Onderzoek naar een geschikt instrument voor het meten van de behandelvoortgang bij forensische patiënten met een persoonlijkheidsstoornis

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Onderzoek naar een geschikt instrument voor het meten van de behandelvoortgang bij forensische patiënten met een persoonlijkheidsstoornis"

Transcriptie

1 Onderzoek naar een geschikt instrument voor het meten van de behandelvoortgang bij forensische patiënten met een persoonlijkheidsstoornis Suzan Oudejans, Masha Spits, Annet Nugter, Stefan van Bokkem Amsterdam, augustus 2015

2 OPDRACHTGEVER Kwaliteit Forensische Zorg (KFZ) PROJECTGROEP Onderzoek & projectleiding: Suzan Oudejans, Masha Spits (Mark Bench/AMC Psychiatrie) Supervisie en coördinatie: Annet Nugter, Stefan van Bokkem, Evert-Jan van Maren (GGZ Noord-Holland-Noord), Gerjonne Akkerman-Bouwsema, Peter van der Noord, Julie Karsten, Marike Lancel (GGZ Drenthe) AUTEURS Suzan Oudejans, Masha Spits (Mark Bench/AMC Psychiatrie), Annet Nugter, Stefan van Bokkem (GGZ Noord-Holland-Noord) MET DANK AAN: De geraadpleegde experts: Floor Valkering, Stefan van Bokkem, Evert-Jan van Maren, Reina Engelhart (GGZ Noord-Holland-Noord - Divisie Forensische Psychiatrie), Karel t Lam (GGZ Drenthe FPK Assen), Marije Keulen de Vos (De Rooyse Wissel), Marko Barendregt (Stichting Benchmark GGZ), Gerard Schippers, Maarten Koeter (AMC Psychiatrie). Alle anderen die ons van advies of materiaal hebben voorzien, waarvan in het bijzonder: Peter Greeven (Novadic-Kentron), Marieke van Geffen (specialismegroep Persoonlijkheidsstoornissen/de Viersprong), Joost Hutsebaut (specialismegroep Persoonlijkheidsstoornissen /Trimbos instituut/de Viersprong), Gerard Flens, Edwin de Beurs (Stichting Benchmark GGZ), Denise van Eeden (EFP). INLICHTINGEN/BESTELLEN Suzan Oudejans & Masha Spits / Mark Bench/AMC Psychiatrie/GGZ Noord-Holland Noord, GGZ Drenthe, 2015 Dit onderzoek is uitgevoerd in opdracht van stichting Kwaliteit Forensische Zorg. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van de auteurs. Oudejans, S., Spits, M., Nugter, A., & van Bokkem, S. (2015). Onderzoek naar een geschikt instrument voor het meten van de behandelvoortgang bij forensische patiënten met een persoonlijkheidsstoornis. Amsterdam: Mark Bench/AMC Psychiatrie/GGZ Noord-Holland Noord, GGZ Drenthe.

3 SAMENVATTING In dit project is onderzoek gedaan naar een geschikt instrument om, ten behoeve van externe verantwoording, behandelvoortgang bij forensische patiënten met een persoonlijkheidsstoornis vast te stellen. Het onderzoek is uitgevoerd in een aantal fases: allereerst is aan de hand van literatuur- en expertraadpleging- een werkdefinitie voor behandelvoortgang bij deze groep opgesteld, en zijn er wensen en eisen opgesteld waaraan het instrument zou moeten voldoen. Vervolgens is aan de hand daarvan binnen de Minimale Dataset (MDS) van de Stichting Benchmark GGZ (SBG) gezocht naar geschikte instrumenten. In de laatste fase is buiten de MDS gezocht naar geschikte instrumenten. De werkdefinitie voor behandelvoortgang bij patiënten met een persoonlijkheidsstoornis luidt als volgt: a) een positieve verandering op het gebied van de dynamische risicofactoren, b) beter functionerende adaptieve systemen, en c) persoonlijk herstel. Voor het vaststellen van een positieve verandering op het gebied van de dynamische risicofactoren, kan gebruik gemaakt worden van de twee verplichte risicotaxatie instrumenten ten behoeve van de prestatie-indicatoren, de HKT-R en HCR-20 V3. Voor het vaststellen van de overige twee aspecten geld dat, naast dat de meetpretentie aan dient te sluiten op het betreffende aspect uit de werkdefinitie voor behandelvoortgang, het instrument meerdere perspectieven dient vast te stellen, multidimensioneel dient te zijn, betrouwbaar en valide moet zijn en gevoelig voor verandering op individueel niveau. Tevens dient het instrument geschikt te zijn voor de forensische setting, hetgeen onder meer betekent dat voor het vaststellen van het functioneren van de adaptieve systemen een zelfrapportage vragenlijst niet geschikt is. Binnen de MDS wordt, voor het vaststellen van persoonlijk herstel wordt de Manchester Short Assessment of Quality of Life (MANSA) geschikt geacht. Voor het vaststellen van het functioneren van de adaptieve systemen zijn geen geschikte instrumenten in de MDS gevonden. Uit diverse bronnen buiten de MDS is een initiële lijst van 42 instrumenten opgesteld. Nadere inventarisatie wees uit dat er geen ideaal instrument beschikbaar is. Het instrument dat inhoudelijk goed aansluit op het vaststellen van het functioneren van de adaptieve systemen, en een beoordeling op basis van een interview betreft, is de STiP5.1 (Semi-gestructureerd Interview voor Persoonlijkheidsfunctioneren DSM-5). Dit is echter een nieuw instrument, waar nog weinig over gepubliceerd is, en waardoor vanzelfsprekend ook weinig bekend is over de betrouwbaarheid, validiteit en gevoeligheid voor verandering. Het uiteindelijke advies is drieledig: gebruik voor het vaststellen van behandelvoortgang in termen van de positieve verandering op het gebied van de dynamische risicofactoren de klinische- en toekomstfactoren uit de HKT-R of de HCR-20 V3, gebruik voor het vaststellen van persoonlijk herstel de MANSA, en voor het functioneren van de adaptieve systemen is momenteel geen geschikt instrument beschikbaar, maar het loont zeker de moeite om de STiP5.1 te volgen en in de forensische setting te gaan gebruiken. Geschikt instrument voor het meten van de behandelvoortgang bij forensische patiënten met een persoonlijkheidsstoornis 3

4 INHOUDSOPGAVE 1 Inleiding Achtergrond Recidiverisico in de forensische psychiatrie Behandelvoortgang van persoonlijkheidsstoornissen in de forensische setting Probleemstelling Opdracht, doel en vraagstellingen Organisatie Werkwijze Vraagstellingen Methode Fase 1: Vaststelling van een werkdefinitie voor behandelvoortgang Fase 2: Bepaling van kenmerken die van belang zijn voor de selectie van meetinstrumenten Fase 3: Selectie, inventarisatie en beoordeling van potentieel geschikte meetinstrumenten uit de MDS Fase 4: Selectie, inventarisatie en beoordeling van potentieel geschikte meetinstrumenten buiten de MDS Resultaten Resultaten uit fase 1: werkdefinitie behandelvoortgang Informatie uit overzichtsliteratuur Bevindingen uit de raadpleging van experts Samenvattend: werkdefinitie behandelvoortgang Conclusies behandelvoortgang: de werkdefinitie Adaptieve systemen en persoonlijk herstel Resultaten uit fase 2: eisen aan de meetinstrumenten Aard van het instrument Status instrument Belasting proces Psychometrische eigenschappen Aanvullingen vanuit wetenschappelijk- en beleidsoogpunt Conclusies en aanbevelingen eisen meetinstrumenten Resultaten fase 3: Selectie, inventarisatie en beoordeling van instrumenten uit de MDS van SBG Selectie van potentieel geschikte meetinstrumenten Potentieel geschikte instrumenten Conclusie en advies over meetinstrumenten binnen de MDS Resultaten fase 4: Selectie, inventarisatie en beoordeling van instrumenten buiten de MDS Selectie van potentieel geschikte meetinstrumenten Potentieel geschikte instrumenten Conclusie en advies over meetinstrumenten buiten de MDS Stroomschema instrumenten binnen en buiten de MDS Conclusie en advies Beperkingen Literatuur Bijlage 1: Materiaal Expertraadpleging werkdefinitie Bijlage 2: Materiaal Expertraadpleging eisen meetinstrumenten Bijlage 3: initiële lijst instrumenten adaptieve systemen buiten MDS Geschikt instrument voor het meten van de behandelvoortgang bij forensische patiënten met een persoonlijkheidsstoornis 4

5 1 INLEIDING 1.1 Achtergrond Volgens het Wetsvoorstel Forensische Zorg is het doel van de forensische zorg het herstel van de forensische patiënt en vermindering van de kans op recidive ten behoeve van de veiligheid van de samenleving [1]. Daartoe worden tijdens strafrechtelijke trajecten psychische en psychiatrische stoornissen en -problemen aangepakt [2]. Evaluatie van psychiatrische stoornissen en recidiverisico zijn van belang, in het kader van Routine Outcome Monitoring (ROM), en als onderdeel van de indicatorenset ten behoeve van verantwoording aan de Directie Forensische Zorg (DforZo) van de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) van het Ministerie van Justitie [1, 3]. Dergelijke cijfers worden gebruikt voor indicatiestelling, evaluatie van de behandeling, zorginkoop én voor een oordeel over de kwaliteit van deze zorg [1]. Voor de evaluatie van recidiverisico (ofwel delict herhaling) zijn er verplichte meetinstrumenten aangewezen, te weten: de HCR-20 V3 en de HKT-R [4]. Voor de evaluatie van stoornissen -ook wel beschreven als het vaststellen van ernst van de problematiek of behandelvoortgang 1 - heeft het Forensisch Netwerk de HoNOS, de MATE-7 en de DROS geadviseerd als geschikte meetinstrumenten, met uitzondering van patiënten met een seksuele- of persoonlijkheidsstoornis. In de voorbereidingsgroep voor de Prestatieindicatoren 2015 twijfelde men over toepasbaarheid en bruikbaarheid van resultaten van deze instrumenten voor genoemde patiëntengroepen. De Expertraad Forensische Zorg van SBG (in oprichting) heeft voor bovenstaande geen adviezen. Volgens schattingen voldoet tussen de 60% en 85% van de patiënten in de forensische psychiatrie aan de criteria van één of meer persoonlijkheidsstoornissen [5, 6]. Seksuele stoornissen komen vaak voor onder zedendelinquenten. Er zijn schattingen dat 26-34% van de patiënten in de TBS een seksuele stoornis heeft [7]. Het is dus belangrijk dat er voor deze patiëntgroepen instrumenten aangewezen worden om behandelvoortgang binnen de forensische setting vast te stellen. Daartoe is door het programma Kwaliteit Forensische Zorg (KFZ) opdracht aan GGZ Noord- Holland-Noord en GGZ Drenthe gegeven een advies uit te brengen over geschikte instrumenten om behandelvoortgang bij deze twee doelgroepen vast te stellen. Dit heeft geresulteerd in twee rapporten: één rapport met het advies voor patiënten met een seksuele stoornis, en één met het advies voor patiënten met een persoonlijkheidsstoornis. Onderhavig rapport betreft het advies voor een instrument om behandelvoortgang bij forensische patiënten met een persoonlijkheidsstoornis vast te stellen. 1 In verschillende stukken worden verschillende termen gebruikt: zoals verandering van de ernst van de problematiek, evaluatie van de stoornis, behandeleffect of behandelvoortgang. Wij zullen in dit rapport de term behandelvoortgang gebruiken. Geschikt instrument voor het meten van de behandelvoortgang bij forensische patiënten met een persoonlijkheidsstoornis 5

6 1.2 Recidiverisico in de forensische psychiatrie Voor personen die binnen het strafrechtelijk kader worden behandeld voor een persoonlijkheidsstoornis, is geconcludeerd dat de stoornis in relatie staat tot het delict: volgens artikel 39 in het Wetboek van Strafrecht heet dit een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis. Op basis van de inschatting van de stoornis en toestand van de patiënt ten tijde van het delict, wordt de mate van toerekeningsvatbaarheid vastgesteld. Voor de strafoplegging is vervolgens de inschatting van het recidiverisico van belang. Hoe hoger dat risico wordt ingeschat, hoe hoger het beveiligingsniveau waarin de patiënt terechtkomt. Tevens gaat, als de behandeling eenmaal loopt, aan verlof- en verlengingsbeslissingen een inschatting van het recidiverisico vooraf [6]. Bij de inschatting van het recidiverisico wordt een aantal (risico-)factoren betrokken: persoonlijke kenmerken, inclusief psychische problemen, zoals een psychopathische persoonlijkheid, middelenmisbruik en psychose, alsook kenmerken van de sociale en fysieke omgeving waar mensen in leven [8]. Ten behoeve van de vermindering van strafrechtelijke recidive richten de interventies in de forensische psychiatrie zich op de dynamische risicofactoren, ook wel de criminogene behoeften genoemd [2, 6]. Gezien de opdracht van de sector ligt het voor de hand dat recidiverisico een belangrijke uitkomst van de forensische psychiatrie is 2 : het is samen met behandelvoortgang één van de centrale indicatoren in de kernset voor verslaglegging en verantwoording van de sector [1, 9]. Het inschatten van recidiverisico wordt risicotaxatie genoemd. De optimale methode hiervoor is het Gestructureerde Professionele Oordeel (GPO), wat de integratie behelst van de actuariële benadering (een kwantitatieve vaststelling van risicofactoren die via een vaststaand algoritme leidt tot een indeling in een risicocategorie) en de zogenaamde klinische blik (waarbij vakkennis, ervaring en intuïtie ingezet worden om het risico te taxeren). Bij het GPO wordt een checklist met risicofactoren langsgelopen waarvan in wetenschappelijk onderzoek is aangetoond dat ze samenhangen met een verhoogd risico op geweld, waarbij de beoordelaar bepaalde factoren zwaarder kan laten wegen dan andere om tot een inschatting van het risico te komen [10]. GPO instrumenten bevatten vaak checklists met historische, klinische en toekomstgerichte factoren. Historische factoren hebben voornamelijk betrekking op de levensgeschiedenis van een patiënt voorafgaande aan het delict, klinische factoren hebben betrekking op het gedrag van de patiënt in het recente verleden (bijvoorbeeld de 12 maanden voorafgaand aan de taxatie) en de toekomst factoren hebben betrekking op de inschatting van de risico s die zich voor kunnen doen, zoals bij verlof of wanneer een patiënt zonder toezicht in de maatschappij gaat functioneren [11]. Historische-, klinische- en toekomstfactoren verschillen niet alleen van elkaar voor wat betreft de periode die ze in kaart brengen en de mate waarin ze te 2 Eigenlijk zou recidive zélf de centrale uitkomstmaat moeten zijn. Aan een (betrouwbare) vaststelling kleven een aantal nadelen: het duurt geruime tijd voordat recidive al dan niet vastgesteld kan worden, en het is tevens de vraag of dit überhaupt valide kan, aangezien delicten die personen plegen niet zelden ongerapporteerd blijven. Ook zijn er andere factoren dan de interventie denkbaar die hebben bijgedragen aan het al dan niet recidiveren op termijn. Recidivecijfers zijn wél geschikt als algemene uitkomstmaat voor het gehele stelsel van de forensische zorg: de wetgeving, het beleid, de uitvoering en de inrichting daarvan. Echter als evaluatie van behandelingen op individueel of op instellingsniveau zijn ze ongeschikt, en is de sector aangewezen op recidiverisico als alternatief daarvoor (de Beurs en Barendregt, 2008). Geschikt instrument voor het meten van de behandelvoortgang bij forensische patiënten met een persoonlijkheidsstoornis 6

7 beïnvloeden zijn, ze verschillen ook van elkaar voor het type factoren dat ze in kaart brengen. Voorbeelden van deze verschillende factoren zijn te zien in tabel 1. Bekende instrumenten zijn de HCR-20 V3, de HKT-R en de SVR-20 [10]. Twee eerstgenoemde zijn ten behoeve van de kernset prestatie-indicatoren Forensische Psychiatrie de aangewezen instrumenten om het recidiverisico mee vast te stellen (indicator 3). Verandering van recidiverisico (indicator 4) dient (met uitzondering van de PPC s 3 ) jaarlijks vastgesteld te worden, met de K factoren van de HKT-R [1]. De HCR-20 V3 is als risicotaxatie-instrument ontwikkeld in Noord-Amerika, en wordt in de Nederlandse klinische praktijk inmiddels frequent gebruikt. De lijst bestaat uit 20 items, onderverdeeld in historische items ( H ), klinische items ( C ) en risicohanteringsitems ( R ). De historische schaal bestaat uit items zoals eerder gewelddadig gedrag en problemen in de kindertijd, en verwijzen naar recidivevoorspellende factoren vanuit het verleden. De klinische schaal bevat factoren zoals gebrek aan zelfinzicht en impulsiviteit. De schaal risicohantering bevat items zoals blootstelling aan destabiliserende factoren en geringe beschikbaarheid steun. De twee laatstgenoemde schalen hebben betrekking op factoren die in de toekomst de kans op recidive zouden kunnen verhogen. In de HCR-20 V3 is ook de mate van psychopathie (als historische factor) meegenomen. Het instrument behelst tevens een gestructureerd klinisch eindoordeel over de kans op recidive [12], en valt daarmee onder de eerder beschreven GPO-instrumenten. De HKT-R is ontwikkeld voor de Nederlandse situatie. Het instrument lijkt op de HCR-20 V3, maar er worden meer (dynamische) risicofactoren uitgevraagd. Het instrument bestaat uit 33 items en kent (net zoals de HCR-20 V3) 3 categorieën: historisch, klinisch en toekomst. Ook bij de HKT-R dient na het scoren van de items een gestructureerd klinisch eindoordeel geveld te worden over het recidiverisico. De SVR-20 is ontwikkeld voor seksuele delinquentie en is daarom binnen dit rapport achterwege gelaten. Het zijn de klinische- en toekomstfactoren waarop de behandeling zich richt: die zijn veranderbaar en daarmee vooral van belang in het kader van de ROM. In tabel 1 staan deze factoren zoals die in beide instrumenten zijn geoperationaliseerd weergegeven. 3 Penentiair Psychiatrisch Centrum Geschikt instrument voor het meten van de behandelvoortgang bij forensische patiënten met een persoonlijkheidsstoornis 7

8 Tabel 1: Klinische- en toekomstfactoren HKT-R en HCR-20 V3 Klinische factoren Toekomst factoren HKT-R HCR-20 V3 HKT-R HCR-20 V3 1. Probleeminzicht 2. Psychotische symptomen 3. Verslaving 4. Impulsiviteit 5. Antisociaal gedrag 6. Vijandigheid 7. Sociale vaardigheden 8. Zelfredzaamheid 9. Meewerken aan behandeling 10. Verantwoordelijkheid voor het delict 11. Copingvaardigheden 12. Schendingen van voorwaarden en afspraken 13. Arbeidsvaardigheden 14. Beïnvloeding door beschermende en/of risicovolle netwerkleden 1. Inzicht a) Inzicht in de stoornis b) Inzicht in het risico van gewelddadig gedrag c) Inzicht in de noodzaak van behandeling 2. Gewelddadige denkbeelden of intenties 3. Symptomen van ernstige psychische stoornis a) Psychotische stoornis b) Stemmingsstoornis c) Andere ernstige psychische stoornis 4. Instabiliteit a) Affectieve instabiliteit b) Gedragsmatige instabiliteit c) Cognitieve instabiliteit 5. Respons op behandeling of toezicht a) Behandeltrouw b) Responsiviteit 1. Overeenstemming over afspraken betr. delictpreventie 2. Wonen 3. Financiën 4. Werk 5. Vrije tijd 6. Sociaal netwerk 7. Stresserende omstandigheden 1. Professionele ondersteuning en plannen 2. Leefomstandigheden 3. Persoonlijke steun 4. Respons op behandeling of toezicht a. Behandeltrouw b. Responsiviteit 5. Stress / coping 1.3 Behandelvoortgang van persoonlijkheidsstoornissen in de forensische setting Persoonlijkheidsstoornissen kenmerken zich door grote diversiteit: er is volgens DSM-IV een drietal clusters met daarbinnen verschillende typen stoornissen (zie tabel 2; [13]). Patiënten met een persoonlijkheidsstoornis ervaren vaak lijdensdruk en beperkingen in het algemeen functioneren [13]. Persoonlijkheidsstoornissen komen vaak voor in de forensische setting. Zelfs zo vaak, dat er gesteld wordt dat de gemiddelde forensische patiënt aan meerdere (cluster-b-) persoonlijkheidsstoornissen lijdt [6]. Dit type pathologie de cluster B persoonlijkheidsstoornissen- gaat juist vaak gepaard met een gebrek aan lijdensdruk, naast externalisatie van problemen, een zwakke zelfreflectie en een hiermee samenhangendegebrekkige behandelmotivatie. Daardoor staat de werkrelatie met de therapeut vaak onder druk [6]. Tabel 2: Persoonlijkheidsstoornissen volgens DSM-IV Cluster A (vreemd, excentriek) Paranoïd Schizoïd Schizotypisch Persoonlijkheidsstoornissen Cluster B (dramatisch) Borderline Antisociaal Theatraal Narcistisch Cluster C (angstig) Afhankelijk Ontwijkend Dwangmatig Niet anderszins omschreven Gemengd Atypisch Depressief Negativistisch Het vaststellen van exacte prevalentiecijfers wordt bemoeilijkt door het gegeven dat er op zelfrapportage-vragenlijsten nogal eens sociaal wenselijk geantwoord wordt door patiënten: veel forensische patiënten hebben geen inzicht in-, of ontkennen hun persoonlijkheidsproblematiek, en tevens kan externalisering een rol spelen [6]. Impulsiviteit Geschikt instrument voor het meten van de behandelvoortgang bij forensische patiënten met een persoonlijkheidsstoornis 8

9 en agressie zijn veelvoorkomende symptomen bij forensische patiënten met persoonlijkheidsstoornissen. De meeste psychologische interventies in de forensische setting zijn dan ook gericht op een vermindering daarvan [6]. In geen van de beschikbare stukken over meetinstrumenten in het kader van ROM en verantwoording [1, 4] staat nader gespecificeerd, noch geoperationaliseerd wat behandelvoortgang bij onderhavige patiëntengroep inhoudt 4. Het is dus belangrijk om overeenstemming te krijgen over wat gemeten moet worden, hoe generiek (vergelijkbaar met andere diagnosegroepen) dan wel specifiek (recht doend aan de stoornis) dit dient te gebeuren, en in welk meetdomein (b.v. klachten/symptomen of functioneren). Ook moet in acht worden genomen of de behandelvoortgang voor deze doelgroep moet worden vastgesteld voor het hele forensische veld, over alle beveiligingsniveaus en zorgintensiteiten heen, en in hoeverre er vergelijkbaarheid met andere diagnosegroepen moet zijn. Uit de in eerste instantie beschouwde instrumenten is een richting voor bovenstaande niet direct af te leiden: De HoNOS en de MATE7 worden aangemerkt als instrument om dagelijks functioneren te meten, terwijl de DROS inzicht geeft in risico- of probleemgedrag [14, 15]. Er zijn geen documenten of notulen beschikbaar waaruit blijkt waarom deze instrumenten niet geschikt worden geacht voor deze doelgroepen. 1.4 Probleemstelling De sector is het eens over de instrumenten die gebruikt dienen te worden voor de risicotaxatie [1]. Dit geldt in mindere mate voor de vaststelling van behandelvoortgang. Hoewel de HoNOS, de MATE7 en de DROS zijn aangewezen als geschikte instrumenten, geldt de uitzondering daarop voor patiënten met een persoonlijkheidsstoornis. Deze groep is in de forensische setting behoorlijk groot, en dit is daarom een belangrijk hiaat. Om hiervoor een geschikt instrument aan te wijzen, is het belangrijk dat het duidelijk is wat behandelvoortgang voor deze groep patiënten behelst, hoe dit zich verhoudt tot risicotaxatie, én welk(e) instrument(en) geschikt zou zijn voor de vaststelling daarvan. 1.5 Opdracht, doel en vraagstellingen Opdracht en doel van onderhavig onderzoek betreft een inventarisatie van- en advies over geschikte instrumenten voor het meten van behandelvoortgang bij patiënten met een persoonlijkheidsstoornis in de forensische setting. Daarbij worden de volgende vraagstellingen beantwoord: 1. Hoe kan behandelvoortgang in het kader van deze opdracht worden gedefinieerd, en hoe verhoudt deze definitie zich tot risicotaxatie? 4 Er staat overigens ook nergens beschreven wat behandelvoortgang bij patiënten met andere stoornissen inhoudt Geschikt instrument voor het meten van de behandelvoortgang bij forensische patiënten met een persoonlijkheidsstoornis 9

10 2. Is er binnen de Minimale Dataset (MDS) van Stichting Benchmark GGZ (SBG) een meetinstrument opgenomen dat bruikbaar is voor het meten van de voortgang van de behandeling (niet zijnde risicotaxatie) van patiënten met een persoonlijkheidsstoornis, én wat is het advies hierover aan de Programmacommissie KFZ? 3. Is er, indien de bevinding onder vraagstelling 2 negatief is, buiten de MDS van SBG een instrument beschikbaar dat bruikbaar is voor het meten van de voortgang van de behandeling (niet zijnde risicotaxatie) van patiënten met een persoonlijkheidsstoornis, én wat is het advies over de mogelijkheden aan de Programmacommissie KFZ? 1.6 Organisatie Het onderzoek is uitgevoerd door de onderzoekers van Mark Bench en AMC Psychiatrie, in samenwerking de Divisie Forensische psychiatrie van GGZ Noord-Holland-Noord en de Forensisch Psychiatrische Kliniek (FPK) Assen van GGZ Drenthe. Bij de diverse fases van het onderzoek is expertise en advies ingewonnen van behandelaars, onderzoekers en beleidsmedewerkers van de twee genoemde instellingen, de divisie Psychiatrie van het Academisch Medisch Centrum van de Universiteit van Amsterdam (AMC-UvA), de Rooyse Wissel, de Stichting Benchmark GGZ (SBG), en de specialismegroep Persoonlijkheidsstoornissen. Geschikt instrument voor het meten van de behandelvoortgang bij forensische patiënten met een persoonlijkheidsstoornis 10

11 2 WERKWIJZE 2.1 Vraagstellingen Het onderzoek omvat de beantwoording van drie vraagstellingen: 1. Hoe kan behandelvoortgang in het kader van deze opdracht worden gedefinieerd, en hoe verhoudt deze definitie zich tot risicotaxatie? 2. Is er binnen de Minimale Dataset (MDS) van Stichting Benchmark GGZ (SBG) een meetinstrument opgenomen dat bruikbaar is voor het meten van de voortgang van de behandeling (niet zijnde risicotaxatie) van patiënten met een persoonlijkheidsstoornis, én wat is het advies hierover aan de Programmacommissie KFZ? 3. Is er, indien de bevinding onder vraagstelling 2 negatief is, buiten de MDS van SBG een instrument beschikbaar dat bruikbaar is voor het meten van de voortgang van de behandeling (niet zijnde risicotaxatie) van patiënten met een persoonlijkheidsstoornis, én wat is het advies over de mogelijkheden aan de Programmacommissie KFZ? 2.2 Methode De aanpak voor het beantwoorden van de vraagstellingen behelst vijf fases: 1. het vaststellen van een werkdefinitie voor behandelvoortgang bij patiënten met een persoonlijkheidsstoornis binnen de forensische setting, 2. het bepalen van kenmerken die van belang zijn voor de selectie van een meetinstrument voor de behandelvoortgang bij patiënten met een persoonlijkheidsstoornis binnen de forensische setting en het vaststellen van de minimale eisen waaraan een dergelijk meetinstrument dient te voldoen, 3. het selecteren, inventariseren en beoordelen van- en het adviseren over potentieel geschikte meetinstrumenten uit de MDS van SBG; en indien de conclusie is dat de MDS geen geschikte instrumenten bevat: 4. het selecteren, inventariseren en beoordelen van- en het adviseren over potentieel geschikte meetinstrumenten buiten de MDS van SBG, en 5. de opstelling van het uiteindelijke advies Fase 1: Vaststelling van een werkdefinitie voor behandelvoortgang Voor de vaststelling van de werkdefinitie voor behandelvoortgang zijn, naast raadpleging van nationale, internationale, wetenschappelijke en grijze literatuur, forensische- en andere experts op behandelinhoudelijk én op het gebied van ROM en het meten van behandeleffectiviteit in het (forensisch) psychiatrisch veld geraadpleegd. Een zestal experts heeft daartoe een beknopte samenvatting van de tot dan toe geraadpleegde literatuur Geschikt instrument voor het meten van de behandelvoortgang bij forensische patiënten met een persoonlijkheidsstoornis 11

12 toegestuurd gekregen, afgesloten met een drietal door hen te beantwoorden vragen. In de samenvatting was informatie opgenomen over de achtergrond van het onderzoek zoals de context, de populatie en de setting, hoe er over het algemeen naar behandelvoortgang wordt gekeken, welke meetdomeinen daarbij denkbaar zijn, en wie behandelvoortgang zou moeten vaststellen. De vragen die de experts voorgelegd kregen, luidden als volgt: 1. Welke aspecten leiden tot een verhoogd recidive-risico bij patiënten met een persoonlijkheidsstoornis, en op welke is de behandeling gericht? 2. Waarop zou u zelf de behandeling willen monitoren? a. Als het gaat om de evaluatie van individuele behandelingen, en b. Als het gaat om de vergelijking van groepen patiënten, over verschillende stoornissen? 3. Is het mogelijk om die behandelvoortgang te beschrijven in termen meetdomeinen, en zo ja hoe zou dat eruit zien? En: zijn er wellicht andere domeinen die van belang zijn bij de definiëring? Het interview was telefonisch. Tijdens het interview werd eerst de samenvatting doorgesproken. Vervolgens werden de vragen voorgelegd. De interviews duurden allen tussen de 45 en 60 minuten. Het materiaal dat gebruikt is ten behoeve van de expertraadpleging is te vinden in bijlage Fase 2: Bepaling van kenmerken die van belang zijn voor de selectie van meetinstrumenten Voor de bepaling van de kenmerken die van belang zijn bij het advies voor een meetinstrument, is algemene literatuur over kenmerken van meetinstrumenten geraadpleegd [16, 17]. Het instrument moet behandelvoortgang van patiënten met een persoonlijkheidsstoornis in beeld kunnen brengen en goede psychometrische eigenschappen bezitten, maar minstens zo belangrijk is de hanteerbaarheid van een instrument. Dat betreft eigenschappen die het gebruik in de praktijk kunnen bevorderen of belemmeren, zoals kosten, lengte, vereist intelligentie- of cognitief niveau van de cliënt, benodigde training of expertise van de behandelaar [18]. Om de eisen en wensen met betrekking tot de kenmerken van het te selecteren meetinstrument te inventariseren, is een overzicht gemaakt van een twintigtal kenmerken. Dat is voorgelegd aan drie experts, van wie twee werkzaam als behandelaar op een forensische afdeling voor persoonlijkheidsstoornissen en één als onderzoeker op een forensische onderzoeksafdeling. Hen is gevraagd aan te geven aan welke minimale eisen het meetinstrument dient te voldoen, en welk belang ze toekennen aan dat kenmerk ( niet belangrijk, gemiddeld belangrijk en heel belangrijk ). In bijlage 2 is het materiaal te zien dat naar de experts is verstuurd. Het tussenresultaat van deze fase wordt gevormd door een Geschikt instrument voor het meten van de behandelvoortgang bij forensische patiënten met een persoonlijkheidsstoornis 12

13 overzicht van de eisen waaraan het uiteindelijke meetinstrument dient te voldoen. Dit resultaat is vervolgens voorgelegd aan twee onderzoekers, actief op het gebied van zorgevaluatie en vragenlijstconstructie. Zij hebben hun mening gegeven over de samengevatte eisen en daar waar in hun optiek nodig, van commentaar voorzien. Op basis van dit commentaar is een definitief overzicht van de eisen opgesteld Fase 3: Selectie, inventarisatie en beoordeling van potentieel geschikte meetinstrumenten uit de MDS Aangezien er meetinstrumenten zijn die meer aspecten meten dan het meetdomein waarin ze door SBG in de MDS zijn ingedeeld, zijn in eerste instantie alle meetinstrumenten, onafhankelijk van het meetdomein waarin ze ondergebracht zijn, in beschouwing genomen 5. Voor de meetpretenties van de instrumenten zijn de factsheets zoals opgesteld door SBG als uitgangspunt genomen 6. Indien deze informatie niet toereikend was, is aanvullende informatie gezocht in de instrumentendatabase van het Expertisecentrum Forensische Psychiatrie (EFP), en de eventueel beschikbare handleidingen of sleutelpublicaties. Er is beoordeeld of de meetpretentie van het instrument (of de eventuele afzonderlijke schalen) aansloot op de relevante aspecten uit de werkdefinitie van behandelvoortgang. De aldus door de onderzoekers beschouwde meetinstrumenten zijn getoetst aan een collega-onderzoeker om overeenstemming te waarborgen voor de selectie en deze eerste beoordeling. De geselecteerde instrumenten zijn vervolgens verder beoordeeld aan de hand van de in Fase 2 opgestelde eisen. De conclusies van deze beoordeling zijn opgenomen in het uiteindelijke advies Fase 4: Selectie, inventarisatie en beoordeling van potentieel geschikte meetinstrumenten buiten de MDS Als uitgangspunt voor de eerste selectie van meetinstrumenten voor behandelvoortgang buiten de MDS is de instrumentendatabase van het EFP genomen 7. Vervolgens is gekeken of in het EFP-zorgprogramma Persoonlijkheidsstoornissen [19] en de Multidisciplinaire Richtlijn Persoonlijkheidsstoornissen [20] nog aanvullende, potentieel geschikte instrumenten worden genoemd. In aanvulling daarop is de specialismegroep Persoonlijkheidsstoornissen geraadpleegd ten behoeve van mogelijke geschikte instrumenten. Tevens zijn potentieel geschikte instrumenten die tijdens het raadplegen van literatuur naar voren kwamen toegevoegd aan de lijst. Beoordeeld is of de meetpretentie van het instrument (of de 5 Een voorbeeld is de IFBE: dit is als instrument voor risicotaxatie aangemerkt binnen de MDS, maar bevat deze tevens acht behandelitems Wel is een beperking aangebracht met betrekking tot de zorgdomeinen: de instrumenten uit de domeinen Kinderen en Jeugd, Dyslexie, Gerontopsychiatrie, Psychogeriatrie zijn bij voorbaat uitgesloten Geschikt instrument voor het meten van de behandelvoortgang bij forensische patiënten met een persoonlijkheidsstoornis 13

14 eventuele afzonderlijke schalen) aansloot op de relevante aspecten uit de werkdefinitie van behandelvoortgang. De kenmerken van de aldus geselecteerde meetinstrumenten zijn geïnventariseerd en beoordeeld, eerst op inhoudelijke en methodische aansluiting op de werkdefinitie, en vervolgens aan de hand van de verdere wensen en de eisen (uit Fase 2). Hiertoe zijn (nationale, internationale, wetenschappelijke en grijze) literatuur en databanken (zoals de instrumentendatabase van EFP) geraadpleegd. De op basis daarvan getrokken conclusies zijn opgenomen in het uiteindelijke advies. Geschikt instrument voor het meten van de behandelvoortgang bij forensische patiënten met een persoonlijkheidsstoornis 14

15 3 RESULTATEN In dit hoofdstuk worden de resultaten per fase weergegeven: als eerste de resultaten met betrekking tot de werkdefinitie, vervolgens de eisen die aan het meetinstrument gesteld worden, gevolgd door de selectie van meetinstrumenten binnen en buiten de MDS. Ten behoeve van een snelle navigatie zijn de conclusies over de resultaten per fase in grijze kaders weergegeven. Deze zijn te vinden op pagina 24, 29, 34 en 37. Daarna volgt in een stroomschema een overzicht van het beoordelingsproces. 3.1 Resultaten uit fase 1: werkdefinitie behandelvoortgang Hieronder worden als eerste de bevindingen voor wat betreft definiëring van behandelvoortgang bij patiënten met een persoonlijkheidsstoornis in de forensische setting in tweeën weergegeven: als eerste de bevindingen uit de overzichtsliteratuur en als tweede de bevindingen n.a.v. de expertraadplegingen. Vervolgens wordt afgesloten met een conclusie op basis van die twee bronnen Informatie uit overzichtsliteratuur Behandelingen in de forensische setting (algemeen) Algemeen wordt gesteld dat de behandeling van forensische patiënten erop gericht (is) belemmeringen van biologische, psychologische of sociale aard, die een zo zelfstandig mogelijk functioneren van de patiënt binnen een sociale context in de weg staan, op te heffen. Behandeling is, met andere woorden, globaal gericht op het doen verdwijnen van psychiatrische stoornissen, het aanleren van praktische, sociale en cognitieve vaardigheden en op het vergroten van de interactionele competentie, zodat de patiënt via resocialisatie of rehabilitatie zo goed mogelijk wordt geïntegreerd in enig maatschappelijk verband [5]. Het What works principe richt zich -zoals de naam al impliceert- op de elementen die werken bij het terugdringen van recidive [21]. Het Risk Needs Responsivity Model (RNR-model) is hieruit voortgevloeid. Het model beschrijft waaraan een effectieve psychiatrisch-forensische behandeling dient te voldoen [21]. Zo moet de behandeling: een gepaste intensiteit en beveiliging kennen, afgestemd op het recidive-risico van de patiënt (risicobeginsel); gericht zijn op het aanbrengen van verandering in de bij de patiënt aanwezige dynamische risicofactoren, ook wel criminogene behoeften genoemd (behoeftebeginsel); passend zijn gezien de leerstijl van de patiënt (responsiviteitsbeginsel); Het risicobeginsel houdt in dat de interventie aangepast moet worden aan het recidiverisico: doorgaans resulteert dat in een aanpak die qua intensiteit samenhangt met de hoogte van het Geschikt instrument voor het meten van de behandelvoortgang bij forensische patiënten met een persoonlijkheidsstoornis 15

16 recidiverisico. Het behoeftebeginsel beschrijft dat de interventie gericht moet zijn op het beïnvloeden van de factoren die samenhangen met het delinquente gedrag. Tenslotte stelt het responsiviteitsbeginsel dat interventies aangepast moeten worden aan de leerstijl van de patiënt. Voor het naleven van het behoeftebeginsel is het van belang dat de belangrijkste factoren die samenhangen met het delinquente gedrag de risicofactoren- bekend zijn. Andrews en Bonta hebben deze geschaard onder de zogenaamde central eight [22, 23]. Deze omvatten: 1. de aanwezigheid van een antisociaal persoonlijkheidspatroon; 2. de aanwezigheid van antisociale cognities (antisociale waarden en normen); 3. de aanwezigheid van een antisociaal netwerk en antisociale relaties; 4. middelenmisbruik; 5. onvoldoende opleiding en geen werk; 6. geen emotionele binding met familie en gezin; 7. geen niet-criminele vrijetijdsbesteding; 8. een geschiedenis van antisociaal gedrag Het behoeftebeginsel doelt op de beïnvloedbare risicofactoren. Daarom is de achtste factor, geschiedenis van antisociaal gedrag, in een behandeling volgens het RNR-model, wel van belang voor bijvoorbeeld het vaststellen van het recidiverisico-, maar kan deze, gezien het statische karakter, niet beïnvloed worden. Het RNR-model is uitgebreid onderzocht en het blijkt dat aan hoe meer principes wordt voldaan, hoe effectiever de interventie is in het terugdringen van het recidiverisico [21]. Het RNR-model is dus vooral gericht op de risicofactoren, wat weliswaar essentieel is, maar - volgens critici- niet voldoende voor een effectieve behandeling [24]. Zij benadrukken dat er in dit model te weinig aandacht is voor de beschermende factoren. Onder andere om die redenen is een alternatieve benadering voor het RNR model ontwikkeld: het Good Lives Model [24]. Dit model is gericht op het bevorderen van welzijn en stelt de sterke eigenschappen van de patiënt centraal. Zo kan het helpen opbouwen van een ondersteunend netwerk het risico verlagen op eenzaamheid en negatieve invloeden (waardoor het onder andere de risicofactoren geen emotionele binding en aanwezigheid van een antisociaal netwerk beïnvloedt), en zodoende het recidiverisico in deze doelgroep verkleinen [25]. Het doel van het Good Lives Model is dan ook tweeledig: enerzijds het bevorderen van welzijn en anderzijds het verminderen en beheersen van het recidiverisico. De gedachte is dat het bevorderen van welzijn in de behandeling leidt tot een reductie van dynamische risicofactoren. Het bevorderen van welzijn wordt bereikt door het vervullen van levensbehoeften en doelen op een positieve wijze, in plaats van op een negatieve wijze door het plegen van delicten. De ontwikkelaars van het RNR-model claimen echter dat het Good Lives Model geen elementen bevat die niet al in het RNR-model zitten, al beamen zij ook het belang van het bevorderen van welzijn [21]. Veel onderzoek is er nog niet over de effecten van het Good Geschikt instrument voor het meten van de behandelvoortgang bij forensische patiënten met een persoonlijkheidsstoornis 16

17 Lives Model, maar de resultaten die er zijn, laten gunstige effecten zien op motivatie, behandeltrouw en coping vaardigheden [26]. Het lijkt erop dat beide modellen een vergelijkbaar doel hebben, maar vanuit een ander uitgangspunt werken; waar de een meer focust op de risicofactoren, bekijkt de ander vooral de beschermende factoren. Behandelingen voor patiënten met een persoonlijkheidsstoornis Mensen met een persoonlijkheidsstoornis vertonen veelal onaangepast en weinig flexibel gedrag, waardoor ze ernstig belemmerd worden op meerdere levensdomeinen, zoals werk, liefdesrelaties, vriendschappen, sociale contacten, onderhandelen en het omgaan met dagelijkse problemen [23, 27]. Mogelijke behandelvormen zijn inzicht gevende therapieën, de zogenaamde transference focused psychotherapy, de schemagerichte cognitieve therapie, en in sommige gevallen wordt medicatie ingezet [13]. Een bespreking van de beschikbare therapieën en hun effectiviteit voert in onderhavig kader te ver. Onderstaande beperkt zich tot waar behandelingen in de forensische setting zich in algemene zin op richten. Veel voorkomende symptomen bij persoonlijkheidsstoornissen in de forensische setting zijn impulsiviteit en agressie. Daarop richten zich dan ook de meeste psychologische interventies in de forensische sector [6]. Een wat bredere benadering richt zich tevens op de interpersoonlijke stijl, en op de cognities en affecten van de patiënt [5]. In een Nederlandse studie naar de effectiviteit van cognitieve gedragstherapie voor forensische patiënten met een persoonlijkheidsstoornis was de behandeling (ter verlaging van het recidiverisico) gericht op een toename van coping- en sociale vaardigheden, verminderen van wantrouwen, vijandigheid, boosheid en agressie, een toename van sociaal bewustzijn en zelfvertrouwen en van welzijn. Voor een deel van deze aspecten werd enig bewijs gevonden, te weten copingen sociale vaardigheden en welzijn [28]. Kijken we naar behandelingen buiten de forensische setting, dan laat een meta-analyse naar de effecten van psychotherapie bij persoonlijkheidsstoornissen zien, dat er grote effecten zijn met betrekking tot sociaal en interpersoonlijk functioneren, en middelgrote effecten met betrekking tot algemene klachten, impulsiviteit en agressiviteit [29]. Hoewel er maar twee onderzoeken waren die de effecten op de persoonlijkheidsstoornis zélf vaststelden, was het gevonden effect daarop substantieel (d=1.34). Opvattingen over persoonlijkheidsstoornissen In de literatuur buiten de forensische setting wordt dieper ingegaan op de processen die een rol spelen bij een persoonlijkheidsstoornis. Zo wordt een persoonlijkheidsstoornis gezien als een langdurige ontregeling van de integratie en organisatie van het persoonlijkheidssysteem, dat zich in normale omstandigheden aanpast aan dagelijkse veranderingen en problemen [30]. Meer specifiek wordt er gesproken over een gebrekkig functioneren van drie adaptieve systemen, te weten het adaptieve zelfsysteem (voor het vormen van stabiele en geïntegreerde beelden van zichzelf en anderen), het vermogen tot intimiteit, en het vermogen Geschikt instrument voor het meten van de behandelvoortgang bij forensische patiënten met een persoonlijkheidsstoornis 17

18 tot een effectief maatschappelijk functioneren [27, 30]. Een persoonlijkheidsstoornis wordt gezien als een dimensioneel fenomeen, in plaats van een categorisch verschijnsel, waarin de sterkte, of de (beperkte) ontwikkeling van bepaalde persoonlijkheidstrekken (die ook gezonde mensen in meer of minder mate bezitten) leiden tot minder goed functioneren. Dat zorgt voor het falen van de algemene adaptatie of een gebrekkig tot ontwikkeling gekomen intrapsychisch systeem dat nodig is om het volwassen leven aan te kunnen [31]. In het voorgestelde Alternatieve Model van de American Psychological Association (APA) Personality and Personality Disorders Workgroup van de DSM-5 is in aansluiting op die visie een poging gedaan om twee kernconcepten van persoonlijkheidspathologie te beschrijven. Volgens deze werkgroep wordt persoonlijkheidspathologie in essentie gekenmerkt door problemen in het functioneren van het Zelf en problemen in het Interpersoonlijke functioneren. Elk van deze twee kernconcepten omvat twee elementen: Zelf-functioneren bestaat uit de elementen Identiteit en Zelfsturing en Interpersoonlijk functioneren bestaat uit de elementen Empathie en Intimiteit. Met het geheel aan deze concepten en elementen kan een zogenaamd Niveau van Persoonlijkheidsfunctioneren worden beschreven [31-33]. Deze indeling van concepten vertoont veel overeenkomsten met de domeinen die in de in Nederland ontwikkelde SIPP-118, een vragenlijst om de ernst van persoonlijkheidsproblemen vast te stellen, worden vastgesteld. De ontwikkelaars hebben de drie eerder genoemde adaptieve systemen uitgewerkt in de vijf domeinen: zelfcontrole, identiteitsintegratie, relationeel functioneren, sociale concordantie en verantwoordelijkheid. De vragenlijst, die scores op deze vijf domeinen vaststelt, bleek in staat om verschillen tussen gezonde en zieke populaties zichtbaar te maken. De gevonden verschillen waren bestand tegen kortetermijn fluctuaties, maar gaven na middellange termijn (én na behandeling van gemiddeld 11,4 maanden) verbetering aan [27]. Dat geeft enige aanwijzingen dat het functioneren van de adaptieve systemen te beïnvloeden is met behandeling. Bovenstaande geeft aan dat behandelvoortgang, en de evaluatie daarvan aan de hand van behandeluitkomsten, zich afspeelt op meerdere gebieden, en dat de afbakening daarvan varieert van vrij beperkt (gericht op impulsiviteit en agressiviteit), of vrij gedetailleerd via de vijf domeinen die de adaptieve systemen in kaart brengen, of de vier elementen uit het zelf en het interpersoonlijke functioneren, tot zeer breed (klachten, en praktische-, sociale- en cognitieve vaardigheden ten behoeve van integratie in maatschappelijke verbanden). Behandeluitkomsten en meetdomeinen Behandeluitkomsten worden doorgaans ingedeeld in een aantal domeinen [14, 18]. Zo zijn er de directe klachten/symptomen maar men kan ook kijken naar (positieve) gevolgen van Geschikt instrument voor het meten van de behandelvoortgang bij forensische patiënten met een persoonlijkheidsstoornis 18

19 behandeling op het gebied van functioneren en kwaliteit van leven 8. Onder functioneren vallen aspecten als ADL (algemene dagelijkse levensverrichtingen) activiteiten, cognitief-, sociaal-, en seksueel functioneren, maar ook (maatschappelijke) activiteiten en participatie. Uit een meta-analyse is gebleken dat behandelingen op een aantal van deze domeinen vooruitgang kunnen bewerkstelligen [29]. Met betrekking tot het functioneren is de benadering volgens de ICF (International Classification of Functioning, disability and health) interessant, hoewel daarin niet wordt gesproken over functioneren, maar over activiteiten en participatie [34]. Met behulp van ICF Core sets worden activiteiten- en participatieaspecten beschreven die als gevolg van bepaalde aandoeningen aangedaan kunnen zijn. Het begrip Kwaliteit van leven heeft objectieve en subjectieve aspecten. Het kan verwijzen naar de objectieve beperkingen die iemand heeft in zijn functioneren en de consequenties daarvan voor zijn levensomstandigheden, maar ook naar de subjectieve ervaring daarvan [35, 36]. De verschillende domeinen -klachten/symptomen, functioneren, kwaliteit van leven- worden in de praktijk overigens niet altijd even scherp van elkaar onderscheiden. Zo wordt in de MDS van SBG de HoNOS geaccepteerd als instrument voor het vaststellen van functioneren, terwijl deze ook schalen bevat die betrekking hebben op symptomen en gedrag. Bij kwaliteit van leven gaat het in sommige definities [35] ook om het functioneren van patiënten. Generiek of specifiek vaststellen Klachten/symptomen (of gedrag) kunnen stoornis-specifiek of generiek worden vastgesteld. Een stoornis-specifieke vaststelling betreft bijvoorbeeld de ernst van de stoornis, of een vaststelling van een set aspecten die alleen aan de orde is bij een bepaalde diagnosegroep. Een generieke vaststelling van symptomen of gedrag is het woord zegt het al -is veel breder van aard. Het kan gaan om symptomen die voor patiënten met verschillende stoornissen gelden, voor alle patiënten, of gezien deze context, voor alle patiënten in de forensische setting. Hetzelfde geldt voor functioneren en kwaliteit van leven. Zo zijn er vanuit de ICF voor wat betreft functioneren core sets ontwikkeld voor borstkanker, maar ook voor een aantal psychiatrische stoornissen, zoals bipolaire stoornissen en depressie. Volgens deze benadering kan de kwaliteit van het functioneren van een patiënt diagnosespecifiek vastgesteld worden. Spreekt men over een generieke vaststelling van functioneren, dan gaat het om aspecten die voor alle patiënten zouden kunnen gelden, ongeacht welke stoornis zij hebben [18]. Met kwaliteit van leven wordt doorgaans ziekte gerelateerde kwaliteit van leven bedoeld: dat betreft levensdomeinen (op lichamelijk, psychisch en sociaal gebied) die door ziekte en gezondheidszorg worden beïnvloed [35]. Ook hier kan men spreken van generieke kwaliteit 8 Overigens, is er binnen het veld niet altijd eenheid van taal: in een aantal relevante publicaties wordt ook wel gesproken over psychiatrisch functioneren (15) en ernst van de problematiek (8), zonder verdere definiëring of afbakening. Wij zullen ons in dit stuk beperken tot de domeinen klachten/symptomen, functioneren en kwaliteit van leven. Onder klachten en symptomen scharen wij ook (probleem)gedrag zoals impulsiviteit en agressiviteit. Geschikt instrument voor het meten van de behandelvoortgang bij forensische patiënten met een persoonlijkheidsstoornis 19

20 van leven, waarbij levensdomeinen worden geëvalueerd die gelden voor alle mensen, ongeacht of- en van welke aandoening er sprake is. Ziekte specifieke kwaliteit van leven wordt vastgesteld aan de hand van aspecten die alleen gelden voor een bepaalde aandoening (zoals pijn en stijfheid bij artrose). Vaststelling van behandelvoortgang door wie? Het gedwongen kader van de forensische setting zorgt ervoor dat vaak sprake is van een gebrekkige behandelmotivatie, en angst voor of achterdocht ten aanzien van negatieve consequenties die uitkomsten van psychologische onderzoeken kunnen hebben. Samen met het gegeven dat de persoonlijkheidsstoornis bij een groot deel van de patiënten in de forensische setting gepaard gaat met een gebrek aan lijdensdruk, externalisatie van problemen, en een zwakke zelfreflectie, draagt dit bij aan de overtuiging dat zelfrapportage bij deze patiënten voor een vertekening van de werkelijkheid zorgt [6, 37]. Patiënten zullen eerder geneigd zijn tot een defensieve en/of sociaal wenselijke opstelling, of zelfs misleiding en manipulatie [6]. Daarom moet bij het gebruik van psychologische tests ten behoeve van diagnostisch onderzoek altijd gebruik gemaakt worden van collaterale informatie, zoals het strafblad, het medisch dossier en interviews met significante anderen [6]. Het ligt voor de hand dat deze mechanismen niet alleen gelden voor de diagnostische fase, maar ook als het gaat om de vaststelling van behandelvoortgang, als de behandeling eenmaal is gestart. Misschien minder sterk, mogelijk doordat patiënten al veroordeeld zijn en de behandeling zijn vruchten afwerpt, maar ook in een eenmaal lopende forensische behandeling kunnen patiënten weinig gemotiveerd zijn om zich te laten kennen en bij de beantwoording van vragen rekening houden met gevolgen van hun antwoorden voor bepaalde vrijheden of verloven Bevindingen uit de raadpleging van experts De meeste experts gaven in de interviews aan dat zij het een lastig onderwerp vonden, en dat dit thema niet voor niets onderwerp van onderzoek was. De algemene indruk is dat, ook al vallen de persoonlijkheidsstoornissen voor een zeer groot deel van de patiënten in het B- cluster, men toch een grote diversiteit aan toestandsbeelden waarneemt. Op de vraag welke aspecten het recidiverisico van patiënten met een persoonlijkheidsstoornis vergroten en waar de behandelingen zich op richten, gaf een groot deel van de experts aan dat dit voornamelijk de dynamische risicofactoren betreft. Impulsiviteit en agressie werd een aantal malen genoemd, daarnaast kwam wantrouwen, krenkbaarheid, (affectieve) instabiliteit, identiteitsdiffusie en vaardigheden op het gebied van emotieregulatie een aantal keer voor. Agressie en/of impulsiviteit zou een gevolg kunnen zijn van de stoornis, en niet zozeer inherent aan die stoornis zelf zijn. Een ander aspect dat werd genoemd als mogelijk aspect van behandelvoortgang was continuïteit van zorg: met name bij korte strafrechtelijke trajecten Geschikt instrument voor het meten van de behandelvoortgang bij forensische patiënten met een persoonlijkheidsstoornis 20

Onderzoek naar een geschikt instrument voor het meten van de behandelvoortgang bij forensische patiënten met een seksuele stoornis

Onderzoek naar een geschikt instrument voor het meten van de behandelvoortgang bij forensische patiënten met een seksuele stoornis Onderzoek naar een geschikt instrument voor het meten van de behandelvoortgang bij forensische patiënten met een seksuele stoornis Suzan Oudejans, Masha Spits, Annet Nugter, Stefan van Bokkem Amsterdam,

Nadere informatie

P. de Beurs, psychiater en adviseur voor de IGZ

P. de Beurs, psychiater en adviseur voor de IGZ P. de Beurs, psychiater en adviseur voor de IGZ Dilemma s bij risicotaxatie Risicotaxatie is een nieuw en modieus thema in de GGZ Veilige zorg is een illusie Hoe veiliger de zorg, hoe minder vrijheid voor

Nadere informatie

De psychometrische eigenschappen van de HKT-R Michelle Willems

De psychometrische eigenschappen van de HKT-R Michelle Willems De psychometrische eigenschappen van de HKT-R Michelle Willems Symposium HKT-R: introductie van een gereviseerd instrument voor risicotaxatie en behandelevaluatie Donderdag 13 juni 2013, Conferentiecentrum

Nadere informatie

Aandachtsklachten en aandachtsstoornissen worden geobserveerd in verschillende volwassen

Aandachtsklachten en aandachtsstoornissen worden geobserveerd in verschillende volwassen SAMENVATTING Aandachtsklachten en aandachtsstoornissen worden geobserveerd in verschillende volwassen klinische populaties, waaronder ook de Aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit (ADHD). Ook al wordt

Nadere informatie

General Personality Disorder. A study into the Core Components of Personality Pathology J.G. Berghuis

General Personality Disorder. A study into the Core Components of Personality Pathology J.G. Berghuis General Personality Disorder. A study into the Core Components of Personality Pathology J.G. Berghuis SAMENVATTING General Personality Disorder H. Berghuis Hoofdstuk 1 is de inleiding van dit proefschrift.

Nadere informatie

Severity Indices for Personality Problems (SIPP-118 en SIPP-SF) Laura Weekers & Annelies Laurenssen Trimbos Instituut, 3 februari 2016

Severity Indices for Personality Problems (SIPP-118 en SIPP-SF) Laura Weekers & Annelies Laurenssen Trimbos Instituut, 3 februari 2016 Severity Indices for Personality Problems (SIPP-118 en SIPP-SF) Laura Weekers & Annelies Laurenssen Trimbos Instituut, 3 februari 2016 Inhoud Theoretische achtergrond Ontwikkeling SIPP Domeinen en facetten

Nadere informatie

Cover Page. The handle holds various files of this Leiden University dissertation.

Cover Page. The handle  holds various files of this Leiden University dissertation. Cover Page The handle http://hdl.handle.net/1887/43602 holds various files of this Leiden University dissertation. Author: Fenema, E.M. van Title: Treatment quality in times of ROM Issue Date: 2016-09-15

Nadere informatie

Instrument voor Forensische Behandel Evaluatie

Instrument voor Forensische Behandel Evaluatie Instrument voor Forensische Behandel Evaluatie IFBE Besluitvorming omtrent de voortgang van de behandeling gebeurt bij een forensisch psychiatrische patiënt doorgaans op basis van geschreven bijdrages

Nadere informatie

Samenvatting. Adviesaanvraag

Samenvatting. Adviesaanvraag Samenvatting Adviesaanvraag De antisociale persoonlijkheidsstoornis (ASP) is een psychiatrische stoornis die wordt gekenmerkt door een duurzaam patroon van egocentrisme, impulsiviteit en agressiviteit.

Nadere informatie

Cognitieve gedragstherapie

Cognitieve gedragstherapie Cognitieve gedragstherapie Een succesvolle psychotherapie voor diverse emotionele stoornissen en problemen Afdeling Psychiatrie en Medische Psychologie Wat is Cognitieve Gedragstherapie? Cognitieve gedragstherapie

Nadere informatie

Gebruik van de OQ-45 in de behandeling, ook U? Katinka Franken Neuropsycholoog

Gebruik van de OQ-45 in de behandeling, ook U? Katinka Franken Neuropsycholoog Gebruik van de OQ-45 in de behandeling, ook U? Katinka Franken Neuropsycholoog zondag 19 februari 2012 Doelen ROM (routine outcome monitoring) Secundair 1. gegevensverzameling voor beleid 2. gegevensverzameling

Nadere informatie

Risicotaxatie en risicohantering geweld bij jongeren

Risicotaxatie en risicohantering geweld bij jongeren Risicotaxatie en risicohantering geweld bij jongeren dr. Henny Lodewijks hlodewijks@lsg-rentray.nl Kijvelanden conferentie 1-12-2011 SAVRY Historische risicofactoren: 1. Eerder gewelddadig gedrag 2. Eerder

Nadere informatie

Langdurige Forensische Psychiatrie

Langdurige Forensische Psychiatrie Zorgzwaarte Checklijst Langdurige Forensische Psychiatrie Drs. Peter C. Braun, Dr. Erik Bulten Persoonlijke gegevens van de patiënt: Naam tbs-gestelde: Geboortedatum: TBS nummer: Verblijfplaats ten tijde

Nadere informatie

Risicotaxatie en Beschermende Factoren voor Gewelddadig Gedrag

Risicotaxatie en Beschermende Factoren voor Gewelddadig Gedrag Risicotaxatie en Beschermende Factoren voor Gewelddadig Gedrag Michiel de Vries Robbé 10 november 2015 Inhoud Risicotaxatie van geweld: Achtergrond risicotaxatie Verschillende instrumenten Risicofactoren

Nadere informatie

Persoonlijkheidsstoornissen Kortdurend Behandelaanbod

Persoonlijkheidsstoornissen Kortdurend Behandelaanbod Persoonlijkheidsstoornissen Kortdurend Behandelaanbod U bent niet de enige Een op de tien Nederlanders heeft te maken met een persoonlijkheidsstoornis of heeft trekken hiervan. De Riagg Maastricht is gespecialiseerd

Nadere informatie

Scelta is onderdeel van

Scelta is onderdeel van DSM 5 PERSOONLIJKHEIDSSTOORNISSEN Lucas Goessens, psychiater Annika Cornelissen, klinisch psycholoog SECTIE II (categoraal perspectief) Cluster A Paranoïde PS Schizoïde PS Schizotypische PS Cluster B Antisociale

Nadere informatie

De intramurale behandeling van forensische patienten met een persoonlijkheidsstoornis

De intramurale behandeling van forensische patienten met een persoonlijkheidsstoornis De intramurale behandeling van forensische patienten met een persoonlijkheidsstoornis Een empirische studie Treatment outcome in personality disordered forensic patients An empirical study ( with a summary

Nadere informatie

De ontwikkeling van de HKT Van 1999 naar 2013

De ontwikkeling van de HKT Van 1999 naar 2013 De ontwikkeling van de HKT Van 1999 naar 2013 Presentatie op symposium introductie HKT versie 2013 Eindhoven 13 juni 2013 Dr. EFJM Brand Hoofdkantoor DJI afdeling DBO ASK Waarom de historie van de HKT

Nadere informatie

Kennissessie Meetinstrumenten Kennissessie meetinstrumenten. Overstappen van meetinstrument, naar welk en hoe?

Kennissessie Meetinstrumenten Kennissessie meetinstrumenten. Overstappen van meetinstrument, naar welk en hoe? Kennissessie Meetinstrumenten 09-05-2016 Kennissessie meetinstrumenten Overstappen van meetinstrument, naar welk en hoe? Besluit SBG Communicatie 29/12/2015 Per 1 juli 2016 wordt het aantal meetinstrumenten

Nadere informatie

Forensische academie. Vivienne de Vogel. RINO 24 mei 2014

Forensische academie. Vivienne de Vogel. RINO 24 mei 2014 Forensische academie Vivienne de Vogel RINO 24 mei 2014 Inhoud Forensische academie Risicotaxatie: enkele trainingen uitgelicht Geweld algemeen Beschermende factoren Zeden Vrouwen geweld Forensische academie

Nadere informatie

Prestatie-indicatoren forensische psychiatrie verslagjaar 2013

Prestatie-indicatoren forensische psychiatrie verslagjaar 2013 Prestatie-indicatoren forensische psychiatrie verslagjaar 2013 Versie 1.0 Status: Vastgesteld Pagina 1 van 18 Colofon Afzendgegevens Directie Forensische Zorg Turfmarkt 147 2511 DP Postbus 30132 Den Haag

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting 134 Nederlandse samenvatting De inleiding van dit proefschrift beschrijft de noodzaak onderzoek te verrichten naar interpersoonlijk trauma en de gevolgen daarvan bij jongeren in

Nadere informatie

Dynamische risicotaxatie

Dynamische risicotaxatie Dynamische risicotaxatie Wens of werkelijkheid? Martien Philipse Pompestichting, Nijmegen Studiemiddag NVK - WODC, Den Haag 17 november 2006 De eerste wet van risicotaxatie De beste voorspeller van gedrag

Nadere informatie

het laagste niveau van psychologisch functioneren direct voordat de eerste bestraling begint. Zowel angstgevoelens als depressieve symptomen en

het laagste niveau van psychologisch functioneren direct voordat de eerste bestraling begint. Zowel angstgevoelens als depressieve symptomen en Samenvatting In de laatste 20 jaar is er veel onderzoek gedaan naar de psychosociale gevolgen van kanker. Een goede zaak want aandacht voor kanker, een ziekte waar iedereen in zijn of haar leven wel eens

Nadere informatie

SAMENVATTING SAMENVATTING. Werk en Psychische Gezondheid: Studies naar de invloed van werk kenmerken, sociale rollen en gender

SAMENVATTING SAMENVATTING. Werk en Psychische Gezondheid: Studies naar de invloed van werk kenmerken, sociale rollen en gender SAMENVATTING Werk en Psychische Gezondheid: Studies naar de invloed van werk kenmerken, sociale rollen en gender In de jaren negentig werd duidelijk dat steeds meer werknemers in Nederland, waaronder in

Nadere informatie

Hoofdstuk 1 Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 1 Hoofdstuk 2 179 In dit proefschrift werden de resultaten beschreven van studies die zijn verricht bij volwassen vrouwen met symptomen van bekkenbodem dysfunctie. Deze symptomen komen frequent voor en kunnen de kwaliteit

Nadere informatie

Het belang van beschermende factoren bij vermindering van het recidiverisico. Vivienne de Vogel. 15 september 2014

Het belang van beschermende factoren bij vermindering van het recidiverisico. Vivienne de Vogel. 15 september 2014 Het belang van beschermende factoren bij vermindering van het recidiverisico Vivienne de Vogel 15 september 2014 Inhoud Risicotaxatie in de dagelijkse praktijk: van taxatie naar management De waarde van

Nadere informatie

Summery. Effectiviteit van een interventieprogramma op arm-, schouder- en nekklachten bij beeldschermwerkers

Summery. Effectiviteit van een interventieprogramma op arm-, schouder- en nekklachten bij beeldschermwerkers ummery amenvatting Effectiviteit van een interventieprogramma op arm-, schouder- en nekklachten bij beeldschermwerkers 207 Algemene introductie Werkgerelateerde arm-, schouder- en nekklachten zijn al eeuwen

Nadere informatie

Indicatiestelling voor behandeling vanuit het PO : een heilige graal? Bert van Rossum, klinisch psycholoog

Indicatiestelling voor behandeling vanuit het PO : een heilige graal? Bert van Rossum, klinisch psycholoog Indicatiestelling voor behandeling vanuit het PO : een heilige graal? Bert van Rossum, klinisch psycholoog Congres: Laten professionals hun werk goed doen! Ede,12 10 2015 Ervaren clinici om de heilige

Nadere informatie

Persoonlijkheidsstoornissen in DSM-5. M.A. Louter

Persoonlijkheidsstoornissen in DSM-5. M.A. Louter Persoonlijkheidsstoornissen in DSM-5 M.A. Louter 6-9-2016 2 Casusbespreking Ivo Croon, 32 jaar Doorverwezen voor psychisch onderzoek door werkgever Leek bij sollicitatie gekwalificeerd (2 diploma s) Echter:

Nadere informatie

Persoonlijkheidsstoornis Cluster C

Persoonlijkheidsstoornis Cluster C Persoonlijkheidsstoornis Cluster C Deze folder geeft informatie over de diagnostiek en behandeling van cluster C persoonlijkheidsstoornissen. Wat is een cluster C Persoonlijkheidsstoornis? Er bestaan verschillende

Nadere informatie

De PID-5 brengt het DSM-5 persoonlijkheidstrekkenmodel in kaart

De PID-5 brengt het DSM-5 persoonlijkheidstrekkenmodel in kaart DSM-5 whitepaper De PID-5 brengt het DSM-5 persoonlijkheidstrekkenmodel in kaart Prof. dr. Gina Rossi, Vakgroep Klinische en LEvensloopPsychologie (KLEP) aan de Vrije Universiteit Brussel De Personality

Nadere informatie

arbo 42 11-10-2013 17:27:30

arbo 42 11-10-2013 17:27:30 arbo 42 11-10-2013 17:27:30 e brengen een hoge werkdruk vaak in verband met een breed scala aan gezondheids- en veiligheidsrisico s, variërend van vermoeidheid en fysieke klachten tot hartziekten of ongelukken

Nadere informatie

Interventie Grip op Agressie

Interventie Grip op Agressie Interventie Grip op Agressie 1 Erkenning Erkend door deelcommissie Justitiële interventies Datum: december 2012 Oordeel: Goed onderbouwd De referentie naar dit document is: Hilde Niehoff (2012). Justitieleinterventies.nl:

Nadere informatie

Mentale kracht in de Forensische Psychiatrie

Mentale kracht in de Forensische Psychiatrie Mentale Mentale kracht in de Forensische Psychiatrie LFPZ,Zeeland, 11 juni 2009 Jan Auke Walburg Principes van positieve psychologie Bestudering positieve subjectieve ervaringen en constructieve cognities.

Nadere informatie

Informatie voor Familieleden omtrent Psychose. InFoP 2. Inhoud

Informatie voor Familieleden omtrent Psychose. InFoP 2. Inhoud Informatie voor Familieleden omtrent Psychose InFoP 2 Inhoud Introductie Module I: Wat is een psychose? Module II: Psychose begrijpen? Module III: Behandeling van psychose de rol van medicatie? Module

Nadere informatie

Dit proefschrift presenteert de resultaten van het ALASCA onderzoek wat staat voor Activity and Life After Survival of a Cardiac Arrest.

Dit proefschrift presenteert de resultaten van het ALASCA onderzoek wat staat voor Activity and Life After Survival of a Cardiac Arrest. Samenvatting 152 Samenvatting Ieder jaar krijgen in Nederland 16.000 mensen een hartstilstand. Hoofdstuk 1 beschrijft de achtergrond van dit proefschrift. De kans om een hartstilstand te overleven is met

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting De levensverwachting van mensen met een ernstige psychiatrische aandoening (EPA) is gemiddeld 13-30 jaar korter dan die van de algemene bevolking. Onnatuurlijke doodsoorzaken zoals

Nadere informatie

Zorgprogramma voor mensen met gerontopsychiatrische problematiek in het verpleeghuis

Zorgprogramma voor mensen met gerontopsychiatrische problematiek in het verpleeghuis Zorgprogramma voor mensen met gerontopsychiatrische problematiek in het verpleeghuis Anne van den Brink Specialist Ouderengeneeskunde Onderzoeker Pakkende ondertitel Inhoud presentatie Inleiding Aanleiding

Nadere informatie

Hybride werken bij diagnose en advies. Inleiding

Hybride werken bij diagnose en advies. Inleiding Hybride werken bij diagnose en advies Inleiding Hybride werken is het combineren van 2 krachtbronnen. Al eerder werd aangegeven dat dit bij de reclassering gaat over het combineren van risicobeheersing

Nadere informatie

Samenvatting (Summary in Dutch)

Samenvatting (Summary in Dutch) Samenvatting (Summary in Dutch) Het aantal eerste en tweede generatie immigranten in Nederland is hoger dan ooit tevoren. Momenteel wonen er 3,2 miljoen immigranten in Nederland, dat is 19.7% van de totale

Nadere informatie

Principes bij de behandeling in de forensische psychiatrie

Principes bij de behandeling in de forensische psychiatrie Principes bij de behandeling in de forensische psychiatrie Inleiding Binnen de forensisch psychiatrische behandelsetting is het doel van de behandeling primair het verminderen van delictrisico s of risico

Nadere informatie

PATHOLOGIE EN BEHANDELING BIJ

PATHOLOGIE EN BEHANDELING BIJ PATHOLOGIE EN BEHANDELING BIJ PATIËNTEN MET NOOD AAN ZEER INTENSIEVE ZORG DR. P. NEUTELEERS - SILKE VERCRUYSSE - JORN BOEIJKENS Afdeling Schelde Zeer Intensieve Zorg binnen FPC Gent Silke Vercruysse -

Nadere informatie

FORENSISCH AMBULANTE RISICO EVALUATIE FARE

FORENSISCH AMBULANTE RISICO EVALUATIE FARE E T N A L U B M A H C S I S N FORE E R A F E I T A U L A V E O C I S RI G IN R O C S N E T N U P S T H C A D UITLEG EN AAN FORENSISCH AMBULANTE RISICO EVALUATIE FARE Doel Vaststellen recidiverisico en

Nadere informatie

Kindermishandeling: Prevalentie. Psychopathologie

Kindermishandeling: Prevalentie. Psychopathologie Wereldwijd komt een schrikbarend aantal kinderen in aanraking met kindermishandeling, in de vorm van lichamelijke mishandeling of seksueel misbruik, verwaarlozing, of gebrek aan toezicht. Soms zijn kinderen

Nadere informatie

Effectief vroegtijdig ingrijpen: Een verkennend onderzoek naar effectief vroegtijdig ingrijpen ter voorkoming van ernstig delinquent gedrag.

Effectief vroegtijdig ingrijpen: Een verkennend onderzoek naar effectief vroegtijdig ingrijpen ter voorkoming van ernstig delinquent gedrag. Effectief vroegtijdig ingrijpen: Een verkennend onderzoek naar effectief vroegtijdig ingrijpen ter voorkoming van ernstig delinquent gedrag. Samenvatting De Top600 bestaat uit een groep van 600 jonge veelplegers

Nadere informatie

Nieuwsbrief. In deze nieuwsbrief: Introductie. nummer 5, mei 2012

Nieuwsbrief. In deze nieuwsbrief: Introductie. nummer 5, mei 2012 Nieuwsbrief nummer 5, mei 2012 In deze nieuwsbrief: Vooraankondiging: jaarlijkse ROM-bijeenkomst SynQuest op 6 november Databewerking ROM van start Laatste loodjes 100 procent betrouwbaar maken vragenlijsten

Nadere informatie

Nederlandse Samenvatting

Nederlandse Samenvatting Nederlandse Samenvatting Titel: Cognitieve Kwetsbaarheid voor Depressie: Genetische en Omgevingsinvloeden Het onderwerp van dit proefschrift is cognitieve kwetsbaarheid voor depressie en de wisselwerking

Nadere informatie

richtlijnen opstellen, al dan niet voor specifieke dadertype/doelgroepen

richtlijnen opstellen, al dan niet voor specifieke dadertype/doelgroepen een overzicht van behandelprogramma s gericht op dynamische risicofactoren (Thornton, 2013) Behandelprogramma: (psycho) therapeutische interventies op cognities, emoties en gedrag richtlijnen opstellen,

Nadere informatie

Vroeginterventie via het internet voor depressie en angst

Vroeginterventie via het internet voor depressie en angst Samenvatting 141 Vroeginterventie via het internet voor depressie en angst Hoofdstuk 1 is de inleiding van dit proefschrift. Internetbehandeling voor depressie en angst is bewezen effectief. Dit opent

Nadere informatie

HOOFDSTUK 1: INLEIDING

HOOFDSTUK 1: INLEIDING 168 Samenvatting 169 HOOFDSTUK 1: INLEIDING Bij circa 13.5% van de ouderen komen depressieve klachten voor. Met de term depressieve klachten worden klachten bedoeld die klinisch relevant zijn, maar niet

Nadere informatie

Interventies voor jji en jeugdzorgplus. Leonieke Boendermaker

Interventies voor jji en jeugdzorgplus. Leonieke Boendermaker Interventies voor jji en jeugdzorgplus Leonieke Boendermaker 20 mei 2009 Evident? 1. Problemen doelgroep 2. Interventies die leiden tot vermindering problemen 3. Noodzaak goede implementatie 2 Om wat voor

Nadere informatie

Ontwikkelingen. DGT bij ASS. Michelle Teluij. Eindreferaat 22-04-2014

Ontwikkelingen. DGT bij ASS. Michelle Teluij. Eindreferaat 22-04-2014 Ontwikkelingen DGT bij ASS Michelle Teluij Eindreferaat 22-04-2014 Inhoud Achtergrond Vraagstelling Resultaten Literatuur Interviews therapeuten Database DGT Zetten Conclusie Aanbevelingen Achtergrond

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting. Het in kaart brengen en bespreken van de kwaliteit van leven van adolescenten met type 1 diabetes in de reguliere zorg

Nederlandse samenvatting. Het in kaart brengen en bespreken van de kwaliteit van leven van adolescenten met type 1 diabetes in de reguliere zorg Nederlandse samenvatting Het in kaart brengen en bespreken van de kwaliteit van leven van adolescenten met type 1 diabetes in de reguliere zorg Dit proefschrift richt zich op adolescenten met type 1 diabetes

Nadere informatie

SAMENVATTING. Samenvatting

SAMENVATTING. Samenvatting Samenvatting SAMENVATTING PSYCHOMETRISCHE EIGENSCHAPPEN VAN ADL- EN WERK- GERELATEERDE MEETINSTRUMENTEN VOOR HET METEN VAN BEPERKINGEN BIJ PATIËNTEN MET CHRONISCHE LAGE RUGPIJN. Chronische lage rugpijn

Nadere informatie

samenvatting 127 Samenvatting

samenvatting 127 Samenvatting 127 Samenvatting 128 129 De ziekte van Bechterew, in het Latijn: Spondylitis Ankylopoëtica (SA), is een chronische, inflammatoire reumatische aandoening die zich vooral manifesteert in de onderrug en wervelkolom.

Nadere informatie

InFoP 2. Informatie voor Familieleden omtrent Psychose. Inhoud. Inleiding

InFoP 2. Informatie voor Familieleden omtrent Psychose. Inhoud. Inleiding Informatie voor Familieleden omtrent Psychose InFoP 2 Inhoud Introductie Module I: Wat is een psychose? Module II: Psychose begrijpen? Module III: Behandeling van psychose de rol van medicatie? Module

Nadere informatie

Vermaatschappelijking van de zorg: artikel 107 in cijfers

Vermaatschappelijking van de zorg: artikel 107 in cijfers Vermaatschappelijking van de zorg: artikel 107 in cijfers Overzicht Situering onderzoek Voorstelling vragenlijsten Resultaten Samenstelling doelgroep: leeftijd en geslacht Frequentie symptomatologie Evolutie

Nadere informatie

Leidraad beoordelingen behandelingen tot verzekerde pakket door Kenniscentrum GGZ van Zorgverzekeraars Nederland

Leidraad beoordelingen behandelingen tot verzekerde pakket door Kenniscentrum GGZ van Zorgverzekeraars Nederland Leidraad beoordelingen behandelingen tot verzekerde pakket door Kenniscentrum GGZ van Zorgverzekeraars Nederland Mei 2014 Aanleiding Het CVZ beschrijft in het Rapport geneeskundige GGZ deel 2 de begrenzing

Nadere informatie

Persoonlijkheidsstoornissen: Werk aan de Winkel! Annemieke Noteboom Klinisch psycholoog Kenter Psychodiagnostiek Amsterdam

Persoonlijkheidsstoornissen: Werk aan de Winkel! Annemieke Noteboom Klinisch psycholoog Kenter Psychodiagnostiek Amsterdam Persoonlijkheidsstoornissen: Werk aan de Winkel! Annemieke Noteboom Klinisch psycholoog Kenter Psychodiagnostiek Amsterdam Enkele dilemma s in de diagnostiek Beperkingen van de categoriale indeling Wat

Nadere informatie

Beschrijving zorgclustermodel ggz. Voor deelnemers aan pilotfase 2

Beschrijving zorgclustermodel ggz. Voor deelnemers aan pilotfase 2 Beschrijving zorgclustermodel ggz Voor deelnemers aan pilotfase 2 Inhoud In document treft u de volgende informatie aan: 1. De beslisboom met de indeling van de zorgclusters; 2. De beschrijving van de

Nadere informatie

Samenvatting. Samenvatting

Samenvatting. Samenvatting Samenvatting Langdurig ziekteverzuim is een erkend sociaal-economisch en sociaal-geneeskundig probleem op nationaal en internationaal niveau. Verschillende landen hebben wettelijke maatregelen genomen

Nadere informatie

Toegankelijkheid en effectiviteit van de geestelijke gezondheidszorg voor ouderen. Samenvatting

Toegankelijkheid en effectiviteit van de geestelijke gezondheidszorg voor ouderen. Samenvatting Toegankelijkheid en effectiviteit van de geestelijke gezondheidszorg voor ouderen Hoofdstuk 1 is de algemene inleiding van dit proefschrift. Psychische stoornissen komen geregeld voor bij ouderen (65-plus).

Nadere informatie

Samenvatting. Samenvatting

Samenvatting. Samenvatting Samenvatting Op grond van klinische ervaring en wetenschappelijk onderzoek, is bekend dat het gezamenlijk voorkomen van een pervasieve ontwikkelingsstoornis en een verstandelijke beperking tot veel bijkomende

Nadere informatie

Positioneren van de SPV

Positioneren van de SPV Regiobijeenkomst SPV-en Friesland 27 november 2014 Positioneren van de SPV Gerard Lohuis Historie van SPV Eind jaren 60 vorige eeuw - Opnamebekorten - Opname voorkomen - Professional die in de thuissituatie

Nadere informatie

Inleiding. Familiale kwetsbaarheid en geslacht. Samenvatting

Inleiding. Familiale kwetsbaarheid en geslacht. Samenvatting Inleiding Depressie en angst zijn veel voorkomende psychische stoornissen. Het ontstaan van deze stoornissen is gerelateerd aan een breed scala van risicofactoren, zoals genetische kwetsbaarheid, neurofysiologisch

Nadere informatie

Hilde Niehoff. Behandelaanbod Trajectum Hoeve Boschoord voor cliënten met agressie problematiek

Hilde Niehoff. Behandelaanbod Trajectum Hoeve Boschoord voor cliënten met agressie problematiek Hilde Niehoff Behandelaanbod Trajectum Hoeve Boschoord voor cliënten met agressie problematiek 1 Behandelprogramma agressie van wetenschap naar praktijk Specialisatie agressieproblematiek De specialisatie

Nadere informatie

PERSOONLIJKHEIDSSTOORNIS

PERSOONLIJKHEIDSSTOORNIS PERSOONLIJKHEIDSSTOORNIS PATIËNTENINFORMATIE ALGEMEEN Wat is een persoonlijkheidsstoornis? Ieder mens heeft een persoonlijkheid. Een persoonlijkheid is de optelsom van hoe u als persoon bent, hoe u zich

Nadere informatie

Innovatie in gestructureerde risicotaxatievan geweld: De HCR:V3 en SAPROF. Donderdag 6 december 2012 Kevin Douglas, Michiel de Vries Robbé

Innovatie in gestructureerde risicotaxatievan geweld: De HCR:V3 en SAPROF. Donderdag 6 december 2012 Kevin Douglas, Michiel de Vries Robbé Innovatie in gestructureerde risicotaxatievan geweld: De HCR:V3 en SAPROF Donderdag 6 december 2012 Kevin Douglas, Michiel de Vries Robbé Programma 13.00-13.15 Opening 13.15-14.30 HCR:V3, part I 14.30-15.00

Nadere informatie

Oorzaken en achtergronden van delinquent gedrag in de huidige samenleving. HOVO 6 Klaas van Tuinen

Oorzaken en achtergronden van delinquent gedrag in de huidige samenleving. HOVO 6 Klaas van Tuinen Oorzaken en achtergronden van delinquent gedrag in de huidige samenleving HOVO 6 Klaas van Tuinen Wat is normaal? Levenscyclus Gevoel van identiteit Oplossen van problemen m.b.t. macht en afhankelijkheid

Nadere informatie

Persoonlijkheidsstoornissen bij ouderen: Meten en weten. Prof. Dr. Bas van Alphen

Persoonlijkheidsstoornissen bij ouderen: Meten en weten. Prof. Dr. Bas van Alphen Persoonlijkheidsstoornissen bij ouderen: Meten en weten Prof. Dr. Bas van Alphen Inhoud Temporele stabiliteit Leeftijdsneutraliteit DSM-5 Behandelperspectief Klinische implicaties Casuïstiek Uitgangspunten!

Nadere informatie

Beter geïntegreerd! Wat zeggen de richtlijnen?

Beter geïntegreerd! Wat zeggen de richtlijnen? Beter geïntegreerd! Wat zeggen de richtlijnen? Beter geïntegreerd! Wat zeggen de richtlijnen? Richtlijnen Casus IDDT Richtlijnen, wat zeggen ze niet! Richtlijnen Dubbele Diagnose, Dubbele hulp (2003) British

Nadere informatie

Samenvatting. The Disability Assessment Structured Interview, Its reliability and validity in work disability assessment, 2010

Samenvatting. The Disability Assessment Structured Interview, Its reliability and validity in work disability assessment, 2010 Samenvatting The Disability Assessment Structured Interview, Its reliability and validity in work disability assessment, 2010 Als werknemers door ziekte hun werk niet meer kunnen doen betaalt de werkgever

Nadere informatie

Ontwikkeling van de vragenlijst Betrouwbaarheid en validiteit

Ontwikkeling van de vragenlijst Betrouwbaarheid en validiteit 109 Samenvatting 110 Inleiding Dit proefschrift beschrijft de ontwikkeling van een vragenlijst die door patiënten zelf in te vullen is om zowel gewenste (effectiviteit) als ongewenst effecten (bijwerkingen/tolerabiliteit)

Nadere informatie

waardoor een beroerte kan worden gezien als een chronische aandoening.

waardoor een beroerte kan worden gezien als een chronische aandoening. amenvatting Elk jaar krijgen in Nederland zo n 45.000 mensen een beroerte, ook wel CVA (Cerebro Vasculair Accident) genoemd. Ongeveer 60% van hen keert na opname in het ziekenhuis of revalidatiecentrum

Nadere informatie

Behandelvisie Forensische Verslavingskliniek Piet Roorda Kliniek

Behandelvisie Forensische Verslavingskliniek Piet Roorda Kliniek Behandelvisie Forensische Verslavingskliniek Piet Roorda Kliniek Voorwoord In dit visiedocument wordt beschreven wat we als Forensische Verslavingskliniek doen. Deze beschrijving moet gezien worden als

Nadere informatie

SaMenvatting (SUMMARy IN DUTCH)

SaMenvatting (SUMMARy IN DUTCH) Samenvatting (summary in Dutch) Samenvatting In hoofdstuk 1 wordt de algemene introductie van dit proefschrift beschreven. De nadruk in dit proefschrift lag op patiënten met hoofd-halskanker (HHK) en

Nadere informatie

S a m e n v a t t i n g 149. Samenvatting

S a m e n v a t t i n g 149. Samenvatting S a m e n v a t t i n g 149 Samenvatting 150 S a m e n v a t t i n g Dit proefschrift richt zich op de effectiviteit van een gezinsgerichte benadering (het DMOgespreksprotocol, gebruikt binnen het programma

Nadere informatie

Agressiebehandeling in de forensische kinder- en jeugdpsychiatrie

Agressiebehandeling in de forensische kinder- en jeugdpsychiatrie Agressiebehandeling in de forensische kinder- en jeugdpsychiatrie Prof. dr. Chijs van Nieuwenhuizen GGzE centrum kinder- en jeugd psychiatrie Universiteit van Tilburg, Tranzo http://www.youtube.com/watch?list=pl9efc

Nadere informatie

SOVA /AR op Maat Presentatie

SOVA /AR op Maat Presentatie SOVA /AR op Maat Presentatie Doelgroep Sociale Vaardigheden op Maat Jongens en meisjes in de leeftijd van 15-21 jaar Jongeren met probleemgedrag dat o.a. voortkomt uit onvermogen tot zelfstandig en adequaat

Nadere informatie

Computer Adaptief Testen in de GGZ

Computer Adaptief Testen in de GGZ Computer Adaptief Testen in de GGZ 20 april 2016 Gerard Flens Edwin de Beurs Philip Spinhoven Niels Smits Caroline Terwee Meetinstrumenten worden steeds vaker gebruikt binnen de behandeling - Routine Outcome

Nadere informatie

De invloed van slapeloosheid op psychiatrische stoornissen en agressie

De invloed van slapeloosheid op psychiatrische stoornissen en agressie De invloed van slapeloosheid op psychiatrische stoornissen en agressie - Dr. Marike Lancel - Divisie Forensische Psychiatrie Slaapcentrum voor Psychiatrie Assen Agressie en dwangtoepassing leren van elkaar

Nadere informatie

Stichting Benchmark GGZ

Stichting Benchmark GGZ Stichting Benchmark GGZ Beter worden door te leren van vergelijken - Hoe verzamelt GGZ uitkomst gegevens? - Hoe worden die teruggekoppeld? - Wat is er nodig om beter te worden? Gegevens Bazaar, 28 januari

Nadere informatie

op zoek naar good practices

op zoek naar good practices Werken met psychische klachten op zoek naar good practices Presentatie Congres Mensenwerk 9 februari 2015 Philip de Jong en Femke Reijenga Agenda 1. Het onderzoek 2. De bevindingen 3. De betekenis 4. Discussie

Nadere informatie

Externe brochure : toelichting

Externe brochure : toelichting Externe brochure : toelichting Doel: profilering Veldzicht Doelgroep: stakeholders Veldzicht Optionele uitwerking: boekje centrum voor transculturele psychiatrie VAARDIG EN VEILIG VERDER HELPEN In Veldzicht

Nadere informatie

Samenvatting, conclusies en discussie

Samenvatting, conclusies en discussie Hoofdstuk 6 Samenvatting, conclusies en discussie Inleiding Het doel van het onderzoek is vast te stellen hoe de kinderen (10 14 jaar) met coeliakie functioneren in het dagelijks leven en wat hun kwaliteit

Nadere informatie

Workshop HoNOS en MANSA

Workshop HoNOS en MANSA Workshop HoNOS en MANSA Voor het ROM Doorbraakproject Deel 1 2015 Annet Nugter en Petra Tamis GGZ Noord-Holland-Noord Inhoud workshop Kennismaking Introductie HoNOS en MANSA: Wat zijn dit voor instrumenten

Nadere informatie

NEDERLANDSE SAMENVATTING

NEDERLANDSE SAMENVATTING NEDERLANDSE SAMENVATTING Zedendelicten vormen een groot maatschappelijk probleem met ernstige gevolgen voor zowel het slachtoffer als voor de dader. Hoewel de meeste zedendelicten worden gepleegd door

Nadere informatie

BELEIDSREGEL CV-6300-4.0.1.-2

BELEIDSREGEL CV-6300-4.0.1.-2 BELEIDSREGEL Tarief en prestatiebeschrijvingen voor eerstelijns psychologische zorg 1. Algemeen a. Deze beleidsregel is van toepassing op zorgaanbieders die eerstelijns psychologische zorg leveren, welke

Nadere informatie

Borderline in het gezin. Koos Krook, sr. preventiefunctionaris GGZ Midden Brabant

Borderline in het gezin. Koos Krook, sr. preventiefunctionaris GGZ Midden Brabant Borderline in het gezin. Koos Krook, sr. preventiefunctionaris GGZ Midden Brabant Inleiding - Stellingen. - Ontstaan psychiatrische aandoeningen. - Wat zien naastbetrokkenen. - Invloed van borderline op

Nadere informatie

Persoonlijkheidsstoornissen

Persoonlijkheidsstoornissen DSM-5 WHITEPAPER Persoonlijkheidsstoornissen Bij persoonlijkheidsstoornissen is sprake van manieren van over zichzelf en anderen denken en voelen die een aanzienlijke negatieve invloed hebben op het functioneren

Nadere informatie

EFFECTIEF OMGAAN MET SUÏCIDALITEIT BIJ PATIËNTEN MET SCHIZOFRENIE OF EEN AANVERWANTE PSYCHOTISCHE STOORNIS

EFFECTIEF OMGAAN MET SUÏCIDALITEIT BIJ PATIËNTEN MET SCHIZOFRENIE OF EEN AANVERWANTE PSYCHOTISCHE STOORNIS EFFECTIEF OMGAAN MET SUÏCIDALITEIT BIJ PATIËNTEN MET SCHIZOFRENIE OF EEN AANVERWANTE PSYCHOTISCHE STOORNIS Dr. Berno van Meijel Lector GGZ-verpleegkunde Hogeschool INHOLLAND Congres Zorg voor mensen met

Nadere informatie

but no statistically significant differences

but no statistically significant differences but no statistically significant differences Astma is een chronische aandoening, die niet te genezen is. Met de passende zorg kunnen symptomen tot een minimum worden gereduceerd en zou een astma patiënt

Nadere informatie

De Stemmenpolikliniek

De Stemmenpolikliniek Universitair Centrum Psychiatrie (UCP) De Stemmenpolikliniek Inhoud Inleiding 1 Stemmen horen 1 De behandeling 2 Kennismaking 3 De inhoud van de behandeling 3 Behandelaars 4 Vragen 4 Belangrijke adressen

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Addendum A 173 Nederlandse samenvatting Het doel van het onderzoek beschreven in dit proefschrift was om de rol van twee belangrijke risicofactoren voor psychotische stoornissen te onderzoeken in de Ultra

Nadere informatie

Recente ontwikkelingen op het gebied van risicotaxatie van geweld: Naar meer balans en verfijning

Recente ontwikkelingen op het gebied van risicotaxatie van geweld: Naar meer balans en verfijning Recente ontwikkelingen op het gebied van risicotaxatie van geweld: Naar meer balans en verfijning Vivienne de Vogel, Van der Hoeven Kliniek 13 februari 2013 Inhoud presentatie Stand van zaken risicotaxatie

Nadere informatie

MOEILIJKE MENSEN? HTTP://WWW.YOUTUBE.COM/WATCH?V=GGHL0QQUXVU&FEATURE=REL ATED. Bernard Kloostra en Alie Schenk, Frontlijnteam 19-04-2012

MOEILIJKE MENSEN? HTTP://WWW.YOUTUBE.COM/WATCH?V=GGHL0QQUXVU&FEATURE=REL ATED. Bernard Kloostra en Alie Schenk, Frontlijnteam 19-04-2012 MOEILIJKE MENSEN? HTTP://WWW.YOUTUBE.COM/WATCH?V=GGHL0QQUXVU&FEATURE=REL ATED Bernard Kloostra en Alie Schenk, Frontlijnteam 19-04-2012 Moeilijke mensen, ze zijn overal. In je huis, in je buurt, op je

Nadere informatie

Samenvatting (Dutch Summary)

Samenvatting (Dutch Summary) Samenvatting (Dutch Summary) 213 De meest voorkomende psychische stoornissen in tbs-klinieken zijn psychotische stoornissen, middelenmisbruik- en afhankelijkheid, en persoonlijkheidsstoornissen (PS). Vijftig

Nadere informatie

Resocialisatie in Nederlandse Penitentiaire Inrichtingen

Resocialisatie in Nederlandse Penitentiaire Inrichtingen Resocialisatie in Nederlandse Penitentiaire Inrichtingen Anouk Bosma Universiteit Leiden Symposium gevangenismuseum 20 juni 2014 PRISONPROJECT.NL N S C R UL UU Wat ik vandaag wil vertellen Rehabilitatie

Nadere informatie

Diagnostiek fase. Behandelfase. Resocialisatiefase. Psychosociale behandeling. Medicamenteuze behandeling. Terugvalpreventie Herstel

Diagnostiek fase. Behandelfase. Resocialisatiefase. Psychosociale behandeling. Medicamenteuze behandeling. Terugvalpreventie Herstel Diagnostiek fase Samenvattingskaart WANNEER, HOE? 1. Diagnostiek middelengebruik 2. Vaststellen problematisch middelengebruik en relatie met delict Aandacht voor interacties psychische problemen en middelengebruik

Nadere informatie