PROGRAMMA- BOEKJE DE AARDE IS VAN IEDEREEN. Verteltheater De Wisseling i.s.m. Stichting Grondbeheer

Save this PDF as:

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "PROGRAMMA- BOEKJE DE AARDE IS VAN IEDEREEN. Verteltheater De Wisseling i.s.m. Stichting Grondbeheer"

Transcriptie

1 PROGRAMMA- BOEKJE DE AARDE IS VAN IEDEREEN Verteltheater De Wisseling i.s.m. Stichting Grondbeheer

2 STEL JE EENS VOOR... Een levendig landschap met vruchtbare akkers, grazende koeien in de wei, weelderige bomen en kleurrijke bloemen waar vogels kwetteren, insecten zoemen. Waar het slootwater helder is en de lucht lentefris. Klinkt dat te mooi om waar te zijn? Op een biodynamische boerderij is dit de dagelijkse praktijk. Intuïtief weet je: zo hoort het te zijn, zo leren we het aan onze kinderen! Deze ontroerende voorstelling brengt intuïtie en realiteit bij elkaar. Een grootmoeder en een boer vertellen hun verhalen. Ze leggen hun oor te luisteren bij een wijze indiaan. Hij weet nog dat je bij je geboorte de aarde cadeau krijgt. Marjan Boontjes Kees Scholten David Borghouts

3 PROGRAMMA Hoe blijft de aarde een vitaal geschenk voor alle kinderen die vandaag en morgen worden geboren? We laten er verteltheater op los en geven op die vraag een hoopvol én haalbaar antwoord. De verhalen worden omlijst door cellomuziek en een kleurrijk decor van papierkunstenaar Nico Kool. MARJAN BOONTJES Verhalenverteller van Verteltheater de Wisseling, is gastvrouw van de voorstelling. Met vrolijke verhalen over haar eigen kleinkinde ren, die bruisen van levenslust en ver trouw en, rijgt ze de voorstelling aan elkaar. Als grootmoeder voelt zij de urgentie om in actie te komen voor de toekomst van haar kleinkinderen. KEES SCHOLTEN Regisseur/acteur van Volksoperahuis, kruipt in de huid van indianenopperhoofd Seattle en draagt zijn historische en ontroerende toespraak voor. Het is confronterend hoe actueel de woorden van Seattle zijn. Het dwingt tot nadenken over het bezitten en beheren van grond. DAVID BORGHOUTS Biodynamisch boer op de Noorderhoeve in Schoorl, vertelt hoe hij als Rotterdamse stadsjongen ervan droomde om boer te worden. Tegen beter weten in ging hij naar de boerenschool. Aan de hand van zijn biografie legt hij uit wat de scheppende kracht is van dankbaarheid.

4 MARJAN BOONTJES Verhalenverteller en gastvrouw Welkom! Als grootmoeder wil ik jullie over mijn kleinkinderen vertellen. Als een trotse grootmoeder. Trotse grootmoeder van Yaro en Lizzy. Zij betoveren voor mij de wereld. Door hun ogen is de wereld mooi en goed. Ik rij een keer met Yaro langs een bouwplaats in de stad. Wat zijn dat oma? Yaro wijst op grote houten katrollen met kabels. Daar heb ik geen verstand van lieverd. Vraag dat maar aan je vader die weet daar alles van. Stilte. Hij denkt na. Oma, jij weet alles van de lichtjes, hè. Alsof ik een lintje krijg opgespeld. We zijn op bezoek bij Ecomare op Texel. Waar is Ecomare voor oma? Naar Ecomare gaan alle zieke en gewonde dieren. Vogels met een gebroken vleugel, verdwaalde babyzeehondjes die hun moeder in een storm zijn kwijtgeraakt, op het strand aan gespoelde bruinvissen. De volgende dag op het strand. O kijk oma, ach, een zeester met een poot eraf. Hij vult snel zijn emmertje met zeewater, doet wat zand onderin en legt de zeester er voorzichtig op. Oma, die moet dus naar Ecomare. Wij naar Ecomare. Zullen ze ons serieus nemen? Ze zien ons al aankomen met een invalide zeester. Gelukkig, de mevrouw van Ecomare is een en al aandacht Nee maar, wat goed van jou, die gaan we hier beter maken hoor. Ach ja ik zie het, hij mist een pootje. Kom, we doen hem in een aquarium dan kan hij uitrusten en aansterken. Ik heb goed nieuws. Bij een zeester groeit er vanzelf weer een pootje aan. Kom over een maand nog maar eens kijken. Dat wist ik ook niet, van dat pootje. Ik ga een expositie inrichten. Yaro mag mee om schilderijen te helpen sjouwen in opa s atelier. Als laatste roept hij Oma, deze ben je nog vergeten. De mooiste. Kijk een bos met een meertje Hij heeft het verfpalet in zijn hand. Opa s verfpalet waarop hij kleuren mengt. Bruingroene dikke klodders verf en in het midden een pluk blauw. Door Yaro s ogen zie ik het nu ook. Een blauw meer omzoomd door een bos. 3

5 Daar mag jij straks een plekje voor zoeken aan de muur. Tijdens de opening zet hij er een stoeltje onder en zit als een suppoost bij zijn bosmeertje. Op een dag ga ik met Lizzy zwemmen. De zee is wild, er staat een sterke stroming. En dan die onverschrokken Lizzy die samen met mij in de hoge golven springt. Kijk oma daar komt een hele grote. De golf sleurt haar mee. Ze gaat kopje onder en met een stralende lach komt ze weer boven. Haar opblaasvleugeltjes zorgen dat ze steeds weer boven water opduikt. Keer op keer. Wat een levenslust! En wat een onvoorwaardelijk vertrouwen. Ik besef hoe groot mijn verantwoording is. Wat een impact heeft alles wat ik doe en voorleef. Mijn voorbeeld geeft een blauwdruk mee aan hun leven. Ik ben een babyboomer en vlak na de oorlog geboren. Mensen zijn niet te vertrouwen, waarschuwde mijn moeder. Allemaal huichelaars en zakkenvullers. Een oorlogstrauma. Ze houdt van de wind, de sneeuw, de zon, de zee en van haar dieren. Ik ben haar eerste baby. Ze zet mij in de kinderwagen buiten in de sneeuw... Alléén als de zon schijnt natuurlijk. In mijn slaapkamer staat het raam zomer en winter wijd open. Ik voel de wind over mijn gezicht gaan. Als het vriest ligt er rijp op mijn deken. Altijd buitenspelen. Lange dagen aan het strand. De dag beginnen met zwemmen in zee, weer of geen weer. Ik word een aardemeisje. Ik loop altijd op blote voeten. Mijn vader knuffelt. Mijn moeder niet. Mijn vader is voor mij de koning van de wereld en houdt van mensen. Met mijn vader kan je lachen. Hij maakt zijn eigen regels en stelt mijn moeder gerust. Dat is mijn blauwdruk. Toen ik in 1964 in Amsterdam ging studeren had ik veel moeite om me aan de regels van de maatschappij aan te passen. Ik wilde niet in de maatschappij wonen. Ik wilde op de aarde leven. Boven mijn bed hang ik een levensgrote poster van Indianenopperhoofd Seattle. Daarop rookt hij de vredespijp. Onderop in grote letters een citaat uit zijn beroemde toespraak. Die toespraak die hij hield in 1854 voor de Amerikaanse Regering die op slinkse wijze zijn land wilde afkopen. Die toespraak is actueler dan ooit. Laten we naar hem luisteren. 4

6 Deze speech is uitgesproken in Opperhoofd Seattle van de Dwamish-stam richt zich met deze indringende toespraak tot de Amerikaanse regering die het land van hen wil kopen. Het grote opperhoofd in Washington heeft gesproken: hij wenst ons land te kopen. Het grote opperhoofd heeft ook woorden gesproken van vriendschap en vrede. Dat is zeer goed van hem omdat we weten dat hij onze vriendschap niet nodig heeft. Maar we zullen over uw aanbod beraadslagen, want we weten dat als we ons land niet verkopen, de blanke man met zijn geweren komt en het in bezit neemt. Hoe kun je de lucht, de warmte van het land kopen of verkopen? Dat is voor ons moeilijk te bedenken. Als wij de prikkeling van de lucht en het kabbelen van het water niet kunnen bezitten, hoe kunt u het van ons kopen? Wij zullen hierover op onze tijd een beslissing nemen. Zoals het opperhoofd Seattle zegt: het grote opperhoofd in Washington kan vast op ons rekenen, zoals onze blanke broeders kunnen rekenen op de terugkeer van de seizoenen. Mijn woorden zijn als sterren. Zij verdwijnen niet. Elk stuk van dit land is heilig voor mijn volk. Ieder spar, die glanst in de zon, elk zandstrand. Elke nevel in de donkere bossen, elke open plaats, elke zoemende bij, is heilig in de gedachten en herinnering van mijn volk. Het sap, dat in de boom opstijgt, draagt de herinnering van de rode man. Een dode blanke man vergeet het land van zijn geboorte als hij zijn tocht naar de sterren begint. Onze doden vergeten dit prachtige land nooit: het is de moeder van de rode man. Wij zijn een deel van de aarde, en de aarde is een deel van ons. De geurende bloemen zijn onze zusters, het rendier, het paard, de grote adelaars onze broeders. De 5

7 schuimkoppen in de rivier, het sap van de weidebloemen, het zweet van de pony en van de man, het is allemaal van hetzelfde geslacht, ons geslacht. Dus als het opperhoofd in Washington laat zeggen dat hij ons land wil kopen, vraagt hij wel veel van ons. Het grote opperhoofd laat zeggen, dat hij een plaats voor ons zal reserveren waar wij rustig kunnen leven. Hij zal onze vader zijn en wij zullen zijn kinderen zijn. Maar kan dat wel? God heeft uw volk lief. Maar zijn rode broeders heeft hij verlaten. Hij zendt machines om de blanke man te helpen bij zijn werk en hij bouwt grote wigwams voor hem. Hij maakt uw volk dag na dag sterker. Weldra zult u het land overspoelen, zoals de rivier na een plotselinge regen zich door de kloof stort. Maar mijn volk en ik, wij zijn het aflopend getij. Nee, wij zijn van een ander ras. Onze kinderen spelen niet samen met die van u en onze oude mannen vertellen andere verhalen. God begunstigt u en wij, wij zijn tot wezen geworden. Wij zullen uw aanbod ons land te kopen, dus overwegen. Maar het zal niet gemakkelijk zijn. Want dit is ons heilig. Wij beleven vreugde aan deze bossen. Ik weet het niet, maar onze wegen zijn anders dan de uwe. Dit glinsterende water dat stroomt in beken en rivieren is niet zomaar water. Het is het bloed van onze voorouders. Als wij het land verkopen, moet u bedenken dat het gewijde grond is, en u moet uw kinderen leren dat het heilig is. En dat elke vage weerspiegeling in het heldere water van het meer spreekt van gebeurtenissen uit het verleden van mijn volk. Het murmelend water is de stem van mijn vaders vader. De rivieren zijn onze broeders, zij lessen onze dorst. De rivieren dragen onze kano s en voeden onze kinderen. Als wij u het land verkopen moet u bedenken en aan uw kinderen leren dat de rivieren onze broeders zijn. En ook uw broeders. En dat u voortaan net zo vriendelijk moet zijn voor de rivieren als u voor uw broeders zou zijn. 6

8 De rode man heeft zich voor altijd teruggetrokken voor de oprukkende blanke, zoals de nevel in de heuvels vlucht voor de zon in de morgen. Maar de as van onze vaderen is heilig. Hun graven zijn gewijde grond. Wij weten dat de blanke man onze manier van leven niet begrijpt. Voor hem is het ene stuk grond gelijk aan het andere. Hij is een vreemde, die in de nacht komt en van het land neemt wat hij nodig heeft. De aarde is niet zijn vriend maar zijn vijand. En als hij die veroverd heeft, trekt hij verder. Hij trekt zich er niets van aan. Hij vergeet het graf van zijn vader en het erfdeel van zijn kinderen. Hij behandelt zijn moeder, de aarde en zijn broeder, de lucht als koopwaar, die hij kan uitbuiten en weer verkopen als goedkope bonte kralen. Zijn honger zal de aarde kaalvreten en slechts een woestijn achterlaten. Ik begrijp het niet. Onze wegen zijn anders dan de uwe. Het zien van uw steden doet pijn aan de ogen van de rode man. Maar misschien komt het omdat de rode man maar een wilde is die niets kan begrijpen. Er is geen plaats om uit te rusten in de steden van de blanke man. Geen plaats waar je het openspringen van de knoppen in het voorjaar kunt horen of het geruis van vliegende vogels. Maar misschien omdat ik een wilde ben en dom. Het lawaai schijnt alleen maar bestemd om de oren pijn te doen. En wat heeft het leven voor zin als een man niet meer de eenzame kreet van de nachtuil kan horen of het praten van de kikkers rond het meer in de avond. Ik ben maar een rode man en dom. De indiaan houdt van het zachte ruisen van de wind, gezuiverd door de middagregen of meedragend de geur van pijnbomen. De lucht is kostbaar voor de rode man, want alles deelt dezelfde lucht. De dieren, de bomen, de mensen, alles heeft deel aan dezelfde lucht. De blanke man heeft geen aandacht voor de lucht die hij inademt. Als een man, die al vele dagen stervende is, 7

9 zo is hij gevoelloos voor kwade dampen. Maar als wij het land verkopen, dan moet u bedenken dat de lucht voor ons waardevol is, dat de lucht zijn adem meedeelt aan al het leven dat het in stand houdt. De wind, die mijn grootvader zijn eerste ademtocht gaf, neemt ook zijn laatste zucht in ontvangst. En de wind moet ook onze kinderen de levensgeest geven. En als we het land verkopen moet u het wel afgezonderd houden. Als gewijde grond waar ook de blanke man kan komen om de wind te proeven met de zoete geur van weidebloemen. Wij zullen dus uw aanbod ons land te kopen in overweging nemen. Als wij besluiten het aanbod aan te nemen, wil ik een voorwaarde stellen: de blanke man moet de dieren van dit land beschouwen als zijn broeders. Ik ben maar een wilde, maar ik begrijp het niet. Ik zag duizend rottende buffels in de prairie, achtergelaten door de blanke man die ze neerschoot vanuit een rijdende trein. Ik ben maar een wilde, en ik kan niet begrijpen hoe het rokende ijzeren paard belangrijker kan zijn dan de buffel, die wij alleen maar doden om in leven te blijven. Wat is de mens zonder dieren Als alle dieren weg zijn, zal de mens sterven aan een gevoel van grote eenzaamheid. Want wat er gebeurt met de dieren, gebeurt spoedig met de mens. Alle dingen hangen samen. Wat er met de aarde gebeurt, gebeurt met de kinderen van de aarde. U moet uw kinderen leren dat de grond onder hun voeten de as van onze grootvaders is. Leer ze eerbied voor de aarde, vertel uw kinderen dat de aarde vervuld is van de levens van onze voorouders: dat de aarde onze moeder is. Wat er gebeurt met de aarde, gebeurt met de kinderen van de aarde. Als een man op de grond spuwt, spuwt hij op zichzelf. Dit weten wij: de aarde behoort niet aan de mens. De mens behoort aan de aarde. Dit weten wij: alles hangt samen als het bloed dat een familie verbindt. Alles hangt met alles samen. Wat er met de aarde gebeurt, gebeurt met de kinderen van de aarde. 8

10 De mens heeft het web van het leven niet geweven. Hij is slechts een draad ervan. Wat hij met het web doet, doet hij met zichzelf. Nee, dag en nacht kunnen niet samen gaan. Onze doden leven voort in de stille wateren van de aarde. Zij keren terug als de naderende voetstappen van de komende lente. Het is hun geest die als een rimpeling van de wind over het water van de meren loopt. Wij zullen overwegen waarom de blanke man het land wil kopen. Wat wil de blanke man dan kopen, zal mijn volk vragen. Het is zo moeilijk te begrijpen voor ons. Hoe kun je de lucht kopen of verkopen, de warmte van de aarde, de snelheid van de antiloop? Hoe kunnen we dingen aan u verkopen en hoe kunt u dit kopen? Is de aarde van u om ermee te doen naar goeddunken, alleen omdat de rode man een stuk papier tekent en het geeft aan de blanke man? Als wij de prikkeling van de lucht en het kabbelen van het water niet kunnen bezitten, hoe kunt u het dan van ons kopen? Kunt u de buffel terugkopen als de laatste al gedood is? Maar wij zullen uw aanbod overwegen, want we weten dat als we niet verkopen, de blanke man met zijn geweren komt en ons het land met geweld ontneemt. Maar wij zijn slechts primitieven en de blanke man, nu nog menend dat hij sterk is, denkt dat hij een god is, die de gehele aarde bezit. Hoe kan de mens zijn moeder bezitten? Maar uw aanbod om ons land te kopen, zullen wij overwegen. Dag en nacht kunnen niet samenleven. Wij zullen overwegen of wij ons terug zullen trekken in het reservaat dat u voor mijn volk hebt bestemd. Wij zullen dan in afzondering leven. Het maakt niet veel uit waar wij de rest van onze dagen doorbrengen. Onze kinderen hebben hun vaders gezien, verslagen in de nederlaag. Onze krijgers hebben de schande gekend en na hun nederlaag zijn hun dagen leeg geworden: zij vergiftigen hun lichaam met zoet voedsel en sterke drank. Het maakt niet veel uit waar wij de rest van onze dagen doorbrengen. Het zullen er niet veel zijn. Nog een 9

11 paar uur, nog een paar winters en geen enkel kind van de grote stammen, die eens op aarde hebben geleefd of die nu in kleine troepen door de bossen zwerven, zal meer over zijn om te treuren aan de graven van een volk, eens even machtig als uw volk. Waarom zou ik treuren over de ondergang van mijn volk? Stammen bestaan uit mensen. Niet meer dan dat. Mensen komen en mensen gaan, als de golven van de zee. En zelfs de blanke man, wiens god hem als vriend behandelt, kan niet ontkomen aan ons aller lot. Maar misschien zullen we uiteindelijk allemaal broeders zijn. We zullen zien. Een ding weten we en de blanke man zal het eens ontdekken: onze god en uw god is dezelfde. U kunt nu wel denken dat u hem bezit zoals u ons land wilt bezitten, maar dat kunt u niet. Hij is de god van alle mensen en zijn hart klopt evenzeer voor de rode man als voor de blanke man. Deze aarde is hem lief en beschadigen van de aarde, betekent zijn schepper beledigen. Ook de blanke man zal ten onder gaan, misschien nog eerder dan al de andere stammen. Bevuil u legerstede en u zult bezwijken aan uw eigen vuil. Maar in uw ondergang zult u vurig branden, aangestoken door de macht van de god, die u naar dit land heeft gebracht en u de heerschappij heeft gegeven over dit land en over de rode man. Dat noodlottig einde is voor ons een mysterie, want wij begrijpen niet waarom de buffels zijn afgeslacht, de wilde paarden zijn getemd, waarom de verste hoeken van het woud stinken naar de lucht van vele mannen en het rijpe koren op de heuvels overdekt is met praatpalen. Waar is het struikgewas? Verdwenen! Waar is de adelaar? Verdwenen! Wat betekent het, afscheid nemen van de snelle pony en de jacht? Het einde van het leven en het begin van de ondergang. 10

12 God gaf u de heerschappij over de dieren, de bossen en met een bijzondere bedoeling ook over de rode man. Maar dat lot is een mysterie voor de rode man. We zouden het misschien kunnen begrijpen als we wisten waar de blanke man van droomt. Van welke hoop en verwachting hij zijn kinderen vertelt in de lange winteravonden. Welke visioenen hij graveert in hun harten, zodat zij verlangend uitzien naar de dag van morgen. Maar wij zijn wilden. De dromen van de blanke man zijn voor ons verborgen. En omdat ze verborgen zijn, zullen wij onze eigen weg gaan. Want boven alles eerbiedigen wij het recht van elke man, te leven zoals hij wil, hoe ook verschillend van het leven van zijn broeder. Wij hebben weinig gemeen. Wij overwegen uw aanbod om ons land te kopen. Als wij instemmen, zal dat zijn om het reservaat veilig te stellen dat u ons hebt beloofd. Daar zullen wij misschien onze weinige dagen nog doorbrengen zoals wij dat willen. Als de laatste rode man is verdwenen van deze aarde, en als de herinnering aan hem nog slechts de schaduw is van een volk boven de prairie, dan nog zullen deze stranden en bossen bewoond worden door de geesten van mijn volk. Want zij hebben dit land lief, zoals de nieuwgeborene zijn moeders hartklop lief heeft. Een ding weten wij: onze god is dezelfde als de uwe. Deze aarde is hem dierbaar. En ook de blanke man kan niet ontkomen aan ons aller lot. Misschien zullen wij tenslotte toch broeders zijn. Eens zullen wij het zien. 11

13 DAVID BORGHOUTS Veehouder op zorgboerderij De Noorderhoeve in Schoorl. Een boerderij met 45 hectare. Daar grazen koeien, schapen, geiten en kippen. Het is een gastvrij boerenlandschap. Bloemen, insecten, vogels, dieren en wandelaars zijn hier heel welkom. De 45 hectare van de Noorderhoeve zijn vrije grond en worden beheerd door Stichting de Brink en Stichting Grondbeheer. Ik ben geboren en getogen in Rotterdam. Waarom wilde ik als stadse jongen in hemelsnaam boer worden? Ik woonde met mijn ouders en zusje in een nieuwbouwwijk. Ons splinternieuwe rijtjeshuis was gebouwd in de polders waar tot voor kort nog de koeien hadden gelopen. Mijn vader zei voor de grap: in de kruipruimte vind je misschien nog wel een koeienvlaai. Als klein jongetje zag ik hoe de omringende weilanden steeds verder werden opgeslokt door hoge flats en metrolijnen. Kortom, ik groeide op tussen oprukkende stenen en beton. Mijn vader werkte in een verzekeringskantoor in Amsterdam-Zuid. Elke morgen vertrok hij keurig in pak met een Samsonite-koffertje en kwam s avonds rond etenstijd weer thuis. Wat hij daar op kantoor uitspookte, kon hij mij niet goed uitleggen. Een ding wist ik zeker: als ik later groot was, wilde ik niet worden zoals hij maar iets doen met een tastbaar en zichtbaar resultaat. Mijn ouders staan bewust in het leven. Zij kozen dan ook bewust voor de vrijeschool. Hier kwamen mijn ouders in aanraking met de antroposofie. Zo kwam er in ons gezin ook gezonde biologische voeding op tafel. Natuurwinkels bestonden toen nog niet. Wel donkere schuurtjes waar je onbespoten groentes kon kopen. Zelf ging ik liever naar de Albert Heijn waar alles er mooi uitgelicht en glanzend bij lag. Zo ontstonden de eerste gesprekken met mijn ouders: hoe dat nou zat met gezonde voeding? Mijn moeder had inmiddels de smaak flink te pakken en gaf kooklessen over de zeven granen. Bovenaan de trap luisterde ik heimelijk mee naar haar prachtige verhalen. Ze haalde er zelfs kabouters en planeten bij. 12

14 Thuis leefde ik in een sprookje maar op school en in de kranten ging het over hele andere koek: de Koude Wereldoorlog. Als de bom valt was de hit van popgroep DoeMaar. Dat liedje weerspiegelde precies met welke angst wij toen in Nederland leefden. Enerzijds waren er massale demonstratie tegen kernraketten en anderzijds zag ik posters op het raam zoals bij mijn eigen buurvrouw met de tekst: Liever een raket in mijn tuin dan een Rus in mijn keuken. Deze angst nestelde zich in mijn onvolgroeide puberbrein en ik begon er s nachts over te dromen. Ik droomde dat inderdaad die bom viel waar DoeMaar over zong. De aarde werd verwoest en ik bleef alleen achter. Ik wist totaal niet wat te beginnen in mijn eentje in deze kale woestenij. Hoe kwam ik aan eten? Ik schrok wakker, maar de beelden bleven hangen: hoe kom ik aan eten als de bom valt? Want als die bom viel dan zou het eten uit mijn geliefde supermarkt al snel opraken. Ik realiseerde mij dat ik op school niks had geleerd over hoe te leven op deze planeet. Zaaien en oogsten, dat wist ik in theorie wel... maar hoe doe je dat in de praktijk? De wens om boer te worden was ingeslagen als een bom. Ik zei dus tegen mijn ouders: ik weet wat ik wil worden, ik word boer... Dit was toen best een schok. Dan zul je naar de boerenschool moeten, zei mij moeder op een denigrerende toon. Dit wakkerde mij positief aan: ja, als dat zal moeten, zal ik dat zeker doen. Ik ging naar de Warmonderhof: de school voor biologisch-dynamische landbouw. In één van mijn eerste economielessen werd de toespraak van het indianenopperhoofd Seattle behandeld. Dat het concept bezit voor de indianen niet te begrijpen is voor dat wat er altijd al aanwezig was, zoals planten, dieren en bodem. Als aanstormend boer werd mij al snel duidelijk dat de realiteit precies andersom is: Nederland is opgedeeld in privé-domeinen waar paaltjes en prikkeldraad omheen staan. De Westerse mens beschouwt grond als economisch handelswaar dat je kunt bezitten en waar je mee kunt speculeren. Waarschijnlijk is een Rotterdamse slimmerik ook ooit stinkend rijk geworden van het perceel waar de nieuwbouwwijk stond waarin ik opgroeide. 13

15 Landbouwgrond waar gras op groeit en waar koeien op grazen kan logischerwijs niet meer kosten dan wat dat gras en die koeien aan melk kunnen produceren. Door speculaties zijn de prijzen van landbouwgrond opgestuwd. Vandaag de dag kost een hectare grasland gemiddeld euro. Op de landbouwschool leerde ik dat een economisch rendabel melkveebedrijf uit 50 koeien dus ook 50 hectare bestaat. Oftewel, als ik melkveehouder wilde worden, zou ik minstens 2,5 miljoen euro van de bank moeten lenen; 2,5 miljoen euro! En dan heb ik alleen nog maar het land. De hypotheek daarop kun je maar op een manier betalen: je productie opschroeven: meer koeien per hectare, meer liters melk per koe, kunstmest om de grasproductie op te jagen. En elke grasspriet heb je zelf nodig. Je weiland kun je dan zeker niet delen met ganzen, hazen of andere wilde beesten. Sterker nog, je hebt een tekort aan voer en moet soja inkopen uit Zuid-Amerika. Dat is dus ook precies wat er in de huidige landbouw gebeurt. Volgens de cijfers van de Verenigde Naties is eenderde van onze landbouwgrond uitgeput en in accuut gevaar. Van Drenthe tot Zuid-Amerika hebben boeren te maken met verstuiving, uitspoeling en landverschuivingen die puur te wijten zijn aan intensieve en grootschalige voedselproductie. Als je door Albert Heijn loopt, merk je dat niet nog niet omdat we nog nooit zoveel voedsel tot onze beschikking hadden als vandaag de dag. Terug naar mij als student op de Warmonderhof. Ik had dus geen boerderij in de familie om over te nemen. En door de hoge grondprijzen was het niet eenvoudig om zelf landbouwgrond te kopen. Toch is het goed gekomen! De oplossing vond ik zelfs dichtbij huis: in de antroposofie. Rudolf Steiner zegt namelijk: Grond is essentieel anders dan een machine of gebouw. Want grond is niet door mensen geproduceerd. Bovendien kunnen we de aarde niet afschrijven omdat we er maar een van hebben. Daarom past het niet bij de aard van grond om die te 14

16 bezitten of te verhandelen. Volgens Steiner moet landbouwgrond met schenkgeld uit het economische verkeer worden gehaald. Landbouwgrond vrij maken uit het economische verkeer. Dat klinkt mooi en dat is het ook. Dat kan ik uit eigen ervaring vertellen. Zonder inbreng van eigen kapitaal kon ik aan de slag als boer op de Noorderhoeve. 35 jaar geleden zijn de hectares van de Noorderhoeve namelijk aangekocht met schenkgeld en leengeld en ondergebracht in onze eigen stichting en Stichting Grondbeheer. De Noorderhoeve is geen persoonlijk eigendom maar een vitale plek waar huidige en toekomstige boeren vrij in en uit kunnen stromen. Ik ben nu 17 jaar boer op de Noorderhoeve. Uit eigen ervaring kan ik zeggen: de aarde is gul. Als we er zorgvuldig mee omgaan, kunnen we er eeuwenlang van oogsten. Toch zijn onze bodems in acuut gevaar. Waar is het misgegaan? De oorzaak is simpel: we pakken meer van de aarde dan ze ons kan geven. Waarom gaan we zo gulzig en hebzuchtig met de aarde om? Paul van Tongeren, hoogleraar ethiek, heeft daar een verklaring voor: door het materialisme zijn we gaan denken dat we alles zelf kunnen maken, kopen en bezitten. We zijn vergeten dat het leven iets is om dankbaar voor te zijn. Hij illustreert dit aan de hand van geboortekaartjes: Ruim 65 jaar geleden zetten zijn ouders op zijn geboortekaartje: ~ Met grote dankbaarheid ontvingen wij van God een zoon. Toen hij zelf vader werd, schreven hij en zijn vrouw: ~ Vol verwondering en blij, melden wij de geboorte van onze dochter. Op het geboortekaartje van zijn kleinkind stond: ~ Geboren en naast de naam werden ook nog gewicht, lengte en geboortetijd vermeld. Volgens Van Tongeren is door het verdwijnen van ons geloof in God ook de taal van dankbaarheid verdwenen. Zonder de taal van dankbaarheid, blijft alleen het tastbare 15

17 over en wordt zelfs de geboorteaankondiging van een baby verpakt in weegbare en meetbare feiten. Volgens Van Tongeren kunnen we ook zonder geloof in God weer dankbaar leren zijn door de werkelijkheid als een geschenk te ervaren. Wat er dan gebeurt, is magisch: het gevoel van dankbaarheid roept namelijk de wil op om te gaan schenken. Hoe kunnen we de werkelijkheid weer als een geschenk ervaren? Ik deed een experiment met mijzelf. Als ik een koe gemolken had, zou ik dankjewel tegen haar gaan zeggen. Dankjewel voor de melk die jij mij geeft. Ik kwam erachter hoe lastig ik deze simpele handeling vond. Ik gaf de koe eerder een tik op haar kont, zodat ze snel de melkput uit zou lopen en ik snel de volgende koe kon gaan melken. In mijn efficiënte manier van werken paste het gebaar van dankbaarheid niet. Dankbaarheid kon ik wel ervaren in momenten van rust. Als ik s avonds nog een rondje over het erf loop. Wat ik ontdekte, is dat dankbaarheid niet uit de lucht komt vallen maar dat het een actief proces is. Het maakt ruimte voor verwondering. De verwondering dat mijn koeien alleen maar hooi en gras eten en daar zulke hoogwaardige voeding als melk en vlees van kunnen maken. Vanuit die verwondering kan ik ervaren dat ik leef in een groot geschenk. Dit doet me denken aan de wetten van het systemisch werken. Als je dankbaar kunt zijn naar jouw systeem van herkomst je eigen vader en moeder kun je het leven ten volle en in vrijheid leven. We zijn uit een moeder voortgekomen, als je teruggaat in de lijn van moeders kom je uiteindelijk uit bij de oermoeder. Die oermoeder zie ik als de aarde zelf, want de aarde heeft ons voortgebracht. Als we onze dankbaarheid voor het leven dat de aarde ons geeft actief kunnen voelen, kan de wil ontstaan om onze oermoeder iets terug te geven. Ik wilde de aarde iets teruggeven door te schenken voor vrije grond. Dat klinkt leuk maar vond ik niet eenvoudig. Het materialisme zit ook diep in mij geworteld en 16

18 verleidt mij tot oppotten voor later. Ik begrijp echter steeds beter dat het geld dat ik verdien, niet een verdienste is van mij alleen. Volgens Rutger Bregman hebben we 90% van onze huidige welvaart te danken aan de generaties voor ons. Het is dus niet eerlijk om wat ik nu verdien alleen voor mijzelf te houden. Ik wil het niet als een zooitje achterlaten voor de mensen na mij. Dit proces van danken en schenken was een persoonlijke zoektocht naar hoe ikzelf een schakel kan zijn in een duurzame economie. Ik wil jullie nu even meenemen naar de boerderij waar ik werk. Een gastvrij boerenlandschap waar bloemen, insecten, vogels, dieren en wandelaars welkom zijn. Een stukje vrije aarde dat ik als ik ooit met pensioen ga zonder winstoogmerk kan doorgeven aan de volgende generatie boeren én consumenten. Want de Noorderhoeve is niet van mij, de Noorderhoeve is van ons allemaal. Mijn droom? Dat er mede dankzij mijn schenkgeld nog meer van zulke vitale landschappen van ons allemaal worden! 17

19 MARJAN BOONTJES Verhalenverteller en gastvrouw Wij krijgen kleine poesjes zegt Lizzy Ik vraag of de kleine poesjes al geboren zijn. Ja hoor oma, en de mammapoes is ook geboren. En Ik heb in mamma s buik gezeten. En mamma heeft in jouw buik gezeten. Eigenlijk heb ik ook in jouw buik gezeten want ik zat al in mamma s buik. En jij hebt ook een mamma. Dus... we zaten allemaal samen in jouw mamma s buik. Wat een natuurlijk besef van generaties voor en na ons. De indianen dachten zeven generaties vooruit. De biodynamische landbouw laat zich ook inspireren door de inzichten van de indianen. Lizzy mag mee met oom David. Koeien melken. Samen halen ze de koeien uit de wei. In de melkstal kijkt Lizzy ademloos toe hoe al die melk in dikke stralen in van die doorzichtige bussen spuit. Wat hebben de koeien veel melk Ze zegt het goed. Koeien hebben de melk. Het is hun melk. Wij nemen de melk van de gulle koeien af. Wat geven we ervoor terug? Op de boerderij van David lopen ze buiten in de wei en krijgen ze lekker te eten. Een weiland vol grassoorten, bloemen en kruiden. In de winter liggen ze lekker op stro. En ze mogen hun hoorns houden. Keer en wederkeer. Wederkerigheid. Ja, Nina. Jullie weten dat we kinderen van Moeder Aarde zijn. Jullie weten dat ze ons alles geeft wat we nodig hebben. Jullie hebben rituelen om haar te eren. Dat is jouw blauwdruk. Ook dat de aarde, de zon, de maan en de sterren een groot geheel zijn. Kleine kinderen weten het ook nog. Oma, ik weet opeens hoe het zit, zegt Yaro, We wonen met zijn allen in de maag van een hele grote reus!. Allemaal samen, mensen, dieren, planten en stenen en sterren. Voor jullie is dat vanzelfsprekend. Jullie weten dat Moeder Aarde ademt door de bossen. Dat haar bloed stroomt door rivieren en oceanen. Dat ze met duizend ogen in de kosmos kijkt. Met de kristalheldere bronnen hoog in de bergen waar de rivieren ontspringen. Met Lizzy sta ik bij een snel 18

20 stromende rivier. Ze gooit er takjes in om te zien hoe snel hij gaat. Oma, zegt ze, wat heeft de rivier een haast. Die gaat zeker naar het land waar geen water is Ja wij hebben haast. Heel veel haast. Gaat het ons nog lukken om de aarde schoon vitaal en gezond door te geven aan onze kinderen? Kinderen die zo vol vertrouwen zijn. En zo wijs. Die er zo n zin in hebben. Wij hebben nu Stichting Biodynamisch Grondbeheer. Deze stichting kijkt vooruit. Ze bevrijdt de aarde Ze maakt de grond weer vrij. Hoe?, zul je vragen. Door Cromdfunding. De vrijgemaakte grond mag nooit meer koopwaar zijn en zal altijd in goede handen blijven. Zeven generaties lang. Grond voor al die stadskinderen zoals David die boer willen worden. Grond vrijmaken van boeren die met pensioen gaan en geen erfopvolging hebben. Zo kunnen ze toch nog met een gerust hart hun bedrijf doorgeven aan die nieuwe jonge boeren. Daar zorgt Stichting biodynamisch Grondbeheer voor. Als een datingbureau. Een date die klikt tussen jong en oud. Er komt een nieuwe samenleving aan. Er komen steeds meer initiatieven met mensen die moeder Aarde helpen en helen. Daar wil ik wel in wonen en leven. En het liefst op blote voeten lopen. 19

21 VERTELTHEATER DE WISSELING AMSTERDAM Al meer dan dertig jaar organiseert Verteltheater de Wisseling kunstevenementen op locatie. De Wisseling maakt graag co-creaties met goede doelen. Met podiumkunst wordt het publiek uitgenodigd zich te verbinden met een thema. Info: STICHTING GRONDBEHEER Biodynamische landbouwgrond in goede handen over de generaties heen. Dat is waar Stichting Grondbeheer voor staat. Met schenkgeld en obligaties koopt zij landbouwgrond vrij. Nieuwe, vaak jonge boeren, krijgen op deze grond de kans om vitaal voedsel te produceren in harmonie met milieu, natuur en landschap. De indianen dachten zeven generaties vooruit bij beslissingen. De aanpak van Stichting Grondbeheer garandeert bodemvruchtbaarheid voor minstens zeven generaties na ons. Info: De voorstelling De aarde is van iedereen kwam tot stand dankzij steun van Iona Stichting en Aurora-Productions.