Evaluatie Elektriciteits- en Gaswet: Energie-Nederland pleit voor vereenvoudiging en algehele aanpassing energiewetgeving

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Evaluatie Elektriciteits- en Gaswet: Energie-Nederland pleit voor vereenvoudiging en algehele aanpassing energiewetgeving"

Transcriptie

1 Position Paper Vereniging Energie-Nederland Evaluatie Elektriciteits- en Gaswet: Energie-Nederland pleit voor vereenvoudiging en algehele aanpassing energiewetgeving Energie-Nederland ziet alle aanleiding de Elektriciteits- en Gaswet integraal aan te passen, nu evaluatie door de Nederlandse Mededingingsautoriteit plaatsvindt. Doordat de wetgeving na de inwerkingtreding de afgelopen 10 jaar vele malen is aangepast en uitgebreid, is deze op veel punten niet consistent meer. Bovendien sluit de wetgeving niet goed aan bij de nieuw ontwikkelde Europese inzichten. Energie-Nederland ziet goede mogelijkheden de wetgeving te vereenvoudigen en doet daarvoor een aantal suggesties. Doel evaluatie: deregulering, dejuridisering en minder administratieve lasten Op 1 juli 2011 heeft de NMa het Consultatiedocument Evaluatie Elektriciteits- en Gaswet gepubliceerd. Energie-Nederland is een van de organisaties die gevraagd is inbreng te leveren aan de evaluatie. De NMa heeft vier kernbegrippen gedefinieerd en als leidraad gebruikt om de Elektriciteits-en Gaswet te evalueren. Deze vier kernbegrippen zijn: 1. Deregulering: het vereenvoudigen en verminderen van regels, 2. Dejuridisering: het vereenvoudigen van juridische procedures in en op basis van de wetten en het verminderen van het aantal besluitmomenten, 3. Het verminderen van uitvoerings- en toezichtslasten (minder druk op het overheidsapparaat) en 4. Het verminderen van administratieve lasten en inhoudelijke nalevingskosten bij de sector. Energie-Nederland onderschrijft de evaluatie aan de hand van deze leidraad van harte. Focus verschuift naar Europa Energie-Nederland wijst erop dat de markt zich positief ontwikkelt. Zo is de liberalisering een feit, blijft het percentage consumenten dat overstapt stijgen en neemt de concurrentie op de afzonderlijke markten toe. Nu in Nederland en de andere EU-lidstaten een basis is gelegd voor een geliberaliseerde energiemarkt verschuift de focus steeds meer naar een goed werkende Europese markt. Zo zijn er de afgelopen jaren diverse Europese richtlijnen geïmplementeerd en hebben diverse Europese verordeningen hun rechtstreekse invloed laten gelden. De Elektriciteitswet en de Gaswet zijn de afgelopen jaren daardoor vele malen gewijzigd. Dit heeft er toe geleid, dat deze beide wetten niet overal meer even consistent zijn en niet overal even goed aansluiten bij de (herziene) Europese formuleringen en inzichten. Ook zouden de verschillende ontwikkelingen naar de mening van Energie-Nederland tot een verdere deregulering en dejuridisering kunnen leiden.

2 Integrale aanpassing Energie-Nederland pleit daarom voor een integrale aanpassing van de wetgeving. Daarbij kunnen algemene bepalingen, die in algemene wetten zijn vastgelegd uit de sectorspecifieke wetgeving geschrapt worden en kan worden volstaan met een verwijzing. Bijvoorbeeld de regels rondom consumentenbescherming. Ook kan de opzet van de beide wetten aangepast worden aan de veranderende omgeving en kunnen inconsistenties hersteld worden. Tot slot kan volledig worden aangesloten bij de Europese regelingen. Kernbegrippen ook hanteren op Europees niveau Zoals eerder gemeld: Energie-Nederland steunt de evaluatie van de Nederlandse wetgeving aan de hand van de vier genoemde kernbegrippen van harte. Ook op Europees niveau kunnen deze kernbegrippen hun nut bewijzen. Energie-Nederland beschouwt deze als de nationale intenties voor de energiewetgeving. De Nederlandse regering en de NMa kunnen deze kernbegrippen ook hanteren bij het opstellen van regelgeving op Europees niveau in de Europese Raad, de Europese Commissie, en de samenwerkingsverbanden van Europese toezichthouders (ACER en CEER). Dat biedt de beste waarborg dat de implementatie van Europese regels aansluit bij deze kernbegrippen. Bijlage: Reactie Energie-Nederland Evaluatie Elektriciteits- en Gaswet, zaaknummer Pagina 2/2 september 2011

3 Reactie Energie-Nederland Evaluatie Elektriciteits- en Gaswet, zaaknummer Algemene vragen over het evaluatiekader (hoofdstuk 2) Vraag 1: Welke twee kernbegrippen verdienen wat u betreft de meeste aandacht bij deze wetsevaluatie, en om welke reden? De NMa verzoekt om in uw antwoord duidelijk een voorkeur aan te geven indien deze kernbegrippen in de praktijk een tegengestelde uitwerking hebben. Ons inziens verdienen de meeste aandacht: deregulering/ruimte voor marktwerking, administratieve lasten en de inhoudelijke nalevingskosten. Energie-Nederland constateert een (toenemen de) wens vanuit de Europese Unie, het ministerie en het parlement om de geliberaliseerde markt te beïnvloeden. Voorbeelden hiervan zijn de prijs(vangnet)regulering, toename aan consumentenbeschermingsbepalingen en verscherpt toezicht, (indirecte) beïnvloeding van de brandstofmix, de kostenverdeling van congestiemanagement en het modelcontract. Dit soort interventies kunnen onverwachte en/of niet te beheersen commerciële risico s tot gevolg hebben en beïnvloeden het functioneren van de markt in negatieve zin. Daarnaast vergen ze veelal ook aanpassingen van de IT-systemen, hetgeen een grote druk legt op de bedrijfsvoering van de bedrijven. Wij zijn van mening dat de geliberaliseerde energiemarkt beter functioneert met een helder ex -post toezicht dan een veelheid aan (gedetailleerde)regels waarmee getracht wordt de markt ex-ante te sturen. De toenemende regulering gaat namelijk steeds meer ten koste van de marktwerking. Er dient een betere balans gevonden te worden tussen consumentenbescherming en marktwerking en in dat opzicht pleiten wij voor deregulering. Administratieve lasten en inhoudelijke nalevingskosten zijn voor ons praktisch identieke begrippen aangezien deze beide leiden tot hogere administratieve lasten. Zie ook ons antwoord bij vraag 3. Vraag 2: Welke twee onderwerpen, zoals genoemd in randnummer 16, verdienen wat u betreft de meeste aandacht bij deze wetsevaluatie, en om welke reden? 1. De totstandkoming van de Codes (inclusief tariefreguleringssysteem) vergt ten gevolge van de hoge doorlooptijden bij de NMa erg veel tijd hetgeen leidt tot onduidelijkheid bij marktpartijen. Het komt herhaaldelijk voor dat bepaalde codewijzigingsvoorstellen die door het Gebruikersplatform (GEN) behandeld zijn om onbekende redenen niet door de NMa vastgesteld worden. Een veelvoorkomend probleem is dan ook dat bepaalde codewijzigingsvoorstellen naast wijzigingen van de bestaande codeteksten, ook wijzigingen op nog niet door de NMa vastgestelde voorstellen (een opeenstapeling van wijzigingen op wijzigingen) bevatten. Een ander probleem is dat niet (altijd) duidelijk is wat er gebeurt met het door marktpartijen in het GEN gegeven commentaar. Afgesproken is dat het commentaar wordt opgenomen in een matrix waarin per onderdeel door de gezamenlijke netbeheerders gemotiveerd wordt aangegeven of dit wel of niet tot aanpassingen in het voorstel heeft geleid. Deze commentarenmatrix ontbreekt veelal.

4 Hierdoor bestaat onduidelijkheid bij de overige marktpartijen of zij genoodzaakt zullen worden bezwaar of wellicht beroep aan te tekenen tegen de uiteindelijk vastgestelde codetekst met de daarbij horende langdurige onzekerheid wat de uitkomst daarvan zal zijn. Codewijzigingsvoorstellen kunnen alleen door de gezamenlijke netbeheerders (of uitsluitend ingeval van de Informatiecode door NEDU) worden ingediend. De inbreng van overige marktpartijen is daarbij beperkt tot het GEN en de juridische procedure bij de NMa. De veranderingen in de markt (o.a. leveranciersmodel, slimme meters, decentrale opwekking, etc.) en in de regelgeving leggen steeds meer verantwoordelijkheden bij de marktpartijen. Om die reden achten wij het noodzakelijk de overige marktpartijen een grotere rol te geven bij het tot stand komen van (nieuwe) codes. Met de Informatiecode is een eerste stap in die richting gezet. Energie-Nederland dringt er daarom op aan dat de marktpartijen initiatiefrecht wordt gegeven bij nationale codes. Dit kan leiden tot dejuridisering en verlaging van de uitvoeringslasten door snellere implementatie. Bovendien zal dit leiden tot vermindering van het aantal juridische procedures tussen de overheid en marktpartijen. Het derde pakket bevat vele voorschriften met betrekking tot de totstandkoming van Europese codes. Ook in consultatie van marktpartijen is voorzien. Anders echter dan het geval is bij de Nederlandse codes ontbreekt een geformaliseerd overlegplatform. Energi e-nederland acht het wenselijk dat de NMa en EL&I marktpartijen ook over voorgenomen Europese codes zullen consulteren. 2. Sectorspecifieke regels: met het oog op de samenvoeging van de Consumentenautoriteit, OPTA en NMa dient een heroverweging plaats te vinden of de consumentenbeschermingsbepalingen zoals deze nu zijn opgenomen in de Elektriciteits- en Gaswet en onderliggende regelgeving hierin juist zijn belegd. Immers de Consumentenautoriteit heeft een breder spectrum dan slechts de energiesector in haar portefeuille en dient principieel op basis van wetgeving op grond waarvan zij specifiek bevoegd is toezicht te houden. De huidige structuur waarbij zowel de Energiekamer als de Consumentenautoriteit een bevoegdheid hebben ten aanzien van consumentenbescherming is wat ons betreft onjuist. Een juiste verdeling van bevoegdheden conform de structuur zoals neergelegd in Europese regelgeving zou zijn dat de Energiekamer zich meer richt op haar primaire taak om de marktwerking te bevorderen.dat betekent dat de Energiekamer zich meer richt op de processen van vergunninghouders, waarin de eisen van de Elektriciteits- en Gaswet en onderliggende regelgeving dienen te zijn geborgd, in plaats van toezicht te houden op de inhoud. Ervan uitgaande dat de processen voldoen, zou de Consumentenautoriteit, althans de daarvoor nieuw op te richten Kamer als onderdeel van het ZBO NMa, vanuit de eigen verantwoordelijkheid met betrekking tot consumentenbescherming slechts bij structurele klachten tot nader onderzoek/handhaving hoeven over te gaan. Dit faciliteert tevens een meer efficiënte wijze van toezicht conform de doelstelling van deze evaluatie. Zie ook het antwoord bij vraag 5 en vraag 35. Pagina 2 van 22

5 Vraag 3: Welke drie concrete bepalingen in wet- en regelgeving zorgen voor de hoogste administratieve lasten en inhoudelijke nalevingskosten voor uw organisatie? Artikel 95m Elektriciteitswet en artikel 52b Gaswet. Het toezicht op deze bepalingen is, zoals beschreven onder vraag 2, ons inziens geen specifieke taak van de NMa maar van de Consumentenautoriteit. De hoeveelheid aan onderliggende regelgeving 1, de toezichttrajecten van de Energiekamer alsmede de discussies over de wetsinterpretatie van de betreffende artikelen leiden tot een grote administratielast en hoge kosten. Daarnaast wordt door deze bepaling de concurrentieruimte tussen vergunninghouders beperkt. Leveranciers hebben nog nauwelijks de mogelijkheid om zich te onderscheiden van anderen. Ook de keuzevrijheid van de consumenten wordt hierdoor beperkt. Hij kan niet kiezen voor een product met een hogere prijs, waarbij een hoger serviceniveau wordt geleverd of voor een product met een lagere prijs met een lager serviceniveau. In feite verkopen alle leveranciers eenheidsworst. Dit laatste geldt tevens voor artikel 95b Elektriciteitswet en artikel 44 Gaswet op basis waarvan de NMa toezicht houdt op de leveringstarieven en voorwaarden. Wij zijn van mening dat er ernstige juridische bezwaren bestaan tegen de wijze waarop de NMa toezicht houdt op de leveringstarieven. Met name vanwege het ontbreken van een kader of fundament voor de discretionaire ruimte van de NMa voor het bepalen van de redelijkheid van de tarieven (en dit geldt ook voor het bepalen van de redelijkheid van de voorwaarden) is de bestaande wijze van prijsregulering niet transparant. Een overheidsingrijpen als dit dient minimaal gemotiveerd te worden. Dit is immers een van de grondbeginselen van onze rechtsstaat en is overigens ook vereist op grond van de Europese Elektriciteits- en Gasrichtlijnen. De termijnen die de NMa hanteert bij het toezicht op leveringstarieven zijn extreem lang. Het is inmiddels standaardpraktijk dat een leveringstarief nog niet is goedgekeurd door de N Ma op het moment dat het door de leverancier al wel wordt toegepast. De bepalingen van artikel 95 lid k en l van de Elektriciteitswet (stroometiket) leiden tot aanzienlijke nalevingskosten. Vraag 4: Welke drie concrete toezichtsactiviteiten van de NMa zorgen voor de hoogste administratieve lasten voor uw organisatie? Zie het antwoord bij vraag 3. In het kader van een effectief toezicht is voorts van belang de tijd tussen start en afronding van een onderzoek van de NMa zo kort mogelijk te houden. Bedrijven kunnen dan hun processen naar aanleiding 1 De Richtsnoeren NMa Informatieverstrekking bijvoorbeeld regelt tot in detail per saleskanaal welke informatie bij de verschillende processtappen in het contracteringsproces verstrekt moet worden aan de consument. Veel van deze informatie is voor de consument niet van toegevoegde waarde voor zijn beslissing om gas of elektriciteit te contracteren. Per saleskanaal worden verschillende eisen gesteld aan de informatieverstrekking wat vervolgens onduidelijkheid bij de consument en hoge nalevingskosten bij de leverancier met zich meebrengt. Pagina 3 van 22

6 van audits snel en adequaat bijsturen. Het is in het belang van het functioneren van de sector dat de bedrijven sneller en duidelijker dan nu terugkoppeling krijgen, temeer omdat bedrijven niet de beschikking krijgen over de ingediende klachten naar aanleiding waarvan een onderzoek wordt gestart. Vraag 5: Welke concrete knelpunten ervaart u, die niet gedekt worden door de genoemde kernbegrippen en evaluatieonderwerpen? Welke concrete oplossingen ziet u hiervoor? Toezicht op naleving van implementatie Europese regelgeving. De implementatie van Europese regelgeving neemt in toenemende mate een belangrijkere plaats in op het gebied van marktontwikkeling. Het zwaartepunt is zich aan het verplaatsen van nationale naar Europese regelgeving, waarbij het aan de overheid is om implementatie en toezicht adequaat en efficiënt in te richten. Ook de rol van de NMa in het toezicht op de naleving van Europese regelgeving (bijvoorbeeld in het kader van marktontwerp, CBIT of transparantieregelgeving) is van toenemend belang geworden. De Nederlandse energiemarkt is gebaat bij een geharmoniseerde en vlotte implementatie; het is aan de NMa om dit te waarborgen en hier effectief op toe te zien. Enkele nadere voorbeelden: - Sinds 1 januari 2008 zijn de landelijke netbeheerders in Europa verplicht 2 om handel van grenscapaciteit op de dag van productie (cross border intraday trading: CBIT) te faciliteren. De systemen die handel mogelijk moeten maken verschillen vaak teveel van elkaar om efficiënte import en export mogelijk te maken. Zo hebben we alleen al in Nederland op de Belgische grens een ander systeem dan op de Duitse grens, terwijl er tussen Noorwegen en Nederland via de NorNed-kabel nog niet eens intraday-handel plaats kan vinden. Het heeft overigens enkele jaren geduurd voordat TenneT voldeed aan de eis om CBIT te faciliteren. 3 Harmonisatie met het buitenland, in dit geval voor het systeem van CBIT, biedt hiervoor een oplossing. Hierdoor verbetert de marktwerking wat positieve effecten voor afnemers en handelaren zal hebben. - De dreiging van regelgeving die de werking van de internationale groothandelsmarkt verstoort creëert grote onzekerheid. Dit heeft impact op investeringsbeslissingen. Bij het maken van beleid dienen ook de omstandigheden in omringende landen in ogenschouw te worden genomen, om de markt optimaal te laten functioneren. Wat bijvoorbeeld het LUP betreft, moet de randvoorwaarde zijn: een level playing field in Europa qua kostenverdeling voor elektriciteitstransport. Dit komt de marktwerking ten goede. De kring van verbruikers die beschermd wordt ingeval van faillissement van een leverancier dient bij gas en bij elektriciteit zoveel mogelijk samen te vallen. Daarom heeft Energie-Nederland in haar bezwaar op codewijziging balanceringsregime en nieuw marktmodel gas (zaaknummer _3/9, 2 REGULATION (EC) No. 1228/2003. Conditions for access to the network for cross-border exchanges in electricity. 3 Wij verwijzen tevens naar het handhavingsverzoek van EnergieNed (kenmerk E d.d. 29 oktober 2009). Pagina 4 van 22

7 d.d. 1 april met kenmerk E ) het voorstel gedaan om de genoemde capaciteit in artikel van de Transportvoorwaarden gas LNB te vervangen door 500 m3 (n;35,17) per uur in plaats van m3 (n;35,17) per uur. Hiermee wordt recht gedaan aan de doelstelling van de regeling namelijk het beschermen van consumenten en de kleinere zakelijke verbruikers en wordt tevens aangesloten bij de grens die geldt voor elektriciteit. Ingevolge het Besluit Leveringszekerheid Gaswet levert GTS gas aan kleinverbruikers in zoverre het verbruik veroorzaakt wordt door een gemiddelde effectieve etmaaltemperatuur van min 9 graden Celsius of lager. GTS moet in dit kader voorzieningen treffen om aan de gasbehoefte te kunnen voldoen tot een gemiddelde effectieve etmaaltemperatuur van min 17 graden Celsius, een situatie die statistisch slechts eens per 50 jaar optreedt. De Europese Richtlijn schrijft een leveringsnorm voor die uitgaat van een situatie die statistisch slechts eens per 20 jaar voorkomt. De vraag die opkomt is: is Nederland te streng of de EU niet streng genoeg? Relevant is om te vernemen wat de kosten en baten van deze regeling zijn. De NMa heeft in een brief van 25 januari 2011 over de Uitvoerbaarheids- en handhaafbaarheidtoets inzake wijziging Gaswet in verband met uitvoering leveringszekerheid (kenmerk /3.B1089) een soortgelijke vraag gesteld aan het ministerie van EL&I. Energie-Nederland dringt er op aan dat een kosten/baten -studie op korte termijn wordt uitgevoerd en dat marktpartijen daarbij worden geconsulteerd. Naast de leveringsnorm zelf zou ook de rolverdeling tussen leveranciers en programmaverantwoordelijken alsmede de kostentransparantie onderdeel moeten zijn van de studie. Toezicht op contracten/afspraken en kruissubsidie tussen gereguleerde entiteiten en commerciële entiteiten binnen TSO en DSO moederbedrijven. Het toezicht op dergelijke contracten staat niet expliciet beschreven in de wet en heeft, naar het ons voorkomt, momenteel geen prioriteit bij de NMa. Daarnaast bestaat onduidelijkheid in hoeverre commerciële activiteiten van deze netwerkbedrijven gefinancierd worden vanuit gereguleerde niet-commerciële activiteiten, waarmee het gelijke speelveld op de markt zou worden verstoord. Voorbeelden zijn: o binnen TenneT (contracten tussen TenneT TSO en BritNed); o binnen Gasunie (contracten tussen GTS en Gasunie Zuidwending); o decentrale opwek en biogasproductie door regionale netwerkbedrijven; o rol van regionale netbeheerders bij nieuwe (commerciële) activiteiten zoals smart energy en laadpunt/-diensten voor elektrisch vervoer Er lijkt een ontwikkeling gaande, zowel Europees als nationaal, om de uitvoering van publieke doelen, die invloed hebben op de relatie leverancier/klant 'op te dragen' aan de netbeheerders, omdat deze meer als een verlengde arm van de overheid kunnen worden beschouwd en de kosten ook eenvoudiger kunnen worden doorgeleid naar burgers, terwijl zij daarmee op een terrein kunnen komen dat niet tot de taken van de netbeheerders beho ort. Destijds is zeer weloverwogen ingevoerd dat er onafhankelijke netbeheerders moesten komen die, geheel Pagina 5 van 22

8 onafhankelijk van de productie en levering van energie en exclusief, zorgdragen voor het beheer van netten en transport/distributie van gas en elektriciteit in Nederland (een wettelijk verklaarde monopolistische publieke taak). Dit om de energiemarkt te ondersteunen (en niet te verstoren) en om de kosten voor de consument zo laag mogelijk te houden. Kennelijk borgen de Elektriciteits- en Gaswet onvoldoende dat de netbeheerders zich uitsluitend met deze activiteiten bezighouden en geen andere kostenveroorzakende en risicovolle activiteiten in binnen- en buitenland ondernemen. Wij vinden dit een belangrijk aandachtspunt voor de overheid gezien de grote ontwikkelingen die op de energiesector afkomen, zoals de smart grids en het elektrisch vervoer. Rol toezichthouders Naar onze mening dienen toezichthouders op de markt zich te beperken tot hun wettelijke taken. e NMa heeft, ingegeven door Europese regelgeving, als primaire wettelijke taak de marktwerking in de energiesector te bevorderen (artikel 5 lid 2 E-wet). Vanuit die taak dient de NMa zich bezig te houden met (dienstverlenings- en wervings) processen (randvoorwaarden voor toetreders, leveringszekerheid e.d.) en kan zij beoordelen of deze de consument adequaat beschermen. De NMa zou ons inziens meer toezicht moeten houden op het proces in plaats van de uitkomst. De consumentenbescherming is in Nederland specifiek belegd bij een daartoe opgerichte entiteit, de Consumentenautoriteit. De Consumentenautoriteit dient te acteren bij structurele klachten die erop wijzen dat de consumentenbescherming in het geding is en dient te handelen vanuit de optiek van de perceptie van de consument. De vervaging van de rollen van de toezichthouders blijkt uit toezicht en handhaving door de NMa met als voornaamste parameter de perceptie van de consument volgend uit artikel 95m Elektriciteitswet en artikel 52b Gaswet en gelijktijdige procedures ten aanzien van dezelfde gedraging door de Consumentenautoriteit. De focus van de toezichthouders is vaak breder dan hun wettelijke taak tot toezicht op processen en eventuele incidenten, waarbij zij zich ook steeds meer richten op wat de leverancier op de markt aanbiedt en tegen welke condities (de uitkomst van de processen). Dit gaat ten koste van de heterogeniteit van de markt, wat concurrentie en marktwerking belemmert. Daarbij dient strikter te worden vastgehouden aan de voorwaarden voor overheidsingrijpen. Ingrijpen door een toezichthouder in de markt kan marktverstorende effecten hebben en is daarom aan strikte voorwaarden gebonden. Dit is onder meer verwoord en bevestigd door het Europese Hof van Justitie 4, de Europese Commissie en ERGEG. De voorwaarden waaraan overheidsingrijpen dient te voldoen zijn: gerechtvaardigd zijn wegens het algemeen economisch belang, het evenredigheidsbeginsel in acht nemend, duidelijk gedefinieerd, transparant, niet discriminerend en controleerbaar zijn en gelijke toegang voor energiebedrijven tot nationale verbruikers garanderen. Wij zijn van mening dat deze overwegingen nadrukkelijker dan voorheen betrokken moeten worden om een goede balans tussen marktwerking en consumentenbescherming te bewerkstelligen. 4 EG, 20 april 2010, Zaak C-265/08 Pagina 6 van 22

9 De door de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie aangekondigde plannen tot het samenvoegen van verschillende toezichthouders kan mogelijk een platform bieden waarin bovengenoemde aandachtspunten zouden kunnen worden meegenomen. In een brief aan de Kamer (d.d. 7 juli jl.) heeft de minister aangegeven het belang van de consument centraal te stellen door alle consumententaken bij één directie te beleggen. Voor de marktpartijen kan dit mede als positief effect hebben dat het toezicht op de consumentenbescherming daarmee eenduidiger wordt. Samenhangend met het voorgaande willen wij het belang benadrukken van de onafhankelijke positie van de NMa bij het toezicht houden op en verder vormgeven van de energiemarkt. Zie verder ons antwoord bij vraag 12. Voorts wijzen wij erop dat de samenwerking tussen NMa en de AFM, die beide verantwoordelijk zijn voor een deel van het toezicht op de energiehandelsmarkt, verbeterd moet worden, mede met het oog op toekomstige energiehandelsmarktregulering en financiële regelgeving, zoals REMIT en EMIR, en de herziening van MAD en MiFID, die ook de energiehandelsmarkt zal betreffen. Het gebruik in de energieregelgeving van de begrippen (energie )consument en kleinverbruiker, die niet per definitie elkaars synoniem zijn, leidt tot onduidelijkheid en verbreedt vergaand het bereik van consumentenbescherming. Onder het begrip kleinverbruiker vallen naast huishoudens ook bedrijven, terwijl het begrip consument zich beperkt tot de huishoudens, oftewel de niet-zakelijke afnemers. Deze brede definitie heeft tot gevolg dat veel regelgeving als belastend en beperkend wordt ervaren en ten koste gaat van gezonde concurrentie en dus marktwerking. Met name het koppelen van de consumentenbeschermingsbepalingen van artikel 95m van de Elektriciteitwet aan de doelgroep van art 95a (kleinverbruikers) is bezwarend. In dat opzicht, en ook met het oog op de toekomstige Europese codes, pleiten wij voor definiëring zoals ook gebruikelijk is in Europese regelgeving en belastingwetgeving door consument en zakelijke afnemer als uitgangspunt te nemen. Vragen over codes (hoofdstuk 3); de NMa verzoekt netbeheerders en betrokken representatieve organisaties nadrukkelijk om deze vragen te beantwoorden. Vraag 6: Welke knelpunten ervaart u bij de doorlooptijd en/of de complexiteit van het totstandkomingsproces van codes? Wat is in uw ogen de oorzaak hiervan? Welke concrete oplossingen ziet u voor de door u gepercipieerde knelpunten? Zie ook ons antwoord bij vraag 2 over de lange doorlooptijd en het lange tijd in ongewisse verkeren omtrent de status en de uitkomst van het proces. Wij zijn van mening dat er een taak ligt voor de NMa hierover tijdens het proces meer duidelijkheid te geven en het interne proces te bekorten. Als knelpunt bij de huidige wijze waarop in Nederland de codes tot stand komen ervaren wij met name het ontbreken van het initiatiefrecht voor andere partijen dan de gezamenlijke netbeheerders om voorstellen te doen en slechts een beperkte inspraak te hebben op door de netbeheerders opgestelde voorstellen, waarna de uitkomst moet worden afgewacht. De kennis en kunde van de netbeheerders, in de beginperiode van de liberalisering noodzakelijk bij het vormgeven van de codes, zijn niet langer een Pagina 7 van 22

10 waarborg voor een robuuste regeling in de codes. Integendeel, steeds vaker betreffen wijzigingsvoorstellen niet zozeer of veel minder dan voorheen het technische karakter van de infrastructuur, maar dient een rechtvaardige oplossing gevonden te worden voor de belangen van netgebruikers en niet zelden spelen de belangen van de netbeheerder zelf een rol. De netbeheerder is ons inziens niet geëquipeerd tot het op objectieve wijze afwegen van de belangen van (commerciële) marktpartijen en niet zelden blijken de naar voren gebrachte commentaren niet begrepen of blijkt hieraan niet het juiste gewicht toegekend. Pas bij het instellen van bezwaar- en/of beroepsprocedures kunnen marktpartijen hun stem laten horen. Eén voorbeeld van bovengeschetste problematiek betreft de groothandelsmarkt voor gas. Binnen het huidige marktmodel gas zijn bedrijven als programmaverantwoordelijke en leverancier een klant van GTS; de regionale netbeheerders hebben geen belang bij de tarieven en voorwaarden van de landelijke netbeheerder gas (GTS). Deze situatie is anders dan bij elektriciteit, waar de regionale netbeheerders klant zijn van TenneT. Bij elektriciteit zijn klant en leverancier van transportdiensten gelijkwaardig in de opstelling van de Codes; bij gas is dit niet het geval. Ook netgebruikers en leveranciers zouden tenminste een met redenen omkleed verzoek in moeten kunnen dienen voor wijziging van de codes. Dit verzoek kan rechtstreeks bij de gezamenlijke netbeheerders worden ingediend, of eerst naar de NMa verstuurd worden zodat zij het verzoek kan beoordelen en indien gewenst kan indienen. Dit kan mogelijk gemaakt worden door aan artikel 12c, lid 1 van de Gaswet en artikel 32 lid 1 van de Elektriciteitswet toe te voegen dat (representatieve organisaties van) netgebruikers ook voorstellen kunnen doen tot wijziging van de tariefstructuren en voorwaarden. De verzoeker dient in het verdere proces aangesloten te blijven. Vraag 7: Op welke wijze kunnen de administratieve lasten verminderd worden, met behoud van zorgvuldige besluitvorming? En, welke mogelijkheden ziet u daarbij om één of meerdere procedurestappen (inspraak bij gezamenlijke netbeheerders, inspraak bij NMa, bezwaar, beroep) af te schaffen, omdat deze stappen wat u betreft minder relevant of overbodig zijn? Het afschaffen van procedurestappen lijkt ons niet de juiste manier om administratieve lasten te verminderen. Immers, als de bezwaarfase wordt overgeslagen, moet de Algemene Uniforme Voorbereidingsprocedure worden gevolgd, met evenveel stappen. Inspraak en zorgvuldige besluitvorming zijn van groot belang om te zorgen dat de Codes een evenwichtige afspiegeling zijn van de belangen van netbeheerders en netgebruikers. Wel zou de NMa ervoor zorg kunnen dragen dat de motivering van (wijzigings)voorstellen wordt verbeterd, de behandeling van in het GEN ingebracht commentaar wordt verbeterd, er minder gedetailleerde regels komen en codewijzigingen sneller worden beoordeeld, zodat voorkomen wordt dat codewijzigingsvoorstellen zich opstapelen. Vraag 8: Welke aspecten van de codes lenen zich om vastgelegd te worden in algemeen verbindende voorschriften (waartegen geen bezwaar en beroep openstaat), zodat sneller duidelijk is welke verplichtingen gelden? Er zijn ons inziens geen aspecten van de codes die zich lenen om vastgelegd te worden in algemeen bindende voorschriften. Wij geven de voorkeur aan aanpassing van het huidige proces waarin een zorgvuldige besluitvorming en afweging van belangen beter dan nu geborgd is. Pagina 8 van 22

11 Vraag 9: Wat vindt u van de inhoud en flexibiliteit van de wettelijke toetsingscriteria van artikel 12f, van de Gaswet en artikel 36, van de E-wet? Die zijn goed. 5 Vraag 10: Welke knelpunten ten aanzien van de eenduidigheid en toegankelijkheid van de codes ervaart u bij de werking van codes in de praktijk? En, in welke mate beslaan de codes de juiste onderwerpen in de juiste mate van detail? Gascodes: Wij constateren een discrepantie tussen Gaswet en Gascodes met betrekking tot de reikwijdte van het PV-schap. In ons bezwaar op codewijziging balanceringsregime en nieuw marktmodel gas (zaaknummer _3/9, d.d. 1 april met kenmerk E ) hebben we dit uitvoerig uiteengezet. Een discrepantie tussen codes en wetgeving zou zich niet voor mogen doen. Hierop dient strikter getoetst te worden. Het bouwwerk van gascodes bestaat uit te veel verschillende codes, te weten - Tarievencode - Transportvoorwaarden LNB, - Aansluit- en transportvoorwaarden RNB, - Aansluitvoorwaarden LNB, - Meetvoorwaarden LNB, - Meetvoorwaarden RNB, - Netkoppelingsvoorwaarden LNB, - Allocatievoorwaarden gas Deze veelheid aan verschillende codes leidt tot onduidelijkheid, maar ook tot inhoudelijke problemen. Bijvoorbeeld het hierboven genoemde punt, het PV-schap gas dat zowel in de transportvoorwaarden LNB als transportvoorwaarden RNB thuishoort, is alleen opgenomen in transportvoorwaarden LNB. 5 Wel voorzien wij problemen ontstaan uit artikel 12b, eerste lid, onderdeel f, van de Gaswet dat 1 april jl. in werking is getreden. Uit de Parlementaire Geschiedenis blijkt de bedoeling van deze bepaling te zijn te voorkomen dat door de aansluitplicht van gasnetbeheerders de exploitatie van bestaande of toekomstige wamtenetten onrendabel wordt. Daartoe dienen in een door de gasnetbeheerders voor te stellen gebiedsindeling de gebieden te worden opgenomen waarin een warmtenet ligt of komt te liggen. De gasaansluitplicht geldt dan in die gebieden niet. Wij maken ons zorgen over de positie van (toekomstige) warmtenetten die niet (nog niet) in de gebiedsindeling zijn opgenomen. Graag zoeken wij samen met het Ministerie en de NMa naar een werkbare oplossing. Pagina 9 van 22

12 Wij stellen het volgend codestelsel voor gas voor (naar analogie van het model dat bij elektriciteit wordt gehanteerd): - Tarievencode gas (voor LNB en RNB). - Netcode gas (aansluit- en transportvoorwaarden RNB, transportvoorwaarden LNB + netkoppelingsvoorwaarden, waarvan deel overhevelen naar systeemcode). - Meetcode gas (Meetvoorwaarden LNB, RNB + allocatievoorwaarden gas). - Systeemcode gas: zaken die handhaven systeembalans betreffen (bijv. zaken mbt balanceringsregime, PV-schap, relevante internationale afspraken. Tevens adviseren wij de NMa om de gezamenlijke netbeheerders de opdracht te geven om een codewijziging voor te bereiden waarmee gekomen wordt tot een volledige ontkoppeling van de drie energiediensten (programmaverantwoordelijkheid, transport en levering). Daarmee zou een zuiver transportmodel gerealiseerd worden. GTS hanteert naast de Gascode Transmission Service Conditions (TSC) om nadere voorwaarden tussen GTS en programmaverantwoordelijke bilateraal te regelen. Deze TSC dient volledig in lijn met de Gascode te zijn. Daarnaast zijn wij van mening dat publiekrechtelijke aspecten in de Gascode geregeld dienen te worden. Privaatrechtelijke aspecten kunnen in de TSC geregeld worden. Momenteel onderzoekt Energie-Nederland of de TSC hieraan voldoet. AMvB s/mr s EL&I: Recente AMvB s en MR s van EL&I zijn ons inziens te operationeel van karakter in plaats van kaderstellend. Er worden naar onze mening teveel en te gedetailleerd zaken in geregeld die in de (technische of informatie) codes thuishoren. Goede voorbeeld en hiervan zijn de AMvB en MR die in het kader van congestiemanagement door EL&I zijn opgesteld. Wij adviseren om vanuit de overheid scherper te zijn op wat in AMvB s /MR s geregeld kan en moet worden en wat in Codes. Het voordeel van opnemen in de codes daarenboven is dat marktpartijen met hun kennis en kunde kunnen bijdragen aan adequate regels. Vraag 11: In welke mate is de verschuiving van codes naar Europees niveau voor u een reden om te streven naar wijziging of vereenvoudiging van het Nederlandse codeproces en/of naar een meer of minder gedetailleerde inhoud van de nationale codes? Aangezien de Europese codes zich voornamelijk richten tot grensoverschrijdende onderwerpen, zullen de Nederlandse codes ook van belang blijven. Steeds zal bezien moeten worden of er zich een dubbeling of een strijdigheid van de Nederlandse met de Europese Codes voordoet en of op grond van de uitkomst daarvan de nationale codes moeten worden aangepast. Wij vinden het belangrijk dat er voldoende nationale ruimte blijft bestaan om efficiënt met specifieke nationale/regionale aspecten/omgevingsfactoren om te kunnen gaan. Pagina 10 van 22

13 Lokale problemen hoeven niet in detail in de codes te worden beschreven. Als de netbeheerder over deze zaken op lokaal niveau niet tot overeenstemming kan komen met de netgebruikers kan het betreffende onderwerp alsnog in de codes worden opgenomen. Op die manier kunnen de codes simpel en overzichtelijk blijven. Vragen over tariefregulering (hoofdstuk 4); de NMa verzoekt netbeheerders en betrokken representatieve organisaties nadrukkelijk om deze vragen te beantwoorden. Vraag 12: Welke knelpunten ervaart u bij het huidige tariefreguleringssysteem? Wat is in uw ogen de oorzaak hiervan? Welke oplossingen ziet u voor de door u gepercipieerde knelpunten? Onafhankelijk kunnen opereren van de NMa. Ministeries trachten de NMa te sturen op het beleidsterrein waarop de NMa verantwoordelijk is. Een sprekend voorbeeld hiervan is de tariefregulering landelijke netbeheerder gas 6. De vaststelling van de methode van de transporttarieven van de LNB blijkt een lastig probleem. Het gaat om zeer grote hoeveelheden publieke middelen. Dit brengt met zich mee dat ook de Rijksoverheid zich betrokken voelt bij dit onderwerp. De toezichthouder moet in gevallen als deze, maar ook op andere terreinen, volstrekt onafhankelijk haar taak kunnen uitoefenen. Een (deel van de) oplossing verwachten wij vanuit regulering vanuit de EU, met name van de bepalingen 7 van het derde pakket waarin maatregelen ter borging van de onafhankelijkheid van de toezichthouder zijn voorgeschreven. Een ander punt is het verschil tussen de wijze waarop de transportkosten van de LNB worden doorberekend aan de eindklant. Voor elektriciteit worden deze via de regionale netbeheerder in rekening gebracht en zijn volledig gereguleerd. Voor gas zijn de transportkosten van de LNB gereguleerd tot het moment waarop ze berekend worden aan de programmaverantwoordelijke. Doorberekening van de programmaverantwoordelijke richting leverancier en verder richting de eindklant is niet gereguleerd. Dit creëert kruissubisidie tussen klanten en is niet transparant. Het is aan een consument niet uit te leggen waarom er een verschil bestaat in de doorbelasting van de netkosten van de TSO voor gas en voor elektriciteit. Wij willen voorstellen om voor gas hetzelfde model te gebruiken als voor elektriciteit ( doorcascaderen van netwerkkosten van de LNB via de RNB). 6 Uitspraak van het CBb van 29 juni 2010, LJN: BM9470: Het College is van oordeel dat de Minister met de vastlegging van de concrete parameters van de kapitaallasten van GTS, inbreuk heeft gemaakt op de zelfstandige en onafhankelijke oordeelsvorming die verweerder als het aangewezen zelfstandig bestuursorgaan met de vereiste specifieke deskundigheid ingevolge artikel 82, tweede en vierde lid, van de Gaswet bij de vaststelling van het methodebesluit en de doelmatigheidskorting voor GTS toekomt. 7 Artikel 35 van Richtlijn 2009/72/EG en artikel 39 van Richtlijn 2009/73/EG Pagina 11 van 22

14 Vraag 13: Welke toegevoegde waarde heeft het verplichte overleg met de gezamenlijke netbeheerders en representatieve organisaties ingevolge de wetten, naast de zorgvuldigheidseisen voor besluitvorming zoals neergelegd in de Awb? Het verplicht overleg binnen het GEN is zeker van toegevoegde waarde voor marktpartijen. Het is een formeel overlegmoment waar netbeheerders en marktpartijen de impact van codevoorstellen voor ieder der partijen bespreken. Om de werking van dit overleg te verbeteren zou het initiatiefrecht om voorstellen te doen ook aan (representatieve organisaties van) netgebruikersgegeven moeten worden. Zie ook ons antwoord op vraag 6. Vraag 14: Welke mogelijkheden ziet u om te komen tot minder besluitmomenten in de huidige besluitenreeks (methode, x-factor, tarieven), gegeven de doelstelling van een efficiënt netbeheer? En, wat is hierbij de relatie met de discussie over reguleringsstabiliteit versus de duur van de reguleringsperiode? Reguleringsperioden zouden ons inziens langer mogen zijn, waarbij de toezichthouder de bevoegdheid heeft om kleine aanpassingen in de tarifering door te voeren, zonder de gehele procedure te hoeven doorlopen. Vraag 15: Welke mogelijkheden ziet u om de transparantie van tariefbesluiten en de tariefstructuur te verbeteren? Het betreft hier onder meer het aantal tariefdragers, tariefcategorieën en nacalculaties (al dan niet naar aanleiding van rechterlijke uitspraken). Voor transparantie is vooral belangrijk dat niet direct transportgerelateerde posten, zoals bijvoorbeeld systeemdiensten, zo duidelijk mogelijk worden gespecificeerd door de TSO, dat wil zeggen hoeveel kosten zijn precies gemaakt voor welke activiteiten. Dit i s nog grotendeels onduidelijk zowel voor elektriciteit als voor gas. Voor de doorberekening van netwerkkosten bepleiten we een beperking van het aantal tariefdragers. Marktpartijen leveren verschillende diensten aan TenneT en GTS. De verrekening en compensatie voor deze diensten is in sommige gevallen intransparant en inefficiënt en levert (controle) lasten voor marktpartijen op. Met name de verrekening van congestiemanagement (de zogenaamde afrekening reservevermogen overige doeleinden) is heel moeilijk te valideren. Aangezien de verwachting is dat TenneT veel vaker dit soort vermogen gaat afroepen, moet dit proces sterk worden verduidelijkt. Immers, als netbeheerders een duidelijk gespecificeerd overzicht van deze diensten aanbieden, wordt veel onnodig controlewerk voorkomen. Vraag 16: Welke mogelijkheden ziet u om de databehoefte terug te dringen die bij de huidige praktijk van regulering bestaat, dan wel de gevoelde administratieve lasten hierbij te verminderen? Vraag 17: Wat vindt u van de effectiviteit van de huidige q-factoren, gegeven de doelstelling om de kwaliteit te bevorderen? De huidige wet geeft de NMa geen bevoegdheid om een kwaliteitsterm (q-factor) in de tariefregulering op te nemen voor de TSO GTS (voor regionale netbeheerders is die bevoegdheid er wel). Kwaliteitsregulering betreft vier aspecten: transportzekerheid, veiligheid, productkwaliteit en kwaliteit van dienstverlening. Gezien de recente discussies rondom de gaskwaliteit zou de productkwaliteit van Pagina 12 van 22

15 gas ook zeker in de kwaliteitsregulering betrokken moeten worden. Hierbij hoort ook: een duidelijke verantwoordelijkheid opnemen in de gaswet voor GTS ten aanzien van de gassamenstelling (zowel voor H-gas als G-gas) en daarbij de mogelijkheid voor de NMa om ook voor de landelijke netbeheerder een q- factor te definiëren (waarbij criteria ten aanzien van productkwaliteit gas zoals bandbreedte Wobbe - index, variatie -snelheid Wobbe-index, PE-getal, variatie-snelheid in PE-getal, e.d. worden opgenomen). Vraag 18: Welke mogelijkheden ziet u om procedures in bezwaar en beroep te verminderen, dan wel de doorlooptijden hierbij te verkorten? Geen. Tariefbesluiten van de NMa zijn essentiële reguleringsbesluiten. Een zorgvuldige procedure en rechtsbescherming staan hierbij voorop. Algemene vragen over toezicht (paragraaf 5.1) Vraag 19: Wat is uw algemene mening over de balans tussen de intensiteit van regels en toezicht enerzijds en de zwaarte van sancties anderzijds? Vooral de vergunninghouders ervaren bij de levering aan kleinverbruikers een intensief toezicht. Wij zijn van mening dat op dit moment geen balans is tussen de intensiteit van regels en toezicht en de zwaarte van de sancties. Naar onze mening is er sprake van een volwassen consumentenmarkt en kan het toezicht conform het kabinetsbeleid overgaan naar een stelsel dat gebaseerd is op high trust met hoge sancties. Vragen over eisen aan leveranciers (paragraaf 5.2); de NMa verzoekt leveranciers en betrokken representatieve organisaties nadrukkelijk om deze vragen te beantwoorden. Consultatievragen over het vergunningstelsel Vraag 20: Wat vindt u van de wijze waarop het in Nederland ingevoerde vergunningstelsel voor energieleveranciers bijdraagt aan het vanuit Europese richtlijnen voortvloeiende recht op universele dienstverlening? Hieruit voortvloeiend: In welke mate draagt het vergunningenstelsel naar uw mening bij aan de bescherming van de rechten van kleinverbruikers? Het huidige vergunningenstelsel draagt bij aan de bescherming van consumenten omdat het de Energiekamer een instrument geeft om te toetsen of een (potentiële) vergunninghouder capabel genoeg is en dat ook blijft (ten behoeve van een betrouwbare energievoorziening). Het vergunningstelsel lijkt echter geen meerwaarde te hebben voor zakelijke kleinverbruikers en het huidige stelsel wijkt steeds meer af van andere (Europese) regelgeving die voornamelijk ziet op consumentenbescherming. Energie-Nederland adviseert daarom de vergunningsplicht te beperken tot het leveren van elektriciteit en gas aan consumenten (huishoudelijke verbruikers). Zie ook ons antwoord bij vraag 5. Vraag 21: In welke mate acht u een vergunningstelsel van belang op de Nederlandse geliberaliseerde markt? Het vergunningstelsel legt de markt een norm op ten aanzien van stabiliteit, kwaliteit, betrouwbaarheid, waarmee misstanden met toe- en uittreders op de geliberaliseerde markt worden voorkomen. Het vergunningstelsel is vooral nuttig in verband met de leveringszekerheid voor consumenten (supplier of Pagina 13 van 22

16 last resort regeling) en geeft de NMa een instrument om te toetsen of die leveranciers naar behoren diensten leveren. Daarnaast is het positief dat de leveranciers aan consumenten bekend zijn door publicatie op de website van de NMa. Vraag 23: Welke knelpunten ervaart u of heeft u ervaren bij de (inhoudelijke) wettelijke eisen waaraan wordt getoetst en de procedure bij het aanvragen van een vergunning? Welke oplossingen ziet u voor de mogelijk door u ervaren knelpunten, gegeven het doel van consumentenbescherming en de wens voor lagere lasten voor bedrijven en overheid? Geen opmerkingen. Consultatievragen over verplichtingen van vergunninghouders Vraag 24: Welke knelpunten ervaart u bij de verplichtingen ten aanzien van redelijke tarieven en redelijke voorwaarden, alsmede met het toezicht op de naleving van deze verplichtingen? Welke oplossingen ziet u voor de door u ervaren knelpunten, gegeven het doel om consumenten te beschermen en de wens voor lagere lasten voor bedrijven en overheid? Wij vinden dat de huidige methodiek (prijsregulering) onvoldoende aansluit op de huidige competitieve marktsituatie waar het switchen van de ene naar een andere leverancier een eenvoudige handeling is geworden. Prijsregulering staat naar onze mening haaks op het behouden en verder uitbreiden van een competitieve markt, waarop voldoende alternatieve aanbiedingen voorhanden zijn. Energie-Nederland heeft bezwaar tegen (i) het toepassen van tariefregulering bij de huidige marktomstandigheden en (ii) de wijze waarop de toetsing van de gehanteerde tarieven plaatsvindt. Voor de Energiekamer is een tarief redelijk als dit gebaseerd is op de onderliggende (inkoop)kosten en een redelijke bruto-marge. Hierin is de filosofie van tariefregulering terug te vinden zoals die gebruikelijk is bij markten waarop geen of onvoldoende concurrentie is. In een vrije markt is een dergelijke kostenbenadering niet passend. Producten en bijbehorende tarieven worden door de sector ontwikkeld op basis van de vraag uit de markt. Bij de ontwikkeling wordt rekening gehouden met de marktrisico s, concurrentiesituatie en bedrijfsfilosofie. Zo ontstaat er een geprofileerde markt met een groot scala aan producten. Belangrijk bij product-/prijsontwikkeling is dat energieleveranciers op dit moment tot lang na de introductie moeten wachten op het oordeel van de Energiekamer over de redelijkheid van de aangeleverde tarieven. Dit werkt marktverstorend. Daarnaast is onduidelijk op basis van welke criteria en op welke wijze er wordt getoetst. De bij Energie-Nederland aangesloten bedrijven constateren dat het technisch controlemodel ook tot uitkomsten leidt, die er op duiden dat de daarin gehanteerde criteria niet meer stroken met de huidige marktontwikkelingen. Zowel het aanleveren van de noodzakelijke informatie voor tariefregulering als het toetsingsproces leiden tot forse administratielasten bij zowel de bedrijven als de NMa. Daarbij komt dat geen enkele leverancier in het publieke domein als te duur te boek wenst te staan. Het is om die reden dat er sinds de invoering van het toezicht nimmer een maximumtariefbesluit is genomen door de Energiekamer. Geen enkele leverancier riskeert de mogelijk ernstige schade aan zijn reputatie als gevolg van de publicatie van een maximumtariefbesluit. Pagina 14 van 22

17 De grondslag voor de regeling dat bij een nieuwe en onzekere start van marktwerking veel burgers bij hun oude leverancier zullen blijven 8 heeft in de huidige concurrerende markt geen kracht van gelding meer. Als de Energiekamer van mening is dat op de energiemarkt de concurrentie ondermaats is, dan staan haar op grond van het commune mededingingsrecht voldoende middelen ter beschikking om in de markt in te grijpen. Daarvoor dient ook het mededingingsrecht. Prijsregulering behoort hier niet bij. Wanneer de p rijsregulering aan de juiste criteria (nut en noodzaak) en de voorwaarden voor rechtmatig overheidsingrijpen 9 wordt getoetst, zal blijken dat in de bestaande competitieve markt geen plaats meer is voor de huidige invulling van artikel 95b van de Elektrici teitswet en artikel 44 van de Gaswet. Voor toezicht op redelijke voorwaarden door de NMa geldt dat het Burgerlijk Wetboek voorziet in een ruime bescherming voor consumenten. Het kader van dat beschermingsregime is transparant (rechten en plichten zijn duidelijk omschreven) en wordt daarnaast geborgd door toezicht van de Consumentenautoriteit. Ook het dwingendrechtelijk karakter van veel van dergelijke regelgeving vergroot de effectieve bescherming. Daar komt nog bij dat de door de branche gehanteerde al gemene voorwaarden in SER-verband in overleg met de Consumentenbond zijn opgesteld en de branche zich aan een gedragscode heeft gecommitteerd die in acht genomen dient te worden bij het benaderen en contracteren van consumenten. Wanneer het gaat om begrijpelijke voorwaarden zonder kleine lettertjes is Energie- Nederland van mening dat ook hier geen moeite wordt gespaard om, in overleg met de NMa, aan de wens van de klant tegemoet te komen. Ons inziens kan het huidige ex-ante toezicht worden vervangen door ex-post toezicht. Vraag 25: Welke manieren ziet u om, gegeven het doel dat tarieven redelijk zijn, de vangnetregulering zodanig aan te passen dat sprake is van minder lasten voor bedrijven en overheid? Om de hierboven bij vraag 24 genoemde redenen is aanpassing van de vangnetregulering onzes inziens niet primair aan de orde. De NMa zou effectiever en proactief toezicht kunnen houden door helder in parameters uit te werken waarop marktwerking en een goed functionerende markt beoordeeld worden. Zo wordt duidelijk wanneer de markt voldoende functioneert en welke rol leveranciers en de NMa hebben om de markt verder te ontwikkelen. Voorts willen wij graag het gesprek met de NMa aangaan langs de hiervoor bij de vragen 3 en 24 genoemde reactie. 8 Argument dat Crone naar voren bracht bij de bespreking van zijn amendement (27 250, nr. 30), Handelingen TK 15 november 2000, 27250, nr Zie onderdeel Rol toezichthouders in het antwoord op vraag 5 Pagina 15 van 22

18 Vraag 26: Welke knelpunten ervaart u bij de huidige SLR-regeling? Welke oplossingen ziet u voor de door u ervaren knelpunten, gegeven de wens om een noodleverancier aan te kunnen wijzen en de wens voor lagere lasten voor bedrijven en overheid? De huidige regeling is eerlijk naar de sector toe (naar rato onderbrengen bij andere leveranciers). Een knelpunt betreft de snelheid waarmee alles geregeld moet worden op het moment dat klanten verdeeld worden onder leveranciers. Vraag 27: Welke knelpunten ervaart u bij de verplichtingen die gelden ten aanzien van het (sluiten van een) contract, het verstrekken van transparante informatie over tarieven en voorwaarden en het melden van tarief- en contractwijzigingen, alsmede met het toezicht op de naleving van deze verplichtingen?welke oplossingen ziet u voor de door u ervaren knelpunten, gegeven het doel om consumenten te beschermen en de wens voor lagere lasten voor bedrijven en overheid? We verwijzen hierbij naar onze antwoorden op vragen 2, 3 en 5. Uit de Monitor Consumentenmarkt 2010 blijkt dat de consument energie een moeilijk product vindt vanwege de vele componenten van de tarieven en de verscheidenheid aan (niet altijd goed vergelijkbare) producten. Driekwart van de consumenten heeft in meer of mindere mate moeite met het vergelijken van energiebedrijven. Deels is dit het gevolg van regulering op dit gebied, waardoor de overheid zelf bijdraagt aan de complexiteit op de nota (o.a. via de energiebelasting, de gasregiotoeslag en het verplicht weergeven van de calorische waarde van gas). In het verleden is nog te vaak uitgegaan van het adagium meer informatie leidt tot een grotere transparantie (begrijpelijkheid). De praktijk lijkt de vanzelfsprekendheid hiervan echter te weerspreken. De huidige gedetailleerde informatieverplichtingen hebben een averechts effect. Zij verstoren de marktwerking, doordat de consument door de bomen het bos niet meer ziet. Wij achten het niet wenselijk deze complexiteit te bestrijden met verdere regulering en (meer) informatieverschaffing. De wijze waarop marktpartijen naar de klant communiceren is juist iets waarmee marktpartijen zich kunnen onderscheiden en dus dient hiertoe voldoende vrijheid gelaten te worden 10. Ten aanzien van het toezicht op de naleving van de verplichtingen zijn wij van mening dat de toezichthouder zijn toezichtstaken ruim interpreteert door bijvoorbeeld ook toezicht te houden op activiteiten in het commerciële domein, zoals prijsvergelijkingssites, discussie over additionaliteit van groene stroom en de inkleding van overeenkomsten. Wij vinden dat de toezichthouder zich niet op dat commerciële vlak dient te begeven. De contractsvrijheid wordt hiermee ook onnodig belemmerd. Bij de opstelling van wet- en regelgeving zou naar onze mening beter getoetst kunnen worden in hoeverre de regelgeving vanuit consumentenbelang relevant en wenselijk is. Daarbij dient tevens zorgvuldig gekeken te worden naar de regelgeving die reeds (specifiek) voor consumenten voorhanden is. 10 Belangrijk is ook dat de regels met de marktontwikkelingen meegaan en eenduidig zijn. De wet schrijft bijvoorbeeld veel papieren communicatie met de klant voor. Klanten handelen hun zaken echter steeds vaker liever alleen online af. Hieraan kan door de leveranciers niet worden tegemoetgekomen. Pagina 16 van 22

19 Vraag 28: Welke knelpunten ervaart u bij de verplichtingen ten aanzien van het verplicht aanbieden van een onbepaalde tijd contract, de opzegtermijn van 30 dagen en de redelijke opzegvergoeding, alsmede met het toezicht op de naleving van deze verplichtingen?welke oplossingen ziet u voor de mogelijk door u erva ren knelpunten, gegeven het doel om consumenten te beschermen en de wens voor lagere lasten voor bedrijven en overheid? Het verplicht aanbieden van een onbepaalde tijd contract vormt op zichzelf geen knelpunt. Wel kan worden afgevraagd of dit in de huidige markt nog noodzakelijk en wenselijk is. Dit zeker nu iedere overeenkomst met inachtneming van een opzegtermijn van één maand beëindigd kan worden. Bovendien zal de consument in de regel altijd een keuze maken voor een specifiek product. De interpretati e van de redelijkheid van de hoogte van de opzegvergoeding neergelegd in de Richtsnoeren alsmede de bepalingen betreffende terugvordering van incentives daarin hebben een nadelig effect op de marktwerking, omdat het energieleveranciers weerhoudt van het ontwikkelen van nieuwe aantrekkelijke commerciële concepten. De schade die energieleveranciers ten gevolge van voortijdige beëindiging lijden wordt nu al niet altijd gedekt door de in de Richtsnoeren opgenomen maximale opzegvergoeding. Wij zijn van mening dat contracten gerespecteerd dienen te worden. Regulering van de opzegvergoeding moet plaatsvinden op basis van redelijkheid in relatie tot de daadwerkelijk geleden schade door leverancier 11. Wij verzoeken de NMa dan ook haar visie te geven over de hierboven geschetste huidige problematiek en de Richtsnoeren indien nodig conform deze visie aan te passen. Naar onze mening kan nu er een voldoende concurrerende markt is met ex-post toezicht op de redelijkheid van tarieven en voorwaarden worden volstaan. Vraag 29: Welke knelpunten ervaart u bij de wijze waarop in Nederland invulling is gegeven aan de verplichting tot het verstrekken van informatie over de herkomst van elektriciteit (de brandstofmix) en de daarbij behorende milieukwaliteit? Welke oplossingen ziet u voor de mogelijk door u ervaren knelpunten, gegeven de Europeesrechtelijke verplichting en de wens voor lagere lasten voor bedrijven en overheid? Doordat in Nederland verschillende berekeningsmethoden worden gebruikt, ontstaat een onjuist beeld over de bijdrage n van bedrijven op het gebied van duurzame elektriciteitsproductie. Een oplossing zou gevonden kunnen worden in het opstellen van een eenduidige berekeningswijze in een beleidsregel van de NMa na afstemming en overleg met marktpartijen en de andere toezichthouders in Europa. De brandstofmix wordt veelal door consumenten gelezen als een productiemix, terwijl het een leveringsmix betreft. Het doet daarmee onvoldoende recht aan de inspanningen en investeringen die energieconcerns doen ter verduurzaming van de energievoorziening. Nadere onderzoeken naar de verwachting van de consument kunnen een basis zijn te komen tot een duidelijker stroometiket. De groepsmixen van verschillende concerns zijn niet goed vergelijkbaar, aangezien de groep beperkt gedefinieerd is. Aansluiten bij artikel 2:24b BW vergroot de vergelijkbaarheid. Alsdan behoren tot de 11 Volgens de toelichting op de wettelijke bepaling dient de opzegvergoeding de kosten van de leverancier ten gevolge van het voortijdig beëindigen te dekken. Pagina 17 van 22

20 groep de vennootschappen die conform het jaarrekeningenrecht worden meegenomen ten behoeve van de geconsolideerde jaarrekening. In het verlengde van dit vraagstuk wordt ook aandacht gevraagd voor de garantie van oorsprong (GvO). De betrouwbaarheid van de opwekkingsgegevens van hernieuwbare elektriciteit wordt gewaarborgd door middel van GvO s (artikel 95k uit de Elektriciteitswet) en in dat opzicht is hernieuwbare elektriciteit een bij wet gedefinieerd product. Hoewel voor groen gas, een brandstofmix publicatie niet verplicht en gewenst is, is er wel behoefte aan het bij wet definiëren van dit product en certificering door één onafhankelijke instantie, zoals CertiQ bij elektriciteit. Ook biogas, dat niet wordt ingevoed maar wel grijs gas vervangt, moet als groen gas worden bestempeld. Hiermee wordt de betrouwbaarheid van en het publieke vertrouwen in groen gas vergroot. Vragen over eisen aan overige organisaties (paragraaf 5.4); de NMa verzoekt leveranciers, productie - en handelsbedrijven, alsmede betrokken representatieve organisaties nadrukkelijk om deze vragen te beantwoorden. Vraag 32: Welke drie eisen aan overige organisaties ervaart u als meest hinderlijk, en om welke redenen? De NMa ontvangt van u graag een zo concreet mogelijk overzicht, inclusief een motivatie van uw mening. Regels die de internationale marktwerking beperken MW importcap voor elektriciteit: artikel 31a van de Elektriciteitswet is een hinderlijke, kostbare en onnodige bepaling die verdere integratie van de Europese elektriciteitsmarkten in de weg staat. Energie-Nederland ziet het daarom als een gunstige ontwikkeling dat de 400 MW import cap naar verwachting met de implementatie van he t derde pakket uit de Elektriciteitswet zal verdwijnen. - Primaire reserve: op basis van de codes moeten marktpartijen deze gratis leveren. In de ons omringende landen worden producenten hiervoor betaald; hierdoor ondervinden Nederlandse producenten concurrentienadeel en kan de dienst primaire reserve niet als internationaal product ontwikkeld worden. De Europese richtlijn 2009/72/EC bepaalt in artikel 15 lid 6 het volgende: Transmissiesysteembeheerders kopen, wanneer zij deze functie vervullen, de e nergie die zij gebruiken om energieverliezen te dekken en in reservecapaciteit in hun systeem te voorzien volgens transparante, niet-discriminerende en op de markt gebaseerde procedures. In de Elektriciteitswet (artikel 16 lid 2 sub d) is aangegeven dat de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet de functie heeft om een passend niveau van voorzieningen te treffen en te handhaven, waaronder het aanhouden van voldoende productiereservecapaciteit, in verband met de leveringszekerheid op de korte en de lange termijn. Er staat echter niet aangegeven dat deze capaciteit volgens transparante, niet-discriminerende en op de markt gebaseerde procedures moet worden ingekocht. In het voorstel ter implementatie van het derde pakket ontbreekt een bepaling om dit punt aan te passen aan de richtlijn. - Regulatorisch ingrijpen bestaande rechten : Marktpartijen zijn in het verleden bepaalde verplichtingen aangegaan op basis waarvan zij weer andere contractuele verplichtingen zijn aangegaan. Van overheidswege worden bepaalde maatregelen genomen die grote gevolgen hebben Pagina 18 van 22

BESLUIT. 2. Onderhavig besluit betreft de vaststelling van de nettarieven voor het jaar 2005 voor Intergas Netbeheer B.V.

BESLUIT. 2. Onderhavig besluit betreft de vaststelling van de nettarieven voor het jaar 2005 voor Intergas Netbeheer B.V. Dienst uitvoering en toezicht Energie BESLUIT Nummer: 101750_9-5 Betreft: Besluit tot vaststelling van de maximum nettarieven elektriciteit voor het jaar 2005 zoals bedoeld in artikel 41c, eerste lid van

Nadere informatie

Dienst uitvoering en toezicht Energie

Dienst uitvoering en toezicht Energie Dienst uitvoering en toezicht Energie BESLUIT Nummer: 101750_5-12 Betreft: Besluit tot vaststelling van de maximum nettarieven elektriciteit voor het jaar 2005 zoals bedoeld in artikel 41c, eerste lid

Nadere informatie

Betreft Beantwoording vragen van het lid Spies (CDA) over energieprijzen en - contractsvoorwaarden voor consumenten

Betreft Beantwoording vragen van het lid Spies (CDA) over energieprijzen en - contractsvoorwaarden voor consumenten > Retouradres Postbus 20101 2500 EC Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA 's-gravenhage Directoraat-generaal voor Bezuidenhoutseweg 30 Postbus 20101 2500 EC

Nadere informatie

1 Juridisch kader BESLUIT ENERGIEKAMER

1 Juridisch kader BESLUIT ENERGIEKAMER ENERGIEKAMER BESLUIT Nummer: 102557_1/6 Betreft: Besluit tot het verlenen van een vergunning voor de levering van elektriciteit aan kleinverbruikers op grond van artikel 95d, eerste lid, van de Elektriciteitswet

Nadere informatie

BESLUIT. Besluit van de Raad van Bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit als bedoeld in artikel 95c, derde lid, E-wet.

BESLUIT. Besluit van de Raad van Bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit als bedoeld in artikel 95c, derde lid, E-wet. Nederlandse Mededingingsautoriteit BESLUIT Besluit van de Raad van Bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit als bedoeld in artikel 95c, derde lid, E-wet. Nummer 102252-1 Betreft zaak: Beleidsregel

Nadere informatie

BESLUIT. I. Juridisch kader

BESLUIT. I. Juridisch kader Dienst uitvoering en toezicht Energie BESLUIT Nummer: Betreft; 101698-12 Besluit tot het verlenen van een vergunning voor de levering van elektriciteit aan kleinverbruikers op grond van artikel 95d, eerste

Nadere informatie

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Datum Uw kenmerk Ons kenmerk Bijlage(n) 8 september 2003 ME/EM/3051226 1 Onderwerp Besluit tot verlenging termijn beschermde afnemer Gaswet en Elektriciteitswet 1998 E-en G-wet.mbo Besluit van, tot verlenging

Nadere informatie

BESLUIT. Nederlandse Mededingingsautoriteit

BESLUIT. Nederlandse Mededingingsautoriteit Nederlandse Mededingingsautoriteit BESLUIT Nummer 102450 / 28.BT253 Betreft zaak: Richtsnoeren NMa informatieverstrekking energieleveranciers aan consumenten De Raad van Bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit;

Nadere informatie

1 Juridisch kader BESLUIT ENERGIEKAMER

1 Juridisch kader BESLUIT ENERGIEKAMER ENERGIEKAMER BESLUIT Nummer: 102556_1/8. Betreft: Besluit tot het verlenen van een vergunning voor de levering van elektriciteit aan kleinverbruikers op grond van artikel 95d, eerste lid Elektriciteitswet

Nadere informatie

Inleiding ADVIES. Nederlandse Mededingingsautoriteit

Inleiding ADVIES. Nederlandse Mededingingsautoriteit Nederlandse Mededingingsautoriteit ADVIES Advies van de Raad van Bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit, als bedoeld in artikel 20e, derde lid, van de Elektriciteitswet 1998. Zaaknummer: 104152/15

Nadere informatie

Consultatiedocument Redelijke Terugleververgoedingen Vergunninghouders Elektriciteit

Consultatiedocument Redelijke Terugleververgoedingen Vergunninghouders Elektriciteit Consultatiedocument Redelijke Terugleververgoedingen Vergunninghouders Elektriciteit Den Haag, augustus 2005 Directie Toezicht Energie PAGINA 1 VAN 9 PROJECTNAAM: REDELIJKE TERUGLEVERVERGOEDING (RTV) PROJECTNUMMER:

Nadere informatie

BESLUIT. I. Juridisch kader. Dienst uitvoering en toezicht Energie

BESLUIT. I. Juridisch kader. Dienst uitvoering en toezicht Energie Dienst uitvoering en toezicht Energie BESLUIT Nummer: Betreft: 101758_13-4 Besluit tot het verlenen van een vergunning voor de levering van elektriciteit aan kleinverbruikers op grond van artikel 95d,

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1999 2000 26 463 Regels omtrent het transport en de levering van gas (Gaswet) Nr. 95 DERDE NOTA VAN WIJZIGING Ontvangen 4 april 2000 Het voorstel van wet

Nadere informatie

BESLUIT. Nederlandse Mededingingsautoriteit

BESLUIT. Nederlandse Mededingingsautoriteit Nederlandse Mededingingsautoriteit BESLUIT Nummer 102612_16 / 8 Betreft zaak: Besluit tot wijziging van het besluit tot vaststelling van de korting ter bevordering van de doelmatige bedrijfsvoering, de

Nadere informatie

Naar een efficiënter en effectiever codeproces Expert opinion. R.C.D. Berndsen P. van Gennip H.J. Koster N. Joubert

Naar een efficiënter en effectiever codeproces Expert opinion. R.C.D. Berndsen P. van Gennip H.J. Koster N. Joubert Naar een efficiënter en effectiever codeproces Expert opinion R.C.D. Berndsen P. van Gennip H.J. Koster N. Joubert 2 februari 2012 Naar een efficiënter en effectiever codeproces Expert opinion Inhoud Pagina

Nadere informatie

De slimme meter. Informatie over de nieuwe energiemeter

De slimme meter. Informatie over de nieuwe energiemeter De slimme meter Informatie over de nieuwe energiemeter De slimme meter in vogelvlucht Alle huishoudens in Nederland krijgen een nieuw soort energiemeter aangeboden: de zogenaamde slimme meter. Deze digitale

Nadere informatie

BESLUIT. Juridisch kader

BESLUIT. Juridisch kader Dienst uitvoering en toezicht Energie BESLUIT Nummer: Betreft: 101759_19-6 Besluit tot het verlenen van een vergunning voor de levering van gas aan kleinverbruikers op grond van artikel 45, eerste lid,

Nadere informatie

Aanvraagformulier. voor het aanvragen van een vergunning voor het leveren van elektriciteit en/of gas aan kleinverbruikers

Aanvraagformulier. voor het aanvragen van een vergunning voor het leveren van elektriciteit en/of gas aan kleinverbruikers Aanvraagformulier voor het aanvragen van een vergunning voor het leveren van elektriciteit en/of gas aan kleinverbruikers Versie van 13 januari 2015 1 Inleiding De Elektriciteitswet 1998 (hierna: E-wet)

Nadere informatie

Uitdagingen van de energie transitie

Uitdagingen van de energie transitie Uitdagingen van de energie transitie Presentatie Congres Energy Next Dordrecht 10 december 2015 Remko Bos Directeur Energie ACM Vicepresident CEER 1 ACM als toezichthouder ACM bevordert kansen en keuzes

Nadere informatie

BESLUIT. Besluit van 2 juni 2003, Stb. 2003, nr. 234, zoals laatstelijk gewijzigd bij besluit van 5 april 2005, Stb. 2005, nr. 200.

BESLUIT. Besluit van 2 juni 2003, Stb. 2003, nr. 234, zoals laatstelijk gewijzigd bij besluit van 5 april 2005, Stb. 2005, nr. 200. Nederlandse Mededingingsautoriteit BESLUIT Nummer 102551_2 / 10.BT1290 Betreft zaak: Besluit tot het verlenen van een vergunning voor de levering van gas aan kleinverbruikers op grond van artikel 45, eerste

Nadere informatie

BESLUIT. Besluit van de Minister van Economische Zaken als bedoeld in artikel 95d van de

BESLUIT. Besluit van de Minister van Economische Zaken als bedoeld in artikel 95d van de Nederlandse Mededingingsautoriteit BESLUIT Nummer 10548_1/7.BT898 Betreft zaak: Besluit tot het verlenen van een vergunning voor de levering van elektriciteit aan kleinverbruikers op grond van artikel

Nadere informatie

De slimme meter. Informatie over de nieuwe energiemeter

De slimme meter. Informatie over de nieuwe energiemeter De slimme meter Informatie over de nieuwe energiemeter De slimme meter in vogelvlucht Alle huishoudens in Nederland krijgen een nieuw soort energiemeter aangeboden: de zogenaamde slimme meter. Deze digitale

Nadere informatie

De Raad van Bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit;

De Raad van Bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit; De Raad van Bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit; Gelet op de artikelen 5, eerste, tweede en zesde lid, 77h, eerste lid, 77i, eerste lid, aanhef en onder b, en 95m, eerste tot en met derde

Nadere informatie

BESLUIT. I. Aanvraag en procedure

BESLUIT. I. Aanvraag en procedure ENERGIEKAMER NMA BESLUIT Nummer: Betreft: 102560_2 Besluit tot het verlenen van een vergunning voor de levering van gas aan kleinverbruikers op grond van artikel 45, eerste lid van de Gaswet aan Gazprom

Nadere informatie

maatregel instantie wettelijke basis toelichting

maatregel instantie wettelijke basis toelichting Elektriciteit en gas onderbreking levering elektriciteit maatregel instantie wettelijke basis toelichting 1. informatie 1a. inlichtingen 1a1. door een producent, een leverancier, een handelaar, een netbeheerder,

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2007 2008 29 372 Wijziging van de Elektriciteitswet 1998 en de Gaswet ter uitvoering van richtlijn nr. 2003/54/EG, (PbEG L 176), verordening nr. 1228/2003

Nadere informatie

Protocol. de Inspectie voor de Gezondheidszorg. de Nederlandse Zorgautoriteit

Protocol. de Inspectie voor de Gezondheidszorg. de Nederlandse Zorgautoriteit Protocol tussen de Inspectie voor de Gezondheidszorg en de Nederlandse Zorgautoriteit inzake samenwerking en coördinatie op het gebied van beleid, regelgeving, toezicht & informatieverstrekking en andere

Nadere informatie

Bijlage beschrijving huidige tarievensystematiek

Bijlage beschrijving huidige tarievensystematiek Bijlage beschrijving huidige tarievensystematiek Als voorbeeld voor de beschrijving van de tarievensystematiek wordt de systematiek voor elektriciteit genomen. Tussen de systematiek voor elektriciteit

Nadere informatie

1 Inleiding. 2 Wettelijk kader BESLUIT. Nederlandse Mededingingsautoriteit

1 Inleiding. 2 Wettelijk kader BESLUIT. Nederlandse Mededingingsautoriteit Nederlandse Mededingingsautoriteit BESLUIT Nummer: Betreft zaak: 102141_9/3 Besluit tot vaststelling van de kwaliteitsterm ingevolge artikel 41a, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998 voor de periode

Nadere informatie

BESLUIT. Juridisch kader

BESLUIT. Juridisch kader Dienst uitvoering en toezicht Energie BESLUIT Nummer: Betreft: 101759_12-5 Besluit tot het verlenen van een vergunning voor de levering van gas aan kleinverbruikers op grond van artikel 45, eerste lid,

Nadere informatie

1. Oprichting van een Europese Autoriteit voor de elektronische communicatiesector

1. Oprichting van een Europese Autoriteit voor de elektronische communicatiesector Aanvulling Nederlands standpunt ten aanzien van de voorstellen van de Commissie voor de herziening van het EU-reguleringskader voor de elektronische communicatiesector. 1. Oprichting van een Europese Autoriteit

Nadere informatie

Beleidsregel Redelijke Opzegvergoedingen Vergunninghouders

Beleidsregel Redelijke Opzegvergoedingen Vergunninghouders Beleidsregel Redelijke Opzegvergoedingen Vergunninghouders Den Haag, maart 2005 Dienst uitvoering en toezicht Energie Pagina 1 van 11 PROJECTNAAM: REDELIJKE OPZEGVERGOEDINGEN (ROVER) PROJECTNUMMER: 101948-30

Nadere informatie

BESLUIT. I. Juridisch kader. Dienst uitvoering en toezicht Energie

BESLUIT. I. Juridisch kader. Dienst uitvoering en toezicht Energie Dienst uitvoering en toezicht Energie BESLUIT Nummer: 101647/ Betreft: Besluit tot het verlenen van een vergunning voor de levering van elektriciteit aan kleinverbruikers op grond van artikel 95d, eerste

Nadere informatie

Rapport. Datum: 17 februari 2011. Rapportnummer: 2011/055

Rapport. Datum: 17 februari 2011. Rapportnummer: 2011/055 Rapport Rapport betreffende een klacht over het Ministerie van Economische Zaken te Den Haag (thans vallend onder de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie). Datum: 17 februari 2011 Rapportnummer:

Nadere informatie

BIJLAGE 4. Elektriciteitswet 1998. Dit betreft de beoordeling van het voorstel Oostland en Tinte.

BIJLAGE 4. Elektriciteitswet 1998. Dit betreft de beoordeling van het voorstel Oostland en Tinte. Nederlandse Mededingingsautoriteit BIJLAGE 4 Nummer 103037 / 7 Betreft zaak: Beoordeling van een voorstel van Stedin B.V. zoals bedoeld in artikel 41b, tweede lid van de Elektriciteitswet 1998. Dit betreft

Nadere informatie

Internetconsultatie Wet implementatie richtlijn markten voor financiële instrumenten. 6 juli 2015

Internetconsultatie Wet implementatie richtlijn markten voor financiële instrumenten. 6 juli 2015 Ministerie van Financiën Korte Voorhout 7 Postbus 20201 2500 EE Den Haag Internetconsultatie Wet implementatie richtlijn markten voor financiële instrumenten 6 juli 2015 Reactie van: VERENIGING VAN EFFECTENBEZITTERS

Nadere informatie

Leeswijzer Tarievencode Elektriciteit

Leeswijzer Tarievencode Elektriciteit Leeswijzer Tarievencode Elektriciteit Doel leeswijzer TarievenCode... 2 Aansluittarieven (hoofdstuk 2 TarievenCode)... 2 2. Twee soorten aansluittarieven... 2 2.. Eenmalig aansluittarief afhankelijk van

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2008 2009 31 374 Wijziging van de Elektriciteitswet 1998 en de Gaswet ter verbetering van de werking van de elektriciteits- en gasmarkt Nr. 35 BRIEF VAN

Nadere informatie

Ivo Opstelten Minister van Veiligheid en Justitie Postbus 20301 2500 EH DEN HAAG

Ivo Opstelten Minister van Veiligheid en Justitie Postbus 20301 2500 EH DEN HAAG Post Bits of Freedom Bank 55 47 06 512 M +31 613380036 Postbus 10746 KvK 34 12 12 86 E ton.siedsma@bof.nl 1001 ES Amsterdam W https://www.bof.nl Ivo Opstelten Minister van Veiligheid en Justitie Postbus

Nadere informatie

Onderwerp: Zienswijze consultatie modelcontract

Onderwerp: Zienswijze consultatie modelcontract Aan: Energiekamer NMA ter attentie van Tessa Schalm Postbus 16326 2500 BH Den Haag Onderwerp: Zienswijze consultatie modelcontract Geachte heer/mevrouw, Allereerst willen wij graag benadrukken dat wij

Nadere informatie

Slimme energiemeters vanaf 1.1.2012 ingevoerd

Slimme energiemeters vanaf 1.1.2012 ingevoerd Regelingen en voorzieningen CODE 5.1.4.22 Slimme energiemeters vanaf 1.1.2012 ingevoerd bronnen vraag en antwoord ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I), 23.2.2011, www.rijksoverheid.nl

Nadere informatie

Reactie op het consultatiedocument Duurzaamheid in Energietoezicht

Reactie op het consultatiedocument Duurzaamheid in Energietoezicht Reactie op het consultatiedocument Duurzaamheid in Energietoezicht Inleiding De Vrijhandelsorganisatie voor (verder: VOEG ) heeft kennisgenomen van het door de Autoriteit Consument & Markt op 22 oktober

Nadere informatie

Samenwerkingsregeling Elektriciteit1

Samenwerkingsregeling Elektriciteit1 Samenwerkingsregeling Elektriciteit1 Regeling van samenwerking als bedoeld in artikel 31, lid 1, sub e van de Elektriciteitswet 1998 Disclaimer: Deze bundel bevat de doorlopende tekst van de samenwerkingsregeling

Nadere informatie

Visie op de Warmtewet

Visie op de Warmtewet Visie op de Warmtewet De impact op Warmtebedrijven Creating Business Excellence. Together. Copyright Zest Utilities BV Aanleiding en doel Aanleiding In 2004 is de kleinverbruikersmarkt voor elektriciteit

Nadere informatie

No.W06.15.0231/III 's-gravenhage, 21 augustus 2015

No.W06.15.0231/III 's-gravenhage, 21 augustus 2015 ... No.W06.15.0231/III 's-gravenhage, 21 augustus 2015 Bij Kabinetsmissive van 9 juli 2015, no.2015001243, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Financiën, mede namens de Minister van

Nadere informatie

Ivo Opstelten Minister van Veiligheid en Justitie Postbus 20301 2500 EH DEN HAAG

Ivo Opstelten Minister van Veiligheid en Justitie Postbus 20301 2500 EH DEN HAAG Post Bits of Freedom Bank 55 47 06 512 M +31 (0)6 13 38 00 36 Postbus 10746 KvK 34 12 12 86 E ton.siedsma@bof.nl 1001 ES Amsterdam W https://www.bof.nl Ivo Opstelten Minister van Veiligheid en Justitie

Nadere informatie

Amsterdam, 3 juli 2015. Betreft: Reactie VV&A aan MinFin inzake MiFiD II. Geachte heer, mevrouw,

Amsterdam, 3 juli 2015. Betreft: Reactie VV&A aan MinFin inzake MiFiD II. Geachte heer, mevrouw, Amsterdam, 3 juli 2015 Betreft: Reactie VV&A aan MinFin inzake MiFiD II Geachte heer, mevrouw, Namens de Vereniging van Vermogensbeheerders & Adviseurs (hierna: VV&A ) willen wij graag van de gelegenheid

Nadere informatie

BESLUIT. Nederlandse Mededingingsautoriteit

BESLUIT. Nederlandse Mededingingsautoriteit Nederlandse Mededingingsautoriteit BESLUIT Nummer: 102612_9 / 1 Betreft zaak: Besluit tot vaststelling van de korting ter bevordering van de doelmatige bedrijfsvoering, de kwaliteitsterm en van het rekenvolume

Nadere informatie

BESLUIT. Nederlandse Mededingingsautoriteit

BESLUIT. Nederlandse Mededingingsautoriteit Nederlandse Mededingingsautoriteit BESLUIT Nummer 103223_1/21 / Betreft zaak: Besluit tot vaststelling van de korting ter bevordering van de doelmatige bedrijfsvoering, de kwaliteitsterm en van het rekenvolume

Nadere informatie

Samenwerkingsprotocol

Samenwerkingsprotocol Samenwerkingsprotocol Consumentenautoriteit Stichting Reclame Code 1 Samenwerkingsprotocol tussen de Consumentenautoriteit en de Stichting Reclame Code Partijen: 1. De Staatssecretaris van Economische

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal Centraal Informatiepunt

Eerste Kamer der Staten-Generaal Centraal Informatiepunt Eerste Kamer der Staten-Generaal Centraal Informatiepunt Den Haag, 27 november 2000 Aan de leden en de plv. leden van de Vaste Commissie voor Economische Zaken HERZIENE VERSIE I.V.M. TOEVOEGEN STEMVERHOUDING

Nadere informatie

Datum 19 december 2013 Betreft Beantwoording vragen Vastrecht bij productie- en leveranciersbedrijven van energie

Datum 19 december 2013 Betreft Beantwoording vragen Vastrecht bij productie- en leveranciersbedrijven van energie > Retouradres Postbus 20401 2500 EK Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA s-gravenhage Directoraat-generaal Bezoekadres Bezuidenhoutseweg 73 2594 AC Den Haag

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 21 januari 2003 (28.01) (OR. en) 15528/02 ADD 1. Interinstitutioneel dossier: 2001/0077 (COD) ENER 315 CODEC 1640

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 21 januari 2003 (28.01) (OR. en) 15528/02 ADD 1. Interinstitutioneel dossier: 2001/0077 (COD) ENER 315 CODEC 1640 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 21 januari 2003 (28.01) (OR. en) Interinstitutioneel dossier: 2001/0077 (COD) 15528/02 ADD 1 ENER 315 CODEC 1640 ONTWERP-MOTIVERING VAN DE RAAD Betreft: Gemeenschappelijk

Nadere informatie

Wet- en regelgeving. mr. drs. J.E. Janssen en mr. M.E. Brinkman * Europa

Wet- en regelgeving. mr. drs. J.E. Janssen en mr. M.E. Brinkman * Europa mr. drs. J.E. Janssen en mr. M.E. Brinkman * In deze rubriek wordt ingegaan op belangrijke wijzigingen in wet- en regelgeving in Europa en Nederland alsmede op ontwikkelingen die naar verwachting op korte

Nadere informatie

Deze nota bevat ook een planning voor de verdere behandeling van dit dossier in de aanloop naar de zitting van de Raad TTE (8-9 juni 2006).

Deze nota bevat ook een planning voor de verdere behandeling van dit dossier in de aanloop naar de zitting van de Raad TTE (8-9 juni 2006). RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 24 februari 2006 (16.03) (OR. en) 6682/06 ENER 61 NOTA Betreft: Werking van de interne energiemarkt - Ontwerp-conclusies van de Raad De delegaties treffen in bijlage

Nadere informatie

BESLUIT. Nederlandse Mededingingsautoriteit

BESLUIT. Nederlandse Mededingingsautoriteit Nederlandse Mededingingsautoriteit BESLUIT Nummer 103223_1/19 / Betreft zaak: Besluit tot vaststelling van de korting ter bevordering van de doelmatige bedrijfsvoering, de kwaliteitsterm en van het rekenvolume

Nadere informatie

Beloningsbeleid Januari 2012

Beloningsbeleid Januari 2012 Beloningsbeleid Januari 2012 Inhoudsopgave Inleiding 2 Doel beloningsbeleid 3 Uitgangspunten beloningsbeleid 3 Inschaling en beschrijving beloning 3 Beloningsmodel onderneming 4 Risicobeheersing 4 Variabele

Nadere informatie

Autoriteit Financiële Markten

Autoriteit Financiële Markten AFM consulteert Concept Beleidsregel aangaande de methodiek voor het berekenen van het aantal aandelen waarop financiële instrumenten betrekking hebben en de meldingsplicht bij indices en mandjes Ter consultatie

Nadere informatie

Zienswijze wijziging Informatiecode

Zienswijze wijziging Informatiecode Inleiding De Nederlandse Energie Maatschappij B.V. ( NLE ) heeft kennisgenomen van het ontwerpbesluit van de Nederlandse Mededingingsautoriteit met zaaknummers 103834 en 103900 tot wijziging van de Informatiecode

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2010 2011 32 481 Wijziging van de Wet handhaving consumentenbescherming en de Luchtvaartwet ter implementatie van Verordening (EG) nr. 1008/2008 inzake gemeenschappelijke

Nadere informatie

Energieprijsvergelijkers

Energieprijsvergelijkers Energieprijsvergelijkers Onderzoek naar de kwaliteit van vergelijkingssites voor elektriciteit en gas op het internet Den Haag, april 2006 Projectteam: drs. B.W. Postema drs. M.M. van Liere mr. D.F.J.M.

Nadere informatie

Interpretatie Eletriciteitswet 1998 art. 1 lid 2

Interpretatie Eletriciteitswet 1998 art. 1 lid 2 Interpretatie Eletriciteitswet 1998 art. 1 lid 2 In het laatste kwartaal van 2011 hebben gemeenten, provincies en waterschappen een brief ontvangen van hun netbeheerder betreffende artikel 1, tweede lid,

Nadere informatie

Startnotitie. Procedure vervreemding aandelen Essent. 1 Context

Startnotitie. Procedure vervreemding aandelen Essent. 1 Context Startnotitie 1 Context Op 1 juli 2008 is het groepsverbod uit de Wet Onafhankelijk Netbeheer (WON) in werking getreden. Als gevolg daarvan dient het beheer en eigendom van energienetwerken en de productie

Nadere informatie

Pagina 1/8. Besluit Openbaar. Datum:

Pagina 1/8. Besluit Openbaar. Datum: Ons kenmerk: Zaaknummer: Datum: ACM/DC/2015/205880 15.0124.29 23 september 2015 Besluit tot wijziging van de vergunning van Innova Energie B.V. voor levering van elektriciteit (kenmerk: 102557_1/6) en

Nadere informatie

Besluit van de Autoriteit Consument en Markt (hierna: ACM) als bedoeld in artikel 81e, tweede lid van de Gaswet.

Besluit van de Autoriteit Consument en Markt (hierna: ACM) als bedoeld in artikel 81e, tweede lid van de Gaswet. Ons kenmerk: ACM/DE/2015/207112 Zaaknummer: 15.0656.52 Besluit van de Autoriteit Consument en Markt (hierna: ACM) als bedoeld in artikel 81e, tweede lid van de Gaswet. 1 Inleiding 1. Met dit besluit geeft

Nadere informatie

Aandachtspunten voor vermogensbeheerders met een eigen aanbieder van beleggingsfondsen. Leidraad om marktpartijen richting en duidelijkheid te geven

Aandachtspunten voor vermogensbeheerders met een eigen aanbieder van beleggingsfondsen. Leidraad om marktpartijen richting en duidelijkheid te geven Aandachtspunten voor vermogensbeheerders met een eigen aanbieder van beleggingsfondsen Leidraad om marktpartijen richting en duidelijkheid te geven December 2015 Autoriteit Financiële Markten De AFM maakt

Nadere informatie

Besluit van de Autoriteit Consument en Markt (hierna: ACM) als bedoeld in artikel 40a van de Elektriciteitswet 1998.

Besluit van de Autoriteit Consument en Markt (hierna: ACM) als bedoeld in artikel 40a van de Elektriciteitswet 1998. Ons kenmerk: ACM/DE/2015/207110 Zaaknummer: 15.0655.52 Besluit van de Autoriteit Consument en Markt (hierna: ACM) als bedoeld in artikel 40a van de Elektriciteitswet 1998. 1 Inleiding 1. Met dit besluit

Nadere informatie

01-07-2002 ME/MW 02022387 RL/FvK/2002/131 1. Advies departementale actieprogramma s vermindering administratieve lasten 2002

01-07-2002 ME/MW 02022387 RL/FvK/2002/131 1. Advies departementale actieprogramma s vermindering administratieve lasten 2002 Aan de Minister van Economische Zaken Mevrouw A. Jorritsma-Lebbink Postbus 20101 2500 EC Den Haag Datum Uw kenmerk Ons kenmerk Bijlage(n) 01-07-2002 ME/MW 02022387 RL/FvK/2002/131 1 Onderwerp Advies departementale

Nadere informatie

Zakelijk samenwerken met de vergunninghoudende energieleverancier HIER OPGEWEKT. Anne Schaap, toezichthouder Autoriteit Consument & Markt

Zakelijk samenwerken met de vergunninghoudende energieleverancier HIER OPGEWEKT. Anne Schaap, toezichthouder Autoriteit Consument & Markt Zakelijk samenwerken met de vergunninghoudende energieleverancier HIER OPGEWEKT Anne Schaap, toezichthouder Autoriteit Consument & Markt 1 In deze presentatie Startpunt: vergunninghoudende leverancier

Nadere informatie

Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake woningkredietovereenkomsten

Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake woningkredietovereenkomsten Fiche 7: Richtlijn woningkredietovereenkomsten 1. Algemene gegevens Titel voorstel Datum Commissiedocument 31 maart 2011 Nr. Commissiedocument COM(2011) 142 Prelex Opinie IAB: Voorstel voor een richtlijn

Nadere informatie

Samenwerkingsprotocol. Consumentenautoriteit Nederlandse Zorgautoriteit

Samenwerkingsprotocol. Consumentenautoriteit Nederlandse Zorgautoriteit Samenwerkingsprotocol Consumentenautoriteit Nederlandse Zorgautoriteit Afspraken tussen de Staatssecretaris van Economische Zaken en de Raad van Bestuur van de Nederlandse Zorgautoriteit over de wijze

Nadere informatie

Leveringsvoorwaarden Elektriciteit & Gas Zeker v3.0

Leveringsvoorwaarden Elektriciteit & Gas Zeker v3.0 Leveringsvoorwaarden Elektriciteit & Gas Zeker v3.0 (Terug) leveringsprijzen elektriciteit Wij brengen u de leveringsprijs in rekening voor door Gazprom Energy aan u geleverde volumes en betalen u een

Nadere informatie

Directie Financiële Markten. Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten Generaal Postbus 20018 2500 EA 's-gravenhage. 12 september 2008 FM/2008/2167 M

Directie Financiële Markten. Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten Generaal Postbus 20018 2500 EA 's-gravenhage. 12 september 2008 FM/2008/2167 M Directie Financiële Markten Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten Generaal Postbus 20018 2500 EA 's-gravenhage Datum Uw brief (Kenmerk) Ons kenmerk 12 september 2008 FM/2008/2167 M Onderwerp Harmonisatie

Nadere informatie

Registratienummer: GF13.20063 Datum: 17 september 2013 Agendapunt: 20

Registratienummer: GF13.20063 Datum: 17 september 2013 Agendapunt: 20 Aan de gemeenteraad Registratienummer: GF13.20063 Datum: 17 september 2013 Agendapunt: 20 Portefeuillehouder: De heer L. Buwalda Behandelend ambtenaar: Mevrouw I. de Graaf/ De heer W. de Jong Onderwerp:

Nadere informatie

ENERGIEKAMER. Atoomstroom B.V. Informele zienswijze: SWAP-methode bij stroometikettering. Geachte,

ENERGIEKAMER. Atoomstroom B.V. Informele zienswijze: SWAP-methode bij stroometikettering. Geachte, ENERGIEKAMER Aan Atoomstroom B.V. Datum Uw kenmerk Ons kenmerk Bijlage(n) 1 Onderwerp Informele zienswijze: SWAP-methode bij stroometikettering Geachte, U heeft de Energiekamer van de Nederlandse Mededingingsautoriteit

Nadere informatie

De rol van TenneT in de transitie naar duurzame energie. Peter Nieuwenhuijse Arnhem, 29 juni 2011

De rol van TenneT in de transitie naar duurzame energie. Peter Nieuwenhuijse Arnhem, 29 juni 2011 De rol van TenneT in de transitie naar duurzame energie Peter Nieuwenhuijse Arnhem, 29 juni 2011 TenneT TSO Elektriciteitstransporteur in Nederland en een deel van Duitsland In Nederland: Alle netten op

Nadere informatie

Pagina 1/8. «Besluit»

Pagina 1/8. «Besluit» Ontwerpbesluit van de Autoriteit Consument en Markt op grond van artikel 12f van de Gaswet inhoudende wijziging van de Tarievencode Gas, de Allocatievoorwaarden Gas en de Meetvoorwaarden Gas. Zaaknummer:

Nadere informatie

BESLUIT. Dienst uitvoering en toezicht Energie. Inleiding en verloop procedure

BESLUIT. Dienst uitvoering en toezicht Energie. Inleiding en verloop procedure Dienst uitvoering en toezicht Energie BESLUIT Nummer: 100792/ 47 Betreft: Besluit tot wijziging van het besluit van 18 juli 2001 kenmerk 100247/37, waarbij de tarieven zijn vastgesteld die Westland Energie

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2003 2004 29 372 Wijziging van de Elektriciteitswet 1998 en de Gaswet ter uitvoering van richtlijn nr. 2003/54/EG, (PbEG L 176), verordening nr. 1228/2003

Nadere informatie

BESLUIT. hoogspanningsnetwerk (220 / 380 kv) en het tarief met betrekking tot het verrichten van systeemdiensten voor TenneT B.V. voor het jaar 2006.

BESLUIT. hoogspanningsnetwerk (220 / 380 kv) en het tarief met betrekking tot het verrichten van systeemdiensten voor TenneT B.V. voor het jaar 2006. Nederlandse Mededingingsautoriteit BESLUIT Besluit van de Raad van Bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit als bedoeld in artikel 41c, eerste lid en 41e, eerste lid van de Elektriciteitswet 1998.

Nadere informatie

Samenwerkingsprotocol Consumentenautoriteit de Inspectie voor de Gezondheidszorg

Samenwerkingsprotocol Consumentenautoriteit de Inspectie voor de Gezondheidszorg Samenwerkingsprotocol Consumentenautoriteit de Inspectie voor de Gezondheidszorg Afspraken tussen de Staatssecretaris van Economische Zaken en de Minister van Volksgezondheid Welzijn en Sport over de wijze

Nadere informatie

Klankbordgroep REG2017. 4 e bijeenkomst 28 september 2015

Klankbordgroep REG2017. 4 e bijeenkomst 28 september 2015 Klankbordgroep REG2017 4 e bijeenkomst 28 september 2015 Agenda voor vandaag 1. Opening 13:00-13:10 2. Status ingediende agendapunten kbg-leden 13:10-13:20 3. Agendering volgende klankbordgroep bijeenkomsten

Nadere informatie

Dit samenwerkingsconvenant vervangt het Samenwerkingsprotocol tussen de AFM en de NZa van 10 september 2007;

Dit samenwerkingsconvenant vervangt het Samenwerkingsprotocol tussen de AFM en de NZa van 10 september 2007; Samenwerkingsconvenant tussen de Stichting Autoriteit Financiële Markten (AFM) en de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) inzake de samenwerking en de uitwisseling van informatie met betrekking tot toezicht

Nadere informatie

Bestuurlijke Netwerkkaarten Crisisbeheersing. Bevoegdhedenschema 11 Elektriciteit en gas

Bestuurlijke Netwerkkaarten Crisisbeheersing. Bevoegdhedenschema 11 Elektriciteit en gas Bestuurlijke Netwerkkaarten Crisisbeheersing Bevoegdhedenschema 11 Elektriciteit en gas Bevoegdhedenschema elektriciteit en gas versie 2015 onderbreking levering elektriciteit maatregel instantie wettelijke

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 11 november 2010 (16.11) (OR. en) 15697/1/10 REV 1 ENER 301 CONSOM 100

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 11 november 2010 (16.11) (OR. en) 15697/1/10 REV 1 ENER 301 CONSOM 100 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 11 november 2010 (16.11) (OR. en) 15697/1/10 REV 1 ENER 301 CONSOM 100 NOTA van: aan: Betreft: het secretariaat-generaal van de Raad de delegaties Een energiebeleid voor

Nadere informatie

concept-algemene inspraak- en participatieverordening gouda

concept-algemene inspraak- en participatieverordening gouda Bijlage 3. regeling nummer 1.4.1 concept-algemene inspraak- en participatieverordening gouda nr. 1.4.1 g. indien het belang van inspraak of participatie niet opweegt tegen het belang van handhaving van

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2012 352 Besluit van 17 juli 2012 tot vaststelling van de procedure voor verlenging van vergunningen als bedoeld in artikel 20.2 van de Telecommunicatiewet

Nadere informatie

Klankbordgroep REG2017. 8 e bijeenkomst 11 december 2015

Klankbordgroep REG2017. 8 e bijeenkomst 11 december 2015 Klankbordgroep REG2017 8 e bijeenkomst 11 december 2015 Agenda voor vandaag 1. Opening 10:00-10:10 2. Voorlopige agendapunten volgende bijeenkomsten 10:10-10:15 3. Statische efficiëntie TenneT 10:15-11:00

Nadere informatie

Uitgebreide samenvatting

Uitgebreide samenvatting Uitgebreide samenvatting Bereik van het onderzoek De Nederlandse minister van Economische Zaken heeft een voorstel gedaan om het huidig toegepaste systeem van juridische splitsing van energiedistributiebedrijven

Nadere informatie

TOELICHTING SAMENWERKINGSPROTOCOL NZA - CONSUMENTENAUTORITEIT

TOELICHTING SAMENWERKINGSPROTOCOL NZA - CONSUMENTENAUTORITEIT TOELICHTING SAMENWERKINGSPROTOCOL NZA - CONSUMENTENAUTORITEIT Inleiding Op 29 december 2006 is de Wet handhaving consumentenbescherming (Whc) in werking getreden. De Whc implementeert verordening 2006/2004

Nadere informatie

Commissie juridische zaken. aan de Commissie industrie, onderzoek en energie

Commissie juridische zaken. aan de Commissie industrie, onderzoek en energie EUROPEES PARLEMENT 2009-2014 Commissie juridische zaken 25.6.2013 2013/2063 (INI) ONTWERPADVIES van de Commissie juridische zaken aan de Commissie industrie, onderzoek en energie inzake het vrijmaken van

Nadere informatie

Directie Financiële Markten. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. 5 juli 2007 FM 2007-01654 M

Directie Financiële Markten. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. 5 juli 2007 FM 2007-01654 M Directie Financiële Markten De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Datum Uw brief (Kenmerk) Ons kenmerk 5 juli 2007 FM 2007-01654 M Onderwerp Wetgevingsoverleg

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 21 501-33 Raad voor Vervoer, Telecommunicatie en Energie Nr. 542 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer

Nadere informatie

de minister van Economische Zaken, de heer mr L.J. Brinkhorst Postbus 20101 2500 EC Den Haag Ministeriële regeling afsluitingen

de minister van Economische Zaken, de heer mr L.J. Brinkhorst Postbus 20101 2500 EC Den Haag Ministeriële regeling afsluitingen POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Juliana van Stolberglaan 4-10 TEL 070-88 88 500 FAX 070-88 88 501 E-MAIL info@cbpweb.nl INTERNET www.cbpweb.nl AAN de minister van Economische Zaken,

Nadere informatie

JC 2014 43 27 May 2014. Joint Committee Richtsnoeren voor de behandeling van klachten door de effectensector (ESMA) en de bankensector (EBA)

JC 2014 43 27 May 2014. Joint Committee Richtsnoeren voor de behandeling van klachten door de effectensector (ESMA) en de bankensector (EBA) JC 2014 43 27 May 2014 Joint Committee Richtsnoeren voor de behandeling van klachten door de effectensector (ESMA) en de bankensector (EBA) 1 Inhoudsopgave Richtsnoeren voor de behandeling van klachten

Nadere informatie

Drs. A. Reitsma T +31 70 31 42 442 M +31 6 23 52 98 51 E b.reitsma@vfn.nl

Drs. A. Reitsma T +31 70 31 42 442 M +31 6 23 52 98 51 E b.reitsma@vfn.nl Autoriteit Consument & Markt t.a.v. Dhr. Dr. B.M. Overvest Postbus 16326 2500 BH Den Haag Drs. A. Reitsma T +31 70 31 42 442 M +31 6 23 52 98 51 E b.reitsma@vfn.nl Datum: 4 november 2013 Betreft: Onderzoek

Nadere informatie

Private lease. maart 2015. bkr.nl

Private lease. maart 2015. bkr.nl Private lease maart 2015 BKR pleit voor bescherming van consumenten 2 Private lease, het leasen van een auto door een particulier, is in opkomst en wint snel aan populariteit. Deze ontwikkeling is voor

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2007 2008 30 934 Wijziging van de Elektriciteitswet 1998 in verband met de implementatie van richtlijn 2005/89/EG inzake maatregelen om de zekerheid van

Nadere informatie

Aanpassing M2M Besluit obv marktconsultatie

Aanpassing M2M Besluit obv marktconsultatie Aanpassing M2M Besluit obv marktconsultatie Inleiding Doel bijeenkomst: bespreken van belangrijkste wijzigingen naar aanleiding van reacties openbare consultatie Tijdpad Aanpassing conceptversie M2M Besluit

Nadere informatie

2016D22881 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

2016D22881 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG 2016D22881 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG De vaste commissie voor Financiën heeft op 2 juni 2016 een aantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Minister van Financiën over zijn brief

Nadere informatie