Tweede Kamer der Staten-Generaal

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Tweede Kamer der Staten-Generaal"

Transcriptie

1 Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar Vernieuwde taakstelling Vrouwenemancipatie bureaus Nr. 2 NOTA INHOUDSOPGAVE Inleiding Deel I Evaluatie taakstelling 6 1. Beleid tot nu toe 6 2. Ontwikkelingen 7 3 Noodzaak tot aanpassing van de taakstelling 9 4. Conclusies 11 Deel II Vernieuwde taakstelling Doelsubsidieverlening 12 2 Taakstelling Doelgroepen Middelen Organisatorische aspecten Financiën Invoering van de Taakstelling Belangrijkste beslissingen 18 Noten 18 Bijlage: adressenlijst vrouwen emancipatiebureaus 19 Tweede Kamer, vergaderjaar , 19874, nrs

2 INLEIDING Doel van de nota Sinds het begin van de jaren tachtig is in het kader van het emancipatiebeleid van de regering een dertiental vrouwenemancipatiebureaus gerealiseerd. De subsidieverlening aan deze voorzieningen, op basis van de Subsidieregeling Emancipatievoorzieningen op regionaal niveau, heeft een structureel karakter. Na een vrij langdurige startfase worden de resultaten van dit beleid zichtbaar. De vrouwenemancipatiebureaus hebben de vraagstukken, die op hen afkomen, met voortvarendheid aangepakt, en zijn bezig om zich een centrale positie te verwerven in de ondersteuningsstructuur voor het emancipatieproces op regionaal niveau. Intussen hebben zich in de afgelopen jaren een aantal ontwikkelingen voorgedaan, die hun weerslag hebben op de vrouwenemancipatiebureaus. Deze ontwikkelingen gaven aanleiding tot een bezinning op het beleid ten aanzien van deze bureaus. Gebleken is, dat de taak, die deze voorzieningen geacht worden te vervullen, in het licht van de huidige situatie te breed is geformuleerd en onvoldoende aanknopingspunten biedt voor taakafbakening ten opzichte van andere voorzieningen met een verwante taak. Tijdens het mondeling overleg met de vaste Commissie voor het emancipatiebeleid van de Tweede Kamer (op 17 april 1985') over de vrouwenemancipatiebureaus heeft mijn voorgangster, mw. mr. A. Kappeyne van de Coppello, u toegezegd een evaluatie van het beleid terzake te zullen doen opstellen. Deze toezegging wordt hierbij gestand gedaan. Gezien mijn voornemen om dit beleid met voortvarendheid voort te zetten, acht ik het moment gekomen om dit waar nodig bij te stellen. De nota heeft derhalve tot doel om de vrouwenemancipatiebureaus een duidelijker plaats te geven in de ondersteuningstructuur voor het emancipatieproces in de samenleving. Daartoe wordt een vernieuwde doelstelling voor de subsidieverlening geformuleerd alsmede een reeks van daarop afgestemde functies, die de bureaus in de komende periode zullen moeten vervullen. Met deze evaluatie en bijstelling van beleid wordt de beleidsontwikkeling ten aanzien van dit onderdeel van het subsidiebeleid afgerond. Daarmee breekt het ogenblik aan om een volgende stap te zetten. Deze zal gaan in de richting van decentralisatie van de subsidieverlening naar provincies respectievelijk grote gemeenten. Wanneer in een provincie of gemeente de situatie daar naar is en het verzoek daartoe mij bereikt dan zal ik de subsidiëring van een vrouwenemancipatiebureau aan die provincie of gemeente overdragen. Of de situatie daar rijp voor is zal vooral moeten blijken uit de overeenstemming over de overdracht die moet zijn bereikt tussen het provincie- respectievelijk gemeentebestuur en het bestuur van het desbetreffende bureau. Zoals uit deze opzet blijkt, streef ik er niet naar alle bureaus tegelijkertijd te decentraliseren. Mijn bedoeling is juist om rekening te houden met regionale verschillen en geen situatie te forceren. Dit betekent ook dat ik er niet op mik om aan het einde van deze kabinetsperiode reeds alle bureaus te hebben overgedragen. Ik stel mij voor in 1988 een begin te maken met de overdracht en in een aantal bureaus overgedragen te hebben. Ik de daaropvolgende periode van vier jaar zullen de overige bureaus volgen. Inbreng vanuit de bureaus Deze vernieuwde taakstelling is in hoge mate geënt op de richting, die de bureaus zelf al voor hun verdere ontwikkeling aangeven. Tweede Kamer, vergaderjaar , , nrs

3 Meer in het bijzonder is op twee momenten uitdrukkelijk gevraagd om hun inbreng bij de onderhavige beleidsontwikkeling. Ten eerste is in het afgelopen voor jaar een gesprek gevoerd met ieder vrouwenemancipatiebureau afzonderlijk. Daarin is gevraagd om een visie te geven op hun huidige functie alsmede op wenselijke veranderingen daarin. Ten tweede is onlangs in een vergadering van het Landelijk Overleg Emancipatie Steunpunten (een regelmatig overleg tussen de medewerksters van de vrouwenemancipatiebureaus) mondeling de ambtelijke gedachtenvorming uiteengezet met het oog op een toetsing daarvan aan de ideeën van de LOES. Opbouw nota De nota is opgebouwd uit twee delen. Het eerste bevat de resultaten van de beleidsevaluatie, die heeft plaatsgevonden. Achtereenvolgens wordt teruggeblikt op de oorspronkelijke bedoeling van dit subsidiebeleid, en worden relevante ontwikkelingen geschetst alsmede de knelpunten, die zichtbaar zijn geworden. Tot slot worden conclusies geformuleerd. Het tweede deel bevat een vernieuwde doelstelling voor de subsidieverlening, en een daarop aansluitende taakstelling in termen van te vervullen functies. Voorts een aanduiding van de doelgroepen en middelen, alsmede een uiteenzetting over de voorwaarden, die deze taakstelling mede moeten mogelijk maken. Tweede Kamer, vergaderjaar , 19874, nrs

4 DEELI EVALUATIE TAAKSTELLING 1. Beleid tot nu toe 1.1. Beleidsontwikkeling In 1978 bracht de toenmalige Emancipatiecommissie het «Voorbericht emancipatiewerk en aktiverend netwerk» 2 uit, waarin onder meer werd geadviseerd om regionale vrouwenbureaus op te richten. In het advies «Regionale vrouwenbureaus in het kader van een activerend netwerk» 3 en het advies «Landelijk Vrouwenbureau» 4, beide van 1979, werden de gedachten over de vrouwenbureaus in het Voorbericht nader uitgewerkt. Naar aanleiding van de uitgebrachte adviezen besloot staatssecretalis mw. J. G. Kraaijeveld-Wouters in 1979 tot de realisering van een vrouwenemancipatiebureau in elke provincie en eventueel in enkele grote steden. (Nadien is bepaald dat hiervoor in aanmerking komen: Amsterdam, Rotterdam en Den Haag). Haar standpunt is verwoord in de nota Provinciale Vrouwenemancipatiebureaus 5. Als beleidsdoel werd geformuleerd: «het scheppen van voorwaarden voor veranderingen, die betrekking hebben op de positie van vrouwen en mannen in de samenleving en het verruimen van hun keuzemogelijkheden 6. In de nota wordt het vrouwenemancipatiebureau gezien als een service-instituut «waar vooral de zo rijk geschakeerde en op verschillende wijzen georganiseerde vrouwenbeweging (vrouwenbonden, groepen, organisaties) een beroep op kan doen voor wat betreft ondersteuning, stimulering, informatieverstrekking en activering etc». Daarnaast zou het bureau ook een voorlichtings- en activeringsfunctie moeten vervullen naar instellingen, particuliere organisaties en overheden met het oog op stimulering van veranderingen in de diverse maatschappelijke sectoren. In beginsel is er geen beperking wat betreft het werkterrein en de instellingen, waarop het vrouwenemancipatiebureau de aandacht zou kunnen richten, aldus de nota 7. Het in de nota geformuleerde beleidsconcept ligt ook ten grondslag aan de Subsidieregeling emancipatievoorzieningen op regionaal niveau 8. Daarin worden de volgende functies vermeld, die de vrouwenemancipatiebureaus moeten vervullen (artikel 3, tweede lid): a. ondersteuning en stimulering, onder andere door middel van informatie en advies, van emancipatiegroeperingen en van degenen die emancipatie-activiteiten opzetten of willen gaan opzetten; b. advies en informatie aan groepen vrouwen en individuele vrouwen; c. voorlichting en activering, gericht op particuliere organisaties en groeperingen alsmede op de overheid, met als doel het bij deze organisaties en groeperingen en bij de overheid bevorderen van een grote mate van emancipatiegerichtheid en van het voeren van emancipatiebeleid; d. het ter beschikking stellen van documentatiemateriaal; e. het signaleren van knelpunten bij de daarvoor in aanmerking komende particuliere organisaties en groeperingen en bij de overheid. In een brief aan de provincies 9, formuleerde staatssecretaris mw. drs. H. d'ancona haar standpunt ten aanzien van enkele aspecten van dit beleid. Zij opende daarin ondermeer de mogelijkheid om regionale steunpunten op te richten in plaats van één centraal provinciaal punt. Voor meer gedetailleerde informatie over deze ontwikkelingsfase verwijs ik u naar het «Overzicht van de vrouwenemancipatiebureaus per 1 mei 1984» dat in 1984 aan de vaste Commissie voor het emancipatiebeleid van de Tweede Kamer is aangeboden' Gerealiseerde bureaus In 1981 is het Drents Vrouwenburo opgericht. Na grondige voorbereiding konden in de loop van de overige thans functionerende vrouwenemancipatiebureaus worden gerealiseerd. De meeste gingen in van start. De bureaus zijn dus over het algemeen nog maar betrekkelijk korte tijd werkelijk in bedrijf. Tweede Kamer, vergaderjaar , 19874, nrs

5 Concreet is de stand van zaken per 1 januari 1987 aldus: in totaal zijn er nu 13 vrouwenemancipatiebureaus: in elf provincies alsmede in de steden Den Haag en Amsterdam; een onderzoek naar de behoeften aan een vrouwenemancipatiebureau is gestart in Rotterdam en wordt naar verwachting ondernomen in de nieuwe provincie Flevoland. Hieruit zal dus mogelijk nog een tweetal nieuwe bureaus kunnen resulteren 12. In de naamgeving is als regel de term «steunpunt» in plaats van «vrouwen (emancipatie) bureau» gebruikt of heeft men nog andere omschrijvingen gekozen. In overeenstemming met de voorwaarde, die de subsidieregeling terzake stelt", zijn de besturen zodanig samengesteld, dat daarin de verschillende geledingen van het emancipatieveld op evenwichtige wijze zijn weerspiegeld. Ongeveer de helft van de provinciale vrouwenbureaus is gevestigd in één, provinciaal, kantoor. Iets meer dan de helft heeft het werk verdeeld over een aantal regionale kantoren, al of niet met aanwijzing van één als hoofdkantoor. 2. Ontwikkelingen Het beleidsconcept, op basis waarvan deze voorzieningen in het leven zijn geroepen, ontstond in een tijd, toen de zogenaamde tweede feministische golf de emancipatiebeweging van vrouwen nieuw élan had gegeven. Inmiddels hebben zich ontwikkelingen voorgedaan, die van invloed zijn op het functioneren van de bureaus. Ik doel hiermee op ontwikkelingen in de vrouwenbeweging, het krachtenveld waarbinnen de vrouwenemancipatiebureaus moeten opereren, en in de bureaus zelf Vrouwenbeweging Ongeveer vanaf het begin van de jaren tachtig veranderde de aanpak van de vrouwenbeweging. Actieve groepen kozen vaak uitdrukkelijk een bepaald maatschappelijk terrein of probleemveld als uitgangspunt voor de activiteiten. Deze hielden veelal in dat er uit ontevredenheid met het reguliere aanbod een alternatief aanbod voor vrouwen werd verzorgd. Allengs richten de activiteiten zich ook op het bevorderen van structurele veranderingen binnen het reguliere circuit op het betrokken terrein. Voordien lag het uitgangspunt voor de activiteiten veelal in «de onvrede bij vrouwen». Analyse en bewustwording kregen veel aandacht, naast het formuleren van actiepunten. Praatgroepen en assertiviteitstrainingen mochten zich in een grote belangstelling verheugen. Eveneens in deze periode groeide binnen de vrouwenbeweging het besef dat vrouwenemancipatie niet voor alle vrouwen op dezelfde wijze kan verlopen. Vrouwen werden niet langer als één samenhangende groep gezien. Er vond differentiëring plaats naar categorieën vrouwen en daarop werden de activiteiten afgestemd. Tenslotte trad een zekere «verzakelijking» en professionering op. Werd aanvankelijk veelal principieel gekozen voor het onbetaald werken aan de emancipatie van vrouwen, nu werd het aanvaard om in betaalde functies bij te dragen aan het emancipatieproces. Niettemin moet niet worden vergeten, dat er naast deze duidelijke tendens tot specialisering tegelijkertijd ook activiteiten plaatsvinden, die te zamen het gehele spectrum bestrijken, dat reikt van een eerste kennismaking met emancipatie, naar bewustwording van de eigen positie als vrouw in deze samenleving tot het ondernemen van activiteiten, die kunnen leiden tot verandering in de persoonlijke situatie of in de maatschappelijke structuren Krachtenveld Mede als gevolg van de hiervoor geschetste ontwikkelingen binnen de vrouwenbeweging is het krachtenveld, waarbinnen de vrouwenemancipatiebureaus moeten functioneren, belangrijk veranderd. Tweede Kamer, vergaderjaar , , nrs

6 Allereerst is er een veelvoud aan vrijwillige initiatieven ontstaan ten opzichte van het aantal, waarvan in de jaren zeventig sprake was. Het aantal vrouwengroepen, dat potentieel een beroep kan doen op de bureaus, nam dus sterk toe. Daarnaast zijn er op landelijk niveau en op regionaal/lokaal niveau betaalde vrouwenprojecten ontstaan, die op specifieke terreinen emancipatieontwikkelingen ondersteunen en stimuleren. Te denken valt aan het Landelijk Steunpunt Vrouw en Werk, en de regionaal werkende vrouwenwerkwinkels. Of aan het Landelijk Steunpunt Vrouwenhulpverlening, en een aantal experimentele projecten op het gebied van de vrouwenhulpverlening of projecten ter bestrijding van sexueel geweld. Tevens ontwikkelt zich op regionaal niveau een groeiend aantal gespecialiseerde vrouwenprojecten, die op vrijwillige basis vergelijkbare taken uitvoeren als de betaalde projecten. Naast de vrouwenemancipatiebureaus zijn er dus ook andere voorzieningen ontstaan ter ondersteuning en stimulering van het emancipatieproces. Binnen de gevestige instellingen en instanties neemt het aantal personen, veelal vrouwen, toe die de emancipatiedoelstellingen onderschrijven en zich beijveren om deze ingang te doen vinden in het beleid van de eigen organisatie. De potentiële cliënten van de bureaus bevinden zich dus niet meer uitsluitend in de vrouwenbeweging buiten de reguliere structuren, maar in toenemende mate ook daarbinnen. Ten slotte vindt binnen de landelijke, provinciale en gemeentelijke overheden - zij het in uiteenlopende mate - emancipatiebeleidsontwikkeling plaats. Dit kan veranderingen in de werkwijze van de bureaus met zich meebrengen Vrouwenbureaus De ontwikkelingen in de vrouwenbeweging en de veranderingen in het hun omringende krachtenveld hebben hun weerslag gevonden op de vrouwenemancipatiebureaus. Het meest prominent is de invloed, die de tendens naar specialisering heeft uitgeoefend op de invulling van de taken van de bureaus. Een aantal bureaus, met name die recentelijk zijn opgericht, is zich direct bij de start gaan specialiseren op een beperkt aantal maatschappelijke terreinen. Andere, en met name bureaus die al vrij vroeg zijn ontstaan, hebben hun taakstelling aanvankelijk opgebouwd vanuit de functies, die in de nota Provinciale Vrouwenemancipatiebureaus zijn geformuleerd. Ook daar komt evenwel met de jaren eenzelfde tendens tot specialisering naar terreinen tot uiting, die overigens niet overal even sterk is doorgezet. Ook in de doelgroepen en werkwijze van de bureaus treden verschuivingen op. Voor zover het beleid van een bureau overwegend gebaseerd is op het oorspronkelijk concept, ligt het accent op de ondersteuning van die vrijwilligersactiviteiten van de vrouwenbeweging waarin met name de individuele emancipatie van vrouwen centraal staat. Naarmate meer specialisering naar terreinen heeft plaatsgevonden, worden in toenemende mate ook emancipatiegevoelige personen, die werkzaam zijn binnen de reguliere structuren, tot doelgroep van het vrouwenbureau. Door verbindingen aan te brengen tussen de autonome vrouwenbeweging en dit «professionele» veld richt men zich op structurele veranderingen op een bepaald maatschappelijk terrein. Bijvoorbeeld coördineert het Drents Vrouwenburo een provinciaal platform vrouwenhulpverlening, waaraan hulpverleensters binnen en buiten de reguliere instellingen deelnemen. Onder meer door middel van trainingen vrouwenhulpverlening ondersteunt en stimuleert het vrouwenburo degenen, die binnen de reguliere instellingen de visie en methodiek van de emancipatiebeweging willen integreren. Tenslotte heeft een aantal vrouwenemancipatiebureaus gekozen voor bepaalde categoriën vrouwen waaraan extra aandacht wordt geschonken in verband met de specifieke problemen, die de betreffende groep Tweede Kamer, vergaderjaar , , nrs

7 ontmoet. Zo legt men bij voorbeeld in een aantal bureaus uitdrukkelijk een prioriteit bij de buitenlandse en «zwarte» vrouwen. 3. Noodzaak tot aanpassing van de taakstelling 3.1. Positieve resultaten Deze evaluatie beperkt zich tot het functioneren van de taakstelling van de bureaus als basis voor hun werkzaamheden. De evaluatie strekt zich niet uit tot het geheel van de werkzaamheden van de bureaus. Niettemin kan in algemene zin worden geconstateerd dat er door de bureaus in korte tijd veel werk verzet en veel initiatief ontplooid is. Deze inspanningen beginnen duidelijk hun vruchten af te werpen. Dit is mede te danken aan het feit, dat de bureaus erin zijn geslaagd om de veranderingen, die zich in het hun omringende veld voltrokken, in hun aanpak te integreren. Zij kregen daar ook de ruimte voor, die in dit opzicht zeer nuttig is gebruikt. De ervaringen tot nu toe geven mij alle aanleiding te verwachten, dat de vrouwenemancipatiebureaus hun positie nog meer zullen verstevigen, en ook in de toekomst een zeer nuttige rol zullen kunnen vervullen binnen de totale infrastructuur ter ondersteuning van het vrouwenemancipatieproces. Wanneer ik hieronder inga op een aantal knelpunten, dan doe ik dat tegen deze positieve achtergrond. Een bezinning op dit moment dient er juist toe om de beleidskoers voor de komende periode zorgvuldig uit te zetten, en daarmee het effect van dit beleid te optimaliseren knelpunten In het beleid zijn in de afgelopen jaren een aantal knelpunten aan de dag getreden. Deze vinden hun oorzaak in de hiervoor geschetste ontwikkelingen alsmede in een aantal factoren, die daar los van staan. Ik noem de volgende: - uiteengroeien van de bureaus Zoals hiervoor al is beschreven bestaan er vrij aanzienlijke verschillen tussen de afzonderlijke bureaus wat betreft de taken, die zij vervullen. Deze verschillen komen ook tot uiting in de uiteenlopende naamgeving. Gedeeltelijk zijn deze verschillen terug te voeren op de sociaal-geografische verschillen tussen de provincies/grote gemeenten. Deze differentiëring moet zonder meer als positief worden gezien. Allengs zijn echter ook verschillen ontstaan als gevolg van uiteenlopende opvattingen over het doel van dit beleid. Deze situatie is onwenselijk, omdat het de herkenbaarheid van de bureaus als categorie voorzieningen niet bevordert. - moeilijkheden met profilering Voorts heeft een aantal bureaus moeite (ondervonden) bij het uitzetten van de eigen koers, en derhalve ook bij de profilering van de eigen functie naar buiten. Ook dit schaadt de herkenbaarheid en staat een optimaal functioneren in de weg. - overbelasting Bij veel bureaus is sprake van een chronische overbelasting. De sterk in aantal en soort toegenomen initiatieven binnen de vrouwenbeweging maken het welhaast onmogelijk om op alle verzoeken aan ondersteuning in te gaan. Ook lopen de vraagstukken, waarvoor een beroep op het bureau wordt gedaan, vaak zozeer uiteen, dat het niet goed mogelijk is om in alle gevallen een adequaat antwoord te bieden. Op grond van hun huidige taakstelling worden zij echter wel verondersteld dit te doen. - risico van overlapping en problemen met taakafbakening Een ander soort knelpunten ligt in de sfeer van onduidelijke taakafbakening en kans op overlapping tussen de bureaus en andere voorzieningen. Tweede Kamer, vergaderjaar , , nrs

8 Daarbij gaat het vooral om landelijke en regionale/plaatselijke vrouwenprojecten die zich hebben gespecialiseerd op een bepaald deelterrein van het emancipatievraagstuk. De ontwikkeling in de richting van specialisering binnen veel vrouwenemancipatiebureaus brengt beide onderdelen van de ondersteuningsstructuur in principe dicht bij elkaar. Hoewel er in de praktijk nog geen ernstige problemen zijn opgetreden, vraagt de situatie wel om verduidelijking. Dezelfde situatie kan zich ook voordoen tussen vrouwenemancipatiebureaus en algemene voorzieningen, die expliciet aandacht gaan schenken aan activiteiten van (groepen) vrouwen. Een afstemmingsprobleem is ook ontstaan rond de zogenoemde «steunfunctie emancipatiewerk». Vóórdat de Tijdelijke Rijksbijdrageregeling ter stimulering van emancipatiewerk (RBR-EW) tot stand kwam, functioneerden in de meeste provincies zogenoemde VOS-consulentes (Vrouwen Oriënteren zich op de Samenleving). Zij ondersteunden de plaatselijke werkgroepen, die de VOS-cursussen organiseerden. Deze functies zijn in 1980 subsidietechnisch opgenomen in de genoemde regeling. Sindsdien hebben zij veranderingen ondergaan waartoe de formulering in de RBR-EW ook de ruimte bood. Dit heeft er soms toe geleid dat niet geheel duidelijk meer was, wat beide, de steunfuncties en de bureaus, onderscheidt. Vooral provinciale besturen hebben dit als probleem gevoeld. In dezelfde sfeer ligt het probleem, dat in sommige provincies onvoldoende onderscheid wordt gezien tussen deze, gespecialiseerde emancipatie-voorzieningen en de specifieke functie van een Vrouwenraad Oplossingen Het voorgaande wijst erop, dat de inhoud van de taakstelling (zie onder 1.1.) te ruim is geformuleerd in het licht van de huidige situatie. Het is te veel en laat te veel ruimte voor uiteenlopende invullingen van de taak. Bovendien is deze taak niet gedefinieerd als deel van een groter geheel. De oplossing van de gesignaleerde knelpunten kan mijns inziens mede gevonden worden in: - een nadere toespitsing van de taak van de vrouwenemancipatiebureaus in duidelijk contrast met de overige onderdelen van de ondersteuningsstructuur, en - verbeteringen in de voorwaarden, die de taakvervulling mogelijk moeten maken Evaluatie enkele afzonderlijke taken Op enkele taken, die deel uitmaken van de huidige taakstelling, wil ik uitvoeriger ingegaan. Dit betreft de functies b en d (zie onder 1.1.). De taak om aan individuele vrouwen advies en informatie te verschaffen zorgt in de praktijk voor nogal wat problemen. Voor de zeer uiteenlopende vragen om ondersteuning in de eigen privé-situatie, die vrouwen aan de bureaus voorleggen, is een grondige kennis van in principe alle maatschappelijke terreinen vereist alsmede van de per terrein relevante emancipatie-aspecten. Dit is niet te realiseren en ook niet wenselijk. In de notitie over Ombudsvrouwen 13 van mijn voorgangster, mw. mr. A. Kappeyne van de Coppello, is dit aspect uitvoerig belicht. Als algemene lijn wordt daarin aangegeven, dat de functie hulp aan individuele vrouwen door middel van informatie, advies, ondersteuning en doorverwijzing bij voorkeur gekoppeld zou moeten worden aan projecten, die zich specialiseren op een bepaald deelterrein van het emancipatievraagstuk. Per deelterrein moet worden beoordeeld, of en zo ja in welke mate, er behoefte bestaat aan een dergelijk (tijdelijk) apart aanbod voor vrouwen. Een vergelijkbaar knelpunt doet zich voor rond de taak om documentatiemateriaal ter beschikking te stellen. De tijd en deskundigheid om deze functie zodanig te vervullen, dat een volwaardig regionaal documentatie- Tweede Kamer, vergaderjaar , , nrs

9 centrum ontstaat zijn niet voorhanden. Het is echter, mede vanwege het kostenaspect ook niet wenselijk om daarnaar te streven. Veeleer zal gestreefd moeten worden naar integratie van de emancipatie-invalshoek in de reguliere voorzieningen op bibliotheek- en documentatiegebied. Deze overwegingen geven mij aanleiding om beide functies uit het takenpakket te schrappen. 4. Conclusies Het voorgaande resumerend kom ik tot de volgende conclusies. Het beleid met betrekking tot de vrouwenemancipatiebureaus biedt goede perspectieven voor de toekomst mits er een aanpassing plaatsvindt in de taakstelling van deze voorzieningen. Met het formuleren van een nieuwe taak moet worden bereikt: dat de vrouwenemancipatiebureaus een duidelijker plaats krijgen in het geheel van de ondersteuningsstructuur op emancipatiegebied; dat de effectiviteit van het werk wordt vergroot; en dat de werkbelasting wordt verminderd. Gegeven de huidige situatie alsmede de ontwikkelingen, die wij in de nabije toekomst mogen verwachten, zal er een toespitsing moeten plaatsvinden op een beperktere funktie, die aansluit bij de tendensen binnen de vrouwenbeweging, en die een zinvolle schakel vormt in het geheel van de ondersteuningsstructuur voor het emancipatieproces in de samenleving. Aan de ene kant zal er een duidelijke richting moeten worden aangegeven, terwijl er aan de andere kant voldoende flexibiliteit moet worden gegarandeerd om een creatieve aanpak van nieuwe ontwikkelingen mogelijk te maken, en om het werk van het vrouwenemancipatiebureau te kunnen laten aansluiten bij de regionale situatie. Tweede Kamer, vergaderjaar , , nrs

10 DEEL II VERNIEUWDE TAAKSTELLING Zoals ik hiervoor heb gesteld, moet het vervolgbeleid met betrekking tot de vrouwenemancipatiebureaus worden voorzien van een stevige basis in de vorm van het aanpassen van de taakstelling. Daarover gaat dit deel van de nota. Doordat de bureaus als geheel een onderdeel vormen van het subsidiebeleid als middel van het emancipatiebeleid, heeft deze aanpassing gevolgen voor de formulering van het subsidiedoel. 1. Doelsubsidieverlening 1.1. Doelstelling De onder I.4 genoemde conclusies vormen de uitgangspunten voor het opnieuw te formuleren doel, op grond waarvan de subsidieverlening aan de vrouwenemancipatiebureaus zal worden voortgezet. Op basis van deze uitgangspunten kom ik tot de volgende beleidsdoelstelling: De vrouwenemancipatiebureaus moeten het instrument zijn, dat op regionaal niveau structurele emancipatie-ontwikkelingen op gang brengt, en wel in samenwerking met de vrouwenbeweging in het werkgebied, en in samenhang met de voorzieningen, die op landelijk niveau ondersteuning bieden aan structurele emancipatieontwikkelingen Toelichting op beleidsdoel Een aantal aspecten in deze doelstelling behoeft nadere toelichting. Met het begrip «regionaal» wordt verwezen naar zowel het provinciaal niveau als het grootstedelijk niveau van de betrokken gemeenten, Amsterdam, Den Haag en Rotterdam. De term «structureel» geeft aan, dat de vrouwenemancipatiebureaus primair de opdracht krijgen om hun activiteiten doelbewust te richten op het bevorderen van veranderingen in structuren ten gunste van vrouwen. Daarmee staat bijvoorbeeld in contrast het ondersteunen en stimuleren van de individuele emancipatie van vrouwen. In het beleid van de vrouwenemancipatiebureaus zal het strategische aspect een vrij groot accent moeten krijgen. De taak om veranderingen in structuren te bevorderen moet niet statisch maar dynamisch worden ingevuld. Daarop doelt de zinsnede «emancipatie-ontwikkelingen op gang brengen». Daarmee wordt beoogd om twee soorten knelpunten te vermijden. In de eerste plaats wordt ermee beoogd, dat er geen doublures ontstaan in het functioneren van vrouwenemancipatiebureaus en naar deelterreinen gespecialiseerde emancipatiesteunpunten en projecten op zowel landelijk als lokaal en provinciaal niveau. De taakafbakening tussen de diverse geledingen in de ondersteuningsstructuur kan daardoor worden verhelderd. In de tweede plaats kan ermee worden voorkomen, dat de vrouwenemancipatiebureaus worden overbelast, doordat zij de verantwoordelijkheid behouden over een toenemend aantal projecten. In deze visie moeten de vrouwenemancipatiebureaus bij uitstek hun taak zien in het initiëren en tot ontwikkeling brengen van projecten, die na enige tijd zelfstandig verder kunnen dan wel door anderen kunnen worden voortgezet. Met nadruk wordt de samenwerking met de vrouwenbeweging in het betrokken werkgebied vermeld. Het vrouwenemancipatiebureau moet er immers toe bijdragen, dat de visie, inzichten en methoden, die door de vrouwenbeweging worden ontwikkeld, worden geïntroduceerd in de structuren van onze samenleving. Het kan dus niet zo zijn, dat de vrouwenemancipatiebureaus hun beleid geheel los van het betrokken emancipatieveld zouden ontwikkelen. Anderzijds draagt het vrouwenemancipatiebureau de verantwoordelijkheid voor het eigen beleid en moet het daarover zelfstandig kunnen beslissen. De samenhang met de landelijke emancipatie ondersteuningsvoorzieningen wordt in de geformuleerde doelstelling benadrukt om daarmee de aandacht te vestigen op de noodzaak tot wederzijdse aanvulling en Tweede Kamer, vergaderjaar , , nrs

11 versterking van beide niveaus. Globaal zal deze samenhang hieruit moeten bestaan, dat de landelijke voorzieningen de inhoudelijke verdieping (analyse, methodieken) en de strategische hoofdlijnen van een bepaald deelterrein van het emancipatievraagstuk ontwikkelen en aanbieden, terwijl de vrouwenemancipatiebureaus bijdragen aan de geografische verspreiding van hetgeen landelijk wordt ontwikkeld door in hun werkgebied initiatieven te nemen, alsmede aan het overbrengen van signalen vanuit de regio naar het landelijk niveau. Uiteraard moet er ook samenhang worden nagestreefd tussen het functioneren van de vrouwenemancipatiebureaus en van lokale/regionale emancipatieprojecten, maar deze samenhang zal primair bestaan uit een goede taakafbakening. 2. Taakstelling 2.1. Functies In deel I onder 1.1. zijn de huidige functies opgesomd. De rol, die de vrouwenemancipatiebureaus volgens de nieuwe beleidsdoelstellingen moeten vervullen, komt tot uiting in de uitoefening van een nieuwe reeks functies te weten: een ontwikkelingsfunctie een signaleringsfunctie een coördinatiefunctie een informatiefunctie. De drie laatstgenoemde functies kunnen worden beschouwd als voorwaardenscheppend ten opzichte van de eerstgenoemde functie die meer direct moet bijdragen aan de realisering van de beleidsdoelstelling Toelichting op functies Ter toelichting moge het volgende dienen Ontwikkelingsfunctie De vrouwenbureaus moeten het relevante veld ondersteunen in de ontwikkeling van externe projecten die gericht zijn op de structurele aanpak van knelpunten. Met een «project» wordt in dit verband bedoeld een geheel van samenhangende activiteiten. De vorm van deze activiteiten kan uiteenlopen al naar gelang de aard van het op te lossen knelpunt. Zoals onder 1.2. is uiteengezet moeten de projecten een tijdelijk karakter hebben. Een project kan leiden tot de integratie van emancipatiedoelstellingen, visies en methoden in bestaande structuren, of tot het creëren van (tijdelijke) categoriale voorzieningen voor vrouwen. Bij ieder project moet aandacht worden geschonken aan de inhoud van de gewenste veranderingen en aan de weg, waarlangs die kunnen worden bereikt (strategie) Signaleringsfunctie De vrouwenemancipatiebureaus moeten, samen met het relevante veld, knelpunten opsporen en deze ter kennis brengen van daarvoor in aanmerking komende overheden, instanties en organisaties en van de relevante landelijke emancipatievoorzieningen Coördinatiefunctie De vrouwenemancipatiebureaus verkeren in een positie die gunstig is voor het bevorderen van verbindingen tussen de verschillende geledingen en niveaus in het hun omringende krachtenveld. Zij moeten deze positie benutten en diverse verbanden aanbrengen, die als basis kunnen dienen van waaruit veranderingen in structuren kunnen worden bevorderd Informatiefunctie De vrouwenemancipatiebureaus moeten fungeren als knooppunt van veelsoortige informatie over emancipatieontwikkelingen en activiteiten. Tweede Kamer, vergaderjaar , , nrs

12 Zij moeten ervoor zorgen, dat actieve groepen binnen de vrouwenbeweging in het werkgebied worden geattendeerd op relevante ontwikkelingen en op eikaars werk. Overheden, instanties en organisaties in het werkgebied moeten worden geïnformeerd over de ideeën en activiteiten die de vrouwenbeweging ontwikkelt Prioriteiten Gegeven het grote aantal deelterreinen, waaruit het totale emancipatievraagstuk is opgebouwd, ligt de noodzaak tot prioriteitstelling voor de hand. De vrouwenemancipatiebureaus zullen dan ook bij het vervullen van de onder 2.1. genoemde taak prioriteiten moeten stellen. Een dergelijke beperking moet ertoe dienen, dat de medewerksters hun deskundigheid kunnen opbouwen en verdiepen. Daardoor kan de doelmatigheid en effectiviteit van het werk worden vergroot. En tenslotte behoedt prioriteitstelling een vrouwenemancipatiebureau voor overbelasting. De gekozen prioriteiten moeten worden vastgelegd in een beleidsplan. Daarin moet gemotiveerd worden aangegeven, welke aspecten, doelgroepen, en middelen worden gekozen en wat men met de activiteiten hoopt te bereiken. Een beleidsplan kan enkele jaren bestrijken, maar zal minstens per jaar moeten worden geactualiseerd. Het moet de subsidiënt een houvast bieden om de effectiviteit van de activiteiten te toetsen. In de prioriteitskeuze kunnen bij uitstek de verschillen, die bestaan tussen de diverse delen van het land, tussen provincie en grote stad, tot uitdrukking worden gebracht, opdat de bureaus in hun functioneren zoveel mogelijk aansluiten bij de situatie in het eigen werkgebied. 3. Doelgroepen Zoals in deel I onder 2, al is aangeduid, heeft de vrouwenbeweging de afgelopen jaren een wat bredere samenstelling gekregen dan de geheel uit vrijwilligsters bestaande groepen en verenigingen. De professionele medewerk(st)ers die binnen de reguliere instellingen pogen emancipatiedoelstellingen, inzichten en methoden ingang te doen vinden, moeten ook tot het veld worden gerekend, waarop het vrouwenbureau zich richt. Zoals in deel I onder 3.4. is aangegeven vormt de categorie individuele vrouwen daarentegen niet langer een doelgroep, waaraan prioriteit moet worden gegeven. Ik ga ervan uit, dat de vrouwenemancipatiebureaus bij hun taakvervulling in principe openstaan voor alle geledingen van de vrouwenbeweging. Daarbij noem ik uitdrukkelijk ook de emancipatiebeweging van vrouwen uit minderheidsgroepen. Ik acht het zeer gewenst, dat het beleid van de bureaus mede op deze doelgroep wordt afgestemd. Daartoe kan het opnemen van vrouwen uit deze groep binnen de personeelsformatie een goed middel zijn. Ik zal hier dan ook op aandringen. Buiten de vrouwenbeweging zijn overheden, instanties en particuliere organisaties de reguliere structuren waarop veelal de activiteiten betrekking zullen hebben. 4. Middelen 4.1. Veelsoortige middelen In de afgelopen jaren is vanuit het ministerie benadrukt, dat de vrouwen emancipatiebureaus zelf geen uitvoerende werkzaamheden ter hand mochten nemen. De overwegingen daarbij waren, dat ervoor moest worden gewaakt dat zij geen taken zouden gaan overnemen, die tot dan toe door andere organisaties werden verricht. Bovendien zouden dergelijke werkzaamheden een te groot beslag leggen op de beschikbare formatieuren van de bureaus. De praktijk heeft geleerd, dat het in sommige gevallen noodzakelijk is om zelf een activiteit uit te voeren als middel om een bepaalde ontwikkeling op gang te brengen. Tweede Kamer, vergaderjaar , 19874, nrs

13 In het licht van de opnieuw geformuleerde doelstelling zijn een groot aantal middelen denkbaar die alleen of in combinatie met elkaar kunnen bijdragen aan de realisering van het doel. Bij wijze van voorbeelden volgt hieronder een niet uitputtende lijst van mogelijke middelen: advisering in gesprek of per telefoon werkbijeenkomsten, werkgroepen, studiedagen, themadagen, scholingsdagen, korte cursussen opzetten van netwerken informatiebulletins, themapublikaties artikelen en interviews in (vak)pers affiches, AV materiaal kleine inventariserende onderzoeken sociale kaarten. Deze middelen moeten zorgvuldig worden gekozen en toegepast, afhankelijk van het doel dat moet worden bereikt. Op twee aspecten ga ik hieronder nader in Documentatiemateriaal In de nieuwe taakstelling vervalt «het ter beschikking stellen van documentatiemateriaal» als zelfstandige functie. De onder genoemde informatiefunctie kanonder meer uitgeoefend worden door enig documentatiemateriaal ter beschikking te stellen. Dat zal dan in vrij bescheiden mate moeten gebeuren. Wel zal worden onderzocht, of een verbinding tot stand kan worden gebracht tussen de vrouwenemancipatiebureaus en de centrale informatievoorziening op het gebied van de positie van de vrouw met het oog op een efficiënt gebruik van landelijk geconcentreerde informatiebestanden Voorlichtingsbeleid Eveneens in het kader van de informatiefunctie acht ik het gewenst dat de vrouwenemancipatiebureaus meer doelgericht dan tot nu toe een voorlichtingsbeleid ontwikkelen. Ook daartoe zullen stappen worden ondernomen. 5. Organisatorische aspecten Om de gestelde taak naar behoren te kunnen vervullen moeten de voorwaarden aanwezig zijn om dit mogelijk te maken. In de afgelopen periode zijn hier knelpunten aan het licht getreden, die om een oplossing vragen. De gesignaleerde knelpunten alsmede de eisen, die de nieuwe taak stelt, maken een aantal verbeteringen in de organisatorische sfeer noodzakelijk. Hiervoor is een beperkte financiële uitbreiding per bureau mogelijk. Het streven moet echter vooral worden gericht op verhoging van de doelmatigheid. Ik wil met de bureaus gesprekken voeren over de uitwerking van verschillende aspecten van organisatorische aard Organisatie van het werk De nieuwe taakstelling van de vrouwenemancipatiebureaus brengt de vraag met zich mee welke organisatorische vormgeving deze het meest tot zijn recht doet komen. De beantwoording van deze vraag concentreert zich vooral op de vraag, of het de voorkeur verdient per provincie het werk in één centraal kantoor te verrichten of in een aantal regionale kantoren. Op dit moment valt hierover nog geen duidelijke uitspraak te doen. Mijn voorkeur neigt in de richting van één centraal kantoor, maar wellicht zijn er goede gronden om voor een zekere spreiding te pleiten. Deze vraag wil ik in de komende periode met de bureaus zelf bespreken. Voorts denk ik aan de bijdrage, die automatisering kan leveren aan taakverlichting en efficiency. Tweede Kamer, vergaderjaar , , nrs

14 In 1986 zijn reeds subsidies beschikbaar gesteld voor de aanschaf van automatiseringsapparatuur en programmatuur. Het is mijn bedoeling om in 1987 in overleg met de vrouwenemancipatiebureaus een verdergaande automatisering te implementeren. Mogelijk zal dit er in de nabije toekomst toe leiden, dat er een netwerkstructuur tot stand komt Personeel Om de vernieuwde taakstelling op een acceptabel niveau te kunnen uitvoeren acht ik het wenselijk dat een vrouwenemancipatiebureau in elk geval kan beschikken over 180 formatie-uren: te verdelen over inhoudelijke en administratieve medewerksters. Binnen dit kader wil ik meer differentiëring mogelijk maken, zodat de concrete formatie van de bureaus beter kan worden aangepast aan de actuele behoeften. De taakstelling van de bureaus vereist enerzijds, dat de medewerksters flexibel kunnen inspelen op nieuwe ontwikkelingen, en anderzijds dat hun specialisering met betrekking tot een bepaald maatschappelijk terrein een zekere diepgang bereikt. Deze situatie vraagt om voortdurende aandacht voor het deskundigheidsaspect. De bureaus zullen stappen moeten nemen om de aanwezige deskundigheden waar nodig te actualiseren en aan te vullen Landelijke ondersteuning Thans functioneert ter ondersteuning van de medewerksters van de bureaus een landelijk overleg, dat beurtelings door één der bureaus wordt voorbereid. Ter versterking van deze mijns inziens nuttige functie acht ik het gewenst deze te doen vervullen met behulp van extra formatie-uren en andere aanvullende middelen. Over de vormgeving van een dergelijk steunpunt zal ik binnenkort een gesprek beleggen met de vrouwenemancipatiebureaus. 6. Financiën De huidige financiële regelgeving ten aanzien van de vrouwenemancipatiebureaus is gebaseerd op de Subsidieregeling Emancipatievoorzieningen op regionaal niveau 8. De ervaringen van de afgelopen jaren alsmede het hierboven geformuleerde vervolgbeleid geven mij aanleiding om het beleid op dit punt bij te stellen. Deze bijstelling houdt een kwantitatieve verruiming in en een verruiming in de systematiek van de subsidieverlening Omvang van het budget Jaarlijks is een totaal-bedrag van f beschikbaar voor de vrouwenemancipatiebureaus en de landelijke ondersteuning ervan. Per bureau kan een subsidie worden verleend dat maximaal de volgende kosten dekt: personeelskosten ten behoeve van 180 formatie-uren f ,- materiële kosten ten behoeve van organisatie, huisvesting en activiteiten f ,- Wellicht ten overvloede zij vermeld dat de kosten van externe projecten, die de vrouwenemancipatiebureaus (mede) tot ontwikkeling brengen, in principe gedekt moeten worden door externe financiering Budgetverantwoordelijkheid Ik acht het gewenst om de subsidiesystematiek te vereenvoudigen. Nu het instrument zich heeft uitgekristalliseerd, ligt een vorm van deregulering voor de hand. Deze heeft onder meer tot doel om de bureaus in de gelegenheid te stellen flexibeler dan op dit moment mogelijk is, in te spelen op nieuwe ontwikkelingen of op de eigen specifieke situatie. Tevens wordt ervan verwacht, dat de beschikbare middelen zo op de meest effeciënte wijze zullen worden ingezet. Tweede Kamer, vergaderjaar , , nrs

15 Concreet staat mij voor ogen de vrouwenemancipatiebureaus een eigen budgetverantwoordelijkheid te geven binnen de gestelde grenzen. Dit zal onder meer betekenen dat geen aanvullend subsidie zal worden verleend in geval van budgetoverschrijding maar ook dat bij onderbesteding de resterende subsidiegelden binnen de taakstelling kunnen worden aangewend. In de subsidieregeling zal een bepaling worden opgenomen, dat bij onderbesteding in enig jaar tot een bedrag van maximaal f 30000,- mag worden gereserveerd ter besteding in het daaropvolgend jaar. De niet bestede gelden boven het maximum van f 30000,-, alsmede de na een jaar resterende middelen van het bedrag van f zullen terugvloeien naar de subsidiegever. Het zwaartepunt in de toetsing door het departement zal komen te liggen op de inhoudelijke beleidsbepaling door de bureaus. 7. Invoering van de taakstelling Tenslotte wil ik spoedig de Subsidieregeling Emancipatievoorzieningen op regionaal niveau van 1983 aanpassen aan de inhoud van deze nota, waarna de nieuwe taakstelling zal worden ingevoerd. Ik ga ervan uit, dat dit stadium vóór de zomer 1987 zal zijn bereikt. 8. Belangrijkste beslissingen De nota bevat onder meer deze beslissingen: Op grond van een evaluatie van het beleid ten aanzien van de vrouwenemancipatiebureaus wordt geconcludeerd, dat dit beleid goede perspectieven biedt voor de toekomst. Het zal derhalve worden voortgezet. Wel geven de ontwikkelingen en ervaringen van de afgelopen periode aanleiding om de beleidsdoelstelling en de taakstelling van de bureaus aan te passen. De huidige, in de subsidieregeling genoemde functies worden vervangen door een nieuwe reeks functies. Om een goede uitoefening van deze taak te bevorderen wordt een aantal maatregelen aangekondigd. Ter dekking van de kosten, die daarmee gemoeid zijn, is met ingang van 1987 een aanvullend bedrag per bureau van f ,- op jaarbasis gereserveerd. Daarnaast is een bedrag gereserveerd van f ,- ten behoeve van een landelijk ondersteuningspunt voor de bureaus. De systematiek van de subsidieverlening wordt zodanig vereenvoudigd, dat de bureaus aanmerkelijk meer ruimte krijgen om een op de individuele behoeften afgestemd financieel beleid te voeren. De Subsidieregeling Emancipatievoorzieningen op regionaal niveau van 1983 wordt aan deze beleidswijzigingen aangepast. Tweede Kamer, vergaderjaar , , nrs

16 NOTEN 1 Verslag van een mondeling overleg. Tweede Kamer ( ), XV nr 9 2 Voorbericht emancipatiewerk en aktiverend netwerk. Rijswijk, Emancipatie Kommissie, augustus Advies regionale vrouwenbureaus in het kader van een activerend netwerk. Rijswijk, Emancipatie Kommissie, januari Advies landelijk vrouwenbureau. Rijswijk, Emancipatie Kommissie, april Provinciale Vrouwenemancipatiebureaus. Rijswijk, Ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk werk, 29 oktober Zie noot 5, pag 2 ' Zie noot 5, pag. 3 8 Subsidieregeling emancipatievoorzieningen op regionaal niveau, 's Gravenhage. Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, 12 oktober Ned. Staatscou rant, 19 oktober 1983 nr 203 Gewijzigd: 8 april 1986, Ned Staatscourant, 14 april 1986, nr Brief aan de Colleges van Gedeputeerde Staten van de provincies. Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, DCEU II dd 30 maart Zie onder noot 1,; het overzicht is opgenomen als bijlage bij dit verslag. " Zie subsidieregeling art 3 derde lid. 12 In Rotterdam is het onderzoek geënta meerd door de werkgroep VESSIO (Vrouwen Emancipatie Steunpunt in Onderzoek). Postbus 23357, 3001 KJ Rotterdam Het initiatief tot een onderzoek in de provincie Flevoland is genomen door de Stichting Emancipatie De Waterjuffer, p/a Oosterringweg 61, 8314 PT Bant. 1a Notitie over ombudsvrouwen. Den Haag, Ministerie van Sociale Zaken en Werkgele genheid, juni 1986, pag Tweede Kamer, vergaderjaar , , nrs

17 Adressenlijst Vrouwenemancipatiebureaus 1. Stichting Vrouwenbureau Groningen Emmasingel AJ Groningen tel.: Stichting Vrouwenemancipatie Friesland Stationsweg 16a Postbus BS Leeuwarden tel.: Stichting Vrouwenbureau Drenthe Noordersingel JW Assen tel.: Stichting Emancipatiesteunpunt Overijssel Westerdok Wierdensestraat GJ Almelo tel.: Stichting Gelders Steunpunt Vrouwenwerk Willemsplein 21/Postbus AP Arnhem tel.: Stichting Steunpunt Vrouwenemancipatie Utrecht Mariaplaats LH Utrecht tel.: Stichting Ondersteuning Emancipatiewerk Noord-Holland (SOEN) Anna van Burenlaan SM Haarlem tel.: Stichting Stedelijk Overleg Orgaan Vrouwenwerk Amsterdam (SOOVA) 2e van der Helsstraat 29/Postbus' EC Amsterdam tel.: Vereniging Vrouwenemancipatie Steunpunt Zuid-Holland (VES) Westvest AZ Delft Stichting Haags Vrouwensteunpunt Pr. Hendrikstraat HG Den Haag tel.: Stichting Vrouwenemancipatie Zeeland Nieuwstraat 13/Postbus AK Middelburg tel.: Tweede Kamer, vergaderjaar , 19 74, nrs

18 12. Stichting Vrouwensteunpunten Noord-Brabant Hinthamerstraat ML 's-hertogenbosch tel.: Stichting Vrouwensteunpunten Limburg Bisschop Lindanussingel LV Roermond tel.: Tweede Kamer, vergaderjaar , 19874, nrs

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1991-1992 22 300 XVI Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van hoofdstuk XVI (Ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur)

Nadere informatie

s-gravenhage, 14 januari 2000 De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E. Borst-Eilers

s-gravenhage, 14 januari 2000 De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E. Borst-Eilers Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal s-gravenhage, 14 januari 2000 Onderwerp: Beleidsvisie landelijk kennis/behandelcentrum eetstoornissen Hierbij doe ik u een mijn «beleidsvisie voor

Nadere informatie

Samen aan de IJssel Inleiding

Samen aan de IJssel Inleiding Samen aan de IJssel Samenwerking tussen de gemeenten Capelle aan den IJssel en Krimpen aan den IJssel, kaders voor een intentieverklaring en voor een onderzoek. Inleiding De Nederlandse gemeenten bevinden

Nadere informatie

Subsidieverlening voor landelijke deskundigheidsbevordering van vrijwilligers.

Subsidieverlening voor landelijke deskundigheidsbevordering van vrijwilligers. Subsidieverlening voor landelijke deskundigheidsbevordering van vrijwilligers. In deze notitie wordt ingegaan op de volgende aspecten van de landelijke subsidiering van activiteiten in de sfeer van deskundigheidsbevordering:

Nadere informatie

Bestuurlijke afspraken in het kader van de voorbereiding transitie Jeugdzorg

Bestuurlijke afspraken in het kader van de voorbereiding transitie Jeugdzorg Bestuurlijke afspraken in het kader van de voorbereiding transitie Jeugdzorg Ter voorbereiding op de transitie maken gemeenten, georganiseerd in zes regio s, en Gedeputeerde Staten van provincie Utrecht,

Nadere informatie

Zorgen voor het bedreigde kind. Onderzoek naar de samenwerking tussen Raad voor de Kinderbescherming en Bureau Jeugdzorg

Zorgen voor het bedreigde kind. Onderzoek naar de samenwerking tussen Raad voor de Kinderbescherming en Bureau Jeugdzorg Zorgen voor het bedreigde kind Onderzoek naar de samenwerking tussen Raad voor de Kinderbescherming en Bureau Jeugdzorg Inspectie jeugdzorg Utrecht, november 2006 2 Inspectie jeugdzorg Inhoudsopgave Samenvatting...

Nadere informatie

Akkoord afdelingshoofd/manager. Akkoord hoofd organisatieonderdeel. Akkoord teamleider/manager

Akkoord afdelingshoofd/manager. Akkoord hoofd organisatieonderdeel. Akkoord teamleider/manager Akkoord afdelingshoofd/manager Akkoord hoofd organisatieonderdeel Akkoord teamleider/manager Publiekshal Het Rond 1, Zeist www.zeist.nl www.twitter.com/gemeentezeist Postbus 513, 3700 AM Zeist www.facebook.com/gemeentezeist

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1986-1987 Jeugdwelzijn BRIEF VAN DE MINISTER VAN WELZIJN, VOLKSGEZONDHEID EN CULTUUR Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Rijswijk,

Nadere informatie

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Postbus 20350 2500 EJ DEN HAAG. Advisering Besluit langdurige zorg.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Postbus 20350 2500 EJ DEN HAAG. Advisering Besluit langdurige zorg. POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Juliana van Stolberglaan 4-10 TEL 070-88 88 500 FAX 070-88 88 501 INTERNET www.cbpweb.nl www.mijnprivacy.nl AAN De Staatssecretaris van Volksgezondheid,

Nadere informatie

Provinciale Staten van Overijssel

Provinciale Staten van Overijssel www.prv-overijssel.nl Provinciale Staten van Overijssel Postadres Provincie Overijssel Postbus 10078 8000 GB Zwolle Telefoon 038 425 25 25 Telefax 038 425 75 02 Uw kenmerk Uw brief Ons kenmerk Datum EMT/2005/1830

Nadere informatie

Postadres Provincie Overijssel Colleges van Burgemeester en wethouders van de gemeenten in Overijssel Postbus 10078

Postadres Provincie Overijssel Colleges van Burgemeester en wethouders van de gemeenten in Overijssel Postbus 10078 www.overijssel.nl Postadres Provincie Overijssel Colleges van Burgemeester en wethouders van de gemeenten in Overijssel Postbus 10078 8000 GB Zwolle t.a.v. afdeling Sociale zaken Telefoon 038 425 25 25

Nadere informatie

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, mevrouw mr. M.C. van der Laan

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, mevrouw mr. M.C. van der Laan Cultuurconvenant 2005 2008 OCW, provincie Overijssel, provincie Gelderland, gemeente Zwolle, gemeente Enschede, gemeente Hengelo, gemeente Apeldoorn, gemeente Arnhem, gemeente Nijmegen De Staatssecretaris

Nadere informatie

Provincies, natuurlijk doen! Aanvulling BBL-oud-grond

Provincies, natuurlijk doen! Aanvulling BBL-oud-grond Provincies, natuurlijk doen! Aanvulling BBL-oud-grond Aanvullend advies aan het Interprovinciaal Overleg over de verdelingsvraagstukken samenhangend met de BBL-oud-grond Juni 2013 Inhoud 1 Inleiding 2

Nadere informatie

Het Signalerend. Toegankelijke. Activerende. Netwerk

Het Signalerend. Toegankelijke. Activerende. Netwerk Stean foar Stipe Visie op cliëntondersteuning zorg, welzijn en aangepast wonen Het Signalerend ignalerende Toegankelijke Effectieve Activerende Netwerk (dat stiet as in hûs!) Inleiding Sinds januari 2007

Nadere informatie

Huishoudelijke Hulp Toelage in Leeuwarden: de Himmelsjek

Huishoudelijke Hulp Toelage in Leeuwarden: de Himmelsjek Notitie Huishoudelijke Hulp Toelage in Leeuwarden: de Himmelsjek Inleiding Op 17 februari 2015 is de notitie Huishoudelijke Hulp Toelage in Leeuwarden: de Himmelsjek, door het college vastgesteld. Op 23

Nadere informatie

Subsidie voor Natuur en Milieu Flevoland

Subsidie voor Natuur en Milieu Flevoland GLOBAL SERVICE / INDUSTRY Subsidie voor Natuur en Milieu Flevoland Provincie Flevoland 24 oktober 2008 Inhoudsopgave Conclusies Advies KPMG Overwegingen Aanpak Functies en bezetting NMF Consequenties uitvoeren

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2000 2001 27 400 XV Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het

Nadere informatie

Projectplan Monitor bevordering arbeidsparticipatie (2009-2012)

Projectplan Monitor bevordering arbeidsparticipatie (2009-2012) -1- Projectplan Monitor bevordering arbeidsparticipatie (2009-2012) 1 Aanleiding voor het project Arbeidsparticipatie is een belangrijk onderwerp voor mensen met een chronische ziekte of functiebeperking

Nadere informatie

EEN NIEUWE KOERS. Limburgse VrouwenRaad september 2010

EEN NIEUWE KOERS. Limburgse VrouwenRaad september 2010 EEN NIEUWE KOERS Limburgse VrouwenRaad september 2010 1 1. Terugblik 35 jaar Limburgse VrouwenRaad 2. Belangrijkste conclusies De kracht van de LVR als koepel 3. Een nieuwe koers Economische ontwikkelingen

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag > Retouradres Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag Directie Constitutionele Zaken en Wetgeving Afdeling Wetgeving Staatsinrichting en Bestuur Turfmarkt

Nadere informatie

OCW, provincie Zuid-Holland, provincie Noord-Holland, gemeente Leiden, gemeente Haarlem

OCW, provincie Zuid-Holland, provincie Noord-Holland, gemeente Leiden, gemeente Haarlem Cultuurconvenant 2005 2008 OCW, provincie Zuid-Holland, provincie Noord-Holland, gemeente Leiden, gemeente Haarlem De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, mevrouw mr. M.C. van der Laan

Nadere informatie

ez02000001 Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal s-gravenhage, 20 december 2001

ez02000001 Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal s-gravenhage, 20 december 2001 ez02000001 Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal s-gravenhage, 20 december 2001 Sinds najaar 2000 is het BioPartner-programma operationeel. Dit programma heeft ten doel om het aantal

Nadere informatie

1. Huidige aandelenverhouding en verliesbijdrage

1. Huidige aandelenverhouding en verliesbijdrage 11 november 2003 Nr. 2003-19.448, EZ Nummer 38/2003 Voordracht van Gedeputeerde Staten aan Provinciale Staten van Groningen inzake aandelenoverdracht en baanverlenging van Groningen Airport Eelde N.V.

Nadere informatie

BESTUURSOVEREENKOMST GROND. EZ Provincies

BESTUURSOVEREENKOMST GROND. EZ Provincies BESTUURSOVEREENKOMST GROND EZ Provincies September 2013 BESTUURSOVEREENKOMST GROND Ondergetekenden: A. de staatssecretaris van Economische Zaken B. de gedeputeerden Vitaal Platteland van alle provincies

Nadere informatie

Regeling aanvullende bekostiging maatschappelijke stage in het voortgezet

Regeling aanvullende bekostiging maatschappelijke stage in het voortgezet Algemeen Verbindend Voorschrift Betreft de onderwijssector(en) Informatie CFI/ICO Voorgezet onderwijs vo 079-3232.444 Regeling aanvullende bekostiging maatschappelijke stage in het voortgezet onderwijs

Nadere informatie

Deze centrale vraag leidt tot de volgende deelvragen, die in het onderzoek beantwoord zullen worden.

Deze centrale vraag leidt tot de volgende deelvragen, die in het onderzoek beantwoord zullen worden. Aan: Gemeenteraad van Druten Druten, 27 juli 2015 Geachte voorzitter en leden van de gemeenteraad, In de eerste rekenkamerbrief van 2015 komt inkoop en aanbesteding aan bod. Dit onderwerp heeft grote relevantie,

Nadere informatie

Directie Financiële Markten. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. 5 juli 2007 FM 2007-01654 M

Directie Financiële Markten. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. 5 juli 2007 FM 2007-01654 M Directie Financiële Markten De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Datum Uw brief (Kenmerk) Ons kenmerk 5 juli 2007 FM 2007-01654 M Onderwerp Wetgevingsoverleg

Nadere informatie

de bank ambtshalve onderzoek de bank Definitieve Bevindingen

de bank ambtshalve onderzoek de bank Definitieve Bevindingen POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Prins Clauslaan 20 TEL 070-381 13 00 FAX 070-381 13 01 E-MAIL info@cbpweb.nl INTERNET www.cbpweb.nl AAN de bank DATUM 17 maart 2006 CONTACTPERSOON

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1988-1989 Rijksbegroting voor het jaar 1989 20 800 Hoofdstuk XVI Ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur Nr. 172 BRIEF VAN DE MINISTER VAN WELZIJN,

Nadere informatie

Datum : 13 december 2005 Nummer PS : PS2006ZCW03 Dienst/sector : MEC/DMO Commissie : ZCW Registratienummer : 2005MEC002130i Portefeuillehouder : Kamp

Datum : 13 december 2005 Nummer PS : PS2006ZCW03 Dienst/sector : MEC/DMO Commissie : ZCW Registratienummer : 2005MEC002130i Portefeuillehouder : Kamp S T A T E N V O O R S T E L Datum : 13 december 2005 Nummer PS : PS2006ZCW03 Dienst/sector : MEC/DMO Commissie : ZCW Registratienummer : 2005MEC002130i Portefeuillehouder : Kamp Titel : Overdracht functie

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Zitting 1980-1981 14496 Emancipatiebeleid IMr.42 De vroegere stukken zijn gedrukt in de zittingen 1976-1977, 1977-1978,1978-1979 en 1979-1980 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS

Nadere informatie

Plan van Aanpak Vrijwilligerswerk 2007 tot 2011. Aanpakken Maar!

Plan van Aanpak Vrijwilligerswerk 2007 tot 2011. Aanpakken Maar! Plan van Aanpak Vrijwilligerswerk 2007 tot 2011 Aanpakken Maar! INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING 2. RONDETAFELGESPREKKEN 2.1 Algemene uitkomsten van de rondetafelgesprekken 2.2 Aanbevelingen professor Meijs

Nadere informatie

Steeds minder startersleningen beschikbaar

Steeds minder startersleningen beschikbaar RAPPORT Starterslening in Nederland Steeds minder startersleningen beschikbaar Uitgevoerd in opdracht van www.starteasy.nl INHOUD Starterslening in Nederland Steeds minder startersleningen beschikbaar

Nadere informatie

: Voorstel inzake kaderstellende discussie Zorgloket

: Voorstel inzake kaderstellende discussie Zorgloket Raad : 10 december 2002 Agendanr. : 5 Doc.nr : B200217584 Afdeling: : Educatie en Welzijn RAADSVOORSTEL Onderwerp : Voorstel inzake kaderstellende discussie Zorgloket Voorgeschiedenis De realisatie van

Nadere informatie

17 november 2015 Corr.nr , FC Nummer 82/2015 Zaaknr

17 november 2015 Corr.nr , FC Nummer 82/2015 Zaaknr 17 november 2015 Corr.nr. 2015-49.452, FC Nummer 82/2015 Zaaknr. 603304 Voordracht van Gedeputeerde Staten aan Provinciale Staten van Groningen inzake het optimaliseren van de huidige Planning & Controlcyclus

Nadere informatie

Inleiding. Vervanging huidige telefooncentrale. Commissie Bestuur en Financiën. 11 december 2001 Nr. 2001-17.866, CDB Nummer 64/2001

Inleiding. Vervanging huidige telefooncentrale. Commissie Bestuur en Financiën. 11 december 2001 Nr. 2001-17.866, CDB Nummer 64/2001 Commissie Bestuur en Financiën 11 december 2001 Nr. 2001-17.866, CDB Nummer 64/2001 Voordracht van Gedeputeerde Staten aan Provinciale Staten van Groningen inzake de aanschaf en financiering van een nieuwe

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1986-1987 19 582 Het toeristisch en recreatief onderwijs Nr. 2 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS EN WETENSCHAPPEN Aan de Voorzitter van de Tweede

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2016 2017 33 348 Regels ter bescherming van de natuur (Wet natuurbescherming) AB VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG Vastgesteld 20 januari 2017 De leden

Nadere informatie

Subsidieregeling deskundigheidsbevordering vrijwilligers

Subsidieregeling deskundigheidsbevordering vrijwilligers Subsidieregeling deskundigheidsbevordering vrijwilligers (geconsolideerde versie, geldend vanaf 1-10-1998 tot 1-1-2006) Gegevens van de regeling Overheidsorganisatie provincie Drenthe Officiële naam regeling

Nadere informatie

Stand van zaken gemeentelijke woonvisies

Stand van zaken gemeentelijke woonvisies Stand van zaken gemeentelijke woonvisies Colofon Teksten Jeroen de Leede (VNG) Dataverwerking Marieke de Haan (VNG Informatiecentrum) Opmaak Chris Koning (VNG) Januari 2016 2 Vereniging van Nederlandse

Nadere informatie

OCW, provincie Drenthe, provincie Fryslân, provincie Groningen, gemeente Groningen, gemeente Leeuwarden

OCW, provincie Drenthe, provincie Fryslân, provincie Groningen, gemeente Groningen, gemeente Leeuwarden Cultuurconvenant 2005 2008 OCW, provincie Drenthe, provincie Fryslân, provincie Groningen, gemeente Groningen, gemeente Leeuwarden De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, mevrouw mr.

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1984-1985 Rijksbegroting van het jaar 1985 18600 Hoofdstuk XI Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer Nr. 72 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS

Nadere informatie

Provinciale Staten van Zuid-Holland en Noord-Holland, ieder voor zover het hun bevoegdheid betreft;

Provinciale Staten van Zuid-Holland en Noord-Holland, ieder voor zover het hun bevoegdheid betreft; Gemeenschappelijk besluit van Provinciale Staten van Zuid-Holland en van Noord-Holland tot wijziging van het Reglement van bestuur voor het hoogheemraadschap van Rijnland, vastgesteld bij besluit van Provinciale

Nadere informatie

Financieel toezicht op gemeenschappelijke regelingen

Financieel toezicht op gemeenschappelijke regelingen Financieel toezicht op gemeenschappelijke regelingen UITWERKING EN UITVOERING VAN FINANCIEEL TOEZICHT IN BEELD Dit rapport gaat over gemeenschappelijke regelingen waar de provincie financieel toezicht

Nadere informatie

Aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

Aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG a 1 > Retouradres Postbus 16375 2500 BJ Den Haag Aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Datum: 22 april 2013 Betreft: Beleidsreactie op het advies "De

Nadere informatie

' Zie de brief van deze organisaties van 2 november 1999 aan de Vaste Tweede Kamercommissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

' Zie de brief van deze organisaties van 2 november 1999 aan de Vaste Tweede Kamercommissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Stichting van de Arbeid Pens./1253 Aan de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Postbus 90801 2509 LV Den Haag Den Haag : 8 februari 2000 Ons kenmerk : S.A. 00.02835/K Uwkenmeik : SV/VP/99/68981

Nadere informatie

Agendanummer: Begrotingswijz.:

Agendanummer: Begrotingswijz.: Agendanummer: Begrotingswijz.: CS1 Notitie samenwerking en spreiding kinderopvang, peuterspeelzaalwerk en primair Onderwerp : onderwijs 'Een stap in het bundelen van krachten' Kenmerk: 10/0025968 Aan de

Nadere informatie

logoocw De heer prof. dr. F. P. van Oostrom 26 mei 2005 ASEA/DIR/2005/23876 Taakopdracht voor de commissie Ontwikkeling Nederlandse Canon geen

logoocw De heer prof. dr. F. P. van Oostrom 26 mei 2005 ASEA/DIR/2005/23876 Taakopdracht voor de commissie Ontwikkeling Nederlandse Canon geen logoocw De heer prof. dr. F. P. van Oostrom Den Haag Ons kenmerk 26 mei 2005 ASEA/DIR/2005/23876 Onderwerp Taakopdracht voor de commissie Ontwikkeling Nederlandse Canon Bijlage(n) geen Geachte heer Van

Nadere informatie

Wmo prestatieveld 4? Goed voor Elkaar!

Wmo prestatieveld 4? Goed voor Elkaar! Wmo prestatieveld 4? Goed voor Elkaar! Waarom Goed voor Elkaar? In de Wmo (Wet Maatschappelijke Ontwikkeling) is in prestatieveld 4 vastgelegd dat u als gemeente verantwoordelijk bent voor de ondersteuning

Nadere informatie

Gemeenten en de spreiding van opdrachten voor schilderwerk

Gemeenten en de spreiding van opdrachten voor schilderwerk Gemeenten en de spreiding van opdrachten voor schilderwerk Gemeenten en de spreiding van opdrachten voor schilderwerk september 2005 COLOFON Samenstelling Drs. M.H. (Mark) Gremmen drs. A.J.H. (Bert Jan)

Nadere informatie

ONTVANGEN 2 9 APR. 2009

ONTVANGEN 2 9 APR. 2009 ONTVANGEN 2 9 APR. 2009 ivng-afdeling Utrecht Postbus 1! 3430 AA NIEUWEGEIN P Vereniging van Nederlandse Gemeenten i doorkiesnummer uw kenmerk (070)373 8702 \ betreft ons kenmerk Kandidaatstellingsprocedure

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1991-1992 22 300 XV Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van hoofdstuk XV (Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid) voor

Nadere informatie

2. De beslispunten binnen het regionale en lokale beleidskader over te nemen, met uitzondering van de regionale beslispunten 1, 5 en 9.

2. De beslispunten binnen het regionale en lokale beleidskader over te nemen, met uitzondering van de regionale beslispunten 1, 5 en 9. Raadsvoorstel Agendapunt Raadsvergadering 21 mei 2014 Portefeuillehouder Dhr. H.A. Driessen Begrotingsprogramma 8 Onderwerp Beleidskader Sturing, Bekostiging en Inkoop nieuwe gemeentelijke taken Jeugdwet

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1A 2513 AA s-gravenhage

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1A 2513 AA s-gravenhage Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1A 2513 AA s-gravenhage Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4 Telefoon

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 31 015 Kindermishandeling Nr. 82 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2015 2016 31 568 Staatkundig proces Nederlandse Antillen Nr. 172 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG Vastgesteld 4 maart 2016 De vaste commissie voor Onderwijs,

Nadere informatie

Rapportage. Effectmeting naar onderzoek Weten waarom uit 2008. Alphen-Chaam. Rekenkamercommissie Alphen-Chaam / Baarle-Nassau.

Rapportage. Effectmeting naar onderzoek Weten waarom uit 2008. Alphen-Chaam. Rekenkamercommissie Alphen-Chaam / Baarle-Nassau. 1 Rekenkamercommissie Alphen-Chaam / Baarle-Nassau Rapportage Effectmeting naar onderzoek Weten waarom uit 2008 Alphen-Chaam 7 juli 2011 W E T E N W A A R O M A L P H E N - C H A A M 2 1 Inleiding De Rekenkamercommissie

Nadere informatie

In onderstaande tabellen is de ontwikkeling van de werkgelegenheid per provincie per sector weergegeven. Het betreft:

In onderstaande tabellen is de ontwikkeling van de werkgelegenheid per provincie per sector weergegeven. Het betreft: Bijlage 1: Regionale werkgelegenheidscijfers per sector In onderstaande tabellen is de ontwikkeling van de werkgelegenheid per provincie per sector weergegeven. Het betreft: - Uit de kamerbrief van 2013:

Nadere informatie

proainci renthe Assen, 1 juli2015 energiebeleid door financiële knelpunten die de transitie naar duurzame energieprojecten

proainci renthe Assen, 1 juli2015 energiebeleid door financiële knelpunten die de transitie naar duurzame energieprojecten Proaincie b î't is rù(/esterbrink r, Assen postødres Postbus r22, 94oo Ac Assen www.drenthe.nl (o592) 36 55 55 proainci renthe Aan: de voorzitter en leden van Provinciale Staten van Drenthe Assen, 1 juli2015

Nadere informatie

Vereniging Gehandicapten Nederland T.a.v. de heer drs. H.G. Ouwerkerk Postbus 413 3500 AK UTRECHT. Indicatiestelling licht verstandelijk gehandicapten

Vereniging Gehandicapten Nederland T.a.v. de heer drs. H.G. Ouwerkerk Postbus 413 3500 AK UTRECHT. Indicatiestelling licht verstandelijk gehandicapten Vereniging Gehandicapten Nederland T.a.v. de heer drs. H.G. Ouwerkerk Postbus 413 3500 AK UTRECHT Ons kenmerk Inlichtingen bij Doorkiesnummer Den Haag H.J.F.M. Coppens 070 3405235 Onderwerp Bijlage(n)

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1995 1996 24 606 Het onderbrengen van de zorg, bestaande uit duurzaam verblijf en verzorging in een verzorgingshuis, in de aanspraken op grond van de Algemene

Nadere informatie

het project "Informatie- en communicatietechnologie (ICT) in het onderwijs" in 2002

het project Informatie- en communicatietechnologie (ICT) in het onderwijs in 2002 Accountantsdienst OCenW Servicegroep Cultuur en Apparaatskosten Bredewater 8 Postadres Postbus 25000 2700 LZ Zoetermeer Telefoon (079) 323 31 55 Telefax (079) 323 39 20 Rapport over het project "Informatie-

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2015 2016 34 300 VII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2016 Nr. 11

Nadere informatie

DECENTRALISATIE FINANCIËLE VERANTWOORDELIJKHEID PROTESTANTSE GEMEENTE ZWOLLE 2013 2016

DECENTRALISATIE FINANCIËLE VERANTWOORDELIJKHEID PROTESTANTSE GEMEENTE ZWOLLE 2013 2016 DECENTRALISATIE FINANCIËLE VERANTWOORDELIJKHEID PROTESTANTSE GEMEENTE ZWOLLE 2013 2016 Algemene Kerkenraad 23 september 2013 Inhoudsopgave Decentrale financiële Verantwoordelijkheid 3 Inleiding 3 Hoofdzaken

Nadere informatie

ons kenmerk bijlage(n) datum EM/RK 1 15 november 2011 De Waarderingskamer bevordert het vertrouwen in een adequate uitvoering van de Wet WOZ

ons kenmerk bijlage(n) datum EM/RK 1 15 november 2011 De Waarderingskamer bevordert het vertrouwen in een adequate uitvoering van de Wet WOZ Aan de Staatssecretaris van Financiën mr. drs. F.H.H. Weekers Postbus 20201 2500 EE s-gravenhage ons kenmerk bijlage(n) datum 11.2667 EM/RK 1 15 november 2011 betreft: Advies verruiming openbaarheid WOZ-waarden

Nadere informatie

szw0001021 De analyse van Deloitte & Touche Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 4 december 2001

szw0001021 De analyse van Deloitte & Touche Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 4 december 2001 szw0001021 Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 4 december 2001 De SER heeft in zijn advies van 19 mei 2000 Onvolledige AOW-opbouw aandacht gevraagd voor het inkomensprobleem

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1a DEN HAAG BZ/IW/01/63399

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1a DEN HAAG BZ/IW/01/63399 Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1a DEN HAAG Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4 Telefoon (070) 333

Nadere informatie

Onze punten van zorg en onze aanbevelingen hebben betrekking op de volgende onderwerpen die in de bijlage nader worden uitgewerkt:

Onze punten van zorg en onze aanbevelingen hebben betrekking op de volgende onderwerpen die in de bijlage nader worden uitgewerkt: Gemeente Amsterdam Wethouder E. van der Burg Postbus 202 1000 AE AMSTERDAM Amsterdam, 22 januari 2015 Betreft: Evaluatie Wijkzorgteams Geachte heer Van der Burg, De Stedelijke Wmo-Adviesraad is een aantal

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal Vergaderjaar 0 0 33 050 Wijziging van de Wet op de medische keuringen in verband met het opnemen van de mogelijkheid tot onderbrenging van de klachtenbehandeling bij aanstellingskeuringen

Nadere informatie

14 april 2008 PO/B&B/2008/9198

14 april 2008 PO/B&B/2008/9198 Aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag Den Haag Ons kenmerk 14 april 2008 PO/B&B/2008/9198 Onderwerp verlichting leergang bewegingsonderwijs Inleiding

Nadere informatie

Verslag project. Ouderenmishandeling in de Kop van Noord-Holland. Agendasetting afstemming overdracht - positionering

Verslag project. Ouderenmishandeling in de Kop van Noord-Holland. Agendasetting afstemming overdracht - positionering Verslag project Ouderenmishandeling in de Kop van Noord-Holland Agendasetting afstemming overdracht - positionering Projectperiode: 1 juni 2005 t/m 31 december 2005 Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Doel en

Nadere informatie

R E K E N K A M E R C O M M I S S I E. Contactpersoon: B. Buis Ons kenmerk:

R E K E N K A M E R C O M M I S S I E. Contactpersoon: B. Buis Ons kenmerk: R E K E N K A M E R C O M M I S S I E Gemeenteraad van Heerhugowaard T.a.v. de raadsgriffier, de heer J.M. Hoogland Postbus 390 1700 AJ Heerhugowaard Contactpersoon: B. Buis Ons kenmerk: 2007-05-02 Doorkiesnummer:

Nadere informatie

Evaluatie nota vrijwilligerswerkbeleid Oostzaan. Aan de Waterkant 2008-2011

Evaluatie nota vrijwilligerswerkbeleid Oostzaan. Aan de Waterkant 2008-2011 Evaluatie nota vrijwilligerswerkbeleid Oostzaan Aan de Waterkant 2008-2011 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 1.1 Evaluatiekader 3 1.2 Leeswijzer 3 2 Vrijwilligerswerk Oostzaan 4 2.1 De situatie toen 4 2.2 De

Nadere informatie

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE > Retouradres Postbus 90801 2509 LV Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22XA Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal Vergaderjaar 1987-1988 19790 Sectorvorming en vernieuwing in het middelbare beroepsonderwijs Nr. 24 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS EN WETENSCHAPPEN Aan de

Nadere informatie

VOORSTEL AAN HET ALGEMEEN BESTUUR

VOORSTEL AAN HET ALGEMEEN BESTUUR datum vergadering 17 juni 2010 auteur Daniëlle Vollering telefoon 033-43 46 133 e-mail dvollering@wve.nl afdeling Staf behandelend bestuurder drs. J.M.P. Moons onderwerp agendapunt Uitkomst en benutting

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus EA DEN HAAG. Datum 29 juni 2016 Betreft Kamervragen. Geachte voorzitter,

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus EA DEN HAAG. Datum 29 juni 2016 Betreft Kamervragen. Geachte voorzitter, > Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 2008 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Parnassusplein 5 25 VX Den Haag T 070 340 79 F 070 340 78 34

Nadere informatie

gelezen de nota subsidieregeling Projecten#InDeBuurt d.d. 15 november 2016 nr ;

gelezen de nota subsidieregeling Projecten#InDeBuurt d.d. 15 november 2016 nr ; Burgemeester en wethouders van gemeente Amersfoort, gelezen de nota subsidieregeling Projecten#InDeBuurt d.d. 15 november 2016 nr. 5365999; gelet op de Algemene wet bestuursrecht en artikel 3, artikel

Nadere informatie

Samen staan we sterker

Samen staan we sterker Samen staan we sterker Notitie voor Gemeente Berkelland over de harmonisatie en integratie van peuterspeelzaalwerk en kinderopvang in Eibergen-Rekken-Beltrum 4 september 2008 SKER-DHG 1 Inleiding Medio

Nadere informatie

Risicomanagement bij onder toezicht gestelde kinderen Een notitie naar aanleiding van onderzoek van de Inspectie jeugdzorg oktober 2008

Risicomanagement bij onder toezicht gestelde kinderen Een notitie naar aanleiding van onderzoek van de Inspectie jeugdzorg oktober 2008 Risicomanagement bij onder toezicht gestelde kinderen Een notitie naar aanleiding van onderzoek van de Inspectie jeugdzorg oktober 2008 Inleiding De veiligheid van het kind is een van de belangrijkste

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009 2010 32 395 C Wijziging van de begrotingsstaat van het provinciefonds voor het jaar 2010 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota) Nr. 2 MEMORIE

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1a 2513 AA s-gravenhage

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1a 2513 AA s-gravenhage Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1a 2513 AA s-gravenhage Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4 Telefoon

Nadere informatie

Voordracht 99. Haarlem 19 november Onderwerp: natuur en milieueducatie. Bijlagen: 1

Voordracht 99. Haarlem 19 november Onderwerp: natuur en milieueducatie. Bijlagen: 1 Voordracht 99 Haarlem 19 november 1996 Onderwerp: natuur en milieueducatie Bijlagen: 1 Inleiding Ter uitwerking van uw besluit van 20 september 1993, nr 45 (Strategienota) waarin u heeft aangegeven dat

Nadere informatie

Stichting S van de Arbeid

Stichting S van de Arbeid Stichting S van de Arbeid Aan: - de centrale organisaties van werkgevers en van werknemers - de Vereniging van Bedrijfspensioenfondsen (VB) - de Stichting voor Ondernemingspensioenfondsen (OPF) - het Verbond

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 1999 2000 Nr. 35d 26 435 Wijziging van de Wet voorzieningen gehandicapten in verband met de tweede evaluatie van die wet BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE

Nadere informatie

Onderwerp: Voorstel tot deelname aan de AntiDiscriminatieVoorziening Limburg (ADV-Limburg)

Onderwerp: Voorstel tot deelname aan de AntiDiscriminatieVoorziening Limburg (ADV-Limburg) Pagina 1 van 5 GEMEENTE NUTH Raad: 23 september 2008 Agendapunt: Reg.nr: BJZ/2008/6803 RTG: 9 september 2008 Inleiding AAN DE RAAD Onderwerp: Voorstel tot deelname aan de AntiDiscriminatieVoorziening Limburg

Nadere informatie

Datum 29 januari 2010 Onderwerp WODC-onderzoek 'Strafrechtelijke ontzetting uit beroep of ambt'

Datum 29 januari 2010 Onderwerp WODC-onderzoek 'Strafrechtelijke ontzetting uit beroep of ambt' > Retouradres Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Schedeldoekshaven 100 2511 EX Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.justitie.nl Onderwerp WODC-onderzoek

Nadere informatie

: G.A. Beeksma / (023) / holland.nl. : Prestatieplannen (reeds in bezit) Motie 14 2 (reeds in bezit)

: G.A. Beeksma / (023) / holland.nl. : Prestatieplannen (reeds in bezit) Motie 14 2 (reeds in bezit) Nota PS-commissie Vergaderdatum : 27 april 2005 Commissie voor : Sociale Infrastructuur Agendapunt nr. : B agenda, punt 5 Commissienr. : 2005 16393 Onderwerp : Prestatieplannen steunfuncties 2005 Opsteller/telefoon/e-mail-adres

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 11870 28 juli 2010 Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 20 juli 2010, nr. DLZ/KZ-U-3013911,

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2011 2012 33 000 XII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (XII) voor het jaar 2012 Nr. 133 BRIEF VAN DE MINISTER

Nadere informatie

Dit besluit wordt van kracht overeenkomstig artikel 20.3 van de Wet milieubeheer.

Dit besluit wordt van kracht overeenkomstig artikel 20.3 van de Wet milieubeheer. Datum 12 maart 2002 Kenmerk SAS/2002001698 Onderwerp VERKLARING ALS BEDOELD IN ARTIKEL 18 KERNENERGIEWET JUNCTO ARTIKEL 8.19, TWEEDE LID, WET MILIEUBEHEER TEN BEHOEVE VAN NV EPZ (KERNENERGIECENTRALE BORSSELE)

Nadere informatie

Het kader voor de evaluatie van de regeling Cultuureducatie met Kwaliteit

Het kader voor de evaluatie van de regeling Cultuureducatie met Kwaliteit Het kader voor de evaluatie van de regeling Cultuureducatie met Kwaliteit 1. Aanleiding voor het evaluatiekader Zoals overeengekomen in de bestuurlijke afspraak die ten grondslag ligt aan de regeling Cultuureducatie

Nadere informatie

voorstel Beslisnota voor de raad Openbaar Huishoudelijke Hulp Toelage (HHT) Versienummer v 3.0 Portefeuillehouder Nelleke Vedelaar

voorstel Beslisnota voor de raad Openbaar Huishoudelijke Hulp Toelage (HHT) Versienummer v 3.0 Portefeuillehouder Nelleke Vedelaar Beslisnota voor de raad Openbaar Onderwerp Huishoudelijke Hulp Toelage (HHT) Versienummer v 3.0 Portefeuillehouder Nelleke Vedelaar Informant Suzanne Bruns Eenheid/Afdeling Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Nadere informatie

Checklist. Informatievoorziening. Grote Projecten

Checklist. Informatievoorziening. Grote Projecten Checklist Informatievoorziening Grote Projecten Najaar 2010 Rekenkamercommissie Berkelland, Bronckhorst, Lochem, Montferland 1. Inleiding De uitvoering van grote projecten in Nederland heeft nogal eens

Nadere informatie

A D V I E S N O T A AAN HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS

A D V I E S N O T A AAN HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS A D V I E S N O T A AAN HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS COSA nummer Z2014 12696 DATUM 08 december 2014 naam redacteur mw. M. Bakker/ M. Yacoub afdeling SLB portefeuillehouder G. Postma onderwerp

Nadere informatie

De notitie verantwoording Wet Werk en Bijstand 2004 geeft hiervoor de kaders weer.

De notitie verantwoording Wet Werk en Bijstand 2004 geeft hiervoor de kaders weer. Voorstel aan de Raad Datum raadsvergadering / Nummer raadsvoorstel 9 juni 2004 / 102/2004 Onderwerp Notitie verantwoording Wet Werk en Bijstand 2004 Programma / Programmanummer Inkomen / 3230 Portefeuillehouder

Nadere informatie

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Provinciale Staten van Flevoland Postbus AB LELYSTAD

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Provinciale Staten van Flevoland Postbus AB LELYSTAD Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties > Retouradres Postbus 20011 2500 EA Den Haag Provinciale Staten van Flevoland Postbus 55 8200 AB LELYSTAD Directoraat-Generaal Bestuur en Koninkrijksrelaties

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 28226 3 juni 2016 Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 25 mei 2016, nr. 935426, houdende

Nadere informatie

SIDIEREGELING ORDERING BEELDENDE LIMBURG RUNS ^^^,,- ^ ill P''ov'"cie it^ Limburg

SIDIEREGELING ORDERING BEELDENDE LIMBURG RUNS ^^^,,- ^ ill P''ov'cie it^ Limburg SIDIEREGELING ORDERING BEELDENDE LIMBURG RUNS ^^^,,- ^ ill P''ov'"cie it^ Limburg Boekmanstichting - Bibliotheek Herengracht 415-1017 BP Amsterdam telefoonvvwfvs34-s3/3^y-24'^^z/5«^/

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2006 2007 29 936 Regels inzake beëdiging, kwaliteit en integriteit van beëdigd vertalers en van gerechtstolken die werkzaam zijn binnen het domein van justitie

Nadere informatie