Ex-ante evaluatie van

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Ex-ante evaluatie van"

Transcriptie

1 Ex-ante evaluatie van Green Deals Energie Beleidsstudies

2 Ex-ante evaluatie van Green Deals Energie Hans Elzenga Sonja Kruitwagen

3 Ex-ante evaluatie van Green Deals Energie Planbureau voor de Leefomgeving Den Haag 2012 ISBN: PBL-publicatienummer: Eindverantwoordelijkheid Planbureau voor de Leefomgeving Contact Hans Elzenga, Auteurs Hans Elzenga, Sonja Kruitwagen Overige inhoudelijke bijdragen Pieter Boot, Frank Dietz In samenwerking met ECN Sander Lensink, Marijke Menkveld, Hamid Mozaffarian, Wouter Wetzels, Stefan Luxembourg, Paul Vethman, Casper Tigchelaar, Marc Londo Met dank aan Dit rapport was niet tot stand gekomen zonder de bijdragen van een groot aantal deskundigen die bij het Green Deal-beleid zijn betrokken. In de beginfase van het onderzoek zijn interviews gehouden met beleidsambtenaren van de ministeries van EL&I, Financiën, BZK en IenM, vertegenwoordigers van koepelorganisaties waarmee Green Deals zijn gesloten, medewerkers van Agentschap NL en de secretaris van de Green Deal Board. Bijlage 1 geeft een overzicht van de desbetreffende personen en de organisaties waarvoor zij werkzaam zijn. Het eindconcept van het rapport is voor commentaar voorgelegd aan de geïnterviewde personen. Dat heeft veel goede feedback opgeleverd. De auteurs willen de betrokken personen daarom hartelijk danken voor hun bijdragen. De verantwoordelijkheid voor de tekst ligt uiteraard geheel bij het PBL. Eindredactie en productie Uitgeverij PBL Redactie figuren Beeldredactie PBL Opmaak Textcetera U kunt de publicatie downloaden via de website Delen uit deze publicatie mogen worden overgenomen op voorwaarde van bronvermelding: Elzenga, H. & S. Kruitwagen (2012), Ex-ante evaluatie van Green Deals Energie, Den Haag: Planbureau voor de Leefomgeving. Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) is het nationale instituut voor strategische beleidsanalyses op het gebied van milieu, natuur en ruimte. Het PBL draagt bij aan de kwaliteit van de politiek-bestuurlijke afweging door het verrichten van verkenningen, analyses en evaluaties waarbij een integrale benadering vooropstaat. Het PBL is vóór alles beleidsgericht. Het verricht zijn onderzoek gevraagd en ongevraagd, onafhankelijk en altijd wetenschappelijk gefundeerd.

4 Inhoud Bevindingen Ex-ante evaluatie van Green Deals Energie 6 Samenvatting 6 Inleiding 8 Knelpunten en oplossings richtingen per thema 9 Algemene bevindingen over het Green Deal-beleid 16 Verdieping 1. Inleiding Doel en kader van het Green Deal-beleid Beleidsproces Doel van het onderzoek Onderzochte thema s Onderzoekmethode Leeswijzer Windenergie op land Inleiding Realisatie tot Overzicht knelpunten en oplossingsrichtingen van het Rijk Gesignaleerde knelpunten Oplossingsrichtingen van de Rijksoverheid Effect van de maatregelen Duiding van het karakter van de Green Deals voor windenergie op land Energieproductie uit (co)vergisting van mest nleiding Realisatie tot Overzicht knelpunten en oplossingsrichtingen van het Rijk Gesignaleerde knelpunten Oplossingsrichtingen van de Rijksoverheid Effect van de maatregelen Duiding van het karakter van de Green Deals voor energieproductie door (mest)vergisting 37

5 4. Energiebesparing op warmte in de gebouwde omgeving Inleiding Realisatie tot Overzicht knelpunten en oplossingsrichtingen van het Rijk Gesignaleerde knelpunten Oplossingsrichtingen van de Rijksoverheid Effect van de maatregelen Duiding van het karakter van de Green Deals voor de gebouwde omgeving Decentrale elektriciteits opwekking met zonnepanelen Inleiding Realisatie tot Overzicht knelpunten en oplossingsrichtingen van het Rijk Gesignaleerde knelpunten Oplossingsrichtingen van de Rijksoverheid en activiteiten van marktpartijen Effect van de maatregelen Duiding van het karakter van de Green Deals voor decentrale elektriciteitsopwekking met zon-pv 54 Literatuur 56 Bijlagen 58 1 Geïnterviewde personen naar functie en onderwerp 58 2 Rijkscoördinatieregeling voor wind op land 59 3 Overzicht van Green Deals die betrekking hebben op wind op land 60 4 Overzicht van Green Deals die betrekking hebben op energieproductie door (mest)vergisting 61 5 Overzicht van Green Deals die betrekking hebben op decentrale elektriciteitsproductie met zonnepanelen 65

6 BEVINDINGEN BEVINDINGEN

7 Ex-ante evaluatie van Green Deals Energie Samenvatting De overheid wil met zogenoemde Green Deals groene initiatieven uit de samenleving ondersteunen. Bij de Green Deal-aanpak krijgt de maatschappij een grotere verantwoordelijkheid voor het realiseren van groene groei. De overheid ziet daarbij voor zichzelf vooral een faciliterende rol. Zo wil zij knellende regelgeving wegnemen, processen coördineren en regisseren, en de toegang tot de kapitaalmarkt vergemakkelijken. De initiatieven waarvoor Green Deals worden afgesloten, zouden in beginsel rendabel moeten zijn, hoewel die op het gebied van hernieuwbare energie wel financieel worden ondersteund met subsidie van de regeling Stimulering Duurzame Energieproductie (SDE+). Daarnaast zouden ze op korte termijn uitvoerbaar moeten zijn en tot bredere navolging moeten kunnen leiden. In oktober en november 2011 zijn 73 Green Deals afgesloten die vooral betrekking hadden op hernieuwbare energie en energiebesparing. In dit rapport beschrijven we de resultaten van een onderzoek naar de knelpunten die initiatiefnemers ervaren bij de realisatie van groene projecten, de oplossingsrichtingen waarvoor de Rijksoverheid heeft gekozen, en de rol die decentrale overheden daarin spelen. Een belangrijke onderzoeksvraag is in hoeverre het aannemelijk is dat Green Deal-projecten zullen leiden tot navolging door anderen. Het onderzoek heeft zich toegespitst op vier thema s: Windenergie op land, Energieproductie uit (co)vergisting van mest, Energiebesparing op warmte in de gebouwde omgeving, en Decentrale elektriciteitsopwekking met zonnepanelen. Windenergie op land De ambitie van de overheid is dat het geïnstalleerde vermogen van windenergie op land in 2020 is toegenomen tot megawatt. Daarvoor zou het vermogen de komende jaren netto met gemiddeld 450 megawatt per jaar moeten toenemen. De laatste jaren stagneert de groei echter. Initiatieven voor de bouw van windparken lopen vaak vertraging op door weerstand van provincies, gemeenten en burgers. De Rijksoverheid ontwikkelt daarom in overleg met de provincies en de Nederlandse Wind Energie Associatie (NWEA) de Structuurvisie Wind op land. Hierin worden gebieden aangewezen waar grootschalige windparken mogen worden gebouwd. Dit beleidsdocument is aangekondigd voor het einde van 2012, maar door de val van het kabinet-rutte zal dit mogelijk worden vertraagd. Een ander knelpunt is dat de huidige SDE+-subsidieregeling ongunstig uitpakt voor windenergie: door de gefaseerde openstelling van deze regeling maken technieken die met minder subsidie toekunnen dan windenergie, meer kans dat ze daadwerkelijk een subsidiebeschikking krijgen. Daardoor neemt de voorraad initiatieven voor windenergie met een subsidiebeschikking momenteel onvoldoende toe. In 2013 wil de Rijksoverheid in de SDE+-regeling een differentiatie naar windregime van het aantal subsidiabele kilowatturen opnemen, waardoor projecten 6

8 in windrijke gebieden bij een lager subsidiebedrag per kilowattuur rendabel kunnen zijn. De verwachting is dat projecten in die gebieden daardoor meer kans maken op SDE+-subsidie. Volgens een inventarisatie van bestaande initiatieven voor windenergieprojecten kan er als de huidige knelpunten afdoende worden opgelost in 2020 naar verwachting megawatt aan geïnstalleerd vermogen zijn gerealiseerd. Energieproductie uit (co)vergisting van mest Uitgaande van de beschikbare hoeveelheid mest en biomassa zou biogasproductie door (co)vergisting een substantiële bijdrage kunnen leveren aan het toekomstige aandeel hernieuwbare energie. Mest(co) vergistingsinstallaties die subsidie ontvangen in het kader van de regeling Milieukwaliteit Elektriciteitsproductie (MEP) 1, waren de laatste jaren echter niet of nauwelijks financieel rendabel. Daardoor stellen financiers zich momenteel terughoudend op bij het verstrekken van leningen voor nieuwe installaties. De Rijksoverheid zet in op oplossingsrichtingen die bijdragen aan verlaging van de exploitatiekosten en verhoging van de inkomsten uit de geproduceerde energie, waardoor de winstgevendheid kan toenemen. In 2012 konden eigenaren van bestaande vergistingsinstallaties aanvullende subsidie aanvragen als ze de vrijgekomen warmte op een nuttige manier toe passen. Tevens mogen er inmiddels meer soorten biomassa worden meevergist, en zal de Rijksoverheid bij de Europese Commissie bepleiten dat bewerkt digestaat (het restproduct uit vergisting) als kunstmestvervanger mag worden aangemerkt. Als deze oplossingsrichtingen het beoogde kostprijsverlagende effect hebben, raamt het Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) dat de biogasproductie kan toenemen van de huidige 6 petajoule tot circa 17 petajoule in Energiebesparing op warmte in de gebouwde omgeving In de bestaande woningbouw is er een groot energiebesparingspotentieel. Het Meer met Minder-convenant uit 2008 heeft echter onvoldoende kunnen bereiken dat daadwerkelijk energiebesparende maatregelen worden genomen. De Rijksoverheid ondersteunt nu grootschalige energiebesparingsprojecten in veertien gemeenten en een provincie. Daarbij proberen consortia van vaak lokale of regionale marktpartijen om woningeigenaren met verschillende arrangementen te verleiden tot deelname aan deze projecten. De benodigde investeringen worden voorgefinancierd, de organisatie wordt uit handen genomen, de werkzaamheden worden snel uitgevoerd en de kwaliteit wordt gegarandeerd. Het ECN raamt dat het totale rendabele besparingspotentieel van zo n aanpak bij bestaande koopwoningen op termijn 30 tot 50 petajoule per jaar bedraagt. Dit kan echter alleen worden gerealiseerd als uiteindelijk alle particuliere woningeigenaren daarin gaan participeren. Aangezien het daarbij gaat om 1,5 tot 2 miljoen woningen, is het onwaarschijnlijk dat een dergelijke energiebesparing in 2020 is gerealiseerd. Decentrale elektriciteitsopwekking met zonnepanelen Initiatiefnemers die decentraal elektriciteit willen opwekken, ervaren het huidige energiebelastingregime als belemmerend. Vrijstelling van energiebelasting en btw saldering geldt namelijk alleen voor kleinverbruikers die op hun eigen dak ( achter de meter ) elektriciteit opwekken. Deze vrijstelling geldt niet als elektriciteit in coöperatief verband voor de meter wordt opgewekt, en wordt geleverd aan de leden van de coöperatie (vaak aangeduid als zelflevering ). Daardoor is deze constructie momenteel niet rendabel. Het kabinet-rutte heeft zelflevering niet willen toestaan. Een belangrijk argument was dat het openeindekarakter van zo n regeling kan leiden tot onbeheersbare derving van belastinginkomsten. Dat is niet ondenkbaar. Het ECN raamt dat het piekvermogen van zonnepanelen onder het huidige salderingsregime mogelijk al kan toenemen tot 1,9 gigawatt in Daarmee kan jaarlijks ongeveer gigawattuur aan elektriciteit worden opgewekt. De derving van belastinginkomsten zal in dat geval 220 miljoen euro per jaar bedragen. Vrijstelling van energiebelasting en btw voor zelflevering zou kunnen leiden tot een aanzienlijke extra derving van belastinginkomsten, omdat de drempel om deel te nemen in coöperatieve opwekking van zonne-elektriciteit vermoedelijk lager is dan de drempel om zelf zonnepanelen op het eigen dak te installeren. Kunnen Green Deals leiden tot bredere navolging? Met het Green Deal-beleid nodigt de Rijksoverheid de samenleving uit om met nieuwe initiatieven te komen. De grote respons lijkt erop te duiden dat er in de samenleving een grote dynamiek is om duurzame projecten te realiseren, en dat daarbij behoefte is aan een faciliterende rol van de Rijksoverheid. In deze tijden van budgettaire krapte is het begrijpelijk dat de Rijksoverheid deze rol niet wil invullen door nieuwe subsidieregelingen op te tuigen of het budget van bestaande regelingen te verruimen, maar dat ze inzet op het wegnemen van belemmeringen waar initiatiefnemers in de praktijk tegenaan lopen. De Rijksoverheid probeert daadwerkelijk invulling te geven aan deze faciliterende rol, maar tot nu toe met wisselend succes. Soms komt dit doordat de overheid afhankelijk is van overeenstemming met decentrale overheden (zoals bij de Structuurvisie Wind op land) of toestemming van de Europese Commissie (zoals bij digestaat). Maatregelen die de overheid al wel heeft Bevindingen 7

9 kunnen realiseren, zoals de uitbreiding van het aantal biomassasoorten dat mag worden meevergist en de grootschalige aanpak in de gebouwde omgeving, lijken kansrijk om gunstigere uitgangspunten voor bredere navolging te creëren. Het Green Deal-beleid kan helpen om de kans op navolging door niet-deelnemers te vergroten, omdat het uitstralingseffect van succesvolle Green Deals groter zal zijn dan wanneer de projecten in de anonimiteit waren uitgevoerd. De actieve ondersteuning van de Rijksoverheid en decentrale overheden vergroot daarbij de kans dát Green Deals succesvol zijn. Inleiding Om groene groei te bevorderen op de thema s energie, water, mobiliteit en grondstoffen, wil de overheid met zogenoemde Green Deals initiatieven uit de maatschappij ondersteunen. Het Green Deal-beleid weerspiegelt de veranderende sturingsfilosofie van de Rijksoverheid. Bij de Green Deal-aanpak krijgt de maatschappij een grotere verantwoordelijkheid voor het realiseren van groene groei. De overheid ziet daarbij voor zichzelf vooral een faciliterende rol. Zo wil zij knellende regelgeving wegnemen, processen coördineren en regisseren en de toegang tot de kapitaalmarkt vergemakkelijken. De initiatieven waarvoor Green Deals worden afgesloten, zouden in beginsel rendabel moeten zijn, hoewel initiatieven op het gebied van hernieuwbare energie wel financieel worden ondersteund met de Subsidieregeling Duurzame Energie (SDE+). Daarnaast zouden ze op korte termijn uitvoerbaar moeten zijn en als ze succesvol zijn tot bredere navolging moeten kunnen leiden. De eerste 59 Green Deals die in oktober 2011 zijn afgesloten, zijn geselecteerd uit ruim 200 voorstellen die in de loop van 2011 zijn binnengekomen. De meeste van deze Green Deals hebben betrekking op hernieuwbare energie en energiebesparing, enkele ook op recycling van grondstoffen en mobiliteit (vooral elektrisch rijden). In november 2011 zijn daar nog 14 nieuwe projecten voor energiebesparing in de gebouwde omgeving bijgekomen (deels onder de noemer van Green Deals, en deels onder de noemer van de Blok-voor-Blokaanpak), en in december 2011 zijn 11 Green Deals op het gebied van biodiversiteit afgesloten. Op verzoek van de Tweede Kamer heeft het PBL in november 2011 een quick scan uitgebracht van de eerste 59 Green Deals. Daarin is vooral nagegaan in hoeverre deze Green Deals kunnen bijdragen aan het realiseren van de Europese doelen voor hernieuwbare energie en broeikasgasemissies in de sectoren die niet onder het Europese emissiehandelssysteem (ETS) vallen 2, doelen waaraan Nederland in 2020 zou moeten voldoen. De belangrijkste conclusie was dat de Green Deals er door het wegnemen van knelpunten voor kunnen zorgen dat het aandeel hernieuwbare energie en de niet-etsbroeikasgasemissies gunstiger uitpakken dan eerder geraamd (in het kader van de motie-halsema), maar wel binnen de geraamde bandbreedte blijven (PBL 2011). Het Europese doel voor hernieuwbare energie (14 procent in 2020) zou daarmee nog niet worden gehaald, het doel voor de niet-ets-broeikasgassen (105 megaton in 2020) waarschijnlijk wel. Voorliggend rapport is een vervolg op de quick scan. We beschrijven de resultaten van een meer diepgaand onderzoek naar de knelpunten die initiatiefnemers ervaren bij de realisatie van projecten, de oplossingsrichtingen waarvoor de Rijksoverheid heeft gekozen om die knelpunten weg te nemen, en de rol die de decentrale overheden daarin spelen. Een belangrijke onderzoeksvraag is in hoeverre het aannemelijk is dat Green Deal-projecten leiden tot bredere navolging door partijen waarmee geen Green Deals zijn afgesloten. Om de Green Deal-aanpak grondiger te kunnen analyseren, hebben we het onderzoek afgebakend tot vier thema s: windenergie op land; energieproductie uit (co)vergisting van mest; energiebesparing op warmte in de gebouwde omgeving; en decentrale elektriciteitsopwekking met zonnepanelen (zon-pv). Een gemeenschappelijk kenmerk van deze thema s is dat het in alle gevallen gaat om bewezen en al dan niet met SDE+-subsidie financieel rendabele technieken. Desondanks kunnen er momenteel knelpunten spelen die een vlotte uitrol belemmeren. Green Deals die meer zijn gericht op innovatie of verdere kostendaling van energietechnologieën voor de lange termijn (zoals elektrisch rijden, smart grids, wind op zee, vergassing van biomassa) zijn in deze studie buiten beschouwing gebleven. Dergelijke technologieën zijn namelijk nog niet zo ver ontwikkeld dat ze breed kunnen worden uitgerold 3, waardoor er nog geen andere knelpunten zijn die dat in de weg staan. Om de knelpunten en oplossingsrichtingen in kaart te brengen, hebben we niet alleen literatuuronderzoek verricht, maar zijn er ook met meerdere partijen interviews gehouden. Per thema is gesproken met een of meerdere bij het onderwerp betrokken beleidsambtenaren, een of meerdere Green Deal-deelnemers (in bijna alle gevallen van een koepelorganisatie) en een deskundige van het Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN). Door op deze manier hoor en wederhoor toe te passen, kunnen we laten zien in hoeverre de 8

10 verschillende partijen zienswijzen delen over knelpunten en (de effectiviteit van) oplossingsrichtingen. Daarnaast heeft het ECN een raming gemaakt van het potentiële effect in 2020 van de oplossingsrichtingen die de Rijksoverheid heeft gekozen. Vanwege het partiële karakter van deze studie zijn we niet opnieuw nagegaan in hoeverre de Green Deals bijdragen aan het realiseren van de Europese doelen voor hernieuwbare energie en niet-ets-broeikasgassen. Knelpunten en oplossingsrichtingen per thema Windenergie op land Om meer elektriciteit met windenergie op land op te wekken, is de Structuurvisie Wind op land, een belangrijk beleidsdocument. Deze visie waarin komt te staan in welke gebieden grootschalige windparken (van meer dan 100 megawatt) mogen worden gebouwd wordt momenteel door de Rijksoverheid in overleg met de provincies en de Nederlandse Wind Energie Associatie (NWEA) ontwikkeld. Als deze visie beschikbaar is, zal het geïnstalleerde vermogen van windenergie op land naar verwachting sneller kunnen toenemen. Voor windenergie op land geldt een ambitie van megawatt geïnstalleerd vermogen in In 2011 was het geïnstalleerde windenergievermogen ongeveer megawatt. Dit betekent dat er tot 2020 gemiddeld 450 megawatt per jaar bij moet komen. In 2010 en 2011 bedroeg de toename echter slechts 74 respectievelijk 7 megawatt, en bovendien neemt momenteel de voorraad initiatieven met een positieve subsidebeschikking onvoldoende toe. De belangrijkste knelpunten zijn weerstand van provincies, gemeenten en burgers tegen de komst van windenergieparken, wettelijke ruimtelijke beperkingen en het huidige subsidieregime. De Rijksoverheid draagt voor deze problemen een aantal oplossingsrichtingen aan. Weerstand bij provincies, gemeenten en burgers verminderen In 2009 heeft de Rijksoverheid windenergieparken met een vermogen van meer dan 100 megawatt onder de Rijkscoördinatieregeling gebracht. Deze regeling is er vooral op gericht om besluitvorming te coördineren en vergunningverlening te stroomlijnen, maar geeft het Rijk in het uiterste geval als decentrale overheden niet willen of kunnen meewerken de bevoegdheid om doorzettingsmacht te gebruiken. Sinds 2009 heeft een groot aantal initiatiefnemers windparken voor de coördinatieregeling aangemeld. In twee gevallen heeft dit inmiddels tot een definitief inpassingsplan geleid, waardoor het vrijwel zeker is dat deze parken er komen. De Rijksoverheid heeft daarbij slechts beperkt doorzettingsmacht hoeven te gebruiken. Een aantal andere initiatieven ondervindt verzet van provincies, gemeenten, en van burgers die zich hebben verenigd in actiecomités. Volgens de geïnterviewden zal de Rijksoverheid met het oog op een goede relatie met de decentrale overheden terughoudend willen zijn met het gebruiken van doorzettingsmacht. Een meer structurele oplossing zou kunnen komen van de Structuurvisie Wind op land, die momenteel in overleg met provincies en de Nederlandse Wind Energie Associatie (NWEA) wordt ontwikkeld. In deze visie waarvan het kabinet-rutte voor het einde van 2012 een ontwerp had gepland moeten gebieden worden aangewezen waar grootschalige windparken mogen worden gebouwd. Bij elkaar zouden die gebieden voldoende ruimte moeten bieden om de doelstelling van megawatt voor 2020 te kunnen realiseren. De totstandkoming van deze structuurvisie is echter een moeizaam proces, dat al een geschiedenis van meerdere jaren heeft. Behalve met de provincie Flevoland is er met de windrijke provincies tot nu toe nog geen bestuurlijke overeenstemming bereikt. Provincies hebben vaak zelf al visiedocumenten ontwikkeld, onder andere over andere locaties en schaalgrootte van windparken, die niet altijd stroken met de visie van de Rijksoverheid. Bovendien bieden ze opgeteld onvoldoende ruimte om de doelstelling voor 2020 te realiseren. Om de weerstand van burgers en gemeenten tegen bestaande initiatieven te verlagen, dringt de Rijksoverheid er bij initiatiefnemers op aan dat die de gelegenheid krijgen om financieel in projecten te participeren. In Denemarken blijkt deze aanpak het lokale verzet tegen de komst van een windpark aanzienlijk te kunnen verlagen. Dat de windparken die de laatste tijd in Nederland zijn gerealiseerd alle een vorm van participatie toepassen, is een indicatie dat dit model ook in Nederland succes kan hebben. Wettelijke ruimtelijke beperkingen: aanpassen van wet- en regelgeving In sommige gebieden gelden restricties voor de bouw van windmolens, zoals bij waterkeringen, gebieden rond radarinstallaties van Defensie en gebieden die slechts tijdelijk beschikbaar zijn omdat ze op termijn een andere bestemming zullen krijgen. Volgens een beleidsregel van Rijkswaterstaat mogen windturbines niet in de kernzone van waterkeringen (zoals dijken) worden gebouwd, terwijl deze een groot, soms nagenoeg rendabel potentieel hebben. De windsterkte is vaak vergelijkbaar met die op open water, terwijl er toch op land kan worden gebouwd, waardoor de bouwkosten relatief laag zijn. Rijkswaterstaat onderzoekt momenteel of de beleidsregel kan worden aangepast. Per locatie kan Bevindingen 9

11 dan worden onderzocht of windturbines kunnen worden geplaatst zonder schade aan de waterkering aan te richten. Bij nieuwe waterkeringen zouden windmolens al geïntegreerd kunnen worden in het ontwerp. In het verleden heeft Defensie in verband met de storende werking van windturbines op radars voor militaire luchtvaart veel projecten vertraagd of afgewezen. TNO ontwikkelt momenteel een nieuw toetsingsmodel dat minder gevoelig is voor windturbines en andere hoogbouwprojecten. De verwachting is dat daardoor meer projecten kunnen worden gerealiseerd. De bestaande ruimtelijkeordeningswetgeving maakt het niet goed mogelijk om gebieden in te zetten als tijdelijke windlocaties. Het kabinet-rutte wilde daarom onderzoeken of de wet- en regelgeving op dit punt kan worden aangepast. Subsidieregime toegankelijk maken voor windenergieprojecten De gefaseerde openstelling van de SDE+-regeling was in 2011 ongunstig voor windenergie. Windenergie kwam in dat jaar in aanmerking voor een basisbedrag 4 van 9,6 cent per kilowattuur voor maximaal vollasturen per jaar. 5 In 2011 was het beschikbare budget van de subsidieregeling van 1,5 miljard euro echter al voor bijna 86 procent uitgeput nadat projecten met een lager basis bedrag (vooral groengasprojecten) een positieve beschikking hadden gekregen. Om windenergie een grotere kans op subsidie te bieden, is in 2012 in de SDE+-regeling een extra categorie voor windturbines op windrijke locaties opgenomen. In die categorie worden vollasturen gesubsidieerd, zodat projecten op dergelijke locaties al bij een basisbedrag van 8,5 cent per kilowattuur rendabel kunnen zijn. In 2012 is het beschikbare subsidiebudget van 1,7 miljard euro in de eerste fase (met een basisbedrag van 7 cent per kilowattuur) echter al ruim overtekend door duurzame warmteprojecten, vooral geothermie en (verlenging van de levensduur van) biomassacentrales. In de tweede fase zijn er weliswaar voor 28 windprojecten met een totaalbedrag van 370 miljoen euro aanvragen ingediend, maar het is de vraag hoeveel budget daar daadwerkelijk voor beschikbaar is. Dit hangt af van het aantal aanvragen uit de eerste fase dat uiteindelijk een positieve beschikking krijgt, en het bedrag dat daarmee is gemoeid. Naar verwachting wordt in 2013 een verdere differentiatie van het basisbedrag voor windenergie doorgevoerd. Daarin zal het aantal subsidiabele vollasturen op basis van het windregime in een gebied worden vastgesteld, waardoor projecten in windrijke gebieden meer kans maken op SDE+-subsidie. Effect van de maatregelen Volgens een inventarisatie van bestaande initiatieven voor windenergieprojecten kan er in 2020 naar verwachting megawatt aan geïnstalleerd vermogen zijn gerealiseerd. Daarvan is circa megawatt nieuw vermogen, terwijl van de huidige opgestelde megawatt in 2020 naar verwachting nog megawatt in bedrijf is. Het is onzeker of de genoemde megawatt daadwerkelijk wordt gerealiseerd. Als er geen oplossing komt voor de weerstanden die op provinciaal en gemeentelijk niveau spelen, gaan waarschijnlijk enkele honderden megawatt aan windprojecten uiteindelijk niet door. Duiding van het karakter van de Green Deals voor windenergie op land In bijlage 3 wordt een overzicht gegeven van de Green Deals die betrekking hebben op windenergie op land, inclusief een korte omschrijving van de projecten en de tegenprestaties van de Rijksoverheid. Opvallend is dat in de meeste Green Deals met de provincies met uitzondering van Flevoland geen of slechts zeer algemene afspraken zijn gemaakt over windenergie op land. Dit lijkt een weerspiegeling van het vooralsnog ontbreken van bestuurlijke overeenstemming in het kader van de Structuurvisie. De meest concrete Green Deals zijn afgesloten met de Windcentrale (over mede-eigendom van windturbines), met de gemeente Amsterdam (over tijdelijke windlocaties) en met het Rotterdam Climate Initiative (over een windpark op de zeewering van de Maasvlakte). Deze Green Deals lijken vooral bedoeld als voorbeeldprojecten voor de oplossingen voor de wettelijke ruimtelijke beperkingen, en voor participatie als gedeeltelijke oplossing voor lokale weerstanden. Energieproductie uit mestvergisting Mestvergistingsinstallaties die subsidie ontvingen uit de regeling Milieukwaliteit Elektriciteitsproductie (MEP) waren de laatste jaren niet of nauwelijks rendabel. De oplossingsrichtingen waarop de Rijksoverheid inzet, beogen bij te dragen aan verlaging van de exploitatiekosten en verhoging van de inkomsten. Van het Rijk mogen inmiddels meer soorten biomassa worden meevergist. Om de kosten voor afvoer van digestaat (het restproduct uit vergisting) te verlagen, is Nederland echter afhankelijk van de Europese Unie. De Europese Unie moet namelijk goedkeuren dat digestaatproducten als kunstmestvervanger mogen worden aangemerkt. De huidige SDE+-regeling subsidieert ook het nuttig gebruik van geproduceerde warmte en de (infrastructuur voor) productie van groen gas. Bij covergisting wordt mest in combinatie met biomassa vergist. Daardoor ontstaat een biogas dat kan worden gebruikt voor de productie van elektriciteit, warmte, groen gas of transportbrandstoffen. Uitgaande van de beschikbare hoeveelheid mest en biomassa kan covergisting een substantiële bijdrage leveren aan het toekomstige aandeel hernieuwbare energie. Het aantal nieuwe installaties vertoont in de laatste jaren echter een afnemende trend. In 2005 tot 2008 werden jaarlijks nog op ongeveer twintig locaties nieuwe 10

12 installaties opgeleverd, maar in 2010 waren dat er nog maar zes. Bovendien draaien momenteel niet alle installaties op vollast, omdat de kosten voor de bedrijfsvoering vaak hoger zijn dan de opbrengsten. Daardoor is de biogasproductie in 2011 ten opzichte van 2010 gedaald. Het gaat daarbij vooral om vergistingsinstallaties die onder de MEP-subsidieregeling (die liep van 2003 tot 2006) zijn gebouwd; deze installaties produceren biogas dat in warmtekrachtkoppelingsinstallaties (WKK) wordt aangewend voor elektriciteitsopwekking. Door de afgelegen ligging van de meeste vergistingsinstallaties bestaan er nauwelijks afzetmogelijkheden voor de geproduceerde warmte. De belangrijkste oorzaken voor de huidige problemen van de sector zijn hoge kosten voor de aankoop van biomassa en de afzet van het residu (digestaat) van de vergistingsinstallaties, en de lage inkomsten uit de geproduceerde energie. De Rijksoverheid reikt een aantal oplossingsrichtingen aan voor deze problemen. Verlagen van de hoge kosten voor de aankoop van biomassa Gemiddeld bestaat 42 procent van de totale exploitatiekosten uit aankoop van biomassa. Sinds enige jaren vormt een (te) beperkte beschikbaarheid van biomassa met daardoor oplopende prijzen een serieus probleem voor de sector. De sector geeft aan dat dit probleem voor een belangrijk deel wordt veroorzaakt door het te beperkte aantal soorten biomassa dat volgens de zogeheten positieve lijst mag worden meevergist zodat het digestaat als meststof en niet als afval wordt beschouwd. Naar aanleiding hiervan heeft de Rijksoverheid in nieuwe soorten aan de positieve lijst toegevoegd. Naast de huidige positieve lijst is een alternatieve systematiek ontwikkeld waarbij het bedrijfsleven onder voorwaarden zelf verantwoordelijk is voor de beoordeling of stoffen vanuit milieukundig opzicht bij covergisting kunnen worden gebruikt. In april 2012 heeft het ministerie van EL&I in het kader van deze nieuwe systematiek meer dan 80 nieuwe soorten gepresenteerd die goed vergistbaar zijn, maar ook een variabele kwaliteit kunnen hebben. Voorbeelden zijn berm- en slootmaaisel. Het ECN raamt dat de verruiming van het aanbod niet zozeer zal leiden tot prijsdaling, maar eerder tot een grotere prijsstabiliteit. Als een bepaalde biomassasoort duurder wordt, heeft een exploitant nu immers meer mogelijkheden om over te stappen op een andere grondstof. Omdat het risicoprofiel door de lagere prijsvolaliteit gunstiger wordt, kunnen de totale productiekosten wel licht dalen. Verlagen van de hoge kosten voor de afvoer van digestaat Vooral varkensboeren hebben hoge kosten voor het afvoeren van digestaat, omdat zij nauwelijks eigen grond hebben en het digestaat noodgedwongen aan derden moeten afzetten. Aan de afnemers moet daarvoor 10 tot 20 euro per ton worden betaald. Covergisting verergert dit knelpunt, omdat de hoeveelheid digestaat door het meevergisten van biomassa bijna twee keer zo groot is als de hoeveelheid mest die als input is gebruikt. In een aantal pilotprojecten heeft de overheid inmiddels onderzocht in hoeverre mineralenconcentraten uit dierlijke mest en digestaat gelijkwaardig zijn aan kunstmest. Als digestaat als kunstmest en niet als dierlijke mest zou worden aangemerkt, verandert het van een kostenpost in een inkomstenbron. Afhankelijk van de prijs die de markt voor de kunstmestvervanger zal willen betalen, kunnen de totale kosten van biogasproductie met 10 tot 50 procent dalen. Een kostendaling van 50 procent is alleen haalbaar als de prijs gelijk wordt aan die voor echte kunstmest. Volgens de overheid zijn de uitkomsten van de pilots gunstig. Nederland is echter afhankelijk van besluitvorming in Brussel in het kader van het Vijfde Actieprogramma Nitraatrichtlijn, en de discussie daarover start pas in Omdat Nederland daarbij waarschijnlijk weinig steun kan verwachten van andere lidstaten, staat allerminst vast dat digestaat producten daadwerkelijk als kunstmestvervanger zullen worden aangemerkt. Een technische maatregel die het digestaatprobleem kan verkleinen, is kleinschalige monovergisting. Daarbij is de hoeveelheid digestaat ongeveer de helft kleiner dan bij covergisting. Deze vergistingsinstallaties worden inmiddels onder de SDE+-regeling gesubsidieerd. Een bijkomend voordeel van monovergisting is dat hiermee een grote bijdrage kan worden geleverd aan de vermindering van de uitstoot van methaan uit mestopslagen. Een nadeel is dat er veel minder biogas wordt geproduceerd dan bij covergisting, waardoor de bijdrage aan de doelstelling voor hernieuwbare energie kleiner is. Verhogen van de inkomsten uit de geproduceerde energie MEP-vergistingsinstallaties ontvingen tot 2011 alleen subsidie voor de geproduceerde elektriciteit. Sinds 2012 kan ook subsidie worden verkregen voor het nuttig gebruik van de geproduceerde warmte, bijvoorbeeld voor het drogen van digestaat. Daarnaast wordt in de SDE+-regeling van 2012 ook subsidie gegeven voor gezamenlijke biogastransportleidingen naar een of meerdere afnemers (zogenaamde hubs) en voor de productie van groen gas. Groen gas is biogas dat is opgewerkt tot aardgaskwaliteit, zodat het kan worden ingevoed in het gasnet. Bij voorkeur vindt invoeding plaats op een regionaal distributienet met een relatief lage druk, omdat de transportleidingen dan meestal korter en de compressiekosten lager zijn dan bij invoeding op het landelijke hogedruktransportnet. De opnamecapaciteit van regionale distributienetten kan echter vooral in de zomer wanneer het gasverbruik laag is een beperkende factor zijn. Bevindingen 11

13 Een van de oplossingen hiervoor is het overstorten van het gas van het distributienet naar het transportnet. Een andere oplossing is het aanleggen van een gezamenlijke biogashub, waardoor groengasproductie en -invoeding centraal kan plaatsvinden. De netbeheerder kan investeringen voor de bouw van een overstort bij het ministerie van EL&I voorleggen als een uitbreidingsinvestering. Het ministerie weegt dan af of de investering noodzakelijk is. Is dat het geval, dan mag de netbeheerder de kosten verrekenen in de tarieven (socialiseren). Effect van de maatregelen Op basis van het grote aantal subsidieaanvragen voor mestcovergisting raamt het ECN dat de biogasproductie kan toenemen van de huidige 6 petajoule tot circa 17 petajoule in 2020, op voorwaarde dat de initiatiefnemers financiering kunnen krijgen voor de bouw van nieuwe installaties. Het ECN constateert dat financiers vanwege de zorgelijke financiële positie van veel bestaande covergistingsinstallaties momenteel zeer terughoudend zijn met het verstrekken van leningen voor de bouw van nieuwe installaties. Als daar ondanks de gerealiseerde en voorgenomen maatregelen van de Rijksoverheid onvoldoende verbetering in komt, zou de biogasproductie kunnen blijven steken op het huidige niveau. Duiding van het karakter van de Green Deals voor energieproductie door (mest)vergisting In bijlage 4 wordt een overzicht gegeven van de Green Deals die betrekking hebben op energieproductie uit (mest)vergisting, inclusief een korte omschrijving van de projecten en de tegenprestaties van de Rijksoverheid. Voor energieproductie uit vergisting zijn veel meer Green Deals afgesloten dan voor wind op land. In veel gevallen hebben deze ook een experimenteler karakter. Zo wordt in de Green Deal met Noord-Nederland ingezet op opschaling van vergisting via vijf tot acht groengashubs en biogasnetten. Noord-Nederland is daarbij aangewezen als proefgebied voor het onderbrengen van de infrastructuurkosten voor de aansluiting van biogas- en groengasinstallaties bij netbeheerders. Daarnaast wordt geëxperimenteerd met innovatieve vergistingstechnieken. Zo zijn er Green Deals waarbij: nieuwe soorten biomassa zullen worden toegepast; vloeibare of gasvormige biobrandstoffen zullen worden geproduceerd; naast energie ook waardevolle grondstoffen zullen worden geproduceerd; een recent ontwikkelde kleinschalige monovergister wordt uitgeprobeerd. Vanwege het innovatieve karakter van deze technieken kan het lastig zijn om een vergunning te verkrijgen. In de desbetreffende Green Deals zegt de Rijksoverheid daarom in veel gevallen toe om hierbij ondersteuning te verlenen. Energiebesparing op warmte in de gebouwde omgeving Met de afgesloten Green Deals voor de gebouwde omgeving ondersteunt de Rijksoverheid het zoek- en leerproces naar succesvolle arrangementen om grootschalige energiebesparing in de bestaande woningbouw te bevorderen. De Green Dealaanpak leidt tot nieuwe samenwerkingsverbanden tussen vaak lokale of regionale marktpartijen en gemeenten, die de handen ineenslaan om op zoek te gaan naar nieuwe oplossingen. In de bestaande woning- en utiliteitsbouw is er een groot energiebesparingspotentieel. Om dit potentieel te ontsluiten, heeft de Rijksoverheid in 2008 het Meer met Minder-convenant afgesloten met de koepelorganisaties van de energiebedrijven, bouwbedrijven, de installatiebranche en woningcorporaties. Deze partijen hebben afgesproken om gezamenlijk een programma op te zetten waarmee individuele woningeigenaren zouden worden ondersteund bij het aanbrengen van besparingsmaatregelen. Het oorspronkelijke doel was om de energieprestatie van minstens 2,4 miljoen woningen en gebouwen met 20 tot 30 procent te verbeteren. Hoewel deze doelstelling momenteel wordt herijkt, zal deze volgens het ministerie van BZK grosso modo hetzelfde blijven. In de bestaande utiliteitsbouw geldt een wettelijke verplichting om alle maatregelen te nemen met een terugverdientijd van minder dan vijf jaar. Inmiddels is gebleken dat het energiebesparingstempo bij bestaande woningen en utiliteitsgebouwen ver achter blijft bij de oorspronkelijke doelstelling van Meer met Minder. Wat zijn de onderliggende knelpunten en voor welke oplossingsrichtingen kiest het Rijk? Bestaande woningbouw energiezuiniger maken Binnen de bestaande woningbouw zijn er diverse redenen waarom vooral woningeigenaren moeilijk te bewegen zijn om energiebesparende maatregelen te nemen: de financiering van de benodigde investeringen vaak duizenden euro s kan een knelpunt vormen, de terugverdientijden zijn lang, bewoners besteden hun geld liever aan andere zaken, hebben geen zin in organisatorische rompslomp en overlast door werkzaamheden of hebben weinig aandacht voor de hoogte van hun energierekening. Om in de bestaande woningbouw meer vaart te kunnen maken met energiebesparing, is het kabinet-rutte vorig jaar gestart met de Blok-voor-Blokaanpak. Dit is een grootschalige aanpak om bestaande woningen in zowel de koop- als de sociale huursector energiezuiniger te maken. In november 2011 zijn veertien gemeentelijke projecten en een provinciaal project bekendgemaakt 12

14 waarin verschillende arrangementen zullen worden uitgeprobeerd. In drie jaar tijd zouden per project minimaal à woningen twee energielabelstappen dan wel tot label B moeten worden verbeterd. Het ontwerp en de uitvoering van de arrangementen is in handen van consortia, die minimaal uit drie vaak lokale of regionale marktpartijen bestaan. De gemeenten kunnen daarbij een rol als regisseur hebben. Vanuit de gedachte dat er veel creativiteit aanwezig is in de markt, heeft de Rijksoverheid alleen aangegeven welke aspecten van de arrangementen aandacht verdienen, maar niet voorgeschreven hoe deze moeten worden ingevuld. Deze aspecten zijn onder andere voorfinanciering, ontzorging (snelle uitvoering en geen organisatorische rompslomp), communicatie en marketing (hoe worden eigenaren benaderd en over de streep getrokken) en kwaliteitsgarantie. In de praktijk zal moeten blijken welke arrangementen succesvol zijn en welke niet. De Rijksoverheid omschrijft deze projecten daarom als kennis- en leertrajecten. Omdat het Rijk de projecten intensief monitort, wordt zichtbaar welke concepten succesvol zijn en breder kunnen worden uitgerold. De Rijksoverheid krijgt daarbij het gebruiksrecht. De markt moet de financiële middelen opbrengen die nodig zijn voor de uitvoering van energiebesparende maatregelen. De Rijksoverheid verwacht dat door het grootschalige karakter, het lage risicoprofiel en het gunstige rendement ook pensioenfondsen en andere institutionele beleggers interesse zullen hebben. Het Rijk ondersteunt de projecten met in totaal 12 miljoen euro voor proceskosten, en verder door kennis aan te reiken. Bestaande utiliteitsbouw energiezuiniger maken Binnen de bestaande utiliteitsbouw zijn de voornaamste knelpunten dat de eerder genoemde wettelijke verplichting slechts beperkt wordt gehandhaafd, en dat er om diverse redenen ook weinig autonome besparing plaatsvindt. Verhuurders hebben onvoldoende baat bij het verlagen van de energierekening, en ook voor gebruikers heeft het vaak niet de hoogste prioriteit. De milieudienst DCMR is in 2008 begonnen met het intensiever benaderen van bedrijven en heeft dat geprofessionaliseerd via interne trainingen voor de eigen toezichthouders. De DCMR wijst bedrijven ondere andere op rendabele maatregelen en probeert ze ervan te overtuigen deze ook daadwerkelijk te treffen. Daarnaast ondersteunt de DCMR andere milieudiensten door zijn kennis en ervaring te delen via trainingen. Effect van de maatregelen Het ECN raamt dat het rendabele besparingspotentieel van een grootschalige aanpak van bestaande koopwoningen 30 tot 50 petajoule bedraagt ervan uitgaande dat alle woningeigenaren de rendabele maatregelpakketten ook daadwerkelijk treffen. Dat is 10 tot 16 procent van het huidige jaarlijkse aardgasgebruik in de totale woningmarkt. Bij de raming is ervan uitgegaan dat derden de investeringskosten voorfinancieren, en dat de kosten voor de financiering (rente en aflossing) lager of maximaal gelijk zijn aan de besparing op de energierekening. Omdat nog niet bekend is welke leenvormen (met welke rentepercentages) in de praktijk zullen worden gehanteerd, is daarvoor een aantal varianten doorgerekend, met een bandbreedte in de rentepercentages van 2,6 tot 6 procent. Daarnaast is een variant met laagste maandlasten en een variant met maximale rendabele energiebesparing doorgerekend. De totale investeringskosten variëren van 5 miljard euro tot 15 miljard euro. Bedacht moet worden dat 1,5 tot 2 miljoen woningen moeten worden verbeterd om het genoemde besparingspotentieel te realiseren, oftewel een factor 45 tot 60 meer dan de woningen die nu in totaal in de Blokvoor-Blok- en Green Deal-projecten worden benaderd. Zelfs als alle woningeigenaren in de toekomst aan grootschalige besparingsarrangementen zouden deelnemen, lijkt het onwaarschijnlijk dat een dergelijk aantal woningen al in 2020 kan zijn verbeterd. Duiding van het karakter van de Green Deals voor de gebouwde omgeving De Green Deal- en Blok-voor-Blokprojecten binnen de gebouwde omgeving hebben een ander karakter dan veel van de Green Deals die betrekking hebben op de andere onderzochte thema s. Hier gaat het niet om projecten waarvoor eerst gunstige omstandigheden moeten worden gecreëerd door de regelgeving aan te passen, want knellende regelgeving is hier het probleem niet. Wel ontbreekt de kennis over hoe het proces kan worden georganiseerd om vooral woningeigenaren in beweging te brengen. Door te experimenteren met verschillende arrangementen wil de Rijksoverheid achterhalen welke manieren van communicatie, ontzorging en financiering het meest succesvol zijn. Het bijzondere daarbij is dat de arrangementen die worden uitgeprobeerd niet zijn bedacht door de overheid, maar door de deelnemende marktpartijen. De overheid wil dus leren van de creativiteit die in de samenleving aanwezig is. Decentrale elektriciteitsopwekking met zonnepanelen Initiatiefnemers die decentraal elektriciteit willen opwekken, ervaren het huidige energiebelastingregime als belemmerend. Vrijstelling van energiebelasting en btw saldering geldt namelijk alleen voor kleinverbruikers die zelf achter de meter elektriciteit opwekken. Deze vrijstelling geldt dus niet als elektriciteit in coöperatief verband voor de meter wordt opgewekt en wordt geleverd aan de leden van de coöperatie. Daardoor is deze constructie momenteel niet rendabel. Bevindingen 13

15 De discussie over de salderingsregels bij decentrale elektriciteitsopwekking illustreert voor welke keuze de overheid staat: hernieuwbare energie alleen tegen de laagst mogelijke maatschappelijke kosten opwekken, of ook de dynamiek en de voorkeuren voor de invulling van groene groei stimuleren die leven in delen van de samenleving zelfs als dat tot hogere maatschappelijke kosten leidt. De belangstelling bij burgers en bedrijven voor het zelf kleinschalig opwekken van elektriciteit met zonnepanelen neemt toe. Kleinschalige opwekking van zonnestroom vindt momenteel vooral plaats op daken van individuele woningen of bedrijven. Volgens een zeer ruwe schatting zijn er momenteel enkele tienduizenden huishoudens die zonnepanelen op het dak van hun woning hebben liggen. Er zijn ook coöperatieve verenigingen van burgers en bedrijven die plannen hebben om centraal opgewekte zonne-elektriciteit aan hun leden te kunnen leveren. Zonvogel, Texel Energie en Lochem Energie zijn enkele voorbeelden van dergelijke coöperaties. Financiële stimuleringsregimes voor zonnepanelen Hoewel de prijs van zonnepanelen door import uit China de laatste jaren scherp is gedaald, is de kostprijs van zonne-elektriciteit hoger dan die van fossiele elektriciteit. Om de opwekking van zonne-elektriciteit toch financieel aantrekkelijk te maken, kent Nederland op dit moment twee stimuleringsregimes: Saldering voor kleinverbruikers 6 die achter de meter elektriciteit opwekken (zoals met zonnepanelen op het eigen dak) en het gedeelte dat ze niet zelf gebruiken aan het elektriciteitsnet terugleveren. Volgens de Elektriciteitswet zijn energieleveranciers verplicht om de elektriciteit die een kleinverbruiker aan het net teruglevert tot een maximum van kilowattuur per jaar in mindering te brengen op de elektriciteit die de kleinverbruiker van het net afneemt. Als een kleinverbruiker meer dan kilowattuur teruglevert, moeten energie leveranciers voor het meerdere een redelijke vergoeding betalen. Volgens een bepaling uit de Wet belastingen op milieugrondslag hoeft een klein verbruiker bovendien alleen energiebelasting en btw te betalen over het positieve saldo van de van het net afgenomen elektriciteit minus de teruggeleverde elektriciteit. Daarbij geldt geen grenswaarde: de bepaling geldt ook als er meer dan kilowattuur wordt teruggeleverd. Ook de zonne-elektriciteit die een kleinverbruiker zelf verbruikt is vrijgesteld van belasting. Kleinschalige opwekking van zonneelektriciteit wordt door salderen vrijwel rendabel. De kostprijs voor een kilowattuur opgewekte elektriciteit met een zonnepaneel is namelijk ongeveer gelijk aan het tarief (inclusief 14 cent energiebelasting en btw) dat een kleinverbruiker betaalt voor elektriciteit die hij van het net afneemt. SDE+-subsidie voor installaties die een piekvermogen van ten minste 15 kilowatt hebben. In de SDE+regeling van 2012 is als extra voorwaarde opgenomen dat deze installaties moeten worden aangesloten op een grootverbruikersaansluiting. 7 Dit is gedaan om een heldere scheiding aan te brengen met installaties die kunnen salderen. Gesignaleerde knelpunten in de huidige wetgeving De huidige situatie, waarbij saldering in de Elektriciteitswet wordt beperkt tot kilowattuur en bovendien tot elektriciteit die achter de meter is opgewekt, sluit niet aan bij de voorkeuren van een aantal maatschappelijke groeperingen (zoals het Klimaatverbond, e-decentraal, VEH, VNG en LTO- Nederland) en een deel van de Tweede Kamer. Zij signaleren onder andere de volgende knelpunten: Saldering geldt niet voor zonne-elektriciteit die voor de meter is opgewekt. Dit vormt een belemmering voor initiatieven van coöperatieve verenigingen om op een centrale locatie zonne-elektriciteit op te wekken en aan hun leden te leveren (vaak aangeduid als zelflevering). Zonder vrijstelling van energiebelasting en btw is deze elektriciteit namelijk niet concurrerend met elektriciteit die van een reguliere energieleverancier wordt afgenomen. De salderingsgrens van kilowattuur uit de Elektriciteitswet is te krap voor Verenigingen van Eigenaren (VvE s). De salderingsgrens van kilowattuur geldt tot nu toe voor alle typen huishoudens en ook voor het gemeenschappelijk elektriciteitsgebruik van VvE s. Bij veel VvE s zijn de opwekkingscapaciteit en het gemeenschappelijk elektriciteitsgebruik echter groter dan kilowattuur. Dat is vooral het geval in grote appartementencomplexen met liften en waterpompen, en met een groot dak- en/of geveloppervlak. De salderingsgrens van kilowattuur uit de Elektriciteitswet begrenst de grootte van zonnesystemen op eigen dak van grotere kleinverbruikers. Voor individuele huishoudens is deze grenswaarde gezien het relatief beperkte dakoppervlak doorgaans ruim voldoende. De grens kan wel een belemmering vormen voor kleinverbruikende bedrijven of instellingen, zoals scholen, die een groot dakoppervlak tot hun beschikking hebben, en daardoor meer dan kilowattuur aan het net zouden kunnen terugleveren. Maatregelen van de Rijksoverheid Het kabinet-rutte heeft saldering van elektriciteit die voor de meter is opgewekt niet willen toestaan. Naar aanleiding van een recente (nipt verworpen) motie van 14

16 Tweede Kamerleden Samsom en Jansen, waarin de regering wordt verzocht zelflevering door vrijstelling van energiebelasting en btw mogelijk te maken voor coöperaties die via een kleinverbruikersaansluiting of in het regionale net uitsluitend voor eigen gebruik energie produceren, heeft de minister van EL&I een aantal argumenten genoemd om de motie te ontraden. Deze zijn dat de SDE+-regeling al voldoende mogelijkheden biedt voor grotere systemen, dat het risico op overstimulering bestaat, en dat salderen in tegenstelling tot de SDE+-regeling een openeinderegeling is, waardoor het risico op onbeheersbare belastingderving bestaat. Volgens het ministerie van Financiën zou bovendien de afbakening tot binnenlandse aanbieders problematisch kunnen zijn, omdat volgens de Europese regelgeving geen onderscheid mag worden gemaakt tussen in het binnenland en in het buitenland opgewekte elektriciteit. Wel is momenteel een wijziging in de Elektriciteitswet in voorbereiding die het mogelijk maakt dat VvE s het gemeenschappelijke elektriciteitsgebruik voor de openbare voorzieningen (zoals liften, pompen en verlichting) on - beperkt mogen salderen. Daarmee wordt deels gevolg gegeven aan een motie van Tweede Kamerlid Jansen uit 2011, waarin de regering wordt verzocht om saldering van het elektriciteitsgebruik van de leden van de vereniging mogelijk te maken. Met de voorgenomen wetswijziging zou dit laatste alleen mogelijk zijn als vanaf de zonneinstallatie elektriciteitsleidingen tot achter de meter van de bewoners worden aangelegd. Voor grote appartementen complexen is dit erg kostbaar. Een alternatief voor fysieke aansluiting per eigenaar namelijk administratieve saldering wilde het kabinet- Rutte niet toestaan, onder andere omdat de administratieve lasten voor de energieleveranciers daardoor te hoog zouden worden. Daarnaast is het volgens het ministerie van Financiën nog niet duidelijk of het juridisch mogelijk is om saldering van deze voor de meter opgewekte elektriciteit alleen voor VvE s van toepassing te laten zijn. Dit ministerie stelt bovendien dat met het opheffen van de salderingsgrens voor het gemeenschappelijk elektriciteitsgebruik een groot gedeelte van de VvE s al voldoende speelruimte krijgt. Volgens Netbeheer Nederland kunnen bewoners van appartementencomplexen echter veel meer elektriciteit opwekken dan nodig is voor het elektriciteitsgebruik van alleen liften, waterpompen en verlichting, en zullen de administratieve problemen in de praktijk meevallen. Netbeheerder Enexis start daarom in Breda een twee jaar durend experiment met een flatgebouw met 246 appartementen, waarop een collectieve zonneinstallatie wordt geïnstalleerd die in eigendom is van de VvE. De elektriciteit die aan het net wordt teruggeleverd, zal administratief worden gesaldeerd met de elektriciteitsafname van de individuele bewoners. Inmiddels (juni 2012) is gebleken dat de Rijksoverheid overweegt om de huidige grens van kilowattuur uit de Elektriciteitswet niet alleen voor VvE s, maar voor alle kleinverbruikers te laten vervallen, mits het gaat om hernieuwbare elektriciteit die achter de meter is opgewekt. Daardoor zal er voor kleinverbruikende bedrijven en instellingen een sterkere financiële prikkel zijn om grotere zonnesystemen te installeren. Overigens moet worden bedacht dat het opheffen van de salderingsgrens uiteindelijk voor rekening komt van de energieleveranciers: zij worden daardoor immers verplicht over een groter aantal kilowatturen het volledige leveringstarief te betalen dan nu het geval is. Mogelijke effecten van huidige en voorgestelde maatregelen Het ECN raamt dat onder het huidige salderingsregime in 2020 maximaal 12 procent van de huishoudens en VvE s achter de meter zonne-elektriciteit zal opwekken. Dat komt overeen met een piekvermogen van in totaal 1,9 gigawatt en een jaarlijkse elektriciteitproductie van gigawattuur. 8 Daardoor zouden de jaarlijkse belastingopbrengsten met 220 miljoen euro dalen. Omdat de drempel om deel te nemen in coöperatieve opwekking van zonne-elektriciteit vermoedelijk lager is dan om zelf zonnepanelen op het eigen dak te installeren, zou vrijstelling van energiebelasting en btw voor zelflevering kunnen leiden tot een aanzienlijke extra toename van het aantal zonnepanelen en bijbehorende derving van belastinginkomsten. Een betrouwbare raming van de omvang daarvan is echter momenteel niet te geven. Sommige organisaties, waaronder de Duurzame Energie Koepel, Energie Nederland, FME, IPO, LTO-Nederland, UNETO-VNI en Netbeheer Nederland, opperen om de belastinginkomsten die door zelflevering zouden worden gederfd, te compenseren door het belastingtarief op grijze stroom te verhogen. De daarvoor benodigde verhoging kan aanzienlijk zijn. Ter illustratie: om de 220 miljoen euro energiebelasting te compenseren die onder het huidige regime in 2020 maximaal zal worden gederfd, zou al een verhoging van de energiebelasting in de eerste schijf met 0,77 cent per kilowattuur nodig zijn. 9 Voor een gemiddeld huishouden komt dit neer op een stijging van de energierekening met ongeveer 25 euro per jaar. Als zelflevering voor alle kleinverbruikers zou worden toegestaan, zou de verhoging van de energiebelasting op grijze stroom nog hoger moeten zijn. Hoewel uitbreiding van de salderingsmogelijkheden voor de schatkist dus in beginsel budgetneutraal kan zijn, leidt die wel tot hogere kosten voor de samenleving dan de SDE+-regeling, waarbij immers alleen de meest kosteneffectieve technieken worden gesubsidieerd. De afweging waarvoor de Rijksoverheid staat, is of ze die hogere kosten gerechtvaardigd vindt om de dynamiek en de voorkeuren voor de invulling van groene groei, die leven in delen van de samenleving, te stimuleren. Daarbij moet Bevindingen 15

17 in overweging worden genomen dat een verdere toename van zonne-elektriciteit in Nederland ook mogelijk is zonder dat de salderingsregels verder worden verruimd. Enerzijds omdat op daken van woningen en gebouwen nog een zeer groot onbenut potentieel beschikbaar is, anderzijds omdat ook de SDE+-regeling een stevige stimulans kan bieden voor de grotere systemen. In 2011 hebben 678 projecten met een piekvermogen van meer dan 15 kilowatt een positieve beschikking gekregen, en in 2012 zijn er in de eerste fase al 408 aanvragen ingediend. Daarbij moet wel worden aangetekend dat deze waarschijnlijk niet allemaal zullen worden gerealiseerd. Duiding van het karakter van de Green Deals voor decentrale elektriciteitsopwekking met zon-pv In bijlage 5 wordt een overzicht gegeven van de Green Deals die betrekking hebben op zon-pv, inclusief een korte omschrijving van de projecten en de tegenprestaties van de Rijksoverheid. Er zijn betrekkelijk weinig Green Deals afgesloten die specifiek betrekking hebben op kleinschalige zon-pv. De gemeente Groningen zal een nieuw financieringsmodel via gemeentebelastingen voor zonnepanelen onderzoeken. Daardoor hoeven de bewoners de aanschaf en installatie niet zelf te financieren. Deze constructie kan daarmee de drempel voor de aanschaf van zonnepanelen verlagen. De brancheorganisatie Holland Solar wil een systeem voor kwaliteitsborging, promotie en technische ondersteuning voor zonne-energiesystemen ontwikkelen. In de Green Deal met De Groene Zaak een brancheorganisatie van bedrijven die zich richten op duurzaam ondernemerschap wordt de verruiming van de salderingsmogelijkheden voor VvE s genoemd als tegenprestatie van de Rijksoverheid. In verschillende overeenkomsten met provincies worden initiatieven genoemd om grootschalige systemen te ontwikkelen. De betrokkenheid van de Rijksoverheid lijkt hier vooral het verstrekken van SDE+-subsidie. Algemene bevindingen over het Green Deal-beleid Hoe wordt de faciliterende rol van de overheid ingevuld? Zoals in de inleiding is aangegeven, wil de Rijksoverheid groene groei vooral bevorderen door knellende regelgeving weg te nemen, processen te coördineren en te regisseren en de toegang tot de kapitaalmarkt te vergemakkelijken. De vraag is nu in hoeverre de overheid deze verschillende rollen in de praktijk heeft ingevuld. 1. Knellende regelgeving wegnemen Dit of in ieder geval de intentie daartoe is bijvoorbeeld te zien bij de thema s Windenergie op land, Energieproductie uit mestvergisting, en Decentrale elektriciteitsopwekking. Vaak gaat het daarbij om wijzigingen die al waren gerealiseerd of in gang zijn gezet voordat het Green Deal-beleid werd gelanceerd. Bij Windenergie op land wil de Rijksoverheid de wettelijke mogelijkheden verruimen om windmolens te bouwen op waterkeringen, in gebieden rond radarinstallaties, en op tijdelijke locaties. Bij mestvergisting zal de overheid het aantal toegestane biomassasoorten verruimen, en gaat ze proberen toestemming te krijgen van de Europese Unie om digestaatproducten als kunstmestvervanger in te zetten. Netbeheerders wordt toegestaan om investeringen die overstorten van groen gas mogelijk maken, onder voorwaarden te verrekenen in de tarieven (socialiseren). Om de mogelijkheden te verruimen om zelf elektriciteit op te wekken met zonnepanelen, gaat de overheid onbeperkte saldering toestaan voor het gemeenschappelijk elektriciteitsgebruik van VvE s. 2. Coördineren en regisseren De overheid coördineert en regisseert vooral bij de thema s Windenergie op land, Energieproductie uit mestvergisting en Energiebesparing in de gebouwde omgeving. Voor het eerste thema ontwikkelt de overheid momenteel in overleg met de provincies en de NWEA de Structuurvisie Wind op land, waardoor duidelijk moet worden waar grootschalige windparken (van meer dan 100 megawatt) kunnen worden gebouwd, en waar niet. Volgens planning zou deze visie eind 2012 beschikbaar moeten zijn, maar tot op heden is nog geen bestuurlijke overeenstemming bereikt. Bij mestvergisting helpt de overheid de provincies en de initiatiefnemers om het complexe proces rond de realisatie van biogas- en groengashubs te organiseren. In de gebouwde omgeving ondersteunt de Rijksoverheid met kennis en procesgeld de organisatie en uitvoering van de grootschalige energiebesparingsprojecten die binnen verschillende gemeenten worden uitgevoerd. 3. Toegang tot de kapitaalmarkt vergemakkelijken In hoeverre de Rijksoverheid uitvoering geeft aan deze rol is in het onderzoek enigszins onderbelicht gebleven. Bij het thema Energiebesparing in de gebouwde omgeving is er een duidelijk streven om met de grootschalige aanpak institutionele beleggers zoals pensioenfondsen geïnteresseerd te krijgen. Dat zou het mogelijk maken de woningverbeteringen door de uitvoerende consortia te laten financieren, en niet door de bewoners zelf. De (voorgenomen) 16

18 beleidswijzigingen bij mestvergisting wat betreft digestaat, het aantal biomassasoorten dat mag worden meevergist en de subsidiëring van warmte van bestaande installaties zijn erop gericht om de rentabiliteit te verbeteren, en kunnen daardoor een gunstig effect hebben op de financierbaarheid. Binnen de andere thema s is het minder helder hoe de overheid wil bevorderen dat banken makkelijker leningen verstrekken. Het belangrijkste initiatief om daar iets aan te doen, lijkt de oprichting van een groene investeringsmaatschappij door het Holland Financial Centre te zijn. Een van de oogmerken is dat door bundeling van kleinschalige initiatieven de risico s worden gespreid en de beheerskosten worden verlaagd, waardoor dergelijke projecten makkelijker te financieren zijn. Andere ondersteuningsmiddelen voor private financiering zijn de revolverende fondsen van provincies, maar deze kunnen moeilijk als Green Deal-beleid worden aangemerkt. Kunnen succesvolle Green Deals leiden tot bredere navolging? Een belangrijke doelstelling van het Green Deal-beleid is dat succesvolle Green Deals tot bredere navolging zullen leiden. De analyse van de vier geselecteerde thema s laat zien dat het Green Deal-beleid in dit opzicht niet geïsoleerd kan worden geëvalueerd. Het succes van de Green Deals is afhankelijk van de randvoorwaarden die door onderliggend beleid worden bepaald. De overheid streeft er duidelijk naar om die randvoorwaarden zo gunstig mogelijk te maken, zolang dit zoals het voorbeeld van zelflevering laat zien niet leidt tot (veel) hogere overheidskosten. Tot nu toe met wisselend succes. Om windenergie meer kans op subsidie te bieden, is in 2012 in de SDE+-regeling een extra categorie voor windrijke locaties opgenomen, maar het beschikbare budget is in de eerste fase al ruim overtekend door projecten op het gebied van hernieuwbare warmte. Het is de vraag welk bedrag er uiteindelijk overblijft voor de windenergieprojecten waarvoor in de tweede fase aanvragen zijn ingediend. Soms is de overheid voor de uitvoering van voorgenomen beleidswijzigingen ook afhankelijk van andere partijen, waardoor het onzeker is of de voornemens kunnen worden gerealiseerd. Zo is de overheid bij de ontwikkeling van de Structuurvisie Wind op land afhankelijk van overeenstemming met de provincies, en voor de oplossing van het digestaatknelpunt van toestemming van de Europese Unie. Aanpassingen die de overheid al wel heeft kunnen realiseren, zoals de uitbreiding van het aantal biomassasoorten dat mag worden meevergist en de Blok-voor-Blokaanpak, lijken wel kansrijk om gunstigere uitgangspunten voor bredere navolging te creëren. Het moet echter nog blijken of een ruimere beschikbaarheid van biomassa daadwerkelijk tot een goedkoper aanbod kan leiden, en of huiseigenaren met de nieuwe arrangementen kunnen worden verleid tot deelname. Ook is het de vraag in hoeverre andere gemeenten succesvolle arrangementen zullen overnemen als de proceskosten niet (deels) door de Rijksoverheid worden gedragen. Maar wellicht zijn de proceskosten voor eventuele vervolgprojecten lager, omdat daarbij niet opnieuw het wiel hoeft te worden uitgevonden. Wat is de toegevoegde waarde van de Green Deals ten opzichte van het onderliggende beleid? De Green Deals die in oktober 2011 zijn gepresenteerd, werden door verschillende partijen met enige scepsis ontvangen. De vergelijking met oude wijn in nieuwe zakken popte op in de media en op internet. Dit leek vooral gebaseerd op de waarneming dat veel Green Deals uit de eerste ronde betrekking hadden op initiatieven die al langer op de plank lagen, en dat ook de toegezegde tegenprestaties van de Rijksoverheid vaak al langer in voorbereiding waren. Toch kunnen de Green Deals als zodanig wel toegevoegde waarde hebben. De Green Deal-aanpak geeft immers een duidelijk signaal aan de samenleving om met nieuwe initiatieven te komen. Green Deals zijn afgesloten met een veelheid aan actoren: van decentrale overheden tot brancheverenigingen en koepelorganisaties, kennisinstellingen en grote en kleine bedrijven. De grote respons lijkt erop te duiden dat er in de samenleving een grote dynamiek is om duurzame projecten te realiseren, en dat daarbij behoefte is aan een ondersteunende rol van de Rijksoverheid. In deze tijden van budgettaire krapte is het begrijpelijk dat de Rijksoverheid deze rol niet wil invullen door nieuwe subsidieregelingen op te tuigen of het budget van bestaande regelingen te verruimen, maar dat ze inzet op het wegnemen van belemmeringen waar initiatiefnemers in de praktijk tegenaan lopen. De Rijksoverheid kan deze faciliterende rol alleen met succes vervullen als ze een goed inzicht heeft in die belemmeringen. De projectvoorstellen die in het kader van het Green Deal-beleid zijn ingediend, vormen daarvoor een nuttige aanvulling op de al bestaande kanalen om dergelijke informatie uit het veld te vergaren. Een ander positief aspect van het Green Deal-beleid is dat het uitstralingseffect van succesvolle Green Deals groter zal zijn dan wanneer de projecten in de anonimiteit waren uitgevoerd. Daardoor kan de kans op navolging toenemen. De actieve ondersteuning van de Rijksoverheid en decentrale overheden vergroot daarbij de kans dát Green Deals succesvol zijn. Daarbij geldt echter de kanttekening dat nog niet is uitgekristalliseerd op welke manier de Rijksoverheid de positieve leerervaringen, de opgedane kennis en de best practices uit de uiteenlopende Green Deals breder wil gaan verspreiden. Bevindingen 17

19 Noten 1 Deze subsidieregeling liep van 2003 tot Het gaat hierbij om de gebouwde omgeving, verkeer, een groot deel van de landbouw en kleine industriële bedrijven. 3 Windenergie op zee is weliswaar een bewezen techniek, maar is nog te duur om kans te maken op SDE+-subsidie. 4 Het basisbedrag is de gemiddelde kostprijs van een installatie voor de opwekking van hernieuwbare energie, bij hernieuwbare elektriciteit uitgedrukt in euro per kilowattuur. Het subsidiebedrag dat een investeerder in hernieuwbare opwekking per kilowattuur krijgt, is het toegewezen basisbedrag minus het correctiebedrag. Het correctiebedrag is de gemiddelde elektriciteitsprijs in een jaar. 5 Feitelijk gaat het om de elektriciteitsproductie die wordt gerealiseerd in de denkbeeldige situatie dat een windmolen met een bepaald vermogen in een jaar gedurende het aangegeven aantal uren op vol vermogen (vollast) zou hebben gedraaid. 6 Dit is een verbruiker met een aansluitcapaciteit van maximaal 3 x 80 ampère. 7 Dit is een aansluiting op het elektriciteitsnet van meer dan 3 x 80 ampère. 8 Ter vergelijking: in 2010 bedroeg het totale elektriciteitsgebruik van huishoudens ongeveer gigawattuur. 9 De eerste schijf van de energiebelasting op elektriciteit loopt van 0 tot kilowattuur. 18

20 VERDIEPING VERDIEPING

Saldering. Wido van Heemstra Agentschap NL

Saldering. Wido van Heemstra Agentschap NL Saldering Wido van Heemstra Agentschap NL De wetgeving nu 2 Wat verstaan we onder salderen? In de wet wordt dit woord nergens gebruikt, dus verschillende interpretaties en misverstanden mogelijk Belangrijkste

Nadere informatie

ENERGIE IN EIGEN HAND

ENERGIE IN EIGEN HAND Zonne-energie voor bedrijven? ENERGIE IN EIGEN HAND De Stichting Beheer Bedrijvenpark Merm, heeft een onderzoek gedaan naar de mogelijkheden voor bedrijven om d.m.v. aanbrengen van zonnepanelen op het

Nadere informatie

Businesscases zonne-energie: waar kan het, en wat levert het op?

Businesscases zonne-energie: waar kan het, en wat levert het op? Businesscases zonne-energie: waar kan het, en wat levert het op? Door: Ronald Franken en Maarten Corpeleijn (r.franken@atrive.nl / m.corpeleijn@atrive.nl) 3 september 2013 Ten geleide Met het nieuwe energie-akkoord

Nadere informatie

Green Deals gesloten voor stimuleren groene economische groei

Green Deals gesloten voor stimuleren groene economische groei Green Deals gesloten voor stimuleren groene economische groei Burgers, bedrijven, milieu-organisaties en overheden hebben vandaag op initiatief van minister Verhagen van Economische Zaken, Landbouw en

Nadere informatie

Raymond Roeffel Directeur Trineco. Regelgeving, Organisatie en beheermodellen rondom Zonne

Raymond Roeffel Directeur Trineco. Regelgeving, Organisatie en beheermodellen rondom Zonne Raymond Roeffel Directeur Trineco Regelgeving, Organisatie en beheermodellen rondom Zonne Agenda Waarom zonnestroom? Wet en regelgeving rondom zonnesystemen Salderingstarieven De meest voorkomende situaties

Nadere informatie

Duurzame warmte in de SDE+

Duurzame warmte in de SDE+ Duurzame warmte in de SDE+ Sander Lensink www.ecn.nl Doel van de presentatie Filosofie achter wijziging in de SDE-regeling Belangrijkste verschillen tussen SDE en SDE+ Uitwerking bio-wkk in de SDE+ 2 29-06-2011

Nadere informatie

Wido van Heemstra. Adviseur Agentschap NL. Saldering, de stand van zaken

Wido van Heemstra. Adviseur Agentschap NL. Saldering, de stand van zaken Wido van Heemstra Adviseur Agentschap NL Saldering, de stand van zaken Saldering: de stand van zaken Wido van Heemstra Agentschap NL Nationaal Zonne-energiedebat Universiteit Utrecht 13 mei 2013 Overzicht

Nadere informatie

Energie-Nederland: Deze Green Deal is een belangrijke stap voor de verduurzaming van de Nederlandse energievoorziening de komende decennia

Energie-Nederland: Deze Green Deal is een belangrijke stap voor de verduurzaming van de Nederlandse energievoorziening de komende decennia Persbericht Vereniging Energie-Nederland Den Haag, 3 oktober 2011 Energie-Nederland: Deze Green Deal is een belangrijke stap voor de verduurzaming van de Nederlandse energievoorziening de komende decennia

Nadere informatie

C2 Saldering en zelflevering van zonnestroom Sunday 2013, Wido van Heemstra Agentschap NL. 20 november 2013

C2 Saldering en zelflevering van zonnestroom Sunday 2013, Wido van Heemstra Agentschap NL. 20 november 2013 C2 Saldering en zelflevering van zonnestroom Sunday 2013, Wido van Heemstra Agentschap NL 20 november 2013 Overzicht 1.Saldering 2.Zelflevering 3.Verlaagd tarief bij collectieve opwek Nb. Disclaimer: hoe

Nadere informatie

Alles over salderen en subsidies

Alles over salderen en subsidies Alles over salderen en subsidies Wido van Heemstra Agentschap NL Congres Solar Solutions Expo Haarlemmermeer 17 april 2013 Overzicht te behandelen onderwerpen 1. Salderen: -wat houdt het in, welke tariefcomponenten

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 68 68 88april 2009 Regeling van de Minister van Economische Zaken van 27 maart 2009, nr. WJZ/9058635, houdende vaststelling

Nadere informatie

28 december 2011. Subsidieaanvraag Stadsinitiatief Rotterdam. Solar Green Point

28 december 2011. Subsidieaanvraag Stadsinitiatief Rotterdam. Solar Green Point 28december2011 SubsidieaanvraagStadsinitiatiefRotterdam SolarGreenPoint Inhoudsopgave Voorwoord...1 1. Introductie Solar Green Point.......2 2. Salderingsregeling Electriciteitswet..........2 3. Activiteiten....3

Nadere informatie

Groen gas. Duurzame energieopwekking. Totaalgebruik 2010: 245 Petajoule (PJ) Welke keuzes en wat levert het op?

Groen gas. Duurzame energieopwekking. Totaalgebruik 2010: 245 Petajoule (PJ) Welke keuzes en wat levert het op? Totaalgebruik 2010: 245 Petajoule (PJ) Groen gas Welke keuzes en wat levert het op? Huidig beleid 100 miljoen m 3 groen gas. Opbrengst: 3 PJ. Extra inspanning 200 miljoen m 3 groen gas. Opbrengst: 6 PJ.

Nadere informatie

Duorsume enerzjy yn Fryslân. Energiegebruik en productie van duurzame energie

Duorsume enerzjy yn Fryslân. Energiegebruik en productie van duurzame energie Duorsume enerzjy yn Fryslân Energiegebruik en productie van duurzame energie 1 15 11 oktober 1 Inhoud Management Essay...3 1 Management Essay De conclusies op één A4 De provincie Fryslân heeft hoge ambities

Nadere informatie

Ontwikkelingen Zonne-energie

Ontwikkelingen Zonne-energie Ontwikkelingen Zonne-energie : Energieke Samenleving onderweg naar morgen Bert Bakker NIEUW: Bezuidenhoutseweg 50 2594 AW Den Haag 070 3040114 De oorsprong van (duurzame) energie De zon als energieleverancier

Nadere informatie

Verkoopbaarheid en verhuurbaarheid van vastgoed verhogen door Duurzame Energieopwekking

Verkoopbaarheid en verhuurbaarheid van vastgoed verhogen door Duurzame Energieopwekking Verkoopbaarheid en verhuurbaarheid van vastgoed verhogen door Duurzame Energieopwekking Erik van der Steen HYS legal 1 HYS Legal Inleiding Triodos Bank: Waarom we graag duurzaam vastgoed financieren Jones

Nadere informatie

Renewable energy in the Reijerscop area Peter Dekker Luc Dijkstra Bo Burgmans Malte Schubert Paul Brouwer

Renewable energy in the Reijerscop area Peter Dekker Luc Dijkstra Bo Burgmans Malte Schubert Paul Brouwer Renewable energy in the Reijerscop area Peter Dekker Luc Dijkstra Bo Burgmans Malte Schubert Paul Brouwer Introductie Methode Subsidies Technologien Wind Zon Geothermisch Biomassa Externe Investeerders

Nadere informatie

Agendanummer: Begrotingswijz.:

Agendanummer: Begrotingswijz.: Agendanummer: Begrotingswijz.: CR5 Onderwerp : PV-project Den Bolder Aan de raad van de gemeente Waalwijk Waalwijk, 12 oktober 2010 0. Samenvatting De gemeente Waalwijk heeft een ambitieuze energie/klimaatdoelstelling,

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2003 2004 28 665 Wijziging van de Elektriciteitswet 1998 ten behoeve van de stimulering van de milieukwaliteit van de elektriciteitsproductie Nr. 41 BRIEF

Nadere informatie

Energieakkoord, gevolgen voor lokale energie. Inspiratiebijeenkomst Netwerk Duurzame Dorpen

Energieakkoord, gevolgen voor lokale energie. Inspiratiebijeenkomst Netwerk Duurzame Dorpen Energieakkoord, gevolgen voor lokale energie Inspiratiebijeenkomst Netwerk Duurzame Dorpen Hoofdlijnen Besparing finale energieverbruik van 1,5% per jaar 100 Petajoule* aan energiebesparing in het finale

Nadere informatie

Ontwerpregeling subsidiebedragen WKK 2006

Ontwerpregeling subsidiebedragen WKK 2006 Handelend na overleg met de Minister van Financiën en de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer; Gelet op artikel 72p, tweede lid, van de Elektriciteitswet 1998; Besluit:

Nadere informatie

PARKSTAD LIMBURG ENERGIE TRANSITIE

PARKSTAD LIMBURG ENERGIE TRANSITIE 1 PARKSTAD LIMBURG ENERGIE TRANSITIE BIJEENKOMST 3 DECEMBER 2015 Programma Duurzaam Landgraaf TON ANCION WETHOUDER GEMEENTE LANDGRAAF RONALD BOUWERS PROJECTLEIDER DUURZAAMHEID WIE ZIJN WIJ? PROJECTTEAM

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA s-gravenhage. Datum 10 december 2012 Betreft Openstelling SDE+2013

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA s-gravenhage. Datum 10 december 2012 Betreft Openstelling SDE+2013 > Retouradres Postbus 20401 2500 EK Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA s-gravenhage Direc to raa t - generaal Bezoekadres Bezuidenhoutseweg 73 2594 AC Den

Nadere informatie

Verkenning mogelijkheden invoeding groengas. Johan Jonkman

Verkenning mogelijkheden invoeding groengas. Johan Jonkman Verkenning mogelijkheden invoeding groengas Johan Jonkman Verkenning mogelijkheden invoedinggroengas op het aardgasnetwerk van NV RENDO In opdracht van: Agentschap NL Ministerie van EL&I Contactpersoon:

Nadere informatie

Green Deal van Essent, Nederlandse Groen Gas Maatschappij, en Friesland Campina met de Rijksoverheid

Green Deal van Essent, Nederlandse Groen Gas Maatschappij, en Friesland Campina met de Rijksoverheid Green Deal van Essent, Nederlandse Groen Gas Maatschappij, en Friesland Campina met de Rijksoverheid Ondergetekenden: 1. De Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, en de Staatssecretaris

Nadere informatie

VERENIGING BEWONERS HANZELAND ZWOLLE

VERENIGING BEWONERS HANZELAND ZWOLLE Nieuwe samenstelling bestuur Nieuwsbrief juli 2012 Vanaf juni 2012 heeft het bestuur van de vereniging een andere samenstelling. Graag willen wij ons aan u voorstellen. Van links naar rechts: Albert Brouwer

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA s-gravenhage

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA s-gravenhage > Retouradres Postbus 20401 2500 EK Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA s-gravenhage Directoraat-generaal Bezoekadres Bezuidenhoutseweg 73 2594 AC Den Haag

Nadere informatie

De salderingsregeling

De salderingsregeling De salderingsregeling Wat kost dat de overheid? Is dat houdbaar en nodig? Marc Londo ECN unit Policy Studies Amsterdam 27 mei 2014 www.ecn.nl Boodschappen 1. Saldering wordt een voor de overheid oncomfortabele

Nadere informatie

RVO.NL-regelingen voor zon-pv en zonthermisch:

RVO.NL-regelingen voor zon-pv en zonthermisch: RVO.NL-regelingen voor zon-pv en zonthermisch: SDE+, TKI en experimenten E-wet 15 april 2015 16 april 2015 Wido van Heemstra Karin Keijzer Rijksdienst voor Ondernemend Nederland Wat doen wij: (RVO.nl)

Nadere informatie

ECN-N--12-001 20 januari 2012

ECN-N--12-001 20 januari 2012 Notitie ECN-N--12-001 20 januari 2012 Een inventarisatie van de eerste ronde van Green Deals Aan : Kopie aan : Van : W. Wetzels, M. Hekkenberg, B.W. Daniëls, J.R. Ybema ECN 1. Inleiding Met de Green Deal

Nadere informatie

Notitie energiebesparing en duurzame energie

Notitie energiebesparing en duurzame energie Notitie energiebesparing en duurzame energie Zaltbommel, 5 juni 2012 Gemeente Zaltbommel Notitie energiebesparing en duurzame energie 1 1. Inleiding Gelet op de ambities in het milieuprogramma 2012-2015

Nadere informatie

Salderingsoverzicht 2012 - Update november

Salderingsoverzicht 2012 - Update november Salderingsoverzicht 2012 - Update november Inventarisatie van het beleid omtrent salderen en terugleveren van zonnestroom in de Nederlandse energiemarkt Stichting Zonne-energie Wageningen Rogier Coenraads

Nadere informatie

Mogelijkheden collectieven

Mogelijkheden collectieven Mogelijkheden collectieven Welke mogelijkheden zijn er 23 januari 2914 Roelof Dijkstra Sectorstrategie Inhoud Over Enexis Trias Energetica Standaard situatie Zon-PV op eigen woning Collectieve opwek Waarom

Nadere informatie

2-7-2014. Energieakkoord voor duurzame groei. Juli 2014 WERK IN UITVOERING. Ed Nijpels. Wie zaten aan tafel tijdens de onderhandelingen?

2-7-2014. Energieakkoord voor duurzame groei. Juli 2014 WERK IN UITVOERING. Ed Nijpels. Wie zaten aan tafel tijdens de onderhandelingen? Energieakkoord voor duurzame groei Juli 2014 WERK IN UITVOERING Ed Nijpels Wie zaten aan tafel tijdens de onderhandelingen? 1 Waarom een Energieakkoord? Perspectief Consistentie Ambitie Realiteit Groei

Nadere informatie

Green Deal van Provincie Gelderland met de Rijksoverheid

Green Deal van Provincie Gelderland met de Rijksoverheid Green Deal van met de Rijksoverheid Ondergetekenden: 1. De Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, en de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, ieder handelende in haar of zijn hoedanigheid

Nadere informatie

Samenwerken met agrariërs geeft kansen voor groene energie. Ton van Korven Projectleider Bio-economie Ton.van.Korven@zlto.nl

Samenwerken met agrariërs geeft kansen voor groene energie. Ton van Korven Projectleider Bio-economie Ton.van.Korven@zlto.nl Samenwerken met agrariërs geeft kansen voor groene energie Ton van Korven Projectleider Bio-economie Ton.van.Korven@zlto.nl LTO inzet duurzame energie 1. Verbetering inkomenspositie door (decentrale)energieproductie

Nadere informatie

Vraag- en antwoordlijst Windenergie op Goeree-Overflakkee Aanleiding

Vraag- en antwoordlijst Windenergie op Goeree-Overflakkee Aanleiding 1 Vraag- en antwoordlijst Windenergie op Goeree-Overflakkee Versie: 25 april 2013 Opgesteld door: Windgroep Goeree-Overflakkee, gemeente Goeree-Overflakkee en provincie Zuid-Holland Aanleiding Waarom zijn

Nadere informatie

Opties voor productie van duurzame energie in de regio Helmond d.m.v. van mest en andere biomassa

Opties voor productie van duurzame energie in de regio Helmond d.m.v. van mest en andere biomassa Opties voor productie van duurzame energie in de regio Helmond d.m.v. van mest en andere biomassa Jennie van der Kolk, Alterra Helmond, 22-02-13 Nico Verdoes, Livestock Research Inhoud presentatie Wetenschapswinkel

Nadere informatie

CPB doorrekening verkiezingsprogrammaʼs: Duurzaamheid"

CPB doorrekening verkiezingsprogrammaʼs: Duurzaamheid CPB doorrekening verkiezingsprogrammaʼs: Duurzaamheid" Inleiding! Wat zijn de plannen van de politieke partijen op gebied van duurzaamheid en wat betekent het voor de bouw?" Dit document zet de verschillende

Nadere informatie

Salderen. Artikel 95c

Salderen. Artikel 95c Salderen Salderen is de regeling dat zonnestroom die aan het elektriciteitsnet wordt terugeleverd, mag worden verrekend met uit het net geïmporteerde stroom. Als U bijvoorbeeld 2400 kwh stroom afneemt

Nadere informatie

Mogelijkheden voor energie coöperaties. Jeroen Leclercq jeroen.leclercq@wijkenergie.coop 06-53544195

Mogelijkheden voor energie coöperaties. Jeroen Leclercq jeroen.leclercq@wijkenergie.coop 06-53544195 Mogelijkheden voor energie coöperaties Jeroen Leclercq jeroen.leclercq@wijkenergie.coop 06-53544195 Inhoud Samen sterker Belang van gezamenlijke projecten Variant 1: alles achter de meter Variant 2: korting

Nadere informatie

Projectgroep Biomassa & WKK

Projectgroep Biomassa & WKK Projectgroep Biomassa & WKK SDE 2009 De Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie uitgevoerd door SenterNovem in opdracht van het Ministerie van Economische Zaken. 7 mei 2009 Jan Bouke Agterhuis Beleidskant

Nadere informatie

MKBA Windenergie Lage Weide Samenvatting

MKBA Windenergie Lage Weide Samenvatting MKBA Windenergie Lage Weide Delft, april 2013 Opgesteld door: G.E.A. (Geert) Warringa M.J. (Martijn) Blom M.J. (Marnix) Koopman Inleiding Het Utrechtse College en de Gemeenteraad zetten in op de ambitie

Nadere informatie

Zonnestroomprojecten Gemeente Amsterdam. ProjectManagement Bureau Joost de Valk

Zonnestroomprojecten Gemeente Amsterdam. ProjectManagement Bureau Joost de Valk Zonnestroomprojecten Gemeente Amsterdam ProjectManagement Bureau Joost de Valk Noodzaak en ambitie Klimaatbeleid Amsterdam: forse CO 2 reductie 40% in 2025 en klimaatneutraal bouwen en gemeentegebouwen

Nadere informatie

Wat betekenen de SDE+, Salderen, en postcoderoos voor de netbeheerder?

Wat betekenen de SDE+, Salderen, en postcoderoos voor de netbeheerder? Wat betekenen de SDE+, Salderen, en postcoderoos voor de netbeheerder? Enexis: Wij brengen energie waar mensen licht en warmte nodig hebben. Enexis: Een rijke historie IJsselmij Frigem EGD Ruil verzorgingsgebied

Nadere informatie

Zon-PV op maatschappelijk vastgoed

Zon-PV op maatschappelijk vastgoed Zon-PV op maatschappelijk vastgoed Financiering en subsidie (SDE+) 9 juni 2016 Sander Huitink Agenda Over Greenspread Financiering zon-pv-projecten Salderen Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie

Nadere informatie

Provinciehuis Westerbrink 1 Assen Assen, 3 oktober 2011 Nummer: 11-089 Postbus 122

Provinciehuis Westerbrink 1 Assen Assen, 3 oktober 2011 Nummer: 11-089 Postbus 122 Provinciehuis Westerbrink 1 Assen Assen, 3 oktober 2011 Nummer: 11-089 Postbus 122 9400 AC Assen Dit is een gezamenlijk persbericht van de provincies Groningen, Fryslân, Drenthe en Noord- Holland, de gemeenten

Nadere informatie

Energiecafé BECO. 16 Oktober 2014

Energiecafé BECO. 16 Oktober 2014 Energiecafé BECO 16 Oktober 2014 Programma Welkom Introductie Presentatie Voorzitter BECO Peer Verkuijlen Waarom BECO? Gemeente Bernheze wethouder Wijdeven Energiemarkt in beweging DE Unie Rense van Dijk

Nadere informatie

Maatschappelijke Kosten- en Baten Analyse: energie uit wind en zon

Maatschappelijke Kosten- en Baten Analyse: energie uit wind en zon Maatschappelijke Kosten- en Baten Analyse: energie uit wind en zon Maatschappelijke Kosten- en Baten Analyse: energie uit wind en zon. Inleiding Het veenkoloniaal gebied in Drenthe is door het Rijk aangewezen

Nadere informatie

Stappenplan Zon op Huurwoning Amsterdam

Stappenplan Zon op Huurwoning Amsterdam Context Klimaatprobleem Er is sprake van een wereldwijd klimaatprobleem, waarbij de temperatuur over de afgelopen decennia structureel is opgelopen. Deze trend wordt veroorzaakt door de uitstoot van broeikasgas,

Nadere informatie

Green Deal. 21 November 2013 Herry Nijhuis (AgentschapNL) Coördinerend manager Green Deals

Green Deal. 21 November 2013 Herry Nijhuis (AgentschapNL) Coördinerend manager Green Deals Green Deal 21 November 2013 Herry Nijhuis (AgentschapNL) Coördinerend manager Green Deals Inhoud presentatie Overheidsbeleid Green Deal Green Deal Aanpak Voorbeelden van Green Deals Green Deal initiatief

Nadere informatie

Loyens en Loeff seminar

Loyens en Loeff seminar Loyens en Loeff seminar Stientje van Veldhoven D66 woordvoerder energie en klimaat De politiek van salderen Een sterk merk? Bekijk decentrale opwekking / salderen vanuit een politieke bril: Decentraal

Nadere informatie

ALGEMENE INFORMATIE SALDEREN SOLAR2020. Uw Specialist in Zonnepaneelsystemen.NL

ALGEMENE INFORMATIE SALDEREN SOLAR2020. Uw Specialist in Zonnepaneelsystemen.NL ALGEMENE INFORMATIE SALDEREN SOLAR2020 Salderingsoverzicht Particulieren Door zelf zonne-energie op te wekken bespaart u op uw energierekening. Uw stroomtarief is opgebouwd uit een kaal leveringstarief,

Nadere informatie

VOETAFDRUKKEN VAN NEDERLANDSE CONSUMPTIE

VOETAFDRUKKEN VAN NEDERLANDSE CONSUMPTIE VOETAFDRUKKEN VAN NEDERLANDSE CONSUMPTIE De ecologische effecten van Nederlandse consumptie in het buitenland PBL-Notitie Trudy Rood, Harry Wilting en Aldert Hanemaaijer 22 januari 2016 Colofon Voetafdrukken

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2010 2011 31 239 Stimulering duurzame energieproductie Nr. 103 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE Aan de Voorzitter van de

Nadere informatie

Energiebesparing bestaande koopwoningen. Effecten stimuleringspakket

Energiebesparing bestaande koopwoningen. Effecten stimuleringspakket Energiebesparing bestaande koopwoningen Effecten stimuleringspakket Notitie Delft, juli 2013 Opgesteld door: Cor Leguijt Frans Rooijers 2 2 juli 2013 3.B17.1 Energiebesparing bestaande koopwoningen 1 Inleiding

Nadere informatie

Samenwerking met Greenchoice

Samenwerking met Greenchoice Samenwerking met Greenchoice Dit document is onderdeel van de Buurten met Energie toolbox, een project van Nudge. Deze toolbox is samengesteld om initiatiefnemers te ondersteunen bij het starten van een

Nadere informatie

Agenda. Inleiding Wat is de terugverdientijd? Hoe zit het met de BTW? Energiebelasting en salderen Bedrijf zoekt buur Schenken en ANBI. Vragen?

Agenda. Inleiding Wat is de terugverdientijd? Hoe zit het met de BTW? Energiebelasting en salderen Bedrijf zoekt buur Schenken en ANBI. Vragen? Zon op kerk Johan van Drie Bram Faber 16 februari 2015 Agenda Inleiding Wat is de terugverdientijd? Hoe zit het met de BTW? Energiebelasting en salderen Bedrijf zoekt buur Schenken en ANBI Vragen? Zon

Nadere informatie

WATER- SCHAPPEN & ENERGIE

WATER- SCHAPPEN & ENERGIE WATER- SCHAPPEN & ENERGIE Resultaten Klimaatmonitor Waterschappen 2014 Waterschappen willen een bijdrage leveren aan een duurzame economie en samenleving. Hiervoor hebben zij zichzelf hoge ambities gesteld

Nadere informatie

Als u zelf elektriciteit wilt opwekken, kan een kleine windmolen een mogelijkheid zijn.

Als u zelf elektriciteit wilt opwekken, kan een kleine windmolen een mogelijkheid zijn. DOSSIER Kleine windmolens Als u zelf elektriciteit wilt opwekken, kan een kleine windmolen een mogelijkheid zijn. Er zijn veel typen windmolens op de markt, met mast, zonder mast, horizontaal of verticaal.

Nadere informatie

Verlaagd tarief bij collectieve opwek

Verlaagd tarief bij collectieve opwek Verlaagd tarief bij collectieve opwek Wido van Heemstra Netwerkbijeenkomst Servicepunt Lokale Energie Voorwaarts Ten Boer, 23 januari 2014 Verlaagd tarief bij collectieve opwek De regeling: leden van een

Nadere informatie

13 Resultaten, financiële consequenties en dekking

13 Resultaten, financiële consequenties en dekking 13 Resultaten, financiële consequenties en dekking 13.1 Inleiding In dit hoofdstuk volgt een beknopt overzicht van de beoogde en berekende resultaten van het Energieakkoord voor duurzame groei. Voor een

Nadere informatie

Flexibele & Rendabele Zonne-energie

Flexibele & Rendabele Zonne-energie Flexibele & Rendabele Zonne-energie Voor Verenigingen van Eigenaren Herman is een product van LENS Inleiding Zonne-energie is duurzaam én winstgevend. Wij geloven in een wereld waar mensen hier samen de

Nadere informatie

Antwoord van minister Kamp (Economische Zaken), mede namens de staatssecretaris van Financiën (ontvangen 7 mei 2014)

Antwoord van minister Kamp (Economische Zaken), mede namens de staatssecretaris van Financiën (ontvangen 7 mei 2014) AH 1874 2014Z04158 van minister Kamp (Economische Zaken), mede namens de staatssecretaris van Financiën (ontvangen 7 mei 2014) Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2013-2014, nr. 1621 1 Is er een

Nadere informatie

Toelichting doorrekening Energieakkoord - Gebouwde omgeving

Toelichting doorrekening Energieakkoord - Gebouwde omgeving Toelichting doorrekening Energieakkoord - Gebouwde omgeving Casper Tigchelaar Marijke Menkveld Den Haag, SER 2 oktober 2013 www.ecn.nl Instrumenten gericht op eigenaar-bewoners Bewustwording en informatie

Nadere informatie

Reken op ons! Donkere wolken boven de zonnepanelen (vervolg)

Reken op ons! Donkere wolken boven de zonnepanelen (vervolg) 10/12/2010 Donkere wolken boven de zonnepanelen (vervolg) Vlaams minister van Energie Freya Van den Bossche vind koppigheid een slechte eigenschap voor een regering en gaat in op het voorstel van de sector

Nadere informatie

Salderingsoverzicht 18-12-2012

Salderingsoverzicht 18-12-2012 Salderingsoverzicht 18-12-2012 Salderingsoverzicht Particulieren Door zelf zonne-energie op te wekken bespaart u op uw energierekening. Uw stroomtarief is opgebouwd uit een kaal leveringstarief, energiebelasting

Nadere informatie

Advocaten en notarissen

Advocaten en notarissen Advocaten en notarissen JURIDISCHE ASPECTEN BIJ DUURZAME ENERGIE PROJECTEN 30 juni 2015 Maarten Kole Drie stimuleringsregels 1.Salderingsregeling 2.Postcoderoosregeling 3. SDE+ Salderingsregeling Salderingsregeling

Nadere informatie

CONCEPT 30 januari 2008

CONCEPT 30 januari 2008 CONCEPT 30 januari 2008 Regeling van de Minister van Economische Zaken van, nr. WJZ, houdende vaststelling van correcties ten behoeve van de voorschotverlening voor de stimulering van duurzame energieproductie

Nadere informatie

Inventarisatie juridische vragen en belemmeringen IPIN-projecten

Inventarisatie juridische vragen en belemmeringen IPIN-projecten Inventarisatie juridische vragen en belemmeringen IPIN-projecten Inventarisatie juridische vragen en belemmeringen IPIN-projecten Conclusies en aanbevelingen (uit Rapport TNO september 2013 in opdracht

Nadere informatie

Visie op Windenergie en solar Update 2014

Visie op Windenergie en solar Update 2014 Visie op Windenergie en solar Update 2014 De vooruitzichten voor hernieuwbare energie zijn gunstig Succes hangt sterk af van de beschikbaarheid van subsidies Naast kansen in Nederland kan de sector profiteren

Nadere informatie

De toekomst van biogasproductie uit dierlijke mest

De toekomst van biogasproductie uit dierlijke mest Themamiddag Kansen voor verwaarden van dierlijke mest De toekomst van biogasproductie uit dierlijke mest Auke Jan Veenstra 28-03-2014 Missie Groen Gas Nederland bundelt kennis, stimuleert projecten en

Nadere informatie

Grootschalige PV, stimulansen voor, en vanuit het bedrijfsleven. Marc Kok, directeur Energie Service Noord West

Grootschalige PV, stimulansen voor, en vanuit het bedrijfsleven. Marc Kok, directeur Energie Service Noord West Grootschalige PV, stimulansen voor, en vanuit het bedrijfsleven Marc Kok, directeur Energie Service Noord West Trends:: Stijgende prijzen? foto: epa Duitse zon drukt dagprijs Nederlandse stroom 31-01-2012

Nadere informatie

Financiering Duurzaamheid en Monumenten. Maarten Maresch (IBPM)

Financiering Duurzaamheid en Monumenten. Maarten Maresch (IBPM) Financiering Duurzaamheid en Monumenten Maarten Maresch (IBPM) Opbouw presentatie Europese subsidiemogelijkheden energie Nederlandse subsidie mogelijkheden energie Fiscale ondersteuning Financieringsondersteuning

Nadere informatie

Salderingsoverzicht 18-12-2012

Salderingsoverzicht 18-12-2012 Salderingsoverzicht 18-12-2012 Salderingsoverzicht Particulieren Door zelf zonne-energie op te wekken bespaart u op uw energierekening. Uw stroomtarief is opgebouwd uit een kaal leveringstarief, energiebelasting

Nadere informatie

4".&/7"55*/( Lokaal energiek: decentrale duurzame elektriciteit

4.&/755*/( Lokaal energiek: decentrale duurzame elektriciteit 4".&/7"55*/( Lokaal energiek: decentrale duurzame elektriciteit Business case en maatschappe lijke kosten-batenanalyse Samenvatting Waarom deze studie? De vraag naar decentraal duurzaam opgewekte elektriciteit

Nadere informatie

Bijlage 1: Berekening realisatie 9% duurzaam in 2010

Bijlage 1: Berekening realisatie 9% duurzaam in 2010 Bijlage 1: Berekening realisatie 9% duurzaam in 2010 Toelichting bij de doelstelling van 9% duurzame elektriciteit: - De definitie van de 9% doelstelling is conform de EU richtlijn duurzame elektriciteit

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 33 561 Structuurvisie Windenergie op Zee (SV WoZ) 34 508 Regels omtrent windenergie op zee (Wet windenergie op zee) Nr. 15 BRIEF VAN DE MINISTER

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 34 058 Regels omtrent windenergie op zee (Wet windenergie op zee) Nr. 8 NADER VERSLAG Vastgesteld 6 februari 2015 De vaste commissie voor Economische

Nadere informatie

9-2-2016. Informatiebijeenkomst, 9 februari 2016. Even voorstellen 2. Tim van Twuijver Adviseur duurzame energie Grontmij (Part of SWECO)

9-2-2016. Informatiebijeenkomst, 9 februari 2016. Even voorstellen 2. Tim van Twuijver Adviseur duurzame energie Grontmij (Part of SWECO) Informatiebijeenkomst, 9 februari 2016 Even voorstellen 2 Tim van Twuijver Adviseur duurzame energie Grontmij (Part of SWECO) Inhoud 3 Waarom zonne-energie? Waarom is zonne-energie interessant van u? Hoe

Nadere informatie

INITIATIEFVOORSTEL CONFORM ARTIKEL 4:2 REGLEMENT VAN ORDE

INITIATIEFVOORSTEL CONFORM ARTIKEL 4:2 REGLEMENT VAN ORDE INITIATIEFVOORSTEL CONFORM ARTIKEL 4:2 REGLEMENT VAN ORDE 1. Rol van de gemeente bij het opzetten en ondersteunen van lokale duurzame energie initiatieven. 2. Onderzoek naar de mogelijkheden plaatsing

Nadere informatie

Groene warmte/kracht in SDE+ 2013

Groene warmte/kracht in SDE+ 2013 Groene warmte/kracht in SDE+ 2013 13 februari 2013 Jan Bouke Agterhuis 14 februari 2013 Inhoud SDE+ 2013 algemeen SDE+ 2013 categoriën Elektronisch aanvragen Vragen en meer informatie 2 SDE+ 2013 algemeen

Nadere informatie

De Energietransitie van de Elektriciteitsproductie

De Energietransitie van de Elektriciteitsproductie De Energietransitie van de Elektriciteitsproductie door Adriaan Wondergem 6 october 2010 De Energietransitie van de Elektriciteitsproductie van 2008 tot 2050. De kernvragen zijn: Hoe ziet een (bijna) CO2-loze

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2013 2014 33 493 Wijziging van de Elektriciteitswet 1998, de Gaswet en de Warmtewet (wijzigingen samenhangend met het energierapport 2011) E NOTA NAAR AANLEIDING

Nadere informatie

De zon als energiebron!

De zon als energiebron! De zon als energiebron! Zelf elektriciteit opwekken met de zon? Door middel van (diverse) subsidie(s) is het zéér rendabel! Met zonnepanelen verlaagt u uw energiekosten. Deze besparing wordt alleen maar

Nadere informatie

Change. Hoe moet het morgen met de energievoorziening? Document. magazine

Change. Hoe moet het morgen met de energievoorziening? Document. magazine Hoe moet het morgen met de energievoorziening? Nederland is verslaafd aan fossiele energie, zeker in vergelijking met landen om ons heen, vertelt Paul Korting, directeur van ECN. Er zijn genoeg scenario

Nadere informatie

Vergisting anno 2010 Rendabele vergister onder SDE 2010. Hans van den Boom 22 april 2010 Sectormanager Duurzame Energie

Vergisting anno 2010 Rendabele vergister onder SDE 2010. Hans van den Boom 22 april 2010 Sectormanager Duurzame Energie Vergisting anno 2010 Rendabele vergister onder SDE 2010 Hans van den Boom 22 april 2010 Sectormanager Duurzame Energie Financieren Duurzame energie binnen Rabobank Groep Maatwerk Sustainability naast Food

Nadere informatie

Financiële baten van windenergie

Financiële baten van windenergie Financiële baten van windenergie Grootschalige toepassing van 500 MW in 2010 en 2020 Opdrachtgever Ministerie van VROM i.s.m. Islant Auteurs Drs. Ruud van Rijn Drs. Foreno van der Hulst Drs. Ing. Jeroen

Nadere informatie

Green Deal van Netbeheer Nederland met de Rijksoverheid

Green Deal van Netbeheer Nederland met de Rijksoverheid Green Deal van Netbeheer Nederland met de Rijksoverheid Ondergetekenden: 1. De Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Staatssecretaris

Nadere informatie

Salderingsoverzicht 2012 Inventarisatie van het beleid omtrent salderen en terugleveren van zonnestroom in de Nederlandse energiemarkt

Salderingsoverzicht 2012 Inventarisatie van het beleid omtrent salderen en terugleveren van zonnestroom in de Nederlandse energiemarkt Salderingsoverzicht 2012 Inventarisatie van het beleid omtrent salderen en terugleveren van zonnestroom in de Nederlandse energiemarkt Stichting Zonne-energie Wageningen Rogier Coenraads Frank Zegers Juli

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 38490 4 november 2015 Regeling van de Minister van Economische Zaken van 2 november 2015, nr. WJZ/15147884, tot vaststelling

Nadere informatie

Het plaatsen van zonnepanelen op een woning

Het plaatsen van zonnepanelen op een woning es Het plaatsen van zonnepanelen op een woning Zijn alle woningen geschikt voor zonnepanelen? Bijna alle woningen zijn geschikt, er is slechts een klein aantal voorwaarden. Er moet voldoende stevig en

Nadere informatie

Totale uitstoot in 2010: 14.000 kiloton CO 2

Totale uitstoot in 2010: 14.000 kiloton CO 2 Totale uitstoot in 2010: 14.000 kiloton CO 2 Industrie Welke keuzes en wat levert het op? Huidig beleid 1% besparing op gas en elektra per jaar. Totaal is dat 8 % besparing in 2020. Opbrengst: 100 kiloton.

Nadere informatie

Nederlands beleid Wind op Zee. Marjan Botman, m.j.p.botman@mineleni.nl

Nederlands beleid Wind op Zee. Marjan Botman, m.j.p.botman@mineleni.nl Nederlands beleid Wind op Zee Marjan Botman, m.j.p.botman@mineleni.nl Inhoud Beleid op Hernieuwbare energie in Europa en in Nederland Ruimtelijke planning toekomstige ontwikkelingen Green deal met de offshore

Nadere informatie

Belangrijk voor uw business case: stimuleringsregelingen. Bertus Postma

Belangrijk voor uw business case: stimuleringsregelingen. Bertus Postma Belangrijk voor uw business case: stimuleringsregelingen Bertus Postma 1 Onderwerpen Berenschot Algemene ontwikkelingen stimuleringsregelingen Relatie met projectfasering Regionale regelingen Geothermie:

Nadere informatie

HOE BEOORDEELT ACM DE TARIEVEN VAN EXPERIMENTEN?

HOE BEOORDEELT ACM DE TARIEVEN VAN EXPERIMENTEN? HOE BEOORDEELT ACM DE TARIEVEN VAN EXPERIMENTEN? Inleiding Op 1 mei 2015 gaat het Besluit Experimenten Decentrale Duurzame Elektriciteitsopwekking in. Coöperaties en verenigingen van eigenaren kunnen dan

Nadere informatie

Raadsinformatieavond invulling sociale randvoorwaarden windenergie Zonzeel Welkom

Raadsinformatieavond invulling sociale randvoorwaarden windenergie Zonzeel Welkom Raadsinformatieavond invulling sociale randvoorwaarden windenergie Zonzeel Welkom 19 november 2015 1 Opzet presentatie 1. Inleiding 2. Terugblik/voorgeschiedenis 3. Gemeentelijke ambitie vertaald naar

Nadere informatie

Spiekbriefje Frisse Wind

Spiekbriefje Frisse Wind Spiekbriefje Frisse Wind Feiten over windenergie voor feestjes, verjaardagen of andere bijeenkomsten. Er worden dan veel halve waarheden over windenergie verkondigd, en dat is jammer, want windenergie

Nadere informatie

Energieakkoord voor duurzame groei

Energieakkoord voor duurzame groei Energieakkoord voor duurzame groei Netwerkbijeenkomst Duurzame regionale energie Gelderland 15 januari 2014 Lodewijk de Waal Energieakkoord Wie zaten aan tafel? Inhoud presentatie Hoofdlijnen Energieakkoord

Nadere informatie