Toezien bij ElektronischToezicht met GPS in Limburg. Een onderzoek naar de introductie van een nieuwe technologie

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Toezien bij ElektronischToezicht met GPS in Limburg. Een onderzoek naar de introductie van een nieuwe technologie"

Transcriptie

1 Toezien bij ElektronischToezicht met GPS in Limburg. Een onderzoek naar de introductie van een nieuwe technologie

2 Colofon Titel: Toezien bij Elektronisch Toezicht met GPS in Limburg. Een onderzoek naar de introductie van een nieuwe technologie Opdrachtgever: Reclassering Nederland, Regio Limburg onderzoekers: Mr. A.M.M.A Heuts, H.M. Raaff Projectontwikkeling: Mr. J. Stevens, L. Hamers Projectcoördinatie: M. M. van der Laan Supervisie: Dr. Y.H. van der Ploeg Dit onderzoek is mede mogelijk gemaakt door het subsidieprogramma RAAK Publiek,uitgevoerd door Stichting Innovatie Alliantie. Registratienummer subsidie: Elektronisch toezicht, naar een veiliger samenleving: p. Copyright 2011 Zuyd Hogeschool. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, door middel van druk, fotokopieën, geautomatiseerde gegevensbestanden of op welke andere wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. 2

3 Toezien bij Elektronisch Toezicht met GPS in Limburg. Een onderzoek naar de introductie van een nieuwe technologie Hogeschool Zuyd, Maastricht November

4 Voorwoord Digitalisering de introductie van informatie- en communicatietechnologieën in alle mogelijke vormen is een proces dat zich momenteel in vrijwel alle maatschappelijke domeinen aan het voltrekken is. De justitiële keten, en daarbinnen, de reclassering, vormt daarop geen uitzondering. Integendeel, juist rechtshandhaving, criminaliteitsbestrijding, en veiligheid vormen bij uitstek terreinen waarop we in snel tempo een veelheid van nieuwe systemen en technologieën geïntroduceerd zien worden. De bedoeling is altijd positief: beter, sneller, efficiënter werken mogelijk maken; ondersteuning van het werk van de professional is immers het uiteindelijke doel. Maar meestal ligt het niet zo simpel, vaak verlopen implementatietrajecten moeizaam, blijven de resultaten achter bij de vaak hoge verwachtingen, en treden onverwachte effecten op die niet altijd positief zijn. Vaak wordt onderschat hoezeer de introductie van een nieuw systeem andere manieren van werken vereist, onderlinge verhoudingen en werkrelaties subtiel doet veranderen, taken doet verschuiven, of zelfs nieuw werk met zich meebrengt. De introductie van nieuwe technologieën moet daarom met veel zorg gebeuren, en dat niet alleen op en rond het moment van introductie, maar bij voorkeur met een iets langer traject van onderzoek en evaluatie, omdat knelpunten meestal pas in de loop van de tijd zichtbaar worden. Onderzoek dat bovendien de beroepsbeoefenaren zelf centraal stelt, omdat zij uiteindelijk de innovatie gestalte geven en dragen. Het lectoraat Infonomie en Nieuwe Media van Hogeschool Zuyd richt zich op het onderzoeken van digitaliseringsprocessen in al hun complexiteit en ambivalentie, om daarmee bij te dragen aan de verwezenlijking van positieve vernieuwing en ontwikkeling van beroepspraktijken. Daarbij wil ze graag leren van juist die beroepspraktijk waar het allemaal gebeurt: veel van de (vaak dure) mislukkingen hebben alles te maken met het verschijnsel dat nieuwe systemen vaak van bovenaf opgelegd worden, vanuit een té geïdealiseerd beeld van de werking ervan, en onvoldoende rekening houdend met de weerbarstigheid en complexiteit van het werk in de beroepspraktijk. Het is dan ook met groot genoegen dat wij hier de resultaten van een uniek samenwerkingsproject van Reclassering Limburg en Hogeschool Zuyd presenteren. Het is onze hoop dat de resultaten van dit project, gefinancierd met een onderzoekssubsidie van SIA-Raak, direct ten goede komen aan de professionals die bij het onderzoek betrokken waren. Maar los hiervan overstijgt o.i. de waarde van de inzichten die wij door deze samenwerking hebben kunnen verwerven de locale context waaraan ze ontleend werden. Daardoor is voor Hogeschool Zuyd een belangrijke meerwaarde van het onderzoek te ontlenen aan de mogelijkheid om hiermee uiterst actuele, vernieuwende inzichten in te brengen in haar opleidingen. Hiermee is ook het maatschappelijke doel van Hogeschool Zuyd gediend om professionals op te leiden die met toekomstgerichte kennis en vaardigheden optimaal toegerust zijn voor de uitdagingen waarvoor zij in hun werkveld zullen komen te staan. Daarom willen wij onze gewaardeerde samenwerkingspartners bij de Reclassering dan ook van harte bedanken voor hun inspanning, openheid en coöperatieve opstelling. Dr. Irma van der Ploeg Lector Infonomie en Nieuwe Media Maastricht, oktober

5 Inhoudsopgave Voorwoord... 4 Inhoudsopgave... 5 Samenvatting... 7 Inleiding... 9 Hoofdstuk 1: de onderzoeksopzet De aanleiding voor het onderzoek Bijstelling van de onderzoeksvraag en doelstelling Aanpak van het onderzoek Conclusies en aanbevelingen in samenspraak Hoofdstuk 2: Elektronisch toezicht met GPS: mogelijkheden en introductie De techniek en logistiek Toelichting Juridisch kader De landelijke introductie van GPS in het strafproces De implementatie van het GPS-toezicht in Limburg Hoofdstuk 3: De medewerkers: Mogelijkheden en belemmeringen De mogelijkheden van GPS Controle of begeleiden Wie is de cliënt? De introductie van GPS in de regio Praktische bezwaren: de infrastructuur Vertrouwen in de veiligheid GPS Relatie tot justitie Anticiperen op verwachtingen van het management Samenvatting...25 Hoofdstuk 4: Het middle management: Mogelijkheden en belemmeringen Visie op GPS als instrument De introductie van het GPS systeem, landelijk en lokaal Belemmeringen in het team Hoe de interne belemmeringen aan te pakken? Externe knelpunten: relatie tot justitie Samenvatting Hoofdstuk 5: de regiomanager Wie is de doelgroep? GPS als instrument

6 5.3. De introductie van GPS Belemmeringen in het team Relatie met justitie Oplossingsrichting voor knelpunten Samenvatting Hoofdstuk 6: Bevindingen en aanbevelingen Bevindingen van de onderzoekers en de mate van herkenbaarheid bij de medewerkers en het management Aanbevelingen naar aanleiding van de bevindingen

7 Samenvatting Elektronisch toezicht met GPS is sinds 2004 beschikbaar in Nederland. Met deze modaliteit is het mogelijk om verdachten of gestraften te volgen in hun verplaatsingen, met behulp van een enkelband waarop een soort TomTom is aangebracht. Deze is verbonden met een centrale waar de verplaatsingen op een computer worden afgelezen. Hierin verschilt dit middel in essentie van de oude enkelband, waarmee alleen een huisarrest gecontroleerd kon worden. De verwachtingen van elektronisch toezicht waren hooggespannen, zowel bij de landelijke overheid en de justitieketen als bij Reclassering Nederland, die het toezicht moet uitvoeren. Met dit middel kon de veiligheid van (potentiële) slachtoffers beter bewaakt worden dan voorheen, terwijl de verdachte of de dader bewegingsvrijheid heeft om zijn normale leven voort te zetten, met dien verstande dat hij zich heeft te houden aan bepaalde aanwijzingen van de reclassering, zoals een gebiedsverbod. Bij de introductie van de nieuwe modaliteit werden drie regio s aangewezen als pilotgebied, waaronder Limburg. In deze pilotfase werd besloten om GPS toezicht voorlopig alleen toe te passen bij voorwaardelijke vrijlating uit voorarrest. Bij de start van de pilot werd besloten om onderzoek te doen naar de effecten van GPS toezicht. Het onderzoek wordt uitgevoerd door docenten van de faculteit Recht van de Hogeschool Zuyd, de begeleiding van het onderzoek vindt plaats binnen het lectoraat Infonomie en Nieuwe Media van de hogeschool. Voor het onderzoek is subsidie verkregen van RAAK Publiek. Ondanks een gedegen introductie, bleek dat de reclasseringwerkers elektronisch toezicht met GPS niet of nauwelijks adviseerden. Het onderzoek heeft zich daarom toegespitst op de vraag welke belemmeringen werden ervaren om het instrument in de praktijk toe te passen. Om zicht te krijgen op mogelijke belemmeringen organiseerden de onderzoekers focusgroep bijeenkomsten met de uitvoerend reclasseringswerkers, het middle management en de regiomanager. Tevens werden oriënterende gesprekken gevoerd met de landelijk projectleider optimalisering toepassing elektronische controle van Reclassering Nederland met als doel om meer zicht te krijgen op doelstelling, werkwijze en landelijke introductie van GPS toezicht. Na uitwerking van de gesprekken met de focusgroepen werden op een aantal gebieden belemmeringen gesignaleerd. De gesignaleerde belemmeringen laten echter onverlet dat binnen het team de positieve mogelijkheden van elektronisch toezicht met GPS breed erkend wordt. Technische en logistieke belemmeringen: Het instellen van het GPS systeem vergt vrij veel tijd en inzicht van de werker en de cliënt. Tijdgebrek is een belangrijke belemmering, bij de start van de pilot zijn geen voorzieningen getroffen om de hogere tijdsinvestering te faciliteren. Organisatorische belemmeringen extern: GPS- toezicht is alleen mogelijk met een waterdichte samenwerking tussen reclassering, politie en officier van justitie. Het vertrouwen in deze samenwerking is er niet bij de uitvoerend medewerkers. Zij voelen zich wèl verantwoordelijk in het geval er iets mis gaat met een cliënt. Organisatorische belemmeringen intern: Deze belemmeringen bleken het zwaarst te wegen. De reclassering heeft de afgelopen jaren veel essentiële reorganisaties meegemaakt, zowel in de structuur als in de kernopdracht. Deze reorganisaties duren al een aantal jaren, maar de uitwerking ervan op de werkvloer is nog steeds voelbaar, met alle onzekerheid van dien. Bij de implementatie van innovaties als GPS-toezicht komen vragen en onzekerheden aan de orde die direct verband houden met andere zaken die bij de reclassering spelen. Communicatieproblemen: De implementatie van GPS-toezicht is voortvarend aangepakt, maar in de visie van de medewerkers erg topdown. Ze voelden zich te weinig gehoord bij de signalering van problemen die zich voordeden in de uitvoering. Door een taakverdeling in units vindt er intern 7

8 altijd een overdracht plaats van cliënten, de werker die GPS adviseert is niet degene die het toezicht uitvoert, waardoor extra communicatie nodig is voor overdracht en terugkoppeling van ervaringen. Methodische problemen: Deze zijn tweeledig. In eerste instantie moeten medewerkers zeer goed kunnen diagnosticeren, een risicoanalyse maken, een plan van aanpak opstellen en daarin de functie van GPS-toezicht kunnen onderbouwen. Nog los van de vraag of de deskundigheid in het team toereikend is, de werkers ervaren het als probleem binnen de beschikbare tijd. Daarnaast vergt GPS toezicht een hybride manier van werken, zowel controleren als begeleiden. Dat is eigen aan het reclasseringswerk, maar komt bij GPS-toezicht sterk aan de orde. Door gebrek aan cases is ook een vicieus probleem ontstaan: er wordt te weinig ervaring opgedaan waardoor te weinig deskundigheid wordt opgebouwd. Dit vormt weer een belemmering om GPS-toezicht te adviseren en uit te voeren. De door de onderzoekers gesignaleerde belemmeringen zijn als tentatief geformuleerde bevindingen voorgelegd aan de deelnemers van de focusgroepen, met de vraag om hierop te reflecteren en waar mogelijk een oplossingsrichting aan te geven. De uitkomst van deze gesprekken zijn door de onderzoekers in belangrijke mate meegenomen in de aanbevelingen die in het laatste hoofdstuk gegeven worden. Het systematisch aanpakken van de belemmeringen zal een betere implementatie van GPS-toezicht in Limburg (en daarbuiten) mogelijk maken, temeer daar de visie op het middel over het geheel genomen positief is. De maatschappelijke vraag om in meer situaties gebruik te kunnen maken van elektronisch toezicht met GPS neemt toe. Bijvoorbeeld bij huiselijk geweld, extreem vandalisme, recidive preventie van overvallen, etc. Voor de reclassering is hier een belangrijke taak weggelegd. 8

9 Inleiding Het onderzoek dat voor u ligt gaat over de moeizaamheid van innovatie. Het leek allemaal erg mooi: de introductie van een nieuw technisch instrument ter grote van een Tom-Tom die de veiligheid van de samenleving zou bevorderen, een navigatiesysteem dat criminelen op het rechte pad kan houden: een enkelband met GPS. Reclasseringsmedewerkers hoefden geen energie meer te steken in een welles-nietes discussie met hun cliënten: het apparaat zou feilloos registreren waar de cliënt geweest was. Het gesprek kon verder ingevuld worden met echt zinvolle onderwerpen, zoals plannen om alternatieven te vinden voor crimineel gedrag. En, nog belangrijker, de cliënt zou geen detentieschade oplopen en niet worden geïsoleerd van zijn omgeving. Hij kon gewoon aan het werk of naar school blijven gaan. Voordat het instrument in Nederland geïntroduceerd werd, was er al ervaring mee opgedaan in de VS, Engeland en Zwitserland. Er was beperkt onderzoek naar de effecten gedaan, maar uit het weinige onderzoek dat beschikbaar was bleek wel dat GPS toezicht beter werkte dan toezicht alleen en minder schadelijke bijwerkingen had dan detentie In 2008 kregen de medewerkers van de reclassering Nederland, Regio Limburg beschikking over dit nieuwe instrument. De opzet was om in eerste instantie de GPS enkelband te adviseren bij ontslag uit voorlopige hechtenis, met toezicht van de reclassering. Maar om de één of andere reden, of wellicht meerdere redenen, werd het middel niet of nauwelijks geadviseerd. De reclassering in Limburg was aangewezen als pilotgebied voor implementatie, andere pilotgebieden waren Amsterdam en Noord Nederland. Ook in deze regio s bleven de adviezen ver achter bij de verwachtingen. Waarom? Dat is het onderwerp van dit onderzoek. Het onderzoek startte in 2009, vrijwel gelijk met de start van de pilot, en werd uitgevoerd door de Faculteit Recht en het Lectoraat Infonomie en Nieuwe Media van Hogeschool Zuyd. Opdrachtgever van het onderzoek was Reclassering Limburg, in het bijzonder de units Roermond en Maastricht, en de financiering kwam van het RAAK-Publiek programma van de Stichting Innovatie Alliantie. Het onderzoek duurde twee jaar, in die periode gingen maatschappelijke ontwikkelingen op het gebied van elektronisch toezicht met GPS verder. In oktober 2011 verkondigt Staatssecretaris Fred Teeven (Veiligheid en Justitie) in het TVprogramma Eva Jinek op zondag dat hij een verdubbeling van Elektronisch toezicht met GPS wil zien. Hij wil dat vooral inzetten bij zedendelinquenten, daders van huiselijk geweld, geweldadige overvallen en crimineel gedrag van jongeren. Zijn belangrijkste argument is dat voorkomen moet worden dat slachtoffers hun daders weer tegen het lijf lopen. (bron: Volkskrant ) Een paar maanden eerder pleitte de Taskforce Overvallen, waarin politie, openbaar ministerie, gemeenten en bedrijfsleven samenwerken, ervoor dat overvallers twee jaar een enkelband moeten krijgen nadat ze hun straf hadden uitgezeten. 80% Van de overvallers blijkt namelijk opnieuw in de fout te gaan. (bron: Volkskrant ) Bij dit laatste bericht worden door de directeur van Reclassering Nederland en advocaat Inez Weski kanttekeningen geplaatst. Het is duidelijk dat toezicht met GPS toekomst heeft en dat het goed is dat Reclassering Nederland zich bezint op de rol die het daarin kan vervullen. Dit onderzoeksrapport is als volgt opgebouwd. Na de inleiding en samenvatting komt een beschrijving van de onderzoekopzet, met een verantwoording van de methodologie. In het tweede hoofdstuk staat de GPS enkelband als instrument centraal. We gaan nader in op de techniek, de logistiek, de plaats in het strafproces. Voorts kijken we naar het proces van landelijke en regionale implementatie. 9

10 10 Dan volgt de kern van het onderzoek: een weergave van wat medewerkers, betrokken bij de invoering van de nieuwe technologie tijdens het onderzoek naar voren brachten met betrekking tot de mogelijkheden en beperkingen van, en belemmeringen voor inzet van GPS toezicht. Achtereenvolgens beschrijven we de visie van de uitvoerend medewerkers, dan die van het middle management (unitleider en stafmedewerker), en tot slot de visie van de regiomanager. In hoofdstuk zes, tenslotte, volgen de bevindingen van het onderzoek en de aanbevelingen die daar uit voortkomen. Zowel de bevindingen als de aanbevelingen zijn opgesteld in samenspraak met de medewerkers van de reclassering die betrokken waren bij dit onderzoek. In het volgende hoofdstuk wordt deze werkwijze nader toegelicht.

11 Hoofdstuk 1: de onderzoeksopzet In dit hoofdstuk bespreken we de aanleiding van het onderzoek en de ontwikkeling van de vraagstelling. We geven een verantwoording van de methodologie en keuzes in de uitvoering De aanleiding voor het onderzoek In 2005 kreeg Reclassering Nederland de beschikking over een nieuw systeem om cliënten die onder toezicht stonden van de Reclassering te controleren: de enkelband met Global Positioning System (GPS). Op dat moment was elektronisch toezicht met gebruikmaking van de elektronische enkelband reeds een vertrouwd instrument bij Justitie en de Reclassering. Het onderscheid met deze klassieke enkelband, het klassiek Elektronisch Toezicht (ET) bestaat er in dat bij de oude enkelband slechts kan worden gecontroleerd of een cliënt zich op een bepaalde plaats (doorgaans een thuisadres) bevindt; het is een controlemiddel om vast te kunnen stellen of de cliënt zich op de afgesproken tijden op de juiste plaats bevindt. Elektronische controle met GPS is een vorm van vrijheidsbeperking en tevens een methode om gedragingen te controleren. Met gebruik van GPS is het mogelijk om positie en verplaatsingen van de dader / verdachte te volgen. 1 Daarmee is GPS een breed en flexibel inzetbaar controlemiddel. Het biedt met name een uitbreiding van de mogelijkheden van controle op de naleving van de bijzondere voorwaarden die door de rechter commissaris of de rechter zijn opgelegd. In 2005 startte de Reclassering Nederland, regio Noord, in samenwerking met de universiteit Groningen een experiment met GPS-toezicht. Hierbij werden vrijwillige proefpersonen, bij wie de GPS-apparatuur was aangebracht, gevolgd in al hun dagelijkse bewegingen. Voor de Reclassering Nederland waren de bevindingen uit dit experiment aanleiding om in 2009 dit instrument ook in de regio Amsterdam en in de regio Limburg in te zetten, en wel in het bijzonder in gevallen van schorsing van het voorarrest. Bovendien betekende het een uitbreiding van het aantal regio's waar dit instrument werd ingezet. Voor meer bijzonderheden over het gebruik van GPS en de implementatie ervan verwijzen we naar hoofdstuk 2. Meteen bij de start van de pilot in Limburg bleek bij de Reclassering behoefte te bestaan aan een parallel evaluatieonderzoek naar de effecten van de GPS enkelband, zowel bij de cliënten, de professionals en de instelling als zodanig. Centrale onderzoeksvraag hierbij was hoe het gebruik van GPS als instrument de hulpverleningsrelatie tussen reclasseringsmedewerkers en hun cliënten zou beïnvloeden. De onderzoeksvraag van de Reclassering Limburg bleek relevant voor de faculteit Recht, en viel binnen het expertisegebied van Lectoraat Infonomie en Nieuwe Media, dat zich richt op het onderzoek van sociale, maatschappelijke en effecten en het gebruik van ICT en nieuwe media, met name in de beroepspraktijk. Omdat het een onderzoek betrof dat ten doel heeft de innovatie in beroepspraktijk te bevorderen, werd in het voorjaar van 2009 subsidie aangevraagd bij de Stichting Innovatie Alliantie (SIA). 2 De subsidie werd toegekend met ingang van 1 september 2009 met een projectperiode van 2 jaren. 1 Zie de brief van 25 aug van de minister van Justitie aan de Tweede Kamer waarin hij het voornemen aankondigt tot invoering 2 Subsidieaanvraag Hs Zuyd SIA-Raak Publiek: Elektronisch toezicht: Naar een veiliger samenleving. 27 februari

12 Al bij de start van het onderzoek werd er vanuit gegaan dat de omvang van de cliëntgroep die voor GPS in aanmerking zou komen beperkt zou zijn, ongeveer vijf per jaar. Zelfs dit kleine aantal bleek na verloop van tijd niet te worden gehaald. Daardoor ontbrak de empirische basis voor een wetenschappelijk verantwoorde beantwoording van de aanvankelijke onderzoeksvragen. Deze waren als volgt geformuleerd: 1 Welke verrijking betekent deze nieuwe vorm van werken met elektronisch toezicht voor het totale instrumentarium in de werkpraktijk van de professional van Reclassering Limburg? 2 Welke zijn de voorziene en onvoorziene effecten van het toepassen van elektronisch toezicht met GPS? 3 Wanneer kan er gesproken wordt van een succesvolle innovatie en wat moet er gebeuren om dit daadwerkelijk te realiseren? 4 Welke lessen voor de toekomst kunnen er getrokken worden uit deze technologische innovatie? De bovenstaande vragen richtten zich op een aantal onderdelen zoals Het werken met systeem en technologie Het samenwerken met ketenpartners zoals Officier van Justitie, rechterlijke macht (arrondissementsrechtbanken Roermond en Maastricht) en politie Noord en Zuid Limburg De werkrelatie met de verdachte/cliënt, inclusief diens sociale (werk- en privé) omgeving Bijstelling van de onderzoeksvraag en doelstelling Vanwege het bovengenoemde uitblijven van feitelijke implementatie van het nieuwe systeem in de praktijk het systeem bleek niet of nauwelijks te worden geadviseerd door de medewerkers van de Reclassering zelf - werd de onderzoeksvraag geherformuleerd. Niet de vraag hoe het nieuwe middel in de praktijk uitwerkt, maar de vraag waarom het überhaupt niet werd gebruikt kwam centraal. Dit behoefde immers verklaring, omdat er aanvankelijk groot enthousiasme voor de techniek bestond, en deze ook met veel aandacht en publiciteit aangekondigd was, zowel binnen de organisatie als daarbuiten (zie 2.4). Waaraan ligt het dat medewerkers van de reclassering zo weinig adviezen voor GPS uitbrengen? Waren er ethische bezwaren? Was het systeem te ingewikkeld? Hadden medewerkers bij de reclassering, vrijwel allen met een min of meer agogische opleiding, methodische bezwaren? Of lag het probleem bij de rechtelijke macht? De nieuwe onderzoeksvragen richten zich dus met name op de verklaring voor het ontbreken van advisering van ET-GPS, specifiek bij de inzet er van als instrument bij schorsing voorarrest, conform de keuze bij de pilot. In samenspraak met de opdrachtgever, en met akkoord van de subsidiegever 3, werd dit als volgt geformuleerd: 1. Hoe zien de medewerkers van de reclassering Limburg het toezichtsinstrument ET- GPS? 2. Welke oorzaken zien zij zelf voor het uitblijven van advisering van ET-GPS? 3. Wat zou er moeten gebeuren om het instrument goed geïmplementeerd te krijgen? De doelstelling van dit onderzoek is zicht te krijgen op belemmerende factoren voor de advisering van toezicht met GPS in Limburg, om daardoor uiteindelijk bij te dragen aan een verbetering van de 3 J.J.C. Stevens, Gewijzigde onderzoeksopzet reclassering en GPS toezicht, april

13 invoering in de praktijk. De relevantie hoeft zich daarbij niet te beperken tot Limburg, maar bestaat wellicht voor Reclassering Nederland als geheel, of voor eventuele andere toekomstige innovatiepogingen Aanpak van het onderzoek Literatuuronderzoek en achtergrondinformatie Vóór de start van het empirische deel van het onderzoek is literatuur over het onderwerp verzameld en bestudeerd. Met name enkele onderzoeksrapporten over het gebruik van vergelijkbare systemen elders in binnen- en buitenland (Groningen, Nijmegen, VS) werden hierin betrokken. Belangrijk was ook een werkbezoek aan de reclassering in Roermond voor een uitgebreide demonstratie en uitleg van het systeem. Daarnaast zijn enkele informatieve gesprekken gevoerd met de landelijke projectleiding optimalisering toepassing elektronische controle, programma team Redesign Toezicht, (voormalig) unitmanager Groningen en die van de testunit redesign in Utrecht. Hierdoor werd zicht gekregen op de landelijke ontwikkelingen en problemen die in andere proefregio s spelen Juridisch kader Het juridisch kader waarbinnen ET-GPS wordt toegepast wordt in onderhavig onderzoek als gegeven beschouwd. De juridische grondslag voor GPS valt immers niet onder de verantwoordelijkheid van de reclassering en daarmee buiten de doelstelling van dit onderzoek. In hoofdstuk 2 zal dit kader kort weergegeven worden Focusgroepen en interviews Voor dit onderzoek is gekozen voor een kwalitatieve methode. Centraal staat immers de vraag hoe de medewerkers implementatie en gebruik van de nieuwe technologie, de mogelijkheden en onmogelijkheden, zien en beleven. Daarbij is het niet van belang of hetgeen naar voren wordt gebracht objectief gesproken waar of niet waar is, omdat professionals handelen op basis van hun kennis, ervaring, en beleving van de in de situatie gegeven mogelijkheden. De kern van het onderzoek bestaat uit een aantal focusgroepen met uitvoerend medewerkers, werkbegeleiders, en middle managers, en een semi-gestructureerd interview met een manager. Het scheiden van organisatorische lagen was van belang omdat hiërarchische verhoudingen belemmerend kunnen werken in de vrijheid van spreken van de deelnemers. Een focusgroep is een bijeenkomst waarin in een zo open mogelijke sfeer informatie verkregen wordt. Daarbij zijn de groepsdynamica en onderlinge communicatie en reacties extra informatiebron. Het gesprek staat onder leiding van de onderzoeker die als moderator fungeert, in dit geval twee moderatoren. Het wordt zo min mogelijk gestuurd, maar aan de hand van een van te voren, op basis van literatuurstudie en bronnenonderzoek, opgestelde topic lijst, ziet de moderator er op toe dat geen belangrijke onderwerpen overgeslagen worden. De interventies van de moderatoren beperken zich verder zoveel mogelijk tot luisteren, samenvatten en doorvragen. Doel is om een zo breed mogelijk scala van aspecten en visies boven tafel te krijgen. 13

14 In dit onderzoek zijn twee focusgroep bijeenkomsten gehouden: één met medewerkers en hun werkbegeleiders, en één bijeenkomst met het middle management. Dit laatste werden twee bijeenkomsten, vanwege organisatorische redenen. De eerste groep bestond uit een groep van acht medewerkers, zowel van de unit advies als de unit toezicht, met vertegenwoordigers van zowel standplaats Maastricht als Roermond. Daarna volgde een bijeenkomst met het middle management, t.w. de unitleider toezicht en de beleidsmedewerker regiostaf. Tot slotte is er een semi-gestructureerd, dat wil zeggen, een open vraaggesprek aan de hand van, van te voren opgestelde vragen, geweest met de regiomanager. Alle gesprekken werden opgenomen en daarna letterlijk schriftelijk uitgewerkt door de eerste onderzoeker. De tweede onderzoeker controleerde op omissies, fouten, en subjectieve interpretaties van de eerste scribent. In de analysefase werden de uitspraken gecodeerd en geordend in onderwerpen. Ter beantwoording van de onderzoeksvragen beoordeelden de onderzoekers welke grote lijnen uit de uitspraken getrokken konden worden, waarbij ze specifiek oog hielden van minderheidsstandpunten, die niet van ondergeschikt belang geacht werden. De grote lijnen en de afwijkende standpunten worden in de hoofdstukken drie tot en met vijf weergegeven Conclusies en aanbevelingen in samenspraak De onderzoekers hebben ervoor gekozen om op grond van het verkregen materiaal de medewerkers van de reclassering zelf conclusies te laten trekken en aanbevelingen te laten formuleren. Deze keuze is gemaakt op grond van de volgende, deels aan het onderzoek zelf ontleende overwegingen. De medewerkers zijn betrokken professionals, die in principe het toezicht met GPS een waardevolle verrijking vinden van het dienstenaanbod van de reclassering. Ze ervaren een aantal belemmeringen, maar ze zijn zeker in staat om mee te denken over oplossingsstrategieën. Het is een bekend fenomeen dat mensen die meedenken over de juiste probleemanalyse en de oplossingsrichting, meer gemotiveerd zijn om de weg naar verbetering in te slaan. Eén van de signalen die uit de focusgroepen naar voren kwam, was dat de introductie van het GPS-toezicht tamelijk topdown had plaatsgevonden, hetgeen in de praktijk weerstanden opriep. Omdat het doel van dit onderzoek is oplossings- en verbeteringsgerichte inzichten en strategieën aan te dragen, wilden de onderzoekers een herhaling hiervan trachten te voorkomen door nu de diverse lagen binnen de organisatie samen de oplossingsrichting te laten ontwikkelen. Op 23 juni 2011 werden op een daartoe georganiseerde studieochtend de concept bevindingen van de onderzoekers voorgelegd aan de uitvoerend medewerkers die deelgenomen hadden aan de focusgroep. Op zes oktober 2011 volgde een bespreking met het middle management en de regio manager. Op beide bijeenkomsten werd nagegaan of de door de onderzoekers opgestelde bevindingen werden herkend. Vervolgens werden op grond van gezamenlijke conclusies, aanbevelingen geformuleerd om te komen tot een verbeterde implementatie van het GPS-systeem. 14

15 Hoofdstuk 2: Elektronisch toezicht met GPS: mogelijkheden en introductie In dit hoofdstuk vatten we samen om wat voor apparaat het nu eigenlijk gaat, we vergelijken het met de klassieke enkelband. We kijken terug op hoe het GPS-toezicht binnen Nederland een plaats heeft gekregen. Wat waren de verwachtingen? Voor wie was het bedoeld? Hoe verliep de regionale implementatie? 2.1. De techniek en logistiek Elektronisch toezicht is niet nieuw, in de VS zijn sinds 1983 cliënten onder elektronisch toezicht gesteld, in Nederland wordt het vanaf 1995 gebruikt. We hebben het dan over de klassieke enkelband, waarmee het mogelijk is om cliënten buiten de gevangenis onder detentie te houden, een vorm van bewaakt huisarrest. De techniek maakt het mogelijk om vanuit een meldkamer te signaleren of een cliënt zich al dan niet buiten het toegestane gebied bevindt. De techniek waar we het in dit onderzoek over hebben is een enkelband die toegerust is met een global positioning system (GPS). Hiermee is het mogelijk om een cliënt niet alleen onder controle te houden, maar ook zijn verplaatsingen te volgen. Het verschil met de klassieke enkelband is niet alleen van technische aard. Met GPS heeft een cliënt bewegingsvrijheid om zijn normale leven voort te zetten, met dien verstande dat hij zich heeft te houden aan bepaalde aanwijzingen van de reclassering in de vorm van gebieds- en tijdvoorschriften die in het systeem geprogrammeerd worden. Als hij zich daar niet aan houdt geeft het apparaat een signaal dat hem waarschuwt, maar dat ook geregistreerd wordt in de meldkamer van de politie. Daarnaast slaat het systeem ook de verplaatsingen van de cliënt op, zodat deze direct of achteraf kunnen worden afgelezen. De toezichthouder bij de reclassering krijgt hierdoor de beschikking over veel informatie over de dagelijkse handel en wandel van de cliënt, meer dan strikt noodzakelijk voor de controle op naleving van de voorwaarden en aanwijzingen. Niet alleen of de cliënt wegblijft uit verboden gebieden, naar school of naar therapie gaat, maar ook informatie als het bezoeken van hangplekken, wandelen langs de randen van het verboden gebied of de hele dag thuis zitten. Een ander verschil met de klassieke enkelband is de grotere inzet die gevraagd wordt van de cliënt. Om te beginnen moet deze een vaste woon- en verblijfplaats hebben. Bij beide vormen van elektronische controle mogen eventuele huisgenoten geen overwegende bezwaren hebben. Zowel de klassieke enkelband als het GPS systeem maken gebruik van een thuisunit. Maar daar waar een cliënt met een klassieke enkelband op de tijden dat hij niet thuis hoeft te zijn gewoon met zijn enkelband de deur uit kan gaan, moet de cliënt met GPS meer handelingen verrichten. Behalve de enkelband heeft hij ook een zgn. StaR-unit bij zich. Dit apparaat registreert constant of het door de juiste persoon wordt gedragen en staat in verbinding met een satellietenstelsel dat de verplaatsingen tot op zo n vijf meter nauwkeurig registreert. De signalen worden doorgezonden naar de meldkamer van de provider, de politie of de reclassering, afhankelijk van het protocol. De cliënt is verantwoordelijk voor de controle op de batterij, en het beschikbaar zijn van ontvangstsignaal. De apparatuur is vrij zwaar en groot. De enkelband zelf moet bij beide systemen dag en nacht gedragen worden. De GPS- signalering zelf is nog niet storingsvrij: in een omgeving met veel hoge gebouwen werkt het minder goed en er is nog niet overal satellietverbinding mogelijk. Iedereen die wel eens met 15

16 autonavigatie gereden heeft, weet dat het apparaat zich wel eens vergist en een onterechte melding doorgeeft. De nieuwste generatie GPS-apparatuur is echter in dit opzicht verbeterd en minder storingsgevoelig, en geldt als het beste dat er momenteel op dit gebied te verkrijgen is. Niet alleen de cliënt, maar ook de werker bij de reclassering die GPS wil inzetten, moet een extra inspanning leveren. Men moet bereid zijn zich de technologie eigen te maken; het instellen van het apparaat, waaronder het programmeren van eventuele verboden gebieden, vergt nieuwe vaardigheden, ervaring en tijd, evenals het aflezen en interpreteren van de geregistreerde gegevens. In principe zijn er drie mogelijkheden om de bewegingen van de cliënt af te lezen. Dat kan in real time: de werker volgt de cliënt direct vanaf de monitor. Een tweede mogelijkheid is in retrospectief: de werker kijkt één of meerdere keren per week waar de cliënt zich heeft opgehouden. Een derde mogelijkheid is hybride monitoring, een combinatie van realtime en retrospectief Toelichting Juridisch kader Het juridische kader waarbinnen ET-GPS kan worden opgelegd is op verschillende plaatsen vastgelegd, en wordt hier volledigheidshalve kort weergegeven. Artikel 5 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) ziet toe op de bescherming van de burger op persoonlijke vrijheid en veiligheid. Het Europese Hof heeft daarbij beslist dat de strekking van art. 5 EVRM slechts de vrijheidsontneming en niet de vrijheidsbeperking betreft. 4 De scheidslijn tussen beide is niet eenduidig en hangt af van de omstandigheden van het geval en de waardering van die omstandigheden. 5 Art. 5 EVRM geeft een aantal voorwaarden waaraan moet zijn voldaan wil de burger rechtsgeldig zijn vrijheid worden ontnomen. In het kader van onderhavig onderzoek betreft het gevallen waarvoor geldt dat een rechter moet oordelen over een eventuele vrijheidsbeneming. 6 Betreft het daarentegen de voorwaarde ET met GPS-toezicht, dan kan dit als vrijheidsbeperking gezien worden en is het opleggen van een maatregel niet voorbehouden aan de rechter. Uitgangspunt bij onderhavig onderzoek is dat GPS wordt ingezet als onderdeel van een penitentiair programma 7 in de zgn. detentiefasering, of in het kader van een schorsing van voorarrest 8. Daarnaast bestaan tal van andere modaliteiten, zoals GPS-toezicht in het kader van een voorwaardelijke veroordeling of GPS-toezicht bij een opgelegde TBS met voorwaarden, die, voor wat betreft dit onderzoek, minder relevant zijn. De twee genoemde varianten die wel relevant zijn, zijn geheel verschillend in karakter. In het eerste geval betreft het een vrijheidsbenemende sanctie, in het tweede geval gaat het om een strafrechtelijk dwangmiddel. Vooral op deze tweede modaliteit richt zich in beginsel dit onderzoek. In de Aanwijzing elektronisch toezicht van 1 januari 2006 wordt elektronisch toezicht als voorwaarde bij de schorsing van de voorlopige hechtenis geregeld. Zowel in geval van GPS als sanctie, alsook in geval van GPS als dwangmiddel, geldt dat de rechter bij de toepassing ervan rekening moet houden met de uitgangspunten van subsidiariteit en proportionaliteit. Dit betekent dat hij er zich rekenschap van moet geven of voor het betreffende feit de juiste straf, c.q. het juiste dwangmiddel, in de juiste verhouding wordt opgelegd. Het toepassen van GPS als vervangende gevangenisstraf in de laatste detentiefase, tegenover de toepassing in het kader van een schorsing preventieve hechtenis, betreft een volstrekt andere procespositie van 4 EHRM 22 februari 1994, A281-A 5 EHRM 6 november 1980, A39 6 art. 5 lid 1 sub a en sub e RVRM 7 art. 2 lid 1, art 4 en art. 7a Penitentiaire Beginselenwet (PBW) 8 art 80 Wetboek van Strafvordering 16

17 de persoon die voor die voor deze vorm van toezicht in aanmerking komt In het eerste geval gaat het om een door de rechter schuldig bevonden persoon, een veroordeelde dader, in het tweede geval is dat nog maar de vraag. De toepassing van GPS in beide gevallen stuit op geheel andere mogelijke ethische vragen die bij de toepassing een rol van betekenis kunnen spelen. In dit verband zullen ook vragen met betrekking tot privacy-aspecten vanuit een andere invalshoek benaderd kunnen worden. In beide gevallen speelt immers het issue van een mogelijke inbreuk die gemaakt wordt op het recht van de persoonlijke levenssfeer van betrokkene De landelijke introductie van GPS in het strafproces In 1996 zijn de eerste GPS monitorsystemen ingezet in de VS, een paar jaar later in Engeland en Zwitserland. Het doel en de context van de inzet verschilde; zo wordt GPS in de VS ook door de politie en zelfs door detectives gebruikt. In sommige situaties wordt GPS bij de voordeur ingezet, dus bij de in hechtenisneming en als controle bij voorwaardelijke detentie. Bij de achterdeur zien we dat cliënten GPS kunnen krijgen bij detentiefasering en vervroegde vrijlating. In Nederland kwam GPS-toezicht in 2004 beschikbaar. In eerste instantie werd gedacht om GPS in te zetten als instrument bij detentiefasering, maar in die periode was het gebruik van de klassieke enkelband nog experimenteel en voorwerp van evaluatie. De Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) wilde dat niet doorkruisen met een ander experiment. Ook een landelijke stuurgroep, bestaande uit vertegenwoordigers vanuit het ministerie, gevangeniswezen en reclassering, hadden aarzelingen bij de invoering. De reclassering in Groningen en Friesland had echter wel geloof in de mogelijkheden van het instrument en er was een officier van justitie die bereid was mee te gaan in een experiment. De eerste casus betrof twee jeugdige geweldplegers en de tweede casus een hoogbejaarde pedofiel. De afspraak was dat de reclassering met behulp van GPS zou begeleiden en de officier voor verantwoording zou zorgen bij het Parket Advocaten Generaal (PAG). De beide cases verliepen goed dankzij samenwerking met de officier en begeleidingscommissie van de politie. Vervolgens is er vanuit reclassering Groningen ruimte gezocht voor een meer structurele implementatie bij PAG, rechters, en top van het ministerie. Dit heeft geresulteerd in het instellen van drie pilotgebieden voor GPS: het Noorden (Groningen en Friesland), Amsterdam en Limburg. Daaraan vooraf ging een onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen (2005), waarin de werking en betrouwbaarheid van het systeem getest werd met vrijwilligere proefpersonen. In dit onderzoek werd ook uitgezocht of het juridisch kader voor het gebruik van GPS toereikend was, zowel binnen het nationaal als internationaal recht. Bij Reclassering Nederland werd een landelijke werkgroep ingesteld die de pilots zou begeleiden. Er werd gekozen voor twee modaliteiten: ontslag uit voorlopige hechtenis met voorwaarden, en als voorwaardelijke gevangenisstraf. Ook werden vanuit de reclassering selectiecriteria geformuleerd voor de bepaling welke cliënten in aanmerking kwamen voor GPS. Belangrijkste criteria werden 1) dat de cliënt een vaste verblijfplaats heeft, 2) in staat is met de apparatuur te werken, 3) vrijwillig wil meewerken. Daarnaast werd ook gekeken naar de aard van het delict. In principe werd geen delict uitgesloten, maar in de praktijk bleek dat met name geweldzaken en zedenzaken in aanmerking komen voor GPS. Ook de risico-inschatting voor recidive speelt een rol: de cliënt mag niet een te zwaar recidiverisico met zich meebrengen; anderzijds is het ook zo dat bij laag risico GPS-toezicht al snel als een te zwaar middel wordt gezien. Naar een veiliger samenleving, was de naam voor de pilot. Uit deze naamgeving bleek dat met het instrument primair gefocust werd op inzet van GPS voor controledoeleinden. Niet in de zin van bewakingsmiddel, maar als controle op gestelde bijzondere voorwaarden bij het toezicht. Meer 9 art. 8 EVRM, art. 10 Grondwet 17

18 specifiek: het is een controle op het zich begeven in geboden en verboden gebieden, en (indirecte) controle op zaken als alcohol- en drugsgebruik, aan het werk zijn en andere dagbesteding, het volgen van therapie. Bij schorsing uit voorlopige hechtenis onder bijzondere voorwaarden, is het de rechter-commissaris die beslist en in een latere fase van het voorarrest de raadkamer. Het is ook zeer wel mogelijk dat toezicht met ondersteuning van GPS bij de veroordeling door de strafrechter wordt opgelegd, als daarvoor aanleiding is. Aan de pilotregio s werd ook een protocol aangeboden hoe gerapporteerd diende te worden bij de advisering van GPS en hoe opgetreden moest worden bij overtredingen van de bijzondere voorwaarden De implementatie van het GPS-toezicht in Limburg In 2008 werd een start gemaakt met de invoering van GPS in de regio Limburg. De benodigde apparatuur werd aangeschaft, er werden werknemers benoemd die specifiek getraind werden voor de bediening van de apparatuur. Er werd contact gelegd om het GPS-toezicht te introduceren bij de ketenpartners zoals politie, het openbaar Ministerie, de rechtelijke macht en de veiligheidshuizen. De samenwerking met de rechtelijke macht en het OM werd van cruciaal belang geacht: de rechter-commissaris is degene die beslist over (voorwaardelijk) ontslag uit voorlopige hechtenis, de officier van justitie vordert het dwangmiddel of de straf en dient ingelicht te worden als een cliënt zich niet aan de gestelde voorwaarden houdt. Begin 2009 werd een bijeenkomst georganiseerd waarbij de eigen medewerkers en de ketenpartners geïnformeerd werden over de toepassing en werking van het GPS. De pers werd ingeschakeld, en ook op de regionale TV werd aandacht besteed aan de nieuwe ontwikkeling. Gesteld kan worden dat de informatieverstrekking van het GPS-toezicht terdege werd aangepakt. In de volgende hoofdstukken komt de vraag aan de orde waarom de hooggespannen verwachtingen niet konden worden waargemaakt. 18

19 Hoofdstuk 3: De medewerkers: Mogelijkheden en belemmeringen Hoe kijken de professionals, die in de praktijk daadwerkelijk moeten werken met dit instrument, hier tegen aan? Hoe werd GPS geïntroduceerd welke obstakels doen zich voor bij de uitvoering, welke technische mogelijkheden en onmogelijkheden manifesteren zich? Deze en andere vragen staan in dit hoofdstuk centraal. De focusgroep van medewerkers werd gehouden op 10 juli 2010, te Sittard. De groep was samengesteld door de projectleider van de reclassering, waarbij gelet was op een juiste vertegenwoordiging. Zo waren er evenveel medewerkers uit Maastricht als uit Roermond, medewerkers van de unit toezicht en de unit advies; ook de werkbegeleiders namen deel, evenals de medewerkers met een specifieke taak op het gebied van de techniek en logistiek van ET-GPS systeem. De groep bestond uit 8 medewerkers. De twee onderzoekers waren beiden moderator. Eén moderator legde de bedoeling uit van het onderzoek en de gang van zaken tijdens de bijeenkomst. Verder hadden de moderatoren geen taakverdeling gemaakt, beide moderatoren bewaakten de vooraf opgestelde topiclijst en stimuleerden de deelnemers om vrij over het onderwerp te praten. De moderatoren hadden de leiding tijdens het gesprek en maakten inhoudelijke opmerkingen of stelden vragen om het centrale thema vanuit zo veel mogelijk invalshoeken te belichten. De vooraf opgestelde topics bleken goed te correleren met de items die de deelnemers naar voren brachten. In dit hoofdstuk zullen we nader ingaan op de mogelijkheden en belemmeringen van de inzet van het GPS systeem, zoals die door de medewerkers werden ervaren De mogelijkheden van GPS Big brother is watching you. Het was de eerste opwelling van een ervaren reclasseringswerker, op de startvraag wat hun visie op GPS was. Naderhand zou hij dit antwoord nader toelichten en nuanceren in die zin dat hij vindt dat de grote meerwaarde van GPS is dat het met behoud van veiligheid voor de samenleving- detentieschade voor cliënten kan beperken. En het kan rust geven voor de omgeving van de cliënt, de cliënt zit niet in de gevangenis, maar kan ook geen kwaad doen. Maar de eerste opwelling van de medewerker geeft wel aan waar de schoen mogelijk wringt. De cliënt kan niet tegensputteren, wel verklaren wat hij deed en waarom. Daar zit volgens de medewerkers ook de toegevoegde betekenis. In plaats van het welles-nietes-steekspel kan de werker nu met de cliënt energie steken in het bespreken van zinvolle kwesties: Je kan met een jonge cliënt bespreken dat hij de hele week naar school is gegaan. Of de pedofiel vragen waarom hij zichzelf in de verleiding brengt door altijd langs een speeltuintje te lopen. De taak van de reclassering is- naast het beschermen van de veiligheid- ook resocialisatie. Als iemand in de gevangenis zit en die gaat helemaal naar de verdommenis, dan heb je met GPS toch weer een middel dat hem een kans geeft, je kunt dan kijken wat we kunnen doen. Contact opnemen met het slachtoffer, proberen te behandelen wat je behandelen kan De medewerkers vinden unaniem dat GPS een meerwaarde kan hebben in het bevorderen van de veiligheid en het tevens in het belang kan zijn voor de resocialisatie van de cliënt. Tegelijk zien ze 19

20 een vorm van ambiguïteit: is GPS een controlemiddel of een agogisch middel? Waar moeten ze het accent leggen? 3.2. Controle of begeleiden. De kwestie of GPS primair een controlemiddel is of een agogisch middel, speelt bij de medewerkers een belangrijke rol, een belangrijk deel van de discussie werd hier aan gewijd. De kwestie lijkt niet los gezien te kunnen worden van recente ontwikkelingen bij de reclassering, waarbij de reclasseringstaak steeds meer verschoof van hulpverlening naar controle en executie. Op de vraag hoe de landelijke reclassering het doel van GPS heeft geïntroduceerd is het antwoord van één van de medewerkers : Als beveiliging van de samenleving. Zo is het ook gebracht altijd. Reclassering was altijd veiligheid van de samenleving bevorderen en terugdringen recidive. Daar is op gegeven moment een omslag in gekomen. Vroeger kon je nog spreken over hulpverlenen maar dat was op een bepaald moment een verboden woord. Een taboe. De visie, de doelstelling is veranderd. Daar komt nu verandering in, de agogische dimensie komt via de achterdeur weer wat naar voren zodat een bepaald evenwicht tot stand komt. Historisch kan je het makkelijk duiden. Andere medewerkers vinden het minder problematisch dat GPS een controlemiddel is, maar twijfelen aan de betrouwbaarheid van GPS als controlemiddel (zie ook elders dit hoofdstuk). In De aanwijzing van het Openbaar ministerie, 10 verspreid bij de introductie van GPS, staat dat het middel wordt ingezet als controle op bijzondere voorwaarden. Eén van de medewerkers:.en als die agogisch is controleer je dat agogische aspect. En als het vrijheid beperkend is, is het controle. Je kan controleren of iemand naar school gaat ja of nee, vanwege zijn ontwikkeling. Maar dat blijft wel controle. Het is niet zo zeer een tegenstelling tussen controle en agogisch handelen die de discussie domineert. Iedereen is het in grote lijnen eens: bij de implementatie van GPS was er duidelijk sprake van een controlemiddel, maar gaandeweg ontstond het voortschrijdend inzicht dat met deze techniek ook een agogische benadering mogelijk is. Het is meer de vraag waar het accent dient te liggen. Dit hangt natuurlijk samen met het doel, een van de werkbegeleiders licht dit toe: Wil ik iemand een gebiedsverbod geven om te voorkomen dat hij bij het slachtoffer komt? Dan is het een prima middel. Een andere werkbegeleider is het hier mee eens, maar vindt deze opvatting te eng: Die zware controlegevallen vormen toch een uitzondering. Waar ik meer op doel is het retrospectief 11. Daar zitten veel meer mogelijkheden in die nu niet benut worden. Controle is maar één aspect. Op het agogische vlak is winst te behalen. Je maakt afspraken met de cliënt en gebruikt dan de GPS om die zaken met de cliënt te bespreken. Het is een soort deal maken met de cliënt over de afspraken, GPS is extra middel om dat te kunnen controleren. Je geeft een stukje verantwoordelijkheid aan de cliënt: Je zegt dat je in Weert bent geweest en dan ben je ook geweest, dat kan ik zien. Er spelen in de discussie een aantal zaken door elkaar namelijk: Wat controleer je met GPS? Is het een vorm van bewaken of is het een hulpmiddel in een behandelplan? Hoe controleer je met GPS? Anders dan bij klassieke vormen van bewaking, zoals opsluiting en een enkelband, krijgt de cliënt met GPS meer eigen verantwoordelijkheid. Hij moet zelf de apparatuur inschakelen, eventueel mag hij in bepaalde gebieden niet komen, maar verder heeft hij vrijheid van handelen. Hij weet dat hij gevolgd wordt en dat er over zijn handelen vragen gesteld kunnen worden. GPS functioneert dan als een soort oppas, die de cliënt zelf bedient. Dat kan de 10 Aanwijzing elektronisch toezicht 2005A Retrospectief controleren wil zeggen dat de uitslag van de GPS achteraf, over een wat langere periode wordt afgelezen. 20

Als uw kind in aanraking komt met de politie

Als uw kind in aanraking komt met de politie Als uw kind in aanraking komt met de politie Inhoud 3 > Als uw kind in aanraking komt met de politie 4 > De Raad voor de Kinderbescherming 6 > Het traject in jeugdstrafzaken 7 > Officier van justitie en

Nadere informatie

Embargo tot 18 okt. 2012, 12.30 uur

Embargo tot 18 okt. 2012, 12.30 uur Embargo tot 18 okt. 2012, 12.30 uur Toespraak van de Nationaal rapporteur mensenhandel en seksueel geweld tegen kinderen mr. Corinne Dettmeijer-Vermeulen Ter gelegenheid van de aanbieding van het rapport

Nadere informatie

Hybride werken bij diagnose en advies. Inleiding

Hybride werken bij diagnose en advies. Inleiding Hybride werken bij diagnose en advies Inleiding Hybride werken is het combineren van 2 krachtbronnen. Al eerder werd aangegeven dat dit bij de reclassering gaat over het combineren van risicobeheersing

Nadere informatie

Het delict als maatstaf

Het delict als maatstaf Het delict als maatstaf Methodiek voor werken in gedwongen kader Anneke Menger Lous Krechtig Hoofdstuk 1 Wat is methodiek? Begeleidingscommissie: Mw. A. Andreas Beleidsmedewerker, Reclassering Nederland

Nadere informatie

Justitiële Verslavingszorg. De reclassering

Justitiële Verslavingszorg. De reclassering Justitiële Verslavingszorg De reclassering JVz is een onderdeel van Inforsa, een instelling gespecialiseerd in intensieve en forensische zorg. JVz biedt reclasseringsprogramma s voor mensen die - mede

Nadere informatie

Introductie Methoden Bevindingen

Introductie Methoden Bevindingen 2 Introductie De introductie van e-health in de gezondheidszorg neemt een vlucht, maar de baten worden onvoldoende benut. In de politieke en maatschappelijke discussie over de houdbaarheid van de gezondheidszorg

Nadere informatie

Toezichtaspect Criterium Norm of verwachting Informatiebron Reïntegratie Het aanbod draagt bij aan de reïntegratie/ het voorkomen van recidive

Toezichtaspect Criterium Norm of verwachting Informatiebron Reïntegratie Het aanbod draagt bij aan de reïntegratie/ het voorkomen van recidive Toetsingskader Exodus, 15 januari 2008 De normering is gebaseerd op de kwaliteitscriteria resocialisatietrajecten ex-gedetineerden zoals geformuleerd door de Directie Sanctie- en Preventiebeleid van het

Nadere informatie

Beleidsregel Wet maatregelen bestrijding voetbalvandalisme en ernstige overlast (Wet MBVEO)

Beleidsregel Wet maatregelen bestrijding voetbalvandalisme en ernstige overlast (Wet MBVEO) / Bijlage 3.2 Beleidsregel Wet maatregelen bestrijding voetbalvandalisme en ernstige overlast (Wet MBVEO) 7 juni 2012 Inhoudsopgave Artikel 1 Bevoegdheden op grond van artikel 172a Gemeentewet 2 Artikel

Nadere informatie

Als uw kind in aanraking komt met de politie

Als uw kind in aanraking komt met de politie Als uw kind in aanraking komt met de politie Inhoud 3 > Als uw kind in aanraking komt met de politie 4 > De Raad voor de Kinderbescherming 6 > Het traject in jeugdstrafzaken 7 > Officier van justitie en

Nadere informatie

Strafuitvoeringsrechtbanken

Strafuitvoeringsrechtbanken Strafuitvoeringsrechtbanken Op 1 februari 2007 traden de strafuitvoeringsrechtbanken in werking. Heel wat beslissingen die vroeger door de minister van justitie genomen werden, zullen nu door een rechter

Nadere informatie

Interview protocol (NL)

Interview protocol (NL) Interview protocol (NL) Protocol telefoongesprek slachtoffers Goedemorgen/middag, u spreekt met (naam) van de Universiteit van Tilburg. Wij zijn op dit moment bezig met een onderzoek naar straat- en contactverboden

Nadere informatie

Plan van aanpak. Protocol. pilot camera s op. GGD/ Ambulances. in de Regio Haaglanden

Plan van aanpak. Protocol. pilot camera s op. GGD/ Ambulances. in de Regio Haaglanden Plan van aanpak en Protocol pilot camera s op GGD/ Ambulances in de Regio Haaglanden 1 Inhoudsopgave pag 1. Aanleiding 3 2. Doel en reikwijdte 3 3. Organisatie 4 4. Aanpak en planning 4 5. Financiering

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.rijksoverheid.nl/venj

Nadere informatie

De uitvoering van het jeugdstrafrecht

De uitvoering van het jeugdstrafrecht Stelselwijziging Jeugd Factsheet De uitvoering van het jeugdstrafrecht Na inwerkingtreding van de Jeugdwet De uitvoering van het jeugdstrafrecht 1 De uitvoering van het jeugdstrafrecht 2 Inleiding Deze

Nadere informatie

Rapport. Datum: 13 juni 2012. Rapportnummer: 2012/102

Rapport. Datum: 13 juni 2012. Rapportnummer: 2012/102 Rapport Rapport in het onderzoek naar klachten en signalen over het Meldpunt Internetoplichting, ondergebracht bij het regionale politiekorps Kennemerland. Datum: 13 juni 2012 Rapportnummer: 2012/102 2

Nadere informatie

De Minister van Veiligheid en Justitie. Postbus 20301 2500 EH Den Haag. Advies wetsvoorstel toevoegen gegevens aan procesdossier minderjarige

De Minister van Veiligheid en Justitie. Postbus 20301 2500 EH Den Haag. Advies wetsvoorstel toevoegen gegevens aan procesdossier minderjarige POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Juliana van Stolberglaan 4-10 TEL 070-88 88 500 FAX 070-88 88 501 INTERNET www.cbpweb.nl www.mijnprivacy.nl AAN De Minister van Veiligheid en Justitie

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 31 015 Kindermishandeling Nr. 82 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den

Nadere informatie

Protocol Ongewenste Omgangsvormen. Van. De Banketgroep. en haar dochtervennootschappen

Protocol Ongewenste Omgangsvormen. Van. De Banketgroep. en haar dochtervennootschappen Protocol Ongewenste Omgangsvormen Van De Banketgroep en haar dochtervennootschappen van toepassing vanaf 1 december 2013 Inleiding De Banketgroep wil ongewenste omgangsvormen zoals seksuele intimidatie,

Nadere informatie

Strafuitvoeringsrechtbanken

Strafuitvoeringsrechtbanken v.u.: Jos Vander Velpen, Gebroeders De Smetstraat 75, 9000 Gent foto s: Lieven Nollet Strafuitvoeringsrechtbanken Gebroeders De Smetstraat 75 9000 Gent tijdstip eerste publicatie: februari 2007 - herwerking:

Nadere informatie

ehealth binnen de thuiszorg van Noorderbreedte

ehealth binnen de thuiszorg van Noorderbreedte ehealth binnen de thuiszorg van Noorderbreedte De ontwikkeling van de ehealth-koffer Naam : Seline Kok en Marijke Kuipers School : Noordelijke Hogeschool Leeuwarden Opleiding : HBO-Verpleegkunde voltijd

Nadere informatie

Ik hoop u hiermee nog extra informatie te hebben gegeven, die misschien verduidelijkend kan werken.

Ik hoop u hiermee nog extra informatie te hebben gegeven, die misschien verduidelijkend kan werken. Dames en heren, De kliniek waar ik nu 6 jaar verblijf, heeft helaas voor een impasse gezorgd door een behandelcoördinator van de long stay afdeling, Ed Schutguns, een risico taxatie in het kader van de

Nadere informatie

De probleemstelling voor het onderzoek is als volgt geformuleerd:

De probleemstelling voor het onderzoek is als volgt geformuleerd: Samenvatting De opkomst van Health 2.0 en e-health zorgt ervoor dat de patiënt verandert naar zorgconsument. Health 2.0 zorgt voor een grote mate van patiënt-empowerment; zorgconsumenten nemen zelf de

Nadere informatie

Directoraat-Generaal Preventie, Jeugd en Sancties

Directoraat-Generaal Preventie, Jeugd en Sancties Ministerie van Justitie j1 Directoraat-Generaal Preventie, Jeugd en Sancties Directie Sanctie- en Preventiebeleid Postadres: Postbus 20301, 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Schedeldoekshaven 100 2511 EX Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag

Nadere informatie

Factsheet landelijke inkoopafspraken in het kader van het jeugdstrafrecht

Factsheet landelijke inkoopafspraken in het kader van het jeugdstrafrecht Factsheet landelijke inkoopafspraken in het kader van het jeugdstrafrecht Met de Jeugdwet komt de verantwoordelijkheid voor de jeugdreclassering en de jeugdhulp 1 bij de gemeenten te liggen. Jeugdreclassering

Nadere informatie

Nieuwsbrief. Landelijk Implementatieteam Wet Tijdelijk Huisverbod. Inhoud

Nieuwsbrief. Landelijk Implementatieteam Wet Tijdelijk Huisverbod. Inhoud Nieuwsbrief Landelijk Implementatieteam Wet Tijdelijk Huisverbod Inhoud Waarom een landelijk implementatieteam 3 Samenstelling en rol implementatieteam 4 Voorlichting, opleiding en training 4 Instrumenten

Nadere informatie

advies. Strekking wetsvoorstellen

advies. Strekking wetsvoorstellen Datum 20 maart 2014 De Minister van Veiligheid en Justitie Mr. I.W. Opstelten en De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie Mr. F. Teeven Postbus 20301 2500 EH DEN HAAG Uw kenmerk 447810 en 447811

Nadere informatie

Datum 2 oktober 2015 Onderwerp Antwoorden Kamervragen over het bericht dat het nieuwe tapbeleid van Justitie een aanval is op onze grondrechten

Datum 2 oktober 2015 Onderwerp Antwoorden Kamervragen over het bericht dat het nieuwe tapbeleid van Justitie een aanval is op onze grondrechten 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.rijksoverheid.nl/venj

Nadere informatie

bureau buitenland Reclassering houdt niet op bij de grens Alles over het werk van Bureau Buitenland

bureau buitenland Reclassering houdt niet op bij de grens Alles over het werk van Bureau Buitenland bureau buitenland Reclassering houdt niet op bij de grens Alles over het werk van Bureau Buitenland Bureau Buitenland heeft drie hoofdtaken: Gedetineerdenbegeleiding De Buitenlandbalie Internationale samenwerking

Nadere informatie

Gespreksleider: Paulien Defoer, Paulien Defoer Mediation

Gespreksleider: Paulien Defoer, Paulien Defoer Mediation 1.7 Mediation in strafrecht, ervaringen in de pilots: aan tafel! Jent Bijlsma Trickster Toaufik Elfalah Politie Utrecht Klaartje Freeke Freeke & Monster Judith Uitermark Rechtbank Noord-Holland Gespreksleider:

Nadere informatie

Een onderzoek naar een onduidelijk instemmingsformulier bij een taakstrafaanbod van het Openbaar Ministerie.

Een onderzoek naar een onduidelijk instemmingsformulier bij een taakstrafaanbod van het Openbaar Ministerie. Rapport Instemming of niet? Een onderzoek naar een onduidelijk instemmingsformulier bij een taakstrafaanbod van het Openbaar Ministerie. Oordeel Op basis van het onderzoek vindt de klacht over het Openbaar

Nadere informatie

Project: Ontwikkelen van Outcome-indicatoren voor de Zorg Advies Teams, Tilburg Dossiernummer: 50-50405-99 ZonMw, 18-07-2013

Project: Ontwikkelen van Outcome-indicatoren voor de Zorg Advies Teams, Tilburg Dossiernummer: 50-50405-99 ZonMw, 18-07-2013 Project: Ontwikkelen van Outcome-indicatoren voor de Zorg Advies Teams, Tilburg Dossiernummer: 50-50405-99 ZonMw, 18-07-2013 Projectgroep: Gemeente Tilburg: Mw. M. Lennarts, beleidsmedewerker, dhr. W.

Nadere informatie

Juridische basiskennis over de maatregel TBS, oplegging en verlenging

Juridische basiskennis over de maatregel TBS, oplegging en verlenging TBS voor Dummies Juridische basiskennis over de maatregel TBS, oplegging en verlenging Auteur: Miriam van der Mark, advocaat-generaal en lid van de Kerngroep Forum TBS Algemeen De terbeschikkingstelling

Nadere informatie

Reclassering Nederland. in 500 woorden. Reclassering Nederland. Naar een veiliger samenleving. roeghulp. dvies. oezicht edrags raining.

Reclassering Nederland. in 500 woorden. Reclassering Nederland. Naar een veiliger samenleving. roeghulp. dvies. oezicht edrags raining. in 500 woorden Naar een veiliger samenleving roeghulp dvies oezicht edrags raining e r k traf Dit is is een onafhankelijke organisatie die werkt aan een veiliger samenleving. Samen met justitie, politie,

Nadere informatie

Onderzoeksopzet Vrijwilligers in de Wmo Wmo-werkplaats Noord Jolanda Kroes Hanzehogeschool Groningen

Onderzoeksopzet Vrijwilligers in de Wmo Wmo-werkplaats Noord Jolanda Kroes Hanzehogeschool Groningen Onderzoeksopzet Vrijwilligers in de Wmo Wmo-werkplaats Noord Jolanda Kroes Hanzehogeschool Groningen Inhoud 1. Inleiding 2 De Wmo-werkplaats 2 Schets van de context 2 Ontwikkelde producten 3 2. Doel onderzoek

Nadere informatie

Protocol Gezag en omgang na scheiding. Datum 30 januari 2013

Protocol Gezag en omgang na scheiding. Datum 30 januari 2013 Protocol Gezag en omgang na scheiding Datum 30 januari 2013 Status Definitief Inleiding - 5 1 Doel van het onderzoek - 6 2 Uitgangspunten - 7 3 Werkwijze van de Raad - 8 3.1 Eerste informatieronde - 8

Nadere informatie

`Voorheen kon ook zonder machtiging de raadsman de verdediging voeren voor zijn afwezige cliënt, sedert het Bouterse-arrest niet meer.

`Voorheen kon ook zonder machtiging de raadsman de verdediging voeren voor zijn afwezige cliënt, sedert het Bouterse-arrest niet meer. 3.8 Meningen van bevraagden ten aanzien van de verstekregeling 3.8.1 Verruiming mogelijkheden verdachte? Uit de verkregen reacties wordt duidelijk dat er uiteenlopende antwoorden zijn gegeven op de vraag

Nadere informatie

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 26 maart 2013 in de zaak tegen: thans gedetineerd in de.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 26 maart 2013 in de zaak tegen: thans gedetineerd in de. vonnis RECHTBANK NOORD-HOLLAND Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf Locatie Schiphol Meervoudige strafkamer Parketnummer: Uitspraakdatum: 8 april 2013 Tegenspraak Strafvonnis Dit vonnis is gewezen naar

Nadere informatie

MinVWS_instrument_jeugdzorg_wt 19-4-2011 16:33 Pagina 1. Samenwerken in de jeugdketen Een instrument voor gegevensuitwisseling

MinVWS_instrument_jeugdzorg_wt 19-4-2011 16:33 Pagina 1. Samenwerken in de jeugdketen Een instrument voor gegevensuitwisseling MinVWS_instrument_jeugdzorg_wt 19-4-2011 16:33 Pagina 1 Samenwerken in de jeugdketen Een instrument voor gegevensuitwisseling Versie 1.0 voorjaar 2011 MinVWS_instrument_jeugdzorg_wt 19-4-2011 16:33 Pagina

Nadere informatie

DE KINDEROMBUDSMAN PRESENTEERT EERSTE NEDERLANDSE KINDERRECHTENMONITOR: GROTE ZORGEN OVER HALF MILJOEN KINDEREN

DE KINDEROMBUDSMAN PRESENTEERT EERSTE NEDERLANDSE KINDERRECHTENMONITOR: GROTE ZORGEN OVER HALF MILJOEN KINDEREN DE KINDEROMBUDSMAN PRESENTEERT EERSTE NEDERLANDSE KINDERRECHTENMONITOR: GROTE ZORGEN OVER HALF MILJOEN KINDEREN De eerste Nederlandse Kinderrechtenmonitor laat zien hoe het gaat met kinderen die in Nederland

Nadere informatie

Mantelzorgbeleid ZAB Nederland

Mantelzorgbeleid ZAB Nederland Mantelzorgbeleid ZAB Nederland 1. Inleiding Mantelzorg is een thema dat momenteel veel aandacht krijgt in onze samenleving. Het gaat om zorg die noodzakelijkerwijs langdurig, onbetaald en vanuit een persoonlijke

Nadere informatie

POST-HBO OPLEIDING. Forensische psychiatrie. mensenkennis

POST-HBO OPLEIDING. Forensische psychiatrie. mensenkennis POST-HBO OPLEIDING Forensische psychiatrie mensenkennis Post-hbo opleiding forensische psychiatrie Initiatief De post-hbo opleiding is een initiatief van de: Dr. Henri van der Hoeven Stichting (Forum Educatief),

Nadere informatie

Samenvatting en conclusies

Samenvatting en conclusies Samenvatting en conclusies Plan- en procesevaluatie van de scholing van gevangenispersoneel in Verbal Judo Het onderzoek Verbal Judo (Thompson, 1984) is een methode waarbij mensen anderen op een kalme

Nadere informatie

Samenvatting. Vraagstelling. In het onderhavige onderzoek staan de volgende vragen centraal:

Samenvatting. Vraagstelling. In het onderhavige onderzoek staan de volgende vragen centraal: Samenvatting Naar schatting hebben jaarlijks ongeveer 50 à 60 duizend minderjarige kinderen te maken met een scheiding. Deze kinderen hebben gemiddeld vaker problemen dan kinderen van gehuwde of samenwonende

Nadere informatie

Beoordelingsformulier projectvoorstellen KFZ

Beoordelingsformulier projectvoorstellen KFZ sformulier voor de projectvoorstellen. sformulier projectvoorstellen KFZ Callronde: Versie 14-02-13 Instelling: Naam project: 1) Algemeen Het beoordelingsformulier wordt gebruikt om de projectvoorstellen

Nadere informatie

Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling

Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling Advies 7 april 2010 1 2 Inhoudsopgave Samenvatting 5 Aanbevelingen 7 Aanleiding en context voor dit advies 9 Algemeen 11 Opmerkingen bij tekst en opzet van

Nadere informatie

Convenant ten behoeve van de werkafspraken Huiselijk Geweld Midden en West Brabant

Convenant ten behoeve van de werkafspraken Huiselijk Geweld Midden en West Brabant Convenant ten behoeve van de werkafspraken Huiselijk Geweld Midden en West Brabant Partijen: Politie Midden en West Brabant vertegenwoordigd door mevrouw W. Nijssen Instituut Maatschappelijk Werk Tilburg

Nadere informatie

Rapportage. Politie in aanraking met veteranen. Stuurgroep Politie in aanraking met veteranen

Rapportage. Politie in aanraking met veteranen. Stuurgroep Politie in aanraking met veteranen Rapportage Politie in aanraking met veteranen Stuurgroep Politie in aanraking met veteranen Doorn 9 juni 2011 1 Aanleiding en opzet van het onderzoek In de uitvoering van haar taak komt de politie ook

Nadere informatie

Geachte heer Brenninkmeijer, d.d. 6 november 2007 bericht ik u als volgt. Nationale ombudsman rapport Op waarde geschat

Geachte heer Brenninkmeijer, d.d. 6 november 2007 bericht ik u als volgt. Nationale ombudsman rapport Op waarde geschat Directie Bestuurlijke en Juridische Zaken De Nationale ombudsman Postbus 93122 2509 AC 'S-GRAVENHAGE Datum Uw brief (Kenmerk) Ons kenmerk 11 maart 2008 6 november 2007; BJZ 2008 0137 M 2007.06666.014 Onderwerp

Nadere informatie

HERSTELBEMIDDELING (slachtoffer- dader bemiddeling)

HERSTELBEMIDDELING (slachtoffer- dader bemiddeling) HERSTELBEMIDDELING (slachtoffer- dader bemiddeling) DIENST Gent - Oudenaarde EEDVERBONDKAAI 285 9000 GENT DIENST Dendermonde OLV KERKPLEIN 30 9200 Dendermonde OOST-VLAANDEREN Voor wie? Slachtoffer/ daders

Nadere informatie

Datum 29 januari 2010 Onderwerp WODC-onderzoek 'Strafrechtelijke ontzetting uit beroep of ambt'

Datum 29 januari 2010 Onderwerp WODC-onderzoek 'Strafrechtelijke ontzetting uit beroep of ambt' > Retouradres Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Schedeldoekshaven 100 2511 EX Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.justitie.nl Onderwerp WODC-onderzoek

Nadere informatie

Reclasseringsmedewerkers aan het woord over 2014 Jaarverslag in het kort Reclassering Nederland

Reclasseringsmedewerkers aan het woord over 2014 Jaarverslag in het kort Reclassering Nederland Reclasseringsmedewerkers aan het woord over 2014 Jaarverslag in het kort Reclassering Nederland Reclasseringsmedewerkers aan het woord over 2014 Jaarverslag in het kort Reclassering Nederland 2 3 Inhoud

Nadere informatie

Meedoen& Meetellen. Wat betekent het voor mensen met een verstandelijke beperking? Trainingsmodules voor professionals

Meedoen& Meetellen. Wat betekent het voor mensen met een verstandelijke beperking? Trainingsmodules voor professionals Meedoen& Meetellen Wat betekent het voor mensen met een verstandelijke beperking? Trainingsmodules voor professionals Samenstelling trainingsmodule Eline Roelofsen Roel Schulte www.verwondering.nu Illustratie

Nadere informatie

betreft: [klager] datum: 8 augustus 2014 Op grond van haar onderzoek overweegt en beslist de beroepscommissie als volgt:

betreft: [klager] datum: 8 augustus 2014 Op grond van haar onderzoek overweegt en beslist de beroepscommissie als volgt: nummer: 14/1038/GA betreft: [klager] datum: 8 augustus 2014 De beroepscommissie als bedoeld in artikel 69, tweede lid, van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw) heeft kennisgenomen van een bij het secretariaat

Nadere informatie

- Gezamenlijke visie - Algemeen of specifiek - Doelstelling vastgelegd - Doel SMART geformuleerd

- Gezamenlijke visie - Algemeen of specifiek - Doelstelling vastgelegd - Doel SMART geformuleerd Toetsingskader Verantwoorde zorg voor delictplegers met ernstige psychische en/of psychiatrische klachten (Netwerkniveau / Managementniveau); concept, 23 maart 2010 Aspect 1: Doelconvergentie De mate waarin

Nadere informatie

verklaring omtrent rechtmatigheid

verklaring omtrent rechtmatigheid POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Prins Clauslaan 20 TEL 070-381 13 00 FAX 070-381 13 01 E-MAIL info@cbpweb.nl INTERNET www.cbpweb.nl AAN Raad Nederlandse Detailhandel DATUM 17 juni

Nadere informatie

Datum 2 maart 2010 Onderwerp Kamervragen van het lid Van Velzen (SP) over de uitvoering van penitentiaire programma's

Datum 2 maart 2010 Onderwerp Kamervragen van het lid Van Velzen (SP) over de uitvoering van penitentiaire programma's > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Directoraat-Generaal Preventie, Jeugd en Sancties Directie Sanctie-

Nadere informatie

Wie zijn onze patiënten?

Wie zijn onze patiënten? In deze folder vertellen wij u graag wat meer over Forensisch Psychiatrisch Centrum de Kijvelanden. De Kijvelanden behandelt mensen met een psychiatrische stoornis. De rechter heeft hen tbs met bevel tot

Nadere informatie

Werkplan 2014. Adviesraad Sociaal Domein Lopik

Werkplan 2014. Adviesraad Sociaal Domein Lopik Werkplan 2014 Adviesraad Sociaal Domein Lopik 18 februari 2014 Ter introductie De Adviesraad Sociaal Domein Lopik (ASDL) bestaat uit inwoners van Lopik die een actieve verhouding hebben met het sociale

Nadere informatie

HELLAS-GLANA beleidsnotitie klachten

HELLAS-GLANA beleidsnotitie klachten HELLAS-GLANA beleidsnotitie klachten 1. Inhoud 2. Inleiding 1. Inhoud 2. Inleiding 3. Intentie van het beleid op het gebied van klachten 4. Uitvoering beleid 5. Implementatie 6. Bijlage 1 Gemeenschappelijke

Nadere informatie

Klachtenregeling. Verpleging en Verzorging en Hulp bij het Huishouden

Klachtenregeling. Verpleging en Verzorging en Hulp bij het Huishouden Klachtenregeling VerplegingenVerzorgingenHulpbijhet Huishouden StichtingHumanitas Klachtenregeling 13januari2011 Inhoudsopgave Inleidingpagina3 Aandachtspuntenprocedureinformelefasepagina5 Stappenplaninformelefasepagina7

Nadere informatie

Zelfdiagnostische vragenlijst verandercompetenties

Zelfdiagnostische vragenlijst verandercompetenties Zelfdiagnostische vragenlijst verandercompetenties Het gaat om de volgende zeven verandercompetenties. De competenties worden eerst toegelicht en vervolgens in een vragenlijst verwerkt. Veranderkundige

Nadere informatie

Inleiding. 2. Vraagstelling. Advies expertgroep middelen. geweld

Inleiding. 2. Vraagstelling. Advies expertgroep middelen. geweld Advies expertgroep middelen Bijeenkomst 12 december 2012, 12.30-16.00 uur Nederlands Forensisch Instituut, Den Haag en geweld Datum 5 februari 2013 Ons kenmerk 1. Inleiding In maart 2011 heeft de Minister

Nadere informatie

Samenwerken in de jeugdketen Een instrument voor gegevensuitwisseling

Samenwerken in de jeugdketen Een instrument voor gegevensuitwisseling Samenwerken in de jeugdketen Een instrument voor gegevensuitwisseling Uitgave van het Centrum voor Jeugd en Gezin Opsterland. Bij het samenstellen van deze uitgave is gebruik gemaakt van Samenwerken in

Nadere informatie

Locatie Leeuwarden. E-mail: noord.leeuwarden@rvdk.minjus.nl. 1 van 5. Ministerie van Justitie. Locatie Leeuwarden

Locatie Leeuwarden. E-mail: noord.leeuwarden@rvdk.minjus.nl. 1 van 5. Ministerie van Justitie. Locatie Leeuwarden Ministerie van Justitie Raad voor de Kinderbescherming Locatie Leeuwarden E-mail: noord.leeuwarden@rvdk.minjus.nl Locatie Leeuwarden Lange Marktstraat 5 Postbus 2203 8901 JE Leeuwarden Telefoon: 058-2343333

Nadere informatie

TBS uit de gratie. K.P.M.A. Muis L. van der Geest

TBS uit de gratie. K.P.M.A. Muis L. van der Geest K.P.M.A. Muis L. van der Geest Samenvatting en conclusies in hoofdpunten In 2008 en 2009 is er sprake van een opvallende daling van het aantal tbs-opleggingen met bevel tot verpleging. Het is onwaarschijnlijk

Nadere informatie

U wordt verdacht. Inhoud

U wordt verdacht. Inhoud Inhoud Deze brochure 3 Aanhouding en verhoor 3 Inverzekeringstelling 3 Uw advocaat 4 De reclassering 5 Verlenging van de inverzekeringstelling of niet 5 Beperkingen en rechten 5 Voorgeleiding bij de officier

Nadere informatie

Ik heb geen pasklare antwoorden

Ik heb geen pasklare antwoorden Ik heb geen pasklare antwoorden door Johan de Koning Mensen met een licht verstandelijke beperking komen vaker in aanraking met justitie dan anderen. Hoe worden zij begeleid? Lector Hendrien Kaal wil dat

Nadere informatie

Extra impuls gemeenten voor afvalpreventie en afvalscheiding huishoudelijk afval

Extra impuls gemeenten voor afvalpreventie en afvalscheiding huishoudelijk afval Extra impuls gemeenten voor afvalpreventie en afvalscheiding huishoudelijk afval Inhoud 1. Inleiding 3 2. Opzet plannen voor ondersteuning 4 3. Plannen voor verminderen huishoudelijk restafval 5 3.1 Eisen

Nadere informatie

Rapport. Datum: 30 december 2004 Rapportnummer: 2004/497

Rapport. Datum: 30 december 2004 Rapportnummer: 2004/497 Rapport Datum: 30 december 2004 Rapportnummer: 2004/497 2 Klacht Verzoeker klaagt over de wijze waarop het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft gereageerd op zijn brieven waarin hij klachten

Nadere informatie

Protocol. Klachtencommissie. Autimaat B.V.

Protocol. Klachtencommissie. Autimaat B.V. Protocol Klachtencommissie Autimaat B.V. Doetinchem December 2011 Protocol van de klachtencommissie van Autimaat B.V. Inhoudsopgave Toepassingsgebied 3 Begripsbepaling 3 Doelstelling van de klachtenregeling

Nadere informatie

STAGEINSTELLINGEN ONDERZOEK HJO-JURISTEN ZUYD HOGESCHOOL. Geachte heer/mevrouw,

STAGEINSTELLINGEN ONDERZOEK HJO-JURISTEN ZUYD HOGESCHOOL. Geachte heer/mevrouw, STAGEINSTELLINGEN ONDERZOEK HJO-JURISTEN ZUYD HOGESCHOOL Geachte heer/mevrouw, De Hogere Juridische Opleiding (HJO) is ontstaan vanuit de voormalige opleiding Sociaal Juridische Dienstverlening (SJD).

Nadere informatie

Reglement Cliëntenpanel. Stichting Samenwerkende Zorgboeren Zuid

Reglement Cliëntenpanel. Stichting Samenwerkende Zorgboeren Zuid Reglement Cliëntenpanel Stichting Samenwerkende Zorgboeren Zuid Reglement cliëntenpanel (centrale cliëntenraad) De Stichting Samenwerkende Zorgboeren hecht veel waarde aan de inbreng van haar cliënten

Nadere informatie

Klachtenreglement Human Concern

Klachtenreglement Human Concern Klachtenreglement Human Concern 1. Klachtenreglement 1. Begripsbepaling - Klacht een uiting van onvrede met de geboden zorg en/of de organisatie daarvan alsook het ontbreken van zorg of een naar voren

Nadere informatie

PROCEDURE P036: Uitvoering van het beleid ten aanzien van alcoholgebruik en drugsbezit/gebruik

PROCEDURE P036: Uitvoering van het beleid ten aanzien van alcoholgebruik en drugsbezit/gebruik 2007-0008691 r PROCEDURE P036: Uitvoering van het beleid ten aanzien van alcoholgebruik en drugsbezit/gebruik Opmerkingen: 26 mei 2008: T.o.v. de versie van 1 juli 2007 zijn de volgende punten gewijzigd:

Nadere informatie

Klachtenreglement voor cliënten en naastbetrokkenen van Verslavingszorg Noord Nederland

Klachtenreglement voor cliënten en naastbetrokkenen van Verslavingszorg Noord Nederland Klachtenreglement voor cliënten en naastbetrokkenen van Verslavingszorg Noord Nederland Beheerder: Naam Functie Afdeling Rita Bijker Kwaliteitsmedewerker Kwaliteit Innovatie Centrum INLEIDING Dit reglement

Nadere informatie

Functieprofiel: Projectleider Functiecode: 0302

Functieprofiel: Projectleider Functiecode: 0302 Functieprofiel: Projectleider Functiecode: 0302 Doel Voorbereiden en opzetten van en bijbehorende projectorganisatie, alsmede leiding geven aan de uitvoering hiervan, binnen randvoorwaarden van kosten,

Nadere informatie

Beveiliging Forensisch Psychiatrische Afdelingen. Inspectiebericht Themaonderzoek

Beveiliging Forensisch Psychiatrische Afdelingen. Inspectiebericht Themaonderzoek Beveiliging Forensisch Psychiatrische Afdelingen Inspectiebericht Themaonderzoek Beveiliging Forensisch Psychiatrische Afdelingen Inspectiebericht Themaonderzoek September 2009 Inspectie voor de Sanctietoepassing

Nadere informatie

HANDLEIDING OPZETTEN BELEID TER VOORKOMING EN BESTRIJDING VAN ONGEWENST GEDRAG

HANDLEIDING OPZETTEN BELEID TER VOORKOMING EN BESTRIJDING VAN ONGEWENST GEDRAG HANDLEIDING OPZETTEN BELEID TER VOORKOMING EN BESTRIJDING VAN ONGEWENST GEDRAG INHOUD 0. ALGEMEEN 3 Wat is de bedoeling van het beleid voor ongewenst gedrag? 3 Voor wie? 3 Hoe pak je het aan? 3 1. MAATREGELEN

Nadere informatie

Werkwijze van de Erkenningscommissie, betreffende de beoordeling gedragsinterventies

Werkwijze van de Erkenningscommissie, betreffende de beoordeling gedragsinterventies Werkwijze van de Erkenningscommissie, betreffende de beoordeling gedragsinterventies Versie augustus 2010 In dit document worden de procedures beschreven aangaande: 1. De indiening 2. De beoordeling van

Nadere informatie

R e g i s t r a t i e k a m e r

R e g i s t r a t i e k a m e r R e g i s t r a t i e k a m e r..'s-gravenhage, 15 oktober 1998.. Onderwerp gegevensverstrekking door internet providers aan politie Op 28 augustus 1998 heeft er bij de Registratiekamer een bijeenkomst

Nadere informatie

Rapport. Rapport naar aanleiding van een klacht over het Ministerie van Veiligheid. en Justitie. Publicatiedatum: 23 september 2014

Rapport. Rapport naar aanleiding van een klacht over het Ministerie van Veiligheid. en Justitie. Publicatiedatum: 23 september 2014 Rapport Rapport naar aanleiding van een klacht over het Ministerie van Veiligheid en Justitie. Publicatiedatum: 23 september 2014 Rapportnummer: 2014 /122 20 14/122 d e Natio nale o mb ud sman 1/5 Feiten

Nadere informatie

Klachtenregeling. Directeur De directeur van Pool Management & Organisatie b.v.

Klachtenregeling. Directeur De directeur van Pool Management & Organisatie b.v. Klachtenregeling Inleiding Klachtenregeling Pool Management Academy inzake cursussen, trainingen, opleidingen, coaching of begeleidingstrajecten, uitgevoerd door Pool Management Academy in opdracht van

Nadere informatie

Juridische notitie. Toestemming jongere niet medisch wetenschappelijk onderzoek. Mr. S.J.C. Höfte. Uitwerking

Juridische notitie. Toestemming jongere niet medisch wetenschappelijk onderzoek. Mr. S.J.C. Höfte. Uitwerking Juridische notitie Toestemming jongere niet medisch wetenschappelijk onderzoek Mr. S.J.C. Höfte Het lectoraat Residentiële Jeugdzorg doet onderzoek naar het leef- leer- en werkklimaat in residentiële (jeugd)inrichtingen.

Nadere informatie

Communiceren met ouderen

Communiceren met ouderen Communiceren met ouderen 1. Introductie a) Het SEE-GREEN project Het SEE-GREEN project is een Europees initiatief om de gevolgen voor de oudere generatie burgers in onze gemeenschappen te bepalen wanneer

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2015 2016 19 637 Vreemdelingenbeleid Nr. 2195 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der

Nadere informatie

De Minister van Justitie

De Minister van Justitie = POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Juliana van Stolberglaan 4-10 TEL 070-88 88 500 FAX 070-88 88 501 E-MAIL info@cbpweb.nl INTERNET www.cbpweb.nl AAN De Minister van Justitie DATUM

Nadere informatie

Inspectie jeugdzorg. Matching in het belang van het kind Landelijk beeld onderzoek Inspectie jeugdzorg bij vergunninghouders interlandelijke adoptie

Inspectie jeugdzorg. Matching in het belang van het kind Landelijk beeld onderzoek Inspectie jeugdzorg bij vergunninghouders interlandelijke adoptie Matching in het belang van het kind Landelijk beeld onderzoek Inspectie jeugdzorg bij vergunninghouders interlandelijke adoptie Inspectie jeugdzorg Utrecht, november 2005 1 2 Inhoudsopgave Aanleiding onderzoek...5

Nadere informatie

B E L A N G E N B E H A R T I G I N G L E D E N O M / Z M K W A L I T E I T R E C H T S P R A A K

B E L A N G E N B E H A R T I G I N G L E D E N O M / Z M K W A L I T E I T R E C H T S P R A A K Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak Datum: 1 april 2010 Ons kenmerk: B2.1.9./1780/HD Uw kenmerk: 5636666/10/6 Onderwerp: Ontwerpbesluit elektronisch proces-verbaal De minister van Justitie Mr. E.M.H.

Nadere informatie

Succesvol implementeren

Succesvol implementeren Succesvol implementeren Waarom begeleiding bij implementeren? Idealiter wordt een verandering op een school ingezet vanuit de onderwijsvisie. Deze veranderingen zijn veelal geformuleerd in het schoolplan

Nadere informatie

nr.14.0008063 Klachtenregeling Veilig Thuis Gooi en Vechtstreek (AMHK Gooi en Vechtstreek)

nr.14.0008063 Klachtenregeling Veilig Thuis Gooi en Vechtstreek (AMHK Gooi en Vechtstreek) nr.14.0008063 Klachtenregeling Veilig Thuis Gooi en Vechtstreek (AMHK Gooi en Vechtstreek) Artikel 1 Wettelijke grondslag Deze klachtenregeling heeft betrekking op de behandeling van klachten in overeenstemming

Nadere informatie

Rapport. Rapport over een klacht over de gemeente Hilversum. Datum: 28 augustus 2012. Rapportnummer: 2012/134

Rapport. Rapport over een klacht over de gemeente Hilversum. Datum: 28 augustus 2012. Rapportnummer: 2012/134 Rapport Rapport over een klacht over de gemeente Hilversum. Datum: 28 augustus 2012 Rapportnummer: 2012/134 2 Klacht 1. Verzoeker klaagt erover dat de gemeente Hilversum geen inzage heeft gegeven in het

Nadere informatie

25 MAART 2016 RESEARCHPLAN OPDRACHT 1. ALEXANDRA MEIJER INHOUD Research & Productie

25 MAART 2016 RESEARCHPLAN OPDRACHT 1. ALEXANDRA MEIJER INHOUD Research & Productie 25 MAART 2016 RESEARCHPLAN OPDRACHT 1 ALEXANDRA MEIJER INHOUD Research & Productie Wat is de maatschappelijke relevantie van je onderwerp? De levenslange gevangenisstraf is al omstreden sinds de invoering

Nadere informatie

Onderwerp: voortzetting lokale internationale ontwikkelingssamenwerking

Onderwerp: voortzetting lokale internationale ontwikkelingssamenwerking Secretariaat: E. Doornebal-Deenik, Maalkoppelweg 6, 4105 HH Culemborg E-mail: e.doornebal@live.nl Tel. 0345 515747 Rabo: 312596502 Aan de (leden van de) Raad van de gemeente Culemborg d.t.v. het College

Nadere informatie

ECLI:NL:RBNNE:2015:389

ECLI:NL:RBNNE:2015:389 ECLI:NL:RBNNE:2015:389 Instantie Datum uitspraak 03-02-2015 Datum publicatie 03-02-2015 Zaaknummer Awb 15/245 Rechtsgebieden Rechtbank Noord-Nederland Bestuursrecht Bijzondere kenmerken Voorlopige voorziening

Nadere informatie

Projectvoorstellen maken

Projectvoorstellen maken Projectvoorstellen maken 1. Kader 1.1. Gebruiksaanwijzing 1.2. Wat zijn de eisen aan een projectvoorstel? 2. Inleiding 2.1 Signalering 2.2 Vooronderzoek 2.3 Probleemsituatie 3. Doelstellingen en randvoorwaarden

Nadere informatie

De concrete voorstellen in dit pamflet dragen in de optiek van de VVD bij aan het verwezenlijken van deze doelstellingen.

De concrete voorstellen in dit pamflet dragen in de optiek van de VVD bij aan het verwezenlijken van deze doelstellingen. Slachtoffer zijn van een misdrijf is ingrijpend. Het draagt bij aan de verwerking van dit leed als slachtoffers het gevoel hebben dat zij de aandacht krijgen die zij verdienen. Dat zij zo goed mogelijk

Nadere informatie

Mr Henk van Asselt. Werkzaam op het advocatenkantoor te Roosendaal. Strafrechtadvocaat. Lid van de Nederlandse Vereniging van Strafrechtadvocaten

Mr Henk van Asselt. Werkzaam op het advocatenkantoor te Roosendaal. Strafrechtadvocaat. Lid van de Nederlandse Vereniging van Strafrechtadvocaten Mr Henk van Asselt Werkzaam op het advocatenkantoor te Roosendaal Strafrechtadvocaat Lid van de Nederlandse Vereniging van Strafrechtadvocaten Jeugdstrafrecht Leeftijdscategorieën Jeugdstrafrecht: - 12

Nadere informatie

Sollicitatiegesprekken volgens de STAR methode

Sollicitatiegesprekken volgens de STAR methode Sollicitatiegesprekken volgens de STAR methode Tijdens sollicitatiegesprekken wil je zo snel en zo goed mogelijk een kandidaat voor een openstaande functie selecteren. De STAR vragenmethode is een gedegen

Nadere informatie

SAMENVATTING Achtergrond Onderzoeksopzet

SAMENVATTING Achtergrond Onderzoeksopzet SAMENVATTING Achtergrond De laatste jaren is er een toenemende aandacht van de overheid voor de aanpak van kindermishandeling en partnergeweld. Het kabinet heeft in 2007 het actieplan Kinderen Veilig Thuis

Nadere informatie