Tweede Kamer der Staten-Generaal

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Tweede Kamer der Staten-Generaal"

Transcriptie

1 Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar Wijziging van de Embryowet in verband met het schrappen van de termijn waarbinnen een voordracht moet worden gedaan voor een koninklijk besluit op grond waarvan artikel 24, onderdeel a, vervalt Nr. 4 VERSLAG Vastgesteld 25 mei 2007 De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport 1, belast met het voorbereidend onderzoek van voorliggend wetsvoorstel, heeft de eer als volgt verslag uit te brengen van haar bevindingen. Onder het voorbehoud dat de in het verslag opgenomen vragen en opmerkingen afdoende door de regering worden beantwoord acht de commissie de openbare behandeling van het wetsvoorstel voldoende voorbereid. Inhoudsopgave Blz. Algemeen 1 Het wetsvoorstel 2 Algemeen 1 Samenstelling: Leden: Van der Vlies (SGP), Vendrik (GL), Kant (SP), Blok (VVD), Ferrier (CDA), ondervoorzitter, Joldersma (CDA), De Vries (CDA), Smeets (PvdA), voorzitter, Van Miltenburg (VVD), Schippers (VVD), Omtzigt (CDA), Koşer Kaya (D66), Willemse-van der Ploeg (CDA), Van der Veen (PvdA), Schermers (CDA), Van Gerven (SP), Wolbert (PvdA), Heerts (PvdA), Zijlstra (VVD), Van Gijlswijk (SP), Ouwehand (PvdD), Agema (PVV), Leijten (SP), Bouwmeester (PvdA) en Wiegman-van Meppelen Scheppink (CU). Plv. leden: Van der Staaij (SGP), Azough (GL), Van Velzen (SP), Neppérus (VVD), Vietsch (CDA), Sterk (CDA), Ormel (CDA), Van Dijken (PvdA), Verdonk (VVD), Griffith (VVD), Atsma (CDA), Van der Ham (D66), Cqörüz (CDA), Gill ard (PvdA), Jonker (CDA), Langkamp (SP), Jacobi (PvdA), Arib (PvdA), Kamp (VVD), De Wit (SP), Thieme (PvdD), Bosma (PVV), Luijben (SP), Hamer (PvdA) en Ortega-Martijn (CU). De leden van de CDA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het voorstel tot wijziging van de Embryowet in verband met het schrappen van de termijn waarbinnen een voordracht moet worden gedaan voor een Koninklijk besluit op grond waarvan artikel 24, onderdeel a, vervalt. De wens van deze leden om het speciaal tot stand brengen en gebruiken van embryo s voor wetenschappelijk onderzoek en andere doelen dan het tot stand brengen van zwangerschap te verbieden, wordt via deze wetswijziging ingewilligd. De leden van de PvdA-, de SP- en de VVD-fractie hebben met belangstelling kennis genomen van het wetsvoorstel tot wijziging van de Embryowet in verband met het schrappen van de termijn waarbinnen een voordracht moet worden gedaan voor een koninklijk besluit op grond waarvan artikel 24, onderdeel a, vervalt De leden van de ChristenUnie-fractie hebben met gemengde gevoelens kennis genomen van onderhavig wijzigingsvoorstel. Deze leden constateren dat met dit wijzigingsvoorstel gevolg wordt gegeven aan de afspraak in het regeerakkoord dat tijdens deze kabinetsperiode het verbod op het speciaal tot stand brengen en gebruiken van embryo s voor weten- KST tkkst ISSN Sdu Uitgevers s-gravenhage 2007 Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 4 1

2 schappelijk onderzoek en andere doeleinden dan het tot stand brengen van zwangerschap, wordt gehandhaafd. De leden van de D66-fractie hebben met teleurstelling kennis genomen van onderhavig wetsvoorstel. Een verbod op het speciaal genereren van embryonale stamcellen voor onderzoek beperkt de vooruitgang, innovatie, kennisontwikkeling en behandelingsmogelijkheden en maakt dat de kennis op dit gebied naar het buitenland verdwijnt, waar de wetgeving minder dogmatisch is. Bij de beoordeling van de vraag hoe moet worden omgegaan met menselijke embryo s staat voor de leden van de SGP-fractie voorop dat elk menselijk leven, of het nu gaat om een embryo of een ouder ongeboren kind of in welke leeftijdsfase ook, beschermwaardig is. Vanuit deze optiek willen deze leden het wetsvoorstel beoordelen. Deze leden hebben er daarom waardering voor dat er op dit moment niet wordt overgegaan tot het schrappen van het verbod om een embryo speciaal tot stand te brengen of zulke embryo s te gebruiken voor wetenschappelijk onderzoek en andere doeleinden dan het tot stand brengen van een zwangerschap. Toch hebben zij bij dit wetsvoorstel zeer gemengde gevoelens. Het wetsvoorstel Voor de leden van de CDA-fractie is het uitgangspunt dat menselijk leven in alle stadia moet worden beschermd en dat de waardigheid van het leven niet afhankelijk mag zijn van de kwaliteit ervan of van het ontwikkelingsstadium waarin het verkeert. Deze leden zijn tegen het creëren van leven om louter instrumentele redenen. Daarnaast zijn er ook ethische dilemma s en medische risico s voor donerende vrouwen ten aanzien van het verkrijgen van onbevruchte eicellen. De ontwikkelingen van het stamcelonderzoek met adulte stamcellen en stamcellen afkomstig uit navelstrengbloed zijn inmiddels dermate gevorderd dat dit perspectiefrijke onderzoek wellicht over een aantal jaren daadwerkelijk tot bruikbare klinische toepassingen kan leiden. Voor dit onderzoek hoeven geen embryo s gecreëerd te worden. Het is ook nog nergens ter wereld gelukt om door middel van celkerntransplantatie een menselijk embryo tot stand te brengen. Deelt de regeing de mening dat deze wetswijziging wetenschappelijke ontwikkeling niet in de weg staat? Voorts vragen deze leden vragen waarom dit wetsvoorstel zich beperkt tot het laten vervallen van de tweede volzin en het woord «voorts» in de derde volzin van artikel 33. Kan worden toegelicht waarom niet is overwogen om het tweede lid van artikel 33 geheel te schrappen? Genoemde leden zijn van mening dat als in de toekomst een voorstel gedaan zal worden om alsnog artikel 24, onderdeel a, te laten vervallen, dit een dusdanige wijziging van de Embryowet zal zijn dat daarvoor een wetswijziging staatsrechtelijk de meest zuivere weg is. Waarom kan ook niet het tweede deel van de eerste volzin van het eerste lid van artikel 33 komen te vervallen? De leden van de CDA fractie wijzen er op dat het creëren van embryo s voor het tot stand brengen van een zwangerschap mogelijk blijft, maar dat deze techniek niet gebruikt moet worden om onnodig restembryo s tot stand te brengen. Wetenschappelijke ontwikkelingen, die bijvoorbeeld het invriezen van onbevruchte in plaats van bevruchte eicellen mogelijk maken, bieden de mogelijkheid om niet meer embryo s te creëren dan noodzakelijk zijn om bij een receptor in één cyclus te implanteren. Deelt de regering de mening dat door deze gevorderde techniek het aantal restembryo s kan verminderen? Zo neen, kan dan worden toegelicht op welke gronden meer embryo s gecreëerd mogen worden? Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 4 2

3 De leden van de PvdA-fractie zijn voorstander van het bevorderen wetenschappelijk onderzoek met stamcellen voor medische toepassingen en wetenschappelijke inzichten. In 2002 heeft de partij dan ook vóór de Embryowet gestemd. Daar staat onder andere in beschreven dat wetenschappelijk onderzoek met restembryo s is toegestaan. Het tot stand brengen van embryo s voor onderzoek is tijdelijk verboden en kan door een koninklijk besluit komen te vervallen, hiertoe moet binnen 5 jaar na inwerkingtreding van de wet worden besloten. Naar aanleiding hiervan vragen genoemde leden de regering een wettelijke en wetenschappelijke definitie van het embryo te formuleren. Kan de regering voorts aangeven wat gezien deze definitie het verschil is tussen een embryo dat gecreëerd is om een zwangerschap tot stand te brengen, een restembryo en een embryo dat gecreëerd is voor wetenschappelijk onderzoek? Kan de regering toelichten wat de absolute morele status van het embryo is? Het verbod op het tot stand brengen van embryo s voor wetenschappelijk onderzoek wordt opgeheven wanneer daar wetenschappelijke noodzaak toe bestaat en er voldoende maatschappelijk draagvlak in de samenleving is. Uit de evaluatie van de Embryowet 2006 (30 486, nr. 1) resulteert het advies om het tijdelijke verbod op het tot stand brengen van embryo s voor onderzoek op te heffen vanwege de huidige en toekomstige stagnatie in wetenschappelijk onderzoek door dit tijdelijke verbod. Echter, de huidige regeringscoalitie heeft besloten om het tijdelijke verbod gedurende deze regeringsperiode niet op te heffen. Dit besluit gaat tegen het advies van de evaluatiecommissie in. Het is dus een politiek besluit niet gestoeld op wetenschappelijke bevindingen. De leden van de PvdA-fractie zijn van mening dat wetgeving onder andere gebaseerd dient te zijn op wetenschappelijke inzichten. Welke uitgangspunten hanteert de regering bij wetgeving? Aangezien de meningen over de wetenschappelijke stagnatie in onderzoek door het verbod verdeeld is over de diverse stakeholders en er een redelijke consensus lijkt te bestaan dat onderzoek voorlopig nog voort kan gaan met restembryo s verdwijnt de noodzaak om het moratorium nu op te heffen. Daarnaast is aan de andere voorwaarde nog niet voldaan, namelijk dat er maatschappelijk draagvlak in de samenleving bestaat voor het tot stand brengen van embryo s voor wetenschappelijk onderzoek. Onder diverse segmenten in de samenleving is wel draagvlak. Onder andere zijn diverse patiëntenbelangenverenigingen voorstander van het opheffen van het verbod aangezien er mogelijkerwijs voor hun aandoening een genezing wordt gevonden. Ook de wetenschappers die bijvoorbeeld zoeken naar een oplossing voor de verschillende ziektebeelden door middel van stamcel onderzoek kunnen voor een opheffing van het verbod zijn. Maar breed maatschappelijk draagvlak ontstaat niet zomaar dat moet gecreëerd en aangetoond worden. De leden van de PvdA-fractie vragen de regering aan te geven hoe het maatschappelijk draagvlak op dit moment eruit ziet. Wat hebben de vorige kabinetten de afgelopen 5 jaar concreet gedaan om het maatschappelijke draagvlak te bevorderen? Welke metingen naar draagvlak zijn er onder de bevolking verricht? Wiens taak is het om draagvlak te creëren en om dit te meten? Wat is volgens de regering de beste manier om maatschappelijk draagvlak te creëren? Burgers hebben recht op adequate informatie en voorlichting op wat er wettelijk mogelijk is met embryo s en wat er daadwerkelijk gebeurt met onderzoek hiernaar. Mensen moeten niet vervreemden van de samenleving waarin zij wonen. Genoemde leden vragen de regering hoe de overheid werkt om aan dit informatierecht van burgers tegemoet te komen. Volgens het advies van de Raad van State bij het wetsvoorstel en de memorie van toelichting uit 2000 vervalt het verbod automatisch wanneer er voor 1 september 2007 geen besluit wordt genomen over het tijdsstip waarop het verbod zal komen te vervallen. Enige haast voor het noemen van een tijdstip buiten de regeerperiode is dus geboden. De regering stelt nu voor om de vijf jaarstermijn waarbinnen een datum moet worden Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 4 3

4 genoemd voor het opheffen van het verbod uit de wet halen. De leden van de PvdA-fractie vragen de regering wat zij kan melden over het feit dat zij met deze wetswijziging tevens de techniek in de wet verandert en niet alleen het tijdelijke verbod handhaaft. Wanneer het tot stand brengen van embryo s legaal is ontstaat het probleem van het collecteren van eicellen. Is de regering voorbereid op de toekomst en anticipeert zij op deze toekomstige ontwikkelingen? Wat zijn de plannen of gedachten om op een ethische manier aan deze eicellen te komen? Tot slot geeft de Raad van State in zijn advies ook aan dat er rekening moet worden gehouden met internationale ontwikkelingen. Nederland is historische gezien altijd sterk geweest op innovatief vlak. De leden van de PvdA-fractie zijn voorstander van het bevorderen van de innovatie op verschillende terreinen, zo ook op het gebied van stamcelonderzoek. Genoemde leden zien nu al dat Groot-Brittannië, waar geen verbod op het tot stand brengen van embryo s voor onderzoek is, internationaal koploper is op wetenschappelijk gebied maar daar economische veel voordeel van heeft. Gaat Nederland door het tijdelijke verbod, op wetenschappelijk maar ook op economisch gebied, niet te veel achterlopen bij de rest? Hoe kijkt de regering aan tegen dit internationaal perspectief op wetenschappelijk en economisch gebied? Welke ideeën heeft de regering om stamcelonderzoek te bevorderen? De leden van de SP-fractie hadden al vragen bij de afwegingen destijds in de Embryowet. In de memorie van toelichting bij de Embryowet werd ten aanzien van de toelaatbaarheid van het kweken van embryo s speciaal voor wetenschappelijk onderzoek, vier invalshoeken geschetst met als conclusie dat het om reden van respect voor menselijk leven en de (inter-) nationale publieke opinie de voorkeur verdiende dit te verbieden. Vervolgens werd een regeling voorgesteld die het doen ontstaan van embryo s ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek verbiedt, welk verbod echter na ten hoogste vijf jaar zou vervallen. Deze leden vonden het opmerkelijk dat de regering toen op grond van beschermwaardigheid van het embryo en het respect voor het leven tot een verbod kwam maar gelijk stelde dat binnen 5 jaar de afweging anders zou uitvallen. Begrijpen deze leden het goed dat door nu de tweede volzin in artikel 33 te laten vervallen, de termijn eruit gaat en dat het vervallen van onderdeel a van artikel 24 ofwel het opheffen van het verbod op het speciaal tot stand brengen van een embryo ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek, heel wel mogelijk blijft? Acht de regering het heel wel mogelijk dat zij dat in de komende vier jaar ook gaat voorstellen, of acht zij zich gebonden aan het regeerakkoord waar staat dat tijdens deze kabinetsperiode het verbod op het speciaal tot stand brengen en gebruiken van embryo s voor wetenschappelijk onderzoek en andere doeleinden dan het tot stand brengen van zwangerschap zal worden gehandhaafd. In dat laatste geval vinden deze leden het vreemd dat we nu zeker weten dat de afweging binnen vier jaar niet anders zou kunnen afvallen. Kan de regering hier nader op ingaan? De leden van de SP-fractie zijn niet bij voorbaat principieel tegen therapeutisch klonen. Zij hebben als uitgangspunt de menselijke waardigheid en het beginsel van respect voor menselijk leven in het algemeen. Dit betekent dat het concrete leed van patiënten zwaar moet wegen. Dat betekent echter ook grote aarzelingen bij het speciaal tot stand brengen van embryo s voor wetenschappelijk onderzoek. In principe zou voor deze embryo s dezelfde beschermwaardigheid moeten gelden als voor restembryo s, het gaat immers om dezelfde vormen van leven. Maar een embryo tot stand brengen met het oogmerk deze te gebruiken voor wetenschappelijk onderzoek is een ander oogmerk dan voortplanting. Gesteld zou kunnen worden dat je het embryo hiermee volledig instrumentaliseert. De aard van het gebruik is bij restembryo s weliswaar even instrumentaliserend, het gaat vooral om de intentie waarmee het Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 4 4

5 embryo tot stand is gebracht. In dit geval gebeurt dit uitsluitend met het oogmerk deze te gebruiken voor wetenschappelijk onderzoek. Deze leden vinden het ook een belangrijke vraag of de benodigde eicellen op een moreel verantwoorde wijze kunnen worden verkregen. Is het aanvaardbaar vrouwen te vragen om ter wille van wetenschappelijk onderzoek een behandeling te ondergaan die voor hun eigen gezondheid niet zonder risico is? Zeker als er alternatieven bestaan en de verwachtingen wat betreft therapeutisch klonen en celkerntransplantatie vooralsnog niet hoog zijn. Deze leden vragen of zij goed hebben begrepen dat het verbod op het creëren van embryo s voor onderzoek automatisch een verbod op therapeutisch klonen met zich meebrengt. Is het waar dat voor het maken van onderzoeksmodellen om nieuwe medicijnen te testen, restembryo s verrijkt met genetisch materiaal voldoende zijn? Is het waar dat in Groot- Brittannië en België hierbij therapeutisch klonen wordt aanvaard en hoe denkt de regering hierover? Kan de regering ingaan op de consequenties voor onderzoek indien dit niet mag. De leden van de SP-fractie stellen dat onderzoek met embryonale stamcellen uit restembryo s wel is toegestaan. Klopt het dat er voldoende restembryo s beschikbaar zijn voor onderzoek? Welke resultaten zijn er met dit stamcelonderzoek tot nu toe bereikt, in Nederland en daarbuiten? Hoe zit het daarbij met de octrooiontwikkeling? Deze leden wijzen er tegelijk op dat het van belang is om nieuwe technieken te ontwikkelen die voor vrouwen minder belastend zijn maar die tevens mogelijk minder restembryo s met zich meebrengen. Tevens vragen zij welke mogelijkheden en beperkingen er zijn wat betreft onderzoek met volwassen stamcellen. Klopt het dat het volwassen lichaam geen stamcellen hartspier- en nierweefsel bevat? Deze leden hebben begrepen dat voor het onderzoek naar de herprogrammering van de volwassen celexperimenten met celkerntransplantatie nodig zijn, klopt dat? Wat betekent het ethisch gezien dat volwassen lichaamscellen eerst worden gedeprogrammeerd tot embryonale stamcellen, in relatie tot beschermwaardigheid? De regering wil dit, perspectiefrijke, onderzoek met adulte stamcellen krachtig stimuleren. Kan de regering toelichten welke perspectieven dit op de kortere termijn biedt? De leden van de SP-fractie hebben begrepen dat het verbod op het creëren van embryo s voor onderzoek zeker wel beperkingen opleveren op het gebied van het onderzoek naar vruchtbaarheid en zwangerschap. Welk soort onderzoeken worden hier precies mee belemmerd en wat is het belang hiervan? Deze leden hebben begrepen dat er sprake is van nieuwe technieken. Zo zouden bevruchte eicellen, die de eerste 12 uur nog niet hebben gedeeld en niet nodig zijn voor zwangerschap, geschikt zijn voor kloneren. Is het waar dat deze techniek niet valt onder het verbod op therapeutisch kloneren? Deze leden wijzen er tevens op dat bij onderzoek ter verbetering van de ivf-behandeling (in-vitrofertilisatie) of uitbreiding van de mogelijkheden hiervan, tegelijk de vraag gesteld moet worden in hoeverre we deze mogelijkheden willen uitbreiden. Hoever willen wij gaan met uitbreiding van de mogelijkheden. Zaadcellen die op eigen kracht niet kunnen, krijgen hulp; met pre-implantatie genetische screening kunnen straks de beste embryo s worden geselecteerd; met cytoplasma transfer krijgen we een manier om met top-eicellen te werken; invriestechnieken maken uitstel van zwangerschap mogelijk. Genoemde leden vragen of het geen tijd is voor reflectie. Is er sprake van stijging van de vraag en zo ja, heeft dat te maken met meer en langer uitstellen van de kinderwens? Wat zijn de gevolgen voor het kind? Is hier onderzoek naar gedaan of gaande en zo neen, is de regering bereid lange termijn onderzoek op gang te zetten? In het artikel «Teveel van het goede» in Medisch Contact van 16 februari 2007 wordt melding gemaakt dat wetten op het gebied van voortplantingsgeneeskunde elkaar overlappen, kwaliteitscontrole blokkeren en Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 4 5

6 onduidelijkheid scheppen over verantwoordelijkheden en bevoegdheden. Graag ontvangen deze leden een reactie van de regering op dit artikel. De leden van de VVD-fractie lezen in de memorie van toelichting dat door het schrappen van de termijn in artikel 33, «ruimte» ontstaat om een beslissing over het al dan niet laten vervallen van het verbod in artikel 24, onderdeel a, te laten afhangen van wetenschappelijke en maatschappelijke inzichten. Het betreurt genoemde leden dan ook enigszins dat de regering in de memorie van toelichting niet verder ingaat op de huidige maatschappelijke inzichten en verwachtingen van embryonaal onderzoek voor andere doeleinden dan zwangerschap. De genoemde ruimte bestaat volgens deze leden dan ook uitsluitend hieruit, dat het de weg naar innovatief embryonaal onderzoek hier te lande blokkeert. Wat zijn voor de regering belangrijke maatschappelijke inzichten om embryonaal onderzoek te blijven blokkeren? Welke fundamentele ethische bezwaren zijn doorslaggevend geweest het huidig verbod op verdergaand embryonaal onderzoek te willen handhaven? Genoemde leden zijn van mening dat de echte ethische grens, namelijk de vraag of embryonaal onderzoek ten principale verboden moet worden of niet, reeds lang geleden is overschreden. Het is nu immers al mogelijk om embryonaal onderzoek te doen ten behoeve van vruchtbaarheidsonderzoek. Kan uiteen worden gezet waarom voor dit soort embryonaal onderzoek andere ethische grenzen bestaan dan voor ander embryonaal onderzoek? De door deze regering erkende knelpunten op het gebied van mogelijkheden voor uitbreiding van de doeleinden waarvoor embryo s ter beschikking mogen worden gesteld, zijn, gelet op de inhoud en strekking van de memorie van toelichting, met de huidige wetswijziging dan ook verre van opgelost. Hoe verhoudt deze keuze zich tot de huidige kabinetsvisie op de rol van de Europese Commissie, waarin wordt gemeend dat «er een inspanning van de Europese Commissie verlangd zou moeten worden te komen tot het ondersteunen van fundamentele onderzoeksprogramma s naar nieuwe alternatieven op de lange termijn voor orgaandonatie», zoals blijkt uit de eerste appreciatie van dit kabinet van een aantal in het Commissiewerkprogramma 2007 opgesomde initiatieven? De leden van de VVD-fractie onderkennen de noodzaak van het krachtig stimuleren van onderzoek met gebruik van adulte stamcellen door dit kabinet. Tegelijkertijd hebben genoemde leden de volgende vragen. Deelt de regering in het algemeen en in het bijzonder de ministers van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en van Economische Zaken, de mening dat, door handhaving van het verbod op uitgebreider embryonaal stamcelonderzoek, belangwekkend onderzoek, met de daaraan verbonden arbeidsplaatsen, kennisverwerving en investeringen, naar het buitenland verdwijnt? Zo ja, is de regering alsnog bereid binnen de termijn zoals verwoord in artikel 33 een voordracht voor een koninklijk besluit te doen, zodat het verbod in artikel 24, onderdeel a, kan komen te vervallen? Indien de regering deze mening niet is toegedaan, weigert het dan ook eventuele toekomstige, in het buitenland opgedane kennis en kunde toe te laten in de Nederlandse gezondheidszorg? Ter toelichting: als er bijvoorbeeld in België effectieve medicijnen en therapieën worden ontwikkeld met behulp van in Nederland niet toegestaan embryonaal onderzoek, worden deze medicijnen en therapieën dan eveneens niet toegelaten in Nederland, met alle voor Nederlandse patiënten bizarre consequenties van dien? Tot slot vragen deze leden of de regering bereid is naast de beantwoording van de door de leden van de VVD-fractie gestelde vragen nader in te gaan op (het ontbreken van) de maatschappelijke inzichten die in de memorie van toelichting genoemd zijn. In het licht van de afgelopen «100-dagen-periode» zouden er toch kabinetsbrede aanknopingspunten moeten zijn een aantal van deze inzichten onder het voetlicht te brengen? Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 4 6

7 De leden van de ChristenUnie-fractie lezen in de memorie van toelichting dat met dit voorstel ruimte ontstaat, anders dan thans het geval is, om een beslissing over het al dan niet laten vervallen van het verbod te laten afhangen van wetenschappelijke en maatschappelijke inzichten. Hoe verhoudt deze ruimte zich tot de afspraak in het regeerakkoord? Hoe breed gedragen moeten wetenschappelijke en maatschappelijke inzichten zijn om aanleiding te vormen voor het opheffen van het verbod op embryonaal stamcelonderzoek? Indien dit wetsvoorstel wordt aangenomen, blijft staan dat een algemene maatregel van bestuur voldoende is om op enig moment artikel 24, onderdeel a te laten vervallen. Genoemde leden brengen naar voren dat een zuiverder route zou zijn om, indien er al reden zou zijn om deze bepaling te schrappen, dit alleen te doen via een wijziging van de wet als zodanig. Niet alleen uit oogpunt van wetgevingstechniek, maar ook omdat de bepaling wezenlijk van aard is en tot het hart van de Embryowet hoort. Discussies over de wenselijkheid van het voortbestaan van het verbod horen daarom in beginsel thuis op het niveau van de wetgever. In de memorie van toelichting wordt geconstateerd dat de bijdrage die van dit onderzoek verwacht kan worden voor de genezing van zieken en de bevordering van de gezondheid vooralsnog gering is. En dat uit oogpunt van wetenschappelijk stamcelonderzoek er in de huidige situatie geen reden is om het verbod op het tot stand brengen van embryo s voor andere doeleinden dan zwangerschap te laten vervallen, omdat er embryonale stamcellen die over zijn na een ivf-behandeling wel voor onderzoek gebruikt mogen worden. De leden van de ChristenUnie-fractie vragen of er naast deze overwegingen van medisch-pragmatische aard ook medisch-ethische redenen aan het wijzigingsvoorstel ten grondslag liggen. Tevens staat in de memorie van toelichting beschreven dat voor bepaalde vormen van onderzoek, zoals onderzoek naar de rijping van eicellen buiten het lichaam of naar het invriezen van eicellen, het uiteindelijk nodig is om embryo s speciaal voor het onderzoek tot stand te brengen. Alles afwegende wordt er vooralsnog geen reden gezien om het verbod op het tot stand brengen van embryo s voor andere doeleinden dan zwangerschap te laten vervallen. Genoemde leden willen graag weten om welke afwegingen het precies gaat. Tot slot, kan de regering een toelichting geven op wat bedoeld wordt met de zin «De voordracht voor een koninklijk besluit over het tijdstip van het vervallen van onderdeel a van artikel 24 blijft derhalve wel mogelijk, maar is daarmee niet meer aan een uiterste termijn gebonden». Wat betekent dit voor de toekomst? De leden van de D66-fractie zijn van mening dat een menselijk embryo na de nesteling in de baarmoeder in toenemende mate beschermwaardig is. Dit betekent dat de waarde van het embryo niet absoluut is, maar kan worden afgewogen tegen andere belangen. Deze andere belangen zijn bijvoorbeeld gelegen in de grote medische verwachtingen die er bestaan ten aanzien van bijvoorbeeld de ziekte van Alzheimer, diabetes en kanker. Daarom pleiten deze leden voor het beëindigen van het moratorium op het speciaal kweken van menselijke embryo s ten behoeve van medisch wetenschappelijk onderzoek Genoemde leden vinden het dan ook jammer dat de regering haar besluit tot handhaving van het moratorium nauwelijks toelicht. De regering geeft in de vierde alinea van de memorie van toelichting aan dat het ter verbetering van de ivf-behandeling «uiteindelijk nodig (is) om embryo s speciaal voor het onderzoek tot stand te brengen», maar vindt dat er, alles afwegende, geen reden is tot opheffen van het moratorium. De leden van de D66-fractie vragen wat de afwegingen/bezwaren van de regering in deze zijn, aangezien ze in de memorie van toelichting buiten beschouwing Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 4 7

8 blijven. Kan de regering alsnog haar afweging inzichtelijk maken door de beloften van het speciaal tot stand brengen van embryonale stamcellen voor onderzoek af te zetten tegen de bezwaren? De leden van de D66-fractie brengen hieronder graag hun afweging naar voren als het gaat om het genereren van embryonale stamcellen voor onderzoek. Door het moratorium is het onderzoek met en naar embryonale stamcellen alleen mogelijk met restembryo s. Het is niet toegestaan om embryo s speciaal tot stand te brengen, louter met het doel van het verrichten van wetenschappelijk onderzoek. Dit onderscheid tussen embryo s die «over» zijn, en embryo s die speciaal tot stand zijn gebracht achten genoemde leden merkwaardig: beide soorten embryo s worden immers puur instrumenteel gebruikt. Het enige relevante verschil lijkt te zijn dat voor restembryo s geen extra eicellen gedoneerd hoeven te worden. Deelt de regering de mening dat als dat het enige verschil is, dat hooguit pleit voor een verbod op het doneren van eicellen voor wetenschappelijk onderzoek, niet voor een verbod op het tot stand brengen van embryo s? Dan zou bijvoorbeeld wel gebruik gemaakt mogen worden van eicellen die voor ivf-behandeling zijn afgestaan, maar om een of andere reden niet bevrucht zijn (failed fertilized eggs). Maar is het niet van tweeën een: of je vindt dat embryo s een bijzondere morele status hebben, en dan moet je alle instrumentele gebruik van embryo s verbieden. Net zoals het gebruik van het spiraaltje, dat er immers voor zorgt dat bevruchte eicellen zich niet kunnen innestelen, of je vindt dat embryo s geen bijzondere morele status hebben, en dan is er geen moreel relevant verschil tussen restembryo s en speciaal tot stand gebrachte embryo s. Graag ontvangen de leden een reactie van de regering. Het onderzoek is, zoals ook in de memorie van toelichting aangegeven, vooral van belang voor het verbeteren van vruchtbaarheidstechnieken. Dat is een relevant belang, want momenteel wordt al zo n vier procent van de kinderen geboren na een vruchtbaarheidsbehandeling. De verwachting is dat dit cijfer nog wel eens omhoog zal kunnen gaan, met name vanwege de oprukkende obesitas-epidemie en het verschijnsel van oudere moeders. Toch is met name de ivf-behandeling nog weinig effectief, slechts bij een kwart van de vrouwen die ivf ondergaat is de behandeling uiteindelijk succesvol. Onderzoek naar een verbetering van de effectiviteit en de veiligheid is dan ook van groot belang. Niet alleen voor de ouders, maar ook voor de kinderen die door vruchtbaarheidstechnieken geboren worden. Fundamenteel onderzoek kan bijvoorbeeld ook leiden tot effectievere en veiliger methoden voor het invriezen van embryo s na ivf. Een ander belangrijk doel is het verkrijgen van een beter ziektebegrip van bepaalde erfelijke aandoeningen. Deelt de regering deze wetenschappelijke inzichten? In 2002 waren er voor de wetgever drie voorwaarden waaraan voldaan moest zijn om een einde aan het verbod te kunnen maken. De eerste voorwaarde is dat wetenschappelijke ontwikkelingen aanleiding moeten geven het verbod op te heffen. Anders gezegd, het opheffen van het verbod moet zinvolle medische toepassingen mogelijk maken. Deze wetenschappelijke ontwikkelingen zijn er zeker. Zo lijken er mogelijkheden te bestaan om in plaats van bevruchte eicellen in te vriezen, zoals nu gebeurd, onbevruchte eicellen in te vriezen. Daarmee zouden embryo s «bespaard» kunnen worden. Maar om te zien of dit een veilige techniek is, moeten deze ontdooide eicellen natuurlijk wel bevrucht worden en de embryo s onderzocht. Het zou volstrekt onverantwoord zijn met deze ontdooide eicellen een zwangerschap tot stand te brengen voordat zeker is dat het veilig is. Anders gezegd, om te kunnen onderzoeken of je embryo s kunt besparen, moet je ze eerst kweken. Hoe staat de regering hier tegenover? Een tweede voorwaarde was verschuivende opvattingen in het buitenland. Ook die zijn er ruimschoots geweest. Inmiddels loopt Nederland met zijn wetgeving achter bij landen als Japan, Australië, Zuid-Korea en Groot- Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 4 8

9 Brittannië. Ook in Frankrijk wordt de roep om een verruiming van de mogelijkheden groter. Het zou vreemd zijn als we onderzoek aan speciaal gekweekte embryo s door andere landen laten uitvoeren, hen daarmee de morele kastanjes uit het vuur laten halen om er vervolgens wel de vruchten van te plukken. Het lijkt zuiverder om het onderzoek ook in eigen land uit te voeren, zodat we zelf de regulering en randvoorwaarden kunnen vaststellen en controleren. De leden van de D66-fractie zouden ook hierop graag een reactie van de regering ontvangen. Dan het draagvlak, de derde voorwaarde voor het opheffen van het verbod. Waarop baseert de regering zich als ze meent dat er onvoldoende draagvlak zou bestaan? Uit een recent opinieonderzoek van Maurice de Hond blijkt dat 60 procent van de bevolking vóór het opheffen van het moratorium is. Voorts is het Rathenau Instituut bezig met een onderzoek naar het draagvlak, waarvan de resultaten later dit jaar bekend worden. De vraag van deze leden is dan ook of de regering bereid is tot opheffing van het verbod op het speciaal kweken van embryonale stamcellen als uit dit onderzoek blijkt dat er een breed draagvlak voor is onder de Nederlandse bevolking. Tot slot vragen de leden van de D66-fractie de regering te reageren op de volgende stelling van Julian Savulescu, Professor Toegepaste Ethiek aan de Universiteit van Oxford (GB) «Het is gewoon onverantwoordelijk en immoreel om niet alles te doen om dit levengevende onderzoek te stimuleren». De leden van de SGP-fractie missen in het voorliggende wetsvoorstel een duidelijk ethisch kader. De argumentatie wordt vooral gevonden in de vraag of de wetenschap al dan niet in staat is om met behulp van speciaal tot stand gebrachte embryo s resultaten te boeken. Wat is het ethische kader dat het kabinet hiervoor hanteert? Is de wetenschap leidend voor de ethiek of is de ethiek norm voor de wetenschap? Een ethisch gevoelige materie zoals in het wetsvoorstel aan de orde is, kan niet los worden gezien van de ethische waarden die ten grondslag liggen aan het wetsvoorstel. Kan de regering toelichten welke waarden dat zijn? Op welke manier is hierbij de bovengenoemde beschermwaardigheid van het menselijk leven in acht genomen? Is de regering van mening dat het ethisch verantwoord is om al dan niet speciaal tot stand gebrachte embryo s te gebruiken voor wetenschappelijk onderzoek en als gevolg daarvan het embryo teniet te laten gaan? Voor de beantwoording van de eerder in dit verslag genoemde ethische vragen is het ook noodzakelijk om na te denken over de vraag wat een embryo is. Deelt de regering de opvatting van de leden van de SGP-fractie dat er bij de ontwikkeling vanaf de conceptie biologisch gezien een continue ontwikkeling is waarin geen duidelijke breuk is aan te wijzen tussen verschillende ontwikkelingsstadia? Wat is de legitimatie om dan toch tot een bepaald moment in deze ontwikkeling verbruikend onderzoek toe te staan en daarna niet meer? In de toelichting op het voorliggende wetsvoorstel zegt de regering dat er «vooralsnog» geen reden is om het verbod te laten vervallen. Waarom kiest de regering voor een dergelijke voorzichtige formulering? Ook het stamcelonderzoek met adulte stamcellen komt in de toelichting aan de orde. Graag zouden genoemde leden vernemen hoe de regering het perspectiefrijke onderzoek naar behandelingsmogelijkheden met deze lichaamsstamcellen krachtig denkt te gaan stimuleren. Welke maatregelen worden hiervoor overwogen? In wetstechnische zin is artikel 33 van de Embryowet een zeer vreemde constructie. Normaal gesproken is een wettelijk verbod permanent totdat er via een wetswijziging wordt beslist dat om bepaalde redenen een andere (ethische) keuze noodzakelijk is. Waarom is er niet voor gekozen om de hele bepaling uit de wet te schrappen en daarmee te kiezen voor een normale procedure van wetswijziging, mocht er ooit besloten worden dat het verbod moet komen te vervallen? Tot slot hebben de leden van de Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 4 9

10 SGP-fractie een vraag over de ingangsdatum van het wetsvoorstel. De terugwerkende kracht is te begrijpen, maar waarom is dit wetsvoorstel niet meteen na het aantreden van het kabinet naar de Kamer gestuurd, zodat de terugwerkende kracht niet nodig is? Hoe houdbaar is deze constructie? De voorzitter van de commissie, Smeets Adjunct-griffier van de commissie, Sjerp Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 4 10

Verworpen, ingetrokken en/of vervallen amendementen

Verworpen, ingetrokken en/of vervallen amendementen Overzicht van stemmingen in de Tweede Kamer afdeling Inhoudelijke Ondersteuning aan De leden van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport / Jeugd en Gezin datum 4 juli 2007 Betreffende

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2006 2007 31 046 Wijziging van de Embryowet in verband met het schrappen van de termijn waarbinnen een voordracht moet worden gedaan voor een koninklijk

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2008 2009 24 170 Gehandicaptenbeleid Nr. 95 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG Vastgesteld 14 juli 2009 In de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2006 2007 29 323 Prenatale screening Nr. 30 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG Vastgesteld 18 juli 2007 In de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009 2010 25 424 Geestelijke gezondheidszorg Nr. 95 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG Vastgesteld 8 december 2009 In de vaste commissie voor Volksgezondheid,

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2008 2009 31 874 Wijziging van de Wet kinderopvang in verband met een herziening van het stelsel van gastouderopvang Nr. 47 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2006 2007 28 447 Regeling met betrekking tot tegemoetkomingen in de kosten van kinderopvang en waarborging van de kwaliteit van kinderopvang (Wet kinderopvang)

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009 2010 27 565 Alcoholbeleid Nr. 100 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG Vastgesteld 25 november 2009 In de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009 2010 29 248 Invoering Diagnose Behandeling Combinaties (DBCs) Nr. 102 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG Vastgesteld 16 oktober 2009 In de vaste commissie

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2008 2009 26 631 Modernisering AWBZ Nr. 278 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG Vastgesteld 28 oktober 2008 In de vaste commissie voor Volksgezondheid,

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2007 2008 26 631 Modernisering AWBZ Nr. 226 VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG Vastgesteld 4 oktober 2007 De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009 2010 32 243 Samenvoeging van de gemeenten Bodegraven en Reeuwijk Nr. 5 VERSLAG Vastgesteld 1 februari 2010 De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2008 2009 31 714 Wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in verband met verlening aan de notaris van bevoegdheden in verband met gemeenschappelijke

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2008 2009 31 890 Wijziging van de Algemene Kinderbijslagwet en de Algemene nabestaandenwet in verband met aanpassing aan de invoering van een kwalificatieplicht

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2007 2008 31 317 Wijziging van de Wet maatschappelijke ondersteuning en de Wet werk en bijstand in verband met het verstrekken van een uitkering aan mantelzorgers

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2008 2009 31 322 Kinderopvang Nr. 39 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG Vastgesteld 29 oktober 2008 Binnen de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2008 2009 31 769 Wijziging van het Burgerlijk Wetboek en enkele bijzondere wetten in verband met de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen Nr.

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2007 2008 31 220 Uitvoering van richtlijn 2006/68/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 6 september 2006 (PbEU L 264) tot wijziging

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2015 2016 29 323 Prenatale screening Nr. 101 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2007 2008 31 307 (R 1842) Goedkeuring van: de op 25 juni 2003 te Washington D.C. totstandgekomen Overeenkomst betreffende uitlevering tussen de Europese

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 34 031 Wijziging van de Wet op het primair onderwijs en de Wet op de expertisecentra in verband met het regelen van de mogelijkheid een deel van

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2007 2008 31 138 Wijziging van de Wet werk en bijstand in verband met het openstellen van de mogelijkheid van het verlenen van bijzondere bijstand aan bepaalde

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2008 2009 31 827 Opvang zwerfjongeren 2008 Nr. 2 1 Samenstelling: Leden: Van der Vlies (SGP), Blok (VVD), Ten Hoopen (CDA), Weekers (VVD), Van Haersma Buma

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2008 2009 29 477 Geneesmiddelenbeleid 31 200 XVI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2005 2006 30 237 Wijziging van de Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen en het Burgerlijk Wetboek ter uitvoering van Richtlijn 2002/73/EG Nr. 5 VERSLAG

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2008 2009 31 711 Topsport in Nederland Nr. 3 1 Samenstelling: Leden: Van der Vlies (SGP), Kant (SP), Blok (VVD), Ten Hoopen (CDA), Weekers (VVD), van Haersma

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2013 2014 30 486 Evaluatie Embryowet E VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG Vastgesteld 28 april 2014 De leden van de vaste commissie voor Volksgezondheid,

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009 2010 32 261 Wijziging van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg onder andere in verband met de opneming van de mogelijkheid tot taakherschikking

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 33 451 Wijziging van de Wet op de rechterlijke indeling, de Wet op de rechterlijke organisatie en enige andere wetten in verband met de vorming

Nadere informatie

Oprichting Stichting Nederlandse Veteranendag. Staten-Generaal. Vastgesteld 18 november De voorzitter van de commissie, Van Baalen

Oprichting Stichting Nederlandse Veteranendag. Staten-Generaal. Vastgesteld 18 november De voorzitter van de commissie, Van Baalen Staten-Generaal 1/2 Vergaderjaar 2008 2009 F 31 744 Oprichting Stichting Nederlandse Veteranendag Nr. 2 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN Aan de Voorzitters van de Eerste en van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2010 2011 32 718 Wijziging van de Wet melding collectief ontslag in verband met de uitbreiding van de reikwijdte en ter bevordering van de naleving van deze

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2008 2009 31 525 Wijziging van de Algemene Ouderdomswet, de Wet studiefinanciering 2000 en de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten in verband

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2006 2007 30 933 Wijziging van de Wet studiefinanciering 2000 in verband met uitbreiding van de mogelijkheid met studiefinanciering in het buitenland te

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2015 2016 34 494 Wijziging van de Wet op de ondernemingsraden in verband met de bevoegdheden van de ondernemingsraad inzake de beloningen van bestuurders

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009 2010 32 217 Regels met betrekking tot het geldstelsel van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba (Wet geldstelsel BES) Nr. 6 VERSLAG Vastgesteld

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2006 2007 30 994 Wijziging van de Telecommunicatiewet en de Wet Onafhankelijke post- en telecommunicatieautoriteit ter uitvoering van de roamingverordening

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2007 2008 31 358 Wijziging van enige bepalingen van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en het Burgerlijk Wetboek teneinde naast het in deze bepalingen

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 33 504 Wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 in verband met de modernisering van de wijze van tenaamstelling van kentekenbewijzen en enkele andere

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2007 2008 31 366 Wijziging van de Wet arbeid en zorg in verband met een uitkering aan zelfstandigen bij zwangerschap en bevalling en een verruiming van de

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2006 2007 30 968 Regels omtrent de basisregistraties adressen en gebouwen (Wet basisregistraties adressen en gebouwen) Nr. 5 VERSLAG Vastgesteld op 24 april

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2006 2007 22 343 Handhaving milieuwetgeving Nr. 172 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN Vastgesteld 13 juni 2007 De vaste commissie voor Volkshuisvesting, Ruimtelijke

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2006 2007 30 928 Aanpassing van de Boeken 3 en 6 van het Burgerlijk Wetboek en andere wetten aan de richtlijn betreffende oneerlijke handelspraktijken van

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009 2010 29 835 Wet ambulancezorg Nr. 64 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG Vastgesteld 20 mei 2010 In de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 22 112 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie Nr. 1498 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG Vastgesteld

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2003 2004 29 299 Wijziging van de Drank- en Horecawet in verband met de introductie van de bestuurlijke boete Nr. 6 VERSLAG Vastgesteld 22 januari 2004 De

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2007 2008 31 365 Bepalingen verband houdende met de instelling van het Speciaal Tribunaal voor Libanon, mede ter uitvoering van Resolutie 1757 van de Veiligheidsraad

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2006 2007 30 975 (R 1821) Wijziging van de Rijksoctrooiwet 1995 en enige andere wetten naar aanleiding van de evaluatie van de Rijksoctrooiwet 1995 van 2006

Nadere informatie

31 700 XVI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2009

31 700 XVI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2009 2009D32764 31 700 XVI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2009 Verslag van een schriftelijk overleg Vastgesteld... 2009 In

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 33 971 Wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra, de Wet op het voortgezet onderwijs en de Wet op het onderwijstoezicht

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2008 2009 31 981 Wijziging van de Wet studiefinanciering 2000 in verband met de invoering van de OV-chipkaart Nr. 5 VERSLAG Vastgesteld 11 september 2009

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2015 2016 34 268 Wijziging van de Wet op de Raad voor het openbaar bestuur en intrekking van de Wet op de Raad voor de financiële verhoudingen in verband

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2007 2008 31 046 Wijziging van de Embryowet in verband met het schrappen van de termijn waarbinnen een voordracht moet worden gedaan voor een koninklijk

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2008 2009 31 830 Wijziging van de Wet giraal effectenverkeer houdende uitbreiding van de bescherming aan cliënten van intermediairs inzake financiële instrumenten

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2005 2006 30 223 Wijziging van enige socialezekerheidswetten in verband met de beëindiging van de verzekeringsplicht van in het buitenland wonende uitkeringsgerechtigden

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2004 2005 29 687 Wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs vanwege overheveling taak en budget voor aanpassingen in onderwijshuisvesting van gemeente

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 5 juli 2013 Betreft Kamervragen. Geachte voorzitter,

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 5 juli 2013 Betreft Kamervragen. Geachte voorzitter, > Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 2008 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Rijnstraat 50 255 XP DEN HAAG T 070 340 79 F 070 340 78 34

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2008 2009 31 844 Wijziging van enkele bijzondere wetten in verband met de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen Nr. 5 VERSLAG Vastgesteld 1 april

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2000 2001 27 423 Wet houdende regels inzake handelingen met geslachtscellen en embryo s (Embryowet) Nr. 7 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN

Nadere informatie

Position Paper. Embryoselectie

Position Paper. Embryoselectie Position Paper Embryoselectie Vastgesteld door de Werkgroep Genetisch Onderzoek (2011/2012) Geaccordeerd door het VSOP bestuur, februari 2012 Achtergrond Allereerst willen we benadrukken dat de VSOP positief

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 33 755 Wijziging van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en van de Invorderingswet 1990 in verband met de wijziging van de percentages belasting-

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2010 2011 32 610 Wijziging van de Embryowet in verband met de evaluatie van deze wet Nr. 6 VERSLAG Vastgesteld 9 maart 2011 De vaste commissie voor Volksgezondheid,

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2011 2012 32 856 Wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en enkele andere wetten teneinde nader inhoud te geven aan het beginsel van openbaarheid

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009 2010 32 042 Goedkeuring van de op 9 februari 2009 te Parijs totstandgekomen Overeenkomst tussen de regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 33 853 Wijziging van de Algemene Ouderdomswet in verband met beëindiging van de voorschotregeling en vaststelling van een grondslag voor het stellen

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2008 2009 31 575 Wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek en van de Wet Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen in verband met de inning van partneralimentatie

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2003 2004 29 258 Wijziging van de wijze van aanpassing van de kinderbijslag, de wet van 22 december 1994 tot nadere wijziging van de Algemene Kinderbijslagwet,

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 34 022 Wijziging van diverse wetten op het terrein van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap in verband met het aanbrengen van enkele

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2010 2011 32 465 Het afschaffen van de beperkte opbouw van minimum vakantierechten tijdens ziekte, de invoering van een vervaltermijn voor de minimum vakantiedagen

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 33 404 Wijziging van enkele belastingwetten (Wet herziening fiscale behandeling woon-werkverkeer) Nr. 5 VERSLAG Vastgesteld 11 oktober 2012 De

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2011 2012 32 834 Wijziging van de Uitvoeringswet verordening Europese betalingsbevelprocedure in verband met de concentratie van de Europese betalingsbevelprocedure

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2007 2008 29 477 Geneesmiddelenbeleid Nr. 63 VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG Vastgesteld 31 juli 2008 De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2015 2016 34 272 Wijziging van onder meer de Algemene wet erkenning EG-beroepskwalificaties in verband met de implementatie van Richtlijn 2013/55/EU van

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2003 2004 29 353 Wijziging van enige bepalingen van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek met betrekking tot het geregistreerd partnerschap, de geslachtsnaam

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 33 424 Wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 in verband met het wijzigen van de tellerstand van motorrijtuigen Nr. 5 VERSLAG Vastgesteld 16 november

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2008 2009 31 700 I Vaststelling van de begrotingsstaat van het Huis der Koningin (I) voor het jaar 2009 Nr. 6 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN Vastgesteld

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2006 2007 29 359 Vaststelling van een nieuwe Geneesmiddelenwet Nr. 99 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG Vastgesteld 6 april 2007 In de vaste commissie

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 33 863 Wijziging van de Pensioenwet, de Wet verplichte beroepspensioenregeling en enkele andere wetten in verband met het van toepassing worden

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2007 2008 31 240 Wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en de Gerechtsdeurwaarderswet in verband met de bevoegdheid van deurwaarders om

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 34 194 Wijziging van de Participatiewet, de Ziektewet, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen en de Wet financiering sociale verzekeringen

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 34 262 Wijziging van de Handelsregisterwet 2007, het Burgerlijk Wetboek en de Wet op de formeel buitenlandse vennootschappen in verband met deponering

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009 2010 30 136 Herstructurering en uitvoering Stedelijke vernieuwing Nr. 32 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN Vastgesteld 2 februari 2010 De algemene commissie

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2008 2009 31 518 Aanpassing van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering tot invoering van een procedure voor deelgeschillen ter bevordering van de buitengerechtelijke

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2000 2001 27 423 Wet houdende regels inzake handelingen met geslachtscellen en embryo s (Embryowet) Nr. 5 NOTA NAAR AANLEIDING VAN HET VERSLAG Ontvangen

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2002 2003 28 503 Wijziging van de Wet op de dierproeven Nr. 4 VERSLAG Vastgesteld 6 november 2002 De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2007 2008 30 420 Emancipatiebeleid Nr. 58 VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG Vastgesteld 30 oktober 2007 De vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal Vergaderjaar 008 009 9 3 Maatschappelijke opvang Nr. 3 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG Vastgesteld 6 april 009 In de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2006 2007 31 048 Wijziging van de Wet educatie en beroepsonderwijs, de Wet studiefinanciering 2000, de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG > Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Parnassusplein 5 2511 VX Den Haag T 070 340 79 11 F 070 340

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 33 452 Wijziging van onder meer de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en de Wet studiefinanciering 2000 in verband met het

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2006 2007 30 520 Voorstel van wet van de leden Crone en Van Dam houdende wijziging van Boek 2 en Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek (stilzwijgende verlenging

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2012 2013 32 610 Wijziging van de Embryowet in verband met de evaluatie van deze wet C MEMORIE VAN ANTWOORD Ontvangen 24 juni 2013 Met belangstelling hebben

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2006 2007 30 896 Regeling van het beroepsgoederenvervoer en het eigen vervoer met vrachtauto s (Wet wegvervoer goederen) Nr. 6 VERSLAG Vastgesteld 1 februari

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2004 2005 29 538 Zorg en maatschappelijke ondersteuning Nr. 9 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG Vastgesteld 8 december 2004 In de vaste commissie voor

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009 2010 32 220 Wijziging van de Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer, de Wet vergoedingen leden Eerste Kamer en de Algemene pensioenwet politieke

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2008 2009 31 868 Wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet educatie en beroepsonderwijs in hoofdzaak ten behoeve van het volgen van assistentopleidingen

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009 2010 32 226 Regeling van de toewijzing van een extra zetel voor Nederland in het Europees Parlement Nr. 4 VERSLAG Vastgesteld 15 december 2009 De vaste

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2010 2011 31 832 Wijziging van de Algemene wet gelijke behandeling, het Burgerlijk Wetboek, de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2007 2008 31 270 Wijziging van de Wet toezicht accountantsorganisaties en Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, ter implementatie van richtlijn nr. 2006/43/EG

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009 2010 32 417 Kabinetsformatie 2010 Nr. 2 BRIEF VAN DE INFORMATEUR Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Hierbij zend ik u, daartoe

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009 2010 32 339 Wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, de Wet op het financieel toezicht en enige andere wetten ter implementatie van richtlijn

Nadere informatie