Storten van baggerspecie in open putdepots (fase 2)

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Storten van baggerspecie in open putdepots (fase 2)"

Transcriptie

1 Ministerie van Verkeer en Waterstaat Directoraat-Generaal Rijkswaterstaat Storten van baggerspecie in open putdepots (fase 2) Deelrapport 3: Verspreiding van stikstof tijdens storten van baggerspecie in open putdepots AKWA-rapport RIZA werkdocument X AK\AM Advies- en Kenniscentrum Waterbodems

2 Ministerie van verkeer en waterstaat ~"*»5^**^"' Directoraat-Generaal Rijkswaterstaat Rijksinstituut voor Integraal Zoetwaterbeheer en Afvalwaterbehandeling/RIZA Storten van baggerspecie in open putdepots (fase 2) Deelrapport 3: Verspreiding van stikstof tijdens storten van baggerspecie in open putdepots 8 maart 2000 RIZA werkdocument X AKWA-rapport Auteur: G.A. van den Berg (RIZA, afdeling WST)

3 Inhoudsopgave Voorwoord 5 Samenvatting 7 1 Inleiding 9 2 Stikstofhuishouding in natuurlijke watersystemen Inleiding Oppervlaktewater Liggende waterbodems Gestratificeerde watersystemen 76 3 Vrijkomen van stikstof tijdens storten Inleiding Vrijkomen van stikstof tijdens de stortfase Sedimentatiewater Consolidatiewater Berekening emissie van stikstof tijdens de stortfase 18 4 Scenarioberekeningen voor inschatting stikstofbelasting ten gevolge van storten Inleiding Niet-gestrabficeerde open putdepots Modelbeschrijving Voorbeeldberekeningen Discussie Gestratificeerde open putdepots Inleiding Modelbeschrijving Voorbeeldberekeningen Discussie 26 5 Conclusies 29 Referenties 37 Storten van baggerspecie in open putdepots (fase 2)

4 Storten van baggerspecie in open putdepots (fase 2)

5 Voorwoord Het project "storten van baggerspecie in open putdepots" heeft tot doel het ontwikkelen van een beleidslijn voor het storten van verontreinigde specie in open putdepots. Het onderzoek voor dit project wordt gefaseerd uitgevoerd. De resultaten van de eerste fase zijn door het Advies en Kenniscentrum Waterbodems (AKWA) beschreven in een covernotitie (Best, J. de etal., 1999). Op basis van deze covernotitie is vervolgonderzoek gedefinieerd. In de tweede fase van het onderzoek wordt aandacht geschonken aan het ontwerp van een open putdepot, de verspreiding van verontreinigingen ten gevolge van storten van baggerspecie in open putdepots, evenals de consequenties voor normstelling en beheer. Deelproject 3 richt zich op de verspreiding van stikstof als gevolg van storten van baggerspecie in open en halfopen putdepots. Een eerste inventarisatie van bestaande onderzoeksresultaten op dit terrein is uitgevoerd door Jeroen Bakker in het kader van een afstudeerproject van de vakgroep Fysische Geografie (Universiteit Utrecht). In het voorliggende rapport wordt met behulp van een aantal scenarioberekeningen een beeld gegeven van het vrijkomen van stikstof bij het storten van baggerspecie in open putdepots. Tevens wordt aangegeven door welke locatie- en stofspecifieke parameters de gevoeligheid voor verspreiding van stikstof het meest wordt bei'nvloed. De auteur bedankt dr. F. van Luijn (RWS-RDIJ) en dr. P.C.M. Boers (RIZA-WSE) voor het kritisch doorlezen van dit rapport. Gerard van den Berg (maart 2000) Storten van baggerspecie in open putdepots (fase 2)

6 Storten van baggerspecie in open putdepots (fase 2)

7 Samenvatting Het storten van baggerspecie in open putdepots in uiterwaarden, rivierbeddingen, meren, havens en kanalen wordt sinds enkele jaren beleidsmatig gezien als een mogelijkheid voor het milieuvriendelijk opbergen van verontreinigd baggerspecie. In dit rapport is de verspreiding van stikstof tijdens storten van baggerspecie in open putdepots beschreven. Hierbij is gekozen voor een concentrateen effectbenadering. De belangrijkste conclusie is dat de samenstelling en textuur van de baggerspecie slechts in beperkte mate verantwoordelijk is voor een eventuele extra belasting van het oppervlaktewater met stikstof. Daarnaast beinvloeden voornamelijk locatiespecifieke omstandigheden de verspreiding van stikstof en de ecotoxicologische effecten gerelateerd aan het vrijkomen van stikstof in het oppervlaktewater. In stromende systemen zijn door het hoge uitwisselingsdebiet effecten van het storten van baggerspecie op de stikstofhuishouding in het oppervlaktewater in het algemeen verwaarloosbaar. Hoewel de totale vracht aan stikstof naar het oppervlaktewater gelijk blijft, lijkt storten van baggerspecie in een tijdelijk gestratificeerde put met betrekking tot het vrijkomen van stikstof voordelen te hebben ten opzichte van storten in een niet-gestratificeerde put met vergelijkbare dimensies. Indien de put wordt gebouwd in een stagnant, en mogelijk eutrofieringsgevoelig, niet-gestratificeerd watersysteem of wanneer rond de put een damwand is gebouwd, waardoor een klein uitwisselingsdebiet wordt gecreeerd tussen de put en het omliggende stromende oppervlaktewater (vergelijkbaar met een halfopen putdepot), zijn in en nabij de put gedurende de zomermaanden zowel acute toxiciteit als gevolg van het vrijkomen van ammoniak als effecten op eutrofiering mogelijk. Bij een dergelijke inrichting is er een permanente belasting van het oppervlaktewater met stikstof (dergelijke risico's worden echter niet verwacht wanneer wordt gestort in een tijdelijk gestratificeerde put, omdat omslag van een gestratificeerde situatie naar een gemengde put plaatsvindt in het najaar). Naast de intrinsieke eigenschappen van de baggerspecie is dus ook de keuze en inrichting van de locatie, evenals de keuze van de storttechniek, zeer belangrijk bij de beoordeling of storten van baggerspecie in een open putdepot kan resulteren in risico's met betrekking tot het vrijkomen van stikstof. Storten van baggerspecie in open putdepots (fase 2)

8 Storten van baggerspecie in open putdepots (fase 2)

9 1 Inleiding Het storten van baggerspecie in open putdepots in uiterwaarden, rivierbeddingen, meren, kanalen en havens wordt sinds enkele jaren beleidsmatig gezien als een mogelijkheid voor het milieuvriendelijk opbergen van verontreinigd baggerspecie. Dit wordt bijvoorbeeld beschreven in de Vierde Nota waterhuishouding (1998). Voor de bouw van dergelijke depots wordt gedacht aan verschillende boven regionale locaties in de Rijkswateren (bijv. Hollandsch Diep, Umeer, Kaliwaal en Molengreend). De randvoorwaarden voor de bouw van dergelijke open putdepots zijn afhankelijk van locatiespecifieke omstandigheden en mogelijkheden ter beperking van emissie richting oppervlaktewater (Absil & Bakker, 1999). In de meeste rapportages over berging van baggerspecie in depots wordt aandacht besteed aan de ecotoxicologische en verspreidingsrisico's met betrekking tot zwevend stof, zware metalen en organische microverontreinigingen. Op dit moment heeft het bestaande modelinstrumentarium voor de inschatting van emissies bij het storten van baggerspecie in open putdepots (WESTSIDE) de mogelijkheid de verspreiding van zware metalen en organische microverontreinigingen te kwantificeren. In een aantal studies wordt echter ook de potentiele bei'nvloeding van stikstofconcentraties in het oppervlaktewater door storten van baggerspecie benadrukt (o.a. Hartnack & Wesseling, 1990; Hartnack, 1994; Hartnack etal., 1996). De ecotoxicologische risico's die samenhangen met verhoogde concentraties aan stikstof in oppervlaktewater zijn voornamelijk gerelateerd aan eutrofiering en acute toxiciteit ten gevolge van het vrijkomen van ammoniak. In de kennisinventarisatie die is uitgevoerd in het kader van de eerste fase van het project storten van baggerspecie in open putdepots (Heijdt, van der etal., 1999), is benadrukt dat aanzienlijke verschillen worden gemeten in concentraties aan ammonium in waterbodems (poriewater) en concentraties in oppervlaktewater. Dit verschil wordt toegeschreven aan de vorming van ammonium bij anaerobe afbraak van organisch stof in de waterbodem (zie Berg, van den & Loch, 1993). Daarom wordt verwacht dat het uittreden van ammonium tijdens storten van baggerspecie tot aanzienlijke verhoging van de stikstof concentratie in het oppervlaktewater kan leiden. Mogelijk kan het vrijkomen van stikstof onder bepaalde condities van storten van baggerspecie zelfs een belangrijke rol spelen in de beoordeling, zoals reeds eerder door Hartnack (1994) is opgemerkt. Slechts in een beperkt aantal studies is het vrijkomen en de verspreiding van stikstof tijdens storten van baggerspecie ook daadwerkelijk in beeld gebracht. Zoals is aangetoond in de studie in de Averijhaven (zie Gerrits, 1999) kan vrijkomen van stikstof in gesloten depots inderdaad een probleem vormen voor de kwaliteit van het retourwater. In de Averijhaven was echter geen sprake van een bovenstaande waterkolom, maar was alle water in het depot afkomstig uit de gestorte specie en regenwater, waardoor verdunning minimaal is. Voor open putdepots is het effect van vrijkomen van stikstof nog niet duidelijk in beeld gebracht. Storten van baggerspecie in open putdepots (fase 2)

10 Storten van baggerspecie in open putdepots (fase 2) 10 Het doel van dit rapport is het inzichtelijk maken van de verhoogde stikstofbelasting ten gevolge van het storten van baggerspecie in open putdepots in de Rijkswateren. Hierbij spelen de volgende vragen een belangrijke rol: welke hoeveelheid stikstof zal vrijkomen tijdens storten van verontreinigde specie in open putdepots; welke relatie is er met het gehalte aan stikstof in de baggerspecie; welke processen in baggerspecie en oppervlaktewater spelen een belangrijke rol; welke effecten zijn eventueel in het watersysteem te verwachten; en welke mogelijkheden zijn er om deze effecten te beperken. In dit rapport zal worden besproken in hoeverre het mogelijk is op basis van de samenstelling en textuur van de baggerspecie (stofspecifieke risicobenadering) en locale factoren te beoordelen of storten van baggerspecie in open putdepots een mogelijke milieuvriendelijke optie is. Hiertoe bevat dit rapport een beschrijving van de stikstofhuishouding in natuurlijke watersystemen en de beinvloeding hiervan tijdens het storten van baggerspecie in open putdepots. Met een aantal scenarioberekeningen wordt vervolgens aangegeven welke extra belasting van stikstof in het oppervlaktewater kan worden verwacht bij het storten van baggerspecie in open en halfopen putdepots en in welke gevallen een locatiespecifieke studie noodzakelijk kan zijn om tot een goede inschatting te komen van eventuele risico's. Concluderend zal worden aangegeven welke parameters de gevoeligheid voor verspreiding van stikstof het meest beinvloeden.

11 2 Stikstofhuishouding in natuurlijke watersystemen 2.1 Inleiding Het in beeld brengen van het vrijkomen van stikstof tijdens storten is van belang, omdat de ecologische samenstelling van oppervlaktewater sterk kan worden bei'nvloed door stikstofgerelateerde processen, zoals eutrofiering (algenbloei) en vrijkomen van ammoniak. Om tot een goede inschatting te komen van de stikstofgerelateerde potentiele en actuele risico's bij het storten van baggerspecie in open putdepots is het in eerste instantie noodzakelijk een beeld te hebben van het gedrag van stikstof onder natuurlijke omstandigheden. In dit hoofdstuk worden achtereenvolgens de stikstofhuishouding in oppervlaktewater, de relatie met processen in de waterbodem en de specifieke processen die plaatsvinden in gestratificeerde watersystemen, beschreven (voor een uitgebreide beschrijving van het gedrag van stikstof in natuurlijke watersystemen wordt verwezen naar bijvoorbeeld Wetzel (1975)). 2.2 Oppervlaktewater De stikstofcyclus in natuurlijke watersystemen is zeer complex. Door de grote variatie in dynamiek kunnen ruimtelijk grote verschillen optreden, waardoor inschatting van locale condities en intensiteiten van processen noodzakelijk is. Het gedrag van stikstof in oppervlaktewater kan worden gemodelleerd door rekening te houden met de processen die omzetting tussen de verschillende compartimenten en stikstofvormen beschnjven. De belangrijkste opgeloste stikstofspecies zijn nitraat (NO s ) en ammonium (NH«*). Ammonium komt voornamelijk in het oppervlaktewater terecht via diffuse bronnen door uitspoeling uit landbouwgronden en nalevering uit de liggende waterbodem. In zuurstofhoudend oppervlaktewater vindt vervolgens omzetting van ammonium naar nitraat (nitrificatie) plaats via redox-reacties 1 en 2, waarvan de eerste de snelheidsbepalende is: 2NH,* > 2N H* + 2H 2 0 (1) en 2N > 2N0 3 (2) Het zuurstofverbruik voor nitrificatie is relatief hoog: per g NH 4 -N wordt 4,57 g 0 2 verbruikt. Bij lage zuurstofconcentraties treedt remming op, waardoor ophoping van nitriet (N0 2 ) kan plaatsvinden in het oppervlaktewater. Door het optreden van nitrificatie zijn ammonium concentraties in zuurstofhoudend oppervlaktewater in het algemeen zeer laag. Snelheden voor nitrificatie liggen voor de Rijn in de orde van 0,1-1,5 mg NH/-N/I per dag (Admiraal & Botermans, 1989). Storten van baggerspecie in open putdepots (fase 2) 11

12 Door verschil in aanvoer en temperatuursafhankelijkheid van de meeste stikstof-gerelateerde processen in het oppervlaktewater (bij verhoging van de temperatuur met 10 C verdubbelt bijvoorbeeld de nitrificatiesnelheid) zijn opgeloste nitraat- en ammoniumconcentraties in oppervlaktewater niet constant. De seizoensvariatie in nitraat en ammonium in het oppervlaktewater is weergegeven in figuur 2.1 voor een stromend systeem (de Rijn) en een stagnant (stilstaand) systeem (Usselmeer). Als gevolg van beperkte nitrificatie (bij een temperatuur lager dan 5 C zijn nitrificatie- en denitrificatiesnelheden verwaarloosbaar) worden de hoogste concentraties aan ammonium gemeten in het winterhalfjaar. Figuur 2.1 Concentraties nitraat + nitriet (a) en ammonium (b) in de Rijn (bij Lobith; dichte rode symbolen) en in het Usselmeer (locatie Vrouwezand; open biauwe symbolen) gedurende de periode (data afkomstig uit MWTL). -VV' : ';W' f Datum (b) Storten van baggerspecie in open putdepots (fase 2) '2

13 In eutrofieringsgevoelige watersystemen kunnen grote verschillen in concentraties aan stikstof tussen zomer en winter worden aangetroffen (zie Zwolsman, 1999'). Dergelijke verschillen (zie bijv. figuur 2.1) kunnen worden verklaard door gedeeltelijke of volledige assimilatie van opgelost stikstof door algen. Volledige assimilatie leidt derhalve tot stikstof-limitatie. Algen kunnen zowel ammonium als nitraat assimileren. Bij hoge ammoniumconcentraties wordt ammonium preferent opgenomen. Een sterke toename in algengroei wordt verwacht bij een stikstofconcentratie groter dan 2,2 mg N/l (MTR voor oppervlaktewater gedurende de zomermaanden) in eutrofieringsgevoelige (stagnante) wateren (voor een definitie van eutrofieringsgevoelige wateren wordt verwezen naar Huisman etal. (1999)). Omdat een dergelijke opgeloste stikstofconcentratie in veel watersystemen wordt overschreden, is een terugdringing van onder andere de stikstofbelasting een belangrijk doel bij de bestrijding van de gevolgen van eutrofiering (zie Van der Molen, 1996). Boers ef al. (1993) stellen zelfs dat het mogelijk noodzakelijk is om een lagere ecologische streefwaarde (1,0 mg N/l) vast te stellen om een gezond en soortenrijk watersysteem te bereiken. Er moet bovendien rekening mee worden gehouden dat als gevolg van een algengroei de ph van het oppervlaktewater gedurende de zomermaanden kan toenemen. In het Usselmeer worden gedurende de zomer ph-waarden hoger dan 9 gemeten, terwijl gedurende de winter de ph kan dalen tot ph 8 (zie Zwolsman, 1996). De ph voor stromende watersystemen ligt veelal lager (de gemiddelde ph voor de Rijn is 7,75). Omdat zich een evenwicht instelt tussen ammonium en ammoniak leidt een toename in ammonium op korte termijn tot een verhoogde concentratie aan opgelost ammoniak (NHj). Ammoniak is acuut toxisch voor o.a. vissen (de MTR voor ammoniak in oppervlaktewater ligt op 20 u.g NH 3 -N/I, maar acute risico's treden waarschijnlijk pas op bij concentraties groter dan 3 a 4 mg NH,-N/I). De verhouding NH 4 */NH 3 in oplossing neemt af bij stijgende temperatuur en ph (zie figuur 2.2; de relatieve hoeveelheid ammoniak in de waterfase neemt dan dus toe). In tabel 2.1 is de verhouding NH 7NH 3 in oplossing weergegeven voor de winterperiode (10 C) en de zomerperiode (18 C) en een drietal phwaarden. Bovendien is de ammoniumconcentratie weergegeven waarbij de MTR voor ammoniak wordt overschreden onder deze omstandigheden. Zowel uit de figuren als uit tabel 2.1 blijkt dat zowel de verhouding NH//NH 3 in oplossing als de kritieke ammoniumconcentratie sterk afhankelijk zijn van de ph en in mindere mate van de temperatuur SCO Figuur 2.2 Relatie tussen de verhouding NH 4 7NH 3 en ph (a) en temperatuur (b). De figuren zijn gebaseerd op thermodynamische constanten afkomstig uit Smith & Martell (1976). I 2 i» PSd i-itrc! 1 i... NO XD p. WO ' a n ph (a) Temperatuuf CO (b) Storten van baggerspecie in open putdepots (fase 2) 13

14 Tabel 2.1 Overzicht van de ammoniumconcentr atie waarbij de MTR voor ammoniak wordt overschreden gedurende de winter- en zomerperiode bij verschillende phwaarden (de verhoudingen NH 4 7NH 3 in oplossing zijn afgeleid uit figuur 2.1). temperatuur ph NH//NH, NH 4 * (mg NH..-N/I) CO , , , Liggende waterbodems De liggende waterbodem speelt een belangrijke rol bij de vastlegging en het vrijkomen van stikstof in natuurlijke watersystemen. Opgeloste concentraties aan nitraat en ammonium in waterbodems (in feite het poriewater) worden bepaald door een combinatie van voornamelijk microbiologisch gereguleerde (bio)geochemische processen (Berner, 1980). Omdat de bulk aan gebaggerd sediment in de Nederlandse binnenwateren wordt gekarakteriseerd door anaerobe afbraak van organisch stof (Berg, van den & Loch, 1993), is ammonium verreweg de belangrijkste opgeloste stikstofspecies in baggerspecie: Door het hoge gehalte aan afbreekbaar organisch stof in zwevend stof en recent afgezet sediment, zijn oxidatieve processen beperkt tot de bovenste millimeters van het sediment, waardoor nitraat slechts wordt aangetroffen in de bovenste laag van de waterbodem. Figuur 2.3 Karakteristieke ammonium- en nitraatprofielen in poriewater, zoals die zijn gemeten in de waterbodem in de Brabantse Biesbosch (Berg, van den, 1998). De profielen zijn gemodelleerd met het multicomponent reactietransport model STEADYSED (Cappellen, van & Wang, 1996). Storten van baggerspecie in open putdepots (fase 2) M

15 In figuur 2.3 zijn karakteristieke nitraat- en ammoniumprofielen in poriewater in een zoete Nederlandse waterbodem weergegeven. Het concentratieprofiel voor nitraat in het poriewater wordt onder andere bepaald door diffusie vanuit het bovenstaande water, denitrificatie (zie vergelijking 4) en nitrificatie. Zoals weergegeven in de vergelijkingen 1 en 2 is nitrificatie alleen mogelijk onder aerobe omstandigheden (aanwezigheid van zuurstof). Denitrificatie vindt alleen plaats onder anaerobe omstandigheden (0 2 < 0,2 mg/l). In de meeste waterbodems is nitrificatie een belangrijke bron voor nitraat dat wordt gebruikt voor denitrificatie (Seitzinger, 1988; Van Luijn, 1997). Denitrificatie kan worden beschouwd als een belangrijke "verliesroute" voor stikstof in watersystemen (Nowicki, 1994), omdat hierbij gasvormige stikstofverbindingen (o.a. N 2 en N 2 0) worden gevormd. Het concentratieprofiel van ammonium in het poriewater wordt bepaald door productie van ammonium bij anaerobe afbraak van organisch stof (vergelijkingen 5 t/m 8), uitwisseling (voornamelijk met Ca 2 *) en verticale diffusie in de waterbodem, gecombineerd met nitrificatie in de toplaag. Zoals wordt weergegeven in onderstaande vergelijkingen voor afbraak van organisch stof, speelt de samenstelling (o.a. de C/N-verhouding) en afbreekbaarheid van het aanwezige organisch stof een belangrijke rol bij de intensiteit van ammoniumvorming. Door het verschil in ammoniumconcentratie tussen waterbodem en oppervlaktewater kan verticale diffusie plaatsvinden naar het bovenstaande water (nalevering van ammonium). Vergelijkingen voor afbraak van organische stof Zuurstofreductie: (CH 2 0),(NH 3 ),(H 3 P04) 2 + (x+2y)q 1 + (y+2z)hc0 3 -> (x+y+2z)c0 2 + yn0 3 + zhpo 2 + (x+2y+2z)h 2 0 (3) Denitrificatie: (CHJOWNH^HJPOJ, + <T4x + 3y;/5;N0 3 -> ((2x+4y)/5)H 2 + <rx-3y+70x;/5,>co 2 + <T4x+3y-70z;/5,)HCO 3 + zhpo,, 2 + (T3x+6y+70z;/5)H 2 O (4) Mn(IV) - reductie: (CH 2 0),(NH 3 ),,(H 3 P0 4 ), + 2xMn0 2 + (3x+y-2z)C0 2 + (x+y-2z)h 2 0 -> 2xMn 2 * + f4x+y-2z;hc0 3 + ynh/ + zhp0 4 2 (5) Fe(lll) - reductie: (CH 2 0),(NH 3 ),,(H 3 P0 4 ) I + 4xFe(OH) 3 + (7x+y-2x)C0 3 -> 4x?f?* + (8x+y-2z)HC0 3 + ynh 4 * + zhp (3x-y+2z)H 2 0 (6) Sulfaatreductie: (CH 2 0),(NH 3 ),(H 3 PO«), + fx/2;s (y-2z)co } + (y-2z)h 2 0 -»fx/2;h 2 S + (x+y-2z)hco } + ynh 4 * +zhp0 4 2 (7) Methanogenese: (CHJOMNH^HJPOJ, + (y-2z;h (x/2)ch, + ('Cx-2y+4z;/2;C0 2 + fy-2z;hc0 3 + ynh 4 * + zhp0 4 2 ' (8) Organisch stof is weergegeven als (CH^/NHJ/HfOJ, Storten van baggerspecie in open putdepots (fase 2) 15

16 2.4 Gestratificeerde watersystemen In Nederland kan zowel thermische stratificatie als zoet-zoutstratificatie optreden. Thermische stratificatie kan optreden in diepe meren en putten gedurende de zomer- (warme stratificatie) en wintermaanden (koude stratificatie) als gevolg van het relatief grote temperatuurverschil tussen de bovenste en de onderste waterlaag. Door afkoeling van de bovenlaag en menging als gevolg van verhoogde stroming door de invloed van wind kan in het najaar de thermische stratificatie worden opgeheven; dit proces kan afhankelijk van de geometrie van het watersysteem (o.a. diepte van de put, stroming) en locale weersomstandigheden instantaan plaatsvinden (bij snelle afname in temperatuur), maar ook een langere periode (bijv. enkele weken) in beslag nemen. In Nederland vindt door verhoogde turbulentie volledige menging op van het najaar tot het voorjaar. In figuur 2.4 is zichtbaar gemaakt dat thermische stratificatie leidt tot de vorming van een relatief warme toplaag (epilimnion) en een koude onderiaag (hypolimnion). Deze worden gescheiden door een spronglaag (het metalimnion), die in Nederland op ongeveer 10 m waterdiepte ligt. Derhalve kan alleen in putten dieper dan 10 m thermische stratificatie optreden. In diepe watersystemen die worden gekarakteriseerd door een zoet-zoutstratificatie kan stratificatie mogelijk veel moeilijker worden opgeheven. Immers, het zwaardere zoute water zal ook bij hogere stroomsnelheden permanent nabij de bodem blijven. Het optreden van stratificatie wordt uitgebreid beschreven (en gemodelleerd) door bijvoorbeeld Imboden & Wuest (1995) en Martin & McCutcheon (1999). Stratificatie leidt tot een beperkte uitwisseling van zwevend materiaal en opgeloste bestanddelen tussen het epilimnion en het hypolimnion. In gestratificeerde watersystemen (meren en putten) die worden gekarakteriseerd door een relatief hoge toevoer van organisch stof (eutrofe systemen), vindt daardoor een hoog verbruik van zuurstof plaats. Wanneer door het hoge zuurstofverbruik het hypolimnion zuurstofloos is geworden, kan accumulatie van ammonium plaatsvinden in het hypolimnion (zie bijv. Balistrieri etal., 1992). In figuur 2.4 is de verticale distributie van ammonium en nitraat in de waterkolom weergegeven na instellen van stratificatie. Duidelijk is te zien dat in de onderste (zuurstofloze) waterlaag de concentratie nitraat sterk afneemt (gerelateerd aan denitrificatie), terwijl gelijktijdig de concentratie ammonium toeneemt. Vorming van ammonium wordt in natuurlijke watersystemen (bijvoorbeeld meren) voornamelijk gekoppeld aan nalevering uit de liggende waterbodem. Immers, door het verdwijnen van de geoxideerde toplaag van het sediment door zuurstofloosheid in het hypolimnion neemt de snelheid van nitrificatie in de toplaag sterk af. In tijdelijk gestratificeerde watersystemen wordt deze zuurstofloosheid van de diepere laag bij menging weer opgeheven. Figuur 2.4 Verticale distributie van ammonium (NH 4 *), nitraat (NO,), zuurstof (0 2 ) en temperatuur (9) in gestratificeerde watersystemen (relatieve schaal; uit Wetzel, 1975). n :! I i I U I 4 NOy /'! 2 0- \ I K 2 i ^ > ' ' UJ Q I "/' / \ / \ T \ M r r,^, Storten van baggerspecie in open putdepots (fase 2) 16

17 3 Vrijkomen van stikstof tijdens storten 3.1 Inleiding De vracht aan stikstof die vrijkomt in het oppervlaktewater tijdens de stortfase (de emissie) kan worden berekend uitgaande van de hoeveelheid baggerspecie die wordt gestort en de hoeveelheid retourwater (voornamelijk sedimentatiewater en consolidatiewater) die daarbij uittreedt. De concentraties aan ammonium in het sedimentatie- en het consolidatiewater zijn afhankelijk van de concentratie in het poriewater van de in situ baggerspecie (bepaald door de samenstelling en afbreekbaarheid van organisch stof) en de hoeveelheid water die wordt bijgemengd tijdens baggeren (afhankelijk van de eigenschappen van de baggerspecie en de verwerkingsmethode). 3.2 Vrijkomen van stikstof tijdens de stortfase Sedimentatiewater De hoeveelheid sedimentatiewater die vrijkomt tijdens het storten van baggerspecie wordt bepaald door de hoeveelheid baggerspecie die per tijdseenheid wordt gestort, de uitleveringsfactor en de sedimentatiefactor. De uitleveringsfactor geeft het verschil aan tussen het volume van de specie voor en na baggeren en is een functie van de fysische eigenschappen van het materiaal (o.a. korrelgrootte en mate van binding) en de wijze van baggeren. De uitleveringsfactor is een in het geval geen water wordt bijgemengd tijdens baggeren (de specie heeft een massa die gelijk is aan de in situ specie). Dit zal vaak het geval zijn wanneer zand of ongeconsolideerd slib met grijpers wordt gebaggerd. Wanneer wel water wordt bijgemengd tijdens baggeren (bijvoorbeeld bij baggeren van geconsolideerd slib met een zuiger), kan de uitleveringsfactor sterk toenemen. In een studie naar storten van specie in diepe putten in Noord-Holland (o.a. Umeer) is aangenomen dat slibrijk materiaal een uitleveringsfactor van twee heeft. Bij een uitleveringsfactor van twee daalt de soortelijke massa van de specie van kg m 3 (bij een porositeit van 0,7 en een droge stofdichtheid van kg m 3 ) naar kg m' 3. Storten van baggerspecie in open putdepots (fase 2) 17

18 De sedimentatiefactor is een maat voor het verschil tussen het totale gestorte volume en het volume na het vrijkomen van het sedimentatiewater (er komt alleen sedimentatiewater vrij indien specie wordt gestort met een lagere dichtheid dan de sedimentatiedichtheid). Derhalve speelt het cohesieve karakter van de gestorte specie (o.a de aanwezigheid van aggregaten) een belangrijke rol bij de afleiding van de sedimentatiefactor (Heijdt, van der et al., 1999). De wijze van storten speelt een belangrijke rol bij de afleiding van de in situ sedimentatiefactor. Om ongewenst grote horizontale verspreiding van stortverlies te voorkomen wordt bij storten van baggerspecie in stromende systemen vaak gekozen voor hydraulisch storten met een stortpijp en diffusor. 3.3 Consolidatiewater Tijdens en na de stortfase (nadat de specie is gesedimenteerd) vindt consolidatie plaats. Onder invloed van verhoogde waterspanning komt consolidatiewater vrij en vindt verspreiding van poriewaterbestanddelen plaats via advectief transport. Door toevoer van baggerspecie zal de consolidatiesnelheid tijdens de stortperiode licht toenemen. Na het beeindigen van de stort neemt de mate van consolidatie snel af, maar zal nog langere tijd (zeker 30 jaar) plaatsvinden (dit wordt niet meegenomen in de berekeningen). Indien de specie met grijpers is gebaggerd en vervolgens met onderlossers wordt gestort is de massa van de gestorte specie vrijwel gelijk aan die van de in situ specie. De hoeveelheid consolidatie is dan minimaal. 3.4 Berekening emissie van stikstof tijdens de stortfase Voor het schatten van de totale vracht aan stikstof die vrijkomt tijdens storten wordt uitgegaan van een stikstof- (eigenlijk ammonium-)concentratie in gebaggerd materiaal die vergelijkbaar is met die in anoxisch sediment. Immers de bulk aan gebaggerd materiaal is anoxisch, waardoor de gemiddelde ammoniumconcentratie in het poriewater relatief hoog is ten opzichte van die in zuurstofhoudend oppervlaktewater/sediment. In waterbodems in sedimentatiegebieden van de Rijn (Ketelmeer) en Maas (Brabantse Biesbosch) worden ammoniumconcentraties gemeten in de orde-grootte mg NH 4 -N/I (Paalman, 1997; Berg, van den, 1998). De hoogst gemeten concentraties lagen in deze studies op ongeveer 30 mg NH 4 -N/I, terwijl concentraties in zuurstofhoudend oppervlaktewater/sediment zelden hoger zijn dan 1 mg NH 4 -N/I. In organisch-rijk havenslib kunnen hogere concentraties ammonium voorkomen (Zwolsman, 1999 b ). De gemeten nitraatconcentraties in (anoxisch) poriewater zijn in al deze studies verwaarloosbaar klein. De samenstelling van het sedimentatie- en consolidatiewater wordt bepaald door die van het poriewater en die van het bijgemengde (oppervlakte-)water. Bijmenging met water tijdens baggeren, bepaald door de uitleveringfactor, leidt per definitie tot een verlaging van de stikstof- (ammonium-jconcentratie in de specie, en derhalve van die in het sedimentatiewater en consolidatiewater (er vindt verdunning plaats van het poriewater). Met een eenvoudige berekening kan een schatting worden gemaakt van concentraties in het sedimentatiewater. Dit is een bovengrens, omdat er ook rekening mee zou kunnen worden gehouden dat geen volledige menging van uitleveringswater en poriewater optreedt en tijdens het storten de kwaliteit van het sedimentatiewater voornamelijk wordt bepaald door die van het bijgemengde oppervlaktewater. Een dergelijk gedrag zou kunnen worden verklaard door de aanwezigheid van aggregaten (vlokken) in het slib die tijdens het storten snel naar de bodem zakken. Storten van baggerspecie in open putdepots (fase 2) 18

19 Storten van baggerspecie in open putdepots (fase 2) 19 Voor een eerste schatting van de hoeveelheid stikstof die vrijkomt tijdens storten van baggerspecie in open putten wordt aangenomen dat de concentraties aan ammonium in het consolidatiewater vergelijkbaar zijn aan die in het sedimentatiewater (volledige menging van poriewater en toegevoegd water tijdens baggeren). Wanneer wordt uitgegaan van volledige menging wordt bijvoorbeeld bij een in situ gebaggerde specie met een porositeit van 0,7 en een stikstofconcentratie in het poriewater van 30 mg N/l (maximale concentratie in saneringsspecie uit de grote rivieren) bij een uitleveringsfactor van 2 de concentratie stikstof in het sedimentatie- en consolidatiewater ongeveer 12 mg N/l. Uitgaande van de hoeveelheid te storten specie kan dan de maximale vracht aan vrijgekomen ammonium in het oppervlaktewater worden berekend indien het sedimentatie- en consolidatiedebiet bekend is. Verhoogde nalevering vanuit het slib vindt voornamelijk plaats door opwerveling van materiaal tijdens storten (dit valt onder de sedimentatieflux). Diffusieve nalevering wordt bij storten van baggerspecie verwaarloosbaar geacht ten opzichte van de hoeveelheid stikstof die vrijkomt bij consolidatie (dit in tegenstelling tot natuurlijke watersystemen, waarin de consolidatieflux veel lager is door lagere sedimentatiesnelheden).

20 Storten van baggerspecie in open putdepots (fase 2) 20

Waterkwaliteit 2: Natuur/chemie

Waterkwaliteit 2: Natuur/chemie Waterkwaliteit 2: Natuur/chemie Prof. ir. Hans van Dijk 1 Afdeling Watermanagement Sectie Gezondheidstechniek Inhoud hydrologische kringloop kwalitatief 1. regenwater 2. afstromend/oppervlaktewater. infiltratie

Nadere informatie

Bert Bellert, Waterdienst. 5 september 2011

Bert Bellert, Waterdienst. 5 september 2011 Ammonium in de Emissieregistratie?! Natuurlijke processen, antropogene bronnen en emissies in de ER Bert Bellert, Waterdienst Ammonium als stof ook in ER??: In kader welke prioritaire stoffen, probleemstoffen,

Nadere informatie

Memo. ing. L. Dielen. ldielen@breijn.nl. Datum 1 juli 2011 Onderwerp Aanleg forellenvijver te Boerdonk Ons kenmerk 2411034. Van

Memo. ing. L. Dielen. ldielen@breijn.nl. Datum 1 juli 2011 Onderwerp Aanleg forellenvijver te Boerdonk Ons kenmerk 2411034. Van Memo Datum 1 juli 2011 Onderwerp Aanleg forellenvijver te Boerdonk Van ing. L. Dielen Telefoon +31 (0)73 658 22 51 Fax +31 (0)73 658 22 99 E-mail ldielen@breijn.nl Aan de heer C. Stelling, Planomar de

Nadere informatie

Grondwater beïnvloedt kwaliteit Limburgse beken

Grondwater beïnvloedt kwaliteit Limburgse beken Grondwater beïnvloedt kwaliteit Limburgse beken Resultaten WAHYD Hoe zit het in elkaar: afkijken bij Noord-Brabant In het onderzoeksproject WAHYD (Waterkwaliteit op basis van Afkomst en HYDrologische systeemanalyse)

Nadere informatie

Bepaling van het Biochemisch Zuurstofverbruik (BZV) in oppervlaktewater

Bepaling van het Biochemisch Zuurstofverbruik (BZV) in oppervlaktewater Bepaling van het Biochemisch Zuurstofverbruik (BZV) in oppervlaktewater april 2005 One Cue Systems Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt zonder schriftelijke toestemming

Nadere informatie

ONDERZOEK NAAR DE WATERKWALITEIT

ONDERZOEK NAAR DE WATERKWALITEIT ONDERZOEK NAAR DE WATERKWALITEIT Naam: Klas: Datum: 1 Situering van het biotoop Plaats: Type water: vijver / meer / ven / moeras/ rivier / kanaal / poel / beek / sloot / bron Omgeving: woonkern / landbouwgebied

Nadere informatie

Waterplanten en Waterkwaliteit

Waterplanten en Waterkwaliteit Waterplanten en Waterkwaliteit Leon van den Berg Moni Poelen Monique van Kempen Laury Loeffen Sarah Faye Harpenslager Jeroen Geurts Fons Smolders Leon Lamers Platform Ecologisch Herstel Meren Vrijdag 11

Nadere informatie

Werkdocument Kd-waarden van zware metalen in zoetwatersediment[riza nr.96.180.x]

Werkdocument Kd-waarden van zware metalen in zoetwatersediment[riza nr.96.180.x] Ministerie van Verkeer en WalersUai Directoraat-Generaal Rijkswaterstaat Rijksinstituut voor Integraal Zoetwaterbeheer en Afvalwaterbehandeling RIZA doorkiesnummer 0320 298498 Werkdocument Kd-waarden van

Nadere informatie

Particles Matter: Transformation of Suspended Particles in Constructed Wetlands B.T.M. Mulling

Particles Matter: Transformation of Suspended Particles in Constructed Wetlands B.T.M. Mulling Particles Matter: Transformation of Suspended Particles in Constructed Wetlands B.T.M. Mulling Zwevende stof vormt een complex mengsel van allerlei verschillende deeltjes, en speelt een belangrijke rol

Nadere informatie

Aanvullende analyse stabiliteit gestorte specie in het kader van Flexibel Storten

Aanvullende analyse stabiliteit gestorte specie in het kader van Flexibel Storten MEMO datum 18-3-211 van Ir Yves Plancke yves.plancke@mow.vlaanderen.be Ir. Marco Schrijver marco.schrijver@rws.nl titel Aanvullende analyse stabiliteit gestorte specie in het kader van Flexibel Storten

Nadere informatie

Notitie. 1 Inleiding. Techniek, Onderzoek & Projecten Onderzoek & Advies. Projectteam Ronde Hoep. 5 januari 2015. J.W. Voort

Notitie. 1 Inleiding. Techniek, Onderzoek & Projecten Onderzoek & Advies. Projectteam Ronde Hoep. 5 januari 2015. J.W. Voort Aan Projectteam Ronde Hoep Contactpersoon J.W. Voort Onderwerp Onderzoek kwaliteit zwevend slib in de Amstel en risico interpretatie calamiteitenberging Ronde Hoep 1 Inleiding Doorkiesnummer 020 608 35

Nadere informatie

Prognose voor de ontwikkeling van de slibbalans in de Beneden Zeeschelde. van de slibverwijdering bij Kallo. Advies hoe nu verder te gaan.

Prognose voor de ontwikkeling van de slibbalans in de Beneden Zeeschelde. van de slibverwijdering bij Kallo. Advies hoe nu verder te gaan. Ministerie van Verkeer en waterstaat Di rectoraat -Generaal Rij kswaterstaat Rijksinstituut voor Kust en Zee/RIKZ Prognose voor de ontwikkeling van de slibbalans in de Beneden Zeeschelde bij continuering

Nadere informatie

Samenvatting van: Effecten van het Lozingenbesluit Open Teelt en Veehouderij (LOTV) op de waterkwaliteit.

Samenvatting van: Effecten van het Lozingenbesluit Open Teelt en Veehouderij (LOTV) op de waterkwaliteit. Ministerie van Verkeer en Waterstaat Directoraat-Generaal Rijkswaterstaat Rijksinstituut voor Integraal Zoetwaterbeheer en Afvalwaterbehandeling/RIZA Samenvatting van: Effecten van het Lozingenbesluit

Nadere informatie

Bijlage 1.3 Bodemdaling in het Eems-Dollardgebied in relatie tot de morfologische ontwikkeling

Bijlage 1.3 Bodemdaling in het Eems-Dollardgebied in relatie tot de morfologische ontwikkeling Bijlage 1.3 Bodemdaling in het Eems-Dollardgebied in relatie tot de morfologische ontwikkeling........................................................................................ H. Mulder, RIKZ, juni

Nadere informatie

Veelgestelde vragen schouw buitengewoon onderhoud

Veelgestelde vragen schouw buitengewoon onderhoud Veelgestelde vragen schouw buitengewoon onderhoud Wat is buitengewoon onderhoud? Het buitengewoon onderhoud omvat het op de juiste afmetingen (breedte, diepte en helling van taluds) houden van een watergang.

Nadere informatie

Vraagstelling Vraag van Steven Marijnissen aan Jaap Oosthoek is of de lozing van het effluent op het KRW waterlichaam Mark en Vliet toelaatbaar is.

Vraagstelling Vraag van Steven Marijnissen aan Jaap Oosthoek is of de lozing van het effluent op het KRW waterlichaam Mark en Vliet toelaatbaar is. Zaaknr. : 11.ZK56591 Kenmerk : 12IT002508 Barcode : *12IT002508* memo Van : Jaap Oosthoek Via : Hermen Keizer Aan : Steven Marijnissen Onderwerp : Toelaatbaarheid tijdelijke lozing effluent Nieuwveer op

Nadere informatie

Figuur 1 Reductie van de massa te storten specie als functie van het uitgangszandgehalte en resterend zandgehalte.

Figuur 1 Reductie van de massa te storten specie als functie van het uitgangszandgehalte en resterend zandgehalte. Rubriek: Onderzoek Zandscheiding als middel voor depotvolumebesparing Het is duidelijk moeilijker om nieuwe depotruimte te realiseren voor de opslag van baggerspecie. Dit door gebrek aan publieke steun.

Nadere informatie

LUCHTVERONTREINIGING EN -ZUIVERING

LUCHTVERONTREINIGING EN -ZUIVERING INHOUD Voorwoord 13 Inleiding 15 Indeling van milieuproblemen 19 Indeling van dit boek 19 Inleiding tot de Vlaamse milieuwetgeving voor bedrijven 19 Deel 1. LUCHTVERONTREINIGING EN -ZUIVERING 21 1. Inleiding

Nadere informatie

A COMPANY OF HASKONING NEDERLAND BV MILIEU. Een ad-hoc Maximaal Toelaatbaar Risiconiveau (MTR) voor aluminium in oppervlaktewater. 26 april 2002 RIZA

A COMPANY OF HASKONING NEDERLAND BV MILIEU. Een ad-hoc Maximaal Toelaatbaar Risiconiveau (MTR) voor aluminium in oppervlaktewater. 26 april 2002 RIZA A COMPANY OF HASKONING NEDERLAND BV MILIEU Een ad-hoc Maximaal Toelaatbaar Risiconiveau (MTR) voor aluminium in oppervlaktewater 26 april 2002 RIZA A COMPANY OF HASKONING NEDERLAND BV MILIEU Barbarossastraat

Nadere informatie

I feel goo o d! De wetenschap achter helder water voor tropische zoetwateraquaria

I feel goo o d! De wetenschap achter helder water voor tropische zoetwateraquaria I feel goo o d! De wetenschap achter helder water voor tropische zoetwateraquaria Philips ontwikkelde dit Zuiveringsapparaat voor tropische aquaria in samenspraak met aquarium- en waterexperts. Wetenschappelijke

Nadere informatie

Natuurvriendelijke oevers: mogelijkheden per standplaats. Emiel Brouwer en Pim de Kwaadsteniet

Natuurvriendelijke oevers: mogelijkheden per standplaats. Emiel Brouwer en Pim de Kwaadsteniet Natuurvriendelijke oevers: mogelijkheden per standplaats Emiel Brouwer en Pim de Kwaadsteniet Aanleiding Aanleg natuurvriendelijke oevers belangrijk in waterbeheer Bij aanleg mist vaak de relatie met de

Nadere informatie

Water- en waterbodem: de IJZERVAL

Water- en waterbodem: de IJZERVAL Water- en waterbodem: de IJZERVAL Processen Beheer: suppletie Effectiviteit Risico s Leon Lamers Onderzoekcentrum B-WareB Aquatische Ecologie & Milieubiologie IWWR, Radboud Universiteit Nijmegen Randvoorwaarde

Nadere informatie

Functioneren van het voedselweb in het Eems estuarium onder gemiddelde en extreme omstandigheden

Functioneren van het voedselweb in het Eems estuarium onder gemiddelde en extreme omstandigheden Functioneren van het voedselweb in het Eems estuarium onder gemiddelde en extreme omstandigheden Victor N. de Jonge, november 2013 Het Eems estuarium vormt ecologisch gezien één groot geheel, maar dat

Nadere informatie

25-3-2015. Sturen op Nutriënten. Sturen op Nutriënten. Doel. Sturen met Water. Sturen op Nutriënten. Waar kijken we naar. Bijeenkomst 19 februari 2015

25-3-2015. Sturen op Nutriënten. Sturen op Nutriënten. Doel. Sturen met Water. Sturen op Nutriënten. Waar kijken we naar. Bijeenkomst 19 februari 2015 Bijeenkomst 19 februari 2015 Jouke Velstra (Acacia Water) 4 Sturen met Water De basisgedachte is dat per perceel de grondwaterstand actief wordt geregeld. Onderwater drainage (OWD) geeft een directe relatie

Nadere informatie

Chemisch wateronderzoek 1. klimaatstad. water leeft 2. Abio. klimaatstad

Chemisch wateronderzoek 1. klimaatstad. water leeft 2. Abio. klimaatstad Chemisch wateronderzoek 1 water leeft 2 Abio Chemisch wateronderzoek 2 Chemisch wateronderzoek 3 WATER LEEFT Chemisch wateronderzoek Een goede waterkwaliteit is van groot belang voor het leven van waterdieren

Nadere informatie

Onderzoek waterkwaliteit en waterzuivering

Onderzoek waterkwaliteit en waterzuivering Onderzoek waterkwaliteit en Onderzoek waterkwaliteit en waterzuivering Met behulp van kiezel, grof en fijn zand, actieve kool en wat watten werd het natuurlijk zuiveringssysteem van de bodem nagebootst.

Nadere informatie

baggerspecie van 60% en meer wordt als reinigbare

baggerspecie van 60% en meer wordt als reinigbare November 2001 De Wet belastingen op milieugrondslag (Wbm) voor baggerspecie Vanaf 1 januari 2002 moet belasting worden betaald voor het storten van reinigbare baggerspecie* Dit staat in de Wet belastingen

Nadere informatie

Projectnummer: B02047.000031.0100. Opgesteld door: dr.ir. B.T. Grasmeijer. Ons kenmerk: 077391437:0.3. Kopieën aan:

Projectnummer: B02047.000031.0100. Opgesteld door: dr.ir. B.T. Grasmeijer. Ons kenmerk: 077391437:0.3. Kopieën aan: MEMO ARCADIS NEDERLAND BV Hanzelaan 286 Postbus 137 8000 AC Zwolle Tel +31 38 7777 700 Fax +31 38 7777 710 www.arcadis.nl Onderwerp: Gevoeligheidsanalyse effecten baggerspecieverspreiding (concept) Zwolle,

Nadere informatie

BAGGERNUT. Leon van den Berg Moni Poelen Leon Lamers

BAGGERNUT. Leon van den Berg Moni Poelen Leon Lamers Leon van den Berg Moni Poelen Leon Lamers Arcadis B-ware Deltares Radboud Universiteit Nijmegen Waterschappen Witteveen en Bos Diverse deelprojecten: Radboud universiteit Nijmegen veldexperimenten

Nadere informatie

Aangenomen dat alleen de waarde voor natrium niet gemeten is, is de concentratie natrium in mg/l van het bovenstaande water.

Aangenomen dat alleen de waarde voor natrium niet gemeten is, is de concentratie natrium in mg/l van het bovenstaande water. Page 1 of 9 CT011 INLEIDING WATERMANAGEMENT (20082009 Q1) (9805080901) > TEST MANAGER > TEST CANVAS Test Canvas Add, modify, and remove questions. Select a question type from the Add dropdown list and

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting Inleiding Diffuse verontreiniging van oppervlaktewater met nutriënten en pesticiden afkomstig uit landbouwgebieden is een groot knelpunt in het waterbeheer. Nutriënten als stikstof

Nadere informatie

Biologische beschikbaarheid van stikstof en fosfaat in effluent: Kunnen algen nog wel groeien op nagezuiverd effluent van rwzi Leiden Zuid-West?

Biologische beschikbaarheid van stikstof en fosfaat in effluent: Kunnen algen nog wel groeien op nagezuiverd effluent van rwzi Leiden Zuid-West? Biologische beschikbaarheid van stikstof en fosfaat in effluent: Kunnen algen nog wel groeien op nagezuiverd effluent van rwzi Leiden Zuid-West? Kees Bruning, Jaap Postma en Richard Jonker 1 Biologische

Nadere informatie

Aantal pagina's 5. Doorkiesnummer +31(0)88335 7160

Aantal pagina's 5. Doorkiesnummer +31(0)88335 7160 Memo Aan Port of Rotterdam, T.a.v. de heer P. Zivojnovic, Postbus 6622, 3002 AP ROTTERDAM Datum Van Johan Valstar, Annemieke Marsman Aantal pagina's 5 Doorkiesnummer +31(0)88335 7160 E-mail johan.valstar

Nadere informatie

INTERN MEMO. Aan: Algemeen Bestuur Van: Dagelijks Bestuur Datum: 10 november 2015 Onderwerp: Voedingsstoffen in het oppervlaktewater

INTERN MEMO. Aan: Algemeen Bestuur Van: Dagelijks Bestuur Datum: 10 november 2015 Onderwerp: Voedingsstoffen in het oppervlaktewater Intern memo INTERN MEMO Aan: Algemeen Bestuur Van: Dagelijks Bestuur Datum: 0 november 205 Onderwerp: Voedingsstoffen in het oppervlaktewater Bijlage: Bestuursnotitie wfn40342 in DB april 204 Inleiding

Nadere informatie

XIII. Samenvatting. Samenvatting

XIII. Samenvatting. Samenvatting XIII In dit werk wordt de invloed van dimethyldisulfide (DMDS) en van zeven potentiële additieven op het stoomkraken van n-hexaan onderzocht aan de hand van experimenten in een continu volkomen gemengde

Nadere informatie

Troebel water verhelderd

Troebel water verhelderd Troebel water verhelderd Ellis Penning met dank aan o.a. Maarten Ouboter, Rob Uittenbogaard, Menno Gensebergen Over meren en plassen Troebelheid vaak centrale problematiek Waar komt troebelheid vandaan?

Nadere informatie

KEURING KUNSTGRASVELDEN. Uitloging zink in het drainage water en de drainage laag.

KEURING KUNSTGRASVELDEN. Uitloging zink in het drainage water en de drainage laag. KEURING KUNSTGRASVELDEN Uitloging zink in het drainage water en de drainage laag. eindrapport Opdrachtgever / Client RecyBEM B.V. t.a.v. de heer drs. C. van Oostenrijk Postbus 418 2260 AK LEIDSCHENDAM

Nadere informatie

Exploitatie Baggerspeciedepot Hollandsch Diep

Exploitatie Baggerspeciedepot Hollandsch Diep BAGGERBEDRIJF DE BOER HOLDING B.V. Exploitatie Baggerspeciedepot Hollandsch Diep CO₂ Prestatieladder - EMVI Project 2.A.1-3.B.2-3.C.1-3.C.2 In deze rapportage staat beschreven hoe de CO₂-footprint voor

Nadere informatie

REDUCTIE HYDRAULISCHE BELASTING RWZI

REDUCTIE HYDRAULISCHE BELASTING RWZI REDUCTIE HYDRAULISCHE BELASTING RWZI Hans Korving Witteveen+Bos WAARSCHUWING Deze presentatie kan verrassende resultaten bevatten Waar gaan we het over hebben? Wat is de achtergrond? Historie en toekomst

Nadere informatie

Leg aan de hand van informatie op het etiket uit hoe de merknaam POKON tot stand is gekomen.

Leg aan de hand van informatie op het etiket uit hoe de merknaam POKON tot stand is gekomen. De fles POKON Bijna iedereen heeft thuis kamerplanten. Die geef je meestal water uit de kraan, maar één of twee keer per maand voeg je aan het gietwater ook kunstmest toe. Een veel gebruikt merk kunstmest

Nadere informatie

Afleiding van de basisvergelijking voor de constructie van een zelf-luchtaanzuigende branderkop

Afleiding van de basisvergelijking voor de constructie van een zelf-luchtaanzuigende branderkop Afleiding van de basisvergelijking voor de constructie van een zelf-luchtaanzuigende branderkop Intellectueel eigendom van: Odin verbindings technieken, Hasmi Propaan gereedschappen Auteur: P.R. van t

Nadere informatie

De verliezen van /in het systeem zijn ook het gevolg van energietransformaties!

De verliezen van /in het systeem zijn ook het gevolg van energietransformaties! Centrale Verwarmingssysteem Uitwerking van de deelvragen 1 ) Wat zijn de Energietransformaties in het systeem? De Energietransformaties die optreden in het CV-systeem zijn a. Boven de brander c.q. in de

Nadere informatie

De aardse atmosfeer. Robert Parson Associate Professor Department of Chemistry and Biochemistry University of Colorado

De aardse atmosfeer. Robert Parson Associate Professor Department of Chemistry and Biochemistry University of Colorado De aardse atmosfeer Robert Parson Associate Professor Department of Chemistry and Biochemistry University of Colorado Vertaling en tekstbewerking: Gjalt T.Prins Cdß, Universiteit Utrecht Inleiding De ozonlaag

Nadere informatie

Hoe is verbetering van het systeem mogelijk?

Hoe is verbetering van het systeem mogelijk? Hoe is verbetering van het systeem mogelijk? Z.B. Wang, J.C. Winterwerp, D.S. van Maren, A.P. Oost Deltares & Technische Universiteit Delft 18 Juni 2013 Inhoud Het probleem Sediment huishouding Voortplanting

Nadere informatie

Helder water door quaggamossel

Helder water door quaggamossel Helder water door quaggamossel Kansen en risico s Een nieuwe mosselsoort, de quaggamossel, heeft zich in een deel van de Rijnlandse wateren kunnen vestigen. De mossel filtert algen en zwevend stof uit

Nadere informatie

milieucel V.V.H.V.- Astridlaan 30-8370 BLANKENBERGE 050/42.85.23 - milieucel@vvhv.be

milieucel V.V.H.V.- Astridlaan 30-8370 BLANKENBERGE 050/42.85.23 - milieucel@vvhv.be Club: Wemmelse Vissers Datum: 15 december 2015 Staalnummer: 40/28 Weer: Bewolkt-droog Visuele vervuilingen: Geen Kleur water: Licht troebel Problemen: Lage vangsten Kwaliteitsbeoordeling vijverwater Balcaen

Nadere informatie

Een ammoniumbestendige test voor Corophium volutator volgens RIKZ/Specie-01

Een ammoniumbestendige test voor Corophium volutator volgens RIKZ/Specie-01 Een ammoniumbestendige test voor Corophium volutator volgens RIKZ/Specie-01 Toetsing van de toepasbaarheid en betrouwbaarheid van een aangepast testsysteem Een ammoniumbestendige test voor Corophium volutator

Nadere informatie

Effecten van toenemende warmte en CO 2 op het leven in zee

Effecten van toenemende warmte en CO 2 op het leven in zee Effecten van toenemende warmte en CO 2 op het leven in zee Jack Middelburg Universiteit Utrecht Darwin Centrum voor Biogeologie Netherlands Earth System Science Centre 21 Oktober 2014 KNAW Oceaan in hoge

Nadere informatie

Advies over de bodemkwaliteit van een baggergrond ter hoogte van de Scheldekop in Oudenaarde

Advies over de bodemkwaliteit van een baggergrond ter hoogte van de Scheldekop in Oudenaarde Advies over de bodemkwaliteit van een baggergrond ter hoogte van de Scheldekop in Oudenaarde Adviesnummer: INBO.A.3389 Datum advisering: 27 januari 2016 Auteur(s): Contact: Kenmerk aanvraag: Geadresseerden:

Nadere informatie

Stroomgebiedsafstemming Rijnwest. ER in combinatie met meetgegevens

Stroomgebiedsafstemming Rijnwest. ER in combinatie met meetgegevens Stroomgebiedsafstemming Rijnwest ER in combinatie met meetgegevens Stroomgebiedsafstemming Rijn-West 2 Opdrachtgever: Rijn West Begeleidingsgroep / beoordelingsgroep: Provincies, RAO, KRW-Kernteam Rijn

Nadere informatie

14. OVERZICHT VAN DE BELANGRIJKSTE BRONNEN VAN

14. OVERZICHT VAN DE BELANGRIJKSTE BRONNEN VAN 1.Inleiding 14. OVERZICHT VAN DE BELANGRIJKSTE BRONNEN VAN WATERVERONTREINIGING IN HET BRUSSELS GEWEST Het Brussels Gewest ligt voor het grootste deel in het subbekken van de Zenne. Deze waterloop en zijn

Nadere informatie

Viral Lysis of Marine Microbes in Relation to Vertical Stratification K.D.A. Mojica

Viral Lysis of Marine Microbes in Relation to Vertical Stratification K.D.A. Mojica Viral Lysis of Marine Microbes in Relation to Vertical Stratification K.D.A. Mojica Mariene micro-organismen vertegenwoordigen het grootste reservoir van organische koolstof in de oceaan en hebben een

Nadere informatie

Drinkwater een goede bron voor de levensmiddelenindustrie. VMT/EHEDG bijeenkomst Geo Bakker, 2 december 2014

Drinkwater een goede bron voor de levensmiddelenindustrie. VMT/EHEDG bijeenkomst Geo Bakker, 2 december 2014 Drinkwater een goede bron voor de levensmiddelenindustrie VMT/EHEDG bijeenkomst Geo Bakker, 2 december 2014 Wetgeving Inhoud Drinkwaterkwaliteit Drinkwaterzuivering Verandering van drinkwaterkwaliteit

Nadere informatie

Modal shift en de rule of half in de kosten-batenanalyse

Modal shift en de rule of half in de kosten-batenanalyse Modal shift en de rule of half in de kosten-batenanalyse Sytze Rienstra en Jan van Donkelaar, 15 januari 2010 Er is de laatste tijd bij de beoordeling van projecten voor de binnenvaart veel discussie over

Nadere informatie

INHOUD. Voorwoord 13. Inleiding 15 Indeling van milieuproblemen 19 Indeling van dit boek 19 Inleiding tot de Vlaamse milieuwetgeving voor bedrijven 19

INHOUD. Voorwoord 13. Inleiding 15 Indeling van milieuproblemen 19 Indeling van dit boek 19 Inleiding tot de Vlaamse milieuwetgeving voor bedrijven 19 INHOUD Voorwoord 13 Inleiding 15 Indeling van milieuproblemen 19 Indeling van dit boek 19 Inleiding tot de Vlaamse milieuwetgeving voor bedrijven 19 Deel 1. LUCHTVERONTREINIGING EN -ZUIVERING 23 1. Inleiding

Nadere informatie

Rookdichtheid en zichtlengte

Rookdichtheid en zichtlengte Rookdichtheid en zichtlengte Kennisbank Bouwfysica Auteur: Ruud van Herpen MSc. 1 Het verbrandingsproduct De verbranding van een vuurlast kan in de meest essentiële vorm worden weergegeven in de volgende

Nadere informatie

BUFFEROPLOSSINGEN. Inleiding

BUFFEROPLOSSINGEN. Inleiding BUFFEROPLOSSINGEN Inleiding Zowel in de analytische chemie als in de biochemie is het van belang de ph van een oplossing te regelen. Denk bijvoorbeeld aan een complexometrische titratie met behulp van

Nadere informatie

Vergisting van eendenmest

Vergisting van eendenmest Lettinga Associates Foundation for environmental protection and resource conservation Vergisting van eendenmest Opdrachtgever: WUR Animal Sciences Group Fridtjof de Buisonjé Datum: 3 oktober 2008 Lettinga

Nadere informatie

Tentamen Statistische Thermodynamica MS&T 27/6/08

Tentamen Statistische Thermodynamica MS&T 27/6/08 Tentamen Statistische Thermodynamica MS&T 27/6/08 Vraag 1. Toestandssom De toestandssom van een systeem is in het algemeen gegeven door de volgende uitdrukking: Z(T, V, N) = e E i/k B T. i a. Hoe is de

Nadere informatie

Beslisboom aan- en afkoppelen Aanvulling bezinkvoorzieningen voor regenwaterafvoer

Beslisboom aan- en afkoppelen Aanvulling bezinkvoorzieningen voor regenwaterafvoer Beslisboom aan- en afkoppelen Aanvulling bezinkvoorzieningen voor regenwaterafvoer Aan: gemeenten, adviseursbureaus en leveranciers Van: Werkgroep Riolering West-Nederland Datum: 28 januari 2005 Definitef

Nadere informatie

Naar een duurzaam beheer van het veenweidegebied. Piet-Jan Westendorp Aquatisch ecoloog Witteveen+Bos

Naar een duurzaam beheer van het veenweidegebied. Piet-Jan Westendorp Aquatisch ecoloog Witteveen+Bos Naar een duurzaam beheer van het veenweidegebied Piet-Jan Westendorp Aquatisch ecoloog Witteveen+Bos Inleiding Is een duurzaam beheer mogelijk? Nederland veenland Huidige toestand veenweidegebied Streefbeeld

Nadere informatie

L. Indicatieve effecten Luchtkwaliteit

L. Indicatieve effecten Luchtkwaliteit L. Indicatieve effecten Luchtkwaliteit 73 Bijlage L Indicatieve bepaling effect alternatieven N 377 op luchtkwaliteit Inleiding De provincie Overijssel is voornemens de N 377 Lichtmis Slagharen (verder

Nadere informatie

Uitdampingrisicos. S.Picone, J.Valstar

Uitdampingrisicos. S.Picone, J.Valstar Uitdampingrisicos S.Picone, J.Valstar Inhoud Conceptueel model Onderzoeksvragen en -opzet STOMP vs VOLASOIL Locaties in Utrecht Model resultaten Conclusies Implicaties voor gebiedsgerichte aanpak Conceptueel

Nadere informatie

Wijzigingsvoorstel (RfC) op Aquo-lex Wijzigen diverse definities

Wijzigingsvoorstel (RfC) op Aquo-lex Wijzigen diverse definities Wijzigingsvoorstel (RfC) op Aquo-lex Wijzigen diverse definities Auteur: IDsW> Kenmerk: W 0908-0026> Documentbeheer Wijzigingshistorie Datum Versie Auteur Wijziging 18 aug 2009 0.9 Hinne Reitsma Initieel

Nadere informatie

Dakbedekking en waterhuishouding - Hoe blauw zijn groene daken?

Dakbedekking en waterhuishouding - Hoe blauw zijn groene daken? Dakbedekking en waterhuishouding - Hoe blauw zijn groene daken? Kees Broks (STOWA), Harry van Luijtelaar (Stichting RIONED) Groene daken zijn hot, ook vanuit het oogpunt van stedelijk waterbeheer. Ze vangen

Nadere informatie

Bijlage 4: Milieu en energieprestaties: Emissies van de toekomstige rwzi Utrecht (DM 851139)

Bijlage 4: Milieu en energieprestaties: Emissies van de toekomstige rwzi Utrecht (DM 851139) Notitie HASKONINGDHV NEDERLAND B.V. WATER TECHNOLOGY Bijlage 4: Milieu en energieprestaties: Emissies van de toekomstige rwzi Utrecht (DM 851139) Aan : E. Rekswinkel, M. Boersen Van : Wim Wiegant Controle

Nadere informatie

De waterconstante en de ph

De waterconstante en de ph EVENWICHTEN BIJ PROTOLYSEREACTIES De waterconstante en de ph Water is een amfotere stof, dat wil zeggen dat het zowel zure als basische eigenschappen heeft. In zuiver water treedt daarom een reactie van

Nadere informatie

Het modelleren van een onvolkomen put met een meerlagenmodel

Het modelleren van een onvolkomen put met een meerlagenmodel Het modelleren van een onvolkomen put met een meerlagenmodel Mark Bakker i Een onvolkomen put kan gemodelleerd worden met een meerlagenmodel door het watervoerend pakket op te delen in drie lagen gescheiden

Nadere informatie

Randvoorwaarden voor mariene bioassays Een overzicht van beschikbare data. door: J.F. Postma AquaSense B.V.

Randvoorwaarden voor mariene bioassays Een overzicht van beschikbare data. door: J.F. Postma AquaSense B.V. Randvoorwaarden voor mariene bioassays Een overzicht van beschikbare data door: J.F. Postma AquaSense B.V. 1. Inleiding Om negatieve effecten, waargenomen in bioassays, op waarde te kunnen schatten is

Nadere informatie

Review CO 2 -studie ZOAB Rasenberg

Review CO 2 -studie ZOAB Rasenberg Review CO 2 -studie ZOAB Rasenberg Notitie Delft, maart 2011 Opgesteld door: M.N. (Maartje) Sevenster M.E. (Marieke) Head 2 Maart 2011 2.403.1 Review CO 2 -studie ZOAB Rasenberg 1 Inleiding Binnen de prestatieladder

Nadere informatie

Projectteam Overnachtingshaven Lobith. Uitgangspuntennotitie effectstudies MIRT 3 Overnachtingshaven Lobith. stikstofdepositie

Projectteam Overnachtingshaven Lobith. Uitgangspuntennotitie effectstudies MIRT 3 Overnachtingshaven Lobith. stikstofdepositie Projectteam Overnachtingshaven Lobith Uitgangspuntennotitie effectstudies MIRT 3 Overnachtingshaven Lobith stikstofdepositie INHOUDSOPGAVE blz. 1. KADERS 1 1.1. Wettelijk kader 1 1.2. Beleidskader 1

Nadere informatie

Hoe een Beweegbare vloer Waterhygiëne beïnvloedt

Hoe een Beweegbare vloer Waterhygiëne beïnvloedt Hoe een Beweegbare vloer Waterhygiëne beïnvloedt Water Hygiëne Aanbevolen voorkennis Water Hygiëne is belangrijk in Openbare baden, en ontzettend belangrijk in Therapiebaden. In onze aparte presentatie

Nadere informatie

NO, NO2 en NOx in de buitenlucht. Michiel Roemer

NO, NO2 en NOx in de buitenlucht. Michiel Roemer NO, NO2 en NOx in de buitenlucht Michiel Roemer Inhoudsopgave Wat zijn NO, NO2 en NOx? Waar komt het vandaan? Welke bronnen dragen bij? Wat zijn de concentraties in de buitenlucht? Maatregelen Wat is NO2?

Nadere informatie

Benut de rooicapaciteit en

Benut de rooicapaciteit en F.G.J. Tijink Voorkom verdichting van de ondergrond Benut de rooicapaciteit en Tijdens de bietenoogst is er een verhoogde kans op verdichting van de ondergrond. Problemen zijn te voorkomen door zuinig

Nadere informatie

Producten en Diensten. Versie: 2016-2

Producten en Diensten. Versie: 2016-2 Producten en Diensten Versie: 2016-2 Inhoudsopgave 1 Toelichting 3 2 Oppervlaktewater 4 2.1 Monsterneming 4 2.2 Veldmetingen 4 2.3 Chemisch onderzoek 5 2.4 Continue metingen on-site 6 2.5 Bacteriologisch

Nadere informatie

Deelproject 4: Aanzet tot kwaliteitscriteria voor baggerspecie, afgeleid van risicogrenzen voor stoffen in het watersysteem

Deelproject 4: Aanzet tot kwaliteitscriteria voor baggerspecie, afgeleid van risicogrenzen voor stoffen in het watersysteem Adviesbureau voor water en milieu Storten van baggerspecie in putdepots Deelproject 4: Aanzet tot kwaliteitscriteria voor baggerspecie, afgeleid van risicogrenzen voor stoffen in het watersysteem 27 November

Nadere informatie

Oefenopgaven CHEMISCHE INDUSTRIE

Oefenopgaven CHEMISCHE INDUSTRIE Oefenopgaven CEMISCE INDUSTRIE havo OPGAVE 1 Een bereidingswijze van fosfor, P 4, kan men als volgt weergeven: Ca 3 (PO 4 ) 2 + SiO 2 + C P 4 + CO + CaSiO 3 01 Neem bovenstaande reactievergelijking over

Nadere informatie

Uitgangspunten depositieberekeningen

Uitgangspunten depositieberekeningen Passende Beoordeling Verruiming Vaarweg Eemshaven Noordzee 3 december 2013 Bijlage E. Uitgangspunten depositieberekeningen 177 van 181 Passende Beoordeling Verruiming Vaarweg Eemshaven Noordzee 3 december

Nadere informatie

TCB S45(2007) Den Haag, 19 juli 2007

TCB S45(2007) Den Haag, 19 juli 2007 Aan De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer Postbus 30945 2500 GX Den Haag TCB S45(2007) Den Haag, 19 juli 2007 Betreft: Advies Normstelling MTBE Mevrouw de Minister, In

Nadere informatie

4. Wanneer zal de woningbehoefte even hard groeien als de woningvoorraad? Antwoord. Na 6 jaar.

4. Wanneer zal de woningbehoefte even hard groeien als de woningvoorraad? Antwoord. Na 6 jaar. Onderwerpen Onderwerp 1. Ruimtelijke ordening In een gemeente met 30 000 inwoners staan 10 000 woningen. De gemeente schat dat het gemiddeld aantal bewoners per woning gelijk blijft aan drie, en bouwt

Nadere informatie

Samen werken aan waterkwaliteit. Voor schoon, voldoende en veilig water

Samen werken aan waterkwaliteit. Voor schoon, voldoende en veilig water Samen werken aan waterkwaliteit Voor schoon, voldoende en veilig water D D Maatregelenkaart KRW E E N Z D E Leeuwarden Groningen E E W A IJSSELMEER Z Alkmaar KETELMEER ZWARTE WATER MARKER MEER NOORDZEEKANAAL

Nadere informatie

OPLEGNOTITIE OVER GEVOLGEN VAN HET ONTWERPBESLUIT VAN HET KABINET OP AARDBEVINGEN

OPLEGNOTITIE OVER GEVOLGEN VAN HET ONTWERPBESLUIT VAN HET KABINET OP AARDBEVINGEN OPLEGNOTITIE OVER GEVOLGEN VAN HET ONTWERPBESLUIT VAN HET KABINET OP AARDBEVINGEN AANLEIDING Op vrijdag 17 januari 214 heeft NAM op vijf productielocaties rond de productie zoveel mogelijk teruggebracht.

Nadere informatie

10 Materie en warmte. Onderwerpen. 3.2 Temperatuur en warmte.

10 Materie en warmte. Onderwerpen. 3.2 Temperatuur en warmte. 1 Materie en warmte Onderwerpen - Temperatuur en warmte. - Verschillende temperatuurschalen - Berekening hoeveelheid warmte t.o.v. bepaalde temperatuur. - Thermische geleidbaarheid van een stof. - Warmteweerstand

Nadere informatie

Stikstofdepositie berekeningen Bijlandse Waard

Stikstofdepositie berekeningen Bijlandse Waard Stikstofdepositie berekeningen Bijlandse Waard Datum: 20 februari 2013 Project: MER Bijlandse Waard - Onderdeel stikstofdepositie Uw kenmerk: - Locatie: Tolkamer Ons kenmerk: V085779ab.00001.djs Betreft:

Nadere informatie

Ternperatuurverdeling Botlek en le, 2e en 3e Petroleumhaven. ( definitieve versie maart 1979) Ir. H.W. Brunsveld van Hulten Fysische Afdeling

Ternperatuurverdeling Botlek en le, 2e en 3e Petroleumhaven. ( definitieve versie maart 1979) Ir. H.W. Brunsveld van Hulten Fysische Afdeling ' l ~ ~ ~ ~ ~' i. nleiding 2. Doelstelling van het onderzoek 3. Resultaten 4. Conclusies Literatuur directie waterhuishouding en waterbeweging A; L,~'~,, Rapport 04 78-bA RSWS 8 Ternperatuurverdeling Botlek

Nadere informatie

Samenvatting Vrij vertaald luidt de titel van dit proefschrift: "Ladingstransport in dunne- lm transistoren gebaseerd op geordende organische halfgeleiders". Alvorens in te gaan op de specieke resultaten

Nadere informatie

RWZI s-hertogenbosch - renovatie

RWZI s-hertogenbosch - renovatie Rapport datum: 17 juli 2015 RWZI s-hertogenbosch - renovatie MER oplegnotitie Gegund ontwerp & Groen gas project Aanvullingen Projectnummer 7341.09.08 Rapport titel : Project nummer : 7341.09.08 Rapport

Nadere informatie

Norbert Dankers, Kees Kersting, Michel Binsbergen en Koos Zegers

Norbert Dankers, Kees Kersting, Michel Binsbergen en Koos Zegers 42 bi f A y K ^ s e c iu M /) ZUURSTOFGEHALTEN BOVEN EEN MOSSELBANK BIJ DOORSTROMEND EN STILSTAAND WATER Norbert Dankers, Kees Kersting, Michel Binsbergen en Koos Zegers RIN-rapport 84/9 Rijksinstituut

Nadere informatie

OEFENTOETS Zuren en basen 5 VWO

OEFENTOETS Zuren en basen 5 VWO OEFENTOETS Zuren en basen 5 VWO Gesloten vragen 1. Carolien wil de zuurgraad van een oplossing onderzoeken met twee verschillende zuur-baseindicatoren en neemt hierbij het volgende waar: I de oplossing

Nadere informatie

38,6. CO 2 (ton/jr) 2014

38,6. CO 2 (ton/jr) 2014 Carbon footprint Op basis van de diverse soorten CO 2 -emissies is de totale CO 2 -emissie van Den Ouden Groep berekend. 9,8 38,6 51,6 Diesel personenwagens Diesel combo's en busjes Hybride personen wagens

Nadere informatie

Aardgaskwaliteit en het meten van NOx-emissies

Aardgaskwaliteit en het meten van NOx-emissies Aan PKL-leden Rijkswaterstaat Water, Verkeer en Leefomgeving NL Milieu en Leefomgeving Prinses Beatrixlaan 2 2595 AL Den Haag Postbus 93144 2509 AC Den Haag www.rijkswaterstaat.nl Contactpersoon Wim Burgers

Nadere informatie

SETL dag verslag 11/01/2015. Meer info: www.projectbaselinebelgium.be www.projectbaseline.org http://pbdashboard.apphb.com www.facebook.

SETL dag verslag 11/01/2015. Meer info: www.projectbaselinebelgium.be www.projectbaseline.org http://pbdashboard.apphb.com www.facebook. Meer info: www.projectbaselinebelgium.be www.projectbaseline.org http://pbdashboard.apphb.com www.facebook.com/muisbroek De SETL dag viel samen met de Nieuwjaarsduik van GUE-BE. We hadden een massaal aantal

Nadere informatie

Emissie van lood door de sportvisserij in zoete en zoute wateren

Emissie van lood door de sportvisserij in zoete en zoute wateren Emissieschattingen Diffuse bronnen EmissieRegistratie Emissie van lood door de sportvisserij in zoete en zoute wateren Versie mei 2015 In opdracht van RIJKSWATERSTAAT-WVL Uitgevoerd door DELTARES Emissie

Nadere informatie

Open en gesloten WKO systemen. Open systemen

Open en gesloten WKO systemen. Open systemen Open en gesloten WKO systemen Open systemen Een kenmerk van open systemen is dat er grondwater onttrokken en geïnfiltreerd wordt. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen doubletsystemen, monobronsystemen

Nadere informatie

SAMEN ME VAT A T T I T N I G

SAMEN ME VAT A T T I T N I G SAMENVATTING 186 Inleiding Het renine-angiotensine-aldosteron-systeem (RAAS) is een hormonaal systeem dat in belangrijke mate betrokken is bij de regulatie van bloeddruk en nierfunctie. Het RAAS is een

Nadere informatie

SEMESTER 1, BLOK B SIMULATIE

SEMESTER 1, BLOK B SIMULATIE INLEIDING In deze workshop gaan we met behulp van Excel een simulatie uitvoeren die betrekking heeft op chemische omzettingen en het schoonspoelen van een reactorsysteem. We bekijken dan wat er gebeurt

Nadere informatie

Zoutafleiding Bijlage bij de RWS Standaard

Zoutafleiding Bijlage bij de RWS Standaard Zoutafleiding Bijlage bij de RWS Standaard In opdracht van: Project: Ministerie van Verkeer Waterstaat Directoraat-Geraal Rijkswaterstaat Rijkswaterstaat Meetnet Infrastructuur (RMI) Versie: 1.0 November

Nadere informatie

Vernatten en akkerbouw? Olga Clevering (Praktijkonderzoek Plant en Omgeving) Bram de Vos en Francisca Sival (Alterra)

Vernatten en akkerbouw? Olga Clevering (Praktijkonderzoek Plant en Omgeving) Bram de Vos en Francisca Sival (Alterra) Vernatten en akkerbouw? Olga Clevering (Praktijkonderzoek Plant en Omgeving) Bram de Vos en Francisca Sival (Alterra) Inhoud Vormen van vernatten Modelberekeningen Veldexperimenten Conclusies en discussie

Nadere informatie

Veel gestelde vragen resultaten onderzoek expertpanel waterstofsulfidegas (H 2 S-gas)

Veel gestelde vragen resultaten onderzoek expertpanel waterstofsulfidegas (H 2 S-gas) Veel gestelde vragen resultaten onderzoek expertpanel waterstofsulfidegas (H 2 S-gas) Wat was de aanleiding voor het onderzoek? Aanleiding voor het onderzoek is het gegeven dat op sommige plaatsen in de

Nadere informatie