Geleerde bladen van de XVIIDE eeuw tot 2005: welke weerklank krijgt wetenschap in de geschreven pers?

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Geleerde bladen van de XVIIDE eeuw tot 2005: welke weerklank krijgt wetenschap in de geschreven pers?"

Transcriptie

1 Geleerde bladen van de XVIIDE eeuw tot 2005: welke weerklank krijgt wetenschap in de geschreven pers?

2 Het Federaal Wetenschapsbeleid heeft als opdracht het wetenschappelijk en cultureel potentieel van België maximaal te benutten ten behoeve van de beleidsmakers, de industrie en de burgers: «een beleid voor en door de wetenschap». Het reproduceren van uittreksels uit deze publicatie is toegestaan voor zover daar geen commerciële bedoelingen mee gemoeid zijn en voor zover dat past in de opdrachten van het Federaal Wetenschapsbeleid. De Belgische Staat kan niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele schade die voortvloeit uit het gebruik van gegevens die in deze publicatie zijn opgenomen. Het Federaal Wetenschapsbeleid noch enige andere persoon die in zijn naam optreedt is verantwoordelijk voor het gebruik dat zou kunnen worden gemaakt van de informatie in deze publicatie of voor eventuele fouten die er, ondanks de uiterste zorg bij de voorbereiding van de teksten, nog in zouden staan. Info: Pierre Demoitié Brussel, juni 2006

3 De plaats van de wetenschap in de geschreven pers Liesje Coertjens Dimitri Mortelmans Stien Smets

4 1 Dankwoord In deze studie staat de rol van de geschreven pers in het communiceren over wetenschap centraal. Dit onderzoek werd uitgevoerd in opdracht van de Federale Overheidsdienst (FOD) Wetenschapsbeleid. Als federaal overheidsorgaan verantwoordelijk voor het wetenschapsbeleid, volgen zij de communicatie over wetenschap in ons land met bijzondere aandacht. Teneinde deze communicatie in kaart te brengen en te optimaliseren, gaven zij de Universiteit Antwerpen en de Universiteit Luik de opdracht een profielstudie uit te voeren naar de plaats van de wetenschap in de geschreven pers en dit naar analogie van de studie van Biltereyst en Lits over de audiovisuele media (uitgevoerd in 2001). Dit rapport geeft het verslag van de analyse van de Vlaamse geschreven pers. Het Franstalige onderzoek werd uitgevoerd in Luik onder de leiding van onze Franstalige collega s Durand en Servais. Bij de totstandkoming van dit rapport, kregen wij hulp vanuit verschillende hoeken. In dit voorwoord willen we als onderzoeker uitdrukkelijk onze dank betuigen aan de hulp die we tijdens het onderzoek mochten ontvangen. We vangen hiermee aan door Pierre Demoitié van de FOD Wetenschapsbeleid te bedanken en ook onze collega s uit Luik, prof Durand, Christine Servais, David Leloup en Elise Vandeninden. Het was een aangename samenwerking. Ann van der Auweraert was een grote hulp voor ons in het aanleveren van de juiste inleesbronnen over wetenschapscommunicatie. Maria De Dauw en Françoise Dedrie werkten eveneens, in het kader van het vak Leeronderzoek, mee aan dit rapport. Hun werk vormde in belangrijke mate mee de inspiratie voor het theoretisch kader. Françoise Dedrie nam bovendien het opstellen van het interviewprotocol en het afnemen van de interviews voor zich. Maria De Dauw werkte mee aan de datacodering en kwalitatieve analyse. Ook Fiona Hellemans en Ariane Van Houdt codeerden vele artikels, waarvoor dank. Ten slotte bedanken we langs deze weg eveneens de tien journalisten van De Standaard, De Morgen, Gazet van Antwerpen, Het Laatste Nieuws, Knack, P-magazine, EOS, Scientific American en Science Connection die een beetje van hun kostbare tijd afstonden voor een interview. De resultaten van deze studie worden toegelicht op de studiedag van 12 juni 2006 Geleerde bladen van XXVIIde eeuw tot 2005: Welke weerklank krijgt wetenschap in de geschreven pers?. Liesje Coertjens, Dimitri Mortelmans, Stien Smets Antwerpen, mei

5 2 Inhoudstafel > 1 DANKWOORD 2 > 2 INHOUDSTAFEL 3 > 3 ACHTERGROND: WETENSCHAPSCOMMUNICATIE GESITUEERD WAT IS WETENSCHAPSCOMMUNICATIE? FUNCTIES VAN WETENSCHAPSCOMMUNICATIE DE ROL VAN DE MEDIA IN WETENSCHAPSCOMMUNICATIE ONDERZOEKSVRAGEN 9 > 4 METHODOLOGIE OUTPUTANALYSE REDACTIONEEL BELEID EN DE ROL VAN WETENSCHAPSJOURNALISTEN 11 > 5 KWANTITATIEVE PROFIELANALYSE VAN DE WETENSCHAPSCOMMUNICATIE IN DE VLAAMSE GESCHREVEN PERS IN OVERZICHT VAN HET AANBOD AAN WETENSCHAPSCOMMUNICATIE HET GEWICHT VAN DE WETENSCHAPSCOMMUNICATIE DE VORM VAN HET WETENSCHAPSARTIKEL INHOUDELIJKE VERDELING VAN WETENSCHAPSARTIKELS Welke disciplines komen in beeld? Thematische analyse van wetenschapscommunicatie HOE KOMT WETENSCHAP IN BEELD? DRIE OPVALLENDE CASES UIT De doorbraak van een groot dossier De constructie van de wedloop van de wetenschappen 26 > 6 REDACTIONEEL BELEID VERSUS INDIVIDUELE VRIJHEID VAN DE JOURNALIST TAV WETENSCHAP INLEIDING: REDACTIESTIJLEN STIJLEN IN WETENSCHAPSJOURNALISTIEK NIEUWSGARING NIEUWSSELECTIE NIEUWSVERWERKING TYPES VAN WETENSCHAPPERS 34 > 7 BESLUIT 36 > 8 BIJLAGE: OVERZICHT VAN DE INTERVIEWS 39 > 9 BIBLIOGRAFIE 40

6 3 Achtergrond wetenschapscommunicatie gesitueerd

7 For most people the reality of science is what they read in the press. They understand science less through direct experience or past education than through the filter of journalistic language and imagery. (Nelkin, 1987: 2) 84% van de hoofdredacteurs en 87% van de journalisten vindt dat de hoeveelheid wetenschapsnieuws in de media de laatste jaren is toegenomen ( ). Voor de toekomst zijn de verwachtingen bijzonder hoog: 83.3% van de hoofdredacteurs denkt dat de hoeveelheid wetenschapsnieuws in de media in de toekomst nog zal toenemen ( ). Eveneens 83.3% van de journalisten verwacht een toename van de hoeveelheid wetenschapsnieuws in de media (Winnubst, 1990: 380) Door diverse wetenschappers wordt een toename vastgesteld van de belangrijkheid van wetenschapscommunicatie in termen van de ruimte die de pers vrijmaakt voor het communiceren over wetenschappelijke resultaten (Winnubst, 1990). Maar niet enkel de ruimte die vrijgemaakt wordt stijgt, ook de belangrijkheid van de wetenschap an sich in de pers neemt volgens Van Zutphen toe: kennis over wetenschap en techniek wordt gewichtiger om te kunnen meedraaien in de samenleving (Van Zutphen et al, 2004). De geschreven pers vervult deze rol niet alleen maar wordt toch gezien als een van de belangrijkste kanalen waarlangs wetenschapscommunicatie gevoerd wordt (Nelkin, 1987). Dit onderzoek is in feite een vervolgonderzoek. In 2001 onderzocht Daniël Biltereyst, in opdracht van de toenmalige Federale Diensten voor Wetenschappelijk, Technische en Culturele Aangelegenheden (DWTC), de rol van het medium televisie in wetenschapscommunicatie (Biltereyst, 2001). Hierbij kwam hij tot de vaststelling dat wetenschappen nauwelijks of niet aan bod komen op de commerciële zenders en dat het aandeel autonome wetenschappelijke programmaformats op de publieke omroep de laatste jaren daalde. Wanneer wetenschappen in andere programma s aan bod komen, ligt de nadruk meestal op de persoonlijke of maatschappelijke implicaties, aldus Biltereyst. In 2005 wenste de Federale Overheidsdienst (FOD) Wetenschapsbeleid de studie over de audio-visuele media aan te vullen met een beschrijving van de rol van de wetenschapscommunicatie in de geschreven pers. Meer concreet zal dit onderzoek nagaan wat de plaats is van wetenschap in de Vlaamse dag- en weekbladen en hoe het wetenschappelijk bedrijf (Vlaams maar ook internationaal) hier in beeld komt. Deze analyse zal worden aangevuld met een beschrijving van het redactioneel beleid inzake wetenschapsberichtgeving en de rol van de (wetenschaps)journalist hierin. Voorliggend rapport is als volgt gestructureerd. We vangen aan met een theoretische kadering van de problematiek van de wetenschapscommunicatie. Daarbij wordt eerst gezocht naar een adequate afbakening van het begrip om dit vervolgens in een ruimer theoretisch perspectief te plaatsen en de onderzoeksvragen van de studie scherp te stellen. Na een toelichting van de gehanteerde methodologie, worden de resultaten van het onderzoek beschreven, waarbij kwantitatieve en kwalitatieve bevindingen worden geïntegreerd. Het rapport sluit af met een samenvatting van de belangrijkste bevindingen en reeks aanbevelingen voor de FOD Wetenschapsbeleid en de (wetenschaps)jour nalisten. 5

8 3.1 Wat is wetenschapscommunicatie? Het aantal definities van communicatie is legio. Inherent geldt hetzelfde voor wetenschapscommunicatie. In de literatuur is geen eensluidende definitie te vinden voor het begrip. Integendeel, er worden voor het fenomeen zelf als vele omschrijvingen en terminologieën gehanteerd: wetenschapscommunicatie, wetenschappelijke communicatie, wetenschapsvoorlichting, wetenschapspopularisering, Hanssen (2003) heeft het terecht over toverbalwoorden. We vangen daarom aan met een begripsverduidelijking. Cloître en Shinn (in Bucchi, 1998) onderscheiden verschillende niveaus van wetenschappelijke communicatie, met elk hun schrijfstijlen en terminologie. In de eerste plaats is er het niveau van de intraspecialist. Hier communiceren wetenschappers, als specialisten op hun vakdomein of (sub)discipline, onder elkaar in gespecialiseerde wetenschappelijke tijdschriften. Op dit niveau kenmerkt de communicatie zich door een hoge graad van specialisatie en vaak een uitgebreid gebruik van empirische gegevens. Het tweede niveau is dat van de interspecialisten, waarbij wetenschapscommunicatie zich concretiseert in artikels voor geïnteresseerden en wetenschappers. Het niveau blijft zeer gespecialiseerd maar het doelpubliek verruimt in sterke mate. Schoolvoorbeelden van tijdschriften die dit soort artikels opnemen, zijn Nature en Science. Een derde niveau betreft het pedagogische niveau. Hier is het doelpubliek voornamelijk studenten in opleiding of een ruimer publiek dat een inleidende kennis in een bepaald vakgebied willen opdoen. De publicaties nemen hier meestal niet de vorm van artikels aan maar zijn veeleer inleidende handboeken. Tot slot wordt het populaire niveau onderscheiden. Hier neemt de wetenschapscommunicatie de vorm aan van eenvoudiger geschreven artikels voor een groot (leken)publiek. Dit onderzoek focust zich op dat laatste niveau dat ook wel als wetenschapspopularisering omschreven wordt. Het doel van deze vorm van communicatie wordt als duaal omschreven: «het voor grote publiek toegankelijk maken van wetenschappelijk kennis, in de twee betekenissen: toegankelijk in de betekenis van begrijpelijk (bewerken) en in die van fysisch bereikbaar (verspreiden)». (Winnubst, 1990: 34) Deze laatste definitie maakt tevens ook de intermediaire rol van de media duidelijk. Artikels op het populaire niveau worden immers zelden geschreven door de wetenschappers zelf. Het zijn (wetenschaps)journalisten die de vertaling maken van de wetenschappelijke resultaten naar het grote publiek. Vereenvoudigd kunnen we stellen dat wetenschappers hun bevindingen communiceren aan het publiek en hiervoor gebruik maken van media. Maar journalisten doen echter meer dan een louter verspreiden, zij selecteren tussen boodschappen en vertalen deze. Ook wordt de ontvanger, het grote publiek, niet als een passieve actor aanzien. Er ontstaat een soort semi-circulair communicatiemodel: een bron (de wetenschapper) stuurt een boodschap naar de media, die op hun beurt een gemediëerde boodschap doorgeven aan het publiek waarop het publiek dan feedback geeft (Van den Bulck, 2004).

9 3.2 Functies van wetenschapscommunicatie Effectieve wetenschapscommunicatie ontstaat wanneer men (de wetenschap) in staat is om individuen door het aanbieden van kennis, ervaringen en (denk-) beelden emotioneel, fysiek en intellectueel aan zich en aan elkaar te binden (Dijkstra et al, 2003: 119). Zowel de wetenschappelijke wereld als het lekenpubliek wint bij dergelijke effectieve wetenschapscommunicatie en dat om uiteenlopende redenen. Grosso modo zijn er twee types motieven voor wetenschapscommunicatie te onderscheiden. In de eerste plaats zijn er de zelfzuchtige motieven vanuit de wetenschappelijke gemeenschap. Wetenschappers hebben er belang bij dat de angst en het wantrouwen ten aanzien van de wetenschap opgeheven wordt en er een positieve attitude ten aanzien van wetenschap en techniek wordt gecultiveerd. Publieke ondersteuning van wetenschap en techniek maakt namelijk dat de noodzakelijke fondsen voor wetenschappelijk onderzoek niet opdrogen. Dit is onderdeel van het feedbackproces. Daartegenover staan de altruïstische beweegredenen voor wetenschapscommunicatie (Winnubst in Maeseele, 2004). Deze redenen kunnen we opdelen in economische, democratische en culturele motieven. In eerste instantie heeft wetenschapscommunicatie een economische drijfveer. Enkel door te investeren in knowledge capital, met name technologische vooruitgang, is verdere groei en grotere voorspoed mogelijk (Maeseele, 2004). Ook de Europese Unie treedt, met de Lissabonrichtlijn, deze stelling bij. Het economische belang van een activerende en initiërende wetenschaps- en techniekcommunicatie is sterk toegenomen. Vakkennis in de eenentwintigste eeuw veroudert sneller. Wetenschapscommunicatie kan hierop inspelen. De toegenomen halveringstijd van opleiding en informatie doet de bevolking immers uit eigen belang (om zichzelf beter te positioneren op de arbeidsmarkt) zelf actief op zoek gaan naar informatie over wetenschap en techniek (Nota Wetenschaps- en Techniekcommunicatie, 2000). Het economische argument is erg verwant met cultureel motief, dat stelt dat wetenschapscommunicatie de burger helpt bij zijn integratie in de kennismaatschappij. Volwaardige culturele participatie van alle bevolkingsgroepen is alleen mogelijk als zij ook op de hoogte zijn van de betekenis van wetenschap en techniek als grondslagen voor de cultuur in brede zin (Hanssen et al, 2003) Hierin zit ook een educatief motief verscholen: wetenschapscommunicatie kan jongeren motiveren om wetenschap als mogelijke studie- en beroepskeuze te zien. Dit garandeert op haar beurt de noodzakelijke innovatiegraad in onze samenleving (Biltereyst, 2001). De gelijkenis met het economische motief is dat wetenschapscommunicatie indirect helpt de wetenschappelijke gecijferdheid of scientific literacy te verhogen. Het verschil zit in de keuze voor wetenschappen of een permanente bijscholing achteraf. We onderscheiden tot slot ook een democratisch motief. Het publiek betaalt immers belastingen waarmee wetenschappelijk onderzoek gefinancierd wordt. De burgers hebben dan ook het recht te weten wat er met dat belastingsgeld gebeurt. Bovendien ondergaan de burgers elke dag de consequenties van wetenschap en technologie (Maeseele, 2004). Voor het functioneren van de democratie is het dus nodig dat de bevolking goed geïnformeerd is over de ontwikkelingen van wetenschap en techniek en mee kan beslissen over de toepassing ervan (Hanssen et al, 2003). Public understanding of science and technology is critical in a society increasingly affected by their impacts and by policy decisions determined by technical expertise. At the community level, people are continually confronted with choices that require some understanding of scientific evidence: whether to allow the construction of a nuclear plant or a toxic waste disposal dump, whether to tolerate a child with AIDS in their schools. Similar choices must be made at the personal level: whether to use the pill, whether to eat high-fiber cereals, whether to avoid smoked meat. (Nelkin, 1987) 3.3 de rol van de media in wetenschapscommunicatie Zowel wetenschappers als het (leken)publiek hebben dus belang bij een effectieve wetenschapscommunicatie. Deze communicatie verloopt echter niet rechtstreeks van boodschapper naar ontvanger. Zoals gezegd schrijft de wetenschapper de artikels voor het grote publiek doorgaans niet zelf. De media zijn de cruciale tussenschakel in dit proces. Journalisten doen echter meer dan een loutere verspreiding van berichten. Het verzamelen van, selecteren uit en het bewerken van berichten kunnen we eveneens tot dit intermediaire niveau rekenen. Manheim ziet verschillende stijlen van nieuwsgaring bij journalisten, waaronder twee dominante: het type cultivation en het type hunter-gathering. In het eerste type heeft

10 de journalist een gepland systeem voor nieuwsgaring en maakt hij gebruik van zijn eigen vertrouwde bronnen (Manheim in McQuail, 2000). Onderzoek van Becker en Van Rooijen (2001) bevestigt dat journalisten sterk zijn aangewezen op een netwerk van informanten. Vaktijdschriften, rapporten van wetenschappers, kranten en tijdschriften zijn ook populaire informatiekanalen. De bronnen blijken bovendien in bepaalde combinaties te worden gebruikt. Er is een cluster massamedia en daarnaast een cluster van primaire bronnen (gesprekken, rapporten en vaktijdschriften). Voor wetenschapscommunicatie verkiezen journalisten, zowel de algemene als de wetenschapsreporters, het face-to-face contact met onderzoekers en oorspronkelijke publicaties als informatiebron. In het tweede type, hunter-gathering, gaat de journalist op zoek naar fenomenen die een mogelijk verhaal kunnen opleveren (Manheim in McQuail, 2000). Het opzienbarende karakter van een gebeurtenis wordt hierbij vaak als criterium gehanteerd (de zogenaamde frequentie en drempelwaardecriteria). Hierdoor wordt wetenschapscommunicatie benadeeld. Wetenschap is immers zelden groot nieuws. Er is wel vaker aandacht voor het afgewerkte product, een belangrijke doorbraak of prestigieuze prijzen dan voor de wetenschappelijke processen die aan de resultaten voorafgaan. Galtung en Ruge (in Huypens, 2003) onderscheidden nog twaalf andere kenmerken die de nieuwswaarde van een item bepalen. Zonder volledig te willen zijn, pikken we er enkele belangrijke kenmerken uit. Ondubbelzinnigheid is een criterium dat vaak nadelig uitdraait wanneer het wetenschap betreft. De nuance die in de wetenschappelijke vakcommunicatie zeer sterk aanwezig is, moet in het snelle journalistieke werk vaak sneuvelen. Exclusiviteit impliceert het enkel aanbieden aan één medium of het in primeur aanbieden van die informatie. Het criterium van de continuïteit stelt dat gebeurtenissen die in het nieuws kwamen, enige tijd nieuwswaardig blijven. Nieuws dat kan gekoppeld worden aan een individu (personificatie) maakt eveneens meer kans om geselecteerd te worden. Ook halen recente en negatieve zaken gemakkelijker het nieuws. Het nabijheidcriterium stelt ten slotte dat hoe dichter iets bij huis gebeurt, hoe meer belang eraan wordt gehecht. In de verzamelde informatie wordt vervolgens een selectie doorgevoerd. De communicatoren richten zich hierbij op hun lezerspubliek, door steeds rekening te houden met wat het al dan niet interessant zou vinden. Dit is de welbekende rol van gatekeeper die een journalist vervult. door het selecteren van verhalen uit de oneindige hoeveelheid ervan, definiëren ze (journalisten) bepaalde topics als nieuwswaardig en andere niet. Door hun keuze van titels en tussentitels legitimeren of bekritiseren ze publiek beleid. Door hun selectie van details geven ze hun lezers de instrumenten om over wetenschap en technologie op een bepaalde manier na te denken (Nelkin, 1987). Na het zoeken en selecteren van informatie, zullen (wete nschaps)journalisten de boodschap «hertalen». Dit blijkt niet altijd een sinecure. Zo is het vakjargon van de onderzoekers niet altijd even gemakkelijk te vatten in gewone taal. Een aantal wetenschappelijke begrippen heeft daarenboven een andere betekenis in het dagdagelijkse gebruik. Uitstekende voorbeelden hiervoor vormen termen als significant, een gemiddelde en representativiteit (Peters, 1998; Van den Bulck, 2005). Bovendien blijkt het niet eenvoudig om wetenschappelijke ontwikkelingen en

11 theorieën beknopt en duidelijk weer te geven. Ook is het vaak moeilijk om zowel snel to the point te komen bij het uitleggen van een wetenschappelijk probleem en tegelijkertijd toch de nodige nuances aan te brengen (Van Der Auweraert, 2003). Ten vierde hebben wetenschappers en journalisten een eigen stijl. De journalist schrijft een verhaal, wat wordt gekenmerkt door een structuur, een richting waarin het verhaal evolueert, een duidelijke boodschap en een perspectief. Volgens Dunwoody (in Peters, 1998) verklaart dit waarom bepaalde stukken wetenschapsinformatie worden opgepikt en andere over het hoofd worden gezien. Verhaalkaders (frames) bieden namelijk een structuur waarbij ruimte wordt aangeboden die moet gevuld worden met informatie uit bronnen. De wetenschappelijke boodschap wordt, vaak tot treurnis van de onderzoeker, bijgeschaafd om in het verhaalkader te passen. 3.4 Onderzoeksvragen In dit onderzoek staan twee onderzoeksvragen centraal die elk hun eigen beslag krijgen in de resultaatbespreking, verder in dit document. In de eerste plaats wil het onderzoek nagaan wat het profiel is van wetenschapscommunicatie in de geschreven pers. Hiervoor doen we een outputanalyse. We belichten op kwantitatieve wijze de wetenschapscommunicatie in de Vlaamse geschreven pers. Concreet zal worden nagegaan wanneer bericht wordt over wetenschapsonderwerpen, in welke dag- en weekbladen iets over wetenschap verschijnt en waar de artikels verschijnen. Ook wordt gekeken of en in welke mate het nabijheidcriterium op wetenschapscommunicatie van toepassing is (van waar) en in welke vorm de artikels verschijnen (hoe). Om te zien of Winnubsts (1990) bedenking dat wetenschapsjournalistiek in mediakringen vooral verwijst naar het schrijven over biomedische en exacte wetenschappen, kijken we naar welke wetenschapsdisciplines en thema s aan bod komen. De resultaten zullen telkens vergeleken worden tussen populaire kranten, kwaliteitskranten en weekbladen. De tweede onderzoeksvraag richt zich op het redactioneel beleid ten aanzien van wetenschapsthema s in Vlaanderen. Biltereyst (2001) concludeerde met betrekking tot het medium televisie dat nieuwsredacties geen doordacht beleid lijken te ontwikkelen ten aanzien van de berichtgeving over wetenschappen en technologie. Dit onderzoek gaat na in welke mate dit anno 2006 al dan niet opgaat voor redacties van de Vlaamse geschreven pers. Centraal in dit deel van het onderzoek staan ook de selectiemechanismen die (wetenschaps)journalisten hanteren ten aanzien van wetenschapscommunicatie en hoe zij hun eigen rol hierin zien. Beide onderzoeksvragen staan echter niet los van elkaar. Bij de analyse van het redactioneel beleid zullen de resultaten van de kwantitatieve analyse meegenomen worden. Ook bekijken we in onze analyse in welke mate de visie van de journalisten overeenstemt met het beeld dat uit de outputanalyse naar voor komt.

12 4 Methodologie Om de twee onderzoeksvragen van deze studie te beantwoorden wordt gebruik gemaakt van verschillende onderzoeksmethodologieën. In deze paragraaf staan we kort stil bij deze technieken en lichten we de keuzes toe die we maakten in de loop van het onderzoek. 4.1 Outputanalyse Om een profiel te schetsen van de wetenschapscommunicatie in de Vlaamse geschreven pers werd in de eerste plaats gekozen voor een kwantitatieve inhoudsanalyse. We beperkten ons uiteraard tot de Vlaamse pers en kozen om enkel artikels op te nemen uit het jaar Dit heeft als voordeel dat we een profiel kunnen schetsen van één afgerond kalenderjaar. Om artikels te selecteren, maakten we gebruik van Mediargus. Dit is een online databank die toegang biedt tot artikels verschenen in de geschreven (primordiaal Nederlandstalige) pers. Om de hoeveelheid artikels te beperken, werd geopteerd om slechts enkele kranten en weekbladen te nemen. We selecteerden De Standaard en De Morgen als kwaliteitskranten (zie ook: Biltereyst, Van Gompel in Manssens en Walgrave, 1998), Gazet van Antwerpen en Het Nieuwsblad vertegenwoordigen de populaire kranten 1 (De Bens in Manssens en Walgrave, 1998). Knack en Trends zijn in de analyse opgenomen als weekbladen. De artikels over het thema wetenschap werden uit de databank gehaald met behulp van één centrale zoekstring 2. Dit leverde een eerste steekproef van 4440 artikels op. Zestien artikels vielen onder een bijzondere auteursrechtelijke bescherming en konden niet uit Mediargus betrokken worden. De zoekstring selecteerde echter soms ook artikels die niet handelen over wetenschap maar toevallig wel een van de zoektermen bevatte (een voorbeeld hiervan is wanneer in de biografie die een interview voorafgaat, wordt vermeld dat iemand doctor in de sociale wetenschappen is). Deze artikels werden door de codeurs tijdens de codeerfase uit de steekproef verwijderd. Zo bleven uiteindelijk 3126 artikels over waarmee de profielanalyse uitgevoerd werd. Gezien het krappe tijdsbestek waarbinnen het onderzoek moest afgerond zijn, werd geopteerd voor een eenvoudige en efficiënte codering van de artikels. Zo werd in de eerste plaats gecodeerd titel, verschijningsdatum en paginanummer waarop het artikel verscheen. Hoe over wetenschapscommunicatie bericht wordt, werd vertaald naar het soort Hierbij werd telkens de nationale editie genomen. 2. Wetenschappe* AND (ESA OR onderzoek* OR universit* OR NASA OR nucleair* OR doctor OR professor OR biolo* OR sociol* OR geschied* OR fysica OR informatic* OR astrono* OR zoölog* OR dokter) NOT «gerechtelijk onderzoek» Deze zoekstring werd eerst uitgetest op enkele kranten, door deze te doorbladeren en te selecteren welke artikels met de operator zouden moeten geselecteerd worden.

13 artikel (zoals faits-divers, lezersbrief, etc) en het niveau van het onderwerp dat in het artikel aan bod komt (regionaal, nationaal, internationaal). Om na te gaan welke wetenschapstak vooral een forum krijgt in de Vlaamse geschreven pers, werd ook op discipline gecodeerd. Tot slot werd aan de codeurs gevraagd een algemene term, een thema op te geven om de inhoudelijke rubricering van de artikels mogelijk te maken. In totaal maakten we gebruik van drie onafhankelijke codeurs die allemaal een deel van de steekproef codeerden met een vooraf opgesteld codeboek. Om de intercodeursvaliditeit te testen werden 100 artikels door de drie codeurs gecodeerd. Hiermee gaan we na of er eventuele verschillen in codeerstijl waren, die de dataset minder betrouwbaar maken. De testen die werden uitgevoerd, gaven aan dat er op de meeste variabelen geen significant verschil was tussen de drie codeurs. Naast de basis voor een kwantitatieve inhoudsanalyse diende de steekproef ook voor de selectie van drie cases die we in een kwalitatieve inhoudsanalyse (Wester, 1995) nader bekeken. Hoe wetenschap uit de verf komt en welke connotaties het krijgt, staat in deze beperkte analyse centraal. De ruimtevaart en in het bijzonder de Marsexpeditie vormden in 2005 een wetenschappelijk succesverhaal met hoge resonantie. Het Hwang-schandaal is een tweede dossier dat in 2005 centraal stond. Deze case gaat over een vermeende- mijlpaal in het kloononderzoek én over de fraude die hiermee gepaard bleek te gaan. Beide dossiers vormen een uitgelezen opportuniteit om beeldvorming over wetenschap na te gaan. Een derde case die we selecteerden, handelt over gender-issues. Hiermee pikken we een belangrijk thema uit de sociaal-wetenschappelijke sfeer op. Het doel van deze case is te kijken of sociale wetenschappen anders uit de verf komen dan de exact wetenschappelijke tegenhangers. 4.2 redactioneel beleid en de rol van wetenschapsjournalisten De tweede onderzoeksvraag die deze studie wil beantwoorden, gaat over het redactioneel beleid van kranten en weekbladen ten aanzien van wetenschap. Daarbij wordt tevens de betekenisverlening van journalisten over de wetenschap bevraagd en achterhaald wat hun referentiekaders zijn voor het berichten over dit onderwerp. Deze tweede vraag maakte een meer kwalitatieve benadering noodzakelijk. Daarom werden tien (wetenschaps)journalisten geïnterviewd op basis van een semi-gestructureerde vragenlijst. Om een zo volledig mogelijk beeld te krijgen, werden respondenten geselecteerd die werkzaam zijn binnen verschillende mediumtypes (dagbladen en tijdschriften). Vijf van de tien journalisten werken voor de dagbladpers (met name De Standaard, De Morgen, Gazet van Antwerpen (GVA) en Het Laatste Nieuws), twee journalisten schrijven voor een weekblad (Knack en P-magazine) en drie werken voor meer gespecialiseerde pers (EOS, Scientific American en Science Connection). Van deze titels, is Science Connection het enige niet-commerciële blad. De gespecialiseerde pers noch P-magazine werd in de outputanalyse uit de eerste fase betrokken. De reden hiervoor is van eerder praktische aard: ze konden niet via de Mediargus-databank worden geconsulteerd. Het onderzoek wil echter ook een scherper zicht krijgen op de wetenschapscommunicatie in deze tijdschriften waardoor ze wél opgenomen werden in de kwalitatieve onderzoeksronde. De wetenschappelijke magazines zijn iets minder bekend en verdienen daarom een bijkomende toelichting. Eos is een populair wetenschappelijk weekblad dat vooral exactwetenschappelijke onderwerpen brengt, af en toe afgewisseld met een onderwerp uit de menswetenschappen. Het richt zich naar de wetenschappelijk geïnteresseerde leek (interview met EOS-journalist). Scientific American daarentegen schrijft voor lezers met een bepaalde wetenschappelijke voorkennis (interview met journalist bij Scientific American). Het blad verschijnt om de twee maanden en brengt uitsluitend onderwerpen uit de exacte wetenschappen. Science Connection verschijnt in opdracht van de FOD Wetenschapsbeleid, en doet aan wetenschapsvoorlichting eerder dan aan wetenschapsjournalistiek. Alle onderzoeken die in opdracht van de dienst gebeuren, kunnen hun onderzoeksresultaten in het tijdschrift publiceren. Science Connection heeft bijgevolg geen journalisten in dienst, enkel redacteurs die de artikels van de wetenschappers nalezen. 11

14 5 Kwantitatieve profielanalyse van de wetenschapscommunicatie in de Vlaamse geschreven pers in 2005 De eerste fase van het onderzoek bestaat uit het schetsen van een profiel van de wetenschapscommunicatie in de Vlaamse pers. Hierbij geven we de resultaten van de kwantitatieve inhoudsanalyse die uitgevoerd werd op artikels die verschenen in het jaar 2005 in zes Vlaamse krant- en tijdschrifttitels. Het doel van de analyse gaat niet verder dan een beschrijvende weergave presenteren van de omvang aan artikels over een wetenschappelijk thema en de plaats die deze artikels krijgt in dit geheel. Om de verschillende tabellen te kaderen, zullen we gebruik maken van de reacties die wetenschapsjournalisten gaven in de tweede fase van het onderzoek. Ook al ging deze fase in hoofdzaak over het redactionele beleid dat gevoerd wordt in de Vlaamse media, toch zijn verschillende uitspraken relevant in het interpreteren van de profielstudie. 12

15 5.1 overzicht van het aanbod aan wetenschapscommunicatie Van de zes titels die in de Mediargus-steekproef betrokken werden, komt De Morgen naar voor als krant die het meest aandacht besteedt aan wetenschap. De krant publiceerde 34.1% van de in 2005 verschenen artikels over wetenschap. Daarna volgt De Standaard (27.3%). De populaire kranten Het Nieuwsblad en Gazet Van Antwerpen (GVA) volgen op enige afstand met respectievelijk 17.5 en 10.3%. De twee, door Biltereyst (in Manssens, 1998) als kwaliteitskranten omschreven titels, besteden in verhouding duidelijk meer aandacht aan wetenschapscommunicatie. Wat de twee weekbladen betreft, scoorde Knack op het vlak van communicatie over wetenschap beduidend hoger dan Trends (7.9% tegenover 2.9%). Tabel 1 > Artikels over wetenschapscommunicatie naar krant of weekblad N % De Morgen ,1 De Standaard ,3 Het Nieuwsblad ,5 GVA ,3 Knack 247 7,9 Trends 92 2,9 Omwille van hun wekelijkse verschijningsdatum zijn de tijdschriften uiteraard niet met de kranten te vergelijken. Als we de theoretische oefening zouden maken om het aantal publicatiemomenten in rekening te nemen, komt Knack trouwens bovenaan te staan met een relatief aandeel van 31.2 percent wat ruim meer is dat De Morgen die dan op 22.5 % zou uitkomen. Bekijken we de verdeling van de artikels over de maanden van 2005, dan zien we dat januari eruit schiet als de maand waarin meer informatie over wetenschap verscheen (10.4% van alle in 2005 verschenen artikels (zie Tabel 2). De stijging is vooral voor de kwaliteitskranten meer uitgesproken. Uit de gegevens komt ook een tijdelijke daling tijdens de zomermaanden naar voor. Augustus lijkt dan weer wel een relatief goede maand voor wetenschapscommunicatie. Alle dag- en weekbladen - met uitzondering van De Standaard - kennen dan een tijdelijke stijging. In de interviews bevestigen de journalisten deze trend. Hoeveel ruimte wetenschapscommunicatie krijgt, is in sterke mate afhankelijk van het nieuwsaanbod. Dit impliceert dat tijdens nieuwsluwe periode er extra ruimte is voor wetenschappen. Dus in komkommertijd, in de vakantie, is er altijd veel plaats, dan hebben we veel meer kans. Maar als het heel druk is, een dag met heel veel nieuws, politiek of faitsdivers of rampen, dan valt dit thema als eerste weg. (journalist bij populaire krant) 13

16 Tabel 2 > Wetenschapscommunicatie naar maand Totaal De Morgen De Standaard GVA Het Nieuwsblad Knack Trends januari 10,4 10,6 10,7 10,9 9,3 10,9 9,8 februari 8,0 8,4 7,7 9,9 7,1 7,7 6,5 maart 10,0 8,6 8,9 10,6 12,6 12,1 14,1 april 9,9 9,5 10,6 9,3 10,8 8,1 8,7 Mei 9,6 9,0 10,3 7,8 10,2 10,9 8,7 Juni 9,3 8,1 9,6 13,0 8,9 7,3 16,3 juli 5,4 5,9 5,6 5,6 5,7 2,4 3,3 augustus 7,7 9,7 5,6 7,5 7,7 8,1 4,3 september 7,1 7,5 6,6 5,9 7,5 6,9 8,7 oktober 6,8 6,1 8,2 5,0 6,2 10,1 2,2 november 6,3 5,7 7,4 5,3 5,3 6,1 12,0 december 9,5 10,9 8,7 9,3 8,8 9,3 5,4 14

17 Ook in december is er sprake van een beperkte opleving. Een mogelijke verklaring is dat die maand jaaroverzichten verschijnen, waarin wetenschappelijk nieuws opnieuw wordt opgehaald. De ratio van wetenschapscommunicatie tot het totaal aantal artikels zou in dit geval niet stijgen. Dit wordt echter niet bevestigd door de data. Vooral tussen pagina 21 en 30 verscheen in december 2005 meer wetenschapscommunicatie. Hiermee kunnen we veronderstellen dat niet zozeer in de eindejaarsbijlagen er meer wetenschapsnieuws verscheen, maar dat wetenschapscommunicatie tijdens december minder concurrentie onderging van andere thema s. Teneinde een verklaring te geven aan deze plotse stijging in december, keken we meer gedetailleerd naar de onderwerpen die toen aan bod kwamen. Hieruit bleek dat vooral de ontmaskering van dokter Hwang (zie verder) een zeer dominant gegeven was op het einde van het jaar. Bovendien was het eindejaar aanleiding tot het publiceren van onderzoeken over geluk, feestdagenkilo s en kerstcadeaus. Hoewel deze artikels geen uitzonderlijk hoog volume artikels vertegenwoordigen, zorgen zij wel mee voor de stijging op het einde van het jaar. Als we naar de afzonderlijke media gaan kijken, springen de tijdelijke hoogtes bij Trends in het oog. In maart en juni en november 2005 publiceerde dit weekblad beduidend meer artikels over wetenschap. Het reële aantal artikels is zoals gezegd vrij beperkt voor Trends, wat maakt dat kleine absolute verschillen in de percentages grote sprongen laten zien. Bovendien verscheen Trends in maart en juni vijf maal. Dit is ook voor Knack een verklaring van de plotse piek in maart. We onderzochten tevens op welke dagen wetenschap het vaakst verschijnt in de Vlaamse dagbladen 1. Er is van maandag tot vrijdag een stijgende lijn te bemerken in de wetenschapscommunicatie. Maandag is de minst populaire dag (11.1%). Woensdag en donderdag scoren vrij gelijk (16.0% en 17.1%). Op vrijdag piekt het aantal artikels over wetenschapscommunicatie tot 21.8% (en dit onder invloed van De Standaard). Tabel 3 Artikels naar publicatiemoment in de week Totaal De Morgen De Standaard GVA Het Nieuwsblad Zondag 2,3 11,7 Maandag 11,1 10,3 10,6 13,7 12,0 Dinsdag 13,8 15,2 11,5 15,3 13,7 Woensdag 16,0 19,1 14,0 17,1 12,2 Donderdag 17,1 16,9 18,4 14,6 16,8 Vrijdag 21,8 18,3 32,4 16,2 15,1 Zaterdag 18,0 20,1 13,0 23,1 18,4 1. Zondag wordt in deze bespreking buiten beschouwing gelaten. Die dag verschijnt enkel Het Nieuwsblad Op Zondag. 15

18 Als we vervolgens opsplitsen naar krant merken we dat De Morgen meer dan gemiddeld scoort op zaterdag. Toch verschijnen ook op woensdag en vrijdag veel artikels. Enkel op maandag is er een dip in de cijfers. Dit hangt samen met de afwezigheid van de EGO-katern die dag. Ook is er de eerste werkdag van de week traditioneel meer sportnieuws, wat de ruimte voor wetenschap (maar ook ander nieuws) inperkt. De Standaard kent een ander profiel. Hier zien we voornamelijk veel artikels op vrijdag verschijnen. Ook hier hangt dit samen met de bijhorende wetenschapsbijlage in de krant. De stijging van donderdag in vergelijking met woensdag kan misschien verklaard worden door de katern Letteren, waarin ook boeken uit de wetenschappen aan bod komen 1. Na twee dagen met veel wetenschapsnieuws daalt het aantal artikels in De Standaard sterk op zaterdag. De twee populaire kranten vertonen een nog ander publicatieritme. Zo brengt GVA nagenoeg elke dag evenveel wetenschapsnieuws. Enkel zaterdag en in mindere mate ook woensdag - springt eruit. Het Nieuwsblad kent ook een vrij gelijk verloop aan wetenschapscommunicatie, met evenwel een verhoging op zaterdag en donderdag. 5.2 het gewicht van de wetenschapscommunicatie In welke mate wetenschap nieuws is, gaan we na door te kijken op welke pagina de artikels hierover vooral verschijnen. Algemeen blijkt dat wetenschappen zelden de voorste regionen van de kranten of weekbladen halen. Slechts 3.1% van de artikels over wetenschap verschijnen op de voorpagina. Bij pagina twee stijgt dit tot 7.4%, waarna het terug daalt tot 5.1% op pagina drie. Als we veronderstellen dat belangrijk nieuws op de eerste drie pagina s verschijnt, dan blijkt dat meer dan 84% van de wetenschapscommunicatie geen belangrijk nieuws is. Tabel 4 > Plaats van wetenschap Totaal De Morgen De Standaard Gazet Van Het Nieuwsblad Knack Trends Antwerpen Voorpagina 3,1 3,4 4,7 1,6 2,9 Pagina 2 7,4 10,7 10,0 5,6 3,5 Pagina 3 5,1 5,7 5,5 6,5 5,3 1,2 Elders 84,4 80,3 79,8 86,3 88,3 98,8 100,0 Toch zijn er verschillen tussen de kranten. Van alle artikels over wetenschap die in De Standaard verschenen, zijn er 4.7% die de voorpagina halen, tegenover 3.4% bij De Morgen. Opnieuw liggen de populaire kranten hier ver achter. Wetenschapscommunicatie is dus vaker voorpaginanieuws in de kwaliteitskranten dan in de populaire kranten. Ook op pagina twee verschijnt in de kwaliteitskranten meer over de wetenschap dan in hun populaire tegenhangers. De artikels die op pagina één van de kranten verschenen, werden van naderbij op hun inhoud bekeken. Hierbij springt in het oog dat vooral de medische wetenschappen de voorpagina halen, met thema s als de dopingtest van Rutger Beke of 1. We merken hierbij op dat de data gaan over 2005, ondertussen zijn de Wetenschapsbijlage en Letterenbijlage van dag gewisseld. 16

19 de problematiek van de vogelgrieppandemie. Daarbuiten kwamen ook wetenschappelijke doorbraken aan bod, in het kader van het onderzoek naar Alzheimer en op het domein van de genetica. Ook het plan van Moerman voor een braingain haalde meermaals de voorpagina. Het valt op dat het hierbij steeds gaat om onderwerpen in de actualiteit die wetenschappelijk worden gekaderd. Nieuws dat vanuit de wetenschappelijke wereld naar buiten wordt gebracht, haalt de voorpagina niet. Als journalisten onderzoek aan de actualiteit kunnen ophangen, is de kans op selectie veel groter. Vooral voor sociaal-wetenschappelijke onderwerpen lijkt dit te gelden. Berichten uit de exacte wetenschappen verschijnen meestal als er een belangrijk onderzoek wordt gepubliceerd. Voor humane onderwerpen is de logica vaak omgekeerd: daar komt een onderzoeker meestal in beeld als er iets gebeurt op maatschappelijk vlak. Bij een beschrijving van een echtscheidingszaak, zal bijvoorbeeld een socioloog worden ingeschakeld om de kwestie te beoordelen en algemene cijfers te geven. Aangezien dit soort verhalen niet vaak vooraan in het nieuws staan, kan dat verklaren waarom humane wetenschappen minder op de eerste pagina s voorkomt. Journalisten doen dit niet alleen voor actuele gebeurtenissen, ook zogenaamde nieuwskapstokken zijn vaak een manier om wetenschappelijk nieuws een belangrijke plaats in het nieuws te geven. Dat is vooral zo voor zaken die al veel aan bod komen, zoals nieuws over holebi s, vrouwenrechten of bepaalde ziektes. Om te voorkomen dat het publiek verzadigd raakt, zullen journalisten onderzoek over die onderwerpen niet altijd publiceren. Als er echter een aanzet is in de actualiteit - zoals de nationale Holebidag, de Dag van de Vrouw of een internationale conferentie rond Aidspreventie - brengen journalisten die onderzoeken meestal wél, zelfs als ze niet brandend actueel of heel maatschappelijk relevant zijn. Als publicatiestrategie zouden wetenschappers die op dat soort domeinen actief zijn, er dus goed aan doen om hun onderzoek rond zo een journalistiek interessante datum te publiceren. Tabel 5 bevestigt dat exacte wetenschappen in de kranten en weekbladen vaker vooraan verschijnen. Bijna 18% van alle artikels die werden gepubliceerd over exacte wetenschappen, verscheen op de eerste drie pagina s, tegenover bijna 10.5% bij de humane wetenschappen. Voor de voorpagina is het verschil het duidelijkst. Tabel 5 > Plaats en niveau naar wetenschapsdiscipline oud Plaats Exact Humaan Voorpagina 3,7 1,8 Pagina 2 8,2 5,8 Pagina 3 6,1 3,0 Elders in de krant/het weekblad 82,0 89,4 Niveau Internationaal 60,5 46,4 Nationaal 15,2 21,8 Regionaal 9,1 15,4 Gemengd 9,7 12,7 Niet duidelijk 5,5 3,8 17

20 Het niveau waarop het nieuws zich situeert, verklaart dit gedeeltelijk. Hiervoor werd nagegaan van waar de wetenschapscommunicatie komt: of een internationale wetenschapper bijvoorbeeld een doorbraak meldt, of deze zich situeert aan een van de eigen universiteiten. Deze indeling is echter niet altijd zuiver, zo wordt bij internationaal wetenschappelijk nieuws regelmatig een nationale of regionale component toegevoegd (bv. een wetenschapper die uitlegt hoe het daaromtrent in België staat). Dergelijke artikels werden als gemengd gecodeerd. Artikels uit de exacte wetenschappen zijn veel vaker internationaal van aard (60.5% tegenover 46.4% uit de humane wetenschappen). We kunnen veronderstellen dat er zich internationaal frequenter grote events aandienen. Nieuws over humane wetenschappen komt vaker van nationaal of regionaal niveau, wat deels te verklaren is door het actualiteitsgebonden karakter van deze disciplines. We stellen voor de humane wetenschappen ook meer een mengvorm vast (bijvoorbeeld, internationale bevindingen die worden aangevuld met nationale of regionale onderzoeken). Eerder wezen we reeds op de nabijheid als belangrijke factor bij de selectie van (wetenschappelijk) nieuws. Gebeurtenissen die dicht bij huis plaatsvinden, of waarmee de lezer zich kan identificeren, maken meer kans op selectie. Dit wordt echter niet bevestigd door onze data. 55.7% van de wetenschapscommunicatie komt van het internationale niveau. Nationaal wetenschappelijk nieuws is goed voor 17% en het regionale bengelt achteraan met 11%. In één op tien artikels worden de verscheidene niveaus gemengd. Voor wetenschapscommunicatie worden dus vooral bronnen en gebeurtenissen van internationale aard gebruikt al moet hierbij vermeld worden dat dit vaak kortere faitsdivers artikels zijn. Tabel 6 > Niveau van wetenschapscommunicatie naar krant/weekblad Totaal De Morgen De Standaard GVA Het Nieuwsblad Knack Trends Internationaal 55,7 67,8 50,4 41,0 54,7 48,6 41,3 Nationaal 17,4 12,1 21,6 23,9 17,7 15,8 18,5 Regionaal 11,2 7,2 13,4 17,1 13,3 8,5 12,0 Gemengd 10,7 8,9 9,5 16,1 9,5 14,6 21,7 Niet duidelijk 5,0 4,0 5,1 1,9 4,7 12,6 6,5 We merken echter grote verschillen op tussen de kranten. De Morgen is veruit koploper in het brengen van internationale wetenschapscommunicatie. Qua gemengde artikels scoort het niet ver onder het gemiddelde, wat impliceert dat vooral nationaal en regionaal wetenschapsnieuws weinig forum krijgt in de krant. Dit laatste hangt samen met de afwezigheid van een regionale katern in deze krant. De Standaard en Het Nieuwsblad scoren vergelijkbaar: ongeveer de helft van de berichtgeving 18

1. Soorten wetenschappelijke informatiebronnen

1. Soorten wetenschappelijke informatiebronnen 1. Soorten wetenschappelijke informatiebronnen Wanneer je als student in het hoger onderwijs de opdracht krijgt om te zoeken naar wetenschappelijke informatie heb je de keuze uit verschillende informatiebronnen.

Nadere informatie

Minder nieuws voor hetzelfde geld?

Minder nieuws voor hetzelfde geld? www.nieuwsmonitor.net Minder nieuws voor hetzelfde geld? Van broadsheet naar tabloid Meer weten? Onderzoekers Nieuwsmonitor Carina Jacobi Joep Schaper Kasper Welbers Kim Janssen Maurits Denekamp Nel Ruigrok

Nadere informatie

Op de vraag of men de artikelen zelf in het Engels schrijft, gaf één wetenschapper het volgende aan:

Op de vraag of men de artikelen zelf in het Engels schrijft, gaf één wetenschapper het volgende aan: NEDERLANDS, TENZIJ Onderzoek Vakgroep Marktkunde en Marktonderzoek RUG In dit onderzoek zijn de volgende vragen geformuleerd: Welke factoren zijn op dit moment van invloed op de beslissing of Nederlandse

Nadere informatie

Voorpublicatie Vertrouwen in de wetenschap

Voorpublicatie Vertrouwen in de wetenschap Voorpublicatie Vertrouwen in de wetenschap Augustus 2015 Het meeste wetenschappelijk onderzoek wordt betaald door de overheid uit publieke middelen. De gevolgen van wetenschappelijke kennis voor de samenleving

Nadere informatie

Evaluatie Nieuwsbrief Duurzame Mobiliteit

Evaluatie Nieuwsbrief Duurzame Mobiliteit Evaluatie Nieuwsbrief Duurzame Mobiliteit De Nieuwsbrief Duurzame Mobiliteit bestaat 1 jaar. In dat jaar verschenen 20 edities van onze nieuwsbrief. Tijd om eens te zien wat we kunnen verbeteren aan het

Nadere informatie

DE GROTE IMAGO ENQUÊTE OVER HET BIV (Beroepsinstituut van Vastgoedmakelaars)

DE GROTE IMAGO ENQUÊTE OVER HET BIV (Beroepsinstituut van Vastgoedmakelaars) DE GROTE IMAGO ENQUÊTE OVER HET BIV (Beroepsinstituut van Vastgoedmakelaars) INLEIDING Het NICM lanceert een onderzoek bij mede eigenaars van appartementen en beroepssyndici over het imago van het BIV

Nadere informatie

Nieuwsmonitor 6 in de media

Nieuwsmonitor 6 in de media Nieuwsmonitor 6 in de media Juni 2011 Nieuws - Europa kent geen watchdog ANTWERPEN/BRUSSEL - Het Europese beleidsniveau krijgt in de Vlaamse TV-journaals gemiddeld een half uur aandacht per maand. Dat

Nadere informatie

Digitale (r)evolutie in België anno 2009

Digitale (r)evolutie in België anno 2009 ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 9 februari Digitale (r)evolutie in België anno 9 De digitale revolutie zet zich steeds verder door in België: 71% van de huishoudens in

Nadere informatie

Standaard Eurobarometer 80. DE PUBLIEKE OPINIE IN DE EUROPESE UNIE Najaar 2013 NATIONAAL RAPPORT BELGIË

Standaard Eurobarometer 80. DE PUBLIEKE OPINIE IN DE EUROPESE UNIE Najaar 2013 NATIONAAL RAPPORT BELGIË Standaard Eurobarometer 80 DE PUBLIEKE OPINIE IN DE EUROPESE UNIE Najaar 2013 NATIONAAL RAPPORT BELGIË Opiniepeiling besteld en gecoördineerd door de Europese Commissie, Directoraat-generaal Communicatie.

Nadere informatie

SYNTHESERAPPORT EVALUATIE WETENSCHAPPELIJKE OLYMPIADES SAMENVATTING

SYNTHESERAPPORT EVALUATIE WETENSCHAPPELIJKE OLYMPIADES SAMENVATTING SYNTHESERAPPORT EVALUATIE WETENSCHAPPELIJKE OLYMPIADES SAMENVATTING Studiedienst en Prospectief Beleid 1 Departement Economie, Wetenschap en Innovatie Vlaamse Overheid Koning Albert II-laan 35 bus 10 1030

Nadere informatie

Clipit whitepaper. Onderzoek online en social media berichten over steden. 1 september 2012 1 november 2012

Clipit whitepaper. Onderzoek online en social media berichten over steden. 1 september 2012 1 november 2012 Clipit whitepaper Onderzoek online en social media berichten over steden 1 september 2012 1 november 2012 Voor het derde jaar op een rij onderzoekt Clipit de online berichtgeving over steden. In het onderzoek

Nadere informatie

Nederlandstalige kranten

Nederlandstalige kranten Nederlandstalige kranten Nieuw record voor Het Laatste Nieuws. Sterkste groei voor De Morgen. Elke dag lezen 3.072.000 Vlamingen een krant, betalend of gratis, op papier of de digitale versie ervan. Dit

Nadere informatie

Politiek en politici in het nieuws in vijf landelijke dagbladen Samenvatting

Politiek en politici in het nieuws in vijf landelijke dagbladen Samenvatting Politiek en politici in het nieuws in vijf landelijke dagbladen Samenvatting Otto Scholten & Nel Ruigrok Stichting Het Persinstituut De Nederlandse Nieuwsmonitor Amsterdam, april 06 1 Inleiding Puntsgewijs

Nadere informatie

Leerlingenhandleiding

Leerlingenhandleiding Leerlingenhandleiding Afsluitende module Van Nature tot Metro Van Nature tot Metro Inleiding Onderzoekers publiceren het verslag van hun onderzoek in wetenschappelijke bladen die internationaal verschijnen.

Nadere informatie

Nieuwsmonitor 10 in de media

Nieuwsmonitor 10 in de media Nieuwsmonitor 10 in de media Mei 2012 VRT en vtm brengen meer buitenlands nieuws Het aandeel buitenlands nieuws in de nieuwsuitzendingen van Eén en vtm is vorig jaar met 6 procent gestegen. Dat blijkt

Nadere informatie

Journal of Practicing Journalism. Research

Journal of Practicing Journalism. Research Journal of Practicing Journalism Special Issue Volume I, Number I May 2013 Research Editors: Knut De Swert & Ruud Wouters JOURNAL OF PRACTICING JOURNALISM RESEARCH Special Issue VOORWOORD We schrijven

Nadere informatie

HOOFDSTUK 7 Aanbevelingen

HOOFDSTUK 7 Aanbevelingen 7 pagina 103 HOOFDSTUK 7 Aanbevelingen 7.1 Doelgroep 7.1.1 Leer de doelgroep beter kennen 7.1.2 Versterk de relatie met jongeren 7.2 Inhoud 7.2.1 Onderscheid nieuws van nieuwtjes, maar bied beide 7.2.2

Nadere informatie

Evaluatie van het project Mantelluisteren academiejaar 2012-2013

Evaluatie van het project Mantelluisteren academiejaar 2012-2013 Evaluatie van het project Mantelluisteren academiejaar 212-21 In academiejaar 212-21 namen 5 mantelzorgers en 5 studenten 1 ste bachelor verpleegkunde (Howest, Brugge) deel aan het project Mantelluisten.

Nadere informatie

Gezondheid en (psycho)somatische klachten bij adolescenten in Vlaanderen 2014

Gezondheid en (psycho)somatische klachten bij adolescenten in Vlaanderen 2014 Gezondheid en (psycho)somatische klachten bij adolescenten in Vlaanderen 214 Inleiding Gezondheid in de internationale HBSC (Health Behaviour in School-aged Children) studie en in de Wereldgezondheidsorganisatie

Nadere informatie

Junior College EEN INITIATIEF VAN

Junior College EEN INITIATIEF VAN Junior College EEN INITIATIEF VAN Junior College is een initiatief van de KU Leuven en KU Leuven Kulak om wetenschap op hoog niveau tot in de klas te brengen. Modules rond wiskunde, geschiedenis en taal

Nadere informatie

CIM-studie 11/12: pers en bioscoop

CIM-studie 11/12: pers en bioscoop 19 oktober 2012 CIM-studie 11/12: pers en bioscoop Op 14 september jongstleden werden de resultaten van de CIM-studie 2011/2012 voor pers en bioscoop bekengemaakt. Methodologie Net als vorig jaar onderging

Nadere informatie

Voorwoord 11. Deel I: Analyse van de Belgische dagbladmarkt: trends en uitdagingen 15

Voorwoord 11. Deel I: Analyse van de Belgische dagbladmarkt: trends en uitdagingen 15 Inhoud Voorwoord 11 Deel I: Analyse van de Belgische dagbladmarkt: trends en uitdagingen 15 Hoofdstuk 1 Een historische terugblik: van het ancien régime tot en met de Tweede Wereldoorlog 17 1. De diverse

Nadere informatie

Disseminatie: artikels schrijven, presenteren en publiceren. Katrien Struyven

Disseminatie: artikels schrijven, presenteren en publiceren. Katrien Struyven Disseminatie: artikels schrijven, presenteren en publiceren Katrien Struyven Ervaringen Wie heeft pogingen ondernomen of reeds een artikel geschreven? Hoe heb je dit ervaren? Wie heeft er reeds deelgenomen

Nadere informatie

NOVEMBER 2014 BAROMETER

NOVEMBER 2014 BAROMETER NOVEMBER 2014 BAROMETER In deze nieuwe editie van de barometer staan we stil bij de Census 2011 die afgelopen maand werd gepubliceerd door Statistics Belgium, onderdeel van de FOD Economie. We vertalen

Nadere informatie

Artsenkrant wordt betalend Lancering AK Club FAQ (FREQUENTLY ASKED QUESTIONS)

Artsenkrant wordt betalend Lancering AK Club FAQ (FREQUENTLY ASKED QUESTIONS) Artsenkrant wordt betalend Lancering AK Club FAQ (FREQUENTLY ASKED QUESTIONS) Waarom wordt Artsenkrant betalend? Is 99 euro niet duur voor een krant die ik tot nu toe gratis ontving? Betaal ik onmiddellijk

Nadere informatie

Korte beschrijving van het project Inhoud van dit document Contactinformatie Team: Email: Telefoon: Persinformatie

Korte beschrijving van het project Inhoud van dit document Contactinformatie Team: Email: Telefoon: Persinformatie SpaceBillboard Onze missie is om mensen te inspireren en ruimtevaartonderzoek te steunen, door het eerste reclamepaneel ooit in de ruimte te lanceren. Korte beschrijving van het project SpaceBillboard

Nadere informatie

Profilering derde graad

Profilering derde graad Profilering derde graad De leerling heeft in de eerste en de tweede graad de gelegenheid gehad om zijn of haar interesses te ontdekken. Misschien heeft hij of zij al enig idee ontwikkeld over toekomstige

Nadere informatie

Wetenschapscommunicatie Informatica: doelstelling, opdrachten, proces, beoordeling en deadlines.

Wetenschapscommunicatie Informatica: doelstelling, opdrachten, proces, beoordeling en deadlines. Wetenschapscommunicatie Informatica: doelstelling, opdrachten, proces, beoordeling en deadlines. Doelstelling. Het OPO Wetenschapscommunicatie Informatica heeft als doelstelling om de communicatievaardigheden,

Nadere informatie

HOOFDSTUK 6 Samenvattende conclusies

HOOFDSTUK 6 Samenvattende conclusies 6 pagina 97 HOOFDSTUK 6 Samenvattende conclusies 6.1 Nieuws 6.1.1 Content: Zijn jongeren in nieuws geïnteresseerd? 6.1.2 Waarde: Is nieuws volgen belangrijk? 6.1.3 Oordeel: Hoe beoordelen jongeren nieuws?

Nadere informatie

Functieprofiel: Redacteur Functiecode: 0601

Functieprofiel: Redacteur Functiecode: 0601 Functieprofiel: Redacteur Functiecode: 0601 Doel Uitvoeren van redactionele werkzaamheden voor de totstandkoming van diverse in- en/of externe publicaties, alsmede het bewaken van de kwaliteit van de publicaties,

Nadere informatie

Hoofdstuk 2: Kritisch reflecteren 2.1. Kritisch reflecteren: definitie Definitie: Kritisch reflecteren verwijst naar een geheel van activiteiten die

Hoofdstuk 2: Kritisch reflecteren 2.1. Kritisch reflecteren: definitie Definitie: Kritisch reflecteren verwijst naar een geheel van activiteiten die Hoofdstuk 2: Kritisch reflecteren 2.1. Kritisch reflecteren: definitie Definitie: Kritisch reflecteren verwijst naar een geheel van activiteiten die worden uitgevoerd om uit het gevonden bronnenmateriaal

Nadere informatie

Module 3. Hoe gebruik ik informatie op een correcte manier? www.thomasmore.be/bibliotheek

Module 3. Hoe gebruik ik informatie op een correcte manier? www.thomasmore.be/bibliotheek www.thomasmore.be/bibliotheek Module 3 Hoe gebruik ik informatie op een correcte manier? Gebaseerd op de tutorials informatievaardigheden van Bibliotheek Letteren - K.U.Leuven Hoe gebruik ik informatie

Nadere informatie

Redacteur. Context. Doel

Redacteur. Context. Doel Redacteur Doel (Doen) uitvoeren van redactionele werkzaamheden voor de totstandkoming van diverse in- en/of externe publicaties, alsmede het bewaken van de kwaliteit van de publicaties, conform de vastgelegde

Nadere informatie

Briefing V1. interactieve content

Briefing V1. interactieve content Briefing V1 interactieve content Marianne Meijers m.b.meijer-meijers@hva.nl Wat is interactieve Content?. Definitie Interactieve content is de inhoudelijke bijdrage van een medium die bestaat uit tekst,

Nadere informatie

GfK Group Media RAB Radar- Voorbeeldpresentatie Merk X fmcg. Februari 2008 RAB RADAR. Radio AD Awareness & Respons. Voorbeeldpresentatie Merk X

GfK Group Media RAB Radar- Voorbeeldpresentatie Merk X fmcg. Februari 2008 RAB RADAR. Radio AD Awareness & Respons. Voorbeeldpresentatie Merk X RAB RADAR Radio AD Awareness & Respons Voorbeeldpresentatie Inhoud 1 Inleiding 2 Resultaten - Spontane en geholpen bekendheid - Herkenning radiocommercial en rapportcijfer - Teruggespeelde boodschap -

Nadere informatie

Vraag nr. 219 van 14 januari 2013 van ANN BRUSSEEL

Vraag nr. 219 van 14 januari 2013 van ANN BRUSSEEL VLAAMS PARLEMENT SCHRIFTELIJKE VRAGEN PASCAL SMET VLAAMS MINISTER VAN ONDERWIJS, JEUGD, GELIJKE KANSEN EN BRUSSEL Vraag nr. 219 van 14 januari 2013 van ANN BRUSSEEL Geïntegreerde lerarenopleiding Aandacht

Nadere informatie

Technisch rapport kiesintentiemetingen

Technisch rapport kiesintentiemetingen Technisch rapport kiesintentiemetingen (In te vullen door het betrokken instituut en terug te sturen naar het secretariaat Febelmar, ter publicatie op de Febelmar website.) Dit rapport omvat een geheel

Nadere informatie

Methoden van het Wetenschappelijk Onderzoek: Deel II Vertaling pagina 83 97

Methoden van het Wetenschappelijk Onderzoek: Deel II Vertaling pagina 83 97 Wanneer gebruiken we kwalitatieve interviews? Kwalitatief interview = mogelijke methode om gegevens te verzamelen voor een reeks soorten van kwalitatief onderzoek Kwalitatief interview versus natuurlijk

Nadere informatie

Het is dan ook belangrijk dat jongeren bewust kiezen voor STEM-opleidingen.

Het is dan ook belangrijk dat jongeren bewust kiezen voor STEM-opleidingen. VLAAMS PARLEMENT SCHRIFTELIJKE VRAGEN PASCAL SMET VLAAMS MINISTER VAN ONDERWIJS, JEUGD, GELIJKE KANSEN EN BRUSSEL Vraag nr. 219 van 14 januari 2013 van ANN BRUSSEEL Geïntegreerde lerarenopleiding Aandacht

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Docenten in het hoger onderwijs zijn experts in wát zij doceren, maar niet noodzakelijk in hóe zij dit zouden moeten doen. Dit komt omdat zij vaak weinig tot geen training hebben gehad in het lesgeven.

Nadere informatie

Evaluatie National Contact Point-werking van het Vlaams Contactpunt Kaderprogramma

Evaluatie National Contact Point-werking van het Vlaams Contactpunt Kaderprogramma Evaluatie National Contact Point-werking van het Vlaams Contactpunt Kaderprogramma Departement Economie, Wetenschap en Innovatie Afdeling Strategie en Coördinatie Koning Albert II-laan 35 bus 10 1030 Brussel

Nadere informatie

Retentie in het beroep van leraar

Retentie in het beroep van leraar Retentie in het beroep van leraar Een analyse op basis van de longitudinale SONAR-data Ilse Laurijssen Retentie in het beroep van leraar Een analyse op basis van de longitudinale SONAR-data Ilse Laurijssen

Nadere informatie

Technische nota. Brussel, december 2011

Technische nota. Brussel, december 2011 Technische nota Werkbaar werk en de inschatting van zelfstandige ondernemers om hun huidige job al dan niet tot hun pensioen verder te kunnen zetten. Resultaten uit de werkbaarheidsmetingen 2007 en 2010

Nadere informatie

In de Verenigde Staten besluiten sommigen dat het leespubliek in versneld tempo veroudert, vooral onder

In de Verenigde Staten besluiten sommigen dat het leespubliek in versneld tempo veroudert, vooral onder Worden de lezers van de Belgische pers ouder? In zijn uitgave van 25 mei jongstleden luidt het Amerikaanse vakblad Advertising Age de alarmbel: het lezerspubliek van de Amerikaanse pers zou aan het vergrijzen

Nadere informatie

Digitale (r)evolutie in België anno 2010.

Digitale (r)evolutie in België anno 2010. ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 23 februari 2011 Digitale (r)evolutie in België anno 2010. De digitale revolutie zet zich steeds verder door in België: 73% van de Belgische

Nadere informatie

Maar wat wil die burger nou?

Maar wat wil die burger nou? Maar wat wil die burger nou? David Kok Dit boek gaat grotendeels over hoe gemeenten sociale media (kunnen) inzetten. En dat is belangrijk, want onderzoek laat zien dat gemeenten daar nog grote stappen

Nadere informatie

Scriptie over Personal Branding en Netwerking

Scriptie over Personal Branding en Netwerking Scriptie over Personal Branding en Netwerking 1e versie - 16 november 2012 Jana Vandromme Promotor: Hannelore Van Den Abeele 1. Inhoudstafel 1. Inhoudstafel 2. Onderzoeksvragen 2.1 Onderzoeksvraag 1 2.2

Nadere informatie

Arbeidsmarktbarometer 2011 Basisonderwijs en Secundair onderwijs

Arbeidsmarktbarometer 2011 Basisonderwijs en Secundair onderwijs Arbeidsmarktbarometer 2011 Basisonderwijs en Secundair onderwijs Vlaams ministerie van Onderwijs & Vorming Agentschap voor Onderwijsdiensten (AgODi) Koning Albert II-laan 15, 1210 Brussel http://www.ond.vlaanderen.be/wegwijs/agodi

Nadere informatie

Communicatiemiddelen. Voor bedrijven en organisaties. www.komon.nl www.twitter.com/_komon

Communicatiemiddelen. Voor bedrijven en organisaties. www.komon.nl www.twitter.com/_komon Communicatiemiddelen Voor bedrijven en organisaties www.komon.nl www.twitter.com/_komon Communicatiemiddelen Ieder communicatiemiddel heeft een eigen effect. Het is belangrijk te bepalen welke communicatiemiddelen

Nadere informatie

Entrepreneurial Growth Monitor (EGMO)

Entrepreneurial Growth Monitor (EGMO) Entrepreneurial Growth Monitor (EGMO) Prof. Hans Crijns Impulscentrum Groeimanagement 1. Inleiding Dit is de eerste editie van de Entrepreneurial Growth Monitor (EGMO) een overzicht van de trends in ondernemingsgroei

Nadere informatie

1. Probleemstelling formuleren en sleutelwoorden bepalen.

1. Probleemstelling formuleren en sleutelwoorden bepalen. 1. Probleemstelling formuleren en sleutelwoorden bepalen. Vooraleer je aan een literatuuronderzoek begint, is het belangrijk om voldoende informatie over je onderwerp te verzamelen via vakwoordenboeken,

Nadere informatie

Invloed van IT uitbesteding op bedrijfsvoering & IT aansluiting

Invloed van IT uitbesteding op bedrijfsvoering & IT aansluiting xvii Invloed van IT uitbesteding op bedrijfsvoering & IT aansluiting Samenvatting IT uitbesteding doet er niet toe vanuit het perspectief aansluiting tussen bedrijfsvoering en IT Dit proefschrift is het

Nadere informatie

Samenvatting 3-meting effectonderzoek integratiecampagne. Onderzoek onder allochtone Nederlanders

Samenvatting 3-meting effectonderzoek integratiecampagne. Onderzoek onder allochtone Nederlanders Samenvatting 3-meting effectonderzoek integratiecampagne Onderzoek onder allochtone Nederlanders Samenvatting 3-meting effectonderzoek integratiecampagne Onderzoek onder allochtonen 1) Integratiecampagne

Nadere informatie

Campagne Eenzaamheid Bond zonder Naam

Campagne Eenzaamheid Bond zonder Naam Campagne Eenzaamheid Bond zonder Naam Leen Heylen, CELLO, Universiteit Antwerpen Thomas More Kempen Het begrip eenzaamheid Eenzaamheid is een pijnlijke, negatieve ervaring die zijn oorsprong vindt in een

Nadere informatie

Profiel van informatiezoekers

Profiel van informatiezoekers Profiel van informatiezoekers Kritisch denken Ik ben iemand die de dingen altijd in vraag stelt 20,91% 45,96% 26,83% 6,3% Ik ben iemand die alles snel gelooft 0% 25% 50% 75% 100% Grondig lezen Ik lees

Nadere informatie

Advies. over het ontwerp van kaderdecreet Vlaamse ontwikkelingssamenwerking

Advies. over het ontwerp van kaderdecreet Vlaamse ontwikkelingssamenwerking Brussel, 5 juli 2006 050706_Advies_kaderdecreet_Vlaamse_ontwikkelingssamenwerking Advies over het ontwerp van kaderdecreet Vlaamse ontwikkelingssamenwerking 1. Inleiding Op 24 mei 2006 heeft Vlaams minister

Nadere informatie

PERSBERICHT Brussel, 20 december 2013

PERSBERICHT Brussel, 20 december 2013 PERSBERICHT Brussel, 20 december 2013 Werkgelegenheid stabiel, werkloosheid opnieuw in stijgende lijn Arbeidsmarktcijfers derde kwartaal 2013 Na het licht herstel van de arbeidsmarkt in het tweede kwartaal

Nadere informatie

Beschrijving resultaten onderzoek biseksualiteit AmsterdamPinkPanel Oktober 2014 Joris Blaauw

Beschrijving resultaten onderzoek biseksualiteit AmsterdamPinkPanel Oktober 2014 Joris Blaauw Beschrijving resultaten onderzoek biseksualiteit AmsterdamPinkPanel Oktober 2014 Joris Blaauw Dit document beschrijft kort de bevindingen uit het onderzoek over biseksualiteit van het AmsterdamPinkPanel.

Nadere informatie

HANDLEIDING ANALYSE FINANCIËLE EFFECTEN VERVOERSSYSTEMEN

HANDLEIDING ANALYSE FINANCIËLE EFFECTEN VERVOERSSYSTEMEN HANDLEIDING ANALYSE FINANCIËLE EFFECTEN VERVOERSSYSTEMEN 2010 Policy Research Corporation, namens de sociale partners inhet beroepsgoederenvervoer over de weg en de logistiek (CNV, FNV, TLN en VVT) Meer

Nadere informatie

Tewerkstelling. pharma.be vzw asbl

Tewerkstelling. pharma.be vzw asbl Tewerkstelling In 2012e werkten in de sector meer dan 32.500 personen. Dat is 6,7 % van de totale tewerkstelling in de verwerkende industrie en 1,2 % van de totale tewerkstelling in de private sector.

Nadere informatie

Master in de journalistiek

Master in de journalistiek BRUSSEL t Master in de journalistiek Faculteit Sociale Wetenschappen Welkom aan de KU Leuven, de grootste en oudste universiteit van België. Je kunt hier je studietraject verderzetten en verrijken, ook

Nadere informatie

De staat van de Vlaamse nieuwsmedia. Vier jaar onderzoek van het Steunpunt Media Stefaan Walgrave en Julie De Smedt

De staat van de Vlaamse nieuwsmedia. Vier jaar onderzoek van het Steunpunt Media Stefaan Walgrave en Julie De Smedt De staat van de Vlaamse nieuwsmedia Vier jaar onderzoek van het Steunpunt Media Stefaan Walgrave en Julie De Smedt Beleidsrelevant onderzoek in opdracht van de minister van Media 2012-2015 Universiteiten

Nadere informatie

De twaalf provinciehoofdsteden op twitter.

De twaalf provinciehoofdsteden op twitter. De twaalf provinciehoofdsteden op twitter. Een onderzoek naar het gebruik van twitter door de 12 provinciehoofdsteden. 1 Inhoud Inleiding:... 3 12 steden, 12 accounts.... 4 Gemiddeld aantal tweets per

Nadere informatie

Project Landelijke Database NBMs in de WEconomy

Project Landelijke Database NBMs in de WEconomy DOCENTENINSTRUCTIE Project Landelijke Database NBMs in de WEconomy V3, 1 september 2015 Hierbij een korte handleiding voor docenten die met hun studenten gaan werken in het kader van het project Landelijke

Nadere informatie

Voor het eerst neemt vrije tijd niet meer af

Voor het eerst neemt vrije tijd niet meer af Voor het eerst neemt vrije tijd niet meer af Hoe gaan Nederlanders met hun tijd om? vraagt het Sociaal en Cultureel Planbureau zich af in het laatste rapport over het vijfjaarlijkse Tijdsbestedingsonderzoek.

Nadere informatie

ICO 2020: meer dan 1 op 3 bedrijven voert een strategisch competentiebeleid

ICO 2020: meer dan 1 op 3 bedrijven voert een strategisch competentiebeleid ICO 2020: meer dan 1 op 3 bedrijven voert een strategisch competentiebeleid Delagrange, H. 2011. IOA 2011: Indicatoren voor het Pact 2020: ICO 2020 en product- of dienstinnovatiecijfer. Sociaal-Economische

Nadere informatie

6. Project management

6. Project management 6. Project management Studentenversie Inleiding 1. Het proces van project management 2. Risico management "Project management gaat over het stellen van duidelijke doelen en het managen van tijd, materiaal,

Nadere informatie

Formulier voor het beoordelen van de kwaliteit van een systematische review. Behorend bij: Evidence-based logopedie, hoofdstuk 2

Formulier voor het beoordelen van de kwaliteit van een systematische review. Behorend bij: Evidence-based logopedie, hoofdstuk 2 Formulier voor het beoordelen van de kwaliteit van een systematische review Behorend bij: Evidence-based logopedie, hoofdstuk 2 Toelichting bij de criteria voor het beoordelen van de kwaliteit van een

Nadere informatie

Kennisdeling in lerende netwerken

Kennisdeling in lerende netwerken Kennisdeling in lerende netwerken Managementsamenvatting Dit rapport presenteert een onderzoek naar kennisdeling. Kennis neemt in de samenleving een steeds belangrijker plaats in. Individuen en/of groepen

Nadere informatie

BUURTONDERZOEK BP. BP Buurtonderzoek 2014

BUURTONDERZOEK BP. BP Buurtonderzoek 2014 BUURTONDERZOEK BP 2014 1 INHOUDSTAFEL Inleiding Doelstelling Methodologie Bespreking resultaten Besluit Aanbevelingen 2 INLEIDING 2 à 3 jaarlijks onderzoek Veiligheid- en communicatiebeleid 600 enquêtes

Nadere informatie

4.2. Evaluatie van de respons op de postenquêtes. In dit deel gaan we in op de respons op instellingsniveau en op respondentenniveau.

4.2. Evaluatie van de respons op de postenquêtes. In dit deel gaan we in op de respons op instellingsniveau en op respondentenniveau. 4.2. Evaluatie van de respons op de postenquêtes 4.2.1. Algemeen In dit deel gaan we in op de respons op instellingsniveau en op respondentenniveau. Instellingsniveau (vragenlijst coördinator) provincie,

Nadere informatie

Communiceren over wetenschap. Geert Vanpaemel KU Leuven

Communiceren over wetenschap. Geert Vanpaemel KU Leuven Communiceren over wetenschap Geert Vanpaemel KU Leuven 1. Inleiding 2. Algemene aanpak 3. Tips & Tricks Negatieve berichtgeving Naamgeving pesticiden, herbiciden, insecticiden, biociden Onvoorziene ecologische

Nadere informatie

Waarom anderen Ik krijg altijd gelijk lezen

Waarom anderen Ik krijg altijd gelijk lezen Waarom anderen Ik krijg altijd gelijk lezen Nee heb je, gelijk kun je krijgen! Maarten Santman, advocaat Iets krijgen is altijd veel bevredigender dan iets al hebben. Ik krijg dus liever gelijk dan dat

Nadere informatie

Bedrijfsoverdracht in Vlaanderen

Bedrijfsoverdracht in Vlaanderen Bedrijfsoverdracht in Vlaanderen Onderzoek over de planning van de bedrijfsoverdracht uitgevoerd met de steun van Agentschap Ondernemen: Executive summary Prof. dr. Tensie Steijvers drs. Ine Umans Universiteit

Nadere informatie

Regionale economische vooruitzichten 2014-2019

Regionale economische vooruitzichten 2014-2019 2014/6 Regionale economische vooruitzichten 2014-2019 Dirk Hoorelbeke D/2014/3241/218 Samenvatting Dit artikel geeft een bondig overzicht van enkele resultaten uit de nieuwe Regionale economische vooruitzichten

Nadere informatie

s t u d i e De markt van de dood De markt van de dood Oktober 2011

s t u d i e De markt van de dood De markt van de dood Oktober 2011 s t u d i e De markt van de dood De markt van de dood Oktober 2011 Inhoudstafel 1. Doelstellingen 2. Methodologie 3. De herdenking van overleden personen 4. Allerheiligen 5. De begrafenis 6. Conclusies

Nadere informatie

draagt via de positieve invloeden van de voorgaande mediatoren bij aan een verbeterde CRM effectiviteit in het huidige onderzoek.

draagt via de positieve invloeden van de voorgaande mediatoren bij aan een verbeterde CRM effectiviteit in het huidige onderzoek. Why participation works: the role of employee involvement in the implementation of the customer relationship management type of organizational change (dissertation J.T. Bouma). SAMENVATTING Het hier gepresenteerde

Nadere informatie

HANDLEIDING ANALYSE FINANCIELE EFFECTEN ROOSTERVORMEN

HANDLEIDING ANALYSE FINANCIELE EFFECTEN ROOSTERVORMEN HANDLEIDING ANALYSE FINANCIELE EFFECTEN ROOSTERVORMEN 2010 Policy Research Corporation, namens de sociale partners inhet beroepsgoederenvervoer over de weg en de logistiek (TLN, KNV, VVT, FNV en CNV) Meer

Nadere informatie

De stem van de patiënt in de ambulante chirurgie

De stem van de patiënt in de ambulante chirurgie De stem van de patiënt in de ambulante chirurgie Ilse Weeghmans Vlaams Patiëntenplatform vzw B.A.A.S. Congres 27 februari 2015 Neder-over-Heembeek Inhoud 1. Het Vlaams Patiëntenplatform vzw 2. Wat is een

Nadere informatie

Onderzoek Social Media in Transport & Logistiek

Onderzoek Social Media in Transport & Logistiek Onderzoek Social Media in Transport & Logistiek 19 maart 2014 2 Inleiding Na een aantal zware crisisjaren lijkt de sector transport & logistiek begin 2014 weer uit het dal te klimmen. De eerste signalen

Nadere informatie

2011/4 Ze leefden lang (en gelukkig) en scheidden dan Echtscheiding op latere leeftijd en na langere huwelijksduur

2011/4 Ze leefden lang (en gelukkig) en scheidden dan Echtscheiding op latere leeftijd en na langere huwelijksduur 2011/4 Ze leefden lang (en gelukkig) en scheidden dan Echtscheiding op latere leeftijd en na langere huwelijksduur Martine Corijn D/2011/3241/019 Inleiding FOD ADSEI-cijfers leidden tot de krantenkop Aantal

Nadere informatie

Class 2103. 1/8 pagina. Class 2156. Class 650. 74,6 x 103. 229,8 x 50. 74,6 x 156. 113,4 x 82

Class 2103. 1/8 pagina. Class 2156. Class 650. 74,6 x 103. 229,8 x 50. 74,6 x 156. 113,4 x 82 Zaterdag: Dinsdag vóór 16.00 u verschijning om 12.00 uur Vertrouw op Mediahuis Connect voor een geslaagde mediacampagne. Via onze vier titels ben je zichtbaar in heel Vlaanderen met een sterke regionale

Nadere informatie

Resultaten Onderzoek September 2014

Resultaten Onderzoek September 2014 Resultaten Onderzoek Initiatiefnemer: Kennispartners: September 2014 Resultaten van onderzoek naar veranderkunde in de logistiek Samenvatting Logistiek.nl heeft samen met BLMC en VAViA onderzoek gedaan

Nadere informatie

INTERFEDERAAL GELIJKEKANSENCENTRUM SAMENVATTING & AANBEVELINGEN

INTERFEDERAAL GELIJKEKANSENCENTRUM SAMENVATTING & AANBEVELINGEN INTERFEDERAAL GELIJKEKANSENCENTRUM SAMENVATTING & AANBEVELINGEN (NAAM)BEKENDHEID De Belgische bevolking heeft algemeen genomen weinig kennis van organisaties die zich bezighouden met de strijd voor gelijke

Nadere informatie

HOOFDSTUK VII REGRESSIE ANALYSE

HOOFDSTUK VII REGRESSIE ANALYSE HOOFDSTUK VII REGRESSIE ANALYSE 1 DOEL VAN REGRESSIE ANALYSE De relatie te bestuderen tussen een response variabele en een verzameling verklarende variabelen 1. LINEAIRE REGRESSIE Veronderstel dat gegevens

Nadere informatie

Profiel en tevredenheid van uitzendkrachten. In samenwerking met

Profiel en tevredenheid van uitzendkrachten. In samenwerking met Profiel en tevredenheid van uitzendkrachten. 2012 In samenwerking met 1 547.259 uitzendkrachten 547.259 motieven 2 Inhoudstafel 1. Uitzendarbeid vandaag 2. Doel van het onderzoek 3. De enquête 4. De verschillende

Nadere informatie

Waarom is een nieuw tijdschrift nodig?

Waarom is een nieuw tijdschrift nodig? Wetenschappelijk nieuws over de Ziekte van Huntington. In eenvoudige taal. Geschreven door wetenschappers. Voor de hele ZvH gemeenschap. De gegevens naar buiten brengen - een nieuw online wetenschappelijk

Nadere informatie

OPDRACHT PERSBERICHT SCHRIJVEN

OPDRACHT PERSBERICHT SCHRIJVEN OPDRACHT PERSBERICHT SCHRIJVEN Persbericht Een persbericht is een prachtige vorm van free publicity. Het gericht sturen van persberichten kan een flinke publicitaire waarde hebben. Daarbij kan dit soort

Nadere informatie

Professioneel facility management. Competenties en veranderstrategieën om waarde toe te voegen aan het primaire proces

Professioneel facility management. Competenties en veranderstrategieën om waarde toe te voegen aan het primaire proces Professioneel facility management Competenties en veranderstrategieën om waarde toe te voegen aan het primaire proces Inhoud Voorwoord Professionele frontliners 1. Theoretisch kader 2. Competenties en

Nadere informatie

4. Resultaten. 4.1 Levensverwachting naar geslacht en opleidingsniveau

4. Resultaten. 4.1 Levensverwachting naar geslacht en opleidingsniveau 4. Het doel van deze studie is de verschillen in gezondheidsverwachting naar een socio-economisch gradiënt, met name naar het hoogst bereikte diploma, te beschrijven. Specifieke gegevens in enkel mortaliteit

Nadere informatie

Hoofdstuk 8 Kenmerken van de thuisomgeving

Hoofdstuk 8 Kenmerken van de thuisomgeving Hoofdstuk 8 Kenmerken van de thuisomgeving De relatie tussen leesvaardigheid en de ervaringen die een kind thuis opdoet is in eerder wetenschappelijk onderzoek aangetoond: ouders hebben een grote invloed

Nadere informatie

Doen mensen tijdens hun scheiding beroep op een bemiddelaar?

Doen mensen tijdens hun scheiding beroep op een bemiddelaar? Doen mensen tijdens hun scheiding beroep op een bemiddelaar? Auteur: Lut Daniëls i.s.m. Prof. P. Taelman en Prof. A. Buysse Onderzoeksvraag De Belgische wetgever heeft in de bemiddelingswet van 2005 bepaald

Nadere informatie

ECTS- FICHE. Hoofdvestiging centrum CVO Horito Via secretariaat en/of website

ECTS- FICHE. Hoofdvestiging centrum CVO Horito Via secretariaat en/of website HBO5 Orthopedagogie ECTS- FICHE ECTS-Fiche Mens en maatschappij Code: 3.20 Cluster: In omvorming Academiejaar: 2015-2016 Studietijd: 40 lestijden Deliberatie: mogelijk Vrijstelling: mogelijk Onderwijstaal:

Nadere informatie

Publicatie Bescherming van het intellectueel eigendom als ondernemer met een modemerk

Publicatie Bescherming van het intellectueel eigendom als ondernemer met een modemerk Publicatie Bescherming van het intellectueel eigendom als ondernemer met een modemerk Hoe kan een Nederlandse startende ondernemer met een modelabel zijn intellectuele eigendom zo goed mogelijk beschermen?

Nadere informatie

Spanningsvelden bij toegankelijkheid van zorg : We hebben gezocht naar een titel die meteen naar de kern van de zaak gaat en die omvattend is voor de

Spanningsvelden bij toegankelijkheid van zorg : We hebben gezocht naar een titel die meteen naar de kern van de zaak gaat en die omvattend is voor de 1 Inleiding door dr. Walter Krikilion, voorzitter Werkgroep Ethiek in de Kliniek van ICURO - Symposium Spanningsvelden bij toegankelijkheid van zorg 19 oktober 2012 - Hasselt Beste deelnemers, Als Werkgroep

Nadere informatie

Offerte ivm de Politieke Doorlichting

Offerte ivm de Politieke Doorlichting Brussel, 27 november 2014. Offerte ivm de Politieke Doorlichting Vertrekkende vanuit een politieke stelling, stelt Wijburgers een inventaris op van alle politieke actoren die een standpunt (voor of tegen)

Nadere informatie

Resultaten instaptoetsen Rekenen en Nederlands 2010 Rapportage aan de Profijtscholen

Resultaten instaptoetsen Rekenen en Nederlands 2010 Rapportage aan de Profijtscholen Resultaten instaptoetsen Rekenen en Nederlands 2010 Rapportage aan de Profijtscholen Rapportage: Analyse en tabellen: 4 Februari 2011 Mariëlle Verhoef Mike van der Leest Inleiding Het Graafschap College

Nadere informatie

WHITEPAPER. Waarom een online magazine? Welke voordelen zijn er te behalen? Inhoud & bladritme ONLINE MAGAZINES

WHITEPAPER. Waarom een online magazine? Welke voordelen zijn er te behalen? Inhoud & bladritme ONLINE MAGAZINES WHITEPAPER ONLINE MAGAZINES Waarom een online magazine? Welke voordelen zijn er te behalen? Inhoud & bladritme INTRODUCTIE Je hebt deze whitepaper gedownload omdat je geïnteresseerd bent in online magazines.

Nadere informatie