Verkenning naar de voorzieningsen leveringszekerheid van de Nederlandse gasvoorziening in de periode tot 2020

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Verkenning naar de voorzieningsen leveringszekerheid van de Nederlandse gasvoorziening in de periode tot 2020"

Transcriptie

1 Verkenning naar de voorzieningsen leveringszekerheid van de Nederlandse gasvoorziening in de periode tot 2020 J. de Joode (ECN) F. Touber (TC Energy Projects) ECN-E Juli 2008

2 Verantwoording Dit onderzoek is gefinancierd door het Ministerie van Economische Zaken (EZ) middels de jaarlijkse onderzoeksbijdrage aan Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN). Bij de uitvoering van de studie hebben Wim van t Hof en Gerard van Dijk namens EZ opgetreden als klankbord. Binnen ECN heeft Martin Scheepers deze rol vervuld. Bij de totstandkoming van dit rapport is dankbaar gebruik gemaakt van de visie en commentaar van een aantal personen waarmee gesprekken zijn gevoerd. Het gaat daarbij om Gijsbert Zwart (CPB), Ton den Bieman en Wouter Visser (beiden Essent), Evert den Boer en Laetitia Ouillet (beiden Nuon), Martien Visser (Gasunie), Geert Greving (GasTerra), en Bart Bartelds (Corus). Verder danken wij Wouter Wetzels en Martin Scheepers (beiden ECN) voor hun commentaar op een eerdere versie van dit rapport. De verantwoordelijkheid voor de inhoud van deze studie ligt volledig bij ECN. Deze studie is uitgevoerd onder projectnummer Voor verdere informatie over dit project kunt u contact opnemen met Jeroen de Joode / ) of Floor Touber (TC Energy Projects, / ). Abstract This study explores the gas security of supply position of the Netherlands. More specifically, the focus is on the ability of the Dutch gas system to deal with peak gas demand and gas supply interruptions. We first quantitatively assess the peak demand and supply capacity situation for the Netherlands and then assess the different options available to market actors to cover gas demand in the short run. Furthermore, the study includes a limited market consultation on the issue at stake. Based on our findings we draft a number of policy recommendations aimed at improving the Dutch gas security of supply position. 2 ECN-E

3 Inhoud Lijst van tabellen 5 Lijst van figuren 5 Lijst van afkortingen 6 Lijst van afkortingen 6 Samenvatting 7 S.1 Probleembeschrijving 7 S.2 Definiëring van voorzienings- en leveringszekerheid 8 S.3 Ontwikkeling capaciteit in Nederland 9 S.4 Beschikbaarheid korte-termijn leveringszekerheidsopties 10 S.5 Aanbevelingen ter bevordering van de leverings- en voorzieningszekerheid Inleiding Doelstelling, aanpak en afbakening Doelstelling Onderzoeksaanpak Afbakening Leeswijzer Definiëring van voorzienings- en leveringzekerheid Introductie Categorisering van voorzienings- en leveringszekerheidsaspecten Dimensie 1: Voorzienings- en leveringszekerheid en technische aspecten Dimensie 2: Voorzienings- en leveringszekerheid en economisch/institutionele aspecten Dimensie 3: Voorzieningszekerheid en (geo)politieke aspecten Voorzienings- en leveringszekerheid in deze studie Ontwikkeling piekcapaciteit in Nederland Introductie Ontwikkeling van piekvraag naar gas Binnenlandse piekvraag Piekvraag in het buitenland Capaciteitsontwikkeling Nederlandse gasproductie Groningen Kleine velden Capaciteitsontwikkeling import Import via pijpleidingen Import via LNG Capaciteitsontwikkeling gasopslag Gasvraag en -aanbod in de piek Gaskwaliteit en conversiecapaciteit Reflectie op basis van consultatie marktpartijen Conclusies Beschikbaarheid van leveringszekerheidsopties Beschikbaarheid van Nederlandse gasproductie Beschikbaarheid van importen Beschikbaarheid import via pijpleidingen Beschikbaarheid LNG-terminals Beschikbaarheid van gasopslag 47 ECN-E

4 4.4 Handelsplatforms Gascontracten: overdimensionering en force majeure Vraagrespons: afschakelbare contracten en substitutie Strategische reserve Supplier of last resort Rol van onbalansmarkt Samenvatting Enkele aanbevelingen ter bevordering van voorzienings- en leveringszekerheid Verbeterd functioneren van de markt Groningenplafond en leveringszekerheid Integrale rapportage leverings- en voorzieningszekerheid Leverings- en voorzieningszekerheidspositie vergunninghouders 60 Referenties 62 4 ECN-E

5 Lijst van tabellen Tabel S.1 Categorisering van voorzieningszekerheid en leveringszekerheidsaspecten geïllustreerd met enkele voorbeelden 8 Tabel 2.1 Categorisering van voorzieningszekerheid en leveringszekerheidsaspecten geïllustreerd met enkele voorbeelden 19 Tabel 3.1 Projecties voor de gemiddelde dagelijkse gasvraag in Nederland in periode tot Tabel 3.2 Overzicht van initiatieven in Nederland ten aanzien van de ontwikkeling van LNG-aanlanding 35 Tabel 3.3 Karakteristieken van gasopslagfaciliteiten aangesloten op het Nederlandse gastransportnetwerk 35 Tabel 4.1 Opties voor leveringszekerheid 42 Tabel 4.2 Overzicht van initiatieven in Nederland ten aanzien van de ontwikkeling van LNG-aanlanding 46 Tabel 4.3 Eigendomsverhoudingen van bestaande gasopslag faciliteiten en nieuwe gasopslaginitiatieven 48 Lijst van figuren Figuur 2.1 Hypothetische duurlastkromme voor Nederlandse gasmarktsituatie 22 Figuur 3.1 Consumptie van aardgas in Nederland Figuur 3.2 Historische ontwikkeling van de gemiddelde dagelijkse gasvraag en de theoretische piekvraag naar gas 25 Figuur 3.3 Projecties voor de gemiddelde dagelijkse gasvraag in Nederland in periode tot Figuur 3.4 Projecties voor de theoretische piek in gasvraag in Nederland in periode tot Figuur 3.5 Historische ontwikkeling van Nederlandse gasexport 28 Figuur 3.6 Realisatie en projectie van gasexport uit Nederland in periode tot Figuur 3.7 Productieprofiel van Groningen 30 Figuur 3.8 Projecties voor de ontwikkeling van de piekcapaciteit van het Groningergasveld 31 Figuur 3.9 Projectie voor gemiddelde en maximale dagelijkse gasproductie uit kleine velden tot Figuur 3.10 Gemiddelde dagelijkse import van gas in de periode Figuur 3.11 Gemiddelde en maximale dagelijkse gasimport in de periode 1999 tot 2006 en de verwachte importcapaciteit tot Figuur 3.12 Overzicht van de ontwikkeling van maximale piekcapaciteit in Nederland geconfronteerd met (theoretische) piekvraag 36 Figuur 3.13 Overzicht van verschillende soorten gas in het Nederlandse gas transport netwerk 38 Figuur 4.1 Vereenvoudigde weergave van elementen in gasleveringscontract 50 ECN-E

6 Lijst van afkortingen APX BERR CBS CPB DTe DTI EBN EC EU ECN EZ GOS GTS IEA KCD LNG NAM NMa PSO SOLR TTF UIOLI WKK Amsterdam Power Exchange Department for Business, Enterprise and Regulatory Reform Centraal Bureau voor de Statistiek Centraal Plan Bureau Directie Toezicht energie Department for Trade and Industry Energie Beheer Nederland Europese Commissie Europese Unie Energieonderzoek Centrum Nederland Ministerie van Economische Zaken Gas ontvangst station GasTransportServices International Energy Agency Kwaliteits- en Capaciteitsdocument Liquified Natural Gas Nederlandse Aardolie Maatschappij Nederlandse Mededingingsautoriteit Public Service Obligation Supplier of last resort Title Transfer Facility Use-it or lose-it Warmtekracht Koppeling 6 ECN-E

7 Samenvatting S.1 Probleembeschrijving De Nederlandse gasvoorziening heeft te maken met een aantal belangrijke ontwikkelingen die gevolgen hebben voor de voorzienings- en leveringszekerheidspositie. Dit zijn onder meer: 1) Een verdergaande depletie van het Groningenreservoir. 2) Een grotere rol voor de import van gas als gevolg van de naderende depletie van de gehele Nederlandse gasreserve. 3) Een toenemend aandeel in de totale Nederlandse gaslevering van organisaties/landen gevestigd buiten de Europese Unie (EU). 4) Veranderingen in de vraag naar gas en de bijbehorende vraag naar capaciteit om dit gas op flexibele wijze te leveren. Verdere productie van het Groningenveld brengt met zich mee dat de capaciteit om de productie op korte termijn (bijvoorbeeld op dagbasis) aan te passen in het geval dat een plotselinge interruptie in aanbod of een piek in gasvraag optreden afneemt. Dit leidt ertoe dat, bij een gelijkblijvende behoefte aan dergelijke capaciteit, het noodzakelijk is om alternatieven te ontwikkelen. Met het dichterbij komen van depletie van de gehele Nederlandse gasreserve neemt ook de importafhankelijkheid toe: een groter deel van de Nederlandse gasbehoefte zal in de komende jaren moeten worden geïmporteerd. De verschuiving van eigen productie naar gasimport kan een geringere controle over de daadwerkelijke levering van gas betekenen. Gegeven de distributie van gasreserves wereldwijd zal aanvoer van gas plaatsvinden uit verder weg gelegen landen (d.w.z. buiten de EU). In deze landen is vaak een andere marktordening van toepassing en geldt dat niet alleen economische belangen, maar ook geopolitieke overwegingen die op enig moment leidend kunnen zijn in operationele beslissingen ten aanzien van gaslevering. Het (gepercipieerde) risico ten aanzien van vermindering of onderbreking van gasleveringen uit het buitenland zal door marktpartijen in de EU hoger worden geschat. De vraag naar voorzieningen die nodig zijn om mogelijke reducties of interrupties in de gaslevering op te vangen neemt hierdoor toe. Hoewel omgeven door een aantal onzekerheden is te verwachten dat in de periode tot aan 2020 de gehele Nederlandse vraag naar gas verder toeneemt. Afhankelijk van de plaats waar deze groei in vraag wordt gerealiseerd (elektriciteitssector, kleinverbruikerssector, industriële sector) zal ook de behoefte aan capaciteit die flexibele gaslevering mogelijk maakt toenemen. De verandering in de vraag naar gas is vooral afhankelijk van ontwikkelingen in de elektriciteitssector De vraag is nu of in een veranderende Nederlandse gasvoorziening nog steeds een voldoende niveau aan voorzienings- en leveringszekerheid wordt gewaarborgd. In dit verkennende onderzoek is gekeken naar de leveringszekerheidssituatie op de Nederlandse gasmarkt in de periode tot 2020, waarbij de onderzoeksvraag luidde: Leiden, op middellange termijn (tot medio 2020), de veranderende omstandigheden tot een toename van het risico dat op korte termijn onvoldoende gas beschikbaar is of niet kan worden geleverd? Indien het risico inderdaad toeneemt, wat zijn de mogelijkheden om de leveringszekerheid te verbeteren? Deze hoofdvraag leidt tot twee deelvragen. Ten eerste: Is of komt er, uitgaande van bestaand kader van wet- en regelgeving, in de genoemde periode voldoende capaciteit beschikbaar om op ECN-E

8 momenten van piekvraag of interrupties in gaslevering een voldoende niveau aan zekerheid te bieden ten aanzien van gasconsumptie? Ten tweede: indien de benodigde capaciteit inderdaad voorhanden is, is er, wederom uitgaande van bestaand kader van wet- en regelgeving, dan ook voldoende gas voorhanden? Kortom: is er genoeg capaciteit en is er genoeg commodity? S.2 Definiëring van voorzienings- en leveringszekerheid De begrippen voorzieningszekerheid en leveringszekerheid zijn lastig te definiëren en omvatten een aantal dimensies en aspecten. Om eenduidig aan te kunnen geven waar in dit onderzoek over wordt gesproken, is getracht de verschillende dimensies en aspecten te vatten in onderstaande tabel. Deze tabel dient ter illustratie van het brede scala aan voorzienings- en leveringszekerheidsaspecten en dient zeker niet gezien te worden als uitputtende opsomming van mogelijke voorzienings- en leveringszekerheidsproblemen. Tabel S.1 Categorisering van voorzieningszekerheid en leveringszekerheidsaspecten geïllustreerd met enkele voorbeelden Dimensie Capaciteit Commodity Korte termijn (Leveringszekerheid) Lange termijn (Voorzieningszekerheid) Korte termijn (Leveringszekerheid) Lange termijn (Voorzieningszekerheid) 1. Technisch - Malfunctionerende assets (b.v. compressoren, verdeelstations) 2. Economisch/ - Beschikbaarheid van institutioneel capaciteit (contracten: use-it-or-sell-it, useit-or-lose-it bepalingen) 3. (Geo) politiek - Te weinig investeringen (prikkels) - Investeringen in infrastructuur als politiek instrument -Verschil in gaskwaliteit - Prijspieken a.g.v slecht functionerende markt (b.v. door marktdominantie) - Faillissement van gasleverancier - Gastoevoer als politiek instrument (bv. Contractonderhandelin gen Gazprom met buurlanden) - Depletie van gasreserves - Beschikbaar komen van nieuwe reserves door exploratie - Te weinig investeringen (prikkels) - Productiebeperkingen (GASPEC 1 ) In de eerste plaats wordt een onderscheid gemaakt naar de beschikbaarheid van capaciteit enerzijds, en de beschikbaarheid van de commodity (de moleculen) anderzijds. Het beschikken over voldoende aanvoercapaciteit geeft geen garantie dat er ook daadwerkelijk voldoende gas beschikbaar komt via deze infrastructuur. Het begrip capaciteit zoals ook gebruikt in de tabel moet breed worden gezien. We doelen hier op de capaciteit om op een zeker moment of over een bepaalde periode te kunnen voorzien in de (piek)vraag. Het kan concreet gaan om bijvoorbeeld productiecapaciteit, transportcapaciteit en opslagcapaciteit. Een voldoende hoeveelheid gas in een gasreservoir geeft geen garantie dat het gas kan worden geleverd aan een bepaalde markt op een zeker moment: de capaciteit hiervoor mag niet ontbreken. In de tweede plaats wordt een onderscheid gemaakt naar de termijn waarop een beschikbaarheidsprobleem zich kan voordoen: op korte of lange termijn. Hierbij definiëren wij problemen met betrekking tot de beschikbaarheid van capaciteit en/of gas op de korte termijn als leverings- 1 In de afgelopen jaren hebben verschillende grote gasproducerende landen (van buiten de EU) bijeenkomsten belegd om te spreken over gasmarktontwikkelingen. Er bestaat de angst dat deze bijeenkomsten op termijn kunnen leiden tot het ontstaan van een kartel op de gasmarkt. Er wordt in dit verband de term GASPEC gebruikt, naar analogie met het bestaande oliemarktkartel OPEC. 8 ECN-E

9 zekerheidsproblemen en de beschikbaarheid van capaciteit en/of gas op de lange termijn als voorzieningszekerheidsproblemen. In de derde plaats kan een onderscheid worden gemaakt naar de aard van het probleem. Deze kan technisch (fysiek), economisch, of (geo)politiek van aard zijn. De technische, economische en politieke aspecten komen samen in de betrouwbaarheid van gasvoorziening en levering. Het gas kan in principe beschikbaar zijn, evenals de benodigde capaciteit om deze van A naar B te brengen, en de levering kan contractueel vastgelegd zijn. Toch kunnen calamiteiten - onvolkomenheden in techniek en logistiek, in het marktmechanisme of in politieke verhoudingen - een voorziening of levering van gas in de weg staan. Hieronder wordt kort ingegaan op deze drie dimensies. In deze verkennende studie hebben wij gekeken naar problemen ten aanzien van de capaciteitsontwikkeling op de lange termijn enerzijds, en de korte-termijn beschikbaarheid van capaciteit en commodity anderzijds. De eerste categorie bestempelen wij als voorzieningszekerheid en de tweede als leveringszekerheid. Met capaciteit wordt gerefereerd aan de totale in het Nederlandse gassysteem aanwezige capaciteit die bijdraagt aan het voorzien in de (piek)vraag op enig moment in de tijd. Hierbij behoren onder meer productiecapaciteit, transportcapaciteit en opslagcapaciteit. S.3 Ontwikkeling capaciteit in Nederland Een kwantitatieve analyse bevestigd dat de Nederlandse voorzienings- en leveringszekerheidspositie voor gas onder druk staat. De volgende ontwikkelingen dragen daartoe bij: De capaciteit van de Nederlandse gasvoorziening om op korte termijn te reageren op een onevenwichtigheid in vraag- en aanbodverhoudingen neemt ceteris paribus af met de depletie van het Groningenveld. De ontwikkeling van de Nederlandse gasvraag lijkt, op basis van aangehaalde scenariostudies, onzeker. Terwijl de gasvraag bij huishoudens en de industriële sector gelijk blijft of zelfs licht afneemt kan vooral de gasvraag in de elektriciteitssector, afhankelijk van de ontwikkeling van elektriciteits- en gasprijzen en de prijs voor CO 2 -emissierechten, flink toenemen. De vraag naar gas (en de behoefte aan flexibiliteit) in het buitenland neemt toe, wat betekent dat rekening moet worden gehouden met het feit dat het buitenland vaker een beroep zou kunnen doen op de flexibele capaciteit die in Nederland aanwezig is. Dit impliceert dat Nederland, ook wat betreft flexibiliteit, meer en meer afhankelijk kan worden van (ontwikkelingen in) het buitenland. Per saldo geldt dat door de afnemende flexibele capaciteit van eigen gasproductie Nederland meer en meer afhankelijk zal worden van flexibele capaciteit geleverd door gasopslagfaciliteiten. Op momenten van een onbalans in vraag- en aanbod zal gasopslag in toenemende mate een spil gaan vervullen in de pieklevering van gas. De resultaten van de kwantitatieve analyse naar de ontwikkeling van piekcapaciteit kunnen geen definitief uitsluitsel geven op de vraag of de capaciteit benodigd voor een voldoende leveringszekerheidsniveau in de periode tot 2020 gewaarborgd is. Niettemin levert de analyse een aantal nuttige en belangrijke inzichten op. Het aandeel van het Groningenveld in de voorziening van piekcapaciteit op de Nederlandse gasmarkt is op dit moment erg groot, terwijl er slechts beperkte informatie beschikbaar is ten aanzien van de ontwikkeling van deze capaciteit in de komende 10 tot 15 jaar. Dit is een probleem in de zin dat het marktpartijen die potentieel geïnteresseerd zijn in de ontwikkeling van alternatieven (zoals opslagcapaciteit) een incompleet beeld geeft van de toekomstige piekleveringssituatie in Nederland, en de waarde van hun investering hierin. Een toename in import- en transitstromen in combinatie met de bestaande export, zorgt ervoor dat de werkelijke leveringszekerheidssituatie zich lastig laat schatten. Een toename in ECN-E

10 de import van gas uit Rusland is bijvoorbeeld ook afhankelijk van uitbreidingsinvesteringen in het Duitse gastransportnetwerk. De toenemende integratie in de Noordwest Europese gasmarkt wordt beschouwd als een goede zaak als het gaat om de robuustheid van het transportnetwerk om problemen in de levering van gas te accommoderen, maar het brengt ook extra onzekerheid: wat is de werkelijke flexibiliteit van import-, transit- en exportstromen op de momenten dat de gasmarkt om flexibiliteit verlegen zit? In hoeverre liggen gasstromen contractueel vast? Hier is weinig over bekend. Over het algemeen wordt slechts aangenomen dat het aantrekken van meer (transit)stromen een gunstig effect heeft op de voorzieningszekerheid van een (transit)land. Maar is dat ook zo? Niet per definitie: gasstromen door Nederland kunnen niet worden beschouwd als zijnde exclusief bestemd voor Nederlands gasverbruik. De ontwikkeling van één of meerdere LNG-aanlandingsterminals geeft theoretisch gezien een flinke impuls aan de totale piekleveringscapaciteit aanwezig in de Nederlandse markt, maar de maximale inzet is afhankelijk van de hoeveelheid gas aanwezig in de terminal op het moment dat een piek in de vraag of een interruptie in het aanbod zich voordoet. Het is daarom maar de vraag in hoeverre LNG-piekcapaciteit écht tot de hoeveelheid piekcapaciteit mag worden gerekend. Ten aanzien van de ontwikkeling van piekcapaciteit in de periode tot 2020 en de hieruit voortvloeiende behoefte aan nieuwe investeringen blijken geconsulteerde marktpartijen twee belangrijke zorgen te hebben. Onzekerheid over de werkelijke piekcapaciteit en piekcapaciteitsontwikkeling van het Groningenveld in de bovengenoemde periode brengt risico s met zich mee als het gaat om investeringen in alternatieven. Hier speelt onzekerheid betreffende een eventuele toekomstige productierestrictie een rol en het bestaan van informatieasymmetrie tussen de beheerder van het Groningenveld en marktspelers met eigen flexibiliteitsalternatieven. Investeringsrisico s voortvloeiende uit onzekere toekomstige marktprijzen: enerzijds is de markt voor forwardcontracten zeer dun (en dus waarschijnlijk in beperkte mate marktreflectief), anderzijds geeft het naast elkaar bestaan van twee gasprijzen aanleiding tot onzekerheid (de olieprijsgerelateerde GasTerra prijsformules en de TTF/APX-prijzen). S.4 Beschikbaarheid korte-termijn leveringszekerheidsopties In deze verkennende studie is een aantal opties op een rij gezet dat kan voorzien in de benodigde korte-termijn flexibiliteit voor de Nederlandse gasvoorziening: De flexibiliteit in binnenlandse productie blijft de belangrijkste flexibiliteitsoptie in de nabije toekomst, maar de onzekerheid aangaande de werkelijke fysieke capaciteit kan als een rem werken op het beschikbaar komen van alternatieven. Gasimport via LNG-aanlanding kan slechts in beperkte mate bijdragen aan korte-termijn leveringszekerheid. Voor een groot deel van de tijd zullen deze terminals niet maximaal gas in het netwerk kunnen injecteren en voor een deel ligt het gas vast in lange-termijn contracten, waarbij onduidelijk is in hoeverre deze ter beschikking komt voor de Nederlandse markt in tijden van extreme vraag of interrupties in aanbod. In die zin zijn LNG-importen slechts een beperkte optie. De Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) heeft het overgrote deel van de Nederlandse gasopslagcapaciteit in haar bezit. Alhoewel deze capaciteit formeel gezien ook toegankelijk is voor derden is de facto slechts een zeer beperkte volume beschikbaar voor derden. De capaciteit wordt voor langere termijn geboekt ten behoeve van de accommodatie van kleine velden gas en de balancering van het transportnetwerk. Of deze aanwending van bestaande opslagcapaciteit, die ook als een belemmering fungeert voor het tot stand komen van een goed functionerende, concurrerende flexibiliteitsmarkt, als optimaal kan worden beschouwd vanuit macroperspectief is maar de vraag. Door veranderende omstandigheden (leger raken van Groningen en kleine velden) zou het nuttig zijn om huidige contractuele arrangementen rond de opslagfaciliteiten opnieuw te evalueren. 10 ECN-E

11 Flexibiliteitsclausules zorgen op dit moment voor een redelijk niveau aan korte-termijn leveringszekerheid. Voor de toekomst is het de vraag in hoeverre (nieuwe) producten op handelsplatforms deze contractuele flexibiliteit zouden kunnen vervangen. Een goed ontwikkeld gashandelplatform wordt gekenmerkt door een hoge liquiditeit en een breed scala aan handelsproducten. Onder de huidige omstandigheden waarin de totale handel via het handelsplatform een nog gering aandeel heeft in de totale gashandel (beperkte liquiditeit) en een relatief beperkt aantal deelnemers 2 actief is zal verdieping van het aanbod van marktproducten niet automatisch plaats hebben. Het is onbekend hoe groot het potentieel aan vraagresponse op dit moment is, en hoe dit zich zou kunnen ontwikkelen in de (nabije)toekomst. Feit is dat er afschakelbare contracten worden afgesloten door leveranciers en grootverbruikers. Een eerste stap naar een voldoende marktgebaseerde waardering van deze optie in het leveringszekerheidsvraagstuk is de ontwikkeling van een voldoende aantal flexibiliteitsproducten op het handelsplatform. Nut en noodzaak van het instellen van een (inter)nationale strategische gasreserve á la de strategische olievoorraden wordt op dit moment onderzocht door de Europese Commissie. Voor de Nederlandse situatie geldt dat, zolang het Groningenveld beschikbaar is, wij al een strategische reserve tot onze beschikking hebben. Voor Nederland is GTS aangewezen als supplier of last resort (SOLR) voor het kleinverbruikerssegment (zie Besluit Leveringszekerheid Gaswet, Staatscourant 2004 (170)). Grootverbruikers kennen een dergelijke voorziening niet. Uit contacten met grootverbruikers blijkt echter dat zij veelal veronderstellen dat, zoals in vroegere tijden, GasTerra deze rol nog heeft. Het besef dat men zelf verantwoordelijk is voor de zekerstelling van gasverbruik onder extreme omstandigheden lijkt nog niet goed doorgedrongen. Verklaringen hiervoor lijken het gebrek aan informatie en overzicht ten aanzien van de leveringszekerheidspositie in Nederland en de lastig te bepalen kans waartegen een leveringszekerheidsprobleem zich voor zou kunnen doen. Centraal element in het garanderen van de leveringszekerheid in de Nederlandse gasvoorziening is de waarde en tijdigheid van sturingsinformatie ten aanzien van onbalanssituaties. Idealiter geeft een onbalansmarkt een marktreflectief signaal voor de inzet van flexibiliteitsopties door de verschillende marktactoren. S.5 Aanbevelingen ter bevordering van de leverings- en voorzieningszekerheid Op basis van de in deze verkennende studie uitgevoerde analyse kunnen verschillende aanbevelingen worden gedaan ten aanzien van een verbetering van de Nederlandse voorzienings- en leveringszekerheidssituatie. Deze verbeteringen behelzen: Een verbetering van het functioneren van de markt. De rol van het productieplafond voor het Groningenveld in de leveringszekerheidssituatie. Een integrale rapportage over de voorzienings- en leveringszekerheidssituatie in Nederland. Een monitoring van de leverings- en voorzieningszekerheidspositie van vergunninghouders. Verbetering van het functioneren van de markt In de eerste plaats is de Nederlandse voorzienings- en leveringszekerheidssituatie gebaat bij een spoedige ontwikkeling naar een transparante, concurrerende markt die marktpartijen voorziet van de juiste prijssignalen voor ontwikkeling van nieuwe assets. Dit betekent onder meer dat alle marktactoren in staat moeten worden gesteld om onder volledige informatiesymmetrie actief te zijn op de verschillende deelmarkten (groothandelsmarkt, onbalansmarkt, flexibiliteitsmarkt) met marktreflectieve prijssignalen en zonder geconfronteerd te worden met marktdominantie. In dit licht moeten aangekondigde maatregelen ten aanzien van onder meer het instellen 2 Relatief ten opzichte van goed ontwikkelde handelsplatforms zoals the Net Balancing Point (NBP) in het Verenigd Koninkrijk, en Henry Hub in de Verenigde Staten. ECN-E

12 van een marktgebaseerde onbalansmarkt 3 en het afschaffen van gasleveringen op GOS teneinde TTF ontwikkeling te bevorderen positief verwelkomd worden. Echter, op een aantal punten zou verder actie moeten worden ondernomen: Het opnieuw evalueren van het huidige regime waarin de NAM de welhaast exclusieve gebruiker is van de huidige Nederlandse gasopslagfaciliteiten. Deze positie werkt tevens als een belemmering voor de ontwikkeling van een concurrerende markt voor de opslag van gas. Het actief stimuleren van verdere deelname van GasTerra op het TTF. De voorgenomen afschaffing van gaslevering op het GOS zal mogelijk niet automatisch leiden tot een substantieel hoger gasvolume verhandeld via TTF. Het reduceren van de impact van de onzekerheid betreffende de toekomstige rol van het Groningenveld op de markt voor piek- en flexibiliteitscapaciteit. Om in 2020 nieuwe piekcapaciteit te realiseren die voldoende is om de afname van piekcapaciteit geboden door het Groningenveld te compenseren moeten de komende jaren belangrijke investeringsbeslissingen worden genomen, bijvoorbeeld ten aanzien van nieuwe gasopslagfaciliteiten. Immers, uitgaand van een lead time van investeringen in gasopslagfaciliteiten van circa zeven jaar zullen er in de komende vijf jaar cruciale investeringsbeslissingen worden genomen. Bovenstaande actiepunten kunnen hieraan in positieve zin bijdragen. Daarnaast is met name de optie om exempties te verlenen ten aanzien van verplichte toegang voor derden een geschikt instrument om investeringen in meer gasopslagfaciliteiten te stimuleren. Rol van het productieplafond voor het Groningenveld In de tweede plaats moet zorgvuldig worden omgesprongen met de belangrijke rol van het Groningenveld als het gaat om het voorzien in de piekbehoefte in het Nederlandse gassysteem. De rol van het Groningenveld tijdens piekvraag of situaties van aanbodinterrupties is afhankelijk van onder meer: overheidsregulering van het veld (het gasproductieplafond) en de invloed hiervan op de snelheid waarmee het veld wordt uitgeput in de tijd, en de omvang van bedrijfsinvesteringen in compressorstations op het veld. Dit betekent dat de overheid (via het plafond) en de producent (de NAM, in opdracht van GasTerra) samen de mogelijke inzet van Groningen in de tijd bepalen, waarbij zowel publieke belangen (optimaal depletiebeleid van kleine velden, voorzieningszekerheid) en private belangen (winstmaximalisatie) een rol spelen. Uitgaande van het streven naar een voor de maatschappij optimale inzet van het Groningenveld, is het aan te bevelen om middels een dynamische kosten-batenanalyse te onderzoeken hoe plafondregulering en compressorinvesteringen zich in de nabije toekomst ten opzichte van elkaar zouden moeten verhouden. Uit die analyse moet vervolgens blijken wat de exacte rol van de overheid zou moeten zijn bij het realiseren van een in de tijd zo optimaal mogelijke inzet van het Groningenveld: wellicht is het uitzetten van een optimaal gasplafond in combinatie met het scheppen van optimale randvoorwaarden voor de markt hiervoor toereikend, wellicht zijn additionele investeringsprikkels nodig om de eigenaar van het Groningenveld te stimuleren meer in compressie te investeren. In ieder geval zal duidelijkheid over de toekomstige hoogte van het productieplafond onzekerheid omtrent de toekomstige vraag-aanbod verhouding op de markt voor flexibele capaciteit weg moeten nemen. Daarmee zou een positieve bijdrage worden geleverd aan het investeringsklimaat ten aanzien van investeringen in met name gasopslagfaciliteiten. De discussie hierboven is in werkelijkheid nog gecompliceerder dan wordt beschreven. De genoemde private en publieke belangen botsen, onder meer vanwege Staatsaandeelhoudersschap in de private producent. 3 Het waarderen van de onbalans die een shipper realiseert op basis van de werkelijke waarde van deze onbalans (zijnde een kosten of batenpost) voor de balanshandhaving in het gassysteem. In het huidige systeem wordt een onbalanspositie beboet met een vast tarief, waarbij het om het even is of een individuele onbalanspositie van een shipper nu juist bijdraagt aan algehele balanshandhaving of juist verslechterd. 12 ECN-E

13 Integrale rapportage over de voorzienings- en leveringszekerheidssituatie in Nederland In de derde plaats is het van belang dat op de lange termijn voldoende wordt geïnvesteerd in capaciteit - variërend van piekcapaciteit in productie (compressoren op het Groningenreservoir) tot gasopslagcapaciteit en LNG-aanlandingscapaciteit. Een belangrijke voorwaarde hiervoor is een volledig transparante informatievoorziening. Op dit punt is er ruimte voor verbetering. Op dit moment is het lastig om een volledig beeld te krijgen van de voorzienings- en leveringssituatie in Nederland. De voornaamste bestaande rapportages hieromtrent zijn het Kwaliteits- en Capaciteitsdocument (KCD) opgesteld door GasTransportServices (GTS), en de monitoringsrapportage opgesteld door EZ. De twee documenten samen geven belangrijke informatie over de stand van zaken wat betreft de Nederlandse voorzienings- en leveringszekerheidssituatie, maar laten ook een aantal aspecten onbesproken. GTS geeft aan hoe zij op basis van ingeschatte capaciteitsaanvragen kan voldoen aan de totale capaciteitseisen, maar geeft daarbij geen kwantitatieve analyse van de ontwikkelingen aangaande piekcapaciteit: oftewel, de behoefte aan kortetermijn opslagcapaciteit, flexibele importcontracten, LNG-terminals, etc. Dit zegt niet dat een dergelijke analyse niet wordt uitgevoerd door betrokken partijen, maar de informatie die voortvloeit uit deze analyse wordt niet breed gedeeld. Een voorbeeld hiervan zou de zogenaamde winteranalyse kunnen zijn die door GTS wordt ondernomen. Daarnaast gaat ook de EZ rapportage niet in op de behoefte aan nieuwe flexibele piekcapaciteit. Teneinde deze situatie te verbeteren kan gedacht worden aan een effectieve integratie van de onderdelen van beide rapportages, waarin meer aandacht wordt besteed aan bijvoorbeeld kwantitatieve analyses gericht op de voorzienings- en leveringszekerheid zoals (1) het construeren van de ontwikkeling van duurlastkromme en leveringsopties, en (2) ontwikkeling van de verschillende opties voor het leveren van piekcapaciteit voor de komende jaren. 4 Een uitgebreide consultatie van alle gasmarktactoren is hierbij ook uitermate belangrijk. Om een verbeterde informatievoorziening te realiseren zou de Nederlandse overheid in gesprek kunnen gaan met GTS over de mogelijkheden om de capaciteitsrapportage met verdere specifieke voorzienings- en leveringszekerheidsonderdelen uit te breiden. Afhankelijk van de (on)mogelijkheden van een uitbreiding op verschillende aspecten bestaat een alternatieve oplossing: het formaliseren van een breder niveau van rapportage door GTS door aanpassing c.q. verbijzondering van wet- en regelgeving (indien noodzakelijk). Monitoring van de leverings- en voorzieningszekerheidspositie van vergunninghouders In de vierde plaats bestaat er onzekerheid ten aanzien van de werkelijke leveringszekerheidspositie van grote gasverbruikers en gasdistributiebedrijven (vergunninghouders). De grond voor deze onzekerheid ligt in het feit dat er in Nederland nog geen sprake is van een goed werkende gasmarkt: op verschillende deelmarkten is er nog sprake van onvoldoende ontwikkelde markten (opslagmarkt, onbalansmarkt, forwardmarkt) en bestaan er onvoldoende marktreflectieve prijzen. Belangrijk voor de voorzienings- en leveringszekerheid voor kleinverbruikers is de wijze waarop gasdistributiebedrijven hun gasleveringen afdekken. Het is onzeker of deze in een voldoende leveringszekerheidsniveau kunnen voorzien: zijn de verschillende opties op momenten waarin de leveringszekerheid in het geding is wel beschikbaar? De cruciale vraag is: welke risico s nemen marktpartijen als het gaat om het wel of niet afdekken van piekvraag op enig moment? Het publieke belang van leveringszekerheid kan hier in het geding komen. Teneinde het publieke belang van leveringszekerheid te waarborgen kan de overheid, in dit geval vertegenwoordigd door de toezichthouder, een uitgebreidere controle (laten) uitvoeren bij vergunninghouders. Hierbij kan gedacht worden aan een steekproefsgewijze controle op de leveringszekerheidspositie, of een periodiek terugkerende controle. Hiervoor zal echter eerst een beoordelingsraamwerk moeten worden ontwikkeld op basis waarvan een uitspraak kan worden gedaan ten aanzien van de toereikendheid van de leveringszekerheidspositie. De logische sanctie op het niet kunnen overleggen van een voldoende leveringszekerheidspositie is (na eventuele waarschuwing) het intrekken van de vergunning tot gaslevering. 4 In dit verband zou een voorbeeld genomen kunnen worden aan de door de Britse netwerkeigenaar, National Grid, jaarlijks op te stellen verkenning van de gasmarkt (National Grid, 2007). ECN-E

14 1. Inleiding In de huidige Nederlandse gasmarkt speelt het Groninger gasreservoir een belangrijke rol bij het garanderen van voldoende leverings- en voorzieningszekerheid. Vraag en aanbod van gas moeten door het jaar heen voortdurend op elkaar worden afgestemd, doorgaans vanwege fluctuaties in de vraag naar gas als gevolg van temperatuurschommelingen, maar soms ook om interrupties in het aanbod van gas op te vangen. De flexibele productiecapaciteit van het Groninger reservoir voorziet in deze balanceringsfunctie. Door de gasproductie uit het Groningenveld te limiteren en voorrang te geven aan gasproductie uit kleinere velden, is het niet alleen mogelijk gebleken het Groninger reservoir deze functie te laten behouden, maar beschikt Nederland ook over nog een aanzienlijke gasreserve. Met het teruglopen van de gasreserves in kleine velden en die van het Groninger reservoir rijst de vraag hoe de balanceringsfunctie op termijn kan worden zeker gesteld. Met andere woorden, hoe kan er voor worden gezorgd dat de levering van gas aan de eindverbruikers in de komende jaren tot circa 2020 onder alle voorziene omstandigheden kan worden gegarandeerd. Een aantal ontwikkelingen kan aanleiding geven tot zorg. Ontwikkelingen Een aantal ontwikkelingen zullen in de periode tot 2020 gevolgen hebben voor de voorzieningsen leveringszekerheid van de Nederlandse gasvoorziening. Dit zijn: Een verdergaande depletie van het Groningen-reservoir; De capaciteit om de productie van dit reservoir op korte termijn (op dagbasis) aan te passen neemt af. Een grotere rol voor de import van gas als gevolg van de naderende depletie van de gehele Nederlandse gasreserve; Een steeds groter deel van de Nederlandse gasbehoefte zal in de komende jaren worden geïmporteerd. De verschuiving van Nederlandse productie naar gasimport kan een geringere controle over de daadwerkelijke levering van gas betekenen. Een toenemend aandeel in de totale Nederlandse gaslevering vanuit organisaties/landen gevestigd buiten de EU; Gegeven de distributie van gasreserves wereldwijd zal aanvoer van gas plaatsvinden uit verder weg gelegen landen (d.w.z. buiten de EU). In deze landen is vaak een andere marktordening van toepassing en gelden niet alleen economische belangen, maar ook geopolitieke overwegingen die op enig moment leidend kunnen zijn in operationele beslissingen ten aanzien van gaslevering. Het (gepercipieerde) risico ten aanzien van vermindering of onderbreking van gasleveringen uit het buitenland zal door marktpartijen in de EU hoger worden geschat. De vraag naar voorzieningen die nodig zijn om mogelijke reducties of interrupties in de gaslevering op te vangen neemt hierdoor toe. Veranderingen in de vraag naar gas en de bijbehorende vraag naar capaciteit om dit gas op flexibele wijze te leveren; De totale behoefte aan flexibele capaciteit is afhankelijk van de gasvraagontwikkeling in verschillende eindverbruikerssectoren. Wanneer de elektriciteitssector een steeds grotere gasvraag gaat ontwikkelen zal ook de flexibiliteitsbehoefte flink kunnen toenemen. Hoewel omgeven door een aantal onzekerheden is te verwachten dat in de periode tot aan 2020 de gehele Nederlandse vraag naar gas verder toeneemt. Afhankelijk van de plaats waar deze groei in vraag wordt gerealiseerd (elektriciteitssector, kleinverbruikersector, industriële sector) zal ook de behoefte aan capaciteit die flexibele gaslevering mogelijk maakt toenemen. Naar verwachting zal vooral de vraag vanuit de elektriciteitssector toenemen. Geliberaliseerde Europese gasmarkt en de rol van de overheid De leveringszekerheid van gas moet worden gewaarborgd in een marktordening gebaseerd op een geliberaliseerde markt. In tegenstelling tot de oude marktordening (van voor de liberalisering) waarin de gasmarkt in Nederland centraal was georganiseerd met een verticaal geïntegreerde structuur met een sterke backing van de overheid, wordt de huidige geliberaliseerde marktordening gekenmerkt door decentralisatie, met een sterke rol van het prijsmechanisme als middel tot coördinatie. In een volledig geliberaliseerde markt bepalen de acties van alle markt- 14 ECN-E

15 partijen samen het niveau van leveringszekerheid. Met andere woorden, de markt zal op zodanige wijze met hierboven geïdentificeerde ontwikkelingen om moeten gaan dat de leveringszekerheid en betrouwbaarheid van de gasvoorziening ook in de toekomst gewaarborgd blijven. Hoewel ook de Nederlandse gasmarkt kan worden gekenschetst als een geliberaliseerde markt speelt de overheid in verschillende opzichten nog een belangrijke rol. De Nederlandse overheid: Beïnvloedt de werking van de gasmarkt middels de Gaswet en Ministeriele Regelingen, waarin onder meer de leveringszekerheid voor kleinverbruikers en de optimale accommodatie van gas gewonnen uit kleine velden zijn ondergebracht. Is toezichthouder op de mededinging in de gasmarkt (via de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa)) en het gebruik en beheer van gastransport- en distributienetwerken (via de Energiekamer van het NMa 5 ). Is eigenaar van het landelijke transportnetwerk (via Gasunie). Is aandeelhouder in het handelsbedrijf GasTerra (10% direct en 40% via Energie Beheer Nederland (EBN)). Binnen deze invloedssferen wordt de Nederlandse overheid geacht de publieke belangen te waarborgen. Deze omvatten onder meer een betaalbare gasvoorziening, een voldoende waarborging van voorzieningszekerheid, en een duurzame energiehuishouding. In dit kader moet ook de Nederlandse ambitie ten aanzien van het ontwikkelen van Nederland als centraal knooppunt (gasrotonde) in de Europese gasmarkt worden genoemd. 1.1 Doelstelling, aanpak en afbakening Doelstelling In dit verkennende onderzoek wordt gekeken naar de leveringszekerheidssituatie op de Nederlandse gasmarkt in de periode tot Doelstelling hierbij is antwoord te geven op de volgende vraagstelling: Leiden, op middellange termijn (tot medio 2020), de veranderende omstandigheden tot een toename van het risico dat op korte termijn onvoldoende gas beschikbaar is of niet kan worden geleverd in tijden van piekvraag of interrupties in het gasaanbod? Indien het risico inderdaad toeneemt, wat zijn de mogelijkheden om de leveringszekerheid te verbeteren? In het adresseren van de onderzoeksvraag kunnen de volgende twee aspecten worden onderscheiden: 1. Voldoende capaciteit? In de eerste plaats is de vraag of, uitgaande van bestaand kader van wet- en regelgeving, de benodigde capaciteit van het Nederlandse gassysteem om adequaat te reageren op interrupties in de levering van gas in de periode tot 2020 gewaarborgd is. Het verlies aan capaciteit van het Groningenveld om gas te leveren in tijden van piekvraag zal op systeemniveau moeten worden gecompenseerd door andere bronnen van pieklevering. Is de markt, zoals deze op dit moment is geordend en gereguleerd, in staat om deze compensatie in capaciteit te realiseren? 2. Voldoende gas? In de tweede plaats is het de vraag of, indien de benodigde capaciteit inderdaad voorhanden is, deze een voldoende aanbod van gas tijdens momenten van piekvraag kan garanderen. Een grootschalige uitbreiding van import capaciteit (pijplijn of LNG) garandeert nog niet dat er op het moment dat de nood het hoogst is daadwerkelijk gas aan de 5 De Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) heeft besloten om per 1 juni 2008 de naam Directie Toezicht Energie (DTe) te veranderen in Energiekamer. De Energiekamer is een directie van de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) en is belast met de uitvoering en het toezicht op de naleving van de Elektriciteitswet 1998 en de Gaswet. In deze studie wordt een aantal malen gerefereerd naar de publicaties / onderzoek van DTe. ECN-E

16 markt beschikbaar wordt gesteld. Zoals gezegd is in de Nederlandse gasmarkt een geliberaliseerde markt waar de allocatie van de commodity is gebaseerd op het prijsmechanisme. De geldende prijs op de groothandels- en onbalansmarkt dient marktactoren te prikkelen om juist díe actie te ondernemen, die op dat moment van belang is bij het in evenwicht brengen van vraag en aanbod. Hieruit resulteren twee deelvragen: Leidt dit uiteindelijk tot voldoende leveringszekerheid bij de eindafnemers? En: Hoe hebben leveringspartijen of grote eindverbruikers dit zeker gesteld? Onderzoeksaanpak Het verkennende onderzoek is uitgevoerd door een analyse te maken van informatie die in literatuur en andere openbare gegevensbronnen beschikbaar is. Hierbij is ook gebruik gemaakt van beschikbare kwantitatieve gegevens. De analyseresultaten zijn vervolgens getoetst aan de praktijk door middel van consultaties van enkele marktpartijen. Hierbij is zoveel mogelijk getracht recente ontwikkelingen mee te nemen, waaronder enkele beleidsvoornemens van de overheid Afbakening Het onderzoek is op de volgende punten afgebakend: De analyse is gericht op Nederland, niet op andere Europese landen of op de Europese Unie in het algemeen. Het onderzoek doet geen uitspraken over de huidige situatie aangaande leverings- en voorzieningszekerheid op de Nederlandse gasmarkt. Het onderzoek richt zich specifiek op de situatie in de periode tot 2020: de periode dat de rol van Groningen op de korte-termijn flexibiliteitsmarkt grotendeels uitgespeeld zou kunnen zijn en Nederland voor een belangrijk deel afhankelijk is geworden van gasimporten. Alternatieve brandstoffen als olie en kolen blijven buiten beschouwing. Het onderzoek beperkt zich tot aardgas. Hoewel er nu grote aandacht is voor energiebesparing en hernieuwbare energiebronnen, blijven onderwerpen als reductie van de vraag naar gas, nieuwe gassen (zoals groen gas, waterstof e.d.) en milieuaspecten hier eveneens buiten beschouwing. 1.2 Leeswijzer In Hoofdstuk 2 wordt eerst ingegaan op de begrippen voorzieningszekerheid en leveringszekerheid. In literatuur en door beleidsmakers worden deze begrippen nogal eens met verschillende ideeën geassocieerd. Teneinde verwarring te voorkomen presenteren wij in Hoofdstuk 2 een karakterisering van de verschillende dimensies van voorzieningszekerheid. Hieruit volgt onder meer een heldere afbakening van het probleem dat dit onderzoek beoogt te adresseren, namelijk de leveringszekerheid. In Hoofdstuk 3 wordt een kwantitatieve analyse gepresenteerd van de ontwikkeling van de Nederlandse behoefte aan gas tijdens momenten van schaarste enerzijds, en de verschillende mogelijkheden waarin in die behoefte kan worden voorzien anderzijds, in de periode tot Centraal hierbij is de vraag of er voldoende in deze behoefte kan worden voorzien. Uit de kwantitatieve analyse moet blijken hoe de leveringszekerheid verandert, dat wil zeggen of de mogelijkheden om te reageren op (extreme) vraagpieken of plotselinge onderbrekingen in het aanbod in 2020 adequaat is. In Hoofdstuk 4 gaan we vervolgens in op de verschillende opties die marktactoren ter hand kunnen nemen wanneer de korte-termijn leveringszekerheid in het geding is en er behoefte is aan flexibiliteit. Hier bespreken we de beschikbaarheid van deze opties en de belemmeringen die aanwezig kunnen zijn in het aanspreken c.q. aanwenden van de opties. 16 ECN-E

17 In Hoofdstuk 5 worden een aantal aanbevelingen gedaan voor een bevordering van de voorzienings- en leveringszekerheid in Nederland. ECN-E

18 2. Definiëring van voorzienings- en leveringzekerheid 2.1 Introductie Security of gas supplies is frequently discussed on the basis of intuitive and non-systematic arguments (Luciani, 2004). Om deze reden en teneinde helder te maken welk deel van voorzieningszekerheid in deze studie wordt geanalyseerd wordt in dit hoofdstuk uitgewijd over het begrip voorzieningszekerheid. De termen voorzieningszekerheid en leveringszekerheid worden in het spraakgebruik door elkaar gebruikt. In Engelstalige literatuur wordt geen terminologisch onderscheid gemaakt binnen de term voorzieningszekerheid, maar wordt zekerheid wel gesteld tegenover adequacy (voldoende beschikbaarheid). Ook wordt binnen de term voorzieningszekerheid onderscheid gemaakt naar de duur van de beschikbaarheid van gas en de operationele aanvoer op de korte of de lange termijn. Velen hebben zich gebogen over het definiëren van voorzieningszekerheid. Voorbeelden zijn: In het spraakgebruik wordt voorzieningszekerheid meestal omschreven als het garanderen van een stabiele levering van energie tegen acceptabele prijzen, ongeacht de omstandigheden. In Scheepers et al. (2006) wordt voorzieningszekerheid gerelateerd aan een relatief tekort, een te gering aanbod ten opzichte van de vraag, of een gehele of gedeeltelijke onderbreking van de toevoer van energie. De Engelse Department for Business, Enterprise and Regulatory Reform (BERR), voorheen de Department of Trade and Industry (DTI), ziet het definiëren van voorzieningszekerheid als een multi-dimensionaal vraagstuk, dat tot nu toe onvoldoende is afgeperkt. Volgens DTI (2007) moet het elementen omvatten als: sufficient fuel and infrastructure capacity made available to avoid socially unacceptable levels of interruption to physical supply and excessive costs to the economy from unexpectedly high or volatile prices sufficient, diverse and reliable supplies of energy to meet the customers demand sufficient capacity on the import, transmission and distribution networks to deliver supplies to customers Steeds wordt gerefereerd aan voldoende gas en voldoende transportcapaciteit als basisvoorwaarden. Teneinde grip te krijgen op de materie presenteren wij in de volgende paragraaf de verschillende aspecten van voorzieningszekerheid in een kader. Op basis hiervan geven wij aan welke aspecten binnen het bereik van deze studie vallen, en welke daar buiten. 2.2 Categorisering van voorzienings- en leveringszekerheidsaspecten Tabel 2.1 schetst een beeld van de verschillende aspecten en problemen rond de begrippen voorzieningszekerheid en leveringszekerheid. In deze tabel worden voorbeelden van problemen en calamiteiten vermeld om de verschillende onderdelen van voorzieningszekerheid te illustreren. Deze tabel dient dus ter illustratie van het brede scala aan voorzienings- en leveringszekerheidsaspecten en dient zeker niet gezien te worden als uitputtende opsomming van mogelijke voorzienings- en leveringszekerheidsproblemen c.q. -aspecten. 18 ECN-E

19 Tabel 2.1 Categorisering van voorzieningszekerheid en leveringszekerheidsaspecten geïllustreerd met enkele voorbeelden Dimensie Capaciteit Commodity Korte termijn (Leveringszekerheid) 1. Technisch - Malfunctionerende assets (b.v. compressoren, verdeelstations) 2. Economisch/ - Beschikbaarheid van institutioneel capaciteit (contracten: use-it-or-sell-it, useit-or-lose-it bepalingen) 3. (Geo) politiek Lange termijn (Voorzieningszekerheid) - Te weinig investeringen (prikkels) - Investeringen in infrastructuur als politiek instrument Korte termijn (Leveringszekerheid) -Verschil in gaskwaliteit - Prijspieken a.g.v slecht functionerende markt (b.v. door marktdominantie) - Faillissement van gasleverancier - Gastoevoer als politiek instrument (bv. Contractonderhandelin gen Gazprom met buurlanden) - Productiebeperkingen (o.a. winningsbeleid) Lange termijn (Voorzieningszekerheid) - Depletie van gasreserves - Beschikbaar komen van nieuwe reserves door exploratie - Te weinig investeringen (prikkels) - Productiebeperkingen (GASPEC 6 ) De bovenstaande tabel is opgebouwd uit de volgende onderdelen: 1) capaciteit vs. commodity, 2) korte vs. lange termijn, en 3) de technische/economisch-institutionele/geopolitieke dimensie. In de eerste plaats wordt een onderscheid gemaakt naar de beschikbaarheid van capaciteit enerzijds, en de beschikbaarheid van de commodity (de moleculen) anderzijds. Het beschikken over voldoende aanvoercapaciteit geeft geen garantie dat er ook daadwerkelijk voldoende gas beschikbaar komt via deze infrastructuur. Andersom geeft een voldoende hoeveelheid gas in ontdekte gasreserves geen garantie dat het gas kan worden geleverd aan een bepaalde markt: de capaciteit hiervoor mag niet ontbreken. In de tweede plaats wordt een onderscheid gemaakt naar de termijn waarop een beschikbaarheidsprobleem zich kan voordoen: op korte of lange termijn. Hierbij definiëren wij problemen met betrekking tot de beschikbaarheid van capaciteit en/of gas op de korte termijn als leveringszekerheidsproblemen en de beschikbaarheid van capaciteit en/of gas op de lange termijn als voorzieningszekerheidsproblemen. Voorzieningszekerheid heeft betrekking op de mate waarin de toekomstige leveringszekerheid is gegarandeerd. Door veranderingen in de (gepercipieerde) risico s op tekorten en onderbrekingen kunnen huidige maatregelen waarmee de leveringszekerheid wordt garandeert in de toekomst onvoldoende blijken. In de derde plaats kan een onderscheid worden gemaakt naar de aard van het probleem. Deze kan technisch (fysiek), economisch, of (geo)politiek van aard zijn. De technische, economische en politieke aspecten komen samen in de betrouwbaarheid van gasvoorziening en levering. Het gas kan in principe beschikbaar zijn, evenals de benodigde capaciteit om deze van A naar B te brengen, en de levering kan contractueel vastgelegd zijn. Toch kunnen calamiteiten - onvolkomenheden in techniek en logistiek, in het marktmechanisme of in politieke verhoudingen - een 6 In de afgelopen jaren hebben verschillende grote gasproducerende landen (van buiten de EU) bijeenkomsten belegd om te spreken over gasmarktontwikkelingen. Er bestaat de angst dat deze bijeenkomsten op termijn kunnen leiden tot de opstanding van een kartel op de gasmarkt. Er wordt in dit verband de term GASPEC gebruikt, naar analogie met het bestaande oliemarktkartel OPEC. ECN-E

20 voorziening of levering van gas in de weg staan. Hieronder wordt kort ingegaan op deze drie dimensies Dimensie 1: Voorzienings- en leveringszekerheid en technische aspecten De technische dimensie betreft kortstondige fysieke onderbrekingen van de levering ten gevolge van calamiteiten in infrastructuur of opslag, of langdurige onderbreking ten gevolge van depletie van individuele bronnen. Weersinvloeden vormen hierbij een aparte categorie. De kortetermijn vraag naar gas correleert in hoge mate met het weer. Lange-termijn trends en klimaatverandering hebben hun eigen invloed op de mate van voorzieningszekerheid. Voorbereiding op onvoorziene gebeurtenissen en omstandigheden als slecht weer, technische defecten of terrorisme is vereist. Naar deze voorbereiding wordt meestal verwezen als crisis management. Zulke gebeurtenissen mogen een lage waarschijnlijkheid hebben, hun impact op de markt kan groot zijn. Stern (2002) onderscheidt voorts storingen op drie niveaus binnen de bedrijfskolom van gas. Onderbrekingen kunnen plaatsvinden bij de productie van het gas, bij het transport tussen bron en gebruiker en op het niveau van de facilities (zoals opslagfaciliteiten, mengstations, afleverstations, etc.). Op natuurrampen gebaseerde onderbrekingen komen met enige regelmaat voor. Wij wijzen hierbij op aardbevingen, hevige storm of overstromingen. De 2005 Katrina-gebeurtenissen in New Orleans (USA) zijn voldoende voorbeeld en herinneren ons aan de gevoeligheid van menselijke systemen voor natuurlijke gebeurtenissen. De risico s op dit soort gebeurtenissen zijn afhankelijk van de geografische plaats. Het risico op zware aardbevingen in Nederland is vrijwel nihil, maar overstromingen hebben een zekere mate van waarschijnlijkheid. Naast het inschatten van deze risico s is het belangrijk welke maatregelen kunnen worden genomen als een dergelijk gebeurtenis het gassysteem treft (Scheepers et al., 2006). Nu de globale gasmarkt zich ontwikkelt tot een volwassen markt wordt vaak gesuggereerd, dat running out of gas nog slechts een kwestie van enkele decennia is. Dat mag realistisch zijn voor de traditionele Europese gasproducenten in het Verenigd Koninkrijk en Nederland, maar voor overige landen gelden andere, nieuwe omstandigheden. Nieuwe gasproductie is beschikbaar gekomen voor de EU markten vanuit landen op afstand van de consumptiegebieden Dimensie 2: Voorzienings- en leveringszekerheid en economisch/institutionele aspecten De economische/institutionele dimensie is gerelateerd aan de werking van de geliberaliseerde markt (de werking van het prijsmechanisme als coördinatie-instrument voor de allocatie van gas en investeringsmiddelen) en de instituties (zoals lange-termijn capaciteits- en leveringscontracten) die marktpartijen creëren. In economische zin dient de prijs de betalingsbereidheid te reflecteren van marktpartijen (willingness to pay en willingness to accept). Alleen dan komen theoretisch gezien marktoptimale uitkomsten tot stand. Belemmeringen voor deze optimale uitkomsten liggen op het vlak van marktdominantie, onvoldoende markttransparantie en toetredingsbarrières. Deze belemmeringen kunnen op korte termijn leiden tot onnodige hoge marktprijzen (bijvoorbeeld in de piek) en op de lange termijn een verkeerd signaal geven aan investeerders in gas assets, met als uiteindelijk gevolg het risico van onderinvesteringen. Bij een vermoeden van niet-marktreflectieve prijzen zullen de risico s van nieuwe investeringen al snel als te hoog worden gepercipieerd. 20 ECN-E

21 2.2.3 Dimensie 3: Voorzieningszekerheid en (geo)politieke aspecten De betrouwbaarheid van de gasvoorziening en levering kan worden beïnvloed op grond van politieke motieven. Deze (geo)politieke dimensie is zeker niet de minst belangrijke dimensie geworden, sterker gezegd, de uitdrukking energie is politiek geworden wordt steeds vaker gehoord. Met de internationalisering van de gasmarkt, de wereldwijd lopende discussies betreffende marktwerking en de afnemende reserveposities van de huidige, nabijgelegen gasproducenten, spelen geopolitieke factoren in toenemende mate een rol van betekenis. Op nationale basis hebben overheden en regulatoren invloed op de efficiënte allocatie van schaarse middelen, prijsbewegingen en prijsniveaus. Op supra- en internationale basis hebben geopolitieke aspecten een steeds sterker wordende invloed. Zij bestaan al sinds de vroege dagen van de internationale oliehandel, maar zijn vooral de laatste decennia prominent geworden in de probleemstelling rondom afhankelijkheid van bepaalde regio s (importafhankelijkheid). Het kan verleidelijk zijn voor buitenlandse gasleveranciers om de gasstroom te manipuleren. Afstand en veelvuldig passeren van nationale grenzen door het gas op weg naar de eindverbruiker verhoogt het geopolitieke risico van een interruptie in gasleveringen. Stern stelde nog in 2002: An overview of gas security incidents over the past two decades worldwide suggests that there is some empirical evidence that imported supplies of gas may be unreliable, but there is little evidence that exporters ( nasty foreigners ) have attempted to deliberately withhold supplies for political reasons. Deze visie wordt sinds de Oekraïne crisis (die wel politiek gedreven was) niet meer zo direct doorgetrokken naar de toekomst. Het moet echter worden benadrukt, dat exporterende en doorvoerlanden een (groot) belang hebben bij de inkomsten uit gas, en daarom het politieke drukmiddel slechts met mate kunnen inzetten. In 2000 verzorgde de export van aardgas 16% van de Russische en 33% van de Algerijnse staatsinkomsten. Deze percentages zijn sindsdien alleen maar toegenomen. Daarbij komt, dat de omvang van hun reserves en de relatief nabij gelegen consumentenmarkt van de EU een aantrekkelijke combinatie vormen. 2.3 Voorzienings- en leveringszekerheid in deze studie In deze verkennende studie wordt gekeken naar problemen ten aanzien van de capaciteitsontwikkeling op de lange termijn enerzijds, en de korte-termijn beschikbaarheid van capaciteit en commodity anderzijds. Hierbij kunnen we refereren aan de kolommen 2 t/m 4 van Tabel 2.1. Hierin werden de lange-termijn capaciteitsaspecten aangeduid als zijnde voorzieningszekerheidsaspecten, terwijl de korte-termijn commodity- en capaciteitsaspecten worden aangeduid als leveringszekerheidsaspecten. Capaciteit heeft hier betrekking op de mogelijkheid om op korte termijn (dagbasis) te kunnen voorzien in de totale gasvraag. Juist in omstandigheden van extreem hoge gasvraag of ten tijde van interrupties in gasaanbod. Tot deze capaciteit behoren onder meer gasproductiecapaciteit, gastransportcapaciteit en gasopslagcapaciteit. Deze terminologie kan worden geïllustreerd aan de hand van Figuur 2.1. Deze figuur laat de hypothetische duurlastkromme zien van de Nederlandse gasvoorziening. ECN-E

22 Piekopslag Productie/consumptie (mln m3 per dag) Piekproductie Groningen Seizoensopslag Seizoensproductie Groningen Baseload productie Groningen Baseload productie kleine velden Duurlastkromme Importen Dagen Figuur 2.1 Hypothetische duurlastkromme voor Nederlandse gasmarktsituatie Een duurlastkromme laat de totale gasvraag (ook wel belasting ) door een jaar heen zien, met daarin tevens aangegeven vanuit welke bron in deze vraag wordt voorzien. Zo zal op een dag in het jaar met een zeer lage gasvraag alleen baseload productie uit kleine velden worden gebruikt om in de gasvraag te voorzien. Bij een zeer koude winterdag, met zeer hoge gasvraag, moeten echter alle mogelijke beschikbare bronnen worden aangewend om in de volledige gasvraag te voorzien (inclusief piekopslagfaciliteiten). Bij gebrek aan werkelijke cijfers die nodig zijn om deze duurlastkromme samen te stellen wordt hier slechts een geabstraheerde impressie gegeven. Deze is voldoende om de scope van onze studie aan te geven. Wanneer wij spreken van de totale capaciteit die nodig is om in tijden van schaarste of bij calamiteiten (interrupties in gasaanvoer) in de totale gasvraag te voorzien, dan spreken wij over het totaal aan capaciteit dat beschikbaar moet zijn op de dag met de hoogste gasvraag. Dit komt overeen met het totaal aan opties die zich links in Figuur 2.1 direct tegen de verticale as manifesteert. Wanneer in de navolgende hoofdstukken wordt gesproken over de ontwikkeling van deze piekcapaciteit dan spreken we dus over de ontwikkeling van deze smalle kolom door de tijd (tot 2020) heen. In Hoofdstuk 3 wordt op kwantitatieve wijze geïnventariseerd hoe deze piekcapaciteit zich gaat ontwikkelen. Kortom: is er voldoende capaciteit om in de behoefte aan gas te voorzien in momenten van fysieke schaarste? Voorzieningszekerheid ten aanzien van de commodity wordt hier dus niet meegenomen. Dit betekent dat lange-termijn geopolitieke kwesties en marktmacht- en misbruikaspecten niet zullen worden meegenomen in deze studie. In Hoofdstuk 4 worden de verschillende instrumenten en opties besproken die kunnen bijdragen aan de korte-termijn beschikbaarheid van de verschillende onderdelen in de piekcapaciteit (zoals productie en opslag). 22 ECN-E

23 3. Ontwikkeling piekcapaciteit in Nederland 3.1 Introductie Dit hoofdstuk laat zien hoe de Nederlandse gasvoorziening op dit moment voorziet in die piekvraag en kan reageren op een onverwachte interruptie in het aanbod, en hoe deze capaciteit zich lijkt te ontwikkelen, op basis van (te verwachten) ontwikkelingen, in de periode tot Het gaat hierbij dus om voorzieningszekerheid op capaciteitsvlak. In het volgende hoofdstuk wordt vervolgens ingegaan op de vraag in hoeverre de gerealiseerde piekcapaciteit op moment van fysieke schaarste kan zorgen voor een daadwerkelijke levering van gas; de leveringszekerheid op commodity vlak. In dit hoofdstuk wordt eerst ingegaan op de mogelijke ontwikkeling in de vraag naar piekcapaciteit voor gaslevering (Paragraaf 3.2), en daarna op de ontwikkeling van de volgende technisch/fysieke opties om in piekcapaciteit te voorzien: 1) Productiecapaciteit (Paragraaf 3.3) 2) Importcapaciteit (Paragraaf 3.4) 3) Gasopslagcapaciteit (Paragraaf 3.5). Vervolgens worden gegevens van vraag- en capaciteitsontwikkeling besproken in een integraal overzicht (Paragraaf 3.6). Daarna wordt ingegaan op de rol van verschillende gaskwaliteiten in het Nederlandse gassysteem (Paragraaf 3.7). Vervolgens wordt het hoofdstuk afgesloten met een reflectie op de materie vanuit de geconsulteerde marktpartijen (Paragraaf 3.8) en algemene slotconclusies (Paragraaf 3.9). De gegevens gebruikt voor de hiernavolgende analyse kennen verschillende bronnen. Zo is er gebruik gemaakt van data van het CBS, GTS (2007a, 2007b), en IEA. De uitgevoerde analyse is in benadering vergelijkbaar met de toekomstverkenning die door de Britse TSO National Grid wordt uitgevoerd in the Ten Year Statement (National Grid, 2007). Hierin worden uitvoerig verschillende vraag- en aanbodscenario s voor het Britse gassysteem besproken, op basis van zowel jaarvolumes als piekvraag en -aanbod. Voor Nederland is het Kwaliteits- en Capaciteitsdocument (KCD) van GTS (GTS, 2007) een vergelijkbaar product. Hierin worden projecties voor de benodigde transportcapaciteit opgesteld waarbij mogelijke achterliggende gasvraag -en gasaanbodscenario s, evenals de verschillende bronnen waarlangs gasaanbod de Nederlandse markt kan bereiken, niet worden geëxpliciteerd. Zo wordt bijvoorbeeld in de KCD alleen een raming gegeven van de totale benodigde capaciteit op binnenlandse entrypunten (GTS, 2007, p. 21), terwijl geen inzicht wordt verschaft in de achterliggende ontwikkelingen (onder meer: daling piekcapaciteit Groningen, ontwikkeling nieuwe opslagcapaciteit, productie van kleine velden gas). Strikt genomen draagt GTS slechts zorg ten aanzien van een voldoende ontwikkeling van transportcapaciteit zoals gevraagd door de markt op basis van marktsignalen. Op dit onderdeel heeft GTS een rapportageplicht die vastgelegd is in de Gaswet. Aan deze rapportageplicht wordt voldaan middels de genoemde KCD. Er bestaat echter reeds de mogelijkheid voor de minister om indien gewenst additionele informatie op te vragen aan GTS. Verder biedt de bestaande Gaswet een aantal aanknopingspunten voor een verdere formele uitbreiding van de rapportageplicht. Gegeven de centrale rol van de beheerder van het landelijk transportnetwerk in de gehele gasvoorziening zou deze actor bij uitstek geschikt zijn om een grotere rol te spelen in de informatievoorziening rond de Nederlandse gasvoorziening en dan specifiek het niveau van voorzienings- en leveringszekerheid. ECN-E

24 3.2 Ontwikkeling van piekvraag naar gas Achtereenvolgens wordt de vraag naar piekgas in Nederland (Paragraaf 3.2.1) en de vraag naar piekgas in het buitenland (Paragraaf 3.2.2) besproken Binnenlandse piekvraag De consumptie van gas kan grofweg worden onderverdeeld in drie categorieën: de kleinverbruikers, de energiesector (gas als brandstof voor elektriciteitsopwekking of voor olie- en gaswinning e.d.) en de industriële sector. Figuur 3.1 laat de historische ontwikkeling van de gasconsumptie in Nederland zien voor elk van deze consumentengroepen Miljard m3 per jaar Energiesector Industriesector Kleinverbruikerssector Figuur 3.1 Consumptie van aardgas in Nederland Bron: IEA. De gasconsumptie van de kleinverbruikersector omvatte in 2005 circa 40% van de totale gasconsumptie, terwijl de energiesector en de industrie een aandeel kenden van respectievelijk 37 en 24%. Uit de bovenstaande figuur is op te maken dat vooral de consumptie van gas in de energiesector de laatste tien jaar toeneemt, van circa 14 miljard m 3 per jaar in 1995 tot circa 18 miljard m 3 per jaar in Het gasverbruik in de overige sectoren is de laatste jaren licht naar beneden gegaan. Figuur 3.2 laat de historische ontwikkeling zien van de gemiddelde dagelijkse gasvraag en de theoretische dagelijkse piekvraag. De theoretische piekvraag is geconstrueerd door een vermenigvuldiging van de gemiddelde dagelijkse gasvraag met de gemiddelde geobserveerde maandelijkse swingfactor 7 in de vraag over de gehele periode. De dagelijkse gasvraag is hier onzes inziens de relevante indicator aangezien de uurlijkse variatie in gasvraag door linepack (opslag in het transportnetwerk) kan worden geaccommodeerd. 7 De swingfactor geeft de mate van variatie in productie of consumptie weer op een bepaalde tijdsbasis. Bijvoorbeeld: een maandelijkse swingfactor van 1,4 geeft aan dat de maximale maandelijkse productie of consumptie 40% boven de gemiddelde maandelijkse productie of consumptie ligt. 24 ECN-E

25 Miljoen m3 per dag jan-95 jan-96 jan-97 jan-98 jan-99 jan-00 jan-01 jan-02 jan-03 jan-04 jan-05 jan-06 jan-07 Kleinverbruikerssector (gemiddeld) Industriesector (gemiddeld) Energiesector (gemiddeld) Kleinverbruikerssector (max) Industriesector (max) Energiesector (max) Figuur 3.2 Historische ontwikkeling van de gemiddelde dagelijkse gasvraag en de theoretische piekvraag naar gas Bron: eigen berekeningen gebaseerd op CBS-data (maandbasis). Idealiter zou men de beschikking moeten hebben over de historische dagelijkse gasvraag maar deze is helaas niet voorhanden. Door ons te baseren op maandelijkse statistieken moet rekening worden gehouden met een onderschatting van de werkelijke piekvraag, aangezien pieken in maandelijkse data worden uitgevlakt. 8 Niettemin geeft de bovenstaande figuur belangrijke informatie over de behoefte aan piekvraag. Op basis van deze maandelijkse data kan de swingfactor voor de verschillende gasverbruikers worden berekend. Zo is de swingfactor (oftewel de behoefte aan flexibiliteit in de gasvraag) het grootst is bij de kleinverbruikers met een geobserveerde swingfactor van ca. 2,41. De behoefte aan flexibiliteit in de industriële sector en de energiesector zijn lager met respectievelijke waarden van 1,27 en 1,35. Deze swingfactoren zijn, samen met een projectie voor de vraagontwikkeling in deze sectoren gebruikt om de waarschijnlijke piekvraag in de periode tot 2020 te construeren. Voor Nederland zijn er slechts een beperkt aantal projecties voor het toekomstig binnenlands gasverbruik beschikbaar, daarbij nog aangetekend dat niet alle projecties op sectoraal niveau een projectie geven. Internationale instituten (zoals het IEA) presenteren doorgaans regionale projecties, bijvoorbeeld op EU-niveau. Studies die wel een projectie van de Nederlandse gasvraag geven zijn EC (2003, 2006) en WLO (Farla et al., 2006). Figuur 3.3 laat de gasvraagprojecties zien van deze studies, waarbij gerapporteerde jaarcijfers zijn omgezet in gemiddelde dagelijkse gasvraag in miljoenen m 3 per dag. Tabel 3.1 geeft de cijfers voor de jaren 2010 en Uit de WLO-studie (Farla et al., 2006) zijn vijf verschillende scenario s overgenomen. Dit zijn Regional Communities (RC), Transatlantic Markets (TM), Strong Europe (SE), Global Economy (GE), en Global Economy met hoge olieprijzen (GEH). Voor een beschrijving van deze scenario s verwijzen wij naar Farla et al. (2006). 8 Voor deze mogelijke onderschatting zou kunnen worden gecorrigeerd als men over de verhouding kent tussen de variatie in dagelijkse gasvraagdata en de maandelijkse gasvraagdata. ECN-E

26 Mln m3 per dag WLO (2006) RC WLO (2006) SE EC (2006) Totaal WLO (2006) GE WLO (2006) TM WLO (2006) GEH EC (2003) Realisatie (CBS) Figuur 3.3 Projecties voor de gemiddelde dagelijkse gasvraag in Nederland in periode tot 2020 Bron: eigen berekeningen gebaseerd op Farla et al. (2006), EC (2003, 2006) en CBS. Tabel 3.1 Projecties voor de gemiddelde dagelijkse gasvraag in Nederland in periode tot 2020 Gemiddelde dagelijkse gasvraag [mln m 3 per dag] Realisatie (CBS) 123 WLO (2006) - RC TM SE GE GEH EC (2003) EC (2006) De toekomstige ontwikkeling van de gasvraag in Nederland heeft met een aantal onzekerheden te maken. Het betreft dan vooral de gasvraag in de elektriciteitssector. Terwijl de gasvraag in de industrie en kleinverbruikerssector min of meer gelijk blijven of iets dalen, zou een grote toename in de gasvraag in de elektriciteitssector tot de mogelijkheden kunnen behoren. Het gaat daarbij om grootschalige gasgestookte elektriciteitscentrales en om WKK-eenheden. De onzekerheid is met name te vinden in de ontwikkeling van gas- en, elektriciteitsprijzen en de prijs voor CO 2 -emissierechten. Een indicatie van de benodigde flexibiliteit om in pieken in de gasvraag te voldoen kan worden gegeven door de projecties te combineren met de op basis van historische cijfers berekende swingfactoren. Deze zijn reeds eerder gegeven. Door gebruik te maken van de trendmatige ontwikkeling in de aandelen van de verschillende verbruikerscategorieën kan een theoretische piekvraag naar gas worden geconstrueerd. 26 ECN-E

27 Figuur 3.4 geeft de hypothetische piekvraag voor één van de WLO-scenario s uit 2006, namelijk het Global Economy (GE), hoge olieprijs scenario. Dit is een scenario waarin relatief hoge economische groei wordt verondersteld in combinatie met relatief hoge olieprijzen. Uitgaande van dit scenario kan de maximale piekvraag in dagelijks gasverbruik in Nederland in 2020 circa 400 miljoen m 3 per dag bedragen. Hoewel een vergelijking van projecties op sectoraal niveau niet mogelijk is, is het niet onwaarschijnlijk dat de grootste onzekerheid in de ontwikkeling van het gasverbruik in de komende jaren ligt in het gasverbruik in de elektriciteitssector. Daar bepalen de prijsontwikkelingen op de kolen-, gas- en CO 2 -markt grotendeels de aantrekkelijkheid van gasgestookt vermogen en dus ook de onzekere gasvraag vanuit deze sector Mln m3 per dag Overige directe leveringen Levering aan elektriciteitsbedrijven Levering aan gasdistributiebedrijven (kleinverbruikers) Figuur 3.4 Projecties voor de theoretische piek in gasvraag in Nederland in periode tot 2020 Bron: eigen berekeningen gebaseerd WLO (2006). Hoewel het WLO-GE scenario een stijgende totale gasvraag laat zien, valt uit bovenstaande figuur af te lezen dat de theoretische piekvraag naar gas in de periode tot 2020 afneemt. Dit heeft te maken met de trendmatige daling van het belang van de gasvraag door kleinverbruikers in de totale vraag. Omdat deze verbruikercategorie de hoogste swingfactor kent betekent een lager aandeel van kleinverbruikers ook een minder hoge maximale piekconsumptie. Zoals eerder gezegd is de gasvraagontwikkeling in vooral de elektriciteitssector groot. Wanneer deze toeneemt mag eerder een stijging van de totale behoefte aan flexibiliteit worden verwacht Piekvraag in het buitenland Nederland speelt in Europa een belangrijke rol als gasleverancier en exporteert jaarlijks naar onder meer België, Frankrijk, Duitsland, Italië en het Verenigd Koninkrijk. Figuur 3.5 geeft de gasexport van Nederland weer zoals gerapporteerd door het IEA en het CBS. ECN-E

28 Miljoen m3 per dag jan-99 jul-99 jan-00 jul-00 jan-01 jul-01 jan-02 jul-02 jan-03 jul-03 jan-04 jul-04 jan-05 jul-05 jan-06 jul-06 IEA CBS Figuur 3.5 Historische ontwikkeling van Nederlandse gasexport Bron: eigen berekeningen gebaseerd op data van IEA en CBS. Figuur 3.5 laat zien dat er enigszins verschillen waarneembaar zijn tussen de datareeksen van de IEA en het CBS. Niettemin is duidelijk dat er een substantiële swingfactor in de maandelijkse Nederlandse exportcijfers zit. Kortom: gasconsumenten in het buitenland laten ook een grote behoefte aan flexibele gaslevering zien. De swingfactor voor de Nederlandse export bedraagt historisch gezien ongeveer 1,60. De ontwikkeling van de totale export capaciteit vormt de bovengrens voor de ontwikkeling van de piekvraag uit het buitenland. In Figuur 3.6 is de ontwikkeling van het gemiddelde exportvolume en het piek exportvolume geconfronteerd met de capaciteitsprojectie zoals gepubliceerd door Gasunie in het kwaliteit- en capaciteitsdocument (Gasunie, 2007). Hieruit blijkt dat de toekomstige piekvraag uit het buitenland in de toekomst op een substantieel hoger niveau kan komen te liggen dan het huidige export niveau. De stijging in potentiële exportstromen is deels te verklaren door een verwachte toename van transitstromen: de geëxporteerde hoeveelheid gas is niet altijd Nederlands van herkomst. Zo kan de export bestaan uit de transit van gas uit Rusland naar het Verenigd Koninkrijk, of uit de transit van gas geïmporteerd via LNG naar Duitsland. 28 ECN-E

29 Miljoen m3 per dag Export (gemiddeld) Export (maximum) Capaciteit basis Capaciteit hoog Capaciteit laag Figuur 3.6 Realisatie en projectie van gasexport uit Nederland in periode tot 2020 Bron: IEA en Gasunie. 3.3 Capaciteitsontwikkeling Nederlandse gasproductie De Nederlandse gasproductie kan (deels) voorzien in de behoefte aan flexibele gaslevering. Hieronder worden afzonderlijk de productie uit het Groningenveld (Paragraaf 3.3.1) en de kleine velden (Paragraaf 3.3.2) besproken Groningen Binnen de huidige Nederlandse gasvoorziening vormt de flexibele productie uit het Groningenveld de ruggengraat van het gasaanbod in tijden van hoge vraag. Wanneer echter wordt gekeken naar de ontwikkeling van de capaciteit om in de piekvraag te voorzien in de komende decennia is een relevante vraag: hoe ontwikkelt zich de piekcapaciteit van het Groningenveld veld in de periode tot 2020? Bij voortgaande extractie van gas uit het Groningenreservoir neemt de druk in dit reservoir af, waardoor de maximale productie (gemeten op dagbasis) afneemt. Op dit moment heeft het Groningenveld de unieke karakteristiek dat het de productie van uur tot uur en dag tot dag in grote mate kan variëren. Dit gegeven wordt geïllustreerd in Figuur 3.7 waarin een productieprofiel van het Groningenveld is weergegeven. Op basis van deze figuur is op te maken dat de zogenaamde (dagelijkse) swingfactor zeer hoog is. Voor Groningen bedraagt deze circa 2 tot 2,3 wanneer wij ons baseren op maandelijkse productiecijfers (TNO, 2006; 2007). Dit wil zeggen dat de maximale geobserveerde piekproductie uit het Groningenveld 200 tot 230% bedraagt van de gemiddelde maandelijkse productie. ECN-E

30 Figuur 3.7 Productieprofiel van Groningen Bron: IEA (2002). Het geven van een projectie voor de ontwikkeling van de door het Groningenveld geleverde piekcapaciteit is lastig aangezien data over een veronderstelde daling van de swingcapaciteit als gevolg van afnemende reservoirdruk niet voorhanden zijn. Daarnaast moet worden opgemerkt dat de reservoirdruk verder kunstmatig kan worden verhoogd door het installeren van compressoren. De afgelopen jaren is dan ook voor het Groningenveld geïnvesteerd in compressoren. Hierdoor is het Groningenveld langer in staat om een hoger niveau aan piekcapaciteit te leveren. In Figuur 3.8 zijn een aantal mogelijke scenario s afgebeeld voor de ontwikkeling van de piekcapaciteit van het Groningenveld. Bij constructie van deze scenario s is gebruik gemaakt van de volgende gegevens. De huidige druk in het veld bedraagt circa 180 bar, terwijl de oorspronkelijke druk voor gaswinning ongeveer 360 bar bedroeg. De druk in het transportnetwerk is circa 80 bar. Er wordt verondersteld dat de druk in het Groningerreservoir ongeveer de 80 bar zal bereiken wanneer er nog slechts 400 miljard m 3 gas zich in het reservoir bevindt. Per 1 januari 2007 werd de totale resterende gasreserve in het Groningenveld geschat op 1104 miljard m 3 (TNO, 2007). Onzekere factor is de impact van de in recente jaren geïnstalleerde additionele compressorcapaciteit. 30 ECN-E

Nut en noodzaak van schaliegas in Nederland

Nut en noodzaak van schaliegas in Nederland Nut en noodzaak van schaliegas in Nederland Paul van den Oosterkamp, Jeroen de Joode Schaliegas Congres - IIR Amersfoort, 30-31 Oktober 2013 www.ecn.nl Visie ECN Rol gas in NL energiesysteem nu en straks

Nadere informatie

Nut en noodzaak van schaliegas vanuit energieperspectief

Nut en noodzaak van schaliegas vanuit energieperspectief Nut en noodzaak van schaliegas vanuit energieperspectief Jeroen de Joode Schaliegasbijeenkomst provincie Noord-Brabant s-hertogenbosch, 27 september 2013 www.ecn.nl Hoofdboodschap Rol gas in NL energiesysteem

Nadere informatie

GAS VOOR MORGEN SLOTDOCUMENT REFLECTIES NAAR AANLEIDING VAN DE DISCUSSIES OVER HET ADVIES ALGEMENE ENERGIERAAD, MEI 2005

GAS VOOR MORGEN SLOTDOCUMENT REFLECTIES NAAR AANLEIDING VAN DE DISCUSSIES OVER HET ADVIES ALGEMENE ENERGIERAAD, MEI 2005 GAS VOOR MORGEN SLOTDOCUMENT REFLECTIES NAAR AANLEIDING VAN DE DISCUSSIES OVER HET ADVIES ALGEMENE ENERGIERAAD, MEI 2005 GAS VOOR MORGEN 2 DE ENERGIERAAD De Algemene Energieraad adviseert de regering en

Nadere informatie

Mondiale perspectieven voor energie, technologie en klimaatbeleid voor 2030 KERNPUNTEN

Mondiale perspectieven voor energie, technologie en klimaatbeleid voor 2030 KERNPUNTEN Mondiale perspectieven voor energie, technologie en klimaatbeleid voor 2030 KERNPUNTEN Referentiescenario De WETO-studie (World Energy, Technology and climate policy Outlook 2030) bevat een referentiescenario

Nadere informatie

Markt voor Flexibiliteit

Markt voor Flexibiliteit Markt voor Flexibiliteit Globale verkenning van kansen en uitdagingen Denktank Structurele veranderingen Energiemarkt, 9 April 2014 Frans Rooijers, Bettina Kampman, Sebastiaan Hers Agenda Terugblik en

Nadere informatie

Inpassing van duurzame energie

Inpassing van duurzame energie Inpassing van duurzame energie TenneT Klantendag Erik van der Hoofd Arnhem, 4 maart 2014 doelstellingen en projecties In de transitie naar duurzame energie speelt duurzame elektriciteit een grote rol De

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 21 501-33 Raad voor Vervoer, Telecommunicatie en Energie Nr. 542 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer

Nadere informatie

M A R K T M O N I T O R E N E R G I E - Oktober 2015

M A R K T M O N I T O R E N E R G I E - Oktober 2015 M A R K T M O N I T O R E N E R G I E - Oktober 2015 Geachte relatie, Bijgaand ontvangt u de maandelijkse marktmonitor van Energy Services. De Marktmonitor is een maandelijkse uitgave van Energy Services.

Nadere informatie

Versnelling van de ontwikkeling van TTF en de groothandelsmarkt voor gas

Versnelling van de ontwikkeling van TTF en de groothandelsmarkt voor gas Advies groothandelsmarkt gas uitgave september 2007 Versnelling van de ontwikkeling van TTF en de groothandelsmarkt voor gas NMa/DTe September 2007 Directie Toezicht Energie 1 / 50 Samenvatting Versnellen

Nadere informatie

Deze nota bevat ook een planning voor de verdere behandeling van dit dossier in de aanloop naar de zitting van de Raad TTE (8-9 juni 2006).

Deze nota bevat ook een planning voor de verdere behandeling van dit dossier in de aanloop naar de zitting van de Raad TTE (8-9 juni 2006). RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 24 februari 2006 (16.03) (OR. en) 6682/06 ENER 61 NOTA Betreft: Werking van de interne energiemarkt - Ontwerp-conclusies van de Raad De delegaties treffen in bijlage

Nadere informatie

Versnelling van de ontwikkeling van TTF en de groothandelsmarkt voor gas

Versnelling van de ontwikkeling van TTF en de groothandelsmarkt voor gas Versnelling van de ontwikkeling van TTF en de groothandelsmarkt voor gas NMa/DTe September 2007 Directie Toezicht Energie 1 / 50 Samenvatting Versnellen van de ontwikkeling van TTF en de werking van de

Nadere informatie

6 Pijler 4: Het energietransportnetwerk gereedmaken

6 Pijler 4: Het energietransportnetwerk gereedmaken 6 Pijler 4: Het energietransportnetwerk gereedmaken 6.1 Aanpassingen van de infrastructuur in Nederland De energietransitie kan ingrijpende gevolgen hebben voor vraag en aanbod van energie en voor de netwerken

Nadere informatie

LBW 2006. Copyright. De route naar betrouwbare, betaalbare en schone energie

LBW 2006. Copyright. De route naar betrouwbare, betaalbare en schone energie LBW 2006 Copyright Zonder uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van Lukkes Business Writing is het niet toegestaan deze tekst en berichtgevingen die verstrekt worden via deze site op enigerlei wijze

Nadere informatie

Opkomst onconventioneel gas

Opkomst onconventioneel gas Aan De Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie De heer drs. M.J.M. Verhagen Postbus 20101 (A/149) 2500 EC Den Haag Datum 8 februari 2011 Onderwerp Briefadvies opkomst onconventioneel gas

Nadere informatie

Gasbankieren in het publieke belang

Gasbankieren in het publieke belang Een geredigeerde versie is verschenen als: A.R. Spanjer (2006), Gasbankieren in het publieke belang, Tijdschrift voor Openbare Financiën, 38(1), pp. 4-13. Gasbankieren in het publieke belang A.R. Spanjer

Nadere informatie

Rol van WKK in een toekomstige Nederlandse energievoorziening:

Rol van WKK in een toekomstige Nederlandse energievoorziening: Rol van WKK in een toekomstige Nederlandse energievoorziening: Betaalbaar & betrouwbaar? Robert Harmsen ECN Beleidsstudies COGEN Symposium Zeist 22 oktober 2004 Een blik naar de toekomst (1) Four Futures

Nadere informatie

Investeringen in Conventioneel Vermogen

Investeringen in Conventioneel Vermogen Investeringen in Conventioneel Vermogen Situatieschets, Verwachtingen en Perspectieven op Aanpassingen Denktank Structurele veranderingen Energiemarkt, 21 Mei 2014 Frans Rooijers, Bettina Kampman, Sebastiaan

Nadere informatie

CPB Notitie. Samenvatting. Ministerie van Economische Zaken. Datum: 5 november 2014 Betreft: Second Opinion Beleidsdoorlichting Artikel 14 Energie

CPB Notitie. Samenvatting. Ministerie van Economische Zaken. Datum: 5 november 2014 Betreft: Second Opinion Beleidsdoorlichting Artikel 14 Energie CPB Notitie Aan: Ministerie van Economische Zaken Centraal Planbureau Van Stolkweg 14 Postbus 80510 2508 GM Den Haag T (070)3383 380 I www.cpb.nl Contactpersoon Rob Aalbers Datum: 5 november 2014 Betreft:

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal Vergaderjaar 00 0 9 03 Voorzienings- en leveringszekerheid energie Nr. 79 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE Aan de Voorzitter van de Tweede

Nadere informatie

WKK in de huidige gasmarkt. Peter van den Berg WKK dag Energy Matters 7 maart 2014

WKK in de huidige gasmarkt. Peter van den Berg WKK dag Energy Matters 7 maart 2014 WKK in de huidige gasmarkt Peter van den Berg WKK dag Energy Matters 7 maart 2014 Onderwerpen Verdiencapaciteit WKK in de glastuinbouw en de ontwikkeling hierin Termijn transacties Op korte termijn Verband

Nadere informatie

1 Inleiding. GasTerra B.V. is de rechtsopvolger van de voormalige handelstak van de N.V. Nederlandse Gasunie.

1 Inleiding. GasTerra B.V. is de rechtsopvolger van de voormalige handelstak van de N.V. Nederlandse Gasunie. 1 Inleiding De NMa heeft onderzoek verricht naar de hoogte van de aardgasprijzen op de Nederlandse groothandelsmarkt, onder meer naar aanleiding van klachten van tuinbouworganisaties over de tarieven van

Nadere informatie

Directie Toezicht Energie (DTe)

Directie Toezicht Energie (DTe) Directie Toezicht Energie (DTe) Aan Ministerie van Economische Zaken T.a.v. de heer mr. L.J. Brinkhorst Postbus 20101 2500 EC Den Haag Datum Uw kenmerk Ons kenmerk Bijlage(n) 102238/1.B999 Rapport Frontier

Nadere informatie

M A R K T M O N I T O R E N E R G I E - oktober 2014

M A R K T M O N I T O R E N E R G I E - oktober 2014 M A R K T M O N I T O R E N E R G I E - oktober 2014 Geachte relatie, Bijgaand ontvangt u de maandelijkse marktmonitor van Energy Services. De Marktmonitor is een maandelijkse uitgave van Energy Services.

Nadere informatie

Dynamieken in de elektriciteitsmarkt

Dynamieken in de elektriciteitsmarkt 2 oktober 2013 Dynamieken in de elektriciteitsmarkt Eneco Energy Trade Paul Hendrix, Bart van Paassen Kengetallen Eneco Groep 2,2 miljoen klanten in Nederland en België 7.000 vakkundige en betrokken medewerkers

Nadere informatie

Datum Uw kenmerk Ons kenmerk Bijlage(n) 17 maart 2006 ET/EM/ 6009634

Datum Uw kenmerk Ons kenmerk Bijlage(n) 17 maart 2006 ET/EM/ 6009634 Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA s-gravenhage Datum Uw kenmerk Ons kenmerk Bijlage(n) 17 maart 2006 ET/EM/ 6009634 Onderwerp Visie op de gasmarkt De crisissituatie

Nadere informatie

Hierbij doe ik u toekomen het Jaarverslag 2010, Delfstoffen en aardwarmte in Nederland en het Jaarverslag 2010 van Energie Beheer Nederland B.V.

Hierbij doe ik u toekomen het Jaarverslag 2010, Delfstoffen en aardwarmte in Nederland en het Jaarverslag 2010 van Energie Beheer Nederland B.V. > Retouradres Postbus 20101 2500 EC Den Haag De Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 22 2513 AA s-gravenhage Directoraat-generaal voor Bezoekadres Bezuidenhoutseweg 30 2594 AV Den

Nadere informatie

M A R K T M O N I T O R E N E R G I E - maart 2014

M A R K T M O N I T O R E N E R G I E - maart 2014 M A R K T M O N I T O R E N E R G I E - maart 2014 Geachte relatie, Bijgaand ontvangt u de maandelijkse marktmonitor van Energy Services. De Marktmonitor is een maandelijkse uitgave van Energy Services.

Nadere informatie

M A R K T M O N I T O R E N E R G I E - november 2012

M A R K T M O N I T O R E N E R G I E - november 2012 M A R K T M O N I T O R E N E R G I E - november 2012 Geachte relatie, Bijgaand ontvangt u de maandelijkse marktmonitor van Energy Services. De Marktmonitor is een maandelijkse uitgave van Energy Services.

Nadere informatie

Reguleren is balanceren

Reguleren is balanceren De energieketen Reguleren is balanceren afnemers netbeheerders producenten efficiëntie betaalbaarheid betrouwbaarheid milieuvriendelijkheid Te bespreken reguleringsmaatregelen Onderdeel energieketen Type

Nadere informatie

M A R K T M O N I T O R E N E R G I E - November 2015

M A R K T M O N I T O R E N E R G I E - November 2015 M A R K T M O N I T O R E N E R G I E - November 2015 Geachte relatie, Bijgaand ontvangt u de maandelijkse marktmonitor van Energy Services. De Marktmonitor is een maandelijkse uitgave van Energy Services.

Nadere informatie

WKK: de energiebesparingtechnologie bij uitstek!

WKK: de energiebesparingtechnologie bij uitstek! WKK: de energiebesparingtechnologie bij uitstek! Deze notitie belicht puntsgewijs de grote rol van WKK bij energiebesparing/emissiereductie. Achtereenvolgens worden de volgende punten besproken en onderbouwd:

Nadere informatie

Uitdagingen van Wind en Zon inpassing 28 november 2014

Uitdagingen van Wind en Zon inpassing 28 november 2014 Uitdagingen van Wind en Zon inpassing 28 november 2014 Ben Voorhorst COO TenneT 1 Onderwerpen TenneT algemeen Aandeel duurzaam Uitdaging inpassing duurzaam: - invloed weer - balanshandhaving - prijsontwikkeling

Nadere informatie

M A R K T M O N I T O R E N E R G I E - Mei 2016

M A R K T M O N I T O R E N E R G I E - Mei 2016 M A R K T M O N I T O R E N E R G I E - Mei 2016 Geachte relatie, Bijgaand ontvangt u de maandelijkse marktmonitor van Energy Services. De Marktmonitor is een maandelijkse uitgave van Energy Services.

Nadere informatie

Een Duurzaam Nederlands Energiebeleid?

Een Duurzaam Nederlands Energiebeleid? Een Duurzaam Nederlands Energiebeleid? "Dutch energy policy; Part 1: Which priorities for renewable energy? 6e Energy Economics Policy Seminar CPB, Tilec, EZ en NMa 7 december 2010 Aad Correljé TU Delft

Nadere informatie

BIJLAGEN BEHORENDE BIJ DE TUSSENRAPPORTAGE LIEGEN DE GASMETERS?

BIJLAGEN BEHORENDE BIJ DE TUSSENRAPPORTAGE LIEGEN DE GASMETERS? BIJLAGEN BEHORENDE BIJ DE TUSSENRAPPORTAGE LIEGEN DE GASMETERS? Bijlage 1 Informatieverzoek aan vergunninghouders Geachte heer/mevrouw, De Tweede Kamer heeft op 3 april jl. met de Minister van Economische

Nadere informatie

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Datum Uw kenmerk Ons kenmerk Bijlage(n) 8 september 2003 ME/EM/3051226 1 Onderwerp Besluit tot verlenging termijn beschermde afnemer Gaswet en Elektriciteitswet 1998 E-en G-wet.mbo Besluit van, tot verlenging

Nadere informatie

BESLUIT. Dienst uitvoering en toezicht Energie. Inleiding en verloop procedure

BESLUIT. Dienst uitvoering en toezicht Energie. Inleiding en verloop procedure Dienst uitvoering en toezicht Energie BESLUIT Nummer: 100792/ 47 Betreft: Besluit tot wijziging van het besluit van 18 juli 2001 kenmerk 100247/37, waarbij de tarieven zijn vastgesteld die Westland Energie

Nadere informatie

Consultatie volumebepaling strategische reserve

Consultatie volumebepaling strategische reserve Consultatie volumebepaling strategische reserve Samenvatting Een consultatie aangaande de volumebepaling in het kader van de strategische reserve is georganiseerd. Dit document omvat feedback van Elia

Nadere informatie

Groningengas op de Noordwest-Europese gasmarkt

Groningengas op de Noordwest-Europese gasmarkt Groningengas op de Noordwest-Europese gasmarkt - Samenvattende rapportage bij de onderzoeken 7, 8 en 9 Ministerie van Economische Zaken Directie Energiemarkt November 2013 1 In het kader van de aardbevingen

Nadere informatie

M A R K T M O N I T O R E N E R G I E - maart 2012

M A R K T M O N I T O R E N E R G I E - maart 2012 M A R K T M O N I T O R E N E R G I E - maart 2012 Geachte relatie, Bijgaand ontvangt u de maandelijkse marktmonitor van Energy Services. De Marktmonitor is een maandelijkse uitgave van Energy Services.

Nadere informatie

Power to gas onderdeel van de energietransitie

Power to gas onderdeel van de energietransitie Power to gas onderdeel van de energietransitie 10 oktober 2013 K.G. Wiersma Gasunie: gasinfrastructuur & gastransport 1 Gastransportnet in Nederland en Noord-Duitsland Volume ~125 mrd m 3 aardgas p/j Lengte

Nadere informatie

DE REKENING VOORBIJ ons energieverbruik voor 85 % onzichtbaar

DE REKENING VOORBIJ ons energieverbruik voor 85 % onzichtbaar DE REKENING VOORBIJ ons energieverbruik voor 85 % onzichtbaar Drie scenario s bestaande technologie Netgebonden Infrastructuur: elektriciteit en warmte (gas) Actuele gegevens van 2012 vertaald naar 2035

Nadere informatie

Beleid & regelgeving, nu & straks

Beleid & regelgeving, nu & straks Beleid & regelgeving, nu & straks Gassamenstelling & gastoestellen Aurél Kenessey de Kenese 2 Ministerie van Economische Zaken Beleidsdoelstellingen Publieke belangen Veiligheid gasgebruik Verduurzaming

Nadere informatie

Nationale Energieverkenning 2014

Nationale Energieverkenning 2014 Nationale Energieverkenning 2014 Remko Ybema en Pieter Boot Den Haag 7 oktober 2014 www.ecn.nl Inhoud Opzet van de Nationale Energieverkenning (NEV) Omgevingsfactoren Resultaten Energieverbruik Hernieuwbare

Nadere informatie

M A R K T M O N I T O R E N E R G I E - mei 2012

M A R K T M O N I T O R E N E R G I E - mei 2012 M A R K T M O N I T O R E N E R G I E - mei 2012 Geachte relatie, Bijgaand ontvangt u de maandelijkse marktmonitor van Energy Services. De Marktmonitor is een maandelijkse uitgave van Energy Services.

Nadere informatie

M A R K T M O N I T O R E N E R G I E - juni 2012

M A R K T M O N I T O R E N E R G I E - juni 2012 M A R K T M O N I T O R E N E R G I E - juni 2012 Geachte relatie, Bijgaand ontvangt u de maandelijkse marktmonitor van Energy Services. De Marktmonitor is een maandelijkse uitgave van Energy Services.

Nadere informatie

EUROPEES PARLEMENT. Commissie interne markt en consumentenbescherming. Commissie interne markt en consumentenbescherming

EUROPEES PARLEMENT. Commissie interne markt en consumentenbescherming. Commissie interne markt en consumentenbescherming EUROPEES PARLEMENT 2004 2009 Commissie interne markt en consumentenbescherming 9.11.2007 WERKDOCUMENT over het voorstel voor een Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn

Nadere informatie

Onderzoek andere benadering van de gaswinning

Onderzoek andere benadering van de gaswinning Onderzoek andere benadering van de gaswinning Onderzoek naar de mogelijkheden en effecten van een maximale inzet van kwaliteitsconversie om de gaswinning uit het Groningenveld te beperken onder waarborging

Nadere informatie

De kleur van stroom: de milieukwaliteit van in Nederland geleverde elektriciteit

De kleur van stroom: de milieukwaliteit van in Nederland geleverde elektriciteit De kleur van stroom: de milieukwaliteit van in geleverde elektriciteit Feiten en conclusies uit de notitie van ECN Beleidsstudies Sinds 1999 is de se elektriciteitsmarkt gedeeltelijk geliberaliseerd. In

Nadere informatie

ENERGY INNOVATION PARK Alkmaar - Nederland

ENERGY INNOVATION PARK Alkmaar - Nederland Alkmaar - Nederland Alkmaar - Nederland ENERGY INNOVATION PARK Ruimte voor innovatie en groei Uw bedrijf tussen internationale spelers in de energie branche. Kavels te koop tussen 2.000 en 27.000 vierkante

Nadere informatie

Change. Hoe moet het morgen met de energievoorziening? Document. magazine

Change. Hoe moet het morgen met de energievoorziening? Document. magazine Hoe moet het morgen met de energievoorziening? Nederland is verslaafd aan fossiele energie, zeker in vergelijking met landen om ons heen, vertelt Paul Korting, directeur van ECN. Er zijn genoeg scenario

Nadere informatie

Integratie van grootschalig windvermogen in het Nederlandse elektriciteitssysteem

Integratie van grootschalig windvermogen in het Nederlandse elektriciteitssysteem Integratie van grootschalig windvermogen in het Nederlandse elektriciteitssysteem Consequenties voor de balanshandhaving en oplossingsrichtingen Engbert Pelgrum, TenneT TSO B.V. Symposium Cogen Nederland

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009 2010 31 904 Wijziging van de Gaswet en de Elektriciteitswet 1998, tot versterking van de werking van de gasmarkt, verbetering van de voorzieningszekerheid

Nadere informatie

Onderzoek 8: Effecten van een eventuele productiebeperking op de gasbaten

Onderzoek 8: Effecten van een eventuele productiebeperking op de gasbaten Onderzoek 8: Effecten van een eventuele productiebeperking op de gasbaten 1.Inleiding In deze notitie worden de effecten van een eventuele productiebeperking op de gasbaten voor de periode 2014-2024 nagegaan.

Nadere informatie

Duurzaam ondernemen in Vlaanderen. Warmtenetten in Vlaanderen: welke business cases bieden potentieel?

Duurzaam ondernemen in Vlaanderen. Warmtenetten in Vlaanderen: welke business cases bieden potentieel? Duurzaam ondernemen in Vlaanderen Studienamiddag Roeselare Warmtenetten in Vlaanderen: welke business cases bieden potentieel? 18 juni Michel Davidts warmteontwikkelingen Kader Restwarmtegebruik maakt

Nadere informatie

Systeemintegratie en flexibiliteit: De veranderende mix van fossiele en hernieuwbare bronnen in de Nederlandse energievoorziening (Perceel 1)

Systeemintegratie en flexibiliteit: De veranderende mix van fossiele en hernieuwbare bronnen in de Nederlandse energievoorziening (Perceel 1) Systeemintegratie en flexibiliteit: De veranderende mix van fossiele en hernieuwbare bronnen in de Nederlandse energievoorziening (Perceel 1) Jos Sijm (ECN) Congres Systeemintegratie Apeldoorn, 21 april

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 21 501-33 Raad voor Vervoer, Telecommunicatie en Energie Nr. 538 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer

Nadere informatie

ECN TNO activiteiten systeemintegratie

ECN TNO activiteiten systeemintegratie ECN TNO activiteiten systeemintegratie Rob Kreiter Den Haag 22-05-2015 www.ecn.nl Aanleiding: meer duurzaam - minder zekerheid - meer complexiteit Uitdaging voor de (verre) toekomst Elektriciteitsbalans

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2008 2009 29 023 Voorzienings- en leveringszekerheid energie Nr. 66 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der

Nadere informatie

Mark Frequin. Voormalig Directeur-Generaal Energie en Telecom Ministerie van Economische Zaken

Mark Frequin. Voormalig Directeur-Generaal Energie en Telecom Ministerie van Economische Zaken Mark Frequin Voormalig Directeur-Generaal Energie en Telecom Ministerie van Economische Zaken Energiebeleid: van context tot acties. Mark Frequin Rijks Universiteit Groningen Inhoud 1. Context 2. Richting

Nadere informatie

Demand response en balancering

Demand response en balancering Demand response en balancering congres flexibiliteit industrie en energie/netwerkbedrijven 15 oktober 2015 Erik van der Hoofd 1 Doel en kader het Europese gekoppelde systeem en synchrone zones Nederland

Nadere informatie

M A R K T M O N I T O R E N E R G I E - april 2015

M A R K T M O N I T O R E N E R G I E - april 2015 M A R K T M O N I T O R E N E R G I E - april 2015 Geachte relatie, Bijgaand ontvangt u de maandelijkse marktmonitor van Energy Services. De Marktmonitor is een maandelijkse uitgave van Energy Services.

Nadere informatie

Minder faillissementen in 2016

Minder faillissementen in 2016 Vooruitzicht faillissementen Minder faillissementen in 2016 Faillissementen nog altijd boven pre-crisis niveau In 2016 voor derde jaar op rij minder faillissementen.maar nog altijd niet terug op pre-crisis

Nadere informatie

T-prognoses. nut en noodzaak

T-prognoses. nut en noodzaak nut en noodzaak : nut en noodzaak Wat zijn? staat voor Transportprognoses, oftewel een verwachting van het benodigde transport voor de levering of productie van elektriciteit. Producenten, regionale netbeheerders

Nadere informatie

Smart Grids. Ernst ten Heuvelhof 10-1-2011. Challenge the future. Delft University of Technology

Smart Grids. Ernst ten Heuvelhof 10-1-2011. Challenge the future. Delft University of Technology Smart Grids Ernst ten Heuvelhof Smart Grids Twee-richtingsverkeer stroom in laagspanningsnet Real time prijzen stroom zichtbaar voor afnemers Taskforce Smart Grids Ingesteld door Minister van EZ Secretariaat

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2006 2007 30 991 Beleidsdoorlichting Economische Zaken Nr. 2 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

Leeswijzer Tarievencode Elektriciteit

Leeswijzer Tarievencode Elektriciteit Leeswijzer Tarievencode Elektriciteit Doel leeswijzer TarievenCode... 2 Aansluittarieven (hoofdstuk 2 TarievenCode)... 2 2. Twee soorten aansluittarieven... 2 2.. Eenmalig aansluittarief afhankelijk van

Nadere informatie

BIJLAGE Aardgasbeleid in Nederland: Actuele ontwikkelingen

BIJLAGE Aardgasbeleid in Nederland: Actuele ontwikkelingen BIJLAGE Aardgasbeleid in Nederland: Actuele ontwikkelingen In deze bijlage wordt ingegaan op de volgende onderwerpen: Hoofdstuk 1 gaat in op het gasverbruik in Nederland. Het gaat dan om de rol die gas

Nadere informatie

BESLUIT. I. Aanvraag en procedure

BESLUIT. I. Aanvraag en procedure ENERGIEKAMER NMA BESLUIT Nummer: Betreft: 102560_2 Besluit tot het verlenen van een vergunning voor de levering van gas aan kleinverbruikers op grond van artikel 45, eerste lid van de Gaswet aan Gazprom

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2008 2009 31 374 Wijziging van de Elektriciteitswet 1998 en de Gaswet ter verbetering van de werking van de elektriciteits- en gasmarkt Nr. 35 BRIEF VAN

Nadere informatie

M A R K T M O N I T O R E N E R G I E - oktober 2012

M A R K T M O N I T O R E N E R G I E - oktober 2012 M A R K T M O N I T O R E N E R G I E - oktober 2012 Geachte relatie, Bijgaand ontvangt u de maandelijkse marktmonitor van Energy Services. De Marktmonitor is een maandelijkse uitgave van Energy Services.

Nadere informatie

Koningskade 4 Postbus 91503 2509 EC Den Haag. Veilingen emissierechten 2014

Koningskade 4 Postbus 91503 2509 EC Den Haag. Veilingen emissierechten 2014 Koningskade 4 Postbus 91503 2509 EC Den Haag Veilingen emissierechten 2014 1 maart 2015 Samenvatting Veilingopbrengst Nederland Aantal rechten Opbrengst ( ) Gemiddelde veilingprijs ( ) EUA 1e kwartaal

Nadere informatie

Datum 19 januari 2009 Betreft Motie Ten Hoopen c.s. over een analyse van de werking van de gasmarkt (31 700-XIII, nr. 24)

Datum 19 januari 2009 Betreft Motie Ten Hoopen c.s. over een analyse van de werking van de gasmarkt (31 700-XIII, nr. 24) E09026-TB9.004 > Retouradres Postbus 20101 2500 EC Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA 's-gravenhage Bezuidenhoutseweg 30 Postbus 20101 2500 EC Den Haag T

Nadere informatie

2 Producenten grijze stroom laten betalen voor transport?

2 Producenten grijze stroom laten betalen voor transport? ECN Beleidsstudies ECN-BS-10-016 29 april 2010 Producenten van grijze stroom laten betalen voor transport? Notitie aan : Werkgroep Heroverweging Energie en Klimaat Kopie aan : A.W.N. van Dril Van : F.D.J.

Nadere informatie

BESLUIT. Juridisch kader

BESLUIT. Juridisch kader Dienst uitvoering en toezicht Energie BESLUIT Nummer: Betreft: 101759_19-6 Besluit tot het verlenen van een vergunning voor de levering van gas aan kleinverbruikers op grond van artikel 45, eerste lid,

Nadere informatie

BESLUIT. I. Juridisch kader

BESLUIT. I. Juridisch kader Dienst uitvoering en toezicht Energie BESLUIT Nummer: Betreft; 101698-12 Besluit tot het verlenen van een vergunning voor de levering van elektriciteit aan kleinverbruikers op grond van artikel 95d, eerste

Nadere informatie

M A R K T M O N I T O R E N E R G I E - December 2015

M A R K T M O N I T O R E N E R G I E - December 2015 M A R K T M O N I T O R E N E R G I E - December 2015 Geachte relatie, Bijgaand ontvangt u de maandelijkse marktmonitor van Energy Services. De Marktmonitor is een maandelijkse uitgave van Energy Services.

Nadere informatie

Marktanalyse Powerhouse

Marktanalyse Powerhouse Voorraadtoename neemt af, hoop op hogere prijzen neemt toe. Afgelopen week De afgelopen week zagen we weer forse schommelingen in de olieprijs. De markt wordt omhoog geduwd door hedgefunds die massaal

Nadere informatie

Informele verslaglegging KBG 1 MB GTS

Informele verslaglegging KBG 1 MB GTS Informele verslaglegging KBG 1 MB GTS Tijdens de klankbordgroep (=KBG) van 22 januari 2008 waren aanwezig: Mira Huussen NMa/DTe Samuel Pronk NMa/DTe Ariane Kruijtzer NMa/DTe Marleen Holtslag Dorien Bennink

Nadere informatie

STEMMING TTF scoort het best op gemak

STEMMING TTF scoort het best op gemak STEMMING TTF scoort het best op gemak AMSTERDAM (Energeia) - Energeia's stemming behandelt achtereenvolgens de prijsontwikkeling op de markt voor olie, steenkool, CO2-emissierechten, elektriciteit en aardgas,

Nadere informatie

Evaluatie Elektriciteitswet 1998 en Gaswet Eindrapport. Den Haag, November 2006

Evaluatie Elektriciteitswet 1998 en Gaswet Eindrapport. Den Haag, November 2006 Eindrapport Den Haag, November 2006 Samenvatting De Directie Toezicht Energie van de Nederlandse Mededingingsautoriteit (hierna: NMa/DTe) heeft op grond van haar wettelijke taak de Elektriciteitswet 1998

Nadere informatie

ENERGIEPRIORITEITEN VOOR EUROPA

ENERGIEPRIORITEITEN VOOR EUROPA ENERGIEPRIORITEITEN VOOR EUROPA Presentatie door de heer J.M. Barroso, Voorzitter van de Europese Commissie, voor de Europese Raad van 4 februari 2011 Inhoud 1 I. Waarom energiebeleid ertoe doet II. Waarom

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 21 januari 2003 (28.01) (OR. en) 15528/02 ADD 1. Interinstitutioneel dossier: 2001/0077 (COD) ENER 315 CODEC 1640

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 21 januari 2003 (28.01) (OR. en) 15528/02 ADD 1. Interinstitutioneel dossier: 2001/0077 (COD) ENER 315 CODEC 1640 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 21 januari 2003 (28.01) (OR. en) Interinstitutioneel dossier: 2001/0077 (COD) 15528/02 ADD 1 ENER 315 CODEC 1640 ONTWERP-MOTIVERING VAN DE RAAD Betreft: Gemeenschappelijk

Nadere informatie

Cover Page. The handle http://hdl.handle.net/1887/20488 holds various files of this Leiden University dissertation.

Cover Page. The handle http://hdl.handle.net/1887/20488 holds various files of this Leiden University dissertation. Cover Page The handle http://hdl.handle.net/1887/20488 holds various files of this Leiden University dissertation. Author: Haar, Beryl Philine ter Title: Open method of coordination. An analysis of its

Nadere informatie

Lokale Energievoorziening

Lokale Energievoorziening een strategische verkenning Annelies Huygen TNO/CvE UvA Energieke Bottom Up in de Lage Landen Anne Marie Schwencke Inventarisatie Anne Marie Schwencke 16 windprojecten en nog 5 kleinschalige windprojecten

Nadere informatie

Gasunie Network Improvement Program (GNIP) Renovatie regionaal gastransportnet

Gasunie Network Improvement Program (GNIP) Renovatie regionaal gastransportnet Gasunie Network Improvement Program (GNIP) Renovatie regionaal gastransportnet Gasunie Network Improvement Program GNIP Het regionale gastransportnet van Gasunie bestaat, naast leidingen, uit afsluiterschema

Nadere informatie

De markten voor decentrale elektriciteitsproducenten

De markten voor decentrale elektriciteitsproducenten De markten voor decentrale elektriciteitsproducenten Sjak Lomme SLEA Baarn, 19 mei 2006 Introductie Clustering De markten voor elektriciteit Missing link: intraday markt Risico s en mogelijkheden onbalansmarkt

Nadere informatie

BESLUIT. I. Juridisch kader. Dienst uitvoering en toezicht Energie

BESLUIT. I. Juridisch kader. Dienst uitvoering en toezicht Energie Dienst uitvoering en toezicht Energie BESLUIT Nummer: Betreft: 101758_13-4 Besluit tot het verlenen van een vergunning voor de levering van elektriciteit aan kleinverbruikers op grond van artikel 95d,

Nadere informatie

Bijlage 1: Berekening realisatie 9% duurzaam in 2010

Bijlage 1: Berekening realisatie 9% duurzaam in 2010 Bijlage 1: Berekening realisatie 9% duurzaam in 2010 Toelichting bij de doelstelling van 9% duurzame elektriciteit: - De definitie van de 9% doelstelling is conform de EU richtlijn duurzame elektriciteit

Nadere informatie

BESLUIT. Juridisch kader

BESLUIT. Juridisch kader Dienst uitvoering en toezicht Energie BESLUIT Nummer: Betreft: 101759_12-5 Besluit tot het verlenen van een vergunning voor de levering van gas aan kleinverbruikers op grond van artikel 45, eerste lid,

Nadere informatie

Aansluitbeleid TenneT

Aansluitbeleid TenneT Aansluitbeleid TenneT (Position Paper, stand van zaken februari 2008) Inleiding De afgelopen periode heeft een groot aantal partijen zich bij TenneT gemeld voor aansluiting van een nieuwe elektriciteitscentrale

Nadere informatie

De opkomst van all-electric woningen

De opkomst van all-electric woningen De opkomst van all-electric woningen Institute for Business Research Jan Peters Directeur Asset Management Enexis Inhoud Beeld van de toekomst Veranderend energieverbruik bij huishoudens Impact op toekomstige

Nadere informatie

maatregel instantie wettelijke basis toelichting

maatregel instantie wettelijke basis toelichting Elektriciteit en gas onderbreking levering elektriciteit maatregel instantie wettelijke basis toelichting 1. informatie 1a. inlichtingen 1a1. door een producent, een leverancier, een handelaar, een netbeheerder,

Nadere informatie

Inleiding ADVIES. Nederlandse Mededingingsautoriteit

Inleiding ADVIES. Nederlandse Mededingingsautoriteit Nederlandse Mededingingsautoriteit ADVIES Advies van de Raad van Bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit, als bedoeld in artikel 20e, derde lid, van de Elektriciteitswet 1998. Zaaknummer: 104152/15

Nadere informatie

Gasmonitor Ontwikkelingen in de groothandelsmarkt gas in Nederland in 2006

Gasmonitor Ontwikkelingen in de groothandelsmarkt gas in Nederland in 2006 Gasmonitor Ontwikkelingen in de groothandelsmarkt gas in Nederland in 2006 Nederlandse Mededingingsautoriteit - Directie Toezicht Energie Den Haag, december 2007 Projectnummer: 102642 Projectteam: Maria

Nadere informatie

M A R K T M O N I T O R E N E R G I E - juni 2015

M A R K T M O N I T O R E N E R G I E - juni 2015 M A R K T M O N I T O R E N E R G I E - juni 2015 Geachte relatie, Bijgaand ontvangt u de maandelijkse marktmonitor van Energy Services. De Marktmonitor is een maandelijkse uitgave van Energy Services.

Nadere informatie

Uitgebreide samenvatting

Uitgebreide samenvatting Uitgebreide samenvatting Bereik van het onderzoek De Nederlandse minister van Economische Zaken heeft een voorstel gedaan om het huidig toegepaste systeem van juridische splitsing van energiedistributiebedrijven

Nadere informatie

Aanpassing te reserveren biedladder middelen

Aanpassing te reserveren biedladder middelen Aanpassing te reserveren biedladder middelen Door Walter F. Crommelin Afdeling Gastransport Planning Rapport Aanpassing te reserveren hoeveelheid biedladder capaciteit Gereed 15 januari 2013 Document Document1

Nadere informatie

De rol van gas in de Nederlandse energiehuishouding op de korte en lange termijn

De rol van gas in de Nederlandse energiehuishouding op de korte en lange termijn De rol van gas in de Nederlandse energiehuishouding op de korte en lange termijn Jeroen de Joode In het Nederlandse energiesysteem heeft aardgas altijd een zeer belangrijke rol gespeeld. Na een daling

Nadere informatie

Hiertoe wordt in verschillende mogelijkheden voorzien:

Hiertoe wordt in verschillende mogelijkheden voorzien: Openbare raadpleging inzake de maatregelen die moeten worden genomen om de toereikendheid van conventionele productiemiddelen van elektriciteit in België te waarborgen Het regeerakkoord van 10 oktober

Nadere informatie