WENKENDE ALTERNATIEVEN Progressieve visies op een andere globalisering

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "WENKENDE ALTERNATIEVEN Progressieve visies op een andere globalisering"

Transcriptie

1 WENKENDE ALTERNATIEVEN Progressieve visies op een andere globalisering

2 Personalia Marc Buiter was tot 1 januari 2005 beleidsmedewerker bij het Wetenschappelijk Bureau GroenLinks. Momenteel werkzaam als zelfstandig adviseur en journalist onder de naam Feedback Consultancy. Martijn Dadema is Internationaal Secretaris van GroenLinks. Wouter van Eck is campagneleider Landbouw en Voedsel bij Milieudefensie. Bas Eickhout is milieukundige en was lid van de commissie GroenLinks Verkiezingsprogramma Europees Parlement Kees Kodde was beleidsmedewerker bij het team Landbouw en Voedsel bij Milieudefensie toen hij het artikel voor deze bundel schreef. Joris Thijssen is campagneleider Klimaatverandering en Energie bij Greenpeace. Kees Vendrik is Tweede-Kamerlid voor Groen- Links en woordvoerder op het terrein van economie, financiën en onderwijs. Robert Went is gastonderzoeker aan de Faculteit voor Economie en Econometrie (FEE) van de Universiteit van Amsterdam (UVA). Homepage:

3 WENKENDE ALTERNATIEVEN Progressieve visies op een andere globalisering Auteurs: Marc Buiter Martijn Dadema Wouter van Eck Bas Eickhout Kees Kodde Joris Thijssen Kees Vendrik Robert Went Redactie: Marc Buiter GROENLINKS WETENSCHAPPELIJK BUREAU

4 W E N K E N D E A L T E R N A T I E V E N Inhoudsopgave Personalia 2 Inhoudsopgave 4 Inleiding 7 Een linkse leemte 7 Alternatieven voor de huidige economische globalisering 7 Deel 1 1 Vrijhandel versus duurzame ontwikkeling 9 door Robert Went 1.1 De illusoire voordelen van vrijhandel Doe wat wij zelf nooit gedaan hebben De prijs van exportgeleide groei Een alternatieve agenda voor ontwikkeling WTO: Whose Trade Organization? 15 2 Internationale Financiën als ontwerpprobleem voor een andere globalisering 19 door Marc Buiter 2.1 Financiële stabiliteit en efficiëntie? Tussen faciliterende en beperkende financiën De Amerikaanse economie-locomotief Gevolgen van financiële globalisering voor ontwikkelingslanden Hervormingen tot dusver Financiën voor ontwikkeling Een nieuwe internationale financiële architectuur Hervorming internationale financiën op linkse agenda 33 3 Economische globalisering in Progressief perspectief 37 door Martijn Dadema 3.1 Wereldbank en IMF Wereldhandelsorganisatie (WTO) Tot slot 46 4 Een linkse agenda voor globalisering: een tussenstand 47 door Kees Vendrik 4.1 Hoeveel globalisering kan een mens verdragen? Politiek buitenspel Hoofdlijnen voor een progressieve politieke agenda 48 Deel 2 5 Ontregionalisering en globalisering van landbouw en voedsel 51 door Kees Kodde en Wouter van Eck, Milieudefensie 5.1 Transport wordt gesubsidieerd Impact van globalisering op voedselveiligheid Klimaatverandering Milieubelasting door industriële vleesproductie Overconsumptie Is globalisering bij te sturen? Conclusie: stop de fixatie op export 56 4

5 6 Het Klimaat voor Kansen 59 door Joris Thijssen, Greenpeace 6.1 The day is today Het koolstofbudget Gisteren het Kyoto Protocol Kyoto gered, nu het klimaat nog Politiek, geld en klimaat - enkele voorbeelden Wil Nederland het klimaat redden? Uitgangspunten voor een post-kyoto klimaatbeleid Driesporig klimaatbeleid The American way of living is not up for negotiation De pijn van rechtvaardige verdeling Klimaat voor kansen Een uitweg zonder pijn? 64 7 Mondialisering van het milieubeleid; Dilemma s voor progressieve politici 67 Door Bas Eickhout 7.1 Pleidooi voor regionalisering even eenzijdig als pleidooi voor globalisering De behoefte aan een gedifferentieerd handelsbeleid Ontwikkelingslanden en EU: partners in WTO-verband? VS zijn onmisbare partner in klimaatbeleid Concluderend 72 Bijlage: Verklarende woordenlijst 75 5

6 W E N K E N D E A L T E R N A T I E V E N 6

7 Inleiding Een links leemte De huidige economische globalisering wordt in sterke mate gestuurd door neoliberale inzichten en overtuigingen. Vooral in de uitvoerende macht van politiek en bedrijfsleven zijn velen overtuigd van de meerwaarde van neoliberale richtlijnen zoals een vrije en ongehinderde uitwisseling van goederen en (financiële) diensten tussen landen en werelddelen, een exportgeleide groei en specialisatie van nationale economieën en bedrijven op basis van comparatieve voordelen. In de EU kan deze neoliberale oriëntatie onder machthebbers worden teruggevonden in invloedrijke documenten zoals de Lissabon-agenda en de nieuwe EU-Grondwet. Andersglobalisten hebben veel kritiek op deze, op neoliberale leest geschoeide globalisering. Zij wijzen er onder andere op dat de neoliberale richtlijnen voor economische ontwikkeling geen duurzame oplossing bieden voor urgente mondiale problemen zoals klimaatverandering, het democratisch deficit in mondiale bestuursorganen en de aanhoudende, schrijnende armoede onder een groot deel van de wereldbevolking. Sterker nog, veel critici zijn ervan overtuigd dat de neoliberale globaliseringsrecepten een belangrijke oorzaak zijn (van het voortbestaan) van deze problemen. Ook binnen de groen en links georiënteerde politiek bestaat veel kritiek op de neoliberale receptuur voor economische globalisering. Als relatief jonge politieke stroming maken de Groenen, in Europa en ook in Nederland, zich al jaren sterk voor progressieve hervormingen in het internationale economische beleid en bestuur. Voorstellen lopen uiteen van democratisering van mondiale instituties zoals het IMF en de Wereldbank tot harde eisen met betrekking tot de verslaglegging van bedrijven over de sociale en ecologische gevolgen van hun economische activiteiten. Hierbij wordt vaak voortgebouwd op visies en ideeën van individuen en organisaties die kunnen worden gerekend tot het heterogene gezelschap van de andersglobaliseringsbeweging. Desalniettemin lijkt de groen en links georiënteerde politiek nog ver verwijderd van een integrale progressieve agenda ten aanzien van globalisering. Hoewel het woord leegte in dit verband overdreven is, kan er wel met enig recht worden gesproken van een leemte als het gaat om wervende linkse antwoorden op de urgente ontwikkelingsdilemma s die samenhangen met de huidige globalisering. Bij het streven naar oude linkse idealen zoals een min of meer gelijkmatige welvaartsverdeling in de wereld, ontwikkeling en emancipat ie van ar me bevolking sg roepen hier en elders in de wereld en een democratisch georganiseerd mondiaal bestuur, ontbreekt het vooral aan wenkende linkse alternatieven bij de afweging van deze belangen tegen relatief nieuwe linkse idealen zoals een vitale en duurzame conditie van natuur en milieu op aarde en een slagvaardig mondiaal bestuur. Zonder de pretentie te hebben deze linkse leemte te kunnen vullen, wil het Wetenschappelijk Bureau van GroenLinks met deze bundel artikelen een aanzet geven tot nadere, linkse visieontwikkeling over globalisering. Hij kan worden gezien als een vervolg op de twee eerdere publicaties over globalisering: in de eerste 1 staan vooral de motieven achter de kritiek en de acties van andersglobalisten centraal, in de tweede 2 gaat het om de vorming van een gezamenlijke agenda voor milieu- en ontwikkelingsorganisaties ter versterking van internationale milieuverdragen. Alternatieven voor de huidige economische globalisering Deze bundel richt zich vooral op de alternatieven die andersglobalisten bepleiten voor de huidige economische globalisering. Hierover is immers relatief weinig bekend, mede door de universele invloed en overtuigingskracht van het neoliberale gedachtegoed. Aan een vijftal auteurs is daarom de vraag gesteld inzicht te geven in een aantal alternatieven die voor links interessant zijn om op te pakken bij het streven naar een duurzame aanpak van mondiale problemen die samenhangen met de huidige economische globalisering. Om misverstanden te voorkomen, moet hierbij onmiddellijk worden opgemerkt dat deze bundel geen dekkend of representatief overzicht bevat van de in omloop zijnde alternatieven. Daarvoor zijn er eenvoudigweg teveel. 1 Willem Verhaak (2002), Wat beweegt de beweging? Utrecht: Wetenschappelijk Bureau GroenLinks. 2 Willem Verhaak (2003), Handelsverdragen versus Milieuverdragen, een progressieve agenda voor duurzame ontwikkeling, Utrecht: Wetenschappelijk Bureau GroenLinks. 7

8 W E N K E N D E A L T E R N A T I E V E N Gekozen is voor een focus op alternatieven voor mondiaal bestuur en beleid op het gebied van respectievelijk vrijhandel, internationale financiën, voedselvoorziening en klimaatverandering. In het eerste deel schetsen Robert Went en Marc Buiter alternatieven voor de liberalisering van de internationale handel en financiën zoals die tot dusver gestalte heeft gekregen. In het tweede deel breken Kees Kodde en Wouter van Eck namens Milieudefensie eerst een lans voor de ontwikkeling van een meer regionaal georiënteerde landbouw- en voedselmarkt. Namens Greenpeace en het Climate Action Network houdt Joris Thijssen vervolgens een pleidooi voor een driesporig post-kyoto klimaatbeleid, waarbij een grote historische verantwoordelijkheid wordt toebedeeld aan de geïndustrialiseerde landen om het voortouw te nemen bij de vermindering van broeikasgasemissies in eigen land. De bundel wordt aangevuld met bijdragen van Martijn Dadema, Kees Vendrik en Bas Eickhout. Zij reageren op de voorgestelde alternatieven vanuit de praktijk van de GroenLinkse partijpolitiek. Martijn Dadema en Kees Vendrik gaan daarbij in op de voorstellen van Robert Went en Marc Buiter, terwijl Bas Eickhout zijn licht laat schijnen over de alternatieven van de milieubeweging, in deze vertegenwoordigd door Milieudefensie en Greenpeace. Utrecht, december 2004 Marc Buiter 8

9 Deel 1 1 Vrijhandel versus duurzame ontwikkeling 1 door Robert Went Een wonderlijk monsterverbond beijvert zich binnen en buiten de Wereldhandelsorganisatie (WTO) voor verdergaande handelsliberalisering. Vrijhandel leidt tot grotere afzetmarkten en dat is goed voor de economische groei en armoedebestrijding in ontwikkelingslanden. Aldus redeneren The Economist en Financial Times, de Wereldbank en het United Nations Development Programme (UNDP), veel regeringen, politieke organisaties 2 en NGO s zoals, prominent, de OXFAM (in ons land de NOVIB). In opvallende eensgezindheid verbinden zij daaraan de conclusie dat verdergaande handelsliberalisering dus een goede strategie is om de huidige neoliberale globalisering socialer en rechtvaardiger te maken. Maar voor die claim is geen bewijs. Bovendien zijn er veelal ongewenste neveneffecten voor de economische structuur en ontwikkeling van de betreffende landen. Voor duurzame ontwikkeling is een andere benadering van handel en de WTO nodig. 1.1 De illusoire voordelen van vrijhandel De helft van de wereldbevolking leeft van minder dan 2 dollar per dag terwijl de gemiddelde gesubsidieerde koe in Europa 2 dollar 20 per dag krijgt. 3 Het is inmiddels een gevleugelde uitspraak die het goed doet als oneliner in de pers. De bijbehorende klacht is dat de VS en EU subsidie geven aan hun agrarische sector, die bovendien een deel van haar producten exporteert naar ontwikkelingslanden. Tegelijkertijd zouden de arme landen inkomsten mislopen omdat hun export naar de EU en de VS wordt belemmerd. Maar de terechte verontwaardiging over deze hypocrisie en dubbele moraal leidt er nogal eens toe dat het belang van grotere exportmogelijkheden voor ontwikkelingslanden wordt overschat of overdreven. In de aanloop naar de recente (juli 2004) WTO-conferentie verwezen veel kranten bijvoorbeeld naar een studie waarin de Wereldbank stelt dat de levensstandaard van ruim 140 miljoen mensen boven de armoedegrens kan worden getild als mondiaal de tarieven op agrarische en industriële producten worden afgeschaft. Volgens de Wereldbank kan internationale handel een sleutelfunctie vervullen bij de armoedebestrijding doordat het de groei van de werkgelegenheid en de economie in een ontwikkelingsland stimuleert. Want landen die door middel van handel zijn toegetreden tot exportmarkten en die hun banden met de mondiale economie hebben aangehaald, zijn in het algemeen sneller gegroeid dan landen die dat niet hebben gedaan. 4 Is het werkelijk? Econoom Dani Rodrik (2001) onderzocht de literatuur die aan dit soort claims ten grondslag ligt en concludeerde dat er geen overtuigend bewijs is dat handelsliberalisering op een voorspelbare wijze resulteert in economische groei. 5 Peter Dorman (2002) wijst er op dat de lonen in Mexico tussen 1994 en 1999 met 16 procent zijn gedaald na de vorming van een vrijhandelszone (NAFTA) met de VS en Canada, terwijl ze volgens vooraf gemaakte modelberekeningen met 5 tot 10 procent zouden stijgen. De UNCTAD (2004) constateert in haar meest recente Least Developed Countries Report dat betere exportprestaties in de 49 armste landen van de wereld zich zelden vertalen in een substantiële en duurzame vermindering van de armoede. Huffschmidt et al. (2005) waarschuwen dat de vaak bepleite liberalisering van de landbouwsector vooral de extensieve landbouw zal versterken in 1 Delen van dit artikel zijn eerder gepresenteerd in een workshop, getiteld Globalisering: kans of beproeving?, tijdens de Academie van de Wiardi Beckma Stichting (WBS), mei Uit het aanbevelenswaardige boek Globalization: Tame It Or Scrape it? van Greg Buckman, penningmeester van de Australische Groenen, blijkt dat ook een deel van de groene partijen hiertoe kan worden gerekend. 3 Vraaggesprek met Sylvia Borren, algemeen directeur van de NOVIB, op 4 Issue brief for trade (updated March 2004) op 5 Rodrik (2001): De enige systematische relatie is dat landen hun handelsrestricties afbreken naarmate ze rijker worden. Dit verklaart het feit dat de meeste rijke landen van vandaag zich op het pad van economische groei begaven vanachter beschermende handelsbarrières die ze in de loop van het proces afbraken. 9

10 W E N K E N D E A L T E R N A T I E V E N rijk begiftigde opkomende economieën zoals Brazilië en Argentinië. Kleine, individuele boeren in het Noordoosten van Brazilië of Afrika schieten er echter niet veel mee op, die worden van de kaart geveegd. 6 En in eigen land, tot slot, kunnen vrijhandelvoorstanders Kets (Universiteit van Tilburg) en Tang (CPB) er niet omheen dat de nettovoordelen van vrijhandel onzeker zijn. Zelfs wanneer er een robuuste relatie tussen openheid en groei kan worden aangetoond, blijft het onduidelijk welke van beide nu oorzaak en gevolg zijn (Kets en Tang 2004). De veronderstelde voordelen van verdergaande handelsliberalisering blijken in de echte wereld dus moeilijk te vinden. 1.2 Doe wat wij zelf nooit gedaan hebben De meeste economen begrijpen niet dat de rest van de wereld niet snapt dat vrijhandel een briljant idee is. 7 Ricardo (1817) toonde immers bijna twee eeuwen geleden al aan dat alle landen daar baat bij hebben. Maar die theorie over de comparatieve voordelen van handel is gebaseerd op een groot aantal aannames waaraan in werkelijkheid nooit wordt voldaan. 8 En Ricardo s voorbeeld, over de wederzijdse voordelen die Engeland en Portugal toentertijd zouden hebben van specialisatie en handel in respectievelijk laken en wijn, bleek niet te kloppen (Sideri 1970). Internationale organisaties en regeringen van rijke landen houden ontwikkelingslanden voor dat zij zich moeten openstellen voor internationale handel om vooruit te komen. Maar er zijn helemaal geen rijke landen die zich met vrijhandel hebben ontwikkeld. Voor zijn fraaie boek Kicking Away the Ladder 9 onderzocht econoom Ha-Joon Chang (2002) de geschiedenis van het industrie-, handels- en technologiebeleid van Groot-Brittannië, de VS, Duitsland, Frankrijk, Zweden, België, Nederland, Zwitserland, Japan, Korea en Taiwan. De wijze waarop deze landen zich hebben weten te ontwikkelen tot wat zij nu zijn, blijkt in het geheel niet overeen te komen met wat de huidige ontwikkelingslanden wordt aanbevolen en aangepraat. Elk succesvol land blijkt namelijk gebruik te hebben gemaakt van protectionistische en andere activistische maatregelen 10 om binnenlandse, opkomende industrieën (infant industries) te beschermen tegen buitenlandse concurrenten. Bovendien hebben alle ontwikkelde landen het beleid door de jaren heen regelmatig aangepast aan hun veranderende positie in de internationale concurrentiestrijd. Algemene recepten die werken in alle tijden en alle landen bestaan dus helemaal niet. Vergelijkingen van handelstarieven van ontwikkelde en ontwikkelingslanden zijn daarom volgens Chang hoogst misleidend. Vanwege het grote verschil in productiviteit tussen ontwikkelde en ontwikkelingslanden zijn zelfs de relatief hoge niveaus van protectionisme, die in de ontwikkelingslanden overheersten tot de jaren 1980, niet excessief in verhouding tot het historische peil van de nu ontwikkelde landen. Na twee decennia handelsliberalisering zijn de ontwikkelingslanden inmiddels minder protectionistisch dan de huidige rijke landen ten tijde van hun eerste ontwikkelingsstadia. Algemene claims over de voordelen van handelsliberalisering berusten dus op drijfzand. Maar in prognoses en berekeningen over de potentiële voordelen van handelsovereenkomsten voor ontwikkelingslanden worden de positieve gevolgen toch vaak dik aangezet. Mark Weisbrot and Dean Baker (2002) van het Center for Economic and Policy Research (CEPR) namen een paar van deze studies en modellen kritisch onder de loep en concludeerden dat daaruit geenszins kan worden afgeleid dat de ontwikkelingslanden als groep beter worden van verdergaande handelsliberalisering. Zo berekende de Wereldbank dat het weghalen van alle barrières in de rijke landen voor de import van producten uit ontwikkelingslanden slechts zou leiden tot een weinig spectaculaire 6 In vergelijkbare zin stelt Rodrik (2004): Een van de raadsels van de huidige onderhandelingsronde over vrijhandel is dat ontwikkelingslanden zich hebben laten verleiden tot acceptatie van een landbouw-liberaliseringsagenda als Ontwikkelingsronde. In feite hebben ontwikkelinslanden altijd al gemengde belangen gehad bij liberalisering van de handel in landbouwproducten. 7 Kets en Tang (2004) citeren een bron volgens welke maar liefst 97 procent van de academische economen in de Verenigde Staten het idee van vrijhandel steunt. 8 Went (2002): Hoewel hij ze niet expliciet formuleert, liggen er veel veronderstellingen ten grondslag aan Ricardos vrijhandelstheorie. Zonder enige onderbouwing veronderstelt hij dat al het inkomen in een land wordt gebruikt om goederen te kopen, dat er nooit sprake is van vraagafname doordat er geld wordt gespaard, dat de productiecapaciteit en productiefactoren altijd volledig worden benut (doordat ze onmiddellijk worden aangepast aan veranderingen in de vraag), dat landen altijd hun handelsbalans in evenwicht hebben of althans erop gericht zijn dat evenwicht zo snel mogelijk te herstellen, en dat markten zich snel aanpassen en daarom perfect flexibel zijn. Zie ook: Shaikh De titel verwijst naar Friedrich List (1841) die schreef dat landen die zichzelf met protectionistisch beleid ontwikkelen de neiging hebben om de ladder waarlangs zij zelf omhoog zijn geklommen voor andere landen weg te schoppen, door vrijhandel van hen te eisen. 10 Het gaat hierbij o.a. om importtarieven en exportsubsidies, planning van investeringen en steun voor onderzoek en ontwikkeling. 1 0

11 1. V R I J H A N D E L V E R S U S D U U R Z A M E O N T W I K K E L I N G toename van het nationaal inkomen van 0,6 procent in 2015 in landen met lage en middenhoge inkomens. Dezelfde berekening leerde dat liberalisering van de handel in landbouw- en textielproducten voor een aantal ontwikkelingslanden juist negatieve gevolgen heeft. En Brown,Deardorff en Stern (2001; zie ook Dorman 2002) voorzagen in een veelgeciteerde studie ter ondersteuning van verdergaande handelsliberalisering, dat o.a. Mexico, Indonesië en Centraal- en Zuid-Amerikaanse landen slechter zouden worden van de Uruguay-ronde van de GATT ( ). Het is eerder regel dan uitzondering dat modelberekeningen over de gevolgen van handelsliberalisering sterk uiteenlopen. Dat komt omdat er niet één manier is om zulke berekeningen te maken. Niet alle sectoren en landen kunnen in modellen worden opgenomen. Er moeten dus keuzes worden gemaakt en allerlei effecten bijvoorbeeld hoeveel de vraag naar suiker stijgt als de prijs daalt moeten worden geschat. Weisbrot en Baker noemen een aantal redenen waarom landen, anders dan modelberekeningen suggereren, niet noodzakelijkerwijs profiteren van handelsliberalisering, of daar zelfs slechter van worden: Als gevolg van handelsliberalisering kunnen de relatieve prijzen van goederen veranderen. Een land, dat voor zijn inkomsten afhankelijk is van een exportproduct waarvan de prijs daalt onder invloed van de liberalisering, gaat erop achteruit als de prijzen van de goederen die het importeert niet evenveel dalen. Een land dat goederen exporteert waarvan de import door de ontvangende landen met quota wordt beperkt, krijgt daar in de regel een hogere prijs (quota rent) voor. Dat voordeel vervalt als die importbeperking wordt opgeheven. En het is heel goed mogelijk dat de winst uit verkoop van meer exportgoederen niet opweegt tegen het verlies van een lagere prijs per product. Landen die veel goederen importeren die door het exporterende land worden gesubsidieerd, bijvoorbeeld graan uit de VS, kunnen er op achteruit gaan als die subsidie wordt stopgezet en zij dus meer moeten gaan betalen voor die importen. In veel modellen wordt geen rekening gehouden met het verlies aan inkomsten voor landen die, als gevolg van handelsliberalisering, geen importtarieven meer mogen heffen. 11 In 1990 ging het daarbij om een niet onbelangrijke daling van de overheidsinkomsten voor Algerije (16procent), India (21 procent), Kenia (15 procent), Pakistan (17 procent), Sierra Leone (46 procent) en Vietnam (25 procent). Het bijkomende risico is dat dergelijke inkomstendervingen worden gecompenseerd door bezuinigingen op publieke voorzieningen. In veel modelberekeningen wordt verondersteld dat het aanpassingsproces in economieën die zich openstellen voor handel snel en pijnloos zal zijn, en dus geen invloed zal hebben op de baten van handelsliberalisering. Maar die aanpassing kan tientallen jaren duren en gepaard gaan met hoge sociale kosten, onder meer in de vorm van grote bewegingen van het platteland naar de steden en verlies van banen in binnenlandse sectoren die niet opgewassen zijn tegen de nieuwe concurrentie uit het buitenland. Een voorbeeld: McMillan, Rodrik en Horn Welch (2002) berekenden de directe voordelen van de liberalisering van de cashewsector in Mozambique. Deze liberalisering, die begin jaren 1990 werd doorgevoerd onder druk van de Wereldbank, leverde US $6.6 miljoen op, oftewel 0,14 procent van het nationaal inkomen van Mozambique. De voordelen werden [echter] grotendeels tenietgedaan door de werkloosheidskosten in stedelijke gebieden. De nettowinst voor lokale boeren was waarschijnlijk niet veel groter dan 5,3 miljoen dollar, ofwel 5,3 dollar per jaar voor een gemiddeld huishouden in de cashewteelt. Potentiële kosten van handelsliberalisering worden vaak genegeerd in berekeningen en prognoses. Een voorbeeld hiervan zijn de afspraken over de Trade Related Aspects of Intellectual Property (TRIPS) in de WTO. Die kunnen ontwikkelingslanden op hoge kosten jagen, bijvoorbeeld omdat ze voor patenten en copyrights moeten gaan betalen. Of omdat de prijzen van sommige medicijnen in deze landen, onder invloed van TRIPS-afspraken, stijgen met 300 tot 400 procent. Alles bij elkaar kunnen dergelijke kosten van handelsliberalisering, die veelal niet in modelberekeningen zijn meegenomen, de voorspelde voordelen voor een (groot) deel van de betrokken landen minimaliseren, of zelfs overtreffen. Het is mede daarom erg jammer dat andere maatregelen waar ontwikkelingslanden misschien wel evenveel of zelfs meer van zouden profiteren, niet meer aandacht krijgen. Denk bijvoorbeeld aan het vergroten van de stabiliteit van het internationale financiële stelsel, het kwijtschelden 11 De Wereldbank veronderstelt dat deze heffingen worden vervangen door een andere belasting. Maar vooral voor arme ontwikkelingslanden is het vaak eenvoudiger om belasting te heffen op goederen, die via havens of vliegvelden het land in komen, omdat zij geen goed systeem hebben voor het innen en administreren van belasting op inkomen of toegevoegde waarde. 11

12 W E N K E N D E A L T E R N A T I E V E N van de schuldenlast van ontwikkelingslanden 12, of het liberaliseren van het mondiale verkeer van personen. 1.3 De prijs van exportgeleide groei Naast de veronachtzaming van de kosten van handelsliberalisering zijn er problemen met het stimuleren van ontwikkeling door exportgeleide groei. Per definitie kunnen niet alle landen in de wereld meer exporteren dan importeren. Dus als steeds meer landen hun kaarten zetten op een toename van de vraag in andere landen, zal dat vaak leiden tot onverkoopbare overschotten en dalende prijzen. Als gevolg daarvan dalen dan weer de inkomsten uit de verkoop van goederen en grondstoffen. Zo is de prijs van een ton suiker, katoen of rubber nog maar ongeveer 20 procent van wat deze 20 jaar geleden was. Voor koffie, waarvan 25 miljoen mensen moeten leven, ligt de prijs zelfs beneden dat niveau. En voor veel andere tropische grondstoffen (palmolie, cacao, thee, etc.) wordt nu minder dan de helft betaald dan 20 jaar geleden (Robbins 2003). Wanneer landen meer en meer moeten produceren en exporteren (soms tot 100 procent) om dezelfde inkomsten te houden, kunnen ze in een vicieuze cirkel terechtkomen en gijzelaar worden van hun exportproducten. Zo ontstaat een race to the bottom, waarin landen steeds meer van hetzelfde gaan produceren en met lagere prijzen en aantrekkelijke fiscale regelingen tegen elkaar gaan opbieden om marktaandeel vast te houden, investeringen aan te trekken en inkomsten te genereren. Dat heeft ook negatieve gevolgen voor de financiële stabiliteit. Dalende inkomsten als gevolg van lagere exportprijzen ondermijnen de capaciteit van landen om schulden af te lossen en rente te betalen. En overproductie verhoogt de financiële risico s van investeringen. Wat een en ander concreet betekent, beschrijft de UNCTAD in haar rapporten over handel en ontwikkeling in de minst ontwikkelde landen (2002a en 2002b). Onderontwikkelde landen zijn volgens deze VN-organisatie in een mondiale armoedeval terechtgekomen waar zij niet meer dreigen uit te komen. Het is wellicht verrassend voor voorstanders van verdergaande handelsliberalisering, maar volgens de UNCTAD is het probleem van de minst ontwikkelde landen niet dat zij te weinig geïntegreerd zijn in de wereldeconomie. Internationale handel is reeds van groot belang voor de economieën van de minst ontwikkelde landen (LDCs 13 ). In de jaren kwam gemiddeld 43 procent van hun BBP voort uit de import en export van goederen en diensten. Het gemiddelde niveau van handelsintegratie van de LDCs ligt rond het wereldgemiddelde en bijna op hetzelfde niveau als dat van de landen die in het recente Wereldbankrapport Globalization, Growth and Poverty zijn geïdentificeerd als de meer geglobaliseerde ontwikkelingslanden. Het gemiddelde niveau van handelsintegratie [van de LDCs] ligt zelfs hoger dan dat van de hogeinkomenslanden in de OECD, aldus de UNCTAD. Veel van deze landen zijn volgens de UNCTAD steeds meer gaan exporteren zonder dat hun inkomen daardoor steeg. Door stagnerende markten en lagere prijzen zijn zij er niet in geslaagd de productie te verschuiven van landbouw en na-tuurlijke hulpbronnen naar producten met meer toegevoegde waarde. Ook zijn veel landen tegelijkertijd meer arbeidsintensieve goederen gaan produceren. Met als gevolg: dalende prijzen en een toenemende concurrentie om buitenlandse directe investeringen aan te trekken onder meer door met lage loonniveaus tegen elkaar op te bieden. De fixatie op exportvergroting heeft grote gevolgen voor de economische structuur, het milieu en, meer in het algemeen, de kwaliteit van de ontwikkeling van landen. Hoogleraar rurale sociologie Jan Douwe van der Ploeg kritiseert in dit kader bijvoorbeeld het functioneren van de wereldvoedselmarkt. Van der Ploeg: We eten vooral voedselkilometers. Die reiken tot daar waar je schaamteloos de factor grond en de factor arbeid kunt uitplukken. Het is een kwestie van niet willen weten. Er is veel bekend over de ecologische ravage die in veel derdewereldlanden wordt aangericht. Dit is direct gekoppeld aan onze importbehoefte (NRC Handelsblad, 4 september 2004). Ook geograaf William Moseley (2005), die onderzoek doet in Mali, geeft een treffende illustratie van de keerzijde van de dominante exportlogica. Moseley: Als, ten eerste, de Amerikanen en Euro- 12 Zo wijst Ibrahim Gambari, ondersecretaris-generaal en speciaal adviseur van de VN voor Afrika, er op dat het grootste deel van de hulp aan Afrika verloren gaat aan schuldbetalingen. De officiële ontwikkelingshulp aan Afrika bedroeg in ,5 miljard dollar, terwijl in dat zelfde jaar door publieke en private partijen uit Afrika 22 miljard dollar werd uitgegeven aan de afbetaling van langetermijnschulden. In 2002 stroomde 22,2 miljard dollar aan ontwikkelingshulp naar Afrika, terwijl de totale publiek-private uitgaven aan langetermijnschulden in Afrika in dat jaar 17,6 miljard dollar bedroegen, aldus Gambari (Financial Times 27 september 2004). 13 LDCs, de Engelse afkorting voor Least Developed Countries (Minst Ontwikkelde Landen), is een classificatie van de Verenigde Naties die wordt gebruikt voor aanduiding van de 39 armste landen ter wereld. 1 2

13 1. V R I J H A N D E L V E R S U S D U U R Z A M E O N T W I K K E L I N G peanen de subsidies aan hun eigen boeren zouden reduceren, ligt een stijging van de mondiale prijzen in de lijn der verwachting. Eveneens valt te verwachten dat deze prijsstijgingen in het voordeel werken van Afrikaanse boeren die het betreffende gewas bijvoorbeeld katoen telen. Het probleem is echter dat deze meevaller slechts van korte duur zal zijn, omdat katoenboeren over de hele wereld (inclusief Afrika) daarop zullen reageren door méér te produceren, waardoor het prijsniveau op de wereldmarkt weer zal dalen. De mondiale katoenprijzen zijn de afgelopen 50 jaar gestaag gedaald en soortgelijke trends doen zich voor bij nagenoeg alle grote handelsgewassen op de wereldmarkt. Een nationale economie die wordt gedomineerd door één of twee handelsgewassen hetgeen in veel Afrikaanse landen aan de orde is staat bloot aan heftige oplevingen en depressies naar gelang de mondiale prijzen stijgen en dalen. De neerwaartse langetermijntrend in de prijzen van deze goederen voorspelt een soortgelijk lot voor de economieën die er in hoge mate afhankelijk van zijn. In de tweede plaats is de ecologische houdbaarheid van de productie van handelsgewassen vaak kwestieus. De katoenproductie bijvoorbeeld, is verantwoordelijk voor de helft van het totale pesticidengebruik in de wereld. Het is ook funest voor de bodem als er niet voldoende organische inputs worden gebruikt. In mijn onderzoek in het West- Afrikaanse Mali heb ik vastgesteld dat naarmate een boer zich meer toelegt op exportgeoriënteerde katoenproductie, hij ook meer geneigd is gebruik te maken van chemische inputs die de bodem verzuren en de bodemvruchtbaarheid uithollen. Desondanks heeft Mali, mede onder druk van de Wereldbank en het IMF, zich consequent ingespannen om de katoenproductie te verhogen Een alternatieve agenda voor ontwikkeling De WTO is opgericht om handelsliberalisering te organiseren en af te dwingen. Maar, zoals UNCTAD-onderzoekers Kozul-Wright en Rayment (2004) constateren: Het overdreven belang dat veel overheden en economische instituties hechten aan handelsliberalisering is vermoedelijk contraproductief. 15 Door de belofte van een snelle route naar groei en ontwikkeling bestaat niet alleen het risico van verzet als gevolg van teleurgestelde verwachtingen maar ook van het veronachtzamen van andere beleidsinspanningen die gecoördineerd moeten worden in een coherente ontwikkelingsstrategie. Handelsbeleid is in essentie slechts één van de vele beleidsinstrumenten waarmee landen hun economische groei- en ontwikkelingsdoelen kunnen nastreven, en de hamvraag is of en onder welke voorwaarden dat effectief is. 16 Handelsliberalisering is niet de panacee voor ontwikkeling en een alternatieve benadering van handelsregiems is daarom nodig. Rodrik (2004): In plaats van de vraag: Hoe kunnen we handel en markttoegang maximaliseren zouden onderhandelaars de vraag moeten stellen: Hoe kunnen we landen in staat stellen tot groei uit de armoede?. Dat is in een notendop de strategische keus die moet worden gemaakt. Wat de wereld daarvoor nodig heeft, is een dun in plaats van een dik model voor globalisering. Met veel minder nadruk op internationale harmonisatie en gelijke regels voor iedereen en met ruimte voor experimenteren en maatwerk. Wat dat voor verschil zou maken voor bijvoorbeeld Afrikaanse landen werkt Moseley (2005) uit. Wie werkelijk belang stelt in de ontwikkeling van Afrika zou twee beleidsalternatieven in overweging kunnen nemen. Ten eerste hebben veel Afrikaanse landen dringend behoefte aan een grotere diversiteit aan exportgewassen. Dit zou kunnen betekenen dat de vrijhandelsorthodoxie moet worden verlaten om ruimte te scheppen voor geoormerkte subsidies voor veelbelovende exportgewassen. Biologische producten van peentjes tot katoen zijn een potentiële niche met hoge toegevoegde waarde die zich leent voor sommige Afrikaanse landen. Ten tweede zullen Afrikaanse economieën altijd gehandicapt blijven zolang ze niet de mogelijkheid krijgen om industrie- en dienstensectoren te ontwikkelen. Op basis van de magere prestaties van een aantal staatsindustrieën in de jaren 1960 en 1970 ook de belangstelling van Noordelijke landen voor nieuwe afzetmarkten voor hun industrieproducten mag in dit verband niet onvermeld blijven hebben 14 Farm subsidies and Africa: Cottonss not king, International Herald Tribune 20 juli Zie ook Moseley Datzelfde geldt voor de liberalisering van het kapitaalverkeer die voor veel landen die vanaf het midden van de jaren 1980 hun handel liberaliseerden. de problemen heeft verergerd (zie ondere andere de bijdrage van Marc Buiter in deze bundel en Kozul-Wright en Rayment 2004). 16 Instituties zijn van groot belang, maar Chang (2002) concludeert op grond van een historische analyse dat er geen algemeen geldend standaardpakket instituties is voor alle situaties en landen. Dat betekent niet dat ontwikkelingslanden geen instituties moeten introduceren, of daar nog eens 100 of 150 jaar over moeten doen. Integendeel, gebruikmaking van voortschrijdende inzichten kan een belangrijk voordeel zijn voor ontwikkelingslanden. Maar ontwikkelingslanden moeten ook met instituties de ruimte krijgen voor maatwerk. De potentiële bijdrage aan de interne ontwikkeling van het land zou hierbij doorslaggevend moeten zijn en niet wat internationale investeerders er over denken. 1 3

14 W E N K E N D E A L T E R N A T I E V E N de Wereldbank, het IMF en de WTO zich agressief gericht op de ontmanteling van de Afrikaanse industriële sector en op de verwijdering van alle protectionistische maatregelen rond deze producten. De ironie is dat Europa, Amerika en de nieuwe, geïndustrialiseerde landen in Azië allemaal hebben geprofiteerd van protectie gedurende hun industriële kindertijd. Hoewel ik niet verwacht dat veel Afrikaanse landen zullen concurreren op de wereldmarkt, is er een aantal consumptiegoederen waarvoor de lokale productie kan worden aangemoedigd. In plaats van goedkope plastic goederen uit China te importeren, zou het Afrikaanse landen bijvoorbeeld moeten worden toegestaan protectionistische maatregelen te treffen om de lokale productie van deze producten te stimuleren (Moseley 2005). Een ontwikkeling op basis van de interne markt betekent niet dat ontwikkelingslanden zich volledig afschermen voor buitenlandse handel (schrikbeeld Noord-Korea), maar dat zij zich geconditioneerd inschakelen in de wereldmarkt. Een met export verdiende dollar is niet meer waard dan een binnenlands gegenereerde dollar, en export moet dus ook geen doel op zich zijn. Exporteren is alleen zinvol als daar inkomsten mee worden verworven waarmee noodzakelijke importen of leningen kunnen worden gefinancierd. 17 Het doorslaggevende criterium voor internationale organisaties en onderhandelingen zou moeten zijn wat landen moeten doen om zich te kunnen ontwikkelen, in plaats van wat zij moeten doen om te integreren in de wereldeconomie alsof dat een doel op zich is. Daarbij gaat het volgens de UNCTAD (2004) om adequate groei in plaats van exportgeleide groei. Er moet kunnen worden gekozen uit verschillende institutionele arrangementen om te komen tot productieve efficiëntie, macro-economische en financiële stabiliteit, armoedebestrijding, en een rechtvaardige verdeling van inkomen en welvaart (zie Chang 2003 en Chang en Grabel 2004). Dat vereist geen generieke benadering op basis van consensus en bindende regels, maar ruimte om te experimenteren. Martin Khor (2003), directeur van het Third World Network, heeft een aantal relevante hervormingen voorgesteld om het mondiale handelsstelsel en de WTO meer in dienst te stellen van de binnenlandse ontwikkeling van ontwikkelingslanden: 18 Herzie en hervorm de bestaande WTO-regels: elke overeenkomst moet worden herzien om een speciale en gedifferentieerde behandeling van ontwikkelingslanden mogelijk te maken. Tot deze herziening is afgerond, mogen ontwikkelingslanden niet worden onderworpen aan procedures van het Dispute Settlement Body (DSB) 19 van de WTO. Huffschmid et al. (2005) stellen voor dat het functioneren van het DSB compleet wordt heroverwogen zodat het minder nadelig uitvalt voor ontwikkelingslanden. Met handhaving van het multilateralismeprincipe zou de DSB, na deprivatisering, onder toezicht van de Verenigde Naties moeten worden gesteld. Het probleem van de lage en dalende grondstofprijzen moet worden aangepakt met grondstoffenovereenkomsten waarin de sociale en ecologische waarden van grondstoffen worden meegenomen. De UNCTAD (2004) bepleit in dat kader een koppeling tussen de prijzen van grondstoffen en de terugbetaling van schulden, en Robbins (2003) breekt een lans voor programma s om het aanbod van grondstoffen te reguleren. Ontwikkelingslanden moeten niet langer onder druk worden gezet om akkoord te gaan met het uitbreiden van het WTO-mandaat naar nieuwe terreinen, zoals investeringen, concurrentie en overheidsprocedures. De besluitvormingsprocedures binnen de WTO dienen ingrijpend te worden gewijzigd. Alle leden moeten het recht krijgen actief deel te nemen aan vergaderingen. De standpunten van alle leden moeten adequaat worden weergegeven in onderhandelingsteksten. Er mag geen druk op leden worden uitgeoefend om de standpunten van andere leden te accepteren. Er moet voldoende tijd zijn voor leden om voorstellen die in discussie zijn te kunnen beoordelen. 20 Ontwikkelingslanden moeten de ruimte en de vrijheid krijgen om zelf te bepalen hoe zij hun economie willen inrichten en in welke mate zij zich willen openstellen voor handel (en ka-pitaal). Zo krijgen zij de gelegenheid zelf te ontdekken welke econo- 17 Dani Rodrik (1999) laat zien dat veel landen sterk groeiden toen zij een strategie van importsubstitutie volgden, dat sommige landen met een zeer open economie niet of nauwelijks groeien, en dat er ook landen zijn (zoals het grote China) die sterk groeiden terwijl ze relatief gesloten waren. 18 Zie voor alternatieve benaderingen bijvoorbeeld ook Citizens Trade Campaign (http://www.citizenstrade.org/), Focus on the Global South (http:// Global Trade Watch van Public Citizen (www.citizen.org/trade/) en Wallach en Woodall (2004). 19 ls een WTO-lidstaat van mening is dat een andere lidstaat zich niet houdt aan een WTO-overeenkomst kan het hierover een zaak starten bij het Dispute Settlement Body van de WTO. Zie: 20 Jawara en Kwa (2003) laten zien dat op dit punt veel mis is met de WTO. 1 4

15 1. V R I J H A N D E L V E R S U S D U U R Z A M E O N T W I K K E L I N G mische activiteiten voor hen op termijn het gunstigst zijn. Om dit leerproces een kans te geven zijn tijdelijke protectiemaatregelen noodzakelijk. Welke instrumenten (invoerrechten, subsidies, overheidsleningen) hiervoor het meest geschikt zijn, hangt van de lokale situatie af (Van de Klundert 2004). Ontwikkeling moet het overheersende doel van de WTO worden en de regels en procedures van de WTO moeten dat doel faciliteren. De meeste leden zijn nota bene ontwikkelingsland. Dat betekent bijvoorbeeld dat bij regels, voorstellen of beleid niet de vraag moet worden gesteld of deze handelsverstorend zijn, maar of ze ontwikkelingsverstorend zijn. 21 Het mandaat en het werkterrein van de WTO moeten worden herzien. Niet-handels issues, zoals milieunormen of arbeidsomstandigheden, moeten buiten de WTO blijven. De WTO heeft daar helemaal geen verstand van en ontwikkelingslanden vrezen niet ten onrechte dat de rijke landen dergelijke thema s zullen misbruiken voor protectionistische maatregelen tegen armere landen. Deze niet-handels onderwerpen moeten echter wel krachtig worden opgepakt door gespecialiseerde internationale organisaties, zoals het United Nations Environment Programme (UNEP) en de International Labour Organization (ILO). Van onderwerpen die nu al onder de WTO vallen, moet bovendien goed worden bekeken of ze daar wel echt thuishoren. Zelfs Jagdish Bhagwati, de meest bekende (en fanatieke) vrijhandelseconoom, vindt het achteraf een vergissing dat intellectuele eigendomsrechten in de WTO zijn opgenomen. Omgekeerd zou de WTO veel meer moeten doen aan onderwerpen die belangrijk zijn voor ontwikkelingslanden, zoals de lage grondstofprijzen en de verslechterende ruilvoet waarmee veel WTOleden worden geconfronteerd. Is de WTO, die zich sinds haar oprichting monomaan richt op het stimuleren van vrijhandel, in staat tot zo n onconventionele draai? Dat is niet per definitie uitgesloten, want in de WTO heeft elke lidstaat formeel evenveel te zeggen. Dat is anders dan bij het IMF en de Wereldbank, waar het stemmental wordt bepaald door de financiële inzet van een land, zodat in de klassieke woorden van Eveline Herfkens de gelden stemmen, in plaats van omgekeerd. 22 Toch lijkt de kans dat de WTO zich fundamenteel omvormt niet groot. Want stel dat de ontwikkelingslanden zich niet langer tegen elkaar laten uitspelen en de handen ineenslaan. Wat zal er gebeuren als deze landen samen alle nieuwe besluiten blokkeren totdat de WTO zich omvormt tot een organisatie die ontwikkelingslanden stimuleert en faciliteert bij hun inspanningen om zich op hun eigen wijze te ontwikkelen? De kans is groot dat de VS, de EU en hun bondgenoten dan hun interesse in de WTO verliezen, omdat zo n koerswijziging indruist tegen hun gepercipieerde belangen. Maar als omgekeerd de ontwikkelingslanden het gevecht verliezen en dus overgeleverd blijven aan een WTO-agenda die niet in hun belang is, zullen zij zich terecht steeds meer gaan afvragen of zij nog wel wat te zoeken hebben in de WTO. 1.5 WTO: Whose Trade Oranization? 23 Ontwikkelingslanden kunnen baat hebben bij meer exportmogelijkheden. En het is zeker ook noodzakelijk om de hypocrisie en dubbele moraal in het handelsbeleid van de rijke landen aan te klagen. 24 Maar de voordelen van verdergaande handelsliberalisering voor ontwikkelingslanden worden sterk overschat en er zijn veelal belangrijke ongewenste neveneffecten. De ontwikkelingslanden hebben er daarom geen baat bij dat de internationale handelsagenda gedomineerd blijft door het probleem van (landbouw)subsidies in de rijke landen, terwijl allerlei fundamentelere obstakels voor duurzame ontwikkeling onbesproken en onaangetast blijven. Of, in de woorden van William Moseley (2005): Amerikaanse en Europese landbouwsubsidies mogen Afrika er dan van weerhouden een paar kortetermijnwinsten te toucheren, de echte misdaad is dat we ons agressief en hypocriet hebben ingespannen om paal en perk te stellen aan de ontwikkeling van de Afrikaanse industrie, hetgeen het continent wel eens echt op weg zou kunnen helpen. 21 Het zou daarbij, zoals Robert Wade (2003) stelt, zeker helpen als de staf van de WTO die veel meer actieve beleidsmaker is dan louter facilitator van onderhandelingen tussen vertegenwoordigers van lidstaten meer representatief zou zijn. Zon 80 procent van de staf is afkomstig uit de ontwikkelde landen, die tezamen minder dan 20 procent van de bevolking van de WTO-lidstaten huisvesten. 22 Uit de WTO-toppen is gebleken dat dit in de praktijk niet veel hoeft uit te maken. Vertegenwoordigers van arme landen klaagden dat zij buiten belangrijke beslissingen werden gehouden en/of waren gechanteerd om in te stemmen met hen niet-welgevallige voorstellen. Zie bijvoorbeeld Jawara en Kwa (2003) en Focus on the Global South (www.focusweb.org). 23 Met dank aan Lori Wallach en Patrick Woodwall (2004), van wie ik deze titel heb geleend. 24 Dat zou er echter niet toe moeten leiden dat boeren uit de VS, EU en andere rijke landen enerzijds en uit ontwikkelingslanden anderzijds tegen elkaar worden uitgespeeld. Want, zoals Robbins (2003) terecht constateert, afwenteling van alle schuld en kosten van steun aan boeren in ontwikkelingslanden op hun collega-boeren in rijke landen is nuttig noch billijk. 1 5

16 W E N K E N D E A L T E R N A T I E V E N GroenLinks zou zich er samen met andere linkse partijen en sociale bewegingen uit Zuid en Noord voor moeten inzetten het mondiale handelsstelsel dienstbaar te maken aan de duurzame ontwikkeling van ontwikkelingslanden. Daartoe dient de vrijhandelsorthodoxie (of -mythe) te worden losgelaten en moet de WTO drastisch worden hervormd. Het slechte beleid waarmee ontwikkelde landen zich in het verleden zo effectief hebben ontwikkeld moet ook aan de huidige ontwikkelingslanden worden toegestaan. Dat betekent ook dat het IMF en de Wereldbank bij financiële steun aan deze landen niet meer moeten eisen dat zij afzien van het beschermen van hun infant industries. Walden Bello (2004), directeur van Focus on the Global South, vat mooi samen waar het uiteindelijk om gaat: Meer ruimte, meer flexibiliteit, meer compromissen - dat zouden de doelen moeten zijn van de Zuidelijke Agenda en van de inspanningen van de internationale gemeenschap voor de opbouw van een nieuw systeem voor mondiaal economisch bestuur. Het is een dergelijke, meer fluïde, minder gestructureerde en meer pluralistische wereld, die landen en gemeenschappen in het Zuiden en het Noorden in staat zal stellen om ruimte te scheppen voor ontwikkeling op basis van zelfgekozen waarden, ritmes en strategieën. De tijd zal leren of de WTO zo n omslag overleeft. GERAADPLEEGDE LITERATUUR Bello, W. (2004), Deglobalization: Ideas for a New World Economy (new updates edition), London en New York: Zed Books. Brown, D., A. Deardorff, en R. Stern (2001), CGE Modeling and Analysis of Multilateral and Regional Negotiating Options, Ann Arbor, MI.: University of Michigan, School of Public Policy. Buckman, G. (2004), Globalization: Tame It Or Scrape It?, London and New York: Zed Books. Chang, H-J. (2002), Kicking Away the Ladder: Development Strategy in Historical Perspective, London: Anthem Press. Chang, H-J. (2003), Globalisation, Economic Development and the Role of the State, London and New York: Zed Books. Chang, H-J. en I. Grabel (2004), Reclaiming Development: An Alternative Economic Policy Manual, London and New York: Zed Books. Dollar, D. en A. Kraay (2000), Trade, Growth and Poverty, Washington: Development Research Group, The World Bank. Dorman, P. (2002), The Free Trade Magic Act, Economic Policy Institute Briefing Paper, paper available at Huffschmid, J. et al. (2005), Economic Policy and a Social Europe: A Critique of Neo-Liberalisms and Proposals for Alternatives (te verschijnen). Jawara, F. en A. Kwa (2003), Behind the Scenes at the WTO: The Real World of International Trade Negotiations, London en New York: Zed Books. Kets, W. en P. Tang (2004), Free trade and its enemies, De Economist, 152:3, p Khor, M. (2003), Globalization, Global Governance and the Dilemmas of Development, in H-J. Chang (ed.), Rethinking Development Economics, London: Anthem Press. Kozul-Wright, R. en P. Rayment (2004), Globalization Reloaded: An UNCTAD Perspective, UNCTAD Discussion Papers 167. List, F. (1841), The National System of Political economy, London: Longmans, Green, and Co. (1904). McMillan, M., D. Rodrik en K. Horn Welch (2002), When Economic Reform Goes Wrong: Cashews in Mozambique, NBER Working Paper Moseley, W. (2005), Global Cotton and Local Environmental Management: The Political Ecology of Rich and Poor Small-Hold Farmers in Southern Mali, in: Geographical Journal (te verschijnen). Ricardo, D. (1817), On the principles of Political Economy and Taxation, in P. Sraffa (ed.), The Work and Correspondence of David Ricardo vol. 1, Cambridge: Cambridge University Press (1970). Robbins, P. (2003), Stolen Fruit: The Tropical Commodities Disaster, London en New York: Zed Books. Rodríguez, F. en D. Rodrik (1999), Trade Policy and Economic Growth: A Skeptics Guide to the Cross-National Evidence, NBER Working Paper Rodrik, D. (1999), The New Global Economy and Developing Countries: Making Openness Work, ODC Policy Essay 24, Washington: John Hopkins University Press. Rodrik, D. (2000), Comments on Trade, Growth, and Poverty by D. Dollar and A. Kraay, paper te downloaden op 1 6

17 1. V R I J H A N D E L V E R S U S D U U R Z A M E O N T W I K K E L I N G Rodrik, D. (2001), The Global Governance of Trade: As If Development Really Mattered, New York: United Nations Development Programme (UNDP). Rodrik, D. (2004), How to Make the Trade Regime Work for Development, paper te downloaden op Shaikh, A. (2003), Globalization and the Myth of Free Trade, paper te downloaden op Sideri, S. (1970), Trade and Power; Informal Colonialism in Anglo-Portuguese Relations, Rotterdam: Universitaire Pers Rotterdam. United Nations Conference on Trade and Development (UNCTAD) (2002b), The Least Developed Countries Report 2002, Genève: UNCTAD. United Nations Conference on Trade and Development (UNCTAD) (2004), The Least Developed Countries Report 2004, Genève: UNCTAD. Van de Klundert (2004), Globalisering en zelfontdekking, in: Openbaar Bestuur, augustus 2004, p Wade, R. (2003), What strategies are viable for developing countries today? The World Trade Organization and the shrinking of development space, in: Review of International Political Economy, 10:4, p Wallach, L. en P. Woodall (2004), Whose Trade Organization: A Comprehensive Guide to the WTO, New York en London: The New Press. Weisbrot, M. en D. Baker (2002), The Relative Impact of Trade Liberalization on Developing Countries, Center for Economic and Policy Research, te downloaden op Went, R. (2002), The Enigma of Globalization, London en New York: Routledge. Went, R. (2004), How (not) to measure global poverty and inequality, concept-paper te downloaden op 17

18 W E N K E N D E A L T E R N A T I E V E N 1 8

19 2 Internationale financiën als ontwerpprobleem voor een andere globalisering door Marc Buiter Internationale financiën zijn een ondergeschoven kindje in het linkse discours over internationale handel en ontwikkelingssamenwerking. Het technische karakter van het onderwerp lijkt weinig tot de verbeelding te spreken. In politieke debatten en verkiezingsprogramma s wordt het onderwerp binnen links vooral geadresseerd via pleidooien voor democratisering van de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds, schuldverlichting voor ontwikkelingslanden en regulering van de internationale financiële markten. In de context van het laatstgenoemde thema wordt vaak gepleit voor een belasting op internationale valutatransacties naar het voorbeeld van de Tobin-tax. Een coherente linkse, langetermijnvisie op het ontwerp van de internationale financiële architectuur en een bijpassend beleidsinstrumentarium ontbreken echter. In deze bijdrage worden in hoofdlijnen drie urgente redenen onderscheiden voor nadere reflectie en visieontwikkeling binnen links ten aanzien van de vormgeving en regulering van de internationale financiële architectuur. Dat is in de eerste plaats de aanhoudende financiële instabiliteit die onder meer tot uiting komt in het groeiende risico op een wereldwijde monetaire en economische crisis als gevolg van het ineenstorten van de Amerikaanse dollar. De tweede urgente reden is de structurele achterstelling van ontwikkelingslanden die mede te wijten is aan de spilfunctie van de zogenoemde harde valuta s, met name de dollar, als internationale handelsen reservemunt. In deze analyse wordt duidelijk gemaakt hoe deze spilfunctie op verschillende manieren bijdraagt tot financiële instabiliteit en een inefficiënte, ongelijke verdeling van financieel kapitaal op wereldschaal. De derde reden vloeit voort uit de verstorende effecten van de geliberaliseerde financiën op de bedrijvigheid in de reële economie in de vorm van stijgende kapitaalkosten en schuldenlasten, in rijke en arme landen. Sinds de financiële crises in Azië en Rusland in zijn er diverse hervormingen doorgevoerd in de internationale financiële architectuur. Deze financiële hervormingen dragen echter kader 1: Politieke hervormingen internationale financiële architectuur De financiële crises aan het eind van de vorige eeuw in Azië, Rusland en Zuid-Amerika kunnen voor een belangrijk deel worden teruggevoerd op politieke besluitvorming uit de jaren 1970 en Een cruciaal keerpunt was het besluit van president Nixon in 1971 om de inwisselbaarheid van de dollar tegen goud op te heffen en om de dollar in het vervolg te laten zweven op basis van vraag en aanbod op de financiële markten. De Amerikanen hadden geld nodig om de Vietnam-oorlog en hun handels-tekorten te financieren, maar waren tegelijkertijd niet bereid om daarvoor economische hervormingen door te voeren en hun beleidsautonomie op te geven aan hun schuldeisers. Opzegging van de Bretton-Woodsafspraken inzake de vaste waarde en inwisselbaarheid van de dollar bood uitkomst 1 (Pettifor, DArista, RWEO 2003). De opheffing van de convertibiliteit van de dollar in goud in 1971 markeerde het begin van een fundamentele reconstructie van de internationale financiële architectuur langs drie hoofdwegen (DArista 2000). In de eerste plaats werd vanaf het midden van de jaren 1970, zowel in rijke als in arme landen, geleidelijk afstand gedaan van de strakke regulering van de financiële markten uit de voorafgaande periode. De deregulering van het beheer van pensioenfondsen in de jaren 1980 en 1990 maakte in de tweede plaats de weg vrij voor grootschalige beleggingen met de groeiende spaartegoeden van werknemers. De grootschalige privatisering van staatsbedrijven, die in Europa met name door de regering- Thatcher in gang werd gezet, was een derde weg waarlangs de nieuwe internationale financiële architectuur gestalte kreeg (DArista 2000). 1 Tot dan toe waren de Amerikanen gebonden aan de afspraak uit het Bretton Woods-verdrag (1944) om de waarde van de dollar met goud te garanderen tegen een vaste koers van $35 per ounce (= ca. 28 gram) goud. 1 9

20 W E N K E N D E A L T E R N A T I E V E N onvoldoende bij aan de gewenste internationale financiële stabiliteit en convergentie van de economische ontwikkeling in Noord en Zuid. Om deze mondiale publieke belangen veilig te stellen zijn meer structurele hervormingen nodig. De alternatieven die in dit artikel worden behandeld scheppen niet alleen gunstiger voorwaarden voor de totstandkoming van grote en betrouwbare financieringsstromen voor ontwikkeling in de armste landen, ze bieden tevens uitzicht op een evenwichtig en stabiel, internationaal monetair stelsel dat bestuurd en kan worden gecontroleerd vanuit een mondiaal publiek perspectief. Daarmee verdienen deze hervormingen een hoge plaats op de internationale beleidsagenda van links. 2.1 Financiële stabiliteit en efficiëntie? De in kader 1 beschreven politieke keuzes maken duidelijk dat de financiële integratie van nationale economieën, zoals die sinds de jaren 1970 gestalte heeft gekregen, zeker niet kan worden beschouwd als een onvermijdelijk natuurverschijnsel dat inherent is aan de ontwikkeling van een mondiale markteconomie. De huidige internationale financiële architectuur is primair totstandgekomen door een serie politieke besluiten tot liberalisering en deregulering van nationale en internationale financiële markten. Deze besluiten zijn genomen door democratisch gekozen regeringen en regeringsleiders. Ze maken duidelijk dat de politiek een keuzevrijheid heeft bij de (her)vorming van de internationale financiële architectuur. De hamvraag is nu, of en in hoeverre de liberalisering van de internationale financiën heeft bijgedragen tot de door de neoliberale pleitbezorgers beoogde effecten: meer financiële stabiliteit en een efficiënte verdeling van investeringen en besparingen op wereldschaal (Ministerie van Financiën 2004). Er zijn vele criteria waarmee financiële stabiliteit en efficiëntie kunnen worden getoetst. Voor de toetsing op financiële stabiliteit wordt in dit artikel in de eerste plaats gekeken naar de effecten van de financiële liberalisatie op het vermogen van het financieel systeem om financiële crises te voorkomen en te beheersen. Financiële stabiliteit veronderstelt in de tweede plaats dat het fiatgeld 2 op een adequate wijze zijn functies kan vervullen in de reële economie als ruilmiddel, middel voor opslag van waarde en rekeneenheid (Houben et al. 2004). In de derde plaats wordt de neoliberale hervorming van de internationale financiële architectuur getoetst op de bijdrage aan een efficiënte verdeling van financieel kapitaal tussen de reële en financiële economie, in rijke en in arme landen. Het gaat hierbij onder meer om de vraag of er voldoende geld beschikbaar komt voor rendabele investeringen in de productie van reële goederen en diensten buiten de financiële sector. In het vervolg van dit artikel wordt eerst beargumenteerd waarom de huidige financiële architectuur nog onvoldoende bijdraagt aan de realisatie van de bovengenoemde publieke doelen. In het kort komt het erop neer dat de sterk geglobaliseerde financiën momenteel langs twee hoofdwegen negatieve effecten sorteren op de bedrijvigheid en stabiliteit in de reële economie: 1. Via de negatieve impacts van zeepbelvorming in de financiële economie in de vorm van financiële crises en instabiliteit, en stijgende kapitaalkosten en schuldenlasten in de reële economie in rijke en arme landen; 2. Via de spilfunctie van harde valuta, met name de dollar, als internationale handels- en reservemunt in het mondiale financieel systeem. In de volgende paragrafen wordt uiteengezet hoe bovengenoemde mechanismen werken. Daarna wordt ingegaan op de hervormingen tot dusver. In de laatste twee paragrafen worden ten slotte enkele alternatieven behandeld voor hervorming van de financiële architectuur, die betere perspectieven bieden op de gewenste financiële stabiliteit en efficiëntie. Hierbij kunnen vanzelfsprekend niet alle, door andersglobalisten bepleite alternatieven worden behandeld. Bij de noodzakelijke selectie voor dit artikel is gezocht naar een aantal interessante voorstellen en ideeën die tot dusver weinig aandacht hebben gekregen in de publieke discussies over hervormingen van de internationale financiële architectuur. 2.2 Tussen faciliterende en beperkende financiën De liberalisering van de internationale financiën heeft geleid tot een niet eerder vertoonde groei van de grensoverschrijdende particuliere investeringen en een navenante toename in de omvang en macht van de financiële sector. Tegenwoordig kan 90 procent van de internationale transacties worden toegeschreven aan financieel kapitaalverkeer tegen 10 procent voor de handel. In 1970 waren die verhoudingen nog omgekeerd (Greenhill, RWEO 2003). De totale waarde van de financiële activa is in de geïndus- 2 Fiatgeld is het nationale geld dat wordt gebruikt om handelstransacties definitief af te ronden. Het heeft geen intrinsieke waarde. De aanduiding fiat duidt er op dat het leeuwendeel van het geld in omloop uit het niets wordt gecreëerd zoals eens het goddelijke licht (fiat lux). 2 0

Internationale handel H7 1. Internationale handel. Waarom importeren: 25-2-2013. Waar komt het vandaan?

Internationale handel H7 1. Internationale handel. Waarom importeren: 25-2-2013. Waar komt het vandaan? Internationale handel H7 1 Waar komt het vandaan? Economie voor het vmbo (tot 8,35 m.) Internationale handel Importeren = invoeren (betalen) Exporteren = uitvoeren (verdienen) Waarom importeren: Meer keuze

Nadere informatie

Armoede en ongelijkheid in de wereld. Inleiding tot een eenvoudig én complex onderwerp Francine Mestrum, 27 maart 2016

Armoede en ongelijkheid in de wereld. Inleiding tot een eenvoudig én complex onderwerp Francine Mestrum, 27 maart 2016 Armoede en ongelijkheid in de wereld Inleiding tot een eenvoudig én complex onderwerp Francine Mestrum, 27 maart 2016 Wat gaan we bestuderen? Wanneer en hoe zijn armoede en ongelijkheid op de agenda van

Nadere informatie

De rol van landbouw in de Doha Ronde

De rol van landbouw in de Doha Ronde Faculteit Economie en Bedrijfskunde te Universiteit van Amsterdam De rol van landbouw in de Doha Ronde Marisca Nathe 0300039 Bachelor Economie en Bedrijfskunde Specialisatie: International Economics &

Nadere informatie

Arm en Rijk. Hoofdstuk 2: Arm en rijk in de Verenigde Staten

Arm en Rijk. Hoofdstuk 2: Arm en rijk in de Verenigde Staten Arm en Rijk Hoofdstuk 2: Arm en rijk in de Verenigde Staten 2.1 Rijk en arm in de Verenigde Staten De rijke Verenigde Staten Je kunt op verschillende manieren aantonen dat de VS een rijk land is. Het BNP

Nadere informatie

Examen HAVO. Economie 1

Examen HAVO. Economie 1 Economie 1 Examen HAVO Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Tijdvak 2 Woensdag 21 juni 13.30 16.00 uur 20 00 Dit examen bestaat uit 31 vragen. Voor elk vraagnummer is aangegeven hoeveel punten met een goed

Nadere informatie

Samenvatting Economie Hoofdstuk 8 Over de grens?

Samenvatting Economie Hoofdstuk 8 Over de grens? Samenvatting Economie Hoofdstuk 8 Over de grens? 8.1 Waarom handel met het buitenland? Importeren = het kopen van goederen en diensten uit het buitenland. Waarom? -Goedkoper of van betere kwaliteit -Bepaalde

Nadere informatie

Internationale varkensvleesmarkt 2012-2013

Internationale varkensvleesmarkt 2012-2013 Internationale varkensvleesmarkt 212-213 In december 212 vond de jaarlijkse conferentie van de GIRA Meat Club plaats. GIRA is een marktonderzoeksbureau, dat aan het einde van elk jaar een inschatting maakt

Nadere informatie

Veranderende verhoudingen binnen het imf

Veranderende verhoudingen binnen het imf Veranderende verhoudingen binnen het imf De robuuste groei en de relatieve stabiliteit van de wereldeconomie heeft de afgelopen jaren de rol van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) veranderd. Het Fonds

Nadere informatie

pdf18 MACRO-VRAAG EN MACRO-AANBOD

pdf18 MACRO-VRAAG EN MACRO-AANBOD pdf18 MACRO-VRAAG EN MACRO-AANBOD De macro-vraaglijn of geaggregeerde vraaglijn geeft het verband weer tussen het algemeen prijspeil en de gevraagde hoeveelheid binnenlands product. De macro-vraaglijn

Nadere informatie

Factsheet 1 WAAROM EEN INVESTERINGSPLAN VOOR DE EU?

Factsheet 1 WAAROM EEN INVESTERINGSPLAN VOOR DE EU? Factsheet 1 WAAROM EEN INVESTERINGSPLAN VOOR DE EU? Als gevolg van de wereldwijde economische en financiële crisis heeft de EU met een laag investeringsniveau te kampen. Alleen met gezamenlijke gecoördineerde

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 Den Haag. Datum 13 november 2015 Betreft Impact van TTIP op lage-inkomenslanden

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 Den Haag. Datum 13 november 2015 Betreft Impact van TTIP op lage-inkomenslanden Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 Den Haag Bezuidenhoutseweg 67 2594 AC Den Haag Postbus 20061 Nederland www.rijksoverheid.nl Onze Referentie Minbuza 2015.594488 Bijlage(n)

Nadere informatie

Eindexamen vwo maatschappijwetenschappen 2013-I

Eindexamen vwo maatschappijwetenschappen 2013-I Opgave De eurocrisis Bij deze opgave horen de teksten 9 en. Inleiding De situatie rond de gemeenschappelijke munt, de euro, is tien jaar na de introductie verre van stabiel (mei 2012). In tekst 9 beschrijft

Nadere informatie

Economische prognose IMF voor het GOS

Economische prognose IMF voor het GOS Economische prognose IMF voor het GOS Jan Limbeek Twee keer per jaar, in april en september of oktober, publiceert het IMF zijn World Economic Outlook, waarin het zijn economische verwachtingen voor de

Nadere informatie

Presentatie onderdirecteur Handel, Mw. Mr. H. Djosetiko voor de ASFA workshop op 20 oktober 2004. Lokatie: Ballroom Hotel Torarica

Presentatie onderdirecteur Handel, Mw. Mr. H. Djosetiko voor de ASFA workshop op 20 oktober 2004. Lokatie: Ballroom Hotel Torarica Presentatie onderdirecteur Handel, Mw. Mr. H. Djosetiko voor de ASFA workshop op 20 oktober 2004. Lokatie: Ballroom Hotel Torarica Voorzitter ASFA, dagvoorzitter Etc, Dames en heren,.. Goedemorgen, Met

Nadere informatie

Eindexamen economie 1 havo 2000-I

Eindexamen economie 1 havo 2000-I Opgave 1 Meer mensen aan de slag Het terugdringen van de werkloosheid is in veel landen een belangrijke doelstelling van de overheid. Om dat doel te bereiken, streeft de overheid meestal naar groei van

Nadere informatie

Samenvatting (Summary in Dutch)

Samenvatting (Summary in Dutch) Samenvatting (Summary in Dutch) De economie van India is snel gegroeid sinds aan het begin van de jaren 90 verregaande hervormingen werden doorgevoerd in o.a. het handels- en industriebeleid. Groei van

Nadere informatie

Rabobank Food & Agri. Druk op varkensvleesmarkt blijft. Kwartaalbericht Varkens Q2 2015

Rabobank Food & Agri. Druk op varkensvleesmarkt blijft. Kwartaalbericht Varkens Q2 2015 Rabobank Food & Agri Kwartaalbericht Varkens Q2 2015 Druk op varkensvleesmarkt blijft De vooruitzichten voor de Nederlandse varkenshouderij voor het tweede kwartaal 2015 blijven mager. Ondanks de seizoensmatige

Nadere informatie

De rol van de International Arbeidsorganisatie in de XXI ste eeuw

De rol van de International Arbeidsorganisatie in de XXI ste eeuw De rol van de International Arbeidsorganisatie in de XXI ste eeuw Rudi Delarue Directeur Internationaal Arbeidsbureau voor de EU en de Benelux landen Presentatie voor de Alumnidag vande KU Leuven 09-03-2012

Nadere informatie

Lesbrief Verdienen en uitgeven 2 e druk

Lesbrief Verdienen en uitgeven 2 e druk Hoofdstuk 1. Inkomen verdienen 1.22 1.23 1.24 1.25 1.26 1.27 1.28 1.29 1.30 1.31 1.32 1.33 1.34 D A C C A D B A D D B C D 1.35 a. 1.000.000 425.000 350.000 40.000 10.000 30.000 = 145.000. b. 1.000.000

Nadere informatie

WE FEED THE WORLD. Achtergronden bij. Een film van Erwin Wagenhofer, Oostenrijk, 2005 www.wefeedtheworld.nl

WE FEED THE WORLD. Achtergronden bij. Een film van Erwin Wagenhofer, Oostenrijk, 2005 www.wefeedtheworld.nl Achtergronden bij WE FEED THE WORLD Een film van Erwin Wagenhofer, Oostenrijk, 2005 www.wefeedtheworld.nl Meer weten over We feed the world? Zelf bijdragen aan een mens-, dier- en milieuvriendelijke landbouw?

Nadere informatie

De Drievoudige Bottom Line, een noodzakelijke economische innovatie

De Drievoudige Bottom Line, een noodzakelijke economische innovatie De Drievoudige Bottom Line, een noodzakelijke economische innovatie Feike Sijbesma, CEO Royal DSM In de loop der tijd is het effect van bedrijven op de maatschappij enorm veranderd. Vijftig tot honderd

Nadere informatie

Vertegenwoordigers van de WTO Europese Unie voor tegen een beetje voor Landbouw: Exportsubsidies afschaffen

Vertegenwoordigers van de WTO Europese Unie voor tegen een beetje voor Landbouw: Exportsubsidies afschaffen Rol als voorzitter Elke werkgroep heeft een voorzitter. Als voorzitter ben je partijdig voor de EU en VS en laat je de inbreng/mening van de ontwikkelingslanden niet zo erg mee tellen. Jouw voorbereiding

Nadere informatie

Koopkrachtpariteit en Gini-coëfficiënt in China: hoe je tegelijkertijd arm én rijk kunt zijn.

Koopkrachtpariteit en Gini-coëfficiënt in China: hoe je tegelijkertijd arm én rijk kunt zijn. Koopkrachtpariteit en Gini-coëfficiënt in China: hoe je tegelijkertijd arm én rijk kunt zijn. 1. De Wereldbank berichtte onlangs dat de Chinese economie binnen afzienbare tijd de grootste economie van

Nadere informatie

Examenopgaven VMBO-BB 2004

Examenopgaven VMBO-BB 2004 Examenopgaven VMBO-BB 2004 tijdvak 2 dinsdag 22 juni 11.30 13.00 uur ECONOMIE CSE BB Naam kandidaat Kandidaatnummer Beantwoord alle vragen in dit opgavenboekje. Dit examen bestaat uit 30 vragen. Voor dit

Nadere informatie

Samenvatting Flanders DC studie Internationalisatie van KMO s

Samenvatting Flanders DC studie Internationalisatie van KMO s Samenvatting Flanders DC studie Internationalisatie van KMO s In een globaliserende economie moeten regio s en ondernemingen internationaal concurreren. Internationalisatie draagt bij tot de economische

Nadere informatie

1 De onderneming in de wereldeconomie

1 De onderneming in de wereldeconomie 1 De onderneming in de wereldeonomie Meerkeuzevragen 1.1 1.1 Globalisering is een proes a van wereldwijde eonomishe integratie door een sterke toename van de internationale handel en investeringen. b waarbij

Nadere informatie

Europa in crisis. George Gelauff. Rijksacademie voor Financiën, Economie en Bedrijfsvoering

Europa in crisis. George Gelauff. Rijksacademie voor Financiën, Economie en Bedrijfsvoering Europa in crisis George Gelauff Rijksacademie voor Financiën, Economie en Bedrijfsvoering Opzet Baten en kosten van Europa Banken en overheden Muntunie en schulden Conclusie 2 Europa in crisis Europa veruit

Nadere informatie

Eindexamen economie 1 vwo 2005-II

Eindexamen economie 1 vwo 2005-II Opgave 1 Quartaire sector onder vuur In de periode 1998-2001 steeg de arbeidsproductiviteit in de Nederlandse economie. Die productiviteitsstijging was niet in iedere sector even groot, zoals blijkt uit

Nadere informatie

Eindexamen economie 1-2 havo 2006-II

Eindexamen economie 1-2 havo 2006-II Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 Voorbeelden van een juist antwoord zijn: kosten van politie-inzet

Nadere informatie

Klimaatverandering en internationaal beleid: de weg van Kyoto naar Kopenhagen.

Klimaatverandering en internationaal beleid: de weg van Kyoto naar Kopenhagen. Open klimaatlezingen 2009 Klimaatverandering en internationaal beleid: de weg van Kyoto naar Kopenhagen. Hans Bruyninckx De eerste stappen in internationaal klimaatbeleid 1979: 1ste World Climate Conference

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2002 2003 25 074 Ministeriële Conferentie van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) 28 625 Herziening van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid Nr. 61 BRIEF VAN

Nadere informatie

WAAR WIJ VOOR STAAN. Socialisten & Democraten in het Europees Parlement. Fractie van de Progressieve Alliantie van

WAAR WIJ VOOR STAAN. Socialisten & Democraten in het Europees Parlement. Fractie van de Progressieve Alliantie van WAAR WIJ VOOR STAAN. Fractie van de Progressieve Alliantie van Socialisten & Democraten in het Europees Parlement Strijden voor sociale rechtvaardigheid, het stimuleren van werkgelegenheid en groei, hervorming

Nadere informatie

Valutamarkt. De euro op koers. Havo Economie 2010-2011 VERS

Valutamarkt. De euro op koers. Havo Economie 2010-2011 VERS Valutamarkt De euro op koers Havo Economie 2010-2011 VERS 2 Hoofdstuk 1 : Inleiding Opdracht 1 a. Dirham b. Internet c. Duitsland - Ierland - Nederland - Griekenland - Finland - Luxemburg - Oostenrijk

Nadere informatie

World Economic Forum publiceert Global Information Technology Report 2010-2011

World Economic Forum publiceert Global Information Technology Report 2010-2011 PERSBERICHT World Economic Forum publiceert Global Information Technology Report 20-2011 Nederland zakt naar de 11e plaats op ranglijst van WEF Global Information Technology Report, en de opkomende economieën

Nadere informatie

Als de lonen dalen, dalen de loonkosten voor de producent. Hetgeen kan betekenen dat de producent niet overgaat tot mechanisatie/automatisering.

Als de lonen dalen, dalen de loonkosten voor de producent. Hetgeen kan betekenen dat de producent niet overgaat tot mechanisatie/automatisering. Top 100 vragen. De antwoorden! 1 Als de lonen stijgen, stijgen de productiekosten. De producent rekent de hogere productiekosten door in de eindprijs. Daardoor daalt de vraag naar producten. De productie

Nadere informatie

DE EUROPESE UNIE EN HAAR HANDELSPARTNERS

DE EUROPESE UNIE EN HAAR HANDELSPARTNERS DE EUROPESE UNIE EN HAAR HANDELSPARTNERS De Europese Unie neemt als grootste exporteur van goederen en diensten ter wereld en als 's werelds grootste bron van directe buitenlandse investeringen een leidinggevende

Nadere informatie

Examen VWO. Maatschappijleer (nieuwe stijl en oude stijl)

Examen VWO. Maatschappijleer (nieuwe stijl en oude stijl) Maatschappijleer (nieuwe stijl en oude stijl) Examen VWO Vragenboekje Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 2 Woensdag 18 juni 9.00 12.00 uur 20 03 Voor dit examen zijn maximaal 93 punten te

Nadere informatie

1.4 Factoren die bepalend zijn voor reële convergentie

1.4 Factoren die bepalend zijn voor reële convergentie Productiviteit, concurrentiekracht en economische ontwikkeling Concurrentiekracht wordt vaak beschouwd als een indicatie voor succes of mislukking van economisch beleid. Letterlijk verwijst het begrip

Nadere informatie

Geschreven door One World zondag 03 augustus 2008 10:20 - Laatst aangepast maandag 11 januari 2010 09:17

Geschreven door One World zondag 03 augustus 2008 10:20 - Laatst aangepast maandag 11 januari 2010 09:17 http://www.oneworld.nl/ 24-07-2008 Geen WTO-doorbraak voor kleine ontwikkelingslanden (Auteur: Marlies Pilon en Marianne Wilschut) Katoen, kippen, bananen, auto-onderdelen. Je kunt het zo gek niet bedenken

Nadere informatie

Examen HAVO. economie. tijdvak 2 woensdag 23 juni 13.30-16.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage.

Examen HAVO. economie. tijdvak 2 woensdag 23 juni 13.30-16.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage. Examen HAVO 2010 tijdvak 2 woensdag 23 juni 13.30-16.00 uur economie tevens oud programma economie 1,2 Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 27 vragen. Voor dit examen zijn maximaal

Nadere informatie

Hoofdstuk 5: Internationale betrekkingen

Hoofdstuk 5: Internationale betrekkingen Hoofdstuk 5: Internationale betrekkingen Economie VWO 2011/2012 www.lyceo.nl H5: Internationale betrekkingen Economie 1. Inkomen 2. Consument 3. Producenten 4. Markt en Overheid 5. Internationale betrekkingen

Nadere informatie

Eindexamen economie pilot havo 2009 - I

Eindexamen economie pilot havo 2009 - I Beoordelingsmodel Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 2 ja Een voorbeeld van een juiste

Nadere informatie

thema 2: 2.3 Hebben landen baat bij de vestiging van buitenlandse ondernemingen? 2.4 Stimuleert de overheid de internationale handel?

thema 2: 2.3 Hebben landen baat bij de vestiging van buitenlandse ondernemingen? 2.4 Stimuleert de overheid de internationale handel? thema 2: 2.3 Hebben landen baat bij de vestiging van buitenlandse ondernemingen? 2.4 Stimuleert de overheid de internationale handel? 1. Maak volgend kruiswoordraadsel en zoek het centrale begrip. De letters

Nadere informatie

Ministerie van Algemene Zaken Minister President Mr. Dr. J.P. Balkenende Postbus 20001 2500 EA DEN HAAG. Betreft: G20 top. Den Haag, 18 september 2009

Ministerie van Algemene Zaken Minister President Mr. Dr. J.P. Balkenende Postbus 20001 2500 EA DEN HAAG. Betreft: G20 top. Den Haag, 18 september 2009 Ministerie van Algemene Zaken Minister President Mr. Dr. J.P. Balkenende Postbus 20001 2500 EA DEN HAAG p/a Oxfam Novib Mauritskade 9 Postbus 30919 2500 GX Den Haag Nederland T 070 342 1628 F 070 361 4461

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2007 2008 31 200 XIII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat (XII) voor het jaar 2008 Nr. 94 BRIEF VAN DE MINISTER

Nadere informatie

The Netherlands of 2040. www.nl2040.nl

The Netherlands of 2040. www.nl2040.nl The Netherlands of 2040 www.nl2040.nl 1 Tijden veranderen 2 Tijden veranderen 3 Nieuwe CPB scenario studie Vraag Waarmee verdienen we ons brood in 2040? Aanpak Scenario s, geven inzicht in onzekerheid

Nadere informatie

Militaire Exportkredietverzekeringen Verlenen van militaire exportkredieten strijdig met ontwikkelingssamenwerking. December 2006

Militaire Exportkredietverzekeringen Verlenen van militaire exportkredieten strijdig met ontwikkelingssamenwerking. December 2006 Militaire Exportkredietverzekeringen Verlenen van militaire exportkredieten strijdig met ontwikkelingssamenwerking December 2006 Middels exportkredietverzekeringen kunnen Nederlandse ondernemers zonder

Nadere informatie

Veranderingen in de internationale positie van Nederlandse banken

Veranderingen in de internationale positie van Nederlandse banken Veranderingen in de internationale positie van Nederlandse banken De Nederlandse bancaire vorderingen 1 op het buitenland zijn onder invloed van de economische crisis en het uiteenvallen van ABN AMRO tussen

Nadere informatie

ECONOMISCHE PARTNERSCHAPSOVEREENKOMSTEN

ECONOMISCHE PARTNERSCHAPSOVEREENKOMSTEN EPAs- ECONOMISCHE PARTNERSCHAPSOVEREENKOMSTEN Het is belangrijk te weten dat de Economische Partnerschapsovereenkomst (EPA) niet de gehele Cotonou overeenkomst vervangt maar slechts het handelsgedeelte.

Nadere informatie

Toerisme in perspectief. NBTC Holland Marketing Afdeling Research

Toerisme in perspectief. NBTC Holland Marketing Afdeling Research Toerisme in perspectief NBTC Holland Marketing Afdeling Research Inleiding In dit rapport wordt op hoofdlijnen een beeld geschetst van trends en ontwikkelingen in het (internationaal) toerisme en de factoren

Nadere informatie

Internationale handel visproducten

Internationale handel visproducten Internationale handel visproducten Marktmonitor ontwikkelingen 27-211 en prognose voor 212 Januari 213 Belangrijkste trends 27-211 Ontwikkelingen export De Nederlandse visverwerkende industrie speelt een

Nadere informatie

Financiële Crisis Fair Financial System. November 2009

Financiële Crisis Fair Financial System. November 2009 Financiële Crisis Fair Financial System November 2009 Terwijl de gevolgen van de financiële crisis voor het westen breed worden uitgemeten in de media, krijgt de negatieve impact op ontwikkelingslanden

Nadere informatie

INLEIDING TOT DE MARXISTISCHE ECONOMIE

INLEIDING TOT DE MARXISTISCHE ECONOMIE INLEIDING TOT DE MARXISTISCHE ECONOMIE 2. Bewegingswetten van het kapitalisme Nick Deschacht Wat is het kapitalisme? Het korte antwoord was: Het kapitalisme is een productiewijze gekenmerkt door veralgemeende

Nadere informatie

27 april 2010 Emerging Markets Monthly Report

27 april 2010 Emerging Markets Monthly Report 27 april 2010 Emerging Markets Monthly Report Door Wim-Hein Pals, Head Robeco Emerging Markets Equities Vanwege hogere economische groei en sterkere financiële balansen, zijn de opkomende markten aantrekkelijker

Nadere informatie

Beleggingsthema s 2016. What a difference a day makes (1975), Dinah Washington

Beleggingsthema s 2016. What a difference a day makes (1975), Dinah Washington Beleggingsthema s 2016 What a difference a day makes (1975), Dinah Washington Inleiding De dagen die in 2015 het verschil maakten, zijn de dagen waarop centrale bankiers uitspraken deden, what a difference

Nadere informatie

Les: Globalisering Opdracht omschrijving Doel Het Rollenspel Tijd (min) Onderdeel

Les: Globalisering Opdracht omschrijving Doel Het Rollenspel Tijd (min) Onderdeel Les: Globalisering Conferenties in Johannesburg, Den Haag en Brussel. Agenda s over armoede, kinderarbeid of duurzame ontwikkeling, de wereldleiders vergaderen heel wat af. Vaak met de beste bedoelingen,

Nadere informatie

Licht op energie (2013 - november)

Licht op energie (2013 - november) PMI index Licht op energie (2013 - november) Macro-economische ontwikkelingen De indicator van Markit voor economische bedrijvigheid in de Eurozone ligt sinds enkele maanden net boven de 50 punten. In

Nadere informatie

HANDOUT VOOR DE LES IN HET KADER VAN UNIVERSITEIT DERDE LEEFTIJD LEUVEN:

HANDOUT VOOR DE LES IN HET KADER VAN UNIVERSITEIT DERDE LEEFTIJD LEUVEN: HANDOUT VOOR DE LES IN HET KADER VAN UNIVERSITEIT DERDE LEEFTIJD LEUVEN: ONGELIJKHEID EN ARMOEDE OP WERELDVLAK: WAT METEN WE? WAT WETEN WE? A NDRÉ DECOSTER DINSDAG 15 MAART 2005 Samenvatting De vraag naar

Nadere informatie

De mening van de Nederlandse burger over TTIP

De mening van de Nederlandse burger over TTIP De mening van de Nederlandse burger over TTIP Dit onderzoek is uitgevoerd door onderzoeksbureau Multiscope in opdracht van: Wat is uw geslacht? Wat is uw leeftijd? 25,5% 49,6% 50,4% 43% 31,5% Mannen Vrouw

Nadere informatie

Examen VWO. Maatschappijleer (oude stijl en nieuwe stijl)

Examen VWO. Maatschappijleer (oude stijl en nieuwe stijl) Maatschappijleer (oude stijl en nieuwe stijl) Examen VWO Vragenboekje Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 2 Woensdag 19 juni 9.00 12.00 uur 20 02 Voor dit examen zijn maximaal 86 punten te

Nadere informatie

Internationale Kansen & Knelpunten

Internationale Kansen & Knelpunten Onderzoeksrapport Internationale Kansen & Knelpunten Onderzoeksrapport van- en voor de Nederlandse Life Sciences & Health sector Versie 2015 Mede mogelijk gemaakt door: www.tfhc.nl Task Force Health Care

Nadere informatie

Samen sterker in het buitenland met de overheid als partner

Samen sterker in het buitenland met de overheid als partner Internationaal Ondernemen Samen sterker in het buitenland met de overheid als partner In opdracht van het ministerie van Buitenlandse Zaken Partners for International Business Internationaal ondernemen

Nadere informatie

Examen VWO. economie 1. tijdvak 1 vrijdag 25 mei 13.30-16.30 uur

Examen VWO. economie 1. tijdvak 1 vrijdag 25 mei 13.30-16.30 uur Examen VWO 2007 tijdvak 1 vrijdag 25 mei 13.30-16.30 uur economie 1 Dit examen bestaat uit 31 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 60 punten te behalen. Voor elk vraagnummer staat hoeveel punten met een

Nadere informatie

Toekomst agri & foodsector. Dirk Duijzer, directeur Food en Agri

Toekomst agri & foodsector. Dirk Duijzer, directeur Food en Agri Toekomst agri & foodsector in Neder Dirk Duijzer, directeur Food en Agri Agenda Nieuwe situatie na crisis 2007 Wereldbevolking, economie, voedsel Nederse positie niet vergelijkbaar Opgave voor het wereldwijde

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2011 2012 22 112 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie Nr. 1373 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN BUITENLANDSE

Nadere informatie

Examen HAVO. economie. tijdvak 1 vrijdag 27 mei 13.30-16.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage.

Examen HAVO. economie. tijdvak 1 vrijdag 27 mei 13.30-16.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage. Examen HAVO 2011 tijdvak 1 vrijdag 27 mei 13.30-16.00 uur economie Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 27 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 57 punten te behalen. Voor elk vraagnummer

Nadere informatie

Klimaat en ontwikkeling

Klimaat en ontwikkeling Klimaat en ontwikkeling Een eerlijk en juridisch bindend klimaatakkoord is van groot belang voor ontwikkelingslanden, omdat deze landen dagelijks de gevolgen ondervinden van klimaatverandering die hoofdzakelijk

Nadere informatie

Export-update Noord- en Zuid-Amerika - juli 2014

Export-update Noord- en Zuid-Amerika - juli 2014 Export-update Noord- en Zuid-Amerika - juli 2014 1. Samenvatting en conclusies De Nederlandse uitvoerwaarde is in 2013 met 1,0% gestegen t.o.v. dezelfde periode in 2012 tot 433,8 miljard euro. De bescheiden

Nadere informatie

De economische wereldcrisis

De economische wereldcrisis De economische wereldcrisis (9.2) Onderzoeksvraag: Wat waren de oorzaken van de economische wereldcrisis van 1929 en waarom duurde die crisis zo lang? Kenmerkend aspect: De crisis van het wereldkapitalisme.

Nadere informatie

Draagvlak bij burgers voor duurzaamheid. Corjan Brink, Theo Aalbers, Kees Vringer

Draagvlak bij burgers voor duurzaamheid. Corjan Brink, Theo Aalbers, Kees Vringer Draagvlak bij burgers voor duurzaamheid Corjan Brink, Theo Aalbers, Kees Vringer Samenvatting Burgers verwachten dat de overheid het voortouw neemt bij het aanpakken van duurzaamheidsproblemen. In deze

Nadere informatie

BBP Inflatie Lopende rekening Werkloosheid Europa 2,0 0,1 0,8 3,3 2,8 2,1 0,4 0,8 1,0

BBP Inflatie Lopende rekening Werkloosheid Europa 2,0 0,1 0,8 3,3 2,8 2,1 0,4 0,8 1,0 Prognose IMF voor Midden-Europa en de Balkan Jan Limbeek Twee keer per jaar, in april en in september of oktober, publiceert het IMF zijn World Economic Outlook, waarin het zijn economische verwachtingen

Nadere informatie

Eindexamen economie havo II

Eindexamen economie havo II Opgave 1 Buitenland en overheid in de kringloop In de economische wetenschap wordt gebruikgemaakt van modellen. Een kringloopschema is een model waarmee een vereenvoudigd beeld van de economie van een

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 11 april 2007 (17.04) (OR. en) 8340/07 DEVGEN 51 RELEX 232 FIN 173 WTO 67

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 11 april 2007 (17.04) (OR. en) 8340/07 DEVGEN 51 RELEX 232 FIN 173 WTO 67 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 11 april 2007 (17.04) (OR. en) 8340/07 DEVGEN 51 RELEX 232 FIN 173 WTO 67 INGEKOMEN DOCUMENT van: de heer Jordi AYET PUIGARNAU, directeur, namens de secretarisgeneraal

Nadere informatie

Ontwikkelingssamenwerking

Ontwikkelingssamenwerking Ontwikkelingssamenwerking Cordaid CIDIN Masterclass Radboud Universiteit 25 september 2015 Ontwikkelingssamenwerking Begrippen Motieven Kanalen Bronnen Definities Ontwikkelingssamenwerking Ontwikkelingshulp

Nadere informatie

EUROPEES PARLEMENT. Zittingsdocument 11.1.2006 B6-0038/2006 ONTWERPRESOLUTIE. naar aanleiding van vraag voor mondeling antwoord B6-0345/2005

EUROPEES PARLEMENT. Zittingsdocument 11.1.2006 B6-0038/2006 ONTWERPRESOLUTIE. naar aanleiding van vraag voor mondeling antwoord B6-0345/2005 EUROPEES PARLEMENT 2004 Zittingsdocument 2009 11.1.2006 B6-0038/2006 ONTWERPRESOLUTIE naar aanleiding van vraag voor mondeling antwoord B6-0345/2005 ingediend overeenkomstig artikel 108, lid 5 van het

Nadere informatie

Michiel Verbeek, januari 2013

Michiel Verbeek, januari 2013 Michiel Verbeek, januari 2013 1 2 Eens of oneens? De bankiers zijn schuldig aan de kredietcrisis. De huidige economische crisis is het gevolg van de kredietcrisis van 2008. Als een beurshandelaar voor

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting 1. Inleiding Klimaatverandering is een urgent probleem waarmee de samenleving vrijwel dagelijks wordt geconfronteerd. De Conventie voor Klimaatverandering van de Verenigde Naties

Nadere informatie

DOUBLEDIVIDEND OUTLOOK 2015 KWALITEIT ONAFHANKELIJK BETROKKEN

DOUBLEDIVIDEND OUTLOOK 2015 KWALITEIT ONAFHANKELIJK BETROKKEN DOUBLEDIVIDEND OUTLOOK 2015 KWALITEIT ONAFHANKELIJK BETROKKEN DECEMBER 2014 1. Economie VS blijg anker Het IMF verwacht een wereldwijde economische groei van 3,8% in 2015 Met een verwachte economische

Nadere informatie

Nederland behoort tot de wereldtop van de internationale handel

Nederland behoort tot de wereldtop van de internationale handel Nederland behoort tot de wereldtop van de internationale handel Vandaag wordt de Global Enabling Trade Report 2014 van het World Economic Forum (WEF) gepubliceerd. In dit rapport wordt uitgebreid aandacht

Nadere informatie

Hoofdpunten SER-advies TTIP

Hoofdpunten SER-advies TTIP Hoofdpunten SER-advies TTIP april 2016 1 / 6 Adviesaanvraag Minister Ploumen (Buitenlandse handel) heeft de SER advies gevraagd over het waarborgen van arbeidsnormen in het handels- en investeringsverdrag

Nadere informatie

Kans op Amerikaanse dubbele dip is klein

Kans op Amerikaanse dubbele dip is klein Kans op Amerikaanse dubbele dip is klein De Verenigde Staten gaan meestal voorop bij het herstel van de wereldeconomie. Maar terwijl een gerenommeerd onderzoeksburo recent verklaarde dat de Amerikaanse

Nadere informatie

Toespraak Mathias m.b.t. resolutie globalisering

Toespraak Mathias m.b.t. resolutie globalisering Toespraken Toespraak Mathias m.b.t. resolutie globalisering Mijnheer de voorzitter, Dames en heren ministers, Collega's, Liberalen staan een ethische globalisering voor. Liberalen strijden onvermoeibaar

Nadere informatie

CHINA NU Tekst: Maaike Okano-Heijmans en Frans-Paul van der Putten. Economie

CHINA NU Tekst: Maaike Okano-Heijmans en Frans-Paul van der Putten. Economie Economie CHINA NU Tekst: Maaike Okano-Heijmans en Frans-Paul van der Putten China als investeerder in Europa Chinese investeringen in Europa nemen snel in omvang toe. Volvo Cars is tegenwoordig eigendom

Nadere informatie

DE PERFECTE STORM Hoe de economische crisis de wereld overviel en vooral: hoe we eruit geraken Gert Peersman & Koen Schoors Universiteit Gent

DE PERFECTE STORM Hoe de economische crisis de wereld overviel en vooral: hoe we eruit geraken Gert Peersman & Koen Schoors Universiteit Gent DE PERFECTE STORM Hoe de economische crisis de wereld overviel en vooral: hoe we eruit geraken Gert Peersman & Koen Schoors Universiteit Gent 1 2 De Perfecte Storm Samenloop van drie crisissen die economische

Nadere informatie

Veerkracht en zelfredzaamheid vanuit internationaal perspectief Keynote Congres Voorbereid op zelfredzaamheid

Veerkracht en zelfredzaamheid vanuit internationaal perspectief Keynote Congres Voorbereid op zelfredzaamheid Veerkracht en zelfredzaamheid vanuit internationaal perspectief Keynote Congres Voorbereid op zelfredzaamheid Georg Frerks Hoogleraar Rampenstudies, Wageningen Universiteit Bredere Context Globalisering

Nadere informatie

SLEEPLESS AFTER SEATTLE?

SLEEPLESS AFTER SEATTLE? SLEEPLESS AFTER SEATTLE? EMIEL VERVLIET De top van de Wereldhandelsorganisatie (WTO in z n Engelse afkorting) in Seattle (USA), begin december van 1999, heeft geen akkoord opgeleverd over een nieuwe onderhandelingsronde

Nadere informatie

Samenvatting (Summary in Dutch)

Samenvatting (Summary in Dutch) Samenvatting (Summary in Dutch) Tot 1978 was China ondanks zijn grootte een geïsoleerd land. Daar kwam verandering in toen partijleider Mao Zedong werd opgevolgd door Deng Xiaoping en China haar economie

Nadere informatie

Achtergronden en handelingsperspectieven rond Regionalisering

Achtergronden en handelingsperspectieven rond Regionalisering Regionalisering, workshop 26-01-2007 Bijlage 2 Achtergronden en handelingsperspectieven rond Regionalisering Guus Geurts Dit achtergrondverhaal is afkomstig uit een projectvoorstel voor een campagne die

Nadere informatie

Meerwaarde(n) Voorwaarde(n) De visie van ZLTO op de ontwikkeling van de groene sector tot 2020

Meerwaarde(n) Voorwaarde(n) De visie van ZLTO op de ontwikkeling van de groene sector tot 2020 Meerwaarde(n) Voorwaarde(n) De visie van ZLTO op de ontwikkeling van de groene sector tot 2020 Onze ambitie ZLTO wil toonaangevend zijn in het creëren én realiseren van het perspectief van ondernemers

Nadere informatie

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN KREDIETOVERSCHRIJVING NR. DEC 42/2009 NIET-VERPLICHTE UITGAVEN

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN KREDIETOVERSCHRIJVING NR. DEC 42/2009 NIET-VERPLICHTE UITGAVEN COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN ALGEMENE BEGROTING 2009 AFDELING III COMMISSIE TITELS 01, 21 BRUSSEL, 16/10/2009 KREDIETOVERSCHRIJVING NR. DEC 42/2009 NIET-VERPLICHTE UITGAVEN EUR VAN HOOFDSTUK

Nadere informatie

Examen HAVO en VHBO. Economie

Examen HAVO en VHBO. Economie Economie Examen HAVO en VHBO Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Vooropleiding Hoger Beroeps Onderwijs HAVO Tijdvak 2 VHBO Tijdvak 3 Dinsdag 22 juni 13.30 16.30 uur 19 99 Dit examen bestaat uit 37 vragen.

Nadere informatie

Geachte commissarissen, leden van het Europees Parlement, collega s,

Geachte commissarissen, leden van het Europees Parlement, collega s, Speech door staatssecretaris Dijksma van Milieu op de Klimaatsessie over burgerluchtvaart en zeescheepvaart tijdens de gezamenlijke Informele Transport- en Milieuraad op 15 april 2016. Geachte commissarissen,

Nadere informatie

Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)!

Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)! Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)! Vragen aangeduid met een * toetsen in het bijzonder het inzicht en toepassingsvermogen. Deze vragenreeksen zijn vrij beschikbaar.

Nadere informatie

Ontwikkelingsgerichter

Ontwikkelingsgerichter 11 samenvatting Ontwikkelingshulp staat de laatste jaren volop ter discussie. Hoewel onder de Nederlandse bevolking het draagvlak voor ontwikkelingshulp nog steeds groot is, nemen de twijfels toe, zo blijkt

Nadere informatie

Examen economie thema 2 deel 1 Theorie thema 2: Produceren voor de wereldmarkt

Examen economie thema 2 deel 1 Theorie thema 2: Produceren voor de wereldmarkt Examen economie thema 2 deel 1 Theorie thema 2: Produceren voor de wereldmarkt Door: F. De Smyter en P. Holvoet 1. Geef een correcte omschrijving van de volgende economische begrippen: a) Globalisering:.

Nadere informatie

USD / 1.16 1.15 1.14 1.13 1.12 1.11

USD / 1.16 1.15 1.14 1.13 1.12 1.11 Energiemarktanalyse Groenten & Fruit door Powerhouse Marktprijzen Macro-economie Markten in mineur Afgelopen week De angst voor een wereldwijde economische vertraging is weer toegenomen na een slechte

Nadere informatie

Flexibiliteit en zekerheid: misverstanden met flexicurity

Flexibiliteit en zekerheid: misverstanden met flexicurity Flexibiliteit en zekerheid: misverstanden met flexicurity NVA Lustrumcongres Ton Wilthagen Universiteit van Tilburg wilthagen@uvt.nl www.tilburguniversity.nl/flexicurity Een feestelijke observatie De in

Nadere informatie

LTO- minimelkmarktbericht 21 maart 2013, Klaas Johan Osinga

LTO- minimelkmarktbericht 21 maart 2013, Klaas Johan Osinga LTO- minimelkmarktbericht 21 maart 2013, Klaas Johan Osinga Vraag In de laatste zes maanden was er steeds zoveel slecht nieuws over de economische groei, dat dit de consumptiegroei deed stagneren. In de

Nadere informatie