Een onderzoek naar sociale mobiliteit van hulpafhankelijken in Nijmegen

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Een onderzoek naar sociale mobiliteit van hulpafhankelijken in Nijmegen"

Transcriptie

1 Een onderzoek naar sociale mobiliteit van hulpafhankelijken in Nijmegen Nienke Oost-Hofstra Radboud Universiteit Nijmegen Masterscriptie ontwikkelingsstudies

2 Wat mensen beweegt Een onderzoek naar sociale mobiliteit van hulpafhankelijken in Nijmegen Nienke Oost-Hofstra Masterscriptie Ontwikkelingsstudies Supervisie: Prof. Dr. R. Ruben Radboud Universiteit Nijmegen Nijmegen Juni 2007 Bron Omslagfoto: Tops (2006)

3 Nummer negentien, de blauwe deur 1 Ik weet nog hoe het was, elke keer opnieuw proberen. Steeds liep ik uit de pas en wilde voor mij het tij maar niet keren. Zingend en spelend over straat, zodat ik weer wat bier kon kopen. Ik verdiende goed, het werd soms laat, dus dan maar dronken naar mijn tent toe lopen. Maar toch, het was mijn leven niet en ik kwam niet weg met mijn verdriet, tot dat iemand mij liet zien, er is nog hoop op nummer negentien! Het is de plek waar ik nu nog leef en waar ik naar nieuwe doelen streef. Het is de plek waar je doet wat je kunt, In de betouwstraat, kom gerust op bezoek in het gastvrije NuNN. Op nummer negentien. Wie niet weg is, is gezien. 1 Songtekst van Daniël Kobossen, 2006 b. De NuNN is een opvang voor dak- en thuislozen, waar mensen kunnen werken aan een betere toekomst. iii

4 Lijst van afkortingen Lijst van afkortingen Afkorting CBS CWI GKB IMC MFC NDO NuNN SCP SvS UNCHS ZDT Betekenis Centraal Bureau voor de Statistiek Centrum voor Werk en Inkomen (dit onderzoek: Afdeling bijzondere doelgroepen) Gemeentelijke Krediet Bank Intramuraal Motivatiecentrum Multifunctioneel Centrum Stichting Nijmeegs Daklozen Overleg Nachtopvang uit Noodzaak Nijmegen Sociaal Cultureel Planbureau Stichting Straatmensen voor Straatmensen United Nations for Human Settlement Stichting Zelfbeheeractiviteiten Dak- en Thuislozen iv

5 Samenvatting Samenvatting Van januari tot en met april 2007 heeft onder de bevolking van Nijmegen een onderzoek plaatsgevonden naar sociale mobiliteit van de armste categorie mensen. Deze mensen zijn gedefinieerd als hulpafhankelijken, omdat zij afhankelijk zijn van anderen voor de eerste levensbehoeften. De onderzoeksvraag hierbij luidde: Welke factoren zijn van belang bij sociale mobiliteit van hulpafhankelijken in Nijmegen? Het onderzoek had tot doel inzicht te bieden in de mobiliteitsproblematiek van hulpafhankelijken middels een case-study; Nijmegen. Deelvragen hierbij waren: Welke factoren zijn van belang bij neerwaartse mobiliteit wat leidt tot hulpafhankelijkheid? En Welke factoren zijn van belang bij het genereren van opwaartse mobiliteit van hulpafhankelijken? Voor de beantwoording van deze vragen zijn zowel hulpverlenende instanties als hun doelgroep betrokken, door middel van diepte-interviews. Bij de data-analyse is de nadruk gelegd op de data van de hulpafhankelijken. Uit het onderzoek is gebleken dat neerwaartse mobiliteit vaak veroorzaakt wordt door een idiosyncratische schok. Het betreft een gebeurtenis die de levensloop van een individu permanent verandert. Voorbeelden vanuit het onderzoek zijn: een detentieperiode en het overlijden van een dierbare. Een schok kan een domino-effect veroorzaken, waarbij gebreken op het ene gebied leiden tot gebreken op andere terreinen. Een gebeurtenis heeft echter het effect van een omslagpunt wanneer men er gevoelig voor is. Daarom is er naast het verloop van neerwaartse mobiliteit tevens onderzocht met welke persoonlijke kenmerken en onder welke externe omstandigheden mensen gevoelig zijn voor het proces van marginalisering. De belangrijkste conclusie hieruit is dat sociale netwerken neerwaartse mobiliteit kunnen voorkomen of stoppen. Veel hulpafhankelijken hebben weinig tot geen sociale contacten. Een gebrek aan sociaal kapitaal kan verschillende oorzaken hebben, maar vaak is het te herleiden naar psychische problemen en/of verslaving. Voor een aantal van de respondenten ligt de oorzaak hiervan bij het feit dat zij een traumatische jeugd hebben ervaren, waardoor zij emotioneel beschadigd zijn. Ook hebben zij hierdoor weinig sociale vaardigheden, waardoor het moeilijk is om een netwerk te creëren én te onderhouden. Hieruit blijkt dat problemen nooit op zichzelf staan. Andere factoren die met deze factoren samen kunnen hangen zijn: financiële onkunde waardoor schulden ontstaan, agressiviteit, nalatigheid en een gebrek aan assertiviteit. De beschreven samenhang van factoren bij neerwaartse mobiliteit is ook te vinden in het proces van opwaartse mobiliteit. Daartoe dienen de verschillende problemen die tot marginalisering hebben geleid complementair aangepakt te worden. Het blijkt daarbij noodzakelijk om professionele hulp in te schakelen. Veel hulpafhankelijken doen een beroep op schuldhulpverlening en budgetbeheer. Ook zijn hulpverleners nodig om naar andere zorg toe te leiden. Naast professionele hulp is innerlijke motivatie onontbeerlijk, evenals de eerste levensbenodigdheden die een persoon nodig heeft om te kunnen functioneren. Bovenal geven zowel hulpverleners als hulpafhankelijken aan dat een sociaal netwerk een waardevolle factor is die bij kan dragen aan opwaartse mobiliteit. Ook kan een netwerk voorkomen dat een persoon terugvalt in zijn voormalige leefsituatie. Wederom zijn sociale vaardigheden hierbij zeer belangrijk. Het geeft toegang tot werk en sociale contacten. Beroepsdiploma s kunnen hetzelfde effect teweeg brengen. In tegenstelling tot de visie op neerwaartse mobiliteit vinden hulpafhankelijke respondenten opleidingsniveau een belangrijke factor bij het genereren van opwaartse mobiliteit. De hulpverlening deelt deze mening en biedt hier de mogelijkheden voor aan, middels cursussen en begeleide banen. Op een aantal punten hebben hulpafhankelijken aangegeven gehinderd te worden. Het meest genoemde probleem bij pogingen tot opwaartse mobiliteit is het gebrek aan respect van v

6 Samenvatting de buitenwereld. Hierdoor maakt men vaak geen gebruik van faciliteiten die juist voor deze doelgroep bedoeld zijn. Ten tweede is vanuit verschillende bronnen bevestigd dat het ministerie van justitie het proces van opwaartse mobiliteit belemmert en soms zelfs bijdraagt aan een terugval. Het ministerie heeft reeds aangegeven verbeteringen in het beleid aan te brengen. Tot slot hebben de hulpverlening en hulpafhankelijken aangegeven dat het niet mogelijk is om van een uitkering te sparen of te investeren in de toekomst middels een studie. Hierdoor worden de kansen voor opwaartse mobiliteit sterk verkleind. De bovenstaande knelpunten hebben deels vorm gekregen in de kritiek die hulpafhankelijken op de hulpverlening hebben. De hulpverlening streeft wel naar een complementaire aanpak van problemen. Ook sluiten hulpvraag- en aanbod grotendeels op elkaar aan. Het probleem is daarom niet welke hulp er geboden wordt, maar de manier waarop dat gebeurt. Enkele instanties voldoen wel aan de verwachtingen van hulpafhankelijken. Een aantal andere dienen enkele aanpassingen door te voeren. Deze tweede groep instanties behandelt haar doelgroep niet gelijkwaardig. Daarnaast is de hulp niet individueel genoeg. Elke cliënt heeft zijn eigen zorgplan, maar de stappen die daarbij ondernomen moeten worden, zijn in de aanpak niet gedifferentieerd. Respondenten voelen zich enerzijds teveel losgelaten en anderzijds betutteld. De hulpverlening lijkt te hoge verwachtingen te hebben ten aanzien van de zelfredzaamheid van hun cliënten. Wanneer hulpafhankelijken niet doen wat ze is opgedragen is dit niet altijd een gebrek aan goede wil, maar een gebrek aan zelfredzaamheid. Daarom dient er meer afgestemd te worden op de individuele vaardigheden van cliënten. Zij die een hoge mate van zelfstandigheid bezitten voelen zich met deze maatregel tevens minder snel betutteld. Een ander kritiekpunt wat hulpafhankelijken vaak hebben genoemd is dat het soms moeilijk is om de juiste hulpverlening te vinden. Er zijn instanties met een signalerende functie. Hier worden echter meestal mensen opgemerkt die reeds ver in het proces van neerwaartse mobiliteit verkeren. Deze scriptie eindigt daarom met een beleidsimplicatie. Het voorstel luidt dat er een centraal loket geopend moet worden, wat het beginpunt is van alle zorg. Dit loket dient algemeen bekend te zijn bij alle burgers, zodat men al in een vroeg stadium van marginalisering aanspraak kan maken op hulp. vi

7 Inhoud Inhoud Inleiding Armoede, mobiliteit en hulpafhankelijkheid Wat is armoede? Mobiliteit Klasse, stand en sociale mobiliteit Mobiliteitsproblematiek van de onderklasse in Nederland Oorzaken van hulpafhankelijkheid Idiosyncratische schokken Achterliggende factoren Van hulpafhankelijkheid naar opwaartse mobiliteit Methodologie Operationalisering Hulpafhankelijken Neerwaartse en opwaartse mobiliteit Omslagpunten Deelvraag over neerwaartse mobiliteit Deelvraag over opwaartse mobiliteit Methoden Selectie van respondenten Dataverzameling Dataverwerking en analyse Betrouwbaarheid en validiteit Hulpverlening, beleid en economie Organisaties in Nijmegen IrisZorg Nijmeegs Daklozen Overleg Stichting Dagloon Nijmegen Straatmagazine Impuls De voedselbank De diaconie Nijmegen Gelders beleid Macro-economische omstandigheden in Nederland Resultaten Neerwaartse mobiliteit Hulpafhankelijk worden Persoonlijke kenmerken van hulpafhankelijken Opwaartse mobiliteit Het begin Aanpak Benodigde factoren voor opwaartse mobiliteit Wat is het probleem? Mening over hulpverlening Conclusies Neerwaartse mobiliteit Opwaartse mobiliteit Theoretische relevantie Hulpverlening en beleidsimplicaties vii

8 Inhoud Referenties Bijlage 1: Topiclijst voor hulpafhankelijken Bijlage 2: Topiclijst voor hulpverleningsinstanties en hulpverleners Bijlage 3: Tabel met respondenten Bijlage 4: Taxonomie Bijlage 5: Aandeel huishoudens met een laag inkomen naar gemeentegrootte Bijlage 6: Compilatie van persoonlijke factoren en omslagpunten Bijlage 7: Uitgebreide tabel met benodigde factoren viii

9 Inleiding Inleiding Tussen 2001 en 2005 is het aantal huishoudens in Nederland dat aangeeft moeilijk rond te komen gestegen van 27 procent naar 44 procent (Bos et al., 2006, p. 44). Voor zover de cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) bekend zijn, heeft deze stijging in 2006 niet doorgezet (CBS & SCP, 2006, p. 1). [De] jaarlijkse in- en uitstroom bij de groep mensen met een laag inkomen is [daarnaast] zeer groot. Over een langere periode bezien heeft een op de vijf personen wel eens te maken met een laag inkomen. Meestal is een dergelijke ongunstige inkomenspositie van kortere duur (Otten et al., 2006, p. 34). Echter, terwijl premier Balkenende (CDA) de nadruk legt op het dalen van de armoede in Nederland, wijst partijleider Bos (PvdA) op het groeiende aantal voedselbanken (éénvandaag, 2006). Deze discrepantie vraagt om een nadere verklaring. Er zijn tal van manieren om armoede te beschrijven. Allen duiden echter aan dat mensen in armoede behoren tot het onderste segment van de sociaal-economische schaal. Een deel van hen is niet in staat rond te komen van hun inkomen. Aantallen zijn echter moeilijk in te schatten, omdat een aantal onder hen gebruik maakt van eigen netwerken of geen hulp vraagt van professionele instanties. Daklozen maken deel uit van de armste mensen in Nederland. Hoeveel mensen dat werkelijk zijn, is moeilijk te zeggen. Schattingen lopen uiteen van tot in Nederland (Heineke et al., 2004, p. 8). Deze mensen en anderen die in armoede leven zijn van hulp afhankelijk om te kunnen voorzien in hun eerste levensbehoeften. Het is opmerkelijk dat een westers land dit soort armoede kent. Nederland staat voor gelijke kansen voor elke burger. Daartoe wordt verplicht onderwijs aangeboden en zijn er tal van voorzieningen ter ondersteuning van inkomensopbouw. Toch wijzen de bovenstaande getallen op het feit dat niet iedereen deze kansen kan benutten. Het is de vraag of de gemarginaliseerden van de Nederlandse samenleving daadwerkelijk dezelfde kansen hebben in de maatschappij als ieder ander. Als Nederland staat voor gelijke kansen, is het interessant te weten waarom niet iedereen ze kan benutten en vooral hoe men dit in de toekomst wel kan. Er bestaan veel hulpverleningsinstanties die deze kwestie onder hun hoede nemen. Elke instantie heeft haar eigen visie op het aanpakken van de leefsituatie van gemarginaliseerde Nederlanders. Een aantal mensen is bij deze hulp gebaat, anderen niet. Het is onduidelijk waarom dat zo is. Er zijn tal van theorieën die elk hun eigen factoren aandragen die van belang zijn bij het loskomen van die hulpafhankelijkheid. Dit loskomen is een vorm van opwaartse mobiliteit. Het betreft een verbetering van de sociale en economische situatie van individuen of groepen (Giddens, 2002, p. 300). De activiteiten binnen de hulpverlening in Nijmegen gelden als een voorbeeld van een adequate aanpak binnen Gelderland (Heineke, et al., 2004). Daarom vormt de problematiek en aanpak van deze stad de casestudie voor het bieden van inzicht in de meningen omtrent de benodigdheden voor opwaartse mobiliteit. Naast hulpverleningsinstanties en theorieën wordt vaak vergeten dat de doelgroep zelf ook een mening heeft over de factoren die van belang zijn. Om te achterhalen welke factoren hebben geleid tot marginalisering en met welke opwaartse mobiliteit bewerkstelligd wordt, luidt de hoofdvraag van dit onderzoek: Welke factoren zijn van belang bij sociale mobiliteit van hulpafhankelijken in Nijmegen? Het onderzoek heeft tot doel inzicht te bieden in de mobiliteitsproblematiek in Nederland ten einde bij te kunnen dragen aan een beter beleid omtrent het genereren van opwaartse mobiliteit van hulpafhankelijken. Ook is het een aanvulling op de huidige theorieën over de mobiliteitsproblematiek. Alle relevante partijen, van hulpafhankelijke tot hulpverlener en van 1

10 Inleiding de politie tot de sociale dienst, zijn daarom betrokken om de hulpvraag en het huidige beleid op elkaar te kunnen betrekken. In dit onderzoeksrapport wordt eerst het theoretisch kader gepresenteerd, waarin concepten uitgelegd en beleid en theorieën genoemd worden die een visie hebben op hulpafhankelijkheid. Het gaat hier zowel om de weg naar hulpafhankelijkheid als visies hoe men onafhankelijk kan worden. Hieruit volgen de deelvragen bij de reeds genoemde hoofdvraag en wordt tevens de relevantie van het onderzoek weergegeven. Voor de beantwoording van de hoofd- en deelvragen zijn specifieke onderzoeksmethoden gebruikt die in het methodologische hoofdstuk aan bod komen. Daartoe worden eerst de deelvragen en concepten geoperationaliseerd en verdeeld over subdeelvragen. Ook wordt de selectie van respondenten beschreven evenals interviewtechnieken en andere methoden voor dataverzameling. Hierop volgt een uiteenzetting van de context waarbinnen het onderzoek heeft plaatsgevonden. Dit betreft een korte beschrijving van Nijmeegse organisaties die zich bezighouden met de problematiek van hulpafhankelijkheid, een beknopte samenvatting van het huidige Gelderse beleid en enige relevante macro-economische factoren. In hoofdstuk vier wordt de data geanalyseerd en samengevoegd ten einde de deelvragen te beantwoorden. Hierop volgt de conclusie in het afsluitende hoofdstuk met daarin tevens enkele beleidsimplicaties. 2

11 Armoede, mobiliteit en hulpafhankelijkheid 1 Armoede, mobiliteit en hulpafhankelijkheid De doelgroep van dit onderzoek betreft mensen die in een westers land, Nederland, niet voldoende middelen hebben om in hun levensonderhoud te kunnen voorzien. Op wereldniveau is het de vraag of deze mensen in armoede leven. Ook is het betwistbaar of armoede in Nederland voorkomt en of men de mogelijkheden heeft zijn omstandigheden aan te passen tot een gewenste leefsituatie. Om inzicht te krijgen in de doelgroep van dit onderzoek, moet het begrip armoede nader gedefinieerd worden. Daaruit blijkt welke kenmerken deze groep heeft en welke gevolgen dit heeft voor de pogingen om uit deze gemarginaliseerde leefsituatie te komen. 1.1 Wat is armoede? Armoede is een alles omvattende term voor uiteenlopende vormen van marginalisering. [It] encompasses different dimensions of deprivation that relate to human capabilities including consumption and food security, health, education, rights, voice, security, dignity and decent work. (OECD, 2001, p. 10). Hulme en Shepherd (2003, p. 406) voegen hieraan toe: [ ] these capabilities are significant in their own right and in terms of their contribution to economic growth and income enhancement [ ]. Wanneer mensen één of meerdere bekwaamheden of verworvenheden missen gaat dit ten koste van hun financiële toestand, wat kan leiden tot armoede. Er zijn verschillende oorzaken die hiertoe kunnen leiden. Volgens Sen (in Hulme & Shepherd, p. 404) is het daarom verkeerd om armen als een homogene groep te beschouwen. Het maakt analyse van armoede zwak en gaat voorbij aan de complexiteit van het fenomeen. Verschillende oorzaken van armoede, betekent ook een verscheidenheid aan soorten armen. Daarnaast kan armoede in verschillende mate voorkomen. Het meten hiervan is echter moeilijk. Afhankelijk van de definitie van armoede, met de bijbehorende berekeningen, leeft een bepaald aantal mensen in armoede. Er zijn tal van manieren om de armoedegrens vast te stellen. In een recent armoedeonderzoek van de Europese Unie werd de armoede grens gelegd bij 60% van het mediane inkomen van een land (Bos et al., 2006, p. 52). Deze definitie is niet zondermeer bruikbaar, omdat niet duidelijk is of mensen rond kunnen komen van het mediane inkomen zelf. Een nieuwe definitie, onlangs gepresenteerd door het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP), gaat daarom uit van de minimale noodzakelijke bestedingen van een huishouden. Per land verschilt dit, omdat landen met verschillende culturen en klimaten andere noodzaken kennen. Voor Nederland betekent het echter dat mensen arm zijn wanneer zij niet kunnen voorzien in hun voedsel, kleding of woonbenodigdheden (inclusief gas, water, licht, verzekeringen en telefoon). Daarbij worden ook de allernoodzakelijkste extra uitgaven gerekend, zoals vervoer, extra ziektekosten en persoonlijke verzorging. Dit is de lage variant van de definitie. Een hogere variant betrekt tevens de minimale kosten voor recreatie, bibliotheek, een hobby, een krant, een tijdschrift en een huisdier (Bos et al., 2006, p. 54). De aanvullingen op de minimale levensbenodigdheden in de hogere variant zijn subjectief. Daarom kan er onderscheid gemaakt worden tussen een absolute en relatieve armoededefinitie. Een absolute definitie betreft benodigdheden die objectief gezien hoogst noodzakelijk zijn om als mens te kunnen overleven, zoals voedsel. Toch zijn ook hier de meningen over verdeeld. De vraag is bijvoorbeeld of mensen buiten hun wil om kunnen leven zonder vrienden, wat hier niet genoemd wordt. Ook is het de vraag of een telefoon, hierboven genoemd bij de lage variant, een eerste levensbehoefte is. Fysiek gezien zijn mensen in staat om zonder telefoon te leven. Toch is het genoemd bij de definitie van het SCP. Het telefoonbezit behoort daarom tot een relatieve armoededefinitie. Verschil in bezit komt altijd voor, omdat er altijd inkomensverschillen zijn. Iemand die 3

12 Armoede, mobiliteit en hulpafhankelijkheid dertigduizend euro per jaar verdiend is armer dan iemand die een ton verdiend. Als bijna iedereen in Nederland een telefoon kan betalen, is iemand arm wanneer hij dat niet kan. Toch spreken we hier niet over armoede, maar over relatieve deprivatie. De armoedelijn die men tracht te definiëren is de grens tussen deze absolute en relatieve definitie (Oude Engberink, 1997, p. 74). De discussie blijft waar deze grens ligt en wat absoluut noodzakelijk is om te kunnen (over)leven. Oude Engberink (ibid., p. 74) refereert aan Townsend die een definitie van armoede heeft ontwikkeld met relatieve en absolute elementen. Voor [Townsend] is armoede een situatie waarin onder de door hem geconstrueerde lijn het de mensen en huishoudens aan middelen en mogelijkheden ontbreekt om de rol te spelen die de anderen in hun significante omgeving van hen verwachten. De definitie staat onder voorwaarde van een absolute armoedegrens ( de door hem geconstrueerde lijn ), omdat bijvoorbeeld ook middenklassers niet altijd kunnen voldoen aan de verwachtingen van hun omgeving. Het CPB (Bos et al., 2006) heeft in haar hogere definitie rekening gehouden met een dergelijke ruimere opvatting. Naast het bezit van goederen blijkt ook de mate van toegang tot verenigingen en openbaar vermaak een graadmeter voor armoede te zijn. Sociale uitsluiting wordt in sommige definities daarom ook gezien als een vorm van armoede of zelfs de oorzaak. Zo bezien is armoede het resultaat van een web van uitsluitingen en achterstellingen (Oude Engberink, 1997, p. 75). Mensen die de minimale kosten om te overleven net kunnen dekken of zelfs onder deze grens leven, worden door Giddens (2002, p. 297) aangeduid als mensen uit de onderklasse. Hij noemt het: [ ] the segment of the population located at the very bottom of the class structure. Ze worden vaak beschreven als gemarginaliseerd of uitgesloten. Deze groep heeft een levensstandaard die ruim onder het gemiddelde van de meerderheid van de samenleving ligt, als het gaat om een westerse samenleving. Oude Engberink (1997, p. 76) omschrijft een volgens hem groot aantal mensen dat aan de onderkant van de samenleving leeft als volgt: [ ] problematische verslaafden, ex-psychiatrische patiënten, mensen met mentale en/of fysieke handicaps, daklozen, straatslapers, bewoners van irreguliere pensions, drugsrunners en andere bijzondere stadsbewoners, die allen op een of andere manier moeite hebben met het leven. Deze mensen worden gekenmerkt door meervoudige nadelen, zoals sociale uitsluiting en gezondheidsproblemen (Giddens, 2002, p. 297). Uit de meeste armoedeliteratuur blijkt ook dat velen onder hen te maken hebben met geldschulden en een gevoel buiten de maatschappij te staan. Voor de armen onder ons bestaat armoede vooral in een structureel gebrek aan middelen: financiële middelen, om gewoon mee te doen. Armoede is voor hen echter meer dan alleen gebrek aan geld; het betekent vaak ook pijn, angst, machteloosheid, dwang, afhankelijkheid en vernedering. (Oude Engberink, 1997, p. 64) Uit deze paragraaf blijkt dat armoede op verschillende manieren gedefinieerd en gemeten kan worden. Naast objectieve wetenschappelijke benaderingen zijn er ook subjectieve armoededefinities. Daarom zijn er mensen die zich niet arm voelen en toch volgens de objectieve armoededefinitie arm zijn. Ook leven er mensen die boven de armoedegrens die het gevoel hebben in armoede te leven. Dit onderzoek is uitgegaan van de definitie van 4

13 Armoede, mobiliteit en hulpafhankelijkheid Townsend, die aangeeft welke mensen feitelijk onderin de onderklasse leven en daarnaast niet in staat zijn te voldoen aan de verwachtingen van anderen in de omgeving. 2 Om te begrijpen wat een onderklasse inhoudt wordt hieronder nader ingegaan op de klassenmaatschappij. Hieruit volgt een uiteenzetting van de begrippen: klasse en standen evenals een beschrijving van de bewegingsvrijheid daarbinnen aangeduid met het begrip mobiliteitsproblematiek. 1.2 Mobiliteit Binnen een kapitalistische samenleving zoals de Nederlandse zijn er altijd inkomensverschillen. Beroepsgroepen worden verschillend beloond voor hun arbeid en er is altijd een percentage aan werklozen (de Graaf & Wolters, 2004, p. 79). Het is de vraag of de verschillende inkomensgroepen altijd dezelfde samenstelling hebben of dat er steeds andere mensen in elke groep terechtkomen. Hier spreken we van de mobiliteitsproblematiek (Ultee et al., 2001). Volgens Ultee et al. (ibid, p. 49) is het [ ] niet uitgesloten dat personen in de loop der tijd van plaats wisselen, ongeacht de grootte van de inkomensongelijkheid Klasse, stand en sociale mobiliteit De term sociale mobiliteit refereert aan een verplaatsing van individuen en groepen tussen verschillende sociaal-economische posities. Verticale mobiliteit betekent hier een opwaartse of neerwaartse verplaatsing op de sociaal-economische schaal. Een toename van inkomen, status of bezit leidt tot opwaartse mobiliteit, evenals een daling hiervan leidt tot neerwaartse mobiliteit (Giddens, 2002, p. 300). Enerzijds kan gekeken worden naar individuele carrières hoe verloopt de verplaatsing op de sociaal-economische schaal tijdens één mensenleven. Dit wordt intragenerationele mobiliteit genoemd. The American dream is een goed voorbeeld hiervan. De droom belooft dat een individu alles kan worden wat hij wil, ongeacht zijn startpositie. Iedereen kan directeur worden, zowel de manager als de fabrieksarbeider. Anderzijds kan de sociale mobiliteit tussen generaties geanalyseerd worden. Hier spreken we over intergenerationele mobiliteit (Ultee et al., 2001, p , Giddens, 2002, p. 300). Het betreft de mate waarin kinderen in dezelfde beroepscategorie als hun ouders terecht komen. De babyboomers in Nederland, vlak na de tweede wereldoorlog geboren, geven een goed voorbeeld van deze vorm van mobiliteit. Deze generatie kreeg, in tegenstelling tot de meeste in de generatie hiervoor, de mogelijkheid om te gaan studeren en een hoger salaris te gaan verdienen. Om de verplaatsing op de sociaal-economische schaal inzichtelijk te maken wordt mobiliteit meestal gekoppeld aan klasse. Spicker (1999, p. 155) definieert klasse als [ ] a group identified by virtue of its economic position in society. Het is een aspect van ongelijkheid, net als mobiliteit een aspect van het ongelijkheidprobleem is (Ultee et al., p. 48). De ongelijkheid die naar voren komt in de klassenverdeling is echter een sociale structuur (Spicker, p. 155). Weber (in Ultee et al., p. 317) gaat hierin verder en maakt een onderscheid tussen klassen en standen. Mensen uit eenzelfde klasse bezitten ongeveer dezelfde goederen, terwijl mensen uit eenzelfde stand deel uitmaken van een sociale rangorde in de samenleving. Dit laatste gaat samen met een bepaalde leefstijl en een bepaalde hoogte van respect of aanzien wat men geniet. Het is mogelijk dat iemand uit een lage klasse (met weinig bezit) toch in een hoge stand leeft, omdat hij veel respect afdwingt met een bepaalde functie in de maatschappij, bijvoorbeeld een dominee. Andersom kan men met een hoog salaris weinig 2 Een uitgebreide definitie van de onderzoeksgroep volgt verderop in dit hoofdstuk en in paragraaf

14 Armoede, mobiliteit en hulpafhankelijkheid aanzien genieten en dus in een hoge klasse en in een lage stand geschaald worden, bijvoorbeeld slachters in een slachthuis. Mobiliteit tussen klassen en tussen standen sluiten elkaar niet uit. Zij kunnen elkaar zelfs versterken. Wanneer iemand een andere baan krijgt en meer gaat verdienen, kan het zijn dat hij met dit nieuwe beroep, bijvoorbeeld directeur, ook meer aanzien genereert dan vóór de baanverandering. Bovendien kan bezit, zoals een hoog salaris of groot huis, ook respect afdwingen. Klassen en standen kunnen dus in elkaar overgaan wanneer bezit of kennis gepaard gaat met een bepaald aanzien (Ultee, 2001). Samengevat betekent sociale mobiliteit een verandering van klasse en/of stand. Dit suggereert dat men altijd van klasse of stand moet veranderen om het mobiliteit te kunnen noemen. Het is echter ook mogelijk dat men opwaartse mobiliteit genereert door een kleine loonsverhoging, zonder dat men zichzelf uit de huidige klasse of stand plaatst. Uit veel mobiliteitstudies blijkt ook dat mobiliteit over grote afstanden zeldzaam is (Giddens, 2002, p. 300). Er zijn dus meer gevallen van opwaartse mobiliteit, dan verschuivingen van klassen of standen. Klasse blijft niettemin belangrijk. Giddens (2002, p. 304) schrijft in zijn conclusie dat klasse nog altijd een grote invloed uitoefent op ons leven. Het verschil tussen klassen ligt in de ongelijkheden met betrekking tot levensverwachting, fysieke en psychische gezondheid, toegang tot onderwijs en de hoogte van het salaris. Door toenemende mobiliteit kan men echter verwachten dat mensen zelf in staat zijn invloed uit te oefenen op deze ongelijkheden. Toch blijkt er een verschil te bestaan tussen de mogelijkheden tot opwaartse mobiliteit. Het behoren tot de laagste klasse gaat bijvoorbeeld meestal gepaard met een laag opleidingsniveau. Dingemanse en Musterd (n.d, p. 1) zeggen hierover: In operationele termen is het geringe perspectief op [ ] mobiliteit vertaald naar laag opgeleide werklozen en laag opgeleide personen met een [arbeidsongeschiktheids] uitkering. Volgens deze uitspraak zijn mensen uit een lage klasse minder mobiel dan mensen uit een hoge klasse. De door het CBS berekende toename van mobiliteit in Nederland betreft zowel opwaartse als neerwaartse mobiliteit. De vraag is welk soort mobiliteit de laagste klasse ervaart en waarom dat zo is. Voor inzicht in deze groep mensen in de samenleving wordt hieronder nader ingegaan op het concept armoede, gevolgd door een paragraaf over de mobiliteitsproblematiek van de laagste klasse in Nederland Mobiliteitsproblematiek van de onderklasse in Nederland Nederland streeft naar gelijke kansen. Ieder kind heeft een leerplicht tot zestien jaar en de staat komt studenten tegemoet in de studiekosten. Ook verstrekt de overheid subsidies voor gehandicapten op de arbeidsmarkt en startende ondernemers. Dit blijkt niet voldoende: [ ] ook in de moderne Nederlandse verzorgingsstaat [is] sociale ongelijkheid nog steeds een belangrijk maatschappelijk probleem [ ], aangezien er nog steeds geen sprake is van gelijke kansen. Van diverse regeringen is [ ] een steeds terugkerende doelstelling om een ieder, ongeacht diens afkomst, gelijke kansen te geven. (de Graaf & Wolters, 2004, p. 80) Toch lukt het de één wél en de ander niet om opwaartse mobiliteit te genereren. Zijn het de ongelijke kansen in de Nederlandse samenleving die ervoor zorgen dat sommigen geen opwaartse mobiliteit kunnen genereren? Of zijn (ook) andere factoren van belang die opwaartse mobiliteit in de weg staan? In de onderstaande tabel 1.1 is de koopkrachtmutatie per soort huishouden met een laag inkomen in cijfers uitgedrukt door het Centraal Bureau voor de Statistiek. Hieruit blijkt dat alleenstaande uitkeringsontvangers gemiddeld op een negatieve mutatie zitten, in 6

Wat is armoede? Er zijn veel verschillende theorieën en definities over wat armoede is. Deze definities zijn te verdelen in categorieën.

Wat is armoede? Er zijn veel verschillende theorieën en definities over wat armoede is. Deze definities zijn te verdelen in categorieën. Wat is armoede? Er zijn veel verschillende theorieën en definities over wat armoede is. Deze definities zijn te verdelen in categorieën. Absolute en relatieve definities Bij de absolute definities wordt

Nadere informatie

Informatie 10 januari 2015

Informatie 10 januari 2015 Informatie 10 januari 2015 ARMOEDE: FEITEN EN CIJFERS ARMOEDE WERELDWIJD Wereldwijd leven ongeveer 1,2 miljard mensen in absolute armoede leven: zij beschikken niet over basisbehoeften zoals schoon drinkwater,

Nadere informatie

EénVandaag en Nibud onderzoeken armoede

EénVandaag en Nibud onderzoeken armoede EénVandaag en Nibud onderzoeken armoede Doel Armoede is geen eenduidig begrip. Armoede wordt vaak gemeten via een inkomensgrens: iedereen met een inkomen beneden die grens is arm, iedereen er boven is

Nadere informatie

Informatie 17 december 2015

Informatie 17 december 2015 Informatie 17 december 2015 ARMOEDE: FEITEN EN CIJFERS Ondanks het aflopen van de economische recessie, is de armoede in Nederland het afgelopen jaar verder gestegen. Vooral het aantal huishoudens dat

Nadere informatie

Bijlage 4: Werkenden met een laag inkomen

Bijlage 4: Werkenden met een laag inkomen Bijlage 4: Werkenden met een laag inkomen Dit overzicht gaat in op de inzichten die de cijfers van het CBS bieden op het punt van werkenden met een laag inkomen. Als eerste zal ingegaan worden op de ontwikkeling

Nadere informatie

10. Veel ouderen in de bijstand

10. Veel ouderen in de bijstand 10. Veel ouderen in de bijstand Niet-westerse allochtonen ontvangen 2,5 keer zo vaak een uitkering als autochtonen. Ze hebben het vaakst een bijstandsuitkering. Verder was eind 2002 bijna de helft van

Nadere informatie

Factsheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2014. Werkloosheid stijgt naar 24% Definities. Nummer 6 juni 2014

Factsheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2014. Werkloosheid stijgt naar 24% Definities. Nummer 6 juni 2014 Nummer 6 juni 2014 Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2014 Factsheet Ondanks eerste tekenen dat de economie weer aantrekt blijft de werkloosheid. Negen procent van de Amsterdamse beroepsbevolking is werkloos

Nadere informatie

solidariteit van jong met oud, of ook omgekeerd?

solidariteit van jong met oud, of ook omgekeerd? Bijdrage prof. dr. Kees Goudswaard / 49 Financiering van de AOW: solidariteit van jong met oud, of ook omgekeerd? Deze vraag staat centraal in de bij drage van bijzonder hoogleraar Sociale zekerheid prof.

Nadere informatie

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. Verdere daling langdurige minima. Aandeel langdurige minima gedaald

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. Verdere daling langdurige minima. Aandeel langdurige minima gedaald Centraal Bureau voor de Statistiek Persbericht PB02-138 3 juli 2002 9.30 uur Verdere daling langdurige minima In 2000 hadden 229 duizend huishoudens al ten minste vier jaar achtereen een inkomen onder

Nadere informatie

Bijlage III Het risico op financiële armoede

Bijlage III Het risico op financiële armoede Bijlage III Het risico op financiële armoede Zoals aangegeven in hoofdstuk 1 is armoede een veelzijdig begrip. Armoede heeft behalve met inkomen te maken met maatschappelijke participatie, onderwijs, gezondheid,

Nadere informatie

Persbericht. Aantal huishoudens met kans op armoede in 2008 toegenomen. Centraal Bureau voor de Statistiek

Persbericht. Aantal huishoudens met kans op armoede in 2008 toegenomen. Centraal Bureau voor de Statistiek Centraal Bureau voor de Statistiek Persbericht PB09-079 3 december 2009 9.30 uur Aantal huishoudens met kans op armoede in 2008 toegenomen Meeste kans op armoede bij eenoudergezinnen en niet-westerse allochtonen

Nadere informatie

Wisselingen tussen werkloosheid en nietberoepsbevolking

Wisselingen tussen werkloosheid en nietberoepsbevolking Wisselingen tussen werkloosheid en nietberoepsbevolking Ronald van Bekkum (UWV), Harry Bierings en Robert de Vries In arbeidsmarktbeleid en in statistieken van het CBS wordt een duidelijk onderscheid gemaakt

Nadere informatie

Hoofdstuk 25 Financiële dienstverlening

Hoofdstuk 25 Financiële dienstverlening Hoofdstuk 25 Financiële dienstverlening Samenvatting De gemeente voert diverse inkomensondersteunende maatregelen uit die bedoeld zijn voor huishoudens met een lager inkomen. Zes op de tien Leidenaren

Nadere informatie

Sterkste groei bij werknemers

Sterkste groei bij werknemers In 1994 stagneerde de ontwikkeling van de koopkracht nog. In de daarop volgende jaren nam de koopkracht echter steeds sterker toe: met 1% in 1995 tot 1,5% in 1997. De grootste stijging,,7%, deed zich voor

Nadere informatie

Hoofdstuk 7. Financiële situatie

Hoofdstuk 7. Financiële situatie Stadsenquête Leiden Hoofdstuk 7. Financiële situatie Samenvatting Bijna driekwart van de Leidenaren geeft aan gemakkelijk rond te komen met het huishoudinkomen, twee op de tien komt net rond en bijna een

Nadere informatie

Armoede & Veerkracht: Hoe vinden mensen met weinig geld hun weg?

Armoede & Veerkracht: Hoe vinden mensen met weinig geld hun weg? Armoede & Veerkracht: Hoe vinden mensen met weinig geld hun weg? Ruim 10% van de Nederlandse bevolking leeft in armoede. Ongeveer 7% van de kinderen in de provincie Groningen groeit op in een gezin dat

Nadere informatie

Veranderingen in arbeidsparticipatie van gescheiden moeders

Veranderingen in arbeidsparticipatie van gescheiden moeders Veranderingen in arbeidsparticipatie van gescheiden moeders Suzanne Peek Gescheiden moeders stoppen twee keer zo vaak met werken dan niet gescheiden moeders. Ook beginnen ze vaker met werken. Wanneer er

Nadere informatie

PERSBERICHT. Armoedesignalement 2013: Sterke groei armoede in 2012, maar afzwakking verwacht ONDER EMBARGO TOT DINSDAG 3 DECEMBER 2013, 00:01 UUR

PERSBERICHT. Armoedesignalement 2013: Sterke groei armoede in 2012, maar afzwakking verwacht ONDER EMBARGO TOT DINSDAG 3 DECEMBER 2013, 00:01 UUR PERSBERICHT ONDER EMBARGO TOT DINSDAG 3 DECEMBER 2013, 00:01 UUR Inlichtingen bij Dr. P.H. van Mulligen persdienst@cbs.nl T 070 3374444 Dr. J.C. Vrooman c. vrooman@scp.nl T 070 3407846 of Dr. S.J.M. Hoff

Nadere informatie

Afhankelijk van een uitkering in Nederland

Afhankelijk van een uitkering in Nederland Afhankelijk van een uitkering in Nederland Harry Bierings en Wim Bos In waren 1,6 miljoen huishoudens voor hun inkomen afhankelijk van een uitkering. Dit is ruim een vijfde van alle huishoudens in Nederland.

Nadere informatie

Samenvatting. Achtergrond, doel en onderzoeksvragen

Samenvatting. Achtergrond, doel en onderzoeksvragen Samenvatting Achtergrond, doel en onderzoeksvragen Voor de tweede keer heeft het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) de situatie van (ex-)gedetineerden op de gebieden identiteitsbewijs,

Nadere informatie

PERSBERICHT. Armoedesignalement 2014: Armoede in 2013 toegenomen, maar piek lijkt bereikt. Den Haag, 18 december 2014

PERSBERICHT. Armoedesignalement 2014: Armoede in 2013 toegenomen, maar piek lijkt bereikt. Den Haag, 18 december 2014 Inlichtingen bij PERSBERICHT Dr. J.C. Vrooman c. vrooman@scp.nl T 070 3407846 Dr. P.H. van Mulligen persdienst@cbs.nl T 070 3374444 Armoedesignalement 2014: Armoede in 2013 toegenomen, maar piek lijkt

Nadere informatie

CBS: Koopkracht van werknemers in de zorg gestegen

CBS: Koopkracht van werknemers in de zorg gestegen Persbericht PB14 037 02 06 2014 16.00 uur CBS: Koopkracht van werknemers in de zorg gestegen Koopkracht van werknemers in gezondheids- en welzijnszorg steeg in 2008-2012 elk jaar Zelfstandigen en pensioenontvangers

Nadere informatie

Jeugdhulp Benchmark 1.0 Gemeente: Dummy. Regio: Regio Dummy Provincie: Provincie Dummy

Jeugdhulp Benchmark 1.0 Gemeente: Dummy. Regio: Regio Dummy Provincie: Provincie Dummy Jeugdhulp Benchmark 1.0 Gemeente: Dummy Regio: Regio Dummy Provincie: Provincie Dummy Q2 2015 De Benchmark Deel 1: Historische gegevens. Met behulp van de Gemeente Jeugdhulp Benchmark 1.0 krijgt u als

Nadere informatie

Hoofdstuk 13. Arbeidsmarkt

Hoofdstuk 13. Arbeidsmarkt Hoofdstuk 13. Arbeidsmarkt Samenvatting De potentiële beroepsbevolking wordt gedefinieerd als alle inwoners van 15-64 jaar en bestaat uit ruim 86.000 Leidenaren. Van hen verricht ruim zeven op de tien

Nadere informatie

Hoofdstuk 19. Financiële situatie

Hoofdstuk 19. Financiële situatie Stadsenquête Leiden 008 Hoofdstuk 19. Financiële situatie Samenvatting Ruim tweederde van de Leidenaren geeft aan gemakkelijk rond te komen met het huishoudinkomen, bijna een kwart komt net rond en een

Nadere informatie

Samenvatting Klanttevredenheidsonderzoek Wmo en de Benchmarks Wmo resultaten over 2013

Samenvatting Klanttevredenheidsonderzoek Wmo en de Benchmarks Wmo resultaten over 2013 Samenvatting Klanttevredenheidsonderzoek Wmo en de Benchmarks Wmo resultaten over 2013 Klanttevredenheidsonderzoek Het KTO is een wettelijke verplichting wat betreft de verantwoording naar de Gemeenteraad

Nadere informatie

Fact sheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2013

Fact sheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2013 Fact sheet nummer 9 juli 2013 Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2013 Er zijn in Amsterdam bijna 135.000 jongeren in de leeftijd van 15 tot 27 jaar (januari 2013). Veel jongeren volgen een opleiding of

Nadere informatie

Notitie categoriale bijzondere bijstand voor chronisch zieken, gehandicapten

Notitie categoriale bijzondere bijstand voor chronisch zieken, gehandicapten Notitie categoriale bijzondere bijstand voor chronisch zieken, gehandicapten 1 Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Categoriale bijzondere bijstand 3. Doelgroep 4. Meerkosten chronisch zieken en gehandicapten

Nadere informatie

Feitenkaart Inkomensgegevens Rotterdam en regio 2006

Feitenkaart Inkomensgegevens Rotterdam en regio 2006 Feitenkaart Inkomensgegevens Rotterdam en regio 2006 Begin 2009 zijn de inkomensgegevens op gemeentelijk, deelgemeentelijk en buurtniveau uit het Regionaal Inkomens Onderzoek 2006 van het CBS beschikbaar

Nadere informatie

Profiel van daklozen in de vier grote. steden. Omz, UMC St Radboud Nijmegen. IVO, Rotterdam. Jorien van der Laan Sandra Boersma Judith Wolf

Profiel van daklozen in de vier grote. steden. Omz, UMC St Radboud Nijmegen. IVO, Rotterdam. Jorien van der Laan Sandra Boersma Judith Wolf Profiel van daklozen in de vier grote Omz, UMC St Radboud Nijmegen steden Resultaten uit de eerste meting van de Cohortstudie naar daklozen in de vier grote steden (Coda-G4) IVO, Rotterdam Jorien van der

Nadere informatie

Productcatalogus 2015

Productcatalogus 2015 Productcatalogus 2015 Stichting ToReachIt Simple as A.B.C. Acceptance is the Beginning of Change Inhoudsopgave Inleiding Pag. 1.1 Waarom deze productcatalogus 3. 1.2 Stichting ToReachIt samengevat 3. Producten

Nadere informatie

Raads informatiebrief (Sociaal-Economische pijler)

Raads informatiebrief (Sociaal-Economische pijler) gemeente Eindhoven Raadsnummer 04.R94O.OOI Inboeknummer o4toooyss Classificatienummer 43I.6oy Dossiernurnmer sp juli aoo4 Raads informatiebrief (Sociaal-Economische pijler) Betreft evaluatie en ontwikkelingen

Nadere informatie

Artikelen. Arbeidsparticipatie van vrouwen: een vergelijking naar opleidingsniveau, leeftijd en herkomst

Artikelen. Arbeidsparticipatie van vrouwen: een vergelijking naar opleidingsniveau, leeftijd en herkomst Artikelen Arbeidsparticipatie van vrouwen: een vergelijking naar opleidingsniveau, leeftijd en herkomst Martijn Souren en Jannes de Vries Onder laagopgeleide vrouwen is de bruto arbeidsparticipatie aanzienlijk

Nadere informatie

Hoofdstuk 10. Trendvragen financiële situatie Hoofdstuk 11. Financiële situatie

Hoofdstuk 10. Trendvragen financiële situatie Hoofdstuk 11. Financiële situatie Hoofdstuk 10. Trendvragen financiële situatie Hoofdstuk 11. Financiële situatie Samenvatting Hfst 10. Trendvragen financiële situatie Jaarlijks worden drie trendvragen gesteld die inzicht geven in de financiële

Nadere informatie

Jongeren op de arbeidsmarkt

Jongeren op de arbeidsmarkt Jongeren op de arbeidsmarkt Tanja Traag In 23 was 11 procent van alle jongeren werkloos. Jongeren die geen onderwijs meer volgen, hebben een andere positie op de arbeidsmarkt dan jongeren die wel een opleiding

Nadere informatie

Hoofdstuk 10. Financiële situatie

Hoofdstuk 10. Financiële situatie Hoofdstuk 10. Financiële situatie Samenvatting Hfst 9. Trendvragen financiële situatie Jaarlijks worden drie trendvragen gesteld die inzicht geven in de financiële positie van de Leidenaar. De resultaten

Nadere informatie

Fact sheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam. nummer 5 maart 2013

Fact sheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam. nummer 5 maart 2013 Fact sheet nummer 5 maart 2013 Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam Er zijn ruim 133.000 jongeren van 15 tot en met 26 jaar in Amsterdam (januari 2012). Met de meeste jongeren gaat het goed in het onderwijs

Nadere informatie

Met een startkwalificatie betere kansen op de arbeidsmarkt

Met een startkwalificatie betere kansen op de arbeidsmarkt Met een startkwalificatie betere kansen op de arbeidsmarkt Ingrid Beckers en Tanja Traag Van alle jongeren die in 24 niet meer op school zaten, had 6 procent een startkwalificatie, wat inhoudt dat ze minimaal

Nadere informatie

Uitstroom van ouderen uit de werkzame beroepsbevolking

Uitstroom van ouderen uit de werkzame beroepsbevolking Uitstroom van ouderen uit de werkzame beroepsbevolking Clemens Siermann en Henk-Jan Dirven De uitstroom van 50-plussers uit de werkzame beroepsbevolking is de laatste jaren toegenomen. Een kwart van deze

Nadere informatie

Verdere evolutie van de geharmoniseerde werkloosheid in ruime zin

Verdere evolutie van de geharmoniseerde werkloosheid in ruime zin Verdere evolutie van de geharmoniseerde werkloosheid in ruime zin ruime zin in België, Duitsland, Frankrijk en Nederland in 2014 Directie Statistieken, Begroting en Studies stat@rva.be Inhoudstafel: 1

Nadere informatie

Arbeidsgehandicapten in Nederland

Arbeidsgehandicapten in Nederland en in Nederland Ingrid Beckers In 22 waren er in Nederland ruim anderhalf miljoen arbeidsgehandicapten. Dit komt overeen met 14,7 procent van de 15 64-jarigen. Het aandeel arbeidsgehandicapten is daarmee

Nadere informatie

Hoofdstuk 10. Financiële situatie

Hoofdstuk 10. Financiële situatie Hoofdstuk 10. Financiële situatie Samenvatting In hoofdstuk 9 is aan de hand van een aantal trendvragen kort ingegaan op de financiële situatie van de inwoners van Leiden. In dit hoofdstuk is uitgebreider

Nadere informatie

Werkloosheid Redenen om niet actief te

Werkloosheid Redenen om niet actief te Sociaal Economische Trends 2013 Sociaaleconomische trends Werkloosheid Redenen 2004-2011 om niet actief te zijn Stromen op en duren de arbeidsmarkt Werkloosheidsduren op basis van de Enquête beroepsbevolking

Nadere informatie

Grote dynamiek in kleinschalig ondernemerschap

Grote dynamiek in kleinschalig ondernemerschap Grote dynamiek in kleinschalig ondernemerschap J. Mevissen, L. Heuts en H. van Leenen SAMENVATTING Achtergrond van het onderzoek Het verschijnsel zelfstandige zonder personeel (zzp er) spreekt tot de verbeelding.

Nadere informatie

Pensioenaanspraken in beeld

Pensioenaanspraken in beeld Pensioenaanspraken in beeld Deel 1: aanspraken naar geslacht en burgerlijke staat Elisabeth Eenkhoorn, Annelie Hakkenes-Tuinman en Marije vandegrift bouwen minder pensioen op via een werkgever dan mannen.

Nadere informatie

Levensfasen van kinderen en het arbeidspatroon van ouders

Levensfasen van kinderen en het arbeidspatroon van ouders Levensfasen van kinderen en het arbeidspatroon van ouders Martine Mol De geboorte van een heeft grote invloed op het arbeidspatroon van de vrouw. Veel vrouwen gaan na de geboorte van het minder werken.

Nadere informatie

Monitor Jeugdwerkloosheid Amsterdam over 2015

Monitor Jeugdwerkloosheid Amsterdam over 2015 1 Monitor Jeugdwerkloosheid Amsterdam over 2015 Fact sheet juni 20 De werkloosheid onder Amsterdamse jongeren is het afgelopen jaar sterk gedaald. Van de 3.00 Amsterdamse jongeren in de leeftijd van 15

Nadere informatie

CPB-reactie op OESOstudie over de relatie tussen inkomensongelijkheid. economische groei

CPB-reactie op OESOstudie over de relatie tussen inkomensongelijkheid. economische groei CPB Notitie 22 december 2014 CPB-reactie op OESOstudie over de relatie tussen inkomensongelijkheid en economische groei Uitgevoerd op verzoek van de vaste commissie Financiën van de Tweede Kamer CPB Notitie

Nadere informatie

www.share-project.nl Resultaten van het project 50+ In Europa

www.share-project.nl Resultaten van het project 50+ In Europa www.share-project.nl Resultaten van het project 50+ In Europa Wat gebeurt er nu? Published by Mannheim Research Institute for the Economics of Aging (MEA) L13,17 68131 Mannheim Phone: +49-621-181 1862

Nadere informatie

De Bibliotheek; óók partner in het sociale domein

De Bibliotheek; óók partner in het sociale domein De Bibliotheek; óók partner in het sociale domein Laaggeletterden hebben vaker te maken met armoede, Schuldhulp en gezondheidsproblemen. Gemeenten, wijkteams en consulenten Werk en Inkomen zijn zich hier

Nadere informatie

Socio-economic situation of long-term flexworkers

Socio-economic situation of long-term flexworkers Socio-economic situation of long-term flexworkers CBS Microdatagebruikersmiddag The Hague, 16 May 2013 Siemen van der Werff www.seo.nl - secretariaat@seo.nl - +31 20 525 1630 Discussion topics and conclusions

Nadere informatie

Armoedesignalement 2012: Armoede in 2011 sterk toegenomen

Armoedesignalement 2012: Armoede in 2011 sterk toegenomen Inlichtingen bij Dr. J.C. Vrooman c. vrooman@scp.nl T 070 3407846 Dr. P.H. van Mulligen persdienst@cbs.nl T 070 3374444 Armoedesignalement 2012: Armoede in 2011 sterk toegenomen Den Haag, 6 december 2012

Nadere informatie

Arbeidsgehandicapten in Nederland

Arbeidsgehandicapten in Nederland Arbeidsgehandicapten in Nederland Ingrid Beckers In 2003 waren er in Nederland ruim 1,7 miljoen arbeidsgehandicapten; 15,8 procent van de 15 64-jarige bevolking. Het aandeel arbeidsgehandicapten is daarmee

Nadere informatie

7. Effect crisis op de woningmarkt- dynamiek. Auteur Remco Kaashoek

7. Effect crisis op de woningmarkt- dynamiek. Auteur Remco Kaashoek 7. Effect crisis op de woningmarkt- dynamiek Auteur Remco Kaashoek De dynamiek op de koopwoningmarkt is tussen 2007 en 2011 afgenomen, terwijl die op de markt voor huurwoningen licht is gestegen. Het aantal

Nadere informatie

Eindexamen maatschappijleer vwo 2003-II

Eindexamen maatschappijleer vwo 2003-II Opgave 1 Armoede en werk 1 Het proefschrift bespreekt de effecten van het door twee achtereenvolgende kabinetten-kok gevoerde werkgelegenheidsbeleid. / De titel van het proefschrift heeft betrekking op

Nadere informatie

Hoofdstuk H 11. Financiële situatie

Hoofdstuk H 11. Financiële situatie Hoofdstuk H 11. Financiële situatie Samenvatting verslechterd. Dit wordt bevestigd door het aandeel Leidenaren dat aangeeft rond te kunnen komen met hun inkomen. Dit jaar geeft bijna tweederde van de Leidenaren

Nadere informatie

5. Discussie. 5.1 Informatieve waarde van de basisgegevens

5. Discussie. 5.1 Informatieve waarde van de basisgegevens 5. 5.1 Informatieve waarde van de basisgegevens Relevante conclusies voor het beleid zijn pas mogelijk als de basisgegevens waaruit de samengestelde indicator berekend werd voldoende recent zijn. In deze

Nadere informatie

Werkloosheid in : stromen en duren

Werkloosheid in : stromen en duren Werkloosheid in 24 211: stromen en duren Wendy Smits, Harry Bierings en Robert de Vries Als het aantal mensen dat werkloos wordt groter is dan het aantal werklozen dat er in slaagt weer aan het werk te

Nadere informatie

Samenvatting (Summary in Dutch) Het proefschrift. Hoofdstuk 2

Samenvatting (Summary in Dutch) Het proefschrift. Hoofdstuk 2 (Summary in Dutch) Het proefschrift Dit proefschrift is geschreven rondom de vraag hoeveel uur per week werkende mensen willen werken. Hierbij schenken we aandacht aan twee aspecten. 1 Het eerste aspect

Nadere informatie

Grafiek 26.1a Het vóórkomen van verschillende vormen van discriminatie in Leiden volgens Leidenaren, in procenten 50% 18% 19% 17% 29%

Grafiek 26.1a Het vóórkomen van verschillende vormen van discriminatie in Leiden volgens Leidenaren, in procenten 50% 18% 19% 17% 29% 26 DISCRIMINATIE In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het vóórkomen en melden van discriminatie in Leiden en de bekendheid van en het contact met het Bureau Discriminatiezaken. Daarnaast komt aan de orde

Nadere informatie

Ongelijkheid en armoede: een Europees en Nederlands perspectief

Ongelijkheid en armoede: een Europees en Nederlands perspectief Ongelijkheid en armoede: een Europees en Nederlands perspectief Nibud-Congres 2017 Wat is genoeg? Utrecht, 29 juni 2017 Frank Vandenbroucke Universiteitshoogleraar UvA Wie is arm? Nederlandse benaderingen

Nadere informatie

Wmo beleidsplan 2013 INLEIDING

Wmo beleidsplan 2013 INLEIDING December 2012 INLEIDING Het beleidsplan Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo) 2008-2011 heeft een wettelijk bepaalde werkingsduur van vier jaren. In 2012 is besloten dit beleidsplan met één jaar te

Nadere informatie

De aanpak van armoede

De aanpak van armoede De aanpak van armoede Wat we kunnen leren van empowerment en de psychologie van de schaarste Wat werkt bij de aanpak van armoede WAT IS HET PROBLEEM? Groepen met een verhoogd armoederisico: WAT ZIJN DE

Nadere informatie

Flitspeiling begeleid wonen

Flitspeiling begeleid wonen Grote Bickersstraat 76 1013 KS Amsterdam Postbus 1903 1000 BX Amsterdam tel 020 522 59 99 fax 020 622 15 44 e-mail info@veldkamp.net www.veldkamp.net Flitspeiling begeleid wonen Bart Koenen, Valerie Vieira

Nadere informatie

Factsheet Vrouwen en financiën

Factsheet Vrouwen en financiën Vergroten van financiële zelfredzaamheid AANLEIDING Drie miljoen vrouwen in Nederland zijn niet in staat om zelfstandig in hun levensonderhoud te voorzien. Oftewel zijn niet economisch zelfstandig. Hun

Nadere informatie

Doelgroepenanalyse Resto VanHarte Enschede

Doelgroepenanalyse Resto VanHarte Enschede 1 Doelgroepenanalyse Resto VanHarte Enschede Doelgroepen Iedereen is welkom bij Resto VanHarte. Mensen of groepen die sociaal geïsoleerd zijn of dreigen te raken krijgen onze speciale aandacht. Wij willen

Nadere informatie

Hoofdstuk 10. Arbeidsmarkt

Hoofdstuk 10. Arbeidsmarkt Hoofdstuk 10. Arbeidsmarkt Samenvatting De potentiële beroepsbevolking wordt gedefinieerd als alle inwoners van 15-64 jaar en bestaat uit ruim 86.000 Leidenaren. Van hen verricht circa zeven op de tien

Nadere informatie

Nederland FACTS & FIGURES. Laaggeletterdheid in. Geletterdheid. VAN DE 1,3 MILJOEN laaggeletterden tussen de 15 en 65 jaar zijn: 65% 35%

Nederland FACTS & FIGURES. Laaggeletterdheid in. Geletterdheid. VAN DE 1,3 MILJOEN laaggeletterden tussen de 15 en 65 jaar zijn: 65% 35% Laaggeletterdheid in Nederland FACTS & Ongeveer 1 op de 9 Nederlanders tussen de 16 en 65 jaar is laaggeletterd. In totaal zijn dat 1,3 miljoen mensen. Van deze groep is 65% autochtoon. Het aantal laaggeletterden

Nadere informatie

Verborgen armoede: aan het werk en toch arm?

Verborgen armoede: aan het werk en toch arm? Verborgen armoede: aan het werk en toch arm? Lezing voor de armoedeconferentie Armoede Werkgroep BAR Ridderkerk, donderdag 21 mei 2015 Erik Snel Afdeling Sociologie (EUR) snel@fsw.eur.nl Inhoud 1. Wat

Nadere informatie

Feitenkaart. Inkomensgegevens Rotterdam en regio 2012 (februari 2015, 2e druk)

Feitenkaart. Inkomensgegevens Rotterdam en regio 2012 (februari 2015, 2e druk) Feitenkaart Inkomensgegevens Rotterdam en regio 2012 (februari 2015, 2e druk) Ed 2014 zijn de komensgegevens op gemeentelijk, deelgemeentelijk en buurtniveau uit het Regionaal Inkomens Onderzoek 2012 van

Nadere informatie

Hoofdstuk 24 Financiële situatie

Hoofdstuk 24 Financiële situatie Hoofdstuk 24 Financiële situatie Samenvatting De gemeente voert diverse inkomensondersteunende maatregelen uit die bedoeld zijn voor huishoudens met een lager inkomen. Zes op de tien Leidenaren zijn bekend

Nadere informatie

Hoofdstuk 12. Financiële dienstverlening

Hoofdstuk 12. Financiële dienstverlening Hoofdstuk 12. Financiële dienstverlening Samenvatting Dit hoofdstuk behandelt de bekendheid en het gebruik van vijf Leidse inkomensondersteunende regelingen onder respondenten met een netto huishoudinkomen

Nadere informatie

Maatschappelijke oorzaak

Maatschappelijke oorzaak Recht-Op hanteert het maatschappelijk schuldmodel inzake armoede. De organisatie van de maatschappij, de heersende structuren en regelgevingen veroorzaken armoede, bestendigen of vergroten ze zelfs. Modaliteit

Nadere informatie

Resultaten & conclusies onderzoek:

Resultaten & conclusies onderzoek: Resultaten & conclusies onderzoek: Kinderen over armoede en vluchtelingen door Kinderen Goedgekeurd! Er hebben in totaal 50 scholen deelgenomen aan deze enquête. Dit gaat om een 3000-tal leerlingen. 1.

Nadere informatie

Hoofdstuk 43. Financiële situatie

Hoofdstuk 43. Financiële situatie Stadsenquête Leiden Hoofdstuk 43. Financiële situatie Samenvatting Circa tweederde van de Leidenaren geeft aan gemakkelijk rond te komen met het huishoudinkomen, ruim een kwart komt net rond en kan moeilijk

Nadere informatie

Nederland FACTS & FIGURES. Laaggeletterdheid in. Geletterdheid. VAN DE 1,3 MILJOEN laaggeletterden tussen de 15 en 65 jaar zijn: 65% 35%

Nederland FACTS & FIGURES. Laaggeletterdheid in. Geletterdheid. VAN DE 1,3 MILJOEN laaggeletterden tussen de 15 en 65 jaar zijn: 65% 35% Laaggeletterdheid in Nederland FACTS & Ongeveer 1 op de 9 Nederlanders tussen de 16 en 65 jaar is laaggeletterd. In totaal zijn dat 1,3 miljoen mensen. Van deze groep is 65% autochtoon. Het aantal laaggeletterden

Nadere informatie

Armoedebarometer 2012

Armoedebarometer 2012 Armoedebarometer 2012 Jill Coene An Van Haarlem Danielle Dierckx In opdracht van Decenniumdoelen 2017 Armoede in cijfers Kinderen geboren in een kansarm gezin verdubbeld tot 8,6% op tien jaar tijd - Kwalijke

Nadere informatie

Gezondheidsbeleving en werkhervatting 35-minners (april 2010) Aanleiding

Gezondheidsbeleving en werkhervatting 35-minners (april 2010) Aanleiding Gezondheidsbeleving en werkhervatting 35-minners (april 2010) Aanleiding Het is de vraag of het in alle gevallen reëel is om van werkgevers en de desbetreffende werknemers te verwachten dat zij (in het

Nadere informatie

Hoofdstuk 9. Trendvragen financiële situatie Hoofdstuk 10. Financiële situatie

Hoofdstuk 9. Trendvragen financiële situatie Hoofdstuk 10. Financiële situatie Hoofdstuk 9. Trendvragen financiële situatie Hoofdstuk 10. Financiële situatie Samenvatting Hfst 9. Trendvragen financiële situatie Jaarlijks worden drie trendvragen gesteld die inzicht geven in de financiële

Nadere informatie

Kennissynthese arbeid en psychische aandoeningen. Dr. F.G.Schaafsma Dr. H. Michon Prof. dr. J.R. Anema

Kennissynthese arbeid en psychische aandoeningen. Dr. F.G.Schaafsma Dr. H. Michon Prof. dr. J.R. Anema Kennissynthese arbeid en psychische aandoeningen Dr. F.G.Schaafsma Dr. H. Michon Prof. dr. J.R. Anema Ernstige Psychische Aandoeningen (EPA) Definitie consensus groep EPA¹ - Sprake van psychische stoornis

Nadere informatie

het college van Burgemeester en Wethouders van Winsum. Drie scenario s voor het invoeren van een eigen bijdrage in de Wmo

het college van Burgemeester en Wethouders van Winsum. Drie scenario s voor het invoeren van een eigen bijdrage in de Wmo Aan: Namens: Onderwerp: Wmo adviesraad het college van Burgemeester en Wethouders van Winsum. Drie scenario s voor het invoeren van een eigen bijdrage in de Wmo Geachte Leden van de Wmo Adviesraad, De

Nadere informatie

N. Buitelaar, psychiater en V. Yildirim, psycholoog. Beiden werkzaam bij Altrecht Centrum ADHD Volwassenen.

N. Buitelaar, psychiater en V. Yildirim, psycholoog. Beiden werkzaam bij Altrecht Centrum ADHD Volwassenen. ADHD Wachtkamerspecial Onderbehandeling van ADHD bij allochtonen: kinderen en volwassenen N. Buitelaar, psychiater en V. Yildirim, psycholoog. Beiden werkzaam bij Altrecht Centrum ADHD Volwassenen. Inleiding

Nadere informatie

Opgave 3 Een nieuwe klassenmaatschappij?

Opgave 3 Een nieuwe klassenmaatschappij? Opgave 3 Een nieuwe klassenmaatschappij? 19 maximumscore 4 een beschrijving van twee moderniseringsprocessen op economisch gebied (per proces 1 scorepunt) 2 het aangeven van het gevolg: vraag naar hogeropgeleide

Nadere informatie

Langdurige werkloosheid in Nederland

Langdurige werkloosheid in Nederland Langdurige werkloosheid in Nederland Robert de Vries In 25 waren er 483 duizend werklozen. Hiervan waren er 23 duizend 42 procent langdurig werkloos. Langdurige werkloosheid komt vooral voor bij ouderen.

Nadere informatie

Voorlopige update PwC rapport 2013: Laaggeletterdheid in Nederland kent aanzienlijke maatschappelijke kosten

Voorlopige update PwC rapport 2013: Laaggeletterdheid in Nederland kent aanzienlijke maatschappelijke kosten 24 Voorlopige update PwC rapport 2013: Laaggeletterdheid in Nederland kent aanzienlijke maatschappelijke kosten Maart 2017 PwC is het merk waaronder PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. (KvK 34180285),

Nadere informatie

Rondkomen van huishoudinkomen naar doelgroep

Rondkomen van huishoudinkomen naar doelgroep Hoofdstuk 16. Financiële situatie Samenvatting 16. FINANCIËLE SITUATIE In hoofdstuk 5 is aan de hand van een aantal trendvragen kort ingegaan op de financiële situatie van de inwoners van Leiden. In dit

Nadere informatie

Van baan naar eigen baas

Van baan naar eigen baas M200912 Van baan naar eigen baas drs. A. Bruins Zoetermeer, juli 2009 Van baan naar eigen baas Ruim driekwart van de ondernemers die in de eerste helft van 2008 een bedrijf zijn gestart, werkte voordat

Nadere informatie

Samenvatting. Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum Cahier

Samenvatting. Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum Cahier Samenvatting Om de relatief hoge recidive onder ex-gedetineerden te verminderen, wordt in het kader van re-integratie al tijdens detentie begonnen met het werken aan de problematiek van gedetineerden.

Nadere informatie

Gezondheidsverwachting volgens socio-economische gradiënt in België Samenvatting. Samenvatting

Gezondheidsverwachting volgens socio-economische gradiënt in België Samenvatting. Samenvatting Verschillende internationale studies toonden socio-economische verschillen in gezondheid aan, zowel in mortaliteit als morbiditeit. In bepaalde westerse landen bleek dat, ondanks de toegenomen welvaart,

Nadere informatie

Het Inkomen van Chronisch zieke mensen

Het Inkomen van Chronisch zieke mensen Het Inkomen van Chronisch zieke mensen een uiteenzetting door: Greet Verbergt voor t Lichtpuntje & Vlaamse pijnliga 18 april 2009 Greet Verbergt is navorser en collega van Prof. Bea Cantillon aan het Centrum

Nadere informatie

Kwetsbaar alleen. De toename van het aantal kwetsbare alleenwonende ouderen tot 2030

Kwetsbaar alleen. De toename van het aantal kwetsbare alleenwonende ouderen tot 2030 Kwetsbaar alleen De toename van het aantal kwetsbare alleenwonende ouderen tot 2030 Kwetsbaar alleen De toename van het aantal kwetsbare alleenwonende ouderen tot 2030 Cretien van Campen m.m.v. Maaike

Nadere informatie

Ontwikkeling van het gemiddeld gestandaardiseerd besteedbaar inkomen in 1,000,00 in de periode in Zuid-Holland en Nederland

Ontwikkeling van het gemiddeld gestandaardiseerd besteedbaar inkomen in 1,000,00 in de periode in Zuid-Holland en Nederland Inleiding Het zorgen voor een eigen inkomen, het hebben van werk, geeft trots en voldoening. Werken schept de mogelijkheid in contact met anderen iets te doen wat als waardevol wordt gezien. Er wordt immers

Nadere informatie

Rapport. Eigen regie en zelfredzaamheid ; een enquête onder senioren

Rapport. Eigen regie en zelfredzaamheid ; een enquête onder senioren Rapport Eigen regie en zelfredzaamheid ; een enquête onder senioren Woerden, juli 2014 Inhoudsopgave I. Omvang en samenstelling groep respondenten p. 3 II. Wat verstaan senioren onder eigen regie en zelfredzaamheid?

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009 2010 24 515 Preventie en bestrijding van stille armoede en sociale uitsluiting Nr. 186 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID Aan

Nadere informatie

Wonen zonder partner. Arie de Graaf en Suzanne Loozen

Wonen zonder partner. Arie de Graaf en Suzanne Loozen Arie de Graaf en Suzanne Loozen In 25 telde Nederland 4,2 miljoen personen van 18 jaar of ouder die zonder partner woonden. Eén op de drie volwassenen woont dus niet samen met een partner. Tussen 1995

Nadere informatie

Handout bezoek minister Plasterk aan Bonaire

Handout bezoek minister Plasterk aan Bonaire Pagina 1 Aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Postbus 20011 2500 EA Den Haag Handout bezoek minister Plasterk aan Bonaire Met deze handout wil consumentenbond Unkobon u feitelijke

Nadere informatie

De eerste baan is niet de beste

De eerste baan is niet de beste De eerste baan is niet de beste Auteur(s): Velden, R. van der (auteur) Welters, R. (auteur) Willems, E. (auteur) Wolbers, M. (auteur) Werkzaam bij het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA)

Nadere informatie

PERSBERICHT Brussel, 15 mei 2017

PERSBERICHT Brussel, 15 mei 2017 PERSBERICHT Brussel, 15 mei 2017 Armoede-indicatoren in België in 2016 (EU-SILC) Werklozen, eenoudergezinnen en huurders meest kwetsbaar voor armoede Vandaag publiceert de Algemene Directie Statistiek

Nadere informatie

Hoofdstuk 24. Financiële dienstverlening

Hoofdstuk 24. Financiële dienstverlening Hoofdstuk 24. Financiële dienstverlening Samenvatting De gemeente voert diverse inkomensondersteunende maatregelen uit die bedoeld zijn voor huishoudens met een lager inkomen. Ruim zeven op de tien Leidenaren

Nadere informatie

Duurzame inzetbaarheid tot 67 jaar: Hoe doe je dat? Prof Lex Burdorf Afdeling Maatschappelijke Gezondheidszorg Erasmus MC, Rotterdam

Duurzame inzetbaarheid tot 67 jaar: Hoe doe je dat? Prof Lex Burdorf Afdeling Maatschappelijke Gezondheidszorg Erasmus MC, Rotterdam Duurzame inzetbaarheid tot 67 jaar: Hoe doe je dat? Prof Lex Burdorf Afdeling Maatschappelijke Gezondheidszorg Erasmus MC, Rotterdam Duurzame inzetbaarheid in het nieuws Duurzame inzetbaarheid in het nieuws

Nadere informatie