Kansen van kerken binnen de Wmo in Utrecht

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Kansen van kerken binnen de Wmo in Utrecht"

Transcriptie

1 Kansen van kerken binnen de Wmo in Utrecht Een inventarisatie van de mogelijkheden die de Wmo biedt aan kerken om de participatie van burgers in de stad Utrecht te bevorderen Auteurs Datum Rianne Morren, Ageeth Weelink Utrecht, mei 2009 MOVISIE

2 MOVISIE Kennis en advies voor maatschappelijke ontwikkeling MOVISIE is hét landelijke kennisinstituut en adviesbureau voor maatschappelijke ontwikkeling. We bieden toepasbare kennis, adviezen en oplossingen bij de aanpak van sociale vraagstukken op het terrein van welzijn, participatie, zorg en sociale veiligheid. In ons werk staan vijf actuele thema's centraal: huiselijk & seksueel geweld, kwetsbare groepen, leefbaarheid, mantelzorg en vrijwillige inzet. We investeren in de kracht en de onderlinge verbinding van burgers. We doen dit door maatschappelijke organisaties, overheden, maatschappelijk betrokken bedrijven en burgerinitiatieven te ondersteunen, te adviseren én met hen samen te werken. Lokaal of landelijk, toegesneden op het vraagstuk en de organisatie. Zo kunnen deze organisaties en hun professionals hun werk voor de samenleving zo goed mogelijk doen. Kijk voor meer informatie op COLOFON Auteurs: Ageeth Weelink & Rianne Morren Projectleider: Wiebe Blauw Datum: mei 2009 MOVISIE Dit rapport is te bestellen op Dit rapport is mede tot stand gekomen met subsidie van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

3 Voorwoord Op de voorkant van dit onderzoeksrapport staat het wapen van de gemeente Utrecht afgebeeld. Het wapen verwijst naar het (bekende) verhaal van Sint-Maarten, de beschermheilige van de stad Utrecht. Het rood met witte schild in het wapen verwijst naar de rode kleur van de mantel en de witte kleur van de onderrok van de heilige. De onderrok kwam te voorschijn toen Sint-Maarten de helft van zijn mantel afstond aan een bedelaar, die hij ontmoette bij een stadspoort van Amiens. Omdat de helft van de mantel eigendom was van Rome kon hij slechts zijn eigen helft weggeven. Het wapen van Utrecht verbeeldt de aandacht die de heilige Sint-Maarten had voor de mens die hij ontmoette en die zijn hulp nodig had. Een houding die typerend is voor kerken die hulp willen bieden aan de mensen die ze ontmoeten. Ons onderzoek richt zich op de kansen die zijn weggelegd voor deze typerende rol van de kerken binnen de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) in de gemeente Utrecht. In dit rapport inventariseren wij de mogelijkheden die de Wmo biedt aan kerken om de participatie van burgers in de stad Utrecht te bevorderen. We willen een aantal mensen bedanken voor hun medewerking aan de totstandkoming van dit rapport. In de eerste plaats Wiebe Blauw, senior adviseur Versterking Vrijwillige Inzet bij MOVISIE en zijn collega s voor hun deskundige begeleiding, en Carin Graveland - Geijtenbeek, onze afstudeerbegeleider van de Christelijke Hogeschool Ede. Ook de kerken in Utrecht die de vragenlijst van het onderzoek hebben ingevuld, danken wij voor hun medewerking. Daarnaast danken wij de gemeenteraadsleden, medewerkers van de Dienst Maatschappelijke Ondersteuning en de medewerkers van de Vrijwilligerscentrale in de gemeente Utrecht voor het beantwoorden van onze vragen: door onze vragenlijst in te vullen en in de gesprekken die wij met hen mochten voeren. Ten slotte danken wij de heer W. Rietkerk voor zijn steun vanuit de politiek van de gemeente Utrecht. Allen heel hartelijk dank voor de tijd en de flexibiliteit in het meedenken en meewerken. Hun bijdrage aan dit onderzoek staat voor ons symbool voor wat er mogelijk is als we in de samenleving vrijwillig onze inzet en betrokkenheid tonen. Mei 2009, Ageeth Weelink Rianne Morren

4 Inleiding Aanleiding voor het onderzoek In 2007, het tweede jaar van haar opleiding maatschappelijk werk en dienstverlening, liep Ageeth Weelink stage in een kerkelijke gemeente in Utrecht. Tijdens deze stage ontmoette zij de heer Rietkerk van de ChristenUnie in Utrecht. In dit gesprek kwam de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) ter sprake. De heer Rietkerk vertelde dat de kerken in Utrecht weinig kennis hebben van de mogelijkheden van deze wet. Ook vertelde hij dat de gemeente Utrecht nog weinig zicht lijkt te hebben op wat kerken precies doen en wat voor potentieel aan vrijwillige inzet ze hebben als het gaat om maatschappelijke participatie zoals bedoeld in de Wmo. Een onderzoek zou dit in kaart kunnen brengen. De behoefte aan onderzoek naar de kansen van de Wmo voor kerken bleek breder te zijn, toen Ageeth en haar afstudeermaatje Rianne Morren in contact kwamen met MOVISIE. MOVISIE volgt de invoering van de Wmo in Nederland in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). In 2008 bracht MOVISIE het Trendrapport De uitvoering van de Wmo in beeld uit, dat een beeld geeft van de lokale praktijk van de Wmo. Het Trendrapport laat zien dat de civil society (zie paragraaf 1.1.5) tot nu toe weinig betrokken wordt bij het beleid van gemeenten met betrekking tot de Wmo. Deze twee aanleidingen hebben geleid tot het onderzoek dat in dit rapport wordt beschreven. In het onderzoek is in het bijzonder gekeken naar de rol van de kerken binnen de civil society in de gemeente Utrecht. Door in te zoomen op één stad en één onderdeel van de civil society worden mogelijk meer details zichtbaar van de samenwerking tussen de civil society en gemeenten. Vraagstelling voor het onderzoek Het onderzoek bestaat uit een literatuuronderzoek, dat vrij algemeen is, en een praktijkonderzoek, specifiek gericht op de stad Utrecht. In het onderzoek staan twee onderzoeksvragen centraal: - Welke mogelijkheden biedt de komst van de Wmo aan kerken om de maatschappelijke participatie van burgers in de stad Utrecht te bevorderen? - Hoe kunnen de gemeente Utrecht en de kerken deze mogelijkheden maximaal benutten? In hoofdstuk 5 zullen de antwoorden op beide vragen worden samengevat. De deelvragen bij de onderzoeksvragen deze staan vermeld in het plan van aanpak (bijlage 1) worden beantwoord in bijlage 8. Samenvatting Uit het literatuuronderzoek blijkt dat kerken, gezien hun rol in de maatschappij, van belang zijn binnen de civil society. De Wmo wil een beroep doen op de civil society om zo alle burgers mee te laten doen. Tot nog toe lijkt het er echter op dat gemeenten de civil society nog nauwelijks betrekken bij het uitvoeren van de Wmo. De gemeente Utrecht vormt hierop geen uitzondering, blijkt uit het praktijkonderzoek in de stad Utrecht. De kerken in Utrecht doen veel op maatschappelijk gebied. De gemeente zegt de kerken te willen betrekken in haar beleid, maar heeft tot nog toe weinig zicht op wat de kerken precies doen.

5 Hierin lijkt de Wmo, langzamerhand verandering te brengen. Kerken zijn bezig met het vormen van een diaconaal platform om samen te werken op diaconaal vlak. Hierin zoeken zij ook aansluiting bij de Wmo. De gemeente lijkt meer zicht te krijgen op wat de kerken doen en zoekt naar manieren om de kerken meer bij de Wmo te betrekken. Het lijkt erop dat de Wmo als brug kan fungeren tussen wat de kerken bieden en wat de gemeente vraagt. De uitkomsten van dit onderzoek laten zien dat kerken veel te bieden hebben voor de samenleving in Utrecht. Het is van belang dat de kerken en de gemeente allebei stappen ondernemen om elkaars vraag en aanbod beter te leren kennen en dat zij afspraken maken over de rol van de kerken binnen de Wmo in Utrecht. Gezien hun aandeel binnen de civil society kunnen kerken de samenleving in Utrecht tot een beter geheel maken! Leeswijzer voor het rapport Het onderzoek bestaat uit een literatuuronderzoek, dat vrij algemeen is, en een praktijkonderzoek specifiek gericht op de stad Utrecht. De aanpak van het onderzoek staat beschreven in het plan van aanpak (bijlage 1). De eerste drie hoofdstukken van dit rapport beschrijven de uitkomsten van het literatuuronderzoek naar de mogelijke rol van kerken binnen de Wmo. Hoofdstuk 1 gaat over de Wmo, hoofdstuk 2 over de rol van de kerken in de maatschappij en hoofdstuk 3 over de rol van kerken binnen de Wmo. Hoofdstuk 4 beschrijft de resultaten van het praktijkonderzoek. In dit hoofdstuk worden antwoorden van de kerken, gemeenten en anderen beschreven en samengevat. Op basis van deze uitkomsten van het literatuur- en praktijkonderzoek worden in hoofdstuk 5 conclusies geformuleerd en aanbevelingen gedaan. In de slotbeschouwing worden deze samengevat.

6 Inhoudsopgave 1 De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) Wmo algemeen Maatschappelijk doel van de Wmo Doelgroep van de Wmo Uitgangspunten van de Wmo Het ontstaan van de Wmo Civil society De Wmo als aanbouwwet, participatiewet en kaderwet Wmo in Utrecht De totstandkoming van het Wmo-beleid in de gemeente Utrecht Uitgangspunten Wmo in Utrecht Beleidspunten Wmo van de gemeente Utrecht in de periode Adviesorganen in Utrecht Samenvatting Rol van kerken in de samenleving in Nederland Rol van kerken in de maatschappij Geschiedenis De laatste jaren Publieke en religieuze rol van kerken Scheiding van kerk en staat De vrijheid van godsdienst Het gelijkheidsbeginsel De neutraliteit van de overheid Plaats van diaconaat en missionaat binnen kerken Samenvatting De rol van kerken binnen de Wmo Kansen voor de kerken? Rol van kerken binnen de Wmo Handvatten voor kerken om deel te nemen aan de Wmo Kanttekeningen Kansen voor de gemeenten? Hoe betrekken gemeenten kerken bij de Wmo? Handvatten voor gemeenten om samen te werken Kanttekeningen Kansen voor de kerken binnen de Wmo in de gemeente Utrecht? Initiatieven vanuit de kerken in Utrecht Beleid van de gemeente Utrecht ten aanzien van de rol van de kerken Samenvatting Resultaten van het onderzoek Visie van de kerken De visie van de gemeenteraad In gesprek met DMO en de Vrijwilligerscentrale in de gemeente Utrecht In gesprek met medewerkers van de DMO In gesprek met de Vrijwilligerscentrale...56 Utrecht, mei 2009 * Kansen van kerken binnen de Wmo in Utrecht

7 5 Conclusies en aanbevelingen Conclusies Aanbevelingen Slotbeschouwing; Rol van kerken meer dan gaten vullen...66 Slotwoord...67 Literatuurlijst...69 Bijlage 1. Plan van aanpak...72 Bijlage 2. Inzet van de gemeente Utrecht weergegeven aan de hand van de negen prestatievelden van de Wmo...73 Bijlage 3. Financieel overzicht van een aantal gemeentelijke budgetten...75 Bijlage 4. Stappenplan voor kerken bij deelname Wmo...76 Bijlage 5. Inzet van gemeente Utrecht en de activiteiten van kerken in Utrecht weergegeven aan de hand van de negen prestatievelden van de Wmo...78 Bijlage 6. De visie van de verschillende partijen in de gemeenteraad...83 Bijlage 7. In gesprek met DMO medewerkers...92 Bijlage 8. Antwoorden op de deelvragen gesteld in het plan van aanpak...99 Bijlage 9. Aanbevelingen aan de kerken en de gemeente Utrecht mei 2009 * Kansen van kerken binnen de Wmo in Utrecht

8 1 De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) In dit eerste hoofdstuk staat de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) centraal. In paragraaf 1.1 is te lezen wat de Wmo in het algemeen inhoudt. In paragraaf 1.2 wordt beschreven hoe het Wmobeleid tot stand is gekomen en wordt uitgevoerd in de gemeente Utrecht. Paragraaf 1.3 vormt een samenvatting van de uitkomsten van dit hoofdstuk. 1.1 Wmo algemeen De Wmo is een relatief nieuwe, landelijke wet die in algemene zin regelt op welke wijze gemeenten maatschappelijk ondersteuning moeten bieden aan hun inwoners. Deze paragraaf beschrijft het maatschappelijk doel van de wet, de uitgangspunten en het ontstaan van de wet. Ook het begrip civil society dat onlosmakelijk verbonden is met de Wmo, wordt uitgelegd Maatschappelijk doel van de Wmo De Wmo moet ervoor zorgen dat mensen zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen en kunnen meedoen in de samenleving, al of niet geholpen door vrienden, familie of bekenden. Dit wordt de onderlinge betrokkenheid tussen mensen genoemd. Als het nodig is, kan de gemeente bijspringen, bijvoorbeeld door ondersteuning te bieden aan vrijwilligers (civil society) en mantelzorgers. De Wmo regelt ook hulp bij het huishouden en geeft informatie over de hulp en informatie die burgers kunnen krijgen (www.invoeringwmo.nl) Doelgroep van de Wmo De Wmo is er voor de hele samenleving, namelijk: - iedereen die ondersteuning nodig heeft om zelfstandig te kunnen meedoen in de samenleving en zelfstandig te kunnen (blijven) wonen. Dit zijn bijvoorbeeld mensen met een chronische ziekte of lichamelijke beperking, een verstandelijke beperking of een psychische stoornis, slachtoffers van huiselijk geweld, jeugdigen met lichte opgroeiproblemen, ouders met lichte opvoedproblemen en ouderen; - de helpers uit de omgeving van een zorgbehoevende, zoals mantelzorgers en vrijwilligers; - alle andere burgers, omdat het erom gaat dat iederéén meedoet in de samenleving. Allochtone hulpvragers zijn over het algemeen minder bekend met het bestaan van veel Wmovoorzieningen. Dit komt onder andere doordat zij de Nederlandse taal minder goed spreken en een andere culturele achtergrond hebben. Zo zijn er onder de allochtonen veel mantelzorgers, die niet weten dat zij mantelzorger zijn en hierdoor niet beseffen dat zij aanspraak kunnen maken op ondersteuning (Schwarz, 2008) Uitgangspunten van de Wmo Hoewel de aanleiding om de wet in het leven te roepen een financieel karakter had het kunnen financieren van de grote hoeveelheid zorgvragen kreeg de wet een zeer sociale invulling. De uitgangspunten van de Wmo zijn als volgt: Utrecht, mei 2009 * Kansen van kerken binnen de Wmo in Utrecht 1

9 1. Mensen zijn zo veel mogelijk zelf verantwoordelijk. 2. De solidariteit in de samenleving moet worden gehandhaafd en gestimuleerd. 3. Mensen moeten zo volwaardig mogelijk deelnemen aan de samenleving en zo nodig ondersteund worden bij deelname. 4. Er moet goede zorg zijn voor de mensen die dat écht nodig hebben. 5. De bureaucratie moet verminderen. (Alblas, 2007) Het lijkt erop dat de overheid van de burger verwacht dat hij de oude burgerplicht en burenplicht weer op zich neemt, maar nu met ondersteuning van de overheid. De termen burgerplicht en burenplicht worden in deze tijd niet meer gebruikt en hebben plaatsgemaakt voor de term vrijwillige inzet. Je zou kunnen zeggen dat in plaats van plicht nu participatie centraal staat. Van iedere burger wordt verwacht dat hij meedoet in de maatschappij voor zover hij hiertoe de mogelijkheden heeft. De civil society (zie ook paragraaf 1.1.5) wordt gezien als bindende factor van de Wmo. Uyterlinde, Engbersen en Neefjes (2007) hebben in het model van de Wmo-synthese het moderne sociale denken afgezet tegen het oude sociale denken van vóór de opkomst van de verzorgingsstaat. Bij het oude sociale denken was vooral sprake van de eigen zorgplicht en de concrete vrijwillige hulp van familie en buren. In het moderne sociale denken de verzorgingsstaat was het vooral de staat die verplicht was tot het geven van hulp. Soms wordt gedacht dat de Wmo hetzelfde beoogt als het oude sociale denken, maar dit is niet zo. Het is meer een soort middenweg tussen de uitgangspunten van de twee denkwijzen (Lub et al., 2008). De Wmo kent negen prestatievelden. Dit zijn de gebieden waarvoor elke gemeente beleid moet ontwikkelen. De prestatievelden zijn: 1. het bevorderen van de sociale samenhang in en leefbaarheid van dorpen, wijken en buurten; 2. het bieden van preventie gerichte ondersteuning aan jeugdigen met problemen met opgroeien en aan ouders met problemen met opvoeden; 3. het geven van informatie, advies en cliëntondersteuning; 4. het ondersteunen van mantelzorgers en vrijwilligers; Utrecht, mei 2009 * Kansen van kerken binnen de Wmo in Utrecht 2

10 5. het bevorderen van de deelname aan het maatschappelijke verkeer en van het zelfstandig functioneren van mensen met een beperking of een chronisch psychisch probleem en van mensen met een psychosociaal probleem; 6. het verlenen van voorzieningen aan mensen met een beperking of een chronisch psychisch probleem en aan mensen met een psychosociaal probleem ten behoeve van het behoud van hun zelfstandig functioneren of hun deelname aan het maatschappelijke verkeer; 7. het bieden van maatschappelijke opvang, waaronder vrouwenopvang; 8. het bevorderen van openbare geestelijke gezondheidszorg, met uitzondering van het bieden van psychosociale hulp bij rampen; 9. het bevorderen van verslavingsbeleid (Gemeente Utrecht, 2008c) Het ontstaan van de Wmo De belangrijkste reden waarom de Wmo in het leven is geroepen, is dat het Nederlandse zorgstelsel onbetaalbaar dreigde te worden. Het takenpakket van de overheid de burgers verzekeren van gezondheidszorg, onderwijs en zorg is in de loop der jaren steeds verder uitgebreid; de overheid nam steeds meer verantwoordelijkheden op zich. Ook heeft de technologische vooruitgang in de gezondheidszorg ertoe geleid dat de overlevingskansen van de mens zijn toegenomen en er meer mogelijkheden zijn om het leven gemakkelijker te maken. Deze technologische ontwikkelingen en de daaruit voortvloeiende mogelijkheden brengen kosten met zich mee. Tenslotte is de vraag naar zorg toegenomen, doordat Nederlanders steeds ouder worden. Een andere reden waarom de overheid de Wmo wilde invoeren, is dat zij het idee heeft dat de gemeente op gemeentelijk niveau meer zicht heeft op wat de burger nodig heeft aan zorg, middelen, voorzieningen en menskracht en welke hiervan voorhanden zijn, dan dat de overheid dat heeft op landelijk niveau (Lub, Sprinkhuizen, Alblas, Peters & Engbertsen, 2008). Hierdoor zou de financiering ook gerichter daar waar nodig ingezet kunnen worden. Om deze verschuiving van verantwoordelijkheid van landelijke overheid naar gemeente mogelijk te maken heeft de overheid de landelijk uitgevoerde Welzijnswet, Wet Voorzieningen Gehandicapten (WVG) en delen van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) samengevoegd. Hierdoor ontstond op 1 januari 2007 één nieuwe, door gemeenten uit te voeren wet: de Wet maatschappelijke ondersteuning. Een derde ontwikkeling waaraan de Wmo een einde moest maken, is de toegenomen afhankelijkheid van burgers van gesubsidieerde (overheids)voorzieningen. Met de komst van de Wmo wilde de overheid de eigen verantwoordelijkheid van burgers en de onderlinge solidariteit opnieuw stimuleren. De Wmo gaat uit van de verantwoordelijkheid van de burger zélf bij het zoeken en organiseren van de zorg en ondersteuning die hij nodig heeft. Pas als er geen natuurlijke hulpbronnen in de directe omgeving van de hulpvrager zijn, kan de hulpvrager een beroep doen op de gemeente (Blauw, 2006) Civil society Het begrip civil society en de Wmo zijn onlosmakelijk met elkaar gebonden. Op omschrijft het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport het begrip als volgt: Civil society is een systeem van verbanden waar mensen vrijwillig deel van uitmaken. De verbanden in een civil society vallen buiten de sfeer van 'gevestigde' verbanden, zoals overheid, de markt en de verbanden van familie en vrienden. De civil society gaat uit van betrokkenheid van burgers bij de publieke zaak, vergroting van maatschappelijk zelfbestuur, Utrecht, mei 2009 * Kansen van kerken binnen de Wmo in Utrecht 3

11 minder overheidsbemoeienis, beperking van commerciële invloeden en versterking van gemeenschapszin en tolerantie. De civil society is dus het geheel van vrijwillige organisaties en particuliere initiatieven die geen deel uitmaken van de overheid, geen winstoogmerk hebben en niet op familie- of vriendenbanden berusten. Met andere woorden: mensen die vrijwillig in contact gaan met andere mensen die geen familie of vrienden zijn. Het is die vrijwilligheid in het ontmoeten van de ander, er willen zijn voor de ander, die vrijwillige inzet wordt genoemd. Met de komst van de Wmo hebben de burgers weer meer eigen verantwoordelijkheid gekregen. Ze worden geacht eerst zélf te zoeken en zélf te proberen de zorg en of ondersteuning te organiseren die zij nodig hebben. Als zij deze hulp vragen aan familie en vrienden, dan wordt dit mantelzorg genoemd. Als die mantelzorgers er niet zijn of niet in staat zijn om de nodige hulp te bieden, dan kunnen burgers proberen om zorg en ondersteuning te krijgen vanuit de civil society (Blauw, 2006). Vrijwillige organisaties zijn onder andere: vrijwilligersorganisaties, levensbeschouwelijke organisaties, zoals kerken en moskeeën, buurthuizen en sportverenigingen. Voor kwetsbare burgers met beperkingen die geen beroep (meer) kunnen doen op de eigen familie, vrienden of op organisaties uit het maatschappelijk middenveld (de civil society) heeft de gemeente de plicht voorzieningen te treffen die hen in staat stellen: - een eigen huishouden te voeren; - zich te verplaatsen in en om de woning; - zich lokaal te verplaatsen per vervoermiddel; - andere mensen te ontmoeten en op basis daarvan sociale verbanden aan te gaan. De verplichting voor de gemeente wordt het compensatiebeginsel genoemd. Gemeenten zijn vrij in de manier waarop zij invulling geven aan deze verplichting. Zij kunnen maatschappelijke organisaties stimuleren zich meer te richten op deze groep burgers, bijvoorbeeld door thuisbezoek te organiseren of gezamenlijke maaltijden. Zij kunnen ook besluiten individuele voorzieningen te verstrekken in de vorm van een scootmobiel, een woningaanpassing en dergelijke (Blauw, 2006) De Wmo als aanbouwwet, participatiewet en kaderwet De Wmo heeft verschillende aspecten: Aanbouwwet De Wmo is een zogenaamde aanbouwwet. Dat wil zeggen dat de overheid na 1 januari 2007 nog andere functies kan overhevelen naar de Wmo. Per 1 januari 2009 is ook de ondersteunende begeleiding vanuit de AWBZ overgeheveld. Denk daarbij aan begeleiding bij activiteiten in het dagelijks leven van personen die niet zelfstandig kunnen functioneren. In de toekomst kunnen meer AWBZfuncties worden overgeheveld (Gemeente Utrecht, 2008c). Participatiewet Het doel van de Wmo is dat iedereen vooral de kwetsbare burger kan meedoen. De uitgangspunten van de Wmo, zoals hierboven beschreven, vragen een andere houding (en kennis) van de burgers dan de houding gedurende de verzorgingsstaat van vóór Van de burger wordt verwacht dat hij meedoet zo veel als hij kan. Het doel 'meedoen wil de overheid bereiken door de zorg en ondersteuning aan burgers op gemeentelijk niveau vorm te geven. In een lokale samenleving waarin de overheid en organisaties goed samenwerken en beleid en uitvoering op elkaar zijn afgestemd, komt deze participatie eenvoudiger tot stand dan wanneer de ondersteuning landelijk wordt Utrecht, mei 2009 * Kansen van kerken binnen de Wmo in Utrecht 4

12 vormgegeven, zoals dit het geval was met de drie wetten die aan de Wmo voorafgingen (Gemeente Utrecht, 2008c). In de praktijk is de Wmo vooral in het begin vooral benaderd als een zorgwet. Hierdoor is de participatie van burgers dat wat de wet eigenlijk beoogt onderbelicht geweest. Kaderwet In de Wmo heeft de overheid beleidstaken overgedragen aan de lokale gemeenten. De gemeente besteedt het grootste deel van de uitvoering van de wet uit aan organisaties en houdt zelf twee taken over: een kaderscheppende en een financierende taak. De landelijke overheid heeft een kader geschetst waarbinnen op lokaal niveau het beleid verder invulling kan krijgen. Dat wil zeggen dat de wet niet gedetailleerd voorschrijft hoe gemeenten de wet moeten uitvoeren. Wel heeft de landelijke overheid negen prestatievelden benoemd en een aantal prestatieverplichtingen voor de gemeenten. Als financier stelt de overheid geld beschikbaar aan alle gemeenten om daarmee de uitvoering van het beleid te kunnen realiseren (Gemeente Utrecht, 2008c). De landelijke overheid heeft voor de gemeenten ook bepaalde procesverplichtingen vastgesteld. Voor de mogelijke rol van kerken binnen de Wmo zijn vooral twee verplichtingen van belang, namelijk dat gemeenten zorg dragen voor: - de regie. Dit betekent vooral initiëren, stimuleren, faciliteren, coördineren en samenhang creëren (Franken, 2008a); - participatie van de burger bij de totstandkoming van het Wmo-beleid (Gemeente Utrecht, 2008c). De meeste gemeenten richten een Wmo-adviesraad op, om de verplichte samenspraak met de burgers en hun (belangen)organisaties vorm te geven (Franken, 2008a). De gemeenten kunnen ook besluiten om op een andere manier aan deze verplichting te voldoen. De Wmo is dus een wet die burgers vraagt mee te doen. De Wmo gaat uit van de verantwoordelijkheid van de burger zelf bij het zoeken en organiseren van de zorg en ondersteuning die hij nodig heeft. Binnen de Wmo is een belangrijke taak weggelegd voor de civil society, waaronder de kerken om burgers waar nodig te ondersteunen. 1.2 Wmo in Utrecht Deze paragraaf gaat over de Wmo in de gemeente Utrecht: over hoe het Wmo-beleid van de gemeente tot stand is gekomen en wat de uitgangspunten van dit beleid zijn. Ook wordt stilgestaan bij de adviescommissies en overlegorganen die een rol spelen of in de toekomst een rol kunnen gaan spelen binnen de Wmo in Utrecht De totstandkoming van het Wmo-beleid in de gemeente Utrecht Toen in januari 2007 de Wet maatschappelijke ondersteuning werd ingevoerd, werd elke gemeente verplicht hierover beleid te maken. De gemeente Utrecht heeft dit in eerste instantie gedaan door op 10 juli 2007 de Notitie uitgangspunten Wmo vast te stellen. Deze notitie beschrijft de uitgangspunten en randvoorwaarden voor het Wmo-beleid in Utrecht. Burgers en maatschappelijke organisaties mochten hierop reageren, onder andere op door de gemeente georganiseerde bijeenkomsten (Gemeente Utrecht, 2007). De uitkomsten van deze gesprekken, waarbij ook verschillende adviesorganen aanwezig waren, zijn te vinden in drie rapporten, Wmo klanken getiteld. Utrecht, mei 2009 * Kansen van kerken binnen de Wmo in Utrecht 5

13 Op de website van de gemeente Utrecht zijn deze drie rapporten nog in te zien. Voor het onderzoek is vooral het eerste rapport van belang, omdat hierin verslagen zijn opgenomen van bijeenkomsten met de civil society en religieuze organisaties (zie paragraaf 3.2.2). Over het Wmo-beleid van de gemeente Utrecht hebben verschillende adviesorganen vervolgens advies uitgebracht, onder meer: - Geen, Vivien van (2007). Met de Wmo gaat Utrecht voor goud: Advies over Wmo-participatie van de Utrechtse Adviesraden aan het college. Utrecht. - Saluti, Stedelijk Adviesorgaan Interculturalisatie (2007). Meedoen, meedenken, meebeslissen: Investeren in participatie. Utrecht. - Saluti, Stedelijk Adviesorgaan Interculturalisatie (2008). Aan de voorkant van het loket: Toegankelijkheid van voorzieningen. Utrecht. De Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling (DMO) van gemeente Utrecht heeft hierop volgend in juli 2008 de uitgangspunten verder uitgewerkt in een conceptversie van het meerjarenbeleidplan Wmo in drie delen, namelijk: - Met elkaar, voor elkaar. Concept Wmo beleidskader Vrijwillige inzet voor elkaar. Concept beleidskader Accommodaties met elkaar. Concept Actieplan welzijnsaccommodatiebeleid Voor alsnog is alleen van de eerstgenoemde publicatie een definitieve versie uitgekomen. Op dit moment schrijft de gemeente een uitvoeringsnotitie, waarin zij weergeeft hoe zij de beleidspunten uit de beleidskaders gaat realiseren Uitgangspunten Wmo in Utrecht De gemeente Utrecht streeft naar een samenleving waarin betrokkenheid en solidariteit centraal staan, een civil society. Aan de civil society, zo stelt de gemeente Utrecht, nemen onder meer deel: verenigingen, buurtcomités, kerken en moskeeën, cliënten- en patiëntenorganisaties en ideële organisaties. Samenwerking, ondersteuning en het aanbieden van faciliteiten aan deze deelnemers vanuit de gemeente zal de gemeenschap in de wijk en stad versterken (Gemeente Utrecht, 2007). Gemeente Utrecht neemt daarbij als uitgangspunt dat de gemeente voorwaarden schept voor burgers die, al dan niet georganiseerd, elkaar willen opzoeken en ondersteunen. De burgers en deelnemers aan de civil society moeten kunnen rekenen op betrouwbare informatie, advies en ondersteuning. In de Notitie uitgangspunten van de Wmo (2007) en in het Beleidskader vrijwillige inzet (2008) geeft de gemeente Utrecht het belang van een sterke civil society, in relatie tot de negen prestatievelden in de Wmo, weer in het onderstaande schema: Utrecht, mei 2009 * Kansen van kerken binnen de Wmo in Utrecht 6

14 Bron: Notitie uitgangspunten van de Wmo (Utrecht, 2007) De civil society omvat vooral de prestatievelden 1 en 4, waarop eigenlijk de hele gemeenschap rust. Het geven van informatie, advies en (cliënt)ondersteuning (prestatieveld 3) vormt een schakel tussen de civil society en de overige prestatievelden. De taken van prestatieveld 3 zijn belangrijke taken van de gemeente zelf. Uit dit schema is af te leiden dat de gemeente eigenlijk niet zonder de civil society kan. De gemeente Utrecht noemt in de Notitie uitgangspunten Wmo (2007) dat zij het vrijwilligerswerk (lees civil society) ziet als het kloppende hart van de samenleving. Zij zegt dat zij zich zal inzetten voor het oprichten van een Vrijwilligershuis om burgers in het algemeen en bepaalde doelgroepen in het bijzonder te ondersteunen en te begeleiden bij het uitvoeren van hun initiatieven Beleidspunten Wmo van de gemeente Utrecht in de periode In het Beleidskader vrijwillige inzet voor elkaar (2008) geeft de gemeente Utrecht de beleidspunten weer voor de komende periode. In het Beleidskader Met elkaar, voor elkaar (2008) beschrijft zij hoe zij zich voor elk prestatieveld zal inzetten. De gemeente Utrecht richt zich in de komende vier jaar duidelijk op drie prestatievelden, namelijk: - prestatieveld 1: leefbaarheid en sociale samenhang; - prestatieveld 3: advies, informatie en cliëntondersteuning; - prestatieveld 4: ondersteuning aan vrijwilligers en mantelzorgers. De gemeente Utrecht heeft deze prestatievelden benoemd als het hart van de Wmo. Zij vormen de basis voor nieuwe kansen en werkwijzen (Gemeente Utrecht, 2008c). In bijlage 2 wordt de inzet van de gemeente Utrecht voor elk van de negen prestatievelden schematisch weergegeven. Hieronder zullen enkele beleidspunten van de gemeente Utrecht worden belicht die van belang zijn voor het onderzoek naar de mogelijke rol van kerken binnen de Wmo in de gemeente Utrecht. Utrecht, mei 2009 * Kansen van kerken binnen de Wmo in Utrecht 7

15 Stimuleren van nieuwe vormen en aanbieders De gemeente Utrecht erkent dat zij onvoldoende oog heeft voor de bestaande kracht in de stad en dat zij op dit moment onvoldoende gebruik maakt van de aanwezige wil, kennis en kunde van individuele bewoners en instellingen (Gemeente Utrecht, 2008d). Er moet dus meer ruimte komen voor particulier initiatief. Om dit mogelijk te maken moet er meer flexibiliteit komen in het toekennen van budgetten. Gemeente Utrecht wil hierin per 2009 dan ook verandering aanbrengen. De afdeling DMO- Welzijnszaken doet hiertoe een eerste aanzet. De eerste aanzet tot het flexibeler toekennen van de budgetten doet de DMO door bestaande instellingen niet langer jaarlijks uit te nodigen voor het doen van subsidieaanvragen, maar de vraag op internet te publiceren, onder de noemer open uitnodiging. Zo kunnen ook andere instellingen en burgers, al dan niet in georganiseerd verband, hierop reageren en krijgen ook nieuwe aanbieders de mogelijkheid een rol te spelen bij de uitvoering van welzijnstaken in opdracht van de gemeente (Gemeente Utrecht, 2008b). Het budget dat de gemeente wil vrijmaken vanaf 2009 voor de open uitnodiging zal zij voornamelijk besteden aan de prestatievelden 1 (civil society) en 4 (ondersteuning vrijwilligers en mantelzorgers) (Gemeente Utrecht, 2008d). Een aantal mensen zijn echter van mening dat de gemeente met deze nieuwe aanpak niet alle groepen zal bereiken. In de drie Wmo klanken komen diverse mensen aan het woord die aangeven dat de gemeente naar hun mening te passief is. Zij stellen bijvoorbeeld dat de gemeente ook een aanzwengelende functie kan hebben en dat de gemeente vraag en aanbod bij elkaar zou moeten brengen. Ook Saluti, Stedelijk Adviesorgaan Interculturalisatie, stelt in haar advies Meedoen, meedenken, meebeslissen (2007) dat de gemeente mensen en organisaties actief moet opzoeken. Saluti geeft aan nog weinig signalen te zien die erop wijzen dat de gemeente Utrecht actief op zoek is naar belangrijke partners binnen de civil society. De gemeente heeft wel het voornemen geuit op een outreachende manier met de burgers te willen communiceren. Dit wil zeggen dat de gemeente zelf naar de burgers toegaat, zonder dat de burgers hiertoe actie hoeven te ondernemen (Gemeente Utrecht, 2008c). De open uitnodiging Heeft u een goed plan voor een mooier en beter Utrecht? Wilt u zich inzetten voor een vitale lokale samenleving waarin bewoners iets voor elkaar en hun omgeving betekenen? Zo nodigt de gemeente Utrecht op haar website burgers uit tot het leveren van een bijdrage. Met deze open uitnodiging wil de gemeente Utrecht burgers, maatschappelijke organisaties en nieuwe initiatiefnemers een kans bieden om een bijdrage te leveren aan het bevorderen van maatschappelijke participatie. Zij kunnen een subsidie aanvragen. De gemeente beoordeelt of de subsidie wordt verleend aan de hand van de volgende beoordelingscriteria: - De activiteiten dragen voldoende bij aan de omschreven doelstelling. - De activiteiten zijn voldoende afgestemd op de vraag of behoeften van de doelgroep. - Het aanbod is vernieuwend en/of aanvullend op het bestaande aanbod en de prijs verhoudt zich goed tot de kwaliteit. - De aanbieder werkt samen met anderen. - Het aanbod voldoet aan de Algemene Subsidie Verordening Naast de open uitnodiging kent de gemeente ook nog de structurele budgetten vanuit de Wmo en de leefbaarheidsbudgetten. De leefbaarheidsbudgetten zijn bestemd voor initiatieven die aan één bepaalde wijk ten goede komen. Welke gemeentelijke budgetten er zijn voor het ondersteunen en bevorderen van de vrijwillige inzet in Utrecht wordt duidelijk uit de tabel in bijlage 3. Utrecht, mei 2009 * Kansen van kerken binnen de Wmo in Utrecht 8

16 Vrijwilligershuis Uit een evaluatie van het vrijwilligersbeleid in de periode (Mazurkiewicz, Mentink & Heijster, 2006) kwam naar voren dat vrijwilligers behoefte hadden aan meer ondersteuning op het gebied van huisvesting en accommodatie en aan trainingen, advies en ondersteuning rondom algemene zaken als wet- en regelgeving en het aanvragen van subsidies (Gemeente Utrecht, 2008b en 2008d). Dat er behoefte is aan ondersteuning op het gebied van huisvesting en accommodatie bleek ook uit de gesprekken die de gemeente Utrecht voerde tijdens de totstandkoming van het Wmo-beleidsplan met migrantenorganisaties, wijkwelzijnsorganisaties, verenigingen, buurtcomités, kerken en moskeeën, cliënten- en patiëntenorganisaties, ideële belangenorganisaties en burgers (Gemeente Utrecht, 2008b). Om aan deze behoeften tegemoet te komen heeft de gemeente samen met de Vrijwilligersadviesraad Utrecht (VAR) besloten groen licht te geven voor het oprichten van het Vrijwilligershuis (Gemeente Utrecht, 2008d). De VAR is een onafhankelijke Utrechtse adviesraad. Het Vrijwilligershuis is een plek waar vrijwilligers en vrijwilligersorganisaties elkaar (digitaal) kunnen ontmoeten, kennis en ervaring kunnen uitwisselen, maar ook kunnen zoeken naar een geschikte workshop of vacature. Ook het ondersteunen van vrijwilligers met informatie, advies, huisvesting en vergaderruimte is een doel van het Vrijwilligerhuis. In november 2008 is het digitale Vrijwilligershuis geopend. Het fysieke Vrijwilligershuis opent naar verwachting in de loop van 2009 de deuren. Makelpunt Utrecht Om tegemoet te komen aan de behoefte aan meer ondersteuning op het gebied van huisvesting en accommodatie heeft de gemeente Utrecht het beleidskader Accommodatie met elkaar geschreven (Gemeente Utrecht, 2008 b). Hierin spreekt de gemeente over het Makelpunt Utrecht. Het doel van het Makelpunt is de vraag naar en het aanbod van accommodaties voor Wmo-gerelateerde initiatieven bij elkaar te brengen en om ondersteuning te bieden bij het vinden van geschikte huisvesting. Bewoners, vrijwilligersorganisaties en andere initiatiefnemers die geschikte huisvesting zoeken, kunnen ook gebruik maken van bestaande accommodaties in de wijk van derden als kerken, moskeeën, woningcorporaties, scholen, sportverenigingen en bedrijven. Door het instellen van deze makelaarsfunctie probeert de gemeente Utrecht het huisvestingsprobleem te verminderen, zodat meer initiatieven in het kader van de Wmo en de civil society uitgevoerd kunnen worden, zoals jongerenavonden en maaltijdvoorzieningen. Op korte termijn wil de gemeente Utrecht ervoor zorgen dat: - meer accommodaties beschikbaar komen om aan de huidige en toekomstige vraag te kunnen voldoen; - de Wmo-gerelateerde initiatieven die aan de criteria voldoen en ondersteuning nodig hebben bij het financieren van de huisvesting, hiervoor subsidie kunnen krijgen (Gemeente Utrecht, 2008b). Deskundigheidsbevordering De civil society heeft ook behoefte aan deskundigheidsbevordering. De gemeente heeft van Utrechtse vrijwilligersorganisaties vernomen dat zij ondersteuning en deskundigheidsbevordering nodig hebben op het gebied van onder andere wet- en regelgeving en fondsenwerving. In het Beleidskader : Vrijwillige inzet voor elkaar (2008) heeft de gemeente hierop aangegeven dat zij vrijwilligersorganisaties cursussen en trainingen wil bieden over diverse relevante onderwerpen. De behoefte aan informatie, advies en ondersteuning komt ook terug in andere literatuur. In Aan de voorkant van het loket: Toegankelijkheid van voorzieningen (2008) doet Saluti, Stedelijk Adviesorgaan Interculturalisatie, letterlijk de aanbeveling: treedt als gemeente op als informatiemakelaar. Utrecht, mei 2009 * Kansen van kerken binnen de Wmo in Utrecht 9

17 In het beleidskader zegt de gemeente Utrecht toe hieraan meer aandacht te zullen besteden, onder meer met het Vrijwilligershuis en de Frontoffice Wmo. Deze helpt burgers die hulp en zorg nodig hebben bij het vinden van passende voorzieningen (Gemeente Utrecht, 2009). Hiertoe heeft de gemeente in 2007 de Wmo-loketten gestart. Deze worden in het voorjaar van 2009 geëvalueerd. De Wmo-loketten bevinden zich in de vijf wijkservicecentra of wijkbureaus. Vanaf juli 2009 wil de gemeente Utrecht het volledige dienstenpakket van de Frontoffice Wmo van start laten gaan, waartoe ook de Wmo-telefoon behoort. Vermindering regelgeving In 2007 heeft de gemeente Utrecht deelgenomen aan een landelijk onderzoek naar mogelijkheden tot vermindering van regelgeving voor vrijwilligersorganisaties. De bevindingen en aanbevelingen van dit onderzoek voor Utrecht zijn vastgelegd in het rapport Onbeperkt vrijwilligerswerk (Daru & Kok, 2007) De belangrijkste conclusies uit dit rapport zijn: - dat organisaties vinden dat zij te veel tijd kwijt zijn aan het papierwerk dat voortkomt uit het voldoen aan de regelgeving en het aanspraak maken op subsidie; - dat organisaties onbekend zijn met verschillende regels en mogelijkheden; - dat organisaties vinden dat de gemeente sneller zou kunnen reageren; - dat organisaties behoefte hebben aan informatie en advies op maat. Deze conclusies worden bevestigd door uitspraken die gedaan zijn tijdens de bijeenkomsten die de gemeente Utrecht heeft belegd met verschillende partijen van de Wmo, zoals de uitspraak dat de gemeente moet kijken hoe de papierstroom met betrekking tot subsidies vereenvoudigd zou kunnen worden (Gemeente Utrecht, 2008e). De aanbevelingen die de gemeente Utrecht ontving, heeft zij grotendeels overgenomen en als basis gebruikt voor het beleidskader voor de periode Deze inzet van de gemeente Utrecht is terug te vinden in bijlage 2. Daarnaast wil de gemeente Utrecht de mogelijkheden verkennen tot het versoepelen van het gemeentelijke vergunningsbeleid voor vrijwilligersorganisaties (Gemeente Utrecht, 2008d) Adviesorganen in Utrecht Zoals in paragraaf is aangegeven, heeft de gemeente de procesverplichting om burgers te laten participeren in de totstandkoming van de Wmo. De meeste gemeenten stelden hiertoe een Wmoadviesraad in. In deze paragraaf wordt beschreven hoe de gemeente Utrecht aan deze procesverplichting heeft vormgegeven. De gemeente Utrecht kent al vele adviescommissies en overlegorganen. De adviescommissies die formeel een rol spelen bij de Wmo zijn: - de adviescommissie voor het ouderenbeleid; - de adviescommissie voor homo- en lesbische emancipatie; - Saluti, Stedelijk Adviesorgaan Interculturalisatie; - de cliëntenraad Wmo prestatieveld 6. Dit zijn vier onafhankelijk opererende adviescommissies, die gezamenlijk ook wel de Utrechtse adviesraden worden genoemd. Daarnaast spelen ook belangenorganisaties en andere georganiseerde verbanden een belangrijke rol, zoals wijkraden, U-shake (jongerendenktank Utrecht), de Kinderraad en de Vrijwilligersadviesraad (Gemeente Utrecht, 2008c). Utrecht, mei 2009 * Kansen van kerken binnen de Wmo in Utrecht 10

18 De gemeente Utrecht vraagt tijdens beleidsvoorbereidingen ook andere relevante partijen, zoals de aanbieders van Wmo-zorg en individuele burgers, mee te denken over het te vormen beleid. De gemeente zag met de komst van de Wmo in 2007 geen noodzaak om hier nog een nieuw overlegorgaan aan toe te voegen anders dan de cliëntenraad Wmo prestatieveld 6. Op 4 april 2007 is de cliëntenraad Wmo prestatieveld 6 geïnstalleerd. Hierin zijn de overlegorganen opgegaan die bij de wetten hoorden die voorafgingen aan de Wmo, namelijk de Welzijnswet, de Wet Voorzieningen Gehandicapten en delen van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (Gemeente Utrecht, 2008a). Mede als reactie op het besluit van de gemeente Utrecht om geen nieuw adviesorgaan in te stellen hebben de Utrechtse adviesraden de gemeente geadviseerd om naast de al bestaande wijkraden en adviesraden toch ook een Wmo-platform in te richten (Van Geen, 2007). De Utrechtse adviesraden zien dit als een goede manier om de continuïteit van maatschappelijke participatie te borgen, te versterken en te vermeerderen. Bepaalde groepen, zoals cliënten van de geestelijke gezondheidszorg, mensen met verstandelijke beperking, dak- en thuislozen, vrijwilligers en mantelzorgers zijn nu niet of onvoldoende formeel bij het beleidsproces betrokken. Daarnaast komen vrouwen, allochtonen, jongeren, kinderen en lager opgeleiden bij formele participatie minder aan bod, aldus het advies van de Utrechtse adviesraden. Daarbij geven ze ook aan dat ook de eerstelijnsgezondheidszorg en kerk- en moskeebesturen vanwege hun belangrijke rol op de achtergrond een waardevolle inbreng kunnen hebben. Met dit advies heeft de gemeente tot nu toe nog niets gedaan, ondanks dat de gemeente het probleem lijkt te herkennen. In het Beleidskader : Vrijwillige inzet voor elkaar (Gemeente Utrecht, 2008d) staat ook dat de gemeente onvoldoende oog heeft voor de bestaande kracht in de stad en onvoldoende gebruik maakt van de wil, kennis en kunde van individuele bewoners en instellingen. De overheid kan het niet alleen en heeft haar inwoners nodig om te komen tot een sterke(re) civil society. Dat betekent dat er meer ruimte moet komen voor particulier initiatief. De raadsleden van CDA, ChristenUnie, GroenLinks en PvdA zijn van mening dat veel verborgen vrijwilligerswerk wordt gedaan binnen de migrantenorganisaties, kerken en moskeeën en dat hier veel potentie schuilt voor de groei van het vrijwilligerswerk in de stad. Om hiervan gebruik te maken moet er volgens hen een aanspreekpunt komen waar informatie, advies en ondersteuning verkregen kan worden voor het aanvragen van subsidie in het kader van de open uitnodiging. Zij pleiten voor een Wmo-instrument en hebben hiertoe op 12 maart 2009 de motie Open uitnodiging meer dan een brievenbus ingediend. Deze motie is aangenomen. 1.3 Samenvatting De Wmo is een wet die burgers vraagt mee te doen. De Wmo gaat uit van de verantwoordelijkheid van de burger zelf bij het zoeken en organiseren van de zorg en ondersteuning die hij nodig heeft. Als een hulpvrager niet beschikt over natuurlijke hulpbronnen in zijn directe omgeving, zoals vrienden, familie of bekenden, kan hij een beroep doen op de civil society. Dit is het geheel van vrijwillige organisaties en particuliere initiatieven die geen deel van de overheid uitmaken, geen winstoogmerk hebben en niet op familie- of vriendenbanden berusten. Voor de civil society, waaronder de kerken, is binnen de Wmo een belangrijke taak weggelegd. De gemeente Utrecht erkent dat zij op dit moment nog te weinig oog heeft voor de bestaande kracht in de stad. In haar beleid geeft zij aan dat zij in de komende periode stappen moet zetten om de verborgen krachten te leren kennen en aan te boren. In de uitvoeringsnotitie waaraan de gemeente momenteel werkt, zal zichtbaar moeten worden hoe de gemeente dit gaat vormgeven. De stap van weten naar doen zal de gemeente zo het lijkt nog moeten maken. Utrecht, mei 2009 * Kansen van kerken binnen de Wmo in Utrecht 11

19 Met de komst van de Wmo in 2007 gaf de gemeente Utrecht aan geen noodzaak te zien voor een nieuw overlegorgaan binnen de Wmo. Vier partijen in de gemeenteraad geven aan dat de gemeente belangrijke deelnemers van de civil society, voornamelijk organisaties die onzichtbaar vrijwilligerswerk doen, zoals migrantenorganisaties, kerken en moskeeën, nu niet bereikt. Daarom hebben zij een motie ingediend om de open uitnodiging (het instrument waarmee de gemeente vrijwilligersorganisaties uitnodigt om subsidie aan te vragen voor het vrijwilligerswerk dat zij doen) meer dan een brievenbus te laten zijn. Zij spreken de noodzaak uit voor het oprichten van een verzamelpunt, informatiepunt doorgeefluik en centrum voor vraag en aanbod en advies. Deze motie is aangenomen. Utrecht, mei 2009 * Kansen van kerken binnen de Wmo in Utrecht 12

20 2 Rol van kerken in de samenleving in Nederland Dit hoofdstuk gaat over de rol van kerken in de Nederlandse samenleving. Als het gaat om de maatschappelijke betrokkenheid van kerken worden er zowel vanuit de maatschappij als vanuit de kerken vragen gesteld over hoe kerken hun rol vorm kunnen geven. Voor de maatschappij is vooral de vraag van belang hoe de kerken hun publieke en religieuze rol kunnen vormgeven vanuit de maatschappelijke betrokkenheid die zij hebben. Vaak wordt dan de term scheiding van kerk en staat genoemd, ook als het gaat om de rol van kerken binnen de Wmo. Bij kerken speelt vooral de vraag hoe zij hun diaconale en missionaire rol binnen de kerk kunnen vormgeven. Op de publieke en religieuze rol van kerken in de maatschappij en de plaats van diaconaat en missionaat binnen kerken wordt in dit hoofdstuk afzonderlijk ingegaan, hoewel deze niet los staan van elkaar. Deze onderwerpen komen samen met wat in hoofdstuk 1 te lezen is over de Wmo in het algemeen, terug in hoofdstuk 3, waar de rol van kerken binnen de Wmo onder de loep wordt genomen. 2.1 Rol van kerken in de maatschappij Deze paragraaf gaat over de rol van kerken in de Nederlandse samenleving. Kerkbezoekers beleven hun religie binnen hun kerk, maar dit krijgt ook vorm in de maatschappij waar deze kerk deel van uitmaakt. De maatschappelijke rol van kerken komt voort uit kerkelijke uitgangspunten als verdraagzaamheid, naastenliefde en het doen van goede werken. Kerken ontplooien van oudsher een breed scala aan maatschappelijke activiteiten. Bekend is de in kerkelijk verband georganiseerde maatschappelijke opvang voor daklozen en verslaafden door onder andere het Leger des Heils. Maar ook lokale diaconieën zijn hierin actief, bijvoorbeeld met voedselbanken, kledinginzamelingsacties, huisbezoeken aan ouderen en zieken, stervensbegeleiding en geestelijke verzorging (Dautzenberg & Westerlaak, 2007) Geschiedenis De rol van christelijke kerken in de maatschappij is veel groter geweest dan dat deze tegenwoordig is. De maatschappelijke rol die christenen en kerken vervullen op gebieden als maatschappelijke opvang en ondersteuning gaat terug tot de vierde eeuw. In Romeinse teksten uit die tijd wordt al melding gemaakt van de filantropische uitgangspunten van christenen die resulteren in de zorg voor armen, wezen en zieken (Buijs, 2007; Dautzenberg & Westerlaak, 2007). De kerk heeft in de geschiedenis ook veel macht gehad: een verwevenheid van politieke en kerkelijke macht. In de middeleeuwen konden in Europa de kerkelijke en politieke bevoegdheden door zowel kerkelijke als wereldlijke overheden worden uitgeoefend. Dit is vandaag de dag alleen nog het geval in het Vaticaan. De paus is naast geestelijk leider van de rooms-katholieke kerk ook wereldlijk leider van Vaticaanstad. In andere landen kent men nog het beginsel van een staatsgodsdienst. Hier verleent de staat privileges aan een bepaalde kerk en heeft ook duidelijke bevoegdheden in de kerk, bijvoorbeeld bij de benoeming van geestelijken. Hieruit voortvloeiend hadden kerken ook een grote sociale invloed in de maatschappij. Omdat de kerken macht hadden en omdat bijna iedere burger betrokken was bij een kerk. De diaconie bood armenzorg en was hiermee, zoals we nu zouden zeggen, een groot sociaal vangnet voor hun leden en dus voor de maatschappij. De verzorgingsstaat heeft een groot deel van deze taken van de kerken overgenomen. Hierdoor is ook de betrokkenheid van de burgers bij elkaar sterk afgenomen. Dit lijkt de laatste jaren weer te veranderen. Utrecht, mei 2009 * Kansen van kerken binnen de Wmo in Utrecht 13

21 Kijkend naar de geschiedenis zou je kunnen zeggen dat de rol van kerken drie fasen heeft doorlopen. Deze drie fasen, waarin duidelijk is te zien hoe de betrokkenheid van de kerken in de samenleving is veranderd in de afgelopen eeuwen, lijken parallel te lopen aan de ontwikkelingen in de samenleving. In het document Gemeente zorgt voor maatwerk: kerken in/en de Wmo formuleert S. Drost (s.d.), adviseur diaconaat van het Protestants Dienstencentrum Zeeland te Goes, de drie fasen als volgt: Fase 1 begint in de vorige eeuw: Je had verschillende bevolkingsgroepen gereformeerd, katholiek, socialistisch die zich hadden georganiseerd in bijna luchtdicht verpakte zuilen. De zuilen hadden hun eigen voorzieningen, niet openbaar en niet algemeen. Zuilen zorgden zelf voor financiering via eigen bijdragen en historisch opgebouwde vermogens en beschikbare panden. Fase 2 begint in de tweede helft vorige eeuw. Vanaf de 60-er jaren begint de ombouw van die zuilen naar algemene en in principe openbare voorzieningen. De financiering wordt geregeld op basis van collectieve premies zoals AWBZ en ZFW. Fase 3 ontstaat bij de start van deze eeuw. CDA en VVD stellen: De collectieve lasten zijn te hoog en nu vindt er weer een ombouw plaats, nu terug van algemeen naar lokaal, van collectieve premies naar eigen bijdragen en heffingen (gemeente) De laatste jaren In de afgelopen decennia is de Nederlandse samenleving sterk ontkerkelijkt. Dit wil echter niet zeggen dat de maatschappelijke betrokkenheid van kerken is afgenomen. Onderzoek laat zien dat er sprake is van een comeback van religie en dat er ook vandaag de dag een grote rol is weggelegd voor de kerken als het gaat om maatschappelijke betrokkenheid. De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (2006) spreekt over een comeback van religie. Dit geldt niet alleen voor de islam, maar ook voor andere religies. In moskeeën zijn veel vrijwilligers actief en ook in kerken neemt, ondanks de ontkerkelijking, het aantal vrijwilligers toe. In Nederland tellen de kerken bijna een half miljoen vrijwilligers (Dekker & Hart, 2006) en moskeeën circa vrijwilligers (Canatan, Edinga & Popovic, 2005). Religie kan een sterke motivator zijn voor vrijwillige inzet (Dautzenberg & Westerlaak, 2007). Het Sociaal en Cultureel Planbureau heeft in 2006 aangetoond dat kerkgangers in Nederland bijna 2,5 maal zo vaak actief zijn als vrijwilliger dan niet-kerkgangers, ook buiten de kerk (Dekker & Hart, 2006). Vrijwilligers van christelijke kerken besparen de maatschappij veel geld, is te lezen in het rapport Tel je zegeningen (Castillo Guerra, Glashouwer & Kregting, 2008). Alleen al in Rotterdam levert het een besparing van 120 miljoen euro op. Worden die cijfers doorgetrokken naar heel Nederland, dan zorgen de kerken elk jaar voor een maatschappelijk rendement van ruim drie miljard euro, zeggen de auteurs. Ondanks de ontkerkelijking is er dus zeker ook in deze tijd een rol weggelegd voor kerken in de maatschappij. Kerken hebben niet de macht, maar zijn vanuit hun sociaal maatschappelijke betrokkenheid van grote waarde in onze huidige samenleving. Kerken lijken juist nu de verzorgingsstaat afneemt weer een belangrijke rol in te nemen, gezien het vele werk wat ze doen en vooral ook de manier waarop ze dit vormgeven. Het grote voordeel dat de kerken hebben op officiële instanties is dat kerken amper bureaucratie kennen, laagdrempelig zijn en bovendien volstrekte anonimiteit garanderen. Tegelijkertijd merken onderzoekers op dat de kerken voor hun inspanningen te weinig erkenning krijgen (Castillo, 2008). Utrecht, mei 2009 * Kansen van kerken binnen de Wmo in Utrecht 14

22 2.2 Publieke en religieuze rol van kerken Kerken hebben dus een grote rol gespeeld in de maatschappij en doen dit nog steeds, ook in deze tijd van secularisering. De rol van de kerken in de maatschappij roept echter ook vraagtekens op. Wat meestal ter sprake komt als het gaat om de publieke en de religieuze rol van kerken is het principe scheiding van kerk en staat. Dit is echter niet het enige beginsel dat iets zegt over de publieke en religieuze rol van kerken. Er zijn er vier: 1. scheiding van kerk en staat; 2. de vrijheid van godsdienst; 3. het gelijkheidsbeginsel; 4. de neutraliteit van de overheid (Cohen, 2008). In de nu volgende vier subparagrafen worden de vier beginselen beschreven en toegelicht aan de hand van een casus. De casus is een subsidieaanvraag van een kerk in het kader van de Wmo Scheiding van kerk en staat Om meer inzicht te krijgen in de ontstaansgeschiedenis van het begrip scheiding van kerk en staat worden hieronder twee citaten aangehaald: Het beginsel van scheiding van kerk en staat is terug te voeren tot de Franse Revolutie en is in de loop van de 19e eeuw door bijna alle West-Europese landen in hun staatsinrichting geïncorporeerd. Het beginsel is een reactie op de historische verwevenheid die in alle West- Europese landen bestond tussen kerk en staat. Het ging om de losmaking van de kerk van de staat en dus om meer vrijheid van de kerk ten opzichte van de overheid (en op den duur dus ook van de overheid ten opzichte van kerk!). In de diverse West-Europese landen heeft het beginsel op verschillende, op de historische en nationale situatie toegesneden wijze, gestalte gekregen (Cohen, 2008). Van Bijsterveld (2007) omschrijft het begrip als volgt: 1. Het betekent dat er in de verhouding tussen kerk en staat geen institutionele zeggenschap over en weer mag zijn. De overheid mag de staat volgens eigen inzichten, zonder zeggenschap van de kerken inrichten. De kerken zijn vrij van overheidsinmenging bij de vormgeving van hun kerkelijke organisatie en in de aanstelling van hun functionarissen. 2. Evenmin mag er over en weer rechtstreekse inhoudelijke zeggenschap zijn. De kerken zijn vrij van overheidsinmenging in hun geloofsleer. Omgekeerd hebben de kerken geen formele positie in de publieke besluitvormingsprocedure en kunnen aan het handelen van de overheid niet louter godsdienstige maatstaven worden aangelegd. Deze beide citaten laten zien waar het beginsel scheiding van kerk en staat voor staat. Het begrip wordt echter ook vaak ten onrechte gebruikt onbewust of uit onkunde. Sommige mensen denken dat dit beginsel zegt dat elke relatie tussen overheid en godsdienst niet is toegestaan. Dit is onjuist. Het gaat ook niet over steunverlening van overheid aan kerken of andere religieuze organisaties. Utrecht, mei 2009 * Kansen van kerken binnen de Wmo in Utrecht 15

23 Wat betreft de casus: bij een subsidieaanvraag aan de gemeente door een kerk geeft het beginsel van scheiding van kerk en staat dus geen antwoord op de vraag wat de gemeente met deze aanvraag moet doen. Wel is het op grond van dit beginsel belangrijk dat kerken een duidelijk onderscheid maken in evangeliserende en niet-evangeliserende activiteiten. Door de misvatting over het gebruik van de term scheiding van kerk en staat wordt de discussie over de rol van de kerken in de maatschappij vaak belemmerd. Van Bijsterveld (2008) zegt: Je moet het begrip geen grotere plaats geven dan het toekomt. Terugkeer naar de oorspronkelijke betekenis van tweehonderd jaar geleden kan het huidige debat van zijn kramp bevrijden. Van Bijsterveld pleit voor een meer ontspannen debat over de vrijheid en positie van religie in de samenleving. In tegenstelling tot andere beginselen is dit beginsel niet in de grondwet opgenomen en ook niet ergens anders wettelijk gedefinieerd De vrijheid van godsdienst De vrijheid van godsdienst in Nederland heeft een lange geschiedenis met wortels in de godsdiensttwisten van de 16e en 17e eeuw. In een door godsdiensttwisten verscheurd Europa kwam de toenmalige overheid langzamerhand tot het besef dat toekomstige (burger)oorlogen slechts te voorkomen waren als men aan de individuele burger een private sfeer toestond, waarin hij vrij was zijn godsdienst naar eigen inzicht te belijden. In de publieke sfeer was en bleef de overheid bevoegd om regels te stellen ten aanzien van de godsdienstuitoefening. (Cohen, 2008) In de loop van de 19e eeuw werd de vrijheid van godsdienst van een ieder in de grondwet opgenomen (Cohen, 2008). Je zou kunnen zeggen dat godsdienstvrijheid inhoudt dat de overheid garandeert dat de burgers vrijelijk hun godsdienstige en levensbeschouwelijke overtuigingen kunnen aanhangen (Vermeulen, 2000). Dit beginsel is dus in de grondwet vastgelegd en vormt juridisch gezien een belangrijk handvat als het gaat om de relatie tussen overheid en godsdienst. Dit in tegenstelling tot de scheiding van kerk en staat, die geen wettelijke grondslag heeft. Samen met het gelijkheidsbeginsel (artikel 1 van de grondwet) worden deze twee beginselen vaak gebruikt in de discussie over de relatie tussen kerk en staat. Over de invulling van godsdienstvrijheid worden wel discussies gevoerd. Het garanderen door de overheid is voor meerdere uitleg vatbaar. Wat betreft de casus: het beginsel van vrijheid van godsdienst impliceert mogelijk dat het van belang is dat de overheid kerken de ruimte geeft hun taak te kunnen uitvoeren in de maatschappij Het gelijkheidsbeginsel Het derde beginsel, het gelijkheidsbeginsel, staat voor: een gelijke behandeling. Het is een onderdeel van artikel 1 van de grondwet, dat zegt dat discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, niet is toegestaan. Het gelijkheidsbeginsel houdt dus in dat de overheid geen voorkeur uitspreekt voor een levensbeschouwing of religie boven een andere en dat burgers niet mogen worden gediscrimineerd vanwege hun geloofsovertuiging of levensbeschouwing (Vermeulen, 2000). Al in 1989 heeft de Nederlandse regering uitgesproken dat de overheid steun mag verlenen aan de uitvoering van algemeen maatschappelijke taken die deels door de overheid, deels door particuliere organisaties (waaronder instellingen op godsdienstige of levensbeschouwelijke grondslag) worden uitgevoerd. De criteria zijn weergegeven in een brief van de minister van Binnenlandse Zaken d.d. 1 november 1989: Criteria steunverlening (kerk)genootschappen (verslag van Tweede Kamer der Staten-Generaal, vergaderjaar , 20868, nummer 2). Het volgende citaat geeft nadere juridische uitleg over het beginsel: Utrecht, mei 2009 * Kansen van kerken binnen de Wmo in Utrecht 16

24 Dit beginsel zegt daarbij dat als aan de ene groepering bepaalde faciliteiten worden toegekend, dan kan de vrijheid van godsdienst of levensovertuiging (art.6 Grondwet) in samenhang met het gelijkheidsbeginsel (art.1 Grondwet) met zich brengen dat aan de andere groepering hetzelfde gegund moet worden. Een dergelijke steun of subsidie aan activiteiten van maatschappelijke instellingen met een godsdienstige of levensbeschouwelijke grondslag kan worden gezien als een middel om ruimte te geven aan een pluriforme samenleving. Voorwaarde is de gelijke behandeling van alle vergelijkbare maatschappelijke initiatieven en dat er bestuurlijke prioriteit en financiële middelen voor genoemde activiteiten bestaan (Cohen, 2008). Dit beginsel geeft waarschijnlijk de meeste handvatten voor de casus. Het geeft aan dat gemeenten kerken en andere (religieuze) organisaties moeten gelijkstellen in het wel of niet toekennen van subsidies De neutraliteit van de overheid Het vierde beginsel, dat van neutraliteit van de overheid, wil in relatie tot godsdienst het volgende zeggen: dat wat de overheid toestaat aan de ene godsdienst, moet zij ook toestaan aan de andere. Prof. Dr. Wibren van der Burg (2006), hoogleraar metajuridica aan de Universiteit van Tilburg, onderscheidt drie vormen: exclusieve, inclusieve en compenserende neutraliteit. 1. Exclusieve neutraliteit Dit concept van neutraliteit komt overeen met het Franse systeem van laïcité. Levensbeschouwing en religie worden geheel uitgesloten uit de publieke sfeer, die aldus religie neutraal is. Dat wil zeggen: vrij van beïnvloeding door of van religie. Religie is in deze maatschappijvisie een privéaangelegenheid, met als consequentie dat de publieke sfeer vrij dient te zijn van religie. In het Nederlandse staatsbestel en de Nederlandse maatschappelijke context heeft deze vorm van neutraliteit nooit bestaan. 2. Inclusieve neutraliteit Dit concept van neutraliteit komt voor in samenlevingen waarin individuen en groepen de vrijheid of het recht hebben om vanuit hun eigen religie of levensbeschouwing te spreken en te handelen, ook in de publieke sfeer. Deze opvatting van neutraliteit eist van de overheid onpartijdigheid in de zin dat alle (erkende) religies en levensovertuigingen gelijk worden behandeld. Inclusieve neutraliteit geeft ruimte aan culturele, religieuze en levenbeschouwelijk diversiteit van burgers. De overheid draagt zorg voor gelijke behandeling, biedt soms ondersteuning maar mag niet de ene religie of levensbeschouwing voorrang geven boven de andere. Het Nederlandse stelsel is gebaseerd op deze vorm van neutraliteit. 3. Compenserende neutraliteit Dit concept van neutraliteit geeft burgers eveneens de ruimte om godsdienst of levensbeschouwing te uiten en onderdeel te laten zijn van de publieke sfeer. Wat betreft de rol van de overheid gaat het een stapje verder. Er kan een taak voor de overheid weggelegd zijn, wanneer er sprake is van bijzondere omstandigheden die gelegen kunnen zijn in historische of structurele ongelijkheden of in maatschappelijke achterstanden van bepaalde godsdiensten of levensbeschouwingen. Om de gelijkheid van alle godsdiensten en levensbeschouwingen daadwerkelijk te garanderen kan de overheid in voorkomende gevallen groepen die achterblijven extra ondersteunen. Utrecht, mei 2009 * Kansen van kerken binnen de Wmo in Utrecht 17

25 Wat betreft de casus: als de gemeente het beginsel van exclusieve neutraliteit hanteert, zal zij de subsidieaanvraag moeten afwijzen, omdat deze van een kerk komt. In geval van inclusieve neutraliteit zal de gemeente kijken naar het doel van de activiteit waarvoor de subsidie wordt aangevraagd en beoordelen of dit overeen stemt met het gemeentelijk beleid. Op basis hiervan zal de gemeente de aanvraag wel of niet honoreren. Als de gemeente het principe van compenserende neutraliteit hanteert, zou het zo kunnen zijn dat de aanvraag, omdat het een aanvraag van de kerk is, voorrang krijgt op andere subsidieaanvragen. Het is nooit zo dat één vorm van neutraliteit altijd en overal geldt in de maatschappij. Omdat in de maatschappij verschillende visies naast elkaar bestaan, kan in discussies over het neutraliteitsbeginsel verwarring ontstaan. Vaak wordt dan ten onrechte de term scheiding van kerk en staat genoemd. Uit het bovenstaande wordt duidelijk dat het beginsel van scheiding van kerk en staat zeker niet het enige beginsel is dat van belang is in vraagstukken over de relatie tussen overheid en godsdienst. Juist de vier beginselen samen geven een kader waarin vragen over de relatie tussen overheid en godsdienst bekeken kunnen worden. Met betrekking tot de Wmo zie de casus zou je zelfs kunnen zeggen dat veel eerder het beginsel van godsdienstvrijheid en het gelijkheidsbeginsel aan de orde zijn. Een eenduidig antwoord is niet te geven. Hoe de overheid zich moet opstellen, verschilt per casus. 2.3 Plaats van diaconaat en missionaat binnen kerken Kerken hebben een grote betrokkenheid bij de maatschappij. Zij zorgen voor mensen in de samenleving, vaak vrijwillig en uit naastenliefde. Dit werk van kerken wordt diaconaat genoemd. Kerken hebben ook een missionaire taak. In deze paragraaf wordt beschreven hoe het diaconaat vorm kan krijgen binnen een kerk in verhouding tot de missionaire taak van de kerken. Hoe deze twee taken zich tot elkaar verhouden is in veel kerken een punt van discussie. Diaconaat betekent: kerkelijk welzijnswerk. Met andere woorden: zorg dragen voor het welzijn van mensen. Het diaconaat wordt, net als het missionaat, uitgevoerd uit naastenliefde of betrokkenheid bij de samenleving. Als onderdeel van het missionaat staat het diaconaat voor het uitdelen van Jezus liefde in daden, maar diaconaat staat ook op zichzelf. Dit blijkt ook uit onderstaand citaat op de website van de Interkerkelijke Zendingsbond: Het diaconaat heeft waarde in zichzelf. Die kop koffie of het brood is ook een teken van Gods liefde. Mattheüs 25 roept ons op om de hongerige te voeden en de vreemdelingen te huisvesten. Als ik Gods wil zoek, komen automatisch de armen in beeld. Missionaat betekent: Jezus liefde delen in woorden en daden. Voor kerken is dit een belangrijke taak. Kerken kunnen zowel door hun daden als ook door woorden hun missie uitdragen. Missionaat staat voor werk met een visie voor zending. Aan het woord zending worden verschillende betekenissen toegekend. In dit verband wordt bedoeld: de missie om in woord en daad Jezus liefde uit te delen. Het diaconaat is een belangrijke taak van de kerk, maar lijkt niet altijd makkelijk uit te voeren, zeker niet in verhouding tot de missionaire taak van kerken. Dit blijkt uit onderstaande citaten: Utrecht, mei 2009 * Kansen van kerken binnen de Wmo in Utrecht 18

26 Hoewel vrijwel iedereen van harte instemt met de stelling dat de dienst van barmhartigheid en gerechtigheid onlosmakelijk verbonden is met het hart van het evangelie, blijkt in de praktijk maar al te vaak dat deze overtuiging er niet toe leidt dat de diaconie tot core business van de kerk wordt verheven. Kennelijk is er een discrepantie tussen droom en daad (Kerssies, 2008). In veel kerken is sprake van scheidingsdenken. Er lijkt een binnen- en buitenschema te zijn. Hierin worden liturgie en catechese als een binnenschema gezien en diaconie als gericht op de wereld buiten de kerk. Als deze scheiding wordt gemaakt blijkt het diaconale vaak ondergeschikt. Daarom is het beter om te denken in termen van onderscheid dan in termen van scheiding tussen deze activiteiten van de kerk (Kerssies, 2008). Dat de diaconale dimensie van kerk zijn van groot belang is, blijkt ook uit de gelijkenis uit de Bijbel van de barmhartige Samaritaan (Lucas 10:25-37). Deze laat zien hoe belangrijk de diaconale taak van kerken is. De openingsvraag van de schriftgeleerde is: Wat moet ik doen om het eeuwige leven te beërven?. Alleen over de Samaritaan niet van de priester en de leviet wordt gezegd dat hij met innerlijke ontferming bewogen is. Als Jezus vraagt wie de naaste is van de man, antwoordt de schriftgeleerde: De man die medelijden met hem heeft getoond. In dit Bijbelgedeelte wordt het dienen van God en het liefhebben van de naaste direct aan elkaar verbonden. Het is belangrijk dat diaconaat en missionaat beide vorm krijgen binnen een kerk. Onderstaand schema geeft weer hoe diaconaat en missionaat binnen een kerk vorm kunnen krijgen. Het schema is afgeleid van een schema uit een artikel over een diaconale kerk (Kerssies, 2008, p. 4). Het schema is een kwadrant met vier polen, die niet van elkaar gescheiden zijn, maar in een spanningvolle verhouding tot elkaar staan. Ook zijn de vier velden niet strikt van elkaar gescheiden (vandaar de stippellijn); het gaat om accentverschuivingen. dbillcpdbjbbkp`e^m= ====== = = = = = = = = = = = = = ==================== = = = jáëëáçå~~í=áå=âéêâ== = ====== = = = = aá~åçå~~í=áå=âéêâ= = dbilsbk= e^kabibk ibk= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = jáëëáçå~~í=áå=ë~ãéåäéîáåö= = = = = = aá~åçå~~í=áå=ë~ãéåäéîáåö= p^jbkibsfkd= Utrecht, mei 2009 * Kansen van kerken binnen de Wmo in Utrecht 19

27 Hieronder wordt van elk veld een voorbeeld gegeven. Diaconaat in de kerk; Onderlinge hulp binnen de kerk, zoals het bezoeken van oudere of zieke gemeenteleden. Diaconaat in de samenleving; Hulp bieden aan de samenleving, zoals het organiseren van maaltijden voor dak- en thuislozen of bezoeken van eenzamen in de samenleving. Missionaat in de samenleving; Het organiseren van missionaire activiteiten voor de samenleving, zoals thema avonden of cursussen waarin ook religieuze onderwerpen een rol kunnen spelen. Missionaat in de kerk; Het organiseren van missionaire activiteiten binnen de kerk zoals kerkdiensten en cursussen die gaan over het geloof of een christelijk onderwerp. Diaconaat en missionaat zijn niet te scheiden van elkaar. Het is echter wel belangrijk om deze van elkaar te ónderscheiden, zeker als het gaat om de rol van kerken binnen de Wmo. Gemeenten willen immers wel het diaconaat van kerken ondersteunen, maar niet het missionaat. Uitgaande van een holistisch mensbeeld zou je diaconaat en missionaat naast elkaar kunnen zetten. Dan komt de nadruk zowel op de sociale zorg (het diaconaat) als op de verkondiging (het missionaat) te liggen (Vlaardingerbroek, 2006). 2.4 Samenvatting In dit hoofdstuk is de rol van kerken in de maatschappij belicht. Kerken maken deel uit van de maatschappij en hebben ook duidelijk een betrokkenheid bij de maatschappij. Ondanks de secularisering is deze betrokkenheid nog steeds groot. Het vraagt van beide partijen, kerken en de maatschappij, inspanning om te zien hoe de rol van de kerken vorm kan krijgen binnen de maatschappij. Van de maatschappij wordt openheid gevraagd om de discussie aan te gaan en niet bij voorbaat de kerken buiten beschouwing te laten, omwille van het beginsel scheiding van kerk en staat. Dit doet geen recht aan de rol die kerken hebben in de maatschappij en is ook juridisch gezien te kort door de bocht. Kerken moeten kritisch nadenken over hun diaconale taak en hoe ze deze willen vormgeven als kerk. Hierbij is het, als het gaat om de Wmo, van belang dat zij een onderscheid maken tussen hun diaconale en hun missionaire taak. Het volgende hoofdstuk gaat over de rol van kerken binnen de Wmo. Hier zal ook nader worden ingegaan op de vraag welke aanpassingen nodig zijn voor kerken en gemeenten binnen de Wmo specifiek binnen de gemeente Utrecht om goed te kunnen samenwerken. Utrecht, mei 2009 * Kansen van kerken binnen de Wmo in Utrecht 20

28 3 De rol van kerken binnen de Wmo Gemeenten en kerken als onderdeel van de civil society willen beide de maatschappelijke participatie van burgers bevorderen. In dit hoofdstuk wordt besproken hoe onderlinge samenwerking hiertoe kansen kan bieden en welke stappen beide partijen moeten nemen om de samenwerking maximaal te benutten. Ook wordt specifiek ingegaan op de samenwerking tussen de gemeente Utrecht en de kerken daar. Dit hoofdstuk over de rol van kerken binnen de Wmo dient als opmaat voor hoofdstuk 4, waarin de resultaten van het praktijkonderzoek naar de rol van kerken in de stad Utrecht worden beschreven. De handvatten die in dit hoofdstuk worden genoemd zijn afkomstig uit de literatuur. 3.1 Kansen voor de kerken? In deze paragraaf wordt beschreven wat de rol van kerken binnen de Wmo is en worden handvatten gegeven hoe kerken deze rol vorm kunnen geven. Door het grote aandeel dat kerken hebben in het vrijwilligerswerk, spelen zij een belangrijke rol binnen de civil society. Gezien de doelstelling van de Wmo en de rol van de kerken binnen de maatschappij in Nederland, lijken kerken een belangrijke plaats in te nemen binnen de uitvoering van de Wmo. Toch blijkt dat tot nu toe de betrokkenheid van kerken bij de Wmo nog heel minimaal is. Hieraan liggen allerlei mogelijke oorzaken ten grondslag, zoals onbekendheid over de Wmo, een ontbrekende visie op de rol van de kerken in de maatschappij en angst voor samenwerking. In het Trendrapport van MOVISIE (Lub et al., 2008) wordt als mogelijke reden genoemd dat bij de totstandkoming van de wet de nadruk te veel heeft gelegen op de zorgkant van de wet. Daardoor is er weinig aandacht geweest voor de participatie die de Wmo ook wil bewerkstelligen. Ook de belangrijke rol voor de civil society is hierdoor te weinig belicht Rol van kerken binnen de Wmo Als het gaat over de Wmo wordt vaak de term civil society genoemd. Deze subparagraaf gaat over de plek die kerken innemen binnen de civil society, wat beleidsmedewerkers van een aantal gemeenten vinden van de rol van kerken en hoe de samenwerking binnen de kerken verloopt als het gaat om de rol van kerken binnen de Wmo. Plek van kerken binnen de civil society Welke plaats de kerken innemen binnen de civil society, wordt duidelijk uit het volgende citaat: Kerken kunnen onder de Wmo beschouwd worden als representatieve belangenorganisaties van de kant van de zorgvragers. Zij zijn grote lidorganisaties die kunnen weten wat er onder hun leden leeft en door hun diaconale activiteiten contact hebben met mensen in nood, zowel intern als extern (Maasen, 2007). De plek die kerken innemen binnen de civil society geeft veel aanknopingspunten voor de uitvoering van de Wmo, namelijk: - Kerken hebben veel contacten met burgers, ook met burgers die anders misschien moeilijk bereikbaar zijn. Kerkleden komen bij de mensen thuis en kunnen dus als geen ander zien in welke omstandigheden burgers leven en waar ze eventueel behoefte aan hebben (Kuepers, 2008). Dit contact met burgers biedt mogelijkheden tot signalering. Hierbij speelt ook een rol Utrecht, mei 2009 * Kansen van kerken binnen de Wmo in Utrecht 21

29 dat kerken onvoorwaardelijk helpen en laagdrempelig zijn. De signalerende rol van de kerken was er overigens al vóór de komst van de Wmo, maar komt nu sterker naar voren. - Naast de buitenkerkelijke betrokkenheid van kerken is er binnen kerken ook veel betrokkenheid van kerkleden bij elkaar. Deze betrokkenheid is heel groot en binnen bijna alle kerken is sprake van een sociaal vangnet. Op verschillende manieren, bijvoorbeeld via de diaconie, met individuele bezoekjes of in miniwijken. Dit alles gebeurt op vrijwillige basis. Deze activiteiten van kerken voor burgers en kerkleden worden ook genoemd door Dautzenberg & Westerlaak (2007). De auteurs noemen prestatievelden van de Wmo waarop kerken kunnen aanhaken. Hierbij wordt ook de zorg binnen de kerk genoemd. Prestatieveld 1: de sociale ontmoeting in wekelijkse diensten en vrijwillige inzet in de maatschappij waarin ze gemiddeld gezien veel actiever zijn als niet kerkleden. Op het terrein van zorg bieden zij vooral informele hulp aan (families met) zieken en eenzame of alleenstaande hulpbehoevende ouderen. Deze activiteiten vallen onder prestatieveld 4. Een ander prestatieveld waar kerken zich op profileren is maatschappelijke opvang (prestatieveld 7). Kerken geven hulp aan daklozen, verslaafden, zwerfjongeren en prostituees. Ook zijn zij vaak betrokken bij voedselbanken. Priesters, voorgangers, dominees en pastoraal werkers worden evenals imams gevraagd om geestelijke verzorging te bieden bij ingrijpende levensgebeurtenissen zoals ziekte en overlijden, of bemiddeling bij probleemsituaties binnen het huwelijk of gezinnen. - Kerken zien een rol voor zichzelf weggelegd als aanvulling op zowel de professionele zorg als op vrijwillige thuiszorg, mantelzorg of vrijwilligerswerk in verzorgingscentra of verpleeghuizen. (Dautzenberg & Westerlaak, 2007). - Kerken zien ook meer mogelijkheden ontstaan voor projectsubsidies met de komst van de Wmo (Dautzenberg & Westerlaak, 2007). Gemeenten over de rol van kerken In het onderzoek Kerken en Moskeeën onder de Wmo (Dautzenberg & Westerlaak, 2007) bestempelen geïnterviewde beleidsmedewerkers van verschillende gemeenten zowel de kerken als de moskeeën als serieuze spelers in het veld, ook onder de Wmo. Gemeenten zien in de samenwerking met kerken en moskeeën onder de Wmo diverse kansen: Hier zijn alleen de kansen voor de kerken genoemd. - Gezien de actieve rol van kerken bij informele hulp en mantelzorgondersteuning, biedt een nauwere samenwerking met kerken de mogelijkheid om de professionele zorg en informele hulp beter op elkaar af te stemmen. - Kerken kunnen een belangrijke signaleringsfunctie hebben ten aanzien van de wijze waarop de Wmo uitwerkt voor kwetsbare groepen, omdat zij in direct contact staan met hen. - Kerken kunnen met gemeenten samenwerken om de leefbaarheid en de sociale samenhang in buurten en wijken te bevorderen. - Kerken kunnen als intermediair fungeren voor gemeenten en de gemeente toegang geven tot hun achterban. - Kerken hebben vaak een bredere achterban dan organisaties zoals het Rode Kruis, die alleen in contact staan met specifieke doelgroepen. Utrecht, mei 2009 * Kansen van kerken binnen de Wmo in Utrecht 22

30 - Kerken hebben vaak goed zicht op de problematiek van de achterban vanwege de directe persoonlijke contacten tussen kerkleden, en weten vaak ook welke mensen in een sociaal isolement leven. - Kerken zijn belangrijke partners wanneer het gaat om de zorgzame samenleving en de civil society, het op elkaar letten en voor elkaar zorgen. Kerken hebben die functie immers altijd al gehad. - In sommige gemeenten lijkt een duidelijke herwaardering van levensbeschouwelijke organisaties te ontstaan, en in het bijzonder de maatschappelijke rol die deze altijd hebben vervuld. - Onder de Wmo komt meer aandacht voor vrijwilligerswerk in ongeorganiseerd verband, aangezien het bevorderen daarvan naast vrijwillige inzet in georganiseerd verband een belangrijk doel is. Daarbij kan samengewerkt worden met kerken. Ook de Tweede Kamer heeft zich uitgesproken over de rol van de kerken. - De Tweede Kamer heeft bij de invoering van de Wmo uitgesproken dat het belangrijk is dat de lokale overheden de kerken daarbij betrekken (Dane & Franken, 2008). Juridisch gezien valt er het volgende te zeggen over de plek van de kerken in de maatschappij: - De kerk is rechtspersoon, maar geen stichting of een vereniging. Dit geeft hen een aparte juridische status. Dit betekent niet dat ze zich aan de wet kunnen onttrekken, maar ook niet dat zij zich niet met politieke vraagstukken mogen bemoeien. Als maatschappelijke organisatie staat het de kerk vrij om zich naar eigen inzichten, als volwaardig partner van het maatschappelijk middenveld, in te zetten voor het algemeen belang. Voor haar sociale en maatschappelijke activiteiten kan zij, als elke andere maatschappelijke organisatie, subsidie aanvragen bij de (lokale) overheid (Dane & Franken, 2008). Samenwerking tussen kerken De Wmo leidt tot meer samenwerking tussen kerken. Deze onderlinge samenwerking kan de samenwerking tussen kerken en de gemeenten bevorderen. Dautzenberg en Westerlaak (2007) geven dit weer in onderstaand citaat: Voor kerken geldt dat de Wmo nieuwe samenwerkingsvormen stimuleert. Dit geldt op het vlak van oecumenische en interreligieuze contacten, waar de komst van de Wmo aanzet tot het samen werken met andere kerkgemeenten en andere religieuze organisaties. Deze samenwerking zou zonder de Wmo niet zo snel op gang zijn gekomen. Ook biedt de Wmo kerken de kans om zich te profileren, en als goede praktijkvoorbeelden voor de civil society te fungeren, en daarmee hun diaconale werk weer meer erkent en in het voetlicht te krijgen. Er lijken dus zeker wel kansen te zijn voor kerken, gezien hun maatschappelijke betrokkenheid binnen de Wmo. Immers, ze zijn erg betrokken bij de maatschappij. De doelstelling van de Wmo, genoemd in hoofdstuk 1, vraagt om deze betrokkenheid van burgers bij de maatschappij. Deze betrokkenheid wordt ook gezien en van waarde geacht door beleidsmedewerkers van verschillende gemeenten. Utrecht, mei 2009 * Kansen van kerken binnen de Wmo in Utrecht 23

31 3.1.2 Handvatten voor kerken om deel te nemen aan de Wmo Als kerken willen deelnemen aan de uitvoering van de Wmo, is het raadzaam dat zij zichzelf aanbieden bij de gemeenten en zichzelf duidelijk profileren. Er zijn namelijk maar weinig gemeenten die uit zichzelf kerken benaderen. In de literatuur worden suggesties gedaan hoe kerken kunnen deelnemen aan de Wmo. Kerken moeten allereerst nagaan wat zij concreet nodig hebben. Dat zijn: - vrijwilligers/ambtsdragers die naar buiten kunnen kijken en weten wat er in de samenleving aan de hand is (op de hoogte blijven); - vrijwilligers die het gesprek met de overheid kunnen/durven aangaan (de taal spreken); - mensen die anderen binnen de kerk enthousiast kunnen maken voor een overzichtelijke klus, waardoor meer kerkleden een taak oppakken; - een goed werkende structuur die als platform kan dienen voor de samenwerkende kerken (Drost, s.d.). Een ander advies is regionaal samenwerken met andere kerken. Dit heeft de volgende voordelen: - Als kerken maak je jezelf beter zichtbaar en present in de samenleving. - Als kerken ben je beter op elkaar betrokken en alert op mogelijkheden. - Het imago van de kerken wordt zo ontdaan van introversie (naar binnen gekeerd zijn) (Dane & Franken, 2008). Voor het versterken van de Wmo-relatie tussen gemeenten en kerken is het noodzakelijk dat beide partijen weet hebben van elkaars agenda. Voor kerken en andere levensbeschouwelijke gemeenschappen betekent dit dat zij goed inzicht krijgen in de beleidsagenda van de (burgerlijke) gemeenten. Voor alle maatschappelijke activiteiten, maar in het bijzonder voor de categorie missionair-diaconaal, is het voor kerken van belang inzicht te krijgen in de (grenzen van de) gemeentelijke beleidsdoelstellingen en de daaruit afgeleidde subsidievoorwaarden. Voor gemeenten is het belangrijk om inzicht te krijgen in het doel en de inhoud van de maatschappelijk activiteiten die kerken organiseren (Lub et al., 2008; Cohen, 2008). Een concreet stappenplan voor kerken die willen deelnemen aan de uitvoering van de Wmo, is te vinden in bijlage Kanttekeningen De conclusie kan getrokken worden dat binnen de Wmo een rol is weggelegd voor de kerken. Er zijn ook kanttekeningen te plaatsen bij de rol voor de kerken. - Kerken die aan de slag willen, moeten er rekening mee houden dat zij ervan kunnen worden verdacht te handelen vanuit eigenbelang (evangelisatiedoelstelling). - In het artikel Kerken in/en de Wmo (Drost, s.d.) waarschuwt de auteur kerken ervoor dat de diaconie of de mantelzorg door de overheid wordt gebruikt om de zorg betaalbaar te houden: Dat is een claim op naastenliefde in een wereld waarin het individualisme groeit en de kerken steeds meer leden, dus vrijwilligers, dus geld, dus participatie in de samenleving verliezen. Vooral in tijden van bezuinigingen geeft dat kerken het gevoel dat zij wel belangrijke gaten moeten dichten, terwijl de eerste verantwoordelijkheid voor armoedebestrijding en steun aan hulpbehoevenden toch bij de overheid ligt. Utrecht, mei 2009 * Kansen van kerken binnen de Wmo in Utrecht 24

32 - Kerken moeten er rekening mee houden dat nog niet alle gemeenten meewerken (Castillo Guerra, 2008). - Uit de literatuur komt ook naar voren dat kerken weinig erkenning krijgen voor hun inspanningen. Vooral de (lokale) overheid ondersteunt volgens de kerken hun activiteiten te weinig. Dit blijkt ook uit de geringe samenwerking tussen kerken en overheid. Slechts 23 procent van de kerken vindt dat ze voldoende erkenning van de gemeentelijke overheid krijgt. De maatschappelijke rol van kerken kan volgens kerken voornamelijk verbeterd worden wanneer hun rol meer erkenning krijgt, bijvoorbeeld door subsidie of betrokkenheid van de overheid (Castillo Guerra, 2008). 3.2 Kansen voor de gemeenten? In deze paragraaf wordt bekeken hoe gemeenten maximaal gebruik kunnen maken van de samenwerking met kerken binnen de Wmo en welke kansen dit oplevert Hoe betrekken gemeenten kerken bij de Wmo? In hoofdstuk 2 kwam al aan de orde dat gemeenten kerken vaak buiten beschouwing laten als het gaat om hun maatschappelijke rol. Als reden wordt vaak genoemd dat het beginsel van scheiding van kerk en staat in het gedrang zou kunnen komen. Deze houding staat echter haaks op wat de Tweede Kamer heeft gezegd bij de invoering van de Wmo, namelijk dat het belangrijk is dat de kerken worden betrokken bij het plaatselijk beleid van de Wmo. Gezien de rol van de kerken in de maatschappij en wat de Wmo beoogt participatie van burgers lijkt het erop dat gemeenten er niet goed aan doen als zij de kerken niet bij de Wmo betrekken. In het Trendrapport van MOVISIE (Lub et al., 2008) wordt gesteld dat gemeenten in hun beleid rond de Wmo nog te kort schieten als het gaat om het inschakelen van de civil society, waaronder de kerken. Uit een artikel in het Nederlands Dagblad van 24 juni 2008, Kerken staan nog aan zijlijn bij WMO (Kerken staan nog, 2008), komt de volgende passage over het Trendrapport van MOVISIE: Terwijl de Wmo in zorg en welzijn van de grond begint te komen, staan de ontwikkelingen bij de niet-professionals nagenoeg stil. Dat is grotendeels te wijten aan de houding van de lokale overheden, ziet Vasco Lub, coauteur van het rapport dat vandaag verschijnt. Veel gemeenten zijn bij de invoering van de WMO in een oude reflex geschoten en hebben alleen contact gezocht met instellingen die zij al subsidieerden. De instellingen die nog geen subsidie ontvingen zijn vergeten. 'Eigenlijk niet aan gedacht', zeggen gemeenten als ze daarop worden aangesproken. Dat is grotendeels de trend in heel het land. Teleurstellend als je nuchter kijkt naar wat de Wmo beoogde'', vindt Lub. Er wordt al veel vrijwilligerswerk gedaan en de Wmo biedt daar nu een kader voor. Het was de bedoeling dat in elkaar te knopen, maar dat lukt nog niet. Ook in een ander artikel uit dezelfde krant, Nauwelijks Wmo-geld naar kerken, komt naar voren dat kerken nog maar minimaal worden betrokken bij de Wmo: Hoewel zestig procent van de Nederlandse gemeenten de kerken actief betrekken bij het uitvoeren van de Wet maatschappelijke ondersteuning, geeft slechts 11 procent van de gemeenten in dit kader subsidie aan kerken. Dat blijkt uit onderzoek door het Nederlands Utrecht, mei 2009 * Kansen van kerken binnen de Wmo in Utrecht 25

33 Dagblad onder 145 Nederlandse gemeenten. Veel gemeenten geven als verklaring dat kerken nog geen aanvraag voor subsidie hebben ingediend. Anderen wijzen op de scheiding van kerk en staat en beperkingen in de subsidieverordening. In slechts 37 procent van de gemeenten zit een afgevaardigde van de kerken in de Wmo-raad, een lokale klankbordgroep die het gemeentebestuur adviseert. Tot nu toe betrekken de gemeenten de kerken nog nauwelijks, wordt breed geconcludeerd. Dit lijkt een gemiste kans. Juist de kerken spelen een grote rol binnen de civil society en de participatie van de burgers is wat de Wmo beoogt (Nauwelijks Wmo-geld, 2008). Dat gemeenten zo weinig gebruik maken van de maatschappelijke betrokkenheid van kerken kan de vraag oproepen of gemeenten wel belang hebben bij het betrekken van kerken bij de Wmo. In paragraaf worden de verschillende mogelijkheden genoemd die de kerken te bieden hebben. Er lijkt winst te halen voor de gemeenten gezien de maatschappelijke betrokkenheid van de kerken. Voor gemeenten is de relatie met organisaties uit de civil society van groot belang. Het zijn de collectieve associaties van burgers (vrijwilligersorganisaties, verenigingen, recreatieve verbanden, kerkelijke organisaties) die binnen de sociale infrastructuur de toegangspoort vormen tot de burgers zelf. Deze organisaties spelen daardoor een cruciale rol in de realisering van lokale beleidsdoelstellingen van de Wmo. Kerken nemen een bijzondere plaats in binnen de civil society, gezien hun grote sociale rendement en decennialange ervaring met vrijwillige sociale hulpverlening via voedselbanken, sociale activiteiten voor ouderen en buurtbewoners en financiële hulp voor leden en niet-leden in de buurt (Lub et al., 2008; Castillo Guerra, 2008) Handvatten voor gemeenten om samen te werken Om als civil society goed mee te kunnen doen met de Wmo is niet alleen actie vanuit de civil society zelf nodig (in dit geval de kerken), ook de overheid moet stappen ondernemen. Het is van belang dat gemeenten de kerken betrekken bij het vormen van beleid en bij de uitvoering van de Wmo. In de literatuur worden hiervoor de volgende handvaten gegeven: - Het Trendrapport (Lub et al., 2008) spreekt van een ander speelveld waarop moet worden gezocht naar een andere houding ten opzichte van elkaar als gemeente, maatschappelijke organisaties en het grote scala aan vrijwillige verbanden, waaronder de kerken, die zich in de buurten en binnen de verschillende doelgroepen ophouden. Er moet een nieuwe balans worden gevonden tussen de vrijwillige inzet op tal van niveaus en de professionele inzet en ondersteuning. Er is een perspectiefwisseling nodig van het openbaar bestuur, professionele organisaties en burgerorganisaties. Gemeenten en professionele instellingen zouden meer inspanningen kunnen leveren om concreet potentieel binnen de civil society aan te boren, in plaats van de voortdurende vraag aan de civil society om te participeren in het beleid. - Degenen die systeemverantwoordelijk zijn voor de Wmo zouden een nieuw offensief moeten starten rond de Wmo: o o een offensief dat zich richt op een intensivering van sociale investeringen door maatschappelijke organisaties, in het bijzonder voor kwetsbare groepen; een offensief dat zich richt op de nieuwe verantwoordelijkheid die van burgers met de Wmo wordt gevraagd voor hun leefomgeving, waarbij condities worden geschapen die het voor burgers ook mogelijk maken die nieuwe verantwoordelijkheid te nemen; Utrecht, mei 2009 * Kansen van kerken binnen de Wmo in Utrecht 26

34 o een offensief dat zich richt op publiciteit over de essentie van de Wmo (géén zorgwet, maar een participatiewet) (Lub et al., 2008). - De overheid zou moeten zorgen voor duidelijk beleid. Dit is voor kerken van belang om te kunnen kijken of activiteiten wel of niet passen binnen het gemeentelijk beleid, maar ook om de doelen van de activiteiten te kunnen afstemmen op de doelen en de subsidievoorwaarden van de gemeente. Voor lokale overheden betekent dit dat zij goed zicht moeten hebben op: o o o o de activiteiten die religieuze gemeenschappen organiseren en uitvoeren; het doel dat ze met deze activiteiten voor ogen hebben, wat van belang is voor mogelijke samenwerking; met welke andere kerken en organisaties de kerken samenwerken; over welke kennis de kerken beschikken en welke mogelijkheden er zijn voor de uitvoering ervan. - Het is van belang dat gemeenten de kerken betrekken bij hun Wmo-beleid. Dit adviseerde de Tweede Kamer bij het tot stand komen van de Wmo. Gemeenten moeten beter samenwerken met kerken en andere vrijwilligersorganisaties bij de uitvoering van de Wmo. Kerken staan vooralsnog vooral aan de zijlijn (Lub et al., 2008) Kanttekeningen Bij de rol die binnen de Wmo is weggelegd voor kerken, zijn ook kanttekeningen te plaatsen voor gemeenten. Uit interviews met gemeenten zijn de volgende bedreigingen op te tekenen voor de samenwerking met kerken en moskeeën onder de Wmo (Dautzenberg & Westerlaak, 2007). Hier zijn alleen de kanttekeningen voor de kerken genoemd. - Onder de Wmo wordt wel meer vrijwillige inzet verwacht, ook binnen kerken, maar de financieringsmogelijkheden breiden niet uit. Er wordt dus meer inzet verwacht voor hetzelfde geld. - Het woud van regels wordt steeds groter, waarin vooral kwetsbare burgers de weg niet weten te vinden. - Er wordt meer verwacht aan inzet door mantelzorgers wat geflankeerd wordt met mantelzorgondersteuning. Veel mantelzorgers (en zeker allochtone mantelzorgers) weten echter de weg naar dit type ondersteuning niet te vinden. Goede voorlichting en gericht advies zijn dus cruciaal. - Er heerst nog veel onduidelijkheid rondom de Wmo, en vooral wat verwacht wordt van vrijwilligers en vrijwilligerswerk. Civiele burgerorganisaties geven aan dat ze de Wmo niet herkennen als een wet waarmee zij iets maken hebben (Lub et al., 2008). - In de samenwerking met lokale kerken moet rekening worden gehouden met het feit dat deze zich vaak alleen richten op de eigen achterban. Daarmee worden niet-kerkelijke kwetsbare bewoners in de wijk vaak niet bereikt. - Kerkelijke organisaties worden als een van de vele vrijwilligersorganisaties beschouwd. Een beleidsambtenaar van een middelgrote gemeente gaf aan dat kerken werden beschouwd als slechts één van de vrijwilligers-/zelforganisaties uit die gemeente. De zichtbaarheid van kerkelijke organisaties wordt daarmee bedreigd, omdat ze verdwijnen op de grote hoop. - Vrijwillige inzet en de samenwerking met kerken vielen in het onderzoek onder de verantwoordelijkheid van verschillende beleidsmedewerkers. Utrecht, mei 2009 * Kansen van kerken binnen de Wmo in Utrecht 27

35 Dit waren niet de Wmo-projectleiders. Het lijkt erop dat de categorale organisatie in veel gemeenten het moeilijk maakt om te komen tot een integraal aanbod zoals vereist wordt binnen de Wmo. Ook in de gemeente Utrecht zijn er verschillende beleidsmedewerkers die gaan over de Wmo, integratie en vrijwillige inzet. 3.3 Kansen voor de kerken binnen de Wmo in de gemeente Utrecht? Met betrekking tot de rol van kerken binnen de Wmo zijn algemene conclusies te trekken. Omdat gemeenten de wet op hun eigen manier kunnen invullen, kan de rol van de kerken per gemeente verschillen, evenals het beleid van de gemeenten. In deze paragraaf worden de uitkomsten besproken van literatuuronderzoek naar het Wmo-beleid van de gemeente Utrecht en de rol die de Utrechtse kerken hierin spelen. Het is opvallend dat er weinig literatuur te vinden is over dit onderwerp. In hoofdstuk 4 komen de uitkomsten van het praktijkonderzoek naar de mogelijke rol van kerken in Utrecht aan de orde Initiatieven vanuit de kerken in Utrecht Binnen de kerken in Utrecht lijkt nog weinig initiatief te zijn voor deelname aan de Wmo, zo is te lezen in het Trendrapport (Lub et al., 2008). Dat zei ook de heer Rietkerk van de ChristenUnie in Utrecht in een verkennend gesprek bij de aanvang van het onderzoek. Wel is het zo dat veel kerkleden betrokken zijn als vrijwilliger of werknemer bij organisaties, die bij de gemeente Utrecht subsidieaanvragen hebben ingediend, ook in het kader van de Wmo. Er is dus sprake van indirecte deelname door kerken aan de Wmo. Hieronder worden een aantal christelijke organisaties genoemd die maatschappelijke activiteiten organiseren voor burgers (die ondersteuning nodig hebben) waarbij kerken en/of kerkleden betrokken zijn: - Stichting Hulp in Praktijk 28 kerken in Utrecht zijn betrokken bij Stichting Hulp in Praktijk (HiP). Vrijwilligers uit die kerken helpen burgers in Utrecht een handje waar nodig. HiP werkt vraaggericht. Een burger die een hulpvraag heeft, kan bellen met HiP. HiP beschikt over een bestand van vrijwilligers uit de kerken en weet op welk gebied deze vrijwilligers ondersteuning kunnen bieden. Wanneer er een hulpvraag komt, schakelt HiP een vrijwilliger in die hulp kan bieden. In 2008 heeft het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport opdracht gegeven aan HiP om kerken voor te lichten over de Wmo, samen met de Nederlandse Patiënten Vereniging. HiP meent dat het vormen van een platform van Utrechtse kerken mogelijkheden biedt om mee te doen met de Wmo. Kerken doen al veel van wat de Wmo wil. Dat moet inzichtelijk gemaakt worden. Kerken moeten beloond worden voor wat ze doen! - Stichting Present Stichting Present organiseert projecten voor groepen vrijwilligers die zich willen inzetten voor de medemens. Groepen die zich bij Present aanmelden, geven zelf aan wat zij te bieden hebben en wanneer zij zich willen inzetten. Vervolgens maakt Present een koppeling tussen het aanbod van de groep en de vraag van allerlei maatschappelijke organisaties. Present organiseert projecten vanuit het aanbod, omdat de stichting denkt dat aansluiten bij de kracht van de vrijwilligers ervoor zorgt dat dit het voor vrijwilligers leuk maakt om iets voor iemand anders te betekenen. Vanuit deze positieve motivatie hoopt de stichting dat vrijwilligers Utrecht, mei 2009 * Kansen van kerken binnen de Wmo in Utrecht 28

36 zich gaan realiseren dat ze op een eenvoudige manier iets voor een ander kunnen betekenen en dat het ook gewoon heel leuk is om dat te doen. De meeste vrijwilligers van Present zijn leden van kerken en studentenverenigingen, die zich in groepsverband opgeven. Vaak hebben zij iemand aangewezen die het contact tussen Present en de kerk of vereniging onderhoudt. In Utrecht werkt Present samen met tien kerken. Present heeft goede contacten met de gemeente Utrecht, die de stichting subsidieert. Over de rol van kerken binnen de Wmo zegt een medewerker van Present: Ik denk dat het belangrijk is dat kerken identiteitsgebonden werk blijven doen. Afstemmen op wat de overheid van kerken verwacht, is goed, maar een gevaar is dat je jezelf voor het karretje van de overheid of maatschappelijke organisaties laat spannen. Dus het is belangrijk dat kerken zélf bedenken wat zij willen betekenen voor het welzijn in de stad, bijvoorbeeld binnen de Wmo. - Stichting Youth for Christ Stichting Youth for Christ (YfC) is een wereldwijde christelijke jongerenorganisatie, die ook in Nederland actief is. Vanuit kerken zijn jongeren betrokken bij YfC bij het organiseren van activiteiten. Op haar website formuleert YfC haar doelstelling als volgt: Wij willen in 62 Nederlandse plaatsen met meer dan inwoners lokaal werk starten op drie werkvelden, namelijk: school, kerk en wijk. De uitgangspunten hierbij zijn: een hart voor jongeren en een hart voor God. Zijn waar jongeren zijn, dat is waar YfC naar streeft. YfC organiseert activiteiten voor jongeren die aansluiten bij hun eigen lokale jongerencultuur. Op scholen biedt YfC-Switch ondersteuning bij het behandelen van maatschappelijke en levensbeschouwelijke thema s. Op straat, in de wijk, werkt YfC-The Mall vanuit een welzijnsdoelstelling voor (achterstands-)jongeren. Kerken werken ook samen met andere kerken. Vanuit deze samenwerkingsverbanden zijn kerken ook betrokken bij de maatschappij en in een aantal gevallen ook al bezig met de Wmo. Utrechtse kerken werken onder meer samen in de volgende verbanden: - Utrechtse Stedelijke Raad voor Kerken De Utrechtse Stedelijke Raad voor Kerken (USRK), opgericht in 1968, is een samenwerkingsverband van 16 kerken en kerkelijke organisaties in de stad Utrecht. De kerntaken van de USRK zijn: in de samenleving laten zien waar het evangelie voor staat en dienstbaar zijn aan de samenleving. De kerken die lid zijn van de USRK doen dit door zo veel mogelijk met elkaar samen te werken. Interkerkelijke samenwerking of oecumene is gericht op uiteindelijke eenwording van de kerken. Verder wil de USRK een gesprekspartner zijn voor de gemeentelijke overheid en maatschappelijke en religieuze organisaties. - Diaconaal Missionair Orgaan van de Protestantse Gemeente Utrecht Dit orgaan is het veelkleurige samenwerkingsverband van tien wijkgemeenten verspreid over de gehele stad Utrecht. Deze van oorsprong hervormde en gereformeerde kerken vormen een mozaïek van protestantse wijkgemeenten met elk hun eigen identiteit. Het orgaan is zowel zichtbaar in de binnenstad met de Dom-, Jacobi-, Jans- en Nicolaïkerk als in de buitenwijken met onder andere de Marcuskerk in Zuid, de Tuindorpkerk in Oost, de Bethelkerk in Zuilen en de Pniëlkerk in Utrecht-West. De wijkgemeenten werken nauw samen, om zo kerk ín en vóór de stad te zijn, dienstbaar aan de samenleving. Dit blijkt ook uit het beleidsplan van de Protestantse Gemeente Utrecht; Kerk in de stad, kerk vóór de stad. Utrecht, mei 2009 * Kansen van kerken binnen de Wmo in Utrecht 29

37 - Caritas Elke parochie heeft een Parochiële Caritas Instelling (PCI). De PCI biedt bijstand aan mensen in financiële problemen. De parochie is zelf verantwoordelijk voor de zorg en aandacht voor andere maatschappelijke noden (via de diaconie). Het overkoepelend diaconaal orgaan van het bisdom Utrecht, de DKCI (Diocesane Kerkelijke Caritas Instelling) zorgt voor de ondersteuning van de parochies in de gemeente Utrecht in al hun diaconale werkzaamheden, dus zowel de PCI s als parochies in hun geheel. In het kader van de Wmo hebben kerken gezocht naar samenwerking in de vorm van een diaconaal platform. Kerken zien dat door samen te werken meer mogelijkheden ontstaan er samen te zijn voor de stad Utrecht. Zij hopen dat zij gebruik kunnen maken van de Wmo bij het vervullen van hun maatschappelijke taken, maar ondersteuning krijgen van gemeenten conform de Wmo is geen doel op zich. Er zijn al een groot aantal kerken betrokken bij het opzetten van het platform. Het initiatief voor het oprichten van het platform is genomen door het GIDSnetwerk. GIDS staat voor Geloven In De Stad. GIDSnetwerk is een oecumenisch-christelijke netwerkorganisatie die leiders aan elkaar wil verbinden met het oog op een betere lokale samenleving. Alles wat concreet gedaan moet worden in een stad of dorp laten zij graag over aan de organisaties die daar verstand van hebben. GIDSnetwerk wil voorkomen dat het volle potentieel aan zorg niet wordt benut doordat leiders onvoldoende samenwerken. Binnen het GIDSnetwerk zijn christenen werkzaam. Als organisatie wil GIDSnetwerk zich echter niet alleen tot christenen richten, maar tot iedereen die kan voorgaan in het verbeteren van de lokale samenleving. GIDSnetwerk streeft daarbij naar samenwerking tussen leiders uit alle maatschappelijke geledingen: openbaar bestuur, politieke partijen, kerken, gezondheidszorg, non-profitorganisaties, onderwijs, wetenschap, media, kunst en bedrijfsleven. Er zijn vijf bijeenkomsten gehouden waarin overleg is gevoerd over de organisatie van het platform. Alle kerken in Utrecht zullen worden benaderd om zich aan te sluiten bij het platform. Ook de organisaties en de samenwerkingsverbanden die hierboven zijn genoemd, lijken deel te willen nemen. In november 2009 hoopt het platform van start te kunnen gaan Beleid van de gemeente Utrecht ten aanzien van de rol van de kerken Om maatschappelijke organisaties en burgers te betrekken bij het vormgeven van de Wmo, heeft de gemeente Utrecht hen uitgenodigd deel te nemen aan bijeenkomsten waar het beleid over de Wmo werd besproken. Voor een van deze bijeenkomsten waren ook de kerken uitgenodigd. Tijdens deze bijeenkomst is besproken op welke manier religieuze instellingen de betrokkenheid en de solidariteit van mensen zouden kunnen versterken en wat de gemeente hieraan kan bijdragen. Op deze bijeenkomst waren vooral vertegenwoordigers van katholieke kerken aanwezig. Van deze bijeenkomst is een verslag gemaakt, Wmo klanken 1 (Gemeente Utrecht, 2008e). Over de rol van religieuze instellingen binnen de Wmo is in het verslag onder meer het volgende te lezen: - De gemeente Utrecht stelt dat kerken en moskeeën een belangrijke rol spelen binnen de civil society. De gemeente is zich hier terdege van bewust. De gemeente denkt dat samenwerking tussen de verschillende religieuze instellingen de civil society kan versterken. Op vragen van de aanwezigen volgden onder meer de volgende opmerkingen en aanvullingen: - Kerken zijn de kortste lijn naar de Wmo-cliëntengroep vanwege hun netwerk van bezoekgroepen. Instructies aan vrijwilligers zijn belangrijk. Utrecht, mei 2009 * Kansen van kerken binnen de Wmo in Utrecht 30

38 - De kerk kan een criticus zijn in positieve zin. - Het faciliteren van duurzame aandacht is belangrijk. - Een samenwerking tussen gemeente en kerken leidt tot betere gezamenlijke prestatie. - De gemeente heeft belang bij de samenlevingsopbouw waar de kerk aan werkt. - Organisaties werken langs elkaar heen. Kerken bieden duurzaamheid. - Er moet meer samengewerkt worden en betrokkenen zouden meer van elkaars mogelijkheden gebruik kunnen maken. - Wezenlijke erkenning van de werkzaamheden van de kerk en waardering zijn essentiële punten. - De gemeente is onvoldoende op de hoogte van bestaande en nieuwe initiatieven. - Er zijn ontwikkelingen gaande waarin samenwerking wordt gezocht met als doel een maatschappelijk effect te bereiken en niet op basis van religie. - De gemeente ondersteunt geen kerkelijke activiteiten met betrekking tot zingeving; de provincie doet dit wel vanuit het leefbaarheidfonds. Naar aanleiding van de discussie tijdens de bijeenkomst doet Wouter Rust, Programmamanager Wmo van de gemeente Utrecht, de volgende toezeggingen: - De gemeente zal bekijken of het voor alle partijen verstandig is als een vertegenwoordiger van de kerk zitting neemt in de cliëntenraad. - De gemeente zal onderzoeken hoe zij in samenwerking met de kerken hun achterban kan voorlichten. - De gemeente onderzoekt in het kader van wijkgericht werken hoe zij op wijkniveau structureel met kerken kan samenwerken om de samenhang te bevorderen (Gemeente Utrecht, 2008e). De discussie leidde tot een vraag over de scheiding van kerk en staat, namelijk: hoe kan de samenwerking tussen gemeente en religieuze organisaties versterkt worden zonder dat het beginsel van scheiding van kerk en staat in het gedrang komt? Hierop antwoordden aanwezigen het volgende: - Er is sprake van incidentele samenwerking, maar deze dient structureel te geschieden. - Maatschappelijke relevantie is een hard criterium. De religieuze intentie en de maatschappelijke relevantie moeten los van elkaar bekeken worden. - Een criterium is dat activiteiten breed gericht moeten zijn en niet alleen gericht op kerkgenootschappen. - Kerken moeten bereid zijn om activiteiten met anderen te ondernemen. - Voor het invullen van subsidieaanvraagformulieren kunnen kerken samenwerken met de Vrijwilligerscentrale. - De gemeente zet zich in om de samenwerking met kerken en moskeeën te intensiveren op basis van partnerschap (Gemeente Utrecht, 2008e). Uit het verslag blijkt kortom dat de gemeente een rol ziet weggelegd voor de kerken en andere religieuze instellingen binnen de gemeente Utrecht. Ze ziet wat de kerken doen en benoemt vooral het contact met een grote groep burgers als een meerwaarde van kerken. De gemeente doet concrete toezeggingen aan kerken, onder andere dat zij betrokken zullen worden bij het vormen van het beleid en in de praktische uitvoering van de Wmo in Utrecht, onder andere in het wijkgericht activeren. Utrecht, mei 2009 * Kansen van kerken binnen de Wmo in Utrecht 31

39 3.4 Samenvatting Algemeen Deelname aan de Wmo door kerken biedt kansen aan zowel de kerken als gemeenten. Beide partijen zullen echter een stap moeten doen om te komen tot een betere samenwerking. Deze samenwerking kan, gezien de maatschappelijke betrokkenheid van de kerken, de civil society versterken. Het is belangrijk dat kerken het werk dat ze doen, durven te laten zien, en dat ze deze maatschappelijke betrokkenheid onder de aandacht brengen van hun gemeente. Gemeenten moeten nadenken hoe zij kerken kunnen ondersteunen en betrekken bij het vormen van het beleid en bij de uitvoering van de Wmo. Het is van belang dat er inzicht ontstaat in wat kerken en gemeenten elkaar te bieden hebben. Mogelijke manieren om de activiteiten van de kerken en het beleid van de overheid op elkaar af te stemmen zijn: - de Wmo-relatie in kaart brengen met bijvoorbeeld een sterkte-zwakteanalyse; - kerkelijke activiteiten en hun doelen in kaart brengen, zodat deze inzichtelijk en bruikbaar zijn voor zowel de kerken als de gemeente. Voor de kerken is het van belang te weten hoe zij de activiteiten het best kunnen formuleren en waar aanpassing of samenwerking nodig is om in lijn te zijn of komen met de gemeente. Voor de gemeente is het van belang te weten wat er al gebeurt en welke kennis voorhanden is, welke mogelijkheden en vragen er zijn en op welke manier de activiteiten passen binnen de beleidsplannen; - de gemeentelijke beleidsagenda in kaart brengen, zodat deze inzichtelijk en bruikbaar is voor zowel de kerken als gemeente. Deze adviezen gelden voor elke gemeente, maar de nadere invulling kan per gemeente verschillen. De drie hierboven genoemde instrumenten kunnen hierbij helpen. Een algemene sterkte-zwakteanalyse (dus niet voor een specifieke gemeente) staat hieronder. = = o o o o o o o o o o o o pqbohqb= = píéêâé=ãçíáî~íáé= _ÉíêçââÉå=Äáà=âåÉäÖêçÉéÉå= sééä=îêáàïáääáöéêë= _êìáâä~êé=äçå~íáéë= pçåá~äé=åçüéëáé= mêç=aéç= h^kp= = låçéêëíéìåáåö=îççê=îêáàïáääáöéêë= cáå~ååáéêáåö=îççê=éêçàéåíéå= lééåüéáç=îççê=ëáöå~äéêáåö= aééäå~ãé=~~å=tãçjê~~ç= ^~åç~åüí=îççê=ïéäòáàåëîê~öéå= káéìïé=êéä~íáéë=éå=ë~ãéåïéêâáåö= = = o o o o o o o o o wt^hqb= = k~~ê=äáååéå=öéâééêç= låîçäççéåçé=éêçñéëëáçåééä= héêâéäáàâé=éäìê~äáíéáí= Sterkte-zwakteanalyse van de rol van kerken binnen de Wmo (Crijns, 2008) _baobfdfkd= = låçìáçéäáàâé=îéêï~åüíáåöéå= báë=î~å=åéìíê~äáíéáí= qé=ëíêáâíé=ëåüéáçáåö=î~å=âéêâ=éå=ëí~~í= lîéêîê~öéå=î~å=îêáàïáääáöéêë=î~å=âéêâ= cáñ~íáé=çé=òçêöj=éå=üìäéîê~öéå= héêâéäáàâé=åçååìêêéåíáé=çé=çé=úã~êâíû= Utrecht, mei 2009 * Kansen van kerken binnen de Wmo in Utrecht 32

40 Utrecht In het literatuuronderzoek is specifiek gekeken naar de kansen van kerken binnen de Wmo in de gemeente Utrecht. In Utrecht zijn kerken vooral indirect betrokken bij de Wmo, dat wil zeggen: via organisaties waarmee zij samenwerken of waarvan zij deel uitmaken. Er lijken wel mogelijkheden te liggen voor kerken om mee te doen met of ondersteuning te krijgen vanuit de Wmo, zoals de open uitnodiging en het Makelpunt Utrecht. Toch lijkt het erop dat tot nu toe de gemeente Utrecht niet uitdrukkelijk rekening houdt met de inzet van de kerken en niet nadenkt hoe deze vorm kan krijgen in haar Wmo-beleid. Een kans voor de kerken om toch meer inbreng te krijgen biedt mogelijk de motie van het CDA, de ChristenUnie, GroenLinks en de PvdA van 12 maart Dat het de moeite waard is om als gemeente te kijken welke rol de kerken kunnen vervullen bij het uitvoeren van de Wmo blijkt ook uit de resultaten van het onderzoek naar het maatschappelijk rendement van de Protestantse Gemeente in Utrecht (Van der Sar, 2004). De maatschappelijke waarde van kerkelijke activiteiten kan ook worden uitgedrukt in een geldwaarde. Op grond van een inventarisatie van het aantal uren dat vrijwilligers besteden aan diverse taken berekende Van der Sar voor de gemeente Utrecht hoeveel uren hieraan anders besteed zouden zijn door professionals uit de thuiszorg, het maatschappelijk werk en de jeugdzorg. Van der Sar kwam tot de conclusie dat alleen al voor de gemeente Utrecht de kerkgemeenten en kerkelijke stichtingen met hun activiteiten een maatschappelijk rendement genereren van bijna acht miljoen euro. Wanneer alle vrijwillige en professionele uren betaald hadden moeten worden tegen uurtarieven van professionals, had er bijna 16 miljoen euro besteed moeten worden. Het volgende hoofdstuk gaat in op de resultaten van het praktijkonderzoek wat is uitgevoerd. Hier zal de rol van de kerken binnen de Wmo in Utrecht verder bekeken worden. Utrecht, mei 2009 * Kansen van kerken binnen de Wmo in Utrecht 33

41 4 Resultaten van het onderzoek Om te kunnen vaststellen welke mogelijkheden de Wmo biedt aan kerken om de participatie van burgers in de stad Utrecht te bevorderen, is niet alleen literatuur geraadpleegd. Hier voor is ook een praktijkonderzoek in Utrecht uitgevoerd. Vertegenwoordigers van 49 Utrechtse kerken hebben een vragenlijst ingevuld, 14 gemeenteraadsleden hebben vragen beantwoord in een of gesprek. Ook met drie medewerkers van de Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling (DMO) en twee van de Vrijwilligerscentrale Utrecht hebben de onderzoekers gesprekken gevoerd. In dit hoofdstuk worden de uitkomsten van dit praktijkonderzoek gepresenteerd. Tijdens het onderzoek is de wethouder van Welzijnszaken, waaronder ook de Wmo, afgetreden. Daarom was het niet mogelijk om een wethouder te spreken over de resultaten van ons onderzoek en zijn of haar visie te horen op wat de mogelijke rol is van kerken binnen de Wmo in de stad Utrecht. Wel is na het onderzoek nog een gesprek gevoerd met de nieuwe wethouder. Hij kon niet inhoudelijk reageren op het rapport, omdat hij nog niet voldoende bekend is met de uitvoering van de Wmo in Utrecht, maar is zeker geïnteresseerd in de resultaten van het onderzoeksrapport. Bij het gesprek was ook de heer de Frenne aanwezig. Hij houdt zich bezig met het schrijven van de uitvoeringsnotities van het Wmo beleid. Hij toonde ook zijn interesse voor het onderzoek. 4.1 Visie van de kerken In deze paragraaf worden de onderzoeksresultaten van het onderzoek onder de kerken gepresenteerd. Deze zullen aan het einde van de paragraaf worden samengevat. De resultaten worden weergegeven in de volgorde waarin de bijbehorende vragen in de vragenlijst aan de kerken zijn voorgelegd. Algemeen Van de deelnemende kerken werden allereerst een paar achtergrondgegevens gevraagd, zoals het aantal kerkleden, de leeftijdsverhouding van de kerkleden en in hoeverre deze leden actief lid zijn binnen de kerk. Vraag 1. Wat is de naam van uw kerk? De namen van de kerken staan vermeld in onderstaande tabel. Tabel 4.1 Kerken die hebben meegewerkt aan het onderzoek (N=49) Naam van de kerk Aantal Percentage Protestantse gemeenten 5 11% Baptistengemeenten 2 4% Orthodoxe kerken 1 2% Gereformeerd vrijgemaakte kerken 1 2% Rooms-katholieke parochies 9 19% Apostolische kerken 3 6% Zevendedagsadventisten 1 2% Oecumenische gemeenten 2 4% Migrantenkerken 1 2% Evangelische gemeenten 11 22% Utrecht, mei 2009 * Kansen van kerken binnen de Wmo in Utrecht 34

42 Naam van de kerk Aantal Percentage Vrij-katholieke kerken 1 2% Anglicaanse kerken 1 2% Vergadering der Gelovigen 1 2% Doopsgezinde gemeenten 1 2% Oud-gereformeerde gemeenten in Nederland 1 2% Vrije evangelische gemeenten 1 2% Remonstrantse kerken 2 4% Pinkstergemeenten 2 4% Oud-katholieke kerken 1 2% Leger des Heils 1 2% Rijnwaarde (Interkerkelijk gereformeerd) 1 2% Totaal % Vraag 2a. Hoeveel leden heeft uw kerkelijke gemeente? In onderstaande tabel staan de aantallen kerkleden vermeld. Hierbij zijn de aantallen kerkleden in categorieën weergegeven. Tabel 4.2 Aantallen kerkleden in categorieën weergegeven (N=49) Kerkleden Aantal Percentage % % % % % % % 2001 en meer 8 16% Onbekend 1 2% Totaal % Gezamenlijk tellen de 48 kerken die de vraag hebben beantwoord leden. Vraag 2b. Kunt u een schatting geven van het aantal leden per leeftijdscategorie? Onderstaande tabel geeft de gemiddelde leeftijdopbouw van de kerken weer. Dit is weergegeven in percentages. Utrecht, mei 2009 * Kansen van kerken binnen de Wmo in Utrecht 35

43 Tabel 4.3 Leeftijdsopbouw van de kerkleden (N=43) Leeftijd Percentage 0-20 jaar 13% jaar 28% jaar 23% jaar 27% 80 jaar of ouder 9% Totaal 100% Sommige kerken hebben aangegeven dat zij leden die niet zijn gedoopt niet meetellen als lid. Zij zijn wel meegenomen in het vermelde percentage. In deze tabel valt op dat de leeftijdscategorie 0-20 jaar sterker vertegenwoordigd is dan de categorie 80 jaar of ouder. Het is dus niet zo dat kerken alleen uit oudere leden bestaan; er is ook jonge aanwas. Vraag 3. Zijn deze allen actief betrokken bij het kerkelijk leven, zoals kerkbezoek en overige activiteiten? Gemiddeld is ongeveer 60% van de leden (N=36) actief betrokken bij het kerkelijk leven. De genoemde percentages liepen uiteen van 10% tot 95%. Van alle kerkleden zijn ongeveer leden actief betrokken bij het kerkelijk leven. De maatschappelijke participatie van kerken in Utrecht Vervolgens hebben de kerken vragen beantwoord over de maatschappelijke participatie van kerken. Met maatschappelijke participatie wordt hier bedoeld: de betrokkenheid die de kerken tonen door het organiseren van activiteiten voor burgers, zowel kerkleden als niet-kerkleden. Vraag 4. Is uw kerk actief op maatschappelijk gebied? Onderstaande tabel geeft weer hoeveel kerken wel of niet actief zijn op maatschappelijk gebied. Tabel 4.4 Kerken die wel / niet actief zijn op maatschappelijk gebied (N=49) Maatschappelijk actief Aantal Percentage Ja 38 78% Nee 11 22% Totaal % Een paar kerken hebben aangegeven dat zij een streekkerk zijn en daarom niet maatschappelijk betrokken zijn bij de burgers in de stad Utrecht. Ze geven aan dat de kerkleden vaak wel actief zijn in hun eigen omgeving, buiten de gemeente Utrecht. Wat betreft de 11 kerken die aangeven dat ze niet maatschappelijk betrokken zijn, valt op dat zij allen niet meer dan 300 leden tellen. Er zijn overigens ook 17 kleinere kerken die aangeven wél maatschappelijk betrokken te zijn. Of een kerk oudere of jongere leden heeft, blijkt hier niet van invloed. Utrecht, mei 2009 * Kansen van kerken binnen de Wmo in Utrecht 36

44 Vraag 5a. Is er alleen sprake van activiteiten voor kerkleden of ook voor niet-kerkleden? De resultaten staan verwerkt in onderstaande tabel. Tabel 4.5 Activiteiten voor kerkleden en/of niet- kerkleden (N=38) Activiteiten voor Aantal Percentage Alleen kerkleden 0 0% Alleen niet kerkleden 1 3% Beide 37 97% Totaal % Op één na zeggen alle kerken die maatschappelijk betrokken zijn zich zowel voor kerkleden als nietkerkleden in te zetten. Zij noemen diverse redenen om maatschappelijk betrokken te zijn, bijvoorbeeld: - Wij zijn er voor elke medemens. - Wij richten ons op de maatschappij rondom ons. - Wij zijn er voor onze eigen kerkleden en we zijn er voor niet-kerkleden in de wijk; beiden zijn voor ons belangrijk. - Wij zijn een diaconale gemeente. Acht kerken noemen daarnaast ook een missionaire reden, zoals: - Wij willen een zegenende invloed voor elkaar en voor onze omgeving zijn. - Wij willen graag in Woord en Daad Jezus liefde delen. Vraag 5b. Kunt u een schatting geven met hoeveel burgers binnen Utrecht u contact hebt als kerk die geen lid zijn van uw gemeente? Tabel 4.6 Aantallen niet-kerkleden met wie de kerken contact hebben (N=38) Aantal niet-kerkleden Percentage % % % % % % % % % 1001 en meer 10% Onbekend 37% Totaal 100% Utrecht, mei 2009 * Kansen van kerken binnen de Wmo in Utrecht 37

45 Aan de kerken is alleen gevraagd met hoeveel niet-kerkleden zij contact hebben. Onbekend is wat de frequentie is van deze contacten en of er mogelijk overlap is met de contacten die kerken hebben vanuit samenwerkingsverband met andere kerken. Sommigen kerken geven aan dat zij geen inzicht in deze aantallen hebben, omdat veel kerkleden actief zijn in hun eigen omgeving en/of via andere organisaties. Vraag 6a. Kunt u zeggen hoeveel kerkleden ongeveer betrokken zijn bij het organiseren van deze maatschappelijke activiteiten voor burgers (kerkleden en niet-kerkleden)? De reacties zijn verdeeld in categorieën en hieronder weergegeven in een tabel. Tabel 4.7 Aantallen kerkleden die betrokken zijn bij het organiseren van maatschappelijke activiteiten (N=38) Aantal kerkleden die betrokken zijn. Aantal Percentage % % % % % 160 en meer 2 5% Onbekend 6 16% Totaal % Hieruit is af te leiden dat ongeveer kerkleden in Utrecht betrokken zijn bij het organiseren van maatschappelijke activiteiten. Er is alleen gevraagd naar de kerkleden die betrokken zijn bij het organiseren van maatschappelijke activiteiten. Het is aannemelijk dat het aantal kerkleden dat maatschappelijk betrokken is veel hoger ligt, omdat veel kerkleden alleen (af en toe) meehelpen met de uitvoering van activiteiten. Vraag 6b. Is er een bepaalde groep die deze maatschappelijke activiteiten organiseert binnen uw kerk, bijvoorbeeld diaconie, vrijwilligersorganisatie binnen de kerk of jeugdvereniging? De tabel geeft weer wie binnen de kerk de activiteiten organiseert of organiseren. Tabel 4.8 Maatschappelijke betrokkenheid vanuit groep of individu (N=38) Groep ja of nee Aantal Percentage Ja, een groep organiseert activiteiten Nee, meerdere groepen organiseren activiteiten Nee, individuele personen organiseren activiteiten 11 29% 12 32% 5 13% Onbekend 10 26% Totaal % Utrecht, mei 2009 * Kansen van kerken binnen de Wmo in Utrecht 38

46 61% van de respondenten geeft aan dat één of meer groepen binnen de kerken activiteiten organiseren. Groepen die vooral worden genoemd zijn: - diaconie; - bezoekgroep; - pastores; - mensen die betrokken zijn binnen een bepaalde (werk)groep in de kerk die actief is op het gebied van armoedevraagstukken, milieu, vredesvraagstukken, daklozen, verslaafden, bejaarden of allochtonen; - jeugdwerkers; - Stichting Present (zie paragraaf 3.3.1). Individuele personen die zich inzetten voor de maatschappij zijn onder andere: - mensen die actief zijn in een inloophuis binnen de wijk, - mensen die andere mensen bezoeken, - mensen die betrokken zijn bij Stichting HiP (zie paragraaf 3.3.1). Vraag 6c. In welke leeftijdscategorie vallen de mensen die meedoen met het organiseren van de maatschappelijke activiteiten? (meerder antwoorden mogelijk) Onderstaande tabel geeft de leeftijden weer van de mensen die maatschappelijke activiteiten organiseren. Tabel 4.9 Leeftijdsopbouw van de mensen die de maatschappelijke activiteiten organiseren (N=26) Leeftijd van mensen die activiteiten organiseren Aantal 0-20 jaar jaar jaar jaar of ouder 1 De leeftijdscategorie jaar is net als de leeftijdscategorie jaar maatschappelijk betrokken blijkt uit deze tabel. Het zijn dus niet, zoals soms wordt gesteld, alleen oudere mensen die actief zijn binnen de kerk. Vraag 7a. Welke maatschappelijke activiteiten organiseert uw kerk voor kerkleden en nietkerkleden? Er zijn zeer diverse activiteiten genoemd door de kerken (N=38) zoals; - Voorkomen, signaleren en opvang bij huiselijk geweld. - Voorkomen, signaleren en opvang bij alcohol- en middelen misbruik. - Maaltijden voor dak en thuislozen. - Jongerenwerk: scouting, minder validen, dans en muziek. - Maaltijden voor alleenstaanden, ouderen, daklozen, of maaltijden met een speciale thema. - Themabijeenkomsten, tentoonstellingen, conferenties, creatieve bijeenkomsten en informatie bijeenkomsten. - Ondersteuning van onder andere Caritas, Stichting Present, Stichting HiP, Stichting Youth for Christ en Stichting noodopvang/daklozen en asielzoekers. Utrecht, mei 2009 * Kansen van kerken binnen de Wmo in Utrecht 39

47 Bijlage 5 bevat een volledig overzicht van de activiteiten die de kerken hebben genoemd, gegroepeerd per prestatieveld van de Wmo. Vraag 7b. Welk doel beoogt u met deze activiteiten die u organiseert? De kerken (N=38) noemen zowel maatschappelijke als missionaire doelen. 29 kerken noemen een maatschappelijk doel, drie noemen een duidelijk missionair doel. Acht kerken noemen beide doelen. Enkele voorbeelden van maatschappelijke doelen die genoemd werden, zijn: - contacten leggen; - tot steun zijn van de samenleving, onder andere door mensen te helpen die anders niet geholpen worden; - onrecht onder de aandacht brengen. Enkele voorbeelden van kerken die beide doelen noemen, zijn: - ontmoeting/elkaar leren kennen/een thuis bieden/kennis laten maken met wie God is en wil zijn voor mensen; - enerzijds mensen leren om te gaan met praktische dingen en anderzijds mensen in contact brengen met het evangelie. Opmerking bij deze vraag: een van de benaderde kerken gaf aan niet te willen meewerken aan het onderzoek, omdat zij van mening is dat het geen nut heeft om kerk te zijn als je niet kunt evangeliseren. Alsof je een voetbalclub bent die niet mag voetballen. Vraag 8a. Krijgt uw kerk subsidies of financiering van de gemeente Utrecht voor deze activiteiten? Tabel 4.10 Subsidie of financiering van de gemeente (N=38) Subsidie/ financiering Aantal Percentage Nee 25 66% Ja 9 24% Onbekend 4 10% Totaal % Hier valt op dat maar een kwart van de kerken een subsidie krijgt voor de activiteiten. Vraag 8b. Kunt u iets vertellen over de financieringsbron en de voorwaarden waaronder u de subsidie heeft gekregen? Van de negen kerken die subsidie hebben gekregen, antwoordt één kerk dat zij geld krijgt via de Wmo. De kerk heeft dit ontvangen voor het organiseren van avonden over het milieu, in samenwerking met een moskee, en middag- en avondvoorstellingen over Alzheimer, in samenwerking met een afdeling van Alzheimer Nederland. Eén kerk heeft mogelijk subsidie ontvangen via de Wmo voor het organiseren van een eetgroep. De zeven andere kerken zeggen via andere financieringsbronnen en subsidies van de gemeente geld te krijgen, onder andere vanuit monumentenzorg, het wijkbudget en het leefbaarheidsbudget. Meestal geldt deze subsidie voor een specifieke activiteit. Eén kerk zegt al jarenlang subsidie te krijgen. Utrecht, mei 2009 * Kansen van kerken binnen de Wmo in Utrecht 40

48 Als voorwaarden voor het ontvangen van subsidie noemen de kerken de gebruikelijke voorwaarden, zoals wijkgericht werken. Over het beginsel van scheiding van kerk en staat wordt niets genoemd. De Wmo Vervolgens kregen de ondervraagde kerken vragen voorgelegd over de Wmo. Vraag 9. Wist u van het bestaan van de Wmo voor u met dit onderzoek meedeed? Tabel Kennis over de Wmo (N=49) Kennis bestaan Wmo Aantal Percentage Ja 36 74% Nee 10 20% Onbekend 3 6% Totaal % 74% van de kerken was bekend met het bestaan van de Wmo voordat zij meedeed met het onderzoek. Vraag 10. In hoeverre bent u als kerk al actief bezig met de Wmo (meerdere antwoorden mogelijk) De antwoorden die zijn gegeven op deze gesloten vraag staan vermeld in onderstaande tabel. Tabel 4.12 Betrokkenheid bij de Wmo (N=42) Betrokkenheid bij de Wmo We doen nog niet mee met de Wmo. 17 We doen mee aan interkerkelijk overleg, waar het beleid en de praktische 11 uitvoering van de Wmo onderwerp van gesprek zijn geweest. We hebben stappen gezet om beleid vast te stellen rondom de Wmo. 8 We hebben activiteiten vormgegeven in het kader van de Wmo. 5 We zijn vertegenwoordigd in de lokale overheid en bepalen mede het beleid van de Wmo. We hebben hulp gekregen bij het opzetten van een project en activiteiten in het kader van de Wmo. Aantal 1 1 Als kerken aangeven niet mee te doen met de Wmo, noemen ze vaak als reden dat ze te klein zijn of onbekend met de Wmo. Vraag 11. Welke motivatie is voor u als kerk van belang om deel te nemen aan de Wmo? (meerdere antwoorden zijn mogelijk) De antwoorden die zijn gegeven op deze gesloten vraag staan vermeld in onderstaande tabel. Utrecht, mei 2009 * Kansen van kerken binnen de Wmo in Utrecht 41

49 Tabel 4.13 Motivatie om deel te nemen aan de Wmo (N=49) Motivatie om deel te nemen aan de Wmo De verwachting die de gemeente heeft van de kerken om betrokken te zijn 11 bij de samenleving. De materiële steun van de gemeente. 10 De immateriële steun van de gemeente. 7 De verwachting die de gemeente heeft van de burgers om betrokken te zijn bij de samenleving. Aantal 6 Sommige ondervraagde kerken gaven ook nog andere redenen, namelijk: - Wij willen oog hebben voor onze medemens. - We willen als kerk midden in de samenleving staan en aanwezig zijn. - De notie van verantwoordelijkheid en roeping van Godswege. - Omdat de kerk een wezenlijk onderdeel van de samenleving is en te lang aan de kant heeft gestaan (door eigen houding), maar ook te lang niet gezien is (door overheid). - De verwachting die wij zelf hebben van onze geloofsgemeenschap, namelijk dat we vanuit onze kerkelijke betrokkenheid/geloof een taak dienen te hebben in de wereld. - De rol die de kerk toch al heeft of zou moeten hebben op dit gebied. De Wmo kan een stimulans zijn om dit meer gestructureerd vorm te geven. Bijna de helft van de respondenten zegt dat de verwachtingen die de gemeente heeft van hen of de materiële steun van de gemeente een motivatie is om deel te nemen aan de Wmo. Vraag 12. Denkt u dat u als kerk de gemeente Utrecht iets te bieden heeft als het gaat om uw rol in de maatschappij? Tabel 4.14 Kerken die de gemeente Utrecht wel of niet iets te bieden te hebben (N=49) Ik heb iets te bieden Aantal Percentage Ja 37 76% Nee 6 12% Ik weet het niet 2 4% Onbekend 4 8% Totaal % Vier van de zes kerken die zeggen de maatschappij niets te bieden te hebben, antwoordden op vraag 4 dat zij niet maatschappelijk betrokken zijn. De kerken die zeggen dat zij de maatschappij wél iets te bieden hebben, noemen onder meer: - contacten met vooral de ouderen in de wijk en kennismaken met nieuwe bewoners; - onderdak bieden voor bijvoorbeeld lezingen, presentaties en colleges; - in contact komen met verschillende soorten mensen met verschillende noden, en zo snel zien waar hulp nodig is; - opvang en begeleiding van sociaal zwakkeren. Utrecht, mei 2009 * Kansen van kerken binnen de Wmo in Utrecht 42

50 Meerdere kerken noemen het signaleren en bereiken van wat de gemeente Utrecht moeilijk bereikbare groepen noemt. De voorbeelden van wat kerken de maatschappij te bieden hebben, komen veelal overeen met de activiteiten die zij organiseren voor kerkleden en niet-kerkleden (zie vraag 7). Vraag 13a. Met welke al bestaande activiteiten ziet u uw kerk (in de toekomst) samenwerken met de gemeente met betrekking tot de Wmo? De activiteiten die de kerken noemen, zijn in onderstaande tabel samengevat onder de noemers maatschappelijke activiteiten en missionaire activiteiten. Tabel 4.15 Bestaande activiteiten voor samenwerking gemeente Utrecht (N=33) Bestaande activiteiten Aantal Maatschappelijke activiteiten 24 Missionaire activiteiten 0 Onbekend 9 Genoemde activiteiten zijn bijvoorbeeld: - contacten met vooral de ouderen in de wijk en in het kader van kennismaken met nieuwe bewoners; - inzet van vrijwilligers via Stichting HiP en in de rol van mantelzorger; - hulp bieden aan allochtone mensen met taalachterstand en alleenstaande tienermoeders; - criminaliteit beperken door potentiële plegers op het rechte pad te houden; - koken voor daklozen en weeshuizen, en bejaardenbezoek; - voedselbank in Utrecht. Opvallend hierbij is dat er geen missionaire activiteiten worden genoemd. Alle antwoorden op deze vraag zijn terug te vinden in bijlage 5. Vraag13b. Met welk doel zou u dit doen? (meerder antwoorden mogelijk) Tabel 4.16 Doel van de bestaande activiteiten (N=26) Doel Aantal Maatschappelijk 11 Missionair 6 Anders 7 Onbekend 5 Maatschappelijke doelen die worden genoemd zijn onder meer: - er willen zijn voor mensen, omdat de eenzaamheid in onze samenleving toeneemt; - het welzijn en geluk van de burgers; - mensen in nood helpen. Missionaire doelen die worden genoemd zijn onder meer: - het is een onderdeel van ons Christen zijn; - in woord en daad Jezus liefde delen. Utrecht, mei 2009 * Kansen van kerken binnen de Wmo in Utrecht 43

51 De kerken noemen geen missionair doel, maar hun motivatie voor het organiseren van activiteiten. De maatschappelijke doelen die kerken geven, komen grotendeels overeen met wat zij eerder als reden gaven voor hun maatschappelijke betrokkenheid. Vraag 14a. Hebt u nieuwe activiteiten in gedachten die u graag zou willen opzetten als kerk, in samenwerking met de gemeente met betrekking tot de Wmo? Tabel 4.17 Wel of geen nieuwe activiteiten met betrekking tot de Wmo (N=29) Nieuwe activiteiten Aantal Percentage Ja 13 45% Nee 6 21% Weet het nog niet 10 34% Totaal % De voorbeelden van activiteiten die de kerken noemen, zijn terug te vinden in bijlage 5. Genoemde activiteiten zijn onder meer: - een jeugdcentrum en hulpcentrum voor alleenstaande moeders en tienermoeders; - cursussen en begeleiding bieden aan ex-gedetineerden; - maaltijden voor sociaal kwetsbare mensen; - signaleren en informatie geven, kerk zijn in de wijk; - leefbaarheid in de wijk, openstellen voor activiteiten. Vraag 14b. Met welk doel zou u dit willen doen? Tabel 4.18 Doel van de nieuwe activiteiten (N=13) Doel Aantal Maatschappelijk 8 Missionair 4 Onbekend 1 De kerken noemen onder meer de volgende doelen: - maatschappelijk relevant willen zijn; - dienen van de samenleving vanuit onze christelijke zending tot zorg en aandacht voor ieder mens; - kerk en samenleving horen bij elkaar en zijn niet los van elkaar denkbaar; - in woord en daad Jezus liefde delen; - het is een van God gegeven verantwoordelijkheid; - de liefde van God te laten zien, proeven, merken en getuigen. Hier worden enkele missionaire doelen genoemd, maar het missionair zijn wordt vooral genoemd als motivatie voor het organiseren van activiteiten. Bij deze vraag valt op dat de genoemde doelen van de nieuwe activiteiten overeenkomen met de doelen van de bestaande activiteiten die de kerken eerder noemden. Utrecht, mei 2009 * Kansen van kerken binnen de Wmo in Utrecht 44

52 Aan de kerken is gevraagd vijf zinnen af te maken die gaan over samenwerking met de gemeente Utrecht. Tussen de antwoorden op deze open vraag waren opvallend veel overeenkomsten. Soms zijn meerdere redenen genoemd. Vraag 15a. In het samenwerken met de gemeente vinden wij het wenselijk dat Tabel 4.19 Wensen van kerken met betrekking tot samenwerking met de gemeente (N=28) In het samenwerken met de gemeente vinden wij het wenselijk dat Aantal we serieus worden genomen als we een aanvraag doen. 13 kerken samenwerken. 9 het niet te veel werk kost. 5 er ruimte beschikbaar komt. 2 er duidelijkheid komt. 1 er vrijheid blijft. 1 er een werkgroep komt die nadenkt over de samenwerking met de 1 gemeente. Weet ik nog niet 2 13 kerken geven aan dat zij serieus willen worden genomen door de gemeente. Hiermee bedoelen zij dat hun verzoek niet wordt afgewezen omdat ze een kerk zijn, maar dat de gemeente een open houding aanneemt en de kerk ziet als een serieuze gesprekspartner. Dit is de wens van bijna de helft van de ondervraagde kerken, en dus zeker een punt van aandacht voor gemeenten. Vraag 15b. Wij zien mogelijkheden in deelname aan de Wmo, omdat Tabel 4.20 Mogelijkheden die kerken zien in deelname aan de Wmo (N= 31) Wij zien mogelijkheden in deelname aan de Wmo, omdat Aantal we veel te bieden hebben en het tot meer samenwerking leidt. 14 we dan op maatschappelijk gebied meer kunnen doen. 11 Weet ik nog niet (want er is te weinig beleid en/of onze leden zijn 6 te oud) De 11 kerken die verwachten dat zij dan op maatschappelijk gebied meer kunnen doen, noemen dat ze die noodzaak hiervan zien en de verantwoordelijkheid willen nemen. Een van de kerken verwacht dat deelname aan de Wmo ervoor kan zorgen dat de kerk een ruimte voor de activiteiten tot haar beschikking krijgt. Utrecht, mei 2009 * Kansen van kerken binnen de Wmo in Utrecht 45

53 Vraag 15c. Wij zien beperkingen in deelname aan de Wmo, omdat Tabel 4.21 Beperkingen die kerken zien in deelname aan de Wmo (N=32) Wij zien beperkingen in deelname aan de Wmo, omdat Aantal we niet voldoende leden hebben/onze leden te oud zijn. 11 we dan afhankelijk worden (wie betaalt, bepaalt) en omdat 6 deelname veel geregel met zich meebrengt. we nog niet voldoende weten. 3 Andere redenen 12 Als andere redenen worden onder andere genoemd: - We hebben weinig contact met de wijk. - De gemeente is te afwachtend naar de kerken toe. - Je kunt niet alles met vrijwilligers doen, er zijn ook professionals nodig. Vraag 15d. De Wmo kan door de gemeente en de kerken in Utrecht maximaal worden benut als de gemeente Tabel 4.22 Inzet van de gemeente om beide, kerken en gemeente, maximaal nut te hebben van de Wmo (N=28) De Wmo kan door de gemeente en de kerken in Utrecht maximaal worden benut als de gemeente Aantal meer informatie geeft en er meer contact en overleg is. 20 meewerkt met kerken, hun mogelijkheden ziet en ondersteunt. 6 Weet ik niet, nog te weinig informatie 2 Vraag 15e. De Wmo kan door de gemeente en de kerken in Utrecht maximaal worden benut als de kerken Tabel 4.23 Inzet van de kerken om beide, kerken en gemeente, maximaal nut te hebben van de Wmo (N=28) De Wmo kan door de gemeente en de kerken in Utrecht maximaal worden benut als de kerken Aantal meedoen in en zich verdiepen in de samenleving. 13 samenwerken met elkaar. 6 duidelijkheid hebben en dit doorgeven aan hun leden. 5 Andere argumenten 2 Weet ik niet, nog te weinig informatie 2 De 13 kerken die ervoor pleiten dat de kerken meedoen in de samenleving en zich erin verdiepen, geven aan dat zij inzien dat ze een taak hebben en dat ze zich bewust zijn van hun rol en verantwoordelijkheid. Ook vinden ze het belangrijk dat kerken zichtbaar maken wat ze doen en dat ze zich verdiepen in de Wmo. Bij andere argumenten wordt onder andere genoemd: - niet alleen evangelisatie vooropstellen; - niet bang zijn om deel te nemen aan de Wmo. Utrecht, mei 2009 * Kansen van kerken binnen de Wmo in Utrecht 46

54 Opvallend is dat bij de laatste twee vragen (15 d en e) twintig kerken aangeven behoefte te hebben aan meer informatie. Zoals eerder is gezegd ligt hier een belangrijke taak voor de gemeente Utrecht. Evenveel kerken grotendeels dezelfde vinden dat kerken moeten meedoen en samenwerken met elkaar. Samenwerking tussen kerken in het kader van de Wmo Samenwerken met elkaar lijkt een goede mogelijkheid voor kerken om te kunnen meedoen met de Wmo (Dautzenberg & Westerlaak, 2007). In Utrecht wordt een diaconaal platform opgericht (zie paragraaf 3.3.1). Over de samenwerking tussen kerken en de vorming van het platform zijn de volgende vragen gesteld. Vraag 16a. Doet u weleens iets samen met andere kerken? Tabel 4.24 Samenwerking tussen kerken (N=49) Samenwerking Aantal Percentage Ja 28 57% Nee 7 14% Onbekend 14 28% Totaal % Uit de antwoorden blijkt dat meer dan de helft van de kerken (weleens) samenwerkt met andere kerken: binnen kerkverbanden, maar ook buiten kerkverbanden. Bijvoorbeeld in de wijk, door mee te praten in de wijkadviesraad. Kerkverbanden waarbinnen de kerken samenwerken, zijn onder meer het diaconaal platform (via de diaconieën van de kerken), de Utrechtse Stedelijke Raad voor Kerken (USRK) en het Diaconaal Missionair Orgaan van de Protestantse Gemeenten in Utrecht. Vier van de zeven kerken die niet samenwerken met andere kerken, geven als reden dat zij hiervoor te klein zijn. Vraag 17. Hoe kijkt u aan tegen een platform gevormd door verschillende kerken? Tabel 4.25 Meningen over het vormen van een diaconaal platform. Vragen over het platform Vindt u het belangrijk dat er een platform gevormd wordt door verschillende kerken? (N=41) Zou het een optie voor uw kerk zijn om deel nemen aan een platform van verschillende kerken? (N=40) Als er een platform wordt georganiseerd, is uw kerk dan bereid hierin te investeren? (N=40) Aantal kerken dat ja heeft geantwoord Percentage 34 83% 28 70% 28 70% De kerken hebben veel belangstelling voor het vormen van een platform: 83% van hen zegt het belangrijk te vinden dat er een platform komt. Van hen zegt de helft dat het platform belangrijk is voor samenwerking en om als kerken één stem te kunnen laten horen. Wat betreft deelname zeggen acht kerken dat ze twijfelen of ze willen of kunnen deelnemen aan een platform. Zes van hen zeggen dat er te veel gepraat wordt en/of dat het te veel tijd kost. Utrecht, mei 2009 * Kansen van kerken binnen de Wmo in Utrecht 47

55 Vier kerken zeggen dat ze er (nog) te klein voor zijn of er nog niet klaar voor zijn. Drie kerken zeggen dat er al een platform is, waarbij ze doelen op de USRK en het in oprichting zijnde diaconaal platform. Twee kerken zeggen dat een platform alleen van belang is als ondersteuning en voor contact met de gemeente Utrecht, onder andere om het beleid af te stemmen. Overig In het onderzoek is aan kerken gevraagd op welke gebieden zij meer toerusting of ondersteuning zouden willen hebben als het gaat om de Wmo. Ook konden de kerken aangeven of zij op de hoogte gehouden willen worden van de resultaten van het onderzoek en van het diaconaal platform in oprichting. Vraag 18. Over welke van de onderstaande onderwerpen over de Wmo zou voor u verdere toerusting of ondersteuning wenselijk zijn? (meerdere antwoorden mogelijk) Dit is een gesloten vraag met acht keuzemogelijkheden. Tabel 4.26 Wensen over toerusting en ondersteuning van kerken (N=37) Vraag over wat kerken nodig hebben Ja Wij hebben ondersteuning en toerusting nodig over waar de verantwoordelijkheden liggen en wat de rol van de kerk moet/kan zijn. We hebben ondersteuning en toerusting nodig wat betreft contact met de lokale overheid. We hebben ondersteuning en toerusting nodig over de juridische en financiële gevolgen van de Wmo. We hebben ondersteuning en toerusting nodig bij de inventarisatie en begeleiding van vrijwilligers en mantelzorgers binnen de kerkelijke gemeente. We hebben ondersteuning en toerusting nodig bij het opzetten van diaconale projecten. We hebben ondersteuning en toerusting nodig bij interkerkelijk overleg We hebben ondersteuning en toerusting nodig over het samenwerken met maatschappelijke organisaties. 12 We hebben geen ondersteuning en toerusting nodig, want we weten al voldoende af van de Wmo. 4 Bij de kerken is vooral onduidelijkheid over verantwoordelijkheden en de rol van de kerken binnen de Wmo. Een schone taak voor de gemeenten. Ook zouden kerken extra ondersteuning willen krijgen bij het opzetten van diaconale projecten en bij interkerkelijk overleg. Vraag 19. Als de gemeente Utrecht bereid is tot het informeren van kerken met betrekking tot de mogelijkheden van de Wmo, kan er dan contact worden gelegd? 36 van de 49 kerken geven aan dat zij graag geïnformeerd willen worden door de gemeente Utrecht over de mogelijkheden van de Wmo. Utrecht, mei 2009 * Kansen van kerken binnen de Wmo in Utrecht 48

56 Vraag 20. Wilt u op de hoogte gehouden worden over het diaconaal platform wat wordt opgezet? 25 van de 49 kerken geven aan graag op de hoogte gehouden te willen worden van de ontwikkelingen rondom het in oprichting zijnde diaconaal platform. Kerken die dit niet wensen, geven als reden dat zij te klein zijn voor deelname of oude leden hebben. Vraag 21. Wilt u op de hoogte gehouden worden over de bijeenkomst en de uitkomsten van dit onderzoek? 44 van de 49 kerken worden graag op de hoogte gebracht van de bijeenkomst waarin de uitkomsten worden gepresenteerd en van de uitkomsten zelf. Samenvatting van de onderzoeksresultaten Algemeen De 48 van de 49 kerken die hebben meegedaan aan het onderzoek, tellen gezamenlijk die actief lid zijn van hun kerk. De maatschappelijke betrokkenheid van kerken in Utrecht Meer dan driekwart van de kerken in Utrecht is actief op maatschappelijk gebied. Het zijn vooral kleinere kerken die dit niet zijn. Vrijwel alle kerken die maatschappelijk betrokken zijn organiseren activiteiten voor zowel kerkleden als niet-kerkleden, omdat ze er willen zijn voor álle mensen in hun omgeving. Binnen 60% van deze kerken zijn het groepen die uit maatschappelijke betrokkenheid activiteiten organiseren. De leeftijd van de mensen die meehelpen met het organiseren ligt tussen de 20 en 60 jaar. Slechts een kwart van de kerken doet hierbij een beroep op subsidies of andere vormen van financiering door de overheid. Slechts sporadisch is dit een subsidie vanuit de Wmo. De Wmo Bijna driekwart van de ondervraagde kerken wist van het bestaan van de Wmo voor aanvang van dit onderzoek. Kerken die willen deelnemen aan de Wmo, geven als belangrijkste motivatie dat de gemeente van hen verwacht dat zij betrokken zijn bij de samenleving. Ook de materiële steun van de gemeente is voor kerken een reden om mee te doen. Driekwart van de kerken meent dat zij de gemeente Utrecht iets te bieden hebben als het gaat om hun rol in de maatschappij. De activiteiten die kerken (zouden willen) uitvoeren zijn zeer divers. Het zijn vooral activiteiten met een maatschappelijk doel. De kerken noemen geen missionaire doelen. In woord en daad Jezus liefde delen is echter wel een motivatie voor hen om activiteiten te organiseren. Opvallend is dat veel kerken met hun activiteiten streven naar het signaleren en bereiken van wat de gemeente Utrecht noemt de moeilijk bereikbare groepen. Dit zijn taken die de gemeente Utrecht belangrijk vindt en waarvoor zij een belangrijke rol ziet weggelegd voor kerken (Gemeente Utrecht, 2008c). Zie hierover ook paragraaf 1.2. Veel ondervraagde kerken noemen dat ze verwachten van de gemeente dat zij hen serieus nemen. Dat wil zeggen: dat de gemeente een open houding aanneemt en de kerken ziet als een serieuze gesprekspartner. Kerken willen deelnemen aan de Wmo, omdat ze veel te bieden hebben en omdat het tot meer samenwerking leidt. Ook denken ze dan meer te kunnen doen op maatschappelijk gebied. Utrecht, mei 2009 * Kansen van kerken binnen de Wmo in Utrecht 49

57 Kerken die niet willen deelnemen aan de Wmo, geven veelal als reden dat ze denken dat ze niet voldoende leden hebben of dat hun leden hiervoor te oud zijn. Ook willen kerken onafhankelijk blijven en vrezen ze voor veel extra regelwerk. Om als kerken en gemeente beide nut te hebben van de Wmo verwachten kerken van de gemeente dat zij meer informatie verstrekken over de Wmo en dat zij meer bereid zijn tot samenwerken. De ondervraagde kerken zien kansen voor zichzelf en andere kerken binnen de Wmo als zij bereid zijn om mee te doen, zich te verdiepen in de samenleving en in de Wmo, en als kerken samenwerken met elkaar. Samenwerking tussen kerken in het kader van de Wmo Iets meer dan de helft van de ondervraagde kerken werkt (weleens) samen met andere kerken, zowel binnen als buiten hun kerkverband. Dit gebeurt via de diaconieën in het diaconaal platform in oprichting, maar ook in de Utrechtse Stedelijke Raad voor Kerken (USRK) en het Diaconaal Missionair Orgaan van de Protestantse Gemeenten in Utrecht. Overig De kerken hebben vooral behoefte aan informatie over de verantwoordelijkheden en de rol van de kerk en over de juridische en financiële gevolgen van de Wmo. Maar een aantal kerken weten volgens eigen zeggen al voldoende af van de Wmo. De kerken hebben veel belangstelling voor de uitkomsten van het onderzoek en voor informatie over de Wmo en het op te richten diaconaal platform. Hieruit blijkt dat zij zich betrokken voelen bij het onderwerp. 4.2 De visie van de gemeenteraad Niet alleen de Utrechtse kerken hebben deelgenomen aan het onderzoek. Ook gemeenteraadsleden hebben hun mening gegeven over de onderwerpen die in dit onderzoek centraal staan. Alle 45 raadsleden zijn per benaderd met het verzoek mee te doen aan het onderzoek. Van de 45 raadsleden hebben er 14 positief gereageerd op dit verzoek. Deze raadsleden hebben allen zitting in de Commissie Mens en samenleving, die zich onder andere bezighoudt met de Wmo. Vijf raadsleden hebben de vragen per mail beantwoord, anderen telefonisch. De onderzoekers hebben deze telefonische gesprekken gevoerd aan de hand van een verkorte vragenlijst. Hierdoor zijn niet alle vragen aan alle respondenten voorgelegd. De gemeente Utrecht heeft tien partijen in de gemeenteraad. Van negen partijen heeft ten minste één persoon deelgenomen aan het onderzoek. Alleen Leefbaar Utrecht koos ervoor niet deel te nemen. Onderstaande tabel maakt inzichtelijk hoeveel raadsleden per politieke partij aan het onderzoek hebben deelgenomen. Tabel 4.27 Deelnemende raadsleden per politieke partij. Politieke partij: Respons aantal: SP 2 GroenLinks 2 PvdA 2 CDA 2 D66 2 Groep Mossel 1 Utrecht, mei 2009 * Kansen van kerken binnen de Wmo in Utrecht 50

58 (Vervolg) Tabel 4.27 Deelnemende raadsleden per politieke partij. Politieke partij: Respons aantal: ChristenUnie 1 VVD 1 Burger en Gemeenschap 1 Leefbaar Utrecht 0 Totaal 14 Een volledig overzicht van alle antwoorden is te vinden in bijlage 6. In deze paragraaf worden ze samengevat. De vragen gaan niet specifiek over kerken, maar over religieuze instellingen, omdat voor de gemeenteraad kerken geen aparte positie innemen in dit geheel. De antwoorden die zijn genoemd gelden dus ook grotendeels voor andere religieuze instellingen. De maatschappelijke participatie van kerken binnen de Wmo Vijf van de 14 raadsleden zeggen dat hun partij contact heeft gehad met kerken. Zij noemen vooral contacten met organisaties als Stichting Present, Stichting Youth for Christ, het Wmo-platform voor kerken en de Utrechtse Stedelijke Raad van Kerken (URSK). Dit contact vond soms plaats in informele sfeer. Eén raadslid zegt dat contact niet nodig is. Vijf raadsleden hebben de mate van maatschappelijke participatie van kerken zien veranderen sinds de komst van de Wmo, (dit zijn niet de vijf dezelfde raadsleden als die zeggen dat ze contact hebben gehad met een kerk). De negen andere raadsleden hebben dit niet opgemerkt. 13 raadsleden zeggen in principe bereid te zijn tot het ondersteunen in materiële en/of immateriële zin van kerken vanuit de Wmo. Hiervoor stellen zij dan wel voorwaarden. Zo moet de activiteit passen in het gemeentelijk beleid en een bijdrage leveren aan het doel en de doelgroep van de Wmo. Ook moet de activiteit in een concreet plan zijn beschreven en wordt de subsidieaanvraag bij voorkeur ingediend door een stichting. Financiële ondersteuning wordt bij voorkeur geboden via de open uitnodiging, het accommodatiebeleid en de leefbaarheidsbudgetten. De Wmo is niet de enige grondslag waarop kerken materiële of immateriële steun kunnen krijgen van de gemeente. Andere bronnen zijn: het steunprogramma voor achterstands- (of kracht)wijken, integratie, re-integratie, gezondheidszorg en onderwijs, monumentensubsidie en collectes van kerkleden zelf. Wat kunnen kerken doen? De Wmo kan door gemeenten en kerken maximaal worden benut als de kerken de hierboven genoemde criteria in acht nemen. Kerken krijgen ook het advies om niet te concurreren met welzijnsorganisaties en andere organisaties waar beroepskrachten werken. Ook is het raadzaam voor kerken contact te zoeken met het Vrijwilligershuis en de activiteiten voor alle burgers toegankelijk te maken. Dat kerken goed werk doen en hier vooral mee moeten doorgaan wordt ook hier nog expliciet genoemd. Ten slotte krijgen kerken het advies zich duidelijker te presenteren en een gezamenlijk contactpunt in het leven te roepen voor het afstemmen van vraag en aanbod in de zorg. Wat kan de gemeente doen? De Wmo kan door de gemeente en kerken maximaal worden benut als de gemeente: - overleg regelt; - contact onderhoudt; - beleid vormt; - de subsidievoorwaarden duidelijk maakt; Utrecht, mei 2009 * Kansen van kerken binnen de Wmo in Utrecht 51

59 - financiën verstrekt; - het Vrijwilligershuis mogelijk maakt; - toegankelijker is voor de vraag en het aanbod van de kerken; - de inzet van kerken stimuleert; - waardering uitspreekt voor de inzet van kerken; - meer gebruik maakt van de kennis en inzet van de kerken; - mensen die een bijstandsuitkering ontvangen meer stimuleren tot het doen van vrijwilligerswerk. Drie van de zeven hiernaar gevraagde raadsleden staan niet afwijzend tegenover het inpassen van activiteiten van kerken in het beleid van de gemeente Utrecht. De raadsleden van twee partijen geven aan dat kerken geen specifieke aandacht krijgen; zij zouden zélf moeten kijken hoe zij in het beleid passen. Eén partij geeft aan zich in te zetten voor een Wmo-contactpunt, waardoor ook de mogelijkheden van kerken beter in te passen zijn in het beleid. De scheiding van kerk en staat in relatie tot de participatie van kerken binnen de Wmo Van de 13 ondervraagde raadsleden geven er 12 aan dat de scheiding van kerk en staat en de maatschappelijke participatie van kerken elkaar niet hoeven uit te sluiten, mits aan de eerder genoemde voorwaarden wordt voldaan. De raadsleden hebben oog voor het werk van de kerken en wat zij voor de maatschappij betekenen. Ze noemen dat het is aan te moedigen om vanuit de waarden van de kerk maatschappelijk actief te zijn, maar activiteiten met evangelisatiedoeleinden mogen niet worden ondersteund met overheidsgelden. Andere opmerkingen zijn: - Je kunt niet alle kerken generaliseren. - Er zijn kerken die activiteit en religie goed kunnen scheiden. Vertegenwoordiging van kerken bij de totstandkoming van de Wmo en deelname aan de cliëntenraad van de Wmo Tien raadsleden weten niet of vertegenwoordigers van kerken hebben deelgenomen aan de totstandkoming van de Wmo. Twee geven aan dat alle burgers inspraaktijd hebben gekregen en dat ook kerken hiervan gebruik hebben kunnen maken. Vier van de vijf raadsleden die de vraag over deelname aan de cliëntenraad Wmo hebben beantwoord, geven aan niet te weten of een vertegenwoordiger van de kerk zitting heeft gehad in de cliëntenraad van de Wmo en zien hier ook niet de meerwaarde van in. Eén raadslid weet dat er geen vertegenwoordiger namens de kerk in de cliëntenraad zit, maar hij ziet hiervan wel de meerwaarde in. Samenwerking van kerken in relatie tot de Wmo 11 van de 13 raadsleden vinden dat het diaconaal platform meerwaarde biedt. Het samenwerkingsverband kan de samenwerking tussen kerken bevorderen en geeft de mogelijkheid om één vuist te maken. Voor de gemeente is het ook makkelijker om één overlegpartner te hebben. Zes van de negen raadsleden geven aan dat de financiering van het platform door de kerken zelf bekostigd moet worden. Eén zegt dat de gemeente dit zou kunnen doen voor een periode van één of twee jaar. Twee vinden dat de gemeente het diaconaal platform zou kunnen bekostigen als het zijn doel bereikt en het de maatschappelijke betrokkenheid blijkt te vergroten. Utrecht, mei 2009 * Kansen van kerken binnen de Wmo in Utrecht 52

60 Overig Van de 14 raadsleden geven er 12 aan op de hoogte te willen worden gehouden van de onderzoeksresultaten. 4.3 In gesprek met DMO en de Vrijwilligerscentrale in de gemeente Utrecht De onderzoekers hebben ook gesprekken gevoerd met drie medewerkers van de Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling (DMO). Zij zijn betrokken (geweest) bij de totstandkoming en/of de uitvoering van de Wmo in de gemeente Utrecht. Een verslag van deze gesprekken is terug te lezen in paragraaf Ook hebben de onderzoekers gesproken met twee woordvoerders van de Vrijwilligerscentrale. De rol van kerken binnen de Wmo heeft immers te maken met de vrijwillige inzet van kerkleden voor de burgers in de gemeente Utrecht. Dit gesprek wordt samengevat in paragraaf In gesprek met medewerkers van de DMO De gesprekken die de onderzoekers hebben gevoerd met medewerkers van de DMO hadden een verkennend karakter. Het doel van de gesprekken was te horen wat de visie is van de DMO over de rol van kerken binnen de Wmo in de gemeente Utrecht. De gesprekken zijn gevoerd met: - mevrouw M. Manders, Welzijnszaken DMO; - de heer W. Kok, DMO Programmadirecteur diversiteit en integratie; - de heer W. Rust, Programmamanager Wmo. Hieronder worden de drie gespreken samengevat in één verslag. De verslagen van de drie afzonderlijke gesprekken zijn terug te vinden in bijlage 7. De relatie tussen kerken en de gemeente in het kader van de Wmo en maatschappelijke participatie van kerken binnen de Wmo Kerken maken deel uit van het maatschappelijk middenveld, de civil society, aldus de heer Kok. Daarom is het belangrijk voor de gemeente om met kerken in gesprek te gaan over maatschappelijke onderwerpen. De heer Rust geeft aan dat de kerken en de gemeente nu nog veel van elkaar gescheiden zijn. Door in gesprek te gaan met vrijwilligers van kerken is hij gaan inzien hoeveel kerken doen en welke doelgroepen zij bereiken. Dit zijn vaak de door de gemeente en welzijnorganisaties moeilijk te bereiken doelgroepen. Mevrouw Manders geeft aan dat zij de kerken graag zou willen toevoegen aan het adressenbestand voor de verzending van onder andere de nieuwsbrief voor vrijwilligers(organisaties). Zo zouden kerken beter geïnformeerd kunnen worden over relevante ontwikkelingen. Mevrouw Manders zegt best in gesprek te willen met de kerken, maar het is onmogelijk om alle circa vrijwilligersorganisaties (en dus ook de kerken) persoonlijk te woord te staan. Als kerken informatie, advies of ondersteuning nodig hebben, kunnen zij hierom vragen bij de Vrijwilligerscentrale en naar ze hoopt bij het toekomstige Vrijwilligershuis. De heer Rust voegt hier nog de wijkloketten en wijkbureaus aan toe. Hoewel over deze laatste twee, zo geven ze alle drie aan, geen duidelijkheid is over hoe dit praktisch vorm gaat krijgen binnen de Wmo-samenwerking. De heer Kok geeft aan dat de gemeente zelf intern ambtelijk vooral met de wijkbureaus werkt, extern zijn de wijkraden belangrijke gesprekspartners voor de wijk (zonder daarmee andere Utrecht, mei 2009 * Kansen van kerken binnen de Wmo in Utrecht 53

61 organisaties te passeren). De heer Kok benadrukt dat een wijkgerichte aanpak nuttig is. Contact tussen de kerken en de wijkbureaus en wijkraden is dan ook aan te bevelen. De heer Rust vindt dat kerken het initiatief tot het krijgen van informatie ook zelf moeten nemen. Ook kunnen kerken elkaar ondersteunen en/of samen op zoek gaan naar informatie over de Wmo. Ook geeft hij aan dat kennis over de uitvoering prestatieveld 6 belangrijk is voor de kerken, omdat zij hiermee hun achterban en de kwetsbare burgers die zij ontmoeten kunnen adviseren en ondersteunen bij de aanvraag van individuele voorzieningen. Niet alleen kennis van de Wmo is dus van belang, maar ook kennis van andere wetten, zoals de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) en de Wet werk en bijstand (Wwb). Ten slotte zegt hij dat kerken zichzelf niet moeten onderschatten. Ze doen ontzettend veel en kunnen ook veel invloed uitoefenen, niet alleen in het kader van de Wmo, maar ook op andere gebieden. Het beginsel van scheiding van kerk en staat in relatie tot de participatie van kerken binnen de Wmo Kerken zouden niet zo huiverig moeten doen over de scheiding van kerk en staat, zegt de heer Rust. Hij heeft het idee dat kerken verschillende groepen kwetsbare burgers eerder bereiken dan de welzijnorganisaties. Ook de heer Kok vindt dat met het beginsel ontspannen moet worden omgegaan; belangrijker is dat de activiteit aan alle criteria voldoet. De DMO staat positief tegenover subsidieverstrekking vanuit de Wmo voor kerken die activiteiten organiseren die de maatschappelijke participatie bevorderen. Volgens de heer Rust is een subsidieaanvraag van een kerk via de Wmo nooit afgewezen uit angst voor evangelisatie. Kerken moeten bij een aanvraag ook niet als doel evangelisatie opgeven, want dat is niet relevant voor de gemeente. Wie de aanvrager is, is niet belangrijk; het gaat om de activiteit die de aanvrager wil organiseren en of deze voldoet aan de criteria. Mevrouw Manders vertelt dat de gemeente voor 2009 drie miljoen euro heeft uitgetrokken voor de open uitnodiging, verdeeld in twee delen. De eerste 1,6 miljoen euro is al verstrekt en de inschrijftermijn voor het tweede deel is ook al verlopen. Voor dit jaar heeft de gemeente in het kader van de open uitnodiging al voor zes miljoen euro aan aanvragen ontvangen. Behalve de open uitnodiging bestaat er ook nog de mogelijkheid om een structurele subsidiering vanuit de Wmo te ontvangen, zoals dit het geval is bij Stichting Youth for Christ en het Leger des Heils. Daarnaast wil mevrouw Manders de kerken er nog op wijzen dat zij een structurele subsidie kunnen aanvragen voor activiteiten op een specifiek beleidsterrein (anders dan de Wmo) die zich specifiek op een bepaalde doelgroep richten. Stichting Youth for Christ ontvangt een dergelijke subsidie voor de activiteiten die zij organiseert voor probleemjongeren. Ook wijst zij kerken op het leefbaarheidsbudget. Vertegenwoordiging van kerken bij de totstandkoming van de Wmo De DMO-medewerkers die door de Wmo in contact zijn gekomen met de kerken, zijn zich hierdoor meer bewust geworden van de rol van kerken en hun fijnmazige netwerken, zeggen ze. Mevrouw Manders geeft aan dat ze de kerken en hun vrijwilligers niet goed kent. Hierin schiet de DMO nu nog te kort, vindt ze. Tot nog toe heeft de gemeente nog geen duidelijk overzicht van wat kerken doen. Dit blijkt onder andere uit het boekje Kloppend hart van de samenleving, dat de gemeente Utrecht in 2004 uitbracht over vrijwilligerswerk in de stad. Hierin worden maar een paar kerken genoemd. Samenwerking van kerken in relatie tot de Wmo DMO moet meer in contact komen met de kerken, vindt mevrouw Manders. Een Wmo-platform voor kerken zou daarin een goede rol kunnen vervullen, zegt ze. Dit beamen ook de heer Rust en de heer Utrecht, mei 2009 * Kansen van kerken binnen de Wmo in Utrecht 54

62 Kok. Eén contactpersoon namens alle kerken zou voor de gemeente erg handig zijn, maar ook voor de kerken zelf zien zij er het nut van in. Denk aan samenwerking, herkenning en elkaar ondersteunen. Mevrouw Manders geeft aan gesprekken te willen voeren met deze contactpersoon over bijvoorbeeld beleidsontwikkelingen. Ook zou het goed zijn als deze persoon een plek zou krijgen in de Vrijwilligers Advies Raad (VAR). Het bekostigen van deze contactpersoon vanuit de Wmo moet met mevrouw Manders (van Welzijnszaken DMO) besproken worden, aldus de heer Rust. Het subsidiëren van een persoon is niet gebruikelijk, maar het is het proberen waard, omdat de persoon spreekt namens een groot potentieel aan vrijwilligers. Ook adviseert hij de contactpersoon goed te netwerken binnen de gemeente Utrecht, bijvoorbeeld door contact te houden met mevrouw Manders, formeel en informeel. Je blijft in beeld als je af en toe een kopje koffie drinkt bij de DMO, aanwezig bent bij vergaderingen, je telefoonnummer achterlaat, et cetera. Houd ook de uitvoeringsnotitie in de gaten, die geschreven wordt aan de hand van de drie beleidskaders die de DMO heeft opgesteld, en kijk of er ruimte komt voor een platform of een bredere rol van de kerken. Volgens de heer Kok zou het platform een plek binnen het toekomstige Vrijwilligershuis kunnen hebben. De contactpersoon moet namens alle deelnemende kerken spreken en niet alleen namens zijn eigen kerk. Net als mevrouw Manders vindt hij dat kerken ook individueel een aanvraag kunnen indienen. Er is een grote diversiteit aan kerken, die je ziet terugkomen in de activiteiten die ze organiseren. Deze diversiteit moet behouden blijven. Overig De heer Rust merkt nog op dat de drie beleidskaders nu klaar zijn en dat de gemeente Utrecht nu werkt aan de uitvoeringsnotitie waarin zij het beleid omzet in concrete acties en personen aanwijst die zich hiervoor gaan inzetten. Samenvattend - De DMO heeft bij het opstellen van de beleidskaders gemerkt dat kerken veel doen en dat zij door hun fijnmazige netwerk verschillende kwetsbare burgers eerder bereiken dan verschillende welzijnsorganisaties die de dienst al langer kent. - De DMO heeft nog geen overzicht van wat kerken doen, maar zou dit graag anders zien. - Voor informatie, advies of ondersteuning kunnen kerken zich wenden tot de Vrijwilligerscentrale, het Vrijwilligershuis, de wijkbureaus en wijkloketten. Ook een gesprek met mevrouw Manders is mogelijk. Kerken moeten hiertoe ook zelf actie ondernemen. Bovendien moeten zij niet alleen beschikken over kennis van de open uitnodiging, maar ook van prestatieveld 6 van de Wmo, de AWBZ en Wwb, om burgers hierover te kunnen informeren. - In een projectplan voor een open uitnodiging moeten kerken niet aangeven dat evangeliseren een van de doelen is. Deze informatie is irrelevant voor de DMO. Alle drie de ondervraagde medewerkers geven aan dat subsidieverstrekking vanuit de Wmo aan kerken mogelijk is. - De DMO is positief over het Wmo-platform voor kerken. Dit kan het contact met de gemeente bevorderen en de samenwerking tussen de kerken onderling. Het aanstellen van één contactpersoon namens alle deelnemende kerken zou vanwege het grote potentieel aan vrijwilligers dat deze persoon vertegenwoordigt, misschien vanuit de Wmo bekostigd kunnen worden. Utrecht, mei 2009 * Kansen van kerken binnen de Wmo in Utrecht 55

63 4.3.2 In gesprek met de Vrijwilligerscentrale De onderzoekers hebben één gesprek gevoerd met twee medewerkers van de Vrijwilligerscentrale Utrecht. De rol van kerken binnen de Wmo heeft alles te maken met de vrijwillige inzet van de kerkleden voor de burgers in de gemeente Utrecht. Het doel van het gesprek was om van de medewerkers te horen wat hun mening is over de rol van kerken binnen de civil society. Hieronder volgt het gespreksverslag. De onderzoekers hebben gesproken met: - mevrouw J. Kleijnen; - mevrouw A. Koenis. De Vrijwilligerscentrale Utrecht faciliteert, adviseert en coacht non-profitorganisaties in de stad Utrecht en omstreken met betrekking tot de inzet van vrijwilligers en alles wat daarmee samenhangt. Ook brengt zij organisaties rond dit doel met elkaar in contact. Daarnaast bemiddelt de Vrijwilligerscentrale tussen het aanbod van potentiële vrijwilligers en de vraag naar vrijwilligers. De Vrijwilligerscentrale spoort belangstelling voor en aanbod van vrijwilligerswerk actief op en stimuleert deze. Al werkzame vrijwilligers staat zij terzijde met advies en scholing (www.vrijwilligerscentrale-utrecht.nl). De Vrijwilligerscentrale heeft geen contact gehad met kerken om over een eventuele samenwerking binnen de Wmo te spreken. Wel heeft de Vrijwilligerscentrale contact met Stichting Hulp in Praktijk (HiP) en Stichting Present. Met deze organisaties zit de Vrijwilligerscentrale in het Platform Informele Zorg Utrecht. Hierbij zijn 12 organisaties aangesloten, die zich richten op allerlei vormen van vrijwillige inzet, zoals buddyzorg en ondersteuning van hospice mogelijkheden. Dit platform bestond al voor de Wmo. Een eventuele samenwerking met kerken is volgens de Vrijwilligerscentrale goed mogelijk via Stichting HiP en Stichting Present. Het is de twee medewerkers niet bekend of de Vrijwilligerscentrale bemiddeld heeft voor vrijwilligers met een kerkelijke achtergrond. Ze zijn niet bang dat vrijwilligers gaan evangeliseren. Toen Stichting HiP en Stichting Present zich aanmeldden bij het platform, is wel gesproken over de mogelijke invloed van het geloof op de werkwijze van deze organisaties. De Vrijwilligerscentrale belegt onder andere ontmoetingsbijeenkomsten waarin zij een koppeling maken tussen betaalde zorg, welzijn en vrijwilligershulp. Voor deze bijeenkomsten blijkt veel animo. Beroepskrachten krijgen meer oog voor vrijwillige inzet. De Vrijwilligerscentrale geeft verschillende cursussen, onder andere een cursus signaleren voor vrijwilligers en een training over Wmo-voorzieningen en het indienen van aanvragen hiervoor (prestatieveld 6). Deze training wil de Vrijwilligerscentrale graag na de zomer gaan aanbieden aan kerken en later ook aan moskeeën. Het doel van de training is dat de kerken de informatie over de Wmo-voorzieningen doorgeven aan, voor de gemeente moeilijk bereikbare groepen. Mochten kerken meer vrijwilligers nodig hebben voor een bepaalde activiteit, dan kunnen ze een beroep doen op de Vrijwilligerscentrale. Kerken kunnen ook advies en ondersteuning vragen bij het maken van een projectplan of het aanvragen van subsidie. Vermoedelijk worden de taken van de vijf wijkloketten overgenomen door de tien wijkservicecentra in de wijkbureaus. De Vrijwilligerscentrale heeft veel contact met de gemeente, onder meer met de heer Rust van de DMO. Utrecht, mei 2009 * Kansen van kerken binnen de Wmo in Utrecht 56

64 Samenvattend - De Vrijwilligerscentrale Utrecht heeft via Stichting HiP en Stichting Present contact met kerken. - De Vrijwilligerscentrale ziet de meerwaarde van kerken in het kader van de vrijwillige inzet en het bereiken van de moeilijk bereikbare burgers. - De Vrijwilligerscentrale wil de kerken graag informeren over de mogelijkheden van de Wmo en dan wel specifiek over prestatieveld 6 van de wet. - De Vrijwilligerscentrale ziet het voordeel van een Wmo-platform voor kerken en zou dan ook graag een relatie tot stand brengen met de contactpersoon hiervan. Het zou mooi zijn als dit platform ook zijn plek krijgt in het Vrijwilligershuis. Dit kan de samenwerking bevorderen. - Kerken kunnen bij de Vrijwilligerscentrale advies, informatie en ondersteuning vragen. De Vrijwilligerscentrale zal mogelijk via het diaconaal platform dit advies kunnen geven aan de kerken. Utrecht, mei 2009 * Kansen van kerken binnen de Wmo in Utrecht 57

65 5 Conclusies en aanbevelingen Dit hoofdstuk geeft allereerst een samenvatting van de belangrijkste conclusies die kunnen worden getrokken op basis van het literatuuronderzoek en het praktijkonderzoek dat is uitgevoerd in de stad Utrecht. Twee onderzoeksvragen stonden centraal: 1. Welke mogelijkheden biedt de komst van de Wmo aan kerken om de maatschappelijke participatie van burgers in de stad Utrecht te bevorderen? 2. Hoe kunnen de gemeente Utrecht en de kerken deze mogelijkheden maximaal benutten? De aanbevelingen volgen in paragraaf 5.2. Deze zijn gericht aan de kerken en gemeenten, maar ook aan MOVISIE, omdat MOVISIE als landelijk kenniscentrum gemeenten, kerken en organisaties behulpzaam kan zijn in het inzichtelijk maken van ieders rol binnen de Wmo. Een samenvattende slotbeschouwing sluit het hoofdstuk af. 5.1 Conclusies Deze paragraaf bevat de conclusies die getrokken kunnen worden op basis van het praktijkonderzoek in combinatie met het literatuuronderzoek. Deze beantwoorden de eerste onderzoeksvraag namelijk welke mogelijkheden de komst van de Wmo biedt aan kerken om de maatschappelijke participatie van burgers in de stad Utrecht te bevorderen. De conclusies zijn gegroepeerd rondom de onderwerpen die in de vragenlijst en de gesprekken van het praktijkonderzoek aan de orde kwamen. Per onderwerp wordt de conclusie genoemd en erna de subconclusies en onderbouwingen van de kerken, de raadsleden, de Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling (DMO) van de gemeente Utrecht en de Vrijwilligerscentrale Utrecht. De maatschappelijke betrokkenheid van kerken in Utrecht De Utrechtse kerken en de gemeente Utrecht zien beide dat kerken een grote maatschappelijke betrokkenheid hebben, zowel binnen als buiten de kerken. Hierdoor is een belangrijke rol weggelegd voor kerken binnen de civil society. In de praktijk is er nog weinig contact tussen kerken en de gemeente. Van de kerken die hebben meegedaan aan het onderzoek geeft 78% aan actief te zijn op maatschappelijk gebied, zowel binnen als buiten de kerk. - De activiteiten die de kerken organiseren zijn zeer divers. Kerken bereiken met hun activiteiten een grote groep burgers, zowel kerkleden als niet-kerkleden. Dit geeft weer dat er veel mogelijkheden zijn als het gaat om de inzet van kerken en de betrokkenheid van kerken bij de samenleving. - Kerken bereiken de, wat de gemeente noemt moeilijke doelgroepen en kwetsbare burgers. - Ook hebben de kerken een belangrijke signalerende functie. - Bij het organiseren van activiteiten door de kerken zijn alle leeftijdscategorieën betrokken. Vooral de leeftijdscategorie jaar is vertegenwoordigd. - Bij 60% van de kerken die maatschappelijk betrokken zijn, krijgt deze betrokkenheid vorm vanuit een of meerder groepen binnen de kerk. - De kerken maken voor de activiteiten weinig gebruik van subsidies. Utrecht, mei 2009 * Kansen van kerken binnen de Wmo in Utrecht 58

66 De gemeente heeft nog niet veel contact met kerken, maar zij staan wel open voor de rol van kerken als het gaat om hun maatschappelijke betrokkenheid. - Als de gemeente contact had met kerken, dan gebeurde dit via Stichting HiP, Stichting Present of Stichting Youth for Christ. Deze organisaties hebben in eerste instantie zelf contact gelegd met de gemeente. Kerken doen veel meer dan bekend was bij de DMO. Ze zijn een belangrijk onderdeel van de civil society. - Kerken bereiken door hun fijnmazige netwerk kwetsbare burgers in verschillende gevallen eerder dan de welzijnsorganisaties. - DMO heeft nog weinig contact met kerken. De dienst heeft nog weinig zicht op wat kerken doen, maar zou dit wel graag willen. De Vrijwilligerscentrale Utrecht ziet de meerwaarde van kerken in het kader van de vrijwillige inzet en in het bereiken van de moeilijk bereikbare burgers. - De Vrijwilligerscentrale heeft via Stichting Hip en Stichting Present indirect contact met kerken. De rol van kerken binnen de Wmo De kerken en de gemeente Utrecht zien beide een rol weggelegd voor kerken binnen de Wmo. Beide partijen zouden stappen kunnen ondernemen om te komen tot meer en betere samenwerking. Kerken zijn grotendeels bekend met de Wmo. Hoewel ze hier nog niet actief mee bezig zijn, zijn ze zich wel bewust van hun rol in de samenleving en denken ze na over wat ze kunnen doen binnen de Wmo. - Kerken realiseren zich dat ze moeten meedoen in de samenleving en zich hierin moeten verdiepen. - Kerken zien het belang van samenwerking tussen kerken als het gaat om hun rol binnen de Wmo. - Kerken zien mogelijkheden in deelname aan de Wmo, omdat ze veel te bieden hebben en omdat de Wmo tot meer samenwerking leidt. Ook zien kerken dat ze bij deelname aan de Wmo op maatschappelijk gebied meer kunnen betekenen. Kerken stellen zich hierin dienstbaar op, ze willen graag horen van de gemeente wat ze kunnen doen. - Kerken noemen als een beperking om mee te doen met de Wmo dat ze te klein zijn en dat hun kerkleden te oud zijn. Een paar kerken zijn bang dat ze belemmerd worden in hun vrijheid van spreken en door de regelgeving. - Kerken hebben veel behoefte aan informatie over de Wmo, en aan medewerking van de gemeente. Ook hebben kerken behoefte aan ondersteuning van elkaar op diaconaal vlak. - De behoefte van kerken aan meer informatie, accommodatie en financiële ondersteuning komt overeen met wat de gemeente Utrecht als ondersteuning wil aanbieden aan de civil society (bijlage 2, prestatieveld 1: het bevorderen van leefbaarheid en sociale samenhang). - Bijna alle maatschappelijk betrokken activiteiten die de kerken noemen, vallen binnen de prestatievelden van de Wmo (zie bijlage 5). - Kerken vinden het belangrijk dat ze serieus genomen worden als maatschappelijk partner van de gemeente en dat ze ook onderling samenwerken als ze met de gemeente willen samenwerken. Het in oprichting zijnde diaconaal platform is een voorbeeld van hoe de Wmo nu al leidt tot onderlinge samenwerking tussen kerken. Utrecht, mei 2009 * Kansen van kerken binnen de Wmo in Utrecht 59

67 Volgens de gemeente kunnen kerken een belangrijke rol vervullen binnen de Wmo. - Tot nog toe heeft de gemeente nog niet veel contact gehad met kerken. Het contact dat er was, verliep indirect via een christelijke organisatie, die zelf contact zocht met de gemeente. - Tot nu toe ziet de gemeente nog niet veel verandering bij kerken als het gaat om hun maatschappelijke betrokkenheid. - Op één na staan alle ondervraagde gemeenteraadsleden positief tegenover het bieden van materiële en/of immateriële ondersteuning aan kerken onder de Wmo. De activiteit moet wél passen in het gemeentelijk beleid, bijdragen aan het doel van de Wmo en de doelgroep van de Wmo bedienen, voldoen aan de formele criteria die per activiteit verschillen, en in een concreet plan zijn weergegeven. Daarnaast wordt nog genoemd dat kerken zich duidelijker moeten profileren en een gezamenlijk contactpunt zouden moeten hebben voor het uitwisselen van vraag en aanbod in de zorg. - De gemeente ziet als taak voor zichzelf dat ze overleg regelt, contact onderhoudt, beleid maakt, de subsidievoorwaarden duidelijk maakt, financiën verstrekt en het Vrijwilligershuis mogelijk maakt. Daarnaast zou de gemeente toegankelijker moeten zijn voor vragen vanuit de kerken en de ondersteuning die zij bieden. Als taak ziet zij ook het stimuleren van en waardering uitspreken voor de kennis en inzet van kerken en het gebruik maken hiervan. Dit komt de samenwerking tussen de gemeente en de kerken in het kader van de Wmo ten goede. - Volgens de gemeente wordt samenwerking tussen de gemeente en de kerken in het kader van de Wmo maximaal benut als de kerken bovenstaande criteria in acht nemen en doorgaan met wat ze doen, want ze doen goed werk. - Behalve de open uitnodiging bestaan er nog meer mogelijkheden voor financiële ondersteuning van kerken. De Wmo heeft volgens de DMO ertoe geleid dat kerken en gemeente elkaar beter willen leren kennen en dat ze onderling meer willen afstemmen. Het is belangrijk dat beide partijen hierin stappen ondernemen. - Voor informatie, advies en ondersteuning kunnen kerken zich wenden tot de Vrijwilligerscentrale Utrecht, het Vrijwilligershuis, wijkbureaus en wijkloketten. Ook contact met mevrouw Manders (beleidsmedewerker DMO) is mogelijk. Kerken moeten niet alleen kennis hebben van de open uitnodiging, maar ook van de ondersteuning die de gemeente biedt op grond van prestatieveld 6 van de Wmo, de AWBZ en de Wwb. Deze kennis kan zij doorgeven aan mensen die aanspraak maken op de ondersteuning. De Vrijwilligerscentrale Utrecht wil de kerken informeren over de mogelijkheden van de Wmo en dan specifiek gericht op prestatieveld 6. - Kerken kunnen bij de Vrijwilligerscentrale Utrecht terecht voor advies, informatie en ondersteuning. Dit zou mogelijk via het diaconaal platform kunnen lopen. Scheiding van kerk en staat De kerken en de gemeente Utrecht vinden dat het beginsel van scheiding van kerk en staat geen belemmering hoeft te vormen voor de deelname van kerken aan de Wmo. Het is wel van belang om maatschappelijke activiteiten te onderscheiden van missionaire activiteiten. Kerken lijken zich te realiseren dat hun geloof wél een motivatie kan zijn voor het uitvoeren van maatschappelijke activiteiten, maar niet het doel van deze activiteiten. - Voor kerken is maatschappelijke betrokkenheid de belangrijkste motivatie om activiteiten te organiseren. Utrecht, mei 2009 * Kansen van kerken binnen de Wmo in Utrecht 60

68 - Een andere motivatie is de verwachting die de gemeente heeft van de kerken om betrokken te zijn bij de samenleving. Daarnaast wordt ook materiële steun van de gemeente genoemd als motivatie. Enkele kerken noemen het geloof als motivatie. Volgens de gemeente kunnen kerken een belangrijke rol vervullen binnen de Wmo. Het beginsel van scheiding van kerk en staat vormt hierin geen belemmering. - De gemeente stelt als voorwaarde dat de activiteiten voor alle burgers toegankelijk moeten zijn, en dat de activiteit geen evangeliserend doel mag hebben. Volgens de DMO sluit het beginsel van scheiding van kerk en staat deelname van kerken aan de Wmo niet uit. - Alle drie de ondervraagden van de DMO geven aan dat subsidieverstrekking vanuit de Wmo mogelijk is. De scheiding van kerk en staat sluit maatschappelijke betrokkenheid van kerken in het kader van de Wmo niet uit, tenzij de activiteit in het teken staat van religieuze doelen. - Voor kerken gelden dezelfde criteria voor deelname als voor andere organisaties. Ook de Vrijwilligerscentrale Utrecht zegt dat het beginsel van scheiding van kerk en staat geen belemmering vormt voor deelname van kerken aan de Wmo. Samenwerking tussen kerken in het kader van de Wmo De kerken en de gemeente Utrecht vinden beide dat kerken door onderling samen te werken beter kunnen meedoen met de Wmo. Het diaconaal platform zou een geschikt middel zijn om deze samenwerking mogelijk te maken. Kerken vinden het belangrijk dat zij onderling samenwerken om te kunnen meedoen met de Wmo. - Op diverse gebieden werken kerken al samen. - De meeste kerken ondersteunen het initiatief tot het oprichten van een diaconaal platform. De gemeente ziet voordelen in het vormen van een Wmo-platform door kerken. - Over de financiering van het platform zijn de meningen verdeeld. - Kerken doen goed werk. Een gezamenlijk contactpunt is van belang voor het uitwisselen van vraag en aanbod in de zorg. De DMO ziet voordelen in het vormen van een platform door kerken. - Het platform kan het contact met de gemeente bevorderen evenals de samenwerking tussen kerken. Ook kunnen kerken binnen het platform elkaar ondersteunen. - Het aanstellen van één contactpersoon namens alle deelnemende kerken zou vanwege het grote potentieel aan vrijwilligers die deze persoon vertegenwoordigt, misschien vanuit de Wmo bekostigd kunnen worden. De Vrijwilligerscentrale Utrecht ziet voordelen in het vormen van een Wmo-platform door kerken en zou graag een relatie tot stand brengen met de contactpersoon hiervan. - Het zou mooi zijn als dit platform ook zijn plek krijgt in het Vrijwilligershuis. Dit kan samenwerking bevorderen. Overig De kerken, gemeenteraadsleden, de DMO en de medewerkers van de Vrijwilligerscentrale Utrecht tonen veel belangstelling voor het onderwerp en de resultaten van het onderzoek. Utrecht, mei 2009 * Kansen van kerken binnen de Wmo in Utrecht 61

69 5.2 Aanbevelingen In deze paragraaf worden als antwoord op de tweede onderzoeksvraag enkele aanbevelingen gedaan. Deze onderzoeksvraag luidt: hoe kunnen de gemeente Utrecht en de kerken de mogelijkheden die de komst van de Wmo biedt aan kerken bij het bevorderen van de maatschappelijke participatie van burgers in de stad Utrecht maximaal benutten? Een deel van de aanbevelingen aan de kerken en gemeente zijn intern gericht. Deze aanbevelingen zijn grotendeels afkomstig uit het literatuuronderzoek en ook van toepassing op andere gemeenten dan Utrecht alleen. De tips die worden genoemd zijn wel gericht op de kerken in Utrecht en de gemeente Utrecht. De andere aanbevelingen zijn extern gericht, dat wil zeggen: op de samenwerking met de gemeente en de kerken. Deze aanbevelingen komen voort uit het praktijkonderzoek. Een schematisch overzicht van alle aanbevelingen is te vinden in bijlage 9. Ten slotte richten de onderzoekers zich met enkele aanbevelingen tot MOVISIE. Aanbevelingen aan de kerken intern 1. Bedenk of (en zo ja, hoe) je als kerk mensen in nood wilt helpen en maatschappelijk actief wilt zijn en stem hier je beleid op af. Elke kerk moet bij zichzelf nagaan of en hoe zij zich wil inzetten voor de samenleving. Hierbij is overleg met andere kerken raadzaam. 2. Zorg dat je geïnformeerd bent over de Wmo en volg de ontwikkelingen, zodat je weet hoe je kunt meedoen. Volg het beleid van de gemeente en ga na welke rol je als kerk hierin kunt vervullen. Tips hierbij zijn: - Maak gebruik van de open uitnodiging. - Lees de uitvoeringsnotities die op basis van de beleidskaders worden vastgesteld. Verzamel, als groep kerken of individueel, informatie over de Wmo en zoek contact met de gemeente. Denk hierbij ook aan contacten binnen de wijk. Tips hierbij zijn: - Zoek contact met de Vrijwilligerscentrale Utrecht, de wijkbureaus, het digitale Vrijwilligershuis, de Wmo-telefoon en de wijkloketten. - Maak gebruik van de training die de Vrijwilligerscentrale Utrecht aanbiedt. 3. Durf jezelf neer te zetten als kerk Wees je bewust van wat je te bieden hebt als kerk. Presenteer jezelf, maak bekend wat je te bieden hebt. Laat je niet afschrikken door de (onterechte) zorg van mensen dat de scheiding van kerk en staat in het gedrang kan komen. 4. Zoek samenwerking met andere kerken, bijvoorbeeld in een diaconaal platform. Een platform kan een rol spelen in het informeren, adviseren en ondersteunen van kerken. Een platform kan voor de gemeente een gesprekspartner zijn en voor kerken een manier om zicht te houden op het beleid van de gemeente en de ontwikkelingen in de maatschappij. Ondersteun samen de kleinere kerken en kerken met oudere leden. Utrecht, mei 2009 * Kansen van kerken binnen de Wmo in Utrecht 62

70 Deze kerken denken dat zij hierdoor niet kunnen meedoen met de Wmo en zijn bang dat samenwerken in een platform te veel tijd kost. Bekijk ook wat de rol is van migrantenkerken en betrek hen, indien mogelijk, bij het platform. Denk bij samenwerking ook aan christelijke organisaties als Stichting Hulp in Praktijk, Stichting Youth for Christ en Stichting Present en platformen die al bestaan, zoals de Utrechtse Stedelijke Raad voor Kerken, het Diaconaal Missionair Orgaan van de Protestantse Gemeente Utrecht en Caritas. Tip hierbij is: - Maak een handleiding van hoe kerken mee kunnen doen aan de Wmo. 5. Wees bij het aanvragen van subsidies duidelijk over het doel van je activiteiten Voldoe bij het indienen van een aanvraag aan de gestelde voorwaarden. De criteria om deel te nemen aan de open uitnodiging vanuit de Wmo zijn: - De activiteiten dragen voldoende bij aan de omschreven doelstelling. - De activiteiten zijn voldoende afgestemd op de vraag of behoeften van de doelgroep. - Het aanbod is vernieuwend en/of aanvullend op het bestaande aanbod. - De prijs verhoudt zich goed tot de kwaliteit. - De indiener werkt samen met andere organisaties. - De aanvraag voldoet aan de Algemene Subsidie Verordening Houd de evangeliserende activiteiten en de bekostiging ervan gescheiden van de activiteiten met een maatschappelijk doel. Let hierbij op het doel van de activiteit en de motivatie voor het uitvoeren ervan. Tips hierbij zijn: - Maak gebruik van subsidiemogelijkheden van de gemeente, zoals de open uitnodiging en eventueel structurele subsidies vanuit de Wmo. Denk hierbij ook aan het accommodatiebeleid en leefbaarheidsbudgetten. Andere bronnen zijn: het steunprogramma voor achterstands- (of kracht)wijken, integratie, re-integratie, gezondheidszorg en onderwijs, monumentensubsidie en eigen collectes. - Dien de aanvraag in via een stichting en met een concreet projectplan. Aanbevelingen aan de kerken extern 1. Zorg voor duidelijke aanspreekpunten Creëer een platform om samen te werken op diaconaal vlak. Stel één contactpersoon aan die de relatie met gemeenten kan onderhouden. 2. Weet wat je elkaar te bieden hebt Maak een kerkelijke kaart, een overzicht van alle activiteiten die kerken uitvoeren op maatschappelijk gebied. Benoem hierbij eventueel ook de doelen van de activiteiten. 3. Stem af met de gemeente Leg de kerkelijke kaart naast het beleid van de gemeente om te bekijken welke mogelijkheden er zijn voor kerken. Denk hierbij ook aan de mogelijkheden per wijk. Utrecht, mei 2009 * Kansen van kerken binnen de Wmo in Utrecht 63

71 4. Volg de ontwikkelingen binnen de Wmo en blijf afstemmen De Wmo is een kaderwet en erg afhankelijk van ontwikkelingen in de maatschappij, bijvoorbeeld de vergrijzing en de financiële crisis. Dit kan steeds weer nieuwe mogelijkheden bieden voor kerken. Tips hierbij zijn: - Houd in de gaten welke mogelijkheden zijn weggelegd voor de kerken in de uitvoeringsnotitie die de gemeente zal vaststellen op basis van de beleidskaders. - Volg de ontwikkelingen naar aanleiding van de motie Open uitnodiging meer dan een brievenbus. Aanbevelingen aan de gemeente intern 1. Zorg dat je zicht krijgt op wat de kerken doen Ga na wat voor maatschappelijke activiteiten kerken zoal uitvoeren. Dat zijn er veel en er is een grote diversiteit. Neem kerken serieus wat betreft hun aandeel binnen de civil society. Geef de kerken hiervoor de erkenning en waardering. Benader de kerken, want kerken zijn grotendeels actief vanuit groepen binnen hun kerk. 2. Zorg voor een goede informatievoorziening aan kerken Zorg dat duidelijk is in het beleid van de gemeente wat de rol van de kerken kan zijn. Informeer, adviseer en ondersteun de kerken. Maak duidelijk aan welke criteria hun subsidieaanvragen moeten voldoen. Neem een outreachende houding aan. 3. Sta open voor de rol van kerken binnen de civil society Betrek kerken bij het vormgeven van het uitvoeringsbeleid van de Wmo en de uitvoering hiervan. Maak beleid op hoe je als gemeente wilt omgaan met de rol van kerken in de maatschappij. Aanbevelingen aan de gemeente extern 1. Zorg voor een duidelijk aanspreekpunt Wijs één duidelijk aanspreekpunt binnen de gemeente aan. Structureel contact met de kerken is belangrijk. 2. Weet wat je elkaar te bieden hebt Maak voor kerken een overzicht van de mogelijkheden die zij hebben om een bijdrage te kunnen leveren binnen het beleid van de gemeente. 3. Stem af met de kerken Leg het beleid van de gemeente naast de kerkelijke kaart om te bekijken welke mogelijkheden er zijn voor de kerken. Denk hierbij ook aan de mogelijkheden per wijk. Informeer de kerken over de mogelijkheden. Stimuleer en ondersteun hen waar nodig bij de uitvoering. Utrecht, mei 2009 * Kansen van kerken binnen de Wmo in Utrecht 64

72 4. Volg de ontwikkelingen binnen de Wmo en blijf afstemmen De Wmo is een kaderwet en erg afhankelijk van ontwikkelingen in de maatschappij, bijvoorbeeld de vergrijzing en de financiële crisis. Dit kan steeds weer nieuwe mogelijkheden bieden voor kerken die de participatie van de burgers binnen de stad Utrecht willen bevorderen. Tips hierbij zijn: - Betrek de kerken in de uitvoering van de beleidskaders en het vormen van de uitvoeringsnotitie. - Bekijk wat de rol van de kerken kan zijn naar aanleiding van de motie Open uitnodiging meer dan een brievenbus. Aanbevelingen aan MOVISIE: 1. Ontwikkel een instrument waardoor aan kerken, maar ook aan andere organisaties, duidelijk te maken is wat hun aandeel binnen de civil society in het kader van de Wmo kan zijn. 2. Ontwikkel een instrument waarmee gemeenten hun beleid kunnen afstemmen op de vraag die ze hebben naar maatschappelijke activiteiten en het aanbod vanuit de civil society. 3. Blijf volgen wat de rol van de kerken en andere vrijwilligers organisaties is en kan zijn binnen de Wmo. Utrecht, mei 2009 * Kansen van kerken binnen de Wmo in Utrecht 65

73 5.3 Slotbeschouwing; Rol van kerken meer dan gaten vullen Gemeenten en kerken als onderdeel van de civil society willen beide de maatschappelijke participatie van burgers bevorderen. De Wmo biedt kerken veel mogelijkheden om mee te doen in de samenleving, maar kerken hebben tot nog toe nog weinig actie hierin ondernomen. Ook gemeenten hebben kerken nog nauwelijks betrokken bij het ontstaan van de Wmo en de uitvoering er van. Deze trend is breder te zien binnen de civil society. In het Trendrapport van MOVISIE (Lub et al., 2008) is te lezen dat de nadruk bij de komst van de Wmo vooral heeft gelegen op één onderdeel, namelijk het zorgaspect van de wet. Hierdoor is er veel minder aandacht geweest voor de Wmo als participatiewet. Dit zou mogelijk kunnen verklaren waarom kerken nog niet zo betrokken zijn bij de Wmo. De bereidheid om met elkaar aan de slag te gaan in Utrecht is er zeker. De gemeente Utrecht en de kerken zien beide het belang van samenwerking. Gezien de grote maatschappelijke betrokkenheid en de motivatie van de kerken, al dan niet missionair van aard, ligt hier een mogelijkheid om de maatschappelijke participatie van de burgers in de stad Utrecht te bevorderen. Het beginsel van scheiding van kerk en staat hoeft hierin zeker geen belemmering te vormen. De Wmo lijkt dé brug om de vraag van de gemeente en het aanbod van de kerken met elkaar te verbinden. Hierbij is het nodig dat beide partijen in beweging komen en elkaar ontmoeten. Tegelijk is het goed om te benoemen dat de mogelijkheden die de Wmo biedt ook weer niet overschat moeten worden. De Wmo is een wet die mogelijk maakt dat gemeenten het werk van de civil society, waaronder de kerken, kunnen ondersteunen. Het is echter niet de oplossing voor alle vragen als het gaat om vrijwillige inzet of kan ook niet worden gezien als een pot geld waaruit alle vrijwillige inzet kan worden betaald. Dit onderzoek laat zien dat de al bestaande en de nog te initiëren maatschappelijke activiteiten van kerken mogelijkheden bieden voor het bevorderen van de maatschappelijke participatie van burgers in de stad Utrecht. Hierbij is van belang dat kerken ook onderling samenwerken en elkaar ondersteunen, en dat zij één contactpersoon aanstellen voor de gemeente. Om het potentieel dat er ligt binnen de kerken te benutten is het noodzakelijk dat kerken en de gemeente met elkaar in overleg gaan. Zo vullen de kerken door hun maatschappelijke betrokkenheid niet alleen de gaten die er zijn, maar kunnen zij de samenleving echt tot een beter geheel maken. Utrecht, mei 2009 * Kansen van kerken binnen de Wmo in Utrecht 66

74 Slotwoord Hoe meer we ons verdiepten in het onderzoek over de rol van kerken binnen de Wmo, des te meer hebben we gezien welke mogelijkheden er zijn voor kerken om mee te doen met de Wmo. We zijn aan dit onderzoek begonnen, met de vraag of er een mogelijke rol is voor kerken binnen de Wmo en zo ja welke rol. Al snel werd ons duidelijk uit de literatuur dat er zeker mogelijkheden zijn en zo hebben we de onderzoeksvraag ook op gesteld. Uit verdere literatuurstudie en tijdens het praktijkonderzoek hebben we gezien dat er veel mogelijkheden zijn binnen de Wmo voor kerken (in Utrecht). Gemeenten en kerken als onderdeel van de civil society willen beide de maatschappelijke participatie van burgers bevorderen. Voorwaarde om de mogelijkheden van de kerken te benutten is dat gemeente(n) en kerken kijken naar wat ze voor elkaar kunnen betekenen (in vraag en aanbod van maatschappelijke betrokkenheid) en afstemmen hoe dit per gemeente het beste vorm kan krijgen. Voor Utrecht hebben we vrij specifieke aanbevelingen gedaan over hoe dit overleg mogelijk is, maar ook voor andere plaatsen zijn de aanbevelingen van ons onderzoek zeker bruikbaar. Zowel de Wmo als de rol van kerken in de maatschappij zijn actuele thema s. De Wmo is een nieuwe wet en de rol van kerken is de laatste jaren weer een veel besproken thema. Dit maakte dat er veel openheid was en is voor het onderzoek wat we hebben gedaan. De positieve reacties van de kerken en de gemeente en anderen hebben ons verbaasd. Het onderzoek sluit ook goed aan bij de opdracht die MOVISIE heeft om de implementatie van de Wmo te monitoren. Het onderzoek is klaar. De resultaten bieden naar ons idee veel inhoud om als gemeente en kerken met elkaar in gesprek te gaan. Bij beide, gemeente en kerken, hebben we de aarzeling geproefd om samen te werken. Wij denken dat de resultaten van dit onderzoek en de gegeven handvatten helpen om stappen te zetten. Het is goed om, zoals herhaaldelijk gezegd werd op een VNG congres dat we recentelijk hebben bezocht, dit te doen vanuit een ontspannen houding. Zelf willen we vanuit MOVISIE een eerste aanzet geven tot gesprek. Tijdens een raadspresentatieavond zullen we de uitkomsten van het rapport bespreken en zal er vooral veel ruimte zijn om hierover in gesprek te gaan als gemeente en kerken in Utrecht. Voor deze avond zijn de deelnemers van het onderzoek, de kerken, gemeenteraadsleden en DMO medewerkers uitgenodigd. Het onderzoeksrapport wat we hebben beschreven zal hierna volledig worden afgerond en als publicatiemiddel gebruikt worden door MOVSIE. Ook zullen we, zoals is overlegd met betrokkenen, adresgegevens doorgeven van kerken die meer informatie willen over het diaconaal platform en van de gemeente Utrecht over de Wmo. We zijn gevraagd om bij een bijeenkomst van kerken, waar het oprichten van het diaconaal platform wordt besproken, onze onderzoeksresultaten te presenteren. Ook deze mogelijkheid grijpen we aan om de kennis die we hebben gekregen te verspreiden en om kerken te stimuleren om na te denken over hun rol binnen de Wmo. De openheid die we voelden bij de nieuwe wethouder om na te denken over de rol van kerken binnen de Wmo in Utrecht, geeft ons ook positieve verwachtingen. We hopen met dit onderzoek er toe bij te dragen dat gemeenten en kerken elkaar in de toekomst beter weten te vinden als het gaat om de invulling van de Wmo in Utrecht en daarbuiten. Voor de stad Utrecht hopen we dat het beleid van de gemeente Utrecht waarheid wordt, namelijk dat burgers meedoen en dat Utrecht een stad is waar mensen naar elkaar omkijken. Utrecht, mei 2009 * Kansen van kerken binnen de Wmo in Utrecht 67

75 Door de vele informatie en de mogelijkheden die het onderzoek heeft laten zien, zijn de uren die stonden gepland voor het onderzoek, bijna verdubbeld. Toch zijn ál deze uren nuttig geweest als we kijken naar het resultaat van het onderzoek. We zijn er trots op en we hopen en denken dat het zeker een handreiking is om de rol van kerken binnen de Wmo beter vorm te geven! Utrecht, mei 2009 * Kansen van kerken binnen de Wmo in Utrecht 68

76 Literatuurlijst AgendaUtrecht, trefwoorden kerken in Utrecht, b; Bezocht op mei 2, Alblas, M.J. (2007, september). De revitalisering van de Nederlandse Civil Society: Onderzoek naar de bijdrage van de overheid met de Wmo aan de revitalisering van de Nederlandse Civil Society. MOVISIE, Utrecht. Borgman, E. (2006) Metamorfosen Over religie en moderne cultuur. Kampen, Klement. Buijs, G. (2007, januari 13 & 14). De christelijke traditie wijst de weg naar een nieuw samenlevingsideaal. NRC Handelsblad. Burg, W, van der (2006). In WRR (2007) Geloven in het publieke domein. Verkenningen van een dubbele transformatie. WRR Verkenningen, Amsterdam. Blauw, Wiebe (2006). Wmo in uitvoering III: Civil Society. NIZW, Utrecht. Bijsterveld, S. van (2007). WRR rapport: Geloven in het publieke domein. Verkenningen van een dubbele transformatie. WRR Verkenningen, Amsterdam. Bijsterveld, S. van (2008, januari). Scheiding van kerk en staat slaat discussie dood. Bezocht op mei 2, 2009, Canatan, K., Edinga, R. & Popovic, M. (2005). Een klop op de deur: Moskeeën en vrijwillige inzet. CIVIQ, Utrecht. Castillo Guerra, Jorge, Glashouwer, Marjolein & Kregting, Joris (2008, juli 1). Tel je zegeningen: Het maatschappelijk rendement van christelijke kerken in Rotterdam en hun bijdrage aan sociale cohesie. Nijmegen:NIM Cohen, (2008). Notitie Scheiding van kerk en staat. Amsterdam Crijns, H.J.G.M. (2008, mei 23). Wmo, diaconie en rol van de kerk. Utrecht. Dane, Harm & Franken, Jac. (2008). Over de scheiding van kerk en staat. Kerk in Actie, Utrecht. Daru, S & Sok, K. (2007). Onbeperkt vrijwilligerswerk door mensen met een psychische beperking. MOVISIE, Utrecht. Dautzenberg, Maaike & Westerlaak, Marco van (2007, februari 7). Kerken en moskeeën onder de Wmo: een verkennend onderzoek naar kansen en bedreigingen. Amsterdam: DSP- groep B.V. Dekker, P. & Hart, J. de (2006). Sociaal en Cultureel Rapport 2006: Investeren in Sociaal Vermogen: Hoofdstuk 11 kerkganger, investeren in de civil society. Den Haag: SCP. Drost, S, (Sine die* (s.d)). Gemeente zorg voor maatwerk: Kerken in/en de Wmo: Inleiding gehouden voor de gezamenlijke kerken in de Gemeente Goes op initiatief van het Platform Arme Kant Goes. bezocht op april 30, * Sine die: zonder opgave van tijd of dag. Franken, Jac (2008a, maart). De Wet maatschappelijke ondersteuning. Kerk in Actie, Utrecht. Franken, Jac (2008b, maart). Stappenplan diaconie en Wmo. Kerk in Actie, Utrecht. Geen, Vivien van (2007). Met de Wmo gaat Utrecht voor goud: Advies over Wmo-participatie van de Utrechtse Adviesraden aan het college. Utrechtse Adviesraden, Utrecht. Gemeente Utrecht, Rust, Wouter & Tersteeg, Monique (2007, juli 10). Notitie uitgangspunten Wmo. Gemeente Utrecht, Utrecht. Gemeente Utrecht, Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling (2008a, augustus 29). Cliëntenraad Wmo. trefwoorden Cliëntenraad Wmo. Bezocht op mei 2, 2009, Gemeente Utrecht, Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling Afdeling Welzijnszaken, (2008b, juli). Concept : Accommodatie met elkaar: Actieplan welzijnsaccommodatiebeleid. Utrecht. 8, 11. Utrecht, mei 2009 * Kansen van kerken binnen de Wmo in Utrecht 69

77 Vervolg literatuurlijst Gemeente Utrecht, Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling Afdeling Welzijnszaken, (2008c, juli). Concept Beleidskader : Met elkaar, voor elkaar. Utrecht. 4-6, 9, 10, 17, 22, 25. Gemeente Utrecht, Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling Afdeling Welzijnszaken, (2008d, juli). Concept Beleidskader : Vrijwillige Inzet voor elkaar. Utrecht. 5, 6, 8, 14, 17, 18. Gemeente Utrecht, Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling Afdeling Welzijnszaken, (2008e, januari). Wmo-klanken 1: zeven themabijeenkomsten over individuele Wmo voorzieningen, mantelzorg, religieuze instellingen en civil society. Enschede: PrintPartners Ipskamp. Gemeente Utrecht, Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling Afdeling Welzijnszaken, (2008, mei). Wmoklanken 2: wijkbijeenkomsten in Utrecht. Utrecht: Goudriaan. Gemeente Utrecht, (2009, april 9). Raads Informatie Avond: Wmo prestatieveld 3: Informatie, advies en cliëntondersteuning: Frontoffice Wmo. Gemeente Utrecht, Utrecht. trefwoorden Raads Informatie Avond 9 april 2009 presentatie Frontoffice Wmo. Bezocht op mei 5, 2009, Frontoffice%20Wmo.pdf. Invoering Wmo, Bezocht op april 17, Kerken staan nog aan zijlijn bij Wmo. (2008, juni 24). Nederlands Dagblad. Barneveld. Kerssies, A. (2008) Naar een diaconale kerk. Breda. Kuepers, Elianne (2008, juni 25). Kerken meer betrekken bij de Wmo. Republic. Lub, Vasco, Sprinkhuizen, Ard, Alblas, Marleen, m.m.v. Peters, Andra & Engbertsen, Radboud (2008, juni). Trendrapport: de uitvoering van de Wmo in beeld. Hollandia Printing Maasen, Jan (2007, nr. 1). Diakonie en parochie: Diaconie en Wmo: leefbaarheid. Cuijk, You See Communications. Mazurkiewicz, M., Mentink, J. & Heijster, J. van (2006). Vrijwilligerswerk: kloppend hart van de samenleving. 1-meting vrijwilligerswerk en 0-meting mantelzorg (Bestuursinformatie, gemeente Utrecht). Utrecht: PrintPartners Ipskamp MOVISIE. Kennis en advies voor maatschappelijke ontwikkeling. Nauwelijks Wmo-geld naar kerken. (2008, juli 14). Nederlands Dagblad, Barneveld. Saluti, Stedelijk Adviesorgaan Interculturalisatie (2007). Meedoen, meedenken, meebeslissen: Investeren in participatie. Utrecht: DMO ReproService. Saluti, Stedelijk Adviesorgaan Interculturalisatie (2008). Aan de voorkant van het loket: Toegankelijkheid van voorzieningen. Utrecht: DMO ReproService. Sar, J. van der (2004) Van Harte! Onderzoek naar het maatschappelijk rendement van de Protestantse Gemeente in Utrecht. Utrecht, Stichting Oikos. Sar, J. van der & Visser, R. (2006). Gratis en waardevol: Rol, positie en maatschappelijk rendement van migrantenkerken in Den Haag. Den Haag, Stichting Oikos. Schwarz, Evelyn (2008). Wie heeft er met de Wmo te maken. MOVISIE, Utrecht. Uyterlinde, M., Neefjes, K. &Engbertsen, R. (2007). Welzijn versterkt burgerschap. MOVISIE, Utrecht. Vermeulen, B. P. prof. mr. (2000). Een systematisch en artikelsgewijs commentaar over artikel 6 Grondwet. Deventer. Vlaardingerbroek, M. (2006, juni 24). De missionaire gemeente (1): Missie, aanwezigheid en Betrokkenheid. Geen scheiding evangelisatie en sociale gerechtigheid. Idea. Utrecht, mei 2009 * Kansen van kerken binnen de Wmo in Utrecht 70

78 Vervolg literatuurlijst (dilemma scheiding van kerk en staat ) Utrecht, mei 2009 * Kansen van kerken binnen de Wmo in Utrecht 71

79 Bijlage 1. Plan van aanpak Christelijke Hogeschool Ede Is verwijderd, omdat deze alleen relevant was voor de school. Utrecht, mei 2009 * Kansen van kerken binnen de Wmo in Utrecht 72

80 Bijlage 2. Inzet van de gemeente Utrecht weergegeven aan de hand van de negen prestatievelden van de Wmo In deze bijlage wordt de inzet van de gemeente Utrecht voor elk van de negen prestatievelden schematisch weergegeven. Alleen de inzet die relevant is in het kader van het onderzoek naar de mogelijke rol van kerken (civil society) binnen de Wmo in de gemeente Utrecht wordt in deze bijlage weergegeven. Voor de volledige weergave wordt u verwezen naar het beleidskader van de gemeente Utrecht: met elkaar, voor elkaar. (Gemeente Utrecht, 2008c) Inzet van gemeente weergegeven aan de hand van de negen prestatievelden van de Wmo Prestatieveld 1 Bevorderen van leefbaarheid en sociale samenhang Inzet gemeente: 1. Het stimuleren van de civil society door ondersteuning en stimuleren met geld, kennis en accommodatie. 2. Het ontwikkelen en faciliteren van sociale en fysieke voorzieningen: jongerenwerk, wijkgerichte inburgeringstrajecten en accommodatie. 3. Het voorkomen en tegengaan van discriminatie: integratie initiatieven. 4. Het voorkomen en bestrijden van sociaal isolement: geestelijke ondersteuning, armoedebestrijding en taalcursussen. 5. Het stimuleren van maatschappelijk betrokken ondernemen: (ver-) huren van accommodaties. Prestatieveld 2 Op preventiegerichte ondersteuning jeugdigen en ouders. Inzet gemeente: 1. Aanbieden vraaggericht en aansprekend vrijetijdsbesteding: vergroten van sociale vaardigheden en weerbaarheid. 2. Ondersteunen in de schoolcarrière. 3. Stimuleren van een gezonde leefstijl bij kinderen: sporten en gezonde voeding. 4. Vergroten opvoedingsvaardigheden en ouderbetrokkenheid. 5. Effectief signaleren, toeleiden en hulpverlenen. 6. Gerichte aanpak van overlastgevende jongeren en preventie jeugdcriminaliteit en overlast. Prestatieveld 3 Informatie, advies en cliëntondersteuning Inzet gemeente: 1. Eén loket functie. 2. Goed bereikbaarheid. 3. Vraaggerichte en proactieve cliëntondersteuning. Prestatieveld 4 Ondersteuning mantelzorg en vrijwilligers Inzet gemeente: 1. Het stimuleren van nieuwe vormen van vrijwillige inzet. 2. Het realiseren van voldoende toegankelijke ondersteuning van vrijwillige inzet door: oprichting Vrijwilligershuis. Utrecht, mei 2009 * Kansen van kerken binnen de Wmo in Utrecht 73

81 Inzet gemeente (vervolg): deskundigheidsbevordering. vermindering regelgeving voor vrijwilligers. een toegankelijker gemeentelijk subsidiebeleid. 3. Het versterken van de ondersteuningsstructuur voor mantelzorgers, door: ondersteuning jonge mantelzorgers. ondersteuning buddyzorg. ondersteuning bezoekdienst. bevorderen deelname aan respijtweekenden. vergemakkelijken van participatie in de samenleving van mantelzorgers. Prestatieveld 5 Bevorderen deelname maatschappelijk verkeer en zelfstandig functioneren. Inzet gemeente: 1. Toegankelijkheid van de openbare ruimte en openbare gebouwen. 2. Toegankelijker maken van de website, leesbaarheid van gemeentelijke folders en het aanpassen van bushaltes. 3. Zorg in de buurt. Prestatieveld 6 Verlenen individuele voorzieningen Inzet gemeente: 1. Het realiseren van een omslag van product- naar vraaggerichtheid: Eenmalige vraagverheldering van de burger. Versimpelde aanvraag procedures. Een hogere doorloopsnelheid. 2. Komen tot een consistent en samenhangend dienstenpakket, afgestemd op de behoefte van de burger. Prestatievelden 7, 8 en 9: Maatschappelijke opvang, Openbaren Geestelijke Gezondheid zorg (OGGZ), verslavingsbeleid Inzet gemeente: 1. Continuering vrijwillige inzet van vrijwilligers, zoals van kerken, bij maatschappelijke opvangvoorzieningen. 2. Continuering en stimuleren van lotgenotencontacten. 3. Continuering en stimuleren van maatjesprojecten. 4. Inzet op het dichten van hiaten in ketenzorg, zoals bij schuldhulpverlening en werk & dagbesteding. 5. Visie ontwikkelen laagdrempelige opvang. 6. Versterking van cliëntparticipatie en emancipatie. 7. Gerichte inzet op zwerfjongeren. 8. Voorkomen van huisuitzettingen door huurschuld. 9. Sluitende aanpak ex-gedetineerden. 10. Voorkomen, signaleren en opvang bij huiselijk geweld. 11. Voorkomen, signaleren en opvang bij alcohol- en middelen misbruik. Utrecht, mei 2009 * Kansen van kerken binnen de Wmo in Utrecht 74

82 Bijlage 3. Financieel overzicht van een aantal gemeentelijke budgetten Hieronder wordt in een financieel overzicht een aantal verschillende gemeentelijke budgetten voor het ondersteunen en bevorderen van de vrijwillige inzet in Utrecht weergegeven. (Gemeente Utrecht, 2008d) Utrecht, mei 2009 * Kansen van kerken binnen de Wmo in Utrecht 75

JAARVERSLAG WMO ADVIESRAAD SCHIEDAM 2010-2011

JAARVERSLAG WMO ADVIESRAAD SCHIEDAM 2010-2011 JAARVERSLAG WMO ADVIESRAAD SCHIEDAM 2010-2011 Inleiding Sinds 1 januari 2007 is de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) van kracht. Het doel van de wet is dat iedereen kan meedoen in de maatschappij,

Nadere informatie

9 WMO Wet Maatschappelijke Ondersteuning

9 WMO Wet Maatschappelijke Ondersteuning Over de auteur: Wicher Pattje Wicher Pattje is oud-wethouder van de gemeente Groningen en beleidsadviseur in de sociale sector, gericht op overheden en non-profit instellingen. Voor meer informatie: www.conjunct.nl.

Nadere informatie

Iedereen moet kunnen meedoen

Iedereen moet kunnen meedoen Nieuwe wet voor maatschappelijke ondersteuning in uw gemeente Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Inhoud 2 Voorwoord 5 Wat is de Wmo? 5 Waarom is de Wmo belangrijk? 9 Negen taken voor uw

Nadere informatie

Natuurlijk... NUTH. NUTH... Natuurlijk DE WET MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING (WMO)

Natuurlijk... NUTH. NUTH... Natuurlijk DE WET MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING (WMO) DE WET MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING (WMO) Natuurlijk... NUTH NUTH... Natuurlijk Gemeente Nuth - Deweverplein 1 - Postbus 22000-6360 AA Nuth - 045-5659100 - www.nuth.nl VOORWOORD wethouder J.J.C van den

Nadere informatie

Wet Maatschappelijke Ondersteuning ( Wmo) Wmo-raad Westland

Wet Maatschappelijke Ondersteuning ( Wmo) Wmo-raad Westland Wet Maatschappelijke Ondersteuning ( Wmo) Wmo-raad Westland Wmo Wie of wat is de Wmo? Wet maatschappelijke ondersteuning. Deze wet is op 1 januari 2007 ingevoerd. - Zorgt ervoor dat iedereen zo lang mogelijk

Nadere informatie

Onderzoeksopzet Vrijwilligers in de Wmo Wmo-werkplaats Noord Jolanda Kroes Hanzehogeschool Groningen

Onderzoeksopzet Vrijwilligers in de Wmo Wmo-werkplaats Noord Jolanda Kroes Hanzehogeschool Groningen Onderzoeksopzet Vrijwilligers in de Wmo Wmo-werkplaats Noord Jolanda Kroes Hanzehogeschool Groningen Inhoud 1. Inleiding 2 De Wmo-werkplaats 2 Schets van de context 2 Ontwikkelde producten 3 2. Doel onderzoek

Nadere informatie

Startnotitie nota mantelzorg en vrijwilligerswerk Hellevoetsluis 2015

Startnotitie nota mantelzorg en vrijwilligerswerk Hellevoetsluis 2015 Startnotitie nota mantelzorg en vrijwilligerswerk Hellevoetsluis 2015 Datum: maart 2015 Afdeling: Samenlevingszaken In- en aanleiding Voor u ligt de startnotitie voor de aankomende beleidsnota van de gemeente

Nadere informatie

Het V.O.S.-model. De maatschappelijke rol van vrijwilligerscentrales

Het V.O.S.-model. De maatschappelijke rol van vrijwilligerscentrales Het V.O.S.-model De maatschappelijke rol van vrijwilligerscentrales Het V.O.S.-model De maatschappelijke rol van vrijwilligerscentrales Auteur(s) Datum MOVISIE Wendy Stubbe, Koos Berkelaar, Hanneke Mateman

Nadere informatie

Samenvatting Klanttevredenheidsonderzoek Wmo en de Benchmarks Wmo resultaten over 2013

Samenvatting Klanttevredenheidsonderzoek Wmo en de Benchmarks Wmo resultaten over 2013 Samenvatting Klanttevredenheidsonderzoek Wmo en de Benchmarks Wmo resultaten over 2013 Klanttevredenheidsonderzoek Het KTO is een wettelijke verplichting wat betreft de verantwoording naar de Gemeenteraad

Nadere informatie

Startnotitie beleidsplan Wet maatschappelijke ondersteuning 2012-2015

Startnotitie beleidsplan Wet maatschappelijke ondersteuning 2012-2015 Startnotitie beleidsplan Wet maatschappelijke ondersteuning 2012-2015 juli 2011: sector Inwonerszaken, team Openbare Orde, Welzijn en Onderwijs 1 Inleiding Voor u ligt de startnotitie beleidsplan Wet Maatschappelijke

Nadere informatie

Bijlage 1 Vragenlijst websurvey

Bijlage 1 Vragenlijst websurvey Bijlage 1 Vragenlijst websurvey Wmo monitor 2011 - uw organisatie Vraag 1 Welk type organisatie vertegenwoordigt u? (meerdere antwoorden mogelijk) Professionele organisaties Welzijnsorganisatie Vrijwilligerscentrale

Nadere informatie

Wmo prestatieveld 4? Goed voor Elkaar!

Wmo prestatieveld 4? Goed voor Elkaar! Wmo prestatieveld 4? Goed voor Elkaar! Waarom Goed voor Elkaar? In de Wmo (Wet Maatschappelijke Ontwikkeling) is in prestatieveld 4 vastgelegd dat u als gemeente verantwoordelijk bent voor de ondersteuning

Nadere informatie

Verslag basiscursus Wmo d.d. 12 april 2013 LSR in (Utrecht)

Verslag basiscursus Wmo d.d. 12 april 2013 LSR in (Utrecht) Verslag basiscursus Wmo d.d. 12 april 2013 LSR in (Utrecht) De vier cursisten, die aanwezig waren, begonnen zich aan elkaar voor te stellen onder leiding van de cursusleidster. Van de vier cursisten waren

Nadere informatie

Startnotitie. Vrijwilligerswerk Vrijwilligers maken het verschil! 2011 2014. Versie: 21 april 2011 1

Startnotitie. Vrijwilligerswerk Vrijwilligers maken het verschil! 2011 2014. Versie: 21 april 2011 1 Startnotitie Vrijwilligerswerk Vrijwilligers maken het verschil! 2011 2014 Versie: 21 april 2011 1 1. Aanleiding 1.1. Voor u ligt de startnotitie vrijwilligersbeleid, directe aanleiding voor deze startnotitie

Nadere informatie

VISIE WET MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING 2012-2015 BOEKEL, LANDERD, SINT-OEDENRODE UDEN EN VEGHEL

VISIE WET MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING 2012-2015 BOEKEL, LANDERD, SINT-OEDENRODE UDEN EN VEGHEL VISIE WET MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING 2012-2015 BOEKEL, LANDERD, SINT-OEDENRODE UDEN EN VEGHEL Inhoudsopgave: Voorwoord... 1 1. Visie: door KANTELING in BALANS...2 1.1 De kern: Eigen kracht en medeverantwoordelijkheid

Nadere informatie

Prestatieveld informatie, advies en cliëntondersteuning in de Wmo

Prestatieveld informatie, advies en cliëntondersteuning in de Wmo Prestatieveld informatie, advies en cliëntondersteuning in de Wmo Beknopte versie Handreiking voor lokale belangenbehartigers Bijgestelde versie maart 2008 Oorspronkelijke versie - juni 2006 Programma

Nadere informatie

Inspiratiediner Wij in de Wijk. Bora Avric, Senior Adviseur Movisie

Inspiratiediner Wij in de Wijk. Bora Avric, Senior Adviseur Movisie Inspiratiediner Wij in de Wijk Bora Avric, Senior Adviseur Movisie 6/23/2014 Sportquiz Vraag 1: Hoeveel procent van de Nederlanders sport minimaal 1 x per maand? 64% of 75 % Sportquiz Vraag 1: Hoeveel

Nadere informatie

Subsidieverlening voor landelijke deskundigheidsbevordering van vrijwilligers.

Subsidieverlening voor landelijke deskundigheidsbevordering van vrijwilligers. Subsidieverlening voor landelijke deskundigheidsbevordering van vrijwilligers. In deze notitie wordt ingegaan op de volgende aspecten van de landelijke subsidiering van activiteiten in de sfeer van deskundigheidsbevordering:

Nadere informatie

Toelichting bij Verordening maatschappelijke ondersteuning Utrecht 2015

Toelichting bij Verordening maatschappelijke ondersteuning Utrecht 2015 Toelichting bij Verordening maatschappelijke ondersteuning Utrecht 2015 Inleiding De wet bepaald dat de gemeente een verordening dient vast te stellen ten behoeve van de uitvoering van het door de gemeenteraad

Nadere informatie

De wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) Presentatie voor de project!impuls op 10 november 2005 in Rotterdam

De wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) Presentatie voor de project!impuls op 10 november 2005 in Rotterdam De wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) Presentatie voor de project!impuls op 10 november 2005 in Rotterdam juli 2004 Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling 2 AANLEIDING Sterke kostenstijging AWBZ -

Nadere informatie

Adviesraad Sociaal Domein ADVIESRAAD GILZE EN RIJEN

Adviesraad Sociaal Domein ADVIESRAAD GILZE EN RIJEN Adviesraad Sociaal Domein ADVIESRAAD GILZE EN RIJEN Inleiding De Adviesraad Sociaal Domein is in de huidige opzet gestart sinds eind 2013. De wijze waarop voorheen de WMO raad was ingericht voldeed voor

Nadere informatie

Advies Beleidsplan WMO 2015-2018

Advies Beleidsplan WMO 2015-2018 Advies Beleidsplan WMO 2015-2018 Vastgesteld in Wmo-raadsvergadering d.d. 14-08-2014 INHOUDSOPGAVE 1. Adviesaanvraag... 2 2. Onderwerp van advies (adviesvragen)... 2 3. Samenvatting... 2 4. Advies... 2

Nadere informatie

Zelftest clie ntondersteuning voor gemeenten

Zelftest clie ntondersteuning voor gemeenten Zelftest clie ntondersteuning voor gemeenten Aanleiding Op 16 oktober heeft de Tweede Kamer een motie aangenomen die de regering verzoekt om een zelftest aan gemeenten aan te reiken die gemeenteraden,

Nadere informatie

Factsheet Veranderingen in de Zorg 2015 (AWBZ, LIZ, Zvw en Wmo):

Factsheet Veranderingen in de Zorg 2015 (AWBZ, LIZ, Zvw en Wmo): Factsheet Veranderingen in de Zorg 2015 (AWBZ, LIZ, Zvw en Wmo): Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ): Collectieve Volksverzekering voor ziektekostenrisico s, waarvoor je je niet individueel kunt

Nadere informatie

Kaders voor burgerparticipatie

Kaders voor burgerparticipatie voor burgerparticipatie 1 Inhoud Pagina Hoofdstuk 3 1. Inleiding 1.1 Doel van deze notitie 1.2 Opbouw van deze notitie 4 2. Algemeen 2.1 Twee niveaus: uitvoering en meedenken over beleid 2.2 Tweerichtingsverkeer

Nadere informatie

het college van Burgemeester en Wethouders van Winsum. Drie scenario s voor het invoeren van een eigen bijdrage in de Wmo

het college van Burgemeester en Wethouders van Winsum. Drie scenario s voor het invoeren van een eigen bijdrage in de Wmo Aan: Namens: Onderwerp: Wmo adviesraad het college van Burgemeester en Wethouders van Winsum. Drie scenario s voor het invoeren van een eigen bijdrage in de Wmo Geachte Leden van de Wmo Adviesraad, De

Nadere informatie

Trainershandboek Man actief. Activering van allochtone mannen in een kwetsbare positie

Trainershandboek Man actief. Activering van allochtone mannen in een kwetsbare positie Trainershandboek Man actief Activering van allochtone mannen in een kwetsbare positie Trainershandboek Man Actief Activering van allochtone mannen in een kwetsbare positie Perihan Utlu en Wil Verschoor

Nadere informatie

Onafhankelijke cliëntondersteuning vanuit cliëntenperspectief. De stand van zaken medio 2015

Onafhankelijke cliëntondersteuning vanuit cliëntenperspectief. De stand van zaken medio 2015 Onafhankelijke cliëntondersteuning vanuit cliëntenperspectief De stand van zaken medio 2015 AVI-toolkit 22 April 2015 Inhoudsopgave Onafhankelijke cliëntondersteuning... 3 1. Het belang van onafhankelijke

Nadere informatie

postbusŵgemëeñfeňoořdëľnveldľnl- uèťheenïe NOORDENVELD

postbusŵgemëeñfeňoořdëľnveldľnl- uèťheenïe NOORDENVELD G E M E E N T E R15.00047 III N O O R D E N V E L D B E Z O E K A D R E S t Raadhuisstraat 1 9301 AA Roden P O S T A D R E S Ť Postbus 109 9300 AC Roden î W E B S I T E / E - M A I L t www.gemeentenoordenveld.nl

Nadere informatie

Hoe maakt u optimaal gebruik van vrijwilligers?

Hoe maakt u optimaal gebruik van vrijwilligers? Christine Linzel 28-03-2013 Hoe maakt u optimaal gebruik van vrijwilligers? 1 Wat gaan we doen? Onderwerp: Integraal vrijwilligersbeleid bij gemeenten: waarom en hoe. Resultaten: Jullie hebben achtergrondinformatie

Nadere informatie

Geef inhoud aan gemeentelijk beleid

Geef inhoud aan gemeentelijk beleid Geef inhoud aan gemeentelijk beleid met kennis, advies en trainingen van MOVISIE Decentralisatie van de jeugdzorg, de overheveling van de functie- begeleiding uit de AWBZ, de komst van de Wet Werken naar

Nadere informatie

Tevredenheids- en ervaringsonderzoek Wmo over 2011

Tevredenheids- en ervaringsonderzoek Wmo over 2011 Tevredenheids- en ervaringsonderzoek Wmo over 2011 Onderzoek onder alle Wmo doelgroepen, waaronder klanten Wmo-loket, gebruikers hulp bij het huishouden, mantelzorgondersteuning en andere individuele voorzieningen

Nadere informatie

Communicatieplan WMO. Communiceren over de WMO. doen we zo

Communicatieplan WMO. Communiceren over de WMO. doen we zo GEMEENTE LEEUWARDERADEEL Communicatieplan WMO Communiceren over de WMO doen we zo Stiens, 20 december 2007 1. Inleiding Op 1 januari 2007 is de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) in werking getreden.

Nadere informatie

Voor en met elkaar : burgerinitiatieven worden beloond

Voor en met elkaar : burgerinitiatieven worden beloond Voor en met elkaar : burgerinitiatieven worden beloond Verenigingen, stichtingen en instellingen barsten doorgaans van de ambities en toekomstplannen. Maar om ze te realiseren heb je financiële middelen

Nadere informatie

1. Inleiding. 2. Wat moet?

1. Inleiding. 2. Wat moet? 1. Inleiding Inwoners van onze gemeente hebben behoefte aan een centrale plek van waaruit informatie, advies, ondersteuning en begeleiding wordt geboden op het gebied van wonen, zorg en welzijn. Deze vaststelling

Nadere informatie

WMO-beleidsnotitie van het Land van Cuijk participatie en vrijwilligers

WMO-beleidsnotitie van het Land van Cuijk participatie en vrijwilligers WMO-beleidsnotitie van het Land van Cuijk participatie en vrijwilligers 05.12.2011 In de WMO-beleidsnotitie van Land van Cuijk is het volgende in hoofdstuk 6 opgenomen: 6.3.2 Vrijwilligers in de zorg Voor

Nadere informatie

Doel WMO Werkwijze Wmo-adviesraad Visie Wmo-adviesraad Plannen. WMO adviesraad gemeente Landerd

Doel WMO Werkwijze Wmo-adviesraad Visie Wmo-adviesraad Plannen. WMO adviesraad gemeente Landerd Gemeente Landerd Doel WMO Werkwijze Wmo-adviesraad Visie Wmo-adviesraad Plannen Wettelijke verplichting Wmo Adviesraad Convenant Plichten Bevoegdheden Verantwoordelijkheden 1. De leefbaarheid van de gemeente

Nadere informatie

BELEIDSNOTITIE PARTICIPATIERAAD GEMEENTE VENRAY

BELEIDSNOTITIE PARTICIPATIERAAD GEMEENTE VENRAY BELEIDSNOTITIE PARTICIPATIERAAD GEMEENTE VENRAY INLEIDING Met ingang van 1 januari 2015 krijgen gemeenten een groot aantal taken overgeheveld, de zogeheten decentralisaties AWBZ-Wmo, de Jeugdwet en de

Nadere informatie

Evaluatie nota vrijwilligerswerkbeleid Oostzaan. Aan de Waterkant 2008-2011

Evaluatie nota vrijwilligerswerkbeleid Oostzaan. Aan de Waterkant 2008-2011 Evaluatie nota vrijwilligerswerkbeleid Oostzaan Aan de Waterkant 2008-2011 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 1.1 Evaluatiekader 3 1.2 Leeswijzer 3 2 Vrijwilligerswerk Oostzaan 4 2.1 De situatie toen 4 2.2 De

Nadere informatie

DOC UMENT] gemeentelijk participatiedossier

DOC UMENT] gemeentelijk participatiedossier stimuleringsprogramma BORGINGS lokaal centraal 2006-2008 gemeentelijk participatiedossier Wijchen 1 Conclusies De Zorgbelangorganisaties Bron Kenniscentrum Sociaal Beleid Demografische gegevens (prognose)

Nadere informatie

Wet maatschappelijke ondersteuning. Voorlichtingsbijeenkomsten voor inwoners van Bernheze in oktober/november 2006

Wet maatschappelijke ondersteuning. Voorlichtingsbijeenkomsten voor inwoners van Bernheze in oktober/november 2006 Wet maatschappelijke ondersteuning Voorlichtingsbijeenkomsten voor inwoners van Bernheze in oktober/november 2006 Doel informatieavonden: U informeren over de betekenis van de Wmo. U informeren over de

Nadere informatie

Nieuwe Wet maatschappelijke ondersteuning in Utrecht

Nieuwe Wet maatschappelijke ondersteuning in Utrecht Nieuwe Wet maatschappelijke ondersteuning in Utrecht Zelfstandig wonen en meedoen in Utrecht www.utrecht.nl Hebt u hulp bij het huishouden van de thuiszorg? een rolstoel of scootmobiel nodig? een pasje

Nadere informatie

Inventarisatie van Wmo-raden 2012 - de uitgewerkte antwoorden -

Inventarisatie van Wmo-raden 2012 - de uitgewerkte antwoorden - Inventarisatie van Wmo-raden 2012 - de uitgewerkte antwoorden - 27-9-2012 Vooraf De jaarlijkse inventarisatie van de Koepel van Wmo-raden onder Wmo-raden heeft ook in 2012 een goede respons gekregen. Uitgezet

Nadere informatie

* Wmo-raad Culemborg * J A A R V E R S L A G 2 0 1 3. Voorwoord Voor u ligt het verslag betreffende de activiteiten van de Wmo-raad in het jaar 2013

* Wmo-raad Culemborg * J A A R V E R S L A G 2 0 1 3. Voorwoord Voor u ligt het verslag betreffende de activiteiten van de Wmo-raad in het jaar 2013 * Wmo-raad Culemborg * J A A R V E R S L A G 2 0 1 3 Voorwoord Voor u ligt het verslag betreffende de activiteiten van de Wmo-raad in het jaar 2013 Het jaar 2013 heeft vooral in het teken gestaan van de

Nadere informatie

Participatieverslag Nieuw & Anders

Participatieverslag Nieuw & Anders Participatieverslag Nieuw & Anders Op 26 en 31 maart vonden twee bijeenkomsten plaats met de titel Nieuw & Anders plaats. Twee bijeenkomsten die druk bezocht werden door vrijwilligers, verenigingen en

Nadere informatie

De WMO-factor Ouderenbonden in Veldhoven: hun WMO-gerelateerde werk

De WMO-factor Ouderenbonden in Veldhoven: hun WMO-gerelateerde werk De WMO-factor Ouderenbonden in Veldhoven: hun WMO-gerelateerde werk 1 2 Jaap van der Sar Stichting Oikos 3 Aanleiding tot dit onderzoek Medio 2012 heeft Oikos het maatschappelijk rendement bepaald van

Nadere informatie

Kwaliteit. 1 Inleiding. 2 De wettelijke voorwaarden. 2.1 Jeugdwet

Kwaliteit. 1 Inleiding. 2 De wettelijke voorwaarden. 2.1 Jeugdwet Kwaliteit 1 Inleiding Wat is kwaliteit van zorg en wat willen we als gemeenten samen met onze zorgaanbieders ten aanzien van kwaliteit afspreken? Om deze vraag te beantwoorden vinden twee bijeenkomsten

Nadere informatie

In de Gemeente Marum

In de Gemeente Marum In de Gemeente Marum Gezamenlijk Plan van aanpak ondersteuning mantelzorg en vrijwillige thuishulp van de gemeenten Marum, Grootegast en Leek 27 april 2006 Projectbureau WWZ Mw. H.J. Vrijhof J.J. de Jong

Nadere informatie

Eenzaamheid onder ouderen

Eenzaamheid onder ouderen Eenzaamheid onder ouderen Een inventarisatie van de stand van zaken en van een mogelijke aanpak in Ede (versie 31 oktober 2011) Op 3 februari 2011 heeft de gemeenteraad een motie aangenomen over eenzaamheid

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 31 015 Kindermishandeling Nr. 82 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den

Nadere informatie

BBBrief.nl. Nummer 4 oktober 2006 BBBrief.nl is een nieuwsbrief van Belangenbehartiger.nl. 1 Afgezien van uw eigen telefoonkosten

BBBrief.nl. Nummer 4 oktober 2006 BBBrief.nl is een nieuwsbrief van Belangenbehartiger.nl. 1 Afgezien van uw eigen telefoonkosten BBBrief.nl Nummer 4 oktober 2006 BBBrief.nl is een nieuwsbrief van Belangenbehartiger.nl Hierbij de nieuwste uitgave van BBBrief.nl. BBBrief.nl is een nieuwsbrief van Belangenbehartiger.nl, met daarin

Nadere informatie

De Wmo en de decentralisaties

De Wmo en de decentralisaties De Wmo en de decentralisaties Presentatie Alice Makkinga Adviseur programma Aandacht voor Iedereen Inhoud Landelijk programma Aandacht voor iedereen Belangrijke maatschappelijke trends? Belangrijkste wettelijke

Nadere informatie

Meest gestelde vragen en antwoorden Van AWBZ naar WMO

Meest gestelde vragen en antwoorden Van AWBZ naar WMO Meest gestelde vragen en antwoorden Van AWBZ naar WMO In 2015 gaat er veel veranderen in de zorg. De gemeente krijgt er nieuwe taken bij. Wat betekenen deze veranderingen voor u? 1. Wat gaat er veranderen

Nadere informatie

DOC UMENT] gemeentelijk participatiedossier

DOC UMENT] gemeentelijk participatiedossier stimuleringsprogramma BORGINGS lokaal centraal 2006-2008 gemeentelijk participatiedossier Lingewaal 1 Conclusies De Zorgbelangorganisaties Bron Kenniscentrum Sociaal Beleid Demografische gegevens (prognose)

Nadere informatie

met de wmo doet iedereen gewoon mee

met de wmo doet iedereen gewoon mee De Wet maatschappelijke ondersteuning eenvoudig verteld Dit boekje met informatie over de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) legt de belangrijkste onderdelen van de Wmo uit. Wilt u meer weten over

Nadere informatie

Advies WMO raad Haarlem op nota. Welzijnswerk klaar voor toekomst.

Advies WMO raad Haarlem op nota. Welzijnswerk klaar voor toekomst. WMO raad Haarlem op nota Welzijnswerk klaar voor toekomst. Inleiding De Wmo-raad Haarlem heeft met belangstelling kennis genomen van de nota Welzijnswerk klaar voor de toekomst. De Wmo-raad adviseert positief

Nadere informatie

Bouwstenen voor Burgerkracht. Dag van de transities, 19 november 2014 Helga Koper en Lydia Sterrenberg

Bouwstenen voor Burgerkracht. Dag van de transities, 19 november 2014 Helga Koper en Lydia Sterrenberg Bouwstenen voor Burgerkracht Dag van de transities, 19 november 2014 Helga Koper en Lydia Sterrenberg Even voorstellen: Platform 31 Wie zijn we? Een kennis- en netwerkorganisatie voor stedelijke en regionale

Nadere informatie

WELZIJN ZONDER ZORGEN. Ons Doel Leiden Leiden Noord Fysiek & Sociaal Maatschappelijke Alliantie Pilotproject Provincie Zuid-Holland

WELZIJN ZONDER ZORGEN. Ons Doel Leiden Leiden Noord Fysiek & Sociaal Maatschappelijke Alliantie Pilotproject Provincie Zuid-Holland 1. AANLEIDINGEN WELZIJN ZONDER ZORGEN Ons Doel Leiden Leiden Noord Fysiek & Sociaal Maatschappelijke Alliantie Pilotproject Provincie Zuid-Holland AANLEIDING: Wijkontwikkelingsplan Leiden Zuidwest: Project

Nadere informatie

PCOB. Actief netwerk van en voor senioren. Gemeenschappelijk actief

PCOB. Actief netwerk van en voor senioren. Gemeenschappelijk actief PCOB Actief netwerk van en voor senioren Gemeenschappelijk actief PCOB: gemeenschappelijk actief! Dynamisch, betrokken, professioneel en christelijk geïnspireerd; het zijn dé kenmerken van de PCOB. We

Nadere informatie

Verslaglegging bijeenkomst voor informatie en opinie op 13 september 2011 van 21.00 uur 21.35 tot uur

Verslaglegging bijeenkomst voor informatie en opinie op 13 september 2011 van 21.00 uur 21.35 tot uur Verslaglegging bijeenkomst voor informatie en opinie op 13 september 2011 van 21.00 uur 21.35 tot uur Aanwezigen: R. van Lavieren, voorzitter Dhr. A.L. Cardon (wethouder) Mw. M.J.H. Barra-Leenheer (PvdA)

Nadere informatie

Programma. Prestatievelden Wmo. Inventarisatie ism Movisie. Stichting VraagWijzer Nederland (II) Stichting VraagWijzer Nederland (I)

Programma. Prestatievelden Wmo. Inventarisatie ism Movisie. Stichting VraagWijzer Nederland (II) Stichting VraagWijzer Nederland (I) Programma 1. Kennismaking 2. Stichting VraagWijzer Nederland 3. Inventarisatie ism met Movisie 4. Wmo en het compensatiebeginsel 5. De Kanteling 6. Het vraaggestuurde gesprek: wie, wat, waar en hoe? 7.

Nadere informatie

De slimste route? Vormgeven toegang

De slimste route? Vormgeven toegang De slimste route? Vormgeven toegang Grote veranderingen in zorg en ondersteuning Taken vanuit AWBZ, Jeugdzorg, Werk en inkomen. Passend onderwijs (toegang tot onderwijs) De slimste route (voor Hengelo)

Nadere informatie

Jaarverslag 2011 WMO-raad Bloemendaal

Jaarverslag 2011 WMO-raad Bloemendaal Bloemendaal 1. Inleiding De gemeente heeft vormgegeven aan participatie van inwoners door het instellen van een Wmo-raad. De Wmo-Raad Bloemendaal adviseert het college van B&W geheel onafhankelijk over

Nadere informatie

Plan van Aanpak Vrijwilligerswerk 2007 tot 2011. Aanpakken Maar!

Plan van Aanpak Vrijwilligerswerk 2007 tot 2011. Aanpakken Maar! Plan van Aanpak Vrijwilligerswerk 2007 tot 2011 Aanpakken Maar! INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING 2. RONDETAFELGESPREKKEN 2.1 Algemene uitkomsten van de rondetafelgesprekken 2.2 Aanbevelingen professor Meijs

Nadere informatie

2010D02442. Lijst van vragen totaal

2010D02442. Lijst van vragen totaal 2010D02442 Lijst van vragen totaal 1 In hoeverre heeft de staatssecretaris jongerenorganisaties betrokken bij de totstandkoming en uitvoering van haar beleid? 2 Welke verband ligt er tussen de brief over

Nadere informatie

Cultuurproef. Krijg inzicht in de cultuur van uw organisatie

Cultuurproef. Krijg inzicht in de cultuur van uw organisatie Cultuurproef Krijg inzicht in de cultuur van uw organisatie De cultuurproef Met de Cultuurproef kunt u de cultuur van uw organisatie in kaart brengen. Via een vragenlijst en een cultuurmodel onderzoekt

Nadere informatie

COLLEGEVOORSTEL. Onderwerp Klanttevredenheidsonderzoek Wmo 2014. Te besluiten om:

COLLEGEVOORSTEL. Onderwerp Klanttevredenheidsonderzoek Wmo 2014. Te besluiten om: COLLEGEVOORSTEL Onderwerp Klanttevredenheidsonderzoek Wmo 2014 Te besluiten om: 1. De resultaten van het klanttevredenheidsonderzoek Wmo 2014 in het kader van artikel 9 Wmo juncto artikel 8.9 vierde lid

Nadere informatie

Missie, visie en werkwijze Participatieraad

Missie, visie en werkwijze Participatieraad Missie, visie en werkwijze Participatieraad Doel: Bepalen van missie en visie met het oog op het vaststellen van de werkwijze in een werkgroepenstructuur. Inleiding: In mei 2008 nam de Gemeenteraad van

Nadere informatie

Huishoudelijke verzorging in de gemeente Lochem Door: Peter van der Mierden, Ruben Otemann en Tonnie Tekelenburg

Huishoudelijke verzorging in de gemeente Lochem Door: Peter van der Mierden, Ruben Otemann en Tonnie Tekelenburg Huishoudelijke verzorging in de gemeente Lochem Door: Peter van der Mierden, Ruben Otemann en Tonnie Tekelenburg Zorg naar behoefte werd een juridische gevecht Waarom dit alternatieve plan? De kaders voor

Nadere informatie

De Sociaal Psychiatrische WMO. Mogelijkheden of valkuilen

De Sociaal Psychiatrische WMO. Mogelijkheden of valkuilen De Sociaal Psychiatrische WMO Mogelijkheden of valkuilen Top drie geluk over gehele wereld Autonomie sociale contacten zinvol werk/ dagbesteding Typen mens en veranderen 10 % betweters 80 % volgelingen

Nadere informatie

De weg van Wmo naar sociaal domein. Minisymposium Borger 27 oktober 2015

De weg van Wmo naar sociaal domein. Minisymposium Borger 27 oktober 2015 De weg van Wmo naar sociaal domein Minisymposium Borger 27 oktober 2015 Burger- en clientenparticipatie Inspraak en invloed Participatie = deelnemen meedenken over beleid, recht op inspraak en invloed

Nadere informatie

Vrijwilligerswerk is geen containerbegrip

Vrijwilligerswerk is geen containerbegrip Vrijwilligerswerk is geen containerbegrip De veranderende politieke en maatschappelijke verhoudingen resulteren in minder overheid en meer burger. Door de terugtredende overheid ontstaat er meer ruimte

Nadere informatie

Workshop Introductie Wmo. Lesprogramma. Ontwikkelingen

Workshop Introductie Wmo. Lesprogramma. Ontwikkelingen Workshop Introductie Wmo Wmo-werkplaats Groningen-Drenthe 28 juni 2012 Lies Korevaar Lesprogramma Kennismaking en uitleg programma Wat is de Wmo? Doelen en uitgangspunten van de Wmo Uitwerking Wmo in de

Nadere informatie

VERORDENING MAATSCHAPPELIJKE ADVIES RAAD BRUMMEN

VERORDENING MAATSCHAPPELIJKE ADVIES RAAD BRUMMEN Verordening Maatschappelijke Advies Raad 2015 Brummen VERORDENING MAATSCHAPPELIJKE ADVIES RAAD 2015 BRUMMEN Verordening Maatschappelijke Advies Raad 2015 Brummen Inhoudsopgave Artikel 1 Begripsomschrijving...

Nadere informatie

Speerpunten en kwaliteitscriteria Bijzondere Subsidieverordening Ondersteuning Mantelzorg en Vrijwilligerswerk Amsterdam 2012-2015

Speerpunten en kwaliteitscriteria Bijzondere Subsidieverordening Ondersteuning Mantelzorg en Vrijwilligerswerk Amsterdam 2012-2015 Speerpunten en kwaliteitscriteria Bijzondere Subsidieverordening Ondersteuning Mantelzorg en Vrijwilligerswerk Amsterdam 2012-2015 1. Inleiding Een van de nieuwe punten in de Bijzondere Subsidieverordening

Nadere informatie

2-meting gemeentelijk vrijwilligerswerkbeleid. Herhalingsonderzoek stand van zaken vrijwilligerswerkbeleid

2-meting gemeentelijk vrijwilligerswerkbeleid. Herhalingsonderzoek stand van zaken vrijwilligerswerkbeleid 2-meting gemeentelijk vrijwilligerswerkbeleid Herhalingsonderzoek stand van zaken vrijwilligerswerkbeleid Auteur: Marieke Ploegmakers, Michaëla Merkus en Matthijs Terpstra Eindredactie: afdeling communicatie

Nadere informatie

Uitgangspunten vrijwilligersbeleid Papendrecht

Uitgangspunten vrijwilligersbeleid Papendrecht Uitgangspunten vrijwilligersbeleid Papendrecht De gemeente bepaalt de visie en het beleid op vrijwilligerswerk gericht op de lokale vraag. Binnen de Wmo (prestatieveld vier) zijn gemeenten verplicht de

Nadere informatie

Seminariereeks sociaal werk de toekomst in!

Seminariereeks sociaal werk de toekomst in! Seminariereeks sociaal werk de toekomst in! De juiste balans. Over de complexe relatie tussen formele en informele zorg. Dr. Ir. Rick Kwekkeboom Hogeschool van Amsterdam Volgend gastcollege: 22 maart 2013

Nadere informatie

Antwoorden op vragen over veranderingen Wmo/Awbz

Antwoorden op vragen over veranderingen Wmo/Awbz Antwoorden op vragen over veranderingen Wmo/Awbz BEREIKBAARHEID EN INFORMATIE Hoe word ik als cliënt geïnformeerd over de veranderingen? Met een brief van de gemeente Met een persoonlijk gesprek in 2015

Nadere informatie

Dé mantelzorger bestaat niet

Dé mantelzorger bestaat niet Dé mantelzorger bestaat niet Deze notitie over mantelzorg is opgesteld is samenwerking met: Stichting Pulse, Plaatselijk Overleg Gehandicapten, het Nederlandse Rode Kruis, de Zonnebloem IJsselstein, de

Nadere informatie

Dubbel anders. Stand van zaken. Samengevat: Een revolutie is nodig. Nederlanders met een beperking én niet-westerse achtergrond uit de verdomhoek

Dubbel anders. Stand van zaken. Samengevat: Een revolutie is nodig. Nederlanders met een beperking én niet-westerse achtergrond uit de verdomhoek Dubbel Anders, pagina 1 van 6, april 2010 Dubbel anders Nederlanders met een beperking én niet-westerse achtergrond uit de verdomhoek Ange Wieberdink In opdracht van het ministerie van VWS heb ik een tiental

Nadere informatie

Inleiding. Doelen en uitgangspunten van het gemeentebestuur

Inleiding. Doelen en uitgangspunten van het gemeentebestuur Inleiding TRILL is een methodiek die de verantwoordelijkheden en de te leveren prestaties van betrokken partijen in kaart brengt. Zo moet de ambtenaar de beleidsdoelstellingen die door het gemeentebestuur

Nadere informatie

Rapportage doelstellingen 2009 Kadernota Wmo.

Rapportage doelstellingen 2009 Kadernota Wmo. Rapportage doelstellingen 2009 Kadernota Wmo. Overzicht volgens beleidsdoelen uit kadernota Wmo 2008-2012 Mee(r)doen in Dalfsen* 2009 Thema Wmo-loket Informatie geven over wonen, welzijn en zorg Wmo-loket

Nadere informatie

DE GGZ IN DE 9 PRESTATIEVELDEN

DE GGZ IN DE 9 PRESTATIEVELDEN WMO W A A I E R Obstakels - Voorwaarden en Aanbevelingen DE GGZ IN DE 9 PRESTATIEVELDEN 1 Het bevorderen van sociale samenhang en leefbaarheid van dorpen wijken en buurten Obstakels Isolement Vooroordelen

Nadere informatie

Zorg en ondersteuning in de gemeente Veere. Goed voor elkaar

Zorg en ondersteuning in de gemeente Veere. Goed voor elkaar Zorg en ondersteuning in de gemeente Veere Voorwoord In deze folder vindt u een overzicht van de belangrijkste Veerse professionele -en vrijwilligersorganisaties op het gebied van welzijn, zorg en ondersteuning.

Nadere informatie

Ontwikkelingen. in zorg en welzijn. Wij houden daarbij onverkort vast aan de Koers 2010-2013,

Ontwikkelingen. in zorg en welzijn. Wij houden daarbij onverkort vast aan de Koers 2010-2013, KOERS 2014-2015 3 Het (zorg)landschap waarin wij opereren verandert ingrijpend. De kern hiervan is de Kanteling, wat inhoudt dat de eigen kracht van burgers over de hele breedte van de samenleving uitgangspunt

Nadere informatie

Samen voor een sociale stad

Samen voor een sociale stad Samen voor een sociale stad 2015-2018 Samen werken we aan een sociaal en leefbaar Almere waar iedereen naar vermogen meedoet 2015 Visie VMCA 2015 1 Almere in beweging We staan in Almere voor de uitdaging

Nadere informatie

Iedereen in s-hertogenbosch doet volwaardig mee in de samenleving. Breed Welzijn s-hertogenbosch. Nieuwe combinaties in een nieuwe tijd

Iedereen in s-hertogenbosch doet volwaardig mee in de samenleving. Breed Welzijn s-hertogenbosch. Nieuwe combinaties in een nieuwe tijd Nieuwe combinaties in een nieuwe tijd Iedereen in s-hertogenbosch doet volwaardig mee in de samenleving Breed Welzijn s-hertogenbosch Juvans Maatschappelijk Werk en Dienst verlening // Welzijn Divers //

Nadere informatie

eflectietool Reflectietool Reflectietool Reflectietool Test jezelf op professioneel ondersteunen

eflectietool Reflectietool Reflectietool Reflectietool Test jezelf op professioneel ondersteunen eflectietool Reflectietool eflectietool Reflectietool eflectietool Reflectietool Test jezelf op professioneel ondersteunen Redactie: Marieke Haitsma en Corrie van Dam Eindredactie: afdeling communicatie

Nadere informatie

ONDERZOEKSPLAN HULP BIJ HET HUISHOUDEN

ONDERZOEKSPLAN HULP BIJ HET HUISHOUDEN ONDERZOEKSPLAN HULP BIJ HET HUISHOUDEN Rekenkamer Utrecht, 15 februari 2016 AANLEIDING Rijksbeleid Op 1 januari 2015 is de nieuwe Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo 2015) van kracht geworden. Op grond

Nadere informatie

Gehandicapten Zorgvragers Platform Voerendaal

Gehandicapten Zorgvragers Platform Voerendaal Gehandicapten Zorgvragers Platform Voerendaal Secretariaat Manensheide 29 6343 CP Klimmen College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Voerendaal Raadhuisplein 1 6367 ED Voerendaal Betreft: Zienswijze

Nadere informatie

College van Burgemeester en wethouders van de gemeente Helmond

College van Burgemeester en wethouders van de gemeente Helmond College van Burgemeester en wethouders van de gemeente Helmond Postbus 232 5700 AE HELMOND Helmond, 20 januari 2012 Onderwerp: Advies betreffende evaluatie Seniorenraad 2009-2011 nota Seniorenbeleid 2012

Nadere informatie

Vrijwilligerswerk meer kracht geven

Vrijwilligerswerk meer kracht geven Notitie Vrijwilligerswerk meer kracht geven Hoogeveen Wim Warrink, raadslid Hetty Pullen-Muis, vervangend raadslid September 2012 1 Inhoud 1. Samenvatting 3 2. Inleidend 3 3. Aanleiding voor het voorstel

Nadere informatie

Commissienotitie Reg. nr : 1110223 Comm. : MZ Datum : 20-06-11

Commissienotitie Reg. nr : 1110223 Comm. : MZ Datum : 20-06-11 Onderwerp Wet maatschappelijke ondersteuning, de kanteling in de gemeente Boxtel. Status oordeelvormend Voorstel 1. Kennis te nemen van bijgaande notitie De kanteling in de gemeente Boxtel. 2. Voor de

Nadere informatie

Follow up onderzoek naar minimabeleid

Follow up onderzoek naar minimabeleid Follow up onderzoek naar minimabeleid 1. Inleiding Op 20 mei 2009 is het rapport Onderzoek Minimabeleid Rekenkamercommissie Waterland verschenen. Dit rapport is in de raad van 27 oktober 2009 voor kennisgeving

Nadere informatie

De Wmo en de decentralisaties

De Wmo en de decentralisaties De Wmo en de decentralisaties Presentatie Alice Makkinga Adviseur programma Aandacht voor Iedereen Inhoud Landelijk programma Aandacht voor iedereen Belangrijke maatschappelijke trends? Belangrijkste wettelijke

Nadere informatie

DOC UMENT] gemeentelijk participatiedossier

DOC UMENT] gemeentelijk participatiedossier stimuleringsprogramma BORGINGS lokaal centraal 2006-2008 gemeentelijk participatiedossier Doetinchem 1 Conclusies De Zorgbelangorganisaties Bron Kenniscentrum Sociaal Beleid Demografische gegevens (prognose)

Nadere informatie