10 Had Halley gelijk: worden de maanden korter?

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "10 Had Halley gelijk: worden de maanden korter?"

Transcriptie

1 10 Had Halley gelijk: worden de en korter? Dit is de laatste module. We kunnen nu (eindelijk!) terugkomen op de vraag waar we twee jaar geleden mee begonnen. Terugblik In 1695 had de Engelse astronoom Halley berekend dat in de loop van de laatste 800 jaar (vóór 1695) de en korter waren geworden. In zijn tijd zou een 0,000 (twee-tienduizendste) uur korter hebben geduurd dan aan het eind van de negende eeuw. Tegenwoordig weten wij echter door lasermetingen dat de afstand tussen aarde en maan toeneemt en daaruit volgt dat de en langer worden. Opgave 1 a. Welke wet van Kepler geeft ook al weer het verband tussen omlooptijd van de maan en de afstand tussen aarde en maan, en hoe luidt die wet? b. Hoe volgt met deze wet uit het groter worden van de afstand maan-aarde dat de en langer worden? Halley en de lasermetingen spreken elkaar dus tegen. Of de en langer of korter worden hangt ervan af waarmee je rekent: met zonneen of sterrenen, met zonneen of sterrenen, met sterrenjaren of kalenderjaren 1! Opgave Waarschijnlijk concludeerde Halley dat de en korter worden uit het feit dat 800 jaar vóór zijn tijd een zekere zonsverduistering niet in Alexandrië, maar in Bagdad had plaatsgevonden. a. Met welke soort en, en en jaren zal Halley gerekend hebben? b. Om welke soort en gaat het in de derde wet van Kepler? (zie opgave 40 hoofdstuk 9) Opgave 3 a. Wat is ook al weer het verband tussen het aantal zonneen in een sterrenjaar en het aantal sterrenen in een sterrenjaar? b. Wat is ook al weer het verband tussen het aantal zonneen in een sterrenjaar en het aantal sterrenen in een sterrenjaar? Halley redeneerde (mogelijk) als volgt: * er passen nu minder zonneen in een zonne dan vroeger, * dus worden de zonneen korter. Halley ging er daarbij vanuit dat de lengte van de tussen 900 en 1700 gelijk was gebleven. Hij hield dus geen rekening met het feit dat de aarde steeds (miniem) langzamer om haar as gaat draaien, waardoor de lengte van de (uiterst) langzaam toeneemt. Opgave 4 Als de zonneen korter worden, worden de sterrenen dat ook. En als de zonneen korter worden, worden de sterrenen dat ook. Leg dat uit. 1 En welke kalender dan? 1

2 We hebben dus twee effecten: 1. de sterren wordt langer (dat volgt uit de constatering van Halley). de sterren wordt langer (dat blijkt uit lasermetingen). Opgave 5 Tegenwoordig (eenentwintigste eeuw) duurt een sterren 7d, 7h, 43m, 11.6s en een sterren 3h, 56m, 4s. a. Stel dat over lange tijd een sterren 7d, 8h zou duren en de sterren 4 uur. Telt een sterren dan meer of minder sterrenen dan tegenwoordig? b. En als een sterren 7d, 9h zou duren en de sterren 4 uur? Of de sterren, gemeten in sterrenen, langer wordt, hangt er dus maar vanaf. Om dat te weten te komen, moeten we weten hoe snel de sterrenen langer worden en hoe snel de sterrenen langer worden. Getijdenwerking We gaan nu eerst uitzoeken hoe het komt dat de aarde langzamer om haar as gaat draaien. Dit blijkt verrassend? - juist door de maan te komen! We bekijken weer een dubbelplaneet, net als in het vorige hoofdstuk. m is het middelpunt van de ene planeet X, m is ook de massa van die planeet, M is het middelpunt van de andere planeet Y, d is de afstand van m tot M. In de tekening is d 10 cm. We beschouwen 1 kg op plekken P op afstand a van m. 1. als plek P op M ligt, ondervindt de kg ten gevolge van de zwaartekracht van X een versnelling Gm/d, evenwijdig aan de lijn Mm. We willen de versnelling op andere plekken P op of in Y vergelijken met deze versnelling op plek M. We hebben in de figuur op de volgende bladzijde zes plekken P gekozen en daar alvast de versnelling die op plek M geldt met een pijl van lengte 1 cm aangegeven.. De zwaartekracht van X geeft 1 kg op een plek P een versnelling Gm/a, langs de lijn Pm. Opgave 6 a. Geef op de zes plekken P de versnelling Gm/a aan met een pijl (op dezelfde schaal als de pijl in het middelpunt van de aarde). Op de plekken P zijn nu twee pijlen getekend, elk een versnelling aangevend. De aantrekkingskracht van X is niet op alle plekken van Y even groot. Dat heeft tot gevolg dat Y wordt vervormd. De verschilvectoren geven aan hoe sterk en in welke richting de vervorming is. b. Teken die verschilvectoren.

3 P P Y X m P M P P P We gaan hetzelfde doen, met de rollen van X en Y verwisseld. De versnelling die 1 kg van X ondervindt door aantrekking van Y, hangt weer af van de plek waar die kg zich bevindt. We geven de versnelling die een kg op plek m ondervindt aan met een pijl van lengte cm (als X de maan is en Y de aarde, zou die pijl wel 100 keer zo lang moeten zijn als in de figuur hierboven; om het tekenbaar te houden hebben we voor 1,5 cm gekozen). Opgave 7 Doe nu hetzelfde hieronder voor de vier punten Q op X )zie onderstaande figuur onder invloed van de zwaartekracht van Y. Q p Y X Q m Q M Q 3

4 Conclusie: beide planeten worden uitgerekt door de onderlinge aantrekkingskracht. We gaan dit nu toepassen op het aarde-maan-systeem, en met de werkelijke waarden rekenen. m1 m graviatieformule: F z = G r gravitatieconstante G = 6, Nm - kg Er geldt: m = 7,35 10 kg d = km (gemiddeld) straal aarde = 6378 km (gemiddeld) Opgave 8 a. Wat is de kracht per kilogram, dwz de versnelling, waarmee het middelpunt van de aarde door de maan wordt aangetrokken? b. Zelfde vraag voor de plek van de aarde aan de kant van de maan. En ook op de plek aan de andere kant van de aarde (zo ver mogelijk van de maan). Samenvatting De plek op aarde aan de kant van de maan wordt iets harder versneld richting maan dan het middelpunt van de aarde, en de plek aan de andere kant wordt iets minder hard versneld. Dat is hieronder in beeld gebracht. De linker pijl is in werkelijkheid maar 3% langer dan de middelste, maar is ter wille van de duidelijkheid 30% langer getekend. De rechter pijl is in werkelijkheid maar 3% korter dan de middelste, maar is 30% korter getekend. maan De maan trekt niet even hard aan elke kg van de aarde. In plaats van de versnellingen zelf, bekijken we de verschillen met de versnelling van het middelpunt van de aarde: dit zijn de rekversnellingen. Dit resulteert in een oprekking langs de lijn maan-aarde. maan 4

5 Opgave 9 M = 5, kg, straal maan = 1738 km. Zijn de rekversnellingen die op de maan werken groter of kleiner dan bij de aarde? De vervorming van de vaste massa van de aarde is erg gering; aan de evenaar in de orde van een halve meter. Waar we echter veel meer van merken is de vervorming van de watermantel om de aarde: de zeegetijden. Dit komt omdat water veel minder star is dan (eventueel vloeibaar) gesteente, en ook rond de aarde kan bewegen. Conclusie: Er zijn getijdenbergen en -dalen aan twee kanten van de aarde. Overigens speelt stroming een grote rol en daarmee ook de plaats en vorm van de landmassas. Koppel Nu staan aarde en maan niet stil ten opzichte van elkaar, maar draaien om elkaar heen (net zoals alle dubbelplaneten trouwens). Opgave 10 Leg uit dat dit geen gevolg heeft voor de versnellingen zoals hierboven uitgerekend. Als de maan niet om de aarde zou draaien, zou de tijdsduur tussen twee opvolgende keren vloed precies ½ sterren, dat is 11,967 uur, zijn. De maan draait in 7,3 en om de aarde, in dezelfde richting als waarin de aarde om haar as draait. Opgave 11 Laat door een berekening zien dat de (gemiddelde) tijd tussen twee opvolgende keren vloed 1 uur en 5 minuten is. Doordat het stromen van het water rond de aarde bij eb en vloed, en meer algemeen het vervormen van dubbelplaneten, niet wrijvingsloos gaat, is het niet vanzelfsprekend dat op een punt op de aarde vloed optreedt precies als de maan boven dat punt staat. Dat is dan ook niet zo. We bekijken hier in ons model de voornaamste reden hiervoor de reden die we uiteindelijk ook nodig hebben om Halleys probleem op te lossen. Beschouw dus weer een dubbelplaneet, met een (snel) ronddraaiende Y. Dan draaien, grofweg gezegd, de vloedbergen onder X vandaan. Maar die weggedraaide vloedbergen worden weer door X aangetrokken. Wat er precies gebeurt hangt af van de onderlinge grootte van de verschillende krachten en de draaisnelheid van Y, maar altijd is het resultaat een evenwichtstoestand, waar de vloedbergen permanent in meer of mindere mate op de lijn Mm voor- of achterlopen. Opgave 1 a. Teken in een plaatje van ieder geval een voorbeeld. Het kan ook gebeuren dat de ebdalen precies in lijn liggen met mm. b. Teken ook dit in een plaatje. Voor een veel diepgaander analyse, zie 5

6 Hoe zit dat in het geval aarde maan? De aarde draait naar het oosten en dus (van boven gezien) linksom. De maan draait ook linksom. Opgave 13 a. Welke hoeksnelheid is het grootst, die van de draaiing van de aarde om haar as of die van de maan om de aarde? b. Loopt de vloedberg voor of achter op de lijn aarde-maan? De maan oefent aantrekkingskrachten uit op beide vloedbergen; die zijn verschillend van richting en ook van grootte. Opgave 14 a. Op welke van de twee vloedbergen is de aantrekkingskracht het grootst? Er ontstaat dus een koppel tov het middelpunt van de aarde. b. In welke richting werkt de resulterende kracht, in de draairichting van de aarde of juist tegengesteld daaraan? c. Welk effect heeft dit op het impulsmoment van de draaiende aarde? De maan heeft steeds dezelfde kant naar de aarde toegekeerd, de zogenaamde tidal locking. Opgave 15 Werkt er ook een koppel op de maan? Opgave 16 a. Bereken het traagheidsmoment van de maan en van de aarde: I maan en I aarde. Zie opgave 35 van hoofdstuk 9. b. Ga na dat het impulsmoment van de maan zeer klein is ten opzichte van het impulsmoment van de aarde. Opgave 17 Leg uit dat (vanwege de tidal locking) het impulsmoment van de maan alleen maar kan veranderen als de hoeksnelheid van draaiing van de maan om de aarde verandert. ω aarde ω maan + µ d ω. In hoofdstuk 9 stelling 7 hebben we gezien dat L tot = I aarde + I maan Omdat het draaiimpulsmoment van de maan zo klein is vergeleken met dat van de aarde en dat van aarde-maan, en omdat het meeverandert met het tweede, zullen we het in het vervolg verwaarlozen. Omdat ωaarde en ω ongeveer gelijk gericht zijn (waarom is dat zo?), kunnen we zeggen dat de grootte van het totale impulsmoment van het aarde-maan-systeem L tot gelijk is aan I aarde ω aarde + µ d ω. Opmerking Zoals bewegingsenergie bij wrijving wordt omgezet in warmte, zou je kunnen denken dat er draaiimpuls-moment door de waterbewegingen "verdwijnt". Maar dat is niet het geval; draaiimpuls blijft altijd behouden. 6

7 Opgave 18 T 4π De derde wet van Kepler zegt dat 3 =. d Gm a. Leid hieruit af dat ω = Gm d -1,5. b. Ga na dat dit ingevuld in de formule van het impulsmoment geeft: L tot = I aarde ω aarde + µ Gm d. De wordt langer en de wordt langer We moeten nu de twee effecten, van het langer worden van de en van het langer worden van de, gaan kwantificeren, dwz. we moeten vergelijkingen opstellen en getallen invullen, om uit te rekenen welk effect de overhand heeft. We hebben het hier over de lengtes van en zoals die op aarde ervaren worden. De lengte van de zonne noemen we, de lengte van de zonne noemen we. In welke eenheid we die meten (in seconde, in uur, of nog iets anders) doet er niet toe, want we gaat letten op het quotiënt :. Opgave 19 Of de en (gemeten in (zonne)en) korter of langer worden, kunnen we zien aan a. Leg dat uit.. We bekijken en beide als functie van de afstand d van aarde en maan. In het vervolg geeft het accent aan dat we differentiëren naar d. b. Wat weet je van ( ) als de en korter worden? c. Leid hieruit af (gebruik de quotiëntregel voor differentiëren) dat, als de en korter worden, geldt: < 1. Opgave 0 jaar is de duur van een jaar, dat is de tijd waarna aarde zon weer dezelfde positie heeft ten opzichte van de vaste sterren. In de tijdsduur draait de aarde om haar as (ten opzichte van de zon). jaar a. Leg uit dat ω aarde = π ( + 1) / jaar. b. Leg uit dat ω aarde = π ( ). jaar Net zo vind je voor de hoeksnelheid ω van de draaiing van de dubbelplaneet aarde-maan om de zon: ω = π ( ). jaar 7

8 We gaan nu de vier formules van opgave 18a, 18b, 1b en 1c combineren. Opgave 1 Zoals opgemerkt wordt ω aarde kleiner, omdat d toeneemt en het impulsmoment gelijk moet blijven. a. Leid uit de formule in opgave 0b af wat er bijgevolg gebeurt met, wordt die groter of kleiner? b. Leid vervolgens uit de formule in opgave 18a af wat er gebeurt met ω. c. Leid vervolgens uit de formule na opgave 0b af wat er gebeurt met. Opgave Merk op dat jaar niet van d afhangt. a. Ga na dat ω = π en ωaarde = π. b. Ga na dat ω ω aarde =. Opgave 3 a. Ga na dat uit opgave 18a volgt: ω = -1,5 Gm d,5. b. Ga na dat uit opgave 18b volgt: ω aarde = c. Ga na dat uit a. en b. volgt: ω ω aarde 3I µ I aarde =. µ d aarde Gm d. (differentieer naar d) Opgave 4 Controleer zorgvuldig de volgende redenering; zoek bij elke stap de opgave waarop deze gebaseerd is. De en worden korter < 1 ω ω aarde 3I < aarde < µ d < 8

9 Opgave 5 3I aarde We kunnen controleren of de ongelijkheid < waar is, want we kennen alle waardes µ d van de constanten in die ongelijkheid. I aarde ; zie opgave 16a. d = km maarde mmaan µ = ; m aarde = 5, kg, m maan = 7, kg maarde + mmaan a. Is die ongelijkheid waar? b. Had Halley gelijk? Mars Phobos De planeet Mars heeft twee manen: Phobos en Deimos, oftewel vrees en verschrikking We kijken naar de dubbelplaneet Mars Phobos. Opgave 6 Mars draait langzamer om zijn eigen as dan Phobos om hem heen draait, maar wel in dezelfde richting. Dat betekent dat ω mars < ω phobos. Hoe volgt hieruit dat de getijdekracht ervoor zorgt dat ω mars toeneemt? Er geldt: L tot = I mars ω mars + µ d ω. Opgave 7 a. Wat stellen hierin de letters µ, d en ω voor? b. Wat gebeurt er in de toekomst met d, wordt die groter of kleiner? c. Wat gebeurt er, denk je, met Phobos in de verre toekomst? 9

10 Neptunus Triton Triton is met afstand de grootste van de dertien bekende manen van Neptunus. Bijzonder aan de dubbelplaneet Neptunus Triton is dat de draairichting van Triton om Neptunus tegengesteld is aan de draairichting van Neptunus om zijn as. Daarnaast heeft Triton een opvallend grote hoek (3 ) met het evenaarsvlak van Neptunus, maar dat zullen we hier negeren. (Waarschijnlijk is Triton niet tegelijk met Neptunus ontstaan, maar later ingevangen in het zwaartekrachtveld van Neptunus.) Er geldt weer L tot = neptunus I neptunus ω + I triton ω triton + µ d ω Opgave 8 a. Wat weet je van de richtingen van ω neptunus en ω triton? b. Leg uit dat de formule voor L tot er in dit geval zo uitziet: L tot = I neptunus ω neptunus µ d ω. c. Hoe ziet de toekomst voor Triton eruit? 10

3 Kermis aan de hemel

3 Kermis aan de hemel 3 Kermis aan de hemel In deze paragraaf onderzoeken en leren we over de beweging van de aarde om de zon, de draaiing van de aarde om haar as, de beweging van de maan rond de aarde, en hoe die bewegingen

Nadere informatie

Overzicht. Vandaag: Frank Verbunt Het heelal Nijmegen 2014

Overzicht. Vandaag: Frank Verbunt Het heelal Nijmegen 2014 Vandaag: Frank Verbunt Het heelal Nijmegen 2014 De aarde en de maan Boek: hoofdstuk 2.6 Overzicht Halley en de maan meting afstand van de Maan en verandering erin getijden: koppeling tussen lengte van

Nadere informatie

1 Inleiding. Worden de maanden langer of korter?

1 Inleiding. Worden de maanden langer of korter? 1 Inleiding Worden de maanden langer of korter? In 1695 had de Engelse astronoom Halley berekend dat in de loop van de laatste 800 jaar (vóór 1695) de maanden korter waren geworden. In zijn tijd zou een

Nadere informatie

2 Pretpark aan de hemel

2 Pretpark aan de hemel 2 Pretpark aan de hemel In deze paragraaf onderzoeken en leren we over de beweging van de aarde om de zon, de draaiing van de aarde om haar as, de beweging van de maan rond de aarde, en hoe die bewegingen

Nadere informatie

Opgave 2 Een kracht heeft een grootte, een richting en een aangrijpingspunt.

Opgave 2 Een kracht heeft een grootte, een richting en een aangrijpingspunt. Uitwerkingen 1 Opgave 1 Het aangrijpingspunt van een kracht is de plaats waar de kracht op het voorwerp werkt. De werklijn van een kracht is de denkbeeldige (rechte) lijn die samenvalt met de bijbehorende

Nadere informatie

Maar het leidde ook tot een uitkomst die essentieel is in mijn werkstuk van een Stabiel Heelal.

Maar het leidde ook tot een uitkomst die essentieel is in mijn werkstuk van een Stabiel Heelal. -09-5 Bijlage voor Stabiel Heelal. --------------------------------------- In deze bijlage wordt onderzocht hoe in mijn visie materie, ruimte en energie zich tot elkaar verhouden. Op zichzelf was de fascinatie

Nadere informatie

Uitwerkingen 1. ω = Opgave 1 a.

Uitwerkingen 1. ω = Opgave 1 a. Uitwerkingen Opgave π omtrek diameter Eén radiaal is de hoek, gemeten vanuit het middelpunt van een cirkel, waarbij de lengte van de boog gelijk is aan de straal. c. s ϕ r d. ϕ ω t Opgave π (dus ongeveer

Nadere informatie

TENTAMEN DYNAMICA (140302) 29 januari 2010, 9:00-12:30

TENTAMEN DYNAMICA (140302) 29 januari 2010, 9:00-12:30 TENTAMEN DYNAMICA (14030) 9 januari 010, 9:00-1:30 Verzoek: begin de beantwoording van een nieuwe vraag op een nieuwe pagina. En schrijf duidelijk: alleen leesbaar en verzorgd werk kan worden nagekeken.

Nadere informatie

Trillingen en geluid wiskundig

Trillingen en geluid wiskundig Trillingen en geluid wiskundig 1 De sinus van een hoek 2 Radialen 3 Uitwijking van een harmonische trilling 4 Macht en logaritme 5 Geluidsniveau en amplitude 1 De sinus van een hoek Sinus van een hoek

Nadere informatie

Theorie: Snelheid (Herhaling klas 2)

Theorie: Snelheid (Herhaling klas 2) Theorie: Snelheid (Herhaling klas 2) Snelheid en gemiddelde snelheid Met de grootheid snelheid geef je aan welke afstand een voorwerp in een bepaalde tijd aflegt. Over een langere periode is de snelheid

Nadere informatie

Eindexamen vwo natuurkunde pilot 2012 - I

Eindexamen vwo natuurkunde pilot 2012 - I Eindexamen vwo natuurkunde pilot 0 - I Opgave Lichtpracticum maximumscore De buis is aan beide kanten afgesloten om licht van buitenaf te voorkomen. maximumscore 4 De weerstanden verhouden zich als de

Nadere informatie

HAVO. Inhoud. Momenten... 2 Stappenplan... 6 Opgaven... 8 Opgave: Balanceren... 8 Opgave: Bowlen... 10. Momenten R.H.M.

HAVO. Inhoud. Momenten... 2 Stappenplan... 6 Opgaven... 8 Opgave: Balanceren... 8 Opgave: Bowlen... 10. Momenten R.H.M. Inhoud... 2 Stappenplan... 6 Opgaven... 8 Opgave: Balanceren... 8 Opgave: Bowlen... 10 1/10 HAVO In de modules Beweging en Krachten hebben we vooral naar rechtlijnige bewegingen gekeken. In de praktijk

Nadere informatie

Wiskundige vaardigheden

Wiskundige vaardigheden Inleiding Bij het vak natuurkunde ga je veel rekenstappen zetten. Het is noodzakelijk dat je deze rekenstappen goed en snel kunt uitvoeren. In deze presentatie behandelen we de belangrijkste wiskundige

Nadere informatie

KLAS 5 EN BEWEGING. a) Bereken de snelheid waarmee de auto reed en leg uit of de auto te hard heeft gereden. (4p)

KLAS 5 EN BEWEGING. a) Bereken de snelheid waarmee de auto reed en leg uit of de auto te hard heeft gereden. (4p) NATUURKUNDE KLAS 5 PROEFWERK HOOFDSTUK 12-13: KRACHT EN BEWEGING OOFDSTUK 12-13: K 28/6/2011 Deze toets bestaat uit 3 opgaven (46 punten) en een uitwerkbijlage. Gebruik eigen grafische rekenmachine en

Nadere informatie

De hoogte tijd grafiek is ook gegeven. d. Bepaal met deze grafiek de grootste snelheid van de vuurpijl.

De hoogte tijd grafiek is ook gegeven. d. Bepaal met deze grafiek de grootste snelheid van de vuurpijl. et1-stof Havo4: havo4 A: hoofdstuk 1 t/m 4 Deze opgaven en uitwerkingen vind je op www.agtijmensen.nl Bij het et krijg je in 1 minuten ongeveer deelvragen. Oefen-examentoets et-1 havo 4 1/11 1. Een lancering.

Nadere informatie

Opgave 1. Voor de grootte van de magnetische veldsterkte in de spoel geldt: = l

Opgave 1. Voor de grootte van de magnetische veldsterkte in de spoel geldt: = l Opgave 1 Een kompasnaald staat horizontaal opgesteld en geeft de richting aan van de horizontale r component Bh van de magnetische veldsterkte van het aardmagnetische veld. Een spoel wordt r evenwijdig

Nadere informatie

TECHNISCHE UNIVERSITEIT DELFT Faculteit der Civiele Techniek en Geowetenschappen

TECHNISCHE UNIVERSITEIT DELFT Faculteit der Civiele Techniek en Geowetenschappen TECHNISCHE UNIVERSITEIT DELFT Faculteit der Civiele Techniek en Geowetenschappen TENTAMEN CTB1210 DYNAMICA en MODELVORMING d.d. 28 januari 2015 van 9:00-12:00 uur Let op: Voor de antwoorden op de conceptuele

Nadere informatie

Lessen in Krachten. Door: Gaby Sondagh en Isabel Duin Eckartcollege

Lessen in Krachten. Door: Gaby Sondagh en Isabel Duin Eckartcollege Lessen in Krachten Door: Gaby Sondagh en Isabel Duin Eckartcollege Krachten werken op alles en iedereen. Sommige krachten zijn nodig om te blijven leven. Als er bijv. geen zwaartekracht zou zijn, zouden

Nadere informatie

Relativiteitstheorie met de computer

Relativiteitstheorie met de computer Relativiteitstheorie met de computer Jan Mooij Mendelcollege Haarlem Met een serie eenvoudige grafiekjes wordt de (speciale) relativiteitstheorie verduidelijkt. In vijf stappen naar de tweelingparadox!

Nadere informatie

XXX INTERNATIONALE NATUURKUNDE OLYMPIADE PADUA, ITALIË THEORIE-TOETS

XXX INTERNATIONALE NATUURKUNDE OLYMPIADE PADUA, ITALIË THEORIE-TOETS XXX INTERNATIONALE NATUURKUNDE OLYMPIADE PADUA, ITALIË THEORIE-TOETS 22 juli 1999 70 --- 13 de internationale olympiade Opgave 1. Absorptie van straling door een gas Een cilindervormig vat, met de as vertikaal,

Nadere informatie

Repetitie Draaiende voorwerpen voor VWO (versie A)

Repetitie Draaiende voorwerpen voor VWO (versie A) Naam: Klas: Repetitie Draaiende voorwerpen voor VWO (versie A) Opgave 1 Een kinderfiets rijdt 9,0 m vooruit. De wielen zijn daarbij 80 radialen gedraaid. ereken de straal van de wielen. Opgave De ventilator

Nadere informatie

Werkblad 3 Bewegen antwoorden- Thema 14 (NIVEAU BETA)

Werkblad 3 Bewegen antwoorden- Thema 14 (NIVEAU BETA) Werkblad 3 Bewegen antwoorden- Thema 14 (NIVEAU BETA) Theorie In werkblad 1 heb je geleerd dat krachten een snelheid willen veranderen. Je kunt het ook omdraaien, als er geen kracht werkt, dan verandert

Nadere informatie

5.1 Lineaire formules [1]

5.1 Lineaire formules [1] 5.1 Lineaire formules [1] Voorbeeld : Teken de grafiek van y = 1½x - 3 Stap 1: Maak een tabel met twee coördinaten van deze lijn: x 0 2 y -3 0 Stap 2: Teken de twee punten en de grafiek: 1 5.1 Lineaire

Nadere informatie

Inleiding kracht en energie 3hv

Inleiding kracht en energie 3hv Inleiding kracht en energie 3hv Opdracht 1. Wat doen krachten? Leg uit wat krachten kunnen doen. Opdracht 2. Grootheden en eenheden. Vul in: Grootheid Eenheid Andere eenheid Naam Symbool Naam Symbool Naam

Nadere informatie

Opgave Zonnestelsel 2005/2006: 7. 7 Het viriaal theorema en de Jeans Massa: Stervorming. 7.1 Het viriaal theorema

Opgave Zonnestelsel 2005/2006: 7. 7 Het viriaal theorema en de Jeans Massa: Stervorming. 7.1 Het viriaal theorema Opgave Zonnestelsel 005/006: 7 7 Het viriaal theorema en de Jeans Massa: Stervorming 7. Het viriaal theorema Het viriaal theorema is van groot belang binnen de sterrenkunde: bij stervorming, planeetvorming

Nadere informatie

Dubbelplaneten. Rainer Kaenders Radboud Universiteit Nijmegen

Dubbelplaneten. Rainer Kaenders Radboud Universiteit Nijmegen pp. 73 96 Dubbelplaneten Rainer Kaenders Radboud Universiteit Nijmegen In 1695 heeft de Engelse astronoom Edmond Halley voorspeld dat de maanden (d.w.z. de omlooptijd van de maan rond de aarde) in de loop

Nadere informatie

m C Trillingen Harmonische trilling Wiskundig intermezzo

m C Trillingen Harmonische trilling Wiskundig intermezzo rillingen http://nl.wikipedia.org/wiki/bestand:simple_harmonic_oscillator.gif http://upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/7/74/simple_harmonic_motion_animation.gif Samenvatting bladzijde 110: rilling

Nadere informatie

TENTAMEN NATUURKUNDE

TENTAMEN NATUURKUNDE CENTRALE COMMISSIE VOORTENTAMEN NATUURKUNDE TENTAMEN NATUURKUNDE tweede voorbeeldtentamen CCVN tijd : 3 uur aantal opgaven : 5 aantal antwoordbladen : 1 (bij opgave 2) Iedere opgave dient op een afzonderlijk

Nadere informatie

Opdracht 3: Baanintegratie: Planeet in een dubbelstersysteem

Opdracht 3: Baanintegratie: Planeet in een dubbelstersysteem PLANETENSTELSELS - WERKCOLLEGE 3 EN 4 Opdracht 3: Baanintegratie: Planeet in een dubbelstersysteem In de vorige werkcolleges heb je je pythonkennis opgefrist. Je hebt een aantal fysische constanten ingelezen,

Nadere informatie

Krachten (4VWO) www.betales.nl

Krachten (4VWO) www.betales.nl www.betales.nl Grootheden Scalairen Vectoren - Grootte - Eenheid - Grootte - Eenheid - Richting Bv: m = 987 kg x = 10m (x = plaats) V = 3L Bv: F = 17N s = Δx (verplaatsing) v = 2km/h Krachten optellen

Nadere informatie

Opgave wiskunde B-dag 24 november 2000. Nooit meer een totale zonsverduistering?

Opgave wiskunde B-dag 24 november 2000. Nooit meer een totale zonsverduistering? Opgave wiskunde B-dag 24 november 2000 Nooit meer een totale zonsverduistering? 1 Inleiding Op 11 augustus 1999 was in Europa een volledige zonsverduistering te zien. Deze vrij uitzonderlijke gebeurtenis

Nadere informatie

Deel 4: Krachten. 4.1 De grootheid kracht. 4.1.1 Soorten krachten

Deel 4: Krachten. 4.1 De grootheid kracht. 4.1.1 Soorten krachten Deel 4: Krachten 4.1 De grootheid kracht 4.1.1 Soorten krachten We kennen krachten uit het dagelijks leven: vul in welke krachten werkzaam zijn: trekkracht, magneetkracht, spierkracht, veerkracht, waterkracht,

Nadere informatie

Trillingen en geluid wiskundig. 1 De sinus van een hoek 2 Uitwijking van een trilling berekenen 3 Macht en logaritme 4 Geluidsniveau en amplitude

Trillingen en geluid wiskundig. 1 De sinus van een hoek 2 Uitwijking van een trilling berekenen 3 Macht en logaritme 4 Geluidsniveau en amplitude Trillingen en geluid wiskundig 1 De sinus van een hoek 2 Uitwijking van een trilling berekenen 3 Macht en logaritme 4 Geluidsniveau en amplitude 1 De sinus van een hoek Eenheidscirkel In de figuur hiernaast

Nadere informatie

Mkv Dynamica. 1. Bereken de versnelling van het wagentje in de volgende figuur. Wrijving is te verwaarlozen. 10 kg

Mkv Dynamica. 1. Bereken de versnelling van het wagentje in de volgende figuur. Wrijving is te verwaarlozen. 10 kg Mkv Dynamica 1. Bereken de versnelling van het wagentje in de volgende figuur. Wrijving is te verwaarlozen. 10 kg 2 /3 g 5 /6 g 1 /6 g 1 /5 g 2 kg 2. Variant1: Een wagentje met massa m1

Nadere informatie

SO energie, arbeid, snelheid Versie a. Natuurkunde, 4M. Formules: v t = v 0 + a * t s = v gem * t W = F * s E Z = m * g * h F = m * a

SO energie, arbeid, snelheid Versie a. Natuurkunde, 4M. Formules: v t = v 0 + a * t s = v gem * t W = F * s E Z = m * g * h F = m * a SO energie, arbeid, snelheid Versie a Natuurkunde, 4M Formules: v t = v 0 + a * t s = v gem * t W = F * s E Z = m * g * h F = m * a Neem indien nodig g = 10 m/s 2. Geef duidelijke berekeningen met Gegeven

Nadere informatie

Uitwerkingen van de opgaven in Basisboek Natuurkunde

Uitwerkingen van de opgaven in Basisboek Natuurkunde opgave (blz 4) Uitwerkingen van de opgaven in Basisboek Natuurkunde De zwaarte-energie wordt gegeven door de formule W zwaarte = m g h In de opgave is de massa m = 0(kg) en de energie W zwaarte = 270(Joule)

Nadere informatie

TWEEDE RONDE NATUURKUNDE OLYMPIADE 2014 TOETS 1. 23 APRIL 2014 10.30 12.30 uur

TWEEDE RONDE NATUURKUNDE OLYMPIADE 2014 TOETS 1. 23 APRIL 2014 10.30 12.30 uur TWEEDE RONDE NATUURKUNDE OLYMPIADE 2014 TOETS 1 23 APRIL 2014 10.30 12.30 uur 1 RONDDRAAIENDE MASSA 5pt Een massa zit aan een uiteinde van een touw. De massa ligt op een wrijvingloos oppervlak waar het

Nadere informatie

DRAAIENDE VOORWERPEN. 1 Hoeksnelheid 2 Baansnelheid 3 Traagheidsmoment 4 Wet van behoud van impulsmoment 5 De richting van de draaiingsas veranderen

DRAAIENDE VOORWERPEN. 1 Hoeksnelheid 2 Baansnelheid 3 Traagheidsmoment 4 Wet van behoud van impulsmoment 5 De richting van de draaiingsas veranderen DRAAIENDE VOORWERPEN 1 Hoeksnelheid 2 Baansnelheid 3 Traagheidsmoment 4 Wet van behoud van impulsmoment 5 De richting van de draaiingsas veranderen 1 Hoeksnelheid Belangrijkste grootheden en eenheden in

Nadere informatie

NATUURKUNDE. Figuur 1

NATUURKUNDE. Figuur 1 NATUURKUNDE KLAS 5 PROEFWERK HOOFDSTUK 12-13: KRACHT EN BEWEGING OOFDSTUK 12-13: K 6/7/2009 Deze toets bestaat uit 5 opgaven (51 + 4 punten) en een uitwerkbijlage. Gebruik eigen grafische rekenmachine

Nadere informatie

HOE VIND JE EXOPLANETEN?

HOE VIND JE EXOPLANETEN? LESBRIEF GEEF STERRENKUNDE DE RUIMTE! ZOEKTOCHT EXOPLANETEN Deze NOVAlab-oefening gaat over een van de manieren om planeten buiten ons zonnestelsel op te sporen. De oefening is geschikt voor de bovenbouw

Nadere informatie

Examen HAVO. wiskunde B. tijdvak 2 woensdag 22 juni 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Examen HAVO. wiskunde B. tijdvak 2 woensdag 22 juni 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Examen HAVO 20 tijdvak 2 woensdag 22 juni 3.30-6.30 uur wiskunde B Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat uit 9 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 78 punten te behalen. Voor elk

Nadere informatie

1.1 Lineaire vergelijkingen [1]

1.1 Lineaire vergelijkingen [1] 1.1 Lineaire vergelijkingen [1] Voorbeeld: Los de vergelijking 4x + 3 = 2x + 11 op. Om deze vergelijking op te lossen moet nu een x gevonden worden zodat 4x + 3 gelijk wordt aan 2x + 11. = x kg = 1 kg

Nadere informatie

Uitwerkingen Tentamen Natuurkunde-1

Uitwerkingen Tentamen Natuurkunde-1 Uitwerkingen Tentamen Natuurkunde-1 5 november 2015 Patrick Baesjou Vraag 1 [17]: a. Voor de veerconstante moeten we de hoekfrequentie ω weten. Die wordt gegeven door: ω = 2π f ( = 62.8 s 1 ) Vervolgens

Nadere informatie

Opgave 5 Een verwarmingselement heeft een weerstand van 14,0 Ω en is opgenomen in de schakeling van figuur 3.

Opgave 5 Een verwarmingselement heeft een weerstand van 14,0 Ω en is opgenomen in de schakeling van figuur 3. Opgave 5 Een verwarmingselement heeft een weerstand van 14,0 Ω en is opgenomen in de schakeling van figuur 3. figuur 3 De schuifweerstand is zo ingesteld dat de stroomsterkte 0,50 A is. a) Bereken het

Nadere informatie

VLAKKE PLAATCONDENSATOR

VLAKKE PLAATCONDENSATOR H Electrostatica PUNTLADINGEN In een ruimte bevinden zich de puntladingen A en B. De lading van A is 6,010 9 C en die van B is +6,010 9 C. Om een idee van afstanden te hebben is in het vlak een rooster

Nadere informatie

Eindexamen havo natuurkunde pilot 2013-I

Eindexamen havo natuurkunde pilot 2013-I Eindexamen havo natuurkunde pilot 203-I Beoordelingsmodel Opgave Radontherapie maximumscore 2 Uit de figuur blijkt dat door het verval een kern ontstaat met twee protonen en in totaal vier nucleonen minder

Nadere informatie

Schriftelijk examen 2e Ba Biologie Fysica: elektromagnetisme 2011-2012

Schriftelijk examen 2e Ba Biologie Fysica: elektromagnetisme 2011-2012 - Biologie Schriftelijk examen 2e Ba Biologie 2011-2012 Naam en studierichting: Aantal afgegeven bladen, deze opgaven niet meegerekend: Gebruik voor elke nieuwe vraag een nieuw blad. Zet op elk blad de

Nadere informatie

Opgave 1 Afdaling. Opgave 2 Fietser

Opgave 1 Afdaling. Opgave 2 Fietser Opgave 1 Afdaling Een skiër daalt een 1500 m lange helling af, het hoogteverschil is 300 m. De massa van de skiër, inclusief de uitrusting, is 86 kg. De wrijvingskracht met de sneeuw is gemiddeld 4,5%

Nadere informatie

Tentamen Natuurkunde A. 9.00 uur 12.00 uur woensdag 10 januari 2007 Docent Drs.J.B. Vrijdaghs. Vul Uw gegevens op het deelnameformulier in

Tentamen Natuurkunde A. 9.00 uur 12.00 uur woensdag 10 januari 2007 Docent Drs.J.B. Vrijdaghs. Vul Uw gegevens op het deelnameformulier in Tentamen Natuurkunde A 9. uur. uur woensdag januari 7 Docent Drs.J.B. Vrijdaghs Aanwijzingen: Vul Uw gegevens op het deelnameformulier in Dit tentamen omvat 8 opgaven met totaal deelvragen Maak elke opgave

Nadere informatie

Extra opdrachten Module: bewegen

Extra opdrachten Module: bewegen Extra opdrachten Module: bewegen Opdracht 1: Zet de juiste letters van de grootheden in de driehoeken. Opdracht 2: Zet boven de pijl de juiste omrekeningsfactor. Opdracht 3: Bereken de ontbrekende gegevens

Nadere informatie

Bal in de sloot. Hierbij zijn x en f ( x ) in centimeters. Zie figuur 2.

Bal in de sloot. Hierbij zijn x en f ( x ) in centimeters. Zie figuur 2. Bal in de sloot Een bal met een straal van cm komt in een figuur sloot terecht en blijft drijven. Het laagste punt van de bal bevindt zich h cm onder het wateroppervlak. In figuur zie je een doorsnede

Nadere informatie

Netwerkdiagram voor een project. AOA: Activities On Arrows - activiteiten op de pijlen.

Netwerkdiagram voor een project. AOA: Activities On Arrows - activiteiten op de pijlen. Netwerkdiagram voor een project. AOA: Activities On Arrows - activiteiten op de pijlen. Opmerking vooraf. Een netwerk is een structuur die is opgebouwd met pijlen en knooppunten. Bij het opstellen van

Nadere informatie

Eindexamen wiskunde B1-2 vwo 2007-II

Eindexamen wiskunde B1-2 vwo 2007-II ier tappen ij het tappen van bier treden verschillen op in de hoeveelheid bier per glas. Uit onderzoek blijkt dat de hoeveelheid bier die per glas getapt wordt bij benadering normaal verdeeld is met een

Nadere informatie

HERTENTAMEN PLANETENSTELSELS 13 JULI 2015,

HERTENTAMEN PLANETENSTELSELS 13 JULI 2015, HERTENTAMEN PLANETENSTELSELS 13 JULI 2015, 14.00-17.00 LEES ONDERSTAANDE GOED DOOR: DIT TENTAMEN OMVAT DRIE OPGAVES. OPGAVE 1: 3.5 PUNTEN OPGAVE 2: 2.5 PUNTEN OPGAVE 3: 2.0 PUNTEN HET EINDCIJFER OMVAT

Nadere informatie

Eindexamen wiskunde b 1-2 havo 2002 - II

Eindexamen wiskunde b 1-2 havo 2002 - II Pompen of... Een cilindervormig vat met een hoogte van 32 dm heeft een inhoud van 8000 liter (1 liter = 1 dm 3 ). figuur 1 4p 1 Bereken de diameter van het vat. Geef je antwoord in gehele centimeters nauwkeurig.

Nadere informatie

Vrijdag 19 augustus, 9.30-12.30 uur

Vrijdag 19 augustus, 9.30-12.30 uur EINDEXAMEN VOORBEREIDEND WETENSCHAPPELIJK ONDERWIJS IN 1977 Vrijdag 19 augustus, 9.30-12.30 uur NATUURKUNDE Zie ommezijde Deze opgaven zijn vastgesteld door de commissie bedoeld in artikel 24 van het Besluit

Nadere informatie

a. Bepaal hoeveel langer. b. Bepaal met figuur 1 de snelheid waarmee de parachutist neerkomt.

a. Bepaal hoeveel langer. b. Bepaal met figuur 1 de snelheid waarmee de parachutist neerkomt. Deze examentoets en uitwerkingen vind je op www.agtijmensen.nl Bij het et krijg je in 100 minuten ongeveer 22 vragen Et3 stof vwo6 volgens het PTA: Onderwerpen uit samengevat: Rechtlijnige beweging Kracht

Nadere informatie

EXAMEN VOORBEREIDEND WETENSCHAPPELUK ONDERWIJS IN 1979 , I. Dit examen bestaat uit 4 opgaven. " '"of) r.. I r. ',' t, J I i I.

EXAMEN VOORBEREIDEND WETENSCHAPPELUK ONDERWIJS IN 1979 , I. Dit examen bestaat uit 4 opgaven.  'of) r.. I r. ',' t, J I i I. .o. EXAMEN VOORBEREDEND WETENSCHAPPELUK ONDERWJS N 1979 ' Vrijdag 8 juni, 9.00-12.00 uur NATUURKUNDE.,, Dit examen bestaat uit 4 opgaven ',", "t, ', ' " '"of) r.. r ',' t, J i.'" 'f 1 '.., o. 1 i Deze

Nadere informatie

Natuur- en scheikunde 1, energie en snelheid, uitwerkingen

Natuur- en scheikunde 1, energie en snelheid, uitwerkingen 4M versie 1 Natuur- en scheikunde 1, energie en snelheid, uitwerkingen Werk netjes en nauwkeurig Geef altijd een duidelijke berekening of een verklaring Veel succes, Zan Kracht, snelheid, versnelling,

Nadere informatie

Eindexamen wiskunde B havo II

Eindexamen wiskunde B havo II Tonregel van Kepler In het verleden gebruikte men vaak een ton voor het opslaan en vervoeren van goederen. Tonnen worden ook nu nog gebruikt voor bijvoorbeeld de opslag van wijn. Zie de foto. foto Voor

Nadere informatie

Vrijdag 8 juni, 9.00-12.00 uur

Vrijdag 8 juni, 9.00-12.00 uur EXAMEN HOGER ALGEMEEN VOORTGEZET ONDERWIJS IN 1979 Vrijdag 8 juni, 9.00-12.00 uur NATUURKUNDE Dit examen bestaat uit 4 opgaven ft Deze opgaven zijn vastgesteld door de commissie bedoeld in artikel 24 van

Nadere informatie

Examen HAVO. wiskunde B. tijdvak 2 woensdag 23 juni 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Examen HAVO. wiskunde B. tijdvak 2 woensdag 23 juni 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Examen HVO 00 tijdvak woensdag 3 juni 3.30-6.30 uur wiskunde B Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat uit 9 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 80 punten te behalen. Voor elk vraagnummer

Nadere informatie

Uitwerking Opgave Zonnestelsel 2005/2006: 1. 1 Het Zonnestelsel en de Zon. 1.1 Het Barycentrum van het Zonnestelsel

Uitwerking Opgave Zonnestelsel 2005/2006: 1. 1 Het Zonnestelsel en de Zon. 1.1 Het Barycentrum van het Zonnestelsel Uitwerking Opgave Zonnestelsel 2005/2006: 1 1 Het Zonnestelsel en de Zon 1.1 Het Barycentrum van het Zonnestelsel Door haar grote massa domineert de Zon het Zonnestelsel. Echter, de planeten hebben een

Nadere informatie

Inhoud. Eenheden... 2 Omrekenen van eenheden I... 4 Omrekenen van eenheden II... 9 Omrekenen van eenheden III... 10

Inhoud. Eenheden... 2 Omrekenen van eenheden I... 4 Omrekenen van eenheden II... 9 Omrekenen van eenheden III... 10 Inhoud Eenheden... 2 Omrekenen van eenheden I... 4 Omrekenen van eenheden II... 9 Omrekenen van eenheden III... 10 1/10 Eenheden Iedere grootheid heeft zijn eigen eenheid. Vaak zijn er meerdere eenheden

Nadere informatie

Tentamen Natuurkunde 1A 09.00 uur - 12.00 uur vrijdag 14 januari 2011 docent drs.j.b. Vrijdaghs

Tentamen Natuurkunde 1A 09.00 uur - 12.00 uur vrijdag 14 januari 2011 docent drs.j.b. Vrijdaghs Tentamen Natuurkunde 1A 09.00 uur - 12.00 uur vrijdag 14 januari 2011 docent drs.j.b. Vrijdaghs Aanwijzingen: Dit tentamen omvat 6 opgaven met totaal 20 deelvragen Begin elke opgave op een nieuwe kant

Nadere informatie

Werkblad 2 Kracht is een vector -Thema 14 (NIVEAU BETA)

Werkblad 2 Kracht is een vector -Thema 14 (NIVEAU BETA) Werkblad 2 Kracht is een vector -Thema 14 (NIVEAU BETA) Practicum Bij een gedeelte van het practicum zijn minimaal 3 deelnemers nodig. Leerlingen die op niveau gevorderd, of basis werken kunnen je helpen

Nadere informatie

CIRKELBEWEGING & GRAVITATIE VWO

CIRKELBEWEGING & GRAVITATIE VWO CIRKELBEWEGING & GRAVITATIE VWO Foton is een opgavenverzameling voor het nieuwe eindexamenprogramma natuurkunde. Foton is gratis te downloaden via natuurkundeuitgelegd.nl/foton Uitwerkingen van alle opgaven

Nadere informatie

Rekenmachine met grafische display voor functies

Rekenmachine met grafische display voor functies Te gebruiken rekenmachine Duur Rekenmachine met grafische display voor functies 100 minuten 1/5 Opgave 1. Een personenauto rijdt met een beginsnelheid v 0=30 m/s en komt terecht op een stuk weg waar olie

Nadere informatie

Tentamen Mechanica ( )

Tentamen Mechanica ( ) Tentamen Mechanica (20-12-2006) Achter iedere opgave is een indicatie van de tijdsbesteding in minuten gegeven. correspondeert ook met de te behalen punten, in totaal 150. Gebruik van rekenapparaat en

Nadere informatie

Eindexamen natuurkunde 1-2 havo 2000-I

Eindexamen natuurkunde 1-2 havo 2000-I - + - + Eindexamen natuurkunde -2 havo 2000-I 4 Antwoordmodel Opgave LEDs voorbeelden van schakelschema s: 50 Ω V LED A 50 Ω A V LED Als slechts één meter juist is geschakeld: punt. 2 uitkomst: R = 45

Nadere informatie

Eindexamen havo wiskunde B I

Eindexamen havo wiskunde B I Vliegende parkieten De wetenschapper Vance Tucker heeft onderzocht hoeveel energie een parkiet verbruikt bij het vliegen met verschillende snelheden. Uit zijn onderzoek blijkt dat de hoeveelheid energie

Nadere informatie

Samenvatting snelheden en 6.1 6.3

Samenvatting snelheden en 6.1 6.3 Samenvatting snelheden en 6.1 6.3 Boekje snelheden en bewegen Een beweging kan je op verschillende manieren vastleggen: Fotograferen met tussenpozen, elke foto is een gedeelte van een beweging Stroboscopische

Nadere informatie

Bereken hoeveel populieren hiervoor gebruikt zijn. Schrijf je berekening op.

Bereken hoeveel populieren hiervoor gebruikt zijn. Schrijf je berekening op. Lucifers Lucifers worden meestal gemaakt van het hout van de ratelpopulier. Van één populier worden gemiddeld 6 miljoen lucifers gemaakt. In een luciferdoosje zitten gemiddeld 60 lucifers. 3p 1 Het bedrijf

Nadere informatie

Basic Creative Engineering Skills

Basic Creative Engineering Skills Mechanica November 2015 Theaterschool OTT-1 1 November 2015 Theaterschool OTT-1 2 De leer van wat er met dingen (lichamen) gebeurt als er krachten op worden uitgeoefend Soorten Mechanica Starre lichamen

Nadere informatie

Biljarten op een ellips. Lab kist voor 3-4 vwo

Biljarten op een ellips. Lab kist voor 3-4 vwo Biljarten op een ellips Lab kist voor 3-4 vwo Dit lespakket behoort bij het ellipsvormige biljart van de ITS Academy. Ontwerp: Pauline Vos, in opdracht van Its Academy Juni 2011 Leerdoelen: - kennismaken

Nadere informatie

Examen VWO. wiskunde B1,2. tijdvak 2 woensdag 20 juni uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Examen VWO. wiskunde B1,2. tijdvak 2 woensdag 20 juni uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Eamen VW 007 tijdvak woensdag 0 juni 13.30-16.30 uur wiskunde 1, ij dit eamen hoort een uitwerkbijlage. Dit eamen bestaat uit 17 vragen. Voor dit eamen zijn maimaal 81 punten te behalen. Voor elk vraagnummer

Nadere informatie

Opgave Zonnestelsel 2005/2006: 4. 4 Getijdekrachten. 4.1 Getijdeverhitting van Io

Opgave Zonnestelsel 2005/2006: 4. 4 Getijdekrachten. 4.1 Getijdeverhitting van Io Opgave Zonnestelsel 2005/2006: 4 4 Getijdekrachten 4.1 Getijdeverhitting van Io Io wordt verwarmd door de getijdewisselwerking met Jupiter: zo n 10 1 W. We zullen hier afleiden hoe deze verwarming in zijn

Nadere informatie

Mechanica - Sterkteleer - HWTK PROEFTOETS versie C - OPGAVEN en UITWERKINGEN.doc 1/16

Mechanica - Sterkteleer - HWTK PROEFTOETS versie C - OPGAVEN en UITWERKINGEN.doc 1/16 VAK: Mechanica - Sterkteleer HWTK Set Proeftoets 07-0 versie C Mechanica - Sterkteleer - HWTK PROEFTOETS- 07-0-versie C - OPGAVEN en UITWERKINGEN.doc 1/16 DIT EERST LEZEN EN VOORZIEN VAN NAAM EN LEERLINGNUMMER!

Nadere informatie

a tegen 1/(1+0,2*(R/r)^2)

a tegen 1/(1+0,2*(R/r)^2) Kegelproefje Een proefje met het laten rollen van een dubbele kegel (met bodemstraal R) over een iets schuinstaande rails, leek me wel aardig om te doen. Twee uur verder met meten en doen: Kom ik op een

Nadere informatie

wiskunde C pilot vwo 2017-I

wiskunde C pilot vwo 2017-I De formule van Riegel en kilometertijden De marathonloper Pete Riegel ontwikkelde een eenvoudige formule om te voorspellen welke tijd een hardloper nodig zou hebben om een bepaalde afstand af te leggen,

Nadere informatie

Examen HAVO. Wiskunde B (oude stijl)

Examen HAVO. Wiskunde B (oude stijl) Wiskunde B (oude stijl) xamen HAVO Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Tijdvak 2 Woensdag 20 juni 1.0.0 uur 20 01 Voor dit examen zijn maximaal 79 punten te behalen; het examen bestaat uit 17 vragen. Voor

Nadere informatie

WISKUNDE-ESTAFETTE 2011 Uitwerkingen

WISKUNDE-ESTAFETTE 2011 Uitwerkingen WISKUNDE-ESTAFETTE 2011 Uitwerkingen 1 C D O A O B Omdat driehoek ACD gelijkbenig is, is CAD = ACD en daarmee zien we dat 2 CAD+ ADC = 180. Maar we weten ook dat 180 = ADC + ADB. Dus ADB = 2 CAD. Driehoek

Nadere informatie

Een bal wegschoppen Een veer indrukken en/of uitrekken Een lat ombuigen Een wagentjes voorduwen

Een bal wegschoppen Een veer indrukken en/of uitrekken Een lat ombuigen Een wagentjes voorduwen - 31 - Krachten 1. Voorbeelden Een bal wegschoppen Een veer indrukken en/of uitrekken Een lat ombuigen Een wagentjes voorduwen 2. Definitie Krachten herken je aan hun werking, aan wat ze veranderen of

Nadere informatie

Eindronde Natuurkunde Olympiade 2015 theorietoets deel 1

Eindronde Natuurkunde Olympiade 2015 theorietoets deel 1 Eindronde Natuurkunde Olympiade 2015 theorietoets deel 1 Opgave 1 Botsend blokje (5p) Een blok met een massa van 10 kg glijdt over een glad oppervlak. Hoek D botst tegen een klein vastzittend blokje S

Nadere informatie

Examen HAVO. Wiskunde B1,2 (nieuwe stijl)

Examen HAVO. Wiskunde B1,2 (nieuwe stijl) Wiskunde B1,2 (nieuwe stijl) Examen HAVO Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Tijdvak 2 Woensdag 19 juni 13.30 16.30 uur 20 02 Voor dit examen zijn maximaal 85 punten te behalen; het examen bestaat uit

Nadere informatie

Uitwerkingen van 3 klas NOVA natuurkunde hoofdstuk 6 arbeid en zo

Uitwerkingen van 3 klas NOVA natuurkunde hoofdstuk 6 arbeid en zo Uitwerkingen van 3 klas NOVA natuurkunde hoofdstuk 6 arbeid en zo 1 Arbeid verrichten 1 a) = 0 b) niet 0 en in de richting van de beweging c) =0 d) niet 0 e tegengesteld aan de beweging 2 a) De wrijvingskracht

Nadere informatie

Reis door het zonnestelsel

Reis door het zonnestelsel Reis door het zonnestelsel GROEP 7-8 61 70 minuten 1, 23, 32 en 46 De leerling: weet dat de afstanden tussen de planeten heel groot zijn kan zich een voorstelling maken van de afstand van de aarde tot

Nadere informatie

Krachten Hoofdstuk 1. Bewegingsverandering/snelheidsverandering (bijv. verandering van bewegingsrichting)

Krachten Hoofdstuk 1. Bewegingsverandering/snelheidsverandering (bijv. verandering van bewegingsrichting) Krachten Hoofdstuk 1 een kracht zelf kun je niet zien maar... Waaraan zie je dat er een kracht werkt: Plastische Vervorming (blijvend) Elastische Vervorming (tijdelijk) Bewegingsverandering/snelheidsverandering

Nadere informatie

4. Maak een tekening:

4. Maak een tekening: . De versnelling van elk deel van de trein is hetzelfde, dus wordt de kracht op de koppeling tussen de 3e en 4e wagon bepaald door de fractie van de massa die er achter hangt, en wordt dus gegeven door

Nadere informatie

1. Zwaartekracht. Hoe groot is die zwaartekracht nu eigenlijk?

1. Zwaartekracht. Hoe groot is die zwaartekracht nu eigenlijk? 1. Zwaartekracht Als een appel van een boom valt, wat gebeurt er dan eigenlijk? Er is iets dat zorgt dat de appel begint te vallen. De geleerde Newton kwam er in 1684 achter wat dat iets was. Hij kwam

Nadere informatie

Examen VMBO-GL en TL 2008 wiskunde CSE GL en TL tijdvak 1 donderdag 22 mei 13.30-15.30 uur

Examen VMBO-GL en TL 2008 wiskunde CSE GL en TL tijdvak 1 donderdag 22 mei 13.30-15.30 uur Examen VMBO-GL en TL 2008 wiskunde CSE GL en TL tijdvak 1 donderdag 22 mei 13.30-15.30 uur Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat uit 23 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 80 punten

Nadere informatie

Mechanica - Sterkteleer - HWTK PROEFTOETS versie C - OPGAVEN.doc 1/7

Mechanica - Sterkteleer - HWTK PROEFTOETS versie C - OPGAVEN.doc 1/7 VAK: Mechanica - Sterkteleer HWTK Set Proeftoets 07-02 versie C Mechanica - Sterkteleer - HWTK PROEFTOETS- 07-02-versie C - OPGAVEN.doc 1/7 DIT EERST LEZEN EN VOORZIEN VAN NAAM EN LEERLINGNUMMER! Beschikbare

Nadere informatie

Module 5 Uitwerkingen van de opdrachten

Module 5 Uitwerkingen van de opdrachten Module 5 Uitwerkingen van de opdrachten Opdracht 1 Deze oefening heeft als doel vertrouwd te raken met het integreren van de diverse betrekkingen die er bestaan tussen de belasting en uiteindelijk de verplaatsing:

Nadere informatie

Correcties en verbeteringen Wiskunde voor het Hoger Onderwijs, deel A.

Correcties en verbeteringen Wiskunde voor het Hoger Onderwijs, deel A. Wiskunde voor het hoger onderwijs deel A Errata 00 Noordhoff Uitgevers Correcties en verbeteringen Wiskunde voor het Hoger Onderwijs, deel A. Hoofdstuk. 4 Op blz. in het Theorieboek staat halverwege de

Nadere informatie

Docentencursus relativiteitstheorie

Docentencursus relativiteitstheorie Docentencursus relativiteitstheorie Opgaven bijeenkomst 2, "Rekenen en tekenen" 8 september 203 De opgaven die met een "L" zijn aangegeven, zijn op leerlingenniveau dit zijn dus opgaven die in de les of

Nadere informatie

Graag beginnen met elektriciteit. Huidige openingsvaargstuk te lastig voor onze leerl. Een groot verhaal en dat schrikt al af.

Graag beginnen met elektriciteit. Huidige openingsvaargstuk te lastig voor onze leerl. Een groot verhaal en dat schrikt al af. Examenbespreking VMBO NaSk1 GL_TL mei 2013 Opmerking vooraf: De NVON betreurt dat er geen informatie van en voor docenten is over KB papier en cbt en BB cbt. Die informatie die binnen gekomen zijn per

Nadere informatie

****** Deel theorie. Opgave 1

****** Deel theorie. Opgave 1 HIR - Theor **** IN DRUKLETTERS: NAAM.... VOORNAAM... Opleidingsfase en OPLEIDING... ****** EXAMEN CONCEPTUELE NATUURKUNDE MET TECHNISCHE TOEPASSINGEN Deel theorie Algemene instructies: Naam vooraf rechtsbovenaan

Nadere informatie

VAK: natuurkunde KLAS: Havo 4 DATUM: 20 juni 2013. TIJD: 10.10 11.50 uur TOETS: T1 STOF: Hfd 1 t/m 4. Opmerkingen voor surveillant XXXXXXXXXXXXXXXXXXX

VAK: natuurkunde KLAS: Havo 4 DATUM: 20 juni 2013. TIJD: 10.10 11.50 uur TOETS: T1 STOF: Hfd 1 t/m 4. Opmerkingen voor surveillant XXXXXXXXXXXXXXXXXXX VAK: natuurkunde KLAS: Havo 4 DATUM: 20 juni 2013 TIJD: 10.10 11.50 uur TOETS: T1 STOF: Hfd 1 t/m 4 Toegestane hulpmiddelen: Binas + (gr) rekenmachine Bijlagen: 2 blz Opmerkingen voor surveillant XXXXXXXXXXXXXXXXXXX

Nadere informatie

Een bekende eigenschap van de middens van de zijden van een driehoek is de volgende.

Een bekende eigenschap van de middens van de zijden van een driehoek is de volgende. Cabri-werkblad Rond het zwaartepunt van een driehoek Een bekende eigenschap van de middens van de zijden van een driehoek is de volgende. Stelling De verbindingslijn van de middens van twee zijden van

Nadere informatie

TENTAMEN NATUURKUNDE

TENTAMEN NATUURKUNDE CENTRALE COMMISSIE VOORTENTAMEN NATUURKUNDE TENTAMEN NATUURKUNDE datum : vrijdag 28 april 2017 tijd : 13.30 tot 16.30 uur aantal opgaven : 5 aantal antwoordbladen : 1 (bij opgave 1) Iedere opgave dient

Nadere informatie