INHOUDSOPGAVE PRODUCTIVITEIT BIJ ZEUGEN: SPEENCAPACITEIT...

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "INHOUDSOPGAVE... 2 1. PRODUCTIVITEIT BIJ ZEUGEN: SPEENCAPACITEIT..."

Transcriptie

1 Inhoudsopgave INHOUDSOPGAVE PRODUCTIVITEIT BIJ ZEUGEN: SPEENCAPACITEIT... 5 DE HYPOR AANPAK... 5 HET GENETISCH PERSPECTIEF... 6 DE SPEENCAPACITEIT WEGENKAART SELECTEREN OP EEN VERHOOGDE SPEENCAPACITEIT... 9 MAAR ZIJN ER GEEN NADELEN VERBONDEN AAN DEZE EVOLUTIE?... 9 SPEENCAPACITEIT = EVENWICHTSOEFENING MAXIMALISEREN VAN HET GENETISCH POTENTIEEL GELTEN MANAGEMENT GELTENADAPTATIE MILIEU VOEREN TOT AAN HET DEKKEN BEERSTIMULATIE EN BERIGHEIDSDETECTIE GEWICHT BIJ DEKKEN OMGANG HET BELANG VAN GENETISCHE EIGENSCHAPPEN FACTOREN DIE VAN INVLOED ZIJN OP TOOMGROOTTE EN GEBOORTEGEWICHT GENETISCHE INVLOEDEN MILIEU-, VOEDINGS- EN GENETISCHE FACTOREN Gewicht van de zeugen bij eerste dekking Inseminatiemoment en methode Management voor verbeterde embryo overleving Voeding tijdens het begin van de dracht Lactatieduur Interval spenen dekken Leeftijdsopbouw van zeugenstapel naar cyclus Verhoging geboortegewicht biggen

2 5. HET VOEREN VAN ZEUGEN EN GELTEN IN DE DRACHTFASE Spenen tot dekken Begin dracht Midden dracht Einde dracht Overgang dracht naar lactatie TERUGBRENGEN AANTAL DOODGEBOREN BIGGEN GOED MANAGEMENT IS EEN MUST Controle De richtlijnen Overige factoren DE HYPOR OPLOSSING TERUGBRENGEN BIGGENUITVAL TOT SPENEN Maatregelen om warmteverlies te verminderen Biest is van levensbelang voor overleving Overlegtechnieken voor maximale biggenoverleving MAXIMALISEREN VAN HET SPEENGEWICHT GENETISCHE INVLOEDEN MANAGEMENT FACTOREN Speenleeftijd Voeropname tijdens de lactatiefase Voeropname tijdens de drachtfase Het voeren voorafgaand aan het werpen De beschikbaarheid van water Ruimtetemperatuur De hygiëne van de trog en de versheid van het voer De voercurve De samenstelling en inhoud van het lactatievoer Kraamstalmanagement

3 9. VERBETERING VAN DE ZEUG- EN BIGGENGEZONDHEID ZEUG- EN GELTGEZONDHEID Baarmoederinfecties Uierinfecties Poot- en beenproblemen De gezondheid van de big Gewrichtsontsteking Huidontsteking (smeerwrang) Diarree HET EFFECT VAN DE LEEFTIJDSOPBOUW VAN DE ZEUGENSTAPEL UITWERKING OP TECHNISCHE BEDRIJFSRESULTATEN DE IDEALE BEDRIJFSOPBOUW VOOR WORPNUMMER VERVANGINGSBELEID IN NIEUW OPGESTARTE BEDRIJVEN CONCLUSIES MANAGEMENT VOOR EEN HOGE LANGLEEFBAARHEID MOGELIJKE REDENEN VOOR EEN VERKORTE LEVENSDUUR VERHOGING VAN DE LEVENSDUUR VAN DE ZEUG Genetische invloeden Management van jonge zeugen Het verminderen van vervangingen en sterfte vanwege gezondheidsredenen. 57 CONCLUSIES HET BELANG VAN EEN CONSTANTE DIERSTROOM DE VOORDELEN VAN EEN CONSTANTE DIERSTROOM INVLOEDEN OP DE OUTPUT VAN DE ZEUGENSTAPEL HET BEREIKEN VAN EEN CONSTANTE OUTPUT Het aantal productieve zeugen De grootte van het geltenbestand Vervangingsbeleid Fokbeheer ZWAARDERE BIGGEN BIJ SPENEN VERBETEREN GROEI, EFFICIËNTIE EN KARKASWAARDE DE GESPEENDE BIGGEN DE VLEESVARKENS GROEI-EFFECTEN OP DE KARKASKWALITEIT

4 1. Productiviteit bij zeugen: Speencapaciteit Productiviteit bij zeugen word traditioneel gemeten volgens het aantal gespeende biggen per zeug per jaar. Gedurende de laatste 15 jaar heeft het gebruik van verbeterde genetische selectietechnieken geleid tot een grote verhoging van het totaal aantal geboren biggen. Deze verhoging heeft het mogelijk gemaakt om een productie van 30 biggen per zeug per jaar te realiseren. Echter de hoge druk op totaal geboren biggen heeft in sommige fokkerijprogramma s, geresulteerd in een negatieve uitwerking op bigkwaliteit, mesterijgroei, voerconversie en karkaskwaliteit. Onderzoek door George Foxcroft en zijn team op het Swine Research and Technology Centre van de Universiteit van Alberta (Canada) heeft laten zien dat een overbevolking van embryo s in de uterus en de hierdoor ontstane consequente ondervoeding leidt tot lagere geboortegewichten en meer spreiding in de toom. Biggen uit deze worpen zijn minder vitaal, groeien langzamer en hebben een slechtere karkaskwaliteit. Dit onderzoek, en ook andere, laten zien dat de negatieve effecten van een grotere toomgrootte eenvoudig de voordelen kunnen ondermijnen. De Hypor aanpak Hypor haar aanpak bij dit dilemma is de focus op een combinatie van meerdere kenmerken. Door deze kenmerken in de juiste balans in een selectie-index te plaatsen, welke de productiviteit van zeugen weergeeft, komen de Hyporzeugen tot het beste economische resultaat. De potentie van een zeug om veel, zware biggen gedurende haar productieve leven te produceren staat centraal in dit concept, en word speencapaciteit genoemd. Dit kan worden gedefinieerd als: 5

5 Het genetisch potentieel om het totaal gewicht van de gespeende biggen en de totale verkochte hoeveelheid vlees per zeug gedurende haar productieve leven te maximaliseren Hypor is ervan overtuigd dat speencapaciteit het beste kengetal is om productiviteit bij zeugen te meten, omdat het de output van de zeug definieert in het gewicht van de biggen gedurende een zeug haar productieve leven, wat een maat is voor de hoeveelheid verkocht vlees van de nakomelingen van een zeug. Indien een zeug in staat is continue grote tomen kwaliteitsbiggen te produceren, maximaliseert dit de potentie van haar nakomelingen in de biggenopfok en mesterij. Dit resulteert in een snellere groei, betere voerconversie en zwaardere varkens met een betere karkaskwaliteit. Verder zorgt een regelmatige stroom van grote, uniforme biggen naar de biggenopfok voor een regelmatige varkensstroom, welke de benutting van de stalcapaciteit en de winstgevendheid maximaliseert. Het Genetisch perspectief Vanuit een genetisch perspectief betekent balans, het optimaliseren van alle factoren welke bijdragen aan verbeterde speencapaciteit. Dus niet alleen toomgrootte, maar ook biggenkwaliteit parameters zoals geboortegewicht, aantal levend geboren biggen en aantal gespeende biggen per worp. Samen met de factoren leeftijd eerste dekking en het interval spenen-dekken dragen deze bij aan het aantal gespeende biggen gedurende het productieve leven van een zeug. De fysieke selectie is een belangrijke component bij de potentiële speencapaciteit en Hypor heeft dan ook rigoureuze selectiecriteria voor de beenkwaliteit en exterieur in haar nucleus bedrijven om de levensduur van de zeugen te maximaliseren. 6

6 Tegelijkertijd is de strikte selectie op het aantal en de kwaliteit van de spenen een vitale factor om de melkgift te verbeteren, wat een grote invloed heeft op de biggengroei en het speengewicht. Alles samen zorgt ervoor dat de speencapaciteit aanpak zeugen voortbrengt welke de potentie hebben om grote aantallen biggen te produceren zonder compromissen te moeten doen op geboortegewicht, uitvalspercentage bij geboorte en tot spenen, moedereigenschappen en levensduur. De speencapaciteit wegenkaart De speencapaciteit wordt beïnvloedt door vele genetische factoren, daarnaast zijn er ook veel omgeving-, en management invloeden welke bijdragen aan het realiseren van het genetische potentieel. Om de factoren die de speencapaciteit beïnvloeden beter te begrijpen is het noodzakelijk om de verschillende componenten welke hieraan bijdragen uit elkaar te halen. En voor elke component op zich te kijken hoe deze geoptimaliseerd kan worden. De 3 basiscomponenten van speencapaciteit zijn het aantal gespeende biggen per worp, het speengewicht en het aantal worpen per productieleven van een zeug zijn. Door deze getallen met elkaar te vermenigvuldigen krijgen we het aantal kg gespeende biggen per productieleven van een zeug. 1. Het aantal gespeend per worp is het resultaat van totaal geboren, het percentage dood geboren en percentage uitval voor spenen. 7

7 2. Het speengewicht wordt primair beïnvloed door het geboortegewicht, de voeropname in de kraamstal en de gezondheid van zeug en biggen. 3. De levensduur, ofwel het aantal worpen per productieleven wordt beïnvloed door de pariteit verdeling, robuustheid van de zeug, uitval van de zeugen, en diverse management aspecten. Tot slot is het management, van aanvoer tot het moment van de eerste keer spenen, van enorme invloed op de levensduur, vleesproductie en speencapaciteit. 8

8 2. Selecteren op een verhoogde speencapaciteit In de laatste decennia zijn heel wat stappen ondernomen om de biggenproductie te verbeteren. Voornamelijk de introductie van het BLUP-systeem begin jaren 90 gaf een boost aan de trage vooruitgang in de kenmerken met lage erfelijkheidsgraad, veelal reproductiekenmerken. BLUP bezorgde de fokkers een middel om fokwaarden nauwkeuriger te schatten en maakte dus de beslissingen bij selectie betrouwbaarder. Vandaar dat in veel fokprogramma s de toomgrootte, die voordien slechts zeer langzaam te verbeteren was, snel toenam. Sommige fokprogramma s meldden een jaarlijkse toename tot 0,3 biggen totaal geboren biggen per zeug en per jaar. Maar zijn er geen nadelen verbonden aan deze evolutie? Inderdaad, als het fokprogramma niet evenwichtig samengesteld is, kunnen er nadelen verbonden zijn aan deze evolutie. Deze problemen zijn al zeer goed beschreven. De volgende nadelen kunnen voorkomen: verlaagd geboortegewicht, verhoogd aantal doodgeboren biggen, verhoogde biggensterfte, toename van het aantal achterblijvers in kraamhok en biggenopfok, verlaagde karkaskwaliteit, kortere productiviteitsduur, zwakkere zeugen, enz. Deze problemen komen voor als het fokprogramma er niet in slaagt rekening te houden met de interacties tussen de verschillende kenmerken. Indien een fokprogramma teveel gericht is op vruchtbaarheid, zullen een aantal van de beschreven problemen voorkomen omdat toomgrootte negatief gecorreleerd is met geboortegewicht en dus ook met de levensvatbaarheid van de biggen. Meerdere onderzoeken uitgevoerd door experts als Dr. George Foxcroft 9

9 hebben aangetoond dat met een toenemende toomgrootte het gemiddeld geboortegewicht afneemt. Bij fokprogramma s die te veel focussen op vruchtbaarheid, zijn ook de fysieke aspecten van de zeugen een kenmerk dat dikwijls over het hoofd gezien wordt. Dit zal uiteindelijk resulteren in zeugen met gebrek aan fysieke sterkte wat tot gevolg heeft dat deze zeugen een kortere levensduur hebben. Indien een heel vruchtbare zeug slechts 3 tomen produceert, kan de aankoopprijs niet terugverdiend worden. Een aantal jaren geleden werd in Duitsland een studie uitgevoerd waarbij aan zeugenhouders gevraagd werd om de genetica die op de Duitse markt beschikbaar was te beoordelen op diverse kenmerken. Uit deze studie bleek dat sommige genetica, die gekend stonden als vruchtbare zeugen, op gebied van fysieke sterkte en levensduur onvoldoende scoorden. De Hyporzeug scoorde op deze 2 kenmerken het best. Bij Hypor passen we al lange tijd de filosofie van een evenwichtig samengesteld fokprogramma toe. We beogen niet alleen het verhogen van het totaal aantal geboren biggen, maar een combinatie van alle kenmerken die zowel voor de zeug als voor haar biggen optimaal zijn. De principes zijn: een vruchtbare zeug met goede melkproductie, genoeg tepels om een grote toom te kunnen grootbrengen en een goed exterieur om een lange levensduur te garanderen. Deze robuuste, gebruiksvriendelijke zeug realiseert een optimale reproductie onder alle productieomstandigheden. Deze zeug brengt telkens biggen voort die als waardevolle varkens kunnen beschouwd worden. De worpen combineren een aanzienlijke toomgrootte met een hoog individueel geboortegewicht. Dit geboortegewicht garandeert hoge overlevingskansen. Dankzij de hoge melkproductie van de zeug, haar goede moedereigenschappen en de goede start van de biggen dankzij hun hoog geboortegewicht, kunnen continu grote tomen met een hoog speengewicht gespeend worden. De Hyporzeug produceert telkens grote tomen van zware biggen en maximaliseert het potentieel van haar nageslacht in alle productiestadia. Dit blijkt uit een snellere groei, een efficiëntere voederconversie, zwaardere mestvarkens en een verbeterde karkaskwaliteit. Een gebalanceerd fokprogramma (speencapaciteit) vereist een correcte schatting van de kenmerken naar waarde. In het streven naar een zeug met een optimale levensduur, is het belangrijk om de voornaamste redenen van vervanging te inventariseren: 1. Vruchtbaarheidsproblemen niet bronstig worden, niet drachtig worden 2. Slechte prestatie kleine toom, lage melkproductie 3. Beenwerkproblemen 10

10 Dit zijn de 3 belangrijkste redenen om zeugen vrijwillig af te voeren. Andere factoren zoals verwonding en acute dood leiden tot gedwongen vervanging. Door de genetische kenmerken die tot afslachten aanleiding geven te verbeteren, selecteren we indirect op langleefbaarheid. Bovenop de selectie naar reproductieve prestaties, maken de Hypor-lijnen een streng selectieproces door m.b.t. conformatie en exterieurkenmerken, een aspect dat we eerder al aanhaalden. Speencapaciteit = evenwichtsoefening De focus van het fokprogramma zoals hier beschreven werd, noemen we bij Hypor het fokken op speencapaciteit. Door het nastreven van een evenwicht in de zeug, gericht op het maximaliseren van zowel de kwantiteit als de kwaliteit van de gespeende biggen, worden alle kenmerken geleidelijk verbeterd. Op die manier wordt vermeden dat bepaalde kenmerken benadeeld worden. In sommige gevallen zijn de keuzes gemakkelijk te maken. Maar hoofdzaak is dat door de combinatie van verschillende kenmerken, hoewel sommige negatief gecorreleerd zijn, er nog steeds verder geëvolueerd wordt naar een betere zeug. Het basisprincipe is dat een goede speencapaciteit onderbouwd moet zijn door een goed fokprogramma. Uit bovenstaande blijkt dat het fokprogramma van Hypor op dit principe gebaseerd is. Dankzij de technologische vooruitgang komen er meer hulpmiddelen beschikbaar die tot dit doel kunnen bijdragen. Hypor is goed in staat deze te benutten en zo de speencapaciteit nog verder te verbeteren. 11

11 Maximaliseren van het Genetisch potentieel Elke extra kilo gespeende big gedurende het productieleven van de zeug vertegenwoordigt een waardevolle extra output welke de kosten per big verlaagt en de winstmarge vergroot. Hypor gelten hebben het genetische potentieel om grote tomen zware biggen te spenen en als realistisch doel voor speencapaciteit streven wij naar 505 kg big gespeend per productieleven per zeug. 12,0 gespeende biggen per worp x 7,25 kg* x 5,8 worpen per productieleven = * = Gestandaardiseerd op 24 dagen speenleeftijd. 505 kg Speencapaciteit is het beste kengetal voor zeugen om hun productie efficiëntie te meten en het potentiële rendement in zeugenlijnen tot uitdrukking te brengen. Het definieert de levenproductie van een zeug en brengt de waarde van bigkwaliteit en levensduur van een zeug tot uiting, niet alleen toomgrootte of aantal gespeende biggen per zeug per jaar. 12

12 3. Gelten management Voor de ontwikkeling van het exterieur en de reproductieeigenschappen van gelten is een optimale ontwikkeling en een solide genetische basis essentieel. Een doordacht geltenmanagement, tot het moment dat ze haar eerste worp speent is, is van zeer grote invloed op de levensproductie en dus de speencapaciteit van zeugen. De grootte van de eerste worp is sterk gecorreleerd aan de omvang van de erop volgende worpen. Dus het realiseren van een goede eerste worp is belangrijk voor een hoog aantal geboren en gespeende biggen in de volgende cycli. Het juiste management gedurende de opfok van gelten heeft tevens een positieve invloed op de levensduur van de zeug, dus het aantal worpen gedurende haar productieve leven, dit is de sleutel tot het maximaliseren van de speencapaciteit. Tegenwoordig zijn de gelten erg mager, ze hebben weinig spek, waardoor ze gevoelig zijn voor tekortkomingen in voeding, omgevingsfactoren (klimaat, huisvesting, etc.) en management. Het is van essentieel belang dat al deze omstandigheden zo optimaal mogelijk zijn om ervoor te zorgen dat er zoveel mogelijk gelten de tweede worp en verder bereiken. Aandacht voor de vele factoren die bijdragen aan een lang en productief leven verzekeren u van succes. De nu volgende informatie is bedoeld als basis voor het opstellen van een checklist met de belangrijkste punten. Geltenadaptatie Wanneer aangevoerde gelten met een significant verschil in gezondheidsstatus geconfronteerd worden als ze in de zeugenstapel geïntroduceerd worden, zal de levensproductie van deze gelten afnemen. Een gedegen adaptatie moet ervoor 13

13 zorgen dat de gelten geleidelijk en gecontroleerd in aanraking komen met de al in de zeugenstapel aanwezige ziektes. De gelten horen, wanneer deze werkwijze wordt gevolgd, niet klinisch ziek te worden. De voor de hand liggende vaccinaties dienen, in overleg met de dierenarts, op de juiste momenten te worden uitgevoerd. Er bestaat een, niet te onderschatten, voordeel voor de bedrijven die met BioHypor werken. De gelten op deze bedrijven worden geproduceerd op hetzelfde bedrijf waar ze later in productie gaan. Deze gelten hebben de gelegenheid om natuurlijke immuniteit op te bouwen tegen de op het bedrijf aanwezige ziektes, de kans op het ontstaan van problemen door onjuiste vaccinaties is veel kleiner. Milieu Hokgrootte: Gelten dienen in groepen gehuisvest te worden tot vlak voor het dekken. De hokken moeten voldoende groot zijn om ruimte te bieden om te bewegen en voor de ontwikkeling van het beenwerk. Het advies is 1,5 m2 per gelt en 2,0 m2. Voldoende ruimte is belangrijk om de gelten de gelegenheid te geven om elkaar te stimuleren wanneer ze berig worden en voor de beer om vrij rond te kunnen lopen bij berigheidsstimulatie en -controle. Groepsgrootte: Een groepsgrootte van 6 tot 8 gelten is ideaal omdat dit het beer- /geltcontact tijdens de berigheidscontrole verbetert. In grote groepen is de kans op neus-neuscontact van de beer met elke gelt veel kleiner en is het veel lastiger om alle berige gelten te ontdekken. Vloer: De uitvoering van de vloer moet ervoor zorgen dat de kans op verwondingen zo klein mogelijk is. Dit is vooral van belang tijdens de beerstimulatie en berigheidscontrole met de beer. De vloer moet goed droog zijn en goede grip geven, dit kan eventueel verbeterd worden door kalk of zaagsel te strooien. Licht: Licht speelt een zeer belangrijke rol bij het stimuleren van de berigheid. Helaas is er op veel plaatsen te weinig licht. Er dient een lichtintensiteit van 150 lux gebruikt te worden voor een periode van 16 uur per dag. 14

14 Voeren tot aan het dekken Nadat de gelten geïntroduceerd zijn in de zeugenstapel, dient de voeropname 2,3 tot 2,5 kg per dag te zijn. De voergift dient verhoogd te worden vanaf 5 dagen voor de te verwachten berigheid. Dit is van belang om een flushing effect te creëren wat de ovulatie verbetert. Gelten krijgen opfokvoer verstrekt van introductie tot aan dekken. Opfokvoeders bevatten hogere niveaus aan mineralen en vitamines, zoals calcium en fosfor die voor sterkere botten zorgen. Beerstimulatie en berigheidsdetectie Effectieve beerstimulatie is van essentieel belang om de periode te verkorten van introductie in de zeugenstapel tot berigheid. Beerstimulatie en berigheidscontrole dienen twee maal per dag uitgevoerd te worden. Er dient voldoende tijd aan besteed te worden om een intense stimulatie aan elke gelt te geven door neus-neuscontact met de beer. De beer dient door het hok geleid te worden door de zeugenhouder terwijl deze de gelten controleert op berigheidssignalen en staan voor de man. Als richtlijn kan worden genomen 10 tot 15 minuten per hok met 6 tot 8 gelten. Het nummer van de gelten die berigheid tonen of staan voor de man dient genoteerd te worden op de hokkaart samen met de datum. Het effect van beerstimulatie wordt vergroot wanneer de gelten en de beer weg van elkaar worden gehuisvest behalve gedurende de stimulatie. Gewicht bij dekken Gezien het feit dat de gelten van tegenwoordig minder spek hebben is het van zeer groot belang dat ze voldoende gewicht hebben wanneer ze gedekt worden. Op deze manier hebben ze voldoende reserves, eiwit en energie, om zo goed door de eerste cyclus te komen. Tevens zorgt het ervoor dat er een maximale eerste worp geproduceerd kan worden, dat de levensduur en totale levensproductie verbeterd. Onderzoek aan de Universiteit van Alberta heeft uitgewezen dat het optimale gewicht van gelten bij eerste dekking 135 tot 150 kg is, op deze manier bereiken ze een gewicht van 180 tot 190 kg wanneer ze de eerste keer werpen. Leeftijd is niet de beperkende factor en hoeft daarom niet zozeer in acht genomen te worden. Gelten dienen de eerste keer gedekt te worden als ze tenminste twee berigheden gehad hebben. Vroeg beginnen met beerstimulatie zorgt voor goede berigheden en leidt tot betere eisprongen en worpgroottes. 15

15 Omgang Positief contact met mensen is een essentieel onderdeel van de procedure van integratie van gelten in de zeugenstapel. Onderzoek door Dr. Paul Hemsworth aan de Universiteit van Melbourne, Australië heeft uitgewezen dat voorzichtige, rustige omgang met gelten en zeugen leidt tot betere reproductieresultaten in vergelijking tot minimale omgang of negatief gedrag van de zeugenhouder/medewerker. Dit betekent dat, wanneer gelten worden geïntroduceerd, er dagelijks contact moet zijn door de gelten aan te raken, te aaien en zacht tegen ze te praten. Het belang van genetische eigenschappen Berigheid gerelateerde eigenschappen, zoals leeftijd bij geslachtsrijpheid en interval spenen tot dekken, zijn zeer belangrijke eigenschappen in het fokkerijdoel van Hypor sinds de introductie van BLUP in de fokkerij. Van deze eigenschappen is aangetoond, door BLUP, dat ze goed vererfbaar zijn. Dit heeft geresulteerd in gelten die hun eerste berigheid tonen op een ideale leeftijd, wat ertoe heeft geleid dat onze gelten gedekt kunnen worden bij hun derde berigheid. Onderzoek heeft aangetoond dat uitstellen van de eerste inseminatie tot de derde berigheid kan resulteren in ongeveer 0,25 extra biggen per worp voor elke overgeslagen berigheid en een zeug die beter ontwikkeld is voor een lang en productief leven. Bij Hypor is het percentage terugkomers laag, gemiddeld onder de 10%. Dit reduceert het aantal te vervangen zeugen waar geen rekening mee gehouden is, wat vervolgens een beter vervangingsbeleid mogelijk maakt en zorgt voor een betere leeftijdsopbouw van de zeugenstapel. Hypor gelten hebben het genetische potentieel voor uitstekende reproductieprestaties, voldoende aandacht en zorgvuldigheid voor geltenmanagement zullen leiden tot grote worpen en een lang en productief leven. Correct geltenmanagement is het startpunt van de weg die leidt tot maximaliseren van de speencapaciteit. 16

16 4. Factoren die van invloed zijn op toomgrootte en geboortegewicht Toomgrootte is een van de meest belangrijke factoren als het om maximalisatie van speencapaciteit gaat, omdat het aantal gespeende biggen per worp een van de belangrijkste componenten is in de berekening ervan. Het heeft echter weinig zin om op een grote toomomvang te richten, als dit leidt tot een onaanvaardbaar niveau van uitval ten gevolge van doodgeboorte en verhoogde uitval in de kraamstal. De Hypor fokkerij-index voorkomt dit door een gebalanceerde inweging van criteria zoals levend geboren, geboortegewicht en aantal gespeende biggen per worp. Bovendien zorgt een strenge selectie op aantal, kwaliteit en positie van spenen voor een zeug met een verbeterde aanleg voor melkproductie, wat weer resulteert in een verminderde uitval en een verhoogde kwaliteit van biggen op moment van spenen Genetische invloeden Het geboortegewicht is een belangrijk kenmerk dat van invloed is op de kwaliteit en het overlevingspercentage van biggen. Eigenschappen zoals het gemiddelde geboortegewicht en het totale geboorte gewicht hebben een redelijk hoge erfelijkheid, respectievelijk 0,25 en 0,15. De meeste zeugenhouders weten dan ook dat kleine biggen (< 800 gram) en niet-uniforme tomen de belangrijkste factoren zijn die voor hoge uitval van biggen zorgen voor het spenen. De erfelijkheid van deze factoren is ook vrij hoog, waaruit blijkt dat er hier ruimte is voor genetische verbetering. Eigenschappen zoals het aantal kleine biggen en de uniformiteit van de biggen bij de geboorte hebben een erfelijkheid van respectievelijk 0,10 en 0,07. Enkel en alleen de fokkerij richten op grote tomen leidt uiteraard tot een lager geboortegewicht en verminderde uniformiteit, omdat toomgrootte en bigkwaliteit eigenschappen zijn die negatief gecorreleerd zijn. Dat betekent dat een focus op een van deze eigenschappen direct een omgekeerd effect teweeg brengt voor de andere eigenschap. In het algemeen ligt de nadruk in de fokkerij op het creëren van hoger worpgewicht bij de geboorte, bereikt met biggen van goede 17

17 kwaliteit. Een worp van 15 kwalitatief goede biggen van 1,5 kg leidt tot een totaal toomgewicht van 22.5kg. Dit doel kan alleen bereikt worden door bij selectie op aantal levend geboren biggen niet toe te geven op vitaliteit en bigkwaliteit. Milieu-, voedings- en genetische factoren Terwijl genetica een van de belangrijkste componenten is ter bepaling van worpgrootte spelen daarnaast een aantal factoren zoals milieu, voer en management een zeer belangrijke rol om tot een goed bedrijfsresultaat te kunnen komen. Door te concentreren op de meest belangrijke ervan wordt het mogelijk om niet alleen toomgrootte te verhogen, maar belangrijker noch, ook de speencapaciteit te verbeteren. Het is voor zeugenhouder erg moeilijk om geboorte gewicht te beïnvloeden, maar er zijn wel enkele dingen die gedaan kunnen worden om geboortegewicht enigszins te sturen en tegelijkertijd de levensvatbaarheid van biggen bij de geboorte te verbeteren. Gewicht van de zeugen bij eerste dekking Het gewicht, conditie en leeftijd van de jonge zeugen bij eerste dekking zijn sterk van invloed op omvang van de eerste worp, daarnaast zijn deze factoren ook van grote invloed op de latere worpen. Inseminatiemoment en methode Het correct insemineren, uitgevoerd op het juiste moment van de bronstperiode zal resulteren in een hoger aantal bevruchte eicellen, wat weer leidt tot een grotere toomgrootte. Juiste aandacht voor bronstcontrole, sperma kwaliteit, hygiëne en inseminatie technieken, in het bijzonder beercontact, leiden al snel tot verbeterde resultaten. Gebruik van een dekprotocol, met duidelijke bepaling van beginpunt en eindpunt van bronst bij zeugen en gelten, waarbij rekening wordt gehouden met het effect van interval spenen tot dekken en met lengte van de berigheid zal zeker bijdragen tot de verbetering van het aantal levend geboren biggen. 18

18 Management voor verbeterde embryo overleving In de eerste stadia van de dracht nestellen de bevruchte eicellen zich in de wand van de baarmoeder, een proces dat tot ongeveer 28 dagen na bevruchting voortduurt. Tijdens deze periode van hun ontwikkeling zijn de embryo s zeer gevoelig en kunnen ze loskomen van de baarmoederwand en afsterven, tenzij de omstandigheden optimaal zijn. Daarom is het belangrijk dat zeugen niet verplaatst worden in de eerste 28 dagen van de dracht en dat hun omgeving zo rustig en ongestoord mogelijk blijft. Stress tijdens deze periode kan leiden tot een verlies van embryo s. Ook grote fluctuaties in temperatuur, gecombineerd met trek, kan leiden tot het terugkomen van de zeug. Uit onderzoek is gebleken dat aanwezigheid van een beer in het begin tot halverwege de dracht en goede verlichting de overleving van embryo s positief zouden kunnen beïnvloeden. 19

19 Voeding tijdens het begin van de dracht Tot voor kort werd algemeen aanbevolen om tijdens de eerste 21 tot 28 dagen van de dracht met een laag voerniveau te beginnen. Hierdoor zou de embryo-overleving positief beïnvloed worden. Uit recent onderzoek en uit praktische ervaringen met moderne hoogproductieve zeugen blijkt dit achterhaald te zijn. Een lagere voergift zou contraproductief kunnen werken en kunnen leiden tot een kleinere toomgrootte en een lager afbigpercentage. Een voeropname tussen 2,4 en 2,6 kg voor gelten en 2,6 tot 2,8 kg voor zeugen is de beste strategie voor het maximaliseren van de worpgrootte, maar verder onderzoek blijft nodig voor het geven van gedetailleerde adviezen. Aanvullende informatie kunt u verwachten in een later artikel in deze reeks Voeren van zeugen en gelten tijdens de dracht. Lactatieduur De lactatieduur is van grote invloed op de toomgrootte van de volgende worp. In de periode 14 tot 28 dagen na werpen, leidt elke extra zoogdag globaal tot 0,1 geboren big extra in de daaropvolgende worp. Dit effect verdwijnt bij een lactatieduur van meer dan 28 dagen. Het afwegen van de extra opbrengsten door verhoogde toomgrootte ten opzichte van de extra kosten door verlenging van de lactatieduur maakt dat een optimale lactatieduur rond de dagen moet liggen. Het is verder van belang dat varkenshouders de variatie in lactatieduur zoveel mogelijk beperken, omdat deze invloed heeft op groei na spenen, en biggenstroom naar biggenbatterij en afmest. Constante groepen biggen van gelijke leeftijd leidt tot meer uniformiteit in biggen en uiteindelijk tot verbeterde marges. Interval spenen dekken Het interval tussen spenen en dekken, of beter gezegd tussen spenen en vertonen van staande bronst is waarschijnlijk een van belangrijkste indicatoren voor het productieresultaat van een zeugenstapel, in het bijzonder de toomgrootte. De grootste worpen worden gerealiseerd wanneer het interval spenen dekken gemiddeld 6 dagen of minder is en wanneer 95% van de zeugen worden geïnsemineerd voor de zevende dag na het spenen. Van de vele factoren die hierop van invloed kunnen zijn is voeropname tijdens de lactatie een van de meest belangrijke. Hier wordt verder op in gegaan in een artikel later in deze reeks Voeren tijdens lactatie gericht op maximale voeropname 20

20 Het interval spenen dekken is in de Hypor fokwaarde schatting al geruime tijd een belangrijk punt geweest. Het heeft continue aandacht gehad met geringe selectiedruk. Toch is er door de jaren heen een aanzienlijke genetische verbetering gerealiseerd van ongeveer 1 tot 2 dagen op dit kenmerk. Uit de resultaten, van onze benchmark gegevens, blijkt dat de Hyporzeugen gemiddeld een kort interval van spenen tot dekken hebben van rond de 5,8 dagen. Een korter interval van spenen tot dekken resulteert daarmee samenhangende in een langere duur van de berigheid. Bij de jonge zeugen, in het bijzonder de gelten na de eerste keer spenen, duurt het iets langer om in bronst te komen. Deze groep dieren kan dus profiteren van wat extra aandacht. Een verhoogd lysine gehalte in het voer ( % totale lysine) of het bijvoeren van 0.5kg/dag van een geconcentreerde topdressing gedurende de laatste 7 dagen van de lactatie tot aan het moment van dekken, zal bijdragen aan een vermindering van het verlies aan lichaamsgewicht en dientengevolge leiden tot een eerdere berigheid na het spenen. Een zo hoog mogelijke voeropname tussen het spenen en dekken is ook van belang als het gaat om het maximaliseren van de toomgrootte. Tot vier keer per dag verstrekken voeren of ad libitum, verschaffen van genoeg en schoon water en goede hygiëne rond de voerbak, kunnen allemaal helpen om dit te bereiken. Het is aangetoond dat zeugen die tegelijkertijd gespeend worden en in groepen gehuisvest een korter interval spenen dekken vertonen dan zeugen die na spenen individueel in boxen worden gehuisvest. Voldoende lichtintensiteit (150 lux), voor een periode van uur per dag zal positief werken op de snelheid van berig worden. Beercontact en contact tussen gespeende zeugen onderling is ook belangrijk, vooral in de 2-3 dagen voor de verwachte berigheid. Leeftijdsopbouw van zeugenstapel naar cyclus Voor een productieve zeug stijgt de worpgrootte tot aan de vierde cyclus, daarna neemt deze geleidelijk af bij het ouder worden. Ook het aantal doodgeboren biggen stijgt met de leeftijd van de zeug en het geboortegewicht wordt meer variabel bij oudere zeugen. Voor het verkrijgen van consistente reproductieresultaten (toomgrootte en bigkwaliteit) binnen een bedrijf is het belangrijk dat de leeftijdsopbouw van zeugen naar cyclus constant is. Dit vereist een regelmatige instroom van jonge gelten in de zeugenpopulatie, een groot aantal zeugen in de range van cyclus 3-6 waar de productie maximaal is en het strikt uitvoeren van selectie en afvoer rond cyclus 7 en 8. Omgekeerd kan een onevenwichtige leeftijdsopbouw van zeugen, veroorzaakt door een ongelijke instroom van gelten of 21

21 door hoge uitval van jongere zeugen of door een slecht afvoerbeleid, leiden tot ongewenste grote variatie in toomgrootte en geboortegewicht. Dit heeft weer negatieve gevolgen voor de groei en voerconversie van biggen na het spenen. Meer informatie over leeftijdsopbouw van de zeugenstapel kunt u vinden in een later artikel in deze reeks Bereiken van een juiste leeftijdsopbouw in de zeugenstapel. Verhoging geboortegewicht biggen Geboortegewicht speelt een belangrijke rol als basis voor het speengewicht. Deze laatste speelt een sleutelrol in de uiteindelijke bepaling van de speencapaciteit. Hoewel geboortegewichten moeilijk te sturen zijn, zijn er verschillende methoden om ze enigszins te verbeteren. De meest bekende hiervan is verhogen van het voerniveau tijdens het einde van de dracht (laatste dagen), meestal tot rond 2,6-2,8 kg voor gelten en 2,8-3,0 kg voor zeugen. Hoewel het effect op geboortegewicht over het algemeen klein wordt verondersteld, lijkt deze aanpak een aantoonbaar positieve invloed te hebben op bigvitaliteit. Recent Frans onderzoek suggereert dat toevoeging van essentiële olie- en vetzuren aan het rantsoen (5%) zou kunnen leiden tot geringer aantal doodgeboren biggen, verlaging van uitval van kleinere biggen en verhoogd speengewicht. Het verstrekken van de juiste voerniveaus en intensieve monitoring van diergezondheid tijdens de gehele drachtperiode zullen ook bijdragen tot verhoging van het geboorte gewicht. De productie van grote tomen met kwalitatief hoogwaardige biggen met voldoende hoge, uniforme geboortegewichten is een belangrijk onderdeel in het proces van maximalisatie van speencapaciteit omdat het leidt tot het hoogste aantal en gewicht van de gespeende biggen. Extra aandacht voor de hierboven besproken punten in het dagelijkse management zal helpen dit doel te bereiken. 22

22 5. Het voeren van zeugen en gelten in de drachtfase De voercurves en het soort voer dat aan zeugen en gelten wordt verstrekt is van zeer grote invloed op meerdere aspecten van de prestaties. Worpindex, worpgrootte, geboortegewicht, speengewicht en de gezondheid zijn hiervan de belangrijkste. Van de huidige zeugen wordt verwacht dat ze grote worpen zware biggen spenen, dit vraagt om meer energie via het voer om deze topprestatie te realiseren. Tevens hebben de zeugen steeds minder vetreserves waardoor ze hier niet uit kunnen putten wanneer er niet aan de voerbehoefte wordt voldaan. Het gevolg is dat deze zeugen spierweefsel af gaan breken om aan energie te komen wat er weer voor zorgt dat de dieren zwakker worden en de prestatie niet optimaal is. Om een hoge speencapaciteit te bereiken en het aantal kilo s gespeende big tijdens het productieve leven van de zeug te maximaliseren moet het voermanagement afgestemd zijn op de nutritionele behoefte van de zeug gedurende alle fase van de productiecyclus. Vooral de lengte van het productieve leven van een zeug wordt verlengd wanneer de zeug op het juiste moment voldoende kan groeien en de conditie tijdens alle fases van het productieproces optimaal is afgestemd op een hoog productieniveau. Het hoofddoel van het voermanagement tijdens de drachtfase is dat de zeug de conditie (spekdikte en gewicht) die zij tijdens lactatie heeft verloren weer op niveau krijgt voor de volgende worp. Gelten moeten worden klaargemaakt voor hun eerste worp, conditie is onder normale omstandigheden geen probleem, maar ze dienen op gewicht gevoerd te worden zonder dat ze met een te ruime conditie in de kraamstal komen. Het overvoeren van gelten leidt tot een verminderde voeropname tijdens de eerste lactatie, een groter verlies van conditie gedurende de eerste lactatie, een langer interval tussen spenen en dekken en minder geboren biggen in de tweede worp. Dit betekent dat voor een gelt die bij dekken 135 tot 150 kg en bij werpen 180 tot 190 kg weegt een gemiddelde voeropname van 2,1 tot 2,3 kg toereikend is. Hierbij dient rekening gehouden te worden met de fase in de dracht, de inhoud van het voer en de omstandigheden waaronder de dieren gehouden worden. Ondanks dat de totale hoeveelheid voer wat tijdens de dracht opgenomen wordt het grootste effect heeft op het gewicht en de prestatie van de zeug is het gebruikelijk de voerhoeveelheid af te stemmen op de fase in de dracht en de conditie van de dieren. De spekdikte van de zeugen bij het spenen kan ook een goede richtlijn zijn voor het bepalen van de voerniveaus. Hierbij is het echter noodzakelijk dat er veel en betrouwbare gegevens beschikbaar zijn. 23

23 De hierna volgende informatie is bedoeld om u een richtlijn te geven van voerniveaus en de gevolgen ervan. Uiteindelijk dient het voermanagement met uw voerleverancier op bedrijfsniveau te worden afgestemd. Spenen tot dekken Het doel tijdens deze fase is het maximaliseren van de voeropname om het proces van conditieherstel te beginnen. Een hoog voerniveau (meer dan 3,5 kg) tussen spenen en dekken heeft bewezen dat het de eisprong verbetert, er meer eicellen vrijkomen en de overleving van de embryo s verbetert. Optimaal is dat de zeugen ad lib gevoerd worden. Individuele drinknippels verhogen de voeropname omdat het voer droog en fris blijft. Tijdens deze fase is het belangrijk dat er veel energie wordt opgenomen omdat dit de worpgrootte verbetert, waarschijnlijk omdat de follikelkwaliteit beter wordt. Een hoge energie opname kan het best gerealiseerd worden door lactatievoer door te voeren of het drachtvoer aan te vullen met een topdressing. Recent gepubliceerd onderzoek door Lindeman et al in de USA geeft aan dat het injecteren van gelten en eerste worps zeugen met Vitamine A bij spenen en dekken leidt tot significant grotere worpen in de opvolgende worp. Begin dracht Direct na het dekken dienen de voerniveaus verlaagd te worden. Er wordt nogal verschillend gedacht over wat de voerniveaus tot dag in de dracht zijn moeten. Uit het ene onderzoek komt naar voren dat een hoge voeropname leidt tot hogere embryonale sterfte terwijl ander onderzoek juist laat zien dat de overleving van embryo s beter wordt wanneer beperkt wordt tijdens de eerste 4 dagen na dekken. Recent onderzoek door Sorensen en Thorup in Denemarken laat zien dat het voeren van 3,8 kg per dag tot 28 dagen in de dracht leidt tot een stijging van de worpgrootte. Zulke resultaten zijn moeilijk te plaatsen omdat de conditie van de individuele zeugen in de zeugenstapel erg bepalend zijn, wanneer de conditie van een individuele zeug niet optimaal is leidt een hogere voeropname bijna altijd tot een betere worpindex en worpgrootte. Ondanks al het onderzoek is de algemene aanpak zeugen in goede conditie 2,3 kg te voeren en afhankelijk van conditie de voergift te verhogen naar 2,5 tot 2,8 kg. Omdat de huidige zeugen een lagere spekdikte hebben is het herstel van de conditie gedurende de dracht belangrijker dan focussen op embryonale sterfte. Voor gelten zijn er meer substantiële onderzoeksresultaten bekend dat een lage voeropname tijdens de eerste 21 dagen in de dracht de 24

24 embryo-overleving verbetert. Gezien deze feiten dienen gelten minimaal 2,0 kg voer per dag te krijgen tijdens de eerste 21 dagen in de dracht. Midden dracht Tijdens de periode van 29 tot 90 dagen in de dracht worden voerniveaus normaliter gebaseerd op cyclusnummer en conditie of spekdikte. Het doel in deze periode is het bereiken van de optimale conditie en/of spekdikte bij het werpen. De nutritionele behoefte voor de groei van de foetussen is relatief laag. In deze fase kunnen bedrijfsspecifieke voerniveaus gehanteerd worden gebaseerd op energieniveau in het voer, omgevingsfactoren zoals huisvesting, klimaat en seizoenen. Ervan uitgaande dat voor elke zeug op dag 28 het voerniveau is ingesteld kan na meten en/of wegen op dag 56 het voerniveau aangepast worden indien noodzakelijk. Einde dracht Vanaf dag 85 tot 90 in de dracht beginnen de biggen sneller te groeien in de baarmoeder. Dit betekent dat de nutriëntbehoefte van de zeug ook snel toeneemt. Deze toename van nutriëntbehoefte betekent dat de zeug meer voer nodig heeft. Het voerniveau van de zeugen dient verhoogd te worden naar tenminste 2,8 tot 3,0 kg en van de gelten naar 2,6 tot 2,8 kg. Wanneer dit niet gebeurt, zal de zeug haar eigen spek- en spierweefsel aanspreken voor de groei van de biggen, dit is niet gewenst zowel voor de conditie van de zeug als de kwaliteit van de nutriënten die de biggen krijgen. Zeugen die ruim in conditie zijn dienen minder voer te krijgen om uierproblemen in de lactatie te voorkomen. Op sommige bedrijven, vooral die met lage geboortegewichten, zal een verhoging van het voerniveau tot hogere geboortegewichten leiden. Dit effect is meestal niet erg groot. Recent Frans onderzoek spreekt dit tegen en wijst uit dat verhoging in voerniveau tijdens de laatste 15 dagen in de dracht leidt tot een makkelijker geboorteproces, minder dood geboren biggen en vitalere biggen. Overgang dracht naar lactatie De zeugen dienen vanaf het moment dat ze verplaatst zijn naar de kraamstal, liefst 7 dagen voor de verwachte werpdatum, direct op lactatievoer gezet te worden. Het is belangrijk dat ze een gelijke hoeveelheid energie verstrekt krijgen als aan het einde 25

25 van de dracht. Twee dagen voor de verwachte werpdatum wordt geadviseerd het voerniveau af te bouwen naar 1,8 kg per dag voor gelten en 2,0 kg per dag voor zeugen. Deze aanpassingen zijn nodig om zeker te zijn van een goede uierkwaliteit direct na het werpen. Overvoeren in deze fase kan leiden tot uierproblemen als uierontsteking en agalactia (het opdrogen van het uier na het werpen) wat weer leidt tot een lagere melkproductie, hogere uitval van biggen en lichtere biggen bij het spenen. Deze symptomen komen duidelijk vaker voor wanneer de zeugen te ruim in conditie zijn als gevolg van te veel voer in de dracht. Vlak voor het werpen is het risico op constipatie bij de zeugen groot, de mest wordt te hard en de zeug kan verstopt raken. De beschikbaarheid van voldoende en vers drinkwater van goede kwaliteit is essentieel om deze problemen te voorkomen. De waterafgifte van de nippel in het kraamhok moet minimaal 2,0 liter per minuut bedragen. Tevens kan een aangepast voer, transitie/pre-lac, deze problemen helpen te voorkomen. Toepassing van het juiste voermanagement tijdens de drachtfase draagt bij aan meerdere aspecten van speencapaciteit zoals; worpgrootte, aantal levend geboren biggen, speengewicht, levensduur van de zeug en de gezondheid van zeug en biggen. Commentaar Benny van Haandel (Manager, R&D and Breeding Hypor) De dagelijkse voeropname van zeugen is een belangrijk selectiekenmerk in zeugenlijnen. Het heeft een hoge erfelijkheidsgraad en is direct gerelateerd aan kenmerken als groei en voederconversie, terwijl voeropname tijdens de lactatie van invloed is op melkproductie, conditieverlies in de kraamstal, etc. Hypor werkt in haar fokprogramma aan een verhoging van de voeropnamecapaciteit maar houdt tegelijkertijd sterk rekening met de effecten op voederconversie. Eén van de resultaten hiervan is dat een Hyporzeug voer zeer efficiënt omzet in melk. De voeropname per dag is de laatste decennia steeds verder toegenomen. Het effect hiervan is dat de Hyporzeug onder moeilijke, (koude, warme of tropische) omstandigheden een goede voeropname blijft realiseren. Een gebalanceerde aanpak in de fokkerij, op speencapaciteit, voeropname en voerefficiëntie, heeft geresulteerd in een efficiënte zeug. De Hyporzeug heeft de kwaliteit en toewijding om onder sterk variërende omstandigheden een goede melkproductie te kunnen realiseren. Aandacht voor toomgroei van geboorte tot spenen heeft verder bijgedragen aan de verbetering van de totale melkproductie van de Hyporzeug. Om optimale technische en financiële resultaten te behalen is het noodzakelijk dat zeugen zoveel mogelijk melk produceren, melk is immers het beste en goedkoopste 26

26 biggenvoer. Uit de praktijk blijkt dat er zeugen zijn die meer melk produceren van een jaarlijkse voeropname van 1100 kg dan stalgenoten die 1250 kg per jaar opnemen. De toekomstige zeug zal in staat moeten zijn om voldoende voeropname capaciteit te combineren met een goede voederconversie. Dit moet in het fokdoel duidelijke aandacht hebben en heeft bij Hypor geleid tot een gebalanceerd fokdoel gericht op maximaliseren van speencapaciteit. 27

27 6. Terugbrengen aantal doodgeboren biggen In het algemeen heeft de stijging van worpgrootte de laatste jaren geleid tot een verhoging van het percentage doodgeboren biggen. Het is vandaag de dag normaal om 1,0 doodgeboren big of meer per worp te hebben. Dit blijkt uit bedrijfsresultaten van individuele bedrijven en fokkerijdata. Door een gedegen focus in het fokprogramma en goed management biedt dit gegeven kansen voor verbetering van de speencapaciteit. In het Hypor fokprogramma is aantal levend geboren biggen per worp een belangrijk selectiecriterium. In combinatie met het totaal aantal geboren biggen zorgt dit ervoor dat het percentage doodgeboren biggen per worp binnen aanvaardbare grenzen blijft. Enkel een focus op worpgrootte brengt met zich mee dat de geboortegewichten naar beneden gaan en dat de uniformiteit van de worp af zal nemen. Worpgrootte en bigkwaliteit zijn namelijk negatief aan elkaar gecorreleerd. Teveel focus op één enkel criterium heeft een negatief effect op andere, tevens zeer belangrijke, criteria. Het geboortegewicht is een criterium dat een heel belangrijke rol speelt in de bepaling van bigkwaliteit en bigoverleving. Een kenmerk als gemiddeld geboortegewicht en totaal geboortegewicht hebben een relatief hoge erfelijkheid van respectievelijk 0,25 en 0,15. Kenmerken als aantal lichte biggen onder 800 gram of verschil in geboortegewicht binnen worp blijken ook erfelijk te zijn, wat inhoudt dat er potentie is voor genetische vooruitgang. De genoemde kenmerken hebben een erfelijkheid van respectievelijk 0,10 en

28 Goed management is een must Het toepassen van de goed management voor en tijdens het werpen is ook een zeer belangrijke factor. Terugbrengen van doodgeboren met 0,3 big per worp, wat relatief eenvoudig te realiseren is op de meeste bedrijven, leidt tot 1,4 biggen meer gespeende biggen per zeug gedurende haar productieve leven en geeft een verhoging van de speencapaciteit met bijna 10 kilo. Doodgeboren biggen worden gedefinieerd als biggen die tijdens het werpproces doodgaan doordat de bloedtoevoer van de placenta afneemt of wegvalt door het samentrekken van de baarmoeder. Er zijn meerdere factoren die van invloed zijn op het aantal dood geboren biggen, de meest zijn gerelateerd aan de zeug en het werpproces. Het worpnummer heeft het grootste effect omdat het aantal dood geboren biggen na de tweede worp gestaag oploopt. Het hoogste aantal dood geboren biggen hebben zeugen van de 6 e worp en hoger. Zeugen die grote worpen produceren en zeugen die in eerdere worpen meer doodgeboren biggen hadden, hebben ook een verhoogde kans op doodgeboren biggen. Het aantal dood geboren biggen is sterk gerelateerd aan de tijd die het werpproces in beslag neemt. Normaal is de duur van het werpproces 2 tot 5 uur maar de meeste zeugen werpen binnen 2 tot 3 uur. Wanneer het werpproces langer in beslag neemt gaat dit gepaard met toename van doodgeboren biggen omdat het risico van het stoppen of verminderen van de bloedtoevoer groter wordt met de tijd. Een andere zeer belangrijke factor is de fase van het werpproces waarin een zeug zich bevindt. Bijna alle biggen die dood gaan tijdens het werpproces overlijden in het laatste deel van het werpproces en 70% bij de laatste drie biggen. Om het werpproces zo effectief mogelijk te managen dienen de zeugen met een verhoogde kans op doodgeboren biggen bekend te zijn. Op de zeugenkaart van oudere worps zeugen en zeugen met een geschiedenis van meer doodgeboren biggen een aantekening maken kan helpen om hier extra aandacht aan te besteden. 29

29 Controle Controle tijdens het werpen is essentieel om een verbetering van het aantal dood geboren biggen te bewerkstelligen. Dit houdt over het algemeen in dat het grootste deel van de worpen ingeleid dient te worden. Het is van belang dat de gemiddelde drachttijd per ras of per kruising bekend is binnen de zeugenstapel, maar ook per worpnummer, omdat ook hierin variatie zit op verschillende bedrijven. Om het maximale geboortegewicht te behalen is het zaak dat het inleiden zo laat mogelijk plaats vindt. Per bedrijf zal gekeken moeten worden wat het meest optimale moment is om de worpen in te leiden. De richtlijnen De hieronder opgesomde management maatregelen kunnen gebruikt worden om het aantal dood geboren biggen terug te brengen: Wanneer de zeug met het werpproces is begonnen de tijd noteren. Bij elke volgende controle weer tijd, aantal levend geboren biggen en dood geboren biggen op de zeugenkaart noteren. De controleur dient goed bekend te zijn met het werpproces zodat hij/zij snel kan ingrijpen bij abnormale situaties of problemen. In de beginfase van het werpproces is geboortehulp bijna nooit nodig. Een zeug dient het werpen zelf te doen, tenzij ze problemen lijkt te hebben of zich ongemakkelijk lijkt te voelen, dan is assisteren bij de geboorte gewenst. Als er 6 a 7 biggen geboren zijn en er ongeveer 20 minuten geen biggen (levend of dood) meer zijn geboren dient bij de geboorte geholpen te worden. Het tijdsinterval kan bijgesteld worden als dit uit de bedrijfsomstandigheden beter blijkt te zijn Goede hygiëne is van groot belang wanneer geboortehulp wordt toegepast. Het wassen van de vulva (en omgeving) met warm water en desinfectiemiddel behoren samen met het gebruik van een plastic handschoen en glijmiddel tot 30

VOERADVIES VOOR EFFICIËNTE VLEESVARKENSPRODUCTIE VOER- ADVIES TN50. April

VOERADVIES VOOR EFFICIËNTE VLEESVARKENSPRODUCTIE VOER- ADVIES TN50. April VOERADVIES VOOR EFFICIËNTE VLEESVARKENSPRODUCTIE VOER- ADVIES TN50 April 2016 E-mail: info@topigsnorsvin.com www.topigsnorsvin.com Inleiding Topigs Norsvin heeft het voeradvies van de TN50 zeugen in beeld

Nadere informatie

voeradvies voor efficiënte vleesvarkensproductie voeradvies tn50juni

voeradvies voor efficiënte vleesvarkensproductie voeradvies tn50juni voeradvies voor efficiënte vleesvarkensproductie voeradvies tn50juni 2017 E-mail: info@topigsnorsvin.nl www.topigsnorsvin.nl Inleiding Topigs Norsvin heeft het voeradvies van de TN50 zeugen in beeld gebracht

Nadere informatie

Symposium De juiste beerkeuze moderne middelen

Symposium De juiste beerkeuze moderne middelen Symposium De juiste beerkeuze 2013 moderne middelen 1 wereldspeler in KI 7.4 miljoen doses in 2012 3.800 beren waarvan 1400 in Nederland >1,3 miljoen zeugen ~40 miljoen vleesvarkens rol K.I. Gewenste genetica

Nadere informatie

TE VEEL DOODGEBOREN BIGGEN IS EEN PROBLEEM IS TE VEEL LEVEND GEBOREN BIGGEN DAT OOK

TE VEEL DOODGEBOREN BIGGEN IS EEN PROBLEEM IS TE VEEL LEVEND GEBOREN BIGGEN DAT OOK TE VEEL DOODGEBOREN BIGGEN IS EEN PROBLEEM IS TE VEEL LEVEND GEBOREN BIGGEN DAT OOK Opfok van overtallige en kleine biggen Jeroen Degroote Introductie 62% van de Vlaamse varkenshouders ervaart problemen

Nadere informatie

Kengetallen. Kengetallen in de zeugenstal. Verband economie en technische kengetallen? Hoe meer hoe beter? Productieoptimum? Less is more? Welke?

Kengetallen. Kengetallen in de zeugenstal. Verband economie en technische kengetallen? Hoe meer hoe beter? Productieoptimum? Less is more? Welke? Verband economie en technische kengetallen? Hoe meer hoe beter? Productieoptimum? Less is more? Kengetallen in de zeugenstal Sanne Van Beirendonck / Jos Van Thielen / Bert Driessen 2 Kengetallen Welke?

Nadere informatie

Moderne Fokkerij = Fokken op vitaliteit en bigoverleving. Datum: 9 juli Bedrijf: Peters van Dijk Vof

Moderne Fokkerij = Fokken op vitaliteit en bigoverleving. Datum: 9 juli Bedrijf: Peters van Dijk Vof Moderne Fokkerij = Fokken op vitaliteit en bigoverleving Datum: 9 juli Bedrijf: Peters van Dijk Vof Fokdoel TOPIGS Zelfredzame zeugen die storingsvrij produceren Levend geboren biggen stijgt Overleving

Nadere informatie

Help! Mijn zeugen in de kraamstal eten niet

Help! Mijn zeugen in de kraamstal eten niet Help! Mijn zeugen in de kraamstal eten niet Optimaal voederen rond werpen voor vitale biggen An Cools an.cools@ugent.be De zeug van de 21 e eeuw 240 dagen 115 dagen 5-7 dagen 1 big elke 30 min 21-28 dagen

Nadere informatie

Introductie. Trends: Meer biggen per zeug geboren Afname geboortegewicht Toename biggensterfte Mindere opstart van biggen speendip

Introductie. Trends: Meer biggen per zeug geboren Afname geboortegewicht Toename biggensterfte Mindere opstart van biggen speendip Introductie Trends: Meer biggen per zeug geboren Afname geboortegewicht Toename biggensterfte Mindere opstart van biggen speendip Toenemend aantal biggen, maar (nog) geen toenemend aantal speenplaatsen.

Nadere informatie

Agenda. Aantal geboren biggen neemt toe terwijl aantal arbeidsuren per zeugenplaats af neemt

Agenda. Aantal geboren biggen neemt toe terwijl aantal arbeidsuren per zeugenplaats af neemt Agenda 1. 2. Aantal geboren biggen neemt toe terwijl aantal arbeidsuren per zeugenplaats af neemt En toch is er nog winst te behalen bij de toppers Totaal geboren / worp 15,3 Dood geboren / worp 1,1 Sterfte%

Nadere informatie

TECHNISCHE KENGETALLEN IN DE ZEUGENHOUDERIJ

TECHNISCHE KENGETALLEN IN DE ZEUGENHOUDERIJ Tekst: Bert Driessen en Jos Van Thielen (Katholieke Hogeschool Kempen) TECHNISCHE KENGETALLEN IN DE ZEUGENHOUDERIJ TECHNISCHE KENGETALLEN Wat zijn kengetallen? Kengetallen zijn cijfers die uit de technische

Nadere informatie

Voeding van zeugen voor vitale biggen mogelijkheden en beperkingen

Voeding van zeugen voor vitale biggen mogelijkheden en beperkingen Inleiding Achtergrond, ontwikkeling biggenproductie Voeding van zeugen voor vitale biggen mogelijkheden en beperkingen SFR themadag 24 januari 8 aul Bikker en Godelieve Kranendonk Invloed voeding (energievoorziening)

Nadere informatie

PIC FLANK-TO-FLANK TAPE

PIC FLANK-TO-FLANK TAPE Name of the Chapter INTRODUCTION Hier begint de tekst... PIC FLANK-TO-FLANK TAPE 1-15 Inhoudsopgave Name of the Chapter Never Stop Improving Inhoudsopgave Inleiding... Gelten opfok... Het gebruik van de

Nadere informatie

Nieuwsbrief. Voorwoord. Demoproject Wekensystemen: keuze in functie van rendabiliteit en arbeid. In dit nummer: Voorwoord 1 Algemeen.

Nieuwsbrief. Voorwoord. Demoproject Wekensystemen: keuze in functie van rendabiliteit en arbeid. In dit nummer: Voorwoord 1 Algemeen. Projectpartners: Maart 2016 Nieuwsbrief Demoproject Wekensystemen: keuze in functie van rendabiliteit en arbeid Voorwoord Beste lezer, In het kader van het Demonstratieproject Wekensystemen: keuze in functie

Nadere informatie

Meer big met dezelfde kilo s voer! Rick Königkrämer 16 maart 2016 Varkens.nl

Meer big met dezelfde kilo s voer! Rick Königkrämer 16 maart 2016 Varkens.nl Meer big met dezelfde kilo s voer! Rick Königkrämer 16 maart 2016 Varkens.nl Focus Specialist in varkensvoeders Specialist in rundvee- en konijnenvoeders Wie is Fransen Gerrits? o De ondernemende voerspecialist

Nadere informatie

Effect van voer tijdens de biggenopfok op mesterijresultaten

Effect van voer tijdens de biggenopfok op mesterijresultaten Effect van voer tijdens de biggenopfok op mesterijresultaten Introductie Er wordt veel over gespeculeerd, maar het is tot op heden niet goed bekend wat het effect van voeding in de biggenopfok is op de

Nadere informatie

Genetica staat aan de basis van uw resultaat. Roy Strikkeling. Area Sales Manager EXPECT MORE

Genetica staat aan de basis van uw resultaat. Roy Strikkeling. Area Sales Manager EXPECT MORE Genetica staat aan de basis van uw resultaat Roy Strikkeling Area Sales Manager EXPECT MORE 1 Agenda Research & Technology Ontwikkelingen in de fokkerij Resultaten uit het veld Conclusies 2 Hendrix Genetics

Nadere informatie

Melkproductieproblemen bij zeugen; achtergronden en oplossingen vanuit de farmaceutische industrie.

Melkproductieproblemen bij zeugen; achtergronden en oplossingen vanuit de farmaceutische industrie. Melkproductieproblemen bij zeugen; achtergronden en oplossingen vanuit de farmaceutische industrie. Drs. Harm Voets Boehringer Ingelheim Animal Health Corporate Marketing Doel Definities en achtergronden

Nadere informatie

Een goede big. Roos Vogelzang TOPIGS Research Center IPG. 23 april 2014

Een goede big. Roos Vogelzang TOPIGS Research Center IPG. 23 april 2014 Een goede big Roos Vogelzang TOPIGS Research Center IPG 23 april 2014 Wat is een goede big? Wat is een goede big? Hoe kies je 250 biggen uit 1000 biggen? Gezondheid Geslacht Genetica Pariteit zeug Gewicht

Nadere informatie

NORMEN EN ECONOMISCHE WAARDERINGEN VOOR: DE RENTABILITEITSINDEX 2011 en HET PRODUCTIEGETAL 2012 ZEUGENHOUDERIJ

NORMEN EN ECONOMISCHE WAARDERINGEN VOOR: DE RENTABILITEITSINDEX 2011 en HET PRODUCTIEGETAL 2012 ZEUGENHOUDERIJ NORMEN EN ECONOMISCHE WAARDERINGEN VOOR: DE RENTABILITEITSINDEX 2011 en HET PRODUCTIEGETAL 2012 ZEUGENHOUDERIJ Wageningen UR Livestock Research berekent jaarlijks de waarderingsnormen voor de rentabiliteitsindex

Nadere informatie

Kengetallen: Welke zijn bepalend voor de evaluatie van de bedrijfsvoering? Isabelle Degezelle 27 nov 2015

Kengetallen: Welke zijn bepalend voor de evaluatie van de bedrijfsvoering? Isabelle Degezelle 27 nov 2015 Kengetallen: Welke zijn bepalend voor de evaluatie van de bedrijfsvoering? Isabelle Degezelle 27 nov 2015 Bedrijfsvoering EVENWICHT ZOEKEN KOSTEN BATEN Meten is weten wanneer je weet wat je meet!!! Kengetallen

Nadere informatie

Tn70-zeugen voeding & management. voer handleiding. April

Tn70-zeugen voeding & management. voer handleiding. April Tn70-zeugen voeding & management voer handleiding tn70 April 2016 E-mail: info@topigsnorsvin.com www.topigsnorsvin.com Inleiding Het geven van een voer richtlijn op basis van de nutriëntenbehoeften van

Nadere informatie

Presentatie karkaskwaliteit Praktijknetwerk Karkaskwaliteit. Erna van Brenk & Gert Hemke

Presentatie karkaskwaliteit Praktijknetwerk Karkaskwaliteit. Erna van Brenk & Gert Hemke Presentatie karkaskwaliteit Praktijknetwerk Karkaskwaliteit Erna van Brenk & Gert Hemke Agenda Farmingnet Waar staan we nu Verschillen Karkaskenmerken Verschillen management, voer, gezondheid Correlatie

Nadere informatie

Module Voeren naar behoefte varkens

Module Voeren naar behoefte varkens Module Voeren naar behoefte varkens De CO 2 -voetafdruk van dit drukwerk is berekend met ClimateCalc en gecompenseerd bij: treesforall.nl www.climatecalc.eu Cert. no. CC-000057/NL Colofon Auteur Jolanda

Nadere informatie

Inspiratie voor een bezoek aan Varkens Innovatie Centrum Sterksel

Inspiratie voor een bezoek aan Varkens Innovatie Centrum Sterksel Inspiratie voor een bezoek aan Varkens Innovatie Centrum Sterksel Voorbeelden van onderwerpen en projecten Introductie Een bezoek aan Varkens Innovatie Centrum Sterksel is een inspirerende ervaring. Op

Nadere informatie

We gaan vooruit! Voeding en bigkwaliteit. Kennissessie biggenopfok maandag 7 december Albert Timmerman

We gaan vooruit! Voeding en bigkwaliteit. Kennissessie biggenopfok maandag 7 december Albert Timmerman We gaan vooruit! Voeding en bigkwaliteit Kennissessie biggenopfok maandag 7 december Albert Timmerman In 10 stappen naar kwaliteitsbiggen Stap 1 Eerste brandstof Biestopname: big moet 24 uur na geboorte

Nadere informatie

Voeding in relatie tot bigvitaliteit. Edy Bouman

Voeding in relatie tot bigvitaliteit. Edy Bouman Voeding in relatie tot bigvitaliteit Edy Bouman Inhoudsopgave Wat is bigvitaliteit? Definitie Waarom aandacht voor bigvitaliteit Hoe kun je het meten? Resultaten bigwegingen Voeding i.r.t. bigvitaliteit:

Nadere informatie

Groepshuisvesting dragende zeugen. Praktijkcentrum Sterksel

Groepshuisvesting dragende zeugen. Praktijkcentrum Sterksel Groepshuisvesting dragende zeugen Inhoud presentatie groepshuisvesting Doel onderzoek Bezochte bedrijven Conclusies Succesfactoren voor groepshuisvesting vroege dracht Factoren die nader onderzoek vragen

Nadere informatie

DanBred Fokprogramma. Feiten over het hoogkwaliteits Deens fokprogramma. Vermenigvuldigings populatie Kernpopulatie

DanBred Fokprogramma. Feiten over het hoogkwaliteits Deens fokprogramma. Vermenigvuldigings populatie Kernpopulatie Fokprogramma Vermenigvuldigings populatie Kernpopulatie Commerciële populatie Nationaal comité voor varkensproductie Vleesvarkens Consumenten producten Feiten over het hoogkwaliteits Deens fokprogramma

Nadere informatie

Meten van voerefficiëntie voor betere benutting eigen ruwvoer. Meten van voerefficiëntie voor betere benutting eigen ruwvoer

Meten van voerefficiëntie voor betere benutting eigen ruwvoer. Meten van voerefficiëntie voor betere benutting eigen ruwvoer Meten van voerefficiëntie voor betere benutting eigen ruwvoer Januari 2013 Meten van voerefficiëntie voor betere benutting eigen ruwvoer Herman van Schooten (WUR-LR) Hans Dirksen (DMS) Januari 2013 Inleiding

Nadere informatie

Presentatie bigvitaliteit 22 oktober 2013 Edy Bouman

Presentatie bigvitaliteit 22 oktober 2013 Edy Bouman Presentatie bigvitaliteit 22 oktober 2013 Edy Bouman Inhoudsopgave Wat is bigvitaliteit? Definitie Waarom aandacht voor bigvitaliteit Hoe kun je het meten? Resultaten bigwegingen Voeding i.r.t. bigvitaliteit:

Nadere informatie

BIEST: EEN CRUCIAAL SAMENSPEL TUSSEN ZEUG EN BIG

BIEST: EEN CRUCIAAL SAMENSPEL TUSSEN ZEUG EN BIG Tekst: Sarah De Smet (Varkensloket), Suzy Van Gansbeke & Tom Van den Bogaert (Vlaamse Overheid, Departement Landbouw en Visserij, Afdeling Duurzame Landbouwontwikkeling), Ruben Decaluwé (UGent Faculteit

Nadere informatie

De vergrotingseffecten van een prestarter

De vergrotingseffecten van een prestarter De vergrotingseffecten van een prestarter Inhoud Het probleem Waarom een prestarter voeren in de kraamstal? De vergrotingseffecten van een prestarter Inhoud Het probleem Waarom een prestarter voeren in

Nadere informatie

Kengetallen. E-12 Inseminatiewaarde en Gebruikswaarde

Kengetallen. E-12 Inseminatiewaarde en Gebruikswaarde Kengetallen E-12 Inseminatiewaarde en Gebruikswaarde Inleiding Jaarlijks wordt circa 30% van de melkveestapel afgevoerd en vervangen door hoogdrachtige vaarzen. De afvoer van een koe kan gedwongen zijn

Nadere informatie

Gezonde biggen voor gezond vlees. Coppens Symposium Januari 2012

Gezonde biggen voor gezond vlees. Coppens Symposium Januari 2012 Gezonde biggen voor gezond vlees Coppens Symposium Januari 2012 Agenda Introductie Invloed van de big op gezond vlees Licht geboren biggen Maatregelen in de stal Introductie Even voorstellen Trouw Nutrition

Nadere informatie

Tot 10 euro extra per vleesvarken dankzij een goede eindbeer! Sander Palmans, Steven Janssens, Sam Millet, Jef Van Meensel

Tot 10 euro extra per vleesvarken dankzij een goede eindbeer! Sander Palmans, Steven Janssens, Sam Millet, Jef Van Meensel Tot 10 euro extra per vleesvarken dankzij een goede eindbeer! Sander Palmans, Steven Janssens, Sam Millet, Jef Van Meensel Hoe belangrijk is de keuze van de eindbeer voor de uiteindelijke bedrijfsresultaten?

Nadere informatie

Voeding van kraamzeugen in groepshuisvesting. Jorine Rommers, Carola van der Peet-Schwering, Nicoline Soede

Voeding van kraamzeugen in groepshuisvesting. Jorine Rommers, Carola van der Peet-Schwering, Nicoline Soede Voeding van kraamzeugen in groepshuisvesting Jorine Rommers, Carola van der Peet-Schwering, Nicoline Soede Overzicht presentatie Aanleiding onderzoek GHV kraamzeugen Resultaten literatuuronderzoek naar

Nadere informatie

Voeding van zeugen in de kraamstal

Voeding van zeugen in de kraamstal Voeding van zeugen in de kraamstal Dr. Sam Millet Eenheid Dier, Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek Drs. Ir. An Cools Labo Diervoeding Faculteit Diergeneeskunde, UGent Vragen??? Waarom problemen

Nadere informatie

Duurzaam fokken met de Bonte Bentheimer

Duurzaam fokken met de Bonte Bentheimer Duurzaam fokken met de Bonte Bentheimer Jan ten Napel Inleiding Kleine en jonge rasvereniging Hoe bereik je vanuit die situatie een duurzame fokkerij van Bonte Bentheimers? Studie HAS-kennistransfer Den

Nadere informatie

Redden van biggen via COUVEUSE systeem

Redden van biggen via COUVEUSE systeem Redden van biggen via COUVEUSE systeem Dr. Ir. D. FREMAUT Hogeschool Gent 1 Noodzaak Wat met overtallige biggen? Toegenomen toomgrootte toegenomen sterfte Sterfte : tijdens de geboorte Sterfte na de geboorte

Nadere informatie

Minder biggensterfte in de Nederlandse zeugenhouderij

Minder biggensterfte in de Nederlandse zeugenhouderij Minder biggensterfte in de Nederlandse zeugenhouderij Analyse en plan van aanpak Stuurgroep bigvitaliteit 12 November 2009. Minder biggensterfte in de Nederlandse zeugenhouderij Analyse en plan van aanpak

Nadere informatie

Huisvesting en klimaat: wat kan ik morgen doen?

Huisvesting en klimaat: wat kan ik morgen doen? Huisvesting en klimaat: wat kan ik morgen doen? Anita Hoofs Presentatie Succesfactoren huisvesting Vlotte partus Goede start biggen Voorbereiden op een leven zonder zeug Succesfactoren Profit 1.... 2....

Nadere informatie

Fokkersclub van het Nederlands Landvarken

Fokkersclub van het Nederlands Landvarken concept Fokkerijreglement Fokkersclub van het Nederlands Landvarken Ingangsdatum: april 2015. 1 1: Fokkersclub De leden welke zich mede inzetten voor het behoud van het Nederlands Landvarken zijn lid van

Nadere informatie

Voeren als basis voor gezonde varkens

Voeren als basis voor gezonde varkens Voeren als basis voor gezonde varkens De varkenshouderij in 2020.. Gezonde varkens en weinig antibiotica 4 Maart 2015 Ir. Jos Michels Nutritionist varkens Agrifirm Feed Agenda A: Basis vitaal geboren big

Nadere informatie

Groepshuisvesting & Vloervoedering

Groepshuisvesting & Vloervoedering Groepshuisvesting & Vloervoedering Vulling emmer: Systeem niet optimaal voor groepshuisvesting in de vroege dracht: geen gegarandeerde stabiele hoeveelheid voeropname per zeug per dag Kleine stabiele groepen:

Nadere informatie

Proefverslag 350 VERLAGING VAN HET RUW EIWITGEHALTE IN VOEDER VOOR LACTERENDE ZEUGEN. Inleiding. Proefopzet Proefdieren. Proefbehandelingen lactatie

Proefverslag 350 VERLAGING VAN HET RUW EIWITGEHALTE IN VOEDER VOOR LACTERENDE ZEUGEN. Inleiding. Proefopzet Proefdieren. Proefbehandelingen lactatie Proefverslag 350 VERLAGING VAN HET RUW EIWITGEHALTE IN VOEDER VOOR LACTERENDE ZEUGEN (proef VFB-31; PV-350; Y1992) december 1992 auteurs: ir. C.H.M. Smits dr. ir. P.J. van der Aar Inleiding Het systeem

Nadere informatie

CAV Support. Samen naar een optimaal rendement. www.cavdenham.nl. Periodiek magazine van C.A.V. Den Ham Editie 11

CAV Support. Samen naar een optimaal rendement. www.cavdenham.nl. Periodiek magazine van C.A.V. Den Ham Editie 11 C Support eriodiek magazine van C... Den Ham Editie 11 Opstart hennen Een goede start is van levensbelang! 4 Terugbrengen aantal doodgeboren biggen 6 itamines- en mineralenvoeding voor rundvee 8 Samen

Nadere informatie

Reproductie Management Cursus

Reproductie Management Cursus Reproductie Management Cursus Arno Joosten 27 februari 2013 Programma Opening Anatomie, fysiologie en hormoonhuishouding Film, de praktijk PIGSIS Doel van de cursus Kennis Reproductieresultaten Programma

Nadere informatie

Programma: SPONSORS. Ontwikkelingen GES 2015. GES organisatie. Agenda. Quotum eraf, fosfaat erop? Apeldoorn 4 november 2015

Programma: SPONSORS. Ontwikkelingen GES 2015. GES organisatie. Agenda. Quotum eraf, fosfaat erop? Apeldoorn 4 november 2015 10.00 - Geart Benedictus: Welkom Programma: Quotum eraf, fosfaat erop? Toekomst fokkerij? Apeldoorn 4 november 2015 10.05 - Jan Huitema (melkveehouder en Europarlementariër) 10.35 - Bonny van Ranst (melkveehouder

Nadere informatie

Nedap Varkens Prestatie Test

Nedap Varkens Prestatie Test Complete oplossingen voor varkenshouderij Nedap biedt middels elektronische individuele dieridentificatie efficiënte en slimme oplossingen voor dierverzorging in de gehele varkenshouderij. Nedap Varkens

Nadere informatie

SFR VOEDING VAN OPFOKZEUGEN. 1. Inleiding

SFR VOEDING VAN OPFOKZEUGEN. 1. Inleiding SFR-2005-19 VOEDING VAN OPFOKZEUGEN 1. Inleiding Per jaar wordt 40 50% van de zeugenstapel vervangen. De vervanging van een opfokzeug kost 108,00 per gemiddeld aanwezige zeug per jaar bij een vervangingspercentage

Nadere informatie

Preventie 2.0. Voer voor gezonde darmen. Hoe voorkomt u dat infecties binnenkomen op uw bedrijf en omslaan in ziektes?

Preventie 2.0. Voer voor gezonde darmen. Hoe voorkomt u dat infecties binnenkomen op uw bedrijf en omslaan in ziektes? Preventie 2.0 Voer voor gezonde darmen Hoe voorkomt u dat infecties binnenkomen op uw bedrijf en omslaan in ziektes? Neem een kijkje in onze innovatieve keuken Even voorstellen: Evelien Alderliesten Master

Nadere informatie

Fokkerijkansen voor de geit

Fokkerijkansen voor de geit Fokkerijkansen voor de geit Kor Oldenbroek Symposium duurzame toekomst geitenrassen 12 november 2016, Putten Centrum voor Genetische Bronnen, Nederland (CGN) CV Kor Oldenbroek IVO in Zeist/ASG Lelystad

Nadere informatie

31 Technische resultaten

31 Technische resultaten 31 Technische resultaten De varkenshouderij heeft gedurende de laatste drie decennia een indrukwekkende vooruitgang geboekt. In deze periode, waarin het totaal aantal varkens en het aantal varkens per

Nadere informatie

Een leven vol uitdagingen vanaf dag 1

Een leven vol uitdagingen vanaf dag 1 HET LEVEN BEGINT ME ET VIDA Een leven vol uitdagingen vanaf dag 1 In alsmaar grotere tomen staan jonge biggen vanaf de eerste levensdag voor serieuze uitdagingen. Direct na de geboorte is het zaak om voldoende

Nadere informatie

Maatschap Teunissen. Zeugen- en vleesvarkenshouderij te Zevenaar en Wehl. Even voorstellen

Maatschap Teunissen. Zeugen- en vleesvarkenshouderij te Zevenaar en Wehl. Even voorstellen Maatschap Teunissen Zeugen- en vleesvarkenshouderij te Zevenaar en Wehl Even voorstellen Wij zijn Marco en Ina Teunissen, 45 en 42 jaar, gehuwd en met onze 2 kinderen woonachtig op ons vleesvarkensbedrijf

Nadere informatie

Kengetallen. E-13 Voortplanting

Kengetallen. E-13 Voortplanting Kengetallen E-13 Voortplanting Inleiding Op melkveebedrijven wordt jaarlijks een aanzienlijke schade geleden als gevolg van een niet optimale tussenkalftijd en een voortijdige afvoer van koeien die niet

Nadere informatie

Gezondheidsmanagement. Paul van der Meijden

Gezondheidsmanagement. Paul van der Meijden Gezondheidsmanagement Paul van der Meijden Paul van der Meijden Varkenshouder Franchise gever Franchise nemer Elite concept Afname Elite gelten Speenbiggen productie volgens Elite concept Elite zorgt voor

Nadere informatie

Vruchtbaarheidsindex 2008 voor schapen

Vruchtbaarheidsindex 2008 voor schapen Vruchtbaarheidsindex 008 voor schapen S. Janssens, 0/0/009 Onderzoeksgroep Huisdierengenetica, departement Biosystemen, K.U.Leuven Inleiding De index voor vruchtbaarheid, afgekort als, wordt berekend na

Nadere informatie

C. Management kraamstal

C. Management kraamstal A. Partusinductie B. Partushulp C. Management kraamstal 1 A. Partusinductie 1. Inleiding 2. Mechanisme 3. Voordelen 4. Methodes 5. Nadelen/gevaren 2 1. Inleiding Vlaanderen: 30% bedrijven doet partusinductie

Nadere informatie

Nieuwe fokwaarden, hoe te lezen?

Nieuwe fokwaarden, hoe te lezen? Nieuwe fokwaarden, hoe te lezen? Bijeenkomst Studieclub Geitenhouderij 23 juni 2015 Jan ten Napel, senior genetics researcher Fokken of gokken? De melkgeitenhouderij moet zich steeds aanpassen om voorbereid

Nadere informatie

Partusinductie I N L E I D I N G WAT W A A R O M H O E G E V A R E N C O N C L U S I E S

Partusinductie I N L E I D I N G WAT W A A R O M H O E G E V A R E N C O N C L U S I E S I N L E I D I N G WAT W A A R O M H O E G E V A R E N C O N C L U S I E S Inleiding Drachtduur: 114-116 dagen 10% van de zeugen

Nadere informatie

Huisvesting en klimaat

Huisvesting en klimaat Huisvesting en klimaat Anita Hoofs Presentatie Succesfactoren huisvesting-klimaat Vlotte partus Goede start biggen (biestopname) Lage uitval biggen Biggen voorbereiden op een leven zonder zeug Vaste voeropname

Nadere informatie

Twan van Dijk

Twan van Dijk Twan van Dijk twan@agrisyst.com +31 6 2462 6553 AgriSyst Data Oplossingen slachtdata voer medicijnen water boekhouding ZMS Excel DATA INFO Management Rapport & Monitor 400.000 Nederlandse zeugen Zeer flexibel

Nadere informatie

Verloskunde. Cavia en hamster. Klas 43DP

Verloskunde. Cavia en hamster. Klas 43DP Verloskunde Cavia en hamster Klas 43DP Inhoudsopgave 1. De voortplanting bij de cavia... 3 1.1 De oestrische cyclus... 3 1.2 De dracht... 3 1.3 De bevalling... 4 2. De voortplanting bij de hamster... 5

Nadere informatie

Nedap Varkens Voer station. Complete oplossingen voor varkenshouderij

Nedap Varkens Voer station. Complete oplossingen voor varkenshouderij Complete oplossingen voor varkenshouderij Nedap biedt middels elektronische individuele dieridentificatie efficiënte en slimme oplossingen voor dierverzorging in de gehele varkenshouderij. Nedap Varkens

Nadere informatie

Praktijkproef Baby Big XL

Praktijkproef Baby Big XL Praktijkproef Baby Big Om een duidelijker beeld te krijgen van de prestaties van biggen, gevoerd met Baby Big en de gebruikelijke kleine korrel, zijn 12 verschillende praktijkproeven opgezet op 11 bedrijven.

Nadere informatie

Dit demonstratieproject werd medegefinancierd door Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling: Europa investeert in zijn platteland

Dit demonstratieproject werd medegefinancierd door Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling: Europa investeert in zijn platteland Beste lezer, In het kader van het ADLO Demonstratieproject Optimalisatie van het houden van intacte beren en immunocastraten bezorgen we u graag een vijfde nummer van onze nieuwsbrief ivm de invloed van

Nadere informatie

Marktsituatie en biggenstromen vanuit Nederland

Marktsituatie en biggenstromen vanuit Nederland Marktsituatie en biggenstromen vanuit Nederland Benny ten Thije Select Porc B.V. -> Va-handel Dijk Biggenbemiddeling in binnen- en buitenland Varkensproductie Varkensproductie wereldwijd - 1,3 miljard

Nadere informatie

4 Groepsgewijs management

4 Groepsgewijs management 4 Groepsgewijs management 4.1 Inleiding Het traditionele en vertrouwde managementsysteem is het éénwekensysteem. Wekelijks vinden in dit systeem de drie grote activiteiten plaats: bronstcontrole en insemineren,

Nadere informatie

Know your pig. Control your farm.

Know your pig. Control your farm. Know your pig. Control your farm. Voerstation: individueel voeren in groepshuisvesting Berigheidsdetectie: herkennen en markeren van berige zeugen Zeugen separatiestation: automatisch separeren in groepshuisvesting

Nadere informatie

Workshop Voerligboxen met uitloop

Workshop Voerligboxen met uitloop Workshop Voerligboxen met uitloop Succesfactoren Drachtstal na 4 Succesfactoren opfok Boxadaptatie Geef gelten de kans om aan de box te wennen. Dit kost tijd en moeite. Zeker bij jonge dieren. Een eerste

Nadere informatie

De erfelijke aanleg voor aantal geboren lammeren bij vleesschapen

De erfelijke aanleg voor aantal geboren lammeren bij vleesschapen De erfelijke aanleg voor aantal geboren lammeren bij vleesschapen S. Janssens, maart Onderzoeksgroep Huisdierengenetica, departement Biosystemen, KU Leuven www.huisdierengenetica.be Vruchtbaarheidsindex

Nadere informatie

Gebruik van de mestuitscheidingsbalans van het subtype andere voeder- en/of exploitatietechniek voor de diergroep varkens

Gebruik van de mestuitscheidingsbalans van het subtype andere voeder- en/of exploitatietechniek voor de diergroep varkens Gebruik van de mestuitscheidingsbalans van het subtype andere voeder- en/of exploitatietechniek voor de diergroep varkens In het kader van de mestuitscheidingsbalans van het subtype andere voeder- en/of

Nadere informatie

taal VOer Kostenbewust biggen produceren Familie Logie: 4 Gerichte aanpak op hoogproductieve bedrijven Alpha 1, voor het behalen van topresultaten 10

taal VOer Kostenbewust biggen produceren Familie Logie: 4 Gerichte aanpak op hoogproductieve bedrijven Alpha 1, voor het behalen van topresultaten 10 NR 0 Uitgave van Forfarmers Hendrix BELGIE VOer taal Familie Logie: Kostenbewust biggen produceren Gerichte aanpak op hoogproductieve bedrijven Alpha, voor het behalen van topresultaten Inhoud 0 Interview:

Nadere informatie

AFLEVERSTRATEGIE BIJ VLEESVARKENS

AFLEVERSTRATEGIE BIJ VLEESVARKENS Spekdikte (gem 12,1) Spekdikte (gem 13,5) Tekst: Norbert Vettenburg (Departement Landbouw en Visserij), Jos Van Thielen (KULeuven/Thomas More) en Bruno Vandorpe (Vives) AFLEVERSTRATEGIE BIJ VLEESVARKENS

Nadere informatie

DE JUISTE BEER OP HET JUISTE VOEDER?

DE JUISTE BEER OP HET JUISTE VOEDER? Tekst: Sander Palmans (KU Leuven), Steven Janssens (KU Leuven) Jef Van Meensel en Sam Millet (ILVO) DE JUISTE BEER OP HET JUISTE VOEDER? Hoe representatief is de fokwaardeschatting van eindberen voor praktijkbedrijven?

Nadere informatie

Huisvesting en verzorging van vitale biggen

Huisvesting en verzorging van vitale biggen Huisvesting en verzorging van vitale biggen Kennissessie Varkens.nl Maart 2017, Herman Vermeer, Wageningen Livestock Research Opbouw presentatie Even voorstellen... Kwetsbare momenten in het biggenleven:

Nadere informatie

Hygiëne; werken met mensen. Kennissessies februari 2017 Varkens.nl

Hygiëne; werken met mensen. Kennissessies februari 2017 Varkens.nl Hygiëne; werken met mensen Kennissessies februari 2017 Varkens.nl aab bc d c d Hygiene gezondheid. Nou en? Arbeid Milieu Inkomen Welzijn Waarom Ziekte kost veel? De kosten van ziektes Wat is gezondheid?

Nadere informatie

KENGETALLEN: WELKE ZIJN BEPALEND VOOR DE EVALUATIE VAN DE BEDRIJFSVOERING?

KENGETALLEN: WELKE ZIJN BEPALEND VOOR DE EVALUATIE VAN DE BEDRIJFSVOERING? Tekst: Sarah De Smet (Varkensloket), Isabelle Degezelle (VIVES), Isabelle Vuylsteke (Inagro) en Norbert Vettenburg (Departement Landbouw en Visserij) KENGETALLEN: WELKE ZIJN BEPALEND VOOR DE EVALUATIE

Nadere informatie

Biestvoorziening, waaróm is het zo belangrijk? Anja Smolenaars GD Dierenarts Herkauwersgezondheidszorg 15 januari 2015

Biestvoorziening, waaróm is het zo belangrijk? Anja Smolenaars GD Dierenarts Herkauwersgezondheidszorg 15 januari 2015 Biestvoorziening, waaróm is het zo belangrijk? Anja Smolenaars GD Dierenarts Herkauwersgezondheidszorg 15 januari 2015 Biestvoorziening Veel te Vaak Vlug aan voorbijgegaan! Waarom is het zo belangrijk?

Nadere informatie

Management en voeding

Management en voeding Management en voeding Items Management voeren Rust, reinheid en regelmaat Mens Leefoppervlak Dierstromen Bedrijfsoptimalisatie plan Meten is weten Management voeren Opfok Kraamhok Dekstal Drachtstal 1

Nadere informatie

opfok24 > gezonde kalveren > robuuste vaarzen > hoge levensproductie

opfok24 > gezonde kalveren > robuuste vaarzen > hoge levensproductie opfok24 > gezonde kalveren > robuuste vaarzen > hoge levensproductie Het beste uit uw jongvee Vaarzen die op 24 maanden aan de melk komen, worden de beste koeien. Zowel in melkproductie als in levensduur.

Nadere informatie

Effect van vaccinatie op samenstelling van biest en immuniteit

Effect van vaccinatie op samenstelling van biest en immuniteit Effect van vaccinatie op samenstelling van biest en immuniteit Dr. Tom Meyns MERIAL Benelux Varkenswroeten: Effect van vaccinatie op samenstelling van biest en immuniteit Wat is biest? = melk geproduceerd

Nadere informatie

1. Conventionele bedrijven. Monitor biggensterfte Nederland 2011

1. Conventionele bedrijven. Monitor biggensterfte Nederland 2011 Nieuwsbrief 5 - maart 2012 Monitor biggensterfte Nederland 2011 Monitor biggensterfte Nederland 2011. In 2009 is gestart met een monitor biggensterfte op basis van data van conventionele bedrijven welke

Nadere informatie

Bijlage 3j Overzicht welzijnseisen voor varkens

Bijlage 3j Overzicht welzijnseisen voor varkens Eis Groepen 1) Gespeende varkens, gebruiksvarkens, gelten en zeugen worden in afzonderlijke groepen gehouden (groepshuisvesting). 2) Als er eenmaal een groep met gespeende varkens of gebruiksvarkens is

Nadere informatie

Nieuwe droogzetrichtlijnen voor 2014. Bart Geurts Dierenarts

Nieuwe droogzetrichtlijnen voor 2014. Bart Geurts Dierenarts Nieuwe droogzetrichtlijnen voor 2014 Bart Geurts Dierenarts Indeling presentatie Antibioticabeleid Waarom zijn de richtlijnen ontwikkeld? Waar zijn de richtlijnen op gebaseerd? Wat zijn de nieuwe richtlijnen?

Nadere informatie

Nieuwsbrief. Voorwoord. Demoproject Wekensystemen: keuze in functie van rendabiliteit en arbeid. In dit nummer: Projectpartners: Januari 2016

Nieuwsbrief. Voorwoord. Demoproject Wekensystemen: keuze in functie van rendabiliteit en arbeid. In dit nummer: Projectpartners: Januari 2016 Projectpartners: Nieuwsbrief Demoproject Wekensystemen: keuze in functie van rendabiliteit en arbeid Januari 2016 Voorwoord Beste lezer, In het kader van het Demonstratieproject Wekensystemen: keuze in

Nadere informatie

In deze circulaire zal aandacht worden besteed aan maatregelen om deze ongewenste situaties te voorkomen of te beperken.

In deze circulaire zal aandacht worden besteed aan maatregelen om deze ongewenste situaties te voorkomen of te beperken. SCH-1996-20 DE INTERNE OF VOERGEBONDEN WARMTE VAN VARKENSVOEDERS Inleiding Van de energie die met het voer aan varkens wordt verstrekt komt een aanzienlijk deel vrij als warmte. Dit is de interne of voergebonden

Nadere informatie

Kengetallen. E-5 MPR-Kwaliteit. Inleiding. MPR 24 uur. 4 Betekenis van MPR 24 uur

Kengetallen. E-5 MPR-Kwaliteit. Inleiding. MPR 24 uur. 4 Betekenis van MPR 24 uur Kengetallen E-5 MPR-Kwaliteit Inleiding Via Melkproductieregistratie (MPR) worden gegevens over de melk-, vet en eiwitproductie van de veestapel verzameld. Deze gegevens zijn de basis van managementinformatie

Nadere informatie

Kengetallen E-23 Fokwaarde levensvatbaarheid bij geboorte Fokwaarde levensvatbaarheid bij afkalven

Kengetallen E-23 Fokwaarde levensvatbaarheid bij geboorte Fokwaarde levensvatbaarheid bij afkalven Kengetallen E-23 Fokwaarde levensvatbaarheid bij geboorte Fokwaarde levensvatbaarheid bij afkalven Inleiding Sinds 1989 wordt op basis van geboortegegevens van koeien de index geboortegemak berekend. Deze

Nadere informatie

Reductie van voederverbruik als sleutel tot rendabel varkens produceren. 28/11/2016 Proef- en Vormingscentrum voor de Landbouw

Reductie van voederverbruik als sleutel tot rendabel varkens produceren. 28/11/2016 Proef- en Vormingscentrum voor de Landbouw Reductie van voederverbruik als sleutel tot rendabel varkens produceren 28/11/2016 Proef- en Vormingscentrum voor de Landbouw Agenda 1. Doelstelling 2. Bedrijfsbezoeken 3. Demoproef afstelling van voederbakken

Nadere informatie

Nieuwe Vruchtbaarheidsindexen voor schapen

Nieuwe Vruchtbaarheidsindexen voor schapen Nieuwe Vruchtbaarheidsindexen voor schapen S. Janssens, november Onderzoeksgroep Huisdierengenetica, departement Biosystemen, KU Leuven www.huisdierengenetica.be Gegevens De meest recente Vruchtbaarheids

Nadere informatie

Elien Vancaysele Nathalie Nollet Inagro vzw

Elien Vancaysele Nathalie Nollet Inagro vzw DEMOPROJECT WEKENSYSTEMEN ARBEID IN DE PRAKTIJK IN 3- EN 4-WEKENSYSTEMEN Elien Vancaysele Nathalie Nollet Inagro vzw INLEIDING Meerwekensysteem: georganiseerde aanpak van arbeid Meest genoemde voordelen

Nadere informatie

Monstername: Diagnostiek en Casuïstiek van mycotoxinen: Diagnostiek en Casuïstiek van mycotoxinen: Monstername bij praktijk-onderzoek

Monstername: Diagnostiek en Casuïstiek van mycotoxinen: Diagnostiek en Casuïstiek van mycotoxinen: Monstername bij praktijk-onderzoek Diagnostiek en Casuïstiek van mycotoxinen: Diagnostiek en Casuïstiek van mycotoxinen: Monstername bij praktijk-onderzoek Mycotoxinen: overzicht eigenschappen en klinisch beeld Casuïstiek 5 x Monstername:

Nadere informatie

Studiedag varkenshouderij organisatie: PCV

Studiedag varkenshouderij organisatie: PCV Studiedag varkenshouderij organisatie: PCV Roeselare 21 november 2007 Geel 23 november 2007 Groepsgewijs management van zeugen: 1, 2, 3, 4 of 5-wekensysteem Jos Van Thielen Docent aan de Katholieke Hogeschool

Nadere informatie

Nieuwe vruchtbaarheidsindexen voor schapen

Nieuwe vruchtbaarheidsindexen voor schapen Nieuwe vruchtbaarheidsindexen voor schapen S. Janssens, mei Onderzoeksgroep huisdierengenetica, departement Biosystemen, KU Leuven www.huisdierengenetica.be Gegevens De Vruchtbaarheids voor schapen werd

Nadere informatie

Genomica in de melkveehouderij de praktische toepassingen

Genomica in de melkveehouderij de praktische toepassingen Genomica in de melkveehouderij de praktische toepassingen Yvette de Haas Doel van vandaag Is er behoefte aan een gastcollege Genomica? Aan welk soort informatie heeft het onderwijs behoefte m.b.t. genomica?

Nadere informatie