for life î nnovation TNO-rapport TNO 2015 R10304 Leefomgeving Van Mourik Broekmanweg XE Delft Postbus M Delft

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "for life î nnovation TNO-rapport TNO 2015 R10304 Leefomgeving Van Mourik Broekmanweg 49 2628 XE Delft Postbus 49 2600 M Delft www.tno."

Transcriptie

1 î nnovation for life TNO-rapport TNO 2015 R10304 Leefomgeving Van Mourik Broekmanweg XE Delft Postbus M Delft T Meerjaren Speurwerkprogramma F Voortgangsrapportage 2014 Thema Duurzame Leefomgeving VP Stedelijke Ontwikkeling VP Duurzaam Bouwen Datum 27 februari 2015 Auteur(s) Autorisatie MA.]. Linde Y.J. van Straalen A.H.J.M. Vervuurt H.L.J. Keizers Ir. L.J.J. Kusters Managing Director Urbanisation Aantal pagina s 46 Regievoerende departementen Ministerie van Infrastructuur en Milieu Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkijksrelaties Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande toestemming van TNO. Indien dit rapport in opdracht werd uitgebracht, wordt voor de rechten en verplichtingen van opdrachtgever en opdrachtnemer verwezen naar de Algemene Voorwaarden voor opdrachten aan TNO, dan wel de betreffende terzake tussen de partijen gesloten overeenkomst. Het ter inzage geven van het TNO-rapport aan direct belanghebbenden is toegestaan TNO

2 TNO-rapport TNO 2015 Ri concept

3 TNO-rapport TNO 2015 R Inhoudsopgave 1 Inleiding 4 2 Vraaggestuurd Programma Stedelijke ontwikkeling Inleiding Deelprogramma Urbane leefomgevingskwaliteit (Leefbare stad) Deelprogramma Stad en Klimaat (Duurzame Stad) Deelprogramma Maatschappelijke Innovatie en Economie (stad in transitie) 18 3 Vraaggestuurd Programma Duurzaam Bouwen Inleiding Deelprogramma Woning- en Utiliteitsbouw Deelprogramma Infrastructuur Deelprogramma Energie in de Gebouwde Omgeving 36 4 Ondertekening 46

4 TNO-rapport TNO 2015 R /46 Inleiding Het jaar 2014 is het vierde jaar van de TNO Strategieperiode Het maatschappelijke thema Duurzame Leefomgeving is in 2014 onderdeel geworden van het nieuwe TNO thema Leefomgeving, een samenvoeging van de bestaande TNO thema s Gebouwde Omgeving en Mobiliteft. Het TNO thema Leefomgeving richt zich op het versnellen van de mogelijkheden die innovatie biedt aan bedrijven en overheden om stedelijke regio s te versterken. In het in 2011 gestarte samenhangende maatschappelijke thema Duurzame Leefomgeving vervullen zowel maatschappelijke vraagstukken als de economische concurrentiekracht een belangrijke rol en is belangrijk voor de kennisbasis van TNO. Het programma Duurzame Leefomgeving richt zich op kennis- en beleidsdossiers bij de ministeries Infrastructuur en Milieu (DC Milieu, DC Ruimte en Water, Rijkswaterstaat) en het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrjksrelaties (DG Wonen en Bouwen). Daarnaast spelen andere belanghebbenden uit het bedrijfsleven, het maatschappelijk veld en de kennisinfrastructuur (inclusief RIVM en PEL) een belangrijke rol. In lijn met het ontwikkelde topsectorenbeleid van de overheid zijn ook in 2014 separate onderzoeksprogramma s, die een op een gekoppeld zijn aan individuele topsectoren, op integrale wijze en in goede afstemming met Duurzame Leefomgeving uitgevoerd. Het betreft hier de topsectoren: Energie (energie gebouwde omgeving), Water (water- en deltatechnologie), Logistiek (stedelijke ontwikkeling en logistiek), Tuinbouw en Uitgangsmaterialen. Op de samenhang tussen de topsectorprogramma s en het meer maatschappelijk en beleidsgerichte programma Duurzame Leefomgeving wordt actief gestuurd om de integraliteit van het denken overeind te houden. Het voorliggende verslag geeft inzicht in de voortgang op de onderwerpen, die binnen het programma op de agenda staan.

5 TNO-rapport TNO 2015 R Vraaggestuurd Programma Stedelijke Ontwikkeling 2.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt verslag gedaan van de werkzaamheden die in 2014 in het kader van het programma Vraaggestuurd Programma Vitale stedelijke omgeving zijn uitgevoerd. Het betreft het laatste jaar van het Meerjarenprogramma van het programma Duurzame Leefomgeving. Het vraaggestuurd programma Vitale stedelijke omgeving is ingedeeld in drie deelprogramma s. De resultaten van de werkzaamheden worden per deelprogramma gepresenteerd. In deze inleiding worden de drie deelprogramma s kort geïntroduceerd. Het eerste deelprogramma Urbane leefomgevingskwaliteit (Leefbare stad) bevat onderzoek gericht op traditionele milieuthema s zoals luchtkwaliteit, geluid en externe veiligheid. Het gaat om onderzoek op het gebied van meten, monitoren en modelleren van stoffen, geluid en risico s ten einde de milieu- en gezondheidseffecten van bestaande en nieuwe activiteiten zo goed mogelijk in beeld te brengen. Deze kennis is relevant voor de modernisering van het milieubeleid en de herziening van het omgevingsrecht. Het tweede deelprogramma Stad en klimaat (Duurzame stad) ontwikkelt kennis en instrumenten die nodig zijn voor duurzaamheidsvraagstukken: klimaatveranderingen grootschalige luchtverontreiniging en kringloopsluiting in stedelijke gebieden. Dit is gekoppeld aan de Klimaatagenda, het Energie Akkoord en de Nota Van Afvalstof naar Grondstof. Voor deze vraagstukken is het belangrijk dat overheden op verschillende schaalniveaus beschikken over een betrouwbaar monitoringsysteem van processen in de atmosfeer, bodem en watersysteem en daarbij behorende modellen die deze complexe werkelijkheid kunnen simuleren. Het derde deelprogramma Maatschappelijk innovatie en economie (Stad in transitie) legt de nadruk op het verbinden van vraagstukken en kijkt naar processen in onze samenleving. In dit programma staat de relatie tussen duurzaamheid, de economie en governance centraal. Via een systeembenadering en participatief onderzoek wordt geprobeerd maatschappelijke vraagstukken die gerelateerd zijn aan de ruimtelijke inrichting van een gebied, beter te begrijpen en van empirische inhoud te voorzîen. 2.2 Deelprogramma Urbane leefomgevingskwaliteit (Leefbare stad) Inleiding Het deelprogramma omvat de volgende onderzoekslijnen: - Integrale afweginginstmmenten 1 smart city modeling platform - Fijnstof Fysieke inrichting en Gezondheid - Geluid in de urbane leefomgeving - Externe veiligheid - Meet- en analysetechnieken milieu en leefomgevingskwaliteit

6 TNO-rapport TNO 2015 R / Relatie met kennisagenda S Naast bijdragen aan de kennisbasis van DG Milieu (aanpassen van milieumodellen aan nieuwe inzichten en regelgeving), wordt ingegaan op specifieke vragen uit de SKIA van DG Milieu. Dit betreft omgaan met risico s en chemische stoffen. Voor het onderwerp chemische stoffen maken we gebruik van het Gemeenschappelijk Milieu Laboratorium (GML), een nieuwe faciliteit die in 2014 is geopend. Via deelname aan de Coöperatie GEN en IABR zijn kennisvragen op het gebied van de de Energieke samenleving (thema A van het ministerie van Infrastructuur en Milieu) en het thema Gebiedsontwikkeling (thema D van het ministerie van Infrastructuur en Milieu (lenm) aan de orde gekomen Uitvoering in 2014 Per onderzoekslijn en per project worden in deze paragraaf de belangrijkste resultaten beschreven. Integrale afweginginstrumenten 1 smart city modeling plafform Het integrale afwegingsinstrument dat TNO heeft ontwikkeld, is Urban Strategy (US). De software omvat een communicatieplatform, een set van modellen, stekkers voor verschillende databases en devices en een presentatiemodule. Deze software is een belangrijk onderdeel in de roadmap van het innovatiegebied Stedelijke Ontwikkeling. De ambitie is dat het een belangrijke schakel wordt in de Laan van de Leefomgeving, die voor de nieuwe omgevingswet wordt ingericht. Dit betekent dat de modellen steeds moeten worden aangepast aan de eisen die door beleidspraktijk gesteld worden aan milieumodellen. De GCN achtergrondkaart en de voertuigemissiegegevens zijn aangepast. Verder zijn er nieuwe functionaliteiten toegepast, zoals het berekenen van milieuzones en het berekenen van de totale emissies per locatie. Samen met DCMR is verkend welke functionaliteiten nodig zijn. De conclusie is dat US voor de taken van Regionale Uitvoeringsdiensten in kader van nieuwe omgevingswet van grote waarde kan zijn. Belangrijk om deze kennis te delen met het RIVM (eigenaar van het informatiehuis milieu) en het projectteam van lenm dat werkt aan de Laanstructuur. Hier is een eerste stap gemaakt. Belangrijk is dat in de nieuwe strategieperiode deze verbinding met de ontwikkelingen op het gebied van de Laan voor de Leefomgeving en de ontwikkelingen bij de RUD s en inspectie worden behouden. Een andere belangrijke ontwikkeling betreft de relatie met gezonde verstedelijking. In de verkeersmodule is nu ook de fiets als vervoermiddel opgenomen. Qua technologie kan het model nu vanaf elke locatie worden gebruikt: er is een versie in de Amazon Cloud geplaatst. De koppeling met de basisregistraties is aangepast, zodat deze rechtstreeks kunnen worden gebruikt. Fijn stof 2.0 In 2014 is het onderzoek naar fijn stof bijgesteld door meer aandacht te besteden aan hotspots rond transport (wegverkeer, binnenvaart en industrie), aan sensorontwikkeling (o.a. URBMOBI: urban mobile instruments for environments for environmental monitoring). In samenwerking met de BAM is de effectiviteit van het wegvangen van fijn stof (met name roet) op zwaar belaste locaties onderzocht. Met Desso is de reductie van stofconcentraties door resuspensie in vloerbedekking onderzocht. Op een aantal locaties zijn aanvullende metingen verricht, vooral bedoeld op inzichten te valideren (bijvoorbeeld ultrafijnstof in Rijnmond en Schipholregio. Verder is in 2014 is in het kader van het EU ACTRlSproject gewerkt aan data interpretatie van diverse metingen van regionale concentraties van fijn stof (aantal deeltjes en gehalte EC) op Cabauw. Op het gebied van

7 TNO-rapport TNO 2015 R sensormogeljkheden is een literatuuronderzoek uitgevoerd en is een beperkte pilot uitgevoerd met CC gemeten met low-cos sensoren. De kennis over sensoren is ingebracht in verschillende trajecten. Zo participeert TNO in het lenm Smart City & Open Data programma, het initiatief Making Sense for Society en het Eindhovens programma AiREAS. De huidige luchtkwaliteit App is door het RIVM met hulp van TNO aangepast. De ruimtelijke en temporele resolutie is verbeterd zodat de gebruiker een meer nauwkeurig beeld van de luchtkwaliteit situatie op een bepaalde locatie kan krijgen. Net zoals voorgaande jaren is gewerkt aan het in stand houden van de internationale kennispositie van TNO door publicaties. Zeventien publicaties zijn in 2014 verschenen (zie het projectverslag en website van TNO). Fysieke inrichting en gezondheid De werkzaamheden op het gebied van gezonde leefomgeving zijn voor een deel in het kader van het nieuwe Utrechtse Kenniscentrum Healthy Urban Living (KC HUL) uitgevoerd. Dit kenniscentrum betreft een samenwerking tussen RIVM, Deltares, Universiteit Utrecht, KNMI en TNO met als doel de Triple Helix in de Utrechtse regio! Noordvleugel te versterken. In 2014 is een inspiratiedocument Gezonde Verstedelijking in het kader van de Jaarbeursontwikkeling gepubliceerd. Verder is de begeleiding van promovendus en postdoc bij Universiteit Utrecht (UU) Sociale geografie (teidend tot congres bijdragen en publicaties) uit dit project bekostigd. Het project Schoolzones (in samenwerking met Royal HaskoningDHV, Jantje Beton, Nederlands Instituut voor Sport en Bewegen NISB, Stadsregio Amsterdam, VUmc) heeft geleid tot inzicht in relatie verkeersveiligheid en langzaam transport. Het ZonMw project Kwetsbare ouderen is afgerond. De valorisatiedoelen hebben geleid tot diverse disseminatie activiteiten voor wetenschap en praktijk (congres bijdragen, webinar, publicaties, ZonMw rapportages, live demo s, zitting in expertgroep NISB, wetenschappelijke raad Janije Beton). Daarnaast wordt de kennis ingezet in tools (Urban Strategy) bij advisering ten aanzien van gezonde inrichting. Een tweede activiteit betreft het beschikbaar stellen van data ten behoeve van apps en wearables gericht op een efficiënt ruimtegebruik en gezonde leefstijl Er zijn initiatieven gestart om met bedrijven (senso-os, prime data, human.co) en gemeente Zwolle deze wearables en apps toe te passen. De methoden zijn ook toegepast in het EU Heals project (RG Rapid). Aanvullend aan de geplande werkzaamheden is naast valorisatie in apps, gewerkt aan valorisatie in de Urban Strategy tool, gekoppeld aan de pilots Gezonde Verstedelijking (GV) van Rijkswaterstaat. Dit heeft geresulteerd in een wensenlijst van indicatoren GV bij gemeenten en Rijkswaterstaat, implementatie van een aantal van deze indicatoren in Urban Strategy (bereikbaarheid van voorzieningen voor ouderen, kinderen, volwassenen; zon en schaduw; aanwezigheid groen en water, gebruikte openbare ruimte op basis van GPS). Deze indicatoren lijken goede toepassingsmogelijkheden te bieden in 2015 voor onder andere gemeenten en bedrijven (stedenbouwkundig bureau Posad, Rijkwaterstaat Zuid, Gemeente Schiedam). Geluid in de Urbane leefomgeving Een belangrijk milieuprobleem in de stedelijke leefomgeving is het omgevingsgeluid. Geluid van verkeer en industrie veroorzaken hinder, slaapverstoring en gezondheidsproblemen, vooral in stedelijke omgeving.

8 TNO-rapport TNO 2015 RI /46 20% van de Europese bevolking,ø. staat bloot aan omgevingsgeluid met onacceptabel hoge niveaus (EU Graan papet Future Noise Policy) geluid t. hinder Euros DALYs slaapverstoring In 2014 is de kennis op het gebied van classificatie en lokalisatie van geluidbtonnen toegenomen. Het is gelukt om een classificatiemodule te maken en te installeren op de geavanceerde monitoring posten in stedelijke gebieden. De module kan realtime worden toegepast op de gemeten data. Deze module is getest door te zoeken naar verschillende klassen van verkeersgeluid (claxons, scooters, middel/zwaar en licht verkeer). De combinatie van classificatie en lokalisatie is een zeer krachtige toevoeging op het akoestisch sensornetwerk voor het beter in beeld brengen van een lokale geluidsituatie. Vanuit de maatschappij en vanuit infrabeheerders en lokale overheden wordt in toenemende mate gevraagd om geluidmonitoring. De TNO aanpak waarbij monitoring en geluidberekeningen worden gecombineerd in een groot gebied (ten opzichte van alleen monitoring) kan tevens de dynamiek van het geluid bepalen, zoals het aantal evenementen. Er is een trend om meer inzicht in aantallen geluidevents te krijgen, waardoor gericht real time maatregelen kunnen worden genomen. In het praktijkexperiment in Vught is kennis opgedaan over diverse aspecten die naast de geluidbelasting een rol spelen bij lokale geluidhinder (zoals trillingen/piekgeluid, uitzicht op groen, bezorgdheid/verwachting over de toekomst en persoonlijke kenmerken) alsmede afwijkingen van de voorspellingen van gemiddelde geluidhinder op basis van de standaard dosis-effect relaties voor geluidhinder. De presentatie van deze kennis op congressen, bijeenkomsten en in wetenschappelijke papers (zie publiciteit) draagt bij aan de omvangrijke technologiepositie van TNO op het gebied van (verkeers)geluid en dosis-effect relaties voor geluidhinder en slaapverstoring. Het EU geluidmodel CNOSSOS is beschikbaar in Urban Strategy, met behoud van de hoge rekensnelheid. De positie van TNO op het gebied van geluidmodellering is dit jaar vooral versterkt door externe presentatie van de hoge rekensnelheid, met name een presentatie op het geluidcongres Internoise. Dit werk is deels uitgevoerd in het Europese project MACH. Een deel van de middelen is besteed aan de invulling van het teamvoorzitterschap en secretarisschap van ICBEN (International Commission for the Biological Effects of Noise) Daarnaast participeert TNO in de WHO Guideline Development Group. Op nationaal niveau participeert TNO in de Werkgroep Geluidmodellering onder coördinatie van het RIVM. Ook is geparticipeerd in een ad-hoc werkgroep over de invoering van CNOSSOS, ook onder coördinatie van RIVM.

9 TNO-rapport TNO 2015 R10304l 9146 Kennisinvesteringsproject Externe veiligheid In samenwerking met DCMR is gewerkt aan de integratie van externe veiligheidsmodeflen in het Urban Strategy framework. Er is een user interface voor de EFFECT ontwikkeld waarmee berekeningen ook via de (multi touch) interactieve tafel aangestuurd en gevisualiseerd kunnen worden. Deze module is eind december afgerond. Daarnaast is door DCMR aangegeven dat er behoefte bestaat aan weergave van specifieke veiligheidsindicatoren op een kaart. De verschillende mogelijke indicatoren zijn geïnventariseerd en er is een begin gemaakt met de visualisatie van twee indicatoren in Urban Strategy. Eén indicator betreft de weergave van gecombineerde risicoruimte (verschil tussen oppervlakte omhullende PR contouren en gecombineerde oppervlak) en de andere indicator moet zeer kwetsbare, kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten binnen verschillende PR contouren doen oplichten. Deze US module is nog niet gereed en volledig gebruiksklaar omdat er en uitbreiding van de ugebouwen database nodig is waarbij een kwetsbaarheidsindîcator moet worden toegevoegd. Er dient daarbij nog te worden bepaald op basis van welke criteria (SBI codering) gebouwen een geautomatiseerde indeling in niet-, beperkt-, kwetsbaar en zeer kwetsbaar mogelijk is. In 2014 zijn er in bestaande modellen aanpassingen verricht: Er is een methodiek ontwikkeld waarmee ook effecten van ongevallen chemische mengsels kunnen worden berekend. Voorheen werden bij uitstromings-, brand-, explosie- of dispersieberekeningen altijd representatieve pure stoffen gebruik,t terwijl in werkelijkheid de aanwezigheid van andere componenten het gedrag sterk kan beïnvloeden. Er zijn voor verschillende thermodynamische eigenschappen verschillende mengregels opgesteld en geïmplementeerd in EFFECTS, waarmee een belangrijke uitbreiding aan de stoffendatabase is verwezenlijkt. Daarnaast is ook een methode ontwikkeld om schade-effecten aan ontvangende objecten te kunnen berekenen. Hiertoe kunnen nu, naast ongevalscenario s, ook ontvangers gedefinieerd worden in EFFECTS, waarbij specifieke kwetsbaarheids-criteria kunnen worden opgegeven. Daardoor is het mogelijk voor een bepaald gebouw (of gebied) te evalueren hoeveel slachtoffers er kunnen optreden, en in welke mate deze ontvangers schade hebben ondervonden door warmtestraling, overdruk of toxische blootstelling. Op het gebied van zelfredzaamheid en letselmodellering is gewerkt aan het modelleren van zelfredzaam gedrag in geval van scenario s met brandbare wolken, te weten wolkbranden en gaswolkexplosies. Tot op heden wordt in risicoanalyses aangenomen dat alle personen die zich binnen de brandbare wolk bevinden ten tijde van een wolkbrand op gaswolkexplosie zullen overlijden, waarbij het letsel van personen die zich in gebouwen bevinden zelfs groter wordt verondersteld dan het letsel van personen die zich buiten bevinden. Op basis van een uitgevoerde literatuurstudie directe effecten en het effect van secundaire branden aan gebouwen, kan een betere inschatting gemaakt worden van het letsel van personen in gebouwen. De eerste resultaten tonen aan dat de oorspronkelijke aannames veel te conservatief zijn. De modellen voor brandbare wolken zijn geïmplementeerd in EFFECTS SeReMo. Daarnaast zijn de eerder ontwikkelde modellen voor scenario s met toxische wolken geïmplementeerd en uitgebreid gedocumenteerd, deze modellen zijn onder meer gebruikt tijdens oefeningen van de Poolse hulpverlening. Tenslotte is een aanvullend model ontwikkeld voor de effectiviteit van een (natte) doek voor de mond tijdens het vluchten.

10 TNO-rapport TNO 2015 R Verder is tijd besteed aan participatie in EU kennisnetwerken en in EU projecten (Metalert). In het Safera consortium is gewerkt aan de gezamenlijke onderzoeksagenda van de Europese kennisinstituten op het gebied van industriële veiligheid. En door aanwezig te zijn in de board meetings en het meeschrijven aan de 2nd call tekst. levens zijn presentaties gegevens op de annual Safera meeting. In het 2e deel van 2014, is met EU partners gewerkt aan twee Safera proposals die in gepland staan te worden uitgevoerd. Meet en analysetechnieken Om tot een gezondere en duurzame leefomgeving te komen, is het essentieel om op een effectieve wijze nieuwe en opkomende potentiële milieugevaarlijke stoffen te kunnen signaleren en in kaart te brengen. Inzicht in emissies, verspreiding en risico s van deze stoffen tijdens de gehele levenscyclus is daarbij cruciaal voor het beheersen van risico s en het bieden van oplossingen. Dit vraagt om innovatieve meetmethoden en sensoren, die eenvoudig en goedkoop ingezet kunnen worden voor monitoring en meetnetten. Om in deze behoefte te kunnen voorzien, ligt de focus binnen dit project bij het ontwikkelen en inzetten van slimme meetmethoden en sensor(netwerken) voor monitoring risicostoffen in de leefomgeving. De voortgang wordt kort samengevat per onderwerp. Emissie en verspreiding nanodeelties (NP) Er zijn analyses uitgevoerd om antwoord te krijgen op de vraag in hoeverre en in welke hoedanigheid deze deeljes vrijkomen in het wegverkeer. In 2014 is een inventarisatie uitgevoerd naar de toepassing van NP s in autobanden, remvoeringen, katalysatoren en motorolie. Op basis van literatuurgegevens zijn schattingen gemaakt van uitlaat- en slijtage emissies van NP s door wegverkeer. Bij Vredestein zijn eind 2013 simulatie slijtageproeven uitgevoerd van autobanden. In januari en maart 2014 is een uitgebreide meetcampagne uitgevoerd in de Maastunnel. Er zijn in samenwerking met andere delen van TNO en andere instituten (IRAS, Triskelion en Rikilt) diverse meettechnieken verbeterd. Vooral de FEG-SEM/EDX met beeldanalyse versterkt de posities van TNO. De resultaten zijn gepresenteerd op NanoCity 2014 (poster) en hierover zijn publicaties ingediend bij verschillende tijdschriften (bijv. ES&T). Veel werkzaamheden maken deel uit van het NanoNextNl project. Risico s door nieuwe- en hergebruik van man made chemicals (SVOC s en MMF s) Steeds meer materialen worden hergebruikt. Vaak zitten hier man made chemicaliën in. Het is onduidelijk of tijdens hergebruik en recycling risico s voor de leefomgeving optreden. In het vierjarig programma is intensief met andere instituten samengewerkt om via inventarisatie van stoffen in productieprocessen, literatuurstudies, het standaardiseren van meetmethoden, tot een beeld te komen van de mogelijke risico s. Zo is in een elektronica-bedrijf en een aantal woningen de aanwezigheid van SVOC s in de binnenlucht en huisstof onderzocht. De volgende stofgroepen zijn in huisstof onderzocht: Ftalaten Organofosfaatesters diisocyanaten (s)voc s carbonylen De methode voor de ftalaten en organofosfaatesters is gevalideerd volgens NEN7777, milieu-prestatiekenmerken van meetmethoden. Daarnaast is de

11 TNO-rapportTNO 2015 R herhaalbaarheid en juistheid van de methode is bepaald voor de stofgroepen. De drie woning en utiliteitsbouwruimten zijn geëvalueerd. In 2014 is gewerkt aan het meten van asbest in de lucht. Zo is er een begin gemaakt met de herziening van de NEN 2939 (bepaling van de asbestconcentratie op de werkplek), deze moet in 2015 worden voltooid. De ontwikkeling en aanpassing van NEN-normen zijn van groot belang voor het TNO Deltaplan Asbest Door zitting in de o.a. Duitse normcommissies is de TNO-expertise in zowel VDI als 150-normen terechtgekomen (bijv. VDI de bepaling van asbest in gesedimenteerd stof met behulp van kleefmonsters met SEM/RMA en VDI onderdeel meetstrategie voor toepassing van VDI Aan het onderzoek asbest in lucht met SEM/RMA wordt inmiddels wereldwijd (ISO) deelgenomen. Hierdoor wint de SEM nu ook in de VS steeds meer terrein, waardoor er wereldwijd meer uniform gewerkt wordt. De belangrijkste vorderingen van SC3IWG1 (Pretoria, September 2014) zijn verwoord mde de samenvatting van de Resolutions. Ook is gewerkt in kader van SC6IWG4. Ook op het gebied van organische componenten, anionen/kationen en vele andere stoffen speelt TNO in EU-werkgroepen een rol. Bijvoorbeeld Werkgroep 21 heeft in juni 2014 een verzoek gedaan aan de EU commissie voor het verkrijgen van een mandaat voor het meten van arseen, cadmium, kwik, nikkel en PAK in de buitenluchtstoffractie PM 10 (zie document CENrrC264/wg2l N 341). TNO zal in de ontwikkeling van de nieuwe norm het standpunt vertegenwoordigen vanuit Nederland en de ontwikkeling hiervan experimenteel uitvoeren. Naar verwachting zal het mandaat in 2015 worden verstrekt. Deze werkgroep heeft in 2014 een technisch rapport over nitro-en oxy PAK in de buitenlucht opgeleverd. Het rapport zal besproken en becommentarieerd worden op 12 en 13januari Hierna zal het rapport worden verstuurd naar de EU commissie met het verzoek om mandaat voor het ontwikkelen en valideren van een EU referentie methode voor Oxy- en NitroPAK in buitenlucht. Voor risico s door nieuwe en bestaande stoffen in de stedelijke leefomgeving is een literatuurstudie gedaan en er is een correlatiestudie uitgevoerd met analysedata van TNO. Deze kennis is toegepast in een beslissingstool dat als onderdeel van een calamiteitenplan kan worden gebruikt. Aan twee stoffen is specifiek aandacht besteed. Zo is er een inventarisatie gemaakt om voor te sorteren op een analysemethode die het mogelijk maakt om Chroom(VI) op een eenvoudige en betrouwbare manier te kunnen bepalen. Een andere risicoanalyse betreft houtverbranding. De Land use regression (LUR) modellen voor levoglucosan (houtverbranding marker) uit 2013 zijn uitgebreid met beschikbare data uit vier Europese studiegebieden. De LUR modellen van levoglucosan zijn hierdoor niet verbeterd. Resultaten zijn in verschillende wetenschappelijke tijdschriften gepubliceerd. Wat betreft sensing is TNO betrokken bij projecten waarin sensing wordt toegepast bij waterkwaliteitsmonitoring, luchtkwaliteit en asbestdetectie. Waterkwaliteitsmonitoring: Een call uit 2013, voor een action group in het thema European Innovation Partnership on Water, heeft begin 2014 geleid tot de action EU Action Group (AGO17) Realtime Water Quality Monitoring. Met als belangrijkste doel de interactie te versterken tussen sensortechnologieën en data-analyse en monitoring tools. Trekker van dit

12 TNO-rapport TNO 2015 R10304l initiatief is Adasa Sistemas in Spanje. TNO participeert in deze groep. Er is aansluiting gevonden bij een initiatief voor een project van VSL in Delft voor een vervolg op het bestaande E-Nose project in Rotterdam, onder de naam Zero emissions. Wegens gebrek aan financiering is dit project niet verder ontwikkeld. Verder participeert TNO in een DCMR project op het gebied van grondwaterbeheer waarbij de E-Nose van Common lnvent ingezet wordt als headspace analyse van grondwater in peilbuizen op vervuilde terreinen in het havengebied Rotterdam. TNO neemt met specifiek probes voor BTEX verbindingen deel in dit project. Een ander belangrijk initiatief dat in 2014 is gestart, betreft het overleg met RIVM en Deltares over innovaties in de meetnetten dat in komend jaar voortgezet zal worden. Belangrijkste deliverables binnen dit verslag jaar zijn een strategienota (white paper) over de wenselijkheid en de contouren van deze innovaties en een inventarisatie van innovaties die op korte termijn te implementeren zijn (zogenaamd laag hangend fruit). Sensoren luchtkwaliteit: Doelstelling was om de mogelijkheden na te gaan voor goedkope sensoren voor ongewenste gassen, met name in het binnenmilieu. Hiervoor zijn twee doelstoffen genomen; formaldehyde en benzeen. o Voor formaldehyde zijn verschillende routes voor een colorimetrische detectie op basis van een teststrip onderzocht. De optie met Purpald, een amino triazol, aangebracht op een glasvezelfilter bleek als enige geschikt. o Voor een goedkope, robuuste detectie van benzeen is de optie van een SPE coating in combinatie met een NIR analyse (evanescent field) onderzocht. Na spectrale analyse van BTEX componenten in dit gebied is een schatting van de gevoeligheid om de vereiste detectiegrens van 20 ppb te halen en van benodigde analysetijd gemaakt. Asbest. Er is een inventarisatie gemaakt van mogelijk bruikbare detectie echnologie voor on-site detectie van asbest in bouwmaterialen. Als meest kansrijk worden op dit moment beoordeeld; THz, LIBS en NIR spectroscopie. Experimentele verificatie van de kansrijke technologie heeft nog maar deels plaatsgevonden, alleen van LIBS, en zal in het volgende verslagjaar worden afgerond. 2.3 Deelprogramma Stad en Klimaat (Duurzame Stad) Inleiding Het deelprogramma omvat de volgende onderzoekslijnen: - Emissies en mitigatie - Luchtkwaliteit en klimaat - Stedelijk metabolisme - Optimaliseren vraag en aanbod van energie in de gebouwde omgeving door gebruik te maken van demand-side management en energieopslag - Integrale kansenkaart voor duurzame energie Relatie met kennisagenda S Dit deelprogramma is gekoppeld aan de kennisvragen die gerelateerd zijn aan de thema s klimaat, energie, circulaire economie en grootschalige luchtverontreiniging. Deze kennis draagt direct bij aan de beantwoording van de kennisvragen in de

13 TNO-rapport TNO 2015 RI SKIA Milieu van het ministerie lenm over de rol van aersolen en de interactie tussen klimaat en luchtkwaliteit (SKIA Milieu kennisvragen 10 rondom het klimaatsysteem) alsmede stikstofdepositie naar natuurgebieden. Tevens levert dit onderzoek nieuwe kennis rondom de relatie klimaat-luchtkwaliteit op, die ingezet kan worden ten behoeve van de Climate and Clean Air Coalition, een partnerschap van meer dan 60 landen en organisaties waarvan ook Nederland deel uitmaakt Uitvoering in 2014 Per onderzoekslijn en per project worden in deze paragraaf de belangrijkste resultaten beschreven. Emissies en mitigatie Op verzoek van het ministerie lenm is afgeweken van het oorspronkelijke plan. Focus is komen te liggen bij kostenverevening in de gebouwde omgeving, casestudies voor broeikasgasemissies in een aantal productieketens en verkenning naar beleid gericht op C02-footprintreductie in bedrijven en bij overheden. Kostenverevening in de gebouwde omgeving. In 2014 is een literatuurstudie op dit terrein uitgevoerd. De belangrijkste uitkomsten zijn als volgt. In de glastuinbouw is het kostenvereveningssysteem vanaf 2011 operationeel. De ervaringen zijn goed, hoewel kwantitatieve informatie over de effectiviteit van de maatregel (nog) niet beschikbaar is. Tot op heden is het gestelde sectorbrede emissieplafond niet overschreden. Voor de gebouwde omgeving is het invoeren van een dergelijk systeem ingewikkelder is, omdat de sector als geheel meer en meet diverse spelers kent. De energieleveranciers of netbeheerders worden veelal gezien als de aangewezen partij om verantwoordelijk te zijn voor een afrekenbare energiebesparfngsdoelstelling. In Europa zijn verschillende landen met een op kostenverevening gelijkend white certificate-systeem, waarbij ook energieleveranciers en -distributeurs een besparingsdoelstelling opgelegd hebben gekregen. De verantwoordelijke partijen kunnen investeren in energiebesparing bij de door hen bediende eindgebruikers en zo besparingscertificaten verkrijgen, of deze certificaten kopen van een andere partij met een overschot (vergelijkbaar aan de werking van het EU-ETS). Hoewel de ervaringen in het buitenland met dit beleidsinstrument overwegend positief zijn en het ook in de Nederlandse situatie effectief zou kunnen zijn, is er weinig draagvlak voor. Dit is gebleken uit de interviews met diverse belanghebbenden in het energiebesparingsdossier voor de gebouwde omgeving. Gegeven dit gebrek aan draagvlak en de voorkeur van de Nederlandse regering voor vrijwillige maatregelen om energiebesparing te bewerkstelligen, concluderen wij dat invoering van een kostenvereveningssysteem in de gebouwde omgeving op dit moment geen grote succeskans heeft. Ketenanalyse (chemische sector en vleesverwerkende industrie. Voor de chemische industrie en de roodvleessector is bekeken welke productiestappen de meeste broeikasgasemissies met zich meebrengen, en in hoeverre dit directe emissies (bij het bedrijf zelf, of binnen de Nederlandse grenzen) betreft, en in hoeverre deze emissies indirect zijn. Voor de chemische industrie is vooral raffinage een belangrijk proces in termen van C02-emissies. De raffinage van in Nederland gebruikte grondstoffen vindt grotendeels in Nederland plaats. Voor de roodvleessector zijn de productie van veevoer (lachgas, C02) en de opfok van de dieren (methaan) belangrijk voor de totale broeikasgasemissies. Voor de chemische industrie is een aantal opties voor broeikasgasreductie al redelijk goed bekend (inzet biomassa, CCS, verbetering efficiëntie van processen), hoewel er nog vragen bestaan over bijvoorbeeld de C02-reductie die de inzet van biomassa

14 TNO-rapport TNO 2015 R daadwerkelijk met zich meebrengt. Voor de roodvleessector staan broeikasgas reducerende maatregelen nog in de kinderschoenen en de verwachte te behalen reductie is beperkter (maximaal 20%). Verkenning naar beleid gericht op C07-footprintreductie in bedriiven en bii overheden. Via een literatuurstudie is verkend welke beleidsinstrumenten al gebruikt worden, welke monitoring nodig is en welke kennislacunes bestaan. Het huidige (inter)nationale beleid voor broeikasgasreductie richt zich op de directe emissies van een bedrijf, sector of land. Grote bedrijven rapporteren vaak al de zogenaamde Scope 3 emissies, waarbij ook emissies in de supply chain worden verdisconteerd en waarvoor een gestandaardiseerde methodologie beschikbaar is. In de MJNMEE-afspraken van de Nederlandse overheid met de industrie is ook een mogelijkheid opgenomen om de gestelde doelen te behalen door energie efficiëntie in de supply chain te vergroten. Dergelijke afspraken zouden ook voor C02-reductie gemaakt kunnen worden, hoewel ketenemissies (nog) niet verdisconteerd kunnen worden in het EU-ETS en het dus voor bedrijven die onder het ETS vallen, meer prioriteit heeft om de eigen, directe emissies te reduceren. In termen van C02-footprint en het eerlijk verrekenen van ketenemissies zou een uitbreiding van het emissiehandels-systeem een goede ontwikkeling zijn. Dit zou ook problemen rondom carbon leakage (het weglekken van C02-emissies doordat bedrijven hun activiteiten verplaatsen naar landen zonder actief klimaatbeleid) kunnen verkleinen of voorkomen. Luchtkwaliteit en klimaat In 2014 is gewerkt aan de volgende onderwerpen: 1. De integratie LOTOS-EUROS en OPS (LEO); 2. Emissiemodellering, 3. Impact van concentraties op klimaat en luchtkwaliteit en 4 Een showcase voor landbouw. De belangrijkste bevindingen in 2014, zijn: - Door de integratie van LOTOS-EUROS en OPS in LEO wordt een koppeling gemaakt tussen de modellering op regionale en lokale schaal. Deze combinatie vergroot het toepassingsgebied van de modellering op TNO en RIVM. Toepassingen liggen in de GCN-GDN praktijk in Nederland en in soortgelijke activiteiten in het buitenland. De koppeling maakt het eenvoudig de ontwikkelde kennis op TNO in te brengen in de beleidsondersteuning voor lenm, uitgevoerd door RIVM. De ontwikkeling van LEO vormt een belangrijke bijdrage aan de wens van lenm dat de Nederlandse modellen in de komende jaren door de EU worden geaccepteerd voor rapportage onder de luchtkwaliteitsrichtlijn. - Ontwikkeling en onderhouden van de TNO_MACC-ll emissiedatabase, internationaal zeer veel gebruikt, als input voor luchtkwaliteitsmodellering. - Ontwikkeling van een meetreeks en -systematiek voor het vaststellen van broeikasgasemissies uit steden en urbane regio s. Dit draagt bij aan de steeds sterkere rol die steden willen vervullen in het verminderen van de broeikasgasemissies, en aan de potentiële rol van steden en urbane regio s in een nieuw internationaal klimaatverdrag. - Het emissiemodel verbindt de emissiekennis en technologie optimaal met de modelpraktijk. De detaillering van de temporele variatie van emissies is cruciaal voor het beoordelen van a) maatregelen, b) transitiescenario s, c) brontoewijzing en d) inverse modellering vanuit metingen naar emissies. Voor lenm is dit van belang om zo goed mogelijk zicht te krijgen op de impact van bepaalde veranderingen en maatregelen zowel op het gebied van luchtverontreinigende stoffen en luchtkwaliteit alsook van klimaat (CO2, CH4 emissies: hoeveel, wanneer en waar). Voor klimaatmaatregelen is het van

15 TNO-rapport TNO 2015 R /46 - De - De - In belang beter inzicht te krijgen in de co-benefits om afwenteling zoveel mogelijk te voorkomen. showcase voor de emissies en impact van de agrarische sector is zeer relevant voor de huidige discussie over de PAS en bouwt een nieuwe technologie op die complementair is aan de bestaande kennis op ALTERRA en RIVM. Samenwerking met deze instituten is gezocht op dit punt. impactindicatoren maken het mogelijk integrale assessments uit te voeren zodat het takenpakket breder wordt en ook beter en meer volledig de vraag van beleidsmakers te kunnen beantwoorden. Deze beleidsvragen richten zich vooral op de rol van aerosolen aan zowel aan de klïmaatkant als aan de luchtkant. Maar ook stikstof vormt een probleem in Nederland. Omdat veel uitvoeringstaken rondom lucht belegd zijn bij het RIVM is in 2014 de samenwerking ook op dit punt verder versterkt zijn 19 artikelen voor tijdschriften geschreven. De meeste artikelen zijn inmiddels gepubliceerd en daarnaast zijn veel lezingen gegeven. Stedelijk metabolisme In dit project is onderzoek verricht naar de stromen door de stad. Er zijn verschillende activiteiten verricht: literatuuronderzoek, ontwikkeling van een methodiek, het operationaliseren van de methodiek voor de gemeente Rotterdam in het kader van de Internationale Architectuur Biënnale (IABR) Voor het uitwerken van de methodiek is gebruik gemaakt van het Ellen Mac Arthur foundation model. Deze kan voor een specifiek gebied of een specifieke vraag van stakeholders worden gevuld. Veel tijd is besteed aan het in beeld brengen van de negen stofstromen voor Rotterdam. Dit betrof: goederen, mensen, afval, biota, energie, voedsel, zoet water, zand en klei en lucht. In aansprekende figuren is de impact in termen van C02 in beeld gebracht. De werkzaamheden betroffen vooral het verkennen van de mogelijkheden van bestaande statistische bronnen. Het bleek niet gemakkelijk om op een dergelijke gedetailleerde schaal de stromen in beeld te brengen. Het onderzoek is niet alleen gepresenteerd tijdens de Biënnale. Na de Biënnale is een rapport in samenwerking met de gemeente, Fabric, JCFO en de IABR gepubliceerd. De database bevat waardevolle gegevens en biedt een basis voor beleidsdiscussies over hoe de stromen in een stedelijk systeem beter kunnen worden georganiseerd. Er is een nieuwe bril aangereikt om naar de stad te kijken. In een tweede case studie is de C02 footprint van ProRail en de aan ProRail gerelateerde waardeketen in beeld gebracht. Optimaliseren vraag en aanbod van energie in de gebouwde omgeving door gebruik te maken van demand-side management en energieopslag. Dit onderzoek is in 2014 gestart om meer inzicht te krijgen om te komen tot een meer gedecentraliseerd energiesysteem. Specifiek gaat het om het verkrijgen van meer inzicht in de rol van opslagsystemen en van vraagsturing binnen de gebouwde omgeving. Gebiedskenmerken spelen een belangrijke rol als het gaat om het bepalen van de schaal waarop vraagsturing nog efficiënt is en de schaal waarop energieopslag toepasbaar is. Het onderzoek in 2014 bestond uit een literatuurstudie, een marktonderzoek en een modelverkenning. Aan de hand van de uitgevoerde literatuurstudie is een uitgebreid overzicht opgesteld van de technische specificaties en toepassingsgebieden van verschillende opslagtechnieken, zoals aangegeven in het werkplan. Vraagsturing is in deze literatuurstudie beperkt aan de orde gekomen.

16 TNO-rapport TNO 2015 R Uit het marktonderzoek en gesprekken rond een aantal initiatieven volgt dat energieopslag steeds meer aandacht krijgt in de energiewereld. Voorbeelden zijn: 1. TKI Systeemintegratie: PLATO Samen met een aantal netbeheerders is er in de zomer van 2014 toegewerkt naar een voorstel TKI Systeemintegratie in september In dit voorstel staat de ontwikkeling van een planningstool voor netbeheerders beschreven, waarin toekomstige knelpunten door een toename van decentrale energieopwerk en verbruik geduid kunnen worden, evenals het oplossend vermogen van opslag en vraagsturing. 2. TKI EnerGO OLEC. OLEC beoogt de ontwikkeling van laag temperatuur warmtenetten voor de gebouwde omgeving. Deze netten zullen een zo groot mogelijk aandeel in duurzame warmte moeten krijgen door aansluiting op duurzame warmtebronnen (geothermie) en restwarmtebronnen (datacenters etc.) en anderzijds door gebruik te maken van warmteopslag in de bodem of bovengronds in buffervaten en warmtepompen. Boven deze netwerkstructuur en bronnen zal een regelsysteem verder bijdragen aan de match tussen warmtevraag en aanbod. 3. Tdasa veroudering netwerkkabels Algoritmeontwikkeling waarmee op basis van kansberekening de kans op doorslag van een elektriciteitskabel is bepaald. Parallel wordt een sensor ontwikkeld die deze kans op doorslag kan meten. Met deze sensorinformatie kan een netwerkmodule ook voor asset analyse doeleinden worden ingezet. Voor de toepassing van deze netwerkberekening en visualisatie zijn de volgende toepassingsmogeljkheden geïdentificeerd: o Ten behoeve van netplanning bij netbeheerders en warmtebedrijven o In smart-city projecten waar netwerken een rol spelen o In het visualiseren van het DIDO energietransitiemodel o Ten aanzien van het verwerken van operationele data voor asset management (in combinatie met netplanning in de energietransitie) o Bij de analyse van regelingen voor energieopslag en vraagsturen zoals de implementatie van vereenvoudigde algoritmen uit de PowerMatcher en de HeatMatcher. o Als hulpmiddel bij modelleren van hybrid energy systems. Er is een demoversie van een netwerkmodule in Urban Strategy ontwikkeld, waarin elektriciteitsstromen (per uur) over netwerken voor een ruimtelijke configuratie van een wijk gesimuleerd kunnen worden. Naast opslag kunnen de volgende vraag/aanbod elementen gesimuleerd worden: elektriciteitsgebruik van de warmtepomp, zon-pv, elektriciteitsvraag van huishoudelijke apparaten, elektriciteitsproductie door gas/kolencentrale, elektriciteitsprod uctie door wind. Daarbij is onderzoek gedaan naar de tijdgebonden energievraagprofielen van diverse gebruikers uit de gebouwde omgeving. Daarnaast is gekeken naar (uitbreiding van) de functionaliteiten van het opslag element in de netwerkmodule, in MATLAB. Een (nieuw) algoritme voor vraagsturing is functioneel beschreven, en kan uitgewerkt worden in een vervolgproject. Tenslotte is de koppeling met bestaande ruimtelijke energiemodellen (zoals Vesta) verkend. In deze modellen is al veel informatie beschikbaar over de geografische kenmerken van de vraag naar warmte en elektriciteit. De netwerkmodule kan hier een tijdsprofiel aan toevoegen en de verschillende assets met elkaar verbinden door energienetwerken. Deze koppeling is functioneel beschreven, Integrale kansenkaart voor duurzame energie

17 TNO-rapport TNO 2015 R Er is behoefte aan een nieuw instrument, dat de nationale duurzame energiedoelstelling regiospecifiek (top-uown) uitwerkt en de koppeling legt met ontwikkelingen op lokaal niveau (bottom-up) om zo concrete win-wins te kunnen aanwijzen. Het doel van dit project is om stappen richting een instrument (de integrale kansenkaart ofwel Duurzame Energie Ruimtescanner) te maken, dat opties voor het realiseren van de nationale duurzame energiedoelstellingen in ruimtelijke beelden vertaalt, teneinde de dialoog tussen stakeholders te bevorderen. Door te kiezen voor een integrale benadering en het afstemmen van de concrete uitwerking van initiatieven op verschillende schalen wordt noodzakelijke informatie bij elkaar gebracht om inzichtelijk te maken wat er op een gebied af komt. Dit ter ondersteuning van de dialoog tussen de stakeholders. Het eindproduct, de integrale kansenkaart, is een ruimtescanner voor duurzame energie en koppelt de doelstellingen op nationaal niveau aan ontwikkelingen in de regio, zodat duidelijk wordt hoe lokaal gestuurd kan worden op de energietransitie. De kansenkaart geeft inzicht in: - de energievraag van huishoudens, utiliteit en industrie - de opwekking potentilen van duurzame warmte (restwarmte, geothermie), koude (WKO), elektriciteit (wind, zon). - de sociaal-economische ontwikkeling van de vraag (gebiedsdynamiek): denk aan lopende ontwikkelingen in het gebied op het gebied van energie, maar ook aan vergrijzing, groei/krimp, kennisclusters, grootschalige renovatie van infrastructuur, rol van beleid etc. om de kansen voor meekoppeling beter in beeld te krijgen. In figuur 1 a en b zijn de uitkomsten van dit project geïllustreerd. Het besparingspotentieel correleert sterk met het gasverbruik: zowel per woning als voor gemeentetotalen is het besparingspotentieel hoog bij een relatief hoog gasverbruik. Het gasverbruik en besparingspotentieel per woning zijn in landelijke gemeenten hoger dan in stedelijke gemeenten, omdat woningen hier over het algemeen groter zijn: meer vrijstaande woningen en minder gestapelde bouw. Omgekeerd is in steden meet kleinere gestapelde bouw (flats en appartementen) te vinden en er zijn ook relatief meer kleine huishoudens. De totale reductie in gasverbruik voor woningen in Nederland bij een stap naar label B is 135 PJ, ofwel 45% reductie ten opzichte van het totale huidige verbruik van 300 PJ. Discussiepunt: Er is in deze analyse enkel gekeken naar het technisch potentieel van warmtebesparing, de rentabiliteit van maatregelen is niet in ogenschouw genomen. In de huidige praktijk is besparing voor laagbouw over het algemeen rendabeler dan voor gestapelde bouw.

18 TNO-rapport TNO 2015 R Aaxdew.qqa(ai p,tup.tw I.a1,,a., ucq C U0. IQ r.a Figuur la. Gemiddeld gasverbruik per woning in een gemeente (CBS). Lb.l 1 wo,dne,,m pu b.p.tng perwaiaj 9.T Figuur lb. Besparing gasverbruik per woning bij een B label (Vesta). 2.4 Deelprogramma Maatschappelijke Innovatie en Economie (stad in transitie) Inleiding deelprogramma In dit deelprogramma wordt onderscheid gemaakt in drie onderzoekslijnen: Innovatie heel Nederland een topgebied Ruimte enabling deltalife Economie van regio s. In 2014 is dit programma voor een deel ondergebracht in de voorgaande programmalijn en is alleen een aantal lopende EU programma s op het gebied van innovaties en transities in deze programmalijn opgenomen. In deze rapportage

19 TNO-rapport TNO 2015 R /46 wordt kort per EU-project de belangrijkste voortgang samengevat. De reden van deze aanpassing in het Vraaggestuurde programma kwam voort uit de wens om de indeling van het vraaggestuurde programma meer te laten aansluiten op de organisatie van het ministerie. Het programma maatschappelijke innovaties had geen duidelijk ankerpunt bij het ministerie IenM nadat circulaire economie bij de vorige programmalijn (onderwerpen van de Directie Duurzaamheid) was ondergebracht Uitvoering in 2074 TNO participeert in 2014 in een aantal grote EU projecten op het gebied van stedelijke ontwikkeling, duurzaamheid en innovatiebeleid. Deze worden in deze paragraaf kort toegelicht. Per EU project wordt het project kort toegelicht en de voortgang in 2014 beschreven. BRAINPOOL (bringing alternative indicators into policy) Op de website van BRAIN POOL is een gedetailleerd overzicht van alle producten beschikbaar. Het project is in 2014 afgesloten en de resultaten zijn op een grote slotconferentie gepubliceerd. Het biedt een goed overzicht van de verschillende typen indîcatorensets (duurzaamheid, welzijn en geluk) en beschrijft op een heldere wijze waarom de indicatoren wel of niet toegepast worden in beleidsprocessen. De kennis wordt door TNO verder toegepast in het DESIRE project DESIRE (DEvelopment of a System of Indicators for a Resource efficient Europe). Op de website van DESIRE (Wuppertal Institut) is een uitgebreide projectbeschrjving beschikbaar. Het project wordt in 2016 afgerond. Belangrijkste mijlpalen zijn de input-output modellen voor materiaalstromen en economische waarden voor EU. Op basis van deze tabellen worden beleidsanalyses uitgevoerd. In 2014 is er binnen TNO een discussie gevoerd over de toepassingsmogelijkheden van de databases en modellen die op het gebied van RE in de afgelopen jaren zijn ontwikkeld. Deze discussie zal in 2015 worden afgerond. De te ontwikkelen indicatorenset zal uiteindelijk door EEA, Eurostat en OECD moeten worden gebruikt. ARCH (Architecture and roadmap to manage multiple pressures on lagoons). In dit onderzoek staat de complexiteit van beleid voor Europese delta s centraal. Tien gebieden zijn onderzocht. In Nederland gaat het om de zuidwestelijke delta. Het onderzoek geeft inzichten in de wijze waarop besluitvorming op verschillende beleidsterreinen wordt gemaakt en hoe integrate afwegingen plaatshebben. In Nederland heeft het inzicht bijgedragen aan de complexe besluitvorming rond het omgaan met de zoetwatervoorziening in de delta. Het onderzoek zal in boekvorm worden gepubliceerd. Met het ministerie van IenM wordt overlegd hoe de kennis verder zal worden gebruikt. Mogelijk kan het in 2015 een vervolg krijgen in een 1nterreg project. Flagship (Forward Looking Analysis of Grand Societal challenges and Innovative Policies) In dit project worden mogelijke toekomstscenario s op wereldschaal in beeld gebracht en de mogelijke effecten die EU beleid op verschillende terreinen op deze mogelijke toekomsten kan hebben. In 2014 was er een workshop in Bilbao. In het project worden kwantitatieve modellen ontwikkeld voor deze globale ontwikkelingen. Hierbij worden agent based methoden toegepast. Interessant is of

20 TNO-rapport TNO 2015 R deze technieken geschikt zijn voor het ontwikkelen van scenario s voor economische ontwikkelingen op wereldschaal. GLOBAQUA (Managing the effects of multiple stressors on aquatic ecosystems under water scarcity). Dit project naar de schaarste in zoet water is in 2014 gestart. Aan de hand van een aantal cases studie (stroomgebieden) wordt kennis verzameld over werkbare beleidsstrategieën. TNO s betrokkenheid betreft vooral de wijze beleidsstrategieën worden beschreven en beoordeeld. Hiertoe worden workshops georganiseerd en vragenlijsten opgesteld. Betrokkenheid versterkt de kennispositie van TNO op het gebied van beleidsanalyse- en beleidsevaluatiemethoden voorduurzaamheidsvraagstukken. En het versterkt ons netwerk in het waterbeleid. CRISP (Creating Innovative Sustainability Pathways) Dit project is in 2014 afgerond. Centraal stond het ontwikkelen van nieuwe methoden en technieken op het gebied van innovatiesysteemanalyse, toekomstverkenningen en visie- ontwikkeling, en aanpakken om deze nieuwe benaderingen te implementeren. Binnen CRISP is o.a. een backcasting methodiek ontwikkeld op basis waarvan inzichtelijk gemaakt wordt welke dominante elementen in een huidige systeem moeten worden afgebroken en welke kansen ruimte moeten krijgen en welke actoren daarbij een belangrijke rol spelen. Het sterke van de nieuwe methoden en technieken op het gebied van toekomstverkenningen die binnen CRISP ontwikkeld worden, is dat deze domein overstijgend zijn en dus toepasbaar en van nut kunnen zijn in verschillende kennisgebieden waar een transitie wordt beoogd. De kennis is zeer bruikbaar bij maatschappelijke transitieprocessen waarin individuen en doelgroepen centraal staan. Op het gebied van energietransitie en circulaire economie kunnen deze benaderingen worden toegepast. CARBON CAP (Carbon emission mitigation by Consumption-based Accounting and Policy) Het project is eind 2013 gestart en richt zich op de reductie van broeikasgasemissies. In dit project staat de toepassing van EXIOMOD centraal. EXIOMOD is een input output model dat op wereldschaal materiaalstromen tussen economische sectoren! huishoudens modelleert. Op basis hiervan kunnen emissies worden berekend. Door participatie in het CARBON CAP project kan het model ten behoeve van beleidsvraagstukken worden ingezet en vraaggestuurd worden verbeterd. In dit project wordt meer kennis ontwikkeld over de relatie tussen de ontwikkelingen in consumpties en de ontwikkeling in broeikasgasemissies. De resultaten van dit project worden gedeeld met IenM. Hierdoor raakt het ministerie meer bekend met de mogelijkheden van dit modelinstrumentarium.

StadsDashboard. Staat van de Stad brengt slimme logistiek in beeld. Merle Blok 12 mei 2015

StadsDashboard. Staat van de Stad brengt slimme logistiek in beeld. Merle Blok 12 mei 2015 StadsDashboard Staat van de Stad brengt slimme logistiek in beeld Merle Blok 12 mei 2015 Missie TNO verbindt mensen en kennis om innovaties te creëren die de concurrentiekracht van bedrijven en het welzijn

Nadere informatie

Wat vraagt de energietransitie in Nederland?

Wat vraagt de energietransitie in Nederland? Wat vraagt de energietransitie in Nederland? Jan Ros Doel/ambitie klimaatbeleid: Vermindering broeikasgasemissies in 2050 met 80 tot 95% ten opzichte van 1990 Tussendoelen voor broeikasgasemissies Geen

Nadere informatie

TKI Tender en programmalijnen Switch2SmartGrid. Programmalijnen en speerpunten 2014

TKI Tender en programmalijnen Switch2SmartGrid. Programmalijnen en speerpunten 2014 TKI Tender en programmalijnen Switch2SmartGrid Programmalijnen en speerpunten 2014 Programmalijnen en aandachtspunten 1. Energiemanagement voor fleibiliteit van energiesysteem 2. Informatie en control

Nadere informatie

WKO in duurzame gebiedsontwikkeling case Westland Ir. Marion Bakker SenterNovem 030 2393677 m.m.c.bakker@senternovem.nl

WKO in duurzame gebiedsontwikkeling case Westland Ir. Marion Bakker SenterNovem 030 2393677 m.m.c.bakker@senternovem.nl WKO in duurzame gebiedsontwikkeling case Westland Ir. Marion Bakker SenterNovem 030 2393677 m.m.c.bakker@senternovem.nl 12-11-2007Sheet nummer 1 Ontwikkelingen wereldwijd Heeft de Al Gore film impact?

Nadere informatie

ECN TNO activiteiten systeemintegratie

ECN TNO activiteiten systeemintegratie ECN TNO activiteiten systeemintegratie Rob Kreiter Den Haag 22-05-2015 www.ecn.nl Aanleiding: meer duurzaam - minder zekerheid - meer complexiteit Uitdaging voor de (verre) toekomst Elektriciteitsbalans

Nadere informatie

Energiemanagementprogramma HEVO B.V.

Energiemanagementprogramma HEVO B.V. Energiemanagementprogramma HEVO B.V. Opdrachtgever HEVO B.V. Project CO2 prestatieladder Datum 7 december 2010 Referentie 1000110-0154.3.0 Auteur mevrouw ir. C.D. Koolen Niets uit deze uitgave mag zonder

Nadere informatie

Zonder Energieopslag geen Energietransitie. Teun Bokhoven Duurzame Energie Koepel WKO-Manifestatie / 30 Oktober 2013

Zonder Energieopslag geen Energietransitie. Teun Bokhoven Duurzame Energie Koepel WKO-Manifestatie / 30 Oktober 2013 Zonder Energieopslag geen Energietransitie Teun Bokhoven Duurzame Energie Koepel WKO-Manifestatie / 30 Oktober 2013 Duurzame Energie Koepel 6 brancheorganisaties (wind, zon, bodemenergie, bio, warmtepompen,

Nadere informatie

TKI - Topconsortium Kennis en Innovatie EnerGO - Energie in de Gebouwde Omgeving

TKI - Topconsortium Kennis en Innovatie EnerGO - Energie in de Gebouwde Omgeving TKI - Topconsortium Kennis en Innovatie EnerGO - Energie in de Gebouwde Omgeving Gezocht: Multifunctionele energie renovatie Multifunctionele energie renovatie kunnen we samen versnellen Programma TKI

Nadere informatie

WATER- SCHAPPEN & ENERGIE

WATER- SCHAPPEN & ENERGIE WATER- SCHAPPEN & ENERGIE Resultaten Klimaatmonitor Waterschappen 2014 Waterschappen willen een bijdrage leveren aan een duurzame economie en samenleving. Hiervoor hebben zij zichzelf hoge ambities gesteld

Nadere informatie

2-7-2014. Energieakkoord voor duurzame groei. Juli 2014 WERK IN UITVOERING. Ed Nijpels. Wie zaten aan tafel tijdens de onderhandelingen?

2-7-2014. Energieakkoord voor duurzame groei. Juli 2014 WERK IN UITVOERING. Ed Nijpels. Wie zaten aan tafel tijdens de onderhandelingen? Energieakkoord voor duurzame groei Juli 2014 WERK IN UITVOERING Ed Nijpels Wie zaten aan tafel tijdens de onderhandelingen? 1 Waarom een Energieakkoord? Perspectief Consistentie Ambitie Realiteit Groei

Nadere informatie

Reductiebeleid en (kwantitatieve) doelstellingen (3.B.1)

Reductiebeleid en (kwantitatieve) doelstellingen (3.B.1) Reductiebeleid en (kwantitatieve) doelstellingen (3.B.1) Directie: K.J. de Jong Handtekening: KAM-Coördinator: D.T. de Jong Handtekening: Inhoudsopgave 1. Inleiding... 3 2. Het CO 2 -reductiebeleid van

Nadere informatie

IenM begroting 2015: inzetten op betere verbindingen in een schonere leefomgeving

IenM begroting 2015: inzetten op betere verbindingen in een schonere leefomgeving IenM begroting 2015: inzetten op betere verbindingen in een schonere leefomgeving 16 september 2014-15:25 Het ministerie van Infrastructuur en Milieu besteedt in 2015 9,2 miljard euro aan een gezond, duurzaam

Nadere informatie

Urban Energy. Kansen en mogelijkheden van energiemodellering op wijkniveau. Aart de Geus TNO

Urban Energy. Kansen en mogelijkheden van energiemodellering op wijkniveau. Aart de Geus TNO Urban Energy Kansen en mogelijkheden van energiemodellering op wijkniveau Aart de Geus TNO Opzet Presentatie Waarom en voor Wie Ontwikkelingen GIS en wijk modellen Urban Strategy als voorbeeld Energie

Nadere informatie

Healthy Urban Living Slim, Gezond en Groen

Healthy Urban Living Slim, Gezond en Groen SMART CITY UTRECHT Healthy Urban Living Slim, Gezond en Groen Brigitte Hulscher Program Manager Smart Cities, Marketing & Innovation Utrecht Jong en hoog opgeleid 334.862 inwoners, 20 % < 17, 18% 18-26,

Nadere informatie

De toekomst van de netten

De toekomst van de netten De toekomst van de netten Speelveld, energieneutrale wijk, rol van smart grids dr. C. (Cor) Leguijt, presentatie Kivi-Niria, 8 okt. 2013 Inhoud de toekomst van de netten Kort: over CE Delft De hoeken van

Nadere informatie

Energieakkoord voor duurzame groei

Energieakkoord voor duurzame groei Energieakkoord voor duurzame groei Netwerkbijeenkomst Duurzame regionale energie Gelderland 15 januari 2014 Lodewijk de Waal Energieakkoord Wie zaten aan tafel? Inhoud presentatie Hoofdlijnen Energieakkoord

Nadere informatie

Sleutels tot interventiesucces: welke combinaties van methodieken zorgen voor gezond beweeg- en voedingsgedrag?

Sleutels tot interventiesucces: welke combinaties van methodieken zorgen voor gezond beweeg- en voedingsgedrag? TNO-rapport TNO/LS 2012 R10218 Sleutels tot interventiesucces: welke combinaties van methodieken zorgen voor gezond beweeg- en voedingsgedrag? Behavioural and Societal Sciences Wassenaarseweg 56 2333 AL

Nadere informatie

Kwaliteitshandboek v1.0 CO 2 -Prestatieladder Roelofs

Kwaliteitshandboek v1.0 CO 2 -Prestatieladder Roelofs Kwaliteitshandboek v1.0 CO 2 -Prestatieladder Roelofs Datum: Januari 2013 Bezoekadres Dorpsstraat 20 7683 BJ Den Ham Postadres Postbus 12 7683 ZG Den Ham T +31 (0) 546 67 88 88 F +31 (0) 546 67 28 25 E

Nadere informatie

Kennis Platform Water. Samenvatting advies 2012

Kennis Platform Water. Samenvatting advies 2012 Kennis Platform Water Samenvatting advies 2012 Samenvatting advies 2012 Voor u ligt het eerste advies van het kennisplatform water Nieuwe Stijl over strategisch wateronderzoek. Dit (informele) platform

Nadere informatie

Energizing the city: Almere energy axis

Energizing the city: Almere energy axis Inhoud Energizing the city: Almere energy axis... 3 Van Noord/West naar Zuid/Ooost... 4 Energie die stroomt door de as... 5 Focus on knowledge & education... 6 Focus on innovation & experiments... 7 Focus

Nadere informatie

Niewsbrief nr. 3 / November 2014 Januari 2015

Niewsbrief nr. 3 / November 2014 Januari 2015 Niewsbrief nr. 3 / November 2014 Januari 2015 1. Inleiding De laatste maanden is er hard gewerkt aan enkele SEFIRA werkpakketten. Onder de leiding van de universiteit van Urbino werd een theoretisch en

Nadere informatie

PROEFTUIN VOOR HET EUROPESE ENERGIESYSTEEM VAN DE TOEKOMST

PROEFTUIN VOOR HET EUROPESE ENERGIESYSTEEM VAN DE TOEKOMST NOORD-NEDERLAND: PROEFTUIN VOOR HET EUROPESE ENERGIESYSTEEM VAN DE TOEKOMST PROEFTUIN ENERGIE- TRANSITIE REGIONALE PARTNER IN DE EUROPESE ENERGIE UNIE Noord-Nederland is een grensoverschrijdende proeftuin

Nadere informatie

Cleantech Markt Nederland 2008

Cleantech Markt Nederland 2008 Cleantech Markt Nederland 2008 Baken Adviesgroep November 2008 Laurens van Graafeiland 06 285 65 175 1 Definitie en drivers van cleantech 1.1. Inleiding Cleantech is een nieuwe markt. Sinds 2000 heeft

Nadere informatie

Meer waarde creëren. Assetmanagement op maat

Meer waarde creëren. Assetmanagement op maat Meer waarde creëren Assetmanagement op maat Zo maken wij assetmanagement toepasbaar Met de toolbox Zeven bouwstenen van professioneel assetmanagement maken we de ISO55000 toepasbaar voor u. Belanghebbenden

Nadere informatie

gemeente Eindhoven Hierin wil GroenLinks in ieder geval de volgende vragen beantwoord hebben.

gemeente Eindhoven Hierin wil GroenLinks in ieder geval de volgende vragen beantwoord hebben. gemeente Eindhoven Inboeknummer 15bst00959 Beslisdatum B&W 14 juli 2015 Dossiernummer 15.29.103 (2.3.1) Raadsvragen Van het raadslid dhr. R. Thijs (GroenLinks) over klimaatambities Eindhoven na gerechtelijke

Nadere informatie

CO2 prestatieladder Reductiebeleid en reductiedoelstellingen

CO2 prestatieladder Reductiebeleid en reductiedoelstellingen CO2 prestatieladder Reductiebeleid en doelstellingen Versie: Definitief Datum: februari 2015 Eis: 2.C.3 Westgaag 42b - 3155 DG Maasland Postbus 285-3140 AG Maassluis Telefoon: 010-5922888 Fax: 010-5918621

Nadere informatie

Scope 1 doelstelling Scope 2 doelstelling Scope 1 en 2 gecombineerd 5% CO 2- reductie. 30% CO 2- reductie in 2016 6% CO 2 -reductie in 2016 ten

Scope 1 doelstelling Scope 2 doelstelling Scope 1 en 2 gecombineerd 5% CO 2- reductie. 30% CO 2- reductie in 2016 6% CO 2 -reductie in 2016 ten B. Kwantitatieve doelstellingen & beleid 1 INLEIDING Verhoef wil concreet en aantoonbaar maken dat we ons inspannen om CO 2 te reduceren. Daarvoor hebben wij dit reductiebeleid opgesteld. 2 HET CO 2 REDUCTIE

Nadere informatie

Startbijeenkomst keten innovatieprogramma Klimaat voor Verandering

Startbijeenkomst keten innovatieprogramma Klimaat voor Verandering Startbijeenkomst keten innovatieprogramma Klimaat voor Verandering Amsterdam, 26 januari 2016 1 Inhoud Introductie 3 Zij waren er bij! 4 Circulaire economie 5 Waarom circulair? 6 Nederland Circulair! 7

Nadere informatie

ideego programma 2015

ideego programma 2015 ideego programma 2015 Wijnand van Hooff Programmadirecteur TKI Solar Energy TKI Solar Energy zonnestroomtechnologieën 1. Zonnestroom 2 TKI EnerGO energie in de gebouwde omgeving 2. Warmte en koude 3 TKI

Nadere informatie

Energievoorziening Rotterdam 2025

Energievoorziening Rotterdam 2025 Energievoorziening Rotterdam 2025 Trends Issues Uitdagingen 9/14/2011 www.bollwerk.nl 1 Trends (1) Wereld energiemarkt: onzeker Toenemende druk op steeds schaarsere fossiele bronnen Energieprijzen onvoorspelbaar,

Nadere informatie

Energieakkoord Kansen voor Warmtepompsystemen

Energieakkoord Kansen voor Warmtepompsystemen Energieakkoord Kansen voor Warmtepompsystemen Teun Bokhoven Duurzame Energie Koepel 20 november 2013 Inhoud Algemeen het SER Energieakkoord Proces, doelen, borging, hoofdlijnen & pijlers, concrete afspraken

Nadere informatie

CO2 prestatieladder Energie management plan

CO2 prestatieladder Energie management plan CO2 prestatieladder Versie: Definitief Datum: februari 2015 Eis: 2.C.3 Westgaag 42b - 3155 DG Maasland Postbus 285-3140 AG Maassluis Telefoon: 010-5922888 Fax: 010-5918621 E-mail: info@kroes.org Versie:

Nadere informatie

Communicatieplan. Energie- & CO 2 beleid. Van Gelder Groep

Communicatieplan. Energie- & CO 2 beleid. Van Gelder Groep Van Gelder Groep B.V. Communicatieplan Energie- & CO 2 beleid Van Gelder Groep 1 2015, Van Gelder Groep B.V. Alle rechten voorbehouden. Geen enkel deel van dit document mag worden gereproduceerd in welke

Nadere informatie

Open data en trends binnen de overheid. André van der Zande

Open data en trends binnen de overheid. André van der Zande Open data en trends binnen de overheid André van der Zande Open data en trends binnen de overheid 23 januari 2014 Kennisuitwisseling 2 Pheidipidus 490 voor chr. Ptolemaeus 150 na chr. Submarine Cable Map

Nadere informatie

Hoe komen de annual air quality kaarten tot stand?

Hoe komen de annual air quality kaarten tot stand? Hoe komen de annual air quality kaarten tot stand? De annual air quality kaarten tonen het resultaat van een koppeling van twee gegevensbronnen: de interpolatie van luchtkwaliteitsmetingen (RIO-interpolatiemodel)

Nadere informatie

CO₂-nieuwsbrief. De directe emissie van CO₂ - vanuit scope 1 is gemeten en berekend als 1.226 ton CO₂ -, 95% van de totale footprint.

CO₂-nieuwsbrief. De directe emissie van CO₂ - vanuit scope 1 is gemeten en berekend als 1.226 ton CO₂ -, 95% van de totale footprint. Derde voortgangsrapportage CO₂-emissie reductie Hierbij informeren wij u over de uitkomsten van onze Carbon Footprint en de derde CO₂ -emissie inventarisatie, betreffende de periode van juni 2014 tot en

Nadere informatie

Het nieuwe Europese klimaatplan voor 2030: behoudt de EU haar voortrekkersrol?

Het nieuwe Europese klimaatplan voor 2030: behoudt de EU haar voortrekkersrol? Het nieuwe Europese klimaatplan voor 2030: behoudt de EU haar voortrekkersrol? Dr. Jos Delbeke, DG Klimaat Actie, Europese Commissie, Universiteit Hasselt, 25/2/2014 Overzicht 1. Klimaat en energie: waar

Nadere informatie

Onderverdeeld naar sector bedraagt het energieverbruik procentueel: 32% 18%

Onderverdeeld naar sector bedraagt het energieverbruik procentueel: 32% 18% Aan: gemeenteraad Van: B&W Datum: 9 november 2009 Betreft: Motie 134 "Meetbare stappen Duurzame Energie" In de raadsvergadering van 22 april 2009 is naar aanleiding van het onderwerp Duurzaamheidsplan

Nadere informatie

Meest materiële emissies (2014)

Meest materiële emissies (2014) Meest materiële emissies (2014) 1 Versie Datum Wijzigingen 1.0 2 november 2015 Vrijgave voor publicatie 0.1 26 oktober 2015 Initiële versie Inhoud 1. Inleiding... 3 1.1 Doelstellingen... 3 2. Uitgangspunten...

Nadere informatie

De beheerrisico s van architectuur

De beheerrisico s van architectuur De beheerrisico s van architectuur Een overzicht van de ArChimate Risico Extensie versie 0.2 Bert Dingemans Inleiding Het implementeren van een (enterprise) architectuur brengt altijd risico s met zich

Nadere informatie

Lerende gebouwen. meer comfort & minder energie. 2e Expert meeting TAG, 7 oktober 2015, Haagse Hogeschool, Delft

Lerende gebouwen. meer comfort & minder energie. 2e Expert meeting TAG, 7 oktober 2015, Haagse Hogeschool, Delft Lerende gebouwen meer comfort & minder energie 2e Expert meeting TAG, 7 oktober 2015, Haagse Hogeschool, Delft 2 e Expert meeting Thermisch Actieve Gebouwen, woensdag 7 oktober 2015, Haagse Hogeschool

Nadere informatie

SMART MOBILITY: INNOVATIES IN STEDELIJKE MOBILITEIT. ir. Bart Vuijk

SMART MOBILITY: INNOVATIES IN STEDELIJKE MOBILITEIT. ir. Bart Vuijk SMART MOBILITY: INNOVATIES IN STEDELIJKE MOBILITEIT ir. Bart Vuijk TNO: MISSIE TNO verbindt mensen en kennis om innovaties te creëren die de concurrentiekracht van bedrijven en het welzijn van de samenleving

Nadere informatie

Initiatieven richting duurzame ontwikkeling ondergrond succesvoller met Grondslagen voor Governance

Initiatieven richting duurzame ontwikkeling ondergrond succesvoller met Grondslagen voor Governance Behavioural and Societal Sciences Van Mourik Broekmanweg 6 2628 XE Delft Postbus 49 2600 AA Delft TNO-rapport TNO 2013 R10274 Initiatieven richting duurzame ontwikkeling ondergrond succesvoller met Grondslagen

Nadere informatie

artikel SUSTAINGRAPH TECHNISCH ARTIKEL

artikel SUSTAINGRAPH TECHNISCH ARTIKEL SUSTAINGRAPH TECHNISCH ARTIKEL SUSTAINGRAPH is een Europees project, gericht (op het verbeteren van) de milieuprestaties van Europese Grafimediabedrijven binnen de productlevenscyclus van hun grafimedia

Nadere informatie

DUST SENTRY AAN HET WERK

DUST SENTRY AAN HET WERK DUST SENTRY AAN HET WERK Waarom fijnstof meten? DUST SENTRY De atmosfeer van de aarde bevat atmosferische deeltjes, ook wel bekend als deeltjes of fijnstof. Fijnstof wordt vaak gegeven in PM, wat staat

Nadere informatie

Startbijeenkomst keten innovatieprogramma. Kunststof & Rubber in de Ondergrondse Infrastructuur

Startbijeenkomst keten innovatieprogramma. Kunststof & Rubber in de Ondergrondse Infrastructuur Startbijeenkomst keten innovatieprogramma Kunststof & Rubber in de Ondergrondse Infrastructuur Utrecht, 21 oktober 2015 Inhoud Introductie 3 Zij waren er bij! 4 Circulaire economie 5 RACE programma 6 Sectoranalyse

Nadere informatie

Wat verstaan we onder warmtehuishouding? Jo Cox Sponsor P2

Wat verstaan we onder warmtehuishouding? Jo Cox Sponsor P2 Wat verstaan we onder warmtehuishouding? Jo Cox Sponsor P2 Energietransitie Papierketen De ambities binnen Energietransitie Papierketen: Halvering van het energieverbruik per eindproduct in de keten per

Nadere informatie

Helmonds Energieconvenant

Helmonds Energieconvenant Helmonds Energieconvenant Helmondse bedrijven slaan de handen ineen voor een duurzame en betrouwbare energievoorziening. Waarom een energieconvenant? Energie is de drijvende kracht Energie is de drijvende

Nadere informatie

Eerste kaart roetconcentraties Nederland Roet aanvullende maat voor gezondheidseffecten luchtvervuiling

Eerste kaart roetconcentraties Nederland Roet aanvullende maat voor gezondheidseffecten luchtvervuiling Eerste kaart roetconcentraties Nederland Roet aanvullende maat voor gezondheidseffecten luchtvervuiling RIVM/DCMR, december 2013 Roet is een aanvullende maat om de gezondheidseffecten weer te geven van

Nadere informatie

Energiedossiers tijdens het Italiaanse voorzitterschap

Energiedossiers tijdens het Italiaanse voorzitterschap Energiedossiers tijdens het Italiaanse voorzitterschap Jan Haers 2 juli 2014 Vleva en SAR-Minaraad Overzicht Energiebeleid op Europese Raad Tijdens het Griekse voorzitterschap Prioriteiten van het Italiaanse

Nadere informatie

De warmtemarkt van morgen: rol van gas, elektriciteit en warmtedistributie bij verwarming van woningen.

De warmtemarkt van morgen: rol van gas, elektriciteit en warmtedistributie bij verwarming van woningen. De warmtemarkt van morgen: rol van gas, elektriciteit en warmtedistributie bij verwarming van woningen. Inhoud De warmtemarkt Warmtevraag woningen Warmtemarkt voor woningen Gasdistributie en CV ketel Elektriciteitsdistributie

Nadere informatie

1. Inleiding. Rapportage Luchtkwaliteit 2012, gemeente Doetinchem 4

1. Inleiding. Rapportage Luchtkwaliteit 2012, gemeente Doetinchem 4 Rapport Luchtkwaliteit 2012 Doetinchem Oktober 2013 INHOUD 1. Inleiding... 4 2. Algemeen... 5 2.1 Wet luchtkwaliteit... 5 2.2 Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit... 5 2.3 Bronnen van luchtverontreiniging...

Nadere informatie

Duurzaamheid in Amersfoort: kansen en inspiratie Het Amersfoorts Afwegingskader Duurzaamheid

Duurzaamheid in Amersfoort: kansen en inspiratie Het Amersfoorts Afwegingskader Duurzaamheid Duurzaamheid in : kansen en inspiratie Het s Afwegingskader Duurzaamheid s Afwegingskader Duurzaamheid s Afwegingskader Duurzaamheid Leefomgeving Dit project draagt bij aan een gezond woon- en werkklimaat

Nadere informatie

PM.05.011. Transitie naar een Integraal Collectief Personenvervoer. Jaarrapportage 2005

PM.05.011. Transitie naar een Integraal Collectief Personenvervoer. Jaarrapportage 2005 PM.05.011 Transitie naar een Integraal Collectief Personenvervoer Jaarrapportage 2005 Jaarrapportage Jaar Projectnummer Projectnaam Datum Penvoerder Projectleider 2005 IP.05.011 Transitie naar een Integraal

Nadere informatie

1. Context en doel. 1.1 Voorbeelden belemmeringen per deelgebied 1.1.1 Governance en juridische belemmering

1. Context en doel. 1.1 Voorbeelden belemmeringen per deelgebied 1.1.1 Governance en juridische belemmering 1. Context en doel Het NLIP heeft tot doel om de elektronische informatie-uitwisseling in de Logistieke Sector in Nederland te verbeteren. En dan niet alleen de informatie-uitwisseling tussen specifieke

Nadere informatie

Verbinden van Duurzame Steden

Verbinden van Duurzame Steden Verbinden van Duurzame Steden Managen van verwachtingen Jan Klinkenberg, Netwerkmanager VerDuS Startbijeenkomst URD2-projecten 11 oktober 2012 Programma vanmiddag 13.00-13.15 uur Introductie VerDuS 13.15-15.15

Nadere informatie

Duurzame energie in balans

Duurzame energie in balans Duurzame energie in balans Duurzame energie produceren en leveren binnen Colruyt Group I. Globale energievraag staat onder druk II. Bewuste keuze van Colruyt Group III. Wat doet WE- Power? I. Globale energievraag

Nadere informatie

Learnshop. EN16001: Het kader voor uw energiemanagementsysteem? Nimaris b.v. Paul van Wezel Hertog van Brabantweg 15 5175 EA Loon op Zand

Learnshop. EN16001: Het kader voor uw energiemanagementsysteem? Nimaris b.v. Paul van Wezel Hertog van Brabantweg 15 5175 EA Loon op Zand Learnshop EN16001: Het kader voor uw energiemanagementsysteem? Nimaris b.v. Paul van Wezel Hertog van Brabantweg 15 5175 EA Loon op Zand tel: 0416-543060 Fax: 0416-543098 email: Web: paul.van.wezel@nimaris.nl

Nadere informatie

Duurzame op bedrijventerreinen: Naar een gebiedsgerichte aanpak

Duurzame op bedrijventerreinen: Naar een gebiedsgerichte aanpak Duurzame op bedrijventerreinen: Naar een gebiedsgerichte aanpak KIvI Jaarcongres Sustainable Mobility,6 november 2013 Pieter Tanja Leefbaarheid en gezondheid in stad en regio verkeersveiligheid geluidoverlast

Nadere informatie

Change. Hoe moet het morgen met de energievoorziening? Document. magazine

Change. Hoe moet het morgen met de energievoorziening? Document. magazine Hoe moet het morgen met de energievoorziening? Nederland is verslaafd aan fossiele energie, zeker in vergelijking met landen om ons heen, vertelt Paul Korting, directeur van ECN. Er zijn genoeg scenario

Nadere informatie

Aanpak arbeidsmarkt Zuidoost-Nederland 2016-2020. Illustratie regionaal arbeidsmarkt dashboard. Inleiding

Aanpak arbeidsmarkt Zuidoost-Nederland 2016-2020. Illustratie regionaal arbeidsmarkt dashboard. Inleiding Aanpak arbeidsmarkt Zuidoost-Nederland 2016-2020 Illustratie regionaal arbeidsmarkt dashboard. Inleiding Wil Zuidoost-Nederland als top innovatie regio in de wereld meetellen, dan zal er voldoende en goed

Nadere informatie

Loon- en maaibedrijf De Struunhoeve BV

Loon- en maaibedrijf De Struunhoeve BV Loon- en maaibedrijf De Struunhoeve BV Review CO 2 reductiesysteem Conform niveau 3 op de CO 2 -prestatieladder 2.1 In het kader van papier vermindering is de inhoudsopgave op de voorpagina afgedrukt Inhoudsopgave

Nadere informatie

CO₂ Reductieplan. CO₂ Reductieplan. Datum 13-5-2015. Versie 1.1. Rapportnr 3B.RED-PLAN2015-1.1. Opgesteld door. A. van de Wetering & H.

CO₂ Reductieplan. CO₂ Reductieplan. Datum 13-5-2015. Versie 1.1. Rapportnr 3B.RED-PLAN2015-1.1. Opgesteld door. A. van de Wetering & H. 1 van 9 Datum Rapportnr Opgesteld door Gedistribueerd aan A. van de Wetering & H. Buuts 1x Directie 1x KAM Coördinator 1x Handboek CO₂ Prestatieladder 1 2 van 9 INHOUDSOPGAVE 1. CO₂ REDUCTIEBELEID Het

Nadere informatie

Kraaijvanger Urbis. CO 2 Voortgangsrapportage 2010. Akkoord Directie: 10 februari 2011 V3

Kraaijvanger Urbis. CO 2 Voortgangsrapportage 2010. Akkoord Directie: 10 februari 2011 V3 Kraaijvanger Urbis CO 2 Voortgangsrapportage 2010 Akkoord Directie: 10 februari 2011 V3 Inhoud voortgangsrapportage 2010 1. Directieverklaring 2. Organisatie a. Rapporterende organisatie b. Verantwoordelijke

Nadere informatie

1 Plan van aanpak. 1.1 Maatregelen Scope 1: - Het nieuwe rijden voor bedrijfs- en leasewagens

1 Plan van aanpak. 1.1 Maatregelen Scope 1: - Het nieuwe rijden voor bedrijfs- en leasewagens Pagina 1 van 5 1 Plan van aanpak Het plan van aanpak beschrijft de maatregelen die in de periode 2012-2015 genomen gaan worden teneinde de reductiedoelstellingen zoals beschreven in Bijlage 0220.1 CO2-

Nadere informatie

COMMUNICATIEPLAN VAN AANNEMINGSBEDRIJF GEBR. DE KONING B.V. Naam Functie Datum Paraaf. Opstelling: A.P. Kleiberg KAM-coördinator 18-03-2010

COMMUNICATIEPLAN VAN AANNEMINGSBEDRIJF GEBR. DE KONING B.V. Naam Functie Datum Paraaf. Opstelling: A.P. Kleiberg KAM-coördinator 18-03-2010 VAN AANNEMINGSBEDRIJF GEBR. DE KONING B.V. Naam Functie Datum Paraaf Opstelling: A.P. Kleiberg KAM-coördinator 18-03-2010 Autorisatie: M. van Leeuwen Directeur beton- en funderingswerken 18-03-2010 Dit

Nadere informatie

C. Monitoring en backcasting

C. Monitoring en backcasting C. Monitoring en backcasting Backcasting en monitoring Deelsessie werkconferentie Energiek Zoetermeer 11 juni 2013 dr. C. (Cor) Leguijt Inhoud 1. Backcastingproject stadsgewest Haaglanden 1. Klimaat- en

Nadere informatie

Energie Management Programma. InTraffic

Energie Management Programma. InTraffic Energie Management Programma InTraffic Wijzigingsblad Versie Datum Auteur Wijzigingen 0.1 17/2/2012 Marije de Vreeze Opzet structuur 0.2 13/3/2012 Marije de Vreeze Gegevens 0.3 5/4/2012 Dirk Bijkerk Input

Nadere informatie

TEN effecten in Den Haag, Duurzaam Dynamisch Verkeersmanagement door integrale afweging van Traffic, Emissie en Noise (TEN) bij inzet van scenario s

TEN effecten in Den Haag, Duurzaam Dynamisch Verkeersmanagement door integrale afweging van Traffic, Emissie en Noise (TEN) bij inzet van scenario s TEN effecten in Den Haag, Duurzaam Dynamisch Verkeersmanagement door integrale afweging van Traffic, Emissie en Noise (TEN) bij inzet van scenario s Tanja Vonk (TNO) Arjen Reijneveld (Gemeente Den Haag)

Nadere informatie

Overzicht lessenserie Energietransitie. Lessen Energietransitie - Thema s en onderwerpen per les.

Overzicht lessenserie Energietransitie. Lessen Energietransitie - Thema s en onderwerpen per les. 1 Lessen Energietransitie - Thema s en onderwerpen per les. 2 Colofon Dit is een uitgave van Quintel Intelligence in samenwerking met GasTerra en Uitleg & Tekst Meer informatie Kijk voor meer informatie

Nadere informatie

Ministerie van Infrastructuur en Milieu. Duurzaamheid. Ervaringen van een Rijkswaterstaat medewerker. Harald Versteeg Programmamanager RWS Duurzaam

Ministerie van Infrastructuur en Milieu. Duurzaamheid. Ervaringen van een Rijkswaterstaat medewerker. Harald Versteeg Programmamanager RWS Duurzaam Duurzaamheid Ervaringen van een Rijkswaterstaat medewerker Harald Versteeg Programmamanager RWS Duurzaam Duurzaamheid maatschapelijke meerwaarde leveren PPP samenhang (met alle maatschappelijke doelen)

Nadere informatie

Smart Grids proeftuinen. Innovatieprogramma Intelligente Netten (IPIN)

Smart Grids proeftuinen. Innovatieprogramma Intelligente Netten (IPIN) Smart Grids proeftuinen Innovatieprogramma Intelligente Netten (IPIN) Smart Grids proeftuinen Innovatieprogramma Intelligente Netten (IPIN) Smart Grids proeftuinen Innovatieprogramma Intelligente Netten

Nadere informatie

Omslag notitie. Datum aanvraag 1 februari 2012. Naam aanvrager VGB Trade Services. Naam ontvanger van de bijdrage VGB

Omslag notitie. Datum aanvraag 1 februari 2012. Naam aanvrager VGB Trade Services. Naam ontvanger van de bijdrage VGB Omslag notitie Vergadering van de sectorcommissie Bloemkwekerijproducten Datum vergadering 5 maart 2012 Agendapunt 7b Voorbereid door Jerre de Blok Totaal aantal pagina s 5 17 februari 2012 1. Project

Nadere informatie

Energie Management Actieplan

Energie Management Actieplan Energie Management Actieplan Rijssen, Juli 2013 Auteur: L.J. Hoff Geaccodeerd door: M. Nijkamp Directeur Inhoudsopgave 1. Inleiding Pagina 3 2. Beleid CO₂ reductie Pagina 4 3. Borging CO₂ prestatieladder

Nadere informatie

Aanpak Duurzaam GWW- Aan de slag!

Aanpak Duurzaam GWW- Aan de slag! Aanpak Duurzaam GWW- Aan de slag! Johan van Dalen, ProRail, Cindy de Groot, Provincie Zuid-Holland Esther Veendendaal, RVO 5 juni 2014 Ontstaan van Duurzaam GWW Het begon met Duurzaam Inkopen Nu verder

Nadere informatie

Werkplan Centrum XL 2015/2016

Werkplan Centrum XL 2015/2016 Werkplan Centrum XL 2015/2016 Maart 2015, Amsterdam Inleiding: toekomstperspectief Centrum XL Er zijn veel ontwikkelingen gaande in Amsterdam op het gebied van economie, logistiek en duurzaamheid die van

Nadere informatie

3B1 Reductiebeleid en Doelstellingen. Datum : 3 jul. 2014 Door : Sandra Kleef Functie : KAM-manager Versie : 2014.1

3B1 Reductiebeleid en Doelstellingen. Datum : 3 jul. 2014 Door : Sandra Kleef Functie : KAM-manager Versie : 2014.1 3B1 Reductiebeleid en Doelstellingen Datum : 3 jul. 2014 Door : Sandra Kleef Functie : KAM-manager Versie : 2014.1 INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE 2 INLEIDING 3 01. HET CO2-REDUCTIEBELEID VAN ONS BEDRIJF 3

Nadere informatie

Joost Wesseling, Annemarie van Alphen, Hester Volten, Edith van Putten RIVM, 21 Januari 2016

Joost Wesseling, Annemarie van Alphen, Hester Volten, Edith van Putten RIVM, 21 Januari 2016 1 Joost Wesseling, Annemarie van Alphen, Hester Volten, Edith van Putten RIVM, 21 Januari 2016 Inhoud Metingen nu. Context metingen door/voor burgers en steden. Sensoren: Echt goedkoop / NO2 / Stof / deeltjes

Nadere informatie

Schoonschip is de meest duurzame drijvende woonwijk van Europa, bestaande uit 46 drijvende huishoudens die een nieuwe standaard definieert voor

Schoonschip is de meest duurzame drijvende woonwijk van Europa, bestaande uit 46 drijvende huishoudens die een nieuwe standaard definieert voor Schoonschip is de meest duurzame drijvende woonwijk van Europa, bestaande uit 46 drijvende huishoudens die een nieuwe standaard definieert voor duurzame stedelijke ontwikkeling in Amsterdam. HET PROJECT

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 21 501-33 Raad voor Vervoer, Telecommunicatie en Energie Nr. 538 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer

Nadere informatie

Provinciale weg N231; Verkeersintensiteit, geluid en luchtkwaliteit 1

Provinciale weg N231; Verkeersintensiteit, geluid en luchtkwaliteit 1 Provinciale weg N231 Verkeersintensiteit, geluid en luchtkwaliteit Afdeling Openbare Werken/VROM drs. M.P. Woerden ir. H.M. van de Wiel Januari 2006 Provinciale weg N231; Verkeersintensiteit, geluid en

Nadere informatie

De rol van biomassa in de energietransitie.

De rol van biomassa in de energietransitie. De rol van biomassa in de energietransitie. Bert de Vries Plaatsvervangend directeur-generaal Energie, Telecom en Mededinging, Ministerie van Economische Zaken Inhoud 1. Energieakkoord 2. Energietransitie

Nadere informatie

Geothermie. traditioneel energiebedrijf?

Geothermie. traditioneel energiebedrijf? 31 maart 2010 T&A Survey Congres Geothermie Duurzame bron voor een traditioneel energiebedrijf? Hugo Buis Agenda Duurzame visie & ambities Waarom kiest Eneco voor Geothermie? Stand van zaken Markten Pro

Nadere informatie

Eis 3.B.1 CO2 Reductiebeleid

Eis 3.B.1 CO2 Reductiebeleid CO2 Reductiebeleid 1 INLEIDING Ons bedrijf wil concreet en aantoonbaar maken dat we ons inspannen om CO 2 te reduceren. Daarvoor hebben wij dit reductiebeleid opgesteld. 2 HET CO 2 REDUCTIE BELEID VAN

Nadere informatie

Gemeentelijke aanpak van de circulaire stad. Bron: Week van de Stad

Gemeentelijke aanpak van de circulaire stad. Bron: Week van de Stad Gemeentelijke aanpak van de circulaire stad Bron: Week van de Stad Prof. dr. Jacqueline Cramer, Utrecht Sustainability Institute, 9 mei 2014 Wat betekent een circulaire stad? Uitgangspunt van een circulaire

Nadere informatie

praktijkcase groene aanbesteding stadsregio Arnhem Nijmegen

praktijkcase groene aanbesteding stadsregio Arnhem Nijmegen praktijkcase groene aanbesteding stadsregio Arnhem Nijmegen 1. ambitie en aanbesteding als middel idee / visie / proces / conclusie 2. model de Groene Cockpit ontwikkeling / structuur / toepassingsgebieden

Nadere informatie

WKK en decentrale energie systemen, in Nederland

WKK en decentrale energie systemen, in Nederland WKK en decentrale energie systemen, in Nederland Warmte Kracht Koppeling (WKK, in het engels CHP) is een verzamelnaam voor een aantal verschillende manieren om de restwarmte die bij elektriciteitsproductie

Nadere informatie

Geef handen en voeten aan performance management

Geef handen en voeten aan performance management Geef handen en voeten aan performance management De laatste jaren is het maken van concrete afspraken over de ICT-serviceverlening steeds belangrijker geworden. Belangrijke oorzaken hiervoor zijn onder

Nadere informatie

Informatiebijeenkomst Fijnstof. Jos van Lent, provincie Noord Brabant

Informatiebijeenkomst Fijnstof. Jos van Lent, provincie Noord Brabant Informatiebijeenkomst Fijnstof Jos van Lent, provincie Noord Brabant Overzicht presentatie Omvang problematiek Brabantse aanpak Saneringsopgave Voorkomen nieuwe overschrijdingen Voorlichting & stimulering

Nadere informatie

Vvg. Kansen zien, kansen pakken! Leven in de stad van de toekomst. 13 november 2013

Vvg. Kansen zien, kansen pakken! Leven in de stad van de toekomst. 13 november 2013 Kansen zien, kansen pakken! Vvg 13 november 2013 Leven in de stad van de toekomst Louis Bekker City Account Manager Programma manager Onderwijs (PO/MO) Smart Concurrentie Leefbaar Groen Samenwerking Onze

Nadere informatie

Technisch-economische scenario s voor Nederland. Ton van Dril 20 mei 2015

Technisch-economische scenario s voor Nederland. Ton van Dril 20 mei 2015 Technisch-economische scenario s voor Nederland Ton van Dril 20 mei 2015 Overzicht Energieplaatje in historisch perspectief Hoeveel en hoe gebruiken we energie? Wat gebeurt er met verbruik en uitstoot

Nadere informatie

Klimaatverandering en klimaatscenario s in Nederland

Klimaatverandering en klimaatscenario s in Nederland Page 1 of 6 Klimaatverandering en klimaatscenario s in Nederland Hoe voorspeld? Klimaatscenario's voor Nederland (samengevat) DOWNLOAD HIER DE WORD VERSIE In dit informatieblad wordt in het kort klimaatverandering

Nadere informatie

S A U S R R A O E. Naar lagere lokale emissies in de stadsregio Arnhem Nijmegen

S A U S R R A O E. Naar lagere lokale emissies in de stadsregio Arnhem Nijmegen S R L G S A H R R U T Y O U A E E D R A F O R A S Naar lagere lokale emissies in de stadsregio Arnhem Nijmegen Eolus Naar lagere lokale emissies in de stadsregio Arnhem Nijmegen Het programma Eolus beantwoordt

Nadere informatie

Energiemanagementplan

Energiemanagementplan Energiemanagementplan CO 2 -prestatieladder Het Veldwerkbureau B.V. Niveau 3 Auteur(s): De heer G.R. Hartkamp De heer J.A. Möller Versie 2.0 17 december 2013 Definitief rapport Inleiding Binnen ons Energiemanagementsysteem

Nadere informatie

Luchtkwaliteit in Nederland: cijfers en feiten. Joost Wesseling

Luchtkwaliteit in Nederland: cijfers en feiten. Joost Wesseling Luchtkwaliteit in Nederland: cijfers en feiten Joost Wesseling Inhoud: Doorsneden door de luchtkwaliteit Concentraties: de laatste decennia; EU normen; Nederland in de EU. Luchtkwaliteit en gezondheid.

Nadere informatie

Luchtkwaliteit: een Europees perspectief

Luchtkwaliteit: een Europees perspectief Luchtkwaliteit: een Europees perspectief Conferentie Luchtkwaliteit Brussel, 5 december 2014 Dr Hans Bruyninckx Executive Director European Environment Agency EEA rapporten 2014 Luchtverontreiniging een

Nadere informatie

Nationale Energieverkenning 2014

Nationale Energieverkenning 2014 Nationale Energieverkenning 2014 Remko Ybema en Pieter Boot Den Haag 7 oktober 2014 www.ecn.nl Inhoud Opzet van de Nationale Energieverkenning (NEV) Omgevingsfactoren Resultaten Energieverbruik Hernieuwbare

Nadere informatie

MJA3 ICT-sector. Jeroen van der Tang. Manager Duurzaamheid & Milieu Nederland ICT

MJA3 ICT-sector. Jeroen van der Tang. Manager Duurzaamheid & Milieu Nederland ICT MJA3 ICT-sector Jeroen van der Tang Manager Duurzaamheid & Milieu Nederland ICT Duurzaamheid @ Nederland ICT Resultaten en initiatieven Nederland ICT op energiebesparing & milieu» MJA3 energie-efficiëntie

Nadere informatie

Goed op weg met de Mobiliteitsscan? Discussieer mee aan de hand van P+R als voorbeeldmaatregel.

Goed op weg met de Mobiliteitsscan? Discussieer mee aan de hand van P+R als voorbeeldmaatregel. Goed op weg met de Mobiliteitsscan? Discussieer mee aan de hand van P+R als voorbeeldmaatregel. Henk Tromp Hans Voerknecht Dirk Bussche (Henk Tromp en Dirk Bussche zijn werkzaam bij Goudappel Coffeng,

Nadere informatie

CO 2 Voortgangsrapportage 2014

CO 2 Voortgangsrapportage 2014 CO 2 Voortgangsrapportage 2014 Akkoord Directie:.. Datum:... 30 september 2014 Inhoud voortgangsrapportage 2014 1. Directieverklaring 2. Organisatie a. Rapporterende organisatie b. Verantwoordelijke personen

Nadere informatie