Een reconstructie van het. beleidsprogramma Ondernemerschap. en Starters : een eclectische analyse. A.A.B.H. Kuiper dr. A.R.M.

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Een reconstructie van het. beleidsprogramma Ondernemerschap. en Starters 1982-2003: een eclectische analyse. A.A.B.H. Kuiper dr. A.R.M."

Transcriptie

1 Een reconstructie van het beleidsprogramma Ondernemerschap en Starters : een eclectische analyse A.A.B.H. Kuiper dr. A.R.M. Wennekers Zoetermeer, februari

2 Dit onderzoek is mede gefinancierd door het programmaonderzoek MKB en Ondernemerschap (www.ondernemerschap.nl) EIM Research Reports reference number H publication februari address corresponding author address EIM Bredewater 26 P.O. BOX AA Zoetermeer The Netherlands Phone: Fax: Internet: Voor alle informatie over MKB en Ondernemerschap: De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij EIM bv. Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting of ondersteuning in artikelen, scripties en boeken is toegestaan mits de bron duidelijk wordt vermeld. Vermenigvuldigen en/of openbaarmaking in welke vorm ook, alsmede opslag in een retrieval system, is uitsluitend toegestaan na schriftelijke toestemming van EIM bv. EIM bv aanvaardt geen aansprakelijkheid voor drukfouten en/of andere onvolkomenheden. The responsibility for the contents of this report lies with EIM bv. Quoting numbers or text in papers, essays and books is permitted only when the source is clearly mentioned. No part of this publication may be kopied and/or published in any form or by any means, or stored in a retrieval system, without the prior written permission of EIM bv. EIM bv does not accept responsibility for 2 printing errors and/or other imperfections.

3 Een reconstructie van het beleidsprogramma Ondernemerschap en Starters : een eclectische analyse A.A.B.H. Kuiper MSc BA Erasmus University Rotterdam, Faculty of Social Sciences - Public Administration, P.O. Box 1738, 3000 DR Rotterdam, the Netherlands; EIM Business and Policy Research - part of Panteia, P.O. Box 7001, 2701 AA Zoetermeer, the Netherlands Corresponding author: dr. A.R.M. Wennekers EIM Business and Policy Research - part of Panteia, P.O. Box 7001, 2701 AA Zoetermeer, the Netherlands 3

4 Inhoud 1. Introductie Ten geleide Doel van dit rapport Indeling Beschrijving en synthese van twee internationale conceptuele raamwerken voor ondernemerschapbeleid Inleiding The Eclectic Framework van Audretsch, Grilo en Thurik Lundström en Stevenson s Entrepreneurship Policy Framework Vergelijking van The Eclectic Framework en Entrepreneurship Policy Framework Categorisering ondernemerschapbeleid op basis van denkmodel van Hoffmann Analyseschema ondernemerschapbeleid op basis van Eclectic Framework, Entrepreneurship Policy Framework en denkmodel Hoffmann Een reconstructie van het beleidsprogramma ondernemerschap en starters Inleiding Beleidsnotitie 1982 Beleid Inzake het Starten van een (Eigen) Bedrijf ; het bevorderen van zelfstandig ondernemerschap tijdens economisch zwaar weer Beleidsnota 1987 Ruim baan voor ondernemen ; een systematische benadering van het MKB-beleid Beleidsnotitie 1995 Werk door Ondernemen ; het beleidsprogramma ingezet ter bevordering van de werkgelegenheid Beleidsnota 1999 De Ondernemende Samenleving ; het ondernemerschapbeleid bereikt haar (voorlopige) hoogtepunt Beleidsbrief 2003 In Actie voor Ondernemers ; een actieprogramma ingezet in economisch zwaar weer De ontwikkeling van het programma ondernemerschap en starters in beeld: samenvatting bevindingen Inleiding en achtergrond; doelen- en middelenpakket Inzichten naar aanleiding van The Eclectic Framework analyse Inzichten naar aanleiding van Lundström en Stevenson beleidsdichotomie en typologie...71 Literatuur

5 1. Introductie 1.1 Ten geleide Het onderhavige rapport is een vervolg op Twee decennia ondernemerschapbeleid in beeld: een jong beleidsprogramma in sociaaleconomische context geplaatst (Kuiper en Wennekers, 2008), maar kan zelfstandig worden gelezen. Het huidige rapport biedt verdiepende inzichten t.a.v. de ontwikkeling van het beleidsprogramma Ondernemerschap en Starters in de periode In dit beleidsveld zijn en waren meerdere ministeries betrokken. De focus zal hier liggen op het beleid en de beleidsnotities van het Ministerie van Economische Zaken omdat dit ministerie een centrale rol speelt in dit beleidsveld. Het beleidsprogramma Ondernemerschap en Starters bestaat uit het min of meer coherent geformuleerde beleidspakket dat in het jaar 1982 is ingezet met de beleidsnotitie Beleid Inzake het Starten van een (Eigen) Bedrijf (EZ et al., 1982), en vanaf die notitie gericht is geweest op ondernemerschap en starters. Om semantische onduidelijkheid te voorkomen ten aanzien van (definities van) termen is het zaak geweest om hier duidelijke posities in te nemen. We grijpen hierbij terug op een eerder rapport (Kuiper en Wennekers, 2008, p. 8): Beleidsvorming is een complex proces met vele publieke en private actoren. Het Ministerie van Economische Zaken heeft een centrale rol in het maken van het economische beleid en heeft daarbij vanaf 1982 meer en meer de verantwoordelijkheid op zich genomen voor het initiëren van voorwaardenscheppend beleid voor ondernemerschap. Het stimuleren van nieuwe economische activiteiten en dynamiek kan zowel gericht zijn op bestaande als op nieuw op te richten ondernemingen. Dergelijk overheidsbeleid is wat hier onder ondernemerschapbeleid zal worden verstaan. Het overheidsbeleid dat specifiek gericht is op het bevorderen en faciliteren van startende en nog te starten ondernemingen wordt hier aangeduid als startersbeleid. Startersbeleid is dus altijd ondernemerschapbeleid, maar niet andersom. Overheidsbeleid dat gericht is op bestaande midden- en kleinbedrijven wordt hier aangeduid als MKB-beleid. Instrumenten die kunnen worden aangemerkt als MKB-beleid kunnen dus deels ook onder ondernemerschapbeleid vallen, maar niet onder startersbeleid. Zie figuur 1 voor een schematisch overzicht van de relatie tussen MKB-beleid, ondernemerschapbeleid en startersbeleid. 5

6 Doelgroep Bestaande bedrijven (pre) starters en nieuwe bedrijven ONDERNEMERSCHAPBELEID MKB-BELEID STARTERSBELEID Andersoortig beleid Beleid ten aanzien van nieuwe activiteiten en dynamiek Figuur 1: Een categorisering van het economische overheidsbeleid ten aanzien van MKB en ondernemerschap - bron: Kuiper en Wennekers (2008). Voor een nadere onderbouwing van de genoemde categorisering alsmede een uitgebreidere introductie van het beleidsprogramma wordt de lezer verwezen naar het eerdergenoemde rapport (Kuiper en Wennekers, 2008). 1.2 Doel van dit rapport Het doel van dit rapport is verdere orde te scheppen in het begrijpen van het beleidsprogramma Ondernemerschap en Starters. Dit wordt gedaan door het programma te bezien middels een synthese van twee eclectische raamwerken uit het zgn. ondernemerschapbeleidonderzoek (Entrepreneurship Policy Research). Deze raamwerken zijn achtereenvolgens: (1) het Eclectic Framework van Verheul, Wennekers, Audretsch en Thurik (2002) en Audretsch, Grilo en Thurik (2007); en (2) het Entrepreneurship Policy Framework van Lundström en Stevenson (2002; 2005; Stevenson and Lundström, 2007). Middels een synthese van deze raamwerken, mede op basis van een denkmodel van Hoffmann (2007), zal verder inzicht worden geboden in de algemene ontwikkeling van het programma in de periode Dit doen we met behulp van de volgende onderzoeksvragen: 6

7 1. Hoe heeft het programma als geheel zich in de loop der jaren ontwikkeld? a. Hoe kunnen de doelen en instrumenten van het moderne startersbeleid worden getypeerd en geïnterpreteerd door de bril van een analyseschema, dat in het volgende hoofdstuk zal worden ontwikkeld op basis van bovengenoemde in de internationale vakliteratuur vooraanstaande eclectische conceptuele modellen van ondernemerschapbeleid? b. Hoe past het tussen 1982 en 2003 gevoerde cq voorgenomen ondernemerschapbeleid in de hiervoor genoemde beleidstypologie van Lundström en Stevenson? 2. Waarom heeft het programma zich op die wijze ontwikkeld; welke aanknopingspunten kunnen hiermee in verband worden gebracht dan wel als (directe) oorzaak worden gezien? 1.3 Indeling In paragraaf 2 wordt het analyseschema van het onderhavige rapport uiteengezet. Dit analyseschema is een synthese van de twee eclectische raamwerken voor ondernemerschapbeleid. Vervolgens worden in paragraaf 3 vijf beleidnotities van (o.a.) het Ministerie van Economische Zaken onderzocht met het in paragraaf 2 opgezette analyseschema alsmede aan de hand van de beleidstypologie van Lundström en Stevenson. Deze vijf beleidsnotities representeren deels het voorgenomen cq gevoerde MKB-beleid t.a.v. (pre-) starters, en het gehele ondernemerschapbeleid. Deze vijf notities belichamen (dus) het beleidsprogramma Ondernemerschap en Starters. In paragraaf 4 wordt in overeenstemming met de indeling van paragraaf 3 een samenvatting van de bevindingen opgemaakt alsmede teruggegrepen op eerdere bevindingen uit Kuiper en Wennekers (2008). 7

8 2. Beschrijving en synthese van twee internationale conceptuele raamwerken voor ondernemerschapbeleid 2.1 Inleiding Om de centrale onderzoeksvraag Hoe heeft het programma als geheel zich in de loop der jaren ontwikkeld? te beantwoorden wordt gebruik gemaakt van een synthese van twee eclectische raamwerken voor het ondernemerschapbeleid met daarbij de kanttekeningen van Hoffmann (2007). De eerste is The Eclectic Framework (Audretsch, Grilo and Thurik, 2007; Verheul et al., 2002; en Wennekers et al., 2002). De tweede is The Entrepreneurship Policy Framework van Lundström en Stevenson (2002 en 2005). Wat deze raamwerken gemeen hebben is dat ze zijn ingebed in het ondernemerschapbeleidonderzoek, het onderzoeksveld waar (empirisch en theoretisch) onderzoek voor beleid en economisch onderzoek elkaar ontmoeten. De onderliggende (gedrags-) theoretische kaders en definities van ondernemerschap en ondernemerschapbeleid zijn instrumenteel voor het kwantitatief economisch onderzoek waar ze zowel de input als het resultaat van zijn. Ondanks dat deze raamwerken in bepaalde mate zijn 'bevooroordeeld' ten aanzien van de legitimiteit van het object waarin zij inzicht trachten te verschaffen, bieden de categoriseringen van het ondernemerschapgerelateerde beleid in deze raamwerken een bruikbaar handvat om de ontwikkeling van het programma Ondernemerschap en Starters in kaart te brengen. In het ondernemerschapbeleid onderzoeksveld worden verschillende definities van ondernemerschap en ondernemerschapbeleid gehanteerd. Zo wordt ondernemerschap wel getypeerd als een attitude, bijv. de "willingness and ability to change" (Stevenson and Lundström, 2001), of als een bepaalde vorm van economisch gedrag, bv.: the pursuit of opportunities beyond the resources one currently controls (Stevenson and Jarillo, 1990). De attitude wordt daarbij tevens gezien als een capaciteit of potentiële vaardigheid die een actor bezit of zou kunnen bezitten mits deze actor de juiste kennis tot zijn beschikking krijgt. Hoffmann (2007, p. 143) kenschetst bovenstaande definities als holistisch. Dit houdt in dat ze ( ) might better capture the many aspects of entrepreneurship, but ( ) cannot be measured and compared across countries. Hij hanteert daarom een pragmatische, tweeledige definitie van ondernemerschap, welke direct gelinkt is aan zijn uitgangspunt dat een definitie van ondernemerschap beleidsdoelstellingen (policy objectives) zou moeten reflecteren, te weten: banencreatie, economische groei en armoedebestrijding (OECD, 2004). Deze operationele definitie van ondernemerschap focust op ondernemerschap als een bevorderaar van economische groei door middel van productiviteitsgroei en bestaat uit twee delen: (1) de toetreding van nieuwe bedrijven en (2) de creatie van snelgroeiende bedrijven. De link tussen deze twee delen van het ondernemerschapproces en productiviteitsgroei is volgens Hoffmann door conclusive analyses aangetoond (Hoffmann noemt Audretsch and Thurik, 2000; Scapetta et al., 2002; 8

9 OECD, 2003; Brandt, 2004). Hoffmann kiest voor een kwantitatieve wijze van onderzoek omdat tijdens en na de jaren 1990 toen ondernemerschap een buzzwoord werd, de redenering opgeld deed dat MKB beleid voordelig is voor ondernemerschap omdat de meeste nieuwe bedrijven immers klein zijn. Dit valt volgens Hoffmann onder de logica dat 'mensen niet kunnen vliegen, stenen kunnen niet vliegen, dus mensen zijn stenen'. Hoffman wijst met deze gekscherende stelling op de observatie dat ouderwetse subsidies aan ineffectieve kleine ondernemingen onterecht het label ondernemerschapbeleid werd toegekend en dat de oude retoriek van MKBbeleid werd geadopteerd door de nieuwe ondernemerschapbeleidsmakers. De vraag rijst echter hoe een kwantitatieve wijze van onderzoek een compleet beeld geeft omtrent de mogelijkheid van effectief ondernemerschapbeleid. De definitie van het onderzoeksobject (ondernemerschap en de bevordering ervan) en de kwantitatieve variabelen zijn immers direct gerelateerd aan beleidsdoelstellingen en niet per definitie aan de kenmerken die het proces op microniveau heeft. Vanwege het feit dat de indicatoren van ondernemerschap voldoen aan kwantitatieve criteria als meetbaarheid en beschikbaarheid van data kan deze wijze van onderzoek echter wel indicaties opleveren over de verandering van het beleidsprogramma. De vraag is echter of deze indicaties van toepassing zijn op de relatie beleidsdoelstelling kenmerken van ondernemerschap op microniveau. 2.2 The Eclectic Framework van Audretsch, Grilo en Thurik The Eclectic Framework (Audretsch, Grilo en Thurik, 2007) was in eerdere versies (zie Verheul et al., 2002; en Wennekers et al., 2002) vooral een theoretisch raamwerk dat het niveau van ondernemerschap in een land verklaarde door middel van de identificatie van een samenstel van categorieën die de determinanten van ondernemerschap omvatten. Elke categorie vertegenwoordigt een mogelijk kanaal van overheidsinterventie. Het idee achter The EclecticFramework is dat hoe meer relevante kennis geïncorporeerd is hoe meer verklarende kracht de theorie heeft ten aanzien van het fenomeen ondernemerschap. De kennis is interdisciplinair en maakt onderscheid tussen de vraagzijde en aanbodzijde van ondernemerschap (zie tabel 1). Bovendien wordt ondernemerschap bezien door middel van een analytisch schema van drie niveaus, te weten macro, meso en micro (zie tabel 2). Waar macro verwijst naar de globale thema's als technologische ontwikkeling, economische ontwikkeling en globalisering en meso verwijst naar bedrijfstakstructuur en diversiteit van de vraag. Het microniveau is hier niet de onderneming maar het individu hetgeen het eclectische raamwerk vastknoopt aan de theorie van ondernemerschap, waar het individuen zijn die de keuzes maken en niet bedrijfseenheden zoals in MKB-beleidstheorie. In de eclectische theorie wordt vooral een statisch perspectief ingenomen. Dit perspectief beziet de mate van zelfstandig ondernemerschap op het niveau van landen, wat refereert naar de aantallen individuen die zichzelf van werk voorzien in plaats van dat zij werken in loondienst. De theorie biedt ook ruimte aan een 9

10 instrumenteel dynamische perspectief (Wennekers, 1997, p. 185), dat ondernemerschap beschouwt als prestart en startersactiviteiten in een economie. De verbinding tussen dynamisch en statisch perspectief ligt in de geaggregeerde 'occupational choices' van individuen. Vraagzijde Technologische ontwikkeling (macro) Economische ontwikkeling (macro) Globalisering (macro) Bedrijfstakstructuur (meso) Diversiteit van vraag (micro macro) ondernemerschapskansen Aanbodzijde Bevolkingsgroei Bevolkingsdichtheid en urbanisatiegraad Leeftijdstructuur van bevolking Immigratie Deelname van vrouwen Inkomensniveaus en werkloosheid Inkomensongelijkheid Preferenties Vaardigheden Individueel besluitvormingsproces (micro): - individuele taxatie van kansen, preferenties en vaardigheden - individuele afweging van risico's en opbrengsten Tabel 1: determinanten van ondernemerschap in The Eclectic Framework. G-model 2*3 matrix Macro Meso Micro Vraag ondernemerschap (productmarkt perspectief) Aanbod ondernemerschap (arbeidsmarkt perspectief) Tabel 2: Aggregatieniveaus van determinanten ondernemerschap. 10

11 Technologische ontwikkeling, economische ontwikkeling en globalisering (alle drie op macroniveau) beïnvloeden de bedrijfstakstructuur (op het meso niveau) en de diversiteit van vraag (die elkaar wederkerig op zowel individueel microniveau als globaal macroniveau beïnvloeden). Hieruit volgen de ondernemerschapkansen. De determinanten van de vraag naar ondernemerschap betreffen dus de aanbodzijde van de economie ('opportunities' in markten voor goederen en diensten). Het aanbod van (potentiële) ondernemers hangt samen met de (in tabel 1) onder de aanbodzijde geformuleerde factoren. Het individuele besluitvormingsproces hangt zowel samen met cq. heeft invloed op het aanbod als de vraag naar ondernemers. Meer (gepercipieerde) kansen in de economie zullen de vraag naar ondernemerschap doen toenemen. Anderzijds zullen (de aanwezigheid van) bepaalde individuele (karakter)eigenschappen en de aan kansen gerelateerde mogelijke opbrengsten en risico's het aanbod van (potentiële) ondernemers beïnvloeden. Het raamwerk beschrijft zes categorieën van determinanten die van invloed zijn op het niveau van ondernemerschap. Deze zes categorieën reflecteren ook de kanalen 1 van mogelijke/daadwerkelijke overheidsinterventie. De zevende categorie (G7) is de beleidsoperationalisatie van de discrepantie tussen het daadwerkelijke niveau van ondernemerschap en het veronderstelde lange termijn evenwichtsniveau van ondernemerschap. Oftewel, The Eclectic Framework is gebaseerd op de notie dat een dergelijke discrepantie kan bestaan, en dat binnen deze discrepantie het lange termijn evenwichtsniveau van ondernemerschap als een optimaal niveau en dus als beleidsdoel kan worden aangemerkt. Het bestaan van deze discrepantie wordt verklaard met het concept van marktfalen. De zes categorieën van overheidsbeleid volgen uit het aan de orde stellen van die verschillende facetten van marktfalen die tegelijkertijd als determinanten van ondernemerschap kunnen worden aangemerkt. De zevende categorie staat in The Eclectic Framework in essentie aan de basis van de rationalisering van de overheidsinterventie ten aanzien van de determinanten van ondernemerschap. 1 Audretsch, Grilo en Thurik (2007, p. 9) spreken van channels of public intervention. 11

12 G1 demand side intervention; influencing number and type of entrepreneurial opportunities; G2 supply side intervention; influencing the pool of potential entrepreneurs; G3 intervention aiming at availability of resources, skills and knowledge of individuals; generally deals with input factors (labour, finance, information); G4 preference intervention, influencing values and attitudes of individuals; G5 individual decision making process intervention, influencing the risk-reward profile; G6 demand side intervention; influencing the accessibility of markets; G7 perceived (political) discretionary room for public intervention as the result of the assessment of the factors influencing the discrepancy between actual and (government-perceived) optimal or equilibrium level of entrepreneurship (Audretsch, Grilo and Thurik, 2007, pp. 7-9) 2 Tabel 3: Zeven categorieën van overheidsinterventie in The Eclectic Framework. 2.3 Lundström en Stevenson s Entrepreneurship Policy Framework In de uiteenzetting van hun Entrepreneurship Policy Framework geven Lundström en Stevenson (2002; 2005) en Stevenson en Lundström (2007) aan welke verschillen in karakteristieken er bestaan tussen traditioneel MKB beleid en (het nieuwere) ondernemerschapbeleid (Newer Entrepreneurship Policy, hierna: NEP). MKB-beleid heeft zich historisch gezien gefocust op de productiviteit van het MKB, markt en bedrijfstak competitiebeleid en beleid betreffende (markt)kansen voor MKB ondernemingen. Stevenson en Lundström (2007: 105) definiëren ondernemerschapbeleid als "policy aimed at the pre-start, the start-up and the early post start-up phases of the entrepreneurial processes, designed and delivered to address the areas of motivation, opportunity and skills.". In essentie betreft dit beleidsmaatregelen die omstandigheden creëren die gunstiger zijn voor de opkomst van nieuwe ondernemers en ondernemingen. MKB-beleid en ondernemerschapbeleid hebben overeenkomsten maar zijn ook duidelijk verschillend. Dit verschil bestaat uit algemene doelstellingen, doelgroepen en gewenste beleidseffecten. MKB-beleid richt zich op het garanderen van een 'level playing field' voor het MKB ten opzichte van het grootbedrijf. Dit soort beleid wordt gedreven door neoklassieke 2 Paragraaf getiteld: The economic rationale of public intervention 12

13 argumenten van marktfalen. De hoofddoelstelling van ondernemerschapbeleid is juist hogere niveaus van nieuwe ondernemingsactiviteiten te bereiken middels het beïnvloeden van het aanbod van ondernemers. Ondernemerschapbeleid richt zich dus niet op bedrijven maar op personen. Figuur 2: The interface between entrepreneurship policy and SME policy (bron: Stevenson & Lundström, 2007, p. 106). In dit concept is meer overheidshandelen gerechtvaardigd vanwege systeem falen en overheidsfalen alsmede vanwege culturele beperkingen omdat lagere niveaus van nieuwe ondernemingsactiviteiten vele oorzaken kan hebben. Het verbeteren van de bedrijfsomgeving zoals het MKB-beleid beoogt is niet genoeg voor nieuwe bedrijfsoprichtingen, een bevorderlijke cultuur en klimaat voor ondernemerschap zouden dan ook benadrukt moeten worden. 13

14 Characteristics Traditional SME policy Newer Entrepreneurship Policy Outcome Firm growth, productivity growth. Growth in entrepreneurship activity (i.e., in the number of business owners and firms). General goal Specific objective Create a favourable business climate (e.g. tax regime; marketplace frameworks; reduced red tape). To help individual firms modernize, expand, or improve competitiveness. Create a favourable entrepreneurial climate and culture (e.g., few barriers to entry, promotion of entrepreneurship in society). To encourage more people to start their own businesses and provide opportunities for them to learn about the entrepreneurial process and develop the necessary skills. Focus On firms rather than individuals. On individuals rather than firms. Stage of business cycle Client groups and targeting Policy priorities Primary focus is on support after the business has actually started. Existing firms. (Often) targets high growth sectors or high growth firms (i.e., picking winners approach). Reduce red tape and paper burden for existing SMEs. Support is offered in the nascent stages as well as during the critical first years of a start-up. Nascent and new entrepreneurs. Targets the general population and (often) segments within it (e.g., women, youth). Generally no sector targeting. Reduce procedural, regulatory, and taxation barriers to business entry. Improve access to financing. Facilitate access to micro-loans, seed capital and other start-up financing. Improve SME access to information (provide business, economic, market, government regulatory and programme information). Improve access to start-up information and advice, entrepreneurial know-how. Facilitate SME s access to domestic and international markets (e.g., tariff reductions, export subsidies). Facilitate networking activities and exchanges to promote peer-learning, partnering and dialogue. 14

15 Primary policy levers Time period for results Improve the competitiveness of small firms (e.g., management skills, strategic consulting). Foster R&D and technology adoption among SMEs (e.g., technology transfer). Use of financial/fiscal incentives to lever specific SME activities (e.g., R&D investment, exporting). More immediate (aims for results over a three-to-four year cycle). Increase opportunities for people to learn the entrepreneurial process and skills for starting a business (e.g., education, training); enhance the quality of start-up support services. Create awareness of entrepreneurship as a viable option (e.g., profile role models, influence public attitudes). Greater use of non-financial levers (except in the case of start-up and seed financing). More long-term (process perspective requires time). Tabel 4: Kenmerken van MKB-beleid en Ondernemerschapbeleid volgens Lundström en Stevenson (bron: Lundström en Stevenson, 2005, p. 53). Samenvattend is ondernemerschapbeleid in termen van het Lundström en Stevenson raamwerk beleid dat: Gericht is op de pre-start, opstartfase en de vroege post-startfase van het ondernemerschapproces welke weer gedefinieerd wordt als the process whereby individuals become aware of business ownership as an option or viable alternative, develop ideas for businesses, learn the processes of becoming an entrepreneur, and undertake the initiation and development of a business. (...) Entrepreneurship can be found in both the initiation and growth 3 of businesses (Ibid., p. 42); Is ontworpen en gericht op de drie aandachtsgebieden: motivatie, vaardigheden en kansen; Als primaire doel heeft individuen aan te moedigen (1) ondernemerschap te zien als een haalbare optie en (2) activiteiten te ontplooien voor het starten van een eigen onderneming. 3 Dit is in tegenspraak met tabel 4 waarin high-growth firms als doelgroep van MKB-beleid zijn gedefinieerd. 15

16 Beleidstypologie Lundström and Stevenson (2005) zetten vervolgens een beleidstypologie uiteen die verschillende beleidsbenaderingen representeert welke gebaseerd zijn op de praktische uitvoering van ondernemerschapbeleid door overheden aangezien deze meestal niet slechts een van de twee verschillende beleidsbenaderingen in hun totaliteit in uitvoering hebben (te weten MKB-beleid en ondernemerschapbeleid): (1) E-extension Policy, (2) New Firm Creation Policy, (3) Niche Entrepreneurship Policy and (4) Holistic Entrepreneurship Policy (zie figuur hieronder). Figuur 3: Entrepreneurship policy types (bron: Lundström & Stevenson, 2005, p. 118). Lundström and Stevenson karakteriseren het Nederlandse beleidsprogramma ten aanzien van ondernemerschap zoals uiteengezet in De Ondernemende Samenleving (EZ, 1999) als Holistic Entrepreneurship Policy (Ibid., p. 130) en [t]heir recent entrepreneurship policy documents adopt an entrepreneurial process perspective with measures to address each stage of the development cycle of an entrepreneur (...) (Ibid., p133). E-extension Policies Policies to Improve Access to Start-up Support Services and Financing Deze aanpak is vooral een aanvulling op MKB-beleid. Ondanks dat er mondjesmaat 'ondernemerschapbeleid' voorkomt in E-extension beleidsprogramma's is de aandacht van overheden hier hoofdzakelijk gericht op het signaleren van marktfalen en het level playing field in het MKB. Het ondernemerschapgeoriënteerde beleid is een reactie op de groeiende vraag van prestarters en startende onderneming naar beleid. Het E-extension beleidsaanpak staat het meest 16

17 op de voorgrond in landen met een lange traditie van MKB-beleid zoals: Australië, Canada, Zweden, Taiwan en de VS. Deze landen hebben ook al een goed ontwikkelde ondernemerschapcultuur, hoewel dit veel minder waar is voor Zweden en Australië. Ook hebben deze landen, met uitzondering van Zweden, high levels of self-employment, high start-up rates, and/or high nascent entrepreneur prevalence rates (Lundström and Stevenson, 2005, p. 120) waardoor beleid ten aanzien van het bevorderen van een ondernemerschapcultuur minder voor de hand ligt. New Firm Creation Policy Policy in favour of reducing barriers to entry and exit Dit soort beleid is vooral gericht op het reduceren van regulering en administratieve drempels ten aanzien van toetreding en uittreding in markten. Het houdt zich bijvoorbeeld bezig met het verlagen van de tijd en kosten om een onderneming op te starten en te registreren. Andere bij New Firm Creation Policy betrokken beleidsinstrumenten zijn regulations ands policies related to competition, social security, employment, taxation, bankruptcy and insolvency, and company law (Lundström and Stevenson, 2005, p. 121). Niche Entrepreneurship Policy Policy tailored to increasing entrepreneurial activity amongst specific groups of the population Niche ondernemerschapbeleid is vaak aanvullend op E-extension beleid. De rationale voor dit soort doelgroepbeleid is bijvoorbeeld werkgelegenheid, sociale uitsluiting, gelijkheid van sexen, arbeidsmarktintegratie of welvaartsverhoging. De algemene doelstelling is het verhogen van het aantal eigen bedrijven in ondervertegenwoordigde groepen als vrouwen, jongeren, etnische minderheden en werklozen (type 1) of om hightech en hoogopgeleide ondernemerschapactiviteiten te versnellen (type 2). De rechtvaardiging voor dit soort beleid wordt gevonden in sociaal, systeem of marktfalen. Dit beleid is het meest van toepassing voor landen met een reeds sterke ondernemerschapcultuur, omdat de doelgroepen anders eerst nog bestaande drempels moeten overwinnen waardoor het niche ondernemerschapbeleid minder of niet effectief kan zijn. Dit beleid heeft dus het meeste kans succesvol te zijn in ondernemerschapculturen waarin beleid voor bepaalde groepen ongunstige effecten van drempels kan minimaliseren. Holistic Entrepreneurship Policy Policy to strengthen entrepreneurial culture, climate and capacity Het meest omvattende type van ondernemerschapbeleid is het holistische ondernemerschapbeleid dat niet alleen de drempels probeert te verlagen maar een systeem van 17

18 beleidsmaatregelen is dat startende, net gestarte bedrijven of prestarters steunt en dat reageert op de veranderlijke wensen van deze doelgroep. Naast het ter beschikking stellen van financiële arrangementen voor starters, focust holistisch ondernemerschapbeleid zich ook op het integreren van ondernemerschap in het onderwijssysteem, het bevorderen van een ondernemende cultuur en het creëren van een bevorderlijk klimaat voor ondernemerschap. Het richt zich op alle drie de ondernemerschapbeleidsthema's: motivatie, vaardigheden en kansen. De hoofdimpuls voor dit soort beleid is het doel van het bereiken van een ondernemende samenleving met een hoog niveau van dynamiek, innovatie, productiviteit en economische groei. 2.4 Vergelijking van The Eclectic Framework en Entrepreneurship Policy Framework The Eclectic Framework is een theoretisch raamwerk dat de determinanten (van het niveau) van ondernemerschap in kaart brengt en hiermee ook het overheidsbeleid categoriseert. Er wordt onderscheid gemaakt tussen de vraag- en aanbodzijde van ondernemerschap en op welk aggregatieniveau de determinant zich profileert. Het Entrepreneurship Policy Framework (hierna: EPF) gaat uit van een gedragstheoretische notie van ondernemerschapbeleid waarin drie variabelen de hoofdrol spelen: motivatie, vaardigheden en kansen. The Eclectic Framework is dus gebaseerd op de determinanten van ondernemerschap, het EPF op een gedragstheoretische (bottom-up) notie van ondernemerschapbeleid. The Eclectic Framework is dus in eerste instantie niet zo zeer een raamwerk van ondernemerschapbeleid maar van ondernemerschap. Omdat (systematisch gefundeerd) beleid zich baseert op oorzakelijke verbanden van het beleidsonderwerp (hier: ondernemerschap), leent The Eclectic Framework zich voor het analyseren maar ook voor het formuleren en funderen van beleid. En niet alleen van ondernemerschapbeleid in strikte zin, maar ook van 'ondernemerschapsrelevant beleid'. Binnen het vraagzijde beleid (G1) worden in de determinantencategorie business opportunities inkomensbeleid en mededingingsbeleid beschouwd als beleidsinvulling ten aanzien van repectievelijk de incidentie en de toegankelijkheid van ondernemerschapkansen. In termen van het EPF wordt dit niet als ondernemerschapbeleid gezien. Zo zijn er meer voorbeelden te bedenken waarin The Eclectic Framework qua scope breder is dan het EPF. Het Eclectic Framework omvat bijvoorbeeld ook het beleid gericht op het reduceren van 'opportunity costs' van ondernemerschap via flexibilisering van de arbeidsmarkt of hervorming van de sociale zekerheid. The Eclectic Framework is in beginsel een descriptief raamwerk: het beschrijft de determinanten van ondernemerschap. Omdat deze determinanten specifiek (niet vaag) zijn, leent het raamwerk zich voor het formuleren van beleid op basis van deze determinanten. In die zin kan het raamwerk ook een presciptieve functie vervullen. Het EPF daarentegen is expliciet gebaseerd op de in de praktijk bestaande ondernemerschapbeleidsfilosofie. Het theoretisch kader beschrijft weliswaar de catgeorieën die van toepassing zijn op ondernemerschapproces, maar zij is vooral 18

19 instrumenteel om de ondernemerschapbeleidsfilosofie te verklaren: het is de theoretische (wetenschappelijke) onderbouwing van een beleidsfilosofie en niet - zoals The Eclectic Framework een wetenschappelijke theorie van een economische fenomeen waaruit beleid kan worden gedistilleerd. Bij het EPF lijkt de onderscheid tussen is en ought to te vervallen en lijkt het meer prescriptief van aard. Deze observatie is vooral van belang bij een ((beleids)wetenschappelijke) inhoudelijke analyse van beleid met behulp van deze raamwerken. The Eclectic Framework zou hier meer bruikbaar zijn dan het EPF vanwege inherente bias in het laatstgenoemde raamwerk. Bij een reconstructie van de ontwikkeling van een beleid (zoals in het onderhavige rapport), middels de categorieën die de genoemde twee raamwerken onderscheiden, is deze observatie van minder belang. De determinanten van The Eclectic Framework worden gefundeerd door het voortschrijdend inzicht vanuit het empirisch economisch onderzoek ten aanzien van ondernemerschap. De link tussen ondernemerschap en beleidsinvulling wordt niet expliciet onderscheiden of uiteengezet. De theorie achter het raamwerk is instrumenteel voor empirisch economisch onderzoek en zo voor een wetenschappelijke fundering van het overheidsbeleid. EPF is daarentegen juist gebaseerd op bestaand beleid en op bestaande beleidsvoornemens. De onderliggende theorie is hier instrumenteel voor een verklaring van de bestaande beleidsfilosofie ten aanzien van ondernemerschap. Er zijn ook belangrijke overeenkomsten tussen The Eclectic Framework en het EPF. Motivatie, vaardigheden en kansen uit het EPF komen bijvoorbeeld qua betekenis overeen met de combinatie van culture, preferences en risk attitudes (voor motivatie), "abilities" (voor vaardigheden) en "business opportunities" (voor kansen). Daarnaast gaat het EPF uit van het gedragstheoretische proces van ondernemerschap op het niveau van het individu, terwijl The Eclectic Framework aan de aanbodzijde van ondernemerschap bij determinantencategorie capabilities (G3 en G4) en choice filter (G5) eveneens het ondernemerschapproces op microniveau beschrijft. Op deze punten ontmoeten de twee raamwerken elkaar. 2.5 Categorisering ondernemerschapbeleid op basis van denkmodel van Hoffmann Hoffmann (2007) bouwt voort op het eclectische model van Verheul et al. (in Audretsch et al., 2002) en dat van Lundström and Stevenson (2002, 2005; Stevenson and Lundström, 2007). Het centrale concept in zijn 'Rough Guide to Enterpreneurship Policy' is dat 'new business creation' afhangt van de combinatie van drie factoren: (1) opportunities, (2) skilled people en (3) capital. Toch leiden deze drie factoren niet per definitie tot entrepreneurship (Hoffmann, 2007: 150). Dit hangt ook af van de verwachte kosten en baten van ondernemerschap, waarbij de incentive structure de impact van incentives en disincentives op kosten/baten balans van de opportunities 19

20 reflecteert. De laatste component in het denkmodel van Hoffmann bestaat uit motivation/culture. Bij elkaar vormen deze vijf categorieën van omgevingsfactoren in dit model de fundering van ondernemerschap. Vervolgens identificeert het model 24 'main policy areas affecting entrepreneurial performance' en verdeelt deze over de vijf bovengenoemde categorieën (Hoffmann, 2007: 152). 2.6 Analyseschema ondernemerschapbeleid op basis van Eclectic Framework, Entrepreneurship Policy Framework en denkmodel Hoffmann Het Nederlandse ondernemerschapbeleid zal in hoofdstuk 3 onder de loep worden gelegd van de modellen van Audretsch, Grilo en Thurik (2007) en Lundström en Stevenson (2002; 2005; Stevenson and Lundström, 2007), waarbij gebruik zal worden gemaakt van een categorisering in vijf beleidsdomeinen, die is ontleend aan Hoffmann (2007). Ook hebben wij het door Verheul et al. (2002) gehanteerde onderscheid in een vraagzijde en een aanbodzijde van ondernemerschap expliciet opgenomen. Onderstaand analyseschema in tabel 5 is gebaseerd op The Eclectic Framework van Audretsch, Grilo en Thurik (2007) en het Entrepreneurship Policy Framework van Lundström en Stevenson (2002; 2005; Stevenson and Lundström, 2007) en de synthese van voorgaande raamwerken door Hoffmann (2007). Dit schema is het uitgangspunt van analyse van de ontwikkeling van het Nederlandse ondernemerschapbeleidsprogramma in de periode Omdat het analyseschema geen onderscheid maakt tussen MKB-beleid en ondernemerschapbeleid zullen de dichotomie van Lundström en Stevenson van MKB/ondernemerschapbeleid (zie tabel 4, pp ), en hun beleidstypologie (zie pp en figuur 3, p. 14) als ondersteuning worden gebruikt. 20

Personeelsmonitor Provincies. Benchmarkrapport Provincie Noord-Holland

Personeelsmonitor Provincies. Benchmarkrapport Provincie Noord-Holland Personeelsmonitor Provincies Benchmarkrapport Zoetermeer, oktober 2014 De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting of ondersteuning

Nadere informatie

Kunnen MKB-ondernemers de weg nog vinden? Veranderingen in de sociale zekerheid

Kunnen MKB-ondernemers de weg nog vinden? Veranderingen in de sociale zekerheid Kunnen MKB-ondernemers de weg nog vinden? Veranderingen in de sociale zekerheid Peter Brouwer Zoetermeer, april 2003 Dit onderzoek maakt deel uit van het programmaonderzoek MKB en Ondernemerschap, dat

Nadere informatie

Bedrijvendynamiek en werkgelegenheid 1998-2012

Bedrijvendynamiek en werkgelegenheid 1998-2012 Bedrijvendynamiek en werkgelegenheid 1998-2012 drs. K.L. Bangma drs. A. Bruins drs. D. Snel drs. N. Timmermans Zoetermeer, 5 juli 2013 Rapportnummer : A201337 Dit onderzoek is gefinancierd door het programmaonderzoek

Nadere informatie

Cliëntenaudit Bureau ABC

Cliëntenaudit Bureau ABC Cliëntenaudit Bureau ABC 2014 Zoetermeer 17 april 2015 De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting of ondersteuning in artikelen, scripties

Nadere informatie

De oudere starter in Nederland Quick Service

De oudere starter in Nederland Quick Service De oudere starter in Nederland Quick Service Heleen Stigter Zoetermeer, januari 2003 Dit onderzoek maakt deel uit van het programmaonderzoek MKB en Ondernemerschap, dat wordt gefinancierd door het Ministerie

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2011. Dienst inburgeren Studiecentrum Talen Eindhoven bv

Tevredenheidsonderzoek 2011. Dienst inburgeren Studiecentrum Talen Eindhoven bv Tevredenheidsonderzoek 2011 Dienst inburgeren Studiecentrum Talen Eindhoven bv Zoetermeer, zaterdag 4 februari 2012 In opdracht van Studiecentrum Talen Eindhoven bv De verantwoordelijkheid voor de inhoud

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2011. Dienst inburgeren Universiteit van Amsterdam, INTT

Tevredenheidsonderzoek 2011. Dienst inburgeren Universiteit van Amsterdam, INTT Tevredenheidsonderzoek 2011 Dienst inburgeren Universiteit van Amsterdam, INTT Zoetermeer, zaterdag 4 februari 2012 In opdracht van Universiteit van Amsterdam, INTT De verantwoordelijkheid voor de inhoud

Nadere informatie

Benchmark klanten Qredits

Benchmark klanten Qredits Benchmark klanten Qredits Lia Smit Zoetermeer, maart 2013 Rapportnummer: A201308 Dit onderzoek is mede gefinancierd door het programmaonderzoek MKB en Ondernemerschap (www.ondernemerschap.nl). Voor alle

Nadere informatie

De stand van Mediation in Nederland

De stand van Mediation in Nederland De stand van Mediation in Nederland drs. R.J.M. Vogels Zoetermeer, 17 november 2011 In opdracht van het Nederlands Mediation Instituut (NMI). De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Stratus.

Nadere informatie

Global Entrepreneurship Monitor 2002

Global Entrepreneurship Monitor 2002 Global Entrepreneurship Monitor 2002 Niels Bosma Zoetermeer, 14 november 2002 Dit onderzoek maakt deel uit van het programmaonderzoek MKB en Ondernemerschap, dat wordt gefinancierd door het Ministerie

Nadere informatie

De Watersector Exportindex (WEX)

De Watersector Exportindex (WEX) De Watersector Exportindex (WEX) prognose 2006 drs. P. Gibcus drs. W.H.J. Verhoeven Zoetermeer, februari 2007 Dit onderzoek is gefinancierd door het programma Partners voor Water. De verantwoordelijkheid

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2012. Jobcoach organisatie Trace Daelzicht

Tevredenheidsonderzoek 2012. Jobcoach organisatie Trace Daelzicht Tevredenheidsonderzoek 2012 Jobcoach organisatie Trace Daelzicht Zoetermeer, maandag 4 februari 2013 In opdracht van Jobcoach organisatie Trace Daelzicht De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij

Nadere informatie

Bijdrage van buitenlandse werknemers aan innovatie in het MKB. drs. A. Bruins T. Span MSc drs. P. Gibcus

Bijdrage van buitenlandse werknemers aan innovatie in het MKB. drs. A. Bruins T. Span MSc drs. P. Gibcus Bijdrage van buitenlandse werknemers aan innovatie in het MKB drs. A. Bruins T. Span MSc drs. P. Gibcus Zoetermeer, december 2013 ISBN : 978-90-371-1096-8 Rapportnummer : A201363 Dit onderzoek is gefinancierd

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2014 / 2015. Regionaal Autisme Centrum onderdeel Autismewerk.nl

Tevredenheidsonderzoek 2014 / 2015. Regionaal Autisme Centrum onderdeel Autismewerk.nl Tevredenheidsonderzoek 2014 / 2015 Regionaal Autisme Centrum onderdeel Autismewerk.nl Zoetermeer, vrijdag 13 november 2015 In opdracht van Regionaal Autisme Centrum onderdeel Autismewerk.nl De verantwoordelijkheid

Nadere informatie

Conjunctuurpeiling BNA Voorjaar 2015

Conjunctuurpeiling BNA Voorjaar 2015 Conjunctuurpeiling BNA Voorjaar René Vogels Zoetermeer, 10 april De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting of ondersteuning in artikelen,

Nadere informatie

Innovatie in het MKB in Noord-Nederland

Innovatie in het MKB in Noord-Nederland Innovatie in het MKB in C10978 Petra Gibcus en Yvonne Prince Zoetermeer, 16 juli 2014 De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting of

Nadere informatie

Uitgevoerd in opdracht van. Rapportage beoordelen en incidenteel belonen 2013 Provincies

Uitgevoerd in opdracht van. Rapportage beoordelen en incidenteel belonen 2013 Provincies Uitgevoerd in opdracht van Rapportage beoordelen en incidenteel belonen 2013 Provincies Zoetermeer, 17 september 2014 De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek ROC De Leijgraaf

Tevredenheidsonderzoek ROC De Leijgraaf Tevredenheidsonderzoek 2015 ROC De Leijgraaf Zoetermeer, zondag 14 februari 2016 In opdracht van ROC De Leijgraaf De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of

Nadere informatie

Belasting over de winst verdeeld naar sector en grootteklasse

Belasting over de winst verdeeld naar sector en grootteklasse Belasting over de winst verdeeld naar sector en grootteklasse Minirapportage ir. C.C. van de Graaff drs. W.H.J. Verhoeven drs. P. Vroonhof K. Bakker Zoetermeer, 18 september 2002 Dit onderzoek is uitgevoerd

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2015. AM Werk Reïntegratie BV

Tevredenheidsonderzoek 2015. AM Werk Reïntegratie BV Tevredenheidsonderzoek 2015 AM Werk Reïntegratie BV Zoetermeer, zondag 14 februari 2016 In opdracht van AM Werk Reïntegratie BV De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van

Nadere informatie

Stemming onder ondernemers in het MKB

Stemming onder ondernemers in het MKB Stemming onder ondernemers in het MKB ISBN : 978-90-371-1130-9 Rapportnummer : A201424 Dit onderzoek is gefinancierd door het programmaonderzoek MKB en Ondernemerschap (www.ondernemerschap.nl) Panteia

Nadere informatie

Effecten BTW-verandering op het. gedrag van consumenten in de. Schilders- en stukadoorsbranche. drs. K.L. Bangma drs. D. Snel

Effecten BTW-verandering op het. gedrag van consumenten in de. Schilders- en stukadoorsbranche. drs. K.L. Bangma drs. D. Snel Effecten BTW-verandering op het gedrag van consumenten in de Schilders- en stukadoorsbranche drs. K.L. Bangma drs. D. Snel Zoetermeer, 23 maart 2012 Dit onderzoek is gefinancierd door CNV Vakmensen, FNV

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2014. STE Languages

Tevredenheidsonderzoek 2014. STE Languages Tevredenheidsonderzoek 2014 STE Languages Zoetermeer, vrijdag 13 februari 2015 In opdracht van STE Languages De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of teksten

Nadere informatie

Evaluatie campagne Doe meer met Afval. mening betrokken gemeenten

Evaluatie campagne Doe meer met Afval. mening betrokken gemeenten Evaluatie campagne Doe meer met Afval mening betrokken gemeenten Zoetermeer, 10 maart 2014 De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2011. BHP Groep Loopbaanadvisering

Tevredenheidsonderzoek 2011. BHP Groep Loopbaanadvisering Tevredenheidsonderzoek 2011 BHP Groep Loopbaanadvisering Zoetermeer, zaterdag 4 februari 2012 In opdracht van BHP Groep Loopbaanadvisering De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia/Stratus.

Nadere informatie

Invloed van het aantal kinderen op de seksdrive en relatievoorkeur

Invloed van het aantal kinderen op de seksdrive en relatievoorkeur Invloed van het aantal kinderen op de seksdrive en relatievoorkeur M. Zander MSc. Eerste begeleider: Tweede begeleider: dr. W. Waterink drs. J. Eshuis Oktober 2014 Faculteit Psychologie en Onderwijswetenschappen

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2015. Stap.nu Reïntegratie & Counseling

Tevredenheidsonderzoek 2015. Stap.nu Reïntegratie & Counseling Tevredenheidsonderzoek 2015 Stap.nu Reïntegratie & Counseling Zoetermeer, zaterdag 27 februari 2016 In opdracht van Stap.nu Reïntegratie & Counseling De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia.

Nadere informatie

Competencies atlas. Self service instrument to support jobsearch. Naam auteur 19-9-2008

Competencies atlas. Self service instrument to support jobsearch. Naam auteur 19-9-2008 Competencies atlas Self service instrument to support jobsearch Naam auteur 19-9-2008 Definitie competency The aggregate of knowledge, skills, qualities and personal characteristics needed to successfully

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2013-2014. Stichting ActiefTalent

Tevredenheidsonderzoek 2013-2014. Stichting ActiefTalent Tevredenheidsonderzoek 2013-2014 Stichting ActiefTalent Zoetermeer, donderdag 21 mei 2015 In opdracht van Stichting ActiefTalent De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van

Nadere informatie

Digital municipal services for entrepreneurs

Digital municipal services for entrepreneurs Digital municipal services for entrepreneurs Smart Cities Meeting Amsterdam October 20th 2009 Business Contact Centres Project frame Mystery Shopper Research 2006: Assessment services and information for

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2015. Rijn IJssel, Educatie & Integratie

Tevredenheidsonderzoek 2015. Rijn IJssel, Educatie & Integratie Tevredenheidsonderzoek 2015 Rijn IJssel, Educatie & Integratie Zoetermeer, zaterdag 27 februari 2016 In opdracht van Rijn IJssel, Educatie & Integratie De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2014-2015. Staatvandienst B.V.

Tevredenheidsonderzoek 2014-2015. Staatvandienst B.V. Tevredenheidsonderzoek 2014-2015 Staatvandienst B.V. Zoetermeer, donderdag 13 augustus 2015 In opdracht van Staatvandienst B.V. De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van

Nadere informatie

Brancheonderzoek BNA. Conjunctuurmeting oktober 2012. Koninklijke Maatschappij tot Bevordering der Bouwkunst Bond van Nederlandse Architecten

Brancheonderzoek BNA. Conjunctuurmeting oktober 2012. Koninklijke Maatschappij tot Bevordering der Bouwkunst Bond van Nederlandse Architecten Brancheonderzoek BNA Conjunctuurmeting oktober 2012 Koninklijke Maatschappij tot Bevordering der Bouwkunst Bond van Nederlandse Architecten Jollemanhof 14 Postbus 19606 1000 GP Amsterdam T 020 555 36 66

Nadere informatie

MKB Rating: smaakt naar meer Onderzoek naar bekendheid en gebruik van ratings door MKB-bedrijven

MKB Rating: smaakt naar meer Onderzoek naar bekendheid en gebruik van ratings door MKB-bedrijven MKB Rating: smaakt naar meer Onderzoek naar bekendheid en gebruik van ratings door MKB-bedrijven Lia Smit, Ro Braaksma, Pieter Fris Zoetermeer, december 2013 ISBN : 978-90-371-1108-8 Rapportnummer : A201374

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2014 / 2015. P&M arbeidsreintegratie

Tevredenheidsonderzoek 2014 / 2015. P&M arbeidsreintegratie Tevredenheidsonderzoek 2014 / 2015 P&M arbeidsreintegratie Zoetermeer, dinsdag 4 augustus 2015 In opdracht van P&M arbeidsreintegratie De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik

Nadere informatie

De haperende groeimotor van het Nederlands kleinbedrijf

De haperende groeimotor van het Nederlands kleinbedrijf De haperende groeimotor van het Nederlands kleinbedrijf Januari 2016 Justin Jansen, Erasmus Universiteit Rotterdam Occo Roelofsen, McKinsey & Company Poll: Hoe gaat het met ondernemerschap in Nederland?

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2013-2014. Coaching en Advisering

Tevredenheidsonderzoek 2013-2014. Coaching en Advisering Tevredenheidsonderzoek 2013-2014 Coaching en Advisering Zoetermeer, zondag 3 augustus 2014 In opdracht van Coaching en Advisering De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik

Nadere informatie

OVERGANGSREGELS / TRANSITION RULES 2007/2008

OVERGANGSREGELS / TRANSITION RULES 2007/2008 OVERGANGSREGELS / TRANSITION RULES 2007/2008 Instructie Met als doel het studiecurriculum te verbeteren of verduidelijken heeft de faculteit FEB besloten tot aanpassingen in enkele programma s die nu van

Nadere informatie

Benefits Management. Continue verbetering van bedrijfsprestaties

Benefits Management. Continue verbetering van bedrijfsprestaties Benefits Management Continue verbetering van bedrijfsprestaties Agenda Logica 2010. All rights reserved No. 2 Mind mapping Logica 2010. All rights reserved No. 3 Opdracht Maak een Mindmap voor Kennis Management

Nadere informatie

Twee decennia ondernemerschapsbeleid. in sociaaleconomische context geplaatst

Twee decennia ondernemerschapsbeleid. in sociaaleconomische context geplaatst H200807 Twee decennia ondernemerschapsbeleid in beeld: een jong beleidsprogramma in sociaaleconomische context geplaatst A.A.B.H. Kuiper MSc BA dr. A.R.M. Wennekers Zoetermeer, 26 juni 2008 This report

Nadere informatie

Financieringsmonitor MKB Starters

Financieringsmonitor MKB Starters Financieringsmonitor MKB Starters Starters en gevestigd MKB vergeleken Pim van der Valk Lia Smit Zoetermeer, 19 januari 2010 Dit onderzoek is gefinancierd door Ministerie van Economische Zaken Programmaonderzoek

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2014. SWA HR Diensten

Tevredenheidsonderzoek 2014. SWA HR Diensten Tevredenheidsonderzoek 2014 SWA HR Diensten Zoetermeer, vrijdag 13 februari 2015 In opdracht van SWA HR Diensten De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of

Nadere informatie

Pilot Voorspelmodellen: de prijs van primaire kunststoffen

Pilot Voorspelmodellen: de prijs van primaire kunststoffen SCALES-paper N200404 Pilot Voorspelmodellen: de prijs van primaire kunststoffen drs. H.H.M. Peeters drs. W.H.J. Verhoeven Zoetermeer, maart 2004 The SCALES-paper series is an electronic working paper series

Nadere informatie

Update IFRS 15 - Alloceren van de transactieprijs

Update IFRS 15 - Alloceren van de transactieprijs Update IFRS 15 - Alloceren van de transactieprijs Number 11, May 2015 IFRS 15 - Alloceren van de transactieprijs Het alloceren van de transactieprijs aan de afzonderlijke prestatieverplichtingen in een

Nadere informatie

Is uw vereniging toekomstbestendig en voorbereid op de Generatie XYZ? Onderzoek onder branche- en beroepsorganisaties en verenigingen

Is uw vereniging toekomstbestendig en voorbereid op de Generatie XYZ? Onderzoek onder branche- en beroepsorganisaties en verenigingen Is uw vereniging toekomstbestendig en voorbereid op de Generatie XYZ? Onderzoek onder branche- en beroepsorganisaties en verenigingen Zoetermeer, 6 juni 2013 De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2014-2015. Arbo Coaching B.V.

Tevredenheidsonderzoek 2014-2015. Arbo Coaching B.V. Tevredenheidsonderzoek 2014-2015 Arbo Coaching B.V. Zoetermeer, maandag 20 juli 2015 In opdracht van Arbo Coaching B.V. De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers

Nadere informatie

TaxLab 26 maart 2015. We maken het leuker. Fiscale faciliteiten voor het familiebedrijf

TaxLab 26 maart 2015. We maken het leuker. Fiscale faciliteiten voor het familiebedrijf TaxLab 26 maart 2015 We maken het leuker. Fiscale faciliteiten voor het familiebedrijf Inhoud Tax Incentives: o Innovatie drieluik: WBSO/RDA/iBox o Investeringsregelingen EIA/MIA en subsidies Optimalisatie

Nadere informatie

Ervaringen met begeleiding FTA cursus Deployment of Free Software Systems

Ervaringen met begeleiding FTA cursus Deployment of Free Software Systems Ervaringen met begeleiding FTA cursus Deployment of Free Software Systems Frans Mofers Nederland cursusmateriaal & CAA's alle cursusmateriaal vrij downloadbaar als PDF betalen voor volgen cursus cursussite

Nadere informatie

Process Mining and audit support within financial services. KPMG IT Advisory 18 June 2014

Process Mining and audit support within financial services. KPMG IT Advisory 18 June 2014 Process Mining and audit support within financial services KPMG IT Advisory 18 June 2014 Agenda INTRODUCTION APPROACH 3 CASE STUDIES LEASONS LEARNED 1 APPROACH Process Mining Approach Five step program

Nadere informatie

Best? New practice industry-university cooperation. Chemelot InSciTe. www.chemelot-inscite.com

Best? New practice industry-university cooperation. Chemelot InSciTe. www.chemelot-inscite.com Best? New practice industry-university cooperation Chemelot InSciTe www.chemelot-inscite.com Aanleiding / Externe ontwikkelingen Wetenschappelijke competitie neemt toe; universiteit moet zich op sterktes

Nadere informatie

Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt The role of mobility in higher education for future employability

Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt The role of mobility in higher education for future employability The role of mobility in higher education for future employability Jim Allen Overview Results of REFLEX/HEGESCO surveys, supplemented by Dutch HBO-Monitor Study migration Mobility during and after HE Effects

Nadere informatie

De Invloed van Familie op

De Invloed van Familie op De Invloed van Familie op Depressie- en Angstklachten van Verpleeghuisbewoners met Dementie The Influence of Family on Depression and Anxiety of Nursing Home Residents with Dementia Elina Hoogendoorn Eerste

Nadere informatie

Business Architectuur vanuit de Business

Business Architectuur vanuit de Business Business Architectuur vanuit de Business CGI GROUP INC. All rights reserved Jaap Schekkerman _experience the commitment TM Organization Facilities Processes Business & Informatie Architectuur, kun je vanuit

Nadere informatie

Vertrouwen in eigen bedrijf keldert Ondernemersvertrouwen door de jaren heen

Vertrouwen in eigen bedrijf keldert Ondernemersvertrouwen door de jaren heen Vertrouwen in eigen bedrijf keldert Ondernemersvertrouwen door de jaren heen Bram van der Linden Zoetermeer, december 2013 ISBN : 978-90-371-1107-1 Rapportnummer : A201373 Dit onderzoek is gefinancierd

Nadere informatie

Second Opinion Achter de Lange Stallen

Second Opinion Achter de Lange Stallen Second Opinion Achter de Lange Stallen Henk J. Gianotten Capelle aan den IJssel, 5 februari 2013 De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Henk Gianotten. Het gebruik van cijfers en/of teksten

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2012 / 2013. Baanfit verzuim en re-integratie

Tevredenheidsonderzoek 2012 / 2013. Baanfit verzuim en re-integratie Tevredenheidsonderzoek 2012 / 2013 Baanfit verzuim en re-integratie Zoetermeer, zaterdag 20 juli 2013 In opdracht van Baanfit verzuim en re-integratie De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij

Nadere informatie

Financiering bij familiebedrijven

Financiering bij familiebedrijven Financiering bij familiebedrijven Ro Braaksma Zoetermeer, 23 september 2011 Dit onderzoek is gefinancierd door het Centrum van het Familiebedrijf. De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij EIM.

Nadere informatie

EXIN WORKFORCE READINESS opleider

EXIN WORKFORCE READINESS opleider EXIN WORKFORCE READINESS opleider DE ERVARING LEERT ICT is overal. Het is in het leven verweven geraakt. In een wereld waarin alles steeds sneller verandert, is het lastig te bepalen wat er nodig is om

Nadere informatie

EXIN WORKFORCE READINESS werkgever

EXIN WORKFORCE READINESS werkgever EXIN WORKFORCE READINESS werkgever DE ERVARING LEERT ICT is overal. Het is in het leven verweven geraakt. In een wereld waarin alles steeds sneller verandert, is het lastig te bepalen wat er nodig is om

Nadere informatie

Betekenis nieuwe GRI - Richtlijnen. Rob van Tilburg Adviesgroep duurzaam ondernemen DHV Utrecht, 23 November 2006

Betekenis nieuwe GRI - Richtlijnen. Rob van Tilburg Adviesgroep duurzaam ondernemen DHV Utrecht, 23 November 2006 Betekenis nieuwe GRI - Richtlijnen Rob van Tilburg Adviesgroep duurzaam ondernemen DHV Utrecht, 23 November 2006 Opbouw presentatie 1. Uitgangspunten veranderingen G2 - > G3 2. Overzicht belangrijkste

Nadere informatie

EXIN WORKFORCE READINESS professional

EXIN WORKFORCE READINESS professional EXIN WORKFORCE READINESS professional DE ERVARING LEERT ICT is overal. Het is in het leven verweven geraakt. In een wereld waarin alles steeds sneller verandert, is het lastig te bepalen wat er nodig is

Nadere informatie

PICA Patient flow Improvement center Amsterdam

PICA Patient flow Improvement center Amsterdam Operations research bij strategische capaciteitsbeslissingen in de zorg Ger Koole 26 mei 2008 Wat is Operations research? operations research (O.R.) is the discipline of applying advanced analytical methods

Nadere informatie

The Dutch mortgage market at a cross road? The problematic relationship between supply of and demand for residential mortgages

The Dutch mortgage market at a cross road? The problematic relationship between supply of and demand for residential mortgages The Dutch mortgage market at a cross road? The problematic relationship between supply of and demand for residential mortgages 22/03/2013 Housing market in crisis House prices down Number of transactions

Nadere informatie

Effecten invoering nieuwe ziektekostenstelsel 2006

Effecten invoering nieuwe ziektekostenstelsel 2006 Effecten invoering nieuwe ziektekostenstelsel 2006 Gevolgen voor de werkgeversbijdrage voor het MKB en het grootbedrijf M. Folkeringa P.J.M. Vroonhof Zoetermeer, 30 december 2003 Bestelnummer: M200311

Nadere informatie

Rapport analyse afschrijvingskosten Gemeente Oostzaan. Oostzaan, 22 april 2013

Rapport analyse afschrijvingskosten Gemeente Oostzaan. Oostzaan, 22 april 2013 Rapport analyse afschrijvingskosten Gemeente Oostzaan Oostzaan, 22 april 2013 1. Situatieschets De gemeente Oostzaan is permanent bezig met het verbeteren en optimaliseren van haar bedrijfsvoering. Het

Nadere informatie

Uitnodiging Security Intelligence 2014 Dertiende editie: Corporate IAM

Uitnodiging Security Intelligence 2014 Dertiende editie: Corporate IAM Uitnodiging Security Intelligence 2014 Dertiende editie: Corporate IAM 5 maart 2014 De Beukenhof Terweeweg 2-4 2341 CR Oegstgeest 071-517 31 88 Security Intelligence Bijeenkomst Corporate IAM On the Internet,

Nadere informatie

Innovatie instrument en financierings mogelijkheden

Innovatie instrument en financierings mogelijkheden HealthGrain Holland, Den Haag 5 juli 2011 Innovatie instrument en financierings mogelijkheden Frans van den Berg, Innovatiemakelaar Food & Nutrition Delta Food & Nutrition Delta? FND is deel van het Innovatieprogramma

Nadere informatie

Future of the Financial Industry

Future of the Financial Industry Future of the Financial Industry Herman Dijkhuizen 22 June 2012 0 FS environment Regulatory & political pressure and economic and euro crisis 1 Developments in the sector Deleveraging, regulation and too

Nadere informatie

Stigmatisering van Mensen met Keelkanker: de Rol van Mindfulness van de Waarnemer

Stigmatisering van Mensen met Keelkanker: de Rol van Mindfulness van de Waarnemer Met opmaak: Links: 3 cm, Rechts: 2 cm, Boven: 3 cm, Onder: 3 cm, Breedte: 21 cm, Hoogte: 29,7 cm Stigmatisering van Mensen met Keelkanker: de Rol van Mindfulness van de Waarnemer Stigmatisation of Persons

Nadere informatie

Ondernemerschap in Vlaanderen: een vergelijkende, internationale studie

Ondernemerschap in Vlaanderen: een vergelijkende, internationale studie Ondernemerschap in Vlaanderen: een vergelijkende, internationale studie De Global Entrepreneurship Monitor (GEM) is een jaarlijks onderzoek dat een beeld geeft van de ondernemingsgraad van een land. GEM

Nadere informatie

Windows Server 2003 EoS. GGZ Nederland

Windows Server 2003 EoS. GGZ Nederland Windows Server 2003 EoS GGZ Nederland Inleiding Inleiding Op 14 juli 2015 gaat Windows Server 2003 uit Extended Support. Dat betekent dat er geen nieuwe updates, patches of security releases worden uitgebracht.

Nadere informatie

IT risk management voor Pensioenfondsen

IT risk management voor Pensioenfondsen IT risk management voor Pensioenfondsen Cyber Security Event Marc van Luijk Wikash Bansi Rotterdam, 11 Maart 2014 Beheersing IT risico s Het pensioenfonds is verantwoordelijk voor de hele procesketen,

Nadere informatie

MKB ziet wel brood in ondernemerschapsonderwijs

MKB ziet wel brood in ondernemerschapsonderwijs M201114 MKB ziet wel brood in ondernemerschapsonderwijs MKB-ondernemers over ondernemen in het reguliere onderwijs drs. B. van der Linden drs. P. Gibcus Zoetermeer, november 2011 MKB ziet wel brood in

Nadere informatie

Enterprisearchitectuur

Enterprisearchitectuur Les 2 Enterprisearchitectuur Enterprisearchitectuur ITarchitectuur Servicegeoriënteerde architectuur Conceptuele basis Organisatiebrede scope Gericht op strategie en communicatie Individuele systeemscope

Nadere informatie

Ctrl Ketenoptimalisatie Slimme automatisering en kostenreductie

Ctrl Ketenoptimalisatie Slimme automatisering en kostenreductie Ctrl Ketenoptimalisatie Slimme automatisering en kostenreductie 1 Ctrl - Ketenoptimalisatie Technische hype cycles 2 Ctrl - Ketenoptimalisatie Technologische trends en veranderingen Big data & internet

Nadere informatie

Belemmeringen, informele. samenwerking en MKB-bedrijfsgroei. Nederlandse samenvatting. dr. J. Hessels

Belemmeringen, informele. samenwerking en MKB-bedrijfsgroei. Nederlandse samenvatting. dr. J. Hessels Belemmeringen, informele samenwerking en MKB-bedrijfsgroei Nederlandse samenvatting dr. J. Hessels Zoetermeer, 4 juli 2013 Dit onderzoek is mede gefinancierd door het programmaonderzoek MKB en Ondernemerschap

Nadere informatie

Italian desk Chi? Lokaal aanspreekpunt is Melissa Allegrezza. 2015. For information, contact Deloitte Fiduciaire

Italian desk Chi? Lokaal aanspreekpunt is Melissa Allegrezza. 2015. For information, contact Deloitte Fiduciaire Chi? Netwerk van (en samenwerking tussen) collega s met Italiaanse achtergrond, binnen Deloitte België, zowel Nederlandstalig als Franstalig, vanuit verschillende achtergrond en locaties Lokaal aanspreekpunt

Nadere informatie

Kernenergie. Van uitstel komt afstel

Kernenergie. Van uitstel komt afstel 23 Kernenergie. Van uitstel komt afstel Bart Leurs, Lenny Vulperhorst De business case van Borssele II staat ter discussie. De bouw van een tweede kerncentrale in Zeeland wordt uitgesteld. Komt van uitstel

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2009. Plooi Coaching

Tevredenheidsonderzoek 2009. Plooi Coaching Tevredenheidsonderzoek 2009 Zoetermeer, 19 mei 2010 In opdracht van De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Stratus. Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting of ondersteuning in

Nadere informatie

Pilot Voorspelmodellen: de prijs van synthetisch rubber

Pilot Voorspelmodellen: de prijs van synthetisch rubber SCALES-paper N200405 Pilot Voorspelmodellen: de prijs van synthetisch rubber drs. H.H.M. Peeters drs. W.H.J. Verhoeven Zoetermeer, maart 2004 The SCALES-paper series is an electronic working paper series

Nadere informatie

Enterprise Architectuur. een duur begrip, maar wat kan het betekenen voor mijn gemeente?

Enterprise Architectuur. een duur begrip, maar wat kan het betekenen voor mijn gemeente? Enterprise Architectuur een duur begrip, maar wat kan het betekenen voor mijn gemeente? Wie zijn we? > Frederik Baert Director Professional Services ICT @frederikbaert feb@ferranti.be Werkt aan een Master

Nadere informatie

STICHTING LIGHTREC NEDERLAND MANAGER LIGHTREC

STICHTING LIGHTREC NEDERLAND MANAGER LIGHTREC STICHTING LIGHTREC NEDERLAND MANAGER LIGHTREC LIGHTREC Energiezuinige lampen zijn goed voor het milieu, maar mogen niet worden afgedankt bij het gewone huisvuil. De materialen uit energiezuinige verlichting

Nadere informatie

COGNITIEVE DISSONANTIE EN ROKERS COGNITIVE DISSONANCE AND SMOKERS

COGNITIEVE DISSONANTIE EN ROKERS COGNITIVE DISSONANCE AND SMOKERS COGNITIEVE DISSONANTIE EN ROKERS Gezondheidsgedrag als compensatie voor de schadelijke gevolgen van roken COGNITIVE DISSONANCE AND SMOKERS Health behaviour as compensation for the harmful effects of smoking

Nadere informatie

Voorkom pijnlijke verrassingen Nieuwe Controleaanpak Belastingdienst. Presentator: Remko Geveke

Voorkom pijnlijke verrassingen Nieuwe Controleaanpak Belastingdienst. Presentator: Remko Geveke Voorkom pijnlijke verrassingen Nieuwe Controleaanpak Belastingdienst Presentator: Remko Geveke Start webinar: 08:30 uur Agenda Nieuwe Controleaanpak Belastingdienst Verticaal Toezicht vs. Horizontaal Toezicht

Nadere informatie

M200616. De winstpotentie van personeelsbeleid in het MKB

M200616. De winstpotentie van personeelsbeleid in het MKB M200616 De winstpotentie van personeelsbeleid in het MKB dr. J.M.P. de Kok drs. J.M.J. Telussa Zoetermeer, december 2006 Prestatieverhogend HRM-systeem MKB-bedrijven met een zogeheten 'prestatieverhogend

Nadere informatie

Visie vanuit de BIG-5 op Standard Business Reporting

Visie vanuit de BIG-5 op Standard Business Reporting www.pwc.nl SBR Programma Visie vanuit de BIG-5 op Standard Business Reporting Amersfoort, Inhoud 1. Introductie en disclaimer 2. Rol binnen het SBR programma 3. Samenwerken of concurreren? 4. Bijzondere

Nadere informatie

Enterprise Portfolio Management

Enterprise Portfolio Management Enterprise Portfolio Management Strategische besluitvorming vanuit integraal overzicht op alle portfolio s 22 Mei 2014 Jan-Willem Boere Vind goud in uw organisatie met Enterprise Portfolio Management 2

Nadere informatie

Work to Work mediation

Work to Work mediation Work to Work mediation Mobility Centre Automotive Theo Keulen 19-9-2008 Policy Context Flexibility,mobility and sustainable employability are key words in modern labour market policy Work to work arrangements

Nadere informatie

De Relatie tussen Werkdruk, Pesten op het Werk, Gezondheidsklachten en Verzuim

De Relatie tussen Werkdruk, Pesten op het Werk, Gezondheidsklachten en Verzuim De Relatie tussen Werkdruk, Pesten op het Werk, Gezondheidsklachten en Verzuim The Relationship between Work Pressure, Mobbing at Work, Health Complaints and Absenteeism Agnes van der Schuur Eerste begeleider:

Nadere informatie

The downside up? A study of factors associated with a successful course of treatment for adolescents in secure residential care

The downside up? A study of factors associated with a successful course of treatment for adolescents in secure residential care The downside up? A study of factors associated with a successful course of treatment for adolescents in secure residential care Annemiek T. Harder Studies presented in this thesis and the printing of this

Nadere informatie

Pesten onder Leerlingen met Autisme Spectrum Stoornissen op de Middelbare School: de Participantrollen en het Verband met de Theory of Mind.

Pesten onder Leerlingen met Autisme Spectrum Stoornissen op de Middelbare School: de Participantrollen en het Verband met de Theory of Mind. Pesten onder Leerlingen met Autisme Spectrum Stoornissen op de Middelbare School: de Participantrollen en het Verband met de Theory of Mind. Bullying among Students with Autism Spectrum Disorders in Secondary

Nadere informatie

Private Governance : Werkt het? Is het genoeg?

Private Governance : Werkt het? Is het genoeg? Private Governance : Werkt het? Is het genoeg? Workshop Public & Private Governance Wageningen UR / MinBuZa Th Hague, February 1, 2013 The Hague, Febr. 1, 2013 Public & Private Governance slide 1 Initiatieven

Nadere informatie

Dr Doede J Binnema. Programm leader Food&Nutrition HANNN

Dr Doede J Binnema. Programm leader Food&Nutrition HANNN Dr Doede J Binnema Programm leader Food&Nutrition HANNN Why is a cluster needed? Healthy Ageing has become an important pillar of R&D (e.g. Lifelines & ERIBA) in the three provinces of the Northern Netherlands

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2009. Renga BV

Tevredenheidsonderzoek 2009. Renga BV Tevredenheidsonderzoek 2009 Zoetermeer, 1 juni 2010 In opdracht van De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Stratus. Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting of ondersteuning in

Nadere informatie

Investment Management. De COO-agenda

Investment Management. De COO-agenda Investment Management De COO-agenda Vijf thema s 1) Markt 2) Wet- en regelgeving 3 5) Rol van de COO 5 3) Operations 4) Technologie 2012 KPMG Accountants N.V., registered with the trade register in the

Nadere informatie

Verbeteren van gezondheidsvaardigheden van ouderen in Europa EU-FP7-IROHLA. NCVGZ April 2013 Andrea de Winter. Jaap Koot & Menno Reijneveld

Verbeteren van gezondheidsvaardigheden van ouderen in Europa EU-FP7-IROHLA. NCVGZ April 2013 Andrea de Winter. Jaap Koot & Menno Reijneveld Verbeteren van gezondheidsvaardigheden van ouderen in Europa NCVGZ April 2013 Andrea de Winter EU-FP7-IROHLA Jaap Koot & Menno Reijneveld Omvang en aard van problemen met gezondheidsvaardigheden Doelen

Nadere informatie

De bijdrage van cohorten aan het niveau en de ontwikkeling van de arbeidsproductiviteit

De bijdrage van cohorten aan het niveau en de ontwikkeling van de arbeidsproductiviteit De bijdrage van cohorten aan het niveau en de ontwikkeling van de arbeidsproductiviteit Minirapportage drs. W.H.J Verhoeven dr. R.G.M. Kemp drs. H.H.M. Peeters Zoetermeer, 26 september 2002 Deze studie

Nadere informatie

Van: Hoogendoorn, Ilona (NL Rotterdam) [mailto:ihoogendoorn@deloitte.nl] Namens Wiersma, Reinder (NL Rotterdam)

Van: Hoogendoorn, Ilona (NL Rotterdam) [mailto:ihoogendoorn@deloitte.nl] Namens Wiersma, Reinder (NL Rotterdam) A.van Beerendonk Van: Griffie Verzonden: dinsdag 1 december 2015 13:17 Aan: A.van Beerendonk Onderwerp: FW: Cursus van BBV naar Vpb 18 januari 2016 Bijlagen: image013.wmz Digitale leeszaal Van: Hoogendoorn,

Nadere informatie

Auteurs: Jan van Bon, Wim Hoving Datum: 9 maart 2009. Cross reference ISM - COBIT

Auteurs: Jan van Bon, Wim Hoving Datum: 9 maart 2009. Cross reference ISM - COBIT Auteurs: Jan van Bon, Wim Hoving Datum: 9 maart 2009 Cross reference ISM - COBIT ME: Monitor & Evaluate Cross reference ISM - COBIT Management summary Organisaties gebruiken doorgaans twee soorten instrumenten

Nadere informatie