Vraag en antwoord bij de Beleidsregels gebruik financiële derivaten door toegelaten instellingen

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Vraag en antwoord bij de Beleidsregels gebruik financiële derivaten door toegelaten instellingen"

Transcriptie

1 Versie 15 juli 2014 Vraag en antwoord bij de Beleidsregels gebruik financiële derivaten door toegelaten instellingen Op 1 oktober 2012 zijn de Beleidsregels gebruik financiële derivaten door toegelaten instellingen volkshuisvesting van het ministerie van BZK in werking getreden. Op 1 september 2013 zijn deze beleidsregels gewijzigd. Gebleken is dat de beleidsregels bij woningcorporaties, adviesbureaus en banken tot vragen leiden. Veel vragen zijn individueel beantwoord door CFV, in afstemming met BZK. Ter vergroting van de duidelijkheid rond de nieuwe beleidsregels, heeft CFV besloten om deze Vraag & Antwoord lijst op de website te plaatsen. Corporaties en andere betrokken kunnen de vragenlijst raadplegen bij interpretatiekwesties of als er behoefte is aan nadere uitleg. Mochten er na raadpleging van deze lijst nog vragen zijn, kunt u die stellen via De belangrijkste wijzigingen in deze versie van de Q&A ten opzichte van de vorige versie van de Q&A (versiedatum 17 september 2013) hebben betrekking op: De invulling van het toezicht op artikel 3 en 8 van de beleidsregels derivaten; De invulling van het toezicht op artikel 10 van de beleidsregels derivaten als vervolg op de brief van CFV van 16 juli 2013 over de aanpak om de toezichtbelemmerende bepalingen in contracten te elimineren; Aanvullingen en/of nadere uitleg bij de artikelen 7, 8 lid 1 en artikel 10. De vragen en antwoorden zijn conform de artikelsgewijze indeling van de beleidsregels gerubriceerd. Artikel 1, lid i Hedging: afdekken danwel beperken van opwaartse renterisico s van aangetrokken variabele leningen door het afsluiten van payer swaps. Vraag: Wordt het afdekken van renterisico met rentecaps ook gezien als hedging? Antwoord: Het begrip hedging is op basis van art.1, lid i gereserveerd voor payer swaps. Dat laat onverlet dat conform artikel 4 van de beleidsregels naast payer swaps ook rentecaps zijn toegestaan als financiële derivaten ten behoeve van het afdekken van renterisico s op variabele leningen. De looptijd van de rentecaps mag maximaal de looptijd van de variabele lening zijn. 1

2 Artikel 1, lid j Liquiditeitsbuffer: som van de bij een toegelaten instelling aanwezige liquide middelen, op zeer korte termijn liquide te maken beleggingen en direct opeisbare voor het doel van de buffer aan te wenden leningsfaciliteiten. Vraag: Worden de direct opeisbare voor het doel van de buffer aan te wenden leningsfaciliteiten geborgd door WSW? Antwoord: Nee. Vraag: Het WSW heeft het eigen middelen beleid begin 2013 aangepast. Het aangepaste eigen middelen beleid van het WSW houdt in dat met de terugwerkende kracht de netto operationele kasstroom en netto verkoopopbrengsten over de jaren 2011 en 2012 kunnen worden aangewend voor de opbouw van de verplichte liquiditeitsbuffer voor derivaten. Wanneer een corporatie deze middelen oorspronkelijk aan borgbare investeringen heeft besteed, kan het WSW hiervoor alsnog aanvullend faciliteringsvolume verstrekken. Op welk moment kan dit meegerekend worden als buffer in relatie tot artikel 8 lid 1 van de beleidsregels derivaten? Antwoord: Gezien de definitie in artikel 1 sub j van de beleidsregels derivaten (direct opeisbare voor het doel van de buffer aan te wenden leningsfaciliteiten) kan het uit het aangepaste eigen middelen voortvloeiende saldo pas als buffer in relatie tot artikel 8 lid 1 van de beleidsregels derivaten worden geaccepteerd nadat het WSW de faciliteringsbrief heeft afgegeven en de corporatie op basis daarvan leningsovereenkomsten heeft afgesloten. Daarbij is het niet strikt noodzakelijk dat de corporatie de lening opneemt, mits de lening wel direct (binnen 48 uur) opeisbaar en inzetbaar is voor eventuele margin calls. Artikel 1a. lid 2 a. financiële derivaten: 1º Financiële contracten waarvan de waarde is afgeleid van een onderliggende waarde of een referentieprijs, of 2º Onderdelen van financiële contracten die, op zichzelf beschouwd, vallen onder de definitie onder 1º Vraag: Naar welke onderdelen van financiële contracten wordt verwezen en wat zijn de criteria waaraan zij dienen te voldoen? Antwoord: Indien er in andere contracten onderdelen zijn opgenomen die voldoen aan de definitie onder artikel 1a lid 2 (dus onderdelen waarbij de waarde is afgeleid van een 2

3 onderliggende waarde of een referentieprijs), vallen deze onder de definitie van financiële derivaten in de zin van de beleidsregels. Oftewel embedded derivatives vallen ook onder de beleidsregels. Op grond van de gewijzigde beleidsregels derivaten (inwerkingtredingsdatum 1 september 2013) zijn leningen met embedded derivaten in het geheel niet meer toegestaan (met uitzondering van basisrenteleningen indien dit een bijdrage levert aan het voldoen van de verplichtingen uit hoofde van artikel 8 of artikel 10, zie verder in deze Q&A). Vraag: Worden de embedded swaptions in extendible leningen ook beschouwd als onderdelen van financiële contracten? Antwoord: De extendible lening valt inderdaad onder de definitie van artikel 1a lid 2. Bij een extendible lening heeft de geldgever in de tweede periode vaak een afzonderlijk recht (bijvoorbeeld om voor de tweede periode te kiezen voor een vast of variabel rentepercentage). De corporatie heeft dan feitelijk een recht verkocht (in dit voorbeeld een receiver swaption), hetgeen conform de beleidsregels niet meer is toegestaan. Vraag: Worden de embedded swaps in basisrenteleningen ook beschouwd als onderdelen van financiële contracten? Antwoord: In de periode 1 december 2012 tot 1 september 2013 (inwerkingtredingsdatum gewijzigde beleidsregels derivaten) waren basisrentelingen niet toegestaan indien deze niet aan alle voorwaarden (inclusief looptijd swaps conform artikel 7 lid 2) van de beleidsregels derivaten voldeden. Op grond van de gewijzigde beleidsregels derivaten is het doorzakken van derivaten in (langlopende) basisrenteleningen weer toegestaan, indien dat een bijdrage levert aan het voldoen van de verplichtingen uit hoofde van artikel 8 (de 2%-punt norm) of artikel 10 (elimineren toezichtbelemmerende bepalingen) van de beleidsregels derivaten. Voor basisrenteleningen hoeft geen liquiditeitsbuffer zoals bedoeld in artikel 8 lid 1 van de beleidsregels aangehouden te worden. De reden daarvoor is dat de corporatie op het moment van herziening van de kredietopslag de keuze heeft om daar al dan niet mee akkoord te gaan en bij die beslissing rekening kan houden met de vraag of de liquiditeitsverplichtingen bij het afbreken van de basisrentelening gedragen kunnen worden (indien corporatie en bank op het herzieningsmoment geen overeenstemming bereiken over de kredietopslag vindt er een verrekening plaats tussen de basisrente en de rente op de kapitaalmarkt over de rest van de looptijd). Artikel 2, lid 3 Het verkopen van financiële derivaten, anders dan het sluiten van derivaatposities, is niet toegestaan. Vraag: Wat wordt bedoeld met het sluiten van derivaatposities? 3

4 Antwoord: Met het sluiten van derivatenposities wordt het ondubbelzinnig unwinden (en verrekenen van de marktwaarde) van de betreffende derivaten bedoeld. In aanvulling daarop: Indien er sprake is van herstructurering van derivaten geldt dat het nieuwe (of omgevormde) derivaat na 1 oktober 2012 aan alle spelregels van de beleidsregels dient te voldoen. Indien een corporatie gestructureerde derivaten bijvoorbeeld wil omzetten in plain vanilla payer swaps geldt er een maximale looptijd van tien jaar, dient de payer swap gekoppeld te kunnen worden aan een bestaande variabele lening en gelden ook de andere spelregels conform de beleidsregels inzake onder meer rating tegenpartijen, zorgplicht, toezichtbelemmerende bepalingen en model overeenkomsten. Ten aanzien van deze hoofdlijn wordt een uitzondering gemaakt voor het naar achteren schuiven van breakclauses (onder de voorwaarde dat alle overige modaliteiten van het derivaat ongewijzigd blijven), looptijdverkorting van bestaande derivatencontracten, het schrappen van toezichtbelemmerende clausules en contractwijzigingen die verplicht zijn op grond van de EMIR. De reden dat daarvoor een uitzondering wordt gemaakt is dat dit gericht is op het verlagen van het liquiditeitsrisico, hetgeen in de geest is van de overige bepalingen in de beleidsregels. Vraag: Welke criteria gelden voor het verkopen c.q. sluiten van derivaatposities ten aanzien van volume, tegenpartij en looptijd? Antwoord: Er zijn geen criteria ten aanzien van volume, tegenpartij en looptijd verbonden bij het sluiten of unwinden van bestaande derivatenposities. De term verkopen in dit artikel van de beleidsregels is er verder op gericht om uit te sluiten dat corporaties in de toekomst nog renteopties schrijven (verkopen). Artikel 3, lid 1b Toegelaten instellingen die bij hun financiële beleid en beheer financiële derivaten gebruiken, dienen hun interne organisatie op adequate wijze daarop te hebben ingericht. Dit betekent dat in elk geval moet zijn geborgd dat er voldoende aandacht is voor de interne organisatiestructuur inzake aanschaf en gebruik van financiële derivaten, waaronder in elk geval regels inzake bevoegdheden en mandatering, interne controle, interne verantwoording, rol/betrokkenheid van de externe accountant en rol/betrokkenheid van het orgaan waaraan het toezicht op het bestuur is opgedragen. Vraag: Hoe wordt door CFV getoetst dat er voldoende aandacht is voor de rol van de accountant, welke eisen of criteria worden er gesteld? Antwoord: Indien CFV de interne organisatie bij een corporatie beoordeelt zal daarbij uiteraard het verkeer tussen de corporatie en de accountant in relatie tot derivaten worden betrokken. De corporatie zal moeten kunnen aantonen dat de accountant actief betrokken is geweest bij het inrichten en of beoordelen van de interne organisatie. De accountant zal verder een rol krijgen bij de toetsing of corporaties de spelregels bij nieuwe 4

5 derivatentransacties goed naleven. Dit zal in het controleprotocol (bijlage III Bbsh) worden opgenomen, waarbij de accountant afwijkingen aan CFV moet melden in een Assurancerapport. Vraag: Wat zou de rol kunnen zijn of worden van een intermediair of een externe adviseur? Antwoord: Het hebben van een intermediair/externe adviseur is nog steeds toegestaan, maar ontslaat de corporatie niet van het voldoen aan de bepalingen omtrent de interne organisatie in artikel 3 lid 1. Deze aanvullende schakel in de keten, betekent overigens niet dat een bank is vrijgesteld van zorgplicht. De AFM en CFV zullen medio november een brief naar alle corporaties sturen waarin ze de vergunningplicht voor adviseurs en bemiddelaars met wie corporaties samenwerken onder de aandacht brengen. Het komt er op neer dat corporaties actief kunnen nagaan of hun adviseur mogelijk vergunningplichtige activiteiten verricht en dat zij daarbij het vergunningregister van de AFM kunnen checken. Artikel 3, lid 2 CFV beoordeelt jaarlijks de opzet van de interne organisatie rond financiële derivaten in het kader van zijn financiële toezicht. Het informeert de toegelaten instelling en de minister omtrent zijn bevindingen. Vraag: Op welke wijze vindt het externe toezicht op artikel 3 lid 2 van de beleidsregels derivaten plaats? Antwoord: Zoals in paragraaf van de CFV beleidsregels 2014 is aangegeven wordt bij de beoordeling van de opzet van de interne organisatie een risicogerichte aanpak gehanteerd. In 2013 is dat gebeurd door middel van een zelfevaluatie door corporaties met een relatief omvangrijke en complexe derivatenportefeuille. CFV heeft voor de beoordeling van de interne organisatie rondom derivaten een toetsingskader opgesteld. Dit toetsingskader is als bijlage gevoegd bij de brief van 15 juli 2013 aan de corporaties die in 2013 voor een beoordeling zijn geselecteerd. De brief en het toetsingskader zijn op de website van CFV gepubliceerd. CFV richt zich bij de beoordeling in 2014 o.a. op de verantwoordingsinformatie in de jaarverslagen 2013 over de opzet van de interne organisatie rond financiële derivaten. Het toetsingskader biedt een goed handvat voor corporaties voor deze verplichte verantwoording. Artikel 4, lid 2 Financiële derivaten mogen uitsluitend worden aangetrokken in euro s en van financiële instellingen met minimaal een single A-rating of een daarmee vergelijkbare rating, afgegeven door ten minste twee van de drie ratingbureaus, Moody s, Standard and Poor s en Fitch. 5

6 Vraag: Wat is de consequentie als na afsluiten de rating onder de norm komt? Antwoord: Het ratingvereiste in artikel 4, lid 2 geldt op het moment van aangaan van de derivatencontracten. Indien de rating van de tegenpartij daarna lager wordt dan single A is de corporatie niet verplicht deze derivaten af te stoten. Wanneer de derivatenportefeuille deels moet worden afgebouwd uit hoofde van de andere bepalingen in de beleidsregels, kan de rating van tegenpartijen op dat moment wel een rol spelen bij de prioritering van de afbouw van de derivatencontracten. Denkbaar is dat CFV afhankelijk van de marktwaarde van de betreffende derivaten (en daarmee de exposure die de corporatie al dan niet heeft op de tegenpartij) bij tegenpartijen met een rating lager dan single A, nadere voorwaarden stelt aan de (prioritering van de) afbouw. Artikel 5 1. Er mogen in of ten aanzien van aan te trekken financiële derivaten geen clausules worden gehanteerd die op enigerlei wijze de uitoefening van het toezicht op de toegelaten instellingen kunnen belemmeren. 2. Financiële derivaten worden door toegelaten instellingen aangetrokken onder de modelovereenkomst die is opgenomen in bijlage I bij deze beleidsregels. Vraag: Wat wordt verstaan onder toezichtbelemmerende bepalingen? Antwoord: Er dient onderscheid gemaakt te worden tussen toezichtbelemmerende bepalingen bij bestaande derivatencontracten en bij nieuwe derivatentransacties. In relatie tot bestaande derivatencontracten (zie ook bij artikel 10 van de beleidsregels derivaten) is in de gewijzigde beleidsregels derivaten aangegeven dat alleen de bepalingen in de derivatencontracten die in directe zin de externe toezichthouders hinderen, als toezichtbelemmerend kwalificeren. Als toezichtbelemmerend worden daarmee uitsluitend gezien de bepalingen in de derivatencontracten die rechtsreeks verwijzen naar artikel 41 en/of 43 van het Bbsh en/of artikel 70d t/m 70i van de Woningwet. Op 16 juli 2013 heeft CFV een brief over het toezicht op artikel 10 van de beleidsregels derivaten verstuurd naar alle corporaties met (losstaande) derivatencontracten. Bij nieuwe derivatentransacties zijn de modelovereenkomsten zoals bedoeld in artikel 5 lid 2 en artikel 6 lid 2 van de beleidsregels derivaten leidend. Deze zijn gelijktijdig met de gewijzigde beleidsregels derivaten gepubliceerd en verplicht bij nieuwe transacties vanaf 1 september Artikel 6, lid 1 Toegelaten instellingen mogen uitsluitend financiële derivaten aantrekken van een financiële instelling, als zij door deze instelling in het kader van de zorgplichtregels van de Wet op het financieel toezicht, in het bijzonder artikel4:90, als niet professionele belegger worden beschouwd. 6

7 Vraag: Indien de woningcorporatie besluit geen derivatentransacties meer af te sluiten, kan zij dan de classificatie professioneel behouden? Antwoord: Ja, omdat artikel 6 lid 1 uitsluitend geldt voor nieuwe derivatencontracten. Vraag: Bij een niet professionele belegger heeft de bank een standaard zorgplicht voor het gebruik van derivaten richting haar relatie. Wat zijn de voorwaarden/criteria die CFV stelt aan de corporatie met betrekking tot het voldoende professioneel zijn van de organisatie? Antwoord: Er moet duidelijk onderscheid gemaakt worden tussen het toezicht van CFV op de naleving van de beleidsregels door corporaties en de zorgplichtregels zoals die voor banken gelden. Op grond van de beleidsregels dienen woningcorporaties die bij hun financiële beleid en beheer financiële derivaten gebruiken, hun interne organisatie op adequate wijze daarop te hebben ingericht. Dit is in artikel 3 lid 1 nader geconcretiseerd. CFV zal de opzet van de interne organisatie in het kader van zijn financiële toezicht op woningcorporaties beoordelen. Dit wordt nader uitgewerkt in de beleidsregels van CFV. Artikel 6, lid 2 Financiële derivaten worden door toegelaten instellingen aangetrokken onder de raamovereenkomst die is opgenomen in bijlage II bij deze beleidsregels. Vraag: Is de modelovereenkomst hetzelfde document als de raamovereenkomst? Antwoord: De modeldocumenten bestaan uit 3 ISDA-documenten (een Master Agreement, een Schedule en een Credit Support Annex (CSA)) en een raamovereenkomst. De Master Agreement is een standaardtekst die de basis vormt van elk ISDA-contract. In de Schedule wordt de specifieke rechtsverhouding tussen corporaties en banken nader vastgelegd door bepalingen uit de Master Agreement al dan niet van toepassing te verklaren, in te vullen of te wijzigen. Met een aanvullende CSA kunnen partijen daarnaast nog kiezen voor tussentijdse verrekening van marktwaarde door het storten van onderpand (margin calls). In de raamovereenkomst, die specifiek voor de corporatiesector is opgesteld, wordt contractueel vastgelegd dat de betreffende bank erkent dat de corporatie in het kader van de zorgplicht van de Wet op het Financieel Toezicht niet-professionele belegger is en dat beide partijen gevrijwaard zijn van de plichten die voortvloeien uit derivaatcontracten als deze zijn opgesteld in strijd met de beleidsregels derivaten. Artikel 7 1. Toegelaten instellingen mogen uitsluitend financiële derivaten aantrekken ter hedging van variabele leningen die voor of tegelijk met het moment van afsluiten van het derivatencontract zijn aangetrokken. 7

8 2. Aan te trekken payer swaps mogen geen langere looptijd hebben dan het lopende jaar en de direct daarop volgende negen kalenderjaren. Vraag: Wat is de richtlijn voor bestaande swaps waaronder nog geen roll-over lening is aangetrokken? Antwoord: Op grond van artikel 10 mogen alle bestaande derivatenproducten gehandhaafd blijven, behalve wanneer er in de desbetreffende contracten clausules zijn opgenomen die het toezicht kunnen belemmeren. Ook bestaande swaps waaronder nog geen roll-over lening is aangetrokken mogen dus gehandhaafd blijven (tenzij er sprake is van toezichtbelemmerende bepalingen). Het is daarbij uiteraard wel van belang dat de corporatie naar een situatie toewerkt waarbij alle swaps één op één zijn gekoppeld aan bestaande variabele leningen. Zie in dit kader ook de toelichting bij artikel 7 van de beleidsregels van het ministerie waarin is aangegeven dat in administratieve zin elk aan te trekken derivaat één op één gekoppeld moet zijn aan een specifieke variabele lening (micro-hedging). Denkbaar is verder dat CFV vanuit zijn eigen toezichtstaak nadere voorwaarden stelt aan de afbouw van swaps zonder onderliggende lening. Vraag: Is de looptijd van caps slechts beperkt door de looptijd van de onderliggende variabele leningen? Antwoord: Ja. De bepalingen in artikel 7 lid 2, zien alleen op payer swaps. Voor caps geldt de algemene bepaling in artikel 7 lid 1 dat de looptijd van het derivaat die van de te hedgen variabele lening niet mag overtreffen. Vraag: Klopt het dat een payer swap die ingaat op 1 januari een looptijd heeft van maximaal tien jaar en een payer swap die op 31 december ingaat maximaal negen jaar? Antwoord: Ja. Vraag: Klopt het dat er geen payer swaps mogen worden afgesloten met een ingangsdatum na het lopende kalenderjaar ( forwards )? Antwoord: Ja. Vraag: Worden aanpassingen in bestaande contracten die op verschillende wijzen het liquiditeitsrisico kunnen beperken ook beoordeeld als nieuwe contracten? Antwoord: Hoofdlijn is dat alle wijzigingen in bestaande derivatencontracten na 1 oktober 2012 als een nieuwe derivatentransactie zijn te kwalificeren, waardoor aan alle spelregels 8

9 conform de nieuwe beleidsregels voldaan dient te worden. Uitzonderingen (mits alle overige modaliteiten van het derivaat ongewijzigd blijven) zijn: Het naar achteren schuiven van breakclauses in bestaande derivatencontracten, ook indien mutual breakclauses daarbij worden gewijzigd in een mandatory breakclause; Looptijdverkorting van bestaande derivatencontracten; Het in ruil voor bijvoorbeeld een hogere threshold, afkoop CSA, of verwijderen toezichtbelemmerende bepalingen, aanpassen van de couponrente van het derivaat; Het schrappen van toezichtbelemmerende clausules; Contractwijzigingen die verplicht zijn op grond van de EMIR. Het is hierbij van belang dat de corporatie vaststelt dat de wijzigingen uitsluitend zien op de verplichtingen vanuit de EMIR en er geen andere contractuele wijzigingen worden doorgevoerd. Vraag: Welke controle dient er naar de opvatting van CFV plaats te hebben door een bank indien zoals meest voorkomt, het derivaat bij de ene bank wordt afgesloten en een lening bij een andere bank? Antwoord: Hoe ver de bank bij het afsluiten van een derivatencontract zou moeten gaan in het controleren of er sprake is van een onderliggende lening bij de corporatie is een vraag die de zorgplichtregels raakt en onder de verantwoordelijkheid van banken valt. De opvatting van CFV is dat de bank minimaal aan de corporatie zou moeten vragen aan welke lening het derivaat gekoppeld wordt. Indien de corporatie niet bereid zou zijn om inzicht te verstrekken in de koppeling tussen de lening- en het derivaat zou de bank in de ogen van CFV moeten overwegen om het derivatencontract niet af te sluiten. Artikel 8, lid 1 Toegelaten instellingen die financiële derivaten gebruiken, dienen daarvoor een liquiditeitsbuffer aan te houden die, rekening houdend met voorzienbare claims op de liquiditeitsbuffer vanwege andere bedrijfsrisico s, ten minste groot genoeg is om de uit de derivatenportefeuille voortvloeiende liquiditeitsverplichtingen ten gevolge van een daling van de vaste rente in de markt met 2%-punt te kunnen voldoen. Indien de liquiditeitsbuffer niet voldoet aan de eis, bedoeld in het eerste lid, dient de toegelaten instelling: a. Dit terstond te melden aan CFV; b. In overleg met CFV een beleidslijn op te stellen gericht op het weer kunnen voldoen aan deze eis. Indien en zolang de liquiditeitsbuffer, bedoeld in het eerste lid, te klein is om de uit de derivatenportefeuille voortvloeiende liquiditeitsverplichtingen ten gevolge van een daling van de vaste rente in de markt met 1%-punt te kunnen voldoen, mag de betreffende toegelaten instelling geen payer swaps aantrekken. 9

10 Vraag: Hoe om te gaan met deze regel als de corporatie een raamovereenkomst heeft zonder marktwaardeverrekening? De woningcorporatie heeft dan immers geen uit de derivatenportefeuille voortvloeiende liquiditeitsverplichtingen. Antwoord: Indien er in het geheel geen sprake is van uit de derivatenportefeuille voortvloeiende liquiditeitsverplichtingen hoeft daar geen rekening mee gehouden te worden bij de bepaling van de omvang van de liquiditeitsbuffer. Wel moet rekening worden gehouden dat de potentiële uitstroom aan liquiditeiten uit hoofde van breakclauses (voortschrijdend een jaar vooruit). Vraag: Welke toetsmomenten? Antwoord: De corporatie dient op ieder moment te voldoen aan de eisen uit artikel 8. De liquiditeitsbuffer moet op elk moment dus een 2% rentedaling kunnen opvangen. De buffer moet dan groot genoeg zijn voor het op kunnen vangen van: De margin call op CSA-contracten (of vergelijkbaar) inclusief opgelopen rente bij een fictieve rentedaling van 2%-punt; De (volledige) negatieve marktwaarde bij een fictieve rentedaling van 2%-punt van de contracten met een breakclause die vervalt tussen de datum van vandaag en precies een jaar later. Zoals bovenstaand aangegeven ziet de buffer in principe uitsluitend op de potentiële uitstroom aan liquiditeiten uit hoofde van CSA s of vergelijkbare contractuele bepalingen, alsmede uit hoofde van breakclauses. Uitzondering daarop is de situatie waarbij een bank richting de corporatie heeft aangegeven de derivatencontracten te willen ontbinden (of dat te overwegen) ten gevolge van de activering van andere contractuele bepalingen. Dat kunnen toezichtbelemmerende bepalingen zijn, maar bijvoorbeeld ook het niet meer behalen van bepaalde voorgeschreven ratio s of andersoortige contractueel voorgeschreven voorwaarden. Indien daar sprake van is dient de buffer groot genoeg te zijn om ook de daarmee samenhangende potentiële uitstroom aan liquiditeiten (bij een fictieve rentedaling van 2%-punt) te voldoen. Indien de liquiditeitsbuffer niet aan deze eis voldoet dient de corporatie daar op grond van artikel 8 (vanaf 1 oktober 2012) terstond schriftelijk melding van te maken bij CFV via de daarvoor ontwikkelde applicatie (https://online.corpodata.nl )en dient daarna binnen vier weken een beleidslijn opgesteld te worden gericht op het weer kunnen voldoen aan deze eis. Vraag: Moet getoetst worden met 2% zelfs als dat een negatieve rente ten gevolg heeft of kan men als laagste rente 0% aanhouden? 10

11 Antwoord: Ja. Er is in artikel 8 of de toelichting bij artikel 8 geen minimum toetsrente opgenomen, dus er dient ook rekening gehouden te worden met een eventuele negatieve rente. Vraag: Hoe kan omgegaan worden met afgesproken thresholds? Antwoord: De liquiditeitsbuffer moet op elk moment een 2% rentedaling kunnen opvangen. Daarbij dient uiteraard rekening gehouden te worden met overeengekomen (nog niet volledig benutte) thresholds. De thresholds dienen uiteraard wel contractueel vastgelegd en hard te zijn. Vraag: Zijn er afspraken gemaakt over de facilitering door WSW (borging) en/of banken (b.v. Allowance-faciliteit)? Antwoord: Zie bij artikel 1, lid j Voor ongeborgde kredietfaciliteiten dient de corporatie er zeker van te zijn dat de betreffende banken het gebruik daarvan toestaan om margin calls te voldoen. Indien dat niet het geval of is corporaties zijn hier niet zeker van mogen deze kredietfaciliteiten niet meegenomen worden bij de buffer. Vraag: Mogen leningen die niet geborgd zijn door het WSW, zoals leningen direct van gemeenten en leningen van banken met een gemeentegarantie, worden aangemerkt als liquiditeitsbuffer? Antwoord: Ervan uitgaande dat de leningen niet zijn benut, in principe wel. Wel moet daarbij worden vastgesteld dat het is toegestaan om die leningen aan te wenden voor margin calls en dat die binnen 48 uur opeisbaar zijn. Expliciete afstemming met de gemeente en/of de bank is noodzakelijk. Vraag: Mag een corporatie die niet voldoet aan de eis van een 2% liquiditeitsbuffer, maar wel voldoet aan een eis van 1% liquiditeitsbuffer toch payer swaps afsluiten? Antwoord: In artikel 8 lid 2 b, is de verplichting opgenomen om bij een buffer onder de 2%- norm een beleidslijn op te stellen gericht op het weer kunnen voldoen aan de norm van 2%- punt. Het aantrekken van payer swaps zal in het algemeen de liquiditeitsrisico s verder vergroten en derhalve in strijd zijn met de doelstelling van deze beleidslijn. Alleen in de uitzonderlijke situatie dat dat niet het geval is, kunnen nog payer swaps, veelal zonder tussentijdse marktwaardeverrekening, worden aangetrokken. 11

12 Vraag: Mogen rentecaps worden afgesloten als de buffer beneden de 2% en 1% is gedaald? Antwoord: Ja, dat mag omdat het afsluiten van rentecaps geen liquiditeitsrisico meebrengt. In principe wordt met het afsluiten van een rentecap een verzekeringspremie betaald. Artikel 9, lid 4 CFV betrekt de solvabiliteitsrisico s vanwege het bezit van financiële derivaten bij zijn financiële oordelen over de toegelaten instelling. Vraag: Op welke wijze betrekt CFV de solvabiliteitsrisico s vanwege financiële derivaten bij zijn oordeel? Antwoord: In de beleidsregels van CFV is dat nader uitgewerkt. De beleidsregels zijn gepubliceerd op de website. Artikel 10 Een toegelaten instelling die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze beleidsregels een derivatenportefeuille heeft die financiële derivaten bevat met clausules die de uitoefening van het toezicht op de toegelaten instelling kunnen belemmeren, stelt een plan van aanpak op om de derivatenportefeuille voor wat betreft deze financiële derivaten met voornoemde clausules binnen een redelijkerwijs haalbaar te achten termijn af te bouwen. CFV kan nadere eisen stellen aan het plan van aanpak van en de te hanteren termijn voor de in het eerste lid bedoelde afbouw van de derivatenportefeuille. Vraag: Worden hiermee alleen clausules bedoeld die expliciet verwijzen naar het toezichtkader en wijzigingen daarin? Antwoord: Ja, in de gewijzigde beleidsregels derivaten is aangegeven dat alleen de bepalingen in de derivatencontracten die in directe zin de externe toezichthouders hinderen, als toezichtbelemmerend kwalificeren in relatie tot artikel 10 van de beleidsregels derivaten. Als toezichtbelemmerend worden daarmee uitsluitend gezien de bepalingen in de derivatencontracten die rechtsreeks verwijzen naar artikel 41 en/of 43 van het Bbsh en/of artikel 70d t/m 70i van de Woningwet. Op 16 juli 2013 heeft CFV een brief over het toezicht op artikel 10 van de beleidsregels derivaten verstuurd naar alle corporaties met (losstaande) derivatencontracten. Zie ook het vraag en antwoord bij artikel 5. Vraag: Is het toegestaan om een zogenaamde waiver toe te voegen aan de bestaande raamovereenkomst, waarmee de betreffende clausule wordt uitgesloten en het bestaande contract blijft doorlopen? 12

13 Antwoord: Dat is toegestaan. CFV heeft de minister overigens in relatie tot artikel 10, geadviseerd om de banken waarbij er in de contracten sprake is van toezichtbelemmerende bepalingen, via een gecoördineerde aanpak te benaderen met als doel om de betreffende bepalingen sectorbreed in de contracten doorgehaald te krijgen. Aedes heeft in zijn brief van 19 juni 2013 (richting corporaties met derivaten) aangegeven te zullen onderzoeken of er met banken generieke afspraken zijn te maken om de toezichtbelemmerende bepalingen in bestaande contracten door te halen. Vraag: Heeft CFV reeds nadere eisen geformuleerd voor de afbouw? Antwoord: Op 16 juli 2013 heeft CFV een brief over het toezicht op artikel 10 van de beleidsregels derivaten verstuurd naar alle corporaties met (losstaande) derivatencontracten. Daarin is aangegeven dat CFV in de periode tot 31 december 2013 allereerst aan Aedes de gelegenheid wil geven om tot een centrale aanpak richting banken te komen met als doelstelling het doorhalen van de toezichtbelemmerende bepalingen in de derivatencontracten. De centrale aanpak van Aedes heeft geleid tot een oplossing die acceptabel is voor de BNG. De oplossingsrichting komt er op neer dat de toezicht beperkende bepalingen in contracten met de BNG Bank worden gewijzigd door een vervangende tekst die is geaccordeerd door BZK en CFV, zodat er aan de beleidsregels derivaten wordt voldaan. De wijziging van de teksten zal plaatsvinden door een door de BNG Bank en corporatie te tekenen wijzigingsovereenkomst op de bijlage van de raamovereenkomst. Uiteraard is de beslissing aan de corporatie zelf om al dan niet de wijzigingsovereenkomst te tekenen. Voor nadere informatie kunt u zich wenden tot Aedes en de BNG. Corporaties met toezichtbelemmerende bepalingen in de derivatencontracten, hebben inmiddels een plan van aanpak gemaakt om genoemde bepalingen uit de contracten te elimineren. Conform artikel 10 lid 2 van de beleidsregels derivaten kan CFV nadere eisen stellen aan het plan van aanpak. De uitvoering van plannen van aanpak worden door CFV gemonitord. CFV gaat daarbij na welke acties corporaties hebben ondernomen om de toezichtbelemmerende bepalingen doorgehaald te krijgen en welke acties de corporatie na 31 december 2014 nog van plan is te gaan ondernemen. Het gaat daarbij onder andere om het door de corporatie nagaan van de mogelijkheid van het unwinden van contracten of het doorhalen van de toezichtbelemmerende bepalingen. Het is evident dat de corporatie daarbij ook de eventuele daaraan verbonden voorwaarden en kosten betrekt. Het kan o.a. gaan om (rente-)kostenverhoging, het verstrekken van (aanvullende) zekerheden of in ruil voor introductie van nieuwe bepalingen in de derivatencontracten. 13

14 Overige vragen en antwoorden (niet aan één bepaald artikel van de beleidsregels te koppelen): Uitoefening van swaptions die vóór 1 oktober 2012 zijn afgesloten Vraag: Is het toegestaan om swapcontracten aan te gaan die voortvloeien uit swaptions die vóór 1 oktober 2012 zijn afgesloten, indien de aan te gane swapcontracten niet aan alle bepalingen in de beleidsregels derivaten (zoals ten aanzien van de looptijd van swapcontracten) voldoen? Antwoord: Er dient onderscheid gemaakt te worden tussen verkochte (geschreven) swaptions en gekochte swaptions. Verkochte (geschreven) swaptions Bij verkochte (geschreven) swaptions is er sprake van een bestaande contractuele verplichting. Indien de bank er op de expiratiedatum voor kiest om het swapcontract aan te gaan is de corporatie gehouden om de daaruit voortvloeiende verplichtingen na te komen. Om die reden wordt een swapcontract dat niet aan alle bepalingen in de beleidsregels derivaten voldoet, maar dat voortvloeit uit een verkochte (geschreven) swaption die vóór 1 oktober 2012 is afgesloten, niet als onrechtmatig beschouwd. Gekochte swaptions Bij een gekochte swaption geldt dat de corporatie de vrije keuze heeft om deze op de expiratiedatum om te zetten in een swapcontract. Het aangaan van swapcontracten die voortvloeien uit gekochte swaptions die vóór 1 oktober 2012 zijn afgesloten is niet in strijd met de beleidsregels derivaten indien: Met inbegrip van de effecten van de aan te gane swapcontracten, wordt voldaan aan de vereisten van artikel 8 lid 1 van de beleidsregels. Dit betekent dat de corporatie op de ingangsdatum van de aan te gane swapcontracten, met inbegrip van de effecten van deze swapcontracten, over een buffer dient te beschikken die tenminste groot genoeg is om de uit de uit de derivatenportefeuille voortvloeiende liquiditeitsverplichtingen ten gevolge van een daling van de vaste rente in de markt met 2%-punt te kunnen voldoen; De aan te gane swapcontracten effectief zijn in het beperken van opwaartse renterisico s van bestaande variabele leningen; Er in de aan te gane swapcontracten geen toezichtbelemmerende clausules zijn opgenomen. De aan te gane swapcontracten dienen afgesloten te worden onder het regime van de modelovereenkomsten als bedoeld in de artikelen 5 lid 2 en 6 lid 2, zodra deze modelovereenkomsten door BZK beschikbaar zijn gesteld. Zonder afbreuk te doen aan het voorgaande wordt van de corporatie terughoudendheid verwacht bij het aangaan van uit gekochte swaptions voortvloeiende swapcontracten indien deze niet aan alle bepalingen in de beleidsregels derivaten voldoen. 14

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Gelet op artikel 21 van het Besluit beheer sociale-huursector; Besluit: Art ike l 1

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Gelet op artikel 21 van het Besluit beheer sociale-huursector; Besluit: Art ike l 1 Be le ids rege ls van de Min is te r van Binnen landse Zaken en Kon ink r i j ks re l a t i es van 5 sep tember 2012, nr. 2012-0000515185 t e r u i t voe r ing van het Beslui t beheer socia le - huursector

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018. 2500 EA Den Haag

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018. 2500 EA Den Haag > Retouradres Postbus 20011 2500 EA Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag Directoraat-Generaal Wonen en Bouwen Directie Woningmarkt Turfmarkt

Nadere informatie

Beoordelingskader Reglement financieel beleid en beheer

Beoordelingskader Reglement financieel beleid en beheer Beoordelingskader Reglement financieel beleid en beheer Opmerking vooraf Met dit document wil de Autoriteit woningcorporaties (hierna: Aw ) corporaties informeren over de hoofdlijnen van de beoordeling

Nadere informatie

Met deze beleidsregels wordt bijgedragen aan het risicogerichte externe toezicht op de toegelaten instellingen.

Met deze beleidsregels wordt bijgedragen aan het risicogerichte externe toezicht op de toegelaten instellingen. Toelichting Beleidsregels verantwoord beleggen door toegelaten instellingen volkshuisvesting Inleiding Met deze beleidsregels wordt nadere invulling gegeven aan de normen inzake beleggingsactiviteiten

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 33823 2 december 2014 Regeling van de Minister voor Wonen en Rijksdienst van 19 november 2014, CZW2014-0000593162, tot

Nadere informatie

Bijlage III bij artikel 29, derde lid, en 39a, tweede lid, van het Besluit beheer socialehuursector

Bijlage III bij artikel 29, derde lid, en 39a, tweede lid, van het Besluit beheer socialehuursector Bijlage bij de regeling van de Minister voor Wonen en Rijksdienst van 19 november 2014, nr. CZW2014-0000608813, tot wijziging van bijlage III bij het Besluit beheer socialehuursector. Bijlage III bij artikel

Nadere informatie

Opgave derivaten INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 ALGEMENE GEGEVENS. HOOFDSTUK 2 DERIVATEN ZONDER BIJSTORTVERPLICHTING 2.1 Overzicht portefeuille

Opgave derivaten INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 ALGEMENE GEGEVENS. HOOFDSTUK 2 DERIVATEN ZONDER BIJSTORTVERPLICHTING 2.1 Overzicht portefeuille Opgave derivaten INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 ALGEMENE GEGEVENS HOOFDSTUK 2 DERIVATEN ZONDER BIJSTORTVERPLICHTING 2.1 Overzicht portefeuille HOOFDSTUK 3 DERIVATEN MET BIJSTORTVERPLICHTING 3.1 Overzicht portefeuille

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 2868 30 januari 2015 Beleidsregels van de Minister voor Wonen en Rijksdienst van 27 januari 2015, nr. 2014-0000068292

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 4335 17 februari 2014 Regeling van de Minister voor Wonen en Rijksdienst van 10 februari 2014, nr. CZW 2014-0000070341,

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 36912 29 december 2014 Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 18 december 2014, CZW/S&B

Nadere informatie

Is uw organisatie al klaar voor EMIR? Zie ook: www.afm.nl/emir

Is uw organisatie al klaar voor EMIR? Zie ook: www.afm.nl/emir Zie ook: www.afm.nl/emir Zoals bekend moet door de invoering van EMIR iedere partij die een derivatencontract heeft gesloten of gaat afsluiten de details van deze transactie rapporteren. De AFM heeft de

Nadere informatie

Versie 2013-08. TREASURYSTATUUT Stichting Woontij

Versie 2013-08. TREASURYSTATUUT Stichting Woontij Versie 2013-08 TREASURYSTATUUT Stichting Woontij 1. Inleiding Een groot deel van de kosten bij een wooncorporatie bestaat uit rente. Richtlijnen ten aanzien van financieren en beleggen zijn belangrijk.

Nadere informatie

TREASURY- en BELEGGINGSSTATUUT

TREASURY- en BELEGGINGSSTATUUT TREASURY- en BELEGGINGSSTATUUT Goedgekeurd door de Raad van Commissarissen in de vergadering van 3 maart 2015. 1 Inhoud 1. Inleiding 2. Financieren, beleggen en rentemanagement 2.1 Doelstellingen treasury

Nadere informatie

TREASURY EN BELEGGINGSSTATUUT Stichting Woontij

TREASURY EN BELEGGINGSSTATUUT Stichting Woontij TREASURY EN BELEGGINGSSTATUUT Stichting Woontij Versie 2015-06 1. Inleiding Een groot deel van de kosten bij een wooncorporatie bestaat uit rente. Richtlijnen ten aanzien van financieren en beleggen zijn

Nadere informatie

Inhoud. Voorwoord 11. Hoofdstuk 1 Treasury 13

Inhoud. Voorwoord 11. Hoofdstuk 1 Treasury 13 Inhoud Voorwoord 11 Hoofdstuk 1 Treasury 13 1.1 Treasurytaken 13 1.1.1 Cash & liquidity management / Financiering 14 1.1.2 Renterisicobeheer 14 1.1.3 Valutarisicobeheer 15 1.1.4 Beheer van prijsrisico

Nadere informatie

Voorbereiding voor het gesprek met uw bank over de herbeoordeling van uw rentederivaat

Voorbereiding voor het gesprek met uw bank over de herbeoordeling van uw rentederivaat Voorbereiding voor het gesprek met uw bank over de herbeoordeling van uw rentederivaat De banken zijn op dit moment bezig met het uitvoeren van herbeoordelingen van alle lopende rentederivaten bij het

Nadere informatie

Model Beleggingsstatuut

Model Beleggingsstatuut Model Beleggingsstatuut Datum: 2 april 2015 Auteur: Paul Minke Aedes vereniging van woningcorporaties Publicaties Postbus 29121, 2509 AC Den Haag 088 233 37 00 E-mail publicaties@aedes.nl 1 Voorwoord De

Nadere informatie

Woningcorporaties & Renterisicomanagement

Woningcorporaties & Renterisicomanagement Aedes Corporatiedag 2012 Woningcorporaties & Renterisicomanagement Rotterdam, World Trade Center 31 mei 2012 Arjan van der Linden Tim Monten Agenda Introductie 5 minuten Renterisico en derivaten 15 minuten

Nadere informatie

Renterisico s beheerst of financiële risico s vergroot?

Renterisico s beheerst of financiële risico s vergroot? Renterisico s beheerst of financiële risico s vergroot 2012 CENTRAAL FONDS VOLKSHUISVESTING Renterisico s beheerst of financiële risico s vergroot? Derivaten bij woningcorporaties 2012 CENTRAAL FONDS VOLKSHUISVESTING

Nadere informatie

Samenvatting herziene Woningwet

Samenvatting herziene Woningwet Samenvatting herziene Woningwet 1. Algemeen De Tweede Kamer stemde op 5 juli unaniem in met de herziening van de Woningwet. In het najaar van 2012 wordt het wetsvoorstel door de Eerste Kamer besproken.

Nadere informatie

In het statuut worden afspraken over onderwerpen als beheersing van rentekosten en -risico's, financierings- en beleggingsvraagstukken vastgelegd.

In het statuut worden afspraken over onderwerpen als beheersing van rentekosten en -risico's, financierings- en beleggingsvraagstukken vastgelegd. Treasurystatuut Dynamiek Scholengroep 1. Verantwoording Scholen/schoolbesturen krijgen jaarlijks een bedrag waaruit alle kosten moeten worden gedekt en waarmee waarborgen voor 'bedrijfsvoering' op langere

Nadere informatie

De inschatting van de kans op eventuele wanbetalingen bij toekomstige rente- en aflossingsbetalingen op schuldpapier; Renterisico

De inschatting van de kans op eventuele wanbetalingen bij toekomstige rente- en aflossingsbetalingen op schuldpapier; Renterisico Agendapunt 05 Bijlage 08 TREASURYSTATUUT I Begripsbepalingen Artikel 1 In dit statuut wordt verstaan onder: Derivaten Financiële instrumenten die hun bestaan ontlenen aan een bepaalde onderliggende waarde.

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 28 februari 2012 Betreft Woningcorporatie Vestia

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 28 februari 2012 Betreft Woningcorporatie Vestia > Retouradres Postbus 20011 2500 EA Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Rijnstraat 8 Postbus 20011 2500 EA Den Haag www.rijksoverheid.nl Datum

Nadere informatie

Treasurystatuut Acantus

Treasurystatuut Acantus Treasurystatuut Acantus versie 19 juni 2015 Inhoudsopgave 1. INLEIDING...3 1.1 ALGEMEEN... 3 1.2 EXTERN KADER VAN HET TREASURYSTATUUT... 3 1.3 DOEL VAN HET TREASURYSTATUUT... 3 1.4 DOELSTELLING VAN DE

Nadere informatie

Volksbelang Wijk bij Duurstede

Volksbelang Wijk bij Duurstede Treasury Statuut Volksbelang Wijk bij Duurstede april 2015 Inhoudsopgave 1. INLEIDING... 4 1.1 ALGEMEEN... 4 1.2 WETTELIJK KADER VAN HET TREASURYSTATUUT... 4 1.3 DOEL VAN HET TREASURYSTATUUT... 4 1.4 DOELSTELLING

Nadere informatie

Deutsche Bank. www.deutschebank.nl. Uw rentederivaat bij. Deutsche Bank

Deutsche Bank. www.deutschebank.nl. Uw rentederivaat bij. Deutsche Bank Deutsche Bank www.deutschebank.nl Uw rentederivaat bij Deutsche Bank Uw derivaat bij Deutsche Bank 1. Waarom is deze brochure belangrijk? U heeft op dit moment een rentederivaat. In deze brochure geven

Nadere informatie

BROCHURE RENTEDERIVATEN

BROCHURE RENTEDERIVATEN BROCHURE RENTEDERIVATEN In deze brochure legt de AFM de belangrijkste eigenschappen van een rentederivaat uit en zijn vragen opgenomen die u kunt stellen aan uw bank. Deze brochure kunt u gebruiken als

Nadere informatie

Treasurystatuut 2.1. Rondom Wonen is van mensen, voor mensen en staat voor gewoon goed wonen.

Treasurystatuut 2.1. Rondom Wonen is van mensen, voor mensen en staat voor gewoon goed wonen. Rondom Wonen is van mensen, voor mensen en staat voor gewoon goed wonen. Vanuit deze visie werken wij samen met onze partners aan het perspectief voor mensen die op onze woningen zijn aangewezen. Inhoudsopgave

Nadere informatie

http://wetten.overheid.nl/bwbr0011987/geldigheidsdatum_15-01-2015/afdrukken

http://wetten.overheid.nl/bwbr0011987/geldigheidsdatum_15-01-2015/afdrukken http://wetten.overheid.nl/bwbr0011987/geldigheidsdatum_/afdrukken Page 1 of 5 Wet financiering decentrale overheden (Tekst geldend op: ) Wet van 14 december 2000, houdende nieuwe bepalingen inzake het

Nadere informatie

(Utrechtse) derivaten

(Utrechtse) derivaten (Utrechtse) derivaten Hier komt tekst 10 maart 2016 Hier Robert komt de Geus ook tekst QT, BCS Programma (ca. 30 min) Introductie Wat zijn derivaten en welke soorten onderscheiden we? Wettelijk en eigen

Nadere informatie

29453 Woningcorporaties. Brief van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

29453 Woningcorporaties. Brief van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties 29453 Woningcorporaties Nr. 253 Brief van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 19 juni 2012 Hierbij informeer ik

Nadere informatie

6. Risicomanagement. 6.1 Marktontwikkelingen

6. Risicomanagement. 6.1 Marktontwikkelingen 6Risicomanagement 6. Risicomanagement In het kader van het in-control zijn als onderneming is het belangrijk om de risico s die kunnen optreden en de gevolgen daarvan voor de bedrijfsvoering in kaart te

Nadere informatie

Stuknummer: AM2.06095

Stuknummer: AM2.06095 Brief aan de leden T.a.v. het college en de raad informatiecentrum tel. uw kenmerk bijlagefn) (070) 373 8393 1 betreft ons kenmerk datum Ontwikkelingen FLO/U201200941 22 juni 2012 woningcorporatiesector

Nadere informatie

WONEN NOORDWEST FRIESLAND

WONEN NOORDWEST FRIESLAND Treasurystatuut WONEN NOORDWEST FRIESLAND Mei 2015 Sint Annaparochie Inhoudsopgave 1. INLEIDING... 3 1.1 ALGEMEEN... 3 1.2 EXTERN KADER VAN HET TREASURYSTATUUT... 3 1.3 DOEL VAN HET TREASURYSTATUUT...

Nadere informatie

Rotterdam en de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG). In deze brief zal ik het proces en de overeenkomst toelichten.

Rotterdam en de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG). In deze brief zal ik het proces en de overeenkomst toelichten. Hierbij informeer ik u over de overeenkomst op hoofdlijnen die Vestia op 18 juni 2012 heeft gesloten met 9 banken over de afkoop van nagenoeg de hele derivatenportefeuille van de corporatie en over de

Nadere informatie

Knelpuntenanalyse Novelle en BTIV 2015

Knelpuntenanalyse Novelle en BTIV 2015 Knelpuntenanalyse Novelle en BTIV 2015 Frank Vermeij Augustus 2014 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 2 Aanpak... 3 3 Juridische scheiding... 3 3.1 Aannames... 3 3.2 Resultaten... 4 4 Administratieve scheiding...

Nadere informatie

Treasury producten in KRM dossiers. Yvonne Einig Marc Leclair

Treasury producten in KRM dossiers. Yvonne Einig Marc Leclair Treasury producten in KRM dossiers Yvonne Einig Marc Leclair Waarom het onderwerp "Treasury producten in KRM dossiers"? Elsevier 25 juli 2015: "Banken bloeden steeds vaker om renteswaps" Onderzoek AFM:

Nadere informatie

RWS partner in wonen Treasurystatuut december 2013. Treasurystatuut

RWS partner in wonen Treasurystatuut december 2013. Treasurystatuut Treasurystatuut RWS partner in wonen Stationspark 30 4462 DZ GOES Postbus 158 4460 AD GOES T (0113) 23 16 74 F (0113) 23 38 11 Info@rwsgoes.nl www.rwsgoes.nl Goes, november 2013 Vastgesteld door het bestuur

Nadere informatie

Collegevoorstel. De achtervangovereenkomst voor de bestaande lening van De Alliantie met BNG-leningnummer FRL.332.01 aan te gaan.

Collegevoorstel. De achtervangovereenkomst voor de bestaande lening van De Alliantie met BNG-leningnummer FRL.332.01 aan te gaan. Collegevoorstel Sector : SOB Reg.nr. : 4515624 Opsteller : A. Sleeuwenhoek Telefoon : (033) 469 44 59 User-id : SLE1 Onderwerp Achtervangovereenkomst renteherziening De Alliantie Voorstel: De achtervangovereenkomst

Nadere informatie

SCHRIFTELIJKE VRAGEN AAN HET COLLEGE Ex. artikel 43 Reglement van orde van de raad 2011

SCHRIFTELIJKE VRAGEN AAN HET COLLEGE Ex. artikel 43 Reglement van orde van de raad 2011 SCHRIFTELIJKE VRAGEN AAN HET COLLEGE Ex. artikel 43 Reglement van orde van de raad 2011 Nummer: 2012-94 Datum: 07-06-2012 Aan : College van B&W Steller vragen: Youssef El Messaoudi en Ramón Smits Alvarez

Nadere informatie

Werkveld Datum Instemming/Advies GMR Vastgesteld RvT

Werkveld Datum Instemming/Advies GMR Vastgesteld RvT 4.1 Werkveld Datum Instemming/Advies GMR Vastgesteld RvT Financiën nvt 15 december 2010 4.1 Treasurystatuut Financiën/Treasurystatuut Inhoudsopgave 1. Inleiding 3 1.1. Verantwoording 3 2. Doelstelling

Nadere informatie

De Nederlandsche Bank N.V. Consultatie. CRD II Implementatie (nieuwe) Regeling Hybride kapitaalinstrumenten banken 2010

De Nederlandsche Bank N.V. Consultatie. CRD II Implementatie (nieuwe) Regeling Hybride kapitaalinstrumenten banken 2010 De Nederlandsche Bank N.V. Consultatie CRD II Implementatie (nieuwe) Regeling Hybride kapitaalinstrumenten banken 2010 28 juni 2010 1 Regeling van De Nederlandsche Bank NV van [datum], tot vaststelling

Nadere informatie

Bijlage III bij artikel 29, derde lid, en 39a, tweede lid, van het Besluit beheer socialehuursector

Bijlage III bij artikel 29, derde lid, en 39a, tweede lid, van het Besluit beheer socialehuursector Bijlage bij de regeling van de Minister voor Wonen en Rijksdienst van, nr. CZW2013-00000617, tot wijziging van bijlage II bij het Besluit beheer sociale-huursector Bijlage III bij artikel 29, derde lid,

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 3755 15 februari 2013 Regeling van de Minister voor Wonen en Rijksdienst van 7 februari 2013, CZW2013-00000617, tot wijziging

Nadere informatie

POSITION PAPER INZET RENTEDERIVATEN BIJ KREDIETVERLENING AAN HET MKB

POSITION PAPER INZET RENTEDERIVATEN BIJ KREDIETVERLENING AAN HET MKB POSITION PAPER INZET RENTEDERIVATEN BIJ KREDIETVERLENING AAN HET MKB Kernboodschappen Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) Rentederivaten worden door Nederlandse banken aangeboden om renterisico s voor

Nadere informatie

Voordracht van Gedeputeerde Staten aan Provinciale Staten van Groningen over de herfinanciering Groningen Seaports NV

Voordracht van Gedeputeerde Staten aan Provinciale Staten van Groningen over de herfinanciering Groningen Seaports NV 12 januari 2016 Corr.nr. 2016-00694, ECP Nummer 3/2016 Zaaknr. 612717 Voordracht van Gedeputeerde Staten aan Provinciale Staten van Groningen over de herfinanciering Groningen Seaports NV 1. Samenvatting

Nadere informatie

Derivaten in de publieke sector

Derivaten in de publieke sector Mr. RJ. Botter 1 Derivaten in de publieke sector 43 Instellingen in de publieke sector (zorg, onderwijs, sociale woningbouw en decentrale overheden) nemen meer en meer leningen met een variabele rente

Nadere informatie

Visie WSW op aflossingsplicht leningen Daeb aan niet-daeb

Visie WSW op aflossingsplicht leningen Daeb aan niet-daeb Visie WSW op aflossingsplicht leningen Daeb aan niet-daeb September 2014 Bij administratieve scheiding gaat het om interne boekhoudkundige leningen. Bij juridische scheiding betreft het leningen van de

Nadere informatie

Onderwerp Achtervangovereenkomst Woonzorg Nederland verzorgingshuis St Jozeph

Onderwerp Achtervangovereenkomst Woonzorg Nederland verzorgingshuis St Jozeph Collegevoorstel Sector : SOB Reg.nr. : 4504014 Opsteller : A. Sleeuwenhoek Telefoon : (033) 469 44 59 User-id : SLE1 Onderwerp Achtervangovereenkomst Woonzorg Nederland verzorgingshuis St Jozeph Voorstel:

Nadere informatie

MEMO HERZIENING WONINGWET

MEMO HERZIENING WONINGWET MEMO HERZIENING WONINGWET Nieuwe corporatiebestel van kracht op 1 juli 2015 Op 17 maart 2015 heeft de Eerste Kamer unaniem ingestemd met de gewijzigde Woningwet 1 die tot doel heeft het functioneren van

Nadere informatie

Vragen en antwoorden inzake het overgangsregime KEW, SEW en BEW

Vragen en antwoorden inzake het overgangsregime KEW, SEW en BEW Vragen en antwoorden inzake het overgangsregime KEW, SEW en BEW KENNISGROEP VERZEKERINGSPRODUCTEN 31 juli 2013 INLEIDING De Kennisgroep Verzekeringsproducten heeft na afstemming met het ministerie van

Nadere informatie

Aan de raad AGENDAPUNT 6.9

Aan de raad AGENDAPUNT 6.9 Aan de raad AGENDAPUNT 6.9 Treasurystatuut 2010 Voorstel: het Treasurystatuut 2010 vaststellen. Inleiding In februari 2009 hebben wij u geïnformeerd over de treasury bij onze gemeente. Aanleiding hiervoor

Nadere informatie

De kosten van ongeborgde financiering voor woningcorporaties

De kosten van ongeborgde financiering voor woningcorporaties De kosten van ongeborgde financiering voor woningcorporaties Finance Ideas 24 november 2011 Nieuwe financiële realiteit voor woningcorporaties Woningcorporaties maken zich klaar voor een nieuwe realiteit

Nadere informatie

Hoe realiseren we samen optimale financiering?

Hoe realiseren we samen optimale financiering? Hoe realiseren we samen optimale financiering? Welke hobbels met betrekking tot financiering komen jullie tegen? Visie op financiering januari/februari 2015 2 De thema s van vandaag Waarom optimale financiering

Nadere informatie

ABN AMRO Groenbank B.V.

ABN AMRO Groenbank B.V. ABN AMRO Groenbank B.V. ENKELVOUDIGE HALFJAARLIJKSE JAARREKENING VOOR DE PERIODE EINDIGEND OP 30 JUNI 2014 (bevat aanpassingen op stukken gedeponeerd dd 28 augustus 2014) INHOUDSOPGAVE Directieverslag

Nadere informatie

Renteswap. omruilen voor vaste swaprente. Hoe werkt een variabele Euribor-rente? Wat is een renteswap? Zo werkt de renteruil

Renteswap. omruilen voor vaste swaprente. Hoe werkt een variabele Euribor-rente? Wat is een renteswap? Zo werkt de renteruil variabele Euriborrente omruilen voor vaste swaprente In dit productinformatieblad leest u in het kort wat een renteswap is, hoe het werkt en wat de voordelen en risico s zijn. De renteswap is een complex

Nadere informatie

TOELICHTING BESLISBOOM

TOELICHTING BESLISBOOM TOELICHTING BESLISBOOM De beslisboom is bedoeld als hulpmiddel bij het maken van de keuze tussen administratief of juridisch scheiden. Ook gaat de beslisboom in op de mogelijkheid van vrijstelling van

Nadere informatie

Wonen Noordwest Friesland

Wonen Noordwest Friesland Treasurystatuut (Definitief) Wonen Noordwest Friesland december 2013 Sint Annaparochie Inhoudsopgave 1. INLEIDING... 4 1.1 ALGEMEEN... 4 1.2 WETTELIJK KADER VAN HET TREASURYSTATUUT... 4 1.3 DOEL VAN HET

Nadere informatie

De I0 tte. Geachte heer Roelvink,

De I0 tte. Geachte heer Roelvink, De I0 tte. Deloitte Accountants B.V. Financial Risk Management Laan van Kronenburg 2 1183 AS Amstelveen Postbus 175 1180 AD Amstelveen Nederland Tel: 088 288 2888 Fax: 088 288 9711 www.deloitte.nl Behandeld

Nadere informatie

Autoriteit Financiële Markten

Autoriteit Financiële Markten AFM consulteert Concept Beleidsregel aangaande de methodiek voor het berekenen van het aantal aandelen waarop financiële instrumenten betrekking hebben en de meldingsplicht bij indices en mandjes Ter consultatie

Nadere informatie

Derivatentransacties van woningcorporaties een introductie. Koen Dessens Financial Risk Management

Derivatentransacties van woningcorporaties een introductie. Koen Dessens Financial Risk Management Derivatentransacties van woningcorporaties een introductie Koen Dessens Financial Risk Management 1 veel voorkomende plain vanilla derivaten 2 veel voorkomende exotics derivaten 3 invloed renteveranderingen

Nadere informatie

Convenant inzake de samenwerking bij het tegengaan van ontoelaatbaar gedrag van (i) externe

Convenant inzake de samenwerking bij het tegengaan van ontoelaatbaar gedrag van (i) externe Convenant inzake de samenwerking bij het tegengaan van ontoelaatbaar gedrag van (i) externe accountants, accountantsorganisaties en (mede)beleidsbepalers daarvan en (ii) financiële ondernemingen en (mede)beleidsbepalers

Nadere informatie

Nederlandse Vereniging voor het Onderwijs in de Natuurwetenschappen. Treasury Statuut Nvon

Nederlandse Vereniging voor het Onderwijs in de Natuurwetenschappen. Treasury Statuut Nvon Nederlandse Vereniging voor het Onderwijs in de Natuurwetenschappen Treasury Statuut Nvon Wijdenes, september 2007 INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING 1.1 Verantwoording 1.2 Indeling Treasury Statuut 2. DOELSTELLING

Nadere informatie

Artikel 2 De uitbetaling van het geleende bedrag zal geschieden door overschrijving op rekeningnummer... bij de... ten gunste van geldnemer.

Artikel 2 De uitbetaling van het geleende bedrag zal geschieden door overschrijving op rekeningnummer... bij de... ten gunste van geldnemer. Basis = modelovereenkomst WSW 250A VOORBEELD OVEREENKOMST VAN GELDLENING WONINGCORPORATIE MET STANDAARD BORGOVEREENKOMST versiedatum: 3 oktober 2014 De ondergetekenden: 1...., gevestigd te..., hierna te

Nadere informatie

Investerings- en financieel statuut

Investerings- en financieel statuut Investerings- en financieel statuut Inleiding Het belang van financiële sturing is in de afgelopen jaren toegenomen. Wijzigingen in de wettelijke regels, waaronder de scheiding van DAEB en niet-daeb activiteiten

Nadere informatie

Treasurystatuut voor de Veiligheidsregio Utrecht

Treasurystatuut voor de Veiligheidsregio Utrecht Treasurystatuut voor de Veiligheidsregio Utrecht Versie: AB VRU 21 juni 2010 INHOUDSOPGAVE 1. Inleiding 2 Algemeen 2 Wettelijke voorschriften 2 Opbouw statuut 2 2. Uitgangspunten en doelstellingen 3 Uitgangspunten

Nadere informatie

Verbindingenstatuut Stichting Wonen Zuid

Verbindingenstatuut Stichting Wonen Zuid Verbindingenstatuut Stichting Wonen Zuid Vastgesteld door bestuurder op d.d. 10-3-2015 Goedgekeurd door Raad van Commissarissen op d.d. 26-03-2015 INHOUD VERBINDINGENSTATUUT 1. INLEIDING... 2 1.1 INTERNE

Nadere informatie

Stichting Thuisvester Treasurystatuut

Stichting Thuisvester Treasurystatuut Stichting Thuisvester Treasurystatuut Vastgesteld door het bestuur: 3 april 2015 Goedgekeurd door de Raad van Toezicht: 15 april 2015 TREASURYSTATUUT STICHTINGTHUISVESTER DEF 15-4-20153-4-2015 1 Inhoudsopgave

Nadere informatie

Treasurystatuut Stichting Openbare Scholengroep Vlaardingen Schiedam (OSVS)

Treasurystatuut Stichting Openbare Scholengroep Vlaardingen Schiedam (OSVS) Treasurystatuut Stichting Openbare Scholengroep Vlaardingen Schiedam (OSVS) Treasurystatuut Stichting Openbare Scholengroep Vlaardingen Schiedam vs. 1.2 28 november 2013 pagina 1 van13 Inhoudsopgave 1.

Nadere informatie

RAADSINFORMATIEBRIEF 2012-88

RAADSINFORMATIEBRIEF 2012-88 RAADSINFORMATIEBRIEF 2012-88 Van : Burgemeester en Wethouders Reg.nr. : 4131686 Aan : Gemeenteraad Datum : 15 juni 2012 Portefeuillehouder : Wethouder G. Boeve en M. Tigelaar Programma : 10. Economie en

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 Aanhangsel van de Handelingen Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden 2099 Vragen van het lid

Nadere informatie

TREASURY STATUUT Zayaz

TREASURY STATUUT Zayaz TREASURY STATUUT Zayaz Vastgesteld door het Bestuur van Zayaz op 6 maart 2013 Goedgekeurd door de Raad van Commissarissen van Zayaz op 6 maart 2013 INHOUDSOPGAVE 1. Inleiding... 4 1.1 Status... 4 1.2 Doel

Nadere informatie

Beleggingsstatuut ten behoeve van R.K. parochies binnen het Bisdom van s-hertogenbosch

Beleggingsstatuut ten behoeve van R.K. parochies binnen het Bisdom van s-hertogenbosch Versie 2012/PB/WM/002 Beleggingsstatuut ten behoeve van R.K. parochies binnen het Bisdom van s-hertogenbosch Februari 2013 (eerste versie: november 2010) Inleiding In de afgelopen jaren zijn de opbrengsten

Nadere informatie

Domein en financiering

Domein en financiering Congres 19-04-2011 Domein en financiering 1. Keuzes voor de toekomst De komende periode worden besluiten genomen die cruciaal zijn voor de toekomst van corporaties. De Europese Beschikking en de daaruit

Nadere informatie

Risicobeheersing en achtervang September / oktober 2014. Erik Terheggen

Risicobeheersing en achtervang September / oktober 2014. Erik Terheggen Risicobeheersing en achtervang September / oktober 2014 Erik Terheggen 1. WSW in cijfers 1983 Borginstituut opgericht in 1983 De WSW-borging geldt voor nieuwbouw en renovatie van sociale woningen en maatschappelijk

Nadere informatie

Checklist Bbsh volkshuisvestingsverslag 2011

Checklist Bbsh volkshuisvestingsverslag 2011 Algemeen Lees eerst het onderdeel 'algemeen' uit de toelichting. (! ) 1. Controle volledigheid Volkshuisvestingsverslag 1.1. 1.1.1. Bevat het volkshuisvestingsverslag een uiteenzetting over c.q. overzicht

Nadere informatie

ACCOUNTANTSPROTOCOL REGELING TOEGELATEN INSTELLINGEN VOLKSHUISVESTING 2015 (VERSLAGJAAR 2015)

ACCOUNTANTSPROTOCOL REGELING TOEGELATEN INSTELLINGEN VOLKSHUISVESTING 2015 (VERSLAGJAAR 2015) Bijlage 4 bij de Regeling van de Minister voor Wonen en Rijksdienst van 3 december 2015, nr. 2015-0000624698, houdende wijziging van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 Bijlage 4

Nadere informatie

P r o v i n c i e F l e v o l a n d

P r o v i n c i e F l e v o l a n d P r o v i n c i e F l e v o l a n d S t a t e n v o o r s t e l Aan: Provinciale Staten Onderwerp: Voorstel tot wijziging treasurystatuut Statenvergadering: 3 oktober 2002 Agendapunt: 21 1. Wij stellen

Nadere informatie

huisvesting TREASURYSTATUUT

huisvesting TREASURYSTATUUT TREASURYSTATUUT Inhoudsopgave 1. Inleiding 3 2. Financieren, beleggen en rentemanagement 4 2.1 Doelstellingen treasury 4 2.2 Financieringsbeleid 4 2.3 Aanwenden van (tijdelijk) overtollige middelen 5 2.4

Nadere informatie

Onderstaande tabel geeft het verloop weer van onze huidige langlopende geldleningen.

Onderstaande tabel geeft het verloop weer van onze huidige langlopende geldleningen. 4 Financiering Het doel van deze paragraaf is om de raad beter te informeren omtrent het treasurybeleid en de beheersing van financiële risico s. De treasuryfunctie ondersteunt de uitvoering van de programma's

Nadere informatie

rapport Treasurystatuut Versie 1.0 Datum 19 mei 2015 Frank aan de Wiel / Thésor Patrimonium Barendrecht

rapport Treasurystatuut Versie 1.0 Datum 19 mei 2015 Frank aan de Wiel / Thésor Patrimonium Barendrecht rapport Treasurystatuut Versie 1.0 Datum 19 mei 2015 Auteur Frank aan de Wiel / Thésor Patrimonium Barendrecht Inhoud Inleiding... 3 1. Algemeen... 5 2. Treasuryorganisatie & -besluitvorming... 6 2.1 Taken,

Nadere informatie

correcties op de door de corporatie in dpi ingevulde informatie. - Ten slotte verrekent WSW het borgingstegoed met het borgingsplafond.

correcties op de door de corporatie in dpi ingevulde informatie. - Ten slotte verrekent WSW het borgingstegoed met het borgingsplafond. Nr. Vraag Antwoord Wat is een borgingsplafond Het borgingsplafond van een corporatie is de maximale omvang van de geborgde leningportefeuille van een corporatie gedurende het betreffende kalenderjaar.

Nadere informatie

Beloningsbeleid Januari 2012

Beloningsbeleid Januari 2012 Beloningsbeleid Januari 2012 Inhoudsopgave Inleiding 2 Doel beloningsbeleid 3 Uitgangspunten beloningsbeleid 3 Inschaling en beschrijving beloning 3 Beloningsmodel onderneming 4 Risicobeheersing 4 Variabele

Nadere informatie

Investeringskasstroom: Investeringen maatschappelijk nut -25,5 Investeringen economisch nut -83,4 Investeringen grondexploitaties (netto) -0,6

Investeringskasstroom: Investeringen maatschappelijk nut -25,5 Investeringen economisch nut -83,4 Investeringen grondexploitaties (netto) -0,6 2.7 Financiering Algemeen Deze paragraaf informeert de raad over het treasurybeleid en het risicobeheer van de financieringsportefeuille. De kaders hiervoor zijn vastgelegd in de wet Financiering Decentrale

Nadere informatie

NBA Alert 30. Jaarrekeningcontrole woningcorporaties 2012

NBA Alert 30. Jaarrekeningcontrole woningcorporaties 2012 NBA Alert 30 Jaarrekeningcontrole woningcorporaties 2012 April 2013 Status NBA Alert Deze publicatie, die tot stand is gekomen onder verantwoordelijkheid van de NBA, beoogt registeraccountants en accountants-administratieconsulenten

Nadere informatie

BNG Regeling melding (vermeende) misstand

BNG Regeling melding (vermeende) misstand Koninginnegracht 2 2514 AA Den Haag T 0703750750 www.bngbank.nl BNG Regeling melding (vermeende) misstand BNG Bank is een handelsnaam van N.V. Bank Nederlandse Gemeenten, statutair gevestigd te Den Haag,

Nadere informatie

Voorwaarden derivaten

Voorwaarden derivaten Voorwaarden derivaten 2 Artikel 1. Toepasselijkheid en definities 1.1 Deze voorwaarden regelen, in aanvulling op de Voorwaarden voor Beleggingsdienstverlening, de verhouding tussen Kempen & Co en Cliënt

Nadere informatie

Treasurystatuut Laurentius

Treasurystatuut Laurentius Treasurystatuut Laurentius versie 1.1 16 juli 2013 Inhoudsopgave 1. Inleiding... 3 2. Treasurybeleid... 4 4.1 Doelstellingen van de treasuryfunctie... 4 4.2 Waarborgen financiële continuïteit... 5 4.2.1

Nadere informatie

Model Reglement Financieel Beleid en Beheer. d.d. 10-06-2016

Model Reglement Financieel Beleid en Beheer. d.d. 10-06-2016 Model Reglement Financieel Beleid en Beheer d.d. 10-06-2016 Disclaimer: De corporatie is zelf verantwoordelijk voor een adequaat Reglement financieel beleid en beheer, dat voldoet aan de Wettelijke bepalingen,

Nadere informatie

Hoofdlijnen van de concept-novelle

Hoofdlijnen van de concept-novelle Hoofdlijnen van de concept-novelle 21 februari 2014 De concept-novelle zit nu in een consultatieronde (tot 4 maart 2014). Een aantal partijen waaronder Aedes is in de gelegenheid gesteld om te reageren.

Nadere informatie

Financiering van de corporatiesector na de novelle. René Goorden

Financiering van de corporatiesector na de novelle. René Goorden René Goorden Oktober 2014 Novelle? een prozaverhaal dat wat de omvang betreft tussen de roman en het korte verhaal geplaatst wordt. De lengte is typisch tussen de 50 en 100 pagina's, maar hierover bestaat

Nadere informatie

CENTRAAL FONDS VOLKSHUISVESTING

CENTRAAL FONDS VOLKSHUISVESTING Onroerende zaken in exploitatie, bestemd voor verkoop Bij het bepalen van de bedrijfswaarde van voor verkoop bestemde huurwoningen verwijst de richtlijn voor woningcorporaties (RJ 645) naar de richtlijn

Nadere informatie

WSW trendanalyse woningcorporaties 2013-2017

WSW trendanalyse woningcorporaties 2013-2017 WSW trendanalyse woningcorporaties 2013-2017 Risico s voor borgstelsel nemen toe Corporaties nemen maatregelen om de financiële conti - nuïteit te waarborgen. Dit is het gevolg van de overheidsmaatregelen

Nadere informatie

Speciale nieuwsbrief over personentoetsingen

Speciale nieuwsbrief over personentoetsingen Speciale nieuwsbrief over personentoetsingen Beste relatie, Hierbij ontvangt u de digitale nieuwsbrief van de Autoriteit Financiële Markten (AFM). Deze speciale nieuwsbrief over personentoetsingen is opgesteld

Nadere informatie

Oosterhoutse Nieuwe Energie Coöperatie U.A.

Oosterhoutse Nieuwe Energie Coöperatie U.A. Oosterhoutse Nieuwe Energie Coöperatie U.A. Huishoudelijk Reglement Artikel 1: Algemeen 1.1 De Oosterhoutse Nieuwe Energie Coöperatie U.A. [hierna: de coöperatie] is gevestigd te Oosterhout en opgericht

Nadere informatie

Antwoord van minister Dijsselbloem (Financiën) (ontvangen 28 mei 2014)

Antwoord van minister Dijsselbloem (Financiën) (ontvangen 28 mei 2014) AH 2099 2014Z07113 Antwoord van minister Dijsselbloem (Financiën) (ontvangen 28 mei 2014) Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2013-2014, nr. 1927 1 Bent u bekend met het artikel Forse claims dreigen

Nadere informatie

No.W06.12.0456/III 's-gravenhage, 7 december 2012

No.W06.12.0456/III 's-gravenhage, 7 december 2012 ... No.W06.12.0456/III 's-gravenhage, 7 december 2012 Bij Kabinetsmissive van 8 november 2012, no.12.002573, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Financiën, mede namens de Minister van

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA 'S-GRAVENHAGE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA 'S-GRAVENHAGE > Retouradres Postbus 20201 2500 EE Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA 'S-GRAVENHAGE Korte Voorhout 7 2511 CW Den Haag Postbus 20201 2500 EE Den Haag

Nadere informatie

ABN AMRO Groenbank B.V. Enkelvoudige halfjaarlijkse jaarrekening

ABN AMRO Groenbank B.V. Enkelvoudige halfjaarlijkse jaarrekening Enkelvoudige halfjaarlijkse jaarrekening 1 september 2015 ENKELVOUDIGE HALFJAARLIJKSE JAARREKENING VOOR DE PERIODE EINDIGEND OP 30 JUNI 2015 INHOUDSOPGAVE 1 Directieverslag per 30 juni 2015 3 2 Beschrijving

Nadere informatie