Een gemeentebrede kijk op GIS. Rapport. Kwantitatieve analyse van het gebruik van geo-informatie in de Vlaamse gemeenten

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Een gemeentebrede kijk op GIS. Rapport. Kwantitatieve analyse van het gebruik van geo-informatie in de Vlaamse gemeenten"

Transcriptie

1 Een gemeentebrede kijk op GIS Kwantitatieve analyse van het gebruik van geo-informatie in de Vlaamse gemeenten Rapport Glenn Vancauwenberghe Joep Crompvoets Geert Bouckaert Heidi Kestens Herman Callens

2

3 Inhoudsopgave Inleiding 3 1. GIS in lokale besturen 5 DEEL Methodologie GIS-activiteiten en GIS-coördinatie Obstakels en ondersteuning 41 DEEL Methodologie Evolutie van GIS-activiteiten Evolutie van GIS-coördinatie Conclusie en aanbevelingen 85 i

4

5 Inleiding In het najaar van 2010 organiseerde de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) een elektronische bevraging over het gebruik van GIS en geoinformatie in de Vlaamse gemeenten. Het doel van deze bevraging was zicht te krijgen op de verspreiding van GIS in de Vlaamse gemeenten en de daaraan verbonden problemen en uitdagingen. In dit rapport worden de resultaten van de bevraging uitgebreid besproken, en dit vanuit twee verschillende invalshoeken. Om te beginnen bespreken we de resultaten van de enquête van 2010 op zich, en geven we aan de hand van eenvoudige frequentieverdelingen en groepsvergelijkingen een stand van zaken van het gebruik van GIS in de Vlaamse gemeentebesturen anno Daarnaast bekijken we de resultaten van deze enquête ook vanuit longitudinaal perspectief, door de koppeling te maken met een eerdere GIS-bevraging van de VVSG uit Op die manier krijgen we inzicht in hoe de gemeentelijke GIS-werking de voorbije twee jaar geëvolueerd is. Dit rapport is daarom ingedeeld in twee afzonderlijke delen. In het eerste deel worden de resultaten van de enquête van 2010 besproken. Het tweede deel omvat de longitudinale analyse. Elk van deze delen is opgebouwd uit verschillende hoofdstukken, waarvan het eerste telkens een methodologisch hoofdstuk is. De overige hoofdstukken bespreken de resultaten in verband met een specifiek aspect. Voorafgaand aan het eerste deel kijken we eerst naar enkele reeds bestaande inzichten over het gebruik van geografische gegevens en GIS in lokale besturen. Helemaal aan het eind van het rapport zetten we de belangrijkste resultaten en bevindingen nog eens op een rijtje. Dit rapport is het resultaat van een vruchtbare samenwerking tussen de VVSG en het SPATIALIST-onderzoeksproject. Met dit rapport willen beide partijen inzicht bieden in de specifieke mogelijkheden en de moeilijkheden van het gebruik van GIS bij lokale besturen. 3

6

7 1. GIS in lokale besturen 1. Inleiding Dit rapport omvat de resultaten van een kwantitatieve bevraging van gemeentebesturen in Vlaanderen over het gebruik van Geografische Informatiesystemen (GIS) en geografische informatie. Deze bevraging werd georganiseerd door de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG), met als doel zicht te krijgen op de verspreiding van GIS in de Vlaamse gemeenten, op de problemen en knelpunten bij het gebruik van GIS op lokaal niveau en op de vraag naar ondersteuning. Behalve de eerder praktijkgerichte doelstellingen hebben de resultaten van deze bevraging potentieel ook een wetenschappelijke waarde. De resultaten kunnen namelijk inzicht bieden in het gebruik van geografische informatie op gemeentelijk niveau. Over de manier waarop geografische informatie in lokale besturen wordt ingezet en benut, is vooralsnog weinig informatie beschikbaar. De hoeveelheid onderzoek naar het gebruik van GIS op lokaal niveau is immers relatief beperkt. Ook binnen Vlaanderen is er tot op heden weinig (wetenschappelijk) onderzoek verricht naar het gebruik van GIS bij gemeenten. Er zijn weliswaar enkele (buitenlandse) auteurs en studies die het gebruik van GIS op lokaal niveau van naderbij hebben bekeken. Alvorens we de resultaten van onze bevraging bespreken, bekijken we daarom eerst de belangrijkste inzichten en resultaten uit de bestaande literatuur. 2. GIS in lokale besturen Zowel het gebruik van als de kennis over GIS en geografische informatie is de voorbije jaren in sterke mate toegenomen binnen de lokale besturen (Annoni e.a., 2003). Gemeenten worden vaak zelfs beschouwd als de grootste gebruikers van digitale geografische informatie. Dat is vooral te wijten aan de vele domeinen waarin zij actief zijn, en de ruimtelijke dimensie die in heel wat van die domeinen aanwezig is. Zowel de bevolking van een lokaal bestuur, de omgeving, de infrastructuur als de indeling van de ruimte kan immers geografisch gelokaliseerd worden (Sussman, 1996). Het overgrote deel van de door een lokale overheid geleverde producten en diensten bevat daardoor een ruimtelijke dimensie. Dat kan bijvoorbeeld een adres zijn, een perceel of een deel van het grondgebied. 5

8 Algemeen wordt aangenomen dat 70 tot 80% van de activiteiten van lokale overheden een geografisch karakter heeft, en dus ondersteund kan worden via GIS. Gemeenten nemen, anders gesteld, talloze beslissingen die betrekking hebben op locaties (Ventura, 1995). Geografische informatie en geografische informatiesystemen kunnen daardoor niet alleen ingezet worden in typische domeinen zoals ruimtelijke ordening en leefmilieu, maar ook in domeinen zoals mobiliteit, economie en welzijn. In elk van deze domeinen kan het gebruik van GIS verschillende vormen aannemen, gaande van het puur inventariseren van ruimtelijke fenomenen, over het analyseren, tot het modelleren ervan (Longley e.a., 2001). Dé grote meerwaarde van GIS in lokale besturen bestaat evenwel uit de mogelijkheid om gegevens uit verschillende domeinen en gebieden samen te brengen (Lips e.a., 2000). Geografische informatiesystemen maken het mogelijk om aspecten die vroeger niet of zeer moeizaam met elkaar in verband konden worden gebracht, samen te brengen op basis van een gezamenlijke locatie (Sussman, 1996). In een optimaal functionerende gemeente is het immers noodzakelijk dat men zicht heeft op de activiteiten en informatie die binnen de verschillende diensten aanwezig zijn. Individuele beslissingen van lokale overheden hebben vaak slechts een beperkte reikwijdte en impact, maar al deze beslissingen samen zijn bepalend voor de vormgeving van het lokale beleid. Door alle informatie die binnen een gemeentebestuur (en daarbuiten) aanwezig is samen te brengen en te integreren, dragen GIS bij tot het nemen van objectieve beslissingen en het inschatten van de cumulatieve effecten van deze beslissingen (Ventura, 1995). Het potentieel van geografische informatie(systemen) voor lokale besturen mag dan zeer groot zijn, minstens even groot is de kloof tussen het (theoretische) potentieel van GIS enerzijds, en het feitelijke gebruik ervan, of met andere woorden de mate waarin dit potentieel in de werkelijkheid gerealiseerd wordt, anderzijds (Lips e.a., 2000). De realiteit toont immers dat het gebruik van GIS verhinderd of beperkt wordt door een aantal factoren. Die factoren kunnen technologisch van aard zijn, zoals een tekort aan data of standaardisatie, maar ook niet-technologisch, zoals bijvoorbeeld een tekort aan personeel of kennis, of het ontbreken van de nodige steun op beleidsniveau (Lips e.a., 2000; Ventura, 1995; Harvey, 2003). Niet alle gemeenten slagen erin een antwoord te vinden op deze hinderende factoren. Een belangrijk kenmerk van het gebruik van GIS op lokaal niveau is daardoor de grote verscheidenheid in ervaringen en successen (Ventura, 1995). De ontwikkeling van het GIS-gebruik op lokaal niveau is zeer inconsistent en vaak afhankelijk van politieke steun, financiële steun en steun van medewerkers. In het algemeen stelt men vast dat gemeenten hun GIS-activiteiten 6

9 uitbreiden en dat ook het besef van de meerwaarde van geografische informatie op lokaal niveau toeneemt (McDougall e.a., 2002). Een interessante kwestie is de relatie tussen de ontwikkeling van GIS en de ontwikkeling van e-government. Want hoewel beide fenomenen betrekking hebben op het gebruik en de uitwisseling van digitale informatie binnen de overheid, worden ze nog al te vaak als afzonderlijke werelden beschouwd. Dat blijkt ook op vlak van implementatie, waar de automatisering en informatisering van geografische gegevens vaak los staat van de automatisering en informatisering van administratieve gegevens. De introductie van GIS in lokale besturen vindt in veel gevallen pas plaats verscheidene jaren na de algemene introductie van ICT (Graafland, 1993). De belangrijkste redenen hiervoor zijn het gebrek aan kwaliteitsvolle topografische data, die als basis kunnen dienen voor andere geodatasets, en de grotere complexiteit en hogere kosten van GIS-hardware en -software. Toch wordt steeds vaker de link gemaakt tussen de inzet van geografische informatie binnen lokale besturen en e-government. Turner en Higgs (2003) wijzen bijvoorbeeld op de tweezijdige relatie tussen GIS en e-government: ontwikkelingen op vlak van e- government kunnen een stimulans betekenen voor de inzet van GIS, terwijl het gebruik van GIS en geografische informatie ook een bijdrage kan leveren aan de verdere ontwikkeling van e-government. Het kaderen van GIS-activiteiten binnen de (bredere) context van e-government bevordert immers de zichtbaarheid en de toegankelijkheid van GIS. De bijdrage van GIS aan e-government kan daarentegen grotendeels toegeschreven worden aan de mogelijkheid om informatie bijeen te brengen. GIS draagt zo bij tot een geïntegreerd gebruik van (digitale) informatie binnen een lokaal bestuur, over verschillende domeinen en diensten heen. Alsmaar vaker worden geografische informatiesystemen daarom geïntegreerd met andere informatiesystemen binnen de organisatie. Opvallend daarbij is dat het GIS vaak als portaal of toegangsluik tot andere informatiesystemen wordt gebruikt (McDougall e.a., 2002). In het merendeel van de informatie binnen een gemeente is immers een geografische dimensie aanwezig, die toelaat om informatie te koppelen. Het potentieel van geo-informatie op lokaal niveau wordt ook steeds meer erkend door partijen op hogere bestuursniveaus. De vaak zeer gedetailleerde informatie die door lokale besturen wordt aangemaakt en/of bijgehouden, is ook voor andere partijen binnen en buiten de overheid van grote waarde. Om uitwisseling tussen verschillende gebruikers en producenten van geografische gegevens te faciliteren en te coördineren, worden Geografische Data-Infrastructuren (GDI s) ontwikkeld. Gemeenten zijn een relevante partij binnen die GDI s doordat zij beschikken over een 7

10 ruim aanbod aan zeer gedetailleerde geografische gegevens, die ook voor andere partijen uitermate waardevol kunnen zijn. Doordat heel wat geografische data verbonden zijn aan de activiteiten en producten van gemeenten, kunnen gemeenten ook een meerwaarde bieden wat betreft het bijhouden van geografische data. Wijzigingen in adressen, straten en ruimtelijke bestemmingen worden bijvoorbeeld vaak geïnitieerd op lokaal niveau. Gemeenten zijn daardoor de uitverkoren partij om die wijzigingen ook op vlak van geodata te registeren en bij te houden. De participatie van lokale besturen wordt daarbij steeds nadrukkelijker beschouwd als een sleutelvoorwaarde om een succesvolle GDI uit te bouwen (Harvey, 2003). Dat is een vrij recente evolutie. Aanvankelijk werden de rijkdom aan geografische informatie en gegevens op lokaal niveau en de inspanningen die gemeenten verrichten om die informatie aan te maken en te beheren, niet waargenomen of erkend door hogere overheden. Heel wat GDI s werden in eerste instantie ontwikkeld op centraal niveau, en waren gericht op het aanbieden en verspreiden van de door hogere overheden aangemaakte data. De uitwisseling van geografische data vanuit lokale overheden naar centrale overheden bleef daardoor lange tijd zeer beperkt (McDougall e.a., 2005). Doorheen de jaren begonnen ook centrale overheden de nood en meerwaarde te zien van het bijwerken en bijhouden van centrale datasets op basis van lokale informatie (McDougall e.a., 2005). Een belangrijke vraag blijft evenwel waarom lokale besturen zouden deelnemen aan de ontwikkeling van een GDI. Anders gesteld: waarom zouden gemeenten de gegevens waarover zij beschikken aanbieden aan anderen, of waarom zouden zij bijdragen aan de aanmaak en bijhouding van (gemeentegrensoverschrijdende) datasets? Voor gemeenten zijn de meerwaarde en het belang van een GDI vaak niet zichtbaar (Harvey & Tulloch, 2004). Vooral de gemeenten die zelf (nog) geen (digitale) geografische gegevens gebruiken, weten niet op welke manier een GDI een bijdrage kan leveren aan hun activiteiten. Bijgevolg zien ze ook niet in waarom zij zelf zouden bijdragen aan de ontwikkeling van een GDI. Voor gemeenten die wel al gebruikmaken van geografische data, is het gebruik van de binnen de GDI aangeboden data nog al te vaak een te complexe aangelegenheid. Zo is de schaal van die data vaak te grof, en zijn de gegevens dus weinig zinvol voor de haast per definitie grootschalige werkzaamheden van gemeenten. Of vereist het integreren en gebruik van die data een aantal voorbewerkingen en aanpassingen, die ontmoedigend werken. De inspanningen die nodig zijn om data van anderen toegankelijk en bruikbaar te maken, worden met andere woorden als te groot ervaren. Sommige gemeenten kiezen er daarom voor om zelf geografische gegevens aan te maken, die voldoen aan hun eisen op vlak van detailniveau, actualiteit en bruikbaarheid (Harvey, 2003). Die eigen 8

11 gegevens worden bovendien slechts zelden ter beschikking gesteld van anderen. Als er al gegevens gedeeld worden met anderen, gebeurt dat vaak op zeer informele wijze (Harvey & Tulloch, 2004). Gemeenten laten deelnemen aan een bredere geografische data-infrastructuur vereist dus heel wat inspanningen. In eerste instantie moet een bewustzijn gecreëerd worden over de inhoud en de meerwaarde van een dergelijke data-infrastructuur voor de gemeenten zelf. Daarom is het nodig dat de inhoud en de doelstellingen van een GDI worden afgestemd op de concrete noden en eisen van lokale overheden. Gemeenten moeten met andere woorden weten op welke manier een GDI kan bijdragen aan hun dagelijkse activiteiten (Harvey & Tulloch, 2004). Pas wanneer gemeenten zich bewust zijn van de meerwaarde van een GDI, kunnen zij betrokken worden bij de ontwikkeling ervan. Daarvoor moeten weliswaar duidelijke afspraken gemaakt worden omtrent de taken en verantwoordelijkheden van alle betrokken partijen (McDougall e.a., 2005). De rollen van verschillende overheden binnen de ontwikkeling van een GDI zijn immers zeer uiteenlopend. Voor lagere (lokale) overheden zullen de taken overwegend van operationele aard zijn, zoals het bijhouden van datasets of het signaleren van fouten. Van hogere overheden wordt vooral verwacht dat zij de activiteiten van lagere overheden ondersteunen, coördineren en sturen. Tussen de verschillende bestuursniveaus bestaat evenwel een wederzijdse relatie. Hogere overheden zijn sterk afhankelijk van lagere overheden in het streven naar correcte, actuele en gedetailleerde informatie. Helaas zullen heel wat gemeenten er zonder ondersteuning niet in slagen om die informatie te verzamelen, te beheren en/of uit te wisselen (Harvey, 2003). Het uitbouwen van capaciteit op lokaal niveau om met geografische informatie om te gaan blijft daarom een kernissue bij GDI-ontwikkeling (Masser, 2005). Als hogere overheden het gebruik van GIS op lokaal niveau willen promoten, zullen ze dus meer moeten doen dan tools en data voorzien, en zullen ze ook moeten investeren in kennis, capaciteit en opleiding (Ventura, 1995). Naast het bewustzijn, de bereidheid en de capaciteit zijn er evenwel nog tal van andere factoren die de uitwisseling van geografische gegevens van en naar gemeenten kunnen beperken of verhinderen (McDougall e.a., 2002). Behalve hindernissen van zuiver technologische aard zijn er verscheidene economische, juridische, organisatorische en interorganisatorische aspecten die de uitwisseling van informatie kunnen bemoeilijken. In het streven naar een performante GDI moet ook voor die hindernissen een oplossing gevonden worden. 9

12 3. Empirisch onderzoek De implementatie en adoptie van GIS in lokale besturen is de voorbije jaren reeds het onderwerp geweest van verscheidene empirische studies. Al in 1996 maakten Masser, Campbell en Craglia (1996) een vergelijkende analyse van de verspreiding van GIS binnen lokale besturen in negen verschillende landen. Hun studie omvat in eerste instantie de resultaten van empirisch onderzoek naar het lokale gebruik van GIS in Groot-Brittannië, Duitsland, Italië, Portugal, Denemarken, Griekenland, Frankrijk, Polen en Nederland. Nog interessanter is de vergelijkende analyse van de verspreiding van GIS binnen gemeenten in elk van deze landen. Die analyse toont aan dat er duidelijke verschillen zijn tussen de negen landen voor wat betreft de mate van GIS-verspreiding op lokaal niveau. Andere relevante verschillen tussen de negen landen hebben betrekking op de beschikbaarheid van (grootschalige) data en het bestuursniveau waarop die data werden aangemaakt en bijgehouden. Naast deze verschillen werden ook een aantal opvallende gelijkenissen teruggevonden. In de meeste landen werden GIS-systemen bijvoorbeeld op hetzelfde moment geïntroduceerd, namelijk vanaf Wat de gebruikte software betreft, valt dan weer de dominantie van de Noord-Amerikaanse softwareleveranciers op, al dan niet in combinatie met zeer specifieke lokale softwareproducten. Ook de gepercipieerde voordelen en problemen van GIS zijn in sterke mate gelijkaardig. Bij de voordelen gaat het dan vooral over een verbeterde informatieprocessing, waarbij gewezen wordt op de integratie van data, de versnelde toegang tot data, en de toegenomen mogelijkheden op vlak van analyse en visualisatie. De belangrijkste problemen met GIS zijn dan weer de gebrekkige managementstructuren, bureaucratische inertie, een gebrek aan bewustzijn en een tekort aan (gekwalificeerd) personeel (Masser e.a., 1996). Specifiek onderzoek naar de rol van lokale besturen binnen geografische datainfrastructuren werd onder meer uitgevoerd door Harvey (2000) en McDougall e.a. (2009). Het onderzoek van Harvey leert ons dat er in de Verenigde Staten op lokaal niveau weinig bewustzijn is omtrent de betekenis van een GDI. Om lokale besturen te betrekken bij de ontwikkeling van deze GDI s, moeten in eerste instantie inspanningen gedaan worden om hen bewust te maken over de inhoud en de meerwaarde van een GDI. Bij gebrek aan dat bewustzijn zullen andere initiatieven en inspanningen vaak weinig effect hebben. De grootste zorg voor lokale besturen met betrekking tot de inzet van GIS blijkt het financiële aspect te zijn, gevolgd door de beleidsmatige en technologische aspecten van een GIS-werking. Gemeenten hierbij ondersteuning 10

13 bieden kan deze zorgen helpen wegwerken, zodat gemeenten hun rol kunnen opnemen binnen de GDI. Het onderzoek van McDougall, Rajabifard en Williamson (2009) biedt ons inzicht in de capaciteiten van lokale overheden om data te delen met andere (hogere) overheden en zo een bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van een GDI. Zij hebben aangetoond dat lokale overheden in Australië nood hebben aan een duidelijk beleidskader en dat centrale overheden hen daarbij kunnen helpen. Doordat lokale besturen een zeer sterke focus hebben op hun eigen processen, is het bovendien nuttig om de ontwikkeling van een GDI te koppelen aan die processen. Een laatste raad die McDougall e.a. geven, is de noodzaak om lokale besturen te beschouwen als gelijkwaardige partners binnen de ontwikkeling van een GDI. Alleen op die manier kunnen lokale besturen succesvol worden ingeschakeld in de uitbouw van een GDI. Specifiek voor Vlaanderen is er het voorgaande onderzoek in het kader van het SPATIALIST-project en de eerdere bevraging van de lokale besturen vanuit de VVSG. In de context van het SPATIALIST-project werd in 2008 een bevraging georganiseerd over het gebruik en de uitwisseling van geografische gegevens binnen de overheid (Crompvoets e.a., 2009). Daarbij werden antwoorden verzameld van 232 overheden op verschillende bestuursniveaus, waaronder 162 gemeentebesturen. De bevraging toonde aan dat gemiddeld twee op drie personeelsleden binnen een gemeentebestuur helemaal geen gebruik maakt van GIS. Dat percentage is trouwens gelijkaardig voor overheidsorganisaties op andere bestuursniveaus. Wat het gebruik van geodata betreft, zien we dat dit overwegend gebeurt in functie van ruimtelijke planning. De meeste gemeentebesturen beschouwen zichzelf trouwens hoofdzakelijk als gebruikers van geodata, slechts een minderheid noemt zichzelf ook een producent van geodata. Wat de data betreft, zijn het vooral perceelsdata die binnen de gemeentelijke administratie worden ingezet, en zijn het vooral adresgegevens die door gemeenten zelf worden geproduceerd. Het uitwisselen en ter beschikking stellen van die data is in het algemeen nog zeer beperkt binnen de lokale besturen. De gemeentebesturen gaven ook aan dat het gebruik van GIS heel wat mogelijkheden biedt, maar dat dit gebruik beperkt wordt door een gebrek aan actuele data en een gebrek aan interne capaciteit. De opzet of uitbouw van een interne GIS-werking wordt dan ook beschouwd als de belangrijkste prioriteit wat betreft het gebruik en de uitwisseling van geodata in Vlaanderen. Eveneens in 2008 organiseerde de VVSG een eerste GIS-bevraging bij de gemeentebesturen in Vlaanderen (Callens, 2008). Met een deelname van 249 van de 308 gemeentebesturen kende deze bevraging een uitermate hoge respons. 11

14 Opvallende resultaten uit deze bevraging waren onder meer dat slechts een ruime helft van de gemeenten in Vlaanderen een GIS-coördinator had. Slechts in 85 van de 249 gemeenten was er overleg tussen meerdere diensten en gebruikers, en nauwelijks 14% van de gemeenten had een GIS-beleidsplan. Het gebruik van GIS was overwegend gesitueerd in domeinen en toepassingen met een duidelijke geografische dimensie, zoals de opmaak van het plannen- en vergunningenregister, de afhandeling van stedenbouwkundige en milieuvergunningen en de inventarisatie van onbebouwde percelen. Wat de software betreft, werd vooral gebruikgemaakt van kant-en-klare toepassingen van de ICT-leverancier en van specifieke GIS-pakketten. 4. Conclusie Onze studie naar het gebruik van GIS in de Vlaamse gemeenten sluit aan bij het reeds uitgevoerde (buitenlands) onderzoek naar de implementatie, het gebruik en de impact van GIS in lokale besturen. Hoewel dat onderzoek vooralsnog eerder beperkt is, biedt het ons enkele interessante inzichten met betrekking tot de inzet van GIS op lokaal niveau en de daaraan verbonden problemen, kansen en uitdagingen. Een van de ambities van dit rapport is om na te gaan in welke mate deze inzichten ook gelden voor de gemeenten in Vlaanderen. De focus ligt daarbij op de activiteiten waarvoor (Vlaamse) gemeenten gebruikmaken van GIS, de coördinatie-instrumenten die zij daarbij inzetten, de knelpunten waarmee zij geconfronteerd worden en de vraag naar ondersteuning. Bijzonder aan deze studie is de longitudinale aanpak. Doordat bij eenzelfde groep van gemeenten op twee verschillende momenten informatie werd verzameld omtrent het gebruik van GIS binnen de organisatie, is het mogelijk om de evolutie tussen beide momenten in kaart te brengen en te analyseren. Zowel in algemene termen als per gemeente kunnen we met andere woorden nagaan hoe de inzet van GIS de voorbije twee jaar is geëvolueerd. Om het onderscheid tussen beide analyses de analyse voor 2010 op zich en de longitudinale analyse voor 2008 tot 2010 duidelijk naar voren te brengen, is dit rapport opgedeeld in twee afzonderlijke delen. In het eerste deel dat het tweede tot en met vierde hoofdstuk omvat, worden de resultaten voor 2010 toegelicht. Het tweede deel omvat de hoofdstukken vijf tot en met zeven, en bekijkt de evolutie tussen 2008 en Elk van beide delen begint met een methodologisch hoofdstuk, waarin telkens een responsanalyse is opgenomen. Het achtste en laatste hoofdstuk van dit rapport omvat de conclusie, waarin de belangrijkste bevindingen uit beide delen worden samengevat. 12

15 DEEL 1 13

16

17 2. Methodologie 1. Inleiding In het najaar van 2010 werden de 308 gemeentebesturen in Vlaanderen uitgenodigd door de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) om deel te nemen aan een elektronische bevraging omtrent het gebruik van geografische informatie binnen hun organisatie. De uitnodiging tot deelname aan de bevraging werd verzonden naar de GIS-verantwoordelijke binnen het gemeentebestuur. In de meeste gevallen is dat de GIS-coördinator, in sommige gevallen (wanneer deze functie niet voorzien is in de gemeentelijke organisatie) kan het gaan om de ICT-verantwoordelijke of de gemeentesecretaris. Alvorens we de resultaten van de bevraging bespreken, staan we eerst nog even stil bij de respons op en de opbouw van de survey. 2. Respons op de survey De online vragenlijst werd verzonden naar alle 308 gemeenten in Vlaanderen. De vragenlijst werd volledig en correct ingevuld door 184 gemeenten. De responsgraad van de bevraging is dus 59,7%. In de onderstaande tabellen bekijken we de respons van naderbij. Achtereenvolgens worden de gemeenten die hebben deelgenomen aan de enquête opgedeeld per aantal inwoners (2.1), aantal personeelsleden (2.2) en per provincie (2.3). Telkens wordt de verdeling van de deelnemende gemeenten ook vergeleken met de verdeling binnen Vlaanderen. Op die manier krijgen we inzicht in de representativiteit van de bevraging. Tabel 2.1 toont aan dat gemeenten van verschillende grootte in de bevraging zijn opgenomen. Wanneer we de gemeenten op basis van het aantal inwoners opdelen in vijf groepen, dan zien we dat elke categorie voldoende vertegenwoordigd is in het onderzoek. De vergelijking met de verdeling binnen Vlaanderen toont evenwel aan dat de gemeenten met een zeer groot aantal inwoners enigszins oververtegenwoordigd zijn in de bevraging. Bijna 20% van de deelnemende gemeentebesturen zijn immers gemeenten met meer dan inwoners, terwijl in Vlaanderen slechts 13,6% van de gemeenten meer dan inwoners heeft. Die oververtegenwoordiging gaat vooral ten koste van de allerkleinste gemeenten. Terwijl in Vlaanderen bijna 29% van de gemeenten minder dan inwoners heeft, maakt die categorie van gemeenten slechts 23,4% uit van onze respondenten. Wat de tussenliggende categorieën betreft, 15

18 komt de verdeling van de gemeenten in onze enquête in grote mate overeen met de verdeling binnen Vlaanderen. Tabel 2.1. Respons per aantal inwoners Respons Vlaanderen Minder dan (23,4%) 89 (28,9%) (25,5%) 83 (26,9%) (16,8%) 51 (16.6%) (14,7%) 43 (14,0%) Meer dan (19,6%) 42 (13,6%) Totaal 184 (100%) 308 (100%) Ook wanneer we de gemeenten opdelen in vijf groepen naargelang het aantal gemeentelijke personeelsleden, zien we dat elk van de categorieën aanwezig is in de bevraging. Tabel 2.2 toont evenwel aan dat er opnieuw een zekere vertekening is tussen de verdeling binnen de bevraagde gemeenten en de verdeling binnen de Vlaamse gemeenten in het algemeen. Gemeenten met minder dan 100 personeelsleden zijn ondervertegenwoordigd, en gemeenten met meer dan 100 personeelsleden zijn dan weer oververtegenwoordigd, zij het licht. Tabel 2.2. Respons per aantal personeelsleden Respons Vlaanderen 0 50 personeelsleden 28 (15,2%) 58 (18,8%) personeelsleden 51 (27,7%) 100 (32,5%) personeelsleden 37 (20,1%) 57 (18,5%) personeelsleden 23 (12,5%) 33 (10,7%) Meer dan 200 personeelsleden 45 (24,5%) 60 (19,5%) Totaal 184 (100%) 308 (100%) De verdeling per provincie is weergegeven in tabel 2.3. De tabel geeft aan dat van elke provincie meer dan 20 gemeenten zijn opgenomen in de bevraging. Limburg scoort in absolute cijfers het laagst met 22 gemeenten, en West-Vlaanderen het hoogst met 48 gemeenten. De vergelijking met de verdeling binnen Vlaanderen toont alvast dat de West-Vlaamse gemeenten oververtegenwoordigd zijn in de bevraging. In 16

19 Vlaanderen bevindt 20,8% van de gemeenten zich in West-Vlaanderen, maar in onze bevraging maken de West-Vlaamse gemeenten meer dan 26% van de respondenten uit. De provincies Antwerpen, Limburg en Vlaams-Brabant zijn dan weer lichtjes ondervertegenwoordigd in de bevraging. Tabel 2.3. Respons per provincie Respons Vlaanderen Antwerpen 40 (21,7%) 70 (22,7%) Limburg 22 (12,0%) 44 (14,3%) Oost-Vlaanderen 39 (21,2%) 65 (21,1%) Vlaams-Brabant 35 (19,0%) 65 (21,1%) West-Vlaanderen 48 (26,1%) 64 (20,8%) Totaal 184 (100%) 308 (100%) 3. Opbouw van de survey Het merendeel van de vragen uit de enquête werd overgenomen uit een voorgaande bevraging van de lokale besturen in Om longitudinale analyses mogelijk te maken, werd getracht om de continuïteit tussen beide vragenlijsten zoveel mogelijk te behouden. De bestaande vragenlijst werd slechts in beperkte mate aangevuld met nieuwe vragen en enkele bestaande vragen werden verbeterd of uitgebreid. De voorgelegde vragenlijst bestond uiteindelijk uit vijf grote groepen van vragen. De eerste groep vragen had betrekking op verschillende processen of activiteiten waarvoor GIS binnen het gemeentebestuur wordt ingezet. Voor twintig verschillende toepassingen waarvoor GIS mogelijk kan worden gebruikt, werd nagegaan of het daarvoor ook daadwerkelijk werd ingezet. Voorbeelden van zulke activiteiten zijn de aanmaak van themakaarten, het beheer van begraafplaatsen, de opmaak van mobiliteitsplannen en het afhandelen van (milieu- of stedenbouwkundige) vergunningen. Een tweede groep vragen had betrekking op de wijze waarop het gemeentebestuur de interne GIS-werking organiseert en coördineert. Zo werd gepeild naar de aanwezigheid van verschillende instrumenten die ingezet kunnen worden om de GISactiviteiten binnen de gemeenten te coördineren. Meer concreet werd gepeild naar de 17

20 aanwezigheid van een GIS- coördinator of GIS-cel en plannings- en overlegmechanismen op het vlak van GIS. In de vragenlijst werd daarnaast ook gepeild naar de belangrijkste knelpunten bij de uitbouw van een gemeentelijke GIS-werking. Voor een lijst van knelpunten konden de respondenten aangeven welke van deze knelpunten zij ervaren (of hebben ervaren) bij de uitbouw van de GIS-werking in hun gemeente. De respondenten konden hierbij drie mogelijke knelpunten selecteren, en deze ook rangschikken in volgorde van belangrijkheid. Het vierde deel van de vragenlijst ging dieper in op de nood aan en de vraag naar ondersteuning. Hier werd gepeild naar de (GIS-gerelateerde) taken waarvoor gemeentebesturen nood hebben aan ondersteuning én naar de partij waarvan zij deze ondersteuning verwachten. Wat de mogelijke activiteiten betreft waarvoor men ondersteuning wenst, werd een lijst weergegeven van elf mogelijke activiteiten. Voor elk van deze taken moesten de respondenten vervolgens aangeven van wie zij mogelijk ondersteuning verwachtten: het AGIV, de provincie, de VVSG of een andere organisatie of partner. De respondent kon voor elke taak ook aangeven geen nood te hebben aan ondersteuning. Doorheen de vragenlijst werd tot slot ook gepeild naar de kennis van bepaalde GISgerelateerde initiatieven, zoals INSPIRE, het samenwerkingsverband GDI-Vlaanderen en de VVSG GIS-werkgroep. Ook werd gepeild naar de kennis van het Centraal Referentieadressenbestand (CRAB) en het Grootschalig Referentiebestand (GRB). Daarbij werd eveneens gevraagd in welke mate deze databanken gebruikt worden binnen de gemeente. 4. Conclusie Voorafgaand aan de bespreking van de eigenlijke resultaten van onze bevraging, gingen we in dit hoofdstuk dieper in op de vragen die aan de respondenten werden voorgelegd. Om na te gaan in welke mate onze bevraging representatief is, werden bovendien enkele basiskenmerken van de deelnemende gemeenten van naderbij geanalyseerd. De uitgevoerde responsanalyse toonde aan dat de respons van onze bevraging niet alleen voldoende hoog was, maar bovendien ook representatief wat betreft het aantal inwoners, het aantal personeelsleden en per provincie. 18

21 Verder in dit eerste deel van het rapport worden de resultaten van onze bevraging uit 2010 uitvoerig besproken. We doen dit in twee aparte hoofdstukken. In het eerstvolgende hoofdstuk analyseren we de activiteiten waarvoor de Vlaamse gemeenten gebruikmaken van GIS, de coördinatie-instrumenten die zij daarbij inzetten en het verband tussen beide. De obstakels waarmee de Vlaamse gemeenten worden geconfronteerd bij de uitbouw van hun GIS-werking, hun vraag naar ondersteuning en hun kennis van verschillende GDI-initiatieven worden geanalyseerd en besproken in het andere hoofdstuk. 19

22

23 3. GIS-activiteiten en GIS-coördinatie 1. Inleiding In de inleiding van dit rapport werd reeds uitgebreid stilgestaan bij het potentieel van GIS en geo-informatie voor lokale besturen. De ruime waaier aan activiteiten en diensten binnen een gemeentebestuur en de geografische dimensie die in de meeste van die activiteiten en diensten aanwezig is, maken dat het potentieel van GIS voor gemeenten zeer groot is. Een van de doelstellingen van de bevraging is na te gaan in welke mate de Vlaamse gemeenten erin slagen om dat potentieel te benutten. We maken daarvoor gebruik van een lijst van twintig activiteiten waarbij GIS ingezet kan worden, en gaan na in welke mate de gemeenten dat ook daadwerkelijk doen. De mogelijkheid om GIS in te zetten in meerdere toepassingen, en dus in meerdere beleidsvelden en meerdere diensten of departementen, brengt ook een nood aan coördinatie met zich mee. Het ontbreken van een gecoördineerde GIS-werking kan immers tal van problemen veroorzaken: denk maar aan data die niet beschikbaar zijn, data die niet worden bijgehouden of data die juist door verschillende diensten worden aangemaakt en bijgehouden, en daardoor in verschillende versies en formaten aanwezig zijn. Een van de belangrijkste doelstellingen van het GIS-beleid en - management binnen het lokale bestuur zal daarom de coördinatie zijn van de GISactiviteiten van verschillende diensten en gebruikers. Coördinatie kan beschouwd worden als het op elkaar afstemmen van de taken en activiteiten van de verschillende gebruikers. Om te komen tot een gecoördineerde GIS-werking binnen de organisatie, kunnen gemeenten gebruik maken van verschillende coördinatie-instrumenten. Het creëren van een specifieke functie ( de GIS-coördinator ) of dienst ( de GIS-cel ) die zich bezighoudt met het sturen, ondersteunen en coördineren van de verschillende GISactiviteiten binnen de organisatie is slechts één mogelijkheid. Andere coördinatieinstrumenten zijn bijvoorbeeld opleiding, overleg, communicatie, informatieuitwisseling en (strategische) planning. Elk van deze instrumenten kan ertoe bijdragen dat de verschillende GIS-activiteiten binnen het gemeentebestuur op één lijn gebracht worden. Naast de GIS-activiteiten van de Vlaamse gemeenten brengen we met deze bevraging ook de aanwezigheid van GIS-coördinatie-instrumenten in kaart. 21

24 2. GIS-activiteiten De lijst van twintig mogelijke activiteiten of processen binnen de gemeentelijke administratie die ondersteund kunnen worden met GIS vinden we terug in tabel 3.1. De lijst op zich toont alvast aan dat het potentieel van GIS binnen een gemeente zich uitstrijkt over verschillende beleidsvelden: naast de typische territoriale activiteiten, zoals ruimtelijke planning en milieubeleid, kunnen gemeenten ook GIS gebruiken bij de vormgeving van hun vrijetijdsbeleid, bij het beheer van bevolkingsgegevens of bij de opmaak van een mobiliteitsplan. De vraag is evenwel in welke mate de realiteit aansluit bij dit potentieel. Tabel 3.1 biedt in zekere zin een antwoord op die vraag, door per activiteit aan te geven hoeveel gemeenten in Vlaanderen die activiteit ondersteunen met GIS. De activiteiten zijn daarbij reeds gerangschikt op basis van het totale aantal gemeenten. Activiteiten of processen waarvoor de meeste gemeenten in Vlaanderen GIS gebruiken, staan daarbij bovenaan. De resultaten van de bevraging tonen duidelijk aan dat GIS in eerste instantie gebruikt wordt in de typisch geografische beleidsvelden. Slechts vijf van de twintig weergegeven activiteiten worden door meer dan de helft van de bevraagde gemeenten ondersteund met GIS. Het gaat daarbij uitsluitend om activiteiten gekoppeld aan ruimtelijke ordening of aan milieubeleid. De opmaak van het plannenen vergunningenregister scoort het hoogst, met bijna 85% van de gemeenten die hiervoor GIS gebruiken. Ook de afhandeling van stedenbouwkundige vergunningen gebeurt in vier van de vijf gemeenten met ondersteuning van GIS. Andere activiteiten waarvoor minstens de helft van de gemeenten in Vlaanderen GIS gebruikt, zijn de opmaak van het register onbebouwde percelen, de opmaak van bestemmingsplannen zoals RUP s en BPA s, en de afhandeling van milieuvergunningen. Het gaat hier telkens om activiteiten waarbij de inzet van geografische informatie nagenoeg onvermijdelijk is, al blijft natuurlijk de mogelijkheid bestaan om die informatie in papieren vorm te gebruiken. De eerste activiteit buiten de top vijf wijst alvast op de inzet van GIS buiten de context van ruimtelijke planning en milieubeleid. Iets minder dan de helft van de bevraagde gemeenten maakt immers gebruik van GIS voor de aanmaak van thematische kaarten ter ondersteuning van de diverse beleidsplannen. Typische voorbeelden van zulke thematische kaarten zijn de verspreiding van de ouderen op het grondgebied van de gemeente, het aantal bibliotheekbezoekers in verschillende buurten van de gemeente of het aantal verkeersongevallen per straat. Deze vorm van GIS-gebruik sluit nauw aan bij de vaak voorkomende (foutieve) perceptie van GIS als digitale kaartenmachine. Hoewel het visualiseren of in kaart brengen van verschillende 22

25 thematische gegevens zeker een toegevoegde waarde kan bieden in verscheidene beleidsvelden, is informatie visualiseren of voorstellen slechts één toepassing van GIS. Geografische informatiesystemen laten de gebruiker ook toe om informatie te beheren, te bewerken en te analyseren. Die informatie en analyses kunnen dan gebruikt worden als input om beslissingen te nemen. Op korte termijn moeten er bijvoorbeeld dagelijks beslissingen genomen worden over het beheer van de gemeentelijke infrastructuur, en op lange termijn zijn er de meer strategische beleidskeuzes van de gemeente. Tabel 3.1. GIS-activiteiten Aantal Percentage 1. Opmaak plannen- en vergunningenregister ,2% 2. Afhandeling stedenbouwkundige vergunningen ,4% 3. Opmaak register onbebouwde percelen ,6% 4. Opmaak bestemmingsplannen ,2% 5. Afhandeling milieuvergunningen ,3% 6. Aanmaak themakaarten voor diverse beleidsplannen 87 47,3% 7. Vrije tijd 70 38,0% 8. Begraafplaatsenbeheer 65 35,3% 9. Beheer adres- en/of bevolkingsgegevens 59 32,1% 10. Beheer rioleringen 51 27,7% 11. Beheer gemeentelijk patrimonium 47 25,5% 12. Werken openbaar domein 41 22,3% 13. Groenbeheer 41 22,3% 14. Veiligheid politie 37 20,1% 15. Veiligheid brandweer 34 18,5% 16. Opmaak mobiliteitsplan 29 15,8% 17. Inventarisatie risico-inrichtingen 25 13,6% 18. Leidingenregistraties 23 12,5% 19. Geoloketten voor de burger 23 12,5% 20. Opmaak overstromingsgebieden 23 12,5% 23

26 Het beheer van begraafplaatsen is een typisch voorbeeld van het gebruik van GIS in functie van het beheer van de gemeentelijke infrastructuur. Doordat het bovendien gaat om een afgebakend en zeer beperkt onderdeel van het grondgebied is de complexiteit van deze GIS-toepassing eerder beperkt, vergeleken met andere toepassingen. Meer dan één derde van de bevraagde gemeenten maakt dan ook gebruik van GIS voor het beheer van hun begraafplaatsen. GIS laat hen toe op een snelle manier na te gaan waar een bepaalde persoon begraven ligt, welke graven nog vrij zijn en hoe lang de concessies nog geldig zijn. De inzet van GIS voor het beheer van rioleringen (27%), gemeentelijk patrimonium (25%) en het groen binnen de gemeente (22%) ligt iets lager. Een ietwat bijzondere activiteit is het beheer van adres- en bevolkingsgegevens. GIS kan daarbij op verschillende manieren worden ingezet. Enerzijds kan men GIS gebruiken bij het aanmaken, toekennen en registreren van adressen. Anderzijds laat de beschikbaarheid van adresgegevens in het geografisch informatiesysteem toe om bevolkingsgegevens te visualiseren op een kaart en ze te analyseren in combinatie met andere gegevens. Hetzelfde kan gedaan worden met de adressen van bedrijven en de gemeentelijke diensten. Op basis van gegeorefereerde adresgegevens kunnen met andere woorden heel wat thematische gegevens in het GIS ingebracht worden. Op die manier wordt het trouwens mogelijk om fouten of incorrecte gegevens in de gemeentelijke adresbestanden te achterhalen. Het beheer en het gebruik van adresen bevolkingsgegevens zijn daardoor nauw met elkaar verbonden. Helemaal onderaan tabel 3.1 vinden we de activiteiten terug waarvoor vooralsnog zeer weinig gemeenten gebruikmaken van GIS. Het gaat hierbij om de opmaak van overstromingsgebieden, de registratie van leidingen binnen gemeenten en het opzetten van geoloketten voor de burger. Nauwelijks 12,5% van de gemeenten maakt met andere woorden gebruik van GIS-technologie om online informatie aan te bieden aan de burgers. En slechts één op de acht gemeenten beschikt over een digitaal overzicht van de leidingen op haar grondgebied. Bij de interpretatie van de resultaten moeten we er evenwel rekening mee houden dat het niet gebruiken van GIS voor de meeste activiteiten verschillende betekenissen kan hebben. Het is immers mogelijk dat de activiteit in kwestie niet wordt uitgevoerd binnen de gemeente, dat de gemeente bijvoorbeeld niet bezig is met de opmaak van overstromingsgebieden, of dat er in de gemeente geen mobiliteitsplan wordt opgemaakt. Een andere mogelijkheid is dat de activiteit in kwestie wel wordt uitgevoerd, maar zonder het gebruik van GIS. Dat zal bijvoorbeeld het geval zijn voor de verschillende beheersactiviteiten. Elke gemeente zal het groen binnen haar grenzen wel op de één 24

27 of andere manier beheren, maar dat beheer hoeft niet noodzakelijk op basis van GIS te gebeuren. Het niet gebruiken van GIS kan dan weer verscheidene oorzaken hebben. Het ontbreken van de noodzakelijke capaciteit en kennis kan één oorzaak zijn, maar ook de weerstand bij beleidsmensen en medewerkers om bepaalde activiteiten voortaan op een GIS-gestuurde manier uit te voeren, vormt vaak een knelpunt voor het gebruik van GIS. Daarnaast is het meestal vereist dat bepaalde data voorhanden zijn, en dat die data in combinatie met elkaar gebruikt kunnen worden. Ook dat is niet altijd het geval. Verder in dit rapport gaan we na in welke mate een aantal van deze obstakels in de Vlaamse gemeenten aanwezig zijn. We doen dat weliswaar in algemene termen, en dus niet voor één of meerdere specifieke activiteiten. Naast de types van activiteiten die ondersteund worden met GIS, is het ook interessant om per gemeente te kijken naar het aantal activiteiten waarvoor GIS gebruikt wordt. Het gemiddelde aantal activiteiten waarvoor GIS wordt ingezet is zeven, met een standaardafwijking van 4,3. Het aantal activiteiten verschilt evenwel sterk tussen de verschillende gemeenten. In tabel 3.2 delen we de gemeenten daarom in in vier groepen, naargelang het aantal activiteiten waarvoor GIS wordt ingezet. De tabel toont aan dat in bijna 30% van de gemeenten minder dan vijf van de opgesomde activiteiten met GIS worden ondersteund. 37% van de bevraagde gemeenten gebruikt GIS voor vijf tot acht activiteiten. De overige 33% van de gemeenten doet dat voor meer dan acht activiteiten. Daarvan zijn er 24, ofwel 13% van het totale percentage, die voor meer dan twaalf activiteiten gebruikmaken van GIS. Tabel 3.2. Aantal activiteiten per gemeente Aantal Percentage 0 4 activiteiten 54 29,3% 5 8 activiteiten 68 37,0% 9 12 activiteiten 38 20,7% Meer dan 12 activiteiten 24 13,0% Totaal ,0% Opvallend is ook dat er een verband bestaat tussen het aantal activiteiten enerzijds, en het aantal inwoners en het aantal personeelsleden van de gemeente anderzijds. Dat blijkt duidelijk uit tabel 3.3, waar telkens het gemiddelde aantal inwoners en het gemiddelde aantal personeelsleden is weergegeven voor elk van de vier groepen. Het 25

28 gemiddelde aantal inwoners is hoger bij gemeenten waar meer activiteiten met GIS worden ondersteund. Datzelfde geldt voor het gemiddelde aantal personeelsleden. We kunnen dus stellen dat in grotere gemeenten GIS wordt ingezet voor meer activiteiten. Wanneer we nagaan of er ook een significant verschil is in het aantal GISondersteunde activiteiten tussen de provincies, dan blijkt dat niet het geval te zijn. Tabel 3.3. Gemiddeld aantal inwoners en personeelsleden per aantal activiteiten Gemiddeld aantal inwoners Gemiddeld aantal personeelsleden 0 4 activiteiten activiteiten activiteiten Meer dan 12 activiteiten In tabel 3.4 maken we tot slot de link tussen het type van activiteiten waarvoor GIS wordt ingezet en het aantal activiteiten. We gebruiken hiervoor onze indeling in vier groepen van gemeenten op basis van het aantal activiteiten. Voor elk van deze groepen zien we per activiteit het percentage van gemeenten dat voor de activiteit in kwestie gebruikmaakt van GIS. Percentages hoger dan 50% zijn daarbij in het vet aangeduid. Logischerwijs neemt het aantal in het vet aangeduide percentages toe naargelang meer activiteiten met GIS worden ondersteund. Het is echter vooral interessant om te kijken om welke activiteiten het precies gaat in elke groep. Slechts één van de twintig activiteiten wordt in elk van de vier groepen door minstens de helft van de gemeenten uitgevoerd met behulp van GIS. Het betreft hier de opmaak van het plannen- en vergunningenregister. In de groep met nul tot en met vier GISactiviteiten gaat het om iets meer dan de helft van de bevraagde gemeenten. In de overige groepen gaat het telkens om (bijna) alle gemeenten. Een grotendeels gelijkaardig beeld zien we voor wat betreft de afhandeling van aanvragen voor stedenbouwkundige vergunningen, al liggen de percentages daar iets lager. In de groep met meer dan twaalf GIS-activiteiten zijn het opnieuw alle gemeenten die voor deze activiteit gebruikmaken van GIS. Een percentage van 100% bij deze groep zien we daarnaast ook terug bij de aanmaak van themakaarten voor beleidsplannen. Alle gemeenten met een zeer uitgebreide GIS-werking (dat wil zeggen met meer dan twaalf van de opgesomde activiteiten) maken dus gebruik van GIS om thematische kaarten aan te maken. 26

29 Tabel 3.4. Type activiteiten per aantal activiteiten Totaal Opmaak plannen- en vergunningenregister 52% 96% 100% 100% 84% Afhandelen stedenbouwkundige vergunningen 48% 91% 95% 100% 80% Opmaak register onbebouwde percelen 30% 87% 82% 92% 70% Opmaak bestemmingsplannen 11% 65% 95% 96% 59% Afhandelen milieuvergunningen 20% 57% 79% 83% 54% Aanmaak themakaarten voor beleidsplannen 15% 31% 89% 100% 47% Vrije tijd 09% 24% 71% 92% 38% Begraafplaatsenbeheer 06% 41% 45% 71% 35% Beheer adres- en/of bevolkingsgegevens 00% 25% 53% 92% 32% Beheer rioleringen 06% 19% 47% 71% 28% Beheer gemeentelijk patrimonium 02% 13% 50% 75% 26% Werken openbaar domein 04% 15% 34% 67% 22% Groenbeheer 04% 13% 34% 71% 22% Veiligheid politie 00% 07% 37% 75% 20% Veiligheid brandweer 02% 06% 24% 83% 18% Opmaak mobiliteitsplan 04% 09% 29% 42% 16% Inventarisatie risico-inrichtingen 02% 04% 24% 50% 14% Leidingenregistraties 02% 06% 13% 54% 13% Geoloketten voor de burger 04% 12% 11% 38% 13% Opmaak overstromingsgebieden 00% 04% 29% 38% 13% Wat de gemeenten met een zeer beperkte GIS-werking betreft, zien we dat er twee activiteiten zijn die toch door een groot deel van deze gemeenten worden uitgevoerd met GIS-ondersteuning: de opmaak van het plannen- en vergunningenregister en de afhandeling van stedenbouwkundige vergunningsaanvragen. Daaruit kan afgeleid worden dat dit vaak de twee eerste activiteiten zijn waarvoor gemeenten GIS gebruiken. De introductie van GIS binnen lokale besturen gebeurt met andere woorden vaak in functie van deze activiteiten. Net iets minder dan een derde van de gemeenten uit deze eerste groep gebruikt GIS voor de opmaak van het register onbebouwde percelen. Ook opvallend is dat GIS bij deze gemeenten met een beperkte GIS-werking vaker wordt ingezet voor de afhandeling van 27

30 milieuvergunningen dan voor de opmaak van bestemmingsplannen. Bij de overige gemeenten is dat immers niet het geval. De afhandeling van aanvragen voor milieuvergunningen en de opmaak van bestemmingsplannen zijn twee activiteiten waarmee de gemeenten met iets meer GISactiviteiten (vijf tot en met acht) zich onderscheiden van de voorgaande groep. Samen met de opmaak van het plannen- en vergunningenregister, de afhandeling van stedenbouwkundige dossiers en de opmaak van het register voor onbebouwde percelen zijn dit de activiteiten die door meer dan de helft van de gemeenten in deze groep worden ondersteund met GIS. Opvallend bij deze groep is het aantal gemeenten dat GIS gebruikt voor het beheer van begraafplaatsen. Enkel binnen deze groep is dat immers een activiteit die vaker met behulp van GIS gebeurt (41%) dan de aanmaak van thematische kaarten (31%) en de invulling en vormgeving van het vrijetijdsbeleid (24%), wat bij de overige drie groepen niet zo is. Bij de 38 gemeenten die GIS inzetten voor negen tot en met twaalf van de voorgelegde activiteiten zijn er elf activiteiten die door bijna de helft van de gemeenten met behulp van GIS worden uitgevoerd. In vergelijking met de voorgaande groep zijn er dus zes bijkomende GIS-activiteiten. Vooral de inzet van GIS in functie van het vrijetijdsbeleid en voor de aanmaak van themakaarten komt vaker voor binnen deze groep. Als we voor beide activiteiten een vergelijking maken met het percentage uit de vorige groep, dan zien we een toename met ongeveer 50%. Ook voor wat betreft het beheer van adres- en/of bevolkingsgegevens, het gemeentelijk patrimonium en de rioleringen is er een duidelijk verschil met de gemeenten met een beperktere GISwerking. Op vlak van het beheer van begraafplaatsen is dat verschil beperkter. Wat de groep met meer dan twaalf GIS-activiteiten betreft, gaven we eerder al aan dat er drie activiteiten waren die door alle 24 gemeenten in deze groep werden ondersteund met GIS: het opmaken van het plannen- en vergunningenregister, het afhandelen van stedenbouwkundige dossiers, en het aanmaken van thematische kaarten. Voor nog eens vier andere activiteiten gaat het nog steeds om meer dan 20 van de 24 gemeenten: de opmaak van bestemmingsplannen, de aanmaak van het register onbebouwde percelen, het beheer van adres- en bevolkingsgegevens en het vrijetijdsbeleid. Daarnaast zijn er nog eens acht activiteiten die door meer dan twee derde van de gemeenten in deze groep worden uitgevoerd met GIS-ondersteuning. Nieuwe activiteiten daarbij zijn de werken op het openbaar domein, het groenbeheer, en de activiteiten van brandweer en politie. Vooral voor wat betreft het gebruik van GIS binnen de brandweer is het onderscheid met de voorgaande groepen enorm. Nog twee andere GIS-activiteiten waarmee de gemeenten in de groep zich duidelijk 28

Coördinatie binnen de GDI

Coördinatie binnen de GDI Coördinatie binnen de GDI Glenn Vancauwenberghe K.U.Leuven Instituut voor de Overheid Derde Staten Generaal Vlaanderen Geoland 1 december 2011 Coördinatie, een probleem? Verschillende organisaties zijn

Nadere informatie

4.2. Evaluatie van de respons op de postenquêtes. In dit deel gaan we in op de respons op instellingsniveau en op respondentenniveau.

4.2. Evaluatie van de respons op de postenquêtes. In dit deel gaan we in op de respons op instellingsniveau en op respondentenniveau. 4.2. Evaluatie van de respons op de postenquêtes 4.2.1. Algemeen In dit deel gaan we in op de respons op instellingsniveau en op respondentenniveau. Instellingsniveau (vragenlijst coördinator) provincie,

Nadere informatie

Agenda. Verwelkoming. Workshop case RUP 16/03/2010

Agenda. Verwelkoming. Workshop case RUP 16/03/2010 Workshop case RUP 16/03/2010 Agenda 9:30 ontvangst met koffie 10:00 verwelkoming, toelichting Spatialist project en case studies 10:30 break out sessies 11:30 koffiepauze 11:45 analyse en eerste resultaten

Nadere informatie

De huidige netwerkstatus van de GDI in Vlaanderen. Joris Sanders

De huidige netwerkstatus van de GDI in Vlaanderen. Joris Sanders De huidige netwerkstatus van de GDI in Vlaanderen Joris Sanders Derde Staten-Generaal 'Vlaanderen Geoland, 1 december 2011 Overzicht Inleiding situering netwerk Wettelijke verplichtingen vanuit Europa

Nadere informatie

GESCHIEDENIS EN GEOGRAFIE

GESCHIEDENIS EN GEOGRAFIE GESCHIEDENIS EN GEOGRAFIE HAND IN HAND DOOR HET DIGITALE LANDSCHAP DIGITAAL AAN DE SLAG MET HISTORISCHE KAARTEN EN HUIZENGESCHIEDENIS Joeri Robbrecht, AGIV Brugge, 4 november 2014 WIE ZIJN WIJ? AGIV Agentschap

Nadere informatie

AbiLoGIS GIS voor Abifire 6 juni 2007. AbiLoGIS. AbiLoGIS. Eddy Janssen Piet De Meester. Cevi NV. Seminarie Brandweer 6/6/2007

AbiLoGIS GIS voor Abifire 6 juni 2007. AbiLoGIS. AbiLoGIS. Eddy Janssen Piet De Meester. Cevi NV. Seminarie Brandweer 6/6/2007 AbiLoGIS Eddy Janssen Piet De Meester Cevi NV Seminarie Brandweer 6/6/2007 Wat? AbiLoGIS Programma om Databankgegevens van AbiFire Via een kaartprogramma (een GIS in informaticajargon) * In een digitale

Nadere informatie

GIS-maturiteit van de lokale. besturen in Leiedal

GIS-maturiteit van de lokale. besturen in Leiedal GIS-maturiteit van de lokale 28 april 2015 besturen in Leiedal www.bestuurszaken.be GIS-monitor 2015 Doelstelling: Beeld krijgen van GIS-gebruik bij gemeenten Hoe? Lokale besturen indelen naar type van

Nadere informatie

Stand van zaken van de Smart City -dynamiek in België: een kwantitatieve barometer

Stand van zaken van de Smart City -dynamiek in België: een kwantitatieve barometer Stand van zaken van de Smart City -dynamiek in België: een kwantitatieve barometer AUTEURS Jonathan Desdemoustier, onderzoeker-doctorandus, Smart City Institute, HEC-Liège, Universiteit van Luik (België)

Nadere informatie

2. Wat zijn per sector/doelgroep de algemene inzichten ten aanzien van de inhoud van de continuïteitsplannen?

2. Wat zijn per sector/doelgroep de algemene inzichten ten aanzien van de inhoud van de continuïteitsplannen? Samenvatting Aanleiding en onderzoeksvragen ICT en elektriciteit spelen een steeds grotere rol bij het dagelijks functioneren van de maatschappij. Het Ministerie van Veiligheid en Justitie (hierna: Ministerie

Nadere informatie

GIS-monitor 2013: wie doet wat? Informatie over lokale besturen

GIS-monitor 2013: wie doet wat? Informatie over lokale besturen GIS-monitor 2013: wie doet wat? Informatie over lokale besturen GIS-typologie van lokale besturen In deze bundel vindt u informatie over de GIS-typologie van de lokale besturen in Vlaanderen. In één oogopslag

Nadere informatie

GEOPUNT VLAANDEREN HET NIEUWE GEOPORTAAL VAN DE VLAAMSE OVERHEID. Infosessie Geopunt Voorjaar 2015

GEOPUNT VLAANDEREN HET NIEUWE GEOPORTAAL VAN DE VLAAMSE OVERHEID. Infosessie Geopunt Voorjaar 2015 GEOPUNT VLAANDEREN HET NIEUWE GEOPORTAAL VAN DE VLAAMSE OVERHEID GIV AGENTSCHAP VOOR GEOGRAFISCHE INFORMATIE VLAANDEREN Samenwerkingsverband GDI-VLAANDEREN voor optimaal gebruik van geografische informatie

Nadere informatie

Op naar het GRB! Interregionaal ICT- en GIS-overleg Gent, 23 september 2014

Op naar het GRB! Interregionaal ICT- en GIS-overleg Gent, 23 september 2014 Op naar het GRB! Interregionaal ICT- en GIS-overleg Luc De Kock Relatiebeheerder AGIV 1 grootschalige kaart voor Vlaanderen even terug in de tijd Goedkeuring GRB-decreet Lancering FLEPOS Goedkeuring business

Nadere informatie

Help! Ik GIS! Joeri Robbrecht en Heijke Rombaut Agentschap voor Geografische Informatie Vlaanderen

Help! Ik GIS! Joeri Robbrecht en Heijke Rombaut Agentschap voor Geografische Informatie Vlaanderen Help! Ik GIS! Joeri Robbrecht en Heijke Rombaut Agentschap voor Geografische Informatie Vlaanderen Joris Gaens Team Geografische Informatie, Stafdienst van de Vlaamse Regering Inhoud 1. Stand van zaken

Nadere informatie

De vragenlijst van de openbare raadpleging

De vragenlijst van de openbare raadpleging SAMENVATTING De vragenlijst van de openbare raadpleging Tussen april en juli 2015 heeft de Europese Commissie een openbare raadpleging gehouden over de vogel- en de habitatrichtlijn. Deze raadpleging maakte

Nadere informatie

Agenda. AbiWare en GIS. AbiWare. AbiWare Gebruikers. AbiWare Gebruikers. Kennismaking GIS en EDL. Eurotronics NV april / juni 2005

Agenda. AbiWare en GIS. AbiWare. AbiWare Gebruikers. AbiWare Gebruikers. Kennismaking GIS en EDL. Eurotronics NV april / juni 2005 Agenda Dhr Pol Van Cleemput - AbiWare Inleiding AbiPlan en GIS Dhr Peter Bonne Eurotronics Situering GIS en EDL product Demo AbiFire EDL Vragen AbiWare en GIS Pol Van Cleemput AbiWare 23 juni 25 Eurotronics

Nadere informatie

gemeenteraad Besluit Bestemd voor: Commissie Algemene Zaken, Intercommunales en Bevolking

gemeenteraad Besluit Bestemd voor: Commissie Algemene Zaken, Intercommunales en Bevolking gemeenteraad Besluit OPSCHRIFT Vergadering van 22 februari 2016 Besluit nummer: 2016_GR_00156 Onderwerp: Samenwerkingsovereenkomst betreffende het ter beschikking stellen door het Oost-Vlaams provinciaal

Nadere informatie

GIS-MONITOR 2015: WIE DOET WAT? Informatie over lokale besturen

GIS-MONITOR 2015: WIE DOET WAT? Informatie over lokale besturen GIS-MONITOR 2015: WIE DOET WAT? Informatie over lokale besturen GIS-TYPOLOGIE VAN LOKALE BESTUREN 5 TYPES GIS-GEMEENTEN 7 TYPE 1 GEMEENTE ZONDER GIS-GEBRUIK 7 TYPE 2 - GEMEENTE MET GIS ALS RAADPLEEGTOEPASSING

Nadere informatie

GIS en economisch beleid

GIS en economisch beleid GIS en economisch beleid Staten-generaal Vlaanderen Geoland 2 december 2010 Filip Meuris Intercommunale Leiedal Intercommunale Leiedal 07.12.1960 Streekontwikkeling? Van ontwikkeling van bedrijventerreinen

Nadere informatie

GIS-MONITOR 2015: WIE DOET WAT? Informatie over lokale besturen

GIS-MONITOR 2015: WIE DOET WAT? Informatie over lokale besturen GIS-MONITOR 2015: WIE DOET WAT? Informatie over lokale besturen GIS-TYPOLOGIE VAN LOKALE BESTUREN 5 TYPES GIS-GEMEENTEN 7 TYPE 1 GEMEENTE ZONDER GIS-GEBRUIK 7 TYPE 2 - GEMEENTE MET GIS ALS RAADPLEEGTOEPASSING

Nadere informatie

Juli 2007 1 OVERZICHT REGELGEVING GEOGRAFISCH INFORMATIE SYSTEEM VLAANDEREN

Juli 2007 1 OVERZICHT REGELGEVING GEOGRAFISCH INFORMATIE SYSTEEM VLAANDEREN 1 OVERZICHT REGELGEVING GEOGRAFISCH INFORMATIE SYSTEEM VLAANDEREN I. GIS-DECREET Decreet van 17 juli 2000 houdende het Geografisch Informatie Systeem Vlaanderen (B.S., 2 september 2000 1, in werking 12

Nadere informatie

Gent & Geografische Informatieuitwisseling. Inspiratiedag - 23 oktober 2014 Efficiënter informatie uitwisselen

Gent & Geografische Informatieuitwisseling. Inspiratiedag - 23 oktober 2014 Efficiënter informatie uitwisselen Gent & Geografische Informatieuitwisseling Inspiratiedag - 23 oktober 2014 Efficiënter informatie uitwisselen Gent Inwoners: 247,486 Oppervlakte: 156,2 Km² Personeel stad: 3858 GIS Gent Type 4 Gemeente

Nadere informatie

Provincie als kennispartner Diensten aangeboden door West-Vlaanderen

Provincie als kennispartner Diensten aangeboden door West-Vlaanderen Provincie als kennispartner Diensten aangeboden door West-Vlaanderen Hans Van den Heede Diensthoofd Datawarehousing Brussel 02/12/2010 1 MISSIE Speerpunten Regiobestuur visievorming en strategieontwikkeling

Nadere informatie

Samenwerking en innovatie in het MKB in Europa en Nederland Een exploratie op basis van het European Company Survey

Samenwerking en innovatie in het MKB in Europa en Nederland Een exploratie op basis van het European Company Survey Samenwerking en innovatie in het MKB in Europa en Nederland Een exploratie op basis van het European Company Survey ICOON Paper #1 Ferry Koster December 2015 Inleiding Dit rapport geeft inzicht in de relatie

Nadere informatie

VLAAMS PARLEMENT ONTWERP VAN DECREET. houdende het Geografisch Informatie Systeem Vlaanderen TEKST AANGENOMEN DOOR DE PLENAIRE VERGADERING

VLAAMS PARLEMENT ONTWERP VAN DECREET. houdende het Geografisch Informatie Systeem Vlaanderen TEKST AANGENOMEN DOOR DE PLENAIRE VERGADERING Stuk 303 (1999-2000) Nr. 3 VLAAMS PARLEMENT Zitting 1999-2000 5 juli 2000 ONTWERP VAN DECREET houdende het Geografisch Informatie Systeem Vlaanderen TEKST AANGENOMEN DOOR DE PLENAIRE VERGADERING Zie :

Nadere informatie

egovernment in Vlaamse gemeenten

egovernment in Vlaamse gemeenten WORKSHOP 2: egovernment in Vlaamse gemeenten Sabine Rotthier Elke Boudry egovernment in kleine Vlaamse gemeenten Rapport Diffusie van ICT in kleine Vlaamse gemeenten. Rotthier, S., Boudry, E. & F. De Rynck

Nadere informatie

Samen werken aan de Geografische Data-Infrastructuur

Samen werken aan de Geografische Data-Infrastructuur Samen werken aan de Geografische Data-Infrastructuur Een terugblik en een reflectie over de beleidsplannen inzake geografische informatie 2014-2019 Tom Callens & Joris Gaens Team Geografische Informatie

Nadere informatie

Rapport. Analyse van het gebruik van geografische informatie bij de lokale besturen in Vlaanderen. Mei 2015. Pagina 1 van 34

Rapport. Analyse van het gebruik van geografische informatie bij de lokale besturen in Vlaanderen. Mei 2015. Pagina 1 van 34 Rapport Analyse van het gebruik van geografische informatie bij de lokale besturen in Vlaanderen Mei 2015 Pagina 1 van 34 Samenvatting Lokale besturen worden door centrale overheden verplicht om gegevens

Nadere informatie

FUNCTIEFAMILIE 4.2 Beleidsthemabeheerder

FUNCTIEFAMILIE 4.2 Beleidsthemabeheerder Doel van de functiefamilie Het beleidsthema vanuit theoretische en praktische deskundigheid implementeren en uitbouwen teneinde toepassingen omtrent het thema te initiëren, te stimuleren en te bewaken

Nadere informatie

Infosessie CRAB. Gebruikersdagen CIPAL. 24 mei 2011. Jan Laporte GIS-Implementatie en Data-inwinning

Infosessie CRAB. Gebruikersdagen CIPAL. 24 mei 2011. Jan Laporte GIS-Implementatie en Data-inwinning Infosessie CRAB Gebruikersdagen CIPAL Jan Laporte GIS-Implementatie en Data-inwinning adressen authentieke geografische gegevensbron implementatie gebruik adressen zo eenvoudig kan het zijn Bron: http://bag.vrom.nl/

Nadere informatie

G@LILEO Geïntegreerd GIS als spil in informatieuitwisseling. Joris Voets

G@LILEO Geïntegreerd GIS als spil in informatieuitwisseling. Joris Voets G@LILEO Geïntegreerd GIS als spil in informatieuitwisseling Joris Voets G@lileo Geïntegreerd Geografisch - Informatiesysteem Ontwikkeld door stad Leuven in samenwerking met EDS en GE Energy Geografisch

Nadere informatie

i-scan 2.0 Informatiebeheer van werkvloer tot beleid. Begeleiding voor

i-scan 2.0 Informatiebeheer van werkvloer tot beleid. Begeleiding voor Informatiebeheer van werkvloer tot beleid. Begeleiding voor gemeenten en OCMW s Waarom I-scan 2.0? De uitbouw van e-government en het toenemend gebruik van ICT-toepassingen leveren niet altijd de voorspelde

Nadere informatie

Hierbij wordt het werk van mijn college s Anuja Dangol, Thérèse Steenberghen en mezelf voorgesteld, met medewerking van Diederik Tirry.

Hierbij wordt het werk van mijn college s Anuja Dangol, Thérèse Steenberghen en mezelf voorgesteld, met medewerking van Diederik Tirry. Hierbij wordt het werk van mijn college s Anuja Dangol, Thérèse Steenberghen en mezelf voorgesteld, met medewerking van Diederik Tirry. 1 Binnen WP4 hebben wij gewerkt rond de monitoring van ruimtelijk

Nadere informatie

CORA 1.0 Bedrijfs- en ICT-referentiearchitectuur voor woningcorporaties

CORA 1.0 Bedrijfs- en ICT-referentiearchitectuur voor woningcorporaties CORA 1.0 Bedrijfs- en ICT-referentiearchitectuur voor woningcorporaties Hoe zorgen we ervoor dat we nieuwe diensten en producten soepel in onze bedrijfsvoering op kunnen nemen? Hoe geven we betere invulling

Nadere informatie

Ontwerp Milieubeleidsplan

Ontwerp Milieubeleidsplan HOOFDSTUK I : ALGEMEEN MILIEUBELEID Doelstellingen Uit het stedelijk beleidsplan 2008-2013: In het stedelijk beleidsplan worden de missie, de strategische en tactische doelstellingen voor de beleidsperiode

Nadere informatie

SOCIAL INFORMATION SYSTEM

SOCIAL INFORMATION SYSTEM De SIS is een tool die oplossingen biedt voor uitdagingen en vragen in de wijk. Het product is vooral sterk in het verbinden van belangen. Zo stelt het organisaties in staat makkelijk en efficiënt met

Nadere informatie

Conclusies en aanbevelingen standaardisatie. Danny Vandenbroucke

Conclusies en aanbevelingen standaardisatie. Danny Vandenbroucke Conclusies en aanbevelingen standaardisatie Danny Vandenbroucke Staten-Generaal 1 December 2011 Overzicht Het case onderzoeksopzet Standaarden en standaardisatie gedrag GDI-Performantie Conclusies en aanbevelingen

Nadere informatie

P-CRAB & Adressenmonitor. Nico Ulens en Philippe Derynck, dienst Datawarehousing provincie West-Vlaanderen

P-CRAB & Adressenmonitor. Nico Ulens en Philippe Derynck, dienst Datawarehousing provincie West-Vlaanderen P-CRAB & Adressenmonitor Nico Ulens en Philippe Derynck, dienst Datawarehousing provincie West-Vlaanderen P-CRAB P-CRAB Overheid als beheerder Gemeente is bevoegd, maar Geen strikte / duidelijke procedure

Nadere informatie

Notarisbrieven automatisch in Lier 2014.09.23

Notarisbrieven automatisch in Lier 2014.09.23 ICT & GIS Overleg Oost-Vlaanderen Luc Janssens Data-, Analyse- & GIS Coördinator Stadsbestuur van Lier Notarisbrieven automatisch in Lier V. 1.0 2014.09.23 Doelstelling Volledig automatische afhandeling

Nadere informatie

Trendbarometer hotels 2012 Finaal rapport

Trendbarometer hotels 2012 Finaal rapport Trendbarometer hotels 2012 Finaal rapport Trendbarometer hotels 2012 Inlichtingen Dagmar.Germonprez@toerismevlaanderen.be Tel +32 (0)2 504 25 15 Verantwoordelijke uitgever: Peter De Wilde - Toerisme Vlaanderen

Nadere informatie

Hoe ouder, hoe trouwer Switchen & behouden in de 50-plusmarkt

Hoe ouder, hoe trouwer Switchen & behouden in de 50-plusmarkt WHITEPAPER Hoe ouder, hoe trouwer Switchen & behouden in de 50-plusmarkt Onderzoek van het (een initiatief van Bindinc) toont aan dat onder 50-plussers merktrouw vaker voorkomt dan onder 50- minners. Daarbij

Nadere informatie

EEN SOCIALE KAART, WAT BETEKENT DIT?

EEN SOCIALE KAART, WAT BETEKENT DIT? DE INTERPROVINCIALE SOCIALE KAART De Vlaamse provincies en de Vlaamse Gemeenschapscommissie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest werken al een aantal jaren samen aan één sociale kaart voor Vlaanderen,

Nadere informatie

Rapport evaluatie speeddaten met uitzendbureaus op de vestigingen van het WERKbedrijf

Rapport evaluatie speeddaten met uitzendbureaus op de vestigingen van het WERKbedrijf Rapport evaluatie speeddaten met uitzendbureaus op de vestigingen van het WERKbedrijf December 2011 Auteurs: Leonie Oosterwaal, beleidsmedewerker ABU Judith Huitenga en Marit Hoffer, medewerkers Servicepunt

Nadere informatie

Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie

Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie 1 Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Vlaamse Regering Diensten voor het Algemeen Regeringsbeleid Kanselarij Boudewijnlaan 30 1000 Brussel T. secretariaat:

Nadere informatie

Generation What? 1 : Vertrouwen in de instellingen

Generation What? 1 : Vertrouwen in de instellingen Generation What? 1 : Vertrouwen in de instellingen Inleiding De mate van vertrouwen van burgers in de overheid en maatschappelijke instellingen werd al vaker de toetssteen van de democratie genoemd: daalt

Nadere informatie

Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen Beleidskader sinds 1997

Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen Beleidskader sinds 1997 Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen Beleidskader sinds 1997 AROHM - Afdeling Ruimtelijke Planning 1 Uitvoering RSV, een prioriteit Uitvoering RSV aan de hand van ruimtelijke uitvoeringsplannen op drie

Nadere informatie

Evaluatie National Contact Point-werking van het Vlaams Contactpunt Kaderprogramma

Evaluatie National Contact Point-werking van het Vlaams Contactpunt Kaderprogramma Evaluatie National Contact Point-werking van het Vlaams Contactpunt Kaderprogramma Departement Economie, Wetenschap en Innovatie Afdeling Strategie en Coördinatie Koning Albert II-laan 35 bus 10 1030 Brussel

Nadere informatie

Stadsmonitor 2014 Een samenwerking tussen het Agentschap Binnenlands Bestuur en de Studiedienst van de Vlaamse Regering

Stadsmonitor 2014 Een samenwerking tussen het Agentschap Binnenlands Bestuur en de Studiedienst van de Vlaamse Regering Stadsmonitor 2014 Een samenwerking tussen het Agentschap Binnenlands Bestuur en de Studiedienst van de Vlaamse Regering Situering Opdracht: minister, bevoegd voor het Stedenbeleid De stadsmonitor is een

Nadere informatie

/32/ Infrax en GIPOD: minder hinder op het openbaar domein

/32/ Infrax en GIPOD: minder hinder op het openbaar domein /32/ Infrax en GIPOD: minder hinder op het openbaar domein GIPOD Integratie in het aanlegproces van Infrax Raf Rosseels Infrax Infrax is het enige netbedrijf in Vlaanderen dat vier leidinggebonden nutsvoorzieningen

Nadere informatie

SYNTHESERAPPORT EVALUATIE WETENSCHAPPELIJKE OLYMPIADES SAMENVATTING

SYNTHESERAPPORT EVALUATIE WETENSCHAPPELIJKE OLYMPIADES SAMENVATTING SYNTHESERAPPORT EVALUATIE WETENSCHAPPELIJKE OLYMPIADES SAMENVATTING Studiedienst en Prospectief Beleid 1 Departement Economie, Wetenschap en Innovatie Vlaamse Overheid Koning Albert II-laan 35 bus 10 1030

Nadere informatie

De weg naar ontvoogding. Ervaringen vanuit de gemeente Pittem Dhr. Eddy Truyaert stedenbouwkundig ambtenaar

De weg naar ontvoogding. Ervaringen vanuit de gemeente Pittem Dhr. Eddy Truyaert stedenbouwkundig ambtenaar De weg naar ontvoogding Ervaringen vanuit de gemeente Pittem Dhr. Eddy Truyaert stedenbouwkundig ambtenaar Inhoud 1. Inleiding 2. Voorwaarden tot ontvoogding 1. Gemeentelijk structuurplan 2. Stedenbouwkundig

Nadere informatie

Voltijds deskundige (m/v) Ruimtelijke ordening -

Voltijds deskundige (m/v) Ruimtelijke ordening - De gemeente Kapellen is een dynamische gemeente van ca. 26.000 inwoners, gelegen midden in het groen. Kapellen beschikt over heel wat troeven, zowel op sportief, cultureel als sociaal vlak. Voor de verdere

Nadere informatie

Adressenmonitor. Crab-decreet (8 mei 2009) Krachtlijnen. CRAB-decreet. 24-11-2009 Datawarehousing Monitor van adressen 1

Adressenmonitor. Crab-decreet (8 mei 2009) Krachtlijnen. CRAB-decreet. 24-11-2009 Datawarehousing Monitor van adressen 1 CRAB-decreet Crab-decreet (8 mei 2009) één generieke standaard (definitie en codering). één correct en actueel bestand met alle adressen de ligging van adressen (adresposities). Krachtlijnen een eenduidig

Nadere informatie

GIS in het stadsbeleid en de dienstverlening aan de bevolking. Inhoud. Inleiding. Stad Kortrijk. V-ict-or 21 december 2006 Hans Verscheure 1

GIS in het stadsbeleid en de dienstverlening aan de bevolking. Inhoud. Inleiding. Stad Kortrijk. V-ict-or 21 december 2006 Hans Verscheure 1 GIS in het stadsbeleid en de dienstverlening aan de bevolking V-ict-or 21 december 26 Hans Verscheure GIS-coördinator databeheerder Directie ICT stad Kortrijk Inhoud Inleiding Kortrijk organisatie 3 cases

Nadere informatie

Werkbelevingsonderzoek 2013

Werkbelevingsonderzoek 2013 Werkbelevingsonderzoek 2013 voorbeeldrapport Den Haag, 17 september 2014 Ipso Facto beleidsonderzoek Raamweg 21, Postbus 82042, 2508EA Den Haag. Telefoon 070-3260456. Reg.K.v.K. Den Haag: 546.221.31. BTW-nummer:

Nadere informatie

Tabel 2.1 Overzicht van de situatie op de arbeidsmarkt van de onderzochte personen op 30/06/97. Deelpopulatie 1996

Tabel 2.1 Overzicht van de situatie op de arbeidsmarkt van de onderzochte personen op 30/06/97. Deelpopulatie 1996 Dit deel van het onderzoek omvat alle personen tussen de 18 en 55 jaar oud (leeftijdsgrenzen inbegrepen) op 30 juni 1997, wiens dossier van het Vlaams Fonds voor de Sociale Integratie van Personen met

Nadere informatie

5. Discussie. 5.1 Informatieve waarde van de basisgegevens

5. Discussie. 5.1 Informatieve waarde van de basisgegevens 5. 5.1 Informatieve waarde van de basisgegevens Relevante conclusies voor het beleid zijn pas mogelijk als de basisgegevens waaruit de samengestelde indicator berekend werd voldoende recent zijn. In deze

Nadere informatie

Onderzoek Verplaatsingsgedrag Vlaanderen 4.3 (2010-2011)

Onderzoek Verplaatsingsgedrag Vlaanderen 4.3 (2010-2011) Onderzoek Verplaatsingsgedrag Vlaanderen 4.3 (2010-2011) Verkeerskundige interpretatie van de belangrijkste tabellen (Analyserapport) D. Janssens, S. Reumers, K. Declercq, G. Wets Contact: Prof. dr. Davy

Nadere informatie

OVERZICHT REGELGEVING CENTRAAL REFERENTIEADRESSENBESTAND

OVERZICHT REGELGEVING CENTRAAL REFERENTIEADRESSENBESTAND OVERZICHT REGELGEVING CENTRAAL REFERENTIEADRESSENBESTAND I. CRAB-DECREET Decreet van 8 mei 2009 betreffende het Centraal Referentieadressenbestand (B.S., 01 juli 2009, in werking: 1 juni 2011, Besluit

Nadere informatie

Decreet betreffende het Centraal Referentieadressenbestand (citeeropschrift: "CRAB-decreet")

Decreet betreffende het Centraal Referentieadressenbestand (citeeropschrift: CRAB-decreet) pagina 1 van 5 Decreet betreffende het Centraal Referentieadressenbestand (citeeropschrift: "CRAB-decreet") Datum 08/05/2009 DOCUMENT HOOFDSTUK I. Inleidende bepalingen Art. 1. Dit decreet regelt een gemeenschaps-

Nadere informatie

Professionalisering van de vastgoedinformatievoorziening. Startnotitie. Versie: 19 juni 2006. Albert van Tuil Reinout Schaatsbergen

Professionalisering van de vastgoedinformatievoorziening. Startnotitie. Versie: 19 juni 2006. Albert van Tuil Reinout Schaatsbergen Professionalisering van de vastgoedinformatievoorziening Startnotitie Versie: 19 juni 2006 Albert van Tuil Reinout Schaatsbergen Inleiding Zoals in een memo van 7 maart 2006 aan het MT van de gemeente

Nadere informatie

Vlaanderen. is samenwerking COMPLEXE PROJECTEN. Een nieuwe procesaanpak. www.complexeprojecten.be

Vlaanderen. is samenwerking COMPLEXE PROJECTEN. Een nieuwe procesaanpak. www.complexeprojecten.be Vlaanderen is samenwerking COMPLEXE PROJECTEN Een nieuwe procesaanpak www.complexeprojecten.be U heeft het als bestuur of als private initiatiefnemer wellicht reeds meegemaakt. De opstart en uitvoering

Nadere informatie

Gedrag en ervaringen van huishoudelijke afnemers op de vrijgemaakte Vlaamse energiemarkt VREG - TECHNISCH RAPPORT

Gedrag en ervaringen van huishoudelijke afnemers op de vrijgemaakte Vlaamse energiemarkt VREG - TECHNISCH RAPPORT Gedrag en ervaringen van huishoudelijke afnemers op de vrijgemaakte Vlaamse energiemarkt VREG - TECHNISCH RAPPORT 10 september 2014 INHOUDSOPGAVE 1. TECHNISCH RAPPORT...3 1.1. Universum en steekproef...

Nadere informatie

toelichting EOS-project & onderzoeksresultaten

toelichting EOS-project & onderzoeksresultaten toelichting EOS-project & onderzoeksresultaten dhr. Arne Oosthuyse projectcoördinator Voka - Kamer van Koophandel O-Vl. VON-sessie: Allochtoon ondernemerschap in Vlaanderen Donderdag 9 juni 2011 Huis van

Nadere informatie

Digitale (r)evolutie in België anno 2009

Digitale (r)evolutie in België anno 2009 ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 9 februari Digitale (r)evolutie in België anno 9 De digitale revolutie zet zich steeds verder door in België: 71% van de huishoudens in

Nadere informatie

Mag het iets meer zijn?

Mag het iets meer zijn? Levenslang leren West-Vlaanderen Werkt 3, 2010 Mag het iets meer zijn? De opleidingsbehoeften in de West-Vlaamse bedrijven en organisaties Syntra West - Chris Cardinael Tanja Termote sociaaleconomisch

Nadere informatie

Lokaal overleg kinderopvang Kortrijk

Lokaal overleg kinderopvang Kortrijk Lokaal overleg kinderopvang Kortrijk Inleiding: hoe kwam dit memorandum tot stand. Het Lokaal overleg Kinderopvang Kortrijk is een door het stadsbestuur erkende adviesraad. Deze is samengesteld op basis

Nadere informatie

Resultaten voor Vlaamse Gemeenschap Sociale Gezondheid Gezondheidsenquête, België, 1997

Resultaten voor Vlaamse Gemeenschap Sociale Gezondheid Gezondheidsenquête, België, 1997 5.8.1. Inleiding De WHO heeft in haar omschrijving het begrip gezondheid uitgebreid met de dimensie sociale gezondheid en deze op één lijn gesteld met de lichamelijke en psychische gezondheid. Zowel de

Nadere informatie

Rapport 833 Derriks, M., & Kat, E. de. (2020). Jeugdmonitor Zeeland Amsterdam: Kohnstamm Instituut.

Rapport 833 Derriks, M., & Kat, E. de. (2020). Jeugdmonitor Zeeland Amsterdam: Kohnstamm Instituut. Samenvatting Rapport 833 Derriks, M., & Kat, E. de. (2020). Jeugdmonitor Zeeland Amsterdam: Kohnstamm Instituut. De Jeugdmonitor Zeeland De Jeugdmonitor Zeeland is een plek waar allerlei informatie bij

Nadere informatie

Bijlage nr 10 aan ZVP 2014-2017 BIJLAGE 10 LOKALE VEILIGHEIDS- BEVRAGING 2011

Bijlage nr 10 aan ZVP 2014-2017 BIJLAGE 10 LOKALE VEILIGHEIDS- BEVRAGING 2011 BIJLAGE 10 LOKALE VEILIGHEIDS- BEVRAGING 2011 Lokale veiligheidsbevraging 2011 Synthese van het tabellenrapport Pz Blankenberge - Zuienkerke Inleiding De lokale veiligheidsbevraging 2011 is een bevolkingsenquête

Nadere informatie

Bediende in de logistieke sector: kansen voor vrouwen?

Bediende in de logistieke sector: kansen voor vrouwen? Bediende in de logistieke sector: kansen voor vrouwen? Welke percepties leven er bij werknemers en studenten omtrent de logistieke sector? Lynn De Bock en Valerie Smid trachten in hun gezamenlijke masterproef

Nadere informatie

Vertrek van je eigen brede kijk op jeugd en jeugdbeleid

Vertrek van je eigen brede kijk op jeugd en jeugdbeleid STAPPENPLAN fiche 4 Gericht gegevens verzamelen die je jeugdbeleid richting kunnen geven. Waarover gaat het? Het jeugdbeleid in jouw gemeente is geen blanco blad. Bij de opmaak van een nieuw jeugdbeleidsplan

Nadere informatie

Vrijwilligersbeleid. Rapportage flitsenquête ActiZ. ActiZ, organisatie van zorgondernemers. ICSB Marketing en Strategie Drs.

Vrijwilligersbeleid. Rapportage flitsenquête ActiZ. ActiZ, organisatie van zorgondernemers. ICSB Marketing en Strategie Drs. Rapportage flitsenquête ActiZ Vrijwilligersbeleid Voor ActiZ, organisatie van zorgondernemers Van ICSB Marketing en Strategie Drs. Yousri Mandour Datum 7 maart 2011 Pag. 1 Voorwoord Voor u liggen de resultaten

Nadere informatie

E-Government. Leiedal in 120 minuten e-government in drie kwartier. Bob Bulcaen Filip Meuris

E-Government. Leiedal in 120 minuten e-government in drie kwartier. Bob Bulcaen Filip Meuris E-Government Leiedal in 120 minuten e-government in drie kwartier Bob Bulcaen Filip Meuris Geschiedenis E-Government > Inleiding > Geschiedenis Leiedal 1960 ICT-activiteiten: 1. GIS (1992) 2. Websites

Nadere informatie

Handboek GDI-Vlaanderen. Deel 2: Praktische leidraad GDI-Vlaanderen

Handboek GDI-Vlaanderen. Deel 2: Praktische leidraad GDI-Vlaanderen Handboek GDI-Vlaanderen Deel 2: Praktische leidraad GDI-Vlaanderen Juni 2010 INHOUDSTAFEL 1 Inleiding... 3 1.1 Doel van deze praktische leidraad... 3 1.2 Hoe deze praktische leidraad gebruiken?... 3 1.2.1

Nadere informatie

CAREER COMPETENCES AND CAREER OUTCOMES A critical analysis of concepts and complex relationships. Heidi Knipprath & Katleen De Rick

CAREER COMPETENCES AND CAREER OUTCOMES A critical analysis of concepts and complex relationships. Heidi Knipprath & Katleen De Rick CAREER COMPETENCES AND CAREER OUTCOMES A critical analysis of concepts and complex relationships Heidi Knipprath & Katleen De Rick CAREER COMPETENCES AND CAREER OUTCOMES A critical analysis of concepts

Nadere informatie

Registratie arbeidszorg

Registratie arbeidszorg Registratie arbeidszorg 2010-2014 Redactie: Marc Boons, Jo Bellens Toelichting Dit rapport bevat de belangrijkste bevindingen van de cijfers uit het registratiesysteem dat de Ronde Tafel Arbeidszorg heeft

Nadere informatie

MBO-instellingen en gemeenten

MBO-instellingen en gemeenten MBO-instellingen en gemeenten Hoe verloopt de samenwerking? Een tabellenrapport MBO-instellingen en gemeenten Hoe verloopt de samenwerking? Een tabellenrapport Opdrachtgever: Ministerie van OCW Utrecht,

Nadere informatie

Inleiding. Johan Van der Heyden

Inleiding. Johan Van der Heyden Inleiding Johan Van der Heyden Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid Operationele Directie Volksgezondheid en surveillance J. Wytsmanstraat, 14 B - 1050 Brussel 02 / 642 57 26 E-mail : johan.vanderheyden@iph.fgov.be

Nadere informatie

Aan de slag! Deel 1 van 3 > Aan de slag Deel 2 van 3 > Verdieping Deel 3 van 3 > Verbeteren

Aan de slag! Deel 1 van 3 > Aan de slag Deel 2 van 3 > Verdieping Deel 3 van 3 > Verbeteren Aan de slag! Gebruikershandleiding voor patiëntervaringsonderzoek voor fysiotherapeuten Deel 1 van 3 > Aan de slag Deel 2 van 3 > Verdieping Deel 3 van 3 > Verbeteren Welkom! Qualizorg biedt u het inzicht

Nadere informatie

Bevraging van de stakeholders (OCMW s) POD Maatschappelijke Integratie. februari 2011

Bevraging van de stakeholders (OCMW s) POD Maatschappelijke Integratie. februari 2011 Bevraging van de stakeholders (OCMW s) POD Maatschappelijke Integratie februari 2011 DG Organisatie- en Personeelsontwikkeling FOD Personeel & Organisatie Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 1.1 Voorwerp van

Nadere informatie

Trendrapport hotelbarometer 2014. Jaarrapport

Trendrapport hotelbarometer 2014. Jaarrapport Trendrapport hotelbarometer 2014 Jaarrapport Trendrapport hotelbarometer 2014 - Jaarrapport Inlichtingen sofie.wauters@toerismevlaanderen.be Tel +32 (0)2 504 24 07 Verantwoordelijke uitgever: Peter De

Nadere informatie

Functionaliteitseconomie: Hefboom voor duurzame ontwikkeling in België? Samenvatting. Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling

Functionaliteitseconomie: Hefboom voor duurzame ontwikkeling in België? Samenvatting. Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling Functionaliteitseconomie: Hefboom voor duurzame ontwikkeling in België? Samenvatting Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling 1 P a g i n a F u n c t i o n a l i t e i t s e c o n o m i e : h e f b o o

Nadere informatie

RWO Data Manager Leegstandsregister

RWO Data Manager Leegstandsregister RWO Data Manager Leegstandsregister Werkwijze voor het aanvullen van de dossiers van leegstaande woningen en gebouwen die overgenomen werden uit de HOLV-databank. Auteur: Olivier Heyvaert Departement RWO

Nadere informatie

TEVREDEN WERKEN IN HET PRIMAIR ONDERWIJS. Onderzoek naar de tevredenheid en werkbeleving van personeel in het primair onderwijs.

TEVREDEN WERKEN IN HET PRIMAIR ONDERWIJS. Onderzoek naar de tevredenheid en werkbeleving van personeel in het primair onderwijs. ARBEIDSMARKTPLATFORM PO. Van en voor werkgevers en werknemers TEVREDEN WERKEN IN HET PRIMAIR ONDERWIJS Onderzoek naar de tevredenheid en werkbeleving van personeel in het primair onderwijs april 2016 1

Nadere informatie

HELP IK GIS! WWW.GEOPUNT.BE INSTRUMENTEN OP MAAT. AGIV-trefdag ICC Gent, 27 november 2014

HELP IK GIS! WWW.GEOPUNT.BE INSTRUMENTEN OP MAAT. AGIV-trefdag ICC Gent, 27 november 2014 HELP IK GIS! WWW.GEOPUNT.BE INSTRUMENTEN OP MAAT GEO VOOR IEDEREEN INSTRUMENTEN OP MAAT OVERBRUGGEN DE KLOOF MET DE GEBRUIKER Geopunt-kaart Geopunt plug-in Er werd een Quantum GIS plugin ontwikkeld zodat

Nadere informatie

BEROEPSINSTANTIE INZAKE DE OPENBAARHEID VAN BESTUUR

BEROEPSINSTANTIE INZAKE DE OPENBAARHEID VAN BESTUUR BEROEPSINSTANTIE INZAKE DE OPENBAARHEID VAN BESTUUR JAARVERSLAG 2013-20 2014 1) Algemeen 1.1. Krachtens artikel 27 van het decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur dient de beroepsinstantie

Nadere informatie

Peter Smulders Ruimtelijke Ordening en Planologie Juni 2010

Peter Smulders Ruimtelijke Ordening en Planologie Juni 2010 Peter Smulders Ruimtelijke Ordening en Planologie Juni 2010 Bedrijfsbegeleider: Harro Verhoeven, projectleider leefomgeving, CROW nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare

Nadere informatie

Handleiding Lokale Statistieken Pagina 1

Handleiding Lokale Statistieken Pagina 1 Beste bezoeker, De site Lokale Statistieken biedt u de mogelijkheid om cijfers op te zoeken op het niveau van gemeentes, steden, provincies en het Vlaamse Gewest. Deze handleiding leidt u, stap voor stap,

Nadere informatie

Lokale besturen op zoek naar managementrapportering Waar halen we die? Ilse Bracke

Lokale besturen op zoek naar managementrapportering Waar halen we die? Ilse Bracke studiedag beleid & financiën: een broos evenwicht? Lokale besturen op zoek naar managementrapportering Waar halen we die? Ilse Bracke a3o Agenda Introductie Performance Management en BBC BI Maturiteitsmodel

Nadere informatie

KUNSTENDAG VOOR KINDEREN 2013 : ENQUÊTE

KUNSTENDAG VOOR KINDEREN 2013 : ENQUÊTE KUNSTENDAG VOOR KINDEREN 2013 : ENQUÊTE Onderstaande dat meewerkten evaluatie is gebaseerd op de resultaten van een enquête die op dinsdag 19 november, maandag is twee Methodologische 25 dagen aan november

Nadere informatie

Resultaten voor Vlaamse Gemeenschap Lichamelijke Activiteit Gezondheidsenquête, België, 1997

Resultaten voor Vlaamse Gemeenschap Lichamelijke Activiteit Gezondheidsenquête, België, 1997 6.3.1. Inleiding Recente onderzoeken hebben toegelaten aan te tonen dat lichamelijke activiteiten een wezenlijke impact hebben op de gezondheidstoestand en dat ze van groot belang zijn op het vlak van

Nadere informatie

DE VLAAMSE RUIMTELIJKE PLANNINGSPRIJS 2014 Een initiatief van de Vlaamse Vereniging voor Ruimte en Planning Met steun van de Vlaamse Regering

DE VLAAMSE RUIMTELIJKE PLANNINGSPRIJS 2014 Een initiatief van de Vlaamse Vereniging voor Ruimte en Planning Met steun van de Vlaamse Regering DE VLAAMSE RUIMTELIJKE PLANNINGSPRIJS 2014 Een initiatief van de Vlaamse Vereniging voor Ruimte en Planning Met steun van de Vlaamse Regering 1. vooraf In 2014 organiseert de VRP de Vlaamse Ruimtelijke

Nadere informatie

TTALIS. Maatschappelijke waardering door de ogen van de. leraar en de samenhang met leraar- en schoolkenmerken

TTALIS. Maatschappelijke waardering door de ogen van de. leraar en de samenhang met leraar- en schoolkenmerken Maatschappelijke waardering door de ogen van de TTALIS leraar en de samenhang met leraar- en schoolkenmerken Bevindingen uit de Teaching And Learning International Survey (TALIS) 2013 IN FOCUS Faculteit

Nadere informatie

Burgerparticipatie in de openbare ruimte. Juni, 2014

Burgerparticipatie in de openbare ruimte. Juni, 2014 Burgerparticipatie in de openbare ruimte Juni, 2014 Uitgave : Team Kennis en Verkenning Naam : M. Hofland Telefoonnummer : 0570-693317 Mail : m.hofland@deventer.nl 1 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 1.1 Kader

Nadere informatie

IWT Klantentevredenheid 2011 Executive summary

IWT Klantentevredenheid 2011 Executive summary IWT Klantentevredenheid 2011 Executive summary Onderzoeksopzet De beheersovereenkomst tussen IWT en de voogdijminister voorziet in een 2-jaarlijkse klantentevredenheidsanalyse. Midden 2011 werd een eerste

Nadere informatie

Workshop HR-scan. Naar een duurzaam HRM beleid

Workshop HR-scan. Naar een duurzaam HRM beleid Workshop HR-scan Naar een duurzaam HRM beleid Inhoud Voorstelling Wat is Human Resources? Overzicht bestaande tools Waarom de HRM Cockpit? Doel van de HRM Cockpit Opbouw van het model De HRM Cockpit Aan

Nadere informatie

Digitale (r)evolutie in België anno 2010.

Digitale (r)evolutie in België anno 2010. ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 23 februari 2011 Digitale (r)evolutie in België anno 2010. De digitale revolutie zet zich steeds verder door in België: 73% van de Belgische

Nadere informatie

Samenvatting. BS Hiliglo/ Holwierde. Resultaten Personeelstevredenheidspeiling (PTP) BS Hiliglo

Samenvatting. BS Hiliglo/ Holwierde. Resultaten Personeelstevredenheidspeiling (PTP) BS Hiliglo Resultaten Personeelstevredenheidspeiling (PTP) BS Hiliglo Enige tijd geleden heeft onze school BS Hiliglo deelgenomen aan de personeelstevredenheidspeiling onder de teamleden. Van onze school hebben zeven

Nadere informatie

Thematische behoeftepeiling. Uitkomsten en conclusies van een brede enquête onder patiëntenorganisaties

Thematische behoeftepeiling. Uitkomsten en conclusies van een brede enquête onder patiëntenorganisaties Thematische behoeftepeiling Uitkomsten en conclusies van een brede enquête onder patiëntenorganisaties Inleiding In de komende jaren ontwikkelt de VSOP toerustende activiteiten voor patiëntenorganisaties

Nadere informatie

Context Informatiestandaarden

Context Informatiestandaarden Context Informatiestandaarden Inleiding Om zorgverleners in staat te stellen om volgens een kwaliteitsstandaard te werken moeten proces, organisatie en ondersteunende middelen daarop aansluiten. Voor ICT-systemen

Nadere informatie