RADIOLOGISCH HANDBOEK HULPVERLENINGSDIENSTEN

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "RADIOLOGISCH HANDBOEK HULPVERLENINGSDIENSTEN"

Transcriptie

1 RADIOLOGISCH HANDBOEK HULPVERLENINGSDIENSTEN Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu National Institute for Public Health and the Environment Nuclear Research and Consultancy Group Universitair Medisch Centrum Rotterdam

2 VOORWOORD DEEL I: ACHTERGRONDINFORMATIE VOOR DE MANSCHAPPEN DEEL II: ACHTERGRONDINFORMATIE VOOR OPERATIONEEL LEIDINGGEVENDEN DEEL III: ACHTERGRONDINFORMATIE VOOR SPECIALISTEN VAN BANDWEER EN GHOR DEEL IV: OPERATIONELE PROCEDURES: B-objecten A-objecten Ongevallen bij vluchten met nucleair defensiemateriaal

3 RADIOLOGISCH HANDBOEK HULPVERLENINGSDIENSTEN 1-4 VOORWOORD Bij de uitoefening van haar taken kunnen Brandweer en andere hulpverleningsdiensten te maken krijgen met situaties waarbij radiologische aspecten een (hoofd)rol spelen. Te denken valt bijvoorbeeld aan een brand in een radionuclidenlaboratorium of een ongeval met een auto geladen met radiofarmaca, maar het kan ook gaan om incidenten met een veel grotere impact, zoals een ongeval in een kerncentrale of een terroristische actie. Dit soort incidenten komt gelukkig betrekkelijk weinig voor, wat echter tot gevolg heeft dat kennis en ervaring op dit gebied beperkt aanwezig zijn. Desalniettemin wordt van de Brandweer verwacht dat zij in geval van nood adequaat en met kennis van zaken weet op te treden, en dat andere hulpverleners voor hun persoonlijke veiligheid kunnen vertrouwen op de bij de Brandweer aanwezige radiologische kennis. Het Radiologisch Handboek Hulpverleningsdiensten (RHH) is bedoeld om in dit soort situaties ondersteuning te bieden aan het operationele optreden van de Brandweer en overige hulpverleningsdiensten. De uitgangsgedachte is dat een bepaald type incident bestreden wordt volgens een vaste procedure, en dat er maar een beperkt aantal incidentcategorieën bestaat. Het startpunt van elke procedure is de melding van het incident. Aan de hand van enkele vragen kan dan al snel de juiste incidentcategorie worden vastgesteld. Elk type incident wordt vervolgens aangepakt via zijn eigen in de vorm van een stroomschema uit te drukken procedure. In het RHH wordt elke procedure stap voor stap behandeld, waarbij voor elke categorie een representatief voorbeeld wordt uitgewerkt. Daarmee wordt in het RHH de aanpak gevolgd van de Leidraad Maatramp en de Leidraad Kernongevallenbestrijding, die allen het Nationaal Plan Kernongevallenbestrijding (NPK) als kader hebben. Concreet gaat het om: NPK-ongevallen met Categorie-B-objecten (bijv. brand in een radionuclidenlaboratorium ); NPK-ongevallen met Categorie-A-objecten (bijv. reactorongeval kernenergiecentrale maar ook ongevallen met nucleair defensiemateriaal ); Niet meegenomen zijn situaties waarbij kernexplosies plaats (kunnen) vinden. De incidentcategorie-specifieke procedure geeft richting aan de aanpak van elk willekeurig stralingsincident. Helaas laat de werkelijkheid zich zelden precies in voorbeelden vangen. Daarom moet de Brandweer zelf in staat zijn om afwijkende situaties snel in te passen in hun systematiek. Om dat te kunnen dient de Brandweer over een zekere radiologische basisexpertise te beschikken. Het RHH bevat daarom enkele modules met theoretische basiskennis, die zich specifiek richten op de Brandweerorganisatie en de voor de hulpverlening relevante radiologische aspecten. Eén theoretische module (Achtergrondinformatie voor specialisten van Brandweer en GHOR) richt zich op het kaderpersoneel dat een uitgebreide stralingsopleiding heeft genoten. Doel van deze beschrijving is om alle voor de Brandweer relevante stralingsinformatie te bundelen, en begrip bij te brengen over het hoe en waarom van te ondernemen acties. Deze module bevat radiologische gegevens (in tabelvorm) die het mogelijk maken om de situatie zoals beschreven in de voorbeeldscenario s te vertalen naar de werkelijke situatie. In deze module is ook informatie opgenomen over de mogelijke gevolgen van terroristische aanslagen ( vuile bommen ). De respons op terroristische aanslagen is echter (nog) niet vertaald in operationele procedures. Naast deze module zijn er basiskennismodules die speciaal bedoeld zijn voor Brandweerpersoneel en andere hulpverleners met slechts beperkte voorkennis. Die modules hebben een praktische insteek. Standaardprocedures, theoretische basiskennis (op drie niveaus) en radiologische data vormen samen een drieluik dat het succesvol optreden van de Brandweer bij stralingsongevallen kan ondersteunen. Het handboek is, in opdracht van het ministerie van BZK, geschreven door het RIVM in samenwerking met NRG en Erasmus MC. De projectgroep bestond uit R. Smetsers en H. Reinen (RIVM/LSO), J. van Hienen (NRG) en R. van Gurp (Erasmus Medisch Centrum). Ook zijn in het handboek nog een paar informatieve bladzijden toegevoegd voor de manschappen. Dit is aangeleverd door M. Oude Wolbers (Hulpverleningsdienst Regio Twente). Primaire auteurs van de delen zijn: M. Oude Wolbers Deel I Achtergrondinformatie voor de Manschappen R. van Gurp Deel II Achtergrondinformatie voor Operationeel Leidinggevenden R. Smetsers Deel III Achtergrondinformatie voor Specialisten van Brandweer en GHOR J. van Hienen, B. Haverkate Deel IV Operationele Procedures; B-objecten

4 RADIOLOGISCH HANDBOEK HULPVERLENINGSDIENSTEN 2-4 J. van Hienen, B. Haverkate Deel IV Operationele Procedures; A-objecten H. Reinen Deel IV Operationele Procedures; ongevallen bij vluchten met nucleair defensiemateriaal De inhoud van het handboek is afgestemd met een klankbordgroep bestaande uit leden van het ministerie van BZK, NIBRA, RIVM en hulpverleningsdiensten: D. Arentsen NIBRA/NVBR P. Beesems Brandweer Bergen op Zoom en Roosendaal M. Duyvis NIBRA T. Epskamp Politie Zeeland F. Greven Gezondheidskundig Milieuadviseur; hulpverleningsdienst Groningen M. Leenders RIVM/NVIC A. van Leest Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties J. Middelkoop Regionale Brandweer Amsterdam M. Oude Wolbers Hulpverleningsdienst Regio Twente G. Tibboel Regionale Brandweer Noord Holland Noord In het handboek zijn voor het eerst de taken en het optreden van de brandweer bij stralingsincidenten integraal vertaald naar operationele procedures. In een aantal gevallen heeft dit nieuwe gezichtspunten opgeleverd, moesten bestaande inzichten worden herzien en bleek een operationele vertaling niet altijd eenvoudig mede gezien mogelijkheden, ambities en praktische uitvoerbaarheid. Toch is geprobeerd het handboek zo volledig mogelijk op te leveren, zonder open einden. Daarom is gekozen voor een specifieke invulling van vraag- en knelpunten en een pragmatische aanpak. Het verdient dan ook aanbeveling het handboek door ervaringen van hulpverleningsdiensten en overheid periodiek te evalueren en zonodig bij te stellen. Dit vraagt om een adequaat structureel beheer van het handboek.

5 RADIOLOGISCH HANDBOEK HULPVERLENINGSDIENSTEN 3-4 Lijst met afkortingen A 1 -waarde A 2 -waarde ADR AGS BNP Bq BT BZK CvDB CvDP CoRT COVRA CTPI DCBC DCC DNA E ECN EPAn GBq GAGS GHOR GMK GWd Gy H Thy H huid H*(10) ICRP ICRU IP LNT LSA MBq MPL NCC NDO Nibra NMR NPK NRG OGS OvD OvD-G PCC PET PWR RAC RIVM RIVM/LSO RIVM-MOD ROGS ROT Re maximum activiteit op basis van een beperkt stralingsniveau (2 msv per 10 minuten op 3 meter afstand) maximum activiteit op basis van een beperkte inhalatiedosis (2 msv na inhalatie van 1/miljoenste deel van de A 2 -waarde) Accord Européen relatif au transport des marchandises dangereuses par route (vervoersvoorschriften) Adviseur Gevaarlijke Stoffen Bedrijfsnoodplan Becquerel Beleidsteam (Regionaal BT, Gemeentelijk BT en Ministerieel BT) Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Commandant van dienst Brandweer Chef van dienst Politie Commando rampterrein Centrale Organisatie voor de Opslag van Radioactief Afval Coördinatieteam plaats incident Defensie Crisis Beheersings Centrum Dosisconversiefactor DeoxyriboNucleic Acid Effectieve dosis Energie Centrum Nederland Eenheid Planning en Advies nucleair Giga becquerel ( 1 miljard Bq) Geneeskundig adviseur gevaarlijke stoffen Geneeskundige Hulpverlening bij Ongevallen en Rampen Gezamenlijke Meldkamer GigaWatt-dag gray (eenheid van geabsorbeerde energie c.q. overgedragen kinetische energie) Equivalente dosis in de schildklier Equivalente dosis in de huid Omgevingsequivalente dosis International Committee on Radiological Protection International Committee on Radiological Units Industrial Package Linear No Threshold Low Specific Activity Mega becquerel (1 miljoen Bq) Meetplanleider Nationaal Coördinatiecentrum niet-destructief onderzoek Nederlands Instituut voor Brandweer en Rampenbestrijding Nationaal Meetnet Radioactiviteit Nationaal Plan voor de Kernongevallenbestrijding Nuclear Research Group ongevalbestrijding gevaarlijke stoffen. officier van dienst (brandweer) geneeskundig officier van dienst provinciaal coördinatiecentrum Positron Emission Tomography Pressurized Water Reactor Regionale alarmcentrale Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu Laboratorium voor Stralingsonderzoek (afdeling van het RIVM) Milieu Ongevallen Dienst (organisatie binnen RIVM) regionaal officier gevaarlijke stoffen regionaal operationeel team radiotoxiciteitsequivalent

6 RADIOLOGISCH HANDBOEK HULPVERLENINGSDIENSTEN 4-4 SCO Sv TBq TI TS UF 6 UN VWA WVD Surface Contaminated Object sievert (eenheid van equivalente dosis) Tera becquerel (1 miljoen 1 miljoen Bq) Transport Index Tankautospuit uraniumhexafluoride United Nation (UN-nummer, ter aanduiding type vervoerd materiaal) Voedsel en Warenautoriteit Waarschuwings- en Verkenningsdienst

7 RADIOLOGISCH HANDBOEK HULPVERLENINGSDIENSTEN DEEL I ACHTERGRONDINFORMATIE VOOR DE MANSCHAPPEN Dr. Ir. M.P. Oude Wolbers Team Risicobeheersing, staffunctionaris OGS Hulpverleningsdienst regio Twente

8 I-2 Radiologisch Handboek Hulpverleners 1. INHOUDSOPGAVE DEEL I 1. RADIOACTIVITEIT 3 2. INFORMATIEKAART 4 1.

9 ACHTERGRONDINFORMATIE VOOR DE MANSCHAPPEN I-3 1. Radioactiviteit (bron: Brandwacht Repressie, module 101) Dagelijks worden we in ons normale leven geconfronteerd met radioactiviteit. Op de eerste plaats zit er veel natuurlijk radioactief materiaal in de aarde. Veel van dit radioactief materiaal komt als erts voor in de grond (bijvoorbeeld uraniumerts). Dit materiaal is verspreid over de hele wereld en komt dus ook in Nederland voor. Op de tweede plaats zit er natuurlijk radioactief materiaal in de lucht. Omdat radioactiviteit in de natuur voorkomt, komt deze radioactiviteit ook in onze bouwmaterialen voor. Stoffen zoals klei, stenen en gips bevatten radioactieve materialen. Natuurlijke radioactiviteit komt ook door kosmische straling in de lucht. Door de kosmische straling wordt de aarde van alle kanten voortdurend bestookt. Dit veroorzaakt weer kernreacties waardoor ander materiaal radioactief wordt. De toepassingen van radioactiviteit zijn de laatste tientallen jaren enorm toegenomen. De medische wetenschap maakt veel gebruik van radioactieve bronnen en straling. Het meest bekend is wel de röntgenstraling. Iedereen die een foto in een ziekenhuis of bij een tandarts laat maken, wordt kort bestraald met röntgenstraling. Radioactiviteit wordt ook gebruikt voor de kankerbestrijding. Door de zieke (kanker)cellen aan een juiste hoeveelheid straling bloot te stellen, kunnen deze cellen worden vernietigd. Bij wetenschappelijk onderzoek maakt men ook veel gebruik van straling. Men kan dan veel te weten komen over allerlei natuurkundige en biologische processen. In de landbouw wordt straling toegepast om onderzoek te doen naar bijvoorbeeld planten, waardoor verbeterde gewassen kunnen worden gekweekt. Een belangrijke toepassing is het bestralen van voedsel. Het voedsel wordt aan een relatief grote hoeveelheid straling blootgesteld, waardoor alle bacteriën doodgaan. In de industrie vinden we eindeloos veel toepassingen van straling en radioactiviteit. Een paar voorbeelden zijn: diktemeting van materialen controleren van lasnaden brandmelders met radioactieve bronnen. U heeft de grootste kans om met radioactiviteit te maken te krijgen in ziekenhuizen/laboratoria en bij het transport van radioactieve bronnen. Een speciale toepassing van radioactiviteit vinden we bij kerncentrales. In een kerncentrale wordt met hoog radioactief materiaal gewerkt, namelijk uranium. De kernen van dit uranium worden stukgemaakt (gespleten), waardoor veel energie in de vorm van warmte vrijkomt. Kerncentrales hebben een speciaal opgeleide bedrijfsbrandweer. Het van buitenaf bestraald worden door een radioactieve bron is een gevaar waar bij ongevallen met radioactieve stoffen rekening mee gehouden moet worden. Hoeveel straling ons lichaam kan bereiken, is onder andere afhankelijk van: de afstand tussen ons en de bron de afscherming (staat er nog iets tussen ons en de bron, zoals een muur die de straling kan tegenhouden of voor een groot deel kan verzwakken?) de tijd die we in de buurt van een bron doorbrengen. Op bovenstaande aspecten kunnen we goed invloed uitoefenen door: zo veel mogelijk afstand te houden zo veel mogelijk afscherming te benutten de verblijftijd zo kort mogelijk te houden. Het gevaar waar we bij ongevallen met radioactieve stoffen rekening mee moeten houden is besmetting. Stel dat iemand besmet is met een radioactieve stof. Er zijn dan twee problemen, namelijk: dat de stof op onze kleding of ons lichaam zit en straling uitzendt. Er is dan sprake van uitwendige besmetting.

10 I-4 Radiologisch Handboek Hulpverleners dat de stof in ons lichaam komt als we niet erg voorzichtig zijn. We spreken dan van inwendige besmetting. Inwendige besmetting kan ontstaan wanneer de radioactieve stof in ons lichaam komt door inademing, inslikken of wondjes. De bescherming tegen het gevaar van besmetting bestaat uit uitrukkleding en adembescherming. Daarnaast worden speciale meters gebruikt, die waarschuwen wanneer u een bepaalde dosis radioactiviteit heeft gehad. Na een inzet met radioactieve stoffen wordt iedereen die het inzetgebied (via het ontsmettingsveld) verlaat, gecontroleerd op besmetting. Wanneer een besmetting wordt geconstateerd, zal er een ontsmetting moeten plaatsvinden. 2. Informatiekaart Hierna volgt een informatiekaart voor straling en radioactiviteit met een samenvatting van de belangrijkste begrippen en feiten. Bovendien is de zonering bij ongevallen met zogenaamde B-objecten weergegeven. De informatie op de kaarten is zowel geschikt voor de manschappen als voor de Bevelvoerder en Officier van Dienst.

11 Richtlijn Optreden RADIOACTIEVE STOFFEN Ongevallenbestrijding Gevaarlijke Stoffen RO 303 Versie 3: dd Pagina 2 van 2 Eigenschappen van verschillende typen straling Naam Afkorting Type Dracht in lucht Belangrijkste gevaarsaspecten Alfa α grote, geladen deeltjes max. 6 à 7 centimeter inademing/direct contact met stof Bèta β kleine, geladen deeltjes max. 10 meter bestraling/inademing/direct contact Gamma γ fotonen, licht, energie oneindig bestraling (besmetting wel mogelijk!) Röntgen Rö afkomstig uit ingeschakelde toestellen (> 15 kv), vergelijkbaar met γ-straling Neutronen n kleine, ongeladen deeltjes bestraling Let op: meestal een combinatie van verschillende stralingstypen, bv. uranium kan α- en γ-straling veroorzaken Bestraling β- en γ-straling alle soorten bronnen geen direct contact nodig voorkomen door: A = Afstand houden A = Afscherming T = Tijd kort houden. Besmetting radioactieve stofdeeltjes in lucht (vgl. met giftige stof) α-, β- en γ-straling open bronnen direct contact met huid/lichaam of door inademing; op contactpunt bestraling; voorkomen door adembescherming en beschermende kleding. De kans op besmetting met α-deeltjes is niet groot en niet mogelijk bij het dragen van een bluskleding en adembescherming. Besmetting met α-deeltjes geeft lokaal (vaak in de longen) een 20x groter effect dan eenzelfde dosis β- of γ-straling. γ-straling: een dosis van 2 msv is ongeveer de dosis die iedereen in Nederland per jaar door natuurlijke straling oploopt. Kwadratenregel D 1 x A 1 2 = D 2 x A 2 2 met D 1 = gemeten dosistempo op afstand A 1 van de bron Dus 1 / 2 afstand 4x hogere dosis, 9x, 1 / 4 16x, 25x D 2 = gemeten dosistempo op afstand A 2 van de bron Inzettijd bij gemeten dosistempo = 25 µgy/hr Opgelopen DOSIS = 2 msv = 2000 µsv Inzetafstand tot bron Afstand tussen meetpunt en bron in meters meter 48 min. 12 min. 5 min. 3 min. 5 meter 20 uur 5 uur 133 min. 75 min. 10 meter 80 uur 20 uur 8½ uur 5 uur Voorbeeld: gemeten dosistempo = 25 µgy/hr op 20 meter vanaf de bron max. inzettijd 12 minuten op 1 meter vanaf de bron en 20 uur op 10 meter van de bron. Inzettijd in minuten op 1 meter afstand van bron Opgelopen DOSIS = 2 msv = 2000 µsv Gemeten dosistempo in µgy/hr Afstand tussen meetpunt en bron in meters Voorbeeld: gemeten dosistempo = 5 µgy/hr (linkerkolom) op 20 meter vanaf de bron max. inzettijd 60 minuten. Project: Informatiekaarten Regio Twente Informatie op: Veiligheidsnet Twente en Extranet Korpsen Document: RO_303_v3.pdf Collegiale toets: R. de Wit, H. Loohuis, BW Hengelo Opgesteld: Manon Oude Wolbers Hulpverleningsdienst Regio Twente

12 Richtlijn RADIOACTIEVE STOFFEN Ongevallenbestrijding Gevaarlijke Stoffen Optreden RO 303 Inzet Versie 3: dd Pagina 1 van 2 Gebruik ook informatiekaart Basiszorg OGS 1) 2) 3) 4) 5) Bovenwinds aanrijden en Automess aan!!! Alarmeer volgens Procedure OGS, vermeld Radioactieve stoffen. Voorlopige opstellijn: 100 meter; bepaal met Automess waar 25 µgy/hr ligt. Plaats opstellijn 25 meter bovenwinds van 25 µgy/hr óf van rand incident. Is besmetting mogelijk? (verpakking kapot, ziekenhuis, lab, brand). verpakking intact geen besmettingsgevaar. 6) Beoordeel of er brandgevaar is (gebruik zo min mogelijk bluswater). 7) Bepaal of inzet noodzakelijk én mogelijk is; < 25 µgy/hr én < 2 msv. 8) Wacht zo mogelijk op OvD en AGS. 9) Bepaal bescherming (adembescherming / bluskleding / chemiepak) 10) Plaats bij besmettingsgevaar waterscherm benedenwinds. Bij (vermoeden) radioactieve stoffen Herkenning Algemeen transport ziekenhuis/lab Max. dosistempo aan opp. verpakking 5 µsv/hr op 1 meter: 500 µsv/hr 2000µSv/hr 10 µsv/hr 100 µsv/hr min. Klein OGS (TS, HV, OvD en AGS) Alarmering en grenzen voor optreden Bescherming Dosistempo 25 µgy/hr 2 msv 250 msv 750 msv Altijd adembescherming en bluskleding. Fles wisselen of afhangen bij opstellijn. Verantwoordelijke bevelvoerder (BV) OvD/SD niv. 5 OvD én SD niv. 3 OvD én SD niv. 3 Opmerkingen alarmering Automess BV mag redding starten i.o.m. OvD voorkomen grote materiële schade zinvol levensreddend handelen Bestraling Geen brandgevaar en evt. ontsmetting nodig chemiepak (alarmeer DECO!!). Ontsmetting Chemiepak reinigen met water en zeep. Besmettingscontrole o.l.v. AGS, SD-3. Noodontsmetting: bluskleding uittrekken. Personeel ALTIJD laten douchen! Eerst veel water, daarna water en zeep. Draag altijd adembescherming en bluskleding!!! Gebruik Automess en ADOS!!! Besmetting (én bestraling) Nazorg Ontsmetting en besmettingscontrole in het veld i.o.m. AGS. Inzet registreren en opnemen in persoonsdossier. Medische controle na besmetting of bij ongerustheid van ingezet personeel of leidinggevende(n). Kleding en materieel inzamelen in luchtdichte verpakking. Reinigen/vervangen materieel en controle i.o.m. AGS. Neem bij de evaluatie tijd voor uitleg!!! AAT: Houd Afstand, zoek Afscherming (muren, water, voertuig), beperk inzettijd Project: Informatiekaarten Regio Twente Informatie op: Document: RO_303_v3.pdf Collegiale toets: R. de Wit, H. Loohuis, BW Hengelo Opgesteld: Manon Oude Wolbers Hulpverleningsdienst Regio Twente Veiligheidsnet Twente en Extranet Korpsen

13 RADIOLOGISCH HANDBOEK HULPVERLENINGSDIENSTEN DEEL II ACHTERGRONDINFORMATIE VOOR OPERATIONEEL LEIDINGGEVENDEN Ing. R.J.H.L.M. van Gurp Stralingsdeskundige Erasmus MC Rotterdam

14 II-2 STEN RADIOLOGISCH HANDBOEK HULPVERLENINGSDIEN- INHOUDSOPGAVE DEEL II RADIOLOGISCH HANDBOEK HULPVERLENINGSDIENSTEN 1 ACHTERGRONDINFORMATIE VOOR 1 OPERATIONEEL LEIDINGGEVENDEN 1 1. INLEIDING 3 2. IONISERENDE STRALING STRALINGSSOORTEN DRACHT VAN IONISERENDE STRALING EENHEID VAN RADIOACTIVITEIT 7 3. GEZONDHEIDSEFFECTEN EENHEID VAN DOSIS LAGE DOSES HOGE DOSES 9 4. NORMEN VOOR BESTRALING DOSISLIMIETEN DOSISBEPERKINGEN VOOR ONGEVALSSITUATIES ACHTERGRONDSTRALING EN GEMIDDELDE STRALINGSBELASTING DOSISSCHATTING EN MAATREGELEN BLOOTSTELLINGSPADEN BLOOTSTELLING AAN EEN STRALINGSBRON BLOOTSTELLING BIJ EEN BRAND WAARBIJ RADIOACTIEF MATERIAAL VRIJKOMT STRALINGSBESCHERMING HULPVERLENERS AUTOMESS PERSOONSDOSISMETER ADEMBESCHERMING INDELING IN ZONES VERVOER VAN RADIOACTIEVE STOFFEN KERNONGEVALLEN 23

15 ACHTERGRONDINFORMATIE VOOR OPERATIONEEL LEIDINGGEVENDEN II-3 1. Inleiding De brandweer en andere hulpverleningsdiensten zoals GHOR en politie kunnen te maken krijgen met incidenten waarbij ioniserende straling en/of radioactieve stoffen vrij kunnen komen. Voorbeelden zijn een brand in een radionuclidenlaboratorium in een ziekenhuis of een ongeval met een auto geladen met radioactieve stoffen, maar het kan ook gaan om incidenten met veel grotere gevolgen, zoals een ongeval in een kerncentrale of een terroristische actie. Dit soort incidenten komt weinig voor. Het gevolg hiervan is dat kennis en ervaring op dit gebied slechts in (zeer) beperkte mate aanwezig zijn. Toch wordt van de brandweer verwacht dat zij in geval van een radiologisch incident met kennis van zaken weet op te treden, en dat andere hulpverleners voor hun persoonlijke veiligheid kunnen vertrouwen op de bij de brandweer aanwezige radiologische kennis. Om de operationele procedures te begrijpen en incidenten op de juiste manier af te handelen is een zekere basale kennis vereist. De kennis van niveau 3 en 4 deskundigen is natuurlijk anders dan die van het personeel met een niveau 5* opleiding. De laatste groep heeft er baat om snel en veilig te kunnen handelen alvorens de specialist op locatie arriveert. Het redden van levens kan soms vereisen dat er snel gehandeld wordt, terwijl er bij een ongeval zonder persoonlijk letsel kan worden volstaan met een afzetting in afwachting van gespecialiseerd personeel of instanties. In dit handboek zal getracht worden om met beperkte, theoretisch radiologische kennis de beslissing tot de wijze van optreden voor het personeel dat vaak het eerst ter plaatse is eenvoudiger en duidelijker te maken. Stralingsproblematiek Het grootste deel van de bevolking gaat bij een ongeval waarbij ioniserende straling betrokken is, uit van het ergste. Straling is gevaarlijk en dus levensbedreigend, is een gedachte die ook bij hulpverleners snel zal opkomen en zal afschrikken om op de juiste wijze hulp te verlenen. Echter in de meeste gevallen is deze gedachte op weinig harde feiten gebaseerd. Meestal is goede hulp gewoon te verlenen, zonder dat er groot persoonlijk gevaar dreigt. Het is van belang dat met name de brandweer over de juiste kennis en inzichten beschikt, omdat zij de ernst van de situatie snel moet kunnen inschatten en omdat zij een verantwoordelijkheid heeft voor de veiligheid van de andere hulpverleners zoals GHOR en politie. Daarnaast speelt de brandweer een belangrijke rol in de voorlichting en de bescherming van de bevolking. Dit operationele handboek helpt aan de hand van eenvoudige uitleg van de theorie de officier van dienst of de bevelvoerder om de situatie op het gebied van de ioniserende straling goed in te schatten en de afweging te maken of het inzetten van manschappen opweegt tegen het resultaat, bijvoorbeeld het redden van mensen. Dit is natuurlijk afhankelijk van de situatie. Dit handboek zal proberen om onder andere door vaste procedures de hulpverleners de juiste keuzes te laten maken.

16 II-4 STEN RADIOLOGISCH HANDBOEK HULPVERLENINGSDIEN- 2. Ioniserende straling Ioniserende straling (straling waardoor elektrische lading vrijgemaakt kan worden) is in tegenstelling tot andere niet-ioniserende straling zoals (zon)licht onzichtbaar. Je kunt straling niet ruiken, niet proeven, niet voelen en niet zien. Echter met eenvoudige apparatuur zijn lage stralingsintensiteiten al goed waar te nemen. Ioniserende straling is in staat de cellen van het menselijk lichaam te beschadigen. In de medische wereld wordt hiervan dankbaar gebruik gemaakt om kankercellen te doden (therapie). Bij andere toepassingen wordt gebruik gemaakt van de mogelijkheid om met deze straling in de mens te kunnen kijken (diagnostiek). De hoeveelheid straling (stralingsintensiteit) voor de eerste toepassing is grofweg 1miljoen maal groter dan die voor het maken van een simpele röntgenfoto. Door de inwerking van ioniserende straling op gezond weefsel kunnen biologische veranderingen ontstaan die tot diverse ziekteverschijnselen kunnen leiden (een eenmalige zeer hoge dosis, door korte blootstelling aan een hoge stralingsintensiteit, kan tot de dood leiden). Ook langdurige blootstelling aan een lage intensiteit van ioniserende straling verhoogt de kans op het ontstaan van kanker. Het is daarom belangrijk om de blootstelling aan ioniserende straling zoveel mogelijk te beperken Stralingssoorten Als we aan iemand vragen om eens een stralingssoort te noemen wordt er vaak als eerste röntgenstraling genoemd. Deze straling wordt ook wel X-ray genoemd. Deze straling wordt, logischerwijs, in een röntgentoestel opgewekt en bestaat, evenals licht, uit pakketjes energie (fotonen). De pakketjes hebben een dusdanig hoge energie dat deze diep in weefsels en andere stoffen kunnen doordringen en er meestal gewoon dwars doorheen gaan. Het is voor te stellen dat zwaardere stoffen deze straling iets beter tegen houden dan lichtere. Een bot in het menselijk lichaam houdt net iets meer ioniserende straling tegen dan een stukje vet of een spier. Hierdoor is het mogelijk om een bot op een fotografische film zichtbaar te maken. Immers de straling die op de film komt zorgt ervoor dat de film zwart wordt, op de plaats van het bot zal minder straling de film bereiken zodat de film hier wit zal zijn (zie fig. 2.1). Het betreft hier een effect van kunstmatig opgewekte straling. De in een röntgentoestel opgewekte straling noemen we kunstmatig omdat we het toestel door middel van stroom in en uit kunnen schakelen. Als een toestel in een gang van een ziekenhuis wordt aangetroffen is er geen stralingsgevaar zolang de stekker niet in het stopcontact zit, ondanks de radiologische gevaarsaanduiding op het toestel. Als men in geval van een incident of een brand de stekker uit het stopcontact trekt, is het gevaar van vrijkomende ioniserende straling bij een röntgentoestel GEHEEL GEWEKEN. Figuur 2.1 Röntgenfoto van een hand. De botten zijn goed zichtbaar, het omliggende zachtere weefsel is moeilijker of niet te zien.

17 ACHTERGRONDINFORMATIE VOOR OPERATIONEEL LEIDINGGEVENDEN II-5 Vergelijkbaar met röntgenstraling is gammastraling. Deze ioniserende straling is afkomstig van radioactieve stoffen. Sommige radioactieve stoffen komen in de natuur voor, zoals uranium, maar vaak zijn ze kunstmatig van aard, zoals technetium wat veel in ziekenhuizen gebruikt wordt. Gammastraling bestaat eveneens uit energiepakketjes, echter meestal met een nog hogere energie dan röntgenstraling. Gammastraling heeft dus een hoger doordringend vermogen dan de hiervoor beschreven röntgenstraling. Enkele toepassingen van gammastraling zijn bijvoorbeeld de controle van lasnaden in o.a. pijpleidingen en ijk- en referentie bronnen. Sommige bestralingsbronnen in ziekenhuizen bevatten ook grote hoeveelheden van deze gammastralers. Gammastraling is vaak moeilijk af te schermen, soms zijn betonnen muren van 1 meter of dikker nodig om de straling voldoende af te schermen. Ook kan cm lood gebruikt worden. Behalve ioniserende straling in de vorm van gammastraling kunnen radioactieve stoffen ook kleine geladen deeltjes (elektronen) uitzenden. We spreken dan van bètastraling. Deze deeltjesstraling is ook ioniserend en is in staat menselijke cellen te beschadigen maar heeft een veel minder doordringend vermogen dan gammastraling. De afstand die de deeltjes kunnen overbruggen (de zogenaamde dracht ) is veel kleiner (zie 2.2). Een toepassing van bètastraling is de diktemeting van papier in de papierproducerende industrie. In zogenaamde radionuclidenlaboratoria (C-laboratoria) in ziekenhuizen en academische instellingen wordt vaak radioactief fosfor gebruikt om onder andere biologische moleculen radioactief te maken zodat ze bijvoorbeeld in een proefdier of een proefopstelling goed te volgen zijn. Belangrijk om te weten is dat bètastraling eenvoudig af te schermen is: 1 cm perspex of enkele millimeters aluminium is al voldoende. Verder is er dan nog alfastraling (α-straling). Deze straling bestaat evenals bètastraling uit geladen deeltjes (in dit geval de veel grotere heliumkernen). Alfastraling wordt voornamelijk door de zware radioactieve stoffen zoals uranium uitgezonden. Door de grootte van de deeltjes is het doordringend vermogen van alfastraling uiterst gering; vaak is een vel papier al voldoende om deze straling af te schermen. Enkele voorbeelden van alfastralers zijn ameritium in rookmelders en het (ongewenste) radon in bouwmaterialen. Bij incidenten met radioactieve stoffen kunnen we onderscheid maken tussen incidenten waarbij de radioactieve bron niet beschadigd is. Bij radioactieve bronnen die niet beschadigd zijn, maar waarbij de afscherming van deze bron niet goed functioneert, levert vooral gammastraling een gevaar voor externe bestraling op (zie hoofdstuk 6.1). Alfastraling zal niet vrij kunnen komen als de bron niet beschadigd is en bètastraling zal door de beperkte dracht, bij voldoende afstand houden, geen gevaar opleveren. Bij ongevallen met niet beschadigde radioactieve bronnen, zullen er geen radioactieve stoffen in de omgeving vrijkomen. Personen kunnen alleen extern bestraald worden. Als een radioactieve bron beschadigd is kunnen er radioactieve stoffen vrijkomen in de omgeving, waardoor de omgeving besmet kan worden. De radioactieve stoffen kunnen ingeademd of ingeslikt worden waardoor er in het lichaam direct contact tussen de radioactieve stoffen en menselijke cellen kan plaatsvinden (inwendige besmetting zie hoofdstuk 6.1); de alfa- en/of bètastraling kan dan vrijwel ongehinderd de cellen binnendringen en deze beschadigen. Radioactieve stoffen kunnen ook op de huid terechtkomen, hierbij kan gammastraling en ook bètastraling het lichaam binnendringen en kan verbranding veroorzaken, mits de intensiteit voldoende hoog is (uitwendige besmetting zie hoofdstuk 6.1). Het is belangrijk dat externe bestraling, uitwendige- en inwendige besmettingen voorkomen dienen te worden. Voor de brandweer kan dit bewerkstelligd worden door het dragen van volledige uitrusting met adembescherming eventueel gecombineerd met een chemicaliënpak (vooral aan te raden bij besmetting van de omgeving omdat ontsmetting van een chemicaliënpak ter plaatse gemakkelijk uitgevoerd kan worden), voldoende afstand te houden en de blootstellingstijd te beperken. De brandweer dient er, gezien bovenstaande, voor te zorgen dat de bevolking en andere hulpverleners niet of zo min mogelijk besmet kunnen raken, bijvoorbeeld door bovenwinds afvoeren van toeschouwers en slachtoffers en het toedekken van slachtoffers in een ambulance zodat verdere besmetting verkomen wordt. De bijzondere eigenschappen van radioactieve stoffen kunnen als volgt omschreven worden: ze zenden ioniserende straling uit (alfa-, bèta- en gammastraling),

18 II-6 STEN RADIOLOGISCH HANDBOEK HULPVERLENINGSDIEN- het zijn stoffen, kunnen dus verspreid worden, maar kunnen ook ingeademd of ingeslikt worden, de intensiteit van de straling neemt af door afscherming en voldoende afstand (kwadratenregel), de stralingsintensiteit van een stralingsbron neemt met een voor die radioactieve stof specifieke snelheid af (halfwaardetijd), dit kan variëren van seconden tot miljoenen jaren. Als deze tijd voor een stof seconden bedraagt, kan reeds na enkele minuten een radioactieve besmetting verdwenen zijn omdat er (haast) niets meer over is Dracht van ioniserende straling. Zoals we zojuist gezien hebben, is het doordringende vermogen van straling zeer divers. Voor alfastraling (heliumkernen) is deze zeer gering. De afstand of diepte in materialen die de ioniserende straling kan bereiken heet ook wel dracht. Deze is voor alfastraling in lucht maximaal 6 tot 7 centimeter en in vaste stoffen slechts een miljoenste meter. Bètadeeltjes (elektronen) zijn lichter en kleiner dan alfadeeltjes (heliumkernen). Ze kunnen een grotere afstand afleggen en verder doordringen in materie. In lucht is de dracht van een bètadeeltje maximaal 10 meter terwijl deze in vaste stoffen hooguit 1 centimeter bedraagt. Tot slot is er dan nog gammastraling. Deze energiepakketjes (fotonen) hebben geen massa (net als bijvoorbeeld licht). Er is eigenlijk geen echte dracht aan toe te kennen. We kunnen zeggen dat gammastraling soms door honderden meters lucht nauwelijks wordt tegengehouden. Slechts zware materialen zoals lood of metersdik beton, zijn pas voldoende om de straling voldoende af te schermen, maar zelfs dan kan er nog gammastraling doorheen komen. Voor elk afschermingsmateriaal is er een bepaalde dikte waarbij nog maar de helft van de stralingsintensiteit passeert, dit noemen we de halveringsdikte van het materiaal. De dikte van de afscherming wordt zo gekozen dat er uiteindelijk nog maar een aanvaardbare lage stralingsintensiteit door de afscherming heen komt. Figuur 2.2 Dracht van verschillende soorten straling: alfastraling zal niet door de huid komen, bètastraling zal (bijna) niet meer door de hand heen komen, terwijl gammastraling dwars door de hand heen zal gaan en door het beton afgeschermd worden.

19 ACHTERGRONDINFORMATIE VOOR OPERATIONEEL LEIDINGGEVENDEN II Eenheid van radioactiviteit Een eenheid die men als hulpverlener zeker moet kennen is de eenheid van radioactiviteit. Men kan een melding van een incident krijgen, waarbij gelijk de hoeveelheid radioactiviteit gemeld wordt. Deze wordt dan uitgedrukt in becquerel (Bq). Deze eenheid omschrijft het aantal deeltjes dat per seconde ioniserende straling uitzendt. Vaak worden voorvoegsels gebruikt om de grootte aan te geven. k = kilo (1.000); kbq M= mega ( ); MBq. Hoeveelheid gebruikt in radionuclidenlaboratoria G = giga ( ); GBq. Hoeveelheid gebruikt in nucleaire geneeskunde T = tera ( ); TBq. Hoeveelheid gebruikt in bestralingsbronnen P = peta ( ); PBq. Hoeveelheid gebruikt in kerncentrales Dus 37 MBq Fosfor-32, betekent dat er elke seconde 37 miljoen stralingsdeeltjes van het radioactieve Fosfor 32 uit e stof vrijkomen. Een oude eenheid die in sommige instellingen nog gebruikt wordt is Curie. 1 Curie is 37 miljard Becquerel. De eenheden gray (Gy) en sievert (Sv) worden in het volgende hoofdstuk behandeld.

20 II-8 STEN RADIOLOGISCH HANDBOEK HULPVERLENINGSDIEN- 3. Gezondheidseffecten Al snel na de ontdekking van röntgenstraling en radioactiviteit, eind 19de eeuw, ontdekte men dat blootstelling aan straling invloed op de gezondheid kon hebben, variërend van roodheid van de huid tot brandblaren en erger. Dit was aanleiding tot de oprichting van diverse internationale commissies, die aanbevelingen op het gebied van stralingsbescherming doen. Vanaf de jaren 50 nam de kennis over de genetische effecten van ioniserende straling, ofwel de invloed van straling op het DNA, de drager van al onze genetische (erfelijke) informatie, snel toe. De organen in ons lichaam bestaan elk gemiddeld uit minstens enkele miljarden cellen. Als ioniserende straling schade aan het DNA van een enkele cel in een orgaan aanbrengt is het lichaam zeer goed in staat om de schade aan het DNA te repareren, zodat er eigenlijk meestal geen negatieve effecten kunnen worden waargenomen. Het blijkt wel dat bij langdurige blootstelling aan ioniserende straling de schade niet altijd goed gerepareerd kan worden. Dit leidt, op termijn, tot het doodgaan van de cel. Als er in een orgaan een beperkte hoeveelheid cellen dood gaat is dat doorgaans geen enkel probleem voor dat orgaan om goed te kunnen blijven functioneren. Bloedcellen sterven bijvoorbeeld, continu af en worden ook weer aangemaakt. Als er echter teveel cellen tegelijk doodgaan in een orgaan zal dat leiden tot verlies van de functie van het orgaan. Celdood kan dus grote gevolgen voor het hele lichaam hebben, met zelfs de dood tot gevolg. Dit gebeurt echter pas bij behoorlijk hoge dosis straling (de zogenaamde drempeldosis), zoals verderop wordt uitgewerkt. De overschrijding van deze hoge dosis mag dus normaliter bij personen niet plaatsvinden. Soms repareert het lichaam de schade aan het DNA niet goed, er wordt een verkeerd onderdeel ingebouwd. Dit noemen we muteren (veranderen) van het DNA. Dit kan (tientallen) jaren later tot het ontstaan van kanker leiden. Ons lichaam wordt in slechts zeer uitzonderlijke gevallen aan hoge dosis ioniserende straling blootgesteld. De behandeling van kanker is een bekend voorbeeld, het lichaam wordt dan plaatselijk met hoge dosis bestraald, echter wel in kleinere fracties, wat (meestal) tot het verschrompelen van de tumor zal leiden. Slechts tijdens zeer uitzonderlijke situaties, zoals het ongeluk met de kerncentrale van Tsjernobyl, blijkt dat hulpverleners soms een hoge dosis kunnen oplopen. De kans op een incident van deze orde is echter zeer gering. Incidenten waarbij ioniserende straling vrijkomt zullen doorgaans een zeer lage stralingsbelasting voor de hulpverleners opleveren. Zoals in hoofdstuk 2.1 al besproken is, geldt dat een volledige uitrusting met adembescherming vaak afdoende is om het effect van ioniserende straling bij hulpverlening teniet te doen Eenheid van dosis Wat is nu het werkelijke gevaar van blootstelling aan ioniserende straling? Om dit beter te begrijpen moeten we eerst weten in welke eenheid we de dosis bekijken. We gaan dan uit van de eenheid gray (Gy). Dit is momenteel ook de uitlezing op de meetapparatuur van de brandweer. Deze apparatuur zal o.a. in hoofdstuk 6 behandeld worden. De eenheid Gy vertelt iets over de hoeveelheid stralingsenergie die per eenheid van massa (kilogram) geabsorbeerd wordt. In het geval van blootstelling aan ioniserende straling neem je deze energie op, net zoals je lichaam warmte opneemt als je voor de kachel staat. Het is echter niet de temperatuursstijging van het lichaam die schadelijk is, maar het ioniserende effect van de straling, omdat daardoor ons DNA beschadigd wordt. Omdat sommige soorten straling meer schade bij mensen kunnen opleveren dan andere en omdat sommige organen meer gevoelig zijn dan andere, is met behulp van weegfactoren eenvoudig de effectieve dosis voor mensen te berekenen. Deze dosis geeft ook energie per kilogram, maar de eenheid is de sievert (Sv). Voorbeeld: iemand die bestraald wordt op de huid met 8 Gy gammastraling zal na toepassing van de weegfactoren, (factor 1 voor gammastraling en factor 0,01 voor huid) een effectieve dosis van 8x1x0,01=0,08 Sv oplopen. Naast de totale dosis is het natuurlijk belangrijk om te weten hoe snel iemand een bepaalde dosis kan oplopen, we spreken dan van dosistempo, meestal uitgedrukt in een duizendste sievert per uur (msv/uur).

21 ACHTERGRONDINFORMATIE VOOR OPERATIONEEL LEIDINGGEVENDEN II-9 Voorbeeld: iemand die 30 minuten werkt in een omgeving waarop het werkpunt een dosistempo van 100 msv/uur waargenomen wordt, loopt een dosis op van 50 msv Lage doses Onder lage stralingsdoses verstaan we doses die lager dan 1 Sv zijn. Beneden deze dosis ontstaat wel schade aan de cellen van diverse organen, maar deze is meestal zo gering dat het orgaan deze schade wel kan hebben. Echter bij de reparatie van een getroffen cel gaat in een uitzonderlijk geval wel eens iets mis, waardoor een cel meestal toch nog doodgaat of zich juist onbeperkt kan gaan delen. Dit laatste kan dan leiden tot het ontstaan van een tumor. Men kan zich voorstellen dat naarmate men meer straling oploopt, de kans op het ontstaan van een tumor ook toeneemt. Het kan vaak vele tientallen jaren duren voordat zo n tumor zich openbaart, het is daarom zaak om de dosis zoveel als mogelijk te beperken. Het is dus van belang om alle extra straling die men bij het uitoefenen van zijn beroep kan oplopen te meten en te registreren. Zelfs in extreme gevallen is het zo geregeld, dat hulpverleners geen dosis zullen ontvangen die de 1 Sv zal overschrijden Hoge doses Bij bestraling van het lichaam met een zeer hoge dosis ioniserende straling (meer dan 50 Sv) gaan binnen korte tijd zeer veel cellen van organen kapot. Het is dan niet moeilijk om je voor te stellen dat de organen niet meer functioneren. Dit effect is waar te nemen vanaf bepaalde doses (drempeldoses). Dit zal binnen enkele uren tot de dood leiden. Deze hoge doses zullen niet zomaar ontvangen worden: slechts bij kernrampen of bij het vrijkomen van zeer grote hoeveelheden radioactieve stoffen zal men deze hoge doses oplopen. In de kankertherapie worden ook vaak lokaal hoge doses bestraling gegeven bijvoorbeeld 80 Sv. Patiënten overlijden (gelukkig) niet aan deze hoge doses omdat het hier altijd een gedeeltelijke bestraling van het lichaam betreft, bijvoorbeeld bestraling van de borst bij vrouwen met borstkanker, en omdat de dosis met tussenpozen in fracties gegeven wordt, bijvoorbeeld 40 fracties van lokaal 2 Sv. Tabel 3.1 vroege of acute effecten die optreden na bestraling van het hele lichaam Dosis (Sv) Effect 0,2-1 Geen ziekteverschijnselen; vermindering van het aantal witte bloedlichaampjes 1-2 Verminderde weerstand, vermoeidheid, braken diarree. Herstel na enkele weken 2-3 Ernstige stralingsziekte door beschadiging van o.a. beenmerg 3-4 Ernstige stralingsziekte. Sterftekans binnen een maand zonder medische behandeling ten hoogste 50% 4-10 Beenmergsyndroom. Er kunnen geen nieuwe bloedcellen aan gemaakt worden in het beenmerg, omdat deze cellen ernstig beschadigd of dood zijn. In nagenoeg alle gevallen sterfte binnen een maand Maag-darm syndroom. Er kan geen nieuw slijmvlies in de darmen aangemaakt worden, omdat deze cellen ernstig beschadigd of dood zijn. Sterfte binnen een week >50 Centraal zenuwstelselsyndroom. De zenuwcellen sterven en kunnen niet vervangen worden. Sterfte binnen enkele uren tot dagen De effecten die na hoge doses bestraling optreden, worden ook wel vroege of acute effecten genoemd, omdat ze al na korte tijd na de bestraling optreden. De effecten van hoge doses bestraling zullen altijd optreden. Een eerste zichtbaar effect van overbestraling is diarree en braken. Snel en deskundig handelen is dus noodzakelijk. Men dient er voor te zorgen dat hulpverleners nooit overbestraald kunnen raken. Het spreekt voor zich dat als slechts een deel van het lichaam deze dosis opgelopen heeft de effecten veel minder ernstig zijn. De bloedaanmaak kan in onbestraalde delen van het beenmerg immers gewoon doorgaan en heeft voldoende capaciteit om dit op te vangen. We zien bij gedeeltelijk blootgestelde delen van het lichaam wel na enkele uren brandwonden ontstaan.

22 II-10 STEN RADIOLOGISCH HANDBOEK HULPVERLENINGSDIEN- Een hulpverlener mag iemand redden als hij zelf een dosis oploopt die niet hoger is dan 0,75 Sv (750 msv), mits een stralingsdeskundige met tenminste een niveau 3 opleiding aanwezig is. Het effect van deze dosis is in 3.1 al besproken; het maximale effect van deze dosis is het beste zichtbaar in het bloed. Er zal slechts tijdelijk een afname van de witte bloedcellen te zien zijn. Dit tekort wordt door het lichaam zeer snel weer aangevuld. Slechts in het meest uitzonderlijke geval kan het gebeuren dat een hulpverlener tussen 750 msv en 1 Sv kan oplopen; een inzet is dan op vrijwillige basis, nadat een stralingsdeskundige met tenminste een niveau 3 opleiding, de hulpverlener op de gevaren gewezen heeft. Het goed kunnen hanteren van de door de overheid verstrekte meetinstrumenten is dus van wezenlijk belang om in te kunnen (laten) schatten wat de opgelopen dosis van een hulpverlener is (zie tabel 4.2).

23 ACHTERGRONDINFORMATIE VOOR OPERATIONEEL LEIDINGGEVENDEN II Normen voor bestraling Alle wettelijke bepalingen die verband houden met ioniserende straling zijn in Nederland samengebracht in de Kernenergiewet. Deze is in werking getreden op 1 januari Wereldwijd is de International Commission on Radiological Protection (ICRP) het meest gezaghebbende orgaan op het gebied van de stralingsbescherming. Deze commissie geeft aanbevelingen op het gebied van stralingshygiëne. Stralingsbescherming is er op gericht om de risico s van blootstelling aan straling te beperken. De ICRP maakt onderscheid tussen zogenaamde handelingen en interventies. Bij handelingen gaat het om werkzaamheden die aanleiding (kunnen) geven tot een verhoogde stralingsbelasting. Omdat de handeling zelf (bijvoorbeeld het controleren van lasnaden met een γ-bron) volledig planbaar is, zal de bescherming van het personeel zo goed zijn, dat de eventueel op te lopen stralingsdosis zo laag mogelijk is. Bij interventies gaat het om het terugdringen van de hoeveelheid straling (stralingsbelasting), bijvoorbeeld in een ongevalsituatie waarbij ioniserende straling vrijkomt (bijvoorbeeld brand in een radionuclidenlaboratorium in een ziekenhuis). Ook worden er drie blootgestelde categorieën onderscheiden, te weten: Blootstelling van leden van de bevolking Beroepsmatige blootstelling Medische blootstelling De laatste categorie geldt voor patiënten die medische zorg (diagnose of therapie) ondergaan waarbij ioniserende straling wordt toegepast. In het kader van dit handboek valt deze categorie buiten beschouwing. Voor leden van de bevolking gelden de laagste dosislimieten. Voor werknemers die in hun werksituatie worden blootgesteld aan ioniserende straling is de maximaal toelaatbare stralingsbelasting hoger. Tijdens ongevalsituaties is de maximaal toelaatbare dosis voor hulpverleners zelfs grofweg nog een factor 10 tot 40 maal hoger. Het is duidelijk dat volgens de overheid de maximaal op te lopen stralingsdosis situatieafhankelijk is (zie tabel 4.1 en 4.2). De voor de Nederlandse situatie geldende maximale blootstellingniveaus tijdens ongevalsituaties zijn terug te vinden in het Nationaal Plan voor de Kernongevallenbestrijding (NPK), dat evenals het Besluit Stralingsbescherming (BS) een aanhangsel vormt van de Kernenergiewet. Deze maximale blootstellingniveaus zijn zodanig gekozen dat de effecten van hoge doses, zoals eerder beschreven in hoofdstuk 3, bij de hulpverleners niet zullen optreden. Het eventueel oplopen van lage doses en de effecten daarvan, zoals beschreven in hoofstuk 3.1, moeten opwegen tegen het doel dat bereikt moet worden Dosislimieten Als we bij personen die blootgesteld worden aan ioniserende straling de dosis willen bepalen vereist dat nogal wat aannames en soms complex rekenwerk. Vooral de dosis bij inwendige besmetting, dus na inademen of inslikken van radioactieve stoffen, is soms zeer moeilijk vast te stellen. Zoals we eerder gezien hebben, is de eenheid van ioniserende straling gray, maar als we bij personen de dosis gaan vaststellen spreken we van sievert (Sv). Omdat dit een nogal grote eenheid is, spreken en rekenen we eerder met millisievert (msv) en microsievert (μsv). Om de mogelijk op te lopen dosis tijdens een radiologisch incident beter in te kunnen schatten, zullen we eerst de jaardosislimieten voor radiologische werkers, zoals hieronder in tabel 4.1 is weergegeven, wat nader toelichten.

24 II-12 STEN RADIOLOGISCH HANDBOEK HULPVERLENINGSDIEN- Tabel 4.1 Jaardosislimieten voor reguliere handelingen Categorie Effectieve dosis (msv) Blootgestelde A-werknemers 20 Blootgestelde B-werknemers 6 Andere personen/werknemers op 1 locatie Leden van de bevolking 0,1 Zoals te zien is, is de maximaal toelaatbare effectieve dosis (zie hoofdstuk 3.1) voor een radiologisch werker ( blootgestelde werknemer A ) 20 msv per jaar. Deze waarde is zo gekozen dat een werknemer gedurende zijn gehele werktijd, ongeveer jaar, in totaal nooit boven de 1 Sv uit zal komen. Het grootste gedeelte van de radiologisch werkers (>99%) zal echter deze dosislimiet nooit bereiken. De meeste radiologische werknemers zijn daarom in de categorie van de blootgestelde werknemer categorie B ingedeeld (maximaal 6 msv/jaar). Alle andere werknemers, die dus geen radiologisch werker zijn, mogen in hun werkomgeving niet meer dan 1 msv per jaar ontvangen. De instelling waar radioactieve toepassingen aanwezig zijn, moet zodanig ingericht zijn dat ieder lid van de bevolking jaarlijks slechts maximaal 0,1 msv kan oplopen, buiten de terreingrens van deze instelling (meestal het hek of de openbare weg) Dosisbeperkingen voor ongevalssituaties De dosislimieten die zojuist hierboven beschreven zijn, zijn niet van toepassing in geval van een interventie in een radiologische noodsituatie. De blootstelling van radiologisch werkers kun je eigenlijk zin als een soort continue blootstelling (iedere dag weer in werksituatie), terwijl bij een interventie de hulpverlener een eenmalige dosis krijgt. Voor deze situaties gelden voor hulpverleners andere dosislimieten en deze zijn dus veel hoger. De hoogte hiervan hangt samen met het uiteindelijke resultaat. Het is duidelijk dat er voor levensreddend werk een hogere limiet is vastgesteld dan voor het veilig stellen van goederen. Deze limieten (dosisbeperkingen) zijn weergegeven in tabel 4.2 Tabel 4.2 dosisbeperkingen voor werknemers en hulpverleners bij interventies Effectieve dosis (msv) Levensreddend werk 750 Redden van belangrijke materiële belangen 250 Ondersteuning of uitvoering van metingen, evacuatie, jodiumprofylaxe, openbare orde en veiligheid 100 Inzet zonder aanwezigheid hoger opgeleide in de stralingshygiëne (niveau 5 of 2 hoger) In het geval dat een hulpverlener een effectieve dosis (zie hoofdstuk 3.1) tussen 750 en 1000 msv zal gaan oplopen, moet een stralingsdeskundige met een hogere opleiding in de stralingshygiëne (niveau 3 of hoger) de hulpverlener op de risico s van een dosis BOVEN 750 msv wijzen. Daarna is de keus aan de hulpverlener of hij tot handelen overgaat, of niet. Opmerking: de verschillende opleidingsniveaus in de stralingshygiëne worden in het Handboek OGS nader toegelicht.

Dosisbegrippen stralingsbescherming. /stralingsbeschermingsdienst SBD-TU/e

Dosisbegrippen stralingsbescherming. /stralingsbeschermingsdienst SBD-TU/e 13 Dosisbegrippen stralingsbescherming 1 13 Ioniserende straling ontvanger stralingsbron stralingsbundel zendt straling uit absorptie van energie dosis mogelijke biologische effecten 2 13 Ioniserende straling

Nadere informatie

Leidraad Kernongevallenbestrijding

Leidraad Kernongevallenbestrijding Leidraad Kernongevallenbestrijding In deze paragraaf worden enige algemene operationele uitgangspunten beschreven die voor alle betrokken (operationele) diensten van belang zijn. Het gaat hier om de te

Nadere informatie

Ioniserende straling - samenvatting

Ioniserende straling - samenvatting Ioniserende straling - samenvatting Maak eerst zélf een samenvatting van de theorie over ioniserende straling. Zorg dat je samenvatting de volgende elementen bevat: Over straling: o een definitie van het

Nadere informatie

RICHTLIJN ZWANGERSCHAP EN IONISERENDE STRALING

RICHTLIJN ZWANGERSCHAP EN IONISERENDE STRALING RICHTLIJN ZWANGERSCHAP EN IONISERENDE STRALING Inleiding Aan het werken met radioactieve stoffen of ioniserende straling uitzendende toestellen zijn risico s verbonden. Het is bij de wet verplicht om personen

Nadere informatie

Leids Universitair Medisch Centrum

Leids Universitair Medisch Centrum Leids Universitair Medisch Centrum Afdeling Radiologie drs. Simon van Dullemen stralingsdeskundige Stralingsrisico s: reëel of gezocht? Japan/Fukushima (2011) Aardbeving + tsunami veroorzaakte meer dan

Nadere informatie

Radioactiviteit enkele begrippen

Radioactiviteit enkele begrippen 044 1 Radioactiviteit enkele begrippen Na het ongeval in de kerncentrale in Tsjernobyl (USSR) op 26 april 1986 is gebleken dat er behoefte bestaat de kennis omtrent radioactiviteit voor een breder publiek

Nadere informatie

H8 straling les.notebook. June 11, 2014. Straling? Straling: Wordt doorgelaten of wordt geabsorbeerd. Stralingsbron en straling

H8 straling les.notebook. June 11, 2014. Straling? Straling: Wordt doorgelaten of wordt geabsorbeerd. Stralingsbron en straling Stralingsbron en straling Straling? Bron Soorten straling: Licht Zichtbaarlicht (Kleuren violet tot rood) Infrarood (warmte straling) Ultraviolet (maakt je bruin/rood) Elektromagnetische straling Magnetron

Nadere informatie

Hoofdstuk 9: Radioactiviteit

Hoofdstuk 9: Radioactiviteit Hoofdstuk 9: Radioactiviteit Natuurkunde VWO 2011/2012 www.lyceo.nl Hoofdstuk 9: Radioactiviteit Natuurkunde 1. Mechanica 2. Golven en straling 3. Elektriciteit en magnetisme 4. Warmteleer Rechtlijnige

Nadere informatie

Nationale instelling voor radioactief afval en verrijkte splijtstoffen. informatiefiche RADIOACTIVITEIT, EEN INLEIDING

Nationale instelling voor radioactief afval en verrijkte splijtstoffen. informatiefiche RADIOACTIVITEIT, EEN INLEIDING Nationale instelling voor radioactief afval en verrijkte splijtstoffen informatiefiche RADIOACTIVITEIT, EEN INLEIDING NIRAS Brussel, 01-01-2001 1. Radioactiviteit en ioniserende straling Alles rondom ons

Nadere informatie

DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID. Mede namens de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID. Mede namens de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer; MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID AI/UJB/BES No. 2003/94538 DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID Mede namens de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening

Nadere informatie

Radioactiviteit werd ontdekt in 1898 door de Franse natuurkundige Henri Becquerel.

Radioactiviteit werd ontdekt in 1898 door de Franse natuurkundige Henri Becquerel. H7: Radioactiviteit Als een bepaalde kern van een element te veel of te weinig neutronen heeft is het onstabiel. Daardoor gaan ze na een zekere tijd uit elkaar vallen, op die manier bereiken ze een stabiele

Nadere informatie

Samenvatting. Blootstelling

Samenvatting. Blootstelling Samenvatting Blootstelling aan ioniserende straling levert risico s voor de gezondheid op. Daar is al veel over bekend, met name over de effecten van kortdurende blootstelling aan hoge doses. Veel lastiger

Nadere informatie

DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE

DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE No. 2011/1517-05 DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE Gezien de aanvraag d.d. 16 augustus 2011 van Sencio B.V. te Nijmegen om een vergunning als bedoeld in hoofdstuk 4, artikel 23,

Nadere informatie

DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE

DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE No. 2011/1630-05 DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE Gezien de aanvraag d.d. 24 augustus 2011 en de aanvullende informatie d.d. 7 november 2011 van Eindhoven Airport N.V., gelegen

Nadere informatie

Radioactiviteit. Jurgen Nijs Brandweer Leopoldsburg 2012 APB Campus Vesta Brandweeropleiding

Radioactiviteit. Jurgen Nijs Brandweer Leopoldsburg  2012 APB Campus Vesta Brandweeropleiding Radioactiviteit Jurgen Nijs Brandweer Leopoldsburg Jurgen.nijs@gmail.com http://youtu.be/h3ym32m0rdq 1 Doel Bij een interventie in een omgeving waar er een kans is op ioniserende straling om veilig, accuraat

Nadere informatie

Erratum Verkenner Gevaarlijke Stoffen. Versie: 2 februari 2015

Erratum Verkenner Gevaarlijke Stoffen. Versie: 2 februari 2015 Erratum Verkenner Gevaarlijke Stoffen Versie: 2 februari 2015 Tekstboek In de 1 e druk, 1 e oplage van de leergang Verkenner gevaarlijke stoffen (juli 2012) zijn een aantal onjuistheden geconstateerd.

Nadere informatie

Straling valt dus buiten de lesstof van de cursus Basisveiligheid (B-VCA)!

Straling valt dus buiten de lesstof van de cursus Basisveiligheid (B-VCA)! BIJLAGE STRALING Deze bijlage is voor personen die de veiligheidscursus - Veiligheid voor Operationeel Leidinggevenden (VOL-VCA) volgen. - 'Veiligheid voor Intercedenten en Leidinggevenden' (VIL-VCU) volgen.

Nadere informatie

Naam: Klas: Repetitie Radioactiviteit VWO (versie A)

Naam: Klas: Repetitie Radioactiviteit VWO (versie A) Naam: Klas: Repetitie Radioactiviteit VWO (versie A) Aan het einde van de repetitie vind je de lijst met elementen en twee tabellen met weegfactoren voor het berekenen van de equivalente en effectieve

Nadere informatie

DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID AI/IO/BES No. 2005/25444 DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID Mede namens de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening

Nadere informatie

Stralingsbeschermingsdienst SBD-TU/e 1

Stralingsbeschermingsdienst SBD-TU/e 1 Zwangerschap en Stralingsbescherming Zwangerschap en Stralingsbescherming inhoud Informatie over mogelijke biologische effecten door blootstelling aan ioniserende straling tijdens deterministische effecten

Nadere informatie

Opgave 4 Het atoomnummer is het aantal protonen in de kern. Het massagetal is het aantal protonen plus het aantal neutronen in de kern.

Opgave 4 Het atoomnummer is het aantal protonen in de kern. Het massagetal is het aantal protonen plus het aantal neutronen in de kern. Uitwerkingen 1 protonen en neutronen Opgave negatief positief neutraal positief neutraal Een atoom bevat twee soorten geladen deeltjes namelijk protonen en elektronen. Elk elektron is evenveel negatief

Nadere informatie

PROCEDURE WAARSCHUWINGSSIGNALERING EN ZONERING VAN

PROCEDURE WAARSCHUWINGSSIGNALERING EN ZONERING VAN PROCEDURE WAARSCHUWINGSSIGNALERING EN ZONERING VAN RUIMTEN BIJ HANDELINGEN MET IONISERENDE STRALING Inleiding In een aantal situaties is het nodig om de aandacht te vestigen op risico s van ioniserende

Nadere informatie

Advies over radioactiviteit in levensmiddelen en consumentenproducten ten gevolge van de ramp in Japan

Advies over radioactiviteit in levensmiddelen en consumentenproducten ten gevolge van de ramp in Japan > Retouradres Postbus 19506 2500 CM Den Haag Advies van de directeur bureau Risicobeoordeling & Aan de inspecteur-generaal van de nieuwe Voedsel en Waren Autoriteit Prinses Beatrixlaan 2 2595 AL Den Haag

Nadere informatie

Fysische grondslagen radioprotectie deel 2. dhr. Rik Leyssen Fysicus Radiotherapie Limburgs Oncologisch Centrum

Fysische grondslagen radioprotectie deel 2. dhr. Rik Leyssen Fysicus Radiotherapie Limburgs Oncologisch Centrum Fysische grondslagen radioprotectie deel 2 dhr. Rik Leyssen Fysicus Radiotherapie Limburgs Oncologisch Centrum rik.leyssen@jessazh.be Fysische grondslagen radioprotectie H1: INLEIDING H2: STRALING - RADIOACTIVITEIT

Nadere informatie

Röntgenstraling. Medische beeldvorming

Röntgenstraling. Medische beeldvorming Röntgenstraling Medische beeldvorming Röntgenstralen dringen in wisselende mate door het menselijke lichaam heen. Ter vergelijking kan zonlicht wel door een vensterglas dringen, maar niet door de spijlen

Nadere informatie

Bestaand (les)materiaal. Loran de Vries

Bestaand (les)materiaal. Loran de Vries Bestaand (les)materiaal Loran de Vries Database www.adrive.com Email: ldevries@amsterdams.com ww: Natuurkunde4life NiNa lesmateriaal Leerlingenboekje in Word Docentenhandleiding Antwoorden op de opgaven

Nadere informatie

Opgave 4 Het atoomnummer is het aantal protonen in de kern. Het massagetal is het aantal protonen plus het aantal neutronen in de kern.

Opgave 4 Het atoomnummer is het aantal protonen in de kern. Het massagetal is het aantal protonen plus het aantal neutronen in de kern. Uitwerkingen 1 Opgave 1 protonen en neutronen Opgave negatief positief neutraal positief neutraal Opgave 3 Een atoom bevat twee soorten geladen deeltjes namelijk protonen en elektronen. Elk elektron is

Nadere informatie

Wisselwerking. van ioniserende straling met materie

Wisselwerking. van ioniserende straling met materie Wisselwerking van ioniserende straling met materie Wisselwerkingsprocessen Energie afgifte en structuurverandering in ontvangende materie Aard van wisselwerking bepaalt het juiste afschermingsmateriaal

Nadere informatie

Effecten van ioniserende straling

Effecten van ioniserende straling Faculteit Bètawetenschappen Ioniserende Stralen Practicum Achtergrondinformatie Effecten van ioniserende straling Equivalente dosis Het biologisch effect van ioniserende straling of: de schade aan levend

Nadere informatie

Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming. Jan van den Heuvel

Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming. Jan van den Heuvel Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming Jan van den Heuvel 5 maart 2016 Redenen oprichting ANVS 1. Beter aansluiten bij intentie van IAEA- en Euratom-regelgeving voor een nucleaire autoriteit:

Nadere informatie

DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID. Mede namens de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID. Mede namens de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer; MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID AI/IO/BES No. 2004/46803 DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID Mede namens de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening

Nadere informatie

DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN

DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN No. 2012/1035-06 DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN Gezien de aanvraag d.d. 23 november 2012, van het Paleis van Justitie te Arnhem, om wijziging van een vergunning als bedoeld in hoofdstuk 4, artikel 23,

Nadere informatie

Subtitel (of naam of datum) Inwendige besmetting

Subtitel (of naam of datum) Inwendige besmetting Subtitel (of naam of datum) Stralingsdeskundigheid Titel van presentatie niveau 3 Inwendige besmetting inwendige besmetting deel 1: inwendige besmetting voor dummies risicoanalyse: maximaal toe te passen

Nadere informatie

Examentraining 2015. Leerlingmateriaal

Examentraining 2015. Leerlingmateriaal Examentraining 2015 Leerlingmateriaal Vak Natuurkunde Klas 5 havo Bloknummer Docent(en) Blok IV Medische beeldvorming (B2) WAN Domein B: Beeld- en geluidstechniek Subdomein B2: Straling en gezondheid

Nadere informatie

PositronEmissieTomografie (PET) Een medische toepassing van deeltjesfysica

PositronEmissieTomografie (PET) Een medische toepassing van deeltjesfysica PositronEmissieTomografie (PET) Een medische toepassing van deeltjesfysica Wat zie je? PositronEmissieTomografie (PET) Nucleaire geneeskunde: basisprincipe Toepassing van nucleaire geneeskunde Vakgebieden

Nadere informatie

Gezondheids effecten. van ioniserende straling. Stralingsbeschermingsdienst SBD-TU/e

Gezondheids effecten. van ioniserende straling. Stralingsbeschermingsdienst SBD-TU/e Gezondheids effecten van ioniserende straling Ioniserende straling bron straling ontvanger zendt straling uit absorptie van energie:dosis mogelijke biologische effecten Opbouw van de celkern Celkern Cel

Nadere informatie

Hoeveel straling krijg ik eigenlijk? Prof. dr. ir. Wim Deferme

Hoeveel straling krijg ik eigenlijk? Prof. dr. ir. Wim Deferme Hoeveel straling krijg ik eigenlijk? Prof. dr. ir. Wim Deferme 2 Geschiedenis -500 vcr.: ατοµοσ ( atomos ) bij de Grieken (Democritos) 1803: verhandeling van Dalton over atomen 1869: voorstelling van 92

Nadere informatie

Opleiding Stralingsdeskundigheid niveau 3. Kernenergiewetgeving deel 1

Opleiding Stralingsdeskundigheid niveau 3. Kernenergiewetgeving deel 1 Opleiding Stralingsdeskundigheid niveau 3 Kernenergiewetgeving deel 1 Inhoud presentatie (inter)nationaal kader Kernergiewetgeving Organisatie van stralingszorg ICRP 103 (2007) Internationaal kader ICRP

Nadere informatie

DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN

DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN No. 2013/0255-05 DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN Gezien de aanvraag d.d. 8 maart 2013 en de aanvullende informatie d.d. 7 juni 2013 van Wintershall Noordzee B.V. te Rijswijk om een vergunning als bedoeld

Nadere informatie

Radonmetingen TWRC gebouw

Radonmetingen TWRC gebouw Radonmetingen TWRC gebouw kenmerk 0193.97/EL/RS juni 1997 Inleiding. In november 1996 is gestart met de meting naar mogelijke ioniserende straling (= radioactieve straling) afkomstig uit de bouwmaterialen

Nadere informatie

Ioniserende straling

Ioniserende straling 1 DOEL... 2 2 TOEPASSINGSGEBIED... 2 3 WETTEKSTEN... 2 3.1 Grenswaarden (KB 20 juli 2001: Hfdst. III, Afd. I, Art. 20.1.3 & 20.1.4)... 1 4 ADVIEZEN... 1 5 PRINCIPES VAN IONISERENDE STRALING... 1 5.1 Niet-ioniserende

Nadere informatie

DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER

DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER No. 2007/1776-06 DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER Mede namens de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; Gezien de aanvraag d.d. 11 juni 2007 van Sectra imaxperts

Nadere informatie

Vraagstukken bij Nascholingsmiddag Stralingsdeskundigen RUG/SBE november 2015

Vraagstukken bij Nascholingsmiddag Stralingsdeskundigen RUG/SBE november 2015 Nascholingsmiddag Stralingdeskundigen RUG/SBE 2015 Vraagstukken bij Nascholingsmiddag Stralingsdeskundigen RUG/SBE 2015 25 november 2015 Ontleend aan het examen deskundigheidsniveau 3, 9 mei 2015-1- Nascholingsmiddag

Nadere informatie

BRANDWEERTAKEN & SAMENWERKING BIJ

BRANDWEERTAKEN & SAMENWERKING BIJ BRANDWEERTAKEN & SAMENWERKING BIJ CBRNe Multi CBRNe meerdaagse op 16 en 17 oktober 2012 te Ossendrecht Wil & Dick Onderwerpen Landelijke organisatie OGS Diverse piketten brandweer Meetapparatuur brandweer

Nadere informatie

DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID. Mede namens de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID. Mede namens de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer; MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID AI/CK/B/KEW No. 2002/3675 DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID Mede namens de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en

Nadere informatie

Klasse 7: Radioactieve stoffen

Klasse 7: Radioactieve stoffen Klasse 7: Radioactieve stoffen 1.1 Transport Onder radioactieve stoffen worden verstaan alle stoffen die radionucliden bevatten, waarvoor zowel de activiteitsconcentratie als de totale activiteit van de

Nadere informatie

1 Uit welke deeltjes is de kern van een atoom opgebouwd? Protonen en neutronen.

1 Uit welke deeltjes is de kern van een atoom opgebouwd? Protonen en neutronen. SO Straling 1 Uit welke deeltjes is de kern van een atoom opgebouwd? Protonen en neutronen. 2 Waaruit bestaat de elektronenwolk van een atoom? Negatief geladen deeltjes, elektronen. 3 Wat bevindt zich

Nadere informatie

Examen VWO. natuurkunde 1,2 Compex. Vragen 1 tot en met 12. In dit deel van het examen staan vragen waarbij de computer niet wordt gebruikt.

Examen VWO. natuurkunde 1,2 Compex. Vragen 1 tot en met 12. In dit deel van het examen staan vragen waarbij de computer niet wordt gebruikt. Examen VWO 2008 tijdvak 1 dinsdag 20 mei totale examentijd 3 uur natuurkunde 1,2 Compex Vragen 1 tot en met 12 In dit deel van het examen staan vragen waarbij de computer niet wordt gebruikt. Bij dit examen

Nadere informatie

DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER

DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER No. 2007/2726-05 DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER Mede namens de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; Gezien de aanvraag d.d. 29 oktober 2007 van NS Fiets

Nadere informatie

Hoofdstuk 1: Radioactiviteit

Hoofdstuk 1: Radioactiviteit Hoofdstuk 1: Radioactiviteit Inleiding Het is belangrijk iets te weten over wat we in de natuurkunde radioactiviteit noemen. Ongetwijfeld heb je, zonder er direct mee in aanraking te zijn geweest, er ergens

Nadere informatie

Regeling persoonlijke stralingsdosimetrie Universiteit Leiden

Regeling persoonlijke stralingsdosimetrie Universiteit Leiden Regeling persoonlijke stralingsdosimetrie Universiteit Leiden ingang: april 2004 revisiedatum: februari 2013 looptijd: 2015 Universiteit Leiden Afdeling Veiligheid Gezondheid en Milieu Vastgesteld door

Nadere informatie

Het Rotterdam-scenario

Het Rotterdam-scenario Het Rotterdam-scenario De directe humanitaire gevolgen van een 12 kiloton nucleaire explosie in de haven van Rotterdam Zoet is de oorlog, voor wie hem niet kent Erasmus van Rotterdam Wilbert van der Zeijden

Nadere informatie

DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSHUISVESTING RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER. Mede namens de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSHUISVESTING RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER. Mede namens de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; No. 2006/5762-05 DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSHUISVESTING RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER Mede namens de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; Gezien de aanvraag d.d. 19 oktober 2006

Nadere informatie

Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming Continu veiliger

Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming Continu veiliger Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming Continu veiliger Continu veiliger De Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming (ANVS) ziet er op toe dat de nucleaire veiligheid en

Nadere informatie

Stralingsincidenten veiligheidsregio s. Achtergrondinformatie

Stralingsincidenten veiligheidsregio s. Achtergrondinformatie Stralingsincidenten veiligheidsregio s Achtergrondinformatie Stralingsincidenten veiligheidsregio's Achtergrondinformatie Instituut Fysieke Veiligheid Expertisecentrum Postbus 7010 6801 HA Arnhem Kemperbergerweg

Nadere informatie

Behandelingen bij longkanker. inclusief klinische studie immuuntherapie

Behandelingen bij longkanker. inclusief klinische studie immuuntherapie Behandelingen bij longkanker inclusief klinische studie immuuntherapie 1 Longkanker Longkanker is niet één ziekte: er bestaan meerdere vormen van longkanker. In deze brochure bespreken we de twee meest

Nadere informatie

Hoogradioactief afval

Hoogradioactief afval COVRA ALGEMEEN Onze huidige maatschappij produceert miljoenen kubieke meters afval per jaar. Dat is huishoudelijk afval, chemisch afval, ziekenhuisafval, bouw- en sloopafval, en ook radioactief afval.

Nadere informatie

Handboek NBC. Een naslagwerk voor het operationeel kader van de hulpverleningsdiensten

Handboek NBC. Een naslagwerk voor het operationeel kader van de hulpverleningsdiensten Handboek NBC Een naslagwerk voor het operationeel kader van de hulpverleningsdiensten 1 Redactie: Th. Adrichem, M. Duyvis, K. Gerritse, R. Hofman, A. van Leest, G. Pouw. Vormgeving: Nibra, Margriet Elbersen

Nadere informatie

DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE

DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE No. 2012/0026-05 DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE Gezien de ingediende aanvraag d.d. 9 januari 2012 van het Bestuur van de Rechtbank Amsterdam, Gemeentelijke Beheerdienst Parnas

Nadere informatie

BESCHRIJVING PROCEDURE

BESCHRIJVING PROCEDURE Werkinstructie : HSEW Blz. : 1 van 7 INDEX 1 SCOPE 2 DOEL 3 BESCHRIJVING PROCEDURE 3.1 Schriftelijke toestemming 3.2 Bepalen beschermingsaspecten en controlemetingen 3.3 Beheer van radioactieve bron of

Nadere informatie

DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID AI/UJB/BES No. 2003/68270 DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID Mede namens de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening

Nadere informatie

DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER

DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER No. 2008/1364-15 DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER Mede namens de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; Gezien de aanvraag d.d. 16 juni 2008 van de Belastingdienst/Douane

Nadere informatie

REGELING VERWERKEN EN AFVOEREN VAN RADIOACTIEF AFVAL

REGELING VERWERKEN EN AFVOEREN VAN RADIOACTIEF AFVAL REGELING VERWERKEN EN AFVOEREN VAN RADIOACTIEF AFVAL Ingang: juni 2003 revisiedatum: mei 2010 Looptijd: tot 2015 Afdeling Veiligheid Gezondheid en Milieu 2010 Vastgesteld door het College van Bestuur 21

Nadere informatie

"Naar de kern van de materie" legt uit wat radioactiviteit nu eigenlijk is. Er bestaan drie soorten straling.

Naar de kern van de materie legt uit wat radioactiviteit nu eigenlijk is. Er bestaan drie soorten straling. Alles om ons heen is in zekere mate radioactief. Radioactiviteit is een volkomen natuurlijk verschijnsel. Zelfs ons lichaam is licht radioactief. De mens heeft het verschijnsel van de radioactiviteit dus

Nadere informatie

Werk veilig of werk niet

Werk veilig of werk niet H2 NORM/LSA HSEQ Werk veilig of werk niet Werkzaamheden mogen pas beginnen na toestemming van GDF SUEZ. Lees de werkvergunning nauwkeurig en controleer of de daarin omschreven beheersmaatregelen daadwerkelijk

Nadere informatie

Stichting Laka: Documentatie- en onderzoekscentrum kernenergie

Stichting Laka: Documentatie- en onderzoekscentrum kernenergie Stichting Laka: Documentatie- en onderzoekscentrum kernenergie De Laka-bibliotheek Dit is een pdf van één van de publicaties in de bibliotheek van Stichting Laka, het in Amsterdam gevestigde documentatie-

Nadere informatie

Antwoorden over de technische probleem bij aardwarmte installatie Koekoekspolder

Antwoorden over de technische probleem bij aardwarmte installatie Koekoekspolder Antwoorden over de technische probleem bij aardwarmte installatie Koekoekspolder Wat is het technische probleem? Er is een verstopping in de injectieput ontstaan, hierdoor kunnen er alleen nog maar kleine

Nadere informatie

vervolg VEILIG werken in de buurt van antennes

vervolg VEILIG werken in de buurt van antennes ELEKRTOMAGNETISCH SPECTRUM Het elektromagnetische spectrum bevat de volgende frequenties, gerangschikt van uiterst lage tot ultrahoge frequentie: extreem lage frequenties laagfrequente golven radiogolven

Nadere informatie

Vraagstuk 1: Bepaling 51 Cractiviteit

Vraagstuk 1: Bepaling 51 Cractiviteit Examen stralingsbescherming deskundigheidsniveau 4A/4B p. 1 Vraagstuk 1: Bepaling 51 Cractiviteit Een bron bestaat uit een dunne laag radioactief 51 Cr. Om de activiteit van de laag te bepalen, wordt het

Nadere informatie

DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE

DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE No. 2011/0470-05 DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE Gezien de aanvraag d.d. 11 april 2011 en de aanvulling hierop d.d. 15 juni 2011 van Stichting Ziekenhuis Amstelland te Amstelveen,

Nadere informatie

- U zou geslaagd zijn als u voor het oefenexamen totaal 66 punten of meer behaalt (dus u moet minimaal 33 vragen juist beantwoorden).

- U zou geslaagd zijn als u voor het oefenexamen totaal 66 punten of meer behaalt (dus u moet minimaal 33 vragen juist beantwoorden). Technische Universiteit Delft Faculteit Technische Natuur Wetenschappen Reactor Instituut Delft Nationaal Centrum voor Stralingsveiligheid Afdeling Opleidingen Delft Oefenexamen 1, Stralingshygiëne deskundigheidsniveau

Nadere informatie

Vragen en antwoorden in verband met het mogelijk tekort aan medische radio-isotopen

Vragen en antwoorden in verband met het mogelijk tekort aan medische radio-isotopen Vragen en antwoorden in verband met het mogelijk tekort aan medische radio-isotopen 1. Wat zijn radio-isotopen? Een radio-isotoop is een atoomkern die niet stabiel is, maar volgens een proces van radioactief

Nadere informatie

DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER

DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER No. 2010/1571-05 DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER Mede namens de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; Gezien de aanvraag d.d. 20 juli 2010 van Philips Stralingsbeschermingsdienst

Nadere informatie

Bestraling prostaatkanker

Bestraling prostaatkanker Bestraling prostaatkanker Informatie voor patiënten Zoals u van uw uroloog heeft vernomen, is bij u prostaatkanker ontdekt. Het vooronderzoek heeft gelukkig geen afwijkingen getoond die op uitzaaiingen

Nadere informatie

Gecoördineerd examen stralingsbescherming Deskundigheidsniveau 3

Gecoördineerd examen stralingsbescherming Deskundigheidsniveau 3 Gecoördineerd examen stralingsbescherming Deskundigheidsniveau 3 Nuclear Research and Consultancy Group Technische Universiteit Delft Boerhaave/IRS-stralingsbeschermingscursussen Rijksuniversiteit Groningen

Nadere informatie

Registratie-richtlijn

Registratie-richtlijn en IONISERENDE STRALING 1 (508: Ziekten veroorzaakt door ioniserende stralen) Beschrijving van de schadelijke invloed Inwendige bestraling wordt veroorzaakt door opname in het lichaam van positief geladen

Nadere informatie

Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts. Fysica: Kernfysica. 25 juli 2015. dr. Brenda Casteleyn

Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts. Fysica: Kernfysica. 25 juli 2015. dr. Brenda Casteleyn Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts Fysica: Kernfysica 25 juli 2015 dr. Brenda Casteleyn Met dank aan: Atheneum van Veurne (http://www.natuurdigitaal.be/geneeskunde/fysica/wiskunde/wiskunde.htm),

Nadere informatie

Informatiemateriaal NORM/LSA

Informatiemateriaal NORM/LSA H2 Informatiemateriaal NORM/LSA HSEQ Werk veilig of werk niet Werkzaamheden mogen pas beginnen na toestemming van Noordgastransport. Lees de werkvergunning nauwkeurig en controleer of de daarin omschreven

Nadere informatie

Basisnotitie ten behoeve van de ontwikkeling van een toetsingscriterium voor de ondergrondse opberging van radioactief afval SAMENVATTING

Basisnotitie ten behoeve van de ontwikkeling van een toetsingscriterium voor de ondergrondse opberging van radioactief afval SAMENVATTING Basisnotitie ten behoeve van de ontwikkeling van een toetsingscriterium voor de ondergrondse opberging van radioactief afval SAMENVATTING September 1987 Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening

Nadere informatie

DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSHUISVESTING RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER

DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSHUISVESTING RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER No. 2006/6251-05 DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSHUISVESTING RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER Mede namens de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en in overeenstemming met de Minister

Nadere informatie

DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN

DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN No. 2013/1271-05 DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN Gezien de aanvraag d.d. 5 november 2013 en de aanvulling hierop d.d. 5 februari 2014 van DHL Supply Chain (Netherlands) B.V. te Eindhoven, om een vergunning

Nadere informatie

DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER

DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER No. 2009/1729-10 DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER Mede namens de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; Gezien de aanvraag d.d. 13 juli 2009, aangevuld d.d.

Nadere informatie

DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID. Mede namens de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID. Mede namens de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer; MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID AI/CK/B/KEW No. 2002/4015 DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID Mede namens de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en

Nadere informatie

Onderzoek op de afdeling Nucleaire Geneeskunde

Onderzoek op de afdeling Nucleaire Geneeskunde Onderzoek op de afdeling Nucleaire Geneeskunde Inleiding In Nederland worden per jaar meer dan honderdduizend mensen verwezen voor een nucleair geneeskundig onderzoek of behandeling. Nucleair geneeskundig

Nadere informatie

mei 2008 VGWM Gezondheid Veiligheid Welzijn A WAY OF LIVING Standaards voor professionals, wees alert!

mei 2008 VGWM Gezondheid Veiligheid Welzijn A WAY OF LIVING Standaards voor professionals, wees alert! mei 2008 VGWM A WAY OF LIVING Veiligheid Gezondheid Welzijn Milieu VGWM Standaards voor professionals, wees alert! Werk veilig of werk niet Voor werkzaamheden aan geopende installaties en systemen zijn,

Nadere informatie

DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE

DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE No. 2011/2904-05 DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE Gezien de aanvraag d.d. 14 december 2011 van de Stichting Admiraal De Ruyter Ziekenhuis te Vlissingen om wijziging van een vergunning

Nadere informatie

Nucleaire Geneeskunde. Wat is Nucleaire Geneeskunde

Nucleaire Geneeskunde. Wat is Nucleaire Geneeskunde Afdeling: Onderwerp: Nucleaire Geneeskunde 1 Voorwoord In Nederland worden per jaar meer dan honderdduizend mensen verwezen voor een nucleair geneeskundig onderzoek of behandeling. Nucleair geneeskundig

Nadere informatie

ICRP International Commission on Radiological Protection

ICRP International Commission on Radiological Protection ICRP International Commission on Radiological Protection Hielke Freerk Boersma Cursus Stralingsdeskundige Niveau 3 10 februari 2015 Cursus stralingsdeskundigheid Niveau 3-2015 2 Overzicht Historie ICRP

Nadere informatie

DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE

DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE No. 2011/1650-05 DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE Gezien de aanvraag d.d. 15 augustus 2011, aangevuld d.d. 4 november 2011, van het Diagnostisch Centrum Amsterdam B.V. te Amsterdam,

Nadere informatie

DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER

DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER No. 2009/1613-05 DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER Mede namens de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; Gezien de aanvraag d.d. 19 juni 2009 van de Belastingdienst/Douane

Nadere informatie

Kerncentrale Tihange en stralingsrisico s

Kerncentrale Tihange en stralingsrisico s Infobulletin 2, november 2016 Kerncentrale Tihange en stralingsrisico s Is Zuid-Limburg voorbereid op een ernstig ongeval in de kerncentrale van Tihange? De voorbereiding op een stralingsongeval is een

Nadere informatie

RADIOLOGISCH HANDBOEK HULPVERLENINGSDIENSTEN

RADIOLOGISCH HANDBOEK HULPVERLENINGSDIENSTEN CONCEPT, 16 september 2011 RADIOLOGISCH HANDBOEK HULPVERLENINGSDIENSTEN DEEL III Versie 2, 2011 ACHTERGRONDINFORMATIE VOOR SPECIALISTEN VAN BRANDWEER EN GHOR dr R.C.G.M. Smetsers dr P.C. Görts Laboratorium

Nadere informatie

Leidraad Kernongevallenbestrijding

Leidraad Kernongevallenbestrijding Leidraad Kernongevallenbestrijding Projectnummer: 411N4003 Datum: 15-03-04 Nederlands Instituut voor Brandweer en Rampenbestrijding Postbus 7010 6801 HA Arnhem Telefoon: (026) 3764100 Fax: (026) 3764144

Nadere informatie

DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER

DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER No. 2008/2525-05 DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER Mede namens de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en in overeenstemming met de minister van Volksgezondheid,

Nadere informatie

Inzetvoorstellen en codes

Inzetvoorstellen en codes Inzetvoorstellen en codes GHOR Groningen en de Meldkamer Ambulancezorg werken bij grootschalige calamiteiten met inzetvoorstellen. Een inzetvoorstel geeft aan hoeveel ambulances, functionarissen en eventueel

Nadere informatie

Kennis en middelen in ziekenhuizen voor opvang van slachtoffers na stralingsincidenten

Kennis en middelen in ziekenhuizen voor opvang van slachtoffers na stralingsincidenten NVIC Rapport 06/2015 Kennis en middelen in ziekenhuizen voor opvang van slachtoffers na stralingsincidenten R. de Groot C.J. van Loon* M.E.C. Leenders J. Meulenbelt * Master student Biomedische wetenschappen,

Nadere informatie

DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID. Mede namens de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID. Mede namens de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer; MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID AI/CK/B/KEW No. 2003/42226 DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID Mede namens de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en

Nadere informatie

DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER

DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER No. 2010/0232-05 DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER Mede namens de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en in overeenstemming met de minister van Volksgezondheid,

Nadere informatie

DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER

DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER No. 2010/1415-05 DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER Mede namens de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en in overeenstemming met de minister van Volksgezondheid,

Nadere informatie

Inhoudsopgave. 2011 Erasmus MC Zorgacademie, Unit Medische Beeldvorming en Radiotherapie en de Stralingsbeschermingseenheid Erasmus MC

Inhoudsopgave. 2011 Erasmus MC Zorgacademie, Unit Medische Beeldvorming en Radiotherapie en de Stralingsbeschermingseenheid Erasmus MC Practicum Stralingsbescherming op deskundigheidsniveau 5B Augustus 2011 Inhoudsopgave Inhoudsopgave...2 Inleiding en verantwoording...3 Programma...4 Afscherming van stralingsbronnen...5 Doel...5 Middelen...5

Nadere informatie