II. GERECHTELIJK RECHT

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "II. GERECHTELIJK RECHT"

Transcriptie

1 II. GERECHTELIJK RECHT II. GERECHTELIJK RECHT A. Gerechtelijk Wetboek Wet 10 oktober 1967 p. 214 A. Gerechtelijk Wetboek p. 214 Wet 10 oktober 1967 Art. 569 volledig vervangen Art De rechtbank van eerste aanleg neemt kennis: 1 van vorderingen betreffende de staat van de personen alsmede van alle geschillen tussen echtgenoten betreffende de uitoefening van hun rechten of betreffende hun goederen, met uitzondering van de aangelegenheden waarvoor de vrederechter bijzonder bevoegd is; 2 van vorderingen tot inbezitstelling door onregelmatige erfopvolgers, van verzoeken tot aanwijzing van een curator van een onbeheerde nalatenschap, van aanvragen tot verlenging van de termijnen bepaald in de artikelen 798 en 1458 van het Burgerlijk Wetboek; 3 }2 [...] 2 4 van vorderingen tot verdeling; 5 van geschillen over de tenuitvoerlegging van vonnissen en arresten; 6 van de vorderingen ingesteld hetzij krachtens het decreet van 26 juli-3 augustus 1791 betreffende het opvorderen en het optreden van de openbare macht tegen samenscholingen, hetzij krachtens het decreet van 10 vendémiaire, jaar IV op de inwendige politie van de gemeenten; 7 }3 [...] 3 8 }4 [...] 4 9 van vorderingen betreffende de afzetting van beheerders van mutualiteitsverenigingen }5 [in de zin van de wet van 23 juni 1894 houdende herziening van de wet van 3 april 1851 op de mutualiteitsverenigingen] 5, verenigingen zonder winstoogmerk en instellingen van openbaar nut; van vorderingen betreffende de ontbinding van de genoemde instellingen en verenigingen en de benoeming van vereffenaars in geval van ontbinding; 10 van vorderingen betreffende onteigeningen ten algemenen nutte, onverminderd de bevoegdheid die krachtens artikel 595 aan de vrederechter is toegekend; 11 van vorderingen betreffende de bekendmaking en de aanwending en uitvindingen en fabrieksgeheimen die belang hebben voor de verdediging van het grondgebied of de veiligheid van de Staat; 12 van de vorderingen ingesteld krachtens }6 [de artikelen 1188 tot 1193] 6 betreffende sommige openbare verkopingen van onroerende goederen; 13 van geschillen betreffende door een scheepskapitein verschuldigde loodsgelden; 14 van vorderingen tot vervallenverklaring van een concessie inzake mijnen, groeven en graverijen; 15 van vorderingen tot regeling van het niet bij tarief vastgestelde ereloon van notarissen; 16 van de vorderingen tot schadevergoeding op grond van de wet van 29 maart 1962 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening en van de stedenbouw; 17 van de vorderingen ingesteld krachtens de wet van 18 juli 1966 betreffende de burgerlijke aansprakelijkheid op het gebied van de kernenergie; 18 van de vorderingen ingesteld krachtens de bepalingen van de wet van 9 augustus 1963 en de internationale overeenkomsten tot vaststelling van de aansprakelijkheid van de exploitant van een atoomschip; }7[19 }7 [...] 7 ] 7 }8[20 }9 [...] 9 ] 8 }10 [21 ] 10 }10 [van de vorderingen tot schadeloosstelling op grond van het Internationaal Verdrag inzake de burgerlijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie en de Bijlage, opgemaakt te Brussel op 29 november 1969, van de wet van 20 juli 1976 houdende goedkeuring en uitvoering van dit Verdrag en van het Protocol bij dit Verdrag opgemaakt te Londen op 19 november 1976;] 10 }11[22 }11 [van de vorderingen als bedoeld in de artikelen 11bis en 12bis van het Wetboek van de Belgische nationaliteit en van de verklaringen op grond van de artikelen 15 tot 17, 24, 26 en 28 van hetzelfde Wetboek;] 11 ] 11 }12 [23 }13 [...] 13 ] 12 }14[24 }14 [van de vorderingen tot het verkrijgen van betalingsfaciliteiten zoals geregeld in artikel 59 van de wet van 4 augustus 1992 op het hypothecair krediet;] 14 ] 14 }15[ }15 [25 ] 15 }15 [van de gedingen ingesteld krachtens artikel 49 van de wet op het politieambt;] 15 ] 15 }16 [ }16 [26 ] 16 }17 [...] 17 ] 16 }18[ }18 [27 ] 18 }18 [van de gedingen ingesteld krachtens artikel 93 van de wet van 20 mei 1994 inzake de rechtstoestanden van het militair personeel;] 18 ] 18 }19 [ }19 [28 ] 19 }19 [van de vorderingen die gebaseerd zijn op het internationale Verdrag ter oprichting van een internationaal Fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971 en van het Protocol bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 19 november 1976 en op de wet houdende goedkeuring en uitvoering van dat Verdrag en van dat Protocol;] 19 ] 19 }20[ }20 [29 ] 20 }20 [van de vorderingen tot teruggave van cultuurgoederen ingesteld op grond van artikel 7 van de wet van 28 oktober 1996 betreffende de teruggave van cultuurgoederen die op onrechtmatige wijze buiten het grondgebied van bepaalde buitenlandse Staten zijn gebracht;] 20 ] 20 }21[30 bij gebreke van andere bepalingen luidens welke bevoegdheid wordt toegekend, de vorderingen ingesteld krachtens de wet van 22 april 1999 betreffende de exclusieve economische zone van België in de Noordzee;] 21 }22 [31 bij ontstentenis van andere bepalingen tot toekenning van bevoegdheid, van de vorderingen ingeleid krachtens de wet van 20 januari 1999 ter bescherming van het mariene milieu in de zeegebieden onder de rechtsbevoegdheid van België;] 22 }23 [32 van geschillen betreffende de toepassing van een belastingwet;] 23 }24 [33 }25 [van de beroepen tegen de beslissingen tot het opleggen van een administratieve geldboete op grond van artikel 37, 1, en 2quater, eerste lid, van het elektriciteitsdecreet en van artikel 46, 1, en 2bis, eerste lid, van het aardgasdecreet. Het beroep tegen de beslissingen bedoeld in het eerste lid werkt schorsend;] 25 ] 24 }26[34 van de vorderingen betreffende de afzetting van bestuurders, de ontbinding en de vereffening van landsbonden van ziekenfondsen, ziekenfondsen en maatschappijen van onderlinge bijstand in de zin van de wet van 6 augustus 1990 betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen;] 26 }27[35 van de beroepen tegen de beslissing van het opleggen van een administratieve geldboete op grond van artikel 21octies, derde lid, van de wet van 4 juli 1962 betreffende de openbare statistiek;] 27 }28[35 van de vorderingen tot schadeloosstelling op grond van het Internationaal Verdrag van 2001 inzake de burgerlijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door bunkerolie en van de wetten houdende instemming en uitvoering van dat Verdrag;] 28 }28 [35 van de vorderingen tot schadeloosstelling op grond van het Internationaal Verdrag van 2001 inzake de burgerlijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door bunkerolie en van de wetten houdende instemming en uitvoering van dat Verdrag;] 28 }29 [37 van de beroepen bedoeld in artikel 62decies van de wet van 6 augustus 1990 betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen;] 29 }30 [38 van de vorderingen bedoeld in artikel 26ter van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, in artikel 57ter van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, en in artikel 23/2 van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten.] 30 {1 }31[In de gevallen onder het eerste lid, }32 [...] 32 17, 21, 28 }33 [, 29, 34 en 37 ] 33, is alleen de rechtbank van eerste aanleg te Brussel bevoegd en in het geval onder het }34 [eerste lid, 18 en 35,] 34 die te Antwerpen.] 31 }35 [In de gevallen onder het eerste lid, 22, is alleen de rechtbank van eerste aanleg te Brussel bevoegd wanneer de belanghebbende zijn hoofdverblijf niet of niet meer in België heeft.] 35 {36É37 {79 1. Nummering conform B.S.; B.S. vermeldt 3 maal 35, B.S. vermeldt geen 36 }2. Lid 1, 3, opgeheven bij art. 2, 1, wet 27 maart 2001, B.S., 31 mei 2001, inwerkingtreding: 1 augustus 2001 (art. 6) Thema Wetboeken Notariaat (Aanvulling 1 november 2010) Larcier 1

2 II. GERECHTELIJK RECHT A. Gerechtelijk Wetboek Wet 10 oktober 1967 p. 214 }3. Lid 1, 7, na wijzigingen, opgeheven bij art. 12, 1, wet 10 mei 2007, B.S., 10 mei 2007, err., B.S., 14 mei 2007, inwerkingtreding: 1 november 2007 (art. 34) }4. Lid 1, 8, opgeheven bij art. 12, 1, wet 10 mei 2007, B.S., 10 mei 2007, err., B.S., 14 mei 2007, inwerkingtreding: 1 november 2007 (art. 34) }5. Gewijzigd bij art. 4, 1, wet 13 december 2005, B.S., 21 december 2005 }6. Lid 1, 12, gewijzigd bij art. 2, 2, wet 27 maart 2001, B.S., 31 mei 2001, inwerkingtreding: 1 augustus 2001 (art. 6); gewijzigd bij art. 7 wet 13 februari 2003, B.S., 25 maart 2003 }7. Lid 1, 19, ingevoegd bij art. 5 wet 7 mei 1973, B.S., 2 augustus 1973; opgeheven bij art. 2, 3, wet 27 maart 2001, B.S., 31 mei 2001, inwerkingtreding: 1 augustus 2001 (art. 6) }8. Lid 1, 20, ingevoegd bij art. 39 wet 20 mei 1975, B.S., 5 september 1975 }9. Lid 1, 20, opgeheven bij art. 12, 1, wet 10 mei 2007, B.S., 10 mei 2007, err., B.S., 14 mei 2007, inwerkingtreding: 1 november 2007 (art. 34) }10. Lid 1, 21, oorspronkelijk ingevoegd als 19 bij art. 15, 2 wet 20 juli 1976, B.S., 13 april 1977; hernummerd tot 21 bij wet 28 juni 1984, B.S., 12 juli 1984, inwerkingtreding: 1 januari 1985 (K.B. 18 juli 1984, B.S., 4 augustus 1984); vervangen bij art. 22 wet 11 april 1989, B.S., 6 oktober 1989, inwerkingtreding: 1 december 1989 (art. 6 K.B. 27 november 1989, B.S., 1 december 1989) }11. Lid 1, 22, ingevoegd bij art. 1 wet 28 juni 1984, B.S., 12 juli 1984; vervangen bij art. 7, 1, wet 13 juni 1991, B.S., 3 september 1991 }12. Lid 1, 23, ingevoegd bij art. 17, 1, wet 10 januari 1990, B.S., 26 januari 1990, err., B.S., 23 februari Overeenkomstig art. 18 van diezelfde wet slechts van toepassing op de topografieën van halfgeleiderproducten die voor de eerste maal na haar inwerkingtreding werden vastgelegd }13. Lid 1, 23, opgeheven bij art. 12, 1, wet 10 mei 2007, B.S., 10 mei 2007, err., B.S., 14 mei 2007, inwerkingtreding: 1 november 2007 (art. 34) }14. Lid 1, 24, ingevoegd bij art. 59, 2, wet 4 augustus 1992, B.S., 19 augustus 1992, inwerkingtreding: 1 januari 1993 (art. 63); vervangen bij art. 52, A), wet 22 april 1999, B.S., 10 juli 1999 }15. Lid 1, 25, ingevoegd bij art. 54 wet 5 augustus 1992, B.S., 22 december 1991, inwerkingtreding: 1 januari 1993; hernummerd en vervangen bij art. 52, A), wet 22 april 1999, B.S., 10 juli 1999 }16. Lid 1, 26, ingevoegd bij art. 14, 1, wet 30 juni 1994, B.S., 27 juli 1994, err., B.S., 5 november 1994, err., B.S., 22 november 1994; hernummerd en vervangen bij art. 52, A), wet 22 april 1999, B.S., 10 juli 1999 }17. Lid 1, 26, na wijzigingen, opgeheven bij art. 12, 1, wet 10 mei 2007, B.S., 10 mei 2007, err., B.S., 14 mei 2007, inwerkingtreding: 1 november 2007 (art. 34) }18. Lid 1, 27, ingevoegd bij art. 98 wet 20 mei 1994, B.S., 21 juni 1994, inwerkingtreding: 20 mei 1995 (art. 14 K.B. 9 maart 1995, B.S., 20 mei 1995); hernummerd en vervangen bij art. 52, A), wet 22 april 1999, B.S., 10 juli 1999 }19. Lid 1, 28, ingevoegd bij art. 13, lid 1, wet 6 augustus 1993, B.S., 5 november 1993, inwerkingtreding: 1 maart 1995 (art. 1-2 K.B. 15 februari 1995, B.S., 19 april 1995); hernummerd bij art. 52, A), wet 22 april 1999, B.S., 10 juli 1999 }20. Lid 1, 29, ingevoegd bij art. 14, A, wet 28 oktober 1996, B.S., 21 december 1996; hernummerd en vervangen bij art. 52, A), wet 22 april 1999, B.S., 10 juli 1999 }21. Lid 1, 30, ingevoegd bij art. 52, B), wet 22 april 1999, B.S., 10 juli 1999 }22. Lid 1, 31, ingevoegd bij art. 2 wet 28 februari 1999, B.S., 12 maart 1999 }23. Lid 1, 32, ingevoegd bij art. 4 wet 23 maart 1999, B.S., 27 maart 1999 }24. Lid 1, 33, ingevoegd bij art. 2 wet 1 maart 2000, B.S., 5 april 2000, inwerkingtreding: 1 mei 2000 (art. 4) }25. Lid 1, 33, vervangen bij art. 24 Decr. Vl. Parl. 25 mei 2007, B.S., 10 juli 2007, inwerkingtreding: 10 juli 2007 (art. 26) }26. Lid 1, 34, ingevoegd bij art. 4, 2, wet 13 december 2005, B.S., 21 december 2005 }27. Lid 1, 35, ingevoegd bij art. 93 wet (I) 22 december 2008, B.S., 29 december 2008, err., B.S., 10 februari 2009, err., B.S., 24 december 2009 }28. Lid 1, 35, (derde maal), ingevoegd bij art. 3, 1, wet 12 juli 2009, B.S., 30 oktober 2009 }29. Lid 1, 37, ingevoegd bij art. 11, 1, wet (II) 2 juni 2010, B.S., 1 juli 2010, inwerkingtreding: 1 maart 2010 (art. 14) }30. Lid 1, 38, ingevoegd bij art. 6 wet 2 juni 2010, B.S., 14 juni 2010 }31. Lid 2, na wijzigingen, vervangen bij art. 52, C), wet 22 april 1999, B.S., 10 juli 1999 }32. Lid 2 gewijzigd bij art. 12, 2, wet 10 mei 2007, B.S., 10 mei 2007, err., B.S., 14 mei 2007, inwerkingtreding: 1 november 2007 (art. 34) }33. Lid 2 gewijzigd bij art. 11, 2, wet (II) 2 juni 2010, B.S., 1 juli 2010, inwerkingtreding: 1 maart 2010 (art. 14) }34. Lid 2 gewijzigd bij art. 3, 2, wet 12 juli 2009, B.S., 30 oktober 2009 }35. Lid 3 toegevoegd bij art. 20 wet 28 juni 1984, B.S., 12 juli 1984 }36. Lid 1, 13, voor het Vlaamse Gewest, opgeheven bij art. 23 Decr. Vl. R. 19 april 1995, B.S., 5 september 1995 F 37. Op een door de Koning te bepalen datum luidt dit art. als volgt: Art De rechtbank van eerste aanleg neemt kennis: 1 van vorderingen betreffende de staat van de personen alsmede van alle geschillen tussen echtgenoten betreffende de uitoefening van hun rechten of betreffende hun goederen, met uitzondering van de aangelegenheden waarvoor de vrederechter bijzonder bevoegd is; 2 van vorderingen tot inbezitstelling door onregelmatige erfopvolgers, van verzoeken tot aanwijzing van een curator van een onbeheerde nalatenschap, van aanvragen tot verlenging van de termijnen bepaald in de artikelen 798 en 1458 van het Burgerlijk Wetboek; 3 }39 [...] 39 4 van vorderingen tot verdeling; 5 van geschillen over de tenuitvoerlegging van vonnissen en arresten; 6 van de vorderingen ingesteld hetzij krachtens het decreet van 26 juli-3 augustus 1791 betreffende het opvorderen en het optreden van de openbare macht tegen samenscholingen, hetzij krachtens het decreet van 10 vendémiaire, jaar IV op de inwendige politie van de gemeenten; 7 }40 [...] 40 8 }41 [...] 41 9 van vorderingen betreffende de afzetting van beheerders van mutualiteitsverenigingen }42 [in de zin van de wet van 23 juni 1894 houdende herziening van de wet van 3 april 1851 op de mutualiteitsverenigingen] 42, verenigingen zonder winstoogmerk en instellingen van openbaar nut; van vorderingen betreffende de ontbinding van de genoemde instellingen en verenigingen en de benoeming van vereffenaars in geval van ontbinding; 10 van vorderingen betreffende onteigeningen ten algemenen nutte, onverminderd de bevoegdheid die krachtens artikel 595 aan de vrederechter is toegekend; 11 van vorderingen betreffende de bekendmaking en de aanwending en uitvindingen en fabrieksgeheimen die belang hebben voor de verdediging van het grondgebied of de veiligheid van de Staat; 12 van de vorderingen ingesteld krachtens }43 [de artikelen 1188 tot 1193] 43 betreffende sommige openbare verkopingen van onroerende goederen; 13 van geschillen betreffende door een scheepskapitein verschuldigde loodsgelden; 14 van vorderingen tot vervallenverklaring van een concessie inzake mijnen, groeven en graverijen; 15 van vorderingen tot regeling van het niet bij tarief vastgestelde ereloon van notarissen; 16 van de vorderingen tot schadevergoeding op grond van de wet van 29 maart 1962 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening en van de stedenbouw; 17 van de vorderingen ingesteld krachtens de wet van 18 juli 1966 betreffende de burgerlijke aansprakelijkheid op het gebied van de kernenergie; 18 van de vorderingen ingesteld krachtens de bepalingen van de wet van 9 augustus 1963 en de internationale overeenkomsten tot vaststelling van de aansprakelijkheid van de exploitant van een atoomschip; }44 [19 }44 [...] 44 ] 44 }45 [20 }46 [...] 46 ] 45 }47 [21 ] 47 }47 [van de vorderingen tot schadeloosstelling op grond van het Internationaal Verdrag inzake de burgerlijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie en de Bijlage, opgemaakt te Brussel op 29 november 1969, van de wet van 20 juli 1976 houdende goedkeuring en uitvoering van dit Verdrag en van het Protocol bij dit Verdrag opgemaakt te Londen op 19 november 1976;] 47 }48 [22 }48 [van de vorderingen als bedoeld in de artikelen 11bis en 12bis van het Wetboek van de Belgische nationaliteit en van de verklaringen op grond van de artikelen 15 tot 17, 24, 26 en 28 van hetzelfde Wetboek;] 48 ] 48 }49 [23 }50 [...] 50 ] 49 }51[24 }51 [van de vorderingen tot het verkrijgen van betalingsfaciliteiten zoals geregeld in artikel 59 van de wet van 4 augustus 1992 op het hypothecair krediet;] 51 ] 51 }52 [ }52 [25 ] 52 }52 [van de gedingen ingesteld krachtens artikel 49 van de wet op het politieambt;] 52 ] 52 }53 [ }53 [26 ] 53 }54 [...] 54 ] 53 }55 [ }55 [27 ] 55 }55 [van de gedingen ingesteld krachtens artikel 93 van de wet van 20 mei 1994 inzake de rechtstoestanden van het militair personeel;] 55 ] 55 }56 [ }56 [28 ] 56 }57 [vorderingen gebaseerd op het Internationaal Verdrag ter oprichting van een Internationaal Fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, op de Protocollen bij dat Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003 en op de wetten houdende goedkeuring en uitvoering van dat Verdrag en deze Protocollen;] 57 ] 56 }58 [ }58 [29 ] 58 }58 [van de vorderingen tot teruggave van cultuurgoederen ingesteld op grond van artikel 7 van de wet van 28 oktober 1996 betreffende de teruggave van cultuurgoederen die op onrechtmatige wijze buiten het grondgebied van bepaalde buitenlandse Staten zijn gebracht;] 58 ] 58 }59 [30 bij gebreke van andere bepalingen luidens welke bevoegdheid wordt toegekend, de vorderingen ingesteld krachtens de wet van 22 april 1999 betreffende de exclusieve economische zone van België in de Noordzee;] 59 }60[31 bij ontstentenis van andere bepalingen tot toekenning van bevoegdheid, van de vorderingen ingeleid krachtens de wet van 20 januari 1999 ter bescherming van het mariene milieu in de zeegebieden onder de rechtsbevoegdheid van België;] 60 }61 [32 van geschillen betreffende de toepassing van een belastingwet;] 61 }62[33 }63 [ }64 [van de beroepen tegen de beslissingen van de VREG tot het opleggen van een administratieve sanctie op grond van de artikelen tot en met van het Energiedecreet] 64 Het beroep tegen de beslissingen bedoeld in het eerste lid werkt schorsend;] 63 ] 62 }65 [34 van de vorderingen betreffende de afzetting van bestuurders, de ontbinding en de vereffening van landsbonden van ziekenfondsen, ziekenfondsen en maatschappijen van onderlinge bijstand in de zin van de wet van 6 augustus 1990 betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen;] 65 }66 [35 van de beroepen tegen de beslissing van het opleggen van een administratieve geldboete op grond van artikel 21octies, derde lid, van de wet van 4 juli 1962 betreffende de openbare statistiek;] 66 }67 [37 van de beroepen bedoeld in artikel 62decies van de wet van 6 augustus 1990 betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen;] 67 }68 [38 van de vorderingen bedoeld in artikel 26ter van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, in artikel 57ter van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, en in artikel 23/2 van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten;] 68 }69 [39 van de beroepen tegen de beslissing van het opleggen van een administratieve geldboete op grond van artikel 21octies, derde lid, van de wet van 4 juli 1962 betreffende de openbare statistiek;] 69 }70 [40 van de vorderingen tot schadeloosstelling op grond van het Internationaal Verdrag van 2001 inzake de burgerlijke aansprakelijkheid voor de schade door verontreiniging door bunkerolie en van de wetten houdende instemming en uitvoering van dat Verdrag;] 70 }71 [41 van geschillen tussen een patiënt of zijn rechtverkrijgenden, een zorgverlener of een verzekeraar en het Fonds voor medische ongevallen opgericht bij de wet van 31 maart 2010 betreffende de vergoeding van schade als gevolg van gezondheidszorg.] 71 {38 }72 [In de gevallen onder het eerste lid, }73 [...] 73 17, 21, 28 }74 [, 29, 34 en 37 ] 74, is alleen de rechtbank van eerste aanleg te Brussel bevoegd en in het geval onder het }75 [eerste lid, 18 en }76 [40 ] 76,] 75 die te Antwerpen.] 72 }77 [In de gevallen onder het eerste lid, 22, is alleen de rechtbank van eerste aanleg te Brussel bevoegd wanneer de belanghebbende zijn hoofdverblijf niet of niet meer in België heeft.] 77 { Nummering conform B.S.; B.S. vermeldt geen 36 2 Thema Wetboeken Notariaat (Aanvulling 1 november 2010) Larcier

3 II. GERECHTELIJK RECHT A. Gerechtelijk Wetboek Wet 10 oktober 1967 p. 214 }39. Lid 1, 3, opgeheven bij art. 2, 1, wet 27 maart 2001, B.S., 31 mei 2001, inwerkingtreding: 1 augustus 2001 (art. 6) }40. Lid 1, 7, na wijzigingen, opgeheven bij art. 12, 1, wet 10 mei 2007, B.S., 10 mei 2007, err., B.S., 14 mei 2007, inwerkingtreding: 1 november 2007 (art. 34) }41. Lid 1, 8, opgeheven bij art. 12, 1, wet 10 mei 2007, B.S., 10 mei 2007, err., B.S., 14 mei 2007, inwerkingtreding: 1 november 2007 (art. 34) }42. Gewijzigd bij art. 4, 1, wet 13 december 2005, B.S., 21 december 2005 }43. Lid 1, 12, gewijzigd bij art. 2, 2, wet 27 maart 2001, B.S., 31 mei 2001, inwerkingtreding: 1 augustus 2001 (art. 6); gewijzigd bij art. 7 wet 13 februari 2003, B.S., 25 maart 2003 }44. Lid 1, 19, ingevoegd bij art. 5 wet 7 mei 1973, B.S., 2 augustus 1973; opgeheven bij art. 2, 3, wet 27 maart 2001, B.S., 31 mei 2001, inwerkingtreding: 1 augustus 2001 (art. 6) }45. Lid 1, 20, ingevoegd bij art. 39 wet 20 mei 1975, B.S., 5 september 1975 }46. Lid 1, 20, opgeheven bij art. 12, 1, wet 10 mei 2007, B.S., 10 mei 2007, err., B.S., 14 mei 2007, inwerkingtreding: 1 november 2007 (art. 34) }47. Lid 1, 21, oorspronkelijk ingevoegd als 19 bij art. 15, 2 wet 20 juli 1976, B.S., 13 april 1977; hernummerd tot 21 bij wet 28 juni 1984, B.S., 12 juli 1984, inwerkingtreding: 1 januari 1985 (K.B. 18 juli 1984, B.S., 4 augustus 1984); vervangen bij art. 22 wet 11 april 1989, B.S., 6 oktober 1989, inwerkingtreding: 1 december 1989 (art. 6 K.B. 27 november 1989, B.S., 1 december 1989) }48. Lid 1, 22, ingevoegd bij art. 1 wet 28 juni 1984, B.S., 12 juli 1984; vervangen bij art. 7, 1, wet 13 juni 1991, B.S., 3 september 1991 }49. Lid 1, 23, ingevoegd bij art. 17, 1, wet 10 januari 1990, B.S., 26 januari 1990, err., B.S., 23 februari Overeenkomstig art. 18 van diezelfde wet slechts van toepassing op de topografieën van halfgeleiderproducten die voor de eerste maal na haar inwerkingtreding werden vastgelegd }50. Lid 1, 23, opgeheven bij art. 12, 1, wet 10 mei 2007, B.S., 10 mei 2007, err., B.S., 14 mei 2007, inwerkingtreding: 1 november 2007 (art. 34) }51. Lid 1, 24, ingevoegd bij art. 59, 2, wet 4 augustus 1992, B.S., 19 augustus 1992, inwerkingtreding: 1 januari 1993 (art. 63); vervangen bij art. 52, A), wet 22 april 1999, B.S., 10 juli 1999 }52. Lid 1, 25, ingevoegd bij art. 54 wet 5 augustus 1992, B.S., 22 december 1991, inwerkingtreding: 1 januari 1993; hernummerd en vervangen bij art. 52, A), wet 22 april 1999, B.S., 10 juli 1999 }53. Lid 1, 26, ingevoegd bij art. 14, 1, wet 30 juni 1994, B.S., 27 juli 1994, err., B.S., 5 november 1994, err., B.S., 22 november 1994; hernummerd en vervangen bij art. 52, A), wet 22 april 1999, B.S., 10 juli 1999 }54. Lid 1, 26, na wijzigingen, opgeheven bij art. 12, 1, wet 10 mei 2007, B.S., 10 mei 2007, err., B.S., 14 mei 2007, inwerkingtreding: 1 november 2007 (art. 34) }55. Lid 1, 27, ingevoegd bij art. 98 wet 20 mei 1994, B.S., 21 juni 1994, inwerkingtreding: 20 mei 1995 (art. 14 K.B. 9 maart 1995, B.S., 20 mei 1995); hernummerd en vervangen bij art. 52, A), wet 22 april 1999, B.S., 10 juli 1999 }56. Lid 1, 28, ingevoegd bij art. 13, lid 1, wet 6 augustus 1993, B.S., 5 november 1993, inwerkingtreding: 1 maart 1995 (art. 1-2 K.B. 15 februari 1995, B.S., 19 april 1995); hernummerd bij art. 52, A), wet 22 april 1999, B.S., 10 juli 1999 }57. Lid 1, 28, laatst vervangen bij art. 10 wet 6 oktober 2005, B.S., 21 december 2005, inwerkingtreding: door de Koning te bepalen (art. 11) }58. Lid 1, 29, ingevoegd bij art. 14, A, wet 28 oktober 1996, B.S., 21 december 1996; hernummerd en vervangen bij art. 52, A), wet 22 april 1999, B.S., 10 juli 1999 }59. Lid 1, 30, ingevoegd bij art. 52, B), wet 22 april 1999, B.S., 10 juli 1999 }60. Lid 1, 31, ingevoegd bij art. 2 wet 28 februari 1999, B.S., 12 maart 1999 }61. Lid 1, 32, ingevoegd bij art. 4 wet 23 maart 1999, B.S., 27 maart 1999 }62. Lid 1, 33, ingevoegd bij art. 2 wet 1 maart 2000, B.S., 5 april 2000, inwerkingtreding: 1 mei 2000 (art. 4) }63. Lid 1, 33, vervangen bij art. 24 Decr. Vl. Parl. 25 mei 2007, B.S., 10 juli 2007, inwerkingtreding: 10 juli 2007 (art. 26) }64. 33, al. 1, vervangen bij art Decr. Vl. Parl. 8 mei 2009, B.S., 7 juli 2009, inwerkingtreding: door de Vlaamse Regering te bepalen (art ) }65. Lid 1, 34, ingevoegd bij art. 4, 2, wet 13 december 2005, B.S., 21 december 2005 }66. Lid 1, 35, ingevoegd bij art. 93 wet (I) 22 december 2008, B.S., 29 december 2008, err., B.S., 10 februari 2009, err., B.S., 24 december 2009 }67. Lid 1, 37, ingevoegd bij art. 11, 1, wet (II) 2 juni 2010, B.S., 1 juli 2010, inwerkingtreding: 1 maart 2010 (art. 14) }68. Lid 1, 38, ingevoegd bij art. 6 wet 2 juni 2010, B.S., 14 juni 2010 }69. Lid 1, 39, ingevoegd bij art. 2, 1, wet 2 juni 2010, B.S., 1 juli 2010, inwerkingtreding: door de Koning te bepalen (art. 4) }70. Lid 1, 40, ingevoegd bij art. 2, 1, wet 2 juni 2010, B.S., 1 juli 2010, inwerkingtreding: door de Koning te bepalen (art. 4) }71. Lid 1, 41, ingevoegd bij art. 2, 2, wet 2 juni 2010, B.S., 1 juli 2010, inwerkingtreding: door de Koning te bepalen (art. 4) }72. Lid 2, na wijzigingen, vervangen bij art. 52, C), wet 22 april 1999, B.S., 10 juli 1999 }73. Lid 2 gewijzigd bij art. 12, 2, wet 10 mei 2007, B.S., 10 mei 2007, err., B.S., 14 mei 2007, inwerkingtreding: 1 november 2007 (art. 34) }74. Lid 2 gewijzigd bij art. 11, 2, wet (II) 2 juni 2010, B.S., 1 juli 2010, inwerkingtreding: 1 maart 2010 (art. 14) }75. Lid 2 gewijzigd bij art. 3, 2, wet 12 juli 2009, B.S., 30 oktober 2009 }76. Lid 2 gewijzigd bij art. 2, 3, wet 2 juni 2010, B.S., 1 juli 2010, inwerkingtreding: door de Koning te bepalen (art. 4) }77. Lid 3 toegevoegd bij art. 20 wet 28 juni 1984, B.S., 12 juli 1984 }78. Lid 1, 13, voor het Vlaamse Gewest, opgeheven bij art. 23 Decr. Vl. R. 19 april 1995, B.S., 5 september 1995 C 79. Wat het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreft, luidt dit art. als volgt: Art De rechtbank van eerste aanleg neemt kennis: 1 van vorderingen betreffende de staat van de personen alsmede van alle geschillen tussen echtgenoten betreffende de uitoefening van hun rechten of betreffende hun goederen, met uitzondering van de aangelegenheden waarvoor de vrederechter bijzonder bevoegd is; 2 van vorderingen tot inbezitstelling door onregelmatige erfopvolgers, van verzoeken tot aanwijzing van een curator van een onbeheerde nalatenschap, van aanvragen tot verlenging van de termijnen bepaald in de artikelen 798 en 1458 van het Burgerlijk Wetboek; 3 }81 [...] 81 4 van vorderingen tot verdeling; 5 van geschillen over de tenuitvoerlegging van vonnissen en arresten; 6 van de vorderingen ingesteld hetzij krachtens het decreet van 26 juli-3 augustus 1791 betreffende het opvorderen en het optreden van de openbare macht tegen samenscholingen, hetzij krachtens het decreet van 10 vendémiaire, jaar IV op de inwendige politie van de gemeenten; 7 }82 [...] 82 8 }83 [...] 83 9 van vorderingen betreffende de afzetting van beheerders van mutualiteitsverenigingen }84 [in de zin van de wet van 23 juni 1894 houdende herziening van de wet van 3 april 1851 op de mutualiteitsverenigingen] 84, verenigingen zonder winstoogmerk en instellingen van openbaar nut; van vorderingen betreffende de ontbinding van de genoemde instellingen en verenigingen en de benoeming van vereffenaars in geval van ontbinding; 10 van vorderingen betreffende onteigeningen ten algemenen nutte, onverminderd de bevoegdheid die krachtens artikel 595 aan de vrederechter is toegekend; 11 van vorderingen betreffende de bekendmaking en de aanwending en uitvindingen en fabrieksgeheimen die belang hebben voor de verdediging van het grondgebied of de veiligheid van de Staat; 12 van de vorderingen ingesteld krachtens }85 [de artikelen 1188 tot 1193] 85 betreffende sommige openbare verkopingen van onroerende goederen; 13 van geschillen betreffende door een scheepskapitein verschuldigde loodsgelden; 14 van vorderingen tot vervallenverklaring van een concessie inzake mijnen, groeven en graverijen; 15 van vorderingen tot regeling van het niet bij tarief vastgestelde ereloon van notarissen; 16 van de vorderingen tot schadevergoeding op grond van de wet van 29 maart 1962 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening en van de stedenbouw; 17 van de vorderingen ingesteld krachtens de wet van 18 juli 1966 betreffende de burgerlijke aansprakelijkheid op het gebied van de kernenergie; 18 van de vorderingen ingesteld krachtens de bepalingen van de wet van 9 augustus 1963 en de internationale overeenkomsten tot vaststelling van de aansprakelijkheid van de exploitant van een atoomschip; }86 [19 }86 [...] 86 ] 86 }87 [20 }88 [...] 88 ] 87 }89[21 ] 89 }89 [van de vorderingen tot schadeloosstelling op grond van het Internationaal Verdrag inzake de burgerlijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie en de Bijlage, opgemaakt te Brussel op 29 november 1969, van de wet van 20 juli 1976 houdende goedkeuring en uitvoering van dit Verdrag en van het Protocol bij dit Verdrag opgemaakt te Londen op 19 november 1976;] 89 }90 [22 }90 [van de vorderingen als bedoeld in de artikelen 11bis en 12bis van het Wetboek van de Belgische nationaliteit en van de verklaringen op grond van de artikelen 15 tot 17, 24, 26 en 28 van hetzelfde Wetboek;] 90 ] 90 }91 [23 }92 [...] 92 ] 91 }93[24 }93 [van de vorderingen tot het verkrijgen van betalingsfaciliteiten zoals geregeld in artikel 59 van de wet van 4 augustus 1992 op het hypothecair krediet;] 93 ] 93 }94[ }94 [25 ] 94 }94 [van de gedingen ingesteld krachtens artikel 49 van de wet op het politieambt;] 94 ] 94 }95 [ }95 [26 ] 95 }96 [...] 96 ] 95 }97[ }97 [27 ] 97 }97 [van de gedingen ingesteld krachtens artikel 93 van de wet van 20 mei 1994 inzake de rechtstoestanden van het militair personeel;] 97 ] 97 }98[ }98 [28 ] 98 }98 [van de vorderingen die gebaseerd zijn op het internationale Verdrag ter oprichting van een internationaal Fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971 en van het Protocol bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 19 november 1976 en op de wet houdende goedkeuring en uitvoering van dat Verdrag en van dat Protocol;] 98 ] 98 }99 [ }99 [29 ] 99 }99 [van de vorderingen tot teruggave van cultuurgoederen ingesteld op grond van artikel 7 van de wet van 28 oktober 1996 betreffende de teruggave van cultuurgoederen die op onrechtmatige wijze buiten het grondgebied van bepaalde buitenlandse Staten zijn gebracht;] 99 ] 99 }100 [30 bij gebreke van andere bepalingen luidens welke bevoegdheid wordt toegekend, de vorderingen ingesteld krachtens de wet van 22 april 1999 betreffende de exclusieve economische zone van België in de Noordzee;] 100 }101 [31 bij ontstentenis van andere bepalingen tot toekenning van bevoegdheid, van de vorderingen ingeleid krachtens de wet van 20 januari 1999 ter bescherming van het mariene milieu in de zeegebieden onder de rechtsbevoegdheid van België;] 101 }102[32 van geschillen betreffende de toepassing van een belastingwet;] 102 }103 [33 van vorderingen tot homologatie van akten van bekendheid opgesteld krachtens de artikelen 71 en 72 van het Burgerlijk Wetboek en krachtens artikel 5 van het Wetboek van de Belgische nationaliteit;] 103 }104[34 van de vorderingen betreffende de afzetting van bestuurders, de ontbinding en de vereffening van landsbonden van ziekenfondsen, ziekenfondsen en maatschappijen van onderlinge bijstand in de zin van de wet van 6 augustus 1990 betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen;] 104 }105[35 van de beroepen tegen de beslissing van het opleggen van een administratieve geldboete op grond van artikel 21octies, derde lid, van de wet van 4 juli 1962 betreffende de openbare statistiek;] 105 }106 [35 het beroep tegen de in artikel 47 van de wet van 27 juni 1937 houdende herziening van de wet van 16 november 1919 betreffende de regeling der luchtvaart vermelde beslissing;] 106 }107 [35 van de vorderingen tot schadeloosstelling op grond van het Internationaal Verdrag van 2001 inzake de burgerlijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door bunkerolie en van de wetten houdende instemming en uitvoering van dat Verdrag;] 107 {80 }108 [36 de beroepen tegen de beslissingen om een administratieve boete op te leggen krachtens artikel 23/12, 6 van de Brusselse Huisvestingscode;] 108 }109 [37 van de beroepen bedoeld in artikel 62decies van de wet van 6 augustus 1990 betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen;] 109 }110 [38 van de vorderingen bedoeld in artikel 26ter van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, in artikel 57ter van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, en in artikel 23/2 van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten.] 110 }111[In de gevallen onder het eerste lid, }112 [...] , 21, 28 }113 [, 29, 34 en 37 ] 113, is alleen de rechtbank van eerste aanleg te Brussel bevoegd en in het geval onder het }114 [eerste lid, 18 en 35,] 114 die te Antwerpen.] 111 }115 [In de gevallen onder het eerste lid, 22, is alleen de rechtbank van eerste aanleg te Brussel bevoegd wanneer de belanghebbende zijn hoofdverblijf niet of niet meer in België heeft.] 115 { Nummering conform B.S.; B.S. vermeldt 3 maal 35 }81. Lid 1, 3, opgeheven bij art. 2, 1, wet 27 maart 2001, B.S., 31 mei 2001, inwerkingtreding: 1 augustus 2001 (art. 6) Thema Wetboeken Notariaat (Aanvulling 1 november 2010) Larcier 3

4 II. GERECHTELIJK RECHT A. Gerechtelijk Wetboek Wet 10 oktober 1967 p. 214 }82. Lid 1, 7, na wijzigingen, opgeheven bij art. 12, 1, wet 10 mei 2007, B.S., 10 mei 2007, err., B.S., 14 mei 2007, inwerkingtreding: 1 november 2007 (art. 34) }83. Lid 1, 8, opgeheven bij art. 12, 1, wet 10 mei 2007, B.S., 10 mei 2007, err., B.S., 14 mei 2007, inwerkingtreding: 1 november 2007 (art. 34) }84. Gewijzigd bij art. 4, 1, wet 13 december 2005, B.S., 21 december 2005 }85. Lid 1, 12, gewijzigd bij art. 2, 2, wet 27 maart 2001, B.S., 31 mei 2001, inwerkingtreding: 1 augustus 2001 (art. 6); gewijzigd bij art. 7 wet 13 februari 2003, B.S., 25 maart 2003 }86. Lid 1, 19, ingevoegd bij art. 5 wet 7 mei 1973, B.S., 2 augustus 1973; opgeheven bij art. 2, 3, wet 27 maart 2001, B.S., 31 mei 2001, inwerkingtreding: 1 augustus 2001 (art. 6) }87. Lid 1, 20, ingevoegd bij art. 39 wet 20 mei 1975, B.S., 5 september 1975 }88. Lid 1, 20, opgeheven bij art. 12, 1, wet 10 mei 2007, B.S., 10 mei 2007, err., B.S., 14 mei 2007, inwerkingtreding: 1 november 2007 (art. 34) }89. Lid 1, 21, oorspronkelijk ingevoegd als 19 bij art. 15, 2 wet 20 juli 1976, B.S., 13 april 1977; hernummerd tot 21 bij wet 28 juni 1984, B.S., 12 juli 1984, inwerkingtreding: 1 januari 1985 (K.B. 18 juli 1984, B.S., 4 augustus 1984); vervangen bij art. 22 wet 11 april 1989, B.S., 6 oktober 1989, inwerkingtreding: 1 december 1989 (art. 6 K.B. 27 november 1989, B.S., 1 december 1989) }90. Lid 1, 22, ingevoegd bij art. 1 wet 28 juni 1984, B.S., 12 juli 1984; vervangen bij art. 7, 1, wet 13 juni 1991, B.S., 3 september 1991 }91. Lid 1, 23, ingevoegd bij art. 17, 1, wet 10 januari 1990, B.S., 26 januari 1990, err., B.S., 23 februari Overeenkomstig art. 18 van diezelfde wet slechts van toepassing op de topografieën van halfgeleiderproducten die voor de eerste maal na haar inwerkingtreding werden vastgelegd }92. Lid 1, 23, opgeheven bij art. 12, 1, wet 10 mei 2007, B.S., 10 mei 2007, err., B.S., 14 mei 2007, inwerkingtreding: 1 november 2007 (art. 34) }93. Lid 1, 24, ingevoegd bij art. 59, 2, wet 4 augustus 1992, B.S., 19 augustus 1992, inwerkingtreding: 1 januari 1993 (art. 63); vervangen bij art. 52, A), wet 22 april 1999, B.S., 10 juli 1999 }94. Lid 1, 25, ingevoegd bij art. 54 wet 5 augustus 1992, B.S., 22 december 1991, inwerkingtreding: 1 januari 1993; hernummerd en vervangen bij art. 52, A), wet 22 april 1999, B.S., 10 juli 1999 }95. Lid 1, 26, ingevoegd bij art. 14, 1, wet 30 juni 1994, B.S., 27 juli 1994, err., B.S., 5 november 1994, err., B.S., 22 november 1994; hernummerd en vervangen bij art. 52, A), wet 22 april 1999, B.S., 10 juli 1999 }96. Lid 1, 26, na wijzigingen, opgeheven bij art. 12, 1, wet 10 mei 2007, B.S., 10 mei 2007, err., B.S., 14 mei 2007, inwerkingtreding: 1 november 2007 (art. 34) }97. Lid 1, 27, ingevoegd bij art. 98 wet 20 mei 1994, B.S., 21 juni 1994, inwerkingtreding: 20 mei 1995 (art. 14 K.B. 9 maart 1995, B.S., 20 mei 1995); hernummerd en vervangen bij art. 52, A), wet 22 april 1999, B.S., 10 juli 1999 }98. Lid 1, 28, ingevoegd bij art. 13, lid 1, wet 6 augustus 1993, B.S., 5 november 1993, inwerkingtreding: 1 maart 1995 (art. 1-2 K.B. 15 februari 1995, B.S., 19 april 1995); hernummerd bij art. 52, A), wet 22 april 1999, B.S., 10 juli 1999 }99. Lid 1, 29, ingevoegd bij art. 14, A, wet 28 oktober 1996, B.S., 21 december 1996; hernummerd en vervangen bij art. 52, A), wet 22 april 1999, B.S., 10 juli 1999 }100. Lid 1, 30, ingevoegd bij art. 52, B), wet 22 april 1999, B.S., 10 juli 1999 }101. Lid 1, 31, ingevoegd bij art. 2 wet 28 februari 1999, B.S., 12 maart 1999 }102. Lid 1, 32, ingevoegd bij art. 4 wet 23 maart 1999, B.S., 27 maart 1999 }103. Lid 1, 33, ingevoegd bij art. 2 wet 1 maart 2000, B.S., 5 april 2000, inwerkingtreding: 1 mei 2000 (art. 4) }104. Lid 1, 34, ingevoegd bij art. 4, 2, wet 13 december 2005, B.S., 21 december 2005 }105. Lid 1, 35, ingevoegd bij art. 93 wet (I) 22 december 2008, B.S., 29 december 2008, err., B.S., 10 februari 2009, err., B.S., 24 december 2009 }106. Lud 1, 35, (tweede maal), ingevoegd bij art. 6 wet (II) 22 december 2008, B.S., 29 december 2008 }107. Lid 1, 35, (derde maal), ingevoegd bij art. 3, 1, wet 12 juli 2009, B.S., 30 oktober 2009 }108. Lid 1, 36, ingevoegd bij art. 4, 1, Ord. Br. Hoofdst. Parl. 30 april 2009, B.S., 8 mei 2009, inwerkingtreding: 1 januari 2010 (art. 5) }109. Lid 1, 37, ingevoegd bij art. 11, 1, wet (II) 2 juni 2010, B.S., 1 juli 2010, inwerkingtreding: 1 maart 2010 (art. 14) }110. Lid 1, 38, ingevoegd bij art. 6 wet 2 juni 2010, B.S., 14 juni 2010 }111. Lid 2, na wijzigingen, vervangen bij art. 52, C), wet 22 april 1999, B.S., 10 juli 1999 }112. Lid 2 gewijzigd bij art. 12, 2, wet 10 mei 2007, B.S., 10 mei 2007, err., B.S., 14 mei 2007, inwerkingtreding: 1 november 2007 (art. 34) }113. Lid 2 gewijzigd bij art. 11, 2, wet (II) 2 juni 2010, B.S., 1 juli 2010, inwerkingtreding: 1 maart 2010 (art. 14) }114. Lid 2 gewijzigd bij art. 3, 2, wet 12 juli 2009, B.S., 30 oktober 2009 }115. Lid 3 toegevoegd bij art. 20 wet 28 juni 1984, B.S., 12 juli 1984 F 116. Op een door de Koning te bepalen datum luidt dit art. als volgt: Art De rechtbank van eerste aanleg neemt kennis: 1 van vorderingen betreffende de staat van de personen alsmede van alle geschillen tussen echtgenoten betreffende de uitoefening van hun rechten of betreffende hun goederen, met uitzondering van de aangelegenheden waarvoor de vrederechter bijzonder bevoegd is; 2 van vorderingen tot inbezitstelling door onregelmatige erfopvolgers, van verzoeken tot aanwijzing van een curator van een onbeheerde nalatenschap, van aanvragen tot verlenging van de termijnen bepaald in de artikelen 798 en 1458 van het Burgerlijk Wetboek; 3 }117 [...] van vorderingen tot verdeling; 5 van geschillen over de tenuitvoerlegging van vonnissen en arresten; 6 van de vorderingen ingesteld hetzij krachtens het decreet van 26 juli-3 augustus 1791 betreffende het opvorderen en het optreden van de openbare macht tegen samenscholingen, hetzij krachtens het decreet van 10 vendémiaire, jaar IV op de inwendige politie van de gemeenten; 7 }118 [...] }119 [...] van vorderingen betreffende de afzetting van beheerders van mutualiteitsverenigingen }120 [in de zin van de wet van 23 juni 1894 houdende herziening van de wet van 3 april 1851 op de mutualiteitsverenigingen] 120, verenigingen zonder winstoogmerk en instellingen van openbaar nut; van vorderingen betreffende de ontbinding van de genoemde instellingen en verenigingen en de benoeming van vereffenaars in geval van ontbinding; 10 van vorderingen betreffende onteigeningen ten algemenen nutte, onverminderd de bevoegdheid die krachtens artikel 595 aan de vrederechter is toegekend; 11 van vorderingen betreffende de bekendmaking en de aanwending en uitvindingen en fabrieksgeheimen die belang hebben voor de verdediging van het grondgebied of de veiligheid van de Staat; 12 van de vorderingen ingesteld krachtens }121 [de artikelen 1188 tot 1193] 121 betreffende sommige openbare verkopingen van onroerende goederen; 13 van geschillen betreffende door een scheepskapitein verschuldigde loodsgelden; 14 van vorderingen tot vervallenverklaring van een concessie inzake mijnen, groeven en graverijen; 15 van vorderingen tot regeling van het niet bij tarief vastgestelde ereloon van notarissen; 16 van de vorderingen tot schadevergoeding op grond van de wet van 29 maart 1962 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening en van de stedenbouw; 17 van de vorderingen ingesteld krachtens de wet van 18 juli 1966 betreffende de burgerlijke aansprakelijkheid op het gebied van de kernenergie; 18 van de vorderingen ingesteld krachtens de bepalingen van de wet van 9 augustus 1963 en de internationale overeenkomsten tot vaststelling van de aansprakelijkheid van de exploitant van een atoomschip; }122 [19 }122 [...] 122 ] 122 }123 [20 }124 [...] 124 ] 123 }125[21 ] 125 }125 [van de vorderingen tot schadeloosstelling op grond van het Internationaal Verdrag inzake de burgerlijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie en de Bijlage, opgemaakt te Brussel op 29 november 1969, van de wet van 20 juli 1976 houdende goedkeuring en uitvoering van dit Verdrag en van het Protocol bij dit Verdrag opgemaakt te Londen op 19 november 1976;] 125 }126 [22 }126 [van de vorderingen als bedoeld in de artikelen 11bis en 12bis van het Wetboek van de Belgische nationaliteit en van de verklaringen op grond van de artikelen 15 tot 17, 24, 26 en 28 van hetzelfde Wetboek;] 126 ] 126 }127 [23 }128 [...] 128 ] 127 }129 [24 }129 [van de vorderingen tot het verkrijgen van betalingsfaciliteiten zoals geregeld in artikel 59 van de wet van 4 augustus 1992 op het hypothecair krediet;] 129 ] 129 }130[ }130 [25 ] 130 }130 [van de gedingen ingesteld krachtens artikel 49 van de wet op het politieambt;] 130 ] 130 }131 [ }131 [26 ] 131 }132 [...] 132 ] 131 }133[ }133 [27 ] 133 }133 [van de gedingen ingesteld krachtens artikel 93 van de wet van 20 mei 1994 inzake de rechtstoestanden van het militair personeel;] 133 ] 133 }134[ }134 [28 ] 134 }134 [van de vorderingen die gebaseerd zijn op het internationale Verdrag ter oprichting van een internationaal Fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971 en van het Protocol bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 19 november 1976 en op de wet houdende goedkeuring en uitvoering van dat Verdrag en van dat Protocol;] 134 ] 134 }135[ }135 [29 ] 135 }135 [van de vorderingen tot teruggave van cultuurgoederen ingesteld op grond van artikel 7 van de wet van 28 oktober 1996 betreffende de teruggave van cultuurgoederen die op onrechtmatige wijze buiten het grondgebied van bepaalde buitenlandse Staten zijn gebracht;] 135 ] 135 }136[30 bij gebreke van andere bepalingen luidens welke bevoegdheid wordt toegekend, de vorderingen ingesteld krachtens de wet van 22 april 1999 betreffende de exclusieve economische zone van België in de Noordzee;] 136 }137[31 bij ontstentenis van andere bepalingen tot toekenning van bevoegdheid, van de vorderingen ingeleid krachtens de wet van 20 januari 1999 ter bescherming van het mariene milieu in de zeegebieden onder de rechtsbevoegdheid van België;] 137 }138[32 van geschillen betreffende de toepassing van een belastingwet;] 138 }139[33 van vorderingen tot homologatie van akten van bekendheid opgesteld krachtens de artikelen 71 en 72 van het Burgerlijk Wetboek en krachtens artikel 5 van het Wetboek van de Belgische nationaliteit;] 139 }140 [34 van de vorderingen betreffende de afzetting van bestuurders, de ontbinding en de vereffening van landsbonden van ziekenfondsen, ziekenfondsen en maatschappijen van onderlinge bijstand in de zin van de wet van 6 augustus 1990 betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen;] 140 }141 [35 van de beroepen tegen de beslissing van het opleggen van een administratieve geldboete op grond van artikel 21octies, derde lid, van de wet van 4 juli 1962 betreffende de openbare statistiek;] 141 }142 [36 de beroepen tegen de beslissingen om een administratieve boete op te leggen krachtens artikel 23/12, 6 van de Brusselse Huisvestingscode;] 142 }143 [37 van de beroepen bedoeld in artikel 62decies van de wet van 6 augustus 1990 betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen;] 143 }144[38 van de vorderingen bedoeld in artikel 26ter van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, in artikel 57ter van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, en in artikel 23/2 van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten.] 144 }145 [39 van de beroepen tegen de beslissing van het opleggen van een administratieve geldboete op grond van artikel 21octies, derde lid, van de wet van 4 juli 1962 betreffende de openbare statistiek;] 145 }146 [40 van de vorderingen tot schadeloosstelling op grond van het Internationaal Verdrag van 2001 inzake de burgerlijke aansprakelijkheid voor de schade door verontreiniging door bunkerolie en van de wetten houdende instemming en uitvoering van dat Verdrag;] 146 }147[In de gevallen onder het eerste lid, }148 [...] , 21, 28 }149 [, 29, 34 en 37 ] 149, is alleen de rechtbank van eerste aanleg te Brussel bevoegd en in het geval onder het }150 [eerste lid, 18 en 35,] 150 die te Antwerpen.] 147 }151[In de gevallen onder het eerste lid, 22, is alleen de rechtbank van eerste aanleg te Brussel bevoegd wanneer de belanghebbende zijn hoofdverblijf niet of niet meer in België heeft.] 151 }117. Lid 1, 3, opgeheven bij art. 2, 1, wet 27 maart 2001, B.S., 31 mei 2001, inwerkingtreding: 1 augustus 2001 (art. 6) }118. Lid 1, 7, na wijzigingen, opgeheven bij art. 12, 1, wet 10 mei 2007, B.S., 10 mei 2007, err., B.S., 14 mei 2007, inwerkingtreding: 1 november 2007 (art. 34) }119. Lid 1, 8, opgeheven bij art. 12, 1, wet 10 mei 2007, B.S., 10 mei 2007, err., B.S., 14 mei 2007, inwerkingtreding: 1 november 2007 (art. 34) }120. Gewijzigd bij art. 4, 1, wet 13 december 2005, B.S., 21 december 2005 }121. Lid 1, 12, gewijzigd bij art. 2, 2, wet 27 maart 2001, B.S., 31 mei 2001, inwerkingtreding: 1 augustus 2001 (art. 6); gewijzigd bij art. 7 wet 13 februari 2003, B.S., 25 maart 2003 }122. Lid 1, 19, ingevoegd bij art. 5 wet 7 mei 1973, B.S., 2 augustus 1973; opgeheven bij art. 2, 3, wet 27 maart 2001, B.S., 31 mei 2001, inwerkingtreding: 1 augustus 2001 (art. 6) }123. Lid 1, 20, ingevoegd bij art. 39 wet 20 mei 1975, B.S., 5 september 1975 }124. Lid 1, 20, opgeheven bij art. 12, 1, wet 10 mei 2007, B.S., 10 mei 2007, err., B.S., 14 mei 2007, inwerkingtreding: 1 november 2007 (art. 34) 4 Thema Wetboeken Notariaat (Aanvulling 1 november 2010) Larcier

5 II. GERECHTELIJK RECHT A. Gerechtelijk Wetboek Wet 10 oktober 1967 p. 214 }125. Lid 1, 21, oorspronkelijk ingevoegd als 19 bij art. 15, 2 wet 20 juli 1976, B.S., 13 april 1977; hernummerd tot 21 bij wet 28 juni 1984, B.S., 12 juli 1984, inwerkingtreding: 1 januari 1985 (K.B. 18 juli 1984, B.S., 4 augustus 1984); vervangen bij art. 22 wet 11 april 1989, B.S., 6 oktober 1989, inwerkingtreding: 1 december 1989 (art. 6 K.B. 27 november 1989, B.S., 1 december 1989) }126. Lid 1, 22, ingevoegd bij art. 1 wet 28 juni 1984, B.S., 12 juli 1984; vervangen bij art. 7, 1, wet 13 juni 1991, B.S., 3 september 1991 }127. Lid 1, 23, ingevoegd bij art. 17, 1, wet 10 januari 1990, B.S., 26 januari 1990, err., B.S., 23 februari Overeenkomstig art. 18 van diezelfde wet slechts van toepassing op de topografieën van halfgeleiderproducten die voor de eerste maal na haar inwerkingtreding werden vastgelegd }128. Lid 1, 23, opgeheven bij art. 12, 1, wet 10 mei 2007, B.S., 10 mei 2007, err., B.S., 14 mei 2007, inwerkingtreding: 1 november 2007 (art. 34) }129. Lid 1, 24, ingevoegd bij art. 59, 2, wet 4 augustus 1992, B.S., 19 augustus 1992, inwerkingtreding: 1 januari 1993 (art. 63); vervangen bij art. 52, A), wet 22 april 1999, B.S., 10 juli 1999 }130. Lid 1, 25, ingevoegd bij art. 54 wet 5 augustus 1992, B.S., 22 december 1991, inwerkingtreding: 1 januari 1993; hernummerd en vervangen bij art. 52, A), wet 22 april 1999, B.S., 10 juli 1999 }131. Lid 1, 26, ingevoegd bij art. 14, 1, wet 30 juni 1994, B.S., 27 juli 1994, err., B.S., 5 november 1994, err., B.S., 22 november 1994; hernummerd en vervangen bij art. 52, A), wet 22 april 1999, B.S., 10 juli 1999 }132. Lid 1, 26, na wijzigingen, opgeheven bij art. 12, 1, wet 10 mei 2007, B.S., 10 mei 2007, err., B.S., 14 mei 2007, inwerkingtreding: 1 november 2007 (art. 34) }133. Lid 1, 27, ingevoegd bij art. 98 wet 20 mei 1994, B.S., 21 juni 1994, inwerkingtreding: 20 mei 1995 (art. 14 K.B. 9 maart 1995, B.S., 20 mei 1995); hernummerd en vervangen bij art. 52, A), wet 22 april 1999, B.S., 10 juli 1999 }134. Lid 1, 28, ingevoegd bij art. 13, lid 1, wet 6 augustus 1993, B.S., 5 november 1993, inwerkingtreding: 1 maart 1995 (art. 1-2 K.B. 15 februari 1995, B.S., 19 april 1995); hernummerd bij art. 52, A), wet 22 april 1999, B.S., 10 juli 1999 }135. Lid 1, 29, ingevoegd bij art. 14, A, wet 28 oktober 1996, B.S., 21 december 1996; hernummerd en vervangen bij art. 52, A), wet 22 april 1999, B.S., 10 juli 1999 }136. Lid 1, 30, ingevoegd bij art. 52, B), wet 22 april 1999, B.S., 10 juli 1999 }137. Lid 1, 31, ingevoegd bij art. 2 wet 28 februari 1999, B.S., 12 maart 1999 }138. Lid 1, 32, ingevoegd bij art. 4 wet 23 maart 1999, B.S., 27 maart 1999 }139. Lid 1, 33, ingevoegd bij art. 2 wet 1 maart 2000, B.S., 5 april 2000, inwerkingtreding: 1 mei 2000 (art. 4) }140. Lid 1, 34, ingevoegd bij art. 4, 2, wet 13 december 2005, B.S., 21 december 2005 }141. Lid 1, 35, ingevoegd bij art. 93 wet (I) 22 december 2008, B.S., 29 december 2008, err., B.S., 10 februari 2009, err., B.S., 24 december 2009 }142. Lid 1, 36, ingevoegd bij art. 4, 1, Ord. Br. Hoofdst. Parl. 30 april 2009, B.S., 8 mei 2009, inwerkingtreding: 1 januari 2010 (art. 5) }143. Lid 1, 37, ingevoegd bij art. 11, 1, wet (II) 2 juni 2010, B.S., 1 juli 2010, inwerkingtreding: 1 maart 2010 (art. 14) }144. Lid 1, 38, ingevoegd bij art. 6 wet 2 juni 2010, B.S., 14 juni 2010 }145. Lid 1, 39, ingevoegd bij art. 2, 1, wet 2 juni 2010, B.S., 1 juli 2010, inwerkingtreding: door de Koning te bepalen (art. 4) }146. Lid 1, 40, ingevoegd bij art. 2, 1, wet 2 juni 2010, B.S., 1 juli 2010, inwerkingtreding: door de Koning te bepalen (art. 4) }147. Lid 2, na wijzigingen, vervangen bij art. 52, C), wet 22 april 1999, B.S., 10 juli 1999 }148. Lid 2 gewijzigd bij art. 12, 2, wet 10 mei 2007, B.S., 10 mei 2007, err., B.S., 14 mei 2007, inwerkingtreding: 1 november 2007 (art. 34) }149. Lid 2 gewijzigd bij art. 11, 2, wet (II) 2 juni 2010, B.S., 1 juli 2010, inwerkingtreding: 1 maart 2010 (art. 14) }150. Lid 2 gewijzigd bij art. 3, 2, wet 12 juli 2009, B.S., 30 oktober 2009 }151. Lid 3 toegevoegd bij art. 20 wet 28 juni 1984, B.S., 12 juli 1984 Thema Wetboeken Notariaat (Aanvulling 1 november 2010) Larcier 5

6 II. GERECHTELIJK RECHT A. Gerechtelijk Wetboek Wet 10 oktober 1967 p p Wet 10 oktober 1967 Art. 580 volledig vervangen Art De arbeidsrechtbank neemt kennis: 1 van geschillen betreffende }2 [de verplichtingen van de werkgevers en van de personen die met hen hoofdelijk aansprakelijk zijn gesteld voor de betaling van de bijdragen] 2 opgelegd door de wetgeving inzake sociale zekerheid, }2 [gezinsbijslag] 2, werkloosheid, verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering, rust- en overlevingspensioen, jaarlijkse vakantie, bestaanszekerheid, }2 [sluiting van ondernemingen] 2, en door de verordeningen waarbij sociale voordelen aan de werknemers en leerlingen worden toegekend; 2 van geschillen betreffende de rechten en verplichtingen van werknemers en leerlingen en hun rechtverkrijgenden, welke voortvloeien uit de wetten en verordeningen bedoeld onder 1 ; 3 van geschillen betreffende de rechten en verplichtingen van de personen }3 [en hun rechtverkrijgenden] 3, die buiten een arbeidsovereenkomst of een leerovereenkomst, het voordeel genieten van de wetten en verordeningen bedoeld onder 1 ; 4 van geschillen tussen de instellingen belast met de toepassing van de wetten en verordeningen bedoeld onder 1, betreffende de rechten en verplichtingen die daaruit voor die instellingen voortvloeien; 5 }4 [...] 4 6 van geschillen betreffende de rechten en verplichtingen van de personen }5 [en hun rechtverkrijgenden] 5 die een maatschappelijke verzekering hebben aangegaan krachtens: a) de wet van 23 juni 1894 houdende herziening van de wet van 3 april 1851 op de mutualiteitsverenigingen; b) de wet van 12 februari 1963 betreffende de inrichting van een ouderdoms- en overlevingspensioenregeling ten behoeve van de vrijwillig verzekerden; c) de wet van 17 juli 1963 betreffende overzeese sociale zekerheid; }6 [d) }7 [artikelen 3, eerste lid, b) of c) of 7, 2, van de wet van 6 augustus 1990 betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen of artikel 67, vijfde lid, van de wet van 26 april 2010 houdende diverse bepalingen inzake de organisatie van de aanvullende ziekteverzekering (I), bij een ziekenfonds, een landsbond van ziekenfondsen of een maatschappij van onderlinge bijstand, bedoeld in artikel 70, 1 of 2, eerste en tweede lid, van voormelde wet van 6 augustus 1990;] 7 ] 6 7 van geschillen betreffende het stelsel van maatschappelijke zekerheid waarvan de prestaties gewaarborgd zijn bij de wet van 16 juni 1960, «dat de organismen belast met het beheer van de sociale zekerheid van de werknemers van Belgisch-Kongo en Ruanda-Urundi onder de controle en de waarborg van de Belgische Staat plaatst en dat waarborg draagt door de Belgische Staat van de maatschappelijke zekerheid ten gunste van deze werknemers verzekerd»; }8 [8 }8 [van de geschillen betreffende de toepassing van: a) de wet tot instelling van een gewaarborgd inkomen voor bejaarden. Zij past, op verzoek }9 [van de Rijksdienst voor werknemerspensioenen] 9 de in artikel 13 van voormelde wet bepaalde sancties toe; b) de wet tot instelling van een gewaarborgde gezinsbijslag. Zij past, op verzoek }10 [van de Rijksdienst voor kinderbijslag voor werknemers] 10, de in artikel 8 van voormelde wet bepaalde sancties toe] 8 ;] 8 }11[c) de wet tot instelling van het recht op een bestaansminimum, wat betreft de geschillen betreffende de toekenning, de herziening, de weigering en de terugbetaling door de gerechtigde van het bestaansminimum alsmede betreffende de toepassing van de administratieve sancties bepaald in de desbetreffende wetgeving.] 11 }12 [de wet van... tot instelling van het recht op maatschappelijke integratie, inzake de geschillen betreffende de toekenning, de herziening, de weigering en de terugbetaling door de gerechtigde van de maatschappelijke integratie, alsmede de toepassing van de administratieve sancties bepaald in de desbetreffende wetgeving;] 12 {1 }13[d) de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, inzake de betwistingen betreffende de toekenning, de herziening, de weigering en de terugbetaling door de gerechtigde, van de maatschappelijke dienstverlening, en de toepassing van de administratieve sancties bepaald door wetgeving ter zake;] 13 }14 [e) de wet tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen;] 14 }15 [f) de wet van 12 januari 2007 betreffende opvang van asielzoekers en van bepaalde andere categorieën van vreemdelingen wat betreft de geschillen betreffende elke schending van de rechten die aan de begunstigden van de opvang worden gewaarborgd door de boeken II en III van voormelde wet;] 15 }16[9 van de geschillen betreffende de toekenning van de rentebijslag aan de begunstigden met een vervroegd pensioen;] 16 }17 [10 van de geschillen betreffende de toekenning van het bijzonder brugpensioen bedoeld in afdeling V van het hoofdstuk III van de wet van 22 december 1977;] 17 }18[11 van de geschillen betreffende de toekenning van het brugpensioen aan bejaarde invaliden, bedoeld bij afdeling VI van het hoofdstuk V van de wet van 22 december 1977;] 18 }19 [12 de betwistingen betreffende de verplichting van de sociaal verzekerden om een bijzondere bijdrage voor sociale zekerheid te storten krachtens hoofdstuk III van de wet van 28 december 1983 houdende fiscale en begrotingsbepalingen;] 19 }20[13 van de geschillen betreffende de bijzondere werkgeversbijdrage op het conventioneel brugpensioen bedoeld in hoofdstuk IV van de programmawet van 22 december 1989;] 20 }21 [14 van de betwistingen betreffende de rechten en plichten voortvloeiend uit de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid, met uitzondering van de betwistingen betreffende de toepassing van de algemene beginselen inzake de bescherming van de persoonlijke levenssfeer }21 [en die bedoeld in artikel 14 van de wet van (8 december 1992) tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens] 21 ;] 21 }22 [15 van de geschillen betreffende de toelage aan de werkgevers voor het in dienst houden van werknemers getroffen door een arbeidsongeschiktheid ten gevolge van ziekte of ongeval waardoor het voor deze werknemers definitief onmogelijk wordt om het overeengekomen werk te verrichten, bedoeld in titel 11, hoofdstuk VI, van de wet van 29 december 1990 houdende sociale bepalingen;] 22 }23[16 van geschillen betreffende de verplichtingen van de hoofdaannemers en onderaannemers bedoeld bij }23 [artikel 30bis] 23 van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders;] 23 }24[17 van de geschillen betreffende de premie ter compensatie van de sociale zekerheidsbijdragen bedoeld in artikel 144 van de wet van 30 december 1992 houdende sociale en diverse bepalingen;] 24 }25[18 van de gevallen waarin beroep wordt ingesteld tegen de beslissingen van het bureau voor juridische bijstand.] Tekst conform B.S.; lees «de wet van 26 mei 2002» }2. 1 gewijzigd bij art. 1, 1, wet 12 mei 1971, B.S., 26 mei 1971; gewijzigd bij art. 22 wet 28 juli 1971, B.S., 21 augustus 1971; gewijzigd bij art. 70 wet 4 augustus 1978, B.S., 17 augustus 1978 }3. 3 gewijzigd bij art. 1, 2, wet 12 mei 1971, B.S., 26 mei 1971 }4. 5 opgeheven bij art. 16 wet 30 juni 1971, B.S., 13 juli 1971 }5. 6 gewijzigd bij art. 1, 3, wet 12 mei 1971, B.S., 26 mei 1971 }6. Ingevoegd bij art. 7 wet 13 december 2005, B.S., 21 december 2005 }7. 6, d), vervangen bij art. 12 wet 2 juni 2010, B.S., 1 juli 2010, inwerkingtreding: 1 maart 2010 (art. 14) }8. 8 toegevoegd bij art. 16, 2, wet 1 april 1969, B.S., 29 april 1969; vervangen bij art. 12 wet 20 juli 1971, B.S., 7 augustus 1971 }9. 8, a), gewijzigd bij art. 10 K.B. nr. 242, 31 december 1983, B.S., 13 januari 1984, inwerkingtreding: 1 april 1984 (art. 11) }10. 8, b), gewijzigd bij art. 10 K.B. nr. 242, 31 december 1983, B.S., 13 januari 1984, inwerkingtreding: 1 april 1984 (art. 11) }11. 8, c), lid 1, ingevoegd bij art. 21, 1, wet 7 augustus 1974, B.S., 18 september 1974 }12. 8, c), lid 2, ingevoegd bij art. 48, 1, wet 26 mei 2002, B.S., 31 juli 2002, inwerkingtreding: 1 oktober 2002 (art. 60) }13. 8, d), ingevoegd bij art. 17 wet 12 januari 1993, B.S., 4 februari 1993 }14. 8, e), ingevoegd bij art. 3, 1, wet 22 maart 2001, B.S., 29 maart 2001, inwerkingtreding: 1 juni 2001 (art. 4) }15. 8, f), ingevoegd bij art. 2 wet 21 april 2007, B.S., 7 mei 2007, inwerkingtreding: 7 mei 2007 (art. 1 K.B. 9 april 2007, B.S., 7 mei 2007) }16. 9 toegevoegd bij art. 9 wet 20 juni 1975, B.S., 3 juli 1975 } toegevoegd bij art. 107 wet 22 december 1977, B.S., 24 december 1977 } toegevoegd bij art. 166, 1, wet 22 december 1977, B.S., 24 december 1977 } toegevoegd bij art. 69 wet 28 december 1983, B.S., 30 december 1983 } ingevoegd bij art. 271 wet 22 december 1989, B.S., 30 december 1989 } (oud 13 ) toegevoegd bij art. 78, 1, wet 15 januari 1990, B.S., 22 februari 1990, err., B.S., 2 oktober 1990; hernummerd bij art. 152, 1, wet 29 december 1990, B.S., 9 januari 1991; gewijzigd bij art. 46 wet van 8 december 1992, B.S., 18 maart 1993: inwerkingtreding: 1 september 1993 (art. 2 K.B. 28 februari 1993, B.S., 18 maart 1993) } toegevoegd bij art. 152, 2, wet 29 december 1990, B.S., 9 januari 1991 } toegevoegd bij art. 27 wet 20 juli 1991, B.S., 1 augustus 1991; gewijzigd bij art. 240 Programmawet 22 december 2003, B.S., 31 december 2003, err., B.S., 16 januari 2004 } toegevoegd bij art. 148 wet 30 december 1992, B.S., 9 januari 1993 } toegevoegd bij art. 5 wet 23 november 1998, B.S., 22 december 1998, inwerkingtreding: 31 december 1999 (art. 21 K.B. 20 december 1999, B.S., 30 december 1999) 6 Thema Wetboeken Notariaat (Aanvulling 1 november 2010) Larcier

7 II. GERECHTELIJK RECHT A. Gerechtelijk Wetboek Wet 10 oktober 1967 p. 220 p. 220 Wet 10 oktober 1967 Art. 583 volledig vervangen Art }1 [De arbeidsrechtbank neemt kennis van de toepassing der administratieve sancties bepaald bij de wetten en verordeningen bedoeld in de artikelen 578 tot 582 en }2 [van de toepassing van administratieve geldboeten bedoeld in het Sociaal Strafwetboek.] 2 ] 1 }3 [De arbeidsrechtbank neemt kennis van de geschillen betreffende de sociale identiteitskaart, ingevoerd door het koninklijk besluit van 18 december 1996 houdende maatregelen met het oog op de invoering van een sociale identiteitskaart ten behoeve van alle sociaal verzekerden, met toepassing van de artikelen 38, 40, 41 en 49, van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels.] 3 }4 [De arbeidsrechtbank neemt kennis van de geschillen betreffende de compensatoire vergoeding bedoeld in artikel 132, vierde lid, van de wet van 1 augustus 1985 houdende sociale bepalingen.] 4 }5 [De arbeidsrechtbank neemt kennis van de geschillen betreffende de individuele bestuurshandelingen inzake het verlenen, het schorsen en het intrekken van de erkenning als havenarbeider, genomen in toepassing van de wet van 8 juni 1972 betreffende de havenarbeid.] 5 }6 [De arbeidsrechtbank neemt kennis van de geschillen inzake het opleggen van de administratieve geldboetes, waarin voorzien wordt door }7 [het hoofdstuk VII, afdeling 1, van] 7 de wet van 6 augustus 1990 betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen.] 6 }1. Vervangen bij art. 19 wet 30 juni 1971, B.S., 13 juli 1971 }2. Lid 1 gewijzigd bij art. 12 wet 6 juni 2010, B.S., 1 juli 2010, inwerkingtreding: door de Koning te bepalen en uiterlijk 1 juli 2011 (art. 111, inleidende zin) }3. Lid 2 toegevoegd bij art. 10 wet 25 januari 1985, B.S., 13 februari 1985; vervangen bij art. 90 wet 25 januari 1999, B.S., 6 februari 1999 }4. Lid 3 toegevoegd bij art. 2 K.B. nr. 443, 14 augustus 1986, B.S., 30 augustus 1986 }5. Lid 4 toegevoegd bij art. 3 wet 13 februari 1998, B.S., 19 februari 1998 }6. Lid 5 toegevoegd bij art. 8 wet 13 december 2005, B.S., 21 december 2005 }7. Lid 5 gewijzigd bij art. 13 wet 2 juni 2010, B.S., 1 juli 2010, inwerkingtreding: 1 maart 2010 (art. 14) Thema Wetboeken Notariaat (Aanvulling 1 november 2010) Larcier 7

8 II. GERECHTELIJK RECHT A. Gerechtelijk Wetboek Wet 10 oktober 1967 p. 232 p. 232 Wet 10 oktober 1967 Art. 633novies en historiek invoegen }1 [Art. 633novies. Onverminderd de bevoegdheid van de rechtbanken bedoeld in artikel 624 is de rechtbank van eerste aanleg van de woonplaats van de eiser eveneens bevoegd om kennis te nemen van de vorderingen bedoeld in artikel 569, eerste lid, 41.] 1 }1. Ingevoegd bij art. 3 wet 2 juni 2010, B.S., 1 juli 2010, inwerkingtreding: door de Koning te bepalen (art. 4) 8 Thema Wetboeken Notariaat (Aanvulling 1 november 2010) Larcier

9 II. GERECHTELIJK RECHT A. Gerechtelijk Wetboek Wet 10 oktober 1967 p. 239 p. 239 Wet 10 oktober 1967 Art volledig vervangen Art Indien een van hen het, zelfs mondeling, verzoekt, worden de partijen bij gewone brief van de griffier opgeroepen om binnen de gewone termijn van dagvaarding te verschijnen op dag en uur door de rechter bepaald. Art Van het verschijnen tot minnelijke schikking wordt proces-verbaal opgemaakt. Indien een schikking tot stand komt, worden de bewoordingen ervan opgetekend in het proces-verbaal, waarvan de uitgifte wordt voorzien van het formulier van tenuitvoerlegging. Thema Wetboeken Notariaat (Aanvulling 1 november 2010) Larcier 9

10 II. GERECHTELIJK RECHT A. Gerechtelijk Wetboek Wet 10 oktober 1967 p. 279 p. 279 Wet 10 oktober 1967 Afd. I II (art. 1389bis/1 1389bis/18) volledig vervangen }1[Afdeling I Inrichting van een centraal bestand van berichten van beslag, delegatie, overdracht en collectieve schuldenregeling] 1 }1. Opschrift ingevoegd bij art. 2 wet 29 mei 2000, B.S., 9 augustus 2000, inwerkingtreding: door de Koning te bepalen (art. 29) }1 [Art. 1389bis/1. Het centraal bestand van berichten van beslag, delegatie, overdracht en collectieve schuldenregeling is de geïnformatiseerde gegevensbank waar de berichten van beslag, delegatie, overdracht en collectieve schuldenregeling bedoeld in de artikelen 1390 tot 1390quinquies worden gecentraliseerd. Die gegevensbank wordt hierna «bestand van berichten» genoemd.] 1 }1. Ingevoegd bij art. 2 wet 29 mei 2000, B.S., 9 augustus 2000, inwerkingtreding: door de Koning te bepalen (art. 29) }1 [Art. 1389bis/2. De Nationale Kamer van gerechtsdeurwaarders, bedoeld in artikel 549, in deze afdeling verder «Nationale Kamer» genoemd, wordt met betrekking tot het bestand van berichten beschouwd als de verantwoordelijke voor de verwerking in de zin van artikel 1, 6, van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens.] 1 }1. Ingevoegd bij art. 2 wet 29 mei 2000, B.S., 9 augustus 2000, inwerkingtreding: door de Koning te bepalen (art. 29) }1 [Art. 1389bis/3. De natuurlijke personen die de gegevens van het bestand van berichten rechtstreeks kunnen registreren, raadplegen, wijzigen, verwerken of vernietigen, worden met naam aangewezen in een geïnformatiseerd register, dat door de Nationale Kamer voortdurend wordt bijgewerkt.] 1 }1. Ingevoegd bij art. 2 wet 29 mei 2000, B.S., 9 augustus 2000, inwerkingtreding: door de Koning te bepalen (art. 29) }1 [Art. 1389bis/4. Hij die in welke hoedanigheid ook deelneemt aan de verzameling, de verwerking of de mededeling van de in het bestand van berichten geregistreerde gegevens of kennis heeft van die gegevens, moet het vertrouwelijk karakter ervan in acht nemen. Artikel 458 van het Strafwetboek is op hem toepasselijk. De ministeriële ambtenaren die optreden ten laste van dezelfde schuldenaar zijn evenwel vrijgesteld van deze verplichting voor de uitwisseling onder hen van informatie betreffende deze debiteur of betreffende diegenen die met hem een gemeenschap of onverdeeldheid delen.] 1 }1. Ingevoegd bij art. 2 wet 29 mei 2000, B.S., 9 augustus 2000, inwerkingtreding: door de Koning te bepalen (art. 29) }1 [Art. 1389bis/5. Teneinde de juistheid na te gaan van de gegevens die in het bestand van berichten worden ingevoerd en het bestand van berichten voortdurend te kunnen bijwerken, heeft de Nationale Kamer toegang tot de informatiegegevens bedoeld in artikel 3, eerste lid, 1, 2, 5 en 7, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een rijksregister van de natuurlijke personen en kan zij het identificatienummer van dat register gebruiken. Zij mag het nummer evenwel in geen enkele vorm aan derden mededelen. De Koning stelt de wijze vast waarop de informatiegegevens van het rijksregister aan de Nationale Kamer worden overgezonden. Hij kan eveneens nadere regels vaststellen in verband met het gebruik van het identificatienummer van het rijksregister door de Nationale Kamer.] 1 }1. Ingevoegd bij art. 2 wet 29 mei 2000, B.S., 9 augustus 2000, inwerkingtreding: door de Koning te bepalen (art. 29) }1 [Art. 1389bis/6. De registratie van gegevens in het bestand van berichten is kosteloos. Teneinde de kosten te dekken die veroorzaakt worden door het houden van het bestand van berichten en door de werking van het Beheers- en toezichtcomité bedoeld in artikel 1389bis/8, geeft de mededeling van gegevens geregistreerd in het bestand van berichten aan advocaten, gerechtsdeurwaarders, notarissen en schuldbemiddelaars, aanleiding tot de inning van een retributie waarvan de Minister van Justitie het bedrag, de voorwaarden en de modaliteiten van inning bepaalt na terzake het advies van het Beheers- en toezichtcomité en van de Nationale Kamer te hebben ingewonnen. De retributies zijn betaalbaar aan en worden geïnd door de Nationale Kamer. Het bedrag van de retributie bedoeld in het tweede lid wordt op 1 januari van ieder jaar aan de hand van de volgende formule van rechtswege aangepast aan de evolutie van het indexcijfer van de consumptieprijzen: het nieuwe bedrag is gelijk aan het basisbedrag vermenigvuldigd met het nieuwe indexcijfer en gedeeld door het beginindexcijfer. Het beginindexcijfer is dat van de maand december van het jaar gedurende hetwelk het bedrag van de retributie is vastgesteld. Het nieuwe indexcijfer is dat van de maand december van het jaar voorafgaand aan de eerste januari van het jaar gedurende hetwelk de aanpassing plaatsvindt. Het resultaat wordt op een eenheid naar boven afgerond.] 1 }1. Ingevoegd bij art. 2 wet 29 mei 2000, B.S., 9 augustus 2000, inwerkingtreding: door de Koning te bepalen (art. 29) }1[Art.1389bis/7. Op verzoek van de Minister van Justitie, de Ministers tot wier bevoegdheid de economie behoort, de wetgevende Kamers, }2 [de Gemeenschaps- en Gewestparlementen] 2 en het Planbureau, alsook, na eensluidend advies van het Beheers- en toezichtcomité, van alle betrokken personen en organisaties, maakt de Nationale Kamer hen anonieme gegevens over, die nuttig zijn voor onderzoek in verband met het bewarend beslag, de middelen tot tenuitvoerlegging en de collectieve schuldenregeling. Gecodeerde gegevens kunnen enkel worden overgemaakt overeenkomstig de toepasselijke regels tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens.] 1 }1. Ingevoegd bij art. 2 wet 29 mei 2000, B.S., 9 augustus 2000, inwerkingtreding: door de Koning te bepalen (art. 29) }2. Gewijzigd bij art. 5 wet 27 maart 2006, B.S., 11 april 2006 }1[Afdeling II Beheer en toezicht] 1 }1. Opschrift ingevoegd bij art. 2 wet 29 mei 2000, B.S., 9 augustus 2000, inwerkingtreding: door de Koning te bepalen (art. 29) }1 [Art. 1389bis/8. Bij het Ministerie van Justitie wordt een Beheers- en toezichtcomité bij het centraal bestand van berichten, delegatie, overdracht en collectieve schuldenregeling opgericht, hierna «Beheers- en toezichtcomité» genoemd. Het Beheers- en toezichtcomité wordt voorgezeten }2 [door een beslagrechter of door een magistraat of een emeritusmagistraat met ten minste twee jaar effectieve ervaring inzake beslag, aangewezen door de Minister van Justitie] 2. Het Comité is voorts samengesteld uit een jurist en een informaticus die de Minister van Justitie vertegenwoordigen en door hem worden aangewezen, uit een griffier van een rechtbank van eerste aanleg aangewezen door de Minister van Justitie, uit een lid van de commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer aangewezen door de commissie, uit een vertegenwoordiger van de Nationale Bank van België aangewezen door de gouverneur ervan, uit een advocaat aangewezen }2 [door de Orde van Vlaamse Balies, uit een advocaat aangewezen door de Ordre des barreaux francophones et germanophone] 2, uit een notaris aangewezen door het college van voorzitters van de arrondissementskamers van notarissen, uit een gerechtsdeurwaarder aangewezen door de Nationale Kamer, uit een gerechtsdeurwaarder-secretaris aangewezen door het directiecomité van de Nationale Kamer en uit een bedrijfsrevisor aangewezen door de raad van het Instituut van de bedrijfsrevisoren. Het Beheers- en toezichtcomité kan slechts op geldige wijze beraadslagen wanneer ten minste de helft van de leden aanwezig is. De beslissingen van de Beheers- en toezichtcomité worden bij meerderheid van stemmen genomen. Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend. De leden van het Comité worden benoemd voor een hernieuwbare termijn van vier jaar. Voor elk lid van het Comité wordt een plaatsvervanger aangewezen, op dezelfde wijze als de werkende leden. Indien het mandaat van een werkend lid of een plaatsvervangend lid een einde neemt vóór het verstrijken van de termijn ervan, wordt in zijn opvolging voorzien. De opvolger voleindigt het mandaat van zijn voorganger. Het Beheers- en toezichtcomité stelt zijn huishoudelijk reglement vast, dat door de Minister van Justitie wordt goedgekeurd en bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.] 1 }1. Ingevoegd bij art. 2 wet 29 mei 2000, B.S., 9 augustus 2000, inwerkingtreding: door de Koning te bepalen (art. 29) }2. Lid 2 gewijzigd bij art. 2, a), wet 27 maart 2003, B.S., 28 mei 2003, err., B.S., 16 juli 2003, inwerkingtreding: door de Koning te bepalen (art. 5); gewijzigd bij art. 247 Programmawet 27 december 2004, B.S., 31 december 2004, err., B.S., 18 januari 2005, inwerkingtreding: door de Koning te bepalen (art. 248) }1[Art. 1389bis/9. De Minister van Justitie bepaalt voor de voorzitter en de leden van het Beheers- en toezichtcomité het bedrag en de toekenningsvoorwaarden van de presentiegelden, de vergoedingen van de verblijfskosten, alsook de voorwaarden inzake terugbetaling van reiskosten. Alle kosten van het Comité worden gedragen door de Nationale Kamer.] 1 }1. Ingevoegd bij art. 2 wet 29 mei 2000, B.S., 9 augustus 2000, inwerkingtreding: door de Koning te bepalen (art. 29) }1[Art. 1389bis/ Het Beheers- en toezichtcomité heeft de volgende opdrachten: 1 waken over en bijdragen tot de doeltreffende en veilige werking van het centraal bestand overeenkomstig de bepalingen van dit hoofdstuk; 2 advies uitbrengen over de uitvoeringsbesluiten bedoeld in de artikelen 1389bis/6 en 1391, 3, en over de verzoeken bedoeld in artikel 1389bis/7; 3 aan de Minister van Justitie op zijn verzoek een advies uitbrengen inzake elke vraag betreffende het bestand van berichten; 4 advies verlenen, ambtshalve of na een verzoek overeenkomstig artikel 1389bis/13, over elke moeilijkheid of elk geschil dat kan rijzen betreffende de toepassing van dit hoofdstuk en de uitvoeringsmaatregelen ervan; 5 de Nationale Kamer ermee gelasten de individuele toegangscodes tot het bestand van berichten onwerkzaam te maken overeenkomstig artikel 1389bis/ Het lid van de commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer heeft dezelfde taken en bevoegdheden als de andere leden van het Beheers- en toezichtcomité, maar zorgt bovendien voor de coördinatie tussen de werkzaamheden van het Comité en die van de commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, in de mate dat zij met elkaar interfereren. Indien het bedoelde lid met het oog op de hem opgedragen coördinatie dit nuttig acht, kan het aan het Comité vragen een advies, beslissing of aanbeveling uit te stellen en de kwestie eerst aan de commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer voor te leggen. Bij een dergelijk verzoek wordt de bespreking van het dossier in het Beheers- en toezichtcomité opgeschort en het dossier onverwijld aan de commissie meegedeeld. De commissie beschikt over een termijn van dertig vrije dagen te rekenen vanaf de ontvangst van het dossier om haar advies aan het Beheers- en toezichtcomité mee te delen. Indien die termijn niet wordt nageleefd, kan het Comité zijn advies of beslissing verlenen zonder het advies van de commissie af te wachten. Het standpunt van de commissie wordt uitdrukkelijk in het advies, de beslissing of de aanbeveling van het Beheers- en toezichtcomité opgenomen.] 1 }1. Ingevoegd bij art. 2 wet 29 mei 2000, B.S., 9 augustus 2000, inwerkingtreding: door de Koning te bepalen (art. 29) }1 [Art. 1389bis/11. Ieder jaar brengt het Beheers- en toezichtcomité verslag uit over de vervulling van zijn opdrachten gedurende het afgelopen jaar. Dat verslag bevat suggesties met betrekking tot de wenselijkheid om wijzigingen aan te brengen in het stelsel van openbaarheid dat met het bestand van berichten wordt verwezenlijkt. Het verslag bevat eveneens een analyse van de inkomsten en de uitgaven verbonden aan het bestand van berichten. Het verslag wordt medegedeeld aan de wetgevende Kamers en aan de Minister van Justitie.] 1 }1. Ingevoegd bij art. 2 wet 29 mei 2000, B.S., 9 augustus 2000, inwerkingtreding: door de Koning te bepalen (art. 29) }1 [Art. 1389bis/ Het Beheers- en toezichtcomité kan alle inlichtingen verzamelen die nodig zijn voor de uitoefening van zijn taken bedoeld in artikel 1389bis/10, 1. Het kan daartoe personen horen en pertinente documenten opvragen en heeft tevens toegang tot het bestand der berichten en tot alle gegevens met betrekking tot de werking ervan. De personen die worden gehoord of die documenten dienen mee te delen, zijn gemachtigd gegevens mee te delen die gedekt zijn door het beroepsgeheim. 2. Indien het Beheers- en toezichtcomité dit nuttig acht voor de uitoefening van zijn taken bedoeld in artikel 1389bis/10, 1, kan het de tuchtoverheid of de hië- 10 Thema Wetboeken Notariaat (Aanvulling 1 november 2010) Larcier

11 II. GERECHTELIJK RECHT A. Gerechtelijk Wetboek Wet 10 oktober 1967 p. 279 rarchische meerdere inlichten over nalatigheden en tekortkomingen vastgesteld ten laste van de personen bedoeld in artikel 1389bis/3. Het kan deze tevens belasten met een onderzoek terzake en met het uitbrengen van een schriftelijk verslag binnen de gevraagde termijn. Indien het Beheers- en toezichtcomité in het kader van de uitoefening van zijn taken kennis heeft van een schending van de artikelen 1389bis/15 en 1389bis/16 of van enig ander misdrijf, geeft het hiervan kennis aan de bevoegde procureur des Konings. 3. Artikel 1389bis/4 is van toepassing op de leden van het Beheers- en toezichtcomité voor alle gegevens waarvan zij bij de uitoefening van hun ambt kennis hebben gekregen alsook op de personen aan wie het Comité in de uitoefening van haar taken deze gegevens meedeelt.] 1 }1. Ingevoegd bij art. 2 wet 29 mei 2000, B.S., 9 augustus 2000, inwerkingtreding: door de Koning te bepalen (art. 29) }1 [Art. 1389bis/13. Eenieder kan zich schriftelijk tot het Beheers- en toezichtcomité wenden om het in kennis te stellen van feiten of toestanden die naar zijn oordeel het optreden van het Comité vereisen of om nuttige voorstellen te doen. Tenzij de persoon die zich tot het Beheers- en toezichtcomité heeft gericht er uitdrukkelijk mee instemt, mag het Comité zijn identiteit niet bekend maken en evenmin de wijze waarop het is gevat. Het Beheers- en toezichtcomité deelt aan de verzoeker bedoeld in het eerste lid de gegevens mee die het nuttig acht.] 1 }1. Ingevoegd bij art. 2 wet 29 mei 2000, B.S., 9 augustus 2000, inwerkingtreding: door de Koning te bepalen (art. 29) }1 [Art. 1389bis/14. In afwachting van de resultaten van de maatregelen bedoeld in artikel 1389bis/12, kan het Beheers- en toezichtcomité de Nationale Kamer gelasten de individuele toegangscode bedoeld in artikel 1391, 4, tot het bestand van berichten voor een eenmalig verlengbare maximum termijn van één jaar, onwerkzaam te maken wanneer redelijke aanwijzingen bestaan dat de houder ervan de artikelen 1389bis/4, 1391, 4, of 1391, 5, niet heeft nageleefd. Behoudens het geval van absolute noodzakelijkheid, wordt de betrokkene vooraf gehoord. Wanneer de individuele toegangscode van een gerechtsdeurwaarder overeenkomstig het eerste lid onwerkzaam is gemaakt, kan deze laatste slechts toegang tot het bestand van berichten verkrijgen onder het toezicht en door tussenkomst van zijn syndicus of van een lid van de arrondissementskamer aangeduid door de syndicus.] 1 }1. Ingevoegd bij art. 2 wet 29 mei 2000, B.S., 9 augustus 2000, inwerkingtreding: door de Koning te bepalen (art. 29) }1 [Art. 1389bis/15. Worden gestraft met een geldboete van honderd tot vijfduizend frank, de organen of de aangestelden van de Nationale Kamer die: 1 niet alle maatregelen hebben genomen die het mogelijk maken de veiligheid en de vertrouwelijkheid van de verwerkte persoonsgegevens te waarborgen; 2 het individueel register bedoeld in artikel 1389bis/3 niet bijgewerkt hebben.] 1 }1. Ingevoegd bij art. 2 wet 29 mei 2000, B.S., 9 augustus 2000, inwerkingtreding: door de Koning te bepalen (art. 29) }1 [Art. 1389bis/16. Worden gestraft met een gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden en met een geldboete van honderd tot vijfduizend frank of met een van deze straffen, de personen die: 1 in strijd met de bepalingen van artikel 1391, 4, en met uitzondering van de gevallen bepaald bij of krachtens de wet, bewust hun individuele toegangscode hebben bekendgemaakt; 2 in strijd met de bepalingen van artikel 1389bis/4 en met uitzondering van de gevallen bepaald bij of krachtens de wet, het vertrouwelijk karakter van de gegevens geregistreerd in het bestand van berichten niet hebben bewaard; 3 het bestand van berichten hebben geraadpleegd, zonder dat zij zich bevinden in een van de gevallen bedoeld in artikel 1391, 1, of die gegevens verkregen uit dat bestand gebruiken voor een ander doel dan datgene dat de toegang tot het bestand kon wettigen.] 1 }1. Ingevoegd bij art. 2 wet 29 mei 2000, B.S., 9 augustus 2000, inwerkingtreding: door de Koning te bepalen (art. 29) }1 [Art. 1389bis/17. De rechter kan beslissen dat de veroordeelde persoon het recht om zijn individuele toegangscode te gebruiken, voor ten hoogste vijf jaar wordt ontzegd. Wanneer de individuele toegangscode van een gerechtsdeurwaarder overeenkomstig het eerste lid onwerkzaam is gemaakt, kan deze laatste slechts toegang tot het bestand van berichten verkrijgen onder het toezicht en door tussenkomst van zijn syndicus of van een lid van de arrondissementskamer door de syndicus aangeduid.] 1 }1. Ingevoegd bij art. 2 wet 29 mei 2000, B.S., 9 augustus 2000, inwerkingtreding: door de Koning te bepalen (art. 29) }1[Art. 1389bis/18. Alle bepalingen van boek I van het Strafwetboek met inbegrip van hoofdstuk VII en artikel 85, doch met uitzondering van hoofdstuk V, zijn van toepassing op de strafbare feiten bedoeld in de artikelen 1389bis/15 en 1389bis/16.] 1 }1. Ingevoegd bij art. 2 wet 29 mei 2000, B.S., 9 augustus 2000, inwerkingtreding: door de Koning te bepalen (art. 29) Thema Wetboeken Notariaat (Aanvulling 1 november 2010) Larcier 11

12 II. GERECHTELIJK RECHT A. Gerechtelijk Wetboek Wet 10 oktober 1967 p. 283 p. 283 Wet 10 oktober 1967 Art. 1407bis volledig vervangen }1 [Art. 1407bis. Wanneer bij loonoverdracht tussen de schuldeisers-overnemers een rangconflict ontstaat, moet de gecedeerde schuldenaar hetzij op eigen initiatief, hetzij ten laatste op het eerste verzoek van de belanghebbende partijen, de overdraagbare gelden storten in de handen van een gerechtsdeurwaarder aangezocht krachtens artikel 1390ter of in de handen van een erkende of aangestelde sekwester.] 1 }1. Ingevoegd bij art. 4 wet 29 mei 2000, B.S., 9 augustus 2000, inwerkingtreding: door de Koning te bepalen (art. 29) 12 Thema Wetboeken Notariaat (Aanvulling 1 november 2010) Larcier

13 II. GERECHTELIJK RECHT A. Gerechtelijk Wetboek Wet 10 oktober 1967 p. 295 p. 295 Wet 10 oktober 1967 Art. 1543bis volledig vervangen beslaglegger en zonder enige vordering tot indeplaatsstelling, doen overgaan door de instrumenterende gerechtsdeurwaarder tot de afgifte door de derde-beslagene overeenkomstig artikel 1543.] 1 }1. Ingevoegd bij art. 12 wet 29 mei 2000, B.S., 9 augustus 2000, inwerkingtreding: door de Koning te bepalen (art. 29) }1[Art. 1543bis. De verzetdoende schuldeiser die over een uitvoerbare titel beschikt, kan, na aanmaning aan de Thema Wetboeken Notariaat (Aanvulling 1 november 2010) Larcier 13

14 II. GERECHTELIJK RECHT B. Niet-vatbaarheid voor beslag van de woning van de zelfstandige Wet (IV) 25 april 2007 p. 327 B. Niet-vatbaarheid voor beslag van de woning van de zelfstandige p. 327 Wet (IV) 25 april 2007 Art volledig vervangen Art. 72. Voor de toepassing van dit hoofdstuk verstaat men onder zelfstandige: iedere natuurlijke persoon die in België een beroepsbezigheid in hoofdberoep uitoefent uit hoofde waarvan hij niet door een arbeidsovereenkomst of door een statuut verbonden is. }1 [Voor de bepaling van het hoofdberoep wordt rekening gehouden met de cumulatie van afzonderlijke zelfstandige activiteiten die samen het hoofdberoep uitmaken.] 1 }2 [De activiteit van mandataris van een rechtspersoon maakt een zelfstandige beroepsbezigheid uit in de zin van het eerste lid.] 2 }1. Lid 2 toegevoegd bij art. 118 wet 6 mei 2009, B.S., 19 mei 2009 }2. Lid 3 toegevoegd bij art. 118 wet 6 mei 2009, B.S., 19 mei 2009 Art. 73. In afwijking van de artikelen 7 en 8 van de hypotheekwet van 16 december 1851 en van artikel 1560 van het Gerechtelijk wetboek kan een zelfstandige zijn zakelijke rechten, andere dan het gebruiksrecht en het recht van bewoning, op het onroerend goed waar hij zijn hoofdverblijfplaats gevestigd heeft, niet vatbaar voor beslag verklaren. }1[De verbintenis van een zelfstandige om geen verklaring af te leggen in de toekomst is absoluut nietig.] 1 }1. Lid 2 toegevoegd bij art. 119 wet 6 mei 2009, B.S., 19 mei 2009 p. 327 Wet (IV) 25 april 2007 Art. 82 volledig vervangen Art. 82. Naar aanleiding van de inschrijving en de doorhaling van de verklaring worden aan de notaris vaste erelonen betaald waarvan het bedrag overeenkomstig de wet van 31 augustus 1891 houdende tarifering en invordering van de honoraria der notarissen wordt vastgesteld. Zolang het bedrag van de in het eerste lid bedoelde erelonen niet overeenkomstig dat lid is vastgesteld, wordt het bedrag vastgesteld op 500 euro voor het opstellen van de verklaring en op 500 euro voor de inschrijving of de doorhaling ervan. }1 [De honoraria bedoeld in het eerste lid zijn maar een keer verschuldigd wanneer de aangifte of de herroeping betrekking hebben op een zelfstandige en zijn meewerkende echtgenoot of op twee zelfstandingen, die gehuwd zijn of wettelijk samenwonen, en die gezamenlijk hun activiteit uitoefenen, in dezelfde vestigingseenheid.] 1 }1. Lid 3 toegevoegd bij art. 120 wet 6 mei 2009, B.S., 19 mei Thema Wetboeken Notariaat (Aanvulling 1 november 2010) Larcier

15 III. STRAFRECHT A. Strafwetboek Wet 8 juni 1867 p. 328 III. STRAFRECHT A. Strafwetboek p. 328 Wet 8 juni 1867 Art quater volledig vervangen Art. 42. Bijzondere verbeurdverklaring wordt toegepast: 1 Op de zaken die het voorwerp van het misdrijf uitmaken, en op die welke gediend hebben of bestemd waren tot het plegen van het misdrijf, wanneer zij eigendom van de veroordeelde zijn; 2 Op de zaken die uit het misdrijf voortkomen; }1 [3 Op de vermogensvoordelen die rechtstreeks uit het misdrijf zijn verkregen, op de goederen en waarden die in de plaats ervan zijn gesteld en op de inkomsten uit de belegde voordelen.] 1 }1. 3 toegevoegd bij art. 1 wet 17 juli 1990, B.S., 15 augustus 1990 Art. 43. Bij misdaad of wanbedrijf wordt bijzondere verbeurdverklaring }1 [toepasselijk op de zaken bedoeld in artikel 42, 1 en 2 ] 1 altijd uitgesproken. Bij overtreding wordt zij slechts uitgesproken in de gevallen bij de wet bepaald. }1. Lid 1 gewijzigd bij art. 2 wet 17 juli 1990, B.S., 15 augustus 1990 }1 [Art. 43bis. }2 [Bijzondere verbeurdverklaring toepasselijk op de zaken bedoeld in artikel 42, 3, kan door de rechter in elk geval worden uitgesproken, maar slechts voorzover zij door de procureur des Konings schriftelijk wordt gevorderd.] 2 Indien de zaken niet kunnen worden gevonden in het vermogen van de veroordeelde, raamt de rechter de geldwaarde ervan en heeft de verbeurdverklaring betrekking op een daarmee overeenstemmend bedrag. Ingeval de verbeurdverklaarde zaken aan de burgerlijke partij toebehoren, zullen zij aan haar worden teruggegeven. De verbeurdverklaarde zaken zullen haar eveneens worden toegewezen ingeval de rechter de verbeurdverklaring uitgesproken heeft omwille van het feit dat zij goederen en waarden vormen die door de veroordeelde in de plaats gesteld zijn van de zaken die toebehoren aan de burgerlijke partij of omdat zij het equivalent vormen van zulke zaken in de zin van het tweede lid van dit artikel. Iedere andere derde die beweert recht te hebben op de verbeurdverklaarde zaak, zal dit recht kunnen laten gelden binnen een termijn en volgens modaliteiten bepaald door de Koning.] 1 }1. Ingevoegd bij art. 3 wet 17 juli 1990, B.S., 15 augustus 1990 }2. Lid 1 vervangen bij art. 2 wet 19 december 2002, B.S., 14 februari 2003 }1 [Art. 43ter. De bijzondere verbeurdverklaring die van toepassing is op de zaken bedoeld }1 [in de artikelen 42, 43bis en 43quater] 1, kan eveneens worden uitgesproken wanneer die zaken zich buiten het grondgebied van de Belgische Staat bevinden.] 1 }1. Ingevoegd bij art. 12 wet 20 mei 1997, B.S., 3 juli 1997; gewijzigd bij art. 3 wet 19 december 2002, B.S., 14 februari 2003 }1[Art. 43quater. 1. Onverminderd artikel 43bis, derde en vierde lid, kunnen op vordering van de procureur des Konings de in 2 bedoelde vermogensvoordelen, de goederen en waarden die in de plaats ervan zijn gesteld en de inkomsten uit de belegde voordelen, die worden gevonden in het vermogen of in het bezit van een persoon, verbeurd verklaard worden of kan zulke persoon veroordeeld worden tot betaling van een bedrag dat door de rechter wordt geraamd als zijnde overeenstemmend met de waarde van deze zaken, indien deze persoon schuldig werd bevonden: a) }2 [hetzij aan één of meer van de strafbare feiten bedoeld in: 1 artikel 136sexies en artikel 136septies, 1 ; }3 [1 bis artikel 137, voor zover deze strafbare feiten gestraft worden met een van de straffen bedoeld in artikel 138, 1, 4 tot en met 10, en van dien aard zijn dat zij financieel gewin kunnen opleveren, alsook artikel 140, voor zover deze misdaad of dit wanbedrijf van dien aard is dat het financieel gewin kan opleveren;] 3 2 de artikelen 246 tot 251, en artikel 323; }4[2 bis de artikelen 433sexies, 433septies }5 [, 433octies, 433undecies en 433duodecies] 5 ;] 4 3 de artikelen 504bis en 504ter, en artikel 323; 4 artikel 2bis, 1, van de wet van 24 februari 1921 betreffende het verhandelen van de gifstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, ontsmettingsstoffen en antiseptica, in zoverre de feiten betrekking hebben op de invoer, de uitvoer, de vervaardiging, de verkoop of het te koop stellen van de in dat artikel bedoelde middelen en stoffen, of 3, b), of 4, b), van dezelfde wet; 5 }6 [de artikelen 77ter, 77quater en 77quinquies] 6 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; 6 artikel 10, 1, 2, van de wet van 15 juli 1985 betreffende het gebruik bij dieren van stoffen met hormonale, antihormonale, beta-adrenergische of productiestimulerende werking;] 2 b) hetzij aan de strafbare feiten omschreven in artikel 324ter of van een of meer van de hierna bedoelde strafbare feiten wanneer ze gepleegd zijn in het raam van een criminele organisatie, zoals bepaald in artikel 324bis: }7 [1 de artikelen 162, 163, 173, 180 en 186;] 7 }8[1 bis] 8 de artikelen 379 of 380 }9 [en 383bis, 1] 9 ; 2 de artikelen 468, 469, 470, 471 of 472; 3 artikel 475; 4 de artikelen 477, 477bis, 477ter, 477quater, 477quinquies, 477sexies of 488bis; 5 artikel 505, met uitzondering van de zaken die gedekt zijn door artikel 42, 1 ; }10 [5 bis artikel 2quater, 4, van de wet van 24 februari 1921 betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, psychotrope stoffen, ontsmettingsstoffen en antiseptica en van de stoffen die kunnen gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope stoffen;] 10 6 artikel 10 van de wet van 5 augustus 1991 betreffende de in-, uit- en doorvoer van wapens, munitie en speciaal voor militair gebruik dienstig materieel en daaraan verbonden technologie; 7 artikel 1 van het koninklijk besluit van 12 april 1974 betreffende sommige verrichtingen in verband met stoffen met hormonale, anti-hormonale, anabole, anti-infectieuze, anti-parasitaire en antiinflammatoire werking, welk artikel betrekking heeft op strafbare feiten waarop overeenkomstig de wet van 24 februari 1921 betreffende het verhandelen van de gifstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, ontsmettingsstoffen en antiseptica straffen worden gesteld; 8 de artikelen 3 en 5 van het koninklijk besluit van 5 februari 1990 betreffende sommige stoffen met beta-adrenergische werking, welke artikelen betrekking hebben op strafbare feiten waarop overeenkomstig de wet van 25 maart 1964 op de geneesmiddelen straffen worden gesteld; c) hetzij aan meerdere strafbare feiten die gezamenlijk worden vervolgd, en waarvan de ernst, de finaliteit en de onderlinge afstemming, de rechtbank toelaat zeker en noodzakelijk te besluiten dat deze feiten werden gepleegd in het kader van ernstige en georganiseerde fiscale fraude waarbij bijzonder ingewikkelde mechanismen of procédés van internationale omvang werden aangewend. 2. De verbeurdverklaring zoals bedoeld in 1 kan worden uitgesproken tegen de daders, mededaders en medeplichtigen die werden veroordeeld wegens één of meerdere van de in dit artikel opgesomde misdrijven en onder de in 1 bepaalde voorwaarden, wanneer de veroordeelde over een relevante periode verdere vermogensvoordelen heeft ontvangen terwijl er ernstige en concrete aanwijzigingen zijn dat deze voordelen voortspruiten, uit het misdrijf waarvoor hij werd veroordeeld, of uit identieke feiten, en de veroordeelde het tegendeel niet geloofwaardig maakt. Dit tegendeel kan tevens geloofwaardig gemaakt worden door elke derde die beweert recht te hebben op deze voordelen. 3. Als relevante periode in de zin van dit artikel wordt aanzien de periode van vijf jaar voorafgaand aan de inverdenkingstelling van de persoon tot de datum van de uitspraak. De ernstige en concrete aanwijzingen bedoeld in 2 kunnen worden geput uit alle geloofwaardige elementen die op regelmatige wijze aan de rechtbank worden overlegd, en die wijzen op een onevenwicht van enig belang tussen enerzijds de tijdelijke of blijvende aangroei van het vermogen en de bestedingen van de veroordeelde in de relevante periode die door het openbaar ministerie wordt aangetoond, en anderzijds de tijdelijke of blijvende aan- Thema Wetboeken Notariaat (Aanvulling 1 november 2010) Larcier 15

16 III. STRAFRECHT A. Strafwetboek Wet 8 juni 1867 p. 329 groei van het vermogen en de bestedingen van de veroordeelde in deze periode, waarvan hij kan geloofwaardig maken dat ze niet voortspruiten uit de feiten waarvoor hij werd veroordeeld of uit identieke feiten. Onder identieke feiten worden verstaan de feiten die behoren tot de misdrijfomschrijvingen die zijn bepaald in 1 en die vallen onder: a) ofwel dezelfde omschrijving als het misdrijf dat het voorwerp uitmaakt van de veroordeling; b) ofwel een aanverwante omschrijving, op voorwaarde dat deze is opgenomen onder dezelfde rubriek van 1, a), als het misdrijf dat het voorwerp uitmaakt van de veroordeling. Wanneer de rechtbank de bijzondere verbeurdverklaring in de zin van dit artikel oplegt, kan zijn beslissing geen rekening te houden met een door haar te bepalen deel van de relevante periode of met door haar te bepalen inkomsten, goederen en waarden, indien zij zulks gepast acht om de veroordeelde niet te onderwerpen aan een onredelijk zware straf. 4. Het vermogen dat ter beschikking staat van een criminele organisatie moet verbeurd verklaard worden, onder voorbehoud van de rechten van derden te goeder trouw.] 1 }1. Ingevoegd bij art. 4 wet 19 december 2002, B.S., 14 februari 2003 }2. 1, a), vervangen bij art. 2 wet 5 augustus 2003, B.S., 7 augustus 2003, inwerkingtreding: 7 augustus 2003 (art. 29, 1) }3. 1, a), 1 bis, ingevoegd bij art. 390 wet (I) 27 december 2006, B.S., 28 december 2006, err., B.S., 24 januari 2007, err., B.S., 12 februari 2007 }4. 1, a), 2 bis, ingevoegd bij art. 3, 1, wet 10 augustus 2005, B.S., 2 september 2005 }5. 1, a), 2 bis, gewijzigd bij art. 2 wet 9 februari 2006, B.S., 28 februari 2006 }6. 1, a), 5, gewijzigd bij art. 3, 2, wet 10 augustus 2005, B.S., 2 september 2005 }7. 1, b), 1, ingevoegd bij art. 391, 1, wet (I) 27 december 2006, B.S., 28 december 2006, err., B.S., 24 januari 2007, err., B.S., 12 februari 2007 }8. 1, b), 1 bis, (oud 1 ), hernummerd bij art. 391, 1, wet (I) 27 december 2006, B.S., 28 december 2006, err., B.S., 24 januari 2007, err., B.S., 12 februari 2007 }9. 1, b), 1 bis, aangevuld bij art. 391, 2, wet (I) 27 december 2006, B.S., 28 december 2006, err., B.S., 24 januari 2007, err., B.S., 12 februari 2007 }10. 1, b), 5 bis, ingevoegd bij art. 391, 3, wet (I) 27 december 2006, B.S., 28 december 2006, err., B.S., 24 januari 2007, err., B.S., 12 februari 2007 p. 329 Wet 8 juni 1867 Art volledig vervangen Art }1 [Met gevangenisstraf van vijftien dagen tot vijf jaar en met geldboete van zesentwintig [euro] tot honderdduizend [euro] of met een van die straffen alleen worden gestraft: 1 zij die weggenomen, verduisterde of door misdaad of wanbedrijf verkregen zaken of een gedeelte ervan helen; 2 }2 [zij die zaken bedoeld in artikel 42, 3, kopen, ruilen of om niet ontvangen, bezitten, bewaren of beheren, ofschoon zij op het ogenblik van de aanvang van deze handelingen, de oorsprong van die zaken kenden of moesten kennen;] 2 3 zij die de zaken, bedoeld in artikel 42, 3, }3 [omzetten of overdragen] 3 met de bedoeling de illegale herkomst ervan te verbergen of te verdoezelen of een persoon die betrokken is bij een misdrijf waaruit deze zaken voortkomen, te helpen ontkomen aan de rechtsgevolgen van zijn daden; 4 }4 [zij die de aard, oorsprong, vindplaats, vervreemding, verplaatsing of eigendom van de in artikel 42, 3, bedoelde zaken verhelen of verhullen, ofschoon zij op het ogenblik van de aanvang van deze handelingen de oorsprong van die zaken kenden of moesten kennen.] 4 }5 [De in het eerste lid, 3 en 4, genoemde misdrijven bestaan, indien de dader ervan ook dader, mededader van of medeplichtige is aan het misdrijf waaruit de zaken genoemd in artikel 42, 3, voortkomen. De in het eerste lid, 1 en 2, genoemde misdrijven bestaan, ook indien de dader ervan eveneens de dader, mededader van of medeplichtige is aan het misdrijf waaruit de zaken genoemd in artikel 42, 3, voortkomen, wanneer dit misdrijf in het buitenland is gepleegd en in België niet kan worden vervolgd.] 5 }6 [Behalve ten aanzien van de dader, de mededader en de medeplichtige van het misdrijf dat de zaken bedoeld in artikel 42, 3, heeft opgeleverd, hebben op fiscaal vlak de misdrijven bedoeld in het eerste lid, 2 en 4, uitsluitend betrekking op feiten gepleegd in het raam van ernstige en georganiseerde fiscale fraude waarbij bijzonder ingewikkelde mechanismen of procédés van internationale omvang worden aangewend.] 6 }7 [De in de artikelen 2, 2bis en 2ter van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme beoogde instellingen en personen kunnen zich op het vorige lid beroepen voor zover zij zich, ten aanzien van de beoogde feiten, hebben geconformeerd aan de voorziene verplichting van artikel 14quinquies van de wet van 11 januari 1993 die de wijze van informatieverstrekking aan de Cel voor financiële informatieverwerking regelt.] 7 De zaken bedoeld }8 [in het eerste lid, 1 ] 8 van dit artikel maken het voorwerp uit van }8 [het misdrijf dat gedekt is door deze bepaling] 8, in de zin van artikel 42, 1, en zij worden verbeurdverklaard, ook indien zij geen eigendom zijn van de veroordeelde, zonder dat }8 [deze straf] 8 nochtans de rechten van derden op de goederen die het voorwerp kunnen uitmaken van de verbeurdverklaring, schaadt. }9[De in het eerste lid, 3 en 4, bedoelde zaken zijn het voorwerp van de door deze bepalingen bedoelde misdrijven in de zin van artikel 42, 1, en worden verbeurd verklaard ten aanzien van alle daders, mededaders of medeplichtigen van die misdrijven, ook al heeft de veroordeelde die zaken niet in eigendom. Die straf mag evenwel geen schade berokkenen aan de rechten die derden op de voor verbeurdverklaring vatbare goederen kunnen doen gelden. Zo die zaken niet in het vermogen van de veroordeelde kunnen worden aangetroffen, gaat de rechter over tot een raming van de geldwaarde ervan en heeft de verbeurdverklaring betrekking op een daarmee overeenstemmend geldbedrag. In dat geval kan de rechter dat bedrag evenwel verminderen teneinde de veroordeelde geen onredelijk zware straf op te leggen.] 9 }10[De in het eerste lid, 2, bedoelde zaken zijn het voorwerp van het door deze bepaling bedoeld misdrijf in de zin van artikel 42, 1, en worden verbeurd verklaard ten aanzien van alle daders, mededaders of medeplichtigen van die misdrijven, ook al heeft de veroordeelde die zaken niet in bezit. Daarbij mag die straf geen schade berokkenen aan de rechten die derden op de voor verbeurdverklaring vatbare goederen kunnen doen gelden. Zo die zaken niet in het vermogen van de veroordeelde kunnen worden aangetroffen, gaat de rechter over tot een raming van de geldwaarde ervan en heeft de verbeurdverklaring betrekking op een geldbedrag dat in verhouding staat tot de mate waarin de veroordeelde bij het misdrijf betrokken was.] 10 Poging tot een van de misdrijven bedoeld in 2, 3 en 4 van dit artikel wordt bestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot drie jaar en met geldboete van zesentwintig [euro] tot vijftigduizend [euro] of met een van die straffen alleen. De personen die krachtens deze bepalingen worden gestraft, kunnen bovendien veroordeeld worden tot ontzetting, overeenkomstig artikel 33.] 1 }1. Laatst vervangen bij art. 7 wet 7 april 1995, B.S., 10 mei 1995 }2. Lid 1, 2, vervangen bij art. 2, 1, wet 10 mei 2007, B.S., 22 augustus 2007 }3. Lid 1, 3, gewijzigd bij art. 2, 2, wet 10 mei 2007, B.S., 22 augustus 2007 }4. Lid 1, 4, vervangen bij art. 2, 3, wet 10 mei 2007, B.S., 22 augustus 2007 }5. Lid 2 vervangen bij art. 2, 4, wet 10 mei 2007, B.S., 22 augustus 2007 }6. Lid 3 ingevoegd bij art. 2, 5, wet 10 mei 2007, B.S., 22 augustus 2007 }7. Lid 4 ingevoegd bij art. 2, 5, wet 10 mei 2007, B.S., 22 augustus 2007 }8. Lid 5 gewijzigd bij art. 2, 6, wet 10 mei 2007, B.S., 22 augustus 2007 }9. Lid 6 ingevoegd bij art. 2, 7, wet 10 mei 2007, B.S., 22 augustus 2007 }10. Lid 7 ingevoegd bij art. 2, 7, wet 10 mei 2007, B.S., 22 augustus 2007 }1[Art. 505bis. Zij die weggenomen, verduisterde of door de misdaad of het wanbedrijf bedoeld in artikel 433 verkregen zaken of een gedeelte ervan helen, worden gestraft met de straffen bepaald in artikel 505, eerste lid, waarbij de minimumstraf in het geval van gevangenisstraf wordt verhoogd tot drie maanden en in het geval van geldboete tot duizend euro.] 1 }1. Ingevoegd bij art. 7 wet 10 augustus 2005, B.S., 2 september 2005, inwerkingtreding: 2 september 2005 (art. 14) Art }1 [Ingeval de straf, toepasselijk op de daders van de misdaad, levenslange opsluiting of opsluiting van twintig jaar tot dertig jaar is, worden }2[de in de artikelen 505 en 505bis bedoelde helers] 2 veroordeeld tot opsluiting van vijf jaar tot tien jaar indien bevonden wordt dat zij ten tijde van de heling kennis droegen van de omstandigheden waaraan de wet levenslange opsluiting of opsluiting van twintig jaar tot dertig jaar verbindt.] 1 }1. Na wijzigingen, vervangen bij art. 81 wet 23 januari 2003, B.S., 13 maart 2003, inwerkingtreding: 13 maart 2003 (art. 128) }2. Gewijzigd bij art. 8 wet 10 augustus 2005, B.S., 2 september 2005, inwerkingtreding: 2 september 2005 (art. 14) 16 Thema Wetboeken Notariaat (Aanvulling 1 november 2010) Larcier

17 III. STRAFRECHT B. Wetboek Strafvordering Wetboek 17 november 1808 p. 330 B. Wetboek Strafvordering p. 330 Wetboek 17 november 1808 Art. 28sexies Art. 28octies volledig vervangen }1 [Art. 28sexies. 1. Onverminderd de bepalingen in de bijzondere wetten kan eenieder die geschaad wordt door een opsporingshandeling met betrekking tot zijn goederen, aan de procureur des Konings de opheffing ervan vragen. 2. Het verzoekschrift wordt met redenen omkleed en houdt keuze van woonplaats in België in, indien de verzoeker er zijn woonplaats niet heeft. Het wordt }2 [toegezonden aan of neergelegd op] 2 het secretariaat van het parket en wordt ingeschreven in een daartoe bestemd register. De procureur des Konings doet uitspraak uiterlijk vijftien dagen }3 [na de inschrijving van het verzoekschrift in het register] 3. De met redenen omklede beslissing wordt per faxpost of bij een ter post aangetekende brief ter kennis gebracht van de verzoeker en, in voorkomend geval, van zijn advocaat binnen acht dagen na de beslissing. 3. De procureur des Konings kan het verzoek afwijzen indien hij van oordeel is dat de noodwendigheden van het onderzoek het vereisen, indien door de opheffing van de handeling de rechten van partijen of van derden in het gedrang komen, indien de opheffing van de handeling een gevaar zou opleveren voor personen of goederen, of wanneer de wet in de teruggave of de verbeurdverklaring van de betrokken goederen voorziet. Hij kan een gehele, gedeeltelijke of voorwaardelijke opheffing toestaan. Eenieder die de vastgestelde voorwaarden niet naleeft, wordt gestraft met de straffen bepaald in artikel 507bis van het Strafwetboek. 4. De zaak kan bij de kamer van inbeschuldigingstelling worden aangebracht binnen vijftien dagen na de kennisgeving van de beslissing aan de verzoeker. De zaak wordt aangebracht bij de kamer van inbeschuldigingstelling door een verklaring gedaan op de griffie van de rechtbank van eerste aanleg en ingeschreven in een daartoe bestemd register. }4[Indien het opsporingsonderzoek wordt gevoerd door de federale procureur, wordt de zaak aangebracht bij de kamer van inbeschuldigingstelling van het hof van beroep te Brussel.] 4 De procureur des Konings zendt de stukken over aan de procureur-generaal, die ze ter griffie neerlegt. De kamer van inbeschuldigingstelling doet uitspraak binnen vijftien dagen na de neerlegging van de verklaring. Deze termijn is geschorst tijdens de duur van het uitstel verleend op vraag van de verzoeker of van zijn advocaat. De griffier stelt de verzoeker en zijn advocaat per faxpost of bij een ter post aangetekende brief, uiterlijk achtenveertig uur vooraf, in kennis van plaats, dag en uur van de zitting. De procureur-generaal, de verzoeker en zijn advocaat worden gehoord. De verzoeker die in het ongelijk wordt gesteld, kan veroordeeld worden in de kosten. 5. }5 [Indien de procureur des Konings geen beslissing heeft genomen binnen de bij 2, tweede lid, bepaalde termijn, vermeerderd met vijftien dagen, kan de verzoeker zich wenden tot de kamer van inbeschuldigingstelling. Dit recht vervalt indien het met redenen omklede verzoekschrift niet binnen acht dagen is neergelegd op de griffie van de rechtbank van eerste aanleg. Het verzoekschrift wordt ingeschreven in een daartoe bestemd register. De procedure verloopt overeenkomstig }5 [ 4, vierde tot zevende lid] 5.] 5 }5 [Indien het opsporingsonderzoek wordt gevoerd door de federale procureur, wordt de zaak aangebracht bij de kamer van inbeschuldigingstelling van het hof van beroep te Brussel.] 5 }6 [ 6. Vanaf de aanhangigmaking bij een rechtbank of een hof, kan een verzoekschrift in de zin van 2 worden ingediend op de griffie van deze rechtbank of dit hof. Over het verzoekschrift wordt beslist in raadkamer binnen vijftien dagen. De rechtbank of het hof kan het verzoek afwijzen om één van de redenen vermeld in 3. Wanneer een hoger beroep bestaat of in geval de rechtbank geen uitspraak doet binnen vijftien dagen na de indiening van het verzoekschrift, kan de verzoeker een hoger beroep instellen bij de kamer van inbeschuldigingstelling overeenkomstig 4. Ingeval de rechtbank het verzoek toestaat, kan de procureur des Konings op dezelfde wijze en binnen dezelfde termijn hoger beroep instellen.] 6 }7 [7.] 7 De verzoeker mag geen verzoekschrift met hetzelfde voorwerp }7 [toezenden of neerleggen] 7 vooraleer een termijn van drie maanden is verstreken te rekenen van de laatste beslissing die betrekking heeft op hetzelfde voorwerp.] 1 }1. Ingevoegd bij art. 5 wet 12 maart 1998, B.S., 2 april 1998, err., B.S., 7 augustus 1998, inwerkingtreding: 2 oktober 1998 (art. 1 K.B. 21 september 1998, B.S., 25 september 1998) }2. 2, lid 1, gewijzigd bij art. 2, A), wet 4 juli 2001, B.S., 24 juli 2001 }3. 2, lid 2, gewijzigd bij art. 2, B), wet 4 juli 2001, B.S., 24 juli 2001 }4. 4, lid 3, ingevoegd bij art. 2, 1, wet 7 juli 2002, B.S., 10 augustus 2002 }5. 5 vervangen bij art. 2, C), wet 4 juli 2001, B.S., 24 juli 2001; gewijzigd en aangevuld bij art. 2, 2-3, wet 7 juli 2002, B.S., 10 augustus 2002 }6. 6 ingevoegd bij art. 7, 2, wet 19 december 2002, B.S., 14 februari 2003 }7. 7 gewijzigd bij art. 2, D), wet 4 juli 2001, B.S., 24 juli 2001; oud 6 hernummerd tot 7 bij art. 7, 1, wet 19 december 2002, B.S., 14 februari 2003 }1 [Art. 28octies. }2 [ 1. De procureur des Konings die van oordeel is dat het beslag op vermogensbestanddelen dient gehandhaafd te blijven, kan ambtshalve of op verzoek van het Centraal Orgaan voor de Inbeslagneming en de Verbeurdverklaring: 1 hun vervreemding door het Centraal Orgaan toelaten, om er hun opbrengst voor in de plaats te stellen; 2 hen teruggeven aan de beslagene tegen betaling van een geldsom waarvan hij het bedrag bepaalt, om er deze geldsom voor in de plaats te stellen. 2. De toelating tot vervreemding betreft vervangbare vermogensbestanddelen, waarvan de waarde eenvoudig bepaalbaar is en waarvan de bewaring in natura kan leiden tot waardevermindering, schade of kosten die onevenredig zijn met hun waarde. 3. Door middel van een aangetekende of per telefax verstuurde kennisgeving die de tekst van het huidige artikel bevat, licht de procureur des Konings van zijn in 1 bedoelde beslissing in: 1 de personen ten laste van wie en in wiens handen het beslag werd gelegd, voor zover hun adressen gekend zijn en hun advocaten; 2 de personen die zich blijkens de gegevens van het dossier uitdrukkelijk hebben kenbaar gemaakt als zijnde geschaad door de opsporingshandeling en hun advocaten; 3 in geval van onroerend beslag, de schuldeisers die overeenkomstig de hypothecaire staat bekend zijn en hun advocaten. Er dient geen kennisgeving gericht te worden aan de personen die hun instemming hebben gegeven met de betrokken beheersmaatregel of die hebben verzaakt aan hun rechten op de in beslag genomen goederen. 4. De personen aan wie de kennisgeving werd gericht kunnen zich tot de kamer van inbeschuldigingstelling wenden binnen vijftien dagen vanaf de kennisgeving van de beslissing. Deze termijn wordt verlengd met vijftien dagen indien een van deze personen buiten het Rijk verblijft. De procedure verloopt overeenkomstig de bepalingen van artikel 28sexies, 4, tweede tot achtste lid. 5. In geval van vervreemding, stelt de procureur des Konings de vermogensbestanddelen ter beschikking van het Centraal Orgaan of, op zijn vraag, van de aangewezen lasthebber. 6. Wanneer de beslissing tot vervreemding een onroerend goed betreft, dan gaan door de toewijzing de rechten van de ingeschreven schuldeisers over op de prijs, onder voorbehoud van het strafrechtelijk beslag.] 2 ] 1 }1. Ingevoegd bij art. 7 wet 26 maart 2003, B.S., 2 mei 2003, inwerkingtreding: 1 september 2003 (art. 29) }2. Vervangen bij art. 2 wet (II) 27 december 2006, B.S., 28 december 2006, err., B.S., 24 januari 2007 p. 330 Wetboek 17 november 1808 Art. 35 Art. 35ter volledig vervangen Art. 35. }1 [ 1.] 1}2 [De procureur des Konings neemt alles in beslag wat een van de }3 [in de artikelen 42 en 43quater] 3 van het Strafwetboek bedoelde zaken schijnt uit te maken en alles wat dienen kan om de waarheid aan de dag te brengen; hij vraagt de verdachte zich te verklaren omtrent de in beslag genomen voorwerpen, die hem vertoond zullen worden; van een en ander maakt hij een proces-verbaal op, dat ondertekend wordt door de verdachte, of ingeval deze weigert, wordt daarvan melding gemaakt.] 2 }4[ 2. Indien de in de vorige paragraaf bedoelde zaken bestaan uit voertuigen kunnen deze, voor zover zij eigendom zijn van de verdachte of inverdenkinggestelde, ter beschikking gesteld worden van de federale politie. De beslissing tot terbeschikkingstelling wordt genomen, naargelang het geval, door de procureur des Konings of de federale procureur, conform de richtlijnen van de Minister van Justitie genomen in uitvoering van de artikelen 143bis Thema Wetboeken Notariaat (Aanvulling 1 november 2010) Larcier 17

18 III. STRAFRECHT B. Wetboek Strafvordering Wetboek 17 november 1808 p. 330 en 143ter van het Gerechtelijk Wetboek. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open. De terbeschikkingstelling houdt in dat de federale politie, die het voertuig als een goed huisvader dient te gebruiken, het kan gebruiken voor haar normale werking. In geval van teruggave, geeft elke minwaarde ingevolge gebruik van het voertuig, na compensatie met de eventuele meerwaarde, aanleiding tot vergoeding. Het rechtsmiddel als bedoeld in artikel 28sexies kan slechts worden ingesteld binnen een maand vanaf de inbeslagneming als bedoeld in 1. De verzoeker mag geen verzoekschrift met hetzelfde voorwerp toezenden of neerleggen vooraleer een termijn van een jaar is verstreken te rekenen vanaf, hetzij de dag van de laatste beslissing die betrekking heeft op hetzelfde voorwerp, hetzij de dag van het verstrijken van de hoger bedoelde termijn van een maand.] 4 }1. 1 genummerd bij art. 468 Programmawet (I) 24 december 2002, B.S., 31 december 2002, err., B.S., 7 februari 2003 }2. Na wijziging, vervangen bij art. 2 wet 14 januari 1999, B.S., 26 februari 1999 }3. 1 gewijzigd bij art. 3 wet 10 mei 2007, B.S., 22 augustus 2007 }4. 2 toegevoegd bij art. 468 Programmawet (I) 24 december 2002, B.S., 31 december 2002, err., B.S., 7 februari 2003 }1[Art. 35bis. Indien de zaken die het uit het misdrijf verkregen vermogensvoordeel schijnen te vormen, onroerende goederen zijn, wordt bewarend beslag op onroerend goed gedaan, zulks bij deurwaardersexploot dat aan de eigenaar wordt betekend en op straffe van nietigheid een afschrift van de vordering van de procureur des Konings moet bevatten, alsmede de verschillende vermeldingen bedoeld in de artikelen 1432 en 1568 van het Gerechtelijk Wetboek, evenals de tekst van het derde lid van dit artikel. Het beslagexploot moet op de dag zelf van de betekening ter overschrijving worden aangeboden op het kantoor der hypotheken van de plaats waar de goederen gelegen zijn. Als dagtekening van de overschrijving geldt de dag van afgifte van het exploot. Het bewarend beslag op onroerend goed geldt gedurende vijf jaren met ingang van de dagtekening der overschrijving, behoudens vernieuwing voor dezelfde termijn op vertoon aan de bewaarder, vóór het verstrijken van de geldigheidsduur van de overschrijving, van een door de bevoegde procureur of onderzoeksrechter in dubbel opgemaakte vordering. Het beslag wordt blijvend voor het verleden in stand gehouden door de beknopte melding op de kant van de overschrijving van het beslag, binnen haar geldigheidsduur, van de definitieve rechterlijke beslissing waarbij de verbeurdverklaring van het onroerend goed werd bevolen. Doorhaling van het bewarend onroerend beslag kan verleend worden door de voormelde procureur of onderzoeksrechter, of desgevallend door de beneficiant van de verbeurdverklaring, of kan ook bij rechterlijke beslissing bevolen worden.] 1 }1. Ingevoegd bij art. 17 wet 20 mei 1997, B.S., 3 juli 1997 }1 [Art. 35ter. 1. Ingeval er ernstige en concrete aanwijzingen bestaan dat de verdachte een vermogensvoordeel in de zin van de artikelen 42, 3, 43bis of artikel 43quater, van het Strafwetboek heeft verkregen en de zaken die dit vermogensvoordeel vertegenwoordigen als zodanig niet of niet meer in het vermogen van de verdachte kunnen aangetroffen worden, kan de procureur des Konings beslag leggen op andere zaken die zich in het vermogen van de verdachte bevinden ten belope van het bedrag van de vermoedelijke opbrengst van het misdrijf. In zijn kantschrift motiveert de procureur des Konings de raming van dit bedrag en geeft hij aan welke de ernstige en concrete aanwijzingen zijn die de inbeslagneming rechtvaardigen. Deze gegevens worden hernomen in het proces-verbaal dat wordt opgemaakt naar aanleiding van de inbeslagneming. 2. Zaken die ingevolge de artikelen 1408 tot 1412bis van het Gerechtelijk Wetboek of ingevolge bijzondere wetten niet vatbaar zijn voor beslag, kunnen in geen geval in beslag worden genomen. 3. In geval van beslag op een onroerend goed, wordt gehandeld overeenkomstig de vormvoorschriften van artikel 35bis.] 1 }1. Ingevoegd bij art. 8 wet 19 december 2002, B.S., 14 februari 2003 p. 330 Wetboek 17 november 1808 Art. 61quater volledig vervangen }1 [Art. 61quater. 1. Eenieder die geschaad wordt door een onderzoekshandeling met betrekking tot zijn goederen kan aan de onderzoeksrechter de opheffing ervan vragen. 2. Het verzoekschrift wordt met redenen omkleed en houdt keuze van woonplaats in België in, indien de verzoeker er zijn woonplaats niet heeft. Het wordt }2 [toegezonden aan of neergelegd op] 2 bij de griffie van de rechtbank van eerste aanleg en ingeschreven in een daartoe bestemd register. De griffier zendt hiervan onverwijld een kopie aan de procureur des Konings. Deze doet de vorderingen die hij nuttig acht. De onderzoeksrechter doet uitspraak uiterlijk binnen vijftien dagen }3 [na de inschrijving van het verzoekschrift in het register] 3. De beschikking wordt door de griffier medegedeeld aan de procureur des Konings en per faxpost of bij een ter post aangetekende brief ter kennis gebracht van de verzoeker en, in voorkomend geval, zijn advocaat binnen acht dagen na de beslissing. 3. De onderzoeksrechter kan het verzoek afwijzen, indien hij van oordeel is dat de noodwendigheden van het onderzoek het vereisen, indien door de opheffing van de handeling de rechten van partijen of van derden in het gedrang komen, indien de opheffing van de handeling een gevaar zou opleveren voor personen of goederen, of wanneer de wet in de teruggave of de verbeurdverklaring van de betrokken goederen voorziet. Hij kan een gehele, gedeeltelijke of voorwaardelijke opheffing toestaan. Eenieder die de vastgestelde voorwaarden niet naleeft, wordt gestraft met de straffen bepaald in artikel 507bis van het Strafwetboek. 4. Ingeval het verzoek wordt ingewilligd, kan de onderzoeksrechter voorlopige tenuitvoerlegging van de beslissing uitspreken wanneer vertraging zou leiden tot een onherstelbaar nadeel. 5. De procureur des Konings en de verzoeker kunnen hoger beroep instellen tegen de beschikking van de onderzoeksrechter binnen een termijn van vijftien dagen. Ten aanzien van de procureur des Konings gaat die termijn in op de dag waarop de beschikking hem wordt medegedeeld en, ten aanzien van de verzoeker, op de dag waarop die hem ter kennis wordt gebracht. Het hoger beroep wordt ingesteld door verklaring gedaan op de griffie van de rechtbank van eerste aanleg en ingeschreven in een daartoe bestemd register. De procureur des Konings zendt de stukken over aan de procureur-generaal, die ze ter griffie neerlegt. De kamer van inbeschuldigingstelling doet uitspraak binnen vijftien dagen na de neerlegging van de verklaring. Deze termijn is geschorst tijdens de duur van het uitstel verleend op vraag van de verzoeker of van zijn advocaat. De griffier stelt de verzoeker en zijn advocaat per faxpost of bij een ter post aangetekende brief, uiterlijk achtenveertig uur vooraf, in kennis van plaats, dag en uur van de zitting. De procureur-generaal, de verzoeker en zijn advocaat worden gehoord. Het hoger beroep heeft opschortende werking, tenzij voorlopige tenuitvoerlegging is bevolen. De verzoeker die in het ongelijk wordt gesteld, kan veroordeeld worden in de kosten. 6. }4 [Indien de onderzoeksrechter geen uitspraak heeft gedaan binnen de bij 2, tweede lid, bepaalde termijn, vermeerderd met vijftien dagen, kan de verzoeker zich wenden tot de kamer van inbeschuldigingstelling. Dit recht vervalt indien het met redenen omklede verzoekschrift niet binnen acht dagen is neergelegd op de griffie van de rechtbank van eerste aanleg. Het verzoekschrift wordt ingeschreven in een daartoe bestemd register. De procedure verloopt overeenkomstig 5, derde tot zesde lid.] 4 }5 [ 7. Vanaf de aanhangigmaking bij een rechtbank of een hof, kan een verzoekschrift in de zin van 2 worden ingediend op de griffie van deze rechtbank of dit hof. Over het verzoekschrift wordt beslist in raadkamer binnen vijftien dagen. De rechtbank of het hof kan het verzoek afwijzen om één van de redenen vermeld in 3. Wanneer hoger beroep bestaat, of in geval de rechtbank geen uitspraak doet binnen de vijftien dagen na de indiening van het verzoekschrift, kan de verzoeker hoger beroep instellen bij de kamer van inbeschuldigingstelling overeenkomstig 5. Ingeval de rechtbank het verzoek toestaat, kan de procureur des Konings op dezelfde wijze en binnen dezelfde termijn hoger beroep instellen.] 5 }6 [8.] 6 De verzoeker mag geen verzoekschrift met hetzelfde voorwerp }6 [toezenden of neerleggen] 6 vooraleer een termijn van drie maanden is verstreken te rekenen van de laatste beslissing die betrekking heeft op hetzelfde voorwerp.] 1 }1. Ingevoegd bij art. 14 wet 12 maart 1998, B.S., 2 april 1998, err., B.S., 7 augustus 1998, inwerkingtreding: 2 oktober 1998 (art. 1 K.B. 21 september 1998, B.S., 25 september 1998) }2. 2, lid 1, gewijzigd bij art. 4, A), wet 4 juli 2001, B.S., 24 juli 2001 }3. 2, lid 2, gewijzigd bij art. 4, B), wet 4 juli 2001, B.S., 24 juli 2001 }4. 6 vervangen bij art. 4, C), wet 4 juli 2001, B.S., 24 juli 2001 }5. 7 ingevoegd bij art. 10, 2, wet 19 december 2002, B.S., 14 februari 2003 }6. 8 gewijzigd bij art. 4, D), wet 4 juli 2001, B.S., 24 juli 2001; oud 7 hernummerd tot 8 bij art. 10, 1, wet 19 december 2002, B.S., 14 februari Thema Wetboeken Notariaat (Aanvulling 1 november 2010) Larcier

19 III. STRAFRECHT C. Witwassen van geld Wet 11 januari 1993 p. 337 C. Witwassen van geld p. 337 Wet 11 januari 1993 Art. 23 volledig vervangen Art. }1 [23.] 1 1. Wanneer de }2 [in artikel 2, 1, bedoelde] 2 ondernemingen of personen weten of vermoeden dat een uit te voeren verrichting verband houdt met }3 [het witwassen van geld of de financiering van terrorisme] 3, brengen zij dit, vooraleer de verrichting uit te voeren, }2 [schriftelijk of elektronisch] 2 ter kennis van de cel voor financiële informatieverwerking en delen zij in voorkomend geval de termijn mee binnen welke die verrichting moet worden uitgevoerd. }4 [...] 4 Zodra de cel de kennisgeving ontvangt, bevestigt zij de ontvangst ervan. 2. }5 [De Cel kan zich verzetten tegen de uitvoering van elke verrichting in een zaak waarvoor zij door een melding overeenkomstig paragraaf 1 is gevat, indien zij het nodig acht wegens het ernstige of dringende karakter van deze zaak. De Cel bepaalt op welke verrichtingen evenals op welke bankrekeningen het verzet betrekking heeft. De Cel brengt haar beslissing onmiddellijk ter kennis per telefax of, bij gebrek daaraan, op enige andere schriftelijke wijze, van de instellingen en personen bedoeld in artikel 2, 1, die bij dit verzet betrokken zijn. Dit verzet verhindert de uitvoering van de verrichtingen bedoeld in het eerste lid, tijdens maximaal twee werkdagen te rekenen van de kennisgeving.] 5 3. Indien de cel van oordeel is dat de in 2 bedoelde maatregel moet worden verlengd, meldt zij dit onverwijld }6 [aan de procureur des Konings of aan de federale procureur] 6 die de nodige beslissingen neemt. Indien binnen de in 2 gestelde termijn geen beslissing ter kennis is gebracht van de }7 [, in artikel 2, 1, bedoelde] 7 ondernemingen of de personen, mogen de ondernemingen of de personen de }7 [verrichtingen] 7 uitvoeren. }1. Art. 23 (oud art. 12) hernummerd bij art. 27, inleidende zin, wet 18 januari 2010, B.S., 26 januari 2010, err., B.S., 29 oktober 2010 }2. 1, lid 1, gewijzigd bij art. 27, 1, wet 18 januari 2010, B.S., 26 januari 2010, err., B.S., 29 oktober 2010 }3. 1, lid 1, gewijzigd bij art. 22, 1, wet 12 januari 2004, B.S., 23 januari 2004 }4. 1, lid 1, gewijzigd bij art. 27, 2, wet 18 januari 2010, B.S., 26 januari 2010, err., B.S., 29 oktober 2010 }5. 2, na wijziging, vervangen bij art. 27, 3, wet 18 januari 2010, B.S., 26 januari 2010, err., B.S., 29 oktober 2010 }6. 3 gewijzigd bij art. 3 wet 10 augustus 1998, B.S., 15 oktober 1998; gewijzigd bij art. 22, 3, wet 12 januari 2004, B.S., 23 januari 2004 }7. 3 gewijzigd bij art. 27, 4, wet 18 januari 2010, B.S., 26 januari 2010, err., B.S., 29 oktober 2010 Thema Wetboeken Notariaat (Aanvulling 1 november 2010) Larcier 19

20 III. STRAFRECHT D. Penaal beslag en verbeurdverklaring K.B. 3 juni 2007 p. 342 p. 342 K.B. 3 juni 2007 Opschrift volledig vervangen K.B. 3 juni 2007 }1 [tot uitvoering van artikel 28 van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme] 1 (B.S., 13 juni 2007) }1. Opschrift vervangen bij art. 1 K.B. 28 september 2010, B.S., 7 oktober 2010, inwerkingtreding: 7 oktober 2010 (art. 3) p. 342 K.B. 3 juni 2007 Art. 2 volledig vervangen Art. 2. De in }1 [artikel 28] 1 van de wet bedoelde indicatoren zijn de volgende: 1 de tussenkomst van opgerichte of overgenomen schermvennootschappen met maatschappelijke zetel in een fiscaal paradijs of offshorecentrum of op het privé-adres van een stroman, of die atypische verrichtingen uitvoeren gelet op hun maatschappelijk doel, of die een onzeker of incoherent maatschappelijk doel hebben; 2 het gebruik van vennootschappen waarin kort voor het uitvoeren van de verdachte financiële verrichtingen verscheidene statutaire wijzigingen zijn opgetreden zoals het aanduiden van een nieuwe bestuurder, de wijziging van de maatschappelijke benaming, de uitbreiding of wijziging van het maatschappelijk doel of de verplaatsing van de maatschappelijke zetel; 3 de tussenkomst van tussenpersonen (stromannen) die optreden voor rekening van vennootschappen betrokken bij de financiële verrichtingen; 4 het uitvoeren van financiële verrichtingen die verdacht of atypisch zijn gelet op de gewoonlijke uitoefening van de activiteiten van de onderneming, in sectoren die zeer concurrentieel zijn of bijzonder gevoelig voor BTW-carrousel fraude, zoals bijvoorbeeld de sectoren voor computerapparatuur, voertuigen, telefonie (GSMs), textiel, hi-fi, video en electronica; 5 de zeer forse stijging in een korte tijdspanne van de omzet op recent geopende bankrekening(en) die tot dan toe weinig of niet gebruikt werden, door een exponentiële toename van het aantal verrichtingen en hun omvang; 6 de vaststelling van onregelmatigheden in de facturen die worden voorgelegd ter rechtvaardiging van de financiële verrichtingen, zoals het ontbreken van een BTW-nummer, nummer van een financiële rekening, factuurnummer, adres of data of wanneer deze gegevens niet kunnen worden verstrekt; 7 het gebruik van doorsluisrekeningen en de opeenvolging van meerdere verrichtingen, waaronder desgevallend zelfs beperkte opnames in contanten (afhouden van commissies), voor een omvangrijk totaal bedrag, terwijl er vaak nauwelijks enig positief saldo op de rekeningen staat; 8 het gebruik van tussenrekeningen of rekeningen van titularissen van niet-financiële beroepen als doorsluisrekening waardoor de identificatie van de p. 342 Subtrefwoord «D. Penaal beslag en verbeurdverklaring» toevoegen na subtrefwoord «C. Witwassen van geld» werkelijke economische begunstigde en van de banden tussen de oorsprong en de bestemming van de fondsen wordt bemoeilijkt. Dit gebruik kan ook worden gekenmerkt door het aanwenden van complexe vennootschapstructuren en juridische en financiële constructies die de beheers- en bestuurmechanismen weinig transparant maken; 9 de internationale dimensie van de financiële verrichtingen waardoor hun economische en financiële rechtvaardiging moeilijk kan worden begrepen daar ze zich meestal beperken tot het louter transiteren van fondsen die uit het buitenland komen en er weer naar vertrekken; 10 de weigering van de cliënt of zijn onmogelijkheid om onderliggende stukken voor te leggen aangaande de herkomst van de ontvangen fondsen of voorgehouden grondslag van de betaling; 11 het organiseren van insolvabiliteit door de snelle verkoop van activa aan verbonden natuurlijke of rechtspersonen of aan niet-marktconforme voorwaarden; 12 het gebruik van back-to-back leningen die erin bestaan fondsen naar het buitenland te transfereren voor een kredietaanvraag bij een bankinstelling in dat land waarbij de fondsen als garantie in bewaring worden gegeven om de geleende fondsen daarna naar het land van oorsprong te repatriëren, waardoor het proces wordt voltooid daar de vennootschap in werkelijkheid aan zichzelf leent; 13 de betaling van commissielonen aan buitenlandse vennootschappen zonder commerciële activiteit evenals de storting of overschrijving naar België vanuit dergelijke vennootschappen. }1. Inleidende zin gewijzigd bij art. 2 K.B. 28 september 2010, B.S., 7 oktober 2010, inwerkingtreding: 7 oktober 2010 (art. 3) D. Penaal beslag en verbeurdverklaring Wet 26 maart 2003 Centraal Orgaan voor de Inbeslagneming en de Verbeurdverklaring, COIV, oprichting , Aanv. 20 K.B. 9 augustus 1991 Derden die recht hebben op verbeurdverklaarde zaak , Aanv. 24 Wet 26 maart 2003 houdende oprichting van een Centraal Orgaan voor de Inbeslagneming en de Verbeurdverklaring en houdende bepalingen inzake het waardevast beheer van in beslag genomen goederen en de uitvoering van bepaalde vermogenssancties (B.S., 2 mei 2003) HOOFDSTUK I ALGEMENE BEPALINGEN Art. 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet. Art. 2. Binnen het openbaar ministerie wordt een Centraal Orgaan voor de Inbeslagneming en de Verbeurdverklaring, hierna Centraal Orgaan genoemd, opgericht. }1[Zijn zetel] 1 is gevestigd in het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad. }1. Lid 2 gewijzigd bij art. 5, 2, wet (II) 27 december 2006, B.S., 28 december 2006, err., B.S., 24 januari 2007 HOOFDSTUK II OPDRACHTEN VAN HET CENTRAAL ORGAAN Art. 3. }1 [ 1. Onder vermogensbestanddelen worden verstaan de goederen, zowel roerende als onroerende, lichamelijke als onlichamelijke, die vatbaar zijn voor inbeslagneming of verbeurdverklaring, die wettelijk kunnen verkocht worden en die begrepen zijn in de door de Koning bepaalde categorieën, of die een waarde hebben die een door Hem bepaalde drempel overstijgt. 20 Thema Wetboeken Notariaat (Aanvulling 1 november 2010) Larcier

10 OKTOBER 1967. - GERECHTELIJK WETBOEK - Eerste deel : ALGEMENE BEGINSELEN. (art. 1 tot 57)

10 OKTOBER 1967. - GERECHTELIJK WETBOEK - Eerste deel : ALGEMENE BEGINSELEN. (art. 1 tot 57) 10 OKTOBER 1967. - GERECHTELIJK WETBOEK - Eerste deel : ALGEMENE BEGINSELEN. (art. 1 tot 57) EERSTE HOOFDSTUK. _ Voorafgaande bepalingen. Artikel 1. Dit wetboek regelt de organisatie van de hoven en rechtbanken,

Nadere informatie

II. BURGERLIJK RECHT

II. BURGERLIJK RECHT II. BURGERLIJK RECHT A. Burgerlijk Wetboek Wet 21 maart 1804 p. 101 102 II. BURGERLIJK RECHT A. Burgerlijk Wetboek p. 98 Wet 21 maart 1804 Art. 203 volledig vervangen Art. 203. }1 [ 1. De ouders dienen

Nadere informatie

BURGERLIJK EN PROCESRECHT

BURGERLIJK EN PROCESRECHT BURGERLIJK EN PROCESRECHT Burgerlijk en Procesrecht Belgisch Recht B.W. p. 125-126 Belgisch Recht p. 25 B.W. Art. 295 volledig vervangen Art. 295. }1 [Indien de gescheiden echtgenoten zich opnieuw verenigen

Nadere informatie

Tekst aangenomen door de plenaire vergadering. van het ontwerp van decreet

Tekst aangenomen door de plenaire vergadering. van het ontwerp van decreet ingediend op 653 (2015-2016) Nr. 4 20 april 2016 (2015-2016) Tekst aangenomen door de plenaire vergadering van het ontwerp van decreet houdende wijziging van diverse decreten ingevolge de integratie van

Nadere informatie

De VLAAMSE RAAD heeft aangenomen en Wij, EXECUTIEVE, bekrachtigen hetgeen volgt:

De VLAAMSE RAAD heeft aangenomen en Wij, EXECUTIEVE, bekrachtigen hetgeen volgt: De VLAAMSE RAAD heeft aangenomen en Wij, EXECUTIEVE, bekrachtigen hetgeen volgt: Artikel 1 Dit decreet regelt een aangelegenheid bedoeld in artikel 107quater van de Grondwet. Artikel 2 Bij het Ministerie

Nadere informatie

ONTWERP VAN DECREET. houdende invoering van een bijzonder vast recht voor minnelijke ontbinding of vernietiging van koopovereenkomsten

ONTWERP VAN DECREET. houdende invoering van een bijzonder vast recht voor minnelijke ontbinding of vernietiging van koopovereenkomsten Stuk 1344 (2007-2008) Nr. 1 Zitting 2007-2008 10 oktober 2007 ONTWERP VAN DECREET houdende invoering van een bijzonder vast recht voor minnelijke ontbinding of vernietiging van koopovereenkomsten 3370

Nadere informatie

Tekst aangenomen door de plenaire vergadering. van het ontwerp van decreet

Tekst aangenomen door de plenaire vergadering. van het ontwerp van decreet ingediend op 880 (2015-2016) Nr. 3 9 november 2016 (2016-2017) Tekst aangenomen door de plenaire vergadering van het ontwerp van decreet houdende de vernieuwde taakstelling en gewijzigde financiering van

Nadere informatie

Inhoudsopgave 1. HUUR GEMEEN RECHT 6. HUUR EN HET PERSONEN- EN FAMILIERECHT EN HET HUWELIJKSVERMOGENSRECHT 2. WONINGHUUR 3. HANDELSHUUR 4.

Inhoudsopgave 1. HUUR GEMEEN RECHT 6. HUUR EN HET PERSONEN- EN FAMILIERECHT EN HET HUWELIJKSVERMOGENSRECHT 2. WONINGHUUR 3. HANDELSHUUR 4. Inhoudsopgave 1. HUUR GEMEEN RECHT 3 september 1807).................................. 1 B. Br. Hoofdst. Reg. 26 september 1996 houdende de regeling van de verhuur van woningen die beheerd worden door

Nadere informatie

ONTWERP VAN DECREET TEKST AANGENOMEN DOOR DE PLENAIRE VERGADERING. Stuk 1124 (2006-2007) Nr. 4. Zitting 2006-2007. 23 mei 2007 3087 OPE

ONTWERP VAN DECREET TEKST AANGENOMEN DOOR DE PLENAIRE VERGADERING. Stuk 1124 (2006-2007) Nr. 4. Zitting 2006-2007. 23 mei 2007 3087 OPE Zitting 2006-2007 23 mei 2007 ONTWERP VAN DECREET tot wijziging van het decreet van 20 december 1996 tot regeling van het recht op minimumlevering van elektriciteit, gas en water, wat betreft elektriciteit

Nadere informatie

VZW BBSF - FSBB. De statuten werden aangepast door de beslissing van de Algemene Vergadering van 21/11/2013.

VZW BBSF - FSBB. De statuten werden aangepast door de beslissing van de Algemene Vergadering van 21/11/2013. VZW BBSF - FSBB De statuten werden aangepast door de beslissing van de Algemene Vergadering van 21/11/2013. TITEL I: NAAM, ZETEL, DOEL, DUUR Artikel 1 - Naam De vereniging draagt de naam Belgische Bowlingsport

Nadere informatie

DECREET. houdende oprichting van de naamloze vennootschap Mijnschade en Bemaling Limburgs Mijngebied

DECREET. houdende oprichting van de naamloze vennootschap Mijnschade en Bemaling Limburgs Mijngebied VLAAMS PARLEMENT DECREET houdende oprichting van de naamloze vennootschap Mijnschade en Bemaling Limburgs Mijngebied HOOFDSTUK I Algemene bepalingen Artikel 1 Dit decreet regelt een gewestaangelegenheid.

Nadere informatie

Inhoudsopgave 1. HUUR GEMEEN RECHT 6. HUUR EN HET PERSONEN- EN FAMILIERECHT EN HET HUWELIJKSVERMOGENSRECHT 2. WONINGHUUR 3. HANDELSHUUR 4.

Inhoudsopgave 1. HUUR GEMEEN RECHT 6. HUUR EN HET PERSONEN- EN FAMILIERECHT EN HET HUWELIJKSVERMOGENSRECHT 2. WONINGHUUR 3. HANDELSHUUR 4. Inhoudsopgave 1. HUUR GEMEEN RECHT 2. WONINGHUUR K.B. 8 juli 1997 tot vaststelling van de voorwaarden waaraan ten minste voldaan moet zijn wil een onroerend goed dat wordt verhuurd als hoofdverblijfplaats

Nadere informatie

Inhoudsopgave BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE. BTW-Wetboek. Uitvoeringsbesluiten. Inhoudsopgave

Inhoudsopgave BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE. BTW-Wetboek. Uitvoeringsbesluiten. Inhoudsopgave Inhoudsopgave BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE BTW-Wetboek Wet 3 juli 1969 tot invoering van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, zoals gewijzigd bij wet 28 december 1992 (B.S.,

Nadere informatie

GEMEENSCHAPS- EN GEWESTREGERINGEN VLAAMSE GEMEENSCHAP VLAAMSE OVERHEID

GEMEENSCHAPS- EN GEWESTREGERINGEN VLAAMSE GEMEENSCHAP VLAAMSE OVERHEID GEMEENSCHAPS- EN GEWESTREGERINGEN VLAAMSE GEMEENSCHAP N. 2007 2996 VLAAMSE OVERHEID [C 2007/36057] 25 MEI 2007. Decreet tot wijziging van het decreet van 20 december 1996 tot regeling van het recht op

Nadere informatie

Middagen van Stedelijke Ontwikkeling 23/09/2014 Inspectie & Administratieve Sancties

Middagen van Stedelijke Ontwikkeling 23/09/2014 Inspectie & Administratieve Sancties Middagen van Stedelijke Ontwikkeling 23/09/2014 Inspectie & Administratieve Sancties 21 oktober 2014 www.gob.irisnet.be/stedelijke-ontwikkeling 1 www.gob.irisnet.be/stedelijke-ontwikkeling 2 Operationeel

Nadere informatie

ONTWERP VAN DECREET. tot regeling van het handhavingsbeleid in de toeristische logiessector TEKST AANGENOMEN DOOR DE PLENAIRE VERGADERING

ONTWERP VAN DECREET. tot regeling van het handhavingsbeleid in de toeristische logiessector TEKST AANGENOMEN DOOR DE PLENAIRE VERGADERING Zitting 2006-2007 4 juli 2007 ONTWERP VAN DECREET tot regeling van het handhavingsbeleid in de toeristische logiessector TEKST AANGENOMEN DOOR DE PLENAIRE VERGADERING Zie: 1208 (2006-2007) Nr. 1: Ontwerp

Nadere informatie

GEMEENSCHAPS- EN GEWESTREGERINGEN GOUVERNEMENTS DE COMMUNAUTE ET DE REGION GEMEINSCHAFTS- UND REGIONALREGIERUNGEN

GEMEENSCHAPS- EN GEWESTREGERINGEN GOUVERNEMENTS DE COMMUNAUTE ET DE REGION GEMEINSCHAFTS- UND REGIONALREGIERUNGEN 1025 GEMEENSCHAPS- EN GEWESTREGERINGEN GOUVERNEMENTS DE COMMUNAUTE ET DE REGION GEMEINSCHAFTS- UND REGIONALREGIERUNGEN VLAAMSE GEMEENSCHAP COMMUNAUTE FLAMANDE N. 2008 92 VLAAMSE OVERHEID [C 2007/37387]

Nadere informatie

houdende diverse bepalingen inzake energie

houdende diverse bepalingen inzake energie stuk ingediend op 1428 (2011-2012) Nr. 4 7 maart 2012 (2011-2012) Ontwerp van decreet houdende diverse bepalingen inzake energie Tekst aangenomen door de plenaire vergadering Stukken in het dossier: 1428

Nadere informatie

Deel 1. Registratierechten

Deel 1. Registratierechten Deel 1. Registratierechten Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten - Vlaams Gewest....... 3 Titel I. Registratierecht............... 3 Hoofdstuk I. Formaliteit Der Registratie En Vestiging

Nadere informatie

Besluit van de Vlaamse Regering van 23 december 2011 houdende de organisatie van het toezicht, vermeld in artikel 29bis van de Vlaamse Wooncode

Besluit van de Vlaamse Regering van 23 december 2011 houdende de organisatie van het toezicht, vermeld in artikel 29bis van de Vlaamse Wooncode 1 Besluit van de Vlaamse Regering van 23 december 2011 houdende de organisatie van het toezicht, vermeld in artikel 29bis van de Vlaamse Wooncode Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikel 1. In dit besluit

Nadere informatie

Inhoudstafel. De Bibliotheek Handelsrecht Larcier... Voorwoord bij de Reeks Vennootschaps- en Financieel Recht... Ten geleide... enkele cijfers...

Inhoudstafel. De Bibliotheek Handelsrecht Larcier... Voorwoord bij de Reeks Vennootschaps- en Financieel Recht... Ten geleide... enkele cijfers... v De Bibliotheek Handelsrecht Larcier................................. Voorwoord bij de Reeks Vennootschaps- en Financieel Recht............... i iii Ten geleide... enkele cijfers.........................................

Nadere informatie

Deel 1. Registratierechten

Deel 1. Registratierechten Deel 1. Registratierechten Griffierechten Vlaams gewest... 3 Titel I. Registratierecht.............. 3 Hoofdstuk I. Formaliteit der registratie en vestiging van de belasting............ 3 Hoofdstuk II.

Nadere informatie

Ontwerp van decreet. houdende diverse fiscale en financiële bepalingen. Tekst aangenomen door de plenaire vergadering

Ontwerp van decreet. houdende diverse fiscale en financiële bepalingen. Tekst aangenomen door de plenaire vergadering stuk ingediend op 1045 (2010-2011) Nr. 7 30 juni 2011 (2010-2011) Ontwerp van decreet houdende diverse fiscale en financiële bepalingen Tekst aangenomen door de plenaire vergadering Stukken in het dossier:

Nadere informatie

De raad zendt hiervan binnen achtenveertig uren een afschrift aan de bestendige deputatie van de provincieraad.

De raad zendt hiervan binnen achtenveertig uren een afschrift aan de bestendige deputatie van de provincieraad. DE NIEUWE GEMEENTEWET ( Laatste aanpassing : Wet van 25 april 2007 - B.S. 11 mei 2007 ) Titel II - Bevoegdheden Hoofdstuk I - Bevoegdheden van de gemeenteraad Art. 117. [ ] (Art. 117 gewijzigd bij W. 27.5.1989

Nadere informatie

Wetboek van 30 november 1939 der registratie-, hypotheek- en griffierechten (Vlaams Gewest)

Wetboek van 30 november 1939 der registratie-, hypotheek- en griffierechten (Vlaams Gewest) Wetboek van 30 november 1939 der registratie-, hypotheek- en griffierechten (Vlaams Gewest) Griffierechten (rolrechten, expeditierechten en opstelrechten). Griffierechten is een algemene beaming die wordt

Nadere informatie

Organisatie van de rechtspraak - België

Organisatie van de rechtspraak - België Organisatie van de rechtspraak - België c) Nadere bijzonderheden over de rechterlijke instanties 1. Vredegerecht De vrederechter is de rechter die het dichtst bij de burgers staat. Hij wordt overeenkomstig

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 10 JANUARI 2014 F.12.0081.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. F.12.0081.F J. T., Mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van

Nadere informatie

Door het Wetboek van economisch recht opgeheven bepalingen

Door het Wetboek van economisch recht opgeheven bepalingen Door het Wetboek van economisch recht opgeheven bepalingen Opgeheven wetsbepaling Wettelijke basis voor de opheffing Inwerkingtreding van de opheffing Bepalingen opgeheven door Boek II Décret du 2-17 mars

Nadere informatie

30 DECEMBER 1961. - Wet tot invoering van de Nederlandse tekst van het burgerlijk wetboek.

30 DECEMBER 1961. - Wet tot invoering van de Nederlandse tekst van het burgerlijk wetboek. 30 DECEMBER 1961. - Wet tot invoering van de Nederlandse tekst van het burgerlijk wetboek. Publicatie : 18-05-1962 Inwerkingtreding : 28-05-1962 Dossiernummer : 1961-12-30/31 HOOFDSTUK VI : WEDERZIJDSE

Nadere informatie

Arresten en documenten Gerechtelijk recht

Arresten en documenten Gerechtelijk recht Paul Lemmens en Stefaan Raes Arresten en documenten Gerechtelijk recht Acco Leuven / Amersfoort INHOUD WOORD VOORAF A. GERECHTELIJK RECHT - ALGEMEEN 15 1. Onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechter

Nadere informatie

Art. 1.: De vereniging draagt de naam: Olympia Badmintonclub, vereniging zonder winstoogmerk, afgekort: "Olympia B.C.", v.z.w.

Art. 1.: De vereniging draagt de naam: Olympia Badmintonclub, vereniging zonder winstoogmerk, afgekort: Olympia B.C., v.z.w. Olympia Badmintonclub Vereniging zonder winstoogmerk Oogststraat 1A bus 6B 2600 Berchem Verenigingsnummer : 865787 Ondernemingsnummer : 433509034 Tel. : 03/440.34.19 e-mail : cornelis.vanlaer@skynet.be

Nadere informatie

4 lokale PPS-projecten : PPS-projecten van de lokale besturen en van de ervan afhangende rechtspersonen;

4 lokale PPS-projecten : PPS-projecten van de lokale besturen en van de ervan afhangende rechtspersonen; PPS Decreet 18 JULI 2003. - Decreet betreffende Publiek-Private Samenwerking. Publicatie : 19-09-2003 Inwerkingtreding : 29-09-2003 Inhoudstafel HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen. Art. 1-2 HOOFDSTUK II.

Nadere informatie

REGULERINGSCOMMISSIE VOOR ENERGIE IN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST

REGULERINGSCOMMISSIE VOOR ENERGIE IN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST REGULERINGSCOMMISSIE VOOR ENERGIE IN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST ADVIES (BRUGEL-ADVIES-20150424-204) betreffende het voorontwerp van besluit van de Regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Nadere informatie

VLAAMS PARLEMENT DECREET. houdende oprichting van een Kinderrechtencommissariaat. van Kinderrechtencommissaris. Artikel 1

VLAAMS PARLEMENT DECREET. houdende oprichting van een Kinderrechtencommissariaat. van Kinderrechtencommissaris. Artikel 1 VLAAMS PARLEMENT DECREET houdende oprichting van een Kinderrechtencommissariaat en instelling van het ambt van Kinderrechtencommissaris Artikel 1 Dit decreet regelt een gemeenschaps- en gewestaangelegenheid.

Nadere informatie

15 FEBRUARI 2006. - Koninklijk besluit tot vaststelling van het bijzonder reglement voor de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen

15 FEBRUARI 2006. - Koninklijk besluit tot vaststelling van het bijzonder reglement voor de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen pagina 1 van 6 einde Publicatie : 2006-03-01 FEDERALE OVERHEIDSDIENST JUSTITIE 15 FEBRUARI 2006. - Koninklijk besluit tot vaststelling van het bijzonder reglement voor de rechtbank van eerste aanleg te

Nadere informatie

12 DECEMBER Wet tot vaststelling van de arbeidsduur. van de geneesheren, de tandartsen, de dierenartsen,

12 DECEMBER Wet tot vaststelling van de arbeidsduur. van de geneesheren, de tandartsen, de dierenartsen, 12 DECEMBER 2010. - Wet tot vaststelling van de arbeidsduur van de geneesheren, de tandartsen, de dierenartsen, kandidaat-geneesheren in opleiding, kandidaat-tandartsen in opleiding en studenten-stagiairs

Nadere informatie

Rechtspraak met betrekking tot het gebruik en misbruik van kadastrale gegevens en K.I. Mr. Martin Denys & Mr. John Toury

Rechtspraak met betrekking tot het gebruik en misbruik van kadastrale gegevens en K.I. Mr. Martin Denys & Mr. John Toury Rechtspraak met betrekking tot het gebruik en misbruik van kadastrale gegevens en K.I Mr. Martin Denys & Mr. John Toury Rechtspraak met betrekking tot het gebruik en misbruik van kadastrale gegevens en

Nadere informatie

Het VLAAMS PARLEMENT heeft aangenomen en. Wij, REGERING, bekrachtigen hetgeen volgt :

Het VLAAMS PARLEMENT heeft aangenomen en. Wij, REGERING, bekrachtigen hetgeen volgt : Het VLAAMS PARLEMENT heeft aangenomen en Wij, REGERING, bekrachtigen hetgeen volgt : DECREET tot wijziging van het decreet van 20 april 2001 betreffende de organisatie van het personenvervoer over de weg

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Zitting 1976-1977 14162 Nadere regelen tot beëindiging van de afwikkeling van de oorlogs- en watersnoodschaden en van schaden in de zin van de Wet Overheidsaansprakelijkheid

Nadere informatie

RAAD VAN STATE. afdeling Wetgeving. advies /3 van 22 februari over

RAAD VAN STATE. afdeling Wetgeving. advies /3 van 22 februari over RAAD VAN STATE ~WETGEVING 2 2 ~o2d 2ms I ~~~-F~j RAAD VAN STATE afdeling Wetgeving advies 52.794/3 van 22 februari 2013 over een voorontwerp van decreet 'houdende instemming met het internationaal verdrag

Nadere informatie

VLAAMS PARLEMENT VOORSTEL VAN DECREET. van de heer Michel Doomst

VLAAMS PARLEMENT VOORSTEL VAN DECREET. van de heer Michel Doomst Stuk 828 (1997-1998) Nr. 3 VLAAMS PARLEMENT Zitting 1998-1999 28 januari 1999 VOORSTEL VAN DECREET van de heer Michel Doomst houdende wijziging van de artikelen 78 en 79 van de decreten betreffende de

Nadere informatie

tot wijziging van verschillende decreten in het kader van de herstructurering van het agentschap Toerisme Vlaanderen

tot wijziging van verschillende decreten in het kader van de herstructurering van het agentschap Toerisme Vlaanderen stuk ingediend op 1093 (2010-2011) Nr. 4 30 juni 2011 (2010-2011) Ontwerp van decreet tot wijziging van verschillende decreten in het kader van de herstructurering van het agentschap Toerisme Vlaanderen

Nadere informatie

SAMENWONING RELEVANTE ARTIKELS UIT HET BELGISCH BURGERLIJK WETBOEK

SAMENWONING RELEVANTE ARTIKELS UIT HET BELGISCH BURGERLIJK WETBOEK WETTELIJKE SAMENWONING RELEVANTE ARTIKELS UIT HET BELGISCH BURGERLIJK WETBOEK BOEK III TITEL Vbis WETTELIJKE SAMENWONING Artikel 1475 Onder wettelijke samenwoning wordt verstaan de toestand van samenleven

Nadere informatie

19 MAART Wet tot bevordering van een objectieve berekening van de door de ouders te betalen onderhoudsbijdragen voor hun kinderen (1)

19 MAART Wet tot bevordering van een objectieve berekening van de door de ouders te betalen onderhoudsbijdragen voor hun kinderen (1) 19 MAART 2010. - Wet tot bevordering van een objectieve berekening van de door de ouders te betalen onderhoudsbijdragen voor hun kinderen (1) De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen, hetgeen volgt

Nadere informatie

DE VLAAMSE REGERING, Gelet op het decreet van 23 januari 2009 tot wijziging van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005, artikel 151;

DE VLAAMSE REGERING, Gelet op het decreet van 23 januari 2009 tot wijziging van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005, artikel 151; 1 Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de inwerkingtreding van diverse bepalingen van het decreet van 23 januari 2009 tot wijziging van het Gemeentedecreet, de uitvoering en inwerkingtreding van

Nadere informatie

AANVULLING KIDS-I. Wet 30 juli 2013 Familie- en jeugdrechtbank... 1

AANVULLING KIDS-I. Wet 30 juli 2013 Familie- en jeugdrechtbank... 1 AANVULLING KIDS-I Familie- en jeugd................................................ 1 betreffende de invoering van een familie- en jeugd (B.S., 27 september 2013) FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die

Nadere informatie

(B.Vl.Reg. 20.I.1993) (B.Vl.Reg. 19.I.1994) (B.S. 27.IV.1990, err. B.S. 11.IX.1990)1

(B.Vl.Reg. 20.I.1993) (B.Vl.Reg. 19.I.1994) (B.S. 27.IV.1990, err. B.S. 11.IX.1990)1 BESLUIT van de VLAAMSE REGERING van 7 MAART 1990 tot vaststelling van de voorwaarden van toekenning, van het bedrag en van de betalingsmodaliteiten van de uitkeringen en het aanvullend loon van de gehandicapten

Nadere informatie

Rolnummer 5794. Arrest nr. 50/2014 van 20 maart 2014 A R R E S T

Rolnummer 5794. Arrest nr. 50/2014 van 20 maart 2014 A R R E S T Rolnummer 5794 Arrest nr. 50/2014 van 20 maart 2014 A R R E S T In zake : het beroep tot vernietiging van artikel 11 van het decreet van het Vlaamse Gewest van 28 juni 2013 houdende diverse bepalingen

Nadere informatie

Artikel 1. Deze ordonnantie regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 39 van de Grondwet.

Artikel 1. Deze ordonnantie regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 39 van de Grondwet. Ordonnantie van 18 maart 2004 betreffende de erkenning en de financiering van de plaatselijke initiatieven voor de ontwikkeling van de werkgelegenheid en de inschakelingsondernemingen HOOFDSTUK I. Algemene

Nadere informatie

Metrologische Reglementering

Metrologische Reglementering K_991206.doc - 2000-02-07 MINISTERIE VAN ECONOMISCHE ZAKEN Bestuur Kwaliteit en Veiligheid Afdeling Metrologie Metrologische Dienst Metrologische Reglementering Koninklijk besluit van 6 december 1999 houdende

Nadere informatie

Arbeidsongevallen Wijziging van de wet van 10 april 1971 Nota over de wetgeving

Arbeidsongevallen Wijziging van de wet van 10 april 1971 Nota over de wetgeving VL/NB Brussel, 17 februari 2014 Arbeidsongevallen Wijziging van de wet van 10 april 1971 Nota over de wetgeving Er is een nieuwe wettekst verschenen. Deze betreft: Wet van 21.12.13 houdende dringende diverse

Nadere informatie

Actualia onteigeningsrecht Naar een snellere en betere besluitvorming? Johan GEERTS Advocaat

Actualia onteigeningsrecht Naar een snellere en betere besluitvorming? Johan GEERTS Advocaat Actualia onteigeningsrecht Naar een snellere en betere besluitvorming? Johan GEERTS Advocaat 1 2 1. Onteigening ten algemenen nutte een inleiding 2. Nieuwigheden Vlaamse onteigeningsreglementering 3. Actuele

Nadere informatie

Wet van 10 mei 2007 betreffende de transseksualiteit

Wet van 10 mei 2007 betreffende de transseksualiteit Wet van 10 mei 2007 betreffende de transseksualiteit (BS 11 juli 2007) Hoofdstuk I Algemene bepaling Artikel 1 Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet. Hoofdstuk Il

Nadere informatie

Koninkrijksdeel Curaçao. Wetstechnische informatie. Zoek regelingen op overheid.nl

Koninkrijksdeel Curaçao. Wetstechnische informatie. Zoek regelingen op overheid.nl Zoek regelingen op overheid.nl Koninkrijksdeel Curaçao Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl! LANDSVERORDENING van de 27 ste juli 1998 houdende regels, ter uitvoering

Nadere informatie

GECOÖRDINEERDE STATUTEN

GECOÖRDINEERDE STATUTEN GECOÖRDINEERDE STATUTEN Statuten van de vzw Interdiocesane Dienst voor het Katholiek Godsdienstonderwijs zoals gewijzigd door de algemene vergadering op 11 september 2003. N. 4999 [S-C 46030] Interdiocesane

Nadere informatie

Gepubliceerd op : 2013-09-23 FEDERALE OVERHEIDSDIENST JUSTITIE

Gepubliceerd op : 2013-09-23 FEDERALE OVERHEIDSDIENST JUSTITIE Gepubliceerd op : 2013-09-23 FEDERALE OVERHEIDSDIENST JUSTITIE 2 JUNI 2013. - Wet tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek, de wet van 31 december 1851 met betrekking tot de consulaten en de consulaire

Nadere informatie

De VLAAMSE RAAD heeft aangenomen en Wij, EXECUTIEVE, bekrachtigen hetgeen volgt

De VLAAMSE RAAD heeft aangenomen en Wij, EXECUTIEVE, bekrachtigen hetgeen volgt De VLAAMSE RAAD heeft aangenomen en Wij, EXECUTIEVE, bekrachtigen hetgeen volgt Artikel 1 Dit decreet regelt een aangelegenheid bedoeld in artikel 59bis van de Grondwet. Artikel 2 Bij het Ministerie van

Nadere informatie

STATUTEN. Koninklijke Vlaams-Brabantse Volleybal Bond vzw Beneluxlaan 22, 1800 Vilvoorde. Koninklijke Vlaams-Brabantse Volleybalbond vzw Statuten 1

STATUTEN. Koninklijke Vlaams-Brabantse Volleybal Bond vzw Beneluxlaan 22, 1800 Vilvoorde. Koninklijke Vlaams-Brabantse Volleybalbond vzw Statuten 1 STATUTEN Koninklijke Vlaams-Brabantse Volleybal Bond vzw Beneluxlaan 22, 1800 Vilvoorde Koninklijke Vlaams-Brabantse Volleybalbond vzw Statuten 1 KONINKLIJKE VLAAMS-BRABANTSE VOLLEYBALBOND VZW IDENTIFICATIENUMMER:

Nadere informatie

WETBOEK VAN ECONOMISCH RECHT. Boek XIII

WETBOEK VAN ECONOMISCH RECHT. Boek XIII WETBOEK VAN ECONOMISCH RECHT Boek XIII Inhoud BOEK XIII. - Overleg... 3 TITEL 1. - De Centrale Raad voor het Bedrijfsleven Algemene organisatie... 3 TITEL 2. - Bijzondere raadgevende commissies... 4 HOOFDSTUK

Nadere informatie

Deel I. Burgerlijk recht

Deel I. Burgerlijk recht Deel I. Burgerlijk recht 1. Zakenrecht................ 3 Eigendom...................... 3 Burgerlijk Wetboek (Uittreksel)........ 3 Huur.......................... 5 Burgerlijk Wetboek (Uittreksel)........

Nadere informatie

Bedrijfstichtingen in de praktijk. Business & Society Belgium 17 maart 2011

Bedrijfstichtingen in de praktijk. Business & Society Belgium 17 maart 2011 Bedrijfstichtingen in de praktijk Business & Society Belgium 17 maart 2011 22/03/2011 Overzicht van de presentatie 1. De stichting -rechtsregeling 2. In de praktijk 3. VZW vs stichting 22/03/2011 2 Wat

Nadere informatie

Inhoud Inhoud I. Grondwet en (quasi-)constitutionele teksten II. Federale instellingen III. Gemeenschappen en Gewesten 167

Inhoud Inhoud I. Grondwet en (quasi-)constitutionele teksten II. Federale instellingen III. Gemeenschappen en Gewesten 167 Inhoud InhoudhoudPagina I. Grondwet en (quasi-)constitutionele teksten 13 1. Gecoördineerde grondwet 17 februari 1994 met concordantietabel 15 2. Besl. Voorlopig Bewind 16 oktober 1830 vrijheid van drukpers,

Nadere informatie

Belgisch Staatsblad dd

Belgisch Staatsblad dd VLAAMSE OVERHEID [C 2016/36331] 15 JULI 2016. Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van diverse besluiten wat betreft de integratie van de opdrachten van het agentschap Inspectie RWO in het departement

Nadere informatie

HOOFDSTUK II. DE VOORAFGAANDE VERSLAGPLICHT

HOOFDSTUK II. DE VOORAFGAANDE VERSLAGPLICHT INHOUD VOORWOORD....................................................... v HOOFDSTUK I. DE VERBETERING VAN DE WETTELIJKE REGELING INZAKE VEREFFENING VAN VENNOOTSCHAPPEN: VAN EEN SUMMIERE REGELING NAAR BELANGRIJKE

Nadere informatie

Vlaamse Regering [^fflê* ""

Vlaamse Regering [^fflê* Vlaamse Regering [^fflê* "" Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 2 8 september 2 001 houdende de erkenning, de registratie en de machtiging, en houdende

Nadere informatie

GERECHTELIJK WETBOEK - DEEL III : BEVOEGDHEID.

GERECHTELIJK WETBOEK - DEEL III : BEVOEGDHEID. NICM GWB Deel III Eerste Titel. Volstrekte bevoegdheid. GERECHTELIJK WETBOEK - DEEL III : BEVOEGDHEID. (Art. 556 tot 663 GW.) 1 Inhoud GERECHTELIJK WETBOEK - DEEL III : BEVOEGDHEID. 1 Inhoud...1 NVDR...1

Nadere informatie

Decreet van 30 maart 1999 houdende de organisatie van de zorgverzekering

Decreet van 30 maart 1999 houdende de organisatie van de zorgverzekering Decreet van 30 maart 1999 houdende de organisatie van de zorgverzekering (B.S.28.V.1999) 1 [HOOFDSTUK I. - ALGEMENE BEPALINGEN, DEFINITIES, DOELSTELLING AANSLUITING EN BIJDRAGEN] Afdeling 1. - Algemene

Nadere informatie

HOOFDSTUK I Algemeen. Artikel 1 Dit decreet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 107quater van de Grondwet.

HOOFDSTUK I Algemeen. Artikel 1 Dit decreet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 107quater van de Grondwet. Decreet tot instelling van een Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen en tot vaststelling van de algemene regelen inzake de erkenning en de subsidiëring van de milieu- en natuurverenigingen HOOFDSTUK I Algemeen

Nadere informatie

De familiekamer en de jeugdkamer in het hof van beroep te Antwerpen

De familiekamer en de jeugdkamer in het hof van beroep te Antwerpen Hof van beroep Antwerpen De familiekamer en de jeugdkamer in het hof van beroep te Antwerpen Vanaf 1 september 2014 wordt de wet betreffende de invoering van een familie- en jeugdrechtbank (zoals gerepareerd

Nadere informatie

ONTWERP VAN DECREET TEKST AANGENOMEN DOOR DE PLENAIRE VERGADERING

ONTWERP VAN DECREET TEKST AANGENOMEN DOOR DE PLENAIRE VERGADERING Zitting 2008-2009 18 februari 2009 ONTWERP VAN DECREET betreffende de organisatie en erkenning van toeristische samenwerkingsverbanden TEKST AANGENOMEN DOOR DE PLENAIRE VERGADERING Zie: 1853 (2008-2009)

Nadere informatie

Reglement voor het toezicht op de boekhouding

Reglement voor het toezicht op de boekhouding NATIONALE KAMER VAN NOTARISSEN Reglement voor het toezicht op de boekhouding Aangenomen door de algemene vergadering van de Nationale Kamer van notarissen op 29 januari 2002 Goedgekeurd bij K.B. van 9

Nadere informatie

Ontwerp van decreet. houdende wijziging van het tarief op het recht op verdelingen en gelijkstaande overdrachten

Ontwerp van decreet. houdende wijziging van het tarief op het recht op verdelingen en gelijkstaande overdrachten stuk ingediend op 1529 (2011-2012) Nr. 1 14 maart 2012 (2011-2012) Ontwerp van decreet houdende wijziging van het tarief op het recht op verdelingen en gelijkstaande overdrachten verzendcode: FIN 2 Stuk

Nadere informatie

DE VLAAMSE REGERING, Gelet op het decreet van 21 december 1988 houdende oprichting van de Vlaamse Landmaatschappij;

DE VLAAMSE REGERING, Gelet op het decreet van 21 december 1988 houdende oprichting van de Vlaamse Landmaatschappij; Vlaamse Regering Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van artikel 13 van het decreet van xx xxxxxxxxxxxx 2015 houdende diverse maatregelen inzake de ontbinding van het publiekrechtelijk vormgegeven

Nadere informatie

Rolnummer Arrest nr. 86/2004 van 12 mei 2004 A R R E S T

Rolnummer Arrest nr. 86/2004 van 12 mei 2004 A R R E S T Rolnummer 2881 Arrest nr. 86/2004 van 12 mei 2004 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag over artikel 1, eerste lid, a), van de wet van 6 februari 1970 betreffende de verjaring van schuldvorderingen

Nadere informatie

Van deze beschikking werd aan de partijen kennis gegeven.

Van deze beschikking werd aan de partijen kennis gegeven. Rolnummer : 18 Arrest nr. 25 van 26 juni 1986 In zake : het beroep tot gedeeltelijke vernietiging van het decreet van de Vlaamse Gemeenschap van 20 maart 1984 houdende het statuut van de logiesverstrekkende

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 1 FEBRUARI 2010 C.09.0248.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.09.0248.N BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken, met kantoor te 1000 Brussel, Wetstraat 2, eiser,

Nadere informatie

Hoofdstuk III. Slotbepalingen. Hoofdstuk II. Vergoeding van de advocaten. Afdeling I. Berekening van de punten. Hoofdstuk I. Definities.

Hoofdstuk III. Slotbepalingen. Hoofdstuk II. Vergoeding van de advocaten. Afdeling I. Berekening van de punten. Hoofdstuk I. Definities. Het aanvangsindexcijfer is dat van de maand (juli 2007). KB 2007-04-26/43, art. 4, 2, 003; Inwerkingtreding: 01-09- 2007 Elke verhoging of verlaging van het indexcijfer brengt een verhoging of verlaging

Nadere informatie

Boekdeel I. Algemeen. Deel 1. Inkomstenbelastingen

Boekdeel I. Algemeen. Deel 1. Inkomstenbelastingen Boekdeel I Algemene inhoudstafel Boekdeel I Algemeen Bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten (Uittreksel)........................ 5 Wet van 24

Nadere informatie

DECREET van 19 november 1980, houdende machtiging tot oprichting van de Stichting Staatsziekenfonds (S.B no. 120).

DECREET van 19 november 1980, houdende machtiging tot oprichting van de Stichting Staatsziekenfonds (S.B no. 120). DECREET van 19 november 1980, houdende machtiging tot oprichting van de Stichting Staatsziekenfonds (S.B. 1980 no. 120). Artikel 1 Het decreet verstaat onder: de Minister: de Minister van Arbeid en Volksgezondheid.

Nadere informatie

PROGRAMMAWET (I) VAN 27 DECEMBER 2006. (B.S. 28 december 2006, 3e editie) Uittreksels

PROGRAMMAWET (I) VAN 27 DECEMBER 2006. (B.S. 28 december 2006, 3e editie) Uittreksels PROGRAMMAWET (I) VAN 27 DECEMBER 2006 (B.S. 28 december 2006, 3e editie) Uittreksels Aangevuld, gewijzigd of aangepast door: - de wet van 21 december 2007 houdende diverse bepalingen (I) (B.S. 31 december

Nadere informatie

DE VLAAMSE REGERING, Gelet op het advies van de raad van bestuur van de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening, gegeven 1 juli 2016;

DE VLAAMSE REGERING, Gelet op het advies van de raad van bestuur van de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening, gegeven 1 juli 2016; Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 1 december 2000 houdende organisatie van de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening en de regeling van de rechtspositie

Nadere informatie

Vlaams gewest. Aard van het document. Administratieve geldboete van 500 tot 5.000. Enkel volle eigendom 5.000

Vlaams gewest. Aard van het document. Administratieve geldboete van 500 tot 5.000. Enkel volle eigendom 5.000 Overzicht Vlaams gewest Decreet houdende algemene bepalingen betreffende energiebeleid (energiedecreet) van 8 mei 2009. Belgisch Staatsblad: 07.07.2009 Van kracht sinds: 01.01.2011 Besluit van de Vlaamse

Nadere informatie

Afdeling II. Aanslagjaar en belastbaar tijdperk

Afdeling II. Aanslagjaar en belastbaar tijdperk Afdeling II. Aanslagjaar en belastbaar tijdperk Art. 359. Het aanslagjaar begint op 1 januari en eindigt op de daaropvolgende 31ste december. Evenwel kan de voor een aanslagjaar verschuldigde belasting

Nadere informatie

Het VLAAMS PARLEMENT heeft aangenomen en. Wij, REGERING, bekrachtigen hetgeen volgt :

Het VLAAMS PARLEMENT heeft aangenomen en. Wij, REGERING, bekrachtigen hetgeen volgt : Het VLAAMS PARLEMENT heeft aangenomen en Wij, REGERING, bekrachtigen hetgeen volgt : Artikel 1 Dit decreet regelt een gewestaangelegenheid. Artikel 2 1. Er wordt een Herplaatsingsfonds opgericht bij het

Nadere informatie

I. NOTARIAAT. E. Boekhouding en honoraria

I. NOTARIAAT. E. Boekhouding en honoraria I. NOTARIAAT E. Boekhouding en honoraria M.B. 26 mei 1936 p. 63 I. NOTARIAAT p. 63 M.B. 26 mei 1936 Art. 4 volledig vervangen Art. 4. }1 [Op verzoek van de notaris levert de Deposito- en Consignatiekas

Nadere informatie

80126 MONITEUR BELGE 21.12.2009 BELGISCH STAATSBLAD

80126 MONITEUR BELGE 21.12.2009 BELGISCH STAATSBLAD 80126 MONITEUR BELGE 21.12.2009 BELGISCH STAATSBLAD VLAAMSE OVERHEID Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed [C 2009/36133] 26 NOVEMBER 2009. Ministerieel besluit tot wijziging van het ministerieel

Nadere informatie

- Decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid (afgekort DABM ) 3

- Decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid (afgekort DABM ) 3 1.1. WETGEVING 1.1.1. INLEIDING I Een overzicht geven van alle wetgeving in verband met milieu is haast onbegonnen werk. Hieronder wordt de belangrijkste milieuwetgeving per thema weergegeven. In voorkomend

Nadere informatie

Duifhuisstraat 75, 9000 GENT Ondernemingsnummer 450.728.613 http://www.gamagent.be/

Duifhuisstraat 75, 9000 GENT Ondernemingsnummer 450.728.613 http://www.gamagent.be/ Duifhuisstraat 75, 9000 GENT Ondernemingsnummer 450.728.613 http://www.gamagent.be/ 19/06/2013 Titel I: Benaming Zetel Doel Duur Artikel 1: De vereniging draagt als naam Gentse Amateurtheaters vereniging

Nadere informatie

Artikel 7 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 31 januari 2003, wordt vervangen door wat volgt:

Artikel 7 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 31 januari 2003, wordt vervangen door wat volgt: Uittreksel van decreet van 6 juli 2005 houdende de wijziging van diverse decreten, wat het statuut van de mandaathouders in de aan het Vlaams Parlement verbonden instellingen betreft [ ] HOOFDSTUK III

Nadere informatie

[Afdeling Vter. De straf onder elektronisch toezicht]

[Afdeling Vter. De straf onder elektronisch toezicht] Toekomstig recht [Afdeling Vter. De straf onder elektronisch toezicht] Ingevoegd bij W. 2014.02.07, art. 6; Inwerkingtreding: onbepaald Noot: de wetgever voegt een Afdeling Vter in voor Afdeling Vbis en

Nadere informatie

De burgerlijke rechtbank

De burgerlijke rechtbank De burgerlijke rechtbank 1ste burgerlijke kamer Voor de 1ste burgerlijke kamer worden alle zaken ingeleid en behandeld die behoren tot de bevoegdheid van de burgerlijke rechtbank en waarvan dit reglement

Nadere informatie

WET VAN 29 MAART 1976. betreffende de gezinsbijslag voor zelfstandigen. (B.S. 6 mei 1976)

WET VAN 29 MAART 1976. betreffende de gezinsbijslag voor zelfstandigen. (B.S. 6 mei 1976) WET VAN 29 MAART 1976 betreffende de gezinsbijslag voor zelfstandigen (B.S. 6 mei 1976) Gewijzigd door: - de wet van 17 maart 1993 (B.S. 22 april 1993) ; - de wet van 6 april 1995 (B.S. 26 juli 1995) ;

Nadere informatie

Ontwerp van decreet betreffende de fiscale gunstmaatregelen die verbonden zijn aan natuurbeheerplannen DE VLAAMSE REGERING,

Ontwerp van decreet betreffende de fiscale gunstmaatregelen die verbonden zijn aan natuurbeheerplannen DE VLAAMSE REGERING, Ontwerp van decreet betreffende de fiscale gunstmaatregelen die verbonden zijn aan natuurbeheerplannen DE VLAAMSE REGERING, Op voorstel van de Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw en van de

Nadere informatie

Ontwerp van decreet ( ) Nr. 5 4 juli 2012 ( ) stuk ingediend op

Ontwerp van decreet ( ) Nr. 5 4 juli 2012 ( ) stuk ingediend op stuk ingediend op 1599 (2011-2012) Nr. 5 4 juli 2012 (2011-2012) Ontwerp van decreet tot wijziging van diverse bepalingen van het decreet van 13 december 2002 houdende de oprichting van de naamloze vennootschap

Nadere informatie

Decreet van 16 juni 2006 betreffende het oprichten van de Vlaamse Grondenbank en houdende wijziging van diverse bepalingen 1

Decreet van 16 juni 2006 betreffende het oprichten van de Vlaamse Grondenbank en houdende wijziging van diverse bepalingen 1 1 Decreet van 16 juni 2006 betreffende het oprichten van de Vlaamse Grondenbank en houdende wijziging van diverse bepalingen 1 Historiek decreet (B.S., 9 februari 2007) Gewijzigd bij de decreten van :

Nadere informatie

Juridische bescherming van de goederen en de persoon. Martine De Moor Kenniscentrum persoonsgerichte bewindvoering Ieper/22 november 2017

Juridische bescherming van de goederen en de persoon. Martine De Moor Kenniscentrum persoonsgerichte bewindvoering Ieper/22 november 2017 Juridische bescherming van de goederen en de persoon Martine De Moor Kenniscentrum persoonsgerichte bewindvoering Ieper/22 november 2017 Waarom beschermen? Meerderjarig persoon Wegens gezondheidstoestand

Nadere informatie

COÖRDINATIE STATUTEN

COÖRDINATIE STATUTEN SUPPORTERSFEDERATIE CLUB BRUGGE K.V. vzw Olympialaan 72 8200 Sint-Andries Brugge Ondernemingsnummer: 0474.964.854 COÖRDINATIE STATUTEN De algemene vergadering van 1 december 2017, geldig samengeroepen

Nadere informatie

Onteigeningswet Wet voorkeursrecht gemeenten

Onteigeningswet Wet voorkeursrecht gemeenten Onteigeningswet Wet voorkeursrecht gemeenten Onteigeningswet Wet voorkeursrecht gemeenten Editie 2012 Afsluitdatum: 5 juni 2012 2012, Jongbloed juridische boekhandel ISBN 978 90 7006 262 0 NUR 823 Niets

Nadere informatie

GOUVERNEMENTS DE COMMUNAUTE ET DE REGION GEMEENSCHAPS- EN GEWESTREGERINGEN GEMEINSCHAFTS- UND REGIONALREGIERUNGEN

GOUVERNEMENTS DE COMMUNAUTE ET DE REGION GEMEENSCHAPS- EN GEWESTREGERINGEN GEMEINSCHAFTS- UND REGIONALREGIERUNGEN 6544 MONITEUR BELGE 09.02.2007 BELGISCH STAATSBLAD GOUVERNEMENTS DE COMMUNAUTE ET DE REGION GEMEENSCHAPS- EN GEWESTREGERINGEN GEMEINSCHAFTS- UND REGIONALREGIERUNGEN VLAAMSE GEMEENSCHAP COMMUNAUTE FLAMANDE

Nadere informatie

Gewestelijke dienst. a) Naam en voornaam:...

Gewestelijke dienst. a) Naam en voornaam:... Gewestelijke dienst Ongevalsaangifte Artikel 36, 2 en 3 gecoördineerde wet van 4.7.94 Art. 24 K.B. van 3.7.96 Identificatie van de gerechtigde a) Naam en voornaam:... b) Inschrijvingsnummer bij de gewestelijke

Nadere informatie