Programmabegroting

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Programmabegroting"

Transcriptie

1 Programmabegroting

2 Inhoudsopgave Leeswijzer Inleiding Programma's Programma 1 Onderwijs, economie en arbeidsparticipatie...10 Programma 2 Samen leven en ondersteunen...25 Programma 3 Leefbaarheid, duurzaam en groen...41 Programma 4 Vrije tijd...50 Programma 5 Veiligheid...55 Programma 6 Dienstverlening en samenspraak...61 Programma 7 Inrichting van de stad Overzicht Overhead Overzicht algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien Vennootschapsbelasting Financiële begroting Paragrafen Lokale heffingen Weerstandsvermogen en risicobeheersing Onderhoud kapitaalgoederen Financiering Bedrijfsvoering Verbonden partijen Grondbeleid Bijlagen Spelregels begrotingsbeleid Nieuw beleid Kerncijfers Reserves Voorzieningen Investeringen EMU-saldo Basisset verplichte indicatoren BBV Meetdefinities effectindicatoren Afkortingen en begrippen Verbonden partijen Wettelijke kaders Overzicht taakvelden Projecten Schaalsprong t.l.v. Reserve Investeringsfonds Afschrijvingstermijnen

3 Leeswijzer Opbouw programmabegroting De Programmabegroting is als volgt opgebouwd. Hoofdstuk 1 bevat de inleiding met een algemene beschouwing op de huidige situatie en ambities van de gemeente. Hoofdstuk 2 behandelt de zeven programma s. Elk programma kent de volgende inrichting. Allereerst wordt schematisch een doelenboom getoond met op het hoogste niveau het te bereiken maatschappelijk effect. Daaronder volgen de te realiseren doelen en de effectindicatoren (= meetfactoren). Gekoppeld aan de doelenboom volgen tekstuele toelichtingen op het maatschappelijk effect, de doelstellingen en de effectindicatoren. Er wordt voortgebouwd op eerder door de raad vastgestelde effectindicatoren. Ook wordt per doelstelling een overzicht van de financiën (inclusief voorstel voor nieuw beleid) plus korte toelichting verstrekt. In aansluiting op de uitwerking van de doelenboom komen achtereenvolgens binnen een programma de volgende onderwerpen aan bod: - nieuwe strategische risico s, die de realisatie van de programmadoelstellingen mogelijk belemmeren; - beleidsperspectief met de voorgestelde beleidswijzigingen en maatregelen ombuigen en vernieuwen. Indien van toepassing zijn ook de onvermijdelijke ontwikkelingen na het uitbrengen van de Perspectiefnota 2020 opgenomen; - financieel perspectief met een financiële samenvatting van de totale lasten, baten en het saldo na resultaatbestemming in meerjarenperspectief Hierbij is het totaal saldo het verschil tussen lasten en baten. Indien sprake is van hogere baten dan lasten wordt dit in het saldo met een teken weergegeven; - stand van zaken van de tijdens het voorjaarsdebat 2019 aangenomen moties. Hoofdstuk 3 bevat het Overzicht Overhead. De wettelijke regelgeving (Besluit Begroting en Verantwoording/BBV) schrijft voor dat de overhead niet wordt toegerekend aan de programma's, maar apart wordt opgenomen in de begroting en jaarrekening. De BBV definitie van overhead luidt: de kosten, die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primair proces. Hoofdstuk 4 gaat in op het Overzicht Algemene Dekkingsmiddelen. Hierin zijn de belangrijkste inkomstenbronnen van de gemeente opgenomen. Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) schrijft voor dat de (Vennootschapsbelasting) VpBheffing moet worden begroot en verantwoord op een centrale post in de programmabegroting en jaarrekening. Dit komt in hoofdstuk 5 aan bod. Hoofdstuk 6 toont de financiële begroting Het hoofdstuk presenteert een totaalbeeld van de opbouw van de financiële begroting en er wordt een overzicht van de financiële gevolgen van de voorgestelde beleidswijzigingen en dekkingsmaatregelen gegeven. Ook biedt het een overzicht van de wijze, waarop de saldi van de meerjarenbegroting verlopen. Vertrekpunt is de meest recent vastgestelde begroting Daarnaast is aandacht voor de Vrij inzetbare reserve en de Reserve Investeringsfonds. Hoofdstuk 7 behandelt de op grond van het BBV verplichte paragrafen. Deze paragrafen bevatten informatie over specifieke aspecten die aan de orde zijn bij alle of meerdere programma s en informatie over beheersmatige zaken. Achtereenvolgens wordt ingegaan op de lokale heffingen, het weerstandsvermogen en risicobeheersing, het onderhoud van kapitaalgoederen, de financiering, de bedrijfsvoering, de verbonden partijen en het grondbeleid. 3

4 Bepaalde informatie is niet (alleen) binnen de programma s opgenomen, maar in afzonderlijke bijlagen ondergebracht. Het gaat om de volgende bijlagen in hoofdstuk 8: 1. Spelregels begrotingsbeleid 2. Nieuw beleid 3. Kerncijfers 4. Reserves 5. Voorzieningen 6. Investeringen 7. EMU-saldo 8. Basisset verplichte indicatoren BBV 9. Meetdefinities effectindicatoren 10. Afkortingen en begrippen 11. Verbonden partijen 12. Wettelijke kaders 13. Overzicht taakvelden 14. Afschrijvingstermijnen 15. Specifieke reservering Schaalsprong in Reserve Investeringsfonds In aanvulling op de Programmabegroting 2020 voor de raad is op uitvoeringsniveau van het college per programma een overzicht van de producten, financiën en prestatie-indicatoren opgesteld. Dit overzicht wordt ter informatie aan de raad beschikbaar gesteld en is opgenomen in een losse bijlage. 4

5 1. Inleiding Stad met ambitie Zoetermeer is in ontwikkeling. We werken aan de toekomst en de groei van de stad. Inzet is om de kwaliteit van wijken te verbeteren en de aantrekkelijkheid als werkomgeving te versterken. Daarom investeren we in het realiseren van woningen, de kwaliteit van de leefomgeving, recreatieve voorzieningen en het groen in onze stad. We werken aan de opgave om sociale voorzieningen voor inwoners nu en in de toekomst te laten aansluiten op wat inwoners nodig hebben. Er is voortdurend aandacht om de stad een veilige en aangename plek te laten blijven om te kunnen wonen, werken en ontspannen. Het samenspel van wonen, werken en voorzieningen is essentieel voor het waarborgen van de leefbaarheid en vitaliteit van de stad. We werken aan een gezonde balans van wonen en werken, waarmee het aantrekkelijk blijft voor bewoners en bedrijven om zich in Zoetermeer te vestigen. Dit alles gebeurt in een context van landelijke en mondiale ontwikkelingen die op het niveau van de stad concreet worden en om actie vragen. De transitie van fossiele naar duurzame energievoorziening leidt tot zichtbare veranderingen in wijken. Innovaties in het bedrijfsleven vragen om nieuwe werkvormen en samenwerkingsvormingen met het onderwijs in Zoetermeer en de regio. Verder brengt vergrijzing de behoefte aan betaalbare en toekomstbestendige woon- en ondersteuningsvoorzieningen met zich mee. Ook merkbaar in Zoetermeer is de stijging van de vraag naar jeugdhulp en de hoge kosten die daarmee gepaard gaan. Deze verschillende ontwikkelingen vinden plaats binnen schaarse beschikbare ruimte, daarom is het nodig om functies van wonen en werken te mengen en aandacht te hebben voor het delen en stapelen van ruimtes. Schaalsprong essentieel De Schaalsprong is essentieel voor het behoud van kwaliteit van voorzieningen en openbare ruimte. Ook de komende jaren willen we daarom investeren in de stad, door het realiseren van woningen, aandacht voor bestaande wijken, het groen en de energietransitie. Dat doen we onder meer via gebiedsgerichte programma s in het Entreegebied, de Binnenstad en het Dutch Innovation Park. Deels verdienen de investeringen zichzelf op termijn terug. Daarnaast leveren de extra woningen de middelen om de uitbreiding en instandhouding van voorzieningen te kunnen betalen. Veranderingen sociaal domein In 2017 is de transformatieaanpak van het sociaal domein Het verschil is de bedoeling vastgesteld. Het belangrijkste doel is dat iedereen kan deelnemen aan de samenleving. We werken nog elke dag aan deze transformatie: door innovatie binnen het sociaal domein en om maatwerk te realiseren. In 2020 richten we ons op het anders organiseren van de Wmo door gebiedsgerichte sturing. Voor jeugd ligt de focus op het uitvoeren van de maatregelen, die uit het Actieplan Bouwen aan toekomstbestendige jeugdhulp zijn meegenomen in het traject van Ombuigen en Vernieuwen. De maatregelen beogen zowel een kostenbesparing als een kwalitatieve verbeterslag in de jeugdhulp. Daarnaast staat 2020 in het teken van de start van de resultaatgerichte inkoop van jeugdhulp. Ten behoeve van re-integratie wordt gewerkt aan de inrichting van het Zoetermeers Werkbedrijf en de nieuwe werkwijzen die daarmee samenhangen. Terwijl we werken aan de transformatie komt er een extra uitdaging bij door tegenslagen in de financiën. Sport en verenigingen zijn eveneens een belangrijke schakel in het actief kunnen deelnemen aan de samenleving, daarnaast leveren zij een belangrijke bijdrage aan het voorkomen van de behoefte aan zorg. Een passende wijze van verenigingsondersteuning krijgt steeds meer vorm. In 2020 wordt Gymworld gerealiseerd, waarmee Zoetermeer een aantrekkelijke gymnastiek-accommodatie rijker is voor Zoetermeerse gymnasten. Ook starten we met de werkzaamheden voor het nieuwe zwembad, waarmee een wens van vele inwoners in vervulling gaat. 5

6 Hoogwaardig onderwijs van groot belang Voor een blijvend vitale en inclusieve stad is kwalitatief hoogwaardig onderwijs van groot belang. Onderwijs dicht op de praktijk zorgt voor goed opgeleid personeel. Daarom gaan we inzetten op het versterken van (nieuwe) relaties met onderwijs, uitbreiding van het opleidingsaanbod en ruimte creëren voor meer hybride onderwijs. Veiligheid blijvend aandacht Op het gebied van veiligheid richten we ons in het bijzonder op de persoonsgerichte aanpak van overlastgevende jeugd, foute horeca en radicalisering. Zowel repressie als preventie van jeugdoverlast en criminaliteit worden versterkt door de uitbreiding met de jeugdmarshall en twee jeugdboa s. Dit is ook nodig om de aanpak van problematische jeugdgroepen te verstevigen. De situatie rondom sommige nachthoreca blijft zorgwekkend. Het gaat om een klein aantal horecabedrijven, die voor onacceptabele overlast en gevaar zorgen. De aanpak van deze horecabedrijven heeft dan ook prioriteit. Met betrekking tot radicalisering vragen de terugkeerders bijzondere aandacht, gezien de risico s voor onze samenleving. De aanpak van ondermijning wordt, mede door het gebruik van financiële middelen van het Rijk, voortgezet en verstevigd. Ombuigen én vernieuwen Als gevolg van hoger dan verwachte toename van kosten van de jeugdhulp heeft de raad bij de Perspectiefnota 2020 richting gegeven aan een aanzienlijk aantal maatregelen om de begroting sluitend te krijgen. Hierbij was aandacht voor ombuigen én vernieuwen, met als doel om zoveel mogelijk te komen tot voorstellen die leiden tot besparingen met gelijkblijvende of zelfs betere resultaten. Leidend bij de keuzes waren drie uitgangspunten. Ten eerste: begrenzing en versobering is nodig, maar zonder onevenredig zware gevolgen voor specifieke (doel)groepen. Ten tweede: blijven inzetten op wijkgericht werken. Het derde uitgangspunt was dat we de komende jaren moeten leren omgaan met een nieuwe financiële situatie, die meer onzekerheden en lagere voorspelbaarheid dan voorheen met zich meebrengt. Dit werd sneller dan voorzien actueel. Direct na de Perspectiefnota 2020 werd duidelijk dat het financieel perspectief negatief beïnvloed wordt door verdere stijging van de kosten van jeugdhulp en de Wmo. Inmiddels zijn er ook weer financiële meevallers bekend onder meer als gevolg van een meer gedetailleerde doorrekening van de gevolgen van de Meicirculaire. Tenslotte komt uit het Tweede Tussenbericht naar voren dat met name de kosten van de Wmo hoger oplopen dan eerder voorzien. In dit begrotingsvoorstel zijn de maatregelen van het traject Ombuigen en vernieuwen opgenomen, oplopend tot een bedrag van ruim 12 mln. in Daarnaast wordt in aanvulling op de voorstellen in de Perspectiefnota 2020 een eenmalig budget voor het jaar 2020 voorgesteld van 1,2 mln. voor tijdelijke capaciteit jeugdzorg en ontwikkeling Zoetermeers werkbedrijf. De meerjarenbegroting /2025 vertoont in alle jaren nog een tekort. Het begrotingstekort 2020 is licht lager dan gepresenteerd in de Perspectiefnota Het begrotingssaldo vanaf 2021 vertoont, ondanks de voorgestelde maatregelen in kader van Ombuigen en vernieuwen, een hoger tekort dan eerder voorzien. Het college zal in de Perspectiefnota 2021 aanvullende dekkingsvoorstellen presenteren voor de meerjarenbegroting De voorgestelde maatregelen vanuit Ombuigen en vernieuwen in de Perspectiefnota 2020/ Programmabegroting 2020 zullen voelbaar en zichtbaar zijn in de stad. Zo blijven we inzetten op de brede ontwikkeling van kinderen in het onderwijs, maar besparen we door minder soorten activiteiten per school aan te bieden en betere samenwerking met cultuureducatie en combinatiefunctionarissen. De verbouwplannen van Cultuurpodium Boerderij worden een aantal jaren uitgesteld. Het college vindt het belangrijk om een bibliotheekfunctie in de wijk te behouden en onderzoekt op welke wijze onder meer de bibliotheek betrokken kan worden bij de ontwikkeling van het Huis van de Wijk'. Ook op het gebied van lokale lasten zijn er veranderingen. De tarieven voor de parkeervergunningen en bezoekersparkeren gaan omhoog en de betaalde tijden worden verruimd. Daarmee worden de financiële gevolgen verdeeld over verschillende groepen parkeerders en stimuleert dit het gebruik van alternatieve vormen van vervoer, zoals de fiets en het openbaar vervoer. 6

7 Vanaf 2020 wordt stapsgewijs een nieuw inzamelsysteem ingevoerd, waarbij de afvalstoffenheffing op een andere manier wordt berekend. Inwoners die het afval juist scheiden, kunnen een lagere heffing tegemoet zien dan inwoners die dit niet doen. Het nieuwe afvalbeleid levert een bijdrage aan zowel de milieudoelstellingen, als aan een vermindering van de kosten voor de inwoners en voor de gemeente. Financieel perspectief: naar een sluitende begroting Bij het uitbrengen van de Perspectiefnota 2020 was de verwachting dat het daarbij voorgestelde dekkingsplan zou leiden tot een structureel sluitende begroting. Zoals bekend is de financiële situatie inmiddels verslechterd. De raad is in het memo Gevolgen meicirculaire 2019 op hoofdlijn geïnformeerd over de financiële gevolgen van de meicirculaire 2019 van het ministerie van BZK en de ontwikkelingen van de gemeentelijke Cao. Uit de meicirculaire komt naar voren dat het rijk de gemeenten maar in beperkte mate en dan nog tijdelijk tegemoet komt voor de gestegen kosten van jeugdzorg. In combinatie met een lagere accresontwikkeling heeft dat een fors nadelig financieel effect op het begrotingssaldo vanaf Daarnaast wordt het financieel perspectief negatief beïnvloed door een verdere stijging van de kosten jeugdhulp (zie raadsmemo prognose kosten jeugdhulp 20 juni) en een verwachte kostenstijging Wmo (zie raadsmemo fin ontwikkelingen Wmo 28 juni). Vervolgens is de raad via de memo s Sluitende meerjarenbegroting van 17 juli jl. en Uitwerking meicirculaire 2019 van11 september 2019 geïnformeerd over de verwachte verandering in het financieel perspectief ten opzichte van de Perspectiefnota Tabel 1.1 geeft de financiële situatie weer op basis van de beraadslagingen in het voorjaarsdebat 2019 over de Perspectiefnota Ook zijn de financiële gevolgen van de meicirculaire en de prognoses van de hogere kosten jeugdhulp en Wmo opgenomen. Tabel 1.1 Financiële uitgangssituatie Bedrag x * saldo vòòr storting in vrij inzetbare reserve De verslechtering van het financieel perspectief vanaf het voorjaar 2019 is dusdanig groot, dat in aansluiting op het in de Perspectiefnota 2020 opgenomen dekkingsvoorstel, aanvullende dekkingsmaatregelen noodzakelijk zijn. Deze programmabegroting richt zich op het jaar

8 In tabel 1.2 is het begrotingssaldo opgedeeld in twee onderdelen: het deel dat betrekking heeft op de structurele lasten en baten. En een deel dat betrekking heeft op incidentele lasten en baten. Tabel 1.2 Begrotingssaldo: structureel - incidenteel Begrotingssaldo structureel - incidenteel TB1 MJB Bedrag * doorkijk Omschrijving Begrotingssaldo waarvan incidenteel waarvan structureel Uit tabel 1.2 komt naar voren dat begroting 2020 naar de formele regels van de toezichthouder sluitend is: de structurele lasten worden gedekt door structurele baten. Er is een positief saldo van 1,830 mln. Het verschil tussen incidentele lasten en baten bedraagt in ,403 mln. negatief. De volgende tabel geeft een doorkijk van het financieel meerjarenperspectief op hoofdlijnen. Tabel 1.3 Financieel perspectief op hoofdlijnen Bedrag x Financieel perspectief TB1 MJB doorkijk Omschrijving Begrotingssaldo (Structureel + incidenteel) Beroep op vrij inzetbare reserve Claim op extra rijksvergoeding Verwacht beroep op vrij inzetbare reserve Aanvullende dekkingsvoorstellen Perspectiefnota pm +pm +pm +pm +pm Verwachte terugbetaling aan vrij inzetbare reserve Uitgangspunt financieel perspectief MJB 2021/ Begroting 2020 Het begrotingssaldo 2020 wordt van dekking voorzien door een beroep op de vrij inzetbare reserve van 3,5 mln. Het inzetten van de reservemiddelen in 2020 is 1 mln. lager dan waarmee in de Perspectiefnota 2020 rekening was gehouden. Terugbetaling aan de vrij inzetbare reserve vindt in 2023 ( 1,5 mln.), 2024 en 2025 (beide jaren 1 mln.) plaats. Financiële doorkijk In het in de meerjarenbegroting opgenomen begrotingssaldo is wel rekening gehouden met de hogere kosten van jeugdzorg en Wmo vanaf Er is nog geen rekening gehouden met onze claim op structurele compensatie van het rijk. Voor de jaren vanaf 2021 is de begroting financieel nog niet sluitend. Sterker nog, er is sprake van grotere tekorten dan eerder voorzien. Een factor van belang hierbij is dat het nog niet duidelijk is of de gestegen kosten van de jeugdzorg structureel door het rijk worden gecompenseerd. Een besluit hierover wordt overgelaten aan het volgend kabinet. De gemeente Zoetermeer zet in op een structurele compensatie van het rijk voor de volumeontwikkeling jeugdzorg en Wmo (als gevolg van aanzuigende werking abonnementstarief) van totaal 3 mln. vanaf Vooruitblik Perspectiefnota 2021 De verslechtering van het financieel perspectief vanaf het voorjaar 2019 is dusdanig groot, dat in aansluiting op het in de Perspectiefnota 2020 opgenomen dekkingsvoorstel, aanvullende dekkingsmaatregelen noodzakelijk zijn. Vanaf het najaar worden extra voorstellen voorbereid die in de Perspectiefnota 2021 (juni 2020) worden gepresenteerd om ook de begrotingsjaren 2021 en verder van voldoende dekking te kunnen voorzien. Bij deze aanvullende dekkingsmaatregelen hanteren wij als uitgangspunt dat het rijk structurele compensatie voor Jeugdzorg en Wmo biedt voor minimaal 3 mln. Het beroep op vrij inzetbare reserve is dan naar verwachting 4,5 mln. in 2021 en 2 mln. in 2022 zonder rekening te houden met aanvullende dekkingsvoorstellen. Meer ruimte is in de reserve vrij inzetbaar niet beschikbaar. 8

9 Het traject van aanvullende dekking wordt dus in twee fasen opgeknipt: het begrotingsjaar 2020 wordt met de inzet van de reserve vrij inzetbaar van dekking voorzien. Er worden voor het jaar 2020 geen nadere dekkingsvoorstellen bovenop de voorstellen in de Perspectiefnota 2020 geformuleerd. Voor de begrotingsjaren 2021 en verder worden in de volgende perspectiefnota voorstellen gepresenteerd. Dit scenario biedt meer tijd om voor de langere termijn een zorgvuldige afweging te kunnen maken. De gedachte is ook dat tegen die tijd meer duidelijkheid is of, en zo ja in welke mate, gemeenten structureel extra rijksmiddelen voor jeugdhulp ontvangen. Het totaal van de mutaties wordt in detail en specifiek per onderwerp toegelicht in hoofdstuk 6 Financiële begroting. 9

10 2. Programma's Programma 1 Onderwijs, economie en arbeidsparticipatie Iedereen werkt, leert en/of doet naar vermogen mee 1.1 Bijdragen aan maatwerk in spelen en leren 1.2 Beperken uitval onderwijs 1.3 Bevorderen van een beter ondernemersklimaat 1.4 Bevorderen groei werkgelegenheid 1.5 Stimuleren duurzame arbeidsparticipatie 1.6 Voorzien in noodzakelijke middelen van bestaan Leerwinst VVE-kinderen Tevredenheid partners over samenwerking onderwijs en arbeidsmarkt % Voortijdige schoolverlaters zonder startkwalificatie Rapportcijfer bedrijfsleven Toename aantal arbeidsplaatsen % Arbeidsparticipatie Uitstroom naar school Uitstroom naar werk Aantal bijstandsuitkeringen Deeltijd werkenden met uitkering Bereik minimaregelingen als % van de doelgroep Maatschappelijk effect programma Iedereen werkt, leert en/of doet naar vermogen mee Programma 1 Onderwijs, economie en arbeidsparticipatie geeft de inspanningen weer die er aan bijdragen dat elke Zoetermeerder werkt, leert en of meedoet naar vermogen. Onderwijs Jong geleerd, is... Onderwijs is cruciaal voor de persoonlijke ontwikkeling, helpt ons zelfredzaam te zijn en bereidt ons voor op het leveren van een positieve bijdrage aan de gemeenschap. Een optimale ontwikkeling is het doel en dit bereiken we door leerlingen vroegtijdig te begeleiden en door onderwijs op maat te bieden. Kwetsbare groepen, zoals jongeren met een onderwijsachterstand of met een afstand tot de arbeidsmarkt, kunnen rekenen op een extra steuntje in de rug. Maar dit gaat niet zomaar. Het vergt vernieuwing, samenwerking en verbinding tussen alle betrokken partijen. Ontwikkelen, onderwijs en werk lopen immers gedurende het hele leven door elkaar. Binnen het sociaal domein trekken we samen op zodat maatregelen elkaar versterken. Kinderopvang, scholen, ouders, (jeugd)zorgaanbieders, werkgevers en gemeente werken samen om uitdagingen vroeg te signaleren, passende oplossingen te vinden en iedere jeugdige op te leiden tot een waardevolle professional. De gemeente Zoetermeer wil het goede resultaat dat is bereikt behouden en uitbreiden. En daarnaast samen invullen wat er nog ontbreekt en meerwaarde creëren door het leggen van slimme verbindingen. Voor een blijvend vitale en inclusieve stad is kwalitatief hoogwaardig onderwijs van groot belang. Onderwijs dicht op de praktijk zorgt voor goed opgeleid personeel. De gemeente heeft een verbindende en faciliterende rol om te komen tot meer hybride onderwijs en nieuwe onderwijsconcepten. 10

11 Iedereen mee laten doen waar iedereen mee wil en kan doen, vergt vanuit het individu een leven lang ontwikkelen. De gemeente voorziet daarvoor in de benodigde randvoorwaarden zoals onderwijsmogelijkheden en een gezond economisch klimaat voor het bedrijfsleven. Een gezond economisch klimaat kenmerkt zich door o.a. voldoende werkgelegenheid in aansluiting op de bevolkingsgroei, voldoende vestigings- en groeimogelijkheden voor ondernemers en een excellente dienstverlening. Werkgelegenheid In Zoetermeer zijn vier economische sectoren sterk vertegenwoordigd, te weten: 1) ICT & dienstverlening, 2) Logistiek & Groothandel, 3) Health en 4) Bouw & Installatie. Deze kernsectoren bieden veel werkgelegenheid op verschillende opleidingsniveaus en hebben groeipotentie. Veel werkgelegenheid in Zoetermeer zit in de toegepaste innovatie. De diverse vormen van crossovers, samenwerking en toegepaste innovatie lopen dan ook door deze sectoren heen. De gemeente wil deze vier sectoren versterken, zodat de werkgelegenheid in Zoetermeer aansluit op de bevolkingsgroei, economische kansen worden benut en de gemeente zich bovenregionaal beter kan positioneren (en daarmee economisch versterken). Er wordt ingezet op: a) het stimuleren van crossovers vanuit de toegepaste innovatie tussen deze en andere sectoren; b) stimuleren en aanjagen van divers aanbod van opleidingen mbo en hbo, passend bij de economische structuur van de stad; c) de acquisitie van bedrijven passend binnen deze vier sectoren en het verder optimaliseren van onze dienstverlening aan ondernemers (o.a. softlandingsprogramma ). Zoetermeer is trots op de ontwikkeling van het Dutch Innovation Park en daar waar mogelijkheden zijn, bouwt de gemeente dat succes verder uit. Daarnaast wil de gemeente samen met het bedrijfsleven en onderwijs-/kennisinstellingen verder bouwen aan innovatieve leer- en onderwijsconcepten (zoals de innolabs ). Samenwerking is hierbij het sleutelwoord. De gemeente acteert proactief op samenwerkingsmogelijkheden als het gaat om de vier sterke economische sectoren om deze te stimuleren en verder te versterken. Een belangrijk onderdeel van het versterken van de sectoren is samenwerking op het gebied van economie, arbeidsmarkt en onderwijs. Zowel lokaal, regionaal als bovenregionaal. De gemeente zorgt voor een goede relatie met het bedrijfsleven en de kennisinstellingen. Daarnaast neemt de gemeente een heldere positie in de regio in en blijft Zoetermeer actief deelnemen aan de diverse regionale samenwerkingsverbanden: de MRDH, InnovationQuarter, A12-Corridor en BusinessPark Haaglanden (een samenwerking waar gewerkt wordt aan oplossingen op het gebied van schaarste in bedrijventerreinen in de regio). Ook blijven we alert op nieuwe kansen en samenwerkingsmogelijkheden om onze economische positie verder te versterken. Vestgingsklimaat: bedrijven kiezen voor Zoetermeer vanwege de centrale ligging in de Randstad, de goede bereikbaarheid door de ligging aan de Rijksweg A12, aanwezigheid van kwalitatief goed arbeidspotentieel, vestigingsmogelijkheden en een fijn ondernemers- en woonklimaat. Het is voor een gezonde economie noodzakelijk om deze vestigingscriteria op orde te houden. Zeker met de groei van Zoetermeer met woningen (met een zoektocht naar ) de komende jaren is het van belang dat wij goede, aantrekkelijke werklocaties hebben en behouden. De gemeente is bezig met het opstellen van werklocatiestrategie, met de focus op balans tussen wonen en banen en mogelijkheden voor het hebben en creëren van interactiemilieus. Een uitwerking van deze strategie is dat de gemeente mogelijkheden gaat verkennen om bestaande verouderde werklocaties te verduurzamen, beperkt te verkleuren naar functiemenging. Ook hierbij wordt samenwerking gezocht met het bedrijfsleven en partners. Dat betekent enerzijds stimuleren van kwaliteitsverbetering met behoud van functie en anderzijds faciliteren van (gedeeltelijke) transformaties. Dienstverlening: Verbeteren van de dienstverlening van de gemeente aan ondernemers is een continu proces. De gemeente bewaakt daarom een vlotte afhandeling van (aan)vragen, vermindering van de regeldruk en professionalisering van de organisatie aan de hand van de resultaten uit de Ondernemerspeiling. 11

12 Arbeidsparticipatie Het bieden van werk en begeleiding aan mensen met een (grote) afstand tot de arbeidsmarkt vraagt extra inspanningen van de werkgever. Niet elke werkgever is daartoe in staat of bereid. Maar om de inclusieve arbeidsmarkt te realiseren zijn de werkgevers die deze extra stap willen zetten cruciaal. De gemeente maakt werk van het realiseren van arbeidsplaatsen bij deze werkgevers. Die kunnen hierbij vertrouwen op een goede match en professionele ondersteuning door ervaren jobcoaches. De gemeente minimaliseert regels en rompslomp. Deze werkgevers die zich extra inspannen biedt de gemeente voordelen, doordat ze onderdeel uitmaken van het netwerk van SEBO-ondernemers. Dit doet de gemeente door middel van het SEBO (Sociaal Economisch Betrokken Ondernemen) keurmerk en alle voordelen die daarmee samenhangen. Het stimuleren van sociaal ondernemerschap bevindt zich in de voorbereidende fase met de Maatschappelijke AEX (MAEX, De gemeente intensiveert het gebruik van maatschappelijk rendement die te halen is uit aanbestedingen (SROI). Binnen de arbeidsmarktregio Zuid-Holland Centraal werkt Zoetermeer samen met het UWV en de andere gemeenten om de inclusieve arbeidsmarkt te bereiken over de gemeentegrenzen heen en om de dienstverlening aan werkgevers zo eenvoudig en eenduidig mogelijk te laten zijn Doelstellingen van dit programma Doelstelling 1.1 Bijdragen aan maatwerk in spelen en leren Persoonlijke ontwikkeling vormt een basis om mee te doen in de maatschappij. Dat start al als je heel jong bent en eindigt op hoge leeftijd. Belangrijke uitgangspunten hiervoor zijn dat je mag blijven ontdekken wat je talent is en dat je vaardigheden ontwikkelt als zelfredzame burger van de toekomst. Als gemeente hebben we hiervoor vier belangrijke opdrachten. 1. Stimuleren dat er een (onderwijs)aanbod op maat is, zodat ieder kind, jongere en volwassene zich zo optimaal mogelijk kan ontwikkelen in kwalitatief goede accommodaties door: - het verduurzamen en toekomstbestendig maken van de accommodaties voor het primair onderwijs en voortgezet onderwijs bij vervangingen; - het efficiënt gebruiken van (onderwijs)accommodaties; - kwalitatief goed en (financieel) toegankelijk integraal peuteraanbod waar elke peuter terecht kan en de ondersteuning krijgt die hij of zij nodig heeft; - het realiseren van integrale kindcentra als ontmoetingsplek in de wijk, waar naast onderwijs en kinderopvang, ook ondersteuning en andere activiteiten plaatsvinden; - het ontwikkelen van onderwijs met hoogwaardige gedeelde voorzieningen en doorlopende leerlijnen vo-mbo-hbo; - het stimuleren van een divers aanbod van mbo- en hbo-opleidingen, passend bij de economische structuur van de stad. 2. Organiseren met partners dat kinderen gedurende hun ontwikkeling goed begeleid worden. Met name tijdens de overgangen naar en in het onderwijs krijgen kwetsbare leerlingen extra steun. Dit vindt plaats door: - het voorkomen van tweedeling door gelijke kansen te creëren voor de leerlingen en studenten in achterstandsituaties door bijvoorbeeld de warme overdracht tussen kinderopvang of peuteropvang en de basisschool; - het aansluiten bij trends in het onderwijs als certificering en onderwijs voor werkenden. 3. Een goede start op de arbeidsmarkt is belangrijk. Helpen van onderwijsinstellingen en ondernemers om te komen tot een betere aansluiting tussen opleidingen en arbeidsmarkt door in te zetten op: - het stimuleren van de ontwikkeling van innovatieve onderwijsconcepten en praktijkgerichte leeromgevingen; - het opzetten van leer- en onderzoekssystemen (innolabs), waar (maatschappelijke) vraagstukken en opdrachten van werkgevers worden onderzocht in samenwerking tussen inwoners, organisaties, bedrijven, gemeente en onderwijsinstellingen; - het vergroten van een inclusieve arbeidsmarkt door werkgevers te inspireren bijvoorbeeld via social return; - de flexibele inzet op de arbeidsmarkt tot op hoge leeftijd door continue scholing op het werk, een leven lang leren. 12

13 4. Iedere volwassen inwoner beschikt over voldoende basisvaardigheden. Om zelfstandig en actief deel te kunnen nemen in onze samenleving is het nodig om te beschikken over een goede beheersing van de Nederlandse taal, een basisrekenvaardigheid en digitale vaardigheden. Het vergroten van deze basisvaardigheden vindt plaats door: - het aanbieden van het Digitaalhuis. Het digitaalhuis is een fysieke en herkenbare plek in de stad, waar inwoners terecht kunnen als zij beter willen leren lezen, schrijven, rekenen en omgaan met de computer en internet. Zij volgen er cursussen of worden doorverwezen van of naar andere instellingen. Lokale taalpartners werken binnen het Digitaalhuis samen om een kwalitatief goed aanbod in de stad aan te bieden; - meer mensen te bereiken met een aanbod op maat, vooral de groep met Nederlands als moedertaal; - het bevorderen en waarborgen van de kwaliteit van alle aanbieders en activiteiten, zowel van het formele als non-formele aanbod; - een goede verbinding met het sociaal domein en externe partners, zoals werkgevers om door bundeling van maatregelen de zelfredzaamheid te vergroten. Effectindicator Bijdragen aan maatwerk in spelen en leren % VVE-kinderen dat een meer dan gemiddelde leerwinst boekt Realisatie Bron 39 > 45 > 45 > 45 > 45 Jaarlijkse monitor VVE Zoetermeer Tevredenheid van partners over de samenwerking onderwijs en arbeidsmarkt Geen cijfer* * * * * Gesprekken met partners* * Zie jaarrekening Er wordt gewerkt aan een nieuwe invulling van de SEA. Financiën Begroting Bedragen x Doelstelling Bijdragen aan maatwerk in spelen en leren Het merendeel van dit budget is bestemd voor onderwijshuisvesting. Daarnaast worden o.a. de kosten voor leerlingenvervoer, ontwikkeling kinderopvang, brede school, schoolbegeleiding en onderwijsachterstanden uit dit budget bekostigd. Doelstelling 1.2 Beperken uitval in het onderwijs Voortijdig schooluitval is niet acceptabel. Door toezicht op schoolverzuim en een stevige inzet op preventie willen we dit voorkomen. Een goede loopbaanontwikkeling en aansluiting van onderwijs op de arbeidsmarkt, zowel lokaal als regionaal, beperkt de uitval in het onderwijs en geeft jongeren meer kansen. Bijvoorbeeld door jongeren vroegtijdig in contact te brengen met werkgevers tijdens beroepenmanifestaties als On Stage (vmbo) en The Next Step (speciaal onderwijs). Onze opdracht is om alle jongeren tot 23 jaar zonder startkwalificatie in beeld te hebben en houden op gebied van onderwijs, werk, inkomen en dagbesteding. Met ingang van 1 januari 2019 geldt dit ook voor de doelgroep uit het speciaal- en praktijkonderwijs die vrijgesteld is van de kwalificatieplicht. Door het ontwikkelen van hybride leeromgevingen voor deze kwetsbare jongeren met een grote afstand tot de arbeidsmarkt kunnen ook zij steeds beter participeren. Omdat elk kind recht heeft op een passende (onderwijs)plek spannen ouders, scholen, leerplicht en zorgpartners zich samen hiervoor in door: 1 Bijlage 8.9 geeft van alle effectindicatoren een omschrijving van de meetdefinities. 13

14 - de relatie kinderopvang en jeugdgezondheidszorg te versterken; - goede aansluiting onderwijs-jeugdhulp op alle scholen te realiseren binnen de beschikbare budgetten door vraaggericht en resultaat gestuurd te werken; - te streven naar geen enkele thuiszitter langer dan 3 maanden zonder een passend onderwijs(zorg)aanbod (doel landelijk thuiszitterspact); - aanscherping van het protocol Ziekteverzuim als signaal samen met onderwijs en deelname van de Jeugdgezondheidszorg aan het kennisnetwerk Jeugd Haaglanden, waardoor we kwaliteit, effectiviteit en innovatie in de jeugdhulp bevorderen door onderzoek en monitoring. Effectindicator 1.2 Beperken uitval in het onderwijs Voortijdige schoolverlaters zonder startkwalificatie (vsv-ers) in het afgelopen schooljaar: als % van alle deelnemers aan het vo en mbo onderwijs Realisatie Bron 2,4% 2,6% 2,5% 2,4% 2,3% VSV-Atlas (OCW) Jaarverslag leerplicht/ RMC Het behaalde resultaat in 2018 (2,4%) ligt onder de genoemde streefwaarde voor dat jaar (2,6%). Inspanningen zijn erop gericht dit positieve resultaat vast te houden en zo nog mogelijk verder te laten dalen. Financiën Begroting Bedragen x Doelstelling Beperken uitval in het onderwijs Dit budget wordt grotendeels ingezet op uitvoering leerplicht, het terugdringen van voortijdig schoolverlaten en schoolmaatschappelijk werk. Doelstelling 1.3 Bevorderen van een beter ondernemersklimaat Uitgangspunten: Basis op orde: Een goed vestigingsklimaat ( going concern ). Basis op orde: Voldoende aantrekkelijke werklocaties: verduurzamen. Basis op orde: Excellente dienstverlening. Behouden en aantrekken nieuwe vormen van werkgelegenheid. Verbinden van economie, arbeidsmarkt en onderwijs. De gemeente zorgt dat de dienstverlening aan ondernemers en het vestigingsklimaat voor ondernemers goed blijft met oog voor een bijbehorend voorzieningenniveau. Onze ambitie hierbij is: - Aantrekkelijk houden van woon-, werk- en leefmilieus en goede voorzieningen op stadsniveau. - Optimalisering dienstverlening. - Onderhouden bestaande contacten met ondernemers en uitbreiden met nieuw gevestigden. - Consistentie in het beleid (zoals bijv. wijkeconomie, detailhandelsbeleid, binnenstad). - Ondernemerschap bevorderen door gericht accountmanagement. De gemeente zorgt voor een betere verbinding van economie, arbeidsmarkt en onderwijs. Onze ambitie hierbij is: - Meer uitdragen van een integraal handelingsperspectief voor de beleidsvelden Onderwijs, Samenleving en Economische zaken. Dit handelingsperspectief wordt ingericht langs de vier economische kernsectoren (ICT & Dienstverlening, Logistiek & Groothandel, Health en Bouw & Installatie). 14

15 - Samenwerking met het bedrijfsleven, onderwijs- en kennisinstellingen om structurele regelingen te ontwikkelen voor permanente om- en bijscholing van de beroepsbevolking. Dit wordt in regionaal verband gedaan. - Meewerken aan initiatieven voor innovatieve onderwijs opties als het gaat om meer plaats- en tijdsonafhankelijk onderwijs, maar ook inzet op niet-cognitieve vaardigheden. - Stimuleren van meer diversiteit en nieuwe toegepaste innovatie opleidingen in het mbo en hbo onderwijs. Effectindicator 1.3 Bevorderen van een beter ondernemingsklimaat Gemiddeld rapportcijfer dienstverlening aan ondernemers in Zoetermeer Realisatie Bron n.v.t. 6,5 6,7 6,9 Nieuw op te zetten onderzoek De raad ontvangt in najaar 2019 de visie dienstverlening. Daarin staat op welke wijze de gemeente aan inwoners, ondernemers en organisaties de producten/diensten wil leveren. Ook wordt aangegeven hoe de gemeente de dienstverlening wil verbeteren. Voor de dienstverlening aan de ondernemers wordt een nieuw onderzoek opgezet, omdat de onderzoeken in het verleden te weinig benchmarkmogelijkheden opleverde. Financiën Begroting Bedragen x Doelstelling Bevorderen van een beter ondernemersklimaat Het budget wordt o.a. ingezet voor (strategisch) beleid, maatregelen voor het versterken van het ondernemersklimaat en beheer van de warenmarkten. Er zijn inkomsten geraamd voor reclameopbrengsten en marktgelden. In het Coalitieakkoord zijn tot aan 2022 extra middelen opgenomen voor versterking van het ondernemersklimaat en zijn voor het lectoraat structureel middelen verstrekt. In het kader van de Schaalsprong zijn in 2019 extra middelen opgenomen voor het uitbouwen van het Dutch Innovation Park (DIP). Omdat dit gedekt wordt vanuit de reserve is dit voor de exploitatie neutraal. Ook voor 2020 worden uitgaven voorzien. Hiertoe is een reservering opgenomen die via afzonderlijke besluitvorming kan worden geactiveerd. Doelstelling 1.4 Bevorderen groei werkgelegenheid Uitgangspunt: Behouden van een gezonde balans tussen wonen en werkgelegenheid De huidige verhouding wonen en arbeidsplaatsen op gemeentelijk niveau blijft hetzelfde. Onze ambitie hierbij is: - Het bevorderen het juiste bedrijf op de juiste plek. - Profilering en Positionering langs de vier sterke sectoren: ICT&Dienstverlening, Logistiek & Handel, Health, Bouw & Installatie. - Stimuleren van samenwerking in clusters en ontwikkeling van innovatieve concepten via faciliteren van interactiemilieus. Effectindicator 1.4 Bevorderen groei werkgelegenheid Realisatie 2018 Toename aantal arbeidsplaatsen Bron Gemeentelijke database In deze begroting zijn de bestaande indicatoren en kengetallen nog opgenomen. Voor 2020 wordt onderzoek gedaan naar andere indicatoren die beter aansluiten op de economische visie. 15

16 Financiën Begroting Bedragen x Doelstelling Bevorderen groei werkgelegenheid Het budget wordt o.a. ingezet voor accountmanagement en budget voor stimuleringsmaatregelen. In 2019 en 2020 zijn extra middelen opgenomen voor het project Innolabstructuur Dutch Innovation Park (waarvoor subsidie is verkregen) en het project Playground voor digital innovators. Doelstelling 1.5 Stimuleren duurzame arbeidsparticipatie Ontwikkelingen arbeidsmarkt Zoetermeer/Zuid Holland Centraal Uit het rapport Regio in Beeld Zuid-Holland Centraal blijkt dat de economische groei in Zuid-Holland Centraal op een goed niveau blijft en dat er steeds meer banen komen. Werkgevers zien steeds vaker dat vacatures niet vervuld kunnen worden omdat de beschikbare mensen (nog) niet de juiste kennis of vaardigheden hebben. Tegelijkertijd staan er nog steeds te veel mensen aan de kant. Vraag De arbeidsmarktregio Zuid-Holland Centraal is een pendelregio. Vanwege de centrale ligging tussen de twee grote steden Den Haag en Rotterdam en verschillen in karakter van gemeenten (woon- en werkgemeenten) gaan onze werkzoekenden en werkgevers veel over de grenzen van de gemeenten en de arbeidsmarktregio heen. De regio kenmerkt zich door land- en (glas)tuinbouw (Oostland), transport, logistiek en groothandel (o.a. Bleizo) en horeca en leisure (bijvoorbeeld Duinrell). De rapportage van het UWV Regio in beeld ZHC 2 beschrijft de krapte op de arbeidsmarkt in onze arbeidsmarktregio Zuid Holland Centraal. In deze rapportage komt naar voren dat de krapte op de arbeidsmarkt zich concentreert in de sectoren techniek, bouw, ICT en zorg

17 De banengroei van werknemers in Zuid-Holland Centraal ligt in 2018 en 2019 iets onder het landelijk gemiddelde. Sectoraal zijn er wel een paar opmerkelijke verschillen met de landelijke ontwikkeling. Zo is de groei in de regio voor landbouw, horeca en bouwnijverheid in die periode per saldo hoger dan in Nederland als geheel voor deze sectoren. Regionaal groeit ICT minder hard en bij openbaar bestuur en industrie is sprake van krimp in Zuid-Holland Centraal ten opzichte van beperkte landelijke groei. De afname van banen bij financiële diensten is daarnaast in de regio wat sterker dan landelijk. Aanbod WW Het aantal geregistreerde werkzoekenden UWV (GWU) met WW zonder dienstverband bedraagt in onze regio werkzoekenden per december De helft daarvan is een 50-plusser. Van personen is het opleidingsniveau bekend. Van die groep is bijna vier op de tien hoogopgeleid (hbo- of wo-afgestudeerd). Het aandeel 50-plussers is het hoogst bij basisonderwijs, vmbo en havo/vwo. Bijstand De bijstandspopulatie bestaat steeds meer uit mensen met een (middel)grote afstand tot de arbeidsmarkt. Een belangrijke oorzaak van deze afstand tot de arbeidsmarkt is dat deze mensen te maken hebben met diverse belemmeringen. Bij veel van onze bijstandsgerechtigden komen er meerdere belemmeringen (op meerdere levensdomeinen) tegelijkertijd voor. De belemmeringen zijn bijvoorbeeld beperkte werknemersvaardigheden, schulden, psychosociale problemen, medische problemen en taal. Bij werkzoekenden zien we de afgelopen periode dat de afstand tot de arbeidsmarkt is gegroeid. Kennis, opleiding en werkervaring van de werkende en werkloze beroepsbevolking komen in veel gevallen niet één-op-één overeen met functie-eisen in sectoren en beroepen met veel openstaande vacatures. Er is een significant verschil in opleidingsniveau tussen werkzoekenden vanuit de WW en vanuit een bijstandsuitkering. Ontwikkelingen op re-integratie Iedereen doet mee naar vermogen Ongeveer 85% van de inwoners met een bijstandsuitkering zit langer dan een jaar in de bijstand. Zij hebben vaak ondersteuning nodig om weer een ontwikkelingsgerichte stap te zetten. De afgelopen drie jaar zijn verschillende maatwerkpraktijken ontwikkeld voor mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Het gaat hierbij om mensen met domein overstijgende complexe problematiek. In de aanpak draait het om aandacht, tijd, de relatie tussen klantmanager en klant en maatwerk. De opbrengsten worden meegenomen in de keuzes in de kadernota armoede, schuldhulpverlening en reintegratie. Inclusief ondernemen is vanzelfsprekend Inclusief ondernemen vraagt van werkgevers dat ze meer openstaan voor potentiele werknemers die ze voorheen niet in beeld hadden. Van gemeenten en UWV vraagt het dat ze werkzoekenden zichtbaar maken voor werkgevers. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid stelt per arbeidsmarktregio 1 mln. beschikbaar in 2019 en 2020 via het programma Perspectief op werk. Het doel is om de werking van de arbeidsmarkt in de regio s met deze impuls praktisch te ondersteunen door meer concrete publiek-private samenwerking in de uitvoering vorm te geven. De komende periode gaan we aan de slag met de regionale Doe Agenda om zoveel mogelijk mensen werkfit te maken. Ombuigen en vernieuwen: inzet op maatschappelijk rendement We maken andere keuzes over de inzet van re-integratiemiddelen. We gaan aan de slag met meer groepsgerichte dienstverlening en kijken kritisch naar de te verwachte effectiviteit bij de inzet van reintegratietrajecten. Niet alle bijstandsgerechtigden zullen evenveel aandacht ontvangen. Bij deze keuzes wordt gekeken naar maatschappelijk rendement. Hiermee wordt bedoeld dat we niet alleen kijken naar wat onze inzet oplevert voor werk en inkomen, maar ook voor de andere domeinen zoals jeugd, wmo en veiligheid. In de kadernota armoede, schuldhulpverlening en re-integratie wordt dit verder uitgewerkt. 17

18 Voorbereiding op de wet inburgering Naar verwachting wordt vanaf 1 januari 2021 de wet inburgering van kracht. In het nieuwe stelsel krijgen gemeenten de regie over de inburgering. Nieuwkomers worden hiermee vanaf het eerste moment goed begeleid zodat ze zo snel mogelijk mee doen in de samenleving. Implementatie wet Besluit Bijstandsverlening Zelfstandigen. De regelgeving voor ondernemers met financiële problemen die een beroep doen op het besluit bijstandverlening zelfstandigen (BBZ) wordt met ingang 1 januari 2020 op een aantal punten aangepast. De regeling wordt vereenvoudigd voor ondernemers en gemeenten. Toekomst Dienst Sociale Werkvoorziening/Werkbedrijf De gemeenten Leidschendam-Voorburg, Rijswijk en Zoetermeer zijn voornemens de gemeenschappelijke regeling DSW te beëindigen. Na initiërende besluitvorming hierover begin 2019 en de opbouw van het Werkbedrijf zijn in het 2e en 3e kwartaal 2019 de plannen voor opheffing en opbouw uitgewerkt. Begin 2020 volgt finale besluitvorming met als oogmerk om in 2021 de relevante activiteiten van de DSW over te dragen aan het Werkbedrijf. Met de positieve besluitvorming over het Bedrijfsplan DSW heeft het bestuur verbetermaatregelen genomen om toekomstige tekorten te beperken. Inmiddels is gebleken dat DSW deze maatregelen succesvol uitvoert. Effectindicator 1.5 Stimuleren duurzame arbeidsparticipatie Realisatie Bron % arbeidparticipatie 70,5 73,9 73,9 72,5 72 CBS Uitstroom naar werk Deeltijd werkenden met uitkering Uitstroom naar school Suites4 Sociaal Domein Suites4 Sociaal Domein Suites4 Sociaal Domein Als gevolg van de vergrijzing zal het volume van de beroepsbevolking afnemen. Tevens zal de arbeidsparticipatie door het opschuiven van de AOW leeftijd voor hen in de laatste jaren voor de AOW afnemen (het niet werkzaam halen van de AOW leeftijd) en daarmee daalt ook het totaal van de arbeidsparticipatie. Financiën Begroting Bedragen x Doelstelling Stimuleren duurzame arbeidsparticipatie Het budget wordt ingezet om werkzoekenden te laten participeren op de arbeidsmarkt, voor uitstroom naar school, sociale activering en bijdragen aan de gemeenschappelijke regeling DSW. Doelstelling 1.6 Voorzien in noodzakelijke middelen van bestaan Levensonderhoud We voorzien in een vangnet voor levensonderhoud voor wie dat nodig heeft. Daar waar mogelijk voorkomen we dat een uitkering nodig wordt. We zoeken voortdurend naar mogelijkheden om mensen effectief te laten uitstromen uit de bijstand, naar scholing, werk, of te laten meedoen. Waar nodig biedt de bijstandsverstrekking het noodzakelijke vangnet. Met preventie, uitstroombevordering en rechtmatigheid sturen we op de omvang van het aantal bijstandsgerechtigden. 18

19 Armoedebeleid en schuldhulpverlening In Zoetermeer doet iedereen mee. We willen dat ook inwoners in armoede mee kunnen doen in de samenleving. Het gaat dan niet alleen over inwoners met een uitkering maar ook over de werkende armen. Daarom biedt de gemeente op verschillende manieren ondersteuning om de uitgaven van huishoudens met een laag inkomen te verlichten. Maar ook door het verstrekken van bijzondere bijstand voor onvoorziene noodzakelijke kosten, kwijtschelding van lokale belastingen voor huishoudens tot en met bijstandsniveau, kinderopvang op sociaal medische indicatie, de Zoetermeer Pas en het Kindpakket. De gemeente vindt het vooral belangrijk dat kinderen volwaardig mee kunnen doen in de samenleving, ongeacht de financiële situatie thuis. De inzet is inwoners zoveel mogelijk te ondersteunen bij zorgen over geldzaken en schulden. Mensen moeten een nieuwe kans krijgen. Een effectieve en preventieve schuldhulpverlening vormgegeven samen met onze partners is hiervoor een vereiste. Dit doen we door in onze dienstverlening zo min mogelijk drempels op te werpen en extra tijd en aandacht te hebben voor het gesprek met de klant. Eerst een gesprek, dan de formulieren. De uitgangspunten voor het armoede- en schuldenbeleid zijn: 1. Drempel verlagen De drempel om gebruik te maken van onze dienstverlening voor inwoners willen we zo laag mogelijk maken. Inwoners met zorgen over geldzaken weten waar ze terecht kunnen en voelen zich ondersteund. Onze boodschap is daarom direct en duidelijk. De gemeente zet de communicatiecampagne #wegmetgeldzorgen voort op de onderdelen die aantoonbaar effect hebben. Met de campagne beogen we naast het doorbreken van het taboe op schulden ook het vergroten van de bekendheid dat inwoners met vragen over geldzaken bij de gemeente terecht kunnen. 2. Er op tijd bij zijn Als inwoners zich melden bij de gemeente houden we rekening met wat stress over geld doet met het denkvermogen. Er is aandacht voor de klant als persoon. Dit maakt de stress direct minder, is onze ervaring. Ook gaan we ons uiterste best doen om afhakers er weer bij te slepen. Door te bellen, mailen, appen of eventueel door een huisbezoek af te leggen. Met de wijziging van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening wordt vroegsignalering een wettelijke taak. Dat betekent dat we Meldpunt EMMA zullen voortzetten en de opgebouwde samenwerking verder ontwikkelen om de aanpak te verbeteren. 3. We doen het samen Prioriteit ligt bij financiële rust. In vrijwel alle multiprobleemhuishoudens is sprake van financiële problematiek. Daarom is het eerste doel voor hen het brengen van financiële rust. Omdat we uit onderzoek weten dat de stress die uit financiële problemen voortkomt, belemmerend werkt voor het oplossen van welke problemen dan ook. Effectindicator 1.6 Voorzien in noodzakelijke middelen van bestaan Realisatie Bron Aantal bijstandsuitkeringen Bereik minimaregelingen uitgedrukt in % doelgroep Suites4 Sociaal Domein Gemeentelijke administratie 19

20 Financiën Begroting Bedragen x Doelstelling Voorzien in noodzakelijke middelen van bestaan Het budget wordt ingezet voor uitkeringen levensonderhoud (bijstand), armoedebeleid (inkomensondersteunende voorzieningen zoals bijzondere bijstand of de ZoetermeerPas, maar ook bijvoorbeeld ondersteuning van partners) en voor zaken als handhaving Risico's Er is geen sprake van nieuwe strategische risico s die de realisatie van doelstellingen mogelijk in de weg staan Beleidsperspectief Beleidswijzigingen Implementatiekosten Zoetermeers Werkbedrijf 3 Met het dichterbij komen van definitieve besluitvorming t.a.v. het Zoetermeers Werkbedrijf (ZWB) komt ook de implementatiefase in zicht. Reeds eerder is, bij het beschikbaar stellen van budget voor de ontwikkelfase, aangegeven dat er nog een aanvraag volgt voor de implementatiefase. Dit budget voor implementatie wordt ingezet in het jaar Naar verwachting is een jaar de minimale implementatietijd voor een zorgvuldige start van het ZWB. Omdat het budget nodig is in 2020 wordt in deze programmabegroting alvast een stelpost hiervoor opgenomen. De detailaanvraag volgt tegelijkertijd met het Organisatie Inrichtings Plan (OIP). De implementatiekosten bestaan uit incidentele personele kosten en uit materiële kosten. De materiële kosten betreffen o.a. ICT- en huisvestingskosten. De personele kosten betreffen o.a. de kosten voor projectleiding en ondersteuning, kwartiermakers die de nieuwe processen inrichten, kosten voor onderhandeling over en uitvoering van het sociaal plan en juridische en fiscale kosten (oprichting BV etc.). Vooralsnog worden deze kosten ingeschat op minimaal: Programmateam Dutch Innovation Park (onderdeel Schaalsprong: zie programma 7) Met dit voorstel komen middelen beschikbaar voor de doorlopende activiteiten van het programma Dutch Innovation Park. Het programmateam Dutch Innovation Park (DIP), deels al in de bestaande begroting opgenomen, richt zich de komende jaren op de noodzakelijke randvoorwaarden om de ontwikkeling van het DIP tot wasdom te brengen. Dit gebeurt door het aantrekken van hoogwaardige werkgelegenheid van de toekomst en het aantrekken en behouden van hoogopgeleide jongeren voor de stad. Concreet wordt ingezet op het begeleiden van nieuwe bouwplannen, de realisatie van de aansluiting met het station, begeleiden vooronderzoeken voor gebiedsontwikkeling en omgevingsmanagement, het vergroten van de zichtbaarheid, storytelling en het tonen van behaalde resultaten en het mee laten werken van trainees en afstudeerders van de Haagse Hogeschool. Hiermee wordt ook invulling gegeven aan de doelen uit de samenwerkingsovereenkomst met De Haagse Hogeschool. Voor inhoudelijke projecten van de ontwikkelingen op het DIP is voor het Lectoraat DataScience en Playground for digital innovators budget aangevraagd. De kosten voor projectmanagement betreffen een reservering. De noodzaak en omvang van deze kosten zijn gerelateerd aan de in het najaar van 2019 aan de raad voor te leggen uitvoeringsagenda en de brede investeringsstrategie die wordt ontwikkeld binnen de context van de Schaalsprong. 3 Dit voorstel maakt geen onderdeel uit van de Perspectiefnota

21 Begeleiding van statushouders In 2021 komt er een nieuw inburgeringsstelstel. Het rijk stelt de komende twee jaar 40 mln. extra beschikbaar voor gemeenten, om vooruitlopend op de nieuwe stelsel actief aan de slag te gaan met de begeleiding van statushouders bij hun inburgering en het leren van de Nederlandse taal. Met het extra geld wordt de huidige groep inburgeraars alvast beter begeleid naar een hoger taalniveau en daarmee een betere kans op werk. Playground for digital innovators in de DIF (onderwijsvernieuwing Haagse Hogeschool) Op 3 oktober 2017 heeft het college een samenwerkingsovereenkomst vastgesteld, die op 14 december 2017 is ondertekend, tussen gemeente Zoetermeer en de HHS. Deze samenwerking beoogt de verdere versterking van het hoger onderwijs in Zoetermeer. De versterking zet onder andere in op verbreding van het onderwijsassortiment en versterking van onderzoek en daarmee groei van het aantal studenten binnen de setting van de DIF. Ook is de ambitie vastgelegd om een onderscheidend IT- ecosysteem op en uit te bouwen, waarvoor de Dutch Innovation Factory (DIF), het DIP en de gemeente Zoetermeer als living lab de cruciale, onderling samenhangende elementen vormen. Om deze ambitie te realiseren hebben de HHS en de gemeente een programmamanager aangesteld die in opdracht van beiden werkt aan de kwalitatieve doorontwikkeling van het (onderwijs)concept van de DIF. Doel is dat de DIF een Playground for digital innovators wordt. Lectoraat Data Science Tijdens het voorjaarsdebat van 2017 heeft de raad de motie Lectoraat Big Data Analytics aangenomen. Deze motie draagt het college op om te onderzoeken of er in Zoetermeer een lectoraat kan worden gevestigd, ingesteld aan de HHS, om onderzoek op het terrein van Big Data en het gebruik daarvan op de thema's van de voorgestelde Innovatiehub op te zetten en te ontwikkelen. Om aan deze motie uitvoering te kunnen geven, is in 2018 een bedrag beschikbaar gesteld van Eind 2018 is binnen de HHS het principebesluit genomen dat er een lectoraat Data Science ingesteld gaat worden, met als standplaats de vestiging van HHS in de DIF in Zoetermeer, onder voorwaarde van cofinanciering van het lectoraat door de gemeente. De gereserveerde bijdrage hiervoor van is zeer welkom, maar onvoldoende voor de gehele looptijd van het lectoraat. Het dekt slechts de eerste twee jaar, waar de HHS een looptijd van zes jaar vereist om te komen tot een tastbaar resultaat. Het voorstel is om in aanvulling op het gereserveerde bedrag voor de jaren 2021 tot en met 2024 per jaar extra beschikbaar te stellen. Financiën Bedragen x Nieuw beleid (financieel) Implementatiekosten Zoetermeers Werkbedrijf 750 Begeleiding van statushouders - dekking via Overzicht Alg. Dekkingsmiddelen (OAD) Playground for digital innovators in de Dif 74 Lectoraat Data Science Saldo Maatregelen ombuigen en vernieuwen Hervorming brede school activiteiten De subsidie voor de Brede School wordt door de schoolbesturen ingezet op onderwijsachterstandenscholen (primair onderwijs) voor het bevorderen van gelijke kansen. Het gaat om preventieve maatregelen in de jeugdketen. Dit kan goedkoper door het efficiënter te organiseren en het aanbod indien nodig te versoberen door: meer de samenwerking te zoeken met het CKC, cultuureducatie op school en combinatiefunctionarissen; (meer) accent te leggen op taalontwikkeling en minder activiteiten per school aan te bieden. 21

22 Stopzetten binnen opgave onderwijs Onderwijsvernieuwing ICT Het betreft een langlopende subsidie voor stimulans en innovatie van ICT binnen het primair en voortgezet onderwijs. Inmiddels is deze aanjaagfunctie niet meer nodig en is het project afgebouwd. Stopzetten binnen opgave onderwijs Omgaan met Geld De gemeente verstrekt een subsidie voor het individueel begeleiden van (dreigend) voortijdig schoolverlaters die schulden hebben. De aanmelding bij de zorgpartner verloopt via leerplicht/rmc en er kunnen circa 18 individuele trajecten geboden worden. Als de subsidie stopgezet wordt, moeten deze jongeren doorverwezen worden naar andere partijen zoals schuldhulpverlening en het JIP. Verminderen schoolbegeleiding Basisscholen krijgen middelen van de gemeente voor schoolbegeleiding. Scholen co-financieren (tenminste) 50%. Door de gemeentelijke subsidie te verminderen, zullen scholen moeten kiezen welke voorzieningen zij niet of minder inzetten dan wel uit eigen middelen betalen. De kosten voor schoolbegeleiding kunnen niet uit het rijksbudget voor Onderwijsachterstanden betaald worden, omdat de activiteiten niet voldoen aan de hiervoor gestelde eisen. Effectievere inzet ZoetermeerPas De ZoetermeerPas is een belangrijke voorziening voor veel inwoners die we in stand willen houden. Wel stellen we voor om de budgetten op onderdelen te begrenzen en het aanbod in beperkt aan te passen, waar dit mogelijk en redelijk is. Gerichter inzetten subsidies armoede & minimabeleid & schuldhulpverlening We kijken, sociaal domein breed, kosten effectiever naar de subsidies die we verlenen. We maken keuzes aan de hand van onze beleidsuitgangspunten gericht op het versterken van de sociale basis, bestaanszekerheid en preventie. Materiële ondersteuning en andere urgente zaken houden prioriteit. Ook de maatwerkondersteuning aan kinderen gericht op meedoen blijft onverminderd belangrijk. Wel wordt voorgesteld om de subsidie voor schoolreisjes niet voort te zetten. De ondersteuning aan kinderen gericht op meedoen op school zullen we op basis van alternatieve actuele ideeën samen met partners vorm geven. Heroverwegen inzet Klijnsmagelden In 2017 heeft toenmalig staatssecretaris Klijnsma structurele gelden beschikbaar gesteld voor kinderen in armoede. We maken opnieuw keuzes als het gaat om de inzet van deze gelden. We kijken waar de middelen het hardst nodig zijn voor kinderen. Voorstel is om geen Klijnsmagelden meer te besteden aan communicatie, nieuwe initiatieven vanuit de stad en voorzieningen voor groepen. Verlagen bijdrage collectieve ziektekostenverzekering Iedereen in Nederland moet een basisverzekering hebben. Daarvan wordt voor de doelgroep een belangrijk deel gecompenseerd door zorgtoeslag. De bijdrage van de gemeente in de collectieve ziektekostenverzekering, waarbij het eigen risico is gedekt, wordt verlaagd. De bijdrage van de gemeente blijft daarmee 9% boven het landelijk benchmark gemiddelde. Met de gemeentelijke collectieve ziektekostenverzekering blijven deelnemers goed verzekerd tegen een relatief laag bedrag. Integrale aanpak schulden en ondersteuningstraject Schulden kunnen de fysieke en psychische gezondheid negatief beïnvloeden. Een slechte gezondheid beïnvloedt andersom de maatschappelijke participatie. Door een gerichtere en intensievere aanpak op de schulden in relatie tot (jeugd)zorgtrajecten wordt de effectiviteit van interventies positief beïnvloed en daarmee de kosten van de betreffende ondersteuningstrajecten. Onderscheid in intensiteit van dienstverlening Het voorstel is gedeeltelijk of helemaal te stoppen met de dienstverlening aan bepaalde klantgroepen. Diverse bezuinigingen re-integratie: De maatregelen samen betekenen een structurele onttrekking van aan het Participatiebudget: als de arbeidsmarkt weer verslechtert, zal dat geld mogelijk weer nodig blijken. Het gaat om de volgende maatregelen: 22

23 - minder uitgaven arbeidsritmeplekken ( ); - maximering van re-integratietrajecten en inzet groepsaanpak ( ); - goedkopere verbinding met het onderwijs ( ). Slimmer werken in de uitvoering van de Participatiewet Door processen slimmer in te richten en gebruik te maken van ict kunnen besparingen worden gerealiseerd. Anders organiseren bewindvoering De dienstverlening van de bewindvoerders is niet altijd voldoende. Zeker voor de kwetsbaardere klanten leidt dit tot lange zorgtrajecten. Bewindvoerders hebben geen prikkel om klanten uit te laten stromen. We willen onderzoeken op welke wijze we de kosten kunnen beperken door deze dienstverlening gedeeltelijk zelf te gaan aanbieden. Financiën Bedragen x Maatregelen ombuigen en vernieuwen (financieel) Effectievere inzet Zoetermeerpas Gerichter inzetten subsidies armoede & minimabeleid & schuldhulpverlening Heroverwegen inzet Klijnsmagelden Verlagen bijdrage collectieve ziektekostenverzekering Integrale aanpak schulden Onderscheid in intensiteit dienstverlening Diverse bezuinigingen re-integratie: anders werken Slimmer werken in de uitvoering van de Participatiewet Anders organiseren bewindvoering Hervorming brede school activiteiten Stopzetten Onderwijsvernieuwing ICT Stopzetten Omgaan met Geld Verminderen schoolbegeleiding Saldo Financieel samengevat Bedragen x Programma 1. Onderwijs, economie, arbeidsparticipatie Rekening Begroting Totaal lasten programma Totaal baten programma Resultaat

24 2.1.4 Aangenomen moties voorjaarsdebat Motie Nog geen algoritmes toepassen bij opsporing fraude Draagt het college op om: Het oude beleid voor fraudebestrijding in stand te houden door nog geen gebruik te maken van opsporing middels algoritmes tot in ieder geval besloten is over het nieuwe wetsvoorstel. Stand van zaken: Vooralsnog is er geen sprake van invoering van een algoritme. In de context van de SZW Handhavingskoers en de ambities van de gemeente Zoetermeer rond meer datagedreven werken willen we wel graag een verkenning starten naar de manier waarop we momenteel gebruik maken van onze data in relatie tot handhaving. Door meer gebruik te maken van de hoeveelheid aan data die wij als gemeente in huis hebben willen we verkennen hoe team Controle en Opsporing haar onderzoeken beter kan prioriteren. We blijven de raad uiteraard informeren over dit thema. 24

25 Programma 2 Samen leven en ondersteunen Maatschappelijk effect programma Vergroten zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie In onze stad staat voorop, dat alle Zoetermeerders een plek moeten hebben en dat zij sterk in het leven kunnen staan. Alles wat goed gaat, wordt zoveel mogelijk versterkt en iedereen die dat nodig heeft, zoals kwetsbare jongeren en ouderen, wordt ondersteund. Om dit te ondersteunen, zorgt de gemeente voor basisvoorzieningen die voor iedereen beschikbaar zijn. Waar nodig worden maatwerkvoorzieningen ingezet. Bij voorkeur organiseren wij hulp en ondersteuning dichtbij de inwoners en kijken we wat er per wijk nodig is. Vrijwilligers en mantelzorgers kunnen rekenen op gemeentelijke steun bij hun belangrijke werk dat bijdraagt aan het bereiken van diverse maatschappelijke doelen. Jeugd Jeugdigen moeten zich zoveel mogelijk kunnen ontwikkelen tot zelfredzame burgers, die naar vermogen participeren in de maatschappij. Om dit te bereiken is het organiseren en faciliteren van vroegtijdige, toegankelijke, passende en effectieve hulp een voorwaarde. Het bieden van kwalitatief goede en effectieve jeugdhulp is het uitgangspunt, maar de hulp moet ook betaalbaar blijven. Het Actieplan Bouwen aan toekomstbestendige jeugdhulp (april 2019) is de basis voor een aantal kostenbesparende maatregelen die tevens richting geven aan de transformatie binnen de jeugdhulp. Wmo Vanuit de visie van Positieve gezondheid wordt gewerkt aan de speerpunten vitaal ouder worden, gelijke kansen op gezondheid en lekker in je vel zitten. Om de zorg efficiënter en kwalitatief beter in te richten wordt met een coalitie van strategische partners ( Slimmer Thuis ) gewerkt aan een zorginnovatie agenda voor Zoetermeer. Om toegankelijkheid te bevorderen, worden de (nieuw) ontwikkelde normenkaders voor openbare ruimtes en vastgoed gehanteerd. 25

26 Verder zien we, dat het aantal mensen dat een beroep doet op ondersteuning vanuit de Wmo toeneemt en ook de zwaarte van de ondersteuningsvraag. Om de ondersteuning zowel kwalitatief, kwantitatief als financieel toekomstbestendig te maken is het nodig om naar een andere manier van organiseren en werken te gaan. Hiervoor zijn de volgende vernieuwingstrajecten in samenhang in gang gezet. Passend wonen met zorg Het is belangrijk dat inwoners met een zorg- en/of ondersteuningsbehoefte zo passend en zelfstandig mogelijk kunnen (blijven) wonen. Bemiddeling bij woningtoewijzing speelt hierbij een belangrijke rol. We monitoren dit proces en faciliteren nieuwe woonvormen voor ouderen. Versterken verenigingen en vrijwilligers Bewonersinitiatieven en vrijwillige inzet dragen er aan bij, dat mensen prettig samenleven en iedereen gewoon mee kan doen, mensen het naar hun zin hebben en omkijken naar anderen. De focus op vernieuwingen in 2020 ligt op de vernieuwde vrijwilligersondersteuning, eenzaamheidsbestrijding en vernieuwde vormen van samenlevingsopbouw. Leidende principes hierbij zijn: preventie, positieve gezondheid, een betrokken vitale samenleving, verbinding, elkaar ontmoeten en samen leren. Bereikbaarheid Wmo en cliënt- en mantelzorgondersteuning Dit betreft diverse vormen van gemeentelijke ondersteuning bij vragen en/of het regelen van hulp. Via een aantal trajecten vindt vernieuwing plaats van cliënt- en mantelzorgondersteuning, en van de inrichting van de informatie en adviesfunctie (denk aan Zoetermeerwijzer, centraal loket in het Forum o.a. voor mantelzorgers). Gebiedsgerichte ondersteuning in het sociaal domein Om beter aan te sluiten op de vraag van inwoners organiseren we voorzieningen per gebied. Voor het sociaal domein betekent dit organisatie door een samenwerkingsverband van een aantal partners, dat samen integraal verantwoordelijk is voor de maatschappelijke opgave in een gebied, en daarvoor één budget krijgt. Leidende principes bij deze verandering zijn: normaliseren, wederkerigheid/eigen verantwoordelijkheid, doen wat nodig is, eenvoud, integraal en herkenbaar. Wijkgericht werken Dichtbij de inwoner werken vindt verder plaats in twee pilotwijken Seghwaert en Oosterheem, waar in 2019 een werkwijze is ontwikkeld voor wijkgericht werken. Dit omvat werken met wijktafels, prioritering van problemen en kiezen voor een passende aanpak. In 2020 wordt de ingeslagen weg vervolgd en wordt deze werkwijze doorontwikkeld. Daarbij wordt verbreding gezocht naar de andere Zoetermeerse wijken. Wijkgericht werken en de werkwijze van de wijkverkenning in Meerzicht worden gaandeweg geïntegreerd. (O)GGZ 2020 De zorg en ondersteuning aan inwoners met psychische problematiek is veranderd. Zo worden naar verwachting de taken Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang verder gedecentraliseerd van de centrumgemeenten naar alle gemeenten, startend in Per 1 januari 2020 treedt de Wet verplichte ggz in werking en wordt gestart met een kleinschalig daklozenloket. Een aantal eerder ontwikkelde trajecten, zoals de wijksignaleringsoverleggen, wordt gecontinueerd. De ontwikkelingen vinden plaats in het licht van langer thuis blijven wonen en zorg dichtbij. Leidende principes hierbij zijn: een inclusieve samenleving, mensen aanspreken op hun mogelijkheden, integrale aanpak, zelfstandig wonen, tenzij, een sterk netwerk en een sluitende keten Doelstellingen van dit programma Doelstelling 2.1 Bevorderen vroegtijdige, toegankelijke, passende en effectieve jeugdhulp De gemeente Zoetermeer investeert in jeugdpreventie en jeugdhulp voor jeugdigen in de leeftijd van -9 maanden tot 23 jaar. Binnen deze doelstelling wordt specifiek gestuurd op de volgende componenten: 26

27 Vroegtijdig Als risicofactoren, gerelateerd aan het opgroeien van jeugdigen, vroegtijdig worden gesignaleerd, kan het ontstaan van ernstige problemen worden voorkomen. Hoe eerder hiervoor lichte interventies kunnen worden ingezet, hoe kleiner de kans op het ontstaan van psychische problemen en gedragsmoeilijkheden. We zetten in op vroegsignalering, het versterken van opvoedvaardigheden en een integrale aanpak rondom gezinnen. Toegankelijk Met toegankelijke hulp doelen we op een professionele en efficiënte toegang. De toegang werkt vanuit de vindplaatsen (zoals bijvoorbeeld scholen en consultatiebureaus), dichtbij de jeugdigen en gezinnen en is gericht op normaliseren. Dit betekent dat medewerkers in de toegang het vrij-toegankelijke preventieve aanbod bij jeugdigen en gezinnen onder de aandacht brengen, zelf kortdurend begeleiding bieden en alleen waar nodig verwijzen naar specialistische jeugdhulp. Passend Bij passende hulp gaat het om het, binnen de kaders van de Jeugdwet, bieden van de juiste hulp op maat. Dit betekent dat de toegangsmedewerker via een integrale vraagverheldering een inschatting maakt wat nodig is. Wanneer de jeugdige wordt verwezen naar een vorm van specialistische jeugdhulp, dan dient de jeugdhulpaanbieder hulp in te zetten die aansluit bij de behoefte en situatie van de jeugdige en het gezin. Waar nodig wordt de vorm, duur en intensiteit van het jeugdhulptraject begrensd. Naast sturing middels de toegang richt de sturing zich op doorstroom en uitstroom van jeugdigen in de jeugdhulp. Effectief Effectiviteit hangt samen met de mate waarin de geboden hulp het gewenste effect heeft en de jeugdige zonder hulp verder kan. We monitoren op kwaliteit, op naleving van gemaakte afspraken en sturen op innovatie om inzicht te hebben in hoeverre de door jeugdhulpaanbieders geboden diensten en voorzieningen effectief zijn. Inkoop specialistische jeugdhulp Het jaar 2020 staat grotendeels in het teken van de start van het resultaatgerichte inkoopstelsel en de doorontwikkeling en implementatie van de resultaatgerichte bekostiging. Het nieuwe stelsel stimuleert jeugdhulpaanbieders en toegangsmedewerkers om de transformatie in de praktijk te brengen. De jeugdige en zijn hulpvraag staan centraal. De doelstelling 1 gezin, 1 plan, 1 regisseur wordt in het voorgestelde stelsel aangevuld met 1 aanspreekpunt en 1 aanbieder voor de cliënt. Door de focus op het resultaat van geleverde hulp worden onnodig lange hulptrajecten en terugval voorkomen. Deze werkwijze maakt de effectiviteit en efficiëntie van ingezette hulp transparant en draagt bij aan een lerend stelsel waarbij een nauwe samenwerking tussen jeugdhulpaanbieders essentieel is. Effectindicator 2.1 Bevorderen vroegtijdige, toegankelijke, passende en effectieve jeugdhulp Vroegtijdig signaleren Afname gemiddelde leeftijd bij instroom in jeugdhulp Afname gemiddelde leeftijd bij uitstroom in jeugdhulp Toename aantal matches in de Verwijsindex Realisatie Bron 9,3 9,3 9,3 9,3 9,3 12,8 12,8 12,8 12,8 12, Toename aantal adviezen bij Veilig Thuis Toename aantal meldingen bij Veilig Thuis Efficiënte doorlooptijd Afname gemiddeld aantal jaar dat een jeugdige jeugdhulp ontvangt 48,9% 48,9%. 48,9% 48,9% 48,9% DataWareHouse Zoetermeer DataWareHouse Zoetermeer Verwijsindex Haaglanden Veilig Thuis Haaglanden Veilig Thuis Haaglanden DataWareHouse Zoetermeer 27

28 Financiën Begroting Bedragen x Doelstelling Bevorderen vroegtijdige, toegankelijke, passende en effectieve jeugdhulp Het budget is grotendeels bestemd voor jeugdhulp. Daarnaast wordt het budget besteed aan subsidies voor de Stichting Jeugdgezondheidszorg (JGZ), het Centrum voor Jeugd en Gezin, Meerpunt, het jongerenwerk en de bijdragen aan de gemeenschappelijke regelingen Inkoopbureau H- 10 en Veilig Thuis Haaglanden. Ook de kinderopvang op basis van een sociaal medische indicatie wordt uit dit budget bekostigd. Het verschil van het budget 2020 ten opzichte van 2019 betreft o.a. de ophoging van het zorgbudget jeugdhulp met 2,5 mln. De dalende budgetten vanaf 2021 betreft de maatregelen Ombuigen en Vernieuwen. Doelstelling 2.3 Langer zelfstandig wonen Hulp en ondersteuning vanuit de gemeente zijn er op gericht dat inwoners zelfstandig kunnen (blijven) wonen. Dat geldt niet alleen voor ouderen die met de nodige ondersteuning (langer) zelfstandig kunnen blijven wonen. Het gaat ook om (jong-)volwassenen die (tijdelijk) extra begeleiding nodig hebben om zelfstandig te kunnen gaan wonen en om inwoners met een (fysieke) beperking of met een ernstige psychische kwetsbaarheid. In alle gevallen is het doel om de voorzieningen die bijdragen aan het (langer) zelfstandig wonen zo te organiseren dat inwoners hierin optimaal ondersteund worden. Daarbij gaat het niet alleen om de maatwerkvoorzieningen bij de inwoner thuis, maar ook om algemene voorzieningen en de fysieke toegankelijkheid van de stad. Wonen en zorg De gemeente vindt het belangrijk dat inwoners met een zorg- en/of ondersteuningsbehoefte zo passend en zelfstandig mogelijk (blijven) wonen. Om dat te kunnen realiseren dienen er voldoende (betaalbare) woningen beschikbaar te zijn, maar ook woon- en begeleidingsvarianten die inspelen op een meer intensieve of tijdelijke ondersteuningsbehoefte.we monitoren dit proces en faciliteren nieuwe woonvormen voor ouderen. De woonsituatie kan immers invloed hebben op de gezondheid van de bewoner. Door de dubbele vergrijzing 4, de veranderende zorgbehoefte en het sluiten van verzorgingshuizen, lijkt er ook een toenemende vraag naar nieuwe woonzorglocaties. Het aandeel (en de groei van het aantal) ouderen in Zoetermeer ligt hoger dan het landelijk gemiddelde. Daarom wil de gemeente zich inzetten om nieuwe woonvormen voor juist die doelgroep te faciliteren. De gemeente maakt een Programma van Eisen en nodigt partijen uit om plannen te maken voor een specifieke locatie. In 2020 wil de gemeente de behoefte aan en de beschikbaarheid van locaties helder hebben, en vervolgens matchen. Op die manier wil de gemeente de regie houden en sturen op wat de gemeente zelf denkt nodig te hebben. Door een passend aanbod te (laten) realiseren kunnen ouderen zich zo lang mogelijk prettig en zoveel mogelijk thuis voelen. Slimmer thuis De gemeente beschouwt technologische innovatie als een manier om de zorg efficiënter en kwalitatief beter in te richten. Uitdagingen die iedere organisatie voor zich niet zo snel kan of zal oplossen. De noodzaak om het zorgsysteem aan te pakken en flinke efficiëntieslagen te maken is groter dan ooit. In Zoetermeer is gekozen voor een gezamenlijke aanpak vanuit zorg, onderwijs en economie. In 2019 is in samenwerking met de Haagse Hogeschool, zorgverzekeraars en maatschappelijke partners een startbijeenkomst Zorginnovatie georganiseerd voor bedrijven en maatschappelijke partners. Het doel hiervan was actuele ontwikkelingen te delen, te leren van elkaar, elkaar leren kennen en een oproep voor een zorginnovatie-agenda met speerpunten voor de stad op te stellen. 4 Dubbele vergrijzing is het verschijnsel dat niet alleen de groep ouderen een relatief groter aandeel vormt van de Nederlandse samenleving (o.a. gevolg van de babyboom na de Tweede Wereldoorlog), maar dat tevens de gemiddelde leeftijd steeds hoger komt te liggen, waardoor de vergrijzing op twee manieren toeneemt. 28

29 Door een groot aantal partijen is gesproken over de (technologische) mogelijkheden om het leven van mensen in Zoetermeer die zorg nodig hebben te verbeteren. Dit vormde de aanzet voor coalitievorming tussen verschillende partijen die zich willen inzetten voor de ontwikkeling van een zorginnovatie-agenda in Zoetermeer. De coalitie bestaat nu uit Bureauvijftig, Lectoraat Technology for Health van de Haagse Hogeschool, gemeente Zoetermeer en Vierstroom Thuis. De coalitie heeft de werknaam Slimmer Thuis en beoogt dat mensen slimmer langer thuis kunnen blijven wonen. Voorbeelden zijn het project Ehealth gericht op leefstijlmonitoring. En praktijkgericht onderzoek in InnoLabs door de Haagse Hogeschool. Fysieke toegankelijkheid van de stad en vastgoed De gemeente Zoetermeer vindt dat de fysieke toegankelijkheid van Zoetermeer op orde moet zijn, omdat iedereen mee moet kunnen doen. Dit is ook onderdeel van de kwaliteitsimpuls van de Schaalsprong. Uit het raadsbesluit 'Zoetermeer, Open Stad' en het grote aantal verschillende lopende activiteiten en projecten blijkt dat het verder verbeteren van de toegankelijkheid en inclusie in Zoetermeer een beter samenspel vergt van afdelingen binnen de gemeentelijke organisatie en met partners in de stad. De Toegankelijkheidsraad heeft hierbij een belangrijke adviesrol. Regie, coördinatie en stimulering vindt plaats door de opgavemanager Open Stad. Om toegankelijkheid te bevorderen is voldoende aandacht voor dit onderwerp reeds nodig in de planen ontwerpfase. Tevens is van belang, dat het bouwbesluit voldoet aan de eisen op het gebied van toegankelijkheid. De gemeente werkt daarom, in overleg met de Toegankelijkheidsraad, aan het opstellen van normenkaders voor vastgoed en openbare ruimtes. Voor nieuw te ontwikkelen gemeentelijk vastgoed is een normenkader vastgesteld. De gemeente is van plan om op korte termijn het bestaande gemeentelijk vastgoed te laten schouwen. Aan de hand van de schouw zal verder gekeken worden naar de mogelijkheid tot aanpassen van dit bestaande vastgoed. Ook voor openbare ruimte is in overeenstemming met de Toegankelijkheidsraad een normenkader voor de toegankelijkheid ontwikkeld. Aan de hand van dit normenkader worden de nieuw te ontwikkelen openbare ruimtes aangelegd. Ook bij groot onderhoud van de bestaande openbare ruimte wordt dit normenkader gehanteerd. De ondersteuning aan inwoners wordt vormgegeven volgens het uitgangspunt van zwaar naar licht : waar het kan wordt een beroep gedaan op het netwerk van een inwoner of op ondersteuning via een algemene voorziening. Waar het nodig is wordt een maatwerkvoorziening ingezet. Daarbij wordt de samenwerking met zorgprofessionals steeds belangrijker, denk bijvoorbeeld aan de wijkverpleging en partners in de geestelijke gezondheidszorg (ggz). Huishoudelijke Hulp De hulp bij het huishouden wordt in 2020 opnieuw aanbesteed, omdat het huidige contract afloopt per 1 januari Bij de nieuwe aanbesteding moet rekening gehouden worden met de Algemene Maatregel van Bestuur reële kostprijs. Gebiedsgerichte ondersteuning in het sociaal domein In 2020 wordt aan de raad een voorstel voor gebiedsgerichte organisatie voorgelegd. Gebiedsgerichte sturing is in de kern een systeemwijziging: van een groot aantal aanbieders dat allemaal vergelijkbare diensten aanbiedt en daar allemaal apart (en verschillend) voor betaald wordt, wordt de omslag gemaakt naar een samenwerkingsverband van een (klein) aantal strategische partners, die samen integraal verantwoordelijk zijn voor de maatschappelijke opgave in een gebied, en daarvoor samen ook één budget krijgen. Door deze organisatie kan het samenwerkingsverband flexibel inspelen op de (veranderende) zorgvraag per gebied. Voor de gemeente is het samenwerkingsverband beter aan te sturen dan alle verschillende zorg- en welzijnsorganisaties apart. (O)GGZ In de afgelopen periode is via diverse projecten ingezet op het versterken van het netwerk van zorg en ondersteuning voor inwoners met een psychische kwetsbaarheid. Op basis van positieve ervaringen continueren we de wijk-ggz, het wijksignaleringsoverleg, de time-outvoorziening Opvang Dichtbij en de inzet van ervaringsdeskundigen. Het is van belang dat er voor inwoners en professionals één punt is waar men zorgen over een inwoner of naaste kan melden; ook in verband met de invoering Wet verplichte GGZ. Daarvoor wordt het lokale Meldpunt Bezorgd Zoetermeer ingericht, in samenwerking met Kwadraad. 29

30 Effectindicator 2.2 (Langer) zelfstandig wonen Gemiddeld budget maatwerkondersteuning per cliënt Realisatie Bron Gemeentelijke database WMO/ Begroting % dat vindt dat de ondersteuning past bij de hulpvraag Cliëntervaringsonderzoek Wmo % cliënten dat tevreden is over de kwaliteit van het ondersteuningsaanbod Cliëntervaringsonderzoek Wmo Financiën Begroting Bedragen x Doelstelling Langer zelfstandig wonen Het budget wordt ingezet ten behoeve van de individuele Wmo-voorzieningen (huishoudelijke hulp, woonvoorzieningen e.d.), de Wmo-maatwerkvoorzieningen (o.m. begeleiding) en de zogenaamde Vrij inzetbare Wmo-voorzieningen (o.m. dagbesteding). Doelstelling 2.3 Bevorderen gezondheid, veiligheid en welbevinden Positieve gezondheid Goede gezondheid, veiligheid en welbevinden zijn belangrijk voor iedereen. De gemeente beschouwt gezondheid op een positieve manier: gezondheid als het vermogen om je aan te passen en je eigen regie te (blijven) voeren, in het licht van de sociale, fysieke en emotionele uitdagingen van het leven (Machteld Huber, 2011). De gemeente heeft de taak om de gezondheid van haar inwoners te bevorderen (Wet publieke gezondheid). Een goede gezondheid is een belangrijke voorwaarde om mee te kunnen doen. Speerpunten van het Zoetermeers preventief gezondheidsbeleid zijn: vitaal ouder worden, gelijke kansen op gezondheid, lekker in je vel zitten en samen werken aan positieve gezondheid. Dit is tevens onderdeel van de kwaliteitsimpuls van de Schaalsprong. Bij deze speerpunten maken we een tweedeling in activiteiten gericht op enerzijds gedrag, zoals eten, bewegen en genotmiddelen, en anderzijds leefomgeving en milieu, zoals inrichting van de buitenruimte. De gemeente is ervan overtuigd dat een preventieve benadering en de insteek van Positieve Gezondheid de vertrekpunten moeten zijn voor beleid en het dagelijks handelen van hulp- en zorgverleners bij het versterken van de sociale basis. Door het op deze manier versterken van de sociale basis versterken we ook de (kwetsbare) bewoners zelf én wordt voorkomen dat er een zwaardere behandeling nodig is. Dit doen we via leefstijlprogramma s gericht op onder andere eten en bewegen en projecten als Welzijn op recept en lang zal Meerzicht leven. Juiste zorg op de juiste plek De gemeente is sinds kort aangehaakt bij het programma de Juiste Zorg op de Juiste Plek. Dit betreft een samenwerking van het Lange Land Ziekenhuis, de Stichting Georganiseerde eerstelijnszorg Zoetermeer (SGZ), Fundis, GGZ partners en een aantal zorgverzekeraars. Het doel van Zorg op de Juiste Plek is om samen de zorg voor ouderen en chronisch zieken in Zoetermeer toekomstbestendig te maken. De focus ligt op het voorkomen van zorg (preventie), het verplaatsen van zorg naar de juiste plek en het vervangen van zorg door bijvoorbeeld de inzet van technologische innovaties. De volgende vier projecten hebben prioriteit binnen Zorg op de Juiste Plek: 30

31 1. herinrichting spoedzorgketen met prioriteit voor kwetsbare ouderen; 2. eenduidig/actueel medicatie overzicht (AMO); 3. zelfmanagement, leefstijl en preventie; 4. digitaal zorgnetwerk/ Persoonlijke Gezondheidsomgeving (PGO). De rol van de gemeente binnen Zorg op de Juiste Plek is gericht op het leveren van een bijdrage aan leefstijl, preventie en technologische innovatie in de zorg. Huiselijk geweld en kindermishandeling Het gevoel van veiligheid van inwoners is ook belangrijk voor hun maatschappelijke participatie. Het gaat hier om veiligheid in de zin van vrij zijn van het risico op geweld uit huiselijke kring. Voor iedereen zou de thuissituatie een veilige plek moeten zijn. De aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling is daarom een belangrijk thema. Bij het voorkomen van huiselijk geweld en kindermishandeling wordt de focus gelegd op de belangrijkste risicogroepen en risicofactoren Om huiselijk geweld en kindermishandeling met behulp van de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling zo vroeg mogelijk te signaleren wordt er een scholingsaanbod ontwikkeld voor professionals in de keten van de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling. Het tijdig opmerken van de risico s van huiselijk geweld en kindermishandeling maakt de kans op verdere escalatie en trauma s kleiner. Effectindicator 2.3 Bevorderen gezondheid, veiligheid en welbevinden % inwoners van 18 jaar en ouder dat een goede gezondheid ervaart *voorheen Omnibusenquête. Realisatie Bron Stadspeiling* Financiën Begroting Bedragen x Doelstelling Bevorderen gezondheid, veiligheid en welbevinden Het budget is bestemd voor preventief gezondheidsbeleid en voor de gemeentelijke bijdrage aan de GGD Haaglanden. Doelstelling 2.4 Meedoen naar vermogen, ongeacht aard van de beperking Sociale basis De gemeente wil een samenleving stimuleren, waarin iedereen de gelegenheid heeft om mee te doen, waar mensen elkaar helpen en waar de overheid inwoners faciliteert. Dit doet zij vanuit de visie van positieve gezondheid. De gemeente zorgt daarbij voor een goede infrastructuur van sociale basisvoorzieningen, waar nodig per wijk georganiseerd. Deze basisvoorzieningen zijn laagdrempelig, iedereen kan er gebruik van maken, en ze hebben een preventieve en ondersteunende functie. De sociale basis bestaat verder uit wat bewoners zelf, met en voor elkaar doen. Dit zijn de aanwezigheid van informele netwerken, maatschappelijke initiatieven, en betekenisvolle relaties tussen inwoners onderling en tussen inwoners, professionals en de gemeente. Inwoners die (tijdelijk) minder zelfredzaam zijn, kunnen in de wijken terecht bij het algemeen maatschappelijk werk, organisaties voor materiële dienstverlening, welzijnsorganisaties, vrijwilligersorganisaties en in ontmoetingsruimten van wijk- en buurtverenigingen. Verenigingen en vrijwilligers Verenigingen en vrijwilligers(organisaties) versterken de onderlinge betrokkenheid tussen mensen, ondersteunen mensen in het zelfstandig kunnen blijven wonen en helpen in het bestrijden van eenzaamheid. De gemeente wil hun activiteiten daarom faciliteren. Dit doet zij via vernieuwing van de vrijwilligersondersteuning. Doel van de vernieuwde aanpak is, om de ondersteuning flexibeler te maken en de inbreng van vrijwilligers(organisaties) bij de vormgeving van de ondersteuning te 31

32 vergroten. De gemeente en vrijwilligers(organisaties) werken hiervoor nauw samen met als vertrekpunt, dat vrijwilligerswerk voor iedereen toegankelijk moet zijn. Netwerkvorming, talentmanagement en samen leren zijn daarbij belangrijke uitgangspunten, met als doel om meer vrijwilligers te vinden en te behouden voor de stad. Onderdelen in de aanpak zijn een vrijwilligersondersteuner, een vrijwilligersfonds en een digitaal platform voor werving en matching van vrijwilligers, en meerdere fysieke plekken in de wijk voor bemiddelingsgesprekken. Eenzaamheidsbestrijding Eenzaamheid is een groot maatschappelijk probleem, ook in Zoetermeer. Er zijn buurten in onze stad waar meer dan de helft van de volwassen inwoners zich eenzaam voelt 5. In 2020 geeft de gemeente verder vorm en inhoud aan de aanpak van eenzaamheid. Dit vindt onder andere plaats via de in 2019 opgezette lokale community tegen eenzaamheid. Bij deze community hebben zich ruim 60 deelnemers aangesloten uit alle gelederen in Zoetermeer (ondernemers, sport- en cultuurorganisaties, welzijns- en zorgorganisaties, vrijwilligersorganisaties en diverse anderen). Doelen van deze community zijn agenderen, informeren, verbinden (onverwachte coalities vormen) en ontdekken (onbenutte kansen zien en grijpen) om eenzaamheid te voorkomen en te bestrijden. De gemeente jaagt aan en steunt initiatief. Daarnaast initieert de gemeente het project Lief en Leed straten. Een project waarin buren naar elkaar omkijken, en wat gericht is op het versterken van de sociale cohesie en het verminderen van eenzaamheid. Mantelzorgondersteuning Mantelzorgers leveren een onmisbare bijdrage aan de ondersteuning van inwoners. De gemeente heeft veel waardering voor hun inzet. Daarom is recent een campagne Jullie bijzondere band gestart, waarin aandacht wordt gevraagd voor de mantelzorger. Ook wordt jaarlijks de dag van de Mantelzorg georganiseerd en het mantelzorgcompliment verstrekt. Om mantelzorgers te ondersteunen, geeft de gemeente subsidie voor gerichte voorzieningen zoals informatie en persoonlijk advies, respijtzorg en parkeerfaciliteiten voor mantelzorgers. Naar aanleiding van een samenspraaktraject met mantelzorgers wordt de ondersteuning opnieuw onder de loep genomen. Zo wordt de respijtzorg laagdrempeliger georganiseerd en wordt naar nieuwe manieren gezocht om mantelzorgers te waarderen. Een opgave voor de komende tijd is het leggen van duurzame verbanden tussen formele en informele hulp. Inwoners kunnen nog beter worden geholpen als professionals en vrijwilligers samenwerken in een netwerk rondom de zorgvrager. De gemeente gaat erop inzetten dat formele en informele hulpverleners elkaar makkelijker kunnen vinden om deze netwerken te versterken, onder andere via versterking van de sociale kaart (Zoetermeerwijzer). Wijkzorgnetwerk Om de eigen kracht van inwoners verder te versterken en signalen op het terrein van jeugd, zorg en welzijn sneller op te pakken is in elke wijk een wijkzorgnetwerk. Het netwerk is de verzameling van alle organisaties, die ondersteuning bieden op het terrein van zorg en welzijn. Er zijn drie tijdelijke aanvoerders aangesteld door de gemeente. Zij hebben mandaat en doorzettingskracht. De aanvoerders helpen de betrokken professionals om casuïstiek op te lossen door de goede partners bij elkaar te zetten. Daarnaast vormen de ervaringen en kennis van de aanvoerders, die zij opdoen in de praktijk en naar aanleiding van casuïstiek in de stad waarbij zij worden betrokken, een bron voor de lerende organisatie. Wijkgericht werken In de pilotwijken Oosterheem en Seghwaert is gestart met wijktafels: maandelijks overleg van de wethouder met maatschappelijke partners en inwoners in de wijk. Middels de wijktafels zijn de belangrijkste opgaven in de wijk geïdentificeerd waar in 2020 aan wordt gewerkt. Voor Oosterheem zijn de opgaven: - aanpak jeugd en jongeren overlast, door hechte samenwerking tussen verschillende betrokken partners; - versterking sociale cohesie, onder meer door de aanpak met Lief & Leed straten; - creëren ontmoetingsplaats in de wijk, zowel centraal als op satellietlocaties in de wijk. 5 Bron: GGD Gezondheidsmonitor 32

33 Voor Seghwaert zijn de opgaven: - versterking en door ontwikkeling van de (al opgestarte) buurtinlooppunten; - wijkaanpak jeugd en jongeren, onder andere op basis van het hoge verbruik van jeugdzorgvoorzieningen in de wijk; - interactieve bewonerstafels, gesprekken met inwoners over wat speelt in de wijk; - optimaliseren gemeentelijke dienstverlening, beter inspelen op de vraag van inwoners. De wijktafels worden vervolgd en vormen het brandpunt voor het realiseren van deze opgaven. Ook wordt uitvoering gegeven aan motie : Onderzoek bibliotheekvestigingen inzetten als Huis van de Wijk, betreffende de bibliotheekvestigingen in Oosterheem en Rokkeveen. In 2020 wordt gestart met verbreding van de pilot naar andere wijken in Zoetermeer en integratie met de werkwijze zoals ontwikkeld in de wijkaanpak Meerzicht. Zo worden de eerste stappen gezet naar een vaste nieuwe werkwijze binnen de gemeente. Effectindicator 2.4 Meedoen naar vermogen, ongeacht aard van de beperking Realisatie Bron % vrijwilligers Stadspeiling % mantelzorgers dat zich voldoende ondersteund voelt vanuit de eigen omgeving % mantelzorgers dat zich voldoende ondersteund voelt door de gemeente/zosamen % mantelzorgers dat zich over het geheel genomen voldoende ondersteund voelt Coëfficiënt voor eenzaamheid onder inwoners (> 18 jaar) Stadspeiling 11, Stadspeiling Stadspeiling 2,5 2,4 2,4 2,3 2,3 Stadspeiling Financiën Begroting Bedragen x Doelstelling Meedoen naar vermogen, ongeacht aard van de beperking Het budget wordt ingezet ten behoeve van de algemene voorzieningen gericht op ontmoeten en meedoen (participatie, ouderen, gehandicapten en chronisch zieken), cliëntondersteuning, mantelzorgondersteuning en vrijwilligersondersteuning, wijkactivering en wijkregie en toegankelijkheid. Daarnaast wordt uit het budget maatschappelijke zorg bekostigd (maatschappelijke hulpverlening, bemoeizorg en opvang). De dalende budgetten vanaf 2021 zijn het gevolg van de maatregelen Ombuigen en Vernieuwen Risico's De regelingen binnen het sociaal domein zijn open einde-regelingen. Dat wil zeggen dat ondersteuning en/of zorg altijd geleverd moeten worden wanneer dat noodzakelijk is. Risico s op budgetoverschrijdingen ontstaan door een aantal maatschappelijke ontwikkelingen. Zo zien we een toename van het aantal inwoners dat een beroep doet op de Wmo, onder meer als gevolg van de dubbele vergrijzing en van het langer zelfstandig thuis wonen. Ook neemt de complexiteit van de zorg thuis toe en zijn er te weinig woningen voor ouderen beschikbaar. Het risico van d open einde regeling doet zich voor bij Jeugd, Wmo maatwerk, de recreatieve dagbesteding voor ouderen en kortdurende begeleiding (Vrij Inzetbare Voorzieningen). Sinds de invoering van het abonnementstarief in 2019, waardoor iedereen een vaste lage eigen bijdrage betaalt ongeacht zijn inkomen of vermogen, is er een een toeloop op de Wmo-voorzieningen 33

34 van mensen die hun ondersteuning voorheen zelf regelden en betaalden, maar voor wie het nu financieel aantrekkelijk is geworden om dit via de gemeente te doen. De combinatie van een toename van het aantal inwoners dat een beroep doet op ondersteuning en de schaarste aan personeel in de zorg leidt tot het risico dat hulp in de toekomst niet altijd direct geleverd kan worden Beleidsperspectief Beleidswijzigingen Kansrijke Start Het voorstel is om te participeren in het landelijk actieprogramma Kansrijke Start en daarbij in te zetten op drie pijlers: 1. Verstevigen van de preconceptiezorg Voorgesteld wordt om deel te nemen aan de APROPOS-II studie met als doel om het bereik en het gebruik van preconceptiezorg te verbeteren, een bijdrage te leveren aan het verbeteren van de leefstijl van zwangeren en de samenwerking tussen de lokale zorgverleners op dit terrein te versterken. 2. Doorontwikkeling project Kwetsbare Zwangeren Het project 'Kwetsbare Zwangeren' heeft als doel om de samenwerking binnen de verloskundige zorg te verstevigen en om sociale risicofactoren eerder te signaleren en vroegtijdig zorg en ondersteuning te bieden. We willen inzetten op doorontwikkeling en borging van het project, waarbij een nieuw zorgpad op het gebied van armoede wordt ontwikkeld. 3. Inzet programma VoorZorg De belangrijkste doelstellingen van VoorZorg zijn verbetering van het zwangerschaps- en geboorteproces voor moeder en kind, verbetering van de gezondheid en ontwikkeling van het kind en verbetering van de persoonlijke ontwikkeling van de moeder en haar mogelijkheden voor opleiding en werk. In het programma leggen speciaal opgeleide VoorZorg-verpleegkundigen huisbezoeken af bij vrouwen tot een leeftijd van 25 jaar die zwanger zijn van hun eerste kind. De huisbezoeken starten tijdens de zwangerschap en lopen door tijdens de eerste twee jaren van het kind. De verpleegkundige kijkt vanuit medisch oogpunt naar de gezondheid van de (aanstaande) moeder en kind en biedt ondersteuning bij de verzorging en opvoeding van het kind en richt zich op de persoonlijke ontwikkeling van de moeder. VoorZorg is een erkende effectieve interventie. Beschermd wonen en maatschappelijke opvang De taken Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang worden naar verwachting verder gedecentraliseerd van de centrumgemeenten naar alle gemeenten. Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang zijn woon- en opvangvoorzieningen voor personen met een psychische kwetsbaarheid op grond van de Wmo Startend in 2021 krijgt Zoetermeer meer verantwoordelijkheid voor het uitvoeren en financieren van deze taken. Om goed voor te bereiden op de nieuwe taken hebben we vanaf 2020 te maken met implementatiekosten. De nieuwe taken zijn een forse stelselwijziging, die niet binnen de huidige bezetting kan worden opgevangen. In de loop van 2020 volgt een uitgewerkt voorstel van de financiële consequenties vanaf 2021 en verder. Per 1 januari 2020 treedt de Wet Verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) in werking. Deze wet regelt de rechten van mensen die te maken hebben met verplichte zorg in de GGZ. De nieuwe wet biedt handvatten om meer ambulant en preventief hulp te bieden aan mensen met geestelijke problemen die niet vrijwillig in zorg gaan. De wet heeft beleidsmatig, organisatorisch en operationele gevolgen voor gemeenten. Het gaat daarbij onder andere om: 1. een aanpassing van de rol van de burgemeester; hoorplicht bij crisismaatregel; 2. signalen van zorg oppakken en zo nodig verkennend onderzoek (laten) doen; 3. gewijzigde informatiedeling met ketenpartners. Er is sprake van een nieuwe taak voor de gemeente, daarom is op voorhand niet met zekerheid vast te stellen hoe hoog de uitvoeringskosten in 2020 zullen zijn. Op basis van de resultaten in 2020 kunnen de uitvoeringskosten van de Wvggz vanaf 2021 worden bijgesteld. 34

35 In 2020 wordt een kleinschalig daklozenloket ingericht in Zoetermeer met als functie: - een eerste screening waarbij beoordeeld wordt of een lokaal ondersteuningstraject en/of briefadres passend is; - bij daadwerkelijke dakloosheid warme overdracht naar het daklozenloket in Den Haag. Dit doen we omdat Zoetermeerse daklozen meer kans hebben op succesvol herstel, wanneer ze ondersteuning in hun eigen netwerk krijgen. Regenboogsteden Het voorstel is het bevorderen van veiligheid en weerbaarheid van sociale acceptatie van lhbti-inwoners. Uit onderzoek blijkt dat nog altijd ongeveer 25% van de homoseksuele mannen en lesbische vrouwen negatief benaderd wordt naar aanleiding van hun seksuele geaardheid; 3% heeft zelfs te maken met bedreigingen of geweld. Daarom heeft de gemeente Zoetermeer de landelijke intentieverklaring Regenboogsteden ondertekend en een lokaal meerjarenplan opgesteld. Doelstelling van dit plan is het verbeteren van de sociale acceptatie op het gebied van onderwijs, zorg en maatschappelijke participatie en het verminderen van gevoelens van onveiligheid. Het COC Haaglanden ontvangt subsidie van de gemeente Zoetermeer om activiteiten uit te voeren om deze doelstelling te bereiken. De activiteiten van COC Haaglanden zijn vooral gericht op voorlichting, deskundigheidsbevordering en het leggen van contacten met lokale organisaties voor onderwijs, zorg, werk en maatschappelijk werk. En het creëren van draagvlak onder deze partners voor het gezamenlijk organiseren van activiteiten zoals de jaarlijkse Coming Out Dag. Personeelskosten Jeugd/Beleid De recente prognoses van het Inkoopbureau H10 leiden tot de noodzaak van versterking, versnelling en aanscherping van de uitvoering van de maatregelen uit het Actieplan Jeugd, financieel vertaald in de Perspectiefnota Maatregelen die gericht zijn op de toegang tot jeugdhulp en op de intensiteit/duur van de jeugdhulp krijgen daarbij voorrang. Ook wordt vanuit het lokaal contractmanagement scherp ingezet op naleving van de contractvoorwaarden. Waar nodig en mogelijk worden regels en afspraken aangescherpt. Om de uitvoering van de maatregelen te versnellen en de kostenstijging te beperken tot 2,5 mln. is uitbreiding van de capaciteit noodzakelijk. Voorgesteld wordt om voor de periode juli december 2020 voor ruim 5 fte extra capaciteit in te zetten. De hiermee verband houdende kosten bedragen voor 2019 en 2020 respectievelijk en en zijn eerder gemeld in het raadsmemo Sluitende meerjarenbegroting van 17 juli De kosten voor het jaar 2020 maken deel uit van het voorstel Programmabegroting Financiën Bedragen x Nieuw beleid (financieel) Inzet programma VoorZorg (Kansrijke Start) Beschermd wonen en maatschappelijke opvang 126 Wet verplichte GGZ Zoetermeers daklozenloket 80 Budget eenmalige subsidies -80 Regenboogsteden (dekking DU: zie OAD) Personeelskosten Jeugd/Beleid 450 Saldo Maatregelen ombuigen en vernieuwen Herinrichting WMO en deel preventieve Jeugdvoorzieningen Voor de WMO algemene voorzieningen, een deel van de WMO maatwerkvoorzieningen en een deel van de Jeugdvoorzieningen (preventieve jeugdhulp) richten we de sector opnieuw in. 6 Dit voorstel maakt geen onderdeel uit van de Perspectiefnota

36 Na de decentralisatie in 2015 hebben we de taken van het rijk overgenomen, maar de manier van werken voor het Sociaal Domein is in essentie niet veranderd. Om het stelsel houdbaar en de kosten beheersbaar te houden, is het noodzakelijk om de sector anders in te richten. Een aantal maatregelen draagt daartoe bij: 1. Gebiedsgerichte ondersteuning sociaal domein. Met gebiedsgerichte ondersteuning willen wij de hulp en ondersteuning dicht bij inwoners organiseren en ze daarmee binnen hun sociale netwerk houden. Dit vraagt een inkoop- en financieringsmodel waarbij partners optimaal gefaciliteerd worden om te doen wat echt nodig is voor inwoners; niet meer, maar ook niet minder; 2. Overige subsidies opgavegericht opnieuw in de markt zetten. Subsidies die niet mee gaan in de gebiedsgerichte organisatie van ondersteuning en hulpverlening, zullen we herijken. Dit doen we door op onderwerpen (bijvoorbeeld emancipatie, discriminatiebestrijding, gezondheidsbevordering) de belangrijkste opgaven te omschrijven en in de markt te zetten. Subsidies die niet direct aan deze opgaven bijdragen, worden niet meer verstrekt. 3. Toegang (informatie, advies, cliëntondersteuning, indiceren) anders vormgeven. De toegang tot de voorzieningen wordt anders vorm gegeven. Er zijn nu vele toegangswegen tot voorzieningen, ook digitaal. Voor inwoners is het vaak niet duidelijk waar informatie is te vinden. Het efficiënter werken door de toegang anders vorm te geven kan besparingen opleveren. Deze drie maatregelen beïnvloeden elkaar inhoudelijk en financieel. Daarom worden ze in samenhang uitgewerkt. Bevorderen vroegtijdige, toegankelijke, passende en effectieve jeugdhulp In het Actieplan Bouwen aan toekomstbestendige jeugdhulp van de Taskforce Jeugd worden maatregelen beschreven die een kostenbesparing in de jeugdhulp alsmede een kwalitatieve verbeterslag beogen. De maatregelen richten zich op het preventieve veld, het versterken van de regierol van de gemeente (o.m. in de toegang), contractmanagement in relatie tot de inkoop van jeugdhulp en het begrenzen van de jeugdhulp. Inzetten op integrale zorg en ondersteuning: Beter samenspel Het uitgangspunt is om alle zorg en ondersteuning aan inwoners van Zoetermeer met meerdere hulpvragen integraal te organiseren. Dit betekent dat de geboden ondersteuning en hulp samenhangend en passend is. Bij passende hulp is het gezin het uitgangspunt en is hulp zo licht als mogelijk, maar ook direct intensief waar nodig. De hulp is samenhangend als deskundigen vanuit verschillende specialismen en sectoren worden benut en in samenhang wordt aangeboden vanuit het principe één huishouden, één plan, één regisseur. Daar waar er sprake is van zeer complexe hulpvragen op meerdere leefgebieden, de zogenoemde huishoudens met multiproblematiek, is extra structurele inzet vereist in de vorm van regie, waarbij de gemeente deze rol vervult. Voorgesteld wordt om het integraal werken te bevorderen door: - het inrichten, organiseren en implementeren van een integrale werkwijze binnen de gemeente Zoetermeer voor alle inwoners die door de gemeente gefinancierde ondersteuning en/of hulp ontvangen; - parallel aan dit traject bij 20 gezinnen met een ingewikkelde ondersteuningsbehoefte wordt gestart met de inzet van procescoördinatie waarmee de regierol vanuit de gemeente wordt versterkt. Onderwijs-jeugdhulp arrangement op het speciaal (basis) onderwijs Jeugdigen die te maken hebben met een problematische thuissituatie, een psychiatrische stoornis, gedragsproblemen of onvoldoende schoolse vaardigheden kunnen snel en passend (eventueel op locatie) worden ondersteund door jeugdhulpprofessionals. Hiervoor wordt door één of meerdere jeugdhulpaanbieders vaste ureninzet beschikbaar gesteld. We maken niet-vrijblijvende afspraken met de betreffende scholen, de samenwerkingsverbanden primair onderwijs, kinderopvangorganisaties en jeugdhulpaanbieders om effectief te kunnen sturen op het gebruik en de effectiviteit van de ingezette jeugdhulp, zodat het beoogde effect (een vermindering van de kosten jeugdhulp voor leerlingen op het speciaal basis onderwijs en speciaal onderwijs) wordt behaald. 36

37 GGZ-expertise aan zorgteams voor begeleiding op locatie Veel van de zorgvragen, die worden gesignaleerd binnen het onderwijs zijn GGZ gerelateerd. Er wordt daarom voorgesteld om GGZ-expertise (orthopedagoog) toe te voegen aan de toegang om jeugdigen preventief en op locatie van de school te begeleiden en/of te behandelen bij GGZ-problematiek. Dit in aanvulling op de kortdurende begeleiding, die het schoolmaatschappelijk werk biedt op de scholen voor primair en voortgezet onderwijs. Er wordt in totaal 2,2 fte GGZ-expertise toegevoegd aan de toegang tot jeugdhulp. Deze formatie vervangt de inzet van Onderwijs Jeugdhulp (OJ) trajecten (specialistische jeugdhulp). De expertise is naar behoefte inzetbaar op de scholen voor primair en voortgezet onderwijs. De formatie wordt toegevoegd aan het gemeentelijk team om effectief te kunnen sturen op het gebruik en de effectiviteit van de ingezette begeleiding. Het beoogde effecten is een vermindering van de kosten voor jeugdhulp voor leerlingen op deze scholen. Preventieve interventies ziekteverzuim Door aanscherping van het protocol Ziekteverzuim als signaal - een samenwerking tussen leerplicht, jeugdgezondheidszorg en de scholen voor voortgezet onderwijs en het MBO - wordt door de docent en/of mentor op school sneller contact gezocht met de leerling en ouder(s). Hierdoor wordt bij ziekteverzuim sneller duidelijk of zorg en of ondersteuning ingeschakeld moet worden. Dit draagt bij aan gerichte verwijzing naar de schoolarts met als resultaat een stabilisering van het aantal verzuimonderzoeken. Door vroegtijdige inzet van de schoolarts en/of jeugdhulp wordt het gebruik van zwaardere en duurdere vormen van jeugdhulp voorkomen. Uitbreiding trajectbegeleiding jongerenwerk Het jongerenwerk is gepositioneerd in zowel het voorliggend veld als de jeugdhulp. Voorgesteld wordt om het aantal individuele trajecten dat het jongerenwerk biedt, uit te breiden en waar mogelijk in te zetten als alternatief aanbod voor specialistische jeugdhulp. Doordat jongerenwerkers op een laagdrempelige wijze contact leggen met jongeren en goed aansluiten op de belevingswereld van de jongere, kunnen jongeren gemotiveerd worden naar hulpverlening en begeleid worden bij het voortzetten en volhouden hiervan. Door de interne motivatie stijgt de slagingskans van de interventie en door de waakvlamfunctie van de jongerenwerkers kan eerder afgeschaald worden. Doorontwikkeling POH-jeugd en schoolmaatschappelijk werk In het Actieplan Kostenbeheersing Jeugdhulp (2017) is ingezet op het verbeteren van de verbinding tussen de jeugdhulp en huisartsen door middel van de inzet van praktijkondersteuners huisartsenjeugd (POH-jeugd). Op dit moment werken alle huisartsen met een POH-jeugd en begint deze werkwijze zijn vruchten af te werpen. Daarnaast is in 2018 geïnvesteerd in het schoolmaatschappelijk werk (SMW) op het primair onderwijs. Ook zij hebben een vergelijkbare rol: zij voorkomen onnodige verwijzingen door een brede vraagverheldering, bieden lichte begeleiding en verwijzen naar preventief aanbod. Daarnaast verwijzen zij, indien nodig naar onderdelen van jeugdhulp of dragen de casus warm over aan het team Jeugd en Gezinshulp (JGH). De inzet van de POH-jeugd bij de huisartsen en het schoolmaatschappelijk werk in Zoetermeer wordt voortgezet. Hierbij is extra aandacht voor het versterken van bestaande maatregelen, waarbij jeugdigen en ouders: - actief worden geattendeerd op de mogelijkheden van de basisvoorzieningen en het vrij toegankelijke preventieve aanbod; - lichte ondersteuning/begeleiding kunnen ontvangen; - verwezen worden naar passende specialistische jeugdhulp. Verkend wordt of de werkwijze van het SMW, zoals nu wordt gehanteerd binnen het primair onderwijs, kan worden uitgebreid naar het voortgezet onderwijs. Op basis van een pilot op twee VO-scholen (uitgevoerd in het schooljaar ) wordt specifiek gekeken naar wat nodig is om de interne zorgstructuur van de school beter aan te laten sluiten bij de (preventieve) jeugdhulp. Het doel is dat op elke school een zorgstructuur ontstaat, waarbinnen zorg- en onderwijsprofessionals, ieder vanuit de eigen expertise, adequaat en tijdig reageren op de ondersteuningsbehoefte van leerlingen. Pilot kostenbewust handelen in de toegang In de analyse van de Taskforce is aangetoond dat bij bepaalde producten de intensiteit substantieel is toegenomen en een groot deel van de kostenstijging van de jeugdhulp verklaart. Veelal is deze informatie niet bekend bij de verwijzers. 37

38 Voorgesteld wordt om in te zetten op het versterken van het kostenbewust handelen bij medewerkers in de toegang, ook ter voorbereiding op de invoering van resultaatgerichte bekostiging. Er wordt daarnaast breed ingezet op scholing rondom het vergroten van het kostenbewust handelen bij de gehele toegang tot jeugdhulp. Tevens wordt voorgesteld om cliënten met een specifieke combinatie van producten, kenmerkend voor het grensgebied tussen de Wet langdurige zorg (Wlz) en de Jeugdwet, actief te benaderen en ondersteunen bij het indienen van een aanvraag voor een Wlz-indicatie. Het betreft cliënten met een erg zware zorgvraag, waarvoor zware en dure hulp wordt ingezet. Aanscherpen vervoer naar jeugdhulpvoorzieningen Voorgesteld wordt om de gemeentelijke regelgeving voor jeugdhulpvervoer aan te scherpen waarbij een afname van het gebruik van en de kosten voor jeugdhulpvervoer wordt beoogd. Verlagen PGB-tarieven Voorgesteld wordt om het PersoonsGebonden Budget (PGB)-beleid te herzien waarbij de PGBtarieven op twee punten worden begrensd: verlaging van het PGB-tarief voor de inhuur van het sociaal netwerk naar wettelijk minimumloon en verlaging van het PGB-tarief voor de inhuur van een zelfstandig werkende gekwalificeerde aanbieder naar 75% van het tarief waarvoor vergelijkbare jeugdhulpaanbieders zijn gecontracteerd. Verschuiving van landelijk hoog specialistische jeugdhulp naar regionaal specialistische jeugdhulp Uit de gegevens over de verwijzingen blijkt dat met name huisartsen en medisch specialisten naar jeugdhulp binnen het Landelijk Transitie Arrangement (LTA) verwijzen. Voorgesteld wordt om verwijzers goed te informeren over het regionale aanbod en duidelijke afspraken te maken wanneer wordt verwezen naar landelijke ingekochte hoog specialistische jeugdhulp. Daarnaast kan bij het afgeven van de toewijzing strenger worden gecontroleerd of de hulp niet ook in de regio geleverd kan worden en kan contact worden opgenomen met de verwijzer. Sturen op afname intensiteit bij jeugdhulpproducten Uit de rapportage van de Taskforce Jeugd wordt de stijging van de intensiteit per traject als een van de oorzaken benoemd voor de kostenstijging van 2018 ten opzichte van Vanuit het oogpunt van (stijgende) maatschappelijke kosten is dat ongewenst. Het voorstel is om in toewijzingen voor Basis Geestelijke Gezondheidszorg en Specialistische Geestelijke Gezondheidszorg een maximaal aantal uren op te nemen, gebaseerd op het aantal uren waarbinnen de behandeling van een groot deel van de cliënten kan worden afgerond. Herpositionering Veilig Verder Team Zoetermeer (VVTZ) In 2014 is gekozen voor een Veilig Verder Team in Zoetermeer (VVTZ). Het VVTZ is een multidisciplinair team dat in actie komt als situaties van huiselijk geweld en problematische echtscheidingen voor een escalerende onveiligheid zorgen. De gekozen constructie, met een team bestaande uit medewerkers van meerdere organisaties, heeft in de praktijk onvoldoende meerwaarde. Voorgesteld wordt om het VVTZ, nu nog belegd bij een maatschappelijk partner, met ingang van 2020 te herpositioneren binnen het team JGH en de werkwijze te borgen binnen de gemeente. 38

39 Financiën Financieel samengevat Programma 2. Samen leven en ondersteunen Rekening Begroting Bedragen x Maatregelen ombuigen en vernieuwen (financieel) Herinrichting Wmo en deel preventieve jeugdvoorzieningen Inzetten op integrale zorg en ondersteuning: Beter samenspel Onderwijs-jeugdhulp arrangementen op het speciaal (basis-)onderwijs Toevoegen GGZ-expertise aan zorgteams voor begeleiding op locatie Preventieve interventies ziekteverzuim Uitbreiding trajectbegeleiding jongerenwerk Doorontwikkeling POH-jeugd en SMW Pilot kostenbewust handelen in de toegang Aanscherpen vervoer naar jeugdhulpvoorzieningen Verlagen PGB-tarieven Verschuiving landelijk hoog specialistische jeugdhulp naar regionaal specialistische jeugdhulp Sturen op afname intensiteit bij jeugdhulpproducten Herpositionering Veilig Verder Team Zoetermeer Saldo Bedragen x Totaal lasten programma Totaal baten programma Resultaat Aangenomen moties voorjaarsdebat Motie (Technologische) innovaties in de zorg Draagt het college op om: - Te zorgen dat met zorgpartners, kennisinstellingen en (zorg-)bedrijven samengewerkt gaat worden aan (technologische) innovaties in de zorg in Zoetermeer. - Hiervoor de initiatieven op het gebied economie, onderwijs en zorg binnen de gemeente samen te laten werken. - Het initiatief te nemen om samen, ook met (toekomstige) gebruikers, een agenda op te stellen met daarin de speerpunten voor (technologische) innovaties in de zorg in Zoetermeer voor de komende jaren. - Te zorgen dat de agenda leidt tot slimmere en kwalitatief beter georganiseerde thuissituaties die bijdragen aan veilig en gezond oud worden in een vertrouwde omgeving. - Dit te dekken uit de ontvangen middelen voor de lnnolabstructuur en de middelen binnen het sociaal domein die hiervoor bestemd zijn. - De gemeenteraad voor 1 januari 2020 te informeren over de tot stand gekomen samenwerking, gezamenlijke aanpak en speerpunten en vervolgens jaarlijks verslag te doen aan de raad over de resultaten van de samenwerking. Stand van zaken: Zorginnovatieagenda in Zoetermeer Op initiatief van de gemeente is een startbijeenkomst georganiseerd om na te denken over een zorginnovatie-agenda voor de stad. Door een groot aantal partijen werd gesproken over de (technologische) mogelijkheden om het leven van mensen in Zoetermeer die zorg nodig hebben te verbeteren. 39

40 Deze startbijeenkomst heeft de aanzet gegeven tot een coalitievorming tussen verschillende partijen die zich willen inzetten voor het vormen van een zorginnovatieagenda in Zoetermeer. Coalitie Slimmer Thuis Momenteel bestaat de coalitie uit BureauVijftig/Grey Valley, Lectoraat Technology for Health van de Haagse Hogeschool, gemeente Zoetermeer en Vierstroom Zorg Thuis. De coalitie zoekt de samenwerking op met alle zorgpartners in Zoetermeer, verschillende bedrijven, mborijnland/civ Welzijn en Zorg, maar ook met partners buiten de usual suspects, zoals ouderenbonden en woningcorporaties, maar ook brancheorganisaties zoals FME, Techniek Nederland en Bouwend Nederland. De coalitie zet in op mogelijkheden om ouderen langer thuis te laten wonen op een veilige en gezonde manier met behulp van technologische ondersteuning. De komende periode zal de coalitie de zorginnovatie agenda nader invullen. Draagt het college op: Tijdig en voortvarend op te treden, onder meer door de in het actieplan Bouwen aan toekomstbestendige jeugdhulp voorziene maatregelen, indien en voor zover mogelijk, per onmiddellijk te effectueren; BESLUIT ALS RAAD OM: - Een commissie bestaande uit raads- en commissieleden in te stellen om de informatiepositie van de raad te verbeteren door de bevindingen van alle eerdere onderzoeken met elkaar te verbinden'. Om te beginnen met de Jeugdhulp en mogelijk uit te breiden naar het hele sociale domein; - Het voorstel tot verbetering van de informatiepositie van de Raad vanuit de leeragenda van de Raad op te zetten waarbij uitgangspunt is de impact en outcome te formuleren; Motie A Jeugdhulp (en Sociaal Domein) 2019 en nu verder - De gemeenteraad daardoor meer grip te laten krijgen op de bestedingen en prognoses van de kosten van in ieder geval de Jeugdhulp; - Deze commissie op korte termijn bij elkaar te laten komen; - Eventuele kosten die met het onderzoek gepaard gaan (maximaal 7.000) te financieren uit het 'potje van de raad'. Stand van zaken: In lijn met de wens van deze motie heeft de griffie op 15 juli 2019 een bijeenkomst georganiseerd met de indieners van deze motie. Er is gesproken over hoe invulling dient te worden gegeven aan bovenstaande bullets. We hebben op basis van deze bullets gezamenlijk het doel geformuleerd en gesproken over een wenselijk vervolg (wat en hoe) op deze motie. De afspraak is dat de indieners in september 2019 aangeven welke organisatievorm het meest geschikt is en op welke activiteiten zij zich willen richten. De keuzes worden samengevoegd tot een brief waarmee de raad geïnformeerd zal worden over het vervolg (missie en werkwijze). Het (voorlopige) doel is: Verbeteren van de benodigde informatiepositie van de raad ten behoeve van de sturingsmogelijkheden op impact & outcome voor in eerste instantie Jeugdhulp. 40

41 Programma 3 Leefbaarheid, duurzaam en groen Maatschappelijk effect programma Bevorderen van een duurzame, veilige en aantrekkelijke leefomgeving Zoetermeer streeft naar een groene, leefbare en duurzame stad, met stadsnatuur. In het Coalitieakkoord zijn de energietransitie en investeren in de openbare ruimte, groen en stadsnatuur als belangrijke speerpunten van beleid benoemd. Het vertrekpunt voor de energietransitie vormen het landelijke Klimaatakkoord en het Duurzaamheidspact dat de Zoetermeerse politieke partijen gezamenlijk hebben ondertekend. Samen met de inwoners, bedrijven, omgevingsdienst en woningcorporaties in Zoetermeer moeten meters worden gemaakt met de energietransitie (van het aardgas af). Ook de luchtkwaliteit moet beter. De openbare ruimte is het visitekaartje van de stad. De gemeente zorgt samen met de inwoners, bedrijven en instellingen voor de kwaliteit en leefbaarheid van de openbare ruimte. Bij de te maken keuzes zijn investeren in groen en duurzaamheid, bereikbaarheid, aantrekkelijkheid en veiligheid leidend. In het kader van het wijkgericht werken zullen deze keuzes steeds meer samen met inwoners en (maatschappelijke) organisaties worden gemaakt. Wel zal er, vanwege de bezuinigingen op de kwaliteitsverbetering op de openbare ruimte, minder ruimte zijn om in te spelen op bewonerswensen. Een groene, leefbare, aantrekkelijke, veilige en duurzame openbare ruimte zorgt voor een prettige woonomgeving en een goed vestigingsklimaat. Groen draagt hier in belangrijke mate aan bij. Groen bevordert de gezondheid, het bevordert de actieve recreatie, het vergroot de biodiversiteit, en het vermindert de effecten van de klimaatverandering. Bovendien heeft (stads)natuur een belangrijke waarde voor Zoetermeer en haar inwoners. Door in te zetten op het verbeteren van het afvalscheidingsgedrag van inwoners wordt de hoeveelheid restafval teruggedrongen en kan meer afval gerecycled worden Doelstellingen van dit programma Doelstelling 3.1 Bevorderen duurzame ontwikkeling Het versnellen van de energietransitie en behoud en verbetering van groen en biodiversiteit zijn grote opgaven. Het programma 'Duurzaam en Groen Zoetermeer richt zich hierop. 41

42 Voor Zoetermeer betekent dit dat het zaak is om energiebesparing te stimuleren en het gebruik van aardgas te vervangen door het gebruik van duurzame energie. Daarnaast streven we naar het verhogen van de waarde van het groen door het verhogen van de biodiversiteit, bijvoorbeeld door de optimalisatie van het gedifferentieerd maaibeheer en het verhogen van de beleving(smogelijkheden). Belangrijkste speerpunten van 2020 De belangrijkste speerpunten voor de energietransitie in 2020 zijn het opstellen van een warmtevisie, een regionale energiestrategie en de uitvoering van de wijkplannen voor de complexen van de gemeente en de corporaties voor Palenstein, Meerzicht en Driemanspolder. Bij deze plannen en acties wordt samengewerkt met de wijkverkenningen en het programma wijkgerichte aanpak om synergie en efficiency te bevorderen. In alle (bouw)plannen van de schaalsprong vormen groen en duurzaam een integraal onderdeel van de opgave. De gemeente zal actief participeren en lobby-en binnen G40, VNG en Energy Cities voor het creëren van optimale condities op lokaal niveau voor de energietransitie. Door in te zetten op het verhogen van biodiversiteit en het verbeteren van de verbindingen tussen stad en land wordt de beleving van groen vergroot. Voor het optimaal inzetten van de middelen wordt samenwerking gezocht met de provincie, de regiogemeenten, de hoogheemraadschappen en de landschapstafel Duin, Horst en Weide en de landschapstafel Hof van Delfland. Lokaal wordt met natuurverenigingen en ondernemers samengewerkt. Bij de inzameling van afval is het beleid gericht op beheersing van kosten en goede dienstverlening. Het streven is om het huishoudelijk afval, in het kader van duurzaamheid, zo veel mogelijk gescheiden in te zamelen en daarmee op termijn een daling van de hoeveelheid restafval per persoon per jaar naar 160 kilogram te realiseren. De afvalstoffenheffing die hiervoor wordt geheven is kostendekkend. In het kader van het gemeente brede traject van Ombuigen en Vernieuwen wordt de Zoetermeerse afvalinzameling toekomstbestendig gemaakt. De wijze van inzamelen wordt, net als de betalingssystematiek voor de afvalstoffenheffing, in de komende drie jaar aangepast. Dit moet leiden tot minder restafval, meer gescheiden inzameling van recyclebaar afval en een beperking van de afvalstoffenheffing. Effectindicator 3.1 Bevorderen duurzame ontwikkeling Realisatie Bron Restafval per inwoner 217kg < 2019 < kg 160kg Gemeentelijke database co2.monitoring % CO2 reductie* energieinbeeld klimaatmonitor databank % van de inwoners dat de natuur ervaart in de buurt Stadspeiling Biodiversiteit n.v.t. i.o. 0-1% 2% meting meer meer Rapportage i.o. *Grote reducties in CO2-emissie zijn op korte termijn niet reëel. De CO2-emissie voor de gebouwde omgeving wordt veroorzaakt door het gebruik van fossiele energie. Voor grote reducties is de energietransitie van fossiel naar duurzaam dus essentieel. Dat betekent dat de gebouwde omgeving van het aardgas af moet. Zoetermeer heeft deze koers bij de vaststelling van het programma Duurzaam en Groen Zoetermeer gekozen en loopt hierin ook landelijk voorop. De (landelijke) economische en juridische condities zijn echter nog steeds onvoldoende gerealiseerd om duizenden woningen per jaar van het aardgas af te kunnen sluiten. Ruimte en draagvlak voor meerdere extra windturbines ontbreekt. In 2020 wordt gestart met het toekomstbestendig maken van de Zoetermeerse Afvalinzameling. Stapsgewijs worden diverse maatregelen ingevoerd die moeten bijdragen aan de reductie van de hoeveelheid restafval en het beperken van de afvalstoffenheffing. De inzet is dit project in 2022 af te ronden en dan ook de doelstelling van 160 kilo restafval per persoon per jaar te hebben bereikt. 42

43 Financiën Begroting Bedragen x Doelstelling Bevorderen duurzame ontwikkeling Onder dit product zijn voornamelijk de kosten van afvalinzameling en -verwerking (en handhaving) opgenomen en de daarbij behorende belastingopbrengsten (en overige opbrengsten afval). Voor de stimulering van de afvalscheiding zijn maatregelen voorzien. Deze zijn in afwachting van het afvalbeleidsplan nog niet financieel doorvertaald. Daarnaast worden op dit product de reguliere milieutaken verantwoord. Het programma Duurzaam en Groen is incidenteel en wordt in deze collegeperiode tot 2022 geïntensiveerd. Hiertoe is per jaar beschikbaar gesteld. Doelstelling 3.2 Behouden kwaliteit openbare ruimte Het beheer van de openbare ruimte heeft als doel het in stand houden en het verbeteren van een groene, aantrekkelijke, veilige en leefbare openbare ruimte. Belangrijk in het beheer is het behoud van de samenhang tussen gebruik, beheer en inrichten van de openbare ruimte. Er zijn drie soorten onderhoud van de openbare ruimte: vervanging, groot onderhoud en klein (dagelijks) onderhoud. Het beheer van de openbare ruimte biedt ook kansen. Kansen voor het verbeteren van de leefbaarheid, kansen voor het toepassen van technologische ontwikkelingen en kansen voor het realiseren van andere opgaven in de stad zoals klimaatadaptatie. Op grond van het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie heeft het rijk met onder andere met de VNG afgesproken dat gemeenten in 2020 klimaatbestendig handelen en in 2050 klimaatbestendig zijn. Concreet is afgesproken dat alle gemeenten in 2020 een risicodialoog hebben gevoerd over de gevolgen van klimaatverandering en welke maatregelen genomen kunnen worden. Deze maatregelen worden vertaald in een uitvoeringsagenda. Belangrijkste speerpunten van 2020 In de periode van wordt de kwaliteitsverbetering van de openbare ruimte ingezet voor het leveren van maatwerk investeren in onderhoud en investeren in de inrichting op zichtbare en intensief gebruikte plekken en voor het wijkgericht werken. Maatregelen in het groen maken nadrukkelijk onderdeel uit van de kwaliteitsverbetering, bijvoorbeeld het vaker maaien van randen langs voet- en fietspaden. Daarnaast wordt in 2020 gestart met het verbeteren van de herkenbaarheid van de medewerkers en die van de aannemers. Door het uniformeren van de werkkleding zullen medewerkers sneller worden aangesproken waardoor de dienstverlening kan worden verbeterd. In de Beheervisie Samen werken aan de stad is opgenomen dat risicogestuurd en omgevingsbewust wordt gewerkt. In 2020 zal gestart worden met de actualisatie van de beheervisie. Toegankelijkheid van de openbare ruimte zal hierin nadrukkelijk een plek krijgen. De in 2019 opgestarte risicodialoog wordt in 2020 afgerond en er wordt een ruimtelijke adaptatiestrategie en uitvoeringsagenda opgesteld. In 2020 wordt ook gestart met het actualiseren van het rioleringsprogramma, waarin de ambities op het gebied van water(overlast) worden opgenomen. In 2020 wordt gewerkt aan de volgende (integrale) projecten: - led transitie openbare verlichting; - reconstructie van de openbare ruimte bij onder meer Appelgaarde en omgeving in Seghwaert, Hovenbuurt in Buytenwegh en de Jachtwerf in De Leyens; - speelplek bij de Weidemolen; - diverse boomvervangingen. De navolgende projecten zijn gestart in 2019 en worden (verder) uitgevoerd in 2020: 43

44 - vervanging van diverse houten bruggen einde levensduur door betonnen of stalen bruggen met kunststof dek op 20 locaties; - reconstructie van de Karel Doormanlaan; - vervanging van bomen in Molenstraat en omgeving; - winkelcentrum De Leyens; - visie op het beheer van het Wilhelminapark; - Akkerdreef. Deze projecten leveren een bijdrage aan de doelstelling bevorderen van een duurzame, veilige en aantrekkelijke leefomgeving. Effectindicator 3.2 Behouden kwaliteit openbare ruimte Realisatie 2018 % van de openbare ruimte dat op het afgesproken kwaliteitsniveau zit Bron Quickscan openbare ruimte % inwoners dat tevreden is over de openbare ruimte Stadspeiling Waardering bewoners groene kwaliteit 7,5 7,5 7,5 7,5 7,5 Stadspeiling Waardering groene kwaliteit Het rapportcijfer geeft de waardering aan inwoners voor de kwaliteit van het openbaar groen. Dat was in 2018 een goede 7,5. De inzet is deze waardering op peil te houden door de uitvoering van maatregelen uit de kwaliteitsverbetering openbare ruimte, de actualisatie van het bomenbeleid en uitvoering van maatregelen uit het programma Duurzaam en Groen. Het streven is naar een gemiddeld waarderingsniveau van minimaal 7,5. Financiën Begroting Bedragen x Doelstelling Behouden aantrekkelijke & veilige openbare ruimte Hieronder zijn de budgetten opgenomen voor het dagelijks, periodiek en groot onderhoud van de openbare ruimte (totaal ca. 32 mln.). Hierop worden de inkomsten uit de rioolheffing, parkeren en overige inkomsten (zoals opbrengst begrafenissen) totaal ca. 10 mln. (2019 ca. 9 mln.) in mindering gebracht. In de budgetten zijn de maatregelen die voortvloeien uit de ombuigingen en vernieuwingen, waaronder de verhoging van de parkeerinkomsten, meegenomen. Hierdoor dalen per saldo de kosten vanaf In het Coalitieakkoord zijn tot slot ter verbetering van de kwaliteit van de openbare ruimte en bomen tot 2022 extra middelen toegekend Risico's Voortgang energietransitie Het landelijke Klimaatakkoord is een belangrijke stap voor de realisatie van de energietransitie in de gebouwde omgeving. Om in Zoetermeer tot een grootschalige aanpak te komen is een tijdige en adequate uitwerking van dit landelijke akkoord door de landelijke overheid cruciaal. Voor particuliere huiseigenaren zijn aanpassingen van wetgeving voor betere financieringsmogelijkheden en het stimuleren van beter en goedkoper aanbod uit de markt cruciaal. Voor de corporaties moet er ook meer investeringsruimte worden geboden om de energietransitie grootschalig te kunnen aanpakken. 44

45 Voor een grootschalige ontwikkeling van een (rest)warmte-infrastructuur zijn voorinvesteringen van de rijksoverheid ook cruciaal. Aanbestedingen openbare ruimte Het beheer van de openbare ruimte is volledig uitbesteed aan aannemers. Bij de aanbestedingen wordt een optimale prijs/kwaliteitverhouding behaald en is er sprake van een vrije marktwerking. Gedurende een periode van de economische crisis worden aanbestedingsvoordelen behaald. Bij een aantrekkende economie zoals wij die nu zien bestaat het risico dat de prijzen en de kosten van het onderhoud van de openbare ruimte stijgen. Vaak is het effect van een aantrekkende economie niet direct zichtbaar maar manifesteren hogere prijzen zich pas na enige tijd. Ook zijn er per sector verschillen. Weg- en waterbouw en de dienstverlening lopen hierin niet voorop, op termijn zijn echter aanbestedingsnadelen onontkoombaar. Aanbestedingsvoor- en nadelen komen ten goede of ten laste van de begroting. In 2020 wordt het integraal onderhoud in de wijken Buytenwegh, De Leyens en Meerzicht opnieuw aanbesteed alsmede het groot onderhoud wegen (in een deel van de stad) vanwege de aflopende huidige contracten. Dit zal actueel inzicht geven in de prijsontwikkeling in de markt. Deze ontwikkelingen worden ook meegenomen in de actualisatie van de Beheervisie Openbare Ruimte. Hogere afvalstoffenheffing, door veel restafval en druk op de afvalmarkt Middels het programma Van Afval Naar Grondstof streeft de rijksoverheid naar een reductie van de hoeveelheid restafval naar 100 kilo per inwoner in Met het toekomstbestendig maken van de afvalinzameling worden stappen in die richting gezet. Zoetermeer gaat dit streefcijfer in 2020 echter niet behalen. Mogelijk neemt het rijk de komende jaren meer verplichtende of sanctionerende maatregelen om de restafvalreductie te stimuleren. Dit kan een nadelig effect hebben op de hoogte van de afvalstoffenheffing. Er staat druk op de afvalmarkt. Kostenstijgingen voor verwerking en dalingen van de opbrengsten voor afzet van afvalfracties kunnen ervoor zorgen dat de afvalstoffenheffing zal stijgen Beleidsperspectief Beleidswijzigingen Niet van toepassing Maatregelen ombuigen en vernieuwen Riolering VGO/GRP aanpassen eenheidsprijzen De voorziening riolering wordt jaarlijks gevoed uit de opbrengst uit de rioolheffing en daarnaast wordt een bedrag van 4% over de boekwaarde van de voorziening ten laste van de exploitatie in deze voorziening gestort. Rekening houdend met deze stortingen, het verwachte beroep op de voorziening in verband met de dekking van de werkelijke uitgaven voor groot onderhoud (jaarlijks aangepast voor inflatie) blijft de voorziening ook op lange termijn toereikend om de toekomstige uitgaven van groot onderhoud te dekken. Als gevolg van de lagere kosten van het (groot) onderhoud voor het relinen ontstaat, zonder aanpassing in bovengenoemde stortingen in de voorziening, een overdekking in de voorziening. Hierdoor is er ruimte voor het verlagen van de jaarlijkse bijschrijving op de voorziening van 4% naar 2,3%. De jaarlijkse geraamde bijschrijving op de voorziening van 4% ligt feitelijk boven het niveau van de geraamde inflatie. Het meerdere kan worden gezien als een bijdrage aan het op peil houden van de voorziening voor de kosten van het rioolonderhoud ten laste van de algemene middelen (in plaats van de rioolheffing). De verlaging van die bijschrijving heeft een positief effect op het begrotingssaldo van in 2020 oplopend naar structureel. Stoppen en ontmanteling parkeerverwijssysteem Dorpsstraat Het stoppen met parkeerverwijssysteem Dorpsstraat beëindigt de meting van de bezetting van de maaiveldparkeerplaatsen rond de Dorpsstraat en verwijdering van de volsignalering naar de parkeervoorzieningen rond de Dorpsstraat. Hierdoor vervalt de doorverwijzing voor met name incidentele bezoekers naar vrije parkeerplaatsen rond de Dorpsstraat. 45

46 Stoppen Nachtnet fiets De besparing bestaat uit het beëindigen van de instandhouding van de markering en het routesysteem van sociaal veilige fietsroutes. Overgang verkeersmanagementsysteem Melvin Deze maatregel betreft de overgang van de door de gemeente bekostigde signalering van wegopbrekingen en omleidingsroutes via Local Traffic Control naar het door de Provincie betaalde systeem Melvin. Verminderen dagelijks beheer Mandelabrug, verlichting Invoering van dit voorstel leidt tot vermindering van het dagelijks beheer van de Mandelabrug (vanwege vervanging liften en roltrappen) en vermindering van storingen van de openbare verlichting vanwege de transitie naar LED-verlichting. Schoon is gewoon De uitgaven van dit project worden in overeenstemming gebracht met de inkomsten van de subsidieverstrekker Nedvang. De subsidiegelden worden aangewend voor zwerfvuilprojecten die te maken hebben met o.a. gedragsbeïnvloeding, schoolprojecten, projecten bij evenementen/bedrijven etc. Deze maatregel heeft verder geen consequenties op de uitvoering van het programma. Afbouw twee dure speelvoorzieningen Dit voorstel behelst het versoberen van een dure waterspeelvoorziening en het initiëren van cofinanciering voor een skatebaan door een specifieke doelgroep. Stoppen met verstrekking materialen: strooizout, hondenpoepzakjes De gemeente verstrekt geen strooizout en hondenpoepzakjes meer. Omvormen Rosarium Rokkeveen Het rosarium in Rokkeveen en de overige rozen in het Florapark brengen hoge onderhoudslasten met zich mee. De mogelijkheid bestaat om te besparen op het onderhoud. Verlaging kwaliteit openbare ruimte (extensivering kwaliteitsimpuls Het gaat hierbij om een verlaging van het onderhoud van de openbare ruimte. Dit is een voortzetting van de in de begroting 2019 vastgestelde bezuiniging. De besparing heeft geen gevolgen voor de inzet van de DSW. Duurzaam en Groen klimaat Er is besloten een voorgenomen subsidieregeling en een communicatietraject over klimaatadaptatie niet uit te voeren. Uitzondering hierop vormt de nog te starten risicodialoog conform bestuurlijke afspraken tussen rijk en VNG op grond van het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie. De risicodialoog wordt dus wel gestart. Luchtkwaliteit In het Coalitieakkoord is budget gereserveerd voor een impuls luchtkwaliteit. Deze impuls vervalt. Dit heeft geen gevolgen ten opzichte van de situatie voor de start van het college in Luchtkwaliteitsbeleid is gericht op verbetering van lokale milieucomponenten zoals fijn stof en NOx. Dat staat formeel los van klimaatbeleid gericht op CO2-emissie. Maar uitgaven om de luchtkwaliteit te verbeteren moeten bij voorkeur zo veel mogelijk samenvallen met investeringen die ook worden genomen in andere hiermee samenhangende beleidsterreinen zoals duurzaamheid, gezondheid, schoner vervoer. Denk hierbij aan toepassing van duurzame energie, energiebesparende maatregelen, energiezuinige of schone voertuigen. Er is dus minder beschikbaar vanuit dit nieuwe luchtkwaliteitsbudget en er zal dus meer moeten worden gevonden in bestaande budgetten. Parkeertarieven Dit voorstel omvat drie maatregelen: a. verhogen en (gebied gebonden) differentiatie tarieven parkeervergunningen; b. verhogen tarieven maaiveld parkeren voor bezoekers; c. verruimen betaaltijden in de avond en het weekend. 46

47 Elk van deze maatregelen kan separaat worden uitgevoerd en heeft een verwacht positief effect op de parkeerexploitatie. Maatregel a. betreft het verhogen boven inflatie van de tarieven voor parkeervergunningen, waarbij per gebied andere tarieven ingesteld kunnen worden. In dit voorstel zit ook het bewonerstarief voor de 1e auto en de 2e auto in het Stadscentrumgebied. Maatregel b. is het verhogen van de straat parkeertarieven voor bezoekers, waaraan de dag parkeervergunningen gekoppeld zijn. Maatregel c. is het verruimen van de betaaltijden afhankelijk van de gebruiksdruk per gebied. De investeringskosten betreffen kosten voor het aanpassen van parkeervakken, bebording, handhaving en extra parkeerautomaten. Herbestemmen opbrengsten textiel Textiel is een waardevolle afvalstroom. De opbrengsten van de ondergrondse inzamelcontainers komt, net als de opbrengsten van oud papier, glas en PBD ten gunste van de afvalstoffenheffing. De opbrengsten van de inzameling aan huis komt ten goede aan een vooraf vastgesteld goed doel. Het voorstel is om voortaan alle opbrengsten van de textielinzameling ten gunste van de afvalstoffenheffing te laten vallen. Reductie wagenpark afvalinzameling Eén huisvuilwagen wordt gebruikt als achtervang en ingezet bij inhaalacties na feestdagen. In principe is het mogelijk deze huisvuilwagen te verkopen zonder grote risico s in de bedrijfsvoering te lopen. De financiële gevolgen worden betrokken bij de uitwerking van het afvalbeleidsplan. Veminderen graffitibestrijding De laatste jaren is op de meeste locaties een antigraffiticoating op kunstwerken aangebracht. Door deze coating treedt minder vervuiling op (ontmoediging) en verloopt de schoonmaak makkelijker. Hierdoor is in de toekomst een lager budget toereikend. De maatregel heeft geen effect op de openbare ruimte. Verminderen luchtkartering Vermindering luchtkartering ten behoeve van de basisregistratie grootschalige topografie (BGT). Door deze vermindering zijn er minder actuele foto s van de stad. Stimuleren afvalscheiding Het voorstel is om de inzamelstructuur van de afvalinzameling aan te passen en hiermee de hoeveelheid restafval terug te dringen en daarmee minder kosten te hebben op inzameling, verwerking en verbrandingsbelasting. Deze maatregel heeft niet alleen een financieel effect, maar levert ook een bijdrage aan de milieudoelstelling zoals benoemd bij doelstelling 3.1 Bevorderen duurzame ontwikkeling. De verandering zit met name in het verschuiven binnen de dienstverlening en het meer regie geven aan de inwoners op de hoogte van de afvalstoffenheffing. Hierbij komt de nadruk te liggen op het adagium De vervuiler betaalt. Het invoeren van deze maatregel kent een aantal stappen die gezamenlijk een totaalpakket vormen. A. Stoppen met gratis ophalen grof huishoudelijk afval aan huis B. Stoppen met inzameling grof huishoudelijk restafval bij kringloopbedrijven C. Invoeren gesplitste inzameling restafval en Plastic Blik Drinkpakken (PBD) aan huis D. Invoeren van variabele tarieven afvalinzameling. 47

48 Financiën Bedragen x Maatregelen ombuigen en vernieuwen (financieel) Riolering VGO/GRP aanpassen eenheidsprijzen Stoppen parkeerverwijssysteem Dorpsstraat Ontmanteling parkeerverwijssysteem Dorpsstraat -25 Stoppen Nachtnet fiets Overgang verkeersmanagementsysteem Melvin Verminderen dagelijks beheer Mandelabrug, verlichting Schoon is gewoon Afbouw twee dure speelvoorzieningen Stoppen met verstrekking materialen: strooizout, hondenpoepzakjes Omvormen Rosarium Rokkeveen Verlaging kwaliteit openbare ruimte (extensivering kwaliteitsimpuls Duurzaam en Groen klimaat Luchtkwaliteit Verhogen en (gebiedgebonden) differentiatie tarieven parkeervergunningen Verhogen tarieven maaiveld parkeren voor bezoekers Verruimen betaaltijden in de avond en het weekend Investeringskosten parkeerexploitatie Verminderen graffitibestrijding Verminderen luchtkartering Stimuleren afvalscheiding: zie OAD Saldo Financieel samengevat Programma 3. Leefbaarheid, duurzaam en groen Rekening Begroting Bedragen x Totaal lasten programma Totaal baten programma Resultaat Aangenomen moties voorjaarsdebat Motie Ontzorgen inwoners bij verduurzaming woning Verzoekt het college om: - ln overleg te treden met de diverse organisaties die in Zoetermeer actief zijn op het gebied van bewustwording, gedragsverandering en advisering inzake verduurzaming en samen te bezien of gekomen kan worden tot een soort 'ketenaanpak', waarbij inwoners van advies over tot realisatie van maatregelen zoveel mogelijk worden geholpen en ontzorgd. - Hierbij ook eens te kijken naar initiatieven zoals Woningabonnement, HOOM of Thuisbaas, waarbij de woningeigenaar van advies tot onderhoud volledig wordt ontzorgd. - lndien een dergelijke ketenaanpak kansrijk is, voor de opstart ervan een bedrag van te gebruiken uit het Potje van de Raad. 48

49 Motie a Zeg Ja tegen de Ja-Ja sticker Motie Voedselbuurtbos Treemanspolder Motie Luisteren naar de ideeën van kinderen Stand van zaken: Het overleg is gestart. In overleg met de betrokkenen zal een planning worden opgesteld. Bij de afdoening van de motie zullen ook de verwachte landelijke richtlijnen en aanbevelingen voor energieloketten e.d. worden betrokken. Verzoekt het college om: - Voor een effectieve communicatie te zorgen naar alle Zoetermeerders, die de invoering van een ja-ja sticker begeleidt. - Indien de Hoge Raad besluit dat de ja-ja sticker een geldig instrument is, dit onderdeel te maken va het nieuwe afvalbeleid. Stand van zaken: De motie verzoekt het college om - indien de Hoge Raad besluit dat de ja-ja sticker een geldig instrument is, dit onderdeel te maken van het nieuwe afvalbeleid. De uitspraak werd 9 juli 2019 verwacht en vervolgens uitgesteld tot 3 september Het eventueel invoeren van de sticker wordt daarmee eveneens uitgesteld. De raad is hierover geïnformeerd en toegezegd om in het laatste kwartaal 2019 over de afhandeling van de motie geïnformeerd te worden. Verzoekt het college: - Een bedrag van beschikbaar te stellen voor de ontwikkeling van het Voedselbuurtbos in de nieuwe Driemanspolder. - Dit bedrag ten laste te brengen van het potje van de raad Stand van zaken: Ontwikkeling van het voedselbuurtbos bevindt zich in de initiatieffase en zal nog beoordeeld worden op haalbaarheid. In overleg met de initiatiefnemers zal een planning worden opgesteld. Draagt het college op: Om kinderen van de basisscholen uit te nodigen om hun ideeën op papier te zetten en te sturen naar de gemeenteraadsleden (griffie). De kinderen van de scholen met de beste ideeën worden uitgenodigd in de raadszaal om in gesprek te gaan met de raadsleden/college om hun ideeën toe te lichten. Stand van zaken: Er worden acties gestart om kinderen van de basisscholen uit te nodigen om hun ideeën over de toekomst voor groen, duurzaamheid, klimaatveranderingen en watervervuiling op papier te zetten en op te sturen naar de griffie. De afhandeltermijn is augustus

50 Programma 4 Vrije tijd Maatschappelijk effect programma Stimuleren vrije tijdsklimaat: cultuur, sport, groen en spelen, evenementen Zoetermeer is een veelzijdige stad met actieve vrijetijdsbeleving, een stad waar naast goed wonen en werken ook voldoende mogelijkheden zijn voor zowel ontspanning als inspanning. In 2020 wordt gewerkt aan een bredere visie op het thema Vrije tijd. Het is belangrijk dat inwoners van Zoetermeer ruimte hebben voor ontwikkeling, beleving en ontmoeting. Hiervoor worden laagdrempelige basisvoorzieningen zoals de sportaccommodaties, de culturele instellingen, de stadsboerderijen en de wijktuinen aangeboden. De gemeente is op zoek naar een eigen stadscultuur en werkt ook in 2020 aan het cultureel vermogen van de stad. We willen met de groei van de stad ook onze identiteit door ontwikkelen. Dit doen we door meer bijzondere groene, sportieve en culturele ontmoetingen te arrangeren voor alle inwoners, deze meer zichtbaar, herkenbaar en vindbaar te maken en energie los te maken. Daarbij is de inzet het vrijetijdsaanbod niet alleen centraal, maar ook in de wijken en nieuwe gebieden zoals bijvoorbeeld de Entree met hoogstedelijke bouw een plek te geven. Te beginnen met tijdelijke programmering Doelstellingen van dit programma Doelstelling 4.1 Bevorderen laagdrempelig toegankelijke cultuur-,sport,-groenen speelvoorzieningen In Zoetermeer vinden inwoners veel mogelijkheden om hun vrije tijd door te brengen; zowel voor ontspanning als inspanning. Er is ruimte om te sporten, voor cultuurbeleving en om in een groene omgeving te verblijven. Hiervoor bieden we basisvoorzieningen als sportaccommodaties, culturele instellingen, wijk en schooltuinen en stadsboerderijen. De afdeling en het programma Vrije tijd werken in 2020 aan een bredere visie op het thema vrije tijd. Sport draagt bij aan de gezondheid van onze inwoners, vergroot de leefbaarheid van de stad en vormt een krachtig verbindend element in onze samenleving. De gemeente wil haar inwoners zoveel mogelijk aan het sporten krijgen onder andere met behulp van vitale sportaanbieders en kwalitatief goede accommodaties. In 2020 is Gymworld gerealiseerd waarmee Zoetermeer een aantrekkelijke gymnastiek-accommodatie rijker is voor Zoetermeerse gymnasten en ruimte voor free running en dansen. 50

51 Ook wordt gestart met de werkzaamheden voor het nieuwe zwembad, waarmee een wens in vervulling gaat van vele inwoners. Daarnaast wordt in afstemming met een externe ontwikkelaar onderzocht wat de mogelijkheden zijn voor het verplaatsen van de sporthal bij de Driesprong. De nieuwe cultuurvisie die eind 2019 aan de raad aangeboden wordt, vormt vanaf 2020 de leidraad voor het cultuurbeleid, waarbij het culturele vermogen van de stad een centraal begrip vormt. Begin 2020 worden de resultaten bekend van het locatieonderzoek naar de mogelijkheden voor nieuwbouw van Cultuurpodium Boerderij in de binnenstad. In de tussentijd wordt er beperkt geïnvesteerd om Cultuurpodium Boerderij op de huidige locatie verantwoord te kunnen exploiteren. Binnen de beeldende kunst betrekt Terra Art Projects in 2020 als nieuwe organisatie FRANX haar nieuwe onderkomen in de voormalige Kwikfitgarage aan de Vlamingsstraat. Vanuit deze locatie zet Terra nog meer in op een inspirerend en innovatief beeldende kunstklimaat in onze stad. Verder levert de gemeente drie beeldende kunstprojecten op, onder andere bij Gymworld. Deze worden alle in samenspraak met bewoners en gebruikers uitgevoerd. Museum De Voorde ontwikkelt haar identiteit verder, gebaseerd op de verschillende en veranderende levensstijlen en zet zichzelf daarmee op de kaart in Zoetermeer en daarbuiten. Voor de amateurkunst blijft het CKC en partners een belangrijk trefpunt en broedplaats. Aansluitend hierop blijft het Cultuurfonds Zoetermeer een belangrijke partner voor culturele partijen in de stad bij het uitwerken of uitvoeren van kleine tot grote initiatieven. Ook in 2020 wordt op de wijk en schooltuinen en de speel- en stadsboerderijen ingezet op begrip voor en het omgaan met de natuur, dieren, het klimaat en ons voedsel. Groen, duurzaam, gezonde voeding en bewegen zijn thema s die hier verder uit worden gewerkt. Op de boerderijen en tuinen komen jaarlijks ongeveer bezoekers. Informatie op het gebied van klimaat en voeding kan deze grote groep verleiden om nog beter bij te dragen aan een duurzamer Zoetermeer. Er komen meer sport- en cultuuractiviteiten op deze locaties om kinderen zowel geestelijk als lichamelijk in beweging te krijgen. Een gezonde leefstijl draagt bij een gezonder leven, zeker voor kinderen. Er is extra aandacht om inwoners die weinig te besteden hebben deel te laten nemen aan activiteiten op de tuinen en boerderijen en bij de Speelmeer kinderactiviteiten in de stad. De verbouwing van de Balijhoeve tot een sociale ontmoetingsboerderij vindt in 2020 plaats. Ook hier staat samenwerking met bewoners, bedrijven, natuurorganisaties, onderwijs en zorgpartijen centraal. Effectindicator 4.1 Bevorderen laagdrempelig toegankelijke cultuur-,sport,-groen- en speelvoorzieningen Realisatie Bron Waardering inwoners voor evenementen 7,7 7,8 7,8 7,8 7,9 Stadspeiling Waardering inwoners voor culturele voorzieningen 7,8 7,8 7,9 7,9 7,9 Stadspeiling Waardering inwoners voor sportvoorzieningen 6, ,2 Stadspeiling Waardering inwoners voor groen- en speelvoorzieningen 7,5 7,5 7,5 7,5 Stadspeiling Financiën Begroting Bedragen x Doelstelling Bevorderen laagdrempelig toegankelijke culturele en sportvoorzieningen

52 Doelstelling 4.2 Bevorderen levendige stad Zoetermeer groeit de komende jaren met duizenden inwoners. Hiervoor is een door de stad gedragen vrijetijdsvisie noodzakelijk. Met de start van het programma Vrije tijd dragen we bij aan de verdere uitwerking hiervan. Hiervoor verbinden we sport, kunst en cultuur en Groen spelen leren om voor iedere inwoner met een passend vrijetijdsaanbod te komen. Dit vrijetijdsaanbod is daarnaast een belangrijke drager van ons citymarketingconcept (buiten)sport en actieve levensstijl. De focus ligt hierbij op de kernwaarden maakbaar, actief en speels. Zoetermeer heeft een groot aanbod aan stichtingen en verenigingen op het gebied van sport, kunst en cultuur, kinderactiviteiten en natuur/groen. Dit is onmisbaar voor de sociale samenhang van de stad. We hebben een zeer breed scala aan verenigingen en stichtingen. Hierbij zetten grote groepen vrijwilligers zich in voor de samenleving. Zonder hen zou het vrijetijdsdomein in Zoetermeer niet kunnen bestaan. In 2020 werken we verder aan de ondersteuning van deze verenigingen en hun vrijwilligers. Om sport optimaal in te zetten voor maatschappelijke doelstellingen zoals gezondheid, participatie en leefbaarheid in de stad, zet de gemeente zich in om sport mogelijk te maken in de stad. Dit door het inzetten op ondersteunen van sportaanbieders om hen in hun kracht te zetten en verbindingen te leggen tussen sport en andere maatschappelijke organisaties. De combinatiefunctionarissen en verenigingsondersteuner hebben hierin een belangrijke rol. In 2020 zal een Lokaal Sportakkoord opgesteld zijn. Dit akkoord wordt een verzameling van lokale initiatieven om (de kracht van) sporten en bewegen in de stad nog beter op de kaart te zetten door sportaanbieders en andere partners uit de stad. Met het sportakkoord kan de gemeente bij het Rijk een uitvoeringsbudget aanvragen voor de uitvoering van deze acties. Gezien het succes van de pilot van het Nationaal Videogamemuseum is doorontwikkeling van belang. Met name omdat een dergelijk museum de aantrekkelijkheid van de stad en het culturele aanbod in Zoetermeer op opvallende wijze kan versterken en inzetten op een verdere professionalisering van het museum. Het bestuur van het Videogamemuseum werkt in 2019 en 2020 scenario s uit voor het uitgroeien naar een volwaardig Nationaal Videogamemuseum. Deze scenario s zullen worden voorgelegd aan de raad. In 2020 gaan we verder met de concretisering en uitwerking van de vastgestelde visie over de vermarkting van de stad. Deze stadsbrede visie heeft betrekking op het in cultureel, sportief en economisch opzicht versterken van Zoetermeer. Zowel voor bewoners, bezoekers en bedrijven. De gemeente Zoetermeer is regisseur hierin en zal samen met partners/stakeholders sturing geven aan de citymarketingvisie alsmede de implementatie van de brandfilter Maakbaar, Speels en Actief. Effectindicator 4.2 Bevorderen levendige stad Realisatie Bron % inwoners dat evenementen bezoekt % inwoners dat cultuur bezoekt of beoefent % inwoners dat sport beoefent * % inwoners dat groen- en speelvoorzieningen bezoekt n.v.t Stadspeiling * Door nieuwe vraagstelling in de Stadspeiling valt deze indicator lager uit. Deze is vanaf 2020 naar beneden bijgesteld. Financiën Begroting Bedragen x Doelstelling Bevorderen levendige stad

53 Risico's Er is geen sprake van nieuwe of gewijzigde strategische risico s die de realisatie van doelstellingen mogelijk in de weg staan Beleidsperspectief Beleidswijzigingen Cultuurpodium De Boerderij - locatie onderzoek In de Perspectiefnota 2020 is in het kader van Ombuigen en Vernieuwen voorgesteld om de realisatie van de ver- of nieuwbouw van Cultuurpodium Boerderij uit te stellen. Het besluitvormingsproces vindt echter wel doorgang. Naar aanleiding van de bevindingen van de second opinion op de variantenstudie voor uitbreiding van Cultuurpodium Boerderij wordt een locatiestudie uitgevoerd naar de mogelijkheden voor nieuwbouw van Cultuurpodium Boerderij in de binnenstad van Zoetermeer. Verplaatsen CaSa, gemiste huuropbrengsten Verplaatsen van de coffeeshop CaSa heeft een negatief effect op de exploitatie van Cultuurpodium Boerderij als gevolg van wegval van de huurinkomsten. Om dit (deels) te compenseren is vanaf 2021 een bedrag van voorzien. Financiën Bedragen x Nieuw beleid (financieel) Cultuurpodium De Boerderij, locatie onderzoek 25 Verplaatsen CaSa, gemiste huuropbrengsten Saldo Maatregelen ombuigen en vernieuwen Cultuurpodium Boerderij In het Coalitieakkoord is in de meerjarenbegroting een structureel bedrag van voor de renovatie dan wel nieuwbouw van het Cultuurpodium Boerderij opgenomen. De besparingsmaatregel omvat het uitstellen van de nieuwbouw van Cultuurpodium De Boerderij minimaal tot en met 2025 en daarmee valt het hiervoor in de begroting opgenomen budget van vrij. Tegelijkertijd is nodig om het Cultuurpodium De Boerderij de komende jaren op de huidige locatie te kunnen behouden. Vestigingen Bibliotheek De gemeente subsidieert de Bibliotheek voor de taken kennis en informatie, ontwikkeling en educatie van mensen, bevorderen van lezen en de interesse in literatuur, faciliteren van ontmoeting en debat, het stimuleren van interesse in kunst en cultuur. De bibliotheek Zoetermeer heeft zich ontwikkeld tot een participatiebibliotheek met drie vestigingen in de stad. Het voorstel is om twee van de drie vestigingen gefaseerd te sluiten (Nathaliegang per 1 januari 2021 en Oosterheemplein per 1 januari 2022). In het kader van motie 'Onderzoek bibliotheekvestigingen inzetten als Huis van de wijk wordt onderzocht wat de mogelijkheden zijn van de omvorming van de huidige bibliotheekvestigingen in Rokkeveen en Oosterheem naar een 'Huis van de Wijk'. Battle of the bands Stoppen met een kleinschalig evenement in de stad, dat met tijdelijke middelen wordt ondersteund. Voorgesteld wordt het evenement Battle of the Bands te laten vervallen. Voor dit evenement is gekozen omdat het naar verhouding in groei achterblijft en het er niet genoeg in slaagt om structureel bezoekers en deelnemers aan zich te binden. 53

54 Kleine evenementen Binnen het tijdelijke evenementenbudget stoppen met het volledige budget voor nieuwe, kleinschalige en kansrijke evenementen. Bruisprijs Het stoppen met de Bruisprijs, een door de raad ingestelde prijs om evenementen/activiteiten die een bijzondere impact hebben gehad op de Bruis in de stad te waarderen en te stimuleren. Stoppen uitgave toeristische wegwijzer Stoppen met de tweejaarlijkse uitgave van de Toeristische Wegwijzer, die door Floravontuur wordt uitgegeven. Dit levert een besparing van per twee jaar. Financiën Bedragen x Maatregelen ombuigen en vernieuwen (financieel) Cultuurpodium De Boerderij - dekking voor investering en programmering Vestigingen bibliotheek Beheer dbos op VVE scholen vanuit rijksbudget OAB Battle of the Bands Evenementen klein Bruisprijs Uitgave toeristische wegwijzer Saldo Financieel samengevat Programma 4. Vrije tijd Bedragen x Rekening Begroting Totaal lasten programma Totaal baten programma Resultaat Aangenomen moties en amendementen voorjaarsdebat Motie Onderzoek bibliotheekvestigingen inzetten als Huis van de wijk Motie Behoud maquette Zoetermeer 2019 Verzoekt het college om: - Om met een onderzoek inzichtelijk te maken of met de omvorming van de huidige bibliotheekvestigingen in Rokkeveen en Oosterheem naar een 'Huis van de Wijk' een vergelijkbare besparing gerealiseerd kan worden; - bij dit onderzoek de bibliotheek en eventuele andere partners te betrekken; - en hierover de raad voor het Najaarsdebat te informeren. Stand van zaken: Het onderzoek start najaar Verzoekt het college om: uit "het potje van de raad" te reserveren voor materiaalkosten en advies van een professionele maquettebouwer. Stand van zaken: Momenteel wordt onderzocht onder welke voorwaarden het geld beschikbaar gesteld kan worden om uitvoering te kunnen geven aan de motie. Voor eind 2019 neemt het college hierover naar verwachting een besluit. 54

55 Programma 5 Veiligheid Maatschappelijk effect programma Veiligheid en leefbaarheid Inwoners van Zoetermeer voelen zich veilig in huis, in de wijk en in de stad. Dit wordt integraal en op wijkniveau gedaan: samen met inwoners, ondernemers, instellingen en ketenpartners. Samen wordt ingezet op het verbeteren van de veiligheid zodat iedereen veilig kan wonen, werken en recreëren. In Zoetermeer is op veiligheidsgebied sprake van een aantal ontwikkelingen: de overlast en incidenten rondom de nachthoreca nemen toe, zowel in aantal als ernst. Verder is er een toename in omvang en ernst van de jeugdoverlast Doelstellingen van dit programma Doelstelling 5.1 Bevorderen van de veiligheid in de woning De inwoners van Zoetermeer moeten zich veilig voelen in hun eigen woning. Een woningoverval en woninginbraak tasten het veiligheidsgevoel ernstig aan en kunnen langdurige emotionele effecten hebben. Deze twee misdrijven zijn onderdeel van het speerpunt 'high impact crimes'. Door inwoners op de hoogte te brengen van de risico s en de maatregelen die zij zelf kunnen treffen, kunnen zij de eigen verantwoordelijkheid nemen om mee te werken aan het voorkomen van inbraken. Verder wordt de bevoegdheid van de burgemeester om een tijdelijk huisverbod aan een huiselijk geweldpleger op te leggen regelmatig ingezet. Het tegengaan van (met name huiselijk) geweld is een belangrijk speerpunt van het veiligheidsbeleid. Belangrijk aandachtspunt bij dit speerpunt is het vergroten van de weerbaarheid van slachtoffers van huiselijk geweld. Effectindicator 5.1 Bevorderen van de veiligheid in de woning Realisatie Bron Aantal woninginbraken per jaar 208 < 247 < 247 < 247 < 247 Politie 55

56 Financiën Begroting Bedragen x Doelstelling Bevorderen van de veiligheid in de woning Het budget wordt onder andere ingezet voor de kosten voor het opleggen van huisverboden. Doelstelling 5.2 Behouden veiligheid en leefbaarheid in de wijk Zoetermeer is een stad waar iedereen zich veilig voelt. Het openbaar vervoer, scholen en horeca zijn voorbeelden van (kruis)punten in de stad waar bewoners elkaar tegenkomen. De veiligheid en veiligheidsgevoelens op deze (kruis)punten moeten worden behouden en waar mogelijk worden verbeterd. Bewoners zijn daarbij onmisbaar door hun betrokkenheid. Dit door onder andere de WASbuurtpreventieteams en de Whats' App groepen. In iedere wijk weet team Handhaving wat de handhavingsvraagstukken zijn en reageren ze daadkrachtig op de meldingen. Team Handhaving wordt ook ingezet bij evenementen, integrale RandstadRail acties en seizoensgebonden activiteiten zoals toezicht bij Noord-Aa. In Zoetermeer wordt in de horeca, bij paracommerciële instellingen en tijdens evenementen toezicht gehouden op de naleving van de Drank- en Horecawet. Controles op grond van de Drank- en Horecawet betreffen voornamelijk integrale controles waarbij gekeken wordt naar zowel de vergunning en/of ontheffing, de inrichtingseisen, het aanwezige terras en de naleving van de leeftijdsgrenzen. Daar waar overtredingen plaatsvinden, wordt handhavend opgetreden. De exploitatie van sommige nachthoreca gaat gepaard met openbare orde problemen. Indien nodig worden in overleg met politie en Openbaar Ministerie extra maatregelen genomen. Ook kan het nodig zijn dat de betrokken horecaondernemers zelf extra maatregelen (moeten) nemen. Het maximum aantal camera s voor Zoetermeer dat kan worden uitgekeken in de regionale monitoringcentrale van de politie is bereikt. Door de toename in de vraag naar cameratoezicht en door capaciteitsknelpunten bij de politie neemt de druk op de verdeling van het aantal aansluitingen binnen de stad toe. Daarom gaat de gemeente met de politie-eenheid Haaglanden en de regiogemeenten in overleg over de inzet van cameratoezicht op de langere termijn. Het gaat dan om de toekomstbestendigheid van het beschikbare aantal camera-aansluitingen en om de mogelijkheden om met innovatieve toepassingen het cameratoezicht effectiever te kunnen inzetten. Om vuurwerkoverlast tijdens de jaarwisseling te beperken, wijst het college jaarlijks vuurwerkvrije zones aan. In verband met de centrale vuurwerkshow vanaf het Dobbe-eiland en de geopende horeca rondom het Stadhuisplein wordt het Marseillepad, de achterzijde van de Londenstraat, de Markt, het Zuidwaarts, het Stadhuisplein en het Oostwaarts jaarlijks aangewezen als vuurwerkvrije zone. De overige zones worden, al dan niet na samenspraak, jaarlijks door het college bepaald. Het handhaven van het vuurwerkverbod in deze zones ligt primair in handen van team Handhaving. Effectindicator 5.2 Behouden veiligheid en leefbaarheid in de wijk Gemiddeld rapportcijfer voor de veiligheid in de buurt Realisatie Bron 7,9 7,5 7,5 7,5 7,5 Stadspeiling Het rapportcijfer geeft aan dat inwoners zich veilig voelen in de buurt. Dit gevoel willen we vasthouden met behulp van alle veiligheidspartners. Het betreft geen neerwaartse ontwikkeling. Het streven is, ook in 2020, om een rapportcijfer 7,5 te behalen. In 2018 is dit gelukt. Burgers hebben de veiligheid in de buurt zelf beoordeeld met een 7,9. 56

57 Financiën Begroting Bedragen x Doelstelling Bevorderen /behouden veiligheid en leefbaarheid in de wijk Het budget wordt ingezet voor onder andere projecten veiligheid en leefbaarheid zoals de inzet van het team Handhaving, de projectaanpak jaarwisseling, flexibel cameratoezicht en diverse participatieprojecten met bewoners. Doelstelling 5.3 Behouden veiligheid in de stad Er is met name het afgelopen jaar een nieuwe ontwikkeling waar te nemen, namelijk een toename in omvang en ernst van jeugdoverlast en steeds meer aan criminaliteit gerelateerde incidenten en ernstige overlastsituaties waarbij jonge en zelfs zeer jonge Zoetermeerders betrokken zijn. De aanpak van problematische jeugd is een speerpunt van het integrale veiligheidsbeleid. Jongeren en jongvolwassenen veroorzaken in groepsverband of als individu, overlast en criminaliteit. Problematische (jeugd)groepen worden integraal en multidisciplinair aangepakt. Hierin werken partners vanuit de strafrecht-, zorg- en bestuurlijke keten samen. In deze aanpak is direct contact met zowel de partners als de doelgroep het belangrijkste uitgangspunt. Door de ernst van de gedragingen en de impact op meerdere wijken in de stad heeft de Raad in 2019 gelden ingezet voor de jeugdmarshall en twee jeugdboa's. De jeugdboa's richten zich, anders dan de BOA's/wijkhandhavers, specifiek op de jeugd die deel is van bovengenoemde problematiek en zullen dus wijk overschrijdend werken. Misdaden die in georganiseerd verband worden gepleegd hebben vaak een ontwrichtende effect op de samenleving. Deze misdaden behoren tot het speerpunt ondermijnende criminaliteit. De focus ligt op bedrijventerreinen en de horeca. Daarnaast worden er ook acties verricht ten aanzien van spookwoningen en meldingen vanuit de inwoners en ondernemers. De focus binnen de Zoetermeerse aanpak van radicalisering en extremisme verandert mee met de ontwikkelingen op lokaal, landelijk en internationaal gebied. Dat betekent onder meer dat de aanpak is verbreed en zich ook richt op andere vormen van extremistisch gedrag, zoals rechts- en links extremisme. Voor de (eventuele) terugkeer van vrouwen en kinderen geldt dat terugkeerplannen in het multidisciplinaire casusoverleg met alle betrokken partners worden afgestemd. In het geval van minderjarigen zijn ook de Raad voor de Kinderbescherming en jeugdzorg betrokken. Overige doelstellingen van Programma 5 zijn: 1 Handhaving van regels voor de bebouwde (leef)omgeving. Dit geeft invulling aan de wens en aan de taak om overeenkomstig de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) te handhaven. 2 De gemeente is op het gebied van rampen en crisisbeheersing in staat de directe en indirecte gevolgen van een ramp of crisis te voorzien en beheersen. Bewoners zijn geïnformeerd over de risico s zodat zij weten wat zij zelf kunnen doen ter voorbereiding op een ramp of crisis. Effectindicator 5.3 Behouden veiligheid in de stad Gemiddeld rapportcijfer voor de veiligheid in Zoetermeer Realisatie Bron 7,6 7,4 7,4 7,4 7,4 Stadspeiling 57

58 Financiën Begroting Bedragen x Doelstelling Behouden veiligheid in de stad Het budget wordt grotendeels ingezet voor de deelnemersbijdrage aan de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Haaglanden (VRH) en de Omgevingsdienst Haaglanden (ODH). Verder wordt het budget besteed aan o.a. kosten radicalisering, rampenbestrijding en handhavingskosten op het gebied van bouwen en wonen. Het jaarlijks budget is behoorlijk aan verandering onderhevig. Dit wordt met name veroorzaakt door de tijdelijke versterkingsgelden radicalisering en de kosten voor het Functioneel Leeftijdsontslag (FLO) bij de VRH, onderdeel van de deelnemersbijdrage. Subsidie Aanpak ondermijnende criminaliteit De gemeente Zoetermeer heeft de aanpak van ondermijnende criminaliteit opgenomen als speerpunt in het Integraal Veiligheidsbeleid. Gemeente Zoetermeer, Rijswijk en Alphen aan den Rijn hebben op basis van ingediende bestedingsvoorstellen van het rijk subsidie gekregen. De subsidie voor de aanpak van ondermijnende criminaliteit, bedraagt voor gemeente Zoetermeer voor de periode 2019 tot en met Risico's Er is geen sprake van nieuwe of gewijzigde strategische risico s die de realisatie van doelstellingen mogelijk in de weg staan Beleidsperspectief Beleidswijzigingen Aanpak ondermijnende criminaliteit Misdaden die in georganiseerd verband worden gepleegd hebben vaak een ontwrichtende effect op de samenleving. Deze misdaden behoren tot het speerpunt ondermijnende criminaliteit. Sinds 2018 ligt de prioriteit bij het terugdringen van deze vorm van criminaliteit door onder andere het instellen van een informatiepunt voor burgers en ondernemers en het regelmatig schouwen van bedrijfsterreinen. Binnen dit speerpunt wordt nauw samengewerkt met partners als politie, Openbare Ministerie en de Rijksbelastingdienst. Integrale Persoonsgerichte toeleiding tot arbeid (IPTA) Sinds april 2018 werkt de gemeente samen met het ministerie van Justitie en Veiligheid aan het project Intensieve Persoonsgerichte Toeleiding Arbeid (IPTA). Dit project is er op gericht om het leven van jongeren die een hoog risico hebben om af te glijden in criminaliteit te stabiliseren middels intensieve coaching. Binnen deze aanpak wordt preventief en domeinoverstijgend gewerkt met afdelingen in het veiligheids- en het sociaal domein. Door jongeren aan werk of scholing te helpen wordt overlast en jeugdcriminaliteit voorkomen. Crisismaatregel GGZ Op 1 januari 2020 gaat de Wet verplichte ggz (Wvggz) ter vervanging van de Wet Bijzondere Opnemingen in Psychiatrische Ziekenhuizen (Wet Bopz). Voor de burgemeesters heeft dat tot gevolg dat de crisismaatregel in de plaats van de inbewaringstelling komt en ook andere verplichte zorg van gedwongen opname (zoals verlichte medicatie, therapie, begeleiding) kan worden opgelegd. De crisismaatregel wordt ook door de rechter getoetst. Voor het opleggen van een crisismaatregel en voor de procesvoering bij de rechter is deskundige bijstand noodzakelijk. Te denken valt aan advies over de juiste zorg en begeleiding door een psychiater. Voor de inzet van de crisismaatregel is een budget van nodig voor het inschakelen van deskundige bijstand. 58

59 Gevolgen nieuwbouw brandweerkazerne De locatie aan de Brusselstraat is aangemerkt als potentiele herontwikkellocatie. De aldaar gevestigde brandweerkazerne is gedateerd, de brandweer wil eigentijdse huisvesting. Een nieuwe locatie is gevonden aan het Abdissenbos. Huidige planning gaat er van uit dat de brandweer medio 2022 gaat verhuizen naar de nieuwe kazerne. Op dit moment lopen de gesprekken met de Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Haaglanden (VRH) over de verplaatsing. Mogelijk dat de gemeente een financiële bijdrage moet leveren om verplaatsing mogelijk te maken. Hier staat tegenover dat de huidige locatie aan de Brusselstraat wordt vrijgespeeld en in de markt kan worden gezet. Er moet daarnaast rekening worden gehouden met gederfde huurinkomsten voor de gemeente bij vertrek van de brandweer van de huidige locatie. Financiën Bedragen x Nieuw beleid (financieel) Crisismaatregel GGZ Aanpak ondermijnende criminaliteit - dekking subsidie aanpak ondermijnende criminaliteit Integrale Persoonsgerichte Toeleiding tot Arbeid (IPTA) - dekking subsidie IPTA Gevolgen nieuwbouw brandweerkazerne Saldo Maatregelen ombuigen en vernieuwen Subsidieacties tegen woninginbraken Inwoners ontvangen subsidie als zij maatregelen nemen die ervoor zorgen dat het minder makkelijk wordt om in te breken. De subsidieacties hebben mede tot doel het aantal woninginbraken te verminderen. De misdaadcijfers wijzen uit dat het aantal woninginbraken de afgelopen jaren aanzienlijk is afgenomen. Eind 2018 is aangegeven dat de gemeente gaat stoppen met de subsidieacties tegen woninginbraken. De prestatie-indicator aantal woningen beter beveiligd met behulp van subsidies komt daarmee te vervallen. Aanpak van stille en enge plekken Inwoners kunnen het hele jaar via het klachten/meldingensysteem stille en enge plekken aanmelden. Het gaat om plekken waar inwoners zich onveilig voelen, omdat deze bijvoorbeeld onvoldoende verlicht zijn of omdat het er onoverzichtelijk is door overhangend groen. De aanpak van stille en enge plekken in Zoetermeer heeft tot doel er voor te zorgen dat inwoners zich veilig voelen in hun wijk en veilig van wijk naar wijk kunnen gaan. Gekozen is om op deze maatregel te besparen. De prestatieindicator stille en enge plekken is daarmee dan ook overbodig geworden. Veilig stappen Dit budget was bedoeld voor acties gericht op het vergroten van de veiligheid in het uitgaansgebied. Bijvoorbeeld door de inzet van een nachtbus voor stappers of inzet van particuliere beveiliging. De prestatie-indicator aantal veilig stappen acties komt daarmee te vervallen. Financiën Bedragen x Maatregelen ombuigen en vernieuwen (financieel) Aanpak van stille en enge plekken Subsidieacties tegen woninginbraken Veilig stappen Saldo

60 Onvermijdelijke ontwikkelingen na de Perspectiefnota 2020 Nieuwbouw brandweerkazerne Voor de verplaatsing van de brandweerkazerne is mogelijk een financiële bijdrage van de gemeente noodzakelijk. Hiervoor is onder beleidswijzigingen vanaf 2022 een bedrag van opgenomen. Inmiddels is duidelijk dat als een bijdrage al noodzakelijk is de kosten beperkt kunnen blijven tot maximaal Huuropbrengsten huidige brandweerkazerne Zodra de brandweerkazerne verplaatst, derft de gemeente huurinkomsten van de huidige locatie. Hiervoor is onder beleidswijzigingen vanaf 2022 een bedrag van opgenomen. Inmiddels is de verwachting dat de verplaatsing nog niet per 2021 plaatsvindt, waardoor het budget van 2022 niet nodig is Financieel samengevat Programma 5. Veiligheid Bedragen x Rekening Begroting Totaal lasten programma Totaal baten programma Resultaat Aangenomen moties voorjaarsdebat Motie Wapens inleveren Verzoekt het college om: - In samenwerking met de politie en het OM een vergelijkbare actie als gehouden is in Rotterdam op te zetten; - En hierover van te voren duidelijk naar de inwoners over te communiceren over de periode en de manier waarop de wapens ingeleverd kunnen worden; - Hierover voor het najaarsdebat aan de raad te rapporteren wat de gemeente stappen zijn. Stand van zaken: Er is een brief met verzoek verstuurd aan het Openbaar Ministerie (OM) met de vraag of er een eenheidsbrede actie komt. 60

61 Programma 6 Dienstverlening en samenspraak Maatschappelijk effect programma Dienstbare gemeente De dienstbare gemeente betekent dat de gemeente de inwoner centraal stelt, goede dienstverlening biedt en inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties actief betrekt bij beleid en projecten. De gemeente Zoetermeer wil door de manier van besturen en het betrekken van inwoners, bedrijven en (maatschappelijke) organisaties de betrokkenheid van de Zoetermeerders bij de stad en het vertrouwen in de lokale overheid bij inwoners vergroten Doelstellingen van dit programma Om de klanttevredenheid op peil te houden, blijven we werken aan onze dienstverlening. Onze norm is dat inwoners, ondernemers en organisaties tijdig (conform de servicenormen) en begrijpelijk antwoord krijgen van de gemeente, ongeacht of zij hun vraag stellen via de post, balie, de telefoon, de website, de of social media. Het digitale kanaal is het voorkeurskanaal: digitaal waar kan, persoonlijk waar nodig. Het op orde hebben van de dienstverlening is tevens een belangrijke randvoorwaarde om inwoners te betrekken bij beleid. Wanneer de dienstverlening niet op orde is, vermindert de bereidheid en het enthousiasme om samen te werken met de gemeente. Effectindicator 6.1 Continueren klanttevredenheid Gemiddeld rapportcijfer tevredenheid gehele dienstverlening Realisatie Bron 7,4 7, ,4 Stadspeiling Gemiddeld rapportcijfer voor de aanvraag en afhandeling van digitale producten Gemiddeld rapportcijfer dienstverlening aan ondernemers 7,6 7, ,7 nvt 6,5 6,7 6,9 Klanttevredenheidsonderzoek Nieuw op te zetten onderzoek 61

62 Het college biedt in najaar 2019 de visie dienstverlening aan. Daarin staat de kwaliteit en de verbetering van de dienstverleningskanalen centraal op basis van het nieuwe dienstverleningsconcept. Het college wil de kwaliteit van de diverse kanalen alvast opnemen als 0 meting in de programma begroting De effectindicatoren voor de algemene dienstverlening worden aangehouden. Voor de dienstverlening aan de ondernemers zal een nieuw onderzoek opgezet worden omdat de onderzoeken in het verleden te weinig benchmarkmogelijkheden opleverde. Financiën Begroting Bedragen x Doelstelling Continueren klanttevredenheid Het budget wordt onder andere ingezet voor de organisatie van de verkiezingen, de dienstverlening aan de publieksbalies, digitale dienstverlening, het gemeentelijke informatiepunt, de afhandeling van omgevingsvergunningen en de voorbereidingen op de omgevingswet. In jaren dat er verkiezingen zijn, is er meer budget. In 2020 zijn er geen verkiezingen. De aanvragen persoonsdocumenten en de aanvragen omgevingsvergunningen kennen pieken en dalen. Zowel de kosten als de opbrengsten (leges) bewegen dan mee. In de periode van medio 2019 tot medio 2023 is een dal in het aantal aanvragen persoonsdocumenten. De aanvragen omgevingsvergunningen zijn afhankelijk van de planning van de aanvragers (c.q. de ontwikkelende partijen). In 2020 wordt een stijging verwacht van het aantal bouwaanvragen. Het implementatiebudget omgevingswet is beschikbaar tot en met Doelstelling Bevorderen van de samenspraak Samenspraak staat in Zoetermeer al jaren hoog op de politieke agenda. Ons uitgangspunt is dat wij, wanneer mogelijk, samen met direct betrokkenen (inwoners, bedrijven en instellingen) werken aan onze stad. Samenspraak is maatwerk. Voor wijkvoorzieningen is er bijvoorbeeld samenspraak met de mensen die daar wonen. Voor stedelijke voorzieningen hanteren we samenspraak op stedelijk niveau en geven we ook een plaats aan stedelijke belangen. Na de evaluatie van de samenspraak en vooruitlopend op de vereisten in de Omgevingswet (per 2021) is er een goede mogelijkheid tot doorontwikkeling. De integrale aanpak van maatschappelijke initiatieven wordt in 2020 versterkt. Daarnaast wordt ingezet op verbeteringen van de samenspraak. Aan de voorkant van een samenspraaktraject moet beter aangegeven worden wat de beïnvloedingsruimte is. Terwijl er ook na iedere bijeenkomst of stap goed moet worden gecommuniceerd. De actualisatie van het samenspraakbeleid is in het voorjaar 2019 aangeboden aan de gemeenteraad. Effectindicator 6.2 Bevorderen van de samenspraak Gemiddeld rapportcijfer inwoners over proces van samenspraak Realisatie Bron 6,2 6,6 6,7 6,8 6,9 Stadspeiling Financiën Het budget voor deze doelstelling bestaat volledig uit overhead en is afzonderlijk opgenomen in hoofdstuk 3 Overzicht Overhead. Begroting Bedragen x Doelstelling Bevorderen van de samenspraak

63 Risico's Er is geen sprake van nieuwe of gewijzigde strategische risico s die de realisatie van doelstellingen mogelijk in de weg staan Beleidsperspectief Beleidswijzigingen Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers Op 1 januari 2019 is het Besluit rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers in werking getreden waarin een aantal aanspraken zijn geconcretiseerd. Dit besluit is de opvolger van de tot 1 januari 2019 bestaande afzonderlijke rechtspositiebesluiten voor politieke ambtsdragers van gemeenten, provincies en waterschappen. Een aantal aanspraken zijn nieuw en bestaande aanspraken zijn gewijzigd. Als gevolg hiervan is de bestaande Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2015 gewijzigd en ook vastgesteld. Invoering Omgevingswet De Omgevingswet treedt per 1 januari 2021 in werking en dient uiterlijk op 31 december 2028 volledig geïmplementeerd te zijn. Met de komst van de Omgevingswet wordt een nieuw wettelijk instrumentarium ingericht voor de fysieke leefomgeving en een bijbehorende manier van werken. Bestaande instrumenten, zoals de structuurvisie en bestemmingsplannen worden vervangen door de omgevingsvisie en het omgevingsplan. Daarnaast komen er aanvullende instrumenten, zoals omgevingswaarden, uitvoeringsprogramma s, monitoring en evaluatie. Van deze laatstgenoemde instrumenten is de definitieve uitwerking nog onduidelijk. De Omgevingswet is nog in ontwikkeling. Bij de vaststelling van de Omgevingswet in het voorjaar is een aantal amendementen aangenomen, waarvan nog niet precies duidelijk is hoe deze gaan uitwerken in de instrumenten. De definitieve uitwerking van een aantal instrumenten is daarom nog niet gereed op het moment van inwerkingtreding van de wet. Op 1 januari 2021 voldoen we aan de minimale vereisten die de wet stelt. Na de inwerkingtreding van de wet zal de volledige implementatie van het instrumentarium, de bijbehorende manier van werken (onder andere meer transparantie, minder regels, intensievere samenwerking met andere overheden/ketenpartners/de samenleving en meer lokale regelruimte) en de daarvoor benodigde aanpassing in de bedrijfsvoering worden uitgewerkt en geïmplementeerd. Implementatiekosten In het beschikbaar gestelde budget voor de implementatie van de Omgevingswet is geen rekening gehouden met de kosten van het omzetten van de bestemmingsplannen in een omgevingsplan. In 2019 is een pilot uitgevoerd voor één bestemmingsplan, daarnaast heeft de implementatie een langere doorlooptijd. Door onvoldoende zicht op de kosten van zowel het omzetten van bestemmingsplannen in een omgevingsplan als de kosten door de langere doorlooptijd van de implementatie is nog onvoldoende zicht of het beschikbaar gestelde budget toereikend is. Exploitatielasten Door nog onvoldoende zicht op de definitieve uitwerking van de volledige implementatie van de Omgevingswet en de uitwerking naar bijbehorende transformaties, zijn de gevolgen voor de exploitatiebegroting vanaf 2021 nog niet in beeld. Financiën Bedragen x Nieuw beleid (financieel) Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers Saldo Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers De gewijzigde en nieuwe aanspraken over de rechtspositieregelingen vragen meer budget voor de vergoeding van voorzieningen voor arbeidsongeschiktheid van

64 Maatregelen ombuigen en vernieuwen Sluiting wijkposten De vraag naar de dienstverlening die wordt verzorgd vanuit de wijkposten neemt al jaren af. Hierdoor zijn er te weinig werkzaamheden voor de wijkpostmedewerkers. Er is sprake van een kostenbesparing, doordat de huidige dienstverlening op een goedkopere en meer efficiënte wijze kan worden overgenomen. Afhankelijk van de lopende huurcontracten en het kunnen verminderen van de formatie voor de taken van wijkposten als gevolg van aansluiting bij gemeentelijk informatiepunt (GIP) valt er circa vrij aan huren en loonkosten. De wijkposten Centrum en Oosterheem zijn een invulling van het concept wijkontmoetingsplaats. Om ook in andere wijken dit concept te kunnen realiseren is een jaarlijks budget van beschikbaar. Per saldo resteert een netto besparing van vanaf Deze maatregel heeft geen effect op de doelen en indicatoren. Leges verhogen naar 100% kostendekkendheid Een aantal producten bij de balies wordt verkocht onder kostprijs. Dit betreft het legaliseren handtekening, bewijs van leven en een aantal uittreksels. Deels zal er door deze verhoging een verschuiving plaatsvinden naar het digitale kanaal, waar de uittreksels nu al tegen een goedkoper tarief beschikbaar zijn. In totaal levert deze maatregel circa op. Deze maatregel heeft geen effect op de doelen en indicatoren. Financiën Bedragen * Maatregelen ombuigen en vernieuwen (financieel) Sluiting wijkposten Leges Publieksplein 100% kostendekkend Saldo Financieel samengevat Programma 6. Dienstverlening en samenspraak Rekening Begroting Bedragen x Totaal lasten programma Totaal baten programma Resultaat Aangenomen moties voorjaarsdebat Motie Begrijpelijke taal = nog steeds normaal Draagt het college op: - Om alle communicatie met inwoners zoveel mogelijk op niveau 2F te voeren; - Om de Direct Duidelijk-deal te ondertekenen, iets wat de gemeenten Utrecht, Den Haag Amsterdam en Rotterdam ook al hebben gedaan. Stand van zaken: In het najaar van 2019 wordt een actieplan Duidelijke Taal ontwikkeld om de communicatie met onze inwoners, ondernemers en organisaties te verbeteren. Deze aanpak sluit aan bij de nieuwe visie dienstverlening. 64

65 Programma 7 Inrichting van de stad Maatschappelijk effect programma Dynamische, functionele en mooie stad Een goed ingerichte omgeving is essentieel voor de aantrekkelijkheid van en de leefbaarheid van een stad. Door in te zetten op kwaliteit, (binnen)stedelijke vernieuwing, groenblauwe verbindingen en wijkverkenningen, willen we een aantrekkelijke en duurzame woon- en leefomgeving voor huidige en nieuwe bewoners creëren. Dit doen we door te werken aan samenhangende integrale gebiedsontwikkelingen, het ontwikkelen van een investeringsagenda en door te sturen op een woningvoorraad die invulling geeft aan de ambities van de stad. De komende jaren gaan we verder aan de slag met de uitvoering van het raadsbesluit Samen de toekomst van Zoetermeer vormgeven (de Schaalsprong) Doelstellingen van dit programma Doelstelling 7.1 Bevorderen passende woonruimte voor iedere Zoetermeerder Het woningaanbod moet meebewegen met de veranderende eisen en wensen. Er zijn meer woningen nodig van goede kwaliteit, passend bij de financiële mogelijkheden en hedendaagse wensen van mensen. De ambitie staat beschreven in de Woningbouwagenda. Het Woningbouwprogramma, de Versnellingsagenda en de Woningbouwmonitor helpen om de ambitie te realiseren. Hierbij wordt maximaal ingezet op doorstroming op de Zoetermeerse woningmarkt. Om dit doel te bereiken is in de Versnellingsagenda opgenomen dat we ons richten op jongeren, empty nesters en de middenhuur. In het Coalitieakkoord is afgesproken om vanaf 2020 minimaal 700 woningen per jaar te gaan bouwen. 65

66 Effectindicator 7.1 Bevorderen passende woonruimte voor iedere Zoetermeerder Realisatie Bron Waardering bewoners woonruimte 8, Stadspeiling In 2018 werd het wonen in Zoetermeer gewaardeerd met een 8,1. Ook in 2018 is de doelstelling gehaald. De inwoners belonen het wonen in deze stad nog steeds met een hoog cijfer. Financiën Begroting Bedragen x Doelstelling Bevorderen passende woonruimte voor iedere Zoetermeerder Het budget wordt met name ingezet voor de uitvoerings- en beleidstaken voor wonen (inclusief de Bestuurlijke Tafel Wonen Haaglanden). Voor de beleidstaken en de exploitatie woonwagenhuisvesting is tijdelijk budget beschikbaar. De afbouw van deze taken duurt langer dan voorzien en is over deze periode heen geheveld. Doelstelling 7.2 Bevorderen vernieuwende en gewenste functies voor stad en regio Voor een goed woon- en leefklimaat is een breed aanbod aan voorzieningen belangrijk. Bij de ambities van de stad past ook een kwalitatief hoog voorzieningenniveau. Het gaat om een breed aanbod in onder meer cultuur, onderwijs, sport, zorg, vrije tijd, evenementen en detailhandel. Niet altijd ontwikkelt de gemeente zelf actief een initiatief of project. Bij ontwikkelingen die vanuit de samenleving komen, wil de gemeente waar het kan zoveel mogelijk faciliteren en zo kansen optimaal benutten. De Omgevingsvisie beschrijft straks de hoofdlijnen van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Om de kwaliteitsimpuls te realiseren en om de gewenste vernieuwing mogelijk te maken zetten we in op de Omgevingsvisie voor de stad als geheel. Effectindicator 7.2 Bevorderen vernieuwende en gewenste functies voor stad en regio % Grondgebied met bestemmingsplan jonger dan 10 jaar Realisatie Bron Gemeente Zoetermeer De bestemmingsplannen voor de wijken Seghwaert en Dorp zijn in 2009 vastgesteld en daarmee zullen deze plannen in 2020 ouder zijn dan 10 jaar. Dit heeft geen gevolgen voor de mogelijkheid van het innen van leges, omdat per 1 juli 2018 de actualiseringsplicht voor bestemmingsplannen is vervallen. Het rijk heeft hiermee aan gemeenten meer ruimte willen bieden zodat zij zich kunnen voorbereiden op de Omgevingswet. Op 1 januari 2021 treedt naar verwachting de Omgevingswet in werking. Voor de woonwijk Seghwaert zal vooruitlopend op de inwerkingtreding van de wet geëxperimenteerd worden met de mogelijkheden die de wet zal bieden. Op dit moment wordt voor deze wijk een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte opgesteld. Dit betekent dat er meer soorten regels aan het bestemmingsplan mogen worden toegevoegd dan in een traditioneel bestemmingsplan. Enkele verordeningen zullen in de planregels verwerkt worden, waarbij een eerste aanzet wordt gegeven voor een omgevingsplan. Met de komst van de Omgevingswet is dit geen goede effectindicator meer. Bij de Perspectiefnota 2021 wordt een voorstel voor een nieuwe indicator opgenomen. 66

67 Financiën Begroting Bedragen x Doelstelling Bevorderen vernieuwende en gewenste functies voor stad en regio De komende jaren worden er voorbereidende werkzaamheden voor de Schaalsprong verricht. In de reserve investeringsfonds (Rif) zijn hiertoe middelen gereserveerd die via afzonderlijke raadsbesluiten beschikbaar kunnen worden gesteld. Voor de exploitatie zijn deze kosten vanwege de dekking vanuit de Rif neutraal. Onder dit product worden ook de in gang gezette projecten zoals grondexploitaties zoals Oosterheem en Palenstein verantwoord. Ook deze uitgaven zijn voor de exploitatie neutraal, omdat dekking plaatsvindt vanuit grondverkopen en andere opbrengsten waaronder subsidies. Een eventueel aanwezig saldo wordt geactiveerd als onderhanden werk (bouwgronden in exploitatie). Op dit product worden ook de kosten en opbrengsten verantwoord van gemeentelijke eigendommen (zoals grond). Deze inkomsten en uitgaven kunnen door incidentele opbrengsten en uitgaven wisselen. In overeenstemming met eerdere besluitvorming is ook een investering gepland. Zie raadsbesluit 9 juli 2018 Kosten Schaalsprong 2018 en 2019 ; besluit nr. 6 en 7. Dit betreft het voornemen tot aanleg van een ventweg langs de Afrikaweg. Hiermee is naar verwachting een investering gemoeid van ruim 11 mln. In afwachting van een nadere uitwerking van de plannen voor het Entreegebied is vastgesteld dat de aan de verwachte investering verbonden structurele lasten worden opgenomen in de begroting. Voor de aanleg van de ventweg zal een afzonderlijk raadsbesluit met kredietvoorstel worden voorgelegd zodra meer duidelijkheid bestaat over de plannen en besluiten van de externe investeerders. Voor de kapitaallasten en het onderhoud van de ventweg is nu een stelpost van vanaf 2022 opgenomen. Doelstelling 7.3 Bevorderen kwaliteit van gebouwde omgeving en publieke ruimte De inzet is het op een hoogwaardig niveau brengen, houden en versterken van de ruimtelijke kwaliteit, het leefklimaat, de voorzieningen en de woningvoorraad in Zoetermeer. Om de aantrekkelijkheid van de stad te vergroten, is kwaliteitsverbetering een voorwaarde bij iedere ruimtelijke ontwikkeling. De stap naar meer diversiteit, meer (multi)functionaliteit, meer gelaagdheid en meer kwaliteit kan alleen worden gemaakt als de nieuwe projecten qua programma, stedenbouwkundige inpassing en architectonische kwaliteit voldoende onderscheidend zijn en in relatie met het gebied waarvan zij onderdeel uitmaken worden bekeken. Op 27 november 2017 heeft de raad via het besluit Samen de toekomst van Zoetermeer vormgeven het college de opdracht gegeven om in gesprek te gaan met de stad over een kwalitatief evenwichtige groei in stedelijke ontwikkeling. De opbrengst van dit samenspraakproces 'Mijn stad, mijn toekomst' is in 2019 afgerond en krijgt een plek in de Omgevingsvisie voor Zoetermeer en de verdere uitwerkingen op gebiedsniveau en geeft daarmee mede richting aan de toe te voegen kwaliteit aan de stad. Effectindicator 7.3 Bevorderen kwaliteit van gebouwde omgeving en publieke ruimte Realisatie Bron Waardering bewoners ruimtelijke kwaliteit 79% 76% 76% Stadspeiling De ruimtelijke kwaliteit wordt tweejaarlijks gemeten in even jaren. De meting in 2018 heeft betrekking op de realisatie in 2018 en blijft ook voor 2019 gelden. 67

68 Financiën Begroting Bedragen x Doelstelling Bevorderen kwaliteit van gebouwde omgeving en publieke ruimte Het budget wordt grotendeels ingezet voor personele inzet onder andere op het gebied van welstand, beeldkwaliteitsplannen, bestemmingsplannen, structuurvisie (omgevingsvisie) en groen. Voor de uitvoering van de woonvisie was in beschikbaar. Voor de investeringen in woonwagenhuisvesting Bleiswijkseweg is in 2019 ca geraamd. Doelstelling 7.4 Behouden goede bereikbaarheid en bevorderen verkeersveiligheid Zoetermeer ligt centraal en staat bekend als goed bereikbare en verkeersveilige stad. Dit vormt een belangrijke vestigingsfactor voor inwoners en ondernemers. Als de gemeente verder wil uitgroeien tot een complete en dynamische stad en de best bereikbare en verkeersveilige stad wil worden, dan moet ook de verkeers- en vervoerssysteem hierop zijn afgestemd. Daarbij wordt niet alleen gedacht aan de automobiliteit (goede doorstroming en parkeervoorzieningen), maar vooral prioriteit aan hoogwaardig openbaar vervoer (waaronder regionale lightrailverbindingen) en duurzaam vervoer, de fiets en het lopen (aantrekkelijke en veilige routes en fietsenstallingen). De verkeersveiligheid staat op één; iedereen moet veilig thuis kunnen komen. Dit vraagt om een intensieve afstemming binnen en buiten de regio maar ook om investeringen en een actieve lobby gericht op realisatie, behoud en versterking van het mobiliteitssysteem in en om de stad. Eind 2019 wordt er actueel parkeerbeleid vastgesteld en in 2020 een actueel Actieplan Verkeersveiligheid. Effectindicator 7.4 Behouden goede bereikbaarheid en bevorderen verkeersveiligheid Realisatie Bron Waardering verkeersveiligheid 6,9 7,5 * 7,5 * Waardering bereikbaarheid auto 7,7 7,7 * 7,7 * Waardering bereikbaarheid fiets 8,1 8,2 * 8,2 * Waardering bereikbaarheid ov 7,2 7,5 * 7,5 * Stadspeiling * Het betreft een tweejaarlijkse stadspeiling. De volgende peiling start in 2020 en de cijfers zijn begin 2021 beschikbaar. Financiën Begroting Bedragen x Doelstelling Behouden goede bereikbaarheid en bevorderen verkeersveiligheid Het budget wordt ingezet voor de uitvoering van mobiliteitsprojecten en de inzet van verkeerskundigen. Voor de Schaalsprong OV Zoetermeer is in 2019 per saldo ca begroot (kosten min bijdrage provincie en MRDH) en zijn voor 2020 en verder ook uitgaven voorzien. Net als voor de overige schaalspronguitgaven zijn hiervoor middelen gereserveerd in de Rif die via een afzonderlijk besluit kunnen worden geactiveerd. 68

69 Doelstelling 7.5 Overige Zoetermeer vindt het belangrijk dat het gemeentelijk vastgoed van voldoende kwalitatief niveau is en optimaal gespreid over de stad, zodat de activiteiten die bijdragen aan de ambitie en doelstellingen van de gemeente kunnen worden gehuisvest. Denk aan onderwijs, sport, sociaal, cultuur en ook ambtelijke huisvesting. Bij structurele leegstand worden gebouwen afgestoten en bij huisvestingsvragen, waarvoor binnen de bestaande vastgoedportefeuille geen passende huisvesting beschikbaar is, worden nieuwe gebouwen ontwikkeld of aangetrokken. Verduurzaming en het fysiek toegankelijk maken van het vastgoed is een belangrijk speerpunt. Effectindicator 7.5 Overige Realisatie Bron Waardering Vastgoed binnensport 67% 80% 80% 81% 81% Waardering Vastgoed buitensport 78% 77,5% 80% 81% 81% Klanttevredenheidsonderzoek Waardering Vastgoed sociaal-cultureel 79% 77,5% 80% 81% 81% Om te beoordelen in hoeverre het vastgoed voldoet aan de tevredenheid van de gebruikers wordt iedere twee jaar een klanttevredenheidsonderzoek uitgevoerd. Naar aanleiding van het onderzoek worden acties uitgezet om de tevredenheid onder de gebruikers te verhogen. Financiën Begroting Bedragen x Doelstelling Overige Het budget wordt ingezet voor het groot onderhoud van ambtelijke en commerciële huisvesting. Daarnaast is het exploitatieresultaat van het vastgoed van de gemeente en het totaal van de algemene kosten stedelijke ontwikkeling onder deze doelstelling verwerkt. De uitgaven dalen vanaf 2020 in verband met eerder genomen maatregelen en de nieuwe maatregel om het serviceniveau van het Croessinckplein te verlagen (ombuigen en vernieuwen) Risico's Woonwagenhuisvesting Het risico is dat bewoners van de locaties Bleiswijkseweg (inpassing bedrijvigheid) en de tijdelijke locatie Oude Gemaal aan de Rokkeveenseweg naar de rechter stappen, omdat de gemeente als verhuurder haar onderhoudsplicht onvoldoende nakomt en dat er onvoldoende c.q. ontoereikende huisvesting wordt geboden aan de huidige bewoners en hun kinderen. Omdat dit ook daadwerkelijk is geschied, is dit risico een feit geworden. Het risico is nu dat de rechter een oordeel velt in het voordeel van de bewoners en dat de gemeente hierdoor extra inzet moet plegen en extra kosten moet maken om uitvoering te geven aan het oordeel van de rechter. Daarnaast bestaat er een financieel risico in relatie tot de lopende gesprekken met de corporaties over de (drie) over te dragen locaties wanneer de inhaalslag en kwaliteitsslag om de fysieke leefomgeving en de standplaatsen te verbeteren, is afgerond en de bewoners van het Oude Gemaal zijn verhuisd. In de begroting is een budget opgenomen voor uitvoeringskosten (verplaatsing bewoners Oude gemaal, herinrichting Bleiswijkse weg en creëren nieuwe standplaatsen). Omdat er nog geen duidelijkheid is op alle aspecten van deze kosten (bijvoorbeeld bij de nieuwe standplaatsen wel of geen aansluiting op het gasnet, maar ook dat niet alle woonwagens vanwege bouwkundige risico's verplaatst kunnen worden) is er een risico dat de budgetten niet toereikend zijn. 69

70 2.7.2 Beleidsperspectief Beleidswijzigingen Projectmatig werken Naar aanleiding van het raadsbesluit procesevaluatie Holland Outlet Mall (HOM) wordt de Zoetermeerse werkwijze projectmatig werken op punten aangepast, waarna deze werkwijze geïmplementeerd wordt in de gehele gemeentelijke organisatie. Met name het opstarten van een project en het moment dat de werkwijze in werking treedt moeten nader uitgewerkt worden. Ook geven de onderzoekers van de HOM de aanbeveling om voor grote projecten een aparte werkwijze te hebben voor informatievoorziening, reflectie en risicobeheersing. Tot slot is het belangrijk dat de werkwijze daadwerkelijk gebruikt wordt. Het probleem is volgens de onderzoekers dat er in de organisatie onvoldoende bewustzijn van de werkwijze is en dat de werkwijze niet consequent wordt toegepast. Woonwagenhuisvesting Voor het woonwagenhuisvestingsdossier zijn de afgelopen jaren middelen verstrekt. De middelen worden de komende vijf jaar, in verband met de voorgenomen overdracht, afgebouwd. De afbouw zoals deze oorspronkelijk was voorzien, wordt om verschillende redenen nog niet gehaald. Voor de periode tot en met 2025 is structureel meer personele inzet nodig dan begroot. Deze inzet is nodig om invulling te geven aan de coördinatie- en regietaken en om zo de uiteindelijke doelstellingen te bereiken. Inzet is zoveel mogelijk op minnelijke trajecten. Dit is weliswaar arbeidsintensief, maar voorkomt lange juridische trajecten en conflicten, die uiteindelijk meer geld kosten. Op het moment dat er een goede beheers- of nulsituatie is gecreëerd, zal opnieuw bezien worden hoeveel personele inzet noodzakelijk is. Schaalsprong In het Coalitieakkoord is de noodzaak onderstreept voor de Schaalsprong en de realisatie van de kwantitatieve en kwalitatieve groei van de stad. Hieronder wordt ingegaan op de verschillende Schaalsprongonderdelen (a t/m e) en wat er de komende jaren staat te gebeuren. In de begroting zijn nog geen middelen opgenomen maar reserveringen. Opvolgende budgetten worden via afzonderlijke besluiten fasegewijs afgegeven, nadat verantwoording is afgelegd over de resultaten. a. Programma s Entree, Binnenstad en Dutch Innovation Park a.1 Entree Als vervolg op de Visie Entreegebied Zoetermeer is in samenspraak met bewoners, belanghebbenden en de grondeigenaren in het plangebied het Masterplan De Entree uitgewerkt. Het Masterplan geeft de ruimtelijke en programmatische kaders waarbinnen de marktpartijen het gebied verder kunnen ontwikkelen. De gemeente is als partner nauw betrokken bij de gebiedsontwikkeling. Voorzichtige inschatting is dat de komende 3 jaren een programmabudget nodig is, vergelijkbaar met het programmabudget van Na 2021 zal het programmabudget, het budget dat nodig is voor ambtelijke capaciteit voor aansturing van de gebiedsontwikkeling en onderzoeken die voor het ontwikkeltraject nodig zijn, omlaag kunnen. Ambtelijke kosten (o.a. inzet projectmanagement) kunnen dan deels gedekt worden middels kostenverhaal uit anterieure overeenkomsten of via exploitatieplannen. In 2020 ligt het zwaartepunt in de trajecten die in 2019 in gang zijn gezet op: - het ruimtelijk juridisch traject: alle inspanningen en onderzoeken die nodig zijn om te komen tot een nieuw bestemmingsplan voor De Entree, voorontwerp en ontwerpbestemmingsplan en uitvoeren milieueffectrapportage; - gebiedsexploitatie: concretiseren van beoogde publieke investeringen en potentiële opbrengsten als financieel kader voor de ontwikkeling; - het sluiten van anterieure overeenkomsten met eigenaren over planontwikkeling: individueel en op gebiedsniveau; - eerste investeringen in de buitenruimte: aanpassingen verkeersstructuur (o.a. verkeersregelinstallaties) en mogelijk inrichting groen. 70

71 Ook zal er in 2020 meer focus liggen op positionering en gebiedsmarketing en er zullen naar verwachting individuele fysieke (woningbouw)projecten in uitvoering komen. Vanaf 2021 worden de grotere investeringen in de buitenruimte verwacht. a.2 Binnenstad Om de komende jaren integraal te kunnen blijven sturen op de projecten in de binnenstad, is programmabudget voor de jaren 2020 en verder nodig. a.3 Dutch Innovation Park, programmateam In programma 1 is voor de inhoudelijke projecten van de ontwikkelingen op het Dutch Innovation Park (DIP) budget aangevraagd. Het programmateam richt zich de komende jaren op de noodzakelijke randvoorwaarden om de ontwikkeling van het DIP tot wasdom te brengen. Door het creëren van hoogwaardige werkgelegenheid van de toekomst en het aantrekken en behouden van hoogopgeleide jongeren voor de stad. b. Overige projecten b.1 Woningbouwprogrammering Om woningbouw mogelijk te maken zal, samen met marktpartijen, gewerkt worden aan concrete woningbouwlocaties. Dit wordt opgepakt door de woningbouwaanjager. Er wordt gestuurd op de realisatie van minimaal 700 woningen per jaar vanaf 2021, in tegenstelling tot de afgelopen jaren waarin circa woningen per jaar werden gerealiseerd. De Schaalsprong vraagt ook om aanpassingen op het gebied van ruimtelijke ordening. Voor de uitvoering van de bestemmingsplanprocedures is daarom extra formatie nodig. b.2 Nieuwe initiatieven Gelet op de verwachte bouwontwikkelingen (Woningbouwagenda en Woningbouwversnellingsteam) en ervaringen uit het verleden, wordt het budget nieuwe initiatieven aangevuld. Dit bedrag is nodig om de ruimtelijke initiatieven van derden (eigenaren/ontwikkelaars) in behandeling te nemen. b.3 Gemeentelijke inzet realisatie 700 woningen van de Woningbouwagenda Om de bouwproductie te stimuleren is via het Woningbouwprogramma en de Versnellingsagenda nieuw planaanbod aan woningbouwlocaties gecreëerd. Op een groot gedeelte van deze nieuwe locaties liggen initiatieven van derden of is er de mogelijkheid om zelf een initiatief te ontplooien. Er is voldoende planaanbod aanwezig om de ambitie van 700 woningen per jaar de komende jaren te halen. Van de potentiële woningbouwproductie die kan worden gerealiseerd, kent een substantieel deel nog geen gemeentelijke inzet. Het gaat om zowel gemeentelijke als particuliere grondposities. Het bemensen van woningbouwprojecten is belangrijk voor het op gang brengen van de woningbouwproductie. De toenemende complexiteit van (binnenstedelijke) gebiedsontwikkeling heeft als gevolg dat meer capaciteit nodig is om de ontwikkeltrajecten goed te kunnen begeleiden. Daarnaast wordt de gemeente geconfronteerd met een toenemend aantal woningbouwinitiatieven vanuit derden. Een extern bureau heeft een onderzoek gedaan en geconcludeerd, dat alle voordoende projecten moeten worden opgepakt om de ambitie te halen. Daarom wordt voorgesteld budget beschikbaar te stellen voor extra capaciteit. De extra inzet richt zich o.a. op de realisatie van de solitaire locaties die in totaal op woningen zijn geraamd. De inzet kan ook als flexibele schil worden ingezet om particuliere woningbouwinitiatieven te begeleiden. De jaarlijkse kosten zijn begroot op circa 1,5 mln., waarvan naar verwachting 0,95 mln. wordt verhaald op de ontwikkelaars en/of uit de grondexploitatie. b.4 Voorbereiding Openbaar Vervoer (OV) Schaalsprong Om de nieuwe woningen bereikbaar te maken, zonder het wegennet veel zwaarder te belasten, zijn investeringen in het openbaar vervoer van groot belang. Daarom zijn er plannen voor een schaalsprong van het openbaar vervoer, waarbij de gemeente beter wordt aangesloten op het regionale netwerk (met name richting Rotterdam) en waarbij de groei van de mobiliteit kan worden opgevangen met het openbaar vervoer. Zoetermeer kan deze OV-Schaalsprong niet alleen realiseren. Het is daarom nodig om te investeren in de relaties met partners in de regio om draagvlak te krijgen voor een OV-schaalsprong. 71

72 c. Wijkaanpak c.1 Wijkverkenningen De raad heeft het college opdracht gegeven om wijkgerichte verkenningen uit te voeren. De coalitie heeft deze opdracht in het Coalitieakkoord onderschreven. Het doel is om te komen tot een samenhangend plan en integrale ontwikkelstrategie om in de wijk aantoonbare, merkbare en zichtbare verbeteringen aan te brengen in de directe leef- en woonomgeving van de inwoners. Het gaat daarbij om alle mogelijke opgaven, die over het sociale, fysieke, economische - of veiligheidsdomein heen kunnen gaan. Het college heeft ingestemd met de pilot wijkverkenning Meerzicht. Na de wijkanalyse en de wijkverkenning wordt een sociale en fysieke investeringsagenda opgesteld van opgaven in Meerzicht op korte, middellange en lange termijn. De nieuwe werkwijze wordt geëvalueerd en op basis daarvan volgt een voorstel voor een vervolg van wijkverkenningen in andere wijken. Bij een positieve evaluatie van de wijkverkenning Meerzicht vindt vanaf 2020 elk jaar in twee wijken een wijkverkenning plaats. Voor iedere wijkverkenning is budget nodig voor organisatiekosten, innolabs en een brede inzet van de hele organisatie voor interviews (storytelling) met bewoners en voor het opstellen van opgaven voor de investeringsagenda. d. Regie en investeringen vanuit de markt d.1 Regie, voorbereiding en samenhang Ter ondersteuning van directie, college en verschillende programma s is er een team van adviseurs, inclusief business controller, tekstschrijver en communicatiemedewerker voor overkoepelende communicatieactiviteiten. Het team waarborgt de goede voorbereiding van alle besluitvorming, verankering van de besluiten in de organisatie en bewaking van goede uitvoering van de Schaalsprong. Tevens borgt het team de integrale afstemming tussen de programma s, begroting, monitoring en beheersing, verantwoording, betrokkenheid van bestuur en raad. d.2 Binden en onderhouden relatienetwerk/investeren in de stad Voor het opzetten van de investeringsagenda zijn er extra kosten in 2019 en Zoetermeer moet grotere bekendheid en commitment krijgen onder 'nieuwe' (kwaliteits) ontwikkelaars, ontwikkelende bouwers en (lange termijn) beleggers. Immers, de ambitie van de gemeente om de stad te laten groeien kan de gemeente alleen realiseren in nauwe samenwerking met de markt. Om de komende jaren de juiste partners aan de stad te binden, is zichtbaarheid van het investeringsprogramma noodzakelijk richting de vastgoedmarkt. e. Investeringsagenda e.1 Investeringen binnenstad Om de integrale kwaliteit van de binnenstad te waarborgen zijn er investeringen nodig. Investeren in het openbaar gebied is hierbij essentieel. Het gaat enerzijds om het bereikbaar houden van de binnenstad (parkeren), maar ook om investeringen in de leefbaarheid (groen). Voorgesteld wordt om vooruitlopend op het gemeentelijke investeringsprogramma geld te reserveren voor de gevolgen van een aantal (investerings) projecten, waarvan al is aangegeven dat uitvoering wenselijk is. Het gaat om: - Centraal Park Dobbe; - Herontwikkeling Markt 10 (incl. parkeergarage onder de Markt). Door de maatregelen zal het gebied in de binnenstad in de komende tijd veranderen. De raad heeft ingestemd met de uitgangspunten voor woningbouw op Markt 10, de Frankrijklaan en de realisatie van een parkeergarage onder de Markt. Het gebied rond de Dobbe zal ingericht worden als Centraal Park. De aanleg van de parkeergarage zal ten koste gaan van de gemeentelijke parkeeropbrengsten van de huidige parkeervoorziening (huidige opbrengst maaiveld parkeren: dagkaarten, automaat parkeren als vergunning en naheffingen). Verder zijn er mogelijke gevolgen voor het vervoersbeleid, dat deel uit maakt van het arbeidsvoorwaardenbeleid, van de gemeente. Aanpassen prestatie-indicator Voorgesteld wordt om de prestatie-indicator Aantal gerealiseerde jongerenwoningen bij doelstelling 7.1 van dit programma te vervangen. De groei in het aantal woningen in Zoetermeer is een van de effecten van de Schaalsprong. De woningbouwproductie moet op stoom komen. 72

73 Het streefaantal voor de komende jaren is de oplevering van minimaal 700 woningen per jaar. Vanaf 2020 kan daarom de oplevering van minimaal 700 woningen per jaar als prestatie-indicator dienen. Dit is in lijn met het huidige beleid. Er wordt nog gezocht naar andere effect- en prestatie-indicatoren om de resultaten van de Schaalsprong inzichtelijk te maken. Een belangrijk aspect van de Schaalsprong is immers ook de kwaliteitsimpuls voor de stad. Vraag is hoe dit goed meetbaar te maken is. In de perspectiefnota van volgend jaar wordt hier op teruggekomen. Financiën Bedragen x Nieuw beleid (financieel) Schaalsprong: volgt via afzonderlijke raadsvoorstellen Woonwagenhuisvesting Projectmatig werken Exploitatie gevolgen ontwikkelingen Markt/Centraal Park Saldo Maatregelen ombuigen en vernieuwen Wijkplan Palenstein Voor het verbeteren van de leefbaarheid van de wijk Palenstein heeft Zoetermeer van het rijk in 2012 een bijdrage ontvangen. Dit budget wordt ingezet in de periode van de herstructurering (2012 tot en met 2022). Er is nu nog circa 4 jaar te gaan. Daarnaast wordt voor elk jaar via gemeentelijk budget een bedrag voor de verbetering van de leefbaarheid en veiligheid beschikbaar gesteld. De wijk Palenstein behoort nog altijd tot de minst goed scorende wijken in Zoetermeer en daarom is extra aandacht nog steeds noodzakelijk. Echter, gelet op de voortgang van de herstructurering en de inmiddels zichtbare verbetering van de wijk door de sloop en nieuwbouw wordt voorgesteld om het jaarlijks in te zetten extra budget voor de wijk te verlagen. Verlagen serviceniveau kantoorgebouw Croesinckplein De gemeente heeft het kantoorgebouw Croesinckplein in haar bezit. Het pand wordt commercieel verhuurd aan zorg-, welzijnsaanbieders en overige maatschappelijke instellingen. Het voorstel is om het serviceniveau aan de huurders op de kantoorlocatie Croesinckplein te verlagen door 1 fte service verlening (baliefunctie) te bezuinigen. Financiën Bedragen x Maatregelen ombuigen en vernieuwen (financieel) Bezuinigen op het wijkplan Palenstein Verlagen serviceniveau kantoorgebouw Croesinckplein Stadspanorama via Rif - ten gunste van Rif Saldo Onvermijdelijke ontwikkelingen na de Perspectiefnota 2020 Herontwikkeling markt Zodra de aanleg van het Centraal Park Dobbe gereed is, zijn de kosten van onderhoud en beheer noodzakelijk. Hiervoor is vanaf 2021 een bedrag van in het onderdeel nieuw beleid opgenomen. Vanwege de verwachting dat de oplevering van het Centraal Park niet in 2021 plaatsvindt is het bedrag voor het jaar 2021 vervallen. 73

74 Programma 7. Inrichting van de stad Rekening Begroting Bedragen x Totaal lasten programma Totaal baten programma Resultaat Aangenomen moties voorjaarsdebat Motie Verkeersveiligheid kruispunt Rokkeveenseweg met Zegwaartseweg verbeteren Draagt het college op: - De verkeerssituatie rondom deze twee kruispunten te bekijken en met een oplossing voor de onveilige situatie te komen; - De wens van de bewoners van de Rokkeveenseweg om de straat ter hoogte van de Bleiswijkseweg af te sluiten voor autoverkeer door middel van een (flexibele) barrière mee te nemen in dit onderzoek; - Dit mee te nemen in de (weg)onderhoudsplannen voor 2020 of ander budget dat beschikbaar is voor drempels, paaltjes etc. in Of, als dat niet mogelijk is de kosten te dekken uit het potje van de raad. Stand van zaken: Dit wordt meegenomen in het kader van de actualisatie van het Actieplan Verkeersveiligheid. 74

75 3. Overzicht Overhead 3.1 Inleiding In het Overzicht Overhead staan de lasten en baten van de overhead van de gemeentelijke organisatie opgenomen. Dit is voorgeschreven in de wetgeving (BBV) en heeft tot doel om de overhead inzichtelijk te maken en om gemeenten onderling te kunnen vergelijken op hun uitgaven hieraan. De door de BBV gehanteerde definitie van overhead luidt: de kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primair proces. De doelstelling van overhead luidt: het sturen van de organisatie en het ondersteunen van het primaire proces. 3.2 Beleidsperspectief Beleidswijzigingen Bedragen x Nieuw beleid (financieel) Online samenspraakplatform Doe Mee Stadhuis, aanvulling krediet het nieuwe werken Gevolgen overhead nieuw beleid pm pm pm pm Saldo Online samenspraakplatform Doe Mee In het kader van de actualisatie van het samenspraakbeleid heeft de gemeente een onderzoek naar het online samenspraakplatform Doe Mee Zoetermeer uitgevoerd. Op basis van de uitkomsten van het onderzoek wordt online samenspraak via Doe Mee (of een ander online platform) gecontinueerd en structureel onderdeel van het samenspraak instrumentarium. De kosten voor Doe Mee (of een ander online platform) bedragen structureel vanaf Stadhuis, aanvulling krediet het nieuwe werken Naar aanleiding van de ingebruikname van de vernieuwde werkomgeving, bestuursomgeving, het vergadercentrum en het Publieksplein zijn er drie enquêtes afgenomen. De verwachting is dat naar aanleiding van de klachten, wensen en aanbevelingen een aantal maatregelen getroffen moeten worden. De raad is geïnformeerd over de uitkomsten van de enquêtes. Na de zomer worden de mogelijke oplossingen ter discussie en beoordeling aan de raad voorgelegd. Om te anticiperen op de toekomstige investering is voorlopig een indicatief budget opgenomen voor een eenmalige investering van 1 mln. waarvan de jaarlijkse exploitatielasten bedragen. Afhankelijk van het definitieve besluit van de raad over de uit te voeren aanpassingen in de werkomgeving, raad/commissiezaal, B&W ruimte, vergadercentrum en publieksruimte wordt het definitieve budget vastgesteld. Gevolgen overhead nieuw beleid De voorstellen tot nieuw beleid hebben formatieve gevolgen. Een toename van formatie in de primaire taken werkt door in de budgetten voor overhead. Deze koppeling is in de programmabegroting budgettair nog niet vertaald, omdat nog niet voldoende scherp is waar de toename in formatie door nieuw beleid neerslaat (primaire taken of overhead). 75

76 3.2.2 Maatregelen ombuigen en vernieuwen Promotiemateriaal Het budget voor promotiematerialen is met verlaagd, waardoor overblijft. Besteding van dit budget gebeurt in samenhang met de door de gemeenteraad vastgestelde citymarketing strategie. Openbare bekendmakingen Publicaties van openbare bekendmakingen in de krant Het Stadsnieuws worden beëindigd. Dit is geen wettelijke verplichting. Er wordt alleen nog digitaal gepubliceerd. Dit levert een structurele besparing op van per jaar. Aanpassen tijdverantwoording Er vindt onderzoek plaats naar de mogelijkheden om de tijdverantwoording op een efficiëntere wijze in te richten. Minder gedetailleerde tijdverantwoording: alleen administratieve vastlegging in het financieel systeem waar dat strikt noodzakelijk is voor sturing en externe verantwoording. Dit leidt tot kostenvermindering bij applicatiebeheer, administratieve vastlegging en bij het invullen en controleren van tijdverantwoording. Het aanpassen van het systeem van tijdverantwoording levert vanaf 2021 naar verwachting per jaar op. Verlagen frequentie crediteurenadministratie De uitvoering van betaalopdrachten vindt dagelijks plaats. Een dagelijkse betaalcyclus is hoog. Er zijn ook organisaties/gemeenten waar de betaalfrequentie minder hoog is. Een verlaging van de betaalfrequentie naar 3 maal per week levert vanaf 2020 jaarlijks een besparing op van Aanbestedingsvoorstel storage Afgelopen jaar is de storage (het platform waarop alle applicaties draaien) opnieuw aanbesteed. Dit heeft geleid tot een modern platform dat schaalbaar is, en daarnaast tot vereenvoudiging van de contracten en zoals ook verwacht tot een aanbestedingsvoordeel van vanaf Diverse kleine posten I&A - Het aantal m2 archiefruimte dat uiteindelijk beschikbaar is gekomen is lager dan uit eerdere verbouwingstekeningen werd aangenomen. Het lagere aantal m2 in combinatie met een gunstiger uitgevallen aanbesteding leiden tot een structureel lagere kapitaallast van per jaar. - Door een naar verwachting blijvende lagere verzekeringspremie is het bestaande budget structureel met verlaagd. - Het extra opleidingsbudget voor Automatisering is niet meer nodig, omdat dit wordt ondervangen via contracten met leveranciers waar ook opleidingsvouchers in zitten. Dit levert een structurele besparing op van per jaar. Krediet telefooncentrale De telefooncentrale is gevirtualiseerd en daarmee hoeft geen hardware meer te worden aangeschaft. Het krediet voor de telefooncentrale zelf is niet meer nodig. De besparing bedraagt per jaar. Budget Innovatie Het budget Innovatie ( ) is bedoeld voor dekking van incidentele kosten voor innovatie. De laatste jaren is dit budget vooral ingezet voor de dekking van kosten van zaakgericht werken. Hier is inmiddels specifiek budget voor. Het budget Innovatie wordt tijdelijk (tot 2023) met per jaar verlaagd. Organisatieontwikkeling en efficiency Organisatieontwikkeling De huidige ontwikkelingen in de samenleving vragen om een overheid die wendbaar en flexibel is en gericht is op samenwerking. Maatschappelijke vraagstukken kan een gemeente niet alleen oplossen. Dit vraagt iets van het samenspel tussen organisatie en politiek en met inwoners, partners en ondernemers om inhoudelijke opgaven te realiseren. Daarbij wil de gemeente de komende jaren een kwantitatieve en kwalitatieve schaalsprong realiseren. Belangrijk is dat de gemeente en organisatie een lange termijn perspectief hebben op de stad. Een stadsvisie om de stad te verbinden. 76

77 Het opstellen en waarmaken van de stadsvisie vraagt een houding en vaardigheden waarin strategisch denken, duidelijkheid geven, open staan en belangenafweging hand in hand gaan. Ontwikkelingen als de Omgevingswet, transformatie sociaal domein, Schaalsprong, digitalisering van dienstverlening versterken dat en maken zichtbaar dat daarin nog te leren is met elkaar. Het is belangrijk dat dit geen losstaande ontwikkelingen zijn in de organisatie, maar dat deze vanuit een organisatiebrede missie en visie worden aangevlogen. De organisatiemissie en -visie worden hiertoe aangescherpt en van daaruit een organisatieontwikkelagenda opgesteld voor de komende jaren. Sturing, leiderschapsontwikkeling, goed werkgeverschap en leren zijn daarin centrale thema s. Efficiency De organisatie moet niet alleen flexibel en wendbaar zijn, maar ook efficiënt werken. Om de efficiency van de organisatie te versterken wordt in de organisatieontwikkelagenda het volgende opgenomen: - versterken gezamenlijke sturing door focus aan te brengen en het versterken van concern control; - vergroten realisatiekracht: de bestuurlijke prioriteiten zijn leidend en projectmatig werken en opdrachtgever-opdrachtnemerschap worden versterkt; - versterken van ondersteuning door integrale bedrijfsvoering, digitalisering en zaak- en procesgericht werken; - het aanpakken van het ziekteverzuim en een effectieve inzet van inhuur derden. Deze maatregelen leiden in de eerste plaats tot een betere kwaliteit van de sturing en beheersing op processen en projecten en leveren op termijn ook efficiencywinst op. Het financieel effect is vooral afhankelijk van de digitalisering van werkzaamheden, het invoeren van zaakgericht werken, het reduceren van verzuim en inhuur en de verandering van werkwijzen in de organisatie met name bij de implementatie van de Omgevingswet en de transformatie sociaal domein. Er worden businesscases uitgewerkt, onder andere bij dienstverlening, de implementatie van de Omgevingswet en de transformatie sociaal domein. De verwachting is dat een besparing van 0,75 mln. haalbaar is vanaf Zodra er businesscases worden opgesteld, wordt de opbouw (in 2020 en 2021) naar de totale besparing duidelijk. Inrichten wasstraat procesverbetering Het doel is het aanscherpen van de sturing op en beheersing van processen. Inrichten van een wasstraat voor procesverbetering en borging van het procesbeheer (continu verbeteren) met kwaliteitsverbetering van de dienstverlening (extern én intern) en efficiency als leidende principes. De aanname is, dat structureel per jaar kan worden bespaard op basis van vijf verbeterde processen per jaar (gemiddelde besparing is per proces). Planning: van september 2019 tot juli In 2020 worden de werkprocessen van de domeinen werk, zorg en inkomen en vergunningverlening en handhaving onderzocht. Flankerend beleid Het totaalpakket aan ombuigen en vernieuwen heeft een dalend effect op de benodigde omvang van de formatie. Deze afname is groter dan de toename die verwacht wordt als gevolg van de voorstellen in nieuw beleid. De totale afname van formatie is nog niet eenduidig vast te stellen in afwachting van de concrete uitwerking van met name de voorstellen voor verbetering van de efficiency. Wel is de verwachting dat de afname in formatie ook gevolgen heeft voor de personele bezetting. Anders gezegd: als gevolg van verlaging van de formatie en mogelijke andere inrichting van functies zal een aantal medewerkers via her- om en bijscholing naar ander werk binnen de organisatie worden begeleid. Daarnaast zijn personele situaties mogelijk, waarbij wordt ingezet op herplaatsing buiten de eigen organisatie of het in uitzonderingssituaties bieden van ondersteuning bij het voortijdig beëindigen van het dienstverband. Voor het invullen en uitvoeren van deze maatregelen van flankerend (personeels) beleid is incidenteel budget nodig. In de komende tijd vindt onderzoek plaats naar de te verwachten omvang van de herplaatsingsopgave en de daarmee samenhangende inhoudelijke maatregelen en kosten van flankerend beleid. Omdat de kosten van flankerend beleid onlosmakelijk zijn verbonden aan het kunnen realiseren van de taakstellingen en bovendien naar verwachting van significante omvang zijn, is een stelpost in de begroting opgenomen van 2 mln. verdeeld in vier gelijke delen van 0,5 mln. per jaar. Het bedrag van 2 mln. is gebaseerd op een grove inschatting/vuistregel. 77

78 Gevolgen overhead bezuinigingen De voorstellen tot besparingen hebben formatieve gevolgen. Een afname van formatie in de primaire taken werkt door in de budgetten voor overhead. Deze koppeling is in de programmabegroting budgettair vertaald in Dit bedrag is gebaseerd op een grove inschatting. Financiën Bedragen x Maatregelen ombuigen en vernieuwen (financieel) Promotiemateriaal Openbare bekendmakingen Aanpassen tijdverantwoording Verlagen frequentie crediteurenadministratie Aanbestedingsvoorstel storage Diverse kleine posten I&A Krediet telefooncentrale Budget Innovatie Organisatieontwikkeling en efficiency Inrichten wasstraat procesverbetering Flankerend beleid Gevolgen overhead bezuinigingen Saldo Financieel samengevat Overzicht overhead Bedragen x Rekening Begroting Totaal lasten programma Totaal baten programma Resultaat Aangenomen moties voorjaarsdebat Motie Inzicht in verschillen Verzoekt het college om: - Vanaf het jaarverslag over het jaar 2019 inzicht te geven in de spreiding van scores van Zoetermeerders op de indicatoren uit de Perspectiefnota die uitgaan van gemiddelden. - Vanaf het jaarverslag over 2019 inzicht te geven in het aantal ontevreden inwoners bij indicatoren die uitgaan van een minimumpercentage Zoetermeerders. - Vanaf het jaarverslag over 2019 inzicht te geven in de representativiteit van de scores op de indicatoren over de tevredenheid van inwoners in de Perspectiefnota, zodat inzichtelijk wordt of bepaalde groepen ondervertegenwoordigd zijn bij de uitkomst van deze indicatoren. Stand van zaken: In het derde kwartaal van 2019 wordt een inventarisatie opgesteld van de indicatoren, waarvoor een nadere detaillering dan wel nadere toelichting op de afwijking ten opzichte van het gemiddelde goed bruikbaar is. Datzelfde geldt voor de gevraagde informatie over ontevreden inwoners en de representativiteit van gemeten tevredenheid. Vervolgens wordt bezien of de aanvullende gegevens noodzaken tot een nadere uitvraag of alleen een bewerking van bestaand materiaal vragen. 78

79 Motie Raadszaal stille studieruimte Verzoekt het college om: - Tot een nader uitgewerkt plan te komen om in samenwerking met de Bibliotheek de raadszaal voor een langere periode beschikbaar te stellen als stille studieruimte; - de gemeenteraad te informeren over de resultaten voor het Najaarsdebat Stand van zaken: In samenwerking met de Openbare Bibliotheek wordt een plan opgesteld om het mogelijk te maken de Raadzaal als stille studieruimte beschikbaar te stellen. Het plan wordt voor het najaarsdebat aan de Raad voorgelegd. 79

80 4. Overzicht algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien 4.1 Inleiding Binnen de begroting bestaat een onderscheid tussen algemene dekkingsmiddelen en specifieke dekkingsmiddelen. De algemene dekkingsmiddelen onderscheiden zich van de andere dekkingsmiddelen, doordat zij vrij zijn aan te wenden. De besteding van deze inkomsten is niet aan een bepaald programma (doel) gebonden. De algemene dekkingsmiddelen van de gemeente zijn opgenomen in het overzicht algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien. Deze algemene dekkingsmiddelen vormen de financiële dekking van de negatieve financiële saldi van de programma s 1 tot en met 7 en het overzicht Overhead. Dekkingsmiddelen die samenhangen met een concreet beleidsveld staan opgenomen in de betreffende programma s. De algemene dekkingsmiddelen beslaan ruim de helft van de totale baten van de gemeente. De belangrijkste algemene dekkingsmiddelen zijn: a. Algemene Uitkering uit het Gemeentefonds b. Inkomsten uit de Onroerende Zaak Belasting c. Treasury d. Inkomsten uit beleggingen e. Inkomsten uit de precarioheffing, de toeristenbelasting en de hondenbelasting. De totale omvang van de algemene dekkingsmiddelen bedraagt in 2020 ca. 233 mln. Gemeentefonds In de begroting zijn de gevolgen verwerkt van de meicirculaire Deze gevolgen zijn opgenomen in het memo van 14 juni 2019 (eerste indicatie) en het memo van 11 september 2019 (nadere uitwerking meicirculaire). 7 De gevolgen van de meicirculaire en de gevolgen van de loon en prijscompensatie voor de gemeenten zijn als volgt: Bedragen x Accres Prijsstijging Sociaal domein BCF Jeugdmiddelen Herverdeeleffecten Loonontwikkelingen Prijscompensatie De laatste twee ontwikkelingen waren niet in genoemde memo s opgenomen. Accresontwikkeling Het accres is de groei van het Gemeentefonds dat leidt tot een verhoging of verlaging van de algemene uitkering. Als gevolg van de ontwikkelingen in de rijksuitgaven daalt het Gemeentefonds de komende jaren (trap op, trap af methodiek) ten opzichte van de inschattingen in de begroting. De daling wordt voor een belangrijk deel veroorzaakt door de lagere loon- en prijsontwikkeling bij de rijksoverheid. Prijsstijging Sociaal Domein De prijscompensatie die is ontvangen voor de gestegen kosten Sociaal Domein zijn hoger dan waarmee in de begroting rekening was gehouden. 7 Op 17 september 2019 is de septembercirculaire uitgebracht. De effecten worden volgens het begrotingsbeleid verwerkt in de volgende perspectiefnota. Over de gevolgen op hoofdlijnen wordt daaraan voorafgaand een raadsmemo uitgebracht. 80

81 BTW-compensatiefonds (BCF) Met de beheerders van het Gemeentefonds (minister van BZK en de staatssecretaris van Financiën) is afgesproken dat het BTW-compensatiefonds (BCF) betaald wordt uit het Gemeentefonds. De BTW die gemeenten betalen op overheidsactiviteiten kunnen zij bij het BCF declareren. Wordt er meer gedeclareerd dan geraamd is, dan is dit een nadeel in het Gemeentefonds. Het beroep op het BCF is in 2018 fors opgelopen en werkt ook structureel door. Dit leidt voor Zoetermeer tot een nadeel van 0,5 mln. Tegemoetkoming Jeugd Door het kabinet is er voor drie jaar een compensatie beschikbaar gesteld om tegemoet te komen aan de tekorten die de gemeenten hebben in de jeugdzorg. Een motie die onze gemeente op de Algemene Ledenvergadering van de VNG heeft ingediend om de groei van de jeugdzorg structureel te compenseren heeft het niet gehaald. De vergoeding voor Zoetermeer bedraagt 2,6 mln. in 2020 en Herverdeeleffecten De algemene uitkering wordt verdeeld over alle gemeenten op basis van diverse verdeelmaatstaven, zoals woningen, inwoners, bedrijfsvestigingen en oppervlakte van de gemeente. In 2023 is de uitkeringsfactor aangepast, die nog niet in de begroting was opgenomen. De financiële effecten van de actualisatie zijn bij de gevolgen van de meicirculaire verwerkt. Looncompensatie De onderhandelingen tussen werkgevers en werknemersdelegaties voor een nieuwe Cao per 1 januari 2019 zijn afgerond. De definitieve consequenties zijn meegenomen bij de gevolgen van de meicirculaire. Ook de gevolgen van de vanaf 1 januari 2019 geldende pensioenpremies (werkgeversdeel) zijn in de berekeningen verwerkt. In het begrotingsjaar 2020 kunnen deze gevolgen worden opgevangen. Vanaf 2021 en verder is de Cao hoger dan waarmee in de begroting rekening was gehouden. Voor de ontwikkeling van de loonkosten na 2020 (nieuwe Cao en ontwikkeling sociale lasten) is 2% loonruimte in de begroting opgenomen. Prijscompensatie Uit de accressen die worden ontvangen van het rijk moet ook de prijscompensatie voor de begroting worden betaald. Structureel wordt rekening gehouden met een inflatie conform de raming van het CPB van 1,8% in 2021 en 1,7% vanaf Dit is iets lager dan de 2% die in de meerjarenbegroting was opgenomen. Resumerend In de begroting zijn voor de algemene uitkering de volgende bedragen opgenomen: Rekening Begroting Bedragen x mln. Algemene uitkering Algemene uitkering 180,4 194,2 201,8 200,8 198,5 200,3 De daling in 2022 wordt veroorzaakt door het wegvallen van de tijdelijke tegemoetkoming van het rijk voor de gestegen kosten van de jeugdzorg. Onroerendezaakbelasting In de paragraaf Lokale heffingen (hoofdstuk 6.1) is aangegeven welk beleid ten aanzien van de onroerendezaakbelasting wordt gevoerd. De waarde van het onroerend goed wordt jaarlijks getaxeerd. De hertaxatie heeft geen budgettaire gevolgen. Met andere woorden: de hertaxatie leidt niet tot een wijziging in de totale opbrengst van de heffing (een hogere gemiddelde waarde leidt tot een lager tarief, en omgekeerd). De totale opbrengst voor de OZB bedraagt in ,9 mln. Dit is de raming inclusief het algemene stijgingspercentage van 1,4 voor de OZB. Met ingang van 2020 wordt de OZB voor niet woningen alleen bij de eigenaar in rekening gebracht. Het tarief voor de gebruiker van een winkel of bedrijf is op 0% gesteld. In onderstaand overzicht is aangegeven hoe de opbrengst van de OZB is verdeeld over de verschillende categorieën: 81

82 Rekening Begroting Bedragen x mln. OZB Woningen, eigenaar 19,3 20,3 20,7 20,9 21,0 21,2 Niet woningen, eigenaar 7,3 8,1 14,2 14,2 14,2 14,2 Niet woningen, gebruiker 5,4 5,3 Totaal 32,0 33,7 34,9 35,1 35,2 35,4 Treasury Het resultaat van de rente is opgenomen op het product treasury. Inmiddels is sprake van een feitelijk zeer lage rentestand, waar tegen de gemeente in haar financiering voorziet. Hierdoor ontstaan er voor langere tijd veel lagere rentekosten dan waarmee in de begroting rekening is gehouden. Daarnaast is de verwachting dat ook de nog aan te trekken leningen om in de financiële behoefte te voorzien, tegen een (veel) lager percentage plaatsvindt. Zie voor een nadere toelichting hieronder bij het onderdeel onvermijdelijke ontwikkelingen na de Perspectiefnota Rekening Begroting Bedragen x mln. Treasury Renteresultaat 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 Totaal 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 Overige inkomsten OAD Door de gemeente wordt jaarlijks een uitkering ontvangen van de Eneco-groep, Stedin en de BNG voor aandelen die de gemeente bezit. Door de gemeenteraad is aangegeven dat het bezit van aandelen van Eneco geen publiek belang is. De verkoop van de aandelen is in voorbereiding. De besluitvorming hierover zal naar verwachting in het eerste kwartaal van 2020 plaatsvinden. Hiervoor zal een voorstel worden gedaan aan de gemeenteraad. De dividendinkomsten die wegvallen als gevolg van de voorgenomen verkoop van Enecoaandelen zijn met ingang van 2021 niet meer in de programmabegroting opgenomen en vallen weg door de consolidatie van de schuldpositie, zie onderdeel onvermijdelijke ontwikkelingen na de Perspectiefnota Daarnaast worden nog inkomsten ontvangen uit de hondenbelasting, toeristenbelasting en de precarioheffing. Met ingang van 1 januari 2022 is het niet meer mogelijk om precario te heffen op ondergrondse leidingen. Dit betekent een lagere opbrengst met ingang van Deze baten zijn als volgt opgebouwd: Rekening Begroting Bedragen x mln. Overige inkomsten OAD Aandelen 2,3 2,7 2,5 0,9 0,9 0,9 Belastingen 1,1 1,8 1,9 1,2 1,0 1,0 Totaal 3,4 4,5 4,4 2,1 1,9 1,9 82

83 4.2 Beleidsperspectief Beleidswijzigingen Rentelasten door beroep op reserve algemeen dekkingsmiddel t.b.v. Schaalsprong In programma 7 Inrichting van de stad is toegelicht, dat voor de komende jaren een bedrag van ruim 33 mln. aan kosten van voorbereiding en uitvoering Schaalsprong wordt verwacht. Binnen de Reserve investeringsfonds (Rif) is 27 mln. aan huidige/verwachte middelen voorhanden om die kosten te dekken. Een aanvulling van 6 mln. in de Rif wordt de komende jaren voorzien. Die aanvulling komt ten laste van de reserve algemeen dekkingsmiddel met als gevolg dat de rentelasten van de gemeente stijgen: voor , voor en vanaf Tegenover deze hogere rentelast is ook een hogere opbrengst geraamd in de algemene uitkering en OZB voor de te bouwen woningen voor eenzelfde bedrag. Begeleiding statushouders Voorafgaand aan de nieuwe inburgeringswet wordt de huidige groep inburgeraars alvast beter begeleid naar een hoger taalniveau en daarmee een betere kans op werk (zie programma 1 Onderwijs, economie em arbeidsparticipatie). Regenboogsteden Het voorstel is opgenomen in programma 2 Samen leven en ondersteunen en betreft het bevorderen van veiligheid en weerbaarheid van sociale acceptatie van lhbti-inwoners. Bedragen x Nieuw beleid (financieel) Rentelasten beroep algemene reserve dekkingsmiddel t.b.v. Schaalsprong Meeropbrengsten uit woningbouw Schaalsprong Begeleiding statushouders, bijdrage Algemene Uitkering Regenboogsteden Saldo Maatregelen ombuigen en vernieuwen Wijkplan Palenstein: vrijval brede bestemmingsreserve De dekking van het budget voor verbetering van de leefbaarheid en veiligheid Palenstein vindt plaats via de brede bestemmingsreserve. Gelet op de voortgang van de herstructurering en de zichtbare verbetering van de wijk door de sloop en nieuwbouw wordt voorgesteld om het jaarlijks in te zetten extra budget voor de wijk te verlagen. Dit levert een eenmalige besparing op van verspreid over drie jaar te weten in 2020: , 2021: en in 2022: Dit budget valt vrij ten gunste van het begrotingssaldo: zie ook Programma 7. Controle hondenbelasting Bijzonder Opsporings Ambtenaar (BOA s) De uitvoering van de hondenbelastingcontrole wordt uitbesteed voor jaarlijks In drie jaar tijd wordt de hele stad gecontroleerd. Jaarlijks levert de controle om en nabij hetzelfde bedrag op aan meeropbrengst hondenbelasting. Door de uitvoering te laten doen door BOA s kan tot personeelskosten worden bespaard. Verlagen afvalstoffenheffing/verhogen OZB Gelet op de financiële situatie van de begroting als geheel wordt voorgesteld om van de te realiseren besparing door de invoering van maatregelen op het gebied van afvalscheiding en de voordelen vanwege het herbestemmen van de opbrengst textiel en de lagere kosten van het wagenpark voor 2/3 deel te betrekken in een aanpassing van de te realiseren OZB opbrengst vanuit het gebruikerstarief. Daarbij geldt als randvoorwaarden dat: - de aanpassing van de OZB tegelijkertijd plaatsvindt met een verlaging van de afvalstoffenheffing en 83

84 - de woonlasten voor de inwoners door deze maatregel afgezien van inflatie en eerdere besluitvorming dalen. Zie ook de toelichting in Programma 3 Leefbaarheid, duuzaam en groen. OZB gebruikersdeel niet-woningen schrappen en opleggen aan eigenaar Om de leegstand in de niet-woningen zoveel mogelijk te voorkomen, wordt het tarief voor de gebruiker van een niet-woning op nul gezet en de OZB alleen bij de eigenaren in rekening gebracht. Hiermee worden de eigenaren geprikkeld om leegstand te voorkomen. Tevens hoeft bij de bepaling van de opbrengst geen rekening meer gehouden te worden met leegstand van een niet-woning. De gecalculeerde leegstand van wordt niet meer opgenomen in de begroting. Wijziging precario Bij de precariobelasting is het maximale bedrag per m2 per jaar gebaseerd op een maximale aanslagperiode van acht maanden. De vier maanden die niet worden aangeslagen, is vanuit de gedachte dat er gedurende de wintermaanden geen terrassen worden gebruikt. In de begroting is rekening gehouden met een aanslagperiode van twaalf maanden. Dit doet ook meer recht aan de praktijk. Dit levert een jaarlijkse meeropbrengst op van Bedragen x Maatregelen ombuigen en vernieuwen (financieel) Wijkplan Palenstein: vrijval brede bestemmingsreserve Controle hondenbelasting BOA s Verlagen afvalstoffenheffing/verhogen OZB OZB gebruikersdeel schrappen en opleggen aan eigenaar Wijziging precario Saldo Onvermijdelijke ontwikkelingen na de Perspectiefnota 2020 In het memo van 11 september jl. over de uitwerking van de meicirculaire is ook aangegeven dat er positieve effecten zijn bij de rentekosten van de gemeente. Bedragen x Rentescenario Consolidatie schuldpositie Wegvallen dividend Eneco Rente egalisatiereserve Herijken rentescenario Als gevolg van een sterk gedaalde rente in het jaar 2019 is het in de Perspectiefnota 2020 gehanteerde rentescenario bijgesteld. Dit is toegelicht in paragraaf 7.4 Financiering. Daarnaast is sprake van een actualisatie van de omvang van de financieringsbehoefte. Per saldo leidt dit tot een neerwaartse bijstelling van de raming voor de verwachte rentekosten van aan te trekken externe financiering. Consolidatie schuldpositie Als gevolg van de zeer lage rentestand en het gegeven dat de verschillen tussen de lange rente en korte rente kleiner zijn, wordt voor de financiering van de schuldpositie van de gemeente in toenemende mate voorzien door het aantrekken van lang geld in plaats van financiering met kort geld. Dit leidt ertoe dat de verschuldigde rentetarieven voor langere tijd (5-20 jaar) worden vastgezet. 84

85 In de Programmabegroting 2020 is voor de nog aan te trekken financiering op basis van het (herijkte) rentescenario en op basis van de ingeschatte financieringsbehoefte een budget opgenomen voor toekomstige rentelasten. Dit bedrag loopt in 2023 op naar structureel 3,5 mln. Nadat de consolidatie van de schulden heeft plaatsgevonden (of nadat de financieringsbehoefte is verlaagd als gevolg van de verkoop van de aandelen Eneco) kan de raming voor toekomstige rentekosten worden verlaagd met een bedrag dat in oploopt naar 1,1 mln. De verwachte rentekosten dalen ten opzichte van de eerdere raming in de begroting met een bedrag van 2,4 mln. Tegenover dit voordeel staat ook een nadeel. Zodra de verkoop van de aandelen Eneco een feit is (besluitvorming is voorzien in het eerste kwartaal van 2020), is het in de begroting geraamde dividend van 1,275 mln. ook niet meer aan de orde. De dekking voor deze gederfde dividendinkomsten is gekoppeld aan de verwachte lagere rentekosten (voortkomend uit het ofwel uitlenen van de opbrengst Eneco in de markt ofwel het verlagen van onze financieringsbehoefte), waardoor er lagere rentekosten ontstaan dan waarmee in de begroting rekening is gehouden. Dit voorstel leidt ertoe dat bij verkoop Eneco geen budgettaire dekking hoeft te worden gezocht voor de wegvallende dividendinkomsten. Vrijval rente egalisatiereserve Als gevolg van het aantrekken van financieringsmiddelen met een lange looptijd en de potentieel lagere financieringsbehoefte als gevolg van aanstaande verloop van Eneco loopt het bedrag van leningen waarvoor de gemeente de komende jaren een renterisico bij herfinanciering loopt sterk terug. Dit betekent dat het bedrag dat voor dit risico in de rente egalisatiereserve is opgenomen van 4,2 mln. met 2,5 mln. kan worden verlaagd. 4.3 Financieel samengevat Overzicht OAD Bedragen x Rekening Begroting Totaal lasten programma Totaal baten programma Resultaat

86 5. Vennootschapsbelasting 5.1 Inleiding Voor de vennootschapsbelasting (Vpb) is de verwachting dat er voor 2020 geen inhoudelijke veranderingen zijn ten opzichte van voorgaande jaren. Dit betekent dat grondzaken Vpb-plichtig zijn en dat over eventuele fiscale winsten belasting moet worden betaald. De overige gemeentelijke activiteiten zijn niet onderworpen of kunnen steunen op een vrijstelling. Gemeenten en de Belastingdienst hebben een andere opvatting over de Vpb-positie rondom reclameopbrengsten en opbrengsten benzineverkooppunten. De Belastingdienst is van mening dat hier sprake is van Vpb-plichtinge activiteiten terwijl gemeenten veelal het standpunt innemen dat deze actviteiten buiten de reikwijdte vallen van de Vpb (normaal vermogensbeheer). De verwachting is niet dat partijen over deze thema s op korte termijn (landelijk) tot overeenstemming komen. Gemeenten hebben samen met haar koepelorganisatie Koninklijke Vereniging voor Afval- en Reinigingsmanagement (NVRD) lange tijd discussie gehad met Belastingdienst of het ontdoen van reststromen afval dient te worden beschouwd als een activiteit die Vpb-plichtig is. Partijen hebben dit voorjaar de inhoudelijke verschillende discussies verlaten en toegewerkt naar een praktisch compromis. Daarbij dient 1 % van de verkoop restromen afval, exclusief kosten en Nedvang-bijdrage in heffing te worden betrokken. 5.2 Financieel samengevat VPB Bedragen x Rekening Begroting Totaal lasten programma Totaal baten programma Resultaat

87 6. Financiële begroting 6.1 Inleiding De gemeentelijke financiën staan als gevolg van oplopende kosten van jeugdzorg en Wmo net als vorig jaar nog steeds onder druk. In de Programmabegroting en het Afrondend begrotingsvoorstel 2019 is een meerjarenbegroting gepresenteerd met tekorten. Daarin is ook het proces geschetst om te komen tot een meerjarig structureel sluitende begroting. Aan de zoekopdracht is in 2019 uitvoering gegeven en dit heeft geleid tot een pakket voorstellen Ombuigen en vernieuwen, dat in de Perspectiefnota 2020 is opgenomen. In dit begrotingsvoorstel zijn de maatregelen Ombuigen en vernieuwen verwerkt, oplopend tot een bedrag van ruim 12 mln. in Deze voorstellen bieden dekking voor het in het voorjaar 2019 geschetste tekort. Direct na de Perspectiefnota 2020 werd duidelijk dat het financieel perspectief negatief beïnvloed wordt door verdere stijging van de kosten van jeugdhulp en de Wmo. Ook de gevolgen van de meicirculaire en de nieuwe Cao van het gemeentelijk personeel zijn per saldo financieel nadelig. De raad is over deze ontwikkelingen in verschillende memo s geïnformeerd. Tenslotte komt uit het Tweede Tussenbericht 2019 naar voren dat met name de kosten van de Wmo verder stijgen dan eerder voorzien. De meerjarenbegroting vertoont inclusief de voorgestelde maatregelen uit Ombuigen en vernieuwen, in alle jaren nog een tekort. Het begrotingstekort voor het jaar 2020 bedraagt 3,573 mln. en bestaat voor een bedrag van 5,877 mln. uit incidentele kosten. Het verschil tussen de structurele baten en lasten voor 2020 bedraagt 2,304 mln. positief. Het begrotingstekort 2020 wordt gedekt door een beroep op de Vrij inzetbare reserve. In het voorjaarsdebat van juni 2020 worden aanvullende maatregelen voorgelegd om de meerjarenbegroting sluitend te maken. Een uitgangspunt bij de voorbereiding van deze aanvullende voorstellen is, dat het rijk bereid is tot (structurele) compensatie voor de kosten, die samenhangen met de volumeontwikkeling in de jeugdzorg en de aanzuigende werking op het gebruik van de Wmo als gevolg van het maximeren van het abonnementstarief. In totaal wordt gerekend op een structurele bijdrage van het rijk van minimaal 3 mln. per jaar. Met deze extra bijdragen is in de deze meerjarenbegroting nog geen rekening gehouden. Op die manier wordt het effect duidelijk van, buiten onze directe invloedssfeer liggende, gevolgen van de volumestijging in het gebruik van jeugdzorg en Wmo. Het cijfermatig verband tussen de Programmabegroting 2019, de Perspectiefnota 2020 en de huidige begroting wordt toegelicht in paragraaf 6.3. In paragraaf 6.8 wordt ingegaan op de relatie met de ontwikkeling van de Vrij inzetbare reserve en de Reserve Investeringsfonds Daarnaast is in dit hoofdstuk een aantal financieel technische aspecten van de begroting opgenomen. De gemeente Zoetermeer heeft voor het jaar 2020 een structureel sluitende begroting. Dat geldt nog niet voor de jaren 2021 en verder. 6.2 Grondslagen De volgende grondslagen bepalen mede het financiële beeld in de programmabegroting: - ontwikkeling van de aantallen inwoners en woningen; - beleid ten aanzien van verwachte ontwikkeling van het loon- en prijspeil; - ontwikkeling algemene uitkering; - rentepercentages; - afschrijvingstermijnen. 87

88 Loon- en prijsstijging De gevolgen voor loon- en prijsstijging ten opzichte van de begroting 2019 worden als volgt in de programma s van de begroting 2020 verwerkt vanaf 2022 Prijsstijging % lasten 1,7 1,8 1,7 baten 1,4 1,8 1,7 Loonstijging % 3,4 2,0 2,0 In de begroting is op de programmabudgetten een loonstijging verwerkt van 3,4%. Hierbij is nog geen rekening gehouden met de definitieve uitkomsten van de Cao gemeentepersoneel per 1 januari In het overzicht Algemene Dekkingsmiddelen zijn de financiële consequenties van de nieuwe Cao opgenomen. Voor de jaren 2021 en volgende jaren wordt in de begroting een rekening gehouden met een toename van de loonkosten met 2%. De prijsstijging is een samenstelling van de verrekening van oude jaren (+0,2%) en een inschatting voor het jaar 2020 (1,5%), zoals dat bekend was in maart De baten (leges, heffingen en belastingen) stijgen ten opzichte van de vastgestelde tarieven in december 2018 in de begroting met 1,4%, berekend op basis van een inschatting van 1,5% voor 2020 en een verrekening van oude jaren met -0,1%. Het definitieve algemene stijgingspercentage dat gebruikt zal worden voor de tarieven 2020 is opgenomen in de paragraaf lokale heffingen. Voor de prijsstijging wordt voor de jaren 2021 en volgende jaren de raming van het Centraal Planbureau (CPB) gevolgd, die zij presenteert voor de Index materiele overheidsconsumptie (IMOC), zoals deze is opgenomen in het Centraal Economisch Plan van maart Ontwikkeling van de aantallen inwoners en woningen De aantallen inwoners en woningen zijn voor de financiële begroting belangrijke parameters, omdat veel financiële ramingen (zoals Algemene uitkering, diverse belastingen en woning/inwoner gevoelige kosten) worden berekend aan de hand van deze parameters. In deze begroting zijn voor de programmabudgetten de verwachtingen (prognoses) in aantallen inwoners en woningen naar de feitelijke situatie van 1 januari 2018 als uitgangspunt genomen. Bijlage 8.3 toont meer gedetailleerd de kerncijfers over de ontwikkelingen in aantal inwoners en woningen. Per 1 januari Inwoners Woningen In deze tabel is nog geen rekening gehouden met de gevolgen van de Schaalsprong. De vertaling hiervan in de inwonersprognose vragen nog nadere uitwerking in de woningbouwmonitor. Ontwikkeling algemene uitkering De in de begroting verwerkte Algemene uitkering is gebaseerd op de meicirculaire Deze circulaire stond met name in het teken van een lagere groei van de algemene uitkering dan in de begroting was opgenomen. Uitgangspunt is dat de accresontwikkeling die opgenomen is in de circulaire ruimte biedt om de kostenontwikkeling die voortkomt uit loon- en prijsstijging op te vangen. Naast de groei is er een bijdrage ontvangen voor de gestegen vraag naar jeugdzorg en prijscompensatie van de kosten in het Sociaal Domein voor het jaar Een gedetailleerde toelichting is opgenomen in het Overzicht algemene dekkingsmiddelen (OAD) Rentepercentages Onderstaande tabel vermeldt de rentepercentages waarmee in de begroting 2020 is gerekend. 88

89 Omschrijving Percentage a. Investeringen Nieuw en vervanging 3,5 Financieringsrente tijdens de bouw 0 Rente omslagpercentage 0 b. Grondbedrijf Rekening courant 1 januari 0,5 Rekening courant tijdens jaar 0 Boekwaarde 0,5 c. Reserves en voorzieningen Inflatietoerekening aan reserves en voorzieningen 1,7 Afschrijvingstermijnen Op investeringen wordt afgeschreven. Daardoor worden de investeringsuitgaven in de tijd verdeeld over de gebruiksduur van de investering. De geldende afschrijvingstermijnen zijn opgenomen in bijlage De raad bepaalt afschrijvingstermijnen en legt deze vast in verschillende beleidsnota s. Ter wille van het overzicht wordt het totaaloverzicht van actuele afschrijvingstermijnen in de begroting opgenomen. 6.3 Totstandkoming van de begroting Tabel 6.1 toont de cijfermatige vertaling van de diverse momenten in het begrotingsproces. Daarna volgt een toelichting per onderdeel. In november 2019 is de Programmabegroting aangeboden aan de raad. Hieraan zijn de financiële gevolgen van de raadsbesluiten van november 2018 tot en met 8 april 2019 toegevoegd. Vervolgens zijn de gevolgen uit de Perspectiefnota 2020 opgenomen in drie elementen. Het saldo in de Perspectiefnota bedraagt in ,192 mln. negatief en 2,683 mln. positief in In het tweede deel van de tabel is de actualisatie van het financieel perspectief opgenomen vanaf de Perspectiefnota Deze verschillen worden onder de tabel per onderdeel toegelicht. Na aanpassing is het saldo in ,573 mln. negatief. 89

90 Tabel 6.1 Financiële uitgangssituatie * Financiële uitgangspositie TB1 MJB doorkijk Omschrijving Saldo (meerjaren)begroting Nog in te vullen stelpost Te dekken saldo afrondend begrotingsvoorstel Raadsbesluiten tot en met 8 april Onvermijdelijke ontwikkelingen en ontwikkelingen bestaand Beleidswijzigingen Dekkingsplan Ombuigen en vernieuwen Saldo Perspectiefnota 2020 * Actualisatie Financieel Perspectief Raadsbesluiten 9 april / 15 juli Raadsmemo's (uitwerking) meicirculaire, Jeugd en Wmo Onvermijdelijke ontwikkelingen na PN Tweede Tussenbericht, meerjarig effect Wmo/begraafplaatsen Tweede Tussenbericht, voordelen met budgetoverhevelingen Tweede Tussenbericht, overige posten 989 Nieuw beleid PB Begrotingssaldo De opgenomen bedragen per jaar vormen het totaal van de in deze Programmabegroting op programmaniveau opgenomen budgetten (zie hoofdstuk 2, 3 en 4). Onvermijdelijke ontwikkelingen na peildatum Perspectiefnota 2020 In de financiële uitgangssituatie van de Perspectiefnota 2020 is rekening gehouden met onvermijdelijke ontwikkelingen met een financieel gevolg. Sinds het uitbrengen van de Perspectiefnota 2020 is sprake van een aantal ontwikkelingen met een onvermijdelijk financieel effect: zie tabel 6.2. Tabel 6.2 Onvermijdelijke ontwikkelingen Onvermijdelijke ontwikkelingen na peildatum Perspectiefnota 2020 Bedrag * 1 mln. Onderw erp Programma Nieuwbouw brandweerkazerne Huuropbrengsten huidige brandweerkazerne 5 90 Herontwikkeling markt Ombuigen & vernieuwen: gevolgen overhead overhead Herijken rentescenario OAD Consolidatie schuldpositie OAD Dividend Eneco OAD Rente egalisatiereserve OAD Doorkijk De onvermijdelijke ontwikkelingen beinvloeden het begrotingssaldo positief met 4 mln. in 2020 en ruim 1 mln. vanaf Nieuwbouw brandweerkazerne Voor de verplaatsing van de brandweerkazerne is mogelijk een financiële bijdrage van de gemeente noodzakelijk. Hiervoor is vanaf 2022 een bedrag van in het onderdeel nieuw beleid van programma 5 opgenomen. Inmiddels is duidelijk dat als een bijdrage al noodzakelijk is de kosten beperkt kunnen blijven tot maximaal

91 Huuropbrengsten huidige brandweerkazerne Zodra de brandweerkazerne verplaatst, derft de gemeente huurinkomsten van de huidige locatie. Hiervoor is vanaf 2022 een bedrag van in het onderdeel nieuw beleid van programma 5 Veiligheid opgenomen. Inmiddels is de verwachting dat de verplaatsing nog niet per 2022 plaatsvindt waardoor het budget van 2022 niet nodig is. Herontwikkeling markt Zodra de aanleg van het Centraal Park Dobbe gereed is, zijn de kosten van onderhoud en beheer noodzakelijk. Hiervoor is vanaf 2021 een bedrag van als nieuw beleid op programma 7 Inrichting van de stad opgenomen. Vanwege de verwachting dat de oplevering van het Centraal Park niet in 2021 plaatsvindt, is het bedrag voor het jaar 2021 vervallen. Maatregelen ombuigen en vernieuwen: gevolgen overhead Als gevolg van de te nemen maatregelen in kader van ombuigen en vernieuwen neemt de formatieomvang van het gemeentelijk personeel per saldo af. Zoals aangegeven in de Perspectiefnota 2020 (pagina 70) werkt een afname van formatie in de primaire taken ook door naar de budgetten voor overhead. Op dit moment is de inschatting, dat de voor overhead beschikbare budgetten met een bedrag van kunnen worden verlaagd. Herijken rentescenario Als gevolg van een sterk gedaalde rente in het jaar 2019 is het in de Perspectiefnota 2020 gehanteerde rentescenario bijgesteld. Dit is toegelicht in paragraaf 7.4 Financiering. Daarnaast is sprake van een actualisatie van de omvang van de financieringsbehoefte. Per saldo leidt dit ertoe dat de raming voor de verwachte rentekosten van aan te trekken externe financiering naar beneden is bijgesteld. Consolidatie schuldpositie Als gevolg van de zeer lage rentestand en een steeds kleiner verschil tussen de lange en korte rente wordt een groter deel van de schuldpostie van de gemeente gefinancierd met leningen met een lange looptijd. Dit leidt ertoe dat de verschuldigde rentetarieven en daarmee rentekosten - voor langere tijd (5-20 jaar) worden vastgezet. Omdat die percentages ruim onder de percentages liggen waarmee in het rentesceanrio rekening is gehouden leidt dit ten opzichte van de huidige begroting tot een daling van de rentekosten van 2,4 mln (in een oplopende reeks). Het voordeel van de lagere (verwachte) rentekosten moet in samenhang worden bezien met de mogelijke verkoop van Eneco en dan in het bijzonder het wegvallen van het dividend. Het dividend is in de begroting geraamd op 1,275 mln. Bij de beraadslagen over het principe Aandeelhouderschap Eneco (raad 2 oktober 2017) is aangegeven dat het wegvallende dividend Eneco wordt goedgemaakt door een verlaging van de verwachte rentekosten. Omdat het rentevoordeel uit lagere rentekosten nu in de begroting wordt opgenomen en het uitlenen van de opbrengst Eneco bij de huidige lage rentestanden niet tot een hoog rendement leidt, ligt het voor de hand om tegelijkertijd het dividend Eneco niet langer te ramen. Dit voorstel leidt ertoe dat bij verkoop Eneco geen budgettaire dekking hoeft te worden gezocht voor de wegvallende dividendinkomsten. Vrijval rente egalisatiereserve Als gevolg van het aantrekken van financieringsmiddelen met een lange looptijd en de potentieel lagere financieringsbehoefte als gevolg van aanstaande verloop van Eneco loopt het bedrag van leningen waarvoor de gemeente de komende jaren een renterisico bij herfinanciering loopt sterk terug. Dit betekent dat het bedrag dat voor dit risico in de rente egalisatiereserve is opgenomen van 4,2 mln. met 2,5 mln. kan worden verlaagd. 91

92 6.4 Opbouw financiële begroting In paragraaf 6.3 is op totaalniveau de financiële aansluiting zichtbaar gemaakt tussen het saldo van de Programmabegroting en de Programmabegroting In deze paragraaf wordt, ten behoeve van de autorisatie, per programma de financiële begroting in beeld gebracht. Opbouw financiële begroting De financiële begroting is opgebouwd uit zeven programma s (hoofdstuk 2), het Overzicht Overhead (hoofdstuk 3), het Overzicht algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien (hoofdstuk 4) en de Vennootschapsbelasting (hoofdstuk 5). Per programma worden onderscheiden: - de lasten; - de baten; - de toevoegingen en onttrekkingen aan reserves. Het saldo van baten en lasten is het exploitatiesaldo. Het eindsaldo, waarin de mutaties van de reserves zijn meegenomen, wordt het geraamd resultaat genoemd. Onderstaande tabel geeft de te autoriseren bedragen voor 2020 weer. In bijlage 8.13 Overzicht taakvelden is de uitsplitsing voor de jaren 2021, 2022 en 2023 opgenomen. Totaal raming Programmabegroting 2020 Totaal Programma's Bedragen x Totaal saldo lasten en baten Toevoeg. en onttrekk. reserves Geraamd resultaat Lasten Baten Saldo Lasten Baten Saldo 1. Onderwijs, economie en arbeidspart Samen leven en ondersteunen Leefbaarheid, duurzaam en groen Vrije tijd Veiligheid Dienstverlening en samenspraak Inrichting van de stad Overhead Alg. dekkingsmiddelen en onvoorzien Vpb Totaal programma Totaal overzicht op meerjarenbasis In onderstaande tabel is de financiële begroting op meerjarenbasis weergegeven. In de volgende paragraaf worden incidentele baten en lasten toegelicht en volgt een overzicht van het meerjarig structureel saldo van de begroting. 92

93 Begroting Saldo Saldo Saldo Saldo Totaal Programma's 1. Onderwijs, economie en arbeidsparticipatie U I Saldo Samen leven en ondersteunen U I Saldo Leefbaarheid, duurzaam en groen U I Saldo Vrije tijd U I Saldo Veiligheid U I Saldo Dienstverlening en samenspraak U I Saldo Inrichting van de stad U I Saldo Overhead U I Saldo Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien U I Saldo VPB U I Saldo Totaal programma U Totaal programma I Totaal programma Saldo

94 6.5 Incidentele baten en lasten Inzicht in de incidentele baten en lasten is nodig om te beoordelen of de begroting structureel in evenwicht is, dat wil zeggen dat de structurele lasten worden gedekt door structurele baten. De incidentele baten en lasten blijven voor de bepaling van dat evenwicht buiten beschouwing. Onder incidentele baten en lasten worden onder andere de volgende posten verstaan: - Inkomsten uit grondexploitaties - Dotaties en onttrekkingen aan de algemene reserve - Incidentele toevoegingen en aanwendingen aan bestemmingsreserves die gevolgen hebben voor het begrotingssaldo - Bijzondere baten en lasten ten gevolge van incidenteel nieuw beleid - Voordelige en nadelige afwikkelingsverschillen van voorgaande dienstjaren - Extra afschrijvingen ten laste van de exploitatie. Alleen baten en/of lasten van tijdelijk aard die groter zijn dan worden als incidenteel aangemerkt. Overzicht van geraamde incidentele baten en lasten bedragen * Lasten Baten Omschrijving Onderw ijs, economie en Arbeidspart Samen leven en ondersteunen Leefbaarheid, duurzaam en groen Vrije tijd Veiligheid Dienstverlening en samenspraak Inrichting van de stad 0 - grondexploitatie overige lasten/baten Overzicht Overhead Overzicht algemene dekkingsmiddel Mutaties in reserves* 7. Inrichting van de stad - grondexploitatie overige lasten/baten Overzicht algemene dekkingsmiddel Dekking Nieuw beleid coalitieakkoord Totaal Saldo incidenteel (meer lasten dan baten) Mutaties in reserves*: betreft alleen mutaties in reserves die incidenteel het begrotingssaldo beïnvloeden of betrekking hebben op resultaat grondexploitaties Uit bovenstaande tabel is af te lezen dat in de begroting van meer aan incidentele lasten zijn geraamd dan aan incidentele baten. Dit houdt in dat het begrotingssaldo van 2020 wordt beïnvloed door netto aan tijdelijke lasten. Hieronder wordt een nadere toelichting gegeven op de individuele posten die dit saldo veroorzaken. Daarnaast wordt in de laatste alinea ingegaan op het wel of niet structureel en reëel sluitend zijn van de begroting. Toelichting incidentele baten en lasten Programma 1 Onderwijs, economie en Arbeidsparticipatie In het Coalitieakkoord zijn in programma 1 tijdelijke budgetten opgenomen van in 2020 en in 2021 en Bij de Perspectiefnota 2020 is beschikbaar gesteld voor de realisatie van een duurzame InnoLab-structuur voor praktijkgericht onderzoek op wijkniveau. Hier staat een subsidie van de MRDH tegenover. Voor de kwalitatieve versterking van het onderwijs en onderzoek in de DIF is bij de Perspectiefnota 2020 uitgetrokken. 94

95 Programma 2 Samen leven en ondersteunen Voor programma 2 is in het Coalitieakkoord gereserveerd voor 2020, in 2021 en in Daarnaast is in de Perspectiefnota verwerkt voor de voorbereiding van de overheveling van Beschermd Wonen en maatschappelijke Opvang van centrumgemeenten naar lokale gemeenten. Programma 3 Leefbaarheid, duurzaam en groen Voor de jaren 2020 tot en met 2022 is in het Coalitieakkoord voor dit programma beschikbaar. Programma 4 Vrije tijd De oplevering van Gymworld vindt later plaats dan gepland. Daardoor valt er in 2020 een bedrag van vrij. Voor extra bruis is in het Coalitieakkoord beschikbaar voor de jaren 2020/2022. Verder wordt bij deze programmabegroting voorgesteld om 5,5 fte, , extra beschikbaar te stellen voor jeugdzorg in Programma 5 Veiligheid Vanuit het Coalitieakkoord is voor 2020/2022 voor Veiligheid ingeruimd. Daarnaast is voor de uitvoering van ondermijnende criminaliteit een subsidie beschikbaar van voor 2020 en In de tabel zijn deze bedragen zowel aan de lasten- als aan de batenkant opgenomen. Programma 6 Dienstverlening en samenspraak Overeenkomstig het Coalitieakkoord is er in de begroting verwerkt in de jaren 2020/2021 en in 2022 voor de uitbreiding van het aantal collegeleden. Programma 7 Inrichting van de stad De in dit programma geraamde incidentele baten en lasten betreffen de geraamde kosten en opbrengsten in de grondexploitaties. Alhoewel de projecten een meerjarig karakter hebben, worden de in de begroting opgenomen baten en lasten toch als incidenteel beschouwd. Bij de Perspectiefnota 2019 is budget voor een projectteam woningbouw toegekend. Het gaat in 2020 om en in 2021 om Deze kosten worden volledig terugverdiend via kostenverhaal of via inbreng in een grondexploitatie. Daarnaast is in het Coalitieakkoord voor programma opgenomen voor de jaren 2020 tot en met Overzicht Overhead Uit het Coalitieakkoord volgt voor Overhead een bedrag van voor 2020, in 2021 en in In de Perspectiefnota 2020 is aanvullend voor flankerend beleid een bedrag van toegevoegd voor 2020 en verder tot en met Mutaties reserves Programma 7 Inrichting van de stad Het betreft hier het saldo tussen de geraamde incidentele baten en lasten uit grondexploitaties. Hierdoor zijn de gevolgen van de grondexploitaties neutraal voor zowel het begrotingssaldo als in het overzicht incidentele baten en lasten. Dekking Nieuw beleid Coalitieakkoord Uit de Rif wordt van 2020/ per jaar bijgedragen voor groen en duurzaam en voor de jaren 2020/ per jaar door herschikking van mobiliteitsgelden. In deze programmabegroting wordt voorgesteld om in te laten vrijvallen uit het renteegalisatiefonds. Overzicht van structurele toevoegingen en onttrekkingen en stortingen aan reserves In 2015 is de regelgeving van het Besluit Begroten en Verantwoorden (BBV) aangepast. Een van de aanpassingen richt zich op het vergroten van het inzicht op incidentele baten en lasten. In de toelichting op de gewijzigde BBV staat dat ervan wordt gegaan dat toevoegingen en onttrekkingen aan reserves in principe incidenteel van aard zijn. 95

96 Echter, er zijn ook verrekeningen met reserves die structureel van aard zijn. Om een goed beeld te kunnen vormen of structurele lasten worden gedekt door structurele baten is in BBV opgenomen, dat zowel in de begroting als in de rekening een overzicht opgenomen moet worden waarin de geraamde structurele toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves is weergeven. Voor de leesbaarheid van de incidentele mutaties in reserves kiezen wij er voor om het gevraagde overzicht in te vullen door de incidentele mutaties in reserves (in plaats van de structurele) te integreren in het overzicht 'Incidentele baten en lasten'. Door alleen die incidentele toevoegingen en onttrekkingen in het overzicht op te nemen, die ook feitelijk het begrotingssaldo beïnvloeden, ontstaat een transparant en leesbaar overzicht dat inzicht geeft in de omvang van incidentele baten en lasten. In onderstaande tabel is het saldo van de programmabegroting gecorrigeerd met het saldo van incidentele baten en lasten. Het gecorrigeerde saldo laat de structurele ruimte in de begroting zien op basis van de regelgeving van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). Berekening structureel en reëel begrotingssaldo bedragen in Omschrijving Saldo financieel perspectief Saldo incidenteel (meer lasten dan baten) Gecorrigeerd saldo (structurele ruimte) - = nadeel Uit deze opstelling blijkt dat de jaarschijf 2020 reëel in evenwicht is: de structurele baten zijn mln. hoger dan de structurele lasten. Meerjarig is er nog geen sprake van evenwicht. In de Perspectiefnota 2021, die in het voorjaar van 2020 wordt gepubliceerd, worden voorstellen opgenomen om meerjarig evenwicht te bereiken. Bij het komende voorjaarsdebat is naar verwachting ook meer bekend over de uitkomsten van de onderzoeken naar de ontwikkelingen in de jeugdzorg en de gevolgen daarvan voor het gemeentefonds. 6.6 Investeringen Het BBV onderscheidt investeringen naar economisch en maatschappelijk nut. Investeringen met een economisch nut Investeringen met een economisch nut betreffen vaste activa die verhandelbaar zijn, zoals gebouwen en voertuigen of waar inkomsten tegenover kunnen staan, bijvoorbeeld rioolrecht en leges. Deze investeringen moeten worden geactiveerd en reserves mogen niet op deze investeringen in mindering worden gebracht. Daarnaast mag niet resultaatgericht worden afgeschreven en moet consistent worden afgeschreven. Wel mogen bijdragen van derden, die direct gerelateerd zijn aan de investering, in mindering worden gebracht. Investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk nut Om te komen tot meer vergelijkbaarheid schrijft de BBV voor dat investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijke nut (wegen, straten, pleinen, groen, water) gelijk moeten worden behandeld als investeringen met een economisch nut. Het activeren heeft als gevolg dat de uitgaven in één jaar worden verantwoord, maar dat de lasten in de begroting in het vervolg gespreid worden over de levensduur. In de begroting zijn investeringen opgenomen die geautoriseerd worden bij vaststelling van de programmabegroting (investeringen die betrekking hebben op 2020). In onderstaande tabel is een samenvattend overzicht opgenomen van de investeringen. In bijlage 8.6 is een specificatie van deze bedragen opgenomen. 96

97 Investeringen Bedragen x Geautoriseerd bij vaststelling van de programmabegroting Economisch nut Maatschappelijk nut Ontwikkelingen in de reserveposities en voorzieningen De reserves vormen, samen met het resultaat na bestemming volgend uit de programmarekening, het eigen vermogen (artikel 42, lid 1 BBV). In artikel 43 van het BBV worden twee soorten reserves onderscheiden: a. de algemene reserves b. de bestemmingsreserves. De algemene reserves bestaan uit reserves waaraan geen bestemming is gegeven. Deze dienen om risico s in algemene zin op te vangen (bufferfunctie van de reserves). De bestemmingsreserves zijn reserves waaraan de raad diverse bestemmingen heeft gegeven. Deze bestemmingsreserves hebben diverse functies. De meeste bestemmingsreserves zijn in het leven geroepen ter dekking van de lasten van specifieke beleidsonderwerpen (bestedingsfunctie van de reserves). Ook zijn er reserves die baten genereren voor de exploitatie (inkomensfunctie) en reserves die zorgen dat lasten worden geëgaliseerd (egalisatiefunctie). In Zoetermeer worden investeringen gefinancierd met reserves en voorzieningen. Hierdoor wordt de noodzaak beperkt om te financieren met leningen van de bank (financieringsfunctie van de reserves en voorzieningen). In onderstaande tabel wordt het verloop van de reserves in totaliteit per onderscheiden soort weergegeven. In bijlage 8.4 is het overzicht van reserves opgenomen. De toevoegingen en onttrekkingen bij de jaarschijf 2020 zijn mutaties in de reserves die onderdeel uitmaken van de ramingen, die zijn opgenomen bij de programma s. Om een zo goed mogelijk beeld over het verloop van de stand van de reserves te geven, zijn ook mutaties meegenomen die niet bij de vaststelling van de programmabegroting door de raad worden geautoriseerd. Deze mutaties zijn in de kolom 'verwachtingen' meegenomen. In een afzonderlijk voorstel aan de raad kunnen deze alsnog worden geautoriseerd. Meerjarenoverzicht reserves Bedragen x Stand 01/01 Toevoegingen Onttrekkingen Verwachtingen Stand 01/01 Stand 01/01 Stand 01/01 a b c d =a+b+c+d Algemene reserves Bestemmingsreserves Totaal aan reserves Het totaal van de algemene reserves neemt in 2020 met 4,7 mln. af. Deze afname komt grotendeels door de mutaties in de Vrij inzetbare reserve (-/- 6,2 mln., toegelicht in paragraaf 6.8) en de Reserve versterking Financiële positie Grondbedrijf (+ 1,8 mln.) Het totaal van de bestemmingsreserves neemt in 2020 met circa 8,3 mln. af. De grootste mutaties zijn te vinden bij de Reserve Investeringsfonds 2030 (-/- 1,9 mln., toegelicht in paragraaf 6.8), de Rente Egalisatiereserve (-/- 2,5 mln.), de reserve Algemeen Dekkingsmiddel (-/- 1,5 mln.) en de Reserve groot onderhoud welzijnsaccomodaties (-/- 1,9 mln). In de periode nemen de reserves met circa 35,3 mln. af. In de afname van de Vrij inzetbare reserve komt tot uitdrukking dat de begroting financieel nog niet in evenwicht is en dat voor tijdelijke tekorten een beroep op de reserve wordt gedaan. 97

98 In onderstaande opsomming zijn de grootste mutaties weergegeven (bedragen x 1 mln.). Vrij inzetbare reserve -/-12,4 Een meer gedetailleerd overzicht van deze reserve is te vinden in paragraaf 6.8 Reserve Investeringsfonds /-15,3 Een meer gedetailleerd overzicht van deze reserve is te vinden in paragraaf 6.8 Reserve Algemeen Dekkingsmiddel -/-5,5 Onder andere overheveling middelen naar de Reserve egalisatie investeringen schoolgebouwen Reserve Groot onderhoud welzijnsaccommodaties -/-2,4 Diverse investeringen groot onderhoud welzijnsaccommodaties Rente Egalisatiereserve -/-2,5 Vrijval ten gunste van de exploitatie Reserve versterking financiële positie + 3,6 Diverse toevoegingen vanuit de grondexploitaties Grondbedrijf Reserve risico s Gr.bedr. -/-0,9 Afname risico s Grondexploitaties Ontwikkelingen in de voorzieningen De voorzieningen zijn vermogensbestanddelen die als vreemd vermogen worden aangemerkt. Er kleeft als het ware al een verplichting (jegens een derde) aan. Als gevolg van artikel 44 van het BBV kunnen de volgende soorten voorzieningen worden gevormd: - voor middelen van derden die specifiek besteed moeten worden (geldt niet voor bijdragen van andere overheden); - voor de egalisatie van kosten; - voor verplichtingen en verliezen alsmede voor risico s waarvan de omvang onzeker is maar welke wel redelijkerwijs te schatten zijn. Schulden vallen niet onder het begrip voorzieningen omdat daarbij geen onzekerheid bestaat over de omvang van de verplichting. Toevoegingen aan voorzieningen vinden plaats ten laste van de exploitatie, dus niet via resultaatbestemming, zoals bij de reserves. Aanwendingen - altijd voor het doel waarvoor de voorziening was gevormd - worden rechtstreeks ten laste van de voorziening gebracht. Indien een voorziening geheel of gedeeltelijk kan vrijvallen, wordt de vrijval via de exploitatie in het resultaat verwerkt. In onderstaande tabel is op hoofdlijnen het verloop van de stand van de voorzieningen weergegeven. Evenals bij de reserves zijn bij het verloop van de voorzieningen verwachtingen meegenomen. Deze zijn opgenomen om een goed verloop van de voorziening weer te geven. De verwachtingen worden niet geautoriseerd bij de vaststelling van de programmabegroting door de raad. De specificatie is opgenomen in bijlage 8.5. Meerjarenoverzicht voorzieningen Bedragen in Stand Toevoegingen Onttrekkingen Begrote Verwachtingen Stand Stand Stand vanuit de expl. t.g.v. expl. aanwending a b c d e = a t/m e Middelen van derden Egalisatievoorzieningen Overige voorzieningen Totaal aan voorzieningen De omvang van de voorzieningen blijft in 2020 ongeveer gelijk. Grootste mutaties vinden plaats bij de Voorziening riolering (+ 1,4 mln.), de Voorziening afvalstoffenheffing (-/- 0,8 mln.) en de Voorziening verplichtingen afgesloten grondexploitaties (-/- 0,5 mln.). 98

99 De totale omvang van de voorzieningen neemt in de periode ongeveer 3,0 mln. af. In deze periode doen de grootste mutaties zich voor binnen de Voorziening riolering (+ 3,9 mln.), de Voorziening afvalstoffenheffing (-/- 1,1 mln.), de Voorziening verplichtingen afgesloten grondexploitaties (-/- 0,5 mln.) en de Voorziening nadelige complexen Grondbedrijf (-/- 5,5 mln.). 6.8 Ontwikkeling vrije reservemiddelen In deze paragraaf wordt een beeld gegeven van de stand en ontwikkeling van de vrije reservemiddelen. Concreet wordt ingegaan op de volgende twee reserves: - Vrij inzetbaar - Investeringsfonds 2030 Vrij inzetbare reserve Op de Vrij inzetbare reserve rust in principe geen concrete bestemming tot besteding van de daarin opgenomen middelen. Wel moet de omvang van deze reserve het financiële tegenwicht bieden voor het kunnen opvangen van de financiële risico s. De Vrij inzetbare reserve vormt de weerstandscapaciteit van deze financiële risico s (exclusief de risico s van het grondbedrijf). In de volgende tabel is het verloop van de Vrij inzetbare reserve in beeld gebracht. In het overzicht is rekening gehouden met de verbetering van het verwachte rekeningsresultaat 2019 in het Tweede Tussenbericht Ook is rekening gehouden met het begrotingssaldo van deze programmabegroting. Bedragen * Vrij inzetbare reserve Stand per 1 januari, inclusief rekeningsresultaat A. Raadsbesluiten ten laste van vrij inzetbaar t/m juli B. Verwachting 1 Begroting 2019 a. Begrotingssaldo afrondend begrotingsvoorstel 2019 DT 4 b. Raadsbesluiten tot en met 15 juli Eerste Tussenbericht 2019/Perspectiefnota Reserveringen voorgaande jaren Tweede Tussenbericht 2019 a. Lagere onttrekking verkoop Industrieweg 146 b. Budgetoverhevelingen TB c. Overige TB Begroting 2020/2023 a. Dekking Begrotingsaldo uit Vrij inzetbare reserve b. Reservering Begrotingsaldo uit Vrij inzetbare reserve 2021 e.v c. Aanvulling weerstandscapacititeit t.l.v. exploitatie Nog beschikbaar (weerstandscap. reserve vrij inzetbaar) Totaal aan af te dekken risico's Saldo aan weerstandscap. excl grondbedrijf Factor weerstandsvermogen (weerstandscapaciteit / risico's) 0,52 0,15 0,01 0,16 0,27 0,37 De Vrij inzetbare reserve biedt onvoldoende ruimte om de berekende risico s af te dekken. Het beroep op de Vrij inzetbare reserve bedraagt in ,5 mln. (5a). In 2021 is het verwacht beroep 4,5 mln. Daarbij is uitgegaan van extra bijdrage van het rijk voor compensatie van de aanzuigende werking voor de Wmo van per jaar vanaf Het beroep op de Vrij inzetbare reserve is in 2022 beperkt tot 2 mln. om de reserve niet onder 0 te laten zakken. Dit bedrag is niet voldoende om het volledige begrotingstekort van 7,479 mln. te dekken. De tabel toont een lage weerstandcapaciteit. Dit is nadrukkelijk een tussenstand. In de volgende perspectiefnota worden voorstellen gedaan om de weerstandscapaciteit weer op niveau te brengen. 99

100 Reserve investeringsfonds 2030 Bij de vaststelling van de Stadsvisie 2030 is besloten tot het opstellen van een inhoudelijke investeringsagenda en om daarvoor een investeringsfonds in het leven te roepen: Investeringsfonds 2030 (Rif). In deze paragraaf worden de spelregels tot voeding en aanwending van de reserve geschetst. Daarna wordt de stand van zaken van het verwachte verloop van het fonds toegelicht inclusief een aantal voorstellen tot aanwending van de reserve. Voeding en onttrekking investeringsfonds In het raadsbesluit van december 2009 is de voeding en onttrekking van de reserve geregeld. De voeding van het fonds vindt in hoofdzaak plaats door de afdrachten van de winst van het grondbedrijf. Daarnaast worden subsidieontvangsten die een aantoonbare relatie hebben met de opgaven van de Stadsvisie gestort in deze reserve en vindt ten laste van de exploitatie een jaarlijkse storting plaats van Tenslotte wordt uit een eventueel positief jaarrekeningresultaat bij bestemming van dat resultaat maximaal 50% aan de reserve afgedragen. De bestemming van de middelen in de Rif wordt jaarlijks bepaald bij de begrotingsbehandeling op basis van voorstellen in de begrotingsstukken. Door vaststelling van de begroting worden middelen in de reserve voor een bepaald project gereserveerd. Op basis van een concreet en uitgewerkt voorstel en raadsbesluit wordt het budget feitelijk beschikbaar gesteld met dekking uit de Rif. Verloop van de reserve In de tabel komt het financieel verloop van de stand van de Rif tot uitdrukking rekening houdend met: - een actualisatie van de verwachte winstafdrachten van het grondbedrijf op basis van de gegevens uit het Eerste en Tweede Tussenbericht; - een actualisatie van de hoogte van reserveringen voor voorgenomen projecten waartoe eerder is besloten en - nieuwe voorstellen waarvoor een aanwending (of vrijval) uit de reserve wordt gedaan. Op basis van de actualisatie en nieuwe voorstellen vertoont de reserve in alle jaren een positief saldo. Wanneer de winstafdrachten grondbedrijf overeenkomstig de huidige inschatting in latere jaren ook werkelijk worden gerealiseerd biedt de reserve op de langere termijn nog een bestedingsruimte van ruim 3 mln. Als er geen rekening wordt gehouden met de verwachte winstafdrachten uit de grondexploitaties wordt het saldo negatief vanaf

101 Reserve Investeringsfonds 2030 bedragen * Omschrijving / /2030 A. Stand 1 januari inclusief resultaatbestemming B. Besluiten 1 Raadsbesluiten t/m 8 april C. Winstafdrachten vanaf Te realiseren winstafdrachten grondexploitaties Overloop reserve financiele positie grondexploitatie Aanvullingen herzieining grexen Te realiseren winstafdrachten deelnemingen D. Reserveringen vanuit eerdere besluitvorming 1 Afwikkeling kredieten voorgaande jaren Ontwikkeling Sleutelprojecten Jongerenwoningen 25 4 reservering voor Schaalsprong bij PN E. Nieuwe ontwikkelingen 1 Verkoop Markt 10 +pm F. Voorstellen PN Snelwegpanarama A12 zone Schaalsprong inzet gereserveerde gelden PN gevolgen woningbouwprognose +pm +pm +pm 0 5. vervolg projecten Schaalsprong -pm -pm -pm 0 6. Extra storting algemeen dekkingsmiddel Stand 31/12 Reserve Investeringsfonds pm Totaal aan winstafdrachten cumulatief Stand 31/12 Reserve Investeringsfonds 2030 (excl nog af te dragen resultaat grex) A. is de beginstand van de reserve per 1 januari van het lopende jaar. Daarin zijn alle mutaties van het jaar 2018 verwerkt inclusief de resultaatbestemming, waarover in de Perspectiefnota 2020 besloten is. Onder B. staat de uitwerking van reeds genomen besluiten In het verloop van het saldo Rif is rekening gehouden met de verwachte afdrachten uit de grondexploitaties. De feitelijke aanwending van deze bedragen is pas mogelijk, nadat deze positieve resultaten in de jaarrekening ook daadwerkelijk zijn gerealiseerd. De verwachte afdrachten vanaf 2019 staan onder C. De positieve resultaten van de grondexploitaties worden voor de helft rechtstreeks toegevoegd aan de Reserve investeringsfonds. Het betreft 50% van de gerealiseerde winst. De andere helft wordt toegevoegd aan de Reserve versterking financiële positie Grondbedrijf. Deze reserve vormt samen met de Reserve in verband met risico s grondbedrijf de weerstandscapaciteit van het Grondbedrijf. De weerstandscapaciteit is de financiële buffer om onverwachte, niet begrote kosten te kunnen dekken. Als de reserves Grondbedrijf samen meer dan 1,2 x de omvang van berekende risico s bevatten, is er voldoende weerstandscapaciteit en wordt het meerdere afgeroomd en toegevoegd aan de Reserve investeringsfonds. Het huidige saldo in de reserves van de grondexploitaties zit aan het hiervoor aangegeven plafond van 1,2 keer de berekende risico s. Het gevolg daarvan is dat de positieve resultaten van de grondexploitaties de komende jaren volledig aan de Rif toevloeien als de risico s gelijk blijven. 101

102 Onder D. zijn reserveringen vanuit eerdere besluitvorming opgenomen. Voor de aanwending zullen nog raadsvoorstellen worden gemaakt waarin de raad om een besluit zal worden gevraagd. D1 betreft het overhevelen van kredieten waaraan besluitvorming ten grondslag ligt en waarvan de aanwending later plaatsvindt dan voorzien. Onder E staan nieuwe ontwikkelingen met financiële gevolgen voor de Rif waarvan de omvang nog niet bekend is. Voor de sloop van Markt 10, E.1, is een beroep gedaan op de Rif. Bij een positief verkoopresultaat vloeit dit deel terug naar de Rif. Onder F staan de voorstellen uit de Perspectiefnota Voor een mogelijk ontwerp en realisatie van een snelwegpanorama langs de A12 is op grond van eerdere besluitvorming, in afwachting van een uitwerking van plannen hierover, een reservering opgenomen in de Rif van afgerond 0,2 mln. In het kader van ombuigen en vernieuwen wordt afgezien van de verdere voorbereiding van plannen hiervoor (F.1). F.2 is een reservering voor extra kosten voor de Schaalsprong. De deelprojecten worden toegelicht in programma 7. Voor de kosten van planvorming is vorig jaar een reservering in de Perspectiefnota 2019 opgenomen (D.4). Deze reservering kan met de nieuwe inschatting van kosten Schaalsprong vervallen. Dit is zichtbaar gemaakt onder F.3. De bijdrage aan de Rif uit de groei van inkomsten door de toename van het aantal woningen (F.4) en de vervolgprojecten van de Schaalsprong (F.5) zijn als pm-post opgenomen. Beide vragen nog om nadere uitwerking. De wijze waarop deze posten met de kennis van nu financieel zijn vertaald, wordt toegelicht in programma 7. Stand Rif en voorgestelde reserveringen Naar de stand van de Perspectiefnota in het voorjaar van 2019 was het saldo van de Rif niet toereikend om het voorziene beroep op de reserve uit genomen besluiten en voorgestelde reserveringen/besluiten te dragen. Het verschil in benodigde dekking en beschikbare dekking wordt geheel verklaard door het ook voorziene tempoverschil in het ontstaan van kosten van (voorbereiding) Schaalsprong en het moment waarop extra woningen tot extra inkomsten en extra afdracht aan de Rif leiden. De kost gaat voor de baat uit. Om in dekking van de noodzakelijke reserveringen/kosten van Schaalsprong te voorzien was een aanvulling van de Rif noodzakelijk voorzien. Naar de kennis van het voorjaar een totaalbedrag van 6 mln. waarvan de fasering is aangegeven onder F.6 in de tabel. Als dekking voor de aanvullende middelen in de Rif wordt een beroep gedaan op de Reserve algemeen dekkingsmiddel. Vanwege de financieringsfunctie die deze laatste reserve heeft betekent het inzetten van deze reserve feitelijk dat de gemeente eigen financieringsmiddel inruilt voor financiering met vreemd vermogen: de gemeente gaat meer lenen. Daardoor ontstaat een hogere rentelast voor de exploitatie die oploopt naar per jaar (3,5% van 6 mln.) die als kosten van nieuw beleid is opgenomen in programma OAD. Naar de situatie van september 2019 biedt de Rif in 2025 weer een budgettaire ruimte van mln. en kan een deel van de in de Perspectiefnota aangegeven bijdrage uit de Reserve algemeen dekkingsmiddel feitelijk achterwege blijven. Deze mogelijke aanpassing zal worden betrokken bij de Perspectiefnota

103 Paragraaf 6.9 EMU-saldo Het EMU-saldo geeft de geldstromen per jaar weer. Het EMU-saldo wordt berekend op basis van de mutaties in de geprognosticeerde balans. Het EMU-saldo is het jaarlijkse saldo van de lasten en de baten op basis van reële transacties, ongeacht of het exploitatie- of investeringsuitgaven en - inkomsten betreft. bedragen * Geprognosticeerde balans Rekening 2018 Begroting 2020 Begroting 2021 Begroting 2022 Begroting 2023 ACTIVA Vaste activa 355,9 359,6 368,9 372,7 370,5 Voorraden 15,5 17,3 12,1 6,5 4,5 Vlottende activa 63,9 63,9 63,9 63,9 63,9 TOTAAL ACTIVA 435,3 440,8 444,8 443,1 438,9 PASSIVA Eigen vermogen 246,2 210,3 199,7 188,0 189,0 Voorzieningen 49,8 43,4 40,3 39,2 25,1 Vaste schulden 40,5 101,2 111,2 116,8 122,8 Vlottende passiva 98,7 85,9 93,7 99,1 101,9 TOTAAL PASSIVA 435,3 440,8 444,8 443,1 438,9 Per 1 januari 2019 is de regeling Vaststelling gelijkwaardige inspanning decentrale overheden inzake het EMU-saldo voor de jaren 2019 tot en met 2022 in werking getreden. Het ministerie van BZK publiceert referentiewaarden Voor gemeenten gezamenlijk is het aandeel -/- 0,4% van het Bruto Binnenlands Product (BBP). Voor Zoetermeer is de referentiewaarde negatief. Het EMU-saldo mag in principe niet lager zijn. Bijlage 8.7 bevat een overzicht van (de berekening van) het EMU-saldo. EMU-saldo bedragen * Begroting Berekend EMU-saldo

104 7. Paragrafen 7.1 Lokale heffingen Inleiding In de paragraaf lokale heffingen worden de ontwikkelingen weergegeven van de belastingen en woonlasten voor het komende jaar. Uitgangspunt is om de lokale lasten zoveel mogelijk te beperken. Voor de belangrijkste heffingen zijn de ontwikkelingen opgenomen. De afgelopen jaren is er aandacht geweest om de kosten van met name riolering en afvalstoffen te beperken. Dit heeft de afgelopen jaren al geleid tot een geringe tariefstijging. Ook dit jaar zullen de tarieven licht stijgen Uitgangspunten In de Heffingennota 2016 zijn de beleidslijnen voor de komende jaren vastgesteld. De lokale heffingen zijn als volgt te onderscheiden: 1. Belastingen De opbrengsten van de belastingen dienen ter versterking van het financiële draagvlak van de gemeenten en vloeien naar de algemene middelen. De gemeenteraad bepaalt zelf waaraan de gemeente dat geld besteedt. De gemeente Zoetermeer heft de onroerendezaakbelasting (OZB), parkeerbelasting, toeristenbelasting, hondenbelasting, precariobelasting. 2. Retributies en bestemmingsheffingen Retributies worden geheven als de gemeente een dienst verleent aan een individu of één van haar bezittingen ter beschikking stelt. De opbrengsten van retributies mogen uitsluitend worden aangewend om de kosten voor die specifieke diensten te dekken. De gemeente mag niet meer heffen dan de begrote kosten. De meest voorkomende retributies zijn de leges: vergoedingen voor bijvoorbeeld een bij de gemeente aangevraagde dienst als het aanvragen van een paspoort of een vergunning. Bestemmingsheffingen zijn heffingen voor algemene doeleinden, waarvan de gemeente de opbrengsten inzet om bepaalde kosten te dekken. De gemeente mag ook hier niet meer heffen dan de begrote kosten voor de uitvoering van de taken en diensten. Voorbeelden van bestemmingsheffingen zijn de rioolheffing en de afvalstoffenheffing. Gemeentelijke woonlasten De gemeentelijke woonlasten bestaan uit OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing. Deze woonlasten komen jaarlijks terug in diverse ranglijstjes van het COELO, de Consumentenbond en de kranten. In het Coalitieakkoord is opgenomen om de tarieven van de lokale heffingen jaarlijks aan te passen met maximaal de inflatie. Ondanks de bezuinigingen die moeten worden doorgevoerd gaan de woonlasten in 2020 niet extra omhoog. Om de opbrengst van de OZB op peil te houden worden de tarieven verhoogd of verlaagd met de waardeontwikkeling van de woningen en niet-woningen. Per 1 januari 2019 (basis voor het belastingjaar 2020) is de waardeontwikkeling voor woningen 11,0% en voor niet woningen 2,6% Algemeen stijgingspercentage lokale heffingen De tarieven van de gemeentelijke heffingen en belastingen stijgen in 2020 op basis van de begrotingsuitgangspunten met het algemene stijgingspercentage van 1,6%. Dit percentage is tot stand gekomen door de ingeschatte stijging van het Centraal Planbureau voor 2020 (1,6%) te corrigeren voor de inschattingen van de afgelopen jaren. De inschatting bij het vaststellen van de tarieven voor de jaren 2018 en 2019 is per saldo gelijk gebleven. Dit is in de volgende tabel weergegeven. 104

105 Algemeen stijgingspercentage Vaststelling MEV Vaststelling jaar tarieven 2018 september 2018 tarieven ,70 1,80 0, ,60 1,50 -/- 0,10 Totale correctie oude jaren ,60 1,60 Algemeen stijgingspercentage ,60 Tarieven 2020 Op basis van bovenstaande uitgangspunten zijn de tarieven als volgt. Tarieven 2019 en 2020 OZB (percentage) Eigenaren woningen 0,1680 0,1538 Eigenaren niet-woningen 0,4140 0,7085 Gebruikers niet woningen 0, Afvalstoffenheffing (bedrag) Eenpersoonshuishoudens 235,27 239,03 Tweepersoonshuishoudens 266,30 270,56 Meerpersoonshuishoudens 280,12 284,60 Rioolheffing (bedrag/percentage) Bedrag per aansluiting < 500 m3 waterverbruik Vast bedrag 64,87 65,91 Percentage van de WOZ-waarde 0,0195 0,0178 Maximale aanslag 224,80 242,30 De tarieven worden in de raad van 16 december 2019 als onderdeel van de belastingverordeningen vastgesteld. Overige tarieven De overige tarieven stijgen in principe met 1,6%. Een uitzondering hierop zijn de tarieven die door het rijk worden vastgesteld, zoals rijbewijs en reisdocumenten. De tarieven voor de parkeerbelasting worden een keer per twee jaar gewijzigd voor inflatie-ontwikkelingen en dit zal pas in 2020 weer gebeuren. Kostendekkendheid leges en heffingen Bij de bepaling van de kostendekkendheid wordt rekening gehouden met de handreiking kostentoerekening van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties. Deze handreiking geeft inhoud aan het uitgangspunt van het Kabinet, dat het profijtbeginsel en kostenveroorzakersbeginsel worden toegepast. Alle kosten die mogen worden toegerekend, worden in principe toegerekend. Bij de bepaling van de kosten van de leges en heffingen worden ook de kosten van overhead toegerekend. Dit gebeurt op basis van een uurtarief per direct uur. De tarieven worden daarna door de gemeenteraad vastgesteld. Uitgangspunt daarbij is in ieder geval dat de legestabel en de verschillende heffingen niet meer dan 100% kostendekkend zijn. Het overzicht van de kostendekkendheid bij de belastingvoorstellen van 2019 is hieronder opgenomen. Een geactualiseerd overzicht naar de begroting 2020 wordt bij het voorstel belastingverordeningen 2020 opgenomen. 105

106 Kostendekking legestabel 2019 Kosten Baten Dekkings% Legestabel (titel 1) Bestuursstukken Burgelijke stand Gemeentelijke basisregistratie Bouw en Woningtoezicht APV Persoonsdocumenten Verkeersvergunningen Wet op de kansspelen Overige Legestabel (titel 2) Dienstenrichtlijn Totaal legestabel (titel 1) Overige heffingen Afvalstoffenheffing Rioolheffing Marktgelden Naheffingsaanslag parkeren Lijkbezorging De gedetailleerde kostentoerekeningen zijn terug te vinden op de website: Tot december staan de kostenonderbouwingen over het jaar 2019 op de website. Als het voorstel voor de besluitvorming van de belastingverordeningen aan de gemeenteraad wordt verzonden, worden deze kostenonderbouwingen geactualiseerd naar de begroting Kwijtscheldingsbeleid Kwijtschelding is hét sociale vangnet voor de lokale lastendruk. Zoetermeer houdt rekening met de draagkracht van de inwoners. In die visie past een zo ruim mogelijk kwijtscheldingsbeleid voor mensen die hun aanslagbiljet gemeentelijke belastingen door hun financiële situatie niet kunnen betalen. Zoetermeer hanteert daarom de maximale landelijke normen die gelden. Kwijtschelding wordt toegepast op rioolheffing, afvalstoffenheffing, hondenbelasting (alleen de eerste hond) en onroerendezaak belasting. Naast inwoners kunnen ook ondernemers, die minder verdienen dan het minimumloon en niet te veel vermogen hebben, kwijtschelding aanvragen. Kwijtschelding wordt dan toegepast op de woonlasten. De gemeente maakt het proces voor het aanvragen van kwijtschelding zo eenvoudig mogelijk. Het kwijtscheldingsformulier hoeft maar één keer ingevuld te worden. Daarna worden inkomen en vermogen jaarlijks automatisch getoetst door het Inlichtingenbureau van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. De uitslag van deze automatische toets wordt direct bij de aanslag bekend gemaakt. Ook mogen initiële aanvragen voortaan voor de toets worden aangeleverd. Dat bespaart de aanvrager nog meer administratieve lasten Toelichting Onroerende zaakbelasting (OZB) Het tarief van de OZB stijgt met het algemene stijgingspercentage. Daarnaast wordt er bij de bepaling van de tarieven OZB rekening gehouden met de nieuwe waarde van de onroerende zaken naar het prijspeil van 1 januari 2019 (jaarlijkse hertaxatie). 106

107 De daling/stijging van de waarde voor woningen en niet-woningen leidt tot een evenredige verhoging/verlaging van de tarieven, omdat de gewijzigde waarde geen invloed mag hebben op de totaalopbrengst van de heffing. Voor de woningen wordt een stijging van de WOZ-waarde met 11,0% verwacht. Voor de niet-woningen komt de waardeontwikkeling uit op 2,6%. Daarnaast wordt het tarief voor de gebruikers van niet woningen verlaagd naar 0,0%. Daartegenover zal het tarief voor de eigenaar van een niet woning worden verhoogd. Het effect hiervan, de waarde-ontwikkeling en de verhoging als gevolg van het algemene stijgingspercentage ziet er voor de OZB-tarieven als volgt uit. Onroerend zaakbelasting OZB woningen Tarief 2019 Tarief na bezuinigings voorstel Tarief na hertaxatie Tarief 2020 obv index 1,6% - eigenaren 0,1680 0,1680 0,1514 0,1538 OZB niet woningen - eigenaren 0,4140 0,7155 0,6974 0, gebruiker 0,3218 0,0000 0,0000 0,0000 Afvalstoffenheffing Het tarief van de afvalstoffenheffing worden verhoogd met het algemene stijgingspercentage. Afvalstoffen heffing Huishoudens ,6% Éénpersoonshuishouden 235,27 239,03 Tweepersoonshuishouden 266,30 270,56 Drie of meer persoonshuishouden 280,12 284,60 Met de gevolgen van het invoeren van tariefdifferentiatie is nog geen rekening gehouden. Dit zal het komende jaar worden uitgewerkt en heeft dan pas gevolgen voor de tarieven van Rioolheffing Het tarief zal als basis worden verhoogd met het algemeen stijgingspercentage. Daarnaast geldt dat de aan rioolheffing toegerekende kosten voor 60% via het vaste bedrag en voor 40% via de WOZwaarde worden verhaald, rekening houdend met een maximale stijging van de aanslag van 17,50. Dit betekent dat de aanslag rioolheffing in 2020 maximaal 242,30 bedraagt. Onderstaand is een overzicht opgenomen van de te hanteren tarieven in Een pand met een WOZ-waarde van ontvangt een maximale aanslag. Rioolheffing Tarief 2019 Tarief 2020 Vast bedrag 64,87 65,91 Percentage van de WOZ-waarde 0,0195 0,0178 Max. aanslag 224,80 242,30 Aftopwaarde max stijging 17, Heffing woning ,87 105,43 Grootverbruik >500 m3 waterverbruik 19,74 20,06 107

108 Overige tarieven Precario Het jaartarief precario wordt verhoogd. Het tarief wordt gebaseerd op het gebruik van 12 maanden in plaats van 8 maanden, zoals dit tot en met 2019 geldt. Tarieven parkeren. In het traject ombuigen en vernieuwen zijn drie maatregelen opgenomen om de tarieven te verhogen: a. verhogen en (gebied gebonden) differentiatie tarieven parkeervergunningen; b. verhogen tarieven maaiveld parkeren voor bezoekers naar 2,30 per uur; c. verruimen betaaltijden in de avond en het weekend tot uur. Gemeentelijke woonlasten voor inwoners Jaarlijks verricht het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) onderzoek naar de gemeentelijke woonlasten. De publicatie daarvan vindt plaats in de Atlas van de Lokale Lasten. Onder de gemeentelijke woonlasten verstaat het COELO de OZB voor de eigenaar van een woning met een voor de betreffende gemeente geldende gemiddelde waarde, plus rioolheffing en reinigingsheffing (afvalstoffenheffing) voor een meerpersoonshuishouden eventueel verminderd met een heffingskorting. Door het COELO wordt jaarlijks een vergelijkend overzicht opgesteld van alle Nederlandse gemeenten. In dit overzicht, dat begint met de (deel)gemeente met de laagste heffingen (nr. 1) en eindigt met de (deel)gemeente met de hoogste heffingen, neemt Zoetermeer in 2019 positie 178 in. Dit was in 2018 positie 174. Gemeentelijke lasten Op basis van de in deze begroting opgenomen voorgestelde tarieven 2020 is in de volgende tabel aangegeven hoeveel de woonlasten bedragen voor inwoners, gespecificeerd naar type woning. Daarbij zijn zowel kopers als huurders naast elkaar gezet. Woonlasten voor enkele woningtypes Woning Woning Woning Woning Woning Woning 2020 huurder koop huurder koop huurder koop meerpers. meerpers. meerpers. meerpers. meerpers. meerpers. Waarde OZB 0,00 153,80 0,00 230,70 0,00 461,40 Afvalstoffenheffing 284,60 284,60 284,60 284,60 284,60 284,60 Rioolrecht 83,71 83,71 92,61 92,61 119,31 119,31 Gemeentelijke lasten 368,31 522,11 377,21 607,91 403,91 865,31 Lasten ,14 535,54 366,54 635,64 397,74 935,94 In onderstaande tabel is de ontwikkeling van de woonlasten in Zoetermeer zichtbaar gemaakt voor de afgelopen jaren (vanaf 2016) aan de hand van een woning van in 2016 rekening houdend met de gemiddelde waarde ontwikkeling van de feitelijke tarieven van de jaren 2017 tot en met Woning 2016 meerpers. Woning 2017 meerpers. Woning 2018 meerpers. Woning 2019 meerpers. Woning 2020 meerpers. Waarde OZB 375,40 374,60 384,34 390,15 396,46 Afvalstoffenheffing 265,08 264,55 271,43 280,12 284,60 Rioolrecht 111,04 105,67 108,47 110,16 111,79 Gemeentelijke lasten 751,52 744,82 764,24 780,42 792,86 108

109 Inkomsten lokale heffingen De geraamde opbrengsten van de woonlastenheffingen (OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing) laten voor 2020 het volgende beeld zien: bedrag x Begroting 2020 OZB Afvalstoffenheffing Rioolheffing Totaal De opbrengsten van de belangrijkste overige gemeentelijke heffingen zijn in onderstaande tabel weergegeven. bedrag x Begroting 2020 Toeristenbelasting 307 Hondenbelasting 559 Precario 377 Parkeerbelasting Totaal De ramingen voor 2020 zijn conform de opgenomen bedragen in deze programmabegroting. 109

110 7.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding Een gezonde financiële positie van de gemeente is een absolute voorwaarde voor haar slagkracht. Dat vergt niet alleen een sluitende begroting, maar óók voldoende weerstandscapaciteit in relatie tot de risico s. Voorspellen is moeilijk. We moeten anticiperen op risico s en de mogelijkheid om tegenvallers op te vangen. De beschikbare weerstandscapaciteit is de belangrijkste financiële buffer voor risico s, waarvoor geen specifieke voorzieningen zijn getroffen. Deze paragraaf geeft een overzicht van de belangrijkste risico s voor de gemeente Zoetermeer. De omvang van deze risico s en de aanwezige weerstandscapaciteit bepalen of de gemeente over voldoende weerstandsvermogen beschikt Risico's De belangrijkste risico s onderverdeeld in grondzaken en concern op peildatum najaar 2019 staan hieronder. Risico Bedrag Kans Grondzaken Algemeen: Hogere investeringen 1,6 mln 50% Algemeen: Formatierisico Grondbedrijf, plankosten 2,4 mln 25% Algemeen: Immateriële vaste activa (IMVA) 0,7 mln 50% Boerhaavelaan ** ** Cadenza 1 (visie binnenstad/voormalig Centrum Oost) ** ** Cadenza 2 (visie binnenstad) ** ** Tekort grondexploitatie Palenstein 3,6 mln 60% Westelijke Entree 0,7 mln 50% Van Leeuwenhoeklaan ** ** Oosterheem 1,1 mln 50% Voorweg Noord 0,2 mln 50% Lansinghage 1,4 mln 50% Katwijkerlaantrace ** ** Concern Gemeentegaranties geldleningen aan woningbouwverenigingen* 2,2 mln 1% Deelneming in Gemeenschappelijke Regeling Bleizo 5,4 mln 50% Gemeentegarantie eigen woningen pm pm * Bedrag en/of kans gewijzigd ** Om bijzondere (juridische) redenen niet vermeld/nog niet in te schatten Financiële omvang risico s Met het systeem NARIS wordt een simulatie gemaakt, waarmee in beeld wordt gebracht wat de financiële consequenties van de risico s zijn. Er wordt een kansberekening gemaakt op de waarschijnlijkheid van het zich gelijktijdig voordoen van risico s en het bedrag dat daarmee is gemoeid. Daarbij wordt een 95% betrouwbaarheidsmarge gehanteerd. De analyse wordt gescheiden uitgevoerd voor enerzijds grondzaken en anderzijds de overige organisatie. Uit de analyse komt het bedrag dat nodig is om met 95% zekerheid de risico s af te dekken. De risicosimulatie wordt toegepast, omdat het reserveren van het maximale bedrag ongewenst is. De risico's zullen immers niet allemaal tegelijk en in hun maximale omvang optreden. Het berekende risico bij grondzaken bedraagt 5,8 mln. Bij het overige concern is dat 4,9 mln Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit de financiële middelen en mogelijkheden om onverwachte, niet begrote kosten te kunnen dekken. Tot de weerstandscapaciteit voor incidentele risico s worden de algemene reserves gerekend. In geval van tekortschietende algemene reserves kunnen ook de bestemmingsreserves worden aangewend. Dit betekent dan wel dat wordt afgezien van de realisatie van een bestemming of dat er zo snel mogelijk aanvullende dekkingsmaatregelen worden gezocht om de bestemmingsreserve weer beschikbaar te krijgen. De tabel toont hoe de weerstandscapaciteit is opgebouwd. 110

111 Weerstandscapaciteit bedragen * 1 mln Omschrijving Weerstandscapaciteit Vrij inzetbare reserve 4,5 4,5 4,5 4,5 Totaal weerstandscapaciteit excl. weerstandscapaciteit Grondbedrijf 4,5 4,5 4,5 4,5 Weerstandscapaciteit Grondbedrijf Reserve versterking financiële positie Grondbedrijf 31/12 9,4 10,7 11,2 11,4 Reserve risico's 31/12 1,2 0,9 0,6 0,4 Totaal weerstandscapaciteit Grondbedrijf 10,6 11,6 11,8 11,8 Totale weerstandscapaciteit 15,1 16,1 16,3 16, Weerstandsvermogen De verhouding tussen de weerstandscapaciteit en de waarschijnlijke risico-omvang is gedefinieerd als de ratio voor het weerstandsvermogen. Als gewenste ratio voor het weerstandsvermogen wordt voor het concern exclusief grondzaken voldoende gehanteerd. Het NAR hanteert hiervoor de bandbreedte van een ratio tussen 1.0 en 1.4. In Zoetermeer wordt de grenswaarde van 1.0 gehanteerd. Als ratio voor het weerstandsvermogen van grondzaken wordt eveneens voldoende als toereikend gezien. Ook hier wordt de ondergrens van 1.0 als ratio gehanteerd. Als de ratio lager is dan 1.0 betekent dat dus dat er onvoldoende weerstandscapaciteit is. Anders gesteld: de risico-omvang vermenigvuldigd met de ratio bepaalt de benodigde weerstandscapaciteit. Bij de berekening en beoordeling van het weerstandsvermogen wordt onderscheid gemaakt tussen het concern (exclusief grondzaken) en grondzaken. De tabel geeft de opbouw van de weerstandscapaciteit van deze onderdelen weer. Weerstandsvermogen bedragen * 1 mln Omschrijving Weerstandsvermogen excl. Grondbedrijf Totaal aan gekwantificeerde risico's 4,9 4,9 4,9 4,9 Norm voor niet gekwantificeerde risico's 7,1 7,1 7,1 7,1 Totaal aan berekende risico's excl Grondbedrijf 12,0 12,0 12,0 12,0 Weerstandscapaciteit excl. Grondbedrijf 4,5 4,5 4,5 4,5 Tekort aan weerstandscapaciteit excl. Grondbedrijf -7,5-7,5-7,5-7,5 Grondbedrijf Totaal aan risico's Grondbedrijf 5,8 5,8 5,8 5,8 Weerstandscapaciteit Grondbedrijf 10,6 11,6 11,8 11,8 Afroming weerstandscapaciteit (beschikbaar t+1) 2,1 3,6 4,6 4,8 111

112 7.2.5 Uitwerking Concern excl. Grondbedrijf Uit het simulatiemodel met de risico s van het concern exclusief grondzaken blijkt dat de maximale omvang van de risico s (met een zekerheid van 95%) uitkomt op een bedrag van 4,9 mln. De omvang van de berekende risico s wordt aangevuld met 2% (voor de niet te kwantificeren risico s) van het begrotingstotaal (lasten) van de gewone dienst van de begroting, exclusief grondbedrijf. Gebleken is dat sommige risico s moeilijk zijn te schatten. Daarbij is het wenselijk een zekere financiële buffer aan te houden. Tussen het bekend worden van budgettaire tegenvallers en het treffen van passende maatregelen kan enige tijd bestaan. Dit kan zich bijvoorbeeld voordoen bij de periodieke aanbesteding van onderhoud van de openbare ruimte. De beschikbare budgetten kunnen onvoldoende blijken. De budgettaire frictie die daardoor ontstaat moet kunnen worden opgevangen. De berekende norm voor de niet gekwantificeerde risico s voor deze begroting bedraagt 7,1 mln. De berekende risico-omvang komt uit op 4,9 mln. De totale risico-omvang wordt dus ingeschat op 12 mln. De weerstandscapaciteit bedraagt een tekort van 7,5 mln. Het weerstandsvermogen bedraagt 0,37 en voldoet dus niet aan de norm van 1.0. Grondbedrijf De omvang van de risico s is volgens de simulatie van het NARIS 5,8 mln. en de weerstandscapaciteit is 10,6 mln. Het weerstandsvermogen is 1,8. Een tekort (ratio <1,0) of overschot van de weerstandscapaciteit van grondzaken ten opzichte van het totaal van de risico s kan leiden tot een afroming of aanvulling van de weerstandscapaciteit. Indien sprake is van een ratio >1,2 wordt het overschot aan het einde van het jaar gestort in de Reserve Investeringsfonds De ratio van 1,8 leidt dus tot een afrominng van 2,1 mln. in Financiële kengetallen Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) verplicht om vanaf 2016 een set financiële kengetallen op te nemen in de programmabegroting en jaarrekening. Deze kengetallen hebben voor de raad vooral een signaleringswaarde bij het beschouwen van de financiële positie van de gemeente. Eén afzonderlijk kengetal zegt niet zo veel en moet altijd in relatie met de andere kengetallen worden bezien. De kengetallen maken inzichtelijker wat de financiële ruimte is om structurele en incidentele laten te kunnen dekken of opvangen. Ze geven globaal inzicht in de financiële weerbaar- en wendbaarheid en vormen een basis voor de beoordeling hoe solide de begroting is. De beoordeling van de financiële positie is geen doel op zich en moet altijd worden bezien in het licht van de totale maatschappelijke opgave van onze stad. Het te bereiken maatschappelijk effect en de bijdrage aan de inhoudelijke beleidsdoelstellingen zijn hierbij nadrukkelijk van belang. De financiële positie is ondersteunend aan het afwegingsproces van het bestuur bij het maken van verantwoorde keuzes. Afwegingen waarbij de beantwoording van de vragen: wat willen we bereiken, wat gaan we daarvoor doen en wat mag het kosten? worden afgezet ten opzichte van de impact op de financiële positie. Vooralsnog bestaat geen (landelijke) normering om te beoordelen wat de prestaties zijn. Op het moment, dat in de toekomst bijvoorbeeld vergelijkingen mogelijk zijn met landelijk gemiddelden en de trend waarin de kengetallen zich ontwikkelen, krijgt het overzicht van deze financiële kengetallen een meerwaarde. Voor de provincie als toezichthouder blijft een structureel, sluitende begroting het bepalende criterium. De eerste vier kengetallen staan in relatie met financiële risico s met een lange termijn karakter. De laatste twee kengetallen geven aan in hoeverre ruimte in de exploitatie bestaat om de financiële lange termijn risico s af te kunnen dekken. 112

113 Kengetallen Rekening 2019 Begroting 2019 Begroting 2020 Begroting 2021 Begroting 2022 Begroting a netto schuldquote 18,4% 30,2% 34,3% 39,3% 42,8% 44,6% 1.b netto schuldquote gecorrigeerd voor leningen 16,2% 28,0% 32,2% 37,3% 40,9% 42,7% 2 solvabiliteit 56,6% 51,0% 47,7% 44,9% 42,4% 43,1% 3 kengetal grondexploitatie 4,4% 4,8% 4,8% 3,3% 1,8% 1,2% 4 structurele exploitatieruimte -0,4% -1,0% 0,6% 0,4% -0,4% -0,8% 5 belastingcapaciteit 102,9% 100,0% 103,5% 100,0% 100,0% 100,0% De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. Deze schuldquote bevat ook gelden die zijn uitgeleend aan derden. Het kengetal geeft een indicatie van de mate, waarin de rentelasten op de exploitatie drukken. De VNG geeft als richtlijn, dat bij een netto schuldquote hoger dan 130% sprake is van een zeer hoge schuld en dat een schuld tussen de 100% en 130% aandacht vraagt. In vergelijking met andere gemeenten is de netto schuld quote van de gemeente Zoetermeer bescheiden te noemen. De begroting van de gemeente is daardoor relatief ongevoelig voor wijzigingen in de rentestand. De schuldquotes lopen in de komende jaren op. Enerzijds doordat de financieringsbehoefte toeneemt als gevolg van bijvoorbeeld investeringen in het groot onderhoud in de openbare ruimte en vervanging van schoolgebouwen, anderzijds door een dalend eigen vermogen en dus minder mogelijkheden om het eigen vermogen aan te wenden voor de financiering (zie paragraaf Financiering). Met een eventuele verkoop van Eneco en investeringen voor de Schaalsprong is nog geen rekening gehouden. De solvabiliteitsratio is het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal en geeft inzicht in de mate, waarin de gemeente in staat is aan haar verplichtingen te voldoen. Deze ratio geeft aan welk deel van de investeringen is gefinancierd met eigen geld. De solvabiliteit loopt terug. Belangrijkste reden is het beroep dat op de reservemiddelen wordt gedaan om de tekorten in de exploitatie te dekken. Het kengetal grondexploitatie geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten in de begroting. De boekwaarde van de gronden moet worden terugverdiend bij de verkoop. De komende jaren zal de boekwaarde vanwege verkopen verder dalen. De structurele exploitatieruimte is van belang om te beoordelen welke structurele ruimte de gemeente heeft om de eigen lasten te dragen of welke structurele stijging van de baten of daling van de lasten daarvoor nodig is. Het kengetal laat goed zien dat er alleen in 2020 en 2021 nog enige structurele ruimte is in de huidige begroting en dat er (aanvullende) maatregelen nodig zijn om structureel tot een sluitende begroting te komen. De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk van de gemeente zich verhoudt tot het landelijk gemiddelde. Zoetermeer beweegt zich in de middenmoot. 113

114 7.3 Onderhoud kapitaalgoederen Inleiding De instandhouding van de kapitaalgoederen is in de gemeente Zoetermeer vastgelegd in beheerplannen, waarin het meerjarig onderhoudsprogramma en de daarbij behorende financiële gevolgen zijn opgenomen. In de beheerplannen is ook het gewenste kwaliteitsniveau van de voorziening vastgelegd. Per categorie wordt ingegaan op het onderhoud van de kapitaalgoederen: 1. Openbare Ruimte (wegen en groen) 2. Riolering 3. Ondergrondse Inzamelmiddelen 4. Begraafplaatsen 5. Vastgoed (gebouwen) 6. Beeldende kunst Openbare Ruimte Omschrijving algemeen beleidskader De Beheervisie Openbare Ruimte Samen werken aan de stad (BOR) is in 2016 vastgesteld. In de BOR zijn de kwaliteitsdoelen voor de verschillende disciplines en de beheerstrategie omgevingsbewust beheer opgenomen. Inzetten van omgevingsbewust beheer betekent een koersverandering waarbij meer dan voorheen wordt gestuurd op effect en risico. In 2017 is gestart met de kwaliteitsverbetering openbare ruimte, het doorontwikkelen van de integrale onderhoudsbestekken en de programmering en uitvoering van het groot onderhoud en vervanging volgens de vernieuwde BBV-regels. Die schrijven voor dat, om te komen tot meer vergelijkbaarheid tussen gemeenten, investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijke nut met ingang van 2017 gelijk moeten worden behandeld als investeringen met een economisch nut. Als gevolg daarvan worden investeringen met maatschappelijk nut geactiveerd en afgeschreven overeenkomstig de verwachte gebruiksduur. In wordt gestart met de actualisatie van de beheervisie waarbij toegankelijkheid van de openbare ruimte nadrukkelijk wordt meegenomen. De benodigde financiële middelen zijn in de BOR voor een periode van tien jaar geoormerkt. Ook wordt een doorkijk gegeven over de komende zestig jaar. Jaarlijks wordt ongeveer 35 mln. geïnvesteerd in het onderhoud van de openbare ruimte. Hiertegenover staat de waarde van de openbare ruimte (wegen, fietspaden, bomen, speeltoestellen en riolering) die ongeveer 1,5 miljard vertegenwoordigt. Financiële consequenties In 2017 is een nulmeting voor de verwachte uitgaven groot onderhoud en vervanging in de openbare ruimte opgesteld. Deze nulmeting heeft onvermijdelijke ontwikkelingen zoals efficiencyverbeteringen en areaalreductie in beeld gebracht. De kosten van het groot, dagelijks en periodiek onderhoud komen ten laste van programma 3 Leefbaarheid, duurzaam en groen. De jaarlijkse fluctuaties worden verrekend via de egalisatiereserve groot onderhoud bovengronds. Egalisatiereserve groot onderhoud bovengronds * Rekening Begroting Saldo Storting in de Egalisatiereserve groot onderh. bovengronds 0 0 Waardevermeerdering / rente t.g.v. voorziening Nieuwe investeringen in groot onderhoud Verwachtingen 0-1 Saldo

115 7.3.3 Riolering Omschrijving beleidskader Conform de Wet milieubeheer geeft de gemeente in het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) aan op welke wijze zij haar wettelijke taak voor een doelmatige inzameling en transport van afvalwater wil uitvoeren. Het plan is gericht op een duurzame instandhouding van een goed werkende riolering. In 2016 is het geactualiseerde Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) vastgesteld door de raad. Financiële consequenties De kosten van het groot onderhoud komen ten laste van de Voorziening riolering. Voorziening riolering Rekening Begroting * Saldo Storting in voorziening Waardevermeerdering / rente t.g.v. voorziening Nieuwe investeringen Saldo Ondergrondse inzamelmiddelen Omschrijving algemeen beleidskader De kosten van het groot onderhoud van de ondergrondse inzamelmiddelen ten behoeve van afvalinzameling verlopen niet gelijkmatig over de jaren. In het bestedingsplan groot onderhoud staan de kosten voor de komende jaren geraamd. Om een constante lastenraming in de begroting te hebben, wordt hiervoor de voorziening afvalstoffenheffing gebruikt. Financiële consequenties Jaarlijks wordt een constant bedrag in de voorziening gestort voor het groot onderhoud van de ondergrondse inzamelmiddelen. Tegenover de kosten van het groot onderhoud staat een onttrekking uit de voorziening. Voordelen op de afvalstoffenheffing als gevolg van uitgestelde investeringen worden bij de jaarrekening ook aan deze voorziening toegevoegd. Bij de belastingverordening 2019 is besloten om van 2019 tot en met 2022 jaarlijks te onttrekken aan de voorziening om het tarief van de afvalstoffenheffing te verlagen. Bij de Perspectiefnota 2020 is voorgesteld om in aan de voorziening te onttrekken voor de invoering van de maatregelen die voortkomen uit het bezuinigingstraject Ombuigen en Vernieuwen. De voorziening ontwikkelt zich de komende jaren als volgt: Voorziening afvalstoffenheffing * Rekening Begroting Saldo Storting in voorziening Waardevermeerdering / rente t.g.v. voorziening Nieuwe investeringen Verwachtingen groot onderhoud Belastingverordening Perspectiefnota Saldo Begraafplaatsen 115

116 Omschrijving algemeen beleidskader Het beleid met betrekking tot de begraafplaatsen is vastgelegd in de Beheerverordening gemeentelijke begraafplaatsen en de Uitvoeringsbesluiten gemeentelijke begraafplaatsen, beide vastgesteld in In 2011 (raadsvoorstel ) is besloten tot een uitbreiding van de begraafplaatsen in Zoetermeer. Met dit besluit werd geanticipeerd op de vergrijzing en een verwachte toename van het aantal begravingen en crematies. Met de uitbreidingen kunnen deze ontwikkelingen worden opgevangen. In 2017 en 2018 is de uitbreiding van de begraafplaats, de entree en het parkeerterrein grotendeels voltooid en is de vernieuwing van het columbarium (urnenmuur) en de bouw van een nieuw onderkomen afgerond. Financiële consequenties De gebouwde voorzieningen op de begraafplaatsen zijn op basis van kapitaallasten gefinancierd, waardoor vervanging op termijn mogelijk is. De kosten voor het ruimen van de graven en groot onderhoud worden gedekt uit de Voorziening afkoopsommen onderhoud graven. Door het ruimen ontstaat er weer ruimte op de begraafplaats. Voorziening afkoopsommen onderhoud graven * Rekening Begroting Saldo Storting in voorziening Aanwending ten gunste van de exploitatie Waardevermeerdering / rente t,g,v, voorziening Nieuwe investeringen Verwachtingen Verwachtingen (correctie vrijval) Saldo Vastgoed Omschrijving algemeen beleidskader De kernopgave van de vastgoedportefeuille is dat deze in kwaliteit, functie, omvang en ligging voldoet aan de beleidsmatig vastgestelde huisvestingsvraag van de gemeente, vastgesteld in de Vastgoednota in Dat betekent dat bij structurele leegstand gebouwen afgestoten moeten worden en dat voor huisvestingsvragen, waarvoor binnen de bestaande portefeuille geen passende huisvesting beschikbaar is, nieuwe gebouwen worden aangetrokken. Voor de sociaal-culturele (doorgaans wijkgebonden) voorzieningen zet de gemeente in op krachtige, flexibele, eenvoudig aanpasbare multifunctionele centra waarin meerdere (wijk)functies zijn gecentreerd. De vorming van Integrale Kind Centra' is daar een voorbeeld van. Beleidskader onderhoud Het onderhoud aan de gemeentelijke vastgoedportefeuille vindt planmatig plaats op basis van het Meerjaren Onderhoud Planning (MJOP). Het MJOP laat zich vertalen in een lijst met jaarlijks uit te voeren onderhoudsactiviteiten en frequentie van uitvoering. Nieuwe wet- en regelgeving wordt verwerkt in de periodieke aanpassing van het MJOP. Uitgangspunt is toestandsafhankelijk onderhoud, dat betekent dat onderhoud wordt uitgevoerd als een bepaalde normwaarde is onder- of overschreden. De onder- of overschrijding van de normwaarde wordt tweejaarlijks geconstateerd tijdens een inspectie. 116

117 Omvang vastgoedportefeuille Zoetermeer heeft een vastgoedportefeuille van ruim 280 objecten/adressen met een oppervlakte van circa m² aan gebouwen en m² aan terreinen met een totale WOZ-waarde van circa 260 mln. De portefeuille is zeer divers en is te verdelen in vijf hoofdportefeuilles: 1. Onderwijsaccommodaties Schoolbesturen zijn formeel juridisch eigenaar van de onderwijsgebouwen en gronden, terwijl de gemeente het economisch claimrecht heeft. Dit betekent dat schoolbesturen en gemeente een gezamenlijke verantwoordelijkheid dragen voor de instandhouding hiervan. 2. Sociaal-cultureel vastgoed Concrete voorbeelden hiervan zijn de bibliotheken, het Stadstheater, multifunctionele centra, stadsboerderijen, kinderopvang en buurthuizen. 3. Accommodaties voor binnen- en buitensport Het betreft de gym- en sportzalen, de diverse sportparken en de zwembaden. 4. Ambtelijk vastgoed Ambtelijk vastgoed omvat alle vastgoedobjecten die in gebruik zijn voor het huisvesten van de gemeentelijke organisatie, zoals het stadhuis, de wijkposten, de afvalinzameling en werkplaatsen. 5. Commercieel en overig vastgoed Vastgoedobjecten die in gebruik zijn door commerciële huurders voor het uitvoeren van economische bedrijvigheid behoren tot de portefeuille commercieel vastgoed. Voorbeelden zijn kantoren, parkeergarages, bedrijfsruimten en winkels. Instandhoudingstermijnen, afschrijving en onderhoud Met het bestaande investeringsbeleid van het vervangingsfonds onderwijs is bepaald welke toekomstige investeringen er nodig zijn om de bestaande voorraad schoolgebouwen in dezelfde kwaliteit in stand te houden. Het fonds wordt gevoed door een jaarlijkse storting, waarvan de hoogte zodanig is bepaald dat het fonds niet negatief wordt. De investeringen zijn gebaseerd op een levensduur van 50 jaar, waarna vervangende nieuwbouw of vernieuwbouw plaatsvindt. Halverwege de levensduur vindt een kleinschalige renovatie plaats. Het volledige onderhoud komt voor rekening van schoolbesturen. Voor de toekomstige ruimtebehoefte van scholen wordt rekening gehouden met leerlingenprognoses. Om te komen tot de doelstelling in de periode de schoolgebouwen aardgasvrij, energieneutraal en tegelijkertijd met een gezond binnenklimaat te realiseren, is nieuw investeringsbeleid noodzakelijk. Hiervoor wordt een Masterplan opgesteld. De kredieten zijn normatief en taakstellend voor de planvorming. De uitvoering voor het primair onderwijs wordt aangestuurd en begeleid door de gemeente. Daarmee bepaalt de gemeente in overleg met de schoolbesturen, dat de planvorming voldoet aan het geformuleerde beleid ten aanzien van tussentijdse investeringen en tot welke omvang de inzet van het taakstellend budget nodig is. De schoolbesturen zetten tegelijkertijd met de gemeentelijke investeringen eigen middelen in voor (groot) onderhoud, waardoor sprake is van een efficiënte en integrale aanpak. Het voortgezet onderwijs doet in principe zelf de uitvoering. Daarvoor verlangt de gemeente vooraf inzicht in de planvorming en de kosten daarvan en een accountantsverklaring bij oplevering. Reserves en voorzieningen t.b.v. onderhoud Onderwijs Het vervangingsfonds schoolgebouwen (formeel: Reserve egalisatie investeringen schoolgebouwen) is in 2000 ingesteld en zorgt voor dekking van de investeringslasten van vervangings- of renovatie investeringen van de bestaande voorraad schoolgebouwen. De voeding van het fonds vindt plaats door een jaarlijks met oplopende storting. Die oploop vindt plaats tot en met 2031 en de dekking daarvan wordt gevormd door vrijval van de eerste investeringen in schoolgebouwen. Het vervangingsfonds voorkomt dat voor de dekking van nieuwe investeringen een beroep moet worden gedaan op het begrotingssaldo en egaliseert pieken en dalen. De onderbouwing ligt vast in een beheerplan dat om de vijf jaar wordt herijkt. 117

118 In 2016 is het vervangingsfonds, onderbouwd door het Integraal Huisvestingsplan , op drie onderdelen herijkt: - bijstelling financieel-technische uitgangspunten/parameters in het beheerplan vervangingsfonds; - capaciteitsaanpassing op basis van leerlingenprognoses; - herschikking, clustering en eerdere nieuwbouw van scholen ten gevolge van gesignaleerde knelpunten. Na 2020 volgt conform het beleid een herijking van het fonds. De gevolgen van de herijking kunnen invloed hebben op de investeringen in de schoolgebouwen. Deze gevolgen worden in het raadsbesluit opgenomen. * Reserve egalisatie schoolgebouwen Rekening Begroting Saldo Storting reserve Waardevermeerdering/rente tgv de reserve Verminderingen ivm dekking kapitaallasten Verwachtingen Saldo Per 1 januari 2015 is het onderhoud buitenzijde schoolgebouwen gedecentraliseerd. Voor de egalisatie van kosten onderhoud van schoolgebouwen, die door de gemeente worden geëxploiteerd is de voorziening onderhoud schoolgebouwen in stand gehouden. De jaarlijkse voeding van deze voorziening wordt gevormd door inkomsten van schoolbesturen en derden. * Voorziening onderhoud schoolgebouwen Rekening Begroting Saldo Storting reserve Waardevermeerdering/rente t.g.v. reserve Nieuwe investering Verwachtingen Saldo Ambtelijke huisvesting en overig Hiervoor is in 2011 de reserve groot onderhoud ambtelijke huisvesting en wijkonderkomens, accommodaties openbare ruimte en strategische panden gevormd. * Reserve groot onderhoud ambtelijke huisvesting Rekening Begroting Saldo Storting reserve Waardevermeerdering / rente t.g.v. reserve Nieuwe investering Verwachtingen Saldo

119 Sport en Sociaal-cultureel De bestemmingsreserve groot onderhoud welzijnsaccommodaties heeft als doel de kosten voor groot onderhoud aan sociaal-culturele gebouwen en sportvoorzieningen op de lange termijn te kunnen financieren en te egaliseren. De bestemmingsreserve wordt jaarlijks gevoed met een tot en met 2027 oplopende storting die wordt gedekt uit de vrijval van de kapitaallasten van welzijnsaccommodaties. Geschat wordt dat vanaf 2029 de vrijval aan kapitaallasten structureel hoger is dan de benodigde storting. De niet-benodigde vrijval kan dan vanaf die datum worden aangewend om de kosten te kunnen dekken van functionele aanpassingen, levensduur verlengend onderhoud, vervanging en renovatie. Reserve groot onderhoud welzijnsaccommodaties / sportaccommodaties * Rekening Begroting Saldo Storting reserve Waardevermeerdering-rente t.g.v. reserve Nieuwe investering Verwachtingen Saldo Reserve groot onderhoud welzijnsaccommodaties / sociaal cultureel * Rekening Begroting Saldo Storting reserve Waardevermeerdering / rente t.g.v. reserve Nieuwe investering Verwachtingen Saldo Voor het Voorjaarsdebat 2020 worden de bestemmingsreserve groot onderhoud welzijnsaccommodaties en de bestemmingsreserve ambtelijke huisvesting, wijkonderkomens, accommodaties openbare ruimte en strategische panden herijkt. Ontwikkelingen In 2020 zijn de volgende ontwikkelingen op het gebied van nieuwbouw en renovatie gepland: Onderwijs - Afronding bouw Overwater 1 - Start bouw Moerbeigaarde 58 - Voorbereiding Velddreef Start bouw Chaplinstrook 2-4 Sport - Start voorbereiding nieuwbouw was- en kleedaccommodatie FC Zoetermeer - Oplevering bouw Gymworld - Afronding renovatie Noordwesterhal/turnhal - Start voorbereiding nieuwbouw binnen- en buitenzwembad Sociaal-cultureel - Afronding bouw Terra in de Dorpsstraat - Start aanpassing/renovatie Balijhoeve 119

120 Ambtelijke huisvesting - Uitvoeren aanpassingen Stadhuis Forum - Voorbereiding aardsgasvrij Palenstein Beeldende kunst Op basis van een evaluatie is in 2013 een meerjarig onderhoud- en bestedingsplan voor beeldende kunst in de openbare ruimte opgesteld. Dit plan wordt jaarlijks getoetst aan de ervaringscijfers. Op basis van deze gegevens worden de te onttrekken onderhoudsbudgetten opgenomen. * Reserve onderhoud beeldende kunst in de openbare ruimte Rekening Begroting Saldo Storting in reserve Waardevermeerdering / rente t.g.v. reserve Nieuwe investeringen Verwachtingen (onderhoudsuitgaven) Verwachting i.v.m. opheffing reserve per Saldo

121 7.4 Financiering Inleiding In het Treasurystatuut is de structuur, inrichting en het beleid van de treasuryfunctie vastgelegd. De concrete vertaling van het treasurybeleid wordt jaarlijks in de financieringsparagraaf bij de programmabegroting weergegeven. Verantwoording over en/of tussentijdse aanpassing van (de uitvoering van) het beleid vindt plaats in de tussenrapportages en de jaarrekening. De treasuryfunctie ondersteunt de uitvoering van de programma s met als doelstelling: Het beheren van financiële posities en geldstromen op een zodanige wijze dat de daaraan verbonden risico's worden beperkt en de daarmee gepaard gaande kosten en opbrengsten worden geoptimaliseerd". De beheersing van deze geldstromen dient uitsluitend de publieke taak. Het prudente karakter van de treasury-activiteiten staat hierbij voorop. Uit de treasuryactiviteiten volgen rentelasten en/of rentebaten. In deze paragraaf komen de raming en ontwikkeling van rente en financieringsbehoefte aan de orde. Onder de treasuryfunctie valt niet het garanderen van verstrekte geldleningen aan derden. Deze activiteiten vallen onder de betreffende programma s Ontwikkelingen Algemeen De regelgeving voor gemeenten op het gebied van de rente is opgenomen in de wet Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). Het betreft de verwerking van de rentelasten en -baten in de begroting en jaarstukken. In de begrotingsraad van 2019 is de Rentenota 2018 vastgesteld waarin de Zoetermeerse werkwijze met betrekking tot rente is opgenomen. De belangrijkste onderdelen van de nota zijn de werkwijzen aangaande de gehanteerde rentepercentages bij het opstellen van de begroting, het doen van investeringen, de toerekening van rente aan programma's, de wijze van financiering en hoe wordt omgegaan met de rente- en financieringsrisico's. Ook staat de werkwijze bij afwijkingen in de werkelijkheid beschreven. Rentescenario (gehanteerd rentepercentage) Ieder jaar bij de perspectiefnota wordt het rentescenario bekeken en eventueel een voorstel tot wijziging gedaan. Het te hanteren rentescenario wordt vervolgens in de programmabegroting vastgesteld. Bij de Perspectiefnota 2020 (voorjaar 2019) is het volgende scenario gehanteerd: Rente scenario Perspectiefnota Nieuwe leningen lang 1,5% 2,0% 2,5% 3,0% 3,5% Korte leningen 0,5% 1,0% 1,5% 2,0% 2,5% Het rentescenario is de verwachte rente(ontwikkeling) voor langlopende leningen. Als ijkpunt voor 'langlopend' wordt een lening met een looptijd van 10 jaar gehanteerd met een aflossing ineens aan het eind van de looptijd (= 10 jaar fix). De in het rentescenario opgenomen verwachte renteontwikkeling is gebaseerd op: - huidige marktrente; - historische rente (trend); - inschatting van de renteontwikkeling door de grootbanken; - een scenario van een gefaseerd 'groeien' naar het structurele renteniveau. De actuele renteontwikkeling toont gedurende de afgelopen maanden in 2019 een forse daling van de rente voor langlopende leningen. Deze rentedaling is aanleiding om de in het rentescenario opgenomen percentages voor de eerstkomende jaren te verlagen. De structurele rente blijft vooralsnog gehandhaafd op 3,5%. De huidige tarieven in de markt (peildatum 27 augustus 2019) zijn: 121

122 Lange rente De lange rente (10 jaar fix) is in 2019 gedaald van 1,13% (stand 1 januari 2019) naar 0,02% (stand 31 augustus 2019). Het grootste deel van deze rentedaling (0,8%!) heeft plaatsgevonden vanaf 1 mei Korte rente De korte rente (3 maands euribor) is al jaren stabiel net onder 0,30% (stand 31 augustus ,43%). In onderstaande tabel is het nieuwe rentescenario opgenomen. Nieuw rente scenario Programmabegroting Nieuwe leningen lang 0,5% 1,3% 2,0% 2,8% 3,5% Korte leningen -0,5% 0,3% 1,0% 1,8% 2,5% Deze renteaanpassing en een actualisatie van de omvang van de financieringsbehoefte hebben budgettaire gevolgen (aanpassing geraamde rentelasten), die verwerkt zijn in het Overzicht Algemene Dekkingsmiddelen (OAD): een voordeel van in 2020 en structureel vanaf De signalen vanuit ECB duiden op een langdurige lage rente. Op basis hiervan wordt bij de volgende perspectiefnota het rentescenario van met name de structurele tarief van 3,5% herijkt Risicobeheer Treasury kent een breed scala aan risico's zoals renterisico's, debiteurenrisico, kredietrisico's, liquiditeitsrisico's, koersrisico's en valutarisico s, die moeten worden toegelicht in de treasuryparagraaf. Deze risico's staan benoemd in de wet Fido. Niet alle genoemde risico s zijn van toepassing op de gemeente Zoetermeer. Zo heeft de gemeente Zoetermeer geen leningcontracten in vreemde valuta afgesloten (valutarisico). Daarnaast worden aandelen die de gemeente bezit, in principe tegen nominale waarde op de balans gewaardeerd, waardoor ook geen koersrisico wordt gelopen. Voor het afdekken en beheersbaar houden van het debiteurenrisico en de financiële dekking van oninbare debiteuren zijn beleidsrichtlijnen opgesteld. Ook zijn voorzieningen getroffen die periodiek worden herijkt. De overige risico's worden hieronder toegelicht. Renterisico Het renterisico betreft de kans op schommelingen in rentelasten als gevolg van schommelingen in de rentestand in combinatie met herfinanciering. Om de renterisico s te bewaken is vanuit de wet Fido voorgeschreven het renterisico op twee manieren te bewaken. Het renterisico op korte termijn wordt in beeld gebracht via de kasgeldlimiet en voor de lange termijn financiering door middel van de renterisiconorm. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet geeft voor de gemeente de maximaal toegestane omvang van de kortlopende schuld (met looptijd korter dan één jaar) aan. Wanneer de kasgeldlimiet 3 kwartalen achter elkaar dreigt te worden overschreden, moeten maatregelen worden genomen om overschrijding te voorkomen. Maatregelen betekenen doorgaans het aantrekken van lang geld (consolideren). Bedrag x mln. Berekening van de kasgeldlimiet Begrotingstotaal 377,5 372,4 370,2 368,5 Vastgesteld percentage 8,5% 8,5% 8,5% 8,5% Kasgeldlimiet 32,1 31,7 31,5 31,3 122

123 Renterisiconorm Het renterisico op het lange geld wordt bewaakt via de renterisiconorm. Dit wil zeggen dat de leningenportefeuille maximaal zo hoog mag zijn, dat de jaarlijkse aflossing plus renteherzieningen maximaal 20% van het begrotingstotaal mag zijn. Dat houdt in dat in 2020 maximaal nog voor 75,4 mln. aan aflossingen en/of renteherzieningen mogen worden gedaan. Derivaten Ook bij het aantrekken van nieuwe leningen blijft het renterisico zeer laag, omdat de komende jaren nagenoeg niet wordt afgelost en geen renteherziening plaatsvindt. De aflossing 2020 is begroot op 0,1 mln. (zie bovenstaande tabel). Er is geen noodzaak om eventueel renterisico hierover af te dekken gezien de kleine omvang van dit bedrag. Er wordt dan ook geen gebruik gemaakt van derivaten. Liquiditeitsrisico Onder liquiditeitsrisico wordt verstaan het tegelijkertijd innemen van posities geleend en uitgeleend geld. Vanuit de doelstelling van de treasury worden, binnen de kaders van de renterisiconorm van de wet Fido, dubbele posities zoveel mogelijk vermeden. De periodiek op te stellen liquiditeits- en financieringsprognoses blijven door onzekerheden in de verkopen van gronden onze aandacht houden. Kredietrisico Onder kredietrisico wordt verstaan het risico dat door de gemeente uitgezette geldleningen door de debiteur niet kunnen worden afgelost. Door de invoering van het schatkistbankieren, waarbij een eventueel overschot aan liquide middelen dat boven het kwartaalgemiddelde van 2 mln. uitkomt, uitgezet moet worden bij de Staat en de feitelijke situatie van een geraamd tekort aan financieringsmiddelen, wordt geen kredietrisico ingeschat Leningportefeuille De leningenportefeuille van de gemeente Zoetermeer is per 1 januari 2020 begroot op 60,4 mln. De vaste activa worden grotendeels gefinancierd met eigen vermogen en de aanwezige financieringsmiddelen uit voorzieningen. Overzicht lang geld Bedrag x mln. Stand lening per 1/1 Rente Opgenomen Bedrag x mln. Berekening van de renterisiconorm Renteherzieningen (1) Aflossingen (2) 0,1 0,1 10,1 0,1 Renterisico (3) (=1+2) 0,1 0,1 10,1 0,1 Begrotingstotaal 377,5 372,4 370,2 368,5 Vastgesteld percentage 20% 20% 20% 20% Renterisiconorm (4) 75,5 74,5 74,0 73,7 Ruimte onder renterisiconorm (5) (=4-3) 75,4 74,4 64,0 73,6 BNG (overname van Stg Wijkcentra) 4,600% 0,2 0,2 0,1 0,1 BNG (overname van Stg Wijkcentra) 4,600% 0,2 0,2 0,1 0,1 Waterschapsbank ( / ) 3,285% 10,0 10,0 0,0 0,0 BNG ( / ) 0,827% 10,0 10,0 10,0 10,0 AG ( / ) 1,770% 20,0 20,0 20,0 20,0 BNG ( / ) -0,120% 20,0 20,0 20,0 20,0 Totaal opgenomen 60,4 60,3 50,3 50,2 123

124 7.4.5 Financieringsbehoefte en verwacht renteresultaat De verwachting is dat de financieringsbehoefte in 2020 oploopt evenals in de jaren daarna. Dit heeft vooral te maken met de oploop van investeringen met maatschappelijk nut en investeringen in verduurzaming van schoolgebouwen en de investering in een nieuw zwembad. Daarnaast is er een afname van de reserve middelen. De rentelast in de begroting is gebaseerd op onderstaande financieringsbehoefte en het bij deze programmabegroting voorgestelde rentescenario. In de financieringsbehoefte is geen rekening gehouden met uitgaven met betrekking tot de Schaalsprong. Deze zullen de financieringsbehoefte verhogen. Eveneens is er geen rekening gehouden met de eventuele verkoop van de aandelen van Eneco, die een verlaging van de financieringsbehoefte tot gevolg zal hebben. De feitelijke in- en uitgaande geldstromen die per saldo de financieringsbehoefte bepalen worden gemonitord. Bedrag x mln. Financieringsbehoefte Bestaande bezittingen (activamodule) 353,7 346,6 339,2 331 Toekomstige bezittingen (toekomstige activa) 25,8 34,9 50,7 62,3 Totaal te financieren 379,4 381,5 389,9 393,3 Financiering via: Reserves 202,1 198,4 195,7 192,2 Voorzieningen 50, ,3 Eigen financieringsmiddelen 252,6 250,3 248,8 246,6 Financieringsbehoefte (vreemde financiële middelen) 126,8 131,2 141,1 146,8 Consolidatie schuldpositie In de Programmabegroting 2020 is een budget opgenomen voor te verwachte rentekosten. Deze rentekosten hangen samen met de hoogte van de in het rentescenario opgenomen percentages en de omvang van de investeringen, waarvoor geld moeten worden geleend: de omvang van de financieringsbehoefte. Dit bedrag loopt op tot structureel 3,5 mln. Als gevolg van de zeer lage rentestand en een steeds kleiner verschil tussen de lange en korte rente wordt een groter deel van de schuldpositie van de gemeente gefinancierd met leningen met een lange looptijd. Dit leidt ertoe dat de verschuldigde rentetarieven en daarmee rentekosten - voor langere tijd (5-20 jaar) worden vastgezet. En die rentepercentages liggen ruim onder de percentages waarmee in het rentescenario rekening is gehouden. De verwachte rentekosten dalen ten opzichte van de eerdere raming in de begroting met een bedrag van 2,4 mln. Vrijval rente egalisatiereserve Als gevolg van het aantrekken van financieringsmiddelen met een lange looptijd en de potentieel lagere financieringsbehoefte als gevolg van aanstaande verkoop van Eneco loopt het bedrag van leningen waarvoor de gemeente de komende jaren een renterisico bij herfinanciering loopt sterk terug. Dit betekent dat het bedrag dat voor dit risico in de rente egalisatiereserve is opgenomen van 4,2 mln. met 2,5 mln. kan worden verlaagd. Nieuwe leningen worden pas afgesloten op het moment dat de daadwerkelijke financieringspositie hiertoe aanleiding geeft. Uit de geraamde financieringsbehoefte is een geraamde rentelast berekend. Deze staat in het Overzicht Algemene Dekkingsmiddelen (OAD). 124

125 7.5 Bedrijfsvoering Ontwikkelingen De gemeente als organisatie is in beweging. Een lerende organisatie die maatschappelijke vraagstukken centraal stelt, dienstverlening hoog in het vaandel heeft, inspeelt op de vragen van vandaag én morgen en zich bewust is van haar bredere plek in de stad en de regio. Dit alles vraagt iets van de bedrijfsvoering van de gemeente. Ontwikkelagenda Eind juli 2019 is de organisatiemissie en -visie geactualiseerd en vastgesteld. De basis hiervoor is een aantal jaren geleden gelegd met Toekomstgericht Werken (2017) met de thema s: hart voor de stad, samen bouwen, eigen kracht en tijd en ruimte om te leren. De urgentie om deze visie te verwezenlijken is alleen maar toegenomen in deze tijden van bezuinigen. De uitwerking van de organisatiemissie en -visie gebeurt in een ontwikkelagenda. De ontwikkelagenda is de strategische leidraad voor organisatievraagstukken en brengt samenhang en prioritering in (lopende) organisatietrajecten staat in het teken van leren met elkaar (organisatie, stad, politiek) rondom concrete casussen én de lessen hieruit toepassen. Dit helpt bij (het voorbereiden op) een aantal grote veranderingen als de Omgevingswet, het Zoetermeers werkbedrijf, de transformatie sociaal domein. Op deze wijze krijgt de organisatiemissie en -visie in 2020 meer en meer betekenis in de werkpraktijk. In de ontwikkelagenda is aandacht voor bevlogenheid van ambtenaren. Bevlogenheid leidt tot betere arbeidsprestaties en minder arbeidsuitval. Ontwikkelen van medewerkers en werken vanuit talenten zijn daarbij belangrijke succesfactoren waarop we inzetten. Optimaliseren organisatie In het kader van ombuigen en vernieuwen is uiteraard ook het optimaliseren van de organisatie van groot belang. Dit doen we onder andere door werkprocessen efficiënter in te richten waarbij de klantwaarde altijd centraal staat. Ook het versterken van projectmatig werken draagt hieraan bij. Versterken controlfunctie Medio 2019 is de eigenstandige en verbijzonderde functie van concerncontroller ingevuld. De concerncontroller valt direct onder de algemeen directeur/gemeentesecretaris en is signalerend en adviserend lid van het directieteam. Per 1 oktober 2019 start de afzonderlijke eenheid Concerncontrol, inclusief de taken van de verbijzonderde interne controle en administratieve organisatie. Daarna worden de aandachtspunten voor het controlplan 2020 bepaald. Naar verwachting moeten met ingang van 2021 colleges van burgemeester en wethouders zelf een rechtmatigheidsverklaring afgeven bij de jaarrekening. De externe accountant krijgt hierdoor ook een andere rol. Dit heeft gevolgen voor de (interne) verantwoording binnen gemeentelijke organisaties. Bij het verbeteren van de werkprocessen en het projectmatig werken is er mede daarom nadrukkelijk aandacht voor de borging van de rechtmatigheid. In 2020 wordt een doorlichtingsonderzoek in het kader van art. 213a Gemeentewet uitgevoerd naar de doelmatigheid en rechtmatigheid van het beleid en de uitvoering van inkoop en aanbesteding. Privacy en informatiebeveiliging Met de invoering van de AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming) zijn er strengere eisen aan de bescherming van peroonsgegevens van toepassing. De uitvoering van de wetgeving is een continu proces en komt terug in de diverse werkprocessen door de gehele organisatie. Er blijft continue aandacht voor de bewustwording bij medewerkers over informatieveiligheid, gegevensbescherming (privacy) en datalekken. De organisatie beschikt over een Functionaris voor de Gegevensbescherming, Privacy Officer, Chief Information Security Officer en een strategisch adviseur informatiebeveiliging. 125

126 Vanaf 1 januari 2020 werken gemeenten volgens de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO). Deze vervangt de Baseline Informatiebeveiliging Gemeenten (BIG). De BIO legt meer nadruk op risicomanagement. Het informatiebeveiligingsbeleid wordt hier op aangepast. De rapportagetool van de Verbijzonderde Interne Controle (het Key Control Dashboard) is uitgebreid met de onderdelen Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) en Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO). Informatiebeheer In 2020 wordt het kwaliteitszorg systeem verder vertaald naar informatiebeheerplannen per afdeling, zodat beter inzicht ontstaat om de kwaliteit van de digitale informatievoorziening te verhogen. 126

127 7.6 Verbonden partijen Inleiding De gemeente Zoetermeer is actief in netwerken van beleids- en uitvoeringsorganisaties. Bij een deel van die organisaties is de gemeente ook bestuurlijk en/of financieel betrokken. In dat geval is sprake van een 'verbonden partij'. Een bijzondere vorm hiervan zijn de samenwerkingsverbanden, die in het leven zijn geroepen om gemeentelijke taken in gezamenlijkheid uit te voeren. Dit soort samenwerkingsverbanden levert een grote bijdrage aan het realiseren van maatschappelijke doelen, maar levert door zijn aard ook bestuurlijke en financiële risico s op Nota verbonden partijen Korte inhoud Kadernota en checklist Verbonden partijen In Kadernota Verbonden partijen (geactualiseerd in 2016) zijn beleidsrichtlijnen opgenomen waaraan de (beoogde) deelname aan (nieuwe) samenwerkingsverbanden moet worden getoetst. Ook is een checklist beschikbaar die kan worden gebruikt bij afwegingen over het aangaan, inrichten of herzien van een samenwerkingsverband. De checklist is niet limitatief, maar geeft de belangrijkste onderwerpen aan, waarover moet worden nagedacht om op de grootste risico s bij samenwerking een passend antwoord te hebben. De gemeente Zoetermeer hanteert een bredere definitie voor een verbonden partij dan de definitie die in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) staat vermeld. Er is gekozen voor de term 'samenwerkingsverband'. Dit betekent dat ook partijen in ogenschouw worden genomen, waarin de gemeente een bestuurlijk óf (BBV vermeldt: 'én') een financieel belang heeft. Definitie Samenwerkingsverband Een samenwerkingsverband bestaat tussen de gemeente en één of meer andere publieke en/of private partijen en heeft een eigen juridische entiteit, waarin activiteiten in organisatorisch verband worden uitgevoerd en de gemeente een bestuurlijk -, financieel -, integriteits- of ander risico loopt. Deze definitie sluit samenwerkingsverbanden zonder juridische entiteit, zoals subsidieverstrekkingen, leningen en garantstellingen, uit en deze vallen buiten de reikwijdte van de Kadernota Verbonden Partijen. De nota bevat beleidsrichtlijnen die betrekking hebben op vier terreinen: - Afwegingskader: Is sprake van toegevoegde waarde en is sprake van het meest geëigende middel? - Publiekrechtelijke of privaatrechtelijke samenwerking: Afhankelijk van de aard van de activiteiten (in ieder geval publiek belang) en het doel van de samenwerking. - Rolverdeling: Wie en hoe vervullen de gemeentelijke vertegenwoordigers hun rol als bestuurslid en hoe gaan zij om bij conflicterende belangen tussen het samenwerkingsverband en de gemeente? - Good-governance: Regie op de samenwerking borgen de aspecten: sturen, beheersen, verantwoorden en toezicht houden Belangrijke ontwikkelingen verbonden partijen Hieronder staan de belangrijkste ontwikkelingen van verbonden partijen vermeld. Enecogroep In 2017 is het proces opgestart om voor gemeenten de mogelijkheid te creëren om de aandelen Enecogroep te verkopen. Dit proces zal tot in 2020 doorlopen. Oktober 2017 heeft de gemeenteraad het principebesluit genomen de aandelen Enecogroep te verkopen. Een principebesluit tot afbouw houdt nog geen definitief besluit tot verkoop in, dat besluit kan pas worden genomen nadat een vervolgproces over de wijze van afbouw heeft plaatsgevonden. Dataland De informatiestromen van geo- en objectgegevens van en naar gemeenten en uitvoeringsorganisaties veranderen de komende jaren in snel tempo. Het inspelen op de grootschalige ontwikkelingen zoals het Digitaal Stelsel Omgevingswet, de doorontwikkeling naar een geïntegreerde objectenregistratie en de opkomst van Common Ground vergen aanzienlijke inspanningen. 127

128 Deze ontwikkelingen zijn voor DataLand reden om zijn knooppuntfunctie in de uitwisseling van gegevens en zijn toekomst te onderzoeken. Gemeenten gaan naar verwachting op termijn een andere informatievoorziening inrichten, die meer gebaseerd is op het principe om data rechtstreeks op te halen bij landelijke bronnen in plaats van de inrichting van een eigen gegevensmagazijn voor basisregistraties in combinatie met een complex bijhoudingsproces. De Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), het Kadaster en DataLand hebben plannen ondertekend, waarmee uitvoering wordt gegeven aan vervangende dienstverlening voor de klanten van DataLand. Het Kadaster zal vervangende dienstverlening aanbieden voor het gemeentelijk geo-informatie knooppunt (KNOOP), vastgoedscanner, data-leveringen en kwaliteitsrapportages. Deze plannen worden in delen gerealiseerd en lopen door tot eind 2021 waarna de dienstverlening volledig is overgenomen door het Kadaster. Dienst Sociale Werkvoorziening (DSW) Met ingang van 1 januari 2015 is de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) afgesloten voor nieuwe instroom. Degenen die momenteel een plek in de Wsw hebben, behouden het recht op die plek tot zij met pensioen gaan. Dat betekent dat de sociale werkvoorziening de komende veertig jaar wordt afgebouwd. De gemeenten Leidschendam-Voorburg, Rijswijk en Zoetermeer hebben in februari 2018 een intentieverklaring getekend gericht op de inkoop van dienstverlening voor de huidige Wsw-doelgroep bij een door Zoetermeer vormgegeven werkbedrijf. In 2018 en 2019 heeft DSW het bedrijfsplan Versterk Samenwerken in praktijk gebracht. De (financiele) resultaten hiervan zijn beter dan verwacht en het tekort in 2018 is lager uitgevallen dan voorzien. Voor 2020 zal DSW nog sterker inzetten op de ontwikkeling door onder andere de introductie van leerwerklijnen en sterk inzetten op het regulier plaatsen van mensen uit verschillende doelgroepen. De begroting van DSW is opgesteld uitgaande van going concern, nog niet rekening houdend met de overgang naar een Werkbedrijf met gemeente Zoetermeer als eigenaar. Pas na definitieve besluitvorming over het Werkbedrijf zal de begroting hierop worden aangepast. Gemeenschappelijke Regeling Bleizo (GR Bleizo) De gebiedsontwikkeling van Bleizo vindt plaats conform de in 2013 door de raden van Lansingerland en Zoetermeer vastgestelde ontwikkelingsaanpak Ontwikkeling Bleizo Van plan naar Strategie. Deze strategie richt zich op een ontwikkeling van een hoogwaardig gebied met vervoerswaarde, rondom het nieuwe OV Knooppunt Bleizo. De Vervoersknoop Bleizo is in 2019 volledig in gebruik genomen. In 2020 wordt nog gewerkt aan verbetering van de bereikbaarheid van de vervoersknoop door onder andere de aanleg van fietspaden, verbeteringen van de verblijfskwaliteit bij de Vervoersknoop en wordt een verkenning gedaan naar het doortrekken van de RR richting Rotterdam zg ZORO-lijn. In 2018 was door een bureau onderzocht of er een optimaler programma/ontwikkeling kan worden gevonden voor het gebied Bleizo-West met specifiek de toevoeging woningbouw. Vervolgens is vanuit de beide in de GR deelnemende gemeenteraden verzocht om een nader onderzoek naar de contexten van de ontwikkeling van het gebied Bleizo-West. De uitkomst van het onderzoek is onderdeel van de informatie die aan de gemeenteraden wordt toegezonden voor oordeels- en besluitvorming eind 2019/2020. Na besluitvorming door de beide gemeenteraden over de toekomstige ontwikkelingsrichting zal in 2020 de opdracht voor de GR Bleizo mogelijk worden aangepast en een masterplan voor de ontwikkeling van het gebied worden opgesteld. Voor Bleizo-oost ziet het er naar uit dat de gronduitgifte onder invloed van de gunstige economische ontwikkeling in hoog tempo doorloopt. In de begroting zijn voor het jaar 2020 de volgende activiteiten voorzien: - algemene activiteiten van de projectorganisatie; - activiteiten in het kader van marketing en acquisitie; - de activiteiten in het kader van de ontwikkeling. 128

129 Bedrijvenschap Hoefweg Het Bedrijvenschap Hoefweg heeft als doel het ontwikkelen van vestigingsmogelijkheden voor bedrijven uit Lansingerland en Zoetermeer, alsmede uit de Metropoolregio Rotterdam Den Haag en voor bedrijven van elders die een belangrijke bijdrage leveren aan de werkgelegenheid. Binnen de begroting staat voor het jaar 2020 de uitgifte van gronden ten behoeve de vestiging van bedrijven centraal. De inzet van personele capaciteit is dan ook vooral gericht op het uitvoeren van de met de GR samenhangende activiteiten, de acquisitie en promotie en het begeleiden van het vestigingsproces. Zes hectare van het gebied van Bedrijvenschap Hoefweg maakt deel uit van het onderzoek door het externe bureau, zoals hierboven genoemd in de tekst van de GR Bleizo. Gemeenschappelijke regeling Gemeentelijke Gezondheidsdienst en Veilig Thuis Haaglanden (GR GGD en VT Haaglanden) In 2017 heeft een herijking van de Gemeenschappelijke Regeling (GR) GGD plaatsgevonden, waarbij de governance, het takenpakket en het financiële kader zijn herzien. Daarnaast is Veilig Thuis als een apart organisatieonderdeel ondergebracht in de GR. Op 28 november 2017 is besloten om de GR GGD per 1 januari 2018 gewijzigd voort te zetten in de Gemeenschappelijke Regeling Gemeentelijke Gezondheidsdienst en Veilig Thuis Haaglanden (hierna: GR GGD VT Haaglanden). Op grond van de regeling is er een openbaar lichaam waarin een regionale gezondheidsdienst, als bedoeld in de Wet publieke gezondheid, en een advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling, als bedoeld in de Wet maatschappelijke ondersteuning en de Jeugdwet, worden ondergebracht. De twee uitvoeringsorganisaties Veilig Thuis en GGD zijn onderdeel van de gemeente Den Haag. Met het oog op een zo doelmatig mogelijke behartiging van publieke belangen is besloten om afspraken over de uitvoering van taken tussen de GR (als opdrachtgever) en de gemeente Den Haag (als opdrachtnemer) vast te leggen in een Dienstverleningsovereenkomst (DVO), een Raamovereenkomst en een Uitvoeringsovereenkomst. Daarnaast heeft het algemeen bestuur begin 2018 ingestemd met de volgende uitvoeringsdocumenten die nodig zijn bij de gewijzigde regeling, te weten: financieel statuut, benoemingsstatuut, organisatie statuut en reglement van orde. Om de GR toekomstbestendig te maken en de werkwijze van de GGD en Veilig Thuis verder te verbeteren werkt het algemeen bestuur met een ontwikkelagenda. Deze ontwikkelagenda heeft vorm gekregen langs de volgende drie sporen: 1. implementatie governance met het accent op een verdere invulling van onze opdrachtgeverrol binnen de kaders van de gemeenschappelijke regeling en het financieel statuut; 2. positionering van de GGD in het sociale domein; 3. ontwikkeling opgavengericht werken met specifieke aandacht voor sturen op resultaten en middeleninzet. Voor Veilig Thuis geldt dat de autonome groei van het aantal meldingen en adviezen waarschijnlijk niet doorzet in Als gevolg van de aanscherping van de meldcode (per 1 januari 2019), waarmee overigens ook het takenpakket van Veilig Thuis is geïntensiveerd, wordt wel groei verwacht. De omvang daarvan is moeilijk te voorspellen. Ook in 2020 ligt met name de nadruk op het versterken van de uitvoering, zodat binnen de wettelijke termijnen wordt gewerkt. Werving en behoud van personeel en het beheersbaar houden van de werkdruk zijn daarbij de grootste uitdagingen. Vanwege het aflopen van de garantstelling van de gemeente Den Haag voor de taken Epidemiologie en Gezondheidsbevordering per 1 januari 2021 is een doelmatigheidsonderzoek regionaal takenpakket Epidemiologie en Gezondheidsbevordering uitgevoerd en eind mei jl. afgerond. Besluitvorming vindt plaats in het algemeen bestuur van november Eventuele consequenties hiervan worden meegenomen in de voorjaarsbrief

130 Gemeenschappelijke Regeling Inkoopbureau H-10 Vanwege implicaties ten aanzien van de voorbereiding en implementatie van de inkoop van de jeugdhulp voor de periode is de regeling met twee jaar verlengd tot en met 31 december Voor 1 maart 2020 moet, naar aanleiding van een evaluatie en een onderzoek naar de samenwerkingsvorm, worden besloten over continuering of opheffing van de gemeenschappelijke regeling. Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Haaglanden (ODH) De voorbereidingen op de komst van de Omgevingswet zal in 2020 extra werk met zich meebrengen. Uitvoering van de asbesttaak wordt door de Haaglandengemeenten op basis van het Besluit omgevingsrecht belegd bij de ODH. Afstemming over de wijze van uitvoering bevindt zich in een vergevorderd stadium. De daadwerkelijke overdracht zal plaatsvinden op 1 januari Gemeenschappelijke regeling Stadsgewest Haaglanden Het Stadsgewest Haaglanden is per 1 januari 2015 in liquidatie gegaan. Het Stadsgewest voert geen nieuwe beleidstaken meer uit maar beperkt zich tot de afwikkeling van de verplichtingen die tot en met 2014 zijn aangegaan. De jaarrekening 2018 van het Stadsgewest Haaglanden is vastgesteld door het Algemeen Bestuur van het Stadsgewest. De laatst vastgestelde begroting van het Stadsgewest in liquidatie is van De verwachting is dat de liquidatie van het Stadsgewest in 2019 of 2020 plaatsvindt. Gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) De metropoolregio heeft de potentie om een sterke Europese topregio te worden. Om dat doel te bereiken zijn meerdere initiatieven genomen. De afgelopen jaren hebben de samenwerkende gemeenten in MRDH-verband resultaten geboekt op basis van twee strategische agenda's: Strategische Bereikbaarheidsagenda, later de Uitvoeringsagenda Bereikbaarheid én de Agenda Economisch Vestigingsklimaat. Daarnaast is het OESO-rapport verschenen, is het Regionaal Investeringsprogramma opgezet en zijn inzichten in de next economy in beeld gebracht. De Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag 2014 schrijft voor, dat er in het eerste jaar van een nieuwe bestuursperiode van gemeenteraden een nieuwe strategische agenda door het Algemeen Bestuur wordt vastgesteld. Na de verkiezingen in 2018 hebben de 23 gemeenten samen gewerkt aan de ontwikkeling van een nieuwe gezamenlijke Strategische Agenda voor de metropoolregio Rotterdam Den Haag. De Strategische Agenda MRDH is op 12 juli 2019 door het Algemeen Bestuur vastgesteld. Voor welke gezamenlijke opgaven staan we en hoe pakken we die de komende jaren op? Dit zijn de centrale vragen waarop de Strategische Agenda een antwoord geeft. Vereniging de Stroomversnelling In 2019 is de gemeente Zoetermeer lid geworden van de vereniging de Stroomversnelling. De vereniging Stroomversnelling heeft als doel het verenigen van leden die renovatie- en nieuwbouwbouwconcepten met minimaal het ambitieniveau van Nul op de Meter (NOM) ontwikkelen, bouwen, afnemen of het afnemen willen faciliteren. De leden beogen NOM te bereiken met uitsluitend gebruik van duurzame energie, opgewekt uit niet fossiele brandstoffen. Het gaat voor Zoetermeer om de uitvoering van het klimaatbeleid dat met het programma Duurzaam & Groen Zoetermeer is vastgesteld en toepassen van nul op de meter concepten in het bijzonder. Inzet voor de komende jaren is: 1. Volop werken aan de ontwikkeling, van het aanbod, de vraag en de daaraan gerelateerde marktcondities voor concepten waarmee woningen en/of wijken aardgasvrij en spijtvrij CO2- en/of energieneutraal gemaakt kunnen worden in alle marktsegmenten. 2. De realisatie van een zodanige kostprijsreductie (schatting 25%-30%), op NOM of NOM-Ready aanbod met gegarandeerde functionele prestaties (minimaal rond energie, binnenmilieu en veiligheid), waarmee een woonlastenneutraal aanbod voor de bewoner en een gezonde business case voor de investeerder in de oplossingen (inclusief de afnemers) mogelijk is. 130

131 7.6.4 Overzicht verbonden partijen Zoetermeer kent de volgende verbonden partijen: Deelnemingen in vennootschappen: - NV Bank voor Nederlandse Gemeenten - Enecogroep - Dunea - Stichting Administratiekantoor Dataland Gemeenschappelijke regelingen: - Gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag - Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Haaglanden - Regeling Dienst Sociale Werkvoorziening Rijswijk en Omstreken - Gemeenschappelijke regeling Stadsgewest Haaglanden (in liquidatie) - Gemeenschappelijke regeling GGD Haaglanden en Veilig thuis Haaglanden - Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Haaglanden - Gemeenschappelijke regeling Bedrijvenschap Hoefweg / Prisma - Gemeenschappelijke regeling Bleizo - Gemeenschappelijke regeling Regionaal inkoopbureau jeugd - Gemeenschappelijke regeling Schadevergoedingsschap HSL Stichtingen en verenigingen: - Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) - Gemeenten voor duurzame ontwikkelingen (GDO) - Stichting Land van Wijk en Wouden - Vereniging De BredeStroomversnelling (nieuw) In de bijlage Verbonden partijen is conform het BBV meer gedetailleerde informatie (over doel, beleid, risico s, belangen en dergelijke) per verbonden partij opgenomen. Relatie met paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Voor de Gemeenschappelijke regeling Bleizo geldt voor de gemeente Zoetermeer een risico. Dit risico is in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing gekwantificeerd vermeld. Voor de andere verbonden partijen zijn geen specifieke risico s voor de gemeente Zoetermeer geconstateerd. 131

132 7.7 Grondbeleid Inleiding Grondbeleid wordt gevoerd om een programma (woningen, kantoren, voorzieningen en bedrijfsterreinen) te realiseren. Het grondbeleid is ondersteunend aan het ruimtelijk en sectoraal beleid en is gericht op het realiseren van gewenste veranderingen in het ruimtegebruik. Uitgangspunten hierbij zijn het rijks-, provinciale en regionale beleid en de gemeentelijke visie op het toekomstige ruimtelijk beleid. In de Nota Grondbeleid worden de kaders en uitgangspunten weergegeven voor het grondbeleid van de gemeente Visie op grondbeleid De binnenstedelijke (her)ontwikkelingsopgaven waar Zoetermeer voor staat betreffen vooral de bestaande woonwijken en bedrijfsterreinen. Zoetermeer heeft geen substantiële uitleggebieden meer. Herontwikkelingsopgaven vergen een heel andere inspanning dan de relatief eenvoudige transformatie van agrarisch gebied naar gewilde woningbouwlocaties. Dat laatste ging gepaard met grote waardevermeerdering van de grond, een beperkt aantal spelers, een beperkte complexiteit en een vanzelfsprekende vraag naar woningen en werklocaties. De gemeente Zoetermeer voerde hierdoor jarenlang bijna als vanzelfsprekend een actief en vaak winstgevend grondbeleid. De nieuwe opgave voor de gemeente Zoetermeer is complexer. De Zoetermeerse woningbouwagenda streeft ernaar de komende jaren tot extra woningen te bouwen. Door deze ontwikkeling, de Schaalsprong, zal Zoetermeer de komende jaar blijven groeien met tot inwoners. De komende jaren zal het grondbeleid steeds vaker gericht zijn op samenwerking of facilitair grondbeleid. Toegenomen onzekerheden, een groot aantal stakeholders en complexere processen stellen zwaardere eisen aan de gemeente. In ieder gebied zijn de ontwikkelingsmogelijkheden anders en zijn ook de vastgoedposities verschillend. Dit vergt maatwerk per gebied. Elke opgave is uniek en kent zijn eigen inhoudelijke en organisatorische complexiteit. In ieder gebied zijn de ontwikkelingsmogelijkheden anders en de vastgoedposities verschillend. Steeds vaker worden bouwinitiatieven door derden op eigen grond opgepakt. Ook deze initiatieven dragen bij aan de beleidsdoelstellingen van de gemeente. In 2019/2020 wordt in nauwe samenwerking met de raad de Nota Grondbeleid grondig herzien. Het nieuwe grondbeleid voor de komende jaren zal mede door aansluiting te zoeken bij de Reiswijzer Gebiedsontwikkeling 2019 opnieuw worden geformuleerd Ontwikkelingen Bouwgronden in exploitatie Voor Bouwgrond in exploitatie (BIE) wordt een grondexploitatieberekening (grex) vastgesteld door de gemeenteraad. Een ruimtelijk plan kent een looptijd van jaren. Om opbrengsten te kunnen realiseren, moeten voorinvesteringen worden gedaan. De kost gaat voor de baat uit. Een grex behelst de financiële vertaling van alle activiteiten die plaatsvinden binnen het grondexploitatiecomplex. Het omvat aspecten als de definiëring van het plangebied, inbreng- en verwervingswaarden, civieltechnische ingrepen (bouw- en woonrijp maken), kosten voor planvorming en projectbegeleiding en de verwachte opbrengsten uit grondverkopen. Binnen een grex worden deze aspecten uitgezet in de tijd op basis van de betreffende projectplanning. Hierbij wordt rekening gehouden met tijdsinvloeden als kosten- en opbrengstenstijgingen en financiering (rente). Zo wordt het verwacht projectresultaat bepaald, de zogenaamde eindwaarde van het project. Jaarlijks wordt over de voortgang van de diverse grondexploitaties gerapporteerd via de het Meerjarenperspectief Grondbeleid. Deze rapportage geeft inzicht in de voortgang van de grondexploitatie activiteiten, de geactualiseerde projectresultaten en de bijgestelde projectrisico s. 132

133 Momenteel lopen de volgende grondexploitaties: Grondexploitatie Looptijd t/m: Amerikaweg 2021 Boerhaavelaan 2023 Cadenza Gasfabriekterrein Delftsewallen 2021 Jongerenwoningen Saturnusgeel 2020 Jongerenwoningen Plataanhout 2022 Katwijkerlaantracé 2022 Lansinghage 2021 Oosterheem 2028 Palenstein (opgesplitst in 2019): - Herstructurering Palenstein Van Duvenvoordepad Van Beeckstraat Van Aalstpark (wordt in 2019 afgesloten) Tango locatie 2020 Reigersblauw (geopend in 2019) 2021 Toverberg (geopend in 2019) 2020 Van Leeuwenhoeklaan 2022 Voorweg Noord 2025 Zegwaartseweg Noord 2022 In totaal worden er bij deze grondexploitaties in de komende jaren nog 46 mln. aan kosten en 67 mln. aan opbrengsten gerealiseerd. Elk jaar wordt via het Meerjarenperspectief Grondbeleid de stand van zaken per grondexploitatie weergegeven. Reserves en voorzieningen Grondbedrijf De totale boekwaarde van projecten met een grondexploitatie bedraagt per 1 januari 2019, voor aftrek van de voorziening nadelige complexen, 42,4 mln. Voor grondexploitaties waarvan een nadelig resultaat wordt verwacht, zijn middelen gereserveerd in de voorziening Nadelige Complexen, ter grootte van het verwachte nadeel. Deze voorziening is gewaardeerd op de eindwaarde van het project. De netto-boekwaarde aan grondexploitaties bedraagt na aftrek van deze voorziening 1,5 mln. De boekwaarde van de grondexploitaties neemt conform planning gestaag af als gevolg van grondverkopen. De stand van de reserve Financiële positie grondbedrijf bedraagt per 1 januari ,0 mln. en de stand van de reserve in het kader van risico s vanwege vervroegde winstnemingen 1,9 mln. Deze twee reserves vormen bij elkaar het weerstandscapaciteit voor de grondbedrijf activiteiten Financiën Risico s en weerstandscapaciteit De reserve Financiële Positie Grondbedrijf vormt samen met de Risicoreserve Grondbedrijf het weerstandsvermogen voor de grondbedrijfsactiviteiten. De maximale omvang van de weerstandscapaciteit is bepaald op 1,2 keer de gekwantificeerde risico s en bedraagt per 1 januari ,9 mln. In de paragraaf Weerstandsvermogen wordt uitgebreider op de weerstandscapaciteit ingegaan. 133

134 Winstafdrachten Rif In de volgende tabel worden de geprognosticeerde winstafdrachten aan het Investeringsfonds 2030 weergegeven. Voeding Rif e.v. Totaal Prognose bij jaarrekening ,0 3,4 2,7 0,9 0,5 0,0 12,5 Mutaties in ,1 0, ,2 Prognose bij Programmabegroting ,0 3,5 2,8 0,9 0,5 0,0 12,7 134

135 Bijlage 8.1 Spelregels begrotingsbeleid 8. Bijlagen 8.1 Spelregels begrotingsbeleid Inleiding In deze bijlage wordt een beschrijving gegeven van het begrotingsbeleid van de gemeente Zoetermeer. Het Besluit Begroting en Verantwoording (BVV) bevat belangrijke uitgangspunten voor het begrotingsbeleid. De onderstaande beschrijving sluit aan bij de eisen uit het BBV. Ook geeft deze notitie inzicht in beleidsmatige uitgangspunten bij het begrotingsbeleid. Deze betreffen onder andere de financiële beheersing en de inzet van reserves. Tenslotte volgt een uiteenzetting van de planningen controlcyclus De begrotingscyclus Een goede beheersing van de inkomsten (baten) en de uitgaven (lasten) is een essentiële randvoorwaarde voor een goed begrotingsbeleid. De begrotingscyclus heeft betrekking op de voorbereiding, de beheersing van de uitvoering, de verantwoording en het toezicht op de uitvoering van de begroting die geldt voor een bepaald jaar. In het navolgende schema wordt de begrotingscyclus weergegeven. Onderstaand wordt nader ingegaan op de vier hoofdelementen van de begrotingscyclus: sturen, beheersen, verantwoorden en toezicht. a. Sturen Een nieuwe begroting waarin het beleid voor een komend jaar wordt uiteengezet, bouwt voort op bestaand beleid, zoals vastgelegd in de wet, in het collegeprogramma en in door de raad vastgesteld beleid. In het voorjaarsdebat (in jaar t), dat gebruikelijk plaatsvindt in juni, geeft de raad beleidsmatig richting aan de Programmabegroting voor de volgende vier jaar (jaren t+1 tot en met t+4). De raad doet uitspraken over gewenste beleidswijzigingen, beleidsintensiveringen, ombuigingen en over de gewenste hoogte van de diverse heffingen en belastingen. De raad voert de discussie in het voorjaarsdebat op basis van de perspectiefnota. In de perspectiefnota zijn de meest actuele financiële 135

136 Bijlage 8.1 Spelregels begrotingsbeleid waterstanden opgenomen, inclusief de leereffecten vanuit de rekening en het eerste Tussenbericht. De raad bespreekt vervolgens de door het college voorgestelde beleidsbijstellingen en alternatieven voor keuzemogelijkheden om opnieuw tot een sluitende begroting en meerjarenperspectief te komen. Door te besluiten over de Perspectiefnota, inclusief amendementen en moties, geeft de raad inhoud aan zijn kaderstellende rol. Vervolgens stelt het college in de zomer een (concept) programmabegroting op, uitgaande van de kaderstelling uit het voorjaarsdebat. De programmabegroting voor een komend jaar schetst niet alleen het beleid met de daarbij behorende baten, lasten en resultaatbestemming in het komende jaar maar ook de financiële uitwerking daarvan in de drie daaropvolgende jaren. De begroting bevat dus een meerjarenraming. Uitgangspunt bij de opstelling van de begroting is budgettair evenwicht. De te autoriseren begroting dat is het eerste jaar van de meerjarenbegroting - moet sluitend zijn. Voor de meerjarenbegroting geldt dat deze structureel sluitend moet zijn. De doelstellingen van de programma s worden nader uitgewerkt aan de hand van meetfactoren. Dit zijn concrete en meetbare beoogde maatschappelijke effecten en prestaties of resultaten. Potje van de raad Indien sprake is van een positief rekeningsresultaat zal hiervan worden bestemd voor het 'potje van de raad' om te voorzien in dekking van eenmalige kosten. Het college zendt de (concept-)programmabegroting in oktober aan de raad. In de begrotingsraad, die gebruikelijk eind begin november plaatsvindt, stelt de raad het beleid en de budgetten per programma vast. Ook worden de uitgangspunten voor het vaststellen van de tarieven bepaald. De door de raad vastgestelde budgettaire kaders (beleid en budget op programmaniveau) zijn tegelijkertijd met de programmabegroting door het college uitgewerkt in productramingen voor de operationele aansturing van het ambtelijk apparaat. b. Beheersen In de loop van het begrotingsjaar wordt de raad via tussenberichten geïnformeerd over de ontwikkeling van de uitvoering van de begroting en over eventuele afwijkingen en mogelijkheden/afwegingen voor bijsturing. Dit gebeurt bij het voorjaarsdebat en voorafgaand aan het begrotingsdebat. Tijdens de uitvoering van een begroting in een begrotingsjaar resp. bij de opstelling van de tussenberichten geldt een aantal spelregels: a) Staand beleid dient binnen de vastgestelde budgetten van een programma te worden uitgevoerd, dan wel binnen het geheel van alle programma s (budgettair neutraal). b) Er worden tussentijds geen beleidsbeslissingen genomen waarvan de dekking afhankelijk is gesteld van het volgende begrotingsdebat. c) Bij eventuele tussentijdse beleidsbeslissingen bij tussenberichten wordt de dekking aangegeven. d) Onvermijdelijke financiële tegenvallers (bijvoorbeeld financieel nadelige effecten van het kabinetsbeleid) worden gedekt door gebruik te maken van meevallers, zowel aan de uitgaven- als aan de inkomstenkant. e) Als die meevallers er in onvoldoende mate zijn wordt een afweging gemaakt tussen dekking op basis van posterioriteiten, schrappen dan wel uitstellen van ambities of de noodzaak tot lastenverhoging. f) Nieuw beleid of (majeure) beleidsintensiveringen worden gedekt uit beleidsreducties binnen en tussen programma s (in die volgorde). Hierbij dient de toegevoegde waarde van het nieuwe beleid/beleidsintensivering expliciet te worden afgewogen en inzichtelijk te worden gemaakt ten opzichte van de beleidsreductie. g) Tenslotte is er de mogelijkheid nieuw beleid of (majeure) beleidsintensiveringen ten laste te brengen van de nog niet ingevulde middelen voor nieuw beleid (het zogenoemde 'Potje van de raad'). h) Voor nieuw beleid wordt bij de besluitvorming aangegeven op welk moment evaluatie plaatsvindt of (indien mogelijk) de einddatum van het beleid. Na afloop van deze periode wordt het desbetreffende beleid niet voortgezet tenzij hier expliciet bestuurlijk toe wordt besloten. 136

137 Bijlage 8.1 Spelregels begrotingsbeleid c. Verantwoorden Is een begrotingsjaar voorbij, dan wordt een jaarrekening opgesteld. De jaarstukken bestaan uit het jaarverslag en de jaarrekening. Via de jaarstukken legt de gemeente verantwoording af over de uitvoering van het begrotingsbeleid in het voorbije jaar. De jaarrekening wordt in april aan de raad gestuurd. In juni vindt in de raad een resultatendebat plaats aan de hand van de jaarrekening. Vanuit de analyse van gerealiseerd beleid en gerealiseerde baten en lasten (inclusief dotaties en onttrekkingen aan reserves) trekken college en raad lessen voor de toekomst. Dit is tevens input voor het voorjaarsdebat. d. Toezicht De raadscommissies onderzoeken de jaarrekening en bespreken de realisatie en de eventuele leereffecten. De accountant controleert de jaarrekening in opdracht van de raad en stelt vast dat het jaarverslag niet strijdig is met de jaarrekening. Hij geeft een verklaring omtrent de getrouwheid van de verslaggeving en de rechtmatigheid van het financieel beheer. Ook geeft de accountant zijn bevindingen weer over hetgeen hij aantrof bij deze controle in de zogenoemde managementletter. De begroting en de rekening worden naar de provincie Zuid-Holland gestuurd. Indien de begroting in voldoende mate voldoet aan de door de provincie gestelde verplichtingen, dan is de gemeente onderworpen aan repressief toezicht. Dat wil zeggen dat Zoetermeer vooraf géén toestemming hoeft te vragen aan de provincie voor investeringen/begrotingsuitgaven. Vanuit de provincie wordt op dit moment een repressief toezicht uitgeoefend Uitgangspunten bij de raming van baten en lasten Voor de raming van de baten is van groot belang hoe hoog de inkomsten zullen zijn uit het Gemeentefonds. Daarnaast moet een schatting worden gemaakt van de ontwikkeling van de lonen en prijzen. Hierna wordt hier nader op ingegaan. Raming inkomsten uit het Gemeentefonds Het rijk geeft op twee momenten in een jaar informatie over de hoogte van uitkeringen aan gemeenten in een komend jaar: in de mei- en in de septembercirculaire. Meicirculaire De meicirculaire is gebaseerd op de zogenaamde Voorjaarsnota van het rijk van april/mei. De belangrijkste ontwikkelingen in de rijksbegroting liggen hierin vast. Septembercirculaire In de septembercirculaire wordt aangegeven wat de gevolgen zijn van de Miljoenennota voor de uitkeringen aan gemeenten uit het Gemeentefonds. Dit betreft voor het komende begrotingsjaar veelal een aanpassing van de ingeschatte nominale ontwikkelingen. Immers, nieuw beleid of bezuinigingen voor het komende begrotingsjaar maken normaliter al deel uit van de meicirculaire. Ook geeft het rijk indicaties van effecten op de uitkeringen uit het Gemeentefonds voor volgende jaren. Aangezien de Programmabegroting wordt opgesteld op basis van de besluitvorming bij het Voorjaarsdebat wordt hierin de raming van de Algemene uitkering uit het Gemeentefonds aan de gemeente Zoetermeer volgens de meicirculaire gehanteerd. Het is mogelijk dat vanuit de septembercirculaire ontwikkelingen volgen, die aanleiding geven tot bijstelling van het uitgavenkader. In dat geval worden de mogelijke keuzen tijdens het volgende voorjaarsdebat aan de orde gesteld. De gegevens uit de septembercirculaire zijn voorts belangrijk voor het bepalen van de nominale stijgingspercentages van de tarieven. Het algemene stijgingspercentage blijft daarmee namelijk gebaseerd op de Macro Economische Verkenning van het Centraal Planbureau. Voor het Gemeentefonds geldt de systematiek van 'samen de trap op, samen de trap af'. Als het rijk meer te besteden heeft, krijgen de gemeenten meer geld, en andersom. 137

138 Bijlage 8.1 Spelregels begrotingsbeleid Raming nominale component van de lasten Bij de opstelling van de begroting moet een raming worden gemaakt van de baten (waarvan de inkomsten uit de Algemene uitkering één van de belangrijkste zijn), maar ook een raming van de toekomstige prijs- en loonontwikkeling. De resultante van de inkomstenraming en de inschatting van de prijs- en loonontwikkeling, bepaalt wat er aan reële financiële ruimte overblijft voor de realisatie van (nieuw) beleid, óf voor welk bedrag moet worden omgebogen. Een verkeerde inschatting heeft dus gevolgen voor de ruimte voor mogelijke beleidskeuzes. De gemeente Zoetermeer baseert de raming van de prijsontwikkeling op het Centraal Economisch Plan van het Centraal Planbureau dat in het voorjaar verschijnt. De loonontwikkeling wordt ingeschat aan de hand van informatie van het CPB en de CAO-ontwikkelingen voor gemeenteambtenaren. Voor de ontwikkeling van de CAO-kosten van gemeenteambtenaren (dit is inclusief sociale lasten) wordt een eigen inschatting gemaakt. Die kosten zijn immers afhankelijk van de loonontwikkeling en de ontwikkeling van sociale lasten en pensioenpremies Inzet van reserves Voor een beoordeling van de financiële positie van de gemeente zijn allereerst de vrij besteedbare reserves van belang. De stand van de algemene reserves geeft aan welk bedrag dat is (wederom in meerjarenperspectief). Deze middelen kan de gemeente vrij inzetten. De algemene reserves dienen ook als buffer tegen onverwachte tegenvallers. De gemeente staat bloot aan veel risico s, waarvan een aantal mogelijk ook tot werkelijke (financiële) schade kunnen leiden. Ter afdekking van het (financiële) risicoprofiel op enig moment wordt de reservepositie in zijn totaliteit afgezet tegen de verwachte uitkomst van de risico s (zie paragrafen weerstandsvermogen in begroting, tussenberichten en rekening). Het weerstandsvermogen dat aldus wordt berekend moet minimaal op de factor 1,0 uitkomen (dan is er voldoende buffer om de verwachte werkelijke schade te kunnen dekken).voor die berekening worden als reserves meegeteld: - vrij inzetbare reserve; - reserve inflatiecorrectie; - reserve versterking financiële positie van het grondbedrijf; - reserve risico s grondbedrijf. Ter info wordt het totaal bedrag van de bestemmingsreserves weergegeven. Dit bedrag kan door beleidsbijstelling c.q. reallocatie worden ingezet ter dekking van financiële tegenvallers in geval van calamiteiten. Daarnaast is er Reserve Investeringsfonds 2030 beschikbaar (zie hoofdstuk 5). In de overige bestemmingsreserves zijn bedragen gereserveerd voor een door de raad geformuleerde bestemming. Aanwending van die middelen voor een ander doel kan alleen indien de raad daartoe besluit door het betreffende beleid te wijzigen Uitgangspunten begrotingsbeleid Met betrekking tot begrotingsdiscipline 1. Het eerste en in principe het laatste jaar van elke meerjarenbegroting dienen materieel sluitend te zijn. 2. Uitgaven voor nieuw beleid of tegenvallers in de uitvoering van de begroting worden zoveel als mogelijk binnen het programmabudget opgevangen (nieuw voor oud). Indien de mogelijkheden binnen het programmabudget niet toereikend zijn vindt een afweging plaats binnen de totale begroting. 3. In geval van onvoorziene financiële rampspoed zullen de begroting en de uitgangspunten van het begrotingsbeleid opnieuw en integraal worden gewogen. Geen enkel onderwerp of thema is daarbij uitgesloten. 4. Voor de beschikbaar gestelde budgetten geldt dat het maximale bedragen betreft. Wij spannen ons in om het beleid binnen de gestelde financiële kaders te effectueren. 138

139 Bijlage 8.1 Spelregels begrotingsbeleid 5. Indien subsidies worden verworven welke een relatie hebben met de doelstellingen uit de Stadsvisie, ter dekking van te maken kosten, zullen deze middelen in eerste instantie ten gunste van de Rif komen of leiden tot lagere onttrekking van de benodigde middelen uit de Rif. 6. Voorstellen voor budgetoverhevelingen naar een volgend jaar moeten aan de volgende criteria voldoen: - de activiteiten waar het budget in jaar t voor beschikbaar was, zijn niet (geheel) uitgevoerd en de activiteiten zijn ook in jaar t+1 nog noodzakelijk; - er is geen structureel budget beschikbaar in de begroting; - bij het vaststellen van de jaarrekening is op het betreffende programma ook sprake van een positief rekeningresultaat - in principe kan een budget slechts eenmalig worden overgeheveld. 7. Jaarlijks wordt bestemd voor het potje van de raad om te voorzien in dekking van eenmalige kosten. Met betrekking tot momenten van besluitvorming 8. Er zijn twee momenten waarop de raad wijzigingen van de begroting integraal behandelt en besluit: het voorjaarsdebat (in juni) en het begrotingsdebat (in november). Het voorjaarsdebat is richtinggevend, het begrotingsdebat besluitvormend. 9. Beleidsvoorstellen met financiële gevolgen die niet binnen de vastgestelde budgettaire kaders passen of waarvoor geldt dat dekking zou kunnen worden verkregen door een financieel voordeel of een subsidie, zullen in principe niet eerder dan bij het volgend besluitvormingsmoment worden behandeld. Eventuele voordelen kunnen in principe niet zonder voorafgaande besluitvorming voor beleidsintensiveringen worden ingezet. 10. Besluitvorming over de uitgangspunten voor de vaststelling van de hoogte van de tarieven gebeurt op het moment dat er een integraal beeld is van de financiële positie van de gemeente. Dit is bij het begrotingsdebat. 11. Het (positieve en negatieve) rekeningresultaat wordt bij het vaststellen van de jaarstukken ten laste van de reserve vrij inzetbaar gebracht. Een eventuele herbestemming van het rekeningresultaat vindt plaats in de daaropvolgende perspectiefnota. 12. Posten die zijn opgenomen als reservering voor eenmalige investeringsuitgaven ten laste van het Reserve Investeringsfonds 2030 worden pas vrijgegeven na expliciete besluitvorming door de raad daarover, op basis van een uitgewerkt raadsvoorstel. Eerder mogen geen budgetten worden verstrekt dan wel verplichtingen worden aangegaan. 139

140 Bijlage 8.3 Kerncijfers 8.2 Nieuw beleid Programma 1 Onderwijs, economie en arbeidsparticipatie Bedragen x Nieuw beleid (financieel) Begeleiding van statushouders - dekking via Overzicht Alg. Dekkingsmiddelen (OAD) 120 Playground for digital innovators in de Dif 74 Lectoraat Data Science Saldo Programma 2 Samen leven en ondersteunen Bedragen x Nieuw beleid (financieel) Inzet programma VoorZorg (Kansrijke Start) Beschermd wonen en maatschappelijke opvang 126 Wet verplichte GGZ Zoetermeers daklozenloket 80 Budget eenmalige subsidies -80 Regenboogsteden (dekking DU: zie OAD) Personeelskosten Jeugd/Beleid 450 Saldo Programma 4 Vrije tijd Bedragen x Nieuw beleid (financieel) Cultuurpodium De Boerderij, locatie onderzoek 25 Verplaatsen CaSa, gemiste huuropbrengsten Saldo Programma 5 Veiligheid Bedragen x Nieuw beleid (financieel) Crisismaatregel GGZ Aanpak ondermijnende criminaliteit - dekking subsidie aanpak ondermijnende criminaliteit Integrale Persoonsgerichte Toeleiding tot Arbeid (IPTA) - dekking subsidie IPTA Gevolgen nieuwbouw brandweerkazerne Saldo Programma 6 Dienstverlening en samenspraak Bedragen x Nieuw beleid (financieel) Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers Saldo

141 Bijlage 8.3 Kerncijfers Programma 7 Inrichting van de stad Bedragen x Nieuw beleid (financieel) Schaalsprong: volgt via afzonderlijke raadsvoorstellen Woonwagenhuisvesting Projectmatig werken Exploitatie gevolgen ontwikkelingen Markt/Centraal Park Saldo Overzicht Overhead Bedragen x Nieuw beleid (financieel) Online samenspraakplatform Doe Mee Stadhuis, aanvulling krediet het nieuwe werken Gevolgen overhead nieuw beleid pm pm pm pm Gevolgen overhead bezuinigingen -pm -pm -pm -pm Saldo Overzicht algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien Bedragen x Nieuw beleid (financieel) Rentelasten beroep algemene reserve Inkomsten uit woningbouw Begeleiding van statushouders, bijdrage AU Regenboogsteden Saldo

142 Bijlage 8.3 Kerncijfers 8.3 Kerncijfers Inwoners Op 1 januari 2019 telde Zoetermeer inwoners. Daarmee is Zoetermeer qua inwonertal de vierde stad van Zuid-Holland. Landelijk bezien behoort Zoetermeer tot de twintig grootste gemeenten. Naar verwachting stijgt het inwonertal het komende jaar nog, maar na 2020 krijgen we te maken met krimp (zonder grote woningbouwprojecten). Inwonersaantal in Zoetermeer op 1 januari (prognose vanaf 2020) *) Prognose (vanaf de streepjeslijn) Bronnen: Gemeentelijke Basisadministratie (GBA), vanaf 2014 Basisregistratie Personen (BRP) en Bevolkingsprognose Zoetermeer (nog geen nieuwere versie beschikbaar). De bevolkingsprognose is gebaseerd op de groene relatief zekere projecten waarbij vanaf 2023 de toename op nul is gesteld. Woningen Per 1 januari 2019 telde Zoetermeer woningen. Volgens de woningbouwplanning loopt het aantal woningen op tot in Per 1 januari 2019 heeft Zoetermeer een gemiddelde woningbezetting van 2,22 per woning. De al jaren dalende gemiddelde woningbezetting loopt naar verwachting terug tot 2,16 in Als deze trend zich blijft voortzetten zal bij een verondersteld gelijkblijvend aantal woningen het inwoneraantal verder afnemen. Woningvoorraad Zoetermeer op 1 januari (prognose vanaf 2020) *) Prognose (vanaf de streepjeslijn) Bron: Bevolkingsprognose Zoetermeer (nog geen nieuwere versie beschikbaar). De bevolkingsprognose is gebaseerd op de groene relatief zekere projecten waarbij vanaf 2023 de toename op nul is gesteld. 142

143 Bijlage 8.3 Kerncijfers Leeftijdsopbouw Wat leeftijdsopbouw betreft gaat Zoetermeer steeds meer op een gemiddelde stad lijken. Van de bevolking is in 2019 nog 22,8% jonger dan 20 jaar (landelijk 21,9%). In 2028 behoort nog steeds 22,4% tot deze leeftijdscategorie. Net als landelijk het geval zal zijn, zal het aandeel inwoners van 65 jaar en ouder (in Zoetermeer in ,6%, landelijk 19,2%) de komende jaren toenemen (in 2028 zal het in Zoetermeer 23,5% bedragen en landelijk 22,6%). Ontwikkeling drie leeftijdscategorieën in Zoetermeer (van (prognose vanaf 2020), in %) Bronnen: Gemeentelijke Basisadministratie (GBA), vanaf 2014 Basisregistratie Personen (BRP) en Bevolkingsprognose Zoetermeer van de gemeente Zoetermeer (nog geen nieuwere versie beschikbaar) en Bevolkingsprognose voor Nederland van het CBS (uit 2018). De bevolkingsprognose is gebaseerd op de groene relatief zekere projecten waarbij vanaf 2023 de toename op nul is gesteld. Banen Op 1 januari 2018 bedroeg het aantal banen in Zoetermeer Het is lastig om voor de komende jaren een schatting te maken omdat de verdere werkgelegenheidsontwikkeling onzeker is. Aantal banen in Zoetermeer per 1 januari Bron: Werkgelegenheidsregister Haaglanden. De cijfers in deze tabel kunnen afwijken van eerder gepubliceerde aantallen i.v.m. jaarlijkse herberekening. 143