11 Bestemmingsbepalingen Artikel 3 Woondoeleinden 1. Bestemmingsomschrijving De op de plankaart voor woondoeleinden aangegeven gronden zijn bestemd voor: a. woningen, al dan niet in combinatie met een ruimte voor een aan-huis-verbonden beroep of bedrijf, waarbij er sprake dient te zijn van een kleinschalige bedrijfsmatige activiteit; b. aan- en uitbouwen en bijgebouwen; c. schiphuizen, uitsluitend voor zover de gronden op de plankaart zijn aangeduid met schiphuizen toegestaan ; met de daarbij behorende: d. tuinen, erven en waterlopen; e. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. In de bestemming zijn seksinrichtingen niet begrepen. De beroeps- c.q. bedrijfsvloeroppervlakte van een aan-huisverbonden beroep of -bedrijf mag niet meer bedragen dan 30% van de gezamenlijke vloeroppervlakte van het hoofdgebouw, met een maximum van 50 m², met dien verstande dat ten hoogste 16 m² gebruikt mag worden ten behoeve van aan het aan-huis-verbonden beroep of -bedrijf gebonden detailhandel. Voor zover de gronden zijn gelegen binnen het op de plankaart met beschermd dorpsgezicht aangeduide gebied, is de bestemming mede gericht op het behoud en herstel van de cultuurhistorische en ruimtelijke waarden van het dorpsgezicht zoals weergegeven in het aanwijzingsbesluit van Dronrijp als beschermd dorpsgezicht, opgenomen als bijlage bij deze voorschriften. 2. Bouwvoorschriften a. Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende bepalingen: 1. als hoofdgebouw mogen uitsluitend woningen worden gebouwd; 2. een hoofdgebouw mag uitsluitend in een bouwvlak worden gebouwd; vrs.2 11

12 3. het aantal woningen per bouwvlak mag niet meer bedragen dan het op de plankaart aangeduide aantal woningen per bouwvlak; 4. hoofdgebouwen mogen uitsluitend gebouwd worden in de naar de weg gekeerde bouwgrens; 5. de horizontale diepte van een hoofdgebouw mag niet meer dan 15 m bedragen, met dien verstande dat afwijkingen die bestaan ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan zijn toegestaan; 6. de afstand van de niet-aaneengebouwde zijde van een hoofdgebouw tot de zijdelingse bouwperceelgrens mag niet minder dan 3 m bedragen, met dien verstande dat afwijkingen die bestaan ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan zijn toegestaan; 7. op de gronden die op de plankaart zijn aangeduid met I, mag de goothoogte niet meer dan 3,5 m en bouwhoogte niet meer dan 8,5 m bedragen, met dien verstande dat afwijkingen die bestaan ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan zijn toegestaan; 8. op de gronden die op de plankaart zijn aangeduid met II, mag de goothoogte niet meer dan 6 m en bouwhoogte niet meer dan 9,5 m bedragen, met dien verstande dat afwijkingen die bestaan ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan zijn toegestaan; 9. hoofdgebouwen mogen uitsluitend worden afgedekt met een kap waarvan de dakhelling niet minder dan 35 mag bedragen; 10. in afwijking van het bepaalde onder 7, 8 en 9 geldt dat voor de als karakteristiek, structureel en architectonisch beeldbepalend dan wel structureel beeldbepalende gebouwen de bestaande hoofdvorm (goothoogte, bouwhoogte en dakvorm) gehandhaafd dient te blijven; 11. voor zover de gronden op de plankaart zijn aangeduid met schiphuizen toegestaan zijn schiphuizen met een kap toegestaan met een maximale dakhelling van 30º en een maximale goothoogte van 2,25 m ten opzichte van het maaiveld. De maximale oppervlakte van een schiphuis mag niet meer bedragen dan 60 m² per bouwperceel; b. Voor het bouwen van aan- en uitbouwen en bijgebouwen gelden de volgende bepalingen: 1. aan- en uitbouwen en bijgebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; vrs.2 12

13 2. de aan- en uitbouwen en bijgebouwen dienen op minimaal 3 m achter (het verlengde van) de voorgevel te worden gesitueerd; 3. de afstand van aan- en uitbouwen en bijgebouwen tot de zijdelingse bouwperceelgrens mag niet minder dan 1 m bedragen, behoudens bij plaatsing op de zijdelingse bouwperceelgrens; 4. de gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen per woning mag niet meer dan 75 m² bedragen, met dien verstande dat het bebouwingspercentage van het als zij- en achtererf aan te duiden deel van het bouwperceel niet meer dan 50% mag bedragen; 5. de bouwhoogte van bijgebouwen met een platte afdekking mag niet meer dan 3 m bedragen, terwijl bij afdekking met een kap de goot- en bouwhoogte van bijgebouwen niet meer dan respectievelijk 3 m en 5,5 m mag bedragen; 6. de goothoogte van aan- en uitbouwen mag niet meer dan 3,5 m bedragen, met dien verstande dat indien de goothoogte van het hoofdgebouw minder bedraagt dan 3,5 m, de goothoogte van aan- en uitbouwen niet meer dan de goothoogte van het hoofdgebouw mag bedragen; 7. de bouwhoogte van aan- en uitbouwen mag niet meer dan 5,5 m bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte van aan- en uitbouwen bij platte afdekking, ten hoogste gelijk mag zijn aan de onder 6 toegestane goothoogte. c. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: 1. de bouwhoogte van terrein- en erfafscheidingen mag niet meer dan 2 m bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte van terrein- en erfafscheidingen vóór (het verlengde van) de naar de weg gekeerde gevel(s) niet meer dan 1 m mag bedragen; 2. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 5 m bedragen. 3. Nadere eisen Burgemeester en Wethouders kunnen, met oog op het voorkomen van een onevenredige aantasting van: - het straatwand- en bebouwingsbeeld; - de woonsituatie; vrs.2 13

14 - de verkeersveiligheid; - de sociale veiligheid; - de milieusituatie; - de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; - de verschijningsvorm van de op de plankaart met karakteristiek, structureel en architectonisch beeldbepalend dan wel structureel beeldbepalend aangeduide gebouwen, nadere eisen stellen aan: a. voor zover de gronden zijn gelegen binnen het op de plankaart met "beschermd dorpsgezicht" aangeduide gebied: - de gevelindeling van hoofdgebouwen; - het materiaalgebruik bij hoofdgebouwen in die zin dat sprake dient de zijn van gebakken stenen en gebakken dakpannen en dat in de kleurstelling aangesloten dient te worden bij het traditionele kleurgebruik; - de dakvorm en het materiaalgebruik van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen, in die zin dat gebruik wordt gemaakt van gebakken materialen en/of hout in traditionele kleurstellingen; - het materiaalgebruik van erfafscheidingen; - de plaats en oppervlakte, bouwhoogte en goothoogte van de bebouwing; b. voor het overige; - de plaats en oppervlakte, bouwhoogte en goothoogte van de bebouwing. 4. Vrijstelling van de bouwvoorschriften Burgemeester en Wethouders kunnen, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: - het straatwand- en bebouwingsbeeld; - de woonsituatie; - de verkeersveiligheid; - de sociale veiligheid; - de milieusituatie; - de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; - de verschijningsvorm van de op de plankaart met karakteristiek, structureel en architectonisch beeldbepalend dan wel structureel beeldbepalend aangeduide gebouwen, vrijstelling verlenen van: a. het bepaalde in lid 2, sub a, onder 2 en toestaan dat een hoofdgebouw gedeeltelijk buiten het bouwvlak wordt gebouwd; b. het bepaalde in lid 2, sub a, onder 2 en 4 en toestaan dat een hoofdgebouw buiten de naar de weggekeerde bouwgrens wordt gebouwd; vrs.2 14

15 c. het bepaalde in lid 2, sub a, onder 6 ten behoeve van een kleinere afstand tot de zijdelingse bouwperceelgrens; d. het bepaalde in lid 2, sub a, onder 7 ten behoeve van een goothoogte en een bouwhoogte van respectievelijk ten hoogste 6 m en 9,5 m; e. het bepaalde in lid 2, sub a, onder 8 ten behoeve van een goothoogte en een bouwhoogte van respectievelijk ten hoogste 7,5 m en 10 m; f. het bepaalde in lid 2, sub a, onder 9, ten behoeve van een afdekking met een kap met een dakhelling minder dan 35 of een platte afdekking; g. het bepaalde in lid 2, sub b, onder 1 en 2 ten behoeve van het bouwen van aan- en uitbouwen en bijgebouwen op minder dan 3 m achter (het verlengde van) de voorgevel of voor (het verlengde van) de voorgevel; h. het bepaalde in lid 2, sub b, onder 1 en 2, ten behoeve van het bouwen van aan- en uitbouwen en bijgebouwen op hoekpercelen voor de naar de aangrenzende zijstraat gekeerde bouwgrens; i. het bepaalde in lid 2, sub b, onder 4, tot een oppervlakte van 120 m² ten behoeve van een ruimtebehoevende hobby of een aan-huis-verbonden beroep of bedrijf, met dien verstande dat het in lid 2, sub b, onder 4 genoemde bebouwingspercentage niet mag worden overschreden. 5. Aanlegvergunning a. Voor zover de gronden zijn gelegen binnen het op de plankaart met beschermd dorpsgezicht aangeduide gebied is het verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning (aanlegvergunning) van Burgemeester en Wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: - het afgraven en/of ophogen, het beplanten en het aanleggen van oppervlakteverharding. b. De onder a bedoelde vergunning is niet vereist voor 1. werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden die normaal onderhoud en beheer betreffen; 2. werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan. c. De onder a bedoelde vergunning wordt alleen verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de vrs.2 15

16 cultuurhistorische en ruimtelijke waarden van het beschermde dorpsgezicht. 6. Gebruiksvoorschriften a. Het is verboden de gronden en bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met deze bestemming. b. Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld onder a, wordt in ieder geval gerekend: - het gebruik van bijgebouwen voor bewoning. 7. Vrijstelling van de gebruiksvoorschriften Burgemeester en wethouders verlenen vrijstelling van het bepaalde in lid 6 indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke beperking niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd. 8. Strafbepaling Overtreding van het bepaalde in leden 5 en 6 wordt aangemerkt als een strafbaar feit, in de zin van artikel 1a onder 2 van de Wet op de economische delicten vrs.2 16

17 Artikel 4 Bijzondere woondoeleinden 1. Bestemmingsomschrijving De op de plankaart voor bijzonderde woondoeleinden aangegeven gronden zijn bestemd voor: a. woningen, al dan niet in combinatie met een op de bewoners van de woningen gerichte zorgfuncties; met de daarbij behorende: b. tuinen, erven, terreinen en waterlopen; c. bergingen en parkeervoorzieningen; d. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. In bestemming zijn seksinrichtingen niet begrepen. 2. Bouwvoorschriften a. Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: 1. als gebouw mogen uitsluitend woongebouwen worden gebouwd; 2. een gebouw mag uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; 3. het aantal woningen per bouwvlak mag niet meer bedragen dan het op de plankaart aangeduide aantal woningen per bouwvlak; 4. de goot- en bouwhoogte mogen niet meer bedragen dan de op de plankaart aangegeven goot- en bouwhoogte; 5. in afwijking van het bepaalde onder 4 mogen lift- en/of luchtkokers op de gebouwen worden geplaatst met een bouwhoogte van ten hoogste 3 m ten opzichte van de bouwhoogte van het gebouw en met een gezamenlijke oppervlakte van ten hoogste 100 m². b. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: 1. de bouwhoogte van terrein- en erfafscheidingen mag niet meer dan 2 m bedragen, met dien verstande dat de hoogte van terrein- en erfafscheidingen vóór (het verlengde van) de naar de weg gekeerde gevel(s) niet meer dan 1 m mag bedragen; 2. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 5 m bedragen vrs.2 17

18 3. Nadere eisen Burgemeester en Wethouders kunnen, met oog op het voorkomen van een onevenredige aantasting van: - het straatwand- en bebouwingsbeeld; - de woonsituatie; - de verkeersveiligheid; - de sociale veiligheid; - de milieusituatie; - de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden, nadere eisen stellen aan: - de plaats en afmetingen van de bebouwing. 4. Gebruiksvoorschriften Het is verboden de gronden en bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met deze bestemming. 5. Vrijstelling van de gebruiksvoorschriften Burgemeester en wethouders verlenen vrijstelling van het bepaalde in lid 4 indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke beperking niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd. 6. Strafbepaling Overtreding van het bepaalde in lid 4 wordt aangemerkt als een strafbaar feit, in de zin van artikel 1a onder 2 van de Wet op de economische delicten vrs.2 18

19 Artikel 5 Bedrijfsdoeleinden 1. Bestemmingsomschrijving De op de plankaart voor bedrijfsdoeleinden aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. gebouwen ten behoeve van bedrijven behorende tot de categorieën 1 of 2 van de in de bijlage opgenomen Staat van bedrijfsactiviteiten; b. gebouwen ten behoeve van bedrijven die op het moment van terinzagelegging van het ontwerp van het plan aanwezig zijn en die niet passen binnen de categorieën 1 of 2 van de in de bijlage opgenomen Staat van Bedrijfsactiviteiten, te weten een kippenslachterij aan It Heech 44 en een op- en overslagbedrijf van kunstmest aan de Opslach 3; c. gebouwen ten behoeve van bedrijven die, voor zover de gronden op de plankaart zijn aangeduid met: - b1, zijn genoemd in de bij deze voorschriften behorende Staat van bedrijfsactiviteiten onder de categorieën 1 en 2; - b2, zijn genoemd in de bij deze voorschriften behorende Staat van bedrijfsactiviteiten onder de categorieën 1, 2 en 3 tot 50 meter; - b3, zijn genoemd in de bij deze voorschriften behorende Staat van bedrijfsactiviteiten onder de categorieën 1, 2 en 3 tot 100 meter; d. bijbehorende bedrijfswoningen, uitsluitend voor zover de gronden op de plankaart zijn aangeduid met "bedrijfswoning/dienstwoning"; e. productiegebonden detailhandel; f. windmolen, uitsluitend voor zover de gronden op de plankaart zijn aangeduid met windturbine ; g. een zuivelfabriek, uitsluitend voor zover de gronden op de plankaart zijn aangeduid met zuivelfabriek ; h. een sportschool, uitsluitend voor zover de gronden op de plankaart zijn aangeduid met sportschool ; met de daarbij behorende i. parkeervoorzieningen; j. tuinen, erven, terreinen en waterlopen; k. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. In de bestemming zijn niet begrepen: - seksinrichtingen; vrs.2 19

20 - geluidzoneringsplichtige inrichtingen, met uitzondering van de gronden aangeduid als zuivelfabriek en de gronden aangeduid als slachterij ; - risicovolle inrichtingen, met uitzondering van een ammoniakkoelinstallatie, uitsluitend voor zover de gronden op de plankaart zijn aangeduid met ammoniakkoelinstallatie. Voor zover de gronden zijn gelegen binnen het op de plankaart met beschermd dorpsgezicht aangeduide gebied, is de bestemming mede gericht op het behoud en herstel van de cultuurhistorische en ruimtelijke waarden van het dorpsgezicht zoals weergegeven in het aanwijzingsbesluit van Dronrijp als beschermd dorpsgezicht, opgenomen als bijlage bij deze voorschriften. 2. Bouwvoorschriften a. Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: 1. een gebouw mag uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; 2. voor zover op de plankaart aangegeven, mag het bebouwingspercentage per bouwperceel niet meer bedragen dan het op de plankaart aangegeven bebouwingspercentage, met dien verstande dat afwijkingen die bestaan ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan zijn toegestaan; 3. bedrijfswoningen mogen uitsluitend gebouwd worden op de gronden op de plankaart aangeduid met bedrijfswoning/dienstwoning ; 4. het aantal bedrijfswoningen per bedrijf mag niet meer dan 1 bedragen; 5. de afstand van een niet-aaneengebouwde zijde van het gebouw tot de zijdelingse bouwperceelgrens mag niet minder dan 3 m bedragen, met dien verstande dat afwijkingen die bestaan ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan zijn toegestaan; 6. de goot- en bouwhoogte van niet-inpandige bedrijfswoningen mogen niet meer dan respectievelijk 3,5 m en 8,5 m, dan wel de op de plankaart aangegeven goot- en bouwhoogte bedragen; 7. de goot- en bouwhoogte van bedrijfsgebouwen mogen niet meer bedragen dan de op de plankaart aangegeven goot- en bouwhoogte; 8. gebouwen mogen zowel van een platte afdekking als van een kap worden voorzien, met dien verstande dat bij een vrs.2 20

21 platte afdekking de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan de maximaal toegestane goothoogte; 9. in afwijking van het bepaalde onder 6, 7 en 8 geldt dat voor de op de plankaart als karakteristiek aangeduide gebouwen de bestaande hoofdvorm (goothoogte, bouwhoogte en dakvorm) gehandhaafd dient te blijven. b. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: 1. de bouwhoogte van terrein- en erfafscheidingen mag niet meer dan 2 m bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte van terrein- en erfafscheidingen vóór (het verlengde van) de naar de weg gekeerde gevel(s) niet meer dan 1 m mag bedragen; 2. de bouwhoogte van een windmolen mag niet meer dan 25 m bedragen; 3. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 5 m bedragen, met uitzondering van opslagtanks waarvan de bouwhoogte niet meer dan 15 meter mag bedragen, voor zover betrekking hebbend op het plandeel waar de aanduiding Z (zuivelfabriek) op de plankaart is aangegeven. 3. Nadere eisen Burgemeester en Wethouders kunnen, met oog op het voorkomen van een onevenredige aantasting van: - het straatwand- en bebouwingsbeeld; - de woonsituatie; - de verkeersveiligheid; - de sociale veiligheid; - de milieusituatie; - de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; - de verschijningsvorm van de op de plankaart met "karakteristiek" aangeduide gebouwen, nadere eisen stellen aan: c. voor zover de gronden zijn gelegen binnen het op de plankaart met "beschermd dorpsgezicht" aangeduide gebied: - de gevelindeling van hoofdgebouwen; - het materiaalgebruik bij hoofdgebouwen in die zin dat sprake dient de zijn van gebakken stenen en gebakken dakpannen en dat in de kleurstelling aangesloten dient te worden bij het traditionele kleurgebruik; - de dakvorm en het materiaalgebruik van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen, in die zin dat vrs.2 21

22 gebruik wordt gemaakt van gebakken materialen en/of hout in traditionele kleurstellingen; - het materiaalgebruik van erfafscheidingen; - de plaats en oppervlakte, bouwhoogte en goothoogte van de bebouwing; d. voor het overige; - de plaats en oppervlakte, bouwhoogte en goothoogte van de bebouwing. 4. Vrijstelling van de bouwvoorschriften Burgemeester en Wethouders kunnen, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: - het straatwand- en bebouwingsbeeld; - de woonsituatie; - de verkeersveiligheid; - de sociale veiligheid; - de milieusituatie; - de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; - de verschijningsvorm van de op de plankaart met karakteristiek aangeduide gebouwen, vrijstelling verlenen van: a. het bepaalde in lid 2, sub a, onder 1 ten behoeve van het bouwen van gebouwen buiten een bouwvlak; b. het bepaalde in lid 2, sub a, onder 3 ten behoeve van het bouwen van bedrijfswoningen, met dien verstande dat: 1. het aantal te bouwen woningen past binnen het met de provincie overeengekomen woningbouwcontingent; 2. indien de geluidsbelasting ten gevolge van het wegverkeer meer dan de voorkeursgrenswaarde bedraagt, de vrijstelling slechts wordt verleend in overeenstemming met een verkregen hogere grenswaarde; 3. indien de gronden gelegen zijn binnen de op de plankaart aangeduide geluidzone De Takomst de vrijstelling slechts wordt verleend in overeenstemming met een verkregen hogere grenswaarde. c. het bepaalde in lid 2, sub a, onder 7 en 8 ten behoeve van een bouwhoogte van ten hoogste 8 m, mits het gebouw van een platte afdekking is voorzien. 5. Aanlegvergunning a. Voor zover de gronden zijn gelegen binnen het op de plankaart met beschermd dorpsgezicht aangeduide gebied is het vrs.2 22

23 verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning (aanlegvergunning) van Burgemeester en Wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: - het afgraven en/of ophogen, het beplanten en het aanleggen van oppervlakteverharding. b. De onder a bedoelde vergunning is niet vereist voor: 1. werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden die normaal onderhoud en beheer betreffen; 2. werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan. c. De onder a bedoelde vergunning wordt alleen verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de cultuurhistorische en ruimtelijke waarden van het beschermde dorpsgezicht. 6. Gebruiksvoorschriften Het is verboden de gronden en bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met deze bestemming. 7. Vrijstelling van de gebruiksvoorschriften a. Burgemeester en wethouders verlenen vrijstelling van het bepaalde in lid 6 indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke beperking niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd. b. Burgemeester en Wethouders kunnen, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: - het straatwand- en bebouwingsbeeld; - de woonsituatie; - de verkeersveiligheid; - de sociale veiligheid; - de milieusituatie; - de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; vrijstelling verlenen van het bepaalde in lid 6 voor de vestiging van bedrijven welke in de bijlage opgenomen Staat van bedrijfsactiviteiten niet zijn genoemd onder de voor die gronden van toepassing zijnde categorieën, dan wel bedrijven die worden genoemd in een naast hogere categorie, mits deze bedrijven naar aard en effecten op het woon- en leefklimaat van vrs.2 23

24 de aangrenzende woongebieden, al dan niet onder te stellen voorwaarden, wat betreft geur, stof, gevaar en geluid, kunnen worden gelijkgesteld met de bedrijven welke wel zijn genoemd. 8. Strafbepaling Overtreding van het bepaalde in leden 5 en 6 wordt aangemerkt als een strafbaar feit, in de zin van artikel 1a onder 2 van de Wet op de economische delicten. 9. Wijzigingsbevoegdheid a. Burgemeester en Wethouders kunnen de bestemming wijzigen, voor zover de gronden zijn gelegen binnen de met "wijzigingsgrens Ljouwertertrekwei noord" aangegeven lijn in de bestemming "woondoeleinden", met dien verstande dat: - het aantal woningen ten hoogste 7 mag bedragen - het aantal woningen past binnen het met de provincie overeengekomen woningbouwcontingent; - vóór toepassing van de wijzigingsbevoegdheid overleg is gepleegd met de waterbeherende instantie over de noodzakelijke waterberging en situering daarvan; - vóór toepassing van de wijzigingsbevoegdheid is nagegaan of er sprake is van een archeologische verwachtingswaarde en voor zover deze aanwezig is op kosten van de aanvrager is zorggedragen voor een archeologisch onderzoek; - vóór toepassing van de wijzigingsbevoegdheid ecologisch onderzoek is gedaan met het oog op de Flora- en faunawet en eventuele noodzakelijke ontheffingen in het kader van deze wet zijn verleend; - vóór toepassing uit onderzoek moet blijken dat het geluidniveau aan de gevel van de nieuw te bouwen woningen vanwege wegverkeerslawaai niet meer dan 48dB, dan wel een door Burgemeester en wethouders vastgestelde hogere waarde bedraagt; - voor het overige de bepalingen van artikel 3 van overeenkomstige toepassing zijn. b. Burgemeester en Wethouders kunnen de bestemming wijzigen, voor zover de gronden zijn gelegen binnen de met "wijzigingsgrens Ljouwertertrekwei zuid" aangegeven lijn in de vrs.2 24

25 bestemming "detailhandel" zonder de aanduiding supermarkt, met dien verstande dat: - vóór toepassing van de wijzigingsbevoegdheid overleg is gepleegd met de waterbeherende instantie over de noodzakelijke waterberging en situering daarvan; - vóór toepassing van de wijzigingsbevoegdheid is nagegaan of er sprake is van een archeologische verwachtingswaarde en voor zover deze aanwezig is op kosten van de aanvrager is zorggedragen voor een archeologisch onderzoek; - vóór toepassing van de wijzigingsbevoegdheid ecologisch onderzoek is gedaan met het oog op de Flora- en faunawet en eventuele noodzakelijke ontheffingen in het kader van deze wet zijn verleend; - voor het overige de bepalingen van artikel 9 van overeenkomstige toepassing zijn. c. Burgemeester en Wethouders kunnen, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: - de milieusituatie; - de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; de bestemming wijzigen in die zin dat de situering van de op de plankaart aangegeven ammoniakkoelinstallatie binnen het op de plankaart aangegeven bouwvlak mag worden gewijzigd. Voorwaarde daarvoor is dat de afstand tot de aangrenzende gebieden met de bestemming Woondoeleinden en Gemengde doeleinden minimaal gelijk blijft aan de bestaande afstand tussen deze bestemmingen en het vlak met de aanduiding ammoniakinstallatie. d. De wijzigingsbevoegdheden als bedoeld onder a, b en c worden uitsluitend toegepast indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: - het straatwand- en bebouwingsbeeld; - het beschermd dorpsgezicht; - de woonsituatie; - de verkeersveiligheid; - de sociale veiligheid; - de milieusituatie; - de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; e. Op de voorbereiding van een besluit tot wijziging als bedoeld onder a, b en c is de volgende procedure van toepassing: 1. een ontwerpbesluit tot wijziging, waarbij toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in artikel 11 van de Wet op de vrs.2 25

26 Ruimtelijke Ordening, ligt, met bijbehorende stukken gedurende vier weken op het gemeentehuis ter inzage; 2. burgemeester en wethouders maken de nederlegging van te voren in één of meer dag- of nieuwsbladen, die in de gemeente worden verspreid, bekend; 3. de bekendmaking houdt mededeling in van de bevoegdheid tot het indienen van zienswijzen; 4. gedurende de onder 1 genoemde termijn kunnen belanghebbenden bij burgemeester en wethouders schriftelijk zienswijzen indienen omtrent het ontwerpbesluit tot wijziging vrs.2 26

27 Artikel 6 Sportdoeleinden 1. Bestemmingsomschrijving De op de plankaart voor sportdoeleinden aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. sport- en manifestatieterreinen; b. gebouwen ten behoeve van sportieve functies, met de daarbij behorende voorzieningen, zoals kantines; c. skatevoorzieningen, uitsluitend voor zover de gronden op de plankaart zijn aangeduid met skatevoorzieningen ; met de daarbij behorende: d. parkeervoorzieningen; e. terreinen en waterlopen; f. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Voor zover de gronden zijn gelegen binnen het op de plankaart met beschermd dorpsgezicht aangeduide gebied, is de bestemming mede gericht op het behoud en herstel van de cultuurhistorische en ruimtelijke waarden van het dorpsgezicht zoals weergegeven in het aanwijzingsbesluit van Dronrijp als beschermd dorpsgezicht, opgenomen als bijlage bij deze voorschriften. 2. Bouwvoorschriften a. Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: 1. een gebouw mag uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; 2. de goot- en bouwhoogte mogen niet meer dan de op de plankaart aangegeven goot- en bouwhoogte bedragen. b. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: 1. de bouwhoogte van terrein- en erfafscheidingen mag niet meer dan 2 m bedragen; 2. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 15 m bedragen vrs.2 27

28 3. Nadere eisen Burgemeester en Wethouders kunnen, met oog op het voorkomen van een onevenredige aantasting van: - het straatwand- en bebouwingsbeeld; - de woonsituatie; - de verkeersveiligheid; - de sociale veiligheid; - de milieusituatie; - de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden, nadere eisen stellen aan: a. voor zover de gronden zijn gelegen binnen het op de plankaart met beschermd dorpsgezicht aangeduide gebied: - de gevelindeling van hoofdgebouwen; - het materiaalgebruik bij hoofdgebouwen in die zin dat sprake dient de zijn van gebakken stenen en gebakken dakpannen en dat in de kleurstelling aangesloten dient te worden bij het traditionele kleurgebruik; - de dakvorm en het materiaalgebruik van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen, in die zin dat gebruik wordt gemaakt van gebakken materialen en/of hout in traditionele kleurstellingen; - het materiaalgebruik van erfafscheidingen; - de plaats en oppervlakte, bouwhoogte en goothoogte van de bebouwing; b. voor het overige; - de plaats en oppervlakte, bouwhoogte en goothoogte van de bebouwing. 4. Vrijstelling van de bouwvoorschriften Burgemeester en Wethouders kunnen, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: - het straatwand- en bebouwingsbeeld; - de woonsituatie; - de verkeersveiligheid; - de sociale veiligheid; - de milieusituatie; - de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; vrijstelling verlenen van het bepaalde in lid 2, sub a, onder 1 en 2 en toestaan dat gebouwen buiten het bouwvlak worden gebouwd, met dien verstande dat: a. de gezamenlijke oppervlakte per bestemmingsvlak niet meer dan 100 m² mag bedragen; b. de bouwhoogte niet meer dan 4 m mag bedragen vrs.2 28

29 5. Aanlegvergunning a. Voor zover de gronden zijn gelegen binnen het op de plankaart met beschermd dorpsgezicht aangeduide gebied is het verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning (aanlegvergunning) van Burgemeester en Wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: - het afgraven en/of ophogen, het beplanten en het aanleggen van oppervlakteverharding. b. De onder a bedoelde vergunning is niet vereist voor 1. werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden die normaal onderhoud en beheer betreffen; 2. werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan. c. De onder a bedoelde vergunning wordt alleen verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de cultuurhistorische en ruimtelijke waarden van het beschermde dorpsgezicht. 6. Gebruiksvoorschriften Het is verboden de gronden en bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met deze bestemming. 7. Vrijstelling van de gebruiksvoorschriften Burgemeester en wethouders verlenen vrijstelling van het bepaalde in lid 6 indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke beperking niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd. 8. Strafbepaling Overtreding van het bepaalde in leden 5 en 6 wordt aangemerkt als een strafbaar feit, in de zin van artikel 1a onder 2 van de Wet op de economische delicten vrs.2 29

30 9. Wijzigingsbevoegdheid a. Burgemeester en Wethouders kunnen, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: - het straatwand- en bebouwingsbeeld; - de woonsituatie; - de verkeersveiligheid; - de sociale veiligheid; - de milieusituatie; - de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; de bestemming wijzigen in de bestemming Water, met dien verstande dat: 1. de betreffende gronden aan hun oorspronkelijk gebruik zijn of zullen worden onttrokken; 2. archeologisch onderzoek heeft aangetoond dat de wijziging niet leidt tot een onevenredige aantasting van archeologische waarden; 3. de betreffende gronden niet gelegen mogen zijn binnen het op de plankaart met beschermd dorpsgezicht aangeduide gebied. b. Op de voorbereiding van een besluit tot wijziging als bedoeld onder a is de volgende procedure van toepassing: 1. een ontwerpbesluit tot wijziging, waarbij toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in artikel 11 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, ligt, met bijbehorende stukken gedurende vier weken op het gemeentehuis ter inzage; 2. burgemeester en wethouders maken de nederlegging van te voren in één of meer dag- of nieuwsbladen, die in de gemeente worden verspreid, bekend; 3. de bekendmaking houdt mededeling in van de bevoegdheid tot het indienen van zienswijzen; 4. gedurende de onder 1 genoemde termijn kunnen belanghebbenden bij burgemeester en wethouders schriftelijk zienswijzen indienen omtrent het ontwerpbesluit tot wijziging vrs.2 30

31 Artikel 7 Maatschappelijke doeleinden 1. Bestemmingsomschrijving De op de plankaart voor maatschappelijke doeleinden aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. gebouwen ten behoeve van maatschappelijke voorzieningen, voor zover het maatschappelijke voorzieningen betreft die behoren tot de categorieën 1 of 2 van de in de bijlage opgenomen Staat van Bedrijfsactiviteiten; b. begraafplaats, uitsluitend voor zover de gronden op de plankaart zijn aangeduid met begraafplaats ; met de daarbij behorende; c. parkeervoorzieningen; d. tuinen, erven, terreinen en waterlopen; e. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. In de bestemming zijn seksinrichtingen en horecabedrijven niet begrepen. Voor zover de gronden zijn gelegen binnen het op de plankaart met beschermd dorpsgezicht aangeduide gebied, is de bestemming mede gericht op het behoud en herstel van de cultuurhistorische en ruimtelijke waarden van het dorpsgezicht zoals weergegeven in het aanwijzingsbesluit van Dronrijp als beschermd dorpsgezicht, opgenomen als bijlage bij deze voorschriften. 2. Bouwvoorschriften: a. Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: 1. een gebouw mag uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; 2. er mogen geen dienstwoningen worden gebouwd; 3. de goot- en bouwhoogte mogen niet meer dan de op de plankaart aangegeven goot- en bouwhoogte bedragen; 4. gebouwen mogen zowel van een platte afdekking als van een kap worden voorzien, met dien verstande dat bij een platte afdekking de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan de maximaal toegestane goothoogte; 5. in afwijking van het bepaalde onder 3 en 4 geldt dat voor de op de plankaart als "karakteristiek" "structureel en architectonisch beeldbepalend" dan wel "structureel vrs.2 31

32 beeldbepalend" aangeduide gebouwen de bestaande hoofdvorm (goothoogte, bouwhoogte en dakvorm) gehandhaafd dient te blijven. b. Voor het bouwen van gebouwen, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: 1. de bouwhoogte van terrein- en erfafscheidingen mag niet meer dan 2 m bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte van terrein- en erfafscheidingen vóór (het verlengde van) de naar de weg gekeerde gevel(s) niet meer dan 1 m mag bedragen; 2. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 5 m bedragen. 3. Nadere eisen Burgemeester en Wethouders kunnen, met oog op het voorkomen van een onevenredige aantasting van: - het straatwand- en bebouwingsbeeld; - de woonsituatie; - de verkeersveiligheid; - de sociale veiligheid; - de milieusituatie; - de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; - de verschijningsvorm van de op de plankaart met karakteristiek, structureel en architectonisch beeldbepalend dan wel structureel beeldbepalend aangeduide gebouwen, nadere eisen stellen aan: a. voor zover de gronden zijn gelegen binnen het op de plankaart met "beschermd dorpsgezicht" aangeduide gebied: - de gevelindeling van hoofdgebouwen; - het materiaalgebruik bij hoofdgebouwen in die zin dat sprake dient de zijn van gebakken stenen en gebakken dakpannen en dat in de kleurstelling aangesloten dient te worden bij het traditionele kleurgebruik; - de dakvorm en het materiaalgebruik van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen, in die zin dat gebruik wordt gemaakt van gebakken materialen en/of hout in traditionele kleurstellingen; - het materiaalgebruik van erfafscheidingen; - de plaats en oppervlakte, bouwhoogte en goothoogte van de bebouwing; b. voor het overige; - de plaats en oppervlakte, bouwhoogte en goothoogte van de bebouwing vrs.2 32

33 4. Vrijstelling van de bouwvoorschriften Burgemeester en Wethouders kunnen, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: - het straatwand- en bebouwingsbeeld; - de woonsituatie; - de verkeersveiligheid; - de sociale veiligheid; - de milieusituatie; - de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; - de verschijningsvorm van de op de plankaart met karakteristiek, structureel en architectonisch beeldbepalend dan wel structureel beeldbepalend aangeduide gebouwen, vrijstelling verlenen van: a. het bepaalde in lid 2, sub a, onder 1 ten behoeve van het bouwen van gebouwen buiten een bouwvlak; b. het bepaalde in lid 2, sub a, onder 2 ten behoeve van het bouwen van dienstwoningen, met dien verstande dat: 1. het aantal dienstwoningen niet meer dan 1 per maatschappelijke voorziening mag bedragen; 2. het aantal te bouwen woningen past binnen het met de provincie overeengekomen woningbouwcontingent; 3. indien de geluidsbelasting ten gevolge van het wegverkeer meer dan de voorkeursgrenswaarde bedraagt, de vrijstelling slechts wordt verleend in overeenstemming met een verkregen hogere grenswaarde; 4. indien de gronden gelegen zijn binnen de op de plankaart aangeduide geluidzone De Takomst de vrijstelling slechts wordt verleend in overeenstemming met een verkregen hogere grenswaarde. 5. Aanlegvergunning a. Voor zover de gronden zijn gelegen binnen het op de plankaart met beschermd dorpsgezicht aangeduide gebied is het verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning (aanlegvergunning) van Burgemeester en Wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: - het afgraven en/of ophogen, het beplanten en het aanleggen van oppervlakteverharding vrs.2 33

34 b. De onder a bedoelde vergunning is niet vereist voor 1. werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden die normaal onderhoud en beheer betreffen; 2. werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan. c. De onder a bedoelde vergunning wordt alleen verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de cultuurhistorische en ruimtelijke waarden van het beschermde dorpsgezicht. 6. Gebruiksvoorschriften Het is verboden de gronden en bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met deze bestemming. 7. Vrijstelling van de gebruiksvoorschriften a. Burgemeester en wethouders verlenen vrijstelling van het bepaalde in lid 6 indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke beperking niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd. b. Burgemeester en Wethouders kunnen, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: - het straatwand- en bebouwingsbeeld; - de woonsituatie; - de verkeersveiligheid; - de sociale veiligheid; - de milieusituatie; - de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; vrijstelling verlenen van het bepaalde in lid 6 voor de vestiging van maatschappelijke voorzieningen welke in de bijlage opgenomen Staat van bedrijfsactiviteiten niet zijn genoemd in categorie 1 of 2, dan wel maatschappelijke voorzieningen die worden genoemd in een naast hogere categorie, mits deze maatschappelijke voorzieningen naar aard en effecten op het woon- en leefklimaat van de aangrenzende woongebieden, al dan niet onder te stellen voorwaarden, wat betreft geur, stof, gevaar en geluid, kunnen worden gelijkgesteld met de maatschappelijke voorzieningen welke wel zijn genoemd vrs.2 34

35 8. Strafbepaling Overtreding van het bepaalde in leden 5 en 6 wordt aangemerkt als een strafbaar feit, in de zin van artikel 1a onder 2 van de Wet op de economische delicten vrs.2 35

36 Artikel 8 Gemengde doeleinden 1. Bestemmingsomschrijving De op de plankaart voor gemengde doeleinden aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. gebouwen ten behoeve van: - dienstverlening; - detailhandel, met uitzondering van supermarkten; - horeca, uitsluitend voor zover de gronden op de plankaart zijn aangeduid met horeca ; b. gebouwen ten behoeve van maatschappelijke voorzieningen, voor zover het maatschappelijke voorzieningen betreft die behoren tot de categorieën 1 of 2 van de in de bijlage opgenomen Staat van Bedrijfsactiviteiten; c. gebouwen ten behoeve van bedrijven behorende tot de categorieën 1 of 2 van de in de bijlage opgenomen Staat van Bedrijfsactiviteiten; d. bedrijven die op het moment van terinzagelegging van het ontwerp van het plan aanwezig zijn; e. woningen; met de daarbij behorende: f. parkeervoorzieningen; g. tuinen, erven, terreinen en waterlopen; h. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. In de bestemming zijn niet begrepen: - seksinrichtingen; - geluidzoneringsplichtige inrichtingen; - risicovolle inrichtingen. Voor zover de gronden zijn gelegen binnen het op de plankaart met beschermd dorpsgezicht aangeduide gebied, is de bestemming mede gericht op het behoud en herstel van de cultuurhistorische en ruimtelijke waarden van het dorpsgezicht zoals weergegeven in het aanwijzingsbesluit van Dronrijp als beschermd dorpsgezicht, opgenomen als bijlage bij deze voorschriften vrs.2 36

37 2. Bouwvoorschriften a. Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: 1. een gebouw mag uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; 2. het bebouwingspercentage per bouwperceel mag niet meer dan 80% bedragen; 3. het aantal woningen per bouwvlak mag niet meer bedragen dan het op de plankaart aangeduide aantal woningen; 4. gebouwen mogen uitsluitend in de naar de weg gekeerde bouwgrens worden gebouwd; 5. de afstand van een niet-aaneengebouwde zijde van een hoofdgebouw tot de zijdelingse bouwperceelgrens mag niet minder dan 3 m bedragen, met dien verstande dat afwijkingen die bestaan ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan zijn toegestaan; 6. de goot- en bouwhoogte mogen niet meer bedragen dan de op de plankaart aangegeven goot- en bouwhoogte; 7. hoofdgebouwen mogen uitsluitend worden afgedekt met een kap waarvan de dakhelling niet minder dan 35 mag bedragen; 8. in afwijking van het bepaalde onder 6 en 7 geldt dat voor de als "karakteristiek", "structureel en architectonisch beeldbepalend" dan wel "structureel beeldbepalend" aangeduide gebouwen de bestaande hoofdvorm (goothoogte, bouwhoogte en dakvorm) gehandhaafd dient te blijven. b. Voor het bouwen van aan- en uitbouwen en bijgebouwen bij woningen gelden de volgende bepalingen: 1. aan- en uitbouwen en bijgebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; 2. de aan- en uitbouwen en bijgebouwen dienen op minimaal 3 m achter (het verlengde van) de voorgevel te worden gesitueerd; 3. de afstand van aan- en uitbouwen en bijgebouwen tot de zijdelingse bouwperceelgrens mag niet minder dan 1 m bedragen, behoudens bij plaatsing op de zijdelingse bouwperceelgrens; 4. de gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen per woning mag niet meer dan 75 m² bedragen, met dien verstande dat het bebouwingspercentage van het als zij- en achtererf aan vrs.2 37

38 te duiden deel van het bouwperceel niet meer dan 50% mag bedragen; 5. de bouwhoogte van bijgebouwen met een platte afdekking mag niet meer dan 3 m bedragen, terwijl bij afdekking met een kap de goot- en bouwhoogte van bijgebouwen niet meer dan respectievelijk 3 m en 5,5 m mag bedragen; 6. de goothoogte van aan- en uitbouwen mag niet meer dan 3,5 m bedragen, met dien verstande dat indien de goothoogte van het hoofdgebouw minder bedraagt dan 3,5 m, de goothoogte van aan- en uitbouwen niet meer dan de goothoogte van het hoofdgebouw mag bedragen; 7. de bouwhoogte van aan- en uitbouwen mag niet meer dan 5,5 m bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte ten hoogste gelijk mag zijn aan de onder 6 toegestane goothoogte. c. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: 1. de bouwhoogte van terrein- en erfafscheidingen mag niet meer dan 2 m bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte van terrein- en erfafscheidingen vóór (het verlengde van) de naar de weg gekeerde gevel(s) niet meer dan 1 m mag bedragen; 2. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 5 m bedragen. 3. Nadere eisen Burgemeester en Wethouders kunnen, met oog op het voorkomen van een onevenredige aantasting van: - het straatwand- en bebouwingsbeeld; - de woonsituatie; - de verkeersveiligheid; - de sociale veiligheid; - de milieusituatie; - de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; - de verschijningsvorm van de op de plankaart met "karakteristiek", "structureel en architectonisch beeldbepalend" dan wel "structureel beeldbepalend" aangeduide gebouwen, nadere eisen stellen aan: a. voor zover de gronden zijn gelegen binnen het op de plankaart met "beschermd dorpsgezicht" aangeduide gebied: - de gevelindeling van hoofdgebouwen; - het materiaalgebruik bij hoofdgebouwen in die zin dat vrs.2 38

39 sprake dient de zijn van gebakken stenen en gebakken dakpannen en dat in de kleurstelling aangesloten dient te worden bij het traditionele kleurgebruik; - de dakvorm en het materiaalgebruik van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen, in die zin dat gebruik wordt gemaakt van gebakken materialen en/of hout in traditionele kleurstellingen; - het materiaalgebruik van erfafscheidingen; - de plaats en oppervlakte, bouwhoogte en goothoogte van de bebouwing; b. voor het overige; - de plaats en oppervlakte, bouwhoogte en goothoogte van de bebouwing. 4. Vrijstelling van de bouwvoorschriften Burgemeester en Wethouders kunnen, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: - het straatwand- en bebouwingsbeeld; - de woonsituatie; - de verkeersveiligheid; - de sociale veiligheid; - de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden, - de verschijningsvorm van de op de plankaart met "karakteristiek", "structureel en architectonisch beeldbepalend" dan wel "structureel beeldbepalend" aangeduide gebouwen, vrijstelling verlenen van: a. het bepaalde in lid 2, sub a, onder 1 en toestaan dat een hoofdgebouw gedeeltelijk buiten het bouwvlak wordt gebouwd; b. het bepaalde in lid 2, sub a, onder 5, ten behoeve van een kleinere afstand tot de zijdelingse bouwperceelgrens; c. het bepaalde in lid 2, sub a, onder 6 ten behoeve van een goothoogte en een bouwhoogte van respectievelijk ten hoogste 7,5 m en 10 m; d. het bepaalde in lid 2, sub a, onder 7, ten behoeve van een afdekking met een kap met een dakhelling minder dan 35 of een platte afdekking; e. het bepaalde in lid 2, sub b, onder 1 en 2 ten behoeve het bouwen van aan- en uitbouwen en bijgebouwen op minder dan 3 m achter (het verlengde van) de voorgevel of voor (het verlengde van) de voorgevel; f. het bepaalde in lid 2, sub b, onder 1 en 2, ten behoeve van het bouwen van aan- en uitbouwen en bijgebouwen op hoekpercelen voor de naar de aangrenzende zijstraat gekeerde bouwgrens; vrs.2 39

40 g. het bepaalde in lid 2, sub b, onder 4, tot een oppervlakte van 120 m² ten behoeve van een ruimtebehoevende hobby of een aan-huis-verbonden beroep of bedrijf, met dien verstande dat het in lid 2, sub b, onder 4 genoemde bebouwingspercentage niet mag worden overschreden. 5. Aanlegvergunning a. Voor zover de gronden zijn gelegen binnen het op de plankaart met beschermd dorpsgezicht aangeduide gebied is het verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning (aanlegvergunning) van Burgemeester en Wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: - het afgraven en/of ophogen, het beplanten en het aanleggen van oppervlakteverharding. b. De onder a bedoelde vergunning is niet vereist voor 1. werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden die normaal onderhoud en beheer betreffen; 2. werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan. c. De onder a bedoelde vergunning wordt alleen verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de cultuurhistorische en ruimtelijke waarden van het beschermde dorpsgezicht. 6. Gebruiksvoorschriften Het is verboden de gronden en bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met deze bestemming. 7. Vrijstelling van de gebruiksvoorschriften a. Burgemeester en wethouders verlenen vrijstelling van het bepaalde in lid 6 indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke beperking niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd. b. Burgemeester en Wethouders kunnen, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: - het straatwand- en bebouwingsbeeld; vrs.2 40

41 - de woonsituatie; - de verkeersveiligheid; - de sociale veiligheid; - de milieusituatie; - de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; vrijstelling verlenen van het bepaalde in lid 6 voor de vestiging van bedrijven of maatschappelijke voorzieningen welke in de bijlage opgenomen Staat van Bedrijfsactiviteiten niet zijn genoemd in categorie 1 of 2, dan wel bedrijven of maatschappelijke voorzieningen die worden genoemd in een naast hogere categorie, mits deze bedrijven naar aard en effecten op het woon- en leefklimaat van de aangrenzende woongebieden, al dan niet onder te stellen voorwaarden, wat betreft geur, stof, gevaar en geluid, kunnen worden gelijkgesteld met de bedrijven of maatschappelijke voorzieningen welke wel zijn genoemd. 8. Strafbepaling Overtreding van het bepaalde in leden 5 en 6 wordt aangemerkt als een strafbaar feit, in de zin van artikel 1a onder 2 van de Wet op de economische delicten vrs.2 41

42 Artikel 9 Detailhandel 1. Bestemmingsomschrijving De op de plankaart voor "detailhandel" aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. gebouwen ten behoeve van detailhandel, met dien verstande, dat een supermarkt uitsluitend mag worden gerealiseerd voor zover de gronden op de plankaart zijn aangeduid met supermarkt ; b. bijbehorende bedrijfswoningen, uitsluitend voor zover de gronden op de plankaart zijn aangeduid met bedrijfswoning/dienstwoning ; met de daarbij behorende; c. parkeervoorzieningen; d. tuinen, erven, terreinen en waterlopen; e. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. In de bestemming zijn seksinrichtingen en horecabedrijven niet begrepen. 2. Bouwvoorschriften a. Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: 1. een gebouw mag uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; 2. bedrijfswoningen mogen uitsluitend gebouwd worden op de gronden op de plankaart aangeduid met "bedrijfswoning/dienstwoning"; 3. het aantal bedrijfswoningen per (detailhandels)bedrijf mag niet meer dan 1 bedragen; 4. de goot- en bouwhoogte mogen niet meer dan de op de plankaart aangegeven goot- en bouwhoogte bedragen; 5. gebouwen mogen zowel van een platte afdekking als van een kap worden voorzien, met dien verstande dat bij een platte afdekking de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan de maximaal toegestane goothoogte. b. Voor het bouwen van gebouwen, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: 1. de bouwhoogte van terrein- en erfafscheidingen mag niet meer dan 2 m bedragen, met dien verstande dat de vrs.2 42

43 bouwhoogte van terrein- en erfafscheidingen vóór (het verlengde van) de naar de weg gekeerde gevel(s) niet meer dan 1 m mag bedragen; 2. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 5 m bedragen. 3. Nadere eisen Burgemeester en Wethouders kunnen, met oog op het voorkomen van een onevenredige aantasting van: - het straatwand- en bebouwingsbeeld; - de woonsituatie; - de verkeersveiligheid; - de sociale veiligheid; - de milieusituatie; - de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden, nadere eisen stellen aan: - de plaats en afmetingen van de bebouwing. 4. Vrijstelling van de bouwvoorschriften Burgemeester en Wethouders kunnen, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: - het straatwand- en bebouwingsbeeld; - de woonsituatie; - de verkeersveiligheid; - de sociale veiligheid; - de milieusituatie; - de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden, vrijstelling verlenen van: a. het bepaalde in lid 2, sub a, onder 1 ten behoeve van het bouwen van gebouwen buiten een bouwvlak; b. het bepaalde in lid 2, sub a, onder 2 ten behoeve van het bouwen van bedrijfswoningen, met dien verstande dat: 1. het aantal te bouwen woningen past binnen het met de provincie overeengekomen woningbouwcontingent; 2. indien de geluidsbelasting ten gevolge van het wegverkeer meer dan de voorkeursgrenswaarde bedraagt, de vrijstelling slechts wordt verleend in overeenstemming met een verkregen hogere grenswaarde; 3. indien de gronden gelegen zijn binnen de op de plankaart aangeduide geluidzone De Takomst de vrijstelling slechts wordt verleend in overeenstemming met een verkregen hogere grenswaarde vrs.2 43

44 5. Gebruiksvoorschriften Het is verboden de gronden en bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met deze bestemming. 6. Vrijstelling van de gebruiksvoorschriften Burgemeester en Wethouders verlenen vrijstelling van het bepaalde in lid 5 indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke beperking niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd. 7. Strafbepaling Overtreding van het bepaalde in lid 5 wordt aangemerkt als een strafbaar feit, in de zin van artikel 1a onder 2 van de Wet op de economische delicten. 8. Wijzigingsbevoegdheid a. Burgemeester en Wethouders kunnen, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: - het straatwand- en bebouwingsbeeld; - de woonsituatie; - de verkeersveiligheid; - de sociale veiligheid; - de milieusituatie; - de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; de bestemming wijzigen in de zin dat de aanduiding supermarkt op de plankaart wordt verplaatst naar een ander perceel met de bestemming detailhandel, met dien verstande dat het maximale aantal supermarkten in Dronrijp 1 blijft bedragen. b. Op de voorbereiding van een besluit tot wijziging als bedoeld onder a is de volgende procedure van toepassing: 1. een ontwerpbesluit tot wijziging, waarbij toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in artikel 11 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, ligt, met bijbehorende stukken gedurende vier weken op het gemeentehuis ter inzage; 2. Burgemeester en Wethouders maken de nederlegging van te voren in één of meer dag- of nieuwsbladen, die in de gemeente worden verspreid, bekend; 3. de bekendmaking houdt mededeling in van de bevoegdheid tot het indienen van zienswijzen; vrs.2 44

45 4. gedurende de onder 1 genoemde termijn kunnen belanghebbenden bij burgemeester en wethouders schriftelijk zienswijzen indienen omtrent het ontwerpbesluit tot wijziging vrs.2 45

46 Artikel 10 Dienstverlening 1. Bestemmingsomschrijving De op de plankaart voor dienstverlening aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. gebouwen ten behoeve van dienstverlenende bedrijven; b. bijbehorende bedrijfswoningen, uitsluitend voor zover de gronden op de plankaart zijn aangeduid met bedrijfswoning/dienstwoning ; met de daarbij behorende; c. parkeervoorzieningen; d. tuinen, erven, terreinen en waterlopen; e. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. In de bestemming zijn seksinrichtingen en horecabedrijven niet begrepen. 2. Bouwvoorschriften a. Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: 1. een gebouw mag uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; 2. bedrijfswoningen mogen uitsluitend gebouwd worden op de gronden op de plankaart aangeduid met bedrijfswoning/dienstwoning ; 3. het aantal bedrijfswoningen per (dienstverlenend)bedrijf mag niet meer dan 1 bedragen; 4. de goot- bouwhoogte mogen niet meer dan de op de plankaart aangegeven goot- en bouwhoogte bedragen; 5. gebouwen mogen zowel van een platte afdekking als van een kap worden voorzien, met dien verstande dat bij een platte afdekking de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan de maximaal toegestane goothoogte. b. Voor het bouwen van gebouwen, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: 1. de bouwhoogte van terrein- en erfafscheidingen mag niet meer dan 2 m bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte van terrein- en erfafscheidingen vóór de naar (het verlengde van) de weg gekeerde gevel(s) niet meer dan 1 m mag bedragen; vrs.2 46

47 2. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 5 m bedragen. 3. Nadere eisen Burgemeester en Wethouders kunnen, met het oog op het voorkomen van een onevenredige aantasting van: - het straatwand- en bebouwingsbeeld; - de woonsituatie; - de verkeersveiligheid; - de sociale veiligheid; - de milieusituatie; - de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden, nadere eisen stellen aan: - de plaats en afmetingen van de bebouwing. 4. Vrijstelling van de bouwvoorschriften Burgemeester en Wethouders kunnen, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: - het straatwand- en bebouwingsbeeld; - de woonsituatie; - de verkeersveiligheid; - de sociale veiligheid; - de milieusituatie; - de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden, vrijstelling verlenen van: a. het bepaalde in lid 2, sub a, onder 1 ten behoeve van het bouwen van gebouwen buiten een bouwvlak; b. het bepaalde in lid 2, sub a, onder 2 ten behoeve van het bouwen van bedrijfswoningen, met dien verstande dat: a. het aantal te bouwen woningen past binnen het met de provincie overeengekomen woningbouwcontingent; b. indien de geluidsbelasting ten gevolge van het wegverkeer meer dan de voorkeursgrenswaarde bedraagt, de vrijstelling slechts wordt verleend in overeenstemming met een verkregen hogere grenswaarde; c. indien de gronden gelegen zijn binnen de op de plankaart aangeduide geluidzone De Takomst de vrijstelling slechts wordt verleend in overeenstemming met een verkregen hogere grenswaarde vrs.2 47

48 5. Gebruiksvoorschriften Het is verboden de gronden en bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met deze bestemming. 6. Vrijstelling van de gebruiksvoorschriften Burgemeester en wethouders verlenen vrijstelling van het bepaalde in lid 5 indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke beperking niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd. 7. Strafbepaling Overtreding van het bepaalde in lid 5 wordt aangemerkt als een strafbaar feit, in de zin van artikel 1a onder 2 van de Wet op de economische delicten vrs.2 48

49 Artikel 11 Verkeers- en verblijfsdoeleinden 1. Bestemmingsomschrijving De op de plankaart voor "verkeers- en verblijfsdoeleinden" aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. (woon)straten; b. paden; c. parkeervoorzieningen; d. groenvoorzieningen; e. speelvoorzieningen; f. waterlopen; met de daarbij behorende: g. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waaronder dammen en/of duikers en/of bruggen. Voor zover de gronden zijn gelegen binnen het op de plankaart met "beschermd dorpsgezicht" aangeduide gebied, is de bestemming mede gericht op het behoud en herstel van de cultuurhistorische en ruimtelijke waarden van het dorpsgezicht zoals weergegeven in het aanwijzingsbesluit van Dronrijp als beschermd dorpsgezicht, opgenomen als bijlage bij deze voorschriften. 2. Bouwvoorschriften a. Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. b. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt dat de hoogte niet meer mag bedragen dan 10 m. 3. Nadere eisen Burgemeester en Wethouders kunnen, met oog op het voorkomen van een onevenredige aantasting van: - het straatwand- en bebouwingsbeeld; - de woonsituatie; - de verkeersveiligheid; - de sociale veiligheid; - de milieusituatie; - de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden, vrs.2 49

50 nadere eisen stellen aan: a. voor zover de gronden zijn gelegen binnen het op de plankaart met "beschermd dorpsgezicht" aangeduide gebied: - het materiaalgebruik van bouwwerken, geen gebouwen zijnde; - de plaats en afmetingen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde; b. voor het overige; - de plaats en afmetingen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 4. Aanlegvergunning a. Voor zover de gronden zijn gelegen binnen het op de plankaart met beschermd dorpsgezicht aangeduide gebied is het verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning (aanlegvergunning) van Burgemeester en Wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: - het afgraven en/of ophogen, het beplanten en het aanleggen van oppervlakteverharding. b. De onder a bedoelde vergunning is niet vereist voor 1. werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden die normaal onderhoud en beheer betreffen; 2. werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan. c. De onder a bedoelde vergunning wordt alleen verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de cultuurhistorische en ruimtelijke waarden van het beschermde dorpsgezicht. 5. Gebruiksvoorschriften Het is verboden de gronden en bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met deze bestemming. 6. Vrijstelling van de gebruiksvoorschriften Burgemeester en wethouders verlenen vrijstelling van het bepaalde in lid 5 indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking vrs.2 50

51 van het meest doelmatige gebruik, welke beperking niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd. 7. Strafbepaling Overtreding van het bepaalde in leden 4 en 5 wordt aangemerkt als een strafbaar feit, in de zin van artikel 1a onder 2 van de Wet op de economische delicten vrs.2 51

52 Artikel 12 Agrarische doeleinden 1. Bestemmingsomschrijving De op de plankaart voor agrarische doeleinden aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. agrarische cultuurgrond; b. gebouwen ten behoeve van grondgebonden agrarische bedrijven; c. bijbehorende bedrijfswoningen, uitsluitend voor zover de gronden op de plankaart zijn aangeduid met bedrijfswoning/dienstwoning ; met de daarbij behorende: d. infrastructurele voorzieningen; e. tuinen, erven, terreinen en waterlopen, f. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Voor zover de gronden zijn gelegen binnen het op de plankaart met beschermd dorpsgezicht aangeduide gebied, is de bestemming mede gericht op het behoud en herstel van de cultuurhistorische en ruimtelijke waarden van het dorpsgezicht zoals weergegeven in het aanwijzingsbesluit van Dronrijp als beschermd dorpsgezicht, opgenomen als bijlage bij deze voorschriften. 2. Bouwvoorschriften a. Voor het bouwen van gebouwen ten behoeve van grondgebonden agrarische bedrijven gelden de volgende bepalingen: 1. een gebouw mag uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; 2. bedrijfswoningen mogen uitsluitend gebouwd worden op de gronden op de plankaart aangeduid met "bedrijfswoning/dienstwoning"; 3. er mag niet meer dan 1 bedrijfswoning per bedrijf worden gebouwd; 4. de goot- en bouwhoogte mogen niet meer dan de op de plankaart aangegeven goot- en bouwhoogte bedragen; 5. gebouwen mogen zowel van een platte afdekking als van kap worden voorzien, met dien verstande dat bij een platte afdekking de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan de maximaal toegestane goothoogte vrs.2 52

53 b. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende bepaling: 1. de bouwhoogte van terrein- en erfafscheidingen mag niet meer dan 2 m bedragen, met dien verstande dat de hoogte van terrein- en erfafscheidingen vóór de naar (het verlengde van) de weg gekeerde gevel(s) niet meer dan 1 m mag bedragen; 2. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 5 m bedragen. 3. Nadere eisen Burgemeester en Wethouders kunnen, met oog op het voorkomen van een onevenredige aantasting van: - het straatwand- en bebouwingsbeeld; - de woonsituatie; - de verkeersveiligheid; - de sociale veiligheid; - de milieusituatie; - de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden, nadere eisen stellen aan: a. voor zover de gronden zijn gelegen binnen het op de plankaart met "beschermd dorpsgezicht" aangeduide gebied: - het materiaalgebruik van bouwwerken, geen gebouwen zijnde; - de plaats en afmetingen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde; b. voor het overige; - de plaats en afmetingen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 4. Vrijstelling van de bouwvoorschriften Burgemeester en Wethouders kunnen, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: - het straatwand- en bebouwingsbeeld; - de woonsituatie; - de verkeersveiligheid; - de sociale veiligheid; - de milieusituatie; - de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; vrijstelling verlenen van het bepaalde in lid 2, sub a, onder 1 ten behoeve van het bouwen van gebouwen buiten een bouwvlak vrs.2 53

54 5. Aanlegvergunning a. Voor zover de gronden zijn gelegen binnen het op de plankaart met beschermd dorpsgezicht aangeduide gebied is het verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning (aanlegvergunning) van Burgemeester en Wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: - het afgraven en/of ophogen, het beplanten en het aanleggen van oppervlakteverharding. b. De onder a bedoelde vergunning is niet vereist voor 1. werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden die normaal onderhoud en beheer betreffen; 2. werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan. c. De onder a bedoelde vergunning wordt alleen verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de cultuurhistorische en ruimtelijke waarden van het beschermde dorpsgezicht. 6. Gebruiksvoorschriften Het is verboden de gronden en bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met deze bestemming. 7. Vrijstelling van de gebruiksvoorschriften Burgemeester en wethouders verlenen vrijstelling van het bepaalde in lid 6 indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke beperking niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd. 8. Strafbepaling Overtreding van het bepaalde in leden 5 en 6 wordt aangemerkt als een strafbaar feit, in de zin van artikel 1a onder 2 van de Wet op de economische delicten vrs.2 54

55 Artikel 14 Nutsdoeleinden 1. Bestemmingsomschrijving De op de plankaart voor nutsdoeleinden aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. gebouwen ten behoeve van het openbaar nut, zoals transformatorgebouwen, gebouwen ten behoeve van de gasvoorziening en naar aard daarmee gelijk te stellen gebouwen; met de daarbij behorende: b. terreinen en waterlopen; c. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Voor zover de gronden zijn gelegen binnen het op de plankaart met "beschermd dorpsgezicht" aangeduide gebied, is de bestemming mede gericht op het behoud en herstel van de cultuurhistorische en ruimtelijke waarden van het dorpsgezicht zoals weergegeven in het aanwijzingsbesluit van Dronrijp als beschermd dorpsgezicht, opgenomen als bijlage bij deze voorschriften. 2. Bouwvoorschriften a. Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: 1. een gebouw mag uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; 2. de bouwhoogte van een gebouw met een platte afdekking mag niet meer dan 4 m bedragen. 3. de goot- en bouwhoogte van een gebouw met een kap mag niet meer dan respectievelijk 3 m en 5,5 m bedragen. b. Voor het bouwen, van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: - de bouwhoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 10 m bedragen vrs.2 55

56 3. Nadere eisen Burgemeester en Wethouders kunnen, met oog op het voorkomen van een onevenredige aantasting van: - het straatwand- en bebouwingsbeeld; - de woonsituatie; - de verkeersveiligheid; - de sociale veiligheid; - de milieusituatie; - de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden, nadere eisen stellen aan: a. voor zover de gronden zijn gelegen binnen het op de plankaart met "beschermd dorpsgezicht" aangeduide gebied: - de gevelindeling van hoofdgebouwen; - het materiaalgebruik bij hoofdgebouwen in die zin dat sprake dient de zijn van gebakken stenen en gebakken dakpannen en dat in de kleurstelling aangesloten dient te worden bij het traditionele kleurgebruik; - de dakvorm en het materiaalgebruik van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen, in die zin dat gebruik wordt gemaakt van gebakken materialen en/of hout in traditionele kleurstellingen; - het materiaalgebruik van erfafscheidingen; - de plaats en oppervlakte, bouwhoogte en goothoogte van de bebouwing; b. voor het overige; - de plaats en oppervlakte, bouwhoogte en goothoogte van de bebouwing. 4. Aanlegvergunning a. Voor zover de gronden zijn gelegen binnen het op de plankaart met beschermd dorpsgezicht aangeduide gebied is het verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning (aanlegvergunning) van Burgemeester en Wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: - het afgraven en/of ophogen, het beplanten en het aanleggen van oppervlakteverharding. b. De onder a bedoelde vergunning is niet vereist voor 1. werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden die normaal onderhoud en beheer betreffen; vrs.2 56

57 2. werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan. c. De onder a bedoelde vergunning wordt alleen verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de cultuurhistorische en ruimtelijke waarden van het beschermde dorpsgezicht. 5. Gebruiksvoorschriften Het is verboden de gronden en bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met deze bestemming. 6. Vrijstelling van de gebruiksvoorschriften Burgemeester en wethouders verlenen vrijstelling van het bepaalde in lid 5 indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke beperking niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd. 7. Strafbepaling Overtreding van het bepaalde in leden 4 en 5 wordt aangemerkt als een strafbaar feit, in de zin van artikel 1a onder 2 van de Wet op de economische delicten vrs.2 57

58 Artikel 15 Groenvoorzieningen 1. Bestemmingsomschrijving De op de plankaart voor groenvoorzieningen aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen; b. paden; c. speelvoorzieningen; d. waterlopen en waterpartijen; e. volkstuinen; met daaraan ondergeschikt: f. verhardingen; g. parkeervoorzieningen; met de daarbij behorende h. gebouwen ten behoeve van het openbaar nut; i. gebouwen ten behoeve van het onderhoud en beheer van groenvoorzieningen; j. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Voor zover de gronden zijn gelegen binnen het op de plankaart met beschermd dorpsgezicht aangeduide gebied, is de bestemming mede gericht op het behoud en herstel van de cultuurhistorische en ruimtelijke waarden van het dorpsgezicht zoals weergegeven in het aanwijzingsbesluit van Dronrijp als beschermd dorpsgezicht, opgenomen als bijlage bij deze voorschriften. 2. Bouwvoorschriften a. Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: 1. de inhoud per gebouw mag niet meer dan 50 m³ bedragen; 2. de bouwhoogte mag niet meer dan 4 m bedragen. b. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: 1. de bouwhoogte van terrein- en erfafscheidingen mag niet meer dan 2 m bedragen; 2. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 10 m bedragen vrs.2 58

59 3. Nadere eisen Burgemeester en Wethouders kunnen, met oog op het voorkomen van een onevenredige aantasting van: - het straatwand- en bebouwingsbeeld; - de woonsituatie; - de verkeersveiligheid; - de sociale veiligheid; - de milieusituatie; - de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden, nadere eisen stellen aan: a. voor zover de gronden zijn gelegen binnen het op de plankaart met "beschermd dorpsgezicht" aangeduide gebied: - de gevelindeling van hoofdgebouwen; - het materiaalgebruik bij hoofdgebouwen in die zin dat sprake dient de zijn van gebakken stenen en gebakken dakpannen en dat in de kleurstelling aangesloten dient te worden bij het traditionele kleurgebruik; - de dakvorm en het materiaalgebruik van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen, in die zin dat gebruik wordt gemaakt van gebakken materialen en/of hout in traditionele kleurstellingen; - het materiaalgebruik van erfafscheidingen; - de plaats en oppervlakte, bouwhoogte en goothoogte van de bebouwing; b. voor het overige; - de plaats en oppervlakte, bouwhoogte en goothoogte van de bebouwing. 4. Aanlegvergunning a. Voor zover de gronden zijn gelegen binnen het op de plankaart met beschermd dorpsgezicht aangeduide gebied is het verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning (aanlegvergunning) van Burgemeester en Wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: - het afgraven en/of ophogen, het beplanten en het aanleggen van oppervlakteverharding. b. De onder a bedoelde vergunning is niet vereist voor 1. werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden die normaal onderhoud en beheer betreffen; vrs.2 59

60 2. werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan. c. De onder a bedoelde vergunning wordt alleen verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de cultuurhistorische en ruimtelijke waarden van het beschermde dorpsgezicht. 5. Gebruiksvoorschriften Het is verboden de gronden en bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met deze bestemming. 6. Vrijstelling van de gebruiksvoorschriften Burgemeester en wethouders verlenen vrijstelling van het bepaalde in lid 5 indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke beperking niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd. 7. Strafbepaling Overtreding van het bepaalde in lid 4 en 5 wordt aangemerkt als een strafbaar feit, in de zin van artikel 1a onder 2 van de Wet op de economische delicten vrs.2 60

61 Artikel 16 Water 1. Bestemmingsomschrijving De op de plankaart voor water aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. openbaar vaarwater, vaarten en water(lopen) met een functie ten behoeve van de scheepvaart, waterberging en/of de waterhuishouding; met de daarbij behorende; b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waaronder dammen en/of duikers, aanlegsteigers en/of bruggen, met dien verstande dat de gronden op de plankaart aangeduid met brug indicatief zijn voor de situering van een brugverbinding. Voor zover de gronden zijn gelegen binnen het op de plankaart met "beschermd dorpsgezicht" aangeduide gebied, is de bestemming mede gericht op het behoud en herstel van de cultuurhistorische en ruimtelijke waarden van het dorpsgezicht zoals weergegeven in het aanwijzingsbesluit van Dronrijp als beschermd dorpsgezicht, opgenomen als bijlage bij deze voorschriften. Werkzaamheden worden uitgevoerd in overleg met de waterbeheerder. 2. Bouwvoorschriften a. Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. b. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende bepaling: - de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 10 m bedragen. 3. Nadere eisen Burgemeester en Wethouders kunnen, met oog op het voorkomen van een onevenredige aantasting van: - het straatwand- en bebouwingsbeeld; - de woonsituatie; - de verkeersveiligheid; - de sociale veiligheid; - de milieusituatie; vrs.2 61

62 - de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden, nadere eisen stellen aan: a. voor zover de gronden zijn gelegen binnen het op de plankaart met "beschermd dorpsgezicht" aangeduide gebied: - het materiaalgebruik van bouwwerken, geen gebouwen zijnde; - de plaats en afmetingen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde; b. voor het overige; - de plaats en afmetingen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 4. Aanlegvergunning a. Voor zover de gronden zijn gelegen binnen het op de plankaart met beschermd dorpsgezicht aangeduide gebied is het verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning (aanlegvergunning) van Burgemeester en Wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: - het afgraven en/of ophogen, het beplanten en het aanleggen van oppervlakteverharding. b. De onder a bedoelde vergunning is niet vereist voor 1. werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden die normaal onderhoud en beheer betreffen; 2. werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan. c. De onder a bedoelde vergunning wordt alleen verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de cultuurhistorische en ruimtelijke waarden van het beschermde dorpsgezicht. 5. Gebruiksvoorschriften a. Het is verboden de gronden en bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met deze bestemming. b. Tot gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld onder a, wordt in ieder geval gerekend het gebruik ten behoeve van (vaste) ligplaatsen voor woon- of werkboten vrs.2 62

63 6. Vrijstelling van de gebruiksvoorschriften Burgemeester en wethouders verlenen vrijstelling van het bepaalde in lid 5 indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke beperking niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd. 7. Strafbepaling Overtreding van het bepaalde in leden 4 en 5 wordt aangemerkt als een strafbaar feit, in de zin van artikel 1a onder 2 van de Wet op de economische delicten vrs.2 63

64 Artikel 17 Woondoeleinden uit te werken 1. Bestemmingsomschrijving De als zodanig op de plankaart voor woondoeleinden uit te werken aangegeven gronden zijn bestemd voor: a. woningen, al dan niet in combinatie met een ruimte voor een aan-huis-verbonden beroep of bedrijf, waarbij er sprake dient te zijn van een kleinschalige bedrijfsmatige activiteit; b. aan- en uitbouwen en bijgebouwen; met de daarbij behorende c. tuinen, erven en terreinen; d. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; alsook voor: e. woonstraten en paden; f. maatschappelijke voorzieningen; g. openbare nutsvoorzieningen; h. groenvoorzieningen; i. parkeervoorzieningen; j. speelvoorzieningen; k. waterlopen. 2. Uitwerkingsregels Burgemeester en Wethouders werken de in lid 1 omschreven bestemming uit met inachtneming van de volgende regels: a. Voor het inrichten van het gebied gelden de volgende bepalingen: 1. het aantal te bouwen woningen mag niet meer dan 76 bedragen; 2. een deel van de te bouwen woningen zal moeten worden bestemd voor senioren en starters. 3. per straatzijde of bebouwingscluster moet sprake zijn van een samenhangend bebouwingsbeeld. Het bebouwingsbeeld wordt bepaald door het aantal aaneen gebouwde woningen, de goothoogte, de bouwhoogte en de dakhelling per straatzijde of cluster; 4. bij de percelen die grenzen aan de Puoldyk worden de woningen georiënteerd op de Puoldyk vrs.2 64

65 5. bij vrijstaande en dubbele woningen vindt parkeren plaats op eigen erf. 6. voor een aan-huis-verbonden beroep of bedrijf gelden de regels, zoals aangegeven in artikel 3, lid de ontsluiting voor gemotoriseerd verkeer vindt plaats op de Puoldyk en de Skries b. Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende bepalingen: 1. als hoofdgebouw mogen uitsluitend woonhuizen worden gebouwd; 2. het moet gaan om vrijstaande, dubbele en rijenwoningen; 3. de goothoogte van een hoofdgebouw mag niet meer dan 6,5 meter bedragen; 4. de bouwhoogte van een hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan 10 meter; op de percelen die grenzen aan het landelijk gebied bedraagt de bouwhoogte niet meer dan 8,5 meter; 5. hoofdgebouwen mogen uitsluitend worden afgedekt met een kap, waarvan de dakhelling niet minder dan 30 mag bedragen; 6. in een plan van uitwerking mag een vrijstelling worden opgenomen voor een hogere goot- en bouwhoogte en een kleinere dakhelling. c Voor het bouwen van aan- en uitbouwen en bijgebouwen gelden de volgende bepalingen: 1. de aan- en uitbouwen en bijgebouwen dienen op minimaal 3 m achter (het verlengde van) de voorgevel te worden gesitueerd; 2. de afstand van aan- en uitbouwen en bijgebouwen tot de zijdelingse bouwperceelgrens mag niet minder dan 1 m bedragen, behoudens bij plaatsing op de zijdelingse bouwperceelgrens; 3. de gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen per woning mag niet meer dan 75 m² bedragen, met dien verstande dat het bebouwingspercentage van het als zij- en achtererf aan te duiden deel van het bouwperceel niet meer dan 50% mag bedragen; 4. de bouwhoogte van bijgebouwen met een platte afdekking mag niet meer dan 3 m bedragen, terwijl bij afdekking met een kap de goot- en bouwhoogte van bijgebouwen niet meer dan respectievelijk 3 m en 5,5 m mag bedragen; vrs.2 65

66 5. de goothoogte van aan- en uitbouwen mag niet meer dan 3,5 m bedragen, met dien verstande dat indien de goothoogte van het hoofdgebouw minder bedraagt dan 3,5 m, de goothoogte van aan- en uitbouwen niet meer dan de goothoogte van het hoofdgebouw mag bedragen; 6. de bouwhoogte van aan- en uitbouwen mag niet meer dan 5,5 m bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte van aan- en uitbouwen bij platte afdekking, ten hoogste gelijk mag zijn aan de onder 5 toegestane goothoogte; 7. in een plan van uitwerking mag een vrijstelling worden opgenomen voor de in onder 1 tot 6 opgenomen afstanden en maten. d. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: 1. de bouwhoogte van terrein- en erfafscheidingen mag niet meer dan 2 m bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte van terrein- en erfafscheidingen vóór (het verlengde van) de naar de weg gekeerde gevel(s) niet meer dan 1 m mag bedragen; 2. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 5 m bedragen. 5. Bijzondere bepalingen Zolang en voorzover het in lid 2 bedoelde plan van uitwerking niet onherroepelijk is, mogen bouwwerken slechts worden gebouwd, mits 1. het bouwplan in overeenstemming is met het ontwerpuitwerkingsplan; 2. van Gedeputeerde Staten vooraf een verklaring van geen bezwaar ter zake is ontvangen, tenzij Gedeputeerde Staten hebben verklaard dat de uitwerking geen goedkeuring behoeft en gedurende de termijn van terinzagelegging geen bedenkingen tegen het ontwerpplan van uitwerking zijn ingebracht. 6. Uitwerkingsprocedure Op de voorbereiding tot een besluit tot uitwerking op grond van deze bestemming is de volgende procedure van toepassing: a. een ontwerp-besluit tot uitwerking op grond van deze bestemming, waarbij toepassing wordt gegeven aan het vrs.2 66

67 bepaalde in artikel 11 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, ligt, met bijbehorende stukken, gedurende 4 weken op het gemeentehuis ter inzage; b. Burgemeester en Wethouders maken de nederlegging van te voren in één of meer dag- of nieuwsbladen, die in de gemeente worden verspreid, en voorts op de gebruikelijke wijze, bekend; c. De bekendmaking houdt mededeling in van de bevoegdheid tot het indienen van zienswijzen; d. Gedurende de in sublid a genoemde termijn kunnen belanghebbenden bij burgemeester en wethouders schriftelijk zienswijzen indienen omtrent het ontwerpbesluit tot uitwerking vrs.2 67

68 Dubbelbestemmingen Artikel 18 Archeologisch waardevol gebied 1. Bestemmingsomschrijving De op de plankaart voor archeologisch waardevol gebied aangewezen gronden zijn, naast de andere voor die gronden aangewezen bestemmingen (basisbestemming) tevens bestemd voor het herstel en behoud van archeologische waarden. 2. Bouwvoorschriften In afwijking van het bepaalde in de aangegeven andere bestemmingen, mogen op deze gronden geen bouwwerken worden gebouwd, met uitzondering van: a. bouwwerken ter vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de bestaande oppervlakte met niet meer dan 50 m² wordt uitgebreid; b. bouwwerken ten behoeve van archeologisch onderzoek en bouwwerken met een oppervlakte kleiner dan 50 m² ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemmingen. 3. Vrijstelling van de bouwvoorschriften Burgemeester en wethouders kunnen vrijstelling verlenen van het bepaalde in lid 2, sub a en sub b, voor het bouwen van bouwwerken ter vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte met meer dan 50 m² wordt uitgebreid en voor het bouwen van bouwwerken, met een oppervlakte groter dan 50 m², mits: a. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn, of; b. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden door bouwactiviteiten niet onevenredig worden geschaad, of; c. de volgende voorwaarden in acht genomen worden indien, op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de vrs.2 68

69 archeologische waarden door de bouwactiviteiten kunnen worden verstoord: 1. een verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, of; 2. een verplichting tot het doen van opgravingen, of; 3. een verplichting de uitvoering van werken en werkzaamheden te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg. Indien Burgemeester en Wethouders voornemens zijn om aan de vrijstelling voorwaarden te verbinden als bedoeld in sub c, wordt de provinciaal archeoloog om advies gevraagd. Bij een negatief advies van de provinciaal archeoloog wordt de vrijstelling niet verleend, dan nadat van Gedeputeerde Staten een verklaring van geen bezwaar is ontvangen. 4. Voorschriften met betrekking tot het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en/of werkzaamheden a. Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van Burgemeester en Wethouders (aanlegvergunning) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: - het ontgronden, afgraven, egaliseren, mengen, diepploegen en ontginnen van gronden met dien verstande dat het werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden betreft met een oppervlakte groter dan 50 m² en dieper dan 30 cm; - het graven van watergangen; - het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en drainage en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur dieper dan 30 cm; - het verlagen van het waterpeil. b. Een vergunning als bedoeld onder a wordt slechts verleend indien: 1. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat geen archeologische waarden aanwezig zijn; 2. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden door de werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden niet onevenredig worden geschaad; vrs.2 69

70 3. de volgende voorwaarden in acht worden genomen, wanneer op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden door de werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden kunnen worden verstoord: a. een verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, of; b. een verplichting tot het doen van opgravingen, of; c. een verplichting de uitvoering van de werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg. Indien burgemeester en wethouders voornemens zijn om aan de vrijstelling voorwaarden te verbinden als bedoeld in sub b, onder 3 wordt de provinciaal archeoloog om advies gevraagd. Bij een negatief advies van de provinciaal archeoloog wordt de vrijstelling niet verleend, dan nadat van Gedeputeerde Staten een verklaring van geen bezwaar is ontvangen. c. Het verbod als bedoeld onder a is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die: - reeds in uitvoering zijn ten tijde van het van kracht worden van dit plan; - het normale onderhoud betreffen; - mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende aanlegvergunning; - op archeologisch onderzoek gericht zijn. 5. Strafbepaling Overtreding van het bepaalde in lid 4, sub a wordt aangemerkt als een strafbaar feit, in de zin van artikel 1a onder 2º van de Wet op de economische delicten. 6. Wijzigingsbevoegdheid a. Burgemeester en Wethouders kunnen het plan wijzigen in die zin dat aan de gronden op de plankaart de bestemming archeologisch waardevol gebied wordt ontnomen, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat ter plaatse geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn vrs.2 70

71 b. Op een besluit tot wijziging als bedoeld sub a is de volgende procedure van toepassing: 1. een ontwerpbesluit tot wijziging, waarbij toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in artikel 11 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, ligt, met bijbehorende stukken gedurende vier weken op het gemeentehuis ter inzage; 2. burgemeester en wethouders maken de nederlegging van te voren in één of meer dag- of nieuwsbladen, die in de gemeente worden verspreid, bekend; 3. de bekendmaking houdt mededeling in van de bevoegdheid tot het indienen van zienswijzen; 4. gedurende de onder 1 genoemde termijn kunnen belanghebbenden bij burgemeester en wethouders schriftelijk zienswijzen indienen omtrent het ontwerpbesluit tot wijziging vrs.2 71

72 Artikel 19 Waterleiding 1. Bestemmingsomschrijving De op de plankaart voor waterleiding aangewezen gronden zijn, naast de andere voor die gronden aangewezen bestemmingen (basisbestemming) tevens bestemd voor een waterleiding. 2. Bouwvoorschriften a. In afwijking van het bepaalde in de aangegeven andere bestemmingen mogen op of in deze gronden niet worden gebouwd, anders dan voor deze bestemming. b. Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. c. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende bepaling: - de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer dan 3 m bedragen. 3. Vrijstelling van de bouwvoorschriften Burgemeester en wethouders kunnen, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van de waterleiding, vrijstelling verlenen van: a. het bepaalde in lid 2 sub a en lid 2 sub b en toestaan dat de in de andere bestemming genoemde gebouwen worden gebouwd, mits vooraf advies wordt ingewonnen van de betreffende leidingbeheerder; b. het bepaalde in lid 2 sub a en lid 2 sub c en toestaan dat de in de andere bestemming genoemde bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, mits vooraf advies wordt ingewonnen van de betreffende leidingbeheerder vrs.2 72

73 Artikel 20 Rioolpersleiding 1. Bestemmingsomschrijving De op de plankaart voor rioolpersleiding aangewezen gronden zijn, naast de andere voor die gronden aangewezen bestemmingen (basisbestemming) tevens bestemd voor een rioolpersleiding. 2. Bouwvoorschriften a. In afwijking van het bepaalde in de aangegeven andere bestemmingen mogen op of in deze gronden niet worden gebouwd, anders dan voor deze bestemming. b. Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. c. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende bepaling: - de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer dan 3 m bedragen. 3. Vrijstelling van de bouwvoorschriften Burgemeester en wethouders kunnen, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van de rioolpersleiding, vrijstelling verlenen van: a. het bepaalde in lid 2 sub a en lid 2 sub b en toestaan dat de in de andere bestemming genoemde gebouwen worden gebouwd, mits vooraf advies wordt ingewonnen van de betreffende leidingbeheerder; b. het bepaalde in lid 2 sub a en lid 2 sub c en toestaan dat de in de andere bestemming genoemde bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, mits vooraf advies wordt ingewonnen van de betreffende leidingbeheerder vrs.2 73

74

75 Overige bepalingen Artikel 21 Afstemming Waterschap Bij activiteiten waarbij ook belangen van het waterschap een rol spelen, vindt overleg plaats met het waterschap. De keur van het waterschap is onverminderd van toepassing. Vaarwegenverordening Friesland De Vaarwegenverordening Friesland is onverminderd van toepassing. Ligplaatsenverordening Menaldumadeel De ligplaatsenverordening van de gemeente Menaldumadeel is onverminderd van toepassing vrs.2 75

76 Artikel 22 Anti-dubbeltelbepaling Grond welke eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan, waarvan uitvoering is of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing vrs.2 76

77 Artikel 23 Uitsluiting aanvullende werking Bouwverordening De voorschriften van de Bouwverordening ten aanzien van onderwerpen van stedenbouwkundige aard blijven overeenkomstig het gestelde in artikel 9, lid 2 van de Woningwet buiten toepassing, behoudens ten aanzien van de volgende onderwerpen: a. de bereikbaarheid van gebouwen voor wegverkeer; b. de bereikbaarheid van gebouwen voor gehandicapten; c. het bouwen bij hoogspanningsleidingen en ondergrondse transportleidingen; d. de parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden; e. de ruimte tussen bouwwerken vrs.2 77

78 Artikel 24 Algemene vrijstellingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders kunnen, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straatwand- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid, de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en de verschijningsvorm van de op de plankaart met "karakteristiek", "structureel en architectonisch beeldbepalend" dan wel "structureel beeldbepalend" aangeduide gebouwen, vrijstelling verlenen van: a. de bij recht in de voorschriften gegeven maten, afmetingen, percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages; b. de bestemmingsbepalingen en toestaan dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of intensiteit daartoe aanleiding geven; c. de bestemmingsbepalingen en toestaan dat bouwgrenzen worden overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft; d. de bestemmingsbepalingen ten aanzien van de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de hoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot tot niet meer dan 10 m; e. de bestemmingsbepalingen ten aanzien van de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van kunstwerken, geen gebouwen zijnde, en ten behoeve van zend-, ontvang- en/of sirenemasten, wordt vergroot tot niet meer dan 40 m. Deze vrijstelling zal pas worden verleend indien na beoordeling van het Ministerie van Defensie is gebleken dat hiertegen uit het oogpunt van vliegveiligheid en functioneren van radar- en telecommunicatievoorzieningen van de Koninklijke Luchtmacht geen bezwaar bestaat; f. het bepaalde ten aanzien van de maximale (bouw)hoogte van gebouwen en toestaan dat de (bouw)hoogte van de gebouwen ten behoeve van plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen, luchtkokers, liftkokers en lichtkappen, mits: vrs.2 78

79 - de oppervlakte van de vergroting niet meer dan 15 m² bedraagt; - de hoogte niet meer dan 1,25 maal de maximale (bouw)hoogte van het betreffende gebouw bedraagt; g. het oprichten van niet voor bewoning bestemde gebouwen van openbaar nut, met dien verstande dat de inhoud en de hoogte van deze gebouwen niet meer dan respectievelijk 50 m³ en 4 m mogen bedragen vrs.2 79

80 Artikel 25 Wijzigingsbevoegdheden a. 1. Burgemeester en Wethouders kunnen de bestemming wijzigen voor zover de gronden zijn gelegen binnen de met "wijzigingsgrens Kúkshiem" aangegeven lijn in de bestemming "woondoeleinden", bedrijfsdoeleinden, maatschappelijke doeleinden, gemengde doeleinden, detailhandel, "verkeers- en verblijfsdoeleinden", nutsdoeleinden, "groenvoorzieningen" en water, met dien verstande dat: - het aantal woningen past binnen het met de provincie overeengekomen woningbouwcontingent; - indien de gronden gelegen zijn binnen de op de plankaart aangeduide "geluidzone De Takomst" de wijzigingsbevoegdheid slechts wordt toegepast in overeenstemming met een verkregen hogere grenswaarde; - vóór toepassing van de wijzigingsbevoegdheid overleg is gepleegd met de waterbeherende instantie over de noodzakelijke waterberging en situering daarvan; - vóór toepassing van de wijzigingsbevoegdheid op kosten van de aanvrager archeologisch vervolgonderzoek plaatsvindt; - voor het overige de bepalingen van artikel 3, 5, 7, 8, 9, 12, 15 en 16 van overeenkomstige toepassing zijn. 2. De toepassing van de wijzigingsbevoegdheid mag er niet toe leiden, dat het aantal supermarkten in het dorp Dronrijp meer dan 1 bedraagt. b. Burgemeester en Wethouders kunnen het plan wijzigen in die zin dat een transformatorstation, gasdrukmeet- en regelstation, rioolgemaal en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwwerken van openbaar nut mogen worden gebouwd tot een inhoud van ten hoogste 400 m³ en een bouwhoogte van ten hoogste 4 m. c. Burgemeester en Wethouders kunnen het plan wijzigen in die zin dat aan de gronden op de plankaart de bestemming archeologisch waardevol gebied wordt toegekend, indien uit vrs.2 80

81 archeologisch onderzoek is gebleken dat de begrenzing van de gronden met de bestemming archeologisch waardevol gebied, gelet op de ter plaatse aanwezige archeologische waarden, aanpassing behoeft. d. De wijzigingsbevoegdheid als bedoeld onder a, b en c wordt uitsluitend toegepast indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: - het straatwand- en bebouwingsbeeld; - het beschermd dorpsgezicht; - de woonsituatie; - de verkeersveiligheid; - de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; - de milieusituatie. e. Op de voorbereiding van een besluit tot wijziging als bedoeld onder a tot en met c is de volgende procedure van toepassing: 1. een ontwerpbesluit tot wijziging, waarbij toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in artikel 11 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, ligt, met bijbehorende stukken gedurende vier weken op het gemeentehuis ter inzage; 2. burgemeester en wethouders maken de nederlegging van te voren in één of meer dag- of nieuwsbladen, die in de gemeente worden verspreid, bekend; 3. de bekendmaking houdt mededeling in van de bevoegdheid tot het indienen van zienswijzen; 4. gedurende de onder 1 genoemde termijn kunnen belanghebbenden bij burgemeester en wethouders schriftelijk zienswijzen indienen omtrent het ontwerpbesluit tot wijziging vrs.2 81

82 Artikel 26 Overgangsbepalingen 1. Overgangsbepalingen ten aanzien van bouwwerken Bouwwerken, welke op het tijdstip van de eerste terinzagelegging van dit plan bestaan dan wel worden gebouwd of kunnen worden gebouwd met inachtneming van het bepaalde in of krachtens de Woningwet, en in enigerlei opzicht van het plan afwijken, mogen, mits de bestaande afwijkingen naar de aard en omvang niet worden vergroot: a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het tenietgaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de bouwvergunning geschiedt binnen twee jaar na het tenietgaan. 2. Vrijstellingsbepaling Burgemeester en wethouders kunnen vrijstelling verlenen van het bepaalde in lid 1, dat de bestaande afwijkingen naar de omvang niet mogen worden vergroot en toestaan dat een eenmalige vergroting plaatsvindt van de inhoud van de in lid 1 toegelaten bouwwerken met niet meer dan 10%. 3. Overgangsbepaling ten aanzien van het gebruik Het gebruik van gronden en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan, mag worden voortgezet of gewijzigd, zolang en voor zover de strijdigheid van dat gebruik ten opzichte van het gebruik overeenkomstig de bestemmingen in dit plan, naar de aard en omvang niet wordt vergroot. 4. Uitzonderingen op het overgangsrecht a. Lid 1 is niet van toepassing op bouwwerken, die weliswaar bestaan op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan, doch zijn gebouwd in strijd met het toen geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. b. Lid 3 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan vrs.2 82

83 5. Strafbepaling Overtreding van het bepaalde in lid 3 wordt aangemerkt als een strafbaar feit in de zin van artikel 1a onder 2 van de Wet op de economische delicten vrs.2 83

84 Artikel 27 Slotbepaling Deze voorschriften kunnen worden aangehaald onder de titel: Voorschriften deel uitmakende van het bestemmingsplan Dronrijp, gemeente Menaldumadeel". Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 1 november 2007 De voorzitter, De griffier, 13 november vrs.2 84

85 Bijlagen.

86 Bijlage 1 : Staat van Bedrijfsactiviteiten.

87 Staat van Bedrijfsactiviteiten grootste afstand 100 meter, categorie 3 SBI-code OMSCHRIJVING Geur Stof Geluid Gevaar Afst. Cat. 01 LANDBOUW EN DIENSTVERLENING T.B.V. DE LANDBOUW 014 Dienstverlening t.b.v. de landbouw hoveniersbedrijven BOSBOUW EN DIENSTVERLENING T.B.V. BOSBOUW 020 Bosbouwbedrijven VERVAARDIGING VAN VOEDINGSMIDDELEN EN DRANKEN 151 Slachterijen en overige vleesverwerking: slachterijen en pluimveeslachterijen vleeswaren- en vleesconservenfabrieken loonslachterijen , 1533 Groente- en fruitconservenfabrieken: 1532, jam , groente algemeen Zuivelprodukten fabrieken: melkprodukten fabrieken v.c. < t/j Consumptie-ijsfabrieken Broodfabrieken, brood- en banketbakkerijen: v.c. < 2500 kg meel/week Brood- en beschuitfabrieken Banket, biscuit- en koekfabrieken Verwerking cacaobonen en vervaardiging chocolade- en suikerwerk: Suikerwerkfabrieken zonder suiker branden Deegwarenfabrieken Koffiebranderijen en theepakkerijen: theepakkerijen Soep- en soeparomafabrieken: zonder poederdrogen t/m Vervaardiging van wijn, cider e.d Mineraalwater- en frisdrankfabrieken VERVAARDIGING VAN TEXTIEL 171 Bewerken en spinnen van textielvezels Weven van textiel: aantal weefgetouwen < Textielveredelingsbedrijven , 175 Vervaardiging van textielwaren , 177 Vervaardiging van gebreide en gehaakte stoffen en artikelen 18 VERVAARDIGING VAN KLEDING; BEREIDEN EN VERVEN VAN BONT 181 Vervaardiging kleding van leer Vervaardiging van kleding en -toebehoren (excl. van leer) 183 Bereiden en verven van bont; vervaardiging van artikelen van bont 19 VERVAARDIGING VAN LEER EN LEDERWAREN (EXCL. KLEDING) 192 Lederwarenfabrieken (excl. kleding en schoeisel) Schoenenfabrieken HOUTINDUSTRIE EN VERVAARDIGING ARTIKELEN VAN HOUT, RIET, KURK E.D Houtzagerijen met zoutoplossingen Houtconserveringsbedrijven: 202 Fineer- en plaatmaterialenfabrieken , 204 Timmerwerkfabrieken Kurkwaren-, riet- en vlechtwerkfabrieken VERVAARDIGING VAN PAPIER, KARTON EN PAPIER- EN KARTONWAREN 2112 Papier- en kartonfabrieken: p.c. < 3 t/u Papier- en kartonwarenfabrieken Golfkartonfabrieken: p.c. < 3 t/u UITGEVERIJEN, DRUKKERIJEN EN REPRODUKTIE VAN OPGENOMEN MEDIA 1

88 SBI-code OMSCHRIJVING Geur Stof Geluid Gevaar Afst. Cat. 221 Uitgeverijen (kantoren) Drukkerijen van dagbladen Drukkerijen (vlak- en rotatie-diepdrukkerijen) Kleine drukkerijen en kopieerinrichtingen Grafische afwerking Binderijen Grafische reproduktie en zetten Overige grafische aktiviteiten Reproduktiebedrijven opgenomen media AARDOLIE-/STEENKOOLVERWERK. IND.; BEWERKING SPLIJT-/KWEEKSTOFFEN Smeeroliën- en vettenfabrieken VERVAARDIGING VAN CHEMISCHE PRODUKTEN 2442 Farmaceutische produktenfabrieken: formulering en afvullen geneesmiddelen verbandmiddelenfabrieken Lijm- en plakmiddelenfabrieken: zonder dierlijke grondstoffen Fotochemische produktenfabrieken Chemische kantoorbenodigdhedenfabrieken VERVAARDIGING VAN PRODUKTEN VAN RUBBER EN KUNSTSTOF 2512 Loopvlakvernieuwingsbedrijven: vloeropp. < 100 m Rubber-artikelenfabrieken VERVAARDIGING VAN GLAS, AARDEWERK, CEMENT-, KALK- EN GIPSPRODUKTEN 261 Glasfabrieken: glas en glasprodukten, p.c. < t/j Glasbewerkingsbedrijven , 263 Aardewerkfabrieken: 262, vermogen elektrische ovens totaal < 40 kw , vermogen elektrische ovens totaal >= 40 kw Kalkzandsteenfabrieken: p.c. < t/j Mineraalgebonden bouwplatenfabrieken , 2664 Betonmortelcentrales: 2663, p.c. < 100 t/u , 2666 Vervaardiging van produkten van beton, (vezel)cement en gips: 2665, p.c. < 100 t/d Natuursteenbewerkingsbedrijven: zonder breken, zeven en drogen Slijp- en polijstmiddelen fabrieken Minerale produktenfabrieken n.e.g VERVAARD. VAN PRODUKTEN VAN METAAL (EXCL. MACH./TRANSPORTMIDD.) 281 Constructiewerkplaatsen: gesloten gebouw Smederijen, lasinrichtingen, bankwerkerijen e.d Metaaloppervlaktebehandelingsbe-drijven: algemeen scoperen (opspuiten van zink) thermisch verzinken thermisch vertinnen mechanische oppervlaktebehandeling (slijpen, polijsten) anodiseren, eloxeren chemische oppervlaktebehandeling leren galvaniseren (vernikkelen, verchromen, verzinken, verkoperen ed) metaalharden lakspuiten en moffelen Overige metaalbewerkende industrie Overige metaalwarenfabrieken n.e.g VERVAARDIGING VAN MACHINES EN APPARATEN 29 Machine- en apparatenfabrieken: 29 - p.o. < m VERVAARDIGING VAN KANTOORMACHINES EN COMPUTERS 30 Kantoormachines- en computerfabrieken VERVAARDIGING VAN OVER. ELEKTR. MACHINES, APPARATEN EN BENODIGDH. 2

89 SBI-code OMSCHRIJVING Geur Stof Geluid Gevaar Afst. Cat. 314 Accumulatoren- en batterijenfabrieken Elektrotechnische industrie n.e.g VERVAARDIGING VAN AUDIO-, VIDEO-, TELECOM-APPARATEN EN -BENODIGDH. 321 t/m 323 Vervaardiging van audio-, video- en telecom apparatuur e.d Fabrieken voor gedrukte bedrading VERVAARDIGING VAN MEDISCHE EN OPTISCHE APPARATEN EN INSTRUMENTEN 33 Fabrieken voor medische en optische apparaten en instrumenten e.d VERVAARDIGING VAN AUTO'S, AANHANGWAGENS EN OPLEGGERS 343 Auto-onderdelenfabrieken VERVAARDIGING VAN TRANSPORTMIDDELEN (EXCL. AUTO'S, AANHANGWAGENS) 351 Scheepsbouw- en reparatiebedrijven: houten schepen kunststof schepen Wagonbouw- en spoorwegwerkplaatsen: algemeen Rijwiel- en motorrijwielfabrieken Transportmiddelenindustrie n.e.g VERVAARDIGING VAN MEUBELS EN OVERIGE GOEDEREN N.E.G. 361 Meubelfabrieken Fabricage van munten, sieraden e.d Muziekinstrumentenfabrieken Sportartikelenfabrieken Speelgoedartikelenfabrieken Vervaardiging van overige goederen n.e.g BOUWNIJVERHEID 45 Bouwbedrijven en aannemersbedrijven met werkplaats HANDEL/REPARATIE VAN AUTO'S, MOTORFIETSEN; BENZINESERVICESTATIONS 501, 502, Handel in auto's en motorfietsen, reparatie- en servicebedrijven Autoplaatwerkerijen Autobeklederijen Autospuitinrichtingen Autowasserijen , 504 Handel in auto- en motorfietsonderdelen en accessoires 505 Benzineservisestations: 505 zonder LPG GROOTHANDEL EN HANDELSBEMIDDELING 511 Handelsbemiddeling (kantoren) Grth in akkerbouwprodukten en veevoeders Grth in bloemen en planten Grth in levende dieren Grth in huiden, vellen en leder , 5131 Grth in ruwe tabak, groenten, fruit en consumptieaardappelen , 5133 Grth in vlees, vleeswaren, zuivelprodukten, eieren, spijsoliën 5134 Grth in dranken Grth in tabaksprodukten Grth in suiker, chocolade en suikerwerk Grth in koffie, thee, cacao en specerijen , 5139 Grth in overige voedings- en genotmiddelen Grth in overige consumentenartikelen Grth in vaste brandstoffen: klein, lokaal verzorgingsgebied Grth minerale olieprodukten (excl. brandstoffen) /.3 Grth in metalen en -halffabrikaten Grth in hout en bouwmaterialen Grth in ijzer- en metaalwaren en verwarmingsapparatuur Grth in chemische produkten Grth in overige intermediaire goederen Autosloperijen /.3 Overige groothandel in afval en schroot Grth in machines en apparaten Overige grth (bedrijfsmeubels, emballage, vakbenodigdheden e.d

90 SBI-code OMSCHRIJVING Geur Stof Geluid Gevaar Afst. Cat. 52 REPARATIE T.B.V. PARTICULIEREN 527 Reparatie t.b.v. particulieren (excl. auto's en motorfietsen) 60 VERVOER OVER LAND 6022 Taxibedrijven, taxistandplaatsen Touringcarbedrijven Goederenwegvervoerbedrijven (zonder schoonmaken tanks) 63 DIENSTVERLENING T.B.V. HET VERVOER 6312 Veem- en pakhuisbedrijven, koelhuizen POST EN TELECOMMUNICATIE 641 Post- en koeriersdiensten Telecommunicatiebedrijven VERHUUR VAN TRANSPORTMIDDELEN, MACHINES, ANDERE ROERENDE GOEDEREN 711 Personenautoverhuurbedrijven Verhuurbedrijven voor transportmiddelen (excl Personenauto's) 713 Verhuurbedrijven voor machines en werktuigen Verhuurbedrijven voor roerende goederen n.e.g COMPUTERSERVICE- EN INFORMATIETECHNOLOGIE 72 Computerservice- en informatietechnologie-bureau's e.d. 73 SPEUR- EN ONTWIKKELINGSWERK 731 Natuurwetenschappelijk speur- en ontwikkelingswerk Maatschappij- en geesteswetenschappelijk onderzoek 74 OVERIGE ZAKELIJKE DIENSTVERLENING 74 Overige zakelijke dienstverlening: kantoren Reinigingsbedrijven voor gebouwen Foto- en filmontwikkelcentrales Veilingen voor huisraad, kunst e.d OPENBAAR BESTUUR, OVERHEIDSDIENSTEN 7525 Brandweerkazernes MILIEUDIENSTVERLENING Vuilophaal-, straatreinigingsbedrijven e.d Gemeentewerven (afval-inzameldepots) Afvalverwerkingsbedrijven: kabelbranderijen pathogeen afvalverbranding (voor ziekenhuizen) oplosmiddelterugwinning verwerking fotochemisch en galvano-afval OVERIGE DIENSTVERLENING Wasserijen en strijkinrichtingen Tapijtreinigingsbedrijven Chemische wasserijen en ververijen Wasverzendinrichtingen

91 Bijlage 2: Aanwijzingsbesluit beschermd dorpsgezicht 23 januari 1987.

92

93

94

95

96

97

98

99

100

101

102

103

104

105

106

107

108

109

110

111

112

113

114

115

116

117

118